De muziek – Mijn helden op De Lage Landenlijst van Radio 1

Morgen zou ik me van 9 tot 18 uur aan de radio willen kluisteren om niets te missen van de Radio 1 Lage Landenlijst 2018. Laat het buiten lekker guur weer zijn. Ik nestel me in de zetel met een boek (en waarschijnlijk kat) op schoot, een koffie erbij en rusten maar. Wie mij een beetje kent, weet dat ik mij slechts sporadisch kan overgeven aan zulke luilekkerdagen. Morgen gaat dat niet gebeuren. Desalniettemin ga ik mijn uiterste best doen om zoveel mogelijk mee te krijgen van wat de Lage Landen ons muzikaal te bieden hebben. Een bloemlezing van ruim 70 jaar Nederlandstalige muziek toont aan dat er naast de klassiekers ook heel wat verborgen pareltjes te ontdekken zijn binnen een gevarieerd scala aan genres.

Als ik in de klas peil welke Nederlandstalige muziek gekend is, dan valt het op dat jongeren Nederlandstalig vooral associëren met muziek voor ouderen. Iedereen kan zich aangesproken voelen, want voor de doorsnee leerling ben je per definitie bejaard als je ouder dan 25 bent. Radio 1 is in hun ogen dan ook specifiek ontworpen voor ouders die in de auto naar de radio luisteren. Clouseau en Bart Peeters vallen zonder enig mededogen onder de noemer alleen geschikt voor ouders. Dankzij Bazart kunnen jongeren inmiddels wel uit de bol gaan op Nederlandstalige muziek. Al zijn de meningen over de popgroep verdeeld: je hebt die hard fans en fervente haters. Rap doet het altijd goed onder de jeugd. Boef, Lil Kleine en De Jeugd van Tegenwoordig hebben hun aanhang, al vinden mijn leerlingen (4e en 5e jaar) hen al vaak te kinderachtig. Tja.

Ik laat geen leerkans onbenut en bestookte mijn leerlingen al meermaals met Nederlandstalige muziek. Vorig jaar kondigde ik in de klas met spreekwoordelijk tromgeroffel aan dat het een grote dag was omdat de nieuwe cd van Spinvis in de winkel lag. Ik werd vooral vreemd aangekeken, maar de nieuwsgierigheid was geprikkeld. Spinvis? Oh ja, Spinvis: de eenmansband van Erik de Jong. Ik vind het aangenaam toeven in de bizarre, vrolijke en tegelijkertijd melancholische wereld die Erik en zijn muzikanten weten te creëren. Hun recentste album Trein, vuur, dageraad raakte meteen de juiste snaar en laat zich beluisteren als een idyllische treinrit. Er passeert heel wat langs je netvlies en de gekste associaties kronkelen door je bovenkamer. Ook ouder werk barst van de geniale vondsten: het hilarische en pijnlijk herkenbare Koning Alcohol, het overdreven goedgeluimde Wespen op de appeltaart, de klassieker Voor ik vergeet en het krachtige Kom terug. Ga vooral ook eens live kijken om je nog meer thuis te voelen in Eriks universum. Het verdict van mijn leerlingen: hij zingt niet, maar zegt gewoon zijn tekst.

Voor ik een Spinvis-fan werd, was ik in de ban van Ramses Shaffy. In mijn prille twintiger jaren luisterde ik dagelijks naar de grootmeester. Het is inmiddels misschien al duidelijk dat ik wel hou van muziek met een gezonde of overdosis drama en theatraliteit. Wie kan zich niet vinden in een lijfspreuk als Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder? Ook Laat me (laat me mijn eigen gang maar gaan!) vind ik bijzonder herkenbaar en zelfs Pastorale laat me niet onberoerd. Ramses Shaffy’s stem gaat door merg en been. Hij zou bij wijze van spreke een kookboek kunnen voorlezen en ik zou in trance zijn. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik bij Ramses Shaffy ook altijd aan de Nederlandse acteur Pierre Bokma denk, die in de schitterende KRO-reeks Het schaap met de vijf poten ooit een geheel eigen versie van Pastorale ten berde bracht.

Ik waagde me in de klas nog niet aan Ramses Shaffy, maar liet de leerlingen wel al luisteren naar twee andere toppers. Jan De Wilde schreef een liedje over een naamgenote van mij, maar deze Joke is helemaal weg van zijn ontroerende Eerste sneeuw, waar zelfs mijn leerlingen wat stiller van werden en dat wil toch iets zeggen. Ik koppel er bovendien ook een herinnering aan: toen ik een jaar of 8 was en naar dwarrelende sneeuwvlokjes stond te kijken, mogelijk de eerste sneeuw van dat seizoen. Ik zag mezelf al sleeën en een sneeuwman maken met mijn broer, maar het pijnlijke was dat ik besefte dat die petieterige sneeuwvlokjes niet zouden blijven liggen en al helemaal niet de sneeuwmat zouden vormen die nodig was om mijn plannen uit te voeren. Een tweede lied dat ik al heel vaak beluisterde en dat mij steeds blijft raken is Rozane. De situatie is op geen enkele manier herkenbaar voor mij, maar toch voel ik elke keer weer de pijn en liefde die door Wim De Craene worden bezongen. Absolute klasse!

Wie nu denkt dat ik Nederlandstalige muziek enkel binnen een culturele context beluister, heeft het grondig mis. Ik zet mijn duurlopen vaak in met een album (of twee) van Spinvis. Het zet meteen de juiste toon en creëert die gekke cocon waar het zo aangenaam verblijven en vlot lopen is. De ervaring heeft mij geleerd dat drama ook opzwepend kan werken. Niet alleen Avicii loodst mij door moeilijke momenten, ook de klassiekers Malle Babbe, Arme Joe, Zij gelooft in mij, Je veux de l’amour, Kronenburg Park en Ik voel me zo verdomd alleen hebben mij al helemaal laten losgaan tijdens het lopen. In die mate dat ik het zou willen uitschreeuwen en grote armgebaren zou maken. Muziek kan een mens tot vreemde dingen bewegen.

Luister morgen dus naar 9 uur geweldige muziek van de Lage Landen. Laat je verrassen en zet vervolgens de dubbel-cd op je kerstlijstje. Je zal het je niet beklagen.

Marathonpraat – Hoe Eliud Kipchoge het wereldrecord aan flarden liep

Wahnsinn! Unglaublich! 2:01:39. Het wereldrecord op de marathon ging eraan op 16 september 2018. Ik ben er nog niet goed van. De Keniaan Eliud Kipchoge liep zichzelf nog verder de geschiedenisboeken in met een onvoorstelbare race in Berlijn. Op indrukwekkende wijze won hij zijn negende marathon: ruim een minuut sneller dan de 2:02:57 van Dennis Kimetto uit 2014. Alleen Wilson Kipsang slaagde er ooit in Kipchoge van de marathonwinst te houden. In 2013 had hij op de marathon van Londen een wereldrecord nodig om af te rekenen met zijn landgenoot. Een winstpercentage van 90%: het is zonder meer een straf cijfer.

Eliud Kipchoge liet zich misschien inspireren door Koen Naert, die op het EK in augustus al toonde dat je geen hazen nodig hebt om een topprestatie neer te zetten op dé marathon der marathons. Na 25 kilometer viel Kipchoges laatste tempomaker al weg. 17 kilometer als een dolle alleen lopen is zowel een mentale als fysieke uitdaging. Het ultrasnelle parcours in Berlijn stelde wederom niet teleur. In Wereldrecord legde Maarten Van Gramberen haarfijn uit waarom de omstandigheden in de Duitse hoofdstad zo gunstig zijn. Het vlakke, windluwe parcours zonder al te scherpe bochten vormt namelijk het perfecte decor voor een toptijd en de programmering in september vergroot de kans op geschikt marathonweer. De zon was afgelopen zondag geen spelbreker, maar gaf meer glans aan de historische prestatie van Kipchoge. Breedlachend knalde hij door het finishlint.

Ik leerde Eliud Kipchoge kennen door Breaking 2: het groots opgezette project van Nike om de magische 2 uur barrière op de marathon te doorbreken. Na een intensieve voorbereidingsperiode ondernamen drie zorgvuldig geselecteerde marathonlopers in mei 2017 op het Formule 1 circuit van Monza een poging om de elasticiteit van de menselijke grenzen nog verder op te rekken. Door de gemanipuleerde omstandigheden zou de eindtijd nooit als een officieel wereldrecord gelden, maar onder de 2 uur duiken zou hoe dan ook een stunt van formaat zijn. Dat lukte nét niet: Kipchoge finishte in een hallucinante 2:00:25. No human is limited, zei hij achteraf en zo had Nike er een nieuwe catch phrase bij voor hun najaarscollectie.

In de documentaire wordt ook duidelijk waarom de 33-jarige Kipchoge de filosoof wordt genoemd. Vergis je niet: marathons lopen op het hoogste niveau is een lucratieve bezigheid. Kipchoge blinkt echter uit in bescheidenheid. In zijn jeugd was lopen een noodzaak om zich van en naar school te verplaatsen. Inmiddels is hij zelf vader van drie kinderen. Hij woont nog steeds in Kenia en staat elke dag om 5 uur op. In zijn trainingen springt hij spaarzaam om met zijn krachten. Nog nooit had hij een ernstige blessure of een smet op zijn blazoen. Hard werken en doorbijten typeert de marathonloper, dat bewijst zijn zelf bedachte formule Motivation + Discipline = Consistency.

Als marathonliefhebber van het ergste soort zat ik natuurlijk voor de tv gebeiteld om niets te missen van dit spektakelstuk dat, godzijdank, live werd uitgezonden op ARD. Bij de start voelde ik het kriebelen alsof ik zelf aan de bak moest. Ik krijg een niet te stillen loophonger door naar andere marathonlopers te kijken, alsof ik de kunst van hen kan afkijken. Waar ik continu zat te rekenen en besefte dat het echt zou gaan gebeuren, bleven de Duitse commentatoren aanvankelijk redelijk rustig. Toen Kipchoge een fenomenale eindsprint uit zijn benen schudde, (alsof hij een 1500 meter loper was) schreeuwde ik hem naar de finish. Ein besonderer Moment! Wir sind sprachlos! Ook de Duitse beheersing maakte plaats voor ongebreideld enthousiasme. Het is onmogelijk kalm te blijven als er sportgeschiedenis wordt geschreven.

Eliud Kipchoge is een fervent lezer. Het zal niet verbazen dat The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey één van zijn favoriete boeken is. Als hij spreekt is dat doordacht en steeds met de glimlach. Hij is geen man van veel woorden, maar wel van de juiste woorden. Door zijn compacte taal heeft alles wat hij zegt potentieel om een inspirational quote te zijn. Vlak na zijn heroïsche finish werd hij de hero of the day genoemd. De filosoof lachte dat weg en relativeerde: I’m really grateful. Thank you to everybody! Een dankbare marathonheld die excelleert in menselijkheid. Ik ben heel benieuwd wat voor moois Eliud Kipchoge ons in de toekomst nog zal tonen.

Marathonpraat – Wijsheden #4

Op een historische marathondag presenteer ik jullie graag weer enkele marathonwijsheden.

Er bestaat niet één juist marathonplan
Zowel op het internet als in de vakliteratuur kan je een overdaad aan loopschema’s voor de marathon vinden. Sommige schema’s baseren zich op het ervaringsniveau van de loper, sommige gaan uit van een vast aantal trainingen per week en nog andere richten zich op een specifieke eindtijd. Als je je dan verder informeert over het verloop van een marathon, dan zal je ook merken dat geen enkele aanpak identiek is. Loop je aan een constant tempo, ga je voor de negatieve split of vertrek je wat sneller? Wat eet en drink je vooraf en onderweg? Er bestaan zoveel verschillende marathonplannen als er marathonlopers zijn. Het is dus belangrijk om een aanpak te vinden die voor jou werkt. Mijn advies is altijd om in de eerste plaats realistisch te zijn: je moet jezelf correct inschatten. In de tweede plaats vind ik ook dat je binnen je mogelijkheden ambitieus mag zijn. Je loopt immers niet wekelijks een marathon en je wil dan toch dat alles wat erin zit er ook uitkomt. In jouw persoonlijke marathonplan hou je dus rekening met het aantal kilometers (of minuten, zoals ik hier al vertelde) dat je gemiddeld per week kan afwerken zonder je ver buiten je comfortzone te begeven en zoek je naar een haalbaar marathontempo. Hoe meer ervaring je hebt als (marathon)loper, hoe meer je ook je fysieke grenzen kan opzoeken. Wie minder ervaring heeft, zal merken dat marathontrainingen sowieso grensverleggend zijn.

Hoe verder de marathon vordert, hoe langer hij wordt
De eerste 10 kilometer van een marathon vliegen voorbij. De loophonger is groot en de adrenaline doet z’n werk. Ik voel mij altijd ijzersterk dat eerste stuk. In het tweede deel tel ik af tot het halfway point. Ik vind dan doorgaans mijn tempo en besef dat de marathon echt bezig is. Dat betekent ook dat er af en toe al een momentje van verveling of twijfel plaatsvindt. De tijd tikt op een normaal tempo weg. Als je dan eenmaal halverwege bent, lijken de tijd en de kilometers trager te verstrijken. Het derde kwart is dat van het realisme. Je beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Kilometers 21 tot 30 vind ik mentaal dan ook de zwaarste. In het laatste deel wordt het ook fysiek zwaar en voel je elke kilometer en elke minuut dubbel. Je denkt dan niet meer over kilometers in termen van nog maar een kilometer, maar als nog een kilometer. Je gaat nadenken over hoe lang je doet over een kilometer en beseft ten volle hoeveel seconden dat zijn. De tijd lijkt met andere woorden trager te tikken. Waar je de eerste kilometers voor je gevoel leek te zweven, ben je nu aan het kruipen. Vanaf kilometer 40 kan er sprake zijn van een kleine verrijzenis. Meestal merk je dan ook aan het parcours en de toeschouwers dat het einde nabij is. Als je er dan eenmaal bent, is het een heel gek idee dat er uren zijn verstreken en dat jij al die tijd aan het lopen was.

Supporters zijn het licht aan het einde van de tunnel
Als ik vertel hoe een marathon verloopt, dan gaat het vaak over hoe je moet indelen en aftellen. Dat gaat dan over de kilometers die wegtikken en voeding die je op vaste tijdstippen moet wegwerken. Soms zijn er ook bijzondere passages waar je naar uitkijkt. Die bevinden zich meestal aan het begin en einde van de race: over de Champs Elysées lopen bijvoorbeeld of door het Jubelpark. Waar ik echter het meest naar uitkijk en ook de grootste opkikker van krijg, zijn mijn supporters. Ik ga vanzelf sneller lopen als ik weet dat ik naar hen toe loop. Hierdoor verandert ook de focus. Je bent namelijk even niet meer bezig met de afstand en het tempo, maar je begint alert rond te kijken om al een glimp te kunnen opvangen. Ik heb het geluk dat mijn vaste ondersteuningsteam (mama en zussen) de kunst van het supporteren naar het allerhoogste niveau heeft getild. Zij zijn de topsporters der toeschouwers. Ik zie hen meestal dan ook gemiddeld drie keer tijdens de wedstrijd. Soms bedenk ik op voorhand al wat ik zal zeggen. Hoewel roepen misschien juister is met al dat enthousiasme. Ik wil ze geruststellen dat het goed gaat en soms deel ik al eens een ergernis. Een marathon lopen kan een heel eenzame en saaie gebeurtenis zijn, maar dankzij supporters voelt het toch ook een beetje aan als een teamsport.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Loperspraat – Over een bizar verjaardagsritueel

Na Roos ben ik aan de verjaardagsbeurt. Ik ben vandaag 33 levensjaren oud of jong. Verjaren dat betekent even stilstaan bij de jaren die voorbij vliegen, het glas heffen en taart eten. Twee jaar geleden voerde ik echter een ander verjaardagsritueel in. Ik zou vanaf dan met mijn verjaardag (+ een dag speling) mijn leeftijd in kilometers lopen. Dat paste toen perfect binnen mijn marathonvoorbereiding. Zo liep ik in 2016 daags na mijn verjaardag 31 kilometer onder een loden zon. Vorig jaar liep ik op mijn verjaardag 32 kilometer, eveneens in de zon. Gisteren stond mijn jaarlijkse verjaardagsrun op de planning en als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan doe ik dat ook. Soms tegen beter weten in.

De omstandigheden waren verre van ideaal. Aanvankelijk werd er warm en zonnig weer voorspeld, maar dat werd bijgesteld. 10 dagen geleden haalde ik mijn trailrugzak nog eens van stal en dat deed ik gisteren ook. In mijn enthousiasme vulde ik het waterreservoir volledig en propte ik ook nog een Aquarius in het voorvak. Met ruim 2,5 kilo op mijn rug ging ik de deur uit. Tijdens de vorige edities had ik ook altijd de nodige twijfels gekend over een duurloop op woensdagnamiddag, maar die bleken telkens ongegrond. Ondanks mijn goede voorbereidingen leek gisteren alles meteen tegen te zitten. Het weer was ronduit slecht: redelijk fris met een harde tegenwind en motregen om het feestje compleet te maken.

De trailrugzak was geen onverdeeld succes. Door dat extra flesje voelde ik me Quasimodo die langs de Vaart hobbelt. Ja hobbelen, niet met gezwinde pas lopen. De inspanningen van het afgelopen weekend zaten nog in mijn benen. Daarbij begon mijn buik ook nog te rommelen. Mijn voeding was nochtans afgestemd op de inspanning, maar als het eenmaal tegenzit: dan werkt niets mee. De wind blies de motregen goed in mijn gezicht en ik wist dat dit geen feesteditie zou worden. Ik heb er zelfs aan gedacht om rechtsomkeert naar huis te maken. In mijn hoofd maakte ik de afweging: zou deze training mij iets opleveren of zette ik er te veel voor op het spel? Hoe belangrijk was het echt om vandaag 33 kilometer te lopen? De feiten: ik kon niet snel lopen, maar voelde ook geen pijntjes in mijn benen en ik had mijn gsm mee om in geval van nood iemand op te trommelen. Mijn conclusie rond kilometer 6,5 was dat ik dit lichamelijk aankon en dat het een nuttige training zou kunnen zijn in het kader van de mentale strijd.

Ik besefte dat dit een run zou worden waarvan ik achteraf zou denken: hoe vreselijk was dat? Af en toe heb je dat nodig om sterker te worden, echt waar. Tijdens de marathon van Brussel op 28 oktober kan het immers ook ellendig rotweer zijn en die afsluitende 30 kilometer in de Hel na een dag sporten zullen mijn mentale veerkracht ook beproeven. Ik ging er dus voor en koos voor de saaiste route: geen lus in een wisselende omgeving met bochten en lastige stoepen, maar in een rechte lijn 16,5 kilometer langs de Vaart en dan omdraaien. Ik deelde mijn Tour in volgens vijf etappes van 6,5 kilometer. Na elke etappe mocht ik eventjes stoppen als ik dat wilde. Dat gebeurde ook aan kilometer 13. Er moest iets veranderen: ik koos resoluut voor een andere playlist en haalde de Aquarius uit mijn rugzak. 2,5 liter drinken meeslepen is veel als je geen dorst hebt. Ik hobbelde verder en draaide om aan het sas van Kampenhout. Die derde etappe leek eindeloos te duren. Ik probeerde de moed erin te houden, maar het was een zwaar gevecht.

Op kilometer 20 besloot ik dat een sanitaire stop een urgente noodzaak was. Zo geschiedde. Ik vertrok als een andere loper. Wat een verschil! De vaart (!) zat er weer wat in en ook mentaal kreeg ik een boost. Weer maar eens het bewijs dat moeilijke momenten echt voorbij gaan. De laatste twee etappes liep ik aan één stuk door. Ik telde de kilometers af, maar de benenwagen bleef soepel draaien. De bui die ik de laatste kilometers nog over me heen kreeg, kon er nog wel bij. Op de tonen van FlorenceGirl with One Eye stormde ik mijn straat in. Ik voelde me net zo gestoord en onoverwinnelijk als de girl in dat lied. Uiteindelijk liep ik 33,33 kilometer: je bent symbolisch bezig of niet. Mijn gemiddelde hartslag loog er niet om en bewees dat dit een serieuze inspanning was.

Ik stond vanochtend op met verbazingwekkend frisse benen, maar naar volgend jaar toe moet ik dit concept misschien toch herzien. Een combinatie lopen-fietsen of enkel fietsen met symbolische cijfers is ook een mooie verjaardagsgewoonte. Roos stelde gisteren nog voor om samen het gemiddelde van onze leeftijden te lopen, maar herzag haar uitspraak toen ik uitrekende dat we volgend jaar dan ook al aan 31 kilometer zitten. Vandaag is een rustdag: geen sport op het programma, maar gezelligheid en ontspanning. Geloof me maar: dat kan ik zeker. Santé!

P.S. Hare Majesteit Teresa werd 12 jaar in februari.

Het portret – Mijn kleine grootse zus Roos Odeyn

Mijn jongste zusje werd één dag voor mijn zevende verjaardag geboren. Ze wordt vandaag 26 jaar. Ik weet nog goed dat ik op school vertelde dat de baby geboren was en dat een klasgenootje vroeg of ze Roos of Roosje heette. Ze is dan wel de jongste in ons gezin, maar volmondig Roos. De leeftijdsgrenzen tussen ons lijken steeds vager te worden. Als oudste voel ik me nog altijd verantwoordelijk voor mijn zussen en broer, maar het zorgen voor elkaar is geen eenrichtingsverkeer meer. Een grootse persoonlijkheid en inspiratiebron als Roos mag je geen kleintje noemen.

Roos en ik lijken hard op elkaar. Lichamelijk zijn de gelijkenissen niet te ontkennen, maar ook onze hoofden zijn op elkaar afgestemd. Wij lachen om dezelfde dwaze dingen en maken dezelfde vreemde hersenkronkels. Wij hebben kortom plezier op dezelfde manier. Wij voelen de dingen vaak hetzelfde aan en hebben weinig woorden nodig om dat duidelijk te maken. Ik heb Roos al eens een meer uitgebalanceerde versie van mezelf genoemd. Waar ik soms in ernstige overdrijfmodus kan gaan, dartelt Roos gracieus over de evenwichtsbalk van het leven. Ze kan hard gaan voor iets, maar beseft als geen ander dat de boog niet altijd gespannen moet staan. Ik kan elke dag leren van haar.

Het is geen toeval dat Roos van zorgen haar beroep heeft gemaakt. Als ergotherapeut helpt ze dagelijks diverse patiënten met kleine en grote problemen om hun leven weer op de rails te krijgen. Naast haar professionele leven is dat niet anders. Roos heeft een heel groot hart voor mensen en dieren. Ik noem haar soms dan ook al plagend moeder Teresa of vraag wanneer haar zaligverklaring zal plaatsvinden. Die vergelijking gaat helemaal niet op. Roos heeft namelijk nooit een dubbele agenda en staat met beide voeten in het echte leven. Er zit nooit ruis op haar luisterend oor. Niemand voelt mij zo goed aan als zij. Ze weet perfect wanneer ze iets moet zeggen en welke toon ze moet raken. Ze weet ook heel goed wanneer ze niets moet zeggen en mij eventjes moet laten razen.

IMG_2026b

Als Roos niet lijfelijk aanwezig is, dan is ze op een andere manier betrokken. Haar naam valt op deze blog dan ook bijzonder vaak. We begonnen samen te lopen om bij te babbelen en we begonnen samen over de marathon te dromen. Die eerste marathon liepen we ook zij aan zij en we werden toen Jansen & Jansen genoemd omdat onze cadans zo identiek was. Parijs is onze gedeelde geliefde. We vinden elkaar ook in onze creatieve projecten en de liefde voor katten. Bovendien spendeerden wij al heel wat uren samen in de auto. De taakverdeling is duidelijk: ik hou me bezig met het stuur en de route, Roos met de muziek. Als je met Roos op pad bent, is de sfeer namelijk altijd goed. Ze is een danswonder en dj-talent van de bovenste plank. Noem een instrument en zij bespeelt het in de lucht.

Ironisch genoeg zorgde mijn blessure in het voorjaar ervoor dat we toen vaak samen op avontuur waren. Roos weet namelijk ook heel goed wat snel en lang lopen is. Ze maakte haar marathondebuut op 22-jarige leeftijd en heeft inmiddels al drie marathons op de teller staan met een persoonlijke recordtijd van 3:43. Momenteel is Roos samen met Niko aan een veel grootser project bezig dan een marathon- of duatlonvoorbereiding. Ze verbouwen een huis met hun eigen handen. Hard werken: ook dat kan ze. Multitalent, zei ik het al?

Lieve Roos, ik wens je een prachtige verjaardag. Lieve lezers, ik wens jullie een Roos in jullie leven toe.

Loperspraat – Van Brussel in rechte lijn naar Leuven

Stel je voor dat er een etappewedstrijd voor lopers zou bestaan. Een Tour de France bijvoorbeeld waar lopers met een verschillende bouw en specialisatie dagelijks strijden om de overwinning over diverse afstanden en ondergronden. Mega gespierde sprintkanonnen zouden dan ook uit de voeten moeten kunnen over een heuvelachtige halve marathon. Lichtgewicht marathonlopers zouden zich dan moeten bewijzen op een explosieve korte afstand. Zou iemand daar al ooit over nagedacht hebben? Er zijn wel marathons of atletiekmeetings die onder de noemer klassieker vallen, maar die hebben altijd een recentere geschiedenis dan pakweg een Parijs-Roubaix en dus ook een minder klinkende naam.

Op zondag 2 september liep ik mijn eigen loopklassieker. Een duurlooptraining in lijn: een specialleke om de geslaagde zomervakantie af te sluiten, iets met Brussel dus. Mijn idee was eerst om van Heverlee tot in Brussel te lopen en dan de trein naar huis te nemen. Toen ik dat aan mijn papa vertelde, merkte die fijntjes op dat het misschien logischer zou zijn om vanuit Brussel huiswaarts te lopen. Ik weet niet of alle papa’s dat hebben, maar de mijne kan in ieder geval heel terechte bedenkingen maken. Aankomen in Brussel leek me bijzonder, maar het is om verscheidene redenen minder aangenaam op de trein zitten na een duurloop dan ervoor. Bovendien dacht ik ook dat ik meer hoogteverlies zou hebben van Brussel naar huis dan omgekeerd. Spoiler: dat was niet het geval.

IMG_2945b

Zo haalde ik dus een week geleden mijn trailrugzak nog eens uit de kast. Dat was meer dan een jaar geleden, meer bepaald van de 50 km La Chouffe trail die ik vorig jaar liep in juli. Zonde eigenlijk dat ik hem sindsdien niet meer gebruikte, want ik vertelde hier al over al die keren dat ik één en al gedehydrateerd thuiskwam van een duurloop. Note to self: die rugzak met waterreservoir is echt wel praktisch voor een training en ik kan er ook mijn gsm en ander nuttig gerief in kwijt. Om 9 uur vertrok ik dus naar Leuven station. 4,2 kilometer later kwam ik daar aan. De proloog was een feit.

Om 10 uur kwam ik aan in Brussel Centraal. Een beetje onwennig toch om daar in bezwete looptenue te staan met alleen een bescheiden rugzakje. Het imaginaire startschot werd gegeven en ik vertrok meteen steil omhoog richting Wetstraat door het Warandepark. Ook zonder officieel loopevenement is het in Brussel rustig op zondagvoormiddag. Ik genoot van het eerste deel richting Jubelpark en dan verder over de Tervurenlaan. Het was ook nog eens perfect loopweer met een stralende zon die nog niet te hard scheen. Ik was overigens niet de enige sportieveling. Zowel in het Warande- en Jubelpark als op de Wetstraat en de Tervurenlaan waren er veel lopers op pad. Op een bepaald moment dacht ik zelfs dat ik in mijn fietspost over Brussel overdreven had met dat alomtegenwoordige en agressieve autoverkeer. Ik ontwaakte echter abrupt uit die droom toen er duchtig werd geclaxonneerd, een auto rakelings langs mij scheerde en een andere bestuurder op het zebrapad was gestopt voor het rode licht en dit weigerde vrij te maken.

IMG_2951b
Ik verzin dit niet: deze vijver langs de Tervurenlaan heet blijkbaar Lange Vijver en die daarnaast Ronde Vijver.

Het grote voordeel van deze training was dat ik de kilometers veel minder leek te voelen. Voor mijn lange duurlopen heb ik vaste toeren waar ik perfect weet hoe lang ik nog moet lopen vanaf elk punt. Die gewoonte werkt een zekere conditionering in de hand. Er zijn stukken waar het altijd zwaar is: of ik er nu 10 of 15 kilometer heb gelopen. Dat gevoel had ik nu helemaal niet. Ik moest het eerste deel vaak stoppen aan een verkeerslicht en daardoor had mijn biologische lopersklok weinig besef van het aantal gelopen kilometers. Ook aan mooie loopliedjes bleek een eind te komen.

In en rond het Park van Tervuren was het Gordelfestival volop aan de gang met tal van lopers en fietsers. Heel goed dat mensen samen aan het sporten gaan, maar geef mij maar verbindende lijnen in plaats van afscheidende cirkels. Het dappere lopertje moest dus ook door het Park lopen en het leek alsof de vijvers plots gegroeid waren. Niet dus, ik had mij weer maar eens mispakt. Je loopt niet eventjes door Tervuren, dat vraagt tijd. Ik voelde in één klap alle kilometers die ik al gelopen had. De laatste 12 kilometer waren dus minder comfortabel. Ik verkoos de weg binnendoor langs Leefdaal in plaats van de steenweg. Een logische keuze, maar het voetpad liep lastig: veel bulten, smalle stukken en vaak schuin aflopend. Wel een goede training voor mijn enkels.

IMG_2957b
De Mellaertsvijvers in Sint-Pieters-Woluwe

De virtuele finishboog van mijn loopklassieker stond aan mijn voordeur. Minder heroïsch dan in het wereldse Brussel, maar wel heel praktisch om gewoon thuis te zijn na 28,4 + 4,2 kilometer. Die hoogtemeters bleken dus helemaal niet in mijn voordeel te zijn en dat heb ik daags nadien gevoeld. Wat een race, wat een klassieker. Absoluut voor herhaling vatbaar!

Noot voor mijn trouwe volgertjes: gisteren verscheen er even per ongeluk een ietwat bizarre sneak preview van deze blogpost. Dat heeft een reden: ik heb deze post gebruikt om de verschillende fases van het schrijfproces in kaart te brengen voor mijn leerlingen. Ja kijk, je bent een leerkracht of niet. Een eerste opzet van dit bericht werd door een menselijke fout abusievelijk gepubliceerd. Sorry!

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Het voorjaar van 2018 viel voor mij helemaal in het water door een blessure die ik opliep in maart. Ik was in uitstekende vorm om een scherpe tijd te lopen op de marathon van Rotterdam, maar helaas pindakaas: ik was begin april al blij dat ik zonder kruk kon stappen. Om me toch tussen de lopers te kunnen begeven, drong ik me op als persoonlijke coach van Roos. Zoals het een goede coach betaamt, fietste ik mee als zij ging trainen. Ik denk dat Roos toen net wat meer kilometertjes deed dan ze aanvankelijk in gedachten had, maar als je je zus kan opbeuren door te gaan lopen, dan doe je dat natuurlijk. Zo werd ik haar chauffeur, compagnon en trouwe supporter op de Brussels, Antwerp en Fura 10 Miles en op de 20 km van Brussel. Het was wat vreemd en ook wel wrang om langs de kant te moeten staan, maar het zijn mooie zusterlijke herinneringen. Intussen liep ik al enkele wedstrijden en durf ik terug min of meer te vertrouwen op mijn beide benen. Ik zou mezelf niet zijn als het in mijn hoofd niet al wemelde van de plannen voor het najaar. 2018 geeft mij nog 16 weken om mijn gemiste voorjaar te compenseren.

In september staan er al meteen twee mooie wedstrijden op het programma. Aanstaande zondag loop ik de XL 10 Miles. Die XL staat voor Ixelles of Elsene en 10 miles zijn nog steeds 16 kilometer. Het vertrek is aan het Europees Parlement. De tocht bestaat uit twee rondes die je door de Matongéwijk tot bij het immer bruisende Flageyplein brengen om dan rond de vijvers en de Abdij Ter Kameren te draaien. Ik bezong hier al vaker mijn liefde voor Brussel en omgeving. Dit evenement is mij dan ook op het lijf geschreven. Vorig jaar finishte ik als derde vrouw. Het leverde me een officieel podium op en een joekel van een trofee. Dankzij radio Nostalgie was er veel ambiance daar in Elsene. Roos en ik waren onder de indruk van de dancemoves van de speaker die helemaal los ging op Alexandrie, Alexandra. Allen daarheen!

IMG_2080b
Roos is helemaal klaar voor de 20 kilometer van Brussel.

Op zondag 23 september neem ik deel aan de Leuven Nature Trail (25 km). Dit is een nieuwkomer op de loopkalender met een origineel concept: de lopers vertrekken met de trein in Leuven naar Sint-Joris-Weert. Er is geen gezamenlijke start, maar wel een tijdsmeting en klassement. Het parcours van de 25 kilometer loopt door Meerdaalwoud, langs de Zoete Waters en Abdij van ’t Park. De aankomst ligt aan het station van Leuven. Jammer genoeg zal ik dit jaar niet kunnen deelnemen aan de Zoniënwoud trail (21 oktober) en de trail in Meerdaalwoud (23 december), dus ik ben benieuwd of deze trein-trailervaring dat kan goed maken.

Oktober is traditiegetrouw marathonmaand. Al maanden was mijn plan duidelijk: ik zou met Roos de marathon van Brugge lopen op 21 oktober om haar te hazen naar een nieuwe recordtijd. Roos kocht in juni echter een huis samen met Niko en al snel werd duidelijk dat werken, verbouwen en trainen voor een marathon niet te verenigen zijn. Geen probleem, ik zou die marathon alleen tot een goed eind brengen om een week later de halve in Brussel nog te kunnen meepikken. Vorige week begon ik echter wat praktischer na te denken. Brugge is niet bij de deur, de volgende dag is gewoon werkendag en als een snelle tijd niet echt het doel is: zou het dan niet logischer zijn om de marathon van Brussel te lopen op 28 oktober? Ja dus. Het is nu definitief: ik ga voor een derde marathon van Brussel op mijn palmares. Dat Brusseltje toch: het blijft maar terugkomen in mijn verhalen. Het parcours werd gewijzigd met start én finish in het Jubelpark. De impressionante passage over de Grote Markt zal ik wel missen.

Op 18 november teken ik weer present voor de halve marathon in Kasterlee, die ik ook al drie keer liep. Vijf keer eigenlijk, want vorig jaar liep ik er de hele marathon en die bestaat uit twee identieke rondes. Ik heb daar afgezien: moederziel alleen liep ik door de Kastelse velden en hobbelweggetjes met een fikse tegenwind in een troosteloos niemandsland. Eén ronde volstaat dus wel op dit grotendeels off-road parcours waar het ook altijd guur herfstweer lijkt te zijn.

Ik kan maar beter wennen aan de Kastelse lucht en bodem. Vorige week stelde ik jullie al voor aan Juan. Wel, het is niet helemaal zonder doel dat ik zoveel met mijn fietsvriendje op gang ben. Hier vertelde ik al over de Hel van Kasterlee. Mijn broer won die wedstrijd al zes keer, maar ook mijn papa volbracht al vier keer zijn helletocht. Als vrouwelijke Odeyn en marathonloper met fietsambities werd mij steeds vaker de vraag gesteld waarom ik niet eens meedeed. Simpel: geen fiets en geen tijd. Toen ik dus plots in de zomervakantie een mountainbike ter beschikking had, waren die praktische bezwaren helemaal van de baan. Ja, ik ga dus deelnemen aan de Hel van Kasterlee op 16 december. Dat staat bij deze op virtueel papier. Dit is ongetwijfeld de grootste uitdaging die ik mezelf voorschotel. Ik weet dat ik lang aan een stuk kan lopen. Of ik ook 15 kilometer kan lopen, 118 kilometer kan mountainbiken en dan nog eens 30 kilometer kan lopen, dat weet ik toch niet zeker. Ik begeef me dus echt ver uit mijn sportieve comfortzone. Op glad ijs, maar gelukkig kan ik wel schaatsen. Finishen is het doel en de volgende dag nog een mens zijn: dat is mooi meegenomen. In oktober maak ik dus mijn rentree als marathonloper en in december maak ik mijn duatlondebuut, spannende tijden!

IMG_2863b

Het boek – Mijn zomervakantie in 12 boeken

Ik wek misschien de indruk dat ik altijd in beweging ben. Niets is minder waar: ik spendeer ook behoorlijk wat tijd al lezend, een activiteit die ik nog steeds zittend of in ruststand beoefen. Net zoals voor lopen geldt dat ik ook tijd moet maken om te lezen. Doe ik dat niet, dan komt het er niet van. Lezen is verrijking, therapie en onderhoud van de geest. Dat kan ik mezelf toch niet ontzeggen? De zomervakantie is het uitgelezen moment om het boekenmeisje in mezelf eens te laten gaan. Dat lukte meer dan behoorlijk. Met 12 boeken op de teller haalde ik mijn culturele quota. Geen nood: voorlopig zijn die nog niet bij wet vastgelegd. Ik vertel jullie graag wat meer over de literaire ervaringen die mijn zomer nog warmer maakten.

Om in vakantie- en Tour-de-France-stemming te komen begon ik juli met Ventoux. Een boek over vriendschap en poëzie met als decor de mythische berg: aardig verteld en vermakelijk, maar Bergt Wagendorp kon me niet verrassen. Ook bij Noem het liefde bleef ik wat op mijn honger zitten. Als jong talent Daan Heerma Van Voss aankondigt een grote roman over de liefde te schrijven, dan zijn mijn verwachtingen hooggespannen. De personages waren mij echter te karikaturaal en het leek alsof ik het verhaal al gelezen had.

De Franse literatuur stelde geenszins teleur. Een onmogelijke liefde is een pijnlijk relaas over een getroebleerde gezinssituatie. Boeken over incest ruiken al snel naar sensatiezucht, maar Christine Agnot trapt niet in die val. Met rake pen en een groot observatievermogen schrijft ze een persoonlijk verhaal. De uitdagende cover van In de tuin van het beest kan ook misleidend overkomen. Verwacht geen literair alter ego van Anastasia Steele of een doktersroman in culturele verpakking. Hoofdpersonage is de seksverslaafde journaliste Adèle die een dubbelleven leidt. Haar angst voor een burgerlijk leven neemt groteske vormen aan. In de tuin van het beest geldt in mijn ogen dan ook als een moderne versie van Madame Bovary. Leïla Slimani schrijft beklijvend in haar debuutroman. Je bent als lezer betrokken, of je dat nu wil of niet.

IMG_2834b
Ada is een echt beest in bed.

Ik las Paris-Austerlitz van de Spanjaard Rafael Chirbes bijna in één ruk uit toen ik in Parijs was. De aangrijpende liefde tussen een jonge kunstenaar en een oudere fabriekswerker die zich afspeelt in de Franse hoofdstad, maakte me nieuwsgierig naar ander werk van de inmiddels overleden auteur. Studievriendin Machteld tipte De zevende functie van taal omdat de personages bekende namen uit de taal- en literatuurwetenschap zijn. Wij hebben dus een verleden met Jacques Derrida, Jean-Paul Sartre en consorten. Bovendien kan ik een klepper die een literaire James Bond wordt genoemd onder geen beding links laten liggen. De dood van Roland Barthes en de verdwijning van diens geheime manuscript over de zevende functie van taal staan centraal. Laurent Binet mengt fictie en realiteit vakkundig door elkaar. Dat resulteert in ronduit hilarisch scènes, uiterst interessante gedachten over de functie van taal en een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van plotwendingen. Ik was de draad van deze unieke roman helemaal kwijt, maar dat kon de leespret niet drukken.

Bij menig lezer zat De acht bergen ongetwijfeld in de vakantiekoffer. Paolo Cognetti’s bestseller domineert immers al maandenlang alle verkooplijsten. Een slimme zet dus van de uitgever om een eerder geschreven roman van het Italiaanse wonderkind nu te publiceren. Aanvankelijk gaf ik De buitenjongen weinig kans om zijn magistrale voorganger te overtreffen. Dat deed het in zekere zin wel. Het gegeven van De buitenjongen is eenvoudig: een jonge man trekt naar de bergen om daar rust en zichzelf te vinden, geïnspireerd door Christopher McCandless. Dit levert, in tegenstelling tot Into the Wild, geen groot drama op of overleving van het hardste soort, maar een integer portret over de verbondenheid tussen mens en natuur. De stijl van Cognetti vond ik met momenten zo betoverend mooi, dat ik het boek met mate heb geconsumeerd om er maximaal van te kunnen genieten. Een les in zelfbeheersing.

IMG_2282b

Domenico Starnone heeft mij ook helemaal ingepakt met zijn Italiaanse charme. De zoektocht naar diens ware identiteit kan overigens perfect dienst doen als stof voor een roman. Recente tekstanalyses zouden hebben aangetoond dat Domenico Starnone de mysterieuze Elena Ferrante is. Starnone blijft dit echter met klem ontkennen. Zijn roman Strikken wordt subtiel aangeprezen als het mannelijke antwoord op Ferrantes Dagen van verlating: het pijnlijke verslag van een vrouw die met haar kinderen in de steek wordt gelaten. Strikken is een pareltje: een prachtig geschreven pageturner die zowel humoristisch als gevoelig is. Ik las dit boek zonder rem: ik begon erin en voor ik het wist, was het uit.

Om me helemaal in Italiaanse vakantiesfeer onder te dompelen las ik Call Me by Your Name: het boek van de gelijknamige film. André Aciman schrijft over de pure en ontroerende liefde tussen Elio en Oliver. Dit is dan ook allesbehalve een stereotiep verhaal over de mannenliefde of pathetisch vakantieliefdesverdriet. We bevinden ons in de jaren 80 ergens in het noorden van Italië. Denk: zonnige boomgaarden met zwoel zomerfruit, krakend huis met piano en boekenkasten, lezen en studeren aan het stenen zwembad, intellectuele discussies en geflirt op het hoogste literaire niveau. Aan sfeerschepping geen gebrek. De dialogen zijn schaars, maar altijd to the point. Zoals wanneer Oliver tegen Elio zegt: I like the way you say things. Serieus: kan je een mooier compliment krijgen?

IMG_2821b

Een andere Engelstalige aanrader is Home Fire van Kamila Shamsie. Zoek op en de lovende recensies vliegen je tegemoet. Terecht, want het vraagt lef om een boek te schrijven over een jongeman die zijn vader achterna gaat als jihad-strijder. Zijn verhaal wordt verteld vanuit vijf verschillende personages en dat geeft telkens een andere kijk op het gebroken gezin dat tegen alle logica in samen wil blijven. Je hinkt als lezer continu op twee gedachten: telkens als je een oordeel klaar hebt, draait de situatie om. Shamsie toont aan dat dergelijke actuele verhalen zoveel genuanceerder zijn dan hoe ze vaak worden voorgesteld. Om het met de woorden van Sunday Times te zeggen: Brave and brilliant!

Tot slot las ik ook nog twee Scandinavische juweeltjes. Jens Christian Grøndahl is de grootste Deense romanschrijver van dit moment. In Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur las ik dat Arnon Grunberg Grøndahls werk ooit relatieporno noemde. Een interessante benaming die niet per se negatief bedoeld is. Grøndahl schrijft gedetailleerd over menselijke relaties en de mechanismen die erachter schuilgaan. In Dat weet je niet begint een gelukkig getrouwd koppel hun leven te overlopen naar aanleiding van de nieuwe Pakistaanse partner van hun dochter. Ze doen dat elk afzonderlijk en overpeinzen kleine, soms futiele, gebeurtenissen met een onverwacht grote impact. Ook Grøndahl prijkt nu op mijn lijstje “verder te ontdekken”. De Noor Tarjei Vesaas hoort daar ook thuis. Helaas is er niet veel meer van hem te lezen, want enkel zijn roman De vogels is in het Nederlands verkrijgbaar. Dit meesterwerkje, dat oorspronkelijk in 1957 verscheen, wordt een Stoner genoemd: een vergeten bijou uit de wereldliteratuur die opgevist en ontdekt wordt. Het tragikomische verhaal over broer Mattis en zus Hege dat zich afspeelt in de verlaten Noorse bossen, deed mij soms denken aan John Steinbecks Of Mice and Men.

Wie op zoek is naar nog meer leesinspiratie kan een kijkje nemen op Lang Zullen We Lezen!: een platform waar bekende en onbekende lezers ervaringen en tips delen. Zo leerde ik wat mijn culturele idool Sofie Lemaire zoal leest en aanprijst. Ik verwijs jullie ook nog eens graag door naar mijn eigen boekenpagina.

Dit stond er op mijn zomermenu 2018:
Noem het liefde – Daan Heerma Van Voss, Ventoux – Bert Wagendorp, Een onmogelijke liefde – Christine Agnot, Dat weet je niet – Jens Christian Grøndahl, De buitenjongen – Paolo Cognetti, Paris-Austerlitz – Rafael Chirbes, De zevende functie van taal – Laurent Binet, In de tuin van het beest – Leïla Slimani, Call Me by Your Name – André Aciman, De vogels – Tarjei Vesaas, Strikken – Domenico Starnone, Home Fire – Kamila Shamsie

img_2960b.jpg

 

 

De gedachte – Over duatlon

Mijn broer strijdt op dit moment voor de wereldtitel lange afstand duatlon. Een voorbeschouwing kan je hier terugvinden. Ongeacht het resultaat vind ik het bijzonder jammer dat de nationale media amper aandacht besteden aan dit kampioenschap. Je zou haast denken dat we in België struikelen over de (vice-)wereldkampioenen. Enkele weken geleden berichtte Het journaal op Eén nochtans over de kersverse wereldkampioene garnalen pellen. Ja, serieus. Er moeten blijkbaar prioriteiten worden gesteld. Vorig jaar vond ik het dus hoog tijd voor een lezersbrief. Die werd niet gepubliceerd. Of wat had je gedacht?

Beste redactie

Een jaar geleden haalde Seppe Odeyn deze krant. Welgeteld zes zinnen wijdde De Morgen aan de wereldtitel duatlon die mijn broer behaalde op 4 september 2016 in het Zwitserse Zofingen. Jawel, duatlon. Hij moest hiervoor 10 km lopen, 150 km fietsen en nog eens 30 km lopen. Hij kreeg uitgebreide aandacht op 3athlon.be, slechts een korte vermelding op de website van Sporza en een interview op Radio 1. Daarin werd onder andere vermeld dat hij een jaar eerder reeds vice-wereldkampioen duatlon werd. Gisteren behaalde hij een tweede zilveren medaille op de meest prestigieuze aller duatlonwedstrijden. Zijn palmares bevat daarnaast nog Belgische titels en podiumplaatsen op internationale wedstrijden. Het moge dus duidelijk zijn dat mijn broer wereldtop is in zijn sport.

Helaas voor hem is duatlon het kleine, ongekende broertje van triatlon. Een sport die net iets meer bekendheid heeft, maar op zijn beurt ook maar een garnaaltje is in de grote sportzee. Mijn broer leeft en traint als een professionele atleet, maar heeft daarnaast ook gewoon een job om de kost te verdienen. Je wordt met andere woorden geen duatleet om geld te verdienen. Juist daarom is het bijzonder jammer dat een klein land als België een volwaardig (vice)wereldkampioen niet eens het vermelden waard vindt in een programma als Sportweekend. Ironisch, als enkele dagen voordien het zendschema wordt omgegooid omwille van kwalificatiewedstrijden waarin onze nationale voetbalploeg het opneemt tegen voetbaldwerg Gibraltar met de (on)nodige voor- en nabesprekingen. Wikipedia leert mij dat het team van Gibraltar slechts één professionele speler heeft.

Als “zus van” ben ik uiteraard bevooroordeeld. Ik begrijp heus dat duatlon minder spektakelwaarde heeft in vergelijking met sporten die wel volop in de belangstelling staan. Ik ben ook een trouwe volger van de Tour, waar dit jaar volop steen en been werd geklaagd over (veel) te lange en saaie ritten. We vinden het met z’n allen echter niet meer dan logisch dat ook die ritten wel uren zendtijd krijgen met daarbovenop (uitgebreide) samenvattingen en besprekingen omdat het nu eenmaal de Tour is.

Enkele keren per jaar slechts één minuut aandacht op de nationale televisie zou heel wat betekenen voor de professionele duatleten die op het scherpst van de snee met hun sport bezig zijn. Ze zullen niet met champagne in het rond spuiten en ze zullen ook geen luxe auto winnen (ze rijden nadien gewoon zelf naar huis in een geleende mobilhome), want daar doen ze het niet voor. Wel om een klein beetje waardering te krijgen voor het harde labeur dat ze leveren om onze nationale driekleur met glans te vertegenwoordigen.

En als er dan toch geen media aandacht aan deze sport wordt geschonken: geef die atleten dan gewoon een standbeeld.

Met vriendelijke groeten

Joke Odeyn

Loperspraat – Multisport en verkoeling in de maand augustus

Een maand geleden strooide ik gul in het rond met complimenten aan het adres van de maand juli. Vol vertrouwen ging ik verder op dat sportieve elan. Ik liep wat meer en sneller in de tweede helft van de zomervakantie en ik haalde een oude sporthobby van onder het stof. Kortom: in juli vond ik mezelf opnieuw uit als loper, in augustus herontdekte ik mezelf als sporter tout court.

Waar het in juli nog bakken, braden en vooral veel zweten was, bood augustus meer verkoeling. Zo liep ik weer eens in de regen en zag ik de natuur steeds groener worden. Lente in de zomer, kan dat? Mijn looptrainingen waren gevarieerd. Ik liep vaker ’s ochtends voor het ontbijt. Velen zullen mij voor gek verklaren, maar ik vind dat een ijzersterk begin van de dag, waardoor mijn energiepeil ongekende hoogten bereikt. Mijn duurlopen bouwde ik gestaag verder uit. Tot twee keer toe ging ik boven de 30 kilometer piepen en mensenlief: wat had ik daar een prachtig uitzicht op een nieuw marathonverhaal! Kilometers malen: het lijkt mijn tweede natuur te zijn.

De afgelopen maand stonden er ook twee wedstrijden op het programma. Op 15 augustus stond ik aan de start van de halve marathon Dwars door Zaventem en op 24 augustus nam ik deel aan de Voerhoekjogging (11,5 km) in Vossem. Beide wedstrijden begon ik met weinig verwachtingen. Kleine pijntjes in beide onderbenen baren me meteen grote zorgen: een sluimerende onzekerheid. Aangezien ik me ook blesseerde tijdens een wedstrijd, durf ik geen blitzstart te maken. In Zaventem begon ik daarom aan een heel gezapig tempo. Ik fietste tot daar en zag die 21 kilometer als een rustige duurtraining. Dat draaide anders uit. Tot kilometer 8 maakte ik me grote zorgen over een pijntje in mijn linkerbeen, dat uiteindelijk helemaal los liep. Net iets over de helft kwam er plots een versnelling uit mijn benen die ik al lang niet meer had gevoeld. Zo finishte ik als 5e vrouw en wat belangrijker was: met een heel goed gevoel. De Voerhoekjogging verliep volgens een gelijkaardig scenario. Ik zou niets forceren en vooral genieten van de omgeving. Halverwege ging de turbo toch aan en begon ik aan een remonte. Vertrouwen tanken, zoals dat heet.

IMG_2867b

De grote ster van de afgelopen maand was de mountainbike. In een heel ver verleden beoefende ik die sport al. Om aan te duiden dat het écht lang geleden is, zeg ik altijd: in de tijd dat ik nog wedstrijdjes kon doen met mijn broer. We spreken hier over mijn 15e tot 18e levensjaren. Toen ik 16 was, deed ik in de zomervakantie een studentenjob om een eigen mountainbike te kunnen kopen. Die is intussen al lang op een schroothoop beland. In juli zei mijn papa dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat opende perspectieven voor mij.

Mijn beide ouders zijn fervente lopers én fietsers. Mocht dat nog niet duidelijk zijn: ik heb mijn sportieve genen niet van vreemden. Er was dus een mountainbike “over” en ik kon heel wat fietskleding gebruiken van mijn mama. Zo kroop ik op 7 augustus weer eens op een mountainbike. En wat voor één! We hebben het hier over een 4-jarige Orbea Alma. Wie nu een resem technische specificaties verwacht, zal ik moeten teleurstellen. Ik kan wel zeggen dat ik nu all the way fiets met klikpedalen en schijfremmen. Mijn eerste kilometers fietste ik op vlak eentonig terrein (Vaart en Demer) om wat aan het gevoel te wennen. Dat zat snel goed. Tijd dus om het bos te gaan verkennen. Wat een plezier! Ik beleefde een tweede jeugd, maar dan zonder oplaaiende hormonen en peer pressure.

IMG_2926b

Er is dus een tweede fiets in mijn leven. Ik heb al eens de neiging om objecten te personifiëren. De mountainbike kreeg dan ook een naam. We hebben het vanaf nu over Juan. Orbea is namelijk een Spaans (Baskisch) merk en Juan is De Spaanse variant van Jan, mijn papa’s naam. De liefde voor Juan nam meteen ernstige vormen aan. Zo noem ik hem soms al liefkozend Juanie en wil ik hem liefst van al ook in huis bij me hebben. Eén en al liefde dus. Mijn sportieve actieradius werd dankzij Juan uitgebreid. Tervuren ligt nu echt om de hoek. Ik volgde daar al enkele mountainbikeroutes en die stelden niet teleur. Ook dichter bij huis is er heel wat moois te ontdekken op mijn stoere tweewieler.

Geen nood voor wie gek is op mijn loopverhalen en zich nu bedrogen voelt omdat Jokeloopt nu ook fietst. Ik blijf een loper, zoals ik ook niet meteen geen lezer meer ben omdat ik de film eens beter vind dan het boek. Mijn sportieve ei kan ik nu volledig kwijt in een tweede sport, zodat het gemakkelijker is om mijn loopkilometers binnen de perken te houden. Ik loop nog altijd veel, meer dan wat mensen gemiddeld “normaal” zullen vinden, maar ik bouw meer rustdagen in. Die kleine pijntjes blijven me eraan herinneren dat meer lopen niet altijd nodig is. Juan staat vanaf nu altijd paraat om mij op te vangen.

Maandag begint het nieuwe schooljaar. Ik ga dus weer aan het werk en zal creatiever met mijn agenda moeten omspringen. Dat betekent dat ik wat harder in de dagen zal moeten knijpen om er alles uit te persen. Dankuwel Augustus, u was een prachtige sportmaand!