Marathonpraat – Waarom het EK-goud van Koen Naert zo hard blinkt

We beleven niet alleen zonnige hoogdagen, maar ook sportieve. Wat een zomer! Onze nationale voetbalploeg beet de spits af en zorgde voor een overdaad aan tricolore vlaggen, gadgets en tous ensemble. Geraint Thomas won verrassend genoeg een boeiende Tour de France die ontsierd werd door asociaal supportersgedrag. Op de Europese Kampioenschappen volgde voor ons land het ene sportieve hoogtepunt na het andere. Nafi Thiam, de Belgian Tornados (4x 400 meter), Kevin en Jonathan Borlée en de immer sympathieke Bashir Abdi zorgden voor maar liefst vijf medailles in de atletiek. Marathonloper Koen Naert voegde daar gisteren een gouden medaille en Europese titel aan toe.

Het zal niet verbazen dat ik een boon heb voor de lange afstandslopers. Gentenaar Bashir Abdi nam afscheid op de 10.000 meter met een zilveren medaille. Hij wil zich volledig toeleggen op de langste afstand nadat hij in april dit jaar zijn marathondebuut maakte in Rotterdam. Hij kwam daar ten val vlak na de start, maar schudde toch nog een fenomenale 2:10:43 uit zijn benen: de 9e beste tijd ooit door een Belg gelopen. Dat belooft voor de toekomst! Gisteren was het dus aan Koen Naert om zich te meten met de Europese top en te strijden voor de medailles op de marathon in Berlijn. Hij zette de race volledig naar zijn hand en zegevierde met een persoonlijke recordtijd. Een prestatie waar ik niets dan bewondering voor kan hebben.

DSC03238
De finishlijn lag aan de Gedächtniskirche op Kurfürstendamm.

Koen Naert was tot 2015 verpleger in het brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek. Tot dan combineerde hij zijn sport met een fulltime job, nachtdiensten inbegrepen. Vlak na de aanslagen in Brussel sprong hij zijn collega’s vrijwillig bij. Hij studeert nu opnieuw: een postgraduaat wondzorg en weefselherstel. Na zijn sportcarrière wil hij immers terug aan de slag gaan als verpleger. Naert kreeg geen topsportcontract bij de Vlaamse federatie, maar bij de Waalse. Ik schreef al over topsport als beroep en de grote opofferingen die dan gemaakt moeten worden. Geld is zelden de drijfveer van een topatleet. De meeste topsporters in ons land kunnen amper leven van hun inkomen, voor Naert is dat niet anders. De passie voor zijn baan als verpleger maakt er hem alleen maar een knappere atleet op.

Vorig jaar liep Naert zijn snelste marathon in Rotterdam. Hij kwam toen over de finish in 2:10:16. Gisteren liep hij in Berlijn pas zijn 7e marathon als topsporter. Zijn schitterende 2:09:52 was meteen goed voor de 2e snelste marathon ooit door een Belg gelopen. De straten in Berlijn vormen het snelste marathonparcours ter wereld. Dennis Kimetto vestigde er in 2014 het nog steeds heersende wereldrecord van 2:02:57. Gisteren waren de omstandigheden echter minder gunstig. De temperatuur steeg tot ver boven de 20 °C en het parcours bevatte meer bochten dan het traditionele parcours van de race die in september wordt gelopen. Naert schreef met andere woorden sportgeschiedenis en had daar geen ideale omstandigheden voor nodig.

Tot slot is er nog de manier waarop Naert de titel binnenhaalde. Hij geloofde in zijn eigen kunnen en wist dat de titel een mogelijkheid was. Met dat besef liep hij ook zijn wedstrijd. Tot kilometer 30 hield hij zich schuil in de groep der favorieten. Toen die uiteen viel en Naert met de Zwitser Abraham en de Italiaan Rachik vooraan liep, zette hij een versnelling in op 10 kilometer voor de finish. Als je weet dat een marathon doorgaans wordt beslist in de laatste 2 à 3 kilometer, dan is dat een heel gedurfde aanval. Naert ging uit van zijn eigen kracht, liep met lef en kreeg geen inzinking. In de laatste rechte lijn kon hij nog een Belgische driekleur bemachtigen die hij vervolgens ook nog op de juiste manier om zijn schouders sloeg. Hij had uiteindelijk ruim anderhalve minuut voorsprong op Abraham. De marathon kan met andere woorden wel een sensationele wedstrijd zijn.

IMG_2714
De laatste kilometer van de Berlin Marathon loopt over de Pariser Platz, vlak voor de Brandenburger Tor.

Ik heb genoten van de atletieknummers op deze overkoepelende Europese kampioenschappen, maar ook van de gemengde triatlonaflossing (brons voor de Belgian Hammers) en de wielerwedstrijd op de weg (brons voor Wout Van Aert). Dat overkoepelende concept wekte bij mij in ieder geval een Olympische Spelen-gevoel op. Duimpje omhoog dus. De volgende sportieve afspraak in Berlijn is op zondag 16 september: dan wordt de 45e Berlin Marathon gelopen. De Keniaan Eliud Kipchoge zal weer een gooi doen naar het wereldrecord. Vorig jaar regende het en strandde hij op 35 seconden van Kimetto’s chrono. De Berlin Marathon is integraal te volgen via de Duitse televisie: gewoon kijken.

De race – Great Breweries marathon – juni 2017

  • De cijfers: marathon nr. 6, gefinisht in 3:27:53 – goed voor een 2e plaats
  • De voorbereiding: ik kon nog teren op mijn vorm van de Paris marathon
  • De race: met 30 graden was het veel te warm en ook wel een beetje saai
  • De herinnering: mijn podiumplaats en de kennismaking met Tripel Karmeliet
IMG_0951b
These shoes are made for running.

Wat vooraf ging
In april liep ik de marathon van Parijs. 10 weken later stond deze marathon op het menu, een tussendoortje zeg maar. Het zat namelijk zo: december 2016 was op meerdere vlakken een donkere maand. Op een avond kreeg ik de aankondiging van dit evenement in mijn mailbox. Ik had mooie herinneringen aan de 25 km wedstrijd die ik er in juni liep. Andere mensen vliegen op zulke momenten misschien in de drank of boeken een reis naar een exotische bestemming. Ik schreef mij impulsief in voor de marathon (wel een biermarathon). Het idee was om er in Parijs helemaal voor te gaan en de Great Breweries marathon puur voor het plezier te lopen. 10 weken recuperatietijd zou volstaan. Bovendien zou ik dan trager kunnen lopen en bewust een einde maken aan steeds snellere marathons lopen. Een winwin-situatie dus. In mijn hoofd zou het echt één groot loopfeest van begin tot einde zijn.
Helaas stond ik ook nu weer gehavend aan de start. Net zoals in april was ik tegen de grond gegaan in het bos, zo’n 5 dagen voor de marathon. Ik was aan een lage snelheid gevallen, maar wel op een venijnig kiezelweggetje. Behoorlijke schaafwonden op mijn linkerscheenbeen en -knie waren het resultaat. Weer wat krassen op de carrosserie erbij dus. Schoonheidsprijzen zal ik nooit winnen met die benen. Een marathonprijs blijkbaar wel.

Vlak voor de start
De startzone ligt aan de Duvel-brouwerij in Puurs. Met ruim 800 deelnemers is dit een eerder kleine marathon die bovendien nog redelijk dicht bij mijn voordeur vertrekt. Ik ben nog nooit zo ontspannen geweest voor een marathonstart. Er hangt een heel gemoedelijke sfeer aan de brouwerij. Je kan stressloos wachten tot het startschot klinkt omdat je nergens moet aanschuiven en niet abnormaal vroeg in het startvak moet gaan staan om een goede plaats te bemachtigen. Het enige wat me wat angst inboezemde, was de temperatuur die volgens de voorspellingen tot boven de 30 graden zou stijgen. Je moet geen kenner zijn om te beseffen dat dat eigenlijk veel te warm is om uren te lopen. Geen zotte dingen doen, petje op en zonnecrème smeren was dus de boodschap.

IMG_0873
Luxe is… wachten in een gepersonaliseerde strandstoel.

De race
De Great Breweries marathon loopt door drie provincies en drie brouwerijen. Ik vertrok om 9u15 vol goede moed richting Londerzeel. Een stadsmarathon heeft doorgaans een indrukwekkende start met boeiende eerste kilometers. 10 weken geleden liep ik over de Champs-Elysées, nu door een woonwijk in Breendonk. Op zondagochtend zitten de meeste mensen pistolets te eten in familiale kring (begrijpelijk). Er was dan ook niet veel animo langs het parcours. Gelukkig is het wel een heel groene streek en heeft het parcours ook enkele off-road stroken. Die lopen niet snel, maar bieden wel een welkome afwisseling. Rond kilometer 10 kwam ik aan bij de brouwerij van Palm in Steenhuffel. Ik liep de oprit van de brouwerij op met langs weerszijden de kenmerkende Palmpaarden die daar staan te grazen, om dan letterlijk door de brouwerij te lopen. Toen volgde een heel lang saai stuk, waar ik helemaal alleen liep.

Ik hoor jullie al denken: waren haar trouwe supporters er dan niet? Natuurlijk wel! Mijn persoonlijk assistentieteam op de fiets, bestaande uit mijn mama en zus Marike. Ik was heel blij toen ik nog eens een mens zag na ruim een uur lopen. Het fijne aan een kleinere marathon is dat zij veel stukken met mij konden mee fietsen. Afleiding is goud waard. Door de warmte en de kleine massa was ik niet overdreven snel gestart en liep ik op schema voor een tijd onder de 3u30. Warm of niet, ik zou dit wel kunnen vasthouden. Na het halfway point kwam een schaduwrijk stuk door het bos. Een verademing! Ondertussen wist ik ook dat ik als tweede vrouw in de wedstrijd liep en dat nummer 3 me niet op de hielen zat. De derde brouwerij die ik mocht bezoeken, was die van Bosteels in Buggenhout rond kilometer 26. Ik had hier veel van verwacht, maar het is een bijzonder kleine brouwerij, waar ik dus net zo snel weer uitliep als ik erin was gelopen. Van de laatste 12 kilometer herinner ik me vooral dat het warm was en stoffig op de veldweggetjes. Het was zwaar, maar ik kon mijn tempo wel aanhouden. Ik prijsde me erg gelukkig dat mijn team tot bijna op het einde kon mee fietsen. De aankomst kwam dan ook niets te vroeg: na het betere bochtenwerk in en rond de Duvel-brouwerij liep ik als tweede vrouw over de finish in 3:27:53. Nog altijd een heel snelle tijd voor een marathon in tropische temperaturen. Ik was bovendien in mijn missie geslaagd om mijn record niet te verbeteren. In vergelijking met Parijs voelde ik dan ook geen greintje teleurstelling.

IMG_0877
#nofilterneeded

Het nadeel van in de prijzen vallen, is dat je moet wachten op de podiumceremonie. Het voordeel is dus dat je een prijs krijgt. Ik werd gelauwerd met een prachtige (ahum) glazen troffee, een boeket bloemen en het mooiste van al: vier flesjes Tripel Karmeliet met bijhorend glas. Samen met het degustatiepakket dat elke deelnemer krijgt, ging ik dus met een behoorlijke buit naar huis.

De conclusie
De Great Breweries marathon of 25 km is een heel gezellige wedstrijd. Een ideale marathon voor lopers die juist niet van de grote drukte houden. Het parcours is zo nu en dan letterlijk hobbelig, maar wel groen. Een marathon in juni betekent sowieso te warm weer om te lopen. Je moet dan ook geen toptijd verwachten. Door de brouwerijen lopen is een belevenis. De organisatie plaatst ook informatieve en ludieke borden met biergerelateerde spreuken langs het parcours. Zo wordt er bijvoorbeeld aangeduid wanneer je langs de rijpende hop voor het Palm-bier loopt. En wie wordt er nu niet vrolijk van: A run is like a beer, I’m much happier after I’ve had one? Je kan het parcours ook al wandelend afleggen en krijgt dan de kans om op enkele bevoorradingsposten bieren te degusteren. Kortom een mooie promotie voor onze Belgische bieren!

IMG_0881
Wat een weelde!

Enkele weetjes

  • Roos liep die dag de 25 km wedstrijd. Ze finishte in een knappe 2:10. Op voorhand had ze echter weinig vertrouwen in haar eigen kunnen: Ik maak me meer zorgen om mijn eigen wedstrijd dan om jouw marathon.
  • Marike is op een gegeven moment ruim een kilometer terug gefietst naar een bevoorradingspost om nog een beker water voor mij te halen. Mijn mama vond toen dat ze wel erg lang weg bleef en sprak de dramatische woorden We zijn haar kwijt!
  • Uiteindelijk is Marike wel gewoon met die beker tot bij ons geraakt, maar toen moesten we net over een hobbelige veldweg. Al haar moeite ten spijt bleef er na dat weggetje dus niet veel water in de beker over. Toch bedankt, zusje!
  • Tijdens de laatste kilometers stak ik een grote, atletisch gebouwde man voorbij. Volgens Marike mompelde die Sterk toen hij mij zag passeren.
  • Dankzij dit evenement leerde ik de fenomenale Tripel Karmeliet kennen. De brouwerij viel dan misschien een beetje tegen, maar dit is echt een Belgische delicatesse! Omdat dit mijn podiumprijs was, waan ik mezelf nog steeds een beetje de ambassadrice van dat bier. Ik word hiervoor tot op heden niet gesponsord.

Marathonpraat – Wijsheden #3

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Een duurloop moet een plezierloop zijn
Voor ik mijn eerste marathon liep met Roos kocht ik voor haar in de kringloopwinkel een boekje over de mythische afstand. Zoals wel vaker met spullen die je daar aantreft, deden zowel de lay-out als de taal van het boek vermoeden dat het al enkele decennia oud was en dat het dus niet voor niets was afgedankt. Dit handboek zou ons hoogstwaarschijnlijk niet gaan inspireren. De cadeauwaarde was dus veeleer symbolisch. Ik kan me weinig concrete lessen herinneren die we ervan opstaken, behalve dus dat een duurloop een plezierloop moest zijn. We namen dat overdreven letterlijk tijdens onze eerste duurlopen: op een dood moment moest iemand met een mop op de proppen komen, waar we dan allebei overdreven hard en luid mee moesten lachen. We wisten zelf ook wel dat de auteur op iets anders doelde. Inmiddels is dit voor mij een serieuze waarheid geworden. In de eerste plaats is het belangrijk dat je niet te diep gaat tijdens je duurlopen. Je moet op een aangenaam tempo lopen waarbij je dus nog een mop kan vertellen, als dat nodig zou zijn. Je moet nog kunnen praten en lachen zonder helemaal buiten adem te zijn. In de tweede plaats moet je duurlopen als een aangenaam – zo niet het aangenaamste – deel van de marathontrainingen beschouwen.

Je hoofd is je grootste kracht, maar ook je ergste vijand
Het is vooral de onderkant van je lichaam die een marathon tot een goed einde brengt. Je benen en voeten hebben getraind, kilometers gedraaid, af en toe eens serieus afgezien, eelt gekweekt en misschien een blaar. Je romp en armen zwiepen mee op het aangegeven tempo. Met wat verbeelding trekken je armen je lichaam vooruit. Je hoofd an sich doet helemaal niets. Het kijkt voor en rondom zich heen. In tegenstelling tot andere sporten vraagt lopen amper tactiek, laat staan spelinzicht. De eentonigheid van de inspanning belet je bovenkamer niet om op volle toeren te draaien. Probeer die hersencapaciteit positief in te zetten. Bekijk de marathon per 5 kilometer, bedenk wanneer je zal drinken en waar je supporters zullen staan. Put kracht uit je motivatie. Laat je meedrijven door de aanmoedigingen. Zoek afleiding in wat er rondom je te zien is. Je mag je hoofd niet de ruimte geven om te spreken als het duiveltje dat op je schouder zit, want dan krijg je te maken met je ergste vijand. Te veel aandacht besteden aan hoe ver je nog moet lopen, kan je een mokerslag opleveren. Negatieve gedachten kunnen ook nefast zijn voor je benen. Het is dus de kunst om je mentale kracht positief uit te buiten en een zekere focus te behouden.

Pain is inevitable, suffering is optional
Dit is een klassieker die je op menig loopgerelateerde website zal terugvinden. Ja, het is helemaal waar: een marathon lopen doet pijn. Hoe goed je ook getraind hebt, of je er nu 2 of 5 uur over doet: pijn hebben is onvermijdelijk. Denk hierbij aan spierpijn die zich langzaam verspreidt en vastzet in je bovenbenen en kuiten. Pijn die met elke kilometer een klein beetje erger kan worden, maar wel gewoon pijn die je kan verbijten. Pijn die soms ook goed te overzien is en niet verergert. Afzien daarentegen is optioneel, het is een mogelijkheid. De vraag is of je zelf kiest voor die optie. Een hoofd dat tegenwerkt vol kwellende gedachten kan ervoor zorgen dat pijn uitmondt in afzien. Dan zou je het afzien als het ware over jezelf hebben afgeroepen. De waarheid is dat je dat niet altijd in de hand hebt. Soms wordt een marathon plots serieus afzien, ongeacht je positieve ingesteldheid. Het is een gevoel dat je als een donderslag bij heldere hemel kan overvallen. Ik noem dat de lichten die uitgaan. Ook dat is niet noodzakelijk een eindstation of snelweg richting de afgrond. Mits je de schakelaar tijdig vindt, kunnen de lichten heus weer gaan branden. Ze zullen misschien een beetje meer gedimd zijn. Ga er dus op voorhand niet van uit dat je zal afzien en als het wel zo is, dan is ook dat niet onoverkomelijk.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Marathonpraat – Wijsheden #2

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Al is het begin nog zo snel, de marathon achterhaalt hem wel
Om er meteen nog een ander gezegde tegen aan te gooien: seconden die je in het begin te snel loopt, worden minuten die je op het einde verliest (eveneens met dank aan Dirk). Rustig starten is heel erg moeilijk als marathonloper, maar oh zo belangrijk. Je loophonger is ontembaar, de adrenaline giert door je lijf en je wordt meegezogen door de massa. Je houdt je écht wél in, maar je tussentijden tonen duidelijk anders aan. Geef jezelf maximum twee kilometer om veel sneller dan voorzien te lopen. Daarna moet je temporiseren. Volgens het meest ideale scenario zou je een negatieve split moeten lopen. Dit betekent dat je tweede marathonhelft sneller is dan de eerste. Je hebt je energie dan goed gedoseerd. De zogezegde winst die je in de eerste helft (of de eerste 10 kilometer) behaalt, leidt doorgaans tot een veel groter tijdverlies in de tweede helft. Bekijk het zo: je moet de eerste helft van je marathon niet lopen in een tijd die dicht bij je PR in de buurt komt, want je moet die inspanning veel langer kunnen volhouden. Kilometers 5 tot 10 loop je logischerwijze makkelijker dan kilometers 30 tot 35. Versnellen kan altijd nog. Desnoods leg je de laatste 2 kilometer af aan een moordend tempo. De marathon is lang genoeg om echt alles uit je benen te lopen.

Lopen is de snelste manier om de finish te bereiken, stappen brengt je geen stap verder
Vanaf kilometer 25 zie je aan de bevoorradingsposten steeds meer lopers stappen om te drinken. Hoe verder de marathon vordert, hoe groter de drang lijkt te worden om te stoppen met lopen. Het aantal stappers neemt dan ook gestaag toe, niet alleen bij de bevoorrading. Je bereikt hier helaas bijzonder weinig mee. Het is de logica zelve dat je de finish het snelst al lopend bereikt. Bovendien zal je de verzuring voelen opstijgen tot in je oorlel als je je opnieuw op gang wil trekken om te lopen. Een wandelpauze betekent tijd krijgen om elk pijntje te voelen en analyseren. Je zal je looptempo nooit kunnen opdrijven na een wandelpauze. Kortom: geloof je lichaam niet als het zegt dat alles weer beter zal gaan als je even stopt met lopen. Het is als een duiveltje dat op je schouder zit: negeer het en loop verder.

Het zit nooit allemaal mee, maar dat is ook geen ramp
Of je marathon eerder positief of negatief zal uitdraaien, wordt bepaald door een combinatie van heel veel factoren. Een goede voorbereiding is het allerbelangrijkste: gebalanceerde trainingen die naar wens verlopen, een doordacht voedingsplan en dito raceverloop. 100% garantie dat dan alles goed uitpakt heb je niet. Daarenboven zijn er ook bepalende factoren die je niet in de hand hebt. Het weer is daar het mooiste voorbeeld van. Je hebt liefst niet te veel wind, niet te veel zon en niet te veel regen. De kans dat aan al je wensen wordt voldaan is erg klein. Denk daarom niet dat je alleen een goede marathon kan lopen als alles meezit. Ik liep tot nu toe 8 marathons en er is maar eentje waarbij er niet echt iets tegenstak (Brussel oktober 2015). Dat was zeker niet de marathon die het beste (of snelste) verliep. Sterker nog, bij mijn beste marathonervaring (Brussel oktober 2017) zat er behoorlijk wat tegen: een gure tegenwind op een zwaar parcours, schoenen waar ik toch niet zo blij mee was, heel weinig ambiance langs de kant en het ergste van al: buikkrampen. Het heeft mij geleerd dat je als loper weerbaarder en sterker bent dan je soms zelf inschat.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Het boek – Een indrukwekkend verhaal van Klaas Boomsma

Ren voor je leven is één van de hardloopboeken waar ik het meest van opgestoken en genoten heb. De ondertitel is dan ook niet voor niets Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. Hardlopen is van groot belang voor journalist en hardloopbeest Klaas Boomsma. Hij begon ermee begon vlak voor z’n 37e verjaardag in een verslavingskliniek in Zuid-Afrika.

Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan alcohol en cocaïne. Hij slaagde erin om toch min of meer normaal te functioneren als redacteur. Omdat hij zijn werk nog kon beoefenen, zag hij zichzelf ook nooit als iemand met een probleem. Hij lag immers niet ergens in de goot te creperen. Juist daar ligt het grote probleem van de verslaafde: hij ziet zelf niet hoe zijn leven geruïneerd wordt door de constante drang naar drugs. Keer op keer probeert hij zelf komaf te maken met zijn problemen. Ook als hij te kampen krijgt met angstaanvallen denkt hij steeds weer dat hij de situatie de baas is. Een echte ommekeer komt er dus pas in een kliniek in Zuid-Afrika. Daar wordt hem ook gezegd dat een verslaving als een ongeneeslijke ziekte is, wat in zijn oren klinkt als een te gemakkelijk excuus voor zijn probleem.

Op een heel bevattelijke manier weet Klaas Boomsma uit te leggen wat een verslaving met iemand doet en hoe dat een aanzienlijk deel van zijn leven heeft gedomineerd. Hij zwaait nooit met een belerend vingertje omdat de insteek van zijn verhaal het hardlopen is en hoe dat ervoor heeft gezorgd dat hij zijn leven weer op de rails kreeg. Zijn verhaal ruikt nooit naar sensatiezucht. Klaas Boomsma beweert ook niet dat hardlopen dé oplossing is voor elke verslaving of elk probleem. Ren voor je leven is vooral een aangrijpend verhaal over de ontstaansgeschiedenis van een hardloper. Rennen maakte leven weer mogelijk. Met een enorme drive zet hij zijn eerste passen als hardloper.

Die gedrevenheid kenmerkt ook de marathonloper Klaas Boomsma. Hij liep intussen al heel wat marathons in scherpe tijden. Ik ben duidelijk niet de enige die op geheel eigen wijze begon te lopen. Bij Klaas Boomsma komt daar ook de verslaving om de hoek kijken: hij is al jaren clean, maar hardlopen wordt steeds dominanter in zijn leven. Meer en sneller zijn codewoorden. Hij blijft jagen naar die fel begeerde sub 3 tijd, een marathon lopen in minder dan 3 uur dus. Tot er een moment komt dat hij beseft dat hij zichzelf aan het voorbij lopen is. De schoonheid van hardlopen zit niet in snelle tijden en heroïsche prestaties. Het is een onbeschrijfelijk machtig gevoel dat je overvalt als je op zondag de deur uitgaat om een duurloop af te werken. Zoveel meer dan een runner’s high. Dit vond ik het meest herkenbare in zijn verhaal. Ik las het boek in volle marathonvoorbereiding in een periode dat ik ook heel erg zocht naar een goed evenwicht tussen jezelf continu vooruit drijven zonder dat het primaire loopplezier daar onder lijdt.

Klaas Boomsma’s stijl is rechttoe rechtaan. Zijn taal is raak en verbloemt niets. In het begin moest ik wat wennen aan die directe aanpak, net zoals aan het vlotte Hollandse taalgebruik. Al snel leek het echter alsof hij zich rechtstreeks tot mij richtte. Ik geloof Klaas Boomsma. Hij is een echte, authentieke mens van vlees en bloed. Dat lees je ook op zijn blog. Ik ben een trouwe volger en heb veel gehad aan zijn berichten waarin hij schrijft over zijn blessureleed en zijn voorbereidingen op de marathon in Leiden die hij in mei liep. Momenteel traint hij volgens een trainingsmethode waarbij je in de marathonvoorbereiding niet langer dan 14 km aan een stuk loopt. Hij blijft dromen en strijden voor zijn sub 3. Ambitie hoeft loopplezier niet per se in de weg te staan.

Doe jezelf een plezier en lees dit boek. Het is zonder meer een indrukwekkend verhaal dat iedereen kan inspireren: loper en niet-loper, man en vrouw, jong en oud.

Klaas Boomsma – Ren voor je leven. Een persoonlijk boek over wat hardlopen met jou kan doen. (Uitgeverij Prometheus 2017)

Marathonpraat – Het ontstaan van mijn marathondroom

In oktober 2014 werd ik een loper met een plan. Een groots sportief plan: ik zou in 2015 een marathon lopen. Ook nu ontstond dit idee uit een wisselwerking met mijn jongste zus Roos. In mei liepen we de 20 km van Brussel en dat bleek allesbehalve een eindstation te zijn van ons lopersleven. Van een opflakkering in sportiviteit was dus al lang geen sprake meer. Het was duidelijk: wij waren serieus gebeten door de loopmicrobe en we waren gedreven om onze sportieve grenzen nog wat te verleggen.

We trainden nog steeds volgens het principe dat je gewoon regelmatig moest lopen om beter te worden. Dat werkte. In augustus liepen we nog een 20 kilometer wedstrijd in Zaventem. Ik liep maar liefst een kwartier sneller dan in mei. Mijn broer Seppe won die wedstrijd trouwens en ook mijn vader was bij de snelle finishers. In oktober stond de halve marathon van Brussel op het menu. Dat parcours is in grote lijnen hetzelfde als dat van de 20 km. Je loopt wel een kilometer extra, maar de laatste kilometers gaan bergaf en de hoogtemeters van Ter Kamerenbos vallen weg. Mijn doel was om te finishen rond de 1:45. We waren deze keer zelfs voorzien van technologische hulpmiddelen. Onze meetapparatuur bestond uit een digitaal Casio horloge dat Roos leende van haar vriend Niko. Daar stond immers een chronometerfunctie op waardoor we dus konden timen hoe lang we onderweg waren. Met behulp van de kilometeraanduiding langs de weg hadden wij dus echt geen GPS-horloge nodig. Ik finishte uiteindelijk in 1:43:49. Missie geslaagd.

De halve marathon van Brussel is sowieso een aanrader, maar er wordt dan ook een volledige marathon gelopen. Beide afstanden hebben een indrukwekkende laatste kilometer over de Grote Markt en komen aan op De Brouckère. Ongeveer halverwege de halve marathon voegen de marathonlopers zich bij de lopers van de halve afstand op weg naar de finish. Zo zagen wij dus voor de eerste keer marathonlopers van dichtbij. Ik was onder de indruk. Dat was duidelijk het echte werk. Roos en ik bleven dan ook lang aan de finish plakken en we treuzelden op weg naar het station om ook die laatste marathonlopers aan te moedigen. Juist dat waren voor ons de helden van de marathon. Ze zijn het langst onderweg en vallen doorgaans niet binnen het prototype van de marathonloper. De strijd die zij hebben geleverd is er eentje op het hoogste niveau. Ik weet niet of wij het toen hebben uitgesproken, maar dat was wat wij ook wilden. Enkele weken later werden er concrete plannen gemaakt.

Uiteraard kregen wij hier ook weer het sportieve voorbeeld van mijn familie. Mijn broer was toen al een ervaren duursporter en duatleet. Hoe langer de wedstrijd duurt, hoe beter hij wordt. Als je een broer hebt die zo hard traint en zijn hand niet omdraait voor uren durende wedstrijden, dan verklaren ze je thuis ook niet voor gek als je een marathon wil lopen. Bovendien maakte mijn vader op 54-jarige leeftijd in september van dat jaar zijn marathondebuut in Ieper in een belachelijk snelle 3:28. Inspiratie op overschot dus binnen de eigen familiekring. Het was dan ook niet meer dan logisch dat mijn zus en ik groots durfden te dromen. Een droom die uiteindelijk werkelijkheid werd in mei 2015, slechts een jaar nadat we voor de eerste keer in ons leven 20 km liepen.

De race – Paris marathon april 2017

  • De cijfers: marathon nr. 5 en nog steeds mijn snelste in 3:21:23
  • De voorbereiding: ik was in topvorm, maar stond gehavend aan de start na een val in het bos
  • De race: ik vloog tot aan kilometer 25, toen sloegen de zon en het Bois de Boulogne genadeloos toe
  • De herinnering: het geweldige weekend in Parijs met mijn zussen en mama

IMG_2267

Wat vooraf ging
Parijs is mijn habitat, mijn Franse thuis. De marathon van Parijs lopen was dan ook een nieuwe droom die werkelijkheid werd. Uiteindelijk was mijn inschrijving een feit vlak voor ik mijn derde marathon zou aanvatten, ruim een jaar van tevoren. Heel snel zijn is namelijk de boodschap als je een (betaalbaar) startnummer wil hebben voor de tweede grootste marathon ter wereld, want jawel: dat is de marathon van Parijs met meer deelnemers dan pakweg Berlijn en Londen.

De marathon die voorafging aan dit avontuur was die van Brussel. Op dat zware parcours wist ik een 3:22 uit mijn benen te schudden. Ik beschouwde het dan ook als een evidentie dat ik met de bloedvorm waarin ik verkeerde beter zou doen in Parijs. Dit zou immers mijn vijfde marathon zijn en ik was er telkens in geslaagd om mijn PR bij te stellen. Hoogmoed komt voor de val, was bij mij ook letterlijk te nemen. Op vrijdagavond liep ik mijn laatste plezierloopje in het bos: te enthousiast en te voortvarend en zo ook hard tegen de grond op een grindpad. Zo gebeurde het dus dat ik op vrijdagavond getroost moest worden bij een bord pasta door mijn zus Roos, terwijl mijn zus Marike en mama al in Parijs waren. Het nadeel van op het punt staan een droom te realiseren is dat de stress die erbij komt kijken ook navenant is. Stress om alles tot in de puntjes in orde te hebben voor vertrek, stress om te presteren en vooral ook stress om te genieten van waar je al zolang naar uitkijkt. Het medisch rapport luidde als volgt: een gehavende linkerkant, zijnde schouder, hand, knie en scheenbeen. Slechts krassen op de carrosserie, als het dat maar was. Ik was bovendien in goede handen. Mijn zussen hebben niet alleen zalvende woorden, maar vooral ook gouden handen. En met je mama aan je zijde, zit je altijd goed. Bij de pakken blijven zitten was geen optie.

Vlak voor de start
De nacht voor de marathon was er eentje om heel snel te vergeten. Een irritante wekkertoon klinkt dan als een verlossing. Ik hield me vast aan het feit dat liggen ook rusten is. Ik zou wel over voldoende adrenaline beschikken om het gebrek aan slaap te compenseren. Bij mijn marathonontbijt op bed bediende ik mezelf en keek ik uit op een slapende Roos die af en toe een paar woorden prevelde bij wijze van poging tot gesprek. Na de laatste voorbereidingen vertrok ik om 7u naar de metro. Om en bij de 45.000 lopers moeten zich naar de start begeven. Dat wil zeggen dat er heel veel veiligheidsprocedures zijn, wat zorgt voor de nodige wachtrijen en stapkilometers.

De race
Starten op de Champs Elysées is een belevenis op zich. Bij elke marathon voelt het als een grote opluchting om uiteindelijk in dat startvak te staan. Wat je op dat moment moet gaan doen is immers heel eenvoudig: aan één stuk lopen. Ik kan helemaal terugvallen op mijn routine, er komt geen ingewikkeld denkwerk of organisatorisch gedoe aan te pas. Het was wel spannend hoe mijn toegetakelde knie zich zou gedragen. De adrenaline deed duidelijk z’n werk en mijn knie werd meteen het zwijgen opgelegd. Ik vloog over de keitjes van de Champs Elysées, over Place de Concorde en zo Rue de Rivoli op. Er waren amper toeschouwers te bespeuren, maar na een kilometer of 3 stond daar al mijn eigen supportersteam te roepen. Volledig uitgerust met Belgische vlag en muziekbox. Via Place de la Bastille werd de weg verdergezet naar Chateau en Bois de Vincennes. Ook hier waren mijn supporters weer present om mij te bevoorraden. Het parcours was boeiend en de toeschouwers werden steeds talrijker. Helaas waren ook de hoogtemeters prominenter aanwezig: geen echt steile hellingen, maar vaak wat op- en aflopende stukken. Een constant tempo lopen is dan moeilijker. Op het halfway point lag ik op schema voor een tijd van 3:17. Mijn benen voelden nog goed en ik genoot van mijn tocht door Parijs.

Toen ik rond kilometer 24 langs de Seine liep met aan de linkerkant de kathedraal van de Notre Dame begon het warm te worden. De zon was verschroeiender dan gedacht. Ik zag mijn supporters terug rond kilometer 25 en riep nog dat het goed ging. We liepen daarna door een tunnel en toen ging letterlijk even het licht uit in mijn hoofd. Het ging helemaal niet goed meer. Ik weet niet of het de zon was, mijn voortvarende start, mijn blessures die begonnen op te spelen of de adrenaline die uitgewerkt was. Hoe dan ook ging mijn tempo naar beneden. Na 29 kilometer liepen we langs de Eiffeltoren. Het besef dat ik nog 13 kilometer te gaan had, was onnoemelijk zwaar. Ik probeerde de resterende afstand in kleinere stukken op te delen: eerst aftellen naar 30 kilometer, dan naar 32, naar 35 enzoverder. Ik opende mijn mentale trukendoos vol afleidingen, maar het was spartelen om niet te verzuipen. Naar mijn idee ging ik ook in een slakkengang vooruit. De hoogtemeters in het Bois de Boulogne hakten er goed in. Het parcours is daar ook eentonig en ik besloot mijn gedachten zoveel mogelijk af te sluiten. Ik staarde naar de groene lijn die op de weg is aangeduid. Dat is de ideale marathonlijn die dus exact 42,195 kilometer bedraagt. Het plan was simpel: ik moest niet nadenken en gewoon die lijn volgen om zo snel mogelijk bij de finish te komen. Elke centimeter bocht die ik kon afsnijden, was extra winst. Ik probeerde niet meer te kijken naar de tussentijden die mijn horloge aangaf. Het was onvermijdelijk: ik verloor tijd, maar de rekenaar in mijn stond niet stil. Een verbetering van mijn PR was nog steeds mogelijk. Ik durfde me niet te veel te focussen op mijn tempo uit angst om dan helemaal weggelopen te worden.

De Avenue Foch is de laatste rechte lijn naar de finish: een brede laan die vooral ook heel lang is. De toeschouwers staan er zonder overdrijven rijen dik. Mijn mama heeft me uiteindelijk nog zien finishen. Ongelooflijk, maar ik was er. Eindelijk! 3:21:23 zei mijn horloge. Ik had dus 4 minuten verloren in mijn tweede helft. Allesbehalve een slakkengang dus. Van euforische gevoelens was geen sprake toen ik aankwam. Ik was gewoon blij dat ik er was. Het voelde in eerste instantie toch als een teleurstelling dat ik niet onder de 3:20 was gedoken, maar gezien de omstandigheden was dit een meer dan straffe prestatie. Toen ik later in de uitslag zag dat ik 137e vrouw was van de ruim 10.000 dames besefte ik dat ik echt trots moest zijn op dit resultaat. Als dit mijn snelste marathon zal blijven, dan laat ik die eer met veel plezier aan Parijs.

IMG_3502

De conclusie
De marathon van Parijs is absoluut een aanrader voor wie graag eens een grote marathon wil lopen in een wereldstad. Hou wel rekening met het aantal hoogtemeters. Volgens mijn meting zijn dat er 274. Dat is ongeveer 100 minder dan de marathon van Brussel, maar wel 130 meer dan Rotterdam. De Parijse binnenstad staat garant voor een indrukwekkend parcours, maar zoals altijd zijn er ook saaie stukken. In een stad die nog steeds door koning Auto wordt gedomineerd, is het heel bijzonder om eens over de brede straten en avenues te kunnen lopen. In tegenstelling tot de steden in Nederland merk je weinig van de marathondrukte daags voor en na het evenement. Ook de hotelprijzen rijzen niet de pan uit in het marathonweekend.

IMG_3504
Een triomf voor Team Odeyn!

Enkele weetjes

  • Wij waren met z’n vieren graag geziene gasten in het hotel. Mijn mama had dan ook al een foto van Roos en mij getoond voor wij aankwamen.
  • De Fransen mogen terecht trots zijn op hun baguettes, maar daags nadien zijn die dingen wel bijzonder taai. Het was echt werken om de Franse trots weg te krijgen bij mijn eentonige marathonontbijt.
  • Twee uur voor de start zaten er in het hotel nog enkele lopers op hun dooie gemak een stevig Engels geïnspireerd ontbijt weg te werken. Je kan ook té ontspannen zijn.
  • Op Rue de Rivoli kwam niet alleen het dj-talent van Roos bovendrijven, maar ook haar rebelse kantje: ze werd letterlijk teruggefloten door de gendarmerie toen ze enkele meters wilde meelopen.
  • Mijn uitputtingsslag was niets in vergelijking met de vele meters die mijn familie al lopend van en naar de metro heeft afgelegd. Er werd onderling ook hevig gediscussieerd over het laatste supporterspunt, wat leidde tot “het debacle van metrostation Javel”. Mijn mama ziet het nog steeds als een persoonlijk falen dat ze niet tijdig in het Bois de Boulogne zijn geraakt. Niemand die het haar kwalijk neemt uiteraard.
  • Na de marathon was mijn mama heel erg teleurgesteld dat ze nergens Parijs-Roubaix kon volgen.
  • Toen ik ’s avonds in bed lag, viel ik Roos meteen lastig met nieuwe marathonplannen. Soms ben ik best vermoeiend.
  • Daags na de marathon wilde ik nog wat zien in Parijs, maar de metro nemen om de benen te sparen is geen goed idee. Metrostations bevinden zich onder de grond en om daar te komen moet je behoorlijk veel trappen afleggen.
  • In april 2019 sta ik weer aan de start van de Paris marathon!
IMG_3519
Le petit-déjeuner smaakt op post-marathondag eens zo goed.
img_3531.jpg
Le Bon Marché is een dankbaar decor om je medaille te showen.

Marathonpraat – Wijsheden #1

Ik heb de wijsheid niet in pacht, maar uit mijn eigen marathonervaring en heel wat advies van anderen heb ik wel de nodige lessen getrokken. Dit zijn mijn persoonlijke marathonwijsheden.

Moeilijke momenten gaan voorbij (of blijken toch niet zo moeilijk te zijn)
Dirk is een ervaren marathonloper en collega van mijn zus. Hij was meteen fan van ons marathonplan en maakte speciaal voor ons een lijstje met enkele nuttige tips en adviezen. “Moeilijke momenten gaan voorbij” was er daar één van. Een prachtig gezegde dat helemaal waar is. Het klinkt misschien als een magere troost, maar het is wel de enige waarheid die wat troost kan bieden op een moment dat je het zwaar hebt. Een moeilijk moment kan op drie manieren voorbij gaan. Ten eerste is een marathon eindig. Op een gegeven moment is het sowieso gedaan. Dit is de meest praktische interpretatie. Ten tweede duurt niet elk moeilijk moment tot aan de finish. Je kan het zwaar hebben, maar dat moment helemaal te boven komen. Met andere woorden: een marathonloper heeft niet alleen een tweede, maar ook een derde, vierde en misschien zelfs vijfde adem. Dit is de meest hoopgevende en optimistische interpretatie. Ten derde kan een moment wat aanvankelijk moeilijk leek, gevolgd worden door een nog moeilijker moment. Vandaar mijn eigen toevoeging aan dit gezegde. Dat klinkt misschien negatief, maar het betekent juist dat je meer aankan dat je soms zelf denkt. Dit is de meest realistische interpretatie.

Jezelf vergelijken met andere lopers werkt alleen maar onrust in de hand
De eerste confrontatie met medemarathonlopers vindt steevast plaats als je je nummer gaat afhalen. Ik zie dan vooral heel veel afgetrainde, extreem gefocuste, ontspannen en vastberaden mensen. Alles wat ik me op dat moment juist niet voel: een eerste moment dat de twijfel toeslaat. Op weg naar de start van een marathon wordt het er doorgaans niet beter op. Iedereen ziet er dan zo verdacht rustig uit. Ik kan alles op dat moment verontrustend vinden: iemand die meer gels mee heeft dan ik. Oei, ik zal er dan wel te weinig mee hebben. Een andere loper heeft helemaal niets mee. Oei, dan zal ik wel te veel meedragen. Het is een totaal nutteloze denkoefening die vooral de stresslevels de hoogte injaagt. Jezelf met anderen vergelijken heeft geen zin omdat je helemaal niet weet wat de ambitie en ervaring van de loper in kwestie is. Bovendien is ook elk lijf anders. Wat voor de één wel werkt, doet dat voor de ander totaal niet. Als je wel graag vergelijkt, bekijk het dan als een grote modeshow voor loopkleding en -schoenen.

Een marathon is geen feestje van begin tot eind
Ook niet als je zelf de slingers ophangt. Ik ben de eerste om de marathon tot mythische proporties te verheffen. Dit betekent echter niet dat je je Hercules waant van de 1e tot de 43e kilometer. Integendeel, je beseft pas echt wat je hebt gedaan als de taak erop zit. Elke keer opnieuw. Mogelijke pieken van het feestniveau zijn plaatsen waar er:

  • veel supporters zijn, of nog beter: je eigen supporters
  • een goede muzikale ondersteuning is, mijn favoriet: de live dj
  • een interessante bezienswaardigheid is, de Grote Markt in Brussel om maar iets te noemen
  • variatie in het loopparcours komt, bruggen doen het – ondanks hun stijgingspercentage – altijd goed bij mij
  • vanuit het niets toch een vriendelijke mens staat die je bemoedigend toespreekt, vaak de immer plichtbewuste seingever
  • een stuk aflopend vals plat in de eerste helft van de race, je denkt dan dat je over magische krachten beschikt, maar eigenlijk loop je dus bergaf

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

 

 

Het boek – Murakami over hardlopen

Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van de Japanse schrijver Haruki Murakami is een must read voor elke lopende lezer of lezende loper. Murakami is een bruggenbouwer en al lang geen onbekende meer in het literaire landschap. Hij wordt al jaren genoemd als mogelijke Nobelprijswinnaar. In Waarover ik praat als ik over hardlopen praat vind je echter niet de typische intrigerende Murakami-personages en ook de absurde magisch-realistische sfeer blijft achterwege. Het zijn Murakami’s ervaringen als marathonloper (en triatleet) die centraal staan.

In het voorwoord maakt Murakami meteen duidelijk dat hij geen (hand)boek zal schrijven over hoe je fit en gezond moet blijven. Hij schrijft over wat het voor hem betekent om hardloper te zijn, meer bepaald wat de wisselwerking is tussen zijn schrijverschap en hardlopersleven. Het boek verscheen in 2007, maar Murakami twijfelde 10 jaar of hij het zou schrijven. We kunnen hem alleen maar heel dankbaar zijn dat hij het uiteindelijk wel deed.

In verschillende hoofdstukken beschrijft Murakami zijn hardlopers- en schrijversleven vanaf de zomer in 2005 tot de herfst in 2006. Hoewel hij fanatiek met hardlopen bezig is en met veel detail uitlegt waar en hoe hij traint, blijft hij wel een erg menselijke duurloper. Soms heeft hij geen tijd om te lopen of twijfelt hij aan zijn eigen kunnen. Ook dit koppelt hij aan het schrijfproces. Murakami zegt zelf dat hij de metafoor tussen hardlopen en schrijven steeds verder kan uitwerken. Dat is ook wat dit boek zoveel meer maakt dan een opsomming van trainingsgegevens. Door middel van zijn eigen loopervaringen slaagt Murakami erin om beeldend weer te geven wat het loopproces met een mens en zijn denken doet. Tijdens het lopen zijn gedachten namelijk als wolken.

Murakami liep zijn eerste marathon buiten wedstrijdverband toen hij voor een reportage in Griekenland het idee kreeg om de omgekeerde marathon te lopen: van Athene naar Marathon dus. Hij deed dit volledig op eigen houtje onder een loden zon en wist toen nog niet dat de huidige marathonafstand 2,195 kilometer langer is dan de oorspronkelijke afstand tussen beide plaatsen. Het strafste en ook meest beklijvende verhaal is dat van de 100 km wedstrijd waar hij aan deelnam in juni 1996. Tijdens zijn tocht herhaalt hij de hele tijd dit mantra: “Ik ben geen mens. Ik ben een pure machine. Ik ben een machine en dus hoef ik niets te voelen. Ik moet gewoon vooruit”. De machinale ultraloper blijkt net zoals zijn romanpersonages ook over een bevreemdend kantje te beschikken, maar juist dat maakt hem alleen maar menselijker.

Is Waarover ik praat als ik over hardlopen praat een boek dat niet-lopers zal boeien? Wellicht minder. Het is namelijk geen lofzang over een leven als loper of een pleidooi om meer te bewegen. Murakami vertelt in een bijzonder nuchtere stijl over de heroïek van zijn (soms bovenmenselijke) prestaties. Zijn doel is niet om een spannend verhaal te vertellen. Hij slaagt er juist in om de eentonigheid en saaiheid van hardlopen te bezingen. Om die te kunnen begrijpen, moet je de schoonheid daarvan zelf als loper kunnen begrijpen. Voor de doorwinterde Murakami-fans biedt dit boek wel een unieke inkijk in het leven van de schrijver en persoon.

Voor wie meer of iets ander van Murakami wil lezen kan ik Kafka op het strand, Norwegian Wood en Ten zuiden van de grens van harte aanbevelen.

Haruki Murakami – Waarover ik praat als ik over hardlopen praat (Uitgeverij Atlas Contact 2009) – citaat p. 130