Marathonpraat – Een voorbeschouwing op de marathon van Brussel

Ik denk dat ik me kan voorstellen hoe een mens zich voelt die toe leeft naar een huwelijksfeest. Een heuglijke dag waarop je wil schitteren en genieten tegelijk brengt torenhoge verwachtingen met zich mee en vraagt de nodige voorbereidingen. Het ene rampscenario na het andere doemt op. Niemand wil uitgerekend die dag ziek zijn of een verzwikte enkel hebben. Het weer is een onvoorspelbare, maar niet onbelangrijke factor. Je wil uitgerust aan je eigen feest kunnen beginnen zonder wallen of zware benen. Rusten op commando is geen evidentie. Het leven draait bovendien verder en er zijn altijd kleine probleempjes die last minute opduiken. Je moet ervan uitgaan dat op die ene dag alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Ik geef zondag mijn ja-woord aan de marathon. Een verbintenis voor het leven, maar liefde is een werkwoord. Dat geldt ook voor Mr. Marathon.

Een half jaar geleden zat ik met smart af te tellen naar het moment dat ik terug zou mogen lopen. Van 350 kilometer op een maand lopen naar 7 weken looprust gaan: dat is cold turkey afkicken. De bijwerkingen waren er dan ook naar. Van zodra ik me weer een loper voelde, kwamen de marathonplannen. Met een bang hartje bouwde ik mijn trainingen braafjes op. De schrik zat er immers goed in dat het weer mis zou gaan. Ik was wijs, hield me in, luisterde naar mijn lichaam en vervloekte het ook wel eens. Dat ik in oktober echt weer een marathon zou kunnen lopen, dat had ik in mei nooit geloofd. Voor de goede verstaander: dit is even wat peptalk voor mezelf om stil te staan bij het proces en me niet blind te staren op het resultaat. Op dat proces ben ik behoorlijk trots. Ik voerde duizenden stabiliteitsoefeningen van de kine uit. Ik herontdekte mezelf als loper en genoot daarvan met volle teugen. Veel hartjes ook voor Juan, die een leegte opvulde waarvan ik niet wist dat ze er was.

Dit gezegd zijnde, hoe moeilijk kan het nu nog zijn om met veel vertrouwen en zin voor avontuur uit te kijken naar de marathon van Brussel aanstaande zondag? Aartsmoeilijk, dat kan ik je verzekeren. Bij mijn voorgaande acht marathons rolde ik van het ene in het andere project en verbaasde ik mezelf keer op keer. Het was niet altijd feest, maar het werkte duidelijk tussen de marathon en mij. Meer dan ooit heb ik daar nu ernstige twijfels over. Ik durf er niet van uit te gaan dat ik dat mijn oude kunstje nog eens kan opvoeren. 42,195 kilometer lopen: wie heeft dat ooit bedacht?

De twijfel groeit gestaag. Zo viel er tot op heden nog geen definitieve beslissing in het grote schoenendilemma. Ik slaagde er woensdag wel eindelijk in om dé lus (het nieuwe stuk van het parcours) in Tervuren eens volledig te fietsen. Variatie is daar het codewoord: grindweggetjes door het bos en brede straten door de villawijk. Dit alles overgoten met een rijkelijke saus van hoogtemeters. De vraag is of dat juist voor een positieve afleiding zal zorgen of toch vooral veel krachten zal kosten. Een bijkomende stressfactor is het weer. In het begin van de week meed ik elk weerbericht angstvallig wegens nog te onzeker. Koud en wisselvallig was het eerste verdict. Inmiddels werd dat bijgesteld naar koud, maar droog weer. Volgens Frank Deboosere gaan we de winterjassen dit weekend voor het eerst echt uit de kast moeten halen. Een winterjas maakt niet meteen deel uit van mijn outfit, maar als loper is kou niet per se nadelig. 8 graden is vooral bitter weinig voor die lieve supporters van mij.

Mijn parcourskennis is sowieso een voordeel. Dit is mijn derde Brussels marathon. Leer mij nog maar eens een nieuwe meter Brussel of Tervuren kennen. Ook mijn trainingen verliepen vlotjes. Ik ging vaak ’s ochtends lopen en verbaasde mezelf met het behoorlijke tempo dat ik schijnbaar moeiteloos liep aan een trage hartslag. De raceprognoses van mijn horloge bereikten ongekende hoogten, maar die indicaties moet je met een halve kilo zout nemen. Relativeren dat kan ik als geen ander. Als genieten en vertrouwen winnen voorop staan, hoe belangrijk is de tijd dan nog? Roep ik zelf ook niet altijd dat een marathon lopen een knalprestatie is ongeacht de tijd die het je kost? Ja, maar ik ben ook altijd de eerste om te zeggen dat je ambitieus moet zijn binnen je eigen mogelijkheden. De vraag is dus vooral of ik het nodig vind om überhaupt diep in het krachtenarsenaal te tasten. Het zou een mooie marathonwijsheid voor mezelf zijn. Twee jaar geleden leverde ik in Brussel een prestatie van formaat door zo eventjes 3:22 op de chrono af te tikken. Roos beschreef die race onlangs treffend als een dag waarop de marathonwetten niet op mij van toepassing waren. Laat ik zondag vooral uit gaan van mijn eigen kracht om die wetten te trotseren. Bovendien bulkt ook mijn supportersteam van de ervaring. Afspraak aan het altaar in het Jubelpark. Mr. Marathon, wij komen eraan.

Marathonpraat – Let’s taper!

Een marathon lopen is in principe eenvoudig: je moet je grondig voorbereiden en erop vertrouwen dat die trainingen hun werk hebben gedaan. De tapering of taperperiode is het laatste onderdeel van de marathontraining. Huh? Taperen betekent zoveel als in een punt uitlopen. Zo zitten tapered broeken bovenaan los en worden ze naar beneden toe smaller. Je marathonvoorbereiding bereikt dus de laatste fase. Die staat in het teken van afbouwen en rusten zodat je trainingen het scherpst van de snee bereiken. De Grote Marathondag is het puntje waar alles op uitloopt, een piek waar alles moet samenvallen.

De oogst van een training kan je pas zo’n twee weken nadien plukken en proeven. Met die wetenschap is het dus logisch dat je niet hard blijft doorgaan. Een intervaltraining in de week vlak voor de marathon kan je met andere woorden amper iets opleveren voor de dag zelf. Het kan je vooral afmatten en dat is juist niet de bedoeling. De intensieve trainingsperiode eindigt met de langste duurloop drie weken voor de grote dag. Vanaf dan loop je nog wel om in beweging te blijven, maar niet te lang en intensief. Er zijn verschillende richtlijnen over hoe je moet afbouwen. Ik loop de eerste taperweek zo’n 30% minder dan mijn gemiddeld aantal kilometers per week en de tweede week gaat daar nog eens 30% af. De laatste taperweek loop ik respectievelijk 8, 7 en 6 kilometer: in totaal een halve marathon.

Taperen is niet zo mijn ding. Laat mij maar trainingen uitdenken en afwerken. Laat mij puzzelen om mijn sportieve bezigheden in een week te proppen. Ik haal voldoening uit bezig zijn en naar een doel toe werken. Mijn activiteitsgraad is over het algemeen nogal hoog. Een rustdag waarbij ik met de beentjes omhoog in de zetel ga zitten en niets doe is een rariteit. Dat is niet iets om mee op te scheppen, want goed rusten is net zo belangrijk als goed trainen. In de intensieve weken van een voorbereiding zoek je je fysieke grenzen op om die te kunnen oprekken. Doe je dat te veel, dan zal je nog amper rendement halen uit je trainingen. Een lichaam dat uitgeput is, gebruikt alle energie om te herstellen en kan die niet gebruiken om te verbeteren. Een blessure loert dan om de hoek. Trainen is een evenwicht zoeken tussen (plank)gas geven en tijdig terugnemen.

In de taperweken blijf je dus in beweging, maar de intensiviteit en duur worden teruggeschroefd. Een grote aanpassing als je de voorafgaande weken heel veel kilometers hebt gedraaid. Bij mijn eerste marathon was ik zo gebeten dat ik mezelf tijdens de tapering bij wijze van spreken aan de tafelpoot moest vastketenen om niet de deur uit te gaan voor een kort rondje. Inmiddels kan ik mezelf al wat beter beteugelen. Het hoort nu eenmaal bij de aanloop naar een marathon. Een week vakantie voor de marathon kan helpen om uitgerust aan de start te staan. Minder lopen betekent namelijk niet per se dat je ook rust als je nog gaat werken. Ik liep al twee marathons in de paasvakantie waardoor ik dus een week rusttijd had. Dat viel tegen. Ik werd er rusteloos van. Mijn hoofd verkeerde in een permanente staat van hyperfocus waardoor rusten juist moeilijker werd. Gaan werken zorgt voor een vaste structuur en biedt mij de nodige afleiding.

Over drie weken zit mijn marathon er nu hopelijk op. Drie weken klinkt nog ver weg om echt te kunnen aftellen. Dat ik hier nu sta, voelt wel een klein beetje als een overwinning omdat ik in maart op één week van mijn tapering geblesseerd raakte. Vandaag liep ik een aangename 27 kilometer in herfstige sferen. Ik kon ontspannen lopen aan een behoorlijk tempo en zo volop genieten van mijn laatste echte duurtraining. Al zal er op sportief vlak genoeg te beleven zijn in mijn tapering met de mountainbike. Bovendien wil ik ook het vernieuwde parcours in Brussel gaan verkennen. De vijvers en het park van Tervuren worden niet meer belopen. De komende weken zal het wat zoeken zijn om een evenwicht te vinden tussen de loopbenen laten rusten en de fietsbenen blijven trainen. Als dat al mogelijk is. Rusten, niet overdrijven, rusten, matigen, rusten, temporiseren, luisteren naar het lichaam en er vooral zorg voor dragen: het wordt mijn devies voor de komende weken. Hopelijk draait het niet uit op een botte punt, maar op een vlijmscherpe piek.

Loperspraat – Van Brussel in rechte lijn naar Leuven

Stel je voor dat er een etappewedstrijd voor lopers zou bestaan. Een Tour de France bijvoorbeeld waar lopers met een verschillende bouw en specialisatie dagelijks strijden om de overwinning over diverse afstanden en ondergronden. Mega gespierde sprintkanonnen zouden dan ook uit de voeten moeten kunnen over een heuvelachtige halve marathon. Lichtgewicht marathonlopers zouden zich dan moeten bewijzen op een explosieve korte afstand. Zou iemand daar al ooit over nagedacht hebben? Er zijn wel marathons of atletiekmeetings die onder de noemer klassieker vallen, maar die hebben altijd een recentere geschiedenis dan pakweg een Parijs-Roubaix en dus ook een minder klinkende naam.

Op zondag 2 september liep ik mijn eigen loopklassieker. Een duurlooptraining in lijn: een specialleke om de geslaagde zomervakantie af te sluiten, iets met Brussel dus. Mijn idee was eerst om van Heverlee tot in Brussel te lopen en dan de trein naar huis te nemen. Toen ik dat aan mijn papa vertelde, merkte die fijntjes op dat het misschien logischer zou zijn om vanuit Brussel huiswaarts te lopen. Ik weet niet of alle papa’s dat hebben, maar de mijne kan in ieder geval heel terechte bedenkingen maken. Aankomen in Brussel leek me bijzonder, maar het is om verscheidene redenen minder aangenaam op de trein zitten na een duurloop dan ervoor. Bovendien dacht ik ook dat ik meer hoogteverlies zou hebben van Brussel naar huis dan omgekeerd. Spoiler: dat was niet het geval.

IMG_2945b

Zo haalde ik dus een week geleden mijn trailrugzak nog eens uit de kast. Dat was meer dan een jaar geleden, meer bepaald van de 50 km La Chouffe trail die ik vorig jaar liep in juli. Zonde eigenlijk dat ik hem sindsdien niet meer gebruikte, want ik vertelde hier al over al die keren dat ik één en al gedehydrateerd thuiskwam van een duurloop. Note to self: die rugzak met waterreservoir is echt wel praktisch voor een training en ik kan er ook mijn gsm en ander nuttig gerief in kwijt. Om 9 uur vertrok ik dus naar Leuven station. 4,2 kilometer later kwam ik daar aan. De proloog was een feit.

Om 10 uur kwam ik aan in Brussel Centraal. Een beetje onwennig toch om daar in bezwete looptenue te staan met alleen een bescheiden rugzakje. Het imaginaire startschot werd gegeven en ik vertrok meteen steil omhoog richting Wetstraat door het Warandepark. Ook zonder officieel loopevenement is het in Brussel rustig op zondagvoormiddag. Ik genoot van het eerste deel richting Jubelpark en dan verder over de Tervurenlaan. Het was ook nog eens perfect loopweer met een stralende zon die nog niet te hard scheen. Ik was overigens niet de enige sportieveling. Zowel in het Warande- en Jubelpark als op de Wetstraat en de Tervurenlaan waren er veel lopers op pad. Op een bepaald moment dacht ik zelfs dat ik in mijn fietspost over Brussel overdreven had met dat alomtegenwoordige en agressieve autoverkeer. Ik ontwaakte echter abrupt uit die droom toen er duchtig werd geclaxonneerd, een auto rakelings langs mij scheerde en een andere bestuurder op het zebrapad was gestopt voor het rode licht en dit weigerde vrij te maken.

IMG_2951b
Ik verzin dit niet: deze vijver langs de Tervurenlaan heet blijkbaar Lange Vijver en die daarnaast Ronde Vijver.

Het grote voordeel van deze training was dat ik de kilometers veel minder leek te voelen. Voor mijn lange duurlopen heb ik vaste toeren waar ik perfect weet hoe lang ik nog moet lopen vanaf elk punt. Die gewoonte werkt een zekere conditionering in de hand. Er zijn stukken waar het altijd zwaar is: of ik er nu 10 of 15 kilometer heb gelopen. Dat gevoel had ik nu helemaal niet. Ik moest het eerste deel vaak stoppen aan een verkeerslicht en daardoor had mijn biologische lopersklok weinig besef van het aantal gelopen kilometers. Ook aan mooie loopliedjes bleek een eind te komen.

In en rond het Park van Tervuren was het Gordelfestival volop aan de gang met tal van lopers en fietsers. Heel goed dat mensen samen aan het sporten gaan, maar geef mij maar verbindende lijnen in plaats van afscheidende cirkels. Het dappere lopertje moest dus ook door het Park lopen en het leek alsof de vijvers plots gegroeid waren. Niet dus, ik had mij weer maar eens mispakt. Je loopt niet eventjes door Tervuren, dat vraagt tijd. Ik voelde in één klap alle kilometers die ik al gelopen had. De laatste 12 kilometer waren dus minder comfortabel. Ik verkoos de weg binnendoor langs Leefdaal in plaats van de steenweg. Een logische keuze, maar het voetpad liep lastig: veel bulten, smalle stukken en vaak schuin aflopend. Wel een goede training voor mijn enkels.

IMG_2957b
De Mellaertsvijvers in Sint-Pieters-Woluwe

De virtuele finishboog van mijn loopklassieker stond aan mijn voordeur. Minder heroïsch dan in het wereldse Brussel, maar wel heel praktisch om gewoon thuis te zijn na 28,4 + 4,2 kilometer. Die hoogtemeters bleken dus helemaal niet in mijn voordeel te zijn en dat heb ik daags nadien gevoeld. Wat een race, wat een klassieker. Absoluut voor herhaling vatbaar!

Noot voor mijn trouwe volgertjes: gisteren verscheen er even per ongeluk een ietwat bizarre sneak preview van deze blogpost. Dat heeft een reden: ik heb deze post gebruikt om de verschillende fases van het schrijfproces in kaart te brengen voor mijn leerlingen. Ja kijk, je bent een leerkracht of niet. Een eerste opzet van dit bericht werd door een menselijke fout abusievelijk gepubliceerd. Sorry!

Het moment – Een fietsuitstap naar Brussel

Brussel heeft mijn hart veroverd sinds ik er de eerste keer de 20 km liep in mei 2014. Die belevenis heeft een diepe indruk nagelaten en van mij de loper gemaakt die ik nu ben. Lopen door Brussel is dan ook een uitzonderlijke ervaring. Ik wist niet dat onze hoofdstad zo groen en glooiend is. Brussel associeerde ik met overvolle en ongezellige winkelstraten, enkele teleurstellende toeristische hotspots en onveiligheid. Onbekend is onbemind, zo bleek maar weer eens. Ik vertelde al eens dat Parijs voor mij het Brussel van Frankrijk is, waardoor ik dus ook omgekeerd kan zeggen dat Brussel het Parijs van België is. Bruxelles, ma belle!

Ik liep inmiddels 2x de marathon van Brussel, 2x de halve, 4x de 20 km en 1x de 10 Miles van Elsene. Voldoende bewijslast om aan te tonen dat ik graag in Brussel loop. Mijn sportieve honger is echter niet zo gemakkelijk te stillen. Zoals dat ging met Tervuren, gebeurde het dus 2 jaar geleden ook dat ik eens met de fiets tot in Brussel reed. Ik deins namelijk niet terug voor een uitdagende fietstocht en het Jubelpark ligt op 25 kilometer van mijn deur, de Grote Markt op om en bij de 29 kilometer. In de zomervakantie van 2016 werd het een bijna wekelijkse uitstap, maar ook in het najaar fietste ik al tot daar. Ik neem jullie graag mee op virtuele fietstrip. Noot: liefde maakt blind, vergeet dat niet.

IMG_2852b

Het Park van Tervuren bevindt zich dus halverwege de route naar Brussel. Van daaruit gaat het verder over de Tervurenlaan. Dat stuk werd recent heraangelegd. Dikke kus voor degene die heeft beslist dat het fietspad daar wel een upgrade kon gebruiken. Waar je daar vroeger over een smal en hobbelig strookje vlak langs de drukke autoweg reed, is dit sinds kort een luxe fietspad: heel breed met een glad oppervlak en duidelijk gescheiden van het autoverkeer. Je kan hier als fietser niet anders dan lyrisch van worden. Deze fietssnelweg brengt je na een langgerekte klim tot bij Quatre-Bras ofte het Vierarmenkruispunt, dat ik vooral kende van de verkeersinformatie. Na enkele oversteken fiets je vervolgens het Brussels hoofdstedelijk gewest in over een glooiend fietspad dat langs de rand van het Zoniënwoud ligt. Het fietspad vol barsten toont aan dat hier nog werk aan de winkel is.

IMG_2844b

Na een welkome afdaling kom je uiteindelijk aan in Sint-Pieters-Woluwe. Voor de liefhebbers: daar bevindt zich het Trammuseum. Het verkeer wordt er drukker en je moet aandachtig de fietsbewegwijzering volgen. Mocht dit nog niet duidelijk zijn: met de fiets naar Brussel betekent continu berg op en berg af rijden. De laatste beklimming is de venijnigste. Ik liep mezelf al 8x in de vernieling op dit schijnbaar nooit eindigende stuk bergop van de Tervurenlaan en ik ben wellicht niet de enige. Met de fiets is het niet veel aangenamer. Ouderwets stoempen op de pedalen en vooral niet meteen denken dat je er bent: dat is de raad die ik kan geven. Tot daar plots licht opdoemt aan het einde van de tunnel en je het topje van het Jubelpark ziet. Ik zou haast zeggen dat dit een magisch moment is.

IMG_2723b

IMG_2725b

De fietsmarkering brengt je via een parallelle baan bij het Jubelpark. Jammer dat dit gewoon een autoparking is als er geen loopevenementen plaatsvinden. In het park zelf zie je altijd wel lopers en picknickers. Je rijdt Brussel nu binnen via het Schumanplein door de Europese wijk, waaronder het imposante Berlaymontgebouw. De militaire bewaking maakt duidelijk dat de internationale belangen van deze wijk enorm zijn. De autochaos is alom aanwezig. Het is heel bijzonder om hier met je fiets te cruisen, al helemaal als je over de Wetstraat langs het Warandepark rijdt. Vervolgens kan je kiezen om rechtdoor richting centrum te gaan of linksaf te slaan om zuidelijker af te zakken.

Tegenwoordig kies ik voor de tweede optie. Via Zavel rij ik naar het Justitiepaleis waar je een mooi uitzichtpunt hebt. Ik ga al eens langs voor wat shopping bij de geïntegreerde AS Adventure-Juttu winkel die zich in de buurt van het Louizaplein bevindt. Vervolgens fiets ik verder naar de Hallepoort om in de wijk Sint-Gillis aan te komen. Hier vind je de mooie boekenwinkel Les Yeux Gourmands en de Sint-Gilliskerk die op een gezellig plein ligt. Het is dan echt wel hoog tijd voor een rustmoment, wat ik altijd vind bij café Maison du Peuple. Een welverdiende 10/10 voor sfeer en gezelligheid en een uitgelezen kans om in gezelschap van een goed boek de cafeïnelevels weer op peil te brengen. Ik kan de flat white van harte aanbevelen. Het is dat ik nog naar huis moet rijden, maar anders zou een mojito mij daar ongetwijfeld smaken.

IMG_2746b

Bij deze lofzang hoort ook een kritische noot. Fietsen in Brussel is geen evidentie. Het stadscentrum wordt nog steeds gedomineerd door de auto. De meeste chauffeurs rijden er met hun beide voeten op het gaspedaal, met één hand op het stuur en één hand op de claxon. Dit neemt niet weg dat er wel degelijk is geïnvesteerd in fietsmarkeringen: op de meeste plaatsen is op het wegdek aangeduid waar de fietsers rijden en fietsroutes worden duidelijk aangegeven. Met de veiligheid van de zwakke weggebruiker werd echter bitter weinig rekening gehouden. Zo moeten fietsers vaak het rijvak van de bus volgen. Dat lijkt mij een gemakkelijkheidsoplossing: we kalken wat fietsjes op die baan en we hebben ruimte gegeven aan de fietser. De buschauffeurs zijn niet echt tuk op een occasionele fietser. Op straten met vier banen wordt voor een verkeerslicht een heel groot vak voorzien waar fietsers moeten plaatsnemen voor de auto’s. Ik kan je verzekeren dat het heel wat assertiviteit vraagt om daar als fietser moederziel alleen in plaats te nemen om van zodra het licht op groen springt als een duvel uit een doosje te vertrekken, terwijl je het aanstormende verkeer in de gaten houdt en probeert om niet in een tramspoor terecht te komen met enkele claxonnerende auto’s achter je als het niet snel genoeg gaat. Op een rotonde lijk je als fietser onzichtbaar te zijn. Je merkt aan de dappere aanwezige fietsers dat ze zich een assertief-agressieve attitude hebben aangemeten om zich te wapenen tegen het overheersende autogeweld. Bungeejumpen klinkt avontuurlijker, maar is bijlange niet zo gevaarlijk.

IMG_2744b

Fietsen in Brussel is dus een mogelijkheid voor ervaren en zelfverzekerde fietsers. Hou daar rekening mee. Ik reken mezelf wel tot die groep. Voor wie dat niet ziet zitten, biedt het openbaar vervoer voldoende mogelijkheden om je in Brussel te brengen en te verplaatsen. Een fietsuitstap naar Brussel stelt mij in ieder geval nooit teleur. Inspanning en ontspanning gaan hand in hand: zo heb ik het graag. Ik hoop dat de liefde tussen mij en Brussel nog heel lang mag blijven duren.