Loperspraat – Bouillon revisited

Na onze warme 102 km in Bouillon werd het snel duidelijk dat ik nog eens terug wilde (moest) naar de stad die mijn hart veroverd had. Geen ontkomen aan, want de Tombeau du Géant die zat nog in mijn kop. Huh, watte? Het uitzicht op het Graf van de Reus is dé bezienswaardigheid voor wie erop uit trekt in Bouillon. Niet voor niets is het uitzonderlijk natuurlijk erfgoed van Wallonië. Wat je mag verwachten: een uitzichtpunt op een meander van de Semois, waarbij het stukje omsloten land een heuvel met kruisvormige bebossing heeft. Met wat verbeelding (die ik in overvloed heb) zie je daar dan het graf (= kruis) van een reus (= groot). Op 14 juni liepen Hans en ik er dus langs met +60 km in de benen. Net op het moment dat het uitzicht ons pad kruiste, begon het reuzehard te regenen en was het zaak om snel te schuilen bij de bevoorrading. Wat ik gemist had, dat werd achteraf duidelijk. En zoals dat gaat bij mij: eens iets in mijn hoofd zit, gaat het er moeilijk uit.

Een gegronde reden dus om nog eens terug naar Bouillon te gaan. De zomer zat al boordevol met trailavonturen en zo bleek een herfstige zondag in oktober het uitgelezen moment om een trailtje te gaan lopen in Bouillon. 19 oktober was een herfstdag uit de boekjes: bladeren in alle kleuren en vooral nog rijkelijk aan de bomen. Bovendien was het droog en fris, maar niet zo koud dat het guur is. Hans stippelde een rondje uit waarbij we naar de Tombeau zouden lopen via de twee klimmen die er ons ook in juni hadden gebracht. Als je iets wil herbeleven, dan kan je het maar beter goed doen. In totaal zouden we 15 kilometer lopen en 660 hoogtemeters overwinnen: de perfecte afstand om een gevarieerd parcours te krijgen zonder al te diep in het krachtenarsenaal te moeten tasten.

En of het een blij weerzien was toen we Bouillon binnenreden! Het vertrek van onze route lag bovenaan het chateau van Godfried. Ik stuiterde zowat naar beneden van enthousiasme. Richting Semois, langs het hotel waar we in juni verbleven en dan ging het meteen goed omhoog. Ik ging ook écht goed omhoog met dank aan een hulpmiddel: de trailstokken van Hans! Helemaal geïnspireerd door de UTMB die we langs de zijlijn meemaakten en vooral door de beelden nadien van een oppermachtige Ruth Croft die als een jekko naar boven pikkelt met haar stokken, besefte ik dat het moment wellicht is aangebroken om trailstokken te gaan gebruiken. In mei zullen we ons namelijk aan een volgend (buitenlands) 100+ avontuur wagen. Dat ik in het verleden mijn trails zonder stokken liep, heeft niks te maken met koppigheid of principes. Ik liep vroeger 1x per jaar een lange trail in de Ardennen: de Chouffe trail, die dan ook nog eens goed beloopbaar was. Om enkel voor die gelegenheid stokken van 200 euro aan te schaffen, daar zag ik de noodzaak niet van in. De tijden veranderen en zo ook de loper. Bij de volgende trailgelegenheid zullen jullie Joke Odeyn met stokken aan het werk zien!

Terug naar onze route. Vanaf de oever konden we ergens hoog in het bos een uitkijkpunt zien. Hans verwerkte dat in het revisited-parcours. Wat echter vanop afstand een bescheiden vogelkijkhutje leek te zijn, was in realiteit een indrukwekkende constructie van trappen met een nog impressionanter uitzicht op het door de Semois omgeven Bouillon. We waren nog geen half uur onderweg en deze trip was nu al helemaal geslaagd. Op naar Botassart, want dat is de plek waar je moet zijn om de reus te spotten. We liepen eerst langs diens graf, maar dat is natuurlijk maar een bospaadje langs het water. Tot het weer omhoog ging en ik “mijn” stokken weer kon gebruiken. Hup hup hup tik tik tik. Ik had de smaak helemaal te pakken. In al mijn enthousiasme kon ik alleen maar heel snel naar boven willen. En toen waren we er dus echt: bij dat iconische uitzicht, de enige echte Tombeau du Géant! Op geen enkele manier stelde hij teleur. We namen dan ook uitgebreid de gelegenheid om hem goed te fotograferen, het betere selfiewerk kon niet ontbreken, want dat is uiteindelijk wat iedereen doet die daar een kijkje komt nemen.

We waren ongeveer halverwege met een uurtje op de teller, op naar deel II van ons weerzien met Bouillon. Ik kreeg nog tips om met de stokken te lopen. Bergaf gebruikte ik ze niet, maar zelfs op een gewoon stukje vals plat over asfalt, voelde ik de winst met het getik aan mijn zijde. Jullie voelen het: de stokkentest was eigenlijk meteen al volledig geslaagd. Eens iets in mijn hoofd zit, gaat het er moeilijk uit. Het klim- en daalwerk wisselde elkaar af. Via een heel bijzonder paadje passeerden we huizen waarbij gelijkvloers en verdiepingen door elkaar leken te lopen. Een bevreemdende situatie, maar zo gaat dat nu eenmaal als je een stad met hoogteverschillen hebt. Ons restte nog een bescheiden klimmetje naar het kasteel om dan moe, maar vooral heel voldaan te kunnen finishen zoals we dat in juni ook deden. Ah ja, want herbeleven dat kan je maar beter grondig doen.

Ik mocht van Murrie niet te veel reclame maken voor Bouillon, geen eigenlijk. Bouillon is stiekem een verborgen parel, zo eentje waar je een goede verhouding hebt tussen toeristische faciliteiten en het lokale, authentieke karakter. Dus, lieve lezers, zeg het misschien niet voort en laten we een beurtrol maken zodat we daar niet met z’n allen over de koppen gaan lopen of massaal met de auto aan de Tombeau du Géant parkeren. Trek je wandel- of loopschoenen aan, zodat Bouillon dat über-gezellige stadje met Franse vibes aan de Semois kan blijven.

Loperspraat – Een lege agenda met andere plannen in 2025

Het is vandaag precies 2 jaar geleden dat ik de marathon van Antwerpen won. In een knaltijd van 2u54 schoot ik daar naar de overwinning van mijn leven. Een ongelooflijke ervaring: iets waar ik nooit van had gedroomd dat mij simpelweg overkwam. Die 22e oktober was de ultieme bekroning van mijn sportieve topjaren 2021-2023. Ik ben die overwinning alleen maar meer naar waarde gaan schatten. Dat ik dus echt als eerste over die finish liep en dat lint mocht vastgrijpen. IJzersterk was ik. Antwerpen zal voor altijd een stukje van mij blijven. Ik zou zot zijn als ik niet voor eeuwig dankbaar was om als recreatieve loper zoiets te mogen meemaken. De afgelopen jaren ging het allemaal wat minder vlot. Er is het verhaal van de aanslepende hamstrings- en rugklachten, het verhaal van het mentale herstel dat tijd kost. Het is daarom een beetje zoeken waar mijn loopdoelen en -ambities liggen.

Ik heb belachelijk lang kunnen pieken in mijn wonderjaren. Akkoord, ik trainde hard, maar alles leek vanzelf te gaan. Winnen is bedwelmend, daar ga ik niet over liegen. Ik loop niet om op te scheppen met prestaties, maar op het podium kunnen staan, is wel iets dat tot de verbeelding spreekt. Ook op mijn blog zijn het de teksten over grootste prestaties die het best gelezen worden, jaar na jaar. Ik ga geen marathon meer winnen of sub3 lopen. Dat is helemaal prima. Ik heb daar echt vrede mee. Ik wil iemand zijn die loopt omdat lopen de allermooiste sport is die er bestaat: goed voor hart, hoofd en lijf. Het is bovendien de sport waarin ik onvergetelijke familiemomenten beleefde, vriendjes leerde kennen en natuurlijk Hans. Die emotionele factor neemt niet weg dat ik nog steeds ambitieus en gedreven ben. Ik hou ook nog altijd van het gevoel eens goed te kunnen op- en doortrekken. Om je benen aan te vuren en de hartslag eens goed de hoogte in te jagen.

Toch is dit dus een oktobermaand waarin ik geen marathon zal lopen. Er was nochtans een plan: de marathon van Keulen op 5 oktober. Duitsland, dichtbij huis: leuk! dacht ik in het voorjaar. In de zomer koos ik voor het langere trailwerk, goed wetende dat die najaarsmarathon geen potentieel piekmoment zou zijn. In augustus zag ik het best wel zitten. Ik zou nog wat op de piste trainen om die benen weer eens echt aan te vuren. Viel dat lelijk tegen. Op alle vlakken eigenlijk. Na onze geweldige beklimming in Martigny leek ik met elk loopje aan kracht in te leveren. Ik was niet vooruit te branden. Tempo lopen zat er niet in. Mijn benen voelden zwaar aan. Ik had vaak rugpijn. Lopen voelde aan als moeten trainen en dat betekende ook moeten presteren. Ik was mentaal en fysiek niet fris genoeg om een strijd te kunnen leveren. Een marathon lopen om hem te kunnen finishen, daar zou ik geen vreugde uit halen. Het was een bevrijding toen ik besliste om forfait te geven voor Keulen.

Door doelloos te kunnen lopen herwon ik mijn loopplezier. Ik liep de afgelopen weken waar ik zin in had en trok me niet al te veel aan van hoe het ging. Geleidelijk aan ging het ook steeds beter. Er zit weer poeier en jus in de benen. Op een week loop ik zo nog steeds makkelijk 60 km bij elkaar omdat ik het lopen als mindfulness echt nodig heb. Hans en ik lopen nog steeds heel graag samen. We gingen zondag weer op trailavontuur in Bouillon (waarover later meer!). In de zomer ergerden we ons al wat aan de drukte op trailevents. Lopen is een hype. Iedereen loopt! Dat doet me oprecht plezier. Ik wil niet het alleenrecht claimen op loopevenementen. Maar als organisaties alleen maar bezig zijn met races op te schalen en de fomo aan te wakkeren, dan voel ik mij niet aangesproken om deel te nemen. Ik ben even helemaal klaar met het wedstrijd- en evenementengebeuren. Geen halve marathon in Brussel, Antwerpen of Kasterlee voor mij. We lopen wel de Velpe-Mene trail hier in de buurt om het lokale groen wat beter te leren kennen.

Juist door even weg te blijven van die evenementen, de druk en de drukte die ze creëren kan ik mezelf terugvinden als loper. Ik wil mezelf niet zien als een schim van de winnares in Antwerpen. Lopen brengt mij nog steeds heel veel. Oh ja, er zijn dus zeker plannen voor het voorjaar. Misschien werden die zelfs gesmeed tijdens een gezellig loopje met onze halve Ier Joni en Roos op de fiets. Er staat ook weer een groots trailavontuur op de planning. Ik blijf gewoon heerlijk wegdromen. Het najaar biedt zoveel gezelligheid. Ik bulk van de creatieve plannen. Ik wil veel lezen. Hans en ik hebben heel wat uitjes gepland, naar het theater en museum. Ik ben dan misschien wel in de herfst van mijn loopcarrière. Het is nu pas dat ik echt zie hoe prachtig mooi die herfst is als je rond je kijkt.

Het moment – Lang leve de kringwinkel!

Ik heb veel spullen, dat geef ik gewoon toe. Er zijn nu eenmaal veel soorten spullen waar ik van hou. Al zo lang ik me kan herinneren ben ik bezig met mooie dingen bij te houden. In mijn kindertijd waren dat vooral postzegels, kaartjes, briefpapier en kantoormateriaal. Bovendien verzamelde ik schelpen en had ik een poppenhuis waar ik spulletjes voor zocht en knutselde. Toen ik ging studeren, begon ik boeken te kopen. Nog wat later vloog ik helemaal in het creatieve gebeuren. Ik heb nu wat ik zelf als een volwaardig atelier beschouw met alles om kleding te naaien, maar ook om te knutselen en frutselen en ga zo maar verder. Door de jaren heen ging ik steeds wat ruimer wonen (toeval of niet), waardoor die woning steeds meer decoratie kon gebruiken en de aanwezige huisdieren ook weer spullen genereerden. Je zou kunnen denken dat ik (en Hans dus ook) tussen de rommel leef. Objectief is dat misschien wel zo. Voor mij is die rommel echt een deel van wie ik ben.

Spullen organiseren is één van mijn hobby’s. Ik hou echt van een goed rondje opruimen (oprommelen soms ook). Een deel van de hobby is net zo goed dat er wel degelijk ook weer spullen weggaan, een eindeloos proces waar ik me heel graag aan overlever. Met Roos heb ik bijvoorbeeld een continue uitwissel-stroom. Roos geeft mij grote kamerplanten die net niet voldoende ruimte hebben, ik geef haar loopschoenen die ik te weinig gebruik. Hans en ik mogen weer boeken kopen op voorwaarde dat er gelezen wordt en wat niet goed is, gaat weer weg. Ik ben dus een groot voorstander van dingen her- en opgebruiken, van spullen herbestemmen als ze alleen maar je huis vullen. Ik ben kortom een kringloop op zichzelf.

Het is vandaag Dag van de Kringwinkel en, jullie voelen het al komen, ik ben een doorwinterd en gepassioneerd liefhebber van de kringloopwinkel. Ook hier is dat zaadje ooit geplant met Roos in de tijd dat naar de kringwinkel gaan een volwaardige weekendbesteding was. Het gekke is dat ik eigenlijk best snel vies ben van dingen die van iemand anders zijn. Toch zijn er maar weinig spullen die ik niet bij de kringwinkel koop. Ik sliep zelfs een jaar op een tweedehands matras, al was dat aanvankelijk niet echt het plan. Het mooie van een tweedehandsvondst is net dat je die weer helemaal doet opleven door iets in de wasmachine te gooien of met liefde in een sopje te zetten. In de kringwinkel koop ik onder andere meubels, kleding, huisraad, decoratie en boeken. Ik koop er zowel spullen voor mezelf als cadeautjes (niet voor iedereen). Ik zwicht zowel voor een hebbeding zoals die ene leuke vaas als voor dat ene fotolijstje dat net de goede afmetingen heeft voor de prent die je wilde gaan ophangen.

Ik ben een fan van Vinted om kleding te kopen en verkopen. Een zijspoor van mijn spullen hobby, want ook hier geldt: je moet dat alleen doen als je het volledige circulaire proces leuk vindt. Een app is natuurlijk praktisch en heb je altijd bij de hand, maar net daarin schuilt de charme van de kringwinkel: het is een fysieke ervaring waarbij je op schattenjacht gaat en nooit zeker weet wat de vangst zal zijn. En soms haal je dus echt de jackpot binnen. Als je iets bij de kringwinkel koopt of er spullen heen brengt, lever je een bijdrage aan een duurzamere economie en een sociaal tewerkstellingsproject dat kansen biedt aan mensen die moeilijk een plekje vinden op de arbeidsmarkt. Ik zeg: win win win!

De kringwinkel heeft voor ieder wat wils, daar ben ik van overtuigd. Al kan ik ook begrijpen dat sommigen wat drempelvrees hebben. Daarom deel ik mijn gouden kringlooptips:

  • Een kringwinkel kan overweldigend zijn. Verwacht niet dat je meteen alle secties goed kan doornemen, kies een categorie en spit die grondig door. Kijk met een open blik.
  • Wees alert voor beschadigingen of dingen die hun tijd echt hebben gehad. Het is niet omdat het spotgoedkoop is, dat je het moet meenemen.
  • De kunst is om zowel kritisch als onbevangen te zijn. Je moet namelijk in een grijze omgeving tussen heel veel lelijke dingen dat ene stuk vinden dat voor jou waardevol dan wel functioneel is of net voldoende kitsch-gehalte heeft.
  • Koop iets niet alleen omdat het goedkoop is. Concretiseer wat je ermee zal gaan doen: waar ga je het zetten? Hoe ga je het combineren? Zou je het ook kopen als het wat duurder was?
  • Laat je vooral ook inspireren. Kringlopen is net zo goed snuisteren en verwonderd zijn over wat je zoal aantreft. Het is altijd een ervaring met een vleugje nostalgie, een uitstekende plek voor een “weet-je-nog-verhaal”.
  • Ga vaak genoeg langs en bezoek kringwinkels op verschillende plekken. Het aanbod kan heel erg wisselend zijn. Na een tijdje weet je wat voor jou de juiste plek en het goede moment zijn om te kringen.

Ik vertelde al dat wij in Tienen een heel goede kringwinkel hebben. Wat die zo goed maakt? Ik denk eerlijk gezegd dat ik hier in vergelijking met Leuven minder gelijkgezinden heb met mijn smaak voor kringloopspul. Mijn recentste aanwinst is een échte (weliswaar beschadigde) Delfts blauwe vaas uit 1959 die ik voor amper 7 euro mee naar huis nam. Het gaat er mij trouwens niet om of iets écht waarde heeft, maar of het voor mij waarde heeft. Die vaas zal door de beschadiging wellicht niet écht waardevol zijn. Voor mij is het een historisch object omdat ik als fan van Delfts Blauw het museum bezocht en in de rijke geschiedenis ervan dook. Ieder zijn ding. Voor mij is dat blauw.

Ik zou zeggen: neem een herbruikbare tas en ga lekker kringen! Er valt vandaag vast veel te beleven in jouw plaatselijke kringwinkel.

De gedachte – Over tijd, herstel en een goede vriend

Als je aan mij vraagt: hoe gaat het? Dan zeg ik: het gaat goed! Niet op elk moment van de dag en ook niet per se elke dag van de week, maar het gaat goed met mij. Herstellen kost tijd. Echt veel tijd, dat is wat ik nu aan den lijve ondervind. In 2023 klaarde de lucht eindelijk op. Ik had zware jaren achter de rug. Jaren waarin ik mijn kop niet langer in het zand wilde steken: ik ging de confrontatie aan met het trauma dat mij al een half leven achtervolgde. Mijn dwangmatig controle- en vermijdingsgedrag werd ten gronde aangepakt. Het voelde niet minder als een overwinning dat ik mezelf en mijn leven weer had teruggekregen. Naast gedragstherapie bestond mijn psychologisch traject ook uit een aanvaardingsproces. Ik moest mezelf leren aanvaarden als een slachtoffer, een persoon die getekend is en bijgevolg altijd een mentale kwetsbaarheid met zich zal meedragen. Vandaag is het Dag van de Mentale Gezondheid, een dag waarop ik heel open wil zijn over mijn hoofd en bewust stil wil staan bij wat psychologische zorg kan betekenen.

Je kwetsbaarheid leren omarmen is een levenslang proces. De ene dag lukt dat al beter dan de andere. Ook dat ik me nog steeds in herstelmodus bevind, is met momenten erg confronterend. Ik heb lange tijd (jaren dus) in het rood geleefd. Ik kon niet anders dan mezelf aanvuren. Mezelf opjagen elk moment van de dag. Ik leed een leven van uitersten: de sportieve pieken leken elkaar te overtreffen, maar binnenin werd de put steeds dieper en donkerder. Zowel fysiek als mentaal heeft die periode sporen nagelaten. Zelfs al zou ik het willen, ik kan mezelf niet meer zo afjagen als vroeger. Mijn lichaam zegt dan: hooo! stoooop! Het afgelopen jaar veranderde ik 2x van werk. Een nieuwe job, een nieuwe omgeving, heel veel nieuwe mensen en kinderen met een kwetsbaarheid en het net daarom heel goed willen doen: ik heb niet veel nodig om het gevoel te hebben overspoeld te zijn. Ik kan dan niet anders dan zeggen: het is op dit moment allemaal veel.

Het grote verschil met vroeger is dat ik er nu wel in slaag om dingen te lossen, om mezelf die tijd te gunnen om te herstellen. Om te zeggen: ik kan niet meer dan m’n best doen en ik kan het beste m’n best doen als ik voldoende écht kwalitatieve ontspanningsmomenten kan inbouwen. Ook op dat vlak is het contrast groot. De Joke van voor 2023 die moest vooral veel, ook als ze aan het ontspannen was. Geen ontspanning zonder inspanning. De Joke van nu die heeft vooral een heel leuk en gezellig leven met Hans. Met ontspanning om de ontspanning.

Een trauma een plaats geven, kan je vergelijken met rouwen. Het is een pijnlijk gemis dat je altijd meedraagt. Een perspectief dat behoorlijk uitzichtloos kan lijken. Je moet jezelf op de één of andere manier weer uitvinden. Door mijn positieve ervaringen met een psycholoog geloof ik nu juist heel erg in de kracht van (zelf)zorg en therapie. Ik weet als geen ander hoe veerkrachtig en weerbaar een mens kan zijn. Dus ook als je jezelf hebt opgegeven omdat de patronen zo diep verweven zijn met jezelf dat je vergeten bent wie je bent. Ik beschouw mezelf als een levend bewijs dat het nooit te laat is om hulp te zoeken.

Ik mis de sessies bij mijn psycholoog wel. Ik zat soms met lood in de schoenen in de wachtzaal, maar ik voelde me altijd geholpen als ik buiten stapte. Voor iemand die worstelt met angst, is het heel fijn om die veiligheid van een professionele zorgverlener te hebben. Je hebt een soort van persoonlijke raadgever en coach die je bij de hand neemt en je ogen opent. Daar was in mijn geval ook een valkuil aan verbonden: de therapie werd een nieuw controlemechanisme om het leven aan te kunnen. Toen hij begon over stoppen met therapie kwam dat behoorlijk hard binnen bij mij. Juist zonder die veilige haven van de therapie zou ik echt leren zorgen voor mezelf. Ik spreek nu voor mijn eigen situatie, maar een goede hulpverlener moet zichzelf ook misbaar durven maken. Uiteraard werd mijn traject niet van de ene op de andere dag gestopt. Bovendien mag ik altijd terugkomen als ik toch op iets stuit. Helaas dus niet voor de gezelligheid.

Bij de laatste sessie vertelde ik hem dat ik het een tijdje jammer had gevonden dat hij mijn psycholoog was en geen vriend. Ik was er namelijk van overtuigd dat wij ook goede vrienden zouden kunnen zijn. En een goede vriend, dat is toch voor het leven? Uiteindelijk ben ik heel dankbaar dat hij mijn psycholoog was en niet die goede vriend. Vrienden en familie zijn van groot belang, in goede en slechte tijden! Ze zijn een luisterend oor en een klankbord. Ze kennen je door en door en durven al eens (ongevraagd) goede raad te geven. Ze zorgen voor sfeer en gezelligheid. Juist vanuit die positie kunnen ze nooit doen wat een professionele zorgverlener kan. En vice versa: een goede psycholoog is meer dan een klankbord. Therapie, dat is werken, maar wel werk waar je een leven lang iets aan hebt.

Ik hoor in het nieuws dat de drempel voor psychische zorg lager zou liggen. Kwetsbare groepen zouden makkelijker hun weg vinden naar de psycholoog. Dat is echt goed nieuws! Het zijn stappen in de goede richting van een weg die we moeten blijven bewandelen met z’n allen: die van een maatschappij waar je snel geholpen kan worden door een professional als je dat nodig vindt, waar er in je omgeving niet met wenkbrauwen wordt gefronst als je zegt dat je naar de psycholoog gaat en waarbij die zorg niet is voorbehouden voor degenen die het zich financieel kunnen veroorloven. Als goede vriend geef ik jullie graag nog een (ongevraagd) advies: wees ook voor jezelf die goede vriend die je voor anderen kan zijn.

Het moment – Feest in Tienen!

Ik voel me op en top Tienenaar. Een jaar of 5 heeft die transitie in beslag genomen. Het is dan ook geen evidente stap om als geboren en getogen Leuvenaar naar het landelijke Tienen te verkassen. Voor ik er woonde, was ik één keer in Tienen geweest en ik wist heel zeker: je moet niet in Tienen gaan wonen voor de stad Tienen. Het waren de rust en ruimte die me in 2020 naar een Tiens dorp op 20 km van Leuven brachten, verder van mijn familie, dichter bij Limburg en Wallonië. Ik heb me die beslissing nog geen seconde beklaagd. Inmiddels is ook Hans officieel een Tienenaar. Hij verhuisde vanuit het bruisende Mechelen. Gekker moet het niet worden! Hoewel. Vandaag vieren wij Kweikersdag, de Tiense feestdag. Officieel is die op 10/10 (dat zijn 10-en, snappie?), maar de festiviteiten vinden plaats op zaterdag. Ik geef jullie graag een eerlijke kijk op Tintelend Tienen en een dag vol feestelijkheden.

Tienen is een stad met 36.000 inwoners verspreid over 9 deelgemeenten en een totale oppervlakte van 72,7 m². In het Frans heten wij Tirlemont en daar zie je ook de etymologische herkomst in de naam die naar “heuvel” of “hoogte” zou verwijzen. Al in 1837 lag er een spoorlijn tussen Brussel, Leuven en Tienen. Als je het station van Tienen ziet, zou je denken dat er in 190 jaar amper geïnvesteerd werd. De renovatie is nu eindelijk gestart. Over een paar jaar zouden we weer een degelijk uitgerust station hebben. De wijde omgeving van Tienen is landelijk van karakter. Mogelijkheden genoeg om looptoertjes uit te stippelen van dorp tot dorp. Minpuntje is dat alles in de omgeving gebetonneerd is. Je vindt dus amper off-road paadjes, vooral trailloper Hans moest daar aan wennen. Ik mis een bos in de buurt, maar gelukkig is Tienen de poort naar de Ardennen. Een mooi stukje natuurgebied vind je langs de oude spoorwegbedding van de Grote Getevallei. Momenteel gebruik ik die voor mijn woon-werkverkeer op de fiets naar Geetbets en Zoutleeuw. Zoveel beter dan de steenweg.

Het grote probleem van Tienen is dat de stad altijd achterop hinkt. Als je hier naar de Hema of Veritas gaat, word je 20 jaar terug de tijd in gekatapulteerd: het is hoe Leuven eruit zag in de nillies. Winkels zijn doorgaans verouderd. Er is veel leegstand in het straatbeeld. De auto regeert en de fietser krijgt geen plaats. De Tiense suiker, onze grootste trots en streekproduct bij uitstek, wordt geproduceerd in een fabriek binnen de stadsring. Het saaikerfabriek vormt een industriezone op een boogscheut van de Grote Markt. Op de schouders van onze verse burgemeester Jonathan Holslag rust kortom een zware taak: een frisse wind laten waaien door een verouderde provinciale industriestad met een vergrijsde bevolking die cynisch staat ten aanzien van de politiek. Wij geloven in ieder geval in hem. Go Jonathan!

Blikvanger van het stadscentrum is de écht heel grote Grote Markt die een paar jaar geleden een make-over kreeg. De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poel kerk dateert uit de 13e eeuw en is gebouwd met de lichte Gobertange-steen die hier in de regio werd gewonnen. Deze statige dame kreeg een groene tuin met zitmogelijkheden en een herdenkingsplaats. 3x per week kijkt ze uit op de markt die heeft alles wat je van een goeie markt mag verwachten. Vanaf diverse invalswegen naar de stad zie je haar toren en die van haar zus de Sint-Germanuskerk de skyline bepalen. We beschikken bovendien over een degelijke stadsbibliotheek. Boekhandel Plato en Wijnhuis La Piccola Cantina zijn wat ik onze hot spots zou noemen. Ze zullen geen prijs winnen voor hun winkelinrichting, maar ze worden uitgebaat door mensen met liefde voor het vak en verstand van zaken. Als kers op de taart hebben we een heel goede kringwinkel die ik lange tijd mijn goudmijn heb genoemd omdat ik er zoveel geweldige vondsten op de kop kon tikken. Tienen, da’s een kruispunt van mogelijkheden volgens de officiële stadscommunicatie en dus niet louter een punt van de marginale driehoek. Akkoord, er is potentieel, maar je moet het willen zien.

De allergrootste troef van Tienen is het wooncomfort. In Leuven is het op eender welk moment druk in de brede omgeving van de stad. Aan hippe horecagelegenheden geen gebrek, maar je bent nooit de enige die daar in de zon op dat terras wil zitten. Het “niet hip zijn” van Tienen is net heel charmant. Bovendien vertaalt het zich ook naar de woningprijzen die heel wat lager liggen dan in het mondaine Leuven. Wij wonen in een gezellig dorp op 2,5 km van de Grote Markt, 3 km van het station en relatief dicht bij de snelweg. Dat is dus niet ergens in the middle of nowhere. Een vibrant city ligt quasi om de hoek. Al moet je niet de bus willen nemen, want dat wordt niks. Wij beschikken over een goed getraind stel fietsbenen en gaan nog hoofdzakelijk met de fiets werken.

Vandaag is het feest in Tienen! De Kweikersdag dankt zijn naam aan een niet zo spannend verhaal over een eend die kwaakte (kwaken-kweiken) tijdens de misviering en eigenlijk een duif moest zijn. Dat we ook al spottend schapenkoppen genoemd worden, zie je ook terug in het wapenschild. Ik beschik over de gave om heel goed naar gebeurtenissen toe te kunnen leven, zodat het toeleven misschien zelfs disproportioneel wordt met de uiteindelijke gebeurtenis. Dat komt onder andere omdat ons dorp rijkelijk versierd is in rood en groen met apen en schapen. Wij zijn namelijk ’t Apenland! Elke wijk of deelgemeente heeft eigen kleuren en vormt een contrei dat deelneemt aan De Lazuur: een aflossingswedstrijd waarbij een ploeg van 10 lopers (man/vrouw, jong/oud) met een zelf geknutseld en vooral heel groot schaap op de rug zo snel mogelijk rondjes moet lopen. De inzet: het Gouden Vaandel naar het contrei brengen. Spektakel verzekerd! Door de voorspelde wind werd het feestprogramma wat bijgestuurd. Er is de voordracht van het stadsgedicht, een feestelijke stoet en een stadswandeling met gids, inclusief bezoek aan de expo Schapen op kop. Omdat Hans officieel een relatief nieuwe Tienenaar is, zijn wij bovendien uitgenodigd op een receptie op het stadhuis voor de nieuwkomers. We hopen daar natuurlijk onze burgemeester te zien.

Lang leve, Tienen! Hoera voor ’t Apenland! En ook hieperdepiep voor onze witte kater Phineas die vandaag 10 jaar wordt. Wie nog op zoek is naar een ander “in de kijker moment”: het is Werelddierendag, de Week van het Nederlands begint en zondag vieren we alle leerkrachten. Hoera!!!

Het moment – De sportieve toerist in Parijs

Mijn 40e verjaardag vierden we in stijl met een weekendje Parijs. Geen gebrek aan redenen tot feest, want na 3 jaar zette ik weer voet op Parijse bodem en wel voor het eerst met Hans. Bij aankomst nam ik de chaos van Paris-Nord heel goed in me op. Dit had ik gemist en nu was ik terug. De uitbundige bruidsmode op de Boulevard de Magenta was niet veranderd en geroosterde maïskolven werden er ook nog à volonté verkocht. De fietser bleek plots alom aanwezig – soms met gevaar voor eigen leven of dat van de onwetende voetganger. Ook een stad doordrongen van de geschiedenis is aan verandering onderhevig. Olympische Spelen of niet. Parijs is mee met zijn tijd. Burgemeester Anne Hidalgo is een vrouw met visie. De stad is bij haar in goede handen.

We verbleven in Hotel Joke – écht waar! – in Rue Blanche, een straatje naar beneden aan de Moulin Rouge die sinds kort weer wieken heeft. Op de 33e verjaardag van Roos (hip hip hoera!) lieten Hans en ik ons gewillig onderdompelen in de Parijse scenery. In Galerie Lafayette baanden we ons een weg door modebeelden en luxejagers. Op het dakterras keken we elkaar met zon en zicht op de Eiffeltoren eens extra diep en romantisch in de ogen. Uiteindelijk streken we neer op een bruisend terras met zicht op de Saint-Eustache (een onderschatte kerk, maar een favorietje van An en mij). Vooral de ononderbroken hip geklede mensenstroom trok onze aandacht. Er is altijd iets te zien in Parijs. We proosten met een glaasje bubbels op mijn laatste dag als dertiger. Elke reden is legitiem om het leven te vieren.

Zaterdag de 13e werd ik als een koningin wakker gezongen en gekroond door mijn koning Hans. Hij had een nietjesmachine meegenomen zodat mijn toepasselijke hoofddeksel ter plekke geassembleerd kon worden en ik in alle waardigheid aan het ontbijtbuffet kon plaatsnemen. Een royale bodem leggen was belangrijk voor onze middagactiviteit: een toertje lopen! Hans kwam daar een paar dagen voor vertrek mee aanzetten: zouden we in Parijs geen duurloopje doen bij wijze van sightseeing? Goed idee! Al lopend kan je immers in relatief korte tijd heel wat hot spots aandoen. Het is ook al lopend dat je een nieuw levensjaar kan vieren. Als jarige, ervaren wandeling-uitstippelaar en triple marathonfinisher in Parijs mocht ik de route bedenken.

Uiteraard ging het eerst via de Eglise Estienne d’Orves over de Boulevard Hausmann naar de Arc, mijn grote stenen liefde. Lopen in Parijs kent drie grote uitdagingen: de drukte, de verkeerslichten en de oneffen voetpaden die van het glooiende karakter zijn. Ons tempo was dan ook best gezapig. Bij de Arc was het een drukte van jewelste. Toerisme in Parijs is een attractie op zich. Wij sloegen linksaf meezingend met een plaatselijke performer Au Champs-Elysées! Een beetje bergaf in rechte lijn over de zogenaamd plus belle boulevard du monde waar ik in 2022 met Sam stond te klappertanden. Tot onze verbazing was er een Salomon winkel op de Champs. Als je lichtjes bezweet een winkel kan binnengaan in loopkleding (met Hoka petten en schoenen), dan is het wel die van een loopmerk. Hans kon namelijk een nieuwe 12l trailvest gebruiken en had in deze flagshipstore keuze te over aan kleurtjes.

De koning en koningin voor één dag zetten hun tocht verder via de obelisk naar Place de la Madeleine en het iconische Place Vendôme, waar mijn gedachten door het Ritz Hotel altijd een beetje bij Lady Di zijn. Een passage door het gravel van de Jardin des Tuileries kon natuurlijk niet ontbreken. Het was weer goed over de koppen lopen en zo konden we ook nog eens een blik werpen op de luchtballon met de Olympische Vlam. Een aardig spektakelstukje en ook wel typerend voor de Franse trots dat ze dat spel gewoon laten staan als casual souvenir aan hun moment de gloire. Wij gingen verder langs het Louvre over de Rue de Rivoli waar ik nog wat Tour-herinneringen met Roos oprakelde. Via Centre Pompidou en Hotel de Ville liepen we richting Marais. De fietspaden deden trouwens uitstekend dienst als loopstrook.

Een andere leuke herinnering met Roos deelde ik op de Place des Vosges, waar dat arme kleine zusje van mij een keer een dieptepuntje kende. Het kan er soms stevig inhakken om met je grote zus te citytrippen. Een mooie loopherinnering had ik aan de Place de la Bastille: een dubbele passage van de marathon. Waar is de tijd? We gingen de Seine over en belandden in Rive Gauche. Met zicht op de semi-gerestaureerde Notre-Dame zagen we dat er al sterk werk geleverd was. Wij hobbelden verder naar de Jardin du Luxembourg waar het wederom overgezellig druk was. Ook de highlights van Saint-Germain-des-Prés passeerden de revue: de literaire wijk waar ooit Ernest Hemingway en Simone de Beauvoir hun verdriet verdronken.

Aan het Louvre staken we weer de Seine over om onze laatste rechte lijn naar het hotel in te zetten. We hadden een goeie 15 km gelopen en – eerlijk is eerlijk – bij deze prille veertiger was het beste eraf. Mede door de drukte hakte de inspanning er toch behoorlijk in. De laatste etappe was er eentje om door te zetten: langs de drukte van de Opera en Lafayette terug de berg op. Ik timede het zo dat ik exact 19,85 km gelopen had toen we bij het hotel aankwamen. Een streepje symboliek dat mag je nooit laten liggen.

Na het sportieve luik namen we de metro naar Le Bon Marché voor de betere snuister- en shop-ervaring. We zijn weer helemaal mee met de nieuwste fall-winter trends, al miste Hans wel wat mannenmode. Omdat sommige dingen gewoon zo bedoeld zijn, vond ik uitgerekend in Le Bon Marché de ivoorkleurige zonnebril waar ik al lange tijd naar op zoek was. Ik kende Jimmy Fairly niet, maar het is van Parijs, dus helemaal toepasselijk om schijnende zonnetjes te trotseren. Helaas was van vorstelijk weer geen sprake en bleef die zonnebril nog even veilig in z’n poche. Een betrokken lucht veranderde in een dikke vette plensbui. Gelukkig hadden wij onderdak gevonden bij Maison Sauvage (ooit een Instagram-plek) en klonken we nogmaals op een onvergetelijke dag.

Onze Parijse zondag brachten we voornamelijk door op Père Lachaise: de begraafplaats waar je beroemdheden als Jim Morrison, Edith Piaf en Oscar Wilde een laatste groet kan brengen. Het mooie van die plek is dat je ziet hoe de grandeur van het leven ook net zo vergankelijk is. Zelfs de meest megalomane grafstenen, -beeldhouwwerken en -tempels zakken op een dag wat verder in de grond. Er wordt dan al eens een hek gezet of een lint gespannen in een poging om iets aan het verval te doen. Het zijn schattige pogingen om de doden ook tot het allerlaatst met zorg te omringen, maar uiteindelijk wint altijd de kracht van de natuur.

Mijn Parijs! Ik zal er niet snel over uitgepraat zijn. Het is een stad die altijd in de steigers staat en waar mensen altijd onderweg zijn. Een stad van uitersten, waar goor en schrijnend er stevig kunnen inhakken en ook luxe een ongeziene hoogte bereikt. Ik blijf me steeds afvragen wat de achtergrond is van al die mensen: de onvriendelijke vrouw aan het loket van de metro, de hardwerkende uitbater van de krakkemikkige toeristenshop en de verkoper van Chanel die elke dag weer moet geloven dat luxeproducten verkopen van maatschappelijk nut is. Ik dompel me steeds onder in die stad om er verhalen te herbeleven en nieuwe herinneringen te maken. Geloof me maar dat het niet weer 3 jaar zal duren voor ik terug ben. Samen met mijn Hans natuurlijk.

Het moment – Een iconische tas voor een iconische verjaardag

Vanaf vandaag ga ik als veertiger door het leven! Zo makkelijk en licht als dat nu voor mij klinkt, zo lastig heb ik het lange tijd gevonden om op een dag geen dertiger meer te zijn. De afgelopen jaren werd ik een blijer en gelukkiger mens. Ik leerde het leven door het te leven. Dat is een gedachte die ik ergens heb gepikt, maar wat ik bedoel is dat door levenservaring op te doen ouder worden juist veel makkelijker is. Ik weet wat ik wil, ik weet beter wie ik ben. Ik weet wie of wat me blij maakt en wat me raakt. Dat betekent niet dat ik niet meer op mijn bek kan gaan of dat ik me soms niet irrelevant en overbodig voel. Het gevoel dat vrouwen doorgaans harder worden afgerekend op hun leeftijd dan mannelijke leeftijdsgenoten bekruipt me wel eens. In mijn eigen kring zie ik gelukkig heel wat sprankelende mensen die niet plots minder tellen omdat er een viertje staat.

Ook in de wijde wereld zijn er heel wat mooie voorbeelden te vinden van Club 85‘ers die er op hun 40e helemaal staan. Op literair vlak ontdekte ik de stemmen van Marieke De Maré en Maddalena Vaglio Tanet. Bolis Pupul maakt muziek als nooit tevoren en geheel op zijn eigen wijze. Tommy Hilfiger is niet helemaal mijn merk, maar toch wel tijdloos klassiek en established in 1985. Chloe Malle zal in de (symbolische) voetsporen treden van Anna Wintour als hoofd redactionele inhoud van Vogue. Heel recent toonde Courtney Dauwalter tijdens de UTMB wat waar loopgenot betekent, ook als je veertig bent. Ze werd Chamonix binnengehaald als held van de dag. Diep respect!

Ik vier mijn verjaardag in Parijs en dat doe ik met een heel iconische tas, mijn eigen interpretatie van de Birkin bag van modehuis Hermès. Een tas met een verhaal, een goed verhaal. Zo goed dat ik er wel mee aan de slag moest. Begin dit jaar stond dé Birkin bag van Jane Birkin te koop. De tas die pas later haar naam is gaan dragen. In 1984 stapte Jane Birkin op het vliegtuig in Parijs, vloekend op haar tas (een rieten mandje eigenlijk) die veel te klein was. De grote baas van Hermès, Jean-Louis Dumas, zat toevallig naast haar en merkte haar irritatie op. Het verhaal wil dat ze samen op een kotszakje een schets maakten van een prototype voor de ideale tas die aan Birkins wensen voldeed. In 1985 worden de eerste Birkin-bags verkocht. Een stuk modegeschiedenis dat nu dus 40 jaar oud is. De tas die verkocht werd bij Sotheby’s in Parijs was het prototype van de tas die Birkin zelf gebruikte, een tas die duidelijk gebruikssporen heeft. Goed voor een slordige 8,6 miljoen euro.

Jane Birkin was niet zuinig op haar tas. Ze was geen modesnob en had niks met luxe. Haar tas was een gebruiksvoorwerp, beplakt met activistische stickers en al. Een groot deel van haar leven bracht ze in Parijs door. 1985 – inspirerende vrouw – Parijs: ik wilde iets met die iconische Birkin doen. Ik waagde me aan de creatieve uitdaging om een leren luxetas te vertalen naar een handige stoffen tas die subtiel verwijst naar de Birkin. Als grote denim-fan zou ik die maken uit een zwarte jeansstof. Voor de voering gebruikte ik een hemd uit de kringwinkel.

Het initiële idee was om de typerende flap over de tas zo waarheidsgetrouw na te maken. Technisch zou dat niet eenvoudig zijn, maar al doende kreeg ik een beter idee (zo gaat dat eigenlijk meestal). Ik duikelde drie tassen op die ik zou hergebruiken om er mijn Birkin vorm mee te geven. De flap knipte ik uit een gewatteerde tas van Le Coq Sportive (stijlvol Frans). Van een Esprit-tas die meermaals meeging naar Parijs recupereerde ik de (nep)leren hengsels. Mijn klassieke handtas van Fossil, die qua gebruikssporen gewaagd is aan het prototype van de Birkin, bezorgde me enkele mooie fournituren.

Verder wilde ik het nonchalante sticker-idee toepassen en mijn tas decoreren met memorabilia. Het is voor dit soort projecten dat je blij bent dat je één en ander bewaard hebt. In mijn atelier lagen de schatten voor het rapen: broches, pins en enkele eigengemaakte stoffen “stickers” maken het rommelige geheel compleet. Nog een knipoog naar Jane Birkin: aan haar tas hing altijd een nagelknipper omdat ze haar nagels kort wilde hebben. Ik ga zelf ook niet graag op trip zonder nagelknipper, dus die kreeg een mooi hangplekje. Tijdens het maakproces was ik best benieuwd naar het eindresultaat. Het is toch altijd een beetje afwachten hoe die verschillende stoffen samen zullen werken. Ik ben er best tevreden mee. Het is een Birkin bag geworden van Joke Odeyn naar de geest van Jane Birkin. Een tas die, net zoals het leven zelf, handig gebruik maakt van wat al geweest is. Het bewijs dat mooie dingen niet duur hoeven te zijn.

Vandaag flaneer en paradeer ik dus door de straten van Parijs. Op mijn 40e verjaardag. Het is ruim 3 jaar geleden dat ik in mijn geliefde stad was. Nu dus voor het eerst met Hans. We plannen sowieso een sportief intermezzo, want op de eerste dag van mijn nieuwe levensjaar zal er gelopen worden.

Ik zeg santé, lieve lezers! Op weer een jaartje erbij. Met (hopelijk) een coupe champagne in de hand op naar meer verhalen. Maak er een mooie zaterdag van!

Het moment – Zwitserse epiek, lyriek en dramatiek

Vrijdagmiddag 29 augustus – 12:08. Hans en ik rijden Zwitserland binnen met een camper. 22 jaar geleden zette ik voor het laatst een voet in la Suisse. Als 16- en 17-jarige ging ik namelijk skiën met de CM in Maloja en Leysin. Ik zag wel een skiester in mezelf, maar er kwam nooit een vervolg aan mijn leven op latten. Zwitserland bleef tot de verbeelding spreken. Mijn oma en opa waren lyrisch na elke vakantie die ze er door brachten en later hoorde ik nog meer lofgezang over de Zwitserse bergen nadat Seppe er meermaals deelnam aan het WK duatlon in Zofingen. In mijn tienerherinneringen kon ik niet meer oproepen dan de nachttrein (slecht geslapen), sneeuw (heel veel en heel wit), skipistes (liften nemen was net zozeer een kunst) en het CM-hotel (veel tienerplezier). Ik was dus razend benieuwd naar wat het Zwitserland-gevoel echt inhield.

De bestemming: Martigny in het kanton Valais of Wallis, afhankelijk van de taal. De aanleiding: dé UTMB wedstrijd in het Franse Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc en aan de andere kant van de bergpas. Een trailwedstrijd in alpien gebied waar de wereldtop samenkomt en Seppe ook één van de poppen in het schouwtoneel zou zijn. Vertrek vrijdagavond met 174 km voor de boeg en 9900 hoogtemeters. Enkel de top 50 kan dat binnen de 24 uur. Het wilde plan van het camperavontuur ontstond in het najaar. We waren het erover eens dat we – met Seppe aan de start – heel graag iets wilden meepikken van die iconische wedstrijd. Op de bonnefooi Chamonix binnenrijden leek een plan gedoemd om te mislukken, aangezien de wedstrijd een evenement op wereldschaal is, zij het met beperkte toegangswegen. Een week lang maken duizenden lopers er hun opwachting voor wedstrijden over verschillende afstanden met de enige echte Ultra Trail Mont Blanc als het ultieme spektakelstuk.

Enter het geniale plan van Hans om naar Martigny in Zwitserland te rijden. Vanuit die bergstad zouden we met een stevig looptochtje (1000 meter stijgen op 9 km!) tot bij het parcours kunnen komen. Kortom een semi-spontaan tripje om de avonturier in onszelf ontdekken, want het was nog steeds best een gek plan om ervan uit te gaan dat Martigny niet overspoeld zou zijn door het UTMB-circus. De belangrijkste insteek van de trip bleef om er eens op uit te trekken met een (gehuurde) camper. Bijkomende wens langs mijn kant was om “echte” bergen te zien. Bergen met grote toppen die je amper kan vatten met het oog. Echte bergen zoals je die ziet op chocoladeverpakkingen en pittoreske postkaarten. Het soort bergen dat mensen doet houden van en smachten naar de grootsheid van de bergen. Hans beloofde me plechtig dat ik hoe dan ook mijn bergen te zien zou krijgen.

Onze rit was in totaal zo’n 750 km. Donderdagnacht brachten we door op een tankstation in Frankrijk. Een goeie keuze, want er was een Starbucks en we zouden onze vrijdag dus kunnen beginnen met een degelijke koffie. Mijn eerste nacht in de camper viel heel goed mee. Ik vergat helemaal dat ik me eigenlijk op een tankstation bevond. Het vervolg van de tocht was werkelijk fenomenaal. We reden op heerlijke snelwegen met zicht op de Vogezen. Basel leek, ondanks de vele wegenwerken, ook een mooie stad te zijn. Toen we Bern voorbij waren, was ik voor het eerst sprakeloos. We reden langs een eindeloos meer met bergen aan weerszijden en huizen rondom rond. Door het kleine GPS-scherm noemde ik het Meer van Genève eerst Lac Léman en ontkende dan dat er een echte stad was. Dat bleek dus Montreux te zijn. Ja hallo zeg! Wat een magische plek!

Even later ging mijn wens in vervulling: ik zag de bergen waar ik om had gevraagd. Ze waren zo groot en indrukwekkend dat ik er – écht waar – weer even sprakeloos van werd. Het bergengevoel nam toe en de weg naar Martigny lag voor ons open. We zouden onze kans wagen op de TCS camping, de enige camping die de stad rijk is. Wonder boven wonder was daar dus plek zat. We konden een plekje uitkiezen met zicht op die indrukwekkende bergen, de wijngaarden en de Col de la Forclaz die we zaterdag zouden gaan trotseren. We trokken Martigny-City in en keken onze ogen uit. De stad was een volwaardige stad te noemen: zowel postkaartproef als hedendaags. Omdat het geluk aan mijn kant stond, had ik nog een laatste wens: een wijntje drinken uit de streek. Bij loungebar l’Adresse 1920 raadden twee heerlijke locals ons de Petite Arvine aan van Nez Noir, een witte prijswinnende wijn van de streek. Wat een topper! Het glas werd lekker vol gegoten en lichtjes in de wind pikten we de start van de UTMB mee op de livestream (die werkelijk nog uuuuren zou doorgaan).

Onze nachtrust in de huiselijke sfeer van de camper had niet geleden onder de wetenschap dat mijn broer enkele tientallen kilometers verder een zware nacht in barre omstandigheden doormaakte. Nog steeds onder de indruk van het decor van onze camping genoten wij met volle teugen van het kampeerleven. We aten havermout om een goede basis te leggen, want vandaag gingen we ook zelf aan de bak. Seppe leek nog steeds als een trein te gaan, eentje in de bergen weliswaar: hij haalde een gemiddelde snelheid van 7,5 km per uur. Op basis daarvan verwachtten we hem rond 14u aan de Col de la Forclaz op een hoogte van ruim 1500 meter.

Rond half 12 vertrokken wij op expeditie richting de schattige miniatuurhuisjes tegen de berg die volwaardige huizen zouden worden. De eerste twee kilometers konden we nog lopen, toen brak het hike-werk aan omdat het steil omhoog ging, zowel over verharde als onverharde paden. Ik keek mijn ogen uit. De Zwitsers zijn mensen naar mijn hart. Hun huizen getuigen van goede smaak, ze zijn uiterst charmant en netjes onderhouden. Ze hebben oog voor detail: een leuke houten bank, kleurrijke bloemen in de voortuin en geruite gordijntjes aan alle ramen. Ze schuwen de romantiek niet en frezen maar wat graag hartjes en bloemen in houten luiken. Alles is mooi. Ik leerde hier de ware betekenis van het woord idylle kennen. Het was dus een beklimming met heel veel oooh’s en aaah’s. Ook het zicht achter ons was werkelijk magnifiek te noemen. De koeienbellen klingelden vrolijk op de achtergrond en we vulden ons water bij aan een bron. Sneller dan verwacht bereikten we onze bestemming. We hadden 9 km gehiket in 1 uur en 40 minuten, niet slecht voor noorderlingen die geen echte bergen kennen.

Ik had gelukkig naar Hans geluisterd en dus braaf een jasje meegenomen, want eenmaal op hoogte stond er een fris windje. Koffie to the rescue! Ik had me voorbereid tijd te gaan doorbrengen op een kale vlakte, maar we bevonden ons zowaar langs een straat met horeca en een souvenirshop in het hogere segment. Er was zelfs een hek waar we onze bezwete shirts konden drogen. Op zo’n moment kan je je werkelijk niets meer wensen. Maar goed, we waren hier voor Seppe. Ik kreeg een lichtjes verontrustend berichtje van Geert. Seppe had het zwaar, zag af en had op de vorige post willen opgeven, maar was uiteindelijk toch weer op pad vertrokken. Ondertussen zagen wij dus de lopers vanaf de top 50 passeren. Mensen die het stuk voor stuk zwaar hadden, maar dapper door de pijn heen beten om hun tocht verder te zetten. Met de glimlach. We bevonden ons rond km 143. Nog een 30 km te gaan dus, dat is toch gauw een uur of 6 à 8. Je bent er dan kortom niet bijna.

Omdat Seppes tempo zienderogen zakte, hadden wij meer tijd te spenderen op onze col. Om een stukske taart te eten bijvoorbeeld. Ook hier maakten de Zwitsers hun naam als volk met goede smaak helemaal waar. Als je mij een stuk appeltaart presenteert mét kaneel, zónder rozijnen op een bord met gouden bloemetjes dan ben ik verkocht en betaal ik met plezier 5 Zwitserse franken voor een cappuccino. De spanning begon te stijgen. Vanaf 15u20 waren we in blijde verwachting van Seppe. Aan animatie langs het parcours trouwens geen gebrek. Een koppel uit Luik sprak ons aan, hoorde dat we Belgen waren en kende Tirlemont uiteraard van de sucre, mais je suis diabétique, haha! Eveneens aanwezig: een extreem enthousiaste bende supporters (ik vermoed een vriendengroep) die elke loper trakteerde op een mexican wave annex erehaag. Een Nederlandse vrouw op witte sneakers en totaal niet aangepaste outdoorkleding dacht een stukje bergwandeling te verzetten, maar gleed uit in een koeienvlaai. Jeeeeezes, een koeienstront! Waarop ze wel 10 minuten probeerde om haar besmeurde witte schoenen en broek van de bruine smurrie te ontdoen.

Terwijl de boer zijn koeien verzamelde en naar een andere wei bracht, zat de schrik er plots in dat we Seppe gemist hadden. We waren al bijna 3 uur present en lopers die ons nu passeerden, waren allemaal na hem aangekomen op de vorige post. Het was na 16u toen we hem zagen aankomen. Seppe heeft een heel herkenbare loop- en wandelstijl, ook als hij trailstokken heeft en zijn pet achterstevoren staat. Alles in zijn lijf schreeuwde dat het niet meer ging. Die broer van mij zat in een pain cave waarvan hij de sleutel nog niet eerder ontdekt had. Hij zei meteen dat hij zou stoppen bij de volgende post, een paar kilometer verderop. De nacht was loodzwaar geweest door de aanhoudende regen en koude. Afdalingen waren daardoor modderige glijbanen geworden. Hij was een keer of 5 gevallen en met de schrik verkrampt gaan lopen. Vooral tegen de afdalingen zag hij enorm op. Wij konden niet anders dan hem goede moed wensen en probeerden zijn prestatie te bejubelen. Een hartverscheurend moment: de tranen schoten mij in de ogen, het lood zonk in mijn schoenen. Het deed zoveel pijn om deze lijdensweg te zien.

Foto: Robrecht Paesen

Het was een welkome afleiding dat wij nog wat meer gingen stijgen. We zouden namelijk écht tot de top van een berg gaan. Zo’n echte berg dus, de Mont de l’Arpille. Nog 500 meter omhoog om een dak van 2085 meter te bereiken. Het was een indrukwekkende klim. Ik was al meermaals ontdaan van mijn woorden door dit adembenemende landschap en ook nu had ik weer weinig tekst om te vatten wat ik zag en wat dat met mij deed. Ook dit stuk klimmen ging wonder boven wonder vlot. We gingen over een met stenen bezaaid pad en strooiden nog wat in het rond met oooh’s en aaah’s. Foto’s schieten te kort, het was dus zaak om het moment te capteren. Op de top hadden we een fenomenaal zicht op het Mont Blanc massief en de plaatsen in het dal. Bovendien waren we niet de enige die van een panoramisch zicht hielden. We geraakten aan de praat met een wandelaar die op pad was om paddenstoelen te plukken. Het is de Zwitser ten voeten uit: altijd in voor een babbeltje, rustig doch gedecideerd, apetrots op dat wonderschone land. Terecht.

Het echte afzien is niet het klimmen, maar het dalen. Daar ging uiteindelijk ook Seppe aan ten onder. Als je kilometers lang steil omhoog gaat, dan breekt onvermijdelijk het moment aan dat je kilometers lang terug naar beneden moet. Dalen doet veel meer pijn dan stijgen. De berg dwong me heel even op de knieën toen ik struikelde en met mijn scheen pijnlijk neerkwam op een stuk rots. We liepen over een prachtig pad met zicht op het dal met ieniemienie huisjes. De afdalingen werden steeds steiler en daar heb je dus echt helemaal niks aan, want na een paar honderd meter zijn je spieren verzuurd van het afremmen (daarin onderscheidt de echte alpine trailloper zich). Die huisjes bleven klein, zelfs toen we in bewoond gebied kwamen. Via de wijngaarden ging het dan helemaal naar beneden, door de stad in een rechte lijn naar de camper. Er stond dik 25 km op onze teller en 1697 hoogtemeters. Ik voelde me een klein, maar dapper berggeitje dat tevreden terugblikte op haar missie.

Ons avontuur kreeg een verrassende wending toen we hoorden dat Seppe nog steeds in de race zat. Het ging traag, erg moeizaam en het deed heel veel pijn, maar hij zou de finish halen in de nachtelijke uren na een strijd van 32 uur en 2 minuten. Met zeer grote dank aan het adres van zijn crewleden Bobby en Geert. Wie meer wil weten over hoe dat zo ging, kan naar de ruim 3 uur durende podcast aflevering van De Jogclub luisteren waarin Seppe zelf uitgebreid tekst en uitleg geeft. Terug naar Martigny. Na een deugddoende campingdouche en een kampeerpastaatje doken wij moe maar tevreden in ons camperbedje. Zondag reden we alweer terug naar huis. Uitkijken naar Montreux! Ik moet daar ooit heen! Er werden plannen gesmeed voor andere campervakanties, want jawel: dit smaakte absoluut naar meer (van Genève). Dit meisje van de zee heeft een stevige liefde voor het hooggebergte ontwikkeld. En ook voor de Zwitsers. Ze weten verdorie dondersgoed dat ze in een bloedmooi land wonen en doen er alles aan om dat wondermooi te houden.

Nog enkele leuke wetenswaardigheden

  • Onder de noemer: antwoorden op (domme) vragen die je niet durft te stellen: de Zwitserse frank is 1,07 euro, de bondspresident (baas) van Zwitserland is Karin Keller-Sutter, een berg is gevuld met rots, je kan last krijgen van hoogteziekte vanaf 2500 à 3500 meter hoogte, Martigny VS ligt niet in Amerika, maar in het kanton Valais
  • We huurden een camper via het platform Goboony waar je rechtstreeks bij particulieren huurt. Een aanrader! We doopten “onze” Fiat Benimar Benny. In Den Haag keken we (te vaak) naar Barbapapa, waardoor de zetels in de camper er akelig levend konden uitzien.
  • Het leek me leuk om een Zwitserse playlist op te zetten toen we eenmaal de bergen naderden. Na een half uur werd de alpenhoorn en het gejodel zelfs mij te veel en schakelde ik over op de stilte.
  • Voor deze trip deed ik echt mijn best om geen overdaad aan kleding in te pakken. Een salopette leek me qua vibe een geschikt kledingstuk om de reis aan te vatten. Pas na 24 uur pakte ik iets anders uit mijn valies. Eigenlijk is een salopette allesbehalve een ideaal kledingstuk om van het camperleven te genieten. Te veel gedoe als je naar de wc moet.
  • Deelnemen aan de UTMB kan niet zomaar, je moet running stones verzamelen door trailwedstrijden te lopen (van organisaties die UTMB betalen). Seppe had geluk om met een beperkt aantal stenen ingeloot te worden.
  • De familie in België kon tijdens Seppes eerste nacht de slaap moeilijk vatten en bleef de tweede nacht wakker tot kwart voor 2 om hem over die finishlijn te zien gaan. Over toewijding gesproken.
  • Er stonden 2492 deelnemers aan de start van de UTMB, ongeveer 1/3 haalde de finish niet. Ruth Croft won in 22 uur en 56 minuten, Tom Evans had een schamele 19 uur en 18 minuten nodig. Seppe belandde op een 241e plek in het eindklassement: een ijzersterke prestatie. Al helemaal voor een debutant in de Alpen.
  • Hoka is hoofdsponsor van UTMB. Het waren echter Asics en Adidas die een winnaar afleverden. Hans en ik liepen uiteraard op onze Hoka’s naar boven. Ik op de Mafate 4 en Hans op de gloednieuwe Mafate 5.
Foto: Robrecht Paesen

De muziek – Lalala met de Lage Landenlijst

In het prille begin van deze blog had ik het al eens over mijn liefde voor Ramses Shaffy en Spinvis, op hun manier eigentijdse helden die me nog steeds raken en vermaken. De Lage Landenlijst van Radio 1 is dan ook telkens weer een muzikaal feest. Ik presenteer graag enkele Nederlandstalige nummers die wat mij betreft een plaats verdienen in de top 100 van de Lage Landen, in compleet willekeurige volgorde en om even willekeurige redenen. Mijn favoriet uit de top 10 van vorig jaar is trouwens Avond van Boudewijn de Groot. Uren langzaam wakker worden, zwevend door de tijd, maar wel op tijd de radio aanzetten: morgen vanaf 9 uur!

  • Rob de Nijs eren doe ik met Het werd zomer, een lied dat iedereen kent door de pioew pioew pioew, maar dat altijd tot nadenken stemt, stof voor een goed gesprek oplevert (ik was 16, jij was 28) en een heerlijk zomers gevoel oproept.
  • Rozane van Wim De Craene is de topper van het klassieke kleinkunstgenre. Altijd weer voel ik de pijn die liefde heet en de rauwe emoties die bij afscheid nemen horen. Ik word er altijd een beetje triest van en dat is helemaal niet erg.
  • Morgen vieren wij feest en dat doen we zeker ook met Wespen op de appeltaart van Spinvis, een mooi voorbeeld van hoe de gekke kronkels van Eric de Jong iets heel vervelends en in wezen ongezellig (wespen!) kunnen verheffen naar een vrolijk lied over een geslaagd zomers feest.
  • Stop met wenen van Kaat Van Stralen is simpelweg geniaal: in een muzikale tirade rekent ze af met een ex die haar emoties geen plaats kon geven, een opgestoken middelvinger én krachtig pleidooi in één powersong.
  • Als het allemaal wat complex en zwaar op de hand dreigt te worden, dan hebben we Froukje nodig. Haar Heb ik dat gezegd gaat eveneens over durven zeggen hoe het echt met je gaat, ook als dat niet goed is. Het gaat slecht!
  • Het cabaretduo Yentl en De Boer brengt shows die zowel hilarisch als ontroerend zijn. Hun Ik heb een man gekend is daar een prachtig voorbeeld van. Ze steken subtiel de draak met de eigenaardige kantjes van mannen, maar wel mét een romantische draai.
  • Annabel van Hans De Booij is zo’n lied dat iedereen kent en waarbij iedereen ook een verhaal ziet gebeuren, vraag maar eens na. Tijdloos zou ik zeggen. Leuk weetje: het nummer werd geschreven door Boudewijn de Groot die het zelf dus niet gebruikte.
  • Een lied over mijn lievelingskleur verdiende hier al eerder een plaats. Zeker nadat Hans er mij nadien fijntjes op wees en er iets heel moois over schreef: Blauw van The Scene dus. Thé Lau gaf de Nederrock een gezicht en iedereen kan keihard meezingen!
  • Lucky Manuelo in de versie van Joke Emmers dan wel Eva van der Gucht komt uit de Vlaamse film Iedereen beroemd (2000), goed voor een Oscar-nominatie. 3x top: de film, de cast én de song. Een gezonde portie drama en theatraliteit waar ik erg van hou.

Welke Nederlandstalige muziek mag er volgens jullie zeker niet ontbreken in de lijst?

Het moment – Over de nu al onvergetelijke zomer van 2025

De laatste dag van augustus is aangebroken. Er resten ons nog drie weken zomer, maar – eerlijk is eerlijk – als de zon nu schijnt, dan voelt je dat die een nazomers jasje aan heeft. De zomer van 2025 gaat voor mij officieel de boeken in als een prachtexemplaar. Een lange zomervakantie hebben, is een ongekende luxe. Na mijn werkzomer van vorig jaar ben ik dat zo mogelijk nog meer naar waarde gaan schatten. Anderzijds heb ik het ook moeten leren om optimaal van de zomer- en vakantietijd te kunnen genieten. Het ultieme zomergevoel dat is je kunnen overgeven aan het “we zien wel”. Dat niks echt moet en je niet alleen mag lezen of een wijntje mag drinken als je dat hebt verdiend door iets nuttigs te doen. Ik deel graag met jullie mijn recept voor de ideale zomervakantie.

Een flinke dosis zee
Jaha, kindje van de zee dus. Begin juli trapten Hans en ik met Leah en Emil het vakantieseizoen af met een dagje De Haan. Voor mij puur jeugdsentiment. Het belle epoque stadje aan de Belgische kust viel op geen enkele manier tegen. Leah en Emil moesten even wennen aan de wind (die hoort bij de zee, legde ik uit), maar gingen dan helemaal los in het zand. Verder mocht natuurlijk een ritje met de gocarts niet ontbreken en een ijsje bij René. Eveneens van maritieme aard: onze twee weken in Den Haag, die andere parel aan de Noordzee. We vierden er de Belgische feestdag met Nederlandse frieten en bier en genoten intens van Strandpaviljoen Zuid (oost west zuid best). We gingen ook schelpen rapen voor een creatief project. Ik zei tegen Hans dat ik mijn gelijke inzake schelpen zoeken en vinden nog niet was tegengekomen, maar ook op dat vlak kan Hans mij helemaal aan.

Een schepje bergen
Door onze trailexploten trokken we twee keer een weekend naar de Ardennen (drie met Bouillon erbij). Houffalize is een onvervalste klassieker met overnachtingen in het Vayamundo complex. Objectief gezien helemaal mijn ding niet qua accommodatie (het soort vakantiehuisjesgevoel waar ik akelig van word), maar de emotionele waarde compenseert dat volledig. De Trail des Fantômes bracht ons met de familie in een vakantiehuis in Tenneville. We hadden daar allesbehalve de slaapervaring van ons leven doordat één of ander dorpsfeest twee nachten op rij tot een kot in de nacht heel luide muziek de omgeving in joeg. Aan de schoonheid van de omgeving heeft dat in ieder geval geen afbreuk gedaan. We sluiten de vakantie trouwens af in het hooggebergte, in de buurt van de Mont Blanc: voer voor een volgend verhaal.

Een snuifje cultuur
Begin juli legden we onszelf een zeer beperkt, maar ook wel extreem flexibel boekenkoopverbod op. We voegden onze beide boekencollecties namelijk samen. De conclusie: we hebben echt héél véél boeken en ook echt héél véél boeken die we nog niet gelezen hebben. Het verbod werd inmiddels – uiteraard – al verbroken. Wat blijft is de vreugde om de rijkdom die zo’n mooie boekencollectie biedt. We maakten veel tijd om te lezen, ook in eigen tuin. Mijn literaire hoogtepunt was Zwarte september van Sandro Veronesi, samen met Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld van Haruki Murakami (daar is onze vriend weer). Op muzikaal gebied werd ik betoverd door Mr/Mme van Loïc Nottet. Tot slot lieten we ons door Hans Op de Beeck op Nachtreis nemen in het KMSKA. Een heel bijzondere en unieke expo waar ik nog vaak aan terugdenk.

Een toefje inspiratie
Als ik op een plek ben waar ik graag kom, dan keer ik altijd geïnspireerd naar huis. Zo kwamen we thuis van Den Haag met het idee dat een nieuwe keukentafel een meerwaarde zou zijn. Daarbij ontdekte ik de grote G-Star winkel in Den Haag, een merk waar ik niet per se veel mee had, maar dat me toch plots helemaal heeft geïnspireerd in de stijl van de utility wear. Op vakantie hang ik graag rond in winkels voor de beleving: het zien, voelen en praten over spullen is dan belangrijker dan dingen kopen. Ik zie het als ideeën die ik ergens opsla zodat ze op hun tijd weer een weg naar buiten vinden. Dat gaat dan van de wintercollectie van Essentiel Antwerp en Wijnhuis Marius tot een rommelige tweedehandswinkel (waar we een onvergetelijk gesprek meepikten over Jo die zijn zonnebril in de bank had laten liggen) tot de vla van Den Eelder en de Guhl shampoo van de plaatselijke Etos.

Een streepje creativiteit
Jazeker, ik maak nog kleding en tassen. Zo naaide ik vlak voor we naar Den Haag gingen een reeks T-shirts voor Hans en een sponzen short. Rekbare badstof heet dat officieel. Geloof me: elke mens heeft een outfit in spons nodig voor het ultieme relaxte vakantiegevoel! Voor mezelf maakte ik ook nog wat shorts en shirts en mocht een (strand)tas niet ontbreken. Ik ging deze keer voor een vleugje Ibiza. Voor Leah’s verjaardag herwerkte ik enkele grotere dekbedsets op maat. Het was een cadeau met als thema “slaapkamergerief”. Als ik jullie nog één goede raad mag geven: besteed altijd voldoende aandacht aan kwalitatief beddengoed waar je blij van wordt. Het kan misschien geen levens redden, maar het slaapt eens zo lekker.

Een goede mok koffie
Mensen, wat hebben wij veel koffie gedronken! De dag beginnen met een koffietje in bed, meer vakantiepunten kan je niet scoren. De koffies bij Café Emma stelden wederom niet teleur, net zoals enkele levendige gesprekken trouwens. Twee meiden van 30 bespraken hun levenswandel en jeetjemina, wat hadden die al een heftige tijd gehad! We hadden echt een flat white’je nodig om hun verhalen aan te kunnen, maar voelden ons wel erg veilig aangezien één van beide regelmatig het heimlich manoeuvre moest uitvoeren, in een professionele context welteverstaan. Hoe dan ook, als je twee weken van huis bent geweest, dan smaakt die koffie thuis toch weer het allerbeste. Koffiemomenten zijn voor mij meer dan een cafeïnekick (al heb ik die soms wel nodig). Het zijn momenten om te zitten en te kijken wat er om je heen gebeurt. Zelfs als je gewoon thuis zit. Misschien toch nog een derde goede advies dat ik jullie wil meegeven.

Sportiviteit naar smaak
In Den Haag gingen we ongeveer om de dag een rondje lopen. Als wij te lang niks doen, dan gaat dat lijf toch tegenwerken, dus in beweging blijven is de boodschap. We lopen daar vaak door de duinen naar het Zuiderzeestrand. Een stukje langs het water lopen dat is enerzijds fantastisch, maar anderzijds zijn mijn hamstrings daar nooit happy mee. Ook een paar stadse CPC-geïnspireerde rondjes mochten niet ontbreken. Ons langste loopje was er eentje van 15 km door het natuurgebied van Meijendel. Door de duinen gingen het over het strand van Wassenaar en dan met een fikse zandklim terug naar het startpunt. We hadden daar een bijzondere ontmoeting met een troep Konik paarden die aan het veerooster stonden aan te schuiven in de hoop stiekem te kunnen mee glippen door het poortje. Over paawden gespwoken: we keken ook onze ogen uit toen we door Wassenaar naar Leiden fietsten. Paardrijden is nog helemaal hip in de beau monde!