Het moment – Ik ben een zus van

Ja, ik ben een zus van Seppe Odeyn, de man die op 18 december 2022 voor de 10e keer de Hel van Kasterlee won. Een groots sportman die altijd nederig en oprecht blijft. Een broer met antwoorden en twee luisterende oren. Een bijzonder inspirerende mens om in je omgeving te hebben. Iemand die heel veel durft. Soms ook een beetje provoceert. Misschien daarom ook wel de rol van het kleine, doch schattige duiveltje op mijn schouder aanneemt.

Ik draag de titel Zus Van met trots, al moet ik er bijzonder weinig voor doen. Ik ben anderhalf jaar ouder waardoor ik me in de positie bevind om (al dan niet gênante) kinderverhalen over Seppe op te dissen. Om hier een volledig fictief verhaal uit mijn mouw te schudden over hoe de 15-jarige Seppe hoorde over de Hel van Kasterlee en uitriep: die wedstrijd wil ik ooit winnen, liefst zelfs 10x! De waarheid is wel dat Seppe en ik 20 jaar geleden al eens samen gingen mountainbiken. Ik overdrijf ook echt niet als ik zeg dat Seppe toen al groots durfde te dromen, dat hij een enorme sympathie had voor underdogs in de sportwereld (op Lance Armstrong na dan). Samen konden wij helemaal in de ban zijn van sportieve verhalen. Zoals het echte nineties-kinderen betaamt, maakten wij met de cassetterecorder onze eigen sportprogramma’s. Het was absoluut een voorrecht om met Seppe Odeyn aan mijn zijde te mogen opgroeien.

Maar. Ik ben ook een zus van Marike en Roos Odeyn. Samen worden we al eens de Zusjes Odeyn genoemd. Een soort heilige drievuldigheid die de boel net zo goed in vuur en vlam kan zetten. Mijn zusjes zijn er altijd. Voor mij, voor Seppe en onze ouders. Voor iedereen die hen nodig heeft. Ze presteren net zo goed op het allerhoogste niveau. Als zuszijn een vak was, dan zouden zij als experts overal ter wereld gevraagd worden om op congressen te spreken over wat zuszijn behelst. Dat het zowel in de kleine als in de grote gebaren zit. Een fingerspitzengefühl dat verder dan hun vingers reikt. Ik voel me net zo geprivilegieerd om Zus Van die twee te mogen zijn.

Ik was zondag voor de vierde keer finisher in de Hel van Kasterlee. Wat was het weer een spektakel! Voor nu is mijn verhaal van de Hel er één in de marge van die grootse prestatie van Seppe. Maar wees gerust: ik heb natuurlijk weer belachelijk veel meegemaakt in die 9 uur en 14 minuten dat mijn Hel duurde. Ik heb daar zo mogelijk nog belachelijk veel meer over te vertellen. Bijvoorbeeld dat mijn snelste Hel toch weer hels was op een heel andere manier. Dat een vijfde plek dan wel mijn minste resultaat is, maar toch mijn beste prestatie. En weten jullie eigenlijk wel dat 125 kilometer mountainbiken echt heel lang is? Ah ja, en ook nog dat ik buiten mijn familie zo ontzettend veel mensen dankbaar ben die een bijdrage hebben geleverd aan dit crazy avontuur? Ik ga dus een vierde raceverslag over de Hel schrijven. Dat op zich vind ik al behoorlijk onwezenlijk. Wordt vervolgd dus.

Het moment – Een blik op de Hel

December is een maand van tradities. De kerstboom staat. The Pogues zingen over hun sprookje in New York. Mijn leerlingen maken examens waar ik dan weer met een flitsende pen over ga. Ik sorteer mijn handschoenen. Ik trotseer de kou. Ik tel reserve binnenbanden (volstaat drie?). Ik denk na over Clif bloks en vervallen sportgels. Over bandendruk zelfs (het moet niet gekker worden). Ik bedenk elk uur een ander hels scenario. Catastrofaler dan ooit: een gebroken fietskader, ijs, sneeuwstorm. Ik bevind me kortom in de laatste rechte lijn naar de Hel, een weg die geplaveid is met goede voorbereidingen. Alleen laat een wedstrijd van 170 kilometer zich ook in de voorbereiding verduiveld lastig temmen.

Ik werd geboren op een vrijdag de 13e, eigenlijk ben ik dus niet zo van het bijgeloof. Toch betrapte ik mezelf er deze week op dat ik in alles een voorteken wilde zien. Dinsdag knalde ik eerst mijn Hel-beker van 2018 tegen de grond tijdens een iets te brute stofzuigbeurt (gelukkig zonder schade). Vervolgens scheurde ik tijdens het lopen letterlijk mijn broek aan een gft-bak. ’s Avonds sneed ik in mijn vinger. Om de dag in schoonheid af te sluiten bezeerde ik mijn voet toen ik tegen een stapel slecht gepositioneerde mappen aan botste. Telkens dacht ik: yes, dit is al een portie pech waar ik zondag gespaard van zal blijven. De meest plausibele en meer down to earth verklaring is dat ik moe ben. Ik heb veel aan mijn hoofd. Zoveel dat ik soms echt geen blijf weet met de stress die door mijn lijf raast. Naast de angst voor materiaalpech is er ook de vrees dat het misschien de wedstrijd te veel is dit jaar. Dat ik mijn sportieve geluk van 2022 al heb opgesoupeerd. Dat de tank misschien leger is dan gehoopt. Kortom, dat mijn vierde Hel-deelname een Processie van Echternach wordt.

De 20e Hel van Kasterlee belooft hoe dan ook een bijzondere editie te worden. Seppe staat voor de 11e keer aan de start en gaat voluit voor zijn 10e overwinning. De rest van de familie staat weer op post voor een dag supporteren voor gevorderden: uren koukleumen terwijl ze hun stembanden kapot schreeuwen, intens meeleven én paraat staan voor eender welke calamiteit. In mijn nerveuze lijf brandt er gelukkig ook een groot vuur dat uitkijkt naar het ongetwijfeld waanzinnige avontuur dat de Hel altijd is. Een sprankelende vonk die ervan uit durft gaan dat the girl on fire nog niet is uitgelopen. De vlam nog niet geblust. Bij een marathon kan ik inmiddels behoorlijk inschatten wat ik waard ben. Bij de Hel vind ik het veel lastiger om te vertrouwen op mijn goede voorbereiding. De race duurt makkelijk een uur of 9 à 10. Hard labeur dus met een behoorlijke marge van onvoorspelbaarheid. Mijn vorige drie deelnames waren elk op hun manier een uitdaging van jewelste. De enige zekerheid is dat ik mezelf een paar keer zal tegenkomen.

Wat ik al op zak heb, is een artikel in de krant samen met mijn broer. Het is dat ik geen bucket list heb, anders kon ik dit afvinken. Waarom wilde ik eigenlijk zo graag eens deelnemen aan de Hel? De eerste keer dat ik voor Seppe ging supporteren was in 2014: het jaar dat ik een loper werd en plots ook meer belangstelling kreeg voor de sportieve exploten van mijn broer. Wat een magische ervaring! Ik werd overdonderd door wat ik zag, ook door de te harde beats van DJ Infinity in de sporthal die daags nadien nog door mijn lichaam gonsden. Toen mijn leven in 2015 een andere wending nam, werd ook de kriebel om in Kasterlee ooit eens zelf in “het bosje” rond te rijden alleen maar groter. Al helemaal toen mijn pappie op 56-jarige leeftijd zijn Hel-debuut met glans doorstond. Uiteindelijk stond ik in 2018 voor het eerst zelf aan de start. Ik was helemaal doordrongen van het feit dat ik iets aan het doen was waar ik al lang van droomde (nee, ik heb dus echt geen bucket list). Dankzij Seppe is de Hel van Kasterlee een memorabel evenement in onze familie, iets dat tot de verbeelding blijft spreken.

Als vrouw van het gevoel wil ik zoveel mogelijk mijn eigen ding doen, me niet laten opjagen door de omstandigheden (al is dat onvermijdelijk) en vooral op zoek gaan naar dat goede gevoel. Een mix van de Joke van 2018 die als een blij ei rondfietste omdat ze meedeed aan de Hel en de strijdende mountainbiker die ik vorig jaar in mezelf ontdekte. Om af te sluiten haal ik mijn dankbaarheidsplaat maar weer eens boven (die kan je nooit grijs genoeg draaien). Hoe kan het anders dan dat Invaincu van Stromae volgens Spotify mijn topnummer van 2022 was?! Team Invaincu bestaat voor deze uitdaging uit een ijzersterke equipe: ouwe getrouwen en ook nieuwe gezichten. Een team dat met momenten net zoveel stress ervaart, dat ook net zo uitgelaten is en mij doet stuiteren van geluk. Samen sterk en onoverwinnelijk. Dwars door de Hel en als het moet nog eens terug. Kasterlee, here we come!

IMG_0200b

Het moment – De zon scheen weer eens in Kasterlee

Kasterlee, 16 november 2014. De 29-jarige Joke Odeyn staat aan de start van de halve marathon. In mei liep ze voor het eerst in haar leven 20 kilometer zij aan zij met haar zusje Roos. Een week lang was ze euforisch. De zusjes hadden de smaak van het afstandslopen stevig te pakken. Hun loopplannen groeiden weelderig in het rond. In oktober liep Joke zowaar 1u43 op de halve marathon in Brussel. Met een croissant en chocoladebroodje als ontbijt, in slechte sportkleding met lelijke loopschoenen en een Casio als enige tijdsindicator. Het was daar in Brussel dat de marathondroom van de zusjes ontstond. Een maand later op die grijze novemberdag in Kasterlee bulkte de piepjonge Joke van het zelfvertrouwen. Haar ervaren broer had haar nochtans gewaarschuwd voor het off-road karakter van het parcours, maar dat zou deze Joke niet deren. Als een speer zou zij over de Kastelse grond razen. Ze had bovendien een enorme troef om haar pols: een nagelnieuwe mintgroene Garmin Forerunner waar ze nu voor het eerst een wedstrijd mee zou lopen. Wie of wat zou dit enthousiaste lopersgeweld in hemelsnaam kunnen tegenhouden om een topprestatie neer te zetten?

Het werd een deceptie van jewelste. Tijd en snelheid meten leek vooral te resulteren in meteen te hard doorduwen, in stress en een gevoel van tekortschieten. Met een eerste kilometer aan 4’44” startte Joke als een kanonskogel om zich kilometer per kilometer meer vast te lopen in het parcours. Haar kilometertijden zakten zienderogen als een pudding in elkaar. Het regende. Joke vloekte en dacht dat een cola in de bevoorrading haar erdoor zou helpen. Niks van dat. Het werd een halve marathon van afzien. Van aftellen en de gedachte bannen Misschien kan ik beter stoppen! Met de regen spoelde ook haar laatste restje positivisme weg. Na 1u56 strompelde Joke als een verzopen waterkieken over de meet. Haar gemiddelde hartslag van 165 toonde aan dat ze diep was gegaan. Gelukkig was haar familie van de partij. Roos kwam een minuutje later binnen. Seppe mocht op het podium als tweede. Pater familias Jan finishte in een snelle 1u37. Zus Marike en Mama Alma namen de nazorg op zich. Het duurde een paar uur voordat de verkleumde Joke haar goede humeur teruggevonden had. Ook dit was lopen, dat zou ze later wel begrijpen.

315253659_159682303426666_2897166837654491909_n
Foto: Peter Vanleuven

Kasterlee, 13 november 2022. De 37-jarige Joke Odeyn staat voor de 8e keer aan de start van de halve marathon van Kasterlee. Haar 8-jarige relatie met de halve marathon van Kasterlee is woelig te noemen. In november lijkt het er altijd regenachtig koud te zijn. Het parcours heeft dan niks met de Hel te maken, maar die verduivelde venijnige staart van 9 kilometer hakt er altijd stevig in. Joke kon wel steeds sneller lopen in Kasterlee. Er ontstonden ook heel mooie herinneringen. Vorig jaar was haar 1u33 zelfs goed voor een derde plek. Onverwacht en toch was er toen ook een vleugje teleurstelling. Onze inmiddels niet meer zo piepjonge Joke had zich weer een klein beetje vergaloppeerd en werd in de laatste kilometer nog voorbij gesneld. Wederom een bewijs dat haar relatie met de halve marathon van Kasterlee zich in een spanningsveld bevond. It’s complicated.

Vandaag is er echter hoop. De zon schijnt weer eens! Het parcours ligt er relatief snel en droog bij. Joke is in vorm. Ze heeft er bovenal heel veel zin in. Voor de vierde keer maakt deze halve marathon deel uit van haar voorbereiding op de Hel van Kasterlee. Vandaag mag ze doen wat ze het liefste doet: gewoon een lang stuk lopen. Met een eerste kilometer aan 3’56” start Joke als een kanonskogel om zich kilometer per kilometer meer thuis te voelen op het parcours. Ze vindt een goed tempo. Ze geniet en heeft er nog steeds zin in. Ze krijgt zelfs het gezelschap van een persoonlijke begeleider op de fiets omdat ze in eerste positie loopt. Daar is dan eventjes wat stress en de angst om voorbij gesneld te worden door meervoudig winnares en thuisloopster Jolien Boonen. Joke slaagt er echter in het hoofd koel te houden. Ze woekert niet met haar krachten. Ze durft te vertrouwen op haar benenmachine. De zon schijnt, hoe geweldig is dat! Dankzij haar positie in de race krijgt ze veel aanmoedigingen. Zelfs als ze deze wedstrijd niet op haar naam zal schrijven, heeft ze gestreden om hem te kunnen winnen.

Na 12 km dienen de eerste meer uitdagende kilometers zich aan. Off-road dus, wat draaien en kronkelen, omhoog en naar beneden, de Hoge Mouw, Muur van Kastel en Col Roger, hier en daar wat duinenzand. Joke knows the drill. Het is wat moeilijker om de goede cadans te behouden, maar ze recupereert goed en kan tempo blijven maken op de tussenstukken. De nummer 2 lijkt nog steeds op een veilige afstand te zitten, maar wat is uiteindelijk echt veilig? Als Joke op anderhalve kilometer van de meet weer asfalt onder haar voeten heeft, weet ze dat de winst zo goed als zeker binnen is. Vlak voor de garage van Ben Van De Water wordt onze heldin-van-één-dag luid aangemoedigd door haar beide ouders en zus Marike mét kroost. Joke Odeyn zal deze halve marathon winnen. De rode loper richting finish is in zicht. Ze hoort het nooit-aflatende enthousiasme van speaker Hans in de micro. Joke kan niet anders dan lachen. Ze steekt haar handen in de lucht. Met een knal sneeuwt het confettisnippers in Kasterlee. 8 jaar na haar moeizame debuut wint Joke Odeyn de halve marathon van Kasterlee in 1u30. Halleluja! Haar 10e overwinning van 2022 is een heel bijzondere om aan de erelijst toe te voegen.

XVJX9154
Foto: Roos Odeyn

Gelukkig is haar familie van de partij. Seppe zet een ijzersterke tijd neer die net niet snel genoeg is voor een podiumplek, Roos loopt met 1u41 een PPR (persoonlijk parcoursrecord). De overige familieleden zijn er voor de felicitaties, de foto’s en de complimenten. Ongelooflijk, kind toch, ge hebt gewoon gewonnen! Er wordt nog wat nagepraat aan de sporthal. Een foto gemaakt. Iets gezegd over het kerstfeest. De wegen scheiden weer. Joke en Roos hebben zich nog een paar uur te vermaken in Kasterlee voor de podiumceremonie plaatsvindt. Dat is gelukkig geen probleem, want de zon scheen weer eens in Kasterlee.

Het moment – Wat mij zoal bezighoudt op de fiets

Als je mij in de maand november zoekt, dan is de kans groot dat je mij op de fiets vindt. Toegegeven, er zijn gezelligere maanden om heel veel fietskilometers te maken. Deelnemen aan de Hel van Kasterlee dat betekent echter tijd in het fietszadel te spenderen: november fietsmaand dus. In mijn geval wordt elke kilometer buiten gereden met Juan, mijn Orbea mountainbike, door weer en wind en als het eventjes kan in gezelschap. Ik blijf me een volbloed loper voelen, maar wel eentje die de fiets oprecht waardeert. Het is dan ook niet met tegenzin dat ik in het zadel neerplof: een fietstocht aanvatten voelt telkens weer een beetje als op avontuur vertrekken, zelfs als de omstandigheden niet bepaald ideaal te noemen zijn. Ik verveel me zelden tot nooit tijdens mijn langere ritten, want dit is wat mij zoal bezighoudt.

  • genieten van de herfst en de kleurrijke mind pictures, toch tot vorig weekend met dat aangename zonnetje, de afgelopen dagen probeerde ik me vooral te verzoenen met de somberte van de herfst
  • een snelle gedragsanalyse maken van de honden die mijn pad kruisen en die mij meestal eerder opmerken dan hun minder alerte baasje: zijn ze fietsers goedgezind of zijn ze eerder van het najagende type?
  • een snelle analyse maken van de lopers die mijn pad kruisen: wat dragen ze? wie zijn ze? zijn ze eerder van het recreatieve dan wel het ambitieuze soort of een mengvorm daartussenin? soms voel ik echt een klein steekje van jaloezie omdat zij mogen lopen
  • toch ook wel een heel klein beetje jaloers zijn op de ruiters die in het zadel een wandeling maken in het bos, naast elkaar draven of galopperen over een bospad: fantastisch is dat!
  • bedenken dat het echt geen lachertje moet zijn om je met een twee- of vierspan in het bos te begeven: stel je voor dat je een verkeerde weg neemt, het is toch echt onmogelijk om te keren met een paardenkoets?
  • me wel eens ergeren aan wandelaars die met z’n drieën een weg van 3 meter breed op de mountainbikeroute inpalmen, mijn vriendelijk belletje tot 3x toe niet horen, waarop zij dan verontwaardigd zijn als ik hen zogenaamd onaangekondigd voorbij fiets
  • mijmeren over de zomerse fietstochtjes met Roos en Marike, wat lijkt dat al lang geleden!
  • denken dat ik mijn broer of Wout Van Aert ben en hoe het moet voelen om als een baas over off-road terrein te denderen, schijnbaar moeiteloos aan een topsnelheid
  • lichtjes binnensmonds vloeken als ik een steil klimmetje moet maken en de mountainbike aanvoelt als een gewicht dat mee de berg op moet in plaats van een instrument dat me vooruit helpt
  • opgelucht, maar ook wel puffend ademhalen als het me lukt om een technischere beklimming op te trappen zonder voet aan de grond te moeten zetten
  • de gedachte bannen dat je eigenlijk overal en op elk moment fietspech kan hebben, net zoals dat een valpartij best snel gebeurd is
  • ervaren hoe fantastisch mooi en deugddoend de mountainbikesport ook kan zijn als je in vloeiende lijnen van het ene pad naar het andere kan sjezen
  • vooruitblikken op de Hel van Kasterlee, visualiseren met welk gevoel ik dan wil rond fietsen en hoe ik me kan wapenen tegen allerlei rampscenario’s (diverse vormen van materiaalpech)
  • terugblikken op het afgelopen jaar en al die sportieve hoogtepunten die ik al mocht beleven, te zot voor woorden!
  • loopplannen maken voor 2023, welke vaste waarden blijven behouden? welke nieuwe uitdagingen wil ik realiseren?
  • me verwonderen over hoe mooi de omgeving keer op keer weer blijkt te zijn, je moet echt niet heel ver van huis zijn om parels te ontdekken
  • me verwonderen over het feit dat ik nog steeds verwonderd kan zijn over de schoonheid van het Park van Tervuren en het Zoniënwoud, zei ik al dat ik fan was?
  • rekensommetjes maken over gemiddelde snelheden en inschattingen maken van het aantal kilometers dat ik nog te gaan heb, hoe dan ook lijkt de tijd op de fiets aan een hogere snelheid voorbij te tikken
  • verlangen naar koffie, hoe fantastisch zou het zijn om tijdens een rit koffie mee te kunnen nemen?

De race – Amsterdam Marathon oktober 2022

  • De cijfers: mijn 15e marathon was een knaller van 3:01:03
  • De voorbereiding: een buitengewoon jaar, een bewogen sportieve zomer met ook heel wat getwijfel, veel wedstrijden en intervaltrainingen in september: ik kon fysiek heel veel aan
  • De race: het ging hard, oh zo hard, en het bleef hard gaan
  • De herinnering: hoe mijn benen over het asfalt bleven malen, hoe ik deze marathon zo bewust beleefde en hoe het toch altijd weer die verbindende verhalen zijn die de marathon zo bijzonder maken

Wat vooraf ging
Ik val in herhaling als ik zeg dat 2022 voor mij nu al een waanzinnig sportief jaar is. In januari was het meteen prijs en won ik mijn eerste wedstrijd in Holsbeek. En dan was het op naar de marathon van Parijs met Roos en Sam. Een geweldige ervaring, maar voor mij een marathon van harken en krabben om een minuutje van mijn PR te lopen. Nadien ging het steil bergop met mijn vorm. Ik veroverde een plek in de top 20 van de 20 km van Brussel. Er waren nog meer overwinningen en natuurlijk de ongelooflijke 68 kilometer lange La Chouffe trail die Roos en ik met trots op ons palmares konden schrijven. In de zomer ondernam ik verwoede pogingen om tot ontspannen te komen: zowel mijn hoofd als benen bleven echter op volle toeren draaien. In augustus en september zat ik volop in de marathonfocus, voelde ik me fysiek steeds beter worden en kreeg ik ook technische loopscholing van mijn kinesitherapeut Kathelijn. 3 weken voor Amsterdam was er mijn PR op de CPC Loop, een week later veroverde ik een derde plek in de halve marathon van Brussel. Crazy! Ik had nooit gedacht dat ik dit allemaal zou meemaken op krap een jaar tijd.

04e233a2-da13-4871-b7f7-6eccded78090B

Vlak voor de start
Roos, Sam en ik stappen iets na zevenen op de metro naar de start nabij het Olympisch Stadion. Tot onze verbazing begint het te regenen. Hm, dat was niet het plan. De sfeer is echter goed: we bespreken wat muzikale hoogtepunten van het jaar en rond half 8 komen we aan bij de startzone. Geen regen meer, voorzichtig breekt de zon door. Over de temperatuur hebben we helemaal niks te klagen. We schuiven aan bij de dixi’s, leveren onze tassen in en krijgen nog een motivational speech van coach Roos. Zij gelooft in ons, zoveel is zeker. Sam en ik gaan via de hoofdingang van het stadion elk naar ons startvak. Op de beats van Tsunami voel ik aan alles dat ik er zin in heb. Ik ben razend benieuwd wat Amsterdam voor ons in petto heeft.

De race
Als ik om 9:03 over de startlijn loop is het echt begonnen. Eerst het stadion uit en dan richting Vondelpark. De eerste kilometers van deze marathon zijn niet de bijzonderste, maar ze moeten zoals steeds ook gelopen worden. Niet te snel vertrekken (het advies van Roos en Sam), wel het moment pakken (het advies van Seppe): het resulteert in een ideale eerste kilometer van 4’16”. Netjes! De eerste passage door het Vondelpark flitst me meteen terug naar 2017: ik herken het hier! Ik zie ook de borden van kilometer 38 en 39, de laatste kilometers zijn namelijk identiek aan de eerste. Het lijkt nog zo oneindig ver weg, alsof ik hier pas over een dag weer zal doorlopen (in realiteit is het dik 2,5 uur, naar mijn gevoel effectief een dag later). Ik heb een goede tred te pakken die steeds net onder de 4’15” blijft. Ideaal om zo dicht mogelijk tegen die drie uur aan te schurken bij de finish. Amsterdam blijkt ook wakker te zijn. Er zijn al behoorlijk wat supporters op de been. Ik kan niet anders dan concluderen dat deze eerste kilometers me een pak beter bevallen dan 5 jaar geleden.

AMSW0535-originalb

Als de zon prachtig tussen de gebouwen door schijnt, je snelle tempo ontspannen aanvoelt en je van dit alles kan genieten dan weet je dat je goed vertrokken bent. Dit belooft een mooie dag te worden! Na een kilometer of 5 ontwaar ik plots in de massa het bekende blauwe shirt met witte sterretjes van Team Siktivity. Het is Stijn Van Roy (roepnaam De Witte), broer van Simon (roepnaam De Sikke) die samen met z’n broer van start is gegaan in het sub3 startvak voor mij. Ik loop Stijn voorbij en kruis ook de toplopers van de race: ronduit indrukwekkend! Het lijken atleten van een andere planeet te zijn, tenger, maar oh zo krachtig en snel. Op kilometer 7 zal Roos op haar eerste supporterspunt staan. Het parcours maakt daar één van de eerste gekke uitlopers naar beneden. Ik ben hypergeconcentreerd om op rechts Roos niet te missen en op links mogelijk een glimp van Sam op te vangen. Roos schreeuwt me met veel decibels verder op weg. Mijn benen tikken nog steeds mooie tempo’s af onder de 4’15” zonder dat ik er echt moeite voor lijk te doen. Wie weet, wie weet kan ik wel onder de 3:03 finishen.

Na 9 kilometer zie ik nog een loper met het Siktivity-shirt: Sikke himself. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Ik zit helemaal in mijn lekkere marathontempo en ik zou hem kunnen inhalen, maar ik besluit dat niet meteen te doen. Sikke gaat immers voor een sub3 en startte voor mij. Hem nu voorbij lopen, betekent wellicht dat ik als vanouds te hard van stapel loop en dat ik mogelijk wederom een slag bij de Amstel zal verliezen. Aangezien hij ook mijn beoogde tempo loopt, blijf ik een paar meter achter hem hangen zonder me kenbaar te maken. Het klinkt raar, maar ik wil hem niet storen tijdens zijn race. Bovendien gaat er ook een grote rust uit van de lopende Sikke die een kop groter is dan ik. Ik volg zijn gezwinde pas en moet daardoor niet te veel meer nadenken. Als we de Amstel naderen rond kilometer 14 besluit ik dat ik uit de anonimiteit moet treden. Ik had eigenlijk kunnen weten dat de altijd aimabele Sikke erg blij is met mijn gezelschap. We wisselen wat ervaringen uit en kijken met gemengde gevoelens uit naar de lus langs de Amstel.

CDBP0297b

Ik voel me nog steeds fris. Het is nu mijn beurt om aan het stuur te gaan zitten. Sikke zet zich in mijn voeten en zal de komende 13 kilometer op mijn rug kijken. Ja, het was de juiste keuze om mezelf wat in toom te houden, want ik kan nu aan hetzelfde stevige tempo blijven doorgaan met tegenwind en Sikke in mijn zog. Ik lijk een inhaalrace te lopen: van de ene loper fladder ik naar de andere, niet tegen de wind in, maar er tussendoor. Sikke zou later in zijn verslag schrijven dat hij zo fier als een gieter achter een ervaren marathonrot als ik aanloop. Wel, ik ben eveneens trots dat ik een atleet van Sikkes kaliber aan boord kan nemen. Mijn benen blijven gaan aan een steady pace. Ik voel me zo machtig en besef nog maar eens dat dit een hemelsbreed verschil is met 2017. Ik kan dan ook amper geloven dat we al zicht hebben op het keerpunt over de Amstel (de Mont Ventoux aldus Sikke). Als we over de brug lopen, kruisen de broertjes Van Roy elkaar en dat gaat uiteraard gepaard met een stevige kreet.

Yes, we zijn na 19 kilometer het water over en de wind zit nu in de rug. Het tempo blijft goed aanvoelen. Als we het halfway point overschrijden, zie ik 1u30 en een handvol seconden op mijn horloge verschijnen. Op zich liep ik die tijd ook tijdens mijn vorige twee marathons, maar het grote verschil is dat ik nu zonder één spat verval gelopen heb en me nog steeds heel sterk voel. Ik zie mezelf niet meteen instorten. We passeren een bende trommelaars die tot Sikkes ongenoegen niet aan het trommelen zijn (erg vervelend). De kilometers floepen voorbij. Over de sfeer en beleving heb ik ook nog steeds niets dan lof. Amsterdam en Sikke blijven zich van hun meest enthousiaste kant tonen. Ik kan alleen maar hopen dat Sam, die voor mij in de race loopt, het net zo naar z’n zin heeft.

AMTN2422-originalB

Na 25 kilometer draaien we weg van de Amstel. Het is nu uitkijken naar kilometer 27 waar Roos ons weer zal aanmoedigen. Mijn passagier kondigde al aan om na de passage bij Roos zijn wagon los te koppelen van de stoomtrein (zoals hij me tijdens en na de race noemt) zodat hij zijn eigen tempo kan vinden. Onder luid geroep passeren we bij Roos. Nog een laatste aanmoediging van mijn compagnon en dan zet ik tgv-gewijs mijn tocht alleen verder. Jongens toch, wat is dit al ongelooflijk geweest! Doorgaans heb ik mijn dip tussen kilometer 25 en 30: het moment dat ik de inspanning voel en besef dat ik nog een end te gaan heb. Waar ik in Parijs op dit moment dacht: oh nee, nog een kilometer, denk ik nu: laat die volgende kilometer maar komen! Ik loop nog steeds als een jekko. Natuurlijk voel ik de inspanning wel. Mijn rug trekt een beetje, mijn hamstrings zijn wat stijver en ook mijn rechterkuit is al frisser geweest, maar er zit nog steeds veel schwung in mijn pas. This girl is on fire. Wat is lopen toch een fantastische sport! Zelfs als je door een bedrijventerrein in Amsterdam Oost scheurt met 30 kilometer in de benen.

Vanaf kilometer 30 lijkt het alsof ik wekelijks door Amsterdam loop. Elke meter komt me zo bekend voor. En dan vooral de worsteling die ik destijds had met elk van die 12.000 meters. Hoe ik mezelf heel de tijd moed moest inpraten om te blijven gassen. De ene marathon is al eindelozer dan de andere. Er zit nog steeds amper verval op mijn kilometertijden rond de 4’15”. Enerzijds loop ik heel verbeten en gefocust, anderzijds ben ik omhuld door een wolk van lichtheid. Vanuit mijn marathonbubbel heb ik veel oog voor wat er rond mij gebeurt. Elke aanmoediging komt binnen (en het zijn er veel). Mijn hoofd registreert wel wat pijntjes en ongemakken, maar die klachten worden eenvoudigweg geseponeerd. Het dringt niet door. Ik ben vastberaden om met deze mindset kilometer 35 in te gaan, als ik kan volharden wordt dit een marathon om in te kaderen. Hoe zou het eigenlijk met Sam gaan? Ik ga er maar van uit dat hij ook de flow te pakken heeft waar hij hoopte.

9bc24e59-d30d-43f7-80bb-d14bda7ece27B

Ik ga niet beweren dat ik vanaf kilometer 35 van elke meter geniet. Ik tel af, maar ik voel aan alles dat het nog steeds goed zit. Als die benenmolen maar kan draaien, dat zei Marike mij de afgelopen tijd vaak om aan te geven hoe wonderlijk het is dat mijn lichaam over een soort van marathonstand lijkt te beschikken, de cruise control waar ik op kan terugvallen. Stilaan begint het door te sijpelen dat ik heel dicht tegen die drie uur kan finishen. Zeker omdat ik weer langs de rand van de binnenstad loop en de aanmoedigingen toenemen. Ik kijk uit naar het laatste supporterspunt van Roos op kilometer 37. Ze heeft haar plek wel gekozen: de enige tunnel waar je je serieus in kan verslikken. Ik zie haar staan en het lijkt alsof ze me met een elastiek naar zich toe trekt. Echte woorden wisselen we niet uit met elkaar. Ik lach, ik roep. Roos brult me nog iets toe en geeft me een tik op mijn kont (daar waar mijn power button zit). Ondanks mijn hyperfocus probeer ik me ook heel bewust te zijn van het moment. Juist dit is de marathon. Dit is waar je voor traint.

In de bevoorradingen is het opletten geblazen voor de gekke manoeuvres van lopers die zonder nadenken de kortste weg nemen naar een bekertje water. Ik ben ook op m’n hoede voor de tramsporen. In normale omstandigheden vormen die geen noemenswaardig obstakel, met 38 kilometer op de teller voelt het alsof ze mijn voet zomaar zouden kunnen opslokken. Mijn kilometertijden schommelen nu tussen de 4’15” en 4’20”. En jawel hoor, ik loop weer door het Vondelpark. Sporadisch staat er een loper tegen een boom geparkeerd, maar verder doet niets vermoeden dat de finale van een marathon hier gelopen wordt. Onder de boog van de 40 km pak ik nog eens mijn moment. Nu ben ik er echt bijna, gewoon blijven gaan, niet strijden, maar lopen. Ik geef een high five aan een man met een microfoon die een applaus vraagt voor de moedige lopers die gevochten hebben voor de sub3 maar het net niet gehaald hebben. Euh, excuseer? Ik ben niet de verliezer van de dag. Mijn kilometer 42 loop ik in 4’10”. Vlak voor ik het stadion induik voor een halve ereronde kijk ik op mijn horloge en zie ik nog een 2 staan. Onder de drie uur lopen is niet mogelijk, maar een groot getal zal er niet achter staan. Ik doe een poging om alles uit mijn benen te persen op de piste. Ik kan nog wat mannen voorbij lopen. Ja, ik zie de finish! Daar stopt dit marathonavontuur. Op mijn horloge staat 3:00:59, maar mijn officiële netto tijd van 3:01:03 is de spiegeling van mijn lucky number 13. Ik liep met een gemiddelde snelheid van 4’15” per kilometer. Wat is hier allemaal gebeurd?

AMUN1728-original

Er is iets bevreemdends aan de finish van een marathon: je werkt maandenlang toe naar het moment dat je in dat startvak staat om aan je race te beginnen. Je vertrekt, doet je ding en vooral, je doet wat je het liefste doet: lopen. Tot je gaat uitkijken naar het moment dat je kan stoppen met lopen, dat de strijd gestreden is en je op adem kan komen. Maar dan overvalt je ook heel snel het besef: het zit erop, dit was het dan. Drie uur lang heb je je voeten over het asfalt horen kletsen. Heb je je ademhaling gehoord. Je eigen stem in je hoofd. Was er geroep en tumult langs alle kanten. Overal om je heen zag je lopers. Drie uur lang leef je mentaal in een andere dimensie. Heel abrupt komt dat allemaal tot stilstand. In mijn hoofd werd het toen heel erg stil. Blanco zelfs. Zowel fysiek als mentaal had ik alles gegeven. Hoe geweldig is het dan als een bekend gezicht je staat op te wachten: Sam! Hij kon zijn derde marathon finishen in 2:55, waar hij terecht erg tevreden mee was. Vooral omdat hij het uiterste uit deze dag had kunnen halen zonder opspelende maag- of knieproblemen. Wat een prestatie weer! De broers Van Roy finishten allebei in 3:08, net niet samen. Hoe dan ook een toptijd, al helemaal voor een marathondebuut.

17483f65-fcea-4f6e-b573-1d086ca12a7eB

De conclusie
Amsterdam zal nooit mijn stad zijn, maar ik ben de stad wel eeuwig dankbaar voor deze marathonervaring. Het parcours is – ondanks de vreemde vorm – echt snel. Je maakt er amper hoogtemeters. De supporters zijn talrijk en enthousiast. Ook het Amsterdamse decor heeft zeker wat moois te bieden. Het vertrek in het stadion en de dubbele passage door het Vondelpark zijn wat mij betreft de hoogtepunten. De finish vond ik een tikje tegenvallen omdat er relatief weinig publiek aanwezig is in het stadion, de kilometer ervoor was dan wel weer sfeervol te noemen. Het grote minpunt was de app die een uur achterliep en dan nog foutieve informatie gaf. Als supporter die de race op de voet wil volgen, heb je daar dus eigenlijk helemaal niks aan. Ook de marathon expo was een tegenvaller. Voor een marathon van dit niveau mag het net ietsje meer zijn dan een verouderde sporthal met dito stands.

Soms denk ik dat ik bij elke marathon of race in principe hetzelfde verhaal vertel. Oh, wat was het zwaar! Oh, wat was het ook leuk! Oh, wat was het weer een doldwaas avontuur met iedereen die erbij was! Deels is dat ook zo: omdat net dat is waarom lopen zo’n prachtige sport is. En toch is elk verhaal weer uniek omdat de beleving zo anders is. Hoe meer marathons ik loop, hoe meer ik ook besef hoe bijzonder het is dat ik dit kan doen. In eerste instantie omdat het geen prestatie is die je elke dag levert: telkens weer is het een uitdaging. Zowel fysiek als mentaal ga je door barrières. Sam zei daar iets heel mooi over, dat je de rauwheid van emoties die een marathon losmaakt met niks kan vergelijken. Je komt iets van jezelf tegen waar je anderen dan weer in vindt. Bij deze neem ik dus nogmaals mijn petje af voor iedereen die deel uitmaakte van dit avontuur, voor iedereen die heeft meegeleefd, van dichtbij of veraf. Roos en Sam, jullie haalden het beste in mij naar boven. Op naar de volgende met Team Invaincu!

Enkele weetjes

  • Ik slaagde erin om maar liefst 4 sportgels weg te werken tussen kilometer 10 en 27. En jawel, het zijn nog steeds die vervallen gels met lichte brokvorming. Dit was écht de laatste keer.
  • Een primeur: ik kocht voor het eerst mijn marathonfoto’s (of loopfoto’s van een organisatie tout court) omdat ze erin slaagden om het moment weer te geven.
  • Liefst van al loop ik met een korter en losser shortje, maar voor de marathon kies ik altijd voor een strakke versie. Met mijn favoriete short liep ik tal van marathons. Zaterdagavond onderwierpen Roos en ik het bewuste broekje aan een kruisnaadcontrole. Onze conclusie: zichtbare slijtage, maar het kan nog wel wat marathonnetjes mee.
  • De frustratie over de disfunctionele marathon-app maakte Roos zowel woedend als radeloos. Ze belde tijdens de marathon met Marike, onze ouders en Niko om de schaarse informatie die ze bezat toch te delen met het thuisfront.
  • Mijn metekindje Leah maakte een supportersschilderij met waterverf, maar dat liep wat uit de hand, als in: meer water dan verf.
  • Jullie weten al dat ik fan ben van het creatieve taalgebruik van onze noorderburen. Supporteren en enthousiast zijn is hen op het lijf geschreven. De mooiste aanmoediging die ik kreeg was Joke, jij koningin!
  • Nog een uitspraak van Sikke: als ik er niet door de ene Odeyn afgelopen wordt, dan is het wel door de andere!
  • Sikke plaatste zelf amper een paar uur na zijn race een verslag op Facebook getiteld Met stoomtrein Odeyn. Ik hou van zijn schrijfsels, lezen dus! Vandaag gaat hij trouwens van start in de duatlon Reuzen van Wetteren. In december komen we elkaar weer tegen in de Hel (waar we in 2018 allebei als derde eindigden).
  • Ik leefde ook mee met Tessa (die hier over haar masterpiece van 3:19 schreef) en Christelle (goed voor een ijzersterke 3:09). Het afgelopen jaar geraakte ik met hen aan de babbel in het loopwereldje.
  • Zaterdag deden Roos en ik niet veel sightseeing in Amsterdam. We kwamen wel toevallig uit bij de nieuwe rechtbank en werden geraakt door het imposante standbeeld Love or Generosity van Nicole Eisenman.

IMG_9892b

Het moment – Een meesterlijke marathon

Amsterdam – zondag 16 oktober, 12:05. Ik ben nog aan het snikken terwijl er een medaille rond mijn nek wordt gehangen. Sam is bij mij. Today, I ran my masterpiece staat er op het blauwe lint rond mijn nek. We verlaten samen het Olympisch Stadion, terug naar de wereld buiten onze marathonbubbel. Ik kan heel moeilijk bevatten wat er de afgelopen uren is gebeurd. Ik liep mijn 15e marathon in 3 uur en 1 schamele minuut. 181 minuten voelde ik me zo sterk. Invaincu. Ik heb zoveel meegemaakt, zoveel gezien, gedacht, beleefd, gehoord en ervaren. Gelachen én gestreden. Ik kan niet geloven dat het erop zit en dat de hallucinant snelle tijd op mijn horloge echt mijn nieuwe PR op de marathon is. Drie uur, één minuut en drie seconden. 03:01:03.

Mijn marathon speelt nog steeds in mijn hoofd als een film van Quentin Tarantino of Martin Scorsese die een schouwspel van een uur of 3 wel aandurven. Het is een film waarin ik eerst met Sam in het stadion sta. Een moment van reflectie en dankbaarheid voor het afgelopen half jaar. Het volgende shot sta ik in de drukte van het startvak. Door de geluidsbox vlak naast mij voel ik de adrenaline door mijn lijf drillen. Een voice-over zou hier op z’n plaats zijn. Pak het moment! En dan loop ik. Vrij snel vind ik een tempo waarvan ik voel dat het mijn marathontempo wordt. Roos schreeuwt me een eerste keer iets toe. De soundtrack krijgt hier epische allures. Fast forward naar de volgende scène. Ik loop een paar kilometer semi incognito verscholen achter Simon – Sikke – Van Roy om hem nadien op sleeptouw te nemen voor een doldwaze tocht langs de Amstel. Eén langgerekt shot: het komische intermezzo van het script, iets met een losgeslagen stoomtrein. En dan een flashback naar 2017 toen ik ten onder ging na 25 kilometer. Vandaag niet. Mijn benen en hoofd blijven onverzettelijk gaan. Roos is de rode draad van mijn film. Als supporter, steun en toeverlaat duikt ze op langs het parcours om zoals steeds het beste in mezelf naar boven te halen. De soundtrack wordt overstemd door het gejoel en de aanmoedigingen. Pak het moment! De film nadert zijn ontknoping. Ik kom aan in hetzelfde stadion. Vogelperspectief om aan te tonen hoe nietig je als loper bent. De eerste meters na de streep voel ik de stilte in mijn hoofd. Geen voice-over. Ik sta daar weer samen met Sam. Een filmeinde dat ook het begin is.

In de stad van Rembrandt, Vondel en Ramses Shaffy klinkt een slogan als Run Your Masterpiece behoorlijk intimiderend. Ik kan niet anders dan zeggen dat ik mijn marathonmeesterwerk afleverde. Hoe kwetsbaar ik me soms ook voel, dit was de marathon die mij niet aan het wankelen kon brengen. Ik durfde erop te vertrouwen dat het goed komt (want komt het niet altijd goed uiteindelijk?). Ik vertrouwde erop dat ik dit kan, dat ik gemaakt ben om te lopen ook al zie ik er met mijn korte stevige benen niet uit als een typische afstandsloper. Elke kilometer bracht me dichter bij mijn doel. En oh ja, het deed ook pijn! Het kostte me verdorie zoveel kracht! Ik ben een mens, geen machine, maar dat lijf wilde ervoor blijven gaan. Elke keer wilde ik het moment pakken tot ik besefte dat het moment mij had gepakt.

Zoals steeds volgt er later deze week een uitgebreider raceverslag, want ook deze keer valt er zoveel meer te vertellen over dit marathonavontuur. Eveneens traditiegetrouw zijn de woorden van dankbaarheid die ik hier en nu wil uitspreken. Voor de hoofdrolspelers van mijn film. Voor de crew en de regie, voor de catering en de kostuums. Voor de toeschouwers en de fans. Weet dat jullie allemaal op jullie eigen manier een bijdrage hebben geleverd aan mijn eigen kleine meesterwerkje. Mijn dank daarvoor is oneindig groot!

Marathonpraat – Team Invaincu naar Amsterdam!

Stromae, wat een held! De man van bouwjaar 1985 die fantastische muziek maakt, de meest waanzinnige outfits draagt en als geen ander het donkere en het lichte van het leven laat samenvloeien. Zijn jongste album begint met Invaincu of hoe je toch onoverwinnelijk kan zijn ondanks zware mentale dobbers. Een topnummer waar zo’n aanstekelijke vreugde vanuit gaat dat het onmisbaar werd tijdens mijn ochtendroutine. Kwestie van de dag met een oppepper in te zetten. Meer nog, Invaincu inspireerde me om een mini-collectie uit te werken voor mijn Amsterdams marathonavontuur met Roos.

IMG_9855b

De Amsterdam Marathon dus. Roos en ik liepen die al eens in 2017. Voor ons allebei was het de marathon van “net niet”. We vonden Amsterdam te druk, het parcours vervelend. Oneindig lang ook. Hoe dan ook beleefden we er een prachtig marathonweekend in familiaal gezelschap. Met een valies vol straffe verhalen en weer een ervaring rijker verlieten we de Nederlandse hoofdstad. Ik wist toen niet dat er 5 jaar later een part II zou volgen. Dat ik als 37-jarige een PR zou hebben dat maar liefst 20 minuten sneller is dan mijn 3:26 van 2017. Bredero zei het al: het kan verkeren. De Amsterdam Marathon is mijn 15e marathon. Ik kon bij 7 marathons mijn PR verbeteren, bij de andere 7 lukte dat niet. De vraag is dus naar welke kant de weegschaal zal overhellen op zondag 16 oktober.

Genoeg over de cijfers. Ik zou hier nu een doordacht raceplan aan jullie kunnen voorleggen. Sam heeft immers gelijk: je moet je hoofd erbij houden als je een marathon loopt. De waarheid is dat ik elk uur van plan lijk te switchen. Ik wil zo graag die onverzettelijke vrouw met het plan zijn, maar ik denk dat mijn plan is: we zien wel hoe het loopt. Ik kan niet ontkennen dat ik in uitstekende vorm verkeer. Ik ben beter en sterker dan in Rotterdam en Parijs. Inmiddels ben ik ook meer ervaren met de tempo’s die ik sinds een jaar loop. En toch. Toch blijf ik de loper van het gevoel. Hoe onoverwinnelijk ik me vorig jaar in Rotterdam voelde: dat is goud waard! Ik wil het moment van de start pakken om het met Seppes woorden te zeggen. Ondanks mijn mentale problemen voel ik gelukkig ook een enorme kriebel om me in dit avontuur te storten. Ja, ik ben dus gedreven om mijn PR van 3:06 scherper te stellen. Of en hoe dat zal gebeuren, dat weten we morgen.

IMG_9763b

IMG_9756b

Ik heb dit jaar al zo ongelooflijk veel sportieve hoogtepunten mogen beleven. Het ging van sneller en harder ook naar trager en langer. Ik babbelde met zoveel toffe lopers. Ik kreeg er vrienden bij. Volgers en lezers hier op mijn blog. Ik won trofeeën en flessen wijn. Ik besef echt hoe een waanzinnig sportief jaar dit is, nu al. Invaincu dat ben ik niet omdat ik wedstrijden kan winnen. Invaincu dat ben ik omdat ik zoveel samen mag beleven. Die kleine fijne fantastische zus zal weer aan mijn zijde staan. Die andere fantastisch lieve zus zal weer intens meeleven. Die fantastisch inspirerende broer leerde me om juist op dat gevoel te durven lopen. Net in deze tijden van donkere wolken en dekens van ellende ervaar ik ook zoveel warmtegolven om me heen. Toujours invaincu!

Voor het marathonweekend maakte ik een set tasjes (je kan er echt nooit genoeg hebben!) en twinning + winning sweaters (zeg: swetter). Het kleurenpalet lavendel-bordeaux-pruim belichaamt die heerlijke retro-vibe. Zoals het een echt Flat White kledingstuk betaamt wordt het geheel afgetopt met a touch of leopard. Het is een sweater geworden die ik een leven lang wil koesteren. Team Invaincu op avontuur in Amsterdam dus. Samen maken we er iets formidable van!

TYCQ3131

Marathonpraat – Voorbeschouwing op Amsterdam van Sam

Helemaal aan het begin van dit jaar schreef ik voor het eerst over ene Sam. We leerden elkaar beter kennen in voorbereiding van de Paris Marathon en inmiddels lijkt het alsof we way back gaan. Het is lastig om Sam in een notendop te vatten omdat hij zoveel is. Sam Niyonzima is een 26-jarige advocaat. Een snelle én verstandige loper. Een man met een missie. Een avonturier. Iemand die kan vertellen en kan luisteren. Een lezer van mijn blog. Een loopmaatje waar ik meer mee over lopen praat dan dat we samen lopen. En vooral: een heel goede en dierbare vriend. Zondag staan we samen aan de start van de Amsterdam Marathon. We hopen allebei om daar het onderste uit de kan te kunnen halen. Voor Sam is Amsterdam na Antwerpen (3:01) en Parijs (2:59) marathon numero 3. Hij vertelt jullie graag hoe hij naar zondag 16 oktober heeft toegewerkt.

Ik heb gekozen voor een persoonlijk trainingsschema omdat ik, los van alle loopdoelen, al langer eens een conditietest wilde afleggen om te kijken waar mijn limieten liggen. In juni kreeg ik een schema voor 16 weken met als einddoel de Amsterdam Marathon. Het bestond uit 5 trainingen per week: een nuchtere loop, een herstelloop, een intervaltraining, een extensieve duurloop aan een hoger tempo en een lange tragere duurloop. Een training werd uitgedrukt in loopminuten en met één of meerdere hartslagzones. In het begin was het wel aanpassen omdat ik nog nooit op hartslag had gelopen. Zeker de trainingen aan een relatief lage hartslag waren naar mijn aanvoelen echt traag. Het gaf me wel vertrouwen dat ik altijd wat sneller kon lopen dan de inschattingen van het schema.

ee0baa9d-ee9f-4d3c-a298-96419f9cf288

Het was echt een heel goede zomer. De eerste twee maanden bouwde ik vooral aan een stevige basis, wat heel vlot ging. Op twee trainingen na heb ik tijdens de zomermaanden al mijn trainingen kunnen volgen. Het gaf me veel vertrouwen en voldoening om elke week de combinatie te kunnen maken met werken en trainen. Achteraf gezien besef je dan pas hoeveel gedoe dat soms was, maar je zit wel altijd in een bepaalde structuur. Toen ik in juli op vakantie in Zweden was, had ik schrik dat mijn ritme gebroken zou worden, maar het gaf me juist nog meer motivatie om ’s ochtends voor het ontbijt te gaan lopen in een supermooie omgeving. Eerst in Stockholm en dan wat noordelijker, met veel hoogtemeters ook wel. Na die vakantie begonnen de intervaltrainingen pittiger te worden.

Een eerste echte test was de 16 km van Dwars door Zaventem op 15 augustus. Ik won die wedstrijd met 2 minuten voorsprong en was, zeker gezien de omstandigheden, ook heel blij met mijn tijd ruim onder het uur. Dat stemde me heel gelukkig! De dag erna had ik spierpijn en eigenlijk had ik die week rustiger aan moeten doen, maar ik ben blijven doortrainen. Tijdens een intervaltraining voelde ik iets in mijn hamstrings en een dag later heb ik mijn hamstring echt verrekt toen ik een sprintje trok bij een teambuilding van het werk. Ik heb toen 10 dagen rust genomen om dan weer voorzichtig op te bouwen. Ik kon dan nog 3 weken mijn schema volgen. De CPC Loop in Den Haag was een goede graadmeter. Mijn hamstring was oké, maar ik begon wel last te krijgen van mijn knie. 2 oktober liep ik de halve marathon van Brussel met daaraan vooraf nog eens de 10 kilometer: in totaal dus een lange training van 31 km, met daarin twee blokken aan marathontempo. Ik had daar echt last van mijn knie, niet leuk, maar gelukkig begon de taperperiode. Afgelopen zondag deed ik nog een laatste test en liep ik 16 kilometer waarvan 12 aan mijn marathontempo. Dat ging heel vlot, mijn knie hield zich goed, maar ik blijf er wel wat paranoïde over. Ik vertrouw op mijn heel goede basis van de zomer, want ik heb nooit eerder zoveel getraind tout court.

NIZD3861

Mijn doel voor Amsterdam is om sub 2:55 te lopen. Ik wil voorzichtig van start gaan aan 4’09” per kilometer zodat ik me zeker niet opblaas. De marathon is humbling, het is een beest dat je niet zomaar kan bestormen zonder je hoofd erbij te houden. Halverwege ga ik dan kijken hoe ik me voel en of mijn hartslag nog oké is. Die zal dan normaal rond de 165 liggen, maar eigenlijk mag ik tot 180 gaan. Als het nog goed gaat, ga ik proberen versnellen naar 4’05” en dan ga ik weer kijken hoe ik me voel op km 30. Als ik dan rond de 4’00” zou lopen, zou dat ideaal zijn. Vanaf km 35 is het niet meer te veel nadenken en gewoon gaan, zien wat er nog in de tank zit om hopelijk onder die 2:55 te eindigen. Het parcours is in ieder geval geschikt om een snelle marathon te lopen, we zullen zien wat het weer geeft. Qua voeding ben ik overgeschakeld van de gels van Maurten naar SiS. Ik neem er 6 mee en hoop er minstens 4 te kunnen wegwerken. Tijdens de halve marathon van Brussel testte ik mijn voeding al, zowel voor als tijdens de race.

TKLR5652

Waar ik het meeste schrik voor heb is dat ik zoals in Parijs last krijg van mijn maag en dat het een calvarietocht wordt vanaf km 13. Bij mijn eerste marathon was het tot km 25 à 30 een aangename looptocht en dat is ook waar ik nu op hoop: dat het begin voelt als een ochtendloopje, dat ik echt kan genieten van de sfeer en die kan opnemen. Vanaf km 30 is het logisch dat je begint af te zien, maar ik kijk ernaar uit om in die flow te zitten van de marathon en dan te beseffen dat ik hier maanden voor heb getraind en dat het gewoon goed gaat.  Naar een marathon kan je nog harder uitkijken dan naar een reis. De voorbereiding is gigantisch in verhouding met de tijd die je spendeert aan het lopen van die marathon. Daardoor heb je ook veel meer zenuwen en verwachtingen dan voor een reis. Een marathon is een heel korte reis van hopelijk minder dan 3 uur en je weet nooit wat er kan gebeuren. Dat maakt het heel exciting.

Ik kom vrijdagnamiddag samen met mijn vriendin Jona aan in Amsterdam. Dan kan ik mijn nummer gaan afhalen en zaterdag rustig aan doen, ik ga proberen niet te veel te wandelen. We slapen weer in hetzelfde hotel als Joke, die ik blindelings vertrouw in haar hotelkeuzes. Ik ben benieuwd om wat van Amsterdam te zien. Er zullen een paar vrienden en een collega zijn om me aan te moedigen tijdens de marathon. Ik kijk er naar uit om het marathonavontuur samen te beleven. Misschien geef ik wel weer een radio-interview, deze keer voor de NOS?

Liefste Sam, als iemand dit kan, dan ben jij het wel! Ik hoop heel hard op die ideale marathonflow waar ik dan een paar kilometer achter jou ook nog van kan genieten. Op naar het avontuur in Amsterdam!

De gedachte – Over veerkracht

Een jaar geleden vertelde ik naar aanleiding van World Mental Health Day een heel persoonlijk verhaal over mijn psychische kwetsbaarheid en hoe ik die leerde te aanvaarden als een deel van wie ik ben. Dankzij de hartverwarmende reacties die ik daarop kreeg, blik ik met een warm gevoel terug op oktober 2021. Ik dacht dat mijn verhaal was verteld. Voor wie hier vaker leest of mij in het echt kent, zal het niet als een totale verrassing komen dat ik al eens worstel met het leven. Mijn enthousiaste en ondernemende kant heeft een gespannen en angstige keerzijde. Ook hier kregen mijn sportieve verhalen de laatste tijd vaker een ondertoon van knagende onzekerheid. Waar ik dacht mijn kwelgeesten onder controle te hebben, moet ik nu vaststellen dat ze al enkele jaren bezig zijn mij de dieperik in te praten. Op 1 september begon ik vol goede moed aan het schooljaar om vrij snel te ervaren dat het helemaal op was. Het-ging-niet-meer. Mijn hoofd zat overvol. Rust nemen was een noodzaak.

In vergelijking met vorig jaar vind ik het nu een pak lastiger om over mijn hoofd en ik te vertellen. Toen kon ik vanuit mijn sterkte over mijn interne winkel spreken. Vanop afstand ook. Ik was niet de crisis, maar de observator. Nu bevind ik me in het oog van de storm. Op het eerste zicht ben ik een goed functionerende vrouw. Sterker nog, op sportief vlak ben ik in topvorm: ik won dit jaar heel wat wedstrijden, verzamelde tal van podiumplekken en liet het ene na het andere PR optekenen. Voor mezelf vind ik het behoorlijk lastig om die mentale turbulentie te kunnen rijmen met een lichaam dat wel kan presteren, laat staan hoe ik dat aan de buitenwereld kan uitleggen. Of eerder verantwoorden, want zo voelt het. Ik vind het kortom erg moeilijk om te accepteren dat het fysiek wel lekker kan lopen, maar mentaal voor geen meter. En dat ik dat net zo goed serieus moet nemen. Net daarom besloot ik om in deze Week van de Mentale Gezondheid toch weer iets neer te schrijven. Omdat ik een gezicht wil geven aan mentale kwetsbaarheid. Omdat ik eerlijk en oprecht wil zijn. Niet door alles van mezelf zomaar te grabbel te gooien, wel door een genuanceerd beeld te schetsen van mij als persoon.

Ik heb lang gedacht dat ik veerkrachtig was omdat ik zogenaamd alles aankon. Ik ben de persoon met het gigantische draagvlak die altijd plankgas kan geven. Veerkrachtig zijn stond voor mij gelijk aan altijd hoge toppen scheren of dat toch op z’n minst ambiëren: presteren op professioneel vlak, als loper, als lezer, als zus, als vriendin. Om die reden vind je in mijn huishouden geen weessokken, vergeet ik nooit een verjaardag en zal je mij niet kunnen betrappen op een spelfout. Elke dag wil ik als mens groeien door mijn idealen na te streven. Ik wil altijd sterk en dapper zijn. Ik heb de teugels graag strak in handen. Voor een heel groot deel is dat echt wie ik ben. Hoe ik als kind ook was: iemand die er voldoening uithaalt om zichzelf te verrijken en uit te dagen. Ik heb er altijd van gehouden om heel veel projecten te hebben en daar eisen aan te stellen. Anderzijds is het gaandeweg ook een vorm van vermijding geworden. Ik ben bang dat het de enige rol is waarvoor ik waardering zal krijgen, zowel van mezelf als van mijn omgeving. Het is ook een strategie geworden om mezelf staande te houden in de complexiteit van het leven.

Door elke dag mijn stinkende best te doen, sta ik de laatste jaren altijd “aan”. Mijn gedachtemolen blijft op volle kracht verder malen zonder pauzeknop. Ik kan mezelf helemaal verliezen in overpeinzen en (over)analyseren. De traumatische ervaring uit mijn studententijd heeft mij gesterkt in de overtuiging dat denken mij wapent in het leven. Als ik maar ver genoeg vooruit denk en rekening houd met alle mogelijke doemscenario’s ben ik voorbereid op wat er mis kan gaan. Ik voel me vaak angstig. Somber ook, want het kan heel donker zijn in mijn hoofd. Door al dat rumineren verlies ik soms de voeling met de realiteit. Mijn angstmonsters zijn een steeds prominentere rol gaan spelen in mijn dagelijks functioneren. Ik kan niet anders dan toegeven aan de akelige gedachten die in mijn bovenkamer gegenereerd worden. Er is overal een dreiging. Mijn meest dierbare bezit lijkt altijd in gevaar te zijn. Ik moet paraat staan om op elk moment te kunnen vluchten of vechten. Ik overleef meer dan dat ik kan leven.

Door tijdelijk een stap terug te zetten, besef ik dat veerkracht iets heel anders betekent. Het is toelaten dat het minder gaat of zelfs helemaal niet. Het is toegeven aan mijn soms alles verlammende verdriet. Een soort verdriet dat heel onverwacht kan toeslaan en mij in alle hevigheid overmant. Veerkrachtig zijn betekent nu om een troostende schouder te zoeken en te aanvaarden. Om te proberen met mildheid naar mezelf te kijken. Het is schaamteloos kunnen genieten van het plezier dat lopen mij schenkt waardoor het volume van de denkmolen even getemperd kan worden. Veerkracht is gas terugnemen. Loslaten ook. Het is – ondanks de angst dat dit het is en dat het altijd zo zal zijn – er ook op durven vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed komt.

Hoe lastig deze periode ook is, ik wil dit momentum aangrijpen om dingen fundamenteel anders aan te pakken (zonder ook daar weer een enorme uitslover in te zijn). Om te beginnen door niet altijd in mijn eigen hoofd te kruipen als het wat minder gaat. Om nog meer verbinding te zoeken met mijn omgeving. Buiten mijn sociale vangnet kan ik terecht bij mijn huisarts en ga ik tweewekelijks naar de psycholoog. Ik ga nu meer dan ooit de confrontatie aan met alles wat ik de voorbije jaren heb vermeden omdat ik mezelf een zorgelozer leven gun. Ik doe kortom wat ik denk dat nodig is om te herstellen. Morgen ga ik terug aan het werk en, geloof het of niet, daar heb ik veel zin in. Het mag dan tegenstrijdig klinken, ik beschouw mezelf nog steeds als een enorme gelukzak. Net nu ervaar ik ook hoeveel liefde er om mij heen is en dat ik echt wel graag gezien word om de persoon die ik ben in al haar facetten. Ik kan niet anders dan daar ontzettend dankbaar voor zijn.

Het moment – Roos en Seppe op kruissnelheid door Berlijn

Het laatste weekend van september regende het sportieve verhalen. Ik vertelde al uitgebreid over Den Haag met Sam, maar er was ook Berlijn van Roos met Seppe en Bobby. Roos liet de CPC Loop namelijk niet zomaar aan zich voorbij gaan: op zaterdag 24 september zou ze deelnemen aan haar eerste skeelerrace ooit. En wat voor één: de iconische Berlin Marathon. 42,2 kilometer op wielen dus. Ook Seppe en Bobby trokken hun driewielers aan om door de Berlijnse straten te sjezen. Seppe liep daags nadien, in de schaduw van het wereldrecord van Eliud Kipchoge, ook nog de marathon. Hier spreekt een trotse grote zus. Needless to say dat ik behoorlijk onder de indruk was van de belevenissen van mijn zus en broer. Ik vind het zo dapper dat ze zich aan een skeelerrace durfden te wagen! Hoe dat Berlijnse avontuur hen beviel? Dat vertellen ze jullie zelf.

Roos: Toen Seppe in de zomer aankondigde dat hij de marathon van Berlijn zou skeeleren omdat Bart Swings hem en Robrecht – Bobby – Paesen had uitgedaagd in de podcast van De Jogclub dacht ik: leuk, dat wil ik volgend jaar ook doen. Er kwam echter een plaats vrij in de auto en het hotel. Ik twijfelde, maar Niko zei: waarom niet, wat kan er misgaan? Ik schreef me eind augustus in en kocht nieuwe skeelers: de Roces EGO 3×110 TIF. Skeelers met drie grote wielen waar ik nog nooit mee had gereden. Ik had me goed ingelezen voor ik ze kocht. Ze kwamen aan op 1 september. De testrit was meteen superleuk. Niko fietste met mij mee. Ik merkte wel dat ik met die drie wielen meer techniek nodig had om m’n bochten te nemen, maar ik maakte ook veel meer snelheid. Ik vloog echt!

7982_20220924_172948_250523432_original

Het probleem van skeeleren is dat je er goede asfalt voor nodig hebt en dat je het niet kan doen als het regent. De tweede week van september regende het elke dag, werden de dagen korter en had ik dus geen tijd om te trainen. Ik bleef wel fietsen en lopen. Na die week kon ik nog wat skeelertrainingen afwerken. Zo ging ik langs de Demer rijden om goede bochten te kunnen maken. Seppe gaf mij nog techniektips: dat je eigenlijk altijd een M achter je moet maken bijvoorbeeld. M’n langste skeelerrit was 25 kilometer. Ik was er niet echt moe van, maar had er wel 1u18 voor nodig gehad en in Berlijn is de tijdslimiet voor 42,2 kilometer 2u30. Dat leek haalbaar, maar zonder veel marge.

7982_20220924_173414_250558294_original

De beleving in Berlijn was uniek! Ik voelde helemaal die grote evenementensfeer, het festivalgevoel, maar ik was wel veel ontspannener dan voor een loopmarathon. De start van de skeelerrace was om 15u30. Het was best een internationaal deelnemersveld, ook veel verklede mensen. Bij het vertrek was ik meteen diep onder de indruk. Het ging ook meteen goed: heerlijk gevoel om over dat perfecte asfalt die snelheid te kunnen genereren! Eens goed kunnen doorperen, dat gevoelde kende ik niet van mijn trainingen. Ik heb niet in een treintje gereden, zo op elkaar gaan hangen durfde ik niet aan. Wel sprong ik moeiteloos over de tramsporen. Mijn race ging zo vlot dat ik wist dat ik een goeie tijd zou kunnen neerzetten. Ik wilde dus niet verzwakken – het is uiteindelijk wel een wedstrijd – maar er ook heel erg van genieten. Ik reed al glimlachend door Berlijn. Op zo’n parcours moet je gewoon hard gaan. Mijn enige angst was dat één van m’n wielen los zou komen. De laatste kilometer voor de Brandenburger Tor heb ik nog gesprint, vlak voor het monument rij je over kasseien waardoor je snelheid verliest en voor de laatste 200 meter heb ik nog een keer goed opgetrokken. Na de finishlijn kom je trouwens ook zonder rem verbazingwekkend gemakkelijk tot stilstand omdat de tijdsmatten een gigantisch obstakel zijn die voor geen meter bollen. Ik finishte uiteindelijk in 1u48. Ik had nooit gedacht dat ik zo ruim onder die 2 uur zou kunnen aankomen. Volgend jaar wil ik zeker nog eens deelnemen!

7982_20220924_173500_250569100_original

Ook de marathon op zondag als supporter van Seppe was indrukwekkend. We waren wel best moe en voelden ook de ontlading, maar de hele beleving in het hotel met al die marathonlopers en Seppe die op de startlijst van de elite stond, maakten weer adrenaline los. Ik maakte al vaker grote marathons mee, maar dit was m’n eerste Major. Ik keek er natuurlijk naar uit om Eliud Kipchoge in het echt te zien. Heel bijzonder was dat! Bobby en ik zagen Seppe voor het eerst op kilometer 2,5 en dan op 24. Hij was hard aan het afzien, maar lachte wel naar ons. 

KYVW9823

Seppe: Ik had er al drukke weken opzitten met veel buitenlandse wedstrijden. We kwamen vrijdagavond pas laat aan in Berlijn na een vermoeiende autorit. Ik stapte mankend uit de auto: zo fris was ik dus. Omdat ik bij de elite mocht vertrekken, stond zaterdag de officiële briefing op het programma en was het best nog een gedoe met nummers ophalen. In totaal namen er een zestigtal deelnemers deel aan het combinatieklassement van de skeeler- en loopmarathon. Bij de skeelerrace vertrok ik in een groepje, wat toch wel spannend was. Pas halverwege de race kon ik er wat van genieten. De kunst is om lange slagen te maken door je twee skeelers dicht bij elkaar te zetten, wat heel onstabiel aanvoelt, je moet dus wat relaxed zijn om dat te kunnen. Een zere rug moest ik er bij nemen. Ik reed mijn tweede helft sneller dan de eerste. Eerlijk gezegd heb ik toen niet veel meegekregen van het parcours. Er waren veel supporters, voornamelijk marathonlopers die al in de stad waren. Ik finishte in 1u35, een mooie tijd. Bobby kwam 2 minuten voor mij binnen.

Zondag stond ik op met een pijnlijke rug en voelde ik de inspanning van het skeeleren in m’n bovenbenen. Ik had me niet specifiek voorbereid op deze marathon. De laatste duurloop die ik liep was mijn zware run tijdens het Wereldkampioenschap Duatlon in Zofingen. Ik liep nog niet vaak een individuele marathon, maar ik was er toch op gebrand om mijn PR van 2u32 te verbeteren en onder die 2,5 uur te duiken. Mijn coach Stefan had op voorhand gezegd: het zal er van afhangen hoe graag ge het wilt. In het startvak stond ik twee rijen achter Eliud Kipchoge, heel speciaal. Ik vertrok in het pak en liep mijn eerste kilometer aan 3’15”. Om onder de 2u30 uit te komen zou ik gemiddeld 3’33” per kilometer moeten lopen. Al snel liep ik in een groepje, maar het is altijd lastig om de groep te vinden die jouw tempo loopt. Ik voelde meteen dat ik slechte benen had. Gelukkig duurde het lang voor ze écht slecht werden. Na een stuk vals plat op kilometer 25 viel mijn groep wat uiteen en vanaf kilometer 27 heb ik afgezien als de beesten. Met de woorden van mijn coach in mijn hoofd, dacht ik de hele tijd: ik wil het echt graag! Kilometer 33 was de eerste kilometer die ik boven de 3’33” liep. Het begon toen te dagen dat het nipt zou worden. Met zicht op de Brandenburger Tor heb ik alles moeten geven terwijl de klok doortikte. Ik had al zo hard afgezien, dit kon er nog wel bij. Ik was dan ook heel tevreden toen ik in 2:29:40 over de finish liep en als winnaar van het combi-klassement, zo bleek later.

JWNY4895

Het was uniek om dit te kunnen meemaken als elite-atleet. Ik kreeg ook best veel reacties op mijn prestaties in Berlijn. Een marathontijd is voor veel mensen toch een soort referentietijd, meer dan de andere wedstrijden waar ik aan meedoe. Ik heb geen verdere ambities voor de marathon. Veel sneller zal ik ook met een specifieke voorbereiding niet kunnen lopen. Misschien zit een 2u26 er wel in, maar dat is geen doel voor mij. Vrijdag ga ik naar Italië voor het eerste WK gravel, een wedstrijd over 190 kilometer die voor 75% uit gravelpaden bestaat. Ik ben er een ploegmaat van Greg Van Avermaet. Ook hier heb ik niet heel specifiek voor kunnen trainen. Ik hoop dus niet dat dit de wedstrijd te veel zal worden!

BJQS9397