Loperspraat – Over een bizar verjaardagsritueel

Na Roos ben ik aan de verjaardagsbeurt. Ik ben vandaag 33 levensjaren oud of jong. Verjaren dat betekent even stilstaan bij de jaren die voorbij vliegen, het glas heffen en taart eten. Twee jaar geleden voerde ik echter een ander verjaardagsritueel in. Ik zou vanaf dan met mijn verjaardag (+ een dag speling) mijn leeftijd in kilometers lopen. Dat paste toen perfect binnen mijn marathonvoorbereiding. Zo liep ik in 2016 daags na mijn verjaardag 31 kilometer onder een loden zon. Vorig jaar liep ik op mijn verjaardag 32 kilometer, eveneens in de zon. Gisteren stond mijn jaarlijkse verjaardagsrun op de planning en als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan doe ik dat ook. Soms tegen beter weten in.

De omstandigheden waren verre van ideaal. Aanvankelijk werd er warm en zonnig weer voorspeld, maar dat werd bijgesteld. 10 dagen geleden haalde ik mijn trailrugzak nog eens van stal en dat deed ik gisteren ook. In mijn enthousiasme vulde ik het waterreservoir volledig en propte ik ook nog een Aquarius in het voorvak. Met ruim 2,5 kilo op mijn rug ging ik de deur uit. Tijdens de vorige edities had ik ook altijd de nodige twijfels gekend over een duurloop op woensdagnamiddag, maar die bleken telkens ongegrond. Ondanks mijn goede voorbereidingen leek gisteren alles meteen tegen te zitten. Het weer was ronduit slecht: redelijk fris met een harde tegenwind en motregen om het feestje compleet te maken.

De trailrugzak was geen onverdeeld succes. Door dat extra flesje voelde ik me Quasimodo die langs de Vaart hobbelt. Ja hobbelen, niet met gezwinde pas lopen. De inspanningen van het afgelopen weekend zaten nog in mijn benen. Daarbij begon mijn buik ook nog te rommelen. Mijn voeding was nochtans afgestemd op de inspanning, maar als het eenmaal tegenzit: dan werkt niets mee. De wind blies de motregen goed in mijn gezicht en ik wist dat dit geen feesteditie zou worden. Ik heb er zelfs aan gedacht om rechtsomkeert naar huis te maken. In mijn hoofd maakte ik de afweging: zou deze training mij iets opleveren of zette ik er te veel voor op het spel? Hoe belangrijk was het echt om vandaag 33 kilometer te lopen? De feiten: ik kon niet snel lopen, maar voelde ook geen pijntjes in mijn benen en ik had mijn gsm mee om in geval van nood iemand op te trommelen. Mijn conclusie rond kilometer 6,5 was dat ik dit lichamelijk aankon en dat het een nuttige training zou kunnen zijn in het kader van de mentale strijd.

Ik besefte dat dit een run zou worden waarvan ik achteraf zou denken: hoe vreselijk was dat? Af en toe heb je dat nodig om sterker te worden, echt waar. Tijdens de marathon van Brussel op 28 oktober kan het immers ook ellendig rotweer zijn en die afsluitende 30 kilometer in de Hel na een dag sporten zullen mijn mentale veerkracht ook beproeven. Ik ging er dus voor en koos voor de saaiste route: geen lus in een wisselende omgeving met bochten en lastige stoepen, maar in een rechte lijn 16,5 kilometer langs de Vaart en dan omdraaien. Ik deelde mijn Tour in volgens vijf etappes van 6,5 kilometer. Na elke etappe mocht ik eventjes stoppen als ik dat wilde. Dat gebeurde ook aan kilometer 13. Er moest iets veranderen: ik koos resoluut voor een andere playlist en haalde de Aquarius uit mijn rugzak. 2,5 liter drinken meeslepen is veel als je geen dorst hebt. Ik hobbelde verder en draaide om aan het sas van Kampenhout. Die derde etappe leek eindeloos te duren. Ik probeerde de moed erin te houden, maar het was een zwaar gevecht.

Op kilometer 20 besloot ik dat een sanitaire stop een urgente noodzaak was. Zo geschiedde. Ik vertrok als een andere loper. Wat een verschil! De vaart (!) zat er weer wat in en ook mentaal kreeg ik een boost. Weer maar eens het bewijs dat moeilijke momenten echt voorbij gaan. De laatste twee etappes liep ik aan één stuk door. Ik telde de kilometers af, maar de benenwagen bleef soepel draaien. De bui die ik de laatste kilometers nog over me heen kreeg, kon er nog wel bij. Op de tonen van FlorenceGirl with One Eye stormde ik mijn straat in. Ik voelde me net zo gestoord en onoverwinnelijk als de girl in dat lied. Uiteindelijk liep ik 33,33 kilometer: je bent symbolisch bezig of niet. Mijn gemiddelde hartslag loog er niet om en bewees dat dit een serieuze inspanning was.

Ik stond vanochtend op met verbazingwekkend frisse benen, maar naar volgend jaar toe moet ik dit concept misschien toch herzien. Een combinatie lopen-fietsen of enkel fietsen met symbolische cijfers is ook een mooie verjaardagsgewoonte. Roos stelde gisteren nog voor om samen het gemiddelde van onze leeftijden te lopen, maar herzag haar uitspraak toen ik uitrekende dat we volgend jaar dan ook al aan 31 kilometer zitten. Vandaag is een rustdag: geen sport op het programma, maar gezelligheid en ontspanning. Geloof me maar: dat kan ik zeker. Santé!

P.S. Hare Majesteit Teresa werd 12 jaar in februari.

Het portret – Mijn kleine grootse zus Roos Odeyn

Mijn jongste zusje werd één dag voor mijn zevende verjaardag geboren. Ze wordt vandaag 26 jaar. Ik weet nog goed dat ik op school vertelde dat de baby geboren was en dat een klasgenootje vroeg of ze Roos of Roosje heette. Ze is dan wel de jongste in ons gezin, maar volmondig Roos. De leeftijdsgrenzen tussen ons lijken steeds vager te worden. Als oudste voel ik me nog altijd verantwoordelijk voor mijn zussen en broer, maar het zorgen voor elkaar is geen eenrichtingsverkeer meer. Een grootse persoonlijkheid en inspiratiebron als Roos mag je geen kleintje noemen.

Roos en ik lijken hard op elkaar. Lichamelijk zijn de gelijkenissen niet te ontkennen, maar ook onze hoofden zijn op elkaar afgestemd. Wij lachen om dezelfde dwaze dingen en maken dezelfde vreemde hersenkronkels. Wij hebben kortom plezier op dezelfde manier. Wij voelen de dingen vaak hetzelfde aan en hebben weinig woorden nodig om dat duidelijk te maken. Ik heb Roos al eens een meer uitgebalanceerde versie van mezelf genoemd. Waar ik soms in ernstige overdrijfmodus kan gaan, dartelt Roos gracieus over de evenwichtsbalk van het leven. Ze kan hard gaan voor iets, maar beseft als geen ander dat de boog niet altijd gespannen moet staan. Ik kan elke dag leren van haar.

Het is geen toeval dat Roos van zorgen haar beroep heeft gemaakt. Als ergotherapeut helpt ze dagelijks diverse patiënten met kleine en grote problemen om hun leven weer op de rails te krijgen. Naast haar professionele leven is dat niet anders. Roos heeft een heel groot hart voor mensen en dieren. Ik noem haar soms dan ook al plagend moeder Teresa of vraag wanneer haar zaligverklaring zal plaatsvinden. Die vergelijking gaat helemaal niet op. Roos heeft namelijk nooit een dubbele agenda en staat met beide voeten in het echte leven. Er zit nooit ruis op haar luisterend oor. Niemand voelt mij zo goed aan als zij. Ze weet perfect wanneer ze iets moet zeggen en welke toon ze moet raken. Ze weet ook heel goed wanneer ze niets moet zeggen en mij eventjes moet laten razen.

IMG_2026b

Als Roos niet lijfelijk aanwezig is, dan is ze op een andere manier betrokken. Haar naam valt op deze blog dan ook bijzonder vaak. We begonnen samen te lopen om bij te babbelen en we begonnen samen over de marathon te dromen. Die eerste marathon liepen we ook zij aan zij en we werden toen Jansen & Jansen genoemd omdat onze cadans zo identiek was. Parijs is onze gedeelde geliefde. We vinden elkaar ook in onze creatieve projecten en de liefde voor katten. Bovendien spendeerden wij al heel wat uren samen in de auto. De taakverdeling is duidelijk: ik hou me bezig met het stuur en de route, Roos met de muziek. Als je met Roos op pad bent, is de sfeer namelijk altijd goed. Ze is een danswonder en dj-talent van de bovenste plank. Noem een instrument en zij bespeelt het in de lucht.

Ironisch genoeg zorgde mijn blessure in het voorjaar ervoor dat we toen vaak samen op avontuur waren. Roos weet namelijk ook heel goed wat snel en lang lopen is. Ze maakte haar marathondebuut op 22-jarige leeftijd en heeft inmiddels al drie marathons op de teller staan met een persoonlijke recordtijd van 3:43. Momenteel is Roos samen met Niko aan een veel grootser project bezig dan een marathon- of duatlonvoorbereiding. Ze verbouwen een huis met hun eigen handen. Hard werken: ook dat kan ze. Multitalent, zei ik het al?

Lieve Roos, ik wens je een prachtige verjaardag. Lieve lezers, ik wens jullie een Roos in jullie leven toe.

Loperspraat – Van Brussel in rechte lijn naar Leuven

Stel je voor dat er een etappewedstrijd voor lopers zou bestaan. Een Tour de France bijvoorbeeld waar lopers met een verschillende bouw en specialisatie dagelijks strijden om de overwinning over diverse afstanden en ondergronden. Mega gespierde sprintkanonnen zouden dan ook uit de voeten moeten kunnen over een heuvelachtige halve marathon. Lichtgewicht marathonlopers zouden zich dan moeten bewijzen op een explosieve korte afstand. Zou iemand daar al ooit over nagedacht hebben? Er zijn wel marathons of atletiekmeetings die onder de noemer klassieker vallen, maar die hebben altijd een recentere geschiedenis dan pakweg een Parijs-Roubaix en dus ook een minder klinkende naam.

Op zondag 2 september liep ik mijn eigen loopklassieker. Een duurlooptraining in lijn: een specialleke om de geslaagde zomervakantie af te sluiten, iets met Brussel dus. Mijn idee was eerst om van Heverlee tot in Brussel te lopen en dan de trein naar huis te nemen. Toen ik dat aan mijn papa vertelde, merkte die fijntjes op dat het misschien logischer zou zijn om vanuit Brussel huiswaarts te lopen. Ik weet niet of alle papa’s dat hebben, maar de mijne kan in ieder geval heel terechte bedenkingen maken. Aankomen in Brussel leek me bijzonder, maar het is om verscheidene redenen minder aangenaam op de trein zitten na een duurloop dan ervoor. Bovendien dacht ik ook dat ik meer hoogteverlies zou hebben van Brussel naar huis dan omgekeerd. Spoiler: dat was niet het geval.

IMG_2945b

Zo haalde ik dus een week geleden mijn trailrugzak nog eens uit de kast. Dat was meer dan een jaar geleden, meer bepaald van de 50 km La Chouffe trail die ik vorig jaar liep in juli. Zonde eigenlijk dat ik hem sindsdien niet meer gebruikte, want ik vertelde hier al over al die keren dat ik één en al gedehydrateerd thuiskwam van een duurloop. Note to self: die rugzak met waterreservoir is echt wel praktisch voor een training en ik kan er ook mijn gsm en ander nuttig gerief in kwijt. Om 9 uur vertrok ik dus naar Leuven station. 4,2 kilometer later kwam ik daar aan. De proloog was een feit.

Om 10 uur kwam ik aan in Brussel Centraal. Een beetje onwennig toch om daar in bezwete looptenue te staan met alleen een bescheiden rugzakje. Het imaginaire startschot werd gegeven en ik vertrok meteen steil omhoog richting Wetstraat door het Warandepark. Ook zonder officieel loopevenement is het in Brussel rustig op zondagvoormiddag. Ik genoot van het eerste deel richting Jubelpark en dan verder over de Tervurenlaan. Het was ook nog eens perfect loopweer met een stralende zon die nog niet te hard scheen. Ik was overigens niet de enige sportieveling. Zowel in het Warande- en Jubelpark als op de Wetstraat en de Tervurenlaan waren er veel lopers op pad. Op een bepaald moment dacht ik zelfs dat ik in mijn fietspost over Brussel overdreven had met dat alomtegenwoordige en agressieve autoverkeer. Ik ontwaakte echter abrupt uit die droom toen er duchtig werd geclaxonneerd, een auto rakelings langs mij scheerde en een andere bestuurder op het zebrapad was gestopt voor het rode licht en dit weigerde vrij te maken.

IMG_2951b
Ik verzin dit niet: deze vijver langs de Tervurenlaan heet blijkbaar Lange Vijver en die daarnaast Ronde Vijver.

Het grote voordeel van deze training was dat ik de kilometers veel minder leek te voelen. Voor mijn lange duurlopen heb ik vaste toeren waar ik perfect weet hoe lang ik nog moet lopen vanaf elk punt. Die gewoonte werkt een zekere conditionering in de hand. Er zijn stukken waar het altijd zwaar is: of ik er nu 10 of 15 kilometer heb gelopen. Dat gevoel had ik nu helemaal niet. Ik moest het eerste deel vaak stoppen aan een verkeerslicht en daardoor had mijn biologische lopersklok weinig besef van het aantal gelopen kilometers. Ook aan mooie loopliedjes bleek een eind te komen.

In en rond het Park van Tervuren was het Gordelfestival volop aan de gang met tal van lopers en fietsers. Heel goed dat mensen samen aan het sporten gaan, maar geef mij maar verbindende lijnen in plaats van afscheidende cirkels. Het dappere lopertje moest dus ook door het Park lopen en het leek alsof de vijvers plots gegroeid waren. Niet dus, ik had mij weer maar eens mispakt. Je loopt niet eventjes door Tervuren, dat vraagt tijd. Ik voelde in één klap alle kilometers die ik al gelopen had. De laatste 12 kilometer waren dus minder comfortabel. Ik verkoos de weg binnendoor langs Leefdaal in plaats van de steenweg. Een logische keuze, maar het voetpad liep lastig: veel bulten, smalle stukken en vaak schuin aflopend. Wel een goede training voor mijn enkels.

IMG_2957b
De Mellaertsvijvers in Sint-Pieters-Woluwe

De virtuele finishboog van mijn loopklassieker stond aan mijn voordeur. Minder heroïsch dan in het wereldse Brussel, maar wel heel praktisch om gewoon thuis te zijn na 28,4 + 4,2 kilometer. Die hoogtemeters bleken dus helemaal niet in mijn voordeel te zijn en dat heb ik daags nadien gevoeld. Wat een race, wat een klassieker. Absoluut voor herhaling vatbaar!

Noot voor mijn trouwe volgertjes: gisteren verscheen er even per ongeluk een ietwat bizarre sneak preview van deze blogpost. Dat heeft een reden: ik heb deze post gebruikt om de verschillende fases van het schrijfproces in kaart te brengen voor mijn leerlingen. Ja kijk, je bent een leerkracht of niet. Een eerste opzet van dit bericht werd door een menselijke fout abusievelijk gepubliceerd. Sorry!

Loperspraat – Mijn loopkalender voor het najaar

Het voorjaar van 2018 viel voor mij helemaal in het water door een blessure die ik opliep in maart. Ik was in uitstekende vorm om een scherpe tijd te lopen op de marathon van Rotterdam, maar helaas pindakaas: ik was begin april al blij dat ik zonder kruk kon stappen. Om me toch tussen de lopers te kunnen begeven, drong ik me op als persoonlijke coach van Roos. Zoals het een goede coach betaamt, fietste ik mee als zij ging trainen. Ik denk dat Roos toen net wat meer kilometertjes deed dan ze aanvankelijk in gedachten had, maar als je je zus kan opbeuren door te gaan lopen, dan doe je dat natuurlijk. Zo werd ik haar chauffeur, compagnon en trouwe supporter op de Brussels, Antwerp en Fura 10 Miles en op de 20 km van Brussel. Het was wat vreemd en ook wel wrang om langs de kant te moeten staan, maar het zijn mooie zusterlijke herinneringen. Intussen liep ik al enkele wedstrijden en durf ik terug min of meer te vertrouwen op mijn beide benen. Ik zou mezelf niet zijn als het in mijn hoofd niet al wemelde van de plannen voor het najaar. 2018 geeft mij nog 16 weken om mijn gemiste voorjaar te compenseren.

In september staan er al meteen twee mooie wedstrijden op het programma. Aanstaande zondag loop ik de XL 10 Miles. Die XL staat voor Ixelles of Elsene en 10 miles zijn nog steeds 16 kilometer. Het vertrek is aan het Europees Parlement. De tocht bestaat uit twee rondes die je door de Matongéwijk tot bij het immer bruisende Flageyplein brengen om dan rond de vijvers en de Abdij Ter Kameren te draaien. Ik bezong hier al vaker mijn liefde voor Brussel en omgeving. Dit evenement is mij dan ook op het lijf geschreven. Vorig jaar finishte ik als derde vrouw. Het leverde me een officieel podium op en een joekel van een trofee. Dankzij radio Nostalgie was er veel ambiance daar in Elsene. Roos en ik waren onder de indruk van de dancemoves van de speaker die helemaal los ging op Alexandrie, Alexandra. Allen daarheen!

IMG_2080b
Roos is helemaal klaar voor de 20 kilometer van Brussel.

Op zondag 23 september neem ik deel aan de Leuven Nature Trail (25 km). Dit is een nieuwkomer op de loopkalender met een origineel concept: de lopers vertrekken met de trein in Leuven naar Sint-Joris-Weert. Er is geen gezamenlijke start, maar wel een tijdsmeting en klassement. Het parcours van de 25 kilometer loopt door Meerdaalwoud, langs de Zoete Waters en Abdij van ’t Park. De aankomst ligt aan het station van Leuven. Jammer genoeg zal ik dit jaar niet kunnen deelnemen aan de Zoniënwoud trail (21 oktober) en de trail in Meerdaalwoud (23 december), dus ik ben benieuwd of deze trein-trailervaring dat kan goed maken.

Oktober is traditiegetrouw marathonmaand. Al maanden was mijn plan duidelijk: ik zou met Roos de marathon van Brugge lopen op 21 oktober om haar te hazen naar een nieuwe recordtijd. Roos kocht in juni echter een huis samen met Niko en al snel werd duidelijk dat werken, verbouwen en trainen voor een marathon niet te verenigen zijn. Geen probleem, ik zou die marathon alleen tot een goed eind brengen om een week later de halve in Brussel nog te kunnen meepikken. Vorige week begon ik echter wat praktischer na te denken. Brugge is niet bij de deur, de volgende dag is gewoon werkendag en als een snelle tijd niet echt het doel is: zou het dan niet logischer zijn om de marathon van Brussel te lopen op 28 oktober? Ja dus. Het is nu definitief: ik ga voor een derde marathon van Brussel op mijn palmares. Dat Brusseltje toch: het blijft maar terugkomen in mijn verhalen. Het parcours werd gewijzigd met start én finish in het Jubelpark. De impressionante passage over de Grote Markt zal ik wel missen.

Op 18 november teken ik weer present voor de halve marathon in Kasterlee, die ik ook al drie keer liep. Vijf keer eigenlijk, want vorig jaar liep ik er de hele marathon en die bestaat uit twee identieke rondes. Ik heb daar afgezien: moederziel alleen liep ik door de Kastelse velden en hobbelweggetjes met een fikse tegenwind in een troosteloos niemandsland. Eén ronde volstaat dus wel op dit grotendeels off-road parcours waar het ook altijd guur herfstweer lijkt te zijn.

Ik kan maar beter wennen aan de Kastelse lucht en bodem. Vorige week stelde ik jullie al voor aan Juan. Wel, het is niet helemaal zonder doel dat ik zoveel met mijn fietsvriendje op gang ben. Hier vertelde ik al over de Hel van Kasterlee. Mijn broer won die wedstrijd al zes keer, maar ook mijn papa volbracht al vier keer zijn helletocht. Als vrouwelijke Odeyn en marathonloper met fietsambities werd mij steeds vaker de vraag gesteld waarom ik niet eens meedeed. Simpel: geen fiets en geen tijd. Toen ik dus plots in de zomervakantie een mountainbike ter beschikking had, waren die praktische bezwaren helemaal van de baan. Ja, ik ga dus deelnemen aan de Hel van Kasterlee op 16 december. Dat staat bij deze op virtueel papier. Dit is ongetwijfeld de grootste uitdaging die ik mezelf voorschotel. Ik weet dat ik lang aan een stuk kan lopen. Of ik ook 15 kilometer kan lopen, 118 kilometer kan mountainbiken en dan nog eens 30 kilometer kan lopen, dat weet ik toch niet zeker. Ik begeef me dus echt ver uit mijn sportieve comfortzone. Op glad ijs, maar gelukkig kan ik wel schaatsen. Finishen is het doel en de volgende dag nog een mens zijn: dat is mooi meegenomen. In oktober maak ik dus mijn rentree als marathonloper en in december maak ik mijn duatlondebuut, spannende tijden!

IMG_2863b

Het boek – Mijn zomervakantie in 12 boeken

Ik wek misschien de indruk dat ik altijd in beweging ben. Niets is minder waar: ik spendeer ook behoorlijk wat tijd al lezend, een activiteit die ik nog steeds zittend of in ruststand beoefen. Net zoals voor lopen geldt dat ik ook tijd moet maken om te lezen. Doe ik dat niet, dan komt het er niet van. Lezen is verrijking, therapie en onderhoud van de geest. Dat kan ik mezelf toch niet ontzeggen? De zomervakantie is het uitgelezen moment om het boekenmeisje in mezelf eens te laten gaan. Dat lukte meer dan behoorlijk. Met 12 boeken op de teller haalde ik mijn culturele quota. Geen nood: voorlopig zijn die nog niet bij wet vastgelegd. Ik vertel jullie graag wat meer over de literaire ervaringen die mijn zomer nog warmer maakten.

Om in vakantie- en Tour-de-France-stemming te komen begon ik juli met Ventoux. Een boek over vriendschap en poëzie met als decor de mythische berg: aardig verteld en vermakelijk, maar Bergt Wagendorp kon me niet verrassen. Ook bij Noem het liefde bleef ik wat op mijn honger zitten. Als jong talent Daan Heerma Van Voss aankondigt een grote roman over de liefde te schrijven, dan zijn mijn verwachtingen hooggespannen. De personages waren mij echter te karikaturaal en het leek alsof ik het verhaal al gelezen had.

De Franse literatuur stelde geenszins teleur. Een onmogelijke liefde is een pijnlijk relaas over een getroebleerde gezinssituatie. Boeken over incest ruiken al snel naar sensatiezucht, maar Christine Agnot trapt niet in die val. Met rake pen en een groot observatievermogen schrijft ze een persoonlijk verhaal. De uitdagende cover van In de tuin van het beest kan ook misleidend overkomen. Verwacht geen literair alter ego van Anastasia Steele of een doktersroman in culturele verpakking. Hoofdpersonage is de seksverslaafde journaliste Adèle die een dubbelleven leidt. Haar angst voor een burgerlijk leven neemt groteske vormen aan. In de tuin van het beest geldt in mijn ogen dan ook als een moderne versie van Madame Bovary. Leïla Slimani schrijft beklijvend in haar debuutroman. Je bent als lezer betrokken, of je dat nu wil of niet.

IMG_2834b
Ada is een echt beest in bed.

Ik las Paris-Austerlitz van de Spanjaard Rafael Chirbes bijna in één ruk uit toen ik in Parijs was. De aangrijpende liefde tussen een jonge kunstenaar en een oudere fabriekswerker die zich afspeelt in de Franse hoofdstad, maakte me nieuwsgierig naar ander werk van de inmiddels overleden auteur. Studievriendin Machteld tipte De zevende functie van taal omdat de personages bekende namen uit de taal- en literatuurwetenschap zijn. Wij hebben dus een verleden met Jacques Derrida, Jean-Paul Sartre en consorten. Bovendien kan ik een klepper die een literaire James Bond wordt genoemd onder geen beding links laten liggen. De dood van Roland Barthes en de verdwijning van diens geheime manuscript over de zevende functie van taal staan centraal. Laurent Binet mengt fictie en realiteit vakkundig door elkaar. Dat resulteert in ronduit hilarisch scènes, uiterst interessante gedachten over de functie van taal en een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van plotwendingen. Ik was de draad van deze unieke roman helemaal kwijt, maar dat kon de leespret niet drukken.

Bij menig lezer zat De acht bergen ongetwijfeld in de vakantiekoffer. Paolo Cognetti’s bestseller domineert immers al maandenlang alle verkooplijsten. Een slimme zet dus van de uitgever om een eerder geschreven roman van het Italiaanse wonderkind nu te publiceren. Aanvankelijk gaf ik De buitenjongen weinig kans om zijn magistrale voorganger te overtreffen. Dat deed het in zekere zin wel. Het gegeven van De buitenjongen is eenvoudig: een jonge man trekt naar de bergen om daar rust en zichzelf te vinden, geïnspireerd door Christopher McCandless. Dit levert, in tegenstelling tot Into the Wild, geen groot drama op of overleving van het hardste soort, maar een integer portret over de verbondenheid tussen mens en natuur. De stijl van Cognetti vond ik met momenten zo betoverend mooi, dat ik het boek met mate heb geconsumeerd om er maximaal van te kunnen genieten. Een les in zelfbeheersing.

IMG_2282b

Domenico Starnone heeft mij ook helemaal ingepakt met zijn Italiaanse charme. De zoektocht naar diens ware identiteit kan overigens perfect dienst doen als stof voor een roman. Recente tekstanalyses zouden hebben aangetoond dat Domenico Starnone de mysterieuze Elena Ferrante is. Starnone blijft dit echter met klem ontkennen. Zijn roman Strikken wordt subtiel aangeprezen als het mannelijke antwoord op Ferrantes Dagen van verlating: het pijnlijke verslag van een vrouw die met haar kinderen in de steek wordt gelaten. Strikken is een pareltje: een prachtig geschreven pageturner die zowel humoristisch als gevoelig is. Ik las dit boek zonder rem: ik begon erin en voor ik het wist, was het uit.

Om me helemaal in Italiaanse vakantiesfeer onder te dompelen las ik Call Me by Your Name: het boek van de gelijknamige film. André Aciman schrijft over de pure en ontroerende liefde tussen Elio en Oliver. Dit is dan ook allesbehalve een stereotiep verhaal over de mannenliefde of pathetisch vakantieliefdesverdriet. We bevinden ons in de jaren 80 ergens in het noorden van Italië. Denk: zonnige boomgaarden met zwoel zomerfruit, krakend huis met piano en boekenkasten, lezen en studeren aan het stenen zwembad, intellectuele discussies en geflirt op het hoogste literaire niveau. Aan sfeerschepping geen gebrek. De dialogen zijn schaars, maar altijd to the point. Zoals wanneer Oliver tegen Elio zegt: I like the way you say things. Serieus: kan je een mooier compliment krijgen?

IMG_2821b

Een andere Engelstalige aanrader is Home Fire van Kamila Shamsie. Zoek op en de lovende recensies vliegen je tegemoet. Terecht, want het vraagt lef om een boek te schrijven over een jongeman die zijn vader achterna gaat als jihad-strijder. Zijn verhaal wordt verteld vanuit vijf verschillende personages en dat geeft telkens een andere kijk op het gebroken gezin dat tegen alle logica in samen wil blijven. Je hinkt als lezer continu op twee gedachten: telkens als je een oordeel klaar hebt, draait de situatie om. Shamsie toont aan dat dergelijke actuele verhalen zoveel genuanceerder zijn dan hoe ze vaak worden voorgesteld. Om het met de woorden van Sunday Times te zeggen: Brave and brilliant!

Tot slot las ik ook nog twee Scandinavische juweeltjes. Jens Christian Grøndahl is de grootste Deense romanschrijver van dit moment. In Pieter Steinz’ Gids voor de wereldliteratuur las ik dat Arnon Grunberg Grøndahls werk ooit relatieporno noemde. Een interessante benaming die niet per se negatief bedoeld is. Grøndahl schrijft gedetailleerd over menselijke relaties en de mechanismen die erachter schuilgaan. In Dat weet je niet begint een gelukkig getrouwd koppel hun leven te overlopen naar aanleiding van de nieuwe Pakistaanse partner van hun dochter. Ze doen dat elk afzonderlijk en overpeinzen kleine, soms futiele, gebeurtenissen met een onverwacht grote impact. Ook Grøndahl prijkt nu op mijn lijstje “verder te ontdekken”. De Noor Tarjei Vesaas hoort daar ook thuis. Helaas is er niet veel meer van hem te lezen, want enkel zijn roman De vogels is in het Nederlands verkrijgbaar. Dit meesterwerkje, dat oorspronkelijk in 1957 verscheen, wordt een Stoner genoemd: een vergeten bijou uit de wereldliteratuur die opgevist en ontdekt wordt. Het tragikomische verhaal over broer Mattis en zus Hege dat zich afspeelt in de verlaten Noorse bossen, deed mij soms denken aan John Steinbecks Of Mice and Men.

Wie op zoek is naar nog meer leesinspiratie kan een kijkje nemen op Lang Zullen We Lezen!: een platform waar bekende en onbekende lezers ervaringen en tips delen. Zo leerde ik wat mijn culturele idool Sofie Lemaire zoal leest en aanprijst. Ik verwijs jullie ook nog eens graag door naar mijn eigen boekenpagina.

Dit stond er op mijn zomermenu 2018:
Noem het liefde – Daan Heerma Van Voss, Ventoux – Bert Wagendorp, Een onmogelijke liefde – Christine Agnot, Dat weet je niet – Jens Christian Grøndahl, De buitenjongen – Paolo Cognetti, Paris-Austerlitz – Rafael Chirbes, De zevende functie van taal – Laurent Binet, In de tuin van het beest – Leïla Slimani, Call Me by Your Name – André Aciman, De vogels – Tarjei Vesaas, Strikken – Domenico Starnone, Home Fire – Kamila Shamsie

img_2960b.jpg

 

 

De gedachte – Over duatlon

Mijn broer strijdt op dit moment voor de wereldtitel lange afstand duatlon. Een voorbeschouwing kan je hier terugvinden. Ongeacht het resultaat vind ik het bijzonder jammer dat de nationale media amper aandacht besteden aan dit kampioenschap. Je zou haast denken dat we in België struikelen over de (vice-)wereldkampioenen. Enkele weken geleden berichtte Het journaal op Eén nochtans over de kersverse wereldkampioene garnalen pellen. Ja, serieus. Er moeten blijkbaar prioriteiten worden gesteld. Vorig jaar vond ik het dus hoog tijd voor een lezersbrief. Die werd niet gepubliceerd. Of wat had je gedacht?

Beste redactie

Een jaar geleden haalde Seppe Odeyn deze krant. Welgeteld zes zinnen wijdde De Morgen aan de wereldtitel duatlon die mijn broer behaalde op 4 september 2016 in het Zwitserse Zofingen. Jawel, duatlon. Hij moest hiervoor 10 km lopen, 150 km fietsen en nog eens 30 km lopen. Hij kreeg uitgebreide aandacht op 3athlon.be, slechts een korte vermelding op de website van Sporza en een interview op Radio 1. Daarin werd onder andere vermeld dat hij een jaar eerder reeds vice-wereldkampioen duatlon werd. Gisteren behaalde hij een tweede zilveren medaille op de meest prestigieuze aller duatlonwedstrijden. Zijn palmares bevat daarnaast nog Belgische titels en podiumplaatsen op internationale wedstrijden. Het moge dus duidelijk zijn dat mijn broer wereldtop is in zijn sport.

Helaas voor hem is duatlon het kleine, ongekende broertje van triatlon. Een sport die net iets meer bekendheid heeft, maar op zijn beurt ook maar een garnaaltje is in de grote sportzee. Mijn broer leeft en traint als een professionele atleet, maar heeft daarnaast ook gewoon een job om de kost te verdienen. Je wordt met andere woorden geen duatleet om geld te verdienen. Juist daarom is het bijzonder jammer dat een klein land als België een volwaardig (vice)wereldkampioen niet eens het vermelden waard vindt in een programma als Sportweekend. Ironisch, als enkele dagen voordien het zendschema wordt omgegooid omwille van kwalificatiewedstrijden waarin onze nationale voetbalploeg het opneemt tegen voetbaldwerg Gibraltar met de (on)nodige voor- en nabesprekingen. Wikipedia leert mij dat het team van Gibraltar slechts één professionele speler heeft.

Als “zus van” ben ik uiteraard bevooroordeeld. Ik begrijp heus dat duatlon minder spektakelwaarde heeft in vergelijking met sporten die wel volop in de belangstelling staan. Ik ben ook een trouwe volger van de Tour, waar dit jaar volop steen en been werd geklaagd over (veel) te lange en saaie ritten. We vinden het met z’n allen echter niet meer dan logisch dat ook die ritten wel uren zendtijd krijgen met daarbovenop (uitgebreide) samenvattingen en besprekingen omdat het nu eenmaal de Tour is.

Enkele keren per jaar slechts één minuut aandacht op de nationale televisie zou heel wat betekenen voor de professionele duatleten die op het scherpst van de snee met hun sport bezig zijn. Ze zullen niet met champagne in het rond spuiten en ze zullen ook geen luxe auto winnen (ze rijden nadien gewoon zelf naar huis in een geleende mobilhome), want daar doen ze het niet voor. Wel om een klein beetje waardering te krijgen voor het harde labeur dat ze leveren om onze nationale driekleur met glans te vertegenwoordigen.

En als er dan toch geen media aandacht aan deze sport wordt geschonken: geef die atleten dan gewoon een standbeeld.

Met vriendelijke groeten

Joke Odeyn

Loperspraat – Multisport en verkoeling in de maand augustus

Een maand geleden strooide ik gul in het rond met complimenten aan het adres van de maand juli. Vol vertrouwen ging ik verder op dat sportieve elan. Ik liep wat meer en sneller in de tweede helft van de zomervakantie en ik haalde een oude sporthobby van onder het stof. Kortom: in juli vond ik mezelf opnieuw uit als loper, in augustus herontdekte ik mezelf als sporter tout court.

Waar het in juli nog bakken, braden en vooral veel zweten was, bood augustus meer verkoeling. Zo liep ik weer eens in de regen en zag ik de natuur steeds groener worden. Lente in de zomer, kan dat? Mijn looptrainingen waren gevarieerd. Ik liep vaker ’s ochtends voor het ontbijt. Velen zullen mij voor gek verklaren, maar ik vind dat een ijzersterk begin van de dag, waardoor mijn energiepeil ongekende hoogten bereikt. Mijn duurlopen bouwde ik gestaag verder uit. Tot twee keer toe ging ik boven de 30 kilometer piepen en mensenlief: wat had ik daar een prachtig uitzicht op een nieuw marathonverhaal! Kilometers malen: het lijkt mijn tweede natuur te zijn.

De afgelopen maand stonden er ook twee wedstrijden op het programma. Op 15 augustus stond ik aan de start van de halve marathon Dwars door Zaventem en op 24 augustus nam ik deel aan de Voerhoekjogging (11,5 km) in Vossem. Beide wedstrijden begon ik met weinig verwachtingen. Kleine pijntjes in beide onderbenen baren me meteen grote zorgen: een sluimerende onzekerheid. Aangezien ik me ook blesseerde tijdens een wedstrijd, durf ik geen blitzstart te maken. In Zaventem begon ik daarom aan een heel gezapig tempo. Ik fietste tot daar en zag die 21 kilometer als een rustige duurtraining. Dat draaide anders uit. Tot kilometer 8 maakte ik me grote zorgen over een pijntje in mijn linkerbeen, dat uiteindelijk helemaal los liep. Net iets over de helft kwam er plots een versnelling uit mijn benen die ik al lang niet meer had gevoeld. Zo finishte ik als 5e vrouw en wat belangrijker was: met een heel goed gevoel. De Voerhoekjogging verliep volgens een gelijkaardig scenario. Ik zou niets forceren en vooral genieten van de omgeving. Halverwege ging de turbo toch aan en begon ik aan een remonte. Vertrouwen tanken, zoals dat heet.

IMG_2867b

De grote ster van de afgelopen maand was de mountainbike. In een heel ver verleden beoefende ik die sport al. Om aan te duiden dat het écht lang geleden is, zeg ik altijd: in de tijd dat ik nog wedstrijdjes kon doen met mijn broer. We spreken hier over mijn 15e tot 18e levensjaren. Toen ik 16 was, deed ik in de zomervakantie een studentenjob om een eigen mountainbike te kunnen kopen. Die is intussen al lang op een schroothoop beland. In juli zei mijn papa dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat opende perspectieven voor mij.

Mijn beide ouders zijn fervente lopers én fietsers. Mocht dat nog niet duidelijk zijn: ik heb mijn sportieve genen niet van vreemden. Er was dus een mountainbike “over” en ik kon heel wat fietskleding gebruiken van mijn mama. Zo kroop ik op 7 augustus weer eens op een mountainbike. En wat voor één! We hebben het hier over een 4-jarige Orbea Alma. Wie nu een resem technische specificaties verwacht, zal ik moeten teleurstellen. Ik kan wel zeggen dat ik nu all the way fiets met klikpedalen en schijfremmen. Mijn eerste kilometers fietste ik op vlak eentonig terrein (Vaart en Demer) om wat aan het gevoel te wennen. Dat zat snel goed. Tijd dus om het bos te gaan verkennen. Wat een plezier! Ik beleefde een tweede jeugd, maar dan zonder oplaaiende hormonen en peer pressure.

IMG_2926b

Er is dus een tweede fiets in mijn leven. Ik heb al eens de neiging om objecten te personifiëren. De mountainbike kreeg dan ook een naam. We hebben het vanaf nu over Juan. Orbea is namelijk een Spaans (Baskisch) merk en Juan is De Spaanse variant van Jan, mijn papa’s naam. De liefde voor Juan nam meteen ernstige vormen aan. Zo noem ik hem soms al liefkozend Juanie en wil ik hem liefst van al ook in huis bij me hebben. Eén en al liefde dus. Mijn sportieve actieradius werd dankzij Juan uitgebreid. Tervuren ligt nu echt om de hoek. Ik volgde daar al enkele mountainbikeroutes en die stelden niet teleur. Ook dichter bij huis is er heel wat moois te ontdekken op mijn stoere tweewieler.

Geen nood voor wie gek is op mijn loopverhalen en zich nu bedrogen voelt omdat Jokeloopt nu ook fietst. Ik blijf een loper, zoals ik ook niet meteen geen lezer meer ben omdat ik de film eens beter vind dan het boek. Mijn sportieve ei kan ik nu volledig kwijt in een tweede sport, zodat het gemakkelijker is om mijn loopkilometers binnen de perken te houden. Ik loop nog altijd veel, meer dan wat mensen gemiddeld “normaal” zullen vinden, maar ik bouw meer rustdagen in. Die kleine pijntjes blijven me eraan herinneren dat meer lopen niet altijd nodig is. Juan staat vanaf nu altijd paraat om mij op te vangen.

Maandag begint het nieuwe schooljaar. Ik ga dus weer aan het werk en zal creatiever met mijn agenda moeten omspringen. Dat betekent dat ik wat harder in de dagen zal moeten knijpen om er alles uit te persen. Dankuwel Augustus, u was een prachtige sportmaand!

De muziek – Hartjes voor Florence + The Machine

Florence Welch werd vanochtend misschien wat katerig wakker. Van het feestgedruis welteverstaan, niet van de drank. Gisteren blies ze immers 32 kaarsjes uit. Ik vraag me af hoe ze haar verjaardag heeft gevierd. Ongetwijfeld in stijl of beter gezegd: volgens haar eigen unieke stijl. Misschien stonden die kaarsjes op een treacle tart en werden er ook scones geserveerd. Er was ongetwijfeld thee. Heel veel thee voor haar Machine, familieleden en andere inspirators die ze bezingt op haar nieuwste album High as Hope. Ik telde niet af tot het einde van het schooljaar, maar wel tot de laatste vrijdag van juni: de dag dat haar jongste telg in de winkel zou liggen. Mijn zomervakantie kleurde helemaal Florence en mijn liefde voor de ravissante gingerhead heeft weer een boost van jewelste gekregen.

Het is een understatement om te zeggen dat Florence Welch een bijzondere madame is. Door middel van haar muziek creëert ze een eigen universum waarin ze volledig zichzelf kan zijn. Florence is een zingende paradox. Ze staat soms mijlenver af van het gewone leven, maar draagt ook een grote herkenbaarheid met zich mee. Haar verschijning wekt nostalgie op, maar toch beschrijft ze de worstelingen van het moderne leven. Ze hunkert naar allesomvattende liefde, maar verafschuwt die op hetzelfde moment. Een powerwoman en fragiel meisje in hetzelfde lichaam. Het mag dan ook niet verbazen dat haar badkamer (jawel) volledig gewijd is aan de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo. Die slaagde erin om, ondanks de vele tegenslagen in haar korte leven, toch met een enorme positiviteit in dat leven te staan. Kahlo’s kunstwerken stralen zowel levensvreugde als -angst uit. Zelden was een zelfportret zo vrolijk, kleurrijk en tegelijkertijd luguber. Viva la vida volgens Frida en Florence.

Florence’ woning in Londen toont ons hoe haar universum eruit ziet. In haar charmante huis (of moet ik zeggen museum) zijn de muren bedekt met allerhande kaders, teksten, religieuze verwijzingen en vergeelde prenten: levendige herinneringen aan een turbulent artistiek leven. In haar dressing schitteren florale prints, vintage vondsten en extravagante gewaden zij aan zij. Haar tuin (jawel, in Londen!) is zonder twijfel de meest feeërieke van Groot-Brittannië. Misschien very British, maar vooral very Florence. De vrouw des huizes valt helemaal samen met haar omgeving. I like the past in objects, I’d say the past in my mind less. Geen wonder dat ze haar huis vergelijkt met een scrapbook of giant notebook. Zelfs Marie Kondo zal daar in een ijverige bui geen verandering in kunnen brengen.

Naar aanleiding van de release van High as Hope vertelt Florence in een interview met De Morgen openhartig over het ontstaan van haar vierde album. Twee jaar geleden stortte ze naar eigen zeggen in. Ze zwoer drank en drugs af en besefte dat ze eerlijk met zichzelf moest leren zijn. Dat betekende niet langer enkel communiceren via de muziek over de zwaarte van het leven, maar ook in het echt. Hierdoor ging er ook een andere wind waaien door haar artistieke carrière. Zo vertelt ze in South London Forever over haar bewogen tienerjaren en is Hunger het pijnlijke relaas over haar eetstoornis. In Grace verontschuldigt ze zich dan weer tegenover haar jongere zus voor de aandacht die ze jarenlang opslorpte in het gezin. Mijn favorieten zijn het meeslepende Patricia, een overweldigend bedankje aan het adres van icoon Patti Smith, en Big God, waarvoor ze samenwerkte met jazzsaxofonist Kamasi Washington. Bekijk vooral ook de clip en vul dan zelf maar in wie of wat die grote god is en waarom we die nodig hebben.

In december 2015 zag ik Florence + The Machine live aan het werk in het Sportpaleis. Niet meteen de meest intieme zaal, maar van zodra Mrs Welch langs haar fans naar het podium trok, gebeurde er iets. Een slechte zitplaats kon niet verhinderen dat we onophoudelijk naar die frêle gestalte met de imposante stem en soms wat bevreemdende choreografieën bleven kijken en luisteren. Florence lijkt zich soms in een andere wereld te bevinden, ver weg van alles en iedereen, maar toch is ze er helemaal voor het publiek. Ze creëert betrokkenheid en je kan niet anders dan haar geloven als ze zegt dat How Big, How Blue, How Beautiful een cadeautje is dat je langzaam moet uitpakken. Dat doe ik dan ook telkens weer als ik het beluister.

Florence’ muziek is één en en al emotie. In het artikel van De Morgen worden “emotionele chaos en drama” bestempeld als haar handelsmerk. Dat neemt niet weg dat ik heel vaak luister naar Florence + The Machine als ik ga lopen. Ook op haar voorgaande album How Big, How Blue, How Beautiful lijkt haar krachtige stem een emotioneel kompas te zijn. Je mag hard janken en roepen over het ongeluk dat je is aangedaan of de miserie die je jezelf op de hals hebt gehaald, maar dan gaan we gewoon weer verder met het leven. Ook geluk kan je van de daken schreeuwen. Hoop zit in een klein hoekje. Schouders recht, borst vooruit en gaan. Ik voel me altijd sterker als ik het magistrale Queen of Peace heb beluisterd. Doodzonde dat de intro ervan op de radio werd weggeknipt. Ik hou van de wie-doet-mij-wat-attitude in What Kind of Man. In mijn ode aan Avicii vertelde ik al over mijn zwak voor songs die de broeder- en zusterliefde bezingen. Wel, als Florence in Dog Days Are Over zegt dat ik snel moet lopen voor mijn moeder, vader, zussen en broer, dan kan ik niet anders dan daar gehoor aan geven. Florence + The Machine is een meeslepend feestje in een sfeervolle setting waar de gemoederen al eens hoog kunnen oplopen. Dat er nog heel veel cadeautjes en parels voor haar publiek mogen volgen. Cheers!

Duatlonspecial – Wat je moet weten over duatlon, Seppe Odeyn en het WK

Zondag 2 september 2018 is het zover: dan vindt het wereldkampioenschap lange afstand duatlon plaats in Zofingen (Zwitserland). Mijn broer Seppe zal dan opnieuw een gooi doen naar de wereldtitel. In september 2016 bracht hij de titel al eens naar België. Vorig jaar werd hij, net zoals in 2015, vice-wereldkampioen. Hij staat dit jaar voor de vijfde keer aan de start van dit WK. Redenen genoeg dus om jullie een korte inleiding te geven over de – helaas onbekende – duatlonsport, mijn broer die hierin tot de wereldtop behoort en het komende wereldkampioenschap.

De olympische sport triatlon zal bij velen bekender in de oren klinken met de Ironman-competitie als bekendste wedstrijdenreeks over de volledige afstand. De atleten zwemmen 3,8 kilometer, fietsen er 180 en sluiten af met een marathon, goed voor 42,2 kilometer lopen. Mijn broer nam dit jaar deel aan maar liefst drie Ironmans: Texas in april, Lanzarote in mei en Tallinn in augustus. Hij eindigde telkens nét buiten de top 10. Dat is heel straf voor iemand die zegt dat hij nog wedstrijdervaring moet op doen in de grote triatlons en die niet geboren werd als waterrat. Duatlon wordt ook al eens verward met de olympische wintersport biatlon, een langlaufwedstrijd waarbij de atleten onderweg met een geweer op doel moeten schieten. Mijn broer zou hier waarschijnlijk goed in zijn, maar bij gebrek aan sneeuw en een wapenvergunning kan hij zich hier niet op toeleggen.

seppe2

Duatlon bestaat uit drie onderdelen: de atleten lopen eerst, springen dan op de fiets en sluiten weer af met een loopnummer. Net zoals er ook kwart- en halve triatlons georganiseerd worden, verschillen ook de afstand en aard van het parcours van een duatlon. Zo is het Belgisch kampioenschap bijvoorbeeld een cross duatlon over de korte afstand, waar dus met een mountainbike wordt gefietst. Er bestaat ook een Belgisch en Europees kampioenschap over de lange afstand (10-60-10). Seppe behaalde al titels in beide disciplines en is ook zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee. Een wedstrijd die zich niet voor niets de zwaarste winterduatlon ter wereld noemt. Op de Kempische bodem van Kasterlee wordt 15 kilometer gelopen, 118 kilometer gemountainbiket, om de benen nog eens finaal los te gooien met een run van 30 kilometer. Aangezien er gestreden wordt in december zijn de weersomstandigheden onverbiddelijk: kou, ijs en nattigheid behoren dan ook tot het vaste repertoire.

seppe3

Het is overigens op die Kastelse grond dat mijn broer zijn eerste stapjes (en trapjes) in de duatlonsport zette. Als ik juist kan tellen, was het op 24-jarige leeftijd dat hij de overstap maakte van het wielrennen naar de duatlon. In dit oprechte portret van Vojo Magazine dat vorig jaar over hem verscheen, kan je daar meer over lezen. Ik vertelde hier al dat hij naast zijn professionele topsportleven als duatleet en triatleet ook nog een job als vertegenwoordiger voor fietsenmerk Orbea heeft. Dat betekent trainen in vrije momenten en dus in alle vroegte of donkerte: over toewijding gesproken. Duatlon is een kleine wereld die weinig bekendheid geniet in het medialandschap, maar het is niet zomaar een opstapje naar de triatlon. Het prijzengeld ligt daar echter hoger, de sport kent meer prestige en triatleten hebben bijgevolg een grotere sterrenstatus dan mijn broer. Jammer, want Seppe Odeyn is een naam die klinkt als een klok in het duatlonmilieu en zijn wereldtitel in 2016 leverde hem ook een nominatie op de longlist voor sportman van het jaar op.

Het wereldkampioenschap lange afstand duatlon behoort tot de Powerman-competitie, zeg maar de Ironman van de duatlon. Seppe won in februari nog een Powerman-wedstrijd op Mallorca. Op de Powerman-ranking eindigde hij in 2016 op nummer 1. Seppe Odeyn is met andere woorden dus de Rafael Nadal van zijn sport, maar dan zonder Aston Martin. Het Zwitserse Zofingen is de vaste locatie voor het WK duatlon lange afstand. De wedstrijd is een klepper van formaat en omvangt 10 kilometer lopen, 150 kilometer fietsen en een afsluitend loopnummer van 30 kilometer. In 2016 volbracht Seppe dat kunstje in 6u23. Wie durft nu nog te beweren dat duatlon het kleine of minderwaardige broertje is van triatlon? België heeft overigens een stevige reputatie in de duatlon. De betreurde Benny Vansteelant schreef vijf wereldtitels op zijn naam, diens broer Joerie haalde er drie binnen en Rob Woestenborgs was goed voor één zege in Zofingen.

seppe1

Naast Seppe Odeyn worden ook Søren Bystrop (Denemarken), Gaël Le Bellec (Frankrijk) en Felix Köhler (Duitsland) tot de kanshebbers op de wereldtitel gerekend. Bij de vrouwen is het de vraag of de Britse Emma Pooley haar vijfde kampioenschap op rij kan winnen. Om alvast wat in de sfeer te komen, kan je hier een uitgebreid videoverslag van de race in 2016 bekijken: de editie die mijn broer dus won. Vanaf 1:14:00 zie je hoe hij op de finish afstormt, applaus in ontvangst neemt van enthousiaste Zwitsers en letterlijk door het lint mag gaan. Andere aanwezige elementen zijn: een Belgische vlag, een vreemde hond als mascotte, zonnebloemen en zelfs cheerleaders. Stand up for the champion! In het interview met de kersverse wereldkampioen kan je zien en horen dat mijn broer ook welbespraakt is in het Engels. Om het met de samenvattende woorden van de interviewer te zeggen: You started like a rocket, you finished like a champion!

Wie zich bij wijze van voorbereiding nog verder wil verdiepen in de sportieve carrière en avonturen van mijn broer, kan zich inlezen op Seppes website en blog. Jullie willen nu natuurlijk helemaal niets missen van dit wereldkampioenschap. Er is helaas geen plaats meer in de auto’s van de familieleden en supporters die naar Zofingen afzakken en Sporza beseft nog niet dat deze race uitzendwaardig is. Niet getreurd: je kan de wedstrijd volgen via livestreaming op de gloednieuwe Powerman Zofingen site. Ik zeg: kijken en supporteren!

Loperspraat – Beginnersfouten die ik nog steeds maak

Ik vertelde jullie vorige week over de beginnersfouten die ik maakte als loper. Zowel wat betreft mijn kleding en voeding als mijn trainingsprincipes leerde ik wat werkte en wat niet door zo maar wat te doen. Trial and error om het doordachter te laten klinken. Inmiddels heb ik een patroon vastgesteld in de manier waarop ik omga met een nieuwe bezigheid of hobby. Aanvankelijk begin ik altijd low profile: ik zie het als een uitdaging om met zo weinig mogelijk specifiek materiaal mijn plan te trekken. Ik zou bij wijze van spreken van een oud laken een judopak in elkaar naaien. Dan volgt een fase waarin ik volledig opga in die bezigheid en dat betekent ook dat ik me helemaal ga inlezen. Ik zou het dan hebben over mijn uwagi en zibon, want ah ja: zo heten een judojas en judobroek. Tot slot volgt dan de conclusie dat ik dit en dat toch echt wel nodig heb en begin ik een prijsvergelijkende studie. Ik ga kortom overstag en investeer in een judopak of judogi. Gelukkig ben ik mijn hobby’s niet snel beu. Oké, ik verzamel geen schelpen en postzegels meer, maar ik heb ook geen duur fitnesstoestel dat als kapstok dient of een duikset om de deur open te houden. Dat scheelt. Doorgaans leer ik dus uit mijn beginnersfase. Er zijn echter ook bepaalde denkbeelden en gewoontes vastgeroest in mijn systeem als loper en die krijg ik er niet zo gemakkelijk uit. Voor alle duidelijkheid: ik ambieer geen carrière als judoka.

Eén van mijn gewoontes van het eerste uur is dat ik nog te vaak denk in trainingskilometers in plaats van in loopminuten. Toen ik zelf een marathonschema opstelde, baseerde ik me op andere schema’s die uitgingen van het aantal gelopen kilometers. De schema’s die ik tegenwoordig zie verschijnen in looptijdschriften vertellen je hoeveel minuten je moet lopen en aan welke intensiteit. 8 kilometer lopen aan een rustig tempo en daar 48 minuten over doen of het gaspedaal induwen en diezelfde afstand afleggen in 38 minuten, levert een andere training op, hoewel de afstand dezelfde is. Het voordeel van schema’s die uitgaan van het aantal gelopen minuten is dat ze je verplichten om niet steeds hetzelfde tempo te lopen. Ik vind het nadeel hiervan dat het lastiger is om je tempo te laten afhangen van het moment. Het is namelijk niet altijd goed in te schatten hoe je benen zijn en als dan op mijn schema zou staan dat ik 8 kilometer moet lopen aan een hoge intensiteit, dan zal ik daar niet zomaar van afwijken. Bovendien denk ik ook over mijn looproutes in termen van kilometers. Door intervaltrainingen in te bouwen en in te spelen op de vorm van de dag ga ik ervan uit dat ik voldoende varieer in intensiteit. Ik staar me al eens blind op die kilometers en ik durf dus gerust te bekennen dat ik al meermaals een lusje extra gelopen heb omdat ik van plan was om 12 kilometer te lopen en geen 11,6.

Over cijfers gesproken: ik kan nogal opgaan in getallen en tijden. Voor een wedstrijd zoek ik mijn tijden van voorbijgaande jaren op en bekijk ik mijn kilometersplits om te zien waar ik eventueel nog tijdwinst kan boeken. Allemaal goed, maar ik hou daarbij onvoldoende rekening met de specifieke omstandigheden. Zo was ik in mei 2017 ontgoocheld dat ik een halve minuut trager had gelopen op de 20 km van Brussel dan het jaar voordien. Het gold voor mij niet als een verzachtende omstandigheid dat het weer in 2017 te omschrijven was als “drukkend onaangenaam warm” en dat er op voorhand in het nieuws gewaarschuwd werd voor de hitte. Belachelijk natuurlijk, want dat ik op maar een halve minuut van mijn snelle tijd van het jaar voordien strandde, was misschien zelfs een straffere prestatie. Ook de cijfers en prognoses die mijn Garmin aangeeft, neem ik vaak te ernstig. Ik weet dat de metingen van een GPS-horloge gebaseerd zijn op algemene parameters die onvoldoende individueel zijn afgestemd en dat daar ook nog een behoorlijke foutenmarge op zit, maar het is sterker dan mezelf om waarde te hechten aan die getallen.

Ik blijf ook bijzonder hardleers als het gaat over hydratatie. Natuurlijk weet ik dat je voldoende water moet drinken. In voorbereiding van een marathon besteed ik daar wel aandacht aan: ik zorg er dan voor dat ik 2 liter water drink de dag voordien. Voor een training heb ik daar weinig oog voor. Zo ben ik al heel vaak vertrokken met een droge mond omdat ik wel koffie heb gedronken, maar geen water. Bij een kortere training resulteert dit niet meteen in lichamelijk klachten, bij een duurloop is dat toch anders. Als het echt warm is, dan zal ik drinken meenemen en ergens halverwege ook een bevoorrading voorzien. Ik lijk soms te vergeten dat 20 graden ook al warm is om te lopen en 30 kilometer een behoorlijke afstand. Water meenemen lijkt op voorhand dan zoveel gedoe. Dat slaat nergens op: ik heb vandaag maar weer eens ervaren hoe onaangenaam het is om kilometers lang te snakken naar slechts een paar slokken water. Ik moest mezelf bedwingen om niet uit een waterplas te drinken onderweg. Een beetje afzien op training kan geen kwaad, maar je maakt het je lichaam wel erg zwaar om gedehydrateerd te blijven lopen. Bovendien ben ik nogal een zweter, dus op ruim 2,5 uur verlies ik heel veel vocht. Dit is onder andere nadelig voor het herstel nadien. Ik blijf dan ook zitten met een niet te lessen dorst. Vreemd genoeg vergeet ik dus steeds weer hoe vervelend dat is.

Tot slot mijn allergrootste werkpunt: rust. Ik kan heel veel doen op een dag en bikkelhard zijn voor mezelf. Mijn papa zei vorige week nog voor de grap (hoop ik) dat ik een goede slavendrijver geweest zou zijn in het oude Egypte. Slaap is bij mij al een schaars goed en ik offer net iets te gemakkelijk een uur slaap op voor een ochtendlijke looptraining. Als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan zal dat gebeuren. Ik sus mezelf dan met de gedachte dat ik daarna eens zo goed in de zetel zal zitten. Dat is deels ook wel zo, maar soms is het verstandiger om te kiezen voor rust. Goed trainen wil ook zeggen: goed rusten. Trainingen inplannen vormt geen probleem, rust inlassen daarentegen wel. Om maximaal rendement te halen uit je trainingen, moet je die zo uitgerust mogelijk kunnen afleggen. In navolging van Joop Zoetemelk denk ik dat je niet alleen de Tour, maar ook een marathon spreekwoordelijk in bed kan winnen.