De gedachte – Over de zomer van 2024

Mag er nog een streepje zomer zijn tussen het herfstgevoel dat september domineert? Graag! Tijd voor een korte terugblik op de zomer van 2024, die toch wel wat anders dan anders was. Het was een mooie zomer. Met anders is helemaal niks verkeerd. Dit is wat me ervan zal bijblijven.

Ik zweette minder. Het weer was wat milder. Soms ronduit slecht, soms ook heerlijke zomertemperaturen zoals je die alleen in films ziet. Ik hou van de verschillende seizoenen en daarom ook aan de variatie in zomerdagen. Mij hoor je in ieder geval niet klagen als het eens wat wisselvalliger is. Niks zo goed tegen een zweetaanval als een verfrissend windje.

Ik ging naar Den Haag met Hans. Twee weken mochten we vakantie vieren in mijn – inmiddels onze – favoriete Nederlandse stad. En of dat goed was! We sleepten stapels boeken mee en lazen heel wat bij elkaar. We kochten nog wat extra boeken. We dronken koffie en wijntjes. We babbelden en lachten veel. We maakten wandelingen over het strand. We kregen gezelschap van Roos & Niko en gingen zwemmen in zee. Wat een leven!

TOKD9676

Ik liep in juli wat minder. Hoewel ik verbazingwekkend vlot de trap op en af kon na de Chouffe trail, voelde ik toch dat het tijd was om eens wat meer relatieve looprust in te lassen. Even dus niet meer trainen met een bepaald doel voor ogen, maar gewoon lekker gaan lopen. Al was het vooral “gewoon gaan lopen”. Het liep niet bepaald vlotjes in juli. Waarover later meer.

Ik ontdekte enkele literaire parels. Mijn leestrein maakte vaart in juli. Tijdens ons verblijf in Den Haag dook ik weer eens in de Italiaanse literatuur. Een absoluut hoogtepunt was Ballade van het bos van Maddalena Vaglio Tanet, een ontroerend verhaal over eenzaamheid en verbinding, een donker verhaal ook dat zich afspeelt in een bos, maar op de één of andere manier toch licht blijft. Net zo raak vond ik Mijn zusje en de zee van Donatella Di Pietrantonio, een boek over de onvoorwaardelijke zussenliefde en de zee: hoeveel mooier kan het zijn?

IMG_4642b

Ik was aan het werk. Bij Vedette Sport in Lier dus, waar ik heel veel leerde over loopschoenen. Ik kwam ook vrijwel meteen tot de vaststelling dat er nog ontzettend veel te leren valt en dat ik aan Stefanie en Geert twee heel waardevolle collega’s heb. Ik was (en ben nog steeds) zo in de ban van mijn nieuwe vakgebied dat ik vaak droom over een bepaald type schoen. Dat kan de Bondi van Hoka zijn, maar net zo goed de Guide van Saucony. Wordt vervolgd.

Ik leerde Lier kennen. Best wel een flinke stad met een echte winkelstraat en chique boutiques, zij aan zij met behoorlijk wat leegstand. De Zimmertoren bleek eerder klein te zijn, de Markt was dan weer groot. Tijdens mijn middagpauze zat ik al eens op een terrasje en werd ik fan van Feliks en Cabane, koffiebars waar je echt premium flat whites kan drinken. Een andere ontdekking was de inspirerende kunstenaarswinkel De Grote Kat.

Ik besefte dat niks zo heerlijk is als met de fiets gaan werken. Ik maakte amper kilometers op de fiets en wat vervloekte ik op den duur mijn autoritten van en naar Lier. Fileleed, een ongezien angstaanjagend onweer en een sterretje in mijn voorruit: een mens zou voor minder met tegenzin in de auto stappen. Fiets op en naar het werk, niets zo eenvoudig en ontspannend.

Ik ging naar Suikerrock. Samen met Hans, ons eerste festival. Al beschouwden we het eerder als een openlucht concert. Na het optreden van Joost was ik lichtjes overprikkeld, maar konden we gelukkig weer opgelucht ademhalen toen bleek dat Tienen niet bepaald storm liep voor onze hoofdact: Froukje. Op het Bietenplein maakte ze er een heel intiem, maar toch uitbundig feestje van. En zo werden wij nog grotere Froukje-fans dan we al waren.

Ik maakte uitstapjes. Met de zusjes trok ik naar Antwerpen voor de derde editie van het zussenweekend. 36 uur zusterlijk gezelschap, veel bijpraten, koffietjes drinken en vintage shoppen. Heerlijk herbronnen dus. Met de familie trokken we naar La Roche voor de Trail des Fantômes, een gezellig samenzijn in een typisch Ardens huis. Ondanks de onbetrouwbare wifi probeerden we de Olympische Spelen te volgen en hadden we een interessant gesprek over roddelen. Conclusie: bij roddels is het cruciaal dat de persoon in kwestie ze niet hoort. Onthoud dat!

IMG_4544b

Loperspraat – Twee zusjes op pad in Den Haag

Maart is de maand van de magnolia. Tijd dus om naar Den Haag te vertrekken en er de CPC te lopen. De City Pier City is een halve marathon waarbij je van de Haagse binnenstad over de boulevard, langs de zee en de pier loopt om dan weer de stad in te duiken. Een vaste waarde op de sportieve kalender. Niet alleen omdat het een prachtig evenement is, maar net zo goed omwille van het logeerpartijtje bij onze familie in Nederland. Roos stapte in de auto met een joekel van een reiskoffer en ook de marathon in haar benen nam wat plaats in. Mijn trolley was wat bescheidener van aard, fysiek heb ook ik al frissere tijden gekend. De laatste maanden spelen mijn rug en hamstrings steeds meer op. Trainen en kilometers maken lukt, maar de zeurende pijn moet ik op de koop toe nemen. Roos had eigenlijk wel zin om een PR uit de benen te schudden. Zelf wilde ik elk excuus aanwenden om niet de race van mijn leven te lopen. De CPC is al lang niet meer het orgelpunt van ons weekendje Den Haag. Veel familiale gezelligheid en gebabbel, koffietjes drinken op een terras en een bezoek aan vintageboetiek Zusjes maakten ons uitje compleet. Ik deel dan ook graag de 5 gedachten rond het sportieve gebeuren die bleven hangen.

Een applaus voor de strijdende loper
Roos vertrouwde me toe dat ze soms het Malieveld en de typerende skyline googelt als ze Den Haag mist. Het Malieveld (eigenlijk gewoon een gigantisch grasveld) herbergt het volledige evenementendorp. Er is altijd ambiance en we maken er ook altijd een rommelige foto van ons twee. Voorafgaand aan de halve marathon worden een 5 en 10 km wedstrijd gelopen. In afwachting van onze eigen start zetten wij ons in de laatste bocht om de staart van de 10 km lopers naar hun finish te schreeuwen. Zwaar afzien en ultiem loopgeluk kunnen heel dicht bij elkaar liggen. We lieten onze stem horen voor elke strijdende loper. Het deed ons beseffen welke weg we zelf hebben afgelegd. Ook bijzonder was de Ada die we luidkeels aanmoedigden en die ons met een subtiel handgebaar bedankte. Nadat ik op 1 maart afscheid moest nemen van mijn kat Ada beschouw ik dat toch als een teken dat ze erbij was (ook al had ze niks met mijn lopersleven).

Een indrukwekkende minuut stilte voor Kelvin Kiptum
Op 11 februari overleed de snelste marathonloper ter wereld op amper 24-jarige leeftijd. Kelvin Kiptum kwam om het leven bij een auto-ongeluk in Kenia. Dat hij nooit een sub-2 marathon zal lopen is jammer voor de sport, veel tragischer is zijn verlies voor de familie die hij achterlaat. In 2020 liep Kiptum de CPC loop in een hallucinant snelle 59 minuten en 58 seconden. Hij was er nu ook weer bij, in de gedachten van iedereen die het muisstil maakte in het startvak om nadien eens zo hard te beseffen wat een feest lopen is. Publiekslieveling Abdi Nageeye won de race trouwens in 1 uur en 21 seconden, een nieuw Nederlands record. Ook hij was wellicht met zijn hoofd bij KK.

Een snelle start, een instorting en een verrijzenis
Het moment van de start pakken is mijn handelsmerk waar menig loper uit mijn omgeving wel eens lacherig over doet. Geheel terecht, als duurloper moet je geen snelle start willen nemen. Ik probeer mezelf dus echt wel in te tomen: door nog steeds raketgewijs weg te schieten, maar niet meer door te willen duwen bij elke stap die ik zet. Kortom geen plankgas vanaf kilometer 1, maar op zoek gaan naar een soepele tred en me concentreren op mijn voeten die semi-moeiteloos over het asfalt tikken. 10 kilometer ging me dat behoorlijk goed af. Met kilometertijden rond de 4″00′ voelde ik de inspanning, maar ook wel dat de benenwagen behoorlijk bolde. Tot ik wat minder beschutting had van het pak en ik de wind begon te voelen. De moed zonk me in de schoenen. Mijn elegante cadans was veeleer hoekig gestamp geworden. Niet doorduwen, ik bleef het mezelf voorhouden, maar ik verloor terrein en dat hakte er mentaal even stevig in. Uiteindelijk beleefde ik wel een heropflakkering in de finale: vanaf kilometer 17 voelde ik me weer sterker worden en maakte ik wat tijd goed. Ik slaagde er zelfs nog in om te genieten van de allerlaatste rechte lijn richting finishboog.

Een beetje doodgaan is onvermijdelijk
Ik gaf mezelf 1u27 om mijn halve marathon te lopen, dat is het equivalent van het marathontempo dat ik in Antwerpen liep. Ik loop vaker halve dan hele marathons (wat op zich logisch is). Altijd weer kom ik tot de conclusie dat ik een betere hele dan halve marathonloper ben. Ik sterf vaker en met meer gevoel voor drama op een halve dan tijdens een hele marathon. Bij de halve afstand moet ik mezelf van in het begin tot een bepaalde grens pushen om daar dan voorzichtig tegenaan te gaan schurken. Soms lukt dat, soms helemaal niet. Bij de hele kan ik de eerste helft vertrouwen tanken en de bakens uitzetten om een zinderende finale in te gaan. Na de eerste helft van mijn halve marathons krijgt dat zelfvertrouwen gegarandeerd een knauw en vind ik het moeilijker om mentaal om te gaan met de afstand die ik nog moet afleggen. Ik finishte mijn 6e CPC uiteindelijk in 1:26:29, anderhalve minuut boven mijn PR, maar wel onder de vooropgestelde 1:27. Missie geslaagd. Ook Roos had een zware strijd geleverd, maar kon met marathon in de benen toch aftikken op een knappe 1:34.

Een windstille CPC bestaat niet
Voor iemand die van de zee houdt, heb ik hier nog niet veel over mijn momentje met de zee verteld. Enerzijds is een kilometer over de zeedijk lopen tijdens een wedstrijd niet minder dan magisch te noemen. Anderzijds is het vooral verschrikkelijk zwaar. De kilometers ervoor word ik altijd weer bij de lurven gegrepen door de wind. Zee en wind: het is een onafscheidelijk duo. Zelfs als je denkt dat er nu echt eens geen wind staat of dat het slechts een bescheiden zeebriesje is, dan kom je toch altijd bedrogen uit. Wel probeer ik de passage met zeezicht goed in me op te nemen. Ik ben er nooit rouwig om als ik dan weer mag afdraaien richting de stad om tussen de bebouwing in twee lange lijnen op de finish af te denderen.

Vergis jullie niet, het zal nog heel lang grote liefde blijven tussen het Malieveld, Roos en mij. Er valt altijd iets te beleven in Den Haag. Daarom met stip genoteerd in de agenda: 9 maart 2025!

img_3702b

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaar van 2024

Sneeuw schreeuwt erom belopen en bewandeld te worden. Elke kans om je sporen in – bij voorkeur ongerepte – sneeuw na te laten kan je dus maar beter met beide voeten aangrijpen. Wielen en sneeuw, dat is een heel ander verhaal. Ellende op de fiets was vorige week mijn deel, maar je zal me niet horen klagen over de winterprik die januari in petto had. Zes dagen op rij kon ik onder een stralende hemel over en door de sneeuw lopen dankzij het sneeuwbommetje dat ons land teisterde. Er gaat iets magisch uit van een sneeuwtapijt dat voor je uitgestrekt ligt. Ook als je niet meer goed ziet waar de gebaande paden liggen, maar wel zo ongeveer weet welke richting je uit wil. Net zoals het nieuwe jaar dat zich beloftevol aandient en een zee aan sportieve mogelijkheden biedt. Ik vertel graag wat meer over mijn voorjaarsplannen.

Na de drukke decembermaand lijkt januari op loopgebied altijd weer een maand van opbouwen te zijn. Hoewel ik kilometers blijf maken en mijn looptrainingen dus nooit stil liggen, voelt het toch alsof ik weer een draadje oppak dat is blijven liggen. De pijntjes van het vorige jaar verdienen nu echt een plan van aanpak. Rug recht en de blik vooruit. Plannen smeden en doelen stellen, samen met de loopmaatjes. Tijd om weer eens te voelen wat er nog in het vat zit. Training mode on. Dankzij Hans doe ik dat tegenwoordig over prachtige en gevarieerde routes en in het allerbeste gezelschap. Mijn eerste wedstrijd staat gepland op 18 februari. Dan zal ik de 26 kilometer lange Ferme Toer Trail lopen in Binkom, een mooi stukje Hageland niet zo gek ver van mijn deur. Een week later staat Roos aan de start van de Druivenmarathon in Overijse. Daar moet ik natuurlijk bij zijn, mogelijk om een kortere afstand te lopen, maar hoe dan ook om mijn zusje te steunen.

Op 10 maart zakken Roos en ik traditiegetrouw af naar Den Haag voor onze geliefde halve marathon, de CPC Loop. Ja, lieve lezers, Den Haag: dat het de stad is waar ik altijd een beetje thuiskom, dat weten jullie al. Wat ik nog niet vertelde, is dat ik er vorig jaar naast de officiële CPC Loop in maart (waar ik gemengde gevoelens aan overhield) ook nog 2 CPC’s in de zomer liep. De tweede helft van juli verbleef ik namelijk in Den Haag, onder andere om te bekomen van de La Chouffe Trail. Ik zou eens echt rust nemen en niet overdreven veel lopen, zo beloofde ik Roos. De eerste week ging dat goed: ik liep wat kortere rondjes over een pad door de duinen en een klein stukje over het strand. Tot ik plots op een onverwacht moment zin kreeg om het CPC parcours te lopen, een halve marathon dus. Ik bestudeerde het parcours nog eens aandachtig en probeerde het zo goed mogelijk te memoriseren. Mijn eerste poging was er één in de gietende regen en met twee kleine vergissingen. Ik gaf mezelf onder een stralende zon een herkansing de dag nadien. De adrenaline van de laatste lijn richting Malieveld en finish voelde ik net zo goed door mijn lijf razen, ook al liep ik braafjes op het voetpad. Deze twee extra CPC’s met parcourskennis had ik al op zak. De echte CPC leek toen nog eindeloos ver weg, maar inmiddels verbazingwekkend dichtbij. Zin in!

2024 zal op marathongebied in het teken staan van de grensverleggende buitenlandse marathon. Ik kijk natuurlijk uit naar mijn marathondebuut op de iconische marathon van Berlijn op 29 september. In het voorjaar staat er ook iets bijzonders te gebeuren: een marathon in Italië, jawel! Hans en ik zouden aanvankelijk de marathon van Düsseldorf lopen nadat we daar heel wat goeds over hoorden. Tot bleek dat die sinds 2 jaar niet meer georganiseerd wordt. Een klein dompertje dat binnen de 10 minuten werd opgelost met een nog mooier plan: de marathon van Milaan op zondag 7 april. Een authentieke stadsmarathon die een prachtige ronde door het hart van de stad belooft. Ze kunnen mij natuurlijk veel wijsmaken aangezien ik nog niet eerder in de Italiaanse modestad was. Mijn doel voor die marathon? In topvorm aan de start staan om alles te geven, maar vooral ook om er samen een mooi reisje van te maken met de nodige cappu’s en wijntjes, voor dan wel na de marathon.

Mogelijk pik ik in februari nog eens een cross mee. Het zou zonde zijn om die gloednieuwe (en inmiddels weer propere) spikes nu al aan de wilgen te hangen. Verder staan er nog twee oude getrouwen op de planning: de 10 Miles van Antwerpen, aangezien het stad sinds mijn marathonoverwinning nu ook een beetje van mij is. Wie weet dit jaar ein-de-lijk met Marike aan de start? Daarnaast – uiteraard – ook de 20 kilometer van Brussel, waar ik toch een klein rekeningetje te vereffenen heb na mijn frustraties van vorig jaar. Met stip genoteerd op mijn supporterskalender: de Jogclub Ultra op Paasmaandag met trailtandem Roos en Joni aan de start, een wedstrijd van 58 (mogelijk modderige) kilometers over het mountainbikeparcours Seppe Odeyn. Voilà, bij deze verklaar ik ook het blogjaar 2024 officieel voor geopend. Dat het ons veel stof tot vertellen mag brengen!

Klein geluk #6 aan de Noordzee

Ze zeggen dat je ofwel voor de zee ofwel voor de bergen bent. Kiezen is soms verliezen. Aangezien ik dankzij mijn trailervaringen ondertussen een klein beetje kind van de bergen ben geworden, ben ik diep in mijn hart toch het meest een meisje van de zee. Ik heb van de bergen en hun hellingsgraad leren houden. De bergen zijn imposant, ietwat desolaat en altijd oppermachtig, maar mijn band met de zee dateert van mijn vroegste jeugdherinneringen*. De Noordzee blijft indruk maken op mij. In juli kon ik weer vakantie nemen in Den Haag, waar ik op een paar kilometer van het Zuiderstrand verbleef. Laat één ding duidelijk zijn: voor de betere zee-ervaring moet je in Nederland zijn waar zand en zee nog ruimte krijgen, de dijk een boulevard is en de duinen prachtige fiets- en wandelpaden herbergen. Daarom een lijstje met mijn kleine gelukjes aan de Noordzee.

  • eb en vloed, als kind vond ik het zowel fascinerend als onpraktisch, in mijn drukke planning moest ik rekening houden met een concept waarvan het nut me ontging, de fascinatie is overeind gebleven en het woord “getijden” is sowieso een overpeinzing waard
  • golven maken van de zee de zee en geen grote plas water, en ja – ik weet het – dat is wetenschap, maar ik kan nog steeds naar de golven staan kijken alsof het een bovennatuurlijk verschijnsel is dat ik voor de eerste keer aanschouw
  • het schuim van de zee is niet het soort schuim dat je in je bad wil, het is schuim van de natuur, schuim dat zo dik kan zijn dat het aanspoelt op het strand of zelfs in dikke vlokken wegwaait
  • als kind was mijn favoriete strandactiviteit schelpen zoeken, ik kon heel lang wroeten en turen in een hoop schelpen om er de meest kostbare uit te vissen voor mijn verzameling (als ik wenteltrapjes vond was mijn dag geslaagd), uit nostalgie neem ik nog steeds altijd wat willekeurige schelpen mee
  • met zand ga ik niet meer actief aan de slag om kastelen te bouwen, wel kijk ik graag hoe anderen het aanpakken en hoe ze met vuur hun fort verdedigen (je kan er niet omheen dat dit een papa-ding is)
  • ik hou nog steeds van sporen zoeken, volgen en zelf maken: zowel in ongerepte stukken zand, als in een volledig omgewoeld strand
  • blote voetjes in het zand is een must, of het zand nu droog, medium-nat of modderig-nat is: aan water geen gebrek om ze af te spoelen
  • het woord strandwandeling dat schreeuwt gewoon gezelligheid en romantiek, ook als je in je eentje bent, met of zonder zonsondergang
  • (hard)lopen langs en over het strand, met de wind pal op de neus of in de rug, ik krijg daar altijd kriebels in mijn buik van, hoe zwaar het ook kan zijn
  • honden die over het strand lopen lijken altijd blij te zijn, of ze nu wel of geen stok met zich meedragen: je herkent ze aan hun glimlach van oor tot oor
  • de duinen waren in mijn kindertijd nog vrij toegankelijk, hier kon ik praktisch gezien weinig mee wegens te veel zand, wat me altijd zal bijblijven is het educatieve verhaal van helmgras (het woord alleen al)
  • ik zat in familieverband nooit achter een windscherm of onder een parasol, wij waren de actieve familie die genoeg had aan een groot deken als uitvalsbasis om ons zandspeelgoed uit te stallen
  • in mijn tienerjaren hield ik ervan om te lezen op het strand (een keienstrand langs de Engelse kust leende zich daar uitstekend toe), inmiddels mis ik dan toch een stuk meubilair om mijn rug te ondersteunen
  • de vedetten van de zee dat zijn natuurlijk de meeuwen die heer en meester zijn over het water en het zand, niets ontsnapt aan hun nauwlettend oog, het zijn zowel voyeurs als dieven als luchtkunstenaars
  • zwemmen in zee is mijn ding niet (meer), ik kan wel met veel verbazing kijken hoe anderen zich bezighouden op het water: met een scherm, een plank en de wind kan je echt heel veel, al vraagt het wel wat oefening
  • dé Nederlandse ontdekking dat is het strandpaviljoen, in de volksmond de strandtent genoemd: met zicht op zee een glaasje drinken, wat wind erbij, altijd genoeg om naar te kijken, wat een leven!
  • mijn liefde voor de zee weerspiegelt zich tegenwoordig ook in een liefde voor maritiem geïnspireerde kleding, denk: streepjes, schelpen, ankers en een heerlijke retro-vibe
  • het geluid van de zee mag er absoluut wezen, maar aan zee naar een liedje over de zee luisteren is ook aan te raden: mijn favorieten zijn Gente Di Mare van Umberto Tozzi, De zji van Ertebrekers, Heist aan Zee van Bart Peeters en natuurlijk La mer van Charles Trenet
  • als ik in Den Haag naar zee fiets, voel ik meter per meter dat ik mijn doel nader: door de toenemende wind, de zilte geur en de woningen die er steeds meer “zees” gaan uitzien
  • ik heb nooit begrepen waarom mensen, van zodra het maar een beetje warm wordt, in de auto stappen en naar de zee rijden: als kind leek de autorit naar zee alsof we op wereldreis waren, de opluchting als we er ein-de-lijk waren was er eens zo groot om

*we spreken over de tijd dat een appartement op de dijk van De Haan in de paasvakantie nog betaalbaar was voor een modaal gezin met vier kinderen

IMG_2297b

IMG_2293

IMG_2538b

IMG_2484b

IMG_2546b

De race – Het ging toch weer hard in Den Haag

De CPC Loop in Den Haag is altijd weer een feest, eentje waarbij je niet zelf de slingers moet ophangen. Op zondag 12 maart stond de 47e editie op het programma. In 2016 namen Roos en ik voor het eerst deel aan de halve marathon van de CPC. Inmiddels kan ik over elke editie wel een verhaaltje bedenken waarom net die zo onvergetelijk was. Zo was mijn laatste CPC nog maar een half jaar geleden: een zonovergoten najaarseditie, samen met Sam aan de start. Dit jaar was Roos weer van de partij en zakten we traditiegetrouw op zaterdag al af naar het prachtige Den Haag. Gedreven door onze honger naar loopavontuur én onze liefde voor die stad. Ik zou ons echt de Belgische ambassadeurs van Den Haag willen noemen. We komen er natuurlijk letterlijk een beetje thuis bij onze familie die er woont, maar Den Haag heeft werkelijk alles in huis om er een geweldige tijd te beleven. Met of zonder loopevenement.

We moesten er dit jaar wel wat voor over hebben om Den Haag te bereiken. Om verkeerschaos ten gevolge van klimaatbetogingen en boerenprotest te vermijden was het zaak om vroeg te vertrekken. Dat moet je ons geen 2x zeggen: vroeg is dan ook echt vroeg. Zo vroeg dat wij om 10u de eerste klanten waren bij mijn favoriete Café Emma op het Regentesseplein. Zo kon ook Roos eens aan den lijve ondervinden dat de bediening daar echt naar een hoger niveau van jovialiteit wordt getild. Het zonnetje scheen, wij waren in Den Haag bij onze familie. Onze dag kon kortom niet meer stuk. We aten taart en dronken koffie. We gingen voorraadjes inslaan bij de Albert Heijn. We lieten ons werkelijk overal prikkelen en inspireren zodat ook onze creatieve batterijen volop werden opgeladen.

IMG_0933b

Zondag was het weer minder gunstig: druilerig grijs met wat wind en kans op lichte regen. Eigenlijk krijgen we dat weertype elke CPC voorgeschoteld. Een grijs wolkendek heeft niet per se een negatieve invloed op je loopprestaties, een beetje regen ook niet. Wind is een ander verhaal, de wind kan echt een spelbreker zijn. Roos en ik zitten allebei in het staartje van de weg naar ons voorjaardoel. Ik stoom me klaar voor de marathon van Rotterdam, Roos waagt zich een weekje eerder aan een ultraloop van 59 kilometer. Ze had naar eigen zeggen nog een rekening te vereffenen met de CPC. Haar doel was om een nieuw record op de halve te laten optekenen en dus onder de 1u40 te duiken. Bij mij zou het erom spannen: mijn missie was om zo dicht mogelijk bij die 1u25 te blijven, maar ik wist ook dat mijn marge beperkt was. Als ambassadeurs van Den Haag hadden we echter nog een invité warm kunnen maken voor een eerste kennismaking met de CPC. Niemand minder dan Pieter (die soms wel de familienaam Van Houffalize lijkt te hebben) vervoegde ons team, samen met zijn immer enthousiaste ouders Erwin en Sybille. Pieter zou zijn eerste officiële halve marathon lopen en had dus evenzeer zin om eens goed uit te pakken.

Omdat ik in september 6 seconden onder de 1u25 wist te blijven, kon ik me inschrijven als subtopper. Een bescheiden mijlpaal in mijn even bescheiden loopcarrière. Met een polsbandje kreeg ik toegang tot de aparte subtop-kleedruimte. Een kwartier voor de start zouden we dan samen naar het startvak vertrekken. De koukleumtijd van een subtopper moet natuurlijk tot een minimum beperkt blijven. We kregen bananen en drankjes aangeboden, maar verder moesten we het ook gewoon doen met een krappe houten bank. Helaas kan ik weinig spannends vertellen over de voorbereiding van subtoplopers. Ze kleden zich gewoon om en bevestigen hun borstnummer met veiligheidsspelden. Sommigen maakten wel wat opmerkelijke opwarmingsbewegingen. Ik zat erbij en keek ernaar. Mijn pre-race-ritueel bestaat uit babbelen met Roos en dat miste ik nu. Wat opviel was dat werkelijk elke loper Vaporfly’s droeg: de ultrasnelle schoen van Nike. Ook ik trouwens! Het zou de vuurdoop zijn van mijn blauwe snelheidsduivels in wedstrijdverband. Ik zag dat je die veters met precisie moet strikken en dat je de lussen dan wegwerkt onder de veter zelf (zodat je er niet in verstrikt geraakt?!) 15 minuten voor de start komen we volgens planning aan bij het startvak, waar nog plaats is voorzien om op te warmen. Tja, dat doe ik nooit, maar nu voel ik toch druk om met mijn meest krachtige pas wat op en neer te lopen. Het is onvermijdelijk dat ik helemaal vooraan in het startvak beland. Achter mij wemelt het van de snelle mannen die als gekken staan te drummen om aansluiting te vinden bij de kop van de race, waar ik tegen mijn wil in ook bij hoor. Starten bij de subtop: het is een ervaring op zich, maar wel eentje van stresserende aard.

f9bfac2a-a211-4423-b65d-460b9b7ed9be

Als de rode vlag de lucht in gaat, is het nog een minuut tot de start. Nooit eerder stond ik zo oncomfortabel tegen anderen aangedrukt te wachten. Eindelijk weerklinkt het startschot! Mijn raceplan is eenvoudig: snel, maar niet té snel vertrekken, dat is wat ik moet doen als ik 21,1 kilometer lang rond de 4’00” per kilometer wil lopen. De zon schijnt voorzichtig, maar mijn voeten zijn bevroren. Daardoor lijk ik de eerste kilometers geen voeling te hebben met mijn lichaam. Ik loop gewoon met de massa mee. De wauw-factor die ik in september had is er niet. Waar ik op training het gevoel had te vliegen met die Vaporfly’s, lijkt het nu alsof ik op slappe turnpantoffels loop. Een echt lekker begin is dit niet. Vandaag zal het niet moeiteloos gaan. Mijn neef Maarten is reporter en supporter ter plaatse. Hij fietst een stukje mee om live verslag te kunnen geven aan de familie in België. Hem wacht de aartsmoeilijke opdracht om drie lopers met verschillende tempo’s aan te vuren, een missie waar hij wonderwel in zal slagen.

Na 5 kilometer kan ik niet anders dan conclusies trekken: er is verdorie veel wind en die wind waait verdorie recht in mijn gezicht. Ik moet nu al werken om mijn beoogde tempo te halen, wat in deze fase van de race eigenlijk niet zou mogen. Vandaag is het kortom niet mijn dag om een besttijd neer te zetten. Ik verkondigde al vaak dat de halve marathon één van mijn favoriete wedstrijden is omdat je zowel duur als snelheid combineert. Anderzijds is het ook één van de meest verraderlijke afstanden, juist om diezelfde redenen. Na 8 kilometer tegenwind besef ik dat ik nog een lange weg te gaan heb. Ik kan geen beschutting vinden in een groepje, want die lijken er niet te zijn. Ook kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ik vandaag toch eerder de prooi dan de jager ben. De wind zal wel eens draaien, het tij zal niet keren. Ik stel mijn doel bij naar een gemiddelde onder de 4’05”. Ik wil vooral weer het goede gevoel te pakken krijgen, een comfortabel ritme vinden waarbij ik de controle heb over hoe snel er gelopen wordt. In theorie klinkt dat eenvoudiger dan wat het in werkelijkheid is. Een lopend lichaam laat zich namelijk niet aansturen als een auto waarbij je het gaspedaal wat kan lossen of verder indrukken. Ik wil een tempo aanhouden zonder krampachtig tegen de wind in te beuken. Na een kilometer of 10 lukt dat te midden van de woonwijken al wat beter. Echt soepel is mijn tred niet, maar ik vind wel een tweede adem.

Als ik na 14 kilometer richting de boulevard loop, heb ik mezelf weer wat teruggevonden. Langs de zee heb ik de wind in de rug, al loopt het daar ook niet echt lekker over een oplopend stuk en een bakstenenpad is erg mooi, maar efficiënt loop je er niet op. In tegenstelling tot vorig jaar vind ik hier wel mijn derde adem. Een dag ervoor had ik het met Roos over wat de finale van een halve marathon is. Volgens mij was dat kilometer 18. Ik zou dat nu bijstellen naar kilometer 17,5: naar analogie met de beruchte km 35 van de marathon. Als ik van de pier weer afdraai richting de city (City-Pier-City!) begin ik aan mijn finale. Het lukt me wonderwel om mijn hoofd boven water te houden en nog stevige kilometers af te tikken. Met dank ook aan de aanmoedigingen van Maarten. De laatste rechte lijn richting Malieveld lijkt zoals steeds oneindig lang. Ik pers er nog uit wat erin zit en word richting finish gestuwd met de steun van Erwin en Sybille. Ik klok uiteindelijk af op 1:26:07 en een gemiddelde snelheid van 4’03” per kilometer. Missie toch wel geslaagd.

Aanvankelijk voel ik wat teleurstelling. Simpelweg omdat ik trager ben dan in september. Gezien de omstandigheden denk ik echter niet dat het vreemd is dat ik per kilometer 3,5 seconde meer nodig had. Ik loop nog steeds top 50 bij de vrouwen, ik ben bovendien de eerste Belgische en ook nog eens zesde in mijn leeftijdscategorie. Het zou ronduit belachelijk zijn om hier ontevreden mee te zijn. Na de finishzone word ik meteen omringd met de goede zorgen van de familie Van den Borre. Pieter finishte in een straffe tijd van 1:20:48. Volgens de app gaat Roos op dat moment nog als een malle tekeer om haar PR te verpulveren. Het is namelijk Roos Odeyn die de knalprestatie van de dag levert: met 1:35 rond loopt ze haar record in gruzelementen. SIA-gewijs liep zij Unstoppable door de Haagse straten, als een Porsche zonder remmen, zonder batterij, op 100% beenkracht en windenergie. Pieter en ik konden niet anders dan het hebben over die vreselijke wind. Waarop Roos verwonderd vroeg: was er wind dan? Om het sportbulletin van de dag te vervolledigen: Sam liep in Gent een halve marathon in de elite-wave Bashir Abdi achterna. Met een sterke 1:18:18 verbeterde hij zijn PR met 7 seconden en ja hoor, ook bij hem was er sprake van een windverhaal.

Roos droeg haar PR op aan haar peter Julien die exact een jaar geleden overleed. Julien was een fervent (marathon)loper, een prachtig en toepasselijk eerbetoon dus! Ook om een andere reden waren we een klein beetje in de rouwsfeer ondergedompeld. Onze favoriete webshop waar we de laatste jaren al onze Nike loopschoenen en dito kleding aan scherpe prijzen konden kopen ging die week ter ziele. Onze nieuwste outfitaanwinsten voelen nu als relikwieën uit vervlogen tijden. Vertrekken in Den Haag doet altijd een beetje pijn. We stapten zondagavond dus weer in de auto. Goed volgeladen met onder andere twee fietsen, heel wat bagage en een voorraadje Tony’s chocolade en appelstroop. We konden weer een onvergetelijk hoofdstuk toevoegen aan ons CPC-boek. Op naar het volgende avontuur: de halve marathon in en rond de Gentse binnenstad!

IMG_0941b

Loperspraat – 20 vragen over het voorjaar van Roos

Moeten er nog vragen zijn? Jazeker en maar liefst 20 stuks aan het adres van mijn niet zo kleine zusje Roos. Over haar leven en lopen nu de eerste twee maanden van het nieuwe jaar achter de rug zijn. Over het kleine geluk en de grote dromen. Stof genoeg om al eens te kijken naar wat 2023 bracht en hopelijk nog brengen zal. Ik doe altijd mijn best om mijn familieleden niet té veel te belasten met al die vragenstellerij, maar ik kreeg nu toch weer te horen dat sommige vragen moeilijk waren. Aan de antwoorden is daar in ieder niks van te merken.

Heb je dit jaar al geskeelerd?
Spijtig genoeg nog niet. Je hebt een combinatie van droge en schone wegen nodig. Dus geen bladeren of modder en geen nattigheid. Skeeleren is ook het veiligst in daglicht dus de weekdagen vallen ook al weg. Ik hoop er snel weer mee te kunnen starten.

Hoe gaat het op je werk?
Prima. Weer lekker druk. Ik had sinds januari veel werk met wat extra opdrachten, die zitten er voorlopig op.

Welk loopevenement wil je nooit (meer) missen?
De CPC is altijd zo een leuk weekend, een blijvertje. Maar de loop zelf viel al vaak tegen. Nog nooit echt kunnen schitteren. De 20 kilometer van Brussel blijft mijn lievelingswedstrijd, want daar is alles begonnen. Ook al erger ik me elk jaar blauw aan de wandelaars en buggy’s tussen de lopers, het is zo een fijn evenement!

Op maandag 10 april loop je De Jogclub Ultra van maar liefst 59 kilometer. Waarom?!
Na Parijs vorig jaar wou ik geen nieuwe marathon meer plannen omdat die naar mijn idee boven verwachting goed was geweest. Ik had ook zoveel plezier beleefd aan het supporteren bij de marathon van Berlijn en later Amsterdam dat ik me prima voelde in die supportersrol. Maar anderzijds geeft dat aanschouwen toch altijd een prikkel om er weer zelf voor te gaan. Met dat getwijfel in mijn hoofd kreeg ik aan het einde van het jaar een stevige sinusitis te pakken en een geforceerde tussenribspier, dat bleef maar aansleuren en ik had het gevoel al achterstand te hebben in mijn trainingen alvorens te zijn gestart. Toen ik me uiteindelijk ging inschrijven was de marathon van Rotterdam uitverkocht. Toen besliste ik om de Jogclub Ultra mee te doen. Het voelt nu niet aan als een plan B, maar als een plan A. Het is ook weer een nieuwe uitdaging, je kan het dus niet beter of slechter doen, wat het ook wel minder stresserend maakt.

Wat was je zwaarste training tot nu toe?
Mijn 25 km loop. Niko zijn geweldig pannenkoekenontbijt wierp al na enkele kilometers op, de stukjes bos die ik had gepland, vielen me meteen zwaar. Ik had geen echte route uitgestippeld dus moest vaak stoppen om me op mijn gsm te oriënteren. Toen ik uiteindelijk de weg gevonden had, kwam de wind opsteken en kwam daar nog regen bij. En toen begonnen mijn darmen te rommelen, vreselijk! Ik was zo blij toen ik ons huis zag staan.

Welk type trainingen voelen nooit als een opgave?
Wanneer de zon schijnt, de benen fris zijn en Spotify de perfecte sfeer creëert. Ik kan al lopend DJ’en. Dan dwalen mijn gedachten weg en kan ik over alles dromen, denken, plannen maken… Geweldig!

Wat vind je het leukste en wat het moeilijkste aan trainen voor een groot doel?
Een doel motiveert om weer kilometers te tellen en extra te lopen. Je klaarstomen voor een groot doel is iets bijzonders. Het vraagt toch altijd wat planning en organisatie. Elke zondag is het weer kijken: wanneer ga ik wat lopen en hoeveel? Als je dan eens veel andere bezigheden hebt in een week dan vind ik het echt een uitdaging. Maar uiteindelijk lukt het dan toch altijd om de kilometers te lopen zoals gepland, ook al moet je daar soms vroeg voor opstaan of na het werk nog lang voor lopen.

Loop je soms in gezelschap?
Niko vervoegt me steeds vaker. Sinds kort ook Joni, onze nieuwe loopvriend en voetbalvriend van Niko. Altijd leuk om samen te lopen. Al moeten de tempo’s wel matchen. Sorry meisje, maar lopen met jou is echt afzien!

Liep je al in korte broek?
Nee, wel al in T-shirt.

Wat verwacht je volgende week van de CPC halve marathon in Den Haag?
Ik heb het even opgezocht en ik heb er nog nooit een echte toptijd neergezet. Daar hoop ik verandering in te brengen. Ik heb zin om eens echt te scheuren door die straten van Den Haag. Ik heb zelfs een beetje een wedstrijdplan gemaakt. Al hoop ik dat die tussenribspier niet weer gaat verzuren.

Zien we je ook weer aan de start in Houffalize?
Tuurlijk.

Als tijd, geld en middelen geen probleem zijn, wat is dan je grootste (en stoutste) sportieve droom?
Heel moeilijke vraag. Ik dacht eerst aan meer kleding van Saysky, haha. Weinig ambitieus ben ik precies. Uitdagingen zoals de marathon van New York of Boston zeggen me niks, alsook die extreme uitdagingen zoals Marathon des Sables. Misschien dan eerder een bijzondere natuurloop in de bergen, al heb ik een hekel aan bergop lopen.

Wat eet en drink je vlak na een zware training?
Chocomelk en dan gewoon waar ik heel veel zin in heb. Dat kan variëren. Ik heb nog wel wat te leren qua voeding, denk ik.

Welke songs kleuren het begin van 2023?
Out of My Head van First Aid Kit staat op repeat. Verder probeer ik me in te luisteren op Rock Werchter 2023.

Welke kleur droeg je dit jaar al het vaakst?
Haha, geen antwoord mogelijk. Hetzelfde als altijd denk ik.

Las je dit jaar al een boek?
Ik las heel wat vakliteratuur en begon in een boek. Ik zit toch al 10 pagina’s ver.

Wie zijn je favoriete masked singers?
Champignon en Hippo.

Op welk DIY-project ben je het meest trots?
Onze zelfgemaakte dierenmagneten voor Emils 1e verjaardag vind ik fantastisch goed gelukt. Mijn wilgenhut in de tuin is ook best geslaagd. Verder is mijn jeans broekpak een parel in wording.

Hoe vierde je de 1e verjaardag van Emil?
Met frieten en stoofvlees. Hij was wat slechtgezind op zijn verjaardag, maar dat is helemaal oké. Ik heb geklonken met zijn papfles. Mijn eerste jaar als meter zit er dus op. Ik neem mijn rol best ernstig.

Welke eigenschappen van je familieleden benijd je het meest?
De snelheid, de discipline en de kracht die Joke en Seppe hebben op sportief vlak. Een vat dat nooit leeg kan zijn. Altijd blikken karakter in de berging. Ons Marietje is dan weer specialist in het leiden van een chaotisch leven: ze kan met één schoen aan haar hele huishouden doen en dan pas de tijd nemen om haar tweede schoen aan te doen. Hilarisch, maar uiteindelijk deinst ze daardoor nooit terug voor nog meer chaos en krijgt ze ook alles geregeld. Ze is veel onbevreesder. Mama en papa zijn daar weer echt het voorbeeld van de kleine gelukjes. Hoe je leven geweldig kan zijn als je er samen in slaagt om de perfecte compost te maken.

Het volledige team van Jokeloopt bedankt je en wenst je nog een schitterend voorjaar toe, Roos!

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaar van 2023

Ik zou niet graag als januari door het leven gaan. Geen enkele andere maand krijgt zoveel gesakker te verduren. Er is opvallend veel gezucht aan het begin van dat nieuwe jaar. 31 dagen waarin het onvermijdelijk winter is en de zomer nog lichtjaren ver weg lijkt te zijn. Het kan sneeuwen, regenen en hard waaien. Ik heb het eigenzinnige karakter van januari echter heel erg leren waarderen. Het is een maand die beloftes inhoudt. De maand van Gedichtendag ook en heel wat jarige vriendjes. De maand bij uitstek om plannen te maken, te dromen van meer en een goede basis te leggen voor wat nog komen zal. Januari dat is de draad weer oppikken. De zon die ook gewoon weer gaat schijnen. Het leven dat z’n gangetje gaat.

Op sportief vlak is januari voor mij altijd een maand waarin ik me weer op en top loper voel. Fietsen is dan een leuk extraatje. Een aangename manier om me te verplaatsen tussen Tienen en Leuven of de omgeving te verkennen. Ondanks de soms barre weersomstandigheden voelt fietsen dan niet als training. Zo maakte ik al weer kilometers met de mountainbike (Juan dus) die volledig gerecupereerd is van zijn Hel-avontuur. Mijn eerste rit van het jaar was meteen goed voor 112 kilometer waarvan een 20-tal in het gezelschap van Seppe die ik als bij toeval tegenkwam in Tervuren. Tony kreeg dan weer een noodzakelijk groot onderhoud cadeau om te kunnen shinen op zijn 1e verjaardag. De steenweg vraagt veel van een fiets. Ja, ik fiets dus nog, beleef er ook plezier aan, maar mijn sportieve DNA is en blijft dat van een loper. Januari is overigens ook altijd een maand waarin ik opvallend vaker in gezelschap ga lopen en dan besef hoe fantastisch het is om dat samen te kunnen doen. Aan mijn dierbare loopvriendjes: graag meer van dat!

Mijn eerste wedstrijd van het jaar heb ik ook al achter de rug: de 21 kilometer lange Hageland run in de omgeving van Holsbeek. Met 500 modderige hoogtemeters meteen een stevige binnenkomer. Ik finishte als tweede en hoewel ik trager liep dan vorig jaar (modder!) kon ik wel met volle teugen genieten van het sportieve jaar dat zich weer op gang trekt. De volgende wedstrijd dient zich pas in maart aan. Dan trek ik samen met Roos naar Den Haag voor de CPC Loop die dit jaar weer als vanouds in maart doorgaat. De CPC, wat kan ik er nog over zeggen? Dat het een unieke halve marathon is? Dat Den Haag een geweldige stad is? Dat ik altijd weer blij ben als ik daar naartoe kan gaan? En oh ja, dat ik dankzij mijn snelle tijd van in september (5 cruciale seconden) me als subtopper kon inschrijven? Een absolute primeur! Het wordt vooral ook uitkijken naar Roos die erop gebrand is te knallen in de Haagse binnenstad. Ik hoorde haar al meermaals zeggen dat ze nog iets recht te zetten heeft in Den Haag. Wordt ongetwijfeld vervolgd dus.

Het piekmoment van het voorjaar is traditiegetrouw de maand april (een maand die ik wel graag zou zijn). Op 16 april staat de marathon van Rotterdam op het programma. Mijn 16e marathon, mijn derde keer Rotterdam waardoor die stad zich bij Brussel en Parijs kan voegen om samen mijn illustere Big Three te vormen. Rotterdam herbergt een marathon die tot de verbeelding spreekt. Een bijzonder snel parcours met vooral een ongeziene sfeer. Elke keer weer ook een ongeziene lijdensweg langs de Kralingse Plas en een even onvergetelijke finish op de Coolsingel. Rotterdam is één groot loopfeest. Sam staat er trouwens ook weer aan de start, net zoals de gebroeders Van Roy. Roos wilde zich eigenlijk graag inschrijven, twijfelde door de ziektekiemen die door haar lijf woedden om dan vast te stellen dat de marathon al was uitverkocht. Ze schakelde snel en besloot om voor De Jogclub Ultra te gaan op maandag 10 april: maar liefst 59 kilometer lopen over de mountainbikeroute van Seppe in het Herentse. Ik kijk er naar uit om eens voor haar paraat te staan langs de kant van de weg. Om haar vooruit te schreeuwen en te volgen. Ook dat zijn sportieve plannen waar een mens naartoe kan leven.

Ik ga er de komende weken alles aan doen om dat lichaam van mij in topvorm te kneden zodat ik in Rotterdam een gooi kan doen naar de magische sub-3. Een marathon lopen in minder dan 3 uur dus. Om dat doel te bereiken moet ik per kilometer 2 seconden sneller lopen als in Amsterdam. Dat is veel én weinig tegelijkertijd. Ik trek me op aan het feit dat marathonmeester Eliud Kipchoge op 37-jarige leeftijd een wereldrecord liep op de marathon in Berlijn. Amper een week na de marathon sta ik met mijn twee zussen aan de start van de 10 Miles in Antwerpen. Een plan dat in de koelkast stond sinds 2020 (en waar Marike dat jaar haar eigen invulling aan gaf) zou dus 3 jaar na datum realiteit te worden. Een gezusterlijke Odeyn-trein op Antwerpse bodem, dat moet waanzinnig zijn!

Verder volgt er hopelijk wat trailplezier met echte bergen, een 20 kilometer door Brussel en een stratenloopje hier en daar. Geloof me maar als ik zeg dat elk seizoen een loopseizoen is. Ik verklaar de jacht op avontuur, goede verhalen en snelle tijden bij deze voor geopend.

De race – Het ging hard in Den Haag

Je hoeft geen zonnebril te zijn om dolgelukkig te worden van een zondag die zijn naam eer aan doet. Al helemaal als die week gekenmerkt wordt door herfstweer en je die dag een snelle halve marathon wil lopen als voorbereiding op je marathon. Zondag 25 september was een sportieve hoogdag waarvan de prelude zaterdag werd ingezet door Roos en Seppe in Berlijn (waarover later meer). Zelf was ik samen met mijn maatje Sam in Den Haag om er deel te nemen aan de eerste post-corona editie van de CPC Loop in Den Haag: een halve marathon van de Haagse binnenstad, richting de kust over de boulevard tot aan de pier en dan weer terug de stad in. De CPC is voor mij persoonlijk een wedstrijd met een beladen geschiedenis. Ik zag er af terwijl ik met volle teugen genoot van kakelverse PR’s, maar ik beleefde er ook pure loophorror toen ik in 2018 na 3,15 kilometer moest opgeven met een kapotte enkel. Bovendien is Den Haag me als stad om tal van redenen erg dierbaar. Het zou dus hoe dan ook een bijzondere dag worden.

Onze zondag begint vroeg zodat we kunnen zien hoe Remco Evenepoel zich in Australië tot wereldkampioen wielrennen kroont. Vervolgens voelen we de marathonvibes in Berlijn en kijken we vol bewondering hoe loopmachine Eliud Kipchoge zijn eigen wereldrecord op de marathon met maar liefst 30 seconden scherper stelt. Als klap op de vuurpijl zien we live op de Duitse televisie hoe Seppe zich een weg richting de finish knokt om er zijn PR op de marathon te verbeteren. Als Sam en ik om 13u richting het Malieveld vertrekken voor de start van de CPC hebben we dus al heel wat sportieve emoties doorstaan. De omstandigheden voor onze eigen race zijn best ideaal: de temperatuur is gunstig, er staat een voorzichtig zonnetje en weinig wind. Het is kortom mogelijk om mijn 1u27 van in Rotterdam te verbeteren, drie weken voor de marathon zou dat een heel mooie opsteker zijn. Terwijl Sam in het startvak nog een bijdrage levert aan de aftermovie (hij moet onder de startboog op zijn horloge kijken), gieren de zenuwen door mijn lijf.

SYFX7296

Als het startschot weerklinkt en ik me op gang trek, vind ik vrijwel meteen een goede tred. De benenwagen heeft er zin in. Mijn hoofd is dolblij dat ook dit evenement eindelijk weer plaatsvindt. De eerste kilometers vliegen zoals steeds voorbij. Ik loop kilometertijden rond de 3’50” waarvan ik weet dat ik ze geen halve marathon kan volhouden. Ik probeer vooral ontspannen te lopen, niet meteen hard door te duwen en me zeker niet op te blazen. 5 kilometer heel snel lopen deed ik al vaker, de kunst is om het nu 21,1 kilometer vol te houden. Ik hoop uiteindelijk om met een gemiddelde onder de 4’03” te kunnen finishen om zo 1u25 op de klok te zien verschijnen. Lekkâh bezag zie ik op een aanmoedigingsbord van een toeschouwer en ik besef dat het ook echt lekker gaat. Wat zijn er trouwens ontzettend veel supporters langs de kant en wat zijn ze enthousiast! Elke Joke die me wordt toegeroepen geeft me een boost. Het gaat goed, het gaat echt goed! Halverwege de wedstrijd malen mijn benen nog steeds onverzettelijk door. Ik weet dat het erin zit. Vandaag ben ik de Warrior waar Oscar and the Wolf over zingt.

Ik kijk uit naar de passage langs het strand in Scheveningen, maar de weg ernaartoe is verraderlijk. Bovendien loop ik alleen en voel ik dus ook het minste zuchtje wind. Als ik puffend afdraai richting de boulevard word ik voorbijgelopen door een man met een plan. Hij geeft me wijze raad: Keep breathing, you’re doing well. Just breathe deep down to your toes. En, braaf als ik ben, doe ik dat. Hij heeft gelijk. Ik moet gewoon goed en diep blijven ademen. Tot in mijn tenen, waarom ook niet? Ik krijg het desondanks erg lastig. De supporters op de boulevard zijn dun bezaaid. Hoe geweldig het ook is om met zeezicht te kunnen lopen, je kan hier echt je tanden op stukbijten. Ik voel me opgelucht als ik uiteindelijk weer rechts afdraai en wind in de rug heb. De benenwagen heeft wat aan snelheid ingeboet, maar hij draait nog. Ik blijf gefocust in mijn cocon zitten. Ik blijf lopen. En ademen. Mijn neef Maarten kan mijn laatste kilometers op de fiets volgen. Het is nu echt strijden om zo dicht mogelijk bij die 4 minuten te blijven. De laatste rechte lijn richting finish lijkt eindeloos. Ik werp een blik op mijn horloge en besef dat ik nét wel of nét niet onder de 1u25 kan duiken als ik écht alles geef. Dat doe ik. Ik finish in 1:24:54 met een gemiddelde snelheid van maar liefst 3’59” per kilometer. Waanzin!

FFHF6737

Hoe meer wedstrijden ik loop en hoe sneller ik ook ben gaan lopen, hoe meer ik besef wat lopen voor mij betekent. Het doet iets met mij, telkens weer. Ik ga momenteel mentaal door een heel moeilijke en donkere periode, waardoor ik het eens zo moeilijk vind om te vatten dat ik sportieve hoogtepunten van deze aard kan en mag beleven. Het is niet vanzelfsprekend dat lopen mij nog steeds zo blij kan maken. Dat heb ik niet zo zeer te danken aan mijn getrainde benenmolen. Lopen dat is ervaren en intens beleven. Soms helemaal gefocust vanuit mijn loop-cocon, maar toch vooral om die loopvreugde te delen met dierbaren om me heen. Voor nu dus een heel grote shout-out naar mijn goede vriend Sam die op korte tijd een heel waardevolle rol is gaan spelen in mijn verhalen. Ere wie ere toekomt: Sam krijgt daarom het laatste woord in dit raceverslag waarin hij vertelt hoe hij zijn eerste CPC beleefd heeft.

GBDN2837

Mijn initiële idee was om de halve marathon in Brussel op 2 oktober als tune-up race te lopen, een laatste race voor de marathon in Amsterdam. Den Haag was nieuw voor mij en ik dacht: waarom ook niet? Het is een vlak parcours waar ik minstens mijn PR van 1u19 zou kunnen verbreken dat ik dit voorjaar gelopen heb op de halve marathon in Gentbrugge. Mijn A-goal was zelfs om gemiddeld 3’40” per kilometer te lopen en onder de 1u18 te finishen, maar dat zou ik laten afhangen van mijn hartslag. Het begin van de race ging heel vlot. Als je op hartslag loopt, kom je niet meteen aan je beoogde hartslag. Ik wist dat die rond de 185 moest blijven om me niet op te blazen, na een kilometer zat ik daar al aan. Mijn eerste kilometertijden schommelden tussen de 3’30” en 3’35”, dat ging vlot en voelde heel gemakkelijk. 

Toen ik aansluiting vond bij een groepje, was mijn hartslag weer wat lager en zakte ook mijn tempo wat. 100 meter voor ons liep nog een groepje en ik kon dus de keuze maken of ik hier zou blijven lopen of de oversteek zou maken naar de andere groep. Ik dacht: kijk, het is een halve marathon en het is niet meteen een ramp als je wat tijd verliest, het is geen marathon waarbij je dan nog 10 kilometer volledig leeg moet doorlopen. Het leven is aan de dapperen, dus ik heb de oversteek proberen maken. Mijn hartslag steeg weer tot 187, wat ik wel aan zou moeten kunnen voor de rest van de race. Rond kilometer 10 vond ik aansluiting bij het groepje waar ook de vierde vrouw van de race liep. Daar kon ik 4 à 5 kilometer bijblijven. Vlak voor de boulevard begon de groep te versnellen op een lastig punt in de race. Mijn hartslag steeg nog wat en uiteindelijk heb ik moeten lossen. Die vrouw is uiteindelijk ook gefinisht in 1u16. Mijn tempo zakte tot 3’50” per kilometer wat ik ook voelde aan mijn cadans. Het venijnige stuk van het parcours liep wat bergop naar de boulevard. Daar stond ook veel minder publiek dan in de stad.

IUFH9841

Na 16,5 kilometer draaide ik terug naar de stad en was het doorbijten tot aan de finish. Maarten heeft nog een stuk met mij kunnen meefietsen, wat heel leuk was en ook echt hielp. De laatste 3 kilometer waren lang. Je ziet de gebouwen van Den Haag centrum al liggen, maar je bent er nog niet. Ik wist dat ik niet onder de 1u17 zou kunnen lopen, mijn PR verbeteren zou wel lukken. Ik heb me op het einde niet helemaal kapot gelopen omdat ik mezelf niet meer pijn wilde doen om er nog wat seconden af te krijgen. Ik finishte uiteindelijk in 1:18:25, waar ik tevreden mee ben. Dat ik wat ben stilgevallen, komt denk ik omdat ik in het begin toch iets te veel heb gepusht. Ik ben wel echt diep gegaan. Toen ik op adem was gekomen, keek ik op de tracker en zag ik dat Joke nog maar een kilometer moest lopen en ik wist dat zij heel blij zou zijn met haar tijd.

Ik liep deze race met dezelfde schoenen als waar Kipchoge die ochtend in Berlijn zijn wereldrecord op de marathon liep. Daar werd ik ook een paar keer op aangesproken voor de wedstrijd. Ik ga ze wel niet dragen bij mijn marathon omdat ze net wat smaller aanvoelen dan de vorige versie. De sfeer van de CPC vond ik top! Het was mijn eerste wedstrijd in Nederland en ik werd nog nooit zoveel aangemoedigd tijdens een race (behalve toen ik als 12-jarig jongetje de 20 km van Brussel liep samen met mijn mama). Ik voelde het nu echt elke keer als mijn naam geroepen werd, onbewust versnelde ik dan en dat deed deugd. Dit evenement is ook echt supergoed georganiseerd. Met een 7000 deelnemers aan de halve marathon is de start ook niet zo overwhelming als bij de 20 kilometer van Brussel. Organisator NN heeft duidelijk veel kennis van zake, het is een geoliede machine die weet hoe een evenement georganiseerd moet worden. Ik ben wel benieuwd naar de sfeer van de marathon in Amsterdam, al denk ik dat die wat minder zal zijn vanwege het vroege vertrekuur en het herfstweer. Ik kijk er naar uit!

IFSG8883

Loperspraat – Mijn sportieve najaar van 2022

Ik weet niet meer wat ik juist verwachtte van 2022. Of ik het überhaupt aandurfde om verwachtingen te koesteren nadat we de afgelopen jaren lesjes in nederigheid moesten ondergaan. Corona was het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Een dreiging aan een paardenhaar. Je wist nooit echt goed hoe je leven er over een paar weken zou uitzien. In ieder geval is 2022 het jaar waarin ik weer à la carte en als vanouds aan loopevenementen kan deelnemen. Sterker nog: het bleek een jaar te zijn waarin ik de ene na de andere loopwedstrijd kon winnen en PR’s weer wat scherper stellen op diverse afstanden. Het begrip lange afstand kreeg bovendien een extra dimensie door de trail in Houffalize die Roos en ik liepen. Behoorlijk grensverleggend allemaal. Ik ga het najaar echter niet dartend doorbrengen geïnspireerd door het succes van Dancing Dimi. Er zal gelopen worden, gefietst ook, door de wind door de regen, door de modder en liefst ook door alles heen. Mijn sportieve honger is nog niet gestild.

De CPC Loop in Den Haag zal altijd een bijzonder plekje in mijn hart hebben. Nu is in mijn hart best wel een grote ruimte gereserveerd voor loopevenementen en is dat plekje dus niet exclusief voor de CPC voorbehouden. Den Haag is Den Haag: altijd een goed idee, altijd weer leuk om er tijd te kunnen doorbrengen in familiale sferen. De CPC is daarenboven een prachtige halve marathon waar je nooit echt weet wat je kan verwachten. Op 8 maart 2020 liepen Roos en ik onze laatste CPC voor de wereld even op slot ging en het onvoorstelbaar leek dat mensen ooit nog in een grote massa zouden mogen samenkomen. Gek genoeg is de CPC ook de wedstrijd waar we het langst moesten wachten op een revival-editie. 25 september gaat het dan echt weer gebeuren en raas ik (hopelijk toch) over dat ongelooflijke parcours van de city-pier-city, in gezelschap van de zeebries die mee dan wel tegenwerkt. Naast de plaatsing op de kalender is deze editie ook anders omdat Roos er niet aan de start zal staan. Zij zal een avontuur van een heel andere orde beleven met Seppe, waarover later meer. Gelukkig zullen haar schoenen gevuld worden door die van Sam, waarover ook later meer.

Oktober dat is marathonmaand. Ik ben er nog steeds niet over uit of ik nu eerder het type voorjaars- dan wel najaarsmarathonloper ben. Op 16 oktober sta ik hoe dan ook aan de start van de Amsterdam Marathon. De marathon waar ik mezelf in 2017 een beetje kapot liep langs de Amstel, waar ik een keer door het Vondelpark vloog en er een keer door strompelde en me ook realiseerde dat Amsterdam over veel bedrijventerrein beschikt. De start- en finishzone in het Olympisch stadion konden me wel bekoren. Uiteraard ga ik voor een verbetering van mijn 3:06 in Parijs. Het is mogelijk, maar dat is nooit een garantie dat het ook echt zal gebeuren. Ik vertel later ongetwijfeld nog eens wat uitgebreider over mijn voorbereidingen en verwachtingen van Marathon N°15. Wie eveneens in Amsterdam aan de start zal staan is mijn maatje Sam. We leerden elkaar kennen tijdens de voorbereiding van de Paris Marathon en sindsdien deelden we loop- en ander vreugde en leed. Voor Sam is het z’n derde marathon en met een PR van 2:59 gaat ook hij resoluut voor een verbetering van z’n besttijd. Hij kan dat, daar ben ik heel zeker van.

Na de najaarsmarathon begint dan weer het betere ploeg- en modderwerk voor mijn decemberdoel. Ik ben nog steeds van mening dat mountainbiken een zomersport is, maar blijkbaar ben ik nog steeds zo gek te krijgen om ook in de kille maanden met Juan op pad te gaan. Mijn lopersbenen zullen dus heel wat extra kilometers op de fiets malen. Op 13 november staat de halve marathon van Kasterlee op het programma (waar ik vorig jaar als derde eindigde). Het regent doorgaans die dag, net zoals de andere 29 dagen van november meestal het geval is. En jawel, op 18 december neem ik dan weer deel aan de Hel van Kasterlee. Zoals verwacht krijgt het drieluik dus een sequel. De editie van 2021 was om heel wat redenen erg bewogen, waardoor ik tot de conclusie kwam dat ik nog niet klaar ben om het Hel-hoofdstuk af te sluiten. Bovendien belooft deze 20e editie een bijzonder feestelijke te worden: omwille van dat ronde getal en omdat Seppe zijn 10e overwinning kan binnenrijven. Hoe vet zou dat zijn?! De zomer geeft ons vandaag al een voorproefje van de herfst: I say yes to the regenjas, want er is immers genoeg om naar uit te kijken!

Het moment – Leven als Belgische god in Nederland

Ik had het geluk om 10 dagen lang vakantie te kunnen nemen in Den Haag: de mooie stad waar mijn neef Maarten met zijn gezin woont, de stad van de CPC, van zee en strand en tonnen gezelligheid. Een stad ook waar het zomerklimaat met verfrissende bries mij op het (zweterige) lijf geschreven was. Omdat ik in een vorig leven in Leiden studeerde kan ik mezelf niet bepaald een Nederland-leek noemen. Een jaar of 15 geleden was ik er echter van overtuigd dat het nooit zou werken tussen Nederland en mij. Dankzij mijn uitjes naar Den Haag ben ik weer helemaal gewonnen voor onze noorderburen en ja, ook voor hun directheid. Ik vond in Den Haag werkelijk alles wat ik nodig had om me in vakantiesferen onder te dompelen. La vie en rose in Nederland dus.

Nederland mag dan de naam hebben eerder laag te scoren op de gastronomische schaal, ik had daarover helemaal niks te klagen. Uit eten ging ik niet, wel deed ik talloze terrasjes met koffie en wijn. Wat me opviel was de populariteit van het nul punt nul biertje. Zowel op café (de kroeg) als in de supermarkt was er een uitgebreid en divers bieraanbod zonder of met een minimaal alcoholpercentage. Zelf werd ik een tevreden mens van de uitgebreide keuze aan wijnen per glas die ook nog eens betaalbaar waren. De koffiesnob in mij kon eveneens haar hartje ophalen. Ik dronk heerlijke cappuccino’s en flat whites zonder er de hoofdprijs voor te betalen. Na enkele dagen bombardeerde ik café Emma op het Regentesseplein tot mijn stamcafé. Daar had ik meerdere goede redenen voor: het was letterlijk om de hoek van mijn verblijfplaats, ik kon er terecht voor een goeie koffie én voor een wijntje, op het terras was er altijd wat te beleven, het personeel was vriendelijk en de klanten erg divers. Op hetzelfde plein ging ik ook twee keer de mezze-schotel halen bij Ali’s Incredible Lebanese Sandwiches, werkelijk een smaakexplosie! Op het strand genoot ik dan weer van de beach-vibes bij strandpaviljoen Zuid, waar steevast trots de Nederlandse vlag wapperde, maar de zon immer stralend was.

IMG_8862b

IMG_9078b

Wat mijn horeca-beleving helemaal naar een hoger niveau tilde was de joviale en steeds inventieve manier van bedienen. Met name café Emma leek daar een patent op te hebben. Daar werd niet simpelweg gevraagd wat je wil drinken (dat zou te alledaags zijn), maar kreeg je een andere pertinente vraag voorgeschoteld: wat kan ik voor jou betekenen? Nog beter vond ik de aanpak van de jongeman die met veel zin voor dramatiek en dito armgebaren voor het terras ging staan en uitriep: heeft er hier iemand mijn hulp nodig? Ook fijn vond ik het als mijn drankkeuze positief bevestigd werd met een oprechte Lekker! Als gevolg daarvan wilde ik als exotische Vlaamse natuurlijk even creatief en lyrisch uit de hoek komen als mij gevraagd werd of alles naar wens was. Ik heb soms vast vreemde dingen gezegd.

Om helemaal in het moment te zitten, besloot ik om op een terras niet in mijn boek weg te duiken. Vakantie is juist niks doen. Op een terras betekent dat dus zitten, wat drinken, je ogen de kost geven en je oren spitsen voor de gesprekken rondom je. Een mooie bijkomstigheid is dat Nederlanders doorgaans luid en goed gearticuleerd spreken, dat ik Nederlands best goed kan begrijpen en dat er toch met weinig schroom over gevoelens of delicate onderwerpen gepraat wordt. Een Belg doet dat liever met de rolluiken strak naar beneden en gedempte stem. Ik hing aan de lippen van twee vrouwen die hun vriendschap na enkele jaren weer opnamen en vergezeld van hun twee teckeltjes een jaar of 30 aan hondenliefde bespraken. Ik volgde een sollicitatiegesprek in heel informele sfeer (een biertje, lekker!). Geen soap kon op tegen de zenuwachtig ogende man die op zijn date wachtte (het was hun derde afspraakje, zij was net gaan kamperen in Frankrijk). Toen zij eindelijk arriveerde schreeuwde alles in zijn lichaamstaal dat hij hopeloos zijn hart verloren had aan haar, maar helaas vrees ik dat zij hem minder zag zitten. De stakker! Nederlanders zijn goede verhalenvertellers. Als buitenstaander die weldra van het Haagse toneel zou verdwijnen, voelde ik me ook niet bezwaard om al die gesprekken te absorberen. Ook dat is voor mij vakantie: opgaan in de anonimiteit van de grote stad.

IMG_9089b

IMG_9002b

Als je in Nederland bent, dan wil je natuurlijk fietsen. Op vakantie wandel ik graag zonder doel rond in een stad, in Den Haag ging ik soms doelloos fietsen. Al blijft het wel uit je doppen kijken in de grote stad. Er zijn tramsporen, auto’s en fietsers die uit alle richtingen lijken te komen. Mijn lieftallige Tony viel wat uit de toon naast de alomtegenwoordige omafietsen. Ook bleek de e-bike nog niet heer en meester der rijwielen te zijn en is de Nederlander duidelijk nog niet toe aan de fietshelm. Zelfs kinderen zag ik vaker zonder dan met een fietshelm. Volgens mijn Rotterdamse vriendin Machteld is dat zo omdat fietsen in Nederland zo ingeburgerd is dat je het kan vergelijken met een helm dragen bij het tandenpoetsen. Ze was het wel met me eens dat fietsen (ook in Nederland) heel wat meer risico’s inhield dan je dagelijkse mondhygiëne.

Wat ‘s-Gravenhage (de officiële naam) helemaal onweerstaanbaar maakt is de nabijheid van de zee. Op mijn eerste vakantiedagje ging ik een kijkje nemen op het drukkere strand van Scheveningen (omwille van de pier en het CPC-gevoel), de dagen erna was ik altijd te vinden op het veel rustigere zuiderstrand. Wat een ambiance daar! Zowel ’s ochtends als ’s avonds werd er gezwommen en dat werkte zo aanstekelijk dat zelfs een niet-watterrat als ik vond dat ze de zee in moest. Ook daar moet je wel zelf gewoon uit je doppen kijken. Er zijn verschillende vlaggen die aanduiden hoe gevaarlijk de zee is. De rode vlag staat voor een “zeer gevaarlijke zee”, maar dan mag je nog steeds het water in. Wie het veilig wilde spelen, moest wachten op de geelrode vlag, want dan waren de redders aanwezig. Om het kwartier reden die in een auto over het strand om te kijken of ze niemand van de verdrinkingsdood moesten redden. Soms was er trouwens gewoon geen vlag. Geen idee hoe je dat moest interpreteren. Ik liep en wandelde heel vaak langs de vloedlijn. Ik keek naar de rauwdouwers die meeuwen zijn en hoe ze boven de strandgangers helikopteren. Ik las op het strand en tegen de duinen (in totaal 5 boeken). Ik legde me zelfs eens op een handdoek om gewoon een beetje te liggen en naar de lucht te turen. Het moet niet gekker worden.

IMG_8967b

IMG_9006b

Naast één paar sandalen, één paar slippers, één paar espadrilles en twee paar sneakers nam ik ook drie paar loopschoenen mee. Ik trok dan ook 8 keer mijn loopschoenen aan. Wat de kustlijn in Nederland zo mooi maakt, is dat die nog meer aanvoelt als een natuurgebied. Ik liep door het Westduinpark, het Oostduinpark en het Zuiderpark, telkens ook stukken door de stad en over het strand. Geen meter stelde me teleur. Op zondag 31 juli fietste ik naar Rotterdam om er de halve marathon te lopen. Het zomerse gevoel was echter wat zoek bij de #yoursummerrun omdat het een miezerige, zelfs ietwat regenachtige dag was. Bovendien was het de eerste keer dat dit evenement georganiseerd werd en dat merkte je wel een beetje. Drie weken na mijn trailavontuur in Houffalize wist ik niet goed wat ik van een snelle halve marathon op asfalt mocht verwachten. Na een vlotte eerste helft en vervolgens een eenzame strijd tegen de wind tikte ik op de legendarische Coolsingel af op 1u27, waar ik niet anders dan tevreden mee kan zijn. Met wind tegen (die verduivelde wind!) fietste ik terug naar mijn Nederlandse thuis. Kijk, ook dat is een voordeel van Den Haag: dat het voor een ervaren steenwegrijder als ik slechts een fietstocht van 25 km verwijderd is van Rotterdam.

IMG_8926b

IMG_9134b

Ik genoot kortom heel erg van Het leven zoals het is – Den Haag. Met toch een beetje hartpijn maakte ik woensdagochtend nog wat kiekjes van het Regentessekwartier. Ik besefte dat ik echt een mooie vakantie had beleefd en dat de wereld op het Regentesseplein gewoon blijft draaien als ik er niet ben. Vakantie is ook: boordevol herinneringen en inspiratie, volledig doordrongen van die prachtige stad, dolblij zijn dat je weer thuis bent. In Tienen dus, of all places.