Loperspraat – Mijn sportieve najaar van 2022

Ik weet niet meer wat ik juist verwachtte van 2022. Of ik het überhaupt aandurfde om verwachtingen te koesteren nadat we de afgelopen jaren lesjes in nederigheid moesten ondergaan. Corona was het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Een dreiging aan een paardenhaar. Je wist nooit echt goed hoe je leven er over een paar weken zou uitzien. In ieder geval is 2022 het jaar waarin ik weer à la carte en als vanouds aan loopevenementen kan deelnemen. Sterker nog: het bleek een jaar te zijn waarin ik de ene na de andere loopwedstrijd kon winnen en PR’s weer wat scherper stellen op diverse afstanden. Het begrip lange afstand kreeg bovendien een extra dimensie door de trail in Houffalize die Roos en ik liepen. Behoorlijk grensverleggend allemaal. Ik ga het najaar echter niet dartend doorbrengen geïnspireerd door het succes van Dancing Dimi. Er zal gelopen worden, gefietst ook, door de wind door de regen, door de modder en liefst ook door alles heen. Mijn sportieve honger is nog niet gestild.

De CPC Loop in Den Haag zal altijd een bijzonder plekje in mijn hart hebben. Nu is in mijn hart best wel een grote ruimte gereserveerd voor loopevenementen en is dat plekje dus niet exclusief voor de CPC voorbehouden. Den Haag is Den Haag: altijd een goed idee, altijd weer leuk om er tijd te kunnen doorbrengen in familiale sferen. De CPC is daarenboven een prachtige halve marathon waar je nooit echt weet wat je kan verwachten. Op 8 maart 2020 liepen Roos en ik onze laatste CPC voor de wereld even op slot ging en het onvoorstelbaar leek dat mensen ooit nog in een grote massa zouden mogen samenkomen. Gek genoeg is de CPC ook de wedstrijd waar we het langst moesten wachten op een revival-editie. 25 september gaat het dan echt weer gebeuren en raas ik (hopelijk toch) over dat ongelooflijke parcours van de city-pier-city, in gezelschap van de zeebries die mee dan wel tegenwerkt. Naast de plaatsing op de kalender is deze editie ook anders omdat Roos er niet aan de start zal staan. Zij zal een avontuur van een heel andere orde beleven met Seppe, waarover later meer. Gelukkig zullen haar schoenen gevuld worden door die van Sam, waarover ook later meer.

Oktober dat is marathonmaand. Ik ben er nog steeds niet over uit of ik nu eerder het type voorjaars- dan wel najaarsmarathonloper ben. Op 16 oktober sta ik hoe dan ook aan de start van de Amsterdam Marathon. De marathon waar ik mezelf in 2017 een beetje kapot liep langs de Amstel, waar ik een keer door het Vondelpark vloog en er een keer door strompelde en me ook realiseerde dat Amsterdam over veel bedrijventerrein beschikt. De start- en finishzone in het Olympisch stadion konden me wel bekoren. Uiteraard ga ik voor een verbetering van mijn 3:06 in Parijs. Het is mogelijk, maar dat is nooit een garantie dat het ook echt zal gebeuren. Ik vertel later ongetwijfeld nog eens wat uitgebreider over mijn voorbereidingen en verwachtingen van Marathon N°15. Wie eveneens in Amsterdam aan de start zal staan is mijn maatje Sam. We leerden elkaar kennen tijdens de voorbereiding van de Paris Marathon en sindsdien deelden we loop- en ander vreugde en leed. Voor Sam is het z’n derde marathon en met een PR van 2:59 gaat ook hij resoluut voor een verbetering van z’n besttijd. Hij kan dat, daar ben ik heel zeker van.

Na de najaarsmarathon begint dan weer het betere ploeg- en modderwerk voor mijn decemberdoel. Ik ben nog steeds van mening dat mountainbiken een zomersport is, maar blijkbaar ben ik nog steeds zo gek te krijgen om ook in de kille maanden met Juan op pad te gaan. Mijn lopersbenen zullen dus heel wat extra kilometers op de fiets malen. Op 13 november staat de halve marathon van Kasterlee op het programma (waar ik vorig jaar als derde eindigde). Het regent doorgaans die dag, net zoals de andere 29 dagen van november meestal het geval is. En jawel, op 18 december neem ik dan weer deel aan de Hel van Kasterlee. Zoals verwacht krijgt het drieluik dus een sequel. De editie van 2021 was om heel wat redenen erg bewogen, waardoor ik tot de conclusie kwam dat ik nog niet klaar ben om het Hel-hoofdstuk af te sluiten. Bovendien belooft deze 20e editie een bijzonder feestelijke te worden: omwille van dat ronde getal en omdat Seppe zijn 10e overwinning kan binnenrijven. Hoe vet zou dat zijn?! De zomer geeft ons vandaag al een voorproefje van de herfst: I say yes to the regenjas, want er is immers genoeg om naar uit te kijken!

Het moment – Leven als Belgische god in Nederland

Ik had het geluk om 10 dagen lang vakantie te kunnen nemen in Den Haag: de mooie stad waar mijn neef Maarten met zijn gezin woont, de stad van de CPC, van zee en strand en tonnen gezelligheid. Een stad ook waar het zomerklimaat met verfrissende bries mij op het (zweterige) lijf geschreven was. Omdat ik in een vorig leven in Leiden studeerde kan ik mezelf niet bepaald een Nederland-leek noemen. Een jaar of 15 geleden was ik er echter van overtuigd dat het nooit zou werken tussen Nederland en mij. Dankzij mijn uitjes naar Den Haag ben ik weer helemaal gewonnen voor onze noorderburen en ja, ook voor hun directheid. Ik vond in Den Haag werkelijk alles wat ik nodig had om me in vakantiesferen onder te dompelen. La vie en rose in Nederland dus.

Nederland mag dan de naam hebben eerder laag te scoren op de gastronomische schaal, ik had daarover helemaal niks te klagen. Uit eten ging ik niet, wel deed ik talloze terrasjes met koffie en wijn. Wat me opviel was de populariteit van het nul punt nul biertje. Zowel op café (de kroeg) als in de supermarkt was er een uitgebreid en divers bieraanbod zonder of met een minimaal alcoholpercentage. Zelf werd ik een tevreden mens van de uitgebreide keuze aan wijnen per glas die ook nog eens betaalbaar waren. De koffiesnob in mij kon eveneens haar hartje ophalen. Ik dronk heerlijke cappuccino’s en flat whites zonder er de hoofdprijs voor te betalen. Na enkele dagen bombardeerde ik café Emma op het Regentesseplein tot mijn stamcafé. Daar had ik meerdere goede redenen voor: het was letterlijk om de hoek van mijn verblijfplaats, ik kon er terecht voor een goeie koffie én voor een wijntje, op het terras was er altijd wat te beleven, het personeel was vriendelijk en de klanten erg divers. Op hetzelfde plein ging ik ook twee keer de mezze-schotel halen bij Ali’s Incredible Lebanese Sandwiches, werkelijk een smaakexplosie! Op het strand genoot ik dan weer van de beach-vibes bij strandpaviljoen Zuid, waar steevast trots de Nederlandse vlag wapperde, maar de zon immer stralend was.

IMG_8862b

IMG_9078b

Wat mijn horeca-beleving helemaal naar een hoger niveau tilde was de joviale en steeds inventieve manier van bedienen. Met name café Emma leek daar een patent op te hebben. Daar werd niet simpelweg gevraagd wat je wil drinken (dat zou te alledaags zijn), maar kreeg je een andere pertinente vraag voorgeschoteld: wat kan ik voor jou betekenen? Nog beter vond ik de aanpak van de jongeman die met veel zin voor dramatiek en dito armgebaren voor het terras ging staan en uitriep: heeft er hier iemand mijn hulp nodig? Ook fijn vond ik het als mijn drankkeuze positief bevestigd werd met een oprechte Lekker! Als gevolg daarvan wilde ik als exotische Vlaamse natuurlijk even creatief en lyrisch uit de hoek komen als mij gevraagd werd of alles naar wens was. Ik heb soms vast vreemde dingen gezegd.

Om helemaal in het moment te zitten, besloot ik om op een terras niet in mijn boek weg te duiken. Vakantie is juist niks doen. Op een terras betekent dat dus zitten, wat drinken, je ogen de kost geven en je oren spitsen voor de gesprekken rondom je. Een mooie bijkomstigheid is dat Nederlanders doorgaans luid en goed gearticuleerd spreken, dat ik Nederlands best goed kan begrijpen en dat er toch met weinig schroom over gevoelens of delicate onderwerpen gepraat wordt. Een Belg doet dat liever met de rolluiken strak naar beneden en gedempte stem. Ik hing aan de lippen van twee vrouwen die hun vriendschap na enkele jaren weer opnamen en vergezeld van hun twee teckeltjes een jaar of 30 aan hondenliefde bespraken. Ik volgde een sollicitatiegesprek in heel informele sfeer (een biertje, lekker!). Geen soap kon op tegen de zenuwachtig ogende man die op zijn date wachtte (het was hun derde afspraakje, zij was net gaan kamperen in Frankrijk). Toen zij eindelijk arriveerde schreeuwde alles in zijn lichaamstaal dat hij hopeloos zijn hart verloren had aan haar, maar helaas vrees ik dat zij hem minder zag zitten. De stakker! Nederlanders zijn goede verhalenvertellers. Als buitenstaander die weldra van het Haagse toneel zou verdwijnen, voelde ik me ook niet bezwaard om al die gesprekken te absorberen. Ook dat is voor mij vakantie: opgaan in de anonimiteit van de grote stad.

IMG_9089b

IMG_9002b

Als je in Nederland bent, dan wil je natuurlijk fietsen. Op vakantie wandel ik graag zonder doel rond in een stad, in Den Haag ging ik soms doelloos fietsen. Al blijft het wel uit je doppen kijken in de grote stad. Er zijn tramsporen, auto’s en fietsers die uit alle richtingen lijken te komen. Mijn lieftallige Tony viel wat uit de toon naast de alomtegenwoordige omafietsen. Ook bleek de e-bike nog niet heer en meester der rijwielen te zijn en is de Nederlander duidelijk nog niet toe aan de fietshelm. Zelfs kinderen zag ik vaker zonder dan met een fietshelm. Volgens mijn Rotterdamse vriendin Machteld is dat zo omdat fietsen in Nederland zo ingeburgerd is dat je het kan vergelijken met een helm dragen bij het tandenpoetsen. Ze was het wel met me eens dat fietsen (ook in Nederland) heel wat meer risico’s inhield dan je dagelijkse mondhygiëne.

Wat ‘s-Gravenhage (de officiële naam) helemaal onweerstaanbaar maakt is de nabijheid van de zee. Op mijn eerste vakantiedagje ging ik een kijkje nemen op het drukkere strand van Scheveningen (omwille van de pier en het CPC-gevoel), de dagen erna was ik altijd te vinden op het veel rustigere zuiderstrand. Wat een ambiance daar! Zowel ’s ochtends als ’s avonds werd er gezwommen en dat werkte zo aanstekelijk dat zelfs een niet-watterrat als ik vond dat ze de zee in moest. Ook daar moet je wel zelf gewoon uit je doppen kijken. Er zijn verschillende vlaggen die aanduiden hoe gevaarlijk de zee is. De rode vlag staat voor een “zeer gevaarlijke zee”, maar dan mag je nog steeds het water in. Wie het veilig wilde spelen, moest wachten op de geelrode vlag, want dan waren de redders aanwezig. Om het kwartier reden die in een auto over het strand om te kijken of ze niemand van de verdrinkingsdood moesten redden. Soms was er trouwens gewoon geen vlag. Geen idee hoe je dat moest interpreteren. Ik liep en wandelde heel vaak langs de vloedlijn. Ik keek naar de rauwdouwers die meeuwen zijn en hoe ze boven de strandgangers helikopteren. Ik las op het strand en tegen de duinen (in totaal 5 boeken). Ik legde me zelfs eens op een handdoek om gewoon een beetje te liggen en naar de lucht te turen. Het moet niet gekker worden.

IMG_8967b

IMG_9006b

Naast één paar sandalen, één paar slippers, één paar espadrilles en twee paar sneakers nam ik ook drie paar loopschoenen mee. Ik trok dan ook 8 keer mijn loopschoenen aan. Wat de kustlijn in Nederland zo mooi maakt, is dat die nog meer aanvoelt als een natuurgebied. Ik liep door het Westduinpark, het Oostduinpark en het Zuiderpark, telkens ook stukken door de stad en over het strand. Geen meter stelde me teleur. Op zondag 31 juli fietste ik naar Rotterdam om er de halve marathon te lopen. Het zomerse gevoel was echter wat zoek bij de #yoursummerrun omdat het een miezerige, zelfs ietwat regenachtige dag was. Bovendien was het de eerste keer dat dit evenement georganiseerd werd en dat merkte je wel een beetje. Drie weken na mijn trailavontuur in Houffalize wist ik niet goed wat ik van een snelle halve marathon op asfalt mocht verwachten. Na een vlotte eerste helft en vervolgens een eenzame strijd tegen de wind tikte ik op de legendarische Coolsingel af op 1u27, waar ik niet anders dan tevreden mee kan zijn. Met wind tegen (die verduivelde wind!) fietste ik terug naar mijn Nederlandse thuis. Kijk, ook dat is een voordeel van Den Haag: dat het voor een ervaren steenwegrijder als ik slechts een fietstocht van 25 km verwijderd is van Rotterdam.

IMG_8926b

IMG_9134b

Ik genoot kortom heel erg van Het leven zoals het is – Den Haag. Met toch een beetje hartpijn maakte ik woensdagochtend nog wat kiekjes van het Regentessekwartier. Ik besefte dat ik echt een mooie vakantie had beleefd en dat de wereld op het Regentesseplein gewoon blijft draaien als ik er niet ben. Vakantie is ook: boordevol herinneringen en inspiratie, volledig doordrongen van die prachtige stad, dolblij zijn dat je weer thuis bent. In Tienen dus, of all places.

Loperspraat – Hoe wij voor even helden waren in Houffalize

In Houffalize vind je geen idyllisch sprookjesbos. Je ziet er vooral heel veel dennenbomen en met wat geluk een kabouter. Op zaterdag 9 juli werd Houffa voor twee zussen echter een magische plek. Als je hard je best doet en doorzet dan kan je boven jezelf uitstijgen door een droom na te jagen. Toen Seppe in het najaar van 2020 de 158 kilometer lange GR Hageland route liep, ging er iets kriebelen bij Roos en mij. 100 kilometer lopen: hoe zot zou dat zijn? Zo werd het zaadje geplant om een ultra trail te lopen in Houffalize omdat we daar al enige trailervaring hadden opgedaan. Voor we ons aan die 100 kilometer waagden, zouden we voor de 68 km lange La Chouffe trail gaan. Soms is de grens tussen een grootse droom of een geschift plan behoorlijk flou. Als je op het punt bent aanbeland om een droom om te zetten in een daad, dan wordt dat plan plots een afschrikwekkende berg waarvan je niet weet of en hoe je erover zal geraken. Naast een goede voorbereiding vraagt het sowieso ook heel veel moed om in Houffalize 68 kilometer te lopen met 2000 hoogtemeters. Daar gewoon aan de start staan was al een kleine overwinning op zich.

Om 8u beginnen we aan de onderneming van de dag. Met drie Odeynen aan de start, want ook Seppe koos last minute voor de langste La Chouffe afstand. De eerste kilometers lopen over de ravel die Houffalize met Bastogne verbindt: 2 asfaltkilometers die we als aanloopje gepresenteerd krijgen. Na wat draaien en keren, springen en stijgen, volgt een eerste pittige afdaling waarbij ik al goed moet nadenken hoe ik mijn voeten best neerzet. In 2017 dook papa hier als een ongeleid projectiel naar beneden. Als ik na een handvol kilometers Houffalize-city doorkruis, lopen er voor mij twee mannen al babbelend met een flukse doch ontspannen tred, alsof ze casual aan het loslopen zijn. Ik besluit me wat achter hen te verschuilen om zo te kunnen meesurfen op hun relaxte houding. Als ik halvelings bij hun gesprek inpik, heb ik niet eens echt door dat we over het (toch wel gevreesde) BMX-parcours lopen, waarna ook een heel venijnige klim volgt. Ik kom te weten dat Pieter een marathonloper is en dat Jari traint voor een ultra trailrun in Zwitserland.

DWIX8772

Bij mijn vorige trails in Houffalize zonk de moed me al in de schoenen na 10 kilometer. Ik vond niet de goeie cadans (logisch, het is trailrunning), blies mezelf helemaal op en ik voelde de verzuring veel te snel. Vandaag moet dat anders. Mijn mantra wordt: lopen is leuk. Lopen is wat ik kan, wat ik graag doe en elke meter die ik loop brengt me sneller bij m’n doel dan elke meter die ik stap. Lopen is leuk! Lopen is leuk! Wat verderop haak ik mijn karretje weer aan bij Pieter die alleen loopt, tot hij stopt voor een eerste bevoorrading van zijn ouders. Zelf kijk ik uit naar het eerste bevoorradingspunt aan de brouwerij van Achouffe op kilometer 16. Het is daar best druk, maar de sfeer is zoals steeds gemoedelijk. Ik vul mijn water bij, steek snel wat eten in mijn mond en zie hoe Pieter mij aan een rotvaart voorbij racet. Die zie ik nooit meer terug, denk ik bij mezelf. Niks bleek minder waar. Ik vervolg mijn weg langs het water over een best goed begaanbaar pad. Een moment van onoplettendheid wordt meteen afgestraft als ik plat op mijn buik val. Mijn knie en hand zijn wat geschaafd, maar ach: als het dat maar is. Ik heb mijn les wel geleerd. Niks bleek minder waar. En ook nog steeds: lopen is leuk, zeker als dat het enige is waar je mee bezig moet zijn.

Na een paar kilometer loop ik weer samen met Pieter en zijn we vertrokken voor een heel lang avontuur samen. Pieter is met zijn 22 jaar de op één na jongste deelnemer van het pak. Hij loopt in competitieverband afstanden van 10 km tot de hele marathon. Vorig jaar liep hij in Houffalize de 36 km. Bovendien is hij ook een laatstejaars student kinesitherapie (in een sportieve context heb je daar veel meer aan dan met een leerkracht op pad te zijn). We mogen dan wel anderhalve generatie schelen, de snotneus en de oude bes vinden elkaar helemaal als (marathon)lopers onder elkaar. Als liefhebbers van het vlakke wegdek hebben we ook het ideale excuus om ons low-profile op te stellen: we zijn maar marathonlopers! Ik probeer mijn mantra ook aan Pieter op te leggen: we moeten lopen positief blijven benaderen, dat zal later nog lonen. Ik ben verder echt niet bezig met het tempo dat we per kilometer halen en met hoeveel (of hoe weinig) kilometers er al op de teller staan. In mijn hoofd ben ik nog behoorlijk fris. Hoe dan ook ben ik minder onder de indruk van de omstandigheden dan enkele jaren geleden. Mijn lichaam beaamt dat. Die positieve boodschap wil ik zeker aan mijn ouders overbrengen die samen met Niko (mijn lieve schoonbroertje) paraat staan bij de waterpost op kilometer 25. Ik krijg daar ook te horen dat ik als tweede loop en Roos als vierde. Dit is geen competitie, maar wel een bevestiging voor ons, de marathonlopers, dat we goed bezig zijn.

LFWT3725

Hoe leuk ik lopen nog steeds vind, het is niet zonder risico. Rond kilometer 28 lopen we (weer maar eens) langs de Ourthe over een smal pad met behoorlijk wat sprongetjes en obstakels. Ik maak een onschuldige schuiver met mijn voet langs de waterkant, ik kan me nét niet vastklampen aan een boom en voor ik het goed en wel besef, glij ik op mijn buik met mijn hoofd richting de Ourthe. Hier en daar probeer ik me nog wat tegen te houden, maar er is amper houvast, de kant is te steil. Na een glijpartij van een meter of 3 slaag ik erin om met mijn voeten eerst in het water te landen. Ik krijg een stevige hand aangereikt van redders Frederik en Pieter om naar boven te klimmen. Weer wat schaafwonden rijker besef ik nu echt dondersgoed hoe snel het gebeurd kan zijn en hoe dit ook minder fortuinlijk had kunnen aflopen. Er zijn plaatsen waar je tientallen meters naar beneden glijdt en minder zacht landt. Ik voel de adrenaline weer stromen. Lopen mag dan wel leuk zijn, ik neem me voor om nog beter uit mijn doppen te kijken. Al is dat echt geen evidentie: er lijkt geen meter te passeren waarbij er niet iets uit de grond steekt, er is geen paadje (als dat er al is) zonder bult, put of steen (rots). Trailrunning is zonder meer een prachtige sport omdat je op een heel primaire manier van lopen kan genieten net omdat het een bepaalde focus vraagt.

Pieter en ik, wij blijven gaan. Elke kilometer zeggen we allebei eens dat we toch echt wel goed bezig zijn. De benen worden natuurlijk wat strammer, maar al bij al kunnen we nog steeds behoorlijke stukken lopen. Dat geeft de loper moed. Aan sfeer en gezelligheid dus geen gebrek. Als we op km 35 zitten, zeg ik al lachend dat de marathon kan beginnen. Het is nu uitkijken naar de bevoorrading van kilometer 36. Terwijl Pieters vader (die garagist is) daar bezig is een vastgereden auto uit de berm te trekken, spoelt de stagiaire-kine mijn wonden uit. Na een paar minuten zetten we onze weg verder. Het parcours kent echter geen genade. De kilometers kruipen voorbij omdat we heel wat steile stukken moeten overwinnen. Hoewel mijn compagnon best vaak struikelt, slaagt hij er altijd in om recht te blijven. Ik daarentegen ga nog een derde keer tegen de grond. Met net te weinig schwung spring ik op een betonblok waardoor ik achter de rand blijf haken en met een harde smak op het beton knal, een klap die ik opvang met mijn rechterschouder en -kaak. Het is zo’n val waarbij je je hoofd eventjes hoort kraken. Ik krijg weer een helpende hand aangereikt. Het beton is (logischerwijze) niet mals geweest voor mij. Mijn beide knieën liggen nu open, mijn schouder en gezicht bloeden. De carrosserie is met andere woorden gehavend, maar de spirit om te blijven gaan is er nog steeds. Ik neem mezelf voor de derde keer voor om nóg beter uit mijn doppen te kijken.

ISQW0254

Stilaan begint er een dip te komen in ons aanvankelijk niet-aflatende enthousiasme. De kilometers gaan tergend traag voorbij en we hebben nog niet eens onze marathon gelopen (we kunnen het niet laten om die erbij te betrekken). Het lijf begint meer pijn te doen en het kost steeds meer moeite om dat in gang te trekken. We zijn al 5 uur onderweg. Het dringt door dat we nog een lange weg te gaan hebben. Je zou kunnen denken dat op een bepaald moment de verveling toeslaat bij een onderneming van dat kaliber. De realiteit is dat je snakt naar verveling, maar helemaal opgeslokt bent door wat je aan het doen bent: pijlen zoeken en volgen, een spoor kiezen, wat klimmen over boomstammen of over rotsblokken, heen en weer lopen, op en neer lopen, drinken, bergop stappen en naar adem happen omdat het zo steil is, niet weten hoe je een afdaling moet nemen en dan pijn hebben aan je verzuurde pikkels. Het is totaal irrelevant, maar we lopen onze marathon in 5 uur en 25 minuten.

XXGB3800

Aan de waterpost van kilometer 46 is wederom een goede ambiance, maar ons vat is best leeg. We moeten nog 20 kilometer overbruggen. Hoe lang zal dat nog duren? Hoe lang kunnen wij nog blijven gaan? De volgende mijlpaal is die van de 50 kilometer, 6 kilometer daarna volgt dan de laatste bevoorrading. We hebben iets nodig om ons aan vast te klampen. Als kilometer 50 een feit is wordt er echter geen vuurwerk ontstoken. We vervolgen onze weg, soms naast elkaar, soms achter elkaar. We blijven wel zeggen en denken dat we goed bezig zijn. Ik probeer mijn mantra bij te stellen van “lopen is leuk” naar “lopen is efficiënt”. 100 meter lopen, al is het traag, gaat altijd sneller dan 100 meter stappen. Hoogtemeters kunnen we amper nog lopend verwerken. Met als gevolg dat we ons binnen één kilometer gemakkelijk een keer of 6 terug op gang moeten trekken. Dat doet pijn, steeds een beetje meer. Op kilometer 52 doemt plots een bekende man op uit het niets: papa! Mijn supportersteam staat op post en dat geeft toch weer een heel klein beetje vleugels. Ze schrikken wel wat van mijn beschadigde aangezicht, maar ik loop nog steeds tweede en niemand minder dan Roos Odeyn – the one and only – is de nummer 3. De marathonlopertjes rechten hun rug en gaan voor de zoveelste keer terug op pad.

Na dit aangename intermezzo krijgen we plots het gezicht te zien van de loper met het rode shirt die we al heel lang zo nu en dan voor ons uit zagen lopen. We vinden aansluiting bij Vincent die nog met een heel soepele tred loopt, uitermate positief is en trailstokken heeft. Alle tekenen die er voor ons, wannabe traillopers, op wijzen dat we hier met een ervaren ultra trailloper te maken hebben. Vincent wuift dat meteen weg. Ook bescheidenheid is een eigenschap van de trailloper: hij is namelijk niet bepaald aan z’n proefstuk toe. In december liep hij de Bello Gallico van maar liefst 160 kilometer en zelfs dat deed hij niet voor het eerst. Als je hem ziet gaan, dan denk je echt dat lopen ook na 55 kilometer nog leuk is. Vincent wordt de nieuwe metronoom. We proberen te lopen als hij loopt en vinden het veroorloofd om te stappen als hij dat doet. Bij onze laatste rivieroversteek blijkt ook hoe onervaren Pieter en ik door de Ourthe waden, alsof we vastgelijmd zijn aan de bodem, heel behoedzaam voetje voor voetje om vooral niet uit te glijden. Vincent daarentegen lijkt over water te kunnen lopen. Niet veel verder gebeurt er nog een mirakel als we zowaar een volle kilometer aan een stuk kunnen lopen. Het kost echt heel veel moeite, maar het doet ook deugd omdat je meteen voelt dat het zelfs met die ganzenpas de snelste manier is om afstand te overbruggen.

Op die manier bereiken we de laatste bevoorrading op kilometer 56. We maken dankbaar gebruik van het korte stukje asfalt dat we voorgeschoteld krijgen voor we ons weer into the wild begeven. We maken ook weer schaamteloos gebruik van Vincent als wegkapitein. Ik probeer me enkel te focussen op zijn tred, niet te veel meer na te denken en mijn kapotte benen te negeren. Ik beeld me in hoe we met z’n drieën aan een elastiek hangen en hoe die mij vooruit trekt. Helaas voel ik ook dat het elastiek achter mij onder steeds meer spanning komt te staan. Als ik achterom kijk, zie ik dat Pieter het steeds lastiger krijgt en terrein verliest. Moet ik nu verder lopen zonder mijn maatje? Moet ik stoppen en op hem wachten? Ook dat lijkt tegennatuurlijk. Ik loop, ik kan lopen, lopen is niet echt meer leuk, maar nog steeds de snelste manier om die finish te bereiken. Ik focus me dus op de weg die voor mij ligt, op het rode shirt en die fantastische rug van Vincent.

Rond kilometer 60 voelt het eindelijk alsof het einde in zicht is. Vincent heeft duidelijk nog meer overschot en loopt inmiddels een goed stuk voor mij. Al spoort hij me onbewust wel nog aan om voor de sub 9 te gaan. Er is inmiddels ook een kakelvers blik lopers over het parcours uitgeschud: de staart van de 14 km wedstrijd. Al puffend, waggelend en strompelend haal ik er nog heel wat in. Zelfs op de allerlaatste klim op kilometer 62 die er heel stevig in hakt. Ik heb amper nog kracht in m’n benen en moet zelfs twee keer halthouden om goed in te ademen en met een laatste restje moed naar boven te klimmen. Stilaan sijpelt het door dat er een einde komt aan dit waanzinnige avontuur. Met die gedachte slaag ik er nog in om een volle kilometer aan een stuk te lopen. Op de allerlaatste geaccidenteerde afdaling neem ik geen enkel risico om te vermijden dat ik nog eens tegen de grond zou gaan. Ik zie de finish, ik hoor mijn supporters roepen en fluiten. Ik kan dan ook niet anders dan met een heel grote glimlach onder de gele Arc de Triomphe door te lopen. Ik ben 2e vrouw en 26e overall in 8 uur en 53 minuten. Dit is echt te zot voor woorden!

RCNE4312

JRLU2554

Wat overheerst is de opluchting: het zit erop en het is gelukt. Bovendien heb ik er alles uitgeperst wat erin zat. En dan is het wachten op Pieter, die had het nog heel zwaar gehad de laatste kilometers waardoor hij noodgedwongen heel veel heeft moeten stappen. Het maakt allemaal niet uit, want ik ben apetrots op zijn prestatie. Zonder zijn gezelschap zou ik deze dag zonder twijfel een pak minder positief hebben doorstaan. En dan is het wachten op dat straffe zusje van mij. Jawel hoor, ze loopt daar zo eventjes als derde over de finishlijn! Ik heb nooit getwijfeld aan haar kunnen, ik weet dat ze kan bikkelen als geen ander, maar ik ben toch diep onder de indruk. Wat een tour de force! Achteraf hoorde ik dat ze na 6 kilometer al dacht: dit lukt nooit! Ze was niet alleen een uur langer onderweg, ze was ook helemaal op zichzelf aangewezen omdat ze amper in gezelschap had kunnen lopen. Nog helemaal high van alle emoties staan we daar dus met ons tweeën te blinken (en stinken) op het podium, een scenario waar we zelfs in onze stoutste dromen geen rekening mee hadden gehouden.

HPYB8384

Wat gebeurde er trouwens met Seppe? Die miste als koploper van de race een pijl en kwam daardoor ongewild op het parcours van de 47 km wedstrijd terecht (die hij officieus won). Toch wel een kleine domper op de feestvreugde. Toen Roos en ik finishten was Seppe al lang terug in hometown Herent waar hij ook al 40 kilometer was gaan fietsen. Ik zei dat er drie Odeynen aan de start stonden, eigenlijk waren het er de volle vier. Omdat onze zus Marike zo intens met ons heeft meegeleefd. Omdat zij een onmisbare schakel is bij de uitvoering van al die wilde dromen. Omdat we zonder haar nooit compleet kunnen zijn. Het is zoals de drie musketiers die eigenlijk ook met vier waren.

Voor de start zei Roos met een lachje: denk eraan, good vibes only! De dikke knipoog moet je er zelf bij denken, want ik heb een hekel aan die quote (als in: zo werkt het niet in het leven). Nu overweeg ik toch om die in het groot en breed in huis op te hangen. Misschien moet ik hem zelfs op m’n arm laten tatoeëren. Soms is het wel degelijk zo simpel. Alleen ontstaat die positieve ingesteldheid niet op commando. Je moet zelf de omstandigheden creëren waarin de goede vibes toonaangevend zijn. Ik heb die in de eerste plaats te danken aan de afleiding die ik vond bij mijn loopmaatje van de dag. Ook heb ik geleerd van mijn vorige deelnames in Houffalize dat het weinig zin heeft om te foeteren op de bergen. Daardoor kon ik met momenten oprecht genieten van alles wat we onderweg hebben gezien en meegemaakt. De Ardennen zijn adembenemend mooi. We hebben panoramische uitzichten gehad waar geen postkaart tegenop kan. We hebben wandelwegen belopen waar ik me anders nooit aan zou wagen.

Ik vind het moeilijk om deze ervaring te vergelijken met een marathon lopen of deelnemen aan de Hel van Kasterlee. In mijn ervaring is het grote verschil met de duurinspanning van de marathon of van een eindeloze winterduatlon dat die monotoner van aard zijn. De voorspelbaarheid ervan ligt wat hoger. Je kan op voorhand en tijdens de race beter anticiperen op mogelijke obstakels (zowel mentaal als fysiek). De pijn van je verzuurde benen neemt gestaag toe, maar het blijft wel dezelfde pijn. De strijd die je voert in je hoofd is eveneens redelijk onveranderlijk. Je moet en zal blijven lopen (of fietsen) en dat is zonder meer kei hard afzien. Trailrunning is de sport van 50 shades of afzien. Tijdens een trail besef je dat “afzien” zich aandient in diverse veranderlijke verschijningsvormen. Afzien is: overal in je lijf rare pijntjes hebben en dan beseffen dat je nog een lange weg te gaan hebt. Afzien is: je wil nog steeds vooruit. Afzien is ook: lopen en dan plots een berg moeten beklimmen met rotsachtige uitstekers. Afzien is: willen lopen, maar niet kunnen. Afzien is ook: kunnen lopen, maar niet willen. Afzien is: een kilometer verdelen in 10x 100 meter en dan ook 10x verrast zijn met wat je voor de voeten krijgt. Afzien is ook: blij zijn dat het branderige gevoel van de schaafwonde op je knie de verzuring tijdelijk verdringt. Afzien is: dat je eigenlijk niet meer weet hoe je je voelt.

Tot slot kreeg ook het begrip “doorzetten” voor mij een bredere invulling. Je bent geneigd om bij doorzetting te denken in termen van vechten, strijden en knokken. Het is echter onmogelijk om uren aan een stuk in vechtmodus te zijn. Tijdens een trail ervaar je dat doorzetten vooral ondergaan is. Je neerleggen bij het feit dat wat je aan het doen bent zwaar is. Aanvaarden dat je lichaam en geest het lastig hebben. Je moet niet in de clinch willen liggen met de berg of de grilligheid van het landschap (die strijd win je immers nooit), maar het laten begaan. Een dikke vette les in go with the flow, ook als er heel weinig flow blijkt te zijn. Om er meteen een les mindfulness bij te gooien: door die houding zat ik ook veel meer in het moment. Als ik het zwaar heb tijdens een marathon dan zoek ik de afleiding buiten datgene waar ik mee bezig ben. Nu was de tocht zelf de afleiding. Wat ik heb meegemaakt tijdens die 8 uur en 53 minuten in Houffalize is zonder meer een rijke en onvergetelijke ervaring. Dit is uiteindelijk waarom ik loop: om herinneringen te maken, grenzen op te zoeken, om op avontuur te gaan en dat te kunnen delen met ieder die mijn pad kruist. Mocht je er nog aan twijfelen: lopen is leuk. Juist om die reden is de droom van de 100 kilometer nog even levendig.

SCXR9338

Nog enkele weetjes:

  • er stonden 114 gekken aan de start van de 68 km, waaronder 8 vrouwen, 96 deelnemers haalden de finish
  • een diepe buiging voor de Luxemburgse Shefi Xhaferaj die amper 7 uur en 10 minuten nodig had om 68 km af te haspelen, wat een vrouw!
  • we staken in totaal 4x de Ourthe over, de ene keer al langer en dieper dan de andere, Pieter en ik liepen ook 2x verkeerd
  • in vogelvlucht waren we op het verste punt slechts een kilometer of 12 van Houffalize verwijderd, kan je nagaan hoeveel lussen en kronkels we hebben gemaakt
  • oh ironie 1: één van de eerste gesprekken met Pieter ging over de vele hoogtemeters van de Paris marathon, dat zijn er zeker 100!
  • oh ironie 2: tijdens een trail run hard ten val komen op een betonblok
  • ik ben een fan van de reeks Earth’s Greatest Rivers, na tientallen kilometers langs en dito uitzichten op de Ourthe vind ik dat die rivier echt een eigen documentaire verdient
  • ik dronk onderweg 5 liter en at relatief weinig: 2 repen Clif bloks (het equivalent van 4 gels) en 4 sneetjes peperkoek
  • bij de bevoorrading op km 36 maakte Pieter een plaspauze, mannen kunnen volgens hem altijd plassen
  • op sommige plekken kruisten heel wat wandelaars ons pad, die staarden mijn geschaafde en vuile kop wel eens raar aan (begrijpelijk)
  • Marike zei na afloop heel stellig dat we haar nooit zullen kunnen overtuigen voor een trail run van dit formaat
  • Running Up That Hill van Kate Bush is voor eeuwig en voor altijd verbonden met Houffalize
  • de wondzorg van de EHBO-post liep een jaar of 20 achter, ik kreeg niet meer dan wat ontsmetting en moest smeken om een pleister, gelukkig hebben wij in de familie heel wat expertise in de hoedanigheid van mijn schoonzus Valerie
  • de actiefoto’s die Sportograph onderweg nam, lijken een zombie-filter te hebben: zowel Roos als ik zagen asgrijs en nooit eerder hadden we zo’n uitgesproken nekspieren
  • dit verslag schrijven kostte me veel meer tijd dan de trail lopen, ik had tijd nodig om alles te reconstrueren en op te schrijven (je maakt zoveel mee!), maar ook om onder woorden te brengen wat dit voor mij betekent

Het moment – Drie dappere lopers in Houffalize

Houffalize, zondagochtend 8u. Ik zit met mijn ouders, Roos en Niko aan de ontbijttafel. We praten nog na over ons trail-avontuur. Roos moet zich mankend naar het ontbijtbuffet slepen. Ik val dan weer op met mijn ingepakte knieën en gehavende gezicht. We knikken begripvol naar andere traillopers. Ik zeg tegen mijn ouders dat het me vermoeiend lijkt aan kinderen hebben dat je ze levenslang onvoorwaardelijk moet steunen, zelfs als ze 36 zijn en 68 km willen lopen over een geaccidenteerd parcours, dan kan je ook weer ongerust gaan zijn. Volgens mama is dat net heel mooi: met kinderen is geen enkel jaar of geen enkele zomervakantie hetzelfde. Kinderen bieden je juist opportuniteiten. Er volgt natuurlijk een uitgebreid verslag over de 8 uur en 53 minuten dat ik onderweg was in en rond Houffalize. Hoewel misschien alles gezegd is met de briljante samenvatting van papa op Facebook. Voor nu geef ik hem dus graag het woord.

Straffe familie verhalen uit de Chouffe Trail, goed voor 68 km en 2000 hoogtemeters. En de winnaar is… Hier zijn de genomineerden.

Seppe zag ik als enige de helling voor km 25 oplopen en de leiding nemen. Hij miste een cruciale pijl en kwam in een andere loopafstand (48 km) terecht, liep die dan maar uit en kwam als eerste aan. Rond de middag had hij al gedaan. Spijtig natuurlijk, hij is dan maar thuis nog wat gaan fietsen. Lichaamsschade was beperkt tot wat schrammen door een valpartij.

Roos heeft langer gelopen dan de 2 andere (respect) en behaalde de derde plaats bij de vrouwen. In dialoog met zichzelf heeft ze elke inzinking overwonnen. Ook een “aft” op het puntje van de tong maakte het er niet gemakkelijker op. Rock Werchter maakte deel uit de trainingen. Vandaag werd de trap achteruit stappend genomen en instappen in de auto nam wat tijd in beslag. Naast de klassieke blaren ook wat schrammen van een val.

Joke haalde het beste resultaat op de 68 km van de familie, tweede vrouw en ze stond haar “mannetje” in het algemene klassement. Toen we haar tegenkwamen op km 52 was het even schrikken. Joke was duidelijk gevallen. Geschaafde knieën, schouder en builen en krassen in het gezicht. Maar stoppen was geen optie. Ze liep ondertussen samen met Pieter Van den Borre, één van haar redders bleek achteraf. Zoals steeds viel Joke niet stil in het laatste deel. Aan de eindmeet hoorden we het hele verhaal van de valpartijen. Eerst schoof ze enkele meters naar beneden, hoofd eerst, richting Ourthe. Twee andere lopers, waaronder Pieter, hielpen haar terug omhoog. Nadien was er nog een valpartij op een betonblok, maar coach Pieter was opnieuw van de partij, waarvoor dank van de familie.

Bij uitzonderlijke prestaties horen dito bedankingen.
Aan mijn lieve familie: om mij dus echt oprecht altijd te steunen en me ondanks mijn grillen zo graag te zien.
Aan de trouwe bloglezers en vrienden: om altijd zo enthousiast te zijn, mij succes te wensen en te feliciteren, steeds weer.
Aan Jari Goethals voor de toffe babbel aan het begin van de tocht en bij de finish.
Aan Frederik Van Rooy voor de helpende hand aan de Ourthe.
Aan Vincent Smets voor de positieve trail-vibes, de toffe verhalen, de geruststelling en peptalk toen we het echt konden gebruiken en ook voor die fantastische rug waar ik me een paar keer achter kon zetten en die me richting finish stuwde.
Aan Pieter Van den Borre om het een uur of 7 met mij uit te houden, me letterlijk recht te trekken en ook mentaal overeind te houden door de babbels en de grappen onderweg. Ik had me geen beter gezelschap kunnen wensen. En ja, we waren dus blijkbaar echt goed bezig!

Loperspraat – Voorbeschouwing op de La Chouffe trail met Roos

Het is juli, het is zomer en voor sommigen vakantie. Dat betekent dat er eens zwaar gelopen kan worden in de Ardennen. Jawel, hoog tijd dus voor de La Chouffe trail in Houffalize (Houffa voor de vrienden). Ondertussen een min of meer vaste waarde op de loopkalender van de Odeynen. Net zoals in 2019 staan er maar liefst drie stuks aan de start van de 68 kilometer. Multisporter en all-round talent Seppe; marathonloper en ondergetekende Joke; en Roos, het jonkie die met haar 29 jaar op geen enkel vlak moet onderdoen voor haar broer en zus. Ik stelde haar wat vragen – ook inmiddels bijna traditiegetrouw – om alvast vooruit te blikken op het Ardens avontuur.

Roos, 68 kilometer lopen, waar haal je in godsnaam dat idee vandaan?
Ons idee (van Joke en mij) is eigenlijk om ooit eens meer dan 100 kilometer te lopen. 68 kilometer is dan misschien een logische tussenstap. Ik wil dit gewoon eens gedaan hebben. Om te weten of ik het kan, hoe het mij bevalt en hoe het voelt om zo lang te lopen. Ik hoop dan ook dat ik binnen de tijdslimiet van 11 uur kan finishen. Ik beschouw deze trail dus niet als een wedstrijd, maar als een lange looptocht waarin ik wil blijven doorgaan. Ik kan eigenlijk echt niet goed bergop lopen.

Hoe heb je je voorbereid op dit crazy avontuur?
Amper. Na de marathon in april hebben Niko en ik nieuwe ramen gezet in ons huis en ben ik het goede loopritme kwijtgespeeld. In de maanden april en mei liep ik wel wat wedstrijden, waar ik telkens te snel wilde gaan. Ik ben dan wat geblesseerd geraakt aan mijn knie. Mijn kine bevestigde dat ik niks kapot maakte door te lopen, maar ik liep gewoon echt niet vlot. In het voorjaar liep ik sneller en soepeler, gewoon met meer energie. Het is voor het eerst dat ik een lopersdip heb gehad. Er deed altijd wel iets pijn als ik liep. Het voelde nooit echt comfortabel. Om de trail tot een goed eind te brengen zal ik dus heel veel mentale kracht nodig hebben. Ik wil het van in het begin rustig aan doen, mijn tijd ervoor nemen, niet blijven beuken. Ik hoop dat mijn benen op de één of andere manier zullen blijven draaien. De spirit hoog houden, dat zal het belangrijkste zijn voor mij. Als ik het zwaar heb, kan ik bijvoorbeeld eens met Marike bellen om wat peptalk te krijgen.

Wat neem je onderweg mee om je te wapenen?
Ik denk eraan om een tweede GPS-horloge mee te nemen, want ik denk dat de batterij van mijn horloge niet zo lang kan meegaan. Om goed te kunnen indelen, is het wel echt belangrijk dat ik de vooruitgang kan zien, dat ik weet hoeveel kilometers ik nog te gaan heb. Ik ga ook een half uurtje oppeppende muziek luisteren van Dropkick Murphys en The Dead South, niet met oortjes, want ik wil gefocust blijven op het parcours. Qua voeding heb ik Clif bloks gekocht en neem ik ook wat gels mee. Mama en papa kunnen me onderweg hopelijk ergens nog een flesje met koolhydratendrank aangeven. In mijn trailrugzak zit een waterzak met 1,5 liter die ik dus zal moeten bijvullen bij de bevoorrading. Ik zou ook nog graag wat glutenvrij brood (red. Roos krijgt een allergische reactie als ze gluten eet tijdens of vlak voor een inspanning) hebben zodat ik niet alleen sportvoeding moet wegwerken. 

Waar kijk je vooral naar uit?
De trailsfeer natuurlijk! Ik vind een trail lopen echt leuk: op pad en onderweg zijn. Niet dat ik heel de tijd aan het genieten ben, maar ik vind het wel heel spectaculair om te zien waar je dan loopt. Er zijn echt nog delen van het parcours waar we nu ook weer gaan lopen die ik me herinner van de vorige keer. Na de brouwerij van Achouffe heb je bijvoorbeeld een heel lang stuk dat je langs de Ourthe loopt over een weggetje. Er is ook ergens een superzware klim met een mooi zicht. Ik moet het parcours trouwens nog eens goed bestuderen, want parcourskennis helpt mij altijd omdat ik dan scenario’s kan bedenken om me voor te bereiden. Ik bekijk het als 3x 20 kilometer lopen. De joekels wandel ik wel op, ik vind het echt niet erg om te moeten stappen. 

Wat vrees je het meeste?
Dat ik het niet haal of dat ik van in het begin tegen de tijdslimiet aan schurk en dat ik dus niet mijn eigen tempo kan aanvoelen, maar moet doorduwen. Ik heb gewoon al lang niet echt goed gelopen, waardoor ik heel hard twijfel aan mijn loperskwaliteiten. Ik ben wel helemaal niet zo zenuwachtig. Voor de marathon van Parijs stond ik twee weken ervoor al stijf van de stress. Je bent dan heel erg gebrand op een bepaald doel. Nu is het gewoon wat het is en zal ik wel zien wat het wordt.

Tot slot, de vraag die op ieders lippen brandt: hoe was Rock Werchter?
Geweldig! Studio Brussel had de slogan Party like it’s 2020, 2021 & 2022 en zo was het ook echt. Ik was vergeten hoe leuk ik het vond: de muziek (harde gitaren!), het live-gegeven, het samenzijn met de vriendengroep. Voor Niko was het de eerste Werchter en die is ook helemaal verkocht. Als voorbereiding op de trail heb ik natuurlijk wel net te veel bier en frieten weggewerkt, maar ik heb vakantie en kon deze week dus rustig aan doen: goed slapen en mentale rust vinden. Dat is heel belangrijk.

Liefste sis, er is echt geen enkele reden om te twijfelen aan jouw loperscapaciteiten. Je hebt een solide basis, bent een ervaren afstandsloper en jij kan heel veel aan. You rock, girl!

Loperspraat – Waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn

Houffalize lonkt. Over 20 dagen staan Roos en ik aan de start van de La Chouffe trail: een looptocht van 68 kilometer met ook nog eens 2080 te overbruggen hoogtemeters. Een nieuw grensverleggend loopavontuur dat zich ver buiten de comfortzone van de marathon bevindt. Niet dat marathons lopen voor mij moeiteloos of pijnvrij aanvoelen, maar ik weet wel behoorlijk goed waar ik me aan kan verwachten en hoe ik me daarvoor kan klaarstomen. Bij een trailrun van dit kaliber is dat helemaal anders: hoe goed ik me ook probeer voor te bereiden, het voelt als een grote sprong in het diepe. Al ben ik ook niet helemaal aan mijn proefstuk toe. In 2017 liep ik al eens 50 kilometer in Houffalize en in 2019 liep ik me helemaal kapot op de 36 km. Ik ondervond toen telkens dat trail running toch een heel eigen discipline is binnen het loopwereldje. Als gedreven marathonloper werd ik keihard met de beperkingen van mijn loopcapaciteiten geconfronteerd.

Hoe dan ook vind ik traillopers zonder twijfel de sympathieksten der lopers. Nergens is de sfeer aan de start zo amicaal als bij een trailrun. Ze hebben het niet over een wedstrijd of een race. Ze klagen of zuchten ook niet als ze onderweg zijn. Ze houden van de natuur in al z’n facetten. Avontuur en beleving zijn belangrijker dan een tijd of resultaat neerzetten. Een trailloper lijkt kortom zenner dan zen in het leven te staan. Als gewoon lopertje kan ik alleen maar houden van die (wellicht geromantiseerde) kenmerken waar de trailloper voor staat. Helaas zal ik nooit een echte trailloper zijn en daar heb ik vijf goede redenen voor.

Ik blijf bergop lopen een opgave vinden. Ik hou echt heel erg van de natuur en de bergen, maar dan vooral om ernaar te kijken of erover te lezen: lang leve Paolo Cognetti! Als ik hoogtemeters maak, gaat er in mijn lijf een waarschuwingssignaal af: pas op! hoogtemeters! de motor moet harder draaien! Ik ga een strijd aan met de berg (of heuvel of glooiing of wat dan ook), want mijn lijf wil een tempo aanhouden. Ik ben de loper met de krachtige motor die zich focust op de juiste cadans om dan als een metronoom mijn voeten over het asfalt te laten tikken. Trailrunning daarentegen dat staat voor een duizelingwekkend aantal intervals, een overdaad aan variatie en onvoorspelbaarheid op alle gebieden.

Ik ben als de dood voor teken en heb een hekel aan alles wat vliegt, kruipt en steekt. Laat een grizzlybeer of everzwijn mijn pad kruisen: ik weet hoe ik adequaat moet handelen. Insecten daarentegen kunnen mij echt gek maken. Nu denk je waarschijnlijk dat het redelijk aanstellerig is om je druk te maken over insecten als het melkzuur tot achter je oren zit. Wel, net dan word ik hypergevoelig voor de terreur die insecten kunnen veroorzaken. Je neemt natuurlijk wel je voorzorgen om ongedierte op een afstand te houden, maar door al dat gezweet (behoorlijk extreem bij mij), ben je gewoonweg een insectenmagneet. Bij de trail in 2019 werd ik in mijn gezicht (!) door drie verschillende insecten gestoken. Ik hield daar nét geen nachtmerries aan over.

Ik drink en eet zelden tijdens een looptraining. Wie hier al langer mijn marathonverslagen leest, weet dat hoe vaker ik marathons liep, hoe heftiger mijn lichaam reageerde op sportgels en -drank. Bij mijn eerste marathon kon ik het perfecte voedingsschema aanhouden, bij mijn laatste twee marathons consumeerde ik 3 gels en een beetje water. Die minimale voedingsinname geeft mij voldoende energie om tot het einde te blijven gaan zonder dat er een wild feest ontstaat achter mijn buikwand. Een persoonlijk succesrecept dat regelrecht indruist tegen elk voedingsadvies. Aangezien ik in Houffalize makkelijk een uur of 9 onderweg zal zijn, is eten en drinken niet minder dan een bittere noodzaak. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe ik dat ga aanpakken.

Ik vind het lastig om tijd en snelheid helemaal los te laten, hoe graag ik ook de vrouw van de beleving wil zijn. Je kan een gemiddeld tempo tijdens een trail run niet vergelijken met wat je bij eender welke andere wedstrijd loopt. Om deze 68 km af te tikken, geeft de organisatie ons 11 uur de tijd. Dat is best strak. In 2019 had de eerste vrouw 9 uur en 18 minuten nodig om de finish te halen. In 2021 was dat slechts 6 uur en 57 minuten. Het is met andere woorden heel moeilijk om in te schatten wat voor mij haalbaar is. Ik wil zeker geen bepaalde tijd of plaats in de rangschikking halen, maar een indicatieve richttijd zou me een stukje controle geven over wat me te wachten staat en hoe ik me verhoud tot die 11 uur.

Ik vind de eenzaamheid van het traillopen soms best akelig. In 2017 kreeg ik mijn papa zo ver om te vergezellen tijdens die 50 km omdat ik schrik had om verloren te lopen. Dit jaar was het eigenlijke plan om de 68 km samen met Roos af te leggen, qua zussenmoment zou dat wel kunnen tellen. Inmiddels zijn we echter tot de conclusie gekomen dat het – al die gezelligheid ten spijt – verstandiger is om het ieder voor zich aan te pakken zodat we elk ons eigen lichaam kunnen volgen. Een dag alleen zijn schrikt mij op zich niet af, ook de Hel van Kasterlee is in se een eenzame bezigheid. Bij een trail bevind je je echter verder weg van de bewoonde wereld. Voor iemand die in een vingerknip een waslijst aan rampscenario’s kan bedenken, boezemt dat toch behoorlijk wat angst in. Gelukkig heb ik vooral ook heel veel zin in dit avontuur. Juist omdat je alleen maar grenzen kan verleggen door er eens los over te gaan. Naast de angsthaas schuilt er ook een optimist in mij die ervan uitgaat dat het op de één of andere manier wel in orde komt. Een goed verhaal, een La Chouffe en een familiaal weekend levert Houffalize ons sowieso op.

Met een speciale dankjewel aan Sam en Joséphine die met hun vrolijke hoofden op de foto (en ook vorige week in het echt) tonen wat een groot plezier off-road lopen kan zijn!

Het moment – Stijlvol en sportief met Flo in Brussel

Mijn leven verzamelt zich tegenwoordig in een hoop tassen en zakken. Fietsen, lopen, werken en altijd een beetje onderweg zijn: het vraagt wel wat organisatie. Om de juiste sleutels op zak te hebben, het gepaste schoeisel en ook de kleding voor de modus van het moment. Zo kleed ik me dus makkelijk een keer of 5 per dag om en sta ik net zo vaak spullen van de ene tas naar de andere over te hevelen. Nu ik ook weer vaker op een sportevenement ben, kwam ik tot de vaststelling dat ik als tassenfan van het eerste uur nood had aan een classy sporttas. Ik mag dan wel een coole sportzak van Nike hebben, als DIY-er kom je pas echt thuis in een zelfgemaakte tas. Hoog tijd voor weer wat onversneden creativi-tijd in mijn Flat White atelier.

Ik vertelde al vaker over mijn kledingcollectie van Flat White. Jassen, tassen en sweaters blijven de key-items van mijn zelfontworpen garderobe. Ik kan echt niet naar Parijs gaan zonder één of meerdere sweaters en liefst ook een jas van eigen hand. Geen Parijs ook zonder Maurice (bij de marathon was hij er als vanouds weer bij). Maurice had echter een elegant zusje nodig, net zo praktisch en fashionable, maar een maatje kleiner. Enter de Flo sporrtas volgens een patroon van WISJ. De handtas-versie maakte ik al 2 jaar geleden. Je weet wel: in de tijd dat we met z’n allen inhuizig moesten blijven, dat er stiekem ook best veel tijd was voor eigen dingen en dat online stoffen shoppen een volwaardige hobby was voor mij.

IMG_8196b

IMG_8197b

IMG_8199b

Wat altijd terugkeert als ik een tas maak is dat ik net zoveel uren nadenk over de perfecte stoffencombinatie als dat ik daadwerkelijk achter de naaimachine zit. Net zoals dat er altijd een moment aanbreekt dat ik denk: doorbijten en werken! Het is dan worstelen om al die lagen stof netjes onder de persvoet te krijgen zodat het resultaat niet alleen mooi is, maar ook stevig. Het binnenstebuiten gekeerde gevaarte dat voor mij ligt lijkt dan in de verste verte niet op een tas. Toch is het ook hoe mijn kleine Flootje geboren werd. Instant verliefdheid, ook dat is een terugkerend gevoel als die tas dan eigenlijk staat en als het nog meer geworden is dan waar je op gehoopt had.

Voor Flo koos ik als basisstof resoluut voor een lichte denim. In april liet ik me in Le Bon Marché namelijk inspireren door het onbetaalbare IRO Paris waar ze werkelijk fenomenale stukken hadden ontworpen met lichte jeans die zowel stug als soepel oogde. Voor het colour-block effect met de onderkant koos ik een washed canvas (een alternatief voor oilskin). De voering is dan weer een dekbed uit de kringwinkel dat ik verknipte. Flo is ook een ode aan mijn streepjesliefde. Mijn motto is niet voor niets: een dag geen streepjes gedragen, is een dag niet geleefd. Omdat de duivel in de details zit, mochten knipogen naar mijn vorige collecties niet ontbreken: yes, a touch of leopard! Ik heb nu eenmaal graag dat de dingen bij elkaar passen, dat creëert rust en harmonie in de chaos die het leven vaak is.

IMG_8201b

IMG_8217b

Flo was nog geen dag oud toen ze al mee mocht op de fiets en trein voor het loopfeest der loopfeesten: de 20 km van Brussel. Zowel voor Roos als voor mij was het de 7e keer dat we in Brussel aan de start stonden. De 20 van Brussel: dat is een iconische wedstrijd voor ons. Omdat we onszelf daar vonden als lopers. Omdat lopen en Brussel ons al zoveel gebracht heeft. We hadden nog een openstaande vacature voor zakkendrager, een taak die mama dit jaar met verve op zich nam. En of het weer een feestdag was! Roos bevestigde haar toptijd van het najaar met 1u32 en ik ging als een speer naar 1u20 (en 57 seconden) waarmee ik eindigde in de top-20. En bovenal: het was genieten! Flo was erbij en keer ernaar. Net zoals Maurice van Parijs is, zo is Flo van Brussel. Waar blijft die tas voor Tervuren en Den Haag?

b318b96e-b5cb-48ed-9076-9f0530a12384

Ik kocht al mijn stoffen en fournituren bij LanaLotta in Leuven: the place to be voor al je naaiprojecten groot en klein.

Het moment – Terug naar Tervuren

Er was een tijd dat Tervuren mijn achtertuin was. Ik woonde in Heverlee en bij gebrek aan een tuin werd het park van Tervuren mijn groene hangplek. Dichterbij huis was er uiteraard ook veel groens te vinden*, maar ik hield juist van die fietstocht van 13 kilometer. Ik nam koffie mee, een goed boek en dan kon ik gerust een paar uur ongestoord op mijn bank zitten. Bovendien bulkte Tervuren van de herinneringen. Ik was diep onder de indruk toen ik in oktober 2015 tijdens de marathon van Brussel rond de vijvers van het park liep. Het zal dus ergens rond die tijd zijn dat mijn liefde voor Tervuren in alle hevigheid tot bloei is gekomen. Ik moest naar Tervuren als ik buitensporig gelukkig was, maar ook als ik eens ongegeneerd wilde janken. Het park was er om mij op te vangen, in goede en slechte tijden, want – zoals het gaat met grote liefdes – tussen Tervuren en mij was het onvoorwaardelijk.

De marathon van Brussel zou ik uiteindelijk 3x lopen en telkens was daar die magie van het park. Ik ging dan ook op het parcours trainen (al stelde dat weinig voor). Het kan dus geen toeval zijn dat ik de marathon van Brussel, hoe zwaar die ook is, minder leek te voelen dan elke andere marathon die ik liep. In diezelfde periode behoorde een fietstocht naar Brussel (25 km) mét passage door het park ook tot mijn repertoire van uitstappen. Toen ik in in de zomer van 2018 zonder echt plan begon te trainen voor de Hel wist ik dan ook niet beter dan heel vaak naar Tervuren of Brussel te fietsen. De mountainbikeroutes in het Zoniënwoud waren mij op het lijf geschreven (lees: ze zijn toegankelijk). Tervuren is nog steeds de enige plek waar ik me als mountainbiker helemaal in m’n element voel. Ik fietste er zowel onder een loden zon als in de sneeuw. Ik hield er ook mijn generale repetities voor de Hel door er te gaan lopen-fietsen-lopen. Het is eigenlijk simpel: mocht de Hel in Tervuren doorgaan, mijn kansen op winst zouden exponentieel toenemen.

YENV7826

Het Zoniënwoud neemt zijn eretitel serieus en je kan het qua grandeur niet vergelijken met een doorsnee bos. Ook voor de loper biedt het groene Tervuren niks dan voordelen: je kan er makkelijk freestylen zonder hopeloos verloren te lopen en de variatiemogelijkheden zijn onuitputtelijk. Je kan er hoogtemeters overwinnen zonder het moordende klim- en klauterwerk van de Ardennen. Voor elke trail waar ik me op voorbereidde was “Tervuren” dan ook steevast het antwoord op de vraag: waar moet ik gaan trainen? Toen ik twee jaar geleden naar Tienen verhuisde verdween Tervuren wat van mijn radar. Mijn steenwegkilometers vormen al een behoorlijk deel van mijn fietstrainingen en ik heb een eigen achtertuin (met gras dat altijd te hoog staat). Maar – zoals het gaat met grote liefdes – uit het oog was niet uit het hart.

In november kwam ik weer terecht in Tervuren tijdens mijn Frans Claes mountainbike-avontuur. Ik besefte toen dat ik Tervuren had gemist in mijn leven. De liefde laaide weer in alle hevigheid op. Tervuren werd opnieuw een item in mijn agenda. Met dank aan Tony, die de 35 kilometer laat aanvoelen alsof het slechts de 13 zijn van weleer. Ook met dank aan de fantastische koffiecaravan die je aan de ingang van het park kan vinden. Voor onze laatste duurtraining voor de marathon sleepte ik Roos mee naar Tervuren. Ze had het zwaar, dat arme zusje van mij. Ik liep als een zottin in haar natuurlijke habitat en Roos snakte naar adem. Een week geleden liep ik wederom als een wildevrouw door het Zoniënwoud tijdens de Fura 10 Miles. Een wedstrijd die Roos en ik drie keer eerder liepen toen we helemaal into stratenlopen waren (ook weer een periode in mijn leven). 1 uur en 8 minuten had ik nodig om de 16 kilometer af te leggen en zowaar een wedstrijd te winnen in mijn geliefde Tervuren. Het was een besef-moment van jewelste: dat ik de afgelopen jaren zoveel in en rond Tervuren heb meegemaakt en dat ik het nooit voor mogelijk had gehouden dat er een periode zou aanbreken waarop ik wedstrijden zou winnen. Misschien moest het wel gewoon zo zijn – zoals het gaat met grote liefdes.

IMG_8060b

*Ik was en ben nog steeds ook een heel grote fan van Heverleebos, Bertembos (wel opletten voor hazelwormen!) en het park van Arenberg.

De race – Paris Marathon april 2022

  • De cijfers: mijn 14e marathon tikte ik af in een nieuw PR van 3:06:33 (het kan geen toeval zijn dat ik dat deed met nummer 3067), goed voor een 86e plaats en een 17e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: het ging zoals altijd hard met fietsen-lopen-werken, maar bovenal deed het deugd om me weer helemaal old-school op de marathon te kunnen storten
  • De race: bij gebrek aan frisse benen en een onbezonnen hoofd moest ik vertrouwen op de overschakeling naar marathonmodus, ondanks de verraderlijke hoogtemeters en dankzij een adembenemend Parijs lukte dat behoorlijk
  • De herinnering: de verbondenheid, verbroedering & verzustering, Parijs dat écht altijd Parijs zal zijn

IMG_7753b
Aan kleur geen gebrek met Roos in je leven.

Wat voorafging
Surfend op mijn marathongolf van oktober en met de heropleving van het competitieve sportleven beslissen Roos en ik in een somber november om ons in te schrijven voor de marathon van Parijs. Kwestie van een mooi vooruitzicht te hebben. Ik passeerde eerst nog langs de Hel, waardoor ik in januari opgelucht ademhaalde omdat ik me weer enkel op het lopen kon focussen. Niet dat ik de fiets links liet liggen, integendeel, maar afstandslopen is en blijft mijn core business. Mijn voorbereidingen verliepen naar wens, hoewel ik meer meer dan eens aan mezelf voorbij liep. Ik voelde dat de combinatie hard werken en sporten met daarbij de nodige stress een tol begon te eisen. Parijs kroop dichterbij en de onzekerheid sloeg genadeloos hard toe. Een eerste tik van de vrouw met de hamer was een feit. Dat had ik geheel aan mezelf te wijten: ik moest en zou in de buurt van die ongelooflijke 3:07 van Rotterdam komen om aan mezelf te bewijzen dat dat geen toevalstreffer was. Of hoe een mens zich onnodig veel druk kan opleggen.

IMG_7786b
Op zaterdag zochten en vonden wij de magische groene lijn die Roos meteen aan een test onderwierp.

Vlak voor de start
In het holst van de nacht gaat de wekker op kamer 304 van Hotel Joke. Twee dappere marathonlopertjes hebben een eerste missie: op dit belachelijk vroege uur boterhammen eten. Ontbijten voelt eerder aan als nachtelijk snacken. Roos eet voor het eerst sinds lang nog eens confituur op de boterham. Er is bovendien een peperkoek van de beste bakker en gelukkig ook koffie. Om 6 uur treffen we Sam aan beneden in het hotel. Met z’n drietjes trekken we naar de metro, wellicht net iets te uitgelaten voor dit onchristelijke uur op een zondagochtend. We stappen uit bij de Arc de Triomphe en wauw: wat ziet die er magnifiek uit bij het ochtendlicht. Sam geeft en passant nog een interview aan de radio. We trekken richting finishzone om onze bagage af te geven en we maken om de beurt gebruik van de heel propere dixi’s (stressplasjes). Voor we echt helemaal ontspannen worden, is het tijd om richting start te gaan. Sam en ik vertrekken helemaal vooraan in startvak rouge met objectif 3u. Roos moet met 3u30 net wat meer geduld hebben om aan haar 42,2 te mogen beginnen. Het afscheid van Roos is onvermijdelijk. We geven elkaar een dikke pakkerd, roepen wat in elkaars oor en gaan dan elk onze weg. Er zijn slechtere plaatsen om te wachten dan op de Champs Elysées. Al is het wel steenkoud! Zelfs een warmbloedige persoon als ik moet z’n mond dichthouden om niet te staan klappertanden. Als ik om 8u23 over de startlijn loop is daar het besef dat het begonnen is.

IMG_7811b
Sam, rijzende ster van de Franse radio.

De race
Ik had Sam in het startvak alvast succes gewenst, maar hij sprak toen de profetische woorden dat ik nog niet zo snel van hem af zou zijn. Sam is naast een snelle ook een heel intelligente loper waar ik nog veel van kan leren. Ik vertrek eigenlijk standaard te snel, Sam houdt zich in om dan te versnellen. Wij lopen dus zij aan zij over de Champs Elysées, voorbij de Obelisk die in de stellingen staat, richting Place Vendôme, rond de opera over Rue de Rivoli. De eerste kilometers van de Paris Marathon zijn ongelooflijk mooi, al helemaal met de zon die haast verblindend tussen de gebouwen straalt. Mama en Tante Hilde hebben postgevat op kilometer 5. Vertrouwde gezichten onder de supporters zien geeft altijd een adrenalineboost, zelfs als je die nog niet echt nodig hebt. We lopen naar Bastille (wederom: wauw!), waar Jona staat, de vriendin en eerste supporter van Sam. Onze weg gaat verder richting het Chateau en Bois de Vincennes. We lopen rond de 4’15”, wat voor mij eigenlijk 5 seconden te snel is, maar in vergelijking met mijn eerste 10k in Rotterdam voelt het alsof ik met de rem op loop. Het is leuk, het is gezellig en Parijs is prachtig, maar ik voel na een kilometer of 8 al een stramme achillespees én hamstrings in mijn rechterbeen. Mijn benen zijn duidelijk niet fris. Als ik vandaag een goeie marathon wil lopen, dan zal ik het ironisch genoeg niet van die benen moeten hebben. Er is nog iets dat me wat dwarszit. In Rotterdam liep ik ontspannen, zorgeloos en naïef (daar gaan we weer), maar nu is het dus eerder gespannen, bezorgd en bedenkelijk. Ik heb het echt wel naar mijn zin, maar ik voel aan alles dat het geen dag is waarop ik ongestraft met mijn krachten kan woekeren (als dat al ooit kan bij een marathon). Ik moet zuinig lopen, wat ik duidelijk niet aan het doen ben. In deze fase van de marathon ben ik eigenlijk al veel te hard aan het nadenken.

Na 12 kilometer naderen we het indrukwekkende Chateau de Vincennes. Sam gaat versnellen en is zo galant om dat aan mij mee te delen. Tot over 30 kilometer! zegt hij. Vreemd genoeg klinkt dat op dat moment niet eens zo heel ver weg. In het Bois de Vincennes valt het mij vooral op hoe selectief mijn geheugen het parcours gememoriseerd heeft. Ja, het is daar mooi groen, maar ook wel saai en de eerste oplopende stukken dienen zich aan. Ik blijf er nog steeds een stevig tempo op na houden, aan dat stijve rechterbeen probeer ik niet te veel aandacht te schenken. Kilometer 15 zou zowel voor Sam als voor Roos een verrassend en venijnig tikje uitdelen. Sam wordt dan misselijk en moet daar een kilometer of 10 mee verder lopen, Roos krijgt er een acute en best wel verontrustende kniepijn die op wonderbaarlijke wijze gelukkig weer wegtrekt na een paar kilometer. Om maar te zeggen: het venijn van een marathon zit ‘m niet alleen in de staart, ook de eerste helft moet je altijd lopen.

Ik ben alvast opgelucht als ik halverwege op mijn horloge zie dat ik geen nieuw PR op de halve marathon gelopen heb zoals ik dat in Rotterdam deed. 1u31 is eigenlijk nog steeds te snel als split time, maar ik probeer het positief te bekijken: er is nog ruimte voor verval (hoe oneerbiedig dat ook klinkt). Ik begin af te tellen naar kilometer 25, waar mama en Tante Hilde zullen staan. We lopen ook weer helemaal het echte Parijs in. De ambiance langs het parcours begint ondertussen op gang te komen, want het eerste uur was die toch eerder bescheiden van aard te noemen. Letterlijk met het nodige tromgeroffel maak ik mijn opwachting langs de kade van de Seine. Jawel, dit is prachtig lopen! Als ik mijn supporters nader, ga ik onbewust altijd sneller lopen, dat is nu niet anders. Mama en Tante Hilde staan geconcentreerd tegen de zon in te kijken. Ik zie hen eerder dan zij mij, maar het enthousiasme is er niet minder om.

2995306f-8eac-422f-9831-72875dbc7fb5
Met supporteren kan je echt niet vroeg genoeg beginnen in onze familie. Leah had ook een vlaggenstok met aanmoedigingen, maar ze ging daar nogal wild mee tekeer.

Wat je als toerist in Parijs niet weet, is dat er tunnels zijn langs de Seine. Tot vier keer toe moeten we een tunnel in met dan telkens weer een stevig klimmetje. Met ruim 26 kilometer op de teller hakt dat er goed in. Jongens toch, wat een ellende! Ik krijg flashbacks naar 2017 en 2019, waar het licht in mijn hoofd toch eventjes uitging met die tunnelmiserie. Ik voel me ook schuldig dat ik deze cruciale parcourskennis niet gedeeld heb met Sam en Roos (al zal achteraf blijken dat zij de tunnels beter konden verteren dan ik). Net zoals bij mijn vorige deelnames krijg ik het zwaar te verduren op dit deel van het parcours. Zelfs al loop je op kilometer 30 langs de Eiffeltoren en is dat best een indrukwekkend zicht. Mijn tempo loopt wat terug. De vermoeidheid is voelbaar en het is nu echt duidelijk dat die benen van mij geen al te beste dag hebben. In mijn bovenbenen voel ik de verzuring toeslaan. Wat me wel hoop blijft geven is dat mijn tempo niet zo hard terugvalt als in Rotterdam. Ook voel ik me mentaal sterker dan toen ik rond die dodelijke Kralingse Plas liep. Ik probeer me, ondanks die twee stijve harken, te concentreren op een soepel loopritme, ik zoek afleiding in mijn omgeving, ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik dit kan, dat dit er nu eenmaal bij hoort. Ik denk aan iedereen die met mij meeleeft. Ik denk aan Sam die voor mij loopt, aan Roos die achter mij loopt. Ik denk aan de finish, maar nog niet te veel. Ik probeer kortom om het hoofd in strijdmodus te houden.

Ik denk dat één van mijn sterktes als loper is dat ik, ongeacht de omstandigheden, heel lang kan blijven lopen met alle ongemakken die daarbij horen. Ik durf wel te zeggen dat mijn lichaam gemaakt is om duurinspanningen te leveren. Ja, ik kan dus halsstarrig blijven lopen als elke vezel in mijn lichaam zegt dat het mooi is geweest. Helaas is dat geen kwestie van een knop om te schakelen. Op karakter blijven lopen mag dan heel eenvoudig klinken, het kost mij ook elke meter weer heel veel energie en doorzetting om te volharden, zelfs al deed ik dat al heel vaak. Rond kilometer 34 volgt een pittig klimmetje vlak voor we het Bois de Boulogne indraaien. Na de horror van de tunnels is dit eigenlijk maar een onnozel muggenbeetje in het wegdek. Ik kan het er nog wel bij hebben. De eerste kilometers door dat beruchte Bois verlopen best goed. De zon schijnt nog steeds. Er zijn heel veel aanmoedigingen en in mijn hoofd kan ik een paar mooie plaatjes schieten.

Na 35 kilometer voel en denk ik van alles door elkaar. Ondanks de toenemende verzuring voel ik ergens ook nog iets van souplesse in mijn loopbeweging. Ik moet mezelf nog steeds continu blijven aandrijven om die benen draaiende te houden. Met gezwinde pas gaat het niet, maar de terugval blijft binnen de perken en dat geeft me moed, al is het nog steeds ook loodzwaar. Ik probeer niet meer naar mijn kilometertijden te kijken, maar me vooral te concentreren op mijn tred. Als je in de kop van de race loopt, zie je amper miserie om je heen. Iedereen loopt nog aan een behoorlijk tempo. Het lijkt alsof ik de enige ben die zo zwaar aan het afzien is. Iedere loper is heel erg in zichzelf gekeerd, gefocust op de eigen strijd om dat lichaam in beweging te houden. Ook met 38 kilometer in de benen is “blijven lopen” het enige wat je kan doen om de finish zo snel mogelijk te bereiken.

Eindelijk is daar kilometer 40. Ik probeer van het moment te genieten, maar dat is lastig met mijn verzuurde pikkels. Ik snak naar de finish. Ik wil een bewijs zien dat het er echt bijna op zit. We moeten nog een rotonde nemen en het voelt alsof ik noch de kracht, noch de coördinatie heb om een bocht te nemen. Waar oh waar is die finish? Er volgt nog een laatste krappe bocht over kleine steentjes en jawel hoor: de groene boog doemt op. Ik kijk op mijn klok en zie dat mijn marge beperkt is. Onder luid gejoel sleep ik me naar de finish. Mijn rechtervoet (die van dat tegenwerkende been) landt op de finishmat en dat was meteen de laatste stap die ik vandaag kan zetten. Incroyable! Ik ben er weer geraakt. Ik heb mijn PR met een minuut scherper gesteld en breng daarmee mijn recordtijd terug naar Parijs.

528dcdd5-44fd-444c-930f-3709a679ccba
Sam en ik, of moet ik zeggen: The Real Sam en ik?

Ik ben een tevreden mens, maar het is eigenlijk nog mooier om de vreugde te kunnen delen met bekende gezichten. Eerst is er een blij weerzien met Sam, onze superman, die zijn missie volbracht en 2:59:32 liep. Terwijl we op Roos wachten, spreken we met Sams supporters en horen we hoe zij de race hebben beleefd. Via de tracking zien we dat Roos perfect op schema ligt om haar sub 3:30 binnen te halen. We halen onze bagage op en gaan dan terug zo dicht als we bij de finish mogen komen. En daar komt ze dan, onze supervrouw, dat kleine, waanzinnig straffe zusje van mij. Gehuld in een groene plastic poncho als wondercape en helemaal in tranen van de ontlading. Ze kan niet geloven dat ze 3:26:35 gelopen heeft. Ik knijp heel hard in haar arm, want het is echt zo. Wat een dag!

IMG_7823b
Supervrouw Roos met haar wondercape

IMG_7838b
Parijs, stad van de zussenliefde. 2×2 zussenduo’s met elk 7 jaar leeftijdsverschil. We misten Marike wel heel hard.

De conclusie
Het is een understatement om te zeggen dat ze in Frankrijk trots zijn op hun hoofdstad. In het startvak weergalmde elke minuut wel eens Paris, la plus belle ville du monde. Als je de marathon van Parijs loopt, dan kan je niet anders dan hen gelijk geven. Het parcours is indrukwekkend mooi. De “maar” zit in de niet te onderschatten hoogtemeters en de pavés die je her en der voor de voeten krijgt. De organisatie is top, al viel het me wel op dat er in vergelijking met pre-coronatijden amper beveiliging of seingevers langs het parcours stonden. Dat leidde soms tot gevaarlijke oversteekmanoeuvres van voorbijgangers. Twee jaar geleden had je in Frankrijk het juiste papier met stempel nodig om je buitenshuis te begeven, nu is het van laissez-faire en à l’aise. De supporters in Parijs kunnen nog wat leren van de Rotterdammers. Aan sfeer is er echter geen gebrek: die zit simpelweg in de stad zelf. Tot slot formuleerde Roos na afloop een prachtige marathonwijsheid. Ze zei dat hoe hard je ook probeert om voorbereid te zijn op elk scenario van een marathon, je altijd iets onvoorspelbaars tegenkomt. De marathon staat kortom altijd garant voor verrassingen. Het is ook de kunst om daarmee om te gaan.

IMG_7891b

IMG_7874b

Enkele weetjes

  • Op de marathon expo kochten Roos en ik nieuwe sokken van Incylence in bleu-blanc-rouge, waar we allebei onze marathon mee liepen.
  • Zo koud als het was aan de start, zo warm was het in het hotel, zelfs met de verwarming op 18°. Je zou haast denken dat energie gratis is in Frankrijk.
  • We keken ’s avonds in onze kamer naar Mask Singer en The Voice op TF1. Fransen hebben een heel groot gevoel voor dramatiek en theatraliteit, op het smakeloze af.
  • Op zaterdag kreeg Roos, net zoals in Rotterdam, een duivenkak over zich heen. We beschouwen dit nu als een gunstig voorteken van hierboven.
  • Bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal weet ik niet of ik de Champs Elysées echt la plus belle avenue du monde vind, sowieso wel la plus iconique.
  • Ik hield me bij deze marathon weer aan een minimaal voedingsschema met 3 sportgels: eentje op 7, 14 en 22 kilometer. En ja, het waren nog steeds die vervallen gels waar ik ook Rotterdam en de Hel mee doorstond.
  • Het is fantastisch dat de fiets stilletjes aan terrein wint in Parijs. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat die kleine gevaarlijke paaltjes van de fietspaden niet ingepakt waren op het marathonparcours.
  • Roos dacht tijdens de race veel aan haar kersvers petekindje Emil (die supporteren voor zijn meetje al heel ernstig neemt) en aan Julien, haar eigen peter en een fanatieke loper die een paar weken geleden overleed.
  • Naast mijn marathon PR brak ik ook twee andere records: een weekrecord aan stappen (137.601) en aan slaapgebrek. Hoezo een gebrek aan frisheid?
  • De Keniaanse Judith Jeptum schreef met 2:19:48 de overwinning op haar naam, evenals de Ethiopiër Deso Gelmisa die 2:05:07 afklokte. Ik herbekeek de race van de profs inmiddels en herbeleefde alles opnieuw. Heerlijk!
  • Op Medal Monday spendeerden Roos en ik tijd in Le Bon Marché. We voedden er onze innerlijke mens bij de boulangerie (ik nam een kaneelbroodje, Roos een madeleine) en we lieten onze creatieve geesten volop inspireren door de nieuwste modetrends. Het was vooral IRO Paris dat veel oooh’s en aaah’s van ons kreeg. Helaas onbetaalbaar.
  • Voor de gelegenheid maakte ik twinning sweaters (grijs/luipaard/goud) die ook matchten met de medaille. IRO Paris mag me altijd een job aanbieden.
  • Drie jaar geleden maakte Tante Hilde voor het eerst onze marathongekte mee in Parijs. Ze sprak toen de legendarische woorden “het was een eer om erbij te mogen zijn”. Omdat ik dat zo mooi vond, kreeg ik deze keer een plechtige brief waarin ze het nog eens zwart op wit schreef. Eentje om te koesteren!
  • Naast de ervaringen van je eigen eerstelijns crew, is het na afloop ook fantastisch om te horen hoe anderen ons vanop afstand hebben gevolgd. Een bijzondere vermelding gaat naar Dirk, fan en inspirator van het eerste uur. Hij volgde onze tracking op de voet en keek simultaan naar de live-beelden voor een optimale supportersbeleving van thuis uit.

IMG_7867b

Het moment – 3 PR’s en 4 seizoenen in Parijs

Natuurlijk stelde Parijs niet teleur. Parijs overtreft werkelijk altijd je verwachtingen. Je hoeft daar echt geen 42,195 kilometer voor te lopen, al helpt het wel om je verbonden te voelen met die zotte stad en de tienduizenden lopers die op zondag 3 april 2022 aan de start stonden van de Paris Marathon. Op die bewuste dag waren er 2 keer 2 zussen, 3 PR’s en 4 seizoenen. Ik stelde vast dat hoe meer marathons ik loop, hoe meer ik geconfronteerd word met de wispelturige aard van dat marathonbeest. Nooit eerder stond ik zo onzeker te koukleumen in het startvak. Ik ben dan ook nog helemaal overdonderd door alles wat die marathon weer gebracht heeft. Na 14 marathons, waarvan 3x Parijs, zou je denken dat ik wel voorbereid ben op die intensiteit. Niks is minder waar. Wat een marathon teweeg brengt dat zindert nog lang na. Wat een unieke belevenis! Wat een fantastisch parcours! Maar ook: wat een pijn!

Jullie horen het al, er valt wederom heel veel te vertellen over vier dagen Parijs inclusief marathonavontuur. Over de onwaarschijnlijk straffe prestatie van mijn zusje Roos die met een tijd van 3u26 maar liefst 10 minuten van haar PR af liep. Over Sam, die we in het begin van het jaar leerden kennen als een gedreven loper en die we alleen al voor het fijne gezelschap in ons marathonkamp opnamen. Met 2u59 denderde ook hij af op een PR: werkelijk fenomenaal! Er valt natuurlijk ook heel wat te zeggen over mijn eigen felbevochten PR. Ik had in Parijs 3 uur 6 minuten en 33 seconden nodig om de finishlijn met zicht op de Arc de Triomphe te halen. Een dikke minuut winst dus, maar wel eentje waarvoor ik door een muur of 10 moest heen lopen, onder andere in dat verdomd lastige Bois de Boulogne. Zo wondermooi als Parijs is, zo hard kan het ook toeslaan.

Met dank aan de aprilse grillen schotelde het weer ons à la carte de 4 seizoenen voor. Sneeuw op vrijdag, een stralende zon met frisse temperaturen op marathondag en tussendoor een verraderlijk koud windje tegen een blauwe wolkenlucht. Vrijdagochtend hoorde ik op de radio Four Seasons In One Day van Crowded House. Een song doorspekt met de nodige melancholie die achteraf gezien de perfecte samenvatting bleek te zijn van mijn vierdaagse in Parijs. Niet alleen beleefden we klimatologisch gezien de 4 seizoenen, ook mijn gemoedstoestand en marathon waren een samenspel van gelaagde emoties. Waar de zon schijnt, valt er ook schaduw. Enerzijds ben ik echt wel ontzettend blij met wat Parijs mij weer gebracht heeft. In het klassement eindig ik als 86e vrouw van de 8390 en 17e in mijn leeftijdscategorie: cijfers waarvan ik amper kan vatten dat ze over mij gaan. Anderzijds knaagt er heel wat. Het afgelopen weekend hoorde ik mezelf vaak tegen anderen zeggen dat je nooit de perfecte marathon kan lopen, ik verwacht dat echter wel van mezelf. Ik wil niet verwaand of ondankbaar overkomen, maar de criticus in mij voert de afgelopen tijd te veel het hoogste woord en ik krijg er amper een speld tussen.

Uiteraard volgt later deze week nog een uitgebreid raceverslag. Voor nu wil ik jullie graag nogmaals hartelijk bedanken voor de vele aanmoedigingen, de lieve woorden, het betere duimwerk, de kaarsen die gebrand werden, maar bovenal: het oprecht meeleven met mijn loopavonturen. Voor, tijdens en na de marathon schoot er heel veel door mijn hoofd: naast die knagende onzekerheid, was ik me ook meer dan eens ten volle bewust van al die trouwe volgers die mij door de jaren heen hebben gevonden, die me steeds blijven opzoeken en vinden. Ik blijf het heel bijzonder vinden dat ik die rol mag vervullen in jullie levens. Een grote en nog steeds even gemeende dankjewel daarvoor!