Het gerief – Ik ga 100 km lopen en neem mee

Yes yes, morgen is het zover! Hans en ik beginnen dan aan ons mega trailavontuur in Bouillon. 101 kilometer met 3314 hoogtemeters staan er op het menu. Om 3 uur (!) beginnen we eraan. We zijn gepakt en gezakt, klaar om eraan te beginnen, al klinkt het op dit moment nog heel onwezenlijk. Aan onze voorbereiding zal het niet liggen. In mei liepen we heel veel kilometertjes zij aan zij, waaronder ook een paar mooie trails in de Ardennen. We hadden dus de kans om wat eten en gerief uit te testen. Zo leerde ik van Hans dat er eigenlijk een soort van vuilniszakje in je trailvest hangt. Heel handig! Dan is de vraag van vandaag: wat neemt een mens zoal mee als ze 100 kilometer gaat lopen?

De organisatie legt een lijst op van verplicht materiaal dat elke deelnemer moet meenemen. Daar zitten spullen bij voor in geval van nood, een scenario waar je liever niet aan denkt, maar toch rekening mee moet houden: een overlevingsdeken (zo’n thermisch blinkend geval), een fluitje (hangt standaard aan elke trailvest) en elastische tape (kinesiotape). Elke loper moet bovendien een telefoon en identiteitskaart bij zich hebben. Aangezien we ’s nachts vertrekken, is ook een hoofdlamp verplicht en allesbehalve een overbodige luxe. Tot slot moet je een eigen beker bij je hebben (om te drinken aan de bevoorradingsposten), een waterreserve van 1 liter (wat niet heel veel is gezien het warme weer) en een voedselreserve (die niet verder gespecificeerd wordt).

Mijn trailvest is nog steeds de Advanced Skin 5 van Salomon. Ik kocht die in 2022 voor mijn eerste 70 kilometer in Houffalize. Een absolute aanrader! 5 liter opbergruimte is behoorlijk wat en meer dan genoeg als je geen extra kleding meeneemt. De meeste plaats wordt ingenomen door 4 soft flasks, in totaal 2 liter water. Twee flesjes zitten vooraan, de andere twee zijn extra’s op de rug. Ik drink liefst van al gewoon puur water. Misschien zwicht ik op de bevoorrading ook eens voor een colaatje. Naast drinken herberg je ook een hoeveelheid voeding. Tijdens de trainingen bleken de ISO gels van 6D met appel- en ananassmaak mij goed te bevallen, net zoals de sportrepen van 6D. De bloks (een soort snoepjes) van Clif mogen zeker ook niet ontbreken. Qua voeding reken ik verder op het buffet van de bevoorradingsposten. Voor mij is er geen trail zonder TUC. Heerlijk om het mondgevoel te neutraliseren en ook wat zouten binnen te krijgen. Een stukje peperkoek en wat rijsttaart schuif ik doorgaans ook vlot naar binnen. Mag zeker niet ontbreken “voor het geval dat”: zakdoekjes (de noodzakelijke sanitaire stop), insectenspray (er vliegt en springt daar wel wat rond), ontsmettingsspray (toch wel zo proper na een valpartij) en wat basis medicatie (pijnstiller en allergiepilletje).

We zullen onderweg 8 bevoorradingsposten passeren. Dat is mooi! Na 55 kilometer ligt op post nr. 4 onze drop bag, een tas met wat extra persoonlijke spullen die de organisatie daar voor je klaarzet. Hans heeft met zijn 100 mijlers al drop bag ervaring, voor mij is dit een primeur. Er gaan sowieso een paar schoenen en wat extra kleding in. Niet dat ik van plan ben om iets te wisselen, maar je weet maar nooit. Een fris washandje lijkt me wel lekker, net zoals iets boterham-achtig om te eten. We zijn van plan om ons daar van een goeie laag zonnecrème te voorzien – voor wat dat waard is met al dat gezweet. Uiteraard is het ook een kans om de voorraad gels en repen in je vest aan te vullen. Voor alle duidelijkheid: ik ben niet van plan om alles wat op de foto staat weg te stouwen. Ik heb niet heel veel brandstof nodig om te blijven gaan.

Hoewel ik het gedoe met gerief aanvankelijk veel gedoe vond bij trails, ben ik er nu van gaan houden. Het is het ultieme padvindersgevoel: vestje op, spulletjes mee en gaan! Denken jullie ergens in de loop van de dag eens aan ons?

Het boek – Een stukje vervlogen tienertijd

Aidan Chambers is niet meer. De Britse jeugdauteur overleed op 11 mei. Wellicht geen naam die klinkt als een klok of misschien doet ie maar een klein belletje rinkelen. Daarom een spoedcursus Aidan Chambers in 5 trefwoorden: Je moet dansen op mijn graf – leesbevordering – opgroeipijnen – Bart Moeyaert – Dance-cyclus.

Ergens aan het begin van de nillies las ik als 16-jarige Je moet dansen op mijn graf omdat het één van de favoriete en allesbepalende boeken van mijn grote held Bart Moeyaert was. Ik werd diep geraakt. Dit verhaal was zo anders dan de andere jeugdboeken die ik las. De personages waren echter en ook hun worstelingen voelden dichterbij. Zo mogelijk nog meer omver geblazen was ik van De tolbrug. Een prachtig boek over de pijn die opgroeien heet en de drijvende motor die vriendschap is. Ik wist niet dat boeken mij op die manier konden beroeren.

Toen ik veel later als leerkracht Nederlands voor de klas stond, was Aidan Chambers vaste prik op mijn leeslijst. Vrije keuze weliswaar, want dat is één van de dingen waar hij zelf op hamerde als stem in het debat rond leesbevordering: het leesplezier moet zegevieren bij jongeren. Laat ze zelf ontdekken wat hen ligt en wat niet. Er zijn wel wat paralellen tussen het werk van Aidan Chambers en Bart Moeyaert. Dat ze verschillende generaties vertolken is dan ook amper te merken. De jonge Bart mocht ooit de grote Aidan interviewen en daar werd het zaadje geplant voor een hechte vriendschapsband. Aidan Chambers was geen veelschrijver. Zijn Dance-cyclus bestaat uit 6 romans die niet op elkaar voortbouwen, maar elk een verhaal over opgroeien vertellen.

Ik kan het verhaal van De tolbrug niet meer reconstrueren. Ik kan me wel nog levendig herinneren hoe ik in dat boek verzonken was, hoe het me opzoog en in de ban hield. Op het eerste zicht had ik misschien niet heel veel raakvlakken met hoofdpersonage Jany, een 17-jarige jongen die bewust de eenzaamheid opzoekt door als tolheffer op een verlaten tolbrug te gaan werken. Duchtig op zoek naar zichzelf. Inmiddels ben ik dik twee leesdecennia verder. Vrijwillige isolatie, eenzaamheid en onbegrip zijn thema’s die me al vaak hebben geraakt in de literatuur. De 39-jarige Joke wilde dus plots heel erg graag een exemplaar van De tolbrug hebben, liefst de editie die ik destijds zelf in mijn tienerhanden hield. Na wat tweedehands speurwerk viel mijn exemplaar in de bus. En of het een blij weerzien was! Het boek verscheen in Nederlandse vertaling in 1993, maar voelt nog verrassend eigentijds aan. Ik zocht en vond een passage die ik destijds indrukwekkend mooi vond. Zo mooi dat ik ze overschreef en in mijn archief bewaarde:

Misschien is de fout dat we over dagen denken in termen van kloktijd, een vaste, mechanische eenheid, terwijl tijd dat misschien helemaal niet is. We pretenderen alleen graag dat het wel zo is, omdat we dan het gevoel hebben dat we de tijd kunnen beheersen. Terwijl er waarschijnlijk helemaal niets valt te beheersen. Wat we doen is verschillende soorten woorden door elkaar halen. Je kunt lengte meten. Je kunt de tijd niet echt goed meten. Hoe meet je het verleden of de toekomst? En het heden heeft helemaal geen lengte, dat is simpelweg Nu. Als we ‘nu’ proberen te meten, dan komen we tot de ontdekking dat het altijd voorbij is, deel geworden is van het verleden. Als we er geen meetwoorden voor zouden gebruiken, zouden we niet zo met onze handen in het haar zitten over wat Tijd is.

Eigenlijk is het heel dapper om jeugdauteur te zijn. In mijn gelezen tweedehands exemplaar van De tolbrug is hier en daar wat gekribbeld, zoals je kan verwachten als iets door tienerhanden is gegaan. Helaas bleek de leeservaring voor de tiener in kwestie niet bijster positief uit te draaien. Op het allerlaatste blad werd naast het paginanummer 256 onverbiddelijk geschreven: Waren er 256 te veel. Au. Ik denk (en mogelijk is dat ijdele hoop, maar je moet altijd geloven in de jeugd) dat deze tiener heel stiekem toch nog eens zal terugdenken aan die 256 pagina’s. Vooral omdat de laatste zin zo ongelooflijk mooi en veelzeggend is: “Ik denk het wel. Jij hebt ook een verhaal te vertellen. Net als iedereen.”

Loperspraat – De trailloper in mei

De trailloper in mij, er valt wel wat over te zeggen. 8 jaar geleden liep ik mijn eerste trail. Hoewel, 25 kilometer in een modderig en winters Meerdaalwoud: dat kan je nog een uit de kluiten gewassen bosloop noemen. In juli 2017 stond ik voor het eerst aan de start van een ultra in de Ardennen. 49 kilometer! Samen met mijn papa begon ik eraan. Zwaar onder de indruk bereikten we allebei de finish, want in de Ardennen daar loop je 3D bergen op en beleef je een bos- en berggevoel voor gevorderden. Ik had het al vaker over die genese van mezelf als trailloper. Aan sympathie voor de trailsport was er nooit een gebrek, aan vertrouwen in mijn eigen kunnen buiten het geasfalteerde pad wel. Al voor ik Hans kende, was die droom er om ooit eens 100 kilometer aan te tikken. Et voilà, daar was dus plots het concrete plan om op 14 juni in Bouillon samen 102 kilometer te lopen tijdens de Trail Godefroy. Na 2 rustigere weken in april met een focus op herstel, was mei onze onvervalste trailmaand. Ik overschreed deze maand de kaap van de 400 loopkilometers (een record!). De trailloper in mij, ze bestaat wel degelijk.

Op 1 mei vlogen we meteen stevig in de trainingsarbeid. In het Park van Tervuren en het Zoniënwoud liepen we onze toer van 25 kilometer: een gevarieerde lus die het ideale opstapje naar het echt trailwerk vormt. Een pittige binnenkomer was het zeker. Toen we ergens halverwege pauzeerden om iets te eten, stelden we allebei vast dat die marathon ons nog in het lijf zat. Lichtjes gedehydrateerd liepen we binnen. Een zware training is een nuttige training. We hadden nog tijd genoeg om helemaal in het goede gevoel te groeien. Een paar dagen later liepen we een prachtige 20 kilometer in de omgeving van Houwaart en Tielt-Winge. We haalden herinneringen op aan ruim een jaar geleden toen we hier in de sneeuw tussen de wijnranken liepen. Voor mij was het ook de omgeving waar ik Katja leerde kennen tijdens de Houwaartse Wijnjogging. Een afsluitend lusje liepen we in het Troostembergbos, echt de moeite! Met 267 hoogtemeters in de benen kwam nu ook het goede gevoel om de hoek kijken.

Op 10 mei trokken we naar Bierbeek voor een rondje door het Mollendaalbos en het Meerdaalwoud. Het waren 19 kilometers die niet zonder slag of stoot verliepen. Hans kreeg na een kilometer of 8 veel last van zijn kuit, in die mate dat lopen heel pijnlijk was. Rustig aan vervolmaakten we onze tocht. De schrik zat er in dat er meer aan de hand was. Gelukkig bleek de weerbarstige kuit zondagochtend heel wat soepeler te zijn en waagden we het erop om naar de Voerstreek te trekken voor een lange duurloop. Met 24 graden was het aan de warme kant. We liepen uiteindelijk twee lussen met een tussentijdse bevoorrading aan de auto: in totaal 31 kilometer met 760 hoogtemeters. Wat een ongelooflijk mooie omgeving is Voeren toch! In de stijl van The Sound of Music liepen we over grasvelden (de edelweissjes waren vervangen door boterbloemen). Berg op en af uiteraard, maar de omgeving was zo gevarieerd dat we helemaal in het moment zaten. Schril contrast met de rustgevende omgeving: een familiewandeling die ontaard was in een familieruzie. Roepende broers met aanhang en ouders die de boel proberen te sussen, dat was althans mijn interpretatie van de feiten. De kuit van Hans hield het. Helemaal heppie en opgeladen reden we dus terug naar huis.

Heverleebos mocht natuurlijk niet op het trail-appel ontbreken. 17 mei liepen we daar een leuk rondje van een kleine 15 kilometer. Een fijn weerzien met het bos waar ik vroeger elke tak kende. De kuit van Hans speelde wat op en ik keerde huiswaarts met een allergische reactie aan mijn oog. Daags nadien zouden we nog meer blikschade oplopen. Er stond namelijk een eerste trail in de Ardennen gepland, meer bepaald in Aywaille. Het nadeel van Tienen is dat je niet in een bosrijke omgeving woont. Het voordeel is dat Tienen de poort naar de Ardennen is. Hans had een uitdagende route uitgestippeld: 34 kilometer met 1400 hoogtemeters. Pijn zou dat hoe dan ook doen. Zoals steeds, ging de start meteen heel pittig omhoog. Na amper 1,5 kilometer liep Hans tegen een overhangende boom. Een stevige knots en daar lag hij op de grond. Na de eerste schrik, bleek er gelukkig niet meer aan de hand dan een schram op zijn hoofd. De volgende hindernis was een koeienweide die we moesten oversteken. Ik hoorde in de verte een koe als een dolle loeien en vertrouwde het zaakje voor geen haar. Vertrappeld te worden door een bende koeien in de Ardennen, het is niet de manier waarop ik wil sterven. Ze kregen ons gelukkig niet te pakken.

Onze tocht ging verder onder een indrukwekkend viaduct en dan over een grimmig paintballterrein waar (ook weer gelukkig) geen activiteit plaatsvond. Het gevoel zat goed bij mij. Trailen in de Ardennen: het is altijd zwaarder dan je denkt, maar het is ook altijd mooier dan je verwacht. De route langs de Ninglinspo blijkt erg in trek te zijn bij Nederlanders, een betoverend mooi stukje Ardennen met een kabbelende rivier en feeërieke bomen. Al werd de rust een beetje verstoord door een bende gekken op een mountainbike die zich met gevaar voor eigen leven aan een halsbrekende downhill waagden. Zij liever dan wij! Na een heel pittige klim ging het nog steeds goed en kon ik uitkijken naar het einde: de laatste 6 kilometer zouden namelijk in dalende lijn lopen. Dat deed deugd! Op één van de laatste dichtbegroeide stroken haalde ik wel mijn benen goed open aan de doorns. Eveneens toe te voegen aan het schaderapport van de dag: twee teken bij Hans. Moe, maar heel voldaan stapten wij weer in de auto.

Ook regenweer was van de partij in onze trailmaand. Vorig weekend liepen we een rondje Tervuren door de gietende regen. Het ging lekker, maar we waren goed verzopen nadien. Mag het eens iets anders zijn? Op zondag 25 mei stond Hans aan de start van de 20 kilometer door Brussel. Ik beleefde het (in de regen) als supporter langs de zijlijn. Waarom? Wel, ik viel weer maar eens ten prooi aan de fomo van de loophypers. Deze editie was in amper een kwartier uitverkocht en dan ben ik eigenlijk altijd te laat. Hans kon een startbewijs scoren via zijn werk. Moreel was hij het aan mij (en Roos) verplicht om te starten. Het was er eentje om van te genieten! Amper 1u31 had hij nodig om de finish te bereiken. Lopen in Brussel, het is nooit een echt lachertje.

Over twee weken starten we dus ergens heel vroeg aan ons 100 kilometer avontuur. Ik liep deze maand elke dag. Nog belangrijker: ik verteerde ook de langere trails heel goed. Ik onthoud dat je voor elke meter die je berg op loopt, er eentje berg af loopt. Bovendien heb ik er heel erg van genoten om samen trainingen te plannen en zowel dichtbij als wat verder van huis samen kilometertjes te maken. Morgen volgt er nog een slotstuk in Malmedy van 39 kilometer en dan kan de rustiger-aan-periode beginnen. De trailloper in mij heeft niet bepaald stilgezeten in mei.

Het boek – 5x anders dan anders

Er zijn heus dagen dat ik niet lees en – gelukkig – heb ik dan niet meteen het gevoel dat ik niet geleefd heb. Om een leven als actieve lezer te leiden probeer ik een evenwicht te vinden tussen lezen als activiteit inplannen en mijn boekkeuze af te stemmen op de mentale ruimte die op dat moment beschikbaar is. Ik zet liefst mijn tanden in een dik boek als ik weet dat ik tijd heb om te lezen. Als ik in een dipje zit, laat ik een inspannende leeservaring liever links liggen. Het mooie is dat als je quasi dagelijks leest je je door een nieuwe boekkeuze altijd laat leiden door het voorgaande dat je las. Juist door iets heel anders te willen of net meer van hetzelfde. Aangezien wij twee lezers onder één dak zijn, zijn we zowel elkaars literair klankbord als eerstelijns leesadvies. De afgelopen tijd las ik behoorlijk wat boeken die net dat tikkeltje anders zijn (toeval bestaat natuurlijk niet). Verhalen die in hun aanpak of concept een andere richting kiezen dan een klassieke roman en daarbovenop ook een aparte titel hebben. Jullie krijgen van mij 5 boekentips: stuk voor stuk leesbaar, niet te dik en een keertje anders dan anders.

Nadat ik in het najaar helemaal ondersteboven was van De walvissen van Glasgow kon ik niet wachten om een tweede boek van Rune Christiansen te lezen: De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman. Christiansen is een Noor en die weten wel raad met de grote thema’s des levens, net zoals met alles wat donker en duister is. Laat dit boek nu net bijzonder hoopvol en licht zijn. Lydia Erneman haalt voldoening uit haar werk als dierenarts, haar leven is geen opeenstapeling van pech en rampspoed. De eenzaamheid die zij ervaart is er één van de subtiele soort die niet per se een obstakel vormt om gelukkig te kunnen zijn. Christiansens stijl is sober, maar rijk. Hij zou geen echte Noor zijn, mocht er niet ook een rol voor de natuur weggelegd zijn.

Ik ga naar de schapen van Marieke De Maré (eentje van Club 85!) vind je vaker terug als boekentip in allerhande lijstjes. Het was Hans die zei dat ik dit moest lezen. Terecht. Ik ga naar de schapen blinkt uit in eenvoud. Zowel in de opzet als de taal vind je letterlijk en figuurlijk veel witregels. Elk woord is raak. Ongekreukt geluk. Het verhaal van Andrej, Rocco, Tove en Simone laat zich moeilijk samenvatten omdat het balanceert op de grens tussen zwijgen en spreken. Naar de schapen gaan, naar hen kijken en met hen praten biedt vaak soelaas. Een stukje troost in de schapenstal. En ja hoor, dit boek gaat wel degelijk ergens over. Bovendien is het ook nog eens heel grappig.

Zwijgen in de schapenstal is iets anders dan zwijgen op eender welke andere plek. Daar zijn ze allen op een uiteenlopend moment in het leven achter gekomen. – Marieke De Maré

Begin maart publiceerde De Standaard een overzicht van De 50 beste Nederlandstalige boeken van de 21e eeuw. Ik ga heel goed op dit soort lijstjes. Gewoon heerlijk ouderwets boeken quoteren en rangschikken. Het resultaat is een gezonde mix van voornamelijk fictie met non-fictie die met vlag en wimpel slaagt voor de diversiteitstest. Wat ik nog niet las, wil ik graag dit jaar gelezen hebben. Daarom kocht ik de nummer 41: Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman. Een boek waar het woord ideeënroman voor bedacht is. Een echt, maar wel fictief verhaal dat zoveel mooie en waardevolle inzichten bevat over de uitdagingen die de hedendaagse tijd typeren. Een mens die op zoek is naar zichzelf met de klimaatverandering op de achtergrond.

Iedereen loopt maar weg met de zee tegenwoordig. Nou, als ze hem maar niet naar de bergen brengen. Hier in de bergen kunnen wij zo’n zee helemaal niet gebruiken. – Lieke Marsman

Een goede boekenwinkel brengt je bij de boeken die je écht goed vindt en waarvan je niet wist dat ze bestonden. Zo stuitte ik bij Paard van Troje in Gent op De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf van de Nederlandse Maria Kager. Een debuutroman zo waar, die vorig jaar De Bronzen Uil in ontvangst mocht nemen. Prijswinnaars zijn niet altijd even leesbaar, deze topper is dat wel. Fris en speels zijn adjectieven die vaak terugkeren in de lovende recensies. Volledig terecht. Tragikomisch zeker ook. Het is een boek waar je hardop mee kan lachen. Frida Wolf groeit op naast de gevangenis als dochter van de gevangenisdirecteur. Mij heb je dan meteen mee. Je kan het kind uit de gevangenis halen, maar hoe haal je de gevangenis uit het kind?

Een beetje Bart Moeyaert was ons eerste gevoel bij Wachtruimte in de Atlantische Oceaan van Mona Høvring. Dit boek is een prachtig voorbeeld van het verhalend vermogen dat dichters kunnen hebben. Hoofdpersonage Olivia is eigenzinnig en introvert. Ze is een vrouw die op zoek is naar nabijheid zonder zichzelf te verliezen in de ander. Als ze Bé ontmoet verandert er heel veel. Er zijn wel wat parallellen tussen Mona Høvring en Rune Christiansen: het zijn generatiegenoten en Noren. Waar ze allebei meesterlijk in slagen is om het complexe en gelaagde op een eenvoudige manier weer te geven. Precies dat waar ook poëzie om draait. En een beetje Bart Moeyaert, dat kan de wereld redden zoals we allemaal weten.

Het gerief – Een trailschoenenspecial

Tot voor kort had ik weinig speciaals te vertellen over de trailschoenen waar ik mee liep. Een beetje hetzelfde verhaal als met mijn wegschoenen: ik bleef hangen bij wat ik kende van Nike zonder me daar veel vragen bij te stellen. Ik liep veel en ook lange trails in de Ardennen met de Pegasus trail reeks. Met schoenen van een ander merk zouden die uitdagingen niet plots veel makkelijker geweest zijn. Buiten die keer in Houffalize dat ik de totaal onlogische keuze maakte om met een GoreTex schoen te lopen. In warm weer, uren aan een stuk en een paar keer de rivier door. Het resultaat: blijvend natte voeten én blaren. Mijn trailschoenen van Nike deden het vooral goed als modderschoenen. Als je in een dorp woont richting boerenbuiten, dan loop je in het najaar steevast door modder op een harde ondergrond. Een niet zo bijzondere trailversie van een niet zo bijzondere wegschoen (want dat is de Pegasus trail) is dan een goed compromis: je hebt meer grip, maar boet in aan comfort. Nu ben ik dus samen met een rasechte trailloper, die ook al heel wat meer jaren ervaring met trailschoenen heeft. Bovendien verzeilde ik in de loopschoenenbranche en was het dus onafwendbaar dat ik ook op trailvlak mijn horizon zou verleggen. Een blik op mijn trailschoenenrek.

De Speedgoat 5 van Hoka is voor mij de ideale allround trailschoen. Eentje waar je op divers terrein mee uit de voeten kan. Een modderige loop in Heverleebos of een technischer trailtje in de Ardennen, met de Speedgoat aan je voeten zit je altijd safe. Het is een zachte schoen die voldoende grip geeft. De pasvorm zal vele voetjes blij maken. Dat bleek toch toen ik nog schoenen verkocht: de Speedgoat zit zo lekker als een pantoffel, maar wel één die doet dromen van bos en bergen. In het najaar kwam de Speedgoat 6 uit. Veel veranderde er niet, al zijn lopers met bredere voeten blijer met de 5. Een aandachtspunt is de slijtage van het profiel. Verharde kilometers moet je er echt wel mee beperken om te vermijden dat het profiel wegsmelt als sneeuw onder de zon. Mijn snelle geiten waren het eerste paar Hoka’s dat ik kocht en we zijn nog niet uitgelopen samen.

Liefde op het eerste gevoel had ik met de Xodus Ultra 3 van Saucony, een oerdegelijke trailschoen verpakt als een wegschoen. De eerste keer dat ik hem aantrok, was het meteen raak: dit is de trailschoen die ik nodig had! De zool is wat hoger en bestaat uit twee lichte foams. De Xodus combineert demping dan ook met responsiviteit. Je zakt er kortom minder in weg, waardoor je tempo kan maken als het off-road terrein wat beter beloopbaar is. Ik trek ze vooral aan bij bosloopjes hier in de omgeving. In december liep ik er de Trail de la Soupe mee: een goeie 40 kilometer die modderiger en technischer waren dan verwacht, maar ik betreurde mijn keuze voor mijn bordeauxrode rakkers in geen geval.

De Mafate Speed 4 van Hoka is mijn nieuwste aanwinst en kocht ik met het oog op het echt lange ultrawerk dat er zit aan te komen. Ik was al lichtjes beïnvloed door de complimentenregen van Hans over deze schoen. Voor een gewone bosloop met wat hoogte moet je niet meteen investeren in de Mafate. Het is op alle vlakken immers de meest geavanceerde trailschoen uit de Hoka-stal. Aan de pasvorm merk je meteen dat het een schoen is waar je een huis op kan bouwen. De zool is opgebouwd uit een zachtere foam om voldoende demping en dus comfort te geven, aangevuld met een wat hardere basis zodat de schoen ook stabiel blijft als je er uren aan een stuk mee loopt. Voor het technische werk (denk: steile klimmetjes en afdalingen over een geaccidenteerd terrein) is de Mafate je allerbeste vriend. Na mijn eerste trailtje ermee, kroonde ik mezelf meteen tot trailgodin Maffie. Een schot in de roos dus!

Tot slot nog dit: een trailschoen koop je niet om je voeten droog te houden. Lopende voeten kunnen beter gewoon nat worden in ademend materiaal waarin het vocht uit de schoen kan. Een trailschoen is aan te raden als je meer grip wil houden op een natte, gladde of oneffen ondergrond. De zool van een trailschoen is robuuster, waardoor je niet meteen elke steen voelt waar je over loopt. Bovendien is ook het bovenwerk steviger en zijn je tenen beter beschermd als je ergens tegenaan stoot. Voor de meeste trailschoenen is de algemene richtlijn dat je om het profiel van de zool te sparen niet meer dan een kwart van je kilometers op verharde (asfalt/beton) ondergrond mag lopen. Omdat trailschoenen het doorgaans harder te verduren krijgen door de omstandigheden waarin ze worden gebruikt, gaan ze wat minder lang mee. Door te stijgen en dalen staat het bovenwerk meer onder druk en kan dat sneller scheuren. Ook modder en zand zorgen ervoor dat het materiaal sneller verslijt.

Disclaimer: ik werkte dan wel voor Absolute Run – Vedette Sport in Leuven. Ik betaal mijn schoenen helemaal zelf en word door niks of niemand verplicht om daar een mening over te hebben, laat staan om die te delen.

Het moment – Hoe gaat het met Roos?

Op vrijdag 28 maart 2025 ergens laat op de avond kwam Marilou ter wereld. Een prachtige naam voor de nu al fantastische dochter van Roos en Niko. Een nichtje erbij dus in de familie. Reden tot feest! Net zo bijzonder is het dat mijn zussen en broer nu allemaal een ouderrol op zich nemen. En zoals dat gaat met Roos: ook dit is een rol die ze in alle authenticiteit invult. Eerlijk en recht-door-zee, vanuit de buik en met een positieve blik. Nu vind ik Marilou natuurlijk al helemaal geweldig gewoon omwille van het feit dat ze Roos en Niko als ouders heeft. Maar – geloof het of niet – Marilou lijkt op mij! Verschillende bronnen hebben dat onafhankelijk van elkaar vastgesteld. Ernstige denkrimpel en altijd in voor een overpeinzing: check! Gevoel voor drama en mogelijk wat overprikkeling: jawel! Het kan dan ook geen toeval zijn dat ze op een vrijdag ergens laat op de avond geboren werd. Tijd om wat vragen op Roos af te vuren.

Hoe bevalt het moederschap je?
Heel goed, al waren de eerste weken best overrompelend. Je weet uiteindelijk niet echt wat je te wachten staat tot het zover is. Ondanks dat Marilou 9 maanden in mijn buik zat, moet je elkaar echt leren kennen. Gelukkig was Niko er en konden we samen zoeken. 

Wat is Marilou voor een mensje?
Marilou kan een pittige dame zijn, ze maakte zelfs indruk op de vroedvrouwen in het ziekenhuis. Haar favoriete activiteit is luisteren naar wat je te vertellen hebt, nog liever heeft ze liedjes. Zodus hebben Niko en ik al verschillende songs bedacht voor haar. Dan kan ze hard lachen en soms ‘praat’ ze al een beetje terug. 

Mis je het lopen een beetje of heel erg?
Heel erg, zonder twijfel. 
Ik heb nog kunnen lopen tot week 34 in de zwangerschap en toen kreeg ik te veel last van mijn rug. Dat is op zich nog niet zolang geleden, maar toch lijkt het al een eeuw geleden dat ik liep. Er wordt zoveel gezegd over wat het moederschap met je doet en dat het je zo kan veranderen, dat ik soms vreesde dat lopen me misschien niks meer zou zeggen, dat ik er geen nood meer aan zou hebben, maar het tegendeel is waar. Ik snak ernaar om terug te kunnen lopen, die hartslag eens goed de hoogte in te jagen. Dat gevoel kan je niet evenaren met een wandeling, fietstocht of zwemmen. Om optimaal te herstellen mag ik van de kine nog even niet lopen. Ik mag wel al terug skeeleren. Terug kunnen sporten doet heel veel deugd. 

Heb je al sportieve plannen voor het najaar?
Nog niet. Het is ook moeilijk plannen omdat ik niet goed kan inschatten hoe snel ik het allemaal kan opbouwen. Ik heb van mezelf geleerd dat ik vooral loop omdat ik het zo leuk vind en niet altijd met een hoger doel. Tegenwoordig hoor ik iedereen maar doelen stellen en trainingsschema’s afhaspelen, maar het plezier van het lopen op zich is toch het belangrijkste.   

Waar kijk je de komende tijd naar uit?
Er staan nog heel veel leuke dingen gepland, minder sportief maar wel even plezierig: een trouw van goede vrienden, Rock Werchter 2025 en vooral veel avonturen met Marilou. 

Uit goede bron hebben we vernomen dat je een boek herlezen hebt. Verklaar u nader!
Met een kleine baby breng je meer tijd door in de zetel. Naast dat ik zowat alle huis- en verbouwprogramma’s kijk, ben ik ook terug een beetje beginnen lezen. De verwarde cavia, is een perfect boek om te lezen met een vermoeid hoofd: kleine hoofdstukjes, luchtig en vooral heel erg grappig. Ik ben nu aan het tweede boek bezig, De verwarde cavia terug op kantoor. Ook heel goed!

Bedankt, Roos, voor deze update en tot heel snel weer!

De muziek – 10x waarom ik zo van Eurosong hou

Good evening, Europe!!! Vanavond is het de finale van het Eurovision Songcontest – Eurosong voor de vrienden. Na twee halve finales in gaststad Bazel is het tijd om de microfoon-trofee uit te reiken. Over wat die winnaar precies in huis moet hebben, daar verschillen de meningen over. Wie kritisch is voor Eurosong en het allemaal één grote poppenkast vindt, kan simpelweg beter niet kijken. Ik heb mijn liefde voor Eurosong nooit onder stoelen of banken gestoken. Na een ongeziene topeditie in 2021 treed ik dan ook actief naar buiten als liefhebber van dit spektakelstuk. Eurosong dat is namelijk het festival van de outcasts. De show van de buitenbeentjes waarbij anders zijn voor heel even de norm is, waar positiviteit en verbondenheid één week de wereld kunnen redden. Zware boodschappen en diepgravende thema’s kunnen er met met heel veel toeters en bellen verpakt worden. Ik geef jullie 13 redenen waarom ik vanavond zeker kijk.

  • een Eurosong is een genre op zich: kunnen zingen is wel degelijk een must, zoveel mogelijk elementen in amper 3 minuten muziek proppen in een song die blijft hangen is eveneens een kunst, al toont het prachtige Volevo essere un duro van de Italiaan Lucio Corsi dat ook eenvoud in de smaak kan vallen.
  • Tutta l’Italia ook als je niet voor Italië zingt! San Marino en Estland brengen topentertainment dat drijft op de Italiaanse golven – espresso macchiato por favore – niet alleen op het EK marathon bleek dat alles wat de Italianen aanraken in goud verandert.
  • Hoe geweldig is het om al die verschillende talen te absorberen? Ik waag me graag aan fonetische versies van talen die ik niet beheers om toch iet of wat te kunnen meezingen. Zo vind ik het bijzonder jammer dat ik geen IJslands kan als ik twee hyperkinetische matrozen in zilverpapier de roeisport hoor bezingen.
  • Nationaliteit en culturele identiteit zijn fluïde begrippen in Eurosong-land. Zweden doet het met drie Finnen in een dialect van het Fins-Zweeds. Finland komt in het Duits. Nederland zingt (deels) in het Frans.
  • Show en drama verkopen is één ding, het Eurosongpodium staat echter ook garant voor spectaculaire acts. Denk indrukwekkende visuele effecten, vuurwerk en liftconstructies. De meest adembenemende performance met een vleugje poëzie staat op naam van JJ, de contratenor uit Oostenrijk. Vuurtorengewijs steekt hij er ook vocaal met kop en schouders bovenuit.
  • Op vestimentair vlak laat ik me graag inspireren door Eurovision. Zo was ik helemaal mee met de revival van het kant vorig jaar (met dank aan de Kroatische Baby Lasagna). Je kan er van op aan dat iets wat lang en bedekt is bij het begin van een nummer meestal snel kort en weinig verhullend wordt. Het zal jouw ontwerp maar zijn dat live on stage voor een outfit change moet zorgen.
  • Start voting now! ik roep het maar wat graag mee, maar ik bracht nog nooit mijn stem uit voor een land. Als kind vond ik het wel een mooie gedachte dat mijn Tante Hilde, die in Nederland woont, altijd 3x belde om een stem uit te brengen voor België.
  • Eurosong kijken is een familietraditie. Als kind was het één van de weinig opportune gelegenheden waarbij we chips mochten eten. Zowel mijn vader als moeder hadden een ongezouten mening. Seppe en ik vonden België altijd het beste. Inmiddels is de traditie om samen met Roos en Sien te kijken. Altijd een topavond!
  • Hoe harder de organisatie probeert om de puntenverdeling te objectiveren en de wedstrijd apolitiek te maken, hoe moeilijker dat wordt. Zelfs in het neutrale Zwitserland blijkt de spreidstand tussen de politieke realiteit en het louter entertainende karakter quasi onmogelijk te worden. Dus ja, Israël doet mee en daar mogen we best verontwaardigd over zijn.
  • Hoedje af voor Peter Van de Veire die tv-kijkend Vlaanderen doorheen de urenlange uitzending loodst. Hij behandelt Eurosong (terecht) als een zaak van van staatsbelang, maar ook als een humoristische show waarbij een mening hebben essentieel is. Ik loop doorgaans sneller een marathon dan dat de EBC een winnaar kiest, zonder onze Peter zou dat aanvoelen als een heel lange zit.

Zou het Eurosongcircus volgend jaar in Oostenrijk neerstrijken?

De race – EK marathon Leuven april 2025

De cijfers: mijn 20e marathon liep ik in 3:15:54, een tijd waar ik 10 jaar geleden bij mijn marathondebuut niet eens over durfde dromen
De voorbereiding: de winter kostte me vooral energie, de belofte van de lente bracht heel wat meer kwalitijd in mijn leven, waardoor ik ook weer ouderwets positief naar deze mijlpaal kon toeleven
De race: ik schipperde tussen blijven doorduwen en me overgeven aan het unieke karakter van dit evenement, wat niet altijd gemakkelijk was omdat ik elk van de 267 hoogtemeters gevoeld heb
De herinnering: het verhaal van “wij samen” naar de marathon en de ongeziene sfeer in Leuven die de verwachtingen ruimschoots inloste

Wat vooraf ging
Zo moeilijk als het tegenwoordig is om je tijdig in te schrijven voor een sportief event, zo makkelijk was het voor dit marathon-EK. Zelfs heel last minute was een inschrijving mogelijk voor de 10 kilometer, halve en hele marathon. Een verademing! Ruim een jaar van tevoren schreef ik me in. Andere vroege vogels waren Hans, Sam en Roos die haar startbewijs doorgaf aan Seppe. Een marathon van (ons) Brussel naar (mijn) Leuven: op dat feestje mocht ik niet ontbreken. Stiekem groeide ook een heel klein beetje de hoop dat ik na mijn pijnlijke marathon in Berlijn weer als vanouds zou kunnen vlammen zonder al te veel last van mijn hamstrings. Niet dat ik een sub3 ambieerde, wel dat ik me weer eens onbezonnen in het avontuur zou kunnen storen. Dromen mag, dromen moet zelfs. Ik leefde dan ook heel positief toe naar de wedstrijd omdat het zo bijzonder was om met mijn volledige loopcrew voor dat gezamenlijke doel te trainen, ieder met z’n eigen besognes. Bovendien genoot ik ook heel erg van het zondagse duurlopen samen met Hans. Meer moet dat soms niet zijn.

Vlak voor de start
Een marathon in eigen land: dat was van Antwerpen geleden. Na een auto- en busrit stappen we op een goed gevulde trein. Het is duidelijk dat niet alleen ons clubje erop gebrand is om op tijd aan de start in Brussel te geraken. Leeswaarschuwing: het is begrijpelijk als je in de hierop volgende beschrijving de draad kwijt raakt van wie nu eigenlijk wie is. Samen met Simon & Pieter (onze Siktivity boys) en Joni zijn we op de afspraak met Pieter & Stijn (diens bekende gelegenheidsbroer zal met de fiets volgen) en Sam. Pieter, ons jonkie van het gezelschap, heeft voor de gelegenheid zijn meest comfy Birkenstocks aangetrokken. Zogezegd met één of ander heel praktisch excuus. Te voet gaat het richting een bruisend Warandepark. We zijn op tijd, of wat had u gedacht?

Ondertussen is het zachtjes beginnen regenen. Terwijl we romantisch met z’n allen schuilen in een prieel en ik (tevergeefs, zo zal later blijken) hoop op een opklaring van formaat, bereiden we ons voor op de start. Wachtend op Joni’s pupil Jan, heeft Sam het ideale (hopelijk ook legale) middeltje op zak voor Hans’ pijnlijke bil: een spuitbus met iets dat koud aanvoelt, maar eigenlijk warm is. Begrijpe wie begrijpen kan. Enfin, we geraken elkaar allemaal een beetje fysiek kwijt in de menigte en uiteindelijk zak ik met Hans en Sam af richting startzone op het Paleizenplein. Wat een decor! Een drone hangt boven onze hoofden aangezien we deel uitmaken van een live-uitzending op nationale tv. En dan is het tijd om afscheid te nemen: Sam staat in de box voor mij, Hans in het startvak na mij. Op de lekkere beat van Sean Pauls Temperature hoop ik stiekem toch op wat zon en bij Sweet Dreams durf ik te dromen van de ideale start. Na een plechtig moment inclusief volkslied en koning is het zover. Knal boem! Met vuurspetters en al worden we weggeschoten richting Leuven.

De race
We draaien rechts de Wetstraat in en stormen zo op het Jubelpark af. Er vliegt opspattend water tegen mijn benen. Een natte marathonstart is iets dat ik nog niet eerder meemaakte. Het moment van de start pakken: het werd zowat mijn motto de laatste jaren. Ik denk aan Marike die dat daags voordien ook deed en heerlijk onbezonnen het avontuur van haar halve marathon in dook. Wat ik een klein beetje over het hoofd had gezien na mijn lyrische verslag van onze parcoursverkenning: we lopen helemaal niet door het Jubelpark, maar er onderdoor. Dat is nu eenmaal waarom ze tunnels aanleggen. En door tunnels lopen: dat is nooit een lachertje. Na anderhalve kilometer is de toon voor deze marathon meteen gezet. Met zicht op de triomfboog loop ik de tunnel in, het is er eentje die uit twee delen bestaat. Ik heb nooit beseft dat je er gewoon in kan kijken vanaf het Jubelpark.

Als ik naar mijn tweede kilometertijd kijk, valt het vies tegen als ik 4’42” zie staan. Dit wordt een marathon waarbij tussentijden eerder relatief dan indicatief zullen zijn. De komende kilometers kan ik maar beter niet te vaak op de klok kijken. Een echt lekker gevoel heb ik nog niet te pakken. Ik heb de hoogtemeters van het parcours wellicht toch wat geminimaliseerd. De marathon an sich daarentegen heb ik niet onderschat. We lopen de tunnel door onder Montgomery om dan de Tervurenlaan naar beneden te lopen. Ik probeer hier toch snelheid te pakken om dan misschien met wat uitstel echt een lekker gevoel vast te grijpen. Na 6 kilometer ben ik eraan voor de moeite. De klim in Woluwe wacht. Focus op een soepele tred en niet op de tijd! Ik kan me niet van de gedachte ontdoen dat ik meer aan het harken ben dan ik zou willen (achteraf zal blijken hoe relatief dat was). Ik word voorbijgelopen door de Van Roy tandem met aan het stuur Stijn (de witte) en broer Simon (de sikke). Samen zijn ze naarstig op zoek naar hun sub3. Dat ziet er goed uit!

Na 10 kilometer staat het voor mij onomstotelijk vast: ik verkeer niet in supervorm noch beschik ik over superbenen. Ik voel mijn rechterhamstrings en -bil al goed trekken. Het is op naar Tervuren met het besef dat het aartsmoeilijk zal zijn om hier vandaag 3u10 uit de benen te schudden, wat ik als richttempo had vooropgesteld. Het enthousiasme van het publiek biedt gelukkig soelaas aan de innerlijke worstelingen. Een supporter met Ozze John is van beton gaat helemaal door het lint als John, die een paar meter voor mij uit loopt, hem passeert. Wat een toewijding! Ik krijg er zowaar zelf een bescheiden adrenalinestootje van. Al kan dat ook te verklaren zijn door het feit dat we voor de verandering eens in dalende lijn lopen.

We zijn dus in Tervuren en ik word terug in de tijd gegooid naar juli 2019 toen de Tour de France hier passeerde. Er was toen misschien een ietsiepietsie meer volk op de been, maar het publiek is ook hier van het luide en aanmoedigende soort. Yes, kom op, ik kan dit wel degelijk! Vlak voor we afdraaien richting Park van Tervuren word ik ingehaald door Merijn: ultraloper, held en winnaar van de Sportverdienste van het Jaar. Het is mooi om te zien hoe soepel hij loopt. Alsof het niks is. Hij zal dan ook eindigen in een heel knappe tijd van 3u04 en dat voor een loopnummer dat eigenlijk buiten zijn comfortzone ligt. Heel straf! Terwijl ik het park induik, denk ik aan Hans. In “ons park” blijkt het asfalt een pak slechter te liggen dan ik dacht. Het zijn van die kleine, eigenlijk onbenullige dingen die je opvallen als je in je hoofd niet helemaal in de race zit. Ook hier stap ik even in mijn teletijdmachine naar het jaar 2016 toen ik hier voor het laatst liep in wedstrijdverband tijdens de marathon van Brussel.

Reikhalzend is het uitkijken naar de rijdende koffiebar van Ernesto, ons koffiemoment na een zondags loopje in Tervuren. Voor de gelegenheid is hij wat moeten opschuiven. Helaas staan de mensen niet rijen dik bij hem aan te schuiven. Wel staan ze luid op ons te roepen. Met een goeie 15 kilometer in de benen ben ik nog niet toe aan mijn post-race-koffie. Ook mijn boterhammetje zal nog even op zich laten wachten. We passeren namelijk bij bakkerij Vogelaers in Vossem, dé smaakmaker van de streek. Ik vloek vooral op de Smisstraat waar echt elke meter naar beneden dan wel naar boven gaat. Een soort bmx-parcours voor lopers lijkt het wel. Het prikt allemaal net iets harder dan gedacht (of gehoopt). Het frustreert met dat ik geen steady tempo kan vinden om de cruise control op te zetten. Ik ben trouwens niet helemaal gestopt met op de klok te kijken. Meestal loop ik nog vlot onder de 4’30” per kilometer, maar toch vind ik geen bevestiging dat ik goed bezig ben. Het mooie is dat het me wel langs alle kanten wordt toegeroepen, wat de burger toch moed geeft.

Ik laad me op voor de klim in Leefdaal, de beruchte Mezenstraat die ook wel eens de Muur van Leefdaal genoemd werd, wat zelfs ik met enige zin voor theatraliteit wat overdreven vind. Zoals dat gaat met dingen die je echt vreest: ze vallen doorgaans beter mee dan verwacht. Al helemaal omdat Katja en Dieter me enthousiast de berg opsturen. Vlotter dan gedacht loop ik dus naar boven. Het feest is helemaal compleet als ik eindelijk naar rechts kan afdraaien, de steenweg op en de vriendjes van DCLA onder leiding van Marianne me nog meer aanmoedigingen toeroepen. Ik draai weer naar rechts, in dalende lijn deze keer, verder richting Leefdaal. Het halfway point is een feit. Met 1u34 op de klok zou ik hier in theorie nog mogen hopen om te finishen in 3u10. De zwaarste helft qua hoogtemeters zit er immers op. Ik voel echter aan alles dat dit me krachten heeft gekost. Fysieke en mentale kracht die ik momenteel niet op reserve heb. Ook mijn buik is het niet helemaal eens met het (voor mijn doen) ambitieuze voedingsplan. Mijn 3 gels zitten me niet lekker.

De weg naar Leuven lijkt kronkeliger, heuvelachtiger en langer dan gedacht. Weer maar eens. Ik krijg nog een laatste gelletje weg op kilometer 25, maar ik zie aan mijn kilometertijden dat ik terrein aan het verliezen ben. Aan het publiek ligt dat in geen geval. Jongens toch, wat een sfeer en gezelligheid! Er zijn de luide en jeugdige aanmoedigingen in de bevoorradingen, met als tegenwicht de rustige, bemoedigende woorden. Mevrouw, gij zijt dat hier goed aan het doen! Ik zeg het nog een paar keer tegen mezelf. Ik ben dat hier goed aan het doen. Als ik een bord met Heverlee en vooral ook met Leuven zie, haal ik toch een beetje opgelucht adem. We zijn er nog niet bepaald echt, maar het voelt als een heel klein beetje thuiskomen. Al helemaal als we afslaan over de weg naar IMEC en vlakbij mijn vorige woonplaats in de Celestijnenlaan passeren. De puf is er nu wel echt uit bij mij. Ik word voorbij gelopen door Joni en Jan op weg naar hun 3u10. Goeie sfeer hè! roep ik meer om mezelf op te monteren. Ik klamp me vast aan de beloftevolle woorden van Joni: en het beste moet nog komen!

We lopen richting Heverlee city, een plek die ik heel goed ken en waar ik 10 jaar geleden mijn basis legde als duurloper. De zon doet heel soms eens van bonjour, maar het is wel een graad of 18. Ik ben dan ook best hard aan het zweten. En dorst dat ik heb! Aan elke bevoorrading probeer ik twee bekertjes water aan te nemen zodat ik toch telkens een minimum aan vocht binnenkrijg. Iedereen weet dat al lopend een bekertje aannemen en uitdrinken relatief weinig water oplevert. Ik begrijp waarom de trailvest ook in marathonmiddens z’n entree heeft gemaakt. De hele Memory Lane in Heverlee ontgaat me wat door het toenemende ongemak. In de voorbereiding was het allemaal net iets plezanter. Toen liepen we aan een tempo rond de 4’55”, nu is dat toch een 20-tal seconden sneller.

Richting Arenberg neemt de ambiance weer toe. Ontelbare keren liep ik daar omhoog lang het park. Nooit eerder deed dat onbeduidende bultje zoveel pijn. Nooit eerder deed ik het dan ook met 30 kilometer en ruim 200 hoogtemeters in de benen. Leuven wordt steeds luider. Op Den Dreef neemt het gejoel toe. Er is nu echt geen ontkomen meer aan: de finale op Leuvens grondgebied is ingezet. Ongetwijfeld wordt het er één met hoogtes en laagtes. Aan Parkpoort de ring op om te beginnen. Een stevig klimmetje op z’n Brussels waar ik nog maar eens concludeer dat ik niet bepaald fris in de race zit. Het plan van 3u10 zit nu definitief achter slot en grendel in de kast. Hoog tijd om de sfeer echt tot in elke (pijnlijke) spiervezel te absorberen. Te beginnen in de Parkstraat die bijna onherkenbaar is door de menigte die er zich verzameld heeft. Wel herkenbaar uit de duizend: Katja! Het valt op dat het Leuvense publiek doorgaans jong is en dat ik als vrouw toch een streepje voor heb bij de aanmoedigingen. Ik laat het me welgevallen.

Ik geniet van de duik naar beneden door de Naamsestraat richting Grote Markt. Héérlijk! Of ik echt kippenvel heb, weet ik niet, maar dat ik dit niet zal vergeten dat staat buiten kijf. We draaien rond de Sint-Pieterskerk langs Brasserie Notre Dame waar ik heel wat werkende uren heb doorgebracht. Op naar de Vaart! Ik voel ergens een klein vlammetje dat is gaan branden. Ik loop dan ook naar mijn zusje toe. Als een magneet word ik naar haar toegezogen, net zoals naar mijn geliefde Vaart. Weer maar eens een plek waar ik oh zo veel kilometertjes gelopen heb. Ik kan de Vaart al ruiken als ik Roos in de menigte zie staan. Ik herken haar meteen, uit de tienduizend als het moet. Het helpt ook dat ze een stapje in de goot heeft gezet zodat we maximaal dit moment kunnen pakken met z’n tweeën. Haar geschreeuw geeft me vleugels. I’ve got this! De adrenaline raast door mijn lichaam. Uit mijn Garmin-analyse nadien zal blijken dat mijn aanloop naar Roos effectief een rode opflakkering was en dat ik dus ook daadwerkelijk sneller ben gaan lopen dat moment.

36 kilometer staat er inmiddels op de teller. De passage langs de Vaart is een dubbele. Enerzijds is het lastig omdat we van de finish weglopen naar een keerpunt. We zullen lopers passeren die al een kilometer of 2 à 3 verder in hun race zitten. Anderzijds is dit hét punt bij uitstek om bekenden te spotten. Heel waarschijnlijk zal ik hier ook de toetie van Hans zien als ik gedraaid ben. De eerste bekende die ik kruis (en die dus voor mij loopt) is Stijn. Hij moet werken, maar ziet er nog sterk uit. Wat verderop zie ik dan de nog steeds intacte tandem van de Remy Boys. Joni wilde Jan met wat drama naar de finish loodsen: wel, het ziet ernaar uit dat dat hier aan het gebeuren is. Jan moet even stappen, maar pikt meteen weer in. Er is wind, maar ik weet eigenlijk niet meer of die eerst tegen dan wel mee zit. Vierkant draaien doet het sowieso. Met of zonder keerpunt. Hans is die andere persoon die ik uit een miljoen zou herkennen. Ook zonder flashy shirt zie ik meteen zijn blije gezicht. Wat ziet hij er goed uit! Die is ook bezig aan een sterk nummer. We geven elkaar een high five en dan is de finale nu voor echt ingezet.

De passage onder de brug aan de Vaart blijft nog lang nazinderen. Dit is ongezien! Hier kan zelfs Rotterdam niet tegenop, wat een sfeer! In de Vaartstraat kan ik dan echt beginnen dromen van die finish. Een blik op de klok leert me dat een 3u15 nog moet lukken. Het lijkt me de moeite waard om mijn benen daarvoor draaiende te houden. Je moet overigens geen Leuvenaar zijn om te weten dat ook Leuven allesbehalve vlak is. Gisteren stonden we zelf nog te supporteren bij de oplopende doorkomst in de Vital De Costerstraat. Het doet pijn, maar ach wat: de finish ligt nu echt binnen handbereik. Over de Bondgenotenlaan gaat het voorbij Absolute Run waar Geert en Stefanie enthousiast staan te zwaaien. Ook aan het station is de menigte behoorlijk uitzinnig. Een dj met een vette beat, soms heb je niet meer nodig om een soort van lach op je snoet te krijgen. We lopen nu een stuk van het Eindejaarscorrida-parcours. Wat op en af voor de verandering. Bij de passage langs de Universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein hebben we nog anderhalve kilometer te gaan. Tijdens de verkenning slaagde ik er heel wat beter in om het moment hier te pakken.

De Blijde Inkomststraat is de laatste straat die me naar de lange lijn richting finish leidt. Lijden is het nog steeds ook een beetje. De allerlaatste bocht is een feit. Ik ben degelijk voorbereid en weet dat de voetgangersbrug aan de gevangenis niet de finish is. Met nog maar eens een blik op de klok besef ik dat ik hier verdorie nog iets van een sprint uit de benen zal moeten schudden wil ik onder de 3u16 blijven. Wonderwel lukt dat. Voor een bescheiden zegegebaar is geen tijd, laat staan energie. Ik wil gewoon over die lijn binnen zijn. Yes, dit was het dan: marathon nummer 20! Ik ben weer een avontuur rijker. De medaille is een heel mooie om aan de collectie toe te voegen. Ik zie meteen Joni en Jan. Ze hebben hun doel gehaald en zo hoeft Jan officieel geen marathon meer te lopen. Zoals verwacht laat Hans niet lang op zich wachten. Met 3:21:45 loopt hij een prachtig PR. Al is het ook wel schrikken om hem met runner’s nipples aan te treffen, wat hij zelf pas doorheeft als hij mijn gezicht ziet. We zijn verenigd. Het zit erop, we kunnen nu uitgebreid gaan napraten over een bewogen dag.

De conclusie
Het was mijn allereerste marathon in lijn, een verbindende lijn tussen twee steden die voor mij heel belangrijk zijn in mijn (lopende) leven. Niet alleen symbolisch, maar ook mentaal was het heel fijn om mezelf lopend (op de één of andere manier functioneel) te verplaatsen van punt A naar B. Omdat het ook een EK was, konden we nadien de volledige uitzending integraal herbekijken. Ideaal om alles te herbeleven. Het geeft nog net wat meer grandeur aan de marathon. Daarbovenop was het met een dikke 12.000 deelnemers de grootste marathon in België. De organisatie was dan ook van een hoog niveau. Op enkele kleine praktische dingetjes na liep alles gesmeerd. Ook de Leuvense politici lieten zich opmerken in het deelnemersveld. De stad vraagt, roept en schreeuwt in ieder geval om een eigen marathon. Het zal geen evidentie zijn om die – zelfs met het betere ellebogenwerk – een plekje te geven op de drukbezette marathonkalender. Een dikke vette stempel met “goedgekeurd” dus.

Nog enkele weetjes

  • Hoe verging het Team Siktivity? Simon moest Stijn lossen na 12 kilometer, een blessure speelt hem al enkele weken parten. Hij finishte uiteindelijk in een heel verdienstelijke 3u13. Stijn liep 2u59. Hij slaagde erin om zijn tweede helft sneller te lopen dan de eerste. Pieter klokte af op 2u46. Sterk werk van de mannen in het blauw!
  • Hoe verging het Sam en Pieter? Sam vergezelde Imana Truyers bij haar marathondebuut en deed dat in 2u46. Pieter rijfde met 2u53 ook een eerste dikke vette sub3 binnen.
  • Die andere Stijn (op de fiets) liep 2 weken eerder 3u02 op de marathon in Gent. Pieter en Stijn zullen samen aan de start staan van de 36 kilometer van de Chouffe trail.
  • Run with the champions! De Spaanse Fatima Ouhaddou werd Europees kampioen in 2u27, bij de mannen was de titel voor de Italiaan Iliass Aouani met een tijd van 2u09. Maar zijn we niet allemaal kampioenen?!
  • Een pluim voor de bevoorradingen! Er waren er meer dan genoeg en de ambiance was er top. Ik spotte er behoorlijk wat oud-leerlingen. Een mooie kennismaking voor de jeugd met wat lopen kan betekenen voor een mens.
  • Na de finish kregen we een half litertje water dat gerantsoeneerd bleek te zijn. Veel te karig wat mij betreft. Ander aandachtspuntje: de bagage afhaling had net wat gestroomlijnder kunnen verlopen.
  • Over mijn snelle schoen, de Cielo X van Hoka, was ik niet onverdeeld positief. Ze lopen fantastisch als het snel genoeg gaat, maar op een nat wegdek bieden ze een minimum aan grip. Niet dat ik echt onderuit ging, maar soms voelde ik mezelf toch een beetje doorslippen. Hans had dezelfde ervaring met zijn Mach X 2.
  • Ik liep in Leefdaal op een bepaald moment met twee andere Cielo-lopers voor mij uit. Toch wel een stil momentje van verbinding. Nike heeft nog steeds een onverzettelijk bastion als het om carbonschoenen gaat.
  • Ik gebruikte niet eerder zo vaak de woorden klimmen, stijgen en bergop in een marathon-raceverslag. De ironie is dat we feitelijk meer meters bergaf liepen. Oeps. Het voelde anders, geloof me.
  • Mijn nichtje Marilou was er wel degelijk bij. Het was meteen haar eerste ervaring met een hoofdtelefoon om de overprikkeling te beperken.
  • Met de tepels van Hans is alles in orde, geen zorgen. Zelf had ik een schuurwonde aan mijn buik en hals. Ook nieuw voor mij. We droegen allebei iets van Brooks waarvan we nu dus kunnen concluderen dat het bij echt zweetweer te veel vocht vasthoudt.
  • Ook voor Hans was de passage onder de brug langs de Vaart het kippenvelmoment bij uitstek. Hier hebben ongetwijfeld mensen gehoorschade opgelopen.

Het moment – 42,195 km later

Brussel en Leuven hebben niet teleurgesteld. 3u15 stond er op de klok toen ik over de finish kwam. Marathon numero 20 is daarmee officieel binnen! 42,195 kilometer lang schipperde ik tussen onverschrokken de strijd aangaan met de klok en het besef dat marathons lopen zoveel meer is dan de tijd die in je nek hijgt. Ik hapte naar adem. Gaf soms plankgas. Om dan te zoeken naar iets dat ergens comfortabel aanvoelde. Ik kon de marathonwetten deze keer niet overstijgen. Ik was niet onoverwinnelijk en had ook behoorlijk wat verval. Een marathon lopen is een les in omgaan met ongemak.

Pain is just a French word for bread: ik las het meermaals op een stuk karton bij wijze van ludieke aanmoediging, een woordspeling die ik stiekem zelf had willen bedenken. Ik las ook Gek zijn doet zeer en Therapy was also an option. Laat me eerst vooropstellen dat de doorsnee supporter bovenmatig enthousiast is. Bovendien denk ik dat de gemiddelde toeschouwer langs het parcours liever niet al te veel en te lang loopt. De perceptie is immers dat je wel gek moet zijn om jezelf zoveel pijn aan te doen om een marathon te lopen. Ik zal niet ontkennen dat er behoorlijk wat gekte in mij schuilt. Loopgekte onder andere. Ik kan soms in elke vezel van mijn lichaam voelen dat ik gemaakt ben om te lopen. Ik loop niet omdat ik mezelf graag pijn doe. Wel omdat er op de één of andere vreemde manier juist iets heel krachtigs van mezelf naar boven komt als ik loop.

Toen Hans en ik ons startnummer gingen ophalen, hadden we het erover in welke mate marathons lopen een vorm van pijn opzoeken is. Is het zo dat marathonlopers in wezen kicken op pijn lijden? Wat je voelt als je 30 kilometer gelopen hebt, zou ik niet beschrijven als pijn, maar als een groeiend ongemak. Het Engelse discomfort is hier op z’n plaats. Je loopt en loopt en blijft lopen ook als je lichaam zegt dat het steeds meer moeite kost, als het ongemak niet alleen in je benen, maar ook in je buik en in je hoofd zit. Als je dat ervaart, besef je ten volle wat het betekent om een marathon te lopen. Het is waar de marathon zich onderscheidt van een andere loopdiscipline. De ironie is ook dat als je dan eindelijk stopt met lopen, je pas echt voelt hoe dat ongemak zich verspreid heeft in je lichaam. Opluchting neemt het dan over van het ongemak.

Geen nood, na deze korte bespiegeling ben ik nog lang niet uitgepraat over mijn 20e. Een uitgebreid raceverslag hebben jullie nog van mij te goed. Het zal ook deze keer niet ontbreken aan geuren en kleuren om een impressie te geven van hoe Brussel-Leuven mij beviel. Het is een verhaal waarin de marathon de hoofdrolspeler is en wij samen met z’n allen de nevenpersonages. Rest er mij voor nu nog een dikke vette dankjewel uit te spreken aan het adres van al wie die dag deel uitmaakte van ons team. Samen aan de start met Hans, Sam, Pieter (x2), Joni, Jan, Simon en Stijn. Samen over het parcours met heel veel dierbare supporters waarvan in het heel bijzonder Roos.

Oh ja trouwens, wat ik ook leerde van al die originele aanmoedigingen: Beyoncé never ran a marathon! Aha!

Marathonpraat – Een moment om bij stil te staan en dan gewoon te gaan

Iconisch, symbolisch, bijzonder: ik heb nog geen meter gelopen van de marathon van Brussel naar Leuven en het evenement is nu al overladen met adjectieven. Het is even geleden dat ik zo positief naar een marathon toeleefde. De loophonger is ongezien groot, het plezier van het avontuur wint het van de druk om te presteren. Ik ben nog niet helemaal back of misschien ben ik nooit echt helemaal weggeweest. Verwachtingen uitspreken, is lastig. Ik wil (moet) tevreden zijn als het positieve gevoel dat ik overhoud aan de afgelopen trainingsmaanden zich vertaalt naar een beter resultaat dan mijn 3u17 van Berlijn. Op de 13e van de maand april wil ik meer dan ooit stilstaan bij het feit dat ik aan de start sta van mijn 20e marathon.

10 jaar geleden liep ik dus mijn eerste marathon in Leiden, de stad waar ik studeerde. Samen met Roos aan de start. Bloedje nerveus waren we op een dag die eigenlijk veel te warm was om een marathon te lopen. Bovendien was ik snipverkouden (op het zieke af). Ik herinner me nog veel en ook best levendig van die allereerste. Het smaakte naar meer. Veel meer. Behalve de sportgels dan. Ik leerde veel over mezelf door die marathons te lopen. Ik kwam mezelf een paar keer vies tegen. Soms is het er boenk op, soms is het een strijd na 5 kilometer, heel soms overstijg je jezelf en doe je dingen die je in je stoutste dromen nooit mogelijk had geacht.

Ik begon marathons te lopen in het jaar dat ik 30 zou worden en ik in mijn leven resoluut voor een ander pad gekozen had. Ik heb de marathon dan ook heel lang beschouwd als iets dat helemaal alleen van mezelf was. Dat ik in staat was om 42,195 kilometer aan een stuk te lopen, had ik werkelijk nooit voor mogelijk gehouden. Als kind droomde ik over een boerderij met paarden en poezen. Toen ik de loper in mezelf ontdekte, borrelde er heel wat naar boven. De marathon symboliseerde mijn onafhankelijkheid, mijn eigenzinnigheid en volharding. Het was iets dat ik me nooit zou laten afnemen.

Ik loop deze iconische, symbolische en bijzondere marathon in het jaar dat ik 40 word. Vandaag is lopen meer dan ooit iets waarin ik nooit alleen ben. Het is een verhaal van samen sterk. Dankzij mijn loopavonturen liep ik veel mensen tegen het lijf. Ik begon een blog die me nog meer bracht. Ik verzamelde kortom een schare vriendjes en volgers om me heen en natuurlijk – als klap op de vuurpijl -mijn liefje Hans. Ik zei het al vaker, maar hoeveel mooier kan een verhaal zijn? En het goede is: wat er morgen ook gebeurt: dit verhaal, het verhaal van wij samen is nog lang niet klaar.

Gisteren kregen we al een overheerlijk voorproefje van wat ons te wachten staat. We supporterden hard, luid en intens voor heel wat bekende gezichten. We snoven de sfeer op. Vandaag is het aan ons. Roos zal ergens langs de kant staan met mijn kersvers nichtje Marilou. Verder reken ik natuurlijk op het immer enthousiaste publiek waar ik ongetwijfeld nog veel bekenden in zal herkennen. En ja! Het zal pijn doen! Ik zeg daarom nu al: cheers op dit verhaal, wat het ons ook brengt! Lang leve het loopplezier!