Marathonpraat – Paris sera toujours Paris

Anno 2022 is de angst niet langer dat een evenement afgelast wordt, maar dat je de gebeurtenis aan je neus voorbij moet laten gaan omdat je zelf geveld bent door corona. Aan de start staan is prioriteit nummer 1, als het eventjes kan in topvorm. De angst om ziek te worden overheerste dan ook de laatste anderhalve week voor mijn Paris Marathon. Gewapend met een FFP2-masker in de klas anderhalvemeterde ik erop los en ventileerde ik alsof mijn leven (mijn marathon dus) ervan afhing. Daarbovenop kwamen dan nog de vaste stressfactoren hun zegje doen. Ik hield de weersvoorspellingen maniakaal in de gaten (sneeuw?!) en brak mijn hoofd over vestimentaire keuzes ter voorbereiding van de inpakstress. De voorpret voor mijn 14e marathon was dan ook voorzichtig van aard te noemen.

Dat het lastigste deel van de marathonvoorbereiding die laatste week is, dat is op zich niks nieuws onder de zon. Naarmate de loopkilometers minderen, slinkt ook mijn zelfvertrouwen. Ik voel mij niet in de topvorm van mijn leven als ik dan eindelijk “mag” gaan lopen, dan voel ik vooral die stramme hamstrings, een zweem van rugpijn of een raar pijntje in mijn knie. Trust the process: je moet erop durven vertrouwen dat de voorbereidingen hun werk hebben gedaan. In het najaar van 2021 zat ik in een ongelooflijk positieve flow waarvan de Rotterdam marathon het hoogtepunt was. Werkelijk alles leek te lukken. Ik hervond mezelf helemaal als loper en liep op enkele weken tijd al mijn records van de tabellen. Het kon met andere woorden niet op. Nu heb ik soms wel het gevoel dat het op is. Ik voel mezelf niet meer die onoverwinnelijke loper die ik mezelf waande in het najaar. In mijn hoofd is het al frisser en luchtiger geweest. Er is wederom veel twijfel en de allesoverheersende vraag of ik er wel echt alles aan gedaan heb om in Parijs te kunnen knallen.

De aan-alles-twijfelende Joke moet er kortom op vertrouwen dat, wat de omstandigheden ook zijn, dat lichaam van haar naar marathonmodus kan schakelen. Cijfermatig wijst er trouwens helemaal niks op dat ik niet heel dicht in de buurt van mijn 3u07 kan eindigen. Het hoofd heeft dan misschien wat last van metaalmoeheid, er zijn geen indicaties dat er sleet zit op mijn loopcarrosserie. Bovendien is wat ik onthoud van vorige marathons (of mijn deelnames aan de Hel) de roes van de euforie. Voor het gemak vergeet ik de stress en onzekerheid die eraan vooraf gingen. Inmiddels weet ik dat je fysiek in staat kan zijn om onder een bepaalde grens te lopen, maar dat je vooral strijdvaardig moet kunnen blijven. Een marathon lopen is geen kwestie van pech of geluk hebben. Het is blijven lopen met rechte rug en de kin omhoog, wat de benen ook te zeggen hebben. Marathons lopen is nog steeds één van mijn favoriete activiteiten. Ik ben bovendien omringd door héél goed volk dat het beste in mij naar boven haalt. Daarenboven loop ik in de stad waar ik nooit op uit gekeken raak. Wat kan er eigenlijk misgaan?

Wees maar zeker dat ik er vooral heel erg van ga proberen te genieten. Hoe de marathon ook uitdraait, Parijs zal altijd Parijs zijn: een stad die barst van de herinneringen en de zussenliefde. De stad waar ik in 2017 bij mijn vijfde marathon teleurgesteld was in mezelf en de stad waar ik in 2019 bij mijn tiende marathon I’m still standing wilde uitschreeuwen, ook al hield ik een longembolie over aan dat avontuur. Nummer 3067, daar zal het mee gebeuren. Doe me één plezier, lieve lezers, denk morgen tussen 8u15 en 11u30 eventjes heel hard aan mij en stuur dan al je wilskracht richting Paris. Merci à vous!

Het moment – Schrijftalent gespot in de klas #3

Goede tradities zijn er om in ere te houden. Een verhaal schrijven van slechts zes woorden in navolging van een Nobelprijswinnaar, is er zo eentje. Voor het derde jaar op rij ging ik op zoek naar de Ernest Hemingway van De Ring onder mijn leerlingen van het vijfde jaar. Wie treedt met andere woorden in de voetsporen van Lucas en Lien? De zoektocht naar het mooiste zes-woorden-verhaal blonk dit jaar uit in spitsvondigheid en originaliteit. Ook de oorlogsrealiteit laat mijn leerlingen duidelijk niet onberoerd. De resultaten van de stemming lagen dicht bij elkaar, behalve de nummer 1, die stond autoritair aan de leiding en scoorde zowel bij leerlingen als bij leerkrachten erg goed. Rooza schreef ongetwijfeld het meest choquerende, gedurfde en ongemakkelijke verhaal. Zes woorden die aantonen hoe een verhaal werkt: je leest iets, maar je denkt vooral iets. Dat wat je denkt is het verhaal.

Met trots presenteer ik jullie de top 10 van 2022:

“Dat heb ik liever niet, papa” – Rooza
Enkel de gestreepte sjaal bleef ongedeerd – Ona
Echte mannen huilen niet, jammerde hij – Cesar
Gezwel gevonden, haar gevallen, strijd verloren – Hanne
Mama, papa, tot aan de grens – Angelo
Voor een dode lachte hij veel – Tobe
Ze greep nog snel haar zusje – Helene
Elke dag is zoals alle andere – Brecht
Aarde omringde hem, we liepen weg – Lara
De laatste sigaar was voor haar – Rooza

IMG_7732b

Met dank aan al mijn lieftallige leerlingen voor hun eigenzinnige blik, originele schrijfsels en onuitputtelijke enthousiasme!

Het moment – Wat ik zeker ga doen als ik in Parijs ben

Ik weet niet hoe ik gereageerd zou hebben als ik in juli 2019 geweten had dat ik ruim 2,5 jaar niet naar Parijs zou (kunnen) gaan door een wereldwijde crisis. Misschien was ik nog 3 keer extra gegaan dat jaar. Mogelijk had ik me met enig gevoel voor dramatiek aan de Arc de Triomphe vastgeketend. Ik zou sowieso nog meer filmpjes gemaakt hebben van het straatbeeld en -leven in een stad die eigenlijk nooit lijkt te slapen, want zeg nu zelf: wie heeft New York nodig als je op een paar uur van Parijs woont? Tussen Parijs en mij is het al jaren heel dik aan. Of eigenlijk tussen Parijs, Roos en mij, een ménage à trois zeg maar. Ik zeg dan ook al ruim een jaar dat ik écht ga janken van geluk als ik weer voet op Parijse bodem zet en met mijn trolley in de hand de chaos van Paris Nord overschouw. De dramatische filmmuziek fantaseer ik er zelf wel bij. Dit is wat ik nog van plan ben te doen tijdens mijn vierdaagse Parijs-trip:

  • een marathon lopen
  • wandelen, wandelen, wandelen: zelfs al ga ik dus op zondag een marathon lopen of heb ik op zondag een marathon gelopen, als ik in Parijs ben, dan moet en zal ik me te voet voortbewegen (en als het echt niet anders kan met de metro) mijn favoriete wandelstraten zijn Rue de Rivoli, Rue Saint-Honoré, Rue du Bac en eigenlijk alles van Saint-Germain-des-Prés
  • postkaartjes sturen en dan weer beseffen hoe lastig het is om ergens timbres te kunnen kopen (en hoe duur de post geworden is)
  • voor de gezelligheid lang bij het hotel-ontbijt blijven plakken en koffie drinken, veel koffie drinken
  • in het teken van de koolhydratenstapeling pasta eten bij Fuxia en gaan shoppen bij de boulangerie van Le Grand Marché
  • op maandag croissants eten die ik de dagen ervoor gedisciplineerd heb laten liggen met de marathon in gedachten
  • mijn ogen uitkijken bij Le Bon Marché en denken: gelukkig zit iedereen in Galerie Lafayette
  • me laten inspireren door wat ik zie in het straatbeeld en in de winkels, stelen met de ogen dus om er dan thuis in mijn atelier iets mee te doen
  • Frans spreken, want daar krijg ik veel te weinig de kans toe in mijn dagelijks leven
  • de Arc de Triomphe knuffelen, de Notre Dame troosten en de Eiffeltoren aanschouwen die heel recent weer 6 meter aan lengte won dankzij een nieuwe antenne
  • duiven observeren terwijl ik in een stoel zit in de Jardin des Tuileries
  • denken aan Lady Di op Place Vendôme en het Ritz hotel
  • de verkeerschaos aanschouwen op de Etoile rond Arc de Triomphe
  • luisteren naar Barbara Pravi en Zaz
  • de Champs-Elysées heel amicaal “De Champs” noemen en uit volle borst het gelijknamige lied van Joe Dassin zingen
  • rondzeulen met de Mijn Parijs gids van Bent Van Looy (I Love Bent!)
  • champagne drinken op zondagavond en dan ook bij de maaltijd een goede vin nuttigen
  • eindeloos en ongevraagd herinneringen ophalen met Roos: over onze eerste keer Parijs samen in juli 2014, tijdens een hittegolf nota bene en de uitputtende voettochten die we maakten om toch maar elke steen gezien te hebben op vier dagen tijd, over madeleines en brioches, over de Rue de la Roquette, onze navigatiekemels, vreemde gewoontes op Père-Lachaise, Rachid van Montmartre en ga zo maar verder
  • ons zusje Marike missen die er deze keer niet bij kan zijn en ook mijn vriendjes An en Murielle met wie ik in schools verband al heel vaak in Parijs mocht zijn

Parijs stelt nooit teleur, om het met de woorden van Roos Odeyn te zeggen.

Een voorbeschouwing op de Paris Marathon van Roos

Over welgeteld drie weken staan Roos en ik aan de start van de Paris Marathon. Een uitstapje en evenement waar we met z’n tweeën lang naar hebben uitgekeken. Ein-de-lijk terug samen naar Parijs! Voor Roos is het haar vijfde marathon, de eerste keer Parijs. Symbolisch, want zelf liep ik daar in 2017 mijn vijfde marathon. Een week geleden liepen we zij aan zij 30 kilometer zoals we dat zo graag doen. We hadden het natuurlijk over de marathon en onze verwachtingen, de stress die de kop begint op te steken en hoe bijzonder het is dat we dit samen kunnen beleven. Hoog tijd om Roos nog eens aan het woord te laten over haar weg naar de Paris Marathon 2022.

Na mijn laatste marathon in Brugge (oktober 2019) dacht ik eigenlijk dat ik geen marathon meer zou lopen. Ik vond het wel mooi geweest en dat record zou ik toch nooit meer kunnen verbeteren. Een marathonvoorbereiding is niet te onderschatten. De marathon van Parijs beleefde ik al twee keer als supporter. Na Jokes prestatie in Rotterdam kriebelde het om toch nog eens een marathon te lopen. En waar kon dat beter dan in onze geliefde stad Parijs? Begin november schreven Joke en ik ons dus in. Een voorjaarsmarathon past beter bij mij. In de zomer zijn er veel andere dingen en vind ik het moeilijker om me te schikken naar de trainingen. Je hebt echt structuur nodig in je voorbereidingen. Ik liep nu wel heel vaak in de regen en wind, ook veel in het donker, maar dat neem ik er dan maar bij. 

Mijn voorbereidingen voor deze marathon zijn goed verlopen. Op maandag liep ik meestal een snelle training. Woensdag deed ik mijn duurlopen. Na het werk liep ik dan 20 kilometer of meer. Vrijdag stond er een nuchtere loop op het programma en in het weekend liep ik nog wat er gelopen moest worden om de kilometers aan te vullen. Ik heb bewust meer tempo’s gelopen, eens goed de gaskraan opendraaien, uit gebrek aan wedstrijden ook wel. Ik heb ook strikter mijn kilometers geteld. Mijn weekgemiddelde lag telkens rond de 52 kilometer. Op maandag vond ik het stresserend dat de teller weer op nul stond. Naar mijn gevoel heb ik nu veel harder getraind dan voor Brugge. Ik stemde mijn planning ook meer af op de trainingen. In januari had ik veel stress voor deze marathon en vroeg ik me echt af waarom ik me had ingeschreven. Het zwaarste van een marathonvoorbereiding vind ik dat je heel de week aan lopen moet denken. Ik voel nu dat ik in vorm ben, heel leuk is dat! Zo gericht trainen geeft me ook veel voldoening.

IMG_7593b

Ik vind het jammer dat de CPC Loop vandaag niet doorgaat. Een snelle halve marathon lopen drie weken voor de marathon geeft veel vertrouwen. Al ben ik tevreden over mijn 30 kilometer vorige week. De laatste 4,5 km waren wel heftig. Ik had wat beter moeten drinken de dag ervoor, denk ik. Mijn voet was verkrampt, maar daar probeer ik niet te veel waarde aan te hechten. Ik heb me er al bij neergelegd dat ik ook spierkrampen zal krijgen tijdens de marathon. Hopelijk laten ze dan wat langer op zich wachten. Van mijn vorige marathon leerde ik dat het heel gemakkelijk is om in iemand z’n zog te hangen. Je wagonnetje kunnen aankoppelen scheelt echt veel. Ik breek mentaal meestal op kilometer 35, dan krijg ik krampen in mijn benen en moet ik heel diep gaan om te blijven lopen. Daarom moet ik meestal ook wenen van de ontlading als ik uiteindelijk over de finishlijn loop. In Brugge stond ik er niet alleen voor en had ik me al beter voorbereid op het mentale aspect, mede dankzij een podcast met Dixie Dansercoer die vertelde hoe koud hebben ook in je hoofd zit. Ik heb nu al nagedacht hoe ik me mentaal sterk kan houden in dat laatste deel van de marathon.

Mijn ambitie is om in Parijs mijn PR van 3u36 te verbeteren. Om dat alleen te kunnen zou een prestatie op zich zijn. Ik hoop zelfs om onder de 3u30 te finishen. Ik wil vertrekken aan een tempo tussen de 4’50” en 4’55”, veel marge heb ik dan niet. Sub 3u30 is een strakke tijd, ik durf er niet blindelings op te vertrouwen dat het me lukt, maar onze 30 kilometer was wel hoopgevend. Ik heb ook al nagedacht over m’n outfit op marathondag. Ik denk dat ik als geluksbrenger hetzelfde shirt aandoe als in Brugge. Ook ga ik hetzelfde shortje dragen als waar ik mijn vorige vier marathons in liep. Momenteel zijn mijn favoriete schoenen de Nike Pegasus 38. Ik twijfel nog of ik mijn compressiekousen zal aantrekken. Ik droeg die niet tijdens mijn trainingen, maar ze kunnen wel iets doen naar krampen toe. Er zijn nog wel een aantal kleine dingetjes waar ik de komende weken over moet nadenken. Ik heb er hoe dan ook heel veel zin in!

Lieve sis, je bent in topvorm, dat merk ik aan alles. Ik ben er zeker van dat 3 april 2022 een topdag wordt voor jou! ’s Avonds drinken we sowieso champagne op een terras. En zo zijn er nog heel veel momenten voor en na de marathon waar ik heel hard naar uitkijk. Wij zijn klaar voor Parijs, ik hoop dat Parijs ook klaar is voor ons.

IMG_7595b

Het boek – Als ik groot ben word ik Michelle Obama

Het is vandaag Internationale Vrouwendag. Mocht u daaraan twijfelen: ja, het is nog nodig dat vrouwen wereldwijd hun solidariteit tonen. Er is al duchtig aan de weg getimmerd, maar we zijn er nog niet. Vorige week las ik Becoming (2018) van Michelle Obama, geboren als Michelle LaVaughn Robinson en voormalig First Lady van de VS. In haar memoires vertelt ze over haar jeugd in Chicago en het warme gezin waarin ze opgroeide, waarom ze rechten ging studeren en uiteindelijk advocaat werd en hoe ze op die manier haar man ontmoette wiens gedrevenheid ook haar aanstak om zich te engageren. De Obama’s krijgen twee dochters en resideren 8 jaar in het Witte Huis. Michelle Obama is op alle vlakken een rolmodel, niet zo zeer omdat de sympathieke girl next door het tot presidentsvrouw en mode-icoon schopte, wel omdat ze het aandurft om ten allen tijde zichzelf te blijven in een wereld waarin zij als zwarte vrouw al te vaak niet blijkt te conformeren aan de geldende norm. Laat me daarom heel duidelijk zijn: iedereen zou Becoming moeten lezen omdat het een pleidooi is om te geloven in onze eigen stem en ons eigen verhaal, hoe naïef dat soms ook mag klinken.

Uit het voorwoord blijkt meteen hoe authentiek Michelles vertelstem is. Als kind wilde ze dokter worden, wat altijd enthousiast onthaald werd door volwassenen. Nu beseft ze dat het zinloos is om aan een kind te vragen wat het later wil worden omdat de vraag impliceert dat een volwassen leven vrijwel meteen een eindstadium kent. Alsof je één welbepaalde rol kan en moet opnemen in je leven en dat was het dan. Het is maart 2017 als Michelle in haar keuken staat en beseft hoe bijzonder het is dat ze weer helemaal zelf een boterham kan smeren om die vervolgens zonder entourage op te eten. En ze heeft dus heel wat te vertellen over de verschillende rollen die ze in haar leven tot dusver kon vervullen.

Michelle Obama houdt zich ver weg van de glamour van het leven dat ze zowel als advocaat als First Lady kon leiden. Ze schetst een intiem portret van Barack en hoe ze elkaar leerden kennen (kan geen rom-com tegen op). Zo schreef hij liever brieven dan dat hij belde en wilde hij eigenlijk niet trouwen. Ze vertelt over de problemen die ze ervoeren om zwanger te worden en hoe pijnlijk dat proces was. Wat steeds terugkeert is de lastige spagaat waar ze zich als vrouw dagelijks in bevindt: enerzijds is er de ambitieuze geëngageerde vrouw die niet louter dossiers wil behandelen, maar haar idealen wil nastreven, anderzijds is er de moeder die een warm nest wil creëren voor haar gezin. Hoe trots ze ook is op de verwezenlijkingen van haar man, ze vindt het oneerlijk dat hij er vijf jobs op kan nahouden zonder te moeten inboeten in zijn vaderrol. Aanvankelijk loopt ze dan ook niet warm voor de politieke loopbaan waar hij in rolt. Na lang wikken en wegen stemt ze toe omdat ze beseft dat anderen hem ook nodig hebben voor hun strijd. Bovendien gaat ze ervan uit dat hij nooit verkozen zal worden: hij is te zwart voor sommigen en te wit voor anderen. Wanneer ze zelf een actieve rol opneemt in zijn presidentscampagne krijgt ze heel wat bagger over zich heen, een black woman die niet op haar mondje is gevallen wordt heel snel als angry black woman gepercipieerd.

In Becoming slaagt Michelle Obama erin om haar wereldberoemde man in een bijrolletje te duwen. Ze toont wat het betekent om zwart te zijn, vrouw en moeder, wereldburger én Amerikaan, om als mens je eigen pad te blijven bewandelen in een wereld die oprechtheid soms genadeloos hard afstraft. Het is een boek dat heel wat gevoeligheden aan de oppervlakte brengt, maar tegelijkertijd ook hoopvol durft te zijn. Simpelweg omdat we allemaal kunnen blijven schrijven aan ons eigen verhaal.

Loperspraat – Ik loop dus ik ben

Ik loop dus ik ben en ik denk ook veel na over wie ik ben.*

Eén van die vraagstukken is hoeveel procent van mezelf uit “de loper” bestaat: een vreemde denkoefening waarbij ik nooit tot keiharde cijfers kom. Ben ik in wezen niet 100% loper? Soms kan ik echt tot in het diepst van mijn vezels voelen dat lopen in mij verankerd zit. Het is iets waar ik altijd op de één of andere manier mee bezig ben. Ik kan afkicken van mijn werk, maar ik kan lopen nooit echt lossen. Dat doet dan weer de vraag rijzen waarom ik die gedreven loper in mij pas op m’n 28e ontdekte? Terwijl ik mijn hoofd er verder over breek, kan ik wel vertellen wat het in mijn dagelijks leven betekent om loper te zijn.

Ik loop dus
ik weet exact hoe lang een kilometer is
ik kan vlot rekenen met minuten en seconden
ik tel af in weken en dagen naar loopgerelateerde uitdagingen
ik knik vriendelijk naar ieder – mens of dier – die mijn pad kruist
ik krijg al eens een hond achter mij aan
ik waan me bij het verkeerslicht een fietser
ik zie elke loper als ik in de auto zit
ik vind lopers bij voorbaat sympathieke mensen
ik ben gefascineerd door loopschoenen en oranje dozen
ik zie overal loopmogelijkheden en -momenten
ik loop het liefst rond met blote benen
ik hou van de ochtend en lichtjes gespannen benen tijdens de dag
ik weet wie Phidippides is
ik hou van Houffalize, Bashir Abdi en Eliud Kipchoge
ik eet graag havermout volgens diverse bereidingswijzen
ik heb altijd chocomelk in huis
ik lig elke maand op de tafel bij de kine voor een check-up van de carrosserie
ik heb meer aandacht voor mijn teen- dan vingernagels
ik kreeg al vaak complimenten over de anatomie van mijn voeten
ik denk eens in de zoveel tijd bij een vreemd pijntje dat het gedaan is met lopen
ik kan me oriënteren dankzij looproutes en -evenementen
ik kijk en herbekijk marathons integraal
ik droomde eens dat ik een marathon liep, niet tevreden was met mijn tijd en besloot om meteen dezelfde marathon nog eens te lopen (ik kon mijn tijd niet verbeteren)
ik heb soms nachtmerries over hoe ik de start mis van een marathon
ik kan kippenvel krijgen als ik denk aan de finish van een marathon

*naar Je pense, donc je suis – cogito ergo sum van René Descartes

Het moment – Welkom kleine Emil!

Dinsdag 22 februari 2022 werd Emil geboren. Het babybroertje voor Leah stelde ons geduld op de proef, begrijpelijk, want als je de kans krijgt om geboren te worden op 22.02.2022 dan grijp je die natuurlijk. Marike en Peter werden dus ouders van een zoon. Mama en papa kregen er een vierde kleinkind bij, Roos werd voor het eerst meter en Nonkel Seppe kreeg er een neefje bij. Mijn zus die een kind krijgt, ik vond het ook deze keer best een ingrijpende gebeurtenis. Al een paar weken zat ik ermee in mijn hoofd: hoe ze weer voor die bevalling stond en alle spanning die daarbij hoort, dat ze pijn zou hebben en heel wat zou moeten doorstaan. Over intens gesproken. Ik voelde in de eerste plaats dan ook vooral opluchting toen ik ’s middags het verlossende telefoontje kreeg dat Emil geboren was en dat hij en z’n moeder het goed stelden. Ik was weer apetrots op die zus van mij. Omdat ze een kind op de wereld zette, maar ook omdat zij en Peter zo’n liefdevolle ouders zijn.

In tegenstelling tot de geboorte van Leah konden Roos en ik ons kersverse neefje niet in het ziekenhuis bezoeken. Toch wel jammer omdat we gewoon zo snel mogelijk officieel kennis wilden maken met hem, maar vooral omdat we onze zus eens goed wilde vastpakken. Donderdagavond kon dat gelukkig wel. Emil lag vredig te slapen. Een verse baby slaagt er moeiteloos in om de schattigheidsverwachtingen te overtreffen. Een ineengedoken bolletje dat zich wat leek te verstoppen in zijn streepjespak. Alsof hij zich nog een beetje in die warme baarmoeder waande. Een hoopje geluk met de snoezigste voetjes en handjes ooit. Ik had de eer en het genoegen om hem in mijn armen te mogen nemen en ik kan jullie zeggen dat ik het nu al een topkereltje vind. Hij heeft iets heel aandoenlijk over zich. Elke baby is schattig, maar Emil is vooral ook helemaal zichzelf. En Leah? Die vindt het prima om grote zus te zijn.

OGOT7631b

EDOU3226

Emil is dus het petekind van Roos. In het meterschap moet je de lat hoog durven leggen. Roos naaide een collectie babypakjes en toebehoren bijeen waar ze bij Petit Bateau jaloers op zullen zijn. Met momenten was dat hard labeur in de avonduren. Wat een toewijding en vakmanschap! Ze was ook verantwoordelijk voor het concept van de kraamcadeautjes (doopsuiker, zo u wil, al dekt die term niet echt de lading). Meetje is helemaal mee met haar tijd. Het assortiment bestaat uit gedroogde bloemen, gouden beesten met een pakketje zoet op hun rug en botanische ritstasjes. De tasjes mocht ik maken, met hulp van en onder het toeziend oog van Roos, volgens mijn eigen klassieke recept. We kozen een canvasstof met winters tafereel die (toevallig) perfect leek te matchen bij het geboortekaartje en de gouden accenten.

MJGN9496b

Het babygeluk van Emil staat in schril contrast met de snoeiharde actualiteit van deze week. 2000 kilometer verder zijn mensen op de vlucht, worden gezinnen uit elkaar getrokken en bommen gedropt alsof oorlog een spelletje Stratego is. Ook dat nieuws liet ons niet onberoerd. Het doet je eens zoveel beseffen wat een veilige thuishaven waard is en hoe je voor je familie door het vuur zou gaan. Ik speel een bijrol in het leven van mijn neefjes en nichtjes, maar toch voel ik die oerdrang om hen tegen elk gevaar denkbaar te willen beschermen. De wereld is bij deze gewaarschuwd. Ondertussen biedt Emil de ideale afleiding. Ik kan niet wachten om hem steeds beter te leren kennen. Dit mannetje gaat ons nog heel lang kunnen vertederen en charmeren. Gewoon door eens met zijn handjes te bewegen of voorzichtig zijn ogen open te doen. Doe hem dat maar eens na. Welkom in de familie, liefste Emil.

emil2b

Het moment – Door het oog van de storm met Tony

Vrijdag leek het even alsof de apocalyps onafwendbaar was door de komst van storm Eunice. De school stuurde iedereen naar huis om 13u, ook al gold er “slechts” code geel voor Vlaams-Brabant. Niet alleen het schoolgebouw was in een mum van tijd leeg (je moet zoiets echt geen twee keer zeggen aan leerlingen), ook de stad was plots desolater dan ooit. Ik kon nog niet naar huis omdat ik ’s namiddags bij de kinesitherapeut werd verwacht. Spannend toch wel, want het was niet duidelijk hoe stevig Eunice te keer zou gaan. Gelukkig kon ik rekenen op een nieuwe rots in de branding om me veilig naar huis te loodsen: Tony, mon compagnon de route, mijn nieuwe metgezel op de steenweg. Waar wij met de hele familie vol spanning wachten op het babyjongetje in Marikes buik, kwam er in mijn fietsfamilie namelijk vorig week al een nieuwe telg bij. Een broertje voor Juan dus. En wat voor één.

Ik woon nu bijna 2 jaar in Tienen en al die tijd legde ik mijn woon-werkverkeer naar Leuven voornamelijk af met een klassieke stadsfiets. Met momenten was dat hard labeur. 5 dagen per week, 40 kilometer per dag op pure beenkracht, door weer en wind. Met mijn stadsfiets van Cortina fietste ik in nog vroegere tijden wel eens van Heverlee naar Brussel, maar eerlijk is eerlijk: Tina had absoluut de looks, maar noch het design noch het stevige gestel om al die kilometers goed te verteren. Een stadsfiets dient om je in en rond de stad te verplaatsen, niet 200 kilometer per week van stad tot stad te fietsen. Al helemaal niet met een mand op je voorwiel: bye bye aerodynamica! Fietsen was vaak stampen en duwen op de pedalen. Juan nam om die reden de afgelopen maanden al enkele dagen per week de dienst over. Een sportfiets rijdt natuurlijk een pak vlotter (hoewel een mountainbike voor sommigen ook een lomp geval is), maar het grote nadeel is dat je enkel een rugzakje kan gebruiken om spullen te vervoeren. Ik had kortom een fiets nodig die sportiviteit met comfort combineerde. Die vond ik in een trekkingfiets van het Duitse merk Gudereit.

IMG_7426b

IMG_7427b

Ik moest een half jaartje wachten op Tony. Hij was mijn geduld absoluut waard! Ik was meteen helemaal hotel de botel in love toen ik hem in de fietsenwinkel zag shinen. Ik koos voor een donkerblauw frame (blauw is altijd goed). Verder heeft Tony vering in de voorvork en onder het zadel, beschikt hij over maar liefst 30 versnellingen en aangepaste handgrepen waardoor ik me een dj aan de draaitafel voel als ik aan het schakelen ben. Donderdag mocht Tony voor de eerste keer van stal voor zijn debuut over de steenweg: eerder een wind- dan een vuurdoop, wel eentje die hij met glans doorstond. Het grootste verschil is simpelweg het comfort dat hij biedt. Zelfs als het waait dat het geen naam heeft (of als die naam Eunice is), dan blijf je het idee hebben dat je aan het fietsen bent en dat die fiets een voorwerp is dat je vooruit helpt, geen ellendig ding dat je noodgedwongen mee moet slepen. Eigenlijk is Tony zoals de ideale marathonschoen: licht, vinnig en wendbaar met een robuuste basis. Om al dat gerief van mij (sportkleding, nette kleding, eten, schoolspullen) over en weer te vervoeren had ik ook fietstassen nodig. Ik koos voor waterdichte tassen van Agu waar behoorlijk wat in kan.

Een nieuwe fiets, dat betekende ook een nieuwe naam. Het is nu eenmaal veel leuker om het over Juan te hebben dan altijd te moeten zeggen “mijn mountainbike” (echte mountains doe ik er trouwens niet mee). Ik had eerst een stoere Duitse naam in gedachten, maar toen ik hem daar zag staan, besefte ik dat die niet bij hem paste. Ik had iets eleganters nodig. Zo kwam ik uit bij de Duitse wielrenner en toptijdrijder Tony Martin met de bijnaam Der Panzerwagen. Tony is eveneens een knipoog naar een hamster die ik ooit had en naar mijn Oma die fan was van de Zwitser Tony Rominger. Een veelbelovende naam met geschiedenis dus. En ja, het is genderstereotyperend van mezelf om mijn snelle fietsen mannelijke namen te geven, maar ik moet de vrouwelijkheid hier in huis (mijn huisdieren zijn allen vrouwelijk) toch een beetje compenseren. Testosteron in fietsvorm dus. Wie weet brengt Tony mij ooit wel verder dan de steenweg. Al werd mijn plan voor een fietsvakantie vooral op wenkbrauwgefrons onthaald door Roos. We zullen zien of daar ooit wat van komt.

Het boek – Over de pijn die liefde heet

13 februari is Valentijnsdag voor de minnaars: de dag van de verboden liefde. Vandaag dus geen stroperige romantiek van dertien in een dozijn, maar een ode aan de stiekeme liefde. Een onderwerp dat vrijdag in de klas aan bod kwam toen we het hadden over middeleeuwse lyriek (liederen met een hoog drama-gehalte zeg maar). De onbereikbare of onmogelijke liefde zette de sluizen open voor een gesprek over liefde op het eerste gezicht (het bestaat zeker aldus mijn leerlingen) en het belang van aantrekkingskracht (je moet elkaar diep in de ogen durven kijken). Ook in boeken vind ik niks zo interessant als liefde in de meest pure vorm met de scherpe randjes die daarbij horen. Het is geen toeval dat ik Lolita zo’n geweldig boek vind. Vandaag dus geen kleffe I Love You beertjes, maar een selectie boeken over de liefde in al z’n complexiteit.

Iemand graag zien kan om diverse redenen ingewikkeld zijn, verboden zelfs of ongewenst. Je kan zulke ongezonde relaties verwerpelijk vinden, maar de realiteit is vaak gelaagder dan dat omdat ze op de één of andere manier wel een voedingsbodem vindt in liefde. Zo brengt Kate Elizabeth Russell met My Dark Vanessa een hedendaags Lolita-verhaal over een 15-jarig meisje dat een relatie begint met haar leerkracht Engels. Fout om heel veel redenen, net daarom voor beide partijen ook heel verleidelijk. Een spannend boek dat erin slaagt om die verschillende laagjes te ontrafelen. Net zo pijnlijk gevoelig is In the Dream House van Carmen Maria Machado dat de toxische relatie tussen twee vrouwen beschrijft. Het verhaal is opgebouwd uit korte hoofdstukken die elk vanuit een andere invalshoek het idee van het zogenaamde droomhuis (eerder een nachtmerriehuis) belichten. Of hoe een relatie compleet kan ontsporen in een ziek machtsspel. De omstreden klassieker Bear (1976) was het afgelopen jaar niet uit de bestsellerlijstjes weg te krijgen. Marian Engel beschrijft daarin hoe een eenzame vrouw zichzelf helemaal verliest in een affaire (ook fysiek) met een bruine beer. Met momenten bevreemdend en ongemakkelijk om te lezen, maar je kan niet ontkennen dat er ook een authentiek gevoel van liefde in vervat zit.

Ik legde hier al eens uit hoe zwaar ik onder de indruk was van Anna Enquists De thuiskomst dat het gefictionaliseerde verhaal vertelt van Elizabeth Cooke, vrouw van ontdekkingsreiziger James Cooke. Een gelijkaardig boek schreef Arhur Japin met Mrs. Degas over een verloren liefde van de schilder Edgar Degas. Alleen al de Parijse setting en de beschrijving van de schilderijen maken dit een heel sfeervol boek. Ook Connie Palmen verdient haar plaats in dit rijtje historische liefdes (met een fatale afloop, dat is geen spoiler) met het alom bekende en bejubelde I.M. Palmen verloor haar grote liefde Ischa Meijer uitgerekend op Valentijnsdag, eveneens zijn 52e verjaardag. In I.M. heeft ze het over hun relatie, haar rouwproces, het schrijverschap en het nut van fictie. Ik gebruik mijn leven niet voor de literatuur. Het werkt andersom. De literatuur bestaat uit levens als het mijne en ik zie welke fictie doorwerkt in mijn leven omdat ik die erin kan en wil zien. 

IMG_7414b

Dat de liefde als een verwoestende kracht kan toeslaan bewijst Hokwerda’s kind van Oek de Jong. Ergens in een warme zomer las ik dat boek op een bank in het park van Tervuren. Ongetwijfeld met een frons en een pijnlijke grimas op mijn gezicht. Hokwerda’s kind kwam namelijk aan als een mokerslag. Zo wondermooi en tegelijkertijd zo bikkelhard. Dat geldt ook voor The Only Story van meesterschrijver Julian Barnes. Een roman waarin werkelijk alles van de liefde samenkomt: de wollige romantiek, het geluk dat de liefde kan zijn zelfs als die onconventioneel is, maar ook een heel donkere keerzijde van de medaille. Je denkt aanvankelijk wel te weten waar het verhaal van de 19-jarige Paul naartoe gaat als die een relatie begint met een oudere vrouw. Wat je eerst leest is echter the only story, het enige verhaal dus dat er eigenlijk toe doet, het verhaal over de liefde tussen twee mensen zoals Paul wil dat die herinnerd wordt. Er volgt echter nog een verhaal. Barnes schrijft zo adembenemend mooi dat je werkelijk elke zin zou willen inlijsten omdat die zo raak is. The Only Story is, hoe hartverscheurend ook, mijn ultieme boek over de liefde.

So now he better understood how couples clung to their own story – each, often, to a separate part of it – long after it had gone cold on them, even to the point where they were not sure they could bear one another. Bad love still contained the remnant, the memory, of good love – somewhere, deep down, where neither of them any longer wanted to dig.

Ik denk dat de overgrote meerderheid van de boeken op de één of andere manier over liefde gaat omdat het een onderwerp is dat inherent verbonden is met het leven. Ik denk ook dat we uit een boek halen wat voor ons op dat moment relevant is. Dat kan iets zijn waar je nog nooit mee te maken had of iets dat al langere tijd aan het broeien is in je hoofd. Ik las soms boeken over de liefde die een pijnlijk feest van herkenbaarheid waren, zonder dat de beschreven situatie de mijne was. Destijds heb ik dat bijvoorbeeld heel sterk ervaren bij Over de liefde van Doeschka Meijsing. Ook bij Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck overkwam mij dat. Er was één zin, helemaal op het einde van het boek, die bij mij heel hard binnenkwam. Ik had beslist, ooit, dat gij mijn boei waart, als ik die losliet, dan zou ik verzuipen. Nu denk ik dat ik liefde wil.

De eerste werktitel van deze tekst was De mooiste boeken over de liefde. Ik stelde dat bij naar De vele gezichten van de liefde, maar uiteindelijk koos ik toch om de pijn in de schijnwerpers te zetten. Ik wil daarmee helemaal geen schaduw werpen over de liefde. Integendeel, ik geloof heel hard in de romantiek van de liefde, maar het is zoals bij de marathon: het is juist zo mooi als je beseft dat het niet vanzelfsprekend is. Daarom wil ik wel graag eindigen met een positieve noot. Lees Het geluk van de wolf van Paolo Cognetti, je weet wel: die schrijver die zo mooi over de natuur en de bergen kan schrijven. Zijn nieuwste roman werd maar lauwtjes onthaald in de pers omdat het verhaal onsamenhangend en plotloos zou zijn. Wel, voor mij schuilt de kracht van een goed verhaal soms net in de eenvoud en zelfs voorspelbaarheid ervan: dat twee mensen in de bergen op elkaar verliefd worden. En het leven in de bergen, dat kan héél romantisch zijn.

IMG_7389b

Het moment – Klein geluk #4

Ik hou verrassend veel van maandagen*. Doorgaans zijn het productieve dagen waarop ik me weer fris en fruitig voel om een nieuwe week aan te vatten. Vandaag kregen wij zowaar een dagje vrij. Reden te meer om er helemaal voor te gaan. De zon had duidelijk iets goed te maken na een stormachtige zondag. Ik zat op de fiets, liep een rondje en besefte dat het begin van 2022 er echt mocht zijn. Vooralsnog geen grootste gebeurtenissen, maar heel wat kleine geluksmomenten lagen zomaar voor het rapen. De zaadjes zijn geplant, benieuwd wat er binnenkort geoogst kan worden.

  • Aftellen naar de geboorte van babybroer die zich voorlopig nog veilig verstopt in de buik van Marike. Roos en ik organiseerden een naaiweekend in mijn atelier waarbij we alle creatieve registers opentrokken om de nieuwkomer in onze familie van het nodige gerief te voorzien. Zussentijd van de hoogste kwaliteit!
  • Bezoek krijgen van Leah en Marike. Met mijn huisdieren kan ik natuurlijk dik scoren bij een 2,5-jarige. Een keer of 20 was het van Ada aaien (en die liet dat gedwee gebeuren). Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, sopte die kleine Lee vervolgens haar speculaas in de chocomelk.
  • Mijn jeugdvriendin Elizabeth die voor de tweede keer mama werd. Julian kreeg een zusje met de prachtige naam Sienna. Zelden zag ik zo’n mooie baby. In de zomer zijn Eli en ik van plan om samen mountainbiketochtjes te maken.
  • Niets dan lovende woorden van de pers over de nieuwe theatervoorstelling van mijn meter die Simone de Beauvoir vertolkt. Ga dat zien!
  • Dromen van Parijs en nog beter, de marathon in Parijs met Roos. Plannen maken, een hotel boeken en de Thalys reserveren… dit lijkt wel 2019. Mensen toch, wat hou ik van de marathon en alles wat die teweeg brengt.
  • Fietsen en lopen met de zon op mijn snoet. Soms ook met wind, daar moeten we eerlijk in zijn, of met regen. En waarom niet 20 kilometer gaan lopen als het weer ronduit stormachtig te noemen is? Wel, om uiteindelijk verzopen, maar toch vooral heel voldaan thuis te komen. Zondag niet gaan lopen dat behoort niet tot de mogelijkheden.
  • Lek rijden langs de Grote Gete en binnen no time weer een redder in nood die mij verder helpt met een te grote binnenband. Held van dienst was de 73-jarige Felix. En ja, ik weet het, zou ik in 2022 niet op alles voorbereid zijn? Nu heb ik mijn lesje écht geleerd. Ik kocht een voorraadje binnenbanden (maatje 27,5) en was best trots toen ik er ook in slaagde om mijn achterband helemaal zelf te vervangen.
  • Een werkdag beginnen met een fietstocht van 20 kilometer, een looprondje van 6 kilometer en dan met lichte spanning, maar wel overdreven energiek in de klas staan. ’s Ochtends sporten dat voelt als voorsprong nemen.
  • Vier keer per week met frisse tegenzin, maar wel heel gedisciplineerd mijn oefeningen van de kinesitherapeut afwerken. De muziek bij uitstek om dat op te doen is die van Queen.
  • De comeback van de debardeur: ik ben fan. Het leek wel elke dag Dikketruiendag met dank aan de ventilatie in de klas en de hallucinante energieprijzen (ook dat nog). De verwarming thuis staat natuurlijk aan, maar toch liever een warmere trui dan een graadje hoger.
  • Stromae die muziekgeschiedenis schrijft door zijn aangrijpende L’enfer live in het journaal van TF1 te brengen. Geef die man alsjeblieft een standbeeld!
  • Ook de revival van de vrouwelijke Nederlandse muziek stemt me hoopvol en goedgezind. Hartjes voor Froukje, Meau en Merol.
  • Een literaire klassieker klein krijgen: op 1 januari begon ik met elke dag voor het slapengaan een paar pagina’s te lezen in het onleesbare (en daardoor ook slaapverwekkende) Ulysses. Bleek het vorige week toch niet toevallig 100 jaar geleden te zijn dat James Joyce zijn modernistische klassieker schreef! Maak je geen illusies: het is wel degelijk onleesbaar, maar ik zit toch maar mooi op pagina 230 en blijf volharden.
  • Gedichtendag op school: wat een plezier! En ook een gesprek in de klas over het gebruik en het nut van een nachtkastje, een meubelstuk dat duidelijk nog niet aan populariteit moet inboeten.
  • De bloei en groei in mijn tuin. Ik vraag me nu af of de natuur overdreven optimistisch is en een inschattingsfoutje heeft gemaakt dan wel een feilloos gevoel voor timing heeft.
  • Ik denk deze dagen veel aan Oma, want die zei altijd dat je het lengen van de dagen begint te voelen met Lichtmis. En natuurlijk heeft ze gelijk.

IMG_7349b

IMG_7340b

IMG_7309b

*Dinsdagen daarentegen, dat vind ik vaak zware dobbers om te verteren.