Marathonpraat – Voorbeschouwing op Antwerpen van Sam

Over een week staan Sam en ik aan de start van de marathon in Antwerpen. We leerden elkaar anderhalf jaar geleden kennen in aanloop naar de marathon van Parijs. Het smeedt een band: samen staan klappertanden in een startvak op de Champs Elysées. We vonden elkaar als vrienden en loopmaatjes. Sindsdien liepen we nog drie marathons samen. Het is te zeggen: we vertrekken samen, maar het 27-jarige fenomeen Sam Niyonzima finisht ruim voor mij. Antwerpen wordt zijn vijfde marathon. Reden tot feest dus, ook omdat Antwerpen voor Sam toch een soort thuismatch is. Naast een ijzersterk marathon-PR van 2u47, schudde hij dit jaar ook nog een 1u13 op de 20 kilometer van Brussel uit de benen én mag hij zich sinds kort de snelste advocaat noemen. In Antwerpen is Sam echter meer dan ooit een man met een missie: onder de 2u45 lopen is het doel.

Mijn kant van het verhaal is dat er met Sam in je leven altijd iets gebeurt. Er is altijd iets gaande, er valt altijd iets te vertellen. We deelden dit jaar al veel emotioneel bewogen (sportieve) momenten, enkele knotsgekke avonturen en een memorabele autorit van en naar de Vogezen. Of het nu eerder het diepgravende dan wel het luchtigere werk is: we hebben altijd iets te bespreken. Sam is iemand die heel graag leert en proeft van het leven. Dat werkt aanstekelijk. Als de onbetwiste old one van ons twee ben ik dan ook mee met het reilen en zeilen in het Brusselse advocatenwereldje en de techno scene. Ik weet ook hoe het is om te communiceren met spraakberichten of FaceTime en kon zo meegenieten van een beklimming van de Tafelberg in Zuid-Afrika. Hoe Sam naar de marathon van Antwerpen toeleeft, vertelt hij jullie graag zelf.

77006171-6bf2-4eb1-8594-ba749e0222c4

Ik train nog steeds met een trainingsschema op basis van hartslag. Eind juli ben ik terug specifiek beginnen trainen voor deze marathon. In de zomer ging dat heel goed. Ik liep nooit eerder zoveel kilometers in de voorbereiding van een marathon: rond de 1000 kilometer in 3,5 maand. In juli liep ik 330 kilometer, een record! De 50 kilometer trail in Houffalize begin juli was heel zwaar, maar ik ben naar mijn gevoel snel hersteld. Mijn lichaam kon de trainingen goed aan. Ook in augustus liep ik veel. Ik ging heel diep bij de 16 kilometer van Dwars door Zaventem onder andere. Op vakantie in het Zwarte Woud kon ik heel mooi lopen, maar maakten de hoogtemeters het ook zwaar. Ik heb toen misschien een beetje te veel gedaan. Een week na mijn vakantie begon ik last te krijgen van mijn achillespees. Ermee lopen lukte niet. Dus toen heb ik veel oefeningen gedaan en dat hielp wel. Na 10 dagen looprust was ik begin september in Berlijn en daar ging het gelukkig weer veel beter. De afgelopen drie weken heb ik telkens meer dan 80 kilometer per week kunnen afwerken.

Mijn doel is om in Antwerpen onder de 2u45 te lopen, dat betekent een gemiddelde snelheid van 3’53” per kilometer. Ik kijk uit naar de ervaring. Het is de eerste marathon in eigen land sinds mijn marathondebuut in 2021. Ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk supporters op te trommelen. We zullen dus zien of ze ook in grote getalen komen opdagen. Bij deze een warme oproep aan de lezers van de blog om ons te komen aanmoedigen. De finish ligt aan het MAS. Ik weet niet zo goed wat ik van het parcours en de marathon mag verwachten. Met een 1000-tal deelnemers is het een relatief kleine stadsmarathon, dus we zullen zien. Het is niet zoals Parijs, Amsterdam of Rotterdam waar je op het einde nog tussen volk loopt. Ik vrees dat het nu een eenzame wedstrijd zal zijn. Op het einde zijn er dan ook nog eens heel veel bochten, wat allesbehalve ideaal is, dus het zal niet simpel zijn om onder die 2u45 te lopen. Ik heb wel veel zin om het avontuur aan te gaan, aangezien ik me met die tijd kwalificeer voor de marathon van Berlijn in september 2024. Om daar samen met Joke aan de start te kunnen staan, is toch een extra motivatie om er in Antwerpen alles uit te halen.

c0348a23-ab99-4f3b-a9ad-f1e006425dc4

De gedachte – Over dromen

Het is vandaag Dag van de Mentale Gezondheid, een dag die van wereldbelang is en ook mijn persoonlijke aandacht nog steeds verdient. Een dag om hier even stil te staan bij de angsten waar ik mee leef en het trauma dat daaraan ten grondslag ligt. Het is nu het derde jaar dat ik dit moment aangrijp om iets meer over mezelf en mijn psychische kwetsbaarheid te vertellen. Op mijn blog kan je lezen wat mijn agenda bepaalt, wat mij bezighoudt en wat ik onderneem. Soms kan je hier letterlijk lezen hoe het écht met mij gaat, soms lees je dat eerder tussen de regels door. Lang verhaal kort: het is niet altijd gemakkelijk, maar bovenal wil ik dankbaar zijn voor alles wat ik heb in het leven. 

Dit wordt het jaar waarin jij voor jezelf gaat leren zorgen, het waren de gevleugelde woorden van mijn psycholoog aan het begin van dit jaar dat een bewogen start kende. Hij heeft (uiteraard) gelijk gekregen. Met vallen en opstaan leer ik steeds beter om mezelf te aanvaarden in al mijn gelaagdheid, inclusief de donkere kantjes die daarbij horen. Oktober is altijd een bewogen maand. Enerzijds een periode van rouw en herdenking, waarbij spoken van het verleden hun best doen om mij van de wijs te brengen. Een maand waarin het letterlijk steeds donkerder wordt en het dan de kunst is om daar de gezelligheid van in te zien. Door op zondag soep te maken bijvoorbeeld. Oktober is ook dé marathonmaand bij uitstek, waar verhalen van verbinding en avontuur ontstaan. Het is kortom een maand waarin alle emoties samenkomen. En dat is helemaal goed zo.

In het voorjaar las ik Untamed van Glennon Doyle, een inspirerend boek over hoe je dat doet “jezelf zijn”. Aan de hand van haar eigen levensverhaal vertelt ze hoe we de meest ongetemde versie van onszelf moeten durven zijn, zoals het kind dat vrij van alle verwachtingspatronen eenvoudigweg is wie het is. Ik vond het boek soms net ietsje té inspirational voor mijn nuchtere ik, maar ik kon er ook niet omheen dat het op sommige vlakken een eye opener van jewelste was. Ik denk er nu vaak aan, hoe ik als kind was. Ik stel mezelf dan de vraag hoe ik als kind op een bepaalde situatie gereageerd zou hebben. Ik sta vaker stil bij wat mij als kind blij maakte en dan kom ik tot de conclusie dat de grote Joke nog heel dicht bij de kleine Joke kan staan. Ik ben nog steeds de kleine Joke.

Ik was als kind al een enorme dromer met een intens gevoelsleven. In mijn volwassen leven raakte ik ervan overtuigd dat ik nu maar eens moest stoppen met al dat gefantaseer. Ik dacht dat mijn dromen en wat daarachter schuil ging een afleiding waren van de essentie, van het echte leven en de echte ik. Ik vond mezelf altijd wat naïef en theatraal omdat ik me zo graag in mijn eigen hoofd terugtrok. Door altijd maar te willen lezen bijvoorbeeld en te leven en denken in verhalen. Ik beschouwde mijn rijke verbeelding als een belemmering om mezelf te zijn en een echt leven te leiden. Ik had ongelijk. Ik wil juist altijd blijven dromen en ook intens voelen. Er gaat een enorme kracht uit van je eigen verbeelding. Dromen is geen vorm van zwak escapisme, maar een noodzaak om je leven vorm te geven. Imagination is not where we go to escape reality, but where we go to remember it, om het met de woorden van Glennon Doyle te zeggen.

The Everly Brothers wisten het al in de jaren 50: All I Have To Do Is Dream. Als ik mijn jongere ik dus één levensbelangrijk advies zou geven dan is het om te blijven dromen. Het is ook wat ik jullie op deze bijzondere dag toewens: mooie en zoete dromen, elke nacht en elke dag. Hoe donker of licht het op dat moment ook is. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat dromen je hoofd fris houden. 

Dreaming, after all, is a form of planning – Gloria Steinem

Loperspraat – Mijn sportieve najaar van 2023

Terwijl de indian summer ons verwarmt, zijn mijn pijlen gericht op al het moois dat het najaar in petto heeft. Bomen die veranderen van verenkleed en seizoenen die estafette-gewijs het stokje aan elkaar doorgeven: ik hou daarvan. 1 oktober is wat mij betreft de officieuze start van het sportieve najaar. Een jaar geleden had ik op dit moment al heel wat wedstrijden in de benen. In augustus en vooral september kon het niet snel genoeg gaan. Er leek elk weekend wel iets op het loopprogramma te staan. Ik voelde me steeds sterker worden en kon zo met veel vertrouwen en tonnen wedstrijdritme toeleven naar de Amsterdam Marathon. Dit jaar liep ik heel wat minder races. Een concrete aanleiding is daar niet voor: ik had gewoon wat minder zin in het gedoe dat erbij komt kijken. Aan najaarsdoelen heb ik echter geen gebrek. Ik neem jullie mee door mijn sportieve agenda van het staartje van 2023.

Op deze eerste dag van oktober sta ik aan de start van de halve marathon van Brussel. De volledige marathon in Brussel liep ik 3 keer, voor de halve zal dit mijn 5e deelname zijn. Lopen in Brussel is altijd een goed idee. Hoewel ik daar vorig jaar op het volledig hertekende parcours toch eventjes anders over dacht. 21,1 kilometer draaien en kronkelen in en rond het park van Laken, op en af lopen rond het kanaal in Brussel-Noord: het is niet bepaald mijn droomparcours om het Brussel-gevoel te ervaren. Amper een week na mijn PR op de halve in Den Haag bleek er echter nog behoorlijk wat in het vat te zitten. Voor deze editie is het parcours weer maar eens gewijzigd. De startzone ligt in het centrum en dan gaat het in een grillige vorm weer richting Atomium om, net zoals vorig jaar, te finishen in het Koning Boudewijnstadion. 270 hoogtemeters kruiden het geheel. Ik ben benieuwd op welke manier Brussel me dit jaar zal verrassen.

Geen oktober zonder volledige marathon. Op 22 oktober sta ik aan de start van de marathon van Antwerpen. Een marathon die sinds enkele jaren op de dool is, naarstig op zoek naar een identiteit en een plek op de loopkalender. Het was Sam die Antwerpen naar voren schoof als onze najaarsmarathon. De start- en finishzone bevinden zich aan het MAS. Het parcours biedt ons verder de kans om Hoboken en Wilrijk beter te leren kennen. Via het centrum gaat het dan richting Eilandje, waar de laatste kilometers geteisterd worden door het betere bochtenwerk. Niet bepaald iets waar je op zit te wachten in de finale van een marathon. Waar ik wel heel erg naar uitkijk is de beleving met Sam en het comfort om nog eens een marathon in eigen land te lopen. Mijn laatste Belgische marathon dateert van 2019 toen Roos en ik bijna in slaap vielen in Brugge. Ik hoop om in Antwerpen in topvorm aan de start te verschijnen. Het is een marathon waarbij niks moet en alles kan: mijn sub3 en kwalificatie voor Berlijn 2024 heb ik immers al op zak. Reden te meer om nog een keer alles te geven.

Op 12 november is het tijd om weer wat off-road nattigheid op te zoeken. Dan trekken wij met de familie traditiegetrouw naar Kasterlee voor de halve marathon. Vorig jaar kon ik daar de overwinning mee naar huis nemen. Zonder enige twijfel is dat één van mijn mooiste loopherinneringen. Het parcours in Kasterlee is al jaar en dag ongewijzigd. Ik ga niet beweren dat ik het inmiddels blindelings loop, veel zal het niet schelen. Het is bovenal een plaats waar ik vorig jaar eens zo hard besefte welk parcours ikzelf heb afgelegd in de 8 jaar dat ik mezelf een loper kan noemen. De zon scheen, het was een prachtige herfstdag en ik was dolgelukkig om dat moment te kunnen delen met mijn familie. We gaan dit jaar voor een maximale bezetting van Odeyntjes op de halve marathonafstand, waarover later ongetwijfeld meer.

Het valt de aandachtige lezer mogelijk op dat ik nog met geen woord repte over Juan, mijn mountainbike die me al 4 jaar lang door weer en wind sleept ter voorbereiding van de Hel van Kasterlee. Wel, Juan krijgt dit najaar wat rust. Misschien is zijn pensioen zelfs aangebroken. Ik zal namelijk niet deelnemen aan de Hel. Aanvankelijk was het plan om in de Hel een drieluik neer te zetten. Door de corona-editie van 2021, waar ik ook nog eens heel veel pech had, ging ik toch over stag om een vierde keer deel te nemen. Elk van mijn vier deelnames bracht me telkens een unieke ervaring, elk voor zich onvergetelijk op een andere manier. Mijn gevoel zegt echter dat het mooi is geweest. Voor nu toch. Je zal mij op zondag 17 december dus als luide supporter langs de zijlijn aantreffen. Waarschijnlijk wel met stramme beentjes, want ik ga natuurlijk niet niks doen tijdens de wintermaanden. Op zaterdag 16 december zoek ik weer modder en bos op en loop ik de 44 kilometer van de Meerdaalwoudtrail. Ik liep er vroeger al eens kortere afstanden, maar door de Hel kon ik er al geruime tijd niet meer aan de start staan. De omgeving is er één die ik goed ken: al lopend en fietsend draag ik het Meerdaalwoud een warm hart toe.

Ziezo, ik onthoud dat het najaar mij veel bochten, kronkels en hoogtemeters brengt. Ook asfalt én modder. Ik stel vast dat de ene parcourstekenaar de andere niet is en dat ik daardoor de kans krijg om zowel vertrouwd als nieuw terrein te verkennen. Het smaakt nu al naar meer.

Het moment – De trein van Roos in Berlijn

Berlijn, zaterdag 23 september 2023. Roos staat aan de start van de Berlin Marathon op 6 wielen. Vorig jaar maakte ze er haar debuut samen met Seppe en Bobby. En of dat naar meer smaakte. Het team van De Jogclub kreeg dit jaar versterking van Bart en Dave, waardoor Roos vrijdag met 4 mannen 5 treinen en 8 uur nodig had om in Berlijn aan te komen. Het Belgische en Duitse spoornet lieten het wat afweten, maar mijn dappere zusje speelde zelf voor supersonische trein tijdens haar skeelerrace. Ze finishte haar marathon op wielen uiteindelijk in een waanzinnig snelle 1 uur en 32 minuten. Aan haar het woord om over die geweldige ervaring te vertellen.

De start van de skeelerrace is machtig door de grootse set up van de marathon. Ik had me heel goed vooraan gepositioneerd in mijn startvak. Op een groot scherm kon ik de voorstelling van de professionele “speed skaters” volgen. Ik was zenuwachtig. Je gaat uiteindelijk toch iets raars doen, het blijft een gek gegeven om op skeelers in zo’n startvak te staan. Vlak voor we onze bagage inleverden had ik mijn wielen nog eens aangedraaid. Dankzij mijn nieuwe lagers bolden die echt héél goed. Het vertrek van de race was dan ook niet normaal. Binnen de 200 meter haalde ik een topsnelheid. Op de brede startlaan haalde ik bijna 30 km/u en dacht: “ik ga hier echt maniakaal hard”, al bleef het wel oppassen voor de vele tramsporen in dat eerste deel. Ik reed meteen in een peloton en het is toch wennen om in zo’n massa te rijden. Iedereen is wat hevig bij het vertrek. Ik was ook vergeten dat inline skaters signalen gebruiken om aan te geven of er een bocht naar rechts of links komt bijvoorbeeld. Ik ging nog steeds keisnel. Bergaf haalde ik een snelheid van 37,5 km/u. Mijn skates trilden anders dan ik gewoon was. Het lukte me toen nog niet om aansluiting te vinden in een treintje.

Ik merkte snel dat ik skaters van de startwave voor mij begon op te rapen. Het ging me dan ook net wat te traag. Daardoor kon ik geen trein vinden om mee in te stappen. Ik was echt alles aan het geven tegen de wind in en voelde wel al wat handen in mijn rug. Tot ik in een etalageruit zag dat ik een heel peloton op sleeptouw genomen had! Degene die achter mij reed nam de signaalgeving op zich. Als ik een gat had dichtgereden op een andere trein kreeg ik applaus van mijn volgers. Op die manier kon ik van de ene naar de andere trein springen, maar bleef ik wel zelf met mijn neus in de wind rijden en moest ik best hard werken. Uiteindelijk is de staart van mijn eigen trein afgescheurd en heeft die mij afgelost op kop. Ik werd toen naar voren getrokken in mijn eigen trein door iemand die mij “great speed!” toeriep. Het is echt gek hoe er constant nieuwe treintjes gevormd worden en hoe je ook echt in en uit zo’n trein kan stappen. Ik keek altijd naar mijn snelheid om te kijken of ik in de juiste trein zat. Het is zo comfortabel skeeleren als je helemaal gebukt achter iemand kan rijden, alsof je dan bijna niks moet doen. Er zijn trouwens ook nog veel skaters die niet in een trein rijden hoor. Ik heb dat vorig jaar ook niet gedaan. 

9c932851-732e-4b20-a55f-fd7c4bafadac

Je kan op skeelers best diep gaan. Ik kreeg na verloop van tijd wel wat rug- en nekpijn, maar had me voorgenomen om nog niet alles te geven tot kilometer 30. Zal ik instorten? Zal ik dit nog kunnen volhouden? Dat schoot wel geregeld door mijn hoofd. Vorig jaar zag ik niemand vallen, maar nu zag ik vaak deelnemers tegen de vlakte gaan. Het gekke is dat je, ondanks je hoge snelheid, toch makkelijk kan uitwijken. Ik zag dan ook geen valpartijen met meerdere mensen. De laatste 5 kilometer zat ik bij een groepje vrouwen die heel fanatiek waren en nog wilden versnellen. Ik riep hen toe: “come on ladies, full speed!”. De laatste rechte lijn ben ik voluit gegaan. Vlak voor de Brandenburger Tor liggen lastige stenen waardoor je tempo onvermijdelijk terugzakt, dan kan je op een kort stukje nog wat snelheid maken tot de echte finish. Ik werd daar uitvoerig bedankt door de vrouwen die ik op het einde nog had meegetrokken. Ik wist niet goed wat te zeggen, want ik was zelf helemaal overdonderd door de ervaring en mijn supersnelle tijd. Met een gemiddelde snelheid van 27,5 km/u wist ik amper wat me overkomen was. Ik verbeterde mijn tijd van vorig jaar met 16 minuten en finishte maar 2 minuten na Seppe, die me aan de finish zag en droogjes opmerkte: Roos, gij zijt hier al?!

De mannen van mijn team waren na afloop behoorlijk geradbraakt. Bobby (1u35) had zichzelf naar eigen zeggen een hernia geskeelerd. Hij had in de voorbereiding te weinig op zijn skates kunnen staan en miste daardoor vertrouwen, een gebrek aan wielgevoel dus. Seppe (1u30, ook een nieuw PR) had rugpijn. Ook Dave (1u45) en Bart (1u41) voelden zich behoorlijk gebroken. Mijn voeten waren blij dat ze uit mijn skates mochten, maar ik zat nog zo vol adrenaline dat ik amper pijn voelde. De terugweg naar het hotel hebben we heel traag gewandeld. We zijn bij een hippe frituur gaan eten en toen besefte ik ook dat mijn pre-race-lunch bestond uit een stuk kaastaart met een cappuccino.

De marathon van Berlijn skeeleren is echt zó uniek, er is geen enkel ander skeeler-evenement van die orde. Seppe probeert nu iedereen te overtuigen om volgend jaar deel te nemen aan het duo-klassement, maar ik ga toch passen voor de combinatie met een marathon lopen op zondag. Ik vind het eigenlijk wel ideaal om de skeeler-ervaring op zaterdag mee te maken en zondag de marathon langs de zijlijn te beleven. Die laat natuurlijk niemand koud. Eliud Kipchoge live aan het werk zien onder andere, maar ook al die lopers hun laatste rechte lijn richting finish zien nemen. Echt fantastisch! Met een groepje sporters op pad zijn, betekent ook dat er het hele weekend over sport wordt getetterd. Ondanks het feit dat de treinreis van en naar Berlijn eindeloos leek te duren heb ik zo hard van alles genoten. We waren een heel tof en goed team, ik kijk al uit naar volgend jaar! 

c4f919bc-90d2-48b1-8316-a3d68ae8fe0e

Het moment – Nog wat meer over het bijzondere jaar 1985

Het is weer die dag: er staat een jaartje meer op mijn teller. 38 levensjaren dus en ook weer een jaar extra om me bezig te houden met gegevens en personen verzamelen die op de één of andere manier gelinkt zijn aan mijn geboortejaar. Het zal jullie niet verbazen dat ik er alleen maar meer van overtuigd ben dat 1985 een bijzonder jaar was. Zo werd dit jaar een volledige televisiereeks gewijd aan de donkere pagina van de Belgische geschiedenis die 1985 helaas ook was. Ik zag de Frans-Belgische film Eté 85 geregisseerd door François Ozon, over een broeierige zomer, een tragische liefde, maar vooral de verfilming van één van mijn favoriete jeugdboeken: Je moet dansen op mijn graf van Aidan Chambers. Terwijl ik jullie een verdere update geef, zet ik alvast een streepje muziek op: het album Hounds of Love dat Kate Bush 3 dagen na mijn geboorte uitbracht.

Op cultureel vlak was er minder goed nieuws 6 dagen na mijn geboortedag. De Italiaanse topauteur Italo Calvino overleed op 61-jarige leeftijd in Siena. Lees vooral zijn De onzichtbare steden, een magisch en dromerig pareltje wereldliteratuur. Waar de ene auteur gaat, wordt een andere geboren. De Nieuw-Zeelandse Eleanor Catton zag het levenslicht op 24 september 1985 en gooit momenteel hoge ogen met haar psychologische thriller Birnam Wood die begin dit jaar verscheen. Ze kon ook al de prestigieuze Booker Prize op haar naam schrijven. Lees eveneens het ontroerende Swimming in the Dark van jaargenoot Tomasz Jedrowski, zoveel meer dan het zoveelste boek over een liefde die niet mag zijn. Even hartverscheurend is een klassieker uit de Nederlandstalige literatuur die in 1985 verscheen: De kleine blonde dood van Boudewijn Büch, een vaderroman over verlies.

Ik had het al over de Reebok Club C, hoe die iconische schoen mijn vier cijfers draagt en me geïnspireerd heeft om Club 85 op te richten. Er is echter nog meer goed nieuws op modieus vlak. Het Nederlandse kledingmerk Scotch & Soda draagt ook een trotse since 1985. Maison Scotch, de vrouwelijke lijn, is nieuw in de winkel te duur voor mijn portemonnee, maar altijd goed voor inspiratie. Het kan trouwens geen toeval zijn dat Maison Scotch zich ook Amsterdams Blauw noemt. Met mijn 1m69 en gehavende La Chouffe-knieën zal ik geen schoonheidsprijzen meer winnen. 85-lid en topmodel Doutzen Kroes deed dat wel. Inmiddels met een “voormalig” bij haar beroep. Ik ga er maar vanuit dat je houdbaarheid als Victoria’s Secret model beperkt is, maar dat op ware schoonheid geen leeftijd staat.

Ook de sportieve aanvulling van Club 85 kreeg er voornamelijk leden in de naherfst van hun carrière bij. Behalve dan als voetbalcoach, dan blijk je als dertiger piepjong te zijn. Dé nieuwkomer is dan ook de Belgische bondscoach Domenico Tedesco die amper één dagje ouder is dan ik. Wie eveneens het pad van de voetbaltrainer bewandelt, is voormalig international Wayne Rooney, die 5 jaar geleden zijn voetbalschoenen aan de haak hing en het spel vanaf de zijlijn speelt. De Kroatische stervoetballer Luka Modric is nog wel actief op het middenveld bij Real Madrid. Met een geboortedag op 9 september komt hij praktisch uit dezelfde worp als ik. Op de sportieve bank kunnen we ook Andy Schleck terugvinden, eveneens met een “voormalig” voor zijn beroep van professioneel wielrenner. Hij is nog steeds in bezinning over de dopingperikelen die zijn carrière achtervolgden, waardoor hij in 2012 wel de Tour van 2010 won. Begrijpe wie begrijpen kan.

De laatste Club 85 divisie is die van de show business. Rooney Mara opent het nieuwe blik 85’ers. Ze speelt een glansrol in Her, één van mijn favoriete films, waar ze ook haar wederhelft ontmoette (een topacteur, maar hier geen vermelding waard wegens geen lid van de club). Max Minghella was op zijn beurt vertederend indrukwekkend in de serie The Handmaid’s Tale (jawel, naar het boek van Margaret Atwood uit 1985). De Amerikaanse Janelle Monáe is dan weer van alle markten thuis als actrice, zangeres en producer. Over de letter J gesproken: Jelle Cleymans en Jan Smit zingen vooral graag in het Nederlands. Jaloers ben ik vooral op de heupbewegingen en Eurosong-deelname van Hadise, maar ik zou er stiekem graag uitzien als Jemima Kirke. Zij vertolkte de rol van schrijfster Melissa in de geslaagde serie-uitvoering van mijn favoriete Sally Rooney roman Conversations with Friends.

Voilà, jullie zijn weer mee met het reilen en zeilen van mijn jaargenoten. Aan drama en ambitie geen gebrek in Club 85. Er is voor ieder wat wils. Hoog tijd om daar een toost op uit te brengen. De Santé volgens Stromae!

Een verjaardagskaart voor Roos

Liefste sisje

31 jaar geleden werd jij geboren op een zaterdag. Mijn jongste zusje dat me al zoveel gebracht en geleerd heeft. Mijn kleine zusje dat voor mij ook de grote zus kan zijn. Hoe ouder we worden, hoe minder goed het te vatten is hoe wij met elkaar verbonden zijn. We kunnen ondertussen echt wel behoorlijk goed zonder elkaar leven. We hoeven elkaar niet elke dag te horen. Tot we onvermijdelijk het punt bereiken dat de afstand te groot is en de verhalen zich beginnen op te stapelen. Dan is het plots hoogdringend – een topprioriteit – dan moeten en zullen we elkaar zien. Dan regent het agendapunten en moet er doorgepraat worden. Dan wordt er hard gelachen en soms ook gehuild. Het is dan dat ik besef hoe hard ik je heb gemist. De Roos in mijn leven die ik iedereen nog steeds van harte toe wens.

Jouw geboortedag kan geen toeval zijn. Jij bent een zaterdag. Een dag waarop veel kan: jouw geliefde seizoen de zomer vieren, een ultra trail lopen, een uitgebreid aperitiefmoment, in de tuin liggen, in de tuin werken, een boek proberen lezen, een marathon skeeleren, voor de dieren zorgen, plannen maken, een creatief project dan wel verbouwklus aanpakken, koffie drinken of tijd spenderen met je petekind Emil. Om maar iets te noemen. De zaterdag is net zo veelzijdig als jij. Een dag voor inspanning en ontspanning, van het lichte en het ernstige. Het is een dag om elke week weer te omarmen, wat er ook gebeurt.

Tijdens mijn zoektocht naar een foto van jou, is het altijd weer opmerkelijk wat voor soort foto’s wij met elkaar delen. Zo had ik het afgelopen jaar iets met champignons (één van jouw favoriete ingrediënten), meer bepaald tweeling-champignons. Ze plakken dicht tegen elkaar aan, zowel met de kopjes als de wortels, maar toch zijn het twee aparte dingetjes. Om maar te zeggen: alleen met jou durf ik daar symboliek in te zien. Verder is onze deeldrang ook groot als het om huisdierenfoto’s gaat, kan een pyjamafoto niet ontbreken als we samen in bed liggen en begrijp jij alleen dat een foto van het Malieveld in Den Haag niet gewoon een foto van een groot grasveld is.

Lief zusje van mij, ik wens je een schitterende verjaardag toe. Jij kan moeiteloos een dinsdag als een zaterdag laten aanvoelen. Geniet van je romantische tête-à-tête met Niko (omdat ik hem deze keer niet kom verstoren). Klink op het leven en de liefde. Een heel grote cheers op jouw gezondheid!

Joke X

Klein geluk #7 de kids run

De kids run is mijn favoriete atletieknummer. Het concept is als volgt: voorafgaand aan een kleinschalige wedstrijd, een stratenloop zeg maar, gooien kinderen in verschillende leeftijdscategorieën de benen los over een afstand op hun maat. Roos en ik zijn grote liefhebbers van de kids run. Als we een wedstrijd lopen, zijn we altijd ruim op tijd zodat we niets van het jeugdige enthousiasme moeten missen. Zo ook een week geleden toen ons nichtje Laurien (7) en neefje Vik (4) de kids run liepen van de Mollekestrail in Herent: 700 meter off-road mét hoogtemeters. Grote zus Laurien zorgde voor haar broer en hanteerde het “samen uit, samen thuis” principe. Ontroerend om te zien. Dit is waarom ik instant blij word van lopende kinderen.

  • de overgave waarmee kinderen lopen is ongezien, ze lijken elke keer weer de race van hun leven te lopen, elke halve meter is zowel een strijd als een overwinning
  • de gezichtsuitdrukkingen die met die inspanning gepaard gaan variëren op een schaal van één en al grinta, de betere pokerface, een zekere nonchalance dan wel onverschilligheid tot de allergrootste gelukzalige glimlach
  • vaak is die expressie ook gekoppeld aan de mate waarin er een competitie-element aanwezig is: er zijn kinderen die lopen om te winnen, er zijn er die het doen om te schitteren op hun manier, maar net zo goed en even sympathiek zijn er lopers voor de sfeer en gezelligheid
  • evenzeer verschillend zijn de outfits: een loopoutfit van de atletiekclub, een voetbaltenue, een legging van de dansles of een wielertruitje zoals mijn neefje droeg, het kan ook net zo goed de outfit van het moment zijn: lopen in een rok is perfect mogelijk
  • kinderen lopen in hun dagelijks leven best vaak om zich van punt a naar b te verplaatsen, als ze daarentegen lopen om te lopen (wat de essentie van de kids run is) dan lijkt het alsof ze nadenken over hoe ze hun passen zetten en zie je de meest uitgesproken loopstijlen ontstaan
  • kinderen kunnen een paslengte maken waar ik met mijn korte benen alleen maar van kan dromen, net zoals een cadans waar menig prof atleet jaloers op zou zijn
  • er is een opmerkelijke discrepantie tussen loopstijl en -efficiëntie: er zijn kinderen die met zoveel souplesse in de meest prachtige stijl lopen, maar toch niet echt snelheid maken, net zoals er ook lopertjes zijn die hard gaan terwijl alles in dat lichaam lijkt tegen te werken
  • bij de meeste kinderen staat de armbeweging nog niet helemaal op punt, vaak gaan hun armen zowat alle kanten uit om alle energie uit hun ledematen te kunnen schudden en wapperen
  • doseren lijkt een schier onmogelijke opgave, daarom wordt al eens een groepsstart georganiseerd waarbij het jeugdig gepeupel vertrekt achter een touw in handen van twee volwassenen om te vermijden dat niet alle motors opgeblazen zijn na 100 meter, hoe dan ook wordt er duchtig met krachten gewoekerd eens de bende vrij spel krijgt
  • kinderen kunnen zo intens genieten van aanmoedigingen dat ze na wat handenklap en een “goed bezig” hun snelheid verdubbelen, soms haalt het hen ook helemaal uit hun focus waardoor ze bijna ten val komen omdat ze opkijken en en de arm-been coördinatie abrupt verstoord wordt
  • helaas is het onvermijdelijk dat er traantjes vloeien net zoals er ook altijd vuile knietjes zijn, gelukkig is er dan troost binnen handbereik
  • een blinkende medaille is de ultieme beloning van elk kind dat de finish bereikt, Laurien vertelde ons apetrots dat dit al haar 5e medaille is
  • kinderen begrijpen als geen ander dat het belangrijk is om de brandstofvoorraad na afloop terug aan te vullen, ze doen dit bij voorkeur met koeken en als het kan een gesuikerde drank

8549ef7b-73c4-4771-9bf2-7e74a67efdf1

Het boek – Het verhaal van de titel

Lang lang geleden gaf iemand mij bij wijze van grap de Joke Omnibus, drie verhalen over de blonde Joke van Vliet die met haar blauwe ogen parmantig de wereld inkijkt. Het is een oud jeugdboek dat door de holle dialogen voor geen meter leest en hopeloos gedateerd is, maar dat ik puur uit symbolische overwegingen wel ben gaan koesteren. Een leven in drie verhalen: het sloot naadloos aan bij een opdracht die ik kreeg van mijn psycholoog om het boek van mijn leven te maken (klinkt zwaar en dat is het ook). In een fysiek boek, in principe eender welk, bracht ik hoofdstukken aan met een zelfgekozen titel om zo mijn levenspad tot dusver samen te vatten. Mijn levensboek kreeg de titel Heaven, Hell and Mademoiselle, naar de roman van Harold Carlton die ik aantrof in een stapel oude boeken. Het donkere en het lichte, de intensiteit en ik die daar een beetje tussendoor wandel, strompel of paradeer, al naargelang: ik zag het wel voor me. Een titel die leest als een leven dus. Ik ging wat verder nadenken over romantitels die mij aanspreken van boeken die ook nog eens het lezen waard zijn: hier volgt een overzicht.

IMG_2917b

Een sprekende naam doet het ook als titel goed. Neem nu hét boek van het moment: het terecht alom bejubelde Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer. Allesbehalve een voor de hand liggende of eenvoudige naam, net zoals het boek dat ook niet is. Wél de enige juiste titel om het omvangrijke levensverhaal van de Atheense strateeg te vertellen in een roman waarin fictie en non-fictie heel nauw met elkaar verweven zijn en Alkibiades zelf het woord neemt. Ik hou eveneens van de literaire personages Elizabeth Costello van J.M. Coetzee en Elizabeth Finch van Julian Barnes die elk een boektitel zijn en waarvan je hoopt dat ze stiekem toch bestaan hebben. Net zoals de enige echte Mrs. Dalloway van Virginia Woolf die zelfs bijna 100 jaar na publicatie nog steeds een springlevend personage is dat wel wat parallellen vertoont met het bewogen leven van Virginia Woolf zelf.

Een eenvoudige titel kan helemaal raak schieten. Het collage-achtige De jaren van Nobelprijswinnares Annie Ernaux is een indringend tijdsdocument van de jaren 1941 tot 2006 dat toch heel persoonlijk aanvoelt. De jaren, want dat is nu eenmaal een zekerheid: de tijd die verstrijkt. Mijn Noorse held Karl Ove Knausgård houdt het eveneens graag simpel. Het is te zeggen: hij is een man van veel woorden die maar liefst zeven lijvige romans nodig had om zijn levensverhaal, de Mijn Strijd serie, op te tekenen. Elk deel heeft een titel van slechts één woord. Ik las al Vader, Liefde en Zoon en kon niet anders dan vaststellen dat een kernachtige titel de enige werkbare is voor de eindeloze, maar ook heel verslavende beschrijvingen en observaties van Knausgard.

Ik laat me graag meevoeren door titels die een verhaal op zich zijn. Of hoe overdaad soms in het geheel niet schaadt. Niemand kan zo mooi over Parijs schrijven als Patrick Modiano. Toegegeven, binnen zijn rijke oeuvre kan ik de romans moeilijk van elkaar onderscheiden omdat hij steeds terugvalt op dezelfde ingrediënten: een mysterieuze gebeurtenis wordt nét niet ontrafeld in een nostalgisch Parijs. Mijn favoriete Modiano’s zijn De straat van de donkere winkels en In het café van de verloren jeugd. Wie van Rome houdt, kan dan weer terecht bij de filmische boeken van Gianfranco Calligarich die met De laatste zomer in de stad en In de omhelzing van de rivier voluit de kaart van de poëzie trekt. Ook de subtiele tegenstelling in de titel De gelukzalige jaren van tucht van Fleur Jaeggy is een verhaal op zich, een prachtig boek(je) over een romance op een meisjespensionaat. Merethe Lindstrøm schreef met Dagen in de geschiedenis van stilte een Noorse parel waarin zwijgen veel pijn blootlegt.

Een titel mag een beetje pijn doen. De eenzaamheid snijdt nergens zo hard als in The Heart Is a Lonely Hunter van Carson McCullers. Zeker als je weet dat ze amper 23 was en behoorlijk getekend door het leven toen dit boek in 1940 verscheen. De familiekroniek van de Buendía’s, Gabriel García Márquez’ magnum opus, Honderd jaar eenzaamheid mag dan wel magisch realistisch zijn, het schuurt langs alle kanten. Net hetzelfde gebeurt in die andere grote klassieker De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera, een boek dat leest als een sprookjesachtig verhaal met donkere randjes en filosofische inslag. Marcel Proust kan hier met zijn zevendelige romancyclus Op zoek naar de verloren tijd niet ontbreken. Hoe harder hij de tijd zoekt, hoe meer hij beseft dat die al hopeloos verloren is. Ook Julian Barnes onderzoekt in The Sense of an Ending of je de tijd ooit kan vastgrijpen en in welke mate tijd tastbaar en vatbaar is.

Ook intrigerende en bevreemdende titels doen lezen. Jens Christian Grøndahl, die hier wel eens vaker de revue passeert, lijkt daar een patent op te hebben. Zijn Vaak ben ik gelukkig voelt zo beladen dat je eigenlijk niet weet of het hoofdpersonage nu juist wel of niet gelukkig is. Dat weet je niet, eveneens van Grøndahl, vind ik net zo fascinerend. Wat evenveel vraagtekens doet rijzen is de titel Vang de haas van Lana Bastašic waar een levensbepalende vriendschap zich afspeelt ten tijde van de Balkanoorlog. Gaandeweg ontdek je wat de haas hiermee te maken heeft. Sneeuw, hond, voet mag dan in principe een beschrijving zijn van de opening van Claudio Morandini’s boek, een hond stuit op de voet van een ondergesneeuwd lichaam: het is al bevreemding dat de klok slaat in een verhaal waarin droom en realiteit constant tegen elkaar aan schurken.

Tot slot is I Am an Island van Tamsin Calidas een titel die heel veel ladingen dekt: zowel een duidelijke titel die een verhaal op zich is, als de knagende eenzaamheid om als een eiland omsloten te zijn door het grote niets. Voor wie al dat titel-gedoe maar niks vindt: lees Een doodgewoon leven van Karel Čapek omdat dat echt gewoon over een doodgewoon leven gaat waar helemaal niks mis mee is. Of hoe een titel ook doodgewoon glashelder kan zijn.

IMG_2912b

De gedachte – Over blauw

Ik zie het leven liefst van al door een blauwkleurige bril. Niet dat ik zo’n bril heb – blauwe glazen, het lijkt me helemaal niks – maar ik zie nu eenmaal graag blauw om me heen. Er stroomt nochtans geen blauw bloed door mijn aderen, maar ik kom wel uit een familie Blauwogen: de allermooiste blauwe ogen zijn die van mijn zus Marike. Ik hou zoveel van blauw omdat blauw alles kan zijn: elegant, stoer, rijk, genuanceerd en oogverblindend. Blauw is een universum op zich, maar ook perfect compatibel met andere kleuren. Om jullie de veelzijdigheid van blauw te illustreren, geef ik jullie graag een inkijkje in het blauw dat ik koester.

Ik maak er geen geheim van dat ik graag blauw draag. Op vestimentair vlak ben ik dus voorzien van blauw voor elke gelegenheid. De foto’s van mijn sportieve avonturen getuigen daar van. Maatje Pieter (die kleurenblind is) merkte eens fijntjes op dat ik precies altijd hetzelfde draag op een wedstrijd. Wel ja, dat is eigenlijk zo. Ik heb drie singletjes in verschillende tinten blauw, waarbij de donkerste variant mijn absolute favoriet is. Ook mijn lievelingspetten hebben blauw als hoofdkleur. En natuurlijk kan het geen toeval zijn dat mijn snelste loopschoenen, de Nike Vaporfly 3, mij naar de sub3 brachten in de kleur university blue. Of ik nu aan zee ben of niet, in het dagelijks leven zwicht ik al te graag voor de maritiem geïnspireerde look en daar leent heus niet enkel marineblauw zich toe. Samen met mijn zussen deel ik ook nog eens de liefde voor washed denims (als het kan vintage). Jeansstof dus, ah ja, want jeans is blauw.

Als tiener ging ik in de nineties uit de bol op Blue (Da Ba Dee), misschien liep ik toen ook mijn eerste blauwtje. Inmiddels schenkt Mister Blue Sky van ELO mij instant geluk, al helemaal als de hemel ook echt strak blauw is. Leonard Cohens Famous Blue Raincoat (met of zonder Jennifer Warnes) laat mij nooit onberoerd en als het romantisch wordt, geef mij dan maar Prachtig in het blauw van Bart Peeters. Als kind was ik fan van Matisse en zeker ook van diens Blauw Naakt (dat helemaal zo naakt niet is). Al het blauw van Peter Terrin is dan weer een boek dat ik iedereen aanraad. Aan tederheid geen gebrek, ook dat is blauw. Ik ben artistiek zo mogelijk nog meer onder de indruk van het blauwe containerschip dat mijn 4-jarige neefje Vik onlangs voor mij tekende.

IMG_2670b

Met blauwe bessen maak je mij wel blij, maar verder is blauw geen kleur voor etenswaren. Wel voor alle andere vormen van huisraad en -decoratie. Mijn liefde voor Delfts Blauw bracht me in juli bij het enige atelier waar het bloemig gedecoreerde sierservies vervaardigd wordt. Een uniek productieproces waarbij vakmanschap centraal staat. Om die reden betaal je je helaas ook blauw als je the real stuff in huis wil halen. Ik was zo in de ban van dat atelier dat ik me bijna opgaf om een 10-jarige opleiding meester-schilder Delfts Blauw te volgen. Eten en drinken doe ik het liefst van het wit-blauwe servies dat ik door de jaren heen bij elkaar sprokkelde van de kringwinkel. Zo mogen we in België met recht en rede trots zijn op het servieswerk van Royal Boch. Ook het bleu van Le Creuset doet mijn hart altijd een beetje sneller slaan.

Nu ik er zo over nadenk, het is eigenlijk zonde dat ik dit niet schrijf op een blauwe maandag. Een heel mooie zondag gewenst!

IMG_2870b

Klein geluk #6 aan de Noordzee

Ze zeggen dat je ofwel voor de zee ofwel voor de bergen bent. Kiezen is soms verliezen. Aangezien ik dankzij mijn trailervaringen ondertussen een klein beetje kind van de bergen ben geworden, ben ik diep in mijn hart toch het meest een meisje van de zee. Ik heb van de bergen en hun hellingsgraad leren houden. De bergen zijn imposant, ietwat desolaat en altijd oppermachtig, maar mijn band met de zee dateert van mijn vroegste jeugdherinneringen*. De Noordzee blijft indruk maken op mij. In juli kon ik weer vakantie nemen in Den Haag, waar ik op een paar kilometer van het Zuiderstrand verbleef. Laat één ding duidelijk zijn: voor de betere zee-ervaring moet je in Nederland zijn waar zand en zee nog ruimte krijgen, de dijk een boulevard is en de duinen prachtige fiets- en wandelpaden herbergen. Daarom een lijstje met mijn kleine gelukjes aan de Noordzee.

  • eb en vloed, als kind vond ik het zowel fascinerend als onpraktisch, in mijn drukke planning moest ik rekening houden met een concept waarvan het nut me ontging, de fascinatie is overeind gebleven en het woord “getijden” is sowieso een overpeinzing waard
  • golven maken van de zee de zee en geen grote plas water, en ja – ik weet het – dat is wetenschap, maar ik kan nog steeds naar de golven staan kijken alsof het een bovennatuurlijk verschijnsel is dat ik voor de eerste keer aanschouw
  • het schuim van de zee is niet het soort schuim dat je in je bad wil, het is schuim van de natuur, schuim dat zo dik kan zijn dat het aanspoelt op het strand of zelfs in dikke vlokken wegwaait
  • als kind was mijn favoriete strandactiviteit schelpen zoeken, ik kon heel lang wroeten en turen in een hoop schelpen om er de meest kostbare uit te vissen voor mijn verzameling (als ik wenteltrapjes vond was mijn dag geslaagd), uit nostalgie neem ik nog steeds altijd wat willekeurige schelpen mee
  • met zand ga ik niet meer actief aan de slag om kastelen te bouwen, wel kijk ik graag hoe anderen het aanpakken en hoe ze met vuur hun fort verdedigen (je kan er niet omheen dat dit een papa-ding is)
  • ik hou nog steeds van sporen zoeken, volgen en zelf maken: zowel in ongerepte stukken zand, als in een volledig omgewoeld strand
  • blote voetjes in het zand is een must, of het zand nu droog, medium-nat of modderig-nat is: aan water geen gebrek om ze af te spoelen
  • het woord strandwandeling dat schreeuwt gewoon gezelligheid en romantiek, ook als je in je eentje bent, met of zonder zonsondergang
  • (hard)lopen langs en over het strand, met de wind pal op de neus of in de rug, ik krijg daar altijd kriebels in mijn buik van, hoe zwaar het ook kan zijn
  • honden die over het strand lopen lijken altijd blij te zijn, of ze nu wel of geen stok met zich meedragen: je herkent ze aan hun glimlach van oor tot oor
  • de duinen waren in mijn kindertijd nog vrij toegankelijk, hier kon ik praktisch gezien weinig mee wegens te veel zand, wat me altijd zal bijblijven is het educatieve verhaal van helmgras (het woord alleen al)
  • ik zat in familieverband nooit achter een windscherm of onder een parasol, wij waren de actieve familie die genoeg had aan een groot deken als uitvalsbasis om ons zandspeelgoed uit te stallen
  • in mijn tienerjaren hield ik ervan om te lezen op het strand (een keienstrand langs de Engelse kust leende zich daar uitstekend toe), inmiddels mis ik dan toch een stuk meubilair om mijn rug te ondersteunen
  • de vedetten van de zee dat zijn natuurlijk de meeuwen die heer en meester zijn over het water en het zand, niets ontsnapt aan hun nauwlettend oog, het zijn zowel voyeurs als dieven als luchtkunstenaars
  • zwemmen in zee is mijn ding niet (meer), ik kan wel met veel verbazing kijken hoe anderen zich bezighouden op het water: met een scherm, een plank en de wind kan je echt heel veel, al vraagt het wel wat oefening
  • dé Nederlandse ontdekking dat is het strandpaviljoen, in de volksmond de strandtent genoemd: met zicht op zee een glaasje drinken, wat wind erbij, altijd genoeg om naar te kijken, wat een leven!
  • mijn liefde voor de zee weerspiegelt zich tegenwoordig ook in een liefde voor maritiem geïnspireerde kleding, denk: streepjes, schelpen, ankers en een heerlijke retro-vibe
  • het geluid van de zee mag er absoluut wezen, maar aan zee naar een liedje over de zee luisteren is ook aan te raden: mijn favorieten zijn Gente Di Mare van Umberto Tozzi, De zji van Ertebrekers, Heist aan Zee van Bart Peeters en natuurlijk La mer van Charles Trenet
  • als ik in Den Haag naar zee fiets, voel ik meter per meter dat ik mijn doel nader: door de toenemende wind, de zilte geur en de woningen die er steeds meer “zees” gaan uitzien
  • ik heb nooit begrepen waarom mensen, van zodra het maar een beetje warm wordt, in de auto stappen en naar de zee rijden: als kind leek de autorit naar zee alsof we op wereldreis waren, de opluchting als we er ein-de-lijk waren was er eens zo groot om

*we spreken over de tijd dat een appartement op de dijk van De Haan in de paasvakantie nog betaalbaar was voor een modaal gezin met vier kinderen

IMG_2297b

IMG_2293

IMG_2538b

IMG_2484b

IMG_2546b