De race – Rotterdam Marathon oktober 2021

  • De cijfers: mijn lucky number marathon 13 liep ik in een nieuwe recordtijd van 3:07:43, goed voor een 31e plaats en een 10e plaats in mijn leeftijdscategorie
  • De voorbereiding: daar valt weinig noemenswaardig over te vertellen, behalve dat ik mezelf in augustus helemaal terugvond als sporter, al kan ik er niet precies de vinger op leggen hoe dat zo gekomen is
  • De race: INTENS!
  • De herinnering: de 40e editie van #demooiste was niet mijn perfecte marathon, maar wel een dag waarop alles in z’n plooi viel dankzij de eindeloze aanmoedigingenstroom, het ideale loopweer en de beste entourage

Wat vooraf ging
De aanloop naar deze marathon duurde 1 jaar en 9 maanden met daarin vervat een wereldwijde gezondheidscrisis, een lockdown en wat light-versies, een quarantaine, twee ultralopen van 50 kilometer, een marathon op eigen initiatief en twee vaccinaties. Door die omstandigheden was ik de afgelopen zomervakantie niet gebrand op de marathon. In juli ondernam ik verwoede pogingen om van de vakantie te genieten, met wisselend succes. Tot mijn nieuwe Garmin de katalysator was van een sportieve renaissance. Samen met Roos herontdekte ik de klassiekers: stratenlopen, grotere loopevenementen, samen op pad zijn, doelen stellen en hard gaan! Ik liep tijden waar ik van ging blozen. De dag voor mijn 36e verjaardag werd die Rotterdam marathon plots een heel concreet en belangrijk doel: op 24 oktober moest dat PR eraan geloven. Voor het marathonweekend reed ik op zaterdagochtend met Roos en mama naar Den Haag. Een zoveelste “eindelijk”: een blij weerzien met onze familie aldaar en met de stad.

IMG_6623b

Vlak voor de start
We vertrekken zondag om 7u in Den Haag. Om de trein naar Rotterdam te halen, moeten we een sprintje trekken op de fiets en lopend naar het perron. Als we met z’n drieën zitten uit te hijgen (en zweten) is daar het besef dat het nu echt gaat gebeuren. In Rotterdam is het nog opvallend rustig. Roos en mama gaan de metrohalte verkennen en nadien wandelen we samen richting startzone. We zijn zo goed op tijd dat de dixi’s nog ongebruikt zijn. Count your blessings. Wat een plaatje is de haven van Rotterdam trouwens! Om 9u30 sta ik vooraan in startvak 1 met zicht op de Erasmusbrug. Ondanks de kou probeer ik vooral het moment vast te houden. Gaat het nu écht gebeuren?

VPMJ6697

JNYG0108

De race
Als ik begin te lopen weet ik nog altijd niet aan welk tempo ik dat moet of zal doen. Tegen Roos had ik gezegd dat ik onder de 4’30” wilde blijven met een eindtijd van sub 3u15. Stiekem wilde ik eerder rond de 4’25” blijven om dan onder de 3u10 te kunnen duiken. Ambitieus, maar haalbaar: daar hou ik van. In 2016 liep ik de Rotterdam Marathon in vaderlijk gezelschap. Net zoals toen zijn de eerste kilometers druk. Het houdt me niet tegen om aan een rotvaart te vertrekken waardoor ik niet opmerk dat de iconische Erasmusbrug niet vlak is. Twee uur later zal ik dat wél ervaren. De eerste kilometers schieten voorbij. Ik blijf ontspannen lopen, ruim onder de 4’20” met een heel acceptabele hartslag en ik zie dus geen reden om me in te houden. Ik voel me best naïef. Onverschrokken dender ik op het marathonbeest af alsof dit een gewone duurloop op zondag is. Ik ben niet bezig met tussentijden, mijn race bestaat niet uit strak getimede blokken van 5 kilometer. Om mijn doel te bereiken heb ik een belachelijk simpel plan: blijven lopen.

IMG_6638b

Rond kilometer 10 ontmoet ik Dennis die naast me loopt en opmerkt dat ik wel heel veel aanmoedigingen krijg. Ik verzeker hem dat ik maar twee supporters ter plaatse heb, maar dat ik die vaak zal zien. Als vrouw op die plek in de race val ik inderdaad wel op en kan ik op extra sympathie rekenen. Yeah, daar loopt Joke met haar squad mannen om zich heen. Dennis uit Bergen-Op-Zoom is niet alleen sympathiek, ook zijn tred lijkt helemaal afgestemd te zijn op de mijne. Zijn doel is sub 3u15 lopen, ik zeg heel stoer dat ik voor de sub 3u10 ga. Dennis en ik zullen elkaar de komende twee uur gezelschap houden, zij aan zij, alsof we elkaar al jaren kennen. Rond kilometer 13 (dit kan geen toeval zijn) zie ik Roos en mama voor het eerst. Ze geven me vleugels! Bij een eerste U-turn constateer ik dat we nog ruim voor de pacers van 3u10 lopen. So far, so good.

De ambiance langs het parcours is ongezien. Rotterdam, en bij uitbreiding heel Nederland, lijkt massaal op post te staan om de stroom lopers naar de finish te schreeuwen. Hoe saai de omgeving soms ook mag zijn, er is werkelijk geen straat waar niemand te bespeuren is. Overal staan supporters die begrepen hebben wat aanmoedigen betekent. Hun complimenten en peptalk komen recht uit het hart. Ongelooflijk wat een sfeer! Daarbij zijn ook de weersomstandigheden ideaal. Ik blijf verbazingwekkend ontspannen lopen. Na 18 kilometer ben ik me nog steeds niet ten volle bewust van mijn tussentijden. Ik lever geen veldslag elke 5 kilometer. Ik ben niet in aanvalsmodus. Wel kijk ik uit naar het halfway point omdat ik daar een nieuw PR op de halve marathon zal neerzetten. Jawel, ik loop mijn eerste marathonhelft in 1:30:26 en verbeter daarmee mijn zwaar bevochten tijd op de CPC van maart 2020 met ruim 3 minuten. Dit pakken ze me niet meer af, maar het is niet waarom ik naar Rotterdam gekomen ben.

IMG_6642b

Ik blijf zorgeloos lopen. Ik denk niet aan de pijn die onvermijdelijk zal volgen, ik denk niet aan de mentale weerbaarheid die ik zal moeten tonen. Weet ik veel wat er nog zal gebeuren?! Voor we terug de Erasmusbrug over lopen, schieten me herinneringen van 2016 te binnen: ja, dit was toen ook een saai stuk en het is nog geen haar veranderd. 5 jaar geleden liep ik hier al met het mes tussen de tanden, nu loop ik gewoon. Naast Dennis dus. We spreken elkaar af en toe aan over iets dat we langs de kant van de weg zien. Dennis houdt een oog op de klok en verzekert met dat we helemaal op schema liggen voor die sub 3u10. Als we na 26 kilometer terug over de Erasmusbrug lopen, voel ik voor het eerst de kilometers en de verzuring. Au zeg, die brug is een venijnige kuitenbijter. Uitgerekend op de tonen van I Will Survive voel ik dat de fraîcheur weg is. Ik zeg tegen Dennis dat ik de inspanningen wel voel. Dat is toch niet meer dan normaal, zegt hij, het toont aan dat je een mens bent. En daar slaat hij de nagel op de kop.

Na 28 kilometer naderen we Rotterdam Blaak. Mijn kilometertijden schommelen nog steeds rond de 4’20”. Nu komt er een harde noot om te kraken. We lopen namelijk weg van de finish om een lus te maken rond de Kralingse Plas. Ik had Dennis al verteld hoe ik daar vijf jaar geleden zeven doden stierf in mijn vaders schaduw. Ik weet dus dat ik het hoofd koel moet houden, dat ik me niet mag laten kisten door die lus des doods. Ik bereid me voor op de mentale slag die ik zal moeten leveren. Ook de passage door de Boezemstraat herinner ik me nog levendig. Je kruist daar een kilometer lang lopers die de Kralingse Plas er al hebben opzitten. Waar wij aan kilometer 30 zitten, zijn zij al op kilometer 40. Gelukkig zijn de lopers aan de andere kant van de straat dun bezaaid. Voor ik het goed en wel zal beseffen, ben ik zelf die loper die zijn laatste kilometers mag afhaspelen. Hoofd omhoog, schouders recht en richting de eindeloze saaiheid van de verduivelde Kralingse Plas.

EVFA8150

Bij mijn vorige marathons had ik een patent op een lastig moment tussen kilometer 25 en 30. Daarna leefde ik, als bij wonder, telkens weer op. Vandaag niet, mijn benen worden strammer en strammer. Bashir Abdi heeft gelijk: de marathon begint op kilometer 30. Ik zeg tegen Dennis dat we er wel van moeten blijven genieten, al is dat niet wat ik op dat moment aan het doen ben. Met name mijn bovenbenen staan onder hoogspanning. Ik zeg tegen mezelf dat het sowieso beter zal gaan als ik op kilometer 35 ben (spoiler: dat zal niet gebeuren). Dennis spreekt me nog eens bemoedigend toe: wat er ook gebeurt, wij hebben ambitie getoond en daar moeten we trots op zijn. Ons breekpunt ligt pas op kilometer 43. Ik wil Dennis zo graag geloven. Mijn interne dialoog draait overuren: ik kan deze pijn aan, ik kom dit te boven, ik zal niet kopje onder gaan, ik moet en zal onder die 3u10 lopen. Ik kan helaas niet anders dan vaststellen dat mijn benenmachine niet meer gesmeerd loopt.

Rond kilometer 34 voel ik me enigszins opgelucht als we afdraaien en dus weer richting finish lopen. Het blijft bikkelen in mijn hoofd. Mijn kilometertijden zakken zienderogen en schommelen nu tussen de 4’30” en 4’40”. Van enige schwung of souplesse is geen sprake meer. Elke spiervezel tekent verzet aan tegen de inspanning die ik lever. Dennis lijkt minder last te hebben van de kilometers. Op kilometer 35 neemt hij wat meters op mij. Ik kan hem niet langer bijbenen, hij kijkt nog een paar keer om zich heen om te kijken of ik volg, maar helaas pindakaas: ik moet de rol lossen. Dennis is ribbedebie en ik zal de klus helemaal zelf moeten klaren. Als ik om me heen kijk, zie ik steeds vaker stappers en ook kotsers onder de lopers. Enerzijds voel ik mee met de ellende die zij ervaren, anderzijds probeer ik dankbaar te zijn dat ik nog niet zo ver heen ben. In mijn buik is het voor één keer opvallend rustig. Ik blijf mezelf moed inspreken. Dit doet pijn, maar ik moet blijven lopen! Mijn spieren zullen niet verkrampen! Na ruim 38 kilometer zie ik dat ik “nog maar” 2u50 gelopen heb. De sub 3u10 ligt dus binnen handbereik. Ik probeer er hier wel een boeiend verhaal van te maken, maar ik kan je vertellen dat de marathonheroïek op dat moment ver zoek was. Mijn benen zijn zo verzuurd dat mijn natuurlijk looppatroon erdoor belemmerd wordt. Ik voel me afwisselend een baksteen op pootjes, SpongeBob tussen de topatleten en een waggelende eend.

DSVY5991

Een kilometer bevat 1000 meter en heel veel stappen. Elke stap kost mij energie. Elke stap voel ik. Ik kijk uit naar de Boezemstraat en kilometer 40. De ambiance is er nog steeds top, al zie ik vooral sterretjes. De enige manier om verlost te worden van mijn ongemak is blijven lopen. Het moet. Lekker, Joke! Wat een toptijd, meisje! Hoedje af! Gaan, Joke! Lekker bezig zeg! Waar ik aanvankelijk vriendelijk glimlachte naar iedereen die mijn naam riep, heb ik nu de puf niet meer om mijn mondhoeken op te trekken. Het-gaat-niet-meer! En dan, een zoveelste “eindelijk”, de rechte lijn naar de finish. Een bijzonder lange lijn, het moet gezegd worden. De supporters zijn ongekend luid. Ik krijg nog een laatste aanmoediging van Roos en mama. Jajaja, het zit er echt bijna op. Mijn laatste pas over de mat is echt de laatste stap die ik kan zetten. Ik heb het gehaald! Ik mag stoppen met lopen! Ik kijk op mijn horloge en zie 3:07 staan. Wauw, die had ik niet zien aankomen. De strijd is gestreden, het PR is binnen. Wat een race!

Wat verderop in de finishzone staat mijn held Dennis me op te wachten. Ook hij verbeterde zijn PR (3u14) met een indrukwekkende 3:04:56. Chapeau! Hoewel ik echt trots ben op mijn race en het eindresultaat, voel ik ook een heel klein beetje ontgoocheling. Ik heb in de laatste kilometers te veel minuten naar mijn zin “verloren”. Dat kan een volgende keer beter, denk ik. Ik voel dat ik heel diep in mijn krachtenarsenaal heb moeten tasten. Ik wil uitschreeuwen dat ik het zo zwaar heb gehad. De hele wereld moet weten hoe pijnlijk deze marathon was. En toch kan ik ook niet anders dan onnozel lachen: ik heb het verdorie geflikt.

LAXS3776

De conclusie
In april 2016 liep ik in Rotterdam mijn derde marathon in 3u27, mijn eerste sub 3u30. 5 jaar en 10 marathons later bleek Rotterdam wederom grensverleggend te zijn. Ik liep mijn PR van de tabellen met 14 minuten. Toen dan ook nog bleek dat ik als 31e vrouw finishte bij een marathon van topniveau, kon ik mijn prestatie nog meer naar waarde schatten. Ik had dit echt nooit voor mogelijk gehouden. Uiteindelijk ben ik ook maar een dromer die zeven jaar geleden voor het eerst 20 kilometer liep. Juist mijn naïeve ingesteldheid, alsof ik een eerste marathon liep, is mijn redding geweest. Ik liep onbekommerd en met heel veel plezier. Ja, ik ben daardoor ook wat te hard van stapel gelopen, ik had het anders kunnen aanpakken, maar dat neem ik mee naar de volgende. De Rotterdam Marathon gaf mij alles wat ik van een marathon verwacht: een groot loopfeest dat tegelijkertijd een zwaar bevochten strijd is. Het is trouwens echt waar wat ze zeggen: de sfeer in Rotterdam is ongezien. Dit heb je niet in Parijs, ook niet in Brussel, zeker niet in Amsterdam. Kortom, een marathon die elke marathonloper eens gelopen moet hebben (en dat zeg ik niet snel). Heel veel hartjes en kussende emoji’s voor Rotterdam!

IPZO4210

Enkele weetjes

  • Ik vind Rotterdam een prachtige stad, maar hoe vreemd zit die eigenlijk in elkaar? Ik kan het geheel nog steeds niet vatten (ook al heb ik dat uitgebreid op kaart bestudeerd).
  • Joke is een heel goede roepnaam in Nederland: twee lettergrepen waar je veel emotie en kracht in kwijt kan. Ik liep een paar kilometer met een Saskia in de buurt en dat roept opvallend lastiger.
  • Op de marathon expo kocht ik nieuwe sokken van Incylence die perfect pasten bij mijn Zoom Fly’s (de betaalbare versie van Nikes snelle schoenen) en die ik dus ook droeg tijdens de marathon.
  • Ik nam tijdens deze marathon slechts drie sportgels in: op kilometer 8, 16 en 25. Verder dronk ik enkel water aan de bevoorradingsposten. In principe is dat te weinig, maar dit werkt voor mij het beste om mijn maag-darmstelsel koest te houden.
  • Naast drankposten waren er ook sponzenposten “ter verfrissing”. Ik nam altijd een spons om mijn handen proper te maken, maar ik vraag me af welke gek een spons over z’n hoofd heeft uitgeknepen.
  • Roos en mama slaagden erin om mij 5x op het parcours te zien. Wat een prestatie!
  • Bashir Abdi knalde in 2:03:36 naar een nieuw Europees record. Ik zag hem helaas zelf niet. Roos en mama konden hem meermaals aanmoedigen, zowel op weg naar de start als tijdens de race. Bashir had al een bijzonder plekje in ons hart, nu hebben we er definitief een idool bij.

IMG_6621b

Het moment – Een PR op de marathon in Rotterdam

Op zondag 24 oktober 2021 schijnt de zon in Rotterdam. Ruim 12.000 lopers staan aan de start van wat hun dag zal worden. Ein-de-lijk. Helemaal vooraan staat bronzen Bashir Abdi die als topfavoriet met ambitie het Europees record op zijn naam wil schrijven. In datzelfde startvak sta ik een meter of 8 achter hem. Ik zie Bashir niet, helaas. Ik probeer me wel voor te stellen wat er door zijn hoofd flitst. Wat is zijn plan? Waar hoopt hij op? Mijn handen zijn verkleumd, ik voel mijn voeten niet meer, ik ben geen brons waard, maar ik ben wel een vrouw met ambitie: mijn record van 2017 aan flarden lopen. Dit is mijn 13e marathon en vandaag zal het gebeuren. Het startschot weerklinkt en daar gaan we dan over de Erasmusbrug. De zon zal blijven schijnen.

Ik loop en blijf lopen. 187 minuten lang schieten mijn gedachten alle kanten op. Puur loopgeluk. Vertrouwen op de ervaring. Met de moed der wanhoop. Hoofd recht en blijven gaan. Voetje voor voetje. Blijven ademen. Kijk naar je horloge. Kijk niet naar je horloge. Ongekende verzuring. Een grijns op mijn smoel die schippert tussen een glimlach en een grimas. Benen van beton. Eindeloze aanmoedigingen. Een Say My Name van Florence die blijft duren. De Rotterdam Marathon was om heel veel redenen de meest intense marathon die ik ooit liep.

3 uur 7 minuten en 43 seconden heb ik nodig om de legendarische finish op de Coolsingel te bereiken. HET IS ME GELUKT! Ik loop mijn PR van de tabellen met maar liefst 14 minuten. De marathon was niet mals voor mij. Of misschien liep ik juist daarom wel de marathon van mijn leven. Als klap op de vuurpijl blijk ik als 31e vrouw gefinisht te zijn. 31 en 3u07. Ik begrijp wat die cijfers betekenen, maar ik begrijp niet dat ik dit gepresteerd heb.

Later deze week volgt een uitgebreid raceverslag. Ik moet alles wat laten bezinken. Reken maar dat ik nog heel veel woorden nodig heb om te vertellen over 36 uur in Nederland en die 3 uur en 7 minuten dat mijn marathon duurde. Voor nu wil ik jullie allemaal vanuit de grond van mijn hart bedanken voor de succeswensen, de aanmoedigingen, het meeleven, het enthousiasme ter plaatse en van overal. Ik kan het niet genoeg zeggen, maar dat zovelen dit met mij beleven, dat er zoveel mensen oprecht met mij begaan zijn en mijn dromen steunen, dat betekent heel veel voor mij.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #3

Een online conversatie tussen Roos en mij:

Roos: Ben je er klaar voor?
Joke: Ik denk het wel, maar zo voelt het niet.
Roos: Dat is ook iets geks hè. Ik vraag me dan altijd af: hoe voelt dat, er klaar voor zijn? Je bent klaar om te rocken!
Joke: Ik voel me nu vooral dik en lui.
Roos: Ik heb een geluksbrenger voor je gemaakt.
Joke: Oh? Misschien voelt Bashir zich ook dik en lui.
Roos: Sowieso wel. Hopelijk kan hij deze keer beter slapen.

Plots is het moment dus echt bijna aangebroken: ik ga een marathon lopen die anderhalf jaar werd uitgesteld. De afgelopen week probeerde ik me op sportief vlak in te houden, maar rusten is relatief als je elke dag gaat werken. Nog steeds weet ik het antwoord niet op de vraag wanneer je er echt klaar voor bent. Misschien gewoon als je je die vraag begint te stellen, als lopen dus wordt vervangen door denken en de laatste voorbereidingen treffen. En daarbij: ook als je er niet klaar voor bent, dan zal je het er toch mee moeten doen. Rotterdam wacht niet. Niet nog eens.

Het moment – Wat een week!

Goh, wat was het me een bijzondere week. Uitgerekend op de dag dat ik mijn persoonlijke verhaal deelde over het trauma in mijn studententijd en hoe ik leerde omgaan met mijn kwetsbaarheid, knalde ik naar een 17e plaats op de 10 Miles in Antwerpen. Ik legde een dikke 16 kilometer af in 1u05 met een gemiddelde van 3’59” per kilometer. Nog steeds kan ik dat moeilijk vatten (ik val in herhaling, maar het is echt zo). De afgelopen week werd ik overladen met positieve reacties uit bekende en onbekende hoek. Ofwel omwille van die sportieve tour de force, ofwel om het heel persoonlijke verhaal dat ik deelde. Juist die combinatie van het heftige verhaal met iets volstrekt onbenulligs als een snelle loopwedstrijd deed de puzzel even helemaal in elkaar passen.

Over Antwerpen nog dit. Een dag met Roos op pad zijn dat is sowieso een cadeau. Het was een uitstap met alles erop en eraan: sportief vermaak, samen koffie drinken en supporteren, veel lachen en nog meer verhalen. We dansten samen toepasselijk op Rise van Lost Frequencies in het startvak. Over een momentum gesproken: ik heb helemaal niks met dansen, er moet iets speciaals gebeuren om dat lijf van mij aan het shaken te krijgen. Mijn 10 Miles waren niet alleen de snelste, maar ongetwijfeld ook de meest bewuste die ik ooit liep. Ik besefte ten volle dat dit weer één van die dingen is die weer kunnen en hoeveel plezier ik daaraan beleef. Ik nam alle aanmoedigingen in dank aan. Antwerpen, u was geweldig.

Over mijn persoonlijke verhaal nog dit. Eén van de redenen die me altijd tegenhield om het te vertellen, was dat ik wist hoe het mensen zou aangrijpen. Ik wilde niet dat iemand met mij zou inzitten. In veel opzichten is het een triestig verhaal over een lelijke en akelige kant van de wereld waarin we leven. Gelukkig kreeg ik meermaals te horen dat juist de krachtige stem van de veerkracht de bovenhand nam. Heel lang heb ik overigens niet getwijfeld of ik dit al dan niet zou publiceren. Pakweg een maand geleden zag ik in World Mental Health Day de ideale aanleiding. Sindsdien begon ik na te denken over wat ik precies wilde vertellen. De tekst ging rijpen in mijn hoofd en later op het digitale papier. Ik werd niet uit evenwicht gebracht toen ik dit verhaal opschreef. Ik ging dus niet door een emotioneel dal. De eerste keer dat ik typte dat ik werd aangerand, was ik me wel heel bewust van de lading van die woorden en van het feit dat ik dat nooit eerder opschreef. Op de één of andere manier werkte het wel verhelderend om alles in woorden te vatten. Ik probeerde er een samenhangend, niet al te langdradig geheel van te maken dat door iedereen gelezen mag worden. Ik ben er best trots op dat me dat aardig is gelukt.

Mijn dank gaat naar jullie. Ik zou hier voor mezelf kunnen schrijven, maar dat mijn schrijfsels gelezen en gewaardeerd worden, dat die betekenis krijgen en geven, dat heb ik aan mijn lezers te danken. Merci voor alles!

De gedachte – Over mijn hoofd en ik

Het is vandaag World Mental Health Day, een bijzonder noodzakelijke dag waarvan we gelukkig steeds meer het belang inzien. Naast een lijf waar we voor moeten zorgen, hebben we ook allemaal een hoofd dat op volle toeren draait en dat de beste zorgen verdient. Bij mijn leerlingen merk ik ook dat mentale gezondheid steeds meer een ding is: het taboe dat rust op psychologische begeleiding bijvoorbeeld en de (on)toegankelijkheid ervan. Helaas zie ik het aantal jongeren dat worstelt en uitvalt op school met mentale klachten steeds toenemen. Vaak vallen ze tussen de mazen van het vangnet door. Hun klachten zijn niet urgent genoeg om meteen hulp te krijgen, maar ze zitten wel muurvast. Te vaak wordt het niet meer mee kunnen beschouwd als een teken van zwakte, als iets om je over te schamen. Ik maak me daar ook schuldig aan. Liever heb ik het over wat ik zoal onderneem dan over hoe ik soms worstel met het leven in al z’n complexiteit en hoe dat soms genadeloos hard op mij afkomt. Ook zwijg ik liever over het gevoel van leegte en gemis dat ik soms ervaar en zitten de spoken van mijn verleden doorgaans achter slot en grendel. Vandaag niet.

Een aanleg tot overpeinzing en piekergedrag heeft er bij mij altijd ingezeten. Als kind kon ik al te lang stilstaan bij de dingen. Stemmingen, emoties en beelden konden heel lang aan mijn vel blijven plakken. Met dit semi-onschuldige verhaal over Free Willy kan ik inmiddels hartelijk lachen, maar ik kan je verzekeren dat het destijds geen pretje was om wekenlang het verdriet van een Amerikaanse tiener en zijn orka te dragen. Ik ben nochtans opgegroeid in een heel warm nest waar er geen gebrek was aan liefde en troost, nu nog steeds trouwens. Alleen had ik als kind de neiging om mijn besognes te internaliseren. Ik liet ze in mijn hoofd hangen, veilig bij mij en dan ging het wel voorbij.

Daarnaast is er ook een traumatische gebeurtenis die mij getekend heeft. Ik was 19 en studeerde in Leiden toen ik op een maandagavond alleen in het donker langs de prestigieuze rechtenfaculteit (oh ironie) liep, waar ik door drie studenten werd bedreigd met een mes, vernederd en verkracht. Als een hoopje miserie werd ik op de stoep achtergelaten. Wat volgde was een aangifte bij de politie, heel veel tranen van onmacht, reddeloosheid, ook heel veel troost en dan toch altijd weer opnieuw tranen. Slechts met mondjesmaat lukte het mij om de draad van mijn leven weer op te pikken. Ik had slaapproblemen, durfde de straat niet meer op en kampte met dwangstoornissen. Een ellendige en donkere periode die ik niet alleen moest doormaken. Mijn familie en vrienden waren er elk op hun eigen manier om me op te vangen en op te vrolijken. Ik ging jarenlang naar de psycholoog om die gebeurtenis een plaats te geven. Dankzij de onvoorwaardelijke steun van mijn omgeving én professionele begeleiding slaagde ik erin om dit trauma te verwerken.

Ik heb me heel lang geschaamd over wat mij overkomen is in Leiden. Ik vond het dom van mezelf dat ik niet aan de andere kant van de straat was gaan lopen toen ik die jongens zag staan. Ik vond mezelf naïef om zo vol in het gevaar te trappen. Bovendien nam ik het mezelf ook kwalijk dat ik niet de minste poging had ondernomen om mezelf te verweren. Ik had niet geschopt toen ik in bedwang werd gehouden, ik had niet eens geprobeerd om mijn keel open te zetten. Verstijfd van angst had ik hun handen op mijn lijf ondergaan (en daarom toegestemd?). Ik had dit kunnen voorkomen als ik oplettender was geweest en als ik actie had ondernomen, die gedachte bleef jarenlang sluimeren. Het heeft echt heel lang geduurd (zeg maar een jaar of 10) tot ik besefte dat ik geen enkele schuld droeg. Toch bleef er nog steeds een zweem van schaamte hangen rond die gebeurtenis. Ik wilde namelijk niet dat anderen mij als een slachtoffer zouden zien. Ik wilde ook niet de sterke vrouw zijn met het zielige verhaal. Ik wilde geen medelijden om wat mij overkomen was of complimenten om hoe ik daarmee omging. Het leek daarom gemakkelijker om het er gewoon niet meer over te hebben. Ik was “het” te boven, “het” leek niet meer relevant. Waarom zou ik “het” delen?

In mijn hoofd distantieerde ik me van de 19-jarige Joke. Zij was een slachtoffer. Zij had iets ergs meegemaakt. Ik besef nu dat zij net zo goed nog een deel van mezelf is, net zoals het kind dat treurde om Free Willy. Het verdriet van toen heeft een plaats gekregen, maar ik heb nog steeds af en toe verdriet om het verdriet van toen. Om de Joke die iets vreselijks overkomen is. Om de impact die dat voorval gehad heeft op mijn leven als prille twintiger en dat van mijn familie. Op de relationele keuzes die ik nadien maakte. En ja, mijn trauma heeft sporen nagelaten. Ik leerde mezelf aan om continu in een staat van paraatheid te verkeren. Mijn veiligheidsgevoel is uitgerust met een hypersensitieve sensor die begint te knipperen als ik ergens te gerust in ben of als ik naïef gelukkig ben. Door alert te zijn, constant op scherp te staan, zou ik het gevaar detecteren dat zich in elk hoekje kan verschuilen. Een negatieve denkoefening in “Wat Als” om me te wapenen tegen de boze buitenwereld. Het geeft mij het valse gevoel van controle over de situatie. Ik kan dit mechanisme inmiddels bij mezelf herkennen en benoemen, wat helpt om ermee om te gaan. Je kan niet voorbereid zijn op alles. Je kan geen geweld voorkomen door er steeds rekening mee te houden. Als je een eigen leven wil leiden moet je de onvoorspelbaarheid erbij nemen.

Dat ik nu al enkele jaren alleen woon heeft er ook toe bijgedragen dat ik harder geconfronteerd word met mezelf, in positieve en negatieve zin. Meestal heb ik het reuzegezellig met mezelf. Ik kan mezelf echt heel goed vermaken met al mijn projecten. Ik ben best graag alleen. Ik voel me niet eenzaam omdat ik veel liefde en verbinding om me heen heb, maar ik kan verdorie ook zo bikkelhard zijn voor mezelf. Voor mijn lijf ken ik dan geen genade. De enige weg is die vooruit. Sporten wordt een beetje vluchten. Ook dat is een strategie om me te wapenen in het leven. Door uit elke dag het maximale te persen, heel hard te gaan in het positieve en de lat zo hoog te leggen dat ik ze eigenlijk niet meer zie. Tot zowel mijn hoofd als lijf op een bepaald moment genoeg hebben van die hectiek. Dan trek ik me terug in de veilige cocon van mijn huis om weer voeling te krijgen met mezelf. Als ik de dag dan begin met te lezen, lijkt de wereld niet verder te reiken dan de warmte van mijn bed, het uitzicht op de bomen en het verhaal van mijn boek.

Gelukkig is er ook een heel zonnige kant aan dit verhaal. Ik heb dus echt geen schrik in het donker. Ik geloof godzijdank nog steeds in het goede van de mens en sta noch cynisch noch rancuneus in het leven. Ik wens dus niet dat de nooit gevonden daders opgeknoopt worden, dan wel wegrotten in een kerker. Zij worden namelijk levenslang met een veel pijnlijkere waarheid geconfronteerd: ze weten waar mensen toe in staat zijn. Ik daarentegen ben doorgaans goedgemutst en positief ingesteld. Ik barst van de energie. Ik ben een expert in plantrekkerij en zelfredzaamheid. Ook de eenzame lockdownperiodes kwam ik heel goed door in mijn uppie. Ik heb lang een leven geleid waarin ik bescherming zocht bij iemand, waarin ik mezelf wegcijferde omdat ik bang was om mezelf tegen te komen. Pas toen ik helemaal op mezelf was aangewezen, besefte ik dat er een enorme kracht naar bovenkwam als ik die kwetsbaarheid gewoon liet bestaan. Door die te omarmen als een deel van wie ik ben, slaag ik erin om een rijk leven te leiden, met pieken en dalen. Ik durf te kiezen voor mijn eigen geluk, ook al is dat niet de gemakkelijkste weg. Hoe akelig ik het soms ook vind, ik woon wel alleen in een mooi en groot huis dat mij gelukkig maakt.

Als ik een conclusie moet distilleren uit mijn verhaal dan is het dat ik liever vol in het leven sta met de blutsen en builen die het mij sowieso oplevert dan dat het uitgevlakt passeert. We dragen allemaal een rugzak met gevoeligheden en onzekerheden. We zijn allemaal soms bang. Zoals je zorg moet dragen voor je lijf omdat je er maar één hebt, zo moet je dat ook doen voor je hoofd. Door het dagelijks te ventileren, door je te omringen met mensen waar je iets aan hebt en door professionele hulp in te schakelen als je daar ook maar de kleinste behoefte aan hebt. En voor iedereen die op de één of andere manier geconfronteerd wordt met seksueel grensoverschrijdend gedrag: roep de schaamte een halt toe, praat erover met wie jij wil, maar hou het niet voor jezelf. Mocht je er nog aan twijfelen, al bij al ben ik echt een tevreden mens. Zo zwaar kak als ik het leven soms vind, zo intens kan ik er ook van genieten. Ik zou het niet anders willen.

Marathonpraat – Road to Rotterdam #2

Er was hier een losse draad blijven liggen. Af en toe struikelde ik erover en legde ik hem zorgvuldig opgerold weer weg in een lade met souvenirs van lang vervlogen tijden. Toen er nog marathons gelopen werden. In maart 2020 liep ik op een zondag koppig 30 kilometer als stil protest tegen een marathonluwe periode waarvan ik nog niet besefte hoe lang ze zou aanhouden. Er was een lockdown afgekondigd. Dat klonk als een donderwolk die ons boven het hoofd hing: pittig, intens en afschrikwekkend, maar ook weer snel voorbij. Niet dus. De marathon van Rotterdam werd eerst nog optimistisch verplaatst naar het najaar van 2020 om uiteindelijk te stranden in oktober 2021. Tot een paar weken geleden leek ook dat me niet realistisch. Met mijn sceptische houding wilde ik mezelf behoeden voor een zoveelste jammer, maar helaas. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, gaf echter groen licht voor de organisatie van #demooiste op zondag 24 oktober 2021. Zonder ongelukken sta ik over 20 dagen dus echt aan de start van mijn 13e marathon.

In augustus legde ik veel kwalitatieve loop- en fietskilometers af. Niet eens heel specifiek met die marathon voor ogen, wel omdat ik mezelf weer terugvond in de trainingsprikkels en wie weet wat dat najaar dan zou brengen. Ik liep duurlopen alsof het niks was en, nog belangrijker, ik genoot heel erg van die kilometers en de doorstart van mijn sportieve carrière. Ik bleek ook plots een pak rapper te lopen. Mijn toptijd op de 20 kilometer van Brussel was een eerste bekroning van die verrassende topvorm. Ik kan dus niet anders dan concluderen dat de Joke 13.0 er helemaal klaar voor is. De 13e versie van mezelf ja, want met elke marathon lijkt het toch alsof ik mezelf weer wat moet heruitvinden. 13 is trouwens mijn geluksgetal (wat moet je anders als je geboren wordt op een vrijdag de 13e?). Er hangt dus iets in de lucht.

Anderhalf jaar geleden wilde ik in Rotterdam simpelweg een goede marathon lopen. Over een tijd sprak ik me niet uit, voorzichtig als ik ben. Dat is nu anders. Ik ga over drie weken voor een PR op de marathon. Punt. Van Seppe leerde ik dat je je ambities beter kan uitspreken. Omdat je niet beter presteert door ze voor jezelf te houden en als het dan tegenzit, weet je omgeving ook dat ze hun peptalk zullen mogen bovenhalen. Mijn huidige PR dateert van april 2017. In Parijs had ik toen 3 uur, 21 minuten en 23 seconden nodig om over de finishlijn te lopen. Mijn gemiddelde snelheid bedroeg 4’45” per kilometer (12,5 km/u). Ook in oktober 2016 (Brussel) en april 2019 (Parijs) liep ik marathons met dat gemiddelde, alleen telden die net wat meer meters. Met mijn huidige vormpeil zou ik onder die 3u21 moeten kunnen duiken. Heel tegenstrijdig, want terwijl ik dit typ geloof ik zelf amper dat sub 3u15 een realistische ambitie is. Naast mijn vastberadenheid leeft namelijk een grote onzekerheid. Ik barst van de twijfels. Het zat niet in mijn planning om een verbetering van dat PR ooit nog als keihard doel te stellen. Ik wilde tevreden zijn met wat ik heb en heb gehad, me niet blindstaren op wat zou kunnen zijn. En misschien zou ik dan op een dag, als alles in de juiste plooit valt, nog een paar minuten van die tijd kunnen afpitsen. Omdat ik weinig ervaring heb met de tempo’s die ik nu loop lijkt mijn basis minder solide. Het voelt alsof ik iets nieuws moet gaan verankeren, alsof ik terug een eerste marathon ga lopen. Spanning troef dus.

FGDA5532

[Leeswaarschuwing: in deze alinea gebruik ik heel vaak het woord “regen”.] Om de losse draad écht op te pikken liep ik, inmiddels traditiegetrouw, mijn 30 kilometer van bij Roos in Rotselaar naar Marike in Voortkapel. Ik hoop dat er dagen zijn dat het best leuk is om mijn zus te zijn. Ik weet dat er ook dagen zijn dat de mantel der zussenliefde maar beter uit hoogwaardig regenbestendig materiaal vervaardigd kan zijn. Gisteren was zo’n dag. Wat een ellendig regenweer was me dat zeg! Een eerste dosis regen kreeg ik toegediend op de fiets onderweg naar Roos. Ik trok een loopoutfit aan en Roos wapende zich voor de strijd met regenponcho, regenjas, regenlaarzen en regenbroek om mij uiteindelijk 2 uur en 19 minuten lang op de fiets door de gietende regen te vergezellen. Van lopen in de regen word je doorweekt en dat is het dan. Fietsen in de regen daarentegen, dat is dubbele ellende. Bij deze dus nogmaals: dank je wel, lieve sisjes, voor het gezelschap onderweg en de warme ontvangst nadien. Ik had drie goede redenen om mezelf door de regen te jagen en mijn zussen in dat plan te betrekken. 1) Je kan maar beter af en toe trainen in lastige omstandigheden 2) Ik kon die 30 kilometer niet op een ander moment afhaspelen en 3) Je kan ook zo’n miserabel weer hebben bij je marathon. Ik hoop wel oprecht dat #demooiste droger weer in petto heeft. Rotterdam, here we come! 

Het moment – Ondertussen in de klas

Om er maar eens een cliché tegenaan te gooien: de 30 dagen van de eerste schoolmaand vlogen voorbij. September maakte haar naam als overgangsmaand helemaal waar. Van heerlijke nazomer naar het klamme herfstgevoel, van alles weer opstarten tot draaien als een goed geroteerde machine. Veel sportieve hoogtepunten vielen er ook te noteren. Mijn fietskilometers over de steenweg reken ik daar ook bij (893 kilometer om precies te zijn). Een dieptepunt was dan weer de aankondiging dat er 100 miljoen euro bespaard zal worden in het onderwijs. Honderd miljoen? Het zal me benieuwen waar ze die gaan vinden. Ik focus me maar op wat er in de klas gebeurt: dagelijks verwonder ik me over wat mijn leerlingen zeggen en denken. Over mijn vak, maar net zo goed wat tussen de regels door loopt. Hier volgt een kleine greep uit de klaspraktijk van september.

  • Bij een quiz over de actualiteit van de zomer zocht ik de naam van orkaan Ida. Een lastige vraag, zo bleek. Twee jongens waren op zoek naar een afschrikwekkende naam en die vonden ze in Bert.
    Ik: Bert, dat klinkt toch als één en al gezelligheid?
    Zij: Allez mevrouw, Bert komt eraan: daar krijg je toch schrik van?
  • Eveneens in de categorie “creatief met namen”: onze school heet Atheneum De Ring. Laten we eerlijk zijn: dat is een saaie naam, zoals bijna alle scholen. Volgens enkele leerlingen waren De Mengelmoes, Het Miseriekot en De Betonblok meer dan waardige alternatieven. Ik geef Nederlands in De Betonblok. Hoe cool zou dat zijn?
  • Ik vond dat ik al behoorlijk mee was met mijn tijd door af en toe het woord “vibe” te gebruiken, buiten de schoolmuren dan. Bijvoorbeeld: ik voel hier echt wel die Parijs-vibe. Leerlingen gebruiken “viben” echter vaker als werkwoord, als in: wij viben heel goed met elkaar. Voor mij is dat nog een brug te ver.
  • Op mijn verjaardag waren er ook twee leerlingen jarig. Enige pijnpunt: ik werd 36, zij 16. Enige troost: ik moest me echt niet oud voelen. Mevrouw, 36 dat is nog zoooo jong! Onze ouders, die zijn pas oud, die zijn in de 40!
  • Als ik het heb over spelling van de werkwoorden lijken mijn leerlingen het telkens weer te horen donderen in Keulen. De prijs voor creatiefste vervoeging gaat naar “spold” als verleden tijd van “spelden”. In de voorbeeldzin was het overigens een broeksnaad die iemand speldde. Twee keer kreeg ik de vraag wat een broeksnaad was. Ook de werkwoorden behoeden, gonzen en dulden waren veelal ongekend.
  • Ik beschouw het maar als een compliment wanneer leerlingen op een maandagnamiddag uitroepen: Wow zeg, we hebben echt nog iets geleerd vandaag!
  • Na de wereldkampioenentitel van mijn broer moest ik het natuurlijk hebben over duatlon. Daaruit bleek dat Seppe bekender is als podcastmaker dan als atleet. Maar liefst drie leerlingen kwamen me nadien vertellen dat hun papa een trouwe volger was van De Jogclub podcast.
  • In de categorie “ludiek antwoorden” gaat de prijs naar de beschrijving van het woord “hokjesdenker”: iemand die in het pashokje te lang nadenkt over zijn outfit.
  • Afgelopen maandag begon ik al mijn lessen met de voor de hand liggende vraag: “Hebben jullie ook zo intens genoten van het WK wielrennen?”. Een te enthousiaste vraag voor een maandag. Ik zag veel meewarige blikken, maar toch ook wel wat oogjes fonkelen. Het bleken vaker meisjes dan jongens te zijn die de WK-gekte in Leuven hadden gevolgd. Of die durfden daar misschien gewoon openlijk voor uitkomen. Nochtans had ik écht mijn best gedaan om hen duidelijk te maken dat dit once in a lifetime zou zijn. Er komt een dag dat ze beseffen dat ik gelijk had.

IMG_6341b

Duatlonspecial – Seppe de wereldkampioen

Hij deed het weer. Seppe werd wereldkampioen duatlon op de lange afstand. In 6 uur en 6 minuten liep hij 10 kilometer, fietste hij er 150 om dan nog eens 30 kilometer te lopen. Het Zwitserse Zofingen stond traditiegetrouw garant voor een pittig parcours, berg op en af dus en dat allemaal tegen een donkere lucht, in de regen en de kou. Echt takkeweer! Niet dat hij die zware omstandigheden nodig had om de wedstrijd te domineren. He looks so powerful! He completely destroyed this course! om het met de woorden van de commentator te zeggen. En ook he’s such a nice guy, misschien wel het belangrijkste.

Ik ben altijd trots op mijn broer, altijd fier om zus van te zijn, maar deze week loop ik er triomfantelijk bij. Omdat ik besef wat het vergt om wereldkampioen te worden. Tonnen toewijding, trainingsarbeid en focus. Elke dag weer. Jaar in jaar uit. Onze brobro is wereldkampioen. Dat is toch niet normaal?!

BUIO8312b
Roos en mama, de vrolijke wandelaars, gooien daags voor de wedstrijd de benen los in de Zwitserse bergen.

 

RWRB9379b
Vik Odeyn was vooral onder de indruk van de cheerleaders. Zij vielen ook als een blok voor hem.

 

NGOQ3201
Het Herentse ontvangstcomité

Loperspraat – Ons loopfeest in Brussel

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. Roos werd 29 en dat kon gevierd worden tijdens hét feest der feesten: de 20 kilometer van Brussel, uitzonderlijk in najaarseditie. Bovendien was het uitstekend loopweer (een herfstzonnetje is altijd goed) en hadden we voor het eerst assistentie van Niko, onze persoonlijke zakkendrager, een rol die hij met verve vervulde. Na anderhalf jaar zonder sportevenementen kon ik niet geloven dat dit mega-feest echt zou doorgaan. Ik stapte achterdochtig op de trein in Tienen, kreeg gezelschap van Roos en Niko in Leuven en zelfs toen we door de Wetstraat richting Jubelpark wandelden, kon ik amper geloven dat het zou zijn zoals het ooit was.

IMG_6285b
De zakkendrager, de jarige en de vlag

Het was dus wel degelijk echt. Er was een startvak, er waren duizenden lopers, er was muziek en de triomfboog van Jubelpark (Jubeltje) straalde als nooit tevoren. Er waren ook stinkende dixi’s en sigarettenpeuken op de grond. Dit was echt Brussel. Ik zei het al vaker, maar de 20 van Brussel is voor ons een symbolische wedstrijd omdat daar in mei 2014 heel die loopgekte van ons ontstond. Daar stonden Roos en ik – voor echt – in dat startvak. Kriebels in de buik, ja zeg, dit was wel heel speciaal, enthousiast geklap van medelopers, zenuwachtig naar voren drummen als de kanonskogels van het startschot weerklinken, elkaar nog eens gezusterlijk in de schouder knijpen en succes wensen. En dan gewoon gaan en lopen. Snel lopen en me dan ook meteen ergeren aan de massa, aan de opstoppingen, mensen die tegen je aan botsen en halsbrekende toeren uithalen om je voor te schieten of juist in slow motion tussen de snelle lopers joggen. Jawel, ook dit was deel van het evenement.

Op voorhand vond ik het lastig om mijn verwachtingen uit te spreken. Sinds een maand loop ik sneller dan ooit. Mijn recente podiumplaatsen op de stratenlopen zullen niet in de geschiedenisboeken gebeiteld staan, ze tonen wel aan dat ik progressie maakte. Een stap voorwaarts die eerlijk gezegd uit de lucht komt vallen en me daarom ook wat ongemakkelijk maakt. In 2019 liepen Roos en ik onze 20 kilometer van Brussel samen: Roos met loden benen van de stratenloop in Wijgmaal daags voordien, ik frisser dan ooit 36 uur na een spoedopname in het ziekenhuis met longembolen en bloedverdunners in m’n lijf. Met 1u37 verbeterden we toen het PR van Roos. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ze die tijd nu ook op eigen houtje aan diggelen zou lopen (spoiler: dat deed ze ook). Mijn snelste 20 in Brussel liet ik optekenen in 2016 toen ik 1u31 uit mijn benen kon schudden. Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik daar nog veel af zou kunnen doen. Enfin, ik zou het dus wel zien.

IMG_6291b

Ik vertrok hard en ik bleef ook hard gaan. Aan mijn pols zag ik getallen verschijnen waar ik nooit eerder mee moest rekenen. Getallen die heel dicht tegen de 4’00” aanleunden. Ik begon aan één grote inhaalrace vanuit startvak 2. Als een speer vloog ik omhoog richting Justitiepaleis, flitste ik door drie tunnels en door Ter Kamerenbos. Wat was dit zeg? Het ging allemaal zo moeiteloos. Brussel was vlakker dan ooit. Voor hoogtemeters leek ik immuun te zijn. Ik liep aan een waanzinnig snel tempo, maar als ik écht goed ben, zeggen die getallen me juist weinig. Tijd en afstand zijn dan fluïde begrippen die ik wel waarneem, maar niet registreer. Ik keek vooral uit naar mijn favoriete stuk na Ter Kamerenbos: door Vorst, langs de tramlijn richting Hermann Debroux, waar ook dit jaar heel veel enthousiaste supporters stonden die zich al eens een allez madame! lieten ontvallen. Daar kwam het besef dat ik onder dat anderhalf uur zou duiken. Alleen zou ik het pas echt geloven als ik het zag. Toen ik de bocht richting Tervuerenlaan maakte, werd ik nog eens extra geprikkeld toen een opdringerige loper in mijn nek zat te hijgen. Covidsafe-ticket of niet, daar had ik dus echt geen zin in. Ik zigzagde wat, versnelde nog eens en dan huppakee, de beklimming van de Tervuerenlaan. Met de triomfboog in zicht bleef ik een strak tempo lopen. Ik verplichtte mezelf er nog eens bewust van te genieten. Dit was écht een groot loopevenement.

En toen kwam ik aan. Ik liep de 20 km van Brussel in 1u23! Huh?! Ik voelde me nog zo fris en had er gerust nog wat kilometers aan willen plakken. De cijfers logen er niet om. Mijn geliefde PR op de 1 kilometer was gesneuveld, ook dat op de 5 kilometer (onder de 20 minuten) én de 10 kilometer. Hoe dan?! Ook jarige Roos was in de winnig mood en liep met 1u32 een huis van een nieuw PR. Sterk werk! Toch was ik na mijn finish niet echt euforisch, eerder van mijn melk. Zo zelfverzekerd als ik was tijdens de race, zo onzeker werd ik van die absurde eindtijd. Hoe was dit gebeurd? Als ik dit kon, waar mag ik dan de lat leggen voor de komende sportieve uitdagingen? Was dit toch niet gewoon één lucky shot, één opperste geluksdag waarbij ik over magische krachten beschikte? Stress, druk en verwachtingen staken in alle hevigheid de kop op. Zeker toen ik nadien mijn ranking in het eindklassement zag. Roos werd knap 79e vrouw, ikzelf 22e op een totaal van 19.000 deelnemers. Nog steeds kan ik dat niet vatten.

IMG_6301b

Dat het dus een feestdag was, die zondag de 12e september. ’s Avonds vierden we de jarige (en mijn laatste dag als 35-jarige) en werd er uitgebreid nagekaart. We hadden Niko wel gewaarschuwd: over de 20 kilometer van Brussel zouden we niet meteen uitgepraat zijn. Elk element van de beleving moest gedeeld worden, de meest memorabele momenten zelfs tot in den treure herverteld. Niko had zich gelukkig prima vermaakt in het Jubelpark. Gek genoeg konden we hem, ondanks ons enthousiasme, er niet van overtuigen dat de 20 van Brussel echt wel een heel mooi doel is om naartoe te werken. Afspraak in Brussel op 22 mei 2022?

Het moment – Happy birthday to Roos!

Beste Roos
Liefste sisje

Op zondag 12 september 1992 kreeg ik nog een zusje, keurig een dag te vroeg afgeleverd voor mijn 7e verjaardag. Jij bent het beste verjaardagscadeau dat ik ooit kreeg. De roze kers op de taart die ons gezin compleet maakte, een sociaal en vrolijk kind dat zich altijd aanpaste aan het spel en het plan. Een plantrekker die als jongste van vier vooral ook haar eigen ding deed.

7 jaar geleden was ik dus 29. We hadden een plan: een eerste vakantie samen, naar Parijs dan nog wel. Nadien zouden we naar Londen gaan. En daarna naar New York voor mijn 30e verjaardag. We kwamen dus nooit verder dan Parijs. We ontdekten dat Den Haag ons Parijs in Nederland is en Brussel dan weer Parijs in België. We ontdekten samen de marathon en dat alles daar voor ons in samenkomt. Als wij samen zijn is het altijd goed. Ook als we ergens onder een afdak in de regen staan te wachten.

Wij zijn communicerende vaten. Altijd met elkaar verbonden. Altijd met elkaar in interactie. We inspireren en stimuleren elkaar, op het vermoeiende af voor onze omgeving. Hoe ouder we worden, hoe verder we van elkaar wonen, hoe harder het gemis kan toeslaan. Bewust: dan stuur ik een bericht IK MIS JE!!! Onbewust: dan zie ik je en besef ik dat mijn gelukscurve meteen exponentieel stijgt. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik jou moest beschermen. Dat ik je onder m’n hoede moest nemen en wijze lessen zou leren over het leven. Tot ik dus 30 werd, mijn leven wat op z’n kop stond en jij samen met Marike over mij ging zussen. Ik leer elke dag van jullie.

Het was niet gemakkelijk om een min of meer recente foto van jou te vinden die geschikt was voor publicatie. We waren het afgelopen jaar te weinig samen op pad naar god-weet-waar. Wel stuurden we elkaar opvallend veel foto’s van bezwete kleding (kijk eens hoe hard ik heb gezweet), van drogend wasgoed (kijk eens hoeveel wasjes ik heb gedaan), van onze oorlellen, voeten of afgepeigerde gezichten op vrijdagavond als we elk in onze eigen zetel voor dood liggen. Om maar te zeggen: er is weinig niet bespreekbaar tussen ons. Het is nooit echt stil.

Vandaag vieren we in stijl. Door 20 kilometer te lopen. In Brussel. ’s Avonds klinken we en eten we taart. Wat een feest! Wat een zus! Happy birthday, kleinste grootste zus van mij. Tina heeft gelijk. You’re the best. You’re simply the best!

Joke
x

AXIB8224