De race – Paris marathon april 2019

  • De cijfers: marathon nr. 10 werd mijn tweede snelste in 3:22:10
  • De voorbereiding: ik fietste en liep heel wat kilometers en was in vorm, maar ik twijfelde of dat zou volstaan
  • De race: ik liep met een ijzersterke geest en ik kon het hoofd koel houden, ook in killing Bois de Boulogne
  • De herinnering: de totaalervaring met mijn familie in Parijs en helaas ook de Notre-Dame die vuur vatte toen ik terug thuis was

Wat vooraf ging
Ik maak al eens marathonplannen als ik in een dipje zit. Voor deze marathon was mijn inschrijving een feit in april 2018 toen ik geblesseerd – en bijgevolg redelijk depressief – thuis zat. Ik had een groots plan nodig om naar uit te kijken. De marathonloper in mij had echter geen volledig jaar nodig om de rails terug te vinden. In oktober hervond ik mezelf op de marathon in Brussel en in december debuteerde ik met een derde plaats in de Hel van Kasterlee. Voor ik het goed en wel besefte, kon ik beginnen aan mijn marathontrainingen. Die verliepen zonder noemenswaardige problemen, maar waren wel een constante worsteling in de zoektocht naar het juiste evenwicht. Ik wilde er immers alles aan doen om te schitteren in Parijs, zonder dat doel in gevaar te brengen. Twijfel alom dus. In de laatste week voor de marathon was mijn doorgaans onrustige geest verdacht rustig en vertrouwde ik erop dat ik het nodige had gedaan. Die status bleef ongewijzigd tot twee dagen voor de marathon. Zaterdag voelde ik me allesbehalve een marathonloper en stak de twijfel weer de kop op.

IMG_4193

Vlak voor de start
Van nachtrust is geen sprake aangezien ik in een te warme hotelkamer met een onbehaaglijk gevoel en brandende benen in bed lig. Als Roos slaapt, voel ik mijn hart als een gek bonzen. De gedachte dat ik over enkele uren een marathon zal lopen is beangstigend. Om 5u schrik ik op van de wekker. Op automatische piloot werk ik mijn (geïmporteerde) witte boterhammen met honing weg terwijl Roos in een redelijk alerte staat van paraatheid nog wat slaap probeert te vangen. Om 6u30 vertrek ik naar de metrohalte. Het is nog donker en slechts een graad boven het vriespunt. Door de toestand waarin ik anderen aantref op straat, heb ik eerder het idee dat Parijs gaat slapen dan dat het ontwaakt. Gelukkig tref ik ook enkele lopers aan op de metro. Ik voel het vertrouwen groeien hoe dichter ik de start- en finishzone aan Arc de Triomphe nader. In mijn sportkleding voel ik me weer een loper, dankzij de adrenaline voel ik me niet moe. Ik geef Maurice af in de finishzone en na een sanitaire stop vertrek ik richting startvak op de Champs-Elysées. De zon breekt door: dit voelt als een schitterende dag in wording. Ik beleef een eerste primeur als ik word gefouilleerd om de startzone te betreden. In mijn startvak is het nog rustig en ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken om een tweede primeur te beleven: ik stap een dixi in en ga dus naar de wc òp de Champs-Elysées. Naarmate het startvak voller wordt, neemt ook de ambiance toe. Ik heb kippenvel over heel mijn lichaam. Niet door de emotie, maar door de frisse temperatuur. Als ik begin te klappertanden, is het gelukkig ook tijd om te vertrekken. Om 8u39 begin ik aan mijn tiende marathon.

IMG_4198b
Team Flat White is ready for take off.

De race
Ik loop: dat is het eerste wat door mijn hoofd schiet. Beter nog: ik loop over de Champs-Elysées, via Place de la Concorde naar Place Vendôme en de Opéra: een nieuwigheid in het parcours. Het valt me op dat het zowel op als langs het parcours druk is. Jammer genoeg merk ik ook dat ik nog eens had moeten gaan plassen vlak voor de start. Ik besteed niet te veel aandacht aan mijn gevulde blaas en zoek de groene lijn: de ideale marathonlijn die precies 42,195 kilometer lang is. Na 5 kilometer kan ik uitkijken naar de eerste ontmoeting met mijn supporters. Het is moeilijk om te beschrijven wat er dan precies door je heen gaat: het doet zoveel deugd om in die enorme anonieme massa plots iets heel vertrouwd te zien. Roos loopt enkele tientallen meters mee. De stress staat op haar gezicht als ze me toe roept dat ze mijn drinkbussen vergeten was, maar dat het in orde is. Ik loop verder over Rue de Rivoli richting Chateau en Bois de Vincennes. De kilometers tikken vlot weg. Mijn vorige marathon liep ik met een gemiddelde van 4’50” per kilometer. Mijn doel is om onder dat gemiddelde te duiken. Aanvankelijk gaat dat vlot: ik loop soepel rond de 4’43”. Na het indrukwekkende Chateau zie ik na 13 kilometer mijn eerste bevoorradingsteam, mama en Marike. Samen met mijn drinkbus krijg ik ook weer de nodige aanmoedigingen en vervolg ik mijn weg.

Ik herinner me nog dat de eerste oplopende stukken zich in Bois de Vincennes bevinden. De benenmolen blijft echter goed draaien. Ik volg braaf het advies dat Roos me gaf en kijk uit naar het halfway point. De eerste frisheid is weg, maar ik blijf onder die 4’50” lopen. Ik geniet van de aanmoedigingen en de ambiance. De tijd vliegt voorbij. Ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik nu echt de marathon van Parijs aan het lopen ben. Dat neemt niet weg dat ik ook de inspanning voel. Na 23 kilometer lopen we langs de Seine. Rond kilometer 25 werp ik nog een blik op de Notre-Dame en zoek dan mama en Marike die mijn tweede drinkbus zullen aanreiken. Hoe erg ik er ook naar uitkijk om hen weer te zien, ik walg nu al van de drinkbus die ze me zullen geven. Zoals bij mijn vorige marathon bevalt de sportvoeding me slecht. Mijn buik tekent ernstig protest aan. De gedachte aan nog meer sportdrank maakt me ronduit mottig. Die volle blaas verbetert de situatie niet, integendeel. Als ik dus mijn tweede drinkbus in handen krijg, draait mijn maag meteen om. Ik sluit een deal met mezelf: ik moet nog één sportgel wegwerken en de helft van die drinkbus. Omdat ik water heb gedronken bij elke post zou dat qua hydratatie moeten volstaan. Twee jaar geleden gingen de lichten in mijn hoofd uit na kilometer 25. Ik voel dat ik nu wat minder soepel loop, maar ik voel me nog steeds weerbaar en zelfs strijdlustig. We lopen door een tunnel langs Jardin des Tuileries, komen terug boven aan Musée d’Orsay en lopen verder langs de Seine. Tot drie keer toe lopen we onder een brug en volgt er na een korte afdaling een pittig oplopend stuk. Logischerwijze verlies ik hier wat terrein, maar ik laat me niet uit mijn lood slaan.

Vanaf het 30 kilometerpunt aan de Eiffeltoren begin ik af te tellen naar Roos en Tante Hilde die rond kilometer 36 in Bois de Boulogne staan. Ik hou mezelf voor dat dit mentaal het zwaarste stuk wordt: de route is saai, er zijn oplopende stukken en iedereen krijgt het lastig. Mijn tempo blijft onder controle en dat geeft moed. De eerste stijfheid steekt de kop op: mijn linker quadriceps is stram, maar belemmert me niet in mijn loopbeweging. Ik tel per kilometer af naar die verdomde kilometer 35. Uit ervaring weet ik dat als ik de laatste 7 kilometer met een frisse geest kan aanvatten, het ergste achter de rug is. Roos had me gewaarschuwd voor een stevige helling rond kilometer 34. Wat ik daar voorgeschoteld krijg, is inderdaad niet van de poes. Ik heb echter een doel en laat me niet kennen. Mijn beloning bevindt zich ruim een kilometer verder in de vorm van mijn supporters. Een golf van geluk overvalt me als ik Roos en Tante Hilde zie. Ze roepen me toe, Roos schiet uit de startblokken, loopt een stukje mee en overstelpt me met complimenten. Haar peptalk verricht wonderen, ik krijg een laatste adrenalineshot en dus ook vleugels. Ik loop mijn 37e en 38e kilometer aan een verschroeiend tempo van 4’41”. Waar ik hier twee jaar geleden moest spartelen om niet te verzuipen, voel ik me nu onoverwinnelijk. Ik denk aan een interview met Koen Naert: door de muur gaan! roep ik mezelf toe. De verzuring kan ik mentaal aan. Dit is de marathon. Juist in die finale ligt mijn kracht als loper. Rond kilometer 40 vormt zich een flessenhals omdat ambulances de weg versperren. Dat haalt me wat uit mijn ritme, maar ik ben blij dat ik loop en niet op een brancard lig. Ik probeer me bewust te zijn van de laatste lange bocht naar de finish op Avenue Foch. Met zicht op de finishbogen kijk ik nog eens rond en voel ik het enthousiasme van de talrijke toeschouwers. Ik laat me gewillig mee zuigen naar de finish. Met heel wat moeite probeer ik nog kort mijn handen in de lucht te steken als ik over de groene loper naar de finishlijn loop. Ik heb het gehaald. Dit was mijn tiende marathon. Mijn verbazing is groot als ik 3:22:10 op mijn horloge zie staan. Ik liep gemiddeld 4’45” (12,6 kilometer per uur) en dat is even snel als mijn vorige marathon in Parijs en die van Brussel in 2016. Met een grote glimlach op mijn rode kop ga ik mijn bagage ophalen en haast ik me naar een dixi. Met een nog grotere glimlach stap ik af op mijn supporters.

IMG_4237
We are family! I got all my sisters with me!

De conclusie
De marathon van Parijs is de tweede grootste ter wereld en stelde wederom niet teleur. Het parcours is pittig door de hoogtemeters van verschillende oplopende stukken. Bovendien is ook het wegdek op vele plaatsen lastig beloopbaar: denk aan opgelapte stukken asfalt over hobbelige steentjes of zelfs een kasseistrook in Bois de Boulogne. Ter compensatie was het met een zonnige 10 graden ideaal loopweer. Ten opzichte van twee jaar geleden stonden er 8.000 deelnemers meer aan de start. Die drukte merkte ik ook al op in de finishzone en op dat moment moesten er nog 43.000 lopers aankomen. Door Parijs lopen en langs alle kanten enthousiast toegejuicht worden, is en blijft een unieke ervaring. Bij een kleinere marathon staat het loopplezier voor mij centraal en maakt dat de ervaring uniek. Een massa-evenement heeft nu eenmaal voor- en nadelen.

IMG_4244
Vieren in stijl en klinken op een geslaagde dag.

Enkele weetjes

  • De organisatie raadde aan om een oude trui aan te trekken in het startvak: die kon je achterlaten en zou gerecycleerd worden, wat beter is dan een plastic wegwerpponcho. Ironisch genoeg kreeg elke finisher bij aankomst een groene plastic poncho. Ik snap het niet.
  • Ik dronk niet meer vanaf kilometer 30. Dat gaat in tegen elke marathonregel. Don’t try this at home!
  • Toen ik rond kilometer 32 langs een band liep waarvan de zanger op het parcours stond, schreeuwde hij me toe: Today, You Are a Rock ’n Roll Star!
  • Er is een link tussen mezelf en de Ethiopische winnares Gelete Burka. We zijn allebei 33 jaar en zij finishte in 2:22, net een uur sneller dan ik. Haar gemiddelde snelheid was ruim 17,8 kilometer per uur.
  • Met mijn 231e plaats bij de vrouwen behoor ik tot de snelste 2%. Slechts 30 vrouwen finishten onder de 3 uur.
  • Roos maakte een mooie foto van mij waarop ik in mijn nette pyjama poseer met mijn medaille. Helaas is er op de achtergrond ondergoed te zien en is die foto dus niet geschikt voor publicatie.
  • Onze Parijs-trip stond ook in het teken van mijn metekindje dat zich nu nog in Marikes buik bevindt. We gaven suggesties voor namen en bedachten ook tal van (sportieve) activiteiten die we samen kunnen ondernemen. Dit is hoe dan ook een sterk verhaal om later te vertellen.

IMG_4265

Het moment – Vreugde en vuur in Parijs

Parijs stelt nooit teleur. Het zou uit mijn mond kunnen komen, maar het is een uitspraak van Roos. Helaas krijgt datzelfde Parijs de ene rake klap na de andere te verwerken. Er waren aanslagen, steekpartijen en schietincidenten die niemand onberoerd lieten. De stad lag knock-out op de grond, krabbelde weer recht en hervatte het leven van alledag. Sinds enkele maanden zijn er de gilets jaunes die vernielingen aanrichten in de buurt van de Champs Elysées. Ook de oh zo robuuste Arc de Triomphe moest incasseren. Mijn geliefde stad krijgt het hard te verduren en dat doet pijn. Ondanks al dat geweld blijft het Parijse hart kloppen. Ik bracht vier dagen door in de Franse metropool in gezelschap van mijn zussen, mama en tante. Ik liep zondag mijn tiende marathon. Ik hield me aan mijn plan en genoot ervan met volle teugen. Ik liep een sterke marathon. Ik finishte in 3:22:10. Ik was euforisch. Roos kreeg maar weer eens gelijk: Parijs stelde wederom niet teleur. Na de vreugde kwam het verdriet. Ik was geschokt toen ik gisterenavond thuiskwam en hoorde dat de Notre-Dame in lichterlaaie stond. In de namiddag liep ik met Roos nog langs ons Notje. Vuur dat is verwoesting, maar ook strijdlust en passie. Het was een vurige vierdaagse op meerdere fronten. Een uitgebreid raceverslag volgt snel, maar ik sta graag al even stil bij de waarde van dit marathonverhaal.

Ja, ik genoot dus van de trip én de marathon. Ik trok lessen uit de vorige marathon die ik liep in Parijs. In april 2017 dekte het woord nerveus niet de lading voor de staat waarin ik me bevond. Ik liep de muren op van mijn eigen onrust en ging ook letterlijk tegen de grond anderhalve dag voor ik in Parijs 42,2 kilometer zou lopen. De marathon was een gevecht dat ik maar ternauwernood kon winnen. Ik liet er mijn snelste tijd optekenen, maar bleef met een gevoel van ontevredenheid rondlopen. Lessons learned, dat zou mij dit jaar niet overkomen. Toen ik vrijdagnamiddag mijn startnummer ging ophalen, voelde ik me een heel andere mens dan het stresskonijn van twee jaar geleden. Ik had met redelijk wat vertrouwen toegeleefd naar mijn grote dag en ik voelde me ook mentaal sterker dan ooit tevoren. Dat kan ook moeilijk anders met het geweldige team dat mij omringde. Bij elk van die tien marathons kon ik rekenen op mijn mama en zussen als trouwe bevoorraders en supporters. Die persoonlijke ondersteuning is zonder enige twijfel goud waard. Uiteraard tijdens de marathon, maar misschien nog belangrijker in de aanloop er naartoe. Mijn familie voelt mij perfect aan: ze voelen of ik peptalk, dan wel afleiding nog heb. Ze prijzen me af en toe de hemel in. Ik kan hen alles toevertrouwen. We hebben bovenal heel veel gelachen en plezier gehad vanaf de eerste momenten in Parijs. Het sportieve luik was een onderdeel van een schitterend geheel. Mijn marathon is een kunstwerk dat opvalt omdat het pronkt in een unieke lijst.

IMG_4224
Twee zussen en drie zussen, maar vooral een winning team!

Ik liep tien marathons in vier jaar tijd. De helft daarvan liep ik in Brussel en Parijs. Tien marathons, dat klinkt ook in mijn lopersoren als heel veel. Ik begon vijf jaar geleden te lopen na jaren van inactiviteit. Samen met Roos stoomde ik me klaar om de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Het bleek het begin van een heel mooi verhaal te zijn. Wie mij in april 2014 had gezegd dat ik over vijf jaar tien marathons gelopen zou hebben, had ik eens goed uitgelachen. Ik loop omdat ik daar een gelukkigere mens van word: dat kan ik niet genoeg herhalen. De marathon ligt mij. Hoe saai een marathon lopen soms ook is, mijn hart staat in vuur en vlam als ik nog maar denk aan een marathonplan. Ik voel me als herboren na elk marathonavontuur. Lopen was aanvankelijk een fijne hobby die ik deelde met Roos. Ondertussen is het een fundamenteel onderdeel van wie ik ben. Met mijn 3:22 van zondag evenaarde ik mijn snelste tijden van Parijs 2017 en Brussel 2016. Ik liep nu drie marathons aan hetzelfde harde tempo. Waar ik vroeger gebrand was op sneller en beter, besef ik nu als geen ander dat bevestigen net zo straf is. Ik ben daar op dit moment ook schaamteloos trots op. Ik zit weer eens op een roze marathonwolk en Elton John zingt I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

Nadat ik de finishzone verlaten had, kreeg ik een dikke pakkerd van mijn supporters. Mijn zweetlucht namen ze er zonder verpinken bij. Voor Tante Hilde was het de eerste keer dat ze een marathon volgde. Het was een voorrecht om erbij te zijn, zei ze. Ik kan hier alleen maar op antwoorden dat het een voorrecht was om jullie marathonloper te zijn. Un grand merci!

Marathonpraat – Waar ik zoal aan denk tijdens een marathon

Vandaag is M-day. Ik mag aan de bak in Parijs. Tijdens trainingen loop ik altijd met muziek, tijdens wedstrijden of marathons nooit. Ik heb die afleiding dan niet nodig en wil juist loskomen van mijn doorwinterde looproutine. Als je uren loopt, dan doe je veel indrukken op en schieten er heel veel verschillende emoties door je hoofd. Na een marathon heb ik doorgaans enkele dagen nodig om die ervaring te verwerken: niet alleen het afzien moet een plaats krijgen, maar ook de losse gedachtesnippers die door mijn hoofd dwarrelen worden gecatalogeerd. Dit is een overzicht van wat er zoal door dat hoofd van mij waait tijdens een marathon.

Fase 1: in het startvak
– ik probeer niet al te veel onder de indruk te zijn van de lopers rond me, maar toch: iedereen ziet er beter voorbereid uit
– ik ben opgelucht dat ik het tot aan de start heb gehaald: het enige wat ik nog moet doen is lopen
– ik probeer een moment van bewustwording te creëren: hier heb ik het voor gedaan, al die kilometers gelopen en gefietst, nu gaat het gebeuren

Fase 2: alles is plezant
– ik kijk rond en vind alles interessant: oh wat een mooi gebouw! oh wat een grappige wolk! oh er zijn toeschouwers!
– ik lijk te vliegen en voel nergens een pijntje met dank aan de adrenaline
– ik probeer om het juiste tempo te vinden, dat is niet evident omdat mijn gevoel en de kilometertijden die ik zie niet overeenstemmen
– ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik er echt van moet genieten
– ik ervaar elk moment als zijnde magisch: tikkende loopschoenen op het asfalt zijn de mooiste symfonie die ik al hoorde
– ik versnel automatisch bij alleen nog maar de gedachte dat ik mijn supporters zal zien

Fase 3: de verveling slaat toe
– ik kijk rond en zoek afleiding, ik moet mijn best doen om die te vinden: de gebouwen zien er plots allemaal hetzelfde uit, de wolken en toeschouwers ook
– ik vind afleiding bij andere lopers: ik probeer te achterhalen welke schoenen ze dragen (merk + model)
– ik ga nog een stapje verder en raad hun schoenmaat en leeftijd, ik gok hoeveel marathons ze al gelopen hebben
– ik denk aan de geschiedenis van de marathon en hoe atleten met veel slechter materiaal dezelfde afstand aflegden
– ik probeer me niet te focussen op het tempo dat ik loop, maar op hoe het aanvoelt
– ik visualiseer dat ik enkel nog maar een lichaam ben dat zo uit een anatomieboek lijkt weg te lopen, ik bedenk hoe al die spieren in werking zijn om mij aan het lopen te houden
– ik vraag me af waar mijn mama en zussen zich op het parcours bevinden en ik denk na over wat ik hen in twee seconden kan toeroepen
– ik denk aan al het lekkere eten en drinken waar ik mezelf op zal trakteren na afloop
– ik zoek een geschikte soundtrack die ik opzwepend in mijn hoofd probeer af te spelen
– ik tel af hoeveel gels ik nog moet wegwerken

Fase 4: het wordt zwaar
– ik probeer kilometer per kilometer te denken en vergelijk de afstand die ik nog voor de boeg heb met looptoeren die ik vaak loop of met de mijlen die ik op school loop
– ik probeer de tijd los te laten, maar kan het ook niet laten om rekensommetjes te maken in mijn hoofd
– ik denk aan wat ik zal zeggen tegen mijn familie als ik aangekomen ben
– ik verbeeld me dat ik toeschouwers inspireer om ook een marathon te lopen, ik denk echter dat voor de meeste toeschouwers juist het omgekeerde geldt
– ik denk aan iedereen die achter mij loopt en het net zo zwaar heeft
– ik concentreer me op mijn houding: mijn armen probeer ik zo ontspannen mogelijk te bewegen, ik recht mijn rug en kantel mijn bekken een beetje: meestal hou ik die perfecte houding slechts een halve minuut vol
– ik probeer mijn bochten zo kort mogelijk te nemen en de ideale lijn te volgen, elke centimeter dat ik die kan afsnijden voelt als pure winst
– ik verbied mezelf nog om om mijn kilometertijden te bekijken om het gekmakende rekenen tegen te gaan
– ik ben me ervan bewust dat juist dit een marathon lopen is

 

Het gerief – Wat zit er in mijn tas?

Toon me je tas en ik vertel je wie je bent. Ik denk wel dat er iets valt af te leiden uit wat mensen meenemen in hun tas. Mijn tasinhoud toont aan dat ik een sportieve lezer ben die het graag netjes houdt en voorbereid is op elke situatie: gaande van een banaliteit tot een ernstige calamiteit. Ook in het oerwoud van de metropool moet ik kunnen inspelen op elke onvoorziene situatie die om de hoek loert. Mijn tassen zijn doorgaans goed gevuld, maar ook tot in de puntjes gestructureerd. Ik krijg koude rillingen van tassen waarin alles lukraak op elkaar gegooid wordt en tandenborstels tussen kleding terechtkomen om maar iets te noemen. Er bestaat zoiets als tassenetiquette, zowel bij het in- als uitpakken. Ik selecteerde enkele onmisbare items die ik mee zal sleuren naar Parijs in mijn valies of handtas.

loopschoenen, compressietubes en enkele paren Stance sokken
Logisch natuurlijk, ik ga een marathon lopen op mijn Nike Zoom Fly’s. Ik neem altijd loopschoenen mee als ik op verplaatsing ben. Stance zijn onmisbare sokken voor elke citytripper. Ik voorzie trouwens ook een mini-dosis wasmiddel zodat ik mijn kleding kan uitspoelen en niet de hele hotelkamer naar mijn zweet ruikt.

flesje water
Water drinken is een basisbehoefte en de doorwinterde stedentripper moet kunnen anticiperen op tekenen van dehydratie of een droge mond. Ik hou helemaal niet van de Franse merken bruisend water en ik beken dus dat ik al eens een litertje of twee Spa Barisart meesleepte in mijn valies. Deze keer niet, echt waar.

Flat White handdoekenset
Ik personaliseerde handdoeken en een washandje van De Witte Lietaer (de Rolls Royce onder de handdoeken) omdat ik graag heb dat dingen bij elkaar passen: weinig werk en veel resultaat. We verblijven in een hotel mét handdoeken, maar na de marathon kan ik mijn zweet wel stijlvol afvegen.

gekleed nachthemd
Ik heb er nooit echt bij stilgestaan dat niet iedereen waarde hecht aan een nette pyjama tot Roos mij er eens op wees dat ik soms wel heel chique in bed lig. Slapen doe ik dus liefst in stijl met een netjes gestreken nachthemd.

IMG_4150b
Ik wentel me graag in Flat White en blauw.

tasjes, tasjes en nog eens tasjes met diverse inhoud
Een mens kan echt niet genoeg kleine tasjes hebben om dingen in op te bergen. Aangezien ik die ook nog eens zelf kan maken, kom ik er nooit te kort. Onmisbare items zijn: veiligheidsspelden, handcrème, vaseline, zakdoekjes, lippenbalsem, reinigende handgel en ontsmettende doekjes, schaar, nagelknipper, elastiekjes, pen, basic medicatie, naald en draad, deodorant, pleisters in alle soorten en maten, zonnecrème, zonnebril en reinigingsdoekjes. Op de afbeelding zien jullie trouwens de kleine Maurice. Ik maakte nog een sportieve handtas om mijn Flat White travel set te vervolledigen. Dit is een aangepaste versie van de schoudertas uit het boek Zo geknipt!

unieke linnenzak
Deelnemers aan de Hel van Kasterlee zien een dag af voor een aankomst op de rode loper én een uniek finishershirt. Ik werd derde en kreeg onder andere een mooie beker, een groot blauw mannenshirt en een wit vrouwenshirt. De grootste vrouwenmaat bleek een bijzonder smalle small te zijn en ik ben nu niet bepaald smal te noemen. Mijn mini-shirtje kreeg dus een andere bestemming. Ik knipte de mouwen eraf en naaide het dicht. Vuile was opbergen zal nooit meer hetzelfde zijn in dit legendarische shirt.

IMG_4155b

gedateerde reisgidsen
Toen ik in juli 2014 voor het eerste met Roos naar Parijs ging, was ik apetrots op mijn Capitool reisgids die ik bij een uitverkoop van de bibliotheek voor 1 euro op de kop kon tikken. Niet gek, aangezien die editie dateert uit 1998 toen we nog in Belgische franken rekenden. De vermelde prijzen en openingsuren zijn dus niet langer relevant, maar ik blijf dit wel de meest volledige en leerrijke reisgids vinden. Tijdens die eerste Parijs-reis haalde ik de gids bij elke bezienswaardigheid boven om de informatie als een echte gids over te brengen naar Roos. Het grote nadeel is uiteraard het gewicht van dit boekwerk. Omdat mijn kennis over Parijs inmiddels ook uitgebreider is, geef ik eerlijk toe dat ik de Capitool gids tegenwoordig op de hotelkamer laat liggen, net zoals de gedetailleerde kaarten van de Marco Polo reisgids. Ze horen er hoe dan ook altijd bij te zijn.

leesgerief
Ik kan het niet laten om bij elke trip de nodige lectuur mee te slepen, al is het een illusie dat ik de komende dagen boeken zal verslinden. Mijn leespakket bestaat meestal uit de krant van die dag (of voorgaande dagen als ik achter loop), een loopgerelateerd tijdschrift en een leesboek (soms loopgerelateerd). Ik ben momenteel bezig in Abdelkader Benali’s hardloopverhalen: erg goed en toepasselijk, maar ook zwaar, letterlijk dan. En ja, boeken lees ik op papier. Ik voorzie dus ook een lichtere back-up: Born To Run van Christopher McDougall.

Marathonpraat – Plan Parijs #2

Slechts tien dagen scheiden mij van een tiende marathonverhaal. Dat voelt dicht genoeg om er echt naar uit te kunnen kijken en ver genoeg om de laatste puntjes op de i te zetten. Ik ben nu dus aan het taperen als een bezetene. Concreet betekent dit dat mijn activiteitengehalte duchtig wordt teruggeschroefd. De focus ligt op ontspanning. Vorige week legde ik nog heel wat loop-, maar vooral fietskilometers af zodat ik ook lichamelijk zou voelen dat rustiger aan doen nu wel echt een meerwaarde is. Rusten op bevel is namelijk niet mijn sterkste kant. Op professioneel vlak doe ik het deze laatste schoolweek voor de paasvakantie allesbehalve kalmer aan, aangezien er heel wat alternatieve activiteiten op het schoolprogramma staan die de nodige voorbereiding vragen. Die afleiding is echter ook van harte welkom. Vanaf morgen is het alle hens aan dek om een kordaat punt op die i te zetten en de inner luilak in mezelf aan te spreken, zodat ik als een ontspannen mens op de trein richting Parijs kan stappen.

In januari had ik dus een strak plan: zo goed voorbereid en fit mogelijk aan de start staan in Parijs. Ik bekende recent dat Plan Parijs moeilijk vorm kreeg in mijn hoofd. Wat is een goede voorbereiding in cijfers? Iets met theorie versus praktijk. Ik heb doorgaans geen problemen om me volop in een project te smijten, maar ik vergeet wel eens dat een dag ook voor mij slechts 24 uur telt en dat lopen mijn werk niet is. De angst voor een blessure hing soms als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Om me niet te vergalopperen – letterlijk en figuurlijk – hield ik me dus bij twijfel een beetje in. Bijgevolg deed ik minder interval- en tempotrainingen dan ik zou willen. Zo leek het me bijvoorbeeld verstandig om niet als een gek door een besneeuwd bos te sjezen met vermoeide benen. Slim, maar ook saai. Toen ik in de krokusvakantie ook nog eens bijzonder weinig op de fiets kon zitten, kwam de twijfel als een gevaarlijke tijger om de hoek loeren. Ik hoef jullie niet uit te leggen dat mijn zelfvertrouwen soms ver zoek was met dat zwaard boven mijn hoofd en de twijfeltijger die ik recht in de ogen keek.

Op de tonen van Hoziers No Planthere’s no plan, there’s no race to run – besefte ik plots dat ik zo hard wel een plan had. Sterker nog: ik besef nu dat ik zelf de sleutel in handen heb om dat plan ook waar te maken. Deze marathonloper mankte een jaar geleden met een kruk. Ik sleepte bovendien de scherven van mijn stukgeslagen marathondroom als een pijnlijke last achter me aan. Een nieuwe droom werd als een klein wolkje geboren toen ik me inschreef voor de marathon van Parijs editie 2019. Eind april 2018 was ik in Parijs op schoolreis. Tijdens een boottocht over de Seine (aanrader!) zat ik wat te mijmeren. Ik miste Roos die me zo goed hielp met alles (ik ben geen gemakkelijke patiënt) en mijn maatje An, die niet mee kon naar Parijs. Mijn geblesseerde been worstelde met de vele stapkilometers en drukte me met de neus op de feiten. Ik stuurde Roos een sms: Volgend jaar marathon Parijs. Ik ga zo hard genieten. Et voila: eigenlijk was mijn Plan Parijs daar geboren. Ik schudde mezelf afgelopen zondag na een geslaagde Brussels 10 Miles eens goed door elkaar en realiseerde me dat ik over twee weken weer een marathon mag en kan lopen in mijn geliefde stad in het bijzijn van mijn familie. Een scherpe tijd is leuk, maar mag niet het doel van deze missie zijn. Er is zo ontelbaar veel om naar uit te kijken in Parijs.

IMG_4116
Dit is de esssentie van lopen: een frisse neus halen en eens goed zweten in goed gezelschap.

Ben ik dan helemaal niet zenuwachtig? Natuurlijk wel! Er zijn momenten dat ik de twijfeltijger aai als was hij een schattige kitten, maar even goed verschiet ik me een ongeluk als hij geeuwt en ik zijn scherpe tanden zie. Ik probeer om die spanning te omarmen als een positieve stimulans: een teken dat ik er klaar voor ben en dat het mag gaan gebeuren. Het zou immers vreemd zijn als toeleven naar een marathon mij onberoerd zou laten. Ik denk ook aan mijn mama wiens rikketik ongetwijfeld al ongeziene pieken heeft bereikt bij alleen nog maar de gedachte aan het Bois de Boulogne en hoe zij daar tijdig zal geraken. Naast luieren heb ik de komende week ook nog enkele voorbereidingen te treffen. Het verschil met toen is dat ik al naar de kapper ging en dat ik niet met een schoenendilemma zit. Ik zal de marathon van Parijs lopen in blauwe Nike Zoom Fly’s die ik met enige zin voor dramatiek een jaar geleden huilend uit de verpakking haalde omdat ik er geen voorjaarsmarathon in 2018 mee zou lopen. Ik liep ze al eens warm tijdens mijn langste duurloop in gezelschap van Roos. Volgende week ga ik nog eens langs de kinesitherapeut voor een algemene check-up en wie weet wordt ook mijn Flat White uitzet weer wat groter. Paris, j’arrive!

IMG_1998b

Het gerief – Op stap met mijn tassen Mathilde en Maurice

Ik ga op marathonreis en ik neem mee: mijn loopschoenen, wat familie, een nette pyjama en Maurice of Mathilde om nog veel meer spullen te kunnen opbergen. Als ik erop uit trek dan ben ik graag op alles voorzien. Ik hou er van om ter plaatse nog kledingkeuzes te kunnen maken. Zo zeulde ik eens twaalf stuks kleding mee naar de 20 km van Brussel terwijl ik al een loopoutfit aan had (ik hield die uiteindelijk ook aan). Meestal sleep ik dus behoorlijk wat mee in oftewel mijn blauwe Nike sporttas met oranje swoosh oftewel mijn klassieke blauwe Samsonite koffer. Mijn reistassen team werd nu uitgebreid met Mathilde en Maurice, de drie nieuwste creaties van mijn eigen brand Flat White. Die namen bedacht ik niet zelf, maar zijn de gelijknamige patronen uit het boek Mijn tas 2 van blogsters Elisanna & Fynn. Een naam als een huis voor tassen naar mijn hart.

In 2006 zette ik samen met Roos mijn eerste stapjes in de wondere wereld der naaimachines, net voor de grote zelfmaakhype in alle hevigheid losbarstte en de webshops en blogs als paddenstoelen uit de grond schoten. Pionierswerk hebben we niet verricht, maar wij hebben nog wel leren naaien volgens de klassieke, meer technische methode. Ik vertelde hier al eens dat Roos en ik ook lief en leed van onze creatieve projecten delen: een net zo geliefd onderwerp als loopwedstrijden. Door de jaren heen ontwikkelden we elk onze eigen stijl en specialisatie. Roos is de topdokter der kragen en knopen. Ik ben de expert inzake jassen en tassen. Ritsen inzetten en upcycling zijn mijn tweede natuur. Waar ik aan het begin van onze zelfmaakcarrière viel voor kleurrijk en zwierig evolueerde mijn persoonlijke kledingstijl naar strak en eenvoudig met een eigentijdse twist of hoekje af. Netjes gekleed, maar toch comfortabel.

IMG_3899b
Mathilde, een middelgrote tas die bovenaan sluit met rits, geflankeerd door kleine en grote Maurice.

Zo ontstond mijn eigenzinnige fashion label Flat White. Ik concludeerde dat de kleding die ik graag draag samen te vatten is in de kleuren grijs, zwart, blauw (denim): eventueel te combineren met wit. Bij prints kies ik resoluut voor luipaard of zebra, streepjes of iets van grafische aard. Een glittertje behoort ook tot de mogelijkheden. Dat plaatje past niet binnen de klassieke Italiaanse en Franse mode. Ergens zou ik ook wel een dame willen zijn die – één en al elegantie – aan haar verfijnde cappuccino of café crème zit te nippen. De waarheid is dat ik niet in die categorie val. Ik hou van een sobere stijl met een gedurfd of markant detail. Zoals een flat white: dat is namelijk een moderne variatie op de klassieke cappuccino waarbij er onder dat lieflijk ogende laagje melk een dubbel shot espresso schuil gaat. Koffie met net dat tikje extra power dus. Vorig jaar liet ik mijn no-nonsense labels drukken bij Nominette en mijn merk zag het levenslicht.

IMG_3908b
Maurice werd gemaakt uit een stevige denim gecombineerd met een frivole luipaard variatie. Hij heeft dezelfde zebra-binnenzak als Mathilde, een extraatje dat ik zelf toevoegde. De voering is grijs-blauw gestreept met een glittertje.

Inmiddels rolden er dus al Flat White jurken, sweaters, shirts en jasjes vanonder mijn naaimachine. Ik ben van het principe dat je een jas en tas nodig hebt voor elke gelegenheid. Een zelfgemaakt kledingstuk dragen geeft sowieso veel voldoening, een jas of tas kan je bovendien veel gebruiken en à la carte combineren. Kleinere tasjes zijn ideale cadeautjes. Ze zitten relatief snel in elkaar en je kan ze helemaal afstemmen op de persoon in kwestie. Ik was dan ook heel blij toen Mijn tas 2 in het najaar uitkwam. Voor de dames in mijn familie maakte ik al enkele Mathildes en Clementines. De heren kregen kleine Mauricekes. Het boek bestaat namelijk uit twaalf concepten waarvan er telkens twee uitvoeringen getoond worden. Dankzij het grote succes van de kleine Maurice, durfde ik me aan zijn grote broer te wagen. Het zou een Flat White Maurice worden die een stijlvolle, doch sportieve uitstraling heeft.

IMG_3896b
Vooraan borduurde ik de Flat White initialen alsook mijn favoriete stad. Ook Juan is altijd een beetje mee op reis. De “ster” is immers het wieltje van mijn derailleur waar ik mee schitterde in de Hel en dat door de modder bijna volledig weg sleet.

De krokusvakantie was het uitgelezen moment voor een creatief tassenproject. Omdat ik de kleine versie van de tas al goed in de vingers heb zitten, weet ik hoe het patroon in elkaar zit. Dankzij de duidelijke werkbeschrijving met foto’s liep alles dan ook van een leien dakje. Toegegeven, er waren vloekmomentjes. De moeilijkheid van een grote tas is juist de grootte ervan. Naar het einde toe heb je enkele meters stof onder je machine en moet je door verschillende dikkere stoflagen mét tussenvoering stikken. Twee spelden en een naald sneuvelden, maar mijn vingers bleven gespaard. De lange rits stikken was zelfs voor een ervaren rot als ik geen lachertje. Ik werkte in totaal een uur of 8 aan mijn grote Maurice. Wie trouwens denkt dat zelf maken goedkoop is, heeft het bij het verkeerde eind. Maurice kostte mij ongeveer 80 euro aan materiaal. Voor dat geld heb ik wel een uniek gepersonaliseerd stuk dat nog heel lang zal mee gaan.

IMG_3928b
Maurice verbergt achter zijn stoere luipaardprint opbergruimte: dat zijn namelijk de zakken van de tas. Eén zijde werkte ik af met de zijkant (franjes) van een lap jeans.

Maurice en ik: het is nu al heel grote liefde. Alleen vraag ik me af of ik het over mijn hart zal krijgen om te zien hoe hij hardhandig in een sjofel rek geduwd wordt tussen stinkende sporttassen. Zo gaat dat namelijk bij sportevenementen. Maurice is nu samen met Mathilde mee naar Den Haag. Hopelijk als ultieme geluksbrenger om dat CPC-trauma door te spoelen. Hij zal ongetwijfeld complimenten in ontvangst mogen nemen. Eén daarvan vul ik zelf maar in. Het komt van mijn Oma. Ik hoor het haar gewoon zeggen.

IMG_3918b
Mijn tassenset past ook perfect bij mijn Cortina Blue Lake. Meteen ook het voordeel van een beperkt kleurenpalet: alles past plots wonderwel bij elkaar.

Mijn tas 2 werd uitgegeven bij Houtekiet en verscheen in 2018. Ik kocht mijn stoffen bij Pauli in Leuven. De fournituren vond ik allemaal bij Veritas.

Marathonpraat – Plan Parijs #1

Over welgeteld 40 dagen sta ik aan de start van de Paris Marathon. 42,195 kilometer lopen door de stad waar ik zo graag vertoef. 4 dagen doorbrengen met mijn zussen, mama en tante. Mijn 2e marathon in Parijs, mijn 10e marathon tout court. Tot zover de cijfers. Na mijn succesvolle debuut in de Hel rolde ik dus voor ik het goed en wel besefte in een volgende marathonvoorbereiding. Zoals ik in januari (maand van de trap) al luidkeels verkondigde zou ik die voorbereiding nu eens echt verstandig aanpakken om volop te kunnen genieten van mijn looptocht door Parijs. Ik zou leren van de missers en foutieve inschattingen die ik al beging. Ik zou me niet blindstaren op een snelle tijd. Ik zou de voorbeeldleerling van de marathonklas zijn. Ik zou kortom het ideale voorbereidingstraject afleggen. Tot zover de theorie.

Dat doordachte Plan Parijs laat zich in de realiteit echter minder gewillig vorm geven dan het utopische idee dat in mijn hoofd zit. Pijnpunt nummer 1 is het feit dat ik nog steeds worstel met een evenwicht vinden in mijn trainingen. Tegen mijn leerlingen zeg ik altijd dat het de kwaliteit is die telt en niet de kwantiteit. Ik wil niet dat ze een blad vullen met woorden, maar een goede tekst schrijven. Tot op zekere hoogte gaat dit ook op voor marathonvoorbereidingen: de focus moet liggen op trainingskwaliteit. Om een maximaal effect te hebben van je trainingen moet je ook rust inbouwen. Niet gewoon lopen om te lopen onder het mom van hoe meer, hoe beter. Doordacht trainen houdt ook in dat elke kilometer op de één of andere manier een doel moet hebben. Enter de stress. Bovendien mag de kwantiteit dan wel niet primeren, maar is die ook niet verwaarloosbaar. Ik ben er namelijk ook van overtuigd dat je in voorbereiding van een marathon wel net iets meer kilometers moet afleggen dan wat als normaal geldt.

Dat brengt me bij pijnpunt nummer 2: wat is een normaal aantal kilometers en wat is dan (te) veel kilometers maken? In oktober en november trainde ik tussen de 15 en 20 uren per week. Ik had met andere woorden een halftijdse job aan mijn sportieve inspanningen. Hoe ik eind oktober de marathon van Brussel zou doorkomen, was voor mij een vraagteken. Verbazingwekkend goed, was het antwoord. Het merendeel van mijn trainingstijd bracht ik door op de fiets. Ik liep geen intervals en trainde niet op een bepaald tempo. Naar mijn gevoel liep ik de marathon van Brussel met een bescheiden aantal loopkilometers in de benen en zonder specifieke marathonvoorbereiding. Het was een extraatje om vertrouwen op te doen. Mijn voorbereiding voor Brussel berustte op een stevige basis en kan ik niet als referentie nemen omdat die kaderde binnen een groter geheel. Ik trainde toen immers om een marathon af te leggen met daartussen een mountainbikerace van +100 kilometer. In december voelde ik dat ik progressie had geboekt. Mijn sterke afsluitende loopnummer in de Hel toonde aan dat die honderden uren voorbereidingstijd hun vruchten hadden afgeworpen. Om een goede vorm te bereiken, lijkt die hoeveelheid dus de norm geworden. In mijn hoofd wringt het nu langs alle kanten dat ik minder aan het trainen ben dan wat ik in het najaar deed.

Pijnpunt nummer 3 is mijn CPC-trauma dat een schaduw werpt over mijn trainingen van de laatste weken. Welgeteld één jaar geleden blesseerde ik me namelijk tijdens de CPC Loop (halve marathon in Den Haag). Ik kan me nog levendig voor de geest halen hoe onverschrokken ik vorig jaar op mijn doel afstormde. Ik herinner me nog te goed hoe ik dat plotsklaps allemaal kwijt was toen ik na 3 kilometer in Den Haag niet meer op mijn linkerbeen kon steunen. In al mijn enthousiasme was ik doof en blind voor de knipperlichtjes in mijn dashboard. Het gevolg daarvan is dat ik nu overgevoelig ben voor de mogelijkheid van zo’n alarmsignaal. De schrik zit er soms zo in dat ik niet meer recht voor me door de voorruit kijk, maar me blind staar op wat er mogelijk kan oplichten in dat dashboard. Er gaan dan fantoomlampjes branden. Ik heb serieus al overwogen om de CPC komende zondag aan een gezapig tempo van 10 km/u te lopen en ook om te stappen op het deel waar ik vorig jaar bijna in elkaar zakte. Dit toont meteen aan hoe irrationeel dat gevoel is. Het is een proces waar ik door moet om er weer sterker uit te komen.

Je zou kunnen denken dat ervaring de nodige geruststelling biedt. Dat is ook wel zo. Ook uit de ervaring van wat er zoal (grondig) mis kan lopen, heb ik lessen getrokken. Ik weet wat ik aankan en wat ik mag verwachten. Wat mijn Plan Parijs ook moge wezen, ik kan een marathon lopen. Schreef ik niet dat er niet één juist marathonplan is? Hoog tijd dat ik mijn eigen marathonwijsheden nog eens raadpleeg! Paris, just do it: om het met de woorden van een bekend sportmerk te zeggen.

 

 

Loperspraat – Lopen in Parijs

Zondagochtend 7 uur. Paris s’éveille zoals Jacques Dutronc zong. Al ben ik volgens hem dan wel 2 uur te laat op de afspraak – il est cinq heures. In ieder geval loop ik nu door de straten van Parijs. Mijn vaste route gaat eerst richting Arc de Triomphe, waar ik altijd eens goed om me heen kijk. Dan verder over de Champs Elysées, een stukje over en langs de Seine naar de Jardin des Tuileries en via Place Vendôme en de Opera terug richting hotel. Een dag die ik al lopend kan beginnen, belooft sowieso een goede dag te worden. In Parijs is dat eens zo bijzonder.

Mijn eerste ochtendrun in Parijs liep ik in januari 2016. Naar mijn idee was het toch een spannend plan om daar op een winterse ochtend een rondje te gaan lopen. Ik lag er zelfs wat van wakker omdat ik geen idee had hoe de stad dan zou zijn en wat – of beter gezegd wie – ik er allemaal zou kunnen aantreffen. Helemaal niets of niemand afwijkend, zo bleek. Net zoals in alle andere steden zijn de reinigingsdiensten druk in de weer, gaan de bakkers en wat bistro’s open en zijn enkele vroege vogels op weg naar hun werk. Bovendien ben ik nooit de enige vroege loper. Vooral Jardin des Tuileries blijkt ook ’s ochtends een geliefde lopersplaats te zijn.

Als mensen spreken over hun favoriete stad, beweren ze vaak “het echte” van die stad te kennen. Wie iet of wat culturele voeling heeft, wil voor een local versleten worden en houdt zich zo ver als mogelijk weg van alles wat naar toerisme ruikt. Een echte kenner wordt geacht bijzondere adresjes te kennen waar de echte Parijzenaars hun koffie drinken. Ik beken: er was een tijd dat ik maar wat graag een parisienne wilde zijn. Deze week zei ik nog met de nodige pretentie “dat ik elke straatsteen in Parijs ken”. Intussen zie ik mezelf als een doorwinterde toerist. Parijs is voor mij het Brussel van Frankrijk. Een geweldige stad, waar ik niet hoef te wonen, maar die gelukkig wel dicht bij mijn woonplaats ligt. Ik kom er telkens een beetje thuis en kan opgaan in de anonimiteit van de metropool. Je zal mij dus niet horen zeggen dat als je ’s ochtends in Parijs gaat lopen, je de echte stad ziet. Het mooiste is juist dat je de stad ziet in al z’n eenvoud. De charme van de groezelige grootstad krijgt meer ruimte. De stad heeft zich nog niet opgemaakt voor zijn talrijke bewoners en toeristen. Parijs wordt wakker en stinkt een beetje uit zijn mond. Dat is het leven.

Inmiddels liep ik al heel wat kilometers op Parijse grond. Ook op onze jaarlijkse schoolreis in april kan ik het niet laten om mijn loopschoenen in alle vroegte aan te trekken. We verblijven dan in een budgethotel aan de rand van de stad. Op voorhand bedenk ik een looproute die ik kan memoriseren en die me langs zoveel mogelijk mooie plaatsen leidt. Dat vraagt wat creativiteit, maar heel moeilijk is het niet. Zelfs vanaf de ring kan je in een lus van zo’n 8 à 10 kilometer behoorlijk wat hotspots van de binnenstad aandoen. Navigeren terug naar het hotel vormt de grootste uitdaging.

Ik romantiseer niet alles. Er zijn zeker ook knelpunten als loper in Parijs. Zo zijn er echt heel. veel. stop.lichten. en in Parijs traverseren we en deux temps. Dat vraagt het nodige geduld, maar je kan die lichten maar beter respecteren. Dan zijn er ook nog de hoogteverschillen. Je hoeft echt niet per se richting Montmartre te lopen om je benen te voelen branden. Die door mij zo goed gekende straatstenen liggen zelden recht en de voetpaden zijn soms behoorlijk smal. Helaas is ook de menselijke ellende prominenter aanwezig als je er ’s ochtends op uit trekt. Volgens de media neemt het aantal daklozen dat noodgedwongen onder bruggen of op metroroosters slaapt ook effectief toe door de vluchtelingencrisis. Een grote keerzijde van het leven in een metropool.

Ik loop ’s ochtends nooit met de beste benen in Parijs. De nacht is eerder kort, er wordt al eens een glaasje (of twee) gedronken en de kilometers die daags voordien te voet werden afgelegd komen als snel in de buurt van een halve marathon. Als ik thuis ’s ochtends ga lopen, gebeurt dat op automatische piloot. Het is een aangename manier om wakker te worden. In Parijs ben ik meteen wakker: ik ben er één van de kleine radertjes die de stad op gang trekken. Ik ben dan net zoveel een stukje van de stad als de Arc de Triomphe.

Tot slot: de toerist in mij kan het niet laten om toch af en toe eens een foto te maken van wat ik al lopend tegenkom.

IMG_0827
Een glimp van de Sacré Coeur en natuurlijk zal het niet verbazen dat het verkeerslicht op rood staat.
IMG_0828
Ook bij de Moulin Rouge wordt er ’s ochtends geleverd.

De race – Paris marathon april 2017

  • De cijfers: marathon nr. 5 en nog steeds mijn snelste in 3:21:23
  • De voorbereiding: ik was in topvorm, maar stond gehavend aan de start na een val in het bos
  • De race: ik vloog tot aan kilometer 25, toen sloegen de zon en het Bois de Boulogne genadeloos toe
  • De herinnering: het geweldige weekend in Parijs met mijn zussen en mama

IMG_2267

Wat vooraf ging
Parijs is mijn habitat, mijn Franse thuis. De marathon van Parijs lopen was dan ook een nieuwe droom die werkelijkheid werd. Uiteindelijk was mijn inschrijving een feit vlak voor ik mijn derde marathon zou aanvatten, ruim een jaar van tevoren. Heel snel zijn is namelijk de boodschap als je een (betaalbaar) startnummer wil hebben voor de tweede grootste marathon ter wereld, want jawel: dat is de marathon van Parijs met meer deelnemers dan pakweg Berlijn en Londen.

De marathon die voorafging aan dit avontuur was die van Brussel. Op dat zware parcours wist ik een 3:22 uit mijn benen te schudden. Ik beschouwde het dan ook als een evidentie dat ik met de bloedvorm waarin ik verkeerde beter zou doen in Parijs. Dit zou immers mijn vijfde marathon zijn en ik was er telkens in geslaagd om mijn PR bij te stellen. Hoogmoed komt voor de val, was bij mij ook letterlijk te nemen. Op vrijdagavond liep ik mijn laatste plezierloopje in het bos: te enthousiast en te voortvarend en zo ook hard tegen de grond op een grindpad. Zo gebeurde het dus dat ik op vrijdagavond getroost moest worden bij een bord pasta door mijn zus Roos, terwijl mijn zus Marike en mama al in Parijs waren. Het nadeel van op het punt staan een droom te realiseren is dat de stress die erbij komt kijken ook navenant is. Stress om alles tot in de puntjes in orde te hebben voor vertrek, stress om te presteren en vooral ook stress om te genieten van waar je al zolang naar uitkijkt. Het medisch rapport luidde als volgt: een gehavende linkerkant, zijnde schouder, hand, knie en scheenbeen. Slechts krassen op de carrosserie, als het dat maar was. Ik was bovendien in goede handen. Mijn zussen hebben niet alleen zalvende woorden, maar vooral ook gouden handen. En met je mama aan je zijde, zit je altijd goed. Bij de pakken blijven zitten was geen optie.

Vlak voor de start
De nacht voor de marathon was er eentje om heel snel te vergeten. Een irritante wekkertoon klinkt dan als een verlossing. Ik hield me vast aan het feit dat liggen ook rusten is. Ik zou wel over voldoende adrenaline beschikken om het gebrek aan slaap te compenseren. Bij mijn marathonontbijt op bed bediende ik mezelf en keek ik uit op een slapende Roos die af en toe een paar woorden prevelde bij wijze van poging tot gesprek. Na de laatste voorbereidingen vertrok ik om 7u naar de metro. Om en bij de 45.000 lopers moeten zich naar de start begeven. Dat wil zeggen dat er heel veel veiligheidsprocedures zijn, wat zorgt voor de nodige wachtrijen en stapkilometers.

De race
Starten op de Champs Elysées is een belevenis op zich. Bij elke marathon voelt het als een grote opluchting om uiteindelijk in dat startvak te staan. Wat je op dat moment moet gaan doen is immers heel eenvoudig: aan één stuk lopen. Ik kan helemaal terugvallen op mijn routine, er komt geen ingewikkeld denkwerk of organisatorisch gedoe aan te pas. Het was wel spannend hoe mijn toegetakelde knie zich zou gedragen. De adrenaline deed duidelijk z’n werk en mijn knie werd meteen het zwijgen opgelegd. Ik vloog over de keitjes van de Champs Elysées, over Place de Concorde en zo Rue de Rivoli op. Er waren amper toeschouwers te bespeuren, maar na een kilometer of 3 stond daar al mijn eigen supportersteam te roepen. Volledig uitgerust met Belgische vlag en muziekbox. Via Place de la Bastille werd de weg verdergezet naar Chateau en Bois de Vincennes. Ook hier waren mijn supporters weer present om mij te bevoorraden. Het parcours was boeiend en de toeschouwers werden steeds talrijker. Helaas waren ook de hoogtemeters prominenter aanwezig: geen echt steile hellingen, maar vaak wat op- en aflopende stukken. Een constant tempo lopen is dan moeilijker. Op het halfway point lag ik op schema voor een tijd van 3:17. Mijn benen voelden nog goed en ik genoot van mijn tocht door Parijs.

Toen ik rond kilometer 24 langs de Seine liep met aan de linkerkant de kathedraal van de Notre Dame begon het warm te worden. De zon was verschroeiender dan gedacht. Ik zag mijn supporters terug rond kilometer 25 en riep nog dat het goed ging. We liepen daarna door een tunnel en toen ging letterlijk even het licht uit in mijn hoofd. Het ging helemaal niet goed meer. Ik weet niet of het de zon was, mijn voortvarende start, mijn blessures die begonnen op te spelen of de adrenaline die uitgewerkt was. Hoe dan ook ging mijn tempo naar beneden. Na 29 kilometer liepen we langs de Eiffeltoren. Het besef dat ik nog 13 kilometer te gaan had, was onnoemelijk zwaar. Ik probeerde de resterende afstand in kleinere stukken op te delen: eerst aftellen naar 30 kilometer, dan naar 32, naar 35 enzoverder. Ik opende mijn mentale trukendoos vol afleidingen, maar het was spartelen om niet te verzuipen. Naar mijn idee ging ik ook in een slakkengang vooruit. De hoogtemeters in het Bois de Boulogne hakten er goed in. Het parcours is daar ook eentonig en ik besloot mijn gedachten zoveel mogelijk af te sluiten. Ik staarde naar de groene lijn die op de weg is aangeduid. Dat is de ideale marathonlijn die dus exact 42,195 kilometer bedraagt. Het plan was simpel: ik moest niet nadenken en gewoon die lijn volgen om zo snel mogelijk bij de finish te komen. Elke centimeter bocht die ik kon afsnijden, was extra winst. Ik probeerde niet meer te kijken naar de tussentijden die mijn horloge aangaf. Het was onvermijdelijk: ik verloor tijd, maar de rekenaar in mijn stond niet stil. Een verbetering van mijn PR was nog steeds mogelijk. Ik durfde me niet te veel te focussen op mijn tempo uit angst om dan helemaal weggelopen te worden.

De Avenue Foch is de laatste rechte lijn naar de finish: een brede laan die vooral ook heel lang is. De toeschouwers staan er zonder overdrijven rijen dik. Mijn mama heeft me uiteindelijk nog zien finishen. Ongelooflijk, maar ik was er. Eindelijk! 3:21:23 zei mijn horloge. Ik had dus 4 minuten verloren in mijn tweede helft. Allesbehalve een slakkengang dus. Van euforische gevoelens was geen sprake toen ik aankwam. Ik was gewoon blij dat ik er was. Het voelde in eerste instantie toch als een teleurstelling dat ik niet onder de 3:20 was gedoken, maar gezien de omstandigheden was dit een meer dan straffe prestatie. Toen ik later in de uitslag zag dat ik 137e vrouw was van de ruim 10.000 dames besefte ik dat ik echt trots moest zijn op dit resultaat. Als dit mijn snelste marathon zal blijven, dan laat ik die eer met veel plezier aan Parijs.

IMG_3502

De conclusie
De marathon van Parijs is absoluut een aanrader voor wie graag eens een grote marathon wil lopen in een wereldstad. Hou wel rekening met het aantal hoogtemeters. Volgens mijn meting zijn dat er 274. Dat is ongeveer 100 minder dan de marathon van Brussel, maar wel 130 meer dan Rotterdam. De Parijse binnenstad staat garant voor een indrukwekkend parcours, maar zoals altijd zijn er ook saaie stukken. In een stad die nog steeds door koning Auto wordt gedomineerd, is het heel bijzonder om eens over de brede straten en avenues te kunnen lopen. In tegenstelling tot de steden in Nederland merk je weinig van de marathondrukte daags voor en na het evenement. Ook de hotelprijzen rijzen niet de pan uit in het marathonweekend.

IMG_3504
Een triomf voor Team Odeyn!

Enkele weetjes

  • Wij waren met z’n vieren graag geziene gasten in het hotel. Mijn mama had dan ook al een foto van Roos en mij getoond voor wij aankwamen.
  • De Fransen mogen terecht trots zijn op hun baguettes, maar daags nadien zijn die dingen wel bijzonder taai. Het was echt werken om de Franse trots weg te krijgen bij mijn eentonige marathonontbijt.
  • Twee uur voor de start zaten er in het hotel nog enkele lopers op hun dooie gemak een stevig Engels geïnspireerd ontbijt weg te werken. Je kan ook té ontspannen zijn.
  • Op Rue de Rivoli kwam niet alleen het dj-talent van Roos bovendrijven, maar ook haar rebelse kantje: ze werd letterlijk teruggefloten door de gendarmerie toen ze enkele meters wilde meelopen.
  • Mijn uitputtingsslag was niets in vergelijking met de vele meters die mijn familie al lopend van en naar de metro heeft afgelegd. Er werd onderling ook hevig gediscussieerd over het laatste supporterspunt, wat leidde tot “het debacle van metrostation Javel”. Mijn mama ziet het nog steeds als een persoonlijk falen dat ze niet tijdig in het Bois de Boulogne zijn geraakt. Niemand die het haar kwalijk neemt uiteraard.
  • Na de marathon was mijn mama heel erg teleurgesteld dat ze nergens Parijs-Roubaix kon volgen.
  • Toen ik ’s avonds in bed lag, viel ik Roos meteen lastig met nieuwe marathonplannen. Soms ben ik best vermoeiend.
  • Daags na de marathon wilde ik nog wat zien in Parijs, maar de metro nemen om de benen te sparen is geen goed idee. Metrostations bevinden zich onder de grond en om daar te komen moet je behoorlijk veel trappen afleggen.
  • In april 2019 sta ik weer aan de start van de Paris marathon!
IMG_3519
Le petit-déjeuner smaakt op post-marathondag eens zo goed.
img_3531.jpg
Le Bon Marché is een dankbaar decor om je medaille te showen.