Het is juli, het is zomer en voor sommigen vakantie. Dat betekent dat er eens zwaar gelopen kan worden in de Ardennen. Jawel, hoog tijd dus voor de La Chouffe trail in Houffalize (Houffa voor de vrienden). Ondertussen een min of meer vaste waarde op de loopkalender van de Odeynen. Net zoals in 2019 staan er maar liefst drie stuks aan de start van de 68 kilometer. Multisporter en all-round talent Seppe; marathonloper en ondergetekende Joke; en Roos, het jonkie die met haar 29 jaar op geen enkel vlak moet onderdoen voor haar broer en zus. Ik stelde haar wat vragen – ook inmiddels bijna traditiegetrouw – om alvast vooruit te blikken op het Ardens avontuur.
Roos, 68 kilometer lopen, waar haal je in godsnaam dat idee vandaan? Ons idee (van Joke en mij) is eigenlijk om ooit eens meer dan 100 kilometer te lopen. 68 kilometer is dan misschien een logische tussenstap. Ik wil dit gewoon eens gedaan hebben. Om te weten of ik het kan, hoe het mij bevalt en hoe het voelt om zo lang te lopen. Ik hoop dan ook dat ik binnen de tijdslimiet van 11 uur kan finishen. Ik beschouw deze trail dus niet als een wedstrijd, maar als een lange looptocht waarin ik wil blijven doorgaan. Ik kan eigenlijk echt niet goed bergop lopen.
Hoe heb je je voorbereid op dit crazy avontuur? Amper. Na de marathon in april hebben Niko en ik nieuwe ramen gezet in ons huis en ben ik het goede loopritme kwijtgespeeld. In de maanden april en mei liep ik wel wat wedstrijden, waar ik telkens te snel wilde gaan. Ik ben dan wat geblesseerd geraakt aan mijn knie. Mijn kine bevestigde dat ik niks kapot maakte door te lopen, maar ik liep gewoon echt niet vlot. In het voorjaar liep ik sneller en soepeler, gewoon met meer energie. Het is voor het eerst dat ik een lopersdip heb gehad. Er deed altijd wel iets pijn als ik liep. Het voelde nooit echt comfortabel. Om de trail tot een goed eind te brengen zal ik dus heel veel mentale kracht nodig hebben. Ik wil het van in het begin rustig aan doen, mijn tijd ervoor nemen, niet blijven beuken. Ik hoop dat mijn benen op de één of andere manier zullen blijven draaien. De spirit hoog houden, dat zal het belangrijkste zijn voor mij. Als ik het zwaar heb, kan ik bijvoorbeeld eens met Marike bellen om wat peptalk te krijgen.
Wat neem je onderweg mee om je te wapenen? Ik denk eraan om een tweede GPS-horloge mee te nemen, want ik denk dat de batterij van mijn horloge niet zo lang kan meegaan. Om goed te kunnen indelen, is het wel echt belangrijk dat ik de vooruitgang kan zien, dat ik weet hoeveel kilometers ik nog te gaan heb. Ik ga ook een half uurtje oppeppende muziek luisteren van Dropkick Murphys en The Dead South, niet met oortjes, want ik wil gefocust blijven op het parcours. Qua voeding heb ik Clif bloks gekocht en neem ik ook wat gels mee. Mama en papa kunnen me onderweg hopelijk ergens nog een flesje met koolhydratendrank aangeven. In mijn trailrugzak zit een waterzak met 1,5 liter die ik dus zal moeten bijvullen bij de bevoorrading. Ik zou ook nog graag wat glutenvrij brood (red. Roos krijgt een allergische reactie als ze gluten eet tijdens of vlak voor een inspanning) hebben zodat ik niet alleen sportvoeding moet wegwerken.
Waar kijk je vooral naar uit? De trailsfeer natuurlijk! Ik vind een trail lopen echt leuk: op pad en onderweg zijn. Niet dat ik heel de tijd aan het genieten ben, maar ik vind het wel heel spectaculair om te zien waar je dan loopt. Er zijn echt nog delen van het parcours waar we nu ook weer gaan lopen die ik me herinner van de vorige keer. Na de brouwerij van Achouffe heb je bijvoorbeeld een heel lang stuk dat je langs de Ourthe loopt over een weggetje. Er is ook ergens een superzware klim met een mooi zicht. Ik moet het parcours trouwens nog eens goed bestuderen, want parcourskennis helpt mij altijd omdat ik dan scenario’s kan bedenken om me voor te bereiden. Ik bekijk het als 3x 20 kilometer lopen. De joekels wandel ik wel op, ik vind het echt niet erg om te moeten stappen.
Wat vrees je het meeste? Dat ik het niet haal of dat ik van in het begin tegen de tijdslimiet aan schurk en dat ik dus niet mijn eigen tempo kan aanvoelen, maar moet doorduwen. Ik heb gewoon al lang niet echt goed gelopen, waardoor ik heel hard twijfel aan mijn loperskwaliteiten. Ik ben wel helemaal niet zo zenuwachtig. Voor de marathon van Parijs stond ik twee weken ervoor al stijf van de stress. Je bent dan heel erg gebrand op een bepaald doel. Nu is het gewoon wat het is en zal ik wel zien wat het wordt.
Tot slot, de vraag die op ieders lippen brandt: hoe was Rock Werchter? Geweldig! Studio Brussel had de slogan Party like it’s 2020, 2021 & 2022 en zo was het ook echt. Ik was vergeten hoe leuk ik het vond: de muziek (harde gitaren!), het live-gegeven, het samenzijn met de vriendengroep. Voor Niko was het de eerste Werchter en die is ook helemaal verkocht. Als voorbereiding op de trail heb ik natuurlijk wel net te veel bier en frieten weggewerkt, maar ik heb vakantie en kon deze week dus rustig aan doen: goed slapen en mentale rust vinden. Dat is heel belangrijk.
Liefste sis, er is echt geen enkele reden om te twijfelen aan jouw loperscapaciteiten. Je hebt een solide basis, bent een ervaren afstandsloper en jij kan heel veel aan. You rock, girl!
Wat is er beter dan een boek lezen? Nadenken over wat je nog kan lezen en lezen over lezers en hun verhalen. Goede boekentips zijn namelijk van onmetelijk belang. Om jullie heel diverse zomertips te kunnen voorschotelen ging ik te rade bij mijn framily. Mijn jeugdvriendin Elizabeth mag de spits afbijten van deze zomerreeks. Als er iets is dat wij van jongs af aan delen dan is het wel de liefde voor boeken en dieren. De term boekenmeisje schiet tekort voor de hoeveelheid boeken die wij als kind verorberden. We begonnen allebei in de Agatha Christie boeken toen we een jaar of 11 waren. Ook mijn vader las heel wat Agatha Christies. Ik koester nog steeds de retro-pockets die ik van hem kreeg. Momenteel zoekt hij het als lezer in de non-fictie en dan vooral alles wat te maken heeft met vliegtuigen en hun geschiedenis. Mijn zus Marike is ongetwijfeld de meest plichtsbewuste lezer van ons allemaal. Haar kinderen Leah en Emil zijn evenwel geboren boeken-lovers.
Elizabeth, 36 jaar – architect
Als kind verslond ik boeken bij de vleet: vijf boeken per week was een normaal gemiddelde. Na een tijdje kende ik alle boeken van de plaatselijke bibliotheek (en dan vooral die waar paarden in voorkwamen) en was het wachten op nieuwe aanwinsten. Mijn lievelingsboek was De Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren: dat boek vond ik zó mooi. Als kind piekerde ik veel over de dood, over mijn ouders later te moeten afgeven. Dat boek gaf zo’n mooi beeld van dat doodgaan dat het mijn gedachten erover draaglijker maakte. Ik heb nu nog het gevoel dat als ik ooit van nabij met de dood word geconfronteerd, ik het boek zal oppakken en terug lezen.
Vanaf mijn hogere studies werden de leesboeken eerder ingeruild voor architectuurboeken, waar ik ondertussen een grote collectie van heb. Dat zijn eigenlijk de voornaamste boeken die ik de afgelopen 15 jaar kocht. Momenteel kom ik bitter weinig aan lezen toe, maar als ik eenmaal vertrokken ben met een goed boek, dan kan ik me er wel nog steeds in verliezen zoals vroeger. Alleen gebeurt dat “vertrokken zijn” niet zo vaak. Het ideale boek heeft voor mij sfeer, mysterie en een climax.
Een boek dat ik niet snel zal vergeten is De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón. Ik las het in 2008 toen ik na mijn studies een half jaar rondtrok in Australië. Ergens in het hoge tropische noorden van Australië kwam ik een vrouw tegen op een camping. Na een avondje babbelen aan het kampvuur gaf ze me het boek. Ze had het zelf net uit gelezen en gaf het met veel plezier door aan mij. Het was een dikke kloefer, meer dan 500 pagina’s, vuil en met verkreukte pagina’s. Maar toen ik erin begon heeft het boek me volledig opgeslokt. Op 4 dagen tijd was het uit. Op elke tussenstop waar ik de mogelijkheid had om erin te lezen, haalde ik het terug boven… zo spannend was het verhaal. Ik zie nog de plaatsen voor mij waar ik erin las. Dus dat boek brengt ook een hoop nostalgische herinneringen terug aan mooie plaatsen in Australië.
Het liefst van al lees ik in een comfortabele ligstoel, ergens in de tuin onder een parasol. In de praktijk vaak in bed, waardoor ik na 10 pagina’s in slaap val. Ik waag deze zomer een tweede poging bij De acht bergen van Paolo Cognetti. Ik ben erin begonnen op een moment dat ik niet genoeg tijd en rust had om erin door te lezen, waardoor ik ben blijven steken ergens rond pagina 30. Op hoop van zegen neem ik het dit jaar weer mee op vakantie.
Marike, 32 jaar – kinesitherapeut
Ik lees weinig en ook traag, alleen op vakantie kan het soms snel vooruit gaan. Ik lees altijd boeken omdat ze me door iemand aangeboden of aangeraden zijn. Op school las ik altijd braafjes de boeken die we moesten lezen. Als kind was mijn lievelingsboek Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren. Dat las ik toen we op vakantie in Engeland waren. Het gaat over een stoer meisje dat heel goed in bomen kan klimmen. Ik weet nog dat ik het echt jammer vond dat het boek uit was. Ik was als kind ook helemaal gek van de film Babe (ik kan nog steeds delen meezeggen), maar het boek Een buitengewone big heb ik zelfs niet uitgelezen. Een goed boek is voor mij makkelijk, waargebeurd en dramatisch. Zo las ik eens een boek over een moeder wiens zoon betrokken was bij een schietpartij op een school in Amerika. Ik moet er soms nog aan denken, maar ik ben de titel vergeten (red. Het besef van een moedervan Sue Klebold).
Mijn dochter Leah (bijna 3 jaar) houdt heel erg van boeken (dat kan niet anders met zo een Metie natuurlijk). Ze is helemaal in haar nopjes in de bibliotheek. Ik moet haar boekenkeuze wel wat bijsturen, want ze kiest vaak boeken die ze al kent. Haar lievelingsboek is Non pas dodo! van Stephanie Blake dat mama kocht in Parijs. Het gaat over een konijntje dat zijn doek (dodo) in zijn kamp vergeet en dus niet kan slapen. Zijn grote broer besluit zijn cape aan te doen en de doek te gaan halen. Leah speelt dat verhaaltje ook na door een cape aan te doen en haar doeken te zoeken. Mijn zoon Emil (6 maanden) moet van zijn tantes in de Little Feminists boeken lezen. Hij neemt dat heel ernstig en heeft een boon voor Amelia Earhart (daar zal ook zijn bompa blij mee zijn). Emil eet zijn boeken ook graag op. Gelukkig zijn de feministen van dik karton.
Deze zomer wil ik verder lezen in Mijn verhaal van Michelle Obama. Het is mijn zomertip en ook de beste tip die ik zelf kreeg. Ik ben er al even in bezig, maar ik ben juist blij dat het even duurt, want zo kan ik er langer van genieten.
Jan, 62 jaar – vader, bompa en hobbypiloot
Ik val niet echt onder de noemer “ lezer” en toch is er een tijd geweest dat ik om de 2 dagen een boek las. Het was meer consumeren vanuit een gewoonte. Uiteindelijk heb ik toch ingezien dat het net zoals tv kijken was en dat soort lezen is dan stil gevallen. Door mijn interesse voor vliegtuigen heb ik altijd veel over piloten, vliegtuigmodellen en strategieën gelezen. Vooral over de Tweede Wereldoorlog en dan vooral De slag om Engeland. De film The Battle of England zag ik toen ik 12 was. Inmiddels kan ik dus naar de film kijken en allerlei dingen vertellen over wat er te zien is. Inderdaad: lezen is weten. Mijn lievelingsboek dat ik helemaal kapot las in wachtkamers en op vakanties is The Great Air Races van Don Vorderman. Het gaat over de dolle jaren van de luchtraces tussen de wereldoorlogen.
In mijn jeugd ben ik onder lichte druk van mijn vader de In de ban van de ring trilogie van J.R.R. Tolkien beginnen lezen. Het was meer doorworstelen. Ik ben ooit verdwaald in de bladzijdenlange omschrijving van een bos. Soms was er twijfel of ik toch niet in een ander bos was terecht gekomen. Niet dus. De Lord of the Ring films waren een opluchting. Eindelijk wat tempo of lag het aan mijn lezen? De beelden van de film kwamen overeen met de beelden in mijn hoofd. Achteraf heb ik ook gelezen dat Tolkien uit liefde voor taal en oude verhalen letterlijk een nieuwe wereld schiep inclusief bewoners en talen, gedichten en liedjes.
Ook Umberto Eco sprak zijn vakgebied aan in De naam van de roos, een detectiveverhaal in de middeleeuwen. Hij ontwerpt in het verhaal ook de ideale bibliotheek met voldoende verluchting, daar vind je dus gekende maar verdwenen boeken. Je voelt zo de liefde voor boeken. Het boek geeft een vollediger beeld dan de film. In het boek staan veel voetnoten. Achteraf las ik dat Umberto Eco zijn boeken niet te gemakkelijk wilde maken. Hij zei dat hij schreef voor een elitair publiek, voor mij een afknapper.
Mijn boek- en filmtopper is Das Boot van Lothar-Gunther Buchheim. De auteur overleefde zelf zijn dienst bij de U-boten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal speelt zich af binnen de kleine wereld van een duikboot zonder heldendom. Heel realistisch en claustrofobisch allemaal in zowel film en boek. Veel films ontstaan in de wortels van een boek: A Clockwork Orange, The English Patient en Jojo Rabbit bijvoorbeeld, maar het is altijd het verhaal achter het boek dat de film blijft bepalen.
In de stijl van deze drie lezertjes (sfeer, spanning, toegankelijk en historische context) kan ik ook het volgende van harte aanbevelen: Een schitterend gebrek van Arthur Japin, De geniale vriendin van Elena Ferrante, Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween van Franco Faggiani, Wij zijn met vijf van Mathias Faldbakken en De moord op Roger Ackroyd van Agatha Christie.
Houffalize lonkt. Over 20 dagen staan Roos en ik aan de start van de La Chouffe trail: een looptocht van 68 kilometer met ook nog eens 2080 te overbruggen hoogtemeters. Een nieuw grensverleggend loopavontuur dat zich ver buiten de comfortzone van de marathon bevindt. Niet dat marathons lopen voor mij moeiteloos of pijnvrij aanvoelen, maar ik weet wel behoorlijk goed waar ik me aan kan verwachten en hoe ik me daarvoor kan klaarstomen. Bij een trailrun van dit kaliber is dat helemaal anders: hoe goed ik me ook probeer voor te bereiden, het voelt als een grote sprong in het diepe. Al ben ik ook niet helemaal aan mijn proefstuk toe. In 2017 liep ik al eens 50 kilometer in Houffalize en in 2019 liep ik me helemaal kapot op de 36 km. Ik ondervond toen telkens dat trail running toch een heel eigen discipline is binnen het loopwereldje. Als gedreven marathonloper werd ik keihard met de beperkingen van mijn loopcapaciteiten geconfronteerd.
Hoe dan ook vind ik traillopers zonder twijfel de sympathieksten der lopers. Nergens is de sfeer aan de start zo amicaal als bij een trailrun. Ze hebben het niet over een wedstrijd of een race. Ze klagen of zuchten ook niet als ze onderweg zijn. Ze houden van de natuur in al z’n facetten. Avontuur en beleving zijn belangrijker dan een tijd of resultaat neerzetten. Een trailloper lijkt kortom zenner dan zen in het leven te staan. Als gewoon lopertje kan ik alleen maar houden van die (wellicht geromantiseerde) kenmerken waar de trailloper voor staat. Helaas zal ik nooit een echte trailloper zijn en daar heb ik vijf goede redenen voor.
Ik blijf bergop lopen een opgave vinden. Ik hou echt heel erg van de natuur en de bergen, maar dan vooral om ernaar te kijken of erover te lezen: lang leve Paolo Cognetti! Als ik hoogtemeters maak, gaat er in mijn lijf een waarschuwingssignaal af: pas op! hoogtemeters! de motor moet harder draaien! Ik ga een strijd aan met de berg (of heuvel of glooiing of wat dan ook), want mijn lijf wil een tempo aanhouden. Ik ben de loper met de krachtige motor die zich focust op de juiste cadans om dan als een metronoom mijn voeten over het asfalt te laten tikken. Trailrunning daarentegen dat staat voor een duizelingwekkend aantal intervals, een overdaad aan variatie en onvoorspelbaarheid op alle gebieden.
Ik ben als de dood voor teken en heb een hekel aan alles wat vliegt, kruipt en steekt. Laat een grizzlybeer of everzwijn mijn pad kruisen: ik weet hoe ik adequaat moet handelen. Insecten daarentegen kunnen mij echt gek maken. Nu denk je waarschijnlijk dat het redelijk aanstellerig is om je druk te maken over insecten als het melkzuur tot achter je oren zit. Wel, net dan word ik hypergevoelig voor de terreur die insecten kunnen veroorzaken. Je neemt natuurlijk wel je voorzorgen om ongedierte op een afstand te houden, maar door al dat gezweet (behoorlijk extreem bij mij), ben je gewoonweg een insectenmagneet. Bij de trail in 2019 werd ik in mijn gezicht (!) door drie verschillende insecten gestoken. Ik hield daar nét geen nachtmerries aan over.
Ik drink en eet zelden tijdens een looptraining. Wie hier al langer mijn marathonverslagen leest, weet dat hoe vaker ik marathons liep, hoe heftiger mijn lichaam reageerde op sportgels en -drank. Bij mijn eerste marathon kon ik het perfecte voedingsschema aanhouden, bij mijn laatste twee marathons consumeerde ik 3 gels en een beetje water. Die minimale voedingsinname geeft mij voldoende energie om tot het einde te blijven gaan zonder dat er een wild feest ontstaat achter mijn buikwand. Een persoonlijk succesrecept dat regelrecht indruist tegen elk voedingsadvies. Aangezien ik in Houffalize makkelijk een uur of 9 onderweg zal zijn, is eten en drinken niet minder dan een bittere noodzaak. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe ik dat ga aanpakken.
Ik vind het lastig om tijd en snelheid helemaal los te laten, hoe graag ik ook de vrouw van de beleving wil zijn. Je kan een gemiddeld tempo tijdens een trail run niet vergelijken met wat je bij eender welke andere wedstrijd loopt. Om deze 68 km af te tikken, geeft de organisatie ons 11 uur de tijd. Dat is best strak. In 2019 had de eerste vrouw 9 uur en 18 minuten nodig om de finish te halen. In 2021 was dat slechts 6 uur en 57 minuten. Het is met andere woorden heel moeilijk om in te schatten wat voor mij haalbaar is. Ik wil zeker geen bepaalde tijd of plaats in de rangschikking halen, maar een indicatieve richttijd zou me een stukje controle geven over wat me te wachten staat en hoe ik me verhoud tot die 11 uur.
Ik vind de eenzaamheid van het traillopen soms best akelig. In 2017 kreeg ik mijn papa zo ver om te vergezellen tijdens die 50 km omdat ik schrik had om verloren te lopen. Dit jaar was het eigenlijke plan om de 68 km samen met Roos af te leggen, qua zussenmoment zou dat wel kunnen tellen. Inmiddels zijn we echter tot de conclusie gekomen dat het – al die gezelligheid ten spijt – verstandiger is om het ieder voor zich aan te pakken zodat we elk ons eigen lichaam kunnen volgen. Een dag alleen zijn schrikt mij op zich niet af, ook de Hel van Kasterlee is in se een eenzame bezigheid. Bij een trail bevind je je echter verder weg van de bewoonde wereld. Voor iemand die in een vingerknip een waslijst aan rampscenario’s kan bedenken, boezemt dat toch behoorlijk wat angst in. Gelukkig heb ik vooral ook heel veel zin in dit avontuur. Juist omdat je alleen maar grenzen kan verleggen door er eens los over te gaan. Naast de angsthaas schuilt er ook een optimist in mij die ervan uitgaat dat het op de één of andere manier wel in orde komt. Een goed verhaal, een La Chouffe en een familiaal weekend levert Houffalize ons sowieso op.
Met een speciale dankjewel aan Sam en Joséphine die met hun vrolijke hoofden op de foto (en ook vorige week in het echt) tonen wat een groot plezier off-road lopen kan zijn!
Jij wordt vandaag 70. Een getal waar je misschien zelf wat van schrikt, maar laat me heel duidelijk zijn: voor mij ben je geen haar veranderd. Je bent nog steeds de energieke, ondernemende en immer enthousiaste tante zoals ik die al mijn leven lang ken.
Ik spreek je hier nu wel aan als Tante Hilde, maar in onze kindertijd was je gewoon Hilde. Ik heb me laten vertellen dat het toen blijkbaar modern was om die tante-titel niet expliciet te benoemen. Gewoon Hilde is trouwens niet juist: je was Hilde van “Noël en Hilde” en ook “Ons Hilde”, zoals mama haar 7 jaar oudere zus noemt. Als kind wisten we dat als Ons Hilde belde, mama minstens een uur aan de telefoon hing en dat een tussenkomst niet tot de mogelijkheden behoorde. Ons Hilde mocht dan wel in Nederland wonen met haar Noël en drie kinderen, een familiefeest was pas een echt feest als jullie er waren. Noël en jij luisterden altijd met veel interesse naar wat wij te vertellen had. Maarten, Katrien en Sander sloofden zich uit voor hun jongere nichtjes en neefje. Een nog groter feest was de tijd waarin wij met ons gezin bij jullie in het exotische Nederland oudjaar vierden. Dat leverde straffe verhalen op om op school te vertellen (ze staken daar vuurwerk af op straat!), wat echter het meest bleef plakken was de gastvrijheid en gezelligheid van jullie gezin. We noemden je dan wel geen tante: je was dat gewoon in elke vezel van je lijf.
Seppe en ik vonden het heel sympathiek dat jij in Nederland altijd de Belgische wilde blijven. Je supporterde voor de Rode Duivels en stemde ook voor België met het Eurovisiesongfestival. Zo was je zelfs in mijn jongste herinneringen een vrouw van de wereld. Ondertussen zag je er al heel veel van en je nam er ook al heel veel van mee naar huis. In Parijs mochten wij aan den lijve ondervinden dat de verleiding van de souvenir voor jou om elke hoek loert. Of het nu gaat om een Noorse trui of Afrikaanse oorbellen: het belandde ooit eens in jouw koffer. Zo gebeurde het ook dat ik een magnetenverzameling heb, want souvenirs kopen voor anderen is zo mogelijk nog leuker. Daarnaast ben je ook een vrouw die haar wereld kent. Je bent belezen. Je hebt een mening en bent op de hoogte van de Belgische, Nederlandse én wereldpolitiek. Je spreekt met net zoveel overtuiging Frans als dat je Herents spreekt. Je bent overal even communicatief en sociaalvaardig. Jij zal je nooit laten vangen door een barrière van eender welke aard.
Sinds 2019 zijn onze levens ook vervlochten door de marathon. Je maakte toen namelijk je debuut als deel van onze marathoncrew in Parijs. Je had meteen door dat die marathon voor mij bittere ernst was. Samen met Roos ging je zaterdag oefenen voor het supporterspunt in Bois de Boulogne. Je vond het de normaalste zaak van de wereld dat er dan getimed moest worden hoe lang het duurde om van een metrostation naar het parcours te stappen. Nadien was je oprecht geëmotioneerd door het hele gebeuren. Je besefte wat een marathon met een mens doet. Je pakte me vast en sprak de legendarische woorden: het was een eer om erbij te mogen zijn. Het stond dus in de sterren geschreven dat wij in familiaal verband terug naar Parijs zouden gaan voor een marathon. Ook vorige maand begreep je als geen ander hoe belangrijk die marathon voor mij is. Heel je omgeving was op de hoogte van de snelle marathontijden van je nichtjes. Na afloop had je liefst van al iedereen aan de Arc de Triomphe aangeklampt om op te scheppen over onze prestaties (in het Frans, dan wel Herents).
Jij mag dan niet wezenlijk veranderd zijn, jouw leven werd de afgelopen jaren wel flink door elkaar geschud. Zo puur en onversneden als je emoties zijn, zo is ook je empathisch vermogen ongezien. Je hebt de naam om nogal snel in de emotie te zitten, maar wat jou echt typeert is je veerkracht. Nog voor je op pensioen ging had je al veel zorgen om en voor Noël, van wie je ook vroeger dan verwacht afscheid moest nemen. Je verloor de man van je leven. Het was plots Hilde zonder Noël. Gemakkelijk was dat niet, maar Ons Hilde, die ging door – met een snik en een lach – en vond opnieuw de liefde bij Bert.
In Parijs zei je me dat je herkenning en ontroering vindt in wat ik schrijf, wel: ik kan alleen maar heel blij zijn met het stukje Hilde Artoos dat in mij zit. Omdat we allebei houden van een Frans chanson met drama (en van drama tout court). Omdat we allebei een zwak hebben voor iet of wat gedurfde kleding. Omdat we allebei hard in de dingen op kunnen gaan (liefst van al gaat het hard). Je toont mij bovenal wat het betekent om zus te zijn, om samen een familie te vormen en dat je die mensen die intens met je meeleven moet koesteren.
Liefste Tanteke, dankzij jouw weerbaarheid twijfel ik er geen seconde aan dat die gebroken enkel jou er niet van zal weerhouden om snel weer in conditie te zijn. En wat zal dan het volgende plan zijn? Een reis met Bert? Een wandeltocht met Ons Alma? Of een marathonavontuur met je nichtje? Dat grote feest met je kinderen en 8 geweldige kleinkinderen zal dan eens zo memorabel zijn. Op jouw gezondheid!
Maak er een schitterende dag van en laat je vooral heel goed vieren!
Moeders en mama’s, ze zijn er in alle soorten en maten. Ze vegen monden af en luisteren een heel leven lang naar wat die te zeggen hebben. Mijn eigenste mama behoeft hier weinig introductie meer aangezien ze vaak in mijn verhalen opduikt. Momenteel herstelt ze van een operatie aan haar knie zodat ze hopelijk snel weer als vanouds kan lopen en fietsen. Ze moet ook mijn papa een beetje missen, want die verblijft nog in het ziekenhuis om te bekomen van een hartoperatie. Mijn oudertjes zijn dus heel even minder mobiel dan hoe we ze kennen. Het staat niet ter discussie dat daar snel verandering in komt! Speciaal voor deze Moederdag volgt hier een lijstje van wat mijn moeder zoal doet.
ze zette me na een lijdensweg van 24 uur op de wereld, gaf me de borst, de allerbeste papa en alle geborgenheid die ik nodig had
ze schonk me een broer en twee zussen
ze vertelde zelfverzonnen verhaal over onze knuffelberen en verjoeg krokodillen op de trap
ze leerde ons dat eenden maar tot 3 kunnen tellen
ze bracht ons gezonde voedingsprincipes bij, leerde ons sorteren en composteren
ze spendeerde elke schoolvakantie met ons en deinsde er dan niet voor terug wat te klussen in huis
ze leerde ons de koers en de Olympische Spelen kennen
ze toonde ons hoe je zelfs met een beperkte kennis van het Engels uitstekend je plan kan trekken in Angelsaksisch gebied
ze breide truien en hielp ons met onze eigen breiwerkjes
ze stimuleerde ons om te lezen
ze droogde onze pubertranen
ze toonde ons de geneugten van het joggen en fietsen langs de Vaart
ze zocht eigenhandig in prille internettijden naar de opleiding Literatuurwetenschap en stimuleerde mij om die te volgen omdat ze geloofde dat ik dat kon
ze stuurde haar vier kinderen de wereld in
ze zet een telefoon naast haar bed zodat we haar ook ’s nachts kunnen bereiken
ze heeft een onvoorwaardelijk vertrouwen in ons kunnen
ze geeft al eens een uiteenzetting over welke muziek nu wel of niet tot de échte kleinkunst behoort
ze zorgde voor haar eigen moeder zoals ze dat voor haar kinderen deed
ze mist haar moeder
ze drinkt koffie, eet pistolets en taart met haar eigen broer en zussen
ze staat met ongezien enthousiasme een dag in de wind, kou, hitte of regen om haar kinderen te steunen bij hun zotte sportieve plannen, in binnen- en buitenland en zelfs als ze dan Parijs-Roubaix moet missen
ze benoemt talenten waarvan ik zelf niet geloof dat ik ze heb
ze rijdt mijn gras af en verricht het stevigere snoeiwerk
ze weet als geen ander wat duursporten inhoudt
ze biedt aan om ’s nachts op mijn zetel te slapen of een beveiligingsronde te doen als dat mijn onrust zou kunnen wegnemen
ze is een liefdevolle, toegewijde en fantastische bomma voor mijn nichtjes en neefjes
De cijfers: mijn 14e marathon tikte ik af in een nieuw PR van 3:06:33 (het kan geen toeval zijn dat ik dat deed met nummer 3067), goed voor een 86e plaats en een 17e plaats in mijn leeftijdscategorie
De voorbereiding: het ging zoals altijd hard met fietsen-lopen-werken, maar bovenal deed het deugd om me weer helemaal old-school op de marathon te kunnen storten
De race: bij gebrek aan frisse benen en een onbezonnen hoofd moest ik vertrouwen op de overschakeling naar marathonmodus, ondanks de verraderlijke hoogtemeters en dankzij een adembenemend Parijs lukte dat behoorlijk
De herinnering: de verbondenheid, verbroedering & verzustering, Parijs dat écht altijd Parijs zal zijn
Aan kleur geen gebrek met Roos in je leven.
Wat voorafging
Surfend op mijn marathongolf van oktober en met de heropleving van het competitieve sportleven beslissen Roos en ik in een somber november om ons in te schrijven voor de marathon van Parijs. Kwestie van een mooi vooruitzicht te hebben. Ik passeerde eerst nog langs de Hel, waardoor ik in januari opgelucht ademhaalde omdat ik me weer enkel op het lopen kon focussen. Niet dat ik de fiets links liet liggen, integendeel, maar afstandslopen is en blijft mijn core business. Mijn voorbereidingen verliepen naar wens, hoewel ik meer meer dan eens aan mezelf voorbij liep. Ik voelde dat de combinatie hard werken en sporten met daarbij de nodige stress een tol begon te eisen. Parijs kroop dichterbij en de onzekerheid sloeg genadeloos hard toe. Een eerste tik van de vrouw met de hamer was een feit. Dat had ik geheel aan mezelf te wijten: ik moest en zou in de buurt van die ongelooflijke 3:07 van Rotterdam komen om aan mezelf te bewijzen dat dat geen toevalstreffer was. Of hoe een mens zich onnodig veel druk kan opleggen.
Op zaterdag zochten en vonden wij de magische groene lijn die Roos meteen aan een test onderwierp.
Vlak voor de start
In het holst van de nacht gaat de wekker op kamer 304 van Hotel Joke. Twee dappere marathonlopertjes hebben een eerste missie: op dit belachelijk vroege uur boterhammen eten. Ontbijten voelt eerder aan als nachtelijk snacken. Roos eet voor het eerst sinds lang nog eens confituur op de boterham. Er is bovendien een peperkoek van de beste bakker en gelukkig ook koffie. Om 6 uur treffen we Sam aan beneden in het hotel. Met z’n drietjes trekken we naar de metro, wellicht net iets te uitgelaten voor dit onchristelijke uur op een zondagochtend. We stappen uit bij de Arc de Triomphe en wauw: wat ziet die er magnifiek uit bij het ochtendlicht. Sam geeft en passant nog een interview aan de radio. We trekken richting finishzone om onze bagage af te geven en we maken om de beurt gebruik van de heel propere dixi’s (stressplasjes). Voor we echt helemaal ontspannen worden, is het tijd om richting start te gaan. Sam en ik vertrekken helemaal vooraan in startvak rouge met objectif 3u. Roos moet met 3u30 net wat meer geduld hebben om aan haar 42,2 te mogen beginnen. Het afscheid van Roos is onvermijdelijk. We geven elkaar een dikke pakkerd, roepen wat in elkaars oor en gaan dan elk onze weg. Er zijn slechtere plaatsen om te wachten dan op de Champs Elysées. Al is het wel steenkoud! Zelfs een warmbloedige persoon als ik moet z’n mond dichthouden om niet te staan klappertanden. Als ik om 8u23 over de startlijn loop is daar het besef dat het begonnen is.
Sam, rijzende ster van de Franse radio.
De race
Ik had Sam in het startvak alvast succes gewenst, maar hij sprak toen de profetische woorden dat ik nog niet zo snel van hem af zou zijn. Sam is naast een snelle ook een heel intelligente loper waar ik nog veel van kan leren. Ik vertrek eigenlijk standaard te snel, Sam houdt zich in om dan te versnellen. Wij lopen dus zij aan zij over de Champs Elysées, voorbij de Obelisk die in de stellingen staat, richting Place Vendôme, rond de opera over Rue de Rivoli. De eerste kilometers van de Paris Marathon zijn ongelooflijk mooi, al helemaal met de zon die haast verblindend tussen de gebouwen straalt. Mama en Tante Hilde hebben postgevat op kilometer 5. Vertrouwde gezichten onder de supporters zien geeft altijd een adrenalineboost, zelfs als je die nog niet echt nodig hebt. We lopen naar Bastille (wederom: wauw!), waar Jona staat, de vriendin en eerste supporter van Sam. Onze weg gaat verder richting het Chateau en Bois de Vincennes. We lopen rond de 4’15”, wat voor mij eigenlijk 5 seconden te snel is, maar in vergelijking met mijn eerste 10k in Rotterdam voelt het alsof ik met de rem op loop. Het is leuk, het is gezellig en Parijs is prachtig, maar ik voel na een kilometer of 8 al een stramme achillespees én hamstrings in mijn rechterbeen. Mijn benen zijn duidelijk niet fris. Als ik vandaag een goeie marathon wil lopen, dan zal ik het ironisch genoeg niet van die benen moeten hebben. Er is nog iets dat me wat dwarszit. In Rotterdam liep ik ontspannen, zorgeloos en naïef (daar gaan we weer), maar nu is het dus eerder gespannen, bezorgd en bedenkelijk. Ik heb het echt wel naar mijn zin, maar ik voel aan alles dat het geen dag is waarop ik ongestraft met mijn krachten kan woekeren (als dat al ooit kan bij een marathon). Ik moet zuinig lopen, wat ik duidelijk niet aan het doen ben. In deze fase van de marathon ben ik eigenlijk al veel te hard aan het nadenken.
Na 12 kilometer naderen we het indrukwekkende Chateau de Vincennes. Sam gaat versnellen en is zo galant om dat aan mij mee te delen. Tot over 30 kilometer! zegt hij. Vreemd genoeg klinkt dat op dat moment niet eens zo heel ver weg. In het Bois de Vincennes valt het mij vooral op hoe selectief mijn geheugen het parcours gememoriseerd heeft. Ja, het is daar mooi groen, maar ook wel saai en de eerste oplopende stukken dienen zich aan. Ik blijf er nog steeds een stevig tempo op na houden, aan dat stijve rechterbeen probeer ik niet te veel aandacht te schenken. Kilometer 15 zou zowel voor Sam als voor Roos een verrassend en venijnig tikje uitdelen. Sam wordt dan misselijk en moet daar een kilometer of 10 mee verder lopen, Roos krijgt er een acute en best wel verontrustende kniepijn die op wonderbaarlijke wijze gelukkig weer wegtrekt na een paar kilometer. Om maar te zeggen: het venijn van een marathon zit ‘m niet alleen in de staart, ook de eerste helft moet je altijd lopen.
Ik ben alvast opgelucht als ik halverwege op mijn horloge zie dat ik geen nieuw PR op de halve marathon gelopen heb zoals ik dat in Rotterdam deed. 1u31 is eigenlijk nog steeds te snel als split time, maar ik probeer het positief te bekijken: er is nog ruimte voor verval (hoe oneerbiedig dat ook klinkt). Ik begin af te tellen naar kilometer 25, waar mama en Tante Hilde zullen staan. We lopen ook weer helemaal het echte Parijs in. De ambiance langs het parcours begint ondertussen op gang te komen, want het eerste uur was die toch eerder bescheiden van aard te noemen. Letterlijk met het nodige tromgeroffel maak ik mijn opwachting langs de kade van de Seine. Jawel, dit is prachtig lopen! Als ik mijn supporters nader, ga ik onbewust altijd sneller lopen, dat is nu niet anders. Mama en Tante Hilde staan geconcentreerd tegen de zon in te kijken. Ik zie hen eerder dan zij mij, maar het enthousiasme is er niet minder om.
Met supporteren kan je echt niet vroeg genoeg beginnen in onze familie. Leah had ook een vlaggenstok met aanmoedigingen, maar ze ging daar nogal wild mee tekeer.
Wat je als toerist in Parijs niet weet, is dat er tunnels zijn langs de Seine. Tot vier keer toe moeten we een tunnel in met dan telkens weer een stevig klimmetje. Met ruim 26 kilometer op de teller hakt dat er goed in. Jongens toch, wat een ellende! Ik krijg flashbacks naar 2017 en 2019, waar het licht in mijn hoofd toch eventjes uitging met die tunnelmiserie. Ik voel me ook schuldig dat ik deze cruciale parcourskennis niet gedeeld heb met Sam en Roos (al zal achteraf blijken dat zij de tunnels beter konden verteren dan ik). Net zoals bij mijn vorige deelnames krijg ik het zwaar te verduren op dit deel van het parcours. Zelfs al loop je op kilometer 30 langs de Eiffeltoren en is dat best een indrukwekkend zicht. Mijn tempo loopt wat terug. De vermoeidheid is voelbaar en het is nu echt duidelijk dat die benen van mij geen al te beste dag hebben. In mijn bovenbenen voel ik de verzuring toeslaan. Wat me wel hoop blijft geven is dat mijn tempo niet zo hard terugvalt als in Rotterdam. Ook voel ik me mentaal sterker dan toen ik rond die dodelijke Kralingse Plas liep. Ik probeer me, ondanks die twee stijve harken, te concentreren op een soepel loopritme, ik zoek afleiding in mijn omgeving, ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik dit kan, dat dit er nu eenmaal bij hoort. Ik denk aan iedereen die met mij meeleeft. Ik denk aan Sam die voor mij loopt, aan Roos die achter mij loopt. Ik denk aan de finish, maar nog niet te veel. Ik probeer kortom om het hoofd in strijdmodus te houden.
Ik denk dat één van mijn sterktes als loper is dat ik, ongeacht de omstandigheden, heel lang kan blijven lopen met alle ongemakken die daarbij horen. Ik durf wel te zeggen dat mijn lichaam gemaakt is om duurinspanningen te leveren. Ja, ik kan dus halsstarrig blijven lopen als elke vezel in mijn lichaam zegt dat het mooi is geweest. Helaas is dat geen kwestie van een knop om te schakelen. Op karakter blijven lopen mag dan heel eenvoudig klinken, het kost mij ook elke meter weer heel veel energie en doorzetting om te volharden, zelfs al deed ik dat al heel vaak. Rond kilometer 34 volgt een pittig klimmetje vlak voor we het Bois de Boulogne indraaien. Na de horror van de tunnels is dit eigenlijk maar een onnozel muggenbeetje in het wegdek. Ik kan het er nog wel bij hebben. De eerste kilometers door dat beruchte Bois verlopen best goed. De zon schijnt nog steeds. Er zijn heel veel aanmoedigingen en in mijn hoofd kan ik een paar mooie plaatjes schieten.
Na 35 kilometer voel en denk ik van alles door elkaar. Ondanks de toenemende verzuring voel ik ergens ook nog iets van souplesse in mijn loopbeweging. Ik moet mezelf nog steeds continu blijven aandrijven om die benen draaiende te houden. Met gezwinde pas gaat het niet, maar de terugval blijft binnen de perken en dat geeft me moed, al is het nog steeds ook loodzwaar. Ik probeer niet meer naar mijn kilometertijden te kijken, maar me vooral te concentreren op mijn tred. Als je in de kop van de race loopt, zie je amper miserie om je heen. Iedereen loopt nog aan een behoorlijk tempo. Het lijkt alsof ik de enige ben die zo zwaar aan het afzien is. Iedere loper is heel erg in zichzelf gekeerd, gefocust op de eigen strijd om dat lichaam in beweging te houden. Ook met 38 kilometer in de benen is “blijven lopen” het enige wat je kan doen om de finish zo snel mogelijk te bereiken.
Eindelijk is daar kilometer 40. Ik probeer van het moment te genieten, maar dat is lastig met mijn verzuurde pikkels. Ik snak naar de finish. Ik wil een bewijs zien dat het er echt bijna op zit. We moeten nog een rotonde nemen en het voelt alsof ik noch de kracht, noch de coördinatie heb om een bocht te nemen. Waar oh waar is die finish? Er volgt nog een laatste krappe bocht over kleine steentjes en jawel hoor: de groene boog doemt op. Ik kijk op mijn klok en zie dat mijn marge beperkt is. Onder luid gejoel sleep ik me naar de finish. Mijn rechtervoet (die van dat tegenwerkende been) landt op de finishmat en dat was meteen de laatste stap die ik vandaag kan zetten. Incroyable! Ik ben er weer geraakt. Ik heb mijn PR met een minuut scherper gesteld en breng daarmee mijn recordtijd terug naar Parijs.
Sam en ik, of moet ik zeggen: The Real Sam en ik?
Ik ben een tevreden mens, maar het is eigenlijk nog mooier om de vreugde te kunnen delen met bekende gezichten. Eerst is er een blij weerzien met Sam, onze superman, die zijn missie volbracht en 2:59:32 liep. Terwijl we op Roos wachten, spreken we met Sams supporters en horen we hoe zij de race hebben beleefd. Via de tracking zien we dat Roos perfect op schema ligt om haar sub 3:30 binnen te halen. We halen onze bagage op en gaan dan terug zo dicht als we bij de finish mogen komen. En daar komt ze dan, onze supervrouw, dat kleine, waanzinnig straffe zusje van mij. Gehuld in een groene plastic poncho als wondercape en helemaal in tranen van de ontlading. Ze kan niet geloven dat ze 3:26:35 gelopen heeft. Ik knijp heel hard in haar arm, want het is echt zo. Wat een dag!
Supervrouw Roos met haar wondercape
Parijs, stad van de zussenliefde. 2×2 zussenduo’s met elk 7 jaar leeftijdsverschil. We misten Marike wel heel hard.
De conclusie
Het is een understatement om te zeggen dat ze in Frankrijk trots zijn op hun hoofdstad. In het startvak weergalmde elke minuut wel eens Paris, la plus belle ville du monde. Als je de marathon van Parijs loopt, dan kan je niet anders dan hen gelijk geven. Het parcours is indrukwekkend mooi. De “maar” zit in de niet te onderschatten hoogtemeters en de pavés die je her en der voor de voeten krijgt. De organisatie is top, al viel het me wel op dat er in vergelijking met pre-coronatijden amper beveiliging of seingevers langs het parcours stonden. Dat leidde soms tot gevaarlijke oversteekmanoeuvres van voorbijgangers. Twee jaar geleden had je in Frankrijk het juiste papier met stempel nodig om je buitenshuis te begeven, nu is het van laissez-faire en à l’aise. De supporters in Parijs kunnen nog wat leren van de Rotterdammers. Aan sfeer is er echter geen gebrek: die zit simpelweg in de stad zelf. Tot slot formuleerde Roos na afloop een prachtige marathonwijsheid. Ze zei dat hoe hard je ook probeert om voorbereid te zijn op elk scenario van een marathon, je altijd iets onvoorspelbaars tegenkomt. De marathon staat kortom altijd garant voor verrassingen. Het is ook de kunst om daarmee om te gaan.
Enkele weetjes
Op de marathon expo kochten Roos en ik nieuwe sokken van Incylence in bleu-blanc-rouge, waar we allebei onze marathon mee liepen.
Zo koud als het was aan de start, zo warm was het in het hotel, zelfs met de verwarming op 18°. Je zou haast denken dat energie gratis is in Frankrijk.
We keken ’s avonds in onze kamer naar Mask Singer en The Voice op TF1. Fransen hebben een heel groot gevoel voor dramatiek en theatraliteit, op het smakeloze af.
Op zaterdag kreeg Roos, net zoals in Rotterdam, een duivenkak over zich heen. We beschouwen dit nu als een gunstig voorteken van hierboven.
Bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal weet ik niet of ik de Champs Elysées echt la plus belle avenue du monde vind, sowieso wel la plus iconique.
Ik hield me bij deze marathon weer aan een minimaal voedingsschema met 3 sportgels: eentje op 7, 14 en 22 kilometer. En ja, het waren nog steeds die vervallen gels waar ik ook Rotterdam en de Hel mee doorstond.
Het is fantastisch dat de fiets stilletjes aan terrein wint in Parijs. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat die kleine gevaarlijke paaltjes van de fietspaden niet ingepakt waren op het marathonparcours.
Roos dacht tijdens de race veel aan haar kersvers petekindje Emil (die supporteren voor zijn meetje al heel ernstig neemt) en aan Julien, haar eigen peter en een fanatieke loper die een paar weken geleden overleed.
Naast mijn marathon PR brak ik ook twee andere records: een weekrecord aan stappen (137.601) en aan slaapgebrek. Hoezo een gebrek aan frisheid?
De Keniaanse Judith Jeptum schreef met 2:19:48 de overwinning op haar naam, evenals de Ethiopiër Deso Gelmisa die 2:05:07 afklokte. Ik herbekeek de race van de profs inmiddels en herbeleefde alles opnieuw. Heerlijk!
Op Medal Monday spendeerden Roos en ik tijd in Le Bon Marché. We voedden er onze innerlijke mens bij de boulangerie (ik nam een kaneelbroodje, Roos een madeleine) en we lieten onze creatieve geesten volop inspireren door de nieuwste modetrends. Het was vooral IRO Paris dat veel oooh’s en aaah’s van ons kreeg. Helaas onbetaalbaar.
Voor de gelegenheid maakte ik twinning sweaters (grijs/luipaard/goud) die ook matchten met de medaille. IRO Paris mag me altijd een job aanbieden.
Drie jaar geleden maakte Tante Hilde voor het eerst onze marathongekte mee in Parijs. Ze sprak toen de legendarische woorden “het was een eer om erbij te mogen zijn”. Omdat ik dat zo mooi vond, kreeg ik deze keer een plechtige brief waarin ze het nog eens zwart op wit schreef. Eentje om te koesteren!
Naast de ervaringen van je eigen eerstelijns crew, is het na afloop ook fantastisch om te horen hoe anderen ons vanop afstand hebben gevolgd. Een bijzondere vermelding gaat naar Dirk, fan en inspirator van het eerste uur. Hij volgde onze tracking op de voet en keek simultaan naar de live-beelden voor een optimale supportersbeleving van thuis uit.
Natuurlijk stelde Parijs niet teleur. Parijs overtreft werkelijk altijd je verwachtingen. Je hoeft daar echt geen 42,195 kilometer voor te lopen, al helpt het wel om je verbonden te voelen met die zotte stad en de tienduizenden lopers die op zondag 3 april 2022 aan de start stonden van de Paris Marathon. Op die bewuste dag waren er 2 keer 2 zussen, 3 PR’s en 4 seizoenen. Ik stelde vast dat hoe meer marathons ik loop, hoe meer ik geconfronteerd word met de wispelturige aard van dat marathonbeest. Nooit eerder stond ik zo onzeker te koukleumen in het startvak. Ik ben dan ook nog helemaal overdonderd door alles wat die marathon weer gebracht heeft. Na 14 marathons, waarvan 3x Parijs, zou je denken dat ik wel voorbereid ben op die intensiteit. Niks is minder waar. Wat een marathon teweeg brengt dat zindert nog lang na. Wat een unieke belevenis! Wat een fantastisch parcours! Maar ook: wat een pijn!
Jullie horen het al, er valt wederom heel veel te vertellen over vier dagen Parijs inclusief marathonavontuur. Over de onwaarschijnlijk straffe prestatie van mijn zusje Roos die met een tijd van 3u26 maar liefst 10 minuten van haar PR af liep. Over Sam, die we in het begin van het jaar leerden kennen als een gedreven loper en die we alleen al voor het fijne gezelschap in ons marathonkamp opnamen. Met 2u59 denderde ook hij af op een PR: werkelijk fenomenaal! Er valt natuurlijk ook heel wat te zeggen over mijn eigen felbevochten PR. Ik had in Parijs 3 uur 6 minuten en 33 seconden nodig om de finishlijn met zicht op de Arc de Triomphe te halen. Een dikke minuut winst dus, maar wel eentje waarvoor ik door een muur of 10 moest heen lopen, onder andere in dat verdomd lastige Bois de Boulogne. Zo wondermooi als Parijs is, zo hard kan het ook toeslaan.
Met dank aan de aprilse grillen schotelde het weer ons à la carte de 4 seizoenen voor. Sneeuw op vrijdag, een stralende zon met frisse temperaturen op marathondag en tussendoor een verraderlijk koud windje tegen een blauwe wolkenlucht. Vrijdagochtend hoorde ik op de radio Four Seasons In One Day van Crowded House. Een song doorspekt met de nodige melancholie die achteraf gezien de perfecte samenvatting bleek te zijn van mijn vierdaagse in Parijs. Niet alleen beleefden we klimatologisch gezien de 4 seizoenen, ook mijn gemoedstoestand en marathon waren een samenspel van gelaagde emoties. Waar de zon schijnt, valt er ook schaduw. Enerzijds ben ik echt wel ontzettend blij met wat Parijs mij weer gebracht heeft. In het klassement eindig ik als 86e vrouw van de 8390 en 17e in mijn leeftijdscategorie: cijfers waarvan ik amper kan vatten dat ze over mij gaan. Anderzijds knaagt er heel wat. Het afgelopen weekend hoorde ik mezelf vaak tegen anderen zeggen dat je nooit de perfecte marathon kan lopen, ik verwacht dat echter wel van mezelf. Ik wil niet verwaand of ondankbaar overkomen, maar de criticus in mij voert de afgelopen tijd te veel het hoogste woord en ik krijg er amper een speld tussen.
Uiteraard volgt later deze week nog een uitgebreid raceverslag. Voor nu wil ik jullie graag nogmaals hartelijk bedanken voor de vele aanmoedigingen, de lieve woorden, het betere duimwerk, de kaarsen die gebrand werden, maar bovenal: het oprecht meeleven met mijn loopavonturen. Voor, tijdens en na de marathon schoot er heel veel door mijn hoofd: naast die knagende onzekerheid, was ik me ook meer dan eens ten volle bewust van al die trouwe volgers die mij door de jaren heen hebben gevonden, die me steeds blijven opzoeken en vinden. Ik blijf het heel bijzonder vinden dat ik die rol mag vervullen in jullie levens. Een grote en nog steeds even gemeende dankjewel daarvoor!
Anno 2022 is de angst niet langer dat een evenement afgelast wordt, maar dat je de gebeurtenis aan je neus voorbij moet laten gaan omdat je zelf geveld bent door corona. Aan de start staan is prioriteit nummer 1, als het eventjes kan in topvorm. De angst om ziek te worden overheerste dan ook de laatste anderhalve week voor mijn Paris Marathon. Gewapend met een FFP2-masker in de klas anderhalvemeterde ik erop los en ventileerde ik alsof mijn leven (mijn marathon dus) ervan afhing. Daarbovenop kwamen dan nog de vaste stressfactoren hun zegje doen. Ik hield de weersvoorspellingen maniakaal in de gaten (sneeuw?!) en brak mijn hoofd over vestimentaire keuzes ter voorbereiding van de inpakstress. De voorpret voor mijn 14e marathon was dan ook voorzichtig van aard te noemen.
Dat het lastigste deel van de marathonvoorbereiding die laatste week is, dat is op zich niks nieuws onder de zon. Naarmate de loopkilometers minderen, slinkt ook mijn zelfvertrouwen. Ik voel mij niet in de topvorm van mijn leven als ik dan eindelijk “mag” gaan lopen, dan voel ik vooral die stramme hamstrings, een zweem van rugpijn of een raar pijntje in mijn knie. Trust the process: je moet erop durven vertrouwen dat de voorbereidingen hun werk hebben gedaan. In het najaar van 2021 zat ik in een ongelooflijk positieve flow waarvan de Rotterdam marathon het hoogtepunt was. Werkelijk alles leek te lukken. Ik hervond mezelf helemaal als loper en liep op enkele weken tijd al mijn records van de tabellen. Het kon met andere woorden niet op. Nu heb ik soms wel het gevoel dat het op is. Ik voel mezelf niet meer die onoverwinnelijke loper die ik mezelf waande in het najaar. In mijn hoofd is het al frisser en luchtiger geweest. Er is wederom veel twijfel en de allesoverheersende vraag of ik er wel echt alles aan gedaan heb om in Parijs te kunnen knallen.
De aan-alles-twijfelende Joke moet er kortom op vertrouwen dat, wat de omstandigheden ook zijn, dat lichaam van haar naar marathonmodus kan schakelen. Cijfermatig wijst er trouwens helemaal niks op dat ik niet heel dicht in de buurt van mijn 3u07 kan eindigen. Het hoofd heeft dan misschien wat last van metaalmoeheid, er zijn geen indicaties dat er sleet zit op mijn loopcarrosserie. Bovendien is wat ik onthoud van vorige marathons (of mijn deelnames aan de Hel) de roes van de euforie. Voor het gemak vergeet ik de stress en onzekerheid die eraan vooraf gingen. Inmiddels weet ik dat je fysiek in staat kan zijn om onder een bepaalde grens te lopen, maar dat je vooral strijdvaardig moet kunnen blijven. Een marathon lopen is geen kwestie van pech of geluk hebben. Het is blijven lopen met rechte rug en de kin omhoog, wat de benen ook te zeggen hebben. Marathons lopen is nog steeds één van mijn favoriete activiteiten. Ik ben bovendien omringd door héél goed volk dat het beste in mij naar boven haalt. Daarenboven loop ik in de stad waar ik nooit op uit gekeken raak. Wat kan er eigenlijk misgaan?
Wees maar zeker dat ik er vooral heel erg van ga proberen te genieten. Hoe de marathon ook uitdraait, Parijs zal altijd Parijs zijn: een stad die barst van de herinneringen en de zussenliefde. De stad waar ik in 2017 bij mijn vijfde marathon teleurgesteld was in mezelf en de stad waar ik in 2019 bij mijn tiende marathon I’m still standing wilde uitschreeuwen, ook al hield ik een longembolie over aan dat avontuur. Nummer 3067, daar zal het mee gebeuren. Doe me één plezier, lieve lezers, denk morgen tussen 8u15 en 11u30 eventjes heel hard aan mij en stuur dan al je wilskracht richting Paris. Merci à vous!
Ik weet niet hoe ik gereageerd zou hebben als ik in juli 2019 geweten had dat ik ruim 2,5 jaar niet naar Parijs zou (kunnen) gaan door een wereldwijde crisis. Misschien was ik nog 3 keer extra gegaan dat jaar. Mogelijk had ik me met enig gevoel voor dramatiek aan de Arc de Triomphe vastgeketend. Ik zou sowieso nog meer filmpjes gemaakt hebben van het straatbeeld en -leven in een stad die eigenlijk nooit lijkt te slapen, want zeg nu zelf: wie heeft New York nodig als je op een paar uur van Parijs woont? Tussen Parijs en mij is het al jaren heel dik aan. Of eigenlijk tussen Parijs, Roos en mij, een ménage à trois zeg maar. Ik zeg dan ook al ruim een jaar dat ik écht ga janken van geluk als ik weer voet op Parijse bodem zet en met mijn trolley in de hand de chaos van Paris Nord overschouw. De dramatische filmmuziek fantaseer ik er zelf wel bij. Dit is wat ik nog van plan ben te doen tijdens mijn vierdaagse Parijs-trip:
een marathon lopen
wandelen, wandelen, wandelen: zelfs al ga ik dus op zondag een marathon lopen of heb ik op zondag een marathon gelopen, als ik in Parijs ben, dan moet en zal ik me te voet voortbewegen (en als het echt niet anders kan met de metro) mijn favoriete wandelstraten zijn Rue de Rivoli, Rue Saint-Honoré, Rue du Bac en eigenlijk alles van Saint-Germain-des-Prés
postkaartjes sturen en dan weer beseffen hoe lastig het is om ergens timbres te kunnen kopen (en hoe duur de post geworden is)
voor de gezelligheid lang bij het hotel-ontbijt blijven plakken en koffie drinken, veel koffie drinken
in het teken van de koolhydratenstapeling pasta eten bij Fuxia en gaan shoppen bij de boulangerie van Le Grand Marché
op maandag croissants eten die ik de dagen ervoor gedisciplineerd heb laten liggen met de marathon in gedachten
mijn ogen uitkijken bij Le Bon Marché en denken: gelukkig zit iedereen in Galerie Lafayette
me laten inspireren door wat ik zie in het straatbeeld en in de winkels, stelen met de ogen dus om er dan thuis in mijn atelier iets mee te doen
Frans spreken, want daar krijg ik veel te weinig de kans toe in mijn dagelijks leven
de Arc de Triomphe knuffelen, de Notre Dame troosten en de Eiffeltoren aanschouwen die heel recent weer 6 meter aan lengte won dankzij een nieuwe antenne
duiven observeren terwijl ik in een stoel zit in de Jardin des Tuileries
denken aan Lady Di op Place Vendôme en het Ritz hotel
de verkeerschaos aanschouwen op de Etoile rond Arc de Triomphe
luisteren naar Barbara Pravi en Zaz
de Champs-Elysées heel amicaal “De Champs” noemen en uit volle borst het gelijknamige lied van Joe Dassin zingen
rondzeulen met de Mijn Parijs gids van Bent Van Looy (I Love Bent!)
champagne drinken op zondagavond en dan ook bij de maaltijd een goede vin nuttigen
eindeloos en ongevraagd herinneringen ophalen met Roos: over onze eerste keer Parijs samen in juli 2014, tijdens een hittegolf nota bene en de uitputtende voettochten die we maakten om toch maar elke steen gezien te hebben op vier dagen tijd, over madeleines en brioches, over de Rue de la Roquette, onze navigatiekemels, vreemde gewoontes op Père-Lachaise, Rachid van Montmartre en ga zo maar verder
ons zusje Marike missen die er deze keer niet bij kan zijn en ook mijn vriendjes An en Murielle met wie ik in schools verband al heel vaak in Parijs mocht zijn
Parijs stelt nooit teleur, om het met de woorden van Roos Odeyn te zeggen.
Over welgeteld drie weken staan Roos en ik aan de start van de Paris Marathon. Een uitstapje en evenement waar we met z’n tweeën lang naar hebben uitgekeken. Ein-de-lijk terug samen naar Parijs! Voor Roos is het haar vijfde marathon, de eerste keer Parijs. Symbolisch, want zelf liep ik daar in 2017 mijn vijfde marathon. Een week geleden liepen we zij aan zij 30 kilometer zoals we dat zo graag doen. We hadden het natuurlijk over de marathon en onze verwachtingen, de stress die de kop begint op te steken en hoe bijzonder het is dat we dit samen kunnen beleven. Hoog tijd om Roos nog eens aan het woord te laten over haar weg naar de Paris Marathon 2022.
Na mijn laatste marathon in Brugge (oktober 2019) dacht ik eigenlijk dat ik geen marathon meer zou lopen. Ik vond het wel mooi geweest en dat record zou ik toch nooit meer kunnen verbeteren. Een marathonvoorbereiding is niet te onderschatten. De marathon van Parijs beleefde ik al twee keer als supporter. Na Jokes prestatie in Rotterdam kriebelde het om toch nog eens een marathon te lopen. En waar kon dat beter dan in onze geliefde stad Parijs? Begin november schreven Joke en ik ons dus in. Een voorjaarsmarathon past beter bij mij. In de zomer zijn er veel andere dingen en vind ik het moeilijker om me te schikken naar de trainingen. Je hebt echt structuur nodig in je voorbereidingen. Ik liep nu wel heel vaak in de regen en wind, ook veel in het donker, maar dat neem ik er dan maar bij.
Mijn voorbereidingen voor deze marathon zijn goed verlopen. Op maandag liep ik meestal een snelle training. Woensdag deed ik mijn duurlopen. Na het werk liep ik dan 20 kilometer of meer. Vrijdag stond er een nuchtere loop op het programma en in het weekend liep ik nog wat er gelopen moest worden om de kilometers aan te vullen. Ik heb bewust meer tempo’s gelopen, eens goed de gaskraan opendraaien, uit gebrek aan wedstrijden ook wel. Ik heb ook strikter mijn kilometers geteld. Mijn weekgemiddelde lag telkens rond de 52 kilometer. Op maandag vond ik het stresserend dat de teller weer op nul stond. Naar mijn gevoel heb ik nu veel harder getraind dan voor Brugge. Ik stemde mijn planning ook meer af op de trainingen. In januari had ik veel stress voor deze marathon en vroeg ik me echt af waarom ik me had ingeschreven. Het zwaarste van een marathonvoorbereiding vind ik dat je heel de week aan lopen moet denken. Ik voel nu dat ik in vorm ben, heel leuk is dat! Zo gericht trainen geeft me ook veel voldoening.
Ik vind het jammer dat de CPC Loop vandaag niet doorgaat. Een snelle halve marathon lopen drie weken voor de marathon geeft veel vertrouwen. Al ben ik tevreden over mijn 30 kilometer vorige week. De laatste 4,5 km waren wel heftig. Ik had wat beter moeten drinken de dag ervoor, denk ik. Mijn voet was verkrampt, maar daar probeer ik niet te veel waarde aan te hechten. Ik heb me er al bij neergelegd dat ik ook spierkrampen zal krijgen tijdens de marathon. Hopelijk laten ze dan wat langer op zich wachten. Van mijn vorige marathon leerde ik dat het heel gemakkelijk is om in iemand z’n zog te hangen. Je wagonnetje kunnen aankoppelen scheelt echt veel. Ik breek mentaal meestal op kilometer 35, dan krijg ik krampen in mijn benen en moet ik heel diep gaan om te blijven lopen. Daarom moet ik meestal ook wenen van de ontlading als ik uiteindelijk over de finishlijn loop. In Brugge stond ik er niet alleen voor en had ik me al beter voorbereid op het mentale aspect, mede dankzij een podcast met Dixie Dansercoer die vertelde hoe koud hebben ook in je hoofd zit. Ik heb nu al nagedacht hoe ik me mentaal sterk kan houden in dat laatste deel van de marathon.
Mijn ambitie is om in Parijs mijn PR van 3u36 te verbeteren. Om dat alleen te kunnen zou een prestatie op zich zijn. Ik hoop zelfs om onder de 3u30 te finishen. Ik wil vertrekken aan een tempo tussen de 4’50” en 4’55”, veel marge heb ik dan niet. Sub 3u30 is een strakke tijd, ik durf er niet blindelings op te vertrouwen dat het me lukt, maar onze 30 kilometer was wel hoopgevend. Ik heb ook al nagedacht over m’n outfit op marathondag. Ik denk dat ik als geluksbrenger hetzelfde shirt aandoe als in Brugge. Ook ga ik hetzelfde shortje dragen als waar ik mijn vorige vier marathons in liep. Momenteel zijn mijn favoriete schoenen de Nike Pegasus 38. Ik twijfel nog of ik mijn compressiekousen zal aantrekken. Ik droeg die niet tijdens mijn trainingen, maar ze kunnen wel iets doen naar krampen toe. Er zijn nog wel een aantal kleine dingetjes waar ik de komende weken over moet nadenken. Ik heb er hoe dan ook heel veel zin in!
Lieve sis, je bent in topvorm, dat merk ik aan alles. Ik ben er zeker van dat 3 april 2022 een topdag wordt voor jou! ’s Avonds drinken we sowieso champagne op een terras. En zo zijn er nog heel veel momenten voor en na de marathon waar ik heel hard naar uitkijk. Wij zijn klaar voor Parijs, ik hoop dat Parijs ook klaar is voor ons.