Het moment – Happy birthday to Roos!

Beste Roos
Liefste sisje

Op zondag 12 september 1992 kreeg ik nog een zusje, keurig een dag te vroeg afgeleverd voor mijn 7e verjaardag. Jij bent het beste verjaardagscadeau dat ik ooit kreeg. De roze kers op de taart die ons gezin compleet maakte, een sociaal en vrolijk kind dat zich altijd aanpaste aan het spel en het plan. Een plantrekker die als jongste van vier vooral ook haar eigen ding deed.

7 jaar geleden was ik dus 29. We hadden een plan: een eerste vakantie samen, naar Parijs dan nog wel. Nadien zouden we naar Londen gaan. En daarna naar New York voor mijn 30e verjaardag. We kwamen dus nooit verder dan Parijs. We ontdekten dat Den Haag ons Parijs in Nederland is en Brussel dan weer Parijs in België. We ontdekten samen de marathon en dat alles daar voor ons in samenkomt. Als wij samen zijn is het altijd goed. Ook als we ergens onder een afdak in de regen staan te wachten.

Wij zijn communicerende vaten. Altijd met elkaar verbonden. Altijd met elkaar in interactie. We inspireren en stimuleren elkaar, op het vermoeiende af voor onze omgeving. Hoe ouder we worden, hoe verder we van elkaar wonen, hoe harder het gemis kan toeslaan. Bewust: dan stuur ik een bericht IK MIS JE!!! Onbewust: dan zie ik je en besef ik dat mijn gelukscurve meteen exponentieel stijgt. Ik heb lang het gevoel gehad dat ik jou moest beschermen. Dat ik je onder m’n hoede moest nemen en wijze lessen zou leren over het leven. Tot ik dus 30 werd, mijn leven wat op z’n kop stond en jij samen met Marike over mij ging zussen. Ik leer elke dag van jullie.

Het was niet gemakkelijk om een min of meer recente foto van jou te vinden die geschikt was voor publicatie. We waren het afgelopen jaar te weinig samen op pad naar god-weet-waar. Wel stuurden we elkaar opvallend veel foto’s van bezwete kleding (kijk eens hoe hard ik heb gezweet), van drogend wasgoed (kijk eens hoeveel wasjes ik heb gedaan), van onze oorlellen, voeten of afgepeigerde gezichten op vrijdagavond als we elk in onze eigen zetel voor dood liggen. Om maar te zeggen: er is weinig niet bespreekbaar tussen ons. Het is nooit echt stil.

Vandaag vieren we in stijl. Door 20 kilometer te lopen. In Brussel. ’s Avonds klinken we en eten we taart. Wat een feest! Wat een zus! Happy birthday, kleinste grootste zus van mij. Tina heeft gelijk. You’re the best. You’re simply the best!

Joke
x

AXIB8224

Loperspraat – De kunst van het supporteren

Voeg een “up” toe aan sporter en je krijgt een supporter met de belangrijke taak om de sporter “op” te trekken en te ondersteunen waar nodig. In de familie Odeyn zijn er sporters en supporters volgens een wisselende rolverdeling. Ik ben oprecht graag supporter en bevoorrader, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in mijn familie betere supporters zijn dan ikzelf. Het ontbreekt mij soms aan het geduld dat supporteren vergt. Ook verdraag ik de prikkels minder goed die als supporter continu op je worden afgevuurd. Als sporter heb je het eigenlijk gemakkelijker. Een marathon lopen is, op die dag zelf, een relatief eenvoudige missie. Je moet tijdig in je startvak staan en dan moet je gewoon lopen. Mijn supporters daarentegen kienen een ijzersterk plan uit dat onderhevig is aan een veelvoud van factoren.

Ik ben natuurlijk een verwend kind met zo’n sterk vrouwelijk team rond mij. Tijdens mijn marathons, maar zeker ook tijdens de Hel van Kasterlee, zijn mijn supporters rotsen in de branding, veilige bakens die uitgezet worden in een woelige zee. Op voorhand weet ik altijd wanneer ik hen zal zien. Omdat het contact zo vluchtig is, denk ik na over wat ik zal zeggen en welke indruk ik wil nalaten. Je wil eerlijk zijn als het lastig is, maar je wil ze ook niet ongerust maken. In een flits geven ze me energie om door te gaan. De nabespreking is ook essentieel. Dan leggen we als het ware een puzzel waarin alle ervaringen samenkomen. Alles samen wordt dat dan Het Verhaal van die marathon of ervaring. Mijn mama en zussen hebben het supporterschap tot een ware kunst verheven. Puur vakmanschap is het als ik hen bezig zie. Ze waren bereid om hun ervaringen te delen en jullie een inkijk te geven in hun supportersziel.

IMG_2257b
Bevoorraders, supporters en sporters in actie tijdens de La Chouffe trail 2018.

Marike: Ik herinner me nog heel goed mijn allereerste supporterservaring tijdens de eerste marathon van Joke en Roos in Leiden (mei 2015). Ons eerste bevoorradingspunt bevond zich op kilometer 10. Mama en ik waren heel zenuwachtig. We hadden alles goed voorbereid en we stonden daar hypergeconcentreerd uit schrik dat we onze lopers zouden missen. Toen ik mijn zussen dan eindelijk zag lopen kreeg ik echt een krop in mijn keel. Ik kon niet veel roepen, maar mama die begon als een gek te schreeuwen. Zelfs de mondige Nederlanders waren onder de indruk. Ik schaamde me toen wel een beetje, maar ik dacht: mijn zussen zijn wel een marathon aan het lopen! Bij papa zijn eerste marathon (september 2015) ging ik bevoorraden op de fiets. Ik reed toen verloren en moest echt de ziel uit mijn lijf fietsen om hem toch zijn drinkbus te kunnen geven. Ik dacht ook heel de tijd: waarom loopt die zo snel?! De dag eindigde met papa die naar huis reed terwijl mama en ik op de achterbank lagen te slapen.

Supporteren is zeker ook ontspannend. Je komt op mooie plaatsen en je maakt om die reden uitstappen met de familie. Omdat wij altijd schrik hebben om te laat op ons supporterspunt te staan, zijn we daar veel te vroeg, maar dan is er dus nog tijd om te chillen. Zeker als Roos voor de juist muziek zorgt. Een supporter moet zich tot in de puntjes hebben voorbereid en beschikt best ook over een goed oriëntatievermogen. Het is handig als je goed kan rekenen: tijden, afstanden, kilometers per uur of minuten per kilometer. Je moet die snelheden ook nog kunnen afstemmen op je eigen snelheid die soms afhankelijk is van het openbaar vervoer: een lastige wiskundige som! Omdat ik zelf heel snel koud heb, neem ik altijd heel veel kleren mee, want je kan natuurlijk niet zelf gaan klagen. Uiteindelijk is het de kunst om zoveel mogelijk supportersmomenten mee te pikken zonder het risico te nemen dat je een post mist, want dat is echt het ergste wat je kan overkomen.

WSAG3815
Ook voor supporteren geldt: jong geleerd is oud gedaan.

Mama: Mijn mooiste supportersherinnering was toen Seppe wereldkampioen duatlon werd in Zofingen (september 2016). Echt heel bijzonder was het om daar bij te kunnen zijn. Het belangrijkste voor een supporter en bevoorrader vind ik parcourskennis. Je mag niets aan het toeval overlaten. Desnoods sta je een uur op voorhand klaar met de drinkbus in de hand. Je moet echt op alles voorbereid zijn. Het allerergste wat je kan overkomen is dat je sporter iets vraagt (drank, eten of medicatie) en dat je dat niet op zak zou hebben. Je hebt best een luide en herkenbare stem waarmee je de naam van de sporter hard roept, gewoon enkel de naam volstaat. Ik vind het belangrijk om ook voor andere deelnemers te supporteren. Soms kunnen die echt smachtend kijken om een aanmoediging te ontvangen. Raad of commentaar geven is ten strengste verboden. Je mag je sporter nooit onderschatten. Je berichtgeving aan haar of hem moet altijd positief zijn. Het verhaal van de sporter krijgt altijd voorrang. Je mag niet zelf klagen over je kleine ongemakken. Achteraf is het dan wel heel belangrijk om straffe verhalen te vertellen. Supporteren is doodvermoeiend, maar ik geniet er heel hard van. Het is echt een adrenalineshot voor mij.

IMG_0204b
Papa in actie als supporter met de basis supportershouding: gefocust applaudisserend voor iedereen.

Roos: De mooiste supportersherinneringen heb ik aan de Hel van Kasterlee. Dat is supporteren, genieten en vieren op alle niveaus. Eén groot feest. Het is uniek dat er zoveel familieleden meedoen. Ook de eerste ultratrail die Joke en papa liepen in Houffalize zal ik niet snel vergeten omdat het de eerste keer een trail was, daarbij dan dat parcours, hun prestatie, heel dat weekend en die omgeving. Magisch. Supporters zijn van onschatbare waarde, zeker bij grotere prestaties. Die taak moet je dan ook ernstig nemen. Toch is het belangrijk om te werken aan je eigen supportersbeleving: jezelf voorzien van koffie, koeken en alles waar je zin in hebt eigenlijk. Je moet je ook verheugen op het event en dat delen met de sporters. Supporteren doe je best in duo’s. Teams van twee personen die contact houden met elkaar werkt heel goed. Op voorhand moet je dan ook een goede taakverdeling maken. 

Een supporter moet voorbereid zijn op alle vlakken. Je eigen plan van die dag moet glashelder in je hoofd zitten. Je moet voorbereid zijn op alle mogelijke scenario’s en hierop kunnen anticiperen. Ook ben je maar beter behendig met de gsm om de andere supporters of het thuisfront snel en efficiënt op de hoogte te brengen van de recentste ontwikkelingen. Je maakt natuurlijk ook foto’s van sporters en supporters. Een goede supporter heeft inzicht in het kunnen van de atleet en eventueel kennis van de tegenstander als het echt een competitie is. Je moet weten wat de pijnpunten zullen zijn bij de prestatie: wat zijn de moeilijke momenten en hoe gaat mijn atleet hiermee om? Tot slot heb je een portie stalen zenuwen nodig en een overdosis enthousiasme en bewondering voor wat de atleet presteert, ongeacht het resultaat.

IMG_2080b

Supporteren kan je leren: het is een vorm van overgave, adrenaline en meegaan op de flow. Je mag niet alleen voor je eigen atleet supporteren, maar je moet enthousiasme tonen voor het event, andere deelnemers en de hele organisatie. Sta daar dus niet als een idioot met je gsm in de aanslag in de verte te turen met enkel oog voor jouw atleet. Als die nadert, dan ga je zoveel mogelijk lawaai maken, extra lawaai. Dat gaat in fasen: eerst joelen wanneer je haar of hem in je vizier hebt, dan focus je weer op de taak als zij of hij je nadert, je tracht iets te zeggen (soms kan iets vragen ook) en je joelt weer na. Zorg dat iedereen rondom jou doorheeft dat dat JOUW sporter was en dat je daar fier op bent. De sporter heeft maar één taak: het beste uit zichzelf halen. Nadien is die wel lichtjes verplicht om te laten voelen hoe belangrijk de supporters waren tijdens de prestatie. Het eindeloos napraten over de ervaring en de indrukken die je opdeed maakt het nagenieten ook zo mooi voor alle partijen.

Loperspraat – De schoonheid van de stratenloop

Wat mij betreft mag stratenloop Woord van het Jaar 2021 worden. Gewoon al omdat het op semantisch niveau zo’n helder woord is. Een stratenloop zou ik omschrijven als een gebeurtenis waarbij recreatieve lopers in wedstrijdverband over straten lopen. Een straat kent in België diverse verschijningsvormen: klassiek is ze geasfalteerd en bebouwd, bij uitbreiding is een kasseiweg ook nog steeds een straat en valt zelfs een onverharde weg in het bos onder diezelfde noemer. Variatie troef dus, want ook modderstroken en hoogtemeters maken mogelijk deel uit van het stratenloopparcours, waarbij je dan ook nog eens kan kiezen tussen een lange en korte afstand. Stratenlopen is een weekendaangelegenheid en het weekend, lieve mensen, dat begint op vrijdagavond. 2021 is het jaar waarin Roos en ik de stratenloop herontdekten, dat durf ik nu al te zeggen.

Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik, ondanks mijn grote hart voor de natuur, als sporter toch ook een stevige boon heb voor asfalt. Een trail lopen is een geweldige ervaring, maar na een paar kilometer stevig klimmen en dalen (bij de La Chouffe trail bijvoorbeeld) kan ik mij niet van de gedachte ontdoen dat asfalt een heerlijkheid is om je over voort te bewegen. Toen Roos en ik in onze eerste passen in de loperswereld zetten, waren we vrijwel meteen verknocht aan stratenlopen. Met name in 2015 en 2016 beleefden wij hoogdagen op straat dankzij het regelmatigheidscriterium van Vlaams-Brabant. In 2016 kon ik dat zelfs winnen in mijn categorie. Heel slim om een algemeen klassement in te voeren. Wij liepen tussen april en september makkelijk een stratenloop of 10, want ja: ongeacht je ranking kreeg je ook punten voor je deelname. Je plek in het klassement verdedigde je natuurlijk alsof je leven ervan afhing.

Roos en ik kiezen altijd voor de langste afstand van 10 à 15 kilometer. Onze eerste stratenlopen liepen we zonder GPS-horloge. Op basis van de signalisatie wisten we wel ongeveer hoeveel kilometer we nog hadden te gaan. Voor het uiteindelijke resultaat was het ’s avonds wachten geblazen tot de uitslag online verscheen. Dan kon meteen ook de grote analyse beginnen. Onze wedstrijdtactiek was nochtans simpel: we vertrokken zo snel mogelijk en probeerden dat zo lang mogelijk vol te houden. Na een paar kilometer was het kwestie van de schade te beperken en door te bikkelen. Doseren of indelen was ons vreemd. Zoals een wielrenner in een peloton leert fietsen, zo leert een loper zichzelf ook beter kennen aan de hand van andere lopers. Je leert hoe lang één kilometer nog kan zijn en dat iemand volgen echt wel aangenamer is dan in je eentje te strijden. Je leert je eigen tempo’s kennen en hoe lang je die kan volhouden. Je leert vooral ook op een heel laagdrempelige manier competitie lopen. Als het startschot weerklinkt geef je het beste van jezelf en doe je iets wat moeilijk op training te simuleren is. Voor en na de race is er van competitiviteit weinig sprake. Bij een stratenloop hangt immers altijd een gemoedelijk ons-kent-ons-sfeertje. Ons kent ons daar ook daadwerkelijk, want je treft altijd dezelfde mensen aan die samen één grote loopclub vormen.

In 2017 waren wij dus een beetje klaar met stratenlopen. We hadden het idee dat we het wel allemaal hadden gezien en meegemaakt. We waren verkeerd. Op 7 augustus 2021 was daar onze officiële comeback op een stratenloop. We liepen de 14 kilometer van de Bierloop in Holsbeek. Zondag 22 augustus legden we 15 kilometer af bij de Haachtse Loop. Wat was het een intens blij weerzien met de straten en de lopers ervan! Wij zijn dan wel enkele jaren afwezig geweest, in se bleek er helemaal niks veranderd: dezelfde lopers, roestige veiligheidsspelden bij de inschrijving, een vriendelijke organisatie en jeugdig enthousiasme bij de kinderlopen. Als ik zelf aan de start sta, denk ik altijd: vandaag heb ik geen zin om snel te lopen, maar als ik dan vertrokken ben wordt er iets in mij gewekt dat het beste in mijn lopende zelf naar boven haalt. Het gaat dan niet alleen om snelheid, maar ook om het pure geluk dat lopen voor mij nog altijd is. Zo besefte ik een week geleden toen ik in de gietende regen over een straat in Haacht liep wat een sensatie het is om veilig in het midden van een straat te kunnen lopen.

Mijn twee deelnames deze maand waren telkens goed voor een podiumplek. Ik won zo al 1,5 liter wijn en 1,75 liter bier. Het doet me oprecht veel deugd dat ik nu bij de top 3 behoor, maar eerlijk gezegd vind ik niks zo ongemakkelijk als op een podium staan. Zelfs als er geen verhoogd podium is, sta je daar maar wat onwennig te glimlachen voor de foto waarvan je niet wil weten waar hij zal verschijnen. Liefst van al ga ik gewoon op in de massa lopers. Het allermooiste van een stratenloop vind ik juist dat het een plek is waar ik op dat moment alleen maar een loper ben. Met anderen praat je over lopen (blessures, wedstrijdverloop, plannen). Iedereen draagt een uniform (loopkleding). Het weer is nooit een spelbreker (je bent daar om te lopen of het nu bloedheet of zeikweer is). Er is geen actualiteit, er zijn geen meningen en ook leeftijd lijkt niet echt een issue te zijn. Soms is er een kermis of dorpsfeest aan de gang, maar ook als dat niet het geval is brengt een stratenloop mensen samen. Omdat ze graag over straten willen lopen. In al z’n eenvoud is een stratenloop een stukje Belgische folklore: 100% onversneden immaterieel erfgoed.

Het moment – Een memorabele 51 km

Er was eens een loper. Ze woonde in een charmant dorp zonder bos en wilde graag eens 51 kilometer lopen. Om haar missie te volbrengen riep ze de hulp in van vijf andere lopers, zeven fietsers, een handvol toegewijde supporters en een hond. Na 51 kilometer bereikte ze haar doel. Ze leeft hopelijk nog lang en gelukkig.

Om lang te lopen kan je maar beter kinderlijk naïef zijn en uitgaan van het meest gunstige scenario. Niet denken aan beren op de weg in de vorm van verzuring, buikkrampen en klopjes in alle soorten en maten. Over het hoe en waarom van die 51 kilometer vertelde ik al eerder. Een doel hebben is leuk omdat je ergens naartoe kan leven. Zaterdag rustdag, zondag duurloopdag: dat was het plan. Zaterdag deed ik dus niet veel. Ik dronk veel water, at een stapel boterhammen en las veel pagina’s. Zondag 16 mei ging de wekker om 5u30. Wie lang wil lopen, moet vroeg opstaan. Er stonden nog eens havermoutpannenkoeken op mijn ontbijtmenu. Nadat ik die met smaak had weggewerkt, begon het aftellen. Om 9u stipt zou ik namelijk beginnen aan mijn ultra-vriendenloop en aangezien de betrokkenen mijn live-locatie konden volgen, kon ik niet ongemerkt vroeger starten. Ik had me dus strikt aan het opgegeven tijdsschema te houden.

KNTW2652

Twee minuten voor de start stond ik klaar aan de kerk in mijn dorp. Daar was helemaal niks te beleven. Ik denk dat het slechts zelden gebeurt dat iemand er al gierend van de adrenaline selfies staat te maken in een provisoir startvak. Het weer zat alleszins mee. Ja, dit moest en zou onze dag worden! Om 9u stipt ging ik van start. Traditiegetrouw liep ik mijn eerste kilometers zogezegd ingehouden, maar eigenlijk veel te snel. Ik zou 18 kilometer alleen lopen via mijn woonwerkloopverkeer. Omdat die kilometers grotendeels off-road liepen, beschouwde ik ze als een niet te onderschatten onderdeel van mijn loopavontuur. Bovendien had ik niet echt rekening gehouden met de wind die mij in het vizier kreeg tussen de velden. Op zo’n momenten zit de wind altijd tegen. Ik was dan ook heel blij toen ik na een solo van anderhalf uur een eerste gezelschapsloper kreeg: niemand minder dan mijn jeugdvriendin Elizabeth. Na een pittige verhuismaand had zij toch de energie gevonden om wat kilometers mee te draaien. Ook jeugdvriend Rembert voegde zich bij ons en natuurlijk was er ook mama op de fiets. Ik vergat helemaal dat ik al een halve marathon gelopen had.

ADAG8737

De sfeer in mijn privé-peloton was zo goed dat ik de route wat uit het oog verloor, net op een punt waar ik wat minder thuis was. We zouden namelijk langs Murielle lopen, maar ik miste een afslag, waardoor we een stukje moesten freestylen en zelfs teruglopen om Murielle op te pikken. Inmiddels sloeg de verhuisvermoeidheid toe bij Elizabeth, maar wie haar een beetje kent (ik dus), weet dat zij een opper-bikkel is die blijft gaan. Met drie vriendjes en een mama liep ik dus richting Parkpoort. Vanaf daar liep ik alleen verder met Murielle. We passeerden langs een enthousiaste Pieter-Jan en Joost, die met de ramen wijd open een stevige beat door de Leuvense straten lieten weerklinken. Het was duidelijk dat zij ervaring hebben met de muzikale ondersteuning bij loopevenementen. Wat verder sloot Marike zich fietsend aan en ging het verder richting Arenberg in Heverlee. Heel vertrouwd terrein, aangezien het vijf jaar mijn (loop)habitat geweest is. Mijn geliefde Heverleebos lieten we links liggen en dan was het alweer tijd om afscheid te nemen van Murielle. Ik vervolgde mijn route langs mijn oude straat in Heverlee. Nog bekender terrein dus. Zo bekend dat ik vergeten was dat je daar anderhalve kilometer lang stevig omhoog loopt. Mijn onvermijdelijke pré-30km-klop was een feit. Ik voelde wat buikkrampen, besefte dat ik nog een heel eind te gaan had en ik wist: ja, dit is duurlopen.

OFIQ2468

Ik moest nog een halve marathon rond kunnen draaien, dat lukte wel, maar toch: het deed pijn. Heel raar is dat niet. Ik lijk dat onderdeel van duurlopen echter altijd wat te vergeten. Gelukkig kon ik de Sigarenberg in Herent – sinds de Everestprestatie van Seppe ook wel Mount Odeyn genoemd – redelijk gezwind naar beneden lopen. Langs de spoorweg ging het verder richting Vaart. Terwijl we een eerste (en enige) buitje over ons heen kregen, begon ik af te tellen naar het gezelschap van fris lopersbloed. Een nieuwe lichting lopers diende zich namelijk aan: niemand minder dan Roos en papa. In hun gezelschap liep ik al ettelijke kilometers, zag ik al behoorlijk wat sterretjes en stierf ik zelfs al meerdere doden. Het deed me echter plezier om weer langs de Vaart, mijn Vaart, te lopen: een stuk asfalt waar ik honderden duurkilometers liep. Toen Seppe nog een stukje meefietste waren we plots als gezin compleet. Wat een verrassing!

NYIO6640

HOIO6508

Zo gezellig als het klinkt, zo lastig had ik het wel. Dat familieloopje voelde allesbehalve aan als een koffiekransje in intieme kring. Ik had er ondertussen een kilometer of 38 opzitten en ik stelde mezelf oprecht de vraag waarom ik niet “gewoon” een marathon had kunnen lopen, want dan was ik er nu bijna. Die 9 kilometer die ik langer zou lopen, leken een marathon op zich. Ik had beter moeten trainen, dat schoot meermaals door mijn hoofd. Onzin natuurlijk, want ik liep nog altijd een stevig tempo aangezien ik mijn marathon kon afklokken op 3u43. De lange staart die de marathon kreeg, kostte me steeds meer energie. Ik keek reikhalzend uit naar mijn laatste supportersclub: An, Wim, Lieselore, Reinout én Milo. Na de ellendige kasseien in Wakkerzeel met 47 kilometer op de teller zag ik hen: hyper-enthousiast en extreem aanmoedigend met gepersonaliseerde opschriften en al! Dit was wat ik nodig had om die 51 kilometer af te haspelen. De laatste loodjes deden pijn, maar desondanks kon ik genieten van het mooie gezelschap dat ik rond me had. Aan de finish in Rotselaar stonden Niko, Peter, Leah en mijn eigen peter Mark. Jawadde zeg, een looptocht van 51, 14 kilometer in 4u33. De zon scheen, de vlaggetjes hingen uit en ik was een tevreden mens.

TZSR1037

Lopen blijft een eenvoudige en veelal eenzame bezigheid. Juist daarom hou ik er zo van en kon ik ook eens zo hard genieten van die hele entourage rond mij. Op zondag 16 mei was lopen een teamsport. Mijn vriendenloop bracht me meer dan verwacht. De beleving was intens, de ontroering eens zo groot. Het was een moment om stil te staan bij het feit dat ik al zeven jaar een afstandsloper ben. Zeven jaar van gaan-gaan-gaan, van pieken en dalen, soms aan mezelf voorbij lopen, maar bovenal lopen met hart en ziel. Ik loop nu meer dan ooit omdat ik er gelukkig van word. Ik loop ook omdat ik er anderen mee hoop te inspireren: dat je niet moet voldoen aan een slankheidsideaal om een duurloper te zijn, dat je moet durven dromen en dat je soms gewoon moet doen. Ik besef dat ik dankbaar moet zijn omdat ik een lijf heb dat dit fysiek aankan. Ik besef dat ik deze loper geworden ben dankzij een bende lieve mensen om me heen, die me niet alleen steunen, maar ook blij zijn als ze deel kunnen uitmaken van mijn dromen. Een dikke merci is hier dus op zijn plaats: voor zij die erbij waren, voor zij die vanop afstand en van thuis uit hebben meegeleefd. Voor mijn trouwe lezers en mijn volgers. Jullie zijn de beste!

XHLJ2131

Waarom ik vanavond zeker naar het Eurosongfestival kijk

Ik werd deze week vaak wat meewarig aangekeken als ik me enthousiast uitliet over het Songfestival. Vooral omdat ik oprecht enthousiast was en zonder enige schroom vertelde dat ik genoten had van de halve finales en de bijhorende Spotify-lijst. Het Songfestival is voor mij geen guilty pleasure (één van die woorden waar ik een hekel aan heb), maar een ongegeneerd pleziertje. Ik geef jullie graag vijf goede redenen om vanavond af te stemmen op Eurovision en enkele uren voor de tv te hangen.

  • Omdat het Songfestival bij onze immer enthousiaste noorderburen doorgaat. Dat hebben ze te danken aan de verdiende winnaar van 2019: Duncan Laurence. Rotterdam is bovendien één van mijn favoriete Nederlandse steden waar ik heel mooie (loop)herinneringen aan heb. Op deze blog kon ik meegenieten hoe Eurovision de Rotterdamse buurten vorm en kleur gaf.
  • Omdat het Songfestival het feest van de diversiteit is. Europa is er gekleurd, genderfluïde en meertalig. Alles kan, alles moet zelfs. Ook binnen de drie minuten dat een euro-song duurt, voert diversiteit vaak de boventoon. Go_A brengt met een unieke zangtechniek (die klinkt als een schreeuw) Oekraïense folklore in een elektronisch jasje als ode aan de natuur. De Italiaanse rockband (met Deense naam) Måneskin won de Eurostory Best Lyrics Award en toont daarmee aan dat je ook stilistisch verfijnd kan roepen.
  • Omdat het Songfestival naast een visueel spektakel zeker ook een podium is voor uitstekende zangers. De Franse (met Servische roots) Barbara Pravi raakt mij keer op keer met haar klassieke chanson Voilà (dat simpelweg gaat over zijn wie je bent in het leven). De Zwitserse inzending Gjon’s Tears brengt een ballade mét dancemoves waarbij je je afvraagt hoe hoog een mens kan zingen. Adembenemend hoog, zo blijkt!
  • Omdat het Songfestival nu meer dan ooit symbool staat voor hoop. De hoop op een gelijkwaardige behandeling voor elke burger, de hoop op een betere wereld, eentje waar we weer bijeen mogen komen om naar een feestje te gaan. Natuurlijk staat zo’n festival bol van de clichés en schuilt er onder de kilo’s glitter een commercieel verpakte boodschap. We zijn allemaal voor de underdog, janken een potje over de liefde, houden een vurig pleidooi voor een duurzamere wereld en we breken een lans voor female empowerment. Hell no, I am not your honey: zoals de Maltese Destiny het met opzwepende Charleston-vibes weet te brengen. Hoe kan je daar iets op tegen hebben?
  • Omdat het Songfestival het ideale familieprogramma op zaterdagavond is. Mijn eerste levendige Songfestival-herinnering gaat terug naar het jaar 1996 toen Lisa del Bo ons land vertegenwoordigde met Liefde is een kaartspel, een liedje dat Seppe en ik stiekem heel goed vonden. We mochten chips eten voor de tv en lang opblijven. Ik zorgde voor de puntenlijsten. Vooral papa had een ongezouten mening over elke act. Voor hem mocht het niet te traag en kwelerig zijn. We maakten kennis met vriendjespolitiek en we vonden het heel onrechtvaardig dat Malta wél in het Engels mocht zingen. Vanavond kijk ik, net zoals twee jaar geleden, samen met Roos en Sien. Douze points voor sfeer en gezelligheid!

Loperspraat – De ultieme vriendenloop

Zeg Joke, had jij nu geen ambitieuze loopplannen voor het voorjaar? 
Jazeker! Ik kon namelijk niet nog eens een voorjaar laten passeren zonder groot loopproject (grijnst). Daarom onderneem ik zondag nog eens een stevige looptocht. Het doel: 51 kilometer van Tienen tot in Rotselaar via bekend terrein en in goed gezelschap.

Oké, 51 kilometer: WAAROM?
Tja (denkt na) omdat ik daar zin in heb. Als ik een marathon loop, dan wil ik een duidelijk omlijnd concept mét een doel. En ik kon dus niet echt iets bedenken dat aan die voorwaarden voldeed. Bovendien is een marathon lopen voor mij toch altijd wat beladen. Na mijn ultraloop in december besefte ik dat low-profile 50 kilometer lopen, gewoon omdat het kan en mag, echt leuk is. Ik kwam dus tot de conclusie dat langer dan een marathon lopen voor mij vrijblijvender aanvoelt dan een marathon zelf (lacht).

En dat gezelschap, wat mogen we daar van verwachten?
Als er iets is wat ik het afgelopen jaar meer dan ooit heb leren waarderen, dan is het lopen in gezelschap. In deze tijden is het de kunst om te denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Probeer in normale omstandigheden maar eens agenda’s af te stemmen op een zondag om bij vrienden en familie tijd te claimen om een stukje mee te lopen of fietsen: onmogelijk! Wel, nu is er ruimte in die agenda’s. Ik zou zelfs durven zeggen dat mensen blij zijn dat iemand een zot plan heeft waar ze bij kunnen aansluiten. Dat is ook wat ik zag tijdens die straffe looptocht van mijn broer: zoals wel vaker was dat inspirerend. Het wordt dus een ultra looptocht als ode aan de vriendschap: de ultieme vriendenloop.

Heb je je hier de afgelopen maanden dan grondig op voorbereid?
(aarzelt) Ja en nee. Ik fiets en loop altijd wel behoorlijk wat, maar specifieke marathontrainingen liet ik achterwege. Geen intervals of lange duurlopen dus. Mijn woonloopwerkverkeer beschouwde ik als een test om te zien of ik het betere duurloopwerk nog in me had zonder doorgedreven training. Ik had toch het idee dat mijn conditie nog bovengemiddeld goed was en gaf mezelf dus groen licht voor een uitdaging van dit formaat.

We zijn benieuwd naar het verhaal achteraf. Veel succes!
Bedankt! Ik zal er een sportieve lap op geven en als dat tegenvalt: dan is het verhaal achteraf eens zo interessant.

Het portret – Brief aan mijn liefste meter Sien Eggers

Liefste meter

Jij wordt vandaag 70 jaar. Ik ben er 35. Dat betekent dubbel geluk, samen 105 jaar en ontelbaar veel verhalen over ons samen, van vroeger en van nu.

Er valt veel te zeggen over de 35 jaar dat ik je nu ken. Dat we je als kind Tante Sien noemden, maar dat je eigenlijk de tante van onze papa bent en onze groottante (dat is goed, want groter dan tante, zoals je het zelf zegt). Je bent altijd heel duidelijk mijn meter geweest. Dit is mijn petekind! Zo stel je mij al een heel leven voor aan iedereen en dan ben je ook echt trots. Nog steeds, zelfs nu de schattigheid er bij mij af is. Mijn petekind is een titel die ik draag als een eervolle vermelding. Ma filleule, dat zocht je op toen we twee jaar geleden samen naar Parijs gingen, want ook daar moest je natuurlijk kunnen zeggen dat we niet zomaar twee vrouwen samen onderweg waren.

Je bent niet weg te denken uit mijn jeugdherinneringen en die van mijn broer en zussen. Onze logeerpartijen bij jou in Brussel zijn onvergetelijk. Legendarisch zelfs. We denken daar allemaal met een heel warm gevoel aan terug. Bij Tante Sien logeren dat was een all-in verwenpakket dat altijd volgens hetzelfde stramien verliep. We aten wortelpuree en spaghetti. We gingen ondergoed kopen in de GB, we mochten allemaal iets kiezen in de speelgoedwinkel en we gingen de eenden brood geven in het park van Zotte Charlotte. We keken naar E.T. (Marike en jij weenden altijd) en naar een video met drie tekenfilms (eentje ging over een vis die spijbelde en op café ging roken). Later vertelde je mij dat je soms onzeker was omdat je altijd hetzelfde deed met ons. Wij hadden echter niets liever. Altijd hetzelfde bij Tante Sien, dat was gewoon perfect.

Je had toen een heel druk leven. Je was altijd hard aan het werk, reed van hot naar her op de meest onregelmatige tijdstippen, maar als ik jarig was, dan kwam je altijd. Het was pas echt feest als Tante Sien kwam. We vonden je niet alleen zorgzaam en grappig, maar ook fascinerend omdat je een heel ander leven had dan onze ouders. Je woonde alleen in de stad met twee katten die alles mochten, we hoorden je soms Frans spreken, je droeg een bril (nu niet meer), je smeerde boter op je boterhammen (net zoals papa) en je rookte (nu niet meer). Je nam ons mee naar de wereld van het theater waar we ook aan iedereen werden voorgesteld. Je legde ons in de watten. Je vond alles wat we vertelden oprecht interessant. Je entertainde ons en je toonde ons iets van de wereld wat wij niet kenden. Ik kijk nog altijd naar je op omdat je alles met de juiste woorden kan zeggen. En als je het niet weet, dan zeg je dat ook gewoon.

Je werd steeds bekender als actrice. Ook daar leerden wij veel van. Spontane tv bestaat niet en bekende mensen zijn naast hun bekendheid ook gewone mensen. De meesten toch, want het is hier geen Hollywood! We leerden ook dat acteren een hard vak is dat respect verdient, dat de glitter en glamour vaak ver weg zijn. Eén vraag krijg ik heel vaak voorgeschoteld: is die in het echt ook zo grappig? Ik ben er nog altijd niet uit wat het beste antwoord is. Je bent namelijk geen live In de gloria of Lydia Protut. Je bent grappig omdat je durft te zeggen wat je denkt, omdat je een verhaal echt kan brengen (soms met grote-zaal-stem) en omdat je dankzij je scherpe observatievermogen de kleine gebaren van mensen kan imiteren. Jou alleen maar tv-grappig noemen doet te kort aan wie je echt bent. Je bent geen actrice die ook grappig is in het echte leven. Je bent een inspirerende vrouw met een rijk leven die ook actrice is. En grappig.

Zoveel jaren later is er veel en tegelijkertijd weinig veranderd. De oude gewoontes hebben plaatsgemaakt voor nieuwe tradities. We gaan samen naar het theater. Roos en ik blijven logeren met oudjaar, als het Eurosongfestival is en met de 20 kilometer van Brussel. Verjaardagen vieren we ook samen. We zien elkaar nu veel meer en raken nooit uitgepraat. Je bent nog steeds apetrots op ons allemaal en je prijst ons de hemel in aan ieder die het wel en niet horen wil. Door ouder te worden besef ik dat je naast die fascinerende persoonlijkheid ook een mens bent met verdriet, dat acteurs vaak een dunne huid hebben waardoor er veel binnenkomt, dat alleen zijn niet gemakkelijk is, dat het je niet altijd mee zit in het leven. Ongeluk is intens, ongeluk dat kan aanslepen. Toch vind ik het bewonderenswaardig hoe jij in het leven staat. Je durft, doet en blijft dromen. Over wonen op de Champs Elysées, om maar iets te noemen.

Ik hoop dat ik op mijn 70e met evenveel vuur in het leven zal staan. Dat ik net zo ondernemend zal zijn en dat ik met net zoveel plezier terug kan blikken op mijn carrière en ook vooruit, naar wat nog komt. Ik hoop dat ik als meter van Leah evenveel kan betekenen. Dat ik ook een luisterend oor zal zijn, dat ik haar op mijn manier zal kunnen boeien en een rol zal kunnen vervullen in haar leven. De lat ligt hoog, ik denk dat je zelf te weinig beseft hoe belangrijk je voor mij bent.

Liefste meter, je wordt 70 (en daar is niks aan te doen, dat zeg je zelf). Ik wens je een heel gelukkige verjaardag!

Joke

Loperspraat – Waarover ik praat als ik over Den Haag praat

Een zondag in maart en geen CPC Loop in Den Haag, dat doet pijn. Het weer is grillig maarts. De herinneringen aan de CPC die vorig jaar nog op de valreep kon doorgaan liggen vers in het geheugen omdat enkele dagen later een lockdown – al dan niet light – werd afgekondigd. De scholen gingen dicht, het land een beetje op slot, maar wij hadden Den Haag nog op zak. Ik heb lang nagedacht over wat ik kon vertellen over een zondag in maart zonder CPC en wat dat voor mij betekent. Misschien kon ik het hebben over wat ik nog niet vertelde? Al snel bleek dat bitter weinig schrijfstof op te leveren. Ik kon schrijven wat ik juist niet mis van de CPC of waarom ik Den Haag juist heel erg mis? Ook dat kon de lading van mijn gedachten niet helemaal dekken. Ik ga dus voor de chaotische benadering: wat schiet er door mijn hoofd als ik aan Den Haag en de CPC denk?

  • De autorit met Roos en de gewoontes die daarbij horen: verkeerschaos rond Antwerpen, beheerst rijgedrag in Nederland, High Way Den Haag zingen, een kwalitatieve koffiestop mét versnapering (Roos trakteert mij als onkostenvergoeding), heel vaak een herinnering ophalen Weet je nog toen? De volgende keer dat we onderweg zijn volgt ongetwijfeld Weet je nog toen we in augustus met 35 graden zonder airco wegsmolten in de auto?
  • De aartsmoeilijke kledingdilemma’s waar we mee geconfronteerd worden. Maart is een uitdagende maand op vestimentair gebied. Het weer zit op de wipplank tussen winters fris en veelbelovend voorjaars. Bovendien gaat de CPC Loop pas om 14u van start en zie je die dag zowel wind, regen als stralende zon. Het is dan vooral zaak om heel veel soorten kleding in je sporttas te proppen. Ik liep de CPC zowel in een heel blote als in een heel bedekte outfit. We komen daarom altijd belachelijk zwaar gepakt en gezakt aan bij onze familie.
  • De magie van het Malieveld, eigenlijk gewoon een heeeeel groot grasveld dat het kloppend hart van de CPC vormt. Meestal is het er ook modderig, vaak heeeeel modderig.
  • De wind die wij dus totaal niet kunnen inschatten. We vertrouwen daarvoor op de kennis van de locals (onze familie). Het is duidelijk dat wij niet aan zee wonen.
  • Hoe we altijd barsten van het zelfvertrouwen om op de fiets onze weg te vinden in Den Haag, maar dat altijd het onvermijdelijke moment aanbreekt dat Roos de gps moet inschakelen.
  • De AH XL in de Elandstraat waar we een fantastische shoppingervaring beleven. Roos heeft altijd schrik dat de witte bolletjes uitverkocht zullen zijn die ze nodig heeft als ontbijt.
  • Het brede scala aan emoties die de CPC teweeg brengt. Gaande van euforie tot diepe teleurstelling.
  • Irene die ons in de watten legt door voor ons te koken en een lekker bed op te maken. We kunnen met haar ook altijd goed bijbabbelen over de gebeurtenissen in onze familie.
  • Maarten is onze oudste neef en hoewel we intussen allemaal saai volwassen zijn, blijft het heel leuk om hem te plagen. Met zijn kleurrijke outfits bijvoorbeeld, maar ook hoe hij zich altijd als een gek moet haasten om dan nét op tijd of nét te laat te zijn. Roos en ik staan meestal te wachten tot het startvak opengaat, Maarten staat 10 minuten voor het startschot nog aan te schuiven om zijn borstnummer op te halen.
  • Onze neefjes Senne en Lev kijken inmiddels niet meer verschrikt op als de nichtjes van papa aan de deur staan. Ondertussen kunnen ze ook onze Vlaamse tongval begrijpen en waarderen ze ons heel erg als supporters tijdens de kinderloop.
  • De finale van Wie is de mol? blijkt steevast plaats te vinden op de dag voor de CPC. Zo kregen wij de afgelopen jaren steeds de ontknoping mee en dus ook de verraste blikken van Senne en Lev. We leerden vooral dat het begrip BN’er erg rekbaar is.
  • Een halve of hele marathon heeft altijd een verraderlijke staart. In Den Haag is die altijd nog venijniger dan je denkt. Je loopt naar de zee, maar moet dan ook weer terug. De wind is daarbij een bondgenoot, dan wel vijand. Bovendien is de laatste strook naar de finish een optische illusie: twee kilometer lang ben je in de waan dat je er bijna bent (en ja, we weten wel dat een halve marathon 21,1 kilometer is). Twee kilometer is erg lang als je het zwaar hebt.
  • Na de finish pas ik altijd voor de warme thee die wordt aangeboden. Gekke Nederlanders!

Wat zou het al fijn zijn als we binnenkort weer de grens over mogen voor een volstrekt essentieel familiebezoek!

IMG_3933b

Het portret – 42 topvrouwen

Ik word omringd door sterke vrouwen. Mijn mama, zussen en metekind krijgen niet toevallig een prominente rol in mijn verhalen. Ik heb echter ook bijzonder leuke tantes en een meter die niet alleen een bekende kop heeft, maar vooral een bijzonder groot hart. Ik denk nog vaak aan mijn Oma, die er niet meer is, maar steeds aanweziger lijkt te zijn. Ik heb hartsvriendinnen die ik gewoon vriendjes noem. Ik heb collega’s waar ik niet alleen goed mee kan samenwerken, maar vooral goed mee kan praten. Elke man wordt geboren uit een vrouw. Dat zegt eigenlijk genoeg.

Dank je wel Agatha Christie voor je boeken die ik verslond
Dank je wel An Lemmens voor je dierenliefde
Dank je wel Angèle voor je opgestoken middenvinger
Dank je wel Carson McCullers voor je boek over eenzaamheid
Dank je wel Catherine Van Eylen voor je eigenzinnige kledingkeuze
Dank je wel Celia Groothedde voor je mening over feminisme
Dank je wel Chloé van Koffie Onan voor je liefde voor het vak
Dank je wel Cindy de postbode voor alle pakjes die je brengt
Dank je wel Coco Chanel voor je vernieuwende blik op mode
Dank je wel Connie Palmen voor je ontroerende woorden
Dank je wel Edith Piaf voor het spijt dat je nooit had
Dank je wel Elizabeth Batts voor de kracht die je bezat
Dank je wel Ellen Deckwitz voor je welbespraaktheid
Dank je wel Florence Welch voor je soundtrack van mijn leven
Dank je wel Frida Kahlo voor je kleurrijke persoonlijkheid
Dank je wel Hilde Van Mieghem voor de strijd die je voert
Dank je wel Hind Eljadid voor de moed die je hebt
Dank je wel Joke Van Leeuwen voor de wereld die je creëert
Dank je wel Julie Cafmeyer voor je column over grote liefdes
Dank je wel Kate Winslet voor de vrouwen die je een stem gaf
Dank je wel Kathelijn, mijn kinesist, voor je heilzame handen
Dank je wel Kathrine Switzer voor je daad van verzet
Dank je wel Leen Demaré voor je persoonlijke verhaal
Dank je wel Lies van de hulpgevangenis voor je engagement
Dank je wel Maaike Cafmeyer voor je speech recht uit het hart
Dank je wel Margaret Atwood voor het donkere beeld dat je zag
Dank je wel Maud Vanhauwaert voor de dichter die je ons geeft
Dank je wel Maureen van contact tracing voor je begrip
Dank je wel Maya, mijn kapper, voor je oprechte interesse
Dank je wel Michelle Obama voor de hoop die je geeft
Dank je wel Mieke, van op de markt, voor het brood dat je bakt
Dank je wel Naomi Sluijs voor de stoffencollectie die je ontwerpt
Dank je wel Nino Haratischwili voor je onvergetelijke epos
Dank je wel Ottessa Moshfegh voor je verfrissende literatuur
Dank je wel Paulien Cornelisse voor je grappen over taal en mos
Dank je wel Pink voor de rock star die je bent
Dank je wel Simone de Beauvoir voor je blik op vrouw-zijn
Dank je wel Sofie Lemaire voor je innemende persoonlijkheid
Dank je wel Sophie Calle voor je fijnbesnaarde kunstboek
Dank je wel Virginia Woolf voor je onvergetelijke personages
Dank je wel Yentl en de Boer voor je liedjes over mannen
Dank je wel Zaz voor hoe je zingt over Parijs

Het gerief – Twee tassen vol zussenliefde

De afkoelingsweek van het secundair onderwijs deed zijn naam alle eer aan. Dag en nacht vroor het de stenen uit de grond. Ik ging dagelijks – zorgvuldig ingepakt – lopen om van de sneeuw en de zon te genieten. Zaterdag zette ik mijn eerste vakantiedag in met een namiddag in mijn atelier, ofte 24 karaats kwali-tijd. Voor elk van mijn zussen zou ik een gepersonaliseerde tas maken. Een tas naaien voor iemand is namelijk een daad van onversneden liefde. Vergelijk het met koken voor iemand die je graag hebt: dan snij je een wortel ook tederder in stukjes. Als ik dus een tas voor mijn zussen maak, dan vloek ik nooit. Elk steekje zit extra stevig vast dankzij de zussenliefde. Je mag dat gerust klef noemen. De creatijd werd een contemplatief moment omdat mijn zussen in gedachten intensief bij het maakproces betrokken waren. Ik besefte weer hoe hard ik ze mis nu onze momenten samen schaarser dan ooit zijn. Zondag legde ik de laatste hand aan de tassen en trok ik naar de Kempen voor een verlaat verjaardagsfeestje van Marike. Twee uur lang op veilige afstand van het vuur en vooral elkaar zitten om nadien stinkend van de rook en met koude voeten weer in de auto te stappen. Ook dat is liefde. Ook dat is samenzijn anno 2021.

IMG_4234b
A sewing room with a view

IMG_4285b

Ik vroeg vooraf aan Roos of ik Marike blij zou maken met een grotere handtas dan wel met een klein heuptasje. Marike is met alles blij en dat is echt zo, maar een grote tas zou ze wellicht vaker gebruiken, antwoordde Roos. Ik koos daarom tweemaal voor het beproefde recept van de Trixie trail tas: een onontbeerlijke handtas in elke garderobe. Zelfs vandaag gaat een mens immers nog de deur uit. Twee keer dus een identiek patroon met een verschillende uitvoering. Ik maakte inmiddels al behoorlijk wat tassen van diverse afmetingen (waarvan drie Trixies). Mijn nieuwe devies luidt dan ook dat een tas maar zo goed is als z’n binnenkant. Een huis mag nog zo mooi zijn langs de buitenkant, je voelt je er pas echt in thuis als je er je spullen ook fatsoenlijk kwijt kan. Een tas maken begint voor mij daarom met het personaliseren en praktisch aankleden van de voering. De echte luxe is voorbehouden voor het interieur.

IMG_4244b

IMG_4243b

Voor Marike vertrok ik vanuit het allerlaatste restje kurk dat ze anderhalf jaar geleden zelf uitkoos voor de eerste Trixie die ik voor haar maakte. Ik vulde aan met een dry oilskin van Merchant & Mills in de kleur kaki. Al zou ik eerder zeggen munt ontmoet olijf. Oilskin, mensen, is dé jassen- en tassenstof bij uitstek: waterafstotend met een robuuste, doch elegante uitstraling. Ik voel bij die stof een Scandinavische vibe, denk: organisch kleurgebruik in stijlvol minimalisme. Of zoiets. De grijze voering in linnenlook met glitter sluit perfect aan bij het geheel. Het kleine giraffenritstasje garandeert orde in de grote tas. Die stof is dan weer een knipoog naar het geheime Leah-project van alweer anderhalf jaar geleden. Langs de buitenkant zijn de grillige gouden lijnen van de kurk de blikvanger. Om mijn marketingcampagne te besluiten, zou ik deze tas een classy allrounder noemen.

IMG_4254b

Roos gaf me zelf een stuk bronzen namaakleer dat ik als basis kon gebruiken. Ik vulde wederom aan met dry oilskin, deze keer in de kleur olijf, al zou ik eerder zeggen cognac en laat die kleur nu net Roos’ kleurenpalet domineren. De binnenkant werd gevoerd met een wondermooie luxe katoen van Fragile die zijn geheimen onthult achter een gouden rits. Langs de buitenkant stelen de franjes de show. Boho chic of het Wilde Westen: het is maar wat je er in wil zien. Zelf kies ik voor stijlvolle glamour met een edgy touch. Ook Roos kreeg er natuurlijk een twinning tasje bij: nog maar eens een Maurice. Och, wat hou ik van die man!

IMG_4276b

Het belangrijkste DIY-advies voor wie zelf een tas wil maken, is om er je tijd voor te nemen en jawel: om het geheel met liefde en geduld te assembleren. De moeilijkheid zit hem namelijk in de verschillende lagen én materialen die je moet doorstikken om de tas stevigheid te geven. Tot slot ga ik ook helemaal los in de details, want the devil is in the details. Daarom liet ik mijn naaimachine ritslabels “schrijven” met het toepasselijke SIS. Sis of sisje, dat is hoe wij – klef als we kunnen zijn – elkaar noemen. Wie zich het mocht afvragen: onze broer noem ik redelijk consequent Bro. Ik voel hier terstond een idee voor een men bag ontstaan.

IMG_4296b

Weet je wat helemaal zo mooi is aan mijn zussen? Ik wist wel dat ze blij zouden zijn met hun tas, maar ze slagen er dan toch in om die blijdschap te overtreffen en zo overdreven dankbaar te zijn dat je je bijna gaat schamen dat je zelf zoveel plezier hebt gehad tijdens het maakproces.

IMG_4278b
Uiteindelijk is het natuurlijk Leah die de show steelt. Jong geleerd is oud gedaan.