Iconisch, symbolisch, bijzonder: ik heb nog geen meter gelopen van de marathon van Brussel naar Leuven en het evenement is nu al overladen met adjectieven. Het is even geleden dat ik zo positief naar een marathon toeleefde. De loophonger is ongezien groot, het plezier van het avontuur wint het van de druk om te presteren. Ik ben nog niet helemaal back of misschien ben ik nooit echt helemaal weggeweest. Verwachtingen uitspreken, is lastig. Ik wil (moet) tevreden zijn als het positieve gevoel dat ik overhoud aan de afgelopen trainingsmaanden zich vertaalt naar een beter resultaat dan mijn 3u17 van Berlijn. Op de 13e van de maand april wil ik meer dan ooit stilstaan bij het feit dat ik aan de start sta van mijn 20e marathon.
10 jaar geleden liep ik dus mijn eerste marathon in Leiden, de stad waar ik studeerde. Samen met Roos aan de start. Bloedje nerveus waren we op een dag die eigenlijk veel te warm was om een marathon te lopen. Bovendien was ik snipverkouden (op het zieke af). Ik herinner me nog veel en ook best levendig van die allereerste. Het smaakte naar meer. Veel meer. Behalve de sportgels dan. Ik leerde veel over mezelf door die marathons te lopen. Ik kwam mezelf een paar keer vies tegen. Soms is het er boenk op, soms is het een strijd na 5 kilometer, heel soms overstijg je jezelf en doe je dingen die je in je stoutste dromen nooit mogelijk had geacht.
Ik begon marathons te lopen in het jaar dat ik 30 zou worden en ik in mijn leven resoluut voor een ander pad gekozen had. Ik heb de marathon dan ook heel lang beschouwd als iets dat helemaal alleen van mezelf was. Dat ik in staat was om 42,195 kilometer aan een stuk te lopen, had ik werkelijk nooit voor mogelijk gehouden. Als kind droomde ik over een boerderij met paarden en poezen. Toen ik de loper in mezelf ontdekte, borrelde er heel wat naar boven. De marathon symboliseerde mijn onafhankelijkheid, mijn eigenzinnigheid en volharding. Het was iets dat ik me nooit zou laten afnemen.
Ik loop deze iconische, symbolische en bijzondere marathon in het jaar dat ik 40 word. Vandaag is lopen meer dan ooit iets waarin ik nooit alleen ben. Het is een verhaal van samen sterk. Dankzij mijn loopavonturen liep ik veel mensen tegen het lijf. Ik begon een blog die me nog meer bracht. Ik verzamelde kortom een schare vriendjes en volgers om me heen en natuurlijk – als klap op de vuurpijl -mijn liefje Hans. Ik zei het al vaker, maar hoeveel mooier kan een verhaal zijn? En het goede is: wat er morgen ook gebeurt: dit verhaal, het verhaal van wij samen is nog lang niet klaar.
Gisteren kregen we al een overheerlijk voorproefje van wat ons te wachten staat. We supporterden hard, luid en intens voor heel wat bekende gezichten. We snoven de sfeer op. Vandaag is het aan ons. Roos zal ergens langs de kant staan met mijn kersvers nichtje Marilou. Verder reken ik natuurlijk op het immer enthousiaste publiek waar ik ongetwijfeld nog veel bekenden in zal herkennen. En ja! Het zal pijn doen! Ik zeg daarom nu al: cheers op dit verhaal, wat het ons ook brengt! Lang leve het loopplezier!
Nog 2 keer slapen en het gaat gebeuren: we staan aan de start van het EK marathon Brussel-Leuven. Morgen wordt het feestje afgetrapt met de halve marathon, die we als supporters uiteraard niet willen missen. 12.000 deelnemers zullen aan de start staan van de volledige afstand. Nooit eerder waren daar zoveel vriendjes bij. Alleen dat is al de moeite waard om met een serieuze krop in de keel in dat startvak te staan. Legio mogelijkheden ook om eens heel grondig voor te beschouwen en in mijn eigen kring te peilen naar de verwachtingen van dit evenement. Wat duidelijk is: er werd heel wat afgestudeerd in Leuven en ook wel rondgefladderd. Het parcours is voor iedereen op een andere manier een lange trip down Memory Lane waar elke straatsteen een herinnering heeft. De verwachtingen van het evenement zijn groot, die van de benen worden al eens getemperd. Lees zelf maar!
Hans – heeft hij nog een introductie nodig of zal ik er gewoon een hartje bij zetten?
Welke afstand loop je? Ik loop de marathon. Het blijft een wedstrijd die je moet respecteren, zelfs al liep je ook al grotere afstanden. Wat verwacht je van je benen? Ik heb intussen geleerd dat wat voor mij het beste werkt, is om niet teveel te verwachten, maar vooral ontspannen aan de start te staan. Als de benen dan goed zijn, dan zullen ze ook goed presteren en zal het resultaat navenant zijn. Ik ga dus vooral proberen te genieten, lekker te lopen en we zien wel waar het schip strandt. Wat verwacht je van het evenement? Het wordt sowieso een unieke wedstrijd, een niet te missen evenement dat met niets te vergelijken valt; het is een Europees kampioenschap, het is een wedstrijd in lijn (daar hou ik van), de startlocatie is indrukwekkend, want je loopt best nog een groot stuk door Brussel, en de prachtige finale in Leuven zal garant staan voor massa’s kippenvel. Het wat saaiere deel van kilometer 15 (koffiebar Ernesto aan de uitgang van het park in Tervuren) tot kilometer 31 (de Naamsepoort in Leuven) nemen we er met plezier bij. Wat heb je met Brussel en Leuven? Ik heb meer met Leuven dan met Brussel, hoewel ik een aantal keer de 20km van Brussel liep. Deze keer mogen we eens in de andere richting door het Jubelpark lopen en de Tervurenlaan naar beneden in plaats van bergop. In Leuven ben ik geboren en zat ik op kot, dus op een bepaalde manier is het altijd wel wat thuiskomen. In Leuven beleefde ik bovendien al heel wat leuke momenten met Joke, en daar zal ik aan proberen te denken wanneer de man met de hamer me probeert te verschalken. Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel? Ik kies voor een standbeeld samen met Joke, getiteld “Ode aan de liefde voor elkaar en voor de loopsport” en het mag staan op het Joris Helleputteplein in Leuven.
Sam – mijn (marathon)maatje sinds 2022, steeds garant voor het betere avontuur of een goed verhaal
Welke afstand loop je? Uiteraard de moeder der afstandslopers, de heilige graal, de marathon! Wat verwacht je van je benen? Sinds 2 weken zit ik met een kleine blessure aan de rechterkuit die wat uitstraalt naar heel het rechter been, dus lopen zeer beperkt gehouden (3x in afgelopen 2 weken). Ben ondertussen al 2 keer gedryneedled door de kine en heb een sportmassage gedaan, want het is waarschijnlijk te wijten aan een hele vastzittende kuit. De kine maakt zich op zich niet al te veel zorgen en ik heb van januari tot eind maart wel meer volume dan ooit kunnen trainen, dus heb er wel goeie hoop op! Het is natuurlijk een zwaar parcours, dus ik loop niet meteen voor een PR, maar wel om er het meeste uit te halen en enorm te genieten van de thuissfeer. Ik ga mijn wagonnetje proberen aan te haken bij een andere thuissloopster, Imana Truyers, die een eigen pacer heeft en rond een tempo van 3:50/km zou willen starten, zou wel leuk zijn om een groep te kunnen volgen! Wat verwacht je van het evenement? Enorm veel! Lopen in mijn geboortestad is op zich al leuk, maar dan ook nog als deelnemer aan het officiële EK marathon maakt het des te specialer. Als sinds het event 2 jaar geleden werd aangekondigd, kijk ik er naar uit. Het is ook een moment dat alle Belgische marathonlopers die ik ken samen komen voor een zelfde marathon. Normaal loopt iedereen een stadsmarathon in het buitenland, maar doordat dit een EK in eigen land is, heb ik het gevoel dat heel veel mensen (ondanks het zware parcours) hebben gekozen om voor de thuissfeer te gaan en er een uniek event van te maken. Het is ondertussen mijn 6e marathon waar ik met Joke samen aan de start zal staan en de eerste met Hans! Ook de andere goeie loopvrienden Joni en Pieter lopen mee, dus ik kijk nu al uit naar alle verhalen na de finish. Het unieke is natuurlijk ook dat we niet in een cirkel lopen, maar van punt A naar punt B. De enige andere grote marathon die ik ken, is Boston. Het lijkt me uniek om dat mee te maken en het zal daardoor ook een gevoel geven van echt te reizen! Ik reken op een grote thuisaanhang en zal ook zaterdag in Leuven zijn om de halve marathon mee te pikken en mijn vriendin Sintija met vele andere vrienden aan te moedigen. Wat heb je met Brussel en Leuven? Voor mij is het lopen van mijn huidige thuisstad naar mijn geboortestad. Veel specialer kan het dus niet zijn! Ik ben het parcours gaan verkennen en hoewel de beentjes in de straten van Leuven al serieus pijn zullen doen, zal het echt zo speciaal zijn om een marathon te lopen door de straten waar ik als kind en puber zo vaak ben door gewandeld. Een finish op de Grote Markt of Bondgenotenlaan zou nog net iets iconischer geweest, maar logistiek waarschijnlijk moeilijk. Stiekem hoop ik ook dat Koning Filip ons zal uitzwaaien voor het Koninklijk Paleis bij de start! Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel? Ik denk niet dat een standbeeld echt nodig is, zolang ik maar herinnerd word door de mensen rond mij. Maar als er dan toch iets symbolisch mag staan, dan mag mijn Vaporfly 3 hyperpink (die ik na 3 marathons zondag uit roulatie ga halen) bijgezet worden in een nis van het stadhuis van Leuven!
Pieter – voor de gelegenheid Timothy – en Sam tijdens de halve marathon in Gentbrugge
Joni – maatje van Roos en inmiddels ook van ons, is niet bepaald aan zijn proefstuk toe zowel in het snellere als het langere werk
Welke afstand loop je? De marathon: 42,2km Wat verwacht je van je benen? Ik verwacht super benen, helemaal klaar voor die hellingen. Wat verwacht je van het evenement? Ik verwacht WK wielrennen vibes, met veel supporters en een uitzinnige sfeer. Ik kijk vooral uit naar het weerzien met vrienden en familie. Ik hoop ook dat Jean zijn doel (3u10) zal halen en ik hem vlekkeloos, maar toch met een beetje drama, naar de finish kan hazen. Wat heb je met Brussel en Leuven? Ik heb in beide steden gewoond en woon nog altijd in Wijgmaal, een deel van Leuven. We passeren ook nog eens de Druivenstreek waar ik opgroeide. Symbolischer wordt het niet. 😀 Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel? Voor de Irish Pub in Leuven, in de Standockstraat, gelijkaardig aan Molly Malone. Dan is de cirkel helemaal rond.
Simon – helleganger en sportbeest, we beleefden ons gezamenlijke moment de gloire tijdens de marathon van Amsterdam in 2022
Welke afstand loop je? marathon Wat verwacht je van je benen? Koffiedik kijken, aangezien ik tot en met woensdag 7 dagen niet zal gelopen hebben en de trainingen vervangen heb door alternatieve training op de fiets. Er is een verrekking van de gluteus maximus in combo met de piriformis (of zoiets), die moeilijker lijkt te genezen dan oorspronkelijk gedacht. Vandaag ben ik de eerste keer in 3,5 week opgestaan zonder pijn, dus ik ben al licht euforisch. Als ik kan lopen zonder pijn verwacht (hoop) ik mijn doel van sub 3 te kunnen realiseren. Wat verwacht je van het evenement? Van Brussel tot Leuven zelf niet zo heel veel, maar van Leuven hoop ik dat het ontploft en ons allen doorheen de laatste 10 km sleurt! Wat heb je met Brussel en Leuven? Leuven is ‘MIJN’ stad, ik ben oorspronkelijk van Lubbeek (Linden), maar heb in Leuven een jaartje secundair onderwijs gelopen, gestudeerd (hoge school) , veel op stap geweest 🙂 en woon er nu 5 jaar! En kleine sidenote: mijn allereerste moment ‘alleen op stap’ als 14-jarige was Marktrock, dus daar heb ik zeer levendige herinneringen aan. Eagle Eye Cherry met Save Tonight kan ik me dan ook als de dag van gisteren in mijn geest oproepen, desondanks dat de geest vertroebeld was met enkele kriekjes 🙂 Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel? In Leuven mag mijn standbeeld uiteraard geplaatst worden op de Oude Markt en graag heel centraal zodat de Kotmadam verbleekt naast deze kathedraal.
Marike – sportieve pitbull van de familie, ze schreef zich behoorlijk last minute in, maar reken er maar op dat ze hard zal gaan!
Welke afstand loop je? de halve marathon 21 km en een beetje is dat, denk ik Wat verwacht je van je benen? Ik denk dat de benen goed zullen zijn. Vorige week ging ik nog eens aan een hoger tempo lopen en dat ging goed. Ik heb deze week veel in de tuin gewerkt, misschien heeft dat ook een gunstig effect. Wat verwacht je van het evenement? Ik denk dat het heel druk zal zijn. Ik ga samen met papa en hoop dat we elkaar voor de start niet kwijt raken. Na het startschot lopen we ons eigen tempo. Ik denk dat het door de massa misschien moeilijk zal zijn om te lopen. Wat heb je met Brussel en Leuven? Leuven voelt nog steeds als mijn thuis. Ik ging er eerst naar de middelbare school en daarna naar de KUL. Het parcours gaat langs Herent, waar ik bijna 10 jaar werkte, langs de paardenwei in Wijgmaal waar ik vele uren doorbracht en dan via het ouderlijk huis langs de Vaartweg die ik vroeger naar school fietste. In Leuven centrum deed ik heel veel huisbezoeken met de fiets. Daarom ken ik er nog steeds beter de weg dan in mijn eigen gemeente. In Sportoase hadden we altijd LO. Een echte nostalgische route dus! Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel? Haha, ik heb geen standbeeldambities! Maar als er dan toch één moet komen liefst in Leuven en als ik dan toch een plaats mag kiezen: op de kruising van de Brusselsestraat, de Parijsstraat en de Pensstraat. Ik kwam er als kind met mama naar de markt om appels te kopen. Joke zat er op kot en nu komt Leah er met haar Bomma. Volgens haar is dat punt “echt Leuven van Bomma”.
Seppe – de man die naar een 2:27 snelde in Berlijn en dat daags na een skeelermarathon, benieuwd of hij nu zijn wielen zal missen
Welke afstand loop je? de marathon Wat verwacht je van je benen? Dat ze me van Brussel naar Leuven brengen. Wat verwacht je van het evenement? Ik ben wel benieuwd of het qua beleving zal kunnen tippen aan het WK Gravel en of het parcours nu inderdaad zo lastig zal zijn als iedereen vreest. Wat heb je met Brussel en Leuven? Ik ben in Leuven naar school geweest en heb in Brussel mijn eerste job gehad. Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel?Bovenop de Keizersberg, ergens aan de voeten van het Maria standbeeld, mooi uitzicht daar!
Pieter – deel van de loopfamilie sinds de Chouffe trail in 2022, heeft zich inmiddels ook als tri- en duatleet op de lange afstand ontpopt
Welke afstand loop je? marathon Wat verwacht je van je benen? De afgelopen twee weken had ik een zwaar gevoel in de benen, wat typisch is aan het einde van de voorbereiding voor zo’n event. Ik denk dat de shortski van twee weken geleden daar ook wel iets mee te maken heeft. Het verbaasde me hoe anders mijn lichaam, vooral mijn benen, afzien tijdens een marathonvoorbereiding in vergelijking met een voorbereiding voor een 70.3-triatlon of een lange afstands duatlon. Toch heb ik in aanloop naar zondag 2 keer een 10 km PR en 1 keer een halve marathon PR gelopen. Na de rust die er deze week nog aankomt, verwacht ik zondag hopelijk een fris paar benen om over het parcours te kunnen vliegen. Wat verwacht je van het evenement? Vorige zondag was ik aanwezig op de marathon in Gent, waar 5.300 marathonlopers aan de start stonden, een record op Belgische bodem. Deze zondag verwachten ze in Brussel-Leuven 12.300 marathonlopers, wat het weekoude record meteen verpulvert! Het evenement leeft echt, dat voel ik overal. Overal waar ik ga wordt erover gesproken en doen mensen mee, van mijn atletiekclub tot vrienden, vriendinnen en zelfs patiënten. Dat maakt het net zo’n fijne en verbindende ervaring. De verschillende start- en finishlocaties, gecombineerd met het heuvelachtige parcours, zorgen voor een leuke uitdaging, maar maken het tegelijkertijd moeilijk om zondag met een strak afgelijnd tijdsdoel aan de start te staan. Dat vermindert de druk ook om een bepaald tijdsdoel te halen. Wat ik wél verwacht: een klein feestje langs het parcours, zeker in Leuven. Slim gezien om het einde van de wedstrijd door een studentenstad te laten lopen, altijd goed voor sfeer en aanmoedigingen! Wat heb je met Brussel en Leuven? De keren dat ik in Leuven ben geweest, kan ik op één hand tellen. Van die minimale bezoekjes waren de meeste gefocust op de Oude Markt in de nachtelijke uren. Leuven is dus een stad waar ik vooral heel veel goeds en moois van hoor, maar die voor mij nog onbekend is. Brussel is de stad waar ik gestudeerd heb en dus het meeste feeling mee heb. Alhoewel grote delen van het parcours in Brussel, buiten het Jubelpark, voor mij tamelijk onbekend zijn. Ik moet toegeven dat ik na mijn studies niet vaak meer terugkom naar Brussel, desondanks de mooie plekjes en herinneringen en het feit dat ik op 15 minuten van de Brusselse rand woon. Waar mag na afloop jouw standbeeld komen te staan in Leuven of Brussel? Mijn liefde voor duursport en het beoefenen ervan is ontstaan in mijn tweede bachelorjaar aan de VUB. Die periode heeft mijn leven volledig veranderd. Ik combineer nu mijn toen ontdekte passie voor duursport met mijn werk als sportkinesitherapeut. Via de atletiekclub van Dilbeek heb ik mijn vriendin leren kennen en dankzij het lopen heb ik veel goede vrienden leren kennen, zoals Joke. Daarom zou ik mijn standbeeld liefst plaatsen naast de atletiekpiste in Etterbeek.
Zondag loop ik mijn 20e marathon: een specialleke van Brussel naar Leuven. Alsof het zo moest zijn. Iets bijzonders voor mezelf en mijn vriendjes, waarover later meer. Het meest essentiële om een marathon te lopen? Een degelijke voorbereiding en een grote loophonger. Ik beleef dat moment heel bewust in het startvak: het besef dat je, na maanden toe te leven naar dat ene moment, heel weinig nodig hebt om die marathon te finishen. Je moet gewoon lopen, zoals je dat al kilometers en kilometers vaak gedaan hebt. In de beginjaren van mijn bestaan als marathonloper schreef ik al eens over mijn marathon essentials. In tegenstelling tot mijn lijstje met benodigdheden uit 2018 ben ik nu wel echt van het running light type geworden. De Stance sokken, de vaseline, de Clif bar en de chocomelk zijn gebleven. Tijd voor een update.
Ik heb mijn wedstrijden jarenlang met dezelfde Nike-outfit gelopen: een short – ik dacht elke keer dat het de laatste zou zijn gezien de slijtage in de kruisnaad – en een donkerblauw singlet. Een outfit die op talloze foto’s vereeuwigd werd. Mijn foto’s met het lint in Antwerpen bijvoorbeeld, maar ook mijn calvarietocht in Milaan. Om nostalgische redenen zullen die stuks niet snel in de kledingcontainer belanden. Na mijn schoenencollectie onderging ook mijn sportgarderobe een grondige make-over. En of dat nodig was, ik had letterlijk geen shorts meer zonder gebreken. Mijn favoriete short van het moment is van New Balance: een 2-in-1’tje met het best zittende binnenbroekje ooit. De short doorstond de duurlooptest met glans.
Waren ook dringend aan vervanging toe: mijn sportbh’s van Shock Absorber. Ik droeg ze jarenlang en ze deden goed hun werk, maar het waren marteltuigen die me soms nekpijn bezorgden en ik hield er heel vaak schuurplekken aan over. Vervanging vond ik bij de Zwitserse kwaliteit van ON. Hun endurance bra is werkelijk de beste sportbh die ik ooit heb gehad. Het ontwerp is geniaal (dit heeft een vrouw bedacht): de bh is gemaakt uit licht en ademend materiaal, biedt veel steun en heeft de perfecte pasvorm. Marathons loop ik (bijna) altijd in een singlet. Zondag zal dat niet anders zijn. Blauw blijft trouwens mijn favoriete kleur. Mijn outfit is pas compleet met een pet. Sinds de zomer ben ik helemaal fan van de Hoka caps. Ze zijn lekker licht met een handige elastiek én het goede petgevoel.
In 2019 zwaaide ik mijn belt met drinkbushouder uit. Ik heb ondertussen een belt van Compressport die ik draag als ik klein gerief wil meenemen. Voor de marathon heb ik die niet nodig. Ik consumeer ook een pak minder gels dan in mijn beginjaren. Nadat ik in Brugge geteisterd werd door vreselijke buikkrampen besloot ik niet langer een flesje met koolhydratendrank mee te slepen. De gels beperkte ik tot 3 à 4 stuks op een volledige marathon. Met 21 gram koolhydraten per stuk is dat helemaal niet volgens het boekje, maar het werkt voor mij. Uit gewoonte heb ik heel lang de gels van Squeezy gebruikt tot het steeds moeilijker werd om die te vinden (de trouwe lezers weten dat ik jarenlang marathons liep op ruim vervallen gels). De gels van SiS vond ik geen succes. Inmiddels zit ik bij 6D. Hun sports gels bevatten 30 gram koolhydraten en wat sodium. Die zoute nasmaak is niet mijn ding. Ik ben meer fan van de 6D isogels: vloeibaarder qua substantie en smakelijker. Ze bevatten “slechts” 20 gram koolhydraten, maar ik wissel ze af met de (zoute) sports gels. In Berlijn testte ik trouwens voor het eerst een gelleke met cafeïne. Voor mij was het geen wondermiddel. En drinken? Dat doe ik gewoon aan de bevoorrading.
Na de race zweer ik nog steeds bij chocomelk en een Clif bar. Daarna volgt meestal een boterham om alle kunstmatige fruitsmaken weg te werken. Goed (= voedzaam) eten na de marathon wordt trouwens vaak over het hoofd gezien in een voedingsplan, maar het blijft één van mijn belangrijkste tips. Eveneens niet te vergeten: een proper shirt en een warme trui, zelfs als de zon schijnt. Ik neem ook altijd een nat washandje mee in een plastic zakje. In afwachting van de douche is dat de meest deugddoende verfrissing die je je kan voorstellen. De tijd dat ik in een sporttas mijn hele hebben en houden meesleurde, ligt achter mij. Ik hou het tegenwoordig bij een rugzak. Als het kan, neem ik wel andere schoenen mee. Snelle schoenen zijn doorgaans niet gemaakt om er aangenaam mee te wandelen als je al wat wankel op je benen staat. Ziezo, bij deze heb ik ook voor mezelf een handig lijstje gemaakt van wat ik zeker niet mag vergeten. Heel handig tot ik over zoveel jaar weer denk: hoe kwam ik erbij in 2025?!
Op zondag 13 april sta ik aan de start van mijn eerste EK. Leuven is dan gaststad van de European Running Championships. Ik woon niet meer in Leuven, maar ik werd er geboren, ging er naar school en werkte er 15 jaar. Ik liep er bij atletiekclub DCLA, waar ik mezelf als loper ontdekte en ik fietste en liep ontelbaar veel kilometers langs de Vaart. De ene al met meer zin dan de andere. Er huist een stukje Leuven in mij. Jullie weten wel dat mijn hart groot genoeg is om ook andere steden te herbergen. In de begindagen van deze blog was het al Brussel wat de klok sloeg. Er was een tijd dat Leuven-Brussel-Leuven mijn vrijetijdsverkeer op de fiets was. De marathon van Brussel liep ik 3x. Nog vaker liep ik er de halve afstand en natuurlijk ook de legendarische 20 km van Brussel. Eén keer liep ik in rechte lijn van Brussel-Centraal naar mijn toenmalige thuis in Heverlee. Om die reden beschouw ik mezelf toch een klein beetje als de geestelijke moeder van deze uitzonderlijke marathon.
Toeval bestaat natuurlijk niet. Uitgerekend mijn 20e marathon loopt in een rechte lijn van Brussel naar Leuven om daar nog wat verder te kronkelen. Een ereronde van een kilometer of 11 door de stad die je zo goed kent: hoeveel symbolischer kan een marathonfinale zijn? Ook het woord “uniek” is hier op zijn plaats, want het is een eenmalig evenement dat helemaal kadert binnen dat EK. Een kampioenschap waar profs en recreanten samen aan de start staan: dat vind je bij geen enkele andere sport. In mijn tijd in de winkel bleek al hoe het marathongevoel Leuven in zijn greep heeft. Er zullen zo’n 2000 Leuvenaars aan de start staan op een totaal van 12.000 deelnemers. Op diezelfde dag gaan trouwens de (belachelijk snel uitverkochte) marathons van Parijs en Rotterdam door. Te duchten concurrentie dus, maar je zou gek zijn om het loopfeest in Leuven te missen.
Een marathon lopen die eigenlijk een thuismatch is: het vraagt om een degelijke parcoursverkenning. Het was Hans die met het idee op de proppen kwam om de trein naar Brussel te nemen en het parcours waarheidsgetrouw tot in Leuven te lopen. Minus de toer in Leuven dus, die houden we nog te goed. Op 3 weken voor de grote dag was het de ideale lange duurloop om de 30 eens aan te tikken. Wij dus in looptenue op de trein. Traveling light zoals dat heet. Voor de gelegenheid had ik zelfs twee gelletjes op zak. Hans was zoals gewoonlijk beter uitgerust en voorbereid. Hij zou zich ook ontfermen over de navigatie, zodat we echt wel elke EK-meter tot in Leuven voor de kiezen kregen.
Vanuit Brussel-Centraal wandelen we lichtjes gespannen richting Warandepark. Zouden we nu echt helemaal tot in Leuven gaan lopen op deze stralende zondag? Aan lopers geen gebrek in het park. Onze start ligt op het Paleizenplaan, vlak voor het Koninklijk Paleis. Royaler kan een startvak niet zijn. De hekken fantaseer ik er voor het gemak maar even bij. Onder een goedgeluimd zonnetje staan de politiecombi’s klaar voor een potentiële manifestatie. Wij zijn er klaar voor. 3 2 1 goooo! Weg richting Wetstraat. Over een start met cachet gesproken. Met zicht op de triomfboog van het Jubelpark gaat het meteen al naar beneden en wat naar boven. De poort van het Jubelpark staat gelukkig open (hopelijk wel net ietsje meer op 13 april). Met 2,5 kilometer op de teller is mijn oordeel glashelder: dit is een fantastische startstrook (die ook al wel een klein beetje kan prikken als je Brussel niet kent).
Een nadeel van een simulatie in Brussel is dat je niet over de weg, maar over de stoep loopt. Heel vaak op en af dus, grote bochten rond de rotondes en slalommen tussen voetgangers en steppers. Gezellig druk, dat betekent in Brussel uit je doppen kijken. We trotseren de Tervurenlaan in de omgekeerde richting van de 20 van Brussel, bergaf gaat dat lekker. De echte klim wacht ons na het park van Woluwe, waar we 2 kilometer lang omhoog lopen. Er was een tijd dat ik de marathon van Brussel liep en hier ook naar boven moest. Het is een lang stuk omhoog, maar wel met een geleidelijke stijging. En met 6 kilometer in de benen is dat nog behapbaar. Op naar Tervuren over een stukje onverhard langs het Zoniënwoud. Op het bekende Vierarmen-kruispunt (bekend vanwege de files) wacht een verrassing van jewelste: we moeten niet oversteken in drie fases, maar kunnen rechtstreeks over het kruispunt dankzij een prachtige nieuwe voetgangerstunnel. Er was een tijd dat dat wel even anders was.
We kunnen Tervuren inmiddels ruiken. De herinneringen schieten heen en weer in mijn hoofd. Ik denk aan die keer tijdens de marathon dat mama en Marike zich als supporters aan kilometer 30 hadden geposteerd zonder enige gêne, niet wetende dat ze aan de tijdsmat gefilmd werden. Er was die keer tijdens de marathon dat mijn beide ouders stukken meefietsten. Er was die marathon met een lus door het Zoniënwoud die mij heel wat pogingen op de mountainbike (Juan!) kostte om verkend te krijgen. We lopen weer lekker naar beneden, een stukkie naar boven en na de Jazzfontein op de Paleizenlaan nemen we een duik naar beneden het Park van Tervuren in. Ook hier bruist het van de wandelaars en fietsers, de ene al meer van het flanerende type dan de andere. Hans mag dan wel een nagelnieuw shirt aan hebben, als zijn benen hadden mogen kiezen, zouden ze voor een ander dagprogramma gegaan zijn op deze zonnige zondag.
Er is dus nog steeds een tijd dat wij op zondag in Tervuren gaan lopen. We sluiten onze training dan af met een koffietje van Ernesto, die je in weer en wind kan vinden bij de ingang van het park langs Vossem. Omdat toeval dus echt niet bestaat, bevindt onze Ernesto zich halverwege onze duurloop op kilometer 15,5. Een ontspannen koffie in de zon staat niet op onze planning. Vooruit zullen we gaan! Als we afdraaien bij bakkerij Vogelaers (ons zeer bekend, beste bakker!) krijg ik een tikje. Tot nu toe liep het bij mij heel vlot, we hadden 16 kilometer gelopen, maar het dringt door dat we helemaal verder moeten tot Leuven. Niet bepaald bij de deur. Bovendien ken ik het erbarmelijke fietspad richting Leefdaal net iets te goed. Ik begin ook dorst te krijgen.
Het dieptepunt is er eentje dat omhoog loopt. Onbegrijpelijk, maar waar: er wordt gewerkt in centrum Leefdaal. Het rechte lijn feestje wordt onderbroken, het officiële marathonparcours maakt dus braaf een omwegje. En wat voor één! Omhoog lopen zullen we, richting de steenweg. Een klimmetje dat er stevig inhakt waarbij je ook aan alles voelt: dit is uit de richting. Met 20 kilometer op de teller doet dat pijn. Hans blijft gestaag op karakter doormalen. We lopen een stukje over de steenweg en dan gaat het weer naar beneden richting Dorpsstraat. Hehe, dit was pittig. Tijdens de marathon zal deze verrassing niet zo venijnig smaken. Een voorbereid loper laat zich geen 2x mentaal pakken.
Na 22 kilometer stoppen we even om een gelletje weg te slikken. Ik ga voor een isogel met cafeïne van 6D. De ananassmaak bevalt me wonderwel goed. Het is dus best warm en ik kan niet anders dan toegeven dat ik dorst heb. Hans heeft een soft flask water mee die hij zusterlijk deelt. Zelf was ik te eigenwijs om drinken te voorzien. We zetten onze tocht verder over een pittig deel van het parcours. Pittig door de eentonigheid. Opluchting als we na 25 kilometer afdraaien richting Bertem, het voelt alsof we er een heel klein beetje bijna zijn. Via wat bochtige wegen bereiken we dan de Celestijnenlaan in Heverlee. Er was een tijd dat ik daar woonde. Hoe vaak zou ik hier zijn afgedraaid langs IMEC om dan richting Arenberg te lopen? Hier besef ik: stad in zicht! Nog een lange rechte lijn over de Kardinaal Mercierlaan naar de Naamsepoort en dus de ring van Leuven. Met 31,5 kilometer op de teller besluiten we er een punt achter te zetten op het punt waar de stadslus begint. We passen dus voor het klimmetje richting Parkpoort. Dat houden we voor een bijzonder moment. Mijn trip down Memory Lane zit erop.
Nu is het de vraag in welke mate de laatste en langste duurloop geldt als een generale repetitie voor de marathon. Na de trainingsarbeid van de afgelopen weken waren onze beentjes allesbehalve fris. Het zonnetje was heerlijk, maar zonder echte bevoorrading, maakte het de onderneming wel eens zo pittig. Hoe dan ook: ik heb ervan genoten, dit smaakt absoluut naar meer! We hebben ruim 3/4 van het parcours gelopen met 217 hoogtemeters. Ik ga er vanuit dat het meest geanimeerde deel zich in Leuven zal bevinden. Ik zie het al voor me hoe de supporters rijen dik staan om ons naar die finish te schreeuwen. Of misschien ook niet, dan wordt het gewoon een kwestie van de omgeving diep in je opnemen. Niks niemandsland of bedrijventerrein: Leuven onthaalt marathonlopers in stijl zoals het een wereldstad betaamt. Een verkenning van het laatste kwart volgt waarschijnlijk nog. Dan is de Tour de Nostalgie helemaal klaar. Nooit eerder zal ik een parcours zo grondig getest en goedgekeurd hebben. 13 april, u bent nu al onvergetelijk.
Er zijn eigenlijk alleen maar voordelen aan een lopend koppel te zijn of een koppel lopers. Je kan samen gaan lopen en nadien een chocomelk drinken ter recuperatie. Je kan op elk moment van de dag iets delen over alles wat je tegenkomt tijdens het lopen, zowel letterlijk als figuurlijk. Er is altijd iemand die daar net op dat ene pijnlijke plekje op je bil wil duwen om je verkrampte spier los te krijgen. Er is altijd iemand tegen wie je schaamteloos een pijntjesrapport kan afleveren. Je kan vooral ook heel veel plannen maken samen. Zo is mijn hart nog sneller gaan slaan om een toertje te gaan trailen (ook al loop ik nog steeds niet graag bergop) en is Hans makkelijker te verleiden om een marathon op asfalt te lopen. Onze sportieve agenda voor de eerste helft van 2025 is kortom weer goed, maar vooral mooi, gevuld.
Het leven is aan de rappen en al helemaal als je je wil inschrijven voor een sportief evenement. Terwijl wij dachten dat we in december goed bezig waren met plannen te maken voor over een half jaar, werden we meermaals gepakt op snelheid. De 10 Miles in Antwerpen (27 april 2025) was in amper twee dagen uitverkocht. Een boot gemist, maar geen man over boord: de 10 Miles konden we wel een jaartje overslaan. Een veel pijnlijkere trein die aan ons voorbij raasde was die van de CPC Loop in Den Haag (9 maart 2025). Toch wel mijn favoriete halve marathon, omdat het gewoon altijd goed is daar. Ook de CPC viel dus ten prooi aan de FOMO die onder lopers heerst. We konden geen inschrijvingsbewijs bemachtigen: een pijnlijke noot om te kraken. Dezelfde dag kwamen we ook te weten dat een trail in de Elzas die we in mei wilden lopen helaas uitverkocht was. Even flink balen om dan van koers te veranderen.
Voor de meeste stadsmarathons is het eerder regel dan uitzondering dat je je ruim van tevoren moet inschrijven. Pakweg een jaar. Het was dan ook in maart 2024 dat we ons inschreven voor toch wel een heel bijzonder evenement: het EK marathon dat gewoon voor iedereen toegankelijk is. 13 april 2025 is de dag waarop het zal gebeuren. In rechte lijn lopen we dan van Brussel naar Leuven om in Leuven de finale in te zetten. Aha, van Brussel naar Leuven lopen! Ik was een trendsetter toen ik me daar in 2018 aan waagde. De organisatie mag gerust beroep doen op mijn ervaring met de lijn Brussel-Tervuren-Leuven. Op dit moment zijn er 11.000 inschrijvingen voor de volledige afstand (er is ook een halve en 10 km race) en zo wordt dit evenement de grootste stadsmarathon van België. Bovendien wordt het mijn 20e marathon en zal het ook 10 jaar geleden zijn dat ik me aan de marathonafstand waag. Een ongezien loopfeest waar ik heel erg naar uitkijk in het jaar waarin ik 40 word.
In mei hoop ik weer aan de start te staan van de 20 km door Brussel. De inschrijvingen starten op 12 maart en ik ga nu echt eens heel hard mijn best doen om me meteen die dag in te schrijven. De maand mei zal verder in het teken staan van kilometers maken en ook wel wat hoogte. Ik heb altijd de droom gehad om eens 100 kilometer te lopen en met Hans aan mijn zijde heb ik nu ook de perfecte partner om dat avontuur aan te gaan. Samen trails lopen, geloof me: romantischer dan dat wordt het niet. Een voorlopige streep dus door de UTMB trail in de Elzas (wellicht een plan voor 2026). Om die 100 kilometer rond te krijgen vonden we een waardig alternatief bij de Trail de Godefroy in Bouillon op 14 juni. Een bucketlist trail van de Benelux, aldus de organisatie. Met 3150 hoogtemeters ligt die in lijn met de Chouffe trail en, jullie weten dat al, dat is de trail waar ik alles aan afmeet. En hoe zit het dan met de Chouffe trail in Houffalize? Wel, de organisatie heeft beslist dat het voor mij na drie deelnames aan de (net geen) 70 kilometer tijd was voor wat meer trailfun. De langste afstand is nu 80 kilometer en aangezien de Chouffe amper drie weken na Bouillon komt en het begin juli doorgaans warm is, betekent dat toch aanzienlijk meer zweet en mogelijks ook gesakker op de hoogte. Sam zal trouwens ook weer van de partij zijn.
Aan plannen geen gebrek. Nu alleen hopen dat mijn hamstrings er ook wat meer zin in krijgen de komende tijd. Sinds mijn positieve bericht na de Trail de la Soupe zet die positieve tendens zich voorzichtig verder, al is er nog veel werk aan de winkel. De moed zakt me soms nog in de schoenen, maar diezelfde schoenen voelen ook wel weer dat er meer power in de beentjes zit. Hoop doet leven. Plannen maken doen dat eens zo hard. Hans verkeert trouwens nog steeds in uitstekende vorm na zijn 100 mijl op de Bello Gallico in december en een toptijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Op naar veel sfeer en gezelligheid dus in het sportieve jaar 2025!
De cijfers: ik finishte mijn 19e marathon in 3:17:31 – met wat verbeelding is dat 2x een 13 De voorbereiding: in één woord moeizaam: loper in crisis De race: een strak en hoopvol begin, halfweg ging de dimmer aan en liep het al wat stroever en besefte ik dat focussen op tempo en tijd zinloos was en simpelweg de finish halen het doel De herinnering: een topweekend in héél goed en bijzonder gezelschap, een marathon van mixed feelings all over the place
Wat vooraf ging Een startnummer voor de Berlin Marathon bemachtigen is geen sinecure. Je kan het geluk hebben uitgeloot te worden, je kan via een organisatie of marathonclub een heel duur plaatsje kopen (al dan niet met een royale bijdrage voor het goede doel) of je kan je als het ware kwalificeren met een snelle tijd. In mijn leeftijdscategorie betekende een Berlin Qualifier lopen onder de 3 uur duiken. Toen ik heel geleidelijk aan steeds dichter naar die magische 3 uur grens begon op te schuiven, begon stilletjes ook de droom van Berlijn te ontstaan. Samen met Sam trouwens: hij moest een tijd onder de 2u45 neerzetten. Vorig jaar bereikten we allebei dat doel, toen ook bleek dat de Qualifiers waren bijgesteld en een sub 3u10 voor mij volstond. Hoe dan ook was samen aan de start staan in Berlijn de bekroning van een prachtig marathonparcours.
Helaas bleek dat het dit jaar sportief gezien bij mij allemaal wat lastiger bolt. Met zware benen en dito gemoed leefde ik daarom toe naar die 29e september. Tot een paar dagen voor vertrek de zin naar avontuur en een goed verhaal doordrong. Ik zou het weekend bovendien spenderen in uitmuntend gezelschap: met Roos en Seppe plus hun skeeleraanhang, maatje Sam en mijn liefste Hans. Ik moest ervan genieten dat was het advies dat ik langs alle kanten te horen kreeg. Geen verwachtingen koesteren en het gewoon allemaal maar laten gebeuren. Een marathon zonder echt plan dus. Ik vroeg me af of dat wel kan.
Vlak voor de start Om 7 uur stipt hebben we afgesproken om ons in groep naar de start te begeven. Je kan veel zeggen over ons hotel (dat het qua faciliteiten en publiek eerder een jeugdherberg is, dat de kamer van postzegelformaat is voor de prijs van een penthouse met zwembad bijvoorbeeld), maar locatie is alles. Een wandeling van slechts 20 minuten brengt ons via de Spree naar de startzone aan de Bundestag. De sfeer in de groep is verdacht ontspannen. Er is ruimte om de actualiteit van de dag te bespreken, net zoals de nakende presidentsverkiezingen in de VS. Het imposante plein voor de Bundestag is voor de verandering het verzamelpunt voor lopers van heinde en verre. We kiezen een verkeersbord dat ons meeting point zal zijn na afloop van de marathon. Roos vormt met Bobby, Dave en Hans het supportersteam van de dag. Team Marathon bestaat uit Bart, Seppe, Sam en mezelf. Het afscheid doet een beetje pijn, maar omgeven door mijn crew en tienduizenden andere lopers is er geen reden tot eenzaamheid. Sam en ik starten in vak B. Voor de vijfde keer staan we daar zij aan zij te stuiteren van de loophonger, een beetje emo ook wel. Vandaag zal ik mijn 19e marathon lopen en met Sam aan mijn zijde heb ik een bondgenoot om het momentum vast te grijpen.
De race Weg zijn wij! De aanloop naar het startmoment mag er wezen. Wauw, dit is groots! Van middenin Tiergarten worden we op de brede allee losgelaten. Als een gigantische kudde dolle beesten stormen we af op Großer Stern, de rotonde waar we daags voordien onze skeeleraars voorbij zagen sjezen. Ik voel me goed. Het doet deugd om te lopen en ik heb er zin in. Ik heb er het raden naar wat er in mijn benen en lijf zit. Focus op een soepele tred, niet als een Malle Mina vertrekken, maar wel het moment van de start pakken (uiteraard: altijd doen). Met een fijn zonnetje en een graad of 9 krijgen we op het snelste marathonparcours ook nog eens het beste marathonweer voorgeschoteld. Na 2,5 kilometer zal ik mijn crew voor het eerst zien. Maar mensen, wat is het druk op dit parcours! Het lijkt een chaotische start van de 20 kilometer van Brussel. Nooit eerder liep ik zo knal in de menigte bij een marathonstart. Het is dan ook niet evident om me te tonen aan mijn supporters. Ik loop helemaal rechts, zij staan langs links. Ik kan ze nog iets toeroepen, maar dan ben ik alweer voorbij gedenderd in mijn razende peloton.
Na 5 kilometer bevind ik me nog volop in de overweldigend aanwezige massa. Ik haal continu lopers in en word zelf ingehaald. Hierdoor is het onmogelijk om een tempo af te stemmen of aan te voelen op basis van anderen rondom je. Er is geen go with the flow, want de stroom watert naar alle kanten uit en bestaat uit tig verschillende snelheden. Het devies van de dag is dus om te focussen op souplesse. Ik moet het gaspedaal met beleid induwen. Ook al moet er vandaag niks, ik wil natuurlijk wel wat. Er is de stiekeme hoop dat ik – zelfs gezien de omstandigheden – een klein beetje boven mezelf kan uitstijgen en in de buurt van mijn 3u09 in Milaan kan komen. Mijn aanslepende hamstrings-malheur is een bezwarende factor, maar er zijn ook verzachtende omstandigheden. Ik loop op de fantastische Cielo X van Hoka, een schoen die zoveel comfortabeler en sneller aanvoelt dan de Vaporfly. Bovendien is en blijft dit de snelste marathon ter wereld. Ook aan ambiance langs het parcours is er geenszins gebrek.
Via Alt Moabit lopen we na 8 kilometer door de Friedrichstraße de Torstraße in, vlak langs het hotel. Als je van huis bent, gaat er toch een zekere vertrouwdheid uit van de hotelomgeving. De sfeer is opperbest. Mijn benen voelen behoorlijk aan en het belangrijkste: ik heb er nog steeds zin in. Mijn tempo situeert zich tussen de 4’20” en 4’25”. Behoorlijk strak en wellicht te strak om het de volle 42,195 kilometer vol te houden. Voor nu gaat het best goed. En ja hoor, mijn hamstrings en bil voelen als vertrouwd stram aan. Met 11 kilometer op de teller schampen we langs Alexanderplatz om dan nog eens de Spree over te steken richting Kreuzberg. Ik probeer me nog steeds bewust te zijn van mijn cadans. Het einde zal snel nabij zijn als ik geforceerd ga lopen. Aangezien iedereen me heeft ingepeperd om ervan te genieten, is dat ook wat ik probeer te doen. Gek genoeg kan ik hier geen ludiek verhaaltje of lollige anekdote opdissen over wat er zoal rond mij gebeurt. Het lijkt mij allemaal wat te ontgaan: door de drukte, maar ook omdat ik behoorlijk in mezelf gekeerd loop.
Met 18 kilometer op de teller kijk ik reikhalzend uit naar het halfway point. Ik heb het idee dat ik behoorlijk stand kan houden. Ik loop al eens een kilometertje boven de 4’25”, maar dat zou ik nog geen verval durven noemen. De snelheid van het parcours is trouwens een relatief iets. Geloof me, er zijn heus wel enkele metertjes die omhoog gaan en die ook meteen prikken in mijn pijnlijke hamstrings. Er is ook hier en daar echt wel eens een stukje asfalt dat wat minder bolt. Er staat al eens een paaltje in het midden van de weg. Echt bijzonder is het ook niet wat er allemaal te zien is. 42,2 kilometer is nu eenmaal lang en een ideale weg van start tot finish bestaat niet. Het publiek is echter in grote getalen aanwezig en ook luid. Altijd goed!
Ik tik mijn eerste helft af in 1u34. Een snelle rekensom inclusief schaderapport leert me dat onder de 3u15 finishen niet evident zal zijn. Uitkijken naar kilometer 24, waar ik mijn supporterscrew voor de tweede keer zal zien. Ik hoop een frisse indruk op hen te kunnen maken (niet echt, zo zal later blijken). Onderweg naar mijn persoonlijke cheer zone ben ik meer aan het harken en krabben dan ik wil toegeven. Ik ben terrein aan het verliezen, dat staat als een paal boven water. Het is knokken geblazen om niet al te hard terug te vallen. De aanmoedigingen van mijn supporters neem ik dankbaar in ontvangst. Heel even krijg ik een boost, een soort laatste opleving en dan is het onherroepelijk gedaan met de pret. Na 25 kilometer valt het doek over de semi-goed-nieuws-show. Mijn benenwagen stokt, de motor werkt maar op halve kracht. Ik val terug naar een tempo van 4’50”. Zowel fysiek als mentaal kan ik het niet meer opbrengen om te blijven geven. Dikke vette error. Mijn stijve bil en hamstrings zijn aanweziger dan ooit en ook mijn rug mengt zich in het feestje. Dit is een reality check van jewelste.
Omdat ik noodgedwongen een pak trager loop, neemt de intensiteit van de inspanning af. Een heel bevreemdende gewaarwording. Ik voel in mijn lijf een stuk spanning dat lost. Ik voel dat het mij ontbreekt aan kracht. De tempoloper is een losloper geworden. Hup en nu genieten! Ik loop de Berlin Marathon! Ik denk aan de ontroerende woorden van Sam in het startvak. Hij zei me dat of het nu goed of slecht gaat, ik altijd mensen zal inspireren omdat ik als geen ander het leven kan omarmen. Slik. Genieten op bevel is lastig. Het staat onomstotelijk vast dat ik vooral voorbij gelopen word. Ik ben het slakje tussen de hazen. Mijn strijdlust heb ik achtergelaten op kilometer 25. Ik weet niet meer hoe ik me voel, hoe ik me wil voelen en met welke mindset ik mijn laatste uur zal ingaan. You run better than the government, lees ik op een stuk karton. Ik weet niet of dat echt een geruststelling is.
Ondertussen loop ik door Wilmersdorf richting Kurfürstendamm. Naar het Westen dus. Ik kan relatief weinig vertellen over mijn laatste 15 kilometer. Ik beleef het in een roes. De omgeving ontgaat mij. Ook een gelletje met wat cafeïne geeft mij geen oppepper. Het enthousiasme van de toeschouwers hoor ik in gedempte versie. Alleen een uitzinnige Mexicaanse delegatie aan KaDeWe met sombrero’s en puntige snorren kan mij nog min of meer wakker schudden. Vanaf kilometer 35 staat het huilen me nader dan het lachen. Ik heb rugpijn. Mijn benen lijken amper van de grond te komen. Ook mijn Garmin is het noorden kwijt. Hij is letterlijk voor geen meter te vertrouwen. De kilometers bestaan eerder uit 800 dan 1000 meter, wat mijn trage kilometertijden wel enigszins verbergt. Genieten behoort niet meer tot de mogelijkheden. Ik zal blij zijn als ik een punt kan zetten achter mijn 19e marathon.
Op kilometer 40 gaat het dan eindelijk naar links richting Unter den Linden. Het einde van mijn calvarietocht is in zicht. Ik zal vrede nemen met een tijd onder de 3u20. Er schiet wel wat door mijn hoofd die laatste 2 kilometers. 5 jaar geleden dacht ik met een marathon PR van 3u21 ooit – als ik echt eens een heel goede dag heb – onder die 3u20 te kunnen duiken. Dat zou het summum zijn, een ongeziene prestatie. Ik kan dus niet anders dan dankbaar zijn. Vandaag loop ik op halve kracht onder wat ooit mijn eigen magische grens van 3u20 was. Ik zie de Joke van 5 jaar geleden voor mij en ik besef wat voor waanzinnig marathonparcours ik heb afgelegd. En dus kan ik met de Brandenburger Tor in zicht niet anders dan lachen. 10 jaar geleden begon ik te lopen en nu loop ik hier gewoon mijn 19e marathon. Eentje die verdorie veel pijn heeft gedaan, waarbij ik er nog niet uit ben of hij nu net veel of weinig krachten heeft gekost, maar hoe dan ook onvergetelijk. Na een allerlaatste aanmoediging van Hans ligt de finish voor me. Na 3 uur en 17 minuten zit het erop. Volgens mijn geheel onbetrouwbare Garmin was de marathon 43,74 km lang. Als ik met krop in de keel mijn medaille in ontvangst neem, komen de tranen. Het is een mengeling van opluchting, ontgoocheling en dankbaarheid. Van gemis ook. Ik kan niet wachten om mijn schatjes weer in de armen te sluiten en eens goed uit te janken. Tijd om te bekomen van dit doldwaze avontuur. Wat een leven! Wat een leven!
De conclusie De Berlin Marathon is één van de World Marathon Majors. Een prestigieus manneke onder de marathons dus. Voor mijn startnummer betaalde ik 210 euro, dat is ongeveer het dubbele van een “gewone” marathon. Toch een stevig bedrag. Hoe dan ook was de 50e editie van de Berlin Marathon met 58.000 deelnemers goed voor een recordaantal deelnemers. Dat vraagt om nog eens het woord wahnsinn van stal te nemen. Voor mij hoeft het niet allemaal zo groots te zijn met toeters en bellen. De organisatie is behoorlijk feilloos. Het metroverkeer liep volgens de supporters in de soep en dwarsboomde hun plannen. De app is dan weer de beste in zijn soort, aldus Hans. Berlijn is een geweldige stad met enthousiaste en luide toeschouwers. Van het parcours ben ik niet helemaal wild. Ja, het is functioneel, maar toch ook wel heel veel van hetzelfde. De Berlin Marathon blijft hoe dan ook een icoon. Ik ben blij om eens een klein deeltje te zijn geweest van de Berlin Legend. Misschien komt er ooit een vervolg. Misschien ook niet. Eén ding weet ik wel zeker: je zal mij er nooit, maar dan ook nooit, op skeelers zien.
Nog enkele weetjes
Sam (2:38:36) en Seppe (2:27:10) slaagden er allebei in om hun PR scherper te stellen. Wat een tijden! Seppe won bovendien het combiné-klassement, oftewel het klassement van de gekken.
Lid van de skeelercrew en ultraloper Bart zette alle zeilen bij om met een sterke 3:59:26 te finishen op zijn marathondebuut. Zijn conclusie was dat hij toch liever langer en off-road loopt.
Bij de elite was het Ethiopië boven. Tigist Ketema won in 2:16:42. Haar landgenoot Milkesa Mengesha had 2:03:17 nodig om de overwinning achter zijn naam te zetten.
Vico Merklein en Francesca Porcellato gingen als eerste handbikers over de finish. Marcel Hug en Catherine Debrunner waren dan weer outstanding rolstoelatleten.
Onze supporters kregen de onmogelijke taak voor de kiezen om vier lopers aan te vuren die niet bepaald in elkaars buurt liepen. De U-bahn liet hen in de steek, zij ons nooit.
Ik probeerde weer eens wat sportgels van 6D. Conclusie: de ISO gels werken voor mij het best. Mijn vier gels gingen behoorlijk vlotjes binnen en veroorzaakten geen gerommel in de onderbuik.
Op kilometer 27 was er een Maurten Gel depot. Op dat moment was mijn buik niet toe aan een experimentje. Ik trok wel grote ogen toen ik zag hoe sommigen de bevoorrading aangrepen om hun thuisvoorraad aan te vullen.
Mijn vertrouwde marathonshort stuurde ik met pensioen. Ik keek al te vaak met een bezorgde blik naar de naden in het kruis met de hoop dat ze er nog eens een marathon tegenaan konden. Mijn nieuwe short van Asics is 100% goedgekeurd. Een zakje op je bovenbeen voor gels is zoveel praktischer.
Beroepsmatig ontwikkelde ik inmiddels een bovengemiddelde interesse voor loopschoenen. Het is overduidelijk: Nike is het aller-populairste merk. Sponsor Adidas was ook behoorlijk vertegenwoordigd. Hoka is in Duitsland duidelijk minder een ding. Onbegrijpelijk.
Het was sterker dan mezelf dat ik op de terugweg naar het hotel een analytische blik wierp op de pronatie van Seppe, Sam en Bobby die voor ons uit wandelden (waggelden).
Sam had als enige van ons gezelschap de moed en het doorzettingsvermogen om met de trein naar Berlijn te komen. Ergens langs het parcours las ik: You run better than DB!
Bart en Seppe kozen bij hun inschrijving (per ongeluk) voor een luxeponcho bij de finish in plaats van een tas om bagage af te geven aan de start. En of het een luxe exemplaar was!
Mijn complimenten voor het ontwerp en de uitvoering van de medaille, een prachtexemplaar! De skeeleraars kregen daags voordien dezelfde medaille met aangepaste datum. Bart en Seppe trokken dus dubbel gelauwerd huiswaarts.
Over de muur van Klein Orkest blijft voor mij hét lied over de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn. Alleen de voooowgels vliegen van Oost naar West Berlijn, worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten!
Ik ging naar Berlijn en nam niet mee: skeelers met grote wielen, bescherming voor hoofd en ledematen, een vloeiende techniek en heel wat durf. De skeelermarathon op wielen van Roos en haar mannen leverde al straffe verhalen op. Zaterdag 28 september was het skateteam van De Jogclub dan ook voor de derde keer op de afspraak. Toch met hier en daar een klein beetje angstzweet onder de oksels. Hans en ik zouden voor het eerst aanschouwen hoe de durvers van dienst zich aan hoge snelheid door Berlijn waagden. In tegenstelling tot de vorige edities van dit evenement volgde de skeelermarathon niet het parcours van de marathon op zondag. De organisatie koos ervoor om de skeeleraars vijf rondes te laten afleggen met start en finish aan de Brandenbürger Tor. Wij namen als toeschouwers plaats aan de Siegessäule om ons team aan te vuren. En of we onder de indruk waren.
Allereerst verdient de uitrusting van onze delegatie ter plekke een vermelding. Een kamer delen met vijf, inclusief uitrusting en materiaal: ik kan jullie verzekeren dat je daardoor een stevige hoop spullen bij elkaar ziet. Zo snel en waaghalzerig als je skeeleren met snelheid voorstelt, zo is het ook echt. We hadden amper tijd om de eerste doorkomst van Bart Swings (veelvuldig winnaar van de skeelermarathon) te verwerken en daar denderde het ene na het andere peloton van topatleten aan ons voorbij. In spanning wachtten we af tot de eerste doortocht van ons team. Seppe en Bobby vormen niet alleen een hecht podcast-duo, ze zijn ook brothers in arms op wielen. Roos behoeft geen introductie meer, ze is de vrouw en stuwende kracht van het gezelschap. Dave was getooid in zijn werkbroek zonder de twijfel de coolste. Na een pijnlijke val in het voorjaar was hij op tijd in vorm om door Berlijn te jassen. Bart, een trail- en ultrarunner die eigenlijk niets met asfalt heeft, maakte het gezelschap compleet. Geheel tegen zijn lopers-DNA in, koos hij er – net zoals Seppe – voor om deel te nemen aan de combiné. Dat wil zeggen: de marathon skeeleren op zaterdag en de marathon lopen op zondag. Gekkenwerk.
Fun fact: er was een tijd dat ik overwoog om de Berlin Marathon te skeeleren. Wie de finish van de marathon op wielen haalt, kan zich namelijk zonder loting inschrijven voor de lopersmarathon. Wat ben ik blij dat ik inmiddels snel genoeg loop om een startnummer voor Berlijn te kunnen bemachtigen. We zagen Seppe en Bobby werken in hun tandem. Roos mocht dan één en al plezier en souplesse uitstralen op haar skeelers, mijn zusterhart kon het amper aan om haar aan dik 30 km/u voorbij te zien sjezen. Das ist wahnsinn! om het met de gevleugelde woorden van Wolfgang Petry te zeggen. Door het aangepaste parcours en een venijnige wind werden er geen PR’s neergezet. Seppe, Bobby en Roos vertrokken in een vroegere startwave, maar misten daardoor ook wat aansluiting bij het pak. Het was dus heel hard werken tegen de wind in. Meer een tactische race dan een spel met treinen. Wat een schouwspel, wat een avontuur. Hoedje af voor onze skeelerhelden!
Ik liep nooit eerder een marathon in september. Jammer, want september is een mooie maand die zich uitstekend leent om marathons te lopen. Altijd maar dat eindeloze wachten tot oktober! Samen met de laatste zomerzon voelde ik mijn goede vorm verdwijnen – dacht ik toch. Er ging geen uur voorbij zonder dat ik aftelde naar die ene dag in oktober dat het weer zou gaan gebeuren. Dit jaar loop ik wel een marathon in september: dé Berlin Marathon! Jawel! De jubileumeditie van die ene iconische wedstrijd met het allersnelste parcours en de allerbeste toppers aan de start. De marathon waarvoor je best een qualifying time kan lopen om zeker te zijn van een startbewijs. Een marathon waar je niet omheen kan, maar op dit moment naar mijn gevoel vooral een marathon die veel te vroeg komt. Een beetje ongelegen zelfs. Het hele pijnpunt van mijn sportieve jaar 2024 is dat het voor geen meter bolt. Hoe hard ik ook mijn best doe om daar verandering in te brengen, ik lijk steeds weer op dezelfde muren te botsen.
Flashback naar september 2021. De covid-houdgreep wordt steeds minder nijpend. Ik verbaas mezelf met een PR op de 20 km van Brussel die doorgaat in september en hetzelfde gebeurt op de uitgestelde editie van de 10 Miles in Antwerpen. Het staat in de sterren geschreven dat ik mijn PR op de marathon naar de maan zal lopen. En dat gebeurt ook. De marathon van Rotterdam is de plaats van afspraak. Ik vertrek boven mijn stand, bekoop dat met een zeer pijnlijke rondje Kralingse Plas, maar ik finish wel in een hallucinante 3:07. Ik kan nog sneller, weet ik vlak na de finish. Uit het niets lijk ik een heel grote stap voorwaarts te hebben gezet. In het voorjaar van april 2022 leer ik Sam kennen op weg naar Parijs. Met veel moeite schud ik daar een 3:06 uit de benen. Hoe vlot het op fysiek vlak gaat, zo moeizaam gaat het in mijn hoofd. In het najaar van 2022 ben ik een paar weken thuis: op en overspoeld, ik moet op krachten komen. Het weerhoudt me er niet van om in Amsterdam een meesterwerkje bij elkaar te lopen en 3:01 te laten optekenen. Sub3 lopen is nooit mijn ambitie geweest, maar nu kan ik er niet meer om heen: die sub3 wordt een doel in 2023.
Mentaal ben ik nog steeds een wrak, maar in april 2023 sta ik wel op de afspraak in Rotterdam. De sub3 is een feit met een verbazingwekkend vlotte 2:58. Ik spartel verder in het donkere gat waarin ik me bevind. Ik blijf ook hard trainen. De zomer is het moment van de grote ommekeer. Ik loop begin juli een sterke Chouffe trail in tropische temperaturen, maar – eigenlijk veel belangrijker – ik leer Hans kennen. Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik ben verliefd en zonder dat ik het echt besef loop ik op training met een ongezien gemak. Alles lijkt vanzelf te gaan. Wat ik van de marathon in Antwerpen dat najaar mag verwachten, weet ik niet. Mijn sub3 heb ik al op zak. Ik weet dat ik er nog wel wat tijd van kan af pitsen, al is dat geen must. Ik leef geheel ontspannen toe naar die dag en beleef daar een droom die ik nooit bij elkaar had kunnen fantaseren: ik win de marathon van Antwerpen in 2:54. Op die marathonwolken drijf ik nog wat verder in het najaar. Ik win de halve marathon van Kasterlee en ook op de Eindejaarscorrida in Leuven zet ik een mooie tijd neer.
Hans en ik maken samen heel wat loopplannen, waaronder de marathon van Milaan in het voorjaar. Samen naar Italië voor een marathon: hoe geweldig is dat! Het is moeilijk om in die marathonvoorbereiding een punt aan te wijzen waarop het minder begint te gaan. Beetje bij beetje krijg ik steeds meer last van de hamstringblessure die al jaren sluimerend aanwezig is. Hoe semi-moeiteloos ik de afgelopen jaren leek te lopen, er was wel één en ander gaande, daar heb ik het ook over in bijna elk raceverslag uit die periode: een stijve hamstrings maakt altijd deel uit van het feest. Ook in Antwerpen was die van de partij. In 2024 lijkt het alsof de peesaanhechting van mijn hamstrings beslist heeft om een prominentere rol te spelen. Het kost me meer moeite om mijn tempo’s te halen, ik herstel steeds wat minder goed. Dit gaat wel weer voorbij, hou ik mezelf voor.
Ik word nog steeds begeleid door mijn wonderkine Kathelijn en er lijkt niet meteen reden tot ongerustheid. Tot ook mijn rug steeds vaker stijf en heel pijnlijk is. De marathon van Milaan wordt er eentje van afzien en veel gas terugnemen, een worsteling zoals ik die al lang niet meer heb meegemaakt op mijn geliefde afstand. Maar ach, het was een geweldige ervaring en je kan niet altijd top zijn. Met mijn rug en hamstrings gaat het inmiddels steeds meer bergaf. Ook in mijn dagelijks leven ervaar ik behoorlijk wat pijn. Tijd om actie te ondernemen. Er volgt een consult bij de sportarts en een MR-scan van de rug, later ook het bovenbeen. Daaruit blijkt dat ik niets onder de leden heb wat mij ervan weerhoudt om kilometers te maken. Het mindere nieuws is dat er wel degelijk wat schort aan mijn peesaanhechting en de nabijgelegen zone, een blessure die niet eenduidig te behandelen is en zich ook niet laat labelen.
Ik richt mijn pijlen op de Chouffe trail die ik begin juli samen met Hans en Sam zal lopen. Twee mannen in topvorm en dat zal ik geweten hebben. Op een vlak stuk asfalt heb ik het minste last van mijn pijntjes, alles wat off-road is en hoogte heeft, kost moeite. Ik zie dus serieus af in en rond Houffalize. Maar, er is nog steeds een medisch plan van aanpak: na de trail volgt een echogeleide infiltratie om mijn pees tot rust te brengen. De harde randjes van mijn pijn trekken wat weg, het hardnekkige is er eventjes af. We trekken 2 weken naar Den Haag om vakantie te nemen. Rust, zeelucht en het goede leven samen zullen me ongetwijfeld goed doen. In goed gezelschap hobbel ik af en toe eens over een duinpad of over het strand. Ik heb nog steeds pijn, maar probeer het even te laten voor wat het is. Na de vakantie vlieg ik er weer in en dan zet ik alles op alles om optimaal voorbereid aan de start te staan in Berlijn.
Het is helaas niet vanzelfsprekend om te trainen. Ik werk 4 dagen per week bij Vedette Sport in Lier. Dat betekent vroeg opstaan om de verplaatsing met de auto te maken. Op werkdagen kan ik alleen gaan lopen om 5 uur ’s ochtends. Echt geen lachertje. Ik ben niet vooruit te branden. Mijn hele lijf is stijf. Met de beste wil van de wereld kan ik dit geen training noemen. Ik hou wel vol. Ik moet en zal kilometers maken. Het zit soms ook serieus tegen. Op 1 augustus ga ik keihard onderuit op een onverwacht modderstuk en knal ik met de achterkant van mijn hoofd op het asfalt. Een doktersbezoek en 8 hechtingen in mijn hoofd later weiger ik nog steeds om dit als een slecht voorteken te beschouwen. Ik mag lopen met mijn wonde, maar dat geeft wel een vervelend trekkerig gevoel aan mijn hoofd. Het is niet bepaald bevorderlijk voor het loopplezier.
Terwijl ik naarstig op zoek ben naar iets van snelheid in mijn benen, blijft het schipperen tussen wat praktisch en lichamelijk haalbaar is op training. Ik kan niet ongestoord kilometers vreten. Het is zaak om nu zo efficiënt mogelijk te trainen. Ik kom tot het besluit dat ik het mezelf in mijn trainingen niet onnodig lastig moet maken. Dat doe ik door 1) zo min mogelijk hoogtemeters te maken 2) een makkelijke ondergrond te kiezen 3) in te zetten op snelheid, meer dan op lange duurtrainingen 4) de moed erin te blijven houden. Niet gaan lopen of niet kunnen lopen is nog altijd veel erger, dan niet vlot kunnen lopen. Ik trek ook vaker naar de piste, want als het gaat over een goedbollende ondergrond dan ben je op de prachtige atletiekpiste van Tienen aan het juiste adres.
Er zijn in augustus zeker goede loopmomenten. Ik voel soms dat mijn motor als vanouds kan aanslaan, dat mijn benen mooie tempo’s kunnen lopen en dat alles wat ik heb opgebouwd de afgelopen jaren niet volledig is weggeveegd. Het zit nog in mij, het komt er nu alleen moeizaam en wat sporadischer uit. Er zijn ook genoeg mindere momenten. Trainingen dat ik geen deuk in een pak boter loop, dat ik veel pijn heb en nadien ook moet bekomen. Op die momenten zie ik het allemaal niet meer zitten en weet ik niet hoe ik in godsnaam de afstand van 42,2 kilometer kan uitlopen. De pijnlijke conclusie is dat dit niet de marathonvoorbereiding op Berlijn was waar ik op gehoopt had.
Elke medaille heeft twee zijdes, ook in dit verhaal. Ik weet dat het niet meer dan normaal is dat de positieve flow die ik de afgelopen jaren beleefde nu is weggeëbd. Ik wil heel dankbaar zijn voor alles wat ik tot nu toe al heb mogen meemaken in mijn sport. Ik besef ten volle dat ik nog steeds een behoorlijk stuk kan lopen, dat ik überhaupt nog kan lopen. Er is geen reden tot paniek. De rebelse pees die mij nu in een sukkelstraatje duwt, zal op een dag weer een toontje lager gaan zingen, aldus de kine die nog steeds wonderwerk verricht. Mijn broer beleefde vorig jaar een sportief baaljaar met blessureleed en kon zich ook niet voorstellen dat hij een jaar later vice-wereldkampioen duatlon zou worden. Er is voldoende hoop, geen reden om te zitten kniezen in een hoekje.
En toch is dat wat ik doe. Balen, sakkeren en diep zuchten. Omdat lopen beladen is geworden. Ik word zowel tijdens mijn trainingen als in het dagelijks leven geplaagd door die zeurende pijn in mijn hamstrings. Net nu lopen ook mijn werk is, voel ik me slechts een schim van de loper die ik was. Er is een onevenwicht tussen de in- en output. Lopen geeft mijn hoofd wat rust, maar vult het ook weer met onzekerheden. Een klassiek verhaaltje over een vicieuze cirkel die zich moeilijk laat doorbreken.
It will be a great day and your training will be worth it schreef de organisatie in het bericht met mijn startnummer 26238. De marathonmodus in mijn hoofd is ontregeld. Ik durf niet meer te vertrouwen op mijn lichaam. Ik weet wel dat als dat startschot klinkt, ik ervoor zal gaan. Net zoals ik het maximale uit mijn trainingen heb proberen te persen – gezien de omstandigheden – wil ik nu kijken wat erin zit – gezien die vervloekte omstandigheden. Niet door per se met het mes tussen de tanden te willen lopen, wel door het moment te pakken. Bovendien kijk ik heel erg uit naar de trip. Samen met Hans naar Berlijn. Samen ook met Seppe en Roos die de marathon op zaterdag zullen skeeleren. En natuurlijk met Sam die (net zoals Seppe trouwens) zondag ook aan de start zal staan om van die 50e Berlin Marathon een feest te maken. Ik ben nog steeds een enorme gelukzak. Een marathon in september dus, het is eens iets anders, zo blijkt wel.
De cijfers: mijn 18e marathon was goed voor een 3:09:43 – mijn geboortedatum indachtig is iets met een 3 en 9 altijd goed De voorbereiding: verliep stram en stijf, al mag ik zeker niet klagen over de kilometers en tempo’s die ik desondanks kon lopen De race: ik miste mijn start volledig, hoopte tevergeefs op een herrijzenis en pakte uiteindelijk wel het moment van de finish De herinnering: een 5-daags marathonreisje met Hans om nooit te vergeten, inclusief het goeie leven in Milano
Wat vooraf ging Het zou oneerbiedig zijn om Milaan een plan C te noemen, al was het dat strikt genomen wel. Parijs was de eerste keuze (maar belachelijk duur), Düsseldorf het alternatief (maar de organisatie gaf er de brui aan). Met Milaan vielen alle puzzelstukjes in elkaar: samen naar Italië in het midden van de paasvakantie. Het was gewoonweg meant to be. Als lopend koppel deel je loopgeluk en -leed. Na een geslaagd najaar, ging het allemaal wat stroever in het voorjaar. Hans liep halverwege februari een spierscheur in de kuit op. Zelf had ik de afgelopen maanden steeds meer last van een pijnlijke rug en dito hamstrings. Ik probeerde me vast te klampen aan de gedachte dat de aanloop naar mijn voorjaarsmarathon nu eenmaal altijd wat meer voeten in de modderige aarde heeft. Ik kon mijn trainingen wel naar behoren uitvoeren, al begon ook de algehele vermoeidheid z’n tol te eisen.
Vlak voor de start Wie een marathon loopt staat doorgaans héél vroeg op. We werken ons sobere ontbijtje weg en om 6 uur verlaten we het hotel om de metro naar Lanza te nemen. De bag drop area bevindt zich aan het indrukwekkende Castello Sforzesco, op een dikke kilometer van de start- en finishzone. Een roze lucht tekent zich af. Voorzichtig laten de eerste lopertjes zich zien. Onze plastic tas van de organisatie moeten we afgeven aan tentjes. Eén probleem: anderhalf uur voor de start is er nog helemaal niemand aanwezig om onze spullen in bewaring te nemen. Rond 7u15 ontfermt een relaxte Italiaan zich over onze tas en kunnen wij aan de stadswandeling richting start beginnen. Ik voel de marathonkriebels in mijn hele lijf, ik heb er zin in! Hans daarentegen sterft een stille dood van de zenuwen. Zijn geduld zal nog een uurtje op de proef worden gesteld. Na een selfie aan de Duomo, gevolgd door een blokje om richting startvakken schijnt de zon. Ik mag helemaal vooraan vertrekken met een schitterend zicht op Piazza del Duomo. Tot mijn ogen over de grond dwalen. Mijn voeten zijn omringd door de allernieuwste, -snelste én -prijzigste Vaporfly’s van Nike die in behoorlijk wat plassen urine staan te dabberen. Plassen in een startvak: wie zijn die mensen? Het contrast met de gotische grandeur is groot.
De race Met een lekkere beat en een wit-roze confettikanon worden we om 8u30 stipt op gang geschoten, qua feestelijk karakter kan dat tellen. Al is de feeststemming bij mij meteen verdwenen. Na 50 meter nemen we een bocht naar rechts met een kleine opstopping tot gevolg. Bovendien is Milaan geplaveid met wat ik een brede, platte kassei zou noemen. Een Italiaanse steen die voor veel reliëf zorgt en elke poging tot tempo maken de kop indrukt. Niks moment van de start pakken. Het is jaren geleden dat ik een openingskilometer zo traag liep. De tweede kilometer lijkt beterschap te brengen. Ik focus op mijn eigen voeten en niet op die ellendige Italiaanse kasseien. Waar ik vorig jaar in Rotterdam na 3 kilometer dacht: vandaag loop ik de marathon van mijn leven en duik ik onder de 3 uur, denk ik nu: vandaag wordt niet mijn dag. Het lijkt alsof ik vertrokken ben met 10 kilometer extra in de benen. Ik voel niks frisheid of souplesse. Mijn eerste 5 kilometer tank ik geen vertrouwen. Ik moet mezelf nu al aanvuren om mijn benenwagen draaiende te houden en kilometertijden van 4’10” te lopen, een tempo dat in deze fase van de race makkelijk zou moeten aanvoelen.
Tot overmaat van ramp zijn er na mij 4 pacers gestart voor de felbegeerde eindtijd van 3 uur. Samen vormen ze een stevig peloton van mannen die er zin in hebben. Ik word met andere woorden opgejaagd door het sub3-beest dat mij geleidelijk aan – zonder enige vorm van genade – wil oppeuzelen. Ik blijf nog steeds een kilometertje of 10 extra in mijn benen voelen. Het soepele tempo zit niet waar het zou moeten zitten. Van een tred met ease is absoluut geen sprake. Waar ik mijn laatste marathons steeds kon aanvatten zonder diep in het krachtenarsenaal te tasten, lijk ik nu geen greintje op overschot te hebben. Stiekem blijf ik ergens de ijdele hoop koesteren dat er weldra een mirakel zal plaatsvinden. Ik zie mezelf aan mijn laptop zitten terwijl ik mijn raceverslag schrijf en typ: en toen vond de grote ommekeer plaats en brak ik erdoor. Mijn visualisatie heeft niet het gewenste resultaat. Ik heb 10 kilometer gelopen en het doet al pijn.
Ondanks het gebrek aan een goed gevoel herinner ik mezelf eraan dat ik hier in Milaan aan het lopen ben, een stad die nu al een onvergetelijke indruk nalaat. Ik probeer mentaal de knop om te draaien. Vandaag zal ik niet de marathon van mijn leven lopen. Vandaag zal ik wel een marathon lopen en dat is hoe dan ook iets om trots op te zijn. Vandaag schiet ik niet vooruit als een onoverwinnelijke raket. Vandaag ga ik nog eens ouderwets afzien. Vandaag weet ik uit ervaring dat het moeilijk ook kan. Vandaag zal het aan de finish voelen alsof ik 52,2 kilometer gelopen heb. Vandaag zal ik geen sub3 lopen, maar een plus3. Na 13,48 kilometer gebeurt het onvermijdelijke en word ik voorbij gedenderd door de sub3 pacers. Vandaag zullen er geen mirakels geschieden.
Met 15 kilometer in de benen en een dik uur aan de loop, tel ik af naar het halfway point. Ook het laatste grammetje adrenaline is inmiddels uitgewerkt. Ik val helemaal terug op mezelf. Ergens vind ik het lachwekkend dat ik nu al uitgeteld ben. Hoewel ik niet de tempo’s haal die ergens diep verscholen zitten, blijf ik hopen om een fijn ritme te vinden. Mijn kilometertijden glijden namelijk alle kanten uit. De cruise control laat het afweten. Na 17 kilometer loop ik op een troosteloze autoweg richting Niemandsland als ik voor mij een singlet van het Joggers Team Tienen zie. Huh? Mijn hometown Tienen hier in Milano? Het moet niet gekker worden! Helaas ontbeer ik elke vorm van energie om de potentiële streekgenoot die drie meter voor mij uit loopt bij te benen. Ik beschik noch over het stemvermogen, noch over de sociale daadkracht om een moment van verbroedering te creëren. Bovendien werkt het parcours niet bepaald mee. Er zitten wat oplopende stukken in en smooth is het asfalt niet te noemen. Voor sfeer en gezelligheid moet je niet op de Via le Scarampo zijn.
Terwijl het bij mij voor geen meter loopt, denk ik vaak aan Hans. Ik hoop dat hij het een beetje naar z’n zin heeft en dat hij op schema ligt om onder de 3u30 te duiken. Ik probeer zijn nabijheid te voelen en daar kracht uit te halen. Ondertussen loop ik naar de Monte Stella: een park met berg dat absoluut een bezoekje waard zal zijn, maar ik zie er helemaal niets van. In de omgeving kan ik dus geen afleiding vinden. Ik loop inmiddels helemaal alleen. Nooit eerder voelde het halfway point bereiken als een prestatie. Met een tussentijd van 1:30:54 heb ik ook geen reden tot dramatiseren. Het gaat niet lekker, maar ik loop nog steeds een aardig tempo. Helaas voel ik ook mijn rug en bovenbenen kilometer per kilometer stijver worden. Mijn hamstrings tekenen protest aan. Nu al. Ik verlies onverbiddelijk terrein. Een tijd rond de 3:15 lijkt een realistisch doel om na te jagen. Een mooi doel ook. De tijden mogen dan veranderd zijn, ik kan de dingen heus wel in perspectief plaatsen. Enkele jaren geleden zou ik hier zonder twijfel voor getekend hebben.
Na 22 kilometer vind ik wat verstrooiing in een gelletje. Ik scheur het lipje eraf, maar ik krijg er geen druppel uitgeperst. Ik blijf wat bijten en trekken gedurende een kilometer of 2. Deels uit frustratie, deels uit verveling. Ondertussen kijk ik uit naar kilometer 25. Dat klinkt gewoon goed en dat zit ik ruim over de helft. De finish lijkt zich echter 20 lichtjaren in plaats van 20 kilometer verder te bevinden. Van de Ippodromo San Siro krijg ik weinig mee. Ik zie wat slordige tekeningen van een paard op een betonnen muur. Al denk ik ook dat mijn observatievermogen niet op scherp staat: het Stadio Guiseppe Meazza ontsnapt volledig aan mijn aandacht. Als ik de 25 kilometer aantik ben ik op het saaiste punt van het parcours. Het Parco di Trenno zal ongetwijfeld een groene oase van rust zijn, het ding is dat als je rond een park loopt je eigenlijk helemaal niets ziet van dat park. Jammer.
Ik ben blij dat de zon schijnt. Het voelt aangenaam warm aan. Mijn tijden schommelen rond de 4’30”. Ik zit nog steeds met 10 kilometer extra in mijn benen. Alles gaat steeds stroever aanvoelen. Het lijkt alsof mijn voeten amper van de grond komen en dat ik er zomaar over zou kunnen struikelen. Eén ding kan ik jullie trouwens wel vertellen over het Parco di Trenno: het is bijzonder groot. Aftellen dus naar kilometer 30. Dat voelt toch alsof de finale in zicht is. Bovendien vertelt mijn parcourskennis me dat we dan in een min of meer rechte lijn naar de finish lopen. Eventjes – heel eventjes – lijkt het ook beter te gaan. Heel af en toe komt er toch iets van vlotheid in mijn benen gekropen. Soms loop ik dus nog best goeie kilometers, maar er valt geen peil op te trekken. Ook mijn Garmin lijkt het noorden wat kwijt te zijn. Sommige van mijn kilometertijden zijn simpelweg te snel, andere dan weer te traag. Ik probeer me daar niet te veel van aan te trekken.
Na 32 kilometer lopen we rond een vijver in het Parco del Portello. Leuk voor de afwisseling in ieder geval. Al loopt de weg echt vlak langs het water, de vijver is op geen enkele manier afgeschermd. Ik vertrouw mijn benen voor geen meter. De angst bekruipt me om in het water te vallen: vandaag acht ik niets onmogelijk. Nog een streepje natuur volgt als we wat later richting een grote weg lopen met zo waar enkele off-road meters voor de voeten. Ik moet natuurlijk meteen aan Hans denken. Achteraf zou ik horen dat hij hier allesbehalve in zijn nopjes was en het oplopende stuk net zo goed vervloekt heeft. Volgens het gezegde begint de marathon pas op 35 kilometer, maar ik heb dat eigenlijk nooit zo ervaren. Natuurlijk doet alles op dat moment pijn. Je lichaam roept om alsjeblieft te stoppen met lopen, maar net dan voel ik ook hoe het in mij zit om gewoon te blijven lopen en hoeveel voldoening het me geeft dat ik dat nog kan. Gewoon blijven lopen dus. De finish lonkt.
Als ik op kilometer 36 naar de Arco della Pace loop (de Arc de Triomphe van Milaan zeg maar), weet en voel ik dat het einde van mijn lijdensweg in zicht is. Naar mijn gevoel kruip ik nog steeds meer dan dat ik loop, maar de cijfers tonen ook dat mijn perceptie van de werkelijkheid wat negatiever gekleurd is. Ik heb 36 kilometer gelopen in 2u36, een snelle rekensom leert mij dat ik nog steeds onder de 3:10 kan finishen. Toch een pak sneller dan wat er in mijn hoofd aan het gebeuren was. Langs het Parco Sempione is het bovendien gezellig druk met enthousiaste supporters. Het klinkt van dai dai dai en brava hier en daar. Ik kan niet anders dan lachen. Ik probeer dit moment als een spons op te nemen. Zie mij hier eens een marathon lopen. Onder de Italiaanse zon, met veel moeite, maar nog steeds belachelijk snel. Na 38 kilometer laat de eerste DJ van zich horen en kan het aftellen écht beginnen.
De laatste kilometers van de marathon zijn zowel de saaiste als de spannendste. Wat op die zonnige zondag in Milaan overheerst is ongeloof, dat het er echt weer bijna op zit. Ik krijg de Italiaanse Tiziana Scorzato in mijn vizier. Ze viel me al op in het startvak: haar kleine tengere lichaam ademde één en al marathon. Het feit dat ze in de F50 categorie loopt, maakt haar verschijning er niet minder intimiderend om. Tiziana lijkt nog steeds vlotjes vooruit te gaan. Het verbaast me dan ook dat ik in haar buurt kan finishen. Ik besef nog maar eens dat ik mijn eigen prestatie, ook vandaag met loden benen, geenszins mag minimaliseren. Ik snak nu echt naar de finish. En jawel hoor, daar is ie dan: de laatste bocht naar rechts. Het gejoel in, langs de Duomo met luide en enthousiaste toeschouwers langs de zijlijn. Ik probeer het moment zo bewust mogelijk in me op te nemen. Vandaag liep het niet bepaald over een leien dakje, maar over een Italiaanse steen die ik in heel mijn lijf gevoeld heb. Ik geef nog alles wat ik in me heb om onder de 3:10 te kunnen eindigen. Er staat 3:09:43 op de roze klok. Potjandorie, ik heb het gehaald!
Ik zie op mijn horloge dat het 11u40 is. Ik heb dorst en ik voel nu ook echt de warmte van de zon. Een frisse Hipro van Danone lest mijn dorst en vult de brandstofvoorraad weer aan. Ik zou Hans heel graag over die finishlijn zien lopen, maar ik voel ook dat ik te weinig tijd heb om me door de drukte heen terug naar het plein te begeven. Ik wacht hem dus op in de finishzone. Na een goeie 20 minuten is hij daar al: mijn man die ondanks zijn aversie voor asfalt, voor grootse evenementen en de marathonafstand, ondanks een spierscheur, een zouttekort en duizeligheid het klaarspeelt om te finishen in 3:27:14. Wat een ongelooflijk knappe prestatie! 4 uur lang hebben we elkaar moeten missen: we hebben allebei zwaar afgezien en veel meegemaakt. We hebben elkaar kortom veel te vertellen.
De conclusie Milaan is een prachtige stad en de Milano Marathon is zeker een geslaagde stadsmarathon. Het evenement is goed georganiseerd, al is het ook allemaal een beetje op z’n rustig-aans Italiaans. Dankzij de start- en finishzone in het hart van de stad staat de marathon ook garant voor een mooie stadsbeleving. Saaie stukken buiten het centrum zijn onvermijdelijk. De organisatie belooft een snel parcours. Dat klopt deels. Er zijn toch wel enkele wat lastiger beloopbare stukken, de hoogtemeters en het aantal scherpe bochten blijft echter beperkt. Ook de grootte van het deelnemersveld strekt tot de aanbeveling. Je bent wat sneller op jezelf aangewezen, maar je blijft ook gespaard van de grote drukte en chaos die met de massa gepaard kunnen gaan. De grootste beproeving is om je als buitenlander in te schrijven. Reken op het nodige papierwerk. Wat is er echter mooier dan de marathon en het leven te vieren onder de Italiaanse zon? Warm aanbevolen dus!
Nog enkele weetjes
Ik eindigde als 25e vrouw en 5e in mijn leeftijdscategorie. De Ethiopische Gebeyahu Tigist Memuye mocht de winst op haar naam schrijven met een tijd van 2:26:32. De eerste Belgische vrouw was niemand minder dan Lotte De Vet, winnares van de Hel van Kasterlee. Zij legde haar marathon af in 3:05:07.
885 vrouwen bereikten de finish. Op een totaal van 6920 finishers is dat toch wat minder dan bij een gemiddelde stadsmarathon. Bij de mannen bracht Kipkosgei Titus Kimutai de winst naar Kenia in 2:07:12.
Op zoek naar mijn potentiële streekgenoot kwam ik in de uitslag land- én jaargenoot Jonas Sierens tegen die met 2:59:59 de meest spannende sub3 liep.
Ik werkte in totaal 4 sportgels weg. Mijn persoonlijk minimum ligt op 3, mijn maximum is 5. Netjes dus.
Hans bleek net zoals ik schrik te hebben om in de vijver van het Parco del Portello te belanden.
Dit was de eerste marathon die ik liep met mijn pet achterstevoren, daar zat niet echt een idee achter.
Bevoorradingsposten worden doorgaans bemand door de jonge garde. Denk aan de plaatselijke jeugdbewegingen. Dat was nu net even anders: ik schat de gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers op een jaar of 60. Hoe dan ook, zonder vrijwilligers geen evenement.
Een bevoorrading met plastic flesjes is niet milieuvriendelijk, maar toch wel het allergemakkelijkste voor een loper. Dank dus aan sponsor Levissima. De flesjes lagen dankzij de wat plattere vorm ook nog eens perfect in de hand.
Op de parcourskaart stonden tal van DJ-punten aangeduid. De enige DJ die ik opmerkte, was die op kilometer 38. En ik was echt niet zo ver heen dat ik een DJ onopgemerkt voorbij zou lopen.
Hans bevestigde nadien dat mijn Garmin kuren had en dat mijn kilometertijden soms niet accuraat waren. Mijn route vertoonde wat afwijkingen op rechte stukken, waardoor ik dus meer of minder meters aan mijn broek kreeg dan wat ik daadwerkelijk liep.
De medaille was uiteraard roze. Hoofdsponsor Wizz Air gaf die de vorm van een vliegticket. Het blauw-roze lint kon wel wat goedmaken. Al mag ik ook niet te negatief zijn. Mijn stadsoutfit ’s avonds bleek namelijk in de kleuren van de medaille te zijn, waarop Hans opmerkte: jij bent gewoon de medaille!
Ik ga niet beweren dat de Milano Maratona de marathon van het dolce far niente was. 42,195 kilometer lopen laat zich moeilijk rijmen met de kunst van het zalige nietsdoen en de gelukzalige ontspanning. En toch is de gedachte van het goeie leven in Italië de herinnering die ik levendig wil houden als ik terugdenk aan het prachtige verhaal dat ik met Hans mocht beleven in Milaan. Op sportief vlak laat het verslag zich samenballen tot de vaststelling dat we allebei afzagen onder de Italiaanse zon en over de Milanese straatstenen. Hans verpulverde zijn PR en liep een knappe 3u27 op de tabellen. Zelf sleepte ik een 3u09 uit mijn, zoals al eerder gezegd, stramme lichaam. De conclusie is dat we niet anders dan met voldoening kunnen terugblikken op onze marathon en de volledige omkadering waar die deel van uitmaakte.
Een terugkerend thema is het fuchsia roze waar de Italianen zo van houden om een sportief evenement aan te kleden. Mijn 18e marathon leverde mij voor het eerst een roze medaille op. Ook het witte finishershirt met roze details zou ik eerder bestempelen als “niet mijn smaak”. Anderzijds zag ik zelden zo’n mooie zonsopgang als de roze lucht aan Castello Sforzesco vlak voor de start en zorgde de roze finishboog aan de majestueuze Duomo voor een stijlvolle omlijsting. De uitdrukking van de roze marathonwolk is hier dus letterlijk te nemen. We leefden braafjes toe naar zondagochtend. Geen wijntjes tijdens die eerste dagen in Milaan, wel voldoende koolhydraten en een poging om het aantal stappen te beperken. Al blijft dat een lastig evenwicht als je in een stad bent waarin je ondergedompeld wil worden.
Milaan bracht ons de marathon en de marathon bracht ons Milaan. Wat een stad! Ik kan jullie nu al zeggen dat ik mijn thuis in Italië gevonden heb. We verloren beiden ons hart aan de bruisende, kleurrijke en sympathiek chaotische stad waar het wemelt van de verhalen. Ik mis de cappuccino die er straffer is dan bij ons. Ik mis de terrasjes op Brera. Het Italiaans galmt nog na in mijn hoofd. Milaan smaakt vooral naar meer, er is nog zoveel te beleven en ontdekken. Ik heb een stukje van mezelf achtergelaten in Milano, maar ik heb ook een stukje Milaan meegenomen naar Tienen.
In afwachting van het volledige raceverslag is het hoog tijd voor de bedankingen. In de eerste plaats aan jullie, mijn dierbare bloglezertjes, die mijn avonturen zo trouw volgen en me de zin geven om mijn ervaringen en gedachten neer te schrijven. Dankzij jullie heeft mijn blog me al zoveel gebracht. Ik maak eveneens een diepe buiging voor mijn vriendjes die aan het thuisfront intens hebben meegeleefd. Door te duimen en te denken of als een malle te volgen in de marathon-app. Een eervolle vermelding is hier weggelegd voor mijn maatje Sam. We stonden 4 marathons na elkaar zij aan zij in het startvak en telkens werd ik door hem opgewacht aan de finish. Sam deed nu hetzelfde vanop afstand: na een uitgaansnacht bleef hij op om mij op de app te kunnen volgen en aanvuren. En of ik dat gevoeld heb!
Het was de eerste marathon die ik liep zonder familielid langs de zijlijn. Het voelt een beetje alsof ik op 38-jarige leeftijd nu plots een volwassen vrouw ben wiens handje niet meer vastgehouden moet worden, die sterk genoeg is om op haar eigen benen te staan. Ik zou nooit 18 marathons hebben kunnen lopen zonder de steun van mijn gouden familie, mijn rotsen in de branding en een onuitputtelijke bron van inspiratie. In het bijzonder Roos was in gedachten heel dichtbij: mijn sisje dat de afgelopen jaren zo goed voor mij heeft gezorgd. Dankzij haar ben ik nu de vrouw die weer op avontuur durft te gaan. Mijn laatste woorden zijn uiteraard voor Hans, mijn allerliefste en allerbeste. De man die me zoveel liefde en vertrouwen geeft, die zo gek is om met mij marathons te lopen en die me vooral laat voelen hoe mooi het leven is.