Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.

Loperspraat – De schoonheid van de stratenloop

Wat mij betreft mag stratenloop Woord van het Jaar 2021 worden. Gewoon al omdat het op semantisch niveau zo’n helder woord is. Een stratenloop zou ik omschrijven als een gebeurtenis waarbij recreatieve lopers in wedstrijdverband over straten lopen. Een straat kent in België diverse verschijningsvormen: klassiek is ze geasfalteerd en bebouwd, bij uitbreiding is een kasseiweg ook nog steeds een straat en valt zelfs een onverharde weg in het bos onder diezelfde noemer. Variatie troef dus, want ook modderstroken en hoogtemeters maken mogelijk deel uit van het stratenloopparcours, waarbij je dan ook nog eens kan kiezen tussen een lange en korte afstand. Stratenlopen is een weekendaangelegenheid en het weekend, lieve mensen, dat begint op vrijdagavond. 2021 is het jaar waarin Roos en ik de stratenloop herontdekten, dat durf ik nu al te zeggen.

Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik, ondanks mijn grote hart voor de natuur, als sporter toch ook een stevige boon heb voor asfalt. Een trail lopen is een geweldige ervaring, maar na een paar kilometer stevig klimmen en dalen (bij de La Chouffe trail bijvoorbeeld) kan ik mij niet van de gedachte ontdoen dat asfalt een heerlijkheid is om je over voort te bewegen. Toen Roos en ik in onze eerste passen in de loperswereld zetten, waren we vrijwel meteen verknocht aan stratenlopen. Met name in 2015 en 2016 beleefden wij hoogdagen op straat dankzij het regelmatigheidscriterium van Vlaams-Brabant. In 2016 kon ik dat zelfs winnen in mijn categorie. Heel slim om een algemeen klassement in te voeren. Wij liepen tussen april en september makkelijk een stratenloop of 10, want ja: ongeacht je ranking kreeg je ook punten voor je deelname. Je plek in het klassement verdedigde je natuurlijk alsof je leven ervan afhing.

Roos en ik kiezen altijd voor de langste afstand van 10 à 15 kilometer. Onze eerste stratenlopen liepen we zonder GPS-horloge. Op basis van de signalisatie wisten we wel ongeveer hoeveel kilometer we nog hadden te gaan. Voor het uiteindelijke resultaat was het ’s avonds wachten geblazen tot de uitslag online verscheen. Dan kon meteen ook de grote analyse beginnen. Onze wedstrijdtactiek was nochtans simpel: we vertrokken zo snel mogelijk en probeerden dat zo lang mogelijk vol te houden. Na een paar kilometer was het kwestie van de schade te beperken en door te bikkelen. Doseren of indelen was ons vreemd. Zoals een wielrenner in een peloton leert fietsen, zo leert een loper zichzelf ook beter kennen aan de hand van andere lopers. Je leert hoe lang één kilometer nog kan zijn en dat iemand volgen echt wel aangenamer is dan in je eentje te strijden. Je leert je eigen tempo’s kennen en hoe lang je die kan volhouden. Je leert vooral ook op een heel laagdrempelige manier competitie lopen. Als het startschot weerklinkt geef je het beste van jezelf en doe je iets wat moeilijk op training te simuleren is. Voor en na de race is er van competitiviteit weinig sprake. Bij een stratenloop hangt immers altijd een gemoedelijk ons-kent-ons-sfeertje. Ons kent ons daar ook daadwerkelijk, want je treft altijd dezelfde mensen aan die samen één grote loopclub vormen.

In 2017 waren wij dus een beetje klaar met stratenlopen. We hadden het idee dat we het wel allemaal hadden gezien en meegemaakt. We waren verkeerd. Op 7 augustus 2021 was daar onze officiële comeback op een stratenloop. We liepen de 14 kilometer van de Bierloop in Holsbeek. Zondag 22 augustus legden we 15 kilometer af bij de Haachtse Loop. Wat was het een intens blij weerzien met de straten en de lopers ervan! Wij zijn dan wel enkele jaren afwezig geweest, in se bleek er helemaal niks veranderd: dezelfde lopers, roestige veiligheidsspelden bij de inschrijving, een vriendelijke organisatie en jeugdig enthousiasme bij de kinderlopen. Als ik zelf aan de start sta, denk ik altijd: vandaag heb ik geen zin om snel te lopen, maar als ik dan vertrokken ben wordt er iets in mij gewekt dat het beste in mijn lopende zelf naar boven haalt. Het gaat dan niet alleen om snelheid, maar ook om het pure geluk dat lopen voor mij nog altijd is. Zo besefte ik een week geleden toen ik in de gietende regen over een straat in Haacht liep wat een sensatie het is om veilig in het midden van een straat te kunnen lopen.

Mijn twee deelnames deze maand waren telkens goed voor een podiumplek. Ik won zo al 1,5 liter wijn en 1,75 liter bier. Het doet me oprecht veel deugd dat ik nu bij de top 3 behoor, maar eerlijk gezegd vind ik niks zo ongemakkelijk als op een podium staan. Zelfs als er geen verhoogd podium is, sta je daar maar wat onwennig te glimlachen voor de foto waarvan je niet wil weten waar hij zal verschijnen. Liefst van al ga ik gewoon op in de massa lopers. Het allermooiste van een stratenloop vind ik juist dat het een plek is waar ik op dat moment alleen maar een loper ben. Met anderen praat je over lopen (blessures, wedstrijdverloop, plannen). Iedereen draagt een uniform (loopkleding). Het weer is nooit een spelbreker (je bent daar om te lopen of het nu bloedheet of zeikweer is). Er is geen actualiteit, er zijn geen meningen en ook leeftijd lijkt niet echt een issue te zijn. Soms is er een kermis of dorpsfeest aan de gang, maar ook als dat niet het geval is brengt een stratenloop mensen samen. Omdat ze graag over straten willen lopen. In al z’n eenvoud is een stratenloop een stukje Belgische folklore: 100% onversneden immaterieel erfgoed.

Loperspraat – Een nieuw vriendje aan de pols

Op 28 juli nam ik afscheid van een trouwe vriend, mijn Garmin Forerunner 230 waar ik vier jaar lang sportief lief en leed mee deelde. Aan onze intense samenwerking kwam behoorlijk abrupt een einde. De “wijzerplaat” kwam los en dus was het laatste rondje samen er één met een stuk plakband. Al waren er ook andere tekenen van aftakeling: het bandje stond op barsten en – veel erger – de batterijduur had het steeds lastiger met de duursporter die ik ben. Een waardige opvolger vond ik in de Garmin vívoactive 4. En zo kwam het dus dat er een nu een smartwatch aan mijn pols prijkt.

Ik ben aan mijn derde sporthorloge toe, zoals ik de Vivoactive 4 (ik doe ook niet aan dat gekke accent) nog steeds noem. Een smartwatch kopen stond nochtans niet op mijn wensenlijstje. Ik zag online een aanbieding voor de Forerunner 45. Lekker klassiek en basic, echt iets voor mij, dacht ik. Tot ik hem in het echt zag. Zo hard niet mijn ding: ik stoorde me aan de groene cijfers van de klok (serieus: groen?!) en verder deed het design me denken aan de Casio-horloges die ooit hip waren in de jaren 90. De Forerunner ging dus retour. De Garmin-goden waren me echter gunstig of ongunstig gezind (het is maar hoe je het bekijkt), want amper een dag later zat ik dus met een kapot afdekplaatje. Een nieuwe Garmin werd plots een zaak van staatsbelang. Ik deed wat onderzoek en haastte me naar een echte winkel. Daar werd me meteen duidelijk dat het Forerunner-era op z’n eind loopt. Weldra volgt een oerknal van smartwatches.

Ik ben al gewend aan het feit dat ik altijd achter ben met trends en evoluties. Mijn apparaten gebruik ik lang, heel lang, omdat ik er zo aan gewend ben. De laptop die ik vorig jaar – met pijn in het hart – verving had een minuut of 10 nodig om op te starten en daar zag ik eigenlijk echt geen graten in, want hij typte zo fijn. Bovendien sta ik nogal kritisch tegenover het nut van allerlei snufjes. Ik heb bijvoorbeeld echt niet de behoefte om via een app mijn vaatwasser te bedienen, laat staan om gebeld te worden via een horloge of er WhatsApp-conversaties te kunnen lezen. Mijn sportieve leven en bij uitbreiding mijn hele leven is daar gewoon niet spannend genoeg voor. Ik voel me bijna schuldig tegenover mijn Vivoactive dat ik nooit op een golfbaan te vinden ben, dat ik niet peddelsurf of aan yoga doe. En toch werd ik dus meteen helemaal verliefd op de knappe jongen rond mijn pols. Goh, wat werkt dat gemakkelijk zo’n touchscreen! Hoe leuk is het om je muziek in huis te kunnen bedienen via je pols! Geweldig zeg die auto-pause functie als je loopt of fietst! En ja, hartslagmeting aan de pols is toch ook wel een heel groot voordeel.

In de Garmin Connect app wordt mijn dag nu herleid tot een opsomming van kleurrijke cijfers en grafieken. Mijn stressniveau en body battery worden nauwgezet opgevolgd (zo voelt het toch). Hoewel ik aanvankelijk echt niet van plan was om met een horloge te slapen, vond ik juist mijn slaapgrafieken best interessant: mijn hartslag daalt dan soms tot 39 slagen per minuut. Mijn Garmin vriendje rapporteert niet alleen maar, hij stelt ook doelen op. Ik moet dagelijks voldoende hoogtemeters maken en stappen zetten. Ik mag niet te lang stilzitten of ik krijg een bewegingsmelding aangesmeerd, zelfs als je een paar uur hebt gesport. Hij is streng, maar rechtvaardig, want als je een doel haalt word je beloond met een flitsende animatie. Het zegt veel over hoe we met beweging omgaan: een natuurlijke actieve levensstijl is allesbehalve een evidentie geworden. Getallen zijn de Heilige Graal. Zelfs met al mijn relativeringsvermogen ben ook ik niet immuun voor de voldoening van het groene vinkje.

Laat het duidelijk zijn dat ik superblij ben met mijn aankoop. Mijn sportieve leven maakte een doorstart, al is dat niet alleen de verdienste van de Vivoactive. Toen ik vorige week (samen met Roos, hoe kan het ook anders?) deelnam aan een stratenloop voelde ik een stukje van mezelf weer wakker worden. Ik waan me plots een andere sporter. Ik ben weer een vrouw met een missie, een loper met een doel. Geen 10.000 stappen per dag of 150 minuten intensieve training per week, maar toeleven naar sportieve puntjes in de agenda, iets ondernemen en erop uit trekken. Het afgelopen anderhalf jaar zocht ik sportieve prikkels door op eigen initiatief een marathon en twee keer 50 kilometer te lopen. Toch leek ik in de wachtkamer te zitten. Ik wist niet dat ik de deining op het water zo gemist had.

Wat ik zal onthouden van de 32e Olympiade

Mijn vroegste herinneringen aan de Olympische Spelen gaan terug naar Atlanta 1996. Samen met mijn broer volgde ik het hele gebeuren op de voet (in de mate van het mogelijke als je een kind van 10 bent in pre-internettijden). Op school hielden we ook Olympische Spelen en zowel Seppe als ik behaalde drie medailles op loopnummers. Niet dat er toen in mij een vlam werd ontstoken om loper te worden, laat staan aan wedstrijden deel te nemen. De Echte Spelen hielden ons stevig in hun greep. Ze brachten iets teweeg, heel België leek dag en nacht bezig te zijn met de sportieve vertegenwoordigers van onze natie. Medaillewinnaars waren prompt nationale helden: gouden Fredje Deburghgraeve om er maar één te noemen. 25 jaar later zijn de Olympics merktekens in mijn leven geworden. Van elke Olympiade weet ik nog waar ik toen woonde en wat er zoal speelde in mijn leven. Sport is emotie, dat bleef echter onveranderd. Ook de afgelopen weken leefde ik intens mee: met de verhalen die elke atleet herbergt, met de kroppen in de keel, de ingehouden dan wel losgelaten tranen, met de beteuterde blikken en glimmende koppen van trots. Dit is een greep uit wat mij zal bijblijven van Tokyo 2020.

  • Oud-leerling Thibaut Vervoort die met zijn teamgenoten het flitsende 3×3 basket introduceerde en mij ook de term buzzer beater leerde kennen.
  • De Belgian Cats en de Red Lions die toonden wat de chemie van ploegsport is.
  • De tranen van Mieke Gorissen, een 38-jarige leerkracht én marathonloopster die in alle hevigheid ervoer wat het betekent om Olympiër te zijn.
  • De vlotte en oprechte babbels van 400 meter loper en Belgian Tornado Jonathan Sacoor.
  • Mijn kinesitherapeut Kathelijn die deel uitmaakt van het Belgisch team en hoe ze haar handen vol had met hamstringblessures.
  • Het vestimentaire statement van de Duitse turnsters.
  • De droge Sorry die Wout Van Aert tweette op de afknapper van formaat die zijn zilveren medaille volgens Hans Vandeweghe was.
  • De pijn en waaghalzerij die sport is: keihard op je rug op de tatami landen, rond een brug zwieren of vallen, van rotsen of een ramp springen met een fiets dan wel een skateboard.
  • De aandacht voor mentaal welzijn die deze Spelen ein-de-lijk leken te genereren en het besef dat achter elke atleet een mens schuilgaat.
  • De uitzinnige vreugde van hoogspringer Gianmarco Tamberi na zijn gedeelde gouden medaille. 2021 is het jaar van Italië.
  • Adrie van der Poel die zijn zoon liefkozend Matje noemt.
  • De pijnlijke uitschuivers en misplaatste uitspraken van sommige commentatoren. Dat ze alsjeblieft ook het woord falen eens uit hun vocabulaire schrappen!
  • De magie van de atletiekpiste: van de aflossingsnummers tot het wereldrecord op het hink-stap-springen en alle prestaties van de Belgen.
  • Onze Bronzen Bashir op de marathon en het broederschap dat hij deelt met Abdi Nageeye, Koen Naert, Eliud Kipchoge en Mo Farrah.
  • Dat Tokyo 2020 doorging in 2021 en dat we dus maar drie jaar moeten wachten tot Parijs!

Loperspraat – De vrouw met de hamer

Daar stond ik dan. Leunend tegen de vangrail op de meest ongezellige rotonde van Tienen. Gestrand als Odysseus, maar ontdaan van alle heroïek. Hoe was ik hier verzeild geraakt? Hoe kwam ik hier weer vandaan? Auto’s draaiden langs mij voorbij. Ik bleef op het fietspad staan en keek ernaar. Er leek nochtans niks aan de hand toen ik aan mijn looptoer van 18 kilometer begon: een prachtige route via Hakendover, langs de spoorwegbedding in Oplinter en door het Tiense broek*. De zon scheen hard. Ik had er zin in en liep snel. Na een half uur viel ik echter niet terug op mijn automatische stand waarbij lopen als vanzelf gaat. Ik was me bewust van de inspanningen die ik moest leveren om vooruit te komen. Moeilijke momenten gaan voorbij, dacht ik. Koppig vervolgde ik mijn weg. Lopen was het plan. Lopen was wat zou gebeuren.

Na een kilometer of 10 besloot ik een korte pauze in te lassen om op adem te komen, dan zou het wel beter gaan. Ik vertrok weer en besloot een kortere route te nemen die in rechte lijn naar huis ging. Als ik wat trager zou lopen, dan zou het wel beter gaan. Welgeteld een halve kilometer kon ik lopen en dan was er iets dat me tegenhield. Iets dat zei dat stilstaan beter was dan vooruitgaan, dan zou het wel beter gaan. Ik stopte, praatte mezelf weer moed in. Met die peptalk kon ik telkens een halve kilometer lopen om dan weer de pauzeknop in te drukken. Op die ellendige rotonde stond ik wat langer stil bij de situatie waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd. Waarom was lopen vandaag niet vanzelfsprekend? Wat scheelde er eigenlijk? Had ik ergens pijn? Voelde ik me licht in mijn hoofd? Zou ik flauwvallen? Was ik misselijk? Niks van dat. Mijn strijd werd gestaakt en ik zou de laatste 2,5 kilometer naar huis wandelen. De teleurstelling borrelde op.

Wandelen was verbazingwekkend aangenaam. Plots begreep ik ook welke onnoemelijk zware taak ik mezelf had opgelegd. Ik was helemaal niet zo fit, nog volop aan het ontstressen van school, al weken had ik last van rug- en nekpijn, de dag voordien kreeg ik mijn tweede vaccin, ik had niet goed geslapen, amper gegeten en gedronken. Mijn lichaam had me tot de orde geroepen: vandaag behoorde anderhalf uur lopen niet tot de mogelijkheden. Het was niet mijn lichaam dat mij in de steek liet, maar ik die mijn lichaam in de steek had gelaten door te woekeren met mijn krachten. Lopen is niet altijd wat moet gebeuren. Soms is stilstaan echt beter dan vooruitgaan. Ik had rust nodig, zo simpel was dat. De man met de hamer is een vrouw en ze woont in mijn hoofd.

*Dit verhaal speelde zich af op vrijdag 9 juli. Het Tiense broek en het omliggende natuurgebied staan door de wateroverlast van de afgelopen dagen volledig onder water. In het kader van die vreselijke overstromingen en de enorme impact ervan is dit verhaal uiteraard totaal onbenullig.

Het moment – Mijn tips voor een geslaagde vakantie

Als leerkracht is het zonder meer een privilege om twee maanden zomerstop te mogen consumeren. Je zou me daarom een expert in zomervakanties kunnen noemen. Ik ben niet de persoon van de bijzondere reisbestemmingen, maar wel degene die zich prima thuis vermaakt en blij is met de uitstappen die zich aandienen. Toch overvalt de zomervakantie mij elke 1e juli. Hoe langer ik lesgeef, hoe minder goed het mij lukt om de klik van werk- naar vakantiemodus te maken. De flexibiliteit die het afgelopen corona-schooljaar vergde, de hectiek van de maand juni en de heftige emoties die ons soms overspoelen missen hun weerslag niet. Momenteel bevind ik me daarom nog in de decompressie-fase. Ik heb tijd nodig om school los te laten. Ik ben moe, soms zelfs wat lusteloos en ik kan me nog niet overgeven aan pure ontspanning. Gelukkig weet ik dat dit van voorbijgaande aard is.

Ik begrijp wel waarom mensen tijdens hun vakantie weg willen gaan. Het is als de reset-knop indrukken: verplicht op een ander ritme leven, weg van de routine thuis, weg van de klusjes en to-do’s die liggen te wachten. Er gaat namelijk ook iets dwingends uit van vakantie: eindelijk heb je nu die tijd waar je zo lang naar uitkeek. Nu moet je écht dat boek lezen of die film kijken en is er écht geen excuus meer om korte metten te maken met de rommel in de garage. Ik maak daarom allerhande lijstjes: van leuke en van nuttige dingen. Zo heb ik toch het gevoel dat ik de teugels in handen heb. Om de week op een productieve noot te beginnen zijn maandagen voorbehouden voor al wat nuttig is. Verder blijven lezen en bewegen heel belangrijk, kijk ik naar de Tour, spendeer ik tijd met vrienden en familie en drink ik koffie. Veel koffie. Ik geef jullie graag nog enkele laagdrempelige vakantietips voor wie het niet ver wil zoeken. 

Stuur eens een kaartje om iemand een fijne vakantie te wensen, vanuit je staycation-locatie of zelfs als je op daguitstap bent. Niets is zo fijn als je brievenbus openen en er een handgeschreven kaartje in te vinden dat belachelijk lang onderweg is geweest.

Neem je loopschoenen mee, waar je ook heen gaat. Lopen op verplaatsing is altijd een verrijking, ook als je gewoon bij vrienden gaat logeren. De veldweggetjes en het asfalt op een ander ogen net dat tikje pittoresker dan je eigen platgetreden paden. Zelfs als je niet de kans hebt om een looprondje te maken, dan kunnen loopschoenen hun nut bewijzen als comfortabel schoeisel.

IMG_5427b

Bak eens een cake, bijvoorbeeld een frisse citroencake volgens mijn eigen recept. Meng 120 gram gesmolten boter met 3 eieren. Voeg er 250 gram suiker aan toe en het sap van één citroen. Wie echt fancy wil zijn, gaat natuurlijk ook voor wat citroenzeste. Goed roeren tot een homogeen mengsel. Voeg 250 gram (spelt)bloem toe en 2 theelepels bakpoeder. Tot slot maakt 250 gram plattekaas het deeg compleet. 50 à 55 minuten de oven in op 180 °C. Smakelijk!

Maak eens een wandeling in je eigen buurt en loer eens – subtiel – bij de buren binnen (zij doen dat namelijk ook bij jou). Ik voel me altijd meer verbonden met mijn dorp als ik er doorheen wandel. Zo kwam ik tot de vaststelling dat mijn buurt wordt getypeerd door poorten en rolluiken: ieder voor zich op z’n lapje grond, lekker Vlaams. Maak ook eens foto’s van je buurt, bij voorkeur tijdens golden hour. Je zal ervan versteld staan hoe Instagram-proof je (al dan niet spreekwoordelijke) achtertuin blijkt te zijn en als dat niet zo is, heeft ook dat weer z’n charme.

Hou het veilig en neem je mondmasker mee. De coronacijfers doen het op alle vlakken goed, maar enige voorzichtigheid is nog steeds op z’n plaats. Gebruik je verstand. Als we dat allemaal blijven doen, komt er echt een dag dat corona ons leven niet meer bepaalt.

Maak er iets moois van deze zomer!

IMG_5423b

Het moment – Een memorabele 51 km

Er was eens een loper. Ze woonde in een charmant dorp zonder bos en wilde graag eens 51 kilometer lopen. Om haar missie te volbrengen riep ze de hulp in van vijf andere lopers, zeven fietsers, een handvol toegewijde supporters en een hond. Na 51 kilometer bereikte ze haar doel. Ze leeft hopelijk nog lang en gelukkig.

Om lang te lopen kan je maar beter kinderlijk naïef zijn en uitgaan van het meest gunstige scenario. Niet denken aan beren op de weg in de vorm van verzuring, buikkrampen en klopjes in alle soorten en maten. Over het hoe en waarom van die 51 kilometer vertelde ik al eerder. Een doel hebben is leuk omdat je ergens naartoe kan leven. Zaterdag rustdag, zondag duurloopdag: dat was het plan. Zaterdag deed ik dus niet veel. Ik dronk veel water, at een stapel boterhammen en las veel pagina’s. Zondag 16 mei ging de wekker om 5u30. Wie lang wil lopen, moet vroeg opstaan. Er stonden nog eens havermoutpannenkoeken op mijn ontbijtmenu. Nadat ik die met smaak had weggewerkt, begon het aftellen. Om 9u stipt zou ik namelijk beginnen aan mijn ultra-vriendenloop en aangezien de betrokkenen mijn live-locatie konden volgen, kon ik niet ongemerkt vroeger starten. Ik had me dus strikt aan het opgegeven tijdsschema te houden.

KNTW2652

Twee minuten voor de start stond ik klaar aan de kerk in mijn dorp. Daar was helemaal niks te beleven. Ik denk dat het slechts zelden gebeurt dat iemand er al gierend van de adrenaline selfies staat te maken in een provisoir startvak. Het weer zat alleszins mee. Ja, dit moest en zou onze dag worden! Om 9u stipt ging ik van start. Traditiegetrouw liep ik mijn eerste kilometers zogezegd ingehouden, maar eigenlijk veel te snel. Ik zou 18 kilometer alleen lopen via mijn woonwerkloopverkeer. Omdat die kilometers grotendeels off-road liepen, beschouwde ik ze als een niet te onderschatten onderdeel van mijn loopavontuur. Bovendien had ik niet echt rekening gehouden met de wind die mij in het vizier kreeg tussen de velden. Op zo’n momenten zit de wind altijd tegen. Ik was dan ook heel blij toen ik na een solo van anderhalf uur een eerste gezelschapsloper kreeg: niemand minder dan mijn jeugdvriendin Elizabeth. Na een pittige verhuismaand had zij toch de energie gevonden om wat kilometers mee te draaien. Ook jeugdvriend Rembert voegde zich bij ons en natuurlijk was er ook mama op de fiets. Ik vergat helemaal dat ik al een halve marathon gelopen had.

ADAG8737

De sfeer in mijn privé-peloton was zo goed dat ik de route wat uit het oog verloor, net op een punt waar ik wat minder thuis was. We zouden namelijk langs Murielle lopen, maar ik miste een afslag, waardoor we een stukje moesten freestylen en zelfs teruglopen om Murielle op te pikken. Inmiddels sloeg de verhuisvermoeidheid toe bij Elizabeth, maar wie haar een beetje kent (ik dus), weet dat zij een opper-bikkel is die blijft gaan. Met drie vriendjes en een mama liep ik dus richting Parkpoort. Vanaf daar liep ik alleen verder met Murielle. We passeerden langs een enthousiaste Pieter-Jan en Joost, die met de ramen wijd open een stevige beat door de Leuvense straten lieten weerklinken. Het was duidelijk dat zij ervaring hebben met de muzikale ondersteuning bij loopevenementen. Wat verder sloot Marike zich fietsend aan en ging het verder richting Arenberg in Heverlee. Heel vertrouwd terrein, aangezien het vijf jaar mijn (loop)habitat geweest is. Mijn geliefde Heverleebos lieten we links liggen en dan was het alweer tijd om afscheid te nemen van Murielle. Ik vervolgde mijn route langs mijn oude straat in Heverlee. Nog bekender terrein dus. Zo bekend dat ik vergeten was dat je daar anderhalve kilometer lang stevig omhoog loopt. Mijn onvermijdelijke pré-30km-klop was een feit. Ik voelde wat buikkrampen, besefte dat ik nog een heel eind te gaan had en ik wist: ja, dit is duurlopen.

OFIQ2468

Ik moest nog een halve marathon rond kunnen draaien, dat lukte wel, maar toch: het deed pijn. Heel raar is dat niet. Ik lijk dat onderdeel van duurlopen echter altijd wat te vergeten. Gelukkig kon ik de Sigarenberg in Herent – sinds de Everestprestatie van Seppe ook wel Mount Odeyn genoemd – redelijk gezwind naar beneden lopen. Langs de spoorweg ging het verder richting Vaart. Terwijl we een eerste (en enige) buitje over ons heen kregen, begon ik af te tellen naar het gezelschap van fris lopersbloed. Een nieuwe lichting lopers diende zich namelijk aan: niemand minder dan Roos en papa. In hun gezelschap liep ik al ettelijke kilometers, zag ik al behoorlijk wat sterretjes en stierf ik zelfs al meerdere doden. Het deed me echter plezier om weer langs de Vaart, mijn Vaart, te lopen: een stuk asfalt waar ik honderden duurkilometers liep. Toen Seppe nog een stukje meefietste waren we plots als gezin compleet. Wat een verrassing!

NYIO6640

HOIO6508

Zo gezellig als het klinkt, zo lastig had ik het wel. Dat familieloopje voelde allesbehalve aan als een koffiekransje in intieme kring. Ik had er ondertussen een kilometer of 38 opzitten en ik stelde mezelf oprecht de vraag waarom ik niet “gewoon” een marathon had kunnen lopen, want dan was ik er nu bijna. Die 9 kilometer die ik langer zou lopen, leken een marathon op zich. Ik had beter moeten trainen, dat schoot meermaals door mijn hoofd. Onzin natuurlijk, want ik liep nog altijd een stevig tempo aangezien ik mijn marathon kon afklokken op 3u43. De lange staart die de marathon kreeg, kostte me steeds meer energie. Ik keek reikhalzend uit naar mijn laatste supportersclub: An, Wim, Lieselore, Reinout én Milo. Na de ellendige kasseien in Wakkerzeel met 47 kilometer op de teller zag ik hen: hyper-enthousiast en extreem aanmoedigend met gepersonaliseerde opschriften en al! Dit was wat ik nodig had om die 51 kilometer af te haspelen. De laatste loodjes deden pijn, maar desondanks kon ik genieten van het mooie gezelschap dat ik rond me had. Aan de finish in Rotselaar stonden Niko, Peter, Leah en mijn eigen peter Mark. Jawadde zeg, een looptocht van 51, 14 kilometer in 4u33. De zon scheen, de vlaggetjes hingen uit en ik was een tevreden mens.

TZSR1037

Lopen blijft een eenvoudige en veelal eenzame bezigheid. Juist daarom hou ik er zo van en kon ik ook eens zo hard genieten van die hele entourage rond mij. Op zondag 16 mei was lopen een teamsport. Mijn vriendenloop bracht me meer dan verwacht. De beleving was intens, de ontroering eens zo groot. Het was een moment om stil te staan bij het feit dat ik al zeven jaar een afstandsloper ben. Zeven jaar van gaan-gaan-gaan, van pieken en dalen, soms aan mezelf voorbij lopen, maar bovenal lopen met hart en ziel. Ik loop nu meer dan ooit omdat ik er gelukkig van word. Ik loop ook omdat ik er anderen mee hoop te inspireren: dat je niet moet voldoen aan een slankheidsideaal om een duurloper te zijn, dat je moet durven dromen en dat je soms gewoon moet doen. Ik besef dat ik dankbaar moet zijn omdat ik een lijf heb dat dit fysiek aankan. Ik besef dat ik deze loper geworden ben dankzij een bende lieve mensen om me heen, die me niet alleen steunen, maar ook blij zijn als ze deel kunnen uitmaken van mijn dromen. Een dikke merci is hier dus op zijn plaats: voor zij die erbij waren, voor zij die vanop afstand en van thuis uit hebben meegeleefd. Voor mijn trouwe lezers en mijn volgers. Jullie zijn de beste!

XHLJ2131

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.

Loperspraat – 46 kilometer functioneel loopplezier

Het is nog steeds dik aan tussen de steenweg en mij. Die twee uur per werkdag dat ik op mijn fiets zit, zijn helemaal van mij. Of toch van mij en de steenweg. Als loper stond het echter al lang op mijn wensenlijstje om eens naar of van mijn werk te lopen. Het huidige deeltijdse lessysteem biedt ook meer mogelijkheden om al lopend woonwerkverkeer af te haspelen. Ik moet elke dag op school zijn, maar heb wel meer tijd om me van en naar het werk te begeven en daar, desgewenst, van te recupereren. Zo gebeurde het dat ik vorige week in twee etappes 46,12 kilometer liep binnen een tijdspanne van 25 uur. Woensdag fietste ik naar school en liep ik naar huis, donderdag maakte ik de omgekeerde beweging: twee functionele en bijzonder plezierige duurlopen.

Waarom zou je nu 23 kilometer van je werk naar huis lopen en de dag nadien nog eens hetzelfde in de andere richting? Om te beginnen omdat het een uitdaging is. Een kans om in deze bizarre periode nog eens positieve spanning te ervaren, ergens naartoe te leven en uit het normale alledaagse te breken zonder jezelf of anderen in gevaar te brengen. Om nog eens iets zots te doen dat ergens ook nuttig is en waar helemaal niemand last van heeft. Ik zweer al jaren bij zondag duurloopdag, maar ik besefte dat duurlopen tijdens de week ook zo gek niet is. Je werkt een hele week, dat is vermoeiend, en als je dan in het weekend kan uitrusten ga je op zondagvoormiddag een paar uur lopen, dat is ook vermoeiend. Er valt dus iets voor te zeggen om tijdens de week kilometers te maken en rust te nemen in het weekend. In mijn hoofd was deze onderneming kortom pure logica.

IMG_4596b

IMG_4599b

Duurlopen als volwaardig vervoermiddel vergt echter wel wat voorbereidingen. Ik moest bijvoorbeeld een route bedenken. Toegegeven, het heeft door mijn hoofd geflitst om simpelweg over de steenweg te lopen (“slechts” 20 kilometer en bekend terrein). Als eenzaam lopertje zou ik me wel erg kwetsbaar voelen en de kans onbenut laten om het onbekende terrein achter de steenweg te verkennen. Na een uitgebreide studie van de omgeving in kaartvorm, kwam ik tot de conclusie dat ik de spoorweg, die parallel loopt met de steenweg, als oriëntatiepunt kon gebruiken. Ook bagage-gewijs moest ik goed nadenken wat ik woensdagochtend op de fiets meenam en op school zou achterlaten én wat ik zeker in mijn looprugzak mee naar huis moest nemen. De juiste sleutels waren vooral onontbeerlijk: woensdag moest ik in mijn huis kunnen en donderdag op school in de douche om presentabel voor de klas te kunnen staan. 

Over de beleving van mijn woonwerkloopverkeer kan ik kort zijn: mannekes, wat was het mooi en wat heb ik er intens van genoten! Wonder boven wonder verliep ook mijn improvisoire oriëntatie zonder enig probleem. Ik keek mijn ogen uit en liep over charmante kasseistroken, zomerse zandweggetjes en holle wegen. Ik kwam in dat niemandsland amper mensen tegen en juist daarom leek het onwezenlijk dat dit woonwerkverkeer was. Meermaals zei ik tegen mezelf (hardop, zo ben ik wel) dat ik echt een gelukzak was dat ik dit mocht en kon doen. Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn looptocht moeiteloos verliep. De eerste etappe was het behoorlijk warm en dat voelde ik toen ik thuis aankwam. Dorst, dorst, dorst. De tweede etappe viel nog beter mee dan ik had durven hopen. Ik bespeurde amper stijfheid in mijn benen en ik liep zelfs wat sneller dan de dag voordien. Omdat het toch wel even geleden was dat ik nog 20 kilometer liep, had ik niet durven hopen dat ik twee keer na elkaar vlotjes 23 kilometer ruim binnen de 2 uur kon afwerken. Nog maar eens een bevestiging dat de duurloopmodus een soort van tweede natuur geworden is. 

De vermoeidheid die ik op school amper leek te voelen, sloeg wel dubbel en dik toe op de terugweg donderdag met de fiets. Het leek alsof elke meter voorbij kroop. Ik voelde me een slak die in plaats van een huisje een zware fiets moest meesleuren. Al zuchtend, droomde ik van vrij en blij door velden te lopen en hoe ik dan veel sneller thuis zou zijn. Ik wierp vol verlangen een blik op mijn geheime wereld, waar ik zo nu en dan een glimp van kon opvangen, achter de steenweg. Ik fiets graag, echt graag, maar lopen dat is het pure geluk.  

IMG_4592b

Loperspraat – Het verraderlijke hart

Ik vind het soms een akelige gedachte dat mijn hart non-stop aan het werk moet blijven en dat ik het quasi dagelijks vraag om een bijkomende inspanning te leveren. Het is daarvoor gemaakt, dat weet ik wel, maar toch vind ik het confronterend om stil te staan bij de kwetsbaarheid die uitgaat van dat ene orgaan. Gelukkig heb ik vooralsnog geen redenen om te denken dat mijn hart het gaat begeven. Twee jaar geleden werd ik medisch binnenste buiten gekeerd toen ik in het ziekenhuis belandde met een longembolie: dat hart van mij werd na tal van onderzoeken helemaal goedgekeurd. Sinds ik met een sporthorloge loop (nu zo’n 6,5 jaar) heb ik ook altijd met een hartslagmeter gelopen. Inmiddels is de Garmin Forerunner 230 mijn trouwe metgezel tijdens loop- en fietstochten, steeds met een klassieke hartslagband rond de borst. Het laatste half jaar liep ik echter zonder hartslagmeting en dat bracht met tot enkele inzichten.

Ik vond het aanvankelijk razend interessant om me bezig te houden met de cijfers en getallen die mijn GPS-horloge en hartslagmeter op mij afvuurden. Het werd daarom een gewoonte om altijd met die hartslagband te lopen. Halverwege november vorig jaar liep ik voor het laatst met een hartslagmeter. Simpelweg omdat die het niet meer deed, ook niet met een nieuw batterijtje. Vroeger zou ik meteen een nieuwe hartslagband hebben gekocht. Ik zou het gevoel hebben gehad dat ik bij elk loopje zonder hartslagmeting cruciale informatie miste. Maar kijk, ik ben geëvolueerd als mens en als loper en in een competitie-luwe periode leek het me niet noodzakelijk om bij elk loopje mijn hartslag te meten. Ik heb minder behoefte aan die uitgebreide cijfers. Bovendien heb ik ook het idee dat die cijfers me steeds minder vertellen.

Dat brengt me dus bij de vraag in welke mate mijn hart mezelf nog verraadt om het met Edgar Allan Poe’s The Tell-Tale Heart (in het Nederlands vertaald als Het verraderlijke hart) te zeggen, een kortverhaal dat iedereen trouwens moet lezen omdat het én een klassieker is én heel kort én heel akelig zoals alleen Poe dat kan. Het verhaal gaat over een hart dat door stevig te kloppen een menselijke daad verraadt. Ik kwam tot de conclusie dat mijn hartslag de laatste jaren weinig uitschieters kent. Als ik tijdens trainingen wat dieper of sneller ga, is mijn gemiddelde hartslag logischerwijze wat hoger, maar de marge waar die zich binnen beweegt is beduidend kleiner geworden. Vroeger kon mijn hartslag ook variëren tijdens “gewone” loopjes en vertelde die me dus wanneer ik wat vermoeider was. Nu kan ik bij wijze van spreken per looprondje voorspellen wat mijn gemiddelde hartslag zal zijn, ongeacht de omstandigheden. Ook dat is niet onlogisch. Het wijst erop dat ik jaar na jaar een steeds betere basisvorm kreeg en dat mijn hartslag sneller daalt nadat ik diep ben gegaan.

Een zelfde evolutie zie ik ook bij mijn marathons: mijn gemiddelde hartslag zakt beetje bij beetje, terwijl ik steeds sneller loop. Mijn laatste marathon (de suikermarathon) liep ik met een gemiddelde hartslag van 142. De omstandigheden mochten dan wel redelijk ideaal zijn (geen stress en fris loopweer), ik liep die marathon nog steeds behoorlijk snel over een behoorlijk pittig parcours. Tijdens de CPC Loop waar ik vorig jaar mijn record verbeterde op de halve marathon had ik dan weer een gemiddelde hartslag van 165: stevig, maar niet abnormaal als je ruim anderhalf uur echt diep gaat.

Ik heb nooit specifiek volgens bepaalde hartslagzones getraind. Uiteindelijk denk ik dat als je verantwoord lange afstanden wil lopen het er op neer komt dat je gevarieerd én met plezier moet trainen. Al ben ik ook niet volledig immuun voor cijfers en waarden. Het grootste voordeel van lopen zonder hartslagmeter is dan ook dat mijn Garmin me niet meer vertelt wat mijn VO2-max en hersteltijd zijn: geschatte waarden die me meer beïnvloedden dan ik zou willen. Al weet ik dondersgoed dat ze gebaseerd zijn op je snelheid en gemiddelde hartslag, maar dat ze verder amper rekening houden met individueel afgestemde parameters. Het komt er dus op neer dat Garmin de boel heel wat rooskleuriger voorstelt. Zo zou ik volgens mijn horloge een marathon kunnen lopen in 2u46. Nog eventjes doortrainen en ik zou me dus kunnen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Om maar te zeggen dat je de raceprognoses met een heel grote korrel zout moet nemen.

Ik denk dat mijn hartslag vooral verraadt dat ik al enkele jaren een gedreven loper ben. Een hartslagmeter beschouw ik dan ook als een handig instrument om over een langere periode te kijken hoe mijn basisconditie zich ontwikkelt. Voor prestaties waar ik naartoe werk, wil ik ook graag weten met welke gemiddelde hartslag ik ze gelopen heb. Om die reden ben ik van plan om snel weer een hartslagmeter aan te schaffen, want jawel: ik broed op leuke sportieve ideeën voor de korte termijn. Laat dat hart van mij dus maar vrolijk verder kloppen.