Mijn recept voor een geslaagde zomervakantie

Aaah vakantie! Het kostte me zoals gewoonlijk enkele dagen om te wennen aan het idee dat ik de komende twee maanden niet ga werken en dat ik uitkijk over een zee van vrije dagen. Zelfs na al die jaren went dat bijzondere gevoel niet en heb ik tijd nodig om te acclimatiseren. Ik bracht deze week 24 uur aan de zonnige Noordzee door met mijn mama. We wandelden over het strand, dronken koffie, aanschouwden een zeilrace, aten garnaalkroketten en sloten de dag af met een veel te groot ijsje op de dijk. Mama vertrok de volgende dag in alle vroegte voor een Touretappe naar huis (175 kilometer!) en ik trok erop uit voor een heerlijke looprondje over het strand. De vakantiemodus was een feit. Zoals ik helemaal op kan gaan in mijn werk en sport, kan ik ook duchtig overdrijven in vakantie consumeren. Er komt immers tijd vrij die nuttig gespendeerd kan worden aan andere projecten en dus blijft mijn activiteitenpeil constant. Ik deel graag met jullie mijn (niet zo geheime) ingrediënten voor een geslaagde zomervakantie.

IMG_0070b

Het eerste ingrediënt zal weinig verbazing oogsten. Sport, beweging, activiteit: noem het zoals je wil, maar er moet wel iets gebeuren. Op een eerste niveau zijn dat trainingen: lopen en mountainbiken met het oog op de sportieve plannen van heel dichtbij (de La Chouffe trail) en iets verder weg (de marathon in Brugge en de Hel van Kasterlee). Het fijne van vakantie is dat je die gunstig kan plannen. Een duurtraining moet je bijvoorbeeld niet per se op zondag doen als het dan net heel warm is. Bovendien is het ook makkelijker om te herstellen en bekomen van de inspanningen.  Op een tweede bewegingsniveau maak ik in vakantietijden veel fietstochten met mijn stadsfiets zodat activiteit gecombineerd wordt met een andere vorm van ontspanning. Zo vertelde ik vorig jaar al in geuren en kleuren waarom ik zo hou van een fietstocht naar Tervuren en Brussel, maar ook Mechelen behoort tot de actieradius van mijn Cortina. Er is echt heel veel in eigen streek te ontdekken op de fiets.

Mijn tweede basisingrediënt is net zo essentieel. Ik kan me namelijk geen vakantie voorstellen zonder culturele bezigheden en plannen. Er moet in eerste instantie gelezen worden. Zo simpel is het. In de vakantie heb ik net iets minder besognes aan mijn hoofd en is er tijd om lang onafgebroken aan een stuk in een boek weg te kruipen. Ik begon de vakantie sterk en las deze week (hou je vast) al drie boeken. Dit tempo hou ik wellicht niet vol, maar ik moet hoe dan ook een inhaalmanoeuvre inzetten om mijn zelf opgelegde quotum van 50 boeken op jaarbasis te halen. Door de drukte in de maanden mei en juni kwam ik toen helaas amper aan lezen toe. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een Museumpas. Voor 50 euro kan je daarmee een jaar lang zowat alle musea in België bezoeken. Hoog tijd dus om af te rekenen met mijn museumgerelateerde drempelvrees. Nog dringender tijd om eindelijk eens het MAS te bezoeken en zoveel meer. Jullie begrijpen ook dat een museumbezoek zich ideaal laat combineren met een uitstap op de fiets. Om de culturele verzadiging rond te krijgen, probeer ik in de vakantie ook meer films te kijken, wat ik tijdens het schooljaar te weinig doe.

IMG_0098b
Lezen! Lezen! Lezen!

In dat hoofd van mij is continu iets aan het borrelen. Mijn succesrecept is niet compleet zonder creatieve projecten. Ik maak al eens tassen en mijn gepersonaliseerde Flat White travel set dient dringend uitgebreid te worden met een rugzak en hip heuptasje. Ook voor in huis heb ik nog tal van ideeën die ik hoop te kunnen uitvoeren. Voor een nakende Parijs-trip heb ik nog enkele kledingwensen te vervullen. Op bloggebied ben ik nog bijlange niet uitgeschreven. Prioriteit nummer 1 is momenteel mijn metekindje dat zich ergens in augustus zal aandienen. De Flat White Petite collectie zag al het levenslicht, maar er is natuurlijk meer op til. Creativiteit komt daarenboven ook van pas om een taak in huis tot een goed einde te brengen: administratie ordenen bijvoorbeeld of een kast herorganiseren. Saaie, maar noodzakelijke klusjes die niet zo lastig zijn als je even de tijd neemt om er doordacht aan te beginnen.

Mogelijk zijn jullie al moe geworden door deze bespreking van mijn vakantieplannen. Als geen ander ben ik me ervan bewust dat de ingrediënten sport, cultuur en creativiteit pas echt tot hun recht komen met een gezonde dosis rust. Mijn vakantietijd besteed ik liefst niet al slapend in bed. Rusten en kalm-aan-doen dat is buitenshuis een koffie drinken of gaan lunchen in goed gezelschap. Naar Parijs gaan. De tuin van een familielid confisqueren om er mijn leesburcht op te trekken. Met mijn katten in de zetel liggen en hen onnozele verhalen vertellen. Foto’s maken van boeken en de plaats waar ik die lees. Mijn finishing touch is de saus van familie en vriendschap waar ik mijn vakantie rijkelijk mee overgiet. Geloof me: er is heel veel moois in aantocht!

IMG_0065b

Loperspraat – In volle vaart door juni

Ik zal het maar meteen zeggen zoals het is: juni was een topmaand. Met dank aan de zon die zich van haar stralendste kant liet zien. Met dank aan Roos die mij vaak vergezelde op looptrainingen en hielp met mijn examenwerk. Met dank aan mijn eigen lichaam dat een sportieve renaissance beleefde na mijn longembolie. … Lees verder “Loperspraat – In volle vaart door juni”

Ik zal het maar meteen zeggen zoals het is: juni was een topmaand. Met dank aan de zon die zich van haar stralendste kant liet zien. Met dank aan Roos die mij vaak vergezelde op looptrainingen en hielp met mijn examenwerk. Met dank aan mijn eigen lichaam dat een sportieve renaissance beleefde na mijn longembolie. Mijn eindrapport mag er dan ook wezen: voor het eerst in 2019 liep en fietste ik deze maand weer eens ietsje meer dan 1000 kilometers. Daar haalde ik niet alleen veel plezier uit, maar ook vertrouwen met het oog op de 36 kilometer La Chouffe trail die over exact twee weken op het programma staat. Oh yeah Freddie: Don’t stop me now, I’m having such a good time!

Het stond dus als een paal boven water dat er deze maand kilometers gemaakt zouden worden. Over 36 kilometer in de Ardennen doe ik namelijk langer dan een gemiddelde marathon. Wij hebben hier in de omgeving dan wel bossen en bergen, maar die kunnen in de verste verte de strijd niet aan met het Ardense hooggebergte. Om een beetje trailwaardig te kunnen trainen, moet je als loper dus creatief uit de hoek komen. Dat kan ik toevallig wel en dus vond ik er niet beter op dan mijn mountainbikeroutes in Tervuren te lopen met trailpartner in crime Roos. Sommige ideeën pakken in de realiteit nog beter uit dan in je hoofd. We liepen ruim 24 kilometer in de zon door een prachtige omgeving met de nodige hoogtemeters, uitdagende weggetjes en pittige beklimmingen. Ik werd ook nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt dat trailschoenen wel degelijke een nut hebben: je glijdt er immers niet zo snel mee uit als met versleten asfaltschoenen die ook in nieuwstaat geen grip hebben. Staat bij deze genoteerd.

IMG_4721b
Roos en ik kruiden onze trainingen altijd met flauwe mopjes.

Terwijl mijn broer Seppe vorige week in winterse temperaturen streed tijdens de Iron Man in Ierland, liepen Roos en ik onder een loden zon naar Marike met fietsbegeleiding van mama. Mijn zussen wonen al lopend of fietsend 29,5 kilometer bij elkaar vandaan. De route loopt onder andere langs de Demer en is zo plat als een pannenkoek: een ideale duurtraining zonder franjes. In Ierland was Seppe er niet rouwig om dat het zwemonderdeel werd afgelast vanwege de barre weersomstandigheden. Op het moment dat onze broer getooid met handschoenen de Ierse wind en regen trotseerde op de fiets, verloren Roos en ik liters zweet door de verzengende Kempense hitte. Tot overmaat van ramp brak mijn water. Het is te zeggen: de darm van mijn trailrugzak kwam los met als gevolg dat mijn nat bezwete rug en achterwerk gespoeld werden met het water dat bedoeld was om mezelf te hydrateren. Gelukkig kon ik verderop water kopen aan een automaat, want niet drinken zou niet minder dan een zelfmoordmissie zijn. Een dikke 2,5 uur later kwamen we aan ten huize Marike, waar er – hoe kan het ook anders – heel wat lekkers op ons stond te wachten. Seppe stormde uiteindelijk af op een indrukwekkende vijfde plaats in zijn Iron Man.

Naast veel zweten (maar écht veel zweten), plakkerige zonnecrème, een vettige zonnebril, een racerback op mijn rug gebruind en (helaas) ook het lijntje van mijn koersbroek, staat de maand juni ook in het teken van de eindexamens op school: een hectische periode waarin het schooljaar wordt afgerond. Een emo-mens als ik staat dan ook even stil bij wat voorbij is. Kinderen worden groot. De tijd vliegt. Dat soort clichés worden dan bewaarheid. Ik heb altijd enkele dagen nodig om die laatste schooldag te verwerken en te laten doorsijpelen dat ik nu echt de volle twee maanden zomervakantie heb. Voor wie het zich trouwens afvraagt: onze pappie is ook volop aan het trainen voor de trail in Houffalize en lijkt verlost te zijn van zijn blessurekwaaltjes. Hij bevindt zich momenteel met mama aan de Noordzee, waar ons reddersduo er al een eerste interventie heeft op zitten toen een skater en fietser tegen elkaar botsten. Helden en heldinnen staan ook in tijden van vakantie paraat. Het is maar dat je het weet!

IMG_4658b

 

Loperspraat – Wat mij zoal fascineert in het bos

Een bos, een bos: mijn koninkrijk voor een bos! Wat Shakespeare echter niet wist, is dat je geen bos hoeft te bezitten om er van te kunnen genieten. Lopen, fietsen of wandelen is namelijk altijd een goed idee. Zeker met deze hete temperaturen: een bos is zowel zonnebril als parasol (en eventueel ook paraplu). Daarbij is er altijd heel wat te zien. Zelfs in het kale en kille najaar bestaat er niet één tint bruin, maar ontelbaar veel. Heverleebos ken ik inmiddels als mijn broekzak. Dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het slechts 635 hectare groot is: echt een broekzak groot dus in bostermen. Recent leerde ik dat Heverleebos ooit wel degelijk eigendom was van een familie: de Arenbergs, die in de 15e eeuw meerdere bosgebieden bezaten in deze streek. Gelukzakken! Het bos verveelt mij nooit. Ik deel graag met jullie welke onbenulligheden ik er zo fascinerend vind.

IMG_0628b

  • De berk: met zijn sexy zebramotief één van de mooiste boomsoorten. Tot op heden bevond ik me nog nooit in een bos dat enkel uit berken bestaat. Dat heeft wellicht een reden: Roos leerde mij dat berken helaas niet oud worden. Na verloop van tijd beginnen ze van binnenuit te rotten.
  • Rode beuk: volgens mijn terminologie de zwarte boom, die zowel een elegante als onheilspellende uitstraling heeft. Weetje: fagus is de Latijnse benaming voor beuk. Betula is dan weer de geleerde naam van een berk.
  • Het bosgewelf: als je naar boven kijkt in een boslaan, dan zie je het imposante gewelf van een kerk of kathedraal. Dat is ook echt zo. Denk maar aan de brand die woedde in het eikenhouten dak van de Notre-Dame.
  • Ontwortelde bomen: na de hevige storm in maart telde ik op mijn looprondje maar liefst 10 gevelde bomen, waaronder enkele gigantische eiken. Zo zonde om een mastodont van enkele decennia oud hulpeloos tegen de grond te zien liggen. Imposant ook wel als je dan ziet hoeveel oppervlakte de boomwortels innemen.
  • Gestapelde boomstammen: ik heb al eens mijn bedenkingen bij bosbeheer omdat er in mijn ogen te vaak bomen worden gekapt. Het is oogt netjes om die stronken ordelijk te stapelen, ook al hoort orde niet echt bij een bos.

IMG_4768b

  • Eenzame bomen: vaak blijven er enkele eenzame en bijgevolg zielige bomen staan als er gekapt wordt. Ik vraag me dan af waarom die boom net gespaard bleef en wat die boom daar dan van vindt dat hij als enige zijn vrienden overleefde.
  • Jonge scheuten: de ambitieuze rakkers die altijd met te veel en te dicht bij elkaar staan. Elk weldenkend mens weet dat dat nooit zal lukken, maar zij koesteren allemaal dezelfde droom om op een dag een grote eik te zijn.
  • Naaldbomen: meestal belachelijk lang, dun en heel kaal met soms wat dorre takjes halverwege. De pluim bovenop moet het dan helemaal af maken.
  • Boomwortels: ik kan niet anders dan daar tenen en voeten in zien. Vaak hebben ze heel grillige en verrassende vormen.
IMG_0645b
Bomentenen versus mensentenen
  • Stokken en stammetjes: ik doe vaak stabilisatieoefeningen in het bos en dan zijn stokken of kleine stammetjes om op te balanceren een dankbaar hulpmiddel. Omdat ik mijn oefeningen vaak op dezelfde plekken doe, heb ik vastgesteld dat veel stokken lang op dezelfde plaats blijven liggen.
  • Mos: ik heb me al eens afgevraagd hoeveel vierkante meters mos een bos bevat. Dat moeten er namelijk echt veel zijn. In de show Om mij moverende redenen van de Nederlandse cabaretière Paulien Cornelisse speelt mos een hoofdrol. Dat klinkt gek en dat is het ook. Sinds ik dat optreden zag, kan ik niet anders dan ook de guitige en feestelijke kant van mos te zien.
  • Varens: de pedagogische plant van het bos. Iedereen heeft als kind geleerd dat varens sporen hebben en dat ze groeien waar het vochtig en beschut is. Ondanks die delicate aard behoren ze tot de oudste plantengroepen. Net zoals het onhippe mos, maar dat zal niemand verbazen.
IMG_0627b
Tree down
  • Dennenappels en kerstbomen: die zijn er dus ook gewoon in de zomer: groen of bruin.
  • Dieren: typische bosdieren zijn de ree en de eekhoorn. Mooi als je die in hun natuurlijke habitat kan spotten. Mijn favoriete bosdier is echter de mestkever. Jawel. Een nederig en nuttig dier dat altijd hard aan het werk is en bovendien: super sympathiek. Een kwetsbaar dier ook, want ze houden geen rekening met het drukke bosverkeer en dat eist slachtoffers.
  • Toegankelijkheidsbord voor menners: ik heb dat pictogram heel lang niet begrepen. Ik zag er altijd iemand in die zijn paard uitlaat in een rolstoel. Vreemd. Ik kwam ook nog nooit een paardenkoets tegen in het bos.

Ik wens jullie een bosrijk en bosplezierig weekend toe!

IMG_0656b

 

Loperspraat – Kwakkelen en kwaken in mei

Ik voelde me in de maand mei een eend die gezellig rond waggelt en lukraak wat loopt te kwaken. Eenden staan niet meteen bekend als de meest intelligente der diersoorten en zo voelde ik me ook. De oorzaak van dat gekwakkel, gewaggel en gekwaak was mijn medische toestand, waardoor ik na de marathon in Parijs wat ter plaatste bleef trappelen. Of peddelen. Aanvankelijk had ik daar best vrede mee. Net op het moment dat ik dacht gelanceerd te zijn, bleek ik een acute longembolie te hebben en spendeerde ik een nacht in het ziekenhuis. Twee dagen later liep ik echter een geslaagde 20 km van Brussel samen met Roos. Heel vreemd hoe je van rolstoelpatiënt naar afstandsloper kan gaan op twee dagen tijd.

Ondanks het feit dat ik geen goed sportritme vond, liep ik toch de nodige duurlopen. Door het gebrek aan een fatsoenlijke opbouw voelde ik die daags nadien wel in mijn lijf zitten. Mijn voorbereidingen waren kortom niet volgens het boekje, maar ik ben ook geen longpatiënt volgens het boekje. Aan het begin van de maand legden Roos, papa en ik onze eerste gezamenlijke duurtraining af in voorbereiding op de La Chouffe trail (36 km) in juli. We kronkelden met z’n drietjes vrolijk langs de Demer, waar papa zich weer eens op de kaart zette als natuurkenner en leerkracht. Wisten jullie dat sommige meanders van de Demer bewust zijn afgesneden door menselijke arbeid? Papa zette zich trouwens ook weer maar eens op de kaart als über-papa door 18 kilometer lang zonder verpinken op kop te lopen. Ik liet me niet kennen en liep zonder verpinken naast hem. Door die formatie belandde Roos comfortabel op de achterbank van onze auto, perfect uit de wind gezet door niet één, maar twee hazen. We oefenden zelfs al een zegegebaar in voor onze marathon. Ook dit onderging papa zonder verpinken. Papa zijn: het vraagt wat van een mens.

IMG_4651
Moeten er nog dieren zijn?

Op Hemelvaart waren Roos en ik van de partij op de eerste editie van de Naturarun in  Meerdaalwoud. Start en finish lagen bij de manege van Meerdaalhof: mijn spreekwoordelijke achtertuin en dus gingen we met de fiets tot daar. We kozen voor de langste afstand van 25 kilometer. De eerste kilometers liepen we over goed beloopbare bospaden. Na 10 kilometer werd het lastiger: de paden werden smalle weggetjes en de hoogtemeters hakten er goed in. Ik had de eerste bevoorrading overgeslagen en zag het weer helemaal zitten bij de tweede bevoorradingspost op kilometer 16. Mijn geluk was van korte duur, want op dat punt kwamen alle afstanden samen: een drukte van jewelste op het parcours! Op heel wat paadjes moest ik gedwongen in slow motion lopen. Als je al anderhalf uur onderweg bent, is het heel lastig als je niet je eigen tempo kan aanhouden. Ik was er dan ook niet rouwig om toen we na een lange klim en zandpad aankwamen. Geen 25 kilometer, maar 22,5 zo bleek. Ik vond het allemaal prima na ruim twee uur lopen in de warmte.

Mijn kwakkelende meimaand staat in schril contrast met die van een jaar geleden. Toen bouwde ik gestaag en verantwoord op om mezelf succesvol te lanceren na mijn blessure. Ik liep en fietste de afgelopen maand wel wat meer kilometers, maar nogmaals: het ritme en de regelmaat waren totaal zoek. Daar had ik last van. Ik voelde me onzeker en verlangde zelfs naar mijn natte, koude, eenzame en donkere kilometers die ik in oktober en november gedachteloos aflegde in voorbereiding op de Hel. Het was dan ook misschien niet helemaal toevallig dat ik me vorige week inschreef voor die beproeving. Het leven is aan de rappen voor wie eeuwige roem in de Hel wil vergaren. Er is verbetering op komst, dat voel ik. Als dierenvriend hou ik van eenden en vergis je niet: vanuit dat schattige gewaggel kunnen ze ook uit het niets opstijgen voor een indrukwekkende vlucht.

IMG_4646b

 

De gedachte – Over lopen als verslaving

Je hoeft je niet op sociale media te begeven om te ervaren hoe hard mensen voor elkaar kunnen zijn. Soms bekruipt mij het gevoel dat we continu verantwoording moeten afleggen over het leven dat we leiden: wat je doet en laat, zegt iets over je wezenlijke ik en is geenszins ontstaan uit een toevallige samenloop van omstandigheden. Zo beland je al eens in een eng en krap hokje. Er zijn enkele parameters ingesteld om identiteit in te vullen. Eet je soms havermout? Gezondheidsfreak! Maak je geen verre reizen? Saaie huismus! Heb je een oude wagen? Milieuvervuiler! Ook de loper moet het soms ontgelden. Iemand die loopt is natuurlijk niet gewoon iemand die een fijne vorm van ontspanning heeft gevonden. Lopers zijn betweters die steevast anderen verwijten dat ze niet lopen en tegelijkertijd hun eigen lijf in de vernieling lopen. Om over marathonlopers nog maar te zwijgen. Toen ik vorig jaar zichtbaar geblesseerd met een kruk rondliep, bleek maar wat vaak uit de reactie van mijn medemens dat het mijn eigen schuld was. Op televisie wordt er positief bericht over de sfeer op grote loopevenementen, maar daar tegenover staat de nodige duiding over alle gevaren die om de hoek loeren voor wie zich op het gladde ijs van het lopersleven begeeft.

Daags na de 10 Miles in Antwerpen deed een gesprek in Van Gils & gasten mijn wenkbrauwen tot ongekende denkrimpels fronsen. De loophype werd op de korrel genomen en behandeld alsof het een regelrechte aanslag was op de volksgezondheid. Kilometervreter en sportjournalist Maarten Vangramberen was de loopambassadeur van dienst. Presentatrice Bieke Ilegems gold als het ultieme voorbeeld van de schade die lopen kan aanrichten. In september liep zij namelijk onvoorbereid de marathon van Berlijn. Enter het gevaar van de runner’s high. Door de marathonroes had ze niet gevoeld dat ze godbetert twee teennagels verloor. Sterker nog, door die gevaarlijke roes voelde ze zich de weken daarna keigoed tot ze abrupt in een dipje terecht kwam. Sindsdien liep ze niet meer. Sportarts Tom Teulingkx bevestigde dat een marathon voor velen de ultieme sportieve uitdaging is. De 3 miljoen Vlaamse solo-sporters zijn vogels voor de kat die zonder begeleiding op zoek gaan naar grootse doelen. Grote loopevenementen zetten volgens Teulingkx wel aan tot beweging, maar ze hebben ook een keerzijde. Met de nodige ernst ging presentator Lieven Van Gils dieper in op de dramatiek van het woord keerzijde. Sommige lopers komen onvoorbereid aan de start, laten zich meeslepen door de massa, finishen doodop en zijn de dag nadien geblesseerd.

Ik viel bijna uit mijn zetel door zoveel kort-door-de-bocht-isme. Zoals ik hier al zei: nee, een marathon lopen an sich is niet gezond. Belangrijker: ja, lopen werkt een gezonde levensstijl in de hand. Ik had het ook al eens over het prestige van de marathon, wat voor mij nooit een drijfveer is. Wie een gelopen marathon beschouwt als een statussymbool heeft weinig respect voor zijn lichaam en begrijpt niet wat de schoonheid van duursporten is. BV’s vallen daar gemakkelijker aan ten prooi, aangezien de onbekende loper niet zomaar eventjes een startbewijs bemachtigt voor een wereldmarathon zoals Berlijn. De runner’s high wordt vaak beschouwd als het geheime wapen van loopplezier. Hiermee wordt het proces aangeduid waarbij endorfines (een opiumachtige stof) in je lichaam vrij komen. Dat zogenaamde gelukshormoon met pijnstillende werking komt vrij bij lange duurinspanningen die je loopt aan een niet te hoge intensiteit. Onderzoek heeft aangetoond dat dit pure chemie is en geen fabeltje. De schaduwzijde van dit wetenschappelijke verhaal is dat endorfines eveneens in verband worden gebracht met allerhande verslavingen, psychische aandoeningen en depressies. Geen wonder dat lopen door sommigen als een gevaarlijke verslaving wordt beschouwd.

Wie zwicht er niet voor een natuurlijke dosis geluksstoffen die je een gevoel van euforie en onoverwinnelijkheid bezorgen? Lopers zouden pijnsignalen negeren omdat ze gedrogeerd zijn door die verduivelde endorfines. De impact van de runner’s high wordt echter overschat. Ik kan me inderdaad in een flow of roes bevinden als ik aan een rustig tempo loop. Ik geef me over aan de eentonige cadans van mijn voeten, ga op in de muziek en laat mijn gedachten ontspannen rond dwarrelen, waardoor er soms uit het niets ideeën opborrelen. Hoe fijn dat ook is: ik liep nog nooit per ongeluk 50 kilometer omdat ik geen afstand kon doen van mijn roesmiddel. De runner’s high werkt een ontspannen geest in de hand. Er schuilt een veel groter gevaar in de geldingsdrang die sociale media in de hand werken. Zoals dokter Teuglinkx aanhaalde in de uitzending geldt voor veel sporters: als het niet op Strava staat, is het niet gebeurd. De meet- en zichtbaarheid van sportieve prestaties kan onzekerheid in de hand werken. Je sport in je eentje terwijl je omgeving mee gluurt. Niet de stofjes in je hoofd zijn gevaarlijk, maar de schermpjes waar menigeen aan verknocht is.

In bepaalde mate kan lopen een verslavend effect hebben. Elke mens zoekt op de één of andere manier ontspanning in het leven, maar bijlange niet iedereen is daar even fanatiek in. Zo heb ik zelf nogal de neiging om heel erg op te gaan in bepaalde bezigheden als ik gebeten ben door iets. Door lopen bijvoorbeeld. Voor mij is dat een manier om mijn hoofd en lijf te verfrissen zodat ik er met een sterkere geest weer tegen aan kan. Lopen is een totaalpakketje mindfulness dat zoveel verder reikt dan een simpele runner’s high. Ik kan net zo goed volledig opgaan in een perfecte koffie maken en ik keek ook al eens heel veel films van Leonardo DiCaprio in een kort tijdsbestek omdat ik het als mijn taak beschouwde om zijn oeuvre te kennen. Juist daarom vond ik Ren voor je leven zo verrijkend. Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan drugs en alcohol en gaf zijn leven een heel andere wending door onder andere te beginnen lopen. Toen hij clean was, kwam hij zichzelf ook tegen als obsessieve loper.

Een verslaving is een ernstige ziekte die je levenskwaliteit ondermijnt en je leven op het spel zet. Lopen is dat niet, zelfs niet met een runner’s high. Lopen brengt je niet in een sociaal isolement. Integendeel. Wie verantwoord sport voor het eigen welzijn, brengt zijn gezondheid geen schade toe. Integendeel. Zelfs intensief sporten niet. Integendeel: wie intensief sport, leeft 5 jaar langer dan de gemiddelde niet-sportende mens. Ik heb behoorlijk wat loopschoenen, maar ik heb vooralsnog geen mensen bestolen om aan mijn spul te komen. De loopmicrobe is hooguit besmettelijk. Al zijn sommigen genetisch benadeeld met een aangeboren immuniteit. Laat mij nu maar even fijn in het hokje van de moraalridders zitten. Echt gezellig hier!

Het moment – Een weekend in Brussel met Sien en Roos

Als ik ook maar een beetje poëtische aanleg had, dan zou ik een dichtbundel wijden aan de 20 kilometer van Brussel. Omdat ik al heel vaak heb gezegd dat ik daar werd geboren als loper. Omdat ik aan die wedstrijd zoveel mooie herinneringen heb met Roos. Omdat Brussel altijd een goed idee is. Vorig jaar was ik er aanwezig als personal coach van Roos. Mijn zus schitterde en ik was trots op haar. Dit jaar was ik vastbesloten om de 20 kilometer niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Na mijn recente ziekenhuisopname en de diagnose longembolie zag ik mijn langverwachte revanche-weekend volledig in het water vallen. Ik had er zelfs vrede mee als ik op vrije voet zou zijn en dus niet langer in een ziekenhuisbed moest liggen. Het draaide allemaal onverwacht positief uit. Vrijdagmiddag kreeg ik mijn ontslag in het ziekenhuis en was ik terug een vrij mens. Zondagmiddag had ik samen met Roos 20 kilometer in Brussel gelopen.

Zoals wel vaker maakten wij van dit loopevenement ook een familie-evenement. Onze liefste Tante Sien kunnen we namelijk niet vaak genoeg zien en dus combineerden we onze sportwedstrijd met een Brussels logement bij mijn meter. Lucky me! In gezelschap van Sien is het altijd feest. We kunnen ongegeneerd onszelf zijn in vertrouwde familiale kring. We praten over katten en het leven. We heffen het glas op het samenzijn. We worden nog net zo hard in de watten gelegd als in onze kindertijd (lang lang geleden) toen we al eens met z’n vieren bij Tante Sien gingen logeren. Zaterdagnamiddag trokken we richting Jubelpark om ons startnummer voor de 20 kilometer af te halen. Nadat Sien ons de kneepjes van het Brusselse autoverkeer leerde kennen, gaven wij haar een korte introductie in de basisbeginselen van het loopevenement. Roos en ik beschouwen onszelf stiekem als ervaren rotten van de 20 kilometer van Brussel en deze 40e feesteditie zou voor ons allebei de 5e zijn. De avond bracht ons een glas champagne, lekker eten en uitbuiken bij het Eurovisiesongfestival. Meer heb je niet nodig om een topavond te beleven.

IMG_4583b

Er is geen ochtendmens verloren gegaan aan Sien, maar toch stond ze erop om samen met ons te ontbijten. Dat is liefde. Om half 9 vertrokken Roos en ik op de fiets in de motregen richting Jubelpark. Fietsen in Brussel is altijd uit je doppen kijken en vooral ook altijd berg op en af. Een stevige opwarming dus. Na een half uur fietsen kwamen we met een fris zweetluchtje aan in het Jubelpark: helemaal klaar om aan te schuiven bij de dixi’s, waar traditiegetrouw het wc-papier op was. We repten ons om de start te zien van de wheelers en handy bikes. Daar zagen we plots ook onze koning. Niet in looptenue, maar voor zijn doen ongetwijfeld redelijk casual gekleed voor een zondag. Onder een grijs wolkendek trokken we naar ons startvak. We speelden nog wat met absurd grote ballonnen in de Belgische kleuren tot het startschot van Koning Filip weerklonk.

Ik zou dus 20 kilometer lopen met een longembolie. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een enorme stijfkop kan zijn (ik noem het liever vastberadenheid), maar weet ook dat ik mijn gezondheid onder geen beding op het spel zou zetten. Uitgerekend nu een medisch risico lopen, zou wel heel dom zijn. Mijn huisarts gaf groen licht om 20 kilometer te lopen op voorwaarde dat ik niet tot het uiterste zou gaan als was het een wedstrijd. Mijn longcapaciteit is verminderd en daarom moet mijn hart wat sneller kloppen als ik intensief sport. Als getrainde loper ondervind ik geen moeilijkheden als ik loop met een lage tot matige intensiteit. Dat ondervond ik ruim een week geleden nog, toen ik met papa en Roos 18 kilometer liep aan een lage hartslag. We zouden ons tempo nu laten afhangen van wat er nog bij Roos in de tank zat. Zij had namelijk de dag voordien haar titel op de 12 kilometer van het WK – Wijgmaals Kampioenschap – moeten verdedigen, waar ze als tweede was geëindigd. Dat had krachten gekost, maar wij Odeynen hebben altijd een blik karakter achter de hand. Zelf voelde ik de energie door mijn lijf stromen na dagen van sportrust.

Mijn vijfde 20 kilometer van Brussel gaat de boeken in als de editie waarbij ik het hardst heb genoten. Ik liep daar samen met mijn zusje. Vaak zij aan zij, wij samen: zoals bij onze eerste mijlpaal in 2014. Sinds ons debuut zijn zowel onze outfits als onze loopskills erop vooruitgegaan. Inmiddels beschikken we over een accurater inschattingsvermogen en kent het parcours geen geheimen voor ons. Roos voelde ’s ochtends de verzuring van haar WK nog in de benen zitten, maar ze beet zich vast en ging vooruit met één doel voor ogen. Zonder verpinken stormde ze na de kilometerlange kuitenbijter van de Tervurenlaan af op een nieuw PR. Ik deed dienst als haar treintje, haar lead out om het in wielertermen te zeggen. We hadden een zegegebaar ingeoefend. En zo liepen wij zusterlijk hand in hand over de finish met elk intussen 100 kilometer van Brussel in de benen. Het was net iets meer dan een ontspannen jogging voor mij, maar ik heb me geen moment benauwd of kortademig gevoeld. Mijn hartslagmeter kon dat bevestigen. Nog flinker bezweet kropen we terug de fiets op richting Sien. Na een douche en een stevige lunch bewonderden we Siens tuin en gaven we en passant nog wat advies over het tuinkot. Moe, maar heel voldaan stapten we uiteindelijk met weer veel te veel spullen in de auto. Wat een weekend!

IMG_4572

 

 

Loperspraat – Runner down and up again

Het kan verkeren, zei Bredero wijselijk in de 17e eeuw. Waar ik hier nog enthousiast vertelde over de strijd die ik won van de mysterieuze D-dimeren, bleek uit een controle bloedonderzoek eerder deze week dat mijn D-waarde (zoals ik ze voor het gemak maar noem) weer ernstig verhoogd was. De longembolie-piste moest nu echt uitgesloten worden met een scan die zowel de doorbloeding als de capaciteit van mijn longen zou meten. Zo vertrok ik donderdagnamiddag nietsvermoedend voor wat een formaliteit zou moeten zijn, niet wetende dat ik de nacht in een ziekenhuisbed zou doorbrengen. Ja, het kan echt ernstig verkeren.

Het kwam als een donderslag bij heldere hemel toen de arts meedeelde dat ik wel degelijk longembolen (meervoud!) had in het bovenste deel van mijn longen. Longembolen zijn bloedklonters die een normaal functioneren van de longen belemmeren. Ik kon slechts beschikken over de helft van mij longcapaciteit. Een longembolie kan levensbedreigend zijn of tot ernstige longschade leiden. Zachtjes hoorde ik Jim Morisson This is the end, my only friend the end zingen. Het klonk als de totale apocalyps. Mijn wereld zou vergaan. Ik zou 6 maanden niet meer actief mogen zijn en het protocol wilde dat ik stante pede naar de spoedafdeling moest gaan. Zeker niet te voet, omdat er mogelijk nog een bloedklonter in mijn benen zou kunnen losschieten om een nieuwe embolie in mijn longen te creëren. In een lompe ziekenhuisrolstoel duwde Roos – nog uitgedost in werkuniform – mij naar de spoedafdeling. Een kafkaëske situatie, aangezien ik al weken rondloop en sport met een longembolie en daar sinds twee weken geen enkele hinder van ondervind.

Op de spoedafdeling belanden stond niet op mijn bucket list. Roos probeerde mij gerust te stellen. Vier dagen geleden had ik nog zonder problemen 18 kilometer gelopen. Het leek zo onwezenlijk dat er echt iets met mijn longen scheelde. Na de eerste onderzoeken mocht ik me uitdossen in ziekenhuistenue en luisterde de dokter van dienst naar mijn verhaal. De vraag was wat de oorzaak was van de bloedklonters in mijn longen. Mijn verzuurde linkerkuit vlak na de marathon kon een indicatie zijn dat ik daar door de impact van de inspanning een trombose heb gehad, waarna bloedstolsels uit mijn been naar mijn longen zijn geschoten. Dat hoefde niet per se dramatische gevolgen te hebben. Ik moest simpelweg ontstold worden. Er werd nog een echografie gemaakt van mijn benen die aantoonde dat daar geen klonters meer vastzaten. De behandelende arts vertelde me dat ik de nacht in het ziekenhuis zou doorbrengen zodat ze mij een nacht konden monitoren en de dag nadien bijkomende onderzoeken uitvoeren. Ik zou kortom binnenstebuiten gekeerd worden om uit te sluiten dat ik niet nog iets verontrustends onder de leden had.

Een nacht in het ziekenhuis? Ik slikte. Hoewel Roos en ik hadden geprobeerd om de sfeer er in te houden tijdens het wachten, klonk dit plots bijzonder ernstig. We konden nog bedingen dat Roos bij mij thuis wat spullen ging ophalen. Het was amper 20 uur en ik had minstens één boek nodig om de tijd te doden. Zo geschiedde. Ik werd naar de spoedafdeling geleid, waar ik op een gang achter een gordijntje een bed kreeg toegewezen. Vanaf dat moment veranderde ik definitief in een patiënt en moest ik me overgeven aan het ziekenhuisregime. De toon werd meteen gezet toen ik aan de monitor werd gekoppeld en een eerste bloedverdunner via een spuitje in mijn buik kreeg toegediend. Ik belde met Marike, luisterde naar muziek en las. Dat ik hier de nacht zou doorbrengen, leek nog steeds onwezenlijk. Rond middernacht besloot ik dat het tijd was om die unieke nacht aan te vatten: een nacht die je normaal alleen in tv-series ziet, een nacht die wordt gezongen in het meest klinische licht, een nacht waarvan ik dacht dat ik hem nooit beleven zou, een nacht die ik alleen beleefde.

Van nachtrust is weinig sprake op de spoedafdeling. Er is een constante bedrijvigheid van verplegend personeel. Er is veel licht. Er zijn andere patiënten met ernstige klachten. Je hoort alles en ziet meer dan je zou willen. Ik bleef stilletjes liggen achter mijn gordijn. Het was moeilijk om een comfortabele houding te vinden omdat ik een infuus in mijn arm had en de monitor piepte telkens als mijn hartslag onder de 50 zakte, wat voor mij normaal is in rustmodus. Bovendien werd ik drie keer gewekt door de vriendelijke nachtverpleegster om mijn bloeddruk en temperatuur te meten. Ik sliep in stukken en brokken. Om 7 uur was ik opgelucht dat de nacht erop zat. Mijn dag begon met twee pijnlijke spuitjes in mijn buik en de mededeling dat ik niet mocht eten tot er een echografie was gemaakt van mijn ingewanden. Een serieuze domper, aangezien ik niet meer had gegeten sinds de middag voordien. Mijn geluk kon niet op toen Roos mij om 8u een eerste bezoekje kwam brengen. Ik deelde mijn angst dat ik nog langer in het ziekenhuis zou moeten blijven en dat de onderzoeken verontrustend nieuws aan het licht zouden brengen.

Mijn verbazing was groot toen ik ’s middags na twee echografieën en een bijkomende longfoto goed nieuws kreeg van de dokter. Mijn hart werd perfect gezond verklaard en lijdt niet onder de verminderde werking van mijn longen. De oorzaak van mijn longembolie ligt hoogstwaarschijnlijk bij de marathon die ik vijf weken geleden liep en de trombose die ik als gevolg daarvan kreeg. Ik mocht naar huis met een voorschrift voor bloedverdunners. Het doet misschien de wenkbrauwen fronsen dat ik een longembolie heb gekregen na een marathon. Ik wil dat geenszins relativeren, maar dit komt nu eenmaal sporadisch voor. Net zoals je die pech kan hebben na een lange reis. Verder ben ik een atypische patiënt omdat ik een actief en gezond leven leid. Juist omdat ik als sporter mijn lichaam door en door ken, heb ik gedetecteerd dat er iets niet klopte. Ik ondervind geen last omdat ik dankzij mijn atletisch vermogen over een gezond lichaam beschik dat ook met een verminderde longfunctie prima kan functioneren. Ik mag sporten, op voorwaarde dat ik de intensiteit van de inspanning beperk omdat mijn hart anders een zwaardere inspanning moet leveren. Mijn medische toestand wordt uiteraard nauwgezet opgevolgd.

Eind goed, al goed dus. Voorlopig dan toch. Ik ben een ervaring rijker. Om op een positieve noot te eindigen: dankzij mijn tijd in het ziekenhuis kon ik anderhalf boek lezen. Nadat ik 22 uur niet had gegeten, kon niets mij gelukkiger maken dan thuis boterhammen eten. Marike merkte fijntjes op dat dit wel een goed verhaal is voor op mijn blog. Ze heeft een punt. Al hoop ik van harte dat het bij dit ene medische hoofdstuk blijft en dat ik jullie de komende maanden vooral weer tot in detail kan vertellen hoe mooi het bos is en hoe geweldig mijn loopschoenen zijn.

IMG_4550b

De gedachte – Over snelle schoenen

Ik bezit een uitgebreide collectie loopschoenen. Dat kan ik ook legitimeren omdat ik op jaarbasis zo’n drie paar loopschoenen verslijt. Ik hou niet bij hoeveel kilometers een paar op de teller heeft staan, maar ik voel het wel als het einde nabij is. Veellopers doen er goed aan om verschillende types schoenen (bij voorkeur van verschillende merken) af te wisselen omdat elke schoen je spieren op een andere manier belast. Die variatie verkleint de kans op blessures weer een beetje. Wie tegenwoordig loopschoen gaat kopen, kan rekenen op een professionele loopanalyse. Al die technologie ten spijt toonde onderzoek aan dat de meesten enkel op gevoel net zo goed een geschikte loopschoen uitkiezen. Goede loopschoenen zijn zonder meer een doorslaggevende factor inzake loopcomfort en blessurepreventie. De vraag is in welke mate schoenen een snelle wedstrijd kunnen beïnvloeden.

Ik kan me emotioneel hechten aan loopschoenen. Het doet pijn als een favoriet paar fin de carrière is. In 2017 liep ik drie marathons met de Adidas Ultraboost. Ik kreeg het nog niet over mijn hart om ze weg te doen. Soms doe ik ze gewoon nog eens aan en dan lijk ik de herinnering te voelen. Een zelfde geluksgevoel overvalt mij als ik de Nike Zoom Fly aantrek. Dat is de betaalbare versie van dé schoen der schoenen waarmee Kipchoge & Co in 2017 een ultieme poging waagden om onder de magische marathongrens van 2 uur te duiken. Dat lukte net niet, maar Koning Kipchoge toonde met zijn op maat gemaakte Nike Vaporfly 4%’s wel aan dat ze een klein verschil kunnen maken. De revolutie zit in de gebogen carbonplaat in de zool, waardoor de schoen je afzet krachtiger maakt en je dus meer energie terugkrijgt. Critici relativeerden die innovatie door te verwijzen naar Hoka One One dat al langer met carbon in de schoen werkt. De 4% duidt op de gemiddelde verbetering van de loopeconomie die de Vaporfly garandeert. Hiermee is niet gezegd dat je ook daadwerkelijk 4% sneller zal lopen. De effectieve winst wordt geschat op zo’n 2%: dat is nog steeds behoorlijk wat voor een marathonloper. Het prijskaartje van de Vaporfly is navenant: je telt 250 euro neer voor een paar ultrasnelle schoenen. Aangezien je slechts 250 kilometer met de Vaporfly’s kan afleggen, zijn de schoenen in verhouding dus ongeveer 8x zo duur als een gewoon paar.

Ik heb geen Vaporfly’s, maar wel Zoom Fly’s: het betaalbare, iets minder geavanceerde broertje. De kostprijs daarvan is 150 euro, maar een slimme shopper kan koopjes doen. Voor mij is het de ideale marathonschoen omdat hij stabiel aanvoelt, veel demping biedt en toch ultralicht is. Op mijn Zoom Fly’s vlieg ik over asfalt of door het bos en deze week legde ik op een afgedragen paar ook heel wat kilometers te voet (en al lopend) af in Parijs: kortom een echte allrounder die meteen mijn hart stal. Recente studies laten er geen twijfel over bestaan dat recreanten effectief snellere marathons lopen met de dure Vaporfly’s. De netto winst zou drie à vijf minuten bedragen. Ik heb overwogen om een paar aan te schaffen voor de marathon in Parijs, maar ik deed dat niet omdat ik 250 euro nog altijd te veel geld vind voor schoenen met een extreem korte levensduur.

Zou ik mijn marathon in Parijs enkele minuten sneller hebben gelopen op Vaporfly’s? Een interessante vraag die nooit eenduidig beantwoord kan worden. Je kan immers niet eerst een marathon lopen op gewone schoenen en vervolgens nog eentje op zogenaamd snelle schoenen om te vergelijken wat het je netto oplevert. Is die winst ook gegarandeerd op een zwaar parcours? En vergroot je niet het risico dat je alsnog jezelf in de vernieling loopt omdat je te snel vertrekt op die snelle schoenen? Sommigen zijn er bovendien van overtuigd dat zowel de Zoom Fly als de Vaporfly enkel tijdswinst opleveren voor heel snelle lopers en voorvoetlanders: niet ik dus. Daarenboven is de marathonloper altijd onderhevig aan verschillende factoren en blijft de vraag in welke mate schoenen nog doorslaggevend zijn als je een marathon moet lopen met een sterke tegenwind in de gietende regen. Misschien is juist de illusie van een verhoogde snelheid veel waard.

Ik schrok toen sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen daags na het kersverse Belgische record van Bashir Abdi uithaalde naar de snelle schoen van Nike. Het zal niemand verbazen dat de huidige wereldtop en ook onze Belgische toplopers hun marathons lopen op de Vaporfly’s. Volgens Vandeweghe zijn al die recente successen te verklaren door de snelle schoen. It’s the shoes, stupid: de Nikes zijn volgens hem een vorm van technologische doping. Hij vergelijkt de snelle schoen met de LZR Racer van Speedo: het ultrasnelle zwempak waarmee 10 jaar geleden zowat alle zwemrecords sneuvelden en dat inmiddels verboden werd. Die vergelijking wringt langs alle kanten. In de eerste plaats omdat in eender welk zwembad de omstandigheden altijd zo goed als identiek zijn. Een marathon loop je in de buitenlucht: de omstandigheden zijn altijd anders, wat de impact van schoenen beperkt. Bovendien is een marathon een veel langere inspanning die je niet zo zeer technisch, maar wel tactisch moet aanpakken. Ook de tijden van wereldrecordhouder Kipchoge zijn niet simpelweg in te delen volgens een pre- en post-Vaporfly-tijdperk. Kipchoge liep zijn eerste marathon in 2013 en won 11 van de 12 marathons waar hij aan deelnam. Hij liep de marathon van London in 2016 zónder Vaporfly’s bijna een halve minuut sneller dan de marathon van Berlijn in 2017 mét Vaporfly’s.

Volgens Vandeweghe is de progressie van zowel Koen Naert als Bashir Abdi hoogstonwaarschijnlijk volledig toe te schrijven aan de atleet. Daar kan ik hem in bijtreden. De snelle schoen zal een minimale bijdrage leveren aan hun prestaties, maar het omgekeerde is zonder enige twijfel onwaar. Hun prestaties zijn niet enkel te herleiden tot een snelle schoen. Beide toppers zijn 30 jaar: een logische leeftijd om te pieken als marathonloper. Bashir Abdi verbeterde het 24 jaar oude Belgische record met amper 17 seconden. Wie beweert dat hij dat record verpulvert dankzij een snelle schoen, doet de straffe atleet die Bashir is grote oneer aan. Technologische vooruitgang hoort bij sport. Het werelduurrecord van Victor Campenaerts is daar een mooi voorbeeld van. De marathon heeft echter zijn eigen wetten en kent vooral geen genade. Hoe snel of traag je schoenen ook zijn, het is en blijft de atleet die het verschil maakt.

IMG_4510b

Rechts: de nieuwe Nike Zoom Fly Flyknit: het bovenwerk daarvan is gebreid en heeft dus de structuur van een sok. Links: trouwe lezers zullen de blauwe Nike Zoom Fly’s herkennen als de schoenen waar ik de marathon van Parijs op liep. Met dank aan Roos voor het decor en de fotohulp.

Loperspraat – Plan, planner, planst!

Ik zou me verloren voelen in een eenzaam niemandsland als ik geen plannen en ideeën zou hebben. Uiteindelijk begint alles met een goed idee: het vonkje dat plannen kan genereren, maar soms ook simpelweg uitdooft. Een goed plan kan ten alle tijden worden aangepast al naargelang de situatie. In een gesprek tussen Roos en mij valt meermaals de zinsnede “ik heb een idee”. Doorgaans wordt dat door de andere partij onthaald op “oh ja, dat is een goed idee!” Vaak vallen we dan nog een ander familielid lastig met dat plan. Papa bijvoorbeeld, die laat zich als een gewillig slachtoffer op sleeptouw nemen. Nadat ik het eerste kwartaal van 2019 toe leefde naar de marathon om me dan door een turbulente maand te worstelen, is het nu tijd voor enkele succesrecepten uit het Grote Boek der Loopplezier.

Mijn verzadigingspunt van Parijse avonturen is nog niet bereikt. Morgen vertrek ik voor een driedaagse naar la ville lumière* in het gezelschap van een enthousiast team collega’s en een zo mogelijk nog enthousiastere groep van 150 vierdejaars leerlingen. In 2013 was ik de eerste keer van de partij op deze schoolreis. Ik wist toen nog niet dat ik over een paar lopersbenen beschikte, laat staan dat ik ooit marathons zou lopen. In 2016 voegde ik voor het eerst een ochtendloopje toe aan het intensieve programma. Ik trek er in alle vroegte dan alleen op uit om de dag goed te beginnen. Ook om en passant bij een bakker alvast een pre-ontbijt te voorzien voor mezelf en maatje An. Het budgethotel waar we verblijven is doorgaans niet gelegen in een gezellige buurt, maar met een loopronde van zo’n 8 kilometer kan ik toch heel wat geliefde plekken bewonderen. Denk eraan: lopen in Parijs is altijd een uitdaging. Lopen in Parijs is altijd de moeite waard.

Mei is traditiegetrouw de maand van de 20 km van Brussel. Voor Roos en mij zal dat altijd een speciale wedstrijd blijven. We liepen er voor de eerste keer in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Er sloeg toen een grote vonk over, waardoor onze looptrein niet meer was te stoppen. Ik herinner me nog heel goed hoe onoverwinnelijk ik me voelde na dat eerste grote loopevenement. Helaas misten we sinds onze eerste deelname in 2014 allebei al eens een editie wegens blessureleed. Op 19 mei is het dan ook voor ons beide de vijfde deelname. Door het euvel met de longembolie vreesde ik dat ik forfait zou moeten geven voor deze jubileumeditie. Niets is minder waar: ik kan lopen en sta aan de start. Tot twee keer toe liep ik er een heel scherpe tijd. Voor de aankomende editie zet ik volop in op ervaring. Hoe kan ik dat beter doen dan – zoals bij ons debuut – aan de zijde van mijn zusje? Ik stel me namelijk ten dienste als Roos’ personal pacer zodat we haar tijd onder de 1u40 kunnen brengen. Mijn rol als haas of tempomaker is meteen ook een goede oefening voor de najaarsmarathon die we samen zullen lopen. Misschien pikt ook papa dan zijn wagon aan in ons looptreintje.

Op korte termijn lopen we twee trails. Een trail is een loopwedstrijd in de natuur over niet-geasfalteerde wegen met heel wat hoogtemeters en vaak over een wat langere afstand. Voor het echte trailwerk moet je in eigen land in de Ardennen zijn. In het buitenland zijn de uitdagingen en afstanden nog extremer. Op 30 mei warmen we ons op met de 25 kilometer van de Naturarun in Meerdaalwoud. Een opwarmertje dus, want in juli trekken we (inmiddels ook al traditiegetrouw) naar Houffalize voor de La Chouffe trail, zijnde 36 kilometer onvervalst Ardens loopgenot. Ter vergelijking: ik zal over die afstand minstens een half uur langer doen dan over mijn marathon in Parijs. Omdat papa ook is ingeschreven, wanen we ons de drie musketiers op z’n Odeyns. Naast de prachtige natuur bezorgt een trail je ook heel veel zweet, insectenbeten en spierpijn. Om ons degelijk op die uitdaging voor te bereiden, hebben we de komende weken enkele gezamenlijke trainingen gepland. Familie, Brussel en de natuur: naast plannen en ideeën heb ik niet veel meer nodig om het voorjaar in te knallen.

*Wat opzoekingswerk leerde mij dat Parijs de bijnaam “lichtstad” kreeg vanwege de intellectuele bijdrage aan de Verlichting. Voila, weer iets geleerd.

Loperspraat – Decompressie, rust en onrust in april

Tijdens de 30 dagen van marathonmaand april beleefde ik een gevarieerd scala aan emoties: van rust en ontspanning tot momenten van doodsangst. Zelfs Florence zou er een vette kluif aan hebben om al die mixed feelings in een powersong te vervatten. Mijn marathon in Parijs was een schot in de roos en verdeelde de maand in een periode voor en een periode na 14 april. Ik zat weer eens op mijn roze marathonwolk na te genieten van al dat moois toen donkere wolken zich verdrongen boven mijn blauwe hemel. Ook mijn rooskleurige bril kon niet voorkomen dat ik regelrecht leek af te stevenen op een muur van zwarte donderwolken. Uiteindelijk liep ook dit absurde verhaal goed af en won ik de strijd van de mysterieuze D-dimeren.

Mijn herstel begon nochtans veelbelovend. Na een comateuze post-marathonslaap sprong ik verbazingwekkend fris uit bed. Enige spelbreker was een ernstig verzuurde linkerkuit. Na een spoedinterventie van een top kinesitherapeut kon ik weer met min of meer gezwinde pas de Parijse grond betreden. Ik had nog een week paasvakantie om te bekomen, de zon scheen en ik was een tevreden mens. Ik herkende mezelf amper in de golf van contentement die mij overspoelde. Voor het eerst was ik echt trots op mijn lichaam dat weer maar eens een topprestatie had geleverd en kon ik al mijn complexen aan de kant schuiven. Toen ik dan ook nog eens de wijze beslissing nam om dat lichaam wat rust te gunnen en de stramheid niet meteen te lijf te gaan met loopkilometers, was ik ervan overtuigd dat wijsheid echt met de jaren komt. Met ontspannen tred fietste ik de verzuring weg. Ik werd omringd door een aura van opluchting en dankbaarheid. Alsof ik na tien marathons een succesvolle cyclus had afgewerkt. Ik leek een andere mens te zijn en juist dat was ook wat beangstigend.

De vakantie liep op z’n einde en mijn spieren voelden steeds soepeler. Tijdens het fietsen viel het me op dat ik sneller buiten adem was, maar dat leek me normaal binnen een herstelproces. Ook toen ik een week na mijn marathon voor het eerst de benen ging loslopen en na elke kilometer moest pauzeren om op adem te komen, sloeg ik niet meteen alarm. Het was warm en de marathon zat nog in mijn lijf. Pas toen ik op school een mijl ging lopen met de leerlingen en elke meter een kilometer leek te zijn, sloop er ongerustheid in mijn oh zo geruste gemoedstoestand. Ik moest bekennen dat ik kortademig was als ik de trap opliep of op weg naar school een stukje bergop fietste. Marathonloper of niet, mijn conditie bleek onbestaande te zijn. De 10 Miles in Antwerpen lopen, was niet haalbaar. Wederom nam de wijsheid het over van de paniek. Na overleg met Roos besloot ik nog wat extra rust te nemen en dat was niet eens met pijn in het hart.

Het leek alsof ik voeling verloren was met de loper in mij. Tussen rust en onrust bestaat in mijn hoofd altijd een intensieve wisselwerking. Ik nam zelfs het gewichtige woord identiteitscrisis in de mond. Welgeteld een jaar geleden kon ik na zeven weken rust terug enkele voorzichtige minuten lopen. Op een jaar tijd was ik dus van helemaal niets naar twee snelle marathons en een zware winterduatlon gegaan. Ik realiseerde me dat ik een intensief sportjaar achter de rug had dat gekleurd werd door heel veel mooie momenten, maar ook met een constante druk om mijn grenzen opnieuw te verleggen. Een jaar lang had ik mezelf tot het uiterste gedreven en misschien woog dat nu mentaal zwaarder door dan ik dacht. Decompressie dus. Ik schakelde nog een versnelling hoger in rustmodus en dat beviel me wonderwel goed. Naast mijn schoolwerk kon ik weer uren aan een stuk lezen, creatieve plannen maken en in de zetel hangen met mijn katten. Die staat van ontspanning werd overschaduwd door de sluimerende angst dat er iets scheelde met mijn hart of longen. Toen ik twee weken na de marathon tijdens een fietsrit vaststelde dat ik nog steeds kortademig was, zat de schrik er goed in. Wat had ik mijn lichaam in godsnaam aangedaan?

De huisarts kon me in eerste instantie geruststellen: mijn hart en longen klonken niet afwijkend. Een bloedonderzoek zou duidelijkheid geven over eventuele tekorten en verhoogde waarden. Die resultaten brachten helaas geen eenduidige verklaring. Alles was perfect normaal, maar ik had een verhoogde waarde D-dimeren: een afbraakproduct van stollingseiwitten. Hoewel ik een atypische longpatiënt zou zijn, kon dit erop wijzen dat ik een longembolie of dus een bloedklontertje in mijn longen had. Een nieuwe bloedafname zou dit moeten uitsluiten. Hoewel mijn huisarts me op het hart drukte niet te panikeren, was het kwaad geschied. Ook de meest verwoestende brand ontstaat met een minuscuul vonkje. In mijn hoofd was het blinde paniek. Ik kon niet meer rustig ademhalen en voelde mijn hart als een gek bonzen. Het ene na het andere doemscenario passeerde de revue. Ik zou misschien nooit meer mogen lopen. Ik zou een vreselijke tumor kunnen hebben. Ik zou misschien zelfs sterven. Dit was het dan. Mijn leven. De drama queen kreeg ongelijk. Na een dag nagelbijten bleek het gehalte D-dimeren gedaald te zijn. Het was dus uitgesloten dat er iets mis was met mijn longen. De verhoogde waarde viel perfect te verklaren door de inspanning van de marathon die iets getriggerd heeft. Binnen de 10 dagen zou de waarde genormaliseerd zijn. Ik mocht sporten en kon letterlijk opgelucht ademhalen.

Vandaag trok ik mijn loopschoenen aan om te testen hoe het nu zat met die verduivelde D-dimeren. 10 kilometer liep ik aan een stevig tempo en vooral: zonder te moeten stoppen. Ik vloog en vond met gemak een tweede adem. Het mooie aan een periode van rust is dat de loophonger en euforie eens zo groot zijn als je er terug aan begint. Ik genoot zonder overdrijven van elke meter. Bij deze is mijn identiteitscrisis dus definitief afgewend. Elton had echt gelijk: I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

IMG_4400b