Loperspraat – De legendarische Great Escape van Hans

Jullie weten al dat Hans een bijzondere man is. Een man die van vele markten thuis is. Een echte trailloper die niet bang is voor een grensverleggend avontuur dat op een mission impossible lijkt. Zo bracht ik hem op vrijdag 13 september naar Maboge waar hij de bus zou nemen naar Ettelbrück in Luxemburg om van daaruit in (een niet zo heel rechte) lijn terug naar Maboge te lopen. Goed voor een trailrun van zo’n 100 mijl, ofte een dikke 160 kilometer. Kortom, een missie die wel wat voeten in de aarde had en ook van het lange type zou zijn. Roos toverde haar auto voor de gelegenheid om tot een camper zodat wij Hans vanaf zaterdagavond van controlepost naar controlepost konden volgen. Op het koudst van de nacht was het een graad of 2. We konden toch wat uurtjes slaap meepikken en slaagden er ook in om de sfeer erin te houden. Hans was duidelijk beter bestand tegen de ontbering. Hij zette en pakte door. Zondagmiddag zagen we hem net na de middag finishen. Na 32 uur en 51 minuten zaten zijn 164 kilometers erop. Ik zei het al: wat een man! Hoe hem dat alles verging? Hij vertelt het jullie zelf.

FHHO3873

Toen ik in 2017 besloot me op trailrunning toe te leggen en de stratenlopen links te laten liggen had ik geen duidelijk omlijnd plan of doel. Ik wilde deze “discipline” rustig ontdekken; zo vaak mogelijk in de natuur lopen, over onverharde paden, het liefst zo ver mogelijk van de drukte en het lawaai. Ik liep dus af en toe eens een trailwedstrijd in de Ardennen, maar nog vaker trok ik er gewoon in mijn eentje op uit om ergens in de natuur een mooie trail te lopen.

Ik begon ook steeds vaker langere afstanden te lopen en zoals ik altijd gedaan heb bouwde ik dat rustig op. Hoewel ik na verloop van tijd ook steeds vaker verder dan de marathonafstand liep, en dus theoretisch gezien een ultraloper werd, vond ik het wat overdreven om mezelf dat predicaat toe te kennen.

In 2023 ontmoette ik Joke tijdens de La Chouffe Trail 70 km en wat er daarna allemaal gebeurde, kan je uitgebreid lezen elders in deze blog, maar het gaf sowieso een boost aan mijn loopambities en meer bepaald met betrekking tot het “ultratrailen”. Toen ik het er met haar eens over had om me in te schrijven voor een 50 mijl wedstrijd was haar reactie: “Waarom ga je niet meteen voor 100 mijl?” Dat was het zetje dat ik nodig had om eens iets gek te doen en zo geschiedde… Ik schreef me in voor de Bello Gallico 100 mijl in december 2023. Helaas sloeg in volle voorbereiding het noodlot toe. Eind november verstuikte ik tijdens een rustig trainingsloopje mijn enkel. Met de moed der wanhoop en tegen beter weten in verscheen ik toch aan de start, maar mijn enkel liet het onderweg meer en meer afweten en na 14 uur en 101 kilometer moest ik noodgedwongen de strijd staken hoewel ik me verder nog prima voelde. Ik stapte uit met een dubbel gevoel; een DNF in deze wedstrijd, maar wel mijn afstandsrecord op 101 kilometer gebracht. Ik kon me al wat beter verzoenen met het label ultraloper.

Mijn herstel van die blessure werd eind februari helaas nog eens doorkruist door een spierscheur in mijn kuit die ik opliep tijdens een trailwedstrijd in Binkom en terwijl ik het loopjaar 2024 al compleet de mist zag ingaan, bleef Joke bij hoog en bij laag beweren dat 2024 een top-loopjaar zou worden voor mij. En ze heeft echt wel gelijk gekregen; achtereenvolgens verzamelde ik in de volgende maanden PR’s op de marathon (in Milaan) en de 20 km van Brussel, zette ik samen met Roos een mooie tijd neer tijdens de 10 miles in Antwerpen, liep ik in juli samen met Joke en Sam de La Chouffe Trail 70 km en in augustus samen met Roos en Joni de Trail des Fantômes 48 km, ging ik tijdens een weekend in de Ardennen 60 km hiken en liep ik 44 kilometer tijdens de 4 uur van de Mollekestrail. Kon ik er meer klaar voor zijn om een nieuwe poging te wagen om die 100 mijl te verslaan? Ik denk het niet…

Het weekend van 13 tot 15 september stond al heel lang in mijn agenda met stip genoteerd: the Great Escape. Ik citeer even de website: “Escape from the Ardennes! 160 km doorheen het mooiste dat de Ardennen te bieden hebben. Trek je stoute schoenen aan, stap uit de dagelijkse sleur, en begin te dromen van wijdse open vlaktes en de mooiste landschappen. Je zal 160 km aan trails ontdekken, aan beide zijden van de Belgisch-Luxemburgse grens, in het hart van de Ardennen. Onderweg tal van kleine ontdekkingen – een historisch kruis, oude muren, kleine beekjes en rivieren – en grootse uitzichten. Feërieke mist, een vluchtige glimp van een hert, de geur van vers gemaaide velden, je zal overdonderd worden met indrukken die je ‘Great Escape’ tot een memorabele ervaring zullen maken.”

Het concept kort samengevat: je start op zaterdagochtend om 4 uur samen met 199 andere lopers in het Luxemburgse Ettelbrück, om na meer dan 160 kilometer in de loop van zondag aan te komen in het Ardense dorpje Maboge. Onderweg overwin je meer dan 6.000 hoogtemeters, zie je twee keer de zon opkomen, passeer je 8 controleposten en beleef je het mooiste van wat de Ardennen te bieden hebben.

Een wedstrijd van die omvang loop je niet zomaar, ook logistiek is dit een ingewikkelde operatie. In 3 van de 8 controleposten (na 40, 80 en 120 kilometer) kan je een “dropbag” laten plaatsen met daarin allerhande spullen; droge kleding en schoenen, verzorgingsmateriaal, voeding en drank enz… Je moet op voorhand goed nadenken wat je waar en wanneer denkt nodig te hebben, rekening houdend met het geschatte tijdstip, de weersvoorspellingen, het terrein en noem maar op.

Slaap is ook een “dingetje” tijdens deze wedstrijd; je weet dat je sowieso de nacht van zaterdag op zondag al lopend zal doorbrengen, maar omdat de start plaatsvindt op zaterdagochtend om 4 uur is de nacht daarvoor ook al gehypothekeerd. Je kan dit op verschillende manieren proberen op te lossen die allemaal gemeen hebben dat er in de praktijk van slapen niet zoveel in huis komt.

Ik heb op vrijdag vakantie genomen om in de loop van de dag nog zoveel mogelijk te slapen. Wel, ik heb veel in mijn bed gelegen maar nauwelijks geslapen. ’s Avonds hebben we dan nog samen thuis gegeten en rond half tien bracht Joke me naar Maboge voor het ophalen van mijn startnummer en de afgifte van mijn dropbags. We kwamen daar aan rond 23 uur, deden het nodige en probeerden daarna nog enkele uren onder een dekentje in de auto een beetje te rusten, wat ook niet echt lukte. Om 2 uur vertrok dan de bus die de lopers naar de start in Ettelbrück zou brengen en ook hier was een poging om de ogen te sluiten tevergeefs. Je komt dus eigenlijk al aan de start met een nacht slaapachterstand.

En dan de start… eigenlijk voel je je al een beetje zielig en ellendig na die slapeloze nacht, gepakt en gezakt met een best wel zwaar trailvest op je schouders. Je lichaam heeft op dat tijdstip eigenlijk helemaal geen zin om het op een lopen te zetten. Het is koud en donker en de stationsbuurt in een Luxemburgs stadje is ook niet meteen een opbeurende plek. Na een korte briefing zet de kudde zich in beweging om de komende pakweg 30 uur in beweging te blijven, een lange kolonne lichtjes die je op de hellingen voor en achter je ziet voortbewegen.

Start

Zaterdag 04u00 – start Ettelbruck – km 0,0

Ik begin aan het avontuur met een klein hartje, geïntimideerd door de eindeloosheid van wat nog komen gaat, meer dan 160 kilometer en waarschijnlijk meer dan 30 uur onderweg. Je verstand kan dit onmogelijk vatten en begint hier heel erg tegen te protesteren. “Ik wil hier eigenlijk helemaal niet zijn”, is een gedachte die meermaals door mijn hoofd flitst.

Toch moet je trachten jezelf tot bedaren te brengen en die gedachten te bannen; je probeert enkel nog in het moment zelf te zijn, je te concentreren op de ene stap na de andere zetten en niet verder te denken dan de volgende controlepost. Je kijkt in het begin ook uit naar de zonsopgang die je hopelijk een beter gevoel zal geven en je probeert aansluiting te vinden bij groepjes lopers die jouw tempo lopen omdat samen toch makkelijker lijkt dan alleen op dit moment.

IMG_3942b

Een eerste mentale opsteker is het moment waarop we vanop een hoogte door de nevel in het dal de lichtjes van Bourscheid-Moulin zien, een prachtig feeëriek zicht dat een bevoorrecht gevoel geeft deze mooie dingen te kunnen beleven tijdens dit uitzonderlijk avontuur.

Kort na een prachtige zonsopgang komt dan eindelijk de eerste controlepost in zicht. We lopen net op een heuvelrug op dat moment, beneden in het dal hangt er mist, wij zien de zon opkomen in een heldere staalblauwe lucht. Het is nog erg koud, ik heb een jasje en handschoenen aan maar ben van plan om die uit te doen in de controlepost.

IMG_3946b

Zaterdag 07u37 – CP8 Bourscheid – km 23,7

Ik eet hier twee sandwiches met choco en vul mijn drank aan. Ik schud ook het vuil en de steentjes uit mijn schoenen, iets wat ik later nog vaak zal herhalen om blaren zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer ik opnieuw vertrek en we vanop de hoogte waar de controlepost zich bevindt naar beneden lopen stel ik vast dat het toch nog te koud is om mijn jasje uit te doen. Ik trek zelfs opnieuw mijn handschoenen aan.

IMG_3947b

Het uitzicht is wondermooi en wanneer we afdalen in de vallei lopen we via een prachtige route langs een ravijn in de buurt van Dirbach. We passeren de “Doigt de Dieu”, een indrukwekkende rotsformatie die hoog boven de vallei uittorent. Enkele kilometers verder wordt het dan toch echt te warm en trek ik alsnog mijn jasje uit. De warme zon op onze rug tijdens de beklimmingen vormt een groot contrast met de koude nacht tijdens de eerste uren na de start.

Op naar Hoscheid dan, waar we over een “graat” uit de vallei zullen klimmen. Ik zag deze al op heel wat foto’s en het is een hoogtepunt waar ik al geruime tijd naar uitkijk. En de realiteit stelt ook echt niet teleur. Samen met enkele andere lopers pauzeren we hier even om de omgeving in ons op te nemen en enkele foto’s te maken. Van hieruit is het nog slechts enkele kilometers tot het volgende controlepunt, het eerste met een dropbag.

IMG_3955b

Zaterdag 9u57 – CP7 Hoscheid – km 37,6

Op deze controlepost drink ik wat soep en cola, controleer ik mijn materiaal en vul aan wat nodig is. Ik wissel ook mijn kousen en doe een “grote boodschap” na wat aanschuiven. Het vergt best wel wat concentratie, zo’n uitgebreide bevoorrading; foute keuzes of beslissingen hier kunnen in een later stadium van de wedstrijd leiden tot opgave zoals later nog zou blijken. Goed nadenken en zorgvuldig en methodisch te werk gaan is dus de boodschap, maar tegelijk wil je ook niet té veel tijd verliezen.

Ik vertrek hier opnieuw met een klein hartje, we hebben tenslotte nog altijd meer dan 120 kilometer voor de boeg. Gelukkig kan ik aansluiten bij een groepje luidruchtige Nederlanders. Onder andere omstandigheden zou ik dit misschien niet zo leuk vinden maar nu vormt het een welgekomen afleiding en schuiven de kilometers haast ongemerkt voorbij.

Zaterdag 13u54 – CP6 Kautenbach Chateau – km 57,5

Enkele kilometers voor de volgende controlepost loop ik wat weg van het groepje en ik kom net voor hen aan bij een middeleeuws kasteel. Ook hier tank ik weer routineus bij. Ik eet (een sandwich met choco) en drink (cola) wat en maak mijn schoenen leeg. Ik heb een goed gevoel en voel me sterk. Nog “slechts” een dikke 20 kilometer tot het halfweg punt waar ook een warme maaltijd wacht. Dat geeft een burger moed; vanaf de helft kan je beginnen aftellen en “gaat het alleen nog bergaf”. Ik ga dus goedgezind opnieuw op pad.

Zaterdag 17u27 – CP5 Clervaux – km 78,8

De warme maaltijd die de organisatie voorzien heeft in deze controlepost moet je wel eerst verdienen; we wijken hier enkele steile en technische kilometers af van de route en hoewel deze kilometers uiteraard ook meetellen valt het psychologisch toch zwaar om dit heen-en-weertje te moeten doen.

Ook hier maak ik weer een stand van zaken op van mijn materiële en fysieke toestand; ik laad mijn horloge op aan mijn powerbank, controleer mijn materiaal voor de nacht die eraan komt, wissel mijn shirt, vul mijn eten en drank aan… Bij het wisselen van mijn kousen stel ik vast dat ik ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch blaren begin te krijgen. Gelukkig heb ik Compeed pleisters mee en een van de vele fantastische vrijwilligers die deze wedstrijd rijk is, knipt ze tot het gewenst formaat en brengt ze aan.

Vervolgens eet ik een groot bord pasta met lekkere veggie saus en veel kaas. Een ultra trail wedstrijd is ook een eetwedstrijd zegt men wel eens en dat is niet gelogen; je verbruikt gigantisch veel energie en je moet die voorraden eigenlijk permanent aanvullen, het liefst zoveel mogelijk met “echt” eten, aangevuld met wat snelle energiebronnen zoals gelletjes (al dan niet met cafeïne). Niet meer kunnen eten, bijvoorbeeld omdat je misselijk wordt, is een van de grootste oorzaken van problemen tijdens dit soort wedstrijden. Niet eten = geen energie = game over. Gelukkig beschik ik over een zeer welwillend maagdarmstelsel dat prima blijft functioneren en kan ik de ganse wedstrijd met goesting en smaak blijven eten.

Ik heb hier in mijn dropbag ook een lange broek maar ik besluit die niet mee te nemen omdat het droog zal blijven en ik niet verwacht dat het té koud zal worden. Dat zou later een tactische fout blijken te zijn die ik gelukkig niet duur zal betalen.

Na een grote boodschap ga ik opnieuw op pad richting Asselborn waar Joke en Roos me een eerste keer zullen opwachten. Ze hebben de wagen van Roos ingericht als kampeerplek en zullen mij in de volgende controleposten telkens opwachten om te supporteren en me de nodige moed in te spreken (meer mogen ze ook niet doen volgens het wedstrijdreglement).

De nacht valt nu heel snel en het koelt al behoorlijk af maar omdat ik een stevig tempo kan aanhouden blijf ik zelf lekker warm. Ik voel me ook heel erg goed en kijk ernaar uit Roos en Joke te zien binnen enkele uren.

Zaterdag 22u00 – CP4 Asselborn – km 98,4

Wanneer ik aankom in de controlepost spot ik Roos en Joke meteen. Ook hier weer maak ik mijn schoenen leeg en neem ik een wrap met kaas (die Roos maar niks vond, maar ik vind hem heerlijk). Ik eet de helft op en neem de rest mee voor later. Ik spendeer hier niet zoveel tijd en wil graag snel opnieuw op pad voor wat het zwaarste deel van de wedstrijd zou blijken te zijn.

8cf13271-c68f-478c-b750-8530d4552cd0

Op weg naar Vissoule nu. Ik keek eigenlijk uit naar deze etappe omdat die voor een groot stuk over voor mij heel bekend terrein loopt door de vele vakanties in deze regio. In de praktijk viel het helaas best tegen omdat het heel erg zwaar was. Het wordt nu heel erg koud en mistig en de temperatuur daalt richting vriespunt. Tijdens deze etappe steken we de Belgisch-Luxemburgse grens over die zich boven de 500 meter bevindt in open en dus onbeschut terrein. Hier en daar is het ook erg modderig wat een vlotte doortocht niet echt makkelijk maakt.

Onderweg vervang ik de batterij van mijn hoofdlamp en beluister ik een podcast van De Jogclub om de tijd te doden.

Zondag 1u40 – CP3 Vissoule – km 118,0

Verkleumd kom ik aan in een troosteloos en ijskoud Vissoule. Joke en Roos mogen gelukkig mee binnen in de controlepost waar we een soort slagveld aantreffen van lopers, zittend en liggend, gewikkeld in dekentjes. Achteraf zou blijken dat de koude, en dan vooral het hier niet op voorbereid zijn, tot het gros van de opgaves geleid heeft. Ik eet een hotdog en drink een tas koffie, en met een dekentje om me heengeslagen evalueren we de situatie. Ik heb spijt dat ik die lange broek niet meegenomen heb in Clervaux maar maak het beste van wat ik wel mee heb, waaronder mijn regenjas en wat extra buffs.

Na een grote boodschap en wat “anti-chafing creme” op enkele strategische plekken verman ik me en ga opnieuw op pad, de koude nacht in.

cce95ce4-e6d8-4d23-bb33-c54fcb14b0bd

De uren die volgen lijken eindeloos te duren. Het stuk van Houffalize naar Bonnerue is best ellendig, het zijn de moeilijkste uren van de nacht en ik heb het gevoel dat alles bergop gaat. Door het slaaptekort in combinatie met het schijnsel van mijn hoofdlamp maak ik ook voor de allereerste keer in mijn leven kennis met hallucinaties. Iets waar je ervaren ultralopers wel eens over hoort vertellen en nu maak ik dit dus zelf mee, zij het in milde vorm. Af en toe zie ik in het bos dus grote gebouwen en dieren die er uiteindelijk niet blijken te zijn. Vreemd en ook best wel grappig.

Zondag 5u35 – CP2 Bonnerue – km 133,3

Ik arriveer in Bonnerue op wat waarschijnlijk het koudste moment van de nacht is, net voor de ochtend. Joke en Roos mogen hier helaas niet binnen omdat het er al erg vol zit. Hier ligt opnieuw een dropbag, dus ik doorloop voor de derde keer de intussen vertrouwde routine. Ik eet ook twee lekkere croques maar durf mijn kousen niet meer te vervangen omdat ik bang ben dat ik de pleisters op mijn blaren los zal trekken. De pijn valt nog erg goed mee en dat zou ik zo lang mogelijk zo willen houden.

Grote boodschap, zalf aan de poep en weer op pad. Stevig het tempo erin om het warm te krijgen, al is dat na meer dan 130 kilometer gemakkelijker gezegd dan gedaan. Gelukkig is er het vooruitzicht op de tweede zonsopgang.

IMG_5051b

Ik  kom nu aan in de vallei van “les deux Ourthes” in de buurt van Nisramont en wie deze regio kent weet dat je hier vooral heel erg moeilijk bewandelbare paden vindt door de ontelbare rotsblokken en boomwortels. Intussen kan ik door de bomen en de mistslierten heen de opgaande zon zien schitteren in het water van de Ourthe, al heb ik door de fysieke en mentale vermoeidheid al mijn concentratie nodig om hier niet te struikelen zodat de magie van dit moment helaas een beetje aan me voorbijgaat.

Het draaien en kronkelen van het pad langs de meanderende Ourthe desoriënteert je zodanig dat je op den duur geen idee meer hebt in welke richting de volgende controlepost ligt. Gelukkig loopt het parcours hier geregeld samen met dat van de Trail des Fantômes die ik in augustus liep zodat ik hier en daar toch wat herkenningspunten vind.

BXTL2942

Zondag 9u10 – CP1 Le Hérou – km 148,9

Ook hier staan Joke en Roos weer paraat; ik zie ze nu voor de eerste keer bij daglicht. Ik neem hier een korte pauze, trek mijn regenjas uit, eet en drink een beetje en neem een chocolade wafel mee voor onderweg. Even rusten en dan op weg voor de laatste etappe. Minder dan 20 kilometer nog, maar zoals vaak zit het venijn in de staart.

4a35dd1c-89c2-4a98-9acb-7bd640ba2662

Het is een traditie bij de Legends trails dat het “beste” tot het laatste bewaard wordt. Een heel moeilijk en technisch stuk, de hele tijd steil klimmen en dalen, wortels, rotsblokken… Van de oever van de Ourthe naar Le Cheslé op handen en voeten klimmen op een bijna verticale helling. Voor ik aan die klim begin trek ik eerst nog even mijn warme kleding uit aangezien het intussen toch weer best warm begint te worden.

Boven aangekomen hang ik dan mijn karretje aan een groepje lopers uit de Kempen (denk ik) wat ook weer wat afleiding biedt. Ik heb nu een heel dubbel gevoel; enerzijds heb ik het erg zwaar, mijn benen en voeten doen pijn, dalen wordt steeds moeilijker, maar anderzijds weet je gewoon dat je gaat finishen, al is het moeilijk om dat nu al te laten doordringen.

In de allerlaatste 4 kilometer krijgen we dan nog een helling van 2 kilometer voorgeschoteld waarin we 120 meter moeten stijgen, gevolgd door een even lange afdaling terwijl je benen en voeten het nu echt wel gehad hebben. Het uitzicht onderweg op Maboge maakt gelukkig een en ander goed.

IMG_3961

Zondag 12u50 – Finish Maboge – km 164,6

Eindelijk is het zover. Ik kom aan onder luid gejuich van Joke en Roos over een niet echt duidelijk aangegeven finishlijn om dan de zo begeerde medaille in ontvangst te mogen nemen samen met een blikje Kerel bier dat er meteen aan moet geloven. Heerlijk is dat!

Ik ben superblij en ook erg opgelucht dat ik het gehaald heb, dat alles goed verlopen is en dat ik bovendien ook wat heb kunnen genieten van dit prachtig avontuur, want dat was het echt wel. Eindelijk durf ik nu ook zonder schroom te zeggen dat ik een ultraloper ben, en omdat ik voor mezelf graag wil bewijzen dat dit geen toevalstreffer was, staat – opnieuw met stip – in mijn agenda in het weekend  van 13 tot 15 december genoteerd: de Bello Gallico 100 mijl, waar ik toevallig nog wat “unfinished business” mee te regelen heb.

Last but not least zou ik graag Joke en Roos heel erg willen bedanken. Meer nog dan een fysieke uitdaging is een ultra een mentale beproeving. Hoe hard je het wil speelt een grotere rol dan je lichamelijke grenzen. Als je na eindeloze uren doorheen de koude en donkere Ardense bossen en velden bij een controlepost dan eindelijk twee lieve bekende gezichten ziet die je verzekeren dat je goed bezig bent en dit zeker aankan, dan geeft dat een enorme boost om door te blijven gaan. Dit fantastische zussenteam heeft heel wat koude nachtelijke uren doorstaan, geduldig wachtend tot ik eindelijk opdook bij een controlepost en tussendoor pogend wat te slapen in de koffer van een ijskoude auto. Dankjewel, lieve schatten!

Einde 1

Einde 2

Einde 3

De gedachte – Over herstel

We kregen dit jaar een 10-daagse om onze mentale gezondheid in de kijker te zetten. Het bleek op mijn blog ook de dag bij uitstek om open en bloot de balans op te maken en openhartig te vertellen over wat er in mijn hoofd omgaat. Waarom het vaak zo hard moet gaan. Waarom ook plots het licht uitging. Waarom ik vooral altijd wil blijven dromen. Mijn band met oktober is heel dubbel. Het was altijd een marathonmaand waarin ik toeleefde naar een groots doel en daardoor onvergetelijke momenten beleefde, maar wel met een donker randje. Ik voel hoe het licht verandert en de kou zich begint te tonen. Ik word weer waakzamer. Wat triestiger ook. Er is veel dat mij herinnert aan die ene dag in oktober. Bovendien stierf vorig jaar mijn kat Teresa op 19 oktober en is het daarom eens zo hard een maand van herdenking. Voor mij dus geen Halloween-toestanden om de angst nog meer aan te wakkeren.

Ik vertelde vorig jaar al hoe mijn psycholoog* 2023 bombardeerde tot het jaar waarin ik voor mezelf zou leren zorgen. Nochtans was dat niet het ultieme doel dat ik voor ogen had toen ik in januari 2022 aan mijn therapeutisch traject begon. Ik wilde beter worden, verlost van alle stress. Met therapie zou ik mijn probleem ten gronde aanpakken. Aan inzet en toewijding geen gebrek. Al snel bleek dat die streverige houding mij heel erg in de weg zat. Bij de eerste psycholoog waar ik terecht kwam, beschouwde ik mezelf als een interessante case, een studie-object. Ik kreeg lessen psychologie over mezelf en dat was allemaal razend interessant, maar het raakte niet de essentie van mijn mentale problemen. Ik ging me ergeren aan de therapeut en hoe ze mij volgens een gestandaardiseerd traject inzichten probeerde bij te brengen. Ik had nood aan een professional waar ik kwetsbaar durfde te zijn. Iemand die me uit mijn evenwicht bracht en waarbij ik niet de ideale student kon uithangen.

Gelukkig vond ik die therapeut via mijn huisarts. Bij de eerste sessie in augustus 2022 zat ik na een kwartier te snotteren en vroeg ik hem letterlijk om hulp, wat ik nooit eerder deed. Een intens traject volgde. Ik leerde bijzonder veel over mezelf: hoe ik ben wie ik ben, hoe ik als kind was en hoe ik de afgelopen jaren zo ontzettend veel was gaan vermijden om de angst en onrust in mij geen kans te geven, hoe ik me daardoor steeds eenzamer was gaan voelen. Het muurtje dat ik rond mij had gebouwd was gemaakt van gewapend beton. Ik botste heel vaak tegen mijn eigen koppigheid aan om altijd maar recht te willen blijven staan, ook als alles in mijn lijf en hoofd schreeuwde dat het mooi was geweest. Ik bleef dat schooljaar twee keer een langere periode thuis omdat ik op was. Een eerste daad van zorgen voor mezelf.

Sportief gezien liep ik de pannen van het dak, maar mijn hoofd was één grote puinhoop. Ik beschouwde mezelf als uitzichtloos, een hopeloos verloren geval. Mijn leven was mislukt. Leven was overleven: elke dag weer de strijd aangaan met mijn angsten en het gaspedaal diep indrukken om maar niet neer te vallen. Mijn therapie richtte zich onder andere op de ongeziene hoeveelheid diepgewortelde coping mechanismen die ik door de jaren heen ontwikkeld had om mezelf wijs te maken dat alles veilig was. Er zat niets anders op dan de confrontatie met mijn trauma dat daaraan ten grondslag lag voluit aan te gaan door mijn angsten recht in de ogen te kijken. Ik ervoer aan den lijve hoe de angst werkelijk in mij huisde en hoe ik die eigenlijk heel erg gevoed had door zoveel angstvallig uit de weg te gaan. Ik maakte mezelf niet beter door niet te willen toegeven aan mijn verdriet. Daarom moest ik ook weer leren voelen. Voeling krijgen met mezelf, wat ik wilde en niet wilde. Gedragstherapie is werken. Het is geen les volgen over jezelf, maar actief met je gedrag aan de slag gaan. Zonder al te veel na te denken over wat dan naar boven kan komen drijven.

Vlak voor de zomer ging ik voor het laatst naar de psycholoog. In tegenstelling tot wat ik aanvankelijk gehoopt had, bereikte mijn therapie na twee jaar geen eindpunt waarop ik genezen was. Ik werkte niet toe naar één doel, zoals dat gaat met trainen voor een marathon, wel naar een set vaardigheden die me de mogelijkheid geven om dat wat moeilijk of lastig is aan te gaan. Ik leerde mijn eigen gedrag te kaderen zonder te streven naar een perfecte versie van mezelf. Ik begrijp mezelf nu een pak beter. Daardoor vind ik mezelf ook een leukere persoon. Bovendien durf ik ook weer écht te leven, inclusief alle onzekerheid en onvoorspelbaarheid die daarbij horen. Door mijn carrière een heel andere wending te geven bijvoorbeeld.

Ik ben ook milder voor mezelf en de angst die me altijd een beetje in zijn greep zal houden. Mijn gevoelens kunnen makkelijker in al hun gelaagdheid bestaan. Vaak doet dat pijn, om het leven echt te leven en te voelen. De integratie van mijn trauma was een belangrijke stap in het hersteltraject dat ik aflegde. Het is een stuk accepteren dat het mij gevormd heeft tot de mens die ik nu ben, een mens die getekend is door wat ze heeft meegemaakt. Ik zal bijgevolg altijd een psychische kwetsbaarheid met me meedragen die zo nu en dan om de hoek komt kijken. Mijn alarmsysteem staat voor eeuwig en altijd net iets te scherp afgesteld. Er schuilt een angsthaas in mij met een neiging tot controlegedrag en psychotische gedachten. Dat ik nooit echt beter kan worden of verlost van wat ik met me meedraag, was het pijnlijkste besef van heel het traject. Wel kan ik nu met dat pakketje een fijn en gelukkig leven leiden. Door af en toe dus eens boos te zijn om het onrecht dat mij is aangedaan, door net zo goed eens luidop te sakkeren om een futiliteit. Door te zeggen dat het soms niet zo goed gaat, maar net zo goed intens te genieten van alle kleine en grote gelukjes die mij ten deel vallen zonder bang te zijn dat ik dan onoplettend ben. De ondernemende en levenslustige vrouw drijft mij weer vooruit.

Ik wens iedereen die ergens mee worstelt hersteltijd toe: de tijd en ruimte om op adem te komen. Het allerbelangrijkste is dat je je veilig en geborgen voelt. Mijn grote geluk was dat ik een lieve kring mensen om me heen hebben die er stuk voor stuk voor me waren, dat ik een fantastische therapeut vond die zoveel meer was dan een professioneel klankbord en dat ik een thuis vond bij Hans: een liefdevolle plek waar ik alles kan zijn wat ik ben. Lange tijd dacht ik dat het zoetsappige romantische niet te rijmen viel met het leven dat soms bikkelhard kan toeslaan. Nu weet ik dat het echt zo is en dat je alleen maar sterker wordt door je kwetsbaarheid toe te laten. Oktober mag dus blijven bestaan in al zijn grilligheid. Ik ga weer soep maken, in de zetel zitten met een boek, lopen in de herfstzon en vooral genieten van de sfeer en gezelligheid. Geen beter medicijn tegen donkere randjes.

Eindigen doe ik graag met een muzikale noot. Door de jaren heen verzamelde ik een allegaartje songs die voor mij op de één of andere manier te maken hebben met mentaal welzijn.

Balance ton quoi van Angèle
Hey Brother van Avicii
Licht en donker, Het gaat slecht en Zeeën van liefde van Froukje
Four Seasons in One Day van Crowded House
The Code van Nemo
Feeling Good van Nina Simone
Warrior van Oscar and the Wolf
Invaincu en L’enfer van Stromae
Porselein van Yasmine

*Ik gebruik de termen psycholoog en therapeut door elkaar. Mijn ervaring is dat psycholoog voor velen professioneler en ernstiger overkomt, het is iemand die gediplomeerd is om met mensen te kunnen praten en in de menselijke psyche te kunnen graven. Therapeut ligt voor mij meer in het verlengde van iemand die ook daadwerkelijk met je aan de slag gaat door middel van oefening en opvolging, zoals ook een kinesitherapeut dat doet.

Het moment – Waanzin op wielen in Berlijn

Ik ging naar Berlijn en nam niet mee: skeelers met grote wielen, bescherming voor hoofd en ledematen, een vloeiende techniek en heel wat durf. De skeelermarathon op wielen van Roos en haar mannen leverde al straffe verhalen op. Zaterdag 28 september was het skateteam van De Jogclub dan ook voor de derde keer op de afspraak. Toch met hier en daar een klein beetje angstzweet onder de oksels. Hans en ik zouden voor het eerst aanschouwen hoe de durvers van dienst zich aan hoge snelheid door Berlijn waagden. In tegenstelling tot de vorige edities van dit evenement volgde de skeelermarathon niet het parcours van de marathon op zondag. De organisatie koos ervoor om de skeeleraars vijf rondes te laten afleggen met start en finish aan de Brandenbürger Tor. Wij namen als toeschouwers plaats aan de Siegessäule om ons team aan te vuren. En of we onder de indruk waren.

Allereerst verdient de uitrusting van onze delegatie ter plekke een vermelding. Een kamer delen met vijf, inclusief uitrusting en materiaal: ik kan jullie verzekeren dat je daardoor een stevige hoop spullen bij elkaar ziet. Zo snel en waaghalzerig als je skeeleren met snelheid voorstelt, zo is het ook echt. We hadden amper tijd om de eerste doorkomst van Bart Swings (veelvuldig winnaar van de skeelermarathon) te verwerken en daar denderde het ene na het andere peloton van topatleten aan ons voorbij. In spanning wachtten we af tot de eerste doortocht van ons team. Seppe en Bobby vormen niet alleen een hecht podcast-duo, ze zijn ook brothers in arms op wielen. Roos behoeft geen introductie meer, ze is de vrouw en stuwende kracht van het gezelschap. Dave was getooid in zijn werkbroek zonder de twijfel de coolste. Na een pijnlijke val in het voorjaar was hij op tijd in vorm om door Berlijn te jassen. Bart, een trail- en ultrarunner die eigenlijk niets met asfalt heeft, maakte het gezelschap compleet. Geheel tegen zijn lopers-DNA in, koos hij er – net zoals Seppe – voor om deel te nemen aan de combiné. Dat wil zeggen: de marathon skeeleren op zaterdag en de marathon lopen op zondag. Gekkenwerk.

WIGJ4177

TWJT8191

Fun fact: er was een tijd dat ik overwoog om de Berlin Marathon te skeeleren. Wie de finish van de marathon op wielen haalt, kan zich namelijk zonder loting inschrijven voor de lopersmarathon. Wat ben ik blij dat ik inmiddels snel genoeg loop om een startnummer voor Berlijn te kunnen bemachtigen. We zagen Seppe en Bobby werken in hun tandem. Roos mocht dan één en al plezier en souplesse uitstralen op haar skeelers, mijn zusterhart kon het amper aan om haar aan dik 30 km/u voorbij te zien sjezen. Das ist wahnsinn! om het met de gevleugelde woorden van Wolfgang Petry te zeggen. Door het aangepaste parcours en een venijnige wind werden er geen PR’s neergezet. Seppe, Bobby en Roos vertrokken in een vroegere startwave, maar misten daardoor ook wat aansluiting bij het pak. Het was dus heel hard werken tegen de wind in. Meer een tactische race dan een spel met treinen. Wat een schouwspel, wat een avontuur. Hoedje af voor onze skeelerhelden!

IMG_5169b

Marathonpraat – Op een sukkeldrafje naar Berlijn

Ik liep nooit eerder een marathon in september. Jammer, want september is een mooie maand die zich uitstekend leent om marathons te lopen. Altijd maar dat eindeloze wachten tot oktober! Samen met de laatste zomerzon voelde ik mijn goede vorm verdwijnen – dacht ik toch. Er ging geen uur voorbij zonder dat ik aftelde naar die ene dag in oktober dat het weer zou gaan gebeuren. Dit jaar loop ik wel een marathon in september: dé Berlin Marathon! Jawel! De jubileumeditie van die ene iconische wedstrijd met het allersnelste parcours en de allerbeste toppers aan de start. De marathon waarvoor je best een qualifying time kan lopen om zeker te zijn van een startbewijs. Een marathon waar je niet omheen kan, maar op dit moment naar mijn gevoel vooral een marathon die veel te vroeg komt. Een beetje ongelegen zelfs. Het hele pijnpunt van mijn sportieve jaar 2024 is dat het voor geen meter bolt. Hoe hard ik ook mijn best doe om daar verandering in te brengen, ik lijk steeds weer op dezelfde muren te botsen.

Flashback naar september 2021. De covid-houdgreep wordt steeds minder nijpend. Ik verbaas mezelf met een PR op de 20 km van Brussel die doorgaat in september en hetzelfde gebeurt op de uitgestelde editie van de 10 Miles in Antwerpen. Het staat in de sterren geschreven dat ik mijn PR op de marathon naar de maan zal lopen. En dat gebeurt ook. De marathon van Rotterdam is de plaats van afspraak. Ik vertrek boven mijn stand, bekoop dat met een zeer pijnlijke rondje Kralingse Plas, maar ik finish wel in een hallucinante 3:07. Ik kan nog sneller, weet ik vlak na de finish. Uit het niets lijk ik een heel grote stap voorwaarts te hebben gezet. In het voorjaar van april 2022 leer ik Sam kennen op weg naar Parijs. Met veel moeite schud ik daar een 3:06 uit de benen. Hoe vlot het op fysiek vlak gaat, zo moeizaam gaat het in mijn hoofd. In het najaar van 2022 ben ik een paar weken thuis: op en overspoeld, ik moet op krachten komen. Het weerhoudt me er niet van om in Amsterdam een meesterwerkje bij elkaar te lopen en 3:01 te laten optekenen. Sub3 lopen is nooit mijn ambitie geweest, maar nu kan ik er niet meer om heen: die sub3 wordt een doel in 2023.

Mentaal ben ik nog steeds een wrak, maar in april 2023 sta ik wel op de afspraak in Rotterdam. De sub3 is een feit met een verbazingwekkend vlotte 2:58. Ik spartel verder in het donkere gat waarin ik me bevind. Ik blijf ook hard trainen. De zomer is het moment van de grote ommekeer. Ik loop begin juli een sterke Chouffe trail in tropische temperaturen, maar – eigenlijk veel belangrijker – ik leer Hans kennen. Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik ben verliefd en zonder dat ik het echt besef loop ik op training met een ongezien gemak. Alles lijkt vanzelf te gaan. Wat ik van de marathon in Antwerpen dat najaar mag verwachten, weet ik niet. Mijn sub3 heb ik al op zak. Ik weet dat ik er nog wel wat tijd van kan af pitsen, al is dat geen must. Ik leef geheel ontspannen toe naar die dag en beleef daar een droom die ik nooit bij elkaar had kunnen fantaseren: ik win de marathon van Antwerpen in 2:54. Op die marathonwolken drijf ik nog wat verder in het najaar. Ik win de halve marathon van Kasterlee en ook op de Eindejaarscorrida in Leuven zet ik een mooie tijd neer.

Hans en ik maken samen heel wat loopplannen, waaronder de marathon van Milaan in het voorjaar. Samen naar Italië voor een marathon: hoe geweldig is dat! Het is moeilijk om in die marathonvoorbereiding een punt aan te wijzen waarop het minder begint te gaan. Beetje bij beetje krijg ik steeds meer last van de hamstringblessure die al jaren sluimerend aanwezig is. Hoe semi-moeiteloos ik de afgelopen jaren leek te lopen, er was wel één en ander gaande, daar heb ik het ook over in bijna elk raceverslag uit die periode: een stijve hamstrings maakt altijd deel uit van het feest. Ook in Antwerpen was die van de partij. In 2024 lijkt het alsof de peesaanhechting van mijn hamstrings beslist heeft om een prominentere rol te spelen. Het kost me meer moeite om mijn tempo’s te halen, ik herstel steeds wat minder goed. Dit gaat wel weer voorbij, hou ik mezelf voor.

Ik word nog steeds begeleid door mijn wonderkine Kathelijn en er lijkt niet meteen reden tot ongerustheid. Tot ook mijn rug steeds vaker stijf en heel pijnlijk is. De marathon van Milaan wordt er eentje van afzien en veel gas terugnemen, een worsteling zoals ik die al lang niet meer heb meegemaakt op mijn geliefde afstand. Maar ach, het was een geweldige ervaring en je kan niet altijd top zijn. Met mijn rug en hamstrings gaat het inmiddels steeds meer bergaf. Ook in mijn dagelijks leven ervaar ik behoorlijk wat pijn. Tijd om actie te ondernemen. Er volgt een consult bij de sportarts en een MR-scan van de rug, later ook het bovenbeen. Daaruit blijkt dat ik niets onder de leden heb wat mij ervan weerhoudt om kilometers te maken. Het mindere nieuws is dat er wel degelijk wat schort aan mijn peesaanhechting en de nabijgelegen zone, een blessure die niet eenduidig te behandelen is en zich ook niet laat labelen.

Ik richt mijn pijlen op de Chouffe trail die ik begin juli samen met Hans en Sam zal lopen. Twee mannen in topvorm en dat zal ik geweten hebben. Op een vlak stuk asfalt heb ik het minste last van mijn pijntjes, alles wat off-road is en hoogte heeft, kost moeite. Ik zie dus serieus af in en rond Houffalize. Maar, er is nog steeds een medisch plan van aanpak: na de trail volgt een echogeleide infiltratie om mijn pees tot rust te brengen. De harde randjes van mijn pijn trekken wat weg, het hardnekkige is er eventjes af. We trekken 2 weken naar Den Haag om vakantie te nemen. Rust, zeelucht en het goede leven samen zullen me ongetwijfeld goed doen. In goed gezelschap hobbel ik af en toe eens over een duinpad of over het strand. Ik heb nog steeds pijn, maar probeer het even te laten voor wat het is. Na de vakantie vlieg ik er weer in en dan zet ik alles op alles om optimaal voorbereid aan de start te staan in Berlijn.

Het is helaas niet vanzelfsprekend om te trainen. Ik werk 4 dagen per week bij Vedette Sport in Lier. Dat betekent vroeg opstaan om de verplaatsing met de auto te maken. Op werkdagen kan ik alleen gaan lopen om 5 uur ’s ochtends. Echt geen lachertje. Ik ben niet vooruit te branden. Mijn hele lijf is stijf. Met de beste wil van de wereld kan ik dit geen training noemen. Ik hou wel vol. Ik moet en zal kilometers maken. Het zit soms ook serieus tegen. Op 1 augustus ga ik keihard onderuit op een onverwacht modderstuk en knal ik met de achterkant van mijn hoofd op het asfalt. Een doktersbezoek en 8 hechtingen in mijn hoofd later weiger ik nog steeds om dit als een slecht voorteken te beschouwen. Ik mag lopen met mijn wonde, maar dat geeft wel een vervelend trekkerig gevoel aan mijn hoofd. Het is niet bepaald bevorderlijk voor het loopplezier.

Terwijl ik naarstig op zoek ben naar iets van snelheid in mijn benen, blijft het schipperen tussen wat praktisch en lichamelijk haalbaar is op training. Ik kan niet ongestoord kilometers vreten. Het is zaak om nu zo efficiënt mogelijk te trainen. Ik kom tot het besluit dat ik het mezelf in mijn trainingen niet onnodig lastig moet maken. Dat doe ik door 1) zo min mogelijk hoogtemeters te maken 2) een makkelijke ondergrond te kiezen 3) in te zetten op snelheid, meer dan op lange duurtrainingen 4) de moed erin te blijven houden. Niet gaan lopen of niet kunnen lopen is nog altijd veel erger, dan niet vlot kunnen lopen. Ik trek ook vaker naar de piste, want als het gaat over een goedbollende ondergrond dan ben je op de prachtige atletiekpiste van Tienen aan het juiste adres.

Er zijn in augustus zeker goede loopmomenten. Ik voel soms dat mijn motor als vanouds kan aanslaan, dat mijn benen mooie tempo’s kunnen lopen en dat alles wat ik heb opgebouwd de afgelopen jaren niet volledig is weggeveegd. Het zit nog in mij, het komt er nu alleen moeizaam en wat sporadischer uit. Er zijn ook genoeg mindere momenten. Trainingen dat ik geen deuk in een pak boter loop, dat ik veel pijn heb en nadien ook moet bekomen. Op die momenten zie ik het allemaal niet meer zitten en weet ik niet hoe ik in godsnaam de afstand van 42,2 kilometer kan uitlopen. De pijnlijke conclusie is dat dit niet de marathonvoorbereiding op Berlijn was waar ik op gehoopt had.

Elke medaille heeft twee zijdes, ook in dit verhaal. Ik weet dat het niet meer dan normaal is dat de positieve flow die ik de afgelopen jaren beleefde nu is weggeëbd. Ik wil heel dankbaar zijn voor alles wat ik tot nu toe al heb mogen meemaken in mijn sport. Ik besef ten volle dat ik nog steeds een behoorlijk stuk kan lopen, dat ik überhaupt nog kan lopen. Er is geen reden tot paniek. De rebelse pees die mij nu in een sukkelstraatje duwt, zal op een dag weer een toontje lager gaan zingen, aldus de kine die nog steeds wonderwerk verricht. Mijn broer beleefde vorig jaar een sportief baaljaar met blessureleed en kon zich ook niet voorstellen dat hij een jaar later vice-wereldkampioen duatlon zou worden. Er is voldoende hoop, geen reden om te zitten kniezen in een hoekje.

En toch is dat wat ik doe. Balen, sakkeren en diep zuchten. Omdat lopen beladen is geworden. Ik word zowel tijdens mijn trainingen als in het dagelijks leven geplaagd door die zeurende pijn in mijn hamstrings. Net nu lopen ook mijn werk is, voel ik me slechts een schim van de loper die ik was. Er is een onevenwicht tussen de in- en output. Lopen geeft mijn hoofd wat rust, maar vult het ook weer met onzekerheden. Een klassiek verhaaltje over een vicieuze cirkel die zich moeilijk laat doorbreken.

It will be a great day and your training will be worth it schreef de organisatie in het bericht met mijn startnummer 26238. De marathonmodus in mijn hoofd is ontregeld. Ik durf niet meer te vertrouwen op mijn lichaam. Ik weet wel dat als dat startschot klinkt, ik ervoor zal gaan. Net zoals ik het maximale uit mijn trainingen heb proberen te persen – gezien de omstandigheden – wil ik nu kijken wat erin zit – gezien die vervloekte omstandigheden. Niet door per se met het mes tussen de tanden te willen lopen, wel door het moment te pakken. Bovendien kijk ik heel erg uit naar de trip. Samen met Hans naar Berlijn. Samen ook met Seppe en Roos die de marathon op zaterdag zullen skeeleren. En natuurlijk met Sam die (net zoals Seppe trouwens) zondag ook aan de start zal staan om van die 50e Berlin Marathon een feest te maken. Ik ben nog steeds een enorme gelukzak. Een marathon in september dus, het is eens iets anders, zo blijkt wel.

De gedachte – Over de zomer van 2024

Mag er nog een streepje zomer zijn tussen het herfstgevoel dat september domineert? Graag! Tijd voor een korte terugblik op de zomer van 2024, die toch wel wat anders dan anders was. Het was een mooie zomer. Met anders is helemaal niks verkeerd. Dit is wat me ervan zal bijblijven.

Ik zweette minder. Het weer was wat milder. Soms ronduit slecht, soms ook heerlijke zomertemperaturen zoals je die alleen in films ziet. Ik hou van de verschillende seizoenen en daarom ook aan de variatie in zomerdagen. Mij hoor je in ieder geval niet klagen als het eens wat wisselvalliger is. Niks zo goed tegen een zweetaanval als een verfrissend windje.

Ik ging naar Den Haag met Hans. Twee weken mochten we vakantie vieren in mijn – inmiddels onze – favoriete Nederlandse stad. En of dat goed was! We sleepten stapels boeken mee en lazen heel wat bij elkaar. We kochten nog wat extra boeken. We dronken koffie en wijntjes. We babbelden en lachten veel. We maakten wandelingen over het strand. We kregen gezelschap van Roos & Niko en gingen zwemmen in zee. Wat een leven!

TOKD9676

Ik liep in juli wat minder. Hoewel ik verbazingwekkend vlot de trap op en af kon na de Chouffe trail, voelde ik toch dat het tijd was om eens wat meer relatieve looprust in te lassen. Even dus niet meer trainen met een bepaald doel voor ogen, maar gewoon lekker gaan lopen. Al was het vooral “gewoon gaan lopen”. Het liep niet bepaald vlotjes in juli. Waarover later meer.

Ik ontdekte enkele literaire parels. Mijn leestrein maakte vaart in juli. Tijdens ons verblijf in Den Haag dook ik weer eens in de Italiaanse literatuur. Een absoluut hoogtepunt was Ballade van het bos van Maddalena Vaglio Tanet, een ontroerend verhaal over eenzaamheid en verbinding, een donker verhaal ook dat zich afspeelt in een bos, maar op de één of andere manier toch licht blijft. Net zo raak vond ik Mijn zusje en de zee van Donatella Di Pietrantonio, een boek over de onvoorwaardelijke zussenliefde en de zee: hoeveel mooier kan het zijn?

IMG_4642b

Ik was aan het werk. Bij Vedette Sport in Lier dus, waar ik heel veel leerde over loopschoenen. Ik kwam ook vrijwel meteen tot de vaststelling dat er nog ontzettend veel te leren valt en dat ik aan Stefanie en Geert twee heel waardevolle collega’s heb. Ik was (en ben nog steeds) zo in de ban van mijn nieuwe vakgebied dat ik vaak droom over een bepaald type schoen. Dat kan de Bondi van Hoka zijn, maar net zo goed de Guide van Saucony. Wordt vervolgd.

Ik leerde Lier kennen. Best wel een flinke stad met een echte winkelstraat en chique boutiques, zij aan zij met behoorlijk wat leegstand. De Zimmertoren bleek eerder klein te zijn, de Markt was dan weer groot. Tijdens mijn middagpauze zat ik al eens op een terrasje en werd ik fan van Feliks en Cabane, koffiebars waar je echt premium flat whites kan drinken. Een andere ontdekking was de inspirerende kunstenaarswinkel De Grote Kat.

Ik besefte dat niks zo heerlijk is als met de fiets gaan werken. Ik maakte amper kilometers op de fiets en wat vervloekte ik op den duur mijn autoritten van en naar Lier. Fileleed, een ongezien angstaanjagend onweer en een sterretje in mijn voorruit: een mens zou voor minder met tegenzin in de auto stappen. Fiets op en naar het werk, niets zo eenvoudig en ontspannend.

Ik ging naar Suikerrock. Samen met Hans, ons eerste festival. Al beschouwden we het eerder als een openlucht concert. Na het optreden van Joost was ik lichtjes overprikkeld, maar konden we gelukkig weer opgelucht ademhalen toen bleek dat Tienen niet bepaald storm liep voor onze hoofdact: Froukje. Op het Bietenplein maakte ze er een heel intiem, maar toch uitbundig feestje van. En zo werden wij nog grotere Froukje-fans dan we al waren.

Ik maakte uitstapjes. Met de zusjes trok ik naar Antwerpen voor de derde editie van het zussenweekend. 36 uur zusterlijk gezelschap, veel bijpraten, koffietjes drinken en vintage shoppen. Heerlijk herbronnen dus. Met de familie trokken we naar La Roche voor de Trail des Fantômes, een gezellig samenzijn in een typisch Ardens huis. Ondanks de onbetrouwbare wifi probeerden we de Olympische Spelen te volgen en hadden we een interessant gesprek over roddelen. Conclusie: bij roddels is het cruciaal dat de persoon in kwestie ze niet hoort. Onthoud dat!

IMG_4544b

Het moment – Tijd voor een Flat White

Vrijdag de 13e is geen dag om bang te zijn. Loop dus gerust onder een ladder door en aai een zwarte kat. 39 jaar geleden werd ik namelijk geboren op een vrijdag de 13e in september. 3 keer 13 jaar geleden dus, nog een reden tot feest. Toen ik als kind een keer jarig was op een vrijdag de 13e werd daar toch een beetje mee gelachen. Een ongeluksdag! Niks van dat. De 13 zal voor eens en voor altijd mijn geluksgetal zijn. Ondertussen ook wel dat van Seppe, die zich zondag weer tot vice-wereldkampioen duatlon kroonde met dat bijzondere nummer 13.

Ook mijn geboortejaar 1985 zal me niet snel vervelen. En laat ik dit jaar toch een fantastische ontdekking hebben gedaan over dat bijzondere jaar. De Flat White is mijn favoriete koffiebereiding: een cappuccino met een extra shot espresso. Romig, een tikje klassiek, maar met pit. Eveneens de eerste keuze van Hans (slechts één van de vele dingen die ons bindt). Als koffie-lover label ik bovendien de kleding en tassen die ik maak met mijn merknaam Flat White. Klassiek met net dat tikje meer durf, ook om me te kleden is dat waar ik van hou.

Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan of de uitvinding van de Flat White. Mogelijk was de eerste Flat White eigenlijk een mislukte cappuccino die in de smaak viel. Consensus lijkt te bestaan over het feit dat het drankje voor het eerst geserveerd werd in Australië. Het toeval wil – hoewel toeval eigenlijk niet bestaat – dat het eerst tastbare bewijs van de Flat White dateert uit 1985. Moors Espresso Bar in Sydney zou de Flat White sedert dat bijzondere jaar op de kaart hebben staan.

Neem dus een koud of warm drankje naar keuze. Hef het glas of het kopje en dan klinken we samen op het leven en weer een jaartje erbij. Cheers!

Het moment – Een feestelijke zangstonde voor Roos

We schrijven 12 september en dus een hip-hip-hoera voor mijn kleine zusje Roos: groot geboren en nu 32 levensjaren op de teller. Een bijzonder zusje dat een belangrijke rol vervult in mijn leven, vroeger en nu, sommige dingen zullen nooit veranderen. Net zoals het belang van muziek. Roos verkoos immers de sfeer van Rock Werchter boven het zweet van de Chouffe trail. Ze speelt feilloos een breed scala aan luchtinstrumenten, heeft gevoel voor ritme, timing én dansmoves. Roos heeft altijd iets over muziek te vertellen. Ze is – meer dan ik – mee en heeft vaak een verrassende aanrader. Samen beleefden wij al heel wat avonturen, steevast met elk een eigen soundtrack. Gaande van Eurosong en de betere beat op het sportevenement tot het rijke oeuvre van First Aid Kit, Florence & The Machine en Hozier. Hier volgt een muzikale trip down memory lane als eerbetoon aan de jarige.

Girls Just Wanna Have Fun van Cyndi Lauper heeft niet alleen een toepasselijke titel, maar is ook één van de songs bij uitstek die op geen enkele van onze playlists mag ontbreken. Een geslaagde mix tussen ambiance en een laagje melancholie. We like!

Kom terug van Spinvis werd eens zo betekenisvol toen er een einde kwam aan de tijd dat Roos en ik in hetzelfde appartementsgebouw woonden in Heverlee. Roos en Niko verhuisden en ik gaf hen een grote mok waarop ik het refrein schreef van deze Nederlandstalige parel.

Still Young van The Cat Empire zongen we luidkeels mee tijdens de laatste loopronde in de Hel van Kasterlee editie 2019. Ik zag af dat het geen naam had, maar dat we altijd jong en samen zouden blijven werd toen voor de eeuwigheid vastgelegd.

The Best van Tina Turner zal voor ons altijd onlosmakelijk verbonden blijven met de 20 kilometer van Brussel en onze genesis als lopers. Die dag verlegden wij grenzen. Wij waren simpelweg de besten. Punt.

Everywhere van Fleetwood Mac was aanvankelijk een lievelingsliedje van Roos waardoor ik er ook van ging houden. Een topper uit de eighties met de betoverende stem van Christine McVie. Omdat het altijd goed is als wij samen zijn.

Diamonds van Rihanna zongen we luidkeels mee na de marathon van Amsterdam in 2022. Onder andere op de terugweg in de auto. Ik met de krop in de keel, want wij mochten onszelf samen dan wel als schitteringen aan de hemel beschouwen, weldra kwam er een eind aan het zusterlijk samenzijn.

Technology van Milow omdat Roos van Milo houdt en ik helemaal niet. Maar Roos zou Roos niet zijn als ze niet zou tolereren dat ik grapjes maak over zijn muziek, wat toch weer getuigt van grootsheid langs haar kant.

Come di van Paolo Conte bracht Roos instant aan het lachen toen ze het voor het eerst hoorde bij mij. Een lied dat begint met wha-wha-wha-wha-wha, daar moet je dan weer Joke voor heten om dit in alle ernst af te spelen. Sindsdien is het onvermijdelijk dat Paolo Conte mag wha’en als Roos langskomt.

Les Champs-Elysées van Joe Dassin zing je natuurlijk als je over de beroemde avenue in Parijs wandelt. Je zou ook denken dat je niet de enige bent die dat dan doet, maar in onze lange Parijs-geschiedenis samen, kruisten wij nooit eerder een duo dat dit aandurfde. Bizar.

Ik wil dat je liegt van Hannah Mae en Maksim is volgens Radio 2 de zomerhit van 2024 en daarom ook die van Roos. Door de jaren heen bouwde ze een innige band op met het concept “zomerhit”. Niks om je over te schamen!

Hipperdepiep, hoera! Een heel gelukkige verjaardag gewenst, sisje!

Loperspraat – Een heroïsch toertje trailen in La Roche

We zijn nog niet klaar met de trail-exploten voor deze zomer. Op een haperende livestream zag ik zaterdag 10 augustus aan Café Den Erpel in Maboge hoe Bashir Abdi naar Olympisch zilver snelde. Zwaar onder de indruk waren we. Nog dieper onder de indruk waren we van Roos, Hans en Joni die op dat moment aan hun Trail des Fantômes bezig waren. 48 kilometer lopen met 2050 hoogtemeters in de omgeving van La Roche: dat is trailen voor gevorderden. Ons trailteam finishte heel sterk in 6 uur en 57 minuten. Een prestatie om je hoed voor af te nemen. Onze zweterige pet ging eveneens af op zondag voor Marike en Niko die hun tanden zetten in het parcours van de 23 kilometer en die missie met glans volbrachten.

Zelf maakte ik deel uit van het supportersteam dat elke bevoorradingspost present stond om onze traillopers van de nodige aanmoedigingen te voorzien. Een dag lang supporteren vraagt ook wel wat doorzetting. Mijn 2-jarige neefje Emil zorgde zo nu en dan voor een verrassing in zijn pamper. Aan mijn metekindje Leah, een kranige meid van bijna 5, probeerde ik uit te leggen dat wachten wel saai is, maar dat het daarom juist leuk kan zijn. Zowel Marike als mama vielen bovendien ten prooi aan Siska de wesp. Gelukkig was Niko er om logistiek het hoofd koel te houden. Roos, Hans en Joni behoeven weinig introductie. Tijd om hen het woord te geven en hun ervaringen te delen.

12527_20240810_090615_391382687_socialmedia

Roos’ Trail des Fantômes in drie woorden: klimmen – dalen – lopen 

Wat vond je het leukste aan deze trail? Zonder twijfel het parcours, je loopt echt zo goed als continu in het bos. De omgeving is prachtig. Alle soorten hellingen en afdalingen komen aan bod. Ook de bosomgeving varieert, soms diep in het bos, dan weer langs een klein stroompje, dan weer over bergflank of tussen metershoge beplanting. Het verveelt nooit. 

Wat was het lastigste? Wat deze trail prachtig maakt, maakt hem ook loodzwaar. Het is continu geconcentreerd lopen. Ik kende één heel lastig momentje, op 5 km voor het einde was er een stuk asfalt. Je zou denken dat je dan blij bent dat je weer even kan doorlopen of eindelijk eens niet moet klimmen of dalen, maar juist dat lukte me niet meer. Ik zag het toen even niet meer zitten. Gelukkig was ik in gezelschap, zij stelden me gerust en dan gaat dat moment ook zo weer voorbij. Eens terug in het bos kwam ik er weer door.  

12527_20240810_142355_391387374_socialmedia

Wat is daarbij iets dat je niet snel zal vergeten? Je doet zoveel indrukken op tijdens een trail, dat is elke keer weer een intense ervaring. Er schieten me nog dagelijks enkele nieuwe herinneringen te binnen. Wat veel indruk heeft gemaakt, zijn de afdalingen met behulp van een touw, omdat ze zo steil zijn. 

Een complimentje voor je mede-lopers? Dat ze de beste zijn! Hans noemt zichzelf een tractor, maar ik vind hem eerder een Ardens trekpaard. De definitie (even opgezocht): Het Ardens trekpaard is een gespierd paard op korte benen. De Ardenner is onvermoeibaar en energiek als het op werken aankomt, en is tevens verrassend wendbaar. Dit combineert hij met een kalm, gewillig en vriendelijk karakter. Ongelofelijk hoe hij hellingen kan trotseren en met die stokken gewoon omhoog huppelt. We maakten het mopje, de eerste helft van de trail is de opwarming voor de tweede helft. Ik denk dat Hans bij de finish was opgewarmd en nog 48 km verder had gekund. Met Joni vorm ik een vaste trailtandem die dit jaar al meerdere keren in actie kwam. Ik heb aan zijn zijde, of vooral achter hem, al meerdere keren zwaar afgezien en dat was nu uiteraard niet anders. Daar weet hij perfect mee om te gaan en dat is wel een kunst. Een extra compliment moet ik hem geven om zijn moppen met thema “traillopen”.

12527_20240810_090919_391361506_socialmedia

Hans’ Trail des Fantômes in drie woorden: brutaal – wondermooi – zomer

Wat vond je het leukste aan deze trail? Het was de vierde keer dat ik de Fantômes liep. In 2018, 2019 en 2020 nam ik al deel aan respectievelijk de 27, 33 en 41 kilometer, en hoewel ik het een van de zwaarste trails vind is het tegelijk ook veruit de mooiste. Je hebt een mooie mix van bos, open veld, lopen langs en door de Ourthe en bovenal prachtige vergezichten. Dat ik dit nu kon beleven in het gezelschap van Roos en Joni én bovendien met een schare enthousiaste supporters (waaronder mijn lieve schat) langs het parcours was niet alleen de kers op de taart, maar gewoonweg een volledige extra taart op zich.

Wat was het lastigste? De Fantômes heeft weinig of geen beloopbare hellingen. Als het omhoog of omlaag gaat is het doorgaans gruwelijk steil, vaak glijden, handen – en voetenwerk en af en toe is er een touw gespannen om min of meer veilig boven of beneden te geraken. Als het dan al eens vlak is, dan is dat meestal langs de oevers van de Ourthe, waar je dan weer geconfronteerd wordt met wortels, rotsen en laaghangende takken. Dat alles sloopt op den duur je benen.

IMG_4830b

Wat is daarbij iets dat je niet snel zal vergeten? Het was mijn allereerste trail-weekend in de Odeyn familiekring en dat was best wel een bijzondere ervaring. Op zaterdag zelf lopen en bij elke bevoorrading luidkeels aangemoedigd worden door je supporters en op zondag zelf supporteren voor de andere lopers. Wat ook heel erg duidelijk is (en dat had ik vorig jaar al mogen ervaren toen ik nog geen deel uitmaakte van Team Odeyn); je supportert niet alleen voor je “eigen” lopers, neen, iedereen die passeert krijgt evenveel luide en enthousiaste aanmoedigingen. Heerlijk!

Een complimentje voor je mede-lopers? Ik besefte op voorhand erg goed wat ons te wachten stond, maar ik denk dat de techniciteit van het parcours voor Roos en Joni een beetje een verrassing was, en bovendien zijn trails ook niet iets wat ze heel vaak lopen. Ik wist dus dat het best zwaar zou worden voor hen, maar ze hebben het echt fantastisch goed gedaan. Ik stond (liep) op een bepaald moment echt met verbazing te kijken welk strak tempo Roos nog kon aanhouden na de laatste bevoorrading, met Joni en ikzelf als wagonnetjes achter locomotief Roos. Ook Marike en Niko hebben me in positieve zin verrast tijdens hun trail op zondag onder nog warmere omstandigheden dan die van zaterdag. Ook een schitterende prestatie van allebei!

12527_20240810_154349_391391151_socialmedia

Joni’s Trail des Fantômes in drie woorden: kuitenbijter – panoramisch – framily

Wat vond je het leukste aan deze trail? Door het gevarieerde en uitdagende landschap was je geen moment met je horloge bezig en vlogen de kilometers voorbij. Dankzij het gezelschap en de supporters onderweg was deze editie nog zoveel leuker dan die van vorig jaar. Bonuspunten voor Roos haar ‘Trajl’ moppen.

Wat was het lastigste? Geen tijd om in te lopen, want we kregen onmiddellijk lastige single tracks voorgeschoteld. Het uitdagende parcours zorgde ervoor dat er niet veel (adem)ruimte was om gezellig bij te babbelen. Daarbij was het als sociale media verantwoordelijke geen sinecure om mijn gsm al lopend en zwetend te ontgrendelen en filmpjes te maken. Respect voor de vloggers! 

12527_20240810_102020_391363723_socialmedia

Wat is daarbij iets dat je niet snel zal vergeten? De dag na de trail gingen we supporteren voor Niko en Marike en stapten we de uitloper vanaf de tweede bevoorrading tot de top van de steilste helling. ‘Hebben we dit echt opgelopen!?’ vroegen Roos en ik ons luidop af. Leah was ondertussen met bloemen in de hand haar enthousiaste zelve.

Een complimentje voor je mede-lopers? Ondanks het feit dat we overal wel een Hans zagen passeren, kan ik je verzekeren dat er geen straffere Hans bestaat dan de onze. Wat een rust, flair en bovenal krachtige benen heeft deze man! Welke superlatieven vallen er nog te bedenken om te beschrijven hoe (mentaal) sterk Roos is!? Vijf kilometer voor het einde niet meer kunnen om dan een kilometer verderop aan de kop te lopen om het tempo te bepalen. Ik verdenk haar meerdere levens te hebben! Bovendien heeft ze altijd nog de luciditeit voor een mopje of een rake opmerking. 

12527_20240810_155757_391374875_socialmedia

IMG_4864b

Het moment – Hoe wij samen Houffalize overwonnen

Als je mij vraagt waarom je per se 70 kilometer wil lopen, dan is mijn antwoord: omdat je dan iets unieks meemaakt. Zaterdag 6 juli 2024 liep ik samen met Hans en Sam 69,7 kilometer in de omgeving van Houffalize. We overwonnen daarbij een goeie 1900 hoogtemeters. Gekkenwerk. Deelnemen aan de La Chouffe trail kadert sinds 2017 binnen een familietraditie. We stonden al met verschillende Odeynen-teams aan de start en liepen diverse afstanden van het behoorlijk-haalbare tot het semi-onmogelijke type. We deden ook ons best om het Houffa-virus te verspreiden. Twee jaar geleden leerden we er de Van den Borres kennen, vorig jaar was Sam van de partij en konden we niet-loper Niko overhalen om een traildebuut te maken. Dit jaar was ik als enige familielid aanwezig, maar kon ik wel rekenen op een fantastische entourage. Met maar liefst vijf loopmaatjes stonden we aan de start. Zelf was ik gezegend met Hans en Sam aan mijn zijde, aangevuld door het olijke loopduo Pieter en Stijn. Sybille en Erwin waren met hun aanhang dan weer verantwoordelijk voor de logistieke en emotionele ondersteuning. Kortom: alle ingrediënten om er een memorabele editie van te maken. Zo geschiedde.

Een wekker die afgaat om 4u30: je kan het prima hebben als je van plan bent de hele dag te gaan lopen. Rond een uur of 5 ontvangen we Sam in het salon van onze ruime kamer in Vayamundo, het logement dat gelegen is aan de start- en finishzone. Iedereen weet dat ligging alles is. Gefocust op wat komen zal en daardoor ook hunkerend naar wat afleiding, werken we onze boterhammetjes weg. Sam gooit wat teasers in de groep: onderwerpen die we later kunnen bespreken als we met z’n drieën onderweg zijn. Hij maakt zich zorgen over de gele finishboog die er nog niet staat. Dat is uiteindelijk wel het minste wat je mag verwachten als je grenzen gaat verleggen (spoiler: het zijn zorgen om niets). Bij ontbijt hoort koffie en dat is nu niet anders. Vlak voor de start staat de toiletteller op 3-1 in het voordeel van Hans. Het moge duidelijk zijn dat de vertrekstress toeneemt. Hans leeft op het randje en poetst zijn tanden 13 minuten voor we zullen vertrekken. 5 minuten voor de start treffen we Stijn en Pieter aan de startzone. Ook Marise, die zich later die dag aan een trail zal wagen, is van de partij en zorgt voor het fotografische beeldmateriaal. Een belangrijke taak die ze ook ter harte neemt. De zon schijnt, het belooft een mooie dag te worden.

IMG_4442b

Om 8 uur schieten we wat stijfjes uit de onbestaande startblokken. De eerste twee kilometers lopen over de ravel en zijn dus geasfalteerd. Net zoals vorig jaar ben ik geflankeerd door twee bekenden en een nobele onbekende (de man met het hoedje) als we langs de eerste fotografen passeren. Na amper een kwartier sta ik vrijwel nat in het zweet, hoewel het nog niet heel warm is. Ondertussen vertelt Sam over de resultaten van de conditietest die hij recent liet afnemen. Als we het nog niet wisten, dan staat het nu ook wetenschappelijk als een paal boven water: Sam barst van het talent en verkeert in topvorm. Zelf voel ik me een pak minder fris en allesbehalve topvormerig. Ik moet er nog wat in komen. Op zich ervaar ik dat meestal zo bij een trail, maar ik merk aan kleine dingen dat alles mij net dat tikje meer moeite kost.

12378_20240706_080406_380633998_socialmedia

Na een kilometer of 5 en met het eerste klim- en draaiwerk vind ik wel mijn cadans. Eentje van het stramme soort. Ik begin mijn net opgedane technische schoenenkennis te etaleren aan Team Hoka. Sam ontpopt zich als vlogger en maakt een eerste filmpje om door te sturen naar onze maatjes. Die zijn op te delen in twee teams: Team Tandem bestaat uit Pieter en Stijn (ik zeg het nog maar eens, maar zij zijn dus geen broers). Team Werchter bestaat uit Roos en Joni die ons op de voet en lichtjes brak volgen vanop dag 3 in de weide. Na 9,5 kilometer worden onze voetjes in het water gesopt en is de eerste rivieroversteek een feit. Je hoeft heus niet Jacotte Brokken te zijn om waar te nemen dat het waterpeil hoog is en dat de stroming er mag zijn. Op kilometer 11 schuiven we aan bij de eerste bevoorrading. So far so good. Veel eten en drinken doen we nog niet. Bij ons vertrek aan de post, kunnen we nog net Pieter en Stijn een aanmoediging toe roepen. Pieters vriendin Lisa zal hen de komende 25 kilometer gezelschap houden. Weer eentje die stiekem besmet is met het (voorts onschadelijke) Houffa-virus.

We draaien en kronkelen weer wat verder. Het begint stilaan vlotter te bollen bij mij. Ondanks dat stijve lijf heb ik er nog steeds heel veel zin in. Disclaimer: bij alles wat ik hier schrijf – en dan echt élke pijnscheut, élke verzuurde vezel, élke vloek en zucht – moet je in het achterhoofd houden dat er aan sfeer en gezelligheid geen gebrek is. Na 17 kilometer passeren we op een steenworp van de start- en finishzone. We zijn 2 uur onderweg en lijken amper echt weg te zijn. Op zo’n moment is het de kunst om vooral niet stil te staan bij wat nog komen zal en vooral niet uit te rekenen hoeveel uur geploeter er nog voor je ligt. Als we Houffalize-city doorkruisen maakt Sam nog een filmpje. Waar we vorig jaar na 50 kilometer ons leven mochten riskeren over het wildbegroeide BMX-parcours, krijgen we het nu met relatief frisse benen voorgeschoteld. Wat een verschil! We moeten niet alleen minder klimmen, maar ook de verzengende hitte van vorig jaar is slechts een verre herinnering. Hans heeft zijn trailstokken boven gehaald. Ik zei het al eerder: hij is de echte trailloper en de man met ervaring. Hoewel ik als geen ander weet hoe uitzonderlijk getalenteerd hij is, word ik toch weer eventjes omver geblazen van het gemak waarmee hij de eerste steile klimmetjes bedwingt. Ook bij Sam lijk je geen greintje inspanning te zien als hij een hellingsgraad van 10% neemt. Ik probeer niet al te luid te zuchten in het zog van die twee. Onze tocht gaat verder richting de brouwerij van Achouffe, waar kabouters wonen.

12378_20240706_081256_380638921_socialmedia

Na 24 kilometer bereiken we de tweede bevoorradingspost die pal voor de brouwerij ligt. Ik zie voor het eerst de Chouffe shop, waar Hans ooit een prachtige fleecevest kocht. Plichtsbewust vullen we onze brandstofvoorraad aan. Niet omdat je lichaam op dat moment roept: geef mij alsjeblieft een sportgel, maar omdat het nu eenmaal moet. Altijd in voor een experiment (niet dus) doe ik eens gek en probeer ik een mango-gelletje van 6D. Bij sportgels klinkt alles beter dan dat het smaakt. Ik moet werken om de zoute mango weg te slikken en gooi er nog wat Clif bloks achteraan. We spraken op voorhand af dat we na elke bevoorrading letterlijk de koppen bij elkaar zouden steken in een plakkerige groepsknuffel om het teamgevoel nog te versterken. Eentje om te koesteren.

Ik kan de teamgeest meer dan ooit gebruiken. We beginnen aan een vervelende strook langs het water. Zo eentje waar trailer en hiker Hans z’n hart echt kan ophalen en Sam dartel over de stenen springt. Er volgt weer wat klim- en klauterwerk. We maken wat hoogte. We lopen een paar meter, stappen er dan weer een paar om dan meteen wat te klimmen of naar beneden te springen. Iemand die het doorgaans moet hebben van vlakke tempo’s lopen, is hier niet in haar element. Gelukkig is er dus dat team. Een match made in heaven en met 3 uur op de teller gooien we de kaarten op tafel. Los van mijn algehele stijfheid, beken ik dat het er niet bepaald rustig aan toegaat in mijn buik. Er is gerommel en een ongemakkelijk gevoel. Een sanitaire stop gaat tot de mogelijkheden behoren. Hans voelt dan weer een blaar opkomen aan de onderkant van zijn voet. Ook niet bepaald het ongemak waar je nog 55 kilometer mee wil lopen. Sam heeft voorlopig niks meer te melden dan een uitgelopen gelletje in de broekzak.

Het mooie van de La Chouffe trail is dat altijd weer een moment aanbreekt waarbij je ouderwets kan lopen. De ene voet voor de andere zetten zonder halsbrekende toeren uit te halen. We maken dus weer gezapig vaart over een beter beloopbaar stuk. Ook al bungel ik zelfs dan aan de rekker, mentaal voel ik me nog steeds sterk. Noem het ervaring of noem het (waan)zin voor avontuur. Ondertussen lopen Hans en Sam gezellig keuvelend voor mij uit. Ze hebben het over bancaire materie en de bijhorende juridische kaders, de ECB en kredietscores. Er volgt nog een brillenverhaal van Hans, dat ik gelukkig al ken, want aandachtig luisteren, lopen én vragen stellen, dat zit er vandaag niet in. Rond kilometer 30 lopen we over het stuk waar Hans vorig jaar in de sneltrein van Roos zat. Dat zusje van mij liep daar als een malle langs het water. Een passage die uiteraard weer een filmpje waard is om de loopmaatjes op de hoogte te houden van onze gestage vorderingen.

12378_20240706_095711_380659922_socialmedia

Ik zie hard af in de Ardennen, maar toch kan ik oprecht genieten van wat dat stukje Belgische natuur te bieden heeft. Op mos raak ik bijvoorbeeld nooit uitgekeken. Dennenbomen blijf ik ook fascinerend vinden. Modder is dan weer minder mijn ding. Hoewel we zeker niet aan het modderwroeten zijn, voelt deze Chouffe editie toch behoorlijk herfstig aan. We vertrokken met de belofte van een opgeklaarde dag, maar gaandeweg begint het te betrekken. Het wordt duidelijk dat we ook nattigheid uit de lucht mogen verwachten. Als we de bevoorradingspost op kilometer 36 naderen, stelt Hans vast dat hij zijn zouttabletten heeft laten liggen op de eerste bevoorrading. We zullen ons water dus puur natuur moeten drinken, wat gezien de temperatuur geen al te groot probleem mag vormen. Op een bevoorradingspost van een trail mag je doorgaans een breed scala aan zoute en zoete snackjes verwachten. Zelf zweer ik bij TUC koekjes en peperkoek. Hans eet en drinkt naar de goesting van het moment, vaak cola en zoute chips. Ook Sam kan het betere buffetgevoel waarderen. Hij smikkelt onder andere van rijsttaart, snoepjes, chips, cola en watermeloen. Niet per se in die volgorde en niet per se bij elke bevoorrading welteverstaan.

Als we na ons innig groepsritueel vertrekken, voel ik dat de druk in mijn buik weer wat toeneemt. Het lijkt misschien gemakkelijk om een geschikte sanitaire stopplek te vinden als je in de Ardennen loopt, maar dat valt toch tegen. Je wil immers een gouden combinatie van privacy en comfort en daar leent niet elke boom of elk pad zich toe. Na 38,5 kilometer is er geen ontkomen meer aan en zie ik een wel heel aanlokkelijk bosje. Ik bevind me gehurkt op 400 meter van het hoogste punt op het parcours en terwijl ik hier een hoopje achterlaat, voel ik wat miezerregen op mijn gezicht. Wat maak ik toch allemaal mee. De opluchting die ik voel als we verderlopen, is onbeschrijfelijk. Bovendien is dit deel van het parcours relatief goed beloopbaar en lopen we meer in dalende dan in stijgende lijn. Jippie!

12378_20240706_164505_380644781_socialmedia

Vorig jaar kreeg ik soms het gevoel dat een trail lopen vanzelf gaat. Vandaag is dat gevoel slechts een mijmering. Toch zit ik mentaal nog heel goed in het avontuur. Ik bevind me in de uitzonderlijke luxepositie om dit samen te kunnen beleven. Urenlang alleen lopen met stramme benen, dat is pas een beproeving. Mijn lichamelijke ongemakken vormen een groot contrast met het gemak waarmee mijn mannen lopen. Hans is ijzersterk, loopt en wandelt bergop alsof het niks is. Mocht hij een vermogensmeter dragen, het ding zou tilt slaan. Bij Sam valt vooral op dat zijn energiebron van het onuitputtelijke soort blijkt te zijn. Het enige waar hij al eens mee worstelt zijn de sportgels die op onverklaarbare wijze uitlopen in zijn broekzak. Als minst frisse van het gezelschap, voel ik me wel eens zo hard deel van het team. We bewegen ons voort als een organisch geheel. Deze vijftiger, dertiger en twintiger hebben het naar hun zin en net dat is onze kracht. Met 5 uur en 1 minuut kunnen we onze marathon finishen. Geen sub5 dus vandaag. Nog 28 kilometer voor de boeg.

Na 46 kilometer bereiken we naar mijn gevoel redelijk vlot de voorlaatste bevoorradingspost. De held op elk van die posten is Erwin, de papa van Pieter. Hij schudt de ene na de andere anekdote achteloos uit zijn mouw. Hij heeft een oeverloos vertrouwen in ons kunnen. Hij biedt het entertainment dat nodig is om de pijn in onze benen niet meer te voelen. Met die mega-peptalk, 2 sneetjes peperkoek en 6 TUC koekjes ben ik er weer klaar voor. De volgende bevoorradingspost is pas over 13 kilometer. In trailtermen is dat heel ver, al is er een mijlpaal om naar uit te kijken. Als we de 50,2 kilometer op ons horloge zien verschijnen, wordt het afstandsrecord van Sam verbroken. Een moment dat uiteraard op beeld wordt vastgelegd, net zoals aanmoedigingen voor Marise die van start zal gaan bij de 18 kilometer.

12378_20240706_164536_380650482_socialmedia

Terwijl Hans sakkert als we bergaf lopen op asfalt, haal ik opgelucht adem. Zo komt er tenminste schot in deze zaak. Stilletjes aan schiet het op en krijgt de burger wat moed. Tot het plots echt hard begint te regenen en diezelfde moed heel diep in mijn schoenen zakt. Ik moet de pijn verbijten. Vooral mijn hamstrings en bilspieren schreeuwen moord en brand. Het besef dat we er nog lang niet zijn, sijpelt binnen. Met een prachtig zicht over de vallei krijgen we een plensbui over ons heen en wind in het gezicht. Voor Hans is een steile beklimming een rustmomentje, voor Sam is het een leuke uitdaging, voor mij is het een marteling. Mijn lijf sputtert tegen. Ik voel dat ik kracht mis. Het is werken geblazen om vooruit te blijven gaan. Meter voor meter, voet voor voet. Wat een eindeloze onderneming is dit. Ik tel af naar die verduivelde laatste bevoorradingspost.

PVGZ6795

Als we na 58 kilometer een stuk vlot bergaf kunnen lopen, voel ik mijn buik weer samentrekken. Ik vrees dat een volgende sanitaire stop zich aandient. Omdat we best lekker aan het lopen zijn, wil ik koste wat kost mijn rommelende darmen negeren. In de mate van het mogelijke natuurlijk. Het zou zonde zijn om dit tempo te onderbreken. Terwijl Sam een prachtige foto maakt van Hans in het desolate landschap (wat in het echt niet zo heel desolaat was), bereik ik een volgend mentaal dieptepunt. Tegelijkertijd is er dan ook altijd weer het besef wat een enorm geluk ik heb om hier niet alleen voor te staan. Op de laatste bevoorradingspost, met nog 11 kilometer te gaan, legt Hans z’n arm om me heen en gaan we samen naar het “buffet”. Volgens hem heb ik een stuk rijsttaart nodig om die darmen koest te houden. Daar is ook weer Erwin die de gevleugelde woorden “voetjes wassen en binnenlopen” spreekt.

12378_20240706_164538_380650604_socialmedia

Na onze laatste heel frisse rivieroversteek (en dus met proper gewassen voetjes) beginnen we aan de finale van onze tocht. De rijsttaart doet z’n werk en brengt vrede in mijn buik. We zijn nog niet gefinisht, maar we voelen alle drie de euforie van het groepsgevoel. Dat wij dit samen beleven en meemaken, dat is wat mij overeind houdt. Met z’n drieën zijn wij een onverwoestbaar team. De laatste etappe is nog een stevige. Bij de voorlaatste steile klim hap ik letterlijk naar adem. De videoboodschappen van Roos en Joni bieden de nodige verstrooiing. Het is uiteraard Sam die nog in staat is om al lopend filmpjes te tonen. Zei ik al dat hij van alle markten thuis is? Bovendien heeft hij zich ook voorbereid op de moeilijke momenten van deze finale. Hij laat ons Turbo horen voor een extra energieboost. Ook Eliud Kipchoge mag met zijn The mind is stronger than the body niet ontbreken. Laat dat vandaag in mijn geval wel geheel de waarheid zijn.

12378_20240706_164628_380659506_socialmedia

Vanaf kilometer 61 worden we ingehaald door de koplopers van de 18 kilometer wedstrijd. Jonge snaken zonder trailvest die aan een rotvaart langs gesjeesd komen. Het is niet bepaald bemoedigend voor de staat waarin ik me bevind. Ook de laatste klim hakt er stevig in. Ik sleep mezelf naar boven, alles doet pijn. Aan alle miserie komt een eind en dan is het zaak om ook dat moment vast te pakken. De allerlaatste 3 kilometers lopen godzijdank naar beneden. Ik loop nog steeds met plezier. Lopen geeft me immers moed en het is de snelste manier om vooruit te gaan. Ook als dat schommelend, dan wel strompelend is. Als laatste obstakel kruipen we over een vangrail om dan met een prachtig zicht op het ooit futuristische Vayamundo-complex naar beneden richting finish te stormen. Behoedzaam stormen. Je wil hier echt niet tegen de grond gaan. Hans kan ternauwernood een struikelpartij vermijden. Ik glij bijna weg over een stuk rots in de allerlaatste strook. Als we de finishboog zien (hij staat er!), grijpen we in een reflex naar elkaars handen. Samen is de enige manier om over die lijn te gaan. We roepen het alle drie uit en vallen elkaar in de armen. We hebben het gehaald in 8 uur en 45 minuten. Het feestje is helemaal compleet als Pieter en Stijn een uur na ons hun Chouffe trail binnenhalen. Wat een dag!

12378_20240706_164718_380665215_socialmedia

Het was mijn derde 70’er op de La Chouffe trail en het was zonder meer ook mijn zwaarste. Elke editie zijn er weer andere beren op de weg. Als het niet bloedje heet is, dan kom je een keer (of meer) stevig ten val. Als het gezelschap top is, dan schort er lichamelijk één en ander. Bovendien blijft 70 kilometer lopen in de Ardennen zelfs in optimale omstandigheden en in opperbeste vorm een uitdaging van formaat. Afzien is een beest dat vele gedaantes kent. Net die onvoorspelbare cocktail maakt ook dat ik erg ben gaan houden van een stevig trailtje op z’n tijd. De teneur van mijn loopjaar 2024 is dat het moeilijk ook kan, zij het dan wat trager. Deze trail was daar een langgerekt voorbeeld van. Mijn eeuwige dank gaat dan ook naar Hans en Sam, zoveel meer dan uitstekende compagnons de route. Bedankt, mannen, om samen aan boord te gaan van een turbulente vaart en een unieke drievuldigheid te vormen. Samen uit, samen thuis is echt geen evidentie bij een trail. Laten we ons nooit meer afvragen waarom we dit eigenlijk doen.

12378_20240706_164718_380665229_socialmedia

Nog enkele weetjes:

  • Hans liep naar een derde plek bij de vijftigplussers – wauw! – de finishtijden tonen aan dat een sterk deelnemersveld present tekende: er stonden 138 deelnemers aan de start, slechts 11 van hen lieten een DNF optekenen
  • wederom was Shefi Xhaferaj onoverwinnelijk, de Luxemburgse had slechts 7 uur en 6 minuten nodig om haar derde Chouffe-kabouter mee naar huis te nemen, de Fransman Patrice Ringot ging als eerste over de finishlijn na 6 uur en 21 minuten
  • Anja Berners liep naar de tweede plek, het brons was voor Sophie Van Dongen die 2 minuten voor mij over de finish kwam, ik heb geen idee wanneer ze mij voorbij raasde, maar het is sowieso een remonte om u tegen te zeggen: dik verdiend!
  • Daniël en Ludovic kruisten vorig jaar mijn pad, ook nu waren ze van de partij en zetten ze een sterke tijd neer, evenzeer een eervolle vermelding verdient de 23-jarige Tienenaar Noah, die ik ontmoette op de Meerdaalwoudtrail in december: hij liep naar een indrukwekkende 14e plek in het klassement
  • ik maakte me zorgen over de batterijcapaciteit van mijn Garmin en ging die dus als een gek opladen, dat bleek wat overdreven: aan de finish had ik nog 35% batterij over (kon ik mijn lichaamsbatterij maar opladen tot 100%)
  • een nieuwigheidje was het hoogteprofiel dat omgekeerd op ons borstnummer stond zodat je het als loper kan volgen: met momenten praktisch, maar net zo goed angstaanjagend
  • het was voor mij een trail van de experimenten en eerste keren: andere voeding (6D), een nagelnieuw shirt (Craft), een fantastische sportbh (Brooks), de eerste op Hoka’s en ’s ochtends boterhammen met kaas
  • ik dronk in totaal een litertje of 5 water, ik at 1 gelletje, 2 repen Clif bloks, 4 sneetjes peperkoek, pakweg 20 TUC koekjes en 1 stukje rijsstaart met geneeskrachtige werking
  • Sam had af en toe een steentje in zijn schoen en als we hem mogen geloven, voelde hij toch ook z’n spieren wel branden, oef!
  • Hans’ darmen waren lekker actief, hij bekende nadien dat hij de hele trail toch best wat gasvorming had, waarbij hij dacht dat hij die op subtiele wijze kon laten ontsnappen – niks ontgaat echter mijn scherpe gehoor!
  • Pieter heeft een broer die zijn broer niet is, een tante die zijn tante niet is en een meter die zijn nicht is: gekke familie, die Van den Borres
  • ik moest een sanitaire stop maken, maar de insecten lieten mij met rust, ik kwam geen enkele keer ten val en we liepen geen metertje verkeerd: count your blessings
  • bifurcation betekent splitsing in het Frans, wat een woord!
  • de indrukwekkendste aankomst was die van Marise op de 18 kilometer, nooit eerder zag ik iemand zo fris en fruitig een trailwedstrijd finishen
  • aan de finish werd ik aangesprokken door blogvolger Céline die tweede eindigde op de short challenge, wat een ongelooflijk fijne ontmoeting!
  • hoe zwaar ik het ook had tijdens de trail, daags nadien stapte ik behoorlijk gezwind uit bed en bleef de grote stijfheid uit: waar is de tijd dat ik een week als een hark door het leven ging?
  • nog eens een dankjewel aan Hans en Sam die de eventfoto’s kochten (één van onze foto’s haalde de foto special) en mij hielpen om informatie te vergaren voor dit verslag

LMFI1809

Het moment – Een verjaardag, een terugblik en een voorproefje

Er is er eentje jarig vandaag. Op vrijdag 13 juli 2018 ontving deze blog voor het allereerst lezers. Ik deelde dus voor het eerst mijn gedachten met de grote buitenwereld. Een wereld die 6 jaar geleden vooral bestond uit een bescheiden groepje vrienden en familieleden die niet anders konden dan mij te volgen en uiteraard ook enthousiast te zijn. Mijn zomer van 2018 stond in het teken van mijn blog. Ik schreef tegen de sterren op. Een blog vol lege rekken, dat sprak niet aan, dus moesten de rekken gevuld worden met verhalen. Gelukkig liep ik al een jaar of 4 en lag mijn leven wat overhoop. In het magazijn lagen er nog heel wat verhalen voor het rapen. Ik had ze maar uit te pakken en op het schap te zetten.

Vorig jaar vierde ik het lustrum van mijn blogbaby in stijl, met taart en pro forma kaarsjes. Een bijzonder moment. Ik had al zoveel toffe mensen ontmoet door te schrijven over mijn leven en loopavonturen. Wat had mijn blog me al zoveel gebracht. Blablabla. Ik besefte toen nog niet dat mijn nieuwste volger een wel heel bijzonder plekje in mijn leven zou krijgen. Naast een schare trouwe lezers en dierbaren loopmaatjes bracht mijn blog me bij Hans, met wie ik nu mijn leven deel. Ik leerde iemand kennen door mijn verhalen te vertellen, iemand die mij graag leest en ook graag schrijft. Voor ons de manier om elkaar écht te leren kennen voor we dat in het echt deden.

Ergens is het natuurlijk hopeloos ouderwets om teksten te typen over wat je meemaakt en die dan dá-gen later online te gooien. Als de feiten al lang verjaard zijn, om het in sociale media termen uit te drukken. Juist dat is zo heerlijk aan een blog. Een verhaal wordt alleen maar beter als het eventjes op het schap heeft kunnen rijpen. Soms blijft het daar ook liggen en dat is helemaal niet erg. Ik ben de traagheid van de wereld die ik hier creëer steeds meer gaan omarmen. En ja hoor, er is zeker ook druk. Mijn verslag over de La Chouffe trail is nog in premature fase en het is inmiddels al een week geleden dat ik hand in hand met Sam en Hans over de finish liep in Houffalize.

Jullie zullen dus nog even geduld moeten hebben om alles te weten te komen over de La Chouffe trail. Wat ik er al over kan vertellen: ik tikte de 70 net niet aan en hield het bij 69,7 kilometer. Geen haar op m’n hoofd dat er aan dacht om na de finish nog meters te maken. Na 8 uur en 45 minuten zat onze missie er op. Hans, Sam en ik waren een soort van de drie musketiers die eigenlijk met vijf waren, want ook Pieter en Stijn haalden de finish. Het was een Chouffe trail van primeurs, met gerommel in de darmen, wind tussen de bergen, heel wat nattigheid, maar bovenal met een ijzersterk teamgevoel. Het was een trail van de sfeer en gezelligheid, van de verbinding en het samenzijn. Een ervaring om levenslang te koesteren en een ereplaats te geven hier op een schap. Ik denk zelfs aan een plekje in de etalage.

Cheers op de blog en op naar het volgende verhaal!