De gedachte – Over muzikale helden

Hallo allemaal – het is de standaard aanspreking van mijn dierbare leerlingen als ze hun klas toespreken bij een spreekopdracht. Over de opdracht van het spreekexamen vertelde ik 2 jaar geleden al wat meer. De opdracht bleef ongewijzigd: hou een vurig betoog voor een persoon die een belangrijke invloed heeft op de wereld waarin wij vandaag leven. Ik hoorde ondertussen al tal van lofredes over Marie Curie, Rosa Parks, Martin Luther King, Nelson Mandela, Malala Yousafzai en de Obama’s. Het typeert De Jeugd Van Tegenwoordig om te kiezen voor strijders die bereid zijn een prijs te betalen voor hun engagement. Graag deel ik met jullie muzikale helden die deze periode de revue passeerden.

Rolmodel David Bowie werd geëerd omwille van de culturele impact die hij had en dan met name hoe hij ruim een half decennium geleden al experimenteerde met genderrollen. Op de albumcover van The Man Who Sold the World zie je Bowie in een jurk liggend op een divan. Hij was iemand die buiten de reguliere hokjes durfde te denken en al in de jaren 70 een speech begon met Dear Men, Dear Women and Dear Others. Over zijn seksuele identiteit vertelde hij zelf weinig. De boodschap die hij wilde uitdragen was immers om ten alle tijden jezelf te zijn, los van de labels die al eens op hoofden worden geplakt.

Producer, rapper, designer, innovator, klootzak, vader en beste artiest van de 21e eeuw: het is de veelomvattende omschrijving van de omstreden Kanye West. Hij startte zijn carrière als schilder die vooral rapper wilde worden. Zijn stijl is revolutionair dankzij nieuwe muzikale technieken die techno, electro en dance combineert. Het album Graduation is een memorabel hoogtepunt. Hij heeft een grote invloed op de (rap)muziek van nu en is een inspiratiebron voor tal van andere artiesten. Bovendien zorgde zijn kledingmerk Yeezy ervoor dat grote modehuizen ook streetwear gingen produceren.

Queen of Soul Aretha Franklin werd geboren op 25 maart 1942. Ze ontpopte zich niet alleen als stem die staat als een huis, maar ook als feministe en burgerrechtenactiviste. Op 16-jarige leeftijd ging ze op tournee met Martin Luther King. Ze zong ook op diens begrafenis in 1968. Haar nummers zijn een mix van gospel, r&b en soul. Kracht en emotie voeren de boventoon in haar tijdloos oeuvre. Haar Respect klinkt in de mannenwereld die de muziekindustrie was dan ook niet als een hol woord: het is een pleidooi voor female empowerment.

Muzikant en YouTuber Joost Klein groeide op in een moeilijke thuissituatie nadat hij zijn ouders verloor op jonge leeftijd. Met zijn creativiteit en authenticiteit heeft hij een plek gemaakt voor jongeren om hun gevoelens te kunnen uiten en leren begrijpen. Hij deinst er dan ook niet voor terug om via zijn muziek complexe thema’s als identiteit en mentale gezondheid aan te halen. Zijn stijl is evenzeer uniek als grensverleggend. Hij is een inspiratiebron voor veel jongeren om – ondanks de obstakels op de weg – hun dromen na te jagen.

King of Rock and Roll Elvis Presley beleefde zijn hoogdagen in de jaren 50. Zijn energieke performances spreken tot de verbeelding. Hij liet zich inspireren door rhythm-and-blues, waardoor het Afro-Amerikaanse gevoel in zijn muziek erg aanstekelijk is. Voor zijn grote doorbraak was hij een sympathieke underdog die opgroeide in een multiculturele omgeving met beperkte financiële middelen. Later kwam er heel wat kritiek op zijn acteerkunsten, maar drukte hij wel een stempel door zijn groeiende interesse in mode. Ook zijn typerende kapsel is niet minder dan iconisch te noemen.

Melissa Viviane Jefferson is een krachtige stem die muziek maakt onder de artiestennaam Lizzo. Onder het juk van de stereotypes en vooroordelen omhelst zij haar eigen (atypische) schoonheid door voluit in te zetten op zelfliefde en body positivity. Schoonheid kent immers geen maat. Haar muziek gaat dan ook over zelfacceptie en zelfvertrouwen. Ze moedigt iedereen aan om trots te zijn op zichzelf. Anders zijn omarmen, dat is de beweging die ze in gang wil zetten om de standaard van inclusiviteit te verhogen.

Met heel veel dank aan Anna, Janrobbe, Lola, Marit, Marjan, Stan en Tess. Ik baseerde me inhoudelijk enkel op hun betogen en citeerde hen soms letterlijk.

Loperspraat – Hoogtemeters maken met Sam

Ik verklaar de zomer bij deze officieel voor geopend. En hoe kan je de zomer beter vieren en inzetten dan met een stevig stuk te lopen? De verwachting van juli dat betekent namelijk La Chouffe tijd. Niet alleen Hans en ik zullen weer present tekenen voor de langste afstand van 70 km, ook enkele loopmaatjes willen hun tanden zetten in de beklimmingen van Houffalize. Zo ook Sam, zoveel meer dan een personage hier op mijn blog. Zijn knaltijd van 1u11 op de 20 kilometer van Brussel bewijst dat hij in topvorm verkeert. Vorig jaar liep hij de 49 kilometer in Houffalize. Bij een temperatuur van 30 graden kostte hem dat veel zweet en een venijnige strijd om de laatste 8 kilometer door te spartelen. Een week geleden liep Sam de Trail Godefroy in Bouillon als voorbereiding op de La Chouffe. Lees zelf hoe dat hem beviel.

Ik schreef me in januari in voor deze trail, ik wist toen nog niet dat Bouillon zo’n 2 uur rijden is vanuit Brussel. De afgelopen maanden heb ik goed getraind. Af en toe had ik wel last van mijn achillespees. Nooit in die mate dat ik er niet mee kon lopen, maar ik voel altijd wel iets. Tijdens de 20 van Brussel heb ik lang samen gelopen met een kinesist, ik moet daar dringend eens langsgaan om te vermijden dat het verergert. Hoe dan ook had ik wel veel zin in deze trail. Het zou een goeie training zijn, want 1100 hoogtemeters op 34 kilometer is toch best stevig. De afstand is de helft van de La Chouffe trail, dus wel zwaar, maar ook niet zo zwaar dat ik er weken van zou moeten bekomen.

WTOU6993

Ik ben rustig begonnen. De eerste 20 kilometer gingen dan ook supervlot. Ik heb me heel de tijd ingehouden. En dan – ja typisch – dacht ik van: ik ben hier nu toch, laat ons maar een beetje doorlopen. Ik begon bergop te lopen op steile stukken waar dat kon, waardoor ik me heb opgeblazen. Na 30 kilometer was het vat op. Mijn bovenbenen begonnen te verkrampen. Dit was een wijze les voor de La Chouffe. Dus – bij deze: bergop gewoon wandelen, there is no shame in it, want als je per se wil lopen, zal je dat bekopen. Als je verkrampt is het echt niet meer te doen. Op het einde had ik een serieuze kramp in mijn kuit zitten. Ik voel die kramp op dit moment nog altijd wat. Uiteindelijk ben ik gefinisht na 3 uur en 16 minuten.

Het was een heel mooie trail met perfect weer. We begonnen met 10 graden, waarna het zonnetje erdoor brak met 12 graden. Eigenlijk heel aangenaam, veel beter dan de 30 graden van de La Chouffe trail vorig jaar. Ik kijk er met vertrouwen naartoe. Onlangs heb ik nog eens een conditietest gedaan. Mijn hartslag is verlaagd en ik begin later lactaat aan te maken. Ik heb dus een heel goede basis voor de trail. Ik heb ook getraind op mijn voeding en testte nieuwe gels uit van SIS die me heel goed zijn bevallen. Sowieso ben ik beter getraind dan vorig jaar. Ik liep in mei ongeveer 250 kilometer en deze maand zal ik daar ook wel uitkomen. Sinds maart deed ik 5 intervaltrainingen, dus ik heb niet heel veel tempotrainingen gelopen. Na de trail zal ik weer specifieker beginnen trainen voor de marathon.

Mijn maatje Marise loopt de 18 kilometer in Houffalize. Ik kijk er heel erg naar uit om in goed gezelschap nog eens een unieke dag te beleven!

Een verjaardagsbrief voor Bart Moeyaert

Beste Bart

Ik hoop dat ik gewoon Bart mag zeggen. En ook gewoon jij. Dat deed ik ook toen ik je in maart 2000 een brief schreef. 14 jaar was ik. Een heel grote (naar mijn gevoel de grootste) Bart Moeyaert fan die teleurgesteld was omdat je naast de Gouden Uil greep. Een grote literaire bekroning die alleen jij verdiende. Ik schreef een brief om je op te beuren. Ik dacht namelijk dat je verdrietig zou zijn en ik wilde je laten weten dat je op mijn steun als lezer altijd zou kunnen rekenen. Ik was een fan die haar taak ernstig nam. Ik wist dus dat jij jarig bent op 9 juni. Vandaag schrijf ik om je te feliciteren. Jij wordt op deze zonnige dag namelijk 60 jaar, een feestje waard en een moment om even stil te staan bij 25 jaar Bart Moeyaert in mijn leven.

Ik was dus 14 jaar toen ik voor het eerst een boek van jou in handen kreeg. Als boekenmeisje ging ik meermaals naar de bibliotheek in Herent waar een medewerker zo vriendelijk was om me wat leestips te geven. Ze duwde me jouw Mansoor of hoe we Stina bijna doodkregen in handen. De titel alleen al verklapte dat dit boek anders zou zijn dan de paardenboeken en sentimenteel dramatische verhalen waar ik aan verslingerd was, maar ook een beetje op uitgekeken. Het verhaal van Nisse en Stina nam mij meteen stevig in z’n greep. Dit was écht iets heel anders. Een nieuwe fascinatie was geboren. Ik wilde meteen andere boeken van je lezen en het was officieel: mijn lievelingsschrijver was Bart Moeyaert.

In 1999 kwam Het is de liefde die we niet begrijpen uit. Een ontroerend mooi boek over graag zien. Een moeilijk boek ook wel. Ik las stukjes opnieuw en opnieuw en ik vroeg me soms af wat je bedoelde. Juist dat vond ik eigenlijk heel leuk. Ik las geen hapklare kost. In tegenstelling tot de andere boeken die ik las, bleven jouw verhalen nazinderen. Ik kon ze voelen tot in mijn kleine teen. Daarom deed het soms ook een beetje pijn om jouw boeken te lezen. Zoals Broere, waarin je vertelt hoe je opgroeide als jongste van 7 zonen. Net die fijngevoeligheid en dat stukje pijn vond ik zo mooi. Ik had grote voelsprieten en door me terug te trekken in mijn hoofd en boeken wilde ik het leven wat beter kunnen begrijpen. Jij hielp me daarbij.

Het was ook in 1999 dat ik voor het eerst een eigen boek van Bart Moeyaert kreeg, een gekoesterd exemplaar van Het is de liefde die we niet begrijpen. Ik liet het signeren op de Boekenbeurs. Een jaarlijkse traditie was geboren. Elk jaar in november (meestal de 1e) stond ik daar weer om de nieuwe Bart Moeyaert uit jouw handen te krijgen. Een bijzonder moment voor een fan natuurlijk. Al voelde ik nooit echt de behoefte om me te opzichtig als fan van het eerste uur op te stellen. Ik bleef een introvert boekenmeisje dat liever de connectie met haar lievelingsschrijver voelde dan dat ze die zou uitspreken. Je kwam steeds hartelijk over, een beetje nerveus soms en ik herinner me ook dat je meestal een donkerblauw overhemd droeg. Ik zag de signeerrij jaar na jaar groeien. Je kreeg het publiek en de waardering die je verdiende en daar werd ik blij van.

In 2019 kreeg je de Astrid Lindgren Memorial Award toegekend. Niemand kan er nog omheen: je behoort tot de crème de la crème van de literatuur. Je schrijft voor mensen, niet alleen maar voor de jeugd of voor jongeren. Je toonde aan dat het label jeugdliteratuur in wezen nietszeggend is. Ik ben al die jaren fan gebleven. Als mens, lezer en als leerkracht. Voor mijn leerlingen heb ik mijn liefde voor Bart Moeyaert nooit onder stoelen of banken gestoken. Het voelde dan ook als een pluim op mijn hoed toen je naar aanleiding van je ALMA in De Standaard verkondigde dat “Leerkrachten die zelf niet lezen geen goede leerkracht zijn”. Helemaal mee eens.

Ik heb nu ongeveer de leeftijd die jij had toen ik jouw fan werd. Ik heb mijn taak als boekenpromotor, leesliefhebber en Bart Moeyaert fan altijd heel ernstig genomen. Dat is het minste wat ik kan doen voor alles wat jij mij gegeven hebt en nog steeds voor mij betekent. Voor de kleine 14-jarige Joke van weleer en de grote 38-jarige Joke van nu. Op levenslang boekengeluk met Bart Moeyaert.

Ik wens je een fantastische verjaardag toe!

Liefs
Joke X

IMG_4263b

Het moment – Een ode aan de gebuur

De kans is groot dat je een buurman hebt die Geert heet. Roos en ik kwamen namelijk tot de vaststelling dat een Geert in de buurt een constante waarde is in onze levens. We bombardeerden Geert daarmee tot dé buurmannennaam bij uitstek. Ik heb al op veel verschillende plekken gewoond en ik heb dus ook al veel buren gehad. In het dorp waar ik nu woon, ben ik gezegend met bijzonder goede en fijne buren. Het is vandaag Dag van de Buren. Reden te meer om mijn lieftallige buurtjes te eren. Het zijn namelijk de buren die je straat een gezicht geven.

Volgens het spreekwoord heb je maar beter een goede buur dan een verre vriend. Enter het grote voordeel van de buur: het is iemand die in de buurt woont, een begrip dat zo rekbaar is als je zelf wil. Met je buren deel je de huiselijkheid van je woonomgeving en ook je ergernissen over de straat. Of over andere buren, dat kan natuurlijk ook. Toen ik nog in het dichtbevolkte Leuven woonde, ervoer ik dat zowel de muren als de buren oren hebben, waardoor je soms net iets te veel inkijk kreeg in andermans leven. Een goede buur is iemand die beseft dat je als buurtbewoners op elkaar bent aangewezen, ook als de neuzen soms in de andere richting staan. Het is vooral ook iemand die er in de eerste plaats waarde aan hecht om een goede buur te zijn. Net dat kreeg ik mee van mijn ouders, die slaagden er decennia lang in om een goede band te onderhouden met de buren die meer hielden van een strakke gazon en coniferenhaag dan van de wildgroei in onze tuin.

Verder vind ik het een belangrijke eigenschap van een buur dat die je enthousiast kan begroeten, als het moet meermaals per dag. Een goede buur is nieuwsgierig, maar ook discreet en slaagt er dus in om zowel een oogje in het zeil te houden als een oogje dicht te knijpen. Een goede buur heeft bij voorkeur een hart voor dieren en dus ook een huisdier waar altijd wel een verhaal over te vertellen is. Een goede buur kent je gewoontes en rituelen zonder zich daar te veel vragen bij te stellen. Een goede buur heeft niet altijd iets te vertellen, maar is wel altijd in voor een babbel op de stoep. Een goede buur is iemand waar je op kan rekenen. Of je nu ducttape nodig hebt of een spoedritje naar de dierenarts. Het staat onomstotelijk vast dat goede buren goud waard zijn.

Nergens voel ik me zo thuis als in de straat waar ik nu woon. Ik gooi dus niks dan lof richting mijn buren. Dat we nog lang en gezellig met z’n allen mogen samenleven. Cheers op de buurt en de buren!

Loperspraat – 10 jaar 20 km door Brussel

Op 25 mei 2014 liepen Roos en ik voor het eerst in ons leven 20 kilometer. De rest is geschiedenis. Ik heb het al heel vaak gehad over die dag en wat die voor ons betekend heeft: we vonden onszelf als loper. 10 jaar later zijn de twintigers van weleer dertigers. We professionaliseerden onze kleding en uitrusting. We leerden nog meer te genieten van het lopen. Maar vooral: we verzamelden tassen vol aan memorabele loopherinneringen. De 20 kilometer door Brussel zal om die reden altijd een iconische wedstrijd blijven. Vandaag sta ik in het Jubelpark aan de start voor mijn 9e 20 kilometer. Voor Hans is het dan weer 10 jaar geleden dat hij de 20 liep en voor Sam is het zijn 10e deelname. Ik geef hen graag alle drie het woord om te vertellen op welke manier deze iconische wedstrijd een ankerpunt vormt in hun loopcarrière.

9691_20230528_075349_284340021_socialmedia

Roos – 140 kilometer door Brussel

Wanneer liep je je eerste 20 door Brussel? Wat herinner je je ervan? 
Het was de eerste wedstrijd, het eerste grote doel en ook het beste gevoel dat ik ooit gehad heb nadien. Ik voelde me een week lang onoverwinnelijk. Ik herinner me vooral hoe wij echt niet wisten wat ons overkwam, dat jij (Joke) een wit Spa hoedje aannam en opzette, dat we op het einde waar je eigenlijk pietedood moet zijn, nog konden versnellen. En ook dat ik te kleine loopschoenen aanhad en dat we onze wedstrijd timeden met een CASIO. 

Hoe ben je als loper veranderd sinds die eerste deelname?
Ik werd geboren als loper 🙂 

Wat is je PR?
Geen idee. Ik denk mijn verjaardagseditie in 1u32.

Wat vind je het mooiste of leukste deel van het parcours?
De lange bergaf na Terkamerenbos. Daar staat mama ook altijd om te supporteren. De finish is hoe dan ook legendarisch, voor die boog, die wapperende vlag en dan de medaille met tricolore lintje. 

Wat is je mooiste herinnering aan de start in het Jubelpark?
De allereerste met Simply The Best van Tina Turner! Mijn verjaardag vieren in de startbox is ook een mooie herinnering. 

Wat maakt de 20 km van Brussel anders dan een ander groot loopevenement?
Ik heb een haat-liefde verhouding met de 20 km van Brussel. Het is ergens mijn lievelingsevenement omwille van de sfeer, de trots van onze hoofdstad en de afstand, maar eigenlijk is het ook een merde: te weinig toiletten, drukte en chaos bij de start, geen tassenbewaking. Het is ook een wedstrijd die iedereen al wel eens liep, iedereen heeft er wel een goed verhaal over te vertellen. Julien (haar peter) heeft die vroeger ook zo vaak gelopen. Ik heb zijn medailles en daardoor voelt het alsof ik een traditie verder zet. 

Wat verwacht je van de komende editie?
Op het moment dat je kon inschrijven had ik juist zoveel wedstrijden gelopen dat ik het gevoel had even te moeten bekomen. Nu het kortbij komt en het een 10-jarige editie is voor ons, voel ik wel spijt. Al is mijn rechterheup blij met de keuze om niet deel te nemen. Ik plan een fietstocht richting Brussel om te gaan supporteren. 

09b9ffa0-044d-4e22-93e9-5e9abd285c15

Hans – 60 kilometer door Brussel

Wanneer liep je je eerste 20 door Brussel? Wat herinner je je ervan?
Ik liep mijn eerste in 2007, het was ook meteen mijn allereerste loopwedstrijd ooit. Het is al even geleden, dus ik herinner me er eerlijk gezegd niet meer zoveel van. Wat ik wel nog weet is dat ik binnen de twee uur wilde finishen en dat dat ook gelukt is. En het was ook warm meen ik me te herinneren. De blog die ik toen bijhield op skynetblogs bestaat intussen niet meer, maar dankzij het geheugen van het internet heb ik toch nog een post kunnen terugvinden. Enkele interessante feiten:

  • De grote drukte vond ik toen al het grote minpunt bij dit soort wedstrijden 😊. Onderweg heb ik vrij veel hinder ondervonden van “tragere” lopers en stappers, niet alleen in het begin, maar ook vooral tijdens de laatste kilometers bij de “beklimming” van de Tervurenlaan.
  • Ik ging voor een tijd onder de 1u55. Dat werd uiteindelijk 1:51:47, maar door de drukte moest ik twee minuten aanschuiven om over de finish te geraken, waardoor mijn officiële tijd 1:53:56 werd. Dus nog steeds onder de beoogde 1u55. Gelukkig!
  • In het Terkamerenbos heb ik zoveel mogelijk langs de kant gelopen op het onverharde deel. Er zat toen blijkbaar al een trailrunner in mij, al wist ik dat toen zelf nog niet.
  • En last but not least, ik blijk me zelfs geamuseerd te hebben tijdens die wedstrijd 😉

Hoe ben je als loper veranderd sinds die eerste deelname?                             
Niet eigenlijk, of toch niet meteen. Mijn eerstvolgende wedstrijd liep ik namelijk pas 3 jaar later. Opnieuw de 20 kilometer van Brussel, in 2010. Daarna ben ik “meer” wedstrijden beginnen lopen, ongeveer één per jaar. Vanaf 2013 ben ik dan mijn aantal loopkilometers gevoelig beginnen opdrijven, met een PR op de 20 in 2014 en de marathon van Eindhoven in 2015. Dan kwam eigenlijk pas de echte grote verandering toen ik besloot om geen stratenlopen meer te doen, maar enkel nog trails (hoewel ik die eed intussen weer gebroken heb, maar daarover kan je lezen in een andere post). Sinds die beslissing heeft het lopen ook een veel prominentere plaats in mijn leven ingenomen.

Wat is je PR?
Mijn PR liep ik tijdens mijn derde deelname in 2014. Het doel was om te finishen binnen de 1u40, wat met een tijd van 1:36:18 ruimschoots gelukt is.

Wat vind je het mooiste of leukste deel van het parcours?
Tja, Terkamerenbos zeker, want daar kan je met een beetje moeite onverhard lopen

Wat is je mooiste herinnering aan de start in het Jubelpark?
De drukte in zo’n startvak en de luide muziek zullen nooit echt helemaal mijn ding zijn, dus echte herinneringen kan ik me dan ook niet meteen voor de geest halen.

Wat maakt de 20 km van Brussel anders dan andere grote loopevenementen?
Kan ik eigenlijk niet echt vergelijken. Ik liep in die jaren enkel de 20 kilometer van Brussel en Dwars door Mechelen (10 kilometer), wat niet echt een groot loopevenement is. Ik heb dus enkel de marathons van Eindhoven en Milaan als referentie.

Wat verwacht je van de komende editie?
Ik deel mijn ambities liefst niet in ruime kring, kwestie van geen onnodige druk te leggen 😃

9691_20230528_100115_284357374_socialmedia

Sam – 180 kilometer door Brussel

Wanneer liep je je eerste 20 door Brussel? Wat herinner je je ervan? 
De 20 km is voor mij de moeder aller loopwedstrijden omdat het de eerste loopwedstrijd is waar ik aan deelnam. Ik was toen 12 jaar. De eerste 8 kilometer heb ik samen met mijn mama gelopen, vanaf het Terkamerenbos mocht ik alleen verder. Heel speciaal! Ik was ook nog letterlijk een kleine jongen en kreeg daarom heel veel aanmoedigingen, dat zal ik nooit vergeten. Het jaar erna verwachtte ik dat er evenveel op mij geroepen zou worden, maar omdat ik een pak groter was, viel ik minder op. Die eerste in 2008 was niet het begin van mijn loopcarrière, want ik liep al sinds mijn 8e bij een atletiekclub, maar ik heb toen wel beseft dat lange afstanden echt mijn ding zijn. Het was dus mijn begin als langeafstandsloper.

Hoe ben je als loper veranderd sinds die eerste deelname? 
Ik ben als persoon heel erg veranderd, maar ook als loper. Sinds de corona-periode ben ik heel regelmatig beginnen lopen en besliste ik ook om een eerste marathon te lopen. Ik weet niet meer met welke schoenen ik liep bij mijn eerste 20, waarschijnlijk Nikes die mijn mama voor mij had gekocht. Nu is alles helemaal afgestemd: mijn outfit, trainingen, hartslagmeter en horloge. Een serieuze verandering dus. Ik loop nu ook met meer interne druk. Het is niet meer van: ik ga gewoon lopen en zal blij zijn als ik het uitloop. Er speelt altijd een tijdaspect mee, ook al blijft de 20 gewoon een heel mooie wedstrijd.

Wat is je PR?
Vorig jaar liep ik 1u13.

Wat vind je het mooiste of leukste deel van het parcours?
Terkamerenbos is toch echt heel mooi. Na 7 km kijk je over de vijver en dan zie je aan de andere kant ook lopers: een heel mooi beeld! Hetzelfde heb je in de Belliardstraat en de Regentschapsstraat bij de stukken bergop en -af. Als je daar achterom kijkt zie je een mensenzee. Als kind vond ik dat heel impressionant, al is het nu wat minder omdat ik redelijk vooraan loop en het pak daar wat meer uitgestrekt is. De finish aan de triomfboog is natuurlijk ook heel bijzonder. Dit jaar komt die 200 meter eerder waardoor je niet meer rond de fontein moet. Er kwam een stukje bij in Terkamerenbos, een steil stuk, dus dat gaat pikken.

Wat is je mooiste herinnering aan de finish in het Jubelpark?
Toen ik mijn mama haar record van 1u37 brak bij mijn derde deelname. Ik ontdekte daar een nieuwe dimensie van mezelf als loper: wauw, ik loop nu sneller dan één van mijn ouders! Het volgende doel was om de 1u20 van mijn papa te breken, ook dat is ondertussen gelukt.

Wat maakt de 20 km van Brussel anders dan andere grote loopevenementen?
Alles en iedereen komt er samen: de supergoeie lopers, maar ook de wandelaars die vanuit een eigen box starten. Het is bovendien één van de weinige wedstrijden waarbij er geen livetracking is en je naam niet op je nummer staat. De organisatie huurt geen lopers is en niemand kent de winnaar echt. Het is nog een wedstrijd van en voor het volk. Ook zot dat een hoofdstad helemaal wordt platgelegd voor de grootste loopwedstrijd van België, want nergens anders lopen 40.000 mensen één afstand. De 20 lopen voelt telkens als thuiskomen. Nu ook letterlijk omdat ik sinds kort in Brussel woon en ik wekelijks, soms zelfs bijna dagelijks, ga lopen in Terkamerenbos. Het nadeel is dat ik nu nog beter weet waar het op en neer gaat.

Wat verwacht je van de komende editie?
Ik loop weer voor Run for Hope, een organisatie die zich inzet om kinderen met kanker te steunen. Het is inspirerend om al die lieve mensen te zien en dat geeft een extra zetje om je best te doen. Vorig jaar liep ik 1u13, maar ik denk dat ik sneller kan omdat ik mijn laatste wedstrijden ook gemiddeld sneller liep. Ik hoop op 1u11. Ik kijk er in ieder geval heel erg naar uit! Er lopen veel mensen mee die ik ken en het is zo mooi om zoveel liefde voor het lopen te voelen en om één van de dingen die mij het meest passioneren met zoveel mensen te kunnen delen.

9691_20230528_111403_284779889_socialmedia

Het moment – Een toertje trailen in Stavelot

Een jaarlijks terugkerende traditie is een blogpost naar aanleiding van een trail waarin ik uitleg waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn. De steeds terugkerende conclusie is dan dat ik traillopen heb leren omarmen. Vorig jaar had ik tijdens de 69 kilometer lange La Chouffe trail voor het eerst het gevoel dat ik het eigenlijk best goed verdroeg: hoogte overwinnen, het ellenlange karakter en het gevarieerde parcours. Ik omschrijf mezelf echter nog steeds als een wannabe trailloper. Hans daarentegen, die stel ik altijd vol trots voor als een échte trailloper (en daar is helemaal niks van gelogen). 10 jaar geleden koos hij resoluut voor het trailrunning-pad. Hij is er bovendien ook heel goed in (daar is net zo goed niks van gelogen). Jullie voelen het al: dit is de jaarlijkse bijdrage waarin ik mijn loftrompetje bovenhaal voor de trail, maar tegelijkertijd zal toegeven dat er nog steeds voornamelijk marathonbloed door mijn lijf stroomt.

Begin juli staat de La Chouffe trail weer met stip genoteerd. Voor de derde keer zal ik in Houffalize present tekenen voor de langste afstand. Een gebrek aan familieleden aan de start en langs de zijlijn wordt gecompenseerd door de deelnames van Hans, Sam en Pieter. Trailen in juli dat betekent dat ik na de voorjaarsmarathon weer een hoop kilometers bij elkaar hoop te lopen ter voorbereiding van het echte werk in de Ardennen. De afgelopen maanden werd ik geplaagd door rug- en hamstringpijn. Mijn lichaam protesteerde als ik bergop liep over een onverhard en geaccidenteerd parcours, maar het weerhield me er niet van om met Hans in het weekend ergens op een groene plek te gaan lopen. Als je als wannabe met nen echte op pad bent, hang je wel al eens aan de rekker als het terrein lastiger wordt en de hellingsgraad toeneemt. Ondanks het aanharken, kan ik er echt van genieten om samen op pad te zijn. En waar Hans mijn liefde voor de trail aanwakkert, heb ik hem die voor Tervuren bijgebracht.

IMG_4062b

Een primeur in mijn trailvoorbereiding is dat ik al een training in de Ardennen afwerkte. Voor een wannabe kan dat tellen. Hans koos voor de zwarte ExtraTrail route die vertrekt aan de abdij in Stavelot en goed is voor 40 km trailplezier met 1360 hoogtemeters, een toer die hij 2x eerder liep. Rond 10 uur gaven we onszelf het startschot in Stavelot, een plek die ik zeker pittoresk zou durven noemen. Meteen was het ook pittig. Met mijn tong ergens tegen de grond hobbelde ik over kasseien en dan meteen hoppa! de hoogte in. Een kilometer of 2 stevig omhoog. Meteen stappen dus en meteen de confrontatie dat bergop lopen of stappen niet mijn ding is. Mijn trail-mindset was ver zoek. We hadden dik 18 minuten nodig om 2 kilometer af te leggen. Ik kon niet anders dan denken hoe lang we nog onderweg zouden zijn.

Na 14 kilometer leek het allemaal net ietsje vlotter te gaan. Ik zag voor het eerst in mijn leven de watervallen van Coo. Indrukwekkend! Eens zo imposant was echter de beruchte vertical track die we daar op moesten. Een naam die niets aan de verbeelding overlaat. Telkens als ik dacht dat het einde in zicht was, bleek er nog een weggetje omhoog te zijn. En nog één. Naar adem happend besefte ik nog maar eens dat dit echt mijn ding niet was. Ondertussen ging Hans met strakke pas en stokken gezwind omhoog. Ruim 35 minuten had ik nodig om de klim te overwinnen. Ik zag gelukkig nog net geen sterretjes toen we het dak bereikten en nam de beloning in dank aan: een prachtig uitzicht.

IMG_4068b

Halverwege de route bleken we 2,5 uur gelopen te hebben. Mijn vermelding van de tijd verraadt dat ik nog niet in the zone was. Je moet het concept van tijd loslaten als je aan het trailen bent. Ik denk altijd dat tijd en afstand mij houvast geven, maar niks is zo relatief in de Ardennen. Na die duivelse verticale klim en een overdosis modder won de trailloper in mij het van de asfaltlover. Ik gaf me over aan de trail. Hoe lang en hoe ver deden niet meer ter zake. De ene idyllische brug na de andere volgde. Ik genoot van de gevarieerde paden langs het water, terwijl het ene na het andere verzicht zich opdrong. Ik nam al eens een fotootje en kroop over een omgevallen boom met een lijf dat toch steeds wat strammer ging aanvoelen. De zon liet zich af en toe voorzichtig zien en wij waren samen op pad.

Na 4 uur en 57 minuten en 41 kilometer op de teller bereikten we onze imaginaire finish. Ondanks de moeizame start kan ik niet anders dan Hans gelijk geven: ik liep dan wel 2 uur langer dan de marathon, toch voelde de inspanning lichter aan dan het constante gas geven op asfalt. We aten een pistoletje vanuit de kofferbak, bevrijdden onze voeten, fristen ons wat op en deden nog een terrasje aan de abdij. Waar 5 uur lopen aan het begin eindeloos lang leek te zijn, was daar nu niks meer van te voelen. Kortom, deze wannabe heeft weer een trailervaring in de rugzak op weg naar Houffalize. En komende zondag scheur ik weer lekker vlot over het asfalt in Brussel.

IMG_4086b

Het boek – De stem van het Noorden

In Noorwegen vieren ze vandaag hun nationale feestdag. De Dag van de Grondwet is een familiedag waarop de Noren ijsjes en hotdogs eten en zich hullen in de bunad, hun traditionele klederdracht, terwijl ze naar een wuivend koningspaar kijken. Of toch iets in die trant. In de liefde is het onmogelijk te zeggen hoe en wanneer de vonk overspringt of wanneer het echt begint te knetteren. Dat geldt ook voor mijn hart dat sneller gaat kloppen voor Noorse literatuur. Ik was echter nog nooit in Noorwegen en, eerlijk is eerlijk, ik weet niet of de Noorse literatuur veel toeristen naar het land zal trekken. Ik leerde dat Noren een innige band kunnen hebben met de vaak ondoorgrondelijke natuur en dat daar ook een verwoestende kracht van uit gaat. Een aanleg voor melancholie en donkere gedachten is hen niet vreemd en bovendien blijken hun personages vaak van het type met een serieuze hoek af te zijn. Een verstoorde relatie met het zonlicht in combinatie met isolement in het dagelijks leven zitten hier wellicht voor iets tussen. Op deze bijzondere feestdag vertel ik graag wat meer over mijn aanraders van die gekke, donkere bovenburen en neem ik jullie en passant mee op een trip langs de boekwinkels waar ik graag over de vloer kom.

Ik denk dat mijn initiële vlam voor de Noorse literatuur ging branden door Karl Ove Knausgård en diens veelbesproken zesdelige Mijn strijd-reeks. Een auteur die houdt van slow writing en met gemak 70 pagina’s aan een stuk kan vertellen over één namiddag waarop hij een vriend ging bezoeken: ik hou daarvan. Zonder meer verslavende literatuur en terecht alom bejubeld als je het mij vraagt. De liefde werd vervolgens bestendigd door Tarjei Vesaas. Zijn verborgen parels werden recent opgevist in Nederlandse vertaling. Zowel De vogels als Het ijspaleis lieten een onuitwisbare indruk na en zal ik een leven lang de hemel in prijzen. Matias Faldbakken gooide nog wat hout op het laaiende kampvuur met De Hills (lang leve het hotel-boek) en Wij zijn met vijf (knotsgekker worden boeken niet geschreven).

Vorig jaar begon ik mijn zomervakantie in Den Haag met Dagen in de geschiedenis van stilte van Merethe Lindstrøm, een leestip die ik in heel wat lijstjes tegenkwam. Het bleek absoluut een voltreffer om de vakantie mee op gang te schieten. Ik was zelf ook wel toe aan wat stilte. Lindstrøms roman is er vooral eentje waar je heel stil van wordt, het type boek waarbij je vaak moet slikken om de krop in je keel weg te krijgen. Voor het ruigere natuurwerk kon ik in het najaar dan weer terecht bij Roy Jacobsen en diens eiland-trilogie over de familie Barrøy die het zwaar te verduren krijgt op het gelijknamige eiland. Ik kocht het tweede deel Witte zee zeer toepasselijk bij boekhandel Corman in Oostende op een moment dat het hard waaide in november.

Dat najaar werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan Jon Fosse. Een Noor die een rijk oeuvre van zowel romans als theaterstukken bij elkaar schreef. Zijn novelle Een schitterend wit kocht ik bij Plato in Tienen en was het eerste boek dat ik in 2024 las. Later zou blijken dat dit de officieuze start was van mijn Noorse leesfase. Er gaat een aantrekkingskracht uit van een Nobelprijswinnaar, al zijn de laureaten van de afgelopen decennia soms ook zo literair dat ze quasi onleesbaar zijn. Een schitterend wit behoort zeker niet tot die categorie, al wist ik ook niet echt wat ik er dan wel van moest vinden. Een man rijdt zich vast in de sneeuw, loopt doelloos het bos in en weet het dan ook zelf niet meer. Boeiend en eens iets helemaal anders, dat wel. Bij Plato kocht ik ook Voordat ik brand van Gaute Heivoll. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van het kustdorp Finsland dat in de ban is van een pyromaan. Zei ik al dat de Noren het graag donker hebben? Een verhaal dat mij deed denken aan Het boek Daniël van Chris De Stoop, eveneens een non-fictie verhaal dat een inkijk geeft in naargeestige hoeken van de mens en hoe het soms stevig misloopt.

IMG_4169b

Op een wat luchtiger elan leek ik verder te gaan met Kjersti Anfinnsens Momenten voor de eeuwigheid dat ik ontdekte bij BARBÓÉK in Leuven. Een oude Noorse vrouw overpeinst in Parijs haar leven, wikt en weegt de keuzes die ze gemaakt heeft om vast te stellen dat haar leven nog niet geleefd is. Aanvankelijk voelde ik teleurstelling toen bleek dat de roman was opgebouwd uit korte dagboekfragmenten. Onterecht, want ik werd helemaal meegesleept in het levensverhaal van de norse Birgitte. Niks beter trouwens dan mensen die hun ogenschijnlijk saaie leven van naaldje tot draadje bespreken. Al helemaal als het ook grappig is. Net zo fascinerend vond ik het personage Albert die met zijn breiende vader in Hässelby woont. De roman Hässelby mag dan genoemd zijn naar een kleurloze Zweedse voorstad, hij is wel degelijk van de Noorse hand van Johan Harstad: de man die ons ook het lijvige en indrukwekkende Max, Mischa & het Tet-offensief bracht. Hässelby is net zo eigenzinnig als Naboekov in Sint-Truiden waar ik dit boek vond. Vergis je niet, de Noren kunnen met veel vaart vertellen.

Eigenheid en een zwierige stijl vond ik ook bij een oerklassieker van de Noorse literatuur: Honger van Knut Hamsun, Nobelprijswinnaar in 1920. Een jonge ambitieuze Noor wil schrijver worden, komt aan in Amerika en heeft vooral veel honger. Het autobiografische debuut van Hamsun voelt bijzonder fris aan voor een verhaal dat verscheen in 1890. Een boek dat duidelijk maakt hoe diepgeworteld een schrijversdroom kan zitten en welke opofferingen een mens bereid is daarvoor te maken. Ik werd bij De zondvloed in Mechelen gecomplimenteerd met mijn keuze voor Honger. Altijd fijn als de boekhandelaar zegt dat het goed is. Naar Hamsuns oeuvre wordt ook met de nodige egards gekeken in De halfbroer van Lars Saabye Christensen. In omvang een klepper van formaat die ook een moderne Proust wordt genoemd. Ik zag dat wel zitten. Zeker omdat ik het boek wist te vinden bij Colette in Den Haag. Als je eens echt wil snuisteren en struikelen over de boeken dan ben je bij dit antiquariaat aan het juiste adres. De eindeloos uitweidende vertelstijl vroeg soms wat inspanning, maar ik kon me volledig overleveren aan de turbulente levenswandel van halfbroers Barnum en Fred. Soms is het gewoon fijn om rond te plot heen te drijven in plaats van krachtig vooruit gestuwd te worden. En zoals steeds weten de Noren dat humor levens- en leesreddend kan zijn.

Tot slot las ik Nacht, het vierde deel van Knausgårds reeks. Wederom Knausgård ten voeten uit: psychologisch diepgravend, overmatig drankgebruik en getroebleerde familiebanden. Wederom heb ik er intens van genoten. Inmiddels heb ik een nieuwe, minder geografische beperkte en ietwat zonnigere leesfase ingeluid. Geloof het of niet, maar soms bestaat er geen beter medicijn tegen het donker dan een portie Noorse leestragiek. Een welgemeende cheers op mijn Noorse literaire vrienden, dat licht en lucht toch op z’n minst vandaag hun deel mag zijn!

IMG_4161b

De race – Milano Marathon april 2024

De cijfers: mijn 18e marathon was goed voor een 3:09:43 – mijn geboortedatum indachtig is iets met een 3 en 9 altijd goed
De voorbereiding: verliep stram en stijf, al mag ik zeker niet klagen over de kilometers en tempo’s die ik desondanks kon lopen
De race: ik miste mijn start volledig, hoopte tevergeefs op een herrijzenis en pakte uiteindelijk wel het moment van de finish
De herinnering: een 5-daags marathonreisje met Hans om nooit te vergeten, inclusief het goeie leven in Milano

Wat vooraf ging
Het zou oneerbiedig zijn om Milaan een plan C te noemen, al was het dat strikt genomen wel. Parijs was de eerste keuze (maar belachelijk duur), Düsseldorf het alternatief (maar de organisatie gaf er de brui aan). Met Milaan vielen alle puzzelstukjes in elkaar: samen naar Italië in het midden van de paasvakantie. Het was gewoonweg meant to be. Als lopend koppel deel je loopgeluk en -leed. Na een geslaagd najaar, ging het allemaal wat stroever in het voorjaar. Hans liep halverwege februari een spierscheur in de kuit op. Zelf had ik de afgelopen maanden steeds meer last van een pijnlijke rug en dito hamstrings. Ik probeerde me vast te klampen aan de gedachte dat de aanloop naar mijn voorjaarsmarathon nu eenmaal altijd wat meer voeten in de modderige aarde heeft. Ik kon mijn trainingen wel naar behoren uitvoeren, al begon ook de algehele vermoeidheid z’n tol te eisen.

Vlak voor de start
Wie een marathon loopt staat doorgaans héél vroeg op. We werken ons sobere ontbijtje weg en om 6 uur verlaten we het hotel om de metro naar Lanza te nemen. De bag drop area bevindt zich aan het indrukwekkende Castello Sforzesco, op een dikke kilometer van de start- en finishzone. Een roze lucht tekent zich af. Voorzichtig laten de eerste lopertjes zich zien. Onze plastic tas van de organisatie moeten we afgeven aan tentjes. Eén probleem: anderhalf uur voor de start is er nog helemaal niemand aanwezig om onze spullen in bewaring te nemen. Rond 7u15 ontfermt een relaxte Italiaan zich over onze tas en kunnen wij aan de stadswandeling richting start beginnen. Ik voel de marathonkriebels in mijn hele lijf, ik heb er zin in! Hans daarentegen sterft een stille dood van de zenuwen. Zijn geduld zal nog een uurtje op de proef worden gesteld. Na een selfie aan de Duomo, gevolgd door een blokje om richting startvakken schijnt de zon. Ik mag helemaal vooraan vertrekken met een schitterend zicht op Piazza del Duomo. Tot mijn ogen over de grond dwalen. Mijn voeten zijn omringd door de allernieuwste, -snelste én -prijzigste Vaporfly’s van Nike die in behoorlijk wat plassen urine staan te dabberen. Plassen in een startvak: wie zijn die mensen? Het contrast met de gotische grandeur is groot.

IMG_3866b

De race
Met een lekkere beat en een wit-roze confettikanon worden we om 8u30 stipt op gang geschoten, qua feestelijk karakter kan dat tellen. Al is de feeststemming bij mij meteen verdwenen. Na 50 meter nemen we een bocht naar rechts met een kleine opstopping tot gevolg. Bovendien is Milaan geplaveid met wat ik een brede, platte kassei zou noemen. Een Italiaanse steen die voor veel reliëf zorgt en elke poging tot tempo maken de kop indrukt. Niks moment van de start pakken. Het is jaren geleden dat ik een openingskilometer zo traag liep. De tweede kilometer lijkt beterschap te brengen. Ik focus op mijn eigen voeten en niet op die ellendige Italiaanse kasseien. Waar ik vorig jaar in Rotterdam na 3 kilometer dacht: vandaag loop ik de marathon van mijn leven en duik ik onder de 3 uur, denk ik nu: vandaag wordt niet mijn dag. Het lijkt alsof ik vertrokken ben met 10 kilometer extra in de benen. Ik voel niks frisheid of souplesse. Mijn eerste 5 kilometer tank ik geen vertrouwen. Ik moet mezelf nu al aanvuren om mijn benenwagen draaiende te houden en kilometertijden van 4’10” te lopen, een tempo dat in deze fase van de race makkelijk zou moeten aanvoelen.

HDXA8588

Tot overmaat van ramp zijn er na mij 4 pacers gestart voor de felbegeerde eindtijd van 3 uur. Samen vormen ze een stevig peloton van mannen die er zin in hebben. Ik word met andere woorden opgejaagd door het sub3-beest dat mij geleidelijk aan – zonder enige vorm van genade – wil oppeuzelen. Ik blijf nog steeds een kilometertje of 10 extra in mijn benen voelen. Het soepele tempo zit niet waar het zou moeten zitten. Van een tred met ease is absoluut geen sprake. Waar ik mijn laatste marathons steeds kon aanvatten zonder diep in het krachtenarsenaal te tasten, lijk ik nu geen greintje op overschot te hebben. Stiekem blijf ik ergens de ijdele hoop koesteren dat er weldra een mirakel zal plaatsvinden. Ik zie mezelf aan mijn laptop zitten terwijl ik mijn raceverslag schrijf en typ: en toen vond de grote ommekeer plaats en brak ik erdoor. Mijn visualisatie heeft niet het gewenste resultaat. Ik heb 10 kilometer gelopen en het doet al pijn.

Ondanks het gebrek aan een goed gevoel herinner ik mezelf eraan dat ik hier in Milaan aan het lopen ben, een stad die nu al een onvergetelijke indruk nalaat. Ik probeer mentaal de knop om te draaien. Vandaag zal ik niet de marathon van mijn leven lopen. Vandaag zal ik wel een marathon lopen en dat is hoe dan ook iets om trots op te zijn. Vandaag schiet ik niet vooruit als een onoverwinnelijke raket. Vandaag ga ik nog eens ouderwets afzien. Vandaag weet ik uit ervaring dat het moeilijk ook kan. Vandaag zal het aan de finish voelen alsof ik 52,2 kilometer gelopen heb. Vandaag zal ik geen sub3 lopen, maar een plus3. Na 13,48 kilometer gebeurt het onvermijdelijke en word ik voorbij gedenderd door de sub3 pacers. Vandaag zullen er geen mirakels geschieden.

Met 15 kilometer in de benen en een dik uur aan de loop, tel ik af naar het halfway point. Ook het laatste grammetje adrenaline is inmiddels uitgewerkt. Ik val helemaal terug op mezelf. Ergens vind ik het lachwekkend dat ik nu al uitgeteld ben. Hoewel ik niet de tempo’s haal die ergens diep verscholen zitten, blijf ik hopen om een fijn ritme te vinden. Mijn kilometertijden glijden namelijk alle kanten uit. De cruise control laat het afweten. Na 17 kilometer loop ik op een troosteloze autoweg richting Niemandsland als ik voor mij een singlet van het Joggers Team Tienen zie. Huh? Mijn hometown Tienen hier in Milano? Het moet niet gekker worden! Helaas ontbeer ik elke vorm van energie om de potentiële streekgenoot die drie meter voor mij uit loopt bij te benen. Ik beschik noch over het stemvermogen, noch over de sociale daadkracht om een moment van verbroedering te creëren. Bovendien werkt het parcours niet bepaald mee. Er zitten wat oplopende stukken in en smooth is het asfalt niet te noemen. Voor sfeer en gezelligheid moet je niet op de Via le Scarampo zijn.

Terwijl het bij mij voor geen meter loopt, denk ik vaak aan Hans. Ik hoop dat hij het een beetje naar z’n zin heeft en dat hij op schema ligt om onder de 3u30 te duiken. Ik probeer zijn nabijheid te voelen en daar kracht uit te halen. Ondertussen loop ik naar de Monte Stella: een park met berg dat absoluut een bezoekje waard zal zijn, maar ik zie er helemaal niets van. In de omgeving kan ik dus geen afleiding vinden. Ik loop inmiddels helemaal alleen. Nooit eerder voelde het halfway point bereiken als een prestatie. Met een tussentijd van 1:30:54 heb ik ook geen reden tot dramatiseren. Het gaat niet lekker, maar ik loop nog steeds een aardig tempo. Helaas voel ik ook mijn rug en bovenbenen kilometer per kilometer stijver worden. Mijn hamstrings tekenen protest aan. Nu al. Ik verlies onverbiddelijk terrein. Een tijd rond de 3:15 lijkt een realistisch doel om na te jagen. Een mooi doel ook. De tijden mogen dan veranderd zijn, ik kan de dingen heus wel in perspectief plaatsen. Enkele jaren geleden zou ik hier zonder twijfel voor getekend hebben.

IMG_3921

Na 22 kilometer vind ik wat verstrooiing in een gelletje. Ik scheur het lipje eraf, maar ik krijg er geen druppel uitgeperst. Ik blijf wat bijten en trekken gedurende een kilometer of 2. Deels uit frustratie, deels uit verveling. Ondertussen kijk ik uit naar kilometer 25. Dat klinkt gewoon goed en dat zit ik ruim over de helft. De finish lijkt zich echter 20 lichtjaren in plaats van 20 kilometer verder te bevinden. Van de Ippodromo San Siro krijg ik weinig mee. Ik zie wat slordige tekeningen van een paard op een betonnen muur. Al denk ik ook dat mijn observatievermogen niet op scherp staat: het Stadio Guiseppe Meazza ontsnapt volledig aan mijn aandacht. Als ik de 25 kilometer aantik ben ik op het saaiste punt van het parcours. Het Parco di Trenno zal ongetwijfeld een groene oase van rust zijn, het ding is dat als je rond een park loopt je eigenlijk helemaal niets ziet van dat park. Jammer.

Ik ben blij dat de zon schijnt. Het voelt aangenaam warm aan. Mijn tijden schommelen rond de 4’30”. Ik zit nog steeds met 10 kilometer extra in mijn benen. Alles gaat steeds stroever aanvoelen. Het lijkt alsof mijn voeten amper van de grond komen en dat ik er zomaar over zou kunnen struikelen. Eén ding kan ik jullie trouwens wel vertellen over het Parco di Trenno: het is bijzonder groot. Aftellen dus naar kilometer 30. Dat voelt toch alsof de finale in zicht is. Bovendien vertelt mijn parcourskennis me dat we dan in een min of meer rechte lijn naar de finish lopen. Eventjes – heel eventjes – lijkt het ook beter te gaan. Heel af en toe komt er toch iets van vlotheid in mijn benen gekropen. Soms loop ik dus nog best goeie kilometers, maar er valt geen peil op te trekken. Ook mijn Garmin lijkt het noorden wat kwijt te zijn. Sommige van mijn kilometertijden zijn simpelweg te snel, andere dan weer te traag. Ik probeer me daar niet te veel van aan te trekken.

Na 32 kilometer lopen we rond een vijver in het Parco del Portello. Leuk voor de afwisseling in ieder geval. Al loopt de weg echt vlak langs het water, de vijver is op geen enkele manier afgeschermd. Ik vertrouw mijn benen voor geen meter. De angst bekruipt me om in het water te vallen: vandaag acht ik niets onmogelijk. Nog een streepje natuur volgt als we wat later richting een grote weg lopen met zo waar enkele off-road meters voor de voeten. Ik moet natuurlijk meteen aan Hans denken. Achteraf zou ik horen dat hij hier allesbehalve in zijn nopjes was en het oplopende stuk net zo goed vervloekt heeft. Volgens het gezegde begint de marathon pas op 35 kilometer, maar ik heb dat eigenlijk nooit zo ervaren. Natuurlijk doet alles op dat moment pijn. Je lichaam roept om alsjeblieft te stoppen met lopen, maar net dan voel ik ook hoe het in mij zit om gewoon te blijven lopen en hoeveel voldoening het me geeft dat ik dat nog kan. Gewoon blijven lopen dus. De finish lonkt.

Als ik op kilometer 36 naar de Arco della Pace loop (de Arc de Triomphe van Milaan zeg maar), weet en voel ik dat het einde van mijn lijdensweg in zicht is. Naar mijn gevoel kruip ik nog steeds meer dan dat ik loop, maar de cijfers tonen ook dat mijn perceptie van de werkelijkheid wat negatiever gekleurd is. Ik heb 36 kilometer gelopen in 2u36, een snelle rekensom leert mij dat ik nog steeds onder de 3:10 kan finishen. Toch een pak sneller dan wat er in mijn hoofd aan het gebeuren was. Langs het Parco Sempione is het bovendien gezellig druk met enthousiaste supporters. Het klinkt van dai dai dai en brava hier en daar. Ik kan niet anders dan lachen. Ik probeer dit moment als een spons op te nemen. Zie mij hier eens een marathon lopen. Onder de Italiaanse zon, met veel moeite, maar nog steeds belachelijk snel. Na 38 kilometer laat de eerste DJ van zich horen en kan het aftellen écht beginnen.

De laatste kilometers van de marathon zijn zowel de saaiste als de spannendste. Wat op die zonnige zondag in Milaan overheerst is ongeloof, dat het er echt weer bijna op zit. Ik krijg de Italiaanse Tiziana Scorzato in mijn vizier. Ze viel me al op in het startvak: haar kleine tengere lichaam ademde één en al marathon. Het feit dat ze in de F50 categorie loopt, maakt haar verschijning er niet minder intimiderend om. Tiziana lijkt nog steeds vlotjes vooruit te gaan. Het verbaast me dan ook dat ik in haar buurt kan finishen. Ik besef nog maar eens dat ik mijn eigen prestatie, ook vandaag met loden benen, geenszins mag minimaliseren. Ik snak nu echt naar de finish. En jawel hoor, daar is ie dan: de laatste bocht naar rechts. Het gejoel in, langs de Duomo met luide en enthousiaste toeschouwers langs de zijlijn. Ik probeer het moment zo bewust mogelijk in me op te nemen. Vandaag liep het niet bepaald over een leien dakje, maar over een Italiaanse steen die ik in heel mijn lijf gevoeld heb. Ik geef nog alles wat ik in me heb om onder de 3:10 te kunnen eindigen. Er staat 3:09:43 op de roze klok. Potjandorie, ik heb het gehaald!

IMG_3832b

Ik zie op mijn horloge dat het 11u40 is. Ik heb dorst en ik voel nu ook echt de warmte van de zon. Een frisse Hipro van Danone lest mijn dorst en vult de brandstofvoorraad weer aan. Ik zou Hans heel graag over die finishlijn zien lopen, maar ik voel ook dat ik te weinig tijd heb om me door de drukte heen terug naar het plein te begeven. Ik wacht hem dus op in de finishzone. Na een goeie 20 minuten is hij daar al: mijn man die ondanks zijn aversie voor asfalt, voor grootse evenementen en de marathonafstand, ondanks een spierscheur, een zouttekort en duizeligheid het klaarspeelt om te finishen in 3:27:14. Wat een ongelooflijk knappe prestatie! 4 uur lang hebben we elkaar moeten missen: we hebben allebei zwaar afgezien en veel meegemaakt. We hebben elkaar kortom veel te vertellen.

De conclusie
Milaan is een prachtige stad en de Milano Marathon is zeker een geslaagde stadsmarathon. Het evenement is goed georganiseerd, al is het ook allemaal een beetje op z’n rustig-aans Italiaans. Dankzij de start- en finishzone in het hart van de stad staat de marathon ook garant voor een mooie stadsbeleving. Saaie stukken buiten het centrum zijn onvermijdelijk. De organisatie belooft een snel parcours. Dat klopt deels. Er zijn toch wel enkele wat lastiger beloopbare stukken, de hoogtemeters en het aantal scherpe bochten blijft echter beperkt. Ook de grootte van het deelnemersveld strekt tot de aanbeveling. Je bent wat sneller op jezelf aangewezen, maar je blijft ook gespaard van de grote drukte en chaos die met de massa gepaard kunnen gaan. De grootste beproeving is om je als buitenlander in te schrijven. Reken op het nodige papierwerk. Wat is er echter mooier dan de marathon en het leven te vieren onder de Italiaanse zon? Warm aanbevolen dus!

Nog enkele weetjes

  • Ik eindigde als 25e vrouw en 5e in mijn leeftijdscategorie. De Ethiopische Gebeyahu Tigist Memuye mocht de winst op haar naam schrijven met een tijd van 2:26:32. De eerste Belgische vrouw was niemand minder dan Lotte De Vet, winnares van de Hel van Kasterlee. Zij legde haar marathon af in 3:05:07.
  • 885 vrouwen bereikten de finish. Op een totaal van 6920 finishers is dat toch wat minder dan bij een gemiddelde stadsmarathon. Bij de mannen bracht Kipkosgei Titus Kimutai de winst naar Kenia in 2:07:12.
  • Op zoek naar mijn potentiële streekgenoot kwam ik in de uitslag land- én jaargenoot Jonas Sierens tegen die met 2:59:59 de meest spannende sub3 liep.
  • Ik werkte in totaal 4 sportgels weg. Mijn persoonlijk minimum ligt op 3, mijn maximum is 5. Netjes dus.
  • Hans bleek net zoals ik schrik te hebben om in de vijver van het Parco del Portello te belanden.
  • Dit was de eerste marathon die ik liep met mijn pet achterstevoren, daar zat niet echt een idee achter.
  • Bevoorradingsposten worden doorgaans bemand door de jonge garde. Denk aan de plaatselijke jeugdbewegingen. Dat was nu net even anders: ik schat de gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers op een jaar of 60. Hoe dan ook, zonder vrijwilligers geen evenement.
  • Een bevoorrading met plastic flesjes is niet milieuvriendelijk, maar toch wel het allergemakkelijkste voor een loper. Dank dus aan sponsor Levissima. De flesjes lagen dankzij de wat plattere vorm ook nog eens perfect in de hand.
  • Op de parcourskaart stonden tal van DJ-punten aangeduid. De enige DJ die ik opmerkte, was die op kilometer 38. En ik was echt niet zo ver heen dat ik een DJ onopgemerkt voorbij zou lopen.
  • Hans bevestigde nadien dat mijn Garmin kuren had en dat mijn kilometertijden soms niet accuraat waren. Mijn route vertoonde wat afwijkingen op rechte stukken, waardoor ik dus meer of minder meters aan mijn broek kreeg dan wat ik daadwerkelijk liep.
  • De medaille was uiteraard roze. Hoofdsponsor Wizz Air gaf die de vorm van een vliegticket. Het blauw-roze lint kon wel wat goedmaken. Al mag ik ook niet te negatief zijn. Mijn stadsoutfit ’s avonds bleek namelijk in de kleuren van de medaille te zijn, waarop Hans opmerkte: jij bent gewoon de medaille!

IMG_3887b

Het moment – Een roze wolk in Milaan

Ik ga niet beweren dat de Milano Maratona de marathon van het dolce far niente was. 42,195 kilometer lopen laat zich moeilijk rijmen met de kunst van het zalige nietsdoen en de gelukzalige ontspanning. En toch is de gedachte van het goeie leven in Italië de herinnering die ik levendig wil houden als ik terugdenk aan het prachtige verhaal dat ik met Hans mocht beleven in Milaan. Op sportief vlak laat het verslag zich samenballen tot de vaststelling dat we allebei afzagen onder de Italiaanse zon en over de Milanese straatstenen. Hans verpulverde zijn PR en liep een knappe 3u27 op de tabellen. Zelf sleepte ik een 3u09 uit mijn, zoals al eerder gezegd, stramme lichaam. De conclusie is dat we niet anders dan met voldoening kunnen terugblikken op onze marathon en de volledige omkadering waar die deel van uitmaakte.

Een terugkerend thema is het fuchsia roze waar de Italianen zo van houden om een sportief evenement aan te kleden. Mijn 18e marathon leverde mij voor het eerst een roze medaille op. Ook het witte finishershirt met roze details zou ik eerder bestempelen als “niet mijn smaak”. Anderzijds zag ik zelden zo’n mooie zonsopgang als de roze lucht aan Castello Sforzesco vlak voor de start en zorgde de roze finishboog aan de majestueuze Duomo voor een stijlvolle omlijsting. De uitdrukking van de roze marathonwolk is hier dus letterlijk te nemen. We leefden braafjes toe naar zondagochtend. Geen wijntjes tijdens die eerste dagen in Milaan, wel voldoende koolhydraten en een poging om het aantal stappen te beperken. Al blijft dat een lastig evenwicht als je in een stad bent waarin je ondergedompeld wil worden.

Milaan bracht ons de marathon en de marathon bracht ons Milaan. Wat een stad! Ik kan jullie nu al zeggen dat ik mijn thuis in Italië gevonden heb. We verloren beiden ons hart aan de bruisende, kleurrijke en sympathiek chaotische stad waar het wemelt van de verhalen. Ik mis de cappuccino die er straffer is dan bij ons. Ik mis de terrasjes op Brera. Het Italiaans galmt nog na in mijn hoofd. Milaan smaakt vooral naar meer, er is nog zoveel te beleven en ontdekken. Ik heb een stukje van mezelf achtergelaten in Milano, maar ik heb ook een stukje Milaan meegenomen naar Tienen.

In afwachting van het volledige raceverslag is het hoog tijd voor de bedankingen. In de eerste plaats aan jullie, mijn dierbare bloglezertjes, die mijn avonturen zo trouw volgen en me de zin geven om mijn ervaringen en gedachten neer te schrijven. Dankzij jullie heeft mijn blog me al zoveel gebracht. Ik maak eveneens een diepe buiging voor mijn vriendjes die aan het thuisfront intens hebben meegeleefd. Door te duimen en te denken of als een malle te volgen in de marathon-app. Een eervolle vermelding is hier weggelegd voor mijn maatje Sam. We stonden 4 marathons na elkaar zij aan zij in het startvak en telkens werd ik door hem opgewacht aan de finish. Sam deed nu hetzelfde vanop afstand: na een uitgaansnacht bleef hij op om mij op de app te kunnen volgen en aanvuren. En of ik dat gevoeld heb!

Het was de eerste marathon die ik liep zonder familielid langs de zijlijn. Het voelt een beetje alsof ik op 38-jarige leeftijd nu plots een volwassen vrouw ben wiens handje niet meer vastgehouden moet worden, die sterk genoeg is om op haar eigen benen te staan. Ik zou nooit 18 marathons hebben kunnen lopen zonder de steun van mijn gouden familie, mijn rotsen in de branding en een onuitputtelijke bron van inspiratie. In het bijzonder Roos was in gedachten heel dichtbij: mijn sisje dat de afgelopen jaren zo goed voor mij heeft gezorgd. Dankzij haar ben ik nu de vrouw die weer op avontuur durft te gaan. Mijn laatste woorden zijn uiteraard voor Hans, mijn allerliefste en allerbeste. De man die me zoveel liefde en vertrouwen geeft, die zo gek is om met mij marathons te lopen en die me vooral laat voelen hoe mooi het leven is.

Grazie mille a tutti!

DNPK3006

13 marathonweetjes op weg naar Milaan

Met startnummers 5203 en 5204 zal het zondag gebeuren. Dan lopen Hans en ik de marathon in Milaan. We zullen ook 5 dagen in die stad verblijven en om in Thema 5 te blijven: Roos en Joni liepen maandag hun 58 kilometer van De Jogclub Ultra in 5 uur en 16 minuten. Een marathon in Italië dus, een avontuur waar we al enige tijd reikhalzend naar uitkijken. Want zeg nu zelf: hoe bijzonder is het om als koppel een marathon te lopen in een bruisende stad waar je op elke straathoek (daar ga ik voor het gemak toch van uit) een koffietje kan drinken? Op de prosecco is het wachten tot zondag als we met stijve beentjes zitten na te praten over wat we hebben meegemaakt op onze looptocht van 42,2 kilometer. In afwachting daarvan vuur ik graag 13 willekeurige marathonweetjes op jullie af.

  • Het toeval wil dat Hans en ik allebei debuteerden op de marathonafstand in 2015. We deden dat bovendien allebei op Nederlandse grond. Waar die eerste marathon voor mij absoluut naar meer – véél meer – marathons smaakte, proefde Hans vooral meer off-road en hoogtemeters. Zijn debuuttijd was trouwens sneller dan de mijne. Dat belooft.
  • Ik zal in Milaan voor de derde keer op mijn blauwe Zoom Vaporfly’s Next% 2 van Nike lopen. Met drie marathons en een handvol halve afstanden naderen mijn snelle carbonschoenen het einde van hun maximale energieteruggave. Een reden te meer om ze nog eens goed de sporen te geven, want hun opvolgers zijn een pak duurder geprijsd.
  • Hans is schoengewijs een trouwe Asics-fan. Hij zal zijn marathon lopen op een nieuw paar van de GT2000 11. In het blauw, net zoals zijn sokken en shirt. Met een petje ook. Helemaal matchy met mij dus, maar niet met de kleur van de Wizz Air Milano Marathon, die wordt getypeerd door fuchsia. Die Italianen met hun roze, ik snap het toch niet helemaal.
  • Als marathonloper bevind ik me momenteel in een schoenencrisis. Ik blijk veel meer trail- dan wegschoenen te hebben. De afgelopen maanden liep ik ook vaker op een trailschoentje dan met een gladde zool. Als je niet alleen op de stoep of de weg wil lopen, is modder namelijk onvermijdelijk. Daardoor voel ik me meteen sneller als ik met een wegschoen loop omdat die simpelweg lichter zijn.
  • Het voorjaar van Hans kende een dramatische wending toen hij in februari een spierscheur in de kuit opliep tijdens de Ferme Toer Trail in Binkom. 7 weken voor je een marathon wil gaan lopen is dat verre van het ideale scenario. Gelukkig bleek zijn ijzersterke carrosserie weer helemaal klaar voor de trainingsarbeid na twee weken fietstrainingen.
  • Mijn marathontrainingen waren gevarieerder dan ooit. Nooit eerder liep ik zoveel duurlopen in het bos of over een geaccidenteerd parcours. Zo waren we vaak in Tervuren te vinden voor een prachtige toer door het Zoniënwoud. Dinsdag was dan weer steevast mijn snelheidsdag langs de Vaart. De laatste weken liep ik ook een paar keer rondjes op de piste voor het betere intervalwerk.
  • De start- en finishzone liggen op het Piazza del Duomo, aan historisch karakter dus sowieso geen gebrek. Bovendien zijn er ook heel wat DJ-punten op het parcours en lijk je nooit echt weg van de stadskern te lopen. Met 120 hoogtemeters en veel lange rechte stukken zou het ook een behoorlijk snelle omloop zijn. Milaan is nu al een rasechte stadsmarathon wat mij betreft.
  • De inschrijving had wat voeten in de aarde. Een pdf-document van 14 pagina’s legt uit welke inschrijfopties er zijn en welke documenten je moet voorleggen. Italianen houden blijkbaar van papierwerk. Een cursus Italiaans lijkt aangewezen als je de officiële informatie over het evenement wil volgen. En als je denkt dat alles eindelijk in orde is, dan worden groene vinkjes op de bevestiging plots rode kruisjes. Zucht.
  • We vertrekken zondag om 8u30. Dat is vroeg, maar ons hoor je niet klagen. Het zonnetje belooft namelijk te gaan schijnen. Hoe vroeger we vertrekken, hoe koeler we kunnen lopen. Met een starttemperatuur van een graad of 10 zullen we in ieder geval niet staan klappertanden in het startvak en als we finishen met een graad of 20 zullen we ook niet meteen kou vatten.
  • Milaan is mijn 18e marathon. Ik weet niet heel goed wat ik ervan mag verwachten. Fysiek lijk ik niet topfit te zijn door aanhoudende rugpijn, ook het oud zeer van mijn hamstrings blijft opspelen. Anderzijds kon ik mijn trainingen best wel naar behoren afwerken en heb ik niks te klagen over de tempo’s en de trainingsvolumes die ik haalde. Het deed alleen wat meer pijn en kostte me net wat meer moeite. Afwachten dus wat ik uit mijn wat strammere lijf kan schudden.
  • Het is hoe dan ook een marathon van eerste keren: de eerste in Italië, de eerste met vliegreis, de eerste zonder familie, maar wel met man aan mijn zijde. De eerste ook met wedstrijdlicentie, al maakt dat in de praktijk weinig verschil.
  • Er komen nog meer eerste keren aan. We schreven ons deze week in voor het Europees Kampioenschap marathon dat op 13 april 2025 zal doorgaan. Een marathon in lijn van Brussel naar Leuven: daar moet ik bij zijn! In het najaar staat 29 september met stip genoteerd, want dan staat de Marathon der Marathons op het programma: die van Berlijn.
  • Mijn 2u54 in Antwerpen was goed voor een 19e plek op de Marathonranglijst van de Belgische vrouwen in 2023. Ik ben dus top 20 in een Olympische discipline. Daar kan ik niet anders dan heel trots op zijn!