De race – Berlin Marathon september 2024

De cijfers: ik finishte mijn 19e marathon in 3:17:31 – met wat verbeelding is dat 2x een 13
De voorbereiding: in één woord moeizaam: loper in crisis
De race: een strak en hoopvol begin, halfweg ging de dimmer aan en liep het al wat stroever en besefte ik dat focussen op tempo en tijd zinloos was en simpelweg de finish halen het doel
De herinnering: een topweekend in héél goed en bijzonder gezelschap, een marathon van mixed feelings all over the place

Wat vooraf ging
Een startnummer voor de Berlin Marathon bemachtigen is geen sinecure. Je kan het geluk hebben uitgeloot te worden, je kan via een organisatie of marathonclub een heel duur plaatsje kopen (al dan niet met een royale bijdrage voor het goede doel) of je kan je als het ware kwalificeren met een snelle tijd. In mijn leeftijdscategorie betekende een Berlin Qualifier lopen onder de 3 uur duiken. Toen ik heel geleidelijk aan steeds dichter naar die magische 3 uur grens begon op te schuiven, begon stilletjes ook de droom van Berlijn te ontstaan. Samen met Sam trouwens: hij moest een tijd onder de 2u45 neerzetten. Vorig jaar bereikten we allebei dat doel, toen ook bleek dat de Qualifiers waren bijgesteld en een sub 3u10 voor mij volstond. Hoe dan ook was samen aan de start staan in Berlijn de bekroning van een prachtig marathonparcours.

Helaas bleek dat het dit jaar sportief gezien bij mij allemaal wat lastiger bolt. Met zware benen en dito gemoed leefde ik daarom toe naar die 29e september. Tot een paar dagen voor vertrek de zin naar avontuur en een goed verhaal doordrong. Ik zou het weekend bovendien spenderen in uitmuntend gezelschap: met Roos en Seppe plus hun skeeleraanhang, maatje Sam en mijn liefste Hans. Ik moest ervan genieten dat was het advies dat ik langs alle kanten te horen kreeg. Geen verwachtingen koesteren en het gewoon allemaal maar laten gebeuren. Een marathon zonder echt plan dus. Ik vroeg me af of dat wel kan.

Vlak voor de start
Om 7 uur stipt hebben we afgesproken om ons in groep naar de start te begeven. Je kan veel zeggen over ons hotel (dat het qua faciliteiten en publiek eerder een jeugdherberg is, dat de kamer van postzegelformaat is voor de prijs van een penthouse met zwembad bijvoorbeeld), maar locatie is alles. Een wandeling van slechts 20 minuten brengt ons via de Spree naar de startzone aan de Bundestag. De sfeer in de groep is verdacht ontspannen. Er is ruimte om de actualiteit van de dag te bespreken, net zoals de nakende presidentsverkiezingen in de VS. Het imposante plein voor de Bundestag is voor de verandering het verzamelpunt voor lopers van heinde en verre. We kiezen een verkeersbord dat ons meeting point zal zijn na afloop van de marathon. Roos vormt met Bobby, Dave en Hans het supportersteam van de dag. Team Marathon bestaat uit Bart, Seppe, Sam en mezelf. Het afscheid doet een beetje pijn, maar omgeven door mijn crew en tienduizenden andere lopers is er geen reden tot eenzaamheid. Sam en ik starten in vak B. Voor de vijfde keer staan we daar zij aan zij te stuiteren van de loophonger, een beetje emo ook wel. Vandaag zal ik mijn 19e marathon lopen en met Sam aan mijn zijde heb ik een bondgenoot om het momentum vast te grijpen.

GVAP3986

De race
Weg zijn wij! De aanloop naar het startmoment mag er wezen. Wauw, dit is groots! Van middenin Tiergarten worden we op de brede allee losgelaten. Als een gigantische kudde dolle beesten stormen we af op Großer Stern, de rotonde waar we daags voordien onze skeeleraars voorbij zagen sjezen. Ik voel me goed. Het doet deugd om te lopen en ik heb er zin in. Ik heb er het raden naar wat er in mijn benen en lijf zit. Focus op een soepele tred, niet als een Malle Mina vertrekken, maar wel het moment van de start pakken (uiteraard: altijd doen). Met een fijn zonnetje en een graad of 9 krijgen we op het snelste marathonparcours ook nog eens het beste marathonweer voorgeschoteld. Na 2,5 kilometer zal ik mijn crew voor het eerst zien. Maar mensen, wat is het druk op dit parcours! Het lijkt een chaotische start van de 20 kilometer van Brussel. Nooit eerder liep ik zo knal in de menigte bij een marathonstart. Het is dan ook niet evident om me te tonen aan mijn supporters. Ik loop helemaal rechts, zij staan langs links. Ik kan ze nog iets toeroepen, maar dan ben ik alweer voorbij gedenderd in mijn razende peloton.

Na 5 kilometer bevind ik me nog volop in de overweldigend aanwezige massa. Ik haal continu lopers in en word zelf ingehaald. Hierdoor is het onmogelijk om een tempo af te stemmen of aan te voelen op basis van anderen rondom je. Er is geen go with the flow, want de stroom watert naar alle kanten uit en bestaat uit tig verschillende snelheden. Het devies van de dag is dus om te focussen op souplesse. Ik moet het gaspedaal met beleid induwen. Ook al moet er vandaag niks, ik wil natuurlijk wel wat. Er is de stiekeme hoop dat ik – zelfs gezien de omstandigheden – een klein beetje boven mezelf kan uitstijgen en in de buurt van mijn 3u09 in Milaan kan komen. Mijn aanslepende hamstrings-malheur is een bezwarende factor, maar er zijn ook verzachtende omstandigheden. Ik loop op de fantastische Cielo X van Hoka, een schoen die zoveel comfortabeler en sneller aanvoelt dan de Vaporfly. Bovendien is en blijft dit de snelste marathon ter wereld. Ook aan ambiance langs het parcours is er geenszins gebrek.

LQYN9440

Via Alt Moabit lopen we na 8 kilometer door de Friedrichstraße de Torstraße in, vlak langs het hotel. Als je van huis bent, gaat er toch een zekere vertrouwdheid uit van de hotelomgeving. De sfeer is opperbest. Mijn benen voelen behoorlijk aan en het belangrijkste: ik heb er nog steeds zin in. Mijn tempo situeert zich tussen de 4’20” en 4’25”. Behoorlijk strak en wellicht te strak om het de volle 42,195 kilometer vol te houden. Voor nu gaat het best goed. En ja hoor, mijn hamstrings en bil voelen als vertrouwd stram aan. Met 11 kilometer op de teller schampen we langs Alexanderplatz om dan nog eens de Spree over te steken richting Kreuzberg. Ik probeer me nog steeds bewust te zijn van mijn cadans. Het einde zal snel nabij zijn als ik geforceerd ga lopen. Aangezien iedereen me heeft ingepeperd om ervan te genieten, is dat ook wat ik probeer te doen. Gek genoeg kan ik hier geen ludiek verhaaltje of lollige anekdote opdissen over wat er zoal rond mij gebeurt. Het lijkt mij allemaal wat te ontgaan: door de drukte, maar ook omdat ik behoorlijk in mezelf gekeerd loop.

Met 18 kilometer op de teller kijk ik reikhalzend uit naar het halfway point. Ik heb het idee dat ik behoorlijk stand kan houden. Ik loop al eens een kilometertje boven de 4’25”, maar dat zou ik nog geen verval durven noemen. De snelheid van het parcours is trouwens een relatief iets. Geloof me, er zijn heus wel enkele metertjes die omhoog gaan en die ook meteen prikken in mijn pijnlijke hamstrings. Er is ook hier en daar echt wel eens een stukje asfalt dat wat minder bolt. Er staat al eens een paaltje in het midden van de weg. Echt bijzonder is het ook niet wat er allemaal te zien is. 42,2 kilometer is nu eenmaal lang en een ideale weg van start tot finish bestaat niet. Het publiek is echter in grote getalen aanwezig en ook luid. Altijd goed!

Ik tik mijn eerste helft af in 1u34. Een snelle rekensom inclusief schaderapport leert me dat onder de 3u15 finishen niet evident zal zijn. Uitkijken naar kilometer 24, waar ik mijn supporterscrew voor de tweede keer zal zien. Ik hoop een frisse indruk op hen te kunnen maken (niet echt, zo zal later blijken). Onderweg naar mijn persoonlijke cheer zone ben ik meer aan het harken en krabben dan ik wil toegeven. Ik ben terrein aan het verliezen, dat staat als een paal boven water. Het is knokken geblazen om niet al te hard terug te vallen. De aanmoedigingen van mijn supporters neem ik dankbaar in ontvangst. Heel even krijg ik een boost, een soort laatste opleving en dan is het onherroepelijk gedaan met de pret. Na 25 kilometer valt het doek over de semi-goed-nieuws-show. Mijn benenwagen stokt, de motor werkt maar op halve kracht. Ik val terug naar een tempo van 4’50”. Zowel fysiek als mentaal kan ik het niet meer opbrengen om te blijven geven. Dikke vette error. Mijn stijve bil en hamstrings zijn aanweziger dan ooit en ook mijn rug mengt zich in het feestje. Dit is een reality check van jewelste.

OIRR4153

Omdat ik noodgedwongen een pak trager loop, neemt de intensiteit van de inspanning af. Een heel bevreemdende gewaarwording. Ik voel in mijn lijf een stuk spanning dat lost. Ik voel dat het mij ontbreekt aan kracht. De tempoloper is een losloper geworden. Hup en nu genieten! Ik loop de Berlin Marathon! Ik denk aan de ontroerende woorden van Sam in het startvak. Hij zei me dat of het nu goed of slecht gaat, ik altijd mensen zal inspireren omdat ik als geen ander het leven kan omarmen. Slik. Genieten op bevel is lastig. Het staat onomstotelijk vast dat ik vooral voorbij gelopen word. Ik ben het slakje tussen de hazen. Mijn strijdlust heb ik achtergelaten op kilometer 25. Ik weet niet meer hoe ik me voel, hoe ik me wil voelen en met welke mindset ik mijn laatste uur zal ingaan. You run better than the government, lees ik op een stuk karton. Ik weet niet of dat echt een geruststelling is.

Ondertussen loop ik door Wilmersdorf richting Kurfürstendamm. Naar het Westen dus. Ik kan relatief weinig vertellen over mijn laatste 15 kilometer. Ik beleef het in een roes. De omgeving ontgaat mij. Ook een gelletje met wat cafeïne geeft mij geen oppepper. Het enthousiasme van de toeschouwers hoor ik in gedempte versie. Alleen een uitzinnige Mexicaanse delegatie aan KaDeWe met sombrero’s en puntige snorren kan mij nog min of meer wakker schudden. Vanaf kilometer 35 staat het huilen me nader dan het lachen. Ik heb rugpijn. Mijn benen lijken amper van de grond te komen. Ook mijn Garmin is het noorden kwijt. Hij is letterlijk voor geen meter te vertrouwen. De kilometers bestaan eerder uit 800 dan 1000 meter, wat mijn trage kilometertijden wel enigszins verbergt. Genieten behoort niet meer tot de mogelijkheden. Ik zal blij zijn als ik een punt kan zetten achter mijn 19e marathon.

AEME9547

Op kilometer 40 gaat het dan eindelijk naar links richting Unter den Linden. Het einde van mijn calvarietocht is in zicht. Ik zal vrede nemen met een tijd onder de 3u20. Er schiet wel wat door mijn hoofd die laatste 2 kilometers. 5 jaar geleden dacht ik met een marathon PR van 3u21 ooit – als ik echt eens een heel goede dag heb – onder die 3u20 te kunnen duiken. Dat zou het summum zijn, een ongeziene prestatie. Ik kan dus niet anders dan dankbaar zijn. Vandaag loop ik op halve kracht onder wat ooit mijn eigen magische grens van 3u20 was. Ik zie de Joke van 5 jaar geleden voor mij en ik besef wat voor waanzinnig marathonparcours ik heb afgelegd. En dus kan ik met de Brandenburger Tor in zicht niet anders dan lachen. 10 jaar geleden begon ik te lopen en nu loop ik hier gewoon mijn 19e marathon. Eentje die verdorie veel pijn heeft gedaan, waarbij ik er nog niet uit ben of hij nu net veel of weinig krachten heeft gekost, maar hoe dan ook onvergetelijk. Na een allerlaatste aanmoediging van Hans ligt de finish voor me. Na 3 uur en 17 minuten zit het erop. Volgens mijn geheel onbetrouwbare Garmin was de marathon 43,74 km lang. Als ik met krop in de keel mijn medaille in ontvangst neem, komen de tranen. Het is een mengeling van opluchting, ontgoocheling en dankbaarheid. Van gemis ook. Ik kan niet wachten om mijn schatjes weer in de armen te sluiten en eens goed uit te janken. Tijd om te bekomen van dit doldwaze avontuur. Wat een leven! Wat een leven!

BFGL4148

De conclusie
De Berlin Marathon is één van de World Marathon Majors. Een prestigieus manneke onder de marathons dus. Voor mijn startnummer betaalde ik 210 euro, dat is ongeveer het dubbele van een “gewone” marathon. Toch een stevig bedrag. Hoe dan ook was de 50e editie van de Berlin Marathon met 58.000 deelnemers goed voor een recordaantal deelnemers. Dat vraagt om nog eens het woord wahnsinn van stal te nemen. Voor mij hoeft het niet allemaal zo groots te zijn met toeters en bellen. De organisatie is behoorlijk feilloos. Het metroverkeer liep volgens de supporters in de soep en dwarsboomde hun plannen. De app is dan weer de beste in zijn soort, aldus Hans. Berlijn is een geweldige stad met enthousiaste en luide toeschouwers. Van het parcours ben ik niet helemaal wild. Ja, het is functioneel, maar toch ook wel heel veel van hetzelfde. De Berlin Marathon blijft hoe dan ook een icoon. Ik ben blij om eens een klein deeltje te zijn geweest van de Berlin Legend. Misschien komt er ooit een vervolg. Misschien ook niet. Eén ding weet ik wel zeker: je zal mij er nooit, maar dan ook nooit, op skeelers zien.

LXIT0186

Nog enkele weetjes

  • Sam (2:38:36) en Seppe (2:27:10) slaagden er allebei in om hun PR scherper te stellen. Wat een tijden! Seppe won bovendien het combiné-klassement, oftewel het klassement van de gekken.
  • Lid van de skeelercrew en ultraloper Bart zette alle zeilen bij om met een sterke 3:59:26 te finishen op zijn marathondebuut. Zijn conclusie was dat hij toch liever langer en off-road loopt.
  • Bij de elite was het Ethiopië boven. Tigist Ketema won in 2:16:42. Haar landgenoot Milkesa Mengesha had 2:03:17 nodig om de overwinning achter zijn naam te zetten.
  • Vico Merklein en Francesca Porcellato gingen als eerste handbikers over de finish. Marcel Hug en Catherine Debrunner waren dan weer outstanding rolstoelatleten.
  • Onze supporters kregen de onmogelijke taak voor de kiezen om vier lopers aan te vuren die niet bepaald in elkaars buurt liepen. De U-bahn liet hen in de steek, zij ons nooit.
  • Ik probeerde weer eens wat sportgels van 6D. Conclusie: de ISO gels werken voor mij het best. Mijn vier gels gingen behoorlijk vlotjes binnen en veroorzaakten geen gerommel in de onderbuik.
  • Op kilometer 27 was er een Maurten Gel depot. Op dat moment was mijn buik niet toe aan een experimentje. Ik trok wel grote ogen toen ik zag hoe sommigen de bevoorrading aangrepen om hun thuisvoorraad aan te vullen.
  • Mijn vertrouwde marathonshort stuurde ik met pensioen. Ik keek al te vaak met een bezorgde blik naar de naden in het kruis met de hoop dat ze er nog eens een marathon tegenaan konden. Mijn nieuwe short van Asics is 100% goedgekeurd. Een zakje op je bovenbeen voor gels is zoveel praktischer.
  • Beroepsmatig ontwikkelde ik inmiddels een bovengemiddelde interesse voor loopschoenen. Het is overduidelijk: Nike is het aller-populairste merk. Sponsor Adidas was ook behoorlijk vertegenwoordigd. Hoka is in Duitsland duidelijk minder een ding. Onbegrijpelijk.
  • Het was sterker dan mezelf dat ik op de terugweg naar het hotel een analytische blik wierp op de pronatie van Seppe, Sam en Bobby die voor ons uit wandelden (waggelden).
  • Sam had als enige van ons gezelschap de moed en het doorzettingsvermogen om met de trein naar Berlijn te komen. Ergens langs het parcours las ik: You run better than DB!
  • Bart en Seppe kozen bij hun inschrijving (per ongeluk) voor een luxeponcho bij de finish in plaats van een tas om bagage af te geven aan de start. En of het een luxe exemplaar was!
  • Mijn complimenten voor het ontwerp en de uitvoering van de medaille, een prachtexemplaar! De skeeleraars kregen daags voordien dezelfde medaille met aangepaste datum. Bart en Seppe trokken dus dubbel gelauwerd huiswaarts.
  • Over de muur van Klein Orkest blijft voor mij hét lied over de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn. Alleen de voooowgels vliegen van Oost naar West Berlijn, worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten!

WWKZ4686

MBAL9057

Loperspraat – De legendarische Great Escape van Hans

Jullie weten al dat Hans een bijzondere man is. Een man die van vele markten thuis is. Een echte trailloper die niet bang is voor een grensverleggend avontuur dat op een mission impossible lijkt. Zo bracht ik hem op vrijdag 13 september naar Maboge waar hij de bus zou nemen naar Ettelbrück in Luxemburg om van daaruit in (een niet zo heel rechte) lijn terug naar Maboge te lopen. Goed voor een trailrun van zo’n 100 mijl, ofte een dikke 160 kilometer. Kortom, een missie die wel wat voeten in de aarde had en ook van het lange type zou zijn. Roos toverde haar auto voor de gelegenheid om tot een camper zodat wij Hans vanaf zaterdagavond van controlepost naar controlepost konden volgen. Op het koudst van de nacht was het een graad of 2. We konden toch wat uurtjes slaap meepikken en slaagden er ook in om de sfeer erin te houden. Hans was duidelijk beter bestand tegen de ontbering. Hij zette en pakte door. Zondagmiddag zagen we hem net na de middag finishen. Na 32 uur en 51 minuten zaten zijn 164 kilometers erop. Ik zei het al: wat een man! Hoe hem dat alles verging? Hij vertelt het jullie zelf.

FHHO3873

Toen ik in 2017 besloot me op trailrunning toe te leggen en de stratenlopen links te laten liggen had ik geen duidelijk omlijnd plan of doel. Ik wilde deze “discipline” rustig ontdekken; zo vaak mogelijk in de natuur lopen, over onverharde paden, het liefst zo ver mogelijk van de drukte en het lawaai. Ik liep dus af en toe eens een trailwedstrijd in de Ardennen, maar nog vaker trok ik er gewoon in mijn eentje op uit om ergens in de natuur een mooie trail te lopen.

Ik begon ook steeds vaker langere afstanden te lopen en zoals ik altijd gedaan heb bouwde ik dat rustig op. Hoewel ik na verloop van tijd ook steeds vaker verder dan de marathonafstand liep, en dus theoretisch gezien een ultraloper werd, vond ik het wat overdreven om mezelf dat predicaat toe te kennen.

In 2023 ontmoette ik Joke tijdens de La Chouffe Trail 70 km en wat er daarna allemaal gebeurde, kan je uitgebreid lezen elders in deze blog, maar het gaf sowieso een boost aan mijn loopambities en meer bepaald met betrekking tot het “ultratrailen”. Toen ik het er met haar eens over had om me in te schrijven voor een 50 mijl wedstrijd was haar reactie: “Waarom ga je niet meteen voor 100 mijl?” Dat was het zetje dat ik nodig had om eens iets gek te doen en zo geschiedde… Ik schreef me in voor de Bello Gallico 100 mijl in december 2023. Helaas sloeg in volle voorbereiding het noodlot toe. Eind november verstuikte ik tijdens een rustig trainingsloopje mijn enkel. Met de moed der wanhoop en tegen beter weten in verscheen ik toch aan de start, maar mijn enkel liet het onderweg meer en meer afweten en na 14 uur en 101 kilometer moest ik noodgedwongen de strijd staken hoewel ik me verder nog prima voelde. Ik stapte uit met een dubbel gevoel; een DNF in deze wedstrijd, maar wel mijn afstandsrecord op 101 kilometer gebracht. Ik kon me al wat beter verzoenen met het label ultraloper.

Mijn herstel van die blessure werd eind februari helaas nog eens doorkruist door een spierscheur in mijn kuit die ik opliep tijdens een trailwedstrijd in Binkom en terwijl ik het loopjaar 2024 al compleet de mist zag ingaan, bleef Joke bij hoog en bij laag beweren dat 2024 een top-loopjaar zou worden voor mij. En ze heeft echt wel gelijk gekregen; achtereenvolgens verzamelde ik in de volgende maanden PR’s op de marathon (in Milaan) en de 20 km van Brussel, zette ik samen met Roos een mooie tijd neer tijdens de 10 miles in Antwerpen, liep ik in juli samen met Joke en Sam de La Chouffe Trail 70 km en in augustus samen met Roos en Joni de Trail des Fantômes 48 km, ging ik tijdens een weekend in de Ardennen 60 km hiken en liep ik 44 kilometer tijdens de 4 uur van de Mollekestrail. Kon ik er meer klaar voor zijn om een nieuwe poging te wagen om die 100 mijl te verslaan? Ik denk het niet…

Het weekend van 13 tot 15 september stond al heel lang in mijn agenda met stip genoteerd: the Great Escape. Ik citeer even de website: “Escape from the Ardennes! 160 km doorheen het mooiste dat de Ardennen te bieden hebben. Trek je stoute schoenen aan, stap uit de dagelijkse sleur, en begin te dromen van wijdse open vlaktes en de mooiste landschappen. Je zal 160 km aan trails ontdekken, aan beide zijden van de Belgisch-Luxemburgse grens, in het hart van de Ardennen. Onderweg tal van kleine ontdekkingen – een historisch kruis, oude muren, kleine beekjes en rivieren – en grootse uitzichten. Feërieke mist, een vluchtige glimp van een hert, de geur van vers gemaaide velden, je zal overdonderd worden met indrukken die je ‘Great Escape’ tot een memorabele ervaring zullen maken.”

Het concept kort samengevat: je start op zaterdagochtend om 4 uur samen met 199 andere lopers in het Luxemburgse Ettelbrück, om na meer dan 160 kilometer in de loop van zondag aan te komen in het Ardense dorpje Maboge. Onderweg overwin je meer dan 6.000 hoogtemeters, zie je twee keer de zon opkomen, passeer je 8 controleposten en beleef je het mooiste van wat de Ardennen te bieden hebben.

Een wedstrijd van die omvang loop je niet zomaar, ook logistiek is dit een ingewikkelde operatie. In 3 van de 8 controleposten (na 40, 80 en 120 kilometer) kan je een “dropbag” laten plaatsen met daarin allerhande spullen; droge kleding en schoenen, verzorgingsmateriaal, voeding en drank enz… Je moet op voorhand goed nadenken wat je waar en wanneer denkt nodig te hebben, rekening houdend met het geschatte tijdstip, de weersvoorspellingen, het terrein en noem maar op.

Slaap is ook een “dingetje” tijdens deze wedstrijd; je weet dat je sowieso de nacht van zaterdag op zondag al lopend zal doorbrengen, maar omdat de start plaatsvindt op zaterdagochtend om 4 uur is de nacht daarvoor ook al gehypothekeerd. Je kan dit op verschillende manieren proberen op te lossen die allemaal gemeen hebben dat er in de praktijk van slapen niet zoveel in huis komt.

Ik heb op vrijdag vakantie genomen om in de loop van de dag nog zoveel mogelijk te slapen. Wel, ik heb veel in mijn bed gelegen maar nauwelijks geslapen. ’s Avonds hebben we dan nog samen thuis gegeten en rond half tien bracht Joke me naar Maboge voor het ophalen van mijn startnummer en de afgifte van mijn dropbags. We kwamen daar aan rond 23 uur, deden het nodige en probeerden daarna nog enkele uren onder een dekentje in de auto een beetje te rusten, wat ook niet echt lukte. Om 2 uur vertrok dan de bus die de lopers naar de start in Ettelbrück zou brengen en ook hier was een poging om de ogen te sluiten tevergeefs. Je komt dus eigenlijk al aan de start met een nacht slaapachterstand.

En dan de start… eigenlijk voel je je al een beetje zielig en ellendig na die slapeloze nacht, gepakt en gezakt met een best wel zwaar trailvest op je schouders. Je lichaam heeft op dat tijdstip eigenlijk helemaal geen zin om het op een lopen te zetten. Het is koud en donker en de stationsbuurt in een Luxemburgs stadje is ook niet meteen een opbeurende plek. Na een korte briefing zet de kudde zich in beweging om de komende pakweg 30 uur in beweging te blijven, een lange kolonne lichtjes die je op de hellingen voor en achter je ziet voortbewegen.

Start

Zaterdag 04u00 – start Ettelbruck – km 0,0

Ik begin aan het avontuur met een klein hartje, geïntimideerd door de eindeloosheid van wat nog komen gaat, meer dan 160 kilometer en waarschijnlijk meer dan 30 uur onderweg. Je verstand kan dit onmogelijk vatten en begint hier heel erg tegen te protesteren. “Ik wil hier eigenlijk helemaal niet zijn”, is een gedachte die meermaals door mijn hoofd flitst.

Toch moet je trachten jezelf tot bedaren te brengen en die gedachten te bannen; je probeert enkel nog in het moment zelf te zijn, je te concentreren op de ene stap na de andere zetten en niet verder te denken dan de volgende controlepost. Je kijkt in het begin ook uit naar de zonsopgang die je hopelijk een beter gevoel zal geven en je probeert aansluiting te vinden bij groepjes lopers die jouw tempo lopen omdat samen toch makkelijker lijkt dan alleen op dit moment.

IMG_3942b

Een eerste mentale opsteker is het moment waarop we vanop een hoogte door de nevel in het dal de lichtjes van Bourscheid-Moulin zien, een prachtig feeëriek zicht dat een bevoorrecht gevoel geeft deze mooie dingen te kunnen beleven tijdens dit uitzonderlijk avontuur.

Kort na een prachtige zonsopgang komt dan eindelijk de eerste controlepost in zicht. We lopen net op een heuvelrug op dat moment, beneden in het dal hangt er mist, wij zien de zon opkomen in een heldere staalblauwe lucht. Het is nog erg koud, ik heb een jasje en handschoenen aan maar ben van plan om die uit te doen in de controlepost.

IMG_3946b

Zaterdag 07u37 – CP8 Bourscheid – km 23,7

Ik eet hier twee sandwiches met choco en vul mijn drank aan. Ik schud ook het vuil en de steentjes uit mijn schoenen, iets wat ik later nog vaak zal herhalen om blaren zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer ik opnieuw vertrek en we vanop de hoogte waar de controlepost zich bevindt naar beneden lopen stel ik vast dat het toch nog te koud is om mijn jasje uit te doen. Ik trek zelfs opnieuw mijn handschoenen aan.

IMG_3947b

Het uitzicht is wondermooi en wanneer we afdalen in de vallei lopen we via een prachtige route langs een ravijn in de buurt van Dirbach. We passeren de “Doigt de Dieu”, een indrukwekkende rotsformatie die hoog boven de vallei uittorent. Enkele kilometers verder wordt het dan toch echt te warm en trek ik alsnog mijn jasje uit. De warme zon op onze rug tijdens de beklimmingen vormt een groot contrast met de koude nacht tijdens de eerste uren na de start.

Op naar Hoscheid dan, waar we over een “graat” uit de vallei zullen klimmen. Ik zag deze al op heel wat foto’s en het is een hoogtepunt waar ik al geruime tijd naar uitkijk. En de realiteit stelt ook echt niet teleur. Samen met enkele andere lopers pauzeren we hier even om de omgeving in ons op te nemen en enkele foto’s te maken. Van hieruit is het nog slechts enkele kilometers tot het volgende controlepunt, het eerste met een dropbag.

IMG_3955b

Zaterdag 9u57 – CP7 Hoscheid – km 37,6

Op deze controlepost drink ik wat soep en cola, controleer ik mijn materiaal en vul aan wat nodig is. Ik wissel ook mijn kousen en doe een “grote boodschap” na wat aanschuiven. Het vergt best wel wat concentratie, zo’n uitgebreide bevoorrading; foute keuzes of beslissingen hier kunnen in een later stadium van de wedstrijd leiden tot opgave zoals later nog zou blijken. Goed nadenken en zorgvuldig en methodisch te werk gaan is dus de boodschap, maar tegelijk wil je ook niet té veel tijd verliezen.

Ik vertrek hier opnieuw met een klein hartje, we hebben tenslotte nog altijd meer dan 120 kilometer voor de boeg. Gelukkig kan ik aansluiten bij een groepje luidruchtige Nederlanders. Onder andere omstandigheden zou ik dit misschien niet zo leuk vinden maar nu vormt het een welgekomen afleiding en schuiven de kilometers haast ongemerkt voorbij.

Zaterdag 13u54 – CP6 Kautenbach Chateau – km 57,5

Enkele kilometers voor de volgende controlepost loop ik wat weg van het groepje en ik kom net voor hen aan bij een middeleeuws kasteel. Ook hier tank ik weer routineus bij. Ik eet (een sandwich met choco) en drink (cola) wat en maak mijn schoenen leeg. Ik heb een goed gevoel en voel me sterk. Nog “slechts” een dikke 20 kilometer tot het halfweg punt waar ook een warme maaltijd wacht. Dat geeft een burger moed; vanaf de helft kan je beginnen aftellen en “gaat het alleen nog bergaf”. Ik ga dus goedgezind opnieuw op pad.

Zaterdag 17u27 – CP5 Clervaux – km 78,8

De warme maaltijd die de organisatie voorzien heeft in deze controlepost moet je wel eerst verdienen; we wijken hier enkele steile en technische kilometers af van de route en hoewel deze kilometers uiteraard ook meetellen valt het psychologisch toch zwaar om dit heen-en-weertje te moeten doen.

Ook hier maak ik weer een stand van zaken op van mijn materiële en fysieke toestand; ik laad mijn horloge op aan mijn powerbank, controleer mijn materiaal voor de nacht die eraan komt, wissel mijn shirt, vul mijn eten en drank aan… Bij het wisselen van mijn kousen stel ik vast dat ik ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch blaren begin te krijgen. Gelukkig heb ik Compeed pleisters mee en een van de vele fantastische vrijwilligers die deze wedstrijd rijk is, knipt ze tot het gewenst formaat en brengt ze aan.

Vervolgens eet ik een groot bord pasta met lekkere veggie saus en veel kaas. Een ultra trail wedstrijd is ook een eetwedstrijd zegt men wel eens en dat is niet gelogen; je verbruikt gigantisch veel energie en je moet die voorraden eigenlijk permanent aanvullen, het liefst zoveel mogelijk met “echt” eten, aangevuld met wat snelle energiebronnen zoals gelletjes (al dan niet met cafeïne). Niet meer kunnen eten, bijvoorbeeld omdat je misselijk wordt, is een van de grootste oorzaken van problemen tijdens dit soort wedstrijden. Niet eten = geen energie = game over. Gelukkig beschik ik over een zeer welwillend maagdarmstelsel dat prima blijft functioneren en kan ik de ganse wedstrijd met goesting en smaak blijven eten.

Ik heb hier in mijn dropbag ook een lange broek maar ik besluit die niet mee te nemen omdat het droog zal blijven en ik niet verwacht dat het té koud zal worden. Dat zou later een tactische fout blijken te zijn die ik gelukkig niet duur zal betalen.

Na een grote boodschap ga ik opnieuw op pad richting Asselborn waar Joke en Roos me een eerste keer zullen opwachten. Ze hebben de wagen van Roos ingericht als kampeerplek en zullen mij in de volgende controleposten telkens opwachten om te supporteren en me de nodige moed in te spreken (meer mogen ze ook niet doen volgens het wedstrijdreglement).

De nacht valt nu heel snel en het koelt al behoorlijk af maar omdat ik een stevig tempo kan aanhouden blijf ik zelf lekker warm. Ik voel me ook heel erg goed en kijk ernaar uit Roos en Joke te zien binnen enkele uren.

Zaterdag 22u00 – CP4 Asselborn – km 98,4

Wanneer ik aankom in de controlepost spot ik Roos en Joke meteen. Ook hier weer maak ik mijn schoenen leeg en neem ik een wrap met kaas (die Roos maar niks vond, maar ik vind hem heerlijk). Ik eet de helft op en neem de rest mee voor later. Ik spendeer hier niet zoveel tijd en wil graag snel opnieuw op pad voor wat het zwaarste deel van de wedstrijd zou blijken te zijn.

8cf13271-c68f-478c-b750-8530d4552cd0

Op weg naar Vissoule nu. Ik keek eigenlijk uit naar deze etappe omdat die voor een groot stuk over voor mij heel bekend terrein loopt door de vele vakanties in deze regio. In de praktijk viel het helaas best tegen omdat het heel erg zwaar was. Het wordt nu heel erg koud en mistig en de temperatuur daalt richting vriespunt. Tijdens deze etappe steken we de Belgisch-Luxemburgse grens over die zich boven de 500 meter bevindt in open en dus onbeschut terrein. Hier en daar is het ook erg modderig wat een vlotte doortocht niet echt makkelijk maakt.

Onderweg vervang ik de batterij van mijn hoofdlamp en beluister ik een podcast van De Jogclub om de tijd te doden.

Zondag 1u40 – CP3 Vissoule – km 118,0

Verkleumd kom ik aan in een troosteloos en ijskoud Vissoule. Joke en Roos mogen gelukkig mee binnen in de controlepost waar we een soort slagveld aantreffen van lopers, zittend en liggend, gewikkeld in dekentjes. Achteraf zou blijken dat de koude, en dan vooral het hier niet op voorbereid zijn, tot het gros van de opgaves geleid heeft. Ik eet een hotdog en drink een tas koffie, en met een dekentje om me heengeslagen evalueren we de situatie. Ik heb spijt dat ik die lange broek niet meegenomen heb in Clervaux maar maak het beste van wat ik wel mee heb, waaronder mijn regenjas en wat extra buffs.

Na een grote boodschap en wat “anti-chafing creme” op enkele strategische plekken verman ik me en ga opnieuw op pad, de koude nacht in.

cce95ce4-e6d8-4d23-bb33-c54fcb14b0bd

De uren die volgen lijken eindeloos te duren. Het stuk van Houffalize naar Bonnerue is best ellendig, het zijn de moeilijkste uren van de nacht en ik heb het gevoel dat alles bergop gaat. Door het slaaptekort in combinatie met het schijnsel van mijn hoofdlamp maak ik ook voor de allereerste keer in mijn leven kennis met hallucinaties. Iets waar je ervaren ultralopers wel eens over hoort vertellen en nu maak ik dit dus zelf mee, zij het in milde vorm. Af en toe zie ik in het bos dus grote gebouwen en dieren die er uiteindelijk niet blijken te zijn. Vreemd en ook best wel grappig.

Zondag 5u35 – CP2 Bonnerue – km 133,3

Ik arriveer in Bonnerue op wat waarschijnlijk het koudste moment van de nacht is, net voor de ochtend. Joke en Roos mogen hier helaas niet binnen omdat het er al erg vol zit. Hier ligt opnieuw een dropbag, dus ik doorloop voor de derde keer de intussen vertrouwde routine. Ik eet ook twee lekkere croques maar durf mijn kousen niet meer te vervangen omdat ik bang ben dat ik de pleisters op mijn blaren los zal trekken. De pijn valt nog erg goed mee en dat zou ik zo lang mogelijk zo willen houden.

Grote boodschap, zalf aan de poep en weer op pad. Stevig het tempo erin om het warm te krijgen, al is dat na meer dan 130 kilometer gemakkelijker gezegd dan gedaan. Gelukkig is er het vooruitzicht op de tweede zonsopgang.

IMG_5051b

Ik  kom nu aan in de vallei van “les deux Ourthes” in de buurt van Nisramont en wie deze regio kent weet dat je hier vooral heel erg moeilijk bewandelbare paden vindt door de ontelbare rotsblokken en boomwortels. Intussen kan ik door de bomen en de mistslierten heen de opgaande zon zien schitteren in het water van de Ourthe, al heb ik door de fysieke en mentale vermoeidheid al mijn concentratie nodig om hier niet te struikelen zodat de magie van dit moment helaas een beetje aan me voorbijgaat.

Het draaien en kronkelen van het pad langs de meanderende Ourthe desoriënteert je zodanig dat je op den duur geen idee meer hebt in welke richting de volgende controlepost ligt. Gelukkig loopt het parcours hier geregeld samen met dat van de Trail des Fantômes die ik in augustus liep zodat ik hier en daar toch wat herkenningspunten vind.

BXTL2942

Zondag 9u10 – CP1 Le Hérou – km 148,9

Ook hier staan Joke en Roos weer paraat; ik zie ze nu voor de eerste keer bij daglicht. Ik neem hier een korte pauze, trek mijn regenjas uit, eet en drink een beetje en neem een chocolade wafel mee voor onderweg. Even rusten en dan op weg voor de laatste etappe. Minder dan 20 kilometer nog, maar zoals vaak zit het venijn in de staart.

4a35dd1c-89c2-4a98-9acb-7bd640ba2662

Het is een traditie bij de Legends trails dat het “beste” tot het laatste bewaard wordt. Een heel moeilijk en technisch stuk, de hele tijd steil klimmen en dalen, wortels, rotsblokken… Van de oever van de Ourthe naar Le Cheslé op handen en voeten klimmen op een bijna verticale helling. Voor ik aan die klim begin trek ik eerst nog even mijn warme kleding uit aangezien het intussen toch weer best warm begint te worden.

Boven aangekomen hang ik dan mijn karretje aan een groepje lopers uit de Kempen (denk ik) wat ook weer wat afleiding biedt. Ik heb nu een heel dubbel gevoel; enerzijds heb ik het erg zwaar, mijn benen en voeten doen pijn, dalen wordt steeds moeilijker, maar anderzijds weet je gewoon dat je gaat finishen, al is het moeilijk om dat nu al te laten doordringen.

In de allerlaatste 4 kilometer krijgen we dan nog een helling van 2 kilometer voorgeschoteld waarin we 120 meter moeten stijgen, gevolgd door een even lange afdaling terwijl je benen en voeten het nu echt wel gehad hebben. Het uitzicht onderweg op Maboge maakt gelukkig een en ander goed.

IMG_3961

Zondag 12u50 – Finish Maboge – km 164,6

Eindelijk is het zover. Ik kom aan onder luid gejuich van Joke en Roos over een niet echt duidelijk aangegeven finishlijn om dan de zo begeerde medaille in ontvangst te mogen nemen samen met een blikje Kerel bier dat er meteen aan moet geloven. Heerlijk is dat!

Ik ben superblij en ook erg opgelucht dat ik het gehaald heb, dat alles goed verlopen is en dat ik bovendien ook wat heb kunnen genieten van dit prachtig avontuur, want dat was het echt wel. Eindelijk durf ik nu ook zonder schroom te zeggen dat ik een ultraloper ben, en omdat ik voor mezelf graag wil bewijzen dat dit geen toevalstreffer was, staat – opnieuw met stip – in mijn agenda in het weekend  van 13 tot 15 december genoteerd: de Bello Gallico 100 mijl, waar ik toevallig nog wat “unfinished business” mee te regelen heb.

Last but not least zou ik graag Joke en Roos heel erg willen bedanken. Meer nog dan een fysieke uitdaging is een ultra een mentale beproeving. Hoe hard je het wil speelt een grotere rol dan je lichamelijke grenzen. Als je na eindeloze uren doorheen de koude en donkere Ardense bossen en velden bij een controlepost dan eindelijk twee lieve bekende gezichten ziet die je verzekeren dat je goed bezig bent en dit zeker aankan, dan geeft dat een enorme boost om door te blijven gaan. Dit fantastische zussenteam heeft heel wat koude nachtelijke uren doorstaan, geduldig wachtend tot ik eindelijk opdook bij een controlepost en tussendoor pogend wat te slapen in de koffer van een ijskoude auto. Dankjewel, lieve schatten!

Einde 1

Einde 2

Einde 3

Het moment – Waanzin op wielen in Berlijn

Ik ging naar Berlijn en nam niet mee: skeelers met grote wielen, bescherming voor hoofd en ledematen, een vloeiende techniek en heel wat durf. De skeelermarathon op wielen van Roos en haar mannen leverde al straffe verhalen op. Zaterdag 28 september was het skateteam van De Jogclub dan ook voor de derde keer op de afspraak. Toch met hier en daar een klein beetje angstzweet onder de oksels. Hans en ik zouden voor het eerst aanschouwen hoe de durvers van dienst zich aan hoge snelheid door Berlijn waagden. In tegenstelling tot de vorige edities van dit evenement volgde de skeelermarathon niet het parcours van de marathon op zondag. De organisatie koos ervoor om de skeeleraars vijf rondes te laten afleggen met start en finish aan de Brandenbürger Tor. Wij namen als toeschouwers plaats aan de Siegessäule om ons team aan te vuren. En of we onder de indruk waren.

Allereerst verdient de uitrusting van onze delegatie ter plekke een vermelding. Een kamer delen met vijf, inclusief uitrusting en materiaal: ik kan jullie verzekeren dat je daardoor een stevige hoop spullen bij elkaar ziet. Zo snel en waaghalzerig als je skeeleren met snelheid voorstelt, zo is het ook echt. We hadden amper tijd om de eerste doorkomst van Bart Swings (veelvuldig winnaar van de skeelermarathon) te verwerken en daar denderde het ene na het andere peloton van topatleten aan ons voorbij. In spanning wachtten we af tot de eerste doortocht van ons team. Seppe en Bobby vormen niet alleen een hecht podcast-duo, ze zijn ook brothers in arms op wielen. Roos behoeft geen introductie meer, ze is de vrouw en stuwende kracht van het gezelschap. Dave was getooid in zijn werkbroek zonder de twijfel de coolste. Na een pijnlijke val in het voorjaar was hij op tijd in vorm om door Berlijn te jassen. Bart, een trail- en ultrarunner die eigenlijk niets met asfalt heeft, maakte het gezelschap compleet. Geheel tegen zijn lopers-DNA in, koos hij er – net zoals Seppe – voor om deel te nemen aan de combiné. Dat wil zeggen: de marathon skeeleren op zaterdag en de marathon lopen op zondag. Gekkenwerk.

WIGJ4177

TWJT8191

Fun fact: er was een tijd dat ik overwoog om de Berlin Marathon te skeeleren. Wie de finish van de marathon op wielen haalt, kan zich namelijk zonder loting inschrijven voor de lopersmarathon. Wat ben ik blij dat ik inmiddels snel genoeg loop om een startnummer voor Berlijn te kunnen bemachtigen. We zagen Seppe en Bobby werken in hun tandem. Roos mocht dan één en al plezier en souplesse uitstralen op haar skeelers, mijn zusterhart kon het amper aan om haar aan dik 30 km/u voorbij te zien sjezen. Das ist wahnsinn! om het met de gevleugelde woorden van Wolfgang Petry te zeggen. Door het aangepaste parcours en een venijnige wind werden er geen PR’s neergezet. Seppe, Bobby en Roos vertrokken in een vroegere startwave, maar misten daardoor ook wat aansluiting bij het pak. Het was dus heel hard werken tegen de wind in. Meer een tactische race dan een spel met treinen. Wat een schouwspel, wat een avontuur. Hoedje af voor onze skeelerhelden!

IMG_5169b

Marathonpraat – Op een sukkeldrafje naar Berlijn

Ik liep nooit eerder een marathon in september. Jammer, want september is een mooie maand die zich uitstekend leent om marathons te lopen. Altijd maar dat eindeloze wachten tot oktober! Samen met de laatste zomerzon voelde ik mijn goede vorm verdwijnen – dacht ik toch. Er ging geen uur voorbij zonder dat ik aftelde naar die ene dag in oktober dat het weer zou gaan gebeuren. Dit jaar loop ik wel een marathon in september: dé Berlin Marathon! Jawel! De jubileumeditie van die ene iconische wedstrijd met het allersnelste parcours en de allerbeste toppers aan de start. De marathon waarvoor je best een qualifying time kan lopen om zeker te zijn van een startbewijs. Een marathon waar je niet omheen kan, maar op dit moment naar mijn gevoel vooral een marathon die veel te vroeg komt. Een beetje ongelegen zelfs. Het hele pijnpunt van mijn sportieve jaar 2024 is dat het voor geen meter bolt. Hoe hard ik ook mijn best doe om daar verandering in te brengen, ik lijk steeds weer op dezelfde muren te botsen.

Flashback naar september 2021. De covid-houdgreep wordt steeds minder nijpend. Ik verbaas mezelf met een PR op de 20 km van Brussel die doorgaat in september en hetzelfde gebeurt op de uitgestelde editie van de 10 Miles in Antwerpen. Het staat in de sterren geschreven dat ik mijn PR op de marathon naar de maan zal lopen. En dat gebeurt ook. De marathon van Rotterdam is de plaats van afspraak. Ik vertrek boven mijn stand, bekoop dat met een zeer pijnlijke rondje Kralingse Plas, maar ik finish wel in een hallucinante 3:07. Ik kan nog sneller, weet ik vlak na de finish. Uit het niets lijk ik een heel grote stap voorwaarts te hebben gezet. In het voorjaar van april 2022 leer ik Sam kennen op weg naar Parijs. Met veel moeite schud ik daar een 3:06 uit de benen. Hoe vlot het op fysiek vlak gaat, zo moeizaam gaat het in mijn hoofd. In het najaar van 2022 ben ik een paar weken thuis: op en overspoeld, ik moet op krachten komen. Het weerhoudt me er niet van om in Amsterdam een meesterwerkje bij elkaar te lopen en 3:01 te laten optekenen. Sub3 lopen is nooit mijn ambitie geweest, maar nu kan ik er niet meer om heen: die sub3 wordt een doel in 2023.

Mentaal ben ik nog steeds een wrak, maar in april 2023 sta ik wel op de afspraak in Rotterdam. De sub3 is een feit met een verbazingwekkend vlotte 2:58. Ik spartel verder in het donkere gat waarin ik me bevind. Ik blijf ook hard trainen. De zomer is het moment van de grote ommekeer. Ik loop begin juli een sterke Chouffe trail in tropische temperaturen, maar – eigenlijk veel belangrijker – ik leer Hans kennen. Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik ben verliefd en zonder dat ik het echt besef loop ik op training met een ongezien gemak. Alles lijkt vanzelf te gaan. Wat ik van de marathon in Antwerpen dat najaar mag verwachten, weet ik niet. Mijn sub3 heb ik al op zak. Ik weet dat ik er nog wel wat tijd van kan af pitsen, al is dat geen must. Ik leef geheel ontspannen toe naar die dag en beleef daar een droom die ik nooit bij elkaar had kunnen fantaseren: ik win de marathon van Antwerpen in 2:54. Op die marathonwolken drijf ik nog wat verder in het najaar. Ik win de halve marathon van Kasterlee en ook op de Eindejaarscorrida in Leuven zet ik een mooie tijd neer.

Hans en ik maken samen heel wat loopplannen, waaronder de marathon van Milaan in het voorjaar. Samen naar Italië voor een marathon: hoe geweldig is dat! Het is moeilijk om in die marathonvoorbereiding een punt aan te wijzen waarop het minder begint te gaan. Beetje bij beetje krijg ik steeds meer last van de hamstringblessure die al jaren sluimerend aanwezig is. Hoe semi-moeiteloos ik de afgelopen jaren leek te lopen, er was wel één en ander gaande, daar heb ik het ook over in bijna elk raceverslag uit die periode: een stijve hamstrings maakt altijd deel uit van het feest. Ook in Antwerpen was die van de partij. In 2024 lijkt het alsof de peesaanhechting van mijn hamstrings beslist heeft om een prominentere rol te spelen. Het kost me meer moeite om mijn tempo’s te halen, ik herstel steeds wat minder goed. Dit gaat wel weer voorbij, hou ik mezelf voor.

Ik word nog steeds begeleid door mijn wonderkine Kathelijn en er lijkt niet meteen reden tot ongerustheid. Tot ook mijn rug steeds vaker stijf en heel pijnlijk is. De marathon van Milaan wordt er eentje van afzien en veel gas terugnemen, een worsteling zoals ik die al lang niet meer heb meegemaakt op mijn geliefde afstand. Maar ach, het was een geweldige ervaring en je kan niet altijd top zijn. Met mijn rug en hamstrings gaat het inmiddels steeds meer bergaf. Ook in mijn dagelijks leven ervaar ik behoorlijk wat pijn. Tijd om actie te ondernemen. Er volgt een consult bij de sportarts en een MR-scan van de rug, later ook het bovenbeen. Daaruit blijkt dat ik niets onder de leden heb wat mij ervan weerhoudt om kilometers te maken. Het mindere nieuws is dat er wel degelijk wat schort aan mijn peesaanhechting en de nabijgelegen zone, een blessure die niet eenduidig te behandelen is en zich ook niet laat labelen.

Ik richt mijn pijlen op de Chouffe trail die ik begin juli samen met Hans en Sam zal lopen. Twee mannen in topvorm en dat zal ik geweten hebben. Op een vlak stuk asfalt heb ik het minste last van mijn pijntjes, alles wat off-road is en hoogte heeft, kost moeite. Ik zie dus serieus af in en rond Houffalize. Maar, er is nog steeds een medisch plan van aanpak: na de trail volgt een echogeleide infiltratie om mijn pees tot rust te brengen. De harde randjes van mijn pijn trekken wat weg, het hardnekkige is er eventjes af. We trekken 2 weken naar Den Haag om vakantie te nemen. Rust, zeelucht en het goede leven samen zullen me ongetwijfeld goed doen. In goed gezelschap hobbel ik af en toe eens over een duinpad of over het strand. Ik heb nog steeds pijn, maar probeer het even te laten voor wat het is. Na de vakantie vlieg ik er weer in en dan zet ik alles op alles om optimaal voorbereid aan de start te staan in Berlijn.

Het is helaas niet vanzelfsprekend om te trainen. Ik werk 4 dagen per week bij Vedette Sport in Lier. Dat betekent vroeg opstaan om de verplaatsing met de auto te maken. Op werkdagen kan ik alleen gaan lopen om 5 uur ’s ochtends. Echt geen lachertje. Ik ben niet vooruit te branden. Mijn hele lijf is stijf. Met de beste wil van de wereld kan ik dit geen training noemen. Ik hou wel vol. Ik moet en zal kilometers maken. Het zit soms ook serieus tegen. Op 1 augustus ga ik keihard onderuit op een onverwacht modderstuk en knal ik met de achterkant van mijn hoofd op het asfalt. Een doktersbezoek en 8 hechtingen in mijn hoofd later weiger ik nog steeds om dit als een slecht voorteken te beschouwen. Ik mag lopen met mijn wonde, maar dat geeft wel een vervelend trekkerig gevoel aan mijn hoofd. Het is niet bepaald bevorderlijk voor het loopplezier.

Terwijl ik naarstig op zoek ben naar iets van snelheid in mijn benen, blijft het schipperen tussen wat praktisch en lichamelijk haalbaar is op training. Ik kan niet ongestoord kilometers vreten. Het is zaak om nu zo efficiënt mogelijk te trainen. Ik kom tot het besluit dat ik het mezelf in mijn trainingen niet onnodig lastig moet maken. Dat doe ik door 1) zo min mogelijk hoogtemeters te maken 2) een makkelijke ondergrond te kiezen 3) in te zetten op snelheid, meer dan op lange duurtrainingen 4) de moed erin te blijven houden. Niet gaan lopen of niet kunnen lopen is nog altijd veel erger, dan niet vlot kunnen lopen. Ik trek ook vaker naar de piste, want als het gaat over een goedbollende ondergrond dan ben je op de prachtige atletiekpiste van Tienen aan het juiste adres.

Er zijn in augustus zeker goede loopmomenten. Ik voel soms dat mijn motor als vanouds kan aanslaan, dat mijn benen mooie tempo’s kunnen lopen en dat alles wat ik heb opgebouwd de afgelopen jaren niet volledig is weggeveegd. Het zit nog in mij, het komt er nu alleen moeizaam en wat sporadischer uit. Er zijn ook genoeg mindere momenten. Trainingen dat ik geen deuk in een pak boter loop, dat ik veel pijn heb en nadien ook moet bekomen. Op die momenten zie ik het allemaal niet meer zitten en weet ik niet hoe ik in godsnaam de afstand van 42,2 kilometer kan uitlopen. De pijnlijke conclusie is dat dit niet de marathonvoorbereiding op Berlijn was waar ik op gehoopt had.

Elke medaille heeft twee zijdes, ook in dit verhaal. Ik weet dat het niet meer dan normaal is dat de positieve flow die ik de afgelopen jaren beleefde nu is weggeëbd. Ik wil heel dankbaar zijn voor alles wat ik tot nu toe al heb mogen meemaken in mijn sport. Ik besef ten volle dat ik nog steeds een behoorlijk stuk kan lopen, dat ik überhaupt nog kan lopen. Er is geen reden tot paniek. De rebelse pees die mij nu in een sukkelstraatje duwt, zal op een dag weer een toontje lager gaan zingen, aldus de kine die nog steeds wonderwerk verricht. Mijn broer beleefde vorig jaar een sportief baaljaar met blessureleed en kon zich ook niet voorstellen dat hij een jaar later vice-wereldkampioen duatlon zou worden. Er is voldoende hoop, geen reden om te zitten kniezen in een hoekje.

En toch is dat wat ik doe. Balen, sakkeren en diep zuchten. Omdat lopen beladen is geworden. Ik word zowel tijdens mijn trainingen als in het dagelijks leven geplaagd door die zeurende pijn in mijn hamstrings. Net nu lopen ook mijn werk is, voel ik me slechts een schim van de loper die ik was. Er is een onevenwicht tussen de in- en output. Lopen geeft mijn hoofd wat rust, maar vult het ook weer met onzekerheden. Een klassiek verhaaltje over een vicieuze cirkel die zich moeilijk laat doorbreken.

It will be a great day and your training will be worth it schreef de organisatie in het bericht met mijn startnummer 26238. De marathonmodus in mijn hoofd is ontregeld. Ik durf niet meer te vertrouwen op mijn lichaam. Ik weet wel dat als dat startschot klinkt, ik ervoor zal gaan. Net zoals ik het maximale uit mijn trainingen heb proberen te persen – gezien de omstandigheden – wil ik nu kijken wat erin zit – gezien die vervloekte omstandigheden. Niet door per se met het mes tussen de tanden te willen lopen, wel door het moment te pakken. Bovendien kijk ik heel erg uit naar de trip. Samen met Hans naar Berlijn. Samen ook met Seppe en Roos die de marathon op zaterdag zullen skeeleren. En natuurlijk met Sam die (net zoals Seppe trouwens) zondag ook aan de start zal staan om van die 50e Berlin Marathon een feest te maken. Ik ben nog steeds een enorme gelukzak. Een marathon in september dus, het is eens iets anders, zo blijkt wel.

De gedachte – Over de zomer van 2024

Mag er nog een streepje zomer zijn tussen het herfstgevoel dat september domineert? Graag! Tijd voor een korte terugblik op de zomer van 2024, die toch wel wat anders dan anders was. Het was een mooie zomer. Met anders is helemaal niks verkeerd. Dit is wat me ervan zal bijblijven.

Ik zweette minder. Het weer was wat milder. Soms ronduit slecht, soms ook heerlijke zomertemperaturen zoals je die alleen in films ziet. Ik hou van de verschillende seizoenen en daarom ook aan de variatie in zomerdagen. Mij hoor je in ieder geval niet klagen als het eens wat wisselvalliger is. Niks zo goed tegen een zweetaanval als een verfrissend windje.

Ik ging naar Den Haag met Hans. Twee weken mochten we vakantie vieren in mijn – inmiddels onze – favoriete Nederlandse stad. En of dat goed was! We sleepten stapels boeken mee en lazen heel wat bij elkaar. We kochten nog wat extra boeken. We dronken koffie en wijntjes. We babbelden en lachten veel. We maakten wandelingen over het strand. We kregen gezelschap van Roos & Niko en gingen zwemmen in zee. Wat een leven!

TOKD9676

Ik liep in juli wat minder. Hoewel ik verbazingwekkend vlot de trap op en af kon na de Chouffe trail, voelde ik toch dat het tijd was om eens wat meer relatieve looprust in te lassen. Even dus niet meer trainen met een bepaald doel voor ogen, maar gewoon lekker gaan lopen. Al was het vooral “gewoon gaan lopen”. Het liep niet bepaald vlotjes in juli. Waarover later meer.

Ik ontdekte enkele literaire parels. Mijn leestrein maakte vaart in juli. Tijdens ons verblijf in Den Haag dook ik weer eens in de Italiaanse literatuur. Een absoluut hoogtepunt was Ballade van het bos van Maddalena Vaglio Tanet, een ontroerend verhaal over eenzaamheid en verbinding, een donker verhaal ook dat zich afspeelt in een bos, maar op de één of andere manier toch licht blijft. Net zo raak vond ik Mijn zusje en de zee van Donatella Di Pietrantonio, een boek over de onvoorwaardelijke zussenliefde en de zee: hoeveel mooier kan het zijn?

IMG_4642b

Ik was aan het werk. Bij Vedette Sport in Lier dus, waar ik heel veel leerde over loopschoenen. Ik kwam ook vrijwel meteen tot de vaststelling dat er nog ontzettend veel te leren valt en dat ik aan Stefanie en Geert twee heel waardevolle collega’s heb. Ik was (en ben nog steeds) zo in de ban van mijn nieuwe vakgebied dat ik vaak droom over een bepaald type schoen. Dat kan de Bondi van Hoka zijn, maar net zo goed de Guide van Saucony. Wordt vervolgd.

Ik leerde Lier kennen. Best wel een flinke stad met een echte winkelstraat en chique boutiques, zij aan zij met behoorlijk wat leegstand. De Zimmertoren bleek eerder klein te zijn, de Markt was dan weer groot. Tijdens mijn middagpauze zat ik al eens op een terrasje en werd ik fan van Feliks en Cabane, koffiebars waar je echt premium flat whites kan drinken. Een andere ontdekking was de inspirerende kunstenaarswinkel De Grote Kat.

Ik besefte dat niks zo heerlijk is als met de fiets gaan werken. Ik maakte amper kilometers op de fiets en wat vervloekte ik op den duur mijn autoritten van en naar Lier. Fileleed, een ongezien angstaanjagend onweer en een sterretje in mijn voorruit: een mens zou voor minder met tegenzin in de auto stappen. Fiets op en naar het werk, niets zo eenvoudig en ontspannend.

Ik ging naar Suikerrock. Samen met Hans, ons eerste festival. Al beschouwden we het eerder als een openlucht concert. Na het optreden van Joost was ik lichtjes overprikkeld, maar konden we gelukkig weer opgelucht ademhalen toen bleek dat Tienen niet bepaald storm liep voor onze hoofdact: Froukje. Op het Bietenplein maakte ze er een heel intiem, maar toch uitbundig feestje van. En zo werden wij nog grotere Froukje-fans dan we al waren.

Ik maakte uitstapjes. Met de zusjes trok ik naar Antwerpen voor de derde editie van het zussenweekend. 36 uur zusterlijk gezelschap, veel bijpraten, koffietjes drinken en vintage shoppen. Heerlijk herbronnen dus. Met de familie trokken we naar La Roche voor de Trail des Fantômes, een gezellig samenzijn in een typisch Ardens huis. Ondanks de onbetrouwbare wifi probeerden we de Olympische Spelen te volgen en hadden we een interessant gesprek over roddelen. Conclusie: bij roddels is het cruciaal dat de persoon in kwestie ze niet hoort. Onthoud dat!

IMG_4544b

Loperspraat – 10 voorbeschouwende weetjes op de La Chouffe trail

Niks zo leuk als voorpret. Met de La Chouffe trail op het weekendprogramma is het dan ook tijd voor het betere voorbeschouwende werk. Het wordt mijn vijfde deelname in Houffalize en de derde keer dat ik kies voor de langste afstand. Naar mijn gevoel was ik vorig jaar net wat frisser en fitter. Het zij zo, dit jaar loopt het nu eenmaal allemaal wat stroever. Ik zal het moeten doen met de vorm die er is. Juni was nog steeds goed voor 362 loopkilometers. Met een maandrecord op zak en veel zin voor avontuur kijk ik het dus tegemoet. Ik serveer jullie 10 La Chouffe trail weetjes voor de aanstormende editie.

  • Het parcours wijzigt elk jaar wel wat. We zullen dit jaar dan ook de volle 70 kilometer lopen en geen 69, wat me de kans geeft om mijn afstandsrecord weer een tikje scherper te stellen en boven de 7 te gaan piepen. De hoogtemeters situeren zich rond de 1800. Stevig, maar na een toertje trailen in Stavelot liepen Hans en ik ook nog een Extratrail van 26 kilometer in Theux. Ik heb het Ardennen-gevoel dus in de benen zitten.
  • Met Hans aan mijn zijde was ik er nooit eerder zo gerust in om niet verkeerd te lopen. Hij kent de streek als zijn broekzak en bestudeerde het parcours uitgebreid. Conclusie: we lopen de route van vorig jaar in de andere richting. De eerste 10 kilometer zijn wat anders, vandaar het extra kilometertje.
  • Over mijn wegkapitein gesproken: Hans en ik zagen en spraken elkaar voor het eerst vorig jaar aan de start. Zoals hij berekend had, finishte hij in de sandwich tussen Roos en mij. Onderweg liep hij ook enkele stukken samen met Roos en werd er wat gebabbeld. Beide nietsvermoedend dat ze schoonbroer en -zus van elkaar zouden worden.
  • Sport Events en Live Nation stemmen de agenda’s duidelijk niet op elkaar af. Om die reden is Roos helaas niet van de partij. Haar voorbereiding voor de Chouffe trail bevat normaal gezien een vierdaagse Rock Werchter. Nu moest ze kiezen en won de muziek het van de sport. Begin augustus zal ze wel de 48 kilometer van de Trail des Fantômes lopen. Zelf zal ik daarbij zijn als supporter van dienst samen met een delegatie familieleden.
  • Aan goed gezelschap zal er in Houffalize echter geen gebrek zijn. Sam maakt zijn debuut op de langste afstand en zal Hans en mij vergezellen. Maatje Marise heeft de smaak van de afstand duidelijk te pakken en debuteert op de 18 kilometer. Stijn – die de broer van Pieter zou kunnen zijn, maar het voor alle duidelijkheid niet is – zet zijn tanden in zijn eerste 70 kilometer. Ik zei het al: héél schoon en straf gezelschap!
  • Ouwe getrouwe Pieter leerde ik 2 jaar gelden kennen tijdens de La Chouffe trail. Hij gaat nu van start als compagnon de route van Stijn (die dus niet zijn broer is). Aangezien hij een week eerder in Luxemburg een 70.3 triatlon uit zijn benen schudde (goed voor 4u37 sportplezier), stelt hij zich low profile op. Aan talent en ervaring ontbreekt het in ieder geval niet in deze nu al legendarische looptandem.
  • In vergelijking met de zwoele temperatuur van vorig jaar, mogen we ons dit jaar gelukkig prijzen met een graad of 20, mogelijk met een buitje hier of daar. Modder of niet, we liepen de afgelopen maanden vaak in erbarmelijke omstandigheden, dus ook op dat vlak kunnen we wel wat hebben. Een acceptabele temperatuur is goed nieuws voor elke loper met een wat minder sterk maag-darmstelsel. Het scheelt zweet en witte randen van het zout op je kleding nadien.
  • Mijn carrièreswitch betekent ook het einde van het Nike-tijdperk in mijn leven. Je zal me nog wel in hun kleding zien, maar voor mijn voeten kies ik resoluut voor Hoka. Ik zal zelf lopen op de Speedgoat 5 die ik al aan een eerste trailtest onderwierp in Theux en later ook in Tervuren. Wat een genot! Demping, grip en steun à volonté. Hans kiest voor de Mafate Speed 4 van Hoka.
  • Vorig jaar was ik ruim 8 uur onderweg. Ik vulde mijn brandstofvoorraad zuinigjes aan. Clif bloks vormen de hoofdmoot van mijn menu. Voor peperkoek en Tuc koekjes op de bevoorrading ben ik ook altijd in. In mijn vest zitten twee soft flasks met drank en net zo goed binnen handbereik insecten- en ontsmettingsspray. Mijn brokkenparcours van twee jaar geleden leerde me dat het geen overbodige luxe is om een wonde meteen te kunnen ontsmetten, mocht dat nodig zijn. En verder herken je mij in eerste instantie aan mijn pet.
  • Voor de ontspanning rekenen we op hét eetadres van Houffalize: Chez l’Italien – on revient chaque année – of hoe een naam geniaal in al z’n eenvoud kan zijn. Sam en Marise gaan zondag kajakken. Moedig! Hans en ik passen en zullen vooral de lopers aanmoedigen van de wedstrijden op zondag. Onder hen Geert, de man achter Absolute Run in Leuven en een gedreven trailrunner die de 36 kilometer voor zijn rekening neemt.

Houffa, here we come!

Het moment – Een toertje trailen in Stavelot

Een jaarlijks terugkerende traditie is een blogpost naar aanleiding van een trail waarin ik uitleg waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn. De steeds terugkerende conclusie is dan dat ik traillopen heb leren omarmen. Vorig jaar had ik tijdens de 69 kilometer lange La Chouffe trail voor het eerst het gevoel dat ik het eigenlijk best goed verdroeg: hoogte overwinnen, het ellenlange karakter en het gevarieerde parcours. Ik omschrijf mezelf echter nog steeds als een wannabe trailloper. Hans daarentegen, die stel ik altijd vol trots voor als een échte trailloper (en daar is helemaal niks van gelogen). 10 jaar geleden koos hij resoluut voor het trailrunning-pad. Hij is er bovendien ook heel goed in (daar is net zo goed niks van gelogen). Jullie voelen het al: dit is de jaarlijkse bijdrage waarin ik mijn loftrompetje bovenhaal voor de trail, maar tegelijkertijd zal toegeven dat er nog steeds voornamelijk marathonbloed door mijn lijf stroomt.

Begin juli staat de La Chouffe trail weer met stip genoteerd. Voor de derde keer zal ik in Houffalize present tekenen voor de langste afstand. Een gebrek aan familieleden aan de start en langs de zijlijn wordt gecompenseerd door de deelnames van Hans, Sam en Pieter. Trailen in juli dat betekent dat ik na de voorjaarsmarathon weer een hoop kilometers bij elkaar hoop te lopen ter voorbereiding van het echte werk in de Ardennen. De afgelopen maanden werd ik geplaagd door rug- en hamstringpijn. Mijn lichaam protesteerde als ik bergop liep over een onverhard en geaccidenteerd parcours, maar het weerhield me er niet van om met Hans in het weekend ergens op een groene plek te gaan lopen. Als je als wannabe met nen echte op pad bent, hang je wel al eens aan de rekker als het terrein lastiger wordt en de hellingsgraad toeneemt. Ondanks het aanharken, kan ik er echt van genieten om samen op pad te zijn. En waar Hans mijn liefde voor de trail aanwakkert, heb ik hem die voor Tervuren bijgebracht.

IMG_4062b

Een primeur in mijn trailvoorbereiding is dat ik al een training in de Ardennen afwerkte. Voor een wannabe kan dat tellen. Hans koos voor de zwarte ExtraTrail route die vertrekt aan de abdij in Stavelot en goed is voor 40 km trailplezier met 1360 hoogtemeters, een toer die hij 2x eerder liep. Rond 10 uur gaven we onszelf het startschot in Stavelot, een plek die ik zeker pittoresk zou durven noemen. Meteen was het ook pittig. Met mijn tong ergens tegen de grond hobbelde ik over kasseien en dan meteen hoppa! de hoogte in. Een kilometer of 2 stevig omhoog. Meteen stappen dus en meteen de confrontatie dat bergop lopen of stappen niet mijn ding is. Mijn trail-mindset was ver zoek. We hadden dik 18 minuten nodig om 2 kilometer af te leggen. Ik kon niet anders dan denken hoe lang we nog onderweg zouden zijn.

Na 14 kilometer leek het allemaal net ietsje vlotter te gaan. Ik zag voor het eerst in mijn leven de watervallen van Coo. Indrukwekkend! Eens zo imposant was echter de beruchte vertical track die we daar op moesten. Een naam die niets aan de verbeelding overlaat. Telkens als ik dacht dat het einde in zicht was, bleek er nog een weggetje omhoog te zijn. En nog één. Naar adem happend besefte ik nog maar eens dat dit echt mijn ding niet was. Ondertussen ging Hans met strakke pas en stokken gezwind omhoog. Ruim 35 minuten had ik nodig om de klim te overwinnen. Ik zag gelukkig nog net geen sterretjes toen we het dak bereikten en nam de beloning in dank aan: een prachtig uitzicht.

IMG_4068b

Halverwege de route bleken we 2,5 uur gelopen te hebben. Mijn vermelding van de tijd verraadt dat ik nog niet in the zone was. Je moet het concept van tijd loslaten als je aan het trailen bent. Ik denk altijd dat tijd en afstand mij houvast geven, maar niks is zo relatief in de Ardennen. Na die duivelse verticale klim en een overdosis modder won de trailloper in mij het van de asfaltlover. Ik gaf me over aan de trail. Hoe lang en hoe ver deden niet meer ter zake. De ene idyllische brug na de andere volgde. Ik genoot van de gevarieerde paden langs het water, terwijl het ene na het andere verzicht zich opdrong. Ik nam al eens een fotootje en kroop over een omgevallen boom met een lijf dat toch steeds wat strammer ging aanvoelen. De zon liet zich af en toe voorzichtig zien en wij waren samen op pad.

Na 4 uur en 57 minuten en 41 kilometer op de teller bereikten we onze imaginaire finish. Ondanks de moeizame start kan ik niet anders dan Hans gelijk geven: ik liep dan wel 2 uur langer dan de marathon, toch voelde de inspanning lichter aan dan het constante gas geven op asfalt. We aten een pistoletje vanuit de kofferbak, bevrijdden onze voeten, fristen ons wat op en deden nog een terrasje aan de abdij. Waar 5 uur lopen aan het begin eindeloos lang leek te zijn, was daar nu niks meer van te voelen. Kortom, deze wannabe heeft weer een trailervaring in de rugzak op weg naar Houffalize. En komende zondag scheur ik weer lekker vlot over het asfalt in Brussel.

IMG_4086b

De race – Milano Marathon april 2024

De cijfers: mijn 18e marathon was goed voor een 3:09:43 – mijn geboortedatum indachtig is iets met een 3 en 9 altijd goed
De voorbereiding: verliep stram en stijf, al mag ik zeker niet klagen over de kilometers en tempo’s die ik desondanks kon lopen
De race: ik miste mijn start volledig, hoopte tevergeefs op een herrijzenis en pakte uiteindelijk wel het moment van de finish
De herinnering: een 5-daags marathonreisje met Hans om nooit te vergeten, inclusief het goeie leven in Milano

Wat vooraf ging
Het zou oneerbiedig zijn om Milaan een plan C te noemen, al was het dat strikt genomen wel. Parijs was de eerste keuze (maar belachelijk duur), Düsseldorf het alternatief (maar de organisatie gaf er de brui aan). Met Milaan vielen alle puzzelstukjes in elkaar: samen naar Italië in het midden van de paasvakantie. Het was gewoonweg meant to be. Als lopend koppel deel je loopgeluk en -leed. Na een geslaagd najaar, ging het allemaal wat stroever in het voorjaar. Hans liep halverwege februari een spierscheur in de kuit op. Zelf had ik de afgelopen maanden steeds meer last van een pijnlijke rug en dito hamstrings. Ik probeerde me vast te klampen aan de gedachte dat de aanloop naar mijn voorjaarsmarathon nu eenmaal altijd wat meer voeten in de modderige aarde heeft. Ik kon mijn trainingen wel naar behoren uitvoeren, al begon ook de algehele vermoeidheid z’n tol te eisen.

Vlak voor de start
Wie een marathon loopt staat doorgaans héél vroeg op. We werken ons sobere ontbijtje weg en om 6 uur verlaten we het hotel om de metro naar Lanza te nemen. De bag drop area bevindt zich aan het indrukwekkende Castello Sforzesco, op een dikke kilometer van de start- en finishzone. Een roze lucht tekent zich af. Voorzichtig laten de eerste lopertjes zich zien. Onze plastic tas van de organisatie moeten we afgeven aan tentjes. Eén probleem: anderhalf uur voor de start is er nog helemaal niemand aanwezig om onze spullen in bewaring te nemen. Rond 7u15 ontfermt een relaxte Italiaan zich over onze tas en kunnen wij aan de stadswandeling richting start beginnen. Ik voel de marathonkriebels in mijn hele lijf, ik heb er zin in! Hans daarentegen sterft een stille dood van de zenuwen. Zijn geduld zal nog een uurtje op de proef worden gesteld. Na een selfie aan de Duomo, gevolgd door een blokje om richting startvakken schijnt de zon. Ik mag helemaal vooraan vertrekken met een schitterend zicht op Piazza del Duomo. Tot mijn ogen over de grond dwalen. Mijn voeten zijn omringd door de allernieuwste, -snelste én -prijzigste Vaporfly’s van Nike die in behoorlijk wat plassen urine staan te dabberen. Plassen in een startvak: wie zijn die mensen? Het contrast met de gotische grandeur is groot.

IMG_3866b

De race
Met een lekkere beat en een wit-roze confettikanon worden we om 8u30 stipt op gang geschoten, qua feestelijk karakter kan dat tellen. Al is de feeststemming bij mij meteen verdwenen. Na 50 meter nemen we een bocht naar rechts met een kleine opstopping tot gevolg. Bovendien is Milaan geplaveid met wat ik een brede, platte kassei zou noemen. Een Italiaanse steen die voor veel reliëf zorgt en elke poging tot tempo maken de kop indrukt. Niks moment van de start pakken. Het is jaren geleden dat ik een openingskilometer zo traag liep. De tweede kilometer lijkt beterschap te brengen. Ik focus op mijn eigen voeten en niet op die ellendige Italiaanse kasseien. Waar ik vorig jaar in Rotterdam na 3 kilometer dacht: vandaag loop ik de marathon van mijn leven en duik ik onder de 3 uur, denk ik nu: vandaag wordt niet mijn dag. Het lijkt alsof ik vertrokken ben met 10 kilometer extra in de benen. Ik voel niks frisheid of souplesse. Mijn eerste 5 kilometer tank ik geen vertrouwen. Ik moet mezelf nu al aanvuren om mijn benenwagen draaiende te houden en kilometertijden van 4’10” te lopen, een tempo dat in deze fase van de race makkelijk zou moeten aanvoelen.

HDXA8588

Tot overmaat van ramp zijn er na mij 4 pacers gestart voor de felbegeerde eindtijd van 3 uur. Samen vormen ze een stevig peloton van mannen die er zin in hebben. Ik word met andere woorden opgejaagd door het sub3-beest dat mij geleidelijk aan – zonder enige vorm van genade – wil oppeuzelen. Ik blijf nog steeds een kilometertje of 10 extra in mijn benen voelen. Het soepele tempo zit niet waar het zou moeten zitten. Van een tred met ease is absoluut geen sprake. Waar ik mijn laatste marathons steeds kon aanvatten zonder diep in het krachtenarsenaal te tasten, lijk ik nu geen greintje op overschot te hebben. Stiekem blijf ik ergens de ijdele hoop koesteren dat er weldra een mirakel zal plaatsvinden. Ik zie mezelf aan mijn laptop zitten terwijl ik mijn raceverslag schrijf en typ: en toen vond de grote ommekeer plaats en brak ik erdoor. Mijn visualisatie heeft niet het gewenste resultaat. Ik heb 10 kilometer gelopen en het doet al pijn.

Ondanks het gebrek aan een goed gevoel herinner ik mezelf eraan dat ik hier in Milaan aan het lopen ben, een stad die nu al een onvergetelijke indruk nalaat. Ik probeer mentaal de knop om te draaien. Vandaag zal ik niet de marathon van mijn leven lopen. Vandaag zal ik wel een marathon lopen en dat is hoe dan ook iets om trots op te zijn. Vandaag schiet ik niet vooruit als een onoverwinnelijke raket. Vandaag ga ik nog eens ouderwets afzien. Vandaag weet ik uit ervaring dat het moeilijk ook kan. Vandaag zal het aan de finish voelen alsof ik 52,2 kilometer gelopen heb. Vandaag zal ik geen sub3 lopen, maar een plus3. Na 13,48 kilometer gebeurt het onvermijdelijke en word ik voorbij gedenderd door de sub3 pacers. Vandaag zullen er geen mirakels geschieden.

Met 15 kilometer in de benen en een dik uur aan de loop, tel ik af naar het halfway point. Ook het laatste grammetje adrenaline is inmiddels uitgewerkt. Ik val helemaal terug op mezelf. Ergens vind ik het lachwekkend dat ik nu al uitgeteld ben. Hoewel ik niet de tempo’s haal die ergens diep verscholen zitten, blijf ik hopen om een fijn ritme te vinden. Mijn kilometertijden glijden namelijk alle kanten uit. De cruise control laat het afweten. Na 17 kilometer loop ik op een troosteloze autoweg richting Niemandsland als ik voor mij een singlet van het Joggers Team Tienen zie. Huh? Mijn hometown Tienen hier in Milano? Het moet niet gekker worden! Helaas ontbeer ik elke vorm van energie om de potentiële streekgenoot die drie meter voor mij uit loopt bij te benen. Ik beschik noch over het stemvermogen, noch over de sociale daadkracht om een moment van verbroedering te creëren. Bovendien werkt het parcours niet bepaald mee. Er zitten wat oplopende stukken in en smooth is het asfalt niet te noemen. Voor sfeer en gezelligheid moet je niet op de Via le Scarampo zijn.

Terwijl het bij mij voor geen meter loopt, denk ik vaak aan Hans. Ik hoop dat hij het een beetje naar z’n zin heeft en dat hij op schema ligt om onder de 3u30 te duiken. Ik probeer zijn nabijheid te voelen en daar kracht uit te halen. Ondertussen loop ik naar de Monte Stella: een park met berg dat absoluut een bezoekje waard zal zijn, maar ik zie er helemaal niets van. In de omgeving kan ik dus geen afleiding vinden. Ik loop inmiddels helemaal alleen. Nooit eerder voelde het halfway point bereiken als een prestatie. Met een tussentijd van 1:30:54 heb ik ook geen reden tot dramatiseren. Het gaat niet lekker, maar ik loop nog steeds een aardig tempo. Helaas voel ik ook mijn rug en bovenbenen kilometer per kilometer stijver worden. Mijn hamstrings tekenen protest aan. Nu al. Ik verlies onverbiddelijk terrein. Een tijd rond de 3:15 lijkt een realistisch doel om na te jagen. Een mooi doel ook. De tijden mogen dan veranderd zijn, ik kan de dingen heus wel in perspectief plaatsen. Enkele jaren geleden zou ik hier zonder twijfel voor getekend hebben.

IMG_3921

Na 22 kilometer vind ik wat verstrooiing in een gelletje. Ik scheur het lipje eraf, maar ik krijg er geen druppel uitgeperst. Ik blijf wat bijten en trekken gedurende een kilometer of 2. Deels uit frustratie, deels uit verveling. Ondertussen kijk ik uit naar kilometer 25. Dat klinkt gewoon goed en dat zit ik ruim over de helft. De finish lijkt zich echter 20 lichtjaren in plaats van 20 kilometer verder te bevinden. Van de Ippodromo San Siro krijg ik weinig mee. Ik zie wat slordige tekeningen van een paard op een betonnen muur. Al denk ik ook dat mijn observatievermogen niet op scherp staat: het Stadio Guiseppe Meazza ontsnapt volledig aan mijn aandacht. Als ik de 25 kilometer aantik ben ik op het saaiste punt van het parcours. Het Parco di Trenno zal ongetwijfeld een groene oase van rust zijn, het ding is dat als je rond een park loopt je eigenlijk helemaal niets ziet van dat park. Jammer.

Ik ben blij dat de zon schijnt. Het voelt aangenaam warm aan. Mijn tijden schommelen rond de 4’30”. Ik zit nog steeds met 10 kilometer extra in mijn benen. Alles gaat steeds stroever aanvoelen. Het lijkt alsof mijn voeten amper van de grond komen en dat ik er zomaar over zou kunnen struikelen. Eén ding kan ik jullie trouwens wel vertellen over het Parco di Trenno: het is bijzonder groot. Aftellen dus naar kilometer 30. Dat voelt toch alsof de finale in zicht is. Bovendien vertelt mijn parcourskennis me dat we dan in een min of meer rechte lijn naar de finish lopen. Eventjes – heel eventjes – lijkt het ook beter te gaan. Heel af en toe komt er toch iets van vlotheid in mijn benen gekropen. Soms loop ik dus nog best goeie kilometers, maar er valt geen peil op te trekken. Ook mijn Garmin lijkt het noorden wat kwijt te zijn. Sommige van mijn kilometertijden zijn simpelweg te snel, andere dan weer te traag. Ik probeer me daar niet te veel van aan te trekken.

Na 32 kilometer lopen we rond een vijver in het Parco del Portello. Leuk voor de afwisseling in ieder geval. Al loopt de weg echt vlak langs het water, de vijver is op geen enkele manier afgeschermd. Ik vertrouw mijn benen voor geen meter. De angst bekruipt me om in het water te vallen: vandaag acht ik niets onmogelijk. Nog een streepje natuur volgt als we wat later richting een grote weg lopen met zo waar enkele off-road meters voor de voeten. Ik moet natuurlijk meteen aan Hans denken. Achteraf zou ik horen dat hij hier allesbehalve in zijn nopjes was en het oplopende stuk net zo goed vervloekt heeft. Volgens het gezegde begint de marathon pas op 35 kilometer, maar ik heb dat eigenlijk nooit zo ervaren. Natuurlijk doet alles op dat moment pijn. Je lichaam roept om alsjeblieft te stoppen met lopen, maar net dan voel ik ook hoe het in mij zit om gewoon te blijven lopen en hoeveel voldoening het me geeft dat ik dat nog kan. Gewoon blijven lopen dus. De finish lonkt.

Als ik op kilometer 36 naar de Arco della Pace loop (de Arc de Triomphe van Milaan zeg maar), weet en voel ik dat het einde van mijn lijdensweg in zicht is. Naar mijn gevoel kruip ik nog steeds meer dan dat ik loop, maar de cijfers tonen ook dat mijn perceptie van de werkelijkheid wat negatiever gekleurd is. Ik heb 36 kilometer gelopen in 2u36, een snelle rekensom leert mij dat ik nog steeds onder de 3:10 kan finishen. Toch een pak sneller dan wat er in mijn hoofd aan het gebeuren was. Langs het Parco Sempione is het bovendien gezellig druk met enthousiaste supporters. Het klinkt van dai dai dai en brava hier en daar. Ik kan niet anders dan lachen. Ik probeer dit moment als een spons op te nemen. Zie mij hier eens een marathon lopen. Onder de Italiaanse zon, met veel moeite, maar nog steeds belachelijk snel. Na 38 kilometer laat de eerste DJ van zich horen en kan het aftellen écht beginnen.

De laatste kilometers van de marathon zijn zowel de saaiste als de spannendste. Wat op die zonnige zondag in Milaan overheerst is ongeloof, dat het er echt weer bijna op zit. Ik krijg de Italiaanse Tiziana Scorzato in mijn vizier. Ze viel me al op in het startvak: haar kleine tengere lichaam ademde één en al marathon. Het feit dat ze in de F50 categorie loopt, maakt haar verschijning er niet minder intimiderend om. Tiziana lijkt nog steeds vlotjes vooruit te gaan. Het verbaast me dan ook dat ik in haar buurt kan finishen. Ik besef nog maar eens dat ik mijn eigen prestatie, ook vandaag met loden benen, geenszins mag minimaliseren. Ik snak nu echt naar de finish. En jawel hoor, daar is ie dan: de laatste bocht naar rechts. Het gejoel in, langs de Duomo met luide en enthousiaste toeschouwers langs de zijlijn. Ik probeer het moment zo bewust mogelijk in me op te nemen. Vandaag liep het niet bepaald over een leien dakje, maar over een Italiaanse steen die ik in heel mijn lijf gevoeld heb. Ik geef nog alles wat ik in me heb om onder de 3:10 te kunnen eindigen. Er staat 3:09:43 op de roze klok. Potjandorie, ik heb het gehaald!

IMG_3832b

Ik zie op mijn horloge dat het 11u40 is. Ik heb dorst en ik voel nu ook echt de warmte van de zon. Een frisse Hipro van Danone lest mijn dorst en vult de brandstofvoorraad weer aan. Ik zou Hans heel graag over die finishlijn zien lopen, maar ik voel ook dat ik te weinig tijd heb om me door de drukte heen terug naar het plein te begeven. Ik wacht hem dus op in de finishzone. Na een goeie 20 minuten is hij daar al: mijn man die ondanks zijn aversie voor asfalt, voor grootse evenementen en de marathonafstand, ondanks een spierscheur, een zouttekort en duizeligheid het klaarspeelt om te finishen in 3:27:14. Wat een ongelooflijk knappe prestatie! 4 uur lang hebben we elkaar moeten missen: we hebben allebei zwaar afgezien en veel meegemaakt. We hebben elkaar kortom veel te vertellen.

De conclusie
Milaan is een prachtige stad en de Milano Marathon is zeker een geslaagde stadsmarathon. Het evenement is goed georganiseerd, al is het ook allemaal een beetje op z’n rustig-aans Italiaans. Dankzij de start- en finishzone in het hart van de stad staat de marathon ook garant voor een mooie stadsbeleving. Saaie stukken buiten het centrum zijn onvermijdelijk. De organisatie belooft een snel parcours. Dat klopt deels. Er zijn toch wel enkele wat lastiger beloopbare stukken, de hoogtemeters en het aantal scherpe bochten blijft echter beperkt. Ook de grootte van het deelnemersveld strekt tot de aanbeveling. Je bent wat sneller op jezelf aangewezen, maar je blijft ook gespaard van de grote drukte en chaos die met de massa gepaard kunnen gaan. De grootste beproeving is om je als buitenlander in te schrijven. Reken op het nodige papierwerk. Wat is er echter mooier dan de marathon en het leven te vieren onder de Italiaanse zon? Warm aanbevolen dus!

Nog enkele weetjes

  • Ik eindigde als 25e vrouw en 5e in mijn leeftijdscategorie. De Ethiopische Gebeyahu Tigist Memuye mocht de winst op haar naam schrijven met een tijd van 2:26:32. De eerste Belgische vrouw was niemand minder dan Lotte De Vet, winnares van de Hel van Kasterlee. Zij legde haar marathon af in 3:05:07.
  • 885 vrouwen bereikten de finish. Op een totaal van 6920 finishers is dat toch wat minder dan bij een gemiddelde stadsmarathon. Bij de mannen bracht Kipkosgei Titus Kimutai de winst naar Kenia in 2:07:12.
  • Op zoek naar mijn potentiële streekgenoot kwam ik in de uitslag land- én jaargenoot Jonas Sierens tegen die met 2:59:59 de meest spannende sub3 liep.
  • Ik werkte in totaal 4 sportgels weg. Mijn persoonlijk minimum ligt op 3, mijn maximum is 5. Netjes dus.
  • Hans bleek net zoals ik schrik te hebben om in de vijver van het Parco del Portello te belanden.
  • Dit was de eerste marathon die ik liep met mijn pet achterstevoren, daar zat niet echt een idee achter.
  • Bevoorradingsposten worden doorgaans bemand door de jonge garde. Denk aan de plaatselijke jeugdbewegingen. Dat was nu net even anders: ik schat de gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers op een jaar of 60. Hoe dan ook, zonder vrijwilligers geen evenement.
  • Een bevoorrading met plastic flesjes is niet milieuvriendelijk, maar toch wel het allergemakkelijkste voor een loper. Dank dus aan sponsor Levissima. De flesjes lagen dankzij de wat plattere vorm ook nog eens perfect in de hand.
  • Op de parcourskaart stonden tal van DJ-punten aangeduid. De enige DJ die ik opmerkte, was die op kilometer 38. En ik was echt niet zo ver heen dat ik een DJ onopgemerkt voorbij zou lopen.
  • Hans bevestigde nadien dat mijn Garmin kuren had en dat mijn kilometertijden soms niet accuraat waren. Mijn route vertoonde wat afwijkingen op rechte stukken, waardoor ik dus meer of minder meters aan mijn broek kreeg dan wat ik daadwerkelijk liep.
  • De medaille was uiteraard roze. Hoofdsponsor Wizz Air gaf die de vorm van een vliegticket. Het blauw-roze lint kon wel wat goedmaken. Al mag ik ook niet te negatief zijn. Mijn stadsoutfit ’s avonds bleek namelijk in de kleuren van de medaille te zijn, waarop Hans opmerkte: jij bent gewoon de medaille!

IMG_3887b

Het moment – Een roze wolk in Milaan

Ik ga niet beweren dat de Milano Maratona de marathon van het dolce far niente was. 42,195 kilometer lopen laat zich moeilijk rijmen met de kunst van het zalige nietsdoen en de gelukzalige ontspanning. En toch is de gedachte van het goeie leven in Italië de herinnering die ik levendig wil houden als ik terugdenk aan het prachtige verhaal dat ik met Hans mocht beleven in Milaan. Op sportief vlak laat het verslag zich samenballen tot de vaststelling dat we allebei afzagen onder de Italiaanse zon en over de Milanese straatstenen. Hans verpulverde zijn PR en liep een knappe 3u27 op de tabellen. Zelf sleepte ik een 3u09 uit mijn, zoals al eerder gezegd, stramme lichaam. De conclusie is dat we niet anders dan met voldoening kunnen terugblikken op onze marathon en de volledige omkadering waar die deel van uitmaakte.

Een terugkerend thema is het fuchsia roze waar de Italianen zo van houden om een sportief evenement aan te kleden. Mijn 18e marathon leverde mij voor het eerst een roze medaille op. Ook het witte finishershirt met roze details zou ik eerder bestempelen als “niet mijn smaak”. Anderzijds zag ik zelden zo’n mooie zonsopgang als de roze lucht aan Castello Sforzesco vlak voor de start en zorgde de roze finishboog aan de majestueuze Duomo voor een stijlvolle omlijsting. De uitdrukking van de roze marathonwolk is hier dus letterlijk te nemen. We leefden braafjes toe naar zondagochtend. Geen wijntjes tijdens die eerste dagen in Milaan, wel voldoende koolhydraten en een poging om het aantal stappen te beperken. Al blijft dat een lastig evenwicht als je in een stad bent waarin je ondergedompeld wil worden.

Milaan bracht ons de marathon en de marathon bracht ons Milaan. Wat een stad! Ik kan jullie nu al zeggen dat ik mijn thuis in Italië gevonden heb. We verloren beiden ons hart aan de bruisende, kleurrijke en sympathiek chaotische stad waar het wemelt van de verhalen. Ik mis de cappuccino die er straffer is dan bij ons. Ik mis de terrasjes op Brera. Het Italiaans galmt nog na in mijn hoofd. Milaan smaakt vooral naar meer, er is nog zoveel te beleven en ontdekken. Ik heb een stukje van mezelf achtergelaten in Milano, maar ik heb ook een stukje Milaan meegenomen naar Tienen.

In afwachting van het volledige raceverslag is het hoog tijd voor de bedankingen. In de eerste plaats aan jullie, mijn dierbare bloglezertjes, die mijn avonturen zo trouw volgen en me de zin geven om mijn ervaringen en gedachten neer te schrijven. Dankzij jullie heeft mijn blog me al zoveel gebracht. Ik maak eveneens een diepe buiging voor mijn vriendjes die aan het thuisfront intens hebben meegeleefd. Door te duimen en te denken of als een malle te volgen in de marathon-app. Een eervolle vermelding is hier weggelegd voor mijn maatje Sam. We stonden 4 marathons na elkaar zij aan zij in het startvak en telkens werd ik door hem opgewacht aan de finish. Sam deed nu hetzelfde vanop afstand: na een uitgaansnacht bleef hij op om mij op de app te kunnen volgen en aanvuren. En of ik dat gevoeld heb!

Het was de eerste marathon die ik liep zonder familielid langs de zijlijn. Het voelt een beetje alsof ik op 38-jarige leeftijd nu plots een volwassen vrouw ben wiens handje niet meer vastgehouden moet worden, die sterk genoeg is om op haar eigen benen te staan. Ik zou nooit 18 marathons hebben kunnen lopen zonder de steun van mijn gouden familie, mijn rotsen in de branding en een onuitputtelijke bron van inspiratie. In het bijzonder Roos was in gedachten heel dichtbij: mijn sisje dat de afgelopen jaren zo goed voor mij heeft gezorgd. Dankzij haar ben ik nu de vrouw die weer op avontuur durft te gaan. Mijn laatste woorden zijn uiteraard voor Hans, mijn allerliefste en allerbeste. De man die me zoveel liefde en vertrouwen geeft, die zo gek is om met mij marathons te lopen en die me vooral laat voelen hoe mooi het leven is.

Grazie mille a tutti!

DNPK3006

Marathonpraat – Voorbeschouwing op Milaan van Hans

Binnenkort trekken Joke en ik naar Italië om er de marathon te lopen. Dat is altijd een speciale gebeurtenis, ook al heb je er, zoals Joke, al heel wat gelopen. Het blijft tenslotte “de marathon”, zo mogelijk de meest tot de verbeelding sprekende loopwedstrijd, en bovendien gaan we hem lopen in Milaan. Het wordt voor ons beiden de eerste kennismaking met deze prachtige stad die samen met Parijs toonaangevend is op het gebied van de haute couture en bovendien de geboorteplaats van schrijver Paolo Cognetti.

Voor mij persoonlijk komt er echter nog een extra dimensie bij. Ik loop intussen al heel wat jaren met best wel wat kilometers op de teller en hoewel ik tijdens trainingen en wedstrijden al meermaals de marathonafstand of zelfs langer gelopen heb, heb ik in mijn loopcarrière slechts aan één officiële marathon deelgenomen. In 2015 liep ik in Eindhoven mijn eerste en voorlopig laatste marathon. Kort daarna heb ik besloten dat stratenlopen niet mijn ding zijn en dat ik me voortaan zou “beperken” tot (ultra)trailwedstrijden, het liefst in de Ardennen.

Ik hou van het onvoorspelbare en avontuurlijke karakter van trailwedstrijden; terrein, hoogtemeters, weersomstandigheden, afstand… het zijn allemaal factoren die deze wedstrijden nauwelijks vergelijkbaar maken. En dat is best wel comfortabel, want je wordt niet telkens geconfronteerd met het feit dat je een “betere of slechtere” wedstrijd gelopen hebt dan de voorgaande, wat met de meeste stratenlopen wel zo is. Ook de ontspannen en ongedwongen sfeer die je steevast bij elke trailwedstrijd ervaart, spreekt me heel erg aan. Ik huiver bovendien bij het idee om geruime tijd voor het startschot als vee in een startvak gedreven te worden wat bij stratenlopen dan weer gebruikelijk is.

Maar dan komt Joke Odeyn in je leven, een rasechte marathonloper die gelukkig ook houdt van de trails, al dan niet in wedstrijdvorm. En dan stel je vast dat je het als fanatieke loper niet altijd prettig vindt om aan de zijlijn te staan als er een wedstrijd gelopen wordt, ook al vindt die plaats op het verfoeide asfalt. En voor je het weet gaat de dure eed aan de kant en schrijf je je toch weer in voor een echte marathon. Vorig jaar was er in november al een voorproefje met een deelname aan de halve marathon van Kasterlee, maar die kan je met wat verbeelding nog een halve trailwedstrijd noemen. In Milaan wordt het echter menens; 42,195 kilometer dokkeren over het asfalt tegen de onverbiddelijke klok en kilometertijden die niet liegen. Met een mengeling van opwinding en angst kijk ik ernaar uit, geen idee wat ik kan verwachten.

Of ik weet het eigenlijk wel. We gaan sowieso samen een heerlijke reis naar Milaan beleven, en ook van de marathon zal ik genieten. Mijn 52 jaar oude lijf nog eens voluit de sporen geven, helemaal tegen mijn natuur in het moment van de start pakken (zoals ik van Joke geleerd heb), en dan kilometers lang gààn doorheen het prachtige decor van Milaan. En als ik in dat startvak sta, als vee samengedreven onder de ongetwijfeld luide beat van een of ander opzwepend nummer waar ik verder niks mee heb, dan zal ook ik kippenvel krijgen en stiekem genieten van dat moment, al zal ik dat als doorgewinterde trailloper op geen enkele manier laten blijken.