De gedachte – Over blauw

Ik zie het leven liefst van al door een blauwkleurige bril. Niet dat ik zo’n bril heb – blauwe glazen, het lijkt me helemaal niks – maar ik zie nu eenmaal graag blauw om me heen. Er stroomt nochtans geen blauw bloed door mijn aderen, maar ik kom wel uit een familie Blauwogen: de allermooiste blauwe ogen zijn die van mijn zus Marike. Ik hou zoveel van blauw omdat blauw alles kan zijn: elegant, stoer, rijk, genuanceerd en oogverblindend. Blauw is een universum op zich, maar ook perfect compatibel met andere kleuren. Om jullie de veelzijdigheid van blauw te illustreren, geef ik jullie graag een inkijkje in het blauw dat ik koester.

Ik maak er geen geheim van dat ik graag blauw draag. Op vestimentair vlak ben ik dus voorzien van blauw voor elke gelegenheid. De foto’s van mijn sportieve avonturen getuigen daar van. Maatje Pieter (die kleurenblind is) merkte eens fijntjes op dat ik precies altijd hetzelfde draag op een wedstrijd. Wel ja, dat is eigenlijk zo. Ik heb drie singletjes in verschillende tinten blauw, waarbij de donkerste variant mijn absolute favoriet is. Ook mijn lievelingspetten hebben blauw als hoofdkleur. En natuurlijk kan het geen toeval zijn dat mijn snelste loopschoenen, de Nike Vaporfly 3, mij naar de sub3 brachten in de kleur university blue. Of ik nu aan zee ben of niet, in het dagelijks leven zwicht ik al te graag voor de maritiem geïnspireerde look en daar leent heus niet enkel marineblauw zich toe. Samen met mijn zussen deel ik ook nog eens de liefde voor washed denims (als het kan vintage). Jeansstof dus, ah ja, want jeans is blauw.

Als tiener ging ik in de nineties uit de bol op Blue (Da Ba Dee), misschien liep ik toen ook mijn eerste blauwtje. Inmiddels schenkt Mister Blue Sky van ELO mij instant geluk, al helemaal als de hemel ook echt strak blauw is. Leonard Cohens Famous Blue Raincoat (met of zonder Jennifer Warnes) laat mij nooit onberoerd en als het romantisch wordt, geef mij dan maar Prachtig in het blauw van Bart Peeters. Als kind was ik fan van Matisse en zeker ook van diens Blauw Naakt (dat helemaal zo naakt niet is). Al het blauw van Peter Terrin is dan weer een boek dat ik iedereen aanraad. Aan tederheid geen gebrek, ook dat is blauw. Ik ben artistiek zo mogelijk nog meer onder de indruk van het blauwe containerschip dat mijn 4-jarige neefje Vik onlangs voor mij tekende.

IMG_2670b

Met blauwe bessen maak je mij wel blij, maar verder is blauw geen kleur voor etenswaren. Wel voor alle andere vormen van huisraad en -decoratie. Mijn liefde voor Delfts Blauw bracht me in juli bij het enige atelier waar het bloemig gedecoreerde sierservies vervaardigd wordt. Een uniek productieproces waarbij vakmanschap centraal staat. Om die reden betaal je je helaas ook blauw als je the real stuff in huis wil halen. Ik was zo in de ban van dat atelier dat ik me bijna opgaf om een 10-jarige opleiding meester-schilder Delfts Blauw te volgen. Eten en drinken doe ik het liefst van het wit-blauwe servies dat ik door de jaren heen bij elkaar sprokkelde van de kringwinkel. Zo mogen we in België met recht en rede trots zijn op het servieswerk van Royal Boch. Ook het bleu van Le Creuset doet mijn hart altijd een beetje sneller slaan.

Nu ik er zo over nadenk, het is eigenlijk zonde dat ik dit niet schrijf op een blauwe maandag. Een heel mooie zondag gewenst!

IMG_2870b

Klein geluk #6 aan de Noordzee

Ze zeggen dat je ofwel voor de zee ofwel voor de bergen bent. Kiezen is soms verliezen. Aangezien ik dankzij mijn trailervaringen ondertussen een klein beetje kind van de bergen ben geworden, ben ik diep in mijn hart toch het meest een meisje van de zee. Ik heb van de bergen en hun hellingsgraad leren houden. De bergen zijn imposant, ietwat desolaat en altijd oppermachtig, maar mijn band met de zee dateert van mijn vroegste jeugdherinneringen*. De Noordzee blijft indruk maken op mij. In juli kon ik weer vakantie nemen in Den Haag, waar ik op een paar kilometer van het Zuiderstrand verbleef. Laat één ding duidelijk zijn: voor de betere zee-ervaring moet je in Nederland zijn waar zand en zee nog ruimte krijgen, de dijk een boulevard is en de duinen prachtige fiets- en wandelpaden herbergen. Daarom een lijstje met mijn kleine gelukjes aan de Noordzee.

  • eb en vloed, als kind vond ik het zowel fascinerend als onpraktisch, in mijn drukke planning moest ik rekening houden met een concept waarvan het nut me ontging, de fascinatie is overeind gebleven en het woord “getijden” is sowieso een overpeinzing waard
  • golven maken van de zee de zee en geen grote plas water, en ja – ik weet het – dat is wetenschap, maar ik kan nog steeds naar de golven staan kijken alsof het een bovennatuurlijk verschijnsel is dat ik voor de eerste keer aanschouw
  • het schuim van de zee is niet het soort schuim dat je in je bad wil, het is schuim van de natuur, schuim dat zo dik kan zijn dat het aanspoelt op het strand of zelfs in dikke vlokken wegwaait
  • als kind was mijn favoriete strandactiviteit schelpen zoeken, ik kon heel lang wroeten en turen in een hoop schelpen om er de meest kostbare uit te vissen voor mijn verzameling (als ik wenteltrapjes vond was mijn dag geslaagd), uit nostalgie neem ik nog steeds altijd wat willekeurige schelpen mee
  • met zand ga ik niet meer actief aan de slag om kastelen te bouwen, wel kijk ik graag hoe anderen het aanpakken en hoe ze met vuur hun fort verdedigen (je kan er niet omheen dat dit een papa-ding is)
  • ik hou nog steeds van sporen zoeken, volgen en zelf maken: zowel in ongerepte stukken zand, als in een volledig omgewoeld strand
  • blote voetjes in het zand is een must, of het zand nu droog, medium-nat of modderig-nat is: aan water geen gebrek om ze af te spoelen
  • het woord strandwandeling dat schreeuwt gewoon gezelligheid en romantiek, ook als je in je eentje bent, met of zonder zonsondergang
  • (hard)lopen langs en over het strand, met de wind pal op de neus of in de rug, ik krijg daar altijd kriebels in mijn buik van, hoe zwaar het ook kan zijn
  • honden die over het strand lopen lijken altijd blij te zijn, of ze nu wel of geen stok met zich meedragen: je herkent ze aan hun glimlach van oor tot oor
  • de duinen waren in mijn kindertijd nog vrij toegankelijk, hier kon ik praktisch gezien weinig mee wegens te veel zand, wat me altijd zal bijblijven is het educatieve verhaal van helmgras (het woord alleen al)
  • ik zat in familieverband nooit achter een windscherm of onder een parasol, wij waren de actieve familie die genoeg had aan een groot deken als uitvalsbasis om ons zandspeelgoed uit te stallen
  • in mijn tienerjaren hield ik ervan om te lezen op het strand (een keienstrand langs de Engelse kust leende zich daar uitstekend toe), inmiddels mis ik dan toch een stuk meubilair om mijn rug te ondersteunen
  • de vedetten van de zee dat zijn natuurlijk de meeuwen die heer en meester zijn over het water en het zand, niets ontsnapt aan hun nauwlettend oog, het zijn zowel voyeurs als dieven als luchtkunstenaars
  • zwemmen in zee is mijn ding niet (meer), ik kan wel met veel verbazing kijken hoe anderen zich bezighouden op het water: met een scherm, een plank en de wind kan je echt heel veel, al vraagt het wel wat oefening
  • dé Nederlandse ontdekking dat is het strandpaviljoen, in de volksmond de strandtent genoemd: met zicht op zee een glaasje drinken, wat wind erbij, altijd genoeg om naar te kijken, wat een leven!
  • mijn liefde voor de zee weerspiegelt zich tegenwoordig ook in een liefde voor maritiem geïnspireerde kleding, denk: streepjes, schelpen, ankers en een heerlijke retro-vibe
  • het geluid van de zee mag er absoluut wezen, maar aan zee naar een liedje over de zee luisteren is ook aan te raden: mijn favorieten zijn Gente Di Mare van Umberto Tozzi, De zji van Ertebrekers, Heist aan Zee van Bart Peeters en natuurlijk La mer van Charles Trenet
  • als ik in Den Haag naar zee fiets, voel ik meter per meter dat ik mijn doel nader: door de toenemende wind, de zilte geur en de woningen die er steeds meer “zees” gaan uitzien
  • ik heb nooit begrepen waarom mensen, van zodra het maar een beetje warm wordt, in de auto stappen en naar de zee rijden: als kind leek de autorit naar zee alsof we op wereldreis waren, de opluchting als we er ein-de-lijk waren was er eens zo groot om

*we spreken over de tijd dat een appartement op de dijk van De Haan in de paasvakantie nog betaalbaar was voor een modaal gezin met vier kinderen

IMG_2297b

IMG_2293

IMG_2538b

IMG_2484b

IMG_2546b

Loperspraat – Hoe wij samen even helden waren in Houffalize

Ik ben soms geneigd om sorry richting mijn voeten te mompelen als ik ze opsluit in schoenen die hen úren gevangen zullen houden. Mijn schoenen aantrekken voor een sportief avontuur is een haast sacraal moment omdat het onvoorstelbaar lijkt dat ik die schoenen weer zal uittrekken – vloekend om de dubbele knoop – en dat het dan achter de rug is. Zo ook op zaterdagochtend 8 juli 2023 omstreeks 7u30. Ik trek mijn rood-paarse trailschoenen aan met als doel er 69 kilometer mee te gaan lopen in en rond Houffalize. Ik heb er nooit over getwijfeld om ook dit jaar de langste afstand van de La Chouffe trail te lopen. Mijn bijna 9 uur durende run (+walk +climb) van vorig jaar werd een onvergetelijke ervaring waar ik nog heel vaak met de glimlach aan terugdacht. Compagnon Pieter dacht er net zo over en ook Roos zwichtte weer voor de verleiding van de ultra. Sam voelde eveneens de ultra-kriebel en zou zijn debuut maken op de 50 kilometer. Met vier aan de start, gezellig!

Het doet eventjes pijn als zaterdagochtend om 4u30 de wekker gaat. Roos en ik maken ons op voor het ontbijt, eentje met een view op de bosachtige omgeving en startzone. Sam sluit aan bij ons noodzakelijke eetfestijn. In alle vroegte een duurloopontbijtje verzetten: het blijft een vak apart. Op het menu staat een wit carrébrood met honing voor Sam, sandwiches met choco voor Roos en een wit hoevebrood met appelstroop voor mij. De vroege vogels proberen van de koele temperatuur te genieten aangezien het een hete dag beloofd te worden. Ergens in het bos lijken nog late vogels actief te zijn. We horen een stevige beat die doet vermoeden dat er een rave party gaande is. Sams fomo steekt de kop op en we kunnen hem nog net bedwingen om gewoon met ons koffie te drinken. Dan is het tijd om ons echt klaar te maken. Roos en ik lopen allebei met de Salomon Active Skin 8 trailvest. We vullen onze soft flasks en denken na over hoe we onze gels en andere sportvoeding zullen wegstoppen in de stoffen voorraadkamer. Team Trail gaat richting de start.

We treffen Pieter en diens familie bij de startzone. Speaker Hans Cleemput is ook van de partij en zorgt voor de nodige ambiance. Met dit goede gezelschap voel ik me in tegenstelling tot vorig jaar best relaxt aan de start. Ik zal namelijk met Sam en Pieter vertrekken. De jongens doen nog een laatste stressplasje en dan is het tijd om af te tellen. C’est parti! Van een rustige aanloop is geen sprake. We kunnen meteen aan de bak met een off-road klimmetje. Het parcours is namelijk gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Sommige stukken zijn nog hetzelfde, maar we lopen ook in de andere richting. Mijn parcoursvoorbereiding beperkt zich tot een oppervlakkige vergelijking van de lus die ik vorig jaar liep en de lus die ik dit jaar voor de benen geworpen zal krijgen. Ik zie het wel als ik er ben, die gedachte. Pieter is daarentegen grondig voorbereid. Er kwam zelfs Google Streetview aan te pas. De boys lijken naar boven te vliegen. Na 2 kilometer loop ik een paar meter achter hen aan te hijgen terwijl zij aan de babbel zijn. Ik moet er nog wat in komen, zeg ik als ze vragen of het wel gaat.

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.51 (3)

Na een kilometer of 4 krijgen we de eerste aanmoedigingen van het supportersteam van Pieter. We hebben er zin in en ik heb inmiddels ook het goede tempo te pakken. Aan footage zal er vandaag trouwens geen gebrek zijn. Pieter filmt met de GoPro, Sam vlogt met zijn gsm en Stijn zorgt voor dronebeelden. Mijn bijdrage is om er nadien een mooi verhaal van te maken – bij deze dus. Na 11 kilometer keuvelen (en verdorie snel lopen) is onze eerste rivieroversteek een feit: we bereiken de eerste bevoorradingspost. Pieters familie vertelt dat Roos ook goed vertrokken is en dat ze het helemaal zag zitten. Mooi! Honger of dorst heb ik niet, maar ik werk toch braaf een gelletje weg en ik drink wat. Vorig jaar lag hier de laatste bevoorradingspost op kilometer 58. Best gek om hier nu met frisse benen te zijn. Terwijl Pieter zijn innerlijke kompas laat spreken en ik hem romantisch aankijk, doet Sam zich te goed aan het bevoorradingsbuffet.

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.51 (9)

We zetten onze tocht verder met z’n drietjes, alsof we al heel ons leven samen trails lopen. Onze zes benen vormen een geoliede machine. Het is te zeggen: met twee mannen voor mij, hang ik mijn karretje aan. Met tijd en snelheid zijn we niet bezig. Al babbelend lopen we een klimmetje op, echt alsof het niks is. Ondertussen praten we over de marathon en het leven. Lopen lijkt als vanzelf te gaan en op een dag als vandaag is dat wat je nodig hebt. De eerste keer dat we zonder beschutting lopen, voelen we ook de zon prikken. We vertrokken met een aangename 20 graden, met de kilometers zal ook de temperatuur toenemen. Er worden natuurlijk ook grapjes gemaakt over mijn indrukwekkende en helaas ook talrijke valpartijen vorig jaar. Toch ben ik het niet die als eerste tegen de vlakte gaat, die eer is weggelegd voor Pieter. Als kersverse sportkinesitherapeut geeft hij een demonstratie valpreventie: met een zwierige doorrol kan hij het contact met de grond tot een minimum beperken en blijft zijn val zonder gevolgen.

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.50 (5)

Het parcours scoort hoge punten bij mij. Na 17 kilometer lopen we langs het water als een bekende stem aan de overkant ons iets toeroept: Roos! Ze zit ons net niet op de hielen, maar het is duidelijk dat zij ook een gezwinde start genomen heeft. Bijna 2 uur gelopen en het lijkt hier de goed-nieuws-show te zijn. Het afscheid is echter nabij. De eerste stevige beklimming van de dag is er eentje die me net iets te bekend voorkomt: een rotsachtige ondergrond waarbij je goed moet kijken hoe en waar je je voeten zet. Een klim die ik als een slak met astma naar boven ga. Het uitzicht stelt niet teleur. Ook voor de afdaling die volgt is de boodschap om alert te blijven. Na 19,5 kilometer splitst het olijke trio zich. Sam neemt de afslag voor de 50 km. Pieter en ik zullen in duo onze tocht verderzetten. We geven elkaar een pakkerd en huppakee daar gaan wij. De volgende bevoorradingspost ligt op km 25. Ik krijg daar te horen dat ik als tweede vrouw loop, waar ik niet al te veel aandacht aan probeer te schenken, de dag is immers nog heel lang.

e97a2dfa-c9cb-43dc-a9a2-6309c35713bb

Na de honeymoon-fase sijpelt stilaan de realiteit door. Pieter en ik zijn ruim 2,5 uur onderweg en we hebben al behoorlijk wat hoogtemeters overwonnen. Semi-moeiteloos, zo voelde het, maar nu beginnen we de afstand en het terrein te voelen. We laten ons daar niet te veel door uit ons lood slaan. Het nieuwe parcours blijft hoge ogen gooien. We worden aangenaam verrast door het type ondergrond waar we over lopen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een mosweg (heel zacht aan de voeten)? Of een gerooide vlakte vol dorre dennentakken voor het betere springwerk? De hoofdrolspeler in dit decor is telkens weer de dennenboom in al zijn verschijningsvormen. Dennen hebben vaak iets triestig, alsof ze continu neerslachtig zijn, meer dood dan levend, maar toch gaat er ook een enorme kracht uit van de lange, smalle snuiter die niet kapot te krijgen is. Behalve dan door de letterzetter.

Gelukkig hebben ze sporadisch ook geasfalteerde wegen in Dardennen. Als ik asfalt onder de voeten heb, dan loop ik altijd door, zelfs met hellingsgraad. We naderen het middaguur, de zon komt steeds hoger te staan en laat zich vaker opmerken. Aan sfeer en gezelligheid geen gebrek. Pieter vertelt wat meer over zijn fietstrainingen. Op mijn vraag of hij zich nu meer fietser dan loper voelt, kan hij geen antwoord geven. Hij doet het allebei even graag. Voor mij kan er niks op tegen lopen. Liefst lang, zoals ik nu aan het doen ben. Stilaan treedt er een derde personage naar de voorgrond: de maag van Pieter. Na 30 kilometer zegt hij een paar keer dat er iets moet gebeuren met die maag. De maag moet zich eens gaan keren. Helaas zal de maag van Pieter een bepalende rol in dit schouwspel spelen. Nu nog niet. Er is eerst een glansrol voor mijn papa die over superkrachten beschikt. Tijdens een trail kan hij bijvoorbeeld uit het niets verschijnen. Dat mirakel voltrekt zich rond kilometer 33. Ik zie in de verte een verschijning, ik knipper met mijn ogen en ik zie dat het mijn eigenste pappie is die onze passage vastlegt op beeld.

bf2577c3-ade3-4e1c-85f3-cdef20964c67

Bij de bevoorrading op kilometer 36 zijn onze beider families aanwezig. Ik krijg nogmaals de bevestiging dat ik in tweede positie loop. De flesjes worden weer gevuld, er gaan wat Clif bloks in de mond. Ik pas voor het aanbod van de vriendelijke vrouwen op de post die sandwiches met kaas, hesp of hummus in de aanbieding hebben. Pieters maag zit al helemaal niet te wachten op iets van voeding. Later zou ik horen dat hier al een kotspartijtje plaatsvond. Bij nader inzien misschien het begin van het einde, maar dat wisten wij toen nog niet. We hervatten onze weg weer. De kilometers zitten in het lijf, daar is geen ontkomen aan. Mijn loophonger is echter nog lang niet gestild. Ik merk jammer genoeg ook dat Pieter het steeds lastiger krijgt. De maag wil niet mee, de maag keert zich veel te veel en veel te heftig. Pieter kan niks meer binnenhouden. Het zijn niet het soort problemen waar je nog ruim 30 kilometer mee wil rondlopen bij een temperatuur van 30 graden.

Voor dit verslag kan ik behoorlijk accuraat reconstrueren hoe ver we gevorderd zijn in ons avontuur, maar op het moment zelf is er iets vreemds met hoe de tijd verloopt. Het lijkt alsof je een soort van immuniteit creëert voor tijdsbesef. De tijd is op dat moment irrelevant. Ondertussen wordt de afstand tussen Pieter en mij letterlijk steeds groter. Ook op goed beloopbare stukken verliest hij meer terrein. Ik kan nog niet onder ogen zien dat de break-up onvermijdelijk is. Kilometer 38 blijkt uiteindelijk beslissend te zijn. Allereerst is daar mijn kroniek van een aangekondigde valpartij. Niks ergs gelukkig. Ik heb een schram op mijn linkerknie (die nog getekend is door een Ardeense steen van vorig jaar) en eentje op mijn scheen waar zich meteen een stevige bult aftekent. Een bult op een scheen, ik wist niet eens dat het kon. Pieter loopt een meter of 50 achter mij en heeft niet door dat ik gevallen ben. Als we weer bij elkaar zijn, zegt hij dat ik vooral mijn eigen tempo moet aanhouden en niet bij hem moet blijven. Lastig! Ik verzeker me er eerst van dat hij oké is en niet flauw zal vallen. De scheiding is definitief, we zullen elkaar pas aan de finish terug zien. Een nostalgisch gevoel bekruipt me als ik denk hoe we met z’n drieën aan dit avontuur begonnen. Babbelend, lachend, lopend. Het lijkt een eeuwigheid geleden.

27f1d637-b54c-440a-b8c6-0968e2d6cce5

Ik sta er alleen voor. De enige weg is die voor mij, soms vooruit, soms naar boven. Ik kijk uit naar het marathonpunt. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op, maar als marathonloper blijft die 42,2 km een dingetje. Ik vind ondertussen aansluiting bij Daniël uit Zeeland die indruk maakt met zijn atletische postuur. Hij vertelt hoe deze trail een eerste echte test is voor de meerdaagse trailwedstrijd in Wales waar hij in september aan zal deelnemen. Hij verbleef recent nog 3 weken in Aruba en met een luchtvochtigheid van 85% kon hij daar acclimatiseren aan de warmte. Ik leg mijn marathon af in 4 uur en 30 minuten, ruim een half uur sneller dan vorig jaar. Meteen dient zich een volgende aangename verrassing aan. Mijn ouders en Niko staan daar in the middle of nowhere. Ze vertellen dat Pieter slechts 5 minuten achter me loopt en Roos, de dappere krijger, een luttele 8. Het doet me goed om te horen dat mijn maatjes zo dicht bij me in de buurt blijven en dat ze klaar staan om me op te rapen, mocht dat nodig zijn. Roos zal Pieter uiteindelijk voorbij lopen op kilometer 43. Ook zij heeft daar een beetje hartpijn van.

Ik kan hier nu wel achteloos zeggen dat ik een marathon gelopen heb, de waarheid is dat ik die ook voel. Net zoals de zon. Dit doet pijn, dit is traillopen ten voeten uit. Ik vervolg mijn weg en kijk uit naar de volgende bevoorradingspost op kilometer 46 aan de brouwerij van Achouffe. 4 kilometer lijkt niet ver weg, tot ik een pad krijg voorgeschoteld waar ik echt helemaal niks mee kan. Keien en stenen in alle soorten en maten, langs het water, een heel smal pad dat op en neer gaat. Ik kan lopen noch doorstappen. Dit haalt de vaart er helemaal uit, samen met de moraal. Plots voel ik ook de tijd tikken. Of beter gezegd: voorbij kruipen, want zo traag lijk ik vooruit te gaan. De bevoorrading aan Achouffe brengt ook niet wat ik ervan verwacht. Het is er wat hectisch omdat het ook een post is voor de traillopers van de 28 km, die in grote getalen aanwezig zijn. Bovendien mis ik Marike en haar gezin die hier ter aanmoediging zouden staan. Zij blijken helaas 50 meter verderop te staan, aan een route waar enkel de 50 km lopers passeren (wat zij dus niet door hebben). Het overkomt de beste supporters. Marike en Peter zullen wel een rol van betekenis spelen voor Pieter, die na lang twijfelen besluit om bij hen in de auto te stappen. Het is helemaal op. De maag wil niet mee, het lichaam is leeg. De strijd staken is de enige juiste beslissing. Aan hen de taak om de Verloren Zoon veilig thuis te brengen.

1b84aa0a-efaa-4de9-bc7b-d6c99caea832

Aan de bevoorrading hoor ik twee 28 km lopers tegen elkaar zeggen: nog een klein stukkie en we zijn er! Die uitspraak is een zaadje dat een paniekwolk in mijn hoofd plant. Ik maak me uit de voeten en volg de pijlen. Maar zijn dat wel de juiste pijlen?! Heb ik geen splitsing gemist?! 23 km lopen is niet bepaald een klein stukkie?! Ik ben omringd door 28 km lopers! Ik ben hopeloos verkeerd gelopen! Weg droom van de 69 km! De paden zijn bovendien smal, inhalen is erg lastig. Ik krijg het goede ritme niet te pakken. Het is trouwens warm – heet! – zei ik dat al? De moed zinkt me in de schoenen. Ik krijg gelukkig wel weer  voor eventjes compagnie. Ludovic liep de eerste uren van de race bij de koplopers. We hebben het over de marathon (ik heb het eigenlijk altijd over de marathon als ik onderweg met lopers praat). Een babbel is de ideale afleiding voor de donkere wolken in mijn hoofd. Ik krijg weer wat hoop op een goede afloop. We zien ook samen af. Zei ik al dat het warm was? Na een kilometertje of 2 in elkaars gezelschap loop ik wat verder uit. Ludovic zal uiteindelijk 20 minuten na mij finishen.

Als ik begin af te tellen naar kilometer 50 – een getal dat ik niet vaak zie verschijnen op mijn Garmin – besef ik dat ik in de greep van de getallen ben. Ik kan de afstand niet loslaten. Ik kijk vaker dan me lief is naar mijn pols om te kijken hoeveel kilometers er op de teller staan. De volgende bevoorradingspost is pas op kilometer 60. Ondertussen blijft een stemmetje in mijn hoofd zeggen dat ik verkeerd ben gelopen. Mijn buik vertelt heel andere dingen. Ik ben niet misselijk, maar heb wat krampen en ik voel veel spanning in de buikzone van al het vocht dat ik moet bijtanken. Hierdoor loop ik continu met een ongemakkelijk gevoel rond. Vreemd genoeg vind ik door die spannende cocktail van fysieke ongemakken en mentale onzekerheid wel een vorm van berusting. Ik moet het gewoon maar afwachten. Blijven lopen waar het kan, erop rekenen dat die buik stabiel blijft en pijltjes volgen. Wie weet komt het dan gewoon goed.

7835a341-f906-41d2-a35c-e64dcb3ade02

Na 51 kilometer bereik ik het vergane BMX-parcours in Houffalize. Vaste prik bij de La Chouffe trail, maar normaal gezien aan het begin van de race. Lopen is hier onmogelijk. De hellingsgraad is een uitdaging, net zoals de ondergrond. Ik kan me niet voorstellen dat mensen hier vrijwillig hun leven riskeren op een fiets. Dit is waanzin! Werkelijk overal liggen stenen op los zand. Elke loper wordt omringd door een stofwolk die je het zicht ontneemt. Ik moet echt uit mijn doppen kijken, want bij gebrek aan kracht en wendbaarheid vraagt een goede coördinatie eens zoveel energie. Er is amper beschutting, de meters kruipen voorbij. Het woord loden hitte heb ik bewust bewaard voor dit moment: de warmte slaat in als een bom. Verzengend, alom aanwezig, laat hier alsjeblieft snel een einde aan komen. Met +50 km in de benen gebeuren de dingen echter niet snel. Ik moet geduld hebben. Een enthousiaste supporter zegt me dat ik er nog zo fris uitzie. Er hangt een zweetwalm rond mij, maar ik snap wel wat ze bedoelt. Ik ben nog niet morsdood gelopen. Ik heb nog de puf om te zuchten en mijn frustratie uit te drukken. Ik zie zelfs de humor van deze absurde situatie in. Hoe zwaar dit ook is, ik besef dat het mij eigenlijk nog goed afgaat.

Na 53 kilometer loop ik door Houffa-city. Steeds vaker zie ik lopers langs de kant van de weg zitten of staan. Volledig bij bewustzijn, maar toch wezenloos voor zich uitstarend, puffend, hijgend, gebogen over hun stokken. Het asfalt en de bebouwing lijken hittebronnen te zijn die hun warmtestralen afgeven op mijn al oververhitte lichaam. En dan valt er plots een opluchting van jewelste uit de lucht. Mocht ik er nog toe in staat zijn, ik zou een vreugdesprongetje maken als ik het splitsingsbord zie: de lopers van de 50 en 69 kilometer mogen nog een lus maken van 14 kilometer. De 28’ers mogen binnenlopen. Ik loop en wandel een stukje mee met Hein die met zijn 19 jaar (dit is geen typefout) de jongste deelnemer op de 69 kilometer is. Hij heeft het zwaar, maar ik kan niet anders dan mijn bewondering uitspreken. Roos loopt op dat moment een kwartier achter mij. Ze moest op het BMX-parcours vechten tegen de misselijkheid, maar de hemel klaart weer op als ze een waterijsje krijgt van haar metgezel van de dag.

20f8a07b-d28e-4fe1-82c4-9019c4259383

Hoe zwaar ik het ook heb, mijn benen willen lopen waar ze kunnen. Ze worden op hun wenken bediend. Ondertussen ben ik ook Daniël weer een aantal keer tegengekomen. We zijn harmonica-lopers zoals Roos dat later zal noemen: we lopen soms samen, dan loopt de één weer voor de andere, maar ver zijn we nooit uit elkaars buurt. Ik tel ondertussen af naar kilometer 60 en de felbegeerde bevoorradingspost. Elke kilometer splits ik daarvoor op in stukjes, zo is ook 56,5 km een mijlpaal, want alle beetjes helpen om het doel te bereiken. Elke meter moet gelopen worden, zij het steeds strammer. Lopen is wat schudden en waggelen, een lichaam dat zich telkens moeizaam op gang trekt, maar dan wel in beweging kan blijven. Lopen heeft bovendien het grote voordeel tegenover stappen dat je een verfrissend windje over je huid voelt aaien. Over een zanderig wegje kruis ik eerst Erwin die me zegt dat Pieter heeft moeten opgeven. Nog wat verder is daar dan mijn eigen vadertje, die het niet kan laten om een stukje mee te lopen. Hij weet zijn moment wel te kiezen. Ik zeg dat hij nu echt geen hartaanval mag krijgen, want zowel mentaal als fysiek ben ik niet capabel om levensreddende handelingen te ondernemen. Met een hartslag van 140 zal dat niet meteen gebeuren, verzekert hij me.

Kilometer 60 voelt aan als de laatste mijlpaal, vanaf dan kan ik beginnen dromen van de finish. Met papa aan mijn zijde zie ik in de verte de tent van de laatste post opdoemen. De 6 is een feit. Ik kan even pauzeren. Mama en Niko staan met hun rug naar het parcours. Ze zijn volledig in de ban van een bende rode wouwen in jaagmodus. Ik snap hen wel: het is daar dat de ware actie plaatsvindt. Aan de tent komen één voor één lopertjes aangestrompeld met hun ziel onder de arm. Compleet op. Ik laat me gewillig helpen om mijn flesjes bij te vullen. Ik ben kapot, echt kapot, maar toch zie ik het nog zitten. Tijd zat. Ik kan zelfs nog lopen. Volgens Erwin, Pieters vader, is het nu gewoon binnenlopen. Ik tuur in de verte of ik Roos zie naderen. Ze zal uiteindelijk een half uur na mij arriveren op de laatste post. Daar krijgt ze een zouttablet van mijn ouders, die als heuse dealers elke loper op dat moment van zoutpillen voorzien.

1fcb61fe-20c1-4f1a-b6ff-7a5a621b74f0

Ik doe 1 uur en 20 minuten over de laatste 9,5 kilometer. Er volgt nog een idyllisch rivieroversteekje en ook al is alles relatief beloopbaar, lopen doet pijn. Ik maak met mezelf de afspraak dat ik elke nieuwe kilometer lopend moet beginnen en dat ik vanaf de halve kilometer weer begin te lopen. Zo loop ik altijd stukken van 600 à 700 meter, gevolgd door een wandelpauze. Ik heb pijn, de hitte eist z’n tol, maar ik besef ook hoeveel beter ik dit kan doorstaan. Vorig jaar moest ik me de laatste 20 kilometer zo hard pushen om te blijven gaan. Nu is er nog steeds een grote zin en wil om te lopen. Heel geleidelijk aan nader ik zo het einde van mijn avontuur. Helaas heb ik door mijn beperkte parcourskennis geen idee op welke manier we naar de finish zullen lopen. De staart is langer, maar wel beter dan ik had durven hopen: anderhalve kilometer over goddelijk asfalt! Dit is lopen zoals ik het ken.

Als ik aan de aller-aller-allerlaatste afdaling begin en het enthousiasme van speaker Hans hoor, kan ik niet anders dan glimlachen. Ik ben een half uur sneller dan vorig jaar. Ik heb mijn tweede plaats kunnen consolideren. Mensen wat heb ik afgezien! Toch was dit zonder meer een triomftocht. Ik ben onmiskenbaar echt een beetje meer trailloper geworden. Door de adrenaline (geen idee waar die verstopt zat), voel ik geen pijn meer en fladder ik vrij als een vogeltje de berg af. Ik zie en hoor mijn familieleden. Als een gelukkig mens kom ik na 8 uur en 22 minuten over de finish, goed voor een 18e plek overall. Loopcompagnon Daniël finisht een minuut voor mij. Pieter is al fris gedoucht en omgekleed. Zijn maag is tot rust gekomen. En dan is het wachten op Roos. Na 9 uur komt ze over de eindmeet: een uur sneller dan vorig jaar. Wat een prestatie! Ze is tot tranen geroerd, ze is diep gegaan, ze heeft doorgezet. Haar maatje van de dag was Wouter die altijd de juiste woorden op het juiste moment had. Team Trail kan tevreden terugblikken.

1a27d1bc-86ff-4b55-8a00-837f8c4192f7-1

Nog enkele weetjes:

  • het gewijzigde parcours was volgens mijn Garmin 69,5 kilometer lang en telde 1747 hoogtemeters (300 minder dan vorig jaar), we maakten 3x een rivieroversteek
  • mijn schoenen met GoreTex hadden als nadeel dat het rivierwater er minder goed uit kon en mijn voeten bijgevolg wat langer in de nattigheid sopten, daardoor eindigde ik met twee blaren op mijn rechtervoet, een primeur
  • mijn voeding was eerder beperkt: ik at 1 gel, 2 repen Clif bloks (= 3 gels), 2 sneetjes peperkoek en 4 Tuc-koekjes
  • ik dronk in totaal een liter of 8, gezien de temperatuur is dat niet absurd veel
  • mijn singlet was na een uur kletsnat van het zweet, maar het droogde ook telkens weer, ik stonk echt heel erg, net zoals de meeste lopers had ik afgetekende zoutranden op mijn kleding (ik kreeg trouwens geen zoutpil van mijn ouders)
  • de onbetwiste Koningin van de La Chouffe trail is de Luxemburgse Shefi Xhaferaj, ze won overtuigend in een tijd van 7u11 en moest slechts één man laten voorgaan, wat een vrouw!
  • er stonden in totaal 130 lopers aan de start van de 69 kilometer, 101 haalden de finish, waaronder 16 vrouwen
  • ik droom stiekem van de Chouffe-kabouter-trofee die de winnaar krijgt, zo lang Shefi meedoet, is dat echter niet haalbaar, de Duitse Anja Berners werd trouwens 3e en finishte amper 5 minuten na mij
  • complimenten voor Niko die een hele dag met z’n schoonouders in de auto op pad was en toch enkele discussies over de juiste route in goede banen moest leiden, op de laatste bevoorradingspost gaven ze nog een lift aan een deelnemer die uit de race stapte
  • Roos was tevreden met haar nieuwe trailvest en de bijhorende soft flasks, tijdens haar voorbereiding probeerde ze ook eens trailstokken uit (ze is altijd in voor een extra attribuut), maar dat was geen succes
  • het supportersteam van Pieter bestond uit: zijn ouders, Erwin en Sybille, zijn nonkel en tante (die eigenlijk geen nonkel en tante zijn), vriend Stijn (die eruit ziet als zijn broer maar dat dus niet is), diens vriendin Yara en de hond Herman (een obese Bordercollie), we love Herman!
  • ik sleepte mijn 40 ml insectenspray niet voor niks mee, na 61 kilometer werd ik achtervolgd door een zoemend iets en kon ik me eens lekker laten gaan met de spray
  • Sam finishte zijn 50 kilometer in 6 uur en 11 minuten, zijn laatste 9 kilometer waren een lijdensweg, eens zo sterk dat hij het heeft gehaald!
  • Stijn (niet de broer van Pieter) maakte zondag zijn debuut op de 36 kilometer, hij zag af, maar deed het wel gewoon, chapeau!
  • Marike & Niko beleefden een heel plezierige 2 uur en 6 minuten tijdens hun 17 kilometer trail op zondag, het loopplezier spat van de foto’s (al zal Niko, die door Roos als vrouw werd ingeschreven, dat niet toegeven)
  • Seppe finishte zondag zijn Iron Man in het Zwitserse Thun als 22e, ook hij zag enorm af van de hitte
  • over Zwitserland gesproken: Pieter zal in september in Zofingen aan de start staan voor de Powerman lange aftandsduatlon, waar Seppe zal strijden voor een derde wereldtitel

WhatsApp Image 2023-07-09 at 22.28.50 (1)

1af8ca7e-66d0-461f-81ee-7c9a7cde16b0

12648aed-598c-43d6-8170-df287a8d7472

Hoera, de blog is 5 jaar!

Hoera! Mijn lieve schattige blogje blaast vandaag 5 kaarsjes uit. Op vrijdag 13 juli 2018 stuurde ik voor het eerst mijn schrijfsels de wijde wereld in. Jokeloopt was een feit. Toch wel een spannend moment. 5 jaar later is dit mijn 346e bericht, het 25e van 2023. Mijn blogposts hebben dit jaar een gemiddelde van 1018 woorden. Ik schreef dus al aardig wat tekst bij elkaar. De populairste dag om een bezoekje aan mijn blog te brengen is trouwens dinsdag (en dat is al sinds het prille begin zo). Ter ere van mijn eerste lustrum zet ik voor jullie wat blogoverdenkingen op een rijtje.

Op 5 jaar tijd veranderde er wel wat. Je zou het misschien niet zeggen, maar ik werd zelf ook 5 jaar ouder. Ik evolueerde als mens, sporter en schrijver. Logisch natuurlijk. Als loper ging ik van een standvastige sub 3:30 marathonloper naar een kersvers sub 3’er. Ik deed 4x mee aan de Hel van Kasterlee en ik ontdekte het traillopertje in mezelf. Als je teksten publiceert, leg je je erbij neer dat er een dag komt dat je jezelf uit het verleden hoort spreken en denkt: hm… dat zie ik nu toch anders. Teksten wijzigen omdat mijn mening of beleving dermate veranderd was, deed ik echter nooit. Ik denk wel dat mijn schrijfstijl door de jaren heen wat overdadiger geworden is. Zowel de schrijver als de mens achter deze blog durft nog meer haar eigen ding te doen omdat ik me gesterkt voel dat juist die eigenheid gewaardeerd wordt.

Op 5 jaar tijd veranderde zeker niet alles. Ideeën verzamelen om over te schrijven, een eerste aanzet opstellen en die weer verder uitwerken, een uur schrijven en de dag nadien weer en de dag nadien opnieuw, nog een beetje bijschaven en nog eens en nog eens… Ik geniet nog steeds van het schrijfproces en van de kick om iets te publiceren. Mijn aandacht gaat ook na 5 jaar naar de woorden die ik wil delen. Foto’s zijn mooi meegenomen, maar altijd ondergeschikt aan het verhaal. Het is een bewuste keuze om foto’s niet te bewerken, al denk ik wel grondig na over welke foto’s ik toon. Soms kies ik voor een zorgvuldig uitgedokterde compositie, soms is het een spontaan rommeltje. Af en toe lees ik de pagina na die ik 5 jaar geleden schreef over mezelf, waar ik uitleg waarom ik loop en schrijf. Het is geruststellend dat ik daar enkel stilistisch iets aan gewijzigd heb, maar er inhoudelijk nog steeds hetzelfde in sta.

Het leukste aan een blog hebben is dat je nieuwe mensen leert kennen. Zowel online als offline kreeg ik er enthousiaste volgers en vrienden bij. Mijn blog is een soort van vertrek- of aanknopingspunt om me aan te spreken. Juist omdat ik meer deel dan foto’s en captions is er meteen stof tot vertellen. Bovendien is mijn blog een mooi gestileerd en gestructureerd archief van de afgelopen 5 jaar. Schrijven helpt om dingen op een rijtje te zetten, om ze vast te leggen en ze te kunnen blijven koesteren. Als ik een dip of dipje heb, als ik een writer’s block of blockje heb, helpt het me altijd om eens wat terug te lezen. Ik kan dan niet anders dan dankbaar zijn voor wat ik al heb meegemaakt. Tot slot schuilt er ook een informatieve, praktische waarde in deze blog. Ik kan bijvoorbeeld opzoeken wat ik vorig jaar tijdens de La Chouffe trail gegeten heb en hoe dat beviel. Naar verluidt hebben ook anderen daar iets aan. Al is het hoe het misschien niet moet.

Het moeilijkste aan bloggen is dat het een tijdrovende hobby is. Waar ik tijdens mijn eerste blogjaar mijn blog wilde vullen en meermaals per week iets publiceerde, is mijn streven nu om op een jaarbasis 50 teksten te schrijven. Gemiddeld kost me dat per week makkelijk een uur of 5. Zo zullen jullie wellicht tot zondag moeten wachten op de uitgebreide versie van mijn verslag in Houffalize. 69 kilometer lopen, een familieweekend met tal van boeiende nevenpersonages: dat is al snel een klus van 8 à 10 uur schrijfwerk. Uiteraard gaat dat gepaard met een bepaalde druk. Ik schreef ondertussen al meer dan 10 marathonverslagen en vaak denk ik dat ik het een kopie zal zijn van het vorige (en wie zit daar op te wachten?). De conclusie is altijd dat elke marathon op elkaar lijkt, maar ook een eigenheid heeft die zich reflecteert in het verslag. Daarnaast heb ik nog tal van leuke ideeën (vind ik zelf dan) om over te schrijven, maar waar ik niet aan toe kom. Soms kan dat frustrerend zijn.

Het uitdagendste aan een blog hebben, is beslissen wat je wil delen. En wat dus niet. Op een eerste niveau denk ik na over wat relevant en interessant is om te delen, zowel voor mijn lezers als mezelf. Ik probeer daar kortom een evenwicht te vinden tussen wat ik zelf leuk vind om de wereld in te sturen en wat anderen mogelijk boeiend vinden om te lezen. Op een tweede niveau is bloggen over jezelf natuurlijk een zoektocht naar eerlijk en authentiek zijn zonder je hele privé leven te grabbel te gooien. Ik weet immers niet wie hier leest. Juist omdat het tijd kost om een tekst vorm te geven, gaat er wat mij betreft genoeg tijd over om goed na te denken wat ik kan en wil delen. Een foto gooi je net iets makkelijker online.

Jullie lezen het liefst over mijn sportieve avonturen en mijn familie. Mijn sportieve exploten, type marathon en Hel van Kasterlee, zijn en blijven trekpleisters. Ik merk ook aan mijn statistieken wanneer bijvoorbeeld de marathon van Brugge gelopen wordt of wanneer mijn bekende meter in de media kwam. Nieuwe lezers worden vaak naar deze plek geleid omdat ze specifiek op zoek zijn naar informatie over een sportief evenement. Wat ik schrijf over mijn familieleden wordt duidelijk ook goed gesmaakt. Begrijpelijk, ze zijn en blijven een onuitputtelijke bron van inspiratie, ook voor mij.

Jullie lezen minder graag over alles wat naar literatuur ruikt. Teksten over boeken en poëzie doen het opvallend minder goed. Geen nood, het sterkt mij juist in de overtuiging dat ik daar dus vooral over moet blijven schrijven. Ik had het al over Proust en Tolstoj, over sonnetten, dikke en dunne boeken. Disclaimer: ik zal in dit leven nooit klaar zijn met de literatuur en beschouw het als mijn lezersplicht om jullie daarover te blijven informeren.

Ik ben het meest trots op de teksten waarin ik het gevoel haarfijn kan vatten. Een uitgesproken lievelingsblogpost heb ik niet. Wel zijn er teksten die ik liever teruglees dan andere. Zo gonst mijn verslag over de eerste post-corona marathon van Rotterdam (2021) van de emoties. Ik liep inmiddels al drie snellere marathons, maar toch blijft dat een heel bijzonder moment waarvan ik vind dat ik het trefzeker in woorden heb weten te vatten. De marathon van Amsterdam komt daarbij in de buurt qua gevoel. Wat ik schrijf over mijn mentale gezondheid en worstelingen voelt telkens als een coming-out. Ik geef daar een stem aan iets waarvan ik het liever wegsteek met straffe verhalen. Juist daarom voelt het toch als een opluchting om ook over dat deel van mezelf iets te kunnen vertellen.

Ik ben er trots op dat ik met mijn blog een breed publiek bereik. Mijn bloglezers zijn een bonte verzameling mensen die via verschillende wegen in het echte én het digitale leven hun weg naar mij en deze plek hebben gevonden. Loper-lovers en loper-haters, mannen en vrouwen, creativo’s en sportiva’s, de jonge en al wat rijpere garde. Ik kan zelf verklaringen bedenken over het hoe en waarom, eigenlijk weten jullie dat zelf veel beter.

Ik ben jullie allemaal ontzettend dankbaar. Als mijn blog geen lezers zou hebben, zou ik net zo goed in mijn dagboekschriften van vroeger kunnen krabbelen. De waardering die ik krijg voor mijn schrijfwerk raakt me net zo hard als de complimenten voor mijn sportieve prestaties. Ik schrijf omdat ik een publiek heb dat mij graag leest. Een heel grote dankjewel dus voor jou, dierbare lezer, omdat je graag naar deze plek komt. Omdat je mij als sporter en schrijver laat floreren.

Een nog grotere merci ben ik verschuldigd aan:

  • Frea, creatieve duizendpoot en lezer van het allereerste uur die mij aanmoedigde om voor dit blogproject te gaan.
  • Murielle, die meteen fan was en me de bevestiging gaf die ik nodig had door te zeggen dat ze me hoorde spreken toen ze mijn teksten las. Bovendien is ze ook een trouwe volger van mijn boekentips.
  • Mijn familietje omdat die natuurlijk niet anders kunnen dan fan zijn simpelweg omdat ze familie zijn, maar toch komt het steeds binnen als ze genoten hebben van een blogpost.
  • Tante Hilde die me vorig jaar in Parijs vertelde hoe ze telkens voor een stukje ontroerd wordt door mijn blog, me er nog beter door leert kennen, maar zich er ook in herkent.

Gaan we samen voor nog eens 5 jaar? Cheers op de blog!

IMG_2218b
Het blogleven zoals het is: ik wilde natuurlijk graag een foto met brandende kaarsjes. Mission impossible dankzij de wind.

Het moment – Zes dappere lopers in Houffalize

Houffalize, zaterdag 8 juli – 15u. De 6 lonkt. Ik heb al 59,5 kilometer gelopen. De temperatuur schurkt tegen de 30 graden aan. Samen met een niet te lessen dorst loop ik ook al uren rond met een ongemakkelijk gevoel in mijn buik. Ik loop niet meer met vaart, maar ik loop nog wel. Nu over een lang zanderig pad. Ik kijk uit naar de laatste bevoorradingspost op kilometer 60. Als ik de 6 zie, kan ik echt aan de finale beginnen, ook al zal die langgerekt zijn. Plots doemt daar een bekend gezicht op. Het is geen fata morgana, maar mijn papa die gehuld in zijn zwarte shirt van De Jogclub met mij mee loopt tot aan de bevoorrading. Volgens hem is het nog 800 meter tot de post. 800 meter klinkt onnoemelijk ver weg. En toch ben ik blij. Ik kan dit aan. Ik zal deze klus klaren. Ik loop bovendien in tweede positie en ik ben vastbesloten om die plek niet meer uit handen te geven. Ik zal blijven doorgaan. De 6 is een feit. Ik bereik de post. Ook mama en Niko zijn van de partij. Ik krijg nog een laatste peptalk om de laatste 9 kilometer aan te vatten.

Het is moeilijk te vatten wat deze dag al gebracht heeft. Een geanimeerde start waar ik Roos voor het laatst zie. De intro met Sam en Pieter, wat een plezier! 2 uur lopen met de Hoka boys aan mijn zijde. Na 19 kilometer afscheid van Sam bij de splitsing voor de 50 kilometer. Er volgt ook een afscheid van Pieter, dat toch wel zuur is omdat hij zich niet goed voelt. Na 4 uur lopen is er dan het besef dat ik er nu helemaal alleen voor sta. De goede vibes zullen dus van mezelf moeten komen. Gelukkig volgen er ook veel spontane ontmoetingen met medelopers. En jongens, wat is het warm! Soms voel ik gewoon een warme zon, soms lijkt het alsof ik door de Sahara loop, opstuivend zand incluis. Ik heb zoveel meegemaakt. Dat schiet nog eens door mijn hoofd als ik ein-de-lijk de allerlaatste afdaling inzet en richting de vertrouwde stem van speaker Hans loop. Ik loop 69,5 kilometer in 8 uur en 22 minuten, net zoals vorig jaar goed voor een zilveren medaille.

Ik beloofde jullie een rijke oogst aan trailverhalen. Ik ben namelijk slechts één van de zes of één van de velen. Roos deed het schitterend en was een uur sneller dan vorig jaar. Ze liep een stukje verkeerd en overschreed daardoor de kaap van de 70 kilometer. Dankzij haar superkrachten, een geweldige metgezel én een waterijsje haalde ze de eindmeet. Sam zag sterretjes en ging heel diep om zijn eerste 50 kilometer te kunnen finishen. Pieter moest helaas het avontuur staken na 46 km met maagklachten. Er is ook het sprankelende debuut van Marike en Niko op de 17 km dat naar een vervolg snakt. Er zijn nog veel meer dappere lopers wiens trailavontuur het onze kruiste. Voor nu alvast een heel dikke dankjewel aan onze entourage. Het is hard labeur: een dag rondrijden, aanmoedigen, helpen en er simpelweg zijn op zoveel momenten. Zonder jullie geen Team Trail.

Drie dagen later voel ik me verbazingwekkend fris. Ik kan tal van externe factoren aanwenden om dat te verklaren, maar ik durf ook te zeggen dat mijn lichaam steeds beter went aan zulke monsterlijke inspanningen. In afwachting van het raceverslag kan ik al één spoilertje weggeven: ik verloor liters zweet en een minimum aan bloed omdat ik maar één keer ten val kwam. To be continued!

Loperspraat – 7 voorbeschouwende nieuwtjes op de La Chouffe trail

Ik liep in de maand juni 352 kilometers bij elkaar. Een daggemiddelde van 11,73 kilometer tussen alle schoolhectiek door: stevig, al zeg ik het zelf. Voor mij is kilometers malen een noodzaak om in het trailgevoel te groeien. De ervaring van vorig jaar heb ik op zak, maar geeft me geen garanties om ook dit jaar die 69 kilometer tot een goed einde te brengen. Ik sta er gelukkig niet alleen voor. Team Trail is een bont allegaartje lopers dat wordt gesteund door hun familie en aanhang ter plaatse. Zaterdag en zondag worden er verschillende afstanden gelopen onder het toeziend oog van de La Chouffe kabouter. Ik loods jullie door de voorbeschouwing aan de hand van heel wat nieuwtjes.

  • Volgens mijn Garmin liep ik vorig jaar in Houffalize 67,05 kilometer met 2131 hoogtemeters. Dat ik 950 meter minder liep dan de officiële afstand kon mij gestolen worden. Zaterdag staan er ons 69 kilometers trail-plezier te wachten over een gewijzigd parcours. Dat kilometertje extra loop (of strompel) ik met plezier om zo mijn afstandsrecord wat scherper te stellen. Met temperaturen die richting de 30 graden gaan, wordt het hoe dan ook een zwoele editie.
  • Ik loop een trail en ik neem mee: mijn Salomon rugzak met binnen handbereik Clif bloks, gels met tropische smaken, een drinkbeker en 1 liter water in soft flasks. Op mijn rug draag ik een half litertje extra water, insecten- én ontsmettingsspray. Na mijn valpartijen vorig jaar liep ik een uur of 4 met een bloedende schouder, gehavende knieën en wonden in mijn gezicht. Een eerste ontsmettingsronde was toen welkom geweest. Mijn voeten zal ik hullen in de paarse Nike React Pegasus Trail 4 GTX die ik in de Vogezen al aan een uitgebreide test onderwierp.
  • Roos staat net zoals vorig jaar ook aan de start van de 69 kilometer. Haar voorjaar kenmerkte zich door een consistente trainingsarbeid. Met een ultra in de benen is zij ultra-voorbereid. De trail in Florenville was de eerste test voor haar nieuwe trailrugzak, samen met een nieuwe pet werd die helemaal goedgekeurd. De boterhammetjes voor onderweg zal ze dit jaar achterwege laten. Als beproefd taperingrecept koos Roos voor een vierdaagse Rock Werchter. Ze is met andere woorden helemaal klaar om deze trail te shinen!
  • Marike zal zondag de 17 kilometer voor haar rekening nemen en zo – eindelijk – haar langverwachte debuut op een loopevenement maken. Door overmacht miste ze namelijk al 3x de 10 Miles in Antwerpen. Een nieuw doel op korte termijn was nodig: waarom dan geen 10,6 mijl over onverhard en heuvelachtig terrein? Naar eigen zeggen is ze de snelheid kwijt waar ze in april voor getraind had. Ze kan wel rekenen op een paar nagelnieuwe trailschoenen van Nike en de steun van haar voltallige gezin. Als dat haar geen vleugels geeft?
  • De fans van Seppe zijn er in Houffalize aan voor de moeite. Ze kunnen hem zondag wel aan het werk zien als deelnemer aan de Ironman in het Zwitserse Thun. Ongetwijfeld goed voor weer een straffe prestatie op dat al heel straffe palmares, amper 7 weken nadat hij 15e werd op de Ironman in Lanzarote.
  • Mijn schoonbroertjes Niko en Peter zullen wel van de partij zijn. Peter (van Marike) fietst naar Houffalize, een rit die hij aan moet kunnen na zijn Granfondo avontuur in de Alpen. Twee weken geleden legde hij daar 186 kilometer af met 5530 hoogtemeters, waaronder een beklimming van de legendarische Alpe d’Huez. Niko (van Roos) kennen jullie dan weer als de voetballende vedette van de Remy Boys. Hij is zondag de gezel van Marike en krijgt met 17 km trailfun meteen een serieuze beproeving voorgeschoteld. Al helemaal als je weet dat Niko bij hoog en laag beweert dat hij echt niet graag loopt. Ik ben benieuwd hoe dat spanningsveld zal uitdraaien.
  • Last but not least, zal ik zelf in gezelschap van de jonge garde lopen. Allereerst heb ik Pieter aan mijn zij: redder, steun en toeverlaat die ik vorig jaar als bij toeval tegenkwam tijdens de La Chouffe trail. Samen zullen we proberen om die 69 kilometer klein te krijgen. Pieter heeft trouwens iets te vieren, want hij studeerde net af als kinesitherapeut. Toch wel een praktisch beroep als je je aan een sportieve uitdaging waagt. Maatje Sam liep vorig jaar de 28 kilometer in Houffalize en gaat zaterdag voor de 50 kilometer. Zijn marathons loopt hij in minder dan 3 uur en bij ons trailavontuur in de Vogezen waren we samen 3 uur en 45 minuten onderweg. Hij zal dus wat langer bezig zijn dan die atletische benen van hem gewend zijn. De eerste 20 kilometer kunnen we in ieder geval met z’n drieën afwerken. Goed gezelschap is van onschatbare waarde.

Bij deze zijn de zaadjes geplant voor een rijke oogst aan trailverhalen. Alvast bedankt om eens aan Team Trail te denken. Op naar Houffa!

Loperspraat – Waarom ik me een beetje meer trailloper voel

Wie zomer zegt in de familie Odeyn, die zegt ook de La Chouffe trail in Houffalize. We bouwden inmiddels een rijke familiegeschiedenis uit met ons vaste stekje in de Ardennen: dochter-vader momentjes, heroïsche prestaties en supporters die op het scherpst van de snee onherbergzaam gebied moeten trotseren om hun lopers aan te vuren. In Houffa gebeurt het allemaal. Nochtans was het voor mij niet meteen liefde op het eerste gezicht met de La Chouffe trail. Of misschien kan ik beter zeggen dat de trailtak van het lopen altijd een grote aantrekkingskracht op mij heeft uitgeoefend, maar dat ik er ook eens zo hard op foeter. Tot vorig jaar, Roos en ik liepen toen de waanzin voorbij met 68 pittige trailkilometers. We leerden er Pieter en zijn familie kennen, een nieuwe ultratrail-traditie was geboren. Je mag dat gerust ook vermoeiend vinden.

Ik legde al eens uit waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn. Eens marathonlopertje, altijd marathonlopertje. Toch bleek de positieve ervaring van vorig jaar een kantelpunt te zijn in mijn relatie met traillopen. Ik voel me zowaar een beetje meer opgewassen tegen het geweld van de bergen. Ironisch genoeg kwam ik door drie valpartijen niet ongehavend uit de strijd, maar kreeg ik toch meer vertrouwen in mijn kunnen op een geaccidenteerd parcours, over mijn vaardigheid om over een rotsblok te klimmen en door een rivier te waden. Ik kan makkelijker in het moment van de trail genieten zonder de berg te verwensen. Ik ben niet meer panisch voor stekende insecten. Ik leerde de onvoorspelbaarheid van een dagtocht te omarmen. Wie daar zeker ook een bijdrage aan geleverd heeft, is Katja. We leerden elkaar kennen in september tijdens de wijnloop in Houwaart. Zoals haar positieve ingesteldheid en enthousiasme aanstekelijk werken, zo ook het plezier dat zij ervaart als ze bergop loopt. Een snelle marathon zit zonder twijfel in haar benen, maar haar adem dat zijn hoogtemeters en de natuur.

IMG_1418b

De eerste jaarhelft van 2023 bracht mij al twee prachtige trailervaringen. Flashback naar de maand April met de A van Ambitie. De aanloop naar mijn Rotterdam marathon liet zich kenmerken door een gebrek aan vertrouwen, maar op 16 april gebeurde het: ik knalde naar mijn eerste sub-3. Een weekje later liep ik de 10 Miles. Goed voor een nieuwe recordtijd op de kilometer en een blij weerzien met Antwerpen. Nog een week later was ik met Sam in de Vogezen waar we ons waagden aan de Trail du Grand Ballon: 32 kilometer en 1320 hoogtemeters. De gelijkenissen tussen de Vogezen (grote broer) en de Ardennen (kleine broer) zijn treffend, maar de Vogezen zijn net wat imposanter. Je kan er nergens naast de bergen kijken. Je komt ogen te kort om de adembenemende omgeving te vatten. De afstand van 32 km bleek de juiste keuze te zijn: uitdagend genoeg om er voor naar Frankrijk te trekken en de uitzichtloosheid, die voor mij eigen is aan traillopen, te ervaren. Doenbaar om ook als marathonloper mét een marathon in de benen en zonder trailstokken aan te kunnen.

6c572f8b-04a3-48ec-ae5a-14563dbe0773

In mei dreef ik mijn loopkilometers weer op, maar mijn lijf had een iets rustigere maand voor ogen. Ik werd geplaagd door rugpijn en stijve hamstrings. Lopen hielp om de boel los te krijgen, al waren het ook die inspanningen die ik telkens weer voelde. Kortom een vies vicieus cirkeltje. Conditioneel en tempogewijs had ik niets te klagen. Ook de 20 kilometer van Brussel bewees dat er nog wel degelijk peper in mijn benen zat. Mijn spieren zeiden iets anders. Bij het begin van elk loopje voelde ik me een stijve hark die amper paslengte kon maken. Ik heb op een bepaald moment echt gedacht dat mijn leeftijd me parten begon te spelen. Gelukkig was daar weer mijn geweldige kinesitherapeut Kathelijn die zich vooralsnog geen zorgen maakte. Met wat extra oefeningen en behandelingen zou ook dit wel weer loslopen. En Kathelijn die heeft uiteindelijk altijd gelijk.

bf59ff24-7589-4363-9ac6-716b2e4a039c

De doorstart van mijn voorjaar maakte ik deze maand. Ouderwets kilometers malen en overal duurloopmogelijkheden zien, dat doet mij altijd goed. Dankzij Joni, trotse ambassadeur van Florenville, liepen Roos en ik ook de Trail d’Orval. We kozen voor de afstand van 28 kilometer en 700 hoogtemeters in de hoop vertrouwen te tanken voor ons La Chouffe avontuur van 69 kilometer drie weken later. En of het een succes was! De omgeving was prachtig, maar vooral: ondanks de hoogtemeters was het parcours goed beloopbaar. Ik zou het zelfs een tempotrail durven noemen. Op voorhand had ik mezelf weinig kans gegeven om binnen de 3 uur te finishen. Uiteindelijk bleek dat ik “slechts” 2 uur en 44 minuten nodig had om de finish te bereiken, wat me ook de eerste plek opleverde. Roos kwam eveneens blakend van het zelfvertrouwen als 5e over de meet. Op basis van die positieve ervaring trok ik een aantal conclusies: 1) ik kan best goed een berg op lopen 2) een technische afdaling is minder mijn ding 3) obstakels zijn voor mijn korte benen groter dan voor mensen met lange benen 4) ik struikel al eens 5) als ik kan lopen, ligt mijn basissnelheid hoog.

De afgelopen weken stapelden de duurlopen zich op. Ik kijk dus reikhalzend uit naar de La Chouffe trail op 8 juli. Het gezelschap zal trouwens eens zo schoon zijn. Roos (skeeler-ster en ultra-fenomeen) en Pieter (compagnon de route sinds 2022) tekenen weer present voor de 69 km. Sam (maatje 4ever) waagt zich met de 50 km aan zijn eerste ultra-ervaring. Niko (awesome schoonbroertje) en Marike (the one and only) zullen er debuteren op de 17 km. Om nog maar te zwijgen over het supportersgeweld. Stof genoeg om later deze week nog wat meer voor te beschouwen!

3fe04a6c-7e66-421f-9300-5251b49b5dfa

Loperspraat – Lessen in loopetiquette

Hoewel ik eigenlijk niet van grote mensenmassa’s hou, kan ik toch intens genieten van het tumult bij een grootschalig sportevent. De massa boezemt mij angst in, maar laat ook de euforie en het loopgeluk door mijn lijf razen. Bij mijn eerste 20 kilometer van Brussel was ik bang dat er paniek zou uitbreken in een tunnel en dat mensen vertrappeld zouden worden. Elke keer als ik tijdens een evenement een tunnel in loop, schiet dat schrikbeeld een seconde door mijn hoofd. Mensen kunnen namelijk rare dingen doen als ze zich in een massa bevinden of voortbewegen. Die grilligheid van de mensenmassa ondervond ik weer eens toen ik op 28 mei voor de 8e keer de 20 van Brussel liep. Met 1u22 liep ik mijn tweede snelste editie (en heb ik dus absoluut geen jankrecht), wat nadien overheerste was toch de frustratie. Ik werd de eerste 5 kilometer zo vaak gehinderd dat ik, die een patent heb op de kanonskogelstart, mijn start helemaal miste.

Een chaotische startfase is deels te wijten aan de organisatie: die moet er immers voor zorgen dat het een fijn en veilig evenement is voor iedereen op elke plaats van het parcours. Net zo goed ligt er ook een verantwoordelijkheid bij elk van de 40.000 deelnemers. Roekeloos loopgedrag, die term schoot door mijn hoofd toen ik het Ter Kamerenbos in liep. Tussen het zuchten en hijgen door begon ik na te denken over loopetiquette. Lopen in Brussel op verkeersvrije wegen leek net zo chaotisch te zijn als het autoverkeer er doorgaans is. Tirer votre plan! Doe maar je ding en zolang we geen brokken maken, is alles pais en vree. Dat werkt dus niet voor mij. Er zijn behoorlijk wat overeenkomsten tussen een loper die zich in de menigte begeeft en hoe een autobestuurder zich in het verkeer dient te gedragen. Ik pleit voor hoffelijkheid in het verkeer. Ook als loper zonder spiegels en richtingaanwijzers, maar met een arsenaal aan andere communicatiemiddelen. Enkele lesjes in loopetiquette dus, zowel tijdens het grote sportevent als voor je dagelijkse training rond de kerktoren.

Respecteer het startvak dat bij jouw tempo hoort. Als jij volgens jouw tijd wordt ingedeeld in startvak 3, dan moet je geen halsbrekende toeren uithalen om koste wat kost in startvak 1 te staan. Wie op de snelweg liever 90 km/u rijdt, blijft ook netjes op de rechterrijstrook. Het is een kwestie van logica dat de snelste lopers vooraan staan. Iedereen is namelijk gebaat bij een vlotte doorstroming. Niemand houdt ervan te moeten zigzaggen tussen de lopers door, niemand houdt ervan om continu voorbij geracet te worden.

Ellebogenwerk hoort niet bij lopen. We halen dan wel geen snelheid vergelijkbaar met een sprinter in de koers, ook een val aan 14 km/u blijft niet zonder gevolgen. Duwen en dringen zijn echt uit den boze. Net zoals de deur dichtdoen als je een bocht aansnijdt. Ook plots remmen of stilstaan (in de bevoorrading bijvoorbeeld) zonder te kijken of er iemand achter je zit, kan erg hinderlijk zijn voor de medelopers. Wie invoegt, geeft voorrang aan de lopers in beweging. Respecteer de natuurlijke looplijnen en anticipeer hierop als je een manoeuvre maakt.

Bumperkleven kan alleen met wederzijdse toestemming. Zowel al fietsend als lopend heb ik een hekel aan ongewenste en onbekende zogklevers. Bij bekenden is dat natuurlijk een heel ander verhaal. Sikke en de stoomtrein van Amsterdam bijvoorbeeld, maar ook hoe Roos tijdens de marathon van Brugge met haar kin op mijn schouder liep: er ontstaat een prachtig verbond als je je laat leiden of iemand vooruit kan trekken. Soms ontstaan zulke coöperaties ook spontaan tijdens een loopwedstrijd. De betrokken partijen moeten dan wel expliciet instemmen: hetzij in beknopte verwoordingen, hetzij met niet mis te verstane lichaamstaal.

IMG_1755b

Hou je vochtafscheiding privé. De natuur is geen openbaar toilet. Wildplassen kan alleen als het écht niet anders kan. Doe het dan met een minimum aan blootstelling. Hou privé wat privé is door beschutting te zoeken. Spuwen of snuiten kan alleen als je volgens het spiegel-spiegel-schouder -principe rond je kijkt en er zich in een straal van 3 meter niemand in de schietbaan bevindt.

Wees altijd vriendelijk voor je medeloper. Knikken, altijd beleefd knikken! Iedereen die je pad kruist verdient minstens een blik van begroeting, of dat nu bekend dan wel onbekend volk is. Ook een bekende of onbekende supporter die je een persoonlijke aanmoediging geeft, verdient minstens jouw blik en opgetrokken mondhoeken (afhankelijk van de wedstrijdfase waar je je in bevindt). Een loper die met pech langs de kant staat, roep je even toe of alles oké is. Het spreekt voor zich dat iemand die in nood verkeert altijd op je hulp kan rekenen.

De weg is voor en van iedereen. Oh ja, ik kan mij zeker ergeren aan andere weggebruikers. Of ik nu in de auto, op de fiets of in de loopschoenen zit. Wandelaars die met z’n tweeën een weg van 3 meter breed inpalmen en je bel niet horen. Loslopende honden die jou eerder in de mot hebben dan hun baasje. Fietsers die mij onverantwoord dicht en hard voorbij sjezen. Ik heb me al lopend ongetwijfeld ook al schuldig gemaakt aan overdreven snelheid op het voetpad waardoor een ander zich een bult schrok. Uiteindelijk hebben we allemaal evenveel recht om van het bos te genieten of om de weg te gebruiken. Met een hoffelijke houding zou ook de wereld van de actieve of sportieve beweger er heel wat beter uitzien. Amen.

De muziek – Tribute to Tina

Anna Mae Bullock is niet meer, de powervrouw die sinds de jaren 60 door het leven ging als Tina Turner. Grote mensen vragen om grote woorden. De wereld verliest een icoon: Tina Turner was om veel redenen een rolmodel. Ze laat een schatkist aan klassiekers na. Ik mag nu dan wel naar What’s Love Got to Do with It luisteren, je gaat me niet horen beweren dat ik een kenner ben van de Queen of Rock ’n Roll. De afgelopen dagen luisterde ik ter compensatie urenlang naar de muziek die ze ons schonk. Wat een stem! Tina had geen man nodig om muzikaal of ander succes te boeken. Toch hadden heel wat mannen het geluk om eens met haar achter de microfoon te mogen staan.

Mijn geboortejaar 1985 was een grand cru jaar voor La Turner. Ze bracht het album Private Dancer uit, haar debuut en doorbraak als solo artiest. Er volgde een wereldtournee met optredens in België en Nederland. De song Private Dancer is trouwens geschreven door Mark Knopfler, frontman van Dire Straits met wiens muziek ik wat vertrouwder ben. In 1985 acteerde Tina aan de zijde van Mel Gibson. We Don’t Need Another Hero werd de titelsong van die film. Eveneens in 1985 volgde een duet met Bryan Adams, It’s Only Love (and that’s all). Bryan Adams, mijn jeugdidool! Een paar jaar later mocht ook David Bowie zich toevoegen aan het rijtje gelukzakken. Het prachtige Tonight was het resultaat van die samenwerking.

Aan het begin van de jaren 90 deed Tina het aanvankelijk wat rustiger aan. Er verscheen een verzamelalbum en een film over haar levenswandel. In 1995 zong ze zich weer helemaal op de kaart met Goldeneye, de titelsong van de gelijknamige James Bond film. Je hoeft geen grote Bond-fan te zijn (zoals ik wel ben) om te kunnen genieten van de grandeur van filmmuziek. You’ll never know how it feels to be the one who’s left behind. Later volgde een duet dat eveneens tot de verbeelding spreekt. Eros Ramazotti (de man die ons het betoverende Gente Di Mare schonk) bracht met Tina Cose Della Vita uit. Te vertalen als “dingen des levens”, of hoe Italiaans en Engels harmonisch kunnen blenden.

Tina staat sowieso op de soundtrack van mijn leven. Er zijn verhalen die alleen maar epischer worden, zo ook de eerste keer dat Roos en ik in het Jubelpark aan de start stonden van de 20 kilometer van Brussel. We schrijven het jaar 2014, een warme dag ergens eind mei. Zo fier als een gieter staan we daar te blinken in onze fonkelnieuwe loopkleding. Simply The Best van Tina schalt door de boxen als openingslied van ons startvak, een moment dat ons voor altijd zal bijblijven. Wisten wij veel dat ze muziek draaien bij de start van een loopwedstrijd! Als ik Simply The Best hoor, voel ik altijd weer de euforie na die eerste 20 kilometer. Dankzij Tina kreeg dat gevoel tekst en muziek.

Morgen sta ik voor de 8e keer aan de start van de 20 kilometer van Brussel. De vlag hangt uit, de zon zal schijnen. Thank you so much, Tina.

De race – Rotterdam Marathon april 2023

De cijfers: met een nieuw PR van 2:58:15 was mijn 16e marathon een absolute knaller
De voorbereiding: een lange zoektocht naar het goede gevoel dat zich slechts sporadisch liet opmerken
De race: 37 intens positieve kilometers die steeds meer vertrouwen gaven om dan toch die gevreesde tijdsdruk te voelen, door op safe te lopen kon ik de sub3 binnenrijven
De herinnering: een weekend onder vrienden en familie die het beste in mij naar boven haalden, hoe 3 uur zowel kan aanvoelen als 3 minuten dan wel 3 dagen, kortom een sub3 om never ever te vergeten!

Wat vooraf ging
Ik wist al ongeveer een jaar van tevoren dat ik in april 2023 voor de derde keer de marathon van Rotterdam zou lopen. Als marathonloper is het niet heel origineel om te zeggen dat je “iets” met Rotterdam hebt. In oktober 2021 kon ik er bij de post-corona editie een nieuw tijdskader uitzetten door 3:07 op de tabellen te lopen: een bevestiging van mijn sportieve renaissance. Op een dag, ooit, later als ik groot ben, zou ik wel eens wat minuten van die 3:07 kunnen afpingelen. Ik had toen oprecht nooit durven vermoeden dat een sub3 tot de mogelijkheden zou behoren. Samen met Sam en Roos kwamen er nieuwe marathonplannen. Na de Amsterdam Marathon in het najaar wist ik het zeker: ik zou in het voorjaar durven uitspreken dat ik zou durven strijden voor die sub3. Het nieuwe jaar (dat geheel toepasselijk eindigt op een 3) trok zich echter weinig overtuigend op gang. Er was constant tegenwind, zowel letterlijk als figuurlijk. Puur objectief gezien wist ik dat ik er alles aan had gedaan om goed voorbereid mijn sub3 poging aan te gaan. Gevoelsmatig daarentegen gaf ik mezelf weinig kans om dat doel te halen. Ik voelde het niet. Helaas bleek dat fit aan de start van de marathon staan niet alleen voor lopers een uitdaging is. Simon – Sikke – Van Roy moest als starter forfait geven door blessureleed. Mijn zus Marike zag haar supportersweekend door het trommelvlies geboord worden en bleef noodgedwongen thuis met een fikse oorontsteking. Gelukkig kent Team Sis geen grenzen.

Vlak voor de start
Om 5u30 opstaan om een marathon te lopen voelt als uitslapen. Ik ontwaak op een luxueuze luchtmatras in de herberg van Machteld. Ook Sam is van de partij. Marathonontbijten dat wil zeggen: witte boterhammen wegstouwen, een banaan mag niet ontbreken, net zoals een koffietje en wat peperkoek om het brandstofvat af te sluiten. Buiten is het grijs, miezerig zelfs. Met een graad of 10 mogen we echter niet klagen, zeker omdat er geen regen voorspeld is. Als we aankomen bij de startzone valt het me meteen op dat het een pak drukker is dan bij mijn vorige deelname in Rotterdam. Er staan maar liefst 17.000 enthousiastelingen aan de start van de marathon. We ontmoeten ons live supportersteam Roos en mama bij de Leuvehaven (dat wij liefkozend Het Haventje noemen). Pietenerveus ben ik inmiddels. Ik geef mezelf 30% kans om de sub3 binnen te halen. Samen met Sam in het startvak staan (nu al voor de 3e keer op rij) is altijd een moment om dankbaar te zijn dat we die marathonmanie met elkaar kunnen delen. Sam durft trouwens net zo goed ambitieus te zijn. Hij gaat resoluut voor een sub 2:50.

IMG_1338b
“Mama, ga eens in dat bootje zitten”

Op elkaar gepakt wachten in zo’n startvak went dus echt niet. Oog in oog staan met het marathonbeest lijkt telkens weer een mission impossible. Het is dan dat ik ten volle besef dat een marathon maar liefst 42,2 kilometer lang is. Eindeloos lang dus. Prestaties uit het verleden zijn geen garanties voor de toekomst. Misschien is dit wel de marathon van de deceptie, de marathon waarin ik vooral mezelf heel erg zal ontgoochelen. Sub3 hoe realistisch is dat eigenlijk? Constant lopen met hangen en wurgen, met een tikkende klok die in je nek hijgt, misschien een vreselijke sprint op de Coolsingel om nét wel of niet onder die 3 uur te duiken. Brrr… waar begin ik aan? Ik doe kortom nog een potje doemdenken vooraleer ik de benen aan het woord laat. Lee Towers zet traditiegetrouw You Never Walk Alone in. Het gaat nu echt beginnen.

De race
Om 10u worden we met geknal en rook de imposante Erasmusbrug op gejaagd. Sam roept me toe dat ik moet durven vertrouwen op mezelf. Een cliché misschien, maar omdat hij het oprecht meent, weet ik dat hij gelijk heeft. Ik moet in mezelf durven vertrouwen. Ik heb zelfs een raceplan. In Amsterdam liep ik zowel mijn 1e als 2e marathonhelft in 1u30. Als ik nu mijn eerste helft aan 1u28 loop, kan ik de tweede helft bevestigen wat ik al eens deed. Bovendien heb ik dan nog marge. Ik wil met een vrij hoofd lopen zonder te rekenen op een versnelling op het einde. Ik wil ook niet continu hetzelfde tempo moeten lopen met slechts enkele seconden op reserve. In de aanloop naar zijn Rotterdam Marathon zei Bashir Abdi dat nederig starten de boodschap was. Daags voordien werd die quote mij nogal ingewreven. Starten doe ik meestal kanonskogel-gewijs. Hard en snel, of zoals Seppe zegt: het moment van de start pakken. Het is de aard van het beestje. Ook nu, mijn eerste kilometer loop ik in 3’58”. Oeps. Het voelt echter alsof ik nog maar 10% van mijn krachten benut. Mijn blitzstart is een vertrouwensboost van jewelste: net wat ik nodig heb! Vandaag zal ik ambitie tonen. Hoe dan ook zal dat een boeiend verhaal opleveren: het wordt De magie van sub 3, dan wel plus 3.

IMG_1330b
Size doesn’t matter, een maatje 40 versus 48

Ik had me ook ingeprent om te denken aan alle tips die ik van mijn kinesitherapeut Kathelijn kreeg. Zij is de vrouw met de gouden handen die tot de wereldtop in haar vak behoort en aan de benen van de koplopers in deze race mag zitten. Ik heb het geluk om inmiddels al een jaar of 7 bij haar op tafel te mogen liggen. De afgelopen maanden gaf ze me technische loopscholing op de piste. Niet gemakkelijk, maar ik merkte wel dat er iets veranderde in mijn passen en dat hogere tempo’s daardoor comfortabeler gingen aanvoelen. Kathelijns geloof in mijn kunnen betekent veel voor mij, die sub3 zou wel eens gaan gebeuren. Ik werd gecomplimenteerd met de vooruitgang die ik had geboekt: mijn pivot was er echt op vooruitgegaan. Ik kon een tempo van 4’10” aan, daar was ze van overtuigd.

De eerste kilometers bevind ik me in een looppeloton. Samen vormen we een grote loopmachine met ontelbare voeten die over de grond roffelen. Als één blok, militair en machinaal. Ik vertrouw op mijn eigen tempo en zal daarbij handig gebruik maken van de massa. Zo min mogelijk energie verspillen door beschutting te zoeken waar het kan. Me niet laten opjagen of meeslepen. Wat is dit een fantastisch gevoel! Ik heb amper een kwartier gelopen en mijn geluk kan niet op. Al het vertrouwen dat ik de afgelopen maanden zo hard moest missen, lijkt opgespaard te zijn voor dit ene moment. Dat ik vandaag de sub3 zal binnenhalen lijkt geen droom meer, maar een realiteit. Hoe arrogant dat ook mag klinken. Ik voel me ijzersterk en hypergefocust. Marathonmodus: aan. Enkele rekensommetjes later weet ik wat mijn tussentijden op 5, 10, 15 kilometer en het halfway-point moeten zijn om mijn eerste helft af te werken met een gemiddeld tempo van 4’10”. Naast die cijfers denk ik vooral weer aan Kathelijn: loop met ease, het moet gemakkelijk aanvoelen. Dat doet het ook! Op deze grijze zondag kan ik me geen leukere bezigheid bedenken dan een marathon te lopen.

Rond kilometer 10 lopen we langs het water, een weg die ik voor het gemak de Vaart van Rotterdam-Zuid noem. Zonnestralen zullen we vandaag niet te zien krijgen, maar het zelfvertrouwen straalt nog steeds van me af. Ik ben omringd door heel wat ambitieuze lopers. In het startvak voor mij zijn namelijk alle vrouwen gestart die deelnemen aan het Nederlands Kampioenschap. Ik kan daar alleen maar profijt van hebben. Het betekent immers dat er heel wat snelle vrouwen voor mij zijn uitgestrooid waar ik zo nu en dan mijn karretje bij kan aanhangen. Ik beschouw het als een heel flexibel pacer-systeem. Hun vastberadenheid werkt aanstekelijk. Bij het minste zuchtje wind dat ik voel (of denk te voelen) zoek ik dekking. Tegen de wind in beuken deed ik de afgelopen maanden al meer dan genoeg. Als een orkest langs de kant Leef! van André Hazes speelt, vraag ik me af of ik een marathon zou lopen als ik zou weten dat mijn laatste dag was aangebroken. Ik ben er nog steeds niet uit.

2e77a67f-a4f9-45d4-ac5c-295ec1005dc9
Over loopplezier gesproken!

Daar loop ik dan op cruise control met mijn Vaporfly’s. Bestemming: Coolsingel. Mijn rug voelt wat stijf aan, net als mijn hamstrings, maar dat is op zich niks nieuws (en nee, het ligt ook niet aan mijn leeftijd). Het valt me op dat ik minder registreer van wat er langs de kant van de weg te zien is. Soms voelt mijn looptocht aan als één grote trip down Memory Lane. Een terugblik op het archief van mijn leven. Och ja, hier redde papa in 2016 een peuter die in het midden van het parcours stond. En jawel, we naderen nu de ambiance van Slinge, waar Roos anderhalf jaar geleden wat meters meeliep. Kilometer 13 is een feit en ik begin aan de lange U-turn na een eerste aanmoediging van mama en Roos. Die hebben er duidelijk ook zin in! Kilometer 15 zegt me dat ik nog steeds perfect op schema lig. De benen zeggen nog steeds dat ze er zin in hebben. Bij elke passage over de tijdsmat denk ik ook aan de volgertjes die via de app mijn tussentijden te zien krijgen. Ik hoop dat ze niet al te veel zullen panikeren als mijn tempo, geheel volgens plan, wat terugvalt. Mama en Roos kunnen me nog eens aanvuren. Op het halfway point is het goede gevoel onveranderlijk. Ik klok daar af net onder de 1:28.

Vlak na de eerste wedstrijdhelft breekt het meest cruciale deel van de race aan. Volgens het gezegde begint de marathon pas op kilometer 35. Ik ben het daar zeker mee eens: de verzuring is dan onvermijdelijk, het lichaam sputtert hoe dan ook tegen. Uit ervaring weet ik echter dat ik mentaal overeind moet blijven tot kilometer 30. Als ik die met een frisse, strijdvaardige kop kan aanvatten, dan komt het goed. Bij mijn 3 marathons in Parijs en ook bij mijn vorige deelnames in Rotterdam kreeg ik tussen kilometer 25 en 30 steevast een rekeningetje gepresenteerd. Lopen mag dan nog geen knokken zijn om het onderste uit de kan te kunnen halen in de echte finale. Er moet nog loophonger in de tank zitten als ik aan kilometer 30 begin. Ik concentreer me dus nog meer op de ontspanning in mijn tred. Het moet easy aanvoelen. Als ik naar de 25 kilometer toe loop, voel ik voor het eerst de wind pal op mijn gezicht. Van het peloton schiet niets meer over. Ik verlies wat terrein. Hier mag ik zeker niet gaan doorduwen. Tak-tak-tak. Focus op de eigen pace. Ik mag de sub3 hier niet verliezen. Hier kan ik niet ongestraft met mijn krachten woekeren. Ik heb marge. Ik loop perfect op schema. Ik heb al 4 gels kunnen wegwerken en die zijn niet slecht onthaald door maag of darmen. Dit komt goed. Dit moet goed komen.

e9600f0c-a6c0-4446-b49b-e1ab1d0e255f
Actiefoto van het jaar met model Sam en fotograaf Roos. 

Na 27 kilometer loop ik weer over de Erasmusbrug. Wauw! De mensenmassa schreeuwt me toe. Wat een sfeer. Ik heb amper door dat de weinige hoogtemeters van het parcours hier gemaakt worden. Bij mijn laatste stukje over de brug kan ik niet anders dan lachen. Wat ben ik toch een enorme gelukzak dat ik deel kan uitmaken van dit evenement. Vandaag is Rotterdam ook een heel klein beetje van mij. Dit is een moment om nooit te vergeten. Ik loop langs de startvakken, terug de stad in. Het is niet te vatten hoeveel supporters er langs de kant van de weg staan. Ze zijn ook ongezien luid, aangezien ik richting de 30 kilometer ga en langs de andere kant van de weg de koplopers van de race hun opwachting zullen maken om richting finish te gaan. Oké, genoeg chaos, nu moet ik me terug focussen op mijn benen. Ik heb een plan en dat lijkt helemaal te gaan uitpakken zoals ik het niet eens had durven dromen.

Kilometer 30 dient zich aan: de passage langs de Boezemstraat, waar het après-ski gevoel overheerst, een volksfeest in de stijl van Bocht 7 op Alpe d’Huez. Bijna 2 kilometer lang kruisen we hier de lopers die rond kilometer 40 zitten. Zij kunnen echt beginnen aftellen naar de Coolsingel. Omdat ik zelf ook behoorlijk vooraan loop, zie ik slechts af en toe een buitenaards snelle loper voorbij flitsen. Ze zijn zo dun bezaaid dat ik me niet geïntimideerd voel. Wie hier al langer leest, weet dat ik zowel de Kralingse Plas als het Bois de Boulogne ernstig vervloekt heb. Het zijn plekken waar ik al meermaals gestorven ben. Om die reden liep ik er in het verleden met een ei in mijn broek naartoe. Vandaag is alles anders. Geloof het of niet, maar ik heb gewoon zin om de lus langs de Kralings Plas te maken. Joepie! Lekker vlakke rechte stukken, tempo vinden en maken, consolideren. Hier kan ik de sub3 echt naar me toe trekken.

Ik denk weer aan de raad van Kathelijn en neem nog een laatste gel op kilometer 30. Ze vertelde me ook over adaptieve intelligentie. Toppers onderscheiden zich door op moeilijke momenten het hoofd boven water te houden, door snel te kunnen schakelen en hun mindset aan te passen al naargelang de omstandigheden. Ik ben geen topper, maar ik moet nu eventjes denken dat ik het wel ben. Ik moet en zal het hoofd boven water houden. Mijn benen zullen blijven draaien. Mijn loopmachine mag niet stokken. Mijn sub3 marathon zal vandaag gelopen worden. Vandaag voel ik me sterk. De benenwagen draait nog steeds vlotjes. Er zit amper verval op mijn kilometertijden. De trein is onder stoom. Het geeft weer zo’n enorme boost dat dit in mijn lijf zit en dat het er nu ook uitkomt. Voor ik het goed en wel besef bereik ik kilometer 35, waar de marathon dus echt begint.

Tijdens deze marathon loop ik voor elk van mijn levensjaren een kilometer die semi-moeiteloos aanvoelt. Althans, dat kon ik mezelf toch wijsmaken. Ik hoop dat het niet exemplarisch is voor mijn leven, maar nadat ik het bord van de 37 zie, ervaar ik in alle hevigheid dat ik een marathon aan het lopen ben. Voor elk van die kilometers krijg ik een gram melkzuur in elke spiervezel. Au zeg! Ik moet moeite doen om mijn ademhaling onder controle te houden. Enerzijds lijkt het alsof er heel veel gebeurt op en rond het parcours, anderzijds gebeurt er helemaal niks. Ik ben dan ook dolblij als ik Roos en mama zie op kilometer 37,5. Ook Roos is duidelijk in de ban van de adrenaline als ze een stukje met mij mee loopt. Ik weet niet meer wat ze juist zegt, maar het raakt me om haar zo intens te zien meeleven. Ik voel haar enthousiasme, ik zie dat ze mijn pijn en afzien ook voelt, dat ze weet dat ik het kan binnenhalen en dat dit toch nog 5 angstige kilometers zullen zijn. Ik wil haar geruststellen dat het zal lukken, maar er komt weinig over mijn lippen. De enige weg is die vooruit. Go go go!

Echt genieten zit er niet in tijdens mijn laatste kilometers. Ik weet dat ik het zal halen, maar er mag nu ook niets mislopen. Een minuut of twee marge is veel en weinig tegelijk. Ik voel dat ik wat tempo verlies, ik weet ook dat het nog steeds hard genoeg gaat. De beats van de Boezemstraat stuwen mij vooruit. Blaak is in zicht. Gaaaaaan! Niet twijfelen! Ik had me voorgesteld dat ik de laatste twee kilometers ofwel zou genieten dat het geen naam had ofwel de sprint van mijn leven zou lopen. Geen van beide scenario’s wordt werkelijkheid. Een fractie van een seconde lijkt het alsof mijn linkerbeen aan het asfalt blijft kleven als ik een kramp in mijn kuit voel. Nee! Niet nu! Ik durf niet voluit te gaan. Ik wil genieten, maar ik heb zoveel schrik dat het mij hier nog zal ontglippen dat ik me vooral concentreer op de weg voor mij. Kan ik nu alsjeblieft die bocht maken richting Coolsingel? Laat mij die finishboog zien! Er volgt een bocht en nog eentje. En jawel, ik zie zowaar de finish opdoemen in de verte. Het gaat gebeuren. Het gaat écht gebeuren. Vandaag word ik een sub3 loper. Ik ben daarin trouwens absoluut niet de enige. Het is druk als ik over de finishlijn loop, maar dat maakt niet uit. Bam! Ik ben over de mat. 2:58:15 is een dikke vette sub3 op mijn palmares. Het feestje is helemaal compleet als ik Sam zie die me staat op te wachten. Ook hij beleefde een memorabele dag door af te klokken in een heel straffe 2:47:50, een verbetering van zijn PR met maar liefst 8 minuten. Wat een topper!

Vlak achter de finishlijn zie ik in mijn ooghoek een man die met enige zin voor dramatiek voorovergebogen staat. Er staat een camera op hem gericht en hij krijgt een microfoon onder zijn neus geduwd. Het is Arjen Robben, ex-topvoetballer en Nederlands trots. Hij is meer dan tevreden met zijn sub3, lees ik nadien in de media: Het moest, zo zegt hij. Ik hoop dat hij ermee kan leven dat ik 18 seconden sneller ben. Uit zijn split times blijkt dat hij quasi dezelfde tussentijden heeft laten registreren. We hadden dus eigenlijk samen kunnen lopen. Vlak voor Sam en ik een medaille rond elkaars nek hangen, word ik nog aangesproken door de Ierse Neasa in wiens gezelschap ik heel wat kilometers heb doorgebracht. Ze finishte vlak achter mij en verbeterde haar PR met 15 seconden. It’s my first sub3, zeg ik, om maar duidelijk te maken hoe uniek dit voor mij is. Haar antwoord: Many more to come!

cdabf47d-91e8-4964-9969-605a45dc19d2

Als we na de finishzone mama en Roos terugzien overheerst eerst de euforie. Mannekes toch, wat hebben jullie vandaag gedaan?! De powervrouw die 3 uur lang door de marathon denderde is verdwenen. Ik ben van de kaart. De kou overvalt me, ik sta te bibberen op mijn benen. Ik kan me amper nog vooruit bewegen, met de twee betonnen blokken die mijn benen zijn. Ik lach en jank tegelijkertijd. Ik weet het allemaal niet meer. Een marathon lopen is naast een straffe sportieve prestatie ook een emotioneel gebeuren. Ik voel een mix van trots, opluchting en ongeloof. Het is op. Ik was tijdens mijn race zo overtuigd van mijn sub3, maar net nu het officieel is lijkt het onwerkelijk.

De conclusie
Je kan heel veel mooie marathons lopen en het goede nieuws is dat je daar niet ver voor hoeft te reizen. De Rotterdam Marathon mag zich met recht en reden #demooiste noemen. Het is één groot feest, zowel voor lopers als supporters. Je voelt dat de Rotterdammers (terecht) trots zijn op dit evenement. Heel warm aanbevolen dus. Misschien stond het wel in de sterren geschreven dat ik hier een sub3 zou lopen. Ik liep in Rotterdam ook mijn eerste sub 3u30 en 3u15. Nederigheid is absoluut op z’n plaats. Uiteindelijk begon ik als 28-jarige te lopen omdat ik dan gezellig met mijn zus kon samenzijn. Ik had nooit kunnen voorzien dat die bezigheid zulke grootse proporties zou aannemen en mij zoveel meer in het leven zou brengen dan een steengoede conditie. Laat staan dat ik tot een select groepje snelle marathonvrouwen van mijn land zou gaan behoren. Juist omdat ik dit nooit als ultieme doel heb nagestreefd, ben ik lopen zo gaan koesteren en staat het voor mij niet gelijk aan louter presteren.

Wat ik eveneens nooit had durven vermoeden is dat deze sub3 zo moeiteloos leek te verlopen. Al helemaal omdat de maanden in aanloop naar deze marathon zowel op mentaal als fysiek vlak veel van mij hebben gevraagd. Ik stond niet fris aan de start, wel fit. Ik denk dat de verklaring eenvoudig is. De marathon vormt inmiddels al 8 jaar een belangrijk deel van mijn leven. Bij elk nieuw marathonplan laat ik wat achter van de vorige marathon en neem ik iets anders mee. Ik leef niet voor mijn sport zoals een topatleet, maar lopen is wel een fundamenteel onderdeel van mijn leven geworden. Ik train hier zo goed als elke dag keihard voor. Hoewel mijn leven niet volledig in het teken staat van de marathon (en ik dat ook niet zou willen), laat ik er zeker wel wat voor schieten. Ik heb niet 8 jaar lang toegewerkt naar dit ene moment. Die gedachte zou al mijn voorgaande marathons oneer aandoen. Het is juister om te zeggen dat 8 jaar aan marathonervaring en -training samenkwamen in dit waanzinnige Rotterdamse avontuur. Ik kan alleen maar hopen dat ik de magie van deze marathon nog zal mogen ervaren. Of er nog sub3’s zullen volgen? Dat weet ik niet. Eén ding is zeker: many more adventures to come! Ik ben nog lang niet uitgelopen (en -geschreven).

Nog enkele weetjes

  • Bashir Abdi haalde met 2:03:47 de overwinning binnen van deze 42e editie. Zijn 2e winst in Rotterdam dus. Koen Naert bezette knap de zesde plaats met 2:06:51. Met een straffe 2:31:28 was Astrid Verhoeven de eerste Belgische vrouw.
  • Mijn sub3 is een garantie op een startbewijs voor de iconische marathon van Berlijn in september 2024. Een unieke kans om in het spoor van de absolute wereldtop door Berlijn te racen. Berlin, ich liebe dich!
  • Ik liep deze marathon met een gemiddelde snelheid van 4’11” per kilometer, exact hetzelfde tempo dat Seppe 6 dagen eerder haalde op De Jogclub Ultra. Verschil moet er zijn.
  • Mijn race-outfit testte ik de voorbije jaren al uitvoerig. Traditiegetrouw onderwierp ik mijn short de avond voordien nog eens aan een grondige kruisnaadcontrole. Ik vrees dat het voor dit broekje de laatste marathon was.
  • Mijn blauwe Vaporfly’s stelden niet teleur. Wonderschoenen zou ik het niet willen noemen. Ze zijn vooral heel licht en bieden een excellente demping. Van “de ribbel” aan de hiel had ik geen last.
  • Gelukkig liep ik deze marathon niet voor de prachtige finishermedaille, want ik vind het een lelijk ding.
  • Het supportersplan van mama en Roos was tot in het kleinste detail uitgewerkt. Helaas werden ze het slachtoffer van de drukte op de metrolijnen en moesten ze daardoor een supporterspunt laten schieten. Ze stonden er hoe dan ook als het nodig was. Het blijft heel bijzonder om vertrouwde gezichten te zien tijdens zo’n evenement.
  • Sam had het voor de race over tramsporen in het wegdek. Ik had daar weinig herinneringen aan. Tot ik tijdens mijn laatste kilometers opmerkte hoeveel tramsporen we voor de voeten kregen.
  • Mijn foto’s van de organisatie zijn niet veel soeps. Erg chaotisch, grijs ook, weinig sfeer en herkenbaarheid van de stad. Ik zou er nog geen euro voor geven.
  • Daags voor de marathon hadden we het met Machteld en Jelle over het verschil tussen “borrelen” en “pimpelen”. Het heeft beide te maken met in een amicale sfeer (alcoholische) drankjes drinken. Twee woorden om op te nemen in mijn vocabulaire.
  • Een raceverslag schrijven neemt aanzienlijk meer tijd in beslag dan het lopen van die marathon. Hoe kon ik denken dat ik hier weinig over te vertellen had?! Voor jullie neemt het (hopelijk) nog steeds minder tijd in beslag om dit verslag te lezen dan de marathon te lopen.

0bffeb2a-7a59-4a57-b2c3-d4749f1570d8