Het moment – Een feestelijke zangstonde voor Roos

We schrijven 12 september en dus een hip-hip-hoera voor mijn kleine zusje Roos: groot geboren en nu 32 levensjaren op de teller. Een bijzonder zusje dat een belangrijke rol vervult in mijn leven, vroeger en nu, sommige dingen zullen nooit veranderen. Net zoals het belang van muziek. Roos verkoos immers de sfeer van Rock Werchter boven het zweet van de Chouffe trail. Ze speelt feilloos een breed scala aan luchtinstrumenten, heeft gevoel voor ritme, timing én dansmoves. Roos heeft altijd iets over muziek te vertellen. Ze is – meer dan ik – mee en heeft vaak een verrassende aanrader. Samen beleefden wij al heel wat avonturen, steevast met elk een eigen soundtrack. Gaande van Eurosong en de betere beat op het sportevenement tot het rijke oeuvre van First Aid Kit, Florence & The Machine en Hozier. Hier volgt een muzikale trip down memory lane als eerbetoon aan de jarige.

Girls Just Wanna Have Fun van Cyndi Lauper heeft niet alleen een toepasselijke titel, maar is ook één van de songs bij uitstek die op geen enkele van onze playlists mag ontbreken. Een geslaagde mix tussen ambiance en een laagje melancholie. We like!

Kom terug van Spinvis werd eens zo betekenisvol toen er een einde kwam aan de tijd dat Roos en ik in hetzelfde appartementsgebouw woonden in Heverlee. Roos en Niko verhuisden en ik gaf hen een grote mok waarop ik het refrein schreef van deze Nederlandstalige parel.

Still Young van The Cat Empire zongen we luidkeels mee tijdens de laatste loopronde in de Hel van Kasterlee editie 2019. Ik zag af dat het geen naam had, maar dat we altijd jong en samen zouden blijven werd toen voor de eeuwigheid vastgelegd.

The Best van Tina Turner zal voor ons altijd onlosmakelijk verbonden blijven met de 20 kilometer van Brussel en onze genesis als lopers. Die dag verlegden wij grenzen. Wij waren simpelweg de besten. Punt.

Everywhere van Fleetwood Mac was aanvankelijk een lievelingsliedje van Roos waardoor ik er ook van ging houden. Een topper uit de eighties met de betoverende stem van Christine McVie. Omdat het altijd goed is als wij samen zijn.

Diamonds van Rihanna zongen we luidkeels mee na de marathon van Amsterdam in 2022. Onder andere op de terugweg in de auto. Ik met de krop in de keel, want wij mochten onszelf samen dan wel als schitteringen aan de hemel beschouwen, weldra kwam er een eind aan het zusterlijk samenzijn.

Technology van Milow omdat Roos van Milo houdt en ik helemaal niet. Maar Roos zou Roos niet zijn als ze niet zou tolereren dat ik grapjes maak over zijn muziek, wat toch weer getuigt van grootsheid langs haar kant.

Come di van Paolo Conte bracht Roos instant aan het lachen toen ze het voor het eerst hoorde bij mij. Een lied dat begint met wha-wha-wha-wha-wha, daar moet je dan weer Joke voor heten om dit in alle ernst af te spelen. Sindsdien is het onvermijdelijk dat Paolo Conte mag wha’en als Roos langskomt.

Les Champs-Elysées van Joe Dassin zing je natuurlijk als je over de beroemde avenue in Parijs wandelt. Je zou ook denken dat je niet de enige bent die dat dan doet, maar in onze lange Parijs-geschiedenis samen, kruisten wij nooit eerder een duo dat dit aandurfde. Bizar.

Ik wil dat je liegt van Hannah Mae en Maksim is volgens Radio 2 de zomerhit van 2024 en daarom ook die van Roos. Door de jaren heen bouwde ze een innige band op met het concept “zomerhit”. Niks om je over te schamen!

Hipperdepiep, hoera! Een heel gelukkige verjaardag gewenst, sisje!

Het moment – Hoe wij samen Houffalize overwonnen

Als je mij vraagt waarom je per se 70 kilometer wil lopen, dan is mijn antwoord: omdat je dan iets unieks meemaakt. Zaterdag 6 juli 2024 liep ik samen met Hans en Sam 69,7 kilometer in de omgeving van Houffalize. We overwonnen daarbij een goeie 1900 hoogtemeters. Gekkenwerk. Deelnemen aan de La Chouffe trail kadert sinds 2017 binnen een familietraditie. We stonden al met verschillende Odeynen-teams aan de start en liepen diverse afstanden van het behoorlijk-haalbare tot het semi-onmogelijke type. We deden ook ons best om het Houffa-virus te verspreiden. Twee jaar geleden leerden we er de Van den Borres kennen, vorig jaar was Sam van de partij en konden we niet-loper Niko overhalen om een traildebuut te maken. Dit jaar was ik als enige familielid aanwezig, maar kon ik wel rekenen op een fantastische entourage. Met maar liefst vijf loopmaatjes stonden we aan de start. Zelf was ik gezegend met Hans en Sam aan mijn zijde, aangevuld door het olijke loopduo Pieter en Stijn. Sybille en Erwin waren met hun aanhang dan weer verantwoordelijk voor de logistieke en emotionele ondersteuning. Kortom: alle ingrediënten om er een memorabele editie van te maken. Zo geschiedde.

Een wekker die afgaat om 4u30: je kan het prima hebben als je van plan bent de hele dag te gaan lopen. Rond een uur of 5 ontvangen we Sam in het salon van onze ruime kamer in Vayamundo, het logement dat gelegen is aan de start- en finishzone. Iedereen weet dat ligging alles is. Gefocust op wat komen zal en daardoor ook hunkerend naar wat afleiding, werken we onze boterhammetjes weg. Sam gooit wat teasers in de groep: onderwerpen die we later kunnen bespreken als we met z’n drieën onderweg zijn. Hij maakt zich zorgen over de gele finishboog die er nog niet staat. Dat is uiteindelijk wel het minste wat je mag verwachten als je grenzen gaat verleggen (spoiler: het zijn zorgen om niets). Bij ontbijt hoort koffie en dat is nu niet anders. Vlak voor de start staat de toiletteller op 3-1 in het voordeel van Hans. Het moge duidelijk zijn dat de vertrekstress toeneemt. Hans leeft op het randje en poetst zijn tanden 13 minuten voor we zullen vertrekken. 5 minuten voor de start treffen we Stijn en Pieter aan de startzone. Ook Marise, die zich later die dag aan een trail zal wagen, is van de partij en zorgt voor het fotografische beeldmateriaal. Een belangrijke taak die ze ook ter harte neemt. De zon schijnt, het belooft een mooie dag te worden.

IMG_4442b

Om 8 uur schieten we wat stijfjes uit de onbestaande startblokken. De eerste twee kilometers lopen over de ravel en zijn dus geasfalteerd. Net zoals vorig jaar ben ik geflankeerd door twee bekenden en een nobele onbekende (de man met het hoedje) als we langs de eerste fotografen passeren. Na amper een kwartier sta ik vrijwel nat in het zweet, hoewel het nog niet heel warm is. Ondertussen vertelt Sam over de resultaten van de conditietest die hij recent liet afnemen. Als we het nog niet wisten, dan staat het nu ook wetenschappelijk als een paal boven water: Sam barst van het talent en verkeert in topvorm. Zelf voel ik me een pak minder fris en allesbehalve topvormerig. Ik moet er nog wat in komen. Op zich ervaar ik dat meestal zo bij een trail, maar ik merk aan kleine dingen dat alles mij net dat tikje meer moeite kost.

12378_20240706_080406_380633998_socialmedia

Na een kilometer of 5 en met het eerste klim- en draaiwerk vind ik wel mijn cadans. Eentje van het stramme soort. Ik begin mijn net opgedane technische schoenenkennis te etaleren aan Team Hoka. Sam ontpopt zich als vlogger en maakt een eerste filmpje om door te sturen naar onze maatjes. Die zijn op te delen in twee teams: Team Tandem bestaat uit Pieter en Stijn (ik zeg het nog maar eens, maar zij zijn dus geen broers). Team Werchter bestaat uit Roos en Joni die ons op de voet en lichtjes brak volgen vanop dag 3 in de weide. Na 9,5 kilometer worden onze voetjes in het water gesopt en is de eerste rivieroversteek een feit. Je hoeft heus niet Jacotte Brokken te zijn om waar te nemen dat het waterpeil hoog is en dat de stroming er mag zijn. Op kilometer 11 schuiven we aan bij de eerste bevoorrading. So far so good. Veel eten en drinken doen we nog niet. Bij ons vertrek aan de post, kunnen we nog net Pieter en Stijn een aanmoediging toe roepen. Pieters vriendin Lisa zal hen de komende 25 kilometer gezelschap houden. Weer eentje die stiekem besmet is met het (voorts onschadelijke) Houffa-virus.

We draaien en kronkelen weer wat verder. Het begint stilaan vlotter te bollen bij mij. Ondanks dat stijve lijf heb ik er nog steeds heel veel zin in. Disclaimer: bij alles wat ik hier schrijf – en dan echt élke pijnscheut, élke verzuurde vezel, élke vloek en zucht – moet je in het achterhoofd houden dat er aan sfeer en gezelligheid geen gebrek is. Na 17 kilometer passeren we op een steenworp van de start- en finishzone. We zijn 2 uur onderweg en lijken amper echt weg te zijn. Op zo’n moment is het de kunst om vooral niet stil te staan bij wat nog komen zal en vooral niet uit te rekenen hoeveel uur geploeter er nog voor je ligt. Als we Houffalize-city doorkruisen maakt Sam nog een filmpje. Waar we vorig jaar na 50 kilometer ons leven mochten riskeren over het wildbegroeide BMX-parcours, krijgen we het nu met relatief frisse benen voorgeschoteld. Wat een verschil! We moeten niet alleen minder klimmen, maar ook de verzengende hitte van vorig jaar is slechts een verre herinnering. Hans heeft zijn trailstokken boven gehaald. Ik zei het al eerder: hij is de echte trailloper en de man met ervaring. Hoewel ik als geen ander weet hoe uitzonderlijk getalenteerd hij is, word ik toch weer eventjes omver geblazen van het gemak waarmee hij de eerste steile klimmetjes bedwingt. Ook bij Sam lijk je geen greintje inspanning te zien als hij een hellingsgraad van 10% neemt. Ik probeer niet al te luid te zuchten in het zog van die twee. Onze tocht gaat verder richting de brouwerij van Achouffe, waar kabouters wonen.

12378_20240706_081256_380638921_socialmedia

Na 24 kilometer bereiken we de tweede bevoorradingspost die pal voor de brouwerij ligt. Ik zie voor het eerst de Chouffe shop, waar Hans ooit een prachtige fleecevest kocht. Plichtsbewust vullen we onze brandstofvoorraad aan. Niet omdat je lichaam op dat moment roept: geef mij alsjeblieft een sportgel, maar omdat het nu eenmaal moet. Altijd in voor een experiment (niet dus) doe ik eens gek en probeer ik een mango-gelletje van 6D. Bij sportgels klinkt alles beter dan dat het smaakt. Ik moet werken om de zoute mango weg te slikken en gooi er nog wat Clif bloks achteraan. We spraken op voorhand af dat we na elke bevoorrading letterlijk de koppen bij elkaar zouden steken in een plakkerige groepsknuffel om het teamgevoel nog te versterken. Eentje om te koesteren.

Ik kan de teamgeest meer dan ooit gebruiken. We beginnen aan een vervelende strook langs het water. Zo eentje waar trailer en hiker Hans z’n hart echt kan ophalen en Sam dartel over de stenen springt. Er volgt weer wat klim- en klauterwerk. We maken wat hoogte. We lopen een paar meter, stappen er dan weer een paar om dan meteen wat te klimmen of naar beneden te springen. Iemand die het doorgaans moet hebben van vlakke tempo’s lopen, is hier niet in haar element. Gelukkig is er dus dat team. Een match made in heaven en met 3 uur op de teller gooien we de kaarten op tafel. Los van mijn algehele stijfheid, beken ik dat het er niet bepaald rustig aan toegaat in mijn buik. Er is gerommel en een ongemakkelijk gevoel. Een sanitaire stop gaat tot de mogelijkheden behoren. Hans voelt dan weer een blaar opkomen aan de onderkant van zijn voet. Ook niet bepaald het ongemak waar je nog 55 kilometer mee wil lopen. Sam heeft voorlopig niks meer te melden dan een uitgelopen gelletje in de broekzak.

Het mooie van de La Chouffe trail is dat altijd weer een moment aanbreekt waarbij je ouderwets kan lopen. De ene voet voor de andere zetten zonder halsbrekende toeren uit te halen. We maken dus weer gezapig vaart over een beter beloopbaar stuk. Ook al bungel ik zelfs dan aan de rekker, mentaal voel ik me nog steeds sterk. Noem het ervaring of noem het (waan)zin voor avontuur. Ondertussen lopen Hans en Sam gezellig keuvelend voor mij uit. Ze hebben het over bancaire materie en de bijhorende juridische kaders, de ECB en kredietscores. Er volgt nog een brillenverhaal van Hans, dat ik gelukkig al ken, want aandachtig luisteren, lopen én vragen stellen, dat zit er vandaag niet in. Rond kilometer 30 lopen we over het stuk waar Hans vorig jaar in de sneltrein van Roos zat. Dat zusje van mij liep daar als een malle langs het water. Een passage die uiteraard weer een filmpje waard is om de loopmaatjes op de hoogte te houden van onze gestage vorderingen.

12378_20240706_095711_380659922_socialmedia

Ik zie hard af in de Ardennen, maar toch kan ik oprecht genieten van wat dat stukje Belgische natuur te bieden heeft. Op mos raak ik bijvoorbeeld nooit uitgekeken. Dennenbomen blijf ik ook fascinerend vinden. Modder is dan weer minder mijn ding. Hoewel we zeker niet aan het modderwroeten zijn, voelt deze Chouffe editie toch behoorlijk herfstig aan. We vertrokken met de belofte van een opgeklaarde dag, maar gaandeweg begint het te betrekken. Het wordt duidelijk dat we ook nattigheid uit de lucht mogen verwachten. Als we de bevoorradingspost op kilometer 36 naderen, stelt Hans vast dat hij zijn zouttabletten heeft laten liggen op de eerste bevoorrading. We zullen ons water dus puur natuur moeten drinken, wat gezien de temperatuur geen al te groot probleem mag vormen. Op een bevoorradingspost van een trail mag je doorgaans een breed scala aan zoute en zoete snackjes verwachten. Zelf zweer ik bij TUC koekjes en peperkoek. Hans eet en drinkt naar de goesting van het moment, vaak cola en zoute chips. Ook Sam kan het betere buffetgevoel waarderen. Hij smikkelt onder andere van rijsttaart, snoepjes, chips, cola en watermeloen. Niet per se in die volgorde en niet per se bij elke bevoorrading welteverstaan.

Als we na ons innig groepsritueel vertrekken, voel ik dat de druk in mijn buik weer wat toeneemt. Het lijkt misschien gemakkelijk om een geschikte sanitaire stopplek te vinden als je in de Ardennen loopt, maar dat valt toch tegen. Je wil immers een gouden combinatie van privacy en comfort en daar leent niet elke boom of elk pad zich toe. Na 38,5 kilometer is er geen ontkomen meer aan en zie ik een wel heel aanlokkelijk bosje. Ik bevind me gehurkt op 400 meter van het hoogste punt op het parcours en terwijl ik hier een hoopje achterlaat, voel ik wat miezerregen op mijn gezicht. Wat maak ik toch allemaal mee. De opluchting die ik voel als we verderlopen, is onbeschrijfelijk. Bovendien is dit deel van het parcours relatief goed beloopbaar en lopen we meer in dalende dan in stijgende lijn. Jippie!

12378_20240706_164505_380644781_socialmedia

Vorig jaar kreeg ik soms het gevoel dat een trail lopen vanzelf gaat. Vandaag is dat gevoel slechts een mijmering. Toch zit ik mentaal nog heel goed in het avontuur. Ik bevind me in de uitzonderlijke luxepositie om dit samen te kunnen beleven. Urenlang alleen lopen met stramme benen, dat is pas een beproeving. Mijn lichamelijke ongemakken vormen een groot contrast met het gemak waarmee mijn mannen lopen. Hans is ijzersterk, loopt en wandelt bergop alsof het niks is. Mocht hij een vermogensmeter dragen, het ding zou tilt slaan. Bij Sam valt vooral op dat zijn energiebron van het onuitputtelijke soort blijkt te zijn. Het enige waar hij al eens mee worstelt zijn de sportgels die op onverklaarbare wijze uitlopen in zijn broekzak. Als minst frisse van het gezelschap, voel ik me wel eens zo hard deel van het team. We bewegen ons voort als een organisch geheel. Deze vijftiger, dertiger en twintiger hebben het naar hun zin en net dat is onze kracht. Met 5 uur en 1 minuut kunnen we onze marathon finishen. Geen sub5 dus vandaag. Nog 28 kilometer voor de boeg.

Na 46 kilometer bereiken we naar mijn gevoel redelijk vlot de voorlaatste bevoorradingspost. De held op elk van die posten is Erwin, de papa van Pieter. Hij schudt de ene na de andere anekdote achteloos uit zijn mouw. Hij heeft een oeverloos vertrouwen in ons kunnen. Hij biedt het entertainment dat nodig is om de pijn in onze benen niet meer te voelen. Met die mega-peptalk, 2 sneetjes peperkoek en 6 TUC koekjes ben ik er weer klaar voor. De volgende bevoorradingspost is pas over 13 kilometer. In trailtermen is dat heel ver, al is er een mijlpaal om naar uit te kijken. Als we de 50,2 kilometer op ons horloge zien verschijnen, wordt het afstandsrecord van Sam verbroken. Een moment dat uiteraard op beeld wordt vastgelegd, net zoals aanmoedigingen voor Marise die van start zal gaan bij de 18 kilometer.

12378_20240706_164536_380650482_socialmedia

Terwijl Hans sakkert als we bergaf lopen op asfalt, haal ik opgelucht adem. Zo komt er tenminste schot in deze zaak. Stilletjes aan schiet het op en krijgt de burger wat moed. Tot het plots echt hard begint te regenen en diezelfde moed heel diep in mijn schoenen zakt. Ik moet de pijn verbijten. Vooral mijn hamstrings en bilspieren schreeuwen moord en brand. Het besef dat we er nog lang niet zijn, sijpelt binnen. Met een prachtig zicht over de vallei krijgen we een plensbui over ons heen en wind in het gezicht. Voor Hans is een steile beklimming een rustmomentje, voor Sam is het een leuke uitdaging, voor mij is het een marteling. Mijn lijf sputtert tegen. Ik voel dat ik kracht mis. Het is werken geblazen om vooruit te blijven gaan. Meter voor meter, voet voor voet. Wat een eindeloze onderneming is dit. Ik tel af naar die verduivelde laatste bevoorradingspost.

PVGZ6795

Als we na 58 kilometer een stuk vlot bergaf kunnen lopen, voel ik mijn buik weer samentrekken. Ik vrees dat een volgende sanitaire stop zich aandient. Omdat we best lekker aan het lopen zijn, wil ik koste wat kost mijn rommelende darmen negeren. In de mate van het mogelijke natuurlijk. Het zou zonde zijn om dit tempo te onderbreken. Terwijl Sam een prachtige foto maakt van Hans in het desolate landschap (wat in het echt niet zo heel desolaat was), bereik ik een volgend mentaal dieptepunt. Tegelijkertijd is er dan ook altijd weer het besef wat een enorm geluk ik heb om hier niet alleen voor te staan. Op de laatste bevoorradingspost, met nog 11 kilometer te gaan, legt Hans z’n arm om me heen en gaan we samen naar het “buffet”. Volgens hem heb ik een stuk rijsttaart nodig om die darmen koest te houden. Daar is ook weer Erwin die de gevleugelde woorden “voetjes wassen en binnenlopen” spreekt.

12378_20240706_164538_380650604_socialmedia

Na onze laatste heel frisse rivieroversteek (en dus met proper gewassen voetjes) beginnen we aan de finale van onze tocht. De rijsttaart doet z’n werk en brengt vrede in mijn buik. We zijn nog niet gefinisht, maar we voelen alle drie de euforie van het groepsgevoel. Dat wij dit samen beleven en meemaken, dat is wat mij overeind houdt. Met z’n drieën zijn wij een onverwoestbaar team. De laatste etappe is nog een stevige. Bij de voorlaatste steile klim hap ik letterlijk naar adem. De videoboodschappen van Roos en Joni bieden de nodige verstrooiing. Het is uiteraard Sam die nog in staat is om al lopend filmpjes te tonen. Zei ik al dat hij van alle markten thuis is? Bovendien heeft hij zich ook voorbereid op de moeilijke momenten van deze finale. Hij laat ons Turbo horen voor een extra energieboost. Ook Eliud Kipchoge mag met zijn The mind is stronger than the body niet ontbreken. Laat dat vandaag in mijn geval wel geheel de waarheid zijn.

12378_20240706_164628_380659506_socialmedia

Vanaf kilometer 61 worden we ingehaald door de koplopers van de 18 kilometer wedstrijd. Jonge snaken zonder trailvest die aan een rotvaart langs gesjeesd komen. Het is niet bepaald bemoedigend voor de staat waarin ik me bevind. Ook de laatste klim hakt er stevig in. Ik sleep mezelf naar boven, alles doet pijn. Aan alle miserie komt een eind en dan is het zaak om ook dat moment vast te pakken. De allerlaatste 3 kilometers lopen godzijdank naar beneden. Ik loop nog steeds met plezier. Lopen geeft me immers moed en het is de snelste manier om vooruit te gaan. Ook als dat schommelend, dan wel strompelend is. Als laatste obstakel kruipen we over een vangrail om dan met een prachtig zicht op het ooit futuristische Vayamundo-complex naar beneden richting finish te stormen. Behoedzaam stormen. Je wil hier echt niet tegen de grond gaan. Hans kan ternauwernood een struikelpartij vermijden. Ik glij bijna weg over een stuk rots in de allerlaatste strook. Als we de finishboog zien (hij staat er!), grijpen we in een reflex naar elkaars handen. Samen is de enige manier om over die lijn te gaan. We roepen het alle drie uit en vallen elkaar in de armen. We hebben het gehaald in 8 uur en 45 minuten. Het feestje is helemaal compleet als Pieter en Stijn een uur na ons hun Chouffe trail binnenhalen. Wat een dag!

12378_20240706_164718_380665215_socialmedia

Het was mijn derde 70’er op de La Chouffe trail en het was zonder meer ook mijn zwaarste. Elke editie zijn er weer andere beren op de weg. Als het niet bloedje heet is, dan kom je een keer (of meer) stevig ten val. Als het gezelschap top is, dan schort er lichamelijk één en ander. Bovendien blijft 70 kilometer lopen in de Ardennen zelfs in optimale omstandigheden en in opperbeste vorm een uitdaging van formaat. Afzien is een beest dat vele gedaantes kent. Net die onvoorspelbare cocktail maakt ook dat ik erg ben gaan houden van een stevig trailtje op z’n tijd. De teneur van mijn loopjaar 2024 is dat het moeilijk ook kan, zij het dan wat trager. Deze trail was daar een langgerekt voorbeeld van. Mijn eeuwige dank gaat dan ook naar Hans en Sam, zoveel meer dan uitstekende compagnons de route. Bedankt, mannen, om samen aan boord te gaan van een turbulente vaart en een unieke drievuldigheid te vormen. Samen uit, samen thuis is echt geen evidentie bij een trail. Laten we ons nooit meer afvragen waarom we dit eigenlijk doen.

12378_20240706_164718_380665229_socialmedia

Nog enkele weetjes:

  • Hans liep naar een derde plek bij de vijftigplussers – wauw! – de finishtijden tonen aan dat een sterk deelnemersveld present tekende: er stonden 138 deelnemers aan de start, slechts 11 van hen lieten een DNF optekenen
  • wederom was Shefi Xhaferaj onoverwinnelijk, de Luxemburgse had slechts 7 uur en 6 minuten nodig om haar derde Chouffe-kabouter mee naar huis te nemen, de Fransman Patrice Ringot ging als eerste over de finishlijn na 6 uur en 21 minuten
  • Anja Berners liep naar de tweede plek, het brons was voor Sophie Van Dongen die 2 minuten voor mij over de finish kwam, ik heb geen idee wanneer ze mij voorbij raasde, maar het is sowieso een remonte om u tegen te zeggen: dik verdiend!
  • Daniël en Ludovic kruisten vorig jaar mijn pad, ook nu waren ze van de partij en zetten ze een sterke tijd neer, evenzeer een eervolle vermelding verdient de 23-jarige Tienenaar Noah, die ik ontmoette op de Meerdaalwoudtrail in december: hij liep naar een indrukwekkende 14e plek in het klassement
  • ik maakte me zorgen over de batterijcapaciteit van mijn Garmin en ging die dus als een gek opladen, dat bleek wat overdreven: aan de finish had ik nog 35% batterij over (kon ik mijn lichaamsbatterij maar opladen tot 100%)
  • een nieuwigheidje was het hoogteprofiel dat omgekeerd op ons borstnummer stond zodat je het als loper kan volgen: met momenten praktisch, maar net zo goed angstaanjagend
  • het was voor mij een trail van de experimenten en eerste keren: andere voeding (6D), een nagelnieuw shirt (Craft), een fantastische sportbh (Brooks), de eerste op Hoka’s en ’s ochtends boterhammen met kaas
  • ik dronk in totaal een litertje of 5 water, ik at 1 gelletje, 2 repen Clif bloks, 4 sneetjes peperkoek, pakweg 20 TUC koekjes en 1 stukje rijsstaart met geneeskrachtige werking
  • Sam had af en toe een steentje in zijn schoen en als we hem mogen geloven, voelde hij toch ook z’n spieren wel branden, oef!
  • Hans’ darmen waren lekker actief, hij bekende nadien dat hij de hele trail toch best wat gasvorming had, waarbij hij dacht dat hij die op subtiele wijze kon laten ontsnappen – niks ontgaat echter mijn scherpe gehoor!
  • Pieter heeft een broer die zijn broer niet is, een tante die zijn tante niet is en een meter die zijn nicht is: gekke familie, die Van den Borres
  • ik moest een sanitaire stop maken, maar de insecten lieten mij met rust, ik kwam geen enkele keer ten val en we liepen geen metertje verkeerd: count your blessings
  • bifurcation betekent splitsing in het Frans, wat een woord!
  • de indrukwekkendste aankomst was die van Marise op de 18 kilometer, nooit eerder zag ik iemand zo fris en fruitig een trailwedstrijd finishen
  • aan de finish werd ik aangesprokken door blogvolger Céline die tweede eindigde op de short challenge, wat een ongelooflijk fijne ontmoeting!
  • hoe zwaar ik het ook had tijdens de trail, daags nadien stapte ik behoorlijk gezwind uit bed en bleef de grote stijfheid uit: waar is de tijd dat ik een week als een hark door het leven ging?
  • nog eens een dankjewel aan Hans en Sam die de eventfoto’s kochten (één van onze foto’s haalde de foto special) en mij hielpen om informatie te vergaren voor dit verslag

LMFI1809

Het moment – Een verjaardag, een terugblik en een voorproefje

Er is er eentje jarig vandaag. Op vrijdag 13 juli 2018 ontving deze blog voor het allereerst lezers. Ik deelde dus voor het eerst mijn gedachten met de grote buitenwereld. Een wereld die 6 jaar geleden vooral bestond uit een bescheiden groepje vrienden en familieleden die niet anders konden dan mij te volgen en uiteraard ook enthousiast te zijn. Mijn zomer van 2018 stond in het teken van mijn blog. Ik schreef tegen de sterren op. Een blog vol lege rekken, dat sprak niet aan, dus moesten de rekken gevuld worden met verhalen. Gelukkig liep ik al een jaar of 4 en lag mijn leven wat overhoop. In het magazijn lagen er nog heel wat verhalen voor het rapen. Ik had ze maar uit te pakken en op het schap te zetten.

Vorig jaar vierde ik het lustrum van mijn blogbaby in stijl, met taart en pro forma kaarsjes. Een bijzonder moment. Ik had al zoveel toffe mensen ontmoet door te schrijven over mijn leven en loopavonturen. Wat had mijn blog me al zoveel gebracht. Blablabla. Ik besefte toen nog niet dat mijn nieuwste volger een wel heel bijzonder plekje in mijn leven zou krijgen. Naast een schare trouwe lezers en dierbaren loopmaatjes bracht mijn blog me bij Hans, met wie ik nu mijn leven deel. Ik leerde iemand kennen door mijn verhalen te vertellen, iemand die mij graag leest en ook graag schrijft. Voor ons de manier om elkaar écht te leren kennen voor we dat in het echt deden.

Ergens is het natuurlijk hopeloos ouderwets om teksten te typen over wat je meemaakt en die dan dá-gen later online te gooien. Als de feiten al lang verjaard zijn, om het in sociale media termen uit te drukken. Juist dat is zo heerlijk aan een blog. Een verhaal wordt alleen maar beter als het eventjes op het schap heeft kunnen rijpen. Soms blijft het daar ook liggen en dat is helemaal niet erg. Ik ben de traagheid van de wereld die ik hier creëer steeds meer gaan omarmen. En ja hoor, er is zeker ook druk. Mijn verslag over de La Chouffe trail is nog in premature fase en het is inmiddels al een week geleden dat ik hand in hand met Sam en Hans over de finish liep in Houffalize.

Jullie zullen dus nog even geduld moeten hebben om alles te weten te komen over de La Chouffe trail. Wat ik er al over kan vertellen: ik tikte de 70 net niet aan en hield het bij 69,7 kilometer. Geen haar op m’n hoofd dat er aan dacht om na de finish nog meters te maken. Na 8 uur en 45 minuten zat onze missie er op. Hans, Sam en ik waren een soort van de drie musketiers die eigenlijk met vijf waren, want ook Pieter en Stijn haalden de finish. Het was een Chouffe trail van primeurs, met gerommel in de darmen, wind tussen de bergen, heel wat nattigheid, maar bovenal met een ijzersterk teamgevoel. Het was een trail van de sfeer en gezelligheid, van de verbinding en het samenzijn. Een ervaring om levenslang te koesteren en een ereplaats te geven hier op een schap. Ik denk zelfs aan een plekje in de etalage.

Cheers op de blog en op naar het volgende verhaal!

Het moment – De laatste laatste schooldag

De laatste schooldag is altijd een moment van stilstaan en terugblikken. Met verbijstering stel ik vast dat het jaar weer voorbij is gevlogen en dat mijn kinderen in alle richtingen zijn gegroeid. Een schooljaar wordt gedirigeerd volgens een strakke routine, maar is ook chaos en verrassing troef. De staart was dit jaar eens zo bijzonder. Vrijdag 28 juni 2024 was namelijk mijn aller-laatste laatste schooldag. Na 13,5 jaar voor de klas zeg ik het onderwijs vaarwel en begin ik aan een nieuw hoofdstuk. En wat voor één: een job die mij op het lijf geschreven is, om de vaakst gehoorde reactie uit mijn omgeving te citeren. Ik ga een uitdaging tegemoet waarbij mijn lopende leven ook mijn werk wordt.

Absolute Run – Vedette Sport is een gloednieuwe loopspeciaalzaak die in september de deuren opent op de Bondgenotenlaan in Leuven. Een winkel met een hart voor running en alles wat daarbij hoort. Een plek waar je als loper het juiste advies krijgt binnen een familiaal kader, waar iedereen telt en welkom is. Absolute Run is niet mijn zaak, maar ik mag het dagelijks reilen en zeilen van de winkel mee in goede banen leiden. De aanzet voor deze carrièrewending verliep via Seppe die eigenaar Geert al jaren goed kent. Na een eerste gesprek was de klik er om met elkaar in zee te gaan. Ik mag dus mee aan de wieg staan van de geboorte van een nieuwe loopwinkel. Het spreekt voor zich dat ik daar ongelofelijk veel zin in heb.

Ik sluit een hoofdstuk in mijn leven af. Wat zal ik mijn leerlingen missen, samen met het team waar ik deel van mocht uitmaken en de thuis die de school voor heel wat jongeren en ook voor mij een beetje was. Ik ben dankbaar voor wat mijn tijd als leerkracht mij heeft gebracht. Het waren mooie, maar ook moeilijke jaren. De afgelopen schooljaren eisten te veel van mij. Het geraakte stilaan op tussen het onderwijs en mij. Omdat ik niet krampachtig wil blijven vasthouden aan iets louter omdat het vertrouwd aanvoelt, kies ik bewust voor een heel andere richting. Ik wil meer puur plezier halen uit mijn werk. Ik wil een job waarin ik meer autonomie en waardering krijg. Ik wil meer tijd en mentale ruimte hebben voor alles naast mijn werk. Lopen onder andere.

Het veilige onderwijsnest verlaten voelde aanvankelijk als een heel grote sprong in het onbekende. Tot ik besefte dat ik net daar aan toe ben. Dankzij de steun en liefde die ik krijg van Hans is twijfel relatief en durf ik deze stap te zetten. Ik heb lang gedacht dat het leven niks meer voor mij in petto had. Dat mooie kansen die je pad kruisen voornamelijk zijn weggelegd voor anderen. Ik was verkeerd. Lopen heeft me al zo ontzettend veel gebracht in het leven en dat zal het blijven doen.

Momenteel ben ik me volop aan het inwerken bij Vedette Sport in Lier waar Geert, Ingrid en Stefanie me wegwijs maken in alles wat komt kijken bij het runnen van een winkel. Boeiend en prikkelend, soms wat overweldigend, maar oh zo fijn om te voelen hoe het vuur in mij weer brandt. Op naar een nieuw avontuur dus. Afspraak vanaf 5 september op de Bondgenotenlaan 119 in Leuven!

IMG_4316b

Klein geluk #8 – Op de fiets over de F24

Als je elke werkdag 42,2 kilometer met de fiets aflegt, word je al eens voor gek verklaard. Terecht. Ik fiets dus elke dag een marathon voor mijn woon-werkverkeer. Soms werkt een toevallig getal de symboliek makkelijk in de hand. Ik schreef al meermaals over mijn band met mijn zowel geliefde als vervloekte Tiensesteenweg, een grauwe gevaarlijke strook asfalt die mijn woning in Tienen verbindt met mijn werkplek in Leuven. Het afgelopen schooljaar scheidden onze wegen echter halverwege en deed een nieuw personage zijn intrede: de F24 is de fietssnelweg die is aangelegd tussen Boutersem en Leuven. Langs het spoor, groen, glooiend en lekker bollend. De kilometer extra die ik per rit fiets, betaalt zichzelf terug in veiligheid en comfort. Waar ik aanvankelijk wat weerstand voelde – ik zou écht géén kiloméééters extra gaan maken en mijn steenweggetje aan de kant schuiven – groeide er inmiddels een innige band met mijn F24. Tijd dus om eens stil te staan bij de kleine gelukjes die daar zoal mijn pad kruisen.

  • fietsen is en blijft voor mij de ideale manier om van werk- naar thuismodus te schakelen, een groene omgeving is dan eens zo dankbaar
  • over een fietssnelweg fiets je vooral sneller omdat je niet moet wachten aan de lichten, wachttijd op de steenweg staat gelijk aan een kilometer extra fietstijd op de snelweg
  • die rit dat fietsen als vanzelf lijkt te gaan, zelfs in die mate dat je denkt dat er een motor op je fiets geïnstalleerd werd
  • die rit dat fietsen als een tijdrit aanvoelt, vastberaden om dat ene doel te halen – Tony Martin indachtig
  • die rit dat je met een goed beladen trekkingfiets toch onder het uur kan duiken en een sub1 op de tabellen rijdt
  • die rit dat ik samen fiets met Hans, met de zon in de rug als het kan, door wind en regen als het moet, spraak- dan wel zwijgzaam, maar nooit een gebrek aan sfeer en gezelligheid
  • binnen gluren bij Murrie die langs de fietssnelweg woont, bij deze kan ik haar ook verzekeren dat het echt wel meevalt met de inkijk, ik zie hooguit de contouren van iemand die in de keuken staat
  • binnen gluren bij Rudi Vranckx, althans, voor ons verhaal is het de woning van de journalist, al bewijzen de feiten het tegendeel
  • de statige tweelingvilla’s waar het, ondanks hun ligging naast het kerkhof, een heerlijkheid moet zijn om er koffie te drinken op het slaapkamerterras
  • het spookhuis dat opvalt door potdicht te zijn, met de rolluiken strak naar beneden, wat me zowel beangstigt als fascineert
  • de villa met de dromerige tuin en een eindeloze houtvoorraad, een woning die veel huiselijkheid uitstraalt, maar waarbij ik het onbegrijpelijk vind dat er standaard een droogrek in de leefruimte staat
  • de Sint-Ermelindiskapel die tot de verbeelding sprak, tot Hans eens een ommetje maakte om de kapel te bezichtigen en hij concludeerde dat vooral de naam charmant is
  • de treinen die voorbij rijden, waarbij ik dan toch altijd blij ben dat ik er niet op zit, lang leve de autonomie van de fietser die los van uurregelingen het heft in eigen handen neemt
  • het privé-bos, waarbij ik me afvraag wiens eigendom het is en wie dus de gelukzak is die houten bordjes met “privé-bos” de grond in kon slaan
  • de picknickbanken die vooral dienst doen als rook- of gsm-stop, ook wie met een speed pedelec rijdt, blijkt al eens behoefte te hebben aan een rustmoment
  • de paardenduo’s op de wei, zij aan zij tevreden grazend, bedekt met deken en vliegenmasker als het warm is, met de benen in de modder als het nat is 
  • de bende wit-zwarte koeien op de glooiende wei die een prachtig zicht hebben op de zonsopgang, een idylle die hen ook niet onberoerd laat
  • de 8 bruine stieren die wij de boys noemen, een weitje testosteron waar het er doorgaans vredig aan toe gaat met hooguit een speelse krachtmeting

IMG_4325b

IMG_4356b

IMG_4366b

Een verjaardagsbrief voor Bart Moeyaert

Beste Bart

Ik hoop dat ik gewoon Bart mag zeggen. En ook gewoon jij. Dat deed ik ook toen ik je in maart 2000 een brief schreef. 14 jaar was ik. Een heel grote (naar mijn gevoel de grootste) Bart Moeyaert fan die teleurgesteld was omdat je naast de Gouden Uil greep. Een grote literaire bekroning die alleen jij verdiende. Ik schreef een brief om je op te beuren. Ik dacht namelijk dat je verdrietig zou zijn en ik wilde je laten weten dat je op mijn steun als lezer altijd zou kunnen rekenen. Ik was een fan die haar taak ernstig nam. Ik wist dus dat jij jarig bent op 9 juni. Vandaag schrijf ik om je te feliciteren. Jij wordt op deze zonnige dag namelijk 60 jaar, een feestje waard en een moment om even stil te staan bij 25 jaar Bart Moeyaert in mijn leven.

Ik was dus 14 jaar toen ik voor het eerst een boek van jou in handen kreeg. Als boekenmeisje ging ik meermaals naar de bibliotheek in Herent waar een medewerker zo vriendelijk was om me wat leestips te geven. Ze duwde me jouw Mansoor of hoe we Stina bijna doodkregen in handen. De titel alleen al verklapte dat dit boek anders zou zijn dan de paardenboeken en sentimenteel dramatische verhalen waar ik aan verslingerd was, maar ook een beetje op uitgekeken. Het verhaal van Nisse en Stina nam mij meteen stevig in z’n greep. Dit was écht iets heel anders. Een nieuwe fascinatie was geboren. Ik wilde meteen andere boeken van je lezen en het was officieel: mijn lievelingsschrijver was Bart Moeyaert.

In 1999 kwam Het is de liefde die we niet begrijpen uit. Een ontroerend mooi boek over graag zien. Een moeilijk boek ook wel. Ik las stukjes opnieuw en opnieuw en ik vroeg me soms af wat je bedoelde. Juist dat vond ik eigenlijk heel leuk. Ik las geen hapklare kost. In tegenstelling tot de andere boeken die ik las, bleven jouw verhalen nazinderen. Ik kon ze voelen tot in mijn kleine teen. Daarom deed het soms ook een beetje pijn om jouw boeken te lezen. Zoals Broere, waarin je vertelt hoe je opgroeide als jongste van 7 zonen. Net die fijngevoeligheid en dat stukje pijn vond ik zo mooi. Ik had grote voelsprieten en door me terug te trekken in mijn hoofd en boeken wilde ik het leven wat beter kunnen begrijpen. Jij hielp me daarbij.

Het was ook in 1999 dat ik voor het eerst een eigen boek van Bart Moeyaert kreeg, een gekoesterd exemplaar van Het is de liefde die we niet begrijpen. Ik liet het signeren op de Boekenbeurs. Een jaarlijkse traditie was geboren. Elk jaar in november (meestal de 1e) stond ik daar weer om de nieuwe Bart Moeyaert uit jouw handen te krijgen. Een bijzonder moment voor een fan natuurlijk. Al voelde ik nooit echt de behoefte om me te opzichtig als fan van het eerste uur op te stellen. Ik bleef een introvert boekenmeisje dat liever de connectie met haar lievelingsschrijver voelde dan dat ze die zou uitspreken. Je kwam steeds hartelijk over, een beetje nerveus soms en ik herinner me ook dat je meestal een donkerblauw overhemd droeg. Ik zag de signeerrij jaar na jaar groeien. Je kreeg het publiek en de waardering die je verdiende en daar werd ik blij van.

In 2019 kreeg je de Astrid Lindgren Memorial Award toegekend. Niemand kan er nog omheen: je behoort tot de crème de la crème van de literatuur. Je schrijft voor mensen, niet alleen maar voor de jeugd of voor jongeren. Je toonde aan dat het label jeugdliteratuur in wezen nietszeggend is. Ik ben al die jaren fan gebleven. Als mens, lezer en als leerkracht. Voor mijn leerlingen heb ik mijn liefde voor Bart Moeyaert nooit onder stoelen of banken gestoken. Het voelde dan ook als een pluim op mijn hoed toen je naar aanleiding van je ALMA in De Standaard verkondigde dat “Leerkrachten die zelf niet lezen geen goede leerkracht zijn”. Helemaal mee eens.

Ik heb nu ongeveer de leeftijd die jij had toen ik jouw fan werd. Ik heb mijn taak als boekenpromotor, leesliefhebber en Bart Moeyaert fan altijd heel ernstig genomen. Dat is het minste wat ik kan doen voor alles wat jij mij gegeven hebt en nog steeds voor mij betekent. Voor de kleine 14-jarige Joke van weleer en de grote 38-jarige Joke van nu. Op levenslang boekengeluk met Bart Moeyaert.

Ik wens je een fantastische verjaardag toe!

Liefs
Joke X

IMG_4263b

Het moment – Een ode aan de gebuur

De kans is groot dat je een buurman hebt die Geert heet. Roos en ik kwamen namelijk tot de vaststelling dat een Geert in de buurt een constante waarde is in onze levens. We bombardeerden Geert daarmee tot dé buurmannennaam bij uitstek. Ik heb al op veel verschillende plekken gewoond en ik heb dus ook al veel buren gehad. In het dorp waar ik nu woon, ben ik gezegend met bijzonder goede en fijne buren. Het is vandaag Dag van de Buren. Reden te meer om mijn lieftallige buurtjes te eren. Het zijn namelijk de buren die je straat een gezicht geven.

Volgens het spreekwoord heb je maar beter een goede buur dan een verre vriend. Enter het grote voordeel van de buur: het is iemand die in de buurt woont, een begrip dat zo rekbaar is als je zelf wil. Met je buren deel je de huiselijkheid van je woonomgeving en ook je ergernissen over de straat. Of over andere buren, dat kan natuurlijk ook. Toen ik nog in het dichtbevolkte Leuven woonde, ervoer ik dat zowel de muren als de buren oren hebben, waardoor je soms net iets te veel inkijk kreeg in andermans leven. Een goede buur is iemand die beseft dat je als buurtbewoners op elkaar bent aangewezen, ook als de neuzen soms in de andere richting staan. Het is vooral ook iemand die er in de eerste plaats waarde aan hecht om een goede buur te zijn. Net dat kreeg ik mee van mijn ouders, die slaagden er decennia lang in om een goede band te onderhouden met de buren die meer hielden van een strakke gazon en coniferenhaag dan van de wildgroei in onze tuin.

Verder vind ik het een belangrijke eigenschap van een buur dat die je enthousiast kan begroeten, als het moet meermaals per dag. Een goede buur is nieuwsgierig, maar ook discreet en slaagt er dus in om zowel een oogje in het zeil te houden als een oogje dicht te knijpen. Een goede buur heeft bij voorkeur een hart voor dieren en dus ook een huisdier waar altijd wel een verhaal over te vertellen is. Een goede buur kent je gewoontes en rituelen zonder zich daar te veel vragen bij te stellen. Een goede buur heeft niet altijd iets te vertellen, maar is wel altijd in voor een babbel op de stoep. Een goede buur is iemand waar je op kan rekenen. Of je nu ducttape nodig hebt of een spoedritje naar de dierenarts. Het staat onomstotelijk vast dat goede buren goud waard zijn.

Nergens voel ik me zo thuis als in de straat waar ik nu woon. Ik gooi dus niks dan lof richting mijn buren. Dat we nog lang en gezellig met z’n allen mogen samenleven. Cheers op de buurt en de buren!

Het moment – Een toertje trailen in Stavelot

Een jaarlijks terugkerende traditie is een blogpost naar aanleiding van een trail waarin ik uitleg waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn. De steeds terugkerende conclusie is dan dat ik traillopen heb leren omarmen. Vorig jaar had ik tijdens de 69 kilometer lange La Chouffe trail voor het eerst het gevoel dat ik het eigenlijk best goed verdroeg: hoogte overwinnen, het ellenlange karakter en het gevarieerde parcours. Ik omschrijf mezelf echter nog steeds als een wannabe trailloper. Hans daarentegen, die stel ik altijd vol trots voor als een échte trailloper (en daar is helemaal niks van gelogen). 10 jaar geleden koos hij resoluut voor het trailrunning-pad. Hij is er bovendien ook heel goed in (daar is net zo goed niks van gelogen). Jullie voelen het al: dit is de jaarlijkse bijdrage waarin ik mijn loftrompetje bovenhaal voor de trail, maar tegelijkertijd zal toegeven dat er nog steeds voornamelijk marathonbloed door mijn lijf stroomt.

Begin juli staat de La Chouffe trail weer met stip genoteerd. Voor de derde keer zal ik in Houffalize present tekenen voor de langste afstand. Een gebrek aan familieleden aan de start en langs de zijlijn wordt gecompenseerd door de deelnames van Hans, Sam en Pieter. Trailen in juli dat betekent dat ik na de voorjaarsmarathon weer een hoop kilometers bij elkaar hoop te lopen ter voorbereiding van het echte werk in de Ardennen. De afgelopen maanden werd ik geplaagd door rug- en hamstringpijn. Mijn lichaam protesteerde als ik bergop liep over een onverhard en geaccidenteerd parcours, maar het weerhield me er niet van om met Hans in het weekend ergens op een groene plek te gaan lopen. Als je als wannabe met nen echte op pad bent, hang je wel al eens aan de rekker als het terrein lastiger wordt en de hellingsgraad toeneemt. Ondanks het aanharken, kan ik er echt van genieten om samen op pad te zijn. En waar Hans mijn liefde voor de trail aanwakkert, heb ik hem die voor Tervuren bijgebracht.

IMG_4062b

Een primeur in mijn trailvoorbereiding is dat ik al een training in de Ardennen afwerkte. Voor een wannabe kan dat tellen. Hans koos voor de zwarte ExtraTrail route die vertrekt aan de abdij in Stavelot en goed is voor 40 km trailplezier met 1360 hoogtemeters, een toer die hij 2x eerder liep. Rond 10 uur gaven we onszelf het startschot in Stavelot, een plek die ik zeker pittoresk zou durven noemen. Meteen was het ook pittig. Met mijn tong ergens tegen de grond hobbelde ik over kasseien en dan meteen hoppa! de hoogte in. Een kilometer of 2 stevig omhoog. Meteen stappen dus en meteen de confrontatie dat bergop lopen of stappen niet mijn ding is. Mijn trail-mindset was ver zoek. We hadden dik 18 minuten nodig om 2 kilometer af te leggen. Ik kon niet anders dan denken hoe lang we nog onderweg zouden zijn.

Na 14 kilometer leek het allemaal net ietsje vlotter te gaan. Ik zag voor het eerst in mijn leven de watervallen van Coo. Indrukwekkend! Eens zo imposant was echter de beruchte vertical track die we daar op moesten. Een naam die niets aan de verbeelding overlaat. Telkens als ik dacht dat het einde in zicht was, bleek er nog een weggetje omhoog te zijn. En nog één. Naar adem happend besefte ik nog maar eens dat dit echt mijn ding niet was. Ondertussen ging Hans met strakke pas en stokken gezwind omhoog. Ruim 35 minuten had ik nodig om de klim te overwinnen. Ik zag gelukkig nog net geen sterretjes toen we het dak bereikten en nam de beloning in dank aan: een prachtig uitzicht.

IMG_4068b

Halverwege de route bleken we 2,5 uur gelopen te hebben. Mijn vermelding van de tijd verraadt dat ik nog niet in the zone was. Je moet het concept van tijd loslaten als je aan het trailen bent. Ik denk altijd dat tijd en afstand mij houvast geven, maar niks is zo relatief in de Ardennen. Na die duivelse verticale klim en een overdosis modder won de trailloper in mij het van de asfaltlover. Ik gaf me over aan de trail. Hoe lang en hoe ver deden niet meer ter zake. De ene idyllische brug na de andere volgde. Ik genoot van de gevarieerde paden langs het water, terwijl het ene na het andere verzicht zich opdrong. Ik nam al eens een fotootje en kroop over een omgevallen boom met een lijf dat toch steeds wat strammer ging aanvoelen. De zon liet zich af en toe voorzichtig zien en wij waren samen op pad.

Na 4 uur en 57 minuten en 41 kilometer op de teller bereikten we onze imaginaire finish. Ondanks de moeizame start kan ik niet anders dan Hans gelijk geven: ik liep dan wel 2 uur langer dan de marathon, toch voelde de inspanning lichter aan dan het constante gas geven op asfalt. We aten een pistoletje vanuit de kofferbak, bevrijdden onze voeten, fristen ons wat op en deden nog een terrasje aan de abdij. Waar 5 uur lopen aan het begin eindeloos lang leek te zijn, was daar nu niks meer van te voelen. Kortom, deze wannabe heeft weer een trailervaring in de rugzak op weg naar Houffalize. En komende zondag scheur ik weer lekker vlot over het asfalt in Brussel.

IMG_4086b

Het moment – Een roze wolk in Milaan

Ik ga niet beweren dat de Milano Maratona de marathon van het dolce far niente was. 42,195 kilometer lopen laat zich moeilijk rijmen met de kunst van het zalige nietsdoen en de gelukzalige ontspanning. En toch is de gedachte van het goeie leven in Italië de herinnering die ik levendig wil houden als ik terugdenk aan het prachtige verhaal dat ik met Hans mocht beleven in Milaan. Op sportief vlak laat het verslag zich samenballen tot de vaststelling dat we allebei afzagen onder de Italiaanse zon en over de Milanese straatstenen. Hans verpulverde zijn PR en liep een knappe 3u27 op de tabellen. Zelf sleepte ik een 3u09 uit mijn, zoals al eerder gezegd, stramme lichaam. De conclusie is dat we niet anders dan met voldoening kunnen terugblikken op onze marathon en de volledige omkadering waar die deel van uitmaakte.

Een terugkerend thema is het fuchsia roze waar de Italianen zo van houden om een sportief evenement aan te kleden. Mijn 18e marathon leverde mij voor het eerst een roze medaille op. Ook het witte finishershirt met roze details zou ik eerder bestempelen als “niet mijn smaak”. Anderzijds zag ik zelden zo’n mooie zonsopgang als de roze lucht aan Castello Sforzesco vlak voor de start en zorgde de roze finishboog aan de majestueuze Duomo voor een stijlvolle omlijsting. De uitdrukking van de roze marathonwolk is hier dus letterlijk te nemen. We leefden braafjes toe naar zondagochtend. Geen wijntjes tijdens die eerste dagen in Milaan, wel voldoende koolhydraten en een poging om het aantal stappen te beperken. Al blijft dat een lastig evenwicht als je in een stad bent waarin je ondergedompeld wil worden.

Milaan bracht ons de marathon en de marathon bracht ons Milaan. Wat een stad! Ik kan jullie nu al zeggen dat ik mijn thuis in Italië gevonden heb. We verloren beiden ons hart aan de bruisende, kleurrijke en sympathiek chaotische stad waar het wemelt van de verhalen. Ik mis de cappuccino die er straffer is dan bij ons. Ik mis de terrasjes op Brera. Het Italiaans galmt nog na in mijn hoofd. Milaan smaakt vooral naar meer, er is nog zoveel te beleven en ontdekken. Ik heb een stukje van mezelf achtergelaten in Milano, maar ik heb ook een stukje Milaan meegenomen naar Tienen.

In afwachting van het volledige raceverslag is het hoog tijd voor de bedankingen. In de eerste plaats aan jullie, mijn dierbare bloglezertjes, die mijn avonturen zo trouw volgen en me de zin geven om mijn ervaringen en gedachten neer te schrijven. Dankzij jullie heeft mijn blog me al zoveel gebracht. Ik maak eveneens een diepe buiging voor mijn vriendjes die aan het thuisfront intens hebben meegeleefd. Door te duimen en te denken of als een malle te volgen in de marathon-app. Een eervolle vermelding is hier weggelegd voor mijn maatje Sam. We stonden 4 marathons na elkaar zij aan zij in het startvak en telkens werd ik door hem opgewacht aan de finish. Sam deed nu hetzelfde vanop afstand: na een uitgaansnacht bleef hij op om mij op de app te kunnen volgen en aanvuren. En of ik dat gevoeld heb!

Het was de eerste marathon die ik liep zonder familielid langs de zijlijn. Het voelt een beetje alsof ik op 38-jarige leeftijd nu plots een volwassen vrouw ben wiens handje niet meer vastgehouden moet worden, die sterk genoeg is om op haar eigen benen te staan. Ik zou nooit 18 marathons hebben kunnen lopen zonder de steun van mijn gouden familie, mijn rotsen in de branding en een onuitputtelijke bron van inspiratie. In het bijzonder Roos was in gedachten heel dichtbij: mijn sisje dat de afgelopen jaren zo goed voor mij heeft gezorgd. Dankzij haar ben ik nu de vrouw die weer op avontuur durft te gaan. Mijn laatste woorden zijn uiteraard voor Hans, mijn allerliefste en allerbeste. De man die me zoveel liefde en vertrouwen geeft, die zo gek is om met mij marathons te lopen en die me vooral laat voelen hoe mooi het leven is.

Grazie mille a tutti!

DNPK3006

Het moment – Een vaarwel en tot ziens

Ik noemde maart de maand van de magnolia, de maand van de bloei, van de belofte van de zomer en een nieuw begin. Maart heeft echter ook een donker randje. Op de eerste dag van de lente verloor ik mijn kat Ada. Ze werd 17 jaar. Door de dood van Ada was ik in één klap huisdierloos. Op 18 oktober namen we namelijk afscheid van mijn witte poes Teresa. In december en januari stierven mijn cavia’s Batoul, Bouchra en Loubaba die ook een heel respectabele leeftijd bereikten. Ik verknip geen dozen meer tot huisjes. Ik kan geen vachtjes meer aaien of een kattig lijfje tegen me aandrukken. Het valt me zwaar om te wennen aan het leven zonder huisdieren.

Ada was een rasechte straatkat en volbloed opportunist. Haar leven is geëindigd op een absoluut hoogtepunt. Van één baasje delen met één andere kat ging ze van twee baasjes helemaal voor haar alleen. In Hans vond ook Ada namelijk de man van haar leven. De ooit zo eenkennige Aadje was op slag verkocht en de liefde was wederzijds. Haar schoottijd schoot door het dak. Waar ze bij mij wel eens anoniem een online oudercontact of klassenraad mocht bijwonen, mocht ze van Hans actief deelnemen aan meetings: in beeld met een lichtjes ongeïnteresseerde blik. Ada zocht steeds vaker slaapplekjes op waar ze eigenlijk niet mocht liggen. Haar honger was net zo onverzadigbaar als haar drang naar aandacht en warmte. Je ging niet in de zetel zitten zonder een bezoek te krijgen van Ada De Mensbeklimmer. Vanaf een uur of 5 ’s ochtends kon haar luchtalarm afgaan als een etensmoment tot de mogelijkheden behoorde. Zo lang Ada er was, bleven ook de herinneringen aan mijn andere huisdieren levend. Ze maakte hun gemis draaglijk en hun afwezigheid minder definitief.

Tot ook het kaarsje van Ada stilaan uitging. Ze was niet meer zo gebrand op zetel- of schoottijd. Ze trok zich vaker terug. Toen haar eetlust afnam werd pijnlijk duidelijk dat Ada zelf aangaf dat ze klaar was met het leven. Haar laatste avonden bracht ze door op de radiator in de keuken, achter het gordijn. Zo konden we heel voorzichtig wennen aan avonden zonder Ada. Het is bikkelhard om 5 geliefde dieren op 4 maanden tijd te verliezen. Als collectief leken ze min of meer te beslissen dat hun taak volbracht was. Dat ze een prachtig leven hebben gehad waarin ze graag gezien werden is een troostende gedachte, maar maakt het gemis er niet minder om. Ze zijn niet onopgemerkt gebleven. Ik ben dus niet de enige die hen mist, hoe diep ze ook verankerd waren in mijn leven. De leegte die ze achterlaten voelt op dit moment duizelingwekkend groot. Alles in huis doet me aan hen denken. Ik kom overal relikwieën tegen van vervlogen tijden. Ik had nooit gedacht dat wat verloren kattenbakgrit of een plukje haar me zo verdrietig zou kunnen maken. Voorlopig blijft het kattenhaar aan het gordijn in de keuken dan ook gewoon hangen.

Ik heb 14 jaar van mijn leven met Ada en Teresa samengeleefd. Hoe langer mijn dieren bij mij waren, hoe onwaarschijnlijker het leek dat ik ooit zonder hen zou verdergaan. Vorige week besprak ik in de klas het Egidiuslied, een middeleeuws lied waarin de achtergebleven vriend van Egidius zijn knagende gemis bezingt. De Nederlandse dichter en bloemlezer Gerrit Komrij schreef daarover: niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn. Afscheid nemen op zich is verdrietig, maar je kan je ook heel erg richten op wat er gebeurt. Je neemt je dier in je armen tot ze in slaap vallen. Je wil ze nog even heel dicht bij je voelen en in hun oor fluisteren dat ze zo geweldig zijn geweest, dat je ze vreselijk zal missen en nooit zal vergeten. Je kan ze nog bedanken voor alles wat ze gebracht hebben. Maar dan begint het pas echt. Ik voel nu pas hoe ik afgesneden ben van de maatjes die jarenlang kleur en richting aan mijn leven gaven. En dat snijdt langs alle kanten.

Rouwen om een dier lijkt minder voor echt mee te tellen. De wereld draait onherroepelijk hard verder en ik zou soms willen roepen: ho stop! Beseffen jullie wel dat ik de dag moet beginnen zonder mijn katten?! Het voelt elke ochtend nog steeds onwezenlijk om wakker te worden met stilte. Geen ongeduldig getrippel, geen bakjes vullen onder luid gemiauw. Het besef dat de periode waarin wij samen een gezin waren definitief voorbij is, dringt stilaan door. Wat wel helpt is de gedachte dat mijn dieren weer als team herenigd zijn. Ze liggen samen begraven met zicht op bomen en vogels. Mijn gebrek aan spiritualiteit is niet bepaald helpend om me een poezenhemel te visualiseren. Eén ding weet ik wel zeker: mocht die bestaan, het zou er oorverdovend luid zijn.