Loperspraat – Door regen en wind in november

Er was de afgelopen maand geen ontkennen meer aan: het is nu echt herfst en ik ga echt een lange duatlon lopen en fietsen in december. November 2018 gaat officieel de geschiedenis in als de maand waarin ik de kaap van de 1000 fietskilometers overschreed. Ik fietste exact 1002 kilometer en liep nog een bescheiden 147 kilometer. Om me daar iets bij te kunnen voorstellen, zocht ik wat afstanden op. Google Maps zegt me dat ik tot in Parijs 345 kilometer zou moeten fietsen (dat zou me 18,5 uur kosten). Ik ben dus naar Parijs gefietst om er een Tour etappe af te leggen, nog enkele plaatselijke rondes te fietsen om te kunnen finishen aan de Arc de Triomphe en dan terug naar huis te peddelen. Jammer genoeg was november ook de maand van het snertweer en de duisternis. De heroïek was dus vaak ver te zoeken.

Begin november was het nog heerlijk toeven op mijn warme marathonwolk. Ik mocht dan wel wat verblind zijn door de marathonliefde, ik was ook verstandig en gaf mijn lichaam de nodige rust om te bekomen van die 3u24 in Brussel. Een volledige week, dat zijn dus zeven (7!) dagen, ging ik niet lopen. Een unicum in mijn carrière als marathonloper. Ik kroop wel de fiets op en maakte een mooie start voor wat de maand van de mountainbike zou worden. De zon scheen, het gras was nog wat groen, de bomen droegen een kleurrijke bladerjas en ik genoot met volle teugen van mijn fietstochtjes. Goh, wat was het leven toen mooi.

Op zaterdag 10 november stond er een eerste belangrijke afspraak in Kasterlee op de agenda. Samen met mijn papa en nonkel zou ik het parcours van de Hel gaan verkennen. De groepsverkenningen maken officieel deel uit van de organisatie. Er wordt eerst 15 kilometer gelopen en vervolgens een mountainbikeronde van 23 kilometer afgelegd zodat je een idee hebt wat je mag verwachten op de Grote Helledag. Ik was op voorhand gewaarschuwd: voor velen is dit een toonmoment van explosiviteit op de fiets. Met die wetenschap besloot ik mij (met een serieus ei in mijn broek) volledig te verschuilen achter mijn status als vrouw. Ik posteerde mij achteraan de tweede groep in de hoop daar iet of wat mijn eigen tempo te kunnen rijden. Mijn twee bodyguards offerden zich gewillig op om mij te vergezellen. Al bij al ben ik niet ontevreden over mijn verkenning. De stress raasde door mijn lichaam, maar toch slaagde ik erin om de kalmte te bewaren, goed te schakelen en elke heuvel en bocht naar behoren te nemen. Ik viel niet stil en knalde niet tegen de grond. Missie geslaagd.

IMG_3337b

Het weekend daarna trok ik er niet met Juan op uit. Hij was namelijk enkele dagen weg voor onderhoud. Even wat me-time voor Juan en zijn tandwielen, hij had het nodig. Ik miste hem heel erg toen ik met mijn klassieke damesfiets twee dagen na elkaar naar Brussel fietste voor een bijscholing. Wat een leuk idee en nuttige training leek in mijn hoofd, bleek in de praktijk een loodzware taak en uitputtingsslag te zijn. Daags nadien liep ik de halve marathon in Kasterlee, een tweede positieve ervaring met de Kempische zandgrond en een fijn familiemoment.

Vorig weekend kon ik mijn nieuwe fietskleding voor het eerst uittesten. Ik investeerde namelijk in een paar degelijke handschoenen en echt regengerief. Voor die gelegenheid kwam het dus mooi uit dat het regende. Het begon veelbelovend. Met de Lage Landenlijst 3 in mijn oren en mijn uitmuntende regenkleding zat ik met wat verbeelding in een tent waarop zachtjes de regen tikte. Alleen een koffie ontbrak, maar het was best gezellig daar in mijn waterdichte cocon. De regen stopte echter niet. Na ruim twee uur op de fiets moest ik concluderen dat mijn kleding wat klam begon aan te voelen. Na drie uur kon ik niet meer ontkennen dat ik doorweekt was. Na vier uur was ik thuis en redelijk onderkoeld. Wat als een klein feestje begon, eindigde toch in een serieuze beproeving.

Op zondag kon mijn geluk dan ook niet op toen ik kon trainen in gezelschap. Ik zakte wederom af naar de Kempen, waar Marike woont. Zij zou me vergezellen tijdens mijn looptraining. Het was de eerste keer dat ik samen met haar liep. Met gezwinde pas loodste ze me langs de lokale highlights om me na een eerste ronde verder te begeleiden op de fiets. Intussen was haar vriend Peter zich al aan het klaarstomen voor de mountainbiketraining die hij voor mij in petto had. Na een pauze hees ik me in het zadel en trokken Peter en ik naar de mountainbikeroute in Herentals. Van daaruit fietsten we door de bossen naar Kasterlee. Dit was zonder twijfel de meest geslaagde training van de maand. De Kempen bieden een afwisselend parcours met niet al te veel hoogtemeters, maar toch voldoende uitdaging. Peter is de ideale compagnon de route. Hij heeft niet alleen fietservaring te over en een coole mountainbike met hoog retrogehalte, maar hij geeft me ook nuttige tips en aanmoedigingen. Wat wil een mens nog meer?

November was een grensverleggende maand van hard labeur, zowel op professioneel als sportief vlak. Mijn organisatie liet me niet in de steek. De menselijke machine of machinale mens bleef draaien. Hoewel dat zeker ook voldoening geeft, beginnen de trainingen wel door te wegen. Die intensieve voorbereiding blijkt namelijk best een eenzame missie. Naast werken en trainen staat mijn leven on hold. De vele trainingsuren in de duisternis, wind en regen maakten het voor de optimist in mij niet gemakkelijk om sportplezier te ervaren met elke gefietste of gelopen kilometer. Ik ging maar liefst 10x ’s ochtends lopen en snak nu dus echt naar een ontspannen loopje in het bos bij daglicht. Gelukkig is het maar één keer per jaar november. December brengt ongetwijfeld wat meer rust, ontspanning en familiemomenten.

 

Loperspraat – Wat ik zoal kan leren van mijn katten

Ik deel al ruim negen jaar mijn woning met Teresa en Ada, mijn allerliefste harige huisgenootjes. Hoewel we alle drie gesteld zijn op onze rust, vormen we op onze eigen manier een oerdegelijk driespan. Voor wie het nog niet wist: er heeft altijd een dierenmens in mij gehuisd. Vroeger had ik konijnen en cavia’s. Toen ik op kot zat waren hamsters Tony en Rudy mijn maatjes. Nu stel ik het zonder knaagdieren, maar kan ik me geen leven zonder katten meer voorstellen. Katten zijn tegenwoordig trouwens helemaal in. Een blik op de goedgevulde cadeaurekken van boekwinkels bewijst dat de veelzijdige (vaak ludieke) zelfhulpboeken met katten als toonaangevend rolmodel de serieuze literatuur overschaduwen. De kat als personal life coach dus. Met maar liefst twee stuks in huis betekent dat met andere woorden een rijkdom aan wijze levenslessen binnen handbereik.

Huisdieren lijken op hun baasjes en omgekeerd. Daar is wel iets van aan. Teresa en Ada zelf zijn ongetwijfeld de mening toegedaan dat ze meer op een mens lijken dan op elkaar. Heel dikke vriendinnen zijn die twee namelijk niet. Er heerst een opportunistisch samenlevingsverbond tussen de feline partijen. Voor een alleenheerser als de kat is zo’n ménage à trois dan ook niet vanzelfsprekend. Wat ons drieën verbindt is de neiging tot overdrijven. Het is bij ons alles of niets: als wij een doel voor ogen hebben, dan gaan we er de volle 100% voor. Als Ada bijvoorbeeld vindt dat het tijd is voor een stinkend bakje natvoer, dan plaatst ze dit item stante pede op de huisagenda. Dit dagelijks terugkerende proces start met een staat van hyperfocus: elke beweging die ik maak wordt nauwlettend in de gaten gehouden door twee paar kattenogen. Vervolgens worden op vocaal niveau alle registers open getrokken. Ada’s neiging tot overdrijven mondt uit in schaamteloos dramatiseren. Het doel heiligt de middelen. CEO Ada bereikt haar targets dagelijks zonder enig probleem.

IMG_1147b

Luieren is een kunst waar katten grootmeesters in zijn. Rust is niet minder dan een zaak van staatsbelang. Het is een topprioriteit om de dagelijkse slaapquota te halen. Dankzij hun uitstekende slaapconditie kunnen mijn katten uren aan een stuk in dezelfde houding liggen. Sterker nog: ondanks hun leeftijd excelleren ze in souplesse. Ze sparen hun krachten om eenmaal per dag in slechts enkele minuten een explosieve show op te voeren die zijn gelijke niet kent. Een zot moment waarbij werkelijk alle remmen los gaan. Van Teresa’s veerkracht en sprongtechniek zou zelfs Nafi Thiam nog iets kunnen opsteken. Een heikel punt voor mij, want enkele weken geleden kreeg ik bij de kinesitherapeut te horen dat ik weinig veerkracht in mijn enkels heb. Ik moet nu oefeningen doen op de trap waarbij ik vinnig en explosief met verschillende pasjes de treden moet opspringen. Dat is op z’n zachtst gezegd geen sinecure. Ik ben veel, maar niet vinnig en explosief. Het lijkt alsof ik geen voeten, maar zwemvliezen heb. Ik begrijp dus niet hoe het mogelijk is dat mijn katten zonder enige vorm van training vanuit stilstand en op elegante wijze ruim een meter hoog kunnen springen. Stikjaloers ben ik op dat atletisch vermogen.

Een expert zei ooit: katten zijn alles wat mensen zouden willen zijn. Laat ik dan maar zeggen dat ik niet eender welke kat zou willen zijn. De realiteit is dat er in België jaarlijks om en bij de 30.000 katten in een asiel belanden en dat zo’n 30% daarvan euthanasie krijgt. Helaas leidt dus niet elke kat het ideale leven. Zij dit dat wel hebben zijn absoluut te benijden. Mijn Teresa en Ada hoeven geen mindfulness of slaaptraining te volgen om op hoog niveau te kunnen rusten. Hun leven is één en al me-time. Genot zit in een klein hoekje. Ze kennen de plekjes in huis waar net op dat moment die ene zonnestraal hun snoet kan verwarmen. Tot na de middag in bed blijven liggen is de normaalste zaak van de wereld. Ze hebben geen complexen over hun uiterlijk en willen vooral de wereld niet zien om gelukkig te zijn. In hun universum zijn zij heer en meester. Ze regeren met harde hand als het nodig is, maar hun gracieuze verschijning maakt hen ook ultieme verleiders. Bovendien hebben ze een hoge aaibaarheidsfactor. Ze bepalen zelf wanneer ze iets nodig hebben en nemen dan resoluut het heft in eigen handen. Wat anderen van hen denken kan hen geen f*ck schelen. Dit alles verklaart de aantrekkingskracht van boeken als Catfulness, How To Live Like Your Cat en Be More Cat die adviseren dat we ons wat meer als een kat moeten gedragen om gelukkig te zijn. In principe zijn katten opportunisten en egoïsten. Dat klinkt niet sympathiek, maar de boodschap van een leven als kat is eenvoudig: wees tevreden met jezelf en maak tijd voor de kleine dingen des levens. Amen.

IMG_1858b

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #1

Een onheilspellende titel, maar over drie weken is het zo ver: de Hel van Kasterlee. Een duatlon waarin ik opeenvolgend 15 kilometer lopen, 118 kilometer mountainbiken en nog eens 30 kilometer lopen zal afwerken. Althans, dat is toch de bedoeling. Ik kan een marathon lopen, maar of ik dan nog eens ruim zes uur kan fietsen? Dat is een vraag die me de laatste weken bezighoudt en de nodige stress bezorgt. Het plan werd gesmeed in augustus, toen ik mijn papa’s mountainbike kon gebruiken. Fietskilometers waren meer dan welkom in een post-blessure periode waarin ik zuiniger omsprong met mijn loopkilometers. Inmiddels zijn we drie maanden verder. Tijd om een eerste balans op te maken over mijn nieuwe bezigheid.

Mountainbiken is een geweldige sport! Allereerst is het een buitensport die je mogelijkheden om (groene) plekken dichtbij en wat verder weg te ontdekken uitbreidt. Dankzij de talrijke goed bewegwijzerde mountainbikeroutes die je quasi overal kan terugvinden moet je je hoofd niet breken over hoe je gaat fietsen. Handig voor iemand met een oriëntatievermogen als het mijne. Bovendien kan je kiezen hoe zwaar je het jezelf wil maken. Hard en onbesuisd vlammen is een optie. Op het gemakje naar boven peddelen kan net zo goed. Sommige afdalingen vallen onder de categorie uitdagend, andere kan je bij wijze van spreken met de ogen dicht naar beneden rijden. Als je geen zin meer hebt in het off-road gebeuren dan leent een mountainbike zich perfect tot kilometers malen op het vlakke. Er is een fietstraining voor elk weerstype en elke gemoedstoestand.

De afgelopen weken probeerde ik dagelijks kilometers af te leggen al lopend, fietsend of een combinatie van beide. Ik ontdekte heel wat voordelen van fietsen ten opzichte van lopen. Een training met de fiets voelt als een kleine uitstap. Je kan je immers verder verplaatsen en bent minder gebonden aan vaste routes. Het steekt niet op een handvol kilometertjes meer of minder. Bovendien kan je ook meer meenemen op de mini-reis. Bagage zou ik het niet noemen, maar als je niet weet of een jasje nodig is, dan stop je dat dus gewoon ergens weg. Een korte pauze nemen om iets te eten of om een sanitaire stop te maken, is de normaalste zaak van de wereld. Je hebt nooit dorst als fietser. Als ik na mijn werk nog anderhalf uur ga fietsen, vind ik dat minder vermoeiend dan als ik dezelfde tijd zou gaan lopen. Op de mountainbike springen is laagdrempeliger. Met vermoeide benen fiets je gewoon wat gezapiger. Met vermoeide benen lopen blijft lastig, zelfs als je traag loopt.

Ik heb het geluk dat ik van mijn ouders een prachtige startuitzet voor de mountainbiker in de schoot geworpen kreeg. Dat ik niet zelf heb moeten beslissen welke fiets ik nodig had, beschouw ik dan ook als een groot voordeel. Ik heb namelijk niets met het technische aspect. Voor alles wat verdergaat dan een band oppompen en een ketting smeren, wend ik me maar wat graag tot het kennis- en expertiseteam van onze Orbea-familie. Het scheelt natuurlijk ook dat mijn papa mijn mountainbike (Juan dus) door en door kent. Dat specifieke materiaal ervaar ik dan ook als een nadeel van fietsen tegenover lopen. Mountainbiken is duurder. Niet alleen de fiets en het onderhoud zelf, maar ook fietskleding kan behoorlijk geprijsd zijn. Ik kreeg heel wat kleding van mijn mama en had natuurlijk ook loopgerief dat kon dienen. Intussen wordt het kouder en natter en investeerde ik in een goed regenjasje (duur!), een lange fietsbroek (duur!) en degelijke handschoenen (duur!). Als je wil weten of lopen iets voor jou is, dan kan dat met een beperkte sportoutfit. Bij mountainbiken ligt dat veel moeilijker.

Na jaren intensief lopen kroop ik dus op de mountainbike. Mijn lichaam was daar erg tevreden mee: mijn duurhonger werd gestild zonder de impact van het lopen bij elke pas te moeten opvangen. Voor de marathon in Brussel liep ik voor mijn doen een bescheiden aantal kilometers, maar conditioneel stond ik er helemaal dankzij mijn duurtrainingen op de fiets. Dat neemt niet weg dat mijn lichaam ook wel een beetje begint tegen te sputteren door die combinatie lopen-fietsen en de vele trainingen die het moet ondergaan. Zo heb ik me laten vertellen dat een loper kortere spieren heeft in de billen en bovenbenen in vergelijking met een fietser. Dat voel ik dus. Het is binnenin nog wat zoeken naar een evenwicht. Dat neemt niet weg dat de mountainbike voor mij de ideale aanvulling is op mijn looptrainingen.

Voel ik me nu al mountainbiker of duatleet? Nee, niet bepaald. Ik voel me nog steeds een fietsende loper. Voel ik me nu op drie weken klaar voor de Hel? Nee, niet bepaald. Ik begeef me namelijk op onbekend terrein en vulde mijn trainingen in op goed gevoel. Uiteraard kreeg ik tips van mijn broer en papa. ’s Ochtends op nuchtere maag lopen bijvoorbeeld om te wennen aan lopen met een lege tank en zware benen. De omvang van deze uitdaging is echter zo groot dat ik nooit het idee zal hebben dat ik voldoende heb getraind. Om het in zakelijke termen uit te drukken: lopen blijft mijn core business waar ik me helemaal thuis voel. Ik mis mijn duurlopen langs de Vaart. Ik mis mijn vaste looprondjes in het bos. Van tapering is voorlopig dus nog geen sprake. De komende week wordt er nog eentje van hard trainingslabeur. Wie weet voel ik me over een week wel in topvorm?

Het moment – De halve marathon in Kasterlee met Team Odeyn

In november trotseert Team Odeyn maar wat graag de Kastelse zandgrond tijdens een halve (of hele) marathon. Voor de Hellegangers is dit een eerste stiekeme krachtmeting met de concurrentie. Voor andere lopers een groene gelegenheid om nog eens een halve uit de benen te schudden. Afgelopen zondag was ook letterlijk een zon-dag te noemen. Lopers die voor de modder kwamen, waren er aan voor de moeite en konden maar beter een vergrootglas mee op pad nemen. Ook in ideale weersomstandigheden is het parcours in Kasterlee zwaar. De eerste helft loopt nog over rechte stukken asfalt. Hierna wordt het betere off-road werk geserveerd: op en neer door bos en duinen (zand!), waaronder twee venijnige beklimmingen met dito afdaling. Variatie dus, dat wel. Wie deelneemt aan de marathon krijgt twee keer hetzelfde rondje voorgeschoteld.

Team Odeyn stond aan de start van de halve marathon met een stevige delegatie. Seppe als onbetwiste aanvoerder van het team, aangezien hij ondertussen wellicht enige bekendheid geniet als Mr. Kasterlee of simpelweg de Duivel. Ook papa kent met vier Hel-finishes de Kastelse grond als geen ander. Roos en ik zorgden voor de vrouwelijke touch in het team en gingen voluit voor de underdog-positie. Mama was vakkundig fotograaf,  jassenbewaarder en supporter van dienst. Seppes dochter Laurien stal de show op haar gepersonaliseerde Orbea-regenboogfiets. Jong geleerd is oud gedaan. Om deel uit te maken van Team Odeyn is een bloedband trouwens geen noodzaak. Vriend Birger en coach Stefaan waren de nonkels van dienst.

Mijn geschiedenis met Kasterlee gaat terug tot 2014. In die eerste editie mispakte ik me serieus aan het modderige parcours. Ik had toen net een GPS-horloge en vertrok als een duveltje uit een doosje, vastberaden om een toptijd te lopen. Een onbezonnen start die me duur kwam te staan. Ik liep mijn eigen hel: 21 kilometer, 1 uur en 56 minuten lang spartelen om uiteindelijk toch een beetje te verzuipen. De regen maakte de ellende compleet. Het jaar nadien was ik beter voorbereid op wat komen zou. Je weet wel: dat verhaal van de ezel en de steen. Ik verpulverde mijn tijd met 10 minuten. In mijn topjaar 2016 mag het niet verbazen dat ik weer wat sneller liep. Vorig jaar koos ik voor de volle marathon. Een beslissing die ik me na één ronde serieus bekloeg. Afzien was het. Ik vocht moeder- en vaderziel alleen tegen de wind. De finishlijn kwam geen meter te vroeg. Ik eindigde toch nog als vijfde.

Zondag verliep mijn Kastelse race naar wens. Ik hield me de afgelopen weken keurig in op loopgebied. Mijn goede marathonvorm was duidelijk nog niet verdwenen. Ik maakte snelheid in het eerste deel en vergaloppeerde me niet al te erg tijdens de tweede helft. De Hoge Mouw, Muur van Kastel en Col Roger kregen me niet klein, maar kostten me wel krachten. Uiteindelijk finishte ik als zesde en liep ik mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Met het oog op de Hel zit het dus wel snor met dat lopen. Mijn papa deed het nog beter en wist mij op een kleine minuut te houden. Daar zal hij ongetwijfeld veel vertrouwen uit putten. Goed gedaan, pappie! Roos maakte zich op voorhand ernstige zorgen over haar duurloopcapaciteiten. 4 maanden verbouwen gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Dat zusje van mij bracht het er zoals verwacht goed van af. Ze stopte zelfs twee keer om hulp te bieden aan collega-lopers die tegen de grond gingen. Dat overkwam haar zelf ook al eens in het verleden. Het zijn verraderlijke smeerlappen die boomwortels.

Huisvriend Birger was bij wijze van spreke al fris gedoucht toen ik aankwam en ook coach Stefaan zette een scherpe chrono neer. In Team Odeyn staat de sfeer centraal en niet de prestatie. Helaas werden onze positieve ervaringen overschaduwd door Seppes opgave. Na 14 kilometer aan kop van de wedstrijd moest hij de strijd staken na een verrekking aan de hamstrings. Hij mag dan wel zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee zijn, die halve marathon is hem duidelijk minder goed gezind. Vorig jaar kwam hij onfortuinlijk ten val, maar kon hij zich nog van een tweede plaats verzekeren. In 2015 schreef hij in Kasterlee wel de volledige marathonafstand op zijn naam. Op de halve afstand lijkt hij echter een abonnement te hebben op de zilveren medaille. Dat gebeurde gisteren dus niet. Gelukkig kon hij na afloop meteen terecht bij Marike die kinesitherapeutische eerste hulp bij blessures kon bieden. Nu ik er zo over nadenk: het is hoogtijd voor een Team Odeyn met drie zussen aan de start.

IMG_3423
Hier staan dus zes marathonlopers en twee IJzeren Mannen.

Het gerief – Schoenen voor modder en regen

Het is herfst. Laat daar geen twijfel over bestaan. Wind, regen en een grijze lucht maken dat duidelijk. Ik ben het type sporter dat niet snel onder de indruk is van het weer en dus door regen en wind naar buiten gaat. Ook sneeuw weerhoudt mij niet van een looptraining. 30 graden volle zon even min. Toen ik vroeger langs de Vaart naar school fietste, heb ik de vriendjes wind en regen nochtans vaak vervloekt. Ja, ik had regenkleding, maar waterdicht stond meestal gelijk aan heel hard zweten. Ik had dan ook nooit gedacht dat ik op een dag zou verkondigen dat er geen slecht weer bestaat, alleen slechte kleding.

Ik vertelde al over mijn beginnersfouten op kledinggebied. Aan den lijve ondervond ik dat katoenen kleding een no go is tijdens het sporten. Katoen en water zijn net zoals wind en regen intieme vriendjes. Het klinkt paradoxaal, maar het is perfect mogelijk om met een droog gevoel natte kleding te dragen. Dri fit materiaal is wonderbaarlijk. Mijn huidige loopkleding werd al uitvoerig getest en goedgekeurd in pittige regenbuien. In geval van waterverzadiging kan je een dri fit shirt simpelweg uitwringen als een natte dweil et voila: het voelt weer droog aan. Je zal me dus nooit zien lopen met een regenjasje.

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat loopschoenen bij voorbaat niet bestand zijn tegen nattigheid. Er zijn grenzen aan wat je van synthetische schoenen mag verwachten. Vier jaar geleden liep ik in Kasterlee mijn eerste halve marathon op onverhard terrein in gure weersomstandigheden. Ik slipte door elke bocht en begon stilaan het nut van aangepast schoeisel in te zien. Ook wel van reservekleding, want die had ik amper mee. Met trailschoenen heb je meer grip op een glibberige ondergrond en ervaar je niet na één plas een SpongeBob gevoel aan de voeten.

IMG_3351

Dat eerste paar trailschoenen kocht ik uiteindelijk drie jaar geleden. Het zijn de blauw-groene Scott Kinabalu’s met gele accenten. Ter info: de Kinabalu is een berg in Maleisië, over avontuurlijk schoeisel gesproken. Mijn Kinabalu’s ogen op het eerste zicht misschien wat lomp, maar zo voelen ze helemaal niet aan rond de voeten. Ik liep er al verschillende langere trails mee en testte ze ook al in de sneeuw. Steeds met succes. Het zijn comfortabele schoenen die veel grip geven op een gladde en natte ondergrond. Vorig jaar liep ik er de marathon mee in Kasterlee. Op naar nog meer modderige avonturen met de blauwneuzen!

Vorige zomer liep ik een ultra trail van 50 km in Houffalize. Ik was daarvoor op zoek naar een wat lichtere off road schoen en kwam terecht bij de Nike Terra Kiger 3. Ik viel voor de mooie vormgeving en de aangename fit. Er bekroop me wel een angstig gevoel toen ik al die hyper professioneel uitgeruste traillopers zag met hun Salomon schoeisel. De Terra Kiger voldeed echter aan mijn bescheiden verwachtingen. Het parcours in Houffalize is niet extreem technisch en al helemaal niet modderig. Mijn papa liep die trail zelfs met gewone loopschoenen. Hoewel dat misschien vooral iets zegt over zijn capaciteiten.

Tot slot ben ik ook fan van de Nike Zoom Pegasus in Shield uitvoering. Dit degelijke basismodel is een fijne schoen waar je alle kanten mee op kan, ondertussen al toe aan de 35e versie. Ik liep hiermee recent nog de marathon van Brussel. In mijn collectie heb ik ook de Zoom Pegasus Shield 33 en 34. Die onderscheiden zich van de gewone variant doordat ze beter bestand zijn tegen nattigheid. Het bovenmateriaal van de schoen bestaat namelijk uit waterafstotend materiaal. Dat betekent niet dat ze volledig waterdicht zijn, maar ze bieden wel een betere bescherming bij regen. Bijkomend voordeel is dat je opgedroogde modder er nadien makkelijk van af kan borstelen. Ik loop ook vaak ’s ochtends met deze schoenen omdat ze extra reflecterende details bevatten. Uiteraard is een goede schoen pas compleet met een paar Stance kousen. Het is ongelooflijk hoe die zelfs doorweekt droog blijven aanvoelen. Kortom: met aangepaste kleding kan je volop genieten van extra zuurstof in de lucht bij regenweer. Feestje!

IMG_3334

Loperspraat – Van veel trainen naar rusten in marathonmaand oktober

Oktober was een maand van uitersten. Klimatologisch konden we nog genieten van zomerse herfstdagen, maar toen drong de herfst zich op en werd het een eerste keer echt koud. Ik legde de afgelopen maand 935 sportieve kilometers af: 736 op de fiets en 199 al lopend. Aangezien ik maar liefst 6 (zes!) volledig sportloze dagen doormaakte, mag het niet verbazen dat oktober in absolute cijfers dus een beetje moet onderdoen voor september. Er moest namelijk een marathon worden gelopen en rust is dan een noodzaak. Schouderklopje voor mezelf dat dat ook effectief gelukt is.

De mountainbike (Juan, je weet wel) bracht mij zes keer tot in Tervuren en omgeving. De parcoursverkenning voor de marathon zit daar voor iets tussen, maar ook de mountainbikeroute in het Zoniënwoud die ik nog steeds tot één van mijn favorieten reken. Ik was ook vaak te vinden langs de Demer om kilometers te malen. We situeren ons nu nog in het kleurrijke deel van de herfst waardoor elke omgeving een hoog oooooh-gehalte heeft. Met de fiets langs de Demer is dat niet anders: veel groen (en nu dus geel, oranje, bruin en rood), langs het water kronkelen en af en toe tegen de wind in beuken. Ik fiets nu eenmaal graag langs het water, dus ook de Vaart (tot in Mechelen) is regelmatig van de partij. Een week voor de marathon ging ik voor het eerst eens op Kempische bodem mountainbiken in goed gezelschap van mijn papa en nonkel Mark, beide eveneens in voorbereiding voor de Hel. Mijn eerste rit in een bescheiden peloton. Gastheer, gids en aanvoerder van dienst was Peter, die ons op zijn retro mountainbike over het zanderige en bochtige mountainbikeparcours van Herentals begeleidde. Voor mijn papa was het de eerste echte test met zijn nieuwe Orbea. Die heeft nog geen naam, maar voelt zich al helemaal thuis in de Orbea-Odeyn-familie.

IMG_3272b

Ik liep een laatste echte duurloop drie weken voor de marathon. Het was er eentje om in te kaderen. 27 kilometer lang voelde ik loopplezier en ja, daar word ik heel gelukkig van. Ik kon alleen maar hopen dat het een voorbode was voor de marathon (ja dus). Toen startte de tapering en was het geduldig wachten op meer duurloopplezier. Voor het eerst ging ik ook aan de bak als duatleet. Mijn specifieke duatlontrainingen bestonden uit ruim twee uur goed doorfietsen, een niet al te snelle wissel naar loopkleding, gevolgd door ruim een uur lopen. Mijn papa had me al gewaarschuwd dat je de neiging hebt om snel te lopen vlak na het fietsen omdat je in de cadans van de pedalen zit. De eerste passen waren dan ook een bevreemdende ervaring, alsof ik minder voeling had met mijn onderlichaam. Mijn benen voelden zo soepel aan dat het leek alsof ik geen kracht kon zetten. Dan is het wel handig als je kan meten en ziet dat je eigenlijk vlot aan het lopen bent aan een lage hartslag. Een geslaagde training dus. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Anderhalve week voor de marathon bracht ik een bezoekje aan kinesitherapeut en loopexpert Kathelijn. Mijn blessureleed van het voorjaar werd nog eens opgerakeld, maar die marathon zou ik volgens haar wel aan kunnen. Wie denkt dat je naar de kine gaat voor een deugddoende massage heeft het grondig mis. Ik zag af toen ze de triggerpoints vakkundig uit mijn kuiten kneedde. Ook wist ze weer feilloos een zwakke plek aan te wijzen in mijn loperslijf: de veerkracht in mijn enkels. Daar moet de komende weken nog aan gewerkt worden zodat ik mijn spieren optimaal kan benutten en de kans op een blessure weer een beetje kleiner wordt. Ik geloof Kathelijn. Altijd. Zij weet alles over lopers en hun kwalen. Ik geloof mijn zus Marike ook altijd. Na mijn laatste training voor de marathon zette zij nog eens haar niets ontziende vingers in mijn kuiten.

De marathon van Brussel kwam hier uitgebreid aan bod. 28 oktober 2018 zou ik mijn comeback maken als marathonloper. Dat gebeurde ook. En hoe: ik finishte in 3u24! Ik schrijf het hier op zodat ik het misschien eens zelf geloof. Oktober maakte zijn naam als marathonmaand dus helemaal waar en dat gaf mijn vertrouwen een boost van jewelste. Nu kan ik me helemaal richten op mijn trainingen voor de Hel van Kasterlee. Nog maar 6 weken voor ik daar een uitdaging van een heel ander kaliber aan ga. Het duurbeest in mij heeft dus weer stof tot trainen. De twijfelaar in mij heeft weer stof tot nadenken. November wordt bij deze officieel movember gedoopt.

IMG_3259

Loperspraat – Van de zomer naar de herfst in de maand september

September is altijd een overgangsmaand: de zomer krijgt nog een laatste stuiptrekking vooraleer de herfst zich definitief aanbiedt, mijn leeftijd gaat met +1 omhoog en ik schakel over van vakantie- naar werkritme. De afgelopen maand veranderde ik ook geleidelijk aan van volbloed loper naar lopende fietser. Of fietsende loper, ik ben er nog niet helemaal uit. Die overschakeling beviel me goed. Ik legde al lopend en fietsend zomaar eventjes 1020 kilometer af. 758 kilometer zat ik op het zadel van de mountainbike. 262 kilometer werd ik gedragen door de benenwagen. Een stevig begin van mijn duatlontrainingen, al zeg ik het zelf.

Er werd ook in september weer flink duurgelopen of geduurloopt. Ik sloot de zomervakantie af in stijl met mijn loopklassieker Brussel-Leuven: pittig, maar het gaf vertrouwen. Anderhalve week later was het tijd voor mijn verjaardagsrun: afzien als de beesten, van begin tot eind. Ja, ik denk nu effectief hoe vreselijk was dat! Gisteren liep ik 29,5 kilometer in heel goed gezelschap. Van het huis van mijn kleine zusje naar het huis van de iets grotere kleine zus. Een interprovinciale loop dus langs de Demer en de véloroute. Roos begeleidde mij op de fiets als oefening voor de afsluitende 30 kilometer in Kasterlee. We testten de klank van de box uit, dachten na over de playlist en oefenden met de drinkbushouder op de heuptas. Met een zonnige 15 graden was het ideaal marathonweer. De test was meer dan geslaagd, al had Roos wat zadelpijn en miste ze een inkomend testtelefoontje van Marike. Lopen kan soms zoveel gemakkelijker zijn.

IMG_3106

Ik liep deze maand twee wedstrijden. Op zondag 9 september fietste ik naar Elsene voor de tweede editie van de XL 10 Miles. Die uitgebreide opwarming was niet nefast voor mijn lopersbenen. Integendeel: ik raasde door de sfeervolle Elsense straten en finishte tot mijn verbazing als tweede. De roem steeg me niet naar het hoofd. Ik nam gewoon mijn fiets uit het verlaten rek en keerde even bescheiden terug huiswaarts. Vorig weekend stond ik aan de start van de Leuven Nature Trail. 25 kilometer van Sint-Joris-Weert tot aan het station in Leuven: een trail met hoog asfaltpercentage. Het weer zat op geen enkel vlak mee. Daags voordien had ik al 3,5 uur in miezerig herfstweer gefietst, maar dat bleek slechts een voorproefje van het echte regenwerk op zondag te zijn, toen de sluizen volledig geopend werden. Met elke kilometer die ik liep, leek ik de overtreffende trap van doorweekt te bereiken: doorweekst. Mijn dri-fit kleding bereikte een verzadigingspunt en werd wet-fit. Volgens mij absorbeerde elk kledingstuk een litertje water. Zeiknatte toestanden dus, maar wel een goede training die me een vijfde plaats opleverde en een wasmachine vol kleding die er droger uitkwam dan hoe ik ze naar huis had vervoerd.

Tussen Juan en mij is het nog steeds dik aan. We hebben al heel wat mooie mountainbikeroutes ontdekt in eigen streek. De ene bolde al wat vlotter dan de andere. Mijn favoriet van de maand was de blauwe route in Tervuren vol met heerlijke grindpaden om hard op door te trappen. Fietsen en nieuwe routes ontdekken betekent in mijn geval ook verloren rijden. Zo stoof ik eens impulsief het Woluwepark in, maar moest ik de grootste moeite doen om weer op bekender Brussels terrein te komen. Ik ontdekte daardoor wel het Rood Klooster en andere verborgen groene parels in onze hoofdstad. Ook de Vaart doet nog steeds dienst als trainingsstrook. Veel groen, maar toch gewoon asfalt om rechtdoor tempo te maken. Het kan allemaal met de mountainbike.

IMG_3071b

Vorige week woensdag tekende ik present als supporter op de Leuvense Scholenveldloop in Park Heuvelhof. Prachtig om te zien hoe al dat klein geweld 600 meter of 1 kilometer trotseert. Meisjes en jongens lopen apart per leerjaar. Het viel op hoe het competitiebeestje bij de jongens prominenter aanwezig is. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer ze zich ook bewust lijken te worden van het wedstrijdeffect. Dat levert al eens een traantje of valpartij op. Mijn kampioenen van dienst waren Lieselore en Reinout, de schitterende tweeling van vriendin An. Twee achtjarige atleten die graag en ook heel mooi lopen. Ik ben jaloers op hun paslengte. Ze hebben dat geweldig gedaan!

Voor wie het zich afvraagt: ja, er werd ook gerust (en gelezen) in september. Op mijn verjaardag was dat bijvoorbeeld wel aangewezen na die helse 33,33 kilometer. De afgelopen maand vloog werkelijk voorbij. Misschien kwam dat ook wel door de wind die al eens vaker aanwezig was en sportieve activiteiten wat uitdagender kan maken. Niet elke kilometer van die 1020 was dan ook even hard genieten. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan en hoop op meer mooie sportverhalen in oktober. Nog één week en de tapering voor de marathon gaat in. Ik vertel jullie graag een volgende keer wat dat precies inhoudt.

Loperspraat – Mijn sportieve dromen

Ik ben een dromer. Zowel ’s nachts als overdag is het zelden stil in mijn hersenpan. De vreemdste dingen kunnen mijn hoofd binnen sluipen, bewust of onbewust. Zo droom ik regelmatig dat ik me moet haasten omdat ik te laat dreig te komen. Hoe harder ik echter mijn best doe om op tijd te zijn, hoe meer obstakels mijn pad kruisen. Het is dus duidelijk dat ik me niet graag haast en niet graag te laat kom. Mijn sportieve plannen vormen vaak stof tot stress of ontspanning in mijn hoofd. Op een bewuster niveau droom ik graag over sportieve avonturen. Het ene plan is dan al wat realistischer dan het andere.

Waar ik zeker niet over droom is triatlon. Vaak wordt me gevraagd of dat iets voor mij zou zijn. Nee, zeker niet! Ik ben geen watermens en ik zie niet in waarom ik me daarover zou moeten zetten. Mijn duatlondebuut in de Hel van Kasterlee is al voldoende grensverleggend. In maart had ik nooit durven dromen dat ik in oktober (over welgeteld vijf weken!) een nieuw marathonavontuur zou kunnen aangaan. Mijn derde marathon van Brussel tot een goed einde brengen na een jaar dat in mineur begon, zal dus echt voelen als een droom die uitkomt.

Dromen gaan vaak over jezelf overtreffen. Op sportief vlak heb ik al geleerd om tevreden te zijn met het geluk dat lopen mij schenkt. Steeds sneller en beter is niet meer wat primeert. Natuurlijk droom ik zeker ook over hoe ik mijn persoonlijke records op de halve en hele marathon aan diggelen zou kunnen lopen. Ik liep mijn snelste marathons in 3:21 (Parijs, april 2017) en 3:22 (Brussel, oktober 2016). Mocht ik destijds een vlakkere marathon hebben gelopen, dan zou ik dus onder de 3:20 zijn gedoken. Dat lijkt nu mijn eigen magische grens te zijn. Ik durf zeker te dromen over een verbetering van die tijd, maar het is geen ramp als dat niet gebeurt.

Ik zou graag nog eens een marathon lopen met een familielid in mijn kielzog. Zo zou ik bijvoorbeeld maar wat graag Roos assisteren tijdens een marathon: haar uit de wind zetten, drinken aannemen, geruststellen en aanmoedigen. Ik zou dan nog eens de ideale grote zus kunnen spelen als ik deelgenoot ben in een verbetering van haar record. Hetzelfde aanbod geldt ook voor de andere leden van mijn trouwe supportersteam. Mijn mama en Marike mogen dus ook altijd beroep doen op die aangeboden diensten. Of waarom geen (halve) marathon met mijn beide zussen? De mannen in de familie zouden de rollen liever omgekeerd hebben, denk ik. Ik zeg geen nee tegen mijn broer of papa als haas.

Sowieso zou ik later graag pacen op marathons. Pacers of gangmakers lopen een constant tempo dat je naar een bepaalde eindtijd loodst. Ze zijn herkenbaar aan de vlag op hun rug. Het zijn veelal ervaren marathonlopers die je informeren over de tussentijden en de valkuilen op het parcours. Ze lopen met de vingers in de neus aan een tempo dat voor hen als ontspannen aanvoelt. Meestal vertrekken ze met een grote tros lopers om hen heen, maar komen ze aan met een select groepje. Ik zou mijn ervaring dan kunnen inzetten om anderen te helpen en zo deel uit te maken van de marathonbelevenis van een andere loper.

Tot zover mijn behoorlijk realiseerbare dromen. Ik zou mezelf niet alleen kunnen overtreffen met snelheid, maar ook door eens overdreven lang te gaan lopen. Ultralopen heet dat dus. Vorig jaar liep ik al een ultratrail van 50 kilometer en 1500 hoogtemeters. Ik deed daar 6 uur over: heel wat langer dus dan een marathon. Dit jaar zag ik in Houffalize hoe de 55 helden en heldinnen van de 100 kilometer finishten. Zij begonnen aan hun strijd om 5 uur ’s ochtends. De winnaars klaarden de klus in 11,5 uur, de laatste loper had ruim 19,5 uur nodig. Ja, dat sprak tot de verbeelding. Een tocht die blijft duren, waar je jezelf waarschijnlijk tientallen keren tegen komt en blijft hopen dat de moeilijke momenten voorbij gaan. Ik durf er van te dromen.

Als ik tot slot helemaal over the top moet dromen, geef mij dan maar de Marathon des Sables: een zesdaagse ultraloop van om en bij de 250 kilometer door de Sahara. Tom Waes achterna dus, maar dan denk ik meteen ook aan de vreselijke blaren die we te zien kregen en dan stopt mijn droom abrupt. Mijn mama zou ook absoluut niet kunnen lachen met dit plan. De lopers moeten hun eigen gelimiteerde bevoorrading mee sleuren en dan zou ze haar taak als ultrabevoorrader niet op zich kunnen nemen. Ze zou ongetwijfeld haar best doen om mij langs het parcours aan te moedigen, maar ik denk dat ze zich daar in the middle of nowhere niet helemaal in haar sas zou voelen. Ik droom dus liever met de voetjes op de grond in plaats van in het zand. Op naar de marathon!

Loperspraat – Over een bizar verjaardagsritueel

Na Roos ben ik aan de verjaardagsbeurt. Ik ben vandaag 33 levensjaren oud of jong. Verjaren dat betekent even stilstaan bij de jaren die voorbij vliegen, het glas heffen en taart eten. Twee jaar geleden voerde ik echter een ander verjaardagsritueel in. Ik zou vanaf dan met mijn verjaardag (+ een dag speling) mijn leeftijd in kilometers lopen. Dat paste toen perfect binnen mijn marathonvoorbereiding. Zo liep ik in 2016 daags na mijn verjaardag 31 kilometer onder een loden zon. Vorig jaar liep ik op mijn verjaardag 32 kilometer, eveneens in de zon. Gisteren stond mijn jaarlijkse verjaardagsrun op de planning en als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan doe ik dat ook. Soms tegen beter weten in.

De omstandigheden waren verre van ideaal. Aanvankelijk werd er warm en zonnig weer voorspeld, maar dat werd bijgesteld. 10 dagen geleden haalde ik mijn trailrugzak nog eens van stal en dat deed ik gisteren ook. In mijn enthousiasme vulde ik het waterreservoir volledig en propte ik ook nog een Aquarius in het voorvak. Met ruim 2,5 kilo op mijn rug ging ik de deur uit. Tijdens de vorige edities had ik ook altijd de nodige twijfels gekend over een duurloop op woensdagnamiddag, maar die bleken telkens ongegrond. Ondanks mijn goede voorbereidingen leek gisteren alles meteen tegen te zitten. Het weer was ronduit slecht: redelijk fris met een harde tegenwind en motregen om het feestje compleet te maken.

De trailrugzak was geen onverdeeld succes. Door dat extra flesje voelde ik me Quasimodo die langs de Vaart hobbelt. Ja hobbelen, niet met gezwinde pas lopen. De inspanningen van het afgelopen weekend zaten nog in mijn benen. Daarbij begon mijn buik ook nog te rommelen. Mijn voeding was nochtans afgestemd op de inspanning, maar als het eenmaal tegenzit: dan werkt niets mee. De wind blies de motregen goed in mijn gezicht en ik wist dat dit geen feesteditie zou worden. Ik heb er zelfs aan gedacht om rechtsomkeert naar huis te maken. In mijn hoofd maakte ik de afweging: zou deze training mij iets opleveren of zette ik er te veel voor op het spel? Hoe belangrijk was het echt om vandaag 33 kilometer te lopen? De feiten: ik kon niet snel lopen, maar voelde ook geen pijntjes in mijn benen en ik had mijn gsm mee om in geval van nood iemand op te trommelen. Mijn conclusie rond kilometer 6,5 was dat ik dit lichamelijk aankon en dat het een nuttige training zou kunnen zijn in het kader van de mentale strijd.

Ik besefte dat dit een run zou worden waarvan ik achteraf zou denken: hoe vreselijk was dat? Af en toe heb je dat nodig om sterker te worden, echt waar. Tijdens de marathon van Brussel op 28 oktober kan het immers ook ellendig rotweer zijn en die afsluitende 30 kilometer in de Hel na een dag sporten zullen mijn mentale veerkracht ook beproeven. Ik ging er dus voor en koos voor de saaiste route: geen lus in een wisselende omgeving met bochten en lastige stoepen, maar in een rechte lijn 16,5 kilometer langs de Vaart en dan omdraaien. Ik deelde mijn Tour in volgens vijf etappes van 6,5 kilometer. Na elke etappe mocht ik eventjes stoppen als ik dat wilde. Dat gebeurde ook aan kilometer 13. Er moest iets veranderen: ik koos resoluut voor een andere playlist en haalde de Aquarius uit mijn rugzak. 2,5 liter drinken meeslepen is veel als je geen dorst hebt. Ik hobbelde verder en draaide om aan het sas van Kampenhout. Die derde etappe leek eindeloos te duren. Ik probeerde de moed erin te houden, maar het was een zwaar gevecht.

Op kilometer 20 besloot ik dat een sanitaire stop een urgente noodzaak was. Zo geschiedde. Ik vertrok als een andere loper. Wat een verschil! De vaart (!) zat er weer wat in en ook mentaal kreeg ik een boost. Weer maar eens het bewijs dat moeilijke momenten echt voorbij gaan. De laatste twee etappes liep ik aan één stuk door. Ik telde de kilometers af, maar de benenwagen bleef soepel draaien. De bui die ik de laatste kilometers nog over me heen kreeg, kon er nog wel bij. Op de tonen van FlorenceGirl with One Eye stormde ik mijn straat in. Ik voelde me net zo gestoord en onoverwinnelijk als de girl in dat lied. Uiteindelijk liep ik 33,33 kilometer: je bent symbolisch bezig of niet. Mijn gemiddelde hartslag loog er niet om en bewees dat dit een serieuze inspanning was.

Ik stond vanochtend op met verbazingwekkend frisse benen, maar naar volgend jaar toe moet ik dit concept misschien toch herzien. Een combinatie lopen-fietsen of enkel fietsen met symbolische cijfers is ook een mooie verjaardagsgewoonte. Roos stelde gisteren nog voor om samen het gemiddelde van onze leeftijden te lopen, maar herzag haar uitspraak toen ik uitrekende dat we volgend jaar dan ook al aan 31 kilometer zitten. Vandaag is een rustdag: geen sport op het programma, maar gezelligheid en ontspanning. Geloof me maar: dat kan ik zeker. Santé!

P.S. Hare Majesteit Teresa werd 12 jaar in februari.

Loperspraat – Van Brussel in rechte lijn naar Leuven

Stel je voor dat er een etappewedstrijd voor lopers zou bestaan. Een Tour de France bijvoorbeeld waar lopers met een verschillende bouw en specialisatie dagelijks strijden om de overwinning over diverse afstanden en ondergronden. Mega gespierde sprintkanonnen zouden dan ook uit de voeten moeten kunnen over een heuvelachtige halve marathon. Lichtgewicht marathonlopers zouden zich dan moeten bewijzen op een explosieve korte afstand. Zou iemand daar al ooit over nagedacht hebben? Er zijn wel marathons of atletiekmeetings die onder de noemer klassieker vallen, maar die hebben altijd een recentere geschiedenis dan pakweg een Parijs-Roubaix en dus ook een minder klinkende naam.

Op zondag 2 september liep ik mijn eigen loopklassieker. Een duurlooptraining in lijn: een specialleke om de geslaagde zomervakantie af te sluiten, iets met Brussel dus. Mijn idee was eerst om van Heverlee tot in Brussel te lopen en dan de trein naar huis te nemen. Toen ik dat aan mijn papa vertelde, merkte die fijntjes op dat het misschien logischer zou zijn om vanuit Brussel huiswaarts te lopen. Ik weet niet of alle papa’s dat hebben, maar de mijne kan in ieder geval heel terechte bedenkingen maken. Aankomen in Brussel leek me bijzonder, maar het is om verscheidene redenen minder aangenaam op de trein zitten na een duurloop dan ervoor. Bovendien dacht ik ook dat ik meer hoogteverlies zou hebben van Brussel naar huis dan omgekeerd. Spoiler: dat was niet het geval.

IMG_2945b

Zo haalde ik dus een week geleden mijn trailrugzak nog eens uit de kast. Dat was meer dan een jaar geleden, meer bepaald van de 50 km La Chouffe trail die ik vorig jaar liep in juli. Zonde eigenlijk dat ik hem sindsdien niet meer gebruikte, want ik vertelde hier al over al die keren dat ik één en al gedehydrateerd thuiskwam van een duurloop. Note to self: die rugzak met waterreservoir is echt wel praktisch voor een training en ik kan er ook mijn gsm en ander nuttig gerief in kwijt. Om 9 uur vertrok ik dus naar Leuven station. 4,2 kilometer later kwam ik daar aan. De proloog was een feit.

Om 10 uur kwam ik aan in Brussel Centraal. Een beetje onwennig toch om daar in bezwete looptenue te staan met alleen een bescheiden rugzakje. Het imaginaire startschot werd gegeven en ik vertrok meteen steil omhoog richting Wetstraat door het Warandepark. Ook zonder officieel loopevenement is het in Brussel rustig op zondagvoormiddag. Ik genoot van het eerste deel richting Jubelpark en dan verder over de Tervurenlaan. Het was ook nog eens perfect loopweer met een stralende zon die nog niet te hard scheen. Ik was overigens niet de enige sportieveling. Zowel in het Warande- en Jubelpark als op de Wetstraat en de Tervurenlaan waren er veel lopers op pad. Op een bepaald moment dacht ik zelfs dat ik in mijn fietspost over Brussel overdreven had met dat alomtegenwoordige en agressieve autoverkeer. Ik ontwaakte echter abrupt uit die droom toen er duchtig werd geclaxonneerd, een auto rakelings langs mij scheerde en een andere bestuurder op het zebrapad was gestopt voor het rode licht en dit weigerde vrij te maken.

IMG_2951b
Ik verzin dit niet: deze vijver langs de Tervurenlaan heet blijkbaar Lange Vijver en die daarnaast Ronde Vijver.

Het grote voordeel van deze training was dat ik de kilometers veel minder leek te voelen. Voor mijn lange duurlopen heb ik vaste toeren waar ik perfect weet hoe lang ik nog moet lopen vanaf elk punt. Die gewoonte werkt een zekere conditionering in de hand. Er zijn stukken waar het altijd zwaar is: of ik er nu 10 of 15 kilometer heb gelopen. Dat gevoel had ik nu helemaal niet. Ik moest het eerste deel vaak stoppen aan een verkeerslicht en daardoor had mijn biologische lopersklok weinig besef van het aantal gelopen kilometers. Ook aan mooie loopliedjes bleek een eind te komen.

In en rond het Park van Tervuren was het Gordelfestival volop aan de gang met tal van lopers en fietsers. Heel goed dat mensen samen aan het sporten gaan, maar geef mij maar verbindende lijnen in plaats van afscheidende cirkels. Het dappere lopertje moest dus ook door het Park lopen en het leek alsof de vijvers plots gegroeid waren. Niet dus, ik had mij weer maar eens mispakt. Je loopt niet eventjes door Tervuren, dat vraagt tijd. Ik voelde in één klap alle kilometers die ik al gelopen had. De laatste 12 kilometer waren dus minder comfortabel. Ik verkoos de weg binnendoor langs Leefdaal in plaats van de steenweg. Een logische keuze, maar het voetpad liep lastig: veel bulten, smalle stukken en vaak schuin aflopend. Wel een goede training voor mijn enkels.

IMG_2957b
De Mellaertsvijvers in Sint-Pieters-Woluwe

De virtuele finishboog van mijn loopklassieker stond aan mijn voordeur. Minder heroïsch dan in het wereldse Brussel, maar wel heel praktisch om gewoon thuis te zijn na 28,4 + 4,2 kilometer. Die hoogtemeters bleken dus helemaal niet in mijn voordeel te zijn en dat heb ik daags nadien gevoeld. Wat een race, wat een klassieker. Absoluut voor herhaling vatbaar!

Noot voor mijn trouwe volgertjes: gisteren verscheen er even per ongeluk een ietwat bizarre sneak preview van deze blogpost. Dat heeft een reden: ik heb deze post gebruikt om de verschillende fases van het schrijfproces in kaart te brengen voor mijn leerlingen. Ja kijk, je bent een leerkracht of niet. Een eerste opzet van dit bericht werd door een menselijke fout abusievelijk gepubliceerd. Sorry!