De race – Amsterdam Marathon oktober 2022

  • De cijfers: mijn 15e marathon was een knaller van 3:01:03
  • De voorbereiding: een buitengewoon jaar, een bewogen sportieve zomer met ook heel wat getwijfel, veel wedstrijden en intervaltrainingen in september: ik kon fysiek heel veel aan
  • De race: het ging hard, oh zo hard, en het bleef hard gaan
  • De herinnering: hoe mijn benen over het asfalt bleven malen, hoe ik deze marathon zo bewust beleefde en hoe het toch altijd weer die verbindende verhalen zijn die de marathon zo bijzonder maken

Wat vooraf ging
Ik val in herhaling als ik zeg dat 2022 voor mij nu al een waanzinnig sportief jaar is. In januari was het meteen prijs en won ik mijn eerste wedstrijd in Holsbeek. En dan was het op naar de marathon van Parijs met Roos en Sam. Een geweldige ervaring, maar voor mij een marathon van harken en krabben om een minuutje van mijn PR te lopen. Nadien ging het steil bergop met mijn vorm. Ik veroverde een plek in de top 20 van de 20 km van Brussel. Er waren nog meer overwinningen en natuurlijk de ongelooflijke 68 kilometer lange La Chouffe trail die Roos en ik met trots op ons palmares konden schrijven. In de zomer ondernam ik verwoede pogingen om tot ontspannen te komen: zowel mijn hoofd als benen bleven echter op volle toeren draaien. In augustus en september zat ik volop in de marathonfocus, voelde ik me fysiek steeds beter worden en kreeg ik ook technische loopscholing van mijn kinesitherapeut Kathelijn. 3 weken voor Amsterdam was er mijn PR op de CPC Loop, een week later veroverde ik een derde plek in de halve marathon van Brussel. Crazy! Ik had nooit gedacht dat ik dit allemaal zou meemaken op krap een jaar tijd.

04e233a2-da13-4871-b7f7-6eccded78090B

Vlak voor de start
Roos, Sam en ik stappen iets na zevenen op de metro naar de start nabij het Olympisch Stadion. Tot onze verbazing begint het te regenen. Hm, dat was niet het plan. De sfeer is echter goed: we bespreken wat muzikale hoogtepunten van het jaar en rond half 8 komen we aan bij de startzone. Geen regen meer, voorzichtig breekt de zon door. Over de temperatuur hebben we helemaal niks te klagen. We schuiven aan bij de dixi’s, leveren onze tassen in en krijgen nog een motivational speech van coach Roos. Zij gelooft in ons, zoveel is zeker. Sam en ik gaan via de hoofdingang van het stadion elk naar ons startvak. Op de beats van Tsunami voel ik aan alles dat ik er zin in heb. Ik ben razend benieuwd wat Amsterdam voor ons in petto heeft.

De race
Als ik om 9:03 over de startlijn loop is het echt begonnen. Eerst het stadion uit en dan richting Vondelpark. De eerste kilometers van deze marathon zijn niet de bijzonderste, maar ze moeten zoals steeds ook gelopen worden. Niet te snel vertrekken (het advies van Roos en Sam), wel het moment pakken (het advies van Seppe): het resulteert in een ideale eerste kilometer van 4’16”. Netjes! De eerste passage door het Vondelpark flitst me meteen terug naar 2017: ik herken het hier! Ik zie ook de borden van kilometer 38 en 39, de laatste kilometers zijn namelijk identiek aan de eerste. Het lijkt nog zo oneindig ver weg, alsof ik hier pas over een dag weer zal doorlopen (in realiteit is het dik 2,5 uur, naar mijn gevoel effectief een dag later). Ik heb een goede tred te pakken die steeds net onder de 4’15” blijft. Ideaal om zo dicht mogelijk tegen die drie uur aan te schurken bij de finish. Amsterdam blijkt ook wakker te zijn. Er zijn al behoorlijk wat supporters op de been. Ik kan niet anders dan concluderen dat deze eerste kilometers me een pak beter bevallen dan 5 jaar geleden.

AMSW0535-originalb

Als de zon prachtig tussen de gebouwen door schijnt, je snelle tempo ontspannen aanvoelt en je van dit alles kan genieten dan weet je dat je goed vertrokken bent. Dit belooft een mooie dag te worden! Na een kilometer of 5 ontwaar ik plots in de massa het bekende blauwe shirt met witte sterretjes van Team Siktivity. Het is Stijn Van Roy (roepnaam De Witte), broer van Simon (roepnaam De Sikke) die samen met z’n broer van start is gegaan in het sub3 startvak voor mij. Ik loop Stijn voorbij en kruis ook de toplopers van de race: ronduit indrukwekkend! Het lijken atleten van een andere planeet te zijn, tenger, maar oh zo krachtig en snel. Op kilometer 7 zal Roos op haar eerste supporterspunt staan. Het parcours maakt daar één van de eerste gekke uitlopers naar beneden. Ik ben hypergeconcentreerd om op rechts Roos niet te missen en op links mogelijk een glimp van Sam op te vangen. Roos schreeuwt me met veel decibels verder op weg. Mijn benen tikken nog steeds mooie tempo’s af onder de 4’15” zonder dat ik er echt moeite voor lijk te doen. Wie weet, wie weet kan ik wel onder de 3:03 finishen.

Na 9 kilometer zie ik nog een loper met het Siktivity-shirt: Sikke himself. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Ik zit helemaal in mijn lekkere marathontempo en ik zou hem kunnen inhalen, maar ik besluit dat niet meteen te doen. Sikke gaat immers voor een sub3 en startte voor mij. Hem nu voorbij lopen, betekent wellicht dat ik als vanouds te hard van stapel loop en dat ik mogelijk wederom een slag bij de Amstel zal verliezen. Aangezien hij ook mijn beoogde tempo loopt, blijf ik een paar meter achter hem hangen zonder me kenbaar te maken. Het klinkt raar, maar ik wil hem niet storen tijdens zijn race. Bovendien gaat er ook een grote rust uit van de lopende Sikke die een kop groter is dan ik. Ik volg zijn gezwinde pas en moet daardoor niet te veel meer nadenken. Als we de Amstel naderen rond kilometer 14 besluit ik dat ik uit de anonimiteit moet treden. Ik had eigenlijk kunnen weten dat de altijd aimabele Sikke erg blij is met mijn gezelschap. We wisselen wat ervaringen uit en kijken met gemengde gevoelens uit naar de lus langs de Amstel.

CDBP0297b

Ik voel me nog steeds fris. Het is nu mijn beurt om aan het stuur te gaan zitten. Sikke zet zich in mijn voeten en zal de komende 13 kilometer op mijn rug kijken. Ja, het was de juiste keuze om mezelf wat in toom te houden, want ik kan nu aan hetzelfde stevige tempo blijven doorgaan met tegenwind en Sikke in mijn zog. Ik lijk een inhaalrace te lopen: van de ene loper fladder ik naar de andere, niet tegen de wind in, maar er tussendoor. Sikke zou later in zijn verslag schrijven dat hij zo fier als een gieter achter een ervaren marathonrot als ik aanloop. Wel, ik ben eveneens trots dat ik een atleet van Sikkes kaliber aan boord kan nemen. Mijn benen blijven gaan aan een steady pace. Ik voel me zo machtig en besef nog maar eens dat dit een hemelsbreed verschil is met 2017. Ik kan dan ook amper geloven dat we al zicht hebben op het keerpunt over de Amstel (de Mont Ventoux aldus Sikke). Als we over de brug lopen, kruisen de broertjes Van Roy elkaar en dat gaat uiteraard gepaard met een stevige kreet.

Yes, we zijn na 19 kilometer het water over en de wind zit nu in de rug. Het tempo blijft goed aanvoelen. Als we het halfway point overschrijden, zie ik 1u30 en een handvol seconden op mijn horloge verschijnen. Op zich liep ik die tijd ook tijdens mijn vorige twee marathons, maar het grote verschil is dat ik nu zonder één spat verval gelopen heb en me nog steeds heel sterk voel. Ik zie mezelf niet meteen instorten. We passeren een bende trommelaars die tot Sikkes ongenoegen niet aan het trommelen zijn (erg vervelend). De kilometers floepen voorbij. Over de sfeer en beleving heb ik ook nog steeds niets dan lof. Amsterdam en Sikke blijven zich van hun meest enthousiaste kant tonen. Ik kan alleen maar hopen dat Sam, die voor mij in de race loopt, het net zo naar z’n zin heeft.

AMTN2422-originalB

Na 25 kilometer draaien we weg van de Amstel. Het is nu uitkijken naar kilometer 27 waar Roos ons weer zal aanmoedigen. Mijn passagier kondigde al aan om na de passage bij Roos zijn wagon los te koppelen van de stoomtrein (zoals hij me tijdens en na de race noemt) zodat hij zijn eigen tempo kan vinden. Onder luid geroep passeren we bij Roos. Nog een laatste aanmoediging van mijn compagnon en dan zet ik tgv-gewijs mijn tocht alleen verder. Jongens toch, wat is dit al ongelooflijk geweest! Doorgaans heb ik mijn dip tussen kilometer 25 en 30: het moment dat ik de inspanning voel en besef dat ik nog een end te gaan heb. Waar ik in Parijs op dit moment dacht: oh nee, nog een kilometer, denk ik nu: laat die volgende kilometer maar komen! Ik loop nog steeds als een jekko. Natuurlijk voel ik de inspanning wel. Mijn rug trekt een beetje, mijn hamstrings zijn wat stijver en ook mijn rechterkuit is al frisser geweest, maar er zit nog steeds veel schwung in mijn pas. This girl is on fire. Wat is lopen toch een fantastische sport! Zelfs als je door een bedrijventerrein in Amsterdam Oost scheurt met 30 kilometer in de benen.

Vanaf kilometer 30 lijkt het alsof ik wekelijks door Amsterdam loop. Elke meter komt me zo bekend voor. En dan vooral de worsteling die ik destijds had met elk van die 12.000 meters. Hoe ik mezelf heel de tijd moed moest inpraten om te blijven gassen. De ene marathon is al eindelozer dan de andere. Er zit nog steeds amper verval op mijn kilometertijden rond de 4’15”. Enerzijds loop ik heel verbeten en gefocust, anderzijds ben ik omhuld door een wolk van lichtheid. Vanuit mijn marathonbubbel heb ik veel oog voor wat er rond mij gebeurt. Elke aanmoediging komt binnen (en het zijn er veel). Mijn hoofd registreert wel wat pijntjes en ongemakken, maar die klachten worden eenvoudigweg geseponeerd. Het dringt niet door. Ik ben vastberaden om met deze mindset kilometer 35 in te gaan, als ik kan volharden wordt dit een marathon om in te kaderen. Hoe zou het eigenlijk met Sam gaan? Ik ga er maar van uit dat hij ook de flow te pakken heeft waar hij hoopte.

9bc24e59-d30d-43f7-80bb-d14bda7ece27B

Ik ga niet beweren dat ik vanaf kilometer 35 van elke meter geniet. Ik tel af, maar ik voel aan alles dat het nog steeds goed zit. Als die benenmolen maar kan draaien, dat zei Marike mij de afgelopen tijd vaak om aan te geven hoe wonderlijk het is dat mijn lichaam over een soort van marathonstand lijkt te beschikken, de cruise control waar ik op kan terugvallen. Stilaan begint het door te sijpelen dat ik heel dicht tegen die drie uur kan finishen. Zeker omdat ik weer langs de rand van de binnenstad loop en de aanmoedigingen toenemen. Ik kijk uit naar het laatste supporterspunt van Roos op kilometer 37. Ze heeft haar plek wel gekozen: de enige tunnel waar je je serieus in kan verslikken. Ik zie haar staan en het lijkt alsof ze me met een elastiek naar zich toe trekt. Echte woorden wisselen we niet uit met elkaar. Ik lach, ik roep. Roos brult me nog iets toe en geeft me een tik op mijn kont (daar waar mijn power button zit). Ondanks mijn hyperfocus probeer ik me ook heel bewust te zijn van het moment. Juist dit is de marathon. Dit is waar je voor traint.

In de bevoorradingen is het opletten geblazen voor de gekke manoeuvres van lopers die zonder nadenken de kortste weg nemen naar een bekertje water. Ik ben ook op m’n hoede voor de tramsporen. In normale omstandigheden vormen die geen noemenswaardig obstakel, met 38 kilometer op de teller voelt het alsof ze mijn voet zomaar zouden kunnen opslokken. Mijn kilometertijden schommelen nu tussen de 4’15” en 4’20”. En jawel hoor, ik loop weer door het Vondelpark. Sporadisch staat er een loper tegen een boom geparkeerd, maar verder doet niets vermoeden dat de finale van een marathon hier gelopen wordt. Onder de boog van de 40 km pak ik nog eens mijn moment. Nu ben ik er echt bijna, gewoon blijven gaan, niet strijden, maar lopen. Ik geef een high five aan een man met een microfoon die een applaus vraagt voor de moedige lopers die gevochten hebben voor de sub3 maar het net niet gehaald hebben. Euh, excuseer? Ik ben niet de verliezer van de dag. Mijn kilometer 42 loop ik in 4’10”. Vlak voor ik het stadion induik voor een halve ereronde kijk ik op mijn horloge en zie ik nog een 2 staan. Onder de drie uur lopen is niet mogelijk, maar een groot getal zal er niet achter staan. Ik doe een poging om alles uit mijn benen te persen op de piste. Ik kan nog wat mannen voorbij lopen. Ja, ik zie de finish! Daar stopt dit marathonavontuur. Op mijn horloge staat 3:00:59, maar mijn officiële netto tijd van 3:01:03 is de spiegeling van mijn lucky number 13. Ik liep met een gemiddelde snelheid van 4’15” per kilometer. Wat is hier allemaal gebeurd?

AMUN1728-original

Er is iets bevreemdends aan de finish van een marathon: je werkt maandenlang toe naar het moment dat je in dat startvak staat om aan je race te beginnen. Je vertrekt, doet je ding en vooral, je doet wat je het liefste doet: lopen. Tot je gaat uitkijken naar het moment dat je kan stoppen met lopen, dat de strijd gestreden is en je op adem kan komen. Maar dan overvalt je ook heel snel het besef: het zit erop, dit was het dan. Drie uur lang heb je je voeten over het asfalt horen kletsen. Heb je je ademhaling gehoord. Je eigen stem in je hoofd. Was er geroep en tumult langs alle kanten. Overal om je heen zag je lopers. Drie uur lang leef je mentaal in een andere dimensie. Heel abrupt komt dat allemaal tot stilstand. In mijn hoofd werd het toen heel erg stil. Blanco zelfs. Zowel fysiek als mentaal had ik alles gegeven. Hoe geweldig is het dan als een bekend gezicht je staat op te wachten: Sam! Hij kon zijn derde marathon finishen in 2:55, waar hij terecht erg tevreden mee was. Vooral omdat hij het uiterste uit deze dag had kunnen halen zonder opspelende maag- of knieproblemen. Wat een prestatie weer! De broers Van Roy finishten allebei in 3:08, net niet samen. Hoe dan ook een toptijd, al helemaal voor een marathondebuut.

17483f65-fcea-4f6e-b573-1d086ca12a7eB

De conclusie
Amsterdam zal nooit mijn stad zijn, maar ik ben de stad wel eeuwig dankbaar voor deze marathonervaring. Het parcours is – ondanks de vreemde vorm – echt snel. Je maakt er amper hoogtemeters. De supporters zijn talrijk en enthousiast. Ook het Amsterdamse decor heeft zeker wat moois te bieden. Het vertrek in het stadion en de dubbele passage door het Vondelpark zijn wat mij betreft de hoogtepunten. De finish vond ik een tikje tegenvallen omdat er relatief weinig publiek aanwezig is in het stadion, de kilometer ervoor was dan wel weer sfeervol te noemen. Het grote minpunt was de app die een uur achterliep en dan nog foutieve informatie gaf. Als supporter die de race op de voet wil volgen, heb je daar dus eigenlijk helemaal niks aan. Ook de marathon expo was een tegenvaller. Voor een marathon van dit niveau mag het net ietsje meer zijn dan een verouderde sporthal met dito stands.

Soms denk ik dat ik bij elke marathon of race in principe hetzelfde verhaal vertel. Oh, wat was het zwaar! Oh, wat was het ook leuk! Oh, wat was het weer een doldwaas avontuur met iedereen die erbij was! Deels is dat ook zo: omdat net dat is waarom lopen zo’n prachtige sport is. En toch is elk verhaal weer uniek omdat de beleving zo anders is. Hoe meer marathons ik loop, hoe meer ik ook besef hoe bijzonder het is dat ik dit kan doen. In eerste instantie omdat het geen prestatie is die je elke dag levert: telkens weer is het een uitdaging. Zowel fysiek als mentaal ga je door barrières. Sam zei daar iets heel mooi over, dat je de rauwheid van emoties die een marathon losmaakt met niks kan vergelijken. Je komt iets van jezelf tegen waar je anderen dan weer in vindt. Bij deze neem ik dus nogmaals mijn petje af voor iedereen die deel uitmaakte van dit avontuur, voor iedereen die heeft meegeleefd, van dichtbij of veraf. Roos en Sam, jullie haalden het beste in mij naar boven. Op naar de volgende met Team Invaincu!

Enkele weetjes

  • Ik slaagde erin om maar liefst 4 sportgels weg te werken tussen kilometer 10 en 27. En jawel, het zijn nog steeds die vervallen gels met lichte brokvorming. Dit was écht de laatste keer.
  • Een primeur: ik kocht voor het eerst mijn marathonfoto’s (of loopfoto’s van een organisatie tout court) omdat ze erin slaagden om het moment weer te geven.
  • Liefst van al loop ik met een korter en losser shortje, maar voor de marathon kies ik altijd voor een strakke versie. Met mijn favoriete short liep ik tal van marathons. Zaterdagavond onderwierpen Roos en ik het bewuste broekje aan een kruisnaadcontrole. Onze conclusie: zichtbare slijtage, maar het kan nog wel wat marathonnetjes mee.
  • De frustratie over de disfunctionele marathon-app maakte Roos zowel woedend als radeloos. Ze belde tijdens de marathon met Marike, onze ouders en Niko om de schaarse informatie die ze bezat toch te delen met het thuisfront.
  • Mijn metekindje Leah maakte een supportersschilderij met waterverf, maar dat liep wat uit de hand, als in: meer water dan verf.
  • Jullie weten al dat ik fan ben van het creatieve taalgebruik van onze noorderburen. Supporteren en enthousiast zijn is hen op het lijf geschreven. De mooiste aanmoediging die ik kreeg was Joke, jij koningin!
  • Nog een uitspraak van Sikke: als ik er niet door de ene Odeyn afgelopen wordt, dan is het wel door de andere!
  • Sikke plaatste zelf amper een paar uur na zijn race een verslag op Facebook getiteld Met stoomtrein Odeyn. Ik hou van zijn schrijfsels, lezen dus! Vandaag gaat hij trouwens van start in de duatlon Reuzen van Wetteren. In december komen we elkaar weer tegen in de Hel (waar we in 2018 allebei als derde eindigden).
  • Ik leefde ook mee met Tessa (die hier over haar masterpiece van 3:19 schreef) en Christelle (goed voor een ijzersterke 3:09). Het afgelopen jaar geraakte ik met hen aan de babbel in het loopwereldje.
  • Zaterdag deden Roos en ik niet veel sightseeing in Amsterdam. We kwamen wel toevallig uit bij de nieuwe rechtbank en werden geraakt door het imposante standbeeld Love or Generosity van Nicole Eisenman.

IMG_9892b

Het moment – Een meesterlijke marathon

Amsterdam – zondag 16 oktober, 12:05. Ik ben nog aan het snikken terwijl er een medaille rond mijn nek wordt gehangen. Sam is bij mij. Today, I ran my masterpiece staat er op het blauwe lint rond mijn nek. We verlaten samen het Olympisch Stadion, terug naar de wereld buiten onze marathonbubbel. Ik kan heel moeilijk bevatten wat er de afgelopen uren is gebeurd. Ik liep mijn 15e marathon in 3 uur en 1 schamele minuut. 181 minuten voelde ik me zo sterk. Invaincu. Ik heb zoveel meegemaakt, zoveel gezien, gedacht, beleefd, gehoord en ervaren. Gelachen én gestreden. Ik kan niet geloven dat het erop zit en dat de hallucinant snelle tijd op mijn horloge echt mijn nieuwe PR op de marathon is. Drie uur, één minuut en drie seconden. 03:01:03.

Mijn marathon speelt nog steeds in mijn hoofd als een film van Quentin Tarantino of Martin Scorsese die een schouwspel van een uur of 3 wel aandurven. Het is een film waarin ik eerst met Sam in het stadion sta. Een moment van reflectie en dankbaarheid voor het afgelopen half jaar. Het volgende shot sta ik in de drukte van het startvak. Door de geluidsbox vlak naast mij voel ik de adrenaline door mijn lijf drillen. Een voice-over zou hier op z’n plaats zijn. Pak het moment! En dan loop ik. Vrij snel vind ik een tempo waarvan ik voel dat het mijn marathontempo wordt. Roos schreeuwt me een eerste keer iets toe. De soundtrack krijgt hier epische allures. Fast forward naar de volgende scène. Ik loop een paar kilometer semi incognito verscholen achter Simon – Sikke – Van Roy om hem nadien op sleeptouw te nemen voor een doldwaze tocht langs de Amstel. Eén langgerekt shot: het komische intermezzo van het script, iets met een losgeslagen stoomtrein. En dan een flashback naar 2017 toen ik ten onder ging na 25 kilometer. Vandaag niet. Mijn benen en hoofd blijven onverzettelijk gaan. Roos is de rode draad van mijn film. Als supporter, steun en toeverlaat duikt ze op langs het parcours om zoals steeds het beste in mezelf naar boven te halen. De soundtrack wordt overstemd door het gejoel en de aanmoedigingen. Pak het moment! De film nadert zijn ontknoping. Ik kom aan in hetzelfde stadion. Vogelperspectief om aan te tonen hoe nietig je als loper bent. De eerste meters na de streep voel ik de stilte in mijn hoofd. Geen voice-over. Ik sta daar weer samen met Sam. Een filmeinde dat ook het begin is.

In de stad van Rembrandt, Vondel en Ramses Shaffy klinkt een slogan als Run Your Masterpiece behoorlijk intimiderend. Ik kan niet anders dan zeggen dat ik mijn marathonmeesterwerk afleverde. Hoe kwetsbaar ik me soms ook voel, dit was de marathon die mij niet aan het wankelen kon brengen. Ik durfde erop te vertrouwen dat het goed komt (want komt het niet altijd goed uiteindelijk?). Ik vertrouwde erop dat ik dit kan, dat ik gemaakt ben om te lopen ook al zie ik er met mijn korte stevige benen niet uit als een typische afstandsloper. Elke kilometer bracht me dichter bij mijn doel. En oh ja, het deed ook pijn! Het kostte me verdorie zoveel kracht! Ik ben een mens, geen machine, maar dat lijf wilde ervoor blijven gaan. Elke keer wilde ik het moment pakken tot ik besefte dat het moment mij had gepakt.

Zoals steeds volgt er later deze week een uitgebreider raceverslag, want ook deze keer valt er zoveel meer te vertellen over dit marathonavontuur. Eveneens traditiegetrouw zijn de woorden van dankbaarheid die ik hier en nu wil uitspreken. Voor de hoofdrolspelers van mijn film. Voor de crew en de regie, voor de catering en de kostuums. Voor de toeschouwers en de fans. Weet dat jullie allemaal op jullie eigen manier een bijdrage hebben geleverd aan mijn eigen kleine meesterwerkje. Mijn dank daarvoor is oneindig groot!

Marathonpraat – Team Invaincu naar Amsterdam!

Stromae, wat een held! De man van bouwjaar 1985 die fantastische muziek maakt, de meest waanzinnige outfits draagt en als geen ander het donkere en het lichte van het leven laat samenvloeien. Zijn jongste album begint met Invaincu of hoe je toch onoverwinnelijk kan zijn ondanks zware mentale dobbers. Een topnummer waar zo’n aanstekelijke vreugde vanuit gaat dat het onmisbaar werd tijdens mijn ochtendroutine. Kwestie van de dag met een oppepper in te zetten. Meer nog, Invaincu inspireerde me om een mini-collectie uit te werken voor mijn Amsterdams marathonavontuur met Roos.

IMG_9855b

De Amsterdam Marathon dus. Roos en ik liepen die al eens in 2017. Voor ons allebei was het de marathon van “net niet”. We vonden Amsterdam te druk, het parcours vervelend. Oneindig lang ook. Hoe dan ook beleefden we er een prachtig marathonweekend in familiaal gezelschap. Met een valies vol straffe verhalen en weer een ervaring rijker verlieten we de Nederlandse hoofdstad. Ik wist toen niet dat er 5 jaar later een part II zou volgen. Dat ik als 37-jarige een PR zou hebben dat maar liefst 20 minuten sneller is dan mijn 3:26 van 2017. Bredero zei het al: het kan verkeren. De Amsterdam Marathon is mijn 15e marathon. Ik kon bij 7 marathons mijn PR verbeteren, bij de andere 7 lukte dat niet. De vraag is dus naar welke kant de weegschaal zal overhellen op zondag 16 oktober.

Genoeg over de cijfers. Ik zou hier nu een doordacht raceplan aan jullie kunnen voorleggen. Sam heeft immers gelijk: je moet je hoofd erbij houden als je een marathon loopt. De waarheid is dat ik elk uur van plan lijk te switchen. Ik wil zo graag die onverzettelijke vrouw met het plan zijn, maar ik denk dat mijn plan is: we zien wel hoe het loopt. Ik kan niet ontkennen dat ik in uitstekende vorm verkeer. Ik ben beter en sterker dan in Rotterdam en Parijs. Inmiddels ben ik ook meer ervaren met de tempo’s die ik sinds een jaar loop. En toch. Toch blijf ik de loper van het gevoel. Hoe onoverwinnelijk ik me vorig jaar in Rotterdam voelde: dat is goud waard! Ik wil het moment van de start pakken om het met Seppes woorden te zeggen. Ondanks mijn mentale problemen voel ik gelukkig ook een enorme kriebel om me in dit avontuur te storten. Ja, ik ben dus gedreven om mijn PR van 3:06 scherper te stellen. Of en hoe dat zal gebeuren, dat weten we morgen.

IMG_9763b

IMG_9756b

Ik heb dit jaar al zo ongelooflijk veel sportieve hoogtepunten mogen beleven. Het ging van sneller en harder ook naar trager en langer. Ik babbelde met zoveel toffe lopers. Ik kreeg er vrienden bij. Volgers en lezers hier op mijn blog. Ik won trofeeën en flessen wijn. Ik besef echt hoe een waanzinnig sportief jaar dit is, nu al. Invaincu dat ben ik niet omdat ik wedstrijden kan winnen. Invaincu dat ben ik omdat ik zoveel samen mag beleven. Die kleine fijne fantastische zus zal weer aan mijn zijde staan. Die andere fantastisch lieve zus zal weer intens meeleven. Die fantastisch inspirerende broer leerde me om juist op dat gevoel te durven lopen. Net in deze tijden van donkere wolken en dekens van ellende ervaar ik ook zoveel warmtegolven om me heen. Toujours invaincu!

Voor het marathonweekend maakte ik een set tasjes (je kan er echt nooit genoeg hebben!) en twinning + winning sweaters (zeg: swetter). Het kleurenpalet lavendel-bordeaux-pruim belichaamt die heerlijke retro-vibe. Zoals het een echt Flat White kledingstuk betaamt wordt het geheel afgetopt met a touch of leopard. Het is een sweater geworden die ik een leven lang wil koesteren. Team Invaincu op avontuur in Amsterdam dus. Samen maken we er iets formidable van!

TYCQ3131

Marathonpraat – Voorbeschouwing op Amsterdam van Sam

Helemaal aan het begin van dit jaar schreef ik voor het eerst over ene Sam. We leerden elkaar beter kennen in voorbereiding van de Paris Marathon en inmiddels lijkt het alsof we way back gaan. Het is lastig om Sam in een notendop te vatten omdat hij zoveel is. Sam Niyonzima is een 26-jarige advocaat. Een snelle én verstandige loper. Een man met een missie. Een avonturier. Iemand die kan vertellen en kan luisteren. Een lezer van mijn blog. Een loopmaatje waar ik meer mee over lopen praat dan dat we samen lopen. En vooral: een heel goede en dierbare vriend. Zondag staan we samen aan de start van de Amsterdam Marathon. We hopen allebei om daar het onderste uit de kan te kunnen halen. Voor Sam is Amsterdam na Antwerpen (3:01) en Parijs (2:59) marathon numero 3. Hij vertelt jullie graag hoe hij naar zondag 16 oktober heeft toegewerkt.

Ik heb gekozen voor een persoonlijk trainingsschema omdat ik, los van alle loopdoelen, al langer eens een conditietest wilde afleggen om te kijken waar mijn limieten liggen. In juni kreeg ik een schema voor 16 weken met als einddoel de Amsterdam Marathon. Het bestond uit 5 trainingen per week: een nuchtere loop, een herstelloop, een intervaltraining, een extensieve duurloop aan een hoger tempo en een lange tragere duurloop. Een training werd uitgedrukt in loopminuten en met één of meerdere hartslagzones. In het begin was het wel aanpassen omdat ik nog nooit op hartslag had gelopen. Zeker de trainingen aan een relatief lage hartslag waren naar mijn aanvoelen echt traag. Het gaf me wel vertrouwen dat ik altijd wat sneller kon lopen dan de inschattingen van het schema.

ee0baa9d-ee9f-4d3c-a298-96419f9cf288

Het was echt een heel goede zomer. De eerste twee maanden bouwde ik vooral aan een stevige basis, wat heel vlot ging. Op twee trainingen na heb ik tijdens de zomermaanden al mijn trainingen kunnen volgen. Het gaf me veel vertrouwen en voldoening om elke week de combinatie te kunnen maken met werken en trainen. Achteraf gezien besef je dan pas hoeveel gedoe dat soms was, maar je zit wel altijd in een bepaalde structuur. Toen ik in juli op vakantie in Zweden was, had ik schrik dat mijn ritme gebroken zou worden, maar het gaf me juist nog meer motivatie om ’s ochtends voor het ontbijt te gaan lopen in een supermooie omgeving. Eerst in Stockholm en dan wat noordelijker, met veel hoogtemeters ook wel. Na die vakantie begonnen de intervaltrainingen pittiger te worden.

Een eerste echte test was de 16 km van Dwars door Zaventem op 15 augustus. Ik won die wedstrijd met 2 minuten voorsprong en was, zeker gezien de omstandigheden, ook heel blij met mijn tijd ruim onder het uur. Dat stemde me heel gelukkig! De dag erna had ik spierpijn en eigenlijk had ik die week rustiger aan moeten doen, maar ik ben blijven doortrainen. Tijdens een intervaltraining voelde ik iets in mijn hamstrings en een dag later heb ik mijn hamstring echt verrekt toen ik een sprintje trok bij een teambuilding van het werk. Ik heb toen 10 dagen rust genomen om dan weer voorzichtig op te bouwen. Ik kon dan nog 3 weken mijn schema volgen. De CPC Loop in Den Haag was een goede graadmeter. Mijn hamstring was oké, maar ik begon wel last te krijgen van mijn knie. 2 oktober liep ik de halve marathon van Brussel met daaraan vooraf nog eens de 10 kilometer: in totaal dus een lange training van 31 km, met daarin twee blokken aan marathontempo. Ik had daar echt last van mijn knie, niet leuk, maar gelukkig begon de taperperiode. Afgelopen zondag deed ik nog een laatste test en liep ik 16 kilometer waarvan 12 aan mijn marathontempo. Dat ging heel vlot, mijn knie hield zich goed, maar ik blijf er wel wat paranoïde over. Ik vertrouw op mijn heel goede basis van de zomer, want ik heb nooit eerder zoveel getraind tout court.

NIZD3861

Mijn doel voor Amsterdam is om sub 2:55 te lopen. Ik wil voorzichtig van start gaan aan 4’09” per kilometer zodat ik me zeker niet opblaas. De marathon is humbling, het is een beest dat je niet zomaar kan bestormen zonder je hoofd erbij te houden. Halverwege ga ik dan kijken hoe ik me voel en of mijn hartslag nog oké is. Die zal dan normaal rond de 165 liggen, maar eigenlijk mag ik tot 180 gaan. Als het nog goed gaat, ga ik proberen versnellen naar 4’05” en dan ga ik weer kijken hoe ik me voel op km 30. Als ik dan rond de 4’00” zou lopen, zou dat ideaal zijn. Vanaf km 35 is het niet meer te veel nadenken en gewoon gaan, zien wat er nog in de tank zit om hopelijk onder die 2:55 te eindigen. Het parcours is in ieder geval geschikt om een snelle marathon te lopen, we zullen zien wat het weer geeft. Qua voeding ben ik overgeschakeld van de gels van Maurten naar SiS. Ik neem er 6 mee en hoop er minstens 4 te kunnen wegwerken. Tijdens de halve marathon van Brussel testte ik mijn voeding al, zowel voor als tijdens de race.

TKLR5652

Waar ik het meeste schrik voor heb is dat ik zoals in Parijs last krijg van mijn maag en dat het een calvarietocht wordt vanaf km 13. Bij mijn eerste marathon was het tot km 25 à 30 een aangename looptocht en dat is ook waar ik nu op hoop: dat het begin voelt als een ochtendloopje, dat ik echt kan genieten van de sfeer en die kan opnemen. Vanaf km 30 is het logisch dat je begint af te zien, maar ik kijk ernaar uit om in die flow te zitten van de marathon en dan te beseffen dat ik hier maanden voor heb getraind en dat het gewoon goed gaat.  Naar een marathon kan je nog harder uitkijken dan naar een reis. De voorbereiding is gigantisch in verhouding met de tijd die je spendeert aan het lopen van die marathon. Daardoor heb je ook veel meer zenuwen en verwachtingen dan voor een reis. Een marathon is een heel korte reis van hopelijk minder dan 3 uur en je weet nooit wat er kan gebeuren. Dat maakt het heel exciting.

Ik kom vrijdagnamiddag samen met mijn vriendin Jona aan in Amsterdam. Dan kan ik mijn nummer gaan afhalen en zaterdag rustig aan doen, ik ga proberen niet te veel te wandelen. We slapen weer in hetzelfde hotel als Joke, die ik blindelings vertrouw in haar hotelkeuzes. Ik ben benieuwd om wat van Amsterdam te zien. Er zullen een paar vrienden en een collega zijn om me aan te moedigen tijdens de marathon. Ik kijk er naar uit om het marathonavontuur samen te beleven. Misschien geef ik wel weer een radio-interview, deze keer voor de NOS?

Liefste Sam, als iemand dit kan, dan ben jij het wel! Ik hoop heel hard op die ideale marathonflow waar ik dan een paar kilometer achter jou ook nog van kan genieten. Op naar het avontuur in Amsterdam!

De gedachte – Over veerkracht

Een jaar geleden vertelde ik naar aanleiding van World Mental Health Day een heel persoonlijk verhaal over mijn psychische kwetsbaarheid en hoe ik die leerde te aanvaarden als een deel van wie ik ben. Dankzij de hartverwarmende reacties die ik daarop kreeg, blik ik met een warm gevoel terug op oktober 2021. Ik dacht dat mijn verhaal was verteld. Voor wie hier vaker leest of mij in het echt kent, zal het niet als een totale verrassing komen dat ik al eens worstel met het leven. Mijn enthousiaste en ondernemende kant heeft een gespannen en angstige keerzijde. Ook hier kregen mijn sportieve verhalen de laatste tijd vaker een ondertoon van knagende onzekerheid. Waar ik dacht mijn kwelgeesten onder controle te hebben, moet ik nu vaststellen dat ze al enkele jaren bezig zijn mij de dieperik in te praten. Op 1 september begon ik vol goede moed aan het schooljaar om vrij snel te ervaren dat het helemaal op was. Het-ging-niet-meer. Mijn hoofd zat overvol. Rust nemen was een noodzaak.

In vergelijking met vorig jaar vind ik het nu een pak lastiger om over mijn hoofd en ik te vertellen. Toen kon ik vanuit mijn sterkte over mijn interne winkel spreken. Vanop afstand ook. Ik was niet de crisis, maar de observator. Nu bevind ik me in het oog van de storm. Op het eerste zicht ben ik een goed functionerende vrouw. Sterker nog, op sportief vlak ben ik in topvorm: ik won dit jaar heel wat wedstrijden, verzamelde tal van podiumplekken en liet het ene na het andere PR optekenen. Voor mezelf vind ik het behoorlijk lastig om die mentale turbulentie te kunnen rijmen met een lichaam dat wel kan presteren, laat staan hoe ik dat aan de buitenwereld kan uitleggen. Of eerder verantwoorden, want zo voelt het. Ik vind het kortom erg moeilijk om te accepteren dat het fysiek wel lekker kan lopen, maar mentaal voor geen meter. En dat ik dat net zo goed serieus moet nemen. Net daarom besloot ik om in deze Week van de Mentale Gezondheid toch weer iets neer te schrijven. Omdat ik een gezicht wil geven aan mentale kwetsbaarheid. Omdat ik eerlijk en oprecht wil zijn. Niet door alles van mezelf zomaar te grabbel te gooien, wel door een genuanceerd beeld te schetsen van mij als persoon.

Ik heb lang gedacht dat ik veerkrachtig was omdat ik zogenaamd alles aankon. Ik ben de persoon met het gigantische draagvlak die altijd plankgas kan geven. Veerkrachtig zijn stond voor mij gelijk aan altijd hoge toppen scheren of dat toch op z’n minst ambiëren: presteren op professioneel vlak, als loper, als lezer, als zus, als vriendin. Om die reden vind je in mijn huishouden geen weessokken, vergeet ik nooit een verjaardag en zal je mij niet kunnen betrappen op een spelfout. Elke dag wil ik als mens groeien door mijn idealen na te streven. Ik wil altijd sterk en dapper zijn. Ik heb de teugels graag strak in handen. Voor een heel groot deel is dat echt wie ik ben. Hoe ik als kind ook was: iemand die er voldoening uithaalt om zichzelf te verrijken en uit te dagen. Ik heb er altijd van gehouden om heel veel projecten te hebben en daar eisen aan te stellen. Anderzijds is het gaandeweg ook een vorm van vermijding geworden. Ik ben bang dat het de enige rol is waarvoor ik waardering zal krijgen, zowel van mezelf als van mijn omgeving. Het is ook een strategie geworden om mezelf staande te houden in de complexiteit van het leven.

Door elke dag mijn stinkende best te doen, sta ik de laatste jaren altijd “aan”. Mijn gedachtemolen blijft op volle kracht verder malen zonder pauzeknop. Ik kan mezelf helemaal verliezen in overpeinzen en (over)analyseren. De traumatische ervaring uit mijn studententijd heeft mij gesterkt in de overtuiging dat denken mij wapent in het leven. Als ik maar ver genoeg vooruit denk en rekening houd met alle mogelijke doemscenario’s ben ik voorbereid op wat er mis kan gaan. Ik voel me vaak angstig. Somber ook, want het kan heel donker zijn in mijn hoofd. Door al dat rumineren verlies ik soms de voeling met de realiteit. Mijn angstmonsters zijn een steeds prominentere rol gaan spelen in mijn dagelijks functioneren. Ik kan niet anders dan toegeven aan de akelige gedachten die in mijn bovenkamer gegenereerd worden. Er is overal een dreiging. Mijn meest dierbare bezit lijkt altijd in gevaar te zijn. Ik moet paraat staan om op elk moment te kunnen vluchten of vechten. Ik overleef meer dan dat ik kan leven.

Door tijdelijk een stap terug te zetten, besef ik dat veerkracht iets heel anders betekent. Het is toelaten dat het minder gaat of zelfs helemaal niet. Het is toegeven aan mijn soms alles verlammende verdriet. Een soort verdriet dat heel onverwacht kan toeslaan en mij in alle hevigheid overmant. Veerkrachtig zijn betekent nu om een troostende schouder te zoeken en te aanvaarden. Om te proberen met mildheid naar mezelf te kijken. Het is schaamteloos kunnen genieten van het plezier dat lopen mij schenkt waardoor het volume van de denkmolen even getemperd kan worden. Veerkracht is gas terugnemen. Loslaten ook. Het is – ondanks de angst dat dit het is en dat het altijd zo zal zijn – er ook op durven vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed komt.

Hoe lastig deze periode ook is, ik wil dit momentum aangrijpen om dingen fundamenteel anders aan te pakken (zonder ook daar weer een enorme uitslover in te zijn). Om te beginnen door niet altijd in mijn eigen hoofd te kruipen als het wat minder gaat. Om nog meer verbinding te zoeken met mijn omgeving. Buiten mijn sociale vangnet kan ik terecht bij mijn huisarts en ga ik tweewekelijks naar de psycholoog. Ik ga nu meer dan ooit de confrontatie aan met alles wat ik de voorbije jaren heb vermeden omdat ik mezelf een zorgelozer leven gun. Ik doe kortom wat ik denk dat nodig is om te herstellen. Morgen ga ik terug aan het werk en, geloof het of niet, daar heb ik veel zin in. Het mag dan tegenstrijdig klinken, ik beschouw mezelf nog steeds als een enorme gelukzak. Net nu ervaar ik ook hoeveel liefde er om mij heen is en dat ik echt wel graag gezien word om de persoon die ik ben in al haar facetten. Ik kan niet anders dan daar ontzettend dankbaar voor zijn.

Het moment – Roos en Seppe op kruissnelheid door Berlijn

Het laatste weekend van september regende het sportieve verhalen. Ik vertelde al uitgebreid over Den Haag met Sam, maar er was ook Berlijn van Roos met Seppe en Bobby. Roos liet de CPC Loop namelijk niet zomaar aan zich voorbij gaan: op zaterdag 24 september zou ze deelnemen aan haar eerste skeelerrace ooit. En wat voor één: de iconische Berlin Marathon. 42,2 kilometer op wielen dus. Ook Seppe en Bobby trokken hun driewielers aan om door de Berlijnse straten te sjezen. Seppe liep daags nadien, in de schaduw van het wereldrecord van Eliud Kipchoge, ook nog de marathon. Hier spreekt een trotse grote zus. Needless to say dat ik behoorlijk onder de indruk was van de belevenissen van mijn zus en broer. Ik vind het zo dapper dat ze zich aan een skeelerrace durfden te wagen! Hoe dat Berlijnse avontuur hen beviel? Dat vertellen ze jullie zelf.

Roos: Toen Seppe in de zomer aankondigde dat hij de marathon van Berlijn zou skeeleren omdat Bart Swings hem en Robrecht – Bobby – Paesen had uitgedaagd in de podcast van De Jogclub dacht ik: leuk, dat wil ik volgend jaar ook doen. Er kwam echter een plaats vrij in de auto en het hotel. Ik twijfelde, maar Niko zei: waarom niet, wat kan er misgaan? Ik schreef me eind augustus in en kocht nieuwe skeelers: de Roces EGO 3×110 TIF. Skeelers met drie grote wielen waar ik nog nooit mee had gereden. Ik had me goed ingelezen voor ik ze kocht. Ze kwamen aan op 1 september. De testrit was meteen superleuk. Niko fietste met mij mee. Ik merkte wel dat ik met die drie wielen meer techniek nodig had om m’n bochten te nemen, maar ik maakte ook veel meer snelheid. Ik vloog echt!

7982_20220924_172948_250523432_original

Het probleem van skeeleren is dat je er goede asfalt voor nodig hebt en dat je het niet kan doen als het regent. De tweede week van september regende het elke dag, werden de dagen korter en had ik dus geen tijd om te trainen. Ik bleef wel fietsen en lopen. Na die week kon ik nog wat skeelertrainingen afwerken. Zo ging ik langs de Demer rijden om goede bochten te kunnen maken. Seppe gaf mij nog techniektips: dat je eigenlijk altijd een M achter je moet maken bijvoorbeeld. M’n langste skeelerrit was 25 kilometer. Ik was er niet echt moe van, maar had er wel 1u18 voor nodig gehad en in Berlijn is de tijdslimiet voor 42,2 kilometer 2u30. Dat leek haalbaar, maar zonder veel marge.

7982_20220924_173414_250558294_original

De beleving in Berlijn was uniek! Ik voelde helemaal die grote evenementensfeer, het festivalgevoel, maar ik was wel veel ontspannener dan voor een loopmarathon. De start van de skeelerrace was om 15u30. Het was best een internationaal deelnemersveld, ook veel verklede mensen. Bij het vertrek was ik meteen diep onder de indruk. Het ging ook meteen goed: heerlijk gevoel om over dat perfecte asfalt die snelheid te kunnen genereren! Eens goed kunnen doorperen, dat gevoelde kende ik niet van mijn trainingen. Ik heb niet in een treintje gereden, zo op elkaar gaan hangen durfde ik niet aan. Wel sprong ik moeiteloos over de tramsporen. Mijn race ging zo vlot dat ik wist dat ik een goeie tijd zou kunnen neerzetten. Ik wilde dus niet verzwakken – het is uiteindelijk wel een wedstrijd – maar er ook heel erg van genieten. Ik reed al glimlachend door Berlijn. Op zo’n parcours moet je gewoon hard gaan. Mijn enige angst was dat één van m’n wielen los zou komen. De laatste kilometer voor de Brandenburger Tor heb ik nog gesprint, vlak voor het monument rij je over kasseien waardoor je snelheid verliest en voor de laatste 200 meter heb ik nog een keer goed opgetrokken. Na de finishlijn kom je trouwens ook zonder rem verbazingwekkend gemakkelijk tot stilstand omdat de tijdsmatten een gigantisch obstakel zijn die voor geen meter bollen. Ik finishte uiteindelijk in 1u48. Ik had nooit gedacht dat ik zo ruim onder die 2 uur zou kunnen aankomen. Volgend jaar wil ik zeker nog eens deelnemen!

7982_20220924_173500_250569100_original

Ook de marathon op zondag als supporter van Seppe was indrukwekkend. We waren wel best moe en voelden ook de ontlading, maar de hele beleving in het hotel met al die marathonlopers en Seppe die op de startlijst van de elite stond, maakten weer adrenaline los. Ik maakte al vaker grote marathons mee, maar dit was m’n eerste Major. Ik keek er natuurlijk naar uit om Eliud Kipchoge in het echt te zien. Heel bijzonder was dat! Bobby en ik zagen Seppe voor het eerst op kilometer 2,5 en dan op 24. Hij was hard aan het afzien, maar lachte wel naar ons. 

KYVW9823

Seppe: Ik had er al drukke weken opzitten met veel buitenlandse wedstrijden. We kwamen vrijdagavond pas laat aan in Berlijn na een vermoeiende autorit. Ik stapte mankend uit de auto: zo fris was ik dus. Omdat ik bij de elite mocht vertrekken, stond zaterdag de officiële briefing op het programma en was het best nog een gedoe met nummers ophalen. In totaal namen er een zestigtal deelnemers deel aan het combinatieklassement van de skeeler- en loopmarathon. Bij de skeelerrace vertrok ik in een groepje, wat toch wel spannend was. Pas halverwege de race kon ik er wat van genieten. De kunst is om lange slagen te maken door je twee skeelers dicht bij elkaar te zetten, wat heel onstabiel aanvoelt, je moet dus wat relaxed zijn om dat te kunnen. Een zere rug moest ik er bij nemen. Ik reed mijn tweede helft sneller dan de eerste. Eerlijk gezegd heb ik toen niet veel meegekregen van het parcours. Er waren veel supporters, voornamelijk marathonlopers die al in de stad waren. Ik finishte in 1u35, een mooie tijd. Bobby kwam 2 minuten voor mij binnen.

Zondag stond ik op met een pijnlijke rug en voelde ik de inspanning van het skeeleren in m’n bovenbenen. Ik had me niet specifiek voorbereid op deze marathon. De laatste duurloop die ik liep was mijn zware run tijdens het Wereldkampioenschap Duatlon in Zofingen. Ik liep nog niet vaak een individuele marathon, maar ik was er toch op gebrand om mijn PR van 2u32 te verbeteren en onder die 2,5 uur te duiken. Mijn coach Stefan had op voorhand gezegd: het zal er van afhangen hoe graag ge het wilt. In het startvak stond ik twee rijen achter Eliud Kipchoge, heel speciaal. Ik vertrok in het pak en liep mijn eerste kilometer aan 3’15”. Om onder de 2u30 uit te komen zou ik gemiddeld 3’33” per kilometer moeten lopen. Al snel liep ik in een groepje, maar het is altijd lastig om de groep te vinden die jouw tempo loopt. Ik voelde meteen dat ik slechte benen had. Gelukkig duurde het lang voor ze écht slecht werden. Na een stuk vals plat op kilometer 25 viel mijn groep wat uiteen en vanaf kilometer 27 heb ik afgezien als de beesten. Met de woorden van mijn coach in mijn hoofd, dacht ik de hele tijd: ik wil het echt graag! Kilometer 33 was de eerste kilometer die ik boven de 3’33” liep. Het begon toen te dagen dat het nipt zou worden. Met zicht op de Brandenburger Tor heb ik alles moeten geven terwijl de klok doortikte. Ik had al zo hard afgezien, dit kon er nog wel bij. Ik was dan ook heel tevreden toen ik in 2:29:40 over de finish liep en als winnaar van het combi-klassement, zo bleek later.

JWNY4895

Het was uniek om dit te kunnen meemaken als elite-atleet. Ik kreeg ook best veel reacties op mijn prestaties in Berlijn. Een marathontijd is voor veel mensen toch een soort referentietijd, meer dan de andere wedstrijden waar ik aan meedoe. Ik heb geen verdere ambities voor de marathon. Veel sneller zal ik ook met een specifieke voorbereiding niet kunnen lopen. Misschien zit een 2u26 er wel in, maar dat is geen doel voor mij. Vrijdag ga ik naar Italië voor het eerste WK gravel, een wedstrijd over 190 kilometer die voor 75% uit gravelpaden bestaat. Ik ben er een ploegmaat van Greg Van Avermaet. Ook hier heb ik niet heel specifiek voor kunnen trainen. Ik hoop dus niet dat dit de wedstrijd te veel zal worden!

BJQS9397

De race – Het ging hard in Den Haag

Je hoeft geen zonnebril te zijn om dolgelukkig te worden van een zondag die zijn naam eer aan doet. Al helemaal als die week gekenmerkt wordt door herfstweer en je die dag een snelle halve marathon wil lopen als voorbereiding op je marathon. Zondag 25 september was een sportieve hoogdag waarvan de prelude zaterdag werd ingezet door Roos en Seppe in Berlijn (waarover later meer). Zelf was ik samen met mijn maatje Sam in Den Haag om er deel te nemen aan de eerste post-corona editie van de CPC Loop in Den Haag: een halve marathon van de Haagse binnenstad, richting de kust over de boulevard tot aan de pier en dan weer terug de stad in. De CPC is voor mij persoonlijk een wedstrijd met een beladen geschiedenis. Ik zag er af terwijl ik met volle teugen genoot van kakelverse PR’s, maar ik beleefde er ook pure loophorror toen ik in 2018 na 3,15 kilometer moest opgeven met een kapotte enkel. Bovendien is Den Haag me als stad om tal van redenen erg dierbaar. Het zou dus hoe dan ook een bijzondere dag worden.

Onze zondag begint vroeg zodat we kunnen zien hoe Remco Evenepoel zich in Australië tot wereldkampioen wielrennen kroont. Vervolgens voelen we de marathonvibes in Berlijn en kijken we vol bewondering hoe loopmachine Eliud Kipchoge zijn eigen wereldrecord op de marathon met maar liefst 30 seconden scherper stelt. Als klap op de vuurpijl zien we live op de Duitse televisie hoe Seppe zich een weg richting de finish knokt om er zijn PR op de marathon te verbeteren. Als Sam en ik om 13u richting het Malieveld vertrekken voor de start van de CPC hebben we dus al heel wat sportieve emoties doorstaan. De omstandigheden voor onze eigen race zijn best ideaal: de temperatuur is gunstig, er staat een voorzichtig zonnetje en weinig wind. Het is kortom mogelijk om mijn 1u27 van in Rotterdam te verbeteren, drie weken voor de marathon zou dat een heel mooie opsteker zijn. Terwijl Sam in het startvak nog een bijdrage levert aan de aftermovie (hij moet onder de startboog op zijn horloge kijken), gieren de zenuwen door mijn lijf.

SYFX7296

Als het startschot weerklinkt en ik me op gang trek, vind ik vrijwel meteen een goede tred. De benenwagen heeft er zin in. Mijn hoofd is dolblij dat ook dit evenement eindelijk weer plaatsvindt. De eerste kilometers vliegen zoals steeds voorbij. Ik loop kilometertijden rond de 3’50” waarvan ik weet dat ik ze geen halve marathon kan volhouden. Ik probeer vooral ontspannen te lopen, niet meteen hard door te duwen en me zeker niet op te blazen. 5 kilometer heel snel lopen deed ik al vaker, de kunst is om het nu 21,1 kilometer vol te houden. Ik hoop uiteindelijk om met een gemiddelde onder de 4’03” te kunnen finishen om zo 1u25 op de klok te zien verschijnen. Lekkâh bezag zie ik op een aanmoedigingsbord van een toeschouwer en ik besef dat het ook echt lekker gaat. Wat zijn er trouwens ontzettend veel supporters langs de kant en wat zijn ze enthousiast! Elke Joke die me wordt toegeroepen geeft me een boost. Het gaat goed, het gaat echt goed! Halverwege de wedstrijd malen mijn benen nog steeds onverzettelijk door. Ik weet dat het erin zit. Vandaag ben ik de Warrior waar Oscar and the Wolf over zingt.

Ik kijk uit naar de passage langs het strand in Scheveningen, maar de weg ernaartoe is verraderlijk. Bovendien loop ik alleen en voel ik dus ook het minste zuchtje wind. Als ik puffend afdraai richting de boulevard word ik voorbijgelopen door een man met een plan. Hij geeft me wijze raad: Keep breathing, you’re doing well. Just breathe deep down to your toes. En, braaf als ik ben, doe ik dat. Hij heeft gelijk. Ik moet gewoon goed en diep blijven ademen. Tot in mijn tenen, waarom ook niet? Ik krijg het desondanks erg lastig. De supporters op de boulevard zijn dun bezaaid. Hoe geweldig het ook is om met zeezicht te kunnen lopen, je kan hier echt je tanden op stukbijten. Ik voel me opgelucht als ik uiteindelijk weer rechts afdraai en wind in de rug heb. De benenwagen heeft wat aan snelheid ingeboet, maar hij draait nog. Ik blijf gefocust in mijn cocon zitten. Ik blijf lopen. En ademen. Mijn neef Maarten kan mijn laatste kilometers op de fiets volgen. Het is nu echt strijden om zo dicht mogelijk bij die 4 minuten te blijven. De laatste rechte lijn richting finish lijkt eindeloos. Ik werp een blik op mijn horloge en besef dat ik nét wel of nét niet onder de 1u25 kan duiken als ik écht alles geef. Dat doe ik. Ik finish in 1:24:54 met een gemiddelde snelheid van maar liefst 3’59” per kilometer. Waanzin!

FFHF6737

Hoe meer wedstrijden ik loop en hoe sneller ik ook ben gaan lopen, hoe meer ik besef wat lopen voor mij betekent. Het doet iets met mij, telkens weer. Ik ga momenteel mentaal door een heel moeilijke en donkere periode, waardoor ik het eens zo moeilijk vind om te vatten dat ik sportieve hoogtepunten van deze aard kan en mag beleven. Het is niet vanzelfsprekend dat lopen mij nog steeds zo blij kan maken. Dat heb ik niet zo zeer te danken aan mijn getrainde benenmolen. Lopen dat is ervaren en intens beleven. Soms helemaal gefocust vanuit mijn loop-cocon, maar toch vooral om die loopvreugde te delen met dierbaren om me heen. Voor nu dus een heel grote shout-out naar mijn goede vriend Sam die op korte tijd een heel waardevolle rol is gaan spelen in mijn verhalen. Ere wie ere toekomt: Sam krijgt daarom het laatste woord in dit raceverslag waarin hij vertelt hoe hij zijn eerste CPC beleefd heeft.

GBDN2837

Mijn initiële idee was om de halve marathon in Brussel op 2 oktober als tune-up race te lopen, een laatste race voor de marathon in Amsterdam. Den Haag was nieuw voor mij en ik dacht: waarom ook niet? Het is een vlak parcours waar ik minstens mijn PR van 1u19 zou kunnen verbreken dat ik dit voorjaar gelopen heb op de halve marathon in Gentbrugge. Mijn A-goal was zelfs om gemiddeld 3’40” per kilometer te lopen en onder de 1u18 te finishen, maar dat zou ik laten afhangen van mijn hartslag. Het begin van de race ging heel vlot. Als je op hartslag loopt, kom je niet meteen aan je beoogde hartslag. Ik wist dat die rond de 185 moest blijven om me niet op te blazen, na een kilometer zat ik daar al aan. Mijn eerste kilometertijden schommelden tussen de 3’30” en 3’35”, dat ging vlot en voelde heel gemakkelijk. 

Toen ik aansluiting vond bij een groepje, was mijn hartslag weer wat lager en zakte ook mijn tempo wat. 100 meter voor ons liep nog een groepje en ik kon dus de keuze maken of ik hier zou blijven lopen of de oversteek zou maken naar de andere groep. Ik dacht: kijk, het is een halve marathon en het is niet meteen een ramp als je wat tijd verliest, het is geen marathon waarbij je dan nog 10 kilometer volledig leeg moet doorlopen. Het leven is aan de dapperen, dus ik heb de oversteek proberen maken. Mijn hartslag steeg weer tot 187, wat ik wel aan zou moeten kunnen voor de rest van de race. Rond kilometer 10 vond ik aansluiting bij het groepje waar ook de vierde vrouw van de race liep. Daar kon ik 4 à 5 kilometer bijblijven. Vlak voor de boulevard begon de groep te versnellen op een lastig punt in de race. Mijn hartslag steeg nog wat en uiteindelijk heb ik moeten lossen. Die vrouw is uiteindelijk ook gefinisht in 1u16. Mijn tempo zakte tot 3’50” per kilometer wat ik ook voelde aan mijn cadans. Het venijnige stuk van het parcours liep wat bergop naar de boulevard. Daar stond ook veel minder publiek dan in de stad.

IUFH9841

Na 16,5 kilometer draaide ik terug naar de stad en was het doorbijten tot aan de finish. Maarten heeft nog een stuk met mij kunnen meefietsen, wat heel leuk was en ook echt hielp. De laatste 3 kilometer waren lang. Je ziet de gebouwen van Den Haag centrum al liggen, maar je bent er nog niet. Ik wist dat ik niet onder de 1u17 zou kunnen lopen, mijn PR verbeteren zou wel lukken. Ik heb me op het einde niet helemaal kapot gelopen omdat ik mezelf niet meer pijn wilde doen om er nog wat seconden af te krijgen. Ik finishte uiteindelijk in 1:18:25, waar ik tevreden mee ben. Dat ik wat ben stilgevallen, komt denk ik omdat ik in het begin toch iets te veel heb gepusht. Ik ben wel echt diep gegaan. Toen ik op adem was gekomen, keek ik op de tracker en zag ik dat Joke nog maar een kilometer moest lopen en ik wist dat zij heel blij zou zijn met haar tijd.

Ik liep deze race met dezelfde schoenen als waar Kipchoge die ochtend in Berlijn zijn wereldrecord op de marathon liep. Daar werd ik ook een paar keer op aangesproken voor de wedstrijd. Ik ga ze wel niet dragen bij mijn marathon omdat ze net wat smaller aanvoelen dan de vorige versie. De sfeer van de CPC vond ik top! Het was mijn eerste wedstrijd in Nederland en ik werd nog nooit zoveel aangemoedigd tijdens een race (behalve toen ik als 12-jarig jongetje de 20 km van Brussel liep samen met mijn mama). Ik voelde het nu echt elke keer als mijn naam geroepen werd, onbewust versnelde ik dan en dat deed deugd. Dit evenement is ook echt supergoed georganiseerd. Met een 7000 deelnemers aan de halve marathon is de start ook niet zo overwhelming als bij de 20 kilometer van Brussel. Organisator NN heeft duidelijk veel kennis van zake, het is een geoliede machine die weet hoe een evenement georganiseerd moet worden. Ik ben wel benieuwd naar de sfeer van de marathon in Amsterdam, al denk ik dat die wat minder zal zijn vanwege het vroege vertrekuur en het herfstweer. Ik kijk er naar uit!

IFSG8883

Het moment – Over het bijzondere jaar 1985

Ik werd 37 jaar geleden geboren in Leuven op een vrijdagavond de 13e van het jaar 1985. Een verjaardag die ik deel met Roald Dahl (vandaar mijn boekenliefde), Stella McCartney (vandaar mijn gevoel voor mode) en Michael Johnson (vandaar mijn snelle benen). Een geboortejaar is eigenlijk iets geks: het is Jouw Jaar, maar je hebt er helemaal geen herinneringen aan. Toch ben ik er inmiddels van overtuigd dat 1985 een bijzonder jaar was. Er waren sportieve successen voor Bernard Hinault die zijn vijfde Tour de France won en Joop Zoetemelk die zich tot wereldkampioen wielrennen mocht kronen. Het was ook één van die jaren waarin het mysterieuze aids-virus slachtoffers maakte en in stilzwijgen werd gehuld. Een tragisch jaar ook omwille van de 39 slachtoffers die vielen bij het Heizeldrama en de bende van Nijvel die in diverse supermarkten, niet zo gek ver van mijn geboorteplek, terreur zaaide. Een persoonlijk drama maakte ik mee tijdens mijn eerste Kerstmis toen ik als 3 maanden oude baby nietsvermoedend naar de kerstlichtjes zat te turen tot ik de kerstboom over mij heen kreeg.

Terwijl Madonna Material Girl door de boxen liet schallen en mijn pappie wild ging op Don’t You (Forget About Me) van Simple Minds, lanceerde tennismerk Reebok hun allereerste lifestyle sneaker, die inmiddels bekend staat als de Club C 85 (met de C van Champion). Dat inspireerde mij enige tijd geleden om mijn eigen Club 85 op te richten. Uit te spreken als Eighty-Five, want jawel, mijn club is internationaal. Ik deel mijn geboortejaar namelijk met tal van inspirerende mensen, elk getooid volgens hun eigen verenkleed. In mijn club ligt de artistieke leiding volledig in handen van Stromae of Paul Van Haver die op 12 maart in Etterbeek geboren werd. Hij kan rekenen op de melancholische steun van Lana Del Rey, wat Cockney-English van Lily Allen, de Belgische touch van Lara Chedraoui en de popvibes van Bruno Mars. Topactrice Léa Seydoux is dan weer de leading lady van het acteerveld. Zij wordt geruggesteund door Keira Knightley en Carey Mulligan om elke levensrol te kunnen coveren.

De sportploeg van Club 85 is in de ervaren handen van Greg Van Avermaet. Topsporters van 1985, ik ga er niet over liegen, die bevinden zich nu in de herfst van hun sportieve carrière. Al hebben ze het strijdtoneel nog niet verlaten. Niemand minder dan viervoudig Tourwinnaar Chris Froome liet zich ook deze zomer nog opmerken in zijn Ronde, net zoals vorig jaar Mark Cavendish dat deed. Mijn veldrij-idool Lars Boom is inmiddels ploegleider, maar Michel Butter die loopt nog steeds marathons op hoog niveau. De mannen kunnen trouwens ook rekenen op Lewis Hamilton (hij eet vegan), Michael Phelps (hij verlaat het huis niet zonder één van z’n 28 Olympische medailles) en Cristiano Ronaldo (hij voetbalt graag). Al zijn die drie met hun sterrenstatus niet zo geliefd in de club en komen ze alleen als er financieel gewin valt te halen. Ach ja, zo gaat het in de beste clubs.

De culturele boorlingen van 1985 stelden ook niet teleur. Voor de filmindustrie bleek het geen memorabel jaar te zijn, op Out of Africa na met topvrouw Meryl Streep. Het boekenjaar mocht er zeker wel wezen met de Nederlandse vertaling van Dance on My Grave van Aidan Chambers, één van de mooiste boeken die ik als tiener las. Het was het jaar van de oerklassieker Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez (toen al Nobelprijswinnaar). Margaret Atwood ontregelde de maatschappij dan weer met haar fenomenale The Handmaid’s Tale. Inmiddels bekend van de (eindeloze) serie, maar lees dus vooral het boek. Het was ook het jaar van Patrick Suskinds Het parfum, een klassieker met een wat apartere status én lievelingsboek van twee van mijn collega’s Nederlands. Als het over ontregelen gaat, dan ben je ook altijd aan het juiste adres bij Haruki Murakami die in 1985 Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld publiceerde: een knotsgekke speurtocht van een wetenschapper die, zonder het te beseffen, een hersenspoeling ondergaat. Tot slot liet John Irving ons in The Cider House Rules kennismaken met de bijzondere levenswandel van Homer Wells. Ik zou de literatuur van 1985 zeer kort door de bocht willen samenvatten als onconventioneel, met zin voor dramatiek én een hoek af. Just the way I like it. Daar toosten we op, een santé volgens Stromae!

IMG_9472b

Loperspraat – Mijn sportieve najaar van 2022

Ik weet niet meer wat ik juist verwachtte van 2022. Of ik het überhaupt aandurfde om verwachtingen te koesteren nadat we de afgelopen jaren lesjes in nederigheid moesten ondergaan. Corona was het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Een dreiging aan een paardenhaar. Je wist nooit echt goed hoe je leven er over een paar weken zou uitzien. In ieder geval is 2022 het jaar waarin ik weer à la carte en als vanouds aan loopevenementen kan deelnemen. Sterker nog: het bleek een jaar te zijn waarin ik de ene na de andere loopwedstrijd kon winnen en PR’s weer wat scherper stellen op diverse afstanden. Het begrip lange afstand kreeg bovendien een extra dimensie door de trail in Houffalize die Roos en ik liepen. Behoorlijk grensverleggend allemaal. Ik ga het najaar echter niet dartend doorbrengen geïnspireerd door het succes van Dancing Dimi. Er zal gelopen worden, gefietst ook, door de wind door de regen, door de modder en liefst ook door alles heen. Mijn sportieve honger is nog niet gestild.

De CPC Loop in Den Haag zal altijd een bijzonder plekje in mijn hart hebben. Nu is in mijn hart best wel een grote ruimte gereserveerd voor loopevenementen en is dat plekje dus niet exclusief voor de CPC voorbehouden. Den Haag is Den Haag: altijd een goed idee, altijd weer leuk om er tijd te kunnen doorbrengen in familiale sferen. De CPC is daarenboven een prachtige halve marathon waar je nooit echt weet wat je kan verwachten. Op 8 maart 2020 liepen Roos en ik onze laatste CPC voor de wereld even op slot ging en het onvoorstelbaar leek dat mensen ooit nog in een grote massa zouden mogen samenkomen. Gek genoeg is de CPC ook de wedstrijd waar we het langst moesten wachten op een revival-editie. 25 september gaat het dan echt weer gebeuren en raas ik (hopelijk toch) over dat ongelooflijke parcours van de city-pier-city, in gezelschap van de zeebries die mee dan wel tegenwerkt. Naast de plaatsing op de kalender is deze editie ook anders omdat Roos er niet aan de start zal staan. Zij zal een avontuur van een heel andere orde beleven met Seppe, waarover later meer. Gelukkig zullen haar schoenen gevuld worden door die van Sam, waarover ook later meer.

Oktober dat is marathonmaand. Ik ben er nog steeds niet over uit of ik nu eerder het type voorjaars- dan wel najaarsmarathonloper ben. Op 16 oktober sta ik hoe dan ook aan de start van de Amsterdam Marathon. De marathon waar ik mezelf in 2017 een beetje kapot liep langs de Amstel, waar ik een keer door het Vondelpark vloog en er een keer door strompelde en me ook realiseerde dat Amsterdam over veel bedrijventerrein beschikt. De start- en finishzone in het Olympisch stadion konden me wel bekoren. Uiteraard ga ik voor een verbetering van mijn 3:06 in Parijs. Het is mogelijk, maar dat is nooit een garantie dat het ook echt zal gebeuren. Ik vertel later ongetwijfeld nog eens wat uitgebreider over mijn voorbereidingen en verwachtingen van Marathon N°15. Wie eveneens in Amsterdam aan de start zal staan is mijn maatje Sam. We leerden elkaar kennen tijdens de voorbereiding van de Paris Marathon en sindsdien deelden we loop- en ander vreugde en leed. Voor Sam is het z’n derde marathon en met een PR van 2:59 gaat ook hij resoluut voor een verbetering van z’n besttijd. Hij kan dat, daar ben ik heel zeker van.

Na de najaarsmarathon begint dan weer het betere ploeg- en modderwerk voor mijn decemberdoel. Ik ben nog steeds van mening dat mountainbiken een zomersport is, maar blijkbaar ben ik nog steeds zo gek te krijgen om ook in de kille maanden met Juan op pad te gaan. Mijn lopersbenen zullen dus heel wat extra kilometers op de fiets malen. Op 13 november staat de halve marathon van Kasterlee op het programma (waar ik vorig jaar als derde eindigde). Het regent doorgaans die dag, net zoals de andere 29 dagen van november meestal het geval is. En jawel, op 18 december neem ik dan weer deel aan de Hel van Kasterlee. Zoals verwacht krijgt het drieluik dus een sequel. De editie van 2021 was om heel wat redenen erg bewogen, waardoor ik tot de conclusie kwam dat ik nog niet klaar ben om het Hel-hoofdstuk af te sluiten. Bovendien belooft deze 20e editie een bijzonder feestelijke te worden: omwille van dat ronde getal en omdat Seppe zijn 10e overwinning kan binnenrijven. Hoe vet zou dat zijn?! De zomer geeft ons vandaag al een voorproefje van de herfst: I say yes to the regenjas, want er is immers genoeg om naar uit te kijken!

Het moment – Op de mountainbikeroute Seppe Odeyn

Ik kan om heel veel redenen jaloers zijn op mijn broer. Op zijn podcast en geweldige kinderen bijvoorbeeld. Of op het feit dat hij heel veel durft en altijd zichzelf kan blijven. Het allercoolste is toch wel dat hij sinds kort een eigen mountainbikeroute heeft in en rond zijn Herent. Drie lussen (eentje voor elke zus) die samen goed zijn voor 59 kilometer mountainbikeplezier. Als eeuwige Zus Van die ook mountainbiket stond Seppes route natuurlijk hoog op mijn sportieve like to do lijstje. Het duurde uiteindelijk toch nog 5 maanden voor ik me eraan waagde. Daar zat Frans voor iets tussen. Ergens op een druilerige dag in november was ik namelijk zo gek om een stevig mountainbikeavontuur aan te vatten. Met name door het speurwerk naar de pijltjes en als gevolg daarvan een heleboel omwegkilometers door een grijs niemandsland werd dat een onderneming van formaat. Bovendien ben en blijf ik een loper. Zelfs na drie deelnames aan de Hel van Kasterlee moet ik toch een drempeltje over om aan een nieuwe mountainbikeroute te beginnen. Omdat ik in het najaar altijd denk: mountainbiken in de zomer: hoe fantastisch is dat! bleek een zonnige dinsdag in augustus het ideale moment om me door Seppes route te laten leiden.

IMG_9355b

De officiële start van de mountainbikeroute Seppe Odeyn vind je aan de nagelnieuwe sporthal Bart Swings in Herent. De groene, blauwe en rode lus kunnen gecombineerd of afzonderlijk worden gereden. Ik was ook meteen gerustgesteld toen ik op het infobord las dat de route geschikt is voor zowel de beginnende als de meer geoefende mountainbiker. Aangezien ik vanuit Tienen kwam aangefietst, pikte ik ergens op de groene lus in, een afslag van de mij bekende F3-fietssnelweg tussen Leuven en Brussel. Ik was meteen aangenaam verrast door waar ik terecht kwam. Nochtans dacht ik Herent behoorlijk goed te kennen. Ik belandde op de Mollekensberg, een naam die ik altijd zie passeren bij de Garmin-activiteiten van mijn broer en die een eigen leven was gaan leiden. Een prachtig stukje natuur, zo bleek! Waar ik me bij Frans Claes heel vaak een visualisering probeerde te maken van hoe hijzelf als een speer over zijn route fietste, kon ik me dat van mijn eigenste broer zo goed voorstellen dat ik me met momenten wel echt een slak op een fiets voelde. Maar goed, het was dinsdagvoormiddag, niet meteen het moment dat je half Vlaanderen op een mountainbike in Herent aantreft.

Aangezien Herent niet op een groen eiland ligt, vond ik het vooral verrassend hoe er langs drukkere wegen heel vaak een off road weggetje bleek te zijn dat ik dus nog niet kende. Langs de afrit van de E314 bijvoorbeeld (voor de Herentenaars ook wel bekend als het windgat). De groene lus bleek daardoor ook echt de groenste te zijn als in: veel bomen en wat meer stijg- en daalwerk. De passage door Bertembos vond ik eveneens erg geslaagd omdat mijn favoriete afdaling erin was opgenomen. Vanuit daar ging het verder naar Veltem-Beisem en dan weer richting Herent. Mijn avontuur met Frans leerde me dat je vandaag de dag als fietser niet meer meetelt als je old school op de pijltjes rijdt, want een digitale fossiel als ik heeft natuurlijk niks met gpx-bestanden. Wel, ik wil bij deze een heel groot compliment geven voor de bewegwijzering. Het is onvermijdelijk dat je eens iets verkeerd interpreteert of dat een pijltje verstopt zit achter een struik, maar eigenlijk miste ik amper iets.

IMG_9360b

Na de groene lus volgde de rode lus die via Tildonk terug naar Herent kronkelde. Minder hoogtemeters, veel niet-geasfalteerde paden waar je snelheid op kan maken. Love it! Bovendien bleek de rode lus ook een trip down memory lane te worden. Vroeger, heel vroeger voor ik een loper was, reed ik namelijk paard samen met mijn zussen. We gingen wekelijks een wandeling maken in het Herentse. Over al die paden dokkerde ik nu een jaar of 10 later met mijn fiets. Zo kwamen er dus twee werelden samen. Ik ben er heel lang van overtuigd geweest dat er qua beleving niks op kon tegen een wandeling te paard maken: met je paard op weg zijn, wapperende manen, hoefgeklop op de grond, een drafje hier en een galopje daar. Galopperen in de open lucht stond voor mij lange tijd gelijk aan het oppergevoel van geluk. Als loper kan ik eveneens van die ultieme geluksmomenten ervaren, die liggen dan in de eenvoud van de activiteit. Je benen die de grond tikken alsof het niks is of samen met anderen iets beleven. En ja, ook op de mountainbike overvalt mij soms het gevoel van hoe geweldig is dit! Je zit bovendien een stuk geruster op je mountainbike dan op je paard. Paarden zijn vluchtdieren die al eens iets in hun bol kunnen krijgen waardoor je tijdens het idyllische galopperen in de buitenlucht altijd op scherp moet staan. Al die herinneringen en bedenkingen schoten dus door mijn hoofd terwijl ik de laatste kilometers van de route aflegde. Met ruim 100 kilometer op de teller kwam ik als een tevreden mens aan in Tienen.

IMG_9375b

Ik ben uiteraard geen neutrale partij, maar neem het toch maar gewoon van mij aan: de Mountainbikeroute Seppe Odeyn is absoluut een fietstochtje waard. Toegankelijk zonder al te makkelijk te zijn, uitstekend bewegwijzerd, variatie troef en dé uitgelezen manier om groene stukjes rond Leuven beter te leren kennen zonder meteen naar de gekende bossen in de omgeving te trekken. Seppe bevindt zich momenteel in het Zwisterse Zofingen. Morgen vertrekt hij daar namelijk om 9 uur om zijn wereldtitel duatlon op de lange afstand te verdedigen. Dat wordt dus tegen de sterren op duimen en heel hard naar de livestream roepen. Als er iemand dit kan, dan is hij het wel. Go, go, go, Seppe!