De race – De Hel van Kasterlee december 2018

  • De cijfers: 15 km lopen, 115 km mountainbiken en 30 km lopen in 11:02:48
  • De voorbereiding: ik begon vol goede moed aan mijn voorbereidingen in augustus, kwam echt op dreef in september, bleef fietsen in marathonmaand oktober en deed er nog een schepje bovenop in november: in totaal goed voor ruim 3000 fietskilometers
  • De race: ik liep door de sneeuw, stampte, gleed en ploegde 7 uur lang door de modder om uiteindelijk als een raket naar de finish te snellen
  • De herinnering: de familiebeleving en euforie na de zege van mijn broer, de tocht met Roos tot aan de finish, mijn verrassende derde plaats en de finish van mijn papa en peter

Wat vooraf ging
Er ging een bewogen jaar vooraf aan mijn debuut in Kasterlee. In het begin van het jaar liep ik belachelijk veel. Tot ik me in maart ernstig blesseerde tijdens de CPC Loop in Den Haag. Ik liep met krukken en kon zeven weken niet lopen. Al mijn loopdromen vielen voor mijn neus uiteen in duizend stukken. Dat deed pijn en stemde me diep ongelukkig. Mijn loopcarrière zag ik somber in. In juli liep ik echter weer 20 kilometer in Houffalize. Die dag kondigde mijn papa aan dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat ik zijn oude bijgevolg kon gebruiken. Onder de zomerzon ontstond een groots plan. In december zouden wij met drie Odeynen aan de start staan in Kasterlee. Vanaf augustus bouwde ik niet alleen mijn duurlopen verder uit met het oog op een marathon in oktober, maar begon ik ook op regelmatige basis te fietsen. Soms gewoon vlak en rechtdoor, soms op één van de talrijke mountainbikeroutes in mijn nabije omgeving. Er ging een nieuwe sportwereld voor mij open. Het was dik aan tussen Juan (zoals ik mijn fiets al liefkozend noem) en mij en dat is het nog steeds. Met de fiets erop uit trekken betekent vrijheid en avontuur.

Vanaf september begon ik te trainen op de combinatie lopen en fietsen. De nuchtere ochtendloopjes stonden weer in mijn agenda. Ik maakte een – voor mijn doen – bescheiden aantal loopkilometers en stilde mijn sportieve honger met kilometers op de fiets. Ik focuste me op mijn marathon in oktober: als ik die tot een goed eind zou brengen, zou het wel snor zitten met dat lopen in Kasterlee. De marathon in Brussel beviel me verrassend goed en zo werd november een maand met heel veel fietskilometers in minder vrolijke omstandigheden. Regen, wind en duisternis waren mijn deel. Met een duidelijk doel voor ogen hield ik vol: ik was vastberaden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste duatlon.

Vlak voor de start
Het had ’s nachts gesneeuwd. Ik suste mezelf met de gedachte dat de impact daarvan op het parcours minimaal zou zijn. Soms ben ik uit zelfbescherming behoorlijk naïef. De stress sloeg hard toe toen ik de andere atleten en hun mountainbikes zag. Ik voelde me de grootste amateur die er rond liep en schaamde me zelfs dat ik daar aan de start durfde staan. In de auto gaan zitten en naar huis rijden, was echter geen optie. Ik probeerde mezelf te vermannen, nam Juan bij de hand en plaatste hem in de wisselzone. Er was geen ontkomen meer aan.

De race
Om 8u weerklonk het startschot voor een eerste loopronde van 15 kilometer. Ik liep behoedzaam door de papperige sneeuw om een slipper te voorkomen. Hierdoor was die eerste run al behoorlijk vermoeiend. Tijdens de wissel probeerde ik me niet te hard op te jagen opdat ik niets zou vergeten. Onder luid gejuich van mijn supporters snelde ik naar mijn fiets. Ik ging ervan uit dat mijn papa en peter voor mij uit fietsten.

DSC02837

Toen ik na amper een kilometer langs de kant ging staan om iets op te bergen in mijn jaszak werd ik uitgekafferd door een andere deelnemer. Super sympathiek. Ik voelde me opgejaagd wild. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik deed mijn uiterste best om de kalmte te bewaren. Dat lukte niet. De eerste off-road stukken toonden meteen aan dat de natte sneeuw het parcours onomkeerbaar had veranderd in een glibberige en bovenal modderige omloop. Mijn fiets maakte na enkele kilometers bovendien zoveel lawaai dat ik ervan overtuigd was dat ik eerder vroeg dan laat materiaalpech zou kennen. Die arme Juan kraakte en sleurde langs alle kanten alsof elke kreun zijn laatste adem zou zijn. Ik stopte dus nogmaals met het idee dat er iets vast zat tussen mijn tandwielen of ketting. Dat bleek niet het geval. Ik trok me weer op gang met de moed der wanhoop. Na nog geen 7 kilometer kwam plots mijn voorste spatbord los en moest ik dus weer stoppen. Op een eerste uitdagende helling schakelde ik bruusk waardoor mijn ketting blokkeerde. Ik stond weer te voet en kreeg mijn ketting er niet eigenhandig op. Gelukkig schoot een vriendelijke omstaander me te hulp. Hij deinsde er niet voor terug zijn handen letterlijk vuil te maken en zette me weer op weg. Weer een kilometer later bleek één van mijn overschoenen los te zijn gekomen. Ik had nog geen 10 kilometer gefietst en stond weer maar eens naast mijn fiets.

Plots kwam vanuit de achtergrond de verlossing: mijn papa en peter reden blijkbaar achter mij en haalden me in. Ik sloot aan en luchtte mijn hart. Mijn mechanische bekommernis werd weggewuifd door papa. Het was niet meer dan normaal dat mijn fiets in deze omstandigheden zulke schurende geluiden produceerde. Dat was bij hen niet anders. Ik kon er dus op vertrouwen dat Juan niet meteen zou bezwijken onder de Kastelse modder. Met wat meer zelfvertrouwen stormden we met z’n drieën richting sporthal. Ik kreeg eindelijk een goed ritme te pakken en kon mijn valse start relativeren. Mijn eerste ronde legde ik uiteindelijk nog af in minder dan 1u20. Na een heel korte stop en bevoorrading bij de supporters begonnen we aan de tweede van in totaal vijf rondes. Ik had een goede tred te pakken en fietste voorbij alle plaatsen waar ik de vorige ronde had stilgestaan. De tweede ronde was mijn snelste.

IMG_2708b
Modder, modder, modder: maar we blijven lachen. De bewonderende blik van Peter spreekt boekdelen.

Ik wist op voorhand dat de derde fietsronde mentaal de zwaarste zou zijn. Bovendien werd het parcours er alleen maar slechter op. Ik begon wat sukkelig, moest hier en daar voet aan de grond zetten en verloor mijn tred. Het was aftellen tot kilometer 60, want dan zou de helft van het fietsnummer erop zitten. De kilometers kropen tergend traag voorbij. Halverwege kon ik weer aansluiten bij mijn twee compagnons. Ook deze ronde wisten we af te leggen binnen de 1u20. De supporters spraken ons bemoedigend toe. We hadden nog 2 uur om de vierde ronde af te leggen en binnen de tijdslimiet aan de finale fietsronde te mogen beginnen: een heel haalbare kaart. Ik was nu zo ver geraakt, 46 kilometer fietsen klonk niet meer oneindig lang. De vierde ronde kregen zowel mijn papa als peter het lastig. We haalden allemaal de tijdslimiet, maar ik vertrok als eerste en dus alleen voor de laatste ronde. Eindelijk kon ik zeggen dat het de laatste keer was dat ik elke ellendige moddermeter moest overwinnen. Ik voelde me niet leeg, maar nam wel mijn tijd. Daarbij schoof ik nog eens pijnlijk onderuit en viel recht op mijn knie. Het viel op dat het deelnemersaantal sterk was uitgedund. Ik reed in een niemandsland en zag het als een voordeel dat niemand me kon opjagen. Uiteindelijk vond ik nog gezelschap bij helleganger Bram. Hij vertelde me over de opgave van verschillende favorieten. Net op dat moment hoorden we Seppe finishen. Hij won zijn zevende Hel van Kasterlee en had daar minder dan 8 uur voor nodig. Zot!

hel_van_kasterlee_2018_kl._(102)

Mijn geluk kon niet op toen ik de sporthal voor een vijfde keer bereikte. Juan mocht in de wisselzone gaan rusten, voor mij zat het er nog niet op. Ik spurtte richting kleedkamer met Roos in mijn zog. Zij hielp me bij de wissel. Aan de modder en vuile kleren in de kleedkamer te zien, waren de meeste dames al aan het lopen. Als een duveltje uit een doosje vertrokken we voor een tocht van 30 kilometer. Ik wist dat ik die afstand kon afleggen en besefte dus dat ik hoogstwaarschijnlijk een survivor zou zijn in een loodzware editie van de Hel van Kasterlee. De eerste loopkilometers gingen heel vlot. Mijn benen hadden er nog zin in, ik raakte onder stoom en kon heel wat lopers inhalen. Rond kilometer 10 haalde ik een vrouw in. Ik had geen idee in welke positie ik liep en probeerde daar ook niet mee bezig te zijn. Het was nu aftellen naar het einde van de eerste 15 kilometer. Aan de sporthal zag ik terug wat supporters. De grande finale was nu ingezet.

Ook tijdens het tweede deel kon ik een tempo van rond de 11 km/u blijven aanhouden. Het was ondertussen pikdonker en elke kilometer werd zwaarder. Ik trok me op aan de lopers die ik kon inhalen, maar ik was me ervan bewust dat ik alsnog een klop van de hamer kon krijgen. Op 3 kilometer voor de finish haalde ik tot mijn eigen verrassing nog een vrouw in. Zij bleek achteraf gezien nummer 3 in de wedstrijd te zijn. Als ik nu terugdenk aan die finale is het verleidelijk om dat laatste uur te beschouwen als een uur waarop al mijn loopgeluk, frustratie en kracht van het afgelopen jaar samengebald werden. Ik liep niet de snelste, maar wel mijn meest heldhaftige kilometers van 2018. Op het moment zelf is dat echter puur overleven: blijven lopen om niet kopje onder te gaan. Daarin zit weinig heroïek vervat. Ik focuste me op de geweldige muziek van onze playlist en de bemoedigende woorden van Roos. De laatste anderhalve kilometer probeerde ik me bewust te zijn van het feit dat ik nu echt wel de Hel van Kasterlee had overleefd. Mijn verbazing was nog groter toen ik de rode loper opliep en hoorde dat ik derde was geworden, net zoals mijn broer bij zijn Hel-debuut in 2011. Ik kreeg een medaille van Seppe, we pakten elkaar eens goed vast en ik had totaal geen besef van wat me die 11 uur en 2 minuten allemaal was overkomen.

IMG_2724b
Ik won voor het eerst in mijn leven een beker.

De conclusie
De Hel van Kasterlee is nooit voor watjes, maar al helemaal niet op een modderig parcours met koude temperaturen. Ik zag af, maar groeide in de wedstrijd. Tijdens het fietsen heb ik nooit het gevoel gehad dat het op was. Het duurbeest in mij kon zich volledig uitleven. Pas tijdens mijn laatste loopronde voelde ik de inspanningen van de dag doorwegen. Ik presteer telkens goed op de zware marathon van Brussel en ook hier werd ik juist beter door de lengte van de race en de barre omstandigheden. Bizar. Wat deze wedstrijd uniek maakt, is het familiale gevoel dat er heerst. Je lijkt even weg van de gewone wereld te zijn. De laatste fietsronde heb ik dan ook mijn best gedaan om de seingevers te bedanken voor hun urenlange onmisbare inzet. Samen met organisator Ben en commentator Hans zorgen zij ervoor dat je je wel echt een held waant al strijdend in de Kastelse arena. Door al die lovende woorden zou ik haast vergeten dat trainen voor de Hel niet te onderschatten is. Lange trainingen in november staan garant voor herfstig weer en veel donkere, eenzame uren. Uiteraard kan ik nu alleen maar zeggen dat elke trainingskilometer die heroïek helemaal waard was.

Enkele weetjes

  • Sporza maakte een mooie reportage voor Sportweekend over Seppe.
  • Ik had bij het fietsen een geluksbrenger van Seppe op zak: een medaillon van Roger De Vlaeminck dat hij me vroeger eens had gegeven voor de examens.
  • Seppes trainer Stefaan doopte “ons” team om tot Team Doodgaan. Ook hij doorstond zijn Hel-debuut met glans.
  • Papa maakte tijdens het mountainbiken meermaals het grapje dat er een hamster in zijn achterwiel liep en dat die het schurende geluid veroorzaakte.
  • Roos voederde mij banaan en peperkoek in de fietsbevoorrading. Daarnaast kreeg ik niet alleen sportgels en -drank binnen, maar ook heel wat zand.
  • Het ultieme girlpower-moment beleefden Roos en ik toen we een loper voorbij stormden toen P!nk keihard uit de boxen schalde met So What!
  • We beleefden dan weer een mystieke ervaring toen papa-lied Camouflage weerklonk in een mistig en donker stuk. Things are never quite the way they seem.
  • Na afloop bleek dat ik met 2:34 een heel snelle looptijd had neergezet op de 30 kilometer: de snelste tijd bij de vrouwen.
  • Ik voelde mij na afloop nog zo fris dat ik zelf met de auto naar huis ben gereden.
  • Bij thuiskomst van de Hel wacht je een nieuwe modderuitdaging van formaat: al je kleding en materiaal weer proper krijgen. Juan is al weer weg voor een grondig onderhoud.
  • 22 december 2019 staat alvast in mijn agenda gemarkeerd.
IMG_2712b
We are family! Mijn papa, broer en peter: vier hellegangers op een rij.

Duatlonspecial – Een dag na de Hel

De Hel van Kasterlee, de zwaarste winterduatlon ter wereld, 15 kilometer lopen, 115 mountainbiken en 30 kilometer lopen in zware omstandigheden: I DID IT! Vlak voor de start was ik zo onder de indruk van het hele gebeuren dat de twijfel genadeloos toesloeg. Ik gaf mezelf geen schijn van kans om deze uitdaging tot een goed einde te brengen en wilde ergens in een hoekje kruipen en stilletjes verdwijnen. De sneeuw die ’s nachts gevallen was, had het fietsparcours omgetoverd tot een modderige omloop waar het snakken was naar een kilometertje asfalt. Ik klaarde de fietsklus uiteindelijk in 7 uur. Nog nooit zat ik zo lang op mijn mountainbike. Nog nooit zag ik zoveel modder.

In het afsluitende loopnummer kwam de marathonloper in mij naar boven en kon ik een behoorlijk tempo aanhouden. Zonder het te beseffen begon ik aan een inhaalrace. Tot mijn eigen grote verbazing finishte ik als derde. Op het eind van de rode loper stond Seppe me op te wachten om mijn medaille te overhandigen. Voor wie het nog niet zag op Sportweekend: mijn broer Seppe haalde zijn zevende zege in Kasterlee binnen en was al drie uur fris gewassen toen ik aankwam. Mijn papa en nonkel haalden eveneens de finish in wat een historische editie wordt genoemd met meer dan honderd deelnemers die vroegtijdig uit de race stapten.

Ik voel me vandaag verrassend fris, maar heb nog wat tijd nodig om te beseffen wat me gedurende die 11 uur is overkomen. Eén dezer dagen zal hier ongetwijfeld een uitgebreid raceverslag verschijnen waarin ik jullie zal vervelen met een gedetailleerd belevingsverslag per kilometer (of toch zoiets). Dat ik dit heb kunnen waarmaken, heb ik uiteraard in de eerste plaats te danken aan mijn doorgedreven trainingen en soms nogal koppige persoonlijkheid. Achter een sterke vrouw staat in mijn geval een sterke familie en meer. In afwachting van het verhaal over mijn heroïsche strijd wil ik graag een uitgebreid dankjewel formuleren aan zij die hebben bijgedragen aan mijn prestatie en deze memorabele dag.

Roos: voor de mentale coaching en de ongelooflijk persoonlijke begeleiding op topniveau, voor de afleidende praatjes en bemoedigende woorden de laatste zware kilometers, voor het plezier dat ik steeds heb als ik bij jou ben
Marike: voor het logement en zoveel gezelligheid, voor de vakkundige hulp en geruststelling als ik weer eens denk dat ik een vreselijke blessure heb, voor het trotseren van de kou en het zorgen voor de andere supporters
Seppe: voor de wedstrijdtips en het onthaal aan de finish, voor de inspiratie die je me steeds geeft door je sportieve avonturen, voor het vlammetje van de Hel dat je in mij hebt ontstoken
mama: voor altijd het geloof in mijn kunnen, de nooit aflatende steun als ik weer eens met een zot plan op de proppen kom, het enthousiasme en supporteren met hart en ziel
papa: voor de mountainbike die ik kreeg, voor het papa-zijn zelfs tijdens een barre mountainbiketocht, voor de geruststellende en nuchtere opmerkingen, voor je onnozele mopjes die eigenlijk toch altijd grappig zijn
mijn peter Mark: voor de babbeltjes over lopen, voor het gezelschap tijdens de wedstrijd en het warme familiegevoel dat je aanwakkert
Peter: voor de mountainbiketocht naar Kasterlee die we samen maakten als voorbereiding, voor het vertrouwen dat je me toen gaf, voor het ondergaan van onze familiegekte
An: voor de oprechte interesse die je telkens toont in mijn sportieve uitdagingen, voor het intens meeleven en supporteren met heel je familie
Murielle: voor het trouw en enthousiast volgen van mijn avonturen, voor je aanstekelijke en niet te onderschatten eigen sportieve ervaringen
Martin: voor het vakkundige onderhoud van mijn mountainbike en de persoonlijke topservice

Loperspraat – Wat ik zoal kan leren van mijn katten

Ik deel al ruim negen jaar mijn woning met Teresa en Ada, mijn allerliefste harige huisgenootjes. Hoewel we alle drie gesteld zijn op onze rust, vormen we op onze eigen manier een oerdegelijk driespan. Voor wie het nog niet wist: er heeft altijd een dierenmens in mij gehuisd. Vroeger had ik konijnen en cavia’s. Toen ik op kot zat waren hamsters Tony en Rudy mijn maatjes. Nu stel ik het zonder knaagdieren, maar kan ik me geen leven zonder katten meer voorstellen. Katten zijn tegenwoordig trouwens helemaal in. Een blik op de goedgevulde cadeaurekken van boekwinkels bewijst dat de veelzijdige (vaak ludieke) zelfhulpboeken met katten als toonaangevend rolmodel de serieuze literatuur overschaduwen. De kat als personal life coach dus. Met maar liefst twee stuks in huis betekent dat met andere woorden een rijkdom aan wijze levenslessen binnen handbereik.

Huisdieren lijken op hun baasjes en omgekeerd. Daar is wel iets van aan. Teresa en Ada zelf zijn ongetwijfeld de mening toegedaan dat ze meer op een mens lijken dan op elkaar. Heel dikke vriendinnen zijn die twee namelijk niet. Er heerst een opportunistisch samenlevingsverbond tussen de feline partijen. Voor een alleenheerser als de kat is zo’n ménage à trois dan ook niet vanzelfsprekend. Wat ons drieën verbindt is de neiging tot overdrijven. Het is bij ons alles of niets: als wij een doel voor ogen hebben, dan gaan we er de volle 100% voor. Als Ada bijvoorbeeld vindt dat het tijd is voor een stinkend bakje natvoer, dan plaatst ze dit item stante pede op de huisagenda. Dit dagelijks terugkerende proces start met een staat van hyperfocus: elke beweging die ik maak wordt nauwlettend in de gaten gehouden door twee paar kattenogen. Vervolgens worden op vocaal niveau alle registers open getrokken. Ada’s neiging tot overdrijven mondt uit in schaamteloos dramatiseren. Het doel heiligt de middelen. CEO Ada bereikt haar targets dagelijks zonder enig probleem.

IMG_1147b

Luieren is een kunst waar katten grootmeesters in zijn. Rust is niet minder dan een zaak van staatsbelang. Het is een topprioriteit om de dagelijkse slaapquota te halen. Dankzij hun uitstekende slaapconditie kunnen mijn katten uren aan een stuk in dezelfde houding liggen. Sterker nog: ondanks hun leeftijd excelleren ze in souplesse. Ze sparen hun krachten om eenmaal per dag in slechts enkele minuten een explosieve show op te voeren die zijn gelijke niet kent. Een zot moment waarbij werkelijk alle remmen los gaan. Van Teresa’s veerkracht en sprongtechniek zou zelfs Nafi Thiam nog iets kunnen opsteken. Een heikel punt voor mij, want enkele weken geleden kreeg ik bij de kinesitherapeut te horen dat ik weinig veerkracht in mijn enkels heb. Ik moet nu oefeningen doen op de trap waarbij ik vinnig en explosief met verschillende pasjes de treden moet opspringen. Dat is op z’n zachtst gezegd geen sinecure. Ik ben veel, maar niet vinnig en explosief. Het lijkt alsof ik geen voeten, maar zwemvliezen heb. Ik begrijp dus niet hoe het mogelijk is dat mijn katten zonder enige vorm van training vanuit stilstand en op elegante wijze ruim een meter hoog kunnen springen. Stikjaloers ben ik op dat atletisch vermogen.

Een expert zei ooit: katten zijn alles wat mensen zouden willen zijn. Laat ik dan maar zeggen dat ik niet eender welke kat zou willen zijn. De realiteit is dat er in België jaarlijks om en bij de 30.000 katten in een asiel belanden en dat zo’n 30% daarvan euthanasie krijgt. Helaas leidt dus niet elke kat het ideale leven. Zij dit dat wel hebben zijn absoluut te benijden. Mijn Teresa en Ada hoeven geen mindfulness of slaaptraining te volgen om op hoog niveau te kunnen rusten. Hun leven is één en al me-time. Genot zit in een klein hoekje. Ze kennen de plekjes in huis waar net op dat moment die ene zonnestraal hun snoet kan verwarmen. Tot na de middag in bed blijven liggen is de normaalste zaak van de wereld. Ze hebben geen complexen over hun uiterlijk en willen vooral de wereld niet zien om gelukkig te zijn. In hun universum zijn zij heer en meester. Ze regeren met harde hand als het nodig is, maar hun gracieuze verschijning maakt hen ook ultieme verleiders. Bovendien hebben ze een hoge aaibaarheidsfactor. Ze bepalen zelf wanneer ze iets nodig hebben en nemen dan resoluut het heft in eigen handen. Wat anderen van hen denken kan hen geen f*ck schelen. Dit alles verklaart de aantrekkingskracht van boeken als Catfulness, How To Live Like Your Cat en Be More Cat die adviseren dat we ons wat meer als een kat moeten gedragen om gelukkig te zijn. In principe zijn katten opportunisten en egoïsten. Dat klinkt niet sympathiek, maar de boodschap van een leven als kat is eenvoudig: wees tevreden met jezelf en maak tijd voor de kleine dingen des levens. Amen.

IMG_1858b

Het moment – De halve marathon in Kasterlee met Team Odeyn

In november trotseert Team Odeyn maar wat graag de Kastelse zandgrond tijdens een halve (of hele) marathon. Voor de Hellegangers is dit een eerste stiekeme krachtmeting met de concurrentie. Voor andere lopers een groene gelegenheid om nog eens een halve uit de benen te schudden. Afgelopen zondag was ook letterlijk een zon-dag te noemen. Lopers die voor de modder kwamen, waren er aan voor de moeite en konden maar beter een vergrootglas mee op pad nemen. Ook in ideale weersomstandigheden is het parcours in Kasterlee zwaar. De eerste helft loopt nog over rechte stukken asfalt. Hierna wordt het betere off-road werk geserveerd: op en neer door bos en duinen (zand!), waaronder twee venijnige beklimmingen met dito afdaling. Variatie dus, dat wel. Wie deelneemt aan de marathon krijgt twee keer hetzelfde rondje voorgeschoteld.

Team Odeyn stond aan de start van de halve marathon met een stevige delegatie. Seppe als onbetwiste aanvoerder van het team, aangezien hij ondertussen wellicht enige bekendheid geniet als Mr. Kasterlee of simpelweg de Duivel. Ook papa kent met vier Hel-finishes de Kastelse grond als geen ander. Roos en ik zorgden voor de vrouwelijke touch in het team en gingen voluit voor de underdog-positie. Mama was vakkundig fotograaf,  jassenbewaarder en supporter van dienst. Seppes dochter Laurien stal de show op haar gepersonaliseerde Orbea-regenboogfiets. Jong geleerd is oud gedaan. Om deel uit te maken van Team Odeyn is een bloedband trouwens geen noodzaak. Vriend Birger en coach Stefaan waren de nonkels van dienst.

Mijn geschiedenis met Kasterlee gaat terug tot 2014. In die eerste editie mispakte ik me serieus aan het modderige parcours. Ik had toen net een GPS-horloge en vertrok als een duveltje uit een doosje, vastberaden om een toptijd te lopen. Een onbezonnen start die me duur kwam te staan. Ik liep mijn eigen hel: 21 kilometer, 1 uur en 56 minuten lang spartelen om uiteindelijk toch een beetje te verzuipen. De regen maakte de ellende compleet. Het jaar nadien was ik beter voorbereid op wat komen zou. Je weet wel: dat verhaal van de ezel en de steen. Ik verpulverde mijn tijd met 10 minuten. In mijn topjaar 2016 mag het niet verbazen dat ik weer wat sneller liep. Vorig jaar koos ik voor de volle marathon. Een beslissing die ik me na één ronde serieus bekloeg. Afzien was het. Ik vocht moeder- en vaderziel alleen tegen de wind. De finishlijn kwam geen meter te vroeg. Ik eindigde toch nog als vijfde.

Zondag verliep mijn Kastelse race naar wens. Ik hield me de afgelopen weken keurig in op loopgebied. Mijn goede marathonvorm was duidelijk nog niet verdwenen. Ik maakte snelheid in het eerste deel en vergaloppeerde me niet al te erg tijdens de tweede helft. De Hoge Mouw, Muur van Kastel en Col Roger kregen me niet klein, maar kostten me wel krachten. Uiteindelijk finishte ik als zesde en liep ik mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Met het oog op de Hel zit het dus wel snor met dat lopen. Mijn papa deed het nog beter en wist mij op een kleine minuut te houden. Daar zal hij ongetwijfeld veel vertrouwen uit putten. Goed gedaan, pappie! Roos maakte zich op voorhand ernstige zorgen over haar duurloopcapaciteiten. 4 maanden verbouwen gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Dat zusje van mij bracht het er zoals verwacht goed van af. Ze stopte zelfs twee keer om hulp te bieden aan collega-lopers die tegen de grond gingen. Dat overkwam haar zelf ook al eens in het verleden. Het zijn verraderlijke smeerlappen die boomwortels.

Huisvriend Birger was bij wijze van spreke al fris gedoucht toen ik aankwam en ook coach Stefaan zette een scherpe chrono neer. In Team Odeyn staat de sfeer centraal en niet de prestatie. Helaas werden onze positieve ervaringen overschaduwd door Seppes opgave. Na 14 kilometer aan kop van de wedstrijd moest hij de strijd staken na een verrekking aan de hamstrings. Hij mag dan wel zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee zijn, die halve marathon is hem duidelijk minder goed gezind. Vorig jaar kwam hij onfortuinlijk ten val, maar kon hij zich nog van een tweede plaats verzekeren. In 2015 schreef hij in Kasterlee wel de volledige marathonafstand op zijn naam. Op de halve afstand lijkt hij echter een abonnement te hebben op de zilveren medaille. Dat gebeurde gisteren dus niet. Gelukkig kon hij na afloop meteen terecht bij Marike die kinesitherapeutische eerste hulp bij blessures kon bieden. Nu ik er zo over nadenk: het is hoogtijd voor een Team Odeyn met drie zussen aan de start.

IMG_3423
Hier staan dus zes marathonlopers en twee IJzeren Mannen.

De race – Brussels marathon oktober 2018

Zondag 28 oktober 2018 liep ik mijn derde Brussels marathon in koude temperaturen. Het werd een hartverwarmende editie. De derde keer was in dit geval weer een goede keer.

  • De cijfers: marathon n° 9 gelopen in 3:24:27, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: wegens blessureleed in het voorjaar bouwde ik gestaag en verstandig op, ik liep een beperkt aantal kilometers in vergelijking met andere marathonvoorbereidingen en ik taperde als nooit tevoren
  • De race: ik genoot van het parcours en concentreerde me op dat loopplezier, de hoogtemeters waren pijnlijk voelbaar, maar kregen me niet klein
  • De herinnering: de momenten met Roos voor en na de race, de kilometers met mijn ouders op de fiets aan mijn zijde en de finish in het Jubelpark

Wat vooraf ging
Alles wat op deze blog verscheen, kan op de één of andere manier gelinkt worden aan mijn voorbereiding van deze marathon. Heel korte samenvatting: in april miste ik de marathon van Rotterdam door een blessure. De impact daarvan eiste zowel op mentaal als fysiek vlak zijn tol. Ik zat aan de grond en kon op een bepaald moment niet eens meer geloven dat ik ooit nog normaal zou kunnen stappen, laat staan marathons lopen. Als ik terugdenk aan die periode is het moeilijk om mezelf te herkennen in het zielig mensje dat te vaak uitgeput in de zetel lag te snikken. Ik probeerde mijn rug te rechten, werkte hard aan mijn herstel en kon stilaan weer beginnen lopen en dromen. Hoewel ik genoot van mijn herwonnen bestaan als loper, hing de angst voor een blessure als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Toen ik in augustus begon te mountainbiken en ook andere sportieve plannen kon smeden, werd het duurbeest in mij wakker en kwam stilaan het zelfvertrouwen terug. Brussel is een graag gezien decor van mijn loop- en fietstrainingen en daarom dus een logische keuze om er mijn enige marathon van dit jaar te betwisten. Hoe herfstiger het werd, hoe ongeloofwaardiger het mij leek dat ik echt een marathon zou gaan lopen. Daar waren de twijfels en onzekerheid weer.

Vlak voor de start
Dankzij het winteruur kreeg ik een uur nachtrust cadeau. Ik voel me uitgeslapen als om 5 uur de wekker gaat. Mijn ontbijt bestaat uit geroosterd brood met honing en een havermoutpannenkoek. Op de fiets naar het station wakker ik de adrenaline al wat aan door hard mee te zingen met Feel the magic in the air. Rond 8 uur zijn Roos en ik in het Jubelpark. De kleedkamer en provisoire wachtruimte bevinden zich in Autoworld. Een half uur voor de start krijgt Roos telefoon van mama die al paraat staat bij het eerste bevoorradingspunt rond kilometer 16 in Watermaal-Bosvoorde. Hoog tijd dus om mijn bagage af te geven, nog een dixi op te zoeken en richting startvak te gaan. Ik heb geen specifieke richttijd, maar vindt het wel gepast om in het startvak van 3:30 plaats te nemen. Het voelt nog steeds onwerkelijk dat ik nu echt een marathon ga lopen.

IMG_2559
Tijd om het startvak in te gaan en mijn warme trui uit te trekken.

De race
De eerste kilometers lijk ik zoals steeds te vliegen. De tapering heeft z’n werk gedaan, want de loophonger is groot. Uit mijn kilometertijden blijkt dat ik effectief een vliegende start heb genomen en dat de benen er zin in hebben. In mijn hoofd blijft het nog steeds een vreemd idee dat ik een marathon ga lopen. Het lijkt de 20 km van Brussel, maar dan zonder de warmte en massa lopers. Rond kilometer 8 loop ik Ter Kamerenbos in, wat ook wel Ter Badkamerenbos genoemd kan worden vanwege de vele mannen (tja) die het beschouwen als een toiletruimte. Het is groen en gaat heel de tijd op en neer: dit moet Brussel zijn. De eerste saaiheid slaat toe. Ja, ik ben dus een marathon aan het lopen. Als ik het bos uit ben, kan ik beginnen aftellen naar mijn eerste supporterspunt. Mama en Roos staan rond kilometer 16. De kilometer die ik naar hen toe loop, gaat bergaf en is niet toevallig de snelste kilometer (4’22”!) van mijn marathon. Van heel ver roepen ze mij aanmoedigingen toe. De Vorstlaan is bij deze wakker.

IMG_2574
50 meter gelopen en er heeft er eentje zin in.

Mama volgt me verder met de fiets. Het enige wat me zorgen baart, is het feit dat mijn sportgels me nu al slecht bevallen. Mijn lichaam schreeuwt hard nee! bij de gedachte dat er een gel of sportdrank in moet. Ik zit nog niet eens halverwege dus drinken en eten zijn een must. Dat wordt werken. Rond kilometer 20 wacht een kuitenbijter van formaat. Ik ken hem als geen ander en blaf dus vrolijk terug. Wat later word ik aangenaam verrast door mijn papa die plots komt langs gefietst op de mountainbike. Perfecte timing, want ik bereik net De Lus in Tervuren. Afleiding en gezelschap zijn meer dan welkom. De stukken bos zijn zoals verwacht zwaar. Het gaat continu berg op en af. Van een gladde asfalt kan ik slechts dromen. Ik slaag er wel in om nog een behoorlijk tempo te lopen terwijl ik met papa praat. De gels blijven echter voor protest zorgen in mijn buik. Ik probeer er niet te veel aandacht aan te besteden om het interne conflict niet op de spits te drijven.

Zo liep ik dus rond kilometer 30 door Tervuren geflankeerd door mijn beide ouders op de fiets. Dat heet dan zondags samenzijn op z’n Odeyns. De zon komt er zelfs door als ik de Tervurenlaan op loop richting kilometer 35. Nu gaat het in een rechte, maar oplopende lijn richting finish. Ik krijg een klopje. Gelukkig geen man met de hamer. Eerder een gewaarwording van de hoogtemeters die zich hebben opgestapeld in mijn benen. Mijn aandeel in het gesprek tussen ons drieën neemt zienderogen af. Rond kilometer 39 voegen de halve marathonlopers zich bij ons op weg naar de finish. Hoewel ik aanvankelijk opkeek naar lopen in de menigte, kan ik me optrekken aan de lopers om me heen. Als ik die verdomde Tervurenlaan moet op lopen, probeer ik mijn gedachten uit te schakelen. Ik kan nog halve marathonlopers voorbij lopen en dat geeft me goede moed. Kilometer 41 is een feit. Mijn ouders kunnen me niet verder volgen met de fiets. Ik neem me voor om nog eens hard te gaan genieten van het feit dat ik wel degelijk mijn negende marathon tot een goed einde zal brengen. Naar mijn idee loopt de benenwagen niet echt gesmeerd, maar mijn tempo ligt nog steeds behoorlijk hoog. Ik pers er in de laatste bocht richting Jubelpark nog iets uit wat op een sprint lijkt. De zon schijnt, ik kijk naar boven, zie de triomfboog blinken en besef dat het nu echt gebeurd is. Dit is zonder twijfel mijn meest bewuste marathonfinish. Ik kan niet anders dan glimlachen. Als ik dan zie dat ik 3:24 heb gelopen, is het feestje helemaal compleet. Wat een prestatie! Welkom terug vertrouwen.

IMG_2588

De conclusie
Het marathonbeest in mij lag even in de patatten, maar het is niet dood. Integendeel: het is springlevend als nooit tevoren. Ik liep mijn drie snelste marathons in Parijs en Brussel. Hieruit durf ik dus te concluderen dat ik beter presteer onder zware omstandigheden, zowel wat het parcours als het weer betreft. Mijn liefde voor Brussel is er alleen maar groter op geworden. Geen enkele stadsmarathon kan je zoveel wereldstad en groenbeleving aanbieden in één parcours. Dit is marathonlopen in de puurste vorm: een individuele strijd, maar wel eentje die je in alle rust kan aanvatten. Er is elke 2,5 kilometer een bevoorradingspost voorzien. De muzikale ondersteuning langs het parcours is beperkt en ook de toeschouwers zijn schaars. Neem er dus best zelf wat mee als je daar nood aan hebt.

Enkele weetjes

  • Volgens Roos was de supportersbeleving in het Jubelpark een meerwaarde. Volgens mama was er veel meer politiebeveiliging langs het parcours.
  • Marike wilde graag assisteren bij de bevoorrading, maar kreeg een verbod van mama wegens allergie voor koude.
  • Ik liep nog nooit zo’n grote ronde in Ter Kamerenbos. Soms deed het mij denken aan Parc des Buttes-Chaumont in Parijs (denk: creatief met hoogte en rotsen).
  • Mijn ouders lijken soms wel een komisch duo. Je verveelt je geen moment met hen in de buurt. Practical joke van mijn papa: er lag een grote opblaasbanaan van Chiquita in de kant, hij nam die mee en vroeg: wilt ge nog een banaantje hebben?
  • Papa weet dat ik een hekel heb aan wildplassers. Hij maakte rond kilometer 34 gebruik van mijn onmondigheid om een zogenaamd mankement aan zijn fiets als excuus aan te grijpen om een plaspauze in te lassen.
  • Rond kilometer 37 zei mama dat ik nog heel goed aan het lopen was. Ik antwoordde dat ik nochtans betonnen benen had, waarop zij repliceerde dat ik toch nog heel soepel kon lopen met die betonnen benen.
  • Na 2,5 uur ben ik gestopt met gels weg te werken. Ik heb vanaf dan enkel nog wat water gedronken. Mijn buik zei dankjewel.
  • Ik ben erin geslaagd om tijdens deze marathon niet constant te zitten rekenen. Dat leidt al snel tot denken in termen van tijd verliezen. Mijn finishtijd was dus echt een verrassing van formaat.

Een speciale dankjewel aan Roos voor het fotografische bewijs van deze memorabele dag. Het leverde haar ongetwijfeld extra koude handen op. Bedankt zusje voor je professionele begeleiding en verwarmende aanwezigheid.

Marathonpraat – De dag nadien

Ik beleefde gisteren een sprookjeshuwelijk met Mr. Marathon in Brussel. We vielen elkaar onder de triomfboog in het Jubelpark in de armen na 3u24. Een tijd die nog steeds onwerkelijk aanvoelt. Mijn derde Brussels marathon stoot daarmee Amsterdam van het derde schavotje op mijn podium der snelste marathons. Het was een marathonfeest om nooit te vergeten. Een uitgebreid raceverslag volgt nog. Zie dat als de ouderwetse diavoorstelling van het trouwfeest: een moment om elke gebeurtenis van die wonderlijke dag van ruim commentaar te voorzien en te zwijmelen bij zoveel sportieve liefde. Na een spetterend feest wordt het echte leven hervat. Ik vertel jullie graag hoe de hernieuwde prille liefdesmomenten tussen Mr. Marathon en mij verliepen.

Wie thuiskomt van zijn trouwfeest wordt onderworpen aan enkele praktische beslommeringen van huishoudelijke aard. Terug met beide voetjes op de grond na al dat gezweef. Geen bruidsjurk naar de droogkuis of bloemen die water nodig hebben, maar wel heel veel sportkleding die rechtstreeks de wasmachine in gaat. Ook het lichaam kan een uitgebreide verfrissingsbeurt gebruiken. Aangezien wij niet gaan zitten rusten tussen het kattenhaar wordt de stofzuiger bovengehaald. Een uitdagende activiteit met stramme benen, maar Mr. Marathon en ik, wij zitten nog in onze roes en doen het samen met de glimlach. Geen gekibbel over het huishouden bij ons. Niet alleen de katten eisen hun avondmaal op, ook de eigen innerlijke mens moet versterkt worden. Achter de kookpotten dus voor een voedzame herstelmaaltijd. Mr. Marathon is een hongerige huisgenoot.

Hoewel hij mij als mens sterker maakt, is trappen op en af lopen even een no go. Hij geeft mij de kracht om zelf over de drempel van mijn woning te stappen. Het is wel de lift die me met stijfheid en al in een vloeiende beweging naar de juiste verdieping brengt. Na het avondmaal viert de romantiek hoogtij. Ik kan volledig mezelf zijn en nestel me in pyjama in de zetel met aan elke zijde een kat, de verzuurde benen warm onder een dekentje in een zo comfortabel mogelijke houding. Een glimlach op mijn gezicht. Moe, maar voldaan: zoals dat heet. Als de ogen steeds meer dicht vallen en de lichten in mijn hoofd doven, kan het huwelijk geconsumeerd worden. Dat betekent op tijd in bed kruipen om in de geruststellende armen van Mr. Marathon in een heel diepe slaap te vallen.

Daags nadien zorgt de eerste dag van de herfstvakantie ervoor dat de ochtend in alle rust verloopt. Een uitgebreid ontbijt (niet op bed) moet energie leveren zodat het lichaam verder kan herstellen. Het is een kalmaandag van de beste soort. Onder het genot van een koffie overloop ik met mama en zus de memorabele dag. We tellen niet het geld uit de enveloppen, maar zetten herinneringen van onschatbare waarde vast op een bijzondere plaats om er met een warm gevoel aan terug te kunnen denken. We herbeleven de dag vanuit verschillende perspectieven. We bekijken ook de foto’s die we vooral niet op groot formaat of op canvas willen laten afdrukken. Actie- en sfeerbeelden wisselen elkaar af. Er is de obligate foto aan het startvak, die met de drinkbus en de medaille. Ik zie hoe mama op haar zondags uitgedost en ingepakt is als een paaseitje om de koude te trotseren. Om de winterse temperaturen aan te kunnen waren twee paar handschoenen nodig en haar geheime wapen: het chaufferke als medicijn tegen koude handen.

Om al wat verder in de toekomst te kijken, bespreken we in familiale kring ook enkele voorbereidingen voor de huwelijksreis met Mr. Marathon. Waar kan die anders gevierd worden dan in de stad van de liefde? In april 2019 trekken we immers naar Parijs om het marathonhuwelijk te bezegelen. Tot dan kunnen we nog wel teren op de schittering van deze onvergetelijke dag.

 

De race – Amsterdam marathon oktober 2017

Vandaag werd de 43e Amsterdam marathon gelopen. De Keniaan Lawrence Cherono kwam als winnaar over de finish in een parcoursrecord van 2:04:06. Vorig jaar stond ik samen met Roos aan de start in Amsterdam.

  • De cijfers: marathon n° 7 gelopen in 3:26:11, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: ik was in goede vorm na een lastige zomer en hoopte mijn recordtijd te kunnen aanvallen
  • De race: ik bevocht een zware slag aan de Amstel, ging nipt ten onder, maar beleefde toch een gloriemoment in het Olympisch stadion
  • De herinnering: het overvolle Amsterdam, de luxueuze hotelkamer en vooral heel veel familieliefde met mijn zussen en mama

Wat vooraf ging
Ik liep in april 2017 een ijzersterke marathon in Parijs en behaalde 10 weken later in juni mijn eerste marathonpodium in Puurs. Ik zat met oogkleppen in een marathonflow, negeerde enkele pijnsignalen en liep de La Chouffe trail met een peesblessure aan de lies. Mijn gedrevenheid bereikte een grote piek in de zomervakantie, maar mijn lichaam verkeerde in winterslaapmodus alsof het putteke winter was. Als ik in oktober de Amsterdam marathon wilde lopen, moest er één en ander aangepakt worden. Zo belandde ik in augustus op de behandeltafel van een kinesitherapeut die gespecialiseerd is in loopblessures. Het lastige gevoel in mijn lies verdween snel, maar toen begon mijn rug te protesteren. Enkele verlichtende dry-needling sessies hielpen ook die problemen de wereld uit. Ik mocht lopen, maar deed beduidend minder kilometers en schrapte de intervaltrainingen. In september beschikte ik terug over mijn volledige lichaamsfuncties en krachtenarsenaal. Zo klokte ik een scherpe tijd op de halve marathon in Brussel zonder me in de vernieling te lopen. Ik kreeg 100% groen licht van de kine om voluit te gaan in Amsterdam. Tja, dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.

Vlak voor de start
Start en finish bevinden zich in het Olympisch stadion. Ervaren marathonrotten als Roos en ik zijn, weten we dat je bij de start moet zijn nog voor de startvakken open gaan. We hadden dus tijd om een propere dixi te gebruiken en een babbeltje te slaan met een pissebed die in het stadion woonde. Het was behoorlijk fris, maar de zon tekende present. We namen nog een geforceerde foto en trokken toen richting startvak. Roos stond in het vak achter mij. Een hek kon niet voorkomen dat wij stonden te keuvelen over koetjes en kalfjes. Bij mij slaat de stress echt toe als ik het idee krijg dat ik mijn plaats moet gaan verzekeren vooraan in het startvak. Een bijkomende stressfactor was dat er een pacer was voor de tijd van 3:20, de tijd die ik beoogde. Lastig! Ik besloot toch om op mijn eigen plan te vertrouwen en de pacer niet te volgen.

De race
Mijn voeten waren gevoelloos door de kou en dat voelde als een bijzondere loopsensatie die eerste kilometers. Het kon de pret niet drukken. Net zoals in Parijs leek ik de eerste kilometers te vliegen. Ik kon moeiteloos een stevig tempo aanhouden en mijn vertrouwen groeide met de minuut. Rond kilometer 10 liepen we een lange U-bocht. Ik speurde de massa af op zoek naar mijn zusje. We schreeuwden elkaar nog wat aanmoedigingen toe. De adrenaline vloog in het rond. Wij zouden onze PR’s vandaag aan diggelen lopen! Ik geloofde dat het mogelijk was.

2017-10-16-PHOTO-00000134
Dit is zonder twijfel de meest geslaagde actiefoto die ooit van mij gemaakt werd. Bedankt, Marike!

Ongeveer halverwege bereikten we de Amstel. Een ellendig stuk dat je kilometers langs het water voert om dan via een brug langs de andere kant terug te lopen. Ik streed er mijn persoonlijke Slag om de Amstel. In de eerste plaats was de wind mijn vijand. Wind en tempolopen zijn nooit een goede combinatie. Ook begon het te dagen dat ik nog wel een stuk te gaan had. Een saaie, zware lus lopen helpt dan niet bepaald om negatieve gedachten te verjagen. Met lede ogen zag ik hoe mijn kilometertijden toenamen. Als klap op de vuurpijl kwam toen die vermaledijde 3:20-pacer aanzetten, aangeklampt door een bende sputterende lopers. Wat was wijsheid? Ik kon krampachtig proberen om hem voor te blijven, maar besloot me uiteindelijk over te geven aan de menigte in de hoop dat ik energie zou kunnen sparen als ik gewoon moest volgen. Dat ging dus niet. Op de smalle weg werd er bijna letterlijk gevochten om een plaatsje in de massa te veroveren. Ik streed voor wat ik waard was, verloor nog meer energie en moest het onderspit delven. De pacer en zijn aanhang denderden me zonder pardon voorbij en ik bleef verweesd achter. Ik was zo van mijn melk dat ik bijna mijn mama en Marike miste die me mijn tweede drinkbus aanreikten.

Zo bereikte ik dus rond kilometer 26 moederziel alleen een bedrijventerrein in Zuid-Oost Amsterdam. Troosteloosheid troef. De waarheid was dat ik geen PR zou lopen. Ik had nog voldoende marge om een tijd onder de 3:30 te lopen en concentreerde me dus op het vinden van een constant tempo. De wind bleef zich echter opdringen en ook de zon scheen wat te hard. Ik moest steeds meer harken om vooruit te kunnen gaan. Breken deed ik niet. Ik telde af en stelde vast dat er nog wel iets in mijn benen zat. De laatste kilometers door het Vondelpark waren slopend. Ambiance genoeg, maar het leek wel het park van de wandelende marathonzombies. Op automatische piloot kwam ik aan in het Olympisch stadion voor een bescheiden ereronde. Dat gaf wel een kick en ik perste er nog iets uit wat op een sprint moest lijken. 3:26 was het verdict. Mijn taak zat er nog niet op. Als ik Roos vanuit het stadion wilde zien finishen, was er geen tijd te verliezen. Met mijn laatste krachten en verzuurde benen liep ik nog enkele trappen op. En ja hoor: ik zag dat kleine straffe zusje van mij binnenkomen in een knappe 3:43.

De conclusie
De Amsterdam marathon is qua deelnemersaantal net iets groter dan de Rotterdam marathon. Amsterdam en Rotterdam: dat is concurrentie. Dit werd me duidelijk gemaakt door Rotterdammer Jelle. Het parcours van Amsterdam kon mij slechts matig bekoren. Je loopt relatief veel kilometers buiten de stad in saaie buitenwijken en langs de Amstel zonder supporters. Zowel aan het begin als aan het einde van de marathon loop je door het Vondelpark. De kilometers door het stadscentrum zijn zwaar. Door de vele tramsporen en oneffen stenen worden loopvoeten extra uitgedaagd. De start en finish in het indrukwekkende Olympische stadion zijn de grote troef van deze marathon en maken veel goed. Als ik een kamp moet kiezen, dan ga ik resoluut voor Rotterdam: een sympathieke stad met een snel marathonparcours. Je merkt ook dat de marathon daar meer leeft onder de stadsbewoners. Sorry, lieve Amsterdammers. I am Rotterdam.

IMG_1659
Team Odeyn for the win!

Enkele weetjes

  • Het idee om de marathon in Amsterdam te lopen ontstond in oktober 2016 toen ik mijn broer er zag finishen in 2:32. Zelf liep ik daarna een recordtijd op de halve marathon. Ik kreeg kippenvel van Seppes finish en dat heeft bij mij wel vaker als gevolg dat ik dat dan zelf ook wil ervaren.
  • Seppe schreef een heel grappige blogpost over zijn Amsterdam marathon.
  • Op zaterdag spraken Roos en ik af met vriendin Machteld om iets te gaan drinken in het stadscentrum. Slecht idee: Amsterdam lijdt onder het toerisme en op zaterdagnamiddag is dat overal voelbaar.
  • Ons hotel in Amsterdam-Sloterdijk was een welkome oase van rust. Dat mocht ook wel voor de exorbitante prijs in marathonweekend. De ruime badkamer en dito inloopdouche vormden een grote meerwaarde om het marathonzweet van ons af te spoelen.
  • De avond voor de marathon dineerden we in het stijlvolle restaurant van het hotel. De pastamogelijkheden waren beperkt en zo aten Roos en ik zwarte tagliatelli met tonijn. Pasta is pasta. Geen racisme op ons bord.
  • Ere wie ere toekomt: na de Kralingse Plas (Rotterdam) en het Bois de Boulogne (Parijs) voegde ik dus met veel plezier de Amstel toe aan mijn persoonlijke marathongevechten.
  • Als je in Nederland bent, moet je poffertjes eten. Bij de aankomst bestelde ik twee porties ambachtelijke poffertjes mét ferme klont boter. En of dat smaakte! Roos finishte haar schaaltje niet wegens toenemende buikactiviteiten.
  • Calling all superheroes is de slogan van de Amsterdam marathon. Wij lijken het als familie soms aan te trekken dat we mensen ontmoeten die hulp nodig hebben. Zo ontfermden mama en Marike zich over een Vlaamse jonge loper die zijn supporters niet vond bij de aankomst. Ze wilden hem zelfs bijna mijn chocomelk aanbieden. Mijn naastenliefde kent echter grenzen.

IMG_1656

Het portret – Mijn vader en held Jan Odeyn

Vandaag wordt mijn papa 59 jaar. Net als ik is hij ook een loper en een leerkracht. Een lezer zou ik hem niet echt meer noemen. Wel een grapjas pur sang, gedreven bouwer en piloot van modelbouwvliegtuigen en één en al papa tot in zijn kleinste teen. De jaren lijken geen vat te krijgen op zijn kracht en vitaliteit. Mijn mama heeft eens terecht opgemerkt dat hij bionisch lijkt te zijn. Laat hem een marathon lopen en hij draagt nadien met soepele tred je bagage naar boven. Echt gebeurd! Met ouder te worden, zie ik steeds meer hoe ik op mijn vader lijk. Om het met Stef Bos te zeggen: papa, ik lijk best veel op jou. Daar kan ik alleen maar heel dankbaar om zijn.

Mijn vader is niet alleen voor mij persoonlijk een held. Hij is dat ook door zijn daden. Afgelopen zomer stond hij nog in De Morgen met een grote foto in een artikel over helden. In 2004 werd hij namelijk geëerd met een bronzen medaille nadat hij de brandende woning van de buurvrouw binnenging in een poging haar te redden. In 2015 draaide een rondje lopen onverwacht uit op een heldendaad. Hij zag een auto de Vaart in rijden, sprintte er naartoe, sprong in het water om de bewusteloze vrouw onder water uit haar voertuig te bevrijden en haar langs de kant te reanimeren. De vrouw herstelde volledig. Het leverde hem de bijnaam Jan zonder Vrees op in de lokale media. Heldhaftiger kan het niet worden.

IMG_3177b

Zoals hij zijn heldendaden relativeert, zal hij ook zeggen dat zijn natuurlijke reflex tot het helpen van zijn medemens vanzelfsprekend is. Zo stopt hij werkelijk voor elke lifter die zijn pad kruist en bracht hij eens een vluchteling mee naar huis. Als superheld wordt hij vaker geconfronteerd met crisissituaties. In juli bijvoorbeeld, toen we van Houffalize naar huis reden en vlak voor ons op de snelweg een auto in de berm crashte. In geen tijd had mijn vader zijn auto omgebouwd tot een mobiele ambulancepost om de slachtoffers op te vangen. De andere omstaanders haalden opgelucht adem. Hij was een professional in vergelijking met de ambulanciers die hun krakkemikkige rolstoel amper gemonteerd kregen. Ook het dierenrijk kan steeds op zijn steun rekenen. Hij zal zichzelf geen dierenmens noemen, maar toch deinst hij er niet voor terug om een losgeslagen paard terug naar de wei te begeleiden, een verdwaald konijn mee naar huis te nemen of zich te bekommeren over een egel.

Mijn vader is een man die veel stielen kent. Hij beschikt over elk gereedschap. Geen enkel materiaal of voertuig kent geheimen voor hem. Het is gênant dat ik hem moet vragen een kapstok op te hangen of een schroefje van mijn fiets vast te draaien. Want ja, dat doe ik dus. Inmiddels kan ik wel zelf mijn banden oppompen, maar ik laat geen kans onbenut om dit aan hem te vragen. Jullie begrijpen ook dat je met een superheld als vader altijd een noodlijn achter de hand hebt. Roos en ik zeggen soms tegen elkaar: als het niet lukt, dan bellen we gewoon papa om ons te komen halen. Dat plan B zat ook in mijn achterhoofd toen ik in mijn eentje naar Berlijn reed. Zo’n telefoontje zou misschien wel wat ongelegen komen als er net een interessante documentaire op National Geographic bezig is.

IMG_0259b

Op creatief vlak kent mijn vaders inspiratie geen grenzen. Zo maakte hij vroeger zijn eigen kerstkaarten die hij naar zijn vliegvrienden stuurde, is hij gezegend met een vlotte babbel en kan hij moppen vertellen in heel wat talen. Hij heeft een gevatte pen, schrijft graag postkaartjes en typt met slechts twee vingers. Ook upcycling en kunst met een knipoog behoren tot zijn oeuvre. Hij herwerkte eens klassieke landschapsschilderijen uit de kringloopwinkel tot moderne klassiekers door zo’n schilderij bijvoorbeeld in hoekvorm te monteren. Dit hoekschilderij werd zelfs geëxposeerd als deel van de Canvascollectie in de Bozart. Het aantal modelbouwvliegtuigen dat hij al gemaakt heeft in zijn leven, zal inmiddels ook uit drie cijfers bestaan. Ik heb mijn hobbykamerdrang niet van vreemden net zoals de liefde voor de Kewlox-kast, al begreep ik het gemak en design daarvan pas toen ik mijn eigen hobbykamer moest inrichten.

Met één dodentocht, twee marathons en vier keer de Hel van Kasterlee op zijn conto zijn ook de sportieve prestaties van mijn vader niet van de poes. Hij traint op gevoel, met tonnen karakter en heeft lak aan trainingsprincipes uit de boekjes. Sterker nog: hij ontwikkelde zijn eigen principes. In april 2016 liepen we de marathon van Rotterdam zij aan zij in 3u27. Mijn vader had de avond voordien drie alcoholische consumpties genuttigd en de nacht doorgebracht op een kampeermatje in de keuken. Voor alle duidelijkheid: hij had zelf gekozen voor die spartaanse omstandigheden en ze leken hem alleen maar sterker te maken. Ik zag af tijdens die marathon en de laatste 12 kilometer nestelde ik me in zijn zog om niet meer na te denken en zijn gezwinde pas te volgen. Zeventien doden stierf ik in zijn schaduw. Op het aankomstfilmpje is te zien hoe mijn vader mij galant voor laat over de streep. Ik sta stil van zodra ik de finishlijn overschrijd en lijk te blokkeren. Hij kijkt in een vaderlijke reflex om zich heen alsof hij denkt ik moet de kinderen verzamelen.

DSC03201

Vaderen dat kan hij als geen ander. Hij geeft zelfs een extra dimensie aan dit begrip, al zal hij dat weglachen. Zijn deelname aan de 50 km La Chouffe trail in 2017 zie ik als een daad van vaderliefde. Bij Marike ging hij in huis lampen ophangen, met zijn oudste dochter zou hij een ultratrail lopen. Ook voor mijn deelname aan de Hel van Kasterlee spaart hij kosten noch moeite. Hij stelde zijn mountainbike ter beschikking, stelde die vakkundig af op mijn lengte (die korte benen heb ik ook van geen vreemde) en trakteerde me op een nieuw fietszadel. Ik rij met zijn mountainbike, terwijl zijn nieuwe nog niet is aangekomen. Zo spaart hij voor zijn kinderen dus niet het eten uit zijn mond, maar wel de mountainbike vanonder zijn gat.

Wie mijn vader kent of ooit kort heeft ontmoet, zal zich ongetwijfeld zijn aparte gevoel voor humor herinneren. Willen of niet: hij maakt grappen met alles. Vooral ludieke opmerkingen over kleding leidden vroeger steevast tot een lichtjes tot zwaar geïrriteerd en verwijtend Papaaaa! Dat heeft hem nooit kunnen deren. Hij neemt geen blad voor de mond en schuwt het taboe niet in zijn moppen. Ook hier geldt weer dat ik met ouder te worden die onnozele grappen steeds meer begin te waarderen. Er zal nog een Papaaaa! weerklinken, maar dan een gniffelende. Ik deel graag mijn drie favoriete practical jokes uit zijn moppentrommeltje. Lang geleden bij de dierenarts: we komen daar binnen met onze kat in een doos. Hij zegt: we zijn hier met onze boa constrictor. Recent nog met mama bij de oogarts: doen alsof hij de blind is en op de tast de dokterskamer betreden. Recenter in Houffalize: doen alsof hij een hartaanval krijgt als hij de EHBO-post passeert.

Ik schreef nu al ruim 1000 woorden over mijn held en vader en ik heb het gevoel dat ik nog maar een fractie heb verteld van de 33 jaar dat ik hem nu ken. Ik repte nog met geen woord over zijn kunde als leerkracht, zijn kennis van geschiedenis en wetenschap, zijn basic en ongedwongen levensstijl, zijn kampeerskills en de muzikale opvoeding die hij ons meegaf. Het is dat ik geen ambitie heb als romanschrijver. Enkele weken geleden wilde ik een foto maken van Karl Ove Knausgårds roman Vader als boekentip op mijn blog. Ik dacht er het heldenartikel van mijn vader naast te leggen. Gewoon omdat dat iets van mijn vader is. Geen goed idee! Mijn vader lijkt in niets op de autoritaire, kille en veeleisende vaderfiguur die Knausgård beschrijft. Die twee verenigen in een beeld zou een contradictio in terminis zijn. Ik voel me altijd en overal veilig met een papa als de mijne. Wij hoeven de deur daarvoor niet plat te lopen bij elkaar. Mijn papa, dat is gewoon de beste. Hij zal nu fijntjes opmerken: ah ja, ge hebt er maar ene!

img_0185b-e1566544776801.jpg

 

 

Loperspraat – Mijn sportieve dromen

Ik ben een dromer. Zowel ’s nachts als overdag is het zelden stil in mijn hersenpan. De vreemdste dingen kunnen mijn hoofd binnen sluipen, bewust of onbewust. Zo droom ik regelmatig dat ik me moet haasten omdat ik te laat dreig te komen. Hoe harder ik echter mijn best doe om op tijd te zijn, hoe meer obstakels mijn pad kruisen. Het is dus duidelijk dat ik me niet graag haast en niet graag te laat kom. Mijn sportieve plannen vormen vaak stof tot stress of ontspanning in mijn hoofd. Op een bewuster niveau droom ik graag over sportieve avonturen. Het ene plan is dan al wat realistischer dan het andere.

Waar ik zeker niet over droom is triatlon. Vaak wordt me gevraagd of dat iets voor mij zou zijn. Nee, zeker niet! Ik ben geen watermens en ik zie niet in waarom ik me daarover zou moeten zetten. Mijn duatlondebuut in de Hel van Kasterlee is al voldoende grensverleggend. In maart had ik nooit durven dromen dat ik in oktober (over welgeteld vijf weken!) een nieuw marathonavontuur zou kunnen aangaan. Mijn derde marathon van Brussel tot een goed einde brengen na een jaar dat in mineur begon, zal dus echt voelen als een droom die uitkomt.

Dromen gaan vaak over jezelf overtreffen. Op sportief vlak heb ik al geleerd om tevreden te zijn met het geluk dat lopen mij schenkt. Steeds sneller en beter is niet meer wat primeert. Natuurlijk droom ik zeker ook over hoe ik mijn persoonlijke records op de halve en hele marathon aan diggelen zou kunnen lopen. Ik liep mijn snelste marathons in 3:21 (Parijs, april 2017) en 3:22 (Brussel, oktober 2016). Mocht ik destijds een vlakkere marathon hebben gelopen, dan zou ik dus onder de 3:20 zijn gedoken. Dat lijkt nu mijn eigen magische grens te zijn. Ik durf zeker te dromen over een verbetering van die tijd, maar het is geen ramp als dat niet gebeurt.

Ik zou graag nog eens een marathon lopen met een familielid in mijn kielzog. Zo zou ik bijvoorbeeld maar wat graag Roos assisteren tijdens een marathon: haar uit de wind zetten, drinken aannemen, geruststellen en aanmoedigen. Ik zou dan nog eens de ideale grote zus kunnen spelen als ik deelgenoot ben in een verbetering van haar record. Hetzelfde aanbod geldt ook voor de andere leden van mijn trouwe supportersteam. Mijn mama en Marike mogen dus ook altijd beroep doen op die aangeboden diensten. Of waarom geen (halve) marathon met mijn beide zussen? De mannen in de familie zouden de rollen liever omgekeerd hebben, denk ik. Ik zeg geen nee tegen mijn broer of papa als haas.

Sowieso zou ik later graag pacen op marathons. Pacers of gangmakers lopen een constant tempo dat je naar een bepaalde eindtijd loodst. Ze zijn herkenbaar aan de vlag op hun rug. Het zijn veelal ervaren marathonlopers die je informeren over de tussentijden en de valkuilen op het parcours. Ze lopen met de vingers in de neus aan een tempo dat voor hen als ontspannen aanvoelt. Meestal vertrekken ze met een grote tros lopers om hen heen, maar komen ze aan met een select groepje. Ik zou mijn ervaring dan kunnen inzetten om anderen te helpen en zo deel uit te maken van de marathonbelevenis van een andere loper.

Tot zover mijn behoorlijk realiseerbare dromen. Ik zou mezelf niet alleen kunnen overtreffen met snelheid, maar ook door eens overdreven lang te gaan lopen. Ultralopen heet dat dus. Vorig jaar liep ik al een ultratrail van 50 kilometer en 1500 hoogtemeters. Ik deed daar 6 uur over: heel wat langer dus dan een marathon. Dit jaar zag ik in Houffalize hoe de 55 helden en heldinnen van de 100 kilometer finishten. Zij begonnen aan hun strijd om 5 uur ’s ochtends. De winnaars klaarden de klus in 11,5 uur, de laatste loper had ruim 19,5 uur nodig. Ja, dat sprak tot de verbeelding. Een tocht die blijft duren, waar je jezelf waarschijnlijk tientallen keren tegen komt en blijft hopen dat de moeilijke momenten voorbij gaan. Ik durf er van te dromen.

Als ik tot slot helemaal over the top moet dromen, geef mij dan maar de Marathon des Sables: een zesdaagse ultraloop van om en bij de 250 kilometer door de Sahara. Tom Waes achterna dus, maar dan denk ik meteen ook aan de vreselijke blaren die we te zien kregen en dan stopt mijn droom abrupt. Mijn mama zou ook absoluut niet kunnen lachen met dit plan. De lopers moeten hun eigen gelimiteerde bevoorrading mee sleuren en dan zou ze haar taak als ultrabevoorrader niet op zich kunnen nemen. Ze zou ongetwijfeld haar best doen om mij langs het parcours aan te moedigen, maar ik denk dat ze zich daar in the middle of nowhere niet helemaal in haar sas zou voelen. Ik droom dus liever met de voetjes op de grond in plaats van in het zand. Op naar de marathon!

Het portret – Mijn kleine grootse zus Roos Odeyn

Mijn jongste zusje werd één dag voor mijn zevende verjaardag geboren. Ze wordt vandaag 26 jaar. Ik weet nog goed dat ik op school vertelde dat de baby geboren was en dat een klasgenootje vroeg of ze Roos of Roosje heette. Ze is dan wel de jongste in ons gezin, maar volmondig Roos. De leeftijdsgrenzen tussen ons lijken steeds vager te worden. Als oudste voel ik me nog altijd verantwoordelijk voor mijn zussen en broer, maar het zorgen voor elkaar is geen eenrichtingsverkeer meer. Een grootse persoonlijkheid en inspiratiebron als Roos mag je geen kleintje noemen.

Roos en ik lijken hard op elkaar. Lichamelijk zijn de gelijkenissen niet te ontkennen, maar ook onze hoofden zijn op elkaar afgestemd. Wij lachen om dezelfde dwaze dingen en maken dezelfde vreemde hersenkronkels. Wij hebben kortom plezier op dezelfde manier. Wij voelen de dingen vaak hetzelfde aan en hebben weinig woorden nodig om dat duidelijk te maken. Ik heb Roos al eens een meer uitgebalanceerde versie van mezelf genoemd. Waar ik soms in ernstige overdrijfmodus kan gaan, dartelt Roos gracieus over de evenwichtsbalk van het leven. Ze kan hard gaan voor iets, maar beseft als geen ander dat de boog niet altijd gespannen moet staan. Ik kan elke dag leren van haar.

Het is geen toeval dat Roos van zorgen haar beroep heeft gemaakt. Als ergotherapeut helpt ze dagelijks diverse patiënten met kleine en grote problemen om hun leven weer op de rails te krijgen. Naast haar professionele leven is dat niet anders. Roos heeft een heel groot hart voor mensen en dieren. Ik noem haar soms dan ook al plagend moeder Teresa of vraag wanneer haar zaligverklaring zal plaatsvinden. Die vergelijking gaat helemaal niet op. Roos heeft namelijk nooit een dubbele agenda en staat met beide voeten in het echte leven. Er zit nooit ruis op haar luisterend oor. Niemand voelt mij zo goed aan als zij. Ze weet perfect wanneer ze iets moet zeggen en welke toon ze moet raken. Ze weet ook heel goed wanneer ze niets moet zeggen en mij eventjes moet laten razen.

IMG_2026b

Als Roos niet lijfelijk aanwezig is, dan is ze op een andere manier betrokken. Haar naam valt op deze blog dan ook bijzonder vaak. We begonnen samen te lopen om bij te babbelen en we begonnen samen over de marathon te dromen. Die eerste marathon liepen we ook zij aan zij en we werden toen Jansen & Jansen genoemd omdat onze cadans zo identiek was. Parijs is onze gedeelde geliefde. We vinden elkaar ook in onze creatieve projecten en de liefde voor katten. Bovendien spendeerden wij al heel wat uren samen in de auto. De taakverdeling is duidelijk: ik hou me bezig met het stuur en de route, Roos met de muziek. Als je met Roos op pad bent, is de sfeer namelijk altijd goed. Ze is een danswonder en dj-talent van de bovenste plank. Noem een instrument en zij bespeelt het in de lucht.

Ironisch genoeg zorgde mijn blessure in het voorjaar ervoor dat we toen vaak samen op avontuur waren. Roos weet namelijk ook heel goed wat snel en lang lopen is. Ze maakte haar marathondebuut op 22-jarige leeftijd en heeft inmiddels al drie marathons op de teller staan met een persoonlijke recordtijd van 3:43. Momenteel is Roos samen met Niko aan een veel grootser project bezig dan een marathon- of duatlonvoorbereiding. Ze verbouwen een huis met hun eigen handen. Hard werken: ook dat kan ze. Multitalent, zei ik het al?

Lieve Roos, ik wens je een prachtige verjaardag. Lieve lezers, ik wens jullie een Roos in jullie leven toe.