Het moment – Een iconische tas voor een iconische verjaardag

Vanaf vandaag ga ik als veertiger door het leven! Zo makkelijk en licht als dat nu voor mij klinkt, zo lastig heb ik het lange tijd gevonden om op een dag geen dertiger meer te zijn. De afgelopen jaren werd ik een blijer en gelukkiger mens. Ik leerde het leven door het te leven. Dat is een gedachte die ik ergens heb gepikt, maar wat ik bedoel is dat door levenservaring op te doen ouder worden juist veel makkelijker is. Ik weet wat ik wil, ik weet beter wie ik ben. Ik weet wie of wat me blij maakt en wat me raakt. Dat betekent niet dat ik niet meer op mijn bek kan gaan of dat ik me soms niet irrelevant en overbodig voel. Het gevoel dat vrouwen doorgaans harder worden afgerekend op hun leeftijd dan mannelijke leeftijdsgenoten bekruipt me wel eens. In mijn eigen kring zie ik gelukkig heel wat sprankelende mensen die niet plots minder tellen omdat er een viertje staat.

Ook in de wijde wereld zijn er heel wat mooie voorbeelden te vinden van Club 85‘ers die er op hun 40e helemaal staan. Op literair vlak ontdekte ik de stemmen van Marieke De Maré en Maddalena Vaglio Tanet. Bolis Pupul maakt muziek als nooit tevoren en geheel op zijn eigen wijze. Tommy Hilfiger is niet helemaal mijn merk, maar toch wel tijdloos klassiek en established in 1985. Chloe Malle zal in de (symbolische) voetsporen treden van Anna Wintour als hoofd redactionele inhoud van Vogue. Heel recent toonde Courtney Dauwalter tijdens de UTMB wat waar loopgenot betekent, ook als je veertig bent. Ze werd Chamonix binnengehaald als held van de dag. Diep respect!

Ik vier mijn verjaardag in Parijs en dat doe ik met een heel iconische tas, mijn eigen interpretatie van de Birkin bag van modehuis Hermès. Een tas met een verhaal, een goed verhaal. Zo goed dat ik er wel mee aan de slag moest. Begin dit jaar stond dé Birkin bag van Jane Birkin te koop. De tas die pas later haar naam is gaan dragen. In 1984 stapte Jane Birkin op het vliegtuig in Parijs, vloekend op haar tas (een rieten mandje eigenlijk) die veel te klein was. De grote baas van Hermès, Jean-Louis Dumas, zat toevallig naast haar en merkte haar irritatie op. Het verhaal wil dat ze samen op een kotszakje een schets maakten van een prototype voor de ideale tas die aan Birkins wensen voldeed. In 1985 worden de eerste Birkin-bags verkocht. Een stuk modegeschiedenis dat nu dus 40 jaar oud is. De tas die verkocht werd bij Sotheby’s in Parijs was het prototype van de tas die Birkin zelf gebruikte, een tas die duidelijk gebruikssporen heeft. Goed voor een slordige 8,6 miljoen euro.

Jane Birkin was niet zuinig op haar tas. Ze was geen modesnob en had niks met luxe. Haar tas was een gebruiksvoorwerp, beplakt met activistische stickers en al. Een groot deel van haar leven bracht ze in Parijs door. 1985 – inspirerende vrouw – Parijs: ik wilde iets met die iconische Birkin doen. Ik waagde me aan de creatieve uitdaging om een leren luxetas te vertalen naar een handige stoffen tas die subtiel verwijst naar de Birkin. Als grote denim-fan zou ik die maken uit een zwarte jeansstof. Voor de voering gebruikte ik een hemd uit de kringwinkel.

Het initiële idee was om de typerende flap over de tas zo waarheidsgetrouw na te maken. Technisch zou dat niet eenvoudig zijn, maar al doende kreeg ik een beter idee (zo gaat dat eigenlijk meestal). Ik duikelde drie tassen op die ik zou hergebruiken om er mijn Birkin vorm mee te geven. De flap knipte ik uit een gewatteerde tas van Le Coq Sportive (stijlvol Frans). Van een Esprit-tas die meermaals meeging naar Parijs recupereerde ik de (nep)leren hengsels. Mijn klassieke handtas van Fossil, die qua gebruikssporen gewaagd is aan het prototype van de Birkin, bezorgde me enkele mooie fournituren.

Verder wilde ik het nonchalante sticker-idee toepassen en mijn tas decoreren met memorabilia. Het is voor dit soort projecten dat je blij bent dat je één en ander bewaard hebt. In mijn atelier lagen de schatten voor het rapen: broches, pins en enkele eigengemaakte stoffen “stickers” maken het rommelige geheel compleet. Nog een knipoog naar Jane Birkin: aan haar tas hing altijd een nagelknipper omdat ze haar nagels kort wilde hebben. Ik ga zelf ook niet graag op trip zonder nagelknipper, dus die kreeg een mooi hangplekje. Tijdens het maakproces was ik best benieuwd naar het eindresultaat. Het is toch altijd een beetje afwachten hoe die verschillende stoffen samen zullen werken. Ik ben er best tevreden mee. Het is een Birkin bag geworden van Joke Odeyn naar de geest van Jane Birkin. Een tas die, net zoals het leven zelf, handig gebruik maakt van wat al geweest is. Het bewijs dat mooie dingen niet duur hoeven te zijn.

Vandaag flaneer en paradeer ik dus door de straten van Parijs. Op mijn 40e verjaardag. Het is ruim 3 jaar geleden dat ik in mijn geliefde stad was. Nu dus voor het eerst met Hans. We plannen sowieso een sportief intermezzo, want op de eerste dag van mijn nieuwe levensjaar zal er gelopen worden.

Ik zeg santé, lieve lezers! Op weer een jaartje erbij. Met (hopelijk) een coupe champagne in de hand op naar meer verhalen. Maak er een mooie zaterdag van!

Het moment – Zwitserse epiek, lyriek en dramatiek

Vrijdagmiddag 29 augustus – 12:08. Hans en ik rijden Zwitserland binnen met een camper. 22 jaar geleden zette ik voor het laatst een voet in la Suisse. Als 16- en 17-jarige ging ik namelijk skiën met de CM in Maloja en Leysin. Ik zag wel een skiester in mezelf, maar er kwam nooit een vervolg aan mijn leven op latten. Zwitserland bleef tot de verbeelding spreken. Mijn oma en opa waren lyrisch na elke vakantie die ze er door brachten en later hoorde ik nog meer lofgezang over de Zwitserse bergen nadat Seppe er meermaals deelnam aan het WK duatlon in Zofingen. In mijn tienerherinneringen kon ik niet meer oproepen dan de nachttrein (slecht geslapen), sneeuw (heel veel en heel wit), skipistes (liften nemen was net zozeer een kunst) en het CM-hotel (veel tienerplezier). Ik was dus razend benieuwd naar wat het Zwitserland-gevoel echt inhield.

De bestemming: Martigny in het kanton Valais of Wallis, afhankelijk van de taal. De aanleiding: dé UTMB wedstrijd in het Franse Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc en aan de andere kant van de bergpas. Een trailwedstrijd in alpien gebied waar de wereldtop samenkomt en Seppe ook één van de poppen in het schouwtoneel zou zijn. Vertrek vrijdagavond met 174 km voor de boeg en 9900 hoogtemeters. Enkel de top 50 kan dat binnen de 24 uur. Het wilde plan van het camperavontuur ontstond in het najaar. We waren het erover eens dat we – met Seppe aan de start – heel graag iets wilden meepikken van die iconische wedstrijd. Op de bonnefooi Chamonix binnenrijden leek een plan gedoemd om te mislukken, aangezien de wedstrijd een evenement op wereldschaal is, zij het met beperkte toegangswegen. Een week lang maken duizenden lopers er hun opwachting voor wedstrijden over verschillende afstanden met de enige echte Ultra Trail Mont Blanc als het ultieme spektakelstuk.

Enter het geniale plan van Hans om naar Martigny in Zwitserland te rijden. Vanuit die bergstad zouden we met een stevig looptochtje (1000 meter stijgen op 9 km!) tot bij het parcours kunnen komen. Kortom een semi-spontaan tripje om de avonturier in onszelf ontdekken, want het was nog steeds best een gek plan om ervan uit te gaan dat Martigny niet overspoeld zou zijn door het UTMB-circus. De belangrijkste insteek van de trip bleef om er eens op uit te trekken met een (gehuurde) camper. Bijkomende wens langs mijn kant was om “echte” bergen te zien. Bergen met grote toppen die je amper kan vatten met het oog. Echte bergen zoals je die ziet op chocoladeverpakkingen en pittoreske postkaarten. Het soort bergen dat mensen doet houden van en smachten naar de grootsheid van de bergen. Hans beloofde me plechtig dat ik hoe dan ook mijn bergen te zien zou krijgen.

Onze rit was in totaal zo’n 750 km. Donderdagnacht brachten we door op een tankstation in Frankrijk. Een goeie keuze, want er was een Starbucks en we zouden onze vrijdag dus kunnen beginnen met een degelijke koffie. Mijn eerste nacht in de camper viel heel goed mee. Ik vergat helemaal dat ik me eigenlijk op een tankstation bevond. Het vervolg van de tocht was werkelijk fenomenaal. We reden op heerlijke snelwegen met zicht op de Vogezen. Basel leek, ondanks de vele wegenwerken, ook een mooie stad te zijn. Toen we Bern voorbij waren, was ik voor het eerst sprakeloos. We reden langs een eindeloos meer met bergen aan weerszijden en huizen rondom rond. Door het kleine GPS-scherm noemde ik het Meer van Genève eerst Lac Léman en ontkende dan dat er een echte stad was. Dat bleek dus Montreux te zijn. Ja hallo zeg! Wat een magische plek!

Even later ging mijn wens in vervulling: ik zag de bergen waar ik om had gevraagd. Ze waren zo groot en indrukwekkend dat ik er – écht waar – weer even sprakeloos van werd. Het bergengevoel nam toe en de weg naar Martigny lag voor ons open. We zouden onze kans wagen op de TCS camping, de enige camping die de stad rijk is. Wonder boven wonder was daar dus plek zat. We konden een plekje uitkiezen met zicht op die indrukwekkende bergen, de wijngaarden en de Col de la Forclaz die we zaterdag zouden gaan trotseren. We trokken Martigny-City in en keken onze ogen uit. De stad was een volwaardige stad te noemen: zowel postkaartproef als hedendaags. Omdat het geluk aan mijn kant stond, had ik nog een laatste wens: een wijntje drinken uit de streek. Bij loungebar l’Adresse 1920 raadden twee heerlijke locals ons de Petite Arvine aan van Nez Noir, een witte prijswinnende wijn van de streek. Wat een topper! Het glas werd lekker vol gegoten en lichtjes in de wind pikten we de start van de UTMB mee op de livestream (die werkelijk nog uuuuren zou doorgaan).

Onze nachtrust in de huiselijke sfeer van de camper had niet geleden onder de wetenschap dat mijn broer enkele tientallen kilometers verder een zware nacht in barre omstandigheden doormaakte. Nog steeds onder de indruk van het decor van onze camping genoten wij met volle teugen van het kampeerleven. We aten havermout om een goede basis te leggen, want vandaag gingen we ook zelf aan de bak. Seppe leek nog steeds als een trein te gaan, eentje in de bergen weliswaar: hij haalde een gemiddelde snelheid van 7,5 km per uur. Op basis daarvan verwachtten we hem rond 14u aan de Col de la Forclaz op een hoogte van ruim 1500 meter.

Rond half 12 vertrokken wij op expeditie richting de schattige miniatuurhuisjes tegen de berg die volwaardige huizen zouden worden. De eerste twee kilometers konden we nog lopen, toen brak het hike-werk aan omdat het steil omhoog ging, zowel over verharde als onverharde paden. Ik keek mijn ogen uit. De Zwitsers zijn mensen naar mijn hart. Hun huizen getuigen van goede smaak, ze zijn uiterst charmant en netjes onderhouden. Ze hebben oog voor detail: een leuke houten bank, kleurrijke bloemen in de voortuin en geruite gordijntjes aan alle ramen. Ze schuwen de romantiek niet en frezen maar wat graag hartjes en bloemen in houten luiken. Alles is mooi. Ik leerde hier de ware betekenis van het woord idylle kennen. Het was dus een beklimming met heel veel oooh’s en aaah’s. Ook het zicht achter ons was werkelijk magnifiek te noemen. De koeienbellen klingelden vrolijk op de achtergrond en we vulden ons water bij aan een bron. Sneller dan verwacht bereikten we onze bestemming. We hadden 9 km gehiket in 1 uur en 40 minuten, niet slecht voor noorderlingen die geen echte bergen kennen.

Ik had gelukkig naar Hans geluisterd en dus braaf een jasje meegenomen, want eenmaal op hoogte stond er een fris windje. Koffie to the rescue! Ik had me voorbereid tijd te gaan doorbrengen op een kale vlakte, maar we bevonden ons zowaar langs een straat met horeca en een souvenirshop in het hogere segment. Er was zelfs een hek waar we onze bezwete shirts konden drogen. Op zo’n moment kan je je werkelijk niets meer wensen. Maar goed, we waren hier voor Seppe. Ik kreeg een lichtjes verontrustend berichtje van Geert. Seppe had het zwaar, zag af en had op de vorige post willen opgeven, maar was uiteindelijk toch weer op pad vertrokken. Ondertussen zagen wij dus de lopers vanaf de top 50 passeren. Mensen die het stuk voor stuk zwaar hadden, maar dapper door de pijn heen beten om hun tocht verder te zetten. Met de glimlach. We bevonden ons rond km 143. Nog een 30 km te gaan dus, dat is toch gauw een uur of 6 à 8. Je bent er dan kortom niet bijna.

Omdat Seppes tempo zienderogen zakte, hadden wij meer tijd te spenderen op onze col. Om een stukske taart te eten bijvoorbeeld. Ook hier maakten de Zwitsers hun naam als volk met goede smaak helemaal waar. Als je mij een stuk appeltaart presenteert mét kaneel, zónder rozijnen op een bord met gouden bloemetjes dan ben ik verkocht en betaal ik met plezier 5 Zwitserse franken voor een cappuccino. De spanning begon te stijgen. Vanaf 15u20 waren we in blijde verwachting van Seppe. Aan animatie langs het parcours trouwens geen gebrek. Een koppel uit Luik sprak ons aan, hoorde dat we Belgen waren en kende Tirlemont uiteraard van de sucre, mais je suis diabétique, haha! Eveneens aanwezig: een extreem enthousiaste bende supporters (ik vermoed een vriendengroep) die elke loper trakteerde op een mexican wave annex erehaag. Een Nederlandse vrouw op witte sneakers en totaal niet aangepaste outdoorkleding dacht een stukje bergwandeling te verzetten, maar gleed uit in een koeienvlaai. Jeeeeezes, een koeienstront! Waarop ze wel 10 minuten probeerde om haar besmeurde witte schoenen en broek van de bruine smurrie te ontdoen.

Terwijl de boer zijn koeien verzamelde en naar een andere wei bracht, zat de schrik er plots in dat we Seppe gemist hadden. We waren al bijna 3 uur present en lopers die ons nu passeerden, waren allemaal na hem aangekomen op de vorige post. Het was na 16u toen we hem zagen aankomen. Seppe heeft een heel herkenbare loop- en wandelstijl, ook als hij trailstokken heeft en zijn pet achterstevoren staat. Alles in zijn lijf schreeuwde dat het niet meer ging. Die broer van mij zat in een pain cave waarvan hij de sleutel nog niet eerder ontdekt had. Hij zei meteen dat hij zou stoppen bij de volgende post, een paar kilometer verderop. De nacht was loodzwaar geweest door de aanhoudende regen en koude. Afdalingen waren daardoor modderige glijbanen geworden. Hij was een keer of 5 gevallen en met de schrik verkrampt gaan lopen. Vooral tegen de afdalingen zag hij enorm op. Wij konden niet anders dan hem goede moed wensen en probeerden zijn prestatie te bejubelen. Een hartverscheurend moment: de tranen schoten mij in de ogen, het lood zonk in mijn schoenen. Het deed zoveel pijn om deze lijdensweg te zien.

Foto: Robrecht Paesen

Het was een welkome afleiding dat wij nog wat meer gingen stijgen. We zouden namelijk écht tot de top van een berg gaan. Zo’n echte berg dus, de Mont de l’Arpille. Nog 500 meter omhoog om een dak van 2085 meter te bereiken. Het was een indrukwekkende klim. Ik was al meermaals ontdaan van mijn woorden door dit adembenemende landschap en ook nu had ik weer weinig tekst om te vatten wat ik zag en wat dat met mij deed. Ook dit stuk klimmen ging wonder boven wonder vlot. We gingen over een met stenen bezaaid pad en strooiden nog wat in het rond met oooh’s en aaah’s. Foto’s schieten te kort, het was dus zaak om het moment te capteren. Op de top hadden we een fenomenaal zicht op het Mont Blanc massief en de plaatsen in het dal. Bovendien waren we niet de enige die van een panoramisch zicht hielden. We geraakten aan de praat met een wandelaar die op pad was om paddenstoelen te plukken. Het is de Zwitser ten voeten uit: altijd in voor een babbeltje, rustig doch gedecideerd, apetrots op dat wonderschone land. Terecht.

Het echte afzien is niet het klimmen, maar het dalen. Daar ging uiteindelijk ook Seppe aan ten onder. Als je kilometers lang steil omhoog gaat, dan breekt onvermijdelijk het moment aan dat je kilometers lang terug naar beneden moet. Dalen doet veel meer pijn dan stijgen. De berg dwong me heel even op de knieën toen ik struikelde en met mijn scheen pijnlijk neerkwam op een stuk rots. We liepen over een prachtig pad met zicht op het dal met ieniemienie huisjes. De afdalingen werden steeds steiler en daar heb je dus echt helemaal niks aan, want na een paar honderd meter zijn je spieren verzuurd van het afremmen (daarin onderscheidt de echte alpine trailloper zich). Die huisjes bleven klein, zelfs toen we in bewoond gebied kwamen. Via de wijngaarden ging het dan helemaal naar beneden, door de stad in een rechte lijn naar de camper. Er stond dik 25 km op onze teller en 1697 hoogtemeters. Ik voelde me een klein, maar dapper berggeitje dat tevreden terugblikte op haar missie.

Ons avontuur kreeg een verrassende wending toen we hoorden dat Seppe nog steeds in de race zat. Het ging traag, erg moeizaam en het deed heel veel pijn, maar hij zou de finish halen in de nachtelijke uren na een strijd van 32 uur en 2 minuten. Met zeer grote dank aan het adres van zijn crewleden Bobby en Geert. Wie meer wil weten over hoe dat zo ging, kan naar de ruim 3 uur durende podcast aflevering van De Jogclub luisteren waarin Seppe zelf uitgebreid tekst en uitleg geeft. Terug naar Martigny. Na een deugddoende campingdouche en een kampeerpastaatje doken wij moe maar tevreden in ons camperbedje. Zondag reden we alweer terug naar huis. Uitkijken naar Montreux! Ik moet daar ooit heen! Er werden plannen gesmeed voor andere campervakanties, want jawel: dit smaakte absoluut naar meer (van Genève). Dit meisje van de zee heeft een stevige liefde voor het hooggebergte ontwikkeld. En ook voor de Zwitsers. Ze weten verdorie dondersgoed dat ze in een bloedmooi land wonen en doen er alles aan om dat wondermooi te houden.

Nog enkele leuke wetenswaardigheden

  • Onder de noemer: antwoorden op (domme) vragen die je niet durft te stellen: de Zwitserse frank is 1,07 euro, de bondspresident (baas) van Zwitserland is Karin Keller-Sutter, een berg is gevuld met rots, je kan last krijgen van hoogteziekte vanaf 2500 à 3500 meter hoogte, Martigny VS ligt niet in Amerika, maar in het kanton Valais
  • We huurden een camper via het platform Goboony waar je rechtstreeks bij particulieren huurt. Een aanrader! We doopten “onze” Fiat Benimar Benny. In Den Haag keken we (te vaak) naar Barbapapa, waardoor de zetels in de camper er akelig levend konden uitzien.
  • Het leek me leuk om een Zwitserse playlist op te zetten toen we eenmaal de bergen naderden. Na een half uur werd de alpenhoorn en het gejodel zelfs mij te veel en schakelde ik over op de stilte.
  • Voor deze trip deed ik echt mijn best om geen overdaad aan kleding in te pakken. Een salopette leek me qua vibe een geschikt kledingstuk om de reis aan te vatten. Pas na 24 uur pakte ik iets anders uit mijn valies. Eigenlijk is een salopette allesbehalve een ideaal kledingstuk om van het camperleven te genieten. Te veel gedoe als je naar de wc moet.
  • Deelnemen aan de UTMB kan niet zomaar, je moet running stones verzamelen door trailwedstrijden te lopen (van organisaties die UTMB betalen). Seppe had geluk om met een beperkt aantal stenen ingeloot te worden.
  • De familie in België kon tijdens Seppes eerste nacht de slaap moeilijk vatten en bleef de tweede nacht wakker tot kwart voor 2 om hem over die finishlijn te zien gaan. Over toewijding gesproken.
  • Er stonden 2492 deelnemers aan de start van de UTMB, ongeveer 1/3 haalde de finish niet. Ruth Croft won in 22 uur en 56 minuten, Tom Evans had een schamele 19 uur en 18 minuten nodig. Seppe belandde op een 241e plek in het eindklassement: een ijzersterke prestatie. Al helemaal voor een debutant in de Alpen.
  • Hoka is hoofdsponsor van UTMB. Het waren echter Asics en Adidas die een winnaar afleverden. Hans en ik liepen uiteraard op onze Hoka’s naar boven. Ik op de Mafate 4 en Hans op de gloednieuwe Mafate 5.
Foto: Robrecht Paesen

Het moment – Over de nu al onvergetelijke zomer van 2025

De laatste dag van augustus is aangebroken. Er resten ons nog drie weken zomer, maar – eerlijk is eerlijk – als de zon nu schijnt, dan voelt je dat die een nazomers jasje aan heeft. De zomer van 2025 gaat voor mij officieel de boeken in als een prachtexemplaar. Een lange zomervakantie hebben, is een ongekende luxe. Na mijn werkzomer van vorig jaar ben ik dat zo mogelijk nog meer naar waarde gaan schatten. Anderzijds heb ik het ook moeten leren om optimaal van de zomer- en vakantietijd te kunnen genieten. Het ultieme zomergevoel dat is je kunnen overgeven aan het “we zien wel”. Dat niks echt moet en je niet alleen mag lezen of een wijntje mag drinken als je dat hebt verdiend door iets nuttigs te doen. Ik deel graag met jullie mijn recept voor de ideale zomervakantie.

Een flinke dosis zee
Jaha, kindje van de zee dus. Begin juli trapten Hans en ik met Leah en Emil het vakantieseizoen af met een dagje De Haan. Voor mij puur jeugdsentiment. Het belle epoque stadje aan de Belgische kust viel op geen enkele manier tegen. Leah en Emil moesten even wennen aan de wind (die hoort bij de zee, legde ik uit), maar gingen dan helemaal los in het zand. Verder mocht natuurlijk een ritje met de gocarts niet ontbreken en een ijsje bij René. Eveneens van maritieme aard: onze twee weken in Den Haag, die andere parel aan de Noordzee. We vierden er de Belgische feestdag met Nederlandse frieten en bier en genoten intens van Strandpaviljoen Zuid (oost west zuid best). We gingen ook schelpen rapen voor een creatief project. Ik zei tegen Hans dat ik mijn gelijke inzake schelpen zoeken en vinden nog niet was tegengekomen, maar ook op dat vlak kan Hans mij helemaal aan.

Een schepje bergen
Door onze trailexploten trokken we twee keer een weekend naar de Ardennen (drie met Bouillon erbij). Houffalize is een onvervalste klassieker met overnachtingen in het Vayamundo complex. Objectief gezien helemaal mijn ding niet qua accommodatie (het soort vakantiehuisjesgevoel waar ik akelig van word), maar de emotionele waarde compenseert dat volledig. De Trail des Fantômes bracht ons met de familie in een vakantiehuis in Tenneville. We hadden daar allesbehalve de slaapervaring van ons leven doordat één of ander dorpsfeest twee nachten op rij tot een kot in de nacht heel luide muziek de omgeving in joeg. Aan de schoonheid van de omgeving heeft dat in ieder geval geen afbreuk gedaan. We sluiten de vakantie trouwens af in het hooggebergte, in de buurt van de Mont Blanc: voer voor een volgend verhaal.

Een snuifje cultuur
Begin juli legden we onszelf een zeer beperkt, maar ook wel extreem flexibel boekenkoopverbod op. We voegden onze beide boekencollecties namelijk samen. De conclusie: we hebben echt héél véél boeken en ook echt héél véél boeken die we nog niet gelezen hebben. Het verbod werd inmiddels – uiteraard – al verbroken. Wat blijft is de vreugde om de rijkdom die zo’n mooie boekencollectie biedt. We maakten veel tijd om te lezen, ook in eigen tuin. Mijn literaire hoogtepunt was Zwarte september van Sandro Veronesi, samen met Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld van Haruki Murakami (daar is onze vriend weer). Op muzikaal gebied werd ik betoverd door Mr/Mme van Loïc Nottet. Tot slot lieten we ons door Hans Op de Beeck op Nachtreis nemen in het KMSKA. Een heel bijzondere en unieke expo waar ik nog vaak aan terugdenk.

Een toefje inspiratie
Als ik op een plek ben waar ik graag kom, dan keer ik altijd geïnspireerd naar huis. Zo kwamen we thuis van Den Haag met het idee dat een nieuwe keukentafel een meerwaarde zou zijn. Daarbij ontdekte ik de grote G-Star winkel in Den Haag, een merk waar ik niet per se veel mee had, maar dat me toch plots helemaal heeft geïnspireerd in de stijl van de utility wear. Op vakantie hang ik graag rond in winkels voor de beleving: het zien, voelen en praten over spullen is dan belangrijker dan dingen kopen. Ik zie het als ideeën die ik ergens opsla zodat ze op hun tijd weer een weg naar buiten vinden. Dat gaat dan van de wintercollectie van Essentiel Antwerp en Wijnhuis Marius tot een rommelige tweedehandswinkel (waar we een onvergetelijk gesprek meepikten over Jo die zijn zonnebril in de bank had laten liggen) tot de vla van Den Eelder en de Guhl shampoo van de plaatselijke Etos.

Een streepje creativiteit
Jazeker, ik maak nog kleding en tassen. Zo naaide ik vlak voor we naar Den Haag gingen een reeks T-shirts voor Hans en een sponzen short. Rekbare badstof heet dat officieel. Geloof me: elke mens heeft een outfit in spons nodig voor het ultieme relaxte vakantiegevoel! Voor mezelf maakte ik ook nog wat shorts en shirts en mocht een (strand)tas niet ontbreken. Ik ging deze keer voor een vleugje Ibiza. Voor Leah’s verjaardag herwerkte ik enkele grotere dekbedsets op maat. Het was een cadeau met als thema “slaapkamergerief”. Als ik jullie nog één goede raad mag geven: besteed altijd voldoende aandacht aan kwalitatief beddengoed waar je blij van wordt. Het kan misschien geen levens redden, maar het slaapt eens zo lekker.

Een goede mok koffie
Mensen, wat hebben wij veel koffie gedronken! De dag beginnen met een koffietje in bed, meer vakantiepunten kan je niet scoren. De koffies bij Café Emma stelden wederom niet teleur, net zoals enkele levendige gesprekken trouwens. Twee meiden van 30 bespraken hun levenswandel en jeetjemina, wat hadden die al een heftige tijd gehad! We hadden echt een flat white’je nodig om hun verhalen aan te kunnen, maar voelden ons wel erg veilig aangezien één van beide regelmatig het heimlich manoeuvre moest uitvoeren, in een professionele context welteverstaan. Hoe dan ook, als je twee weken van huis bent geweest, dan smaakt die koffie thuis toch weer het allerbeste. Koffiemomenten zijn voor mij meer dan een cafeïnekick (al heb ik die soms wel nodig). Het zijn momenten om te zitten en te kijken wat er om je heen gebeurt. Zelfs als je gewoon thuis zit. Misschien toch nog een derde goede advies dat ik jullie wil meegeven.

Sportiviteit naar smaak
In Den Haag gingen we ongeveer om de dag een rondje lopen. Als wij te lang niks doen, dan gaat dat lijf toch tegenwerken, dus in beweging blijven is de boodschap. We lopen daar vaak door de duinen naar het Zuiderzeestrand. Een stukje langs het water lopen dat is enerzijds fantastisch, maar anderzijds zijn mijn hamstrings daar nooit happy mee. Ook een paar stadse CPC-geïnspireerde rondjes mochten niet ontbreken. Ons langste loopje was er eentje van 15 km door het natuurgebied van Meijendel. Door de duinen gingen het over het strand van Wassenaar en dan met een fikse zandklim terug naar het startpunt. We hadden daar een bijzondere ontmoeting met een troep Konik paarden die aan het veerooster stonden aan te schuiven in de hoop stiekem te kunnen mee glippen door het poortje. Over paawden gespwoken: we keken ook onze ogen uit toen we door Wassenaar naar Leiden fietsten. Paardrijden is nog helemaal hip in de beau monde!

Het boek – Twee zomerse lijstjes

Geen zomer zonder boeken en geen boeken zonder zomer. Na onze ultra exploten is het tijd om wat meer met de beentjes omhoog te liggen. Om met een koffietje in de zon te zitten. Of met een glas wijn in de hand en de voetjes in het zand. Wij trekken er kortom op uit. Dat doen we niet zonder onze shortlist voor de zomer te delen. Zeer goed gewikt en gewogen. Van alles wat en ook voor wat als. Er is trouwens een reden waarom we allebei dezelfde Murakami meenemen. Later meer!

Zomerleeslijst van Joke
Kernwoorden: genoeg lijvigheid, oud en nieuw, veel streepjes Italië, de betere familiekroniek, sfeer op de berg, er mag drama zijn
Lessons van Ian McEwan
De kwetsbare tijd van Donatella Di Pietrantonio
Leugens en tovenarij van Elsa Morante
De Schönwalds van Philipp Oehmke
Gedeelde stilte van Lalla Romano
Zwarte september van Sandro Veronesi
Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld van Haruki Murakami
Kairos van Jenny Erpenbeck
Summer van Ali Smith
De stad en zijn onvaste muren van Haruki Murakami
Kijk ons dansen van Leïla Slimani
Als een steen in de stroom
van Mauro Corona
Intermezzo van Sally Rooney

Zomerleeslijst van Hans
Kernwoorden: dichtbij en ver weg, graag wat dikte, vertrouwd en op ontdekking
De herinnerde soldaat van Annet Daanje
Kwade dagen van Rob van Essen
De menselijke smet van Philip Roth
De stad en zijn onvaste muren van Haruki Murakami
Het volgende station van Hiro Arikawa
Het lichaam van Clara van Jan Siebelink



Het moment – Dit was de Chouffe trail 2025

(de Chouffe trail heeft geen introductie meer nodig)

De cijfers
Op 5 juli startte mijn 6e Chouffe trail om 7 uur bij een temperatuur van 12,8 graden. Met 80,5 km en 2540 hoogtemeters was het meteen ook de pittigste. We liepen met z’n 3en en hadden 12 uur en 37 minuten nodig om de finish te bereiken. Mijn gemiddelde hartslag was 123. Volgens mijn Garmin verbruikte ik 5840 calorieën. Ik dronk ongeveer 6 liter water en 3 liter cola. De temperatuur steeg tot een graad of 23. Ik kwam 1 keer ten val. In totaal liepen er 3430 lopers in en rond Houffalize, verspreid over 10 afstanden.

Het parcours
De organisatie weet elk jaar iets anders uit de trailpet te toveren. Traillopers die houden namelijk van een streepje avontuur, ze deinzen niet terug voor verandering. Voor elk Chouffe-parcours dat ik liep kan ik voor- en nadelen bedenken. Het is telkens zwaar op een andere manier, maar ook altijd mooi en verrassend op weer een andere manier. Ik durf te beweren dat we dit jaar de meest gevarieerde Chouffe trail op ons bord kregen. Er was heel veel variatie in de ondergrond en het klim- en daalwerk. We liepen langs de Ourthe, maar staken die alleen over met behulp van een brug. We zagen heel wat knappe koeien en ook de uitzichten waren zeer de moeite. Ik zeg zonder twijfel: douze points!

De bevoorrading
6 bevoorradingsposten zouden ons door die 80 km loodsen. Dat lijkt veel, maar als je weet dat we ruim 12 uur op pad zijn geweest en dat het toch warm was, is dat geen overbodige luxe. De derde bevoorrading lag traditiegetrouw bij de brouwerij van Achouffe. Daar is het altijd wat drukker omdat er verschillende afstanden elkaar kruisen. Een dieptepunt was de vierde bevoorrading die op 46 km lag. Tegenvaller 1) de cola was op en het water bijna, we hebben er gelukkig niet heel lang op moeten wachten. Tegenvaller 2) de tent stond in de brandende zon, waardoor je zelf een serieuze klop kreeg en al het eten op een heel onaangename manier verwarmd werd. Sam noemde de sandwich met kaas een croque monsieur. De vijfde en zesde bevoorrading waren dan weer helemaal top. Op 62 km kregen we zelfs al felicitaties en konden we ons verfrissen bij een fontein wat verderop. Op 69 km stond het trailbuffet binnen uitgestald, wat als bijkomend voordeel had dat de cola gekoeld was (goddelijk) en ik naar een extreem propere wc kon (net zo goddelijk).

Het gezelschap
Sam, Hans en ik zijn misschien een beetje een gek trio. De advocaat, de bankier en de leerondersteuner samen op pad. De twintiger, dertiger en vijftiger als zorgvuldig uitgebalanceerde cocktail. We vertegenwoordigen met z’n drieën dan ook heel wat partijen in het deelnemersveld. Het voelt alsof wij nooit anders hebben gedaan dan er samen op uit trekken. De verveling heeft amper kans om toe te slaan. Je vult elkaars moeilijke momenten op en er is altijd iemand die lacht met je grappen. Je kan naast of achter elkaar lopen, in duo of in trio. Er bungelt al eens iemand aan de staart (ik) of er hangt er eentje overenthousiast voorop (Sam). We zijn in wezen eigenlijk drie heel verschillende lopers, maar juist daarom pakt de mayonaise tussen ons zo goed.

De gespreksstof
Hans strooide – op vraag van Sam – gul in het rond met zijn kennis van internationale munteenheden. Hij formuleerde ook een antwoord op de vraag in welke mate de Europese en Amerikaanse banken veranderd zijn na de financiële crisis. Sam vertelde wat meer over een burenruzie en het papierwerk van een arbitragegeschil. Ik gaf dan weer wat duiding bij de functiebeschrijving van de leerondersteuner en de specifieke doelgroep van type 2 leerlingen (in het bijzonder kleuters). We vergeleken onze visies op samenwonen en het moderne feminisme om via de brandend actuele materie “princess treatment vs bare minimum” de vraag te beantwoorden of liefde een werkwoord is. Hans beschreef – volgens de mannen die op dat moment in onze buurt liepen met té veel details – enkele pijnlijke medische onderzoeken die hij moest ondergaan nadat hij brufen had genomen voor een inspanning. Belangrijk advies: niet doen! Aan de hand van enkele voorbeelden hielp hij daarbovenop enkele fabeltjes over kleurenblindheid de wereld uit. De jongensschool was voor Hans een realiteit, voor Sam onvoorstelbaar. Naar aanleiding van een kleuter die fake news verspreidde legde Sam uit dat mensen met een donkerdere huidskleur net zo goed kunnen bruinen en verbranden. Passeerden eveneens de revue: collega’s die er de kantjes vanaf lopen, een erfeniskwestie en moeizame relaties in de familiale sfeer (we noemen geen namen). Sam slaagde er ook in om tussendoor updates te geven over de eerste Tourrit. Het scheelt natuurlijk dat Hans en ik samenwonen en Sam mijn blog leest, maar toch kan ik het iedereen van harte aanbevelen: als je eens echt goed wil (bij)praten met je vrienden, ga dan twee dagdelen in de Ardennen lopen.

De beleving
Het venijn zat in het midden. Ik voelde vrij snel dat de benen niet bepaald fris waren, maar dankzij onze praatgroep gingen de eerste 30 km relatief snel voorbij. De temperatuur viel toen ook nog mee. Het middendeel van het parcours zag er op het hoogteprofiel verraderlijk vlak uit. De adder onder de oeversteen was het “pad” langs de Ourthe dat we daar volgden. Eentje van het type waarbij je echt elke keer dat je je voet verzet moet kijken waar en hoe. Het zijn stukken waarbij je elke seconde en elke meter voorbij ziet kruipen, soms letterlijk. Bij ons alle drie zonk toen de moed in de Hoka’s omdat er werkelijk geen schot in de zaak kwam. Wat uiteindelijk heel goed mee viel, was het langste stuk tussen de bevoorradingen op km 46 en 62. We hervonden daar onze goede moed. Aan onze eindtijd kan je ook afleiden dat wij geen haast hadden, ook bij de bevoorradingen namen we de tijd. Sam was uiteraard entertainer en pr-manager van dienst. Hij speelde na elke bevoorrading een toepasselijk liedje en hield de loopvriendjes op de hoogte via filmpjes. Ook een verzoeknummer was mogelijk toen Hans in slaap dreigde te vallen na 66 km. Het was Ich will van Rammstein dat hem wakker hield.

Het afzien
Zoals gezegd voelde ik me niet kakelfris. Twee zaken speelden me ernstig parten. 1) we liepen amper 3 weken geleden 100 km in Bouillon. Hoewel we in de tussentijd niet heel veel liepen en elkaar goed verzorgden, hakt zo’n inspanning in de reserves. 2) ik had sinds twee dagen veel rugpijn. Mijn rug is al sinds mijn kindertijd mijn zwakke schakel. Sinds een medische molen vorig jaar weet ik dat mijn rugpijn en hamstringlast met elkaar verbonden zijn. Het is op geen enkele manier schadelijk om met die rug te sporten, ook niet als dat eindeloos lang duurt. Lopen op zich deed geen pijn. Bukken ging heel beperkt en vooral steile afdalingen waren lastig. Op kilometer 38 bereikte ik dan ook een dieptepunt toen we heel steil naar beneden liepen en ik mezelf amper recht kon houden. Hoe gezellig we het ook hadden met z’n drieën – en dit kan mogelijk arrogant klinken – het nieuwe van de ultra was er voor Hans en mij eventjes af met Bouillon nog zo vers in ons geheugen. Op de laatste bevoorrading spraken we dan ook de bevrijdende woorden dat we er helemaal klaar mee waren. Hehe! Het laatste uur liepen we trouwens in de regen. Starten en finishen doe ik toch liever droog.

De vriendschap
Je hebt altijd enkele supporters die zo gek zijn om hun lopers gedurende een heel lange dag te volgen. Ergens halverwege riep een sympathieke vrouw ons toe: jullie zijn nog altijd samen! Met z’n drieën een trail lopen is geen verdoken manier om je vriendschap zwaar op de proef te stellen en te kijken hoe die de ultieme vriendschapstest doorstaat. Integendeel, samen een trail lopen is de allermooiste manier om je vriendschap te vieren. Je hebt niks anders bij je dan een vestje met wat gerief, je bent volledig overgeleverd aan dat parcours, aan elkaar en aan alles wat op je pad komt. Je kan niet anders dan in het moment te zijn. Naar het einde toe fladderde Sam met tonnen overschot voor Hans en mij uit. Het gevoel dat je iemand ophoudt, bekruipt je dan wel even. Gelukkig voelde Sam dat niet zo aan, hij vond het juist een geschenk om dit samen met ons te mogen meemaken. Samen uit, samen thuis: het is een waarheid als een bos.

De conclusie
De Chouffe trail blijft een prachtige wedstrijd en ik denk dat ik er nooit echt helemaal klaar mee zal zijn. Ik laat me ook in de toekomst graag verrassen door wat de omgeving en het parcours te bieden hebben. Het is telkens een heel blij weerzien met de familie Van den Borre en hun aanhang. Ook Sam weet inmiddels heel wat schoon loopvolk mee te krijgen en zo blijft onze trailfamilie groeien. Een groot voordeel dit jaar was dat er relatief weinig overlap was met lopers van kortere afstanden. Het eerste deel liepen we nog deels met de lopers van de 56 km, maar vanaf dan hadden we vrije baan. Lopen en trailrunning zijn nog steeds razend populair zijn, dat zie je aan de sterkte van het deelnemersveld. Twee jaar geleden liep ik nog naar de tweede plek in Houffalize. Dit jaar belandden we met z’n drieën net in de top 100 en lieten we nauwelijks 20 lopers achter ons. Ik werd 10e vrouw en in die top 10 staat slechts één andere Belgische vrouw. Trailrunning in België, het brengt iets teweeg. Ik hou de woorden van Roos in gedachten: wij waren de bakermat.

De weetjes

  • Het Chouffe bier onderging een rebranding, de La verdwijnt steeds meer naar de achtergrond, ook het event heet nu niet meer zo.
  • Een primeur met een pijnlijke vaststelling in de Chouffe shop die we daags nadien bezochten: de Chouffe blanche is uit het assortiment verdwenen. Noooo!
  • Tijdens onze laatste uren kruisten we deelnemers van de gravelrace Borderride 400. Jawel, die moesten 400 kilometer afleggen in 40 uur. Gekkenwerk als je ziet over welke onmogelijk wegen ze werden gestuurd.
  • We volgden tijdens onze eigen race ook de Ultra Backyard van Lieven, die liep 28 uur (!) aan een stuk rondjes om zo de Legends Slam binnen te halen. Straf werk!
  • Sam kocht recent een Garmin Fenix 7, exact het horloge dat Hans en ik ook hebben. Voor Sam was het een goede manier om heel wat features af te toetsen bij Hans. Beide hadden ze de gpx op hun horloge staan. Ik weet mij echt altijd te omringen met de juiste mensen.
  • Sintija en Siv liepen op zaterdag hun 25 km. Het werd een heel mooi debuut in de trailwereld. Ze haalden maar liefst 2x de fotospecial. Uitbundigheid wordt altijd beloond.
  • Lisa, Pieter en Stijn namen zondag de 36 km voor hun rekening, de langste afstand die Lisa ooit liep. Volgens Pieter loopt Lisa altijd hetzelfde tempo, zowel de berg op als af. Ze deden dat goed met z’n drieën! Sowieso verdienen ze een medaille voor moed en zelfopoffering omdat het een regelrechte regendag was.
  • Hans trof een bijzondere souvenir aan in zijn schoen. Een scherp takje bleek namelijk de zool van zijn Mafate doorboord te hebben, waardoor ook zijn steunzool beschadigd is. Het zoveelste bewijs dat het onmogelijke mogelijk wordt tijdens een trail.

Loperspraat – 13 voorbeschouwende weetjes op de Chouffe trail

Het is juli! Het is zomer! Het is vakantie! Dat betekent feesten in Werchter, maar vooral lekker lopen tijdens de Chouffe trail. Wij zijn dus weer verzekerd van een stevig trailfeest in en rond de omgeving van Houffalize. Over iconen raak je niet snel uitgepraat, dus ik heb heus nog wel wat te vertellen over dit pareltje op de kalender. De Chouffe heeft dan ook een rijke geschiedenis en brengt elk jaar onze trailfamilie samen. Meer verbroedering en verzustering vind je nergens. Ik wil jullie er niks van onthouden. Daarom 13 weetjes om jullie aan boord te nemen van de Chouffe-trein.

  • Na een hitte-editie in 2023 en een natte in 2024, zien de weersverwachtingen voor morgen er goed uit: een graadje of 24, wat bewolking en geen regen. De lopers op zondag mogen zich aan iets wisselvalliger en frisser weer verwachten.
  • Hans en ik liepen drie weken geleden onze 100 km. We voelen ons allebei goed hersteld. Wel een unicum: we liepen de afgelopen week helemaal niet, kwestie van echt goed te rusten. Helaas sputtert mijn rug sinds gisteren heel erg tegen. We zullen zien hoe dat uitdraait.
  • De afgelopen jaren was de langste afstand net geen 70 km. Dit jaar werd die stevig opgeschaald naar 80 km. Volgens parcourskenner Hans zitten er dan ook heel wat nieuwe stukken in, waaronder een passage langs Bonnerue, waar we ook een deel van de Great Escape route zullen lopen.
  • De Chouffe trail is toe aan zijn 8e editie. Het leuke is: ik was er die eerste keer bij in 2017, toen ik samen met papa 49 km liep. Enkel in 2021 waren we in familiaal verband afwezig vanwege corona-maatregelen. Als loper zal het dus mijn 6e deelname zijn.
  • Hans en ik zullen – net zoals vorig jaar – onze 80 km lopen in het gezelschap van Sam, een garantie op entertainment en boeiende gespreksstof. Benieuwd welke bancaire materie morgen de revue zal passeren en welke monsterhit we in onze laatste kilometers voor de kiezen krijgen. Hoe dan ook vieren we feest op km 70, want dan breekt Sam zijn afstandsrecord.
  • Morgen zijn de Vanden Borres supporters van dienst, op zondag staan ze zelf in het veld. Pieter, Stijn en Lisa zullen samen de 36 km lopen. De semi-broers zijn niet aan hun trailproefstuk toe, voor Lisa is het haar officiële debuut in Houffalize. Net zoals Sintija, die gaat voor de 25 km.
  • Roos die zit op Werchter en Joni in Ierland. We zullen ze missen, maar in gedachten zijn ze er altijd bij. Loopvriendjes 4ever!
  • Mijn trailuitrusting onderging door de jaren heen een metamorfose. Qua schoeisel kies ik zonder twijfel voor de Mafate die in Bouillon de verwachtingen ruimschoots inloste. Ik kan weer twinnen met Hans en samen met Sam zijn we een heel kleurrijk Team Hoka meets Garmin Fenix 7.
  • Eveneens met Bouillon in gedachten: ik ga niet te veel eten meesleuren in mijn vest. Chips en cola zorgen vanaf nu voor mijn brandstoftoevoer. We kunnen rekenen op 6 bevoorradingsposten. De langste afstand die we tussen 2 posten moeten overbruggen is tussen km 46 en 62. De laatste ravito ligt op km 69.
  • Ook nieuw dit jaar: een drop bag bij de bevoorradingspost op km 46. Niet voor ons deze keer, in Bouillon bleken we het niet nodig te hebben. De lijst met verplicht materiaal is trouwens ook wat uitgebreid en ligt in lijn met wat we in Bouillon meenamen.
  • Tradities zijn er om in ere te worden gehouden: vanavond gaan we met Sam en Sintija eten bij Chez l’Italien. Hans en ik zullen overnachten in de Vayamundo. Omdat we net te laat waren om te reserveren, zijn we weer voorzien van een familiekamer. Zondagochtend sluiten we aan bij het rijkelijke ontbijtbuffet in refterstijl.
  • Ik ontmoette Hans voor het eerst aan de start van de Chouffe trail 2023. Er was toen een heel klein beetje voorgeschiedenis. Vandaag is het immers precies 2 jaar geleden dat Hans mij een mailtje stuurde. Ons eerste gespreksonderwerp: insectenspray met of zonder DEET.
  • We zijn nog niet uitgetraild na de Chouffe. In augustus zal ik namelijk mijn debuut maken op de Trail des Fantômes 74 km. Samen met Hans of wat had je gedacht? Roos tekent er present voor haar comeback. Ze doet dat samen met Marike op de 25 km. Nu al een onvergetelijk familiemoment!

Het moment – Dat wij dus 100 km liepen in Bouillon

Ik heb geen bucket list, laat ik daar heel duidelijk over zijn. 10 jaar geleden liep ik mijn eerste marathon en dat heb ik altijd beschouwd als een stevige opstoot van hobbyistisch enthousiasme. Ik droomde als kind niet over marathons lopen, wel over dieren redden. Met ouder te worden ben ik mijn eigen gedroom steeds meer gaan koesteren. Mijn dromen geven juist richting aan de realiteit. En net zoals ik nog heel precies kan zeggen wanneer mijn marathondroom ontstond, zo weet ik ook nog heel precies wanneer die 100 km droom boven mijn hoofd ging zweven: in het najaar van 2020, zoals steeds aan de zijde van Roos. Na een eerste Chouffe trail van 68 km schoof ik het 100 km plan tijdelijk naar achter op het schap. Toen ik Hans leerde kennen en als supporter aan zijn zijde meemaakte hoe een 100 mijl wedstrijd verloopt, besefte ik dat ik mijn ideale compagnon de route gevonden had. De Trail Godefroy in Bouillon zou ons momentum worden om samen, zij aan zij, drie cijfers op de tabellen te lopen.

De voorzichtige aanloop
Trigger warning voor wie gevoelig is aan vroeg opstaan. Om 1 uur weerklinkt de wekker in Hotel La Plage in Bouillon. We hebben een uur of 2 geslapen en het mag dan ook niet verbazen dat ik me niet bepaald fris en monter voel. Gedachteloos proberen we te ontbijten. Boterhammen met stroop smaken dus echt niet in het midden van de nacht. Het is wringen om wat binnen te krijgen en dan begint het pakken en zakken, de trailvest of de drop bag in. Om kwart over 2 stappen we de berg op richting de burcht van Godfried waar het startpunt ligt voor ons grote avontuur. Met 20 graden is het al of nog best warm. De sfeer aan de startzone is heerlijk relaxt. Er zullen 131 lopers van start gaan voor de 100 km en die zitten te wachten op een bank, maken nog een fotootje, gaan op een heel propere dixi of reorganiseren hun gerief in de vest. Niks nerveus wachten in een startvak, niks opzwepende beat. In een briefing krijgen we te horen dat we een extra kilometer zullen lopen door een omleiding na 16 kilometer en dat er buien kunnen zijn tussen 11u en 13u. Op dat moment lijkt dat allemaal nog erg verre toekomstmuziek. Om 3 uur zijn we weg. Achter een auto als uitgeleide gaat het eerst weer de berg af en dan lopen we langs de Semois Bouillon centrum uit.

Het grote afzien
Ik loop voor het eerst met een hoofdlamp en die zal ik toch minstens een uur of 2 moeten dragen. De eerste 4 kilometers gaan over asfalt, wat best lekker loopt tot we ergens het bos in duiken. Gelukkig over een onverharde weg in redelijke staat, want ik vind het toch spannend met die lamp op mijn kop. Er zijn nog veel lopers in de buurt en zo brengt iedereen een beetje licht in elkaars duisternis. Wellicht overbodig om te zeggen, maar je hebt dus totaal geen idee waar je loopt als het donker is. In totale onwetendheid loop je misschien langs een steile rotswand of voorbij het meest memorabele uitzicht. Al snel ben ik mijn oriëntatiegevoel kwijt. Wat ik wel weet: de eerste helft van onze toer lopen we een grote lus ten oosten van Bouillon richting Herbeumont. Dat is het makkelijkere deel met wel veel hoogte, maar geen al te steile of technische klimmetjes. Onze eerste 10 kilometer kunnen we netjes binnen het uur afwerken. Het zou de burger moed moeten geven. En toch ben ik helemaal niet in mijn element. Mijn lichaam is het er totaal niet mee eens dat ik wakker ben en met een buik vol boterhammen aan het lopen ben.

Na 12 kilometer bereiken we de eerste bevoorradingspost in het ongetwijfeld pittoreske Dohan. De organisatie kan rekenen op de hulp van de carnavalsvereniging van Florenville. Op elk van de 8 posten zitten enkele carnavalsleden die verantwoordelijk zijn voor het trailbuffet. Van mensen die in hun vrije tijd met festiviteiten bezig zijn, verwacht je enig gevoel voor sfeer en gezelligheid. Met wisselend succes, daar kom ik later op terug. Hier zit de ambiance alvast goed. Hans gaat aan de cola. De gedachte aan eten of drinken vervult mij met weerzin. Na een heel korte stop lopen we verder. Vanaf dan gaat het bergaf. Met mij, niet op het parcours helaas. Ik voel me écht niet lekker. Zowel mijn benen als buik voelen zwaar en vermoeid aan. De lamp op mijn hoofd stoort me mateloos en ik ben in een stemming waarbij dat onoverkomelijk lijkt. In mijn hoofd zou het een magisch moment worden als de zon opkomt. In de realiteit merk ik op dat het steeds wat lichter wordt, maar blijft het tussen de bomen nog redelijk lang duister.

We lopen langs Camping Maka die langs de Semois gelegen is: meteen de eerste kennismaking met het water nu het licht is. Minder magisch dan gedacht, maar toch wel leuk. Het is hier dat we ons extra kilometertje lopen. Achteraf zie je dan op de kaart dan we netjes mee kronkelen met de Semois. Tot in Cugnon, waar de tweede bevoorradingspost ligt. We hebben 26 kilometer afgelegd in 3 uur en 10 minuten. Lastige buik of niet, ik besef dat ik wel moet eten om het brandstofniveau op peil te houden. Met tegenzin werk ik een isogel met appel weg en duw ik er nog een halve reep Clif bloks achteraan. Ik denk dat mijn doorzettingsvermogen hier een dieptepunt bereikt. Ik ben teleurgesteld in mezelf. Tijdens trainingen voelde ik me nog zo wonderbaarlijk fris na 3 uur lopen, nu voelt het alsof ik al dubbel zoveel gedaan heb. Dit wordt hem echt niet vandaag. Ik geef mezelf weinig kans op slagen met een lichaam dat al op lijkt te zijn vooraleer het begonnen is. Gelukkig heb ik dus mijn klankbord bij de hand. Hans probeert mij wat te sussen.

Na 30 kilometer is het zo ver… ik moet naar de wc. Op exact 400 meter hoogte – 1 kilometer en 37 hoogtemeters voor het hoogste punt dat we zullen bereiken – zit ik achter een boom. Hans staat naast mij op de uitkijk. Het is moeilijk te beschrijven hoe groot de opluchting is als ik dit pakketje kan achterlaten. Er komt wat rust in de buik, de boterhammen lijken inmiddels verteerd te zijn. Ik krijg stilaan oog voor de indrukwekkende omgeving. Ik laat de hoop varen om me plots kiplekker te gaan voelen. Iets na 7 uur en met 34 kilometer op de teller, maken we een eerste filmpje voor het thuisfront. Och! Wat is het lang en zwaar! Ik klaag nog wat over het gebrek aan goeie benen en een lastige maag. Ook Hans is trouwens – tegen mijn gevoel in – nog niet helemaal in zijn sas. Mentaal breekt hier zowat het lastigste punt aan. Ik ken de kilometers tussen 30 en 40 te goed. Ze staan gelijk aan afzien, het moeilijk hebben én ook een einde dat in zicht is. Niet vandaag. Het is nog maar ochtend. We hebben amper een derde gelopen. Dat er tussen de tweede en derde bevoorradingspost liefst 17 kilometer ligt, betekent in trailjargon een eeuwigheid.

Onze eerste marathon is dik binnen als we na 44 km de derde ravito bereiken. We zijn 5,5 uur onderweg en bevinden ons in Les Hayons. Op aanraden van Hans gooi ik het over een andere boeg en ga ik aan de cola. In ultramiddens zijn ze het er over eens dat er geen betere sportdrank bestaat. Wauw, dit smaakt zo goed! Voor de beeldvorming: om half 9 ’s ochtends heb ik al drie liter water gedronken (zweten!), drink ik drie bekers cola na elkaar en neem ik nog een handje chips om de tank helemaal vol te gooien. Hoe trots ik ook was op mijn voedingsplan en alles wat me op training zo goed beviel: vandaag is het met cola en chips. Onthoud dat. Wat is het trouwens warm! Op 47 km maken we nog eens een filmpje voor de volgertjes thuis. Ik omschrijf de omgeving daarin als heel bosachtig (mijn woordkeuze is niet origineel als ik het zwaar heb). Berggeit-gewijs zetten we onze tanden in hellingen met gemiddelde stijgingspercentages van 15%. Het uitzicht is er dan ook wel naar.

De onverwachte doorbraak
Met 55 km in de benen dalen we via steile trappen naar de oever van de Semois in Bouillon city. We kunnen nog even over asfalt lopen en dan is daar het athenée dat de vierde bevoorradingspost herbergt: de ravito van het pauzemoment. Onze dag is al vergevorderd, maar eigenlijk is het nog maar 10u30 en hebben we 57 km gelopen. Behoorlijk wat lopers zitten op een bank. Er zijn ook supporters die hun lopers soigneren. De goesting in eten en drinken ligt heel erg uit elkaar. De ene doet zich te goed aan wat watermeloen, de ander heeft een pot havermout of neemt een stokbroodje met kaas. Ik neem een chocomelk uit mijn drop bag, ik drink cola en eet chips. Dat smaakt me gewoon het allerbeste en ik ben er de afgelopen uren ook op doorgekomen. Hans gaat naar de wc terwijl ik naar de overkant tuur: met zicht op de burcht en dus de finish. Ik denk aan de gevleugelde woorden van Erwin: voetjes wassen en binnen lopen.

Terwijl ik fysiek heel duidelijk verval voel, breek ik er mentaal helemaal door. Ik ben potverdorie al helemaal hier geraakt! Nu begint het echt en ik heb er zin in! Na een kwartier vertrekken we weer. Het tweede deel van het parcours is pittiger. We lopen westelijk richting Vresse Sur Semois, een omgeving met steilere en ook wat technischere klimmen. Allesbehalve een walk in the park dus. Eerst gaat het idyllisch over de kade, vlak langs ons hotel de berg op. Ik vertel aan Hans dat ik al uren in mijn hoofd zit met het romantische Eurosong-lied Volevo essere un duro terwijl we aan een klim bezig zijn met stijgingspercentages tot wel 20%. Op 1 kilometer overwinnen we 145 hoogtemeters. Het geeft vertrouwen als je zelfs met 60 km in de benen nog vlotjes wandelaars voorbij steekt. De lucht is inmiddels betrokken en als we weer maar eens heel stevig aan het klimmen zijn, klinkt er ook gedonder en begint het zachtjes te druppelen.

Na 63 km komen we aan in Botassart met het uitzicht op Le Tombeau du Géant. Terwijl het keihard regent, werp ik snel een blik op de begraven reus achter mij en dan is het maken dat we kunnen schuilen voor het onweer. We zijn net op tijd bovenop de berg. Aan de bevoorrading is een ruim afdak waar we droog staan onder het genot van een colaatje en wat chips. Een snelle blik op de meteo zegt dat het nog een uur zal regenen. Als de echte drache erop zit, lopen we verder. Op zich is het fijn dat het wat frisser is, maar de steile afdalingen liggen er glad bij. Het is dan op handen en voeten schuiven en surfen om beneden te geraken. Ik kijk uit naar kilometer 70: dan verbreek ik mijn afstandsrecord – hopelijk met nog wat meer cijfers. Om het te vieren maak ik een sanitaire stop in de regen. Het is pas later dat je de heroïek van die troosteloze momenten gaat inzien. Hans en ik lijken ook echt helemaal alleen into the wild te zijn. De harmonicalopers in onze buurt gaan nu elk hun eigen weg.

Mentaal voel ik me nog steeds best lekker. De bevoorradingen volgen elkaar sneller op, waardoor de etappes relatief kort zijn. Op het hoogteprofiel dat op mijn borstnummer gedrukt is, meen ik te tellen dat het tweede deel uit “maar” 7 steile klimmen bestaat. Achteraf gezien zou dat niet heel accuraat blijken te zijn. Het zegt vooral iets over hoe ik op zoek ben naar een houvast om deze missie behapbaar te maken. Na 73 km komen we aan in Rochehaut. 10 uur en 40 minuten zijn we onderweg. Er staat een toeristisch treintje te wachten en door de organisatie wordt de plek aangeprezen als dé spot voor supporters. De bemanning van de post is helaas niet bijster enthousiast. Leden van een carnavalsvereniging hebben doorgaans niet heel veel met de trail- of loopsport, op zich hoeft dat ook helemaal geen probleem te zijn om betrokkenheid te tonen op een bevoorradingspost. De twee aanwezige vrouwen gunnen de lopers letterlijk geen blik waardig. Het is nog steeds bewolkt en na de obligate cola en chips laten we het treintje voor wat het is en lopen we weer verder.

Wat je eigenlijk niet moet doen is aftellen. Ik probeer me te focussen op de afstand die al is geweest. Gelukkig heeft Hans ook heel veel parcourskennis. Hij heeft het routebestand op zijn horloge staan, waardoor hij precies weet hoe lang en hoe steil een beklimming is. Ook dat geeft wat richting en houvast. Met dik 70 kilometer in de benen gaat niks meer vanzelf: of dat nu een lange niet zo heel steile klim is of een kuitenbijter met een stevig stijgingspercentage. Elke stukje dat je kan lopen, al is het dan traag, doet de tocht vlotten. Van kilometer 76 tot 78 lopen we over een smal weggetje door het gras. Het doet zowel pijn als deugd om nog eens 20 minuten aan één stuk te kunnen lopen. Wat ook belangrijk is om “tijd te pakken”: een goede afdaling die dus niet te steil is, want daar heb je helemaal niks aan. Dan gaat het weer traag omdat je moet kijken waar je je voeten zet om voldoende af te remmen. Na 82 krijgen we er zo eentje voorgeschoteld. Het is een héél smal weggetje door dichtbegroeid struikgewas waarbij ik de vegetatie moet gebruiken om niet van de berg te rollen.

De langverwachte finale
Onder een loden zon bereiken we de bevoorrading in Frahan met 84 km op de teller en ruim 12 uur looptijd in de benen. Er hangt een opzwepende sfeer dankzij de mannen van de carnavalsvereniging. Don’t You Forget About Me schalt keiluid uit de boxen. Ik denk dat er doorgaans niet zoveel gebeurt in het door de Semois omsloten Frahan. De landtong is op z’n smalste punt 230 meter breed en er is slechts één weg die je er met de auto heen brengt. Hans heeft een leeg gevoel in de benen. Hij valt aan op de rijsttaart. Ik giet er nog wat cola bij. Hoe dichter we ons doel naderen, hoe groter de honger bij mij is om weer te vertrekken. Na 89 km lopen we over een ellendige weg die bezaaid is met keien. Een rot(s)weg die vlak langs de Franse grens loopt. Ik begin bovendien een schurend gevoel aan mijn voetzolen te voelen. Bij elke pas wrijf ik door het vuil dat in mijn schoen terecht is gekomen. Het is het soort ongemak dat er op dat moment nog wel bij kan.

De aller-aller-laatste bevoorradingspost ligt op de speelplaats van de plaatselijke school in Corbion. Een vriendelijk koppel (leerden ze elkaar kennen in de vereniging of tijdens carnaval?) neemt hier de honneurs waar. We hebben 92 kilometer gelopen met 14 uur op de klok. Op voorhand hadden we een richttijd van sub16 uur voor ogen. Dat lijkt plots een haalbare kaart. Nu het einde echt in zicht is, wil ik de kilometers heel bewust beleven. Wat hebben we vandaag allemaal meegemaakt? Het blijft vechten voor elke kilometer. We krijgen nog twee heel venijnige klimmen van het zigzaggende soort voorgeschoteld. Als goedmakertje ook een mooie passage langs en dan over de Semois. Voetjes wassen en binnen lopen. Mijn geluk kan niet op als ik de 100 op mijn Garmin zie verschijnen. De voorlaatste klim brengt ons een prachtig zicht op Bouillon en dan gaat het steil naar beneden (zo’n afdaling waar je niks aan hebt). De aller-aller-laatste klim: de berg op naar de burcht! Waar we onderweg amper aanmoedigingen kregen, staat er nu een comité klaar dat ons met een hartverwarmend applaus binnenhaalt. En dan gebeurt het eindelijk ook echt: we lopen (ja echt, als is het heel voorzichtig) zij aan zij over die finishlijn na 15 uur en 45 minuten. 102,4 km hebben we elkaar gestreden met 3258 hoogtemeters. We hebben het gehaald – samen! Wat een dag!

De voorlopige conclusies
Het is me wat, 100 kilometer lopen. Ik liep een paar uur in het donker en bijna 50% meer dan de langste afstand die ik ooit liep. Dat heet buiten de comfortzone gaan. Alhoewel, comfortzone is een relatief gegeven als je ultra-avonturen aangaat. Zonder overdrijven is elke kilometer intens op z’n eigen manier. Er zijn kilometers die relatief snel voorbij floepen, maar pijn doen omdat lopen nu eenmaal pijn doet na een bepaalde tijd. Er zijn kilometers waarbij je makkelijk 10x op de klok kijkt. Ik ben sowieso meer een klokkijker dan Hans. Ik wil progressie kunnen zien – en soms lijkt die er dus helemaal niet te zijn. Op parcoursniveau zat het venijn hem absoluut in de staart: de laatste 40 kilometer waren zonder enige twijfel zwaarder door de techniciteit en de stijgingspercentages. Naar mijn gevoel zat het venijn juist helemaal in het begin. Mijn lichaam sputterde tegen toen het in het holst van de nacht werd aangespoord om in actie te komen. Je gaat niet juichen als je 15 kilometer gelopen hebt, maar ook die moet je nu eenmaal afleggen.

Wat ook meespeelde in die moeizame start is het gegeven van de comfortzone. Ik heb redelijk wat referenties als het gaat over een afstand tot 40 kilometer lopen. Ik heb bepaalde verwachtingen over hoe ik me dan zou kunnen en willen voelen. Als je 34 kilometer loopt als een derde van je totale afstand, verwacht je stiekem dat je nog maar voor een derde aan het afzien bent, in de comfortzone dus. Niks is minder waar. Afzien komt net zo makkelijk als het gaat wanneer je in staat bent om het los te laten. 34 kilometer lopen deed ik al vaker en voelt daarom niet aan als grenzen verleggen. Omgaan met de eindeloosheid en er vooral in kunnen berusten is deel van het ultralopen. Ook hier is Hans al heel wat meer ervaren dan ik. Voor mij was het een mentale bevrijding toen ik zag hoeveel we al achter de rug hadden en ik bezig was met iets dat ik niet elke dag doe.

De Trail Godefroy kreeg vorig jaar de beste beoordeling van de deelnemers van Sportevents. De setting is dan ook uniek te noemen. Starten en finishen aan een middeleeuwse burcht spreekt nu eenmaal tot de verbeelding. Bouillon is bovendien echt de moeite! In de wijde omgeving zorgt de meanderende Semois voor een indrukwekkend landschap in combinatie met de vele loofbossen (heel bosachtig dus). Er werden in totaal 5 afstanden aangeboden, maar er is weinig overlap in het parcours met die andere wedstrijden, waardoor de grote drukte vermeden wordt en je ongehinderd je ding kan doen. Ook een compliment voor de bepijling van de organisatie. Heel knap hoe ze erin slagen om duidelijk richting te geven over zo’n lange afstand. Je gaat mij echter niet horen zeggen dat Bouillon op trailgebied zoveel meer te bieden heeft dan wat je in Houffalize of La Roche vindt. Elke trail heeft zijn eigenheid en identiteit, juist dat is er zo leuk aan.

Nog prangende vragen
Hoe zit dat nu eigenlijk met het lopen versus wandelen? Wat mij verbaasd heeft, is dat wij zelfs met 101 kilometer in de benen nog konden lopen. Heel traag en waggelend weliswaar. Ik denk dat wij tot een kilometer of 60 nog redelijk vlot begonnen te lopen als het parcours niet te zwaar was. Vanaf dan doe je dat niet meer als er ook maar een beetje hellingsgraad is. Je lichaam trekt dat niet meer en je gaat gewoon sneller als je dan aan een stevig tempo wandelt. Ook het optrekken van wandelen naar lopen kost steeds meer energie. De eerste meters doen altijd pijn. Zeker na 80 kilometer merk je dat je stramme spieren telkens een optater krijgen door de impact van het lopen. Gek genoeg vind je zelfs met die stijfheid en pijnlijke voeten een comfort in lopen. Het moge duidelijk zijn dat je goed getraind aan een avontuur van dit kaliber moet beginnen, daar moeten we niet vals bescheiden over willen zijn. Ik wist wel dat ik over een heel sterke motor beschikte. Eentje die heel lang kan blijven gaan, als het moet gewoon op chips en cola. Wat ik ook ervaren heb, is dat niet alle pijntjes blijven toenemen naarmate je langer loopt. In het begin voel je nog heel duidelijk dat je bil pijn doet of je hamstrings weer maar eens stijf is. Na 50 kilometer is alles gewoon stijver gaan aanvoelen en begin je de eerste schuurplekjes te krijgen. Het is een ongemak dat lang op hetzelfde niveau kan blijven hangen zonder te escaleren.

Hoe is dat nu eigenlijk om alles koppel zo’n avontuur te beleven? Wel, dat is echt heel bijzonder en daar was ik ook tijdens de tocht bewust heel dankbaar voor. Je hebt je klankbord bij je. Iemand waar je 100% jezelf bij kan zijn, geen schone schijn voor moet ophouden of gezellig moet doen als je daar geen zin in hebt. Iemand waar je het wel altijd heel gezellig mee hebt. Ik vind werkelijk alles leuker en gezelliger met Hans erbij. Dat geldt zeker ook voor bijna 16 uur met elkaar op pad zijn en afzien. In het begin zeggen wij trouwens niet heel veel tegen elkaar. Als het allemaal wat trager begint te gaan, komt het gepraat vanzelf en is er veel te delen. Er schuilt een grote intimiteit in samen op avontuur gaan en samen afzien. Je maakt iets heel bijzonders mee dat je kan delen met de allerbelangrijkste persoon aan je zijde. Het is een verhaal van “wij samen” of “helemaal niet”. Je weet dat er iemand is die er altijd voor je zal zijn. Wat je dan ook nodig hebt, wat er ook gebeurt. Ik kus mijn beide handje dat ik Hans ontmoet heb en dat wij samen tot zoveel moois in staat zijn, dat wij samen elkaars dromen helpen waarmaken.

Smaakt dit nu naar meer? Jazeker, ik zou graag nog eens een 100 km lopen. Qua parcours en afstand volstaat iets in deze orde. Het moet voor mij dus niet heel veel moeilijker (hooggebergte) zijn en zeker ook niet langer (+120 km). Een hele nacht al lopend overbruggen trekt me niet aan. Het survivalgehalte was precies goed.

Hoe geradbraakt ben je na zo’n avontuur? Eigenlijk niet heel erg. Ons herstel verloopt goed. We zijn nooit helemaal kreupel geweest, wel stijf uiteraard, maar niet in die mate dat je geen stap meer kan verzetten. We merken wel dat er nog een bepaalde vermoeidheid in het lichaam zit, die proberen we ook te respecteren en dus niet te zot te doen. Al helemaal niet omdat wij er op zaterdag 5 juli weer in vliegen, dan staat de La Chouffe trail op het programma. We zullen daar de 80 km voor onze rekening nemen. Voor de sfeer en ambiance kunnen we rekenen op Sam en nog wat ouwe getrouwe maatjes. Wordt vervolgd!

Nog enkele weetjes

  • 96 mannen en 12 vrouwen bereikten de finish van de 100 km. Hans en ik eindigden ergens in het midden. De eerste vrouw had 13 uur en 52 minuten nodig om de finish te bereiken, de eerste man deed dat in 11 uur en 7 minuten. Ook Sam was in Bouillon. Hij liep de 34 kilometer in 3 uur en 35 minuten.
  • We staken meermaals de rivier over, maar dat ging telkens over een brug. Geloof me, de Semois is geen riviertje dat je zomaar eventjes doorwaadt.
  • Het is de zomer van de teek, vrees ik. Ondanks de insectenspray nam ik twee teken mee als souvenir uit de bossen. Onderweg nog eens wat extra sprayen was wel doeltreffend als bestrijding tegen rondcirkelende beesten.
  • Op de school waar Hans een toiletbezoek bracht tijdens de bevoorrading bleken de wc’s bewust niet op slot te kunnen. Onbegrijpelijk!
  • Met de drop bag deden we dus niet heel veel. Je stopt die natuurlijk helemaal vol met spullen (kleding, eten) die je denkt nodig te kunnen hebben. In de realiteit is zelfs de moeite om die zak te openen er al te veel aan.
  • We kregen een gedrocht van een rugzak “cadeau” toen we ons nummer gingen ophalen. Denk aan het grijze Basic Fit geval, maar dan met zwart en rood. Hans ziet er de functionaliteit wel van in.
  • Ik schat dat ik 8 liter water dronk en dan nog eens 4 liter cola. Tel daar nog een zak chips bij, één isogelletje en een reep Clif bloks. Op bijna 16 uur tijd in de warmte is dat niet gek veel.
  • Volgens mijn Garmin verbruikte ik 7432 calorieën en was mijn gemiddelde hartslag 122.
  • De omgeving van Bouillon heeft dus veel meer loof- dan dennenbossen. Eveneens opmerkelijk: een witte steensoort in de grond. Heel bijzonder!
  • Op het verste punt waren we in vogelvlucht zo’n 20 kilometer van Bouillon. De gemeente Bouillon telt amper 5000 bewoners, dat is inclusief de 12 naburige dorpen.
  • Over het toerisme in de regio valt wel wat te zeggen: wat wordt er veel gebouwd! Het is eigen aan de mens om overal waar je een potentieel mooi zicht hebt een huis uit de grond te willen stampen.
  • Pas op vrijdagavond viel mijn frank dat Godefroy gewoon Godfried in het Frans is. En dat Bouillon in Luxemburg ligt. Au.
  • Bouillon is zo trots op voormalig Rode Duivel Philippe Albert, die er geboren werd, dat hij een soort ereteken op een muur kreeg. Wel een beetje op een rare plaats, maar over eretekens mag je nooit te kritisch zijn.
  • Hans en ik gaan over een paar weken nog eens een kort trailtje lopen in Bouillon. Er is namelijk iets dat steekt bij mij: het uitzicht op Le Tombeau du Géant is werkelijk iconisch te noemen. Ik publiceerde er – dankzij Sam – vorig jaar zelfs een foto van op mijn blog! Ik moet terug om dat nu eens met volle aandacht te kunnen aanschouwen.
  • De droom van Roos haar 100 km is nog springlevend, let op mijn woorden.

Het moment – Hartentroef in Bouillon

Het is gelukt! Zaterdag 14 juni liepen Hans en ik 102 kilometer in en rond Bouillon. We overwonnen 3258 hoogtemeters en hadden daar 15 uur en 45 minuten voor nodig. Een afstand met drie cijfers lopen vergt heel wat meer inspanning dan een marathon onder de drie uur. Als kilometervreter heeft het voor mij altijd tot de verbeelding gesproken om ook qua afstand mijn grenzen te verleggen. Het is vooral een kwestie van doen en uitproberen om er beter in te worden en daadwerkelijk dat avontuur aan te gaan. Graag en veel lopen is het allerbelangrijkste, denk ik. De zin om ervoor te blijven gaan volgt dan vanzelf.

Met 26 kilometer op de teller sprak ik – ergens heel vroeg op de ochtend – de woorden: ik denk dat het niet gaat lukken. Ik voelde me belabberd, zowel in buik als benen. Het goede gevoel dat ik op training te pakken had, was totaal afwezig. Dit was een mission impossible. Ik ben dan ook enorm dankbaar dat het mij wel gelukt is om die mythische 100 te overschrijden. Een uitgebreid verslag volgt – uiteraard – nog. Ik zeg het steeds, maar ook nu geldt: er valt wel wat te vertellen over die heel lange dag in Bouillon. Enkele warmmakertjes: we trotseerden de hitte en een onweer met hevige regen. Ik hield mijn motor draaiende met enkel cola en chips. Na een moeizame start brak ik er de tweede helft helemaal door. Ik maakte twee keer noodgedwongen een sanitaire stop. Ik bleef niet teek-, maar wel blaarvrij. Hans is een fantastische man, dat wisten jullie al, bij deze bevestig ik officieel dat het eens zo fantastisch is om samen met hem dit avontuur te kunnen beleven.

Voor nu wil ik jullie deze niet geheel vrijblijvende boodschap meegeven: ga alsjeblieft eens naar Bouillon! Het is een prachtige stad die tal van troefkaarten op tafel kan leggen. Om te beginnen ligt het in een lusvormige bocht van de Semois. Steden met een stevige rivier hebben altijd een streepje voor. Bovendien is de Semois buiten de stad een rivier zoals je die uit de boekjes kent. Ik zeg hier en nu gewoon: de Semois is voor de Ardennen wat de Nijl voor Egypte is. Denk hierbij nog wat loofbossen en wandelpaden langs de oevers en je bent mee in de idylle. Eveneens aanwezig in Bouillon: een middeleeuwse burcht, meer bepaald die van onze vriend Godfried. Burchten en kastelen zijn altijd goed voor wat extra drama en heroïek. Een vermelding waard is ook de Eglise des Saints Pierre et Paul, een kerk met kathedraal-allures. In Bouillon en omgeving liggen de uitzichten voor het rapen. Het is een prachtig stukje België in Franse sferen. Een stukje buitenland in eigen land. Ik had me geen mooier decor voor dit avontuur kunnen wensen. Bouillon heeft mijn hart veroverd!

Loperspraat – Waarom Den Haag echt altijd een goed idee is

Aah Den Haag! De stad waar ik liefst van al vakantie vier, waar het leven altijd lekker is en de koffie eens zo goed smaakt. Mijn Haagse zomervakanties indachtig is het natuurlijk gemakkelijk om enthousiast te zijn. Zon en zee, heel veel meer heeft een mens dan niet nodig – of het moest een verkoelend briesje zijn. Den Haag heeft het allemaal. Als er in het voorjaar dan ook nog eens een top loopevenement plaatsvindt waar ook zee en wind een rol in spelen, dan spreekt het voor zich dat ik zoiets niet aan mij voorbij wil laten gaan. Surprise! We liepen de CPC halve marathon dus toch. Vooraleer ik helemaal losga op die terugblik, wil ik jullie nog met de hand op het hart zeggen dat Den Haag ook in winterse sferen een goed idee is. In januari waren wij er namelijk een weekendje voor de grote Christian Dior tentoonstelling in het Kunstmuseum. Ronduit inspirerend! We gingen een toertje lopen over het strand, waar in de winter dus geen strandtent te bespeuren is. We deden een drankje bij Café Emma, een mezze van Ali en daarmee was het uitstapjesjaar 2025 met succes afgetrapt.

Dé CPC dus: de mooiste en ook wel meest bewogen halve marathon van mijn loopcarrière. Een wedstrijd die zowel bulkt van tradities als van onverwachte scenario’s. Vaste prik is het logeerpartijtje bij onze Haagse familie. Eveneens deel van de geschiedenis: een ernstige blessure en DNF in 2018, een afgelasting in 2019, het allerlaatste pre-corona evenement in 2020 en een najaarseditie in 2022 met Sam daags nadat Seppe en Roos op skeelers debuteerden in Berlijn. De primeur van dit jaar: de eerste met en van Hans. Wie van Joke Odeyn houdt, die kan natuurlijk niet anders dan gebrand zijn om de CPC te lopen. Onze teleurstelling was dan ook groot toen in december bleek dat de race was uitverkocht. We deden wat zielige pogingen om connecties aan te spreken, maar uiteindelijk waren er genoeg opties om last minute een nummer over te nemen. Een goede organisatie is ook daar op voorzien. Er vond een officiële nummeroverdracht plaats en zo gebeurde het dus dat wij als Stella en Annefleur aan de start stonden van onze CPC. Twee lopers wiens naam wij maar wat graag door Den Haag droegen. Een goed begin van een nieuw verhaal.

De zon scheen voor de verandering. CPC’s zijn doorgaans eerder herfstig van aard dan lentig. Er waren nog wel wat nieuwigheidjes bij deze editie. Zo vertrok de halve marathon al in de voormiddag, wat toch wat praktischer is voor wie nadien nog naar België moet rijden. Ik (Annefleur dus voor de gelegenheid) had de mazzel om in startwave 1 te kunnen vertrekken. Aangezien ook de startprocedure wat anders verliep en Hans – onze Stella van dienst – een nummer had voor de minst gunstige startwave 3, namen we rond een uur of 10 afscheid zodat ik me kon gaan positioneren in het startvak. Tegenwoordig weet ik niet meer zo goed wat ik van wedstrijden kan en mag verwachten. Er is nog steeds het aanslepende hamstringleed wat voorzichtig de goede kant uitgaat, maar toch ook een streepje door de rekening is om écht top te zijn. Op 5 weken voor dat grote marathondoel blijft dat niet zo’n prettige gedachte. Het doel was dan ook om er nu voor eens echt van te genieten. Zelfs als ik een goede dag had, zou ik ver van mijn PR blijven, dus wat staat er dan eigenlijk op het spel?

Op een zonovergoten Koningskade schoot ik vooruit op mijn Mach X 2. Een waar topschoentje (waarover later wel eens meer). Na 200 meter besefte ik ook dat ik niet gewoon een wedstrijd kan lopen om er alleen maar van te genieten. Een goede training, blablabla. Het is sterker dan mezelf om aan het begin van de race te kijken waar de bodem van de kan zit. Om altijd een keer het gaspedaal in te drukken en te voelen hoe de adrenaline door mijn lichaam raast. Nu ik niet meer ongestraft met mijn krachten kan woekeren, heb ik wel al geleerd om me niet blind te staren op een bepaald tempo. Meer dan ooit heb ik er vooral bij te verliezen als ik mezelf forceer en de motor verbrandt. Het mag snel gaan, maar het moet goed voelen: dat is mijn nieuwe credo. Mijn benen voelden best fris en ik was blij dat ik niet had gepast voor een wijntje bij Café Emma daags voordien. Jongens toch, wat heeft die CPC een prachtig parcours! Na een kilometer of 5 zag ik Maarten voor het eerst terwijl hij naar de app zat te staren waarop ik zogezegd nog niet vertrokken was.

Annefleur was goed vertrokken en ze kreeg de nodige aanmoedigingen. Lekkeeuhh Annefleuuhh! Het ging ook echt boven verwachting lekker. Ik zit dan helemaal in de flow van de race. Ik ben gefocust op mijn cadans en het getik van mijn voeten, ik trek niet aan mijn armen. Ik loop met ease – om het met de wijze woorden van mijn kine Kathelijn te zeggen. In die flow geniet ik echt van wat ik aan het doen ben. Lopen met een behoorlijke vaart dus en daarbij oog hebben voor wat er rond mij gebeurt. Als je onder luid gejoel een bocht aansnijdt en net dan Wannabe van Spice Girls luid uit de boxen schalt, dan lijkt het alsof alles op dat moment klopt. Ik voel dan waarom ik zo graag (snel) loop. Tot er dan toch onvermijdelijk een soort van realiteit begint door te sijpelen. Dat ik niet bepaald aan een gezapig tempo gelopen heb. Dat 9 kilometer op de teller ook nog betekent dat ik nog niet in de helft ben en dat de passage langs de zee wel de mooiste is, maar ook de zwaarste.

Gewoon blijven gaan. Maarten zorgde vanop de fiets voor de nodige afleiding en bracht verslag uit aan het thuisfront. Ook de muzikale ondersteuning verdient hier een eervolle vermelding. Een dankjewel aan de vrouw met de loodzware koeienbel, aan de stevige remix van Lac du Connemara (nog zo’n onvergetelijke topper) en – ik citeer Maarten – een fitness instructrice met militaire achtergrond afgaande op het stemgeluid die een live versie bracht van Leef! Opgepept onderweg naar het zeetje dus. Er zijn twee wijze raden die ik mezelf nog eens goed had ingeprent. 1) Bij de CPC denk je altijd dat je bijna aan de zee bent 2) De finishstrook is ellendig lang. Al mijn waarschuwingen ten spijt trap ik elk jaar ook weer keihard in mijn eigen val. Huh? Waar is die zee nu? Plots is er dan toch weer wind en een stuk vals plat. Ik bereik nooit zonder slag of stoot de boulevard. Na 15 kilometer had ik ein-de-lijk zicht op zee! Over een verraderlijk stukje waar ik mijn zoveelste stille dood stierf. In min of meer rechte lijn ging het dan terug naar het Malieveld. Zo vlot als het aan het begin liep, zo stroef ging het nu. Mijn rechterbil en hamstrings hadden zich inmiddels weer getransformeerd tot één stijf blok. Ik had geen zin om mezelf citroengewijs uit te knijpen. Ging ik niet gewoon genieten van deze race? Ik kroop dus weer even bewust in het moment. De zon scheen immers en ik was in Den Haag met Hans.

En of de laatste lijn richting finish ellendig lang was! Tijdens mijn laatste meters balde ik zachtjes mijn vuisten. Yes, deze heb ik ook weer op zak. De CPC is altijd een harde noot om te kraken. 1u32 was het verdict, een verdienstelijke tijd die ruim onder de vooropgestelde 1u35 lag, maar die ik liever niet vergelijk met wat ik eerder liep op de CPC. En dan was het wachten op Hans die 40 minuten na mij was gestart in de laatste startwave. Stella vertrok dus echt aan het staartje van de race met de pacers van 2u10. Niet bepaald wat hij in gedachten had. Terwijl Hans op de eerste rij van zijn startvak stond, zag hij hoe het pak van wave 2 rustigjes aan vertrok. Als een springveer begon hij aan de grote reuzeslalom. Tussen lopers door en ook over het fietspad benutte hij elk gaatje om tempo te maken. Met succes! Een inhaalrace om u tegen te zeggen. Van verval was geen sprake toen hij na 15 kilometer de pacers van wave 2 inhaalde. Met een knappe eindtijd van 1u34 kroon ik hem niet alleen tot Koning van Wave 3, maar ook als morele winnaar van de volledige race. Daar kan ook de Keniaanse winnaar Erick Sang – die als enige onder het uur finishte – niet tegenop.

Moe maar voldaan fietsten we naar ons huis in Den Haag. We genoten nog wat van de zon op een terrasje en vatten dan de terugreis naar Tienen aan. Ik blijf bij mijn vaststelling dat een halve marathon de meest dodelijke afstand is en dat de CPC altijd een beetje doodgaan is. Ik zet niet alleen 15 maart 2026 met stip in mijn agenda – de 50e editie van de CPC – maar vooral ook de datum dat ik me moet inschrijven. Met de hoop dat ook Stella en Annefleur zelf weer kunnen rennen. Om met een culturele noot te eindigen: we hebben weer een gegronde reden om voor de zomer naar Den Haag af te zakken. In het Kunstmuseum loopt momenteel een tentoonstelling over Parijs door de ogen van de impressionisten. Het is immers altijd een goed idee om naar Den Haag te gaan.

De race – Berlin Marathon september 2024

De cijfers: ik finishte mijn 19e marathon in 3:17:31 – met wat verbeelding is dat 2x een 13
De voorbereiding: in één woord moeizaam: loper in crisis
De race: een strak en hoopvol begin, halfweg ging de dimmer aan en liep het al wat stroever en besefte ik dat focussen op tempo en tijd zinloos was en simpelweg de finish halen het doel
De herinnering: een topweekend in héél goed en bijzonder gezelschap, een marathon van mixed feelings all over the place

Wat vooraf ging
Een startnummer voor de Berlin Marathon bemachtigen is geen sinecure. Je kan het geluk hebben uitgeloot te worden, je kan via een organisatie of marathonclub een heel duur plaatsje kopen (al dan niet met een royale bijdrage voor het goede doel) of je kan je als het ware kwalificeren met een snelle tijd. In mijn leeftijdscategorie betekende een Berlin Qualifier lopen onder de 3 uur duiken. Toen ik heel geleidelijk aan steeds dichter naar die magische 3 uur grens begon op te schuiven, begon stilletjes ook de droom van Berlijn te ontstaan. Samen met Sam trouwens: hij moest een tijd onder de 2u45 neerzetten. Vorig jaar bereikten we allebei dat doel, toen ook bleek dat de Qualifiers waren bijgesteld en een sub 3u10 voor mij volstond. Hoe dan ook was samen aan de start staan in Berlijn de bekroning van een prachtig marathonparcours.

Helaas bleek dat het dit jaar sportief gezien bij mij allemaal wat lastiger bolt. Met zware benen en dito gemoed leefde ik daarom toe naar die 29e september. Tot een paar dagen voor vertrek de zin naar avontuur en een goed verhaal doordrong. Ik zou het weekend bovendien spenderen in uitmuntend gezelschap: met Roos en Seppe plus hun skeeleraanhang, maatje Sam en mijn liefste Hans. Ik moest ervan genieten dat was het advies dat ik langs alle kanten te horen kreeg. Geen verwachtingen koesteren en het gewoon allemaal maar laten gebeuren. Een marathon zonder echt plan dus. Ik vroeg me af of dat wel kan.

Vlak voor de start
Om 7 uur stipt hebben we afgesproken om ons in groep naar de start te begeven. Je kan veel zeggen over ons hotel (dat het qua faciliteiten en publiek eerder een jeugdherberg is, dat de kamer van postzegelformaat is voor de prijs van een penthouse met zwembad bijvoorbeeld), maar locatie is alles. Een wandeling van slechts 20 minuten brengt ons via de Spree naar de startzone aan de Bundestag. De sfeer in de groep is verdacht ontspannen. Er is ruimte om de actualiteit van de dag te bespreken, net zoals de nakende presidentsverkiezingen in de VS. Het imposante plein voor de Bundestag is voor de verandering het verzamelpunt voor lopers van heinde en verre. We kiezen een verkeersbord dat ons meeting point zal zijn na afloop van de marathon. Roos vormt met Bobby, Dave en Hans het supportersteam van de dag. Team Marathon bestaat uit Bart, Seppe, Sam en mezelf. Het afscheid doet een beetje pijn, maar omgeven door mijn crew en tienduizenden andere lopers is er geen reden tot eenzaamheid. Sam en ik starten in vak B. Voor de vijfde keer staan we daar zij aan zij te stuiteren van de loophonger, een beetje emo ook wel. Vandaag zal ik mijn 19e marathon lopen en met Sam aan mijn zijde heb ik een bondgenoot om het momentum vast te grijpen.

GVAP3986

De race
Weg zijn wij! De aanloop naar het startmoment mag er wezen. Wauw, dit is groots! Van middenin Tiergarten worden we op de brede allee losgelaten. Als een gigantische kudde dolle beesten stormen we af op Großer Stern, de rotonde waar we daags voordien onze skeeleraars voorbij zagen sjezen. Ik voel me goed. Het doet deugd om te lopen en ik heb er zin in. Ik heb er het raden naar wat er in mijn benen en lijf zit. Focus op een soepele tred, niet als een Malle Mina vertrekken, maar wel het moment van de start pakken (uiteraard: altijd doen). Met een fijn zonnetje en een graad of 9 krijgen we op het snelste marathonparcours ook nog eens het beste marathonweer voorgeschoteld. Na 2,5 kilometer zal ik mijn crew voor het eerst zien. Maar mensen, wat is het druk op dit parcours! Het lijkt een chaotische start van de 20 kilometer van Brussel. Nooit eerder liep ik zo knal in de menigte bij een marathonstart. Het is dan ook niet evident om me te tonen aan mijn supporters. Ik loop helemaal rechts, zij staan langs links. Ik kan ze nog iets toeroepen, maar dan ben ik alweer voorbij gedenderd in mijn razende peloton.

Na 5 kilometer bevind ik me nog volop in de overweldigend aanwezige massa. Ik haal continu lopers in en word zelf ingehaald. Hierdoor is het onmogelijk om een tempo af te stemmen of aan te voelen op basis van anderen rondom je. Er is geen go with the flow, want de stroom watert naar alle kanten uit en bestaat uit tig verschillende snelheden. Het devies van de dag is dus om te focussen op souplesse. Ik moet het gaspedaal met beleid induwen. Ook al moet er vandaag niks, ik wil natuurlijk wel wat. Er is de stiekeme hoop dat ik – zelfs gezien de omstandigheden – een klein beetje boven mezelf kan uitstijgen en in de buurt van mijn 3u09 in Milaan kan komen. Mijn aanslepende hamstrings-malheur is een bezwarende factor, maar er zijn ook verzachtende omstandigheden. Ik loop op de fantastische Cielo X van Hoka, een schoen die zoveel comfortabeler en sneller aanvoelt dan de Vaporfly. Bovendien is en blijft dit de snelste marathon ter wereld. Ook aan ambiance langs het parcours is er geenszins gebrek.

LQYN9440

Via Alt Moabit lopen we na 8 kilometer door de Friedrichstraße de Torstraße in, vlak langs het hotel. Als je van huis bent, gaat er toch een zekere vertrouwdheid uit van de hotelomgeving. De sfeer is opperbest. Mijn benen voelen behoorlijk aan en het belangrijkste: ik heb er nog steeds zin in. Mijn tempo situeert zich tussen de 4’20” en 4’25”. Behoorlijk strak en wellicht te strak om het de volle 42,195 kilometer vol te houden. Voor nu gaat het best goed. En ja hoor, mijn hamstrings en bil voelen als vertrouwd stram aan. Met 11 kilometer op de teller schampen we langs Alexanderplatz om dan nog eens de Spree over te steken richting Kreuzberg. Ik probeer me nog steeds bewust te zijn van mijn cadans. Het einde zal snel nabij zijn als ik geforceerd ga lopen. Aangezien iedereen me heeft ingepeperd om ervan te genieten, is dat ook wat ik probeer te doen. Gek genoeg kan ik hier geen ludiek verhaaltje of lollige anekdote opdissen over wat er zoal rond mij gebeurt. Het lijkt mij allemaal wat te ontgaan: door de drukte, maar ook omdat ik behoorlijk in mezelf gekeerd loop.

Met 18 kilometer op de teller kijk ik reikhalzend uit naar het halfway point. Ik heb het idee dat ik behoorlijk stand kan houden. Ik loop al eens een kilometertje boven de 4’25”, maar dat zou ik nog geen verval durven noemen. De snelheid van het parcours is trouwens een relatief iets. Geloof me, er zijn heus wel enkele metertjes die omhoog gaan en die ook meteen prikken in mijn pijnlijke hamstrings. Er is ook hier en daar echt wel eens een stukje asfalt dat wat minder bolt. Er staat al eens een paaltje in het midden van de weg. Echt bijzonder is het ook niet wat er allemaal te zien is. 42,2 kilometer is nu eenmaal lang en een ideale weg van start tot finish bestaat niet. Het publiek is echter in grote getalen aanwezig en ook luid. Altijd goed!

Ik tik mijn eerste helft af in 1u34. Een snelle rekensom inclusief schaderapport leert me dat onder de 3u15 finishen niet evident zal zijn. Uitkijken naar kilometer 24, waar ik mijn supporterscrew voor de tweede keer zal zien. Ik hoop een frisse indruk op hen te kunnen maken (niet echt, zo zal later blijken). Onderweg naar mijn persoonlijke cheer zone ben ik meer aan het harken en krabben dan ik wil toegeven. Ik ben terrein aan het verliezen, dat staat als een paal boven water. Het is knokken geblazen om niet al te hard terug te vallen. De aanmoedigingen van mijn supporters neem ik dankbaar in ontvangst. Heel even krijg ik een boost, een soort laatste opleving en dan is het onherroepelijk gedaan met de pret. Na 25 kilometer valt het doek over de semi-goed-nieuws-show. Mijn benenwagen stokt, de motor werkt maar op halve kracht. Ik val terug naar een tempo van 4’50”. Zowel fysiek als mentaal kan ik het niet meer opbrengen om te blijven geven. Dikke vette error. Mijn stijve bil en hamstrings zijn aanweziger dan ooit en ook mijn rug mengt zich in het feestje. Dit is een reality check van jewelste.

OIRR4153

Omdat ik noodgedwongen een pak trager loop, neemt de intensiteit van de inspanning af. Een heel bevreemdende gewaarwording. Ik voel in mijn lijf een stuk spanning dat lost. Ik voel dat het mij ontbreekt aan kracht. De tempoloper is een losloper geworden. Hup en nu genieten! Ik loop de Berlin Marathon! Ik denk aan de ontroerende woorden van Sam in het startvak. Hij zei me dat of het nu goed of slecht gaat, ik altijd mensen zal inspireren omdat ik als geen ander het leven kan omarmen. Slik. Genieten op bevel is lastig. Het staat onomstotelijk vast dat ik vooral voorbij gelopen word. Ik ben het slakje tussen de hazen. Mijn strijdlust heb ik achtergelaten op kilometer 25. Ik weet niet meer hoe ik me voel, hoe ik me wil voelen en met welke mindset ik mijn laatste uur zal ingaan. You run better than the government, lees ik op een stuk karton. Ik weet niet of dat echt een geruststelling is.

Ondertussen loop ik door Wilmersdorf richting Kurfürstendamm. Naar het Westen dus. Ik kan relatief weinig vertellen over mijn laatste 15 kilometer. Ik beleef het in een roes. De omgeving ontgaat mij. Ook een gelletje met wat cafeïne geeft mij geen oppepper. Het enthousiasme van de toeschouwers hoor ik in gedempte versie. Alleen een uitzinnige Mexicaanse delegatie aan KaDeWe met sombrero’s en puntige snorren kan mij nog min of meer wakker schudden. Vanaf kilometer 35 staat het huilen me nader dan het lachen. Ik heb rugpijn. Mijn benen lijken amper van de grond te komen. Ook mijn Garmin is het noorden kwijt. Hij is letterlijk voor geen meter te vertrouwen. De kilometers bestaan eerder uit 800 dan 1000 meter, wat mijn trage kilometertijden wel enigszins verbergt. Genieten behoort niet meer tot de mogelijkheden. Ik zal blij zijn als ik een punt kan zetten achter mijn 19e marathon.

AEME9547

Op kilometer 40 gaat het dan eindelijk naar links richting Unter den Linden. Het einde van mijn calvarietocht is in zicht. Ik zal vrede nemen met een tijd onder de 3u20. Er schiet wel wat door mijn hoofd die laatste 2 kilometers. 5 jaar geleden dacht ik met een marathon PR van 3u21 ooit – als ik echt eens een heel goede dag heb – onder die 3u20 te kunnen duiken. Dat zou het summum zijn, een ongeziene prestatie. Ik kan dus niet anders dan dankbaar zijn. Vandaag loop ik op halve kracht onder wat ooit mijn eigen magische grens van 3u20 was. Ik zie de Joke van 5 jaar geleden voor mij en ik besef wat voor waanzinnig marathonparcours ik heb afgelegd. En dus kan ik met de Brandenburger Tor in zicht niet anders dan lachen. 10 jaar geleden begon ik te lopen en nu loop ik hier gewoon mijn 19e marathon. Eentje die verdorie veel pijn heeft gedaan, waarbij ik er nog niet uit ben of hij nu net veel of weinig krachten heeft gekost, maar hoe dan ook onvergetelijk. Na een allerlaatste aanmoediging van Hans ligt de finish voor me. Na 3 uur en 17 minuten zit het erop. Volgens mijn geheel onbetrouwbare Garmin was de marathon 43,74 km lang. Als ik met krop in de keel mijn medaille in ontvangst neem, komen de tranen. Het is een mengeling van opluchting, ontgoocheling en dankbaarheid. Van gemis ook. Ik kan niet wachten om mijn schatjes weer in de armen te sluiten en eens goed uit te janken. Tijd om te bekomen van dit doldwaze avontuur. Wat een leven! Wat een leven!

BFGL4148

De conclusie
De Berlin Marathon is één van de World Marathon Majors. Een prestigieus manneke onder de marathons dus. Voor mijn startnummer betaalde ik 210 euro, dat is ongeveer het dubbele van een “gewone” marathon. Toch een stevig bedrag. Hoe dan ook was de 50e editie van de Berlin Marathon met 58.000 deelnemers goed voor een recordaantal deelnemers. Dat vraagt om nog eens het woord wahnsinn van stal te nemen. Voor mij hoeft het niet allemaal zo groots te zijn met toeters en bellen. De organisatie is behoorlijk feilloos. Het metroverkeer liep volgens de supporters in de soep en dwarsboomde hun plannen. De app is dan weer de beste in zijn soort, aldus Hans. Berlijn is een geweldige stad met enthousiaste en luide toeschouwers. Van het parcours ben ik niet helemaal wild. Ja, het is functioneel, maar toch ook wel heel veel van hetzelfde. De Berlin Marathon blijft hoe dan ook een icoon. Ik ben blij om eens een klein deeltje te zijn geweest van de Berlin Legend. Misschien komt er ooit een vervolg. Misschien ook niet. Eén ding weet ik wel zeker: je zal mij er nooit, maar dan ook nooit, op skeelers zien.

LXIT0186

Nog enkele weetjes

  • Sam (2:38:36) en Seppe (2:27:10) slaagden er allebei in om hun PR scherper te stellen. Wat een tijden! Seppe won bovendien het combiné-klassement, oftewel het klassement van de gekken.
  • Lid van de skeelercrew en ultraloper Bart zette alle zeilen bij om met een sterke 3:59:26 te finishen op zijn marathondebuut. Zijn conclusie was dat hij toch liever langer en off-road loopt.
  • Bij de elite was het Ethiopië boven. Tigist Ketema won in 2:16:42. Haar landgenoot Milkesa Mengesha had 2:03:17 nodig om de overwinning achter zijn naam te zetten.
  • Vico Merklein en Francesca Porcellato gingen als eerste handbikers over de finish. Marcel Hug en Catherine Debrunner waren dan weer outstanding rolstoelatleten.
  • Onze supporters kregen de onmogelijke taak voor de kiezen om vier lopers aan te vuren die niet bepaald in elkaars buurt liepen. De U-bahn liet hen in de steek, zij ons nooit.
  • Ik probeerde weer eens wat sportgels van 6D. Conclusie: de ISO gels werken voor mij het best. Mijn vier gels gingen behoorlijk vlotjes binnen en veroorzaakten geen gerommel in de onderbuik.
  • Op kilometer 27 was er een Maurten Gel depot. Op dat moment was mijn buik niet toe aan een experimentje. Ik trok wel grote ogen toen ik zag hoe sommigen de bevoorrading aangrepen om hun thuisvoorraad aan te vullen.
  • Mijn vertrouwde marathonshort stuurde ik met pensioen. Ik keek al te vaak met een bezorgde blik naar de naden in het kruis met de hoop dat ze er nog eens een marathon tegenaan konden. Mijn nieuwe short van Asics is 100% goedgekeurd. Een zakje op je bovenbeen voor gels is zoveel praktischer.
  • Beroepsmatig ontwikkelde ik inmiddels een bovengemiddelde interesse voor loopschoenen. Het is overduidelijk: Nike is het aller-populairste merk. Sponsor Adidas was ook behoorlijk vertegenwoordigd. Hoka is in Duitsland duidelijk minder een ding. Onbegrijpelijk.
  • Het was sterker dan mezelf dat ik op de terugweg naar het hotel een analytische blik wierp op de pronatie van Seppe, Sam en Bobby die voor ons uit wandelden (waggelden).
  • Sam had als enige van ons gezelschap de moed en het doorzettingsvermogen om met de trein naar Berlijn te komen. Ergens langs het parcours las ik: You run better than DB!
  • Bart en Seppe kozen bij hun inschrijving (per ongeluk) voor een luxeponcho bij de finish in plaats van een tas om bagage af te geven aan de start. En of het een luxe exemplaar was!
  • Mijn complimenten voor het ontwerp en de uitvoering van de medaille, een prachtexemplaar! De skeeleraars kregen daags voordien dezelfde medaille met aangepaste datum. Bart en Seppe trokken dus dubbel gelauwerd huiswaarts.
  • Over de muur van Klein Orkest blijft voor mij hét lied over de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn. Alleen de voooowgels vliegen van Oost naar West Berlijn, worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten!

WWKZ4686

MBAL9057