Loperspraat – Mijn sportieve voorjaar van 2024

Sneeuw schreeuwt erom belopen en bewandeld te worden. Elke kans om je sporen in – bij voorkeur ongerepte – sneeuw na te laten kan je dus maar beter met beide voeten aangrijpen. Wielen en sneeuw, dat is een heel ander verhaal. Ellende op de fiets was vorige week mijn deel, maar je zal me niet horen klagen over de winterprik die januari in petto had. Zes dagen op rij kon ik onder een stralende hemel over en door de sneeuw lopen dankzij het sneeuwbommetje dat ons land teisterde. Er gaat iets magisch uit van een sneeuwtapijt dat voor je uitgestrekt ligt. Ook als je niet meer goed ziet waar de gebaande paden liggen, maar wel zo ongeveer weet welke richting je uit wil. Net zoals het nieuwe jaar dat zich beloftevol aandient en een zee aan sportieve mogelijkheden biedt. Ik vertel graag wat meer over mijn voorjaarsplannen.

Na de drukke decembermaand lijkt januari op loopgebied altijd weer een maand van opbouwen te zijn. Hoewel ik kilometers blijf maken en mijn looptrainingen dus nooit stil liggen, voelt het toch alsof ik weer een draadje oppak dat is blijven liggen. De pijntjes van het vorige jaar verdienen nu echt een plan van aanpak. Rug recht en de blik vooruit. Plannen smeden en doelen stellen, samen met de loopmaatjes. Tijd om weer eens te voelen wat er nog in het vat zit. Training mode on. Dankzij Hans doe ik dat tegenwoordig over prachtige en gevarieerde routes en in het allerbeste gezelschap. Mijn eerste wedstrijd staat gepland op 18 februari. Dan zal ik de 26 kilometer lange Ferme Toer Trail lopen in Binkom, een mooi stukje Hageland niet zo gek ver van mijn deur. Een week later staat Roos aan de start van de Druivenmarathon in Overijse. Daar moet ik natuurlijk bij zijn, mogelijk om een kortere afstand te lopen, maar hoe dan ook om mijn zusje te steunen.

Op 10 maart zakken Roos en ik traditiegetrouw af naar Den Haag voor onze geliefde halve marathon, de CPC Loop. Ja, lieve lezers, Den Haag: dat het de stad is waar ik altijd een beetje thuiskom, dat weten jullie al. Wat ik nog niet vertelde, is dat ik er vorig jaar naast de officiële CPC Loop in maart (waar ik gemengde gevoelens aan overhield) ook nog 2 CPC’s in de zomer liep. De tweede helft van juli verbleef ik namelijk in Den Haag, onder andere om te bekomen van de La Chouffe Trail. Ik zou eens echt rust nemen en niet overdreven veel lopen, zo beloofde ik Roos. De eerste week ging dat goed: ik liep wat kortere rondjes over een pad door de duinen en een klein stukje over het strand. Tot ik plots op een onverwacht moment zin kreeg om het CPC parcours te lopen, een halve marathon dus. Ik bestudeerde het parcours nog eens aandachtig en probeerde het zo goed mogelijk te memoriseren. Mijn eerste poging was er één in de gietende regen en met twee kleine vergissingen. Ik gaf mezelf onder een stralende zon een herkansing de dag nadien. De adrenaline van de laatste lijn richting Malieveld en finish voelde ik net zo goed door mijn lijf razen, ook al liep ik braafjes op het voetpad. Deze twee extra CPC’s met parcourskennis had ik al op zak. De echte CPC leek toen nog eindeloos ver weg, maar inmiddels verbazingwekkend dichtbij. Zin in!

2024 zal op marathongebied in het teken staan van de grensverleggende buitenlandse marathon. Ik kijk natuurlijk uit naar mijn marathondebuut op de iconische marathon van Berlijn op 29 september. In het voorjaar staat er ook iets bijzonders te gebeuren: een marathon in Italië, jawel! Hans en ik zouden aanvankelijk de marathon van Düsseldorf lopen nadat we daar heel wat goeds over hoorden. Tot bleek dat die sinds 2 jaar niet meer georganiseerd wordt. Een klein dompertje dat binnen de 10 minuten werd opgelost met een nog mooier plan: de marathon van Milaan op zondag 7 april. Een authentieke stadsmarathon die een prachtige ronde door het hart van de stad belooft. Ze kunnen mij natuurlijk veel wijsmaken aangezien ik nog niet eerder in de Italiaanse modestad was. Mijn doel voor die marathon? In topvorm aan de start staan om alles te geven, maar vooral ook om er samen een mooi reisje van te maken met de nodige cappu’s en wijntjes, voor dan wel na de marathon.

Mogelijk pik ik in februari nog eens een cross mee. Het zou zonde zijn om die gloednieuwe (en inmiddels weer propere) spikes nu al aan de wilgen te hangen. Verder staan er nog twee oude getrouwen op de planning: de 10 Miles van Antwerpen, aangezien het stad sinds mijn marathonoverwinning nu ook een beetje van mij is. Wie weet dit jaar ein-de-lijk met Marike aan de start? Daarnaast – uiteraard – ook de 20 kilometer van Brussel, waar ik toch een klein rekeningetje te vereffenen heb na mijn frustraties van vorig jaar. Met stip genoteerd op mijn supporterskalender: de Jogclub Ultra op Paasmaandag met trailtandem Roos en Joni aan de start, een wedstrijd van 58 (mogelijk modderige) kilometers over het mountainbikeparcours Seppe Odeyn. Voilà, bij deze verklaar ik ook het blogjaar 2024 officieel voor geopend. Dat het ons veel stof tot vertellen mag brengen!

Het moment – En nu op naar 2024!

Lieve lezers

De laatste dag van het jaar is een zondag, hoe mooi is dat? We zeggen dit jaar vaarwel op de laatste dag van de week en verwelkomen een nieuw jaar op een maandag. Het is het soort structuur waar ik blij van word. Een oudejaarsbericht schrijven zou ik inmiddels een traditie kunnen noemen, ook daar hou ik van: een moment om even stil te staan bij wat is geweest. Een plechtig afscheid dat tegelijkertijd een begin is. Ik zal echter niet proberen om het jaar te vatten in een woord of het te voorzien van een label. Wat dan weer niet wil zeggen dat er niks te zeggen valt over 2023. Oh ja, wat was het intens! Oh ja, wat was het een bewogen en bijzonder jaar! Dat schoot ook door mijn hoofd toen ik vandaag tijdens mijn laatste kilometer van de Eindejaarscorrida over de Grote Markt liep. De zon scheen en de klokken begonnen te luiden. Ik had 12 kilometer geknald door de bochtige Leuvense straten. Voor het eerst sinds lang dacht ik: wat kijk ik uit naar wat het nieuwe jaar me zal brengen.

Mijn 2023 laat zich netjes in tweeën breken zoals ik daar erg kundig in ben met mignonettes van Côte d’Or. De eerste helft ging verder op het donkere pad waar de afgelopen jaren me hadden gebracht. Bonjour tristesse in het kwadraat. Elke dag zat er een ongenode gast bij mij aan tafel om me te confronteren met mijn angsten. Ik moest knokken om het hoofd boven water te houden. Er waren absoluut sportieve hoogtepunten en mooie familiemomenten, maar de duistere ondertoon was knagend en zeurend aanwezig. Het ging meestal niet goed met mij. Daar kwam stilaan verandering in toen de zomer losbrak. Om die reden zou ik 2023 onvergetelijk en bevrijdend durven noemen. 2023 bleek een jaar te zijn waarin minder meer werd. De cijfers van mijn jaar illustreren dat. Ik liep en fietste “slechts” 12.419 kilometer bij elkaar, ik las “amper” 35 boeken en dit is “maar” mijn 42e blogpost. 2023 was echter een topjaar. Ik kon een stadsmarathon op mijn naam schrijven en 2x onder die magische 3 uur marathongrens duiken. Maar vooral: de kleine en grote Joke vonden in Hans hun vriendje voor het leven. Door te lezen, te schrijven én te dromen vond ik de liefde. Beter wordt het niet, geloof me.

Mijn Spotify Wrapped bevestigde dat ik het afgelopen jaar weer wat meer lucht en licht in mijn leven kreeg. Mijn topnummer bleek Out of My Head van First Aid Kit te zijn, ik beluisterde het maar liefst 311 keer. Een song zoals alleen de Zweedse zusjes Söderberg het kunnen brengen: hoop verpakt in een melancholisch jasje, net waar ik behoefte aan had. Ik luisterde het vaakst naar hun muziek in februari. Ook George Ezra bleek – toch wel verrassend – één van mijn best beluisterde artiesten te zijn. Hallo ongedwongen popsong! Vooral het aanstekelijke Dance All Over Me luisterde ik erg vaak. Juli bleek dan weer de maand van Mumford & Sons te zijn. In september was het al Crowded House wat de klok sloeg en oktober was voorbehouden voor good old Leonard Cohen.

Over de sportieve staart van 2023 valt ook nog wel wat te vertellen. Een week na mijn debuut op de cross liep ik de 44 kilometer van de Meerdaalwoudtrail. Man, wat zag ik daar af! Vanaf kilometer 15 voelde ik dat het niet mijn dag zou worden. Het was harken en krabben, bergop taffelen en door de modder ploeteren in het zog van mijn maatje Sam, die gelukkig heel wat boeiende verhalen te vertellen had. Zelfs voor een ervaren afstandsloper is 30 kilometer nog lang als het pijn doet. Enfin, ik haalde de finish en moet niet te hard zeuren, want ik werd tweede achter de bijzonder sympathieke Babette. Roos en Joni, die andere looptandem, beleefden veel plezier aan hun 30 kilometer. Mijn jeugdvriendin Elizabeth stond bovendien aan de finish en zo kwamen er heel wat lijntjes van mijn leven samen. Na een warme douche en een boterham voelde ik weer wat leven door mijn lijf stromen en begonnen we aan onze supportertocht van Hans, die maar liefst 101 kilometer bij elkaar liep tijdens de Bello Gallico. Een inspirerende tour de force om heel trots op te zijn!

Voor nog meer inspiratie en de betere levenswijsheid kan ik altijd terecht bij mijn 4-jarige oogappel en metekindje Leah. Dit jaar kwam ze het kerstfeest door zonder builen of blutsen. Ze kreeg bovendien een kinderfototoestel van Bomma, wat een echte hit bleek te zijn. Foto’s van mensen maken is leuk, maar foto’s van het meubilair maken zo mogelijk nog leuker. Sta eens stil bij de kleine dingen in je omgeving en beschouw het alledaagse niet als vanzelfsprekend. Check. Leah zegt vaak “subiet” als je haar vraagt om iets te doen. Laat de dingen wat meer op hun beloop. Take it easy. Check. En tot slot, toen ze op de wc zat zei ze plots uit het niets “privacy”. Ik dacht eerst dat ik het niet goed begrepen had en vroeg haar het nog eens te herhalen. Pri-va-cy, zei ze, nog net ietsje luider. Je grenzen aangeven en bewaken in het leven. Check.

Ik mocht het afgelopen jaar mijn 5e blogverjaardag vieren. Mijn allerliefste en dierbaarste lezers, wat ben ik jullie dankbaar! Dat zeg ik niet voor de eerste keer, maar ik kan het niet genoeg benadrukken. Jullie zijn de vlam in de pan van deze blog, het kloppende hart, mijn drijfveer om te blijven schrijven over wat mij zoal bezighoudt. Dankzij jullie heb ik van deze plek een volwaardige hobby kunnen maken die me zo ontzettend veel gebracht heeft. Mijn laatste woorden zijn dan ook – traditiegetrouw – voor jullie. Ik wens jullie een schitterend 2024 toe. Dat het jullie veel geborgenheid en genegenheid mag brengen, veel slaap- en sportplezier met dromen groot en klein. Ik wens jullie de allerlekkerste koffie of gewoon veel gezelligheid en een spinnende kat op schoot of gewoon een hartverwarmend moment. Neem het jaar zoals het komt, maar bovenal: blijf dromen.

Joke
X

Loperspraat – Mijn debuut in de cross

Zaterdag 9 december liep ik mijn eerste cross. Bij de masters welteverstaan, dat zijn de 35plussers onder de lopers. Bovendien was dit niet alleen mijn eerste veldloop, maar was het meteen ook het Belgisch Kampioenschap. Ik heb dus voor het eerst in mijn leven een wedstrijdlicentie op mijn naam staan. Plaats van gebeuren was het park van Laken. Je hoeft geen kenner te zijn om te weten dat in onze hoofdstad geen meter vlakke grond te bespeuren is. Lopen in Brussel is altijd een uitdaging. De voet van het Atomium was het prachtige decor voor wat eigenlijk de generale repetitie was voor het Europees Kampioenschap veldlopen van de “echte atleten”. Daags nadien zouden zij op datzelfde parcours rondes door de modder lopen. Ik leg jullie graag in 12 stappen uit wat ik allemaal heb meegemaakt op die druilerige zaterdagnamiddag.

De coach
Niemand minder dan mijn broer Seppe Odeyn sleurde me mee in dit cross-avontuur. Hij vroeg of ik deel wilde uitmaken van het mixed relays team (4×1000) van DCLA, de Leuvense atletiekclub waar ik mijn eerste stappen in het lopersleven zette. Er bleken in de club namelijk geen vrouwen bereid te zijn om hun zaterdagnamiddag op te offeren voor een kilometertje modderlopen. Ik beschouwde het als een eer om ergens voor gevraagd te worden – al was het bij gebrek aan beter – en zei dus volmondig ja. Een Borlée-momentje in onze familie, dat zag ik wel zitten. Helaas weerhield een hamstringblessure Seppe ervan om zelf te lopen en nam hij dus de rol van coach Jacques Borlée voor zijn rekening, een rol die hij met veel toewijding vervulde.

De opwarming
Opwarmen is doorgaans niet aan mij besteed. Voor een explosieve race van 5 kilometer is dat wel aangewezen. Ik volg dus gedwee het advies van Seppe om in de regen met een jasje wat op en neer te lopen, want dat is blijkbaar wat opwarmen inhoudt. Ik doe dat met mijn trailschoenen langs het parcours. Warm lopen is geen overbodige luxe. Het regent hard, de lucht is grijs en de wind van de partij. Volgens mijn coach is dit het ideale cross-weer en wie ben ik om hem tegen te spreken.

De callroom
Vooraleer de 48 vrouwen van mijn reeks op de startzone worden losgelaten, moeten we wachten in een callroom. Een grote witte tent, waar officials spikes controleren, je je chip aan je schoen bevestigt en je vervolgens officieel geregistreerd wordt door over een mat te lopen. De callroom-tent is hermetisch afgesloten. Je moet op tijd aanwezig zijn en de klok telt af tot je er weer uit mag. Nagelbijten voor mij, want ik ben behoorlijk onder de indruk van het hele gebeuren. Zo dadelijk zou ik voor het eerst op spikes gaan lopen. Zou ik dat wel kunnen? Tot overmaat van ramp blijk ik ook willekeurig geselecteerd te zijn om bij wijze van test (die generale repetitie voor het EK dus) samen met 4 andere vrouwen officieel voorgesteld te worden aan het (op dat moment afwezige) publiek. Een mens zou voor minder stress krijgen.

De startzone
De flappen van de tent gaan open. We mogen eruit! Aan de startzone krijgen we nog de kans om wat warm te lopen. Eindelijk kan ik dus voelen hoe die spikes lopen op een drassig grasveld. Het gevoel zit gelukkig meteen goed. Ik kan gewoon lopen zoals ik dat gewend ben, de spikes geven me alle grip die ik nodig heb op de zompige ondergrond. Tijd voor mijn acte de présence als zogenaamde topper (ahum) die op een officiële aankondiging mag rekenen. Ik krijg instructies van de cameraman hoe ik naar het grote scherm toe moet lopen en waar ik halt moet houden om goed in beeld te komen. Op dat moment wil ik er juist alles aan doen om helemaal niet op te vallen, om op te gaan in de menigte en te verdwijnen in de anonimiteit. Helaas. Ik voel me zowel diep gegeneerd als vereerd en ik probeer toch het moment te pakken.

De modder 
Veldlopen of crossen in België dat wil zeggen in de modder lopen, vechten tegen de blubber op een stuk grond of veld waar je geen grasspriet meer in herkent. Nu heb ik behoorlijk wat ervaring met modder in een bos, maar modder in een park is toch van een heel andere orde. Het is vooral heel veel nattigheid waar je enkeldiep in wegzakt. Vettige modder die zo nat is dat je na een paar passen volledig besmeurd bent. Een pap die er alles aan doet om je lichaam naar beneden te trekken. Een zware beproeving die ook het kind in je wakker maakt.

TWUJ5341

De spike
Door modder lopen doe je dus op spikes: minimalistische loopschoentjes waarin je vier pinnen draait die houvast geven in een zompige ondergrond. Ik kan jullie vertellen dat het een systeem is dat echt werkt. Een klassieke loopschoen met wat profiel in de zool kan die stabiliteit niet evenaren. Ik liep met best veel vertrouwen, maar wel net ietsje behoedzamer door de bochten. Hoogmoed kan al eens voor de val komen. Seppe regelde trouwens spikes voor mij en, toeval of niet, hij koos voor Nikes. De Nike Zoom Rival Distance zijn bij deze getest en goedgekeurd!

De start
Het moment van de start pakken, ik hou daar van. Niks doseren dus de eerste kilometers van een duurloop, maar gewoon meteen fors het gaspedaal indrukken om dan een goed bollend tempo te vinden. De startstrook die we hier voorgeschoteld krijgen is er eentje om in te kaderen: tientallen meters breed, lichtjes naar beneden hellend om dan meteen omhoog te knallen. Mijn explosiviteit is duidelijk een werkpunt. Ik moet harken om de eerste 100 meter aansluiting te blijven houden met het pak. Gelukkig merk ik na ongeveer 200 meter en een eerste helling dat mijn motor goed aanslaat. Ik ben gelanceerd en het enige wat ik nu moet doen is blijven doorduwen. Alles geven! Dat is wederom de raad van Coach Seppe.

De race
Mijn individuele race bestaat uit 5 kilometer met veel draaien en keren, pittige hoogtemeters en modder dus. Veel modder. De eerste ronde is er eentje van een kilometer. Ik ga hard. Bergop kan ik wat vrouwen inhalen. Die eerste kilometer loop ik aan 4’10”, wat me vertrouwen geeft. Ook de tweede ronde kan ik behoorlijk goed tempo blijven maken. Ik loop in 8e positie. De derde en vierde ronde zijn elk 1,5 km lang en bevatten dus nog wat extra venijnige lusjes en klimmetjes. Na 3,5 km zie ik sterretjes. Dit is zo hard niet mijn afstand! 5 kilometer is te lang om mijn kruissnelheid op een zwaar geaccidenteerd parcours te blijven aanhouden en te kort om in een gelijkmatig tempo te kunnen vallen. Bovendien wordt het parcours meter per meter zwaarder. De laatste anderhalve kilometer is echt sterven, maar ik slaag erin om mijn 8e plek te behouden. Een top 10 plaats op een Belgisch Kampioenschap: ik kan er alleen maar heel tevreden mee zijn.

De chip
Na de finishzone worden we terug naar de tent geleid waar we de chip van onze schoen moeten losmaken. Ik heb mijn veters stevig gestrikt. Logisch toch? Een spike moet blijkbaar goed strak zitten en je wil echt geen schoen verliezen in de modder. Met mijn modderige en verkleumde handen probeer ik mijn dubbele knoop los te peuteren. Na heel wat gewrik kan ik alleen maar concluderen dat er geen beweging in te krijgen is. Mijn veters en dus mijn chip zitten muurvast. Een volgende stresspiek dient zich aan. Ik word verwacht in die vervloekte callroom voor het aflossingsnummer! Iemand van de organisatie probeert mij te helpen, maar ziet als enige oplossing “couper”. Niet dus, met de moed der wanhoop blijf ik 10 minuten lang pulken en trekken aan mijn veters tot er schot in de zaak komt en ik de chip kan inleveren.

De aflossing
De mixed relays worden gelopen in teams van 2 mannen en 2 vrouwen die elk 1 kilometer voor hun rekening nemen. Aan teamgeest geen gebrek bij DCLA, ook al ontmoet ik mijn teamgenoten voor het eerst. Vanuit de callroom gaan we weer richting startzone. De sfeer is ontspannen. We worden verwacht bij het grote scherm om als team voorgesteld te worden. Een echte team-move hebben we niet, dus ik stel voor om gewoon overtuigend te zwaaien. Er staan slechts 7 teams aan de start, een podiumplaats zou tot de mogelijkheden behoren. Startloper Loïc loopt meteen hard van stapel en geeft in tweede positie het spreekwoordelijke stokje door aan Mona die eveneens als een kanonskogel haar kilometer als tweede aflegt. En dan is het aan mij om de eer van DCLA te verdedigen. Ik geef alles wat erin zit. Het parcours ligt er weer wat zwaarder bij en, eerlijk is eerlijk, ik zie af. Ik word voorbij gelopen door Caroline die me ook versloeg op het individuele nummer. Uiteindelijk kan ik als derde wisselen met Steven, een man met tonnen ervaring die de bronzen plaats voor team DCLA kan consolideren.

De podiumceremonie
En zo behaal ik dus als lid van een team een bronzen medaille op een Belgisch Kampioenschap. Voor het slotakkoord van deze regenachtige zaterdag gaat het weer richting callroom. Ik kan die tent inmiddels echt niet meer zien of ruiken. We worden in formatie verwacht voor de podiumceremonie. Hier hebben we al die jaren keihard voor getraind, zou je dan kunnen zeggen, maar bij ons ligt het net ietsje anders. Het zijn de teams van Rieme en Lokeren die beslag leggen op het goud en zilver. Hoe dan ook klinkt het Belgische volkslied. We zetten onze petjes af en vooral Loïc en ik zingen luidkeels mee. Wat een dag!

OFNX4827

De conclusie
Ik wist op voorhand niet wat ik ervan zou mogen verwachten, maar ik kan alleen maar positief terugblikken op dit avontuur. De cross is als (marathon)loper een leuke uitlaatklep: eens iets helemaal anders, goed om kracht en explosiviteit te trainen. De meeste veldlopen zijn trouwens wat langer dan 5 kilometer, wat mij net wat beter zou moeten liggen. Mede door de zware omstandigheden – die eerder in mijn voordeel spelen – was ik stikkapot aan de finish, maar voelde ik me ook verbazingwekkend snel weer hersteld. Ik zat ’s avonds niet met loden benen in de zetel, wel met benen die door de modder hebben gewroet. Papa, Hans en Roos testten trouwens de supportersbeleving. Hoewel een cross door het compacte parcours heel wat spektakel kan bieden, viel dat hier toch tegen. De organisatie had in de generale repetitie weinig aandacht voor de supporter, wat resulteerde in een namiddagje koukleumen voor gevorderden. Ik heb in de cross niet mijn nieuwe roeping als loper gevonden, maar aangezien ik nu een wedstrijdlicentie, CrossCup-startnummer en spikes heb, is de kans reëel dat ik me in 2024 nog eens aan wat crossen in de buurt waag.

Het moment – Hoe het de afgelopen tijd liep

Ik dacht dat als ik niet zou trainen voor de Hel van Kasterlee ik in november zeeën van tijd zou hebben. Ik had gehoopt dat ik absoluut geen last zou hebben van kou en nattigheid. Dat ik bespaard zou blijven van het leed dat wintertenen heet. Ik zou elke novemberdag fris en monter aanvatten. Ik zou boeken lezen aan de lopende meter. Ik zou zenner dan zen zijn. Ik zette de maand hoog in met een heel ontspannende herfstvakantie. Geen mountaibikestage om kilometers te malen, wel veel zeteltijd en een tripje naar Oostende. Ik kwam écht tot rust. Ook zonder voorbereiding op de zwaarste winterduatlon bleek november echter een pittige maand te zijn, ongetwijfeld de natste sinds 1985. Ik zag af tijdens mijn woon-werkverkeer op de fiets. Op school was het als vanouds koud waar niet tegenop te kleden valt en alle hens aan dek om het werk rond te krijgen. Lopen deed ik ook vaak in gure omstandigheden. Gelukkig was er voldoende tegengewicht om het najaarsleed te verzachten, in de vorm van sportief plezier en herfstige gezelligheid.

Laat ik jullie meteen maar geruststellen: Juan leeft nog, maar sinds de maanden eindigen op -ber hebben we samen helemaal niets meer ondernomen. Ik zou het kunnen wijten aan de lekke achterband waar hij nu al een maand of 2 mee in de veranda staat te staan. De waarheid is dat mijn mountainbikehonger momenteel onbestaande is. Bovendien kan ik die lekke band niet anders dan als een teken van bovenaf beschouwen: een herinnering aan mijn bewogen Hel-editie van 2021 en nog maar eens het bewijs dat het materiaalgedoe van de fietser niet aan mij besteed is. Ik heb het me met andere woorden nog geen seconde beklaagd dat ik niet deelneem aan de Hel. Al fiets ik natuurlijk nog heel wat kilometers bij elkaar. Tony, mijn trekkingfiets, ziet er dan ook uit alsof we dagelijks in het bos gaan crossen, de modderduivel in hoogst eigen persoon die geen meter off-road aflegt. De nieuwe fietssnelweg tussen Boutersem en Leuven (waarover later meer) heeft mijn fietsritten naar een hoger niveau getild, maar Tony ziet zonder meer af.

Een tweede geruststelling: ik loop nog. Uiteraard! Ik heb zo lang mogelijk proberen na te genieten van die ongelooflijke dag in Antwerpen: de winst in een marathon en een nieuw PR. De weken nadien probeerde ik het wat rustiger aan te doen. Niet trainen, gewoon gaan lopen. Mijn hamstrings- en bilspieren bleven hardnekkig hun best doen om zich te laten voelen. Het leek hallucinant dat ik zo’n lang stuk had kunnen lopen aan zo’n stevig tempo. Ik probeerde het allemaal wat meer te nemen zoals het komt. We zien wel. Al wilde ik er wel staan bij die andere highlight van het najaar: de halve marathon van Kasterlee, een vaste waarde op de loopkalender van Team Odeyn. Vorig jaar scheen de zon en kon ik er de overwinning op mijn naam schrijven, toch wel mijn mooiste van 2022. Dit jaar was eens zo bijzonder omdat we met een heel uitgebreide familie-delegatie aan de start stonden.

SLWK3348

WIQA9914b

IMG_2895b

Op voorhand kon ik me niet voorstellen dat ik 21,1 kilometer lang snelheid zou kunnen maken op een verraderlijk off-road parcours. 3 weken na de marathon was ik redelijk hersteld, maar trok er wel nog één en ander. Ik had dus geen idee wat ik mocht en kon verwachten. Veel zo bleek. Ik denderde door de modder op mijn ooit citroengele Nikes. Ik schoof ook heel wat af omdat ik niet met trailschoenen liep. Uiteindelijk won ik in een tijd van 1u29! Marike maakte haar debuut in Kasterlee, net zoals Hans die een ijzersterke tijd liep. Roos genoot met volle teugen van haar debuut als haas. Papa maakte dan weer zijn comeback, eentje die naar meer smaakte. Seppe werd in stijl tweede. En ik besefte nog maar eens wat een gelukzak ik ben om zo goed omringd mijn sportieve avonturen te kunnen delen.

Inmiddels voelen mijn hamstrings weer wat soepeler aan dankzij een groot onderhoud bij mijn kinesitherapeut. Een opluchting, want er staat nog behoorlijk wat op de sportieve planning om de staart van 2023 in te vullen. Om te beginnen is morgen een bijzondere dag in mijn loopcarrière. Ik maak namelijk mijn debuut op spikes, in de cross, met een wedstrijdlicentie op een Belgisch Kampioenschap én een aflossingsnummer. Op vraag van Seppe ben ik deel van het mixed relays team van DCLA en zal ik dus 1000 meter lang alles geven in het park van Laken om de clubkleuren te verdedigen. Aangezien ik dan toch ter plaatse ben, heb ik me meteen ook ingeschreven voor het individuele BK cross bij de masters: rondjes lopen door de modder met wat hoogte en dat over een afstand van 5 kilometer. Het wordt een klein beetje sterven, dat weet ik nu al. Een nieuwe loopuitdaging waar ik zowel met angst en beven als met een gezonde honger naar avontuur tegenaan kijk.

Iets minder ver buiten mijn comfortzone ligt dan weer de Meerdaalwoudtrail waar ik volgende zaterdag aan de start zal staan. 44 kilometer door het bos lopen past net iets meer in mijn straatje. Zij aan zij met Sam trouwens, die altijd in is voor een trailavontuurtje. Roos is ook van de partij en loopt de 30 km met ultra-loopmaatje Joni. Blijkbaar kan en wil ik de modder van december toch niet helemaal missen. Op de laatste dag van het jaar hoop ik weer eens ouderwets te knallen op asfalt. Na enkele jaren afwezigheid loop ik dan de 12 km van de Eindejaarscorrida in (mijn semi-hometown) Leuven. Aan decemberplannen geen gebrek dus. Wordt vervolgd!

Marathonpraat – Voorbeschouwing op Antwerpen van Sam

Over een week staan Sam en ik aan de start van de marathon in Antwerpen. We leerden elkaar anderhalf jaar geleden kennen in aanloop naar de marathon van Parijs. Het smeedt een band: samen staan klappertanden in een startvak op de Champs Elysées. We vonden elkaar als vrienden en loopmaatjes. Sindsdien liepen we nog drie marathons samen. Het is te zeggen: we vertrekken samen, maar het 27-jarige fenomeen Sam Niyonzima finisht ruim voor mij. Antwerpen wordt zijn vijfde marathon. Reden tot feest dus, ook omdat Antwerpen voor Sam toch een soort thuismatch is. Naast een ijzersterk marathon-PR van 2u47, schudde hij dit jaar ook nog een 1u13 op de 20 kilometer van Brussel uit de benen én mag hij zich sinds kort de snelste advocaat noemen. In Antwerpen is Sam echter meer dan ooit een man met een missie: onder de 2u45 lopen is het doel.

Mijn kant van het verhaal is dat er met Sam in je leven altijd iets gebeurt. Er is altijd iets gaande, er valt altijd iets te vertellen. We deelden dit jaar al veel emotioneel bewogen (sportieve) momenten, enkele knotsgekke avonturen en een memorabele autorit van en naar de Vogezen. Of het nu eerder het diepgravende dan wel het luchtigere werk is: we hebben altijd iets te bespreken. Sam is iemand die heel graag leert en proeft van het leven. Dat werkt aanstekelijk. Als de onbetwiste old one van ons twee ben ik dan ook mee met het reilen en zeilen in het Brusselse advocatenwereldje en de techno scene. Ik weet ook hoe het is om te communiceren met spraakberichten of FaceTime en kon zo meegenieten van een beklimming van de Tafelberg in Zuid-Afrika. Hoe Sam naar de marathon van Antwerpen toeleeft, vertelt hij jullie graag zelf.

77006171-6bf2-4eb1-8594-ba749e0222c4

Ik train nog steeds met een trainingsschema op basis van hartslag. Eind juli ben ik terug specifiek beginnen trainen voor deze marathon. In de zomer ging dat heel goed. Ik liep nooit eerder zoveel kilometers in de voorbereiding van een marathon: rond de 1000 kilometer in 3,5 maand. In juli liep ik 330 kilometer, een record! De 50 kilometer trail in Houffalize begin juli was heel zwaar, maar ik ben naar mijn gevoel snel hersteld. Mijn lichaam kon de trainingen goed aan. Ook in augustus liep ik veel. Ik ging heel diep bij de 16 kilometer van Dwars door Zaventem onder andere. Op vakantie in het Zwarte Woud kon ik heel mooi lopen, maar maakten de hoogtemeters het ook zwaar. Ik heb toen misschien een beetje te veel gedaan. Een week na mijn vakantie begon ik last te krijgen van mijn achillespees. Ermee lopen lukte niet. Dus toen heb ik veel oefeningen gedaan en dat hielp wel. Na 10 dagen looprust was ik begin september in Berlijn en daar ging het gelukkig weer veel beter. De afgelopen drie weken heb ik telkens meer dan 80 kilometer per week kunnen afwerken.

Mijn doel is om in Antwerpen onder de 2u45 te lopen, dat betekent een gemiddelde snelheid van 3’53” per kilometer. Ik kijk uit naar de ervaring. Het is de eerste marathon in eigen land sinds mijn marathondebuut in 2021. Ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk supporters op te trommelen. We zullen dus zien of ze ook in grote getalen komen opdagen. Bij deze een warme oproep aan de lezers van de blog om ons te komen aanmoedigen. De finish ligt aan het MAS. Ik weet niet zo goed wat ik van het parcours en de marathon mag verwachten. Met een 1000-tal deelnemers is het een relatief kleine stadsmarathon, dus we zullen zien. Het is niet zoals Parijs, Amsterdam of Rotterdam waar je op het einde nog tussen volk loopt. Ik vrees dat het nu een eenzame wedstrijd zal zijn. Op het einde zijn er dan ook nog eens heel veel bochten, wat allesbehalve ideaal is, dus het zal niet simpel zijn om onder die 2u45 te lopen. Ik heb wel veel zin om het avontuur aan te gaan, aangezien ik me met die tijd kwalificeer voor de marathon van Berlijn in september 2024. Om daar samen met Joke aan de start te kunnen staan, is toch een extra motivatie om er in Antwerpen alles uit te halen.

c0348a23-ab99-4f3b-a9ad-f1e006425dc4

Het moment – De trein van Roos in Berlijn

Berlijn, zaterdag 23 september 2023. Roos staat aan de start van de Berlin Marathon op 6 wielen. Vorig jaar maakte ze er haar debuut samen met Seppe en Bobby. En of dat naar meer smaakte. Het team van De Jogclub kreeg dit jaar versterking van Bart en Dave, waardoor Roos vrijdag met 4 mannen 5 treinen en 8 uur nodig had om in Berlijn aan te komen. Het Belgische en Duitse spoornet lieten het wat afweten, maar mijn dappere zusje speelde zelf voor supersonische trein tijdens haar skeelerrace. Ze finishte haar marathon op wielen uiteindelijk in een waanzinnig snelle 1 uur en 32 minuten. Aan haar het woord om over die geweldige ervaring te vertellen.

De start van de skeelerrace is machtig door de grootse set up van de marathon. Ik had me heel goed vooraan gepositioneerd in mijn startvak. Op een groot scherm kon ik de voorstelling van de professionele “speed skaters” volgen. Ik was zenuwachtig. Je gaat uiteindelijk toch iets raars doen, het blijft een gek gegeven om op skeelers in zo’n startvak te staan. Vlak voor we onze bagage inleverden had ik mijn wielen nog eens aangedraaid. Dankzij mijn nieuwe lagers bolden die echt héél goed. Het vertrek van de race was dan ook niet normaal. Binnen de 200 meter haalde ik een topsnelheid. Op de brede startlaan haalde ik bijna 30 km/u en dacht: “ik ga hier echt maniakaal hard”, al bleef het wel oppassen voor de vele tramsporen in dat eerste deel. Ik reed meteen in een peloton en het is toch wennen om in zo’n massa te rijden. Iedereen is wat hevig bij het vertrek. Ik was ook vergeten dat inline skaters signalen gebruiken om aan te geven of er een bocht naar rechts of links komt bijvoorbeeld. Ik ging nog steeds keisnel. Bergaf haalde ik een snelheid van 37,5 km/u. Mijn skates trilden anders dan ik gewoon was. Het lukte me toen nog niet om aansluiting te vinden in een treintje.

Ik merkte snel dat ik skaters van de startwave voor mij begon op te rapen. Het ging me dan ook net wat te traag. Daardoor kon ik geen trein vinden om mee in te stappen. Ik was echt alles aan het geven tegen de wind in en voelde wel al wat handen in mijn rug. Tot ik in een etalageruit zag dat ik een heel peloton op sleeptouw genomen had! Degene die achter mij reed nam de signaalgeving op zich. Als ik een gat had dichtgereden op een andere trein kreeg ik applaus van mijn volgers. Op die manier kon ik van de ene naar de andere trein springen, maar bleef ik wel zelf met mijn neus in de wind rijden en moest ik best hard werken. Uiteindelijk is de staart van mijn eigen trein afgescheurd en heeft die mij afgelost op kop. Ik werd toen naar voren getrokken in mijn eigen trein door iemand die mij “great speed!” toeriep. Het is echt gek hoe er constant nieuwe treintjes gevormd worden en hoe je ook echt in en uit zo’n trein kan stappen. Ik keek altijd naar mijn snelheid om te kijken of ik in de juiste trein zat. Het is zo comfortabel skeeleren als je helemaal gebukt achter iemand kan rijden, alsof je dan bijna niks moet doen. Er zijn trouwens ook nog veel skaters die niet in een trein rijden hoor. Ik heb dat vorig jaar ook niet gedaan. 

9c932851-732e-4b20-a55f-fd7c4bafadac

Je kan op skeelers best diep gaan. Ik kreeg na verloop van tijd wel wat rug- en nekpijn, maar had me voorgenomen om nog niet alles te geven tot kilometer 30. Zal ik instorten? Zal ik dit nog kunnen volhouden? Dat schoot wel geregeld door mijn hoofd. Vorig jaar zag ik niemand vallen, maar nu zag ik vaak deelnemers tegen de vlakte gaan. Het gekke is dat je, ondanks je hoge snelheid, toch makkelijk kan uitwijken. Ik zag dan ook geen valpartijen met meerdere mensen. De laatste 5 kilometer zat ik bij een groepje vrouwen die heel fanatiek waren en nog wilden versnellen. Ik riep hen toe: “come on ladies, full speed!”. De laatste rechte lijn ben ik voluit gegaan. Vlak voor de Brandenburger Tor liggen lastige stenen waardoor je tempo onvermijdelijk terugzakt, dan kan je op een kort stukje nog wat snelheid maken tot de echte finish. Ik werd daar uitvoerig bedankt door de vrouwen die ik op het einde nog had meegetrokken. Ik wist niet goed wat te zeggen, want ik was zelf helemaal overdonderd door de ervaring en mijn supersnelle tijd. Met een gemiddelde snelheid van 27,5 km/u wist ik amper wat me overkomen was. Ik verbeterde mijn tijd van vorig jaar met 16 minuten en finishte maar 2 minuten na Seppe, die me aan de finish zag en droogjes opmerkte: Roos, gij zijt hier al?!

De mannen van mijn team waren na afloop behoorlijk geradbraakt. Bobby (1u35) had zichzelf naar eigen zeggen een hernia geskeelerd. Hij had in de voorbereiding te weinig op zijn skates kunnen staan en miste daardoor vertrouwen, een gebrek aan wielgevoel dus. Seppe (1u30, ook een nieuw PR) had rugpijn. Ook Dave (1u45) en Bart (1u41) voelden zich behoorlijk gebroken. Mijn voeten waren blij dat ze uit mijn skates mochten, maar ik zat nog zo vol adrenaline dat ik amper pijn voelde. De terugweg naar het hotel hebben we heel traag gewandeld. We zijn bij een hippe frituur gaan eten en toen besefte ik ook dat mijn pre-race-lunch bestond uit een stuk kaastaart met een cappuccino.

De marathon van Berlijn skeeleren is echt zó uniek, er is geen enkel ander skeeler-evenement van die orde. Seppe probeert nu iedereen te overtuigen om volgend jaar deel te nemen aan het duo-klassement, maar ik ga toch passen voor de combinatie met een marathon lopen op zondag. Ik vind het eigenlijk wel ideaal om de skeeler-ervaring op zaterdag mee te maken en zondag de marathon langs de zijlijn te beleven. Die laat natuurlijk niemand koud. Eliud Kipchoge live aan het werk zien onder andere, maar ook al die lopers hun laatste rechte lijn richting finish zien nemen. Echt fantastisch! Met een groepje sporters op pad zijn, betekent ook dat er het hele weekend over sport wordt getetterd. Ondanks het feit dat de treinreis van en naar Berlijn eindeloos leek te duren heb ik zo hard van alles genoten. We waren een heel tof en goed team, ik kijk al uit naar volgend jaar! 

c4f919bc-90d2-48b1-8316-a3d68ae8fe0e

Een verjaardagskaart voor Roos

Liefste sisje

31 jaar geleden werd jij geboren op een zaterdag. Mijn jongste zusje dat me al zoveel gebracht en geleerd heeft. Mijn kleine zusje dat voor mij ook de grote zus kan zijn. Hoe ouder we worden, hoe minder goed het te vatten is hoe wij met elkaar verbonden zijn. We kunnen ondertussen echt wel behoorlijk goed zonder elkaar leven. We hoeven elkaar niet elke dag te horen. Tot we onvermijdelijk het punt bereiken dat de afstand te groot is en de verhalen zich beginnen op te stapelen. Dan is het plots hoogdringend – een topprioriteit – dan moeten en zullen we elkaar zien. Dan regent het agendapunten en moet er doorgepraat worden. Dan wordt er hard gelachen en soms ook gehuild. Het is dan dat ik besef hoe hard ik je heb gemist. De Roos in mijn leven die ik iedereen nog steeds van harte toe wens.

Jouw geboortedag kan geen toeval zijn. Jij bent een zaterdag. Een dag waarop veel kan: jouw geliefde seizoen de zomer vieren, een ultra trail lopen, een uitgebreid aperitiefmoment, in de tuin liggen, in de tuin werken, een boek proberen lezen, een marathon skeeleren, voor de dieren zorgen, plannen maken, een creatief project dan wel verbouwklus aanpakken, koffie drinken of tijd spenderen met je petekind Emil. Om maar iets te noemen. De zaterdag is net zo veelzijdig als jij. Een dag voor inspanning en ontspanning, van het lichte en het ernstige. Het is een dag om elke week weer te omarmen, wat er ook gebeurt.

Tijdens mijn zoektocht naar een foto van jou, is het altijd weer opmerkelijk wat voor soort foto’s wij met elkaar delen. Zo had ik het afgelopen jaar iets met champignons (één van jouw favoriete ingrediënten), meer bepaald tweeling-champignons. Ze plakken dicht tegen elkaar aan, zowel met de kopjes als de wortels, maar toch zijn het twee aparte dingetjes. Om maar te zeggen: alleen met jou durf ik daar symboliek in te zien. Verder is onze deeldrang ook groot als het om huisdierenfoto’s gaat, kan een pyjamafoto niet ontbreken als we samen in bed liggen en begrijp jij alleen dat een foto van het Malieveld in Den Haag niet gewoon een foto van een groot grasveld is.

Lief zusje van mij, ik wens je een schitterende verjaardag toe. Jij kan moeiteloos een dinsdag als een zaterdag laten aanvoelen. Geniet van je romantische tête-à-tête met Niko (omdat ik hem deze keer niet kom verstoren). Klink op het leven en de liefde. Een heel grote cheers op jouw gezondheid!

Joke X

Klein geluk #7 de kids run

De kids run is mijn favoriete atletieknummer. Het concept is als volgt: voorafgaand aan een kleinschalige wedstrijd, een stratenloop zeg maar, gooien kinderen in verschillende leeftijdscategorieën de benen los over een afstand op hun maat. Roos en ik zijn grote liefhebbers van de kids run. Als we een wedstrijd lopen, zijn we altijd ruim op tijd zodat we niets van het jeugdige enthousiasme moeten missen. Zo ook een week geleden toen ons nichtje Laurien (7) en neefje Vik (4) de kids run liepen van de Mollekestrail in Herent: 700 meter off-road mét hoogtemeters. Grote zus Laurien zorgde voor haar broer en hanteerde het “samen uit, samen thuis” principe. Ontroerend om te zien. Dit is waarom ik instant blij word van lopende kinderen.

  • de overgave waarmee kinderen lopen is ongezien, ze lijken elke keer weer de race van hun leven te lopen, elke halve meter is zowel een strijd als een overwinning
  • de gezichtsuitdrukkingen die met die inspanning gepaard gaan variëren op een schaal van één en al grinta, de betere pokerface, een zekere nonchalance dan wel onverschilligheid tot de allergrootste gelukzalige glimlach
  • vaak is die expressie ook gekoppeld aan de mate waarin er een competitie-element aanwezig is: er zijn kinderen die lopen om te winnen, er zijn er die het doen om te schitteren op hun manier, maar net zo goed en even sympathiek zijn er lopers voor de sfeer en gezelligheid
  • evenzeer verschillend zijn de outfits: een loopoutfit van de atletiekclub, een voetbaltenue, een legging van de dansles of een wielertruitje zoals mijn neefje droeg, het kan ook net zo goed de outfit van het moment zijn: lopen in een rok is perfect mogelijk
  • kinderen lopen in hun dagelijks leven best vaak om zich van punt a naar b te verplaatsen, als ze daarentegen lopen om te lopen (wat de essentie van de kids run is) dan lijkt het alsof ze nadenken over hoe ze hun passen zetten en zie je de meest uitgesproken loopstijlen ontstaan
  • kinderen kunnen een paslengte maken waar ik met mijn korte benen alleen maar van kan dromen, net zoals een cadans waar menig prof atleet jaloers op zou zijn
  • er is een opmerkelijke discrepantie tussen loopstijl en -efficiëntie: er zijn kinderen die met zoveel souplesse in de meest prachtige stijl lopen, maar toch niet echt snelheid maken, net zoals er ook lopertjes zijn die hard gaan terwijl alles in dat lichaam lijkt tegen te werken
  • bij de meeste kinderen staat de armbeweging nog niet helemaal op punt, vaak gaan hun armen zowat alle kanten uit om alle energie uit hun ledematen te kunnen schudden en wapperen
  • doseren lijkt een schier onmogelijke opgave, daarom wordt al eens een groepsstart georganiseerd waarbij het jeugdig gepeupel vertrekt achter een touw in handen van twee volwassenen om te vermijden dat niet alle motors opgeblazen zijn na 100 meter, hoe dan ook wordt er duchtig met krachten gewoekerd eens de bende vrij spel krijgt
  • kinderen kunnen zo intens genieten van aanmoedigingen dat ze na wat handenklap en een “goed bezig” hun snelheid verdubbelen, soms haalt het hen ook helemaal uit hun focus waardoor ze bijna ten val komen omdat ze opkijken en en de arm-been coördinatie abrupt verstoord wordt
  • helaas is het onvermijdelijk dat er traantjes vloeien net zoals er ook altijd vuile knietjes zijn, gelukkig is er dan troost binnen handbereik
  • een blinkende medaille is de ultieme beloning van elk kind dat de finish bereikt, Laurien vertelde ons apetrots dat dit al haar 5e medaille is
  • kinderen begrijpen als geen ander dat het belangrijk is om de brandstofvoorraad na afloop terug aan te vullen, ze doen dit bij voorkeur met koeken en als het kan een gesuikerde drank

8549ef7b-73c4-4771-9bf2-7e74a67efdf1

De gedachte – Over blauw

Ik zie het leven liefst van al door een blauwkleurige bril. Niet dat ik zo’n bril heb – blauwe glazen, het lijkt me helemaal niks – maar ik zie nu eenmaal graag blauw om me heen. Er stroomt nochtans geen blauw bloed door mijn aderen, maar ik kom wel uit een familie Blauwogen: de allermooiste blauwe ogen zijn die van mijn zus Marike. Ik hou zoveel van blauw omdat blauw alles kan zijn: elegant, stoer, rijk, genuanceerd en oogverblindend. Blauw is een universum op zich, maar ook perfect compatibel met andere kleuren. Om jullie de veelzijdigheid van blauw te illustreren, geef ik jullie graag een inkijkje in het blauw dat ik koester.

Ik maak er geen geheim van dat ik graag blauw draag. Op vestimentair vlak ben ik dus voorzien van blauw voor elke gelegenheid. De foto’s van mijn sportieve avonturen getuigen daar van. Maatje Pieter (die kleurenblind is) merkte eens fijntjes op dat ik precies altijd hetzelfde draag op een wedstrijd. Wel ja, dat is eigenlijk zo. Ik heb drie singletjes in verschillende tinten blauw, waarbij de donkerste variant mijn absolute favoriet is. Ook mijn lievelingspetten hebben blauw als hoofdkleur. En natuurlijk kan het geen toeval zijn dat mijn snelste loopschoenen, de Nike Vaporfly 3, mij naar de sub3 brachten in de kleur university blue. Of ik nu aan zee ben of niet, in het dagelijks leven zwicht ik al te graag voor de maritiem geïnspireerde look en daar leent heus niet enkel marineblauw zich toe. Samen met mijn zussen deel ik ook nog eens de liefde voor washed denims (als het kan vintage). Jeansstof dus, ah ja, want jeans is blauw.

Als tiener ging ik in de nineties uit de bol op Blue (Da Ba Dee), misschien liep ik toen ook mijn eerste blauwtje. Inmiddels schenkt Mister Blue Sky van ELO mij instant geluk, al helemaal als de hemel ook echt strak blauw is. Leonard Cohens Famous Blue Raincoat (met of zonder Jennifer Warnes) laat mij nooit onberoerd en als het romantisch wordt, geef mij dan maar Prachtig in het blauw van Bart Peeters. Als kind was ik fan van Matisse en zeker ook van diens Blauw Naakt (dat helemaal zo naakt niet is). Al het blauw van Peter Terrin is dan weer een boek dat ik iedereen aanraad. Aan tederheid geen gebrek, ook dat is blauw. Ik ben artistiek zo mogelijk nog meer onder de indruk van het blauwe containerschip dat mijn 4-jarige neefje Vik onlangs voor mij tekende.

IMG_2670b

Met blauwe bessen maak je mij wel blij, maar verder is blauw geen kleur voor etenswaren. Wel voor alle andere vormen van huisraad en -decoratie. Mijn liefde voor Delfts Blauw bracht me in juli bij het enige atelier waar het bloemig gedecoreerde sierservies vervaardigd wordt. Een uniek productieproces waarbij vakmanschap centraal staat. Om die reden betaal je je helaas ook blauw als je the real stuff in huis wil halen. Ik was zo in de ban van dat atelier dat ik me bijna opgaf om een 10-jarige opleiding meester-schilder Delfts Blauw te volgen. Eten en drinken doe ik het liefst van het wit-blauwe servies dat ik door de jaren heen bij elkaar sprokkelde van de kringwinkel. Zo mogen we in België met recht en rede trots zijn op het servieswerk van Royal Boch. Ook het bleu van Le Creuset doet mijn hart altijd een beetje sneller slaan.

Nu ik er zo over nadenk, het is eigenlijk zonde dat ik dit niet schrijf op een blauwe maandag. Een heel mooie zondag gewenst!

IMG_2870b

Klein geluk #6 aan de Noordzee

Ze zeggen dat je ofwel voor de zee ofwel voor de bergen bent. Kiezen is soms verliezen. Aangezien ik dankzij mijn trailervaringen ondertussen een klein beetje kind van de bergen ben geworden, ben ik diep in mijn hart toch het meest een meisje van de zee. Ik heb van de bergen en hun hellingsgraad leren houden. De bergen zijn imposant, ietwat desolaat en altijd oppermachtig, maar mijn band met de zee dateert van mijn vroegste jeugdherinneringen*. De Noordzee blijft indruk maken op mij. In juli kon ik weer vakantie nemen in Den Haag, waar ik op een paar kilometer van het Zuiderstrand verbleef. Laat één ding duidelijk zijn: voor de betere zee-ervaring moet je in Nederland zijn waar zand en zee nog ruimte krijgen, de dijk een boulevard is en de duinen prachtige fiets- en wandelpaden herbergen. Daarom een lijstje met mijn kleine gelukjes aan de Noordzee.

  • eb en vloed, als kind vond ik het zowel fascinerend als onpraktisch, in mijn drukke planning moest ik rekening houden met een concept waarvan het nut me ontging, de fascinatie is overeind gebleven en het woord “getijden” is sowieso een overpeinzing waard
  • golven maken van de zee de zee en geen grote plas water, en ja – ik weet het – dat is wetenschap, maar ik kan nog steeds naar de golven staan kijken alsof het een bovennatuurlijk verschijnsel is dat ik voor de eerste keer aanschouw
  • het schuim van de zee is niet het soort schuim dat je in je bad wil, het is schuim van de natuur, schuim dat zo dik kan zijn dat het aanspoelt op het strand of zelfs in dikke vlokken wegwaait
  • als kind was mijn favoriete strandactiviteit schelpen zoeken, ik kon heel lang wroeten en turen in een hoop schelpen om er de meest kostbare uit te vissen voor mijn verzameling (als ik wenteltrapjes vond was mijn dag geslaagd), uit nostalgie neem ik nog steeds altijd wat willekeurige schelpen mee
  • met zand ga ik niet meer actief aan de slag om kastelen te bouwen, wel kijk ik graag hoe anderen het aanpakken en hoe ze met vuur hun fort verdedigen (je kan er niet omheen dat dit een papa-ding is)
  • ik hou nog steeds van sporen zoeken, volgen en zelf maken: zowel in ongerepte stukken zand, als in een volledig omgewoeld strand
  • blote voetjes in het zand is een must, of het zand nu droog, medium-nat of modderig-nat is: aan water geen gebrek om ze af te spoelen
  • het woord strandwandeling dat schreeuwt gewoon gezelligheid en romantiek, ook als je in je eentje bent, met of zonder zonsondergang
  • (hard)lopen langs en over het strand, met de wind pal op de neus of in de rug, ik krijg daar altijd kriebels in mijn buik van, hoe zwaar het ook kan zijn
  • honden die over het strand lopen lijken altijd blij te zijn, of ze nu wel of geen stok met zich meedragen: je herkent ze aan hun glimlach van oor tot oor
  • de duinen waren in mijn kindertijd nog vrij toegankelijk, hier kon ik praktisch gezien weinig mee wegens te veel zand, wat me altijd zal bijblijven is het educatieve verhaal van helmgras (het woord alleen al)
  • ik zat in familieverband nooit achter een windscherm of onder een parasol, wij waren de actieve familie die genoeg had aan een groot deken als uitvalsbasis om ons zandspeelgoed uit te stallen
  • in mijn tienerjaren hield ik ervan om te lezen op het strand (een keienstrand langs de Engelse kust leende zich daar uitstekend toe), inmiddels mis ik dan toch een stuk meubilair om mijn rug te ondersteunen
  • de vedetten van de zee dat zijn natuurlijk de meeuwen die heer en meester zijn over het water en het zand, niets ontsnapt aan hun nauwlettend oog, het zijn zowel voyeurs als dieven als luchtkunstenaars
  • zwemmen in zee is mijn ding niet (meer), ik kan wel met veel verbazing kijken hoe anderen zich bezighouden op het water: met een scherm, een plank en de wind kan je echt heel veel, al vraagt het wel wat oefening
  • dé Nederlandse ontdekking dat is het strandpaviljoen, in de volksmond de strandtent genoemd: met zicht op zee een glaasje drinken, wat wind erbij, altijd genoeg om naar te kijken, wat een leven!
  • mijn liefde voor de zee weerspiegelt zich tegenwoordig ook in een liefde voor maritiem geïnspireerde kleding, denk: streepjes, schelpen, ankers en een heerlijke retro-vibe
  • het geluid van de zee mag er absoluut wezen, maar aan zee naar een liedje over de zee luisteren is ook aan te raden: mijn favorieten zijn Gente Di Mare van Umberto Tozzi, De zji van Ertebrekers, Heist aan Zee van Bart Peeters en natuurlijk La mer van Charles Trenet
  • als ik in Den Haag naar zee fiets, voel ik meter per meter dat ik mijn doel nader: door de toenemende wind, de zilte geur en de woningen die er steeds meer “zees” gaan uitzien
  • ik heb nooit begrepen waarom mensen, van zodra het maar een beetje warm wordt, in de auto stappen en naar de zee rijden: als kind leek de autorit naar zee alsof we op wereldreis waren, de opluchting als we er ein-de-lijk waren was er eens zo groot om

*we spreken over de tijd dat een appartement op de dijk van De Haan in de paasvakantie nog betaalbaar was voor een modaal gezin met vier kinderen

IMG_2297b

IMG_2293

IMG_2538b

IMG_2484b

IMG_2546b