Het moment – Feest in Tienen!

Ik voel me op en top Tienenaar. Een jaar of 5 heeft die transitie in beslag genomen. Het is dan ook geen evidente stap om als geboren en getogen Leuvenaar naar het landelijke Tienen te verkassen. Voor ik er woonde, was ik één keer in Tienen geweest en ik wist heel zeker: je moet niet in Tienen gaan wonen voor de stad Tienen. Het waren de rust en ruimte die me in 2020 naar een Tiens dorp op 20 km van Leuven brachten, verder van mijn familie, dichter bij Limburg en Wallonië. Ik heb me die beslissing nog geen seconde beklaagd. Inmiddels is ook Hans officieel een Tienenaar. Hij verhuisde vanuit het bruisende Mechelen. Gekker moet het niet worden! Hoewel. Vandaag vieren wij Kweikersdag, de Tiense feestdag. Officieel is die op 10/10 (dat zijn 10-en, snappie?), maar de festiviteiten vinden plaats op zaterdag. Ik geef jullie graag een eerlijke kijk op Tintelend Tienen en een dag vol feestelijkheden.

Tienen is een stad met 36.000 inwoners verspreid over 9 deelgemeenten en een totale oppervlakte van 72,7 m². In het Frans heten wij Tirlemont en daar zie je ook de etymologische herkomst in de naam die naar “heuvel” of “hoogte” zou verwijzen. Al in 1837 lag er een spoorlijn tussen Brussel, Leuven en Tienen. Als je het station van Tienen ziet, zou je denken dat er in 190 jaar amper geïnvesteerd werd. De renovatie is nu eindelijk gestart. Over een paar jaar zouden we weer een degelijk uitgerust station hebben. De wijde omgeving van Tienen is landelijk van karakter. Mogelijkheden genoeg om looptoertjes uit te stippelen van dorp tot dorp. Minpuntje is dat alles in de omgeving gebetonneerd is. Je vindt dus amper off-road paadjes, vooral trailloper Hans moest daar aan wennen. Ik mis een bos in de buurt, maar gelukkig is Tienen de poort naar de Ardennen. Een mooi stukje natuurgebied vind je langs de oude spoorwegbedding van de Grote Getevallei. Momenteel gebruik ik die voor mijn woon-werkverkeer op de fiets naar Geetbets en Zoutleeuw. Zoveel beter dan de steenweg.

Het grote probleem van Tienen is dat de stad altijd achterop hinkt. Als je hier naar de Hema of Veritas gaat, word je 20 jaar terug de tijd in gekatapulteerd: het is hoe Leuven eruit zag in de nillies. Winkels zijn doorgaans verouderd. Er is veel leegstand in het straatbeeld. De auto regeert en de fietser krijgt geen plaats. De Tiense suiker, onze grootste trots en streekproduct bij uitstek, wordt geproduceerd in een fabriek binnen de stadsring. Het saaikerfabriek vormt een industriezone op een boogscheut van de Grote Markt. Op de schouders van onze verse burgemeester Jonathan Holslag rust kortom een zware taak: een frisse wind laten waaien door een verouderde provinciale industriestad met een vergrijsde bevolking die cynisch staat ten aanzien van de politiek. Wij geloven in ieder geval in hem. Go Jonathan!

Blikvanger van het stadscentrum is de écht heel grote Grote Markt die een paar jaar geleden een make-over kreeg. De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poel kerk dateert uit de 13e eeuw en is gebouwd met de lichte Gobertange-steen die hier in de regio werd gewonnen. Deze statige dame kreeg een groene tuin met zitmogelijkheden en een herdenkingsplaats. 3x per week kijkt ze uit op de markt die heeft alles wat je van een goeie markt mag verwachten. Vanaf diverse invalswegen naar de stad zie je haar toren en die van haar zus de Sint-Germanuskerk de skyline bepalen. We beschikken bovendien over een degelijke stadsbibliotheek. Boekhandel Plato en Wijnhuis La Piccola Cantina zijn wat ik onze hot spots zou noemen. Ze zullen geen prijs winnen voor hun winkelinrichting, maar ze worden uitgebaat door mensen met liefde voor het vak en verstand van zaken. Als kers op de taart hebben we een heel goede kringwinkel die ik lange tijd mijn goudmijn heb genoemd omdat ik er zoveel geweldige vondsten op de kop kon tikken. Tienen, da’s een kruispunt van mogelijkheden volgens de officiële stadscommunicatie en dus niet louter een punt van de marginale driehoek. Akkoord, er is potentieel, maar je moet het willen zien.

De allergrootste troef van Tienen is het wooncomfort. In Leuven is het op eender welk moment druk in de brede omgeving van de stad. Aan hippe horecagelegenheden geen gebrek, maar je bent nooit de enige die daar in de zon op dat terras wil zitten. Het “niet hip zijn” van Tienen is net heel charmant. Bovendien vertaalt het zich ook naar de woningprijzen die heel wat lager liggen dan in het mondaine Leuven. Wij wonen in een gezellig dorp op 2,5 km van de Grote Markt, 3 km van het station en relatief dicht bij de snelweg. Dat is dus niet ergens in the middle of nowhere. Een vibrant city ligt quasi om de hoek. Al moet je niet de bus willen nemen, want dat wordt niks. Wij beschikken over een goed getraind stel fietsbenen en gaan nog hoofdzakelijk met de fiets werken.

Vandaag is het feest in Tienen! De Kweikersdag dankt zijn naam aan een niet zo spannend verhaal over een eend die kwaakte (kwaken-kweiken) tijdens de misviering en eigenlijk een duif moest zijn. Dat we ook al spottend schapenkoppen genoemd worden, zie je ook terug in het wapenschild. Ik beschik over de gave om heel goed naar gebeurtenissen toe te kunnen leven, zodat het toeleven misschien zelfs disproportioneel wordt met de uiteindelijke gebeurtenis. Dat komt onder andere omdat ons dorp rijkelijk versierd is in rood en groen met apen en schapen. Wij zijn namelijk ’t Apenland! Elke wijk of deelgemeente heeft eigen kleuren en vormt een contrei dat deelneemt aan De Lazuur: een aflossingswedstrijd waarbij een ploeg van 10 lopers (man/vrouw, jong/oud) met een zelf geknutseld en vooral heel groot schaap op de rug zo snel mogelijk rondjes moet lopen. De inzet: het Gouden Vaandel naar het contrei brengen. Spektakel verzekerd! Door de voorspelde wind werd het feestprogramma wat bijgestuurd. Er is de voordracht van het stadsgedicht, een feestelijke stoet en een stadswandeling met gids, inclusief bezoek aan de expo Schapen op kop. Omdat Hans officieel een relatief nieuwe Tienenaar is, zijn wij bovendien uitgenodigd op een receptie op het stadhuis voor de nieuwkomers. We hopen daar natuurlijk onze burgemeester te zien.

Lang leve, Tienen! Hoera voor ’t Apenland! En ook hieperdepiep voor onze witte kater Phineas die vandaag 10 jaar wordt. Wie nog op zoek is naar een ander “in de kijker moment”: het is Werelddierendag, de Week van het Nederlands begint en zondag vieren we alle leerkrachten. Hoera!!!

Het moment – De sportieve toerist in Parijs

Mijn 40e verjaardag vierden we in stijl met een weekendje Parijs. Geen gebrek aan redenen tot feest, want na 3 jaar zette ik weer voet op Parijse bodem en wel voor het eerst met Hans. Bij aankomst nam ik de chaos van Paris-Nord heel goed in me op. Dit had ik gemist en nu was ik terug. De uitbundige bruidsmode op de Boulevard de Magenta was niet veranderd en geroosterde maïskolven werden er ook nog à volonté verkocht. De fietser bleek plots alom aanwezig – soms met gevaar voor eigen leven of dat van de onwetende voetganger. Ook een stad doordrongen van de geschiedenis is aan verandering onderhevig. Olympische Spelen of niet. Parijs is mee met zijn tijd. Burgemeester Anne Hidalgo is een vrouw met visie. De stad is bij haar in goede handen.

We verbleven in Hotel Joke – écht waar! – in Rue Blanche, een straatje naar beneden aan de Moulin Rouge die sinds kort weer wieken heeft. Op de 33e verjaardag van Roos (hip hip hoera!) lieten Hans en ik ons gewillig onderdompelen in de Parijse scenery. In Galerie Lafayette baanden we ons een weg door modebeelden en luxejagers. Op het dakterras keken we elkaar met zon en zicht op de Eiffeltoren eens extra diep en romantisch in de ogen. Uiteindelijk streken we neer op een bruisend terras met zicht op de Saint-Eustache (een onderschatte kerk, maar een favorietje van An en mij). Vooral de ononderbroken hip geklede mensenstroom trok onze aandacht. Er is altijd iets te zien in Parijs. We proosten met een glaasje bubbels op mijn laatste dag als dertiger. Elke reden is legitiem om het leven te vieren.

Zaterdag de 13e werd ik als een koningin wakker gezongen en gekroond door mijn koning Hans. Hij had een nietjesmachine meegenomen zodat mijn toepasselijke hoofddeksel ter plekke geassembleerd kon worden en ik in alle waardigheid aan het ontbijtbuffet kon plaatsnemen. Een royale bodem leggen was belangrijk voor onze middagactiviteit: een toertje lopen! Hans kwam daar een paar dagen voor vertrek mee aanzetten: zouden we in Parijs geen duurloopje doen bij wijze van sightseeing? Goed idee! Al lopend kan je immers in relatief korte tijd heel wat hot spots aandoen. Het is ook al lopend dat je een nieuw levensjaar kan vieren. Als jarige, ervaren wandeling-uitstippelaar en triple marathonfinisher in Parijs mocht ik de route bedenken.

Uiteraard ging het eerst via de Eglise Estienne d’Orves over de Boulevard Hausmann naar de Arc, mijn grote stenen liefde. Lopen in Parijs kent drie grote uitdagingen: de drukte, de verkeerslichten en de oneffen voetpaden die van het glooiende karakter zijn. Ons tempo was dan ook best gezapig. Bij de Arc was het een drukte van jewelste. Toerisme in Parijs is een attractie op zich. Wij sloegen linksaf meezingend met een plaatselijke performer Au Champs-Elysées! Een beetje bergaf in rechte lijn over de zogenaamd plus belle boulevard du monde waar ik in 2022 met Sam stond te klappertanden. Tot onze verbazing was er een Salomon winkel op de Champs. Als je lichtjes bezweet een winkel kan binnengaan in loopkleding (met Hoka petten en schoenen), dan is het wel die van een loopmerk. Hans kon namelijk een nieuwe 12l trailvest gebruiken en had in deze flagshipstore keuze te over aan kleurtjes.

De koning en koningin voor één dag zetten hun tocht verder via de obelisk naar Place de la Madeleine en het iconische Place Vendôme, waar mijn gedachten door het Ritz Hotel altijd een beetje bij Lady Di zijn. Een passage door het gravel van de Jardin des Tuileries kon natuurlijk niet ontbreken. Het was weer goed over de koppen lopen en zo konden we ook nog eens een blik werpen op de luchtballon met de Olympische Vlam. Een aardig spektakelstukje en ook wel typerend voor de Franse trots dat ze dat spel gewoon laten staan als casual souvenir aan hun moment de gloire. Wij gingen verder langs het Louvre over de Rue de Rivoli waar ik nog wat Tour-herinneringen met Roos oprakelde. Via Centre Pompidou en Hotel de Ville liepen we richting Marais. De fietspaden deden trouwens uitstekend dienst als loopstrook.

Een andere leuke herinnering met Roos deelde ik op de Place des Vosges, waar dat arme kleine zusje van mij een keer een dieptepuntje kende. Het kan er soms stevig inhakken om met je grote zus te citytrippen. Een mooie loopherinnering had ik aan de Place de la Bastille: een dubbele passage van de marathon. Waar is de tijd? We gingen de Seine over en belandden in Rive Gauche. Met zicht op de semi-gerestaureerde Notre-Dame zagen we dat er al sterk werk geleverd was. Wij hobbelden verder naar de Jardin du Luxembourg waar het wederom overgezellig druk was. Ook de highlights van Saint-Germain-des-Prés passeerden de revue: de literaire wijk waar ooit Ernest Hemingway en Simone de Beauvoir hun verdriet verdronken.

Aan het Louvre staken we weer de Seine over om onze laatste rechte lijn naar het hotel in te zetten. We hadden een goeie 15 km gelopen en – eerlijk is eerlijk – bij deze prille veertiger was het beste eraf. Mede door de drukte hakte de inspanning er toch behoorlijk in. De laatste etappe was er eentje om door te zetten: langs de drukte van de Opera en Lafayette terug de berg op. Ik timede het zo dat ik exact 19,85 km gelopen had toen we bij het hotel aankwamen. Een streepje symboliek dat mag je nooit laten liggen.

Na het sportieve luik namen we de metro naar Le Bon Marché voor de betere snuister- en shop-ervaring. We zijn weer helemaal mee met de nieuwste fall-winter trends, al miste Hans wel wat mannenmode. Omdat sommige dingen gewoon zo bedoeld zijn, vond ik uitgerekend in Le Bon Marché de ivoorkleurige zonnebril waar ik al lange tijd naar op zoek was. Ik kende Jimmy Fairly niet, maar het is van Parijs, dus helemaal toepasselijk om schijnende zonnetjes te trotseren. Helaas was van vorstelijk weer geen sprake en bleef die zonnebril nog even veilig in z’n poche. Een betrokken lucht veranderde in een dikke vette plensbui. Gelukkig hadden wij onderdak gevonden bij Maison Sauvage (ooit een Instagram-plek) en klonken we nogmaals op een onvergetelijke dag.

Onze Parijse zondag brachten we voornamelijk door op Père Lachaise: de begraafplaats waar je beroemdheden als Jim Morrison, Edith Piaf en Oscar Wilde een laatste groet kan brengen. Het mooie van die plek is dat je ziet hoe de grandeur van het leven ook net zo vergankelijk is. Zelfs de meest megalomane grafstenen, -beeldhouwwerken en -tempels zakken op een dag wat verder in de grond. Er wordt dan al eens een hek gezet of een lint gespannen in een poging om iets aan het verval te doen. Het zijn schattige pogingen om de doden ook tot het allerlaatst met zorg te omringen, maar uiteindelijk wint altijd de kracht van de natuur.

Mijn Parijs! Ik zal er niet snel over uitgepraat zijn. Het is een stad die altijd in de steigers staat en waar mensen altijd onderweg zijn. Een stad van uitersten, waar goor en schrijnend er stevig kunnen inhakken en ook luxe een ongeziene hoogte bereikt. Ik blijf me steeds afvragen wat de achtergrond is van al die mensen: de onvriendelijke vrouw aan het loket van de metro, de hardwerkende uitbater van de krakkemikkige toeristenshop en de verkoper van Chanel die elke dag weer moet geloven dat luxeproducten verkopen van maatschappelijk nut is. Ik dompel me steeds onder in die stad om er verhalen te herbeleven en nieuwe herinneringen te maken. Geloof me maar dat het niet weer 3 jaar zal duren voor ik terug ben. Samen met mijn Hans natuurlijk.

Het moment – Zwitserse epiek, lyriek en dramatiek

Vrijdagmiddag 29 augustus – 12:08. Hans en ik rijden Zwitserland binnen met een camper. 22 jaar geleden zette ik voor het laatst een voet in la Suisse. Als 16- en 17-jarige ging ik namelijk skiën met de CM in Maloja en Leysin. Ik zag wel een skiester in mezelf, maar er kwam nooit een vervolg aan mijn leven op latten. Zwitserland bleef tot de verbeelding spreken. Mijn oma en opa waren lyrisch na elke vakantie die ze er door brachten en later hoorde ik nog meer lofgezang over de Zwitserse bergen nadat Seppe er meermaals deelnam aan het WK duatlon in Zofingen. In mijn tienerherinneringen kon ik niet meer oproepen dan de nachttrein (slecht geslapen), sneeuw (heel veel en heel wit), skipistes (liften nemen was net zozeer een kunst) en het CM-hotel (veel tienerplezier). Ik was dus razend benieuwd naar wat het Zwitserland-gevoel echt inhield.

De bestemming: Martigny in het kanton Valais of Wallis, afhankelijk van de taal. De aanleiding: dé UTMB wedstrijd in het Franse Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc en aan de andere kant van de bergpas. Een trailwedstrijd in alpien gebied waar de wereldtop samenkomt en Seppe ook één van de poppen in het schouwtoneel zou zijn. Vertrek vrijdagavond met 174 km voor de boeg en 9900 hoogtemeters. Enkel de top 50 kan dat binnen de 24 uur. Het wilde plan van het camperavontuur ontstond in het najaar. We waren het erover eens dat we – met Seppe aan de start – heel graag iets wilden meepikken van die iconische wedstrijd. Op de bonnefooi Chamonix binnenrijden leek een plan gedoemd om te mislukken, aangezien de wedstrijd een evenement op wereldschaal is, zij het met beperkte toegangswegen. Een week lang maken duizenden lopers er hun opwachting voor wedstrijden over verschillende afstanden met de enige echte Ultra Trail Mont Blanc als het ultieme spektakelstuk.

Enter het geniale plan van Hans om naar Martigny in Zwitserland te rijden. Vanuit die bergstad zouden we met een stevig looptochtje (1000 meter stijgen op 9 km!) tot bij het parcours kunnen komen. Kortom een semi-spontaan tripje om de avonturier in onszelf ontdekken, want het was nog steeds best een gek plan om ervan uit te gaan dat Martigny niet overspoeld zou zijn door het UTMB-circus. De belangrijkste insteek van de trip bleef om er eens op uit te trekken met een (gehuurde) camper. Bijkomende wens langs mijn kant was om “echte” bergen te zien. Bergen met grote toppen die je amper kan vatten met het oog. Echte bergen zoals je die ziet op chocoladeverpakkingen en pittoreske postkaarten. Het soort bergen dat mensen doet houden van en smachten naar de grootsheid van de bergen. Hans beloofde me plechtig dat ik hoe dan ook mijn bergen te zien zou krijgen.

Onze rit was in totaal zo’n 750 km. Donderdagnacht brachten we door op een tankstation in Frankrijk. Een goeie keuze, want er was een Starbucks en we zouden onze vrijdag dus kunnen beginnen met een degelijke koffie. Mijn eerste nacht in de camper viel heel goed mee. Ik vergat helemaal dat ik me eigenlijk op een tankstation bevond. Het vervolg van de tocht was werkelijk fenomenaal. We reden op heerlijke snelwegen met zicht op de Vogezen. Basel leek, ondanks de vele wegenwerken, ook een mooie stad te zijn. Toen we Bern voorbij waren, was ik voor het eerst sprakeloos. We reden langs een eindeloos meer met bergen aan weerszijden en huizen rondom rond. Door het kleine GPS-scherm noemde ik het Meer van Genève eerst Lac Léman en ontkende dan dat er een echte stad was. Dat bleek dus Montreux te zijn. Ja hallo zeg! Wat een magische plek!

Even later ging mijn wens in vervulling: ik zag de bergen waar ik om had gevraagd. Ze waren zo groot en indrukwekkend dat ik er – écht waar – weer even sprakeloos van werd. Het bergengevoel nam toe en de weg naar Martigny lag voor ons open. We zouden onze kans wagen op de TCS camping, de enige camping die de stad rijk is. Wonder boven wonder was daar dus plek zat. We konden een plekje uitkiezen met zicht op die indrukwekkende bergen, de wijngaarden en de Col de la Forclaz die we zaterdag zouden gaan trotseren. We trokken Martigny-City in en keken onze ogen uit. De stad was een volwaardige stad te noemen: zowel postkaartproef als hedendaags. Omdat het geluk aan mijn kant stond, had ik nog een laatste wens: een wijntje drinken uit de streek. Bij loungebar l’Adresse 1920 raadden twee heerlijke locals ons de Petite Arvine aan van Nez Noir, een witte prijswinnende wijn van de streek. Wat een topper! Het glas werd lekker vol gegoten en lichtjes in de wind pikten we de start van de UTMB mee op de livestream (die werkelijk nog uuuuren zou doorgaan).

Onze nachtrust in de huiselijke sfeer van de camper had niet geleden onder de wetenschap dat mijn broer enkele tientallen kilometers verder een zware nacht in barre omstandigheden doormaakte. Nog steeds onder de indruk van het decor van onze camping genoten wij met volle teugen van het kampeerleven. We aten havermout om een goede basis te leggen, want vandaag gingen we ook zelf aan de bak. Seppe leek nog steeds als een trein te gaan, eentje in de bergen weliswaar: hij haalde een gemiddelde snelheid van 7,5 km per uur. Op basis daarvan verwachtten we hem rond 14u aan de Col de la Forclaz op een hoogte van ruim 1500 meter.

Rond half 12 vertrokken wij op expeditie richting de schattige miniatuurhuisjes tegen de berg die volwaardige huizen zouden worden. De eerste twee kilometers konden we nog lopen, toen brak het hike-werk aan omdat het steil omhoog ging, zowel over verharde als onverharde paden. Ik keek mijn ogen uit. De Zwitsers zijn mensen naar mijn hart. Hun huizen getuigen van goede smaak, ze zijn uiterst charmant en netjes onderhouden. Ze hebben oog voor detail: een leuke houten bank, kleurrijke bloemen in de voortuin en geruite gordijntjes aan alle ramen. Ze schuwen de romantiek niet en frezen maar wat graag hartjes en bloemen in houten luiken. Alles is mooi. Ik leerde hier de ware betekenis van het woord idylle kennen. Het was dus een beklimming met heel veel oooh’s en aaah’s. Ook het zicht achter ons was werkelijk magnifiek te noemen. De koeienbellen klingelden vrolijk op de achtergrond en we vulden ons water bij aan een bron. Sneller dan verwacht bereikten we onze bestemming. We hadden 9 km gehiket in 1 uur en 40 minuten, niet slecht voor noorderlingen die geen echte bergen kennen.

Ik had gelukkig naar Hans geluisterd en dus braaf een jasje meegenomen, want eenmaal op hoogte stond er een fris windje. Koffie to the rescue! Ik had me voorbereid tijd te gaan doorbrengen op een kale vlakte, maar we bevonden ons zowaar langs een straat met horeca en een souvenirshop in het hogere segment. Er was zelfs een hek waar we onze bezwete shirts konden drogen. Op zo’n moment kan je je werkelijk niets meer wensen. Maar goed, we waren hier voor Seppe. Ik kreeg een lichtjes verontrustend berichtje van Geert. Seppe had het zwaar, zag af en had op de vorige post willen opgeven, maar was uiteindelijk toch weer op pad vertrokken. Ondertussen zagen wij dus de lopers vanaf de top 50 passeren. Mensen die het stuk voor stuk zwaar hadden, maar dapper door de pijn heen beten om hun tocht verder te zetten. Met de glimlach. We bevonden ons rond km 143. Nog een 30 km te gaan dus, dat is toch gauw een uur of 6 à 8. Je bent er dan kortom niet bijna.

Omdat Seppes tempo zienderogen zakte, hadden wij meer tijd te spenderen op onze col. Om een stukske taart te eten bijvoorbeeld. Ook hier maakten de Zwitsers hun naam als volk met goede smaak helemaal waar. Als je mij een stuk appeltaart presenteert mét kaneel, zónder rozijnen op een bord met gouden bloemetjes dan ben ik verkocht en betaal ik met plezier 5 Zwitserse franken voor een cappuccino. De spanning begon te stijgen. Vanaf 15u20 waren we in blijde verwachting van Seppe. Aan animatie langs het parcours trouwens geen gebrek. Een koppel uit Luik sprak ons aan, hoorde dat we Belgen waren en kende Tirlemont uiteraard van de sucre, mais je suis diabétique, haha! Eveneens aanwezig: een extreem enthousiaste bende supporters (ik vermoed een vriendengroep) die elke loper trakteerde op een mexican wave annex erehaag. Een Nederlandse vrouw op witte sneakers en totaal niet aangepaste outdoorkleding dacht een stukje bergwandeling te verzetten, maar gleed uit in een koeienvlaai. Jeeeeezes, een koeienstront! Waarop ze wel 10 minuten probeerde om haar besmeurde witte schoenen en broek van de bruine smurrie te ontdoen.

Terwijl de boer zijn koeien verzamelde en naar een andere wei bracht, zat de schrik er plots in dat we Seppe gemist hadden. We waren al bijna 3 uur present en lopers die ons nu passeerden, waren allemaal na hem aangekomen op de vorige post. Het was na 16u toen we hem zagen aankomen. Seppe heeft een heel herkenbare loop- en wandelstijl, ook als hij trailstokken heeft en zijn pet achterstevoren staat. Alles in zijn lijf schreeuwde dat het niet meer ging. Die broer van mij zat in een pain cave waarvan hij de sleutel nog niet eerder ontdekt had. Hij zei meteen dat hij zou stoppen bij de volgende post, een paar kilometer verderop. De nacht was loodzwaar geweest door de aanhoudende regen en koude. Afdalingen waren daardoor modderige glijbanen geworden. Hij was een keer of 5 gevallen en met de schrik verkrampt gaan lopen. Vooral tegen de afdalingen zag hij enorm op. Wij konden niet anders dan hem goede moed wensen en probeerden zijn prestatie te bejubelen. Een hartverscheurend moment: de tranen schoten mij in de ogen, het lood zonk in mijn schoenen. Het deed zoveel pijn om deze lijdensweg te zien.

Foto: Robrecht Paesen

Het was een welkome afleiding dat wij nog wat meer gingen stijgen. We zouden namelijk écht tot de top van een berg gaan. Zo’n echte berg dus, de Mont de l’Arpille. Nog 500 meter omhoog om een dak van 2085 meter te bereiken. Het was een indrukwekkende klim. Ik was al meermaals ontdaan van mijn woorden door dit adembenemende landschap en ook nu had ik weer weinig tekst om te vatten wat ik zag en wat dat met mij deed. Ook dit stuk klimmen ging wonder boven wonder vlot. We gingen over een met stenen bezaaid pad en strooiden nog wat in het rond met oooh’s en aaah’s. Foto’s schieten te kort, het was dus zaak om het moment te capteren. Op de top hadden we een fenomenaal zicht op het Mont Blanc massief en de plaatsen in het dal. Bovendien waren we niet de enige die van een panoramisch zicht hielden. We geraakten aan de praat met een wandelaar die op pad was om paddenstoelen te plukken. Het is de Zwitser ten voeten uit: altijd in voor een babbeltje, rustig doch gedecideerd, apetrots op dat wonderschone land. Terecht.

Het echte afzien is niet het klimmen, maar het dalen. Daar ging uiteindelijk ook Seppe aan ten onder. Als je kilometers lang steil omhoog gaat, dan breekt onvermijdelijk het moment aan dat je kilometers lang terug naar beneden moet. Dalen doet veel meer pijn dan stijgen. De berg dwong me heel even op de knieën toen ik struikelde en met mijn scheen pijnlijk neerkwam op een stuk rots. We liepen over een prachtig pad met zicht op het dal met ieniemienie huisjes. De afdalingen werden steeds steiler en daar heb je dus echt helemaal niks aan, want na een paar honderd meter zijn je spieren verzuurd van het afremmen (daarin onderscheidt de echte alpine trailloper zich). Die huisjes bleven klein, zelfs toen we in bewoond gebied kwamen. Via de wijngaarden ging het dan helemaal naar beneden, door de stad in een rechte lijn naar de camper. Er stond dik 25 km op onze teller en 1697 hoogtemeters. Ik voelde me een klein, maar dapper berggeitje dat tevreden terugblikte op haar missie.

Ons avontuur kreeg een verrassende wending toen we hoorden dat Seppe nog steeds in de race zat. Het ging traag, erg moeizaam en het deed heel veel pijn, maar hij zou de finish halen in de nachtelijke uren na een strijd van 32 uur en 2 minuten. Met zeer grote dank aan het adres van zijn crewleden Bobby en Geert. Wie meer wil weten over hoe dat zo ging, kan naar de ruim 3 uur durende podcast aflevering van De Jogclub luisteren waarin Seppe zelf uitgebreid tekst en uitleg geeft. Terug naar Martigny. Na een deugddoende campingdouche en een kampeerpastaatje doken wij moe maar tevreden in ons camperbedje. Zondag reden we alweer terug naar huis. Uitkijken naar Montreux! Ik moet daar ooit heen! Er werden plannen gesmeed voor andere campervakanties, want jawel: dit smaakte absoluut naar meer (van Genève). Dit meisje van de zee heeft een stevige liefde voor het hooggebergte ontwikkeld. En ook voor de Zwitsers. Ze weten verdorie dondersgoed dat ze in een bloedmooi land wonen en doen er alles aan om dat wondermooi te houden.

Nog enkele leuke wetenswaardigheden

  • Onder de noemer: antwoorden op (domme) vragen die je niet durft te stellen: de Zwitserse frank is 1,07 euro, de bondspresident (baas) van Zwitserland is Karin Keller-Sutter, een berg is gevuld met rots, je kan last krijgen van hoogteziekte vanaf 2500 à 3500 meter hoogte, Martigny VS ligt niet in Amerika, maar in het kanton Valais
  • We huurden een camper via het platform Goboony waar je rechtstreeks bij particulieren huurt. Een aanrader! We doopten “onze” Fiat Benimar Benny. In Den Haag keken we (te vaak) naar Barbapapa, waardoor de zetels in de camper er akelig levend konden uitzien.
  • Het leek me leuk om een Zwitserse playlist op te zetten toen we eenmaal de bergen naderden. Na een half uur werd de alpenhoorn en het gejodel zelfs mij te veel en schakelde ik over op de stilte.
  • Voor deze trip deed ik echt mijn best om geen overdaad aan kleding in te pakken. Een salopette leek me qua vibe een geschikt kledingstuk om de reis aan te vatten. Pas na 24 uur pakte ik iets anders uit mijn valies. Eigenlijk is een salopette allesbehalve een ideaal kledingstuk om van het camperleven te genieten. Te veel gedoe als je naar de wc moet.
  • Deelnemen aan de UTMB kan niet zomaar, je moet running stones verzamelen door trailwedstrijden te lopen (van organisaties die UTMB betalen). Seppe had geluk om met een beperkt aantal stenen ingeloot te worden.
  • De familie in België kon tijdens Seppes eerste nacht de slaap moeilijk vatten en bleef de tweede nacht wakker tot kwart voor 2 om hem over die finishlijn te zien gaan. Over toewijding gesproken.
  • Er stonden 2492 deelnemers aan de start van de UTMB, ongeveer 1/3 haalde de finish niet. Ruth Croft won in 22 uur en 56 minuten, Tom Evans had een schamele 19 uur en 18 minuten nodig. Seppe belandde op een 241e plek in het eindklassement: een ijzersterke prestatie. Al helemaal voor een debutant in de Alpen.
  • Hoka is hoofdsponsor van UTMB. Het waren echter Asics en Adidas die een winnaar afleverden. Hans en ik liepen uiteraard op onze Hoka’s naar boven. Ik op de Mafate 4 en Hans op de gloednieuwe Mafate 5.
Foto: Robrecht Paesen

Het moment – Over de nu al onvergetelijke zomer van 2025

De laatste dag van augustus is aangebroken. Er resten ons nog drie weken zomer, maar – eerlijk is eerlijk – als de zon nu schijnt, dan voelt je dat die een nazomers jasje aan heeft. De zomer van 2025 gaat voor mij officieel de boeken in als een prachtexemplaar. Een lange zomervakantie hebben, is een ongekende luxe. Na mijn werkzomer van vorig jaar ben ik dat zo mogelijk nog meer naar waarde gaan schatten. Anderzijds heb ik het ook moeten leren om optimaal van de zomer- en vakantietijd te kunnen genieten. Het ultieme zomergevoel dat is je kunnen overgeven aan het “we zien wel”. Dat niks echt moet en je niet alleen mag lezen of een wijntje mag drinken als je dat hebt verdiend door iets nuttigs te doen. Ik deel graag met jullie mijn recept voor de ideale zomervakantie.

Een flinke dosis zee
Jaha, kindje van de zee dus. Begin juli trapten Hans en ik met Leah en Emil het vakantieseizoen af met een dagje De Haan. Voor mij puur jeugdsentiment. Het belle epoque stadje aan de Belgische kust viel op geen enkele manier tegen. Leah en Emil moesten even wennen aan de wind (die hoort bij de zee, legde ik uit), maar gingen dan helemaal los in het zand. Verder mocht natuurlijk een ritje met de gocarts niet ontbreken en een ijsje bij René. Eveneens van maritieme aard: onze twee weken in Den Haag, die andere parel aan de Noordzee. We vierden er de Belgische feestdag met Nederlandse frieten en bier en genoten intens van Strandpaviljoen Zuid (oost west zuid best). We gingen ook schelpen rapen voor een creatief project. Ik zei tegen Hans dat ik mijn gelijke inzake schelpen zoeken en vinden nog niet was tegengekomen, maar ook op dat vlak kan Hans mij helemaal aan.

Een schepje bergen
Door onze trailexploten trokken we twee keer een weekend naar de Ardennen (drie met Bouillon erbij). Houffalize is een onvervalste klassieker met overnachtingen in het Vayamundo complex. Objectief gezien helemaal mijn ding niet qua accommodatie (het soort vakantiehuisjesgevoel waar ik akelig van word), maar de emotionele waarde compenseert dat volledig. De Trail des Fantômes bracht ons met de familie in een vakantiehuis in Tenneville. We hadden daar allesbehalve de slaapervaring van ons leven doordat één of ander dorpsfeest twee nachten op rij tot een kot in de nacht heel luide muziek de omgeving in joeg. Aan de schoonheid van de omgeving heeft dat in ieder geval geen afbreuk gedaan. We sluiten de vakantie trouwens af in het hooggebergte, in de buurt van de Mont Blanc: voer voor een volgend verhaal.

Een snuifje cultuur
Begin juli legden we onszelf een zeer beperkt, maar ook wel extreem flexibel boekenkoopverbod op. We voegden onze beide boekencollecties namelijk samen. De conclusie: we hebben echt héél véél boeken en ook echt héél véél boeken die we nog niet gelezen hebben. Het verbod werd inmiddels – uiteraard – al verbroken. Wat blijft is de vreugde om de rijkdom die zo’n mooie boekencollectie biedt. We maakten veel tijd om te lezen, ook in eigen tuin. Mijn literaire hoogtepunt was Zwarte september van Sandro Veronesi, samen met Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld van Haruki Murakami (daar is onze vriend weer). Op muzikaal gebied werd ik betoverd door Mr/Mme van Loïc Nottet. Tot slot lieten we ons door Hans Op de Beeck op Nachtreis nemen in het KMSKA. Een heel bijzondere en unieke expo waar ik nog vaak aan terugdenk.

Een toefje inspiratie
Als ik op een plek ben waar ik graag kom, dan keer ik altijd geïnspireerd naar huis. Zo kwamen we thuis van Den Haag met het idee dat een nieuwe keukentafel een meerwaarde zou zijn. Daarbij ontdekte ik de grote G-Star winkel in Den Haag, een merk waar ik niet per se veel mee had, maar dat me toch plots helemaal heeft geïnspireerd in de stijl van de utility wear. Op vakantie hang ik graag rond in winkels voor de beleving: het zien, voelen en praten over spullen is dan belangrijker dan dingen kopen. Ik zie het als ideeën die ik ergens opsla zodat ze op hun tijd weer een weg naar buiten vinden. Dat gaat dan van de wintercollectie van Essentiel Antwerp en Wijnhuis Marius tot een rommelige tweedehandswinkel (waar we een onvergetelijk gesprek meepikten over Jo die zijn zonnebril in de bank had laten liggen) tot de vla van Den Eelder en de Guhl shampoo van de plaatselijke Etos.

Een streepje creativiteit
Jazeker, ik maak nog kleding en tassen. Zo naaide ik vlak voor we naar Den Haag gingen een reeks T-shirts voor Hans en een sponzen short. Rekbare badstof heet dat officieel. Geloof me: elke mens heeft een outfit in spons nodig voor het ultieme relaxte vakantiegevoel! Voor mezelf maakte ik ook nog wat shorts en shirts en mocht een (strand)tas niet ontbreken. Ik ging deze keer voor een vleugje Ibiza. Voor Leah’s verjaardag herwerkte ik enkele grotere dekbedsets op maat. Het was een cadeau met als thema “slaapkamergerief”. Als ik jullie nog één goede raad mag geven: besteed altijd voldoende aandacht aan kwalitatief beddengoed waar je blij van wordt. Het kan misschien geen levens redden, maar het slaapt eens zo lekker.

Een goede mok koffie
Mensen, wat hebben wij veel koffie gedronken! De dag beginnen met een koffietje in bed, meer vakantiepunten kan je niet scoren. De koffies bij Café Emma stelden wederom niet teleur, net zoals enkele levendige gesprekken trouwens. Twee meiden van 30 bespraken hun levenswandel en jeetjemina, wat hadden die al een heftige tijd gehad! We hadden echt een flat white’je nodig om hun verhalen aan te kunnen, maar voelden ons wel erg veilig aangezien één van beide regelmatig het heimlich manoeuvre moest uitvoeren, in een professionele context welteverstaan. Hoe dan ook, als je twee weken van huis bent geweest, dan smaakt die koffie thuis toch weer het allerbeste. Koffiemomenten zijn voor mij meer dan een cafeïnekick (al heb ik die soms wel nodig). Het zijn momenten om te zitten en te kijken wat er om je heen gebeurt. Zelfs als je gewoon thuis zit. Misschien toch nog een derde goede advies dat ik jullie wil meegeven.

Sportiviteit naar smaak
In Den Haag gingen we ongeveer om de dag een rondje lopen. Als wij te lang niks doen, dan gaat dat lijf toch tegenwerken, dus in beweging blijven is de boodschap. We lopen daar vaak door de duinen naar het Zuiderzeestrand. Een stukje langs het water lopen dat is enerzijds fantastisch, maar anderzijds zijn mijn hamstrings daar nooit happy mee. Ook een paar stadse CPC-geïnspireerde rondjes mochten niet ontbreken. Ons langste loopje was er eentje van 15 km door het natuurgebied van Meijendel. Door de duinen gingen het over het strand van Wassenaar en dan met een fikse zandklim terug naar het startpunt. We hadden daar een bijzondere ontmoeting met een troep Konik paarden die aan het veerooster stonden aan te schuiven in de hoop stiekem te kunnen mee glippen door het poortje. Over paawden gespwoken: we keken ook onze ogen uit toen we door Wassenaar naar Leiden fietsten. Paardrijden is nog helemaal hip in de beau monde!

Het boek – Hoe Murakami mijn leven veranderde

Hans en ik leerden elkaar kennen door te lopen. Dat is echt zo. In aanloop naar de Chouffe trail van 2023 raakten we kort aan de praat, eerst via het contactformulier van mijn blog, later ook voor de start van de trail. Lang verhaal kort. Een belangrijke aanvulling is dat we elkaar pas écht leerden kennen door elkaar te schrijven en (elkaar) te lezen. We vonden elkaar in een boek en in elkaars woorden. Dat is geen gezwijmel achteraf voor het goede verhaal, maar het enige echte échte verhaal. Een verhaal waarin toeval niet bestaat en ene Haruki Murakami een heel belangrijke rol speelt.

Het was nochtans een heel onschuldige ogenschijnlijk toevallige beslissing van Hans om enkele dagen voor de Chouffe trail de deelnemerslijst te checken. Zijn oog viel op twee zussen wiens familienaam vaag een belletje deed rinkelen. Geheel toevallig bleek één van die zussen een blog te hebben waar wel wat te lezen viel over de Chouffe trail et voilà er was een aanleiding. We zagen elkaar voor de start, maar ook na de finish. En nee, het bliksemde niet boven Houffalize, want dat er tussen ons iets in de lucht hing, daar merkten wij op dat moment helemaal niks van. Bij nader inzien zijn er op dat moment wel aardplaten beginnen verschuiven of zoiets, alles om ervoor te zorgen dat wij op de één of andere – heel toevallige – manier met elkaar aan de praat zouden blijven.

Ook nadien hadden we via mail nog wel wat te vertellen over onze beleving van de trail. Terwijl ik in mijn eentje in Den Haag vakantie zat te vieren, kwam ik meer over Hans te weten. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Voor alle duidelijkheid: wij waren geen van beiden op zoek naar een lief, laat staan dat we beseften dat onze gedachtenuitwisseling ons als een ontembare natuurkracht naar elkaar toe stuwde. Hans dook in mijn blog, bleek eveneens behoorlijk geïntrigeerd door mijn wereld en ging boeken lezen die ik goed vond. Toeval bestaat niet: dat was een zinnetje dat vaak terugkeerde in onze conversatie, die zich nog steeds louter online afspeelde. Door over boeken te praten (schrijven dus), leerden we elkaar nog beter kennen. Als ik iets vertelde over Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer waar ik op dat moment in bezig was, dan vormde dat het beginpunt van een verhaal over systemisch denken en introvertie. Zowel in het grote als in het kleine van het leven kreeg ik steeds vaker het gevoel: hoe kan het dat hij dat net zo aanvoelt?! Er was letterlijk afstand tussen ons, maar nooit eerder voelde ik me zo begrepen.

Onze mails namen toe in hoeveelheid en varieerden inmiddels van lange teksten die bijna essayistisch van stijl waren tot één zin, een woord of zelfs emoji. We stuurden al eens een foto van ons dagelijks reilen en zeilen. Nadat Hans op mijn aanraden Murakami’s Kafka op het strand had gelezen, begon ik op 9 augustus 2023 aan 1q84 (zeg: kuu-tien 84), eveneens van Murakami, een tip van Hans. Hij besloot heel impulsief om dat boek – 1280 pagina’s dik – te gaan herlezen zodat we het samen konden lezen. Het onderwerp van die betreffende mail was Groetjes uit het parallelle universum en ik schreef daarin: Oké, jij mag de ghostwriter zijn, zal ik wel voor huurmoordenaar spelen 😉 Voor die, inmiddels legendarische woorden, had ik me gebaseerd op de korte samenvatting van de achterflap. De rolverdeling lag vast. Vanaf nu was ik Aomame en Hans Tengo. Toeval bestaat niet.

Jullie hebben voet in deze wereld gezet omdat het de bedoeling was dat jullie dat zouden doen. En nu jullie hier eenmaal zijn, krijgen jullie, of je het nu leuk vindt of niet, elk een eigen rol toebedeeld.

Ik had echt totáál geen idee dat 1q84 in wezen een liefdesroman is. Aomame en Tengo leven elk in een ander universum, maar zijn nauw met elkaar verbonden als pure geliefden. In eerste instantie was ik wederom overdonderd door het meesterschap van Murakami. Wat een boek zeg! Verhalend zo sterk, zo meeslepend, zo boeiend, zo alles! De naam magnum opus waardig. Ook 2 jaar later zijn er nog heel wat scènes en verhaalelementen die ik me haarscherp voor de geest kan halen. Maar toeval bestaat niet. Aomame die Proust gaat lezen en madeleines eet. Ze blijkt bovendien een trauma met zich mee te dragen en heeft een fascinatie voor mannen met een kale kop. Ik zat diep in het boek en raakte ook meer verstrikt in het emotionele moeras waar het mij had ingetrokken. Stilaan begon het door te dringen dat ik erg gehecht was geraakt aan Hans en de wereld die wij samen hadden gecreëerd in onze mails. Nog harder kwam het besef binnen dat dit boek over ons ging. Wij leefden in ons eigen magisch realistische wereldje. Ik heb soms zelf het gevoel dat ik in een verhaal van Murakami zit, zo verwoordde Hans het.

Het kan ook geen toeval zijn dat we onbewust ongeveer aan hetzelfde (verschroeiende) tempo lazen. Door subtiel te benoemen dat we onszelf zagen in de personages kreeg de leeservaring een bijkomende dubbele bodem. Alles wat ik las en vooral ook tussen de regels, zou Hans dat ook op die manier lezen? En als hij daarbij dan ook aan mij dacht, wat zou dat dan bij hem teweeg brengen? Naast de parallelle universums van Murakami bestonden er op die manier nog twee bijkomende universums: dat van Joke en Hans in de echte wereld, gescheiden van elkaar en dat van Joke en Hans tussen de regels van het boek.

Is het niet beter om altijd naar de ander te blijven verlangen, zonder ooit bij elkaar te komen? Dan kun je altijd met hoop door het leven blijven gaan.

Het kostte ons uiteindelijk amper anderhalve week om de dikke pil weg te werken. Tengo en Aomame denken naar het einde van het verhaal na over hoop en de kwetsbaarheid die daarmee gepaard gaat. Is het beter om altijd te blijven hopen en in een soort droom te blijven leven of kan je die hoop maar beter omzetten in daden en dus kiezen voor de realiteit? Tussen ons was het inmiddels duidelijk: wij moesten maar eens – in het echt – samen een koffie gaan drinken. Toch? Ik koesterde de hoop dat de magie van ons schrijvende parallelle wereldje doorbroken zou worden. Emotioneel zat ik er te diep in. Ik voelde me kwetsbaar en ging ervan uit dat ik met een gebroken hart achter zou blijven. De enige optie om de schade te beperken was door weer te landen in de echte wereld. Desnoods met een harde smak. Hans kon toch onmogelijk zo leuk in het echt zijn als ik hem schrijvend vond? Jawel dus… De magie in onze woorden bleek ook te werken in het echt. Net zo goed als we schrijvend konden praten met elkaar, zo konden we dat ook sprekend. We dronken een flat white en vergaten de tijd rondom ons.

Na die intense zomer van 2023 volgde uiteraard een reconstructie van de feiten. We konden onze verhalen samenleggen en ook de foto’s die we allebei maakten van passages uit het boek, dingen die we op de één of andere manier treffend vonden voor onze situatie. Wat bleek? We maakten quasi identiek dezelfde foto’s. We lazen het boek bovendien met amper drie kwartier verschil uit, zonder dat te hebben afgesproken. 1q84 was zowel een katalysator van een groot liefdesverhaal als een eye opener van jewelste. We zijn onze Haruki een brief verschuldigd om uit te leggen wat zijn boek voor ons betekend heeft. Ik had nooit durven dromen dat ik door te lezen de man van mijn leven zou ontmoeten. Onderschat nooit de kracht van een goed verhaal.

Loperspraat – Op pad met Team Trail in La Roche

De geesten in en rond La-Roche-en-Ardenne, het is eens iets anders dan die vrolijke kabouter uit Houffalize. Na een geslaagde editie met Ome Joni vorig jaar is de Trail des Fantômes geen volledig nieuwtje in onze agenda. In juni liepen Hans en ik 100 km en drie weken later nog eens 81 in gezelschap van Sam. We besloten eens goed door te pakken en zouden ook de 73 km van de Fantômes voor onze rekening nemen. Een mooi en vooral uitdagend drieluik in de Ardennen, waarbij het venijn hem absoluut in de staart zat. De Trail des Fantômes telt in verhouding namelijk de meeste hoogtemeters en begeeft zich ook over grilliger terrein. De 100 in juni was bovendien een piekmoment, zo eentje waar je specifiek naar toe traint en werkt. Voor alles wat daarna kwam, moesten we het doen op een combinatie van rust en loopjes om in beweging te blijven. Een memorabel weekend was het zeker. Vooral omdat we als familie met een ijzersterke equipe vertegenwoordigd waren op diverse afstanden. Dit is de gebalde samenvatting van twee avontuurlijke dagen in La Roche.

De verwachte winnaar
In Berlijn stonden Seppe en ik nog samen aan de start, al is dat relatief bij een evenement op mega schaal. In de trailwereld moeten we terug naar de Chouffe editie van 2022. Dat Seppe de afgelopen maanden steeds vaker met trailstokken op pad trekt, is geen toeval. Hij is een man met een duidelijk doel. Over een week staat hij namelijk aan de start van de iconische UTMB. Dé Ultra Trail Mont Blanc van 174 kilometer met 9900 hoogtemeters in het hooggebergte. De Fantômes was voor Seppe dan ook een training die hij in een uur of 7 wilde afwerken. Hij won met overschot. Daags nadien liep hij in Herent ook nog eens 30 km “op het gemak”. Het zijn heel straffe toeren van een man die onvermoeibaar lijkt te zijn.

De relatieve tegenvaller
Zaterdag 9 augustus bleek onze dag niet te zijn. Een fikse verkoudheid hield Hans en mij al een paar dagen in de greep. Met een neus vol snot, een zwaar hoofd en wat minder energie in de tank: het is niet de vorm waarmee je aan de start van een ultra wil staan. Maar goed, we zouden er het beste van maken. We waren voorbereid op een werk van lange adem. De eerste 20 km overheerste de frustratie. 500 lopers (die van de 73 en de 55 km) werden vrijwel meteen over een smal pad langs de Ourthe gestuurd. Er werd continu opdringerig in mijn nek gehijgd, er werd luid gepraat, te veel geblazen en zelfs wat seksistische praat verkocht. Koning Roekeloos was baas: nooit eerder zagen we zoveel lopers (spectaculair) vallen. De eerste bevoorrading was een ramp door de drukte. Ik werd nadien ook gestoken door een hoornaar. Het was pas op weg naar Maboge, na een km of 35 dat ik ergens heel ver wat moed voelde opborrelen. Na een blije ontmoeting met onze supporters op kilometer 40 en de afsplitsing met de andere lopers keerde de rust weer. Vanaf nu was het Hans en ik onder een loden zon. Op 55 km bereikten we de voorlaatste bevoorrading. Ergens voelde ik die finish naderen. Tot ik rond km 58 een heel vreemd gevoel in mijn hoofd kreeg, alsof mijn hoofd en lichaam van elkaar gescheiden werden en mijn waarneming veranderde. De plausibele verklaring zou later zijn dat ik koorts had.

We bereikten de bevoorrading op kilometer 63 en ik probeerde daar met de moed der wanhoop om mezelf terug te vinden. Ik zat er door, het was op, maar ik kon dat nog niet onder ogen zien. We vertrokken dus weer tot het bij mij ten volle doordrong dat het onverantwoord was om in deze staat nog 2 uur voort te gaan. We belden de familie en keerden terug naar het voetbalterrein van Bérismenil waar we opgehaald zouden worden. Hans voelde zich nog goed, maar voelde er niet veel voor om op z’n uppie door te gaan. In de schaduw zaten we tegen een boom tegen elkaar aangeleund. Ik besefte toen: zo gaat het soms of je dat nu leuk vindt of niet. Je wil gewoon die eindmeet halen, al is het totaal leeg en met uren arbeid achter de rug. Een DNF is balen, zelfs als je weet dat het de juiste beslissing was om te luisteren naar je lichaam en niet je gezondheid als inzet te gebruiken om koste wat kost te willen finishen. Al zou het ook van weinig realiteitszin getuigen om de prestatie van een trail van 64 km niet naar waarde te schatten.

De lopende voetballer
Niko, de voetballer die lopen naar eigen zeggen haat, maar er verdorie veel talent voor heeft, ging van start op de 10 km wedstrijd. Dat had een reden: die inschrijving op de kortste afstand was een back-up-plan voor Roos. Mocht zij niet voldoende in vorm zijn, zou ze die voor haar rekening nemen en zou Niko samen met Marike de 25 km lopen. Niko had geluk: Roos was in vorm en om 10 km te lopen trekt hij zijn voetbalshort graag aan. Een uur voor de wedstrijd genoot hij van een heerlijke Chouffe (don’t try this at home) om dan gezapig in het pak te vertrekken voor een uurtje trailplezier op wegschoenen. Na de eerste tussentijd viel het de zussen plots op dat Niko per ongeluk ingeschreven was als vrouw en dat hij bezig was aan een indrukwekkende remonte. Er was nog net genoeg tijd om van de geslachtsverandering een administratieve formaliteit te maken. Niko kwam uiteindelijk als 15e over de finish en behaalde een mooie 7e plaats op basis van zijn nettotijd.

De dubbele comeback
Op zondag stonden Marike en Roos aan de finish voor hun 25 km. Voor Marilou het eerste loopevenement waarbij ze haar mama in actie zou zien. De zusjes hadden er zin in! Marike liep in april natuurlijk nog de halve marathon op het EK in Leuven. Roos kon na haar bevalling pas in juli weer rustig aan beginnen lopen. Laten we het erop houden dat ze een vrouw is met een sterk lijf dat wel één en ander gewoon is. Bij de eerste doortocht zat de sfeer er duidelijk goed in. Het parcours was heel mooi, maar de warmte ook erg aanwezig. Van het grote deelnemersveld hadden de zussen gelukkig geen last. Zij aan zij zetten ze hun tocht verder. En na een uur of 4 konden ze samen met hun kroost over de finishlijn lopen. Een kiekje voor de boeken!

De volhardende doorzetter
Papa begint doorgaans pas echt te trainen voor een wedstrijd als hij is ingeschreven en hij laat zich doorgaans heel laat inschrijven. Het is dus op karakter en ervaring dat hij de honneurs waarneemt als kwieke 60plusser. Ook hij stond aan de start van de 25 km, toch een ander paar mouwen dan de vlakke halve marathon die hij in april afwerkte. Rustig aan, niks overhaasten en genoeg drinken: Bompa genoot met volle teugen. Bij een flinke tuimelpartij op het einde was het naar eigen zeggen zijn trailrugzak die voor een zachte ruglanding zorgde. Ik denk eerder dat het zijn taaie heldengestel is dat de sleutel tot dit succes was. Zonder meer een tour de force!

De trouwe crewleden
Peter was getooid met harnas en al omdat hij een indeukingsfractuur overhield aan een aanrijding op de fiets. Zelfs in minder mobiele doen, nam hij de belangrijke taak op zich om het base camp te bewaken en ook wel de algemene orde. Leah (6) en Emil (3) zijn niet bepaald aan hun supportersproefstuk toe. Geef ze een stroom water om in te spelen en op tijd en stond een sandwich met choco en je hebt echt geen kind aan ze. Hans en ik werden zondag, in afwachting van de doortocht van de zusjes, bovendien uitgedaagd om loopwedstrijdjes te lopen. Bij Emil ontbreekt het nooit aan energie en inzet, maar zijn oriëntatiegevoel staat nog niet op punt. Leah die weet telkens het onderste uit de kan te halen. Als ze denkt dat je haar laat winnen, dan zegt ze gewoon dat je nu op je hardst moet lopen. Gek genoeg doe je dat dan ook op je stijve pikkels de dag nadat je 64 km bij elkaar gelopen hebt. En Marilou? Die onderging het allemaal alsof ze voelde dat dit niet de laatste keer zou zijn dat ze in een buggy langs een loopparcours zou staan. Jong geleerd is zeker in onze familie oud gedaan.

Het moment – Dit was de Chouffe trail 2025

(de Chouffe trail heeft geen introductie meer nodig)

De cijfers
Op 5 juli startte mijn 6e Chouffe trail om 7 uur bij een temperatuur van 12,8 graden. Met 80,5 km en 2540 hoogtemeters was het meteen ook de pittigste. We liepen met z’n 3en en hadden 12 uur en 37 minuten nodig om de finish te bereiken. Mijn gemiddelde hartslag was 123. Volgens mijn Garmin verbruikte ik 5840 calorieën. Ik dronk ongeveer 6 liter water en 3 liter cola. De temperatuur steeg tot een graad of 23. Ik kwam 1 keer ten val. In totaal liepen er 3430 lopers in en rond Houffalize, verspreid over 10 afstanden.

Het parcours
De organisatie weet elk jaar iets anders uit de trailpet te toveren. Traillopers die houden namelijk van een streepje avontuur, ze deinzen niet terug voor verandering. Voor elk Chouffe-parcours dat ik liep kan ik voor- en nadelen bedenken. Het is telkens zwaar op een andere manier, maar ook altijd mooi en verrassend op weer een andere manier. Ik durf te beweren dat we dit jaar de meest gevarieerde Chouffe trail op ons bord kregen. Er was heel veel variatie in de ondergrond en het klim- en daalwerk. We liepen langs de Ourthe, maar staken die alleen over met behulp van een brug. We zagen heel wat knappe koeien en ook de uitzichten waren zeer de moeite. Ik zeg zonder twijfel: douze points!

De bevoorrading
6 bevoorradingsposten zouden ons door die 80 km loodsen. Dat lijkt veel, maar als je weet dat we ruim 12 uur op pad zijn geweest en dat het toch warm was, is dat geen overbodige luxe. De derde bevoorrading lag traditiegetrouw bij de brouwerij van Achouffe. Daar is het altijd wat drukker omdat er verschillende afstanden elkaar kruisen. Een dieptepunt was de vierde bevoorrading die op 46 km lag. Tegenvaller 1) de cola was op en het water bijna, we hebben er gelukkig niet heel lang op moeten wachten. Tegenvaller 2) de tent stond in de brandende zon, waardoor je zelf een serieuze klop kreeg en al het eten op een heel onaangename manier verwarmd werd. Sam noemde de sandwich met kaas een croque monsieur. De vijfde en zesde bevoorrading waren dan weer helemaal top. Op 62 km kregen we zelfs al felicitaties en konden we ons verfrissen bij een fontein wat verderop. Op 69 km stond het trailbuffet binnen uitgestald, wat als bijkomend voordeel had dat de cola gekoeld was (goddelijk) en ik naar een extreem propere wc kon (net zo goddelijk).

Het gezelschap
Sam, Hans en ik zijn misschien een beetje een gek trio. De advocaat, de bankier en de leerondersteuner samen op pad. De twintiger, dertiger en vijftiger als zorgvuldig uitgebalanceerde cocktail. We vertegenwoordigen met z’n drieën dan ook heel wat partijen in het deelnemersveld. Het voelt alsof wij nooit anders hebben gedaan dan er samen op uit trekken. De verveling heeft amper kans om toe te slaan. Je vult elkaars moeilijke momenten op en er is altijd iemand die lacht met je grappen. Je kan naast of achter elkaar lopen, in duo of in trio. Er bungelt al eens iemand aan de staart (ik) of er hangt er eentje overenthousiast voorop (Sam). We zijn in wezen eigenlijk drie heel verschillende lopers, maar juist daarom pakt de mayonaise tussen ons zo goed.

De gespreksstof
Hans strooide – op vraag van Sam – gul in het rond met zijn kennis van internationale munteenheden. Hij formuleerde ook een antwoord op de vraag in welke mate de Europese en Amerikaanse banken veranderd zijn na de financiële crisis. Sam vertelde wat meer over een burenruzie en het papierwerk van een arbitragegeschil. Ik gaf dan weer wat duiding bij de functiebeschrijving van de leerondersteuner en de specifieke doelgroep van type 2 leerlingen (in het bijzonder kleuters). We vergeleken onze visies op samenwonen en het moderne feminisme om via de brandend actuele materie “princess treatment vs bare minimum” de vraag te beantwoorden of liefde een werkwoord is. Hans beschreef – volgens de mannen die op dat moment in onze buurt liepen met té veel details – enkele pijnlijke medische onderzoeken die hij moest ondergaan nadat hij brufen had genomen voor een inspanning. Belangrijk advies: niet doen! Aan de hand van enkele voorbeelden hielp hij daarbovenop enkele fabeltjes over kleurenblindheid de wereld uit. De jongensschool was voor Hans een realiteit, voor Sam onvoorstelbaar. Naar aanleiding van een kleuter die fake news verspreidde legde Sam uit dat mensen met een donkerdere huidskleur net zo goed kunnen bruinen en verbranden. Passeerden eveneens de revue: collega’s die er de kantjes vanaf lopen, een erfeniskwestie en moeizame relaties in de familiale sfeer (we noemen geen namen). Sam slaagde er ook in om tussendoor updates te geven over de eerste Tourrit. Het scheelt natuurlijk dat Hans en ik samenwonen en Sam mijn blog leest, maar toch kan ik het iedereen van harte aanbevelen: als je eens echt goed wil (bij)praten met je vrienden, ga dan twee dagdelen in de Ardennen lopen.

De beleving
Het venijn zat in het midden. Ik voelde vrij snel dat de benen niet bepaald fris waren, maar dankzij onze praatgroep gingen de eerste 30 km relatief snel voorbij. De temperatuur viel toen ook nog mee. Het middendeel van het parcours zag er op het hoogteprofiel verraderlijk vlak uit. De adder onder de oeversteen was het “pad” langs de Ourthe dat we daar volgden. Eentje van het type waarbij je echt elke keer dat je je voet verzet moet kijken waar en hoe. Het zijn stukken waarbij je elke seconde en elke meter voorbij ziet kruipen, soms letterlijk. Bij ons alle drie zonk toen de moed in de Hoka’s omdat er werkelijk geen schot in de zaak kwam. Wat uiteindelijk heel goed mee viel, was het langste stuk tussen de bevoorradingen op km 46 en 62. We hervonden daar onze goede moed. Aan onze eindtijd kan je ook afleiden dat wij geen haast hadden, ook bij de bevoorradingen namen we de tijd. Sam was uiteraard entertainer en pr-manager van dienst. Hij speelde na elke bevoorrading een toepasselijk liedje en hield de loopvriendjes op de hoogte via filmpjes. Ook een verzoeknummer was mogelijk toen Hans in slaap dreigde te vallen na 66 km. Het was Ich will van Rammstein dat hem wakker hield.

Het afzien
Zoals gezegd voelde ik me niet kakelfris. Twee zaken speelden me ernstig parten. 1) we liepen amper 3 weken geleden 100 km in Bouillon. Hoewel we in de tussentijd niet heel veel liepen en elkaar goed verzorgden, hakt zo’n inspanning in de reserves. 2) ik had sinds twee dagen veel rugpijn. Mijn rug is al sinds mijn kindertijd mijn zwakke schakel. Sinds een medische molen vorig jaar weet ik dat mijn rugpijn en hamstringlast met elkaar verbonden zijn. Het is op geen enkele manier schadelijk om met die rug te sporten, ook niet als dat eindeloos lang duurt. Lopen op zich deed geen pijn. Bukken ging heel beperkt en vooral steile afdalingen waren lastig. Op kilometer 38 bereikte ik dan ook een dieptepunt toen we heel steil naar beneden liepen en ik mezelf amper recht kon houden. Hoe gezellig we het ook hadden met z’n drieën – en dit kan mogelijk arrogant klinken – het nieuwe van de ultra was er voor Hans en mij eventjes af met Bouillon nog zo vers in ons geheugen. Op de laatste bevoorrading spraken we dan ook de bevrijdende woorden dat we er helemaal klaar mee waren. Hehe! Het laatste uur liepen we trouwens in de regen. Starten en finishen doe ik toch liever droog.

De vriendschap
Je hebt altijd enkele supporters die zo gek zijn om hun lopers gedurende een heel lange dag te volgen. Ergens halverwege riep een sympathieke vrouw ons toe: jullie zijn nog altijd samen! Met z’n drieën een trail lopen is geen verdoken manier om je vriendschap zwaar op de proef te stellen en te kijken hoe die de ultieme vriendschapstest doorstaat. Integendeel, samen een trail lopen is de allermooiste manier om je vriendschap te vieren. Je hebt niks anders bij je dan een vestje met wat gerief, je bent volledig overgeleverd aan dat parcours, aan elkaar en aan alles wat op je pad komt. Je kan niet anders dan in het moment te zijn. Naar het einde toe fladderde Sam met tonnen overschot voor Hans en mij uit. Het gevoel dat je iemand ophoudt, bekruipt je dan wel even. Gelukkig voelde Sam dat niet zo aan, hij vond het juist een geschenk om dit samen met ons te mogen meemaken. Samen uit, samen thuis: het is een waarheid als een bos.

De conclusie
De Chouffe trail blijft een prachtige wedstrijd en ik denk dat ik er nooit echt helemaal klaar mee zal zijn. Ik laat me ook in de toekomst graag verrassen door wat de omgeving en het parcours te bieden hebben. Het is telkens een heel blij weerzien met de familie Van den Borre en hun aanhang. Ook Sam weet inmiddels heel wat schoon loopvolk mee te krijgen en zo blijft onze trailfamilie groeien. Een groot voordeel dit jaar was dat er relatief weinig overlap was met lopers van kortere afstanden. Het eerste deel liepen we nog deels met de lopers van de 56 km, maar vanaf dan hadden we vrije baan. Lopen en trailrunning zijn nog steeds razend populair zijn, dat zie je aan de sterkte van het deelnemersveld. Twee jaar geleden liep ik nog naar de tweede plek in Houffalize. Dit jaar belandden we met z’n drieën net in de top 100 en lieten we nauwelijks 20 lopers achter ons. Ik werd 10e vrouw en in die top 10 staat slechts één andere Belgische vrouw. Trailrunning in België, het brengt iets teweeg. Ik hou de woorden van Roos in gedachten: wij waren de bakermat.

De weetjes

  • Het Chouffe bier onderging een rebranding, de La verdwijnt steeds meer naar de achtergrond, ook het event heet nu niet meer zo.
  • Een primeur met een pijnlijke vaststelling in de Chouffe shop die we daags nadien bezochten: de Chouffe blanche is uit het assortiment verdwenen. Noooo!
  • Tijdens onze laatste uren kruisten we deelnemers van de gravelrace Borderride 400. Jawel, die moesten 400 kilometer afleggen in 40 uur. Gekkenwerk als je ziet over welke onmogelijk wegen ze werden gestuurd.
  • We volgden tijdens onze eigen race ook de Ultra Backyard van Lieven, die liep 28 uur (!) aan een stuk rondjes om zo de Legends Slam binnen te halen. Straf werk!
  • Sam kocht recent een Garmin Fenix 7, exact het horloge dat Hans en ik ook hebben. Voor Sam was het een goede manier om heel wat features af te toetsen bij Hans. Beide hadden ze de gpx op hun horloge staan. Ik weet mij echt altijd te omringen met de juiste mensen.
  • Sintija en Siv liepen op zaterdag hun 25 km. Het werd een heel mooi debuut in de trailwereld. Ze haalden maar liefst 2x de fotospecial. Uitbundigheid wordt altijd beloond.
  • Lisa, Pieter en Stijn namen zondag de 36 km voor hun rekening, de langste afstand die Lisa ooit liep. Volgens Pieter loopt Lisa altijd hetzelfde tempo, zowel de berg op als af. Ze deden dat goed met z’n drieën! Sowieso verdienen ze een medaille voor moed en zelfopoffering omdat het een regelrechte regendag was.
  • Hans trof een bijzondere souvenir aan in zijn schoen. Een scherp takje bleek namelijk de zool van zijn Mafate doorboord te hebben, waardoor ook zijn steunzool beschadigd is. Het zoveelste bewijs dat het onmogelijke mogelijk wordt tijdens een trail.

Hoera, de blog is 7 jaar!

Verjaardagen zijn er om gevierd te worden. Mijn blogbaby is inmiddels een uit de kluiten gewassen kind geworden. 7 jaar geleden begon ik dus op heel regelmatige basis te schrijven over mijn lopende leven. Al gauw werd dat mijn leven in het algemeen waarin lopen een belangrijke rol vervult. Neem nu deze inleiding, de eerste versie vond ik zo beschouwend dat ik er bij in slaap viel. Ik ging een toertje lopen en besefte plots: ik heb Robbie nodig! Het verhaal ging namelijk als volgt. Hans en ik gingen eind juni naar TW Classics. Een afspraak die ik niet wilde missen aangezien ik er mijn twee tieneridolen voor het eerste live aan het werk zou zien: Bryan Adams en Robbie Williams. Het werd een onvergetelijke avond. De muziek van je tienerjaren in het echt horen, is de uitgelezen manier om met je 25 jaar jongere zelf te spreken.

De gitaren loeiden bij Bryan Adams, de Canadese rocker die even oud is als mijn ouders, maar nog altijd kan shaken als een jong veulen. Met zijn raspende zeemzoete stem is hij de ideale zalf voor elk (tiener)kwaaltje. De toon was gezet. Robbie Williams haalde veel meer toeters en bellen van stal. Jullie weten dat ik goed ga op wat drama en theatraliteit: een buiteling vanaf een gouden trap, kleurrijke outfit changes en heel wat ambiance op het podium. Robbie deed zijn naam alle eer aan. Hij is de enige echte King of Entertainment. Het kan onze redding zijn net als de wereld een akelige plek blijkt te zijn. Een tafelspringer of entertainer heeft er nooit in mij geschuild. Als er iets is wat ik met mijn blog wel hoop te zijn, dan is het de Vrouw van het Verhaal. 7 jaar schrijven leerde me dat de goede verhalen overal voor het rapen liggen.

Zelfs als ik er niet naar op zoek ben, kan ik op een verhaal stuiten dat ik wil delen. Zoals een foto helpt om je herinneringen te verankeren, zo doet een tekst dat voor het gevoel. Mijn blog is een mooie steekproef van wat mij bezighoudt in een bepaalde periode. Ik ga al eens grasduinen in mijn eigen bij elkaar geschreven archief. De conclusie is dan steevast: wat ben ik blij met wat ik al heb mogen meemaken. Er is zoveel moois spontaan op mijn pad gekomen. Schrijven helpt om de dingen een plaats te geven. Er zijn de euforische momenten die je een ereplaats geeft in de vitrinekast, maar ook de donkere kantjes die zichtbaar worden en daardoor lucht krijgen. Verhalen kunnen levens redden.

Mijn blog is een project waar ik altijd een beetje mee bezig ben. Ik schrijf mijn teksten in verschillende etappes. Mijn hoofd krijgt daardoor de tijd om woorden en verhalen te genereren opdat een tekst echt af zou zijn. Dat het een tijdrovende hobby is, daar had ik het al vaker over. Ik doe dit niet voor de likes of de bekendheid, wel omdat het zo plezierig is om iets te creëren. Om jullie dus die verhalen te brengen. Ik krijg daar dan ook ontzettend veel voor terug. Ik kan een stukje lopen, maar dat jullie mijn stukjes tekst zo graag lezen, dat raakt me steeds. Mijn blog heeft me al ontzettend veel verhalen van liefde en vriendschap opgeleverd. Dat is dankzij jullie!

Op deze verjaardag zeg ik dus nog maar eens: bedankt, mijn allerliefste lezers, jullie maken van jokeloopt zo’n fijne plek. Jullie zijn mijn chips en cola tijdens de trail die mij steeds de kracht geven om te blijven gaan. Net zoals Robbie wil ik jullie dan ook heel graag vragen: willen jullie samen met mij oud worden?

Cheers op de blog! Dat we samen nog vele verjaardagen mogen vieren!

Loperspraat – 13 voorbeschouwende weetjes op de Chouffe trail

Het is juli! Het is zomer! Het is vakantie! Dat betekent feesten in Werchter, maar vooral lekker lopen tijdens de Chouffe trail. Wij zijn dus weer verzekerd van een stevig trailfeest in en rond de omgeving van Houffalize. Over iconen raak je niet snel uitgepraat, dus ik heb heus nog wel wat te vertellen over dit pareltje op de kalender. De Chouffe heeft dan ook een rijke geschiedenis en brengt elk jaar onze trailfamilie samen. Meer verbroedering en verzustering vind je nergens. Ik wil jullie er niks van onthouden. Daarom 13 weetjes om jullie aan boord te nemen van de Chouffe-trein.

  • Na een hitte-editie in 2023 en een natte in 2024, zien de weersverwachtingen voor morgen er goed uit: een graadje of 24, wat bewolking en geen regen. De lopers op zondag mogen zich aan iets wisselvalliger en frisser weer verwachten.
  • Hans en ik liepen drie weken geleden onze 100 km. We voelen ons allebei goed hersteld. Wel een unicum: we liepen de afgelopen week helemaal niet, kwestie van echt goed te rusten. Helaas sputtert mijn rug sinds gisteren heel erg tegen. We zullen zien hoe dat uitdraait.
  • De afgelopen jaren was de langste afstand net geen 70 km. Dit jaar werd die stevig opgeschaald naar 80 km. Volgens parcourskenner Hans zitten er dan ook heel wat nieuwe stukken in, waaronder een passage langs Bonnerue, waar we ook een deel van de Great Escape route zullen lopen.
  • De Chouffe trail is toe aan zijn 8e editie. Het leuke is: ik was er die eerste keer bij in 2017, toen ik samen met papa 49 km liep. Enkel in 2021 waren we in familiaal verband afwezig vanwege corona-maatregelen. Als loper zal het dus mijn 6e deelname zijn.
  • Hans en ik zullen – net zoals vorig jaar – onze 80 km lopen in het gezelschap van Sam, een garantie op entertainment en boeiende gespreksstof. Benieuwd welke bancaire materie morgen de revue zal passeren en welke monsterhit we in onze laatste kilometers voor de kiezen krijgen. Hoe dan ook vieren we feest op km 70, want dan breekt Sam zijn afstandsrecord.
  • Morgen zijn de Vanden Borres supporters van dienst, op zondag staan ze zelf in het veld. Pieter, Stijn en Lisa zullen samen de 36 km lopen. De semi-broers zijn niet aan hun trailproefstuk toe, voor Lisa is het haar officiële debuut in Houffalize. Net zoals Sintija, die gaat voor de 25 km.
  • Roos die zit op Werchter en Joni in Ierland. We zullen ze missen, maar in gedachten zijn ze er altijd bij. Loopvriendjes 4ever!
  • Mijn trailuitrusting onderging door de jaren heen een metamorfose. Qua schoeisel kies ik zonder twijfel voor de Mafate die in Bouillon de verwachtingen ruimschoots inloste. Ik kan weer twinnen met Hans en samen met Sam zijn we een heel kleurrijk Team Hoka meets Garmin Fenix 7.
  • Eveneens met Bouillon in gedachten: ik ga niet te veel eten meesleuren in mijn vest. Chips en cola zorgen vanaf nu voor mijn brandstoftoevoer. We kunnen rekenen op 6 bevoorradingsposten. De langste afstand die we tussen 2 posten moeten overbruggen is tussen km 46 en 62. De laatste ravito ligt op km 69.
  • Ook nieuw dit jaar: een drop bag bij de bevoorradingspost op km 46. Niet voor ons deze keer, in Bouillon bleken we het niet nodig te hebben. De lijst met verplicht materiaal is trouwens ook wat uitgebreid en ligt in lijn met wat we in Bouillon meenamen.
  • Tradities zijn er om in ere te worden gehouden: vanavond gaan we met Sam en Sintija eten bij Chez l’Italien. Hans en ik zullen overnachten in de Vayamundo. Omdat we net te laat waren om te reserveren, zijn we weer voorzien van een familiekamer. Zondagochtend sluiten we aan bij het rijkelijke ontbijtbuffet in refterstijl.
  • Ik ontmoette Hans voor het eerst aan de start van de Chouffe trail 2023. Er was toen een heel klein beetje voorgeschiedenis. Vandaag is het immers precies 2 jaar geleden dat Hans mij een mailtje stuurde. Ons eerste gespreksonderwerp: insectenspray met of zonder DEET.
  • We zijn nog niet uitgetraild na de Chouffe. In augustus zal ik namelijk mijn debuut maken op de Trail des Fantômes 74 km. Samen met Hans of wat had je gedacht? Roos tekent er present voor haar comeback. Ze doet dat samen met Marike op de 25 km. Nu al een onvergetelijk familiemoment!

Het moment – Dat wij dus 100 km liepen in Bouillon

Ik heb geen bucket list, laat ik daar heel duidelijk over zijn. 10 jaar geleden liep ik mijn eerste marathon en dat heb ik altijd beschouwd als een stevige opstoot van hobbyistisch enthousiasme. Ik droomde als kind niet over marathons lopen, wel over dieren redden. Met ouder te worden ben ik mijn eigen gedroom steeds meer gaan koesteren. Mijn dromen geven juist richting aan de realiteit. En net zoals ik nog heel precies kan zeggen wanneer mijn marathondroom ontstond, zo weet ik ook nog heel precies wanneer die 100 km droom boven mijn hoofd ging zweven: in het najaar van 2020, zoals steeds aan de zijde van Roos. Na een eerste Chouffe trail van 68 km schoof ik het 100 km plan tijdelijk naar achter op het schap. Toen ik Hans leerde kennen en als supporter aan zijn zijde meemaakte hoe een 100 mijl wedstrijd verloopt, besefte ik dat ik mijn ideale compagnon de route gevonden had. De Trail Godefroy in Bouillon zou ons momentum worden om samen, zij aan zij, drie cijfers op de tabellen te lopen.

De voorzichtige aanloop
Trigger warning voor wie gevoelig is aan vroeg opstaan. Om 1 uur weerklinkt de wekker in Hotel La Plage in Bouillon. We hebben een uur of 2 geslapen en het mag dan ook niet verbazen dat ik me niet bepaald fris en monter voel. Gedachteloos proberen we te ontbijten. Boterhammen met stroop smaken dus echt niet in het midden van de nacht. Het is wringen om wat binnen te krijgen en dan begint het pakken en zakken, de trailvest of de drop bag in. Om kwart over 2 stappen we de berg op richting de burcht van Godfried waar het startpunt ligt voor ons grote avontuur. Met 20 graden is het al of nog best warm. De sfeer aan de startzone is heerlijk relaxt. Er zullen 131 lopers van start gaan voor de 100 km en die zitten te wachten op een bank, maken nog een fotootje, gaan op een heel propere dixi of reorganiseren hun gerief in de vest. Niks nerveus wachten in een startvak, niks opzwepende beat. In een briefing krijgen we te horen dat we een extra kilometer zullen lopen door een omleiding na 16 kilometer en dat er buien kunnen zijn tussen 11u en 13u. Op dat moment lijkt dat allemaal nog erg verre toekomstmuziek. Om 3 uur zijn we weg. Achter een auto als uitgeleide gaat het eerst weer de berg af en dan lopen we langs de Semois Bouillon centrum uit.

Het grote afzien
Ik loop voor het eerst met een hoofdlamp en die zal ik toch minstens een uur of 2 moeten dragen. De eerste 4 kilometers gaan over asfalt, wat best lekker loopt tot we ergens het bos in duiken. Gelukkig over een onverharde weg in redelijke staat, want ik vind het toch spannend met die lamp op mijn kop. Er zijn nog veel lopers in de buurt en zo brengt iedereen een beetje licht in elkaars duisternis. Wellicht overbodig om te zeggen, maar je hebt dus totaal geen idee waar je loopt als het donker is. In totale onwetendheid loop je misschien langs een steile rotswand of voorbij het meest memorabele uitzicht. Al snel ben ik mijn oriëntatiegevoel kwijt. Wat ik wel weet: de eerste helft van onze toer lopen we een grote lus ten oosten van Bouillon richting Herbeumont. Dat is het makkelijkere deel met wel veel hoogte, maar geen al te steile of technische klimmetjes. Onze eerste 10 kilometer kunnen we netjes binnen het uur afwerken. Het zou de burger moed moeten geven. En toch ben ik helemaal niet in mijn element. Mijn lichaam is het er totaal niet mee eens dat ik wakker ben en met een buik vol boterhammen aan het lopen ben.

Na 12 kilometer bereiken we de eerste bevoorradingspost in het ongetwijfeld pittoreske Dohan. De organisatie kan rekenen op de hulp van de carnavalsvereniging van Florenville. Op elk van de 8 posten zitten enkele carnavalsleden die verantwoordelijk zijn voor het trailbuffet. Van mensen die in hun vrije tijd met festiviteiten bezig zijn, verwacht je enig gevoel voor sfeer en gezelligheid. Met wisselend succes, daar kom ik later op terug. Hier zit de ambiance alvast goed. Hans gaat aan de cola. De gedachte aan eten of drinken vervult mij met weerzin. Na een heel korte stop lopen we verder. Vanaf dan gaat het bergaf. Met mij, niet op het parcours helaas. Ik voel me écht niet lekker. Zowel mijn benen als buik voelen zwaar en vermoeid aan. De lamp op mijn hoofd stoort me mateloos en ik ben in een stemming waarbij dat onoverkomelijk lijkt. In mijn hoofd zou het een magisch moment worden als de zon opkomt. In de realiteit merk ik op dat het steeds wat lichter wordt, maar blijft het tussen de bomen nog redelijk lang duister.

We lopen langs Camping Maka die langs de Semois gelegen is: meteen de eerste kennismaking met het water nu het licht is. Minder magisch dan gedacht, maar toch wel leuk. Het is hier dat we ons extra kilometertje lopen. Achteraf zie je dan op de kaart dan we netjes mee kronkelen met de Semois. Tot in Cugnon, waar de tweede bevoorradingspost ligt. We hebben 26 kilometer afgelegd in 3 uur en 10 minuten. Lastige buik of niet, ik besef dat ik wel moet eten om het brandstofniveau op peil te houden. Met tegenzin werk ik een isogel met appel weg en duw ik er nog een halve reep Clif bloks achteraan. Ik denk dat mijn doorzettingsvermogen hier een dieptepunt bereikt. Ik ben teleurgesteld in mezelf. Tijdens trainingen voelde ik me nog zo wonderbaarlijk fris na 3 uur lopen, nu voelt het alsof ik al dubbel zoveel gedaan heb. Dit wordt hem echt niet vandaag. Ik geef mezelf weinig kans op slagen met een lichaam dat al op lijkt te zijn vooraleer het begonnen is. Gelukkig heb ik dus mijn klankbord bij de hand. Hans probeert mij wat te sussen.

Na 30 kilometer is het zo ver… ik moet naar de wc. Op exact 400 meter hoogte – 1 kilometer en 37 hoogtemeters voor het hoogste punt dat we zullen bereiken – zit ik achter een boom. Hans staat naast mij op de uitkijk. Het is moeilijk te beschrijven hoe groot de opluchting is als ik dit pakketje kan achterlaten. Er komt wat rust in de buik, de boterhammen lijken inmiddels verteerd te zijn. Ik krijg stilaan oog voor de indrukwekkende omgeving. Ik laat de hoop varen om me plots kiplekker te gaan voelen. Iets na 7 uur en met 34 kilometer op de teller, maken we een eerste filmpje voor het thuisfront. Och! Wat is het lang en zwaar! Ik klaag nog wat over het gebrek aan goeie benen en een lastige maag. Ook Hans is trouwens – tegen mijn gevoel in – nog niet helemaal in zijn sas. Mentaal breekt hier zowat het lastigste punt aan. Ik ken de kilometers tussen 30 en 40 te goed. Ze staan gelijk aan afzien, het moeilijk hebben én ook een einde dat in zicht is. Niet vandaag. Het is nog maar ochtend. We hebben amper een derde gelopen. Dat er tussen de tweede en derde bevoorradingspost liefst 17 kilometer ligt, betekent in trailjargon een eeuwigheid.

Onze eerste marathon is dik binnen als we na 44 km de derde ravito bereiken. We zijn 5,5 uur onderweg en bevinden ons in Les Hayons. Op aanraden van Hans gooi ik het over een andere boeg en ga ik aan de cola. In ultramiddens zijn ze het er over eens dat er geen betere sportdrank bestaat. Wauw, dit smaakt zo goed! Voor de beeldvorming: om half 9 ’s ochtends heb ik al drie liter water gedronken (zweten!), drink ik drie bekers cola na elkaar en neem ik nog een handje chips om de tank helemaal vol te gooien. Hoe trots ik ook was op mijn voedingsplan en alles wat me op training zo goed beviel: vandaag is het met cola en chips. Onthoud dat. Wat is het trouwens warm! Op 47 km maken we nog eens een filmpje voor de volgertjes thuis. Ik omschrijf de omgeving daarin als heel bosachtig (mijn woordkeuze is niet origineel als ik het zwaar heb). Berggeit-gewijs zetten we onze tanden in hellingen met gemiddelde stijgingspercentages van 15%. Het uitzicht is er dan ook wel naar.

De onverwachte doorbraak
Met 55 km in de benen dalen we via steile trappen naar de oever van de Semois in Bouillon city. We kunnen nog even over asfalt lopen en dan is daar het athenée dat de vierde bevoorradingspost herbergt: de ravito van het pauzemoment. Onze dag is al vergevorderd, maar eigenlijk is het nog maar 10u30 en hebben we 57 km gelopen. Behoorlijk wat lopers zitten op een bank. Er zijn ook supporters die hun lopers soigneren. De goesting in eten en drinken ligt heel erg uit elkaar. De ene doet zich te goed aan wat watermeloen, de ander heeft een pot havermout of neemt een stokbroodje met kaas. Ik neem een chocomelk uit mijn drop bag, ik drink cola en eet chips. Dat smaakt me gewoon het allerbeste en ik ben er de afgelopen uren ook op doorgekomen. Hans gaat naar de wc terwijl ik naar de overkant tuur: met zicht op de burcht en dus de finish. Ik denk aan de gevleugelde woorden van Erwin: voetjes wassen en binnen lopen.

Terwijl ik fysiek heel duidelijk verval voel, breek ik er mentaal helemaal door. Ik ben potverdorie al helemaal hier geraakt! Nu begint het echt en ik heb er zin in! Na een kwartier vertrekken we weer. Het tweede deel van het parcours is pittiger. We lopen westelijk richting Vresse Sur Semois, een omgeving met steilere en ook wat technischere klimmen. Allesbehalve een walk in the park dus. Eerst gaat het idyllisch over de kade, vlak langs ons hotel de berg op. Ik vertel aan Hans dat ik al uren in mijn hoofd zit met het romantische Eurosong-lied Volevo essere un duro terwijl we aan een klim bezig zijn met stijgingspercentages tot wel 20%. Op 1 kilometer overwinnen we 145 hoogtemeters. Het geeft vertrouwen als je zelfs met 60 km in de benen nog vlotjes wandelaars voorbij steekt. De lucht is inmiddels betrokken en als we weer maar eens heel stevig aan het klimmen zijn, klinkt er ook gedonder en begint het zachtjes te druppelen.

Na 63 km komen we aan in Botassart met het uitzicht op Le Tombeau du Géant. Terwijl het keihard regent, werp ik snel een blik op de begraven reus achter mij en dan is het maken dat we kunnen schuilen voor het onweer. We zijn net op tijd bovenop de berg. Aan de bevoorrading is een ruim afdak waar we droog staan onder het genot van een colaatje en wat chips. Een snelle blik op de meteo zegt dat het nog een uur zal regenen. Als de echte drache erop zit, lopen we verder. Op zich is het fijn dat het wat frisser is, maar de steile afdalingen liggen er glad bij. Het is dan op handen en voeten schuiven en surfen om beneden te geraken. Ik kijk uit naar kilometer 70: dan verbreek ik mijn afstandsrecord – hopelijk met nog wat meer cijfers. Om het te vieren maak ik een sanitaire stop in de regen. Het is pas later dat je de heroïek van die troosteloze momenten gaat inzien. Hans en ik lijken ook echt helemaal alleen into the wild te zijn. De harmonicalopers in onze buurt gaan nu elk hun eigen weg.

Mentaal voel ik me nog steeds best lekker. De bevoorradingen volgen elkaar sneller op, waardoor de etappes relatief kort zijn. Op het hoogteprofiel dat op mijn borstnummer gedrukt is, meen ik te tellen dat het tweede deel uit “maar” 7 steile klimmen bestaat. Achteraf gezien zou dat niet heel accuraat blijken te zijn. Het zegt vooral iets over hoe ik op zoek ben naar een houvast om deze missie behapbaar te maken. Na 73 km komen we aan in Rochehaut. 10 uur en 40 minuten zijn we onderweg. Er staat een toeristisch treintje te wachten en door de organisatie wordt de plek aangeprezen als dé spot voor supporters. De bemanning van de post is helaas niet bijster enthousiast. Leden van een carnavalsvereniging hebben doorgaans niet heel veel met de trail- of loopsport, op zich hoeft dat ook helemaal geen probleem te zijn om betrokkenheid te tonen op een bevoorradingspost. De twee aanwezige vrouwen gunnen de lopers letterlijk geen blik waardig. Het is nog steeds bewolkt en na de obligate cola en chips laten we het treintje voor wat het is en lopen we weer verder.

Wat je eigenlijk niet moet doen is aftellen. Ik probeer me te focussen op de afstand die al is geweest. Gelukkig heeft Hans ook heel veel parcourskennis. Hij heeft het routebestand op zijn horloge staan, waardoor hij precies weet hoe lang en hoe steil een beklimming is. Ook dat geeft wat richting en houvast. Met dik 70 kilometer in de benen gaat niks meer vanzelf: of dat nu een lange niet zo heel steile klim is of een kuitenbijter met een stevig stijgingspercentage. Elke stukje dat je kan lopen, al is het dan traag, doet de tocht vlotten. Van kilometer 76 tot 78 lopen we over een smal weggetje door het gras. Het doet zowel pijn als deugd om nog eens 20 minuten aan één stuk te kunnen lopen. Wat ook belangrijk is om “tijd te pakken”: een goede afdaling die dus niet te steil is, want daar heb je helemaal niks aan. Dan gaat het weer traag omdat je moet kijken waar je je voeten zet om voldoende af te remmen. Na 82 krijgen we er zo eentje voorgeschoteld. Het is een héél smal weggetje door dichtbegroeid struikgewas waarbij ik de vegetatie moet gebruiken om niet van de berg te rollen.

De langverwachte finale
Onder een loden zon bereiken we de bevoorrading in Frahan met 84 km op de teller en ruim 12 uur looptijd in de benen. Er hangt een opzwepende sfeer dankzij de mannen van de carnavalsvereniging. Don’t You Forget About Me schalt keiluid uit de boxen. Ik denk dat er doorgaans niet zoveel gebeurt in het door de Semois omsloten Frahan. De landtong is op z’n smalste punt 230 meter breed en er is slechts één weg die je er met de auto heen brengt. Hans heeft een leeg gevoel in de benen. Hij valt aan op de rijsttaart. Ik giet er nog wat cola bij. Hoe dichter we ons doel naderen, hoe groter de honger bij mij is om weer te vertrekken. Na 89 km lopen we over een ellendige weg die bezaaid is met keien. Een rot(s)weg die vlak langs de Franse grens loopt. Ik begin bovendien een schurend gevoel aan mijn voetzolen te voelen. Bij elke pas wrijf ik door het vuil dat in mijn schoen terecht is gekomen. Het is het soort ongemak dat er op dat moment nog wel bij kan.

De aller-aller-laatste bevoorradingspost ligt op de speelplaats van de plaatselijke school in Corbion. Een vriendelijk koppel (leerden ze elkaar kennen in de vereniging of tijdens carnaval?) neemt hier de honneurs waar. We hebben 92 kilometer gelopen met 14 uur op de klok. Op voorhand hadden we een richttijd van sub16 uur voor ogen. Dat lijkt plots een haalbare kaart. Nu het einde echt in zicht is, wil ik de kilometers heel bewust beleven. Wat hebben we vandaag allemaal meegemaakt? Het blijft vechten voor elke kilometer. We krijgen nog twee heel venijnige klimmen van het zigzaggende soort voorgeschoteld. Als goedmakertje ook een mooie passage langs en dan over de Semois. Voetjes wassen en binnen lopen. Mijn geluk kan niet op als ik de 100 op mijn Garmin zie verschijnen. De voorlaatste klim brengt ons een prachtig zicht op Bouillon en dan gaat het steil naar beneden (zo’n afdaling waar je niks aan hebt). De aller-aller-laatste klim: de berg op naar de burcht! Waar we onderweg amper aanmoedigingen kregen, staat er nu een comité klaar dat ons met een hartverwarmend applaus binnenhaalt. En dan gebeurt het eindelijk ook echt: we lopen (ja echt, als is het heel voorzichtig) zij aan zij over die finishlijn na 15 uur en 45 minuten. 102,4 km hebben we elkaar gestreden met 3258 hoogtemeters. We hebben het gehaald – samen! Wat een dag!

De voorlopige conclusies
Het is me wat, 100 kilometer lopen. Ik liep een paar uur in het donker en bijna 50% meer dan de langste afstand die ik ooit liep. Dat heet buiten de comfortzone gaan. Alhoewel, comfortzone is een relatief gegeven als je ultra-avonturen aangaat. Zonder overdrijven is elke kilometer intens op z’n eigen manier. Er zijn kilometers die relatief snel voorbij floepen, maar pijn doen omdat lopen nu eenmaal pijn doet na een bepaalde tijd. Er zijn kilometers waarbij je makkelijk 10x op de klok kijkt. Ik ben sowieso meer een klokkijker dan Hans. Ik wil progressie kunnen zien – en soms lijkt die er dus helemaal niet te zijn. Op parcoursniveau zat het venijn hem absoluut in de staart: de laatste 40 kilometer waren zonder enige twijfel zwaarder door de techniciteit en de stijgingspercentages. Naar mijn gevoel zat het venijn juist helemaal in het begin. Mijn lichaam sputterde tegen toen het in het holst van de nacht werd aangespoord om in actie te komen. Je gaat niet juichen als je 15 kilometer gelopen hebt, maar ook die moet je nu eenmaal afleggen.

Wat ook meespeelde in die moeizame start is het gegeven van de comfortzone. Ik heb redelijk wat referenties als het gaat over een afstand tot 40 kilometer lopen. Ik heb bepaalde verwachtingen over hoe ik me dan zou kunnen en willen voelen. Als je 34 kilometer loopt als een derde van je totale afstand, verwacht je stiekem dat je nog maar voor een derde aan het afzien bent, in de comfortzone dus. Niks is minder waar. Afzien komt net zo makkelijk als het gaat wanneer je in staat bent om het los te laten. 34 kilometer lopen deed ik al vaker en voelt daarom niet aan als grenzen verleggen. Omgaan met de eindeloosheid en er vooral in kunnen berusten is deel van het ultralopen. Ook hier is Hans al heel wat meer ervaren dan ik. Voor mij was het een mentale bevrijding toen ik zag hoeveel we al achter de rug hadden en ik bezig was met iets dat ik niet elke dag doe.

De Trail Godefroy kreeg vorig jaar de beste beoordeling van de deelnemers van Sportevents. De setting is dan ook uniek te noemen. Starten en finishen aan een middeleeuwse burcht spreekt nu eenmaal tot de verbeelding. Bouillon is bovendien echt de moeite! In de wijde omgeving zorgt de meanderende Semois voor een indrukwekkend landschap in combinatie met de vele loofbossen (heel bosachtig dus). Er werden in totaal 5 afstanden aangeboden, maar er is weinig overlap in het parcours met die andere wedstrijden, waardoor de grote drukte vermeden wordt en je ongehinderd je ding kan doen. Ook een compliment voor de bepijling van de organisatie. Heel knap hoe ze erin slagen om duidelijk richting te geven over zo’n lange afstand. Je gaat mij echter niet horen zeggen dat Bouillon op trailgebied zoveel meer te bieden heeft dan wat je in Houffalize of La Roche vindt. Elke trail heeft zijn eigenheid en identiteit, juist dat is er zo leuk aan.

Nog prangende vragen
Hoe zit dat nu eigenlijk met het lopen versus wandelen? Wat mij verbaasd heeft, is dat wij zelfs met 101 kilometer in de benen nog konden lopen. Heel traag en waggelend weliswaar. Ik denk dat wij tot een kilometer of 60 nog redelijk vlot begonnen te lopen als het parcours niet te zwaar was. Vanaf dan doe je dat niet meer als er ook maar een beetje hellingsgraad is. Je lichaam trekt dat niet meer en je gaat gewoon sneller als je dan aan een stevig tempo wandelt. Ook het optrekken van wandelen naar lopen kost steeds meer energie. De eerste meters doen altijd pijn. Zeker na 80 kilometer merk je dat je stramme spieren telkens een optater krijgen door de impact van het lopen. Gek genoeg vind je zelfs met die stijfheid en pijnlijke voeten een comfort in lopen. Het moge duidelijk zijn dat je goed getraind aan een avontuur van dit kaliber moet beginnen, daar moeten we niet vals bescheiden over willen zijn. Ik wist wel dat ik over een heel sterke motor beschikte. Eentje die heel lang kan blijven gaan, als het moet gewoon op chips en cola. Wat ik ook ervaren heb, is dat niet alle pijntjes blijven toenemen naarmate je langer loopt. In het begin voel je nog heel duidelijk dat je bil pijn doet of je hamstrings weer maar eens stijf is. Na 50 kilometer is alles gewoon stijver gaan aanvoelen en begin je de eerste schuurplekjes te krijgen. Het is een ongemak dat lang op hetzelfde niveau kan blijven hangen zonder te escaleren.

Hoe is dat nu eigenlijk om alles koppel zo’n avontuur te beleven? Wel, dat is echt heel bijzonder en daar was ik ook tijdens de tocht bewust heel dankbaar voor. Je hebt je klankbord bij je. Iemand waar je 100% jezelf bij kan zijn, geen schone schijn voor moet ophouden of gezellig moet doen als je daar geen zin in hebt. Iemand waar je het wel altijd heel gezellig mee hebt. Ik vind werkelijk alles leuker en gezelliger met Hans erbij. Dat geldt zeker ook voor bijna 16 uur met elkaar op pad zijn en afzien. In het begin zeggen wij trouwens niet heel veel tegen elkaar. Als het allemaal wat trager begint te gaan, komt het gepraat vanzelf en is er veel te delen. Er schuilt een grote intimiteit in samen op avontuur gaan en samen afzien. Je maakt iets heel bijzonders mee dat je kan delen met de allerbelangrijkste persoon aan je zijde. Het is een verhaal van “wij samen” of “helemaal niet”. Je weet dat er iemand is die er altijd voor je zal zijn. Wat je dan ook nodig hebt, wat er ook gebeurt. Ik kus mijn beide handje dat ik Hans ontmoet heb en dat wij samen tot zoveel moois in staat zijn, dat wij samen elkaars dromen helpen waarmaken.

Smaakt dit nu naar meer? Jazeker, ik zou graag nog eens een 100 km lopen. Qua parcours en afstand volstaat iets in deze orde. Het moet voor mij dus niet heel veel moeilijker (hooggebergte) zijn en zeker ook niet langer (+120 km). Een hele nacht al lopend overbruggen trekt me niet aan. Het survivalgehalte was precies goed.

Hoe geradbraakt ben je na zo’n avontuur? Eigenlijk niet heel erg. Ons herstel verloopt goed. We zijn nooit helemaal kreupel geweest, wel stijf uiteraard, maar niet in die mate dat je geen stap meer kan verzetten. We merken wel dat er nog een bepaalde vermoeidheid in het lichaam zit, die proberen we ook te respecteren en dus niet te zot te doen. Al helemaal niet omdat wij er op zaterdag 5 juli weer in vliegen, dan staat de La Chouffe trail op het programma. We zullen daar de 80 km voor onze rekening nemen. Voor de sfeer en ambiance kunnen we rekenen op Sam en nog wat ouwe getrouwe maatjes. Wordt vervolgd!

Nog enkele weetjes

  • 96 mannen en 12 vrouwen bereikten de finish van de 100 km. Hans en ik eindigden ergens in het midden. De eerste vrouw had 13 uur en 52 minuten nodig om de finish te bereiken, de eerste man deed dat in 11 uur en 7 minuten. Ook Sam was in Bouillon. Hij liep de 34 kilometer in 3 uur en 35 minuten.
  • We staken meermaals de rivier over, maar dat ging telkens over een brug. Geloof me, de Semois is geen riviertje dat je zomaar eventjes doorwaadt.
  • Het is de zomer van de teek, vrees ik. Ondanks de insectenspray nam ik twee teken mee als souvenir uit de bossen. Onderweg nog eens wat extra sprayen was wel doeltreffend als bestrijding tegen rondcirkelende beesten.
  • Op de school waar Hans een toiletbezoek bracht tijdens de bevoorrading bleken de wc’s bewust niet op slot te kunnen. Onbegrijpelijk!
  • Met de drop bag deden we dus niet heel veel. Je stopt die natuurlijk helemaal vol met spullen (kleding, eten) die je denkt nodig te kunnen hebben. In de realiteit is zelfs de moeite om die zak te openen er al te veel aan.
  • We kregen een gedrocht van een rugzak “cadeau” toen we ons nummer gingen ophalen. Denk aan het grijze Basic Fit geval, maar dan met zwart en rood. Hans ziet er de functionaliteit wel van in.
  • Ik schat dat ik 8 liter water dronk en dan nog eens 4 liter cola. Tel daar nog een zak chips bij, één isogelletje en een reep Clif bloks. Op bijna 16 uur tijd in de warmte is dat niet gek veel.
  • Volgens mijn Garmin verbruikte ik 7432 calorieën en was mijn gemiddelde hartslag 122.
  • De omgeving van Bouillon heeft dus veel meer loof- dan dennenbossen. Eveneens opmerkelijk: een witte steensoort in de grond. Heel bijzonder!
  • Op het verste punt waren we in vogelvlucht zo’n 20 kilometer van Bouillon. De gemeente Bouillon telt amper 5000 bewoners, dat is inclusief de 12 naburige dorpen.
  • Over het toerisme in de regio valt wel wat te zeggen: wat wordt er veel gebouwd! Het is eigen aan de mens om overal waar je een potentieel mooi zicht hebt een huis uit de grond te willen stampen.
  • Pas op vrijdagavond viel mijn frank dat Godefroy gewoon Godfried in het Frans is. En dat Bouillon in Luxemburg ligt. Au.
  • Bouillon is zo trots op voormalig Rode Duivel Philippe Albert, die er geboren werd, dat hij een soort ereteken op een muur kreeg. Wel een beetje op een rare plaats, maar over eretekens mag je nooit te kritisch zijn.
  • Hans en ik gaan over een paar weken nog eens een kort trailtje lopen in Bouillon. Er is namelijk iets dat steekt bij mij: het uitzicht op Le Tombeau du Géant is werkelijk iconisch te noemen. Ik publiceerde er – dankzij Sam – vorig jaar zelfs een foto van op mijn blog! Ik moet terug om dat nu eens met volle aandacht te kunnen aanschouwen.
  • De droom van Roos haar 100 km is nog springlevend, let op mijn woorden.