Marathonpraat – Een voorbeschouwing op de marathon van Brussel

Ik denk dat ik me kan voorstellen hoe een mens zich voelt die toe leeft naar een huwelijksfeest. Een heuglijke dag waarop je wil schitteren en genieten tegelijk brengt torenhoge verwachtingen met zich mee en vraagt de nodige voorbereidingen. Het ene rampscenario na het andere doemt op. Niemand wil uitgerekend die dag ziek zijn of een verzwikte enkel hebben. Het weer is een onvoorspelbare, maar niet onbelangrijke factor. Je wil uitgerust aan je eigen feest kunnen beginnen zonder wallen of zware benen. Rusten op commando is geen evidentie. Het leven draait bovendien verder en er zijn altijd kleine probleempjes die last minute opduiken. Je moet ervan uitgaan dat op die ene dag alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Ik geef zondag mijn ja-woord aan de marathon. Een verbintenis voor het leven, maar liefde is een werkwoord. Dat geldt ook voor Mr. Marathon.

Een half jaar geleden zat ik met smart af te tellen naar het moment dat ik terug zou mogen lopen. Van 350 kilometer op een maand lopen naar 7 weken looprust gaan: dat is cold turkey afkicken. De bijwerkingen waren er dan ook naar. Van zodra ik me weer een loper voelde, kwamen de marathonplannen. Met een bang hartje bouwde ik mijn trainingen braafjes op. De schrik zat er immers goed in dat het weer mis zou gaan. Ik was wijs, hield me in, luisterde naar mijn lichaam en vervloekte het ook wel eens. Dat ik in oktober echt weer een marathon zou kunnen lopen, dat had ik in mei nooit geloofd. Voor de goede verstaander: dit is even wat peptalk voor mezelf om stil te staan bij het proces en me niet blind te staren op het resultaat. Op dat proces ben ik behoorlijk trots. Ik voerde duizenden stabiliteitsoefeningen van de kine uit. Ik herontdekte mezelf als loper en genoot daarvan met volle teugen. Veel hartjes ook voor Juan, die een leegte opvulde waarvan ik niet wist dat ze er was.

Dit gezegd zijnde, hoe moeilijk kan het nu nog zijn om met veel vertrouwen en zin voor avontuur uit te kijken naar de marathon van Brussel aanstaande zondag? Aartsmoeilijk, dat kan ik je verzekeren. Bij mijn voorgaande acht marathons rolde ik van het ene in het andere project en verbaasde ik mezelf keer op keer. Het was niet altijd feest, maar het werkte duidelijk tussen de marathon en mij. Meer dan ooit heb ik daar nu ernstige twijfels over. Ik durf er niet van uit te gaan dat ik dat mijn oude kunstje nog eens kan opvoeren. 42,195 kilometer lopen: wie heeft dat ooit bedacht?

De twijfel groeit gestaag. Zo viel er tot op heden nog geen definitieve beslissing in het grote schoenendilemma. Ik slaagde er woensdag wel eindelijk in om dé lus (het nieuwe stuk van het parcours) in Tervuren eens volledig te fietsen. Variatie is daar het codewoord: grindweggetjes door het bos en brede straten door de villawijk. Dit alles overgoten met een rijkelijke saus van hoogtemeters. De vraag is of dat juist voor een positieve afleiding zal zorgen of toch vooral veel krachten zal kosten. Een bijkomende stressfactor is het weer. In het begin van de week meed ik elk weerbericht angstvallig wegens nog te onzeker. Koud en wisselvallig was het eerste verdict. Inmiddels werd dat bijgesteld naar koud, maar droog weer. Volgens Frank Deboosere gaan we de winterjassen dit weekend voor het eerst echt uit de kast moeten halen. Een winterjas maakt niet meteen deel uit van mijn outfit, maar als loper is kou niet per se nadelig. 8 graden is vooral bitter weinig voor die lieve supporters van mij.

Mijn parcourskennis is sowieso een voordeel. Dit is mijn derde Brussels marathon. Leer mij nog maar eens een nieuwe meter Brussel of Tervuren kennen. Ook mijn trainingen verliepen vlotjes. Ik ging vaak ’s ochtends lopen en verbaasde mezelf met het behoorlijke tempo dat ik schijnbaar moeiteloos liep aan een trage hartslag. De raceprognoses van mijn horloge bereikten ongekende hoogten, maar die indicaties moet je met een halve kilo zout nemen. Relativeren dat kan ik als geen ander. Als genieten en vertrouwen winnen voorop staan, hoe belangrijk is de tijd dan nog? Roep ik zelf ook niet altijd dat een marathon lopen een knalprestatie is ongeacht de tijd die het je kost? Ja, maar ik ben ook altijd de eerste om te zeggen dat je ambitieus moet zijn binnen je eigen mogelijkheden. De vraag is dus vooral of ik het nodig vind om überhaupt diep in het krachtenarsenaal te tasten. Het zou een mooie marathonwijsheid voor mezelf zijn. Twee jaar geleden leverde ik in Brussel een prestatie van formaat door zo eventjes 3:22 op de chrono af te tikken. Roos beschreef die race onlangs treffend als een dag waarop de marathonwetten niet op mij van toepassing waren. Laat ik zondag vooral uit gaan van mijn eigen kracht om die wetten te trotseren. Bovendien bulkt ook mijn supportersteam van de ervaring. Afspraak aan het altaar in het Jubelpark. Mr. Marathon, wij komen eraan.

Het gerief – Mijn marathon essentials

Ik ga naar de marathon en ik neem mee: een paar goed getrainde benen, een ijzersterke geest, mentale veerkracht, minstens twee familieleden, mijn marathongerief en een blik karakter. Geen marathon zonder mijn trouwe metgezellen. Ik ben het type mens dat graag op alles is voorbereid als ik de deur uitga. Of ik nu naar mijn werk vertrek of naar een marathon. Met als gevolg dat mijn sporttas al eens de neiging heeft om uit te puilen. Sommige van die vriendjes gaan al heel lang mee. Zie hier welke spullen zeker niet mogen ontbreken in mijn marathonuitzet.

Marathons lopen dat betekent gels slikken. Tijdens een marathon consumeer ik zo’n 7 à 8 Squeezy energy gels. Die waren van de partij vanaf marathon  n° 1 en bestaan in vier verschillende smaken: banaan, perzik-sinaasappel, citroen en framboos. De ene smaak steekt al sneller tegen dan de andere. Het dilemma dat zich dus telkens stelt is welke smaken ik moet meenemen voor onderweg. Je kan ze namelijk in gemixte samenstelling kopen of één doos van dezelfde variant. Citroen en framboos genieten mijn voorkeur, maar variatie is niet onbelangrijk. Banaan vind ik het minst te pruimen. Daarom hebben Roos en ik als gewoonte om een banaantje weg te werken in het startvak, dan steekt dat het minst tegen. Nadien beslist het lot welke gel ik tevoorschijn tover uit mijn sportieve voorraadkast: zijnde de Nathan Triangle drinkgordel. Een trouwe kameraad die me ook al vergezeld van bij het prille marathonbegin. Ik liep vijf marathons met de blauwe versie en kocht toen de zwarte. Matching outfits, matching marathons: zoiets? In het ritszakje kan ik zo’n 8 gels proppen. De drinkbushouder met elastiek is de koelkast van de marathonkeuken en biedt plaats aan een 0,5 liter flesje met sportdop: water met daarin High5 koolhydratendrank opgelost. Vooral te drinken als je juist geen dorst hebt: een flesje per uur. Geen haute cuisine, maar noodzakelijke brandstof voor het lichaam.

In de categorie verzorging neem ik altijd vaseline mee om plaatsen waar veel wrijving ontstaat (lees: ondergoed en hartslagband) voor de race te voorzien van een royale laag smeersel. Voor zij die te koppig of trots zijn om vaseline te gebruiken, kan ik Flamigel of Flaminal hydro aanraden om je pijnlijke schaafwonden nadien te verzorgen. Ik heb ook wel eens geëxperimenteerd met pleisters op een schuurgevoelige plaats te kleven om wrijving te voorkomen: de elastiek van mijn broek waar de drinkgordel strak over zit bijvoorbeeld. Door het zweet lossen die redelijke snel en heb je er dus niks aan. Voorkomen is beter dan genezen. Er zijn heel wat hippere middeltjes op de markt om schuurplekken te voorkomen, maar hipper betekent in dit geval ook duurder en dat is nergens voor nodig. Vertrouw op vaseline. Verder slik ik ook steeds twee imodiums voor de start van de marathon. Better be safe than sorry. Een pijnstiller naar keuze is ook welkom voor wat verlichting na afloop. Tot zover de apotheek.

Qua kleding kies ik voor een singlet of shirt en een korte tight. Op trainingen draag ik meestal losse en wat kortere shorts. Iets loszittend garandeert echter schuurplekken. Beter niet dus. Uiteraard kan ik ook niet zonder een paar Stance sokken. Die stem ik steeds af op de rest van de outfit: of wat had u gedacht? Helemaal nieuw in mijn garderobe zijn de compressie tubes van Herzog waar ik sinds mijn blessure mee loop. Hierdoor kan ik alleen korte Stance sokken dragen. Jammer, maar helaas. Esthetiek mag niet ten koste gaan van de zorg voor het lichaam. Mag natuurlijk ook niet ontbreken: propere kleding en andere schoenen om na afloop te dragen. Ik geef mezelf hier de nodige keuzevrijheid en zeul dus te veel mee.

Aan de finish drink ik meteen water om de plakkerige kunstmatige fruitsmaak in mijn mond weg te spoelen. Er wordt dan ook sportdrank uitgedeeld en in het verleden zwichtte ik daar al eens voor, maar dat leidde steevast tot buikkrampen. Ik probeer dus zo snel mogelijk mijn Alpro chocomelk te drinken en iets te eten. Niet omdat ik dan echt honger heb, maar omdat je best zo snel mogelijk (binnen de 30 minuten) na zo’n zware inspanning koolhydraten en eiwitten aan je lichaam kan leveren. Die heeft het hard nodig om te herstellen van de strijd. Ik ga meestal voor een Clif bar en voorzie ook lekkere boterhammen om onderweg naar huis te verorberen. Eens dat ik terug wat normale voeding heb weggewerkt, komt de echte honger ook opzetten. Mijn lichaam geeft dan heel duidelijk aan wat het nodig heeft: rust, eten en drinken. Wie ben ik om het dat te ontzeggen?

 

De race – Amsterdam marathon oktober 2017

Vandaag werd de 43e Amsterdam marathon gelopen. De Keniaan Lawrence Cherono kwam als winnaar over de finish in een parcoursrecord van 2:04:06. Vorig jaar stond ik samen met Roos aan de start in Amsterdam.

  • De cijfers: marathon n° 7 gelopen in 3:26:11, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: ik was in goede vorm na een lastige zomer en hoopte mijn recordtijd te kunnen aanvallen
  • De race: ik bevocht een zware slag aan de Amstel, ging nipt ten onder, maar beleefde toch een gloriemoment in het Olympisch stadion
  • De herinnering: het overvolle Amsterdam, de luxueuze hotelkamer en vooral heel veel familieliefde met mijn zussen en mama

Wat vooraf ging
Ik liep in april 2017 een ijzersterke marathon in Parijs en behaalde 10 weken later in juni mijn eerste marathonpodium in Puurs. Ik zat met oogkleppen in een marathonflow, negeerde enkele pijnsignalen en liep de La Chouffe trail met een peesblessure aan de lies. Mijn gedrevenheid bereikte een grote piek in de zomervakantie, maar mijn lichaam verkeerde in winterslaapmodus alsof het putteke winter was. Als ik in oktober de Amsterdam marathon wilde lopen, moest er één en ander aangepakt worden. Zo belandde ik in augustus op de behandeltafel van een kinesitherapeut die gespecialiseerd is in loopblessures. Het lastige gevoel in mijn lies verdween snel, maar toen begon mijn rug te protesteren. Enkele verlichtende dry-needling sessies hielpen ook die problemen de wereld uit. Ik mocht lopen, maar deed beduidend minder kilometers en schrapte de intervaltrainingen. In september beschikte ik terug over mijn volledige lichaamsfuncties en krachtenarsenaal. Zo klokte ik een scherpe tijd op de halve marathon in Brussel zonder me in de vernieling te lopen. Ik kreeg 100% groen licht van de kine om voluit te gaan in Amsterdam. Tja, dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.

Vlak voor de start
Start en finish bevinden zich in het Olympisch stadion. Ervaren marathonrotten als Roos en ik zijn, weten we dat je bij de start moet zijn nog voor de startvakken open gaan. We hadden dus tijd om een propere dixi te gebruiken en een babbeltje te slaan met een pissebed die in het stadion woonde. Het was behoorlijk fris, maar de zon tekende present. We namen nog een geforceerde foto en trokken toen richting startvak. Roos stond in het vak achter mij. Een hek kon niet voorkomen dat wij stonden te keuvelen over koetjes en kalfjes. Bij mij slaat de stress echt toe als ik het idee krijg dat ik mijn plaats moet gaan verzekeren vooraan in het startvak. Een bijkomende stressfactor was dat er een pacer was voor de tijd van 3:20, de tijd die ik beoogde. Lastig! Ik besloot toch om op mijn eigen plan te vertrouwen en de pacer niet te volgen.

De race
Mijn voeten waren gevoelloos door de kou en dat voelde als een bijzondere loopsensatie die eerste kilometers. Het kon de pret niet drukken. Net zoals in Parijs leek ik de eerste kilometers te vliegen. Ik kon moeiteloos een stevig tempo aanhouden en mijn vertrouwen groeide met de minuut. Rond kilometer 10 liepen we een lange U-bocht. Ik speurde de massa af op zoek naar mijn zusje. We schreeuwden elkaar nog wat aanmoedigingen toe. De adrenaline vloog in het rond. Wij zouden onze PR’s vandaag aan diggelen lopen! Ik geloofde dat het mogelijk was.

2017-10-16-PHOTO-00000134
Dit is zonder twijfel de meest geslaagde actiefoto die ooit van mij gemaakt werd. Bedankt, Marike!

Ongeveer halverwege bereikten we de Amstel. Een ellendig stuk dat je kilometers langs het water voert om dan via een brug langs de andere kant terug te lopen. Ik streed er mijn persoonlijke Slag om de Amstel. In de eerste plaats was de wind mijn vijand. Wind en tempolopen zijn nooit een goede combinatie. Ook begon het te dagen dat ik nog wel een stuk te gaan had. Een saaie, zware lus lopen helpt dan niet bepaald om negatieve gedachten te verjagen. Met lede ogen zag ik hoe mijn kilometertijden toenamen. Als klap op de vuurpijl kwam toen die vermaledijde 3:20-pacer aanzetten, aangeklampt door een bende sputterende lopers. Wat was wijsheid? Ik kon krampachtig proberen om hem voor te blijven, maar besloot me uiteindelijk over te geven aan de menigte in de hoop dat ik energie zou kunnen sparen als ik gewoon moest volgen. Dat ging dus niet. Op de smalle weg werd er bijna letterlijk gevochten om een plaatsje in de massa te veroveren. Ik streed voor wat ik waard was, verloor nog meer energie en moest het onderspit delven. De pacer en zijn aanhang denderden me zonder pardon voorbij en ik bleef verweesd achter. Ik was zo van mijn melk dat ik bijna mijn mama en Marike miste die me mijn tweede drinkbus aanreikten.

Zo bereikte ik dus rond kilometer 26 moederziel alleen een bedrijventerrein in Zuid-Oost Amsterdam. Troosteloosheid troef. De waarheid was dat ik geen PR zou lopen. Ik had nog voldoende marge om een tijd onder de 3:30 te lopen en concentreerde me dus op het vinden van een constant tempo. De wind bleef zich echter opdringen en ook de zon scheen wat te hard. Ik moest steeds meer harken om vooruit te kunnen gaan. Breken deed ik niet. Ik telde af en stelde vast dat er nog wel iets in mijn benen zat. De laatste kilometers door het Vondelpark waren slopend. Ambiance genoeg, maar het leek wel het park van de wandelende marathonzombies. Op automatische piloot kwam ik aan in het Olympisch stadion voor een bescheiden ereronde. Dat gaf wel een kick en ik perste er nog iets uit wat op een sprint moest lijken. 3:26 was het verdict. Mijn taak zat er nog niet op. Als ik Roos vanuit het stadion wilde zien finishen, was er geen tijd te verliezen. Met mijn laatste krachten en verzuurde benen liep ik nog enkele trappen op. En ja hoor: ik zag dat kleine straffe zusje van mij binnenkomen in een knappe 3:43.

De conclusie
De Amsterdam marathon is qua deelnemersaantal net iets groter dan de Rotterdam marathon. Amsterdam en Rotterdam: dat is concurrentie. Dit werd me duidelijk gemaakt door Rotterdammer Jelle. Het parcours van Amsterdam kon mij slechts matig bekoren. Je loopt relatief veel kilometers buiten de stad in saaie buitenwijken en langs de Amstel zonder supporters. Zowel aan het begin als aan het einde van de marathon loop je door het Vondelpark. De kilometers door het stadscentrum zijn zwaar. Door de vele tramsporen en oneffen stenen worden loopvoeten extra uitgedaagd. De start en finish in het indrukwekkende Olympische stadion zijn de grote troef van deze marathon en maken veel goed. Als ik een kamp moet kiezen, dan ga ik resoluut voor Rotterdam: een sympathieke stad met een snel marathonparcours. Je merkt ook dat de marathon daar meer leeft onder de stadsbewoners. Sorry, lieve Amsterdammers. I am Rotterdam.

IMG_1659
Team Odeyn for the win!

Enkele weetjes

  • Het idee om de marathon in Amsterdam te lopen ontstond in oktober 2016 toen ik mijn broer er zag finishen in 2:32. Zelf liep ik daarna een recordtijd op de halve marathon. Ik kreeg kippenvel van Seppes finish en dat heeft bij mij wel vaker als gevolg dat ik dat dan zelf ook wil ervaren.
  • Seppe schreef een heel grappige blogpost over zijn Amsterdam marathon.
  • Op zaterdag spraken Roos en ik af met vriendin Machteld om iets te gaan drinken in het stadscentrum. Slecht idee: Amsterdam lijdt onder het toerisme en op zaterdagnamiddag is dat overal voelbaar.
  • Ons hotel in Amsterdam-Sloterdijk was een welkome oase van rust. Dat mocht ook wel voor de exorbitante prijs in marathonweekend. De ruime badkamer en dito inloopdouche vormden een grote meerwaarde om het marathonzweet van ons af te spoelen.
  • De avond voor de marathon dineerden we in het stijlvolle restaurant van het hotel. De pastamogelijkheden waren beperkt en zo aten Roos en ik zwarte tagliatelli met tonijn. Pasta is pasta. Geen racisme op ons bord.
  • Ere wie ere toekomt: na de Kralingse Plas (Rotterdam) en het Bois de Boulogne (Parijs) voegde ik dus met veel plezier de Amstel toe aan mijn persoonlijke marathongevechten.
  • Als je in Nederland bent, moet je poffertjes eten. Bij de aankomst bestelde ik twee porties ambachtelijke poffertjes mét ferme klont boter. En of dat smaakte! Roos finishte haar schaaltje niet wegens toenemende buikactiviteiten.
  • Calling all superheroes is de slogan van de Amsterdam marathon. Wij lijken het als familie soms aan te trekken dat we mensen ontmoeten die hulp nodig hebben. Zo ontfermden mama en Marike zich over een Vlaamse jonge loper die zijn supporters niet vond bij de aankomst. Ze wilden hem zelfs bijna mijn chocomelk aanbieden. Mijn naastenliefde kent echter grenzen.

IMG_1656

De vraag – Is een marathon lopen gezond?

Antwoord: 42,195 kilometer lopen levert geen bijdrage aan je gezondheid, maar een doordachte voorbereiding en de actieve levensstijl die daarmee gepaard gaat kunnen je heel wat gezondheidsvoordelen opleveren.

Ik krijg vaak ongevraagd naar mijn hoofd geslingerd dat zoveel lopen toch niet meer gezond is. In maart pikkelde ik rond met een kruk nadat ik me blesseerde tijdens een halve marathon. Op subtiele of minder subtiele wijze kreeg ik toen te horen dat veel lopen ongezond is. Kortom: eigen schuld, dikke bult dat ik tijdelijk als mindervalide door het leven moest gaan. Ronduit grof en vooral erg pijnlijk. Alsof ik me niet al continu afvroeg hoe ik dit onheil had kunnen voorkomen. Een blessure heeft zelden één duidelijk aanwijsbare oorzaak. Het is een combinatie van factoren die ervoor zorgt dat het evenwicht tussen inspannen en herstellen op een bepaald moment verstoord wordt. Een duidelijk signaal van je lichaam dat het even niet meer mee kan en dat rust en verandering noodzakelijk zijn.

Wie zich op een marathon voorbereidt of gewoonweg beslist om meer te gaan lopen, verlegt lichamelijke grenzen. Lopen heeft een behoorlijke impact op je lichaam door de schokken die het bij elke pas moet opvangen. Het is daarom een sport met een hogere belasting dan pakweg fietsen of zwemmen. Dat valt niet te ontkennen. Als je vaker en langer gaat lopen, bestaat het risico dat je de grens overschrijdt van wat je lichaam op dat moment aankan. Spieren hebben enkele maanden nodig om zich aan te passen, botten en bindweefsel zelfs jaren. Recent onderzoek heeft trouwens aangetoond dat lopers niet vaker knieproblemen krijgen op latere leeftijd dan niet-lopers. Een blessure hoeft niet altijd desastreuze gevolgen te hebben. Ik begon zelf op niet zo verantwoorde wijze te trainen voor de 20 kilometer van Brussel. Dat leverde me een overbelastingsblessure aan de achillespees op, maar door een kordate aanpak was die snel weer van de baan. Een blessure mag je niet minimaliseren, maar moet je ook niet dramatiseren. Stijve spieren zijn niet schadelijk voor je gezondheid. Een keer buiten adem zijn evenmin. Je voelt dan waar de grens ligt en moet niet overhaast concluderen dat je lichaam naar de vaantjes is.

In mijn ogen is iets ongezond wanneer het je gezondheid schade toebrengt. Zo worden de gevaren van alcohol steeds duidelijker in kaart gebracht. Een katerdagje wordt nog te vaak beschouwd als een onschuldig gevolg van een dolle stomdronken avond. Vreemd, want je kan geen duidelijker signaal krijgen dat je een grens overschreden hebt als je niet meer kan functioneren en je lichaam tijd eist om te herstellen. De schadelijke gevolgen van roken zijn onbetwistbaar, maar ook onze passieve levensstijl en steeds ongezondere eetpatroon veroorzaken meer gezondheidsproblemen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal in 2030 maar liefst 89% van de Belgische vrouwen met overgewicht kampen. Daar zijn ernstige gezondheidsrisico’s aan verbonden. Als ik dan toch voor moraalridder aan het spelen ben, haal ik graag mijn stokpaardje van stal: zitten is het nieuwe roken. En dat heb ik niet eens zelf bedacht.

Ik begrijp dus niet hoe een zogenaamde overdaad aan sport in een zelfde schaal van ongezondheid zou passen als de bewezen boosdoeners. Het is namelijk niet omdat je je lichaam kan forceren als loper dat je het onherroepelijke schade toebrengt. Een actieve levensstijl vormt een essentieel onderdeel van onze gezondheid. Een menselijk lichaam is gemaakt om te bewegen. Lees Born to Run maar eens van Christopher McDougall. Voor velen wringt daar het schoentje: een actievere levensstijl bestel je niet via Bol.com. Het vraagt inspanningen en verandering. Een onverklaarbaar pijntje wordt dan als excuus aangegrepen om niet te moeten bewegen, want stijfheid of een beetje pijn zijn een teken van ongezondheid. Lopen is zeker geen must, bewegen is dat wel. We zouden dus wat vaker uit onze luie stoel moeten kruipen en niet meteen met ons vingertje staan zwaaien over wat anderen doen en laten.

Is lopen dan nooit schadelijk voor de gezondheid? Jawel. Wie van helemaal niet lopen op enkele maanden tijd naar de marathon gaat, speelt hoog spel met zijn gezondheid. Ook occasionele lopers die onder het mom van een weddenschap plots een dubbel zo lange afstand willen afleggen in een veel te snelle tijd zonder fatsoenlijke voorbereiding, zijn niet verantwoord bezig. Je kan ervan afkomen met een week spierpijn, achterblijven met een blessure of gedehydrateerd en onwel eindigen in de EHBO-post. Ja, er vallen helaas af en toe (dodelijke) slachtoffers op grote loopevenementen, maar dat betekent nog steeds niet dat we meteen moord en brand moeten roepen dat lopen oh zo gevaarlijk is. Waar duizenden mensen samenkomen, ontstaat een verhoogd risico op ongelukken. Kerngezonde jonge mensen kunnen ook in hun slaap kunnen sterven. Dat maakt slapen niet levensbedreigend.

Ik pleit voor de aanpak van het gezond verstand. Wie verantwoord sport, zal zijn grenzen ongetwijfeld eens op zachte of harde wijze tegenkomen. Dat is niet per se schadelijk of nadelig. Een actieve levensstijl zorgt ervoor dat je je lichaam leert kennen en het bovenal gaat respecteren. Zo had ik een veel ongezondere levensstijl toen ik nog geen loper was. Ik ging meer zorg dragen voor mijn lichaam toen ik actiever werd door gezonder en bewuster te eten bijvoorbeeld. Niet omdat het zo hoort, maar omdat ik voelde dat het werkte, zowel voor als na de trainingen. Ik ben als loper meer buiten, heb meer energie en slaap beter. Lopen maakt mij gelukkig, dat zal ik tot in den treure blijven herhalen. Dit compenseert ruimschoots de belasting die ik van mijn lichaam vraag, want ja: die neiging tot overdrijven is nu eenmaal eigen aan mijn karakter.

Vorig jaar liep ik vier marathons én een ultratrail op 7,5 maand tijd. Dat is absurd veel en ik zou het niet meteen opnieuw doen en al helemaal niet aanraden. Niet omdat mijn gezondheid eronder geleden heeft, maar omdat het pure loopplezier niet meer centraal stond. Een marathon lopen is hoe dan ook een aanslag op je lichaam, maar eentje die dat lichaam wel aankan als je het goed hebt getraind en gesoigneerd. Volgens mijn zus en kinesitherapeut Marike is het nog altijd beter om af en toe overmatig te sporten dan helemaal niet. Wie zich nooit op glad ijs begeeft, zal nooit een slipper maken, maar zal ook nooit leren schaatsen. Mijn idool Klaas Boomsma loopt morgen de Amsterdam marathon nadat hij vijf weken geleden een toptijd liep in Berlijn. Hij schreef een blogpost over twee marathons op korte tijd met de veelzeggende titel Don’t try this at home. Ik ben het volmondig eens met zijn wijze woorden: wees verstandig en marathon met mate. Loop omdat je ervan geniet en luister naar wat je lichaam te vertellen heeft.

Marathonpraat – Over rust en pre-marathon rituelen

Nog 11 keer slapen en ik sta aan de start van de Brussels marathon. Ik ben nu dus volop aan het taperen en met behoorlijk wat zenuwen aan het aftellen om marathon nr° 9 tot een goed eind te brengen. Waar 28 oktober in de zomer nog veilig ver klonk, voelt het nu akelig dichtbij. Door mijn blessure in het voorjaar ben ik vertrouwen kwijt in mijn kunnen als marathonloper. Zal Brussel mij voor een derde keer kunnen geruststellen? Ik probeer positief te zijn en stort me op de soms ietwat vreemde gewoontes die ik ontwikkelde in aanloop naar de marathon. Hoewel geen voorbereiding identiek is, houdt het gewoontedier in mij van een aantal vaste rituelen.

Taperen en rusten dat betekent dat ik nu nog meer dan anders zo ontspannen mogelijk in het leven wil staan. Comfortabele kleding dragen helpt me om in extra zenmodus te gaan. Ik kan mijn benen al wat ontzien in het dagelijks leven met sportief en zacht schoeisel aan mijn voeten. Ook laat ik geen kans onbenut om me in een joggingbroek te hullen. Als de situatie dat toelaat tenminste, daar beslist de ijdeltuit in mezelf over. Die is ook verantwoordelijk voor het feit dat ik steeds zo’n anderhalve week voor de marathon naar de kapper ga. Ik weet heus wel dat een frisse coupe niet zal bijdragen aan een geslaagde actiefoto en ook een finisherselfie met medaille staat niet op mijn prioriteitenlijstje. Een kappersbezoek geeft mij op de één of andere manier het idee dat alles tot in de puntjes in orde zal zijn. Onder de noemer “nog absurder”: ik lakte al meermaals mijn teennagels een paar dagen voor de marathon. Ook die handeling geeft me het geruststellende idee dat ik mijn lichaam tot in de puntjes soigneer. En als ik op de EHBO-post zou eindigen met vreselijke blaren dan zijn mijn tenen de blikvangers. Voila.

Nadenken over mijn kleding op marathondag behoort ook tot het repertoire. Zo liep ik al mijn marathons in een ander shirt of singlet dat ik kocht voor die gelegenheid. Jullie begrijpen natuurlijk dat ik daar nu niet omheen kan en dat een nieuwe aankoop niet te vermijden is. Een ernstiger dilemma is met welke schoenen ik de marathon zal lopen. Vorig jaar liep ik drie marathons met de Adidas Ultra Boost, maar die hebben hun beste tijd inmiddels gehad. In het voorjaar liep ik veel duurtrainingen op de Nike Zoom Fly’s die me werkelijk het idee gaven te kunnen vliegen. Ik dacht dus mijn nieuwe marathonschoen te hebben gevonden, maar na mijn blessure liep ik er nog maar een paar keer op wegens net wat belastender voor mijn toen gevoelige kuiten. Er nu een marathon mee gaan lopen voelt niet echt veilig en gaat in tegen heel wat marathonprincipes. Mogelijk biedt de Nike Zoom Pegasus 35 een waardig alternatief. Ik voel keuzestress!

IMG_3202b
Hier zal ik me ergens rond kilometer 28 bevinden tijdens de marathon.

Dan is daar nog de parcoursverkenning. Door de start en gewijzigde aankomst in het Jubelpark wordt er een andere lus in Tervuren gelopen. Dat stuk moet ik natuurlijk eens gezien en gevoeld hebben. Ik ondernam reeds drie pogingen om de uitbreiding te fietsen, maar ging telkens op een ander punt de mist in. Dit geeft meteen aan dat het geen eenvoudige geometrische lus is. Wat ik tot nu toe zag, stelde me niet meteen gerust. De overzichtelijke langgerekte stukken vals plat, zijn vervangen door minder vlot beloopbare stroken in het Zoniënwoud. Denk: oneffen en steentjes, berg op en berg af, draaien en keren. Ik probeer het positief te catalogeren als een parcours met voldoende afwisseling om de zinnen te verzetten op de moeilijke kilometers van het derde kwart. We zullen zien wat het geeft.

Voorts heb ik geen praktische zaken te regelen. Mijn voorraad Squeezy sportgels is nog meer dan toereikend met 15 stuks en ik heb nog ruim 3 kilo koolhydratenpoeder in de kast staan. Aan energie en kunstmatige fruitsmaken geen gebrek de komende jaren. Volgende week vrijdag ga ik mijn deelnemerspakket met borstnummer afhalen om de sfeer van de Marathon Expo al wat op te snuiven. Er rest mij dus nog te duimen voor goed marathonweer. Misschien moet ik een brief richten aan de weergoden in de hoop dat ze de regen en wind kunnen bewaren voor een ander tijdstip. Nu is het ook wachten op de eerste marathondroom waarbij ik gestresseerd en gehaast probeer om tijdig aan de start te staan. Het signaal bij uitstek dat ik me mentaal aan het klaarstomen ben voor de strijd. Er is dan echt geen ontkennen meer aan.

Het gerief – Voedzame versnaperingen in reepvorm

Voor een klein of wat groter hongertje tussen de maaltijden door is de versnapering uitgevonden. Een grappig woord eigenlijk. Op mijn lagere school werd het gebruikt voor de koek of het stuk fruit dat werd uitgedeeld tijdens de speeltijden in de voor- en namiddag. Destijds was het voor mij dus een archaïsch synoniem voor een zoet (lekker) of gezond (noodzakelijk) tussendoortje. Het woord versnapering dook voor het eerst op in de Nederlandse taal in 1637. Geen toeval dat de mensch in de bloeiende Gouden Eeuw behoefte kreeg aan een knabbel om een knagend buikgevoel te verhelpen. Tegenwoordig eet ik mijn stuks fruit meestal ’s ochtends en een prinsenkoek, chocoas of centwafer heb ik al heel lang niet meer van dichtbij gezien. Voor mijn toch behoorlijk actieve levensstijl heb ik wat voedzamers nodig. Welkom in mijn wondere wereld der versnaperingen.

Het Nederlandse merk Bolletje straalt gezelligheid uit. Als nuchtere Vlaming vind ik de teksten op hun verpakkingen soms net iets te lifestyle klinken. Zo zouden de bakkertjes van Bolletje al 150 jaar met plezier naar het werk gaan. Op de repen staat ook een bakker afgebeeld die graan vervoert met zijn bakfiets. Lekker authentiek. In 1867 bestond de burn-out niet. Wat er ook van aan is: die bakkertjes bij Bolletje weten hoe een goede granenreep moet smaken. Klassieke muesli- of granenrepen missen vaak wat bite en zijn mij te zoet. De stevige havermoutrepen van Bolletje maken hun naam helemaal waar. Het is zonder meer een lekkere koek van havermout en volkorenmeel zonder kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen. En mocht je er nog aan twijfelen: je bent goed bezig! Dat staat toch op de verpakking.

Diezelfde ijverige bakkers maakten ook zogenaamde noten & granenrepen voor wie het nog verantwoorder wil. De voedingswaardetabel leert mij dat deze repen nog meer vezels en minder suiker bevatten dan de klassieke havermoutrepen. De hazelnoot en spelt variant is een smakelijke reep waar je je tanden niet op kapot kan bijten. Ze zijn ook wat groter en met de noten heb je ook niet de neiging om een tweede reep in overweging te nemen. Zo hoort een versnapering te zijn. Oh ja: de bakkers van deze repen gaan elke dag met een goed gevoel aan de slag. Wat geweldig voor ze!

Wie het allemaal nog puurder en natuurlijker wil, zal bij Nakd ongetwijfeld zijn gading vinden. Dit is een Brits merk dat sinds 2016 ook de Nederlandse en Belgische markt veroverde. Nakd draagt milieubewustzijn hoog in het vaandel. Hun repen bevatten geen toegevoegde suikers, zijn geschikt voor veganisten en ook nog eens glutenvrij. Wat zit er dan wel in? hoor ik jullie denken. 100% natuurlijke ingrediënten, is het antwoord. Denk aan noten, fruit, dadels en rozijnen in heel veel verschillende combinaties. De repen zijn samengeperst en zacht van textuur. Mijn favoriet is de cashew cookie, die enkel cashewnoten en dadels bevat. That’s it. Een voedzame versnapering met veel smaak. Toegegeven: je moet wel openstaan voor dit soort pure repen. Het koekgevoel is namelijk ver weg.

De repen van Eat Natural zijn de Rolls Royces onder de verantwoorde versnaperingen. Net als Nakd heeft dit merk Engelse roots. Net als Bolletje brengen ze ook ontbijtproducten op de markt. De repen zijn glutenvrij en ook Eat Natural zweert bij natuurlijke ingrediënten zonder toegevoegde rommel. Simple… isn’t it? Zoals ze zelf zeggen. De repen zijn met ruim 1 euro per stuk wat aan de prijzige kant, maar hun geld wel meer dan waard. Ik kies meestal voor de protein packed repen die door een hoog gehalte aan pinda’s heel wat eiwitten leveren. De pindanootjes zorgen voor een stevige bijt. Niet iedereen houdt daar van. Mij smaken ze keer op keer bijzonder goed. Ik eet ze niet dagelijks, maar ze zijn ideaal voor bij de koffie na het sporten.

IMG_3194b

In de categorie energierepen ben ik helemaal fan van Clif bars. Let wel: dit zijn repen die speciaal werden ontwikkeld om te nuttigen binnen een sportief kader. Feed your adventure, kan je dan ook op de verpakking lezen. De repen zijn met andere woorden energierijk en dus ook calorierijk. De filosofie van dit Amerikaanse merk is even eenvoudig als geniaal: oprichter Gary beet tijdens het fietsen in een energiereep en was ervan overtuigd dat hij een betere reep zou kunnen maken. Dat deed hij dus. Met succes! Clif bars zien er appetijtelijk uit en zijn ongelooflijk smaakvol. Als je weet dat er een hele voedingsfilosofie achter schuil gaat en dat de makers enkel gezonde ingrediënten gebruiken met respect voor het milieu, smaken ze zelfs nog beter. Probeer ze eens en kies dan zelf een favoriete smaak uit het rijke aanbod. Het merk werd overigens genoemd naar Gary’s vader Clifford. Nog eens scoren voor een familiemens als ik.

Tot slot heb ik nog een troef achter de hand. Mijn zus Marike is namelijk een waar bakwonder. Haar oeuvre beslaat zowel minder verantwoorde klassiekers als gezonde verzoekjes. Wij kunnen vragen, zij bakt. Steeds met kunde en veel liefde. Ze schuwt het gezonde experiment niet. Ik ben gewillig proefkonijn. Versnaperen maar!

Noot: ik betaalde alle repen zelf. Dit bericht kwam dan ook tot stand na een uitgebreide keuring en proefperiode. De repen van Bolletje zijn te koop bij Albert Heijn. Nakd en Eat Natural vind je tegenwoordig in diverse supermarkten. Clif bars zijn online te koop en bij AS Adventure.

 

 

Het portret – Mijn vader en held Jan Odeyn

Vandaag wordt mijn papa 59 jaar. Net als ik is hij ook een loper en een leerkracht. Een lezer zou ik hem niet echt meer noemen. Wel een grapjas pur sang, gedreven bouwer en piloot van modelbouwvliegtuigen en één en al papa tot in zijn kleinste teen. De jaren lijken geen vat te krijgen op zijn kracht en vitaliteit. Mijn mama heeft eens terecht opgemerkt dat hij bionisch lijkt te zijn. Laat hem een marathon lopen en hij draagt nadien met soepele tred je bagage naar boven. Echt gebeurd! Met ouder te worden, zie ik steeds meer hoe ik op mijn vader lijk. Om het met Stef Bos te zeggen: papa, ik lijk best veel op jou. Daar kan ik alleen maar heel dankbaar om zijn.

Mijn vader is niet alleen voor mij persoonlijk een held. Hij is dat ook door zijn daden. Afgelopen zomer stond hij nog in De Morgen met een grote foto in een artikel over helden. In 2004 werd hij namelijk geëerd met een bronzen medaille nadat hij de brandende woning van de buurvrouw binnenging in een poging haar te redden. In 2015 draaide een rondje lopen onverwacht uit op een heldendaad. Hij zag een auto de Vaart in rijden, sprintte er naartoe, sprong in het water om de bewusteloze vrouw onder water uit haar voertuig te bevrijden en haar langs de kant te reanimeren. De vrouw herstelde volledig. Het leverde hem de bijnaam Jan zonder Vrees op in de lokale media. Heldhaftiger kan het niet worden.

IMG_3177b

Zoals hij zijn heldendaden relativeert, zal hij ook zeggen dat zijn natuurlijke reflex tot het helpen van zijn medemens vanzelfsprekend is. Zo stopt hij werkelijk voor elke lifter die zijn pad kruist en bracht hij eens een vluchteling mee naar huis. Als superheld wordt hij vaker geconfronteerd met crisissituaties. In juli bijvoorbeeld, toen we van Houffalize naar huis reden en vlak voor ons op de snelweg een auto in de berm crashte. In geen tijd had mijn vader zijn auto omgebouwd tot een mobiele ambulancepost om de slachtoffers op te vangen. De andere omstaanders haalden opgelucht adem. Hij was een professional in vergelijking met de ambulanciers die hun krakkemikkige rolstoel amper gemonteerd kregen. Ook het dierenrijk kan steeds op zijn steun rekenen. Hij zal zichzelf geen dierenmens noemen, maar toch deinst hij er niet voor terug om een losgeslagen paard terug naar de wei te begeleiden, een verdwaald konijn mee naar huis te nemen of zich te bekommeren over een egel.

Mijn vader is een man die veel stielen kent. Hij beschikt over elk gereedschap. Geen enkel materiaal of voertuig kent geheimen voor hem. Het is gênant dat ik hem moet vragen een kapstok op te hangen of een schroefje van mijn fiets vast te draaien. Want ja, dat doe ik dus. Inmiddels kan ik wel zelf mijn banden oppompen, maar ik laat geen kans onbenut om dit aan hem te vragen. Jullie begrijpen ook dat je met een superheld als vader altijd een noodlijn achter de hand hebt. Roos en ik zeggen soms tegen elkaar: als het niet lukt, dan bellen we gewoon papa om ons te komen halen. Dat plan B zat ook in mijn achterhoofd toen ik in mijn eentje naar Berlijn reed. Zo’n telefoontje zou misschien wel wat ongelegen komen als er net een interessante documentaire op National Geographic bezig is.

IMG_0259b

Op creatief vlak kent mijn vaders inspiratie geen grenzen. Zo maakte hij vroeger zijn eigen kerstkaarten die hij naar zijn vliegvrienden stuurde, is hij gezegend met een vlotte babbel en kan hij moppen vertellen in heel wat talen. Hij heeft een gevatte pen, schrijft graag postkaartjes en typt met slechts twee vingers. Ook upcycling en kunst met een knipoog behoren tot zijn oeuvre. Hij herwerkte eens klassieke landschapsschilderijen uit de kringloopwinkel tot moderne klassiekers door zo’n schilderij bijvoorbeeld in hoekvorm te monteren. Dit hoekschilderij werd zelfs geëxposeerd als deel van de Canvascollectie in de Bozart. Het aantal modelbouwvliegtuigen dat hij al gemaakt heeft in zijn leven, zal inmiddels ook uit drie cijfers bestaan. Ik heb mijn hobbykamerdrang niet van vreemden net zoals de liefde voor de Kewlox-kast, al begreep ik het gemak en design daarvan pas toen ik mijn eigen hobbykamer moest inrichten.

Met één dodentocht, twee marathons en vier keer de Hel van Kasterlee op zijn conto zijn ook de sportieve prestaties van mijn vader niet van de poes. Hij traint op gevoel, met tonnen karakter en heeft lak aan trainingsprincipes uit de boekjes. Sterker nog: hij ontwikkelde zijn eigen principes. In april 2016 liepen we de marathon van Rotterdam zij aan zij in 3u27. Mijn vader had de avond voordien drie alcoholische consumpties genuttigd en de nacht doorgebracht op een kampeermatje in de keuken. Voor alle duidelijkheid: hij had zelf gekozen voor die spartaanse omstandigheden en ze leken hem alleen maar sterker te maken. Ik zag af tijdens die marathon en de laatste 12 kilometer nestelde ik me in zijn zog om niet meer na te denken en zijn gezwinde pas te volgen. Zeventien doden stierf ik in zijn schaduw. Op het aankomstfilmpje is te zien hoe mijn vader mij galant voor laat over de streep. Ik sta stil van zodra ik de finishlijn overschrijd en lijk te blokkeren. Hij kijkt in een vaderlijke reflex om zich heen alsof hij denkt ik moet de kinderen verzamelen.

DSC03201

Vaderen dat kan hij als geen ander. Hij geeft zelfs een extra dimensie aan dit begrip, al zal hij dat weglachen. Zijn deelname aan de 50 km La Chouffe trail in 2017 zie ik als een daad van vaderliefde. Bij Marike ging hij in huis lampen ophangen, met zijn oudste dochter zou hij een ultratrail lopen. Ook voor mijn deelname aan de Hel van Kasterlee spaart hij kosten noch moeite. Hij stelde zijn mountainbike ter beschikking, stelde die vakkundig af op mijn lengte (die korte benen heb ik ook van geen vreemde) en trakteerde me op een nieuw fietszadel. Ik rij met zijn mountainbike, terwijl zijn nieuwe nog niet is aangekomen. Zo spaart hij voor zijn kinderen dus niet het eten uit zijn mond, maar wel de mountainbike vanonder zijn gat.

Wie mijn vader kent of ooit kort heeft ontmoet, zal zich ongetwijfeld zijn aparte gevoel voor humor herinneren. Willen of niet: hij maakt grappen met alles. Vooral ludieke opmerkingen over kleding leidden vroeger steevast tot een lichtjes tot zwaar geïrriteerd en verwijtend Papaaaa! Dat heeft hem nooit kunnen deren. Hij neemt geen blad voor de mond en schuwt het taboe niet in zijn moppen. Ook hier geldt weer dat ik met ouder te worden die onnozele grappen steeds meer begin te waarderen. Er zal nog een Papaaaa! weerklinken, maar dan een gniffelende. Ik deel graag mijn drie favoriete practical jokes uit zijn moppentrommeltje. Lang geleden bij de dierenarts: we komen daar binnen met onze kat in een doos. Hij zegt: we zijn hier met onze boa constrictor. Recent nog met mama bij de oogarts: doen alsof hij de blind is en op de tast de dokterskamer betreden. Recenter in Houffalize: doen alsof hij een hartaanval krijgt als hij de EHBO-post passeert.

Ik schreef nu al ruim 1000 woorden over mijn held en vader en ik heb het gevoel dat ik nog maar een fractie heb verteld van de 33 jaar dat ik hem nu ken. Ik repte nog met geen woord over zijn kunde als leerkracht, zijn kennis van geschiedenis en wetenschap, zijn basic en ongedwongen levensstijl, zijn kampeerskills en de muzikale opvoeding die hij ons meegaf. Het is dat ik geen ambitie heb als romanschrijver. Enkele weken geleden wilde ik een foto maken van Karl Ove Knausgårds roman Vader als boekentip op mijn blog. Ik dacht er het heldenartikel van mijn vader naast te leggen. Gewoon omdat dat iets van mijn vader is. Geen goed idee! Mijn vader lijkt in niets op de autoritaire, kille en veeleisende vaderfiguur die Knausgård beschrijft. Die twee verenigen in een beeld zou een contradictio in terminis zijn. Ik voel me altijd en overal veilig met een papa als de mijne. Wij hoeven de deur daarvoor niet plat te lopen bij elkaar. Mijn papa, dat is gewoon de beste. Hij zal nu fijntjes opmerken: ah ja, ge hebt er maar ene!

img_0185b-e1566544776801.jpg

 

 

Marathonpraat – Let’s taper!

Een marathon lopen is in principe eenvoudig: je moet je grondig voorbereiden en erop vertrouwen dat die trainingen hun werk hebben gedaan. De tapering of taperperiode is het laatste onderdeel van de marathontraining. Huh? Taperen betekent zoveel als in een punt uitlopen. Zo zitten tapered broeken bovenaan los en worden ze naar beneden toe smaller. Je marathonvoorbereiding bereikt dus de laatste fase. Die staat in het teken van afbouwen en rusten zodat je trainingen het scherpst van de snee bereiken. De Grote Marathondag is het puntje waar alles op uitloopt, een piek waar alles moet samenvallen.

De oogst van een training kan je pas zo’n twee weken nadien plukken en proeven. Met die wetenschap is het dus logisch dat je niet hard blijft doorgaan. Een intervaltraining in de week vlak voor de marathon kan je met andere woorden amper iets opleveren voor de dag zelf. Het kan je vooral afmatten en dat is juist niet de bedoeling. De intensieve trainingsperiode eindigt met de langste duurloop drie weken voor de grote dag. Vanaf dan loop je nog wel om in beweging te blijven, maar niet te lang en intensief. Er zijn verschillende richtlijnen over hoe je moet afbouwen. Ik loop de eerste taperweek zo’n 30% minder dan mijn gemiddeld aantal kilometers per week en de tweede week gaat daar nog eens 30% af. De laatste taperweek loop ik respectievelijk 8, 7 en 6 kilometer: in totaal een halve marathon.

Taperen is niet zo mijn ding. Laat mij maar trainingen uitdenken en afwerken. Laat mij puzzelen om mijn sportieve bezigheden in een week te proppen. Ik haal voldoening uit bezig zijn en naar een doel toe werken. Mijn activiteitsgraad is over het algemeen nogal hoog. Een rustdag waarbij ik met de beentjes omhoog in de zetel ga zitten en niets doe is een rariteit. Dat is niet iets om mee op te scheppen, want goed rusten is net zo belangrijk als goed trainen. In de intensieve weken van een voorbereiding zoek je je fysieke grenzen op om die te kunnen oprekken. Doe je dat te veel, dan zal je nog amper rendement halen uit je trainingen. Een lichaam dat uitgeput is, gebruikt alle energie om te herstellen en kan die niet gebruiken om te verbeteren. Een blessure loert dan om de hoek. Trainen is een evenwicht zoeken tussen (plank)gas geven en tijdig terugnemen.

In de taperweken blijf je dus in beweging, maar de intensiviteit en duur worden teruggeschroefd. Een grote aanpassing als je de voorafgaande weken heel veel kilometers hebt gedraaid. Bij mijn eerste marathon was ik zo gebeten dat ik mezelf tijdens de tapering bij wijze van spreken aan de tafelpoot moest vastketenen om niet de deur uit te gaan voor een kort rondje. Inmiddels kan ik mezelf al wat beter beteugelen. Het hoort nu eenmaal bij de aanloop naar een marathon. Een week vakantie voor de marathon kan helpen om uitgerust aan de start te staan. Minder lopen betekent namelijk niet per se dat je ook rust als je nog gaat werken. Ik liep al twee marathons in de paasvakantie waardoor ik dus een week rusttijd had. Dat viel tegen. Ik werd er rusteloos van. Mijn hoofd verkeerde in een permanente staat van hyperfocus waardoor rusten juist moeilijker werd. Gaan werken zorgt voor een vaste structuur en biedt mij de nodige afleiding.

Over drie weken zit mijn marathon er nu hopelijk op. Drie weken klinkt nog ver weg om echt te kunnen aftellen. Dat ik hier nu sta, voelt wel een klein beetje als een overwinning omdat ik in maart op één week van mijn tapering geblesseerd raakte. Vandaag liep ik een aangename 27 kilometer in herfstige sferen. Ik kon ontspannen lopen aan een behoorlijk tempo en zo volop genieten van mijn laatste echte duurtraining. Al zal er op sportief vlak genoeg te beleven zijn in mijn tapering met de mountainbike. Bovendien wil ik ook het vernieuwde parcours in Brussel gaan verkennen. De vijvers en het park van Tervuren worden niet meer belopen. De komende weken zal het wat zoeken zijn om een evenwicht te vinden tussen de loopbenen laten rusten en de fietsbenen blijven trainen. Als dat al mogelijk is. Rusten, niet overdrijven, rusten, matigen, rusten, temporiseren, luisteren naar het lichaam en er vooral zorg voor dragen: het wordt mijn devies voor de komende weken. Hopelijk draait het niet uit op een botte punt, maar op een vlijmscherpe piek.

De kleurrijke vedetten van het najaar

Potiron, pumpkin of Kürbis: in eender welke taal klinkt pompoen als pure poëzie. Een ode aan de pompoen als de herfst zijn intrede doet: bijster origineel is het niet. Het doet echter niets af aan de oprechte gevoelens die ik koester voor één van de mooiste en ook meest veelzijdige groenten. Als Le Creuset liefhebber hou ik van oranje in de keuken. Bovendien kan je met pompoen niks verkeerd doen. Het is een dankbaar ingrediënt dat zich in elk potje laat verwerken. Lang leve het seizoen van de pompoen!

Ik heb pompoen te lang geassocieerd met de veel te dikke, melige en smakeloze soep die in de lagere school gemaakt werd als het herfstfeest was. Het heeft tijd gekost om mij over die traumatiserende smaakervaring te zetten. Toen ik jaren geleden eens een pompoen kreeg (een pompoen in de groentetuin komt namelijk nooit alleen), wist ik niet beter dan er soep van te maken. Die soep leek in de verste verte niet op de brij die ik lang geleden moest wegwerken. Zo kreeg de pompoen een nieuwe kans in mijn leven. Het geheim van goede soep is zelfgemaakte bouillon en voldoende kruiding. Mijn overheerlijke P4-soep bestaat uit prei, pastinaak, pompoen en puntpaprika. De groenten aanstoven in een grote kookpot en overgieten met groentebouillon. Zachtjes laten pruttelen, mixen en kruiden. Serveren kan met linzen of kikkererwten, eventueel koriander en een toefje ricotta.

Inmiddels is pompoen niet weg te denken uit mijn kookpotten. Het aanbod lijkt dan ook steeds groter te worden. Waar je het vroeger moest doen met een onhandig groot formaat van de gewoonste soort, wordt het pompoengamma in eender welke supermarkt jaarlijks uitgebreider. Ik word daar blij van: die eerste pompoenenoogst in de supermarkt. Dit jaar is ook de oogst van mijn mama’s groentetuin een succes. Al heeft ze wel duchtig gevloekt op de butternuts die de halve moestuin overwoekerden en gekruist waren met de courgettes. Zo werden de buttergettes geboren. Misschien volgend jaar wel dé hype in gezondheidsland.

IMG_3130b

Laat één ding duidelijk zijn: pompoenen zijn voedzaam en gezond. Het is hier geen foodblog (mocht dat even niet meer duidelijk zijn), dus om een lang nutritioneel verhaal kort te maken: er zitten alleen maar goede dingen in pompoenen. Powerbrandstof is het, voor elk lichaam en elke activiteit. Mijn favoriete varianten zijn de kastanjepompoen (potimarron: hoe mooi klinkt dat?) en de butternut, de vader en moeder van de oranje familie. Ze vormen het hoofdaandeel van mijn wekelijkse pompoenconsumptie. Ik draai ze dan ook in quasi elk gerecht. De crown prince is een bijzondere meneer met majestueuze hermelijnen mantel om zijn oranje vruchtvlees en kroonjuwelen te bedekken. Spaghettipompoen kan mij ook bekoren, maar doet me denken aan voedingshypes waarbij we geen koolhydraten meer mogen eten en dan maar moeten zwichten voor de bloemkoolcouscous of spaghettislierten van pompoen.

Als salade voor de lunch kan ik geroosterde pompoen uit de oven van harte aanbevelen. Blokjes pompoen op een bakplaat uitstrooien. Kruiden met tijm, peper, zout en onder de grill zetten. De basis van de salade is geraspte wortel (gekleurde wortels zijn tegenwoordig ook echt in), gekookte sperziebonen en rauwe (punt)paprika. Tja, pompoen en paprika: dat zijn nu eenmaal vriendjes voor het leven. De salade afwerken met wat olijfolie en eventueel ricotta. Soms gaar ik pompoen ook met andere groenten in een ovenschaal. Hou rekening met de gaartijd per groente en snij de stukken dan wat grover of fijner. Olijfolie en kruiden toevoegen, goed mengen en op 180 graden in de oven plaatsen.

Mijn onbetwiste specialiteit zijn pruttel- of stoofpotjes met pompoen. Ik zou hier een aparte blog over kunnen beginnen. Serieus. De mogelijkheden zijn onuitputtelijk. Alles begint met rode ui of prei. Vervolgens pastinaak en een pompoen naar keuze toevoegen en aanstoven, nog wat zoete puntpaprika en pruttelen maar. Ook met rode bietjes, rapen of groene groenten kan de pompoen het uitstekend vinden: spinazie, broccoli, erwtjes of courgette om er maar enkele te noemen. Zo nu en dan moet je overgieten met wat water of bouillon zodat alle ingrediënten garen. Je kan niet echt iets verkeerd doen met de cuisson. Beetgaar of aan de platte kant: het smakenpalet zit altijd goed. Pompoen met curry en kurkuma is een gouden combinatie als je de oosterse toer wil op gaan. Rijst, pasta of zoete aardappel zorgen voor extra brandstof.

Ik kwam de afgelopen week recepten tegen voor pompoencake, – brood en zelfs – pannenkoeken. Daar heb ik me nog niet aan gewaagd. Zo gedreven ben ik nog niet als foodie, maar het zal ongetwijfeld smaken. Is er dan helemaal niets slechts te zeggen over pompoenen? Het enige minpuntje dat ik kan bedenken, is de harde schil van de kastanjepompoen. Geen te grote stukken willen schillen en behoedzaam te werk gaan is hier de boodschap. Mindfulness in de keuken: ook daar zorgt de pompoen voor. Een no-nonsense vedette is het, de ster van elke maaltijd. Smakelijk!

Noot: mijn wekelijkse groenteconsumptie is groot, maar niet zo gigantisch als de afgebeelde compositie.

Loperspraat – Van de zomer naar de herfst in de maand september

September is altijd een overgangsmaand: de zomer krijgt nog een laatste stuiptrekking vooraleer de herfst zich definitief aanbiedt, mijn leeftijd gaat met +1 omhoog en ik schakel over van vakantie- naar werkritme. De afgelopen maand veranderde ik ook geleidelijk aan van volbloed loper naar lopende fietser. Of fietsende loper, ik ben er nog niet helemaal uit. Die overschakeling beviel me goed. Ik legde al lopend en fietsend zomaar eventjes 1020 kilometer af. 758 kilometer zat ik op het zadel van de mountainbike. 262 kilometer werd ik gedragen door de benenwagen. Een stevig begin van mijn duatlontrainingen, al zeg ik het zelf.

Er werd ook in september weer flink duurgelopen of geduurloopt. Ik sloot de zomervakantie af in stijl met mijn loopklassieker Brussel-Leuven: pittig, maar het gaf vertrouwen. Anderhalve week later was het tijd voor mijn verjaardagsrun: afzien als de beesten, van begin tot eind. Ja, ik denk nu effectief hoe vreselijk was dat! Gisteren liep ik 29,5 kilometer in heel goed gezelschap. Van het huis van mijn kleine zusje naar het huis van de iets grotere kleine zus. Een interprovinciale loop dus langs de Demer en de véloroute. Roos begeleidde mij op de fiets als oefening voor de afsluitende 30 kilometer in Kasterlee. We testten de klank van de box uit, dachten na over de playlist en oefenden met de drinkbushouder op de heuptas. Met een zonnige 15 graden was het ideaal marathonweer. De test was meer dan geslaagd, al had Roos wat zadelpijn en miste ze een inkomend testtelefoontje van Marike. Lopen kan soms zoveel gemakkelijker zijn.

IMG_3106

Ik liep deze maand twee wedstrijden. Op zondag 9 september fietste ik naar Elsene voor de tweede editie van de XL 10 Miles. Die uitgebreide opwarming was niet nefast voor mijn lopersbenen. Integendeel: ik raasde door de sfeervolle Elsense straten en finishte tot mijn verbazing als tweede. De roem steeg me niet naar het hoofd. Ik nam gewoon mijn fiets uit het verlaten rek en keerde even bescheiden terug huiswaarts. Vorig weekend stond ik aan de start van de Leuven Nature Trail. 25 kilometer van Sint-Joris-Weert tot aan het station in Leuven: een trail met hoog asfaltpercentage. Het weer zat op geen enkel vlak mee. Daags voordien had ik al 3,5 uur in miezerig herfstweer gefietst, maar dat bleek slechts een voorproefje van het echte regenwerk op zondag te zijn, toen de sluizen volledig geopend werden. Met elke kilometer die ik liep, leek ik de overtreffende trap van doorweekt te bereiken: doorweekst. Mijn dri-fit kleding bereikte een verzadigingspunt en werd wet-fit. Volgens mij absorbeerde elk kledingstuk een litertje water. Zeiknatte toestanden dus, maar wel een goede training die me een vijfde plaats opleverde en een wasmachine vol kleding die er droger uitkwam dan hoe ik ze naar huis had vervoerd.

Tussen Juan en mij is het nog steeds dik aan. We hebben al heel wat mooie mountainbikeroutes ontdekt in eigen streek. De ene bolde al wat vlotter dan de andere. Mijn favoriet van de maand was de blauwe route in Tervuren vol met heerlijke grindpaden om hard op door te trappen. Fietsen en nieuwe routes ontdekken betekent in mijn geval ook verloren rijden. Zo stoof ik eens impulsief het Woluwepark in, maar moest ik de grootste moeite doen om weer op bekender Brussels terrein te komen. Ik ontdekte daardoor wel het Rood Klooster en andere verborgen groene parels in onze hoofdstad. Ook de Vaart doet nog steeds dienst als trainingsstrook. Veel groen, maar toch gewoon asfalt om rechtdoor tempo te maken. Het kan allemaal met de mountainbike.

IMG_3071b

Vorige week woensdag tekende ik present als supporter op de Leuvense Scholenveldloop in Park Heuvelhof. Prachtig om te zien hoe al dat klein geweld 600 meter of 1 kilometer trotseert. Meisjes en jongens lopen apart per leerjaar. Het viel op hoe het competitiebeestje bij de jongens prominenter aanwezig is. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer ze zich ook bewust lijken te worden van het wedstrijdeffect. Dat levert al eens een traantje of valpartij op. Mijn kampioenen van dienst waren Lieselore en Reinout, de schitterende tweeling van vriendin An. Twee achtjarige atleten die graag en ook heel mooi lopen. Ik ben jaloers op hun paslengte. Ze hebben dat geweldig gedaan!

Voor wie het zich afvraagt: ja, er werd ook gerust (en gelezen) in september. Op mijn verjaardag was dat bijvoorbeeld wel aangewezen na die helse 33,33 kilometer. De afgelopen maand vloog werkelijk voorbij. Misschien kwam dat ook wel door de wind die al eens vaker aanwezig was en sportieve activiteiten wat uitdagender kan maken. Niet elke kilometer van die 1020 was dan ook even hard genieten. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan en hoop op meer mooie sportverhalen in oktober. Nog één week en de tapering voor de marathon gaat in. Ik vertel jullie graag een volgende keer wat dat precies inhoudt.