Zondag 25 februari 2024 – 8u. Het zonnetje schijnt in Tervuren. In het bijzonder voor mijn zusje Roos en haar loopmaatje Joni belooft dit een mooie dag te worden. Samen zullen ze de Druivenmarathon lopen: 42,2 kilometer in en rond de omgeving van Tervuren en Overijse. Een prachtige streek – dat moet je mij niet vertellen – maar ook wel eentje in de categorie uitdagend. Er lijkt geen metertje vlak te zijn, 3/4 van het parcours is onverhard en het natte weer heeft ervoor gezorgd dat het ook een moddermarathon zal worden. Roos en Joni zijn als duurlopers echter niet bepaald aan hun proefstuk toe. De geoliede looptandem uit het gezegende jaar 1992 finisht uiteindelijk in een knappe 3 uur en 50 minuten, goed voor een zilveren plak voor Roos. Zelf was ik erbij als uitbundige supporter en ook wel een tikkeltje uit opportunisme omdat ik een mooie toer in het Zoniënwoud kon gaan lopen. Voor het betere sfeerverslag geef ik het woord aan Roos.
Ik heb geen idee waar het idee voor dit marathonplan ontstaan is. Ik denk dat Joni erover begon en wat later enkele collega’s die daar in de buurt wonen. De uiteindelijke inschrijving was best wel impulsief: ik was op dat moment in januari niet zo heel veel aan het trainen en ik had ook niet meer heel veel tijd om te gaan “bijtrainen”. De Druivenmarathon leek me een goede voorbereiding op de 58 km van De Jogclub Ultra die we op 1 april zullen lopen.
Dit was zonder twijfel mijn meest ontspannen marathon. De kilometers gingen snel voorbij omdat het parcours zo afwisselend was. Alleen sportgels wegwerken was voor mij geen pretje. Ik begon er nochtans weer enthousiast aan, maar na 20 kilometer had ik al oprispingen en een vervelend gevoel in mijn maag. Op kilometer 25 heb ik dan ook beslist om mijn voeding te laten voor wat het is. Toch liever helemaal leeggelopen aankomen dan al kotsend in de berm. Joni bleef trouwens wel dapper gels eten en kon zelfs pannenkoek en rijsttaart wegwerken. Heel knap. Op kilometer 35 was ik nog heel fris, echt opmerkelijk. Uiteindelijk ging na 40 kilometer dan toch het licht uit. We liepen toen een lang stuk over asfalt, lichtjes oplopend en met tegenwind. Gelukkig kon ik achter Joni lopen en gewoon zijn voeten volgen. Treintjes maken, daar hou ik wel van. We hebben onderweg helaas geen druiven gezien, maar er was wel een bevoorrading door een druivenserre.
Het was echt een geweldige totaalervaring: maximaal plezier en minimale schade aan het lichaam nadien. Ik ben heel fier op onze prestatie! De organisatie was ook erg goed, zoals steeds bij Sport Events. Bijkomend pluspunt was de kaastaart van Au Flan Breton die we aan de finish kregen. Ook een extra meerwaarde dat Joke er was. Je hoeft geen heel peloton aan supporters te hebben, maar eentje die overenthousiast is, dat is wat telt. Ik wens ook iedereen een loopmaatje als Joni toe. Ik mag bijvoorbeeld altijd het tempo bepalen, heerlijk is dat. We hebben onderweg altijd genoeg te vertellen: van oorlogsreportages tot Taylor Swift. En soms puffen we gewoon in stilte verder. Ik mag ook elk pijntje bespreken. We geven tussentijds punten aan hoe onze benen voelen en evalueren dan of het al zwaar was of eerder een makkie. Omdat ik niet kan rekenen als ik loop, neemt Joni de calculaties en navigatie op zich.
Bedankt, Roos en Joni! Absoluut een prestatie om met trots op terug te blikken. Jullie zijn bikkels! We kijken uit naar jullie 58 kilometer op Paasmaandag. Wordt vervolgd…
Sneeuw schreeuwt erom belopen en bewandeld te worden. Elke kans om je sporen in – bij voorkeur ongerepte – sneeuw na te laten kan je dus maar beter met beide voeten aangrijpen. Wielen en sneeuw, dat is een heel ander verhaal. Ellende op de fiets was vorige week mijn deel, maar je zal me niet horen klagen over de winterprik die januari in petto had. Zes dagen op rij kon ik onder een stralende hemel over en door de sneeuw lopen dankzij het sneeuwbommetje dat ons land teisterde. Er gaat iets magisch uit van een sneeuwtapijt dat voor je uitgestrekt ligt. Ook als je niet meer goed ziet waar de gebaande paden liggen, maar wel zo ongeveer weet welke richting je uit wil. Net zoals het nieuwe jaar dat zich beloftevol aandient en een zee aan sportieve mogelijkheden biedt. Ik vertel graag wat meer over mijn voorjaarsplannen.
Na de drukke decembermaand lijkt januari op loopgebied altijd weer een maand van opbouwen te zijn. Hoewel ik kilometers blijf maken en mijn looptrainingen dus nooit stil liggen, voelt het toch alsof ik weer een draadje oppak dat is blijven liggen. De pijntjes van het vorige jaar verdienen nu echt een plan van aanpak. Rug recht en de blik vooruit. Plannen smeden en doelen stellen, samen met de loopmaatjes. Tijd om weer eens te voelen wat er nog in het vat zit. Training mode on. Dankzij Hans doe ik dat tegenwoordig over prachtige en gevarieerde routes en in het allerbeste gezelschap. Mijn eerste wedstrijd staat gepland op 18 februari. Dan zal ik de 26 kilometer lange Ferme Toer Trail lopen in Binkom, een mooi stukje Hageland niet zo gek ver van mijn deur. Een week later staat Roos aan de start van de Druivenmarathon in Overijse. Daar moet ik natuurlijk bij zijn, mogelijk om een kortere afstand te lopen, maar hoe dan ook om mijn zusje te steunen.
Op 10 maart zakken Roos en ik traditiegetrouw af naar Den Haag voor onze geliefde halve marathon, de CPC Loop. Ja, lieve lezers, Den Haag: dat het de stad is waar ik altijd een beetje thuiskom, dat weten jullie al. Wat ik nog niet vertelde, is dat ik er vorig jaar naast de officiële CPC Loop in maart (waar ik gemengde gevoelens aan overhield) ook nog 2 CPC’s in de zomer liep. De tweede helft van juli verbleef ik namelijk in Den Haag, onder andere om te bekomen van de La Chouffe Trail. Ik zou eens echt rust nemen en niet overdreven veel lopen, zo beloofde ik Roos. De eerste week ging dat goed: ik liep wat kortere rondjes over een pad door de duinen en een klein stukje over het strand. Tot ik plots op een onverwacht moment zin kreeg om het CPC parcours te lopen, een halve marathon dus. Ik bestudeerde het parcours nog eens aandachtig en probeerde het zo goed mogelijk te memoriseren. Mijn eerste poging was er één in de gietende regen en met twee kleine vergissingen. Ik gaf mezelf onder een stralende zon een herkansing de dag nadien. De adrenaline van de laatste lijn richting Malieveld en finish voelde ik net zo goed door mijn lijf razen, ook al liep ik braafjes op het voetpad. Deze twee extra CPC’s met parcourskennis had ik al op zak. De echte CPC leek toen nog eindeloos ver weg, maar inmiddels verbazingwekkend dichtbij. Zin in!
2024 zal op marathongebied in het teken staan van de grensverleggende buitenlandse marathon. Ik kijk natuurlijk uit naar mijn marathondebuut op de iconische marathon van Berlijn op 29 september. In het voorjaar staat er ook iets bijzonders te gebeuren: een marathon in Italië, jawel! Hans en ik zouden aanvankelijk de marathon van Düsseldorf lopen nadat we daar heel wat goeds over hoorden. Tot bleek dat die sinds 2 jaar niet meer georganiseerd wordt. Een klein dompertje dat binnen de 10 minuten werd opgelost met een nog mooier plan: de marathon van Milaan op zondag 7 april. Een authentieke stadsmarathon die een prachtige ronde door het hart van de stad belooft. Ze kunnen mij natuurlijk veel wijsmaken aangezien ik nog niet eerder in de Italiaanse modestad was. Mijn doel voor die marathon? In topvorm aan de start staan om alles te geven, maar vooral ook om er samen een mooi reisje van te maken met de nodige cappu’s en wijntjes, voor dan wel na de marathon.
Mogelijk pik ik in februari nog eens een cross mee. Het zou zonde zijn om die gloednieuwe (en inmiddels weer propere) spikes nu al aan de wilgen te hangen. Verder staan er nog twee oude getrouwen op de planning: de 10 Miles van Antwerpen, aangezien het stad sinds mijn marathonoverwinning nu ook een beetje van mij is. Wie weet dit jaar ein-de-lijk met Marike aan de start? Daarnaast – uiteraard – ook de 20 kilometer van Brussel, waar ik toch een klein rekeningetje te vereffenen heb na mijn frustraties van vorig jaar. Met stip genoteerd op mijn supporterskalender: de Jogclub Ultra op Paasmaandag met trailtandem Roos en Joni aan de start, een wedstrijd van 58 (mogelijk modderige) kilometers over het mountainbikeparcours Seppe Odeyn. Voilà, bij deze verklaar ik ook het blogjaar 2024 officieel voor geopend. Dat het ons veel stof tot vertellen mag brengen!
Een paar weken geleden legde een collega op school het artikel Ook laatbloeiers kunnen een mooi parcours afleggen onder mijn neus, dat verscheen in De Morgen naar aanleiding van jouw aangekondigde afscheid van de topsport. Ik zal maar eerlijk bekennen dat die titel me niet helemaal lekker zat. Zonder enige twijfel ben ik een laatbloeier in de sport: ik werd een loper toen ik 28 was en liep een jaar later mijn eerste marathon. Ik heb er ook geen moeite mee dat ik niet meer piepjong ben. Het is de combinatie van laatbloeier met ook. Alsof de mooie parcoursen bij voorbaat weggelegd zijn voor de jonge veulens onder ons. Alsof je alleen iets kan bereiken als je al heel vroeg dat ene pad neemt. Een aanname die impliceert dat je op latere leeftijd niet veel meer kan betekenen. Gelukkig blijken levensjaren op de teller niet per se een nadeel te zijn voor de duursporters onder ons. Goed nieuws dus als je pas in een latere levensfase ontdekt dat er überhaupt een duurloper in je huist. Nog beter nieuws als je beseft dat een mooi parcours voor interpretatie vatbaar is.
Hoe dan ook, ik kreeg eerder natuurlijk het hele verhaal mee over je afscheid van de topsport. Als laatbloeiende marathonlopende leerkracht, lezer én creatieveling word ik namelijk vaak met jou vergeleken. Iemand die ook een beetje uit het niks op de voorgrond treedt, zichzelf overstijgt en dat eigenlijk nauwelijks zelf kan geloven. Al heb ik niet half zo veel talent als jij. Op een bepaald moment ben ik ook gestopt met uit te leggen dat ik me heus niet zou kwalificeren voor de Olympische Spelen in Parijs. Ik droeg de titel “De Mieke Gorisssen van Leuven” met trots. We hebben allemaal rolmodellen nodig. Iemand die iets doet en dat je dan denkt: ah, zo kan het ook. Zo mag het ook. Of: het is gewoon goed zoals ik het doe. Wel, Mieke, jij bent altijd dat rolmodel voor mij geweest en dat zal je ook blijven.
Je werd in één klap wereldberoemd met het emotionele interview dat je gaf na de finish van je Olympische marathon in 2021. Onder een verzengende hitte snelde je in Sapporo naar de 28e plek. Het liet jou en bij uitbreiding de hele wereld niet onberoerd. Je zat daar en toonde dat het in de sport niet alleen maar gaat om medailles en recordtijden. Sport is emotie. Ervaring en beleving. Het is kippenvel krijgen omdat je beseft tot wat je lichaam in staat is. De Olympische droom die waarheid wordt. De euforie omdat je de finish hebt gehaald. De verbazing omwille van die prestatie die je nooit als vanzelfsprekend mag beschouwen. Je toonde hoe je het moment intens kan en mag beleven. Om altijd trouw aan te blijven aan jezelf, ook als er een camera op je gericht staat en de hele wereld mee gluurt. Een les in dankbaarheid waar elke atleet iets van kan leren.
Ook hoe je omgaat met het afscheid van je topsportcarrière is ronduit bewonderenswaardig. Op Instagram schreef je hoe de druk van het presteren je steeds meer aantastte en dat je jezelf geleidelijk verloor in resultaten neerzetten. Het werd te veel en te groots voor de kleine Mieke. Laat dat nu net de grootsheid van de dromer zijn. Die durft te stoppen als het te veel wordt, als het niet meer goed voelt en het loopgeluk in het gedrang komt. Je schrijft dat lopen je in balans houdt, dat je dankbaar bent voor wat het lopen je gebracht heeft. Dat het je dromen heeft overstegen. Het leven is aan de dromers, dat heeft deze laatbloeier inmiddels ook ervaren. Je bent mijn rolmodel, Mieke, zei ik dat al?
Je gaat weer lopen voor jezelf. Ik wil je dan ook graag heel veel loopplezier wensen. Het sprongetje van blijdschap als je je loopschoenen aantrekt en nadenkt over welk toertje je gaat lopen. Je hebt zowel de lopers als niet-lopers onder ons onnoemelijk veel inspiratie gegeven. Dank je wel daarvoor.
Ik dacht dat als ik niet zou trainen voor de Hel van Kasterlee ik in november zeeën van tijd zou hebben. Ik had gehoopt dat ik absoluut geen last zou hebben van kou en nattigheid. Dat ik bespaard zou blijven van het leed dat wintertenen heet. Ik zou elke novemberdag fris en monter aanvatten. Ik zou boeken lezen aan de lopende meter. Ik zou zenner dan zen zijn. Ik zette de maand hoog in met een heel ontspannende herfstvakantie. Geen mountaibikestage om kilometers te malen, wel veel zeteltijd en een tripje naar Oostende. Ik kwam écht tot rust. Ook zonder voorbereiding op de zwaarste winterduatlon bleek november echter een pittige maand te zijn, ongetwijfeld de natste sinds 1985. Ik zag af tijdens mijn woon-werkverkeer op de fiets. Op school was het als vanouds koud waar niet tegenop te kleden valt en alle hens aan dek om het werk rond te krijgen. Lopen deed ik ook vaak in gure omstandigheden. Gelukkig was er voldoende tegengewicht om het najaarsleed te verzachten, in de vorm van sportief plezier en herfstige gezelligheid.
Laat ik jullie meteen maar geruststellen: Juan leeft nog, maar sinds de maanden eindigen op -ber hebben we samen helemaal niets meer ondernomen. Ik zou het kunnen wijten aan de lekke achterband waar hij nu al een maand of 2 mee in de veranda staat te staan. De waarheid is dat mijn mountainbikehonger momenteel onbestaande is. Bovendien kan ik die lekke band niet anders dan als een teken van bovenaf beschouwen: een herinnering aan mijn bewogen Hel-editie van 2021 en nog maar eens het bewijs dat het materiaalgedoe van de fietser niet aan mij besteed is. Ik heb het me met andere woorden nog geen seconde beklaagd dat ik niet deelneem aan de Hel. Al fiets ik natuurlijk nog heel wat kilometers bij elkaar. Tony, mijn trekkingfiets, ziet er dan ook uit alsof we dagelijks in het bos gaan crossen, de modderduivel in hoogst eigen persoon die geen meter off-road aflegt. De nieuwe fietssnelweg tussen Boutersem en Leuven (waarover later meer) heeft mijn fietsritten naar een hoger niveau getild, maar Tony ziet zonder meer af.
Een tweede geruststelling: ik loop nog. Uiteraard! Ik heb zo lang mogelijk proberen na te genieten van die ongelooflijke dag in Antwerpen: de winst in een marathon en een nieuw PR. De weken nadien probeerde ik het wat rustiger aan te doen. Niet trainen, gewoon gaan lopen. Mijn hamstrings- en bilspieren bleven hardnekkig hun best doen om zich te laten voelen. Het leek hallucinant dat ik zo’n lang stuk had kunnen lopen aan zo’n stevig tempo. Ik probeerde het allemaal wat meer te nemen zoals het komt. We zien wel. Al wilde ik er wel staan bij die andere highlight van het najaar: de halve marathon van Kasterlee, een vaste waarde op de loopkalender van Team Odeyn. Vorig jaar scheen de zon en kon ik er de overwinning op mijn naam schrijven, toch wel mijn mooiste van 2022. Dit jaar was eens zo bijzonder omdat we met een heel uitgebreide familie-delegatie aan de start stonden.
Op voorhand kon ik me niet voorstellen dat ik 21,1 kilometer lang snelheid zou kunnen maken op een verraderlijk off-road parcours. 3 weken na de marathon was ik redelijk hersteld, maar trok er wel nog één en ander. Ik had dus geen idee wat ik mocht en kon verwachten. Veel zo bleek. Ik denderde door de modder op mijn ooit citroengele Nikes. Ik schoof ook heel wat af omdat ik niet met trailschoenen liep. Uiteindelijk won ik in een tijd van 1u29! Marike maakte haar debuut in Kasterlee, net zoals Hans die een ijzersterke tijd liep. Roos genoot met volle teugen van haar debuut als haas. Papa maakte dan weer zijn comeback, eentje die naar meer smaakte. Seppe werd in stijl tweede. En ik besefte nog maar eens wat een gelukzak ik ben om zo goed omringd mijn sportieve avonturen te kunnen delen.
Inmiddels voelen mijn hamstrings weer wat soepeler aan dankzij een groot onderhoud bij mijn kinesitherapeut. Een opluchting, want er staat nog behoorlijk wat op de sportieve planning om de staart van 2023 in te vullen. Om te beginnen is morgen een bijzondere dag in mijn loopcarrière. Ik maak namelijk mijn debuut op spikes, in de cross, met een wedstrijdlicentie op een Belgisch Kampioenschap én een aflossingsnummer. Op vraag van Seppe ben ik deel van het mixed relays team van DCLA en zal ik dus 1000 meter lang alles geven in het park van Laken om de clubkleuren te verdedigen. Aangezien ik dan toch ter plaatse ben, heb ik me meteen ook ingeschreven voor het individuele BK cross bij de masters: rondjes lopen door de modder met wat hoogte en dat over een afstand van 5 kilometer. Het wordt een klein beetje sterven, dat weet ik nu al. Een nieuwe loopuitdaging waar ik zowel met angst en beven als met een gezonde honger naar avontuur tegenaan kijk.
Iets minder ver buiten mijn comfortzone ligt dan weer de Meerdaalwoudtrail waar ik volgende zaterdag aan de start zal staan. 44 kilometer door het bos lopen past net iets meer in mijn straatje. Zij aan zij met Sam trouwens, die altijd in is voor een trailavontuurtje. Roos is ook van de partij en loopt de 30 km met ultra-loopmaatje Joni. Blijkbaar kan en wil ik de modder van december toch niet helemaal missen. Op de laatste dag van het jaar hoop ik weer eens ouderwets te knallen op asfalt. Na enkele jaren afwezigheid loop ik dan de 12 km van de Eindejaarscorrida in (mijn semi-hometown) Leuven. Aan decemberplannen geen gebrek dus. Wordt vervolgd!
Als ik mijn ogen sluit dan voel ik de wind nog langs de kaaien op Rechteroever. Ik hoor de talrijke spontane aanmoedigingen uit het niks komen in Wilrijk. Ik voel de stilte van het Schoonselhof in Hoboken. Ik hoor ook het geschreeuw van de mensenmuur die mij vooruit stuwt. Als ik mijn ogen sluit dan zie ik mezelf weer over de Meir lopen, geflankeerd door een fietser die aangeeft dat ik de eerste vrouw in de race ben. Ik maak nog steeds veel bochten, hier en daar met wat kasseitjes. In mijn gedachten draai en keer ik alsof het me geen moeite kost. Ik hoor het getik van mijn voeten. Ik zie bewonderende blikken: dat is de eerste vrouw! Ik voel de zon op de Grote Markt. Ik zie de aanmoedigingsfoto van Leah op het scherm. Ik hoor het oorverdovende gejoel aan het MAS. Ik zie het lint van de overwinning en grijp het met beide handen zoals ik het anderen zag doen op tv. In gedachten beleef ik mijn 17e marathon nog heel intens. Lieve lezers, ik schrijf het op zodat ik het misschien zelf kan vatten: ik heb de marathon van Antwerpen gewonnen in een nieuw PR van 2u54.
Als ik mijn ogen open dan kijk ik naar de foto’s van die uitzonderlijke dag. Mijn moment met het lint, de vreugde en het ongeloof in mijn blik. Met Sam na de finish, de ontlading en het geluk. Ik zie mezelf in actie. Mijn lopende ik zal ik nooit als mijn meest flatterende versie beschouwen, maar ik ben wel geïntrigeerd door mijn blik. Soms één en al focus, een beetje streng zoals steeds, maar ook met een grote glimlach die van heel diep komt. Wie is die vrouw toch? Het sijpelt slechts mondjesmaat binnen dat het dezelfde vrouw is als zij die verzonken in een boek onderuit gezakt in de zetel ligt en de vrouw die vloekt als het regent op de fiets. Het dringt niet door dat een doodgewone vrouw 8,5 jaar na haar marathondebuut inmiddels uitgegroeid is tot een overtuigende sub3 loper die zich tot een select kransje mag rekenen.
Als kind wilde ik huisarts J. Odeyn worden of apotheker. Ik wilde een boek schrijven met mijn broer. Ik wilde eens schansspringen of hand in hand op een bankje zitten met één van de Wiener Sängerknaben. Als 29-jarig meisje wilde ik graag eens heel ver kunnen lopen, samen met mijn zus. Die grote loopdroom genereerde andere plannen. Ik wilde steeds een beetje meer, altijd wat verder kunnen lopen en ook altijd wat sneller. Tot ik het punt bereikte waarop ik dacht: nu is het mooi geweest, nu ga ik gewoon genieten van al dat lopen zonder dat het altijd beter moet. Ik heb er nooit van gedroomd om wedstrijden te winnen, laat staan marathons en dat ik daar dan de krant mee zou halen. Groots dromen durf ik als 38-jarige nog steeds. Van die ene stijlvolle villa met een terras aan de slaapkamer om ’s ochtends koffie te kunnen drinken. Over een gelukkig leven voor alle katten op deze wereld en een eigen kledingmerk dat op de catwalks in Parijs geshowd wordt. Zeker nu ik het geluk ook echt gevonden heb, ben ik de eerste om te zeggen dat ander geluk me veel dierbaarder is dan de winst van een loopwedstrijd. Juist daarom kan ik niet anders dan dankbaar zijn dat de realiteit mijn dromen overstijgt. Ik kan de realiteit in droomvorm beleven.
Dit was de marathon waarbij niks moest en alles kon. Eens een keer niet sneller lopen dan de vorige race bijvoorbeeld. De marathon blijft ook voor mij een beest waar ik me nederig voor wil opstellen. Het is net de twijfel die me scherp houdt. Nooit eerder kon ik zo ontspannen naar een marathon toeleven en dat voelde ik meteen toen ik vertrok. Als koploper pakte ik mijn moment langs de dokken en kaaien. Dit pakken ze me niet meer af, dacht ik, ook toen ik na 7 kilometer mijn pole position moest afstaan. Ik moet niet per se winnen. Wel, ik ben heel blij dat ik 10 kilometer later weer als nummer 1 liep en dat ik die koppositie niet meer uit handen heb gegeven. Het is onbeschrijfelijk wat het met een mens doet om kilometer na kilometer onthaald te worden als heldin van de dag. Op handen gedragen door het publiek. Aangevuurd door de massa. Gij gaat dat hier winnen, Joke! We love you, Joke! Tijd en ruimte leken te vervagen. Ik keek weinig op mijn horloge. Ondanks een stijve hamstrings en bilspier bleven mijn benen ritmisch over de grond tikken. Oh ja, het deed pijn, maar ik voelde me zo sterk dat deze marathon geen gevecht was tegen mijn hoofd en de verzuring.
Aan de finish was er nog meer heuglijk nieuws: Sam haalde met een PR van 2u44 zijn kwalificatie voor Berlijn binnen en dat betekent dat we daar op 29 september 2024 samen aan de start zullen staan. Je zou mij een selfmade woman kunnen noemen. Iemand die zonder trainer of schema’s toch veel trainingsarbeid kan verzetten. Iemand die zomaar wat doet zonder team. Ik weet wel beter: jullie zijn mijn team. Joke loopt immers niet alleen. Mijn dierbare bloglezers, mijn schatjes op de fiets, mijn vriendjes in het echte leven: ik ben jullie ontzettend veel dank verschuldigd. Jullie geven me het vertrouwen om te schitteren, de zin om er steeds weer in te vliegen en daar ook over te schrijven. Dankzij jullie kan ik mijn loopplezier delen en besef ik hoeveel dat waard is. Jullie aanmoedigingen, in welke vorm dan ook, raken me steeds net zoals de felicitaties nadien. Weet dat ik dit nooit als vanzelfsprekend wil beschouwen.
Tot slot nog dit: er komt geen uitgebreid raceverslag van mijn triomftocht door Antwerpen. Ten eerste omdat ik moe ben. Ik heb nood aan rust. De afgelopen maanden hebben zowel fysiek als mentaal veel van me gevraagd. Uren aan een blogverslag schrijven kost me veel energie die ik nu wil investeren in mijn herstel. Ten tweede omdat deze marathon een onvergetelijke ervaring was in slechts één take. Ik kan niet kilometer per kilometer reconstrueren hoe ik me voelde en wat er door mijn hoofd schoot. Mijn hoofd en lijf waren stabieler dan ooit. Ik liep, pakte het moment van de start en dan ook het volgende moment en het daaropvolgende tot het moment mij pakte. Ik zal nooit meer als een onbezonnen toerist door Antwerpen kunnen struinen.
Over een week staan Sam en ik aan de start van de marathon in Antwerpen. We leerden elkaar anderhalf jaar geleden kennen in aanloop naar de marathon van Parijs. Het smeedt een band: samen staan klappertanden in een startvak op de Champs Elysées. We vonden elkaar als vrienden en loopmaatjes. Sindsdien liepen we nog drie marathons samen. Het is te zeggen: we vertrekken samen, maar het 27-jarige fenomeen Sam Niyonzima finisht ruim voor mij. Antwerpen wordt zijn vijfde marathon. Reden tot feest dus, ook omdat Antwerpen voor Sam toch een soort thuismatch is. Naast een ijzersterk marathon-PR van 2u47, schudde hij dit jaar ook nog een 1u13 op de 20 kilometer van Brussel uit de benen én mag hij zich sinds kort de snelste advocaat noemen. In Antwerpen is Sam echter meer dan ooit een man met een missie: onder de 2u45 lopen is het doel.
Mijn kant van het verhaal is dat er met Sam in je leven altijd iets gebeurt. Er is altijd iets gaande, er valt altijd iets te vertellen. We deelden dit jaar al veel emotioneel bewogen (sportieve) momenten, enkele knotsgekke avonturen en een memorabele autorit van en naar de Vogezen. Of het nu eerder het diepgravende dan wel het luchtigere werk is: we hebben altijd iets te bespreken. Sam is iemand die heel graag leert en proeft van het leven. Dat werkt aanstekelijk. Als de onbetwiste old one van ons twee ben ik dan ook mee met het reilen en zeilen in het Brusselse advocatenwereldje en de techno scene. Ik weet ook hoe het is om te communiceren met spraakberichten of FaceTime en kon zo meegenieten van een beklimming van de Tafelberg in Zuid-Afrika. Hoe Sam naar de marathon van Antwerpen toeleeft, vertelt hij jullie graag zelf.
Ik train nog steeds met een trainingsschema op basis van hartslag. Eind juli ben ik terug specifiek beginnen trainen voor deze marathon. In de zomer ging dat heel goed. Ik liep nooit eerder zoveel kilometers in de voorbereiding van een marathon: rond de 1000 kilometer in 3,5 maand. In juli liep ik 330 kilometer, een record! De 50 kilometer trail in Houffalize begin juli was heel zwaar, maar ik ben naar mijn gevoel snel hersteld. Mijn lichaam kon de trainingen goed aan. Ook in augustus liep ik veel. Ik ging heel diep bij de 16 kilometer van Dwars door Zaventem onder andere. Op vakantie in het Zwarte Woud kon ik heel mooi lopen, maar maakten de hoogtemeters het ook zwaar. Ik heb toen misschien een beetje te veel gedaan. Een week na mijn vakantie begon ik last te krijgen van mijn achillespees. Ermee lopen lukte niet. Dus toen heb ik veel oefeningen gedaan en dat hielp wel. Na 10 dagen looprust was ik begin september in Berlijn en daar ging het gelukkig weer veel beter. De afgelopen drie weken heb ik telkens meer dan 80 kilometer per week kunnen afwerken.
Mijn doel is om in Antwerpen onder de 2u45 te lopen, dat betekent een gemiddelde snelheid van 3’53” per kilometer. Ik kijk uit naar de ervaring. Het is de eerste marathon in eigen land sinds mijn marathondebuut in 2021. Ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk supporters op te trommelen. We zullen dus zien of ze ook in grote getalen komen opdagen. Bij deze een warme oproep aan de lezers van de blog om ons te komen aanmoedigen. De finish ligt aan het MAS. Ik weet niet zo goed wat ik van het parcours en de marathon mag verwachten. Met een 1000-tal deelnemers is het een relatief kleine stadsmarathon, dus we zullen zien. Het is niet zoals Parijs, Amsterdam of Rotterdam waar je op het einde nog tussen volk loopt. Ik vrees dat het nu een eenzame wedstrijd zal zijn. Op het einde zijn er dan ook nog eens heel veel bochten, wat allesbehalve ideaal is, dus het zal niet simpel zijn om onder die 2u45 te lopen. Ik heb wel veel zin om het avontuur aan te gaan, aangezien ik me met die tijd kwalificeer voor de marathon van Berlijn in september 2024. Om daar samen met Joke aan de start te kunnen staan, is toch een extra motivatie om er in Antwerpen alles uit te halen.
Terwijl de indian summer ons verwarmt, zijn mijn pijlen gericht op al het moois dat het najaar in petto heeft. Bomen die veranderen van verenkleed en seizoenen die estafette-gewijs het stokje aan elkaar doorgeven: ik hou daarvan. 1 oktober is wat mij betreft de officieuze start van het sportieve najaar. Een jaar geleden had ik op dit moment al heel wat wedstrijden in de benen. In augustus en vooral september kon het niet snel genoeg gaan. Er leek elk weekend wel iets op het loopprogramma te staan. Ik voelde me steeds sterker worden en kon zo met veel vertrouwen en tonnen wedstrijdritme toeleven naar de Amsterdam Marathon. Dit jaar liep ik heel wat minder races. Een concrete aanleiding is daar niet voor: ik had gewoon wat minder zin in het gedoe dat erbij komt kijken. Aan najaarsdoelen heb ik echter geen gebrek. Ik neem jullie mee door mijn sportieve agenda van het staartje van 2023.
Op deze eerste dag van oktober sta ik aan de start van de halve marathon van Brussel. De volledige marathon in Brussel liep ik 3 keer, voor de halve zal dit mijn 5e deelname zijn. Lopen in Brussel is altijd een goed idee. Hoewel ik daar vorig jaar op het volledig hertekende parcours toch eventjes anders over dacht. 21,1 kilometer draaien en kronkelen in en rond het park van Laken, op en af lopen rond het kanaal in Brussel-Noord: het is niet bepaald mijn droomparcours om het Brussel-gevoel te ervaren. Amper een week na mijn PR op de halve in Den Haag bleek er echter nog behoorlijk wat in het vat te zitten. Voor deze editie is het parcours weer maar eens gewijzigd. De startzone ligt in het centrum en dan gaat het in een grillige vorm weer richting Atomium om, net zoals vorig jaar, te finishen in het Koning Boudewijnstadion. 270 hoogtemeters kruiden het geheel. Ik ben benieuwd op welke manier Brussel me dit jaar zal verrassen.
Geen oktober zonder volledige marathon. Op 22 oktober sta ik aan de start van de marathon van Antwerpen. Een marathon die sinds enkele jaren op de dool is, naarstig op zoek naar een identiteit en een plek op de loopkalender. Het was Sam die Antwerpen naar voren schoof als onze najaarsmarathon. De start- en finishzone bevinden zich aan het MAS. Het parcours biedt ons verder de kans om Hoboken en Wilrijk beter te leren kennen. Via het centrum gaat het dan richting Eilandje, waar de laatste kilometers geteisterd worden door het betere bochtenwerk. Niet bepaald iets waar je op zit te wachten in de finale van een marathon. Waar ik wel heel erg naar uitkijk is de beleving met Sam en het comfort om nog eens een marathon in eigen land te lopen. Mijn laatste Belgische marathon dateert van 2019 toen Roos en ik bijna in slaap vielen in Brugge. Ik hoop om in Antwerpen in topvorm aan de start te verschijnen. Het is een marathon waarbij niks moet en alles kan: mijn sub3 en kwalificatie voor Berlijn 2024 heb ik immers al op zak. Reden te meer om nog een keer alles te geven.
Op 12 november is het tijd om weer wat off-road nattigheid op te zoeken. Dan trekken wij met de familie traditiegetrouw naar Kasterlee voor de halve marathon. Vorig jaar kon ik daar de overwinning mee naar huis nemen. Zonder enige twijfel is dat één van mijn mooiste loopherinneringen. Het parcours in Kasterlee is al jaar en dag ongewijzigd. Ik ga niet beweren dat ik het inmiddels blindelings loop, veel zal het niet schelen. Het is bovenal een plaats waar ik vorig jaar eens zo hard besefte welk parcours ikzelf heb afgelegd in de 8 jaar dat ik mezelf een loper kan noemen. De zon scheen, het was een prachtige herfstdag en ik was dolgelukkig om dat moment te kunnen delen met mijn familie. We gaan dit jaar voor een maximale bezetting van Odeyntjes op de halve marathonafstand, waarover later ongetwijfeld meer.
Het valt de aandachtige lezer mogelijk op dat ik nog met geen woord repte over Juan, mijn mountainbike die me al 4 jaar lang door weer en wind sleept ter voorbereiding van de Hel van Kasterlee. Wel, Juan krijgt dit najaar wat rust. Misschien is zijn pensioen zelfs aangebroken. Ik zal namelijk niet deelnemen aan de Hel. Aanvankelijk was het plan om in de Hel een drieluik neer te zetten. Door de corona-editie van 2021, waar ik ook nog eens heel veel pech had, ging ik toch over stag om een vierde keer deel te nemen. Elk van mijn vier deelnames bracht me telkens een unieke ervaring, elk voor zich onvergetelijk op een andere manier. Mijn gevoel zegt echter dat het mooi is geweest. Voor nu toch. Je zal mij op zondag 17 december dus als luide supporter langs de zijlijn aantreffen. Waarschijnlijk wel met stramme beentjes, want ik ga natuurlijk niet niks doen tijdens de wintermaanden. Op zaterdag 16 december zoek ik weer modder en bos op en loop ik de 44 kilometer van de Meerdaalwoudtrail. Ik liep er vroeger al eens kortere afstanden, maar door de Hel kon ik er al geruime tijd niet meer aan de start staan. De omgeving is er één die ik goed ken: al lopend en fietsend draag ik het Meerdaalwoud een warm hart toe.
Ziezo, ik onthoud dat het najaar mij veel bochten, kronkels en hoogtemeters brengt. Ook asfalt én modder. Ik stel vast dat de ene parcourstekenaar de andere niet is en dat ik daardoor de kans krijg om zowel vertrouwd als nieuw terrein te verkennen. Het smaakt nu al naar meer.
Berlijn, zaterdag 23 september 2023. Roos staat aan de start van de Berlin Marathon op 6 wielen. Vorig jaar maakte ze er haar debuut samen met Seppe en Bobby. En of dat naar meer smaakte. Het team van De Jogclub kreeg dit jaar versterking van Bart en Dave, waardoor Roos vrijdag met 4 mannen 5 treinen en 8 uur nodig had om in Berlijn aan te komen. Het Belgische en Duitse spoornet lieten het wat afweten, maar mijn dappere zusje speelde zelf voor supersonische trein tijdens haar skeelerrace. Ze finishte haar marathon op wielen uiteindelijk in een waanzinnig snelle 1 uur en 32 minuten. Aan haar het woord om over die geweldige ervaring te vertellen.
De start van de skeelerrace is machtig door de grootse set up van de marathon. Ik had me heel goed vooraan gepositioneerd in mijn startvak. Op een groot scherm kon ik de voorstelling van de professionele “speed skaters” volgen. Ik was zenuwachtig. Je gaat uiteindelijk toch iets raars doen, het blijft een gek gegeven om op skeelers in zo’n startvak te staan. Vlak voor we onze bagage inleverden had ik mijn wielen nog eens aangedraaid. Dankzij mijn nieuwe lagers bolden die echt héél goed. Het vertrek van de race was dan ook niet normaal. Binnen de 200 meter haalde ik een topsnelheid. Op de brede startlaan haalde ik bijna 30 km/u en dacht: “ik ga hier echt maniakaal hard”, al bleef het wel oppassen voor de vele tramsporen in dat eerste deel. Ik reed meteen in een peloton en het is toch wennen om in zo’n massa te rijden. Iedereen is wat hevig bij het vertrek. Ik was ook vergeten dat inline skaters signalen gebruiken om aan te geven of er een bocht naar rechts of links komt bijvoorbeeld. Ik ging nog steeds keisnel. Bergaf haalde ik een snelheid van 37,5 km/u. Mijn skates trilden anders dan ik gewoon was. Het lukte me toen nog niet om aansluiting te vinden in een treintje.
Ik merkte snel dat ik skaters van de startwave voor mij begon op te rapen. Het ging me dan ook net wat te traag. Daardoor kon ik geen trein vinden om mee in te stappen. Ik was echt alles aan het geven tegen de wind in en voelde wel al wat handen in mijn rug. Tot ik in een etalageruit zag dat ik een heel peloton op sleeptouw genomen had! Degene die achter mij reed nam de signaalgeving op zich. Als ik een gat had dichtgereden op een andere trein kreeg ik applaus van mijn volgers. Op die manier kon ik van de ene naar de andere trein springen, maar bleef ik wel zelf met mijn neus in de wind rijden en moest ik best hard werken. Uiteindelijk is de staart van mijn eigen trein afgescheurd en heeft die mij afgelost op kop. Ik werd toen naar voren getrokken in mijn eigen trein door iemand die mij “great speed!” toeriep. Het is echt gek hoe er constant nieuwe treintjes gevormd worden en hoe je ook echt in en uit zo’n trein kan stappen. Ik keek altijd naar mijn snelheid om te kijken of ik in de juiste trein zat. Het is zo comfortabel skeeleren als je helemaal gebukt achter iemand kan rijden, alsof je dan bijna niks moet doen. Er zijn trouwens ook nog veel skaters die niet in een trein rijden hoor. Ik heb dat vorig jaar ook niet gedaan.
Je kan op skeelers best diep gaan. Ik kreeg na verloop van tijd wel wat rug- en nekpijn, maar had me voorgenomen om nog niet alles te geven tot kilometer 30. Zal ik instorten? Zal ik dit nog kunnen volhouden? Dat schoot wel geregeld door mijn hoofd. Vorig jaar zag ik niemand vallen, maar nu zag ik vaak deelnemers tegen de vlakte gaan. Het gekke is dat je, ondanks je hoge snelheid, toch makkelijk kan uitwijken. Ik zag dan ook geen valpartijen met meerdere mensen. De laatste 5 kilometer zat ik bij een groepje vrouwen die heel fanatiek waren en nog wilden versnellen. Ik riep hen toe: “come on ladies, full speed!”. De laatste rechte lijn ben ik voluit gegaan. Vlak voor de Brandenburger Tor liggen lastige stenen waardoor je tempo onvermijdelijk terugzakt, dan kan je op een kort stukje nog wat snelheid maken tot de echte finish. Ik werd daar uitvoerig bedankt door de vrouwen die ik op het einde nog had meegetrokken. Ik wist niet goed wat te zeggen, want ik was zelf helemaal overdonderd door de ervaring en mijn supersnelle tijd. Met een gemiddelde snelheid van 27,5 km/u wist ik amper wat me overkomen was. Ik verbeterde mijn tijd van vorig jaar met 16 minuten en finishte maar 2 minuten na Seppe, die me aan de finish zag en droogjes opmerkte: Roos, gij zijt hier al?!
De mannen van mijn team waren na afloop behoorlijk geradbraakt. Bobby (1u35) had zichzelf naar eigen zeggen een hernia geskeelerd. Hij had in de voorbereiding te weinig op zijn skates kunnen staan en miste daardoor vertrouwen, een gebrek aan wielgevoel dus. Seppe (1u30, ook een nieuw PR) had rugpijn. Ook Dave (1u45) en Bart (1u41) voelden zich behoorlijk gebroken. Mijn voeten waren blij dat ze uit mijn skates mochten, maar ik zat nog zo vol adrenaline dat ik amper pijn voelde. De terugweg naar het hotel hebben we heel traag gewandeld. We zijn bij een hippe frituur gaan eten en toen besefte ik ook dat mijn pre-race-lunch bestond uit een stuk kaastaart met een cappuccino.
De marathon van Berlijn skeeleren is echt zó uniek, er is geen enkel ander skeeler-evenement van die orde. Seppe probeert nu iedereen te overtuigen om volgend jaar deel te nemen aan het duo-klassement, maar ik ga toch passen voor de combinatie met een marathon lopen op zondag. Ik vind het eigenlijk wel ideaal om de skeeler-ervaring op zaterdag mee te maken en zondag de marathon langs de zijlijn te beleven. Die laat natuurlijk niemand koud. Eliud Kipchoge live aan het werk zien onder andere, maar ook al die lopers hun laatste rechte lijn richting finish zien nemen. Echt fantastisch! Met een groepje sporters op pad zijn, betekent ook dat er het hele weekend over sport wordt getetterd. Ondanks het feit dat de treinreis van en naar Berlijn eindeloos leek te duren heb ik zo hard van alles genoten. We waren een heel tof en goed team, ik kijk al uit naar volgend jaar!
De cijfers: met een nieuw PR van 2:58:15 was mijn 16e marathon een absolute knaller De voorbereiding: een lange zoektocht naar het goede gevoel dat zich slechts sporadisch liet opmerken De race: 37 intens positieve kilometers die steeds meer vertrouwen gaven om dan toch die gevreesde tijdsdruk te voelen, door op safe te lopen kon ik de sub3 binnenrijven De herinnering: een weekend onder vrienden en familie die het beste in mij naar boven haalden, hoe 3 uur zowel kan aanvoelen als 3 minuten dan wel 3 dagen, kortom een sub3 om never ever te vergeten!
Wat vooraf ging Ik wist al ongeveer een jaar van tevoren dat ik in april 2023 voor de derde keer de marathon van Rotterdam zou lopen. Als marathonloper is het niet heel origineel om te zeggen dat je “iets” met Rotterdam hebt. In oktober 2021 kon ik er bij de post-corona editie een nieuw tijdskader uitzetten door 3:07 op de tabellen te lopen: een bevestiging van mijn sportieve renaissance. Op een dag, ooit, later als ik groot ben, zou ik wel eens wat minuten van die 3:07 kunnen afpingelen. Ik had toen oprecht nooit durven vermoeden dat een sub3 tot de mogelijkheden zou behoren. Samen met Sam en Roos kwamen er nieuwe marathonplannen. Na de Amsterdam Marathon in het najaar wist ik het zeker: ik zou in het voorjaar durven uitspreken dat ik zou durven strijden voor die sub3. Het nieuwe jaar (dat geheel toepasselijk eindigt op een 3) trok zich echter weinig overtuigend op gang. Er was constant tegenwind, zowel letterlijk als figuurlijk. Puur objectief gezien wist ik dat ik er alles aan had gedaan om goed voorbereid mijn sub3 poging aan te gaan. Gevoelsmatig daarentegen gaf ik mezelf weinig kans om dat doel te halen. Ik voelde het niet. Helaas bleek dat fit aan de start van de marathon staan niet alleen voor lopers een uitdaging is. Simon – Sikke – Van Roy moest als starter forfait geven door blessureleed. Mijn zus Marike zag haar supportersweekend door het trommelvlies geboord worden en bleef noodgedwongen thuis met een fikse oorontsteking. Gelukkig kent Team Sis geen grenzen.
Vlak voor de start
Om 5u30 opstaan om een marathon te lopen voelt als uitslapen. Ik ontwaak op een luxueuze luchtmatras in de herberg van Machteld. Ook Sam is van de partij. Marathonontbijten dat wil zeggen: witte boterhammen wegstouwen, een banaan mag niet ontbreken, net zoals een koffietje en wat peperkoek om het brandstofvat af te sluiten. Buiten is het grijs, miezerig zelfs. Met een graad of 10 mogen we echter niet klagen, zeker omdat er geen regen voorspeld is. Als we aankomen bij de startzone valt het me meteen op dat het een pak drukker is dan bij mijn vorige deelname in Rotterdam. Er staan maar liefst 17.000 enthousiastelingen aan de start van de marathon. We ontmoeten ons live supportersteam Roos en mama bij de Leuvehaven (dat wij liefkozend Het Haventje noemen). Pietenerveus ben ik inmiddels. Ik geef mezelf 30% kans om de sub3 binnen te halen. Samen met Sam in het startvak staan (nu al voor de 3e keer op rij) is altijd een moment om dankbaar te zijn dat we die marathonmanie met elkaar kunnen delen. Sam durft trouwens net zo goed ambitieus te zijn. Hij gaat resoluut voor een sub 2:50.
“Mama, ga eens in dat bootje zitten”
Op elkaar gepakt wachten in zo’n startvak went dus echt niet. Oog in oog staan met het marathonbeest lijkt telkens weer een mission impossible. Het is dan dat ik ten volle besef dat een marathon maar liefst 42,2 kilometer lang is. Eindeloos lang dus. Prestaties uit het verleden zijn geen garanties voor de toekomst. Misschien is dit wel de marathon van de deceptie, de marathon waarin ik vooral mezelf heel erg zal ontgoochelen. Sub3 hoe realistisch is dat eigenlijk? Constant lopen met hangen en wurgen, met een tikkende klok die in je nek hijgt, misschien een vreselijke sprint op de Coolsingel om nét wel of niet onder die 3 uur te duiken. Brrr… waar begin ik aan? Ik doe kortom nog een potje doemdenken vooraleer ik de benen aan het woord laat. Lee Towers zet traditiegetrouw You Never Walk Alone in. Het gaat nu echt beginnen.
De race Om 10u worden we met geknal en rook de imposante Erasmusbrug op gejaagd. Sam roept me toe dat ik moet durven vertrouwen op mezelf. Een cliché misschien, maar omdat hij het oprecht meent, weet ik dat hij gelijk heeft. Ik moet in mezelf durven vertrouwen. Ik heb zelfs een raceplan. In Amsterdam liep ik zowel mijn 1e als 2e marathonhelft in 1u30. Als ik nu mijn eerste helft aan 1u28 loop, kan ik de tweede helft bevestigen wat ik al eens deed. Bovendien heb ik dan nog marge. Ik wil met een vrij hoofd lopen zonder te rekenen op een versnelling op het einde. Ik wil ook niet continu hetzelfde tempo moeten lopen met slechts enkele seconden op reserve. In de aanloop naar zijn Rotterdam Marathon zei Bashir Abdi dat nederig starten de boodschap was. Daags voordien werd die quote mij nogal ingewreven. Starten doe ik meestal kanonskogel-gewijs. Hard en snel, of zoals Seppe zegt: het moment van de start pakken. Het is de aard van het beestje. Ook nu, mijn eerste kilometer loop ik in 3’58”. Oeps. Het voelt echter alsof ik nog maar 10% van mijn krachten benut. Mijn blitzstart is een vertrouwensboost van jewelste: net wat ik nodig heb! Vandaag zal ik ambitie tonen. Hoe dan ook zal dat een boeiend verhaal opleveren: het wordt De magie van sub 3, dan wel plus 3.
Size doesn’t matter, een maatje 40 versus 48
Ik had me ook ingeprent om te denken aan alle tips die ik van mijn kinesitherapeut Kathelijn kreeg. Zij is de vrouw met de gouden handen die tot de wereldtop in haar vak behoort en aan de benen van de koplopers in deze race mag zitten. Ik heb het geluk om inmiddels al een jaar of 7 bij haar op tafel te mogen liggen. De afgelopen maanden gaf ze me technische loopscholing op de piste. Niet gemakkelijk, maar ik merkte wel dat er iets veranderde in mijn passen en dat hogere tempo’s daardoor comfortabeler gingen aanvoelen. Kathelijns geloof in mijn kunnen betekent veel voor mij, die sub3 zou wel eens gaan gebeuren. Ik werd gecomplimenteerd met de vooruitgang die ik had geboekt: mijn pivot was er echt op vooruitgegaan. Ik kon een tempo van 4’10” aan, daar was ze van overtuigd.
De eerste kilometers bevind ik me in een looppeloton. Samen vormen we een grote loopmachine met ontelbare voeten die over de grond roffelen. Als één blok, militair en machinaal. Ik vertrouw op mijn eigen tempo en zal daarbij handig gebruik maken van de massa. Zo min mogelijk energie verspillen door beschutting te zoeken waar het kan. Me niet laten opjagen of meeslepen. Wat is dit een fantastisch gevoel! Ik heb amper een kwartier gelopen en mijn geluk kan niet op. Al het vertrouwen dat ik de afgelopen maanden zo hard moest missen, lijkt opgespaard te zijn voor dit ene moment. Dat ik vandaag de sub3 zal binnenhalen lijkt geen droom meer, maar een realiteit. Hoe arrogant dat ook mag klinken. Ik voel me ijzersterk en hypergefocust. Marathonmodus: aan. Enkele rekensommetjes later weet ik wat mijn tussentijden op 5, 10, 15 kilometer en het halfway-point moeten zijn om mijn eerste helft af te werken met een gemiddeld tempo van 4’10”. Naast die cijfers denk ik vooral weer aan Kathelijn: loop met ease, het moet gemakkelijk aanvoelen. Dat doet het ook! Op deze grijze zondag kan ik me geen leukere bezigheid bedenken dan een marathon te lopen.
Rond kilometer 10 lopen we langs het water, een weg die ik voor het gemak de Vaart van Rotterdam-Zuid noem. Zonnestralen zullen we vandaag niet te zien krijgen, maar het zelfvertrouwen straalt nog steeds van me af. Ik ben omringd door heel wat ambitieuze lopers. In het startvak voor mij zijn namelijk alle vrouwen gestart die deelnemen aan het Nederlands Kampioenschap. Ik kan daar alleen maar profijt van hebben. Het betekent immers dat er heel wat snelle vrouwen voor mij zijn uitgestrooid waar ik zo nu en dan mijn karretje bij kan aanhangen. Ik beschouw het als een heel flexibel pacer-systeem. Hun vastberadenheid werkt aanstekelijk. Bij het minste zuchtje wind dat ik voel (of denk te voelen) zoek ik dekking. Tegen de wind in beuken deed ik de afgelopen maanden al meer dan genoeg. Als een orkest langs de kant Leef! van André Hazes speelt, vraag ik me af of ik een marathon zou lopen als ik zou weten dat mijn laatste dag was aangebroken. Ik ben er nog steeds niet uit.
Over loopplezier gesproken!
Daar loop ik dan op cruise control met mijn Vaporfly’s. Bestemming: Coolsingel. Mijn rug voelt wat stijf aan, net als mijn hamstrings, maar dat is op zich niks nieuws (en nee, het ligt ook niet aan mijn leeftijd). Het valt me op dat ik minder registreer van wat er langs de kant van de weg te zien is. Soms voelt mijn looptocht aan als één grote trip down Memory Lane. Een terugblik op het archief van mijn leven. Och ja, hier redde papa in 2016 een peuter die in het midden van het parcours stond. En jawel, we naderen nu de ambiance van Slinge, waar Roos anderhalf jaar geleden wat meters meeliep. Kilometer 13 is een feit en ik begin aan de lange U-turn na een eerste aanmoediging van mama en Roos. Die hebben er duidelijk ook zin in! Kilometer 15 zegt me dat ik nog steeds perfect op schema lig. De benen zeggen nog steeds dat ze er zin in hebben. Bij elke passage over de tijdsmat denk ik ook aan de volgertjes die via de app mijn tussentijden te zien krijgen. Ik hoop dat ze niet al te veel zullen panikeren als mijn tempo, geheel volgens plan, wat terugvalt. Mama en Roos kunnen me nog eens aanvuren. Op het halfway point is het goede gevoel onveranderlijk. Ik klok daar af net onder de 1:28.
Vlak na de eerste wedstrijdhelft breekt het meest cruciale deel van de race aan. Volgens het gezegde begint de marathon pas op kilometer 35. Ik ben het daar zeker mee eens: de verzuring is dan onvermijdelijk, het lichaam sputtert hoe dan ook tegen. Uit ervaring weet ik echter dat ik mentaal overeind moet blijven tot kilometer 30. Als ik die met een frisse, strijdvaardige kop kan aanvatten, dan komt het goed. Bij mijn 3 marathons in Parijs en ook bij mijn vorige deelnames in Rotterdam kreeg ik tussen kilometer 25 en 30 steevast een rekeningetje gepresenteerd. Lopen mag dan nog geen knokken zijn om het onderste uit de kan te kunnen halen in de echte finale. Er moet nog loophonger in de tank zitten als ik aan kilometer 30 begin. Ik concentreer me dus nog meer op de ontspanning in mijn tred. Het moet easy aanvoelen. Als ik naar de 25 kilometer toe loop, voel ik voor het eerst de wind pal op mijn gezicht. Van het peloton schiet niets meer over. Ik verlies wat terrein. Hier mag ik zeker niet gaan doorduwen. Tak-tak-tak. Focus op de eigen pace. Ik mag de sub3 hier niet verliezen. Hier kan ik niet ongestraft met mijn krachten woekeren. Ik heb marge. Ik loop perfect op schema. Ik heb al 4 gels kunnen wegwerken en die zijn niet slecht onthaald door maag of darmen. Dit komt goed. Dit moet goed komen.
Actiefoto van het jaar met model Sam en fotograaf Roos.
Na 27 kilometer loop ik weer over de Erasmusbrug. Wauw! De mensenmassa schreeuwt me toe. Wat een sfeer. Ik heb amper door dat de weinige hoogtemeters van het parcours hier gemaakt worden. Bij mijn laatste stukje over de brug kan ik niet anders dan lachen. Wat ben ik toch een enorme gelukzak dat ik deel kan uitmaken van dit evenement. Vandaag is Rotterdam ook een heel klein beetje van mij. Dit is een moment om nooit te vergeten. Ik loop langs de startvakken, terug de stad in. Het is niet te vatten hoeveel supporters er langs de kant van de weg staan. Ze zijn ook ongezien luid, aangezien ik richting de 30 kilometer ga en langs de andere kant van de weg de koplopers van de race hun opwachting zullen maken om richting finish te gaan. Oké, genoeg chaos, nu moet ik me terug focussen op mijn benen. Ik heb een plan en dat lijkt helemaal te gaan uitpakken zoals ik het niet eens had durven dromen.
Kilometer 30 dient zich aan: de passage langs de Boezemstraat, waar het après-ski gevoel overheerst, een volksfeest in de stijl van Bocht 7 op Alpe d’Huez. Bijna 2 kilometer lang kruisen we hier de lopers die rond kilometer 40 zitten. Zij kunnen echt beginnen aftellen naar de Coolsingel. Omdat ik zelf ook behoorlijk vooraan loop, zie ik slechts af en toe een buitenaards snelle loper voorbij flitsen. Ze zijn zo dun bezaaid dat ik me niet geïntimideerd voel. Wie hier al langer leest, weet dat ik zowel de Kralingse Plas als het Bois de Boulogne ernstig vervloekt heb. Het zijn plekken waar ik al meermaals gestorven ben. Om die reden liep ik er in het verleden met een ei in mijn broek naartoe. Vandaag is alles anders. Geloof het of niet, maar ik heb gewoon zin om de lus langs de Kralings Plas te maken. Joepie! Lekker vlakke rechte stukken, tempo vinden en maken, consolideren. Hier kan ik de sub3 echt naar me toe trekken.
Ik denk weer aan de raad van Kathelijn en neem nog een laatste gel op kilometer 30. Ze vertelde me ook over adaptieve intelligentie. Toppers onderscheiden zich door op moeilijke momenten het hoofd boven water te houden, door snel te kunnen schakelen en hun mindset aan te passen al naargelang de omstandigheden. Ik ben geen topper, maar ik moet nu eventjes denken dat ik het wel ben. Ik moet en zal het hoofd boven water houden. Mijn benen zullen blijven draaien. Mijn loopmachine mag niet stokken. Mijn sub3 marathon zal vandaag gelopen worden. Vandaag voel ik me sterk. De benenwagen draait nog steeds vlotjes. Er zit amper verval op mijn kilometertijden. De trein is onder stoom. Het geeft weer zo’n enorme boost dat dit in mijn lijf zit en dat het er nu ook uitkomt. Voor ik het goed en wel besef bereik ik kilometer 35, waar de marathon dus echt begint.
Tijdens deze marathon loop ik voor elk van mijn levensjaren een kilometer die semi-moeiteloos aanvoelt. Althans, dat kon ik mezelf toch wijsmaken. Ik hoop dat het niet exemplarisch is voor mijn leven, maar nadat ik het bord van de 37 zie, ervaar ik in alle hevigheid dat ik een marathon aan het lopen ben. Voor elk van die kilometers krijg ik een gram melkzuur in elke spiervezel. Au zeg! Ik moet moeite doen om mijn ademhaling onder controle te houden. Enerzijds lijkt het alsof er heel veel gebeurt op en rond het parcours, anderzijds gebeurt er helemaal niks. Ik ben dan ook dolblij als ik Roos en mama zie op kilometer 37,5. Ook Roos is duidelijk in de ban van de adrenaline als ze een stukje met mij mee loopt. Ik weet niet meer wat ze juist zegt, maar het raakt me om haar zo intens te zien meeleven. Ik voel haar enthousiasme, ik zie dat ze mijn pijn en afzien ook voelt, dat ze weet dat ik het kan binnenhalen en dat dit toch nog 5 angstige kilometers zullen zijn. Ik wil haar geruststellen dat het zal lukken, maar er komt weinig over mijn lippen. De enige weg is die vooruit. Go go go!
Echt genieten zit er niet in tijdens mijn laatste kilometers. Ik weet dat ik het zal halen, maar er mag nu ook niets mislopen. Een minuut of twee marge is veel en weinig tegelijk. Ik voel dat ik wat tempo verlies, ik weet ook dat het nog steeds hard genoeg gaat. De beats van de Boezemstraat stuwen mij vooruit. Blaak is in zicht. Gaaaaaan! Niet twijfelen! Ik had me voorgesteld dat ik de laatste twee kilometers ofwel zou genieten dat het geen naam had ofwel de sprint van mijn leven zou lopen. Geen van beide scenario’s wordt werkelijkheid. Een fractie van een seconde lijkt het alsof mijn linkerbeen aan het asfalt blijft kleven als ik een kramp in mijn kuit voel. Nee! Niet nu! Ik durf niet voluit te gaan. Ik wil genieten, maar ik heb zoveel schrik dat het mij hier nog zal ontglippen dat ik me vooral concentreer op de weg voor mij. Kan ik nu alsjeblieft die bocht maken richting Coolsingel? Laat mij die finishboog zien! Er volgt een bocht en nog eentje. En jawel, ik zie zowaar de finish opdoemen in de verte. Het gaat gebeuren. Het gaat écht gebeuren. Vandaag word ik een sub3 loper. Ik ben daarin trouwens absoluut niet de enige. Het is druk als ik over de finishlijn loop, maar dat maakt niet uit. Bam! Ik ben over de mat. 2:58:15 is een dikke vette sub3 op mijn palmares. Het feestje is helemaal compleet als ik Sam zie die me staat op te wachten. Ook hij beleefde een memorabele dag door af te klokken in een heel straffe 2:47:50, een verbetering van zijn PR met maar liefst 8 minuten. Wat een topper!
Vlak achter de finishlijn zie ik in mijn ooghoek een man die met enige zin voor dramatiek voorovergebogen staat. Er staat een camera op hem gericht en hij krijgt een microfoon onder zijn neus geduwd. Het is Arjen Robben, ex-topvoetballer en Nederlands trots. Hij is meer dan tevreden met zijn sub3, lees ik nadien in de media: Het moest, zo zegt hij. Ik hoop dat hij ermee kan leven dat ik 18 seconden sneller ben. Uit zijn split times blijkt dat hij quasi dezelfde tussentijden heeft laten registreren. We hadden dus eigenlijk samen kunnen lopen. Vlak voor Sam en ik een medaille rond elkaars nek hangen, word ik nog aangesproken door de Ierse Neasa in wiens gezelschap ik heel wat kilometers heb doorgebracht. Ze finishte vlak achter mij en verbeterde haar PR met 15 seconden. It’s my first sub3, zeg ik, om maar duidelijk te maken hoe uniek dit voor mij is. Haar antwoord: Many more to come!
Als we na de finishzone mama en Roos terugzien overheerst eerst de euforie. Mannekes toch, wat hebben jullie vandaag gedaan?! De powervrouw die 3 uur lang door de marathon denderde is verdwenen. Ik ben van de kaart. De kou overvalt me, ik sta te bibberen op mijn benen. Ik kan me amper nog vooruit bewegen, met de twee betonnen blokken die mijn benen zijn. Ik lach en jank tegelijkertijd. Ik weet het allemaal niet meer. Een marathon lopen is naast een straffe sportieve prestatie ook een emotioneel gebeuren. Ik voel een mix van trots, opluchting en ongeloof. Het is op. Ik was tijdens mijn race zo overtuigd van mijn sub3, maar net nu het officieel is lijkt het onwerkelijk.
De conclusie
Je kan heel veel mooie marathons lopen en het goede nieuws is dat je daar niet ver voor hoeft te reizen. De Rotterdam Marathon mag zich met recht en reden #demooiste noemen. Het is één groot feest, zowel voor lopers als supporters. Je voelt dat de Rotterdammers (terecht) trots zijn op dit evenement. Heel warm aanbevolen dus. Misschien stond het wel in de sterren geschreven dat ik hier een sub3 zou lopen. Ik liep in Rotterdam ook mijn eerste sub 3u30 en 3u15. Nederigheid is absoluut op z’n plaats. Uiteindelijk begon ik als 28-jarige te lopen omdat ik dan gezellig met mijn zus kon samenzijn. Ik had nooit kunnen voorzien dat die bezigheid zulke grootse proporties zou aannemen en mij zoveel meer in het leven zou brengen dan een steengoede conditie. Laat staan dat ik tot een select groepje snelle marathonvrouwen van mijn land zou gaan behoren. Juist omdat ik dit nooit als ultieme doel heb nagestreefd, ben ik lopen zo gaan koesteren en staat het voor mij niet gelijk aan louter presteren.
Wat ik eveneens nooit had durven vermoeden is dat deze sub3 zo moeiteloos leek te verlopen. Al helemaal omdat de maanden in aanloop naar deze marathon zowel op mentaal als fysiek vlak veel van mij hebben gevraagd. Ik stond niet fris aan de start, wel fit. Ik denk dat de verklaring eenvoudig is. De marathon vormt inmiddels al 8 jaar een belangrijk deel van mijn leven. Bij elk nieuw marathonplan laat ik wat achter van de vorige marathon en neem ik iets anders mee. Ik leef niet voor mijn sport zoals een topatleet, maar lopen is wel een fundamenteel onderdeel van mijn leven geworden. Ik train hier zo goed als elke dag keihard voor. Hoewel mijn leven niet volledig in het teken staat van de marathon (en ik dat ook niet zou willen), laat ik er zeker wel wat voor schieten. Ik heb niet 8 jaar lang toegewerkt naar dit ene moment. Die gedachte zou al mijn voorgaande marathons oneer aandoen. Het is juister om te zeggen dat 8 jaar aan marathonervaring en -training samenkwamen in dit waanzinnige Rotterdamse avontuur. Ik kan alleen maar hopen dat ik de magie van deze marathon nog zal mogen ervaren. Of er nog sub3’s zullen volgen? Dat weet ik niet. Eén ding is zeker: many more adventures to come! Ik ben nog lang niet uitgelopen (en -geschreven).
Nog enkele weetjes
Bashir Abdi haalde met 2:03:47 de overwinning binnen van deze 42e editie. Zijn 2e winst in Rotterdam dus. Koen Naert bezette knap de zesde plaats met 2:06:51. Met een straffe 2:31:28 was Astrid Verhoeven de eerste Belgische vrouw.
Mijn sub3 is een garantie op een startbewijs voor de iconische marathon van Berlijn in september 2024. Een unieke kans om in het spoor van de absolute wereldtop door Berlijn te racen. Berlin, ich liebe dich!
Ik liep deze marathon met een gemiddelde snelheid van 4’11” per kilometer, exact hetzelfde tempo dat Seppe 6 dagen eerder haalde op De Jogclub Ultra. Verschil moet er zijn.
Mijn race-outfit testte ik de voorbije jaren al uitvoerig. Traditiegetrouw onderwierp ik mijn short de avond voordien nog eens aan een grondige kruisnaadcontrole. Ik vrees dat het voor dit broekje de laatste marathon was.
Mijn blauwe Vaporfly’s stelden niet teleur. Wonderschoenen zou ik het niet willen noemen. Ze zijn vooral heel licht en bieden een excellente demping. Van “de ribbel” aan de hiel had ik geen last.
Gelukkig liep ik deze marathon niet voor de prachtige finishermedaille, want ik vind het een lelijk ding.
Het supportersplan van mama en Roos was tot in het kleinste detail uitgewerkt. Helaas werden ze het slachtoffer van de drukte op de metrolijnen en moesten ze daardoor een supporterspunt laten schieten. Ze stonden er hoe dan ook als het nodig was. Het blijft heel bijzonder om vertrouwde gezichten te zien tijdens zo’n evenement.
Sam had het voor de race over tramsporen in het wegdek. Ik had daar weinig herinneringen aan. Tot ik tijdens mijn laatste kilometers opmerkte hoeveel tramsporen we voor de voeten kregen.
Mijn foto’s van de organisatie zijn niet veel soeps. Erg chaotisch, grijs ook, weinig sfeer en herkenbaarheid van de stad. Ik zou er nog geen euro voor geven.
Daags voor de marathon hadden we het met Machteld en Jelle over het verschil tussen “borrelen” en “pimpelen”. Het heeft beide te maken met in een amicale sfeer (alcoholische) drankjes drinken. Twee woorden om op te nemen in mijn vocabulaire.
Een raceverslag schrijven neemt aanzienlijk meer tijd in beslag dan het lopen van die marathon. Hoe kon ik denken dat ik hier weinig over te vertellen had?! Voor jullie neemt het (hopelijk) nog steeds minder tijd in beslag om dit verslag te lezen dan de marathon te lopen.
Ik stuur jullie even een bericht vanuit hogere sferen. Mijn beide voetjes staan dan wel nuchter op de Tiense grond (het gewone leven gaat immers verder), mijn hoofd is nog niet geland. Ik zweef ergens tussen de Euromast en de Erasmusbrug. Ik kijk uit over Rotterdam-Zuid, Ahoy en De Kuip. Ik hoor het ritmische getrommel van loopschoenen langs de Kralingse Plas. Ook het gejoel van Rotterdam Blaak tot op de legendarische Coolsingel gonst nog na. Met momenten oorverdovend, zonder volumeknop. Ik proef nog een restje chemische banaan: de eerste sportgel die ik zo rond 10u40 wegwerkte. Er tekent zich een dikke vette glimlach af op mijn rode kop, maar ook een bedenkelijke frons. Is dit echt gebeurd? Zondag 16 april waren de marathonwolken boven Rotterdam voor de gelegenheid niet roze, maar grijs. Ook zonder ideale weersomstandigheden had ik amper 2 uur 58 minuten en 15 seconden nodig om de finish te bereiken van mijn 16e marathon. Ik voel de magie van sub 3.
Intens, dat is het woord dat steeds terugkeert als ik het over de Rotterdam Marathon heb. Ook deze derde keer was het een grensverleggende ervaring. Het voelt behoorlijk onwezenlijk dat ik 37 kilometer lang bulkend van het zelfvertrouwen over dat parcours kon razen. Verbeten en met een enorme focus. Een vrouw met een plan dat wonderwel in de juiste plooi leek te vallen. Marathon mode on en gaan met die banaan! Ik kon afrekenen met mijn kwelduivels in Kralingen. Het gaat lukken! schreeuwde Roos toen ik aan mijn laatste 5 kilometer begon. De sub 3 lag voor het grijpen. Net daarom voelde ik de daver op mijn lijf. Natuurlijk deed alles pijn en sloeg de twijfel genadeloos hard toe. Ik kon de sub 3 ruiken en voelen. Ik was bang om hier en nu ten onder te gaan. Om er op het allerlaatste moment nét naast te grijpen. Het vraagt tijd om die wirwar aan emoties te sussen met Oef, het is gelukt!
Een marathon lopen in minder dan 3 uur lijkt zowel een handvol seconden als een paar dagen te duren. Ik loop mijn race nog steeds. De droom van de sub 3 was een redelijk prille droom. Hooguit een half jaartje oud. Ondanks alles durf ik nog heel stout te dromen. Dromen zijn een houvast: mooi om na te jagen, maar het is niet per se een noodzaak om ze te verwezenlijken. Uiteindelijk loop ik marathons omdat ik zo graag loop en omdat lopen mij al zoveel moois gebracht heeft. Als dromen werkelijkheid worden, wil je dat moment koesteren, maar is het zwarte gat ook onvermijdelijk. Mijn beentjes zijn verbazingwekkend fris, het hoofd is doodop. Rotterdam heeft mij overdonderd.
Heel even dacht ik dat er weinig te vertellen was over deze race. Haha, niks van dat! Ook in mijn hoofd was het niet bepaald windstil. Jullie willen waarschijnlijk wel weten welke aparte observaties en bedenkingen er gedurende die krappe 3 uur door mijn hoofd schoten. Hoe ik met de druk van de tikkende klok omging. Hoe waanzinnig dit avontuur weer was. Wel, dat verhaal komt eraan: in geuren en kleuren, smaken zelfs, de enige manier waarop ik het kan vertellen. De bedanking krijgen jullie nu alvast. Omdat Team Sis dankzij jullie allemaal sterker dan ooit was. Mijn nummers 13 en 23009 tonen hoe immens gelukkig ik mij mag prijzen deel uit te maken van zo’n straffe equipe. You’re the best. Simply the best.
Met een diepe (ietwat stramme) buiging en een warme groet
Joke X