Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Het voorjaar van 2018 viel voor mij helemaal in het water door een blessure die ik opliep in maart. Ik was in uitstekende vorm om een scherpe tijd te lopen op de marathon van Rotterdam, maar helaas pindakaas: ik was begin april al blij dat ik zonder kruk kon stappen. Om me toch tussen de lopers te kunnen begeven, drong ik me op als persoonlijke coach van Roos. Zoals het een goede coach betaamt, fietste ik mee als zij ging trainen. Ik denk dat Roos toen net wat meer kilometertjes deed dan ze aanvankelijk in gedachten had, maar als je je zus kan opbeuren door te gaan lopen, dan doe je dat natuurlijk. Zo werd ik haar chauffeur, compagnon en trouwe supporter op de Brussels, Antwerp en Fura 10 Miles en op de 20 km van Brussel. Het was wat vreemd en ook wel wrang om langs de kant te moeten staan, maar het zijn mooie zusterlijke herinneringen. Intussen liep ik al enkele wedstrijden en durf ik terug min of meer te vertrouwen op mijn beide benen. Ik zou mezelf niet zijn als het in mijn hoofd niet al wemelde van de plannen voor het najaar. 2018 geeft mij nog 16 weken om mijn gemiste voorjaar te compenseren.

In september staan er al meteen twee mooie wedstrijden op het programma. Aanstaande zondag loop ik de XL 10 Miles. Die XL staat voor Ixelles of Elsene en 10 miles zijn nog steeds 16 kilometer. Het vertrek is aan het Europees Parlement. De tocht bestaat uit twee rondes die je door de Matongéwijk tot bij het immer bruisende Flageyplein brengen om dan rond de vijvers en de Abdij Ter Kameren te draaien. Ik bezong hier al vaker mijn liefde voor Brussel en omgeving. Dit evenement is mij dan ook op het lijf geschreven. Vorig jaar finishte ik als derde vrouw. Het leverde me een officieel podium op en een joekel van een trofee. Dankzij radio Nostalgie was er veel ambiance daar in Elsene. Roos en ik waren onder de indruk van de dancemoves van de speaker die helemaal los ging op Alexandrie, Alexandra. Allen daarheen!

IMG_2080b
Roos is helemaal klaar voor de 20 kilometer van Brussel.

Op zondag 23 september neem ik deel aan de Leuven Nature Trail (25 km). Dit is een nieuwkomer op de loopkalender met een origineel concept: de lopers vertrekken met de trein in Leuven naar Sint-Joris-Weert. Er is geen gezamenlijke start, maar wel een tijdsmeting en klassement. Het parcours van de 25 kilometer loopt door Meerdaalwoud, langs de Zoete Waters en Abdij van ’t Park. De aankomst ligt aan het station van Leuven. Jammer genoeg zal ik dit jaar niet kunnen deelnemen aan de Zoniënwoud trail (21 oktober) en de trail in Meerdaalwoud (23 december), dus ik ben benieuwd of deze trein-trailervaring dat kan goed maken.

Oktober is traditiegetrouw marathonmaand. Al maanden was mijn plan duidelijk: ik zou met Roos de marathon van Brugge lopen op 21 oktober om haar te hazen naar een nieuwe recordtijd. Roos kocht in juni echter een huis samen met Niko en al snel werd duidelijk dat werken, verbouwen en trainen voor een marathon niet te verenigen zijn. Geen probleem, ik zou die marathon alleen tot een goed eind brengen om een week later de halve in Brussel nog te kunnen meepikken. Vorige week begon ik echter wat praktischer na te denken. Brugge is niet bij de deur, de volgende dag is gewoon werkendag en als een snelle tijd niet echt het doel is: zou het dan niet logischer zijn om de marathon van Brussel te lopen op 28 oktober? Ja dus. Het is nu definitief: ik ga voor een derde marathon van Brussel op mijn palmares. Dat Brusseltje toch: het blijft maar terugkomen in mijn verhalen. Het parcours werd gewijzigd met start én finish in het Jubelpark. De impressionante passage over de Grote Markt zal ik wel missen.

Op 18 november teken ik weer present voor de halve marathon in Kasterlee, die ik ook al drie keer liep. Vijf keer eigenlijk, want vorig jaar liep ik er de hele marathon en die bestaat uit twee identieke rondes. Ik heb daar afgezien: moederziel alleen liep ik door de Kastelse velden en hobbelweggetjes met een fikse tegenwind in een troosteloos niemandsland. Eén ronde volstaat dus wel op dit grotendeels off-road parcours waar het ook altijd guur herfstweer lijkt te zijn.

Ik kan maar beter wennen aan de Kastelse lucht en bodem. Vorige week stelde ik jullie al voor aan Juan. Wel, het is niet helemaal zonder doel dat ik zoveel met mijn fietsvriendje op gang ben. Hier vertelde ik al over de Hel van Kasterlee. Mijn broer won die wedstrijd al zes keer, maar ook mijn papa volbracht al vier keer zijn helletocht. Als vrouwelijke Odeyn en marathonloper met fietsambities werd mij steeds vaker de vraag gesteld waarom ik niet eens meedeed. Simpel: geen fiets en geen tijd. Toen ik dus plots in de zomervakantie een mountainbike ter beschikking had, waren die praktische bezwaren helemaal van de baan. Ja, ik ga dus deelnemen aan de Hel van Kasterlee op 16 december. Dat staat bij deze op virtueel papier. Dit is ongetwijfeld de grootste uitdaging die ik mezelf voorschotel. Ik weet dat ik lang aan een stuk kan lopen. Of ik ook 15 kilometer kan lopen, 118 kilometer kan mountainbiken en dan nog eens 30 kilometer kan lopen, dat weet ik toch niet zeker. Ik begeef me dus echt ver uit mijn sportieve comfortzone. Op glad ijs, maar gelukkig kan ik wel schaatsen. Finishen is het doel en de volgende dag nog een mens zijn: dat is mooi meegenomen. In oktober maak ik dus mijn rentree als marathonloper en in december maak ik mijn duatlondebuut, spannende tijden!

IMG_2863b

Loperspraat – Multisport en verkoeling in de maand augustus

Een maand geleden strooide ik gul in het rond met complimenten aan het adres van de maand juli. Vol vertrouwen ging ik verder op dat sportieve elan. Ik liep wat meer en sneller in de tweede helft van de zomervakantie en ik haalde een oude sporthobby van onder het stof. Kortom: in juli vond ik mezelf opnieuw uit als loper, in augustus herontdekte ik mezelf als sporter tout court.

Waar het in juli nog bakken, braden en vooral veel zweten was, bood augustus meer verkoeling. Zo liep ik weer eens in de regen en zag ik de natuur steeds groener worden. Lente in de zomer, kan dat? Mijn looptrainingen waren gevarieerd. Ik liep vaker ’s ochtends voor het ontbijt. Velen zullen mij voor gek verklaren, maar ik vind dat een ijzersterk begin van de dag, waardoor mijn energiepeil ongekende hoogten bereikt. Mijn duurlopen bouwde ik gestaag verder uit. Tot twee keer toe ging ik boven de 30 kilometer piepen en mensenlief: wat had ik daar een prachtig uitzicht op een nieuw marathonverhaal! Kilometers malen: het lijkt mijn tweede natuur te zijn.

De afgelopen maand stonden er ook twee wedstrijden op het programma. Op 15 augustus stond ik aan de start van de halve marathon Dwars door Zaventem en op 24 augustus nam ik deel aan de Voerhoekjogging (11,5 km) in Vossem. Beide wedstrijden begon ik met weinig verwachtingen. Kleine pijntjes in beide onderbenen baren me meteen grote zorgen: een sluimerende onzekerheid. Aangezien ik me ook blesseerde tijdens een wedstrijd, durf ik geen blitzstart te maken. In Zaventem begon ik daarom aan een heel gezapig tempo. Ik fietste tot daar en zag die 21 kilometer als een rustige duurtraining. Dat draaide anders uit. Tot kilometer 8 maakte ik me grote zorgen over een pijntje in mijn linkerbeen, dat uiteindelijk helemaal los liep. Net iets over de helft kwam er plots een versnelling uit mijn benen die ik al lang niet meer had gevoeld. Zo finishte ik als 5e vrouw en wat belangrijker was: met een heel goed gevoel. De Voerhoekjogging verliep volgens een gelijkaardig scenario. Ik zou niets forceren en vooral genieten van de omgeving. Halverwege ging de turbo toch aan en begon ik aan een remonte. Vertrouwen tanken, zoals dat heet.

IMG_2867b

De grote ster van de afgelopen maand was de mountainbike. In een heel ver verleden beoefende ik die sport al. Om aan te duiden dat het écht lang geleden is, zeg ik altijd: in de tijd dat ik nog wedstrijdjes kon doen met mijn broer. We spreken hier over mijn 15e tot 18e levensjaren. Toen ik 16 was, deed ik in de zomervakantie een studentenjob om een eigen mountainbike te kunnen kopen. Die is intussen al lang op een schroothoop beland. In juli zei mijn papa dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat opende perspectieven voor mij.

Mijn beide ouders zijn fervente lopers én fietsers. Mocht dat nog niet duidelijk zijn: ik heb mijn sportieve genen niet van vreemden. Er was dus een mountainbike “over” en ik kon heel wat fietskleding gebruiken van mijn mama. Zo kroop ik op 7 augustus weer eens op een mountainbike. En wat voor één! We hebben het hier over een 4-jarige Orbea Alma. Wie nu een resem technische specificaties verwacht, zal ik moeten teleurstellen. Ik kan wel zeggen dat ik nu all the way fiets met klikpedalen en schijfremmen. Mijn eerste kilometers fietste ik op vlak eentonig terrein (Vaart en Demer) om wat aan het gevoel te wennen. Dat zat snel goed. Tijd dus om het bos te gaan verkennen. Wat een plezier! Ik beleefde een tweede jeugd, maar dan zonder oplaaiende hormonen en peer pressure.

IMG_2926b

Er is dus een tweede fiets in mijn leven. Ik heb al eens de neiging om objecten te personifiëren. De mountainbike kreeg dan ook een naam. We hebben het vanaf nu over Juan. Orbea is namelijk een Spaans (Baskisch) merk en Juan is De Spaanse variant van Jan, mijn papa’s naam. De liefde voor Juan nam meteen ernstige vormen aan. Zo noem ik hem soms al liefkozend Juanie en wil ik hem liefst van al ook in huis bij me hebben. Eén en al liefde dus. Mijn sportieve actieradius werd dankzij Juan uitgebreid. Tervuren ligt nu echt om de hoek. Ik volgde daar al enkele mountainbikeroutes en die stelden niet teleur. Ook dichter bij huis is er heel wat moois te ontdekken op mijn stoere tweewieler.

Geen nood voor wie gek is op mijn loopverhalen en zich nu bedrogen voelt omdat Jokeloopt nu ook fietst. Ik blijf een loper, zoals ik ook niet meteen geen lezer meer ben omdat ik de film eens beter vind dan het boek. Mijn sportieve ei kan ik nu volledig kwijt in een tweede sport, zodat het gemakkelijker is om mijn loopkilometers binnen de perken te houden. Ik loop nog altijd veel, meer dan wat mensen gemiddeld “normaal” zullen vinden, maar ik bouw meer rustdagen in. Die kleine pijntjes blijven me eraan herinneren dat meer lopen niet altijd nodig is. Juan staat vanaf nu altijd paraat om mij op te vangen.

Maandag begint het nieuwe schooljaar. Ik ga dus weer aan het werk en zal creatiever met mijn agenda moeten omspringen. Dat betekent dat ik wat harder in de dagen zal moeten knijpen om er alles uit te persen. Dankuwel Augustus, u was een prachtige sportmaand!

Duatlonspecial – Wat je moet weten over duatlon, Seppe Odeyn en het WK

Zondag 2 september 2018 is het zover: dan vindt het wereldkampioenschap lange afstand duatlon plaats in Zofingen (Zwitserland). Mijn broer Seppe zal dan opnieuw een gooi doen naar de wereldtitel. In september 2016 bracht hij de titel al eens naar België. Vorig jaar werd hij, net zoals in 2015, vice-wereldkampioen. Hij staat dit jaar voor de vijfde keer aan de start van dit WK. Redenen genoeg dus om jullie een korte inleiding te geven over de – helaas onbekende – duatlonsport, mijn broer die hierin tot de wereldtop behoort en het komende wereldkampioenschap.

De olympische sport triatlon zal bij velen bekender in de oren klinken met de Ironman-competitie als bekendste wedstrijdenreeks over de volledige afstand. De atleten zwemmen 3,8 kilometer, fietsen er 180 en sluiten af met een marathon, goed voor 42,2 kilometer lopen. Mijn broer nam dit jaar deel aan maar liefst drie Ironmans: Texas in april, Lanzarote in mei en Tallinn in augustus. Hij eindigde telkens nét buiten de top 10. Dat is heel straf voor iemand die zegt dat hij nog wedstrijdervaring moet op doen in de grote triatlons en die niet geboren werd als waterrat. Duatlon wordt ook al eens verward met de olympische wintersport biatlon, een langlaufwedstrijd waarbij de atleten onderweg met een geweer op doel moeten schieten. Mijn broer zou hier waarschijnlijk goed in zijn, maar bij gebrek aan sneeuw en een wapenvergunning kan hij zich hier niet op toeleggen.

seppe2

Duatlon bestaat uit drie onderdelen: de atleten lopen eerst, springen dan op de fiets en sluiten weer af met een loopnummer. Net zoals er ook kwart- en halve triatlons georganiseerd worden, verschillen ook de afstand en aard van het parcours van een duatlon. Zo is het Belgisch kampioenschap bijvoorbeeld een cross duatlon over de korte afstand, waar dus met een mountainbike wordt gefietst. Er bestaat ook een Belgisch en Europees kampioenschap over de lange afstand (10-60-10). Seppe behaalde al titels in beide disciplines en is ook zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee. Een wedstrijd die zich niet voor niets de zwaarste winterduatlon ter wereld noemt. Op de Kempische bodem van Kasterlee wordt 15 kilometer gelopen, 118 kilometer gemountainbiket, om de benen nog eens finaal los te gooien met een run van 30 kilometer. Aangezien er gestreden wordt in december zijn de weersomstandigheden onverbiddelijk: kou, ijs en nattigheid behoren dan ook tot het vaste repertoire.

seppe3

Het is overigens op die Kastelse grond dat mijn broer zijn eerste stapjes (en trapjes) in de duatlonsport zette. Als ik juist kan tellen, was het op 24-jarige leeftijd dat hij de overstap maakte van het wielrennen naar de duatlon. In dit oprechte portret van Vojo Magazine dat vorig jaar over hem verscheen, kan je daar meer over lezen. Ik vertelde hier al dat hij naast zijn professionele topsportleven als duatleet en triatleet ook nog een job als vertegenwoordiger voor fietsenmerk Orbea heeft. Dat betekent trainen in vrije momenten en dus in alle vroegte of donkerte: over toewijding gesproken. Duatlon is een kleine wereld die weinig bekendheid geniet in het medialandschap, maar het is niet zomaar een opstapje naar de triatlon. Het prijzengeld ligt daar echter hoger, de sport kent meer prestige en triatleten hebben bijgevolg een grotere sterrenstatus dan mijn broer. Jammer, want Seppe Odeyn is een naam die klinkt als een klok in het duatlonmilieu en zijn wereldtitel in 2016 leverde hem ook een nominatie op de longlist voor sportman van het jaar op.

Het wereldkampioenschap lange afstand duatlon behoort tot de Powerman-competitie, zeg maar de Ironman van de duatlon. Seppe won in februari nog een Powerman-wedstrijd op Mallorca. Op de Powerman-ranking eindigde hij in 2016 op nummer 1. Seppe Odeyn is met andere woorden dus de Rafael Nadal van zijn sport, maar dan zonder Aston Martin. Het Zwitserse Zofingen is de vaste locatie voor het WK duatlon lange afstand. De wedstrijd is een klepper van formaat en omvangt 10 kilometer lopen, 150 kilometer fietsen en een afsluitend loopnummer van 30 kilometer. In 2016 volbracht Seppe dat kunstje in 6u23. Wie durft nu nog te beweren dat duatlon het kleine of minderwaardige broertje is van triatlon? België heeft overigens een stevige reputatie in de duatlon. De betreurde Benny Vansteelant schreef vijf wereldtitels op zijn naam, diens broer Joerie haalde er drie binnen en Rob Woestenborgs was goed voor één zege in Zofingen.

seppe1

Naast Seppe Odeyn worden ook Søren Bystrop (Denemarken), Gaël Le Bellec (Frankrijk) en Felix Köhler (Duitsland) tot de kanshebbers op de wereldtitel gerekend. Bij de vrouwen is het de vraag of de Britse Emma Pooley haar vijfde kampioenschap op rij kan winnen. Om alvast wat in de sfeer te komen, kan je hier een uitgebreid videoverslag van de race in 2016 bekijken: de editie die mijn broer dus won. Vanaf 1:14:00 zie je hoe hij op de finish afstormt, applaus in ontvangst neemt van enthousiaste Zwitsers en letterlijk door het lint mag gaan. Andere aanwezige elementen zijn: een Belgische vlag, een vreemde hond als mascotte, zonnebloemen en zelfs cheerleaders. Stand up for the champion! In het interview met de kersverse wereldkampioen kan je zien en horen dat mijn broer ook welbespraakt is in het Engels. Om het met de samenvattende woorden van de interviewer te zeggen: You started like a rocket, you finished like a champion!

Wie zich bij wijze van voorbereiding nog verder wil verdiepen in de sportieve carrière en avonturen van mijn broer, kan zich inlezen op Seppes website en blog. Jullie willen nu natuurlijk helemaal niets missen van dit wereldkampioenschap. Er is helaas geen plaats meer in de auto’s van de familieleden en supporters die naar Zofingen afzakken en Sporza beseft nog niet dat deze race uitzendwaardig is. Niet getreurd: je kan de wedstrijd volgen via livestreaming op de gloednieuwe Powerman Zofingen site. Ik zeg: kijken en supporteren!

Loperspraat – Beginnersfouten die ik nog steeds maak

Ik vertelde jullie vorige week over de beginnersfouten die ik maakte als loper. Zowel wat betreft mijn kleding en voeding als mijn trainingsprincipes leerde ik wat werkte en wat niet door zo maar wat te doen. Trial and error om het doordachter te laten klinken. Inmiddels heb ik een patroon vastgesteld in de manier waarop ik omga met een nieuwe bezigheid of hobby. Aanvankelijk begin ik altijd low profile: ik zie het als een uitdaging om met zo weinig mogelijk specifiek materiaal mijn plan te trekken. Ik zou bij wijze van spreken van een oud laken een judopak in elkaar naaien. Dan volgt een fase waarin ik volledig opga in die bezigheid en dat betekent ook dat ik me helemaal ga inlezen. Ik zou het dan hebben over mijn uwagi en zibon, want ah ja: zo heten een judojas en judobroek. Tot slot volgt dan de conclusie dat ik dit en dat toch echt wel nodig heb en begin ik een prijsvergelijkende studie. Ik ga kortom overstag en investeer in een judopak of judogi. Gelukkig ben ik mijn hobby’s niet snel beu. Oké, ik verzamel geen schelpen en postzegels meer, maar ik heb ook geen duur fitnesstoestel dat als kapstok dient of een duikset om de deur open te houden. Dat scheelt. Doorgaans leer ik dus uit mijn beginnersfase. Er zijn echter ook bepaalde denkbeelden en gewoontes vastgeroest in mijn systeem als loper en die krijg ik er niet zo gemakkelijk uit. Voor alle duidelijkheid: ik ambieer geen carrière als judoka.

Eén van mijn gewoontes van het eerste uur is dat ik nog te vaak denk in trainingskilometers in plaats van in loopminuten. Toen ik zelf een marathonschema opstelde, baseerde ik me op andere schema’s die uitgingen van het aantal gelopen kilometers. De schema’s die ik tegenwoordig zie verschijnen in looptijdschriften vertellen je hoeveel minuten je moet lopen en aan welke intensiteit. 8 kilometer lopen aan een rustig tempo en daar 48 minuten over doen of het gaspedaal induwen en diezelfde afstand afleggen in 38 minuten, levert een andere training op, hoewel de afstand dezelfde is. Het voordeel van schema’s die uitgaan van het aantal gelopen minuten is dat ze je verplichten om niet steeds hetzelfde tempo te lopen. Ik vind het nadeel hiervan dat het lastiger is om je tempo te laten afhangen van het moment. Het is namelijk niet altijd goed in te schatten hoe je benen zijn en als dan op mijn schema zou staan dat ik 8 kilometer moet lopen aan een hoge intensiteit, dan zal ik daar niet zomaar van afwijken. Bovendien denk ik ook over mijn looproutes in termen van kilometers. Door intervaltrainingen in te bouwen en in te spelen op de vorm van de dag ga ik ervan uit dat ik voldoende varieer in intensiteit. Ik staar me al eens blind op die kilometers en ik durf dus gerust te bekennen dat ik al meermaals een lusje extra gelopen heb omdat ik van plan was om 12 kilometer te lopen en geen 11,6.

Over cijfers gesproken: ik kan nogal opgaan in getallen en tijden. Voor een wedstrijd zoek ik mijn tijden van voorbijgaande jaren op en bekijk ik mijn kilometersplits om te zien waar ik eventueel nog tijdwinst kan boeken. Allemaal goed, maar ik hou daarbij onvoldoende rekening met de specifieke omstandigheden. Zo was ik in mei 2017 ontgoocheld dat ik een halve minuut trager had gelopen op de 20 km van Brussel dan het jaar voordien. Het gold voor mij niet als een verzachtende omstandigheid dat het weer in 2017 te omschrijven was als “drukkend onaangenaam warm” en dat er op voorhand in het nieuws gewaarschuwd werd voor de hitte. Belachelijk natuurlijk, want dat ik op maar een halve minuut van mijn snelle tijd van het jaar voordien strandde, was misschien zelfs een straffere prestatie. Ook de cijfers en prognoses die mijn Garmin aangeeft, neem ik vaak te ernstig. Ik weet dat de metingen van een GPS-horloge gebaseerd zijn op algemene parameters die onvoldoende individueel zijn afgestemd en dat daar ook nog een behoorlijke foutenmarge op zit, maar het is sterker dan mezelf om waarde te hechten aan die getallen.

Ik blijf ook bijzonder hardleers als het gaat over hydratatie. Natuurlijk weet ik dat je voldoende water moet drinken. In voorbereiding van een marathon besteed ik daar wel aandacht aan: ik zorg er dan voor dat ik 2 liter water drink de dag voordien. Voor een training heb ik daar weinig oog voor. Zo ben ik al heel vaak vertrokken met een droge mond omdat ik wel koffie heb gedronken, maar geen water. Bij een kortere training resulteert dit niet meteen in lichamelijk klachten, bij een duurloop is dat toch anders. Als het echt warm is, dan zal ik drinken meenemen en ergens halverwege ook een bevoorrading voorzien. Ik lijk soms te vergeten dat 20 graden ook al warm is om te lopen en 30 kilometer een behoorlijke afstand. Water meenemen lijkt op voorhand dan zoveel gedoe. Dat slaat nergens op: ik heb vandaag maar weer eens ervaren hoe onaangenaam het is om kilometers lang te snakken naar slechts een paar slokken water. Ik moest mezelf bedwingen om niet uit een waterplas te drinken onderweg. Een beetje afzien op training kan geen kwaad, maar je maakt het je lichaam wel erg zwaar om gedehydrateerd te blijven lopen. Bovendien ben ik nogal een zweter, dus op ruim 2,5 uur verlies ik heel veel vocht. Dit is onder andere nadelig voor het herstel nadien. Ik blijf dan ook zitten met een niet te lessen dorst. Vreemd genoeg vergeet ik dus steeds weer hoe vervelend dat is.

Tot slot mijn allergrootste werkpunt: rust. Ik kan heel veel doen op een dag en bikkelhard zijn voor mezelf. Mijn papa zei vorige week nog voor de grap (hoop ik) dat ik een goede slavendrijver geweest zou zijn in het oude Egypte. Slaap is bij mij al een schaars goed en ik offer net iets te gemakkelijk een uur slaap op voor een ochtendlijke looptraining. Als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan zal dat gebeuren. Ik sus mezelf dan met de gedachte dat ik daarna eens zo goed in de zetel zal zitten. Dat is deels ook wel zo, maar soms is het verstandiger om te kiezen voor rust. Goed trainen wil ook zeggen: goed rusten. Trainingen inplannen vormt geen probleem, rust inlassen daarentegen wel. Om maximaal rendement te halen uit je trainingen, moet je die zo uitgerust mogelijk kunnen afleggen. In navolging van Joop Zoetemelk denk ik dat je niet alleen de Tour, maar ook een marathon spreekwoordelijk in bed kan winnen.

Het moment – Fietsen, lopen en lezen in Tervuren

Ik leerde Tervuren kennen op 28 maart 2015. Toen nam ik voor het eerst deel aan de Furaloop*. Roos en ik zouden zo’n twee maanden later onze eerste marathon lopen. Ik herinner me nog goed dat we samen met onze papa in de auto zaten te wachten. Het regende en eerlijk gezegd hadden mijn zus en ik er niet zoveel zin in. Mijn zelf opgestelde marathonschema was best pittig en we hadden dus al heel wat kilometers afgelegd die week. Te veel eigenlijk. 16 kilometers in het Zoniënwoud lopen, klonk op dat moment dan ook niet meteen als muziek in onze oren. Het bleken uiteindelijk 16 prachtige kilometers te zijn, die ik onverwacht ook nog eens snel afwerkte. Sindsdien is het dik aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2839b

In oktober 2015 liep ik voor het eerst de marathon in Brussel, die net zo goed Brussel-Tervuren-Brussel zou kunnen heten. Via de beruchte Tervurenlaan komen de marathonlopers in het Park van Tervuren. Ik had op de kaart van het parcours natuurlijk gezien dat daar rond de vijvers wordt gelopen, maar in mijn gedachten was dat een bescheiden vijver. Zo één van het formaat waar je in 10 minuten wel rond bent. Niet dus: in het Park van Tervuren is niets klein. Adjectieven als majestueus en prestigieus zijn hier op hun plaats. Het park heeft dan ook een koninklijke geschiedenis. Koning Leopold II zag alles groots en bouwde het park en de Tervurenlaan uit aan het einde van de 19e eeuw volgens zijn persoonlijke royale standaard. Wie het graag wat chiquer heeft, mag dan ook zeggen: de Warande van Tervuren of het Warandepark. Het is als loper op z’n zachtst gezegd imponerend als je over een autovrije Tervurenlaan langs de Jazzfontein een ronde door dat park loopt.

IMG_2049b
Ik kocht in mei een nieuwe fiets. Die testte ik meteen met een ritje naar Tervuren. Waar anders zou de Cortina Blue Lake beter kunnen poseren dan hier?

Een jaar later liep ik weer de Furaloop en begon het mij te dagen dat Tervuren niet zo ver van mijn woonplaats ligt, aangezien er op het einde van mijn straat een wegwijzer staat met “Tervuren 13”. In oktober 2016 zou ik voor de tweede keer de marathon van Brussel lopen. Een marathon die ik al eens liep en die tot op 13 kilometer van mijn woonst passeert: dat is een uitgelezen kans om het parcours wat grondiger te (ver)kennen. Zo fietste ik dus voor die marathon in Brussel een paar keer tot in het Park om van daaruit het verraderlijke stuk van de vijvers tot aan Sint-Pieters-Woluwe te lopen en terug. Die marathon zou mij niet meer hebben liggen. Ik wist exact welke kilometers op- of aflopend waren en dat het stuk rond de vijvers toch zo’n 5 kilometer lang is. Of het door die parcoursverkenning kwam of niet: de marathon die ik op 2 oktober 2016 liep, beschouw ik nog altijd als mijn ultieme marathonervaring. Ik finishte als 8e vrouw in 3:22:30. Sindsdien is het nog dikker aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2716

Mijn innige vertrouwensband met Tervuren dient soms louter sportieve redenen. Dan fiets ik tot daar in looptenue en loop ik langs de vijvers verder het Zoniënwoud in. Een mooie looproute die nooit teleurstelt. Soms is de insteek van mijn fietstocht ook van louter ontspannende aard. Als Joke naar het Park van Tervuren gaat, dan neemt ze mee: de krant, een boek en een thermos koffie. Voor zoetigheid of een goed brood kan ik bakkerijen Au Flan Breton (Tervuren centrum) en Vogelaers (Vossem) van harte aanbevelen. Het Park van Tervuren werkt als mijn persoonlijke zen-master. Je bent er nooit alleen, maar er gaat een enorme rust uit van die plaats. Ook de eenden daar lijken vredevoller met elkaar om te gaan. Je komt er niet zelden een paard en ruiter tegen. Er wordt gepicknickt en de hond wordt uitgelaten. Eerlijk is eerlijk: het elitaire sfeertje blijft ook anno 2018 nazinderen in de Warande van Tervuren. De doorsnee wandelaar in het Park paradeert meer dan dat hij stapt. Aangezien mijn prinsessengehalte bijzonder laag ligt, hou ik het daarom bij op mijn favoriete bank zitten en lezen.

IMG_1318b

Het Park van Tervuren ligt ook halverwege mijn fietsroute naar Brussel. Morgen vertel ik jullie graag meer over mijn uitstapjes naar onze hoofdstad. Toerist in eigen land!

IMG_2159b

*De Furaloop gaat inmiddels door het leven in een hipper jasje: de Fura 10 Miles.

 

 

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #2

Beginnersfouten dus, daar had ik het over. Zowel qua kleding als voeding sloeg ik de nodige missers. Ook mijn looptrainingen waren in het begin weinig doordacht. Ik deed niet aan opbouwen, maar ging voor de korte pijn: meteen een half uur aan een stuk lopen. Een mooi voorbeeld van mijn soms toch wel aanwezige je m’en foutisme. Ik zou dit niet per se onder de noemer beginnersfout scharen. Evy Gruyaert heeft velen aan het lopen gekregen met haar Start to run, maar ik denk dat die aanpak niet aan iedereen besteed is. Ik hoor ook soms dat mensen ergens halverwege Start to run stoppen met lopen omdat ze weinig vooruitgang boeken en je dat wel wekenlang moet kunnen volhouden. Het lijkt me een ideale introductie als je nooit echt hebt gesport of om andere redenen rustig aan moet opbouwen. Voor meer ervaren sporters is er niets mis met gaan lopen en zien waar het schip strandt. Op voorwaarde dat je wel signalen oppikt van je lichaam.

Tegen die regel zondigde ik wel. Luisteren naar mijn lichaam deed ik zelden. Behalve dus als het echt misliep omdat ik onaangepast of te weinig had gegeten vlak voor een lange duurloop. Wellicht zou ik mijn achillespeesblessure, die ik opliep als gevolg van mijn ondoordachte opbouw, hebben kunnen vermijden als ik iets minder voortvarend te werk was gegaan. Bijvoorbeeld niet meteen een half uur aan een stuk lopen, maar 3x 10 minuten met tussendoor wat wandelen. Meten is weten. Ik mat niets en dat gaf me het ideale excuus om koppig door te blijven gaan. Als ik dan al iets van een pijntje voelde, dan negeerde ik het, want dat waait wel over. Soms is dat zo, soms ook niet.

Er zat ook weinig variatie in mijn looptoertjes. Helemaal in het begin ging ik op de Finse piste rondjes van 1 kilometer lopen. Ik hou wel van dat monotone lopen, maar heel stimulerend is het niet. Omdat er ook geen variatie zat in mijn langere toeren, leken die vaak volgens hetzelfde stramien te verlopen: altijd hetzelfde punt waar het zwaar werd, of die wind daar nu mee of tegen stond. Bij mijn duurlopen hetzelfde verhaal. We liepen meestal langs de Vaart tot halverwege de beoogde afstand en dan rechtsomkeert naar huis. Op één lijn lopen kan demotiverend werken. Je weet immers nog exact hoe lang de weg naar huis is. Dat weet je natuurlijk ook als je die afstand meet, maar de beleving is heel anders. Variatie in zowel duur, intensiteit als het tijdstip op de dag dat je gaat lopen zorgen ervoor dat je om je heen blijft kijken en minder volgens vastgeroeste patronen loopt. Nu vind ik het een heerlijk gevoel om na te denken over hoe en waarheen ik zal lopen.

Ik had er toen dus geen idee van hoe ver en snel ik liep. Dat is op zich geen probleem, al kan het soms wel verhelderend zijn. Je perceptie van snelheid is niet altijd juist. Soms lijkt het alsof je voor geen meter vooruit gaat, maar is dat niet correct. Bij mijn eerste stratenlopen liet ik mij veel te hard opjagen door de massa. Ik had een bepaalde tijd voor ogen die ik wilde behalen, maar ik wist ook dat ik dan alles moest geven. Dat betekende volle gas vanaf de start tot ik na een paar kilometer voelde dat ik te hard van stapel was gelopen om dan mijn tanden op elkaar te zetten en te blijven doorjassen. Ik bereikte mijn doel meestal wel op die manier, maar het is allesbehalve een aangename manier van lopen. Ook toen ik later wel een GPS-horloge had, liet ik mij maar wat graag op sleeptouw nemen door de massa. Bij mijn tweede 20 km van Brussel was ik er zo op gebrand mijn vorige tijd aan flarden te lopen dat ik de eerste kilometers niet kon geloven dat ik echt zo hard liep. Ik heb dat toen bekocht en moest aan snelheid inboeten. Mijn minst gunstige streeftijd haalde ik dan ook maar ternauwernood, wat als een teleurstelling aanvoelde. Indelen en temporiseren: juist dat is de sleutel voor een snelle en aangename race.

Tot zover de valkuilen waar ik nu (bijna niet) meer in loop. Er zijn echter ook beginnersfouten waar ik mij nog al te vaak aan bezondig. Daarover een volgende keer meer.

 

Loperspraat – Mijn beginnersfouten #1

Ik heb het hier al vaak gezegd: ik begon met lopen en deed zo maar wat. Eigenzinnig als ik ben, werd het dus een aanpak op geheel eigen wijze. Op een gegeven moment trok ik gewoon mijn loopschoenen aan en voila, mijn eerste echte training voor de 20 km van Brussel was een feit. Lopen is een sport die zich uitstekend leent voor een no nonsense aanpak. Ik was helemaal niet thuis in de loperswereld en had me ook niet voorbereid. Iedereen kan toch lopen? Inmiddels ben ik er achter gekomen dat lopen an sich inderdaad weinig voorbereiding vraagt, maar dat andere factoren wel mee zullen bepalen hoe dat lopen je bevalt. Bij deze dus een bloemlezing uit mijn beginnersfouten.

Laten we beginnen met het meest zichtbaar gênante onderdeel: kleding. In de meeste beginnerslijstje zal schoeisel als beginnersfout nummer 1 te boek staan. Ik had Adidas schoenen die ik enkele jaren geleden nieuw had gekocht in een speciaalzaak. Dat was dus geen probleem. Loopkleding had ik niet. Het zat namelijk zo: ik had kleding van Esprit Sports om te gaan paardrijden. Sportkleding dus. Lopen is toch sport? Ik zag er dus de noodzaak niet van in om aparte loopkleding aan te schaffen. Bijgevolg liep ik in katoenen kleding. Toen ik na ruim een maand de smaak toch goed te pakken had, bestelde ik zelfs nog wat nieuwe kleding van dat merk om mijn collectie uit te breiden. Zo had ik bijvoorbeeld een muntgroene (jawel) joggingbroek en behoorlijk wat polo’s en topjes, sommige in schreeuwerige kleuren. Echt heel chique als je gaat paardrijden, maar ik ging daar mee lopen. De ergste broek die ik had, was een blauw blinkend loszittend driekwartsgeval dat kwam uit de yoga-lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken om duidelijk te maken dat die broek niet flatterend was. Het enige goede eraan was de synthetische stof die wel licht aanvoelde. Godzijdank zag ik het licht vlak voor ik mijn eerste 20 km van Brussel zou lopen. Ik bestelde loopkleding van Nike: het echte spul. Als beginner moet je niet meteen honderden euro’s uitgeven aan dure loopkleding. Zorg voor goede loopschoenen en draag iets waar je je goed in voelt. Een fatsoenlijk sportshirt en -broek kosten echter geen fortuin. Loopkleding is niet voor niets bedacht en gemaakt. Katoen is niet gemaakt om hard in te zweten. Los van het feit dat elke zweetdruppel zichtbaar is, wordt de stof ook meteen nat en zwaar. Dat is onaangenaam en je krijgt er sneller schuurplekken van. Het dri-fit materiaal, waar de meeste sportkleding van gemaakt is, zit zoveel aangenamer. Als je dat één keer hebt gedragen, besef je dat katoen ideaal is voor het dagelijks niet-lopersleven. Esprit Sports is dus een goede klant aan mij verloren.

De tweede grote fout waar ik mij aan bezondigde, was een onaangepast voedingspatroon voor een grote inspanning: duurloop dus. Ik stond er eerlijk gezegd niet bij stil dat als je langer dan een uur gaat lopen, je lichaam brandstof nodig heeft en dat het kan tegensputteren als je te veel van het verteringsmechanisme vraagt. Mijn kledingflaters zag ik sneller in dan mijn voedingsfouten. Gek eigenlijk, want van voeding had ik meer last dan van die onaangepaste kleding. Wat deed ik fout? Ik was gewoon niet met voeding bezig en als ik er wel over nadacht, dan waren mijn principes helemaal fout. Ik verwarde calorierijk al eens met voedzaam. Zo leken een croissant en een chocoladebroodje mij een goede basis om een halve marathon op te lopen. Uiteindelijk liep ik er wel effectief een snelle halve op in Brussel (1:43), maar ik werd er tijdens de race wel meermaals aan herinnerd dat ik een vettig ontbijtje had weggewerkt. Een soortgelijk voorval speelde zich af toen ik eens op een vrijdagnamiddag 20 kilometer ging lopen. Ik kwam thuis van mijn werk en bedacht dat ik wel eerst nog iets moest eten. Waarom geen grote kom yoghurt met banaan, kiwi, sinaasappel en granola? Gezond toch? Laten dit nu net allemaal ingrediënten zijn die de darmactiviteit in de hand werken omdat ze wel wat vertering vragen. Zo liep ik mijn eerste duurloop waarbij ik sanitaire noodstops moest maken. Mijn lichaam was heel duidelijk: het is óf lopen óf verteren. Ik heb daar echt wel een duidelijk lesje geleerd. Hoewel ik later nog eens dezelfde fout heb gemaakt door een grote kom groenten te eten vlak voor ik ging lopen. Werkt niet. Soms gebeurde ook het omgekeerde en ging ik 26 kilometer lopen met één pistolet als ontbijt. Lopen met flanellen benen was het gevolg. Ik heb hier kortom van geleerd dat ik minstens twee uur voor een duurloop niet mag eten. Licht verteerbaar wil zeggen: niet te vettig, geen pitten, zaden of muesli-achtige zaken. Qua hoeveelheid probeer ik voor een duurloop net een boterham of pistolet meer weg te werken dan wat ik normaal zou eten. Yoghurt, groenten en fruit hou ik beter voor na de inspanning. Voor de marathon ben ik nog strenger, maar daar vertel ik later meer over.

Morgen komen jullie te weten welke beginnersfouten ik maakte in mijn looptrainingen zelf.

Loperspraat – Het moment dat ik terug echt een loper werd

Na 7 weken hinkelen, manken, vloeken, vallen (letterlijk), opstaan en uiteindelijk gewoon stappen mocht ik heel behoedzaam terug beginnen lopen. Maandag 30 april 2018 was een heel winderige herfstdag in de lente. In Brussel werd het Terkamerenbos afgesloten omwille van het gure weer. Weercode oranje of niet: als ik van plan ben om te gaan lopen, dan is er bijna niets wat mij daarvan kan weerhouden. Mijn zus Roos ondernam daartoe dan ook geen enkele poging toen ze samen met mij naar het bos trok. Ik zou 5x 1 minuut lopen en tussendoor stappen. De zenuwen gierden door mijn lijf toen ik stond te wachten tot mijn GPS-signaal was opgepikt. Mijn eerste looppassen werden gefilmd, wat meteen weergeeft hoe memorabel dat moment voor mij (ons?) was. Op dat moment voelde ik mij echter geen loper, maar een sukkel. De verzuring in mijn linkerbeen maakte dat mijn kuit meteen als beton aanvoelde. Een tweede adem had ik niet nodig en een eerste adem kon ik niet eens vinden. Het liep kortom voor geen meter en mijn gemiddelde tempo bevestigde dat. Ik zag het pessimistisch in. Anderhalve week later zag ik het zo mogelijk nog zwarter in: ik kon gewoon niet begrijpen waarom mijn lichaam zo moeilijk deed. 10 weken geleden had ik nog 33 kilometer gelopen en nu liep ik met heel veel moeite een mijl in drie fases.

Dat lichaam begon beter mee te werken. Geleidelijk aan verlengde ik de loopblokken. Zo liep ik twee weken later 3x 5 minuten met tussendoor een wandelpauze: goed voor drie volledige loopkilometers. Stilaan groeide het gevoel dat ik echt wel aan het lopen was. Tot mijn grote opluchting merkte ik ook dat mijn conditie niet weg was. Ik vond zowel een eerste als een tweede adem. Sowieso liep ik meer ontspannen omdat ik niet continu op mijn horloge moest kijken om te zien hoe lang ik nog mocht. Zo voelde dat wel: ik mocht weer lopen en ik wilde me daar elke seconde bewust van zijn. Toen ik in mijn derde en vierde herstelweek langer dan een kilometer aan een stuk mocht lopen, voelde ik mij echt de koning te rijk. Ja, dit was lopen.

Die 7 weken dat ik niet mocht lopen, deed ik mijn best om de voordelen van een gedwongen rustperiode te vinden. Ik had in principe meer tijd en moest de deur niet meer uit als het slecht weer was. De restanten van mijn schuurplekken zouden eindelijk eens fatsoenlijk kunnen helen. Ik had beduidend minder wasgoed. Op zondagochtend moest ik bij het ontbijt geen rekening houden met een duurloop. Dit kon het gemis niet compenseren. Ik vond het vreemd om een douche te nemen zonder dat daar een noemenswaardige inspanning aan vooraf gegaan was. Eender welke maaltijd smaakt toch beter na een training. Ik had minder honger en sliep slechter. Alles had wat minder glans. Toen ik begon op te bouwen, begon ik zelf ook weer te blinken. Gek genoeg voelde ik mij weer op en top een loper toen ik omarmde wat ik zogezegd niet gemist had. Zweten! Een bezweet lichaam, rode kop en een tweede zweetuitbraak als ik stop met lopen. Jeuj, ik heb weer een schuurplek op een vertrouwde plaats! Feestje voor de buikkrampen als teken van dehydratatie! Ja, dat is ook lopen.

Toen ik in 2014 op geheel eigen wijze besloot te gaan lopen, deed ik zomaar wat. Ik was me niet bewust van afstand en snelheid, laat staan van de progressie die ik boekte. Het was in mijn ogen vanzelfsprekend dat ik een half uur kon lopen. Daar moest ik mezelf niet voor prijzen. Ik vond het wel bijzonder toen ik voor de eerste keer langer dan een uur liep. De 20 km van Brussel tot een goed eind brengen, voelde toen aan als één groot feest van al die geslaagde trainingen samen. Tijdens dit opbouwproces werd ik herboren als loper. Ik beleefde de verschillende mijlpalen die ik bereikte veel bewuster. Elke kilometer extra die ik kon lopen was een hoera-momentje waard. Dat zal waarschijnlijk niet stoppen tot ik weer eens een marathon heb afgerond. Ook de eerste keer terug op asfalt lopen, voelde als een overwinning. Net zoals deelnemen aan een wedstrijd. Snelheid is nu veel minder een issue. Blessureleed zit in een klein hoekje: dat werd me pijnlijk duidelijk gemaakt en blijft voor ongerustheid zorgen. Het is kortom geen evidentie om zoveel te kunnen lopen. Redenen genoeg om eens zo hard te genieten van al die positieve neveneffecten. Als loper heb ik meer energie, ben ik productiever en kijk ik positiever om me heen. Wie wordt daar nu niet gelukkig van?

Het gerief – Stance loopsokken

Lopersvoeten zien af. Naast een degelijk paar schoenen verdienen ze dan ook goede sokken. In het prille begin liep ik met sokken van Nike. Ik had daar niets op aan te merken. Tot mijn broer me zijn sokken van Stance toonde. Die zagen er niet alleen comfortabel uit, maar ook heel cool. Een maand later kocht ik op de expo van de Antwerp 10 Miles mijn eerste paar Stance. Ik lapte elke loopregel aan mijn laars (loopschoen in dit geval) en trok ze meteen aan om de wedstrijd te lopen. Ze zaten geweldig en op de terugweg kocht ik dan ook mijn tweede en derde paar. Het kan soms snel gaan bij mij. Ik draag die bewuste sokken nog vaak en liep er inmiddels ook marathons mee.

IMG_2636

Stance – houding of attitude – is een jong Amerikaans merk dat the uncommon thread als mantra heeft. Ze brengen sokken voor iedereen op de markt: jong en oud, man en vrouw, atleet of bankzitter. Hun collecties vallen steeds op door het bijzondere, vaak kleurrijke design. Een Stance sok herken je meteen. Voor hun bedrijsfilosofie verwijs ik jullie graag naar hun hippe website. Waarschuwing: fancy terminologie zoals rocket science, gratitude en human spirit vliegt je om de oren.

IMG_2232
Mijn stoere Stance running crew: Jan, Roos, Alma, Peter & Marike

Waarom zijn Stance sokken nu zoveel beter?

Stance sokken zijn vervaardigd uit een uitzonderlijk materiaal. Het knitwear voelt soepel, maar toch stevig aan. De sokken hebben de ideale dikte. Je trekt ze aan in een vlotte beweging en ze zitten ongelooflijk goed rond je voeten. Zelfs als je ermee door een rivier loopt (jawel, dat deed ik al meermaals – La Chouffe trail), blijven ze droog aanvoelen. Ze zijn daarom geschikt voor elk weertype en elk seizoen.

IMG_2615

Stance sokken gaan heel lang mee. Mijn eerste paren zijn enkele jaren oud en hebben er dus al heel wat kilometers en wasbeurten op zitten. Ze hebben echter nog niet ingeboet aan draagcomfort. Van dichtbij zie je wel dat ze wat vaker gewassen zijn, maar ze blijven dezelfde perfecte fit hebben.

IMG_2235
Naast veel mooie sokken hebben wij ook veel mooie benen in de familie.

Stance sokken kennen ook op esthetisch niveau hun gelijke niet. Ze vallen op door hun eigentijdse look, soms gewaagde kleuren en originele motieven. Exit effen fluo, enter Stance. De veelheid aan designs zorgt ervoor dat je een passend paar sokken hebt voor elke loopoutfit. Ik beken: ik kick daar wel een beetje op. Twee keer per jaar komt er een nieuwe collectie uit. Elk design verschijnt in een korte en lange versie. Verzamelen maar!

IMG_2619

Praktisch: de prijzen variëren van 12,95 tot 19,95 euro. Dat is de gangbare prijs voor technische loopsokken. Je kan Stance kopen bij Runner’s Lab en Vedette Sport, zowel online als in de echte winkel. Rechtstreeks bij Stance bestellen kan ook, maar dan komen er wel kosten bij.

Ik gaf al een bescheiden kapitaal uit aan Stance. Al mijn sokken zijn dus zelf betaald of cadeau gekregen van familie.

IMG_2227
Noot: mijn zus Marike staat hier te pronken met een paar geleende Stance, want ze is de enige van onze familie die geen eigen paar heeft en koppig met de goedkoopste sokken van een supermarktmerk blijft lopen.

IMG_2246

De gedachte – Over topsport als beroep

Ik ben een ambitieuze, maar bovenal recreatieve loper. Marathons lopen is niet mijn werk, het is mijn hobby. Een hobby die weliswaar een belangrijke plaats in mijn leven inneemt. Op sommige momenten mijn leven zelfs een beetje domineert. Soms vraag ik me af wat mij drijft als loper. Waarom kan ik er zo in opgaan en is het zo belangrijk voor mij? Dezelfde vragen kan ik ook stellen over mijn beroep. Het antwoord is dan namelijk niet simpelweg omdat ik er mijn geld mee verdien. Voor het gros van de topatleten zal het financiële aspect ook niet de grootste motivatie zijn om op het hoogste niveau te presteren. Als geld je enige drijfveer is, dan is elke job een zwaar beroep. Mijn broer Seppe is professioneel du- en triatleet, maar hij kan niet leven van zijn sport. Hij heeft dus ook nog een gewone job als vertegenwoordiger. Trainen doet hij met andere woorden in zijn vrije tijd. Het maakt er zijn motivatie niet minder om, integendeel.

Ik heb mezelf ook al de vraag gesteld of ik mijn leven zou willen ruilen voor dat van een betaald topatleet. Begrijp me niet verkeerd: ik heb in de verste verte niet het talent om het te maken als topsporter, ook 15 jaar geleden had ik dat niet. De vraag is dus puur hypothetisch, maar het antwoord erop is telkens volmondig nee. Oké, er zijn al momenten geweest dat ik het lastig vond dat lopen niet mijn core business is. Om praktische redenen bijvoorbeeld: als ik op een warme zondagnamiddag met een marathon in de benen uren in de auto moest zitten, om dan de volgende dag amper uit mijn bed te kunnen, maar dan wel een hele dag op mijn benen te moeten staan in een klaslokaal. Of omdat “niet gaan lopen” niet betekent dat je ook daadwerkelijk rust als je fulltime werkt. Ook toen ik geblesseerd was, dacht ik dat het wel voordeliger zou zijn als ik een andere naam zou hebben. Borlée om maar iets te noemen. Ik zou dan niet ruim een week in onzekerheid hebben moeten leven met allerlei rampscenario’s die zich in mijn hoofd afspeelden, om dan te worden weggestuurd met de boodschap dat ik mijn been moest ontlasten. Met een andere naam kon ik zondagavond nog bij de specialist terecht en zou tot op het bot worden uitgeplozen wat er juist scheelde.

De keerzijde van die praktische voordelen is groot. Topsporters maken immense opofferingen om hun sportieve doelen na te streven. Hun sociale leven lijdt onder de strakke trainings- en voedingsschema’s. Rusten is een noodzaak. Een kerstfeest bij de familie Borlée zal waarschijnlijk minder gezellig zijn dan in een andere niet-topsportende familie. De agenda van een topsporter is tot in de puntjes georkestreerd. Je sport dan niet voor je leven. Je leeft voor je sport. Een blessure kan je inkomen hypothekeren. Je bent niet getroost met een eenvoudige volgende keer beter als een wedstrijd niet uitdraait zoals verhoopt. Een tegenvaller op sportief gebied heeft een grote impact op je hele leven en je kan je gedachten niet verzetten door je op je werk te storten.

Een professionele omkadering betekent ook dat je niet alles zelf kan bepalen. Omringd zijn door specialisten wil zeggen dat je ook naar die mensen moet luisteren. Chris Froome mocht in 2012 de Tour niet winnen omdat zijn bazen Bradley Wiggins hadden betaald om de eindzege binnen te halen. Froome was wellicht sterker, maar mocht zijn eigen kans niet gaan. Afgelopen weekend besliste de coach van onze Belgische turnploeg dat ze de ploegenfinale op het EK niet zouden turnen om de dames te sparen met het oog op het nakende WK. Het zijn rationele beslissingen die gemaakt worden binnen een groter plan, maar die ingaan tegen het instinct van de sporter. Topsport betekent jezelf voor een stuk uit handen geven. Ook aan de media en het publiek. Je wordt dan als persoon gemeengoed en voor je het goed en wel beseft, gaan dingen hun eigen leven leiden. In de afgelopen Tour de France werd gedemonstreerd hoe het publiek zich tegen een ploeg en groep atleten kan keren. Het feest dat sport kan zijn, kreeg plots een grimmige invulling.

Aan mij zou een leven als topsporter dus niet besteed zijn. De eentonigheid van een topsportersbestaan zou mij op lange termijn weinig voldoening schenken. Toen ik geblesseerd thuis zat, werd ik het ongelukkigst van het feit dat ik niet eens kon gaan werken. Naast lopen zijn er veel andere uiteenlopende dingen die mij boeien en bezighouden. Ik kan en wil ook niet kiezen om me op één iets te focussen. Mijn interesses zijn met elkaar verbonden en door te lopen krijg ik ideeën en maak ik plannen. Ik word geprikkeld om eens iets anders te proberen. Een blog beginnen bijvoorbeeld. Laat mij dus maar ver uit de spotlights mijn kilometers lopen. Ik zoek mijn grenzen op binnen de mogelijkheden die ik nu heb en ben mijn eigen coach. Dat is van onschatbare waarde.