De gedachte – Over veerkracht

Een jaar geleden vertelde ik naar aanleiding van World Mental Health Day een heel persoonlijk verhaal over mijn psychische kwetsbaarheid en hoe ik die leerde te aanvaarden als een deel van wie ik ben. Dankzij de hartverwarmende reacties die ik daarop kreeg, blik ik met een warm gevoel terug op oktober 2021. Ik dacht dat mijn verhaal was verteld. Voor wie hier vaker leest of mij in het echt kent, zal het niet als een totale verrassing komen dat ik al eens worstel met het leven. Mijn enthousiaste en ondernemende kant heeft een gespannen en angstige keerzijde. Ook hier kregen mijn sportieve verhalen de laatste tijd vaker een ondertoon van knagende onzekerheid. Waar ik dacht mijn kwelgeesten onder controle te hebben, moet ik nu vaststellen dat ze al enkele jaren bezig zijn mij de dieperik in te praten. Op 1 september begon ik vol goede moed aan het schooljaar om vrij snel te ervaren dat het helemaal op was. Het-ging-niet-meer. Mijn hoofd zat overvol. Rust nemen was een noodzaak.

In vergelijking met vorig jaar vind ik het nu een pak lastiger om over mijn hoofd en ik te vertellen. Toen kon ik vanuit mijn sterkte over mijn interne winkel spreken. Vanop afstand ook. Ik was niet de crisis, maar de observator. Nu bevind ik me in het oog van de storm. Op het eerste zicht ben ik een goed functionerende vrouw. Sterker nog, op sportief vlak ben ik in topvorm: ik won dit jaar heel wat wedstrijden, verzamelde tal van podiumplekken en liet het ene na het andere PR optekenen. Voor mezelf vind ik het behoorlijk lastig om die mentale turbulentie te kunnen rijmen met een lichaam dat wel kan presteren, laat staan hoe ik dat aan de buitenwereld kan uitleggen. Of eerder verantwoorden, want zo voelt het. Ik vind het kortom erg moeilijk om te accepteren dat het fysiek wel lekker kan lopen, maar mentaal voor geen meter. En dat ik dat net zo goed serieus moet nemen. Net daarom besloot ik om in deze Week van de Mentale Gezondheid toch weer iets neer te schrijven. Omdat ik een gezicht wil geven aan mentale kwetsbaarheid. Omdat ik eerlijk en oprecht wil zijn. Niet door alles van mezelf zomaar te grabbel te gooien, wel door een genuanceerd beeld te schetsen van mij als persoon.

Ik heb lang gedacht dat ik veerkrachtig was omdat ik zogenaamd alles aankon. Ik ben de persoon met het gigantische draagvlak die altijd plankgas kan geven. Veerkrachtig zijn stond voor mij gelijk aan altijd hoge toppen scheren of dat toch op z’n minst ambiëren: presteren op professioneel vlak, als loper, als lezer, als zus, als vriendin. Om die reden vind je in mijn huishouden geen weessokken, vergeet ik nooit een verjaardag en zal je mij niet kunnen betrappen op een spelfout. Elke dag wil ik als mens groeien door mijn idealen na te streven. Ik wil altijd sterk en dapper zijn. Ik heb de teugels graag strak in handen. Voor een heel groot deel is dat echt wie ik ben. Hoe ik als kind ook was: iemand die er voldoening uithaalt om zichzelf te verrijken en uit te dagen. Ik heb er altijd van gehouden om heel veel projecten te hebben en daar eisen aan te stellen. Anderzijds is het gaandeweg ook een vorm van vermijding geworden. Ik ben bang dat het de enige rol is waarvoor ik waardering zal krijgen, zowel van mezelf als van mijn omgeving. Het is ook een strategie geworden om mezelf staande te houden in de complexiteit van het leven.

Door elke dag mijn stinkende best te doen, sta ik de laatste jaren altijd “aan”. Mijn gedachtemolen blijft op volle kracht verder malen zonder pauzeknop. Ik kan mezelf helemaal verliezen in overpeinzen en (over)analyseren. De traumatische ervaring uit mijn studententijd heeft mij gesterkt in de overtuiging dat denken mij wapent in het leven. Als ik maar ver genoeg vooruit denk en rekening houd met alle mogelijke doemscenario’s ben ik voorbereid op wat er mis kan gaan. Ik voel me vaak angstig. Somber ook, want het kan heel donker zijn in mijn hoofd. Door al dat rumineren verlies ik soms de voeling met de realiteit. Mijn angstmonsters zijn een steeds prominentere rol gaan spelen in mijn dagelijks functioneren. Ik kan niet anders dan toegeven aan de akelige gedachten die in mijn bovenkamer gegenereerd worden. Er is overal een dreiging. Mijn meest dierbare bezit lijkt altijd in gevaar te zijn. Ik moet paraat staan om op elk moment te kunnen vluchten of vechten. Ik overleef meer dan dat ik kan leven.

Door tijdelijk een stap terug te zetten, besef ik dat veerkracht iets heel anders betekent. Het is toelaten dat het minder gaat of zelfs helemaal niet. Het is toegeven aan mijn soms alles verlammende verdriet. Een soort verdriet dat heel onverwacht kan toeslaan en mij in alle hevigheid overmant. Veerkrachtig zijn betekent nu om een troostende schouder te zoeken en te aanvaarden. Om te proberen met mildheid naar mezelf te kijken. Het is schaamteloos kunnen genieten van het plezier dat lopen mij schenkt waardoor het volume van de denkmolen even getemperd kan worden. Veerkracht is gas terugnemen. Loslaten ook. Het is – ondanks de angst dat dit het is en dat het altijd zo zal zijn – er ook op durven vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed komt.

Hoe lastig deze periode ook is, ik wil dit momentum aangrijpen om dingen fundamenteel anders aan te pakken (zonder ook daar weer een enorme uitslover in te zijn). Om te beginnen door niet altijd in mijn eigen hoofd te kruipen als het wat minder gaat. Om nog meer verbinding te zoeken met mijn omgeving. Buiten mijn sociale vangnet kan ik terecht bij mijn huisarts en ga ik tweewekelijks naar de psycholoog. Ik ga nu meer dan ooit de confrontatie aan met alles wat ik de voorbije jaren heb vermeden omdat ik mezelf een zorgelozer leven gun. Ik doe kortom wat ik denk dat nodig is om te herstellen. Morgen ga ik terug aan het werk en, geloof het of niet, daar heb ik veel zin in. Het mag dan tegenstrijdig klinken, ik beschouw mezelf nog steeds als een enorme gelukzak. Net nu ervaar ik ook hoeveel liefde er om mij heen is en dat ik echt wel graag gezien word om de persoon die ik ben in al haar facetten. Ik kan niet anders dan daar ontzettend dankbaar voor zijn.

Het moment – Roos en Seppe op kruissnelheid door Berlijn

Het laatste weekend van september regende het sportieve verhalen. Ik vertelde al uitgebreid over Den Haag met Sam, maar er was ook Berlijn van Roos met Seppe en Bobby. Roos liet de CPC Loop namelijk niet zomaar aan zich voorbij gaan: op zaterdag 24 september zou ze deelnemen aan haar eerste skeelerrace ooit. En wat voor één: de iconische Berlin Marathon. 42,2 kilometer op wielen dus. Ook Seppe en Bobby trokken hun driewielers aan om door de Berlijnse straten te sjezen. Seppe liep daags nadien, in de schaduw van het wereldrecord van Eliud Kipchoge, ook nog de marathon. Hier spreekt een trotse grote zus. Needless to say dat ik behoorlijk onder de indruk was van de belevenissen van mijn zus en broer. Ik vind het zo dapper dat ze zich aan een skeelerrace durfden te wagen! Hoe dat Berlijnse avontuur hen beviel? Dat vertellen ze jullie zelf.

Roos: Toen Seppe in de zomer aankondigde dat hij de marathon van Berlijn zou skeeleren omdat Bart Swings hem en Robrecht – Bobby – Paesen had uitgedaagd in de podcast van De Jogclub dacht ik: leuk, dat wil ik volgend jaar ook doen. Er kwam echter een plaats vrij in de auto en het hotel. Ik twijfelde, maar Niko zei: waarom niet, wat kan er misgaan? Ik schreef me eind augustus in en kocht nieuwe skeelers: de Roces EGO 3×110 TIF. Skeelers met drie grote wielen waar ik nog nooit mee had gereden. Ik had me goed ingelezen voor ik ze kocht. Ze kwamen aan op 1 september. De testrit was meteen superleuk. Niko fietste met mij mee. Ik merkte wel dat ik met die drie wielen meer techniek nodig had om m’n bochten te nemen, maar ik maakte ook veel meer snelheid. Ik vloog echt!

7982_20220924_172948_250523432_original

Het probleem van skeeleren is dat je er goede asfalt voor nodig hebt en dat je het niet kan doen als het regent. De tweede week van september regende het elke dag, werden de dagen korter en had ik dus geen tijd om te trainen. Ik bleef wel fietsen en lopen. Na die week kon ik nog wat skeelertrainingen afwerken. Zo ging ik langs de Demer rijden om goede bochten te kunnen maken. Seppe gaf mij nog techniektips: dat je eigenlijk altijd een M achter je moet maken bijvoorbeeld. M’n langste skeelerrit was 25 kilometer. Ik was er niet echt moe van, maar had er wel 1u18 voor nodig gehad en in Berlijn is de tijdslimiet voor 42,2 kilometer 2u30. Dat leek haalbaar, maar zonder veel marge.

7982_20220924_173414_250558294_original

De beleving in Berlijn was uniek! Ik voelde helemaal die grote evenementensfeer, het festivalgevoel, maar ik was wel veel ontspannener dan voor een loopmarathon. De start van de skeelerrace was om 15u30. Het was best een internationaal deelnemersveld, ook veel verklede mensen. Bij het vertrek was ik meteen diep onder de indruk. Het ging ook meteen goed: heerlijk gevoel om over dat perfecte asfalt die snelheid te kunnen genereren! Eens goed kunnen doorperen, dat gevoelde kende ik niet van mijn trainingen. Ik heb niet in een treintje gereden, zo op elkaar gaan hangen durfde ik niet aan. Wel sprong ik moeiteloos over de tramsporen. Mijn race ging zo vlot dat ik wist dat ik een goeie tijd zou kunnen neerzetten. Ik wilde dus niet verzwakken – het is uiteindelijk wel een wedstrijd – maar er ook heel erg van genieten. Ik reed al glimlachend door Berlijn. Op zo’n parcours moet je gewoon hard gaan. Mijn enige angst was dat één van m’n wielen los zou komen. De laatste kilometer voor de Brandenburger Tor heb ik nog gesprint, vlak voor het monument rij je over kasseien waardoor je snelheid verliest en voor de laatste 200 meter heb ik nog een keer goed opgetrokken. Na de finishlijn kom je trouwens ook zonder rem verbazingwekkend gemakkelijk tot stilstand omdat de tijdsmatten een gigantisch obstakel zijn die voor geen meter bollen. Ik finishte uiteindelijk in 1u48. Ik had nooit gedacht dat ik zo ruim onder die 2 uur zou kunnen aankomen. Volgend jaar wil ik zeker nog eens deelnemen!

7982_20220924_173500_250569100_original

Ook de marathon op zondag als supporter van Seppe was indrukwekkend. We waren wel best moe en voelden ook de ontlading, maar de hele beleving in het hotel met al die marathonlopers en Seppe die op de startlijst van de elite stond, maakten weer adrenaline los. Ik maakte al vaker grote marathons mee, maar dit was m’n eerste Major. Ik keek er natuurlijk naar uit om Eliud Kipchoge in het echt te zien. Heel bijzonder was dat! Bobby en ik zagen Seppe voor het eerst op kilometer 2,5 en dan op 24. Hij was hard aan het afzien, maar lachte wel naar ons. 

KYVW9823

Seppe: Ik had er al drukke weken opzitten met veel buitenlandse wedstrijden. We kwamen vrijdagavond pas laat aan in Berlijn na een vermoeiende autorit. Ik stapte mankend uit de auto: zo fris was ik dus. Omdat ik bij de elite mocht vertrekken, stond zaterdag de officiële briefing op het programma en was het best nog een gedoe met nummers ophalen. In totaal namen er een zestigtal deelnemers deel aan het combinatieklassement van de skeeler- en loopmarathon. Bij de skeelerrace vertrok ik in een groepje, wat toch wel spannend was. Pas halverwege de race kon ik er wat van genieten. De kunst is om lange slagen te maken door je twee skeelers dicht bij elkaar te zetten, wat heel onstabiel aanvoelt, je moet dus wat relaxed zijn om dat te kunnen. Een zere rug moest ik er bij nemen. Ik reed mijn tweede helft sneller dan de eerste. Eerlijk gezegd heb ik toen niet veel meegekregen van het parcours. Er waren veel supporters, voornamelijk marathonlopers die al in de stad waren. Ik finishte in 1u35, een mooie tijd. Bobby kwam 2 minuten voor mij binnen.

Zondag stond ik op met een pijnlijke rug en voelde ik de inspanning van het skeeleren in m’n bovenbenen. Ik had me niet specifiek voorbereid op deze marathon. De laatste duurloop die ik liep was mijn zware run tijdens het Wereldkampioenschap Duatlon in Zofingen. Ik liep nog niet vaak een individuele marathon, maar ik was er toch op gebrand om mijn PR van 2u32 te verbeteren en onder die 2,5 uur te duiken. Mijn coach Stefan had op voorhand gezegd: het zal er van afhangen hoe graag ge het wilt. In het startvak stond ik twee rijen achter Eliud Kipchoge, heel speciaal. Ik vertrok in het pak en liep mijn eerste kilometer aan 3’15”. Om onder de 2u30 uit te komen zou ik gemiddeld 3’33” per kilometer moeten lopen. Al snel liep ik in een groepje, maar het is altijd lastig om de groep te vinden die jouw tempo loopt. Ik voelde meteen dat ik slechte benen had. Gelukkig duurde het lang voor ze écht slecht werden. Na een stuk vals plat op kilometer 25 viel mijn groep wat uiteen en vanaf kilometer 27 heb ik afgezien als de beesten. Met de woorden van mijn coach in mijn hoofd, dacht ik de hele tijd: ik wil het echt graag! Kilometer 33 was de eerste kilometer die ik boven de 3’33” liep. Het begon toen te dagen dat het nipt zou worden. Met zicht op de Brandenburger Tor heb ik alles moeten geven terwijl de klok doortikte. Ik had al zo hard afgezien, dit kon er nog wel bij. Ik was dan ook heel tevreden toen ik in 2:29:40 over de finish liep en als winnaar van het combi-klassement, zo bleek later.

JWNY4895

Het was uniek om dit te kunnen meemaken als elite-atleet. Ik kreeg ook best veel reacties op mijn prestaties in Berlijn. Een marathontijd is voor veel mensen toch een soort referentietijd, meer dan de andere wedstrijden waar ik aan meedoe. Ik heb geen verdere ambities voor de marathon. Veel sneller zal ik ook met een specifieke voorbereiding niet kunnen lopen. Misschien zit een 2u26 er wel in, maar dat is geen doel voor mij. Vrijdag ga ik naar Italië voor het eerste WK gravel, een wedstrijd over 190 kilometer die voor 75% uit gravelpaden bestaat. Ik ben er een ploegmaat van Greg Van Avermaet. Ook hier heb ik niet heel specifiek voor kunnen trainen. Ik hoop dus niet dat dit de wedstrijd te veel zal worden!

BJQS9397

De race – Het ging hard in Den Haag

Je hoeft geen zonnebril te zijn om dolgelukkig te worden van een zondag die zijn naam eer aan doet. Al helemaal als die week gekenmerkt wordt door herfstweer en je die dag een snelle halve marathon wil lopen als voorbereiding op je marathon. Zondag 25 september was een sportieve hoogdag waarvan de prelude zaterdag werd ingezet door Roos en Seppe in Berlijn (waarover later meer). Zelf was ik samen met mijn maatje Sam in Den Haag om er deel te nemen aan de eerste post-corona editie van de CPC Loop in Den Haag: een halve marathon van de Haagse binnenstad, richting de kust over de boulevard tot aan de pier en dan weer terug de stad in. De CPC is voor mij persoonlijk een wedstrijd met een beladen geschiedenis. Ik zag er af terwijl ik met volle teugen genoot van kakelverse PR’s, maar ik beleefde er ook pure loophorror toen ik in 2018 na 3,15 kilometer moest opgeven met een kapotte enkel. Bovendien is Den Haag me als stad om tal van redenen erg dierbaar. Het zou dus hoe dan ook een bijzondere dag worden.

Onze zondag begint vroeg zodat we kunnen zien hoe Remco Evenepoel zich in Australië tot wereldkampioen wielrennen kroont. Vervolgens voelen we de marathonvibes in Berlijn en kijken we vol bewondering hoe loopmachine Eliud Kipchoge zijn eigen wereldrecord op de marathon met maar liefst 30 seconden scherper stelt. Als klap op de vuurpijl zien we live op de Duitse televisie hoe Seppe zich een weg richting de finish knokt om er zijn PR op de marathon te verbeteren. Als Sam en ik om 13u richting het Malieveld vertrekken voor de start van de CPC hebben we dus al heel wat sportieve emoties doorstaan. De omstandigheden voor onze eigen race zijn best ideaal: de temperatuur is gunstig, er staat een voorzichtig zonnetje en weinig wind. Het is kortom mogelijk om mijn 1u27 van in Rotterdam te verbeteren, drie weken voor de marathon zou dat een heel mooie opsteker zijn. Terwijl Sam in het startvak nog een bijdrage levert aan de aftermovie (hij moet onder de startboog op zijn horloge kijken), gieren de zenuwen door mijn lijf.

SYFX7296

Als het startschot weerklinkt en ik me op gang trek, vind ik vrijwel meteen een goede tred. De benenwagen heeft er zin in. Mijn hoofd is dolblij dat ook dit evenement eindelijk weer plaatsvindt. De eerste kilometers vliegen zoals steeds voorbij. Ik loop kilometertijden rond de 3’50” waarvan ik weet dat ik ze geen halve marathon kan volhouden. Ik probeer vooral ontspannen te lopen, niet meteen hard door te duwen en me zeker niet op te blazen. 5 kilometer heel snel lopen deed ik al vaker, de kunst is om het nu 21,1 kilometer vol te houden. Ik hoop uiteindelijk om met een gemiddelde onder de 4’03” te kunnen finishen om zo 1u25 op de klok te zien verschijnen. Lekkâh bezag zie ik op een aanmoedigingsbord van een toeschouwer en ik besef dat het ook echt lekker gaat. Wat zijn er trouwens ontzettend veel supporters langs de kant en wat zijn ze enthousiast! Elke Joke die me wordt toegeroepen geeft me een boost. Het gaat goed, het gaat echt goed! Halverwege de wedstrijd malen mijn benen nog steeds onverzettelijk door. Ik weet dat het erin zit. Vandaag ben ik de Warrior waar Oscar and the Wolf over zingt.

Ik kijk uit naar de passage langs het strand in Scheveningen, maar de weg ernaartoe is verraderlijk. Bovendien loop ik alleen en voel ik dus ook het minste zuchtje wind. Als ik puffend afdraai richting de boulevard word ik voorbijgelopen door een man met een plan. Hij geeft me wijze raad: Keep breathing, you’re doing well. Just breathe deep down to your toes. En, braaf als ik ben, doe ik dat. Hij heeft gelijk. Ik moet gewoon goed en diep blijven ademen. Tot in mijn tenen, waarom ook niet? Ik krijg het desondanks erg lastig. De supporters op de boulevard zijn dun bezaaid. Hoe geweldig het ook is om met zeezicht te kunnen lopen, je kan hier echt je tanden op stukbijten. Ik voel me opgelucht als ik uiteindelijk weer rechts afdraai en wind in de rug heb. De benenwagen heeft wat aan snelheid ingeboet, maar hij draait nog. Ik blijf gefocust in mijn cocon zitten. Ik blijf lopen. En ademen. Mijn neef Maarten kan mijn laatste kilometers op de fiets volgen. Het is nu echt strijden om zo dicht mogelijk bij die 4 minuten te blijven. De laatste rechte lijn richting finish lijkt eindeloos. Ik werp een blik op mijn horloge en besef dat ik nét wel of nét niet onder de 1u25 kan duiken als ik écht alles geef. Dat doe ik. Ik finish in 1:24:54 met een gemiddelde snelheid van maar liefst 3’59” per kilometer. Waanzin!

FFHF6737

Hoe meer wedstrijden ik loop en hoe sneller ik ook ben gaan lopen, hoe meer ik besef wat lopen voor mij betekent. Het doet iets met mij, telkens weer. Ik ga momenteel mentaal door een heel moeilijke en donkere periode, waardoor ik het eens zo moeilijk vind om te vatten dat ik sportieve hoogtepunten van deze aard kan en mag beleven. Het is niet vanzelfsprekend dat lopen mij nog steeds zo blij kan maken. Dat heb ik niet zo zeer te danken aan mijn getrainde benenmolen. Lopen dat is ervaren en intens beleven. Soms helemaal gefocust vanuit mijn loop-cocon, maar toch vooral om die loopvreugde te delen met dierbaren om me heen. Voor nu dus een heel grote shout-out naar mijn goede vriend Sam die op korte tijd een heel waardevolle rol is gaan spelen in mijn verhalen. Ere wie ere toekomt: Sam krijgt daarom het laatste woord in dit raceverslag waarin hij vertelt hoe hij zijn eerste CPC beleefd heeft.

GBDN2837

Mijn initiële idee was om de halve marathon in Brussel op 2 oktober als tune-up race te lopen, een laatste race voor de marathon in Amsterdam. Den Haag was nieuw voor mij en ik dacht: waarom ook niet? Het is een vlak parcours waar ik minstens mijn PR van 1u19 zou kunnen verbreken dat ik dit voorjaar gelopen heb op de halve marathon in Gentbrugge. Mijn A-goal was zelfs om gemiddeld 3’40” per kilometer te lopen en onder de 1u18 te finishen, maar dat zou ik laten afhangen van mijn hartslag. Het begin van de race ging heel vlot. Als je op hartslag loopt, kom je niet meteen aan je beoogde hartslag. Ik wist dat die rond de 185 moest blijven om me niet op te blazen, na een kilometer zat ik daar al aan. Mijn eerste kilometertijden schommelden tussen de 3’30” en 3’35”, dat ging vlot en voelde heel gemakkelijk. 

Toen ik aansluiting vond bij een groepje, was mijn hartslag weer wat lager en zakte ook mijn tempo wat. 100 meter voor ons liep nog een groepje en ik kon dus de keuze maken of ik hier zou blijven lopen of de oversteek zou maken naar de andere groep. Ik dacht: kijk, het is een halve marathon en het is niet meteen een ramp als je wat tijd verliest, het is geen marathon waarbij je dan nog 10 kilometer volledig leeg moet doorlopen. Het leven is aan de dapperen, dus ik heb de oversteek proberen maken. Mijn hartslag steeg weer tot 187, wat ik wel aan zou moeten kunnen voor de rest van de race. Rond kilometer 10 vond ik aansluiting bij het groepje waar ook de vierde vrouw van de race liep. Daar kon ik 4 à 5 kilometer bijblijven. Vlak voor de boulevard begon de groep te versnellen op een lastig punt in de race. Mijn hartslag steeg nog wat en uiteindelijk heb ik moeten lossen. Die vrouw is uiteindelijk ook gefinisht in 1u16. Mijn tempo zakte tot 3’50” per kilometer wat ik ook voelde aan mijn cadans. Het venijnige stuk van het parcours liep wat bergop naar de boulevard. Daar stond ook veel minder publiek dan in de stad.

IUFH9841

Na 16,5 kilometer draaide ik terug naar de stad en was het doorbijten tot aan de finish. Maarten heeft nog een stuk met mij kunnen meefietsen, wat heel leuk was en ook echt hielp. De laatste 3 kilometer waren lang. Je ziet de gebouwen van Den Haag centrum al liggen, maar je bent er nog niet. Ik wist dat ik niet onder de 1u17 zou kunnen lopen, mijn PR verbeteren zou wel lukken. Ik heb me op het einde niet helemaal kapot gelopen omdat ik mezelf niet meer pijn wilde doen om er nog wat seconden af te krijgen. Ik finishte uiteindelijk in 1:18:25, waar ik tevreden mee ben. Dat ik wat ben stilgevallen, komt denk ik omdat ik in het begin toch iets te veel heb gepusht. Ik ben wel echt diep gegaan. Toen ik op adem was gekomen, keek ik op de tracker en zag ik dat Joke nog maar een kilometer moest lopen en ik wist dat zij heel blij zou zijn met haar tijd.

Ik liep deze race met dezelfde schoenen als waar Kipchoge die ochtend in Berlijn zijn wereldrecord op de marathon liep. Daar werd ik ook een paar keer op aangesproken voor de wedstrijd. Ik ga ze wel niet dragen bij mijn marathon omdat ze net wat smaller aanvoelen dan de vorige versie. De sfeer van de CPC vond ik top! Het was mijn eerste wedstrijd in Nederland en ik werd nog nooit zoveel aangemoedigd tijdens een race (behalve toen ik als 12-jarig jongetje de 20 km van Brussel liep samen met mijn mama). Ik voelde het nu echt elke keer als mijn naam geroepen werd, onbewust versnelde ik dan en dat deed deugd. Dit evenement is ook echt supergoed georganiseerd. Met een 7000 deelnemers aan de halve marathon is de start ook niet zo overwhelming als bij de 20 kilometer van Brussel. Organisator NN heeft duidelijk veel kennis van zake, het is een geoliede machine die weet hoe een evenement georganiseerd moet worden. Ik ben wel benieuwd naar de sfeer van de marathon in Amsterdam, al denk ik dat die wat minder zal zijn vanwege het vroege vertrekuur en het herfstweer. Ik kijk er naar uit!

IFSG8883

Het moment – Over het bijzondere jaar 1985

Ik werd 37 jaar geleden geboren in Leuven op een vrijdagavond de 13e van het jaar 1985. Een verjaardag die ik deel met Roald Dahl (vandaar mijn boekenliefde), Stella McCartney (vandaar mijn gevoel voor mode) en Michael Johnson (vandaar mijn snelle benen). Een geboortejaar is eigenlijk iets geks: het is Jouw Jaar, maar je hebt er helemaal geen herinneringen aan. Toch ben ik er inmiddels van overtuigd dat 1985 een bijzonder jaar was. Er waren sportieve successen voor Bernard Hinault die zijn vijfde Tour de France won en Joop Zoetemelk die zich tot wereldkampioen wielrennen mocht kronen. Het was ook één van die jaren waarin het mysterieuze aids-virus slachtoffers maakte en in stilzwijgen werd gehuld. Een tragisch jaar ook omwille van de 39 slachtoffers die vielen bij het Heizeldrama en de bende van Nijvel die in diverse supermarkten, niet zo gek ver van mijn geboorteplek, terreur zaaide. Een persoonlijk drama maakte ik mee tijdens mijn eerste Kerstmis toen ik als 3 maanden oude baby nietsvermoedend naar de kerstlichtjes zat te turen tot ik de kerstboom over mij heen kreeg.

Terwijl Madonna Material Girl door de boxen liet schallen en mijn pappie wild ging op Don’t You (Forget About Me) van Simple Minds, lanceerde tennismerk Reebok hun allereerste lifestyle sneaker, die inmiddels bekend staat als de Club C 85 (met de C van Champion). Dat inspireerde mij enige tijd geleden om mijn eigen Club 85 op te richten. Uit te spreken als Eighty-Five, want jawel, mijn club is internationaal. Ik deel mijn geboortejaar namelijk met tal van inspirerende mensen, elk getooid volgens hun eigen verenkleed. In mijn club ligt de artistieke leiding volledig in handen van Stromae of Paul Van Haver die op 12 maart in Etterbeek geboren werd. Hij kan rekenen op de melancholische steun van Lana Del Rey, wat Cockney-English van Lily Allen, de Belgische touch van Lara Chedraoui en de popvibes van Bruno Mars. Topactrice Léa Seydoux is dan weer de leading lady van het acteerveld. Zij wordt geruggesteund door Keira Knightley en Carey Mulligan om elke levensrol te kunnen coveren.

De sportploeg van Club 85 is in de ervaren handen van Greg Van Avermaet. Topsporters van 1985, ik ga er niet over liegen, die bevinden zich nu in de herfst van hun sportieve carrière. Al hebben ze het strijdtoneel nog niet verlaten. Niemand minder dan viervoudig Tourwinnaar Chris Froome liet zich ook deze zomer nog opmerken in zijn Ronde, net zoals vorig jaar Mark Cavendish dat deed. Mijn veldrij-idool Lars Boom is inmiddels ploegleider, maar Michel Butter die loopt nog steeds marathons op hoog niveau. De mannen kunnen trouwens ook rekenen op Lewis Hamilton (hij eet vegan), Michael Phelps (hij verlaat het huis niet zonder één van z’n 28 Olympische medailles) en Cristiano Ronaldo (hij voetbalt graag). Al zijn die drie met hun sterrenstatus niet zo geliefd in de club en komen ze alleen als er financieel gewin valt te halen. Ach ja, zo gaat het in de beste clubs.

De culturele boorlingen van 1985 stelden ook niet teleur. Voor de filmindustrie bleek het geen memorabel jaar te zijn, op Out of Africa na met topvrouw Meryl Streep. Het boekenjaar mocht er zeker wel wezen met de Nederlandse vertaling van Dance on My Grave van Aidan Chambers, één van de mooiste boeken die ik als tiener las. Het was het jaar van de oerklassieker Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez (toen al Nobelprijswinnaar). Margaret Atwood ontregelde de maatschappij dan weer met haar fenomenale The Handmaid’s Tale. Inmiddels bekend van de (eindeloze) serie, maar lees dus vooral het boek. Het was ook het jaar van Patrick Suskinds Het parfum, een klassieker met een wat apartere status én lievelingsboek van twee van mijn collega’s Nederlands. Als het over ontregelen gaat, dan ben je ook altijd aan het juiste adres bij Haruki Murakami die in 1985 Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld publiceerde: een knotsgekke speurtocht van een wetenschapper die, zonder het te beseffen, een hersenspoeling ondergaat. Tot slot liet John Irving ons in The Cider House Rules kennismaken met de bijzondere levenswandel van Homer Wells. Ik zou de literatuur van 1985 zeer kort door de bocht willen samenvatten als onconventioneel, met zin voor dramatiek én een hoek af. Just the way I like it. Daar toosten we op, een santé volgens Stromae!

IMG_9472b

Loperspraat – Mijn sportieve najaar van 2022

Ik weet niet meer wat ik juist verwachtte van 2022. Of ik het überhaupt aandurfde om verwachtingen te koesteren nadat we de afgelopen jaren lesjes in nederigheid moesten ondergaan. Corona was het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Een dreiging aan een paardenhaar. Je wist nooit echt goed hoe je leven er over een paar weken zou uitzien. In ieder geval is 2022 het jaar waarin ik weer à la carte en als vanouds aan loopevenementen kan deelnemen. Sterker nog: het bleek een jaar te zijn waarin ik de ene na de andere loopwedstrijd kon winnen en PR’s weer wat scherper stellen op diverse afstanden. Het begrip lange afstand kreeg bovendien een extra dimensie door de trail in Houffalize die Roos en ik liepen. Behoorlijk grensverleggend allemaal. Ik ga het najaar echter niet dartend doorbrengen geïnspireerd door het succes van Dancing Dimi. Er zal gelopen worden, gefietst ook, door de wind door de regen, door de modder en liefst ook door alles heen. Mijn sportieve honger is nog niet gestild.

De CPC Loop in Den Haag zal altijd een bijzonder plekje in mijn hart hebben. Nu is in mijn hart best wel een grote ruimte gereserveerd voor loopevenementen en is dat plekje dus niet exclusief voor de CPC voorbehouden. Den Haag is Den Haag: altijd een goed idee, altijd weer leuk om er tijd te kunnen doorbrengen in familiale sferen. De CPC is daarenboven een prachtige halve marathon waar je nooit echt weet wat je kan verwachten. Op 8 maart 2020 liepen Roos en ik onze laatste CPC voor de wereld even op slot ging en het onvoorstelbaar leek dat mensen ooit nog in een grote massa zouden mogen samenkomen. Gek genoeg is de CPC ook de wedstrijd waar we het langst moesten wachten op een revival-editie. 25 september gaat het dan echt weer gebeuren en raas ik (hopelijk toch) over dat ongelooflijke parcours van de city-pier-city, in gezelschap van de zeebries die mee dan wel tegenwerkt. Naast de plaatsing op de kalender is deze editie ook anders omdat Roos er niet aan de start zal staan. Zij zal een avontuur van een heel andere orde beleven met Seppe, waarover later meer. Gelukkig zullen haar schoenen gevuld worden door die van Sam, waarover ook later meer.

Oktober dat is marathonmaand. Ik ben er nog steeds niet over uit of ik nu eerder het type voorjaars- dan wel najaarsmarathonloper ben. Op 16 oktober sta ik hoe dan ook aan de start van de Amsterdam Marathon. De marathon waar ik mezelf in 2017 een beetje kapot liep langs de Amstel, waar ik een keer door het Vondelpark vloog en er een keer door strompelde en me ook realiseerde dat Amsterdam over veel bedrijventerrein beschikt. De start- en finishzone in het Olympisch stadion konden me wel bekoren. Uiteraard ga ik voor een verbetering van mijn 3:06 in Parijs. Het is mogelijk, maar dat is nooit een garantie dat het ook echt zal gebeuren. Ik vertel later ongetwijfeld nog eens wat uitgebreider over mijn voorbereidingen en verwachtingen van Marathon N°15. Wie eveneens in Amsterdam aan de start zal staan is mijn maatje Sam. We leerden elkaar kennen tijdens de voorbereiding van de Paris Marathon en sindsdien deelden we loop- en ander vreugde en leed. Voor Sam is het z’n derde marathon en met een PR van 2:59 gaat ook hij resoluut voor een verbetering van z’n besttijd. Hij kan dat, daar ben ik heel zeker van.

Na de najaarsmarathon begint dan weer het betere ploeg- en modderwerk voor mijn decemberdoel. Ik ben nog steeds van mening dat mountainbiken een zomersport is, maar blijkbaar ben ik nog steeds zo gek te krijgen om ook in de kille maanden met Juan op pad te gaan. Mijn lopersbenen zullen dus heel wat extra kilometers op de fiets malen. Op 13 november staat de halve marathon van Kasterlee op het programma (waar ik vorig jaar als derde eindigde). Het regent doorgaans die dag, net zoals de andere 29 dagen van november meestal het geval is. En jawel, op 18 december neem ik dan weer deel aan de Hel van Kasterlee. Zoals verwacht krijgt het drieluik dus een sequel. De editie van 2021 was om heel wat redenen erg bewogen, waardoor ik tot de conclusie kwam dat ik nog niet klaar ben om het Hel-hoofdstuk af te sluiten. Bovendien belooft deze 20e editie een bijzonder feestelijke te worden: omwille van dat ronde getal en omdat Seppe zijn 10e overwinning kan binnenrijven. Hoe vet zou dat zijn?! De zomer geeft ons vandaag al een voorproefje van de herfst: I say yes to the regenjas, want er is immers genoeg om naar uit te kijken!

Het moment – Op de mountainbikeroute Seppe Odeyn

Ik kan om heel veel redenen jaloers zijn op mijn broer. Op zijn podcast en geweldige kinderen bijvoorbeeld. Of op het feit dat hij heel veel durft en altijd zichzelf kan blijven. Het allercoolste is toch wel dat hij sinds kort een eigen mountainbikeroute heeft in en rond zijn Herent. Drie lussen (eentje voor elke zus) die samen goed zijn voor 59 kilometer mountainbikeplezier. Als eeuwige Zus Van die ook mountainbiket stond Seppes route natuurlijk hoog op mijn sportieve like to do lijstje. Het duurde uiteindelijk toch nog 5 maanden voor ik me eraan waagde. Daar zat Frans voor iets tussen. Ergens op een druilerige dag in november was ik namelijk zo gek om een stevig mountainbikeavontuur aan te vatten. Met name door het speurwerk naar de pijltjes en als gevolg daarvan een heleboel omwegkilometers door een grijs niemandsland werd dat een onderneming van formaat. Bovendien ben en blijf ik een loper. Zelfs na drie deelnames aan de Hel van Kasterlee moet ik toch een drempeltje over om aan een nieuwe mountainbikeroute te beginnen. Omdat ik in het najaar altijd denk: mountainbiken in de zomer: hoe fantastisch is dat! bleek een zonnige dinsdag in augustus het ideale moment om me door Seppes route te laten leiden.

IMG_9355b

De officiële start van de mountainbikeroute Seppe Odeyn vind je aan de nagelnieuwe sporthal Bart Swings in Herent. De groene, blauwe en rode lus kunnen gecombineerd of afzonderlijk worden gereden. Ik was ook meteen gerustgesteld toen ik op het infobord las dat de route geschikt is voor zowel de beginnende als de meer geoefende mountainbiker. Aangezien ik vanuit Tienen kwam aangefietst, pikte ik ergens op de groene lus in, een afslag van de mij bekende F3-fietssnelweg tussen Leuven en Brussel. Ik was meteen aangenaam verrast door waar ik terecht kwam. Nochtans dacht ik Herent behoorlijk goed te kennen. Ik belandde op de Mollekensberg, een naam die ik altijd zie passeren bij de Garmin-activiteiten van mijn broer en die een eigen leven was gaan leiden. Een prachtig stukje natuur, zo bleek! Waar ik me bij Frans Claes heel vaak een visualisering probeerde te maken van hoe hijzelf als een speer over zijn route fietste, kon ik me dat van mijn eigenste broer zo goed voorstellen dat ik me met momenten wel echt een slak op een fiets voelde. Maar goed, het was dinsdagvoormiddag, niet meteen het moment dat je half Vlaanderen op een mountainbike in Herent aantreft.

Aangezien Herent niet op een groen eiland ligt, vond ik het vooral verrassend hoe er langs drukkere wegen heel vaak een off road weggetje bleek te zijn dat ik dus nog niet kende. Langs de afrit van de E314 bijvoorbeeld (voor de Herentenaars ook wel bekend als het windgat). De groene lus bleek daardoor ook echt de groenste te zijn als in: veel bomen en wat meer stijg- en daalwerk. De passage door Bertembos vond ik eveneens erg geslaagd omdat mijn favoriete afdaling erin was opgenomen. Vanuit daar ging het verder naar Veltem-Beisem en dan weer richting Herent. Mijn avontuur met Frans leerde me dat je vandaag de dag als fietser niet meer meetelt als je old school op de pijltjes rijdt, want een digitale fossiel als ik heeft natuurlijk niks met gpx-bestanden. Wel, ik wil bij deze een heel groot compliment geven voor de bewegwijzering. Het is onvermijdelijk dat je eens iets verkeerd interpreteert of dat een pijltje verstopt zit achter een struik, maar eigenlijk miste ik amper iets.

IMG_9360b

Na de groene lus volgde de rode lus die via Tildonk terug naar Herent kronkelde. Minder hoogtemeters, veel niet-geasfalteerde paden waar je snelheid op kan maken. Love it! Bovendien bleek de rode lus ook een trip down memory lane te worden. Vroeger, heel vroeger voor ik een loper was, reed ik namelijk paard samen met mijn zussen. We gingen wekelijks een wandeling maken in het Herentse. Over al die paden dokkerde ik nu een jaar of 10 later met mijn fiets. Zo kwamen er dus twee werelden samen. Ik ben er heel lang van overtuigd geweest dat er qua beleving niks op kon tegen een wandeling te paard maken: met je paard op weg zijn, wapperende manen, hoefgeklop op de grond, een drafje hier en een galopje daar. Galopperen in de open lucht stond voor mij lange tijd gelijk aan het oppergevoel van geluk. Als loper kan ik eveneens van die ultieme geluksmomenten ervaren, die liggen dan in de eenvoud van de activiteit. Je benen die de grond tikken alsof het niks is of samen met anderen iets beleven. En ja, ook op de mountainbike overvalt mij soms het gevoel van hoe geweldig is dit! Je zit bovendien een stuk geruster op je mountainbike dan op je paard. Paarden zijn vluchtdieren die al eens iets in hun bol kunnen krijgen waardoor je tijdens het idyllische galopperen in de buitenlucht altijd op scherp moet staan. Al die herinneringen en bedenkingen schoten dus door mijn hoofd terwijl ik de laatste kilometers van de route aflegde. Met ruim 100 kilometer op de teller kwam ik als een tevreden mens aan in Tienen.

IMG_9375b

Ik ben uiteraard geen neutrale partij, maar neem het toch maar gewoon van mij aan: de Mountainbikeroute Seppe Odeyn is absoluut een fietstochtje waard. Toegankelijk zonder al te makkelijk te zijn, uitstekend bewegwijzerd, variatie troef en dé uitgelezen manier om groene stukjes rond Leuven beter te leren kennen zonder meteen naar de gekende bossen in de omgeving te trekken. Seppe bevindt zich momenteel in het Zwisterse Zofingen. Morgen vertrekt hij daar namelijk om 9 uur om zijn wereldtitel duatlon op de lange afstand te verdedigen. Dat wordt dus tegen de sterren op duimen en heel hard naar de livestream roepen. Als er iemand dit kan, dan is hij het wel. Go, go, go, Seppe!

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #4

De zomervakantie van 2022 telt z’n laatste uren, al heeft die losgeslagen zomer van 2022 nog lang geen zin om z’n biezen te pakken. Het ziet ernaar uit dat september ons nog een prachtige indian summer zal brengen. Gedaan met de verzengende hitte: laat de zon maar schijnen, als het alsjeblieft ook eens goed gaat regenen. Kansen genoeg om in een goed boek weg te duiken dus. Voor het laatste luik van de zomerreeks over boekenverhalen laat ik mijn schoonzus Valerie en haar twee kinderen Laurien en Vik aan het woord.

Valerie, 34 jaar – geriatrisch verpleegkundige

Ik ben vooral een lente- en zomerlezer. In de wintermaanden kijk ik meer tv. Liefst van al lees ik buiten op een terras en op vakantie. Ik lees ook voor het slapengaan in bed of zelfs langs de kant van de weg tijdens wedstrijden van Seppe. Ik ben dan ook overgeschakeld op een e-reader, die is compact en kan je overal mee naartoe nemen. Zo heb ik ook nooit boeken te kort op vakantie, kan ik in bed lezen zonder te veel licht als Seppe al slaapt en zelfs buiten als het wat donkerder is. Het ideale boek is voor mij vlot leesbaar, heeft niet te veel personages en geen open einde. Ik lees graag waargebeurde verhalen, maar ook allerhande romans, oorlogsverhalen of boeken rond dementie en palliatieve zorg waar ik iets aan heb voor mijn job als verpleegkundige op geriatrie.

IKVF4952

Laurien (6 jaar) heeft altijd veel interesse gehad in boeken. Haar eerste boekje was er eentje in zwart-wit omdat baby’s eerst contrasten kunnen zien. Als peuter had ze heel graag boekjes met drukknoppen en en dierengeluiden. Laurien heeft een heel scherp geheugen voor details in afbeeldingen of gebeurtenissen in een verhaal. Ze kan boeken heel goed herkennen en haar eigen keuzes maken als er een boek voor school gezocht moet worden. In de bibliotheek kijkt ze altijd bij het thema gevoelens of sprookjes. Ze is een fan van de 14 muisjes reeks van Kazuo Iwamura, in Japan blijkbaar een echte klassieker. Ook de zeemzoete Tiny boeken kan ze wel smaken.

Vik (3 jaar) heeft graag zoekboeken en boeken over voertuigen zoals Het grootste en leukste beeldwoordenboek van Tom Schamp. Elke avond voor hij gaat slapen lezen we samen met Vik een boek. Dat moment mag zeker niet overgeslagen worden. Bij mijn ouders hebben Laurien en Vik een boekenschuif en is Vake voorlezer van dienst. Er staat dan geen limiet op de voorleesduur. Vik vindt het heel belangrijk om dan op de schoot te zitten. Ze lezen ook heel graag met Bomma en Leah. Vooral de grappige verhaaltjes zijn een succes. Zowel Laurien als Vik vinden de Bas & Klara boeken van Thaïs Vanderheyden heel leuk. Die bestaan uit foto’s van geknutselde mannetjes. Ze bevatten veel details en zoektochten. Er worden ook heel wat actuele thema’s in behandeld.

LPZP4773

In het oorlogsthema kan ik Post voor Mevrouw Bromley van Stefan Brijs van harte aanbevelen, net zoals Boetekleed van Ian McEwan. Wie graag een boeiende roman leest over dementie kan terecht bij Hersenschimmen van J. Bernlef (een Nederlandstalige klassieker), De grens van Riikka Pulkkinen (Finse relaties komen onder druk te staan) of De laatkomer van Dimitri Verhulst (voor wie het liever tragikomisch heeft).

Het moment – Leven als Belgische god in Nederland

Ik had het geluk om 10 dagen lang vakantie te kunnen nemen in Den Haag: de mooie stad waar mijn neef Maarten met zijn gezin woont, de stad van de CPC, van zee en strand en tonnen gezelligheid. Een stad ook waar het zomerklimaat met verfrissende bries mij op het (zweterige) lijf geschreven was. Omdat ik in een vorig leven in Leiden studeerde kan ik mezelf niet bepaald een Nederland-leek noemen. Een jaar of 15 geleden was ik er echter van overtuigd dat het nooit zou werken tussen Nederland en mij. Dankzij mijn uitjes naar Den Haag ben ik weer helemaal gewonnen voor onze noorderburen en ja, ook voor hun directheid. Ik vond in Den Haag werkelijk alles wat ik nodig had om me in vakantiesferen onder te dompelen. La vie en rose in Nederland dus.

Nederland mag dan de naam hebben eerder laag te scoren op de gastronomische schaal, ik had daarover helemaal niks te klagen. Uit eten ging ik niet, wel deed ik talloze terrasjes met koffie en wijn. Wat me opviel was de populariteit van het nul punt nul biertje. Zowel op café (de kroeg) als in de supermarkt was er een uitgebreid en divers bieraanbod zonder of met een minimaal alcoholpercentage. Zelf werd ik een tevreden mens van de uitgebreide keuze aan wijnen per glas die ook nog eens betaalbaar waren. De koffiesnob in mij kon eveneens haar hartje ophalen. Ik dronk heerlijke cappuccino’s en flat whites zonder er de hoofdprijs voor te betalen. Na enkele dagen bombardeerde ik café Emma op het Regentesseplein tot mijn stamcafé. Daar had ik meerdere goede redenen voor: het was letterlijk om de hoek van mijn verblijfplaats, ik kon er terecht voor een goeie koffie én voor een wijntje, op het terras was er altijd wat te beleven, het personeel was vriendelijk en de klanten erg divers. Op hetzelfde plein ging ik ook twee keer de mezze-schotel halen bij Ali’s Incredible Lebanese Sandwiches, werkelijk een smaakexplosie! Op het strand genoot ik dan weer van de beach-vibes bij strandpaviljoen Zuid, waar steevast trots de Nederlandse vlag wapperde, maar de zon immer stralend was.

IMG_8862b

IMG_9078b

Wat mijn horeca-beleving helemaal naar een hoger niveau tilde was de joviale en steeds inventieve manier van bedienen. Met name café Emma leek daar een patent op te hebben. Daar werd niet simpelweg gevraagd wat je wil drinken (dat zou te alledaags zijn), maar kreeg je een andere pertinente vraag voorgeschoteld: wat kan ik voor jou betekenen? Nog beter vond ik de aanpak van de jongeman die met veel zin voor dramatiek en dito armgebaren voor het terras ging staan en uitriep: heeft er hier iemand mijn hulp nodig? Ook fijn vond ik het als mijn drankkeuze positief bevestigd werd met een oprechte Lekker! Als gevolg daarvan wilde ik als exotische Vlaamse natuurlijk even creatief en lyrisch uit de hoek komen als mij gevraagd werd of alles naar wens was. Ik heb soms vast vreemde dingen gezegd.

Om helemaal in het moment te zitten, besloot ik om op een terras niet in mijn boek weg te duiken. Vakantie is juist niks doen. Op een terras betekent dat dus zitten, wat drinken, je ogen de kost geven en je oren spitsen voor de gesprekken rondom je. Een mooie bijkomstigheid is dat Nederlanders doorgaans luid en goed gearticuleerd spreken, dat ik Nederlands best goed kan begrijpen en dat er toch met weinig schroom over gevoelens of delicate onderwerpen gepraat wordt. Een Belg doet dat liever met de rolluiken strak naar beneden en gedempte stem. Ik hing aan de lippen van twee vrouwen die hun vriendschap na enkele jaren weer opnamen en vergezeld van hun twee teckeltjes een jaar of 30 aan hondenliefde bespraken. Ik volgde een sollicitatiegesprek in heel informele sfeer (een biertje, lekker!). Geen soap kon op tegen de zenuwachtig ogende man die op zijn date wachtte (het was hun derde afspraakje, zij was net gaan kamperen in Frankrijk). Toen zij eindelijk arriveerde schreeuwde alles in zijn lichaamstaal dat hij hopeloos zijn hart verloren had aan haar, maar helaas vrees ik dat zij hem minder zag zitten. De stakker! Nederlanders zijn goede verhalenvertellers. Als buitenstaander die weldra van het Haagse toneel zou verdwijnen, voelde ik me ook niet bezwaard om al die gesprekken te absorberen. Ook dat is voor mij vakantie: opgaan in de anonimiteit van de grote stad.

IMG_9089b

IMG_9002b

Als je in Nederland bent, dan wil je natuurlijk fietsen. Op vakantie wandel ik graag zonder doel rond in een stad, in Den Haag ging ik soms doelloos fietsen. Al blijft het wel uit je doppen kijken in de grote stad. Er zijn tramsporen, auto’s en fietsers die uit alle richtingen lijken te komen. Mijn lieftallige Tony viel wat uit de toon naast de alomtegenwoordige omafietsen. Ook bleek de e-bike nog niet heer en meester der rijwielen te zijn en is de Nederlander duidelijk nog niet toe aan de fietshelm. Zelfs kinderen zag ik vaker zonder dan met een fietshelm. Volgens mijn Rotterdamse vriendin Machteld is dat zo omdat fietsen in Nederland zo ingeburgerd is dat je het kan vergelijken met een helm dragen bij het tandenpoetsen. Ze was het wel met me eens dat fietsen (ook in Nederland) heel wat meer risico’s inhield dan je dagelijkse mondhygiëne.

Wat ‘s-Gravenhage (de officiële naam) helemaal onweerstaanbaar maakt is de nabijheid van de zee. Op mijn eerste vakantiedagje ging ik een kijkje nemen op het drukkere strand van Scheveningen (omwille van de pier en het CPC-gevoel), de dagen erna was ik altijd te vinden op het veel rustigere zuiderstrand. Wat een ambiance daar! Zowel ’s ochtends als ’s avonds werd er gezwommen en dat werkte zo aanstekelijk dat zelfs een niet-watterrat als ik vond dat ze de zee in moest. Ook daar moet je wel zelf gewoon uit je doppen kijken. Er zijn verschillende vlaggen die aanduiden hoe gevaarlijk de zee is. De rode vlag staat voor een “zeer gevaarlijke zee”, maar dan mag je nog steeds het water in. Wie het veilig wilde spelen, moest wachten op de geelrode vlag, want dan waren de redders aanwezig. Om het kwartier reden die in een auto over het strand om te kijken of ze niemand van de verdrinkingsdood moesten redden. Soms was er trouwens gewoon geen vlag. Geen idee hoe je dat moest interpreteren. Ik liep en wandelde heel vaak langs de vloedlijn. Ik keek naar de rauwdouwers die meeuwen zijn en hoe ze boven de strandgangers helikopteren. Ik las op het strand en tegen de duinen (in totaal 5 boeken). Ik legde me zelfs eens op een handdoek om gewoon een beetje te liggen en naar de lucht te turen. Het moet niet gekker worden.

IMG_8967b

IMG_9006b

Naast één paar sandalen, één paar slippers, één paar espadrilles en twee paar sneakers nam ik ook drie paar loopschoenen mee. Ik trok dan ook 8 keer mijn loopschoenen aan. Wat de kustlijn in Nederland zo mooi maakt, is dat die nog meer aanvoelt als een natuurgebied. Ik liep door het Westduinpark, het Oostduinpark en het Zuiderpark, telkens ook stukken door de stad en over het strand. Geen meter stelde me teleur. Op zondag 31 juli fietste ik naar Rotterdam om er de halve marathon te lopen. Het zomerse gevoel was echter wat zoek bij de #yoursummerrun omdat het een miezerige, zelfs ietwat regenachtige dag was. Bovendien was het de eerste keer dat dit evenement georganiseerd werd en dat merkte je wel een beetje. Drie weken na mijn trailavontuur in Houffalize wist ik niet goed wat ik van een snelle halve marathon op asfalt mocht verwachten. Na een vlotte eerste helft en vervolgens een eenzame strijd tegen de wind tikte ik op de legendarische Coolsingel af op 1u27, waar ik niet anders dan tevreden mee kan zijn. Met wind tegen (die verduivelde wind!) fietste ik terug naar mijn Nederlandse thuis. Kijk, ook dat is een voordeel van Den Haag: dat het voor een ervaren steenwegrijder als ik slechts een fietstocht van 25 km verwijderd is van Rotterdam.

IMG_8926b

IMG_9134b

Ik genoot kortom heel erg van Het leven zoals het is – Den Haag. Met toch een beetje hartpijn maakte ik woensdagochtend nog wat kiekjes van het Regentessekwartier. Ik besefte dat ik echt een mooie vakantie had beleefd en dat de wereld op het Regentesseplein gewoon blijft draaien als ik er niet ben. Vakantie is ook: boordevol herinneringen en inspiratie, volledig doordrongen van die prachtige stad, dolblij zijn dat je weer thuis bent. In Tienen dus, of all places.

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #3

Moeten er nog boekentips zijn? Jazeker! Mijn Tante Hilde behoeft hier inmiddels weinig introductie meer. Ik kan me nog heel levendig herinneren hoe ze vroeger met mama boekervaringen uitwisselde. De superlatieven schoten dan te kort als er weer een spannende pageturner was die hen beide had opgeslokt. Net als mijn mama’s boekensmaak gaat ook die van Tante Hilde inmiddels heel wat kanten op: van fictie over non-fictie, van de Lage Landen naar de wereldliteratuur en van de lichtere tot de stevigere leesarbeid. Hier volgt haar boeiende lezersverhaal.

Lezen als rode draad in je leven

Ik lees al mijn hele leven. Als kind hield ik van de typische meisjesboeken, liefst een serie rond één meisje met vriendinnen. Mijn moeder kon me echt gelukkig maken als ik een boek mocht gaan kopen bij de enige kranten- en boekenhandel van ons dorp vlakbij het station. Dan was ik weer vertrokken voor een dag of langer lezen. Ik was van de wereld. Vanaf een jaar of 13 kwam de bibliotheek in beeld. Iedere zaterdag ging ik naar de bibliotheek. Als de bibliothecaris, Jaak Foucqaert, aanwezig was, zakte de moed al in mijn schoenen. Hij wou me per se boeken aanprijzen waar ik echt niets aan vond. Ik wilde naar het schap van de boeken van 15-18 jarigen, daar waren de liefdesromannetjes die ik wilde lezen.

Ik ontdekte rond mijn 15e de romannetjes van Courths-Mahler, die ons ma las en die ze op de zolder bewaarde. Als we hele middagen moesten studeren in de examentijd, sloop ik naar de zolder, haalde er een paar en las ze. Ze had er minstens 100. Het waren ouderwetse liefdesverhalen met veel smachten en trachten. Hedwig Courths-Mahler is een Duitse schrijfster, geboren in 1867. Ik heb het opgezocht, er zijn 167 van haar boeken in het Nederlands uitgegeven. Als ik de titels lees, herinner ik me nog: Nooit geef ik je op en De blonde vrouw. Ongeveer in dezelfde tijd werd ik zware fan van Agatha Christie. Ik verzamelde alle boeken, net als mijn schoonbroer Jan, en las ze allemaal. De moord op Roger Ackroyd, Moord op de Nijl en Moord in de Oriënt Express zijn mijn toppers. Hercule Poirot is mijn favoriet, boven Miss Marple.

De rode draad in mijn manier van lezen is de onvoorwaardelijke trouw aan een schrijver, zodra het eerste boek een treffer is. Dat was zo met de meisjesboeken, met Agatha Christie en later zijn dat er nog velen geworden.

IMG_8989b

Vermeldenswaard in het genre spannend en psychologische thriller is Elizabeth George. Haar boek Waar rook is vond ik werkelijk fantastisch. Ik weet zeker dat ik dat besproken heb met mijn zus Alma, tijdens onze lange wandeltochten. Daarna heb ik al haar boeken gelezen, hoewel ze niet allemaal het gewenste niveau hadden. Ook nu nog hou ik bij of er een boek van haar verschijnt en lees ik het. Haar hoofdfiguren, inspecteur Thomas Linley en brigadier Barbara Havers vind ik geweldig. Ik wil weten hoe het met hen verder gaat. Wat ik ook bij haar waardeer, is dat ze dikke boeken schrijft. Daar hou ik echt van. In hetzelfde genre heb ik nog volgende schrijvers waar ik alles van heb gelezen, en die ik als vakantieliteratuur van harte kan aanbevelen: Het ijshuis en Het heksenmasker van Minette Walters, de Wallander-reeks van Henning Mankell, Jo Nesbø met zijn trieste politieman Harry Hole en de reeks met Frieda Klein van Nicci French.

Enige jaren geleden ontdekte ik het boek De waarheid over de zaak Harry Quebert van de Zwitserse schrijver Joël Dicker, op vakantie gelezen en dat was het perfecte vakantieboek. En onlangs las ik van dezelfde schrijver: Het mysterie van kamer 622, in één adem uitgelezen. Ik koop ieder jaar de VN-detective & thrillergids van Vrij Nederland. Zij geven, naast een korte inhoud van alle boeken in het laatste jaar verschenen, een sterrenkwalificatie. De hoogste notering is 5 sterren. Daaruit kiezen ze de VN-thriller/detective van het jaar. Dit jaar is dat: Harlem Shuffle van Colson Whitehead. Ik moet deze nog lezen. Zo leerde ik enige jaren geleden ook de schrijver Robert Harris kennen met zijn boek De officier. Robert Harris schrijft boeken over historische gebeurtenissen, maar dan vanuit een standpunt van een nabije betrokkene, in een mooie verhaalvorm. De officier gaat over de Dreyfus-affaire in Frankrijk. Hoewel je weet hoe het afloopt, want je kent het verhaal, is het spannend te lezen.

Met Elizabeth (vriendin van Joke) deel ik de liefde voor het boek De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafon. Dat boek, en de overige delen uit de serie Het Kerkhof der Vergeten Boeken, had ook mij helemaal in de ban.

Ik ben dus een fan van het spannende genre: whodunit, psychologische thriller etc. Pas later in mijn leven ben ik toch ook aan een ander genre begonnen waarbij vooral de boeken van Griet Op de Beeck mij dierbaar zijn. Vele hemels boven de zevende en Het beste wat we hebben, raakten me stevig. Ook Elena Ferrantes reeks van De geniale vriendin was fijn om te lezen, met de Italiaanse geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog op de achtergrond. De boeken zijn beter dan de serie die ervan gemaakt is. Wat ik wel een fantastische film vond, en waarvan het boek me tegenviel was The English Patient van Michael Ondaatje. Ik ging het boek lezen nadat ik de film had gezien en het lukte met niet om er in te komen. De filmbeelden waren te beklijvend.

IMG_8795b

Tussendoor lees ik graag non-fictie. Ik heb volgende zware aanbevelingen:

  • Wilde Zwanen van Jung Chan, waarin de Chinese geschiedenis aan de hand van 3 generaties vrouwen wordt verteld. Dit boek staat in mijn top 3 van alle boeken die ik las, fictie en non-fictie.
  • Het boek van Geert Mak De eeuw van mijn vader doet hetzelfde aan de hand van het leven van zijn vader, maar dan voor de Nederlandse geschiedenis. Toen ik dat boek las, begreep ik Nederland en haar historie beter: hun koloniale tijd, de afscheiding in kerken en geloven binnen het protestantisme. Trouwens, Geert Mak is een fantastische schrijver en ook van hem heb ik alle boeken gelezen. Ik beveel al zijn boeken aan en noem volgende minder bekende: Hoe God verdween in Jorwerd en De levens van Jan Six.
  • Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, een antropoloog van origine, die met deze kijk naar mensen en de maatschappij kijkt. Dit is het eerste boek dat ik van deze schrijver las. Daarna las ik alles van zijn hand. Ik ga nu starten met De zeven vinkjes, waarover al heel veel te doen was in Nederland.
  • De meeste mensen deugen van Rutger Bregman is ook een aanrader.
  • Alle (auto)biografieën, met die van Michelle en Barack Obama als laatste gelezen en zeer de moeite waard.
  • Van mijn twee zonen moet ik nog De Bourgondiërs van Bart van Loo lezen.

Van Humo en van de winkel Sissy Boy kreeg ik bij het begin van de zomer 8 boeken cadeau voor de e-reader. Ik ben begonnen met een boek van Isabel Allende, Violetta. In de selectie zit ook een 5-sterrenboek van de VN-thriller, De Repair Club van Charles den Tex.

Hilde blog 2

Lezen is voor mij op zijn best als ik mij volledig overgeef/onderdompel in een verhaal. Ik kan het boek dan niet goed wegleggen, ben er nog mee bezig als ik niet lees. Het boek moet dan uit, maar als het uit is, loop ik wat verweesd en sikkeneurig rond. Ik kan niet zomaar beginnen aan een nieuw boek. Niets te lezen hebben, is ook een ramp. Dat gebeurde mij eens op vakantie. Ik had maar twee leesboeken bij en we waren in Frankrijk. Sindsdien was de laatste vraag van mijn man voor vertrek of ik wel genoeg boeken mee had. Het moesten er minstens 10 zijn als we 14 dagen op vakantie gingen. Hij was opgelucht vanaf het moment dat ik een e-reader had. Ik heb net een vervanger voor mijn (20 jaar oude) eerste gekocht: eentje met een lampje om ook ’s nachts als ik niet kan slapen, te lezen.

Ik wens iedereen veel leesgenot toe in de komende zomer! En dank aan Joke dat ze me zo aan het denken heeft gezet over hoe lees ik, wat lees ik en wat lezen betekent.

In de stijl van Tante Hilde kan ik nog aanraden 1793 van Niklas Natt och Dag (donkere historische thriller), Vaderland van Fernando Aramburu (familiedrama in Spaans Baskenland ten tijde van de ETA) en Het glazen huis van Leonora Christina Skov (alternatieve whodunit).

Het boek – Lezersverhalen en zomerse leestips #2

De memorabele Tour de France 2022 mag dan zijn ontknoping naderen, de zomer is nog lang niet voorbij. Tijd om weer een portie leestips en inspirerende lezersverhalen op jullie los te laten. Om te beginnen de boekentips van mijn broer Seppe, met wie ik als kind leeswedstrijden hield door om het snelst een boek uit te lezen. Momenteel richt hij zich voornamelijk op de non-fictie met – het zal niet verbazen – een voorkeur voor het betere sportverhaal*. Mijn schoonbroer Peter leest dan weer graag praktische non-fictie boeken. Tot slot krijgt ook Roos het woord. Haar leesstijl waait een beetje alle kanten op.

Seppe, 35 jaar – sportman 

Ik zou mezelf omschrijven als een ex-lezer omdat ik een slechte lezer ben. Momenteel lees ik vooral sportgerelateerde boeken. Een goed boek heeft voor mij liefst prentjes, is niet te dik en bij voorkeur niet vertaald. Mijn lievelingsboek als kind voldoet aan die criteria: Monkie van Dieter Schubert, een verhaal over een jongetje dat zijn apenknuffel verliest en die ook weer terugvindt. Ik lees heel graag op het vliegtuig. Dankzij de goede soundtrack vond ik de film Into the Wild een pak beter dan het boek van Jon Krakauer. Omgekeerd vond ik Dan Browns The Da Vinci Code pakken beter dan de film. De beste boekentip die ik zelf ooit kreeg is De renner van Tim Krabbé, dat me werd aangeraden door Mia, mijn leerkracht Nederlands. Als kind kwam de beste boekentip van ons ma die mij De rode zwaan van Sjoerd Kuyper aanraadde.

Een boek dat ik niet snel zal vergeten is It’s Not About the Bike van Lance Armstrong. Het is heel inspirerend om te lezen hoe Lance van jonge wielergod naar kankerpatiënt gaat, bijna sterft en vervolgens 7x de Tour wint. Ondanks het dopinggebruik blijft dat verhaal overeind. Ook Robert Enke: een al te kort leven van Ronald Reng is me altijd bijgebleven. Het gaat over topkeeper Robert Enke die bij Barcelona speelde, maar kampte met zware depressies en uiteindelijk uit het leven stapt. Heel aangrijpend om te lezen hoe een topsporter het gevecht met zijn depressies verliest. Ik hoop deze zomer Het lot van Atalanta van Hanna Vandenbussche te kunnen lezen. Zij was al te gast in onze podcast van De Jogclub. Ik heb zelf al met plezier de Bahamontes Tour de France editie gelezen.

BHHF8270

Peter, 35 jaar – vertegenwoordiger

Ik ben een functionele lezer omdat de meeste boeken die ik lees aansluiten bij mijn werk. Zakelijke onderwerpen dus, maar ook zelfontwikkeling en menselijk handelen. Een goed boek moet voor mij dan ook begrijpelijk en te implementeren zijn in wat ik doe. Als kind las ik met plezier Daantje de wereldkampioen van Roald Dahl, de film vond ik helaas heel wat minder. De animatiefilm van de GVR kon mij dan weer meer bekoren dan het boek. Een boek dat ik niet snel zal vergeten is The Miracle Morning van Hal Elrod: het las heel vlot en bevatte veel eyeopeners. Wat me vooral is bijgebleven is dat je veel meer controle over je leven hebt dan wat je op het eerste gevoel kan inschatten. Dit boek heeft me ook geholpen om mezelf en mijn levenspad beter te begrijpen.

Ik lees het liefst van al in mijn leeszetel in mijn thuiskantoor, weg van alle hectische kinderdrama’s 🙂 De beste boekentip die ik zelf ooit kreeg is Feitenkennis van Hans Rosling, wat gaat over het menselijk denken. Het boek illustreert dat het beter gaat met de wereld dan we denken. Ik hoop deze zomer Surrounded by Idiots van Thomas Erikson te kunnen lezen. Mijn ultieme tip is Fish! van Stephen C. Lundin. Ik merk dat mensen vaak klagen over hun werk, dit boek kan hen misschien helpen om hun professionele leven nieuw leven in te blazen omdat het gaat over hoe je je job plezierig kan maken.

Roos, 29 jaar – ergotherapeut

Ik ben een erg beperkte lezer, zowel qua hoeveelheid als complexiteit. Ik kan niet goed om met veel lyrische beschrijvingen en/of complexe zinsconstructies. Ik lees het liefst boeken waarvan het verhaal me aanspreekt, ik ben dan ook een waargebeurd-verhaal-lezer. Al mag het niet té dramatisch zijn, maar zoek ik vooral een sterk verhaal. Het besef van een moeder van Sue Klebold en Turbulentie van Anette Herfkens vond ik twee fantastische voorbeelden hiervan. Drie jaar geleden las ik De verwarde cavia van Paulien Cornelisse, een boek dat me nog steeds is bijgebleven. Ik heb het aan veel vriendinnen aangeraden en we maken nog geregeld mopjes die verwijzen naar het boek. In de zomer probeer ik toch altijd minstens één boek te lezen. Voor nu is dat Tim, de biografie van Avicii geschreven door Måns Mosesson. Ik zou graag meer lezer willen zijn, meer die gewoonte te hebben om een boek te lezen. Ik neem het me elk jaar voor, maar het is me nog niet gelukt.

IZSN4703

In de stijl van deze drie lezertjes kan ik ook het volgende van harte aanbevelen: De meeste mensen deugen van Rutger Bregman (relevante non-fictie over menselijk gedrag), Atomic Habits van James Clear (inspirerende en praktische non-fictie) en Kruimeldief van Hind Eljadid (waargebeurd geïllustreerd verhaal over twee zussen).

*Ik vertelde hier al eens over hoe Seppe als tiener heel creatief omsprong met boeken lezen voor school. Of beter gezegd: om ze zo min mogelijk te lezen.