Het moment – De trein van Roos in Berlijn

Berlijn, zaterdag 23 september 2023. Roos staat aan de start van de Berlin Marathon op 6 wielen. Vorig jaar maakte ze er haar debuut samen met Seppe en Bobby. En of dat naar meer smaakte. Het team van De Jogclub kreeg dit jaar versterking van Bart en Dave, waardoor Roos vrijdag met 4 mannen 5 treinen en 8 uur nodig had om in Berlijn aan te komen. Het Belgische en Duitse spoornet lieten het wat afweten, maar mijn dappere zusje speelde zelf voor supersonische trein tijdens haar skeelerrace. Ze finishte haar marathon op wielen uiteindelijk in een waanzinnig snelle 1 uur en 32 minuten. Aan haar het woord om over die geweldige ervaring te vertellen.

De start van de skeelerrace is machtig door de grootse set up van de marathon. Ik had me heel goed vooraan gepositioneerd in mijn startvak. Op een groot scherm kon ik de voorstelling van de professionele “speed skaters” volgen. Ik was zenuwachtig. Je gaat uiteindelijk toch iets raars doen, het blijft een gek gegeven om op skeelers in zo’n startvak te staan. Vlak voor we onze bagage inleverden had ik mijn wielen nog eens aangedraaid. Dankzij mijn nieuwe lagers bolden die echt héél goed. Het vertrek van de race was dan ook niet normaal. Binnen de 200 meter haalde ik een topsnelheid. Op de brede startlaan haalde ik bijna 30 km/u en dacht: “ik ga hier echt maniakaal hard”, al bleef het wel oppassen voor de vele tramsporen in dat eerste deel. Ik reed meteen in een peloton en het is toch wennen om in zo’n massa te rijden. Iedereen is wat hevig bij het vertrek. Ik was ook vergeten dat inline skaters signalen gebruiken om aan te geven of er een bocht naar rechts of links komt bijvoorbeeld. Ik ging nog steeds keisnel. Bergaf haalde ik een snelheid van 37,5 km/u. Mijn skates trilden anders dan ik gewoon was. Het lukte me toen nog niet om aansluiting te vinden in een treintje.

Ik merkte snel dat ik skaters van de startwave voor mij begon op te rapen. Het ging me dan ook net wat te traag. Daardoor kon ik geen trein vinden om mee in te stappen. Ik was echt alles aan het geven tegen de wind in en voelde wel al wat handen in mijn rug. Tot ik in een etalageruit zag dat ik een heel peloton op sleeptouw genomen had! Degene die achter mij reed nam de signaalgeving op zich. Als ik een gat had dichtgereden op een andere trein kreeg ik applaus van mijn volgers. Op die manier kon ik van de ene naar de andere trein springen, maar bleef ik wel zelf met mijn neus in de wind rijden en moest ik best hard werken. Uiteindelijk is de staart van mijn eigen trein afgescheurd en heeft die mij afgelost op kop. Ik werd toen naar voren getrokken in mijn eigen trein door iemand die mij “great speed!” toeriep. Het is echt gek hoe er constant nieuwe treintjes gevormd worden en hoe je ook echt in en uit zo’n trein kan stappen. Ik keek altijd naar mijn snelheid om te kijken of ik in de juiste trein zat. Het is zo comfortabel skeeleren als je helemaal gebukt achter iemand kan rijden, alsof je dan bijna niks moet doen. Er zijn trouwens ook nog veel skaters die niet in een trein rijden hoor. Ik heb dat vorig jaar ook niet gedaan. 

9c932851-732e-4b20-a55f-fd7c4bafadac

Je kan op skeelers best diep gaan. Ik kreeg na verloop van tijd wel wat rug- en nekpijn, maar had me voorgenomen om nog niet alles te geven tot kilometer 30. Zal ik instorten? Zal ik dit nog kunnen volhouden? Dat schoot wel geregeld door mijn hoofd. Vorig jaar zag ik niemand vallen, maar nu zag ik vaak deelnemers tegen de vlakte gaan. Het gekke is dat je, ondanks je hoge snelheid, toch makkelijk kan uitwijken. Ik zag dan ook geen valpartijen met meerdere mensen. De laatste 5 kilometer zat ik bij een groepje vrouwen die heel fanatiek waren en nog wilden versnellen. Ik riep hen toe: “come on ladies, full speed!”. De laatste rechte lijn ben ik voluit gegaan. Vlak voor de Brandenburger Tor liggen lastige stenen waardoor je tempo onvermijdelijk terugzakt, dan kan je op een kort stukje nog wat snelheid maken tot de echte finish. Ik werd daar uitvoerig bedankt door de vrouwen die ik op het einde nog had meegetrokken. Ik wist niet goed wat te zeggen, want ik was zelf helemaal overdonderd door de ervaring en mijn supersnelle tijd. Met een gemiddelde snelheid van 27,5 km/u wist ik amper wat me overkomen was. Ik verbeterde mijn tijd van vorig jaar met 16 minuten en finishte maar 2 minuten na Seppe, die me aan de finish zag en droogjes opmerkte: Roos, gij zijt hier al?!

De mannen van mijn team waren na afloop behoorlijk geradbraakt. Bobby (1u35) had zichzelf naar eigen zeggen een hernia geskeelerd. Hij had in de voorbereiding te weinig op zijn skates kunnen staan en miste daardoor vertrouwen, een gebrek aan wielgevoel dus. Seppe (1u30, ook een nieuw PR) had rugpijn. Ook Dave (1u45) en Bart (1u41) voelden zich behoorlijk gebroken. Mijn voeten waren blij dat ze uit mijn skates mochten, maar ik zat nog zo vol adrenaline dat ik amper pijn voelde. De terugweg naar het hotel hebben we heel traag gewandeld. We zijn bij een hippe frituur gaan eten en toen besefte ik ook dat mijn pre-race-lunch bestond uit een stuk kaastaart met een cappuccino.

De marathon van Berlijn skeeleren is echt zó uniek, er is geen enkel ander skeeler-evenement van die orde. Seppe probeert nu iedereen te overtuigen om volgend jaar deel te nemen aan het duo-klassement, maar ik ga toch passen voor de combinatie met een marathon lopen op zondag. Ik vind het eigenlijk wel ideaal om de skeeler-ervaring op zaterdag mee te maken en zondag de marathon langs de zijlijn te beleven. Die laat natuurlijk niemand koud. Eliud Kipchoge live aan het werk zien onder andere, maar ook al die lopers hun laatste rechte lijn richting finish zien nemen. Echt fantastisch! Met een groepje sporters op pad zijn, betekent ook dat er het hele weekend over sport wordt getetterd. Ondanks het feit dat de treinreis van en naar Berlijn eindeloos leek te duren heb ik zo hard van alles genoten. We waren een heel tof en goed team, ik kijk al uit naar volgend jaar! 

c4f919bc-90d2-48b1-8316-a3d68ae8fe0e

Het moment – Nog wat meer over het bijzondere jaar 1985

Het is weer die dag: er staat een jaartje meer op mijn teller. 38 levensjaren dus en ook weer een jaar extra om me bezig te houden met gegevens en personen verzamelen die op de één of andere manier gelinkt zijn aan mijn geboortejaar. Het zal jullie niet verbazen dat ik er alleen maar meer van overtuigd ben dat 1985 een bijzonder jaar was. Zo werd dit jaar een volledige televisiereeks gewijd aan de donkere pagina van de Belgische geschiedenis die 1985 helaas ook was. Ik zag de Frans-Belgische film Eté 85 geregisseerd door François Ozon, over een broeierige zomer, een tragische liefde, maar vooral de verfilming van één van mijn favoriete jeugdboeken: Je moet dansen op mijn graf van Aidan Chambers. Terwijl ik jullie een verdere update geef, zet ik alvast een streepje muziek op: het album Hounds of Love dat Kate Bush 3 dagen na mijn geboorte uitbracht.

Op cultureel vlak was er minder goed nieuws 6 dagen na mijn geboortedag. De Italiaanse topauteur Italo Calvino overleed op 61-jarige leeftijd in Siena. Lees vooral zijn De onzichtbare steden, een magisch en dromerig pareltje wereldliteratuur. Waar de ene auteur gaat, wordt een andere geboren. De Nieuw-Zeelandse Eleanor Catton zag het levenslicht op 24 september 1985 en gooit momenteel hoge ogen met haar psychologische thriller Birnam Wood die begin dit jaar verscheen. Ze kon ook al de prestigieuze Booker Prize op haar naam schrijven. Lees eveneens het ontroerende Swimming in the Dark van jaargenoot Tomasz Jedrowski, zoveel meer dan het zoveelste boek over een liefde die niet mag zijn. Even hartverscheurend is een klassieker uit de Nederlandstalige literatuur die in 1985 verscheen: De kleine blonde dood van Boudewijn Büch, een vaderroman over verlies.

Ik had het al over de Reebok Club C, hoe die iconische schoen mijn vier cijfers draagt en me geïnspireerd heeft om Club 85 op te richten. Er is echter nog meer goed nieuws op modieus vlak. Het Nederlandse kledingmerk Scotch & Soda draagt ook een trotse since 1985. Maison Scotch, de vrouwelijke lijn, is nieuw in de winkel te duur voor mijn portemonnee, maar altijd goed voor inspiratie. Het kan trouwens geen toeval zijn dat Maison Scotch zich ook Amsterdams Blauw noemt. Met mijn 1m69 en gehavende La Chouffe-knieën zal ik geen schoonheidsprijzen meer winnen. 85-lid en topmodel Doutzen Kroes deed dat wel. Inmiddels met een “voormalig” bij haar beroep. Ik ga er maar vanuit dat je houdbaarheid als Victoria’s Secret model beperkt is, maar dat op ware schoonheid geen leeftijd staat.

Ook de sportieve aanvulling van Club 85 kreeg er voornamelijk leden in de naherfst van hun carrière bij. Behalve dan als voetbalcoach, dan blijk je als dertiger piepjong te zijn. Dé nieuwkomer is dan ook de Belgische bondscoach Domenico Tedesco die amper één dagje ouder is dan ik. Wie eveneens het pad van de voetbaltrainer bewandelt, is voormalig international Wayne Rooney, die 5 jaar geleden zijn voetbalschoenen aan de haak hing en het spel vanaf de zijlijn speelt. De Kroatische stervoetballer Luka Modric is nog wel actief op het middenveld bij Real Madrid. Met een geboortedag op 9 september komt hij praktisch uit dezelfde worp als ik. Op de sportieve bank kunnen we ook Andy Schleck terugvinden, eveneens met een “voormalig” voor zijn beroep van professioneel wielrenner. Hij is nog steeds in bezinning over de dopingperikelen die zijn carrière achtervolgden, waardoor hij in 2012 wel de Tour van 2010 won. Begrijpe wie begrijpen kan.

De laatste Club 85 divisie is die van de show business. Rooney Mara opent het nieuwe blik 85’ers. Ze speelt een glansrol in Her, één van mijn favoriete films, waar ze ook haar wederhelft ontmoette (een topacteur, maar hier geen vermelding waard wegens geen lid van de club). Max Minghella was op zijn beurt vertederend indrukwekkend in de serie The Handmaid’s Tale (jawel, naar het boek van Margaret Atwood uit 1985). De Amerikaanse Janelle Monáe is dan weer van alle markten thuis als actrice, zangeres en producer. Over de letter J gesproken: Jelle Cleymans en Jan Smit zingen vooral graag in het Nederlands. Jaloers ben ik vooral op de heupbewegingen en Eurosong-deelname van Hadise, maar ik zou er stiekem graag uitzien als Jemima Kirke. Zij vertolkte de rol van schrijfster Melissa in de geslaagde serie-uitvoering van mijn favoriete Sally Rooney roman Conversations with Friends.

Voilà, jullie zijn weer mee met het reilen en zeilen van mijn jaargenoten. Aan drama en ambitie geen gebrek in Club 85. Er is voor ieder wat wils. Hoog tijd om daar een toost op uit te brengen. De Santé volgens Stromae!

Een verjaardagskaart voor Roos

Liefste sisje

31 jaar geleden werd jij geboren op een zaterdag. Mijn jongste zusje dat me al zoveel gebracht en geleerd heeft. Mijn kleine zusje dat voor mij ook de grote zus kan zijn. Hoe ouder we worden, hoe minder goed het te vatten is hoe wij met elkaar verbonden zijn. We kunnen ondertussen echt wel behoorlijk goed zonder elkaar leven. We hoeven elkaar niet elke dag te horen. Tot we onvermijdelijk het punt bereiken dat de afstand te groot is en de verhalen zich beginnen op te stapelen. Dan is het plots hoogdringend – een topprioriteit – dan moeten en zullen we elkaar zien. Dan regent het agendapunten en moet er doorgepraat worden. Dan wordt er hard gelachen en soms ook gehuild. Het is dan dat ik besef hoe hard ik je heb gemist. De Roos in mijn leven die ik iedereen nog steeds van harte toe wens.

Jouw geboortedag kan geen toeval zijn. Jij bent een zaterdag. Een dag waarop veel kan: jouw geliefde seizoen de zomer vieren, een ultra trail lopen, een uitgebreid aperitiefmoment, in de tuin liggen, in de tuin werken, een boek proberen lezen, een marathon skeeleren, voor de dieren zorgen, plannen maken, een creatief project dan wel verbouwklus aanpakken, koffie drinken of tijd spenderen met je petekind Emil. Om maar iets te noemen. De zaterdag is net zo veelzijdig als jij. Een dag voor inspanning en ontspanning, van het lichte en het ernstige. Het is een dag om elke week weer te omarmen, wat er ook gebeurt.

Tijdens mijn zoektocht naar een foto van jou, is het altijd weer opmerkelijk wat voor soort foto’s wij met elkaar delen. Zo had ik het afgelopen jaar iets met champignons (één van jouw favoriete ingrediënten), meer bepaald tweeling-champignons. Ze plakken dicht tegen elkaar aan, zowel met de kopjes als de wortels, maar toch zijn het twee aparte dingetjes. Om maar te zeggen: alleen met jou durf ik daar symboliek in te zien. Verder is onze deeldrang ook groot als het om huisdierenfoto’s gaat, kan een pyjamafoto niet ontbreken als we samen in bed liggen en begrijp jij alleen dat een foto van het Malieveld in Den Haag niet gewoon een foto van een groot grasveld is.

Lief zusje van mij, ik wens je een schitterende verjaardag toe. Jij kan moeiteloos een dinsdag als een zaterdag laten aanvoelen. Geniet van je romantische tête-à-tête met Niko (omdat ik hem deze keer niet kom verstoren). Klink op het leven en de liefde. Een heel grote cheers op jouw gezondheid!

Joke X

Klein geluk #7 de kids run

De kids run is mijn favoriete atletieknummer. Het concept is als volgt: voorafgaand aan een kleinschalige wedstrijd, een stratenloop zeg maar, gooien kinderen in verschillende leeftijdscategorieën de benen los over een afstand op hun maat. Roos en ik zijn grote liefhebbers van de kids run. Als we een wedstrijd lopen, zijn we altijd ruim op tijd zodat we niets van het jeugdige enthousiasme moeten missen. Zo ook een week geleden toen ons nichtje Laurien (7) en neefje Vik (4) de kids run liepen van de Mollekestrail in Herent: 700 meter off-road mét hoogtemeters. Grote zus Laurien zorgde voor haar broer en hanteerde het “samen uit, samen thuis” principe. Ontroerend om te zien. Dit is waarom ik instant blij word van lopende kinderen.

  • de overgave waarmee kinderen lopen is ongezien, ze lijken elke keer weer de race van hun leven te lopen, elke halve meter is zowel een strijd als een overwinning
  • de gezichtsuitdrukkingen die met die inspanning gepaard gaan variëren op een schaal van één en al grinta, de betere pokerface, een zekere nonchalance dan wel onverschilligheid tot de allergrootste gelukzalige glimlach
  • vaak is die expressie ook gekoppeld aan de mate waarin er een competitie-element aanwezig is: er zijn kinderen die lopen om te winnen, er zijn er die het doen om te schitteren op hun manier, maar net zo goed en even sympathiek zijn er lopers voor de sfeer en gezelligheid
  • evenzeer verschillend zijn de outfits: een loopoutfit van de atletiekclub, een voetbaltenue, een legging van de dansles of een wielertruitje zoals mijn neefje droeg, het kan ook net zo goed de outfit van het moment zijn: lopen in een rok is perfect mogelijk
  • kinderen lopen in hun dagelijks leven best vaak om zich van punt a naar b te verplaatsen, als ze daarentegen lopen om te lopen (wat de essentie van de kids run is) dan lijkt het alsof ze nadenken over hoe ze hun passen zetten en zie je de meest uitgesproken loopstijlen ontstaan
  • kinderen kunnen een paslengte maken waar ik met mijn korte benen alleen maar van kan dromen, net zoals een cadans waar menig prof atleet jaloers op zou zijn
  • er is een opmerkelijke discrepantie tussen loopstijl en -efficiëntie: er zijn kinderen die met zoveel souplesse in de meest prachtige stijl lopen, maar toch niet echt snelheid maken, net zoals er ook lopertjes zijn die hard gaan terwijl alles in dat lichaam lijkt tegen te werken
  • bij de meeste kinderen staat de armbeweging nog niet helemaal op punt, vaak gaan hun armen zowat alle kanten uit om alle energie uit hun ledematen te kunnen schudden en wapperen
  • doseren lijkt een schier onmogelijke opgave, daarom wordt al eens een groepsstart georganiseerd waarbij het jeugdig gepeupel vertrekt achter een touw in handen van twee volwassenen om te vermijden dat niet alle motors opgeblazen zijn na 100 meter, hoe dan ook wordt er duchtig met krachten gewoekerd eens de bende vrij spel krijgt
  • kinderen kunnen zo intens genieten van aanmoedigingen dat ze na wat handenklap en een “goed bezig” hun snelheid verdubbelen, soms haalt het hen ook helemaal uit hun focus waardoor ze bijna ten val komen omdat ze opkijken en en de arm-been coördinatie abrupt verstoord wordt
  • helaas is het onvermijdelijk dat er traantjes vloeien net zoals er ook altijd vuile knietjes zijn, gelukkig is er dan troost binnen handbereik
  • een blinkende medaille is de ultieme beloning van elk kind dat de finish bereikt, Laurien vertelde ons apetrots dat dit al haar 5e medaille is
  • kinderen begrijpen als geen ander dat het belangrijk is om de brandstofvoorraad na afloop terug aan te vullen, ze doen dit bij voorkeur met koeken en als het kan een gesuikerde drank

8549ef7b-73c4-4771-9bf2-7e74a67efdf1

Het boek – Het verhaal van de titel

Lang lang geleden gaf iemand mij bij wijze van grap de Joke Omnibus, drie verhalen over de blonde Joke van Vliet die met haar blauwe ogen parmantig de wereld inkijkt. Het is een oud jeugdboek dat door de holle dialogen voor geen meter leest en hopeloos gedateerd is, maar dat ik puur uit symbolische overwegingen wel ben gaan koesteren. Een leven in drie verhalen: het sloot naadloos aan bij een opdracht die ik kreeg van mijn psycholoog om het boek van mijn leven te maken (klinkt zwaar en dat is het ook). In een fysiek boek, in principe eender welk, bracht ik hoofdstukken aan met een zelfgekozen titel om zo mijn levenspad tot dusver samen te vatten. Mijn levensboek kreeg de titel Heaven, Hell and Mademoiselle, naar de roman van Harold Carlton die ik aantrof in een stapel oude boeken. Het donkere en het lichte, de intensiteit en ik die daar een beetje tussendoor wandel, strompel of paradeer, al naargelang: ik zag het wel voor me. Een titel die leest als een leven dus. Ik ging wat verder nadenken over romantitels die mij aanspreken van boeken die ook nog eens het lezen waard zijn: hier volgt een overzicht.

IMG_2917b

Een sprekende naam doet het ook als titel goed. Neem nu hét boek van het moment: het terecht alom bejubelde Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer. Allesbehalve een voor de hand liggende of eenvoudige naam, net zoals het boek dat ook niet is. Wél de enige juiste titel om het omvangrijke levensverhaal van de Atheense strateeg te vertellen in een roman waarin fictie en non-fictie heel nauw met elkaar verweven zijn en Alkibiades zelf het woord neemt. Ik hou eveneens van de literaire personages Elizabeth Costello van J.M. Coetzee en Elizabeth Finch van Julian Barnes die elk een boektitel zijn en waarvan je hoopt dat ze stiekem toch bestaan hebben. Net zoals de enige echte Mrs. Dalloway van Virginia Woolf die zelfs bijna 100 jaar na publicatie nog steeds een springlevend personage is dat wel wat parallellen vertoont met het bewogen leven van Virginia Woolf zelf.

Een eenvoudige titel kan helemaal raak schieten. Het collage-achtige De jaren van Nobelprijswinnares Annie Ernaux is een indringend tijdsdocument van de jaren 1941 tot 2006 dat toch heel persoonlijk aanvoelt. De jaren, want dat is nu eenmaal een zekerheid: de tijd die verstrijkt. Mijn Noorse held Karl Ove Knausgård houdt het eveneens graag simpel. Het is te zeggen: hij is een man van veel woorden die maar liefst zeven lijvige romans nodig had om zijn levensverhaal, de Mijn Strijd serie, op te tekenen. Elk deel heeft een titel van slechts één woord. Ik las al Vader, Liefde en Zoon en kon niet anders dan vaststellen dat een kernachtige titel de enige werkbare is voor de eindeloze, maar ook heel verslavende beschrijvingen en observaties van Knausgard.

Ik laat me graag meevoeren door titels die een verhaal op zich zijn. Of hoe overdaad soms in het geheel niet schaadt. Niemand kan zo mooi over Parijs schrijven als Patrick Modiano. Toegegeven, binnen zijn rijke oeuvre kan ik de romans moeilijk van elkaar onderscheiden omdat hij steeds terugvalt op dezelfde ingrediënten: een mysterieuze gebeurtenis wordt nét niet ontrafeld in een nostalgisch Parijs. Mijn favoriete Modiano’s zijn De straat van de donkere winkels en In het café van de verloren jeugd. Wie van Rome houdt, kan dan weer terecht bij de filmische boeken van Gianfranco Calligarich die met De laatste zomer in de stad en In de omhelzing van de rivier voluit de kaart van de poëzie trekt. Ook de subtiele tegenstelling in de titel De gelukzalige jaren van tucht van Fleur Jaeggy is een verhaal op zich, een prachtig boek(je) over een romance op een meisjespensionaat. Merethe Lindstrøm schreef met Dagen in de geschiedenis van stilte een Noorse parel waarin zwijgen veel pijn blootlegt.

Een titel mag een beetje pijn doen. De eenzaamheid snijdt nergens zo hard als in The Heart Is a Lonely Hunter van Carson McCullers. Zeker als je weet dat ze amper 23 was en behoorlijk getekend door het leven toen dit boek in 1940 verscheen. De familiekroniek van de Buendía’s, Gabriel García Márquez’ magnum opus, Honderd jaar eenzaamheid mag dan wel magisch realistisch zijn, het schuurt langs alle kanten. Net hetzelfde gebeurt in die andere grote klassieker De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera, een boek dat leest als een sprookjesachtig verhaal met donkere randjes en filosofische inslag. Marcel Proust kan hier met zijn zevendelige romancyclus Op zoek naar de verloren tijd niet ontbreken. Hoe harder hij de tijd zoekt, hoe meer hij beseft dat die al hopeloos verloren is. Ook Julian Barnes onderzoekt in The Sense of an Ending of je de tijd ooit kan vastgrijpen en in welke mate tijd tastbaar en vatbaar is.

Ook intrigerende en bevreemdende titels doen lezen. Jens Christian Grøndahl, die hier wel eens vaker de revue passeert, lijkt daar een patent op te hebben. Zijn Vaak ben ik gelukkig voelt zo beladen dat je eigenlijk niet weet of het hoofdpersonage nu juist wel of niet gelukkig is. Dat weet je niet, eveneens van Grøndahl, vind ik net zo fascinerend. Wat evenveel vraagtekens doet rijzen is de titel Vang de haas van Lana Bastašic waar een levensbepalende vriendschap zich afspeelt ten tijde van de Balkanoorlog. Gaandeweg ontdek je wat de haas hiermee te maken heeft. Sneeuw, hond, voet mag dan in principe een beschrijving zijn van de opening van Claudio Morandini’s boek, een hond stuit op de voet van een ondergesneeuwd lichaam: het is al bevreemding dat de klok slaat in een verhaal waarin droom en realiteit constant tegen elkaar aan schurken.

Tot slot is I Am an Island van Tamsin Calidas een titel die heel veel ladingen dekt: zowel een duidelijke titel die een verhaal op zich is, als de knagende eenzaamheid om als een eiland omsloten te zijn door het grote niets. Voor wie al dat titel-gedoe maar niks vindt: lees Een doodgewoon leven van Karel Čapek omdat dat echt gewoon over een doodgewoon leven gaat waar helemaal niks mis mee is. Of hoe een titel ook doodgewoon glashelder kan zijn.

IMG_2912b

De gedachte – Over blauw

Ik zie het leven liefst van al door een blauwkleurige bril. Niet dat ik zo’n bril heb – blauwe glazen, het lijkt me helemaal niks – maar ik zie nu eenmaal graag blauw om me heen. Er stroomt nochtans geen blauw bloed door mijn aderen, maar ik kom wel uit een familie Blauwogen: de allermooiste blauwe ogen zijn die van mijn zus Marike. Ik hou zoveel van blauw omdat blauw alles kan zijn: elegant, stoer, rijk, genuanceerd en oogverblindend. Blauw is een universum op zich, maar ook perfect compatibel met andere kleuren. Om jullie de veelzijdigheid van blauw te illustreren, geef ik jullie graag een inkijkje in het blauw dat ik koester.

Ik maak er geen geheim van dat ik graag blauw draag. Op vestimentair vlak ben ik dus voorzien van blauw voor elke gelegenheid. De foto’s van mijn sportieve avonturen getuigen daar van. Maatje Pieter (die kleurenblind is) merkte eens fijntjes op dat ik precies altijd hetzelfde draag op een wedstrijd. Wel ja, dat is eigenlijk zo. Ik heb drie singletjes in verschillende tinten blauw, waarbij de donkerste variant mijn absolute favoriet is. Ook mijn lievelingspetten hebben blauw als hoofdkleur. En natuurlijk kan het geen toeval zijn dat mijn snelste loopschoenen, de Nike Vaporfly 3, mij naar de sub3 brachten in de kleur university blue. Of ik nu aan zee ben of niet, in het dagelijks leven zwicht ik al te graag voor de maritiem geïnspireerde look en daar leent heus niet enkel marineblauw zich toe. Samen met mijn zussen deel ik ook nog eens de liefde voor washed denims (als het kan vintage). Jeansstof dus, ah ja, want jeans is blauw.

Als tiener ging ik in de nineties uit de bol op Blue (Da Ba Dee), misschien liep ik toen ook mijn eerste blauwtje. Inmiddels schenkt Mister Blue Sky van ELO mij instant geluk, al helemaal als de hemel ook echt strak blauw is. Leonard Cohens Famous Blue Raincoat (met of zonder Jennifer Warnes) laat mij nooit onberoerd en als het romantisch wordt, geef mij dan maar Prachtig in het blauw van Bart Peeters. Als kind was ik fan van Matisse en zeker ook van diens Blauw Naakt (dat helemaal zo naakt niet is). Al het blauw van Peter Terrin is dan weer een boek dat ik iedereen aanraad. Aan tederheid geen gebrek, ook dat is blauw. Ik ben artistiek zo mogelijk nog meer onder de indruk van het blauwe containerschip dat mijn 4-jarige neefje Vik onlangs voor mij tekende.

IMG_2670b

Met blauwe bessen maak je mij wel blij, maar verder is blauw geen kleur voor etenswaren. Wel voor alle andere vormen van huisraad en -decoratie. Mijn liefde voor Delfts Blauw bracht me in juli bij het enige atelier waar het bloemig gedecoreerde sierservies vervaardigd wordt. Een uniek productieproces waarbij vakmanschap centraal staat. Om die reden betaal je je helaas ook blauw als je the real stuff in huis wil halen. Ik was zo in de ban van dat atelier dat ik me bijna opgaf om een 10-jarige opleiding meester-schilder Delfts Blauw te volgen. Eten en drinken doe ik het liefst van het wit-blauwe servies dat ik door de jaren heen bij elkaar sprokkelde van de kringwinkel. Zo mogen we in België met recht en rede trots zijn op het servieswerk van Royal Boch. Ook het bleu van Le Creuset doet mijn hart altijd een beetje sneller slaan.

Nu ik er zo over nadenk, het is eigenlijk zonde dat ik dit niet schrijf op een blauwe maandag. Een heel mooie zondag gewenst!

IMG_2870b

Klein geluk #6 aan de Noordzee

Ze zeggen dat je ofwel voor de zee ofwel voor de bergen bent. Kiezen is soms verliezen. Aangezien ik dankzij mijn trailervaringen ondertussen een klein beetje kind van de bergen ben geworden, ben ik diep in mijn hart toch het meest een meisje van de zee. Ik heb van de bergen en hun hellingsgraad leren houden. De bergen zijn imposant, ietwat desolaat en altijd oppermachtig, maar mijn band met de zee dateert van mijn vroegste jeugdherinneringen*. De Noordzee blijft indruk maken op mij. In juli kon ik weer vakantie nemen in Den Haag, waar ik op een paar kilometer van het Zuiderstrand verbleef. Laat één ding duidelijk zijn: voor de betere zee-ervaring moet je in Nederland zijn waar zand en zee nog ruimte krijgen, de dijk een boulevard is en de duinen prachtige fiets- en wandelpaden herbergen. Daarom een lijstje met mijn kleine gelukjes aan de Noordzee.

  • eb en vloed, als kind vond ik het zowel fascinerend als onpraktisch, in mijn drukke planning moest ik rekening houden met een concept waarvan het nut me ontging, de fascinatie is overeind gebleven en het woord “getijden” is sowieso een overpeinzing waard
  • golven maken van de zee de zee en geen grote plas water, en ja – ik weet het – dat is wetenschap, maar ik kan nog steeds naar de golven staan kijken alsof het een bovennatuurlijk verschijnsel is dat ik voor de eerste keer aanschouw
  • het schuim van de zee is niet het soort schuim dat je in je bad wil, het is schuim van de natuur, schuim dat zo dik kan zijn dat het aanspoelt op het strand of zelfs in dikke vlokken wegwaait
  • als kind was mijn favoriete strandactiviteit schelpen zoeken, ik kon heel lang wroeten en turen in een hoop schelpen om er de meest kostbare uit te vissen voor mijn verzameling (als ik wenteltrapjes vond was mijn dag geslaagd), uit nostalgie neem ik nog steeds altijd wat willekeurige schelpen mee
  • met zand ga ik niet meer actief aan de slag om kastelen te bouwen, wel kijk ik graag hoe anderen het aanpakken en hoe ze met vuur hun fort verdedigen (je kan er niet omheen dat dit een papa-ding is)
  • ik hou nog steeds van sporen zoeken, volgen en zelf maken: zowel in ongerepte stukken zand, als in een volledig omgewoeld strand
  • blote voetjes in het zand is een must, of het zand nu droog, medium-nat of modderig-nat is: aan water geen gebrek om ze af te spoelen
  • het woord strandwandeling dat schreeuwt gewoon gezelligheid en romantiek, ook als je in je eentje bent, met of zonder zonsondergang
  • (hard)lopen langs en over het strand, met de wind pal op de neus of in de rug, ik krijg daar altijd kriebels in mijn buik van, hoe zwaar het ook kan zijn
  • honden die over het strand lopen lijken altijd blij te zijn, of ze nu wel of geen stok met zich meedragen: je herkent ze aan hun glimlach van oor tot oor
  • de duinen waren in mijn kindertijd nog vrij toegankelijk, hier kon ik praktisch gezien weinig mee wegens te veel zand, wat me altijd zal bijblijven is het educatieve verhaal van helmgras (het woord alleen al)
  • ik zat in familieverband nooit achter een windscherm of onder een parasol, wij waren de actieve familie die genoeg had aan een groot deken als uitvalsbasis om ons zandspeelgoed uit te stallen
  • in mijn tienerjaren hield ik ervan om te lezen op het strand (een keienstrand langs de Engelse kust leende zich daar uitstekend toe), inmiddels mis ik dan toch een stuk meubilair om mijn rug te ondersteunen
  • de vedetten van de zee dat zijn natuurlijk de meeuwen die heer en meester zijn over het water en het zand, niets ontsnapt aan hun nauwlettend oog, het zijn zowel voyeurs als dieven als luchtkunstenaars
  • zwemmen in zee is mijn ding niet (meer), ik kan wel met veel verbazing kijken hoe anderen zich bezighouden op het water: met een scherm, een plank en de wind kan je echt heel veel, al vraagt het wel wat oefening
  • dé Nederlandse ontdekking dat is het strandpaviljoen, in de volksmond de strandtent genoemd: met zicht op zee een glaasje drinken, wat wind erbij, altijd genoeg om naar te kijken, wat een leven!
  • mijn liefde voor de zee weerspiegelt zich tegenwoordig ook in een liefde voor maritiem geïnspireerde kleding, denk: streepjes, schelpen, ankers en een heerlijke retro-vibe
  • het geluid van de zee mag er absoluut wezen, maar aan zee naar een liedje over de zee luisteren is ook aan te raden: mijn favorieten zijn Gente Di Mare van Umberto Tozzi, De zji van Ertebrekers, Heist aan Zee van Bart Peeters en natuurlijk La mer van Charles Trenet
  • als ik in Den Haag naar zee fiets, voel ik meter per meter dat ik mijn doel nader: door de toenemende wind, de zilte geur en de woningen die er steeds meer “zees” gaan uitzien
  • ik heb nooit begrepen waarom mensen, van zodra het maar een beetje warm wordt, in de auto stappen en naar de zee rijden: als kind leek de autorit naar zee alsof we op wereldreis waren, de opluchting als we er ein-de-lijk waren was er eens zo groot om

*we spreken over de tijd dat een appartement op de dijk van De Haan in de paasvakantie nog betaalbaar was voor een modaal gezin met vier kinderen

IMG_2297b

IMG_2293

IMG_2538b

IMG_2484b

IMG_2546b

Loperspraat – Hoe wij samen even helden waren in Houffalize

Ik ben soms geneigd om sorry richting mijn voeten te mompelen als ik ze opsluit in schoenen die hen úren gevangen zullen houden. Mijn schoenen aantrekken voor een sportief avontuur is een haast sacraal moment omdat het onvoorstelbaar lijkt dat ik die schoenen weer zal uittrekken – vloekend om de dubbele knoop – en dat het dan achter de rug is. Zo ook op zaterdagochtend 8 juli 2023 omstreeks 7u30. Ik trek mijn rood-paarse trailschoenen aan met als doel er 69 kilometer mee te gaan lopen in en rond Houffalize. Ik heb er nooit over getwijfeld om ook dit jaar de langste afstand van de La Chouffe trail te lopen. Mijn bijna 9 uur durende run (+walk +climb) van vorig jaar werd een onvergetelijke ervaring waar ik nog heel vaak met de glimlach aan terugdacht. Compagnon Pieter dacht er net zo over en ook Roos zwichtte weer voor de verleiding van de ultra. Sam voelde eveneens de ultra-kriebel en zou zijn debuut maken op de 50 kilometer. Met vier aan de start, gezellig!

Het doet eventjes pijn als zaterdagochtend om 4u30 de wekker gaat. Roos en ik maken ons op voor het ontbijt, eentje met een view op de bosachtige omgeving en startzone. Sam sluit aan bij ons noodzakelijke eetfestijn. In alle vroegte een duurloopontbijtje verzetten: het blijft een vak apart. Op het menu staat een wit carrébrood met honing voor Sam, sandwiches met choco voor Roos en een wit hoevebrood met appelstroop voor mij. De vroege vogels proberen van de koele temperatuur te genieten aangezien het een hete dag beloofd te worden. Ergens in het bos lijken nog late vogels actief te zijn. We horen een stevige beat die doet vermoeden dat er een rave party gaande is. Sams fomo steekt de kop op en we kunnen hem nog net bedwingen om gewoon met ons koffie te drinken. Dan is het tijd om ons echt klaar te maken. Roos en ik lopen allebei met de Salomon Active Skin 8 trailvest. We vullen onze soft flasks en denken na over hoe we onze gels en andere sportvoeding zullen wegstoppen in de stoffen voorraadkamer. Team Trail gaat richting de start.

We treffen Pieter en diens familie bij de startzone. Speaker Hans Cleemput is ook van de partij en zorgt voor de nodige ambiance. Met dit goede gezelschap voel ik me in tegenstelling tot vorig jaar best relaxt aan de start. Ik zal namelijk met Sam en Pieter vertrekken. De jongens doen nog een laatste stressplasje en dan is het tijd om af te tellen. C’est parti! Van een rustige aanloop is geen sprake. We kunnen meteen aan de bak met een off-road klimmetje. Het parcours is namelijk gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Sommige stukken zijn nog hetzelfde, maar we lopen ook in de andere richting. Mijn parcoursvoorbereiding beperkt zich tot een oppervlakkige vergelijking van de lus die ik vorig jaar liep en de lus die ik dit jaar voor de benen geworpen zal krijgen. Ik zie het wel als ik er ben, die gedachte. Pieter is daarentegen grondig voorbereid. Er kwam zelfs Google Streetview aan te pas. De boys lijken naar boven te vliegen. Na 2 kilometer loop ik een paar meter achter hen aan te hijgen terwijl zij aan de babbel zijn. Ik moet er nog wat in komen, zeg ik als ze vragen of het wel gaat.

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.51 (3)

Na een kilometer of 4 krijgen we de eerste aanmoedigingen van het supportersteam van Pieter. We hebben er zin in en ik heb inmiddels ook het goede tempo te pakken. Aan footage zal er vandaag trouwens geen gebrek zijn. Pieter filmt met de GoPro, Sam vlogt met zijn gsm en Stijn zorgt voor dronebeelden. Mijn bijdrage is om er nadien een mooi verhaal van te maken – bij deze dus. Na 11 kilometer keuvelen (en verdorie snel lopen) is onze eerste rivieroversteek een feit: we bereiken de eerste bevoorradingspost. Pieters familie vertelt dat Roos ook goed vertrokken is en dat ze het helemaal zag zitten. Mooi! Honger of dorst heb ik niet, maar ik werk toch braaf een gelletje weg en ik drink wat. Vorig jaar lag hier de laatste bevoorradingspost op kilometer 58. Best gek om hier nu met frisse benen te zijn. Terwijl Pieter zijn innerlijke kompas laat spreken en ik hem romantisch aankijk, doet Sam zich te goed aan het bevoorradingsbuffet.

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.51 (9)

We zetten onze tocht verder met z’n drietjes, alsof we al heel ons leven samen trails lopen. Onze zes benen vormen een geoliede machine. Het is te zeggen: met twee mannen voor mij, hang ik mijn karretje aan. Met tijd en snelheid zijn we niet bezig. Al babbelend lopen we een klimmetje op, echt alsof het niks is. Ondertussen praten we over de marathon en het leven. Lopen lijkt als vanzelf te gaan en op een dag als vandaag is dat wat je nodig hebt. De eerste keer dat we zonder beschutting lopen, voelen we ook de zon prikken. We vertrokken met een aangename 20 graden, met de kilometers zal ook de temperatuur toenemen. Er worden natuurlijk ook grapjes gemaakt over mijn indrukwekkende en helaas ook talrijke valpartijen vorig jaar. Toch ben ik het niet die als eerste tegen de vlakte gaat, die eer is weggelegd voor Pieter. Als kersverse sportkinesitherapeut geeft hij een demonstratie valpreventie: met een zwierige doorrol kan hij het contact met de grond tot een minimum beperken en blijft zijn val zonder gevolgen.

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.50 (5)

Het parcours scoort hoge punten bij mij. Na 17 kilometer lopen we langs het water als een bekende stem aan de overkant ons iets toeroept: Roos! Ze zit ons net niet op de hielen, maar het is duidelijk dat zij ook een gezwinde start genomen heeft. Bijna 2 uur gelopen en het lijkt hier de goed-nieuws-show te zijn. Het afscheid is echter nabij. De eerste stevige beklimming van de dag is er eentje die me net iets te bekend voorkomt: een rotsachtige ondergrond waarbij je goed moet kijken hoe en waar je je voeten zet. Een klim die ik als een slak met astma naar boven ga. Het uitzicht stelt niet teleur. Ook voor de afdaling die volgt is de boodschap om alert te blijven. Na 19,5 kilometer splitst het olijke trio zich. Sam neemt de afslag voor de 50 km. Pieter en ik zullen in duo onze tocht verderzetten. We geven elkaar een pakkerd en huppakee daar gaan wij. De volgende bevoorradingspost ligt op km 25. Ik krijg daar te horen dat ik als tweede vrouw loop, waar ik niet al te veel aandacht aan probeer te schenken, de dag is immers nog heel lang.

e97a2dfa-c9cb-43dc-a9a2-6309c35713bb

Na de honeymoon-fase sijpelt stilaan de realiteit door. Pieter en ik zijn ruim 2,5 uur onderweg en we hebben al behoorlijk wat hoogtemeters overwonnen. Semi-moeiteloos, zo voelde het, maar nu beginnen we de afstand en het terrein te voelen. We laten ons daar niet te veel door uit ons lood slaan. Het nieuwe parcours blijft hoge ogen gooien. We worden aangenaam verrast door het type ondergrond waar we over lopen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een mosweg (heel zacht aan de voeten)? Of een gerooide vlakte vol dorre dennentakken voor het betere springwerk? De hoofdrolspeler in dit decor is telkens weer de dennenboom in al zijn verschijningsvormen. Dennen hebben vaak iets triestig, alsof ze continu neerslachtig zijn, meer dood dan levend, maar toch gaat er ook een enorme kracht uit van de lange, smalle snuiter die niet kapot te krijgen is. Behalve dan door de letterzetter.

Gelukkig hebben ze sporadisch ook geasfalteerde wegen in Dardennen. Als ik asfalt onder de voeten heb, dan loop ik altijd door, zelfs met hellingsgraad. We naderen het middaguur, de zon komt steeds hoger te staan en laat zich vaker opmerken. Aan sfeer en gezelligheid geen gebrek. Pieter vertelt wat meer over zijn fietstrainingen. Op mijn vraag of hij zich nu meer fietser dan loper voelt, kan hij geen antwoord geven. Hij doet het allebei even graag. Voor mij kan er niks op tegen lopen. Liefst lang, zoals ik nu aan het doen ben. Stilaan treedt er een derde personage naar de voorgrond: de maag van Pieter. Na 30 kilometer zegt hij een paar keer dat er iets moet gebeuren met die maag. De maag moet zich eens gaan keren. Helaas zal de maag van Pieter een bepalende rol in dit schouwspel spelen. Nu nog niet. Er is eerst een glansrol voor mijn papa die over superkrachten beschikt. Tijdens een trail kan hij bijvoorbeeld uit het niets verschijnen. Dat mirakel voltrekt zich rond kilometer 33. Ik zie in de verte een verschijning, ik knipper met mijn ogen en ik zie dat het mijn eigenste pappie is die onze passage vastlegt op beeld.

bf2577c3-ade3-4e1c-85f3-cdef20964c67

Bij de bevoorrading op kilometer 36 zijn onze beider families aanwezig. Ik krijg nogmaals de bevestiging dat ik in tweede positie loop. De flesjes worden weer gevuld, er gaan wat Clif bloks in de mond. Ik pas voor het aanbod van de vriendelijke vrouwen op de post die sandwiches met kaas, hesp of hummus in de aanbieding hebben. Pieters maag zit al helemaal niet te wachten op iets van voeding. Later zou ik horen dat hier al een kotspartijtje plaatsvond. Bij nader inzien misschien het begin van het einde, maar dat wisten wij toen nog niet. We hervatten onze weg weer. De kilometers zitten in het lijf, daar is geen ontkomen aan. Mijn loophonger is echter nog lang niet gestild. Ik merk jammer genoeg ook dat Pieter het steeds lastiger krijgt. De maag wil niet mee, de maag keert zich veel te veel en veel te heftig. Pieter kan niks meer binnenhouden. Het zijn niet het soort problemen waar je nog ruim 30 kilometer mee wil rondlopen bij een temperatuur van 30 graden.

Voor dit verslag kan ik behoorlijk accuraat reconstrueren hoe ver we gevorderd zijn in ons avontuur, maar op het moment zelf is er iets vreemds met hoe de tijd verloopt. Het lijkt alsof je een soort van immuniteit creëert voor tijdsbesef. De tijd is op dat moment irrelevant. Ondertussen wordt de afstand tussen Pieter en mij letterlijk steeds groter. Ook op goed beloopbare stukken verliest hij meer terrein. Ik kan nog niet onder ogen zien dat de break-up onvermijdelijk is. Kilometer 38 blijkt uiteindelijk beslissend te zijn. Allereerst is daar mijn kroniek van een aangekondigde valpartij. Niks ergs gelukkig. Ik heb een schram op mijn linkerknie (die nog getekend is door een Ardeense steen van vorig jaar) en eentje op mijn scheen waar zich meteen een stevige bult aftekent. Een bult op een scheen, ik wist niet eens dat het kon. Pieter loopt een meter of 50 achter mij en heeft niet door dat ik gevallen ben. Als we weer bij elkaar zijn, zegt hij dat ik vooral mijn eigen tempo moet aanhouden en niet bij hem moet blijven. Lastig! Ik verzeker me er eerst van dat hij oké is en niet flauw zal vallen. De scheiding is definitief, we zullen elkaar pas aan de finish terug zien. Een nostalgisch gevoel bekruipt me als ik denk hoe we met z’n drieën aan dit avontuur begonnen. Babbelend, lachend, lopend. Het lijkt een eeuwigheid geleden.

27f1d637-b54c-440a-b8c6-0968e2d6cce5

Ik sta er alleen voor. De enige weg is die voor mij, soms vooruit, soms naar boven. Ik kijk uit naar het marathonpunt. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op, maar als marathonloper blijft die 42,2 km een dingetje. Ik vind ondertussen aansluiting bij Daniël uit Zeeland die indruk maakt met zijn atletische postuur. Hij vertelt hoe deze trail een eerste echte test is voor de meerdaagse trailwedstrijd in Wales waar hij in september aan zal deelnemen. Hij verbleef recent nog 3 weken in Aruba en met een luchtvochtigheid van 85% kon hij daar acclimatiseren aan de warmte. Ik leg mijn marathon af in 4 uur en 30 minuten, ruim een half uur sneller dan vorig jaar. Meteen dient zich een volgende aangename verrassing aan. Mijn ouders en Niko staan daar in the middle of nowhere. Ze vertellen dat Pieter slechts 5 minuten achter me loopt en Roos, de dappere krijger, een luttele 8. Het doet me goed om te horen dat mijn maatjes zo dicht bij me in de buurt blijven en dat ze klaar staan om me op te rapen, mocht dat nodig zijn. Roos zal Pieter uiteindelijk voorbij lopen op kilometer 43. Ook zij heeft daar een beetje hartpijn van.

Ik kan hier nu wel achteloos zeggen dat ik een marathon gelopen heb, de waarheid is dat ik die ook voel. Net zoals de zon. Dit doet pijn, dit is traillopen ten voeten uit. Ik vervolg mijn weg en kijk uit naar de volgende bevoorradingspost op kilometer 46 aan de brouwerij van Achouffe. 4 kilometer lijkt niet ver weg, tot ik een pad krijg voorgeschoteld waar ik echt helemaal niks mee kan. Keien en stenen in alle soorten en maten, langs het water, een heel smal pad dat op en neer gaat. Ik kan lopen noch doorstappen. Dit haalt de vaart er helemaal uit, samen met de moraal. Plots voel ik ook de tijd tikken. Of beter gezegd: voorbij kruipen, want zo traag lijk ik vooruit te gaan. De bevoorrading aan Achouffe brengt ook niet wat ik ervan verwacht. Het is er wat hectisch omdat het ook een post is voor de traillopers van de 28 km, die in grote getalen aanwezig zijn. Bovendien mis ik Marike en haar gezin die hier ter aanmoediging zouden staan. Zij blijken helaas 50 meter verderop te staan, aan een route waar enkel de 50 km lopers passeren (wat zij dus niet door hebben). Het overkomt de beste supporters. Marike en Peter zullen wel een rol van betekenis spelen voor Pieter, die na lang twijfelen besluit om bij hen in de auto te stappen. Het is helemaal op. De maag wil niet mee, het lichaam is leeg. De strijd staken is de enige juiste beslissing. Aan hen de taak om de Verloren Zoon veilig thuis te brengen.

1b84aa0a-efaa-4de9-bc7b-d6c99caea832

Aan de bevoorrading hoor ik twee 28 km lopers tegen elkaar zeggen: nog een klein stukkie en we zijn er! Die uitspraak is een zaadje dat een paniekwolk in mijn hoofd plant. Ik maak me uit de voeten en volg de pijlen. Maar zijn dat wel de juiste pijlen?! Heb ik geen splitsing gemist?! 23 km lopen is niet bepaald een klein stukkie?! Ik ben omringd door 28 km lopers! Ik ben hopeloos verkeerd gelopen! Weg droom van de 69 km! De paden zijn bovendien smal, inhalen is erg lastig. Ik krijg het goede ritme niet te pakken. Het is trouwens warm – heet! – zei ik dat al? De moed zinkt me in de schoenen. Ik krijg gelukkig wel weer  voor eventjes compagnie. Ludovic liep de eerste uren van de race bij de koplopers. We hebben het over de marathon (ik heb het eigenlijk altijd over de marathon als ik onderweg met lopers praat). Een babbel is de ideale afleiding voor de donkere wolken in mijn hoofd. Ik krijg weer wat hoop op een goede afloop. We zien ook samen af. Zei ik al dat het warm was? Na een kilometertje of 2 in elkaars gezelschap loop ik wat verder uit. Ludovic zal uiteindelijk 20 minuten na mij finishen.

Als ik begin af te tellen naar kilometer 50 – een getal dat ik niet vaak zie verschijnen op mijn Garmin – besef ik dat ik in de greep van de getallen ben. Ik kan de afstand niet loslaten. Ik kijk vaker dan me lief is naar mijn pols om te kijken hoeveel kilometers er op de teller staan. De volgende bevoorradingspost is pas op kilometer 60. Ondertussen blijft een stemmetje in mijn hoofd zeggen dat ik verkeerd ben gelopen. Mijn buik vertelt heel andere dingen. Ik ben niet misselijk, maar heb wat krampen en ik voel veel spanning in de buikzone van al het vocht dat ik moet bijtanken. Hierdoor loop ik continu met een ongemakkelijk gevoel rond. Vreemd genoeg vind ik door die spannende cocktail van fysieke ongemakken en mentale onzekerheid wel een vorm van berusting. Ik moet het gewoon maar afwachten. Blijven lopen waar het kan, erop rekenen dat die buik stabiel blijft en pijltjes volgen. Wie weet komt het dan gewoon goed.

7835a341-f906-41d2-a35c-e64dcb3ade02

Na 51 kilometer bereik ik het vergane BMX-parcours in Houffalize. Vaste prik bij de La Chouffe trail, maar normaal gezien aan het begin van de race. Lopen is hier onmogelijk. De hellingsgraad is een uitdaging, net zoals de ondergrond. Ik kan me niet voorstellen dat mensen hier vrijwillig hun leven riskeren op een fiets. Dit is waanzin! Werkelijk overal liggen stenen op los zand. Elke loper wordt omringd door een stofwolk die je het zicht ontneemt. Ik moet echt uit mijn doppen kijken, want bij gebrek aan kracht en wendbaarheid vraagt een goede coördinatie eens zoveel energie. Er is amper beschutting, de meters kruipen voorbij. Het woord loden hitte heb ik bewust bewaard voor dit moment: de warmte slaat in als een bom. Verzengend, alom aanwezig, laat hier alsjeblieft snel een einde aan komen. Met +50 km in de benen gebeuren de dingen echter niet snel. Ik moet geduld hebben. Een enthousiaste supporter zegt me dat ik er nog zo fris uitzie. Er hangt een zweetwalm rond mij, maar ik snap wel wat ze bedoelt. Ik ben nog niet morsdood gelopen. Ik heb nog de puf om te zuchten en mijn frustratie uit te drukken. Ik zie zelfs de humor van deze absurde situatie in. Hoe zwaar dit ook is, ik besef dat het mij eigenlijk nog goed afgaat.

Na 53 kilometer loop ik door Houffa-city. Steeds vaker zie ik lopers langs de kant van de weg zitten of staan. Volledig bij bewustzijn, maar toch wezenloos voor zich uitstarend, puffend, hijgend, gebogen over hun stokken. Het asfalt en de bebouwing lijken hittebronnen te zijn die hun warmtestralen afgeven op mijn al oververhitte lichaam. En dan valt er plots een opluchting van jewelste uit de lucht. Mocht ik er nog toe in staat zijn, ik zou een vreugdesprongetje maken als ik het splitsingsbord zie: de lopers van de 50 en 69 kilometer mogen nog een lus maken van 14 kilometer. De 28’ers mogen binnenlopen. Ik loop en wandel een stukje mee met Hein die met zijn 19 jaar (dit is geen typefout) de jongste deelnemer op de 69 kilometer is. Hij heeft het zwaar, maar ik kan niet anders dan mijn bewondering uitspreken. Roos loopt op dat moment een kwartier achter mij. Ze moest op het BMX-parcours vechten tegen de misselijkheid, maar de hemel klaart weer op als ze een waterijsje krijgt van haar metgezel van de dag.

20f8a07b-d28e-4fe1-82c4-9019c4259383

Hoe zwaar ik het ook heb, mijn benen willen lopen waar ze kunnen. Ze worden op hun wenken bediend. Ondertussen ben ik ook Daniël weer een aantal keer tegengekomen. We zijn harmonica-lopers zoals Roos dat later zal noemen: we lopen soms samen, dan loopt de één weer voor de andere, maar ver zijn we nooit uit elkaars buurt. Ik tel ondertussen af naar kilometer 60 en de felbegeerde bevoorradingspost. Elke kilometer splits ik daarvoor op in stukjes, zo is ook 56,5 km een mijlpaal, want alle beetjes helpen om het doel te bereiken. Elke meter moet gelopen worden, zij het steeds strammer. Lopen is wat schudden en waggelen, een lichaam dat zich telkens moeizaam op gang trekt, maar dan wel in beweging kan blijven. Lopen heeft bovendien het grote voordeel tegenover stappen dat je een verfrissend windje over je huid voelt aaien. Over een zanderig wegje kruis ik eerst Erwin die me zegt dat Pieter heeft moeten opgeven. Nog wat verder is daar dan mijn eigen vadertje, die het niet kan laten om een stukje mee te lopen. Hij weet zijn moment wel te kiezen. Ik zeg dat hij nu echt geen hartaanval mag krijgen, want zowel mentaal als fysiek ben ik niet capabel om levensreddende handelingen te ondernemen. Met een hartslag van 140 zal dat niet meteen gebeuren, verzekert hij me.

Kilometer 60 voelt aan als de laatste mijlpaal, vanaf dan kan ik beginnen dromen van de finish. Met papa aan mijn zijde zie ik in de verte de tent van de laatste post opdoemen. De 6 is een feit. Ik kan even pauzeren. Mama en Niko staan met hun rug naar het parcours. Ze zijn volledig in de ban van een bende rode wouwen in jaagmodus. Ik snap hen wel: het is daar dat de ware actie plaatsvindt. Aan de tent komen één voor één lopertjes aangestrompeld met hun ziel onder de arm. Compleet op. Ik laat me gewillig helpen om mijn flesjes bij te vullen. Ik ben kapot, echt kapot, maar toch zie ik het nog zitten. Tijd zat. Ik kan zelfs nog lopen. Volgens Erwin, Pieters vader, is het nu gewoon binnenlopen. Ik tuur in de verte of ik Roos zie naderen. Ze zal uiteindelijk een half uur na mij arriveren op de laatste post. Daar krijgt ze een zouttablet van mijn ouders, die als heuse dealers elke loper op dat moment van zoutpillen voorzien.

1fcb61fe-20c1-4f1a-b6ff-7a5a621b74f0

Ik doe 1 uur en 20 minuten over de laatste 9,5 kilometer. Er volgt nog een idyllisch rivieroversteekje en ook al is alles relatief beloopbaar, lopen doet pijn. Ik maak met mezelf de afspraak dat ik elke nieuwe kilometer lopend moet beginnen en dat ik vanaf de halve kilometer weer begin te lopen. Zo loop ik altijd stukken van 600 à 700 meter, gevolgd door een wandelpauze. Ik heb pijn, de hitte eist z’n tol, maar ik besef ook hoeveel beter ik dit kan doorstaan. Vorig jaar moest ik me de laatste 20 kilometer zo hard pushen om te blijven gaan. Nu is er nog steeds een grote zin en wil om te lopen. Heel geleidelijk aan nader ik zo het einde van mijn avontuur. Helaas heb ik door mijn beperkte parcourskennis geen idee op welke manier we naar de finish zullen lopen. De staart is langer, maar wel beter dan ik had durven hopen: anderhalve kilometer over goddelijk asfalt! Dit is lopen zoals ik het ken.

Als ik aan de aller-aller-allerlaatste afdaling begin en het enthousiasme van speaker Hans hoor, kan ik niet anders dan glimlachen. Ik ben een half uur sneller dan vorig jaar. Ik heb mijn tweede plaats kunnen consolideren. Mensen wat heb ik afgezien! Toch was dit zonder meer een triomftocht. Ik ben onmiskenbaar echt een beetje meer trailloper geworden. Door de adrenaline (geen idee waar die verstopt zat), voel ik geen pijn meer en fladder ik vrij als een vogeltje de berg af. Ik zie en hoor mijn familieleden. Als een gelukkig mens kom ik na 8 uur en 22 minuten over de finish, goed voor een 18e plek overall. Loopcompagnon Daniël finisht een minuut voor mij. Pieter is al fris gedoucht en omgekleed. Zijn maag is tot rust gekomen. En dan is het wachten op Roos. Na 9 uur komt ze over de eindmeet: een uur sneller dan vorig jaar. Wat een prestatie! Ze is tot tranen geroerd, ze is diep gegaan, ze heeft doorgezet. Haar maatje van de dag was Wouter die altijd de juiste woorden op het juiste moment had. Team Trail kan tevreden terugblikken.

1a27d1bc-86ff-4b55-8a00-837f8c4192f7-1

Nog enkele weetjes:

  • het gewijzigde parcours was volgens mijn Garmin 69,5 kilometer lang en telde 1747 hoogtemeters (300 minder dan vorig jaar), we maakten 3x een rivieroversteek
  • mijn schoenen met GoreTex hadden als nadeel dat het rivierwater er minder goed uit kon en mijn voeten bijgevolg wat langer in de nattigheid sopten, daardoor eindigde ik met twee blaren op mijn rechtervoet, een primeur
  • mijn voeding was eerder beperkt: ik at 1 gel, 2 repen Clif bloks (= 3 gels), 2 sneetjes peperkoek en 4 Tuc-koekjes
  • ik dronk in totaal een liter of 8, gezien de temperatuur is dat niet absurd veel
  • mijn singlet was na een uur kletsnat van het zweet, maar het droogde ook telkens weer, ik stonk echt heel erg, net zoals de meeste lopers had ik afgetekende zoutranden op mijn kleding (ik kreeg trouwens geen zoutpil van mijn ouders)
  • de onbetwiste Koningin van de La Chouffe trail is de Luxemburgse Shefi Xhaferaj, ze won overtuigend in een tijd van 7u11 en moest slechts één man laten voorgaan, wat een vrouw!
  • er stonden in totaal 130 lopers aan de start van de 69 kilometer, 101 haalden de finish, waaronder 16 vrouwen
  • ik droom stiekem van de Chouffe-kabouter-trofee die de winnaar krijgt, zo lang Shefi meedoet, is dat echter niet haalbaar, de Duitse Anja Berners werd trouwens 3e en finishte amper 5 minuten na mij
  • complimenten voor Niko die een hele dag met z’n schoonouders in de auto op pad was en toch enkele discussies over de juiste route in goede banen moest leiden, op de laatste bevoorradingspost gaven ze nog een lift aan een deelnemer die uit de race stapte
  • Roos was tevreden met haar nieuwe trailvest en de bijhorende soft flasks, tijdens haar voorbereiding probeerde ze ook eens trailstokken uit (ze is altijd in voor een extra attribuut), maar dat was geen succes
  • het supportersteam van Pieter bestond uit: zijn ouders, Erwin en Sybille, zijn nonkel en tante (die eigenlijk geen nonkel en tante zijn), vriend Stijn (die eruit ziet als zijn broer maar dat dus niet is), diens vriendin Yara en de hond Herman (een obese Bordercollie), we love Herman!
  • ik sleepte mijn 40 ml insectenspray niet voor niks mee, na 61 kilometer werd ik achtervolgd door een zoemend iets en kon ik me eens lekker laten gaan met de spray
  • Sam finishte zijn 50 kilometer in 6 uur en 11 minuten, zijn laatste 9 kilometer waren een lijdensweg, eens zo sterk dat hij het heeft gehaald!
  • Stijn (niet de broer van Pieter) maakte zondag zijn debuut op de 36 kilometer, hij zag af, maar deed het wel gewoon, chapeau!
  • Marike & Niko beleefden een heel plezierige 2 uur en 6 minuten tijdens hun 17 kilometer trail op zondag, het loopplezier spat van de foto’s (al zal Niko, die door Roos als vrouw werd ingeschreven, dat niet toegeven)
  • Seppe finishte zondag zijn Iron Man in het Zwitserse Thun als 22e, ook hij zag enorm af van de hitte
  • over Zwitserland gesproken: Pieter zal in september in Zofingen aan de start staan voor de Powerman lange aftandsduatlon, waar Seppe zal strijden voor een derde wereldtitel

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.50 (1)

1af8ca7e-66d0-461f-81ee-7c9a7cde16b0

12648aed-598c-43d6-8170-df287a8d7472

Hoera, de blog is 5 jaar!

Hoera! Mijn lieve schattige blogje blaast vandaag 5 kaarsjes uit. Op vrijdag 13 juli 2018 stuurde ik voor het eerst mijn schrijfsels de wijde wereld in. Jokeloopt was een feit. Toch wel een spannend moment. 5 jaar later is dit mijn 346e bericht, het 25e van 2023. Mijn blogposts hebben dit jaar een gemiddelde van 1018 woorden. Ik schreef dus al aardig wat tekst bij elkaar. De populairste dag om een bezoekje aan mijn blog te brengen is trouwens dinsdag (en dat is al sinds het prille begin zo). Ter ere van mijn eerste lustrum zet ik voor jullie wat blogoverdenkingen op een rijtje.

Op 5 jaar tijd veranderde er wel wat. Je zou het misschien niet zeggen, maar ik werd zelf ook 5 jaar ouder. Ik evolueerde als mens, sporter en schrijver. Logisch natuurlijk. Als loper ging ik van een standvastige sub 3:30 marathonloper naar een kersvers sub 3’er. Ik deed 4x mee aan de Hel van Kasterlee en ik ontdekte het traillopertje in mezelf. Als je teksten publiceert, leg je je erbij neer dat er een dag komt dat je jezelf uit het verleden hoort spreken en denkt: hm… dat zie ik nu toch anders. Teksten wijzigen omdat mijn mening of beleving dermate veranderd was, deed ik echter nooit. Ik denk wel dat mijn schrijfstijl door de jaren heen wat overdadiger geworden is. Zowel de schrijver als de mens achter deze blog durft nog meer haar eigen ding te doen omdat ik me gesterkt voel dat juist die eigenheid gewaardeerd wordt.

Op 5 jaar tijd veranderde zeker niet alles. Ideeën verzamelen om over te schrijven, een eerste aanzet opstellen en die weer verder uitwerken, een uur schrijven en de dag nadien weer en de dag nadien opnieuw, nog een beetje bijschaven en nog eens en nog eens… Ik geniet nog steeds van het schrijfproces en van de kick om iets te publiceren. Mijn aandacht gaat ook na 5 jaar naar de woorden die ik wil delen. Foto’s zijn mooi meegenomen, maar altijd ondergeschikt aan het verhaal. Het is een bewuste keuze om foto’s niet te bewerken, al denk ik wel grondig na over welke foto’s ik toon. Soms kies ik voor een zorgvuldig uitgedokterde compositie, soms is het een spontaan rommeltje. Af en toe lees ik de pagina na die ik 5 jaar geleden schreef over mezelf, waar ik uitleg waarom ik loop en schrijf. Het is geruststellend dat ik daar enkel stilistisch iets aan gewijzigd heb, maar er inhoudelijk nog steeds hetzelfde in sta.

Het leukste aan een blog hebben is dat je nieuwe mensen leert kennen. Zowel online als offline kreeg ik er enthousiaste volgers en vrienden bij. Mijn blog is een soort van vertrek- of aanknopingspunt om me aan te spreken. Juist omdat ik meer deel dan foto’s en captions is er meteen stof tot vertellen. Bovendien is mijn blog een mooi gestileerd en gestructureerd archief van de afgelopen 5 jaar. Schrijven helpt om dingen op een rijtje te zetten, om ze vast te leggen en ze te kunnen blijven koesteren. Als ik een dip of dipje heb, als ik een writer’s block of blockje heb, helpt het me altijd om eens wat terug te lezen. Ik kan dan niet anders dan dankbaar zijn voor wat ik al heb meegemaakt. Tot slot schuilt er ook een informatieve, praktische waarde in deze blog. Ik kan bijvoorbeeld opzoeken wat ik vorig jaar tijdens de La Chouffe trail gegeten heb en hoe dat beviel. Naar verluidt hebben ook anderen daar iets aan. Al is het hoe het misschien niet moet.

Het moeilijkste aan bloggen is dat het een tijdrovende hobby is. Waar ik tijdens mijn eerste blogjaar mijn blog wilde vullen en meermaals per week iets publiceerde, is mijn streven nu om op een jaarbasis 50 teksten te schrijven. Gemiddeld kost me dat per week makkelijk een uur of 5. Zo zullen jullie wellicht tot zondag moeten wachten op de uitgebreide versie van mijn verslag in Houffalize. 69 kilometer lopen, een familieweekend met tal van boeiende nevenpersonages: dat is al snel een klus van 8 à 10 uur schrijfwerk. Uiteraard gaat dat gepaard met een bepaalde druk. Ik schreef ondertussen al meer dan 10 marathonverslagen en vaak denk ik dat ik het een kopie zal zijn van het vorige (en wie zit daar op te wachten?). De conclusie is altijd dat elke marathon op elkaar lijkt, maar ook een eigenheid heeft die zich reflecteert in het verslag. Daarnaast heb ik nog tal van leuke ideeën (vind ik zelf dan) om over te schrijven, maar waar ik niet aan toe kom. Soms kan dat frustrerend zijn.

Het uitdagendste aan een blog hebben, is beslissen wat je wil delen. En wat dus niet. Op een eerste niveau denk ik na over wat relevant en interessant is om te delen, zowel voor mijn lezers als mezelf. Ik probeer daar kortom een evenwicht te vinden tussen wat ik zelf leuk vind om de wereld in te sturen en wat anderen mogelijk boeiend vinden om te lezen. Op een tweede niveau is bloggen over jezelf natuurlijk een zoektocht naar eerlijk en authentiek zijn zonder je hele privé leven te grabbel te gooien. Ik weet immers niet wie hier leest. Juist omdat het tijd kost om een tekst vorm te geven, gaat er wat mij betreft genoeg tijd over om goed na te denken wat ik kan en wil delen. Een foto gooi je net iets makkelijker online.

Jullie lezen het liefst over mijn sportieve avonturen en mijn familie. Mijn sportieve exploten, type marathon en Hel van Kasterlee, zijn en blijven trekpleisters. Ik merk ook aan mijn statistieken wanneer bijvoorbeeld de marathon van Brugge gelopen wordt of wanneer mijn bekende meter in de media kwam. Nieuwe lezers worden vaak naar deze plek geleid omdat ze specifiek op zoek zijn naar informatie over een sportief evenement. Wat ik schrijf over mijn familieleden wordt duidelijk ook goed gesmaakt. Begrijpelijk, ze zijn en blijven een onuitputtelijke bron van inspiratie, ook voor mij.

Jullie lezen minder graag over alles wat naar literatuur ruikt. Teksten over boeken en poëzie doen het opvallend minder goed. Geen nood, het sterkt mij juist in de overtuiging dat ik daar dus vooral over moet blijven schrijven. Ik had het al over Proust en Tolstoj, over sonnetten, dikke en dunne boeken. Disclaimer: ik zal in dit leven nooit klaar zijn met de literatuur en beschouw het als mijn lezersplicht om jullie daarover te blijven informeren.

Ik ben het meest trots op de teksten waarin ik het gevoel haarfijn kan vatten. Een uitgesproken lievelingsblogpost heb ik niet. Wel zijn er teksten die ik liever teruglees dan andere. Zo gonst mijn verslag over de eerste post-corona marathon van Rotterdam (2021) van de emoties. Ik liep inmiddels al drie snellere marathons, maar toch blijft dat een heel bijzonder moment waarvan ik vind dat ik het trefzeker in woorden heb weten te vatten. De marathon van Amsterdam komt daarbij in de buurt qua gevoel. Wat ik schrijf over mijn mentale gezondheid en worstelingen voelt telkens als een coming-out. Ik geef daar een stem aan iets waarvan ik het liever wegsteek met straffe verhalen. Juist daarom voelt het toch als een opluchting om ook over dat deel van mezelf iets te kunnen vertellen.

Ik ben er trots op dat ik met mijn blog een breed publiek bereik. Mijn bloglezers zijn een bonte verzameling mensen die via verschillende wegen in het echte én het digitale leven hun weg naar mij en deze plek hebben gevonden. Loper-lovers en loper-haters, mannen en vrouwen, creativo’s en sportiva’s, de jonge en al wat rijpere garde. Ik kan zelf verklaringen bedenken over het hoe en waarom, eigenlijk weten jullie dat zelf veel beter.

Ik ben jullie allemaal ontzettend dankbaar. Als mijn blog geen lezers zou hebben, zou ik net zo goed in mijn dagboekschriften van vroeger kunnen krabbelen. De waardering die ik krijg voor mijn schrijfwerk raakt me net zo hard als de complimenten voor mijn sportieve prestaties. Ik schrijf omdat ik een publiek heb dat mij graag leest. Een heel grote dankjewel dus voor jou, dierbare lezer, omdat je graag naar deze plek komt. Omdat je mij als sporter en schrijver laat floreren.

Een nog grotere merci ben ik verschuldigd aan:

  • Frea, creatieve duizendpoot en lezer van het allereerste uur die mij aanmoedigde om voor dit blogproject te gaan.
  • Murielle, die meteen fan was en me de bevestiging gaf die ik nodig had door te zeggen dat ze me hoorde spreken toen ze mijn teksten las. Bovendien is ze ook een trouwe volger van mijn boekentips.
  • Mijn familietje omdat die natuurlijk niet anders kunnen dan fan zijn simpelweg omdat ze familie zijn, maar toch komt het steeds binnen als ze genoten hebben van een blogpost.
  • Tante Hilde die me vorig jaar in Parijs vertelde hoe ze telkens voor een stukje ontroerd wordt door mijn blog, me er nog beter door leert kennen, maar zich er ook in herkent.

Gaan we samen voor nog eens 5 jaar? Cheers op de blog!

IMG_2218b
Het blogleven zoals het is: ik wilde natuurlijk graag een foto met brandende kaarsjes. Mission impossible dankzij de wind.

Het moment – Zes dappere lopers in Houffalize

Houffalize, zaterdag 8 juli – 15u. De 6 lonkt. Ik heb al 59,5 kilometer gelopen. De temperatuur schurkt tegen de 30 graden aan. Samen met een niet te lessen dorst loop ik ook al uren rond met een ongemakkelijk gevoel in mijn buik. Ik loop niet meer met vaart, maar ik loop nog wel. Nu over een lang zanderig pad. Ik kijk uit naar de laatste bevoorradingspost op kilometer 60. Als ik de 6 zie, kan ik echt aan de finale beginnen, ook al zal die langgerekt zijn. Plots doemt daar een bekend gezicht op. Het is geen fata morgana, maar mijn papa die gehuld in zijn zwarte shirt van De Jogclub met mij mee loopt tot aan de bevoorrading. Volgens hem is het nog 800 meter tot de post. 800 meter klinkt onnoemelijk ver weg. En toch ben ik blij. Ik kan dit aan. Ik zal deze klus klaren. Ik loop bovendien in tweede positie en ik ben vastbesloten om die plek niet meer uit handen te geven. Ik zal blijven doorgaan. De 6 is een feit. Ik bereik de post. Ook mama en Niko zijn van de partij. Ik krijg nog een laatste peptalk om de laatste 9 kilometer aan te vatten.

Het is moeilijk te vatten wat deze dag al gebracht heeft. Een geanimeerde start waar ik Roos voor het laatst zie. De intro met Sam en Pieter, wat een plezier! 2 uur lopen met de Hoka boys aan mijn zijde. Na 19 kilometer afscheid van Sam bij de splitsing voor de 50 kilometer. Er volgt ook een afscheid van Pieter, dat toch wel zuur is omdat hij zich niet goed voelt. Na 4 uur lopen is er dan het besef dat ik er nu helemaal alleen voor sta. De goede vibes zullen dus van mezelf moeten komen. Gelukkig volgen er ook veel spontane ontmoetingen met medelopers. En jongens, wat is het warm! Soms voel ik gewoon een warme zon, soms lijkt het alsof ik door de Sahara loop, opstuivend zand incluis. Ik heb zoveel meegemaakt. Dat schiet nog eens door mijn hoofd als ik ein-de-lijk de allerlaatste afdaling inzet en richting de vertrouwde stem van speaker Hans loop. Ik loop 69,5 kilometer in 8 uur en 22 minuten, net zoals vorig jaar goed voor een zilveren medaille.

Ik beloofde jullie een rijke oogst aan trailverhalen. Ik ben namelijk slechts één van de zes of één van de velen. Roos deed het schitterend en was een uur sneller dan vorig jaar. Ze liep een stukje verkeerd en overschreed daardoor de kaap van de 70 kilometer. Dankzij haar superkrachten, een geweldige metgezel én een waterijsje haalde ze de eindmeet. Sam zag sterretjes en ging heel diep om zijn eerste 50 kilometer te kunnen finishen. Pieter moest helaas het avontuur staken na 46 km met maagklachten. Er is ook het sprankelende debuut van Marike en Niko op de 17 km dat naar een vervolg snakt. Er zijn nog veel meer dappere lopers wiens trailavontuur het onze kruiste. Voor nu alvast een heel dikke dankjewel aan onze entourage. Het is hard labeur: een dag rondrijden, aanmoedigen, helpen en er simpelweg zijn op zoveel momenten. Zonder jullie geen Team Trail.

Drie dagen later voel ik me verbazingwekkend fris. Ik kan tal van externe factoren aanwenden om dat te verklaren, maar ik durf ook te zeggen dat mijn lichaam steeds beter went aan zulke monsterlijke inspanningen. In afwachting van het raceverslag kan ik al één spoilertje weggeven: ik verloor liters zweet en een minimum aan bloed omdat ik maar één keer ten val kwam. To be continued!