Het gerief – Hans en de Hoka’s

Hans is fan van Hoka. Aanvankelijk als trailschoen, inmiddels ook als wegschoen. Ik bleef niet achter. Mijn intermezzo in de loopschoenenwereld deed een heel frisse wind waaien door mijn loopschoenenassortiment. Ik had het hier en hier al uitgebreid over die broodnodige upgrade. Nike maakte plaats voor Hoka, Asics, Brooks en Saucony. De favorietenrol gaat naar Hoka: voor elke training hebben ze een topschoen. De pasvorm stelt nooit teleur en ook het design mag er wezen. Door die gedeelde liefde noem ik Hans wel eens mijn Bondi Boy. Buiten de trailschoenen zijn er drie toppers van Hoka die we allebei hebben. Samen gaan lopen met matching schoenen: als dat geen romantiek is. Het woord is aan Hans.

Ik neem jullie graag even mee voor een rondje langs de wegschoenen van Hoka waar ik vandaag het leeuwendeel van mijn kilometers op het asfalt mee loop; de Bondi 9, de Skyward X en de Mach X 2.

Hoe positioneert Hoka deze schoenen zelf? De Bondi 9 “biedt optimaal comfort tijdens je dagelijkse kilometers”, de Skyward X is “nog zachter en soepeler met een stabiele basis voor je fijnste kilometers” en de Mach X 2 “tilt snelheidstraining naar een hoger niveau”. Dit vat het trio erg goed samen en zo ervaar ik ze ook in de praktijk.

Wat fijn is aan het hebben van verschillende loopschoenen is dat je kan kiezen in functie van je looptraining – of wedstrijd; ga je voor een snelle workout op de piste of voor een lange, rustige duurloop, plan je intervallen langs de Vaart of een fartlek training in het bos… Voor elke omstandigheid is er wel een gepaste schoen te vinden.

Mijn favoriete schoen aller tijden is de Bondi 9. Ik vermeed de voorbije jaren zoveel mogelijk het lopen op verharde wegen omwille van de impact en de belasting. Dankzij de Bondi is dit verleden tijd. Nog meer dan de versie 8 is dit een schoen die heel erg comfortabel aanvoelt en de schokken van het lopen op beton en asfalt perfect opvangt, maar tegelijk ook erg ondersteunend is en zorgt voor een stabiel looppatroon. Hij is ook best “responsief” en voelt dus niet té zacht aan zodat je er zeker ook een mooi tempo mee kan lopen.

Ik dacht dus met de Bondi het walhalla van comfort gevonden te hebben, maar dat was tot ik de Skyward leerde kennen. Maar liefst (net geen) 5 centimeter zool zit er onder je voeten waardoor het begrip demping een nieuwe betekenis krijgt; met deze schoen heb je echt het gevoel dat je op wolkjes loopt. Je zou verwachten dat dit dan weer nefast is voor de stabiliteit en de veerkracht, maar niets is minder waar. Door het verwerken van een carbon plaat in de zool wordt dit op een verrassend effectieve manier opgelost. Het resultaat is verbluffend; een super comfortabele schoen waar je talloze kilometers mee kan malen, zonder echter in te boeten aan de nodige ondersteuning en stabiliteit. Al vind ik persoonlijk dat hij toch het best tot zijn recht komt op een mooi vlak stuk asfalt. Wordt de ondergrond wat hobbelig of ongelijk (kasseien…), of wil je er korte snelle bochten mee nemen, dan word je wel gewaar dat je met de Skyward best hoog boven de grond staat.

Last but not least hebben we dan de Mach X 2. Waar de Bondi en de Skyward dingen naar de titel van de beste duurloopschoen, is de Mach X 2 een totaal ander verhaal. Hij vormt de missing link tussen de allround duurloopschoen en de wedstijdschoen (die vaak uitgerust is met een carbon plaat). De Mach X 2 slaagt erin een voldoende mate van comfort en stabiliteit te verzoenen met de lichtheid en responsiviteit van een wedstrijdschoen. Voor mij, als trailloper die af en toe ook eens een wedstrijd loopt op de weg, is dit de ideale bondgenoot. Je vindt ze dus steevast aan mijn voeten wanneer ik snelheidswerk doe op de piste, en ik liep er intussen ook al twee wedstrijden mee; de Corrida in Leuven en de CPC halve marathon in Den Haag, telkens met een mooi resultaat.

Disclaimer: ik werkte dan wel voor Absolute Run – Vedette Sport in Leuven. We betalen onze schoenen helemaal zelf en worden door niks of niemand verplicht om daar een mening over te hebben, laat staan om die te delen.

Marathonpraat – Brussel Leuven revisited

Op zondag 13 april sta ik aan de start van mijn eerste EK. Leuven is dan gaststad van de European Running Championships. Ik woon niet meer in Leuven, maar ik werd er geboren, ging er naar school en werkte er 15 jaar. Ik liep er bij atletiekclub DCLA, waar ik mezelf als loper ontdekte en ik fietste en liep ontelbaar veel kilometers langs de Vaart. De ene al met meer zin dan de andere. Er huist een stukje Leuven in mij. Jullie weten wel dat mijn hart groot genoeg is om ook andere steden te herbergen. In de begindagen van deze blog was het al Brussel wat de klok sloeg. Er was een tijd dat Leuven-Brussel-Leuven mijn vrijetijdsverkeer op de fiets was. De marathon van Brussel liep ik 3x. Nog vaker liep ik er de halve afstand en natuurlijk ook de legendarische 20 km van Brussel. Eén keer liep ik in rechte lijn van Brussel-Centraal naar mijn toenmalige thuis in Heverlee. Om die reden beschouw ik mezelf toch een klein beetje als de geestelijke moeder van deze uitzonderlijke marathon.

Toeval bestaat natuurlijk niet. Uitgerekend mijn 20e marathon loopt in een rechte lijn van Brussel naar Leuven om daar nog wat verder te kronkelen. Een ereronde van een kilometer of 11 door de stad die je zo goed kent: hoeveel symbolischer kan een marathonfinale zijn? Ook het woord “uniek” is hier op zijn plaats, want het is een eenmalig evenement dat helemaal kadert binnen dat EK. Een kampioenschap waar profs en recreanten samen aan de start staan: dat vind je bij geen enkele andere sport. In mijn tijd in de winkel bleek al hoe het marathongevoel Leuven in zijn greep heeft. Er zullen zo’n 2000 Leuvenaars aan de start staan op een totaal van 12.000 deelnemers. Op diezelfde dag gaan trouwens de (belachelijk snel uitverkochte) marathons van Parijs en Rotterdam door. Te duchten concurrentie dus, maar je zou gek zijn om het loopfeest in Leuven te missen.

Een marathon lopen die eigenlijk een thuismatch is: het vraagt om een degelijke parcoursverkenning. Het was Hans die met het idee op de proppen kwam om de trein naar Brussel te nemen en het parcours waarheidsgetrouw tot in Leuven te lopen. Minus de toer in Leuven dus, die houden we nog te goed. Op 3 weken voor de grote dag was het de ideale lange duurloop om de 30 eens aan te tikken. Wij dus in looptenue op de trein. Traveling light zoals dat heet. Voor de gelegenheid had ik zelfs twee gelletjes op zak. Hans was zoals gewoonlijk beter uitgerust en voorbereid. Hij zou zich ook ontfermen over de navigatie, zodat we echt wel elke EK-meter tot in Leuven voor de kiezen kregen.

Vanuit Brussel-Centraal wandelen we lichtjes gespannen richting Warandepark. Zouden we nu echt helemaal tot in Leuven gaan lopen op deze stralende zondag? Aan lopers geen gebrek in het park. Onze start ligt op het Paleizenplaan, vlak voor het Koninklijk Paleis. Royaler kan een startvak niet zijn. De hekken fantaseer ik er voor het gemak maar even bij. Onder een goedgeluimd zonnetje staan de politiecombi’s klaar voor een potentiële manifestatie. Wij zijn er klaar voor. 3 2 1 goooo! Weg richting Wetstraat. Over een start met cachet gesproken. Met zicht op de triomfboog van het Jubelpark gaat het meteen al naar beneden en wat naar boven. De poort van het Jubelpark staat gelukkig open (hopelijk wel net ietsje meer op 13 april). Met 2,5 kilometer op de teller is mijn oordeel glashelder: dit is een fantastische startstrook (die ook al wel een klein beetje kan prikken als je Brussel niet kent).

Een nadeel van een simulatie in Brussel is dat je niet over de weg, maar over de stoep loopt. Heel vaak op en af dus, grote bochten rond de rotondes en slalommen tussen voetgangers en steppers. Gezellig druk, dat betekent in Brussel uit je doppen kijken. We trotseren de Tervurenlaan in de omgekeerde richting van de 20 van Brussel, bergaf gaat dat lekker. De echte klim wacht ons na het park van Woluwe, waar we 2 kilometer lang omhoog lopen. Er was een tijd dat ik de marathon van Brussel liep en hier ook naar boven moest. Het is een lang stuk omhoog, maar wel met een geleidelijke stijging. En met 6 kilometer in de benen is dat nog behapbaar. Op naar Tervuren over een stukje onverhard langs het Zoniënwoud. Op het bekende Vierarmen-kruispunt (bekend vanwege de files) wacht een verrassing van jewelste: we moeten niet oversteken in drie fases, maar kunnen rechtstreeks over het kruispunt dankzij een prachtige nieuwe voetgangerstunnel. Er was een tijd dat dat wel even anders was.

We kunnen Tervuren inmiddels ruiken. De herinneringen schieten heen en weer in mijn hoofd. Ik denk aan die keer tijdens de marathon dat mama en Marike zich als supporters aan kilometer 30 hadden geposteerd zonder enige gêne, niet wetende dat ze aan de tijdsmat gefilmd werden. Er was die keer tijdens de marathon dat mijn beide ouders stukken meefietsten. Er was die marathon met een lus door het Zoniënwoud die mij heel wat pogingen op de mountainbike (Juan!) kostte om verkend te krijgen. We lopen weer lekker naar beneden, een stukkie naar boven en na de Jazzfontein op de Paleizenlaan nemen we een duik naar beneden het Park van Tervuren in. Ook hier bruist het van de wandelaars en fietsers, de ene al meer van het flanerende type dan de andere. Hans mag dan wel een nagelnieuw shirt aan hebben, als zijn benen hadden mogen kiezen, zouden ze voor een ander dagprogramma gegaan zijn op deze zonnige zondag.

Er is dus nog steeds een tijd dat wij op zondag in Tervuren gaan lopen. We sluiten onze training dan af met een koffietje van Ernesto, die je in weer en wind kan vinden bij de ingang van het park langs Vossem. Omdat toeval dus echt niet bestaat, bevindt onze Ernesto zich halverwege onze duurloop op kilometer 15,5. Een ontspannen koffie in de zon staat niet op onze planning. Vooruit zullen we gaan! Als we afdraaien bij bakkerij Vogelaers (ons zeer bekend, beste bakker!) krijg ik een tikje. Tot nu toe liep het bij mij heel vlot, we hadden 16 kilometer gelopen, maar het dringt door dat we helemaal verder moeten tot Leuven. Niet bepaald bij de deur. Bovendien ken ik het erbarmelijke fietspad richting Leefdaal net iets te goed. Ik begin ook dorst te krijgen.

Het dieptepunt is er eentje dat omhoog loopt. Onbegrijpelijk, maar waar: er wordt gewerkt in centrum Leefdaal. Het rechte lijn feestje wordt onderbroken, het officiële marathonparcours maakt dus braaf een omwegje. En wat voor één! Omhoog lopen zullen we, richting de steenweg. Een klimmetje dat er stevig inhakt waarbij je ook aan alles voelt: dit is uit de richting. Met 20 kilometer op de teller doet dat pijn. Hans blijft gestaag op karakter doormalen. We lopen een stukje over de steenweg en dan gaat het weer naar beneden richting Dorpsstraat. Hehe, dit was pittig. Tijdens de marathon zal deze verrassing niet zo venijnig smaken. Een voorbereid loper laat zich geen 2x mentaal pakken.

Na 22 kilometer stoppen we even om een gelletje weg te slikken. Ik ga voor een isogel met cafeïne van 6D. De ananassmaak bevalt me wonderwel goed. Het is dus best warm en ik kan niet anders dan toegeven dat ik dorst heb. Hans heeft een soft flask water mee die hij zusterlijk deelt. Zelf was ik te eigenwijs om drinken te voorzien. We zetten onze tocht verder over een pittig deel van het parcours. Pittig door de eentonigheid. Opluchting als we na 25 kilometer afdraaien richting Bertem, het voelt alsof we er een heel klein beetje bijna zijn. Via wat bochtige wegen bereiken we dan de Celestijnenlaan in Heverlee. Er was een tijd dat ik daar woonde. Hoe vaak zou ik hier zijn afgedraaid langs IMEC om dan richting Arenberg te lopen? Hier besef ik: stad in zicht! Nog een lange rechte lijn over de Kardinaal Mercierlaan naar de Naamsepoort en dus de ring van Leuven. Met 31,5 kilometer op de teller besluiten we er een punt achter te zetten op het punt waar de stadslus begint. We passen dus voor het klimmetje richting Parkpoort. Dat houden we voor een bijzonder moment. Mijn trip down Memory Lane zit erop.

Nu is het de vraag in welke mate de laatste en langste duurloop geldt als een generale repetitie voor de marathon. Na de trainingsarbeid van de afgelopen weken waren onze beentjes allesbehalve fris. Het zonnetje was heerlijk, maar zonder echte bevoorrading, maakte het de onderneming wel eens zo pittig. Hoe dan ook: ik heb ervan genoten, dit smaakt absoluut naar meer! We hebben ruim 3/4 van het parcours gelopen met 217 hoogtemeters. Ik ga er vanuit dat het meest geanimeerde deel zich in Leuven zal bevinden. Ik zie het al voor me hoe de supporters rijen dik staan om ons naar die finish te schreeuwen. Of misschien ook niet, dan wordt het gewoon een kwestie van de omgeving diep in je opnemen. Niks niemandsland of bedrijventerrein: Leuven onthaalt marathonlopers in stijl zoals het een wereldstad betaamt. Een verkenning van het laatste kwart volgt waarschijnlijk nog. Dan is de Tour de Nostalgie helemaal klaar. Nooit eerder zal ik een parcours zo grondig getest en goedgekeurd hebben. 13 april, u bent nu al onvergetelijk.

De gedachte – Over opvoeden

Hip hoi, het is vandaag Dag van de Leerondersteuner, mijn eerste als nieuwtje in het vak. Ongeveer een half schooljaar maakte ik geen deel meer uit van Het Onderwijs. Dat deed deugd. Als het in het nieuws over onderwijs ging, moest ik me niet aangesproken voelen. Het lerarentekort was plots niet mijn probleem meer. Ik moest ook niet meteen een mening hebben over Zuhal Demir, de nieuwe minister van Onderwijs. Ik moest me niet meer verantwoorden over de vakanties die ik had. Naast de praktische kant van de winkel die niet in mijn leven leek te passen, besefte ik ook dat mijn onderwijshart stilletjes bleef kloppen. Ik was misschien wel helemaal klaar met leerkracht zijn, ik kon niet plots geen betrokken partij meer zijn. Ik miste engagement in mijn werk. Bovendien kwam ik uitgerekend in de winkel heel wat oud-leerlingen tegen. Het gevoel om ooit deel te hebben uitgemaakt van hun groeipad deed iets met me.

Terug het veld in dus, omdat ik besefte dat ik wél een mening had over onderwijs en opvoeding. Willen of niet, dat engagement zit ergens diep in mezelf verankerd. De job van leerondersteuner is trouwens – meer nog dan de job van leerkracht – een vrouwelijke functie. Je moet echt met een vergrootglas op zoek gaan naar mannen. Het zorggerichte karakter van de functie zit daar wellicht voor iets tussen. Jammer eigenlijk. Wat ook opvalt, zowel collega’s als leerkrachten vragen mij in elk kennismakend gesprekje hoeveel kinderen ik heb dan wel hoe oud ze zijn. Dat ik er geen heb, komt als een verrassend antwoord. Ook zonder eigen kinderen heb ik wel degelijk iets te vinden over opvoeding. Een kerntaak van ouders, maar bij uitbreiding ook van de schoolomgeving en de brede maatschappij.

Zuhal Demirs bezoek aan enkele “klassiek strenge” scholen in Engeland maakte wel wat los. Juist kinderen uit kansarme gezinnen bleken grote leersprongen te maken in een schoolsysteem dat gebaseerd is op discipline en tucht. We moeten de lat voor iedereen zo hoog mogelijk leggen en zo vroeg mogelijk beginnen met kennisoverdracht. Het lijkt me alleen maar goed dat onze minister eens bij de (verdere) buren gaat kijken. Ik ga ervan uit dat ze niet meteen de intentie heeft om alles zomaar klakkeloos over te nemen. Het debat over opvoeding en dan meer bepaald het “straffen versus belonen” zwengelde aan. Wat mij betreft is dat naast de kwestie. Opvoeding valt niet te herleiden tot de ene of de andere aanpak.

De meest gestelde vraag aan mij als leerkracht was of ik streng was. Ja natuurlijk! was daarop steevast mijn antwoord. Ik voegde er dan aan toe dat ik naast streng ook vriendelijk en behulpzaam was. Streng zijn betekent voor mij dat je een veilige omgeving creëert waarin grenzen worden bewaakt, als leerkracht (of betrokken volwassene) probeer je erop toe te zien dat in die omgeving elk kind een plaatsje krijgt en gehoord wordt. Dat is namelijk de essentie: door met zorg een rijke leeromgeving aan te bieden, krijgen kinderen (klein en groot) de ruimte om zich te ontwikkelen. Niet elk leertraject is meteen succesvol als de beloningsstickers in het rond vliegen, noch als je berispt wordt voor elke veeg op je blad. Het is geen verhaal van straffen versus belonen, maar een proces van vallen en opstaan. Als leerkracht of ondersteuner is het je taak om leerkansen te bieden en écht te geloven in kinderen zonder ze te betuttelen. Om kennis en vaardigheden aan te leren, moet je kinderen serieus nemen.

Ik heb al veel mooie aspecten ontdekt aan mijn werk als leerondersteuner. Ik ervaar het belang van verbinding om iets teweeg te kunnen brengen, zowel bij de kinderen die ik begeleid als in hun omgeving. Ik geloof eens zo hard in inclusief onderwijs, ook al is het gemakkelijker om sceptisch te zijn: niet iedereen heeft en krijgt dezelfde kansen. Toch blijf ik ervan overtuigd dat iedereen wint in een omgeving waarin iedereen telt. Net daar komen talenten maximaal tot ontplooiing. Makkelijk is het in geen geval. De kunst is om jezelf misbaar te willen maken. Loslaten is ook opvoeden. Laten groeien en bloeien. Erop vertrouwen dat het goed komt zonder jou bij de hand. En als het niet lukt, dan moet er altijd weer iemand zijn die je de hand reikt. Omdat we allemaal ook een beetje het kind blijven dat in ons schuilt.

Het moment – Een ander decor, een nieuwe koers

Aangezien het mij niet ontbreekt aan schrijfhonger en ook de ideeën doorgaans vanzelf komen, knaagt het als mijn blog op een laag pitje staat. Het was een algemeen gegeven waar ik mee kampte: ik leek zowel te weinig tastbare tijd als mentale ruimte te hebben voor veel dingen die me dierbaar waren: lopen, lezen en gewoon thuis zijn met Hans. De openingsuren van de winkel, mijn werkuren dus, bleken niet compatibel te zijn met hoe ik mijn leven wil inrichten. Er waren ook wat andere dingen die wrongen. Zoals lange dagen binnen zitten, geïsoleerd van de buitenwereld. De befaamde work-life balans zat niet goed. Ik was moe en kwam niet tot rust. Het gevoel bekroop me dat ik veel moest missen. Ik veranderde dus nog eens van koers. Terug het onderwijs in, maar dan wel binnen een heel ander decor. Hoog tijd voor een update.

Je hoort het vaak en het is eigenlijk ook wel zo: leerkracht zijn is een roeping. Het was voor mij de logica zelve dat ik voor de klas zou staan. Tot ik besefte dat het op was. Een pijnlijke vaststelling, want mijn hart ging nog steeds sneller slaan voor de interactie met jongeren, waar ik dan ook nog eens mijn liefde voor taal mee kon delen. Het gebrek aan autonomie en waardering nam elk jaar toe. Ik had het gevoel dat ik op elk vlak tekort schoot. Ik stond in een onmogelijke spagaat tussen hart en verstand. Ik had heel wat opgebouwd, maar het was tijd om los te laten. Het schip zou verder varen zonder mij. Ik gooide het roer drastisch om en belandde bij Absolute Run in Leuven. Goed omringd door loopschoenen en mensen baande ik mezelf een weg in de retail sector.

Ik heb echt een mooie tijd gehad in de winkel. Om er een cliché tegenaan te gooien: het is een ervaring die me rijker heeft gemaakt, als mens en als loper. Ik kan niet anders dan dankbaar zijn voor de gegeven kans. Juist daarom deed het afscheid ook een beetje pijn, maar eigenlijk is dat alleen maar goed: het betekent dat het iets betekend heeft en dat zonder enige vorm van rancune de wegen scheiden. Aangezien ik op relatief korte termijn ander werk wilde vinden, keek ik toch weer richting onderwijs. Voor de klas wilde ik liever niet staan. Met jongeren aan de slag daarentegen wel. Zo kwam ik uit bij de functie van leerondersteuner. Na een goed kennismakingsgesprek voelde ik mijn vlam voor het onderwijsveld weer opflakkeren. Ik had heel veel zin in deze nieuwe uitdaging en waagde de sprong.

Op zaterdag 8 februari werkte ik mijn laatste dag in de winkel en op maandag 10 februari begon ik als leerondersteuner. Een pittige switch dus van het één naar het ander. Ik werk voor Leersteuncentrum Oost-Brabant. Met in totaal zo’n 120 collega’s bieden we ondersteuning aan leerlingen met specifieke zorgbehoeften zowel in het kleuter, lager als secundair onderwijs. Binnen dat grotere team, word ik gesterkt door een regioteam van 10 collega’s. Ik ben niet gebonden aan één school, maar ik werk op verschillende scholen. Mijn pakket bestaat momenteel voornamelijk uit ondersteuning in het kleuteronderwijs bij kinderen met een verstandelijke beperking. Echt weer iets heel anders dus.

Mevrouw Odeyn heeft plaats gemaakt voor Juf Joke. Ik werk met kinderen aan individuele doelen, zowel 1 op 1 als in de klas. Ook ouders en de school zijn betrokken partijen die deel uitmaken van het traject. Het is een gevarieerde job waarbij elke dag anders is. Uitdagend ook wel. Er komt heel veel op me af en dat is soms spannend. Gelukkig voel ik me helemaal op mijn plek. Het allermooiste is dat ik weer vol verwondering en bewondering naar leren kijk. Ik sta dagelijks versteld van wat opgroeien zoal behelst en ik haal er voldoening uit om het onderwijs een stukje inclusiever te maken. Aangezien ik ook dicht bij huis werk, is er veel tijd vrijgekomen om leuke dingen te doen, samen met Hans. Ik heb meer leven dan alleen maar werken. Ik kan weer een dutje in de zetel doen als ik daar aan toe ben. Eigenlijk is dat de beste graadmeter om te zien of de balans goed zit. Ik ben benieuwd wat dit hoofdstuk me nog meer zal brengen. Genoeg verhalen over het leven in de kleuterklas alleszins!

Loperspraat – Waarom Den Haag echt altijd een goed idee is

Aah Den Haag! De stad waar ik liefst van al vakantie vier, waar het leven altijd lekker is en de koffie eens zo goed smaakt. Mijn Haagse zomervakanties indachtig is het natuurlijk gemakkelijk om enthousiast te zijn. Zon en zee, heel veel meer heeft een mens dan niet nodig – of het moest een verkoelend briesje zijn. Den Haag heeft het allemaal. Als er in het voorjaar dan ook nog eens een top loopevenement plaatsvindt waar ook zee en wind een rol in spelen, dan spreekt het voor zich dat ik zoiets niet aan mij voorbij wil laten gaan. Surprise! We liepen de CPC halve marathon dus toch. Vooraleer ik helemaal losga op die terugblik, wil ik jullie nog met de hand op het hart zeggen dat Den Haag ook in winterse sferen een goed idee is. In januari waren wij er namelijk een weekendje voor de grote Christian Dior tentoonstelling in het Kunstmuseum. Ronduit inspirerend! We gingen een toertje lopen over het strand, waar in de winter dus geen strandtent te bespeuren is. We deden een drankje bij Café Emma, een mezze van Ali en daarmee was het uitstapjesjaar 2025 met succes afgetrapt.

Dé CPC dus: de mooiste en ook wel meest bewogen halve marathon van mijn loopcarrière. Een wedstrijd die zowel bulkt van tradities als van onverwachte scenario’s. Vaste prik is het logeerpartijtje bij onze Haagse familie. Eveneens deel van de geschiedenis: een ernstige blessure en DNF in 2018, een afgelasting in 2019, het allerlaatste pre-corona evenement in 2020 en een najaarseditie in 2022 met Sam daags nadat Seppe en Roos op skeelers debuteerden in Berlijn. De primeur van dit jaar: de eerste met en van Hans. Wie van Joke Odeyn houdt, die kan natuurlijk niet anders dan gebrand zijn om de CPC te lopen. Onze teleurstelling was dan ook groot toen in december bleek dat de race was uitverkocht. We deden wat zielige pogingen om connecties aan te spreken, maar uiteindelijk waren er genoeg opties om last minute een nummer over te nemen. Een goede organisatie is ook daar op voorzien. Er vond een officiële nummeroverdracht plaats en zo gebeurde het dus dat wij als Stella en Annefleur aan de start stonden van onze CPC. Twee lopers wiens naam wij maar wat graag door Den Haag droegen. Een goed begin van een nieuw verhaal.

De zon scheen voor de verandering. CPC’s zijn doorgaans eerder herfstig van aard dan lentig. Er waren nog wel wat nieuwigheidjes bij deze editie. Zo vertrok de halve marathon al in de voormiddag, wat toch wat praktischer is voor wie nadien nog naar België moet rijden. Ik (Annefleur dus voor de gelegenheid) had de mazzel om in startwave 1 te kunnen vertrekken. Aangezien ook de startprocedure wat anders verliep en Hans – onze Stella van dienst – een nummer had voor de minst gunstige startwave 3, namen we rond een uur of 10 afscheid zodat ik me kon gaan positioneren in het startvak. Tegenwoordig weet ik niet meer zo goed wat ik van wedstrijden kan en mag verwachten. Er is nog steeds het aanslepende hamstringleed wat voorzichtig de goede kant uitgaat, maar toch ook een streepje door de rekening is om écht top te zijn. Op 5 weken voor dat grote marathondoel blijft dat niet zo’n prettige gedachte. Het doel was dan ook om er nu voor eens echt van te genieten. Zelfs als ik een goede dag had, zou ik ver van mijn PR blijven, dus wat staat er dan eigenlijk op het spel?

Op een zonovergoten Koningskade schoot ik vooruit op mijn Mach X 2. Een waar topschoentje (waarover later wel eens meer). Na 200 meter besefte ik ook dat ik niet gewoon een wedstrijd kan lopen om er alleen maar van te genieten. Een goede training, blablabla. Het is sterker dan mezelf om aan het begin van de race te kijken waar de bodem van de kan zit. Om altijd een keer het gaspedaal in te drukken en te voelen hoe de adrenaline door mijn lichaam raast. Nu ik niet meer ongestraft met mijn krachten kan woekeren, heb ik wel al geleerd om me niet blind te staren op een bepaald tempo. Meer dan ooit heb ik er vooral bij te verliezen als ik mezelf forceer en de motor verbrandt. Het mag snel gaan, maar het moet goed voelen: dat is mijn nieuwe credo. Mijn benen voelden best fris en ik was blij dat ik niet had gepast voor een wijntje bij Café Emma daags voordien. Jongens toch, wat heeft die CPC een prachtig parcours! Na een kilometer of 5 zag ik Maarten voor het eerst terwijl hij naar de app zat te staren waarop ik zogezegd nog niet vertrokken was.

Annefleur was goed vertrokken en ze kreeg de nodige aanmoedigingen. Lekkeeuhh Annefleuuhh! Het ging ook echt boven verwachting lekker. Ik zit dan helemaal in de flow van de race. Ik ben gefocust op mijn cadans en het getik van mijn voeten, ik trek niet aan mijn armen. Ik loop met ease – om het met de wijze woorden van mijn kine Kathelijn te zeggen. In die flow geniet ik echt van wat ik aan het doen ben. Lopen met een behoorlijke vaart dus en daarbij oog hebben voor wat er rond mij gebeurt. Als je onder luid gejoel een bocht aansnijdt en net dan Wannabe van Spice Girls luid uit de boxen schalt, dan lijkt het alsof alles op dat moment klopt. Ik voel dan waarom ik zo graag (snel) loop. Tot er dan toch onvermijdelijk een soort van realiteit begint door te sijpelen. Dat ik niet bepaald aan een gezapig tempo gelopen heb. Dat 9 kilometer op de teller ook nog betekent dat ik nog niet in de helft ben en dat de passage langs de zee wel de mooiste is, maar ook de zwaarste.

Gewoon blijven gaan. Maarten zorgde vanop de fiets voor de nodige afleiding en bracht verslag uit aan het thuisfront. Ook de muzikale ondersteuning verdient hier een eervolle vermelding. Een dankjewel aan de vrouw met de loodzware koeienbel, aan de stevige remix van Lac du Connemara (nog zo’n onvergetelijke topper) en – ik citeer Maarten – een fitness instructrice met militaire achtergrond afgaande op het stemgeluid die een live versie bracht van Leef! Opgepept onderweg naar het zeetje dus. Er zijn twee wijze raden die ik mezelf nog eens goed had ingeprent. 1) Bij de CPC denk je altijd dat je bijna aan de zee bent 2) De finishstrook is ellendig lang. Al mijn waarschuwingen ten spijt trap ik elk jaar ook weer keihard in mijn eigen val. Huh? Waar is die zee nu? Plots is er dan toch weer wind en een stuk vals plat. Ik bereik nooit zonder slag of stoot de boulevard. Na 15 kilometer had ik ein-de-lijk zicht op zee! Over een verraderlijk stukje waar ik mijn zoveelste stille dood stierf. In min of meer rechte lijn ging het dan terug naar het Malieveld. Zo vlot als het aan het begin liep, zo stroef ging het nu. Mijn rechterbil en hamstrings hadden zich inmiddels weer getransformeerd tot één stijf blok. Ik had geen zin om mezelf citroengewijs uit te knijpen. Ging ik niet gewoon genieten van deze race? Ik kroop dus weer even bewust in het moment. De zon scheen immers en ik was in Den Haag met Hans.

En of de laatste lijn richting finish ellendig lang was! Tijdens mijn laatste meters balde ik zachtjes mijn vuisten. Yes, deze heb ik ook weer op zak. De CPC is altijd een harde noot om te kraken. 1u32 was het verdict, een verdienstelijke tijd die ruim onder de vooropgestelde 1u35 lag, maar die ik liever niet vergelijk met wat ik eerder liep op de CPC. En dan was het wachten op Hans die 40 minuten na mij was gestart in de laatste startwave. Stella vertrok dus echt aan het staartje van de race met de pacers van 2u10. Niet bepaald wat hij in gedachten had. Terwijl Hans op de eerste rij van zijn startvak stond, zag hij hoe het pak van wave 2 rustigjes aan vertrok. Als een springveer begon hij aan de grote reuzeslalom. Tussen lopers door en ook over het fietspad benutte hij elk gaatje om tempo te maken. Met succes! Een inhaalrace om u tegen te zeggen. Van verval was geen sprake toen hij na 15 kilometer de pacers van wave 2 inhaalde. Met een knappe eindtijd van 1u34 kroon ik hem niet alleen tot Koning van Wave 3, maar ook als morele winnaar van de volledige race. Daar kan ook de Keniaanse winnaar Erick Sang – die als enige onder het uur finishte – niet tegenop.

Moe maar voldaan fietsten we naar ons huis in Den Haag. We genoten nog wat van de zon op een terrasje en vatten dan de terugreis naar Tienen aan. Ik blijf bij mijn vaststelling dat een halve marathon de meest dodelijke afstand is en dat de CPC altijd een beetje doodgaan is. Ik zet niet alleen 15 maart 2026 met stip in mijn agenda – de 50e editie van de CPC – maar vooral ook de datum dat ik me moet inschrijven. Met de hoop dat ook Stella en Annefleur zelf weer kunnen rennen. Om met een culturele noot te eindigen: we hebben weer een gegronde reden om voor de zomer naar Den Haag af te zakken. In het Kunstmuseum loopt momenteel een tentoonstelling over Parijs door de ogen van de impressionisten. Het is immers altijd een goed idee om naar Den Haag te gaan.

Loperspraat – Mijn sportieve voorjaar van 2025

Er zijn eigenlijk alleen maar voordelen aan een lopend koppel te zijn of een koppel lopers. Je kan samen gaan lopen en nadien een chocomelk drinken ter recuperatie. Je kan op elk moment van de dag iets delen over alles wat je tegenkomt tijdens het lopen, zowel letterlijk als figuurlijk. Er is altijd iemand die daar net op dat ene pijnlijke plekje op je bil wil duwen om je verkrampte spier los te krijgen. Er is altijd iemand tegen wie je schaamteloos een pijntjesrapport kan afleveren. Je kan vooral ook heel veel plannen maken samen. Zo is mijn hart nog sneller gaan slaan om een toertje te gaan trailen (ook al loop ik nog steeds niet graag bergop) en is Hans makkelijker te verleiden om een marathon op asfalt te lopen. Onze sportieve agenda voor de eerste helft van 2025 is kortom weer goed, maar vooral mooi, gevuld. 

Het leven is aan de rappen en al helemaal als je je wil inschrijven voor een sportief evenement. Terwijl wij dachten dat we in december goed bezig waren met plannen te maken voor over een half jaar, werden we meermaals gepakt op snelheid. De 10 Miles in Antwerpen (27 april 2025) was in amper twee dagen uitverkocht. Een boot gemist, maar geen man over boord: de 10 Miles konden we wel een jaartje overslaan. Een veel pijnlijkere trein die aan ons voorbij raasde was die van de CPC Loop in Den Haag (9 maart 2025). Toch wel mijn favoriete halve marathon, omdat het gewoon altijd goed is daar. Ook de CPC viel dus ten prooi aan de FOMO die onder lopers heerst. We konden geen inschrijvingsbewijs bemachtigen: een pijnlijke noot om te kraken. Dezelfde dag kwamen we ook te weten dat een trail in de Elzas die we in mei wilden lopen helaas uitverkocht was. Even flink balen om dan van koers te veranderen. 

Voor de meeste stadsmarathons is het eerder regel dan uitzondering dat je je ruim van tevoren moet inschrijven. Pakweg een jaar. Het was dan ook in maart 2024 dat we ons inschreven voor toch wel een heel bijzonder evenement: het EK marathon dat gewoon voor iedereen toegankelijk is. 13 april 2025 is de dag waarop het zal gebeuren. In rechte lijn lopen we dan van Brussel naar Leuven om in Leuven de finale in te zetten. Aha, van Brussel naar Leuven lopen! Ik was een trendsetter toen ik me daar in 2018 aan waagde. De organisatie mag gerust beroep doen op mijn ervaring met de lijn Brussel-Tervuren-Leuven. Op dit moment zijn er 11.000 inschrijvingen voor de volledige afstand (er is ook een halve en 10 km race) en zo wordt dit evenement de grootste stadsmarathon van België. Bovendien wordt het mijn 20e marathon en zal het ook 10 jaar geleden zijn dat ik me aan de marathonafstand waag. Een ongezien loopfeest waar ik heel erg naar uitkijk in het jaar waarin ik 40 word.

In mei hoop ik weer aan de start te staan van de 20 km door Brussel. De inschrijvingen starten op 12 maart en ik ga nu echt eens heel hard mijn best doen om me meteen die dag in te schrijven. De maand mei zal verder in het teken staan van kilometers maken en ook wel wat hoogte. Ik heb altijd de droom gehad om eens 100 kilometer te lopen en met Hans aan mijn zijde heb ik nu ook de perfecte partner om dat avontuur aan te gaan. Samen trails lopen, geloof me: romantischer dan dat wordt het niet. Een voorlopige streep dus door de UTMB trail in de Elzas (wellicht een plan voor 2026). Om die 100 kilometer rond te krijgen vonden we een waardig alternatief bij de Trail de Godefroy in Bouillon op 14 juni. Een bucketlist trail van de Benelux, aldus de organisatie. Met 3150 hoogtemeters ligt die in lijn met de Chouffe trail en, jullie weten dat al, dat is de trail waar ik alles aan afmeet. En hoe zit het dan met de Chouffe trail in Houffalize? Wel, de organisatie heeft beslist dat het voor mij na drie deelnames aan de (net geen) 70 kilometer tijd was voor wat meer trailfun. De langste afstand is nu 80 kilometer en aangezien de Chouffe amper drie weken na Bouillon komt en het begin juli doorgaans warm is, betekent dat toch aanzienlijk meer zweet en mogelijks ook gesakker op de hoogte. Sam zal trouwens ook weer van de partij zijn.

Aan plannen geen gebrek. Nu alleen hopen dat mijn hamstrings er ook wat meer zin in krijgen de komende tijd. Sinds mijn positieve bericht na de Trail de la Soupe zet die positieve tendens zich voorzichtig verder, al is er nog veel werk aan de winkel. De moed zakt me soms nog in de schoenen, maar diezelfde schoenen voelen ook wel weer dat er meer power in de beentjes zit. Hoop doet leven. Plannen maken doen dat eens zo hard. Hans verkeert trouwens nog steeds in uitstekende vorm na zijn 100 mijl op de Bello Gallico in december en een toptijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Op naar veel sfeer en gezelligheid dus in het sportieve jaar 2025! 

Gelukkige Gedichtendag!

De laatste donderdag van januari is de dag dat de poëzie het voor het zeggen heeft. Poëzieweek 2025 is nu officieel begonnen. Het is op dit soort momenten dat ik mijn klas mis. Aftellen naar Gedichtendag en er zoveel trammelant over verkopen dat zelfs de oogjes van de meest ongeïnteresseerde van de klas gaan twinkelen op die bewuste donderdag. Charlotte Van den Broeck kreeg de eer om het Poëziegeschenk te schrijven. Het thema is dit jaar lijfelijkheid. Een goed woord, een sterk woord ook, want lijf klinkt zoveel beter dan lichaam. Daar moeten jongeren toch één en ander over te zeggen hebben (of om die reden juist niet). Voor mij is het dus een Gedichtendag met stille trompet en een beetje mineur.

Bij gebrek aan leerlingen keer ik voor de gelegenheid terug naar mijn eigen puberteit. Omgeven door boeken van de bibliotheek en het ene na het andere creatieve project dat zich in mijn kamer ontspon. Lekker teruggetrokken in mijn eigen hoofd. Dromen en denken. Eens een brief schrijven aan Bart Moeyaert. Stilletjes bladeren door mijn favoriete dichtbundel Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn van Jan Van Coillie. Een bundel troost in emotioneel intense jaren. Het kon geen toeval zijn dat ik het boek vorig jaar in de kringwinkel vond en zo weer een kring uit mijn leven rond kon maken. De bundel bevat ook een gedicht dat ik uit mijn hoofd kan opzeggen. Eentje van Bart Moeyaert. Zonder enige twijfel het mooiste gedicht over de geborgenheid van samen in bed liggen.

Siberië

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

Kruip maar op tijd onder de wol vanavond en maak het knus. Cheers op de poëzie!

De 60 boeken van Hans in 2024

Als 2024 al een topjaar was op loopgebied, dan was het dat zeker ook op leesvlak. Maar liefst 60 boeken heb ik verslonden; dikke en dunne, grappige en ontroerende, oude en nieuwe… En dankzij Joke als mijn ervaren leesgids waren het stuk voor stuk boeken die absoluut het lezen waard waren. Ik ontdekte ook de kringwinkel als onuitputtelijke bron van boeken voor een spotprijs zodat ik inmiddels een respectabele voorraad leesvoer gehamsterd heb. Heerlijk toch om zoveel keuze te hebben bij het zoeken naar een volgend boek om lekker mee in de zetel te kruipen.

In navolging van Joke ben ik ook begonnen alle boeken die ik gelezen heb te noteren in een schriftje, vergezeld van een score. Maar liefst 10 boeken kregen het voorbije jaar de allerhoogste score 1+. Deze score is enkel voorbehouden voor de echt goede boeken die me bovendien op een of andere manier emotioneel weten te te raken.

Het is onbegonnen werk om over elk van die 60 boeken iets te vertellen, hoewel ze het stuk voor stuk waard zijn om vermeld te worden. Daarom ga ik proberen enkele dwarsdoorsneden van mijn leeservaringen met jullie te delen.

Hattricks: van elf schrijvers las ik meer dan één boek. Uitschieter is Jens Christian Grøndahl met zeven boeken, gevolgd door Ilja Leonard Pfeijffer met vier boeken. Drie boeken: Arnon Grunberg, Tommy Wieringa, Ian McEwan, Solvej Balle en Bart Moeyaert. Twee boeken: Joost Zwagerman, Rob van Essen, Mona Høvring en Paolo Cognetti.

Topscorer: Grøndahl was met voorsprong mijn favoriete schrijver. Van de 7 boeken die ik van hem las kregen er 3 de hoogste score. Hij is de schrijver bij uitstek die me weet te raken door de treffende manier waarop hij beschrijft hoe zijn personages worstelen met en in het leven, hoe ze omgaan met geluk en teleurstellingen, hoe ze de liefde beleven, hoe ze omgaan met de pijn die ze zichzelf en anderen soms gewild, soms ongewild aandoen. De kracht van zijn romans zit denk ik in de grote herkenbaarheid. Ik durf Grøndahl dan ook mijn lievelingsschrijver van het moment te noemen.

Gouden schoen: ik las drie boeken van Nobelprijswinnaars; Han Kang (De vegetariër), Jon Fosse (Ochtend en avond) en Gabriel Garcia Márquez (Honderd jaar eenzaamheid). Honderd jaar eenzaamheid begon ik enkele jaren geleden al eens te lezen, maar ik legde het halverwege aan de kant. Deze keer zette ik door en las deze pil helemaal uit. De vegetariër van Han Kan was het enige boek van deze drie dat de hoogste score kreeg en was toch ook echt een van de beste boeken die ik in 2024 gelezen heb, wat mij betreft dus zeker een terechte Nobelprijswinnaar. Al zijn Joke en ik ervan overtuigd dat ook Murakami zonder twijfel in dit rijtje thuishoort.

Plaatjes: ik las vooral fictie, van de 60 boeken waren er slechts twee non-fictie. Verder las ik ook een prachtig stripverhaal, Op een zee van leugens, over het leven van Anaïs Nin, dat me er op zijn beurt weer toe aanzette om Kreeftskeerkring van Henry Miller te lezen. Het is altijd fijn als er iets is dat op een of andere manier een aanleiding vormt om een bepaald boek te lezen. Dat kan een ander boek zijn, maar het kan evengoed iets anders zijn. Zo heb ik Woeste hoogten gelezen omdat het nummer Wuthering Heights van Kate Bush me erg intrigeerde.

Legendes: de volgende klassiekers passeerden de revue. Stoner (John Williams), Woeste hoogten (Emily Brontë), Honderd jaar eenzaamheid (Gabriel Garcia Márquez), Kreeftskeerkring (Henry Miller), Gloed (Sándor Márai), De maan en het vuur (Cesare Pavese). Allemaal decennia geleden geschreven maar allesbehalve gedateerd. De thema’s die in deze boeken op meesterlijke wijze aan bod komen zijn zodanig universeel en tijdloos dat ze ook nu nog brandend actueel zijn.

Tot slot, welke boeken wil ik jullie met stip aanraden? Oftewel, welke “1+” boeken hebben mij van m’n sokken geblazen, hopend dat ze met jullie hetzelfde zullen doen?

  • De melkweg – Bart Moeyaert
  • Lessen – Ian McEwan
  • De vegetariër – Han Kang
  • Stoner – John Williams
  • Portret van een man – Jens Christian Grøndahl

Het moment – En nu op naar 2025!

Lieve lezers

2024 eindigt op een dinsdag. Laat dat nu net een dag zijn waar ik geen hoge pet van op heb. Op een dinsdag is de kans het grootst dat mijn mentale en fysieke energie in een dip zit. Het zijn dagen die identiteitsloos hangen te bungelen tussen maandag en woensdag. Toeval bestaat natuurlijk niet, het zegt iets over dit jaar. Aan intensiteit geen gebrek, ook niet aan bijzondere gebeurtenissen, maar er waren toch wat dipjes in de curve. Dingen die aansleepten en uitzichtloos leken. Cirkels die vicieus van aard waren, soms werden gerond of opnieuw begonnen. Er werd wat af gebungeld in 2024. Een zuinig jaar zou ik het echter niet noemen. Ik heb heel veel en kreeg alleen nog meer: een overdaad aan liefde, zowel van de man als de zussen van mijn leven. Ik zet dit jaar dus met veel plezier op de stoep op een dinsdag.

Vrouw van het jaar 2024 is zonder enige twijfel Froukje. De Nederlandse alleskunner die prachtige liedjes schrijft en die dan ook nog eens prachtig brengt. Omdat toeval dus echt niet bestaat bleek Zeeën van liefde volgens Spotify mijn nummer 1 van het afgelopen jaar. Froukje is mijn gids in emotioneel moerassig gebied. Ze raakt me keer op keer. Net zo blij word ik van mijn kapper Selma, die ik dit jaar ontdekte. Ze heeft Kroatische roots en weet wat ze wil. Onomwonden stelde ze vast dat mijn kapsel achteraan niet pittig was. Ik onderging en vertrouwde haar advies. Selma had gelijk. Een pittig kapsel is niet braafjes opgeknipt langs achteren. Selma en ik, wij begrijpen elkaar. Een andere vrouw die een diepe indruk naliet was Gisèle Pelicot, hét gezicht voor alle slachtoffers van seksueel geweld die in het openbaar durfde af te rekenen met de schaamte. Zeer veel bewondering. Tot slot verdient ook Stephanie Van Houtven hier een plaats. Ze stierf op 39-jarige leeftijd aan baarmoederhalskanker (slik), maar zorgde ervoor dat vrouwen uitgebreider op die ziekte gescreend zullen worden vanaf 1 januari 2025. Boegbeelden en rolmodellen, we hebben ze allemaal nodig.

Ik werd dit jaar 39 op een vrijdag de 13e. Dat is 3×13 en Hans die werd 4×13. Het is symboliek waar ik goed op ga. Daarbovenop was er nog de 2x 100 mijl die Hans liep, de legendarische 2e plek van Seppe in de Hel, de baby van Roos die onderweg is en het onmeetbaar grote hart van Marike. Ook de levenswijsheden van mijn 5-jarige metekindje Leah wil ik jullie niet onthouden. De dood van Ada was voor Leah een eerste confrontatie met de eindigheid van een (katten)leven. Ze heeft nog steeds af en toe verdriet omdat haar dikke vriend er niet meer is en nooit meer terug komt. Het helpt haar dan om met een ingelijste foto van Ada in bed te kruipen. Sta stil bij je verdriet en geef toe aan de troost. Mogelijk herinneren jullie je het kerstdrama nog dat zich 2 jaar geleden afspeelde: Leah knalde in volle vaart tegen een stoelpoot en hield er een eivormige buil op haar hoofd aan over. Dit jaar was er een salontafel bij het pre-kerstdrama betrokken. Menig salontafel is het lot beschoren om tegen beter weten in een kinderkopje te willen opvangen. Leah moest naar de dokter van wacht en die haalde een grote naald boven om de wonde op haar kin te hechten. Ze had gehuild omwille van die naald en de plakker op haar kin, maar ze vertelde ook parmantig dat ze nadien snoepjes uit de nachtwinkel had gekregen. Voilà, mensen. Onderga je lot, laat alle emoties de vrije loop en beloon jezelf nadien met iets lekkers.

Luisteraars van Radio 1 verkozen sluimervriend tot ontbreekwoord van het jaar. Het is een vriend die je lange tijd niet kan zien, maar waarmee je moeiteloos de gespreksdraad weer oppikt bij een ontmoeting. 2024 leerde me dat het schip niet zinkt als de dingen af en toe eens sluimeren en aanslepen. Het vuur kan niet altijd vollen bak branden, soms smeult en sluimert het wat aan. Er hangen al eens wat losse draadjes te bungelen, net zoals dagen dat doen tussen weken. Niet alles moet op elk moment 100% betekenisvol zijn. Ik heb graag dat er dingen gebeuren in het leven, dat er volop plannen worden gesmeed en met daadkracht gehandeld. Soms is het onvermijdelijk dat het gewoon wat sluimert en broeit. Het tienerwoord van het jaar is noncha. Wel, ik ben fan. Van een meer noncha levenshouding waarbij het soms ook windstil is.

2024 zit er bijna op. Hand in hand met mijn schatjes Roos en Hans ga ik de jaarwisseling vieren. Ik heb heel wat om naar uit te kijken in 2025. De komst van een nichtje in de familie, het EK marathon Brussel-Leuven, een 100 kilometer lange trail, een optreden van mijn tieneridolen en mijn 40e verjaardag: om maar wat te noemen. 2024 was geen gemakkelijk jaar, maar is het dat ooit eigenlijk echt? Liefste lezers, ik wens jullie een schitterend uiteinde en een flitsend dan wel sluimerend begin toe. Ik wens jullie alle goeds en moois, dat de kleinste droom grootse vormen mag aannemen, dat het kleine blijft sluimeren, dat je jezelf de kans kan geven om eens ergens tussen de bungelen. Maak een prioriteit van wat je graag doet. Maak er een feestje van als je daar zin in hebt. Tot slot wil ik jullie nogmaals uitdrukkelijk bedanken voor de trouwe steun en de enthousiaste reacties. Joke loopt ook als ze niet blogt, maar ze doet dat toch het liefst als de blogs gelezen en gewaardeerd worden. Jullie hebben me al zoveel gegeven. Dank daarvoor.

Ik wens jullie een royaal 2025!

Joke
X

Het moment – Nieuw leven in het bijna oude jaar

De eindsprint van 2024 is ingezet. Meer dan ooit is dat een periode waarin ik het afgelopen jaar eens goed doorkauw. Ik ben nu eenmaal een mens van mijmeren en overpeinzen, van terug- en ook vooruitblikken. Een algemene contemplatie op het jaar 2024 (zou het intens zijn?!) volgt traditiegetrouw op de laatste dag van het jaar, als we het samen gezellig kunnen uitzwaaien en een ander verwelkomen. Er is ook iets om nu al bij stil te staan: dit is het 400e bericht dat ik op mijn blog zal publiceren. Een rond en mooi getal dat ik graag wijd aan een verlaat verhaal over nieuw leven in de kerststal. Het betreft een nieuw ding, twee harige huisgenoten en de komst van een klein mensje.  

Het eerste dingetje: er hangt een nieuwe Garmin rond mijn pols. Ik kocht mijn allereerste Garmin Forerunner in het mintgroen in november 2014. Ik liep een half jaar en was al die tijd aangewezen op mijn gevoel om te weten hoe lang ik onderweg was. Over die vuurdoop vertelde ik hier al eens wat meer. Na twee jaar ruilde ik het flashy exemplaar in voor een andere Forerunner. Ik ging steeds langer lopen en de batterij moest dat zien zitten. In juli 2021 kwam mijn derde Garmin er en die luidde het begin in van een nieuw looptijdperk. Tot ook die machinerie begon te haperen met de marathon in Berlijn als absoluut dieptepunt (toen het bij een kilometer niet stak op 200 meter meer of minder). Enter de Fenix 7 die ik cadeau kreeg van Hans. Een parel van een horloge is het! Ik ben momenteel nog een absolute beginner met alle functies die de Fenix biedt. Het display is prachtig (net zoals het prentje dat ik krijg als de ochtend begint), de batterij kan ongezien lang mee en de GPS is instant ready voor vertrek. Ik moet nog een beetje wennen aan alle cijfers en rapporten die mij worden meegedeeld, net zoals de trainingssuggesties die net iets te ambitieus zijn voor de dagplanning van het moment. Ik zie het helemaal zitten om er mee te gaan vlammen in het nieuwe jaar.

Op het dierenfront valt er ook nieuws te melden. In het voorjaar namen we afscheid van Ada, onze eigenzinnige 17-jarige poes. Haar dood betekende het begin van een huisdierloos leven en dat was wennen. Rouwen vraagt tijd. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik mijn dieren mis. Ik heb soms heimwee naar de tijd dat ze bij mij waren. Er vloeien nog tranen om wat niet meer is. Dat er op een dag nieuwe poezen in huis zouden komen, dat stond vast. De donkere dagen van het najaar leken ideaal om nieuw leven in huis te verwelkomen. We wilden graag een thuis geven aan een kattenduo uit een opvang, liefst volwassen katten. Zo kruiste het bijzondere stel Phineas en Babette ons pad. Hij een grote witte kater van 9 jaar met een bang hart. Zij een kleine tijgerpoes van 6 maanden met pit. Samen vormen ze een onafscheidelijk duo als pleegpapapoes en –dochter. Sinds eind november wonen ze bij ons. Ze moeten nog wennen aan hun nieuwe omgeving en thuis voor altijd, maar onze harten hebben ze al veroverd door de innige band die ze met elkaar hebben. Er gaat af en toe eens een plant tegen de grond en er zit al eens een kat in de boekenkast. Leven in de brouwerij dus, heerlijk.

En dan is het vooral heel erg uitkijken naar maart 2025. Roos was hier – uiteraard – de afgelopen maanden niet weg te slaan uit de verhalen. Wat ik echter nog niet vertelde, is dat Roos zwanger is. Jawel! Wij sliepen tijdens de Great Escape dus eigenlijk met z’n drietjes in de kofferbak van de auto en Roos stond er in Berlijn niet helemaal alleen voor tijdens haar skeelerrondes. Ik krijg er een nichtje bij, hoe geweldig is dat. Roos en Niko worden ouders van een klein mensje dat ongetwijfeld een bron zal zijn van verhalen en creatieve uitspattingen. Als dat geen leuk nieuws is waar jullie nog vaak een vervolg op zullen lezen!

Geniet nog van de laatste dagen van 2024. Ik hoor de 5 al op de deur bonzen.