Loperspraat – Beginnersfouten die ik nog steeds maak

Ik vertelde jullie vorige week over de beginnersfouten die ik maakte als loper. Zowel wat betreft mijn kleding en voeding als mijn trainingsprincipes leerde ik wat werkte en wat niet door zo maar wat te doen. Trial and error om het doordachter te laten klinken. Inmiddels heb ik een patroon vastgesteld in de manier waarop ik omga met een nieuwe bezigheid of hobby. Aanvankelijk begin ik altijd low profile: ik zie het als een uitdaging om met zo weinig mogelijk specifiek materiaal mijn plan te trekken. Ik zou bij wijze van spreken van een oud laken een judopak in elkaar naaien. Dan volgt een fase waarin ik volledig opga in die bezigheid en dat betekent ook dat ik me helemaal ga inlezen. Ik zou het dan hebben over mijn uwagi en zibon, want ah ja: zo heten een judojas en judobroek. Tot slot volgt dan de conclusie dat ik dit en dat toch echt wel nodig heb en begin ik een prijsvergelijkende studie. Ik ga kortom overstag en investeer in een judopak of judogi. Gelukkig ben ik mijn hobby’s niet snel beu. Oké, ik verzamel geen schelpen en postzegels meer, maar ik heb ook geen duur fitnesstoestel dat als kapstok dient of een duikset om de deur open te houden. Dat scheelt. Doorgaans leer ik dus uit mijn beginnersfase. Er zijn echter ook bepaalde denkbeelden en gewoontes vastgeroest in mijn systeem als loper en die krijg ik er niet zo gemakkelijk uit. Voor alle duidelijkheid: ik ambieer geen carrière als judoka.

Eén van mijn gewoontes van het eerste uur is dat ik nog te vaak denk in trainingskilometers in plaats van in loopminuten. Toen ik zelf een marathonschema opstelde, baseerde ik me op andere schema’s die uitgingen van het aantal gelopen kilometers. De schema’s die ik tegenwoordig zie verschijnen in looptijdschriften vertellen je hoeveel minuten je moet lopen en aan welke intensiteit. 8 kilometer lopen aan een rustig tempo en daar 48 minuten over doen of het gaspedaal induwen en diezelfde afstand afleggen in 38 minuten, levert een andere training op, hoewel de afstand dezelfde is. Het voordeel van schema’s die uitgaan van het aantal gelopen minuten is dat ze je verplichten om niet steeds hetzelfde tempo te lopen. Ik vind het nadeel hiervan dat het lastiger is om je tempo te laten afhangen van het moment. Het is namelijk niet altijd goed in te schatten hoe je benen zijn en als dan op mijn schema zou staan dat ik 8 kilometer moet lopen aan een hoge intensiteit, dan zal ik daar niet zomaar van afwijken. Bovendien denk ik ook over mijn looproutes in termen van kilometers. Door intervaltrainingen in te bouwen en in te spelen op de vorm van de dag ga ik ervan uit dat ik voldoende varieer in intensiteit. Ik staar me al eens blind op die kilometers en ik durf dus gerust te bekennen dat ik al meermaals een lusje extra gelopen heb omdat ik van plan was om 12 kilometer te lopen en geen 11,6.

Over cijfers gesproken: ik kan nogal opgaan in getallen en tijden. Voor een wedstrijd zoek ik mijn tijden van voorbijgaande jaren op en bekijk ik mijn kilometersplits om te zien waar ik eventueel nog tijdwinst kan boeken. Allemaal goed, maar ik hou daarbij onvoldoende rekening met de specifieke omstandigheden. Zo was ik in mei 2017 ontgoocheld dat ik een halve minuut trager had gelopen op de 20 km van Brussel dan het jaar voordien. Het gold voor mij niet als een verzachtende omstandigheid dat het weer in 2017 te omschrijven was als “drukkend onaangenaam warm” en dat er op voorhand in het nieuws gewaarschuwd werd voor de hitte. Belachelijk natuurlijk, want dat ik op maar een halve minuut van mijn snelle tijd van het jaar voordien strandde, was misschien zelfs een straffere prestatie. Ook de cijfers en prognoses die mijn Garmin aangeeft, neem ik vaak te ernstig. Ik weet dat de metingen van een GPS-horloge gebaseerd zijn op algemene parameters die onvoldoende individueel zijn afgestemd en dat daar ook nog een behoorlijke foutenmarge op zit, maar het is sterker dan mezelf om waarde te hechten aan die getallen.

Ik blijf ook bijzonder hardleers als het gaat over hydratatie. Natuurlijk weet ik dat je voldoende water moet drinken. In voorbereiding van een marathon besteed ik daar wel aandacht aan: ik zorg er dan voor dat ik 2 liter water drink de dag voordien. Voor een training heb ik daar weinig oog voor. Zo ben ik al heel vaak vertrokken met een droge mond omdat ik wel koffie heb gedronken, maar geen water. Bij een kortere training resulteert dit niet meteen in lichamelijk klachten, bij een duurloop is dat toch anders. Als het echt warm is, dan zal ik drinken meenemen en ergens halverwege ook een bevoorrading voorzien. Ik lijk soms te vergeten dat 20 graden ook al warm is om te lopen en 30 kilometer een behoorlijke afstand. Water meenemen lijkt op voorhand dan zoveel gedoe. Dat slaat nergens op: ik heb vandaag maar weer eens ervaren hoe onaangenaam het is om kilometers lang te snakken naar slechts een paar slokken water. Ik moest mezelf bedwingen om niet uit een waterplas te drinken onderweg. Een beetje afzien op training kan geen kwaad, maar je maakt het je lichaam wel erg zwaar om gedehydrateerd te blijven lopen. Bovendien ben ik nogal een zweter, dus op ruim 2,5 uur verlies ik heel veel vocht. Dit is onder andere nadelig voor het herstel nadien. Ik blijf dan ook zitten met een niet te lessen dorst. Vreemd genoeg vergeet ik dus steeds weer hoe vervelend dat is.

Tot slot mijn allergrootste werkpunt: rust. Ik kan heel veel doen op een dag en bikkelhard zijn voor mezelf. Mijn papa zei vorige week nog voor de grap (hoop ik) dat ik een goede slavendrijver geweest zou zijn in het oude Egypte. Slaap is bij mij al een schaars goed en ik offer net iets te gemakkelijk een uur slaap op voor een ochtendlijke looptraining. Als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan zal dat gebeuren. Ik sus mezelf dan met de gedachte dat ik daarna eens zo goed in de zetel zal zitten. Dat is deels ook wel zo, maar soms is het verstandiger om te kiezen voor rust. Goed trainen wil ook zeggen: goed rusten. Trainingen inplannen vormt geen probleem, rust inlassen daarentegen wel. Om maximaal rendement te halen uit je trainingen, moet je die zo uitgerust mogelijk kunnen afleggen. In navolging van Joop Zoetemelk denk ik dat je niet alleen de Tour, maar ook een marathon spreekwoordelijk in bed kan winnen.

Het moment – Fietsen, lopen en lezen in Tervuren

Ik leerde Tervuren kennen op 28 maart 2015. Toen nam ik voor het eerst deel aan de Furaloop*. Roos en ik zouden zo’n twee maanden later onze eerste marathon lopen. Ik herinner me nog goed dat we samen met onze papa in de auto zaten te wachten. Het regende en eerlijk gezegd hadden mijn zus en ik er niet zoveel zin in. Mijn zelf opgestelde marathonschema was best pittig en we hadden dus al heel wat kilometers afgelegd die week. Te veel eigenlijk. 16 kilometers in het Zoniënwoud lopen, klonk op dat moment dan ook niet meteen als muziek in onze oren. Het bleken uiteindelijk 16 prachtige kilometers te zijn, die ik onverwacht ook nog eens snel afwerkte. Sindsdien is het dik aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2839b

In oktober 2015 liep ik voor het eerst de marathon in Brussel, die net zo goed Brussel-Tervuren-Brussel zou kunnen heten. Via de beruchte Tervurenlaan komen de marathonlopers in het Park van Tervuren. Ik had op de kaart van het parcours natuurlijk gezien dat daar rond de vijvers wordt gelopen, maar in mijn gedachten was dat een bescheiden vijver. Zo één van het formaat waar je in 10 minuten wel rond bent. Niet dus: in het Park van Tervuren is niets klein. Adjectieven als majestueus en prestigieus zijn hier op hun plaats. Het park heeft dan ook een koninklijke geschiedenis. Koning Leopold II zag alles groots en bouwde het park en de Tervurenlaan uit aan het einde van de 19e eeuw volgens zijn persoonlijke royale standaard. Wie het graag wat chiquer heeft, mag dan ook zeggen: de Warande van Tervuren of het Warandepark. Het is als loper op z’n zachtst gezegd imponerend als je over een autovrije Tervurenlaan langs de Jazzfontein een ronde door dat park loopt.

IMG_2049b
Ik kocht in mei een nieuwe fiets. Die testte ik meteen met een ritje naar Tervuren. Waar anders zou de Cortina Blue Lake beter kunnen poseren dan hier?

Een jaar later liep ik weer de Furaloop en begon het mij te dagen dat Tervuren niet zo ver van mijn woonplaats ligt, aangezien er op het einde van mijn straat een wegwijzer staat met “Tervuren 13”. In oktober 2016 zou ik voor de tweede keer de marathon van Brussel lopen. Een marathon die ik al eens liep en die tot op 13 kilometer van mijn woonst passeert: dat is een uitgelezen kans om het parcours wat grondiger te (ver)kennen. Zo fietste ik dus voor die marathon in Brussel een paar keer tot in het Park om van daaruit het verraderlijke stuk van de vijvers tot aan Sint-Pieters-Woluwe te lopen en terug. Die marathon zou mij niet meer hebben liggen. Ik wist exact welke kilometers op- of aflopend waren en dat het stuk rond de vijvers toch zo’n 5 kilometer lang is. Of het door die parcoursverkenning kwam of niet: de marathon die ik op 2 oktober 2016 liep, beschouw ik nog altijd als mijn ultieme marathonervaring. Ik finishte als 8e vrouw in 3:22:30. Sindsdien is het nog dikker aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2716

Mijn innige vertrouwensband met Tervuren dient soms louter sportieve redenen. Dan fiets ik tot daar in looptenue en loop ik langs de vijvers verder het Zoniënwoud in. Een mooie looproute die nooit teleurstelt. Soms is de insteek van mijn fietstocht ook van louter ontspannende aard. Als Joke naar het Park van Tervuren gaat, dan neemt ze mee: de krant, een boek en een thermos koffie. Voor zoetigheid of een goed brood kan ik bakkerijen Au Flan Breton (Tervuren centrum) en Vogelaers (Vossem) van harte aanbevelen. Het Park van Tervuren werkt als mijn persoonlijke zen-master. Je bent er nooit alleen, maar er gaat een enorme rust uit van die plaats. Ook de eenden daar lijken vredevoller met elkaar om te gaan. Je komt er niet zelden een paard en ruiter tegen. Er wordt gepicknickt en de hond wordt uitgelaten. Eerlijk is eerlijk: het elitaire sfeertje blijft ook anno 2018 nazinderen in de Warande van Tervuren. De doorsnee wandelaar in het Park paradeert meer dan dat hij stapt. Aangezien mijn prinsessengehalte bijzonder laag ligt, hou ik het daarom bij op mijn favoriete bank zitten en lezen.

IMG_1318b

Het Park van Tervuren ligt ook halverwege mijn fietsroute naar Brussel. Morgen vertel ik jullie graag meer over mijn uitstapjes naar onze hoofdstad. Toerist in eigen land!

IMG_2159b

*De Furaloop gaat inmiddels door het leven in een hipper jasje: de Fura 10 Miles.

 

 

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #2

Beginnersfouten dus, daar had ik het over. Zowel qua kleding als voeding sloeg ik de nodige missers. Ook mijn looptrainingen waren in het begin weinig doordacht. Ik deed niet aan opbouwen, maar ging voor de korte pijn: meteen een half uur aan een stuk lopen. Een mooi voorbeeld van mijn soms toch wel aanwezige je m’en foutisme. Ik zou dit niet per se onder de noemer beginnersfout scharen. Evy Gruyaert heeft velen aan het lopen gekregen met haar Start to run, maar ik denk dat die aanpak niet aan iedereen besteed is. Ik hoor ook soms dat mensen ergens halverwege Start to run stoppen met lopen omdat ze weinig vooruitgang boeken en je dat wel wekenlang moet kunnen volhouden. Het lijkt me een ideale introductie als je nooit echt hebt gesport of om andere redenen rustig aan moet opbouwen. Voor meer ervaren sporters is er niets mis met gaan lopen en zien waar het schip strandt. Op voorwaarde dat je wel signalen oppikt van je lichaam.

Tegen die regel zondigde ik wel. Luisteren naar mijn lichaam deed ik zelden. Behalve dus als het echt misliep omdat ik onaangepast of te weinig had gegeten vlak voor een lange duurloop. Wellicht zou ik mijn achillespeesblessure, die ik opliep als gevolg van mijn ondoordachte opbouw, hebben kunnen vermijden als ik iets minder voortvarend te werk was gegaan. Bijvoorbeeld niet meteen een half uur aan een stuk lopen, maar 3x 10 minuten met tussendoor wat wandelen. Meten is weten. Ik mat niets en dat gaf me het ideale excuus om koppig door te blijven gaan. Als ik dan al iets van een pijntje voelde, dan negeerde ik het, want dat waait wel over. Soms is dat zo, soms ook niet.

Er zat ook weinig variatie in mijn looptoertjes. Helemaal in het begin ging ik op de Finse piste rondjes van 1 kilometer lopen. Ik hou wel van dat monotone lopen, maar heel stimulerend is het niet. Omdat er ook geen variatie zat in mijn langere toeren, leken die vaak volgens hetzelfde stramien te verlopen: altijd hetzelfde punt waar het zwaar werd, of die wind daar nu mee of tegen stond. Bij mijn duurlopen hetzelfde verhaal. We liepen meestal langs de Vaart tot halverwege de beoogde afstand en dan rechtsomkeert naar huis. Op één lijn lopen kan demotiverend werken. Je weet immers nog exact hoe lang de weg naar huis is. Dat weet je natuurlijk ook als je die afstand meet, maar de beleving is heel anders. Variatie in zowel duur, intensiteit als het tijdstip op de dag dat je gaat lopen zorgen ervoor dat je om je heen blijft kijken en minder volgens vastgeroeste patronen loopt. Nu vind ik het een heerlijk gevoel om na te denken over hoe en waarheen ik zal lopen.

Ik had er toen dus geen idee van hoe ver en snel ik liep. Dat is op zich geen probleem, al kan het soms wel verhelderend zijn. Je perceptie van snelheid is niet altijd juist. Soms lijkt het alsof je voor geen meter vooruit gaat, maar is dat niet correct. Bij mijn eerste stratenlopen liet ik mij veel te hard opjagen door de massa. Ik had een bepaalde tijd voor ogen die ik wilde behalen, maar ik wist ook dat ik dan alles moest geven. Dat betekende volle gas vanaf de start tot ik na een paar kilometer voelde dat ik te hard van stapel was gelopen om dan mijn tanden op elkaar te zetten en te blijven doorjassen. Ik bereikte mijn doel meestal wel op die manier, maar het is allesbehalve een aangename manier van lopen. Ook toen ik later wel een GPS-horloge had, liet ik mij maar wat graag op sleeptouw nemen door de massa. Bij mijn tweede 20 km van Brussel was ik er zo op gebrand mijn vorige tijd aan flarden te lopen dat ik de eerste kilometers niet kon geloven dat ik echt zo hard liep. Ik heb dat toen bekocht en moest aan snelheid inboeten. Mijn minst gunstige streeftijd haalde ik dan ook maar ternauwernood, wat als een teleurstelling aanvoelde. Indelen en temporiseren: juist dat is de sleutel voor een snelle en aangename race.

Tot zover de valkuilen waar ik nu (bijna niet) meer in loop. Er zijn echter ook beginnersfouten waar ik mij nog al te vaak aan bezondig. Daarover een volgende keer meer.

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #1

Ik heb het hier al vaak gezegd: ik begon met lopen en deed zo maar wat. Eigenzinnig als ik ben, werd het dus een aanpak op geheel eigen wijze. Op een gegeven moment trok ik gewoon mijn loopschoenen aan en voila, mijn eerste echte training voor de 20 km van Brussel was een feit. Lopen is een sport die zich uitstekend leent voor een no nonsense aanpak. Ik was helemaal niet thuis in de loperswereld en had me ook niet voorbereid. Iedereen kan toch lopen? Inmiddels ben ik er achter gekomen dat lopen an sich inderdaad weinig voorbereiding vraagt, maar dat andere factoren wel mee zullen bepalen hoe dat lopen je bevalt. Bij deze dus een bloemlezing uit mijn beginnersfouten.

Laten we beginnen met het meest zichtbaar gênante onderdeel: kleding. In de meeste beginnerslijstje zal schoeisel als beginnersfout nummer 1 te boek staan. Ik had Adidas schoenen die ik enkele jaren geleden nieuw had gekocht in een speciaalzaak. Dat was dus geen probleem. Loopkleding had ik niet. Het zat namelijk zo: ik had kleding van Esprit Sports om te gaan paardrijden. Sportkleding dus. Lopen is toch sport? Ik zag er dus de noodzaak niet van in om aparte loopkleding aan te schaffen. Bijgevolg liep ik in katoenen kleding. Toen ik na ruim een maand de smaak toch goed te pakken had, bestelde ik zelfs nog wat nieuwe kleding van dat merk om mijn collectie uit te breiden. Zo had ik bijvoorbeeld een muntgroene (jawel) joggingbroek en behoorlijk wat polo’s en topjes, sommige in schreeuwerige kleuren. Echt heel chique als je gaat paardrijden, maar ik ging daar mee lopen. De ergste broek die ik had, was een blauw blinkend loszittend driekwartsgeval dat kwam uit de yoga-lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken om duidelijk te maken dat die broek niet flatterend was. Het enige goede eraan was de synthetische stof die wel licht aanvoelde. Godzijdank zag ik het licht vlak voor ik mijn eerste 20 km van Brussel zou lopen. Ik bestelde loopkleding van Nike: het echte spul. Als beginner moet je niet meteen honderden euro’s uitgeven aan dure loopkleding. Zorg voor goede loopschoenen en draag iets waar je je goed in voelt. Een fatsoenlijk sportshirt en -broek kosten echter geen fortuin. Loopkleding is niet voor niets bedacht en gemaakt. Katoen is niet gemaakt om hard in te zweten. Los van het feit dat elke zweetdruppel zichtbaar is, wordt de stof ook meteen nat en zwaar. Dat is onaangenaam en je krijgt er sneller schuurplekken van. Het dri-fit materiaal, waar de meeste sportkleding van gemaakt is, zit zoveel aangenamer. Als je dat één keer hebt gedragen, besef je dat katoen ideaal is voor het dagelijks niet-lopersleven. Esprit Sports is dus een goede klant aan mij verloren.

De tweede grote fout waar ik mij aan bezondigde, was een onaangepast voedingspatroon voor een grote inspanning: duurloop dus. Ik stond er eerlijk gezegd niet bij stil dat als je langer dan een uur gaat lopen, je lichaam brandstof nodig heeft en dat het kan tegensputteren als je te veel van het verteringsmechanisme vraagt. Mijn kledingflaters zag ik sneller in dan mijn voedingsfouten. Gek eigenlijk, want van voeding had ik meer last dan van die onaangepaste kleding. Wat deed ik fout? Ik was gewoon niet met voeding bezig en als ik er wel over nadacht, dan waren mijn principes helemaal fout. Ik verwarde calorierijk al eens met voedzaam. Zo leken een croissant en een chocoladebroodje mij een goede basis om een halve marathon op te lopen. Uiteindelijk liep ik er wel effectief een snelle halve op in Brussel (1:43), maar ik werd er tijdens de race wel meermaals aan herinnerd dat ik een vettig ontbijtje had weggewerkt. Een soortgelijk voorval speelde zich af toen ik eens op een vrijdagnamiddag 20 kilometer ging lopen. Ik kwam thuis van mijn werk en bedacht dat ik wel eerst nog iets moest eten. Waarom geen grote kom yoghurt met banaan, kiwi, sinaasappel en granola? Gezond toch? Laten dit nu net allemaal ingrediënten zijn die de darmactiviteit in de hand werken omdat ze wel wat vertering vragen. Zo liep ik mijn eerste duurloop waarbij ik sanitaire noodstops moest maken. Mijn lichaam was heel duidelijk: het is óf lopen óf verteren. Ik heb daar echt wel een duidelijk lesje geleerd. Hoewel ik later nog eens dezelfde fout heb gemaakt door een grote kom groenten te eten vlak voor ik ging lopen. Werkt niet. Soms gebeurde ook het omgekeerde en ging ik 26 kilometer lopen met één pistolet als ontbijt. Lopen met flanellen benen was het gevolg. Ik heb hier kortom van geleerd dat ik minstens twee uur voor een duurloop niet mag eten. Licht verteerbaar wil zeggen: niet te vettig, geen pitten, zaden of muesli-achtige zaken. Qua hoeveelheid probeer ik voor een duurloop net een boterham of pistolet meer weg te werken dan wat ik normaal zou eten. Yoghurt, groenten en fruit hou ik beter voor na de inspanning. Voor de marathon ben ik nog strenger, maar daar vertel ik later meer over.

Morgen komen jullie te weten welke beginnersfouten ik maakte in mijn looptrainingen zelf.

Loperspraat – Het moment dat ik terug echt een loper werd

Na 7 weken hinkelen, manken, vloeken, vallen (letterlijk), opstaan en uiteindelijk gewoon stappen mocht ik heel behoedzaam terug beginnen lopen. Maandag 30 april 2018 was een heel winderige herfstdag in de lente. In Brussel werd het Terkamerenbos afgesloten omwille van het gure weer. Weercode oranje of niet: als ik van plan ben om te gaan lopen, dan is er bijna niets wat mij daarvan kan weerhouden. Mijn zus Roos ondernam daartoe dan ook geen enkele poging toen ze samen met mij naar het bos trok. Ik zou 5x 1 minuut lopen en tussendoor stappen. De zenuwen gierden door mijn lijf toen ik stond te wachten tot mijn GPS-signaal was opgepikt. Mijn eerste looppassen werden gefilmd, wat meteen weergeeft hoe memorabel dat moment voor mij (ons?) was. Op dat moment voelde ik mij echter geen loper, maar een sukkel. De verzuring in mijn linkerbeen maakte dat mijn kuit meteen als beton aanvoelde. Een tweede adem had ik niet nodig en een eerste adem kon ik niet eens vinden. Het liep kortom voor geen meter en mijn gemiddelde tempo bevestigde dat. Ik zag het pessimistisch in. Anderhalve week later zag ik het zo mogelijk nog zwarter in: ik kon gewoon niet begrijpen waarom mijn lichaam zo moeilijk deed. 10 weken geleden had ik nog 33 kilometer gelopen en nu liep ik met heel veel moeite een mijl in drie fases.

Dat lichaam begon beter mee te werken. Geleidelijk aan verlengde ik de loopblokken. Zo liep ik twee weken later 3x 5 minuten met tussendoor een wandelpauze: goed voor drie volledige loopkilometers. Stilaan groeide het gevoel dat ik echt wel aan het lopen was. Tot mijn grote opluchting merkte ik ook dat mijn conditie niet weg was. Ik vond zowel een eerste als een tweede adem. Sowieso liep ik meer ontspannen omdat ik niet continu op mijn horloge moest kijken om te zien hoe lang ik nog mocht. Zo voelde dat wel: ik mocht weer lopen en ik wilde me daar elke seconde bewust van zijn. Toen ik in mijn derde en vierde herstelweek langer dan een kilometer aan een stuk mocht lopen, voelde ik mij echt de koning te rijk. Ja, dit was lopen.

Die 7 weken dat ik niet mocht lopen, deed ik mijn best om de voordelen van een gedwongen rustperiode te vinden. Ik had in principe meer tijd en moest de deur niet meer uit als het slecht weer was. De restanten van mijn schuurplekken zouden eindelijk eens fatsoenlijk kunnen helen. Ik had beduidend minder wasgoed. Op zondagochtend moest ik bij het ontbijt geen rekening houden met een duurloop. Dit kon het gemis niet compenseren. Ik vond het vreemd om een douche te nemen zonder dat daar een noemenswaardige inspanning aan vooraf gegaan was. Eender welke maaltijd smaakt toch beter na een training. Ik had minder honger en sliep slechter. Alles had wat minder glans. Toen ik begon op te bouwen, begon ik zelf ook weer te blinken. Gek genoeg voelde ik mij weer op en top een loper toen ik omarmde wat ik zogezegd niet gemist had. Zweten! Een bezweet lichaam, rode kop en een tweede zweetuitbraak als ik stop met lopen. Jeuj, ik heb weer een schuurplek op een vertrouwde plaats! Feestje voor de buikkrampen als teken van dehydratatie! Ja, dat is ook lopen.

Toen ik in 2014 op geheel eigen wijze besloot te gaan lopen, deed ik zomaar wat. Ik was me niet bewust van afstand en snelheid, laat staan van de progressie die ik boekte. Het was in mijn ogen vanzelfsprekend dat ik een half uur kon lopen. Daar moest ik mezelf niet voor prijzen. Ik vond het wel bijzonder toen ik voor de eerste keer langer dan een uur liep. De 20 km van Brussel tot een goed eind brengen, voelde toen aan als één groot feest van al die geslaagde trainingen samen. Tijdens dit opbouwproces werd ik herboren als loper. Ik beleefde de verschillende mijlpalen die ik bereikte veel bewuster. Elke kilometer extra die ik kon lopen was een hoera-momentje waard. Dat zal waarschijnlijk niet stoppen tot ik weer eens een marathon heb afgerond. Ook de eerste keer terug op asfalt lopen, voelde als een overwinning. Net zoals deelnemen aan een wedstrijd. Snelheid is nu veel minder een issue. Blessureleed zit in een klein hoekje: dat werd me pijnlijk duidelijk gemaakt en blijft voor ongerustheid zorgen. Het is kortom geen evidentie om zoveel te kunnen lopen. Redenen genoeg om eens zo hard te genieten van al die positieve neveneffecten. Als loper heb ik meer energie, ben ik productiever en kijk ik positiever om me heen. Wie wordt daar nu niet gelukkig van?

Het gerief – Stance loopsokken

Lopersvoeten zien af. Naast een degelijk paar schoenen verdienen ze dan ook goede sokken. In het prille begin liep ik met sokken van Nike. Ik had daar niets op aan te merken. Tot mijn broer me zijn sokken van Stance toonde. Die zagen er niet alleen comfortabel uit, maar ook heel cool. Een maand later kocht ik op de expo van de Antwerp 10 Miles mijn eerste paar Stance. Ik lapte elke loopregel aan mijn laars (loopschoen in dit geval) en trok ze meteen aan om de wedstrijd te lopen. Ze zaten geweldig en op de terugweg kocht ik dan ook mijn tweede en derde paar. Het kan soms snel gaan bij mij. Ik draag die bewuste sokken nog vaak en liep er inmiddels ook marathons mee.

IMG_2636

Stance – houding of attitude – is een jong Amerikaans merk dat the uncommon thread als mantra heeft. Ze brengen sokken voor iedereen op de markt: jong en oud, man en vrouw, atleet of bankzitter. Hun collecties vallen steeds op door het bijzondere, vaak kleurrijke design. Een Stance sok herken je meteen. Voor hun bedrijsfilosofie verwijs ik jullie graag naar hun hippe website. Waarschuwing: fancy terminologie zoals rocket science, gratitude en human spirit vliegt je om de oren.

IMG_2232
Mijn stoere Stance running crew: Jan, Roos, Alma, Peter & Marike

Waarom zijn Stance sokken nu zoveel beter?

Stance sokken zijn vervaardigd uit een uitzonderlijk materiaal. Het knitwear voelt soepel, maar toch stevig aan. De sokken hebben de ideale dikte. Je trekt ze aan in een vlotte beweging en ze zitten ongelooflijk goed rond je voeten. Zelfs als je ermee door een rivier loopt (jawel, dat deed ik al meermaals – La Chouffe trail), blijven ze droog aanvoelen. Ze zijn daarom geschikt voor elk weertype en elk seizoen.

IMG_2615

Stance sokken gaan heel lang mee. Mijn eerste paren zijn enkele jaren oud en hebben er dus al heel wat kilometers en wasbeurten op zitten. Ze hebben echter nog niet ingeboet aan draagcomfort. Van dichtbij zie je wel dat ze wat vaker gewassen zijn, maar ze blijven dezelfde perfecte fit hebben.

IMG_2235
Naast veel mooie sokken hebben wij ook veel mooie benen in de familie.

Stance sokken kennen ook op esthetisch niveau hun gelijke niet. Ze vallen op door hun eigentijdse look, soms gewaagde kleuren en originele motieven. Exit effen fluo, enter Stance. De veelheid aan designs zorgt ervoor dat je een passend paar sokken hebt voor elke loopoutfit. Ik beken: ik kick daar wel een beetje op. Twee keer per jaar komt er een nieuwe collectie uit. Elk design verschijnt in een korte en lange versie. Verzamelen maar!

IMG_2619

Praktisch: de prijzen variëren van 12,95 tot 19,95 euro. Dat is de gangbare prijs voor technische loopsokken. Je kan Stance kopen bij Runner’s Lab en Vedette Sport, zowel online als in de echte winkel. Rechtstreeks bij Stance bestellen kan ook, maar dan komen er wel kosten bij.

Ik gaf al een bescheiden kapitaal uit aan Stance. Al mijn sokken zijn dus zelf betaald of cadeau gekregen van familie.

IMG_2227
Noot: mijn zus Marike staat hier te pronken met een paar geleende Stance, want ze is de enige van onze familie die geen eigen paar heeft en koppig met de goedkoopste sokken van een supermarktmerk blijft lopen.

IMG_2246

De gedachte – Over topsport als beroep

Ik ben een ambitieuze, maar bovenal recreatieve loper. Marathons lopen is niet mijn werk, het is mijn hobby. Een hobby die weliswaar een belangrijke plaats in mijn leven inneemt. Op sommige momenten mijn leven zelfs een beetje domineert. Soms vraag ik me af wat mij drijft als loper. Waarom kan ik er zo in opgaan en is het zo belangrijk voor mij? Dezelfde vragen kan ik ook stellen over mijn beroep. Het antwoord is dan namelijk niet simpelweg omdat ik er mijn geld mee verdien. Voor het gros van de topatleten zal het financiële aspect ook niet de grootste motivatie zijn om op het hoogste niveau te presteren. Als geld je enige drijfveer is, dan is elke job een zwaar beroep. Mijn broer Seppe is professioneel du- en triatleet, maar hij kan niet leven van zijn sport. Hij heeft dus ook nog een gewone job als vertegenwoordiger. Trainen doet hij met andere woorden in zijn vrije tijd. Het maakt er zijn motivatie niet minder om, integendeel.

Ik heb mezelf ook al de vraag gesteld of ik mijn leven zou willen ruilen voor dat van een betaald topatleet. Begrijp me niet verkeerd: ik heb in de verste verte niet het talent om het te maken als topsporter, ook 15 jaar geleden had ik dat niet. De vraag is dus puur hypothetisch, maar het antwoord erop is telkens volmondig nee. Oké, er zijn al momenten geweest dat ik het lastig vond dat lopen niet mijn core business is. Om praktische redenen bijvoorbeeld: als ik op een warme zondagnamiddag met een marathon in de benen uren in de auto moest zitten, om dan de volgende dag amper uit mijn bed te kunnen, maar dan wel een hele dag op mijn benen te moeten staan in een klaslokaal. Of omdat “niet gaan lopen” niet betekent dat je ook daadwerkelijk rust als je fulltime werkt. Ook toen ik geblesseerd was, dacht ik dat het wel voordeliger zou zijn als ik een andere naam zou hebben. Borlée om maar iets te noemen. Ik zou dan niet ruim een week in onzekerheid hebben moeten leven met allerlei rampscenario’s die zich in mijn hoofd afspeelden, om dan te worden weggestuurd met de boodschap dat ik mijn been moest ontlasten. Met een andere naam kon ik zondagavond nog bij de specialist terecht en zou tot op het bot worden uitgeplozen wat er juist scheelde.

De keerzijde van die praktische voordelen is groot. Topsporters maken immense opofferingen om hun sportieve doelen na te streven. Hun sociale leven lijdt onder de strakke trainings- en voedingsschema’s. Rusten is een noodzaak. Een kerstfeest bij de familie Borlée zal waarschijnlijk minder gezellig zijn dan in een andere niet-topsportende familie. De agenda van een topsporter is tot in de puntjes georkestreerd. Je sport dan niet voor je leven. Je leeft voor je sport. Een blessure kan je inkomen hypothekeren. Je bent niet getroost met een eenvoudige volgende keer beter als een wedstrijd niet uitdraait zoals verhoopt. Een tegenvaller op sportief gebied heeft een grote impact op je hele leven en je kan je gedachten niet verzetten door je op je werk te storten.

Een professionele omkadering betekent ook dat je niet alles zelf kan bepalen. Omringd zijn door specialisten wil zeggen dat je ook naar die mensen moet luisteren. Chris Froome mocht in 2012 de Tour niet winnen omdat zijn bazen Bradley Wiggins hadden betaald om de eindzege binnen te halen. Froome was wellicht sterker, maar mocht zijn eigen kans niet gaan. Afgelopen weekend besliste de coach van onze Belgische turnploeg dat ze de ploegenfinale op het EK niet zouden turnen om de dames te sparen met het oog op het nakende WK. Het zijn rationele beslissingen die gemaakt worden binnen een groter plan, maar die ingaan tegen het instinct van de sporter. Topsport betekent jezelf voor een stuk uit handen geven. Ook aan de media en het publiek. Je wordt dan als persoon gemeengoed en voor je het goed en wel beseft, gaan dingen hun eigen leven leiden. In de afgelopen Tour de France werd gedemonstreerd hoe het publiek zich tegen een ploeg en groep atleten kan keren. Het feest dat sport kan zijn, kreeg plots een grimmige invulling.

Aan mij zou een leven als topsporter dus niet besteed zijn. De eentonigheid van een topsportersbestaan zou mij op lange termijn weinig voldoening schenken. Toen ik geblesseerd thuis zat, werd ik het ongelukkigst van het feit dat ik niet eens kon gaan werken. Naast lopen zijn er veel andere uiteenlopende dingen die mij boeien en bezighouden. Ik kan en wil ook niet kiezen om me op één iets te focussen. Mijn interesses zijn met elkaar verbonden en door te lopen krijg ik ideeën en maak ik plannen. Ik word geprikkeld om eens iets anders te proberen. Een blog beginnen bijvoorbeeld. Laat mij dus maar ver uit de spotlights mijn kilometers lopen. Ik zoek mijn grenzen op binnen de mogelijkheden die ik nu heb en ben mijn eigen coach. Dat is van onschatbare waarde.

De race – Great Breweries marathon – juni 2017

  • De cijfers: marathon nr. 6, gefinisht in 3:27:53 – goed voor een 2e plaats
  • De voorbereiding: ik kon nog teren op mijn vorm van de Paris marathon
  • De race: met 30 graden was het veel te warm en ook wel een beetje saai
  • De herinnering: mijn podiumplaats en de kennismaking met Tripel Karmeliet
IMG_0951b
These shoes are made for running.

Wat vooraf ging
In april liep ik de marathon van Parijs. 10 weken later stond deze marathon op het menu, een tussendoortje zeg maar. Het zat namelijk zo: december 2016 was op meerdere vlakken een donkere maand. Op een avond kreeg ik de aankondiging van dit evenement in mijn mailbox. Ik had mooie herinneringen aan de 25 km wedstrijd die ik er in juni liep. Andere mensen vliegen op zulke momenten misschien in de drank of boeken een reis naar een exotische bestemming. Ik schreef mij impulsief in voor de marathon (wel een biermarathon). Het idee was om er in Parijs helemaal voor te gaan en de Great Breweries marathon puur voor het plezier te lopen. 10 weken recuperatietijd zou volstaan. Bovendien zou ik dan trager kunnen lopen en bewust een einde maken aan steeds snellere marathons lopen. Een winwin-situatie dus. In mijn hoofd zou het echt één groot loopfeest van begin tot einde zijn.
Helaas stond ik ook nu weer gehavend aan de start. Net zoals in april was ik tegen de grond gegaan in het bos, zo’n 5 dagen voor de marathon. Ik was aan een lage snelheid gevallen, maar wel op een venijnig kiezelweggetje. Behoorlijke schaafwonden op mijn linkerscheenbeen en -knie waren het resultaat. Weer wat krassen op de carrosserie erbij dus. Schoonheidsprijzen zal ik nooit winnen met die benen. Een marathonprijs blijkbaar wel.

Vlak voor de start
De startzone ligt aan de Duvel-brouwerij in Puurs. Met ruim 800 deelnemers is dit een eerder kleine marathon die bovendien nog redelijk dicht bij mijn voordeur vertrekt. Ik ben nog nooit zo ontspannen geweest voor een marathonstart. Er hangt een heel gemoedelijke sfeer aan de brouwerij. Je kan stressloos wachten tot het startschot klinkt omdat je nergens moet aanschuiven en niet abnormaal vroeg in het startvak moet gaan staan om een goede plaats te bemachtigen. Het enige wat me wat angst inboezemde, was de temperatuur die volgens de voorspellingen tot boven de 30 graden zou stijgen. Je moet geen kenner zijn om te beseffen dat dat eigenlijk veel te warm is om uren te lopen. Geen zotte dingen doen, petje op en zonnecrème smeren was dus de boodschap.

IMG_0873
Luxe is… wachten in een gepersonaliseerde strandstoel.

De race
De Great Breweries marathon loopt door drie provincies en drie brouwerijen. Ik vertrok om 9u15 vol goede moed richting Londerzeel. Een stadsmarathon heeft doorgaans een indrukwekkende start met boeiende eerste kilometers. 10 weken geleden liep ik over de Champs-Elysées, nu door een woonwijk in Breendonk. Op zondagochtend zitten de meeste mensen pistolets te eten in familiale kring (begrijpelijk). Er was dan ook niet veel animo langs het parcours. Gelukkig is het wel een heel groene streek en heeft het parcours ook enkele off-road stroken. Die lopen niet snel, maar bieden wel een welkome afwisseling. Rond kilometer 10 kwam ik aan bij de brouwerij van Palm in Steenhuffel. Ik liep de oprit van de brouwerij op met langs weerszijden de kenmerkende Palmpaarden die daar staan te grazen, om dan letterlijk door de brouwerij te lopen. Toen volgde een heel lang saai stuk, waar ik helemaal alleen liep.

Ik hoor jullie al denken: waren haar trouwe supporters er dan niet? Natuurlijk wel! Mijn persoonlijk assistentieteam op de fiets, bestaande uit mijn mama en zus Marike. Ik was heel blij toen ik nog eens een mens zag na ruim een uur lopen. Het fijne aan een kleinere marathon is dat zij veel stukken met mij konden mee fietsen. Afleiding is goud waard. Door de warmte en de kleine massa was ik niet overdreven snel gestart en liep ik op schema voor een tijd onder de 3u30. Warm of niet, ik zou dit wel kunnen vasthouden. Na het halfway point kwam een schaduwrijk stuk door het bos. Een verademing! Ondertussen wist ik ook dat ik als tweede vrouw in de wedstrijd liep en dat nummer 3 me niet op de hielen zat. De derde brouwerij die ik mocht bezoeken, was die van Bosteels in Buggenhout rond kilometer 26. Ik had hier veel van verwacht, maar het is een bijzonder kleine brouwerij, waar ik dus net zo snel weer uitliep als ik erin was gelopen. Van de laatste 12 kilometer herinner ik me vooral dat het warm was en stoffig op de veldweggetjes. Het was zwaar, maar ik kon mijn tempo wel aanhouden. Ik prijsde me erg gelukkig dat mijn team tot bijna op het einde kon mee fietsen. De aankomst kwam dan ook niets te vroeg: na het betere bochtenwerk in en rond de Duvel-brouwerij liep ik als tweede vrouw over de finish in 3:27:53. Nog altijd een heel snelle tijd voor een marathon in tropische temperaturen. Ik was bovendien in mijn missie geslaagd om mijn record niet te verbeteren. In vergelijking met Parijs voelde ik dan ook geen greintje teleurstelling.

IMG_0877
#nofilterneeded

Het nadeel van in de prijzen vallen, is dat je moet wachten op de podiumceremonie. Het voordeel is dus dat je een prijs krijgt. Ik werd gelauwerd met een prachtige (ahum) glazen troffee, een boeket bloemen en het mooiste van al: vier flesjes Tripel Karmeliet met bijhorend glas. Samen met het degustatiepakket dat elke deelnemer krijgt, ging ik dus met een behoorlijke buit naar huis.

De conclusie
De Great Breweries marathon of 25 km is een heel gezellige wedstrijd. Een ideale marathon voor lopers die juist niet van de grote drukte houden. Het parcours is zo nu en dan letterlijk hobbelig, maar wel groen. Een marathon in juni betekent sowieso te warm weer om te lopen. Je moet dan ook geen toptijd verwachten. Door de brouwerijen lopen is een belevenis. De organisatie plaatst ook informatieve en ludieke borden met biergerelateerde spreuken langs het parcours. Zo wordt er bijvoorbeeld aangeduid wanneer je langs de rijpende hop voor het Palm-bier loopt. En wie wordt er nu niet vrolijk van: A run is like a beer, I’m much happier after I’ve had one? Je kan het parcours ook al wandelend afleggen en krijgt dan de kans om op enkele bevoorradingsposten bieren te degusteren. Kortom een mooie promotie voor onze Belgische bieren!

IMG_0881
Wat een weelde!

Enkele weetjes

  • Roos liep die dag de 25 km wedstrijd. Ze finishte in een knappe 2:10. Op voorhand had ze echter weinig vertrouwen in haar eigen kunnen: Ik maak me meer zorgen om mijn eigen wedstrijd dan om jouw marathon.
  • Marike is op een gegeven moment ruim een kilometer terug gefietst naar een bevoorradingspost om nog een beker water voor mij te halen. Mijn mama vond toen dat ze wel erg lang weg bleef en sprak de dramatische woorden We zijn haar kwijt!
  • Uiteindelijk is Marike wel gewoon met die beker tot bij ons geraakt, maar toen moesten we net over een hobbelige veldweg. Al haar moeite ten spijt bleef er na dat weggetje dus niet veel water in de beker over. Toch bedankt, zusje!
  • Tijdens de laatste kilometers stak ik een grote, atletisch gebouwde man voorbij. Volgens Marike mompelde die Sterk toen hij mij zag passeren.
  • Dankzij dit evenement leerde ik de fenomenale Tripel Karmeliet kennen. De brouwerij viel dan misschien een beetje tegen, maar dit is echt een Belgische delicatesse! Omdat dit mijn podiumprijs was, waan ik mezelf nog steeds een beetje de ambassadrice van dat bier. Ik word hiervoor tot op heden niet gesponsord.

Marathonpraat – Wijsheden #3

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Een duurloop moet een plezierloop zijn
Voor ik mijn eerste marathon liep met Roos kocht ik voor haar in de kringloopwinkel een boekje over de mythische afstand. Zoals wel vaker met spullen die je daar aantreft, deden zowel de lay-out als de taal van het boek vermoeden dat het al enkele decennia oud was en dat het dus niet voor niets was afgedankt. Dit handboek zou ons hoogstwaarschijnlijk niet gaan inspireren. De cadeauwaarde was dus veeleer symbolisch. Ik kan me weinig concrete lessen herinneren die we ervan opstaken, behalve dus dat een duurloop een plezierloop moest zijn. We namen dat overdreven letterlijk tijdens onze eerste duurlopen: op een dood moment moest iemand met een mop op de proppen komen, waar we dan allebei overdreven hard en luid mee moesten lachen. We wisten zelf ook wel dat de auteur op iets anders doelde. Inmiddels is dit voor mij een serieuze waarheid geworden. In de eerste plaats is het belangrijk dat je niet te diep gaat tijdens je duurlopen. Je moet op een aangenaam tempo lopen waarbij je dus nog een mop kan vertellen, als dat nodig zou zijn. Je moet nog kunnen praten en lachen zonder helemaal buiten adem te zijn. In de tweede plaats moet je duurlopen als een aangenaam – zo niet het aangenaamste – deel van de marathontrainingen beschouwen.

Je hoofd is je grootste kracht, maar ook je ergste vijand
Het is vooral de onderkant van je lichaam die een marathon tot een goed einde brengt. Je benen en voeten hebben getraind, kilometers gedraaid, af en toe eens serieus afgezien, eelt gekweekt en misschien een blaar. Je romp en armen zwiepen mee op het aangegeven tempo. Met wat verbeelding trekken je armen je lichaam vooruit. Je hoofd an sich doet helemaal niets. Het kijkt voor en rondom zich heen. In tegenstelling tot andere sporten vraagt lopen amper tactiek, laat staan spelinzicht. De eentonigheid van de inspanning belet je bovenkamer niet om op volle toeren te draaien. Probeer die hersencapaciteit positief in te zetten. Bekijk de marathon per 5 kilometer, bedenk wanneer je zal drinken en waar je supporters zullen staan. Put kracht uit je motivatie. Laat je meedrijven door de aanmoedigingen. Zoek afleiding in wat er rondom je te zien is. Je mag je hoofd niet de ruimte geven om te spreken als het duiveltje dat op je schouder zit, want dan krijg je te maken met je ergste vijand. Te veel aandacht besteden aan hoe ver je nog moet lopen, kan je een mokerslag opleveren. Negatieve gedachten kunnen ook nefast zijn voor je benen. Het is dus de kunst om je mentale kracht positief uit te buiten en een zekere focus te behouden.

Pain is inevitable, suffering is optional
Dit is een klassieker die je op menig loopgerelateerde website zal terugvinden. Ja, het is helemaal waar: een marathon lopen doet pijn. Hoe goed je ook getraind hebt, of je er nu 2 of 5 uur over doet: pijn hebben is onvermijdelijk. Denk hierbij aan spierpijn die zich langzaam verspreidt en vastzet in je bovenbenen en kuiten. Pijn die met elke kilometer een klein beetje erger kan worden, maar wel gewoon pijn die je kan verbijten. Pijn die soms ook goed te overzien is en niet verergert. Afzien daarentegen is optioneel, het is een mogelijkheid. De vraag is of je zelf kiest voor die optie. Een hoofd dat tegenwerkt vol kwellende gedachten kan ervoor zorgen dat pijn uitmondt in afzien. Dan zou je het afzien als het ware over jezelf hebben afgeroepen. De waarheid is dat je dat niet altijd in de hand hebt. Soms wordt een marathon plots serieus afzien, ongeacht je positieve ingesteldheid. Het is een gevoel dat je als een donderslag bij heldere hemel kan overvallen. Ik noem dat de lichten die uitgaan. Ook dat is niet noodzakelijk een eindstation of snelweg richting de afgrond. Mits je de schakelaar tijdig vindt, kunnen de lichten heus weer gaan branden. Ze zullen misschien een beetje meer gedimd zijn. Ga er dus op voorhand niet van uit dat je zal afzien en als het wel zo is, dan is ook dat niet onoverkomelijk.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Loperspraat – Zon, zweet en duurlopen in de maand juli

Juli 2018 zal voor mij de geschiedenis in gaan als een uitermate geslaagde loopmaand. Op 1 juli was het welgeteld 16 weken geleden dat ik me blesseerde. Ik kon 7 weken niet lopen. Aan het begin van deze maand was ik dus 9 weken back in the running game. Tijd om de balans op te maken.

De afgelopen maand liep ik vaak op verplaatsing. Op 5 juli maakte ik mijn debuut als strandloper aan onze Belgische kust. Ik liep ’s ochtends van Westende over het strand tot aan het voormalige casino in Middelkerke en dan terug over de dijk. Langs de kustlijn lopen is ploegen. Het waren 11 zware, maar wel heel mooie kilometers onder de zon.

Op 14 juli waren wij met de familie in Houffalize. Ik liet de trailrun aan mij voorbij gaan om mijn eigen loopschema verder uit te bouwen. Die zaterdag liep ik 20,3 kilometer langs de ravel van Houffalize naar Bastogne. Ook over een geasfalteerde weg staan de Ardennen garant voor hoogtemeters. De eerste helft was zwaar, de terugweg vloog voorbij.

IMG_2223
Zei ik al dat het ongelooflijk mooi lopen is in Dardennen?

Ik legde ook kilometers af op Nederlandse grond, in Rotterdam meer bepaald: de stad waar ik de marathon had willen lopen in april. Vrienden Machteld en Jelle keken niet vreemd op toen ik er op zondagochtend voor het ontbijt op uit trok. Zo leerde ik op 22 juli het Vroesenerpark kennen en leidde mijn spontane improvisaties in de buurt ertoe dat ik de weg terug moest vragen aan een voorbijganger. Gelukkig zijn er op zondagochtend heel wat Rotterdammers op de been om hun hond uit te laten.

Ik eindigde de maand juli met maar liefst drie ochtendlijke loopjes in Parijs. Mijn loopgewoontes aldaar beschreef ik al uitgebreid en ook nu stelde de stad niet teleur. Mijn benen werden met de dag slechter, maar vreemd genoeg had dit een positieve invloed op mijn tempo. Parijs was uiteindelijk goed voor 27 kilometers loopplezier.

Naast mijn buitenlandse runs was de maand juli ook de maand waarin ik opnieuw kon duurlopen. Ik loop marathons omdat ik nu eenmaal graag lang aan een stuk loop. Liefst dan nog op een eentonig en vlak parcours. Op 1 juli liep ik voor het eerst terug langs de Vaart met mijn zus als compagnon op de fiets. Ik legde 15 kilometer af: het begin van een nieuw duurloopverhaal. De week erna werden dat ruim 17 kilometer, in Houffalize overschreed ik de kaap van de 20 kilometer, daags voor onze nationale feestdag liep ik al ruim een halve marathon en vorige week liep ik onder een loden zon 26,6 kilometer. Het geloof in mezelf als marathonloper komt zo stilaan terug.

De maand juli was niet één en al euforie. Zo was het altijd veel te warm om te lopen. Ik hoor lopers steen en been klagen over die onmenselijke looptemperaturen. Voor mij hoeft het ook niet zo warm te zijn, maar ik vind het wel heerlijk dat de zon schijnt. Ik verkies dit weer om mijn vakantie door te brengen boven een wisselvallige 15 graden, het ideale lopersweer. Ik heb dus besloten om mij niet te veel aan te trekken van die zwoele temperaturen. Elke dag om 6 uur ’s ochtends gaan lopen is ook geen optie. Ik zweet er op los en probeer mijn voorzorgen te nemen. Zo drink ik voldoende water voor vertrek en neem ik ook drank mee als ik meer dan 12 kilometer afleg. Voor mijn duurlopen vertrek ik rond 9u. Ik plan mijn route zo dat ik me ergens kan bevoorraden, bij mijn ouders bijvoorbeeld. Vorige week is mijn mama een heel stuk mee gefietst: pure luxe. Haar geheime wapen is de natte handdoek. De truc gaat als volgt: 1. Neem een handdoek van middelmatig formaat en maak die nat. 2. Hang de natte handdoek in je nek. 3. Loop. De temperatuur lijkt meteen 10 graden te dalen en je lichaam stopt met zweten. De meewarige blikken van voorbijgangers vallen onder de noemer jaloezie.

Ik geniet met volle teugen van mijn herwonnen lopersbestaan, maar de onzekerheid over mijn lichamelijke klachten blijft wel knagen. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk welke blessure ik juist had aan mijn enkel en er is ook geen eenduidige oorzaak. Ik ben een stuk vertrouwen kwijt in mijn lichaam. Bij elk pijntje gaat er daarom een alarmbel af die in mijn hoofd weerklinkt als een loeiende sirene. Ik betrap mezelf erop dat ik onderweg vaak denk wat ik zou doen als ik op die plaats plots in elkaar stuik en niet meer verder zou kunnen. Het is een sluimerende angst om plots terug bij af te zijn. Ik durf nog niet te hard te genieten van het lopen omdat ik bang ben dat ik afgestraft zal worden als ik geloof dat alles echt achter de rug is. Mijn lichaam moet weer een evenwicht vinden na een periode van blessureleed en inactiviteit. Mijn hoofd moet weer kunnen vertrouwen op dat lichaam. Blessures kan je nooit helemaal uitsluiten, maar je kan de kans wel minimaliseren door doordacht en verantwoord trainingen op te bouwen. Alert zijn voor pijntjes is een goede zaak als de verhoudingen kloppen. Tijd brengt raad en heelt uiteindelijk de meeste wonden. Laat augustus maar komen!