2019 was een jaar waarin ik heel vaak aan de zijde van Roos liep. Ik kan jullie verzekeren dat het daar fijn lopen is. We bereidden ons samen voor op onze zomertrail in Houffalize, liepen gezusterlijk de 20 kilometer van Brussel en piekten naar de marathon van Brugge in het najaar. Ik liep geen baanbrekende records, maar ik kon mijn besttijden evenaren. Tijdens de marathon van Parijs in het voorjaar bijvoorbeeld. Daar hield ik helaas een longembolie aan over, waardoor ik eens te meer besefte dat mijn lichaam een kostbaar goed is waar ik elke dag zorg voor moet dragen. Loopplezier is dus wat moet primeren, een snelle tijd slechts bijzaak. Drie dagen na mijn duivelse modderavontuur trok ik mijn loopschoenen terug aan voor een heerlijk half uurtje loslopen. Twee dagen later deed ik dat nog eens met evenveel plezier. Een week na Helledag streed ik in de straten van mijn hometown Leuven voor een snelle 12 kilometer tijdens de Eindejaarscorrida. De loophonger was heel groot. Ik vertrok hard met ijsklompen in plaats van voeten. Toen na een heerlijk half uurtje de dooi inzette, voelde ik ook de inspanningen van een week eerder doorwegen. Ik beet door en finishte uiteindelijk in 52’11”, goed voor een dertiende plaats (mijn geluksgetal) en een eervolle vermelding op de website 3athlon.be.
Gisteren zette ik het sportieve jaar 2020 even stijlvol in als ik 2019 had afgesloten. Na wederom twee halve uurtjes lopen in het nieuwe jaar (ode aan het heilige half uurtje) stonden Roos en ik belachelijk vroeg aan de start van de Hagelandse Naturarun: 18 kilometers door en rond het niet te onderschatten Chartreuzebos, onder andere door de Sukkelpotweg die zijn naam niet gestolen heeft. In tegenstelling tot vorig jaar regende het niet. Mijn moddernormen zijn serieus bijgesteld sinds ik mij twee weken geleden in helse omstandigheden urenlang door de modder moest slepen. Ook het begrip uitzichtloze situatie kreeg daar een andere dimensie. Een doorsnee modderstrook onderscheid ik nu enkel van asfalt door het zompige geluid van mijn schoenen. Ik was dus blij dat ik er alleen mezelf in moest voortbewegen en niet ook nog eens een fiets. Halverwege de wedstrijd werd ik ingehaald door een vrouw die duidelijk nog heel wat reserves had. Ik had geen idee in welke positie ik liep, maar achtte het weinig waarschijnlijk dat ik nog voor een podiumplaats in de running was. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik aan de finish hoorde dat ik als tweede was geëindigd. Een aangename verrassing die me een robuust houten aandenken en enkele niet-alcoholische streekproducten opleverde. Laat er ook geen twijfel over bestaan dat Roos in vorm is. Ze eindigde knap in de top 10.
Mijn sportieve voorjaarsplannen van 2020 hebben geen grote verrassingen in petto. Het tromgeroffel kan dus achterwege blijven. In de eerste plaats hoop ik weer heel wat trainingskilometers met Roos te kunnen maken om ons optimaal voor te bereiden op een trail in de zomer. Fietskilometers behoren nu ook tot de mogelijkheden aangezien Roos sinds enkele weken met een koersfiets de Demerwegen (on)veilig maakt. We hopen eveneens dat Marike snel ons zussenverbond zal vervoegen, want 2020 wordt ook het jaar waarin zij haar sportieve comeback wil en zal maken. Eén voor allen, allen voor één: zo gaat dat bij de drie zusketiers (of de drie dennenzussen naar ons voorbeeld in het bos). Het kan niet anders dan unieke momenten opleveren. Graag heel veel van dat!
Ja hoor, er is nog plaats op het eerste zussenschavot!
Wie ons een beetje kent, weet ook dat onze voorjaarskalender enkele vaste waarden bevat. Zo kijken we reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag (halve marathon) op zondag 8 maart. De editie van vorig jaar werd afgelast omwille van stormweer (een storm in een glas water, zo bleek). Hoogstwaarschijnlijk staan we ook aan de start van de 10 Miles in Antwerpen op zondag 26 april. De afgelopen twee edities moest ik helaas aan me voorbij laten gaan, dus ik heb er zin in om nog eens ouderwets hard over de E34 en door de Waaslandtunnel te snellen. In mei is het dan weer uitkijken naar de 25 kilometer van de Meerdaalwoudtrail op redelijk gekend gebied die doorgaat op Hemelvaartsdag. 10 dagen later wordt het dan nog ouderwetser genieten bij de enige echte 20 kilometer van Brussel op 31 mei.
Loop ik dit voorjaar dan helemaal geen marathon? Natuurlijk wel! In oktober schreef ik me in voor de jubileumeditie van de Rotterdam marathon. #demooiste, zoals alleen Nederlanders bescheiden kunnen zijn, is op zondag 5 april aan zijn 40e editie toe en op dat feestje wil ik niet ontbreken. Ik liep de marathon van Rotterdam al eens in april 2016, meer bepaald aan de zijde van mijn papa. Een keer of 42 dacht ik dat zou neervallen, maar onze trein bleef gaan en ik kon met 3u27 voor het eerst een sub-3u30 marathon afvinken. Roos herinnert mij er zo nu en dan nog eens aan dat ik mij na afloop de woorden dit nooit meer! liet ontvallen. Maar kijk, vier jaar later blijkt een marathon in minder dan drie uur en een half redelijk gebeiteld in mijn benen vast te zitten. In topvorm aan de start komen, dat is het belangrijkste doel. Of het dan ook echt mijn mooiste zal zijn, daar kan ik jullie over drie maanden meer over vertellen.
Op kerstdag maakte ik een boswandeling. Een zeldzaamheid, want ik begeef me eigenlijk nooit op wandeltempo door het bos. Het deed me oprecht deugd om zonder verwachtingen mijn ene voet voor de andere te zetten, zonder snelheid te maken, zonder vooropgesteld doel en verdere planning in mijn hoofd. De zon scheen zelfs en ik ging op een bank zitten. Ik hield geen terugblik op mijn jaar. Er schoten geen grootse ideeën door mijn hoofd. Voor eventjes was het gewoon heel fijn om op die bank te zitten. Tot ik me weer verveelde en verder wandelde.
Mijn prestatie in de Hel van Kasterlee zindert nog na. Ik doorstond heel wat emoties tijdens mijn strijd van bijna 12 uur. Na de opluchting overheerst nu het warme gevoel dat ik kreeg door de complimenten en overdonderend mooie woorden uit verschillende hoeken. Sport dat is emotie, twijfel daar maar niet aan. Heel wat mensen vonden hun weg naar mijn blog en lieten een hartverwarmend bericht achter. Zelfs als ik diep nadenk, vind ik niet de juiste woorden om uit te drukken hoeveel deugd mij dat doet.
2019 was een vurig jaar. Het ging soms van hard, harder, hardst waarbij ik mezelf al eens uit het oog verloor. Soms voelde ik me onoverwinnelijk on top of the world, soms een mislukkeling die alleen maar in de zetel wilde liggen. Ik werd ontroerd, verbaasd en diep geraakt door wat ik las en zag. Ik huilde dikke tranen van miserie, maar ook onzichtbare tranen van tevredenheid. Ik liep en fietste, soms alsof mijn leven ervan afhing, meestal omdat het gewoon zo plezierig was. Ik leerde dat wie zich kwetsbaar durft op te stellen geen zwakkeling is. 2019 was kortom een jaar waarin ik mezelf weer wat beter leerde kennen, in goede en kwade dagen.
2020 staat ongeduldig aan de deur te wachten. Binnenkomen doet het sowieso. Het viel me op dat 2020 er handgeschreven uitziet als zozo. Ik hoop dat het jaar voor jullie allesbehalve zozo mag zijn. Dat het een jaar mag worden van zooooo en ohzo! van zo, dat nemen ze me niet meer af en van hehe, zo is het wel weer mooi geweest. Ik wens jullie vooral heel veel van het kleine. Een joggingbroekmoment, een spinnende kat op schoot, een lekkere boterham met kaas (of iets anders), een mooi bos en veel liefde in al zijn verschijningsvormen. Ik wens jullie ook een beetje van het grootse. Zo nu en dan een moment waarop je boven jezelf en het universum uitstijgt. Zoek niet wat je niet kan of durft, maar doe waar je al vaak aan dacht. Denk eens goed na. Doe wat goed voelt. Doe vooral.
Ik zou het nu heel kort kunnen houden door simpelweg te zeggen dat ik het weer deed: finishen in de Hel van Kasterlee en dus 15 kilometer lopen, 115 kilometer mountainbiken (zeg: mon-ten-baijke) en nog eens 30 kilometer lopen. 11 uur en 45 minuten had ik nodig om één van de zes vrouwen te zijn die de finish bereikte van wederom een legendarische Hel-editie. I did it en daarmee is de kous dan af. Ik zou met geen woord kunnen reppen over de regen en de loodzware omstandigheden waarin ik die prestatie leverde. Ik zou in alle talen kunnen zwijgen over de strijd die ik met de modder, maar toch vooral met mezelf voerde. Ik zou geheim kunnen houden dat het afsluitende loopnummer me dit jaar niet bracht waar ik op gehoopt had. In dat geval zou ik geen drie dagen nodig hebben gehad om mijn avontuur te laten bezinken en na te denken over het verhaal dat ik hier wil vertellen. Dat is er één van bijna 12 uur hard labeur waarbij mijn gedachten alle kanten opschoten, mijn lichaam het zwaar te verduren kreeg, boog, maar niet brak en de steun van mijn familie onuitputtelijk bleek te zijn. Aanmodderen in het kwadraat, letterlijk en figuurlijk.
Wat vooraf ging
Na mijn onverwachte derde plaats vorig jaar was het vanzelfsprekend dat ik dit jaar opnieuw aan de start zou verschijnen. Niet om beter te doen, maar omdat een uitdaging als de Hel mijn ding bleek te zijn dat bovendien ook past binnen mijn marathonkalender. 2019 was een rijkelijk gevuld sportief jaar. Ik liep twee marathons en een lange trail in Houffalize. Het hele jaar door bleef ik fietsen en lopen. In de zomermaanden legde ik zo een stevige basis voor een nog steviger najaar. Dat bleek nodig, want in september liep ik op de toppen van mijn tenen. De toon was gezet en ik spartelde door. Na technische mountainbike-perikelen was november een succesvolle trainingsmaand. Ik stond hoe dan ook aan de start staan met meer fietservaring dan vorig jaar.
Vlak voor de start
Wonder boven wonder sliep ik zaterdagnacht behoorlijk goed. Ik ontbeet samen met mijn zussen in het holst van de nacht en rond half 7 kwamen we aan in een donker Kasterlee. De zenuwen stonden nu echt op mijn gezicht te lezen. Ik was piete-nerveus om het met Roos haar woorden te zeggen. Ik was één van de 9 vrouwen die aan de start zou verschijnen. In onze kleedkamer hing een gemoedelijke sfeer. Het had ’s nachts flink geregend en dat deed het nog steeds. Heel drukte maakte ik me daar niet in omdat het parcours er volgens mij niet zwaarder dan vorig jaar kon bijliggen. Later zou blijken dat ik dat verkeerd had ingeschat. Wachtend in het startvak kregen we nog een stortbui over ons heen en zo openden de poorten van de Hel zich om 8u voor de eerste loopronde van 15 kilometer.
De race
Het eerste looponderdeel is het kortste, maar naar mijn gevoel duurde dit het langste. Ik vond een comfortabel tempo en liet me op sleeptouw nemen door het pak. Er werd wat gebabbeld. Mijn zenuwen ebden stilaan weg. Ik verbaasde me over de vele plassen die bezaaid lagen over het parcours. De onverharde wegen waren modderig. Dit zou een uitdaging worden voor mijn familieleden die hier over een uur of 8 met een gewone fiets door zouden moeten ploegen. Achteraf gezien bleek dit een correcte inschatting te zijn. Na 1 uur en 12 minuten kwam ik terug aan bij de sporthal. In de kleedkamer nam ik mijn fietsgerief. Roos en mama moedigden mij luid aan in de wisselzone. Ik was vertrokken voor wat een heel lang mountainbike-avontuur zou worden.
Ik had mezelf dus voorgenomen om rustig te blijven tijdens de eerste fietsronde. Ja, ik zou voorbij gevlamd worden langs alle kanten. Niet iedereen zou dan even vriendelijk zijn. Ja, ik zou niet meteen mijn tempo vinden. So what? Vlak voor ik het veld insloeg, reed de immer sympathieke Natalie Franken me voorbij. Vorig jaar haalde ik haar in op 3 kilometer van de finish en werd ik derde. Ze riep me toe dat we ervoor moesten gaan om allebei te finishen. Natalie zou uiteindelijk de verdiende winnares worden. Met haar mooie woorden in mijn achterhoofd lukt het me aanvankelijk om me niet te laten imponeren door de omstandigheden, ook al lag er echt al heel veel modder. Ik gleed constant weg en was het goede spoor volledig bijster. Van snelheid maken was geen sprake. Het was spartelen, duwen, glibberen en wat bijsturen om vooruit te komen. Het leek onbegonnen werk om dit nog ruim 100 kilometer vol te houden. Samen met de modder zonk de moed me in de schoenen. Ik kon mezelf niet oppeppen. Ik was geen mountainbiker, zo bleek nu wel. Ik viel een eerste keer van mijn fiets. Ik trapte een eerste keer mijn mijn ketting eraf. Ik kon dit echt niet. Toen ik mijn familie na de eerste fietsronde in de bevoorradingspost zag, had ik het meteen over mijn belabberde mountainbikecapaciteiten en het ellendige parcours. Ik werd vakkundig de mond gesnoerd. Volgens hen was ik geweldig sterk bezig en had ook Seppe het zwaar. Ik kon dit wel. Roos maakte mij nog meer monddood door wat eten in mijn mond te duwen. Ik sputterde niet langer tegen en vertrok voor mijn tweede fietsronde.
Ik had de inner Wout Van Aert in mezelf nog niet ontdekt, maar ik joeg me niet meer op in het feit dat ik dit eigenlijk niet kon. In het eerste deel van de fietsronde waren bij nader inzien enkele stukken die nog behoorlijk berijdbaar waren. Seppe vlamde mij in koppositie voorbij. Hij zou die niet meer afgeven en zijn achtste zege binnenhalen. Ondanks mijn ervaring en analytisch vermogen ben ik vooral een gevoelsmens en als het gevoel niet goed zit, is het heel lastig om dat om te draaien. Ik probeerde daarom mijn gedachten niet te richten op wat ik aan het doen was (of probeerde te doen). Mountainbiken in de modder mocht dan niet mijn ding zijn, ik dacht aan de andere kwaliteiten waar ik over beschik. De innerlijke storm in mij ging even liggen. Op het einde van die tweede ronde werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Op een strook van amper 100 meter smakte ik twee keer hard tegen de grond en kwam ik ook nog eens in botsing met een boom. Ik was met iets bezig dat ver buiten mijn comfortzone lag. Na de broodnodige peptalk van mijn supporters reed ik weg voor ronde nummer drie. Dat werd de ronde waarin ik het goede gevoel het beste te pakken kreeg. De Wout Van Aert in mij reed met meer lef rond en kreeg er zelfs wat zin in. Het parcours lag er weer wat zwaarder bij, maar veel erger zou dit toch niet kunnen worden. Dit bleek weer maar eens een foutieve inschatting te zijn. Door mijn klunzige valpartijen hadden mijn rug (die de afgelopen maanden wel vaker protest aantekende) en nek het al zwaar te verduren gekregen. Ik voelde de stijfheid dan ook toenemen. Vlak voor het einde van de derde fietsronde viel ik nog een keer languit op de moddergrond. Ik verloor weer wat van mijn herwonnen zelfvertrouwen.
Onder die modderige façade schuilt niemand minder dan Seppe Odeyn die de zege al kan ruiken.
In de bevoorrading hoorde ik dat ik nog 1 uur en 45 minuten had om de tijdslimiet te halen en dus mijn vierde ronde af te werken. In principe was dat een haalbare kaart. Tot de moed me voor de 85e keer in de schoenen zonk. Het parcours was exponentieel zwaarder geworden. Er was werkelijk geen meter waar je nog een beetje vlot kon rijden. Ik moest nog dieper gaan om te blijven rijden, ik moest nog harder duwen om boven te geraken op de klimmetjes. Nergens was nog een goed spoor te vinden. Elk weggetje bestond ofwel uit dikke blubbermodder, ofwel uit plassen, ofwel uit heel diepe groeven en putten ofwel uit een combinatie van die drie. Zelfs de meest eenvoudige afdaling was getransformeerd in een venijnig ding. Inmiddels was ik al gewend aan het schrapende, schurende geluid dat mijn mountainbike Juan maakte. Mijn remmen waren zo goed als afgesleten. Ik schat dat ik een kilo of 3 modder op mijn fiets meesleepte en nog eens 2 kilo op mijn lichaam. En Joke Odeyn? Zij ploegde voort.
Op het einde van mijn vierde ronde kreeg ik op een stuk asfalt de wind pal in mijn gezicht samen met een fikse regenbui. Mijn laatste greintje zelfvertrouwen liep hier van de fiets. Ik had al 90 kilometer gesparteld om niet te verzuipen op de fiets. Hoe moest ik in godsnaam nog een ronde doorkomen en dan 30 kilometer lopen? Voor de zoveelste keer dacht ik aan opgeven. Ik haalde de tijdslimiet echter vlot. Nu uit de race stappen zou belachelijk zijn. Met de moed der wanhoop begon ik dus aan mijn laatste fietsronde. Ik nam mijn tijd, er stond niets meer op het spel. Het besef drong door dat als ik dit doorkwam, ik zou kunnen finishen in de Hel van Kasterlee. Het ging nu echt voor geen centimeter meer vooruit. Ik moest nog vaker afstappen dan de rondes voordien. Ik glibberde als een slak door het grijze niemandsland waarin Kasterlee was omgetoverd.
Vraag me niet hoe, maar ik kwam na 115 kilometer aan in de wisselzone. Ik overhandigde mijn Spaanse kompaan en rots in de branding Juan (wiens strijdlust niet te temperen was) aan Marike en liep met Roos naar de kleedkamer. Het was geen sinecure om mijn handschoenen van mijn handen te trekken. Mijn voeten leken gemetseld met een centimeter modder in mijn schoenen vast te zitten. Ik voelde een branderig gevoel aan mijn zitvlak door de modderscrub waar ik gedurende 7 uur en 20 minuten van had mogen genieten. Roos deed propere sokken aan mijn moddervoeten en een paar trailschoenen. Een schoenkeuze die een juiste inschatting bleek te zijn. Ik liep mijn eerste meters en dat voelde beter aan dan verwacht. Onze playlist zette stevig in met Don’t Stop Me Now van Queen. En zo vertrok ik dus, niet enkel vergezeld door Roos op de fiets, maar ook door mijn beide ouders. Samenzijn op z’n Odeyns heet dat. Ik kreeg er weer zin in. De eerste zes kilometer liepen redelijk vlot tot ik bij de eerste bevoorradingspost aankwam, stopte om wat water te drinken en terug vertrok. Ik voelde toen dat ik niet nog 24 kilometer aan een stuk zou kunnen lopen. Dit zou niet mijn loopnummer worden, maar een zoveelste overlevingsslag. Het loopparcours was immers ook zwaar. Ten opzichte van het eerste loopnummer lag alles er weer eens zo nat en modderig bij. Ik koos voor de weg rechtdoor, liep door plassen en in putten. Dat mijn voeten weer kletsnat waren, was het minste van mijn zorgen.
Mentaal kreeg ik hier weer een krak. Het misselijke gevoel waar ik al heel de dag van mocht genieten, werd er niet beter op toen mijn sportgel weer eens dag kwam zeggen. Ik voelde de impact van mijn valpartijen in ongeveer elk ledemaat. Ik stapte af en toe om dan weer enkele kilometers te lopen. Op die manier kon ik toch nog heel wat lopers inhalen en passeerde ik een laatste keer aan de sporthal, luid aangemoedigd door heel veel bekende en onbekende supporters. De echte finale begon nu: ik moest nog één loopronde afleggen van 15 kilometer. Mijn ouders en Roos openden een nieuw blik aanmoedigingen en complimenten. Blijkbaar had ik toch nog ergens een restje moed bewaard en voor ik het goed en wel besefte was ik op enkele kilometers van de finish. Samen met Roos zong ik luid mee met Still Young van The Cat Empire: The kind of free I’d never been, a kind of beast I’d never seen. 160 kilometer lang heb ik een heel vies beest in de ogen gekeken. Een beest dat in mijn hoofd zat en een beest dat Modder heet. Toen ik onder luid applaus de sporthal binnenstapte kon ik niet anders dan lachen. Op mijn gezicht stonden opluchting en ontlading te lezen. Mijn broer, de onbetwiste modderduivel van Kasterlee, hing plechtig een medaille om mijn nek. Na 11 uur en 45 minuten zat mijn strijd erop.
De conclusie
De Hel van Kasterlee maakte zowel het beste als het slechtste in mij wakker. Ik heb echt heel vaak gedacht om op te geven. Het leek namelijk een onmogelijke missie om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. Ik leek echter nooit over een legitieme reden te beschikken om mijn strijd te staken. Na mijn derde fietsronde hoorde ik dat mijn peter Mark met materiaalpech uit de wedstrijd was moeten stappen. De winnares van vorig jaar gaf op omdat ze ziek was. Als je hele familie zo intens meeleeft en een hele dag voor jou in de regen staat, ongerust én apetrots is, dan is het flauw om te stoppen omdat je er geen zin meer in hebt. Het blijft een beetje knagen dat ik wandelpauzes moest inlassen tijdens mijn laatste 30 loopkilometers. Uiteindelijk liep ik die in 2 uur en 54 minuten, 20 minuten trager dan vorig jaar, maar nog steeds de snelste looptijd van de vrouwen. Ondertussen kan ik trots zijn op mijn prestatie. Er is geen top mountainbiker aan mij verloren gegaan, maar ik moet ook niet vals bescheiden zijn en zeggen dat ik alleen maar wat kan lopen. Ik ben een marathonloper die stiekem ook goed haar plan kan trekken op twee wielen. Het is hartverwarmend hoeveel aanmoedigingen ik gekregen heb van seingevers en supporters. Een vrouw in de Hel van Kasterlee is een rariteit en kan daarom op extra veel sympathie van de toeschouwers rekenen. Een welgemeende goed bezig of chapeau kan echt heel veel betekenen.
Enkele weetjes
Seppe won dus zijn achtste Hel van Kasterlee. Hij had daar een schamele 7 uur en 46 minuten voor nodig. Ruim 4 uur minder dan ondergetekende.
Ik finishte 50 minuten na winnares Natalie Franken, vorig jaar had ik ruim een uur meer nodig dan de eerste vrouw.
Ook supporters moeten belangrijke vestimentaire keuzes maken om een hele dag in de regen door te brengen. De regenponcho bleek een onmisbaar attribuut te zijn voor zowel Roos als papa.
Zowel de aanmoedigingen tijdens het fietsen van papa als Peter gaven mij heel even vleugels. Als zij zeggen dat ik het goed doe, dan neem ik dat heel serieus.
Mijn metekindje Leah kwam mij vanuit haar koets aanmoedigen tijdens het fietsen. Ze mocht natuurlijk niet ontbreken op deze familiale hoogdag.
Om aan te tonen hoe zwaar loodzwaar is, communiceerde ik hier nadien over als LOOD-ZWAAR.
Tijdens het afsluitende loopnummer legde Roos aan mama uit dat een producer geen zanger is. Ze deed dit naar aanleiding van When I Grow Up (I wanna be like Wiz Khalifa).
De uitspraak van de dag gaat naar mama die zo extreem meeleefde met mij dat ze zich liet ontvallen: ik zou hier kunnen gaan liggen van ellende!
Mountainbiken is eigenlijk een zomersport. Toch acht ik de kans nog steeds groter dat ik naar de Olympische Spelen ga als marathonloper dan als mountainbiker.
Toen ik ’s ochtends met Roos naar Kasterlee reed, speelde het prachtige On Top of the World van Carpenters op de radio. Mede door de stress raakte dat een gevoelige snaar. Ik heb nog vaak aan dat lieflijke liedje gedacht tijdens mijn helletocht. Het contrast kon niet groter zijn.
Ook de fietsen van mijn supporters kregen het zwaar te verduren. Bij Roos kwamen spatbord en fietstassen los. Mama slipte een keer bijna onderuit, maar toonde zich wel de sterkste op een modderige helling.
Ondanks het feit dat ik aardig wat blauwe plekken verzamelde, ben ik onder de indruk van het herstellend vermogen van mijn lichaam. Na een dag was er amper nog stijfheid in mijn spieren te bespeuren.
Met dank aan supporter Bert, maar ook Bert Aerts en finishfoto.be voor het fotografisch bewijs van deze helletocht.
Gisterenochtend was ik veel te vroeg klaarwakker van de adrenaline. Die is niet meer gaan liggen. Vlak voor mijn ontbijt merkte ik ook een knoop in mijn maag op. Wees gerust, ik kan eten, maar ik moet me telkens ergens overheen zetten. Bovendien leid ik ook aan de meest uiteenlopende (hoogstwaarschijnlijk) imaginaire pijntjes. Het ene moment denk ik dat mijn knie naar de vaantjes is, het andere moment dat mijn longen het gaan begeven. Al die symptomen wijzen in dezelfde richting: ik leid aan PHS, het pre-hel-syndroom. Morgen moet ik er echt aan geloven.
De afgelopen week was behoorlijk gevuld met werk, wat ontspanning en slechts een minimale dosis sport. Maandagavond deed ik in de motregen nog een laatste generale repetitie met Roos: ik liep, zij fietste. Het was donker en we zochten bewust de paden op met een hoog Kasterlee-gehalte: asfalt, weinig bebouwing, eentonig en quasi onverlicht. De dag nadien bevestigde kinesitherapeut Kathelijn dat mijn lichaam helemaal klaar is voor een Hel(se) ervaring. Verder ging ik nog eens fietsen en lopen. Mijn benen voelden niet anders dan anders aan. Tussen het laatste schoolwerk door probeerde ik al wat kerstcadeaus te maken of toch de creatieve mise-en-place in orde te brengen. Mijn opperste moment van ontspanning beleefde ik toen ik sinds heel lange tijd nog eens een bad nam.
In mijn hoofd passeerden al honderden scenario’s de revue voor mijn tweede Hel van Kasterlee. Vooral doemscenario’s doen het goed. In vergelijking met vorig jaar ben ik veel onrustiger. Enerzijds omdat ik toen beter getraind leek. Anderzijds omdat ik me geen volwaardig duatleet voel. Ik kan me nu al perfect voor de geest halen hoe ik me vorig jaar vlak voor de start voelde: geïntimideerd tot en met. Beschaamd dat ik aan de start stond. Klaar om terug in de auto te stappen en thuis een boek te gaan lezen. Gelukkig deed ik dat niet, want ik werd onverwacht derde. Natuurlijk voel ik daardoor wat meer druk. Als zus van de zevenvoudig winnaar verschijn ik ook niet helemaal in cognito aan de start. Ik wil me echter niet bezighouden met mijn plaats in de ranking. De Hel van Kasterlee is een knoert van een wedstrijd, de weg naar de Hel is lang, fit aan de start geraken is al een prestatie, finishen in de Hel is dat nog meer. Mijn ambitie is dus om, liefst met een goed gevoel, de eindmeet te halen. Bij een wedstrijd van dit kaliber vallen de maskers sowieso af. Ik kan eindigen in de top 3, maar net zo goed in de top 12 (het aantal vrouwen dat aan de start staat).
Het regenachtige weer dat voorspeld wordt, baart me niet heel veel zorgen omdat ik een editie overleefde met sneeuwval die zowel koud, modderig als nat was. Ik heb me in de eerste plaats voorgenomen om ten alle tijden de kalmte te bewaren. Mijn papa doet helaas niet mee, dus ik zal zelf het hoofd koel moeten houden. Vorig jaar duurde het even voordat ik het juiste ritme vond op de fiets en kreeg ik pas wat vertrouwen toen ik me in familiaal gezelschap bevond. Ik kijk het meest op tegen de eenzaamheid tijdens het fietsen. Gezelschap of niet, ik zat vorig jaar 6 uur en 57 minuten op mijn mountainbike en al die tijd wordt de grootste strijd in je hoofd gevoerd. Een strijd met de eindeloosheid en de eentonigheid. Er was zelfs een moment dat ik tegen mijn fiets begon te praten. Waar ik het meest naar uitkijk, dat is het afsluitende loopnummer. Ik herinner me nog hoe groot de ontlading was toen ik eindelijk van de fiets kon. Tegen alle verwachtingen in bleek ik zelfs nog over een cartouche energie te beschikken die me heel goed van pas kwam bij de laatste loopkilometers. En er was natuurlijk de steun van mijn familie en van Roos in het bijzonder. Waardoor zelfs die laatste 30 kilometers voorbij waren voor ik het goed en wel besefte en ik een rode-loper-moment beleefde om u tegen te zeggen.
Ondanks de stress en zenuwen die door mijn lijf gieren, probeer ik toch ook uit te kijken naar de unieke beleving. De Hel staat namelijk voor ambiance, familiaal samenzijn en sportplezier. Ik prijs me gelukkig met de schare supporters die live of vanop afstand met mij zullen meeleven en -voelen. Mentaal moet ik de strijd dus aankunnen en dat is heel veel waard: met benen die op zijn kan je nog heel wat, met een hoofd dat op is, ben je ten dode opgeschreven. Morgen weten we of mijn broer zijn achtste zege mag vieren, of mijn peter Mark voor de derde keer zal finishen en of 503 mijn nieuwe geluksgetal wordt.
Lopers: ze zijn niet moeilijk te herkennen in hun sporttenues, de ene al gekleurder dan de andere. Bovendien betrap ik mezelf vaak op uitspraken als “ah ja, ik heb daar al eens gelopen” als iemand het heeft over een bepaalde plaats of “ik ga eerst nog lopen” als iemand me vraagt naar mijn planning. Er zijn echter ook andere aspecten in mijn dagelijks leven waaraan je merkt dat ik leef als een loper.
Ik heb veel loopschoenen in huis. Echt veel. Hierdoor ben ik altijd op zoek naar handige opbergsystemen om die schoenen te bewaren. Ik vind het namelijk moeilijk om schoenen weg te doen die hun tijd hebben gehad en waar ik graag mee gelopen heb. Ik denk dan dat ze ooit nog van pas zullen komen. Geen idee bij welke gelegenheid ik afgedragen loopschoenen (waarmee ik een marathon liep!) zou kunnen dragen, maar ondertussen blijven mijn darlings wel mooi bij mij.
Als ik nieuwe loopschoenen heb, duurt het meestal eventjes vooraleer ik die effectief in gebruik neem. Net zoals ik mijn ongelezen boeken zorgvuldig op stapels leg en herorganiseer, zo koester ik ook mijn nieuwe loopschoenen in de doos (in de woonkamer). Ongedragen loopschoenen houden net zoals ongelezen boek een belofte in. Ik open de doos dan een paar keer per dag om mijn nieuwe aanwinsten te bewonderen en eens vast te houden om ze dan weer heel voorzichtig in het papier te wikkelen en de doos te sluiten.
Mijn kat Ada is de Koningin van de Schoendozen. Ze vindt het heerlijk om op schoendozen te zitten of liggen. Leeg of gevuld, daar doet ze niet moeilijk over. Als je die gelukzalige blik op haar snoet ziet, is het onmenselijk haar dit plezier te ontzeggen. Ada krijgt er dus een nieuwe loungeplek bij als mijn schoenen eenmaal in roulatie zijn. In het belang van haar welzijn maken schoendozen deel uit van mijn interieur.
Ik voer een nooit aflatende strijd te voeren tegen sportwas. De grootste uitdaging is om die fatsoenlijk op te bergen. Opruimgoeroe Marie Kondo zwijgt hier wijselijk over. Een stapel maken met sportkleding lijkt immers onmogelijk te zijn en resulteert gegarandeerd in een grabbelbak. Ophangen is dan weer belachelijk. Daarom heb ik vaak een centrale verzamelplaats (een hoop dus) als wachtplaats tussen wasmachine en kleerkast, waar ik het nodige gerief kan uitnemen. Niet netjes, wel praktisch.
Je zal mij zelden betrappen op stijfheid na duurlopen. De echte war zone bevindt zich doorgaans onder mijn kleding, waar schuurplekken van ondergoed en hartslagmeter zich thuis voelen. Om die te voorkomen smeert de loper vaseline. Er blijkt een taboe te rusten op die blauwe potjes omdat ze met andere wrijvingsvormen in verband worden gebracht. Aangezien ik op jaarbasis drie potjes verbruik, durf ik het inmiddels zonder schroom in mijn winkelwagen te gooien. Daarbij jaag ik er op een jaar ook twee tubes Flaminal hydro door om pijnlijke schuurwonden te verzorgen.
Zondag dat is duurloopdag en de weersvoorspellingen van het weekend zijn belangrijk. Zelfs van levensbelang als er een wedstrijd op het programma staat. Ik kan het dan niet laten om al veel te vroeg op voorhand het weer in de gaten te houden, wetende dat dit op het allerlaatste moment nog kan omslaan. Ik stel me dan voor hoe dat weer juist zal zijn en ik denk terug aan andere situaties waarin diezelfde weersomstandigheden zich voordeden. Ik weet wel dat zelfs het ellendigste weer geen ellendig loopweer is, maar die obsessie met het weerbericht kan ik moeilijk loslaten.
In een straal van 10 kilometer rond mijn woning weet ik exact waar de kilometerpunten liggen. Ik weet ook hoe ver mijn familieleden van mij wonen in loop- of fietskilometers. Afstanden inschatten kan ik dus behoorlijk goed. Andere steden ken ik vooral door de loopevenementen die er hebben plaatsgevonden. Zo heb ik nu echt het idee dat ik Brugge en Zeebrugge ken omdat ik er in oktober de marathon liep met Roos. Als ik in Brussel ben, dan associeer ik bepaalde plaatsen automatisch met het kilometerpunt van de halve of hele marathon. Dat parcours vormt voor mij de basis van heel wat aanknopingspunten om me er te oriënteren.
Ik vertelde het al: ik zweet veel en snel. Een eigenschap die me niet stoort in een sportieve context, maar waar ik me daarbuiten wel aan kan ergeren. Ik heb dan ook bijna altijd het nodige verfrissingsmateriaal op zak. Andere mensen die zweten in het dagelijks leven vind ik meteen sympathiek. Samen zweten: het smeedt een band.
Over een week openen de poorten van de Hel. Letterlijk, want aan de sporthal van Kasterlee staan dan gates to hell met vlammen en een duivel die er behoorlijk angstaanjagend uitziet. Al weet elke deelnemer dat de gevaarlijkste duivel zich in zijn eigen hoofd bevindt. Om die strijd aan te gaan is het dus belangrijk om je in de weg naar de Hel voor te bereiden op de mentale ontbering. Net zoals vorig jaar zakte ik dus twee weken voor Helledag af naar het park van Tervuren om al eens te proeven van de hellevlammen. De weersomstandigheden deden mijn vagevuurtraining alle eer aan. Verder gebeurde er de afgelopen week bitter weinig met mijn benen, maar des te meer in mijn hoofd. Of hoe de weg naar de Hel nooit een walk in the park is.
Ik zei het al vaker: als ik gepland heb om te gaan lopen (of fietsen), dan zal dat gebeuren. Of het nu sneeuwt of bloedheet is. Daarbij ben ik ook van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben (en maken) op training om ook je mentale weerbaarheid te testen. Met die wetenschap moest ik eigenlijk dolgelukkig zijn dat het vorige zondag ellendig weer was: wind en regen eisten een hoofdrol op. Het weercijfer voor lopen was een 8 op 10, fietsen scoorde slechts een 2, slechts één punt meer dan barbecueën of een terrasje doen. Een optimistische inschatting voor beide sporten, want ik denk dat het nog best gezellig kan zijn op een verwarmd terras met een warme chocomelk of winterbarbecue. Vorig jaar beschouwde ik mijn vagevuurtraining als een generale repetitie. Ik liep, fietste en liep telkens de halve afstand van elk onderdeel in Kasterlee. Bovendien fietste ik vijf rondes om de omstandigheden zo goed mogelijk te simuleren. Dankzij dat lumineuze idee was ik een halve dag zoet in Tervuren. Aangezien ik nu toch al wat meer ervaring heb als mulitsporter besloot ik de afstand te beperken, maar wel voor de combi lopen-fietsen-lopen te gaan.
Hoe somber kan een dennenboom zijn?
Vijf (korte) rondes fietsen leek me aanvankelijk een leuk idee tot ik doorhad welk smerig spel de wind speelde. Omdat zelfs een koppigaard als ik flexibel kan zijn, besloot ik er een intensieve training van te maken en geen rondes te rijden. Ik zocht werkelijk elke modderstrook op die er in het Zoniënwoud te vinden is (en dat zijn er behoorlijk wat). Mijn training werd een cross-duatlon: niet lang, maar wel pittig. Ik deed dat op de tonen van de MNM 1000. Vooral Elton Johns Circle of Life vond ik symbolisch voor dat moment. Uiteindelijk fietste ik 30 kilometer door de modder en dat ging me beter af dan verwacht. De glibberige hellingen boezemden me geen angst in en bergop kon ik behoorlijk doorstampen. Mijn stalen man Juan mag dan wel zuiderse roots hebben, hij kan ook uitstekend ploeteren in herfstweer. Ook mijn loopbenen stelden me niet teleur.
Je zou denken dat je het Zoniënwoud voor jezelf hebt als het ellendig weer is. Niets is minder waar. Het leek alsof iedereen dit barre weer had afgewacht voor een uur natuur. Er startte een mountanibiketocht in Vossem, ik passeerde hordes lopers die duidelijk schik hadden in hun weekendloop en ook de nordic walkers waren vrolijk babbelend van de partij. De grootste hoofdrol was echter weggelegd voor de hondeneigenaars. Terwijl ik op de fiets al op keek tegen de onvermijdelijke schoonmaakbeurt van mezelf, mijn kleding en mijn fiets, realiseerde ik me dat het lastiger is om je hond na een modderwandeling schoon te krijgen. Honden blijken echt in hun element te zijn als het regent. Ik zag er eentje uitgelaten door de modder rollen, ik werd achtervolgd door een pitbull die niet meer luisterde naar zijn baasjes en ook een dartele poedel zag in mijn fietsverschijning een speelmaatje. En dan was er nog een hond met jachtinstinct die ging lopen met mijn handschoen die ik per ongeluk liet vallen toen ik even gestopt was. Mijn dierenliefde werd kortom op de proef gesteld.
Ik hield gemengde gevoelens over aan mijn generale repetitie. Het besef dat ik nu niets meer kan veranderen aan mijn vormpeil maakt me onrustig. Ik kan alleen maar vertrouwen op wat geweest is. De afgelopen week probeerde ik in te zetten op rust: sportrust welteverstaan. De doemdenker in mij kreeg daardoor vrij spel. Ik probeerde hem te verschalken door examens te verbeteren, mijn hobbykamer te herorganiseren, een Ikea-roltafel te monteren (een primeur), Leonard Cohen te luisteren en eindelijk weer eens een boek te lezen. Gisteren ging ik een lange toer in het bos lopen. Het werd een plezierloop met enkele onverwachte zonnestralen en frisse benen. Na die intensieve trainingsperiode ondervond ik plots weer aan den lijve wat de essentie van lopen is. Ik ontdekte het groenste mos in een bos dat voorts bruin, nat en kaal is. De komende week ga ik op groot onderhoud bij de kinesitherapeut, wordt het eerste semester op school afgesloten, zal ik eindelijk mijn kerstboom zetten en ook wat kaarsjes branden in de hoop dat het over een week niet de hele dag regent. Berusting in het kwadraat en hopen op veel groen mos.
Koffie en ik: wij zijn heel goede vrienden. Ik dronk mijn eerste koffie toen ik een jaar of 16 was op kampeervakantie met de familie in Engeland omdat de wind er al eens voor zorgde dat ik achter mijn boek zat te koukleumen. Ik dronk dus koffie met veel melk om me te verwarmen. Nu begint mijn dag altijd met koffie. Niet omdat ik een shot cafeïne nodig heb om wakker te worden of de dag aan te kunnen, maar omdat mijn uitgebreide ontbijt gewoonweg niet compleet is zonder koffie. Ook later op de dag heb ik nood aan koffiemomenten. Koffie drinken dat is namelijk een rustmoment inbouwen: eventjes zitten en tot jezelf komen. Zonder overdrijven, dankzij mijn sacrale koffiemomenten kon ik de afgelopen maanden het hoofd koel en boven water houden.
Ik zet mijn koffie op de ouderwetse manier: met een voorverwarmde filter waar je heet water over giet in een voorverwarmde mok. Slow coffee heet dat in hippe middens. Dangerous coffee zou ook een geschikte benaming kunnen zijn, want ik verbrandde me al eens lelijk door een wankele filteropstelling. Er was een tijd dat ik in de supermarkt koos voor merken waarvan ik dacht dat ze kwalitatief hoogwaardige koffie afleverden. Die koffie smaakte, maar gaf me ook een klef mondgevoel achteraf. Alsof de cafeïne zich had vastgezet op mijn tong. Dit is waar de échte kwaliteitskoffie zijn intrede doet in mijn verhaal. Ik leerde namelijk dat die verbrande smaak in je mond te wijten is aan de (te) hoge temperatuur waaraan zulke koffies worden gebrand. Producenten doen dit om kosten uit te sparen bij het selectieproces. Hun geoogste koffiebonen worden minder streng beoordeeld, waardoor ook slechte bonen de selectie halen. De aanwezigheid van één slechte koffieboon kan de smaak van een grote hoeveelheid verpesten. De koffie wordt bijgevolg aan een hogere temperatuur gebrand opdat je dit niet zou proeven.
De beste koffie koop je bij koffie (& thee) Onan in Leuven. Ik stapte er eens binnen voor een cadeautje en kocht toen ook voor mezelf een zakje kwaliteitskoffie. In de eerste plaats omdat ik niet onbewogen bleef bij de uitleg van Chloé over hun nauwe samenwerking met lokale koffieboeren in onder andere Brazilië en India. Bij Onan weten ze exact waar hun koffiebonen vandaan komen, hoe die groeien en in welke omstandigheden ze geoogst worden. Het oogst- en selectieproces verloopt manueel, waardoor de lokale boeren een correcte prijs krijgen en een topproduct kunnen afleveren. Vervolgens worden de koffiebonen verscheept naar België, alwaar ze door Chloé ter plaatse worden gebrand. Heel veel liefde voor een product en net zoveel vakmanschap: een gouden combinatie. Je moet ook geen kenner zijn om het verschil te proeven. Al bij mijn eerste Onan-koffie proefde ik een groot verschil. De smaak van de koffieboon overheerst en niet de verbranding daarvan. Sindsdien kies ik resoluut voor de enige echte koffiekwaliteit: die van Onan.
Een andere en even belangrijke reden om een bezoek te brengen aan koffie & thee Onan is de altijd (al-tijd) hartelijke bediening van Chloé en het personeel dat ze tewerkstelt. Met de glimlach serveren ze de heerlijkste koffies en voorzien ze je van professioneel advies. Chloé en ik delen overigens hetzelfde geboortejaar. Dat schept uiteraard een band. Bovendien ken ik haar ook al van toen ik nog studeerde en zij als student werkte bij de bakker waar ik vaak kwam. We go way back dus. Ik bewonder haar ondernemerschap en de vakkennis die ze bezit. Koffie is niet zomaar een product dat ze verkoopt. Koffie zit in haar hart. Dat merk je als ze bijvoorbeeld vertelt over de verschillende smaken die je kan waarnemen in een bepaalde variëteit, over haar reizen naar de koffieplantages en de problemen waar de boeren mee kampen (olifanten die van een berg sleeën om er maar één te noemen). Alsof dat nog niet volstaat, lijkt Chloé ook over een onuitputtelijke bron energie en enthousiasme te beschikken. Nergens smaakt de flat white dan ook zo goed.
Voor al wie mij nu net heel graag op de koffie wilde vragen: ik ben geen koffiesnob, dus nodig me maar gewoon uit. Niets is zo gezellig als samen koffie drinken. Ik beschouw koffie wel als een luxeproduct. Als je beseft hoe arbeidsintensief de productie van een zakje kwaliteitskoffie is, dan is het niet meer dan normaal dat die dubbel zoveel kost als een pakje uit de supermarkt. Het is juist omgekeerd: gewone koffie is te duur voor wat het product eigenlijk is. Koffie is een edele drank die je met liefde moet maken en met aandacht moet drinken. En cafeïne is echt niet des duivels. Integendeel, niet alleen binnen een sportief kader wordt vaak gewezen op de weldadige effecten van cafeïne. Alles met mate. Tot slot geef ik jullie nog de ultieme cadeautip mee: koffie of thee van Onan! Check snel hun website voor de mooiste giftboxen!
Je vindt Onan in de Parijsstraat 28 in Leuven. Maandag tot zaterdag open van 8u30 tot 17u45. Op zondag vanaf 12u. Ook bij het warm aanbevolen Noordoever aan de Vaartkom wordt de koffie van Onan geserveerd en verkocht. Allen daarheen!
De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen, zo ook die naar de Hel van Kasterlee. Ik bedoelde het allemaal heel goed, maar ondanks die puike voornemens begon de maand met een kwakkelstart. Daar waar oktober een relatieve rustmaand was, zou ik er in november stevig in vliegen om de duatleet in mezelf te herontdekken. Dat was toch het plan. Mijn stalen vriend Juan dacht daar anders over. Door zijn Baskische grillen volgde het ene technische probleem het andere op. Ik werd er moedeloos van. Vaker zat ik met mijn mountainbike in de auto dan op het zadel. Het nodige vakmanschap later (en heel wat euro’s lichter) was Juan herboren en verlost van al zijn kwaaltjes. Oef!
Ik mag vooral niet klagen over het weer van de afgelopen maand. Vorig jaar leek ik elke training regen en wind te trotseren. Nu werd ik elk weekend getrakteerd op een royale dosis zon. Tijdens mijn eerste fatsoenlijke trainingsweekend besefte ik dan ook dat het geen zin had om te kijken naar de trainingskansen die voorbij waren en wat ik (zogenaamd) had gemist. Gedane zaken nemen geen keer. De enige weg naar de Hel is die vooruit. Ik zou me dus focussen op de trainingskansen die nog voor het grijpen lagen. Dat betekent naast veel lopen en fietsen, vooral ook de omstandigheden opzoeken die de Hel van Kasterlee zo loodzwaar maken. In eerste instantie is dat het afsluitende loopnummer van 30 kilometer na ruim 100 fietskilometers. Ik ging dus vaak lopen nadat ik eerst een goed stuk had gefietst. Mijn lichaam lijkt daar ondertussen al behoorlijk aan gewend. Ook lopen met een lege tank, bij voorkeur als het donker is, behoort tot de specifieke trainingen. Ik stond dus (vaker dan me lief was) in alle vroegte op om nuchter te gaan lopen. In de zomer vind ik dat heerlijk. In drukke en donkere maanden is dat een opgave. De drempel van mijn bed naar mijn loopoutfit leek met de week groter te worden.
Van de nood een deugd maken of het nuttige aan het noodzakelijke koppelen: daar ben ik ondertussen een kei in. Toen ik mijn fiets nogmaals moest binnenbrengen voor een geplande vervanging besloot ik me ’s avonds op de mountainbike te verplaatsen naar de fietsenmaker om dan 17 kilometer naar huis lopen. Na een lange werkdag dus, in het donker, met een fluohesje over een slecht voetpad langs een steenweg. Kortom een nuttige training voor zowel benen als hoofd. Twee dagen later deed ik hetzelfde in omgekeerde volgorde. Heel recent ontdekte ik trouwens dat mijn drinkbushouder ook prima dienst kan doen als pistolethouder (mits een klein deukje in de onderste pistolet). Een fietstraining kan dus gecombineerd worden met een tussenstop bij bakkerij Vogelaers in Vossem.
Gelukkig was er dus de zon. En nog gelukkiger was er mijn familie. De halve marathon in Kasterlee was een mooie les in loopplezier. Een week later trok ik weer naar de Kempen om met Peter en mijn peter Mark (eveneens helleganger) nog meer voeling te krijgen met de Kastelse zandgrond. We fietsten de mountainbikeroute vanuit Herentals naar Kasterlee. De bossen lagen er verdacht goed bij. De dag nadien liep ik in het gezelschap van Roos op de fiets tot bij Marike en Peter in de Kempen. Voor de aandachtige volgers: ja, dat deed ik al vaker dit jaar. Het is de ideale route voor een lange duurloop. Welgeteld 30 vlakke kilometers in het aangenaamste gezelschap met de hartelijkste ontvangst die een mens zich kan voorstellen. Voor het eerst werd ik met open armen (min of meer toch) ontvangen door mijn metekindje Leah, die ondanks haar prille leeftijd al helemaal wordt ingewijd in de rol van supporter.
Ik ben geen klager. Echt niet. De afgelopen maand had ik het echter heel zwaar. Al van in september lijk ik letterlijk en figuurlijk achter de feiten aan te lopen. Ik word overspoeld door schoolwerk. Het voelt als aanmodderen, maar dan aan een duizelingwekkend hoog tempo. Mijn dagen zitten zo tjokvol dat ik van de ene shift in de andere tuimel. Ik snak naar ademruimte en dat is soms beklemmend. Hoewel ik vorig jaar heel wat meer kilometers aflegde in november (in slechtere omstandigheden), wogen die minder op mijn gemoed. Vooraleer ik me volgend jaar dus weer halsoverkop in een nieuw Hel-avontuur stort, zal ik toch eens goed nadenken of ik me er nogmaals voor wil en kan opladen. Lopen en fietsen doe ik gelukkig nog altijd heel graag. In de toekomst moet dat ook zo blijven.
Vandaag is het nog 2,5 week tot de Hel. De examenperiode staat voor de deur. Het grootste schoolwerk en de zwaarste trainingen zitten erop. De tol die ik daarvoor heb betaald is zwaar. Mijn katten staan op het punt een bezwaarschrift in te dienen bij de FOD Dierenwelzijn vanwege een ernstig en structureel gebrek aan zeteltijd. Mijn huishouden is een puinhoop. Mijn lezersbestaan ver zoek. Hoog tijd om schoon schip te maken zodat ik met een opgeruimd gemoed de laatste weken van het jaar in kan gaan. Vannacht had ik trouwens mijn eerste stressdroom over de Hel. Ik stond in de kleedkamer en ik bleek bijna geen sportkleding bij me te hebben. Ik zou lopen in hoge basketbal-achtige schoenen, een veel te ruim blauw shirt en een veel te korte short. Een fietsbroek had ik niet mee. Terwijl ik dus in de kleedkamer mijn lange veters stond te binden, weerklonk het startschot. Op zondag 22 december kan dat alleen maar beter verlopen. Ik beschouw die droom als een teken dat ook mijn hoofd zich stilaan in de juiste modus aan het nestelen is.
Het zijn barre, bittere ijskoude tijden voor het culturele landschap in Vlaanderen. Nadat minister-president Jan Jambon bekendmaakte dat er duchtig gesnoeid zal worden in de subsidies voor de culturele sector barstte er hevig protest los. Terecht. Jambon is immers ook cultuurminister. De grootste bezorgdheid is een besparing van 5 miljoen of maar liefst 60% op projectsubsidies. De impact daarvan is enorm. Volgens acteur Michael Pas wordt het voor jonge kunstenaars vrijwel onmogelijk om aan de slag te gaan omdat net die projectsubsidies een kweekvijver vormen voor aanstormend artistiek talent. Vergeet niet dat ook gevestigde gezelschappen ooit klein begonnen. De duimschroeven worden aangehaald en de kaasschaaf vakkundig gehanteerd. De culturele sector bloedt en dat raakt mij.
Naast onderwijs en zorg moet er, wat mij betreft, ook overheidsgeld gebruikt worden opdat ons culturele leven zou floreren. Ik kan mij geen cultuurloos leven voorstellen. Dit jaar ging ik naar de opera (voor het eerst), bezocht ik theatervoorstellingen, concerten en comedyshows. Altijd brengt dat iets teweeg. Ik vind daarin een vorm van ontspanning die ik niet uit sport of mijn dagelijks leven kan halen. Cultuur is voor mij verlichting en een stukje schoonheid. Het geeft mijn leven zowel diepgang als luchtigheid. Ik zie en hoor iets bijzonder, word geraakt, denk na, denk nog wat verder na en ben dan verrast over een gevoel dat uitgesproken is. Je mag dat raar of zelfs belachelijk vinden. Het getuigt echter van geen stijl om mij dan als een elitaire linkse trut te bestempelen, want dat is hoe overtuigde cultuurfanaten dezer dagen worden afgeschilderd. De culturele sector zou slechts een uiterst selecte groep van de Vlaamse bevolking bereiken.
Niemand is verplicht om deel te nemen aan het culturele leven, maar de cijfers liegen er niet om. Cultuur kent een brede waaier aan verschijningsvormen. Je hoeft niet naar de opera of het ballet te gaan om aan cultuur te doen. Ook naar de bioscoop gaan, een monument bezoeken of een musical bijwonen, valt onder de algemene noemer cultuur. Daarenboven tonen de cijfers aan dat cultuur beleven los staat van een politieke voorkeur. Met andere woorden: niet alleen linkse rakkers zijn cultuurliefhebbers. Je kan het daar niet mee eens zijn en de besparingen terecht vinden. Volwassenen kunnen namelijk van mening verschillen. Ze kunnen daar dan over spreken en naar elkaar luisteren. Wat ik echter tenenkrommend vind, is de bagger die theatermakers en acteurs de afgelopen dagen over zich heen kregen. Filip Brusselmans van Vlaams Belang beet op Radio 1 de spits af door acteurs af te schilderen als een stelletje onbekwame speelvogels die zich bij voorkeur naakt op een podium God wanen. Hij beriep zich op de provocatieve voorstelling Mount Olympus van de al even omstreden theatermaker Jan Fabre. Allemaal de schuld van de linkse pamperpolitiek dat dit soort verderfelijk amusement gefinancierd wordt met overheidsgeld. Hoog tijd dus om daar paal en perk aan te stellen.
Ik viel achterover van zoveel klinkklare nonsense. Weet die mens eigenlijk wel wat cultuur inhoudt? Waar haalt hij het lef vandaan om op basis van één ongegronde aanname de volledige theaterwereld door de mangel te halen? Helaas was hij niet de enige die zich laatdunkend uitliet. De denigrerende toon waarop er via diverse media gesproken wordt over acteurs is stuitend en ronduit choquerend. Theater maken is een ambacht. Toneel spelen is een vak. Het is een stiel die onmetelijk veel oefening en toewijding vereist. Aan een theatervoorstelling gaat een maandenlange en vooral ook intensieve voorbereiding vooraf. Acteurs passeren niet royaal langs de kassa nadat ze ocharme twee uur in de spotlights smoelen staan trekken. Ze draaien lange werkdagen op niet-reguliere tijdstippen omdat ze iets mooi en uniek willen geven aan hun publiek. Iets dat vluchtig, maar echt is. Dag na dag, in goede en slechte tijden. Iedereen die daar anders over denkt, zou eens een paar dagen mee op tournee moeten gaan om het het reilen en zeilen van de theaterwereld te ervaren. Vel dan je oordeel.
Laat mij geen vakken vullen in de supermarkt, straten aanleggen, longen transplanteren of de Europese Commissie leiden. Laat mij voor de klas staan. Ieder zijn vak en ook ieder zijn hobby. Elke mens heeft uiteindelijk behoefte aan ontspanning (en ontroering) op zijn eigen manier. Zo heb ik helemaal niets met voetbal, maar betaal ik net zo goed onrechtstreeks voor de veiligheidsmaatregelen die bij zulke wedstrijden genomen moeten worden. Mij goed. Het is echter problematisch dat we een minister van Cultuur hebben die (op Bokrijk na) weinig affiniteit lijkt te hebben met die bevoegdheid. Hij heeft de deur hard dicht geknald terwijl onze vingers er nog tussen zitten en roept pro forma: seg en nog bedankt he! Besparen op cultuur, dat is besparen op ons gevoel. Het is een stukje schoonheid dat verzwolgen wordt in het donkere woud van de verzuring. Omarm de rijke Vlaamse cultuur in al zijn facetten. Koester het acteertalent van onze vruchtbare eigen bodem. Grootmeester Leonard Cohen liet deze week nog postuum van zich horen met zijn nieuwste album Thanks for the dance. In eigen land kan ik alleen maar rechtstaan, hard in mijn handen klappen en vanuit het diepst van mijn hart zeggen: bedankt voor de cultuur. Het is een genoegen om jullie publiek te mogen zijn.
Op 22 november 1982 steeg er ongetwijfeld een warme gloed op boven het druilerige herfstlandschap. Ofwel blonk het goud aan de rand van de zon zo hard dat het pijn deed aan je ogen. Die dag werd immers mijn collega en beste vriendin An geboren. Vandaag mag ze dus 37 kaarsjes uitblazen: één voor elk jaar dat ze met haar stralende persoonlijkheid over alles en iedereen een gouden gloed kan werpen, al had ik dat niet meteen in de gaten toen we elkaar zo’n 9 jaar geleden ontmoetten op school. We leerden elkaar pas echt kennen toen bleek dat we tijdens de opruim van een opendeurdag om dezelfde flauwe grappen moesten lachen. Enkele dagen later deelden we een kamer tijdens een schoolreis naar Parijs en de basis van een hechte vriendschap was gelegd. An is niet minder dan een zacht en kostbaar edelmetaal: een gouden vriendin van 24 karaat.
An en ik geven allebei les in het vierde jaar en werken dus nauw samen. Hoewel we elk onze eigen stijl hebben, vullen we elkaar in teamverband perfect aan omdat we intuïtief dezelfde ideeën hebben over onze lessen en wat we met onze leerlingen willen bereiken. Ook in de klas is An eindeloos geduldig en toegewijd. Ze biedt een luisterend oor aan elke leerling die dat nodig heeft. Tijdens haar carrière loodste ze al menig jongere met raad en daad door het oerwoud van de puberteit. Dankzij haar gevoel voor humor en haar oprechte interesse in de leefwereld van haar leerlingen breekt ze in no time het ijs. Haar organisatorische talent is om jaloers op te zijn. An loopt nooit achter de feiten aan, maar dirigeert die feiten netjes de pas zodat ze steeds strak in het gelid lopen. Elke vorm van chaos is haar vreemd.
Ook buiten de schoolmuren is An een gouden collega. Inmiddels deelden we al heel vaak een hotelkamer in Parijs in het kader van een schooluitstap. Dankzij dat jaarlijkse uitje (in het bijzijn van 120 leerlingen en 10 collega’s) bleek al snel dat we allebei om dezelfde redenen van de Parijse sfeer houden. Liefst van al wandelen we er uren rond met de stiekeme hoop Bent Van Looy eindelijk eens tegen het lijf te lopen. Als dat niet gebeurt, is er altijd nog Le Bon Marché of een lekker stuk taart om ons hart aan op te halen. Winkelen met An is overigens een les in stijl. Wat zij kiest, is er altijd boenk op omdat ze een aangeboren gevoel heeft voor alles wat mooi is. Tijdens die vermoeiende Parijs-reis kunnen we het niet laten om nog tot veel te laat ’s nachts door te praten. Onze gesprekken hebben dan vaak niet meer niveau dan die van de gemiddelde vijftienjarige. Aanvankelijk dacht ik dat Roos en ik door onze genetica dezelfde rijke fantasie hebben, maar gek genoeg lijkt An over diezelfde hersenkronkels te beschikken. Zo moet ik nog steeds gniffelen bij de gedachte dat we ervan overtuigd waren dat onze Kipling-tassen ’s nachts op de hotelkamer een mini Kiplingkindje op de wereld zouden zetten met bijhorende ritsgeluiden.
An en ik mogen aan de oppervlakte schijnbaar verschillende karakters hebben, onze gevoelige zielen zijn vanbinnen dezelfde. Ik deel lief en leed met haar, geen bergtop of vallei blijft onbesproken. Ondanks mijn bedachtzame en soms gereserveerde aard weet ik dat mijn onzekerheden, twijfels en beslommeringen veilig zijn bij haar. Op school hebben we zelden de tijd en ruimte om in alle rust een gesprek te voeren. An beschikt echter over de superkracht om een gemoedstoestand feilloos aan te voelen. Haar sensor voor menselijke emoties is heel fijn afgesteld. Meestal heeft ze aan een blik genoeg om vast te stellen of er mij iets dwarszit. Daarenboven is ze oprecht geïnteresseerd in wat mij bezighoudt en neemt ze mijn advies (hoe futiel ook) ter harte. Ze geeft geen compliment voor de vorm, maar omdat ze het echt meent. Samen met haar gezin is ze dan ook een trouwe volger en supporter van mijn sportieve ondernemingen. Ik vertelde hier al over haar motivatie en doorzettingsvermogen als loper. Eindeloos respect heb ik daarvoor. Ik mag dan wel de marathonloper zijn en zij de start-to-runner, in wezen is er geen verschil tussen ons.
Tot slot excelleert An ook in haar rol als moeder van mijn favoriete tweeling en als vrouw van Wim. De 9-jarige Lieselore en Reinout zijn natuurlijk genetisch bevoorrecht, maar dat ze zulke aangename en intelligente kinderen zijn, hebben ze toch vooral te danken aan hun opvoeding en het warme nest waar ze opgroeien. Met z’n vieren vormen ze een liefdevol gezin waarin er ook veel gelachen en gefeest wordt. Ik ben de gelukzak die daar af en toe ook in ondergedompeld mag worden.
Lieve An, mijn beste bestie: ik wens je een prachtige verjaardag toe. Laat je verwennen, eet taart (heel belangrijk) en klink op jouw gezondheid!