Loperspraat – 10 voorbeschouwende weetjes op de La Chouffe trail

Niks zo leuk als voorpret. Met de La Chouffe trail op het weekendprogramma is het dan ook tijd voor het betere voorbeschouwende werk. Het wordt mijn vijfde deelname in Houffalize en de derde keer dat ik kies voor de langste afstand. Naar mijn gevoel was ik vorig jaar net wat frisser en fitter. Het zij zo, dit jaar loopt het nu eenmaal allemaal wat stroever. Ik zal het moeten doen met de vorm die er is. Juni was nog steeds goed voor 362 loopkilometers. Met een maandrecord op zak en veel zin voor avontuur kijk ik het dus tegemoet. Ik serveer jullie 10 La Chouffe trail weetjes voor de aanstormende editie.

  • Het parcours wijzigt elk jaar wel wat. We zullen dit jaar dan ook de volle 70 kilometer lopen en geen 69, wat me de kans geeft om mijn afstandsrecord weer een tikje scherper te stellen en boven de 7 te gaan piepen. De hoogtemeters situeren zich rond de 1800. Stevig, maar na een toertje trailen in Stavelot liepen Hans en ik ook nog een Extratrail van 26 kilometer in Theux. Ik heb het Ardennen-gevoel dus in de benen zitten.
  • Met Hans aan mijn zijde was ik er nooit eerder zo gerust in om niet verkeerd te lopen. Hij kent de streek als zijn broekzak en bestudeerde het parcours uitgebreid. Conclusie: we lopen de route van vorig jaar in de andere richting. De eerste 10 kilometer zijn wat anders, vandaar het extra kilometertje.
  • Over mijn wegkapitein gesproken: Hans en ik zagen en spraken elkaar voor het eerst vorig jaar aan de start. Zoals hij berekend had, finishte hij in de sandwich tussen Roos en mij. Onderweg liep hij ook enkele stukken samen met Roos en werd er wat gebabbeld. Beide nietsvermoedend dat ze schoonbroer en -zus van elkaar zouden worden.
  • Sport Events en Live Nation stemmen de agenda’s duidelijk niet op elkaar af. Om die reden is Roos helaas niet van de partij. Haar voorbereiding voor de Chouffe trail bevat normaal gezien een vierdaagse Rock Werchter. Nu moest ze kiezen en won de muziek het van de sport. Begin augustus zal ze wel de 48 kilometer van de Trail des Fantômes lopen. Zelf zal ik daarbij zijn als supporter van dienst samen met een delegatie familieleden.
  • Aan goed gezelschap zal er in Houffalize echter geen gebrek zijn. Sam maakt zijn debuut op de langste afstand en zal Hans en mij vergezellen. Maatje Marise heeft de smaak van de afstand duidelijk te pakken en debuteert op de 18 kilometer. Stijn – die de broer van Pieter zou kunnen zijn, maar het voor alle duidelijkheid niet is – zet zijn tanden in zijn eerste 70 kilometer. Ik zei het al: héél schoon en straf gezelschap!
  • Ouwe getrouwe Pieter leerde ik 2 jaar gelden kennen tijdens de La Chouffe trail. Hij gaat nu van start als compagnon de route van Stijn (die dus niet zijn broer is). Aangezien hij een week eerder in Luxemburg een 70.3 triatlon uit zijn benen schudde (goed voor 4u37 sportplezier), stelt hij zich low profile op. Aan talent en ervaring ontbreekt het in ieder geval niet in deze nu al legendarische looptandem.
  • In vergelijking met de zwoele temperatuur van vorig jaar, mogen we ons dit jaar gelukkig prijzen met een graad of 20, mogelijk met een buitje hier of daar. Modder of niet, we liepen de afgelopen maanden vaak in erbarmelijke omstandigheden, dus ook op dat vlak kunnen we wel wat hebben. Een acceptabele temperatuur is goed nieuws voor elke loper met een wat minder sterk maag-darmstelsel. Het scheelt zweet en witte randen van het zout op je kleding nadien.
  • Mijn carrièreswitch betekent ook het einde van het Nike-tijdperk in mijn leven. Je zal me nog wel in hun kleding zien, maar voor mijn voeten kies ik resoluut voor Hoka. Ik zal zelf lopen op de Speedgoat 5 die ik al aan een eerste trailtest onderwierp in Theux en later ook in Tervuren. Wat een genot! Demping, grip en steun à volonté. Hans kiest voor de Mafate Speed 4 van Hoka.
  • Vorig jaar was ik ruim 8 uur onderweg. Ik vulde mijn brandstofvoorraad zuinigjes aan. Clif bloks vormen de hoofdmoot van mijn menu. Voor peperkoek en Tuc koekjes op de bevoorrading ben ik ook altijd in. In mijn vest zitten twee soft flasks met drank en net zo goed binnen handbereik insecten- en ontsmettingsspray. Mijn brokkenparcours van twee jaar geleden leerde me dat het geen overbodige luxe is om een wonde meteen te kunnen ontsmetten, mocht dat nodig zijn. En verder herken je mij in eerste instantie aan mijn pet.
  • Voor de ontspanning rekenen we op hét eetadres van Houffalize: Chez l’Italien – on revient chaque année – of hoe een naam geniaal in al z’n eenvoud kan zijn. Sam en Marise gaan zondag kajakken. Moedig! Hans en ik passen en zullen vooral de lopers aanmoedigen van de wedstrijden op zondag. Onder hen Geert, de man achter Absolute Run in Leuven en een gedreven trailrunner die de 36 kilometer voor zijn rekening neemt.

Houffa, here we come!

Het moment – De laatste laatste schooldag

De laatste schooldag is altijd een moment van stilstaan en terugblikken. Met verbijstering stel ik vast dat het jaar weer voorbij is gevlogen en dat mijn kinderen in alle richtingen zijn gegroeid. Een schooljaar wordt gedirigeerd volgens een strakke routine, maar is ook chaos en verrassing troef. De staart was dit jaar eens zo bijzonder. Vrijdag 28 juni 2024 was namelijk mijn aller-laatste laatste schooldag. Na 13,5 jaar voor de klas zeg ik het onderwijs vaarwel en begin ik aan een nieuw hoofdstuk. En wat voor één: een job die mij op het lijf geschreven is, om de vaakst gehoorde reactie uit mijn omgeving te citeren. Ik ga een uitdaging tegemoet waarbij mijn lopende leven ook mijn werk wordt.

Absolute Run – Vedette Sport is een gloednieuwe loopspeciaalzaak die in september de deuren opent op de Bondgenotenlaan in Leuven. Een winkel met een hart voor running en alles wat daarbij hoort. Een plek waar je als loper het juiste advies krijgt binnen een familiaal kader, waar iedereen telt en welkom is. Absolute Run is niet mijn zaak, maar ik mag het dagelijks reilen en zeilen van de winkel mee in goede banen leiden. De aanzet voor deze carrièrewending verliep via Seppe die eigenaar Geert al jaren goed kent. Na een eerste gesprek was de klik er om met elkaar in zee te gaan. Ik mag dus mee aan de wieg staan van de geboorte van een nieuwe loopwinkel. Het spreekt voor zich dat ik daar ongelofelijk veel zin in heb.

Ik sluit een hoofdstuk in mijn leven af. Wat zal ik mijn leerlingen missen, samen met het team waar ik deel van mocht uitmaken en de thuis die de school voor heel wat jongeren en ook voor mij een beetje was. Ik ben dankbaar voor wat mijn tijd als leerkracht mij heeft gebracht. Het waren mooie, maar ook moeilijke jaren. De afgelopen schooljaren eisten te veel van mij. Het geraakte stilaan op tussen het onderwijs en mij. Omdat ik niet krampachtig wil blijven vasthouden aan iets louter omdat het vertrouwd aanvoelt, kies ik bewust voor een heel andere richting. Ik wil meer puur plezier halen uit mijn werk. Ik wil een job waarin ik meer autonomie en waardering krijg. Ik wil meer tijd en mentale ruimte hebben voor alles naast mijn werk. Lopen onder andere.

Het veilige onderwijsnest verlaten voelde aanvankelijk als een heel grote sprong in het onbekende. Tot ik besefte dat ik net daar aan toe ben. Dankzij de steun en liefde die ik krijg van Hans is twijfel relatief en durf ik deze stap te zetten. Ik heb lang gedacht dat het leven niks meer voor mij in petto had. Dat mooie kansen die je pad kruisen voornamelijk zijn weggelegd voor anderen. Ik was verkeerd. Lopen heeft me al zo ontzettend veel gebracht in het leven en dat zal het blijven doen.

Momenteel ben ik me volop aan het inwerken bij Vedette Sport in Lier waar Geert, Ingrid en Stefanie me wegwijs maken in alles wat komt kijken bij het runnen van een winkel. Boeiend en prikkelend, soms wat overweldigend, maar oh zo fijn om te voelen hoe het vuur in mij weer brandt. Op naar een nieuw avontuur dus. Afspraak vanaf 5 september op de Bondgenotenlaan 119 in Leuven!

IMG_4316b

Klein geluk #8 – Op de fiets over de F24

Als je elke werkdag 42,2 kilometer met de fiets aflegt, word je al eens voor gek verklaard. Terecht. Ik fiets dus elke dag een marathon voor mijn woon-werkverkeer. Soms werkt een toevallig getal de symboliek makkelijk in de hand. Ik schreef al meermaals over mijn band met mijn zowel geliefde als vervloekte Tiensesteenweg, een grauwe gevaarlijke strook asfalt die mijn woning in Tienen verbindt met mijn werkplek in Leuven. Het afgelopen schooljaar scheidden onze wegen echter halverwege en deed een nieuw personage zijn intrede: de F24 is de fietssnelweg die is aangelegd tussen Boutersem en Leuven. Langs het spoor, groen, glooiend en lekker bollend. De kilometer extra die ik per rit fiets, betaalt zichzelf terug in veiligheid en comfort. Waar ik aanvankelijk wat weerstand voelde – ik zou écht géén kiloméééters extra gaan maken en mijn steenweggetje aan de kant schuiven – groeide er inmiddels een innige band met mijn F24. Tijd dus om eens stil te staan bij de kleine gelukjes die daar zoal mijn pad kruisen.

  • fietsen is en blijft voor mij de ideale manier om van werk- naar thuismodus te schakelen, een groene omgeving is dan eens zo dankbaar
  • over een fietssnelweg fiets je vooral sneller omdat je niet moet wachten aan de lichten, wachttijd op de steenweg staat gelijk aan een kilometer extra fietstijd op de snelweg
  • die rit dat fietsen als vanzelf lijkt te gaan, zelfs in die mate dat je denkt dat er een motor op je fiets geïnstalleerd werd
  • die rit dat fietsen als een tijdrit aanvoelt, vastberaden om dat ene doel te halen – Tony Martin indachtig
  • die rit dat je met een goed beladen trekkingfiets toch onder het uur kan duiken en een sub1 op de tabellen rijdt
  • die rit dat ik samen fiets met Hans, met de zon in de rug als het kan, door wind en regen als het moet, spraak- dan wel zwijgzaam, maar nooit een gebrek aan sfeer en gezelligheid
  • binnen gluren bij Murrie die langs de fietssnelweg woont, bij deze kan ik haar ook verzekeren dat het echt wel meevalt met de inkijk, ik zie hooguit de contouren van iemand die in de keuken staat
  • binnen gluren bij Rudi Vranckx, althans, voor ons verhaal is het de woning van de journalist, al bewijzen de feiten het tegendeel
  • de statige tweelingvilla’s waar het, ondanks hun ligging naast het kerkhof, een heerlijkheid moet zijn om er koffie te drinken op het slaapkamerterras
  • het spookhuis dat opvalt door potdicht te zijn, met de rolluiken strak naar beneden, wat me zowel beangstigt als fascineert
  • de villa met de dromerige tuin en een eindeloze houtvoorraad, een woning die veel huiselijkheid uitstraalt, maar waarbij ik het onbegrijpelijk vind dat er standaard een droogrek in de leefruimte staat
  • de Sint-Ermelindiskapel die tot de verbeelding sprak, tot Hans eens een ommetje maakte om de kapel te bezichtigen en hij concludeerde dat vooral de naam charmant is
  • de treinen die voorbij rijden, waarbij ik dan toch altijd blij ben dat ik er niet op zit, lang leve de autonomie van de fietser die los van uurregelingen het heft in eigen handen neemt
  • het privé-bos, waarbij ik me afvraag wiens eigendom het is en wie dus de gelukzak is die houten bordjes met “privé-bos” de grond in kon slaan
  • de picknickbanken die vooral dienst doen als rook- of gsm-stop, ook wie met een speed pedelec rijdt, blijkt al eens behoefte te hebben aan een rustmoment
  • de paardenduo’s op de wei, zij aan zij tevreden grazend, bedekt met deken en vliegenmasker als het warm is, met de benen in de modder als het nat is 
  • de bende wit-zwarte koeien op de glooiende wei die een prachtig zicht hebben op de zonsopgang, een idylle die hen ook niet onberoerd laat
  • de 8 bruine stieren die wij de boys noemen, een weitje testosteron waar het er doorgaans vredig aan toe gaat met hooguit een speelse krachtmeting

IMG_4325b

IMG_4356b

IMG_4366b

De gedachte – Over muzikale helden

Hallo allemaal – het is de standaard aanspreking van mijn dierbare leerlingen als ze hun klas toespreken bij een spreekopdracht. Over de opdracht van het spreekexamen vertelde ik 2 jaar geleden al wat meer. De opdracht bleef ongewijzigd: hou een vurig betoog voor een persoon die een belangrijke invloed heeft op de wereld waarin wij vandaag leven. Ik hoorde ondertussen al tal van lofredes over Marie Curie, Rosa Parks, Martin Luther King, Nelson Mandela, Malala Yousafzai en de Obama’s. Het typeert De Jeugd Van Tegenwoordig om te kiezen voor strijders die bereid zijn een prijs te betalen voor hun engagement. Graag deel ik met jullie muzikale helden die deze periode de revue passeerden.

Rolmodel David Bowie werd geëerd omwille van de culturele impact die hij had en dan met name hoe hij ruim een half decennium geleden al experimenteerde met genderrollen. Op de albumcover van The Man Who Sold the World zie je Bowie in een jurk liggend op een divan. Hij was iemand die buiten de reguliere hokjes durfde te denken en al in de jaren 70 een speech begon met Dear Men, Dear Women and Dear Others. Over zijn seksuele identiteit vertelde hij zelf weinig. De boodschap die hij wilde uitdragen was immers om ten alle tijden jezelf te zijn, los van de labels die al eens op hoofden worden geplakt.

Producer, rapper, designer, innovator, klootzak, vader en beste artiest van de 21e eeuw: het is de veelomvattende omschrijving van de omstreden Kanye West. Hij startte zijn carrière als schilder die vooral rapper wilde worden. Zijn stijl is revolutionair dankzij nieuwe muzikale technieken die techno, electro en dance combineert. Het album Graduation is een memorabel hoogtepunt. Hij heeft een grote invloed op de (rap)muziek van nu en is een inspiratiebron voor tal van andere artiesten. Bovendien zorgde zijn kledingmerk Yeezy ervoor dat grote modehuizen ook streetwear gingen produceren.

Queen of Soul Aretha Franklin werd geboren op 25 maart 1942. Ze ontpopte zich niet alleen als stem die staat als een huis, maar ook als feministe en burgerrechtenactiviste. Op 16-jarige leeftijd ging ze op tournee met Martin Luther King. Ze zong ook op diens begrafenis in 1968. Haar nummers zijn een mix van gospel, r&b en soul. Kracht en emotie voeren de boventoon in haar tijdloos oeuvre. Haar Respect klinkt in de mannenwereld die de muziekindustrie was dan ook niet als een hol woord: het is een pleidooi voor female empowerment.

Muzikant en YouTuber Joost Klein groeide op in een moeilijke thuissituatie nadat hij zijn ouders verloor op jonge leeftijd. Met zijn creativiteit en authenticiteit heeft hij een plek gemaakt voor jongeren om hun gevoelens te kunnen uiten en leren begrijpen. Hij deinst er dan ook niet voor terug om via zijn muziek complexe thema’s als identiteit en mentale gezondheid aan te halen. Zijn stijl is evenzeer uniek als grensverleggend. Hij is een inspiratiebron voor veel jongeren om – ondanks de obstakels op de weg – hun dromen na te jagen.

King of Rock and Roll Elvis Presley beleefde zijn hoogdagen in de jaren 50. Zijn energieke performances spreken tot de verbeelding. Hij liet zich inspireren door rhythm-and-blues, waardoor het Afro-Amerikaanse gevoel in zijn muziek erg aanstekelijk is. Voor zijn grote doorbraak was hij een sympathieke underdog die opgroeide in een multiculturele omgeving met beperkte financiële middelen. Later kwam er heel wat kritiek op zijn acteerkunsten, maar drukte hij wel een stempel door zijn groeiende interesse in mode. Ook zijn typerende kapsel is niet minder dan iconisch te noemen.

Melissa Viviane Jefferson is een krachtige stem die muziek maakt onder de artiestennaam Lizzo. Onder het juk van de stereotypes en vooroordelen omhelst zij haar eigen (atypische) schoonheid door voluit in te zetten op zelfliefde en body positivity. Schoonheid kent immers geen maat. Haar muziek gaat dan ook over zelfacceptie en zelfvertrouwen. Ze moedigt iedereen aan om trots te zijn op zichzelf. Anders zijn omarmen, dat is de beweging die ze in gang wil zetten om de standaard van inclusiviteit te verhogen.

Met heel veel dank aan Anna, Janrobbe, Lola, Marit, Marjan, Stan en Tess. Ik baseerde me inhoudelijk enkel op hun betogen en citeerde hen soms letterlijk.

Loperspraat – Hoogtemeters maken met Sam

Ik verklaar de zomer bij deze officieel voor geopend. En hoe kan je de zomer beter vieren en inzetten dan met een stevig stuk te lopen? De verwachting van juli dat betekent namelijk La Chouffe tijd. Niet alleen Hans en ik zullen weer present tekenen voor de langste afstand van 70 km, ook enkele loopmaatjes willen hun tanden zetten in de beklimmingen van Houffalize. Zo ook Sam, zoveel meer dan een personage hier op mijn blog. Zijn knaltijd van 1u11 op de 20 kilometer van Brussel bewijst dat hij in topvorm verkeert. Vorig jaar liep hij de 49 kilometer in Houffalize. Bij een temperatuur van 30 graden kostte hem dat veel zweet en een venijnige strijd om de laatste 8 kilometer door te spartelen. Een week geleden liep Sam de Trail Godefroy in Bouillon als voorbereiding op de La Chouffe. Lees zelf hoe dat hem beviel.

Ik schreef me in januari in voor deze trail, ik wist toen nog niet dat Bouillon zo’n 2 uur rijden is vanuit Brussel. De afgelopen maanden heb ik goed getraind. Af en toe had ik wel last van mijn achillespees. Nooit in die mate dat ik er niet mee kon lopen, maar ik voel altijd wel iets. Tijdens de 20 van Brussel heb ik lang samen gelopen met een kinesist, ik moet daar dringend eens langsgaan om te vermijden dat het verergert. Hoe dan ook had ik wel veel zin in deze trail. Het zou een goeie training zijn, want 1100 hoogtemeters op 34 kilometer is toch best stevig. De afstand is de helft van de La Chouffe trail, dus wel zwaar, maar ook niet zo zwaar dat ik er weken van zou moeten bekomen.

WTOU6993

Ik ben rustig begonnen. De eerste 20 kilometer gingen dan ook supervlot. Ik heb me heel de tijd ingehouden. En dan – ja typisch – dacht ik van: ik ben hier nu toch, laat ons maar een beetje doorlopen. Ik begon bergop te lopen op steile stukken waar dat kon, waardoor ik me heb opgeblazen. Na 30 kilometer was het vat op. Mijn bovenbenen begonnen te verkrampen. Dit was een wijze les voor de La Chouffe. Dus – bij deze: bergop gewoon wandelen, there is no shame in it, want als je per se wil lopen, zal je dat bekopen. Als je verkrampt is het echt niet meer te doen. Op het einde had ik een serieuze kramp in mijn kuit zitten. Ik voel die kramp op dit moment nog altijd wat. Uiteindelijk ben ik gefinisht na 3 uur en 16 minuten.

Het was een heel mooie trail met perfect weer. We begonnen met 10 graden, waarna het zonnetje erdoor brak met 12 graden. Eigenlijk heel aangenaam, veel beter dan de 30 graden van de La Chouffe trail vorig jaar. Ik kijk er met vertrouwen naartoe. Onlangs heb ik nog eens een conditietest gedaan. Mijn hartslag is verlaagd en ik begin later lactaat aan te maken. Ik heb dus een heel goede basis voor de trail. Ik heb ook getraind op mijn voeding en testte nieuwe gels uit van SIS die me heel goed zijn bevallen. Sowieso ben ik beter getraind dan vorig jaar. Ik liep in mei ongeveer 250 kilometer en deze maand zal ik daar ook wel uitkomen. Sinds maart deed ik 5 intervaltrainingen, dus ik heb niet heel veel tempotrainingen gelopen. Na de trail zal ik weer specifieker beginnen trainen voor de marathon.

Mijn maatje Marise loopt de 18 kilometer in Houffalize. Ik kijk er heel erg naar uit om in goed gezelschap nog eens een unieke dag te beleven!

Een verjaardagsbrief voor Bart Moeyaert

Beste Bart

Ik hoop dat ik gewoon Bart mag zeggen. En ook gewoon jij. Dat deed ik ook toen ik je in maart 2000 een brief schreef. 14 jaar was ik. Een heel grote (naar mijn gevoel de grootste) Bart Moeyaert fan die teleurgesteld was omdat je naast de Gouden Uil greep. Een grote literaire bekroning die alleen jij verdiende. Ik schreef een brief om je op te beuren. Ik dacht namelijk dat je verdrietig zou zijn en ik wilde je laten weten dat je op mijn steun als lezer altijd zou kunnen rekenen. Ik was een fan die haar taak ernstig nam. Ik wist dus dat jij jarig bent op 9 juni. Vandaag schrijf ik om je te feliciteren. Jij wordt op deze zonnige dag namelijk 60 jaar, een feestje waard en een moment om even stil te staan bij 25 jaar Bart Moeyaert in mijn leven.

Ik was dus 14 jaar toen ik voor het eerst een boek van jou in handen kreeg. Als boekenmeisje ging ik meermaals naar de bibliotheek in Herent waar een medewerker zo vriendelijk was om me wat leestips te geven. Ze duwde me jouw Mansoor of hoe we Stina bijna doodkregen in handen. De titel alleen al verklapte dat dit boek anders zou zijn dan de paardenboeken en sentimenteel dramatische verhalen waar ik aan verslingerd was, maar ook een beetje op uitgekeken. Het verhaal van Nisse en Stina nam mij meteen stevig in z’n greep. Dit was écht iets heel anders. Een nieuwe fascinatie was geboren. Ik wilde meteen andere boeken van je lezen en het was officieel: mijn lievelingsschrijver was Bart Moeyaert.

In 1999 kwam Het is de liefde die we niet begrijpen uit. Een ontroerend mooi boek over graag zien. Een moeilijk boek ook wel. Ik las stukjes opnieuw en opnieuw en ik vroeg me soms af wat je bedoelde. Juist dat vond ik eigenlijk heel leuk. Ik las geen hapklare kost. In tegenstelling tot de andere boeken die ik las, bleven jouw verhalen nazinderen. Ik kon ze voelen tot in mijn kleine teen. Daarom deed het soms ook een beetje pijn om jouw boeken te lezen. Zoals Broere, waarin je vertelt hoe je opgroeide als jongste van 7 zonen. Net die fijngevoeligheid en dat stukje pijn vond ik zo mooi. Ik had grote voelsprieten en door me terug te trekken in mijn hoofd en boeken wilde ik het leven wat beter kunnen begrijpen. Jij hielp me daarbij.

Het was ook in 1999 dat ik voor het eerst een eigen boek van Bart Moeyaert kreeg, een gekoesterd exemplaar van Het is de liefde die we niet begrijpen. Ik liet het signeren op de Boekenbeurs. Een jaarlijkse traditie was geboren. Elk jaar in november (meestal de 1e) stond ik daar weer om de nieuwe Bart Moeyaert uit jouw handen te krijgen. Een bijzonder moment voor een fan natuurlijk. Al voelde ik nooit echt de behoefte om me te opzichtig als fan van het eerste uur op te stellen. Ik bleef een introvert boekenmeisje dat liever de connectie met haar lievelingsschrijver voelde dan dat ze die zou uitspreken. Je kwam steeds hartelijk over, een beetje nerveus soms en ik herinner me ook dat je meestal een donkerblauw overhemd droeg. Ik zag de signeerrij jaar na jaar groeien. Je kreeg het publiek en de waardering die je verdiende en daar werd ik blij van.

In 2019 kreeg je de Astrid Lindgren Memorial Award toegekend. Niemand kan er nog omheen: je behoort tot de crème de la crème van de literatuur. Je schrijft voor mensen, niet alleen maar voor de jeugd of voor jongeren. Je toonde aan dat het label jeugdliteratuur in wezen nietszeggend is. Ik ben al die jaren fan gebleven. Als mens, lezer en als leerkracht. Voor mijn leerlingen heb ik mijn liefde voor Bart Moeyaert nooit onder stoelen of banken gestoken. Het voelde dan ook als een pluim op mijn hoed toen je naar aanleiding van je ALMA in De Standaard verkondigde dat “Leerkrachten die zelf niet lezen geen goede leerkracht zijn”. Helemaal mee eens.

Ik heb nu ongeveer de leeftijd die jij had toen ik jouw fan werd. Ik heb mijn taak als boekenpromotor, leesliefhebber en Bart Moeyaert fan altijd heel ernstig genomen. Dat is het minste wat ik kan doen voor alles wat jij mij gegeven hebt en nog steeds voor mij betekent. Voor de kleine 14-jarige Joke van weleer en de grote 38-jarige Joke van nu. Op levenslang boekengeluk met Bart Moeyaert.

Ik wens je een fantastische verjaardag toe!

Liefs
Joke X

IMG_4263b

Het moment – Een ode aan de gebuur

De kans is groot dat je een buurman hebt die Geert heet. Roos en ik kwamen namelijk tot de vaststelling dat een Geert in de buurt een constante waarde is in onze levens. We bombardeerden Geert daarmee tot dé buurmannennaam bij uitstek. Ik heb al op veel verschillende plekken gewoond en ik heb dus ook al veel buren gehad. In het dorp waar ik nu woon, ben ik gezegend met bijzonder goede en fijne buren. Het is vandaag Dag van de Buren. Reden te meer om mijn lieftallige buurtjes te eren. Het zijn namelijk de buren die je straat een gezicht geven.

Volgens het spreekwoord heb je maar beter een goede buur dan een verre vriend. Enter het grote voordeel van de buur: het is iemand die in de buurt woont, een begrip dat zo rekbaar is als je zelf wil. Met je buren deel je de huiselijkheid van je woonomgeving en ook je ergernissen over de straat. Of over andere buren, dat kan natuurlijk ook. Toen ik nog in het dichtbevolkte Leuven woonde, ervoer ik dat zowel de muren als de buren oren hebben, waardoor je soms net iets te veel inkijk kreeg in andermans leven. Een goede buur is iemand die beseft dat je als buurtbewoners op elkaar bent aangewezen, ook als de neuzen soms in de andere richting staan. Het is vooral ook iemand die er in de eerste plaats waarde aan hecht om een goede buur te zijn. Net dat kreeg ik mee van mijn ouders, die slaagden er decennia lang in om een goede band te onderhouden met de buren die meer hielden van een strakke gazon en coniferenhaag dan van de wildgroei in onze tuin.

Verder vind ik het een belangrijke eigenschap van een buur dat die je enthousiast kan begroeten, als het moet meermaals per dag. Een goede buur is nieuwsgierig, maar ook discreet en slaagt er dus in om zowel een oogje in het zeil te houden als een oogje dicht te knijpen. Een goede buur heeft bij voorkeur een hart voor dieren en dus ook een huisdier waar altijd wel een verhaal over te vertellen is. Een goede buur kent je gewoontes en rituelen zonder zich daar te veel vragen bij te stellen. Een goede buur heeft niet altijd iets te vertellen, maar is wel altijd in voor een babbel op de stoep. Een goede buur is iemand waar je op kan rekenen. Of je nu ducttape nodig hebt of een spoedritje naar de dierenarts. Het staat onomstotelijk vast dat goede buren goud waard zijn.

Nergens voel ik me zo thuis als in de straat waar ik nu woon. Ik gooi dus niks dan lof richting mijn buren. Dat we nog lang en gezellig met z’n allen mogen samenleven. Cheers op de buurt en de buren!

Loperspraat – 10 jaar 20 km door Brussel

Op 25 mei 2014 liepen Roos en ik voor het eerst in ons leven 20 kilometer. De rest is geschiedenis. Ik heb het al heel vaak gehad over die dag en wat die voor ons betekend heeft: we vonden onszelf als loper. 10 jaar later zijn de twintigers van weleer dertigers. We professionaliseerden onze kleding en uitrusting. We leerden nog meer te genieten van het lopen. Maar vooral: we verzamelden tassen vol aan memorabele loopherinneringen. De 20 kilometer door Brussel zal om die reden altijd een iconische wedstrijd blijven. Vandaag sta ik in het Jubelpark aan de start voor mijn 9e 20 kilometer. Voor Hans is het dan weer 10 jaar geleden dat hij de 20 liep en voor Sam is het zijn 10e deelname. Ik geef hen graag alle drie het woord om te vertellen op welke manier deze iconische wedstrijd een ankerpunt vormt in hun loopcarrière.

9691_20230528_075349_284340021_socialmedia

Roos – 140 kilometer door Brussel

Wanneer liep je je eerste 20 door Brussel? Wat herinner je je ervan? 
Het was de eerste wedstrijd, het eerste grote doel en ook het beste gevoel dat ik ooit gehad heb nadien. Ik voelde me een week lang onoverwinnelijk. Ik herinner me vooral hoe wij echt niet wisten wat ons overkwam, dat jij (Joke) een wit Spa hoedje aannam en opzette, dat we op het einde waar je eigenlijk pietedood moet zijn, nog konden versnellen. En ook dat ik te kleine loopschoenen aanhad en dat we onze wedstrijd timeden met een CASIO. 

Hoe ben je als loper veranderd sinds die eerste deelname?
Ik werd geboren als loper 🙂 

Wat is je PR?
Geen idee. Ik denk mijn verjaardagseditie in 1u32.

Wat vind je het mooiste of leukste deel van het parcours?
De lange bergaf na Terkamerenbos. Daar staat mama ook altijd om te supporteren. De finish is hoe dan ook legendarisch, voor die boog, die wapperende vlag en dan de medaille met tricolore lintje. 

Wat is je mooiste herinnering aan de start in het Jubelpark?
De allereerste met Simply The Best van Tina Turner! Mijn verjaardag vieren in de startbox is ook een mooie herinnering. 

Wat maakt de 20 km van Brussel anders dan een ander groot loopevenement?
Ik heb een haat-liefde verhouding met de 20 km van Brussel. Het is ergens mijn lievelingsevenement omwille van de sfeer, de trots van onze hoofdstad en de afstand, maar eigenlijk is het ook een merde: te weinig toiletten, drukte en chaos bij de start, geen tassenbewaking. Het is ook een wedstrijd die iedereen al wel eens liep, iedereen heeft er wel een goed verhaal over te vertellen. Julien (haar peter) heeft die vroeger ook zo vaak gelopen. Ik heb zijn medailles en daardoor voelt het alsof ik een traditie verder zet. 

Wat verwacht je van de komende editie?
Op het moment dat je kon inschrijven had ik juist zoveel wedstrijden gelopen dat ik het gevoel had even te moeten bekomen. Nu het kortbij komt en het een 10-jarige editie is voor ons, voel ik wel spijt. Al is mijn rechterheup blij met de keuze om niet deel te nemen. Ik plan een fietstocht richting Brussel om te gaan supporteren. 

09b9ffa0-044d-4e22-93e9-5e9abd285c15

Hans – 60 kilometer door Brussel

Wanneer liep je je eerste 20 door Brussel? Wat herinner je je ervan?
Ik liep mijn eerste in 2007, het was ook meteen mijn allereerste loopwedstrijd ooit. Het is al even geleden, dus ik herinner me er eerlijk gezegd niet meer zoveel van. Wat ik wel nog weet is dat ik binnen de twee uur wilde finishen en dat dat ook gelukt is. En het was ook warm meen ik me te herinneren. De blog die ik toen bijhield op skynetblogs bestaat intussen niet meer, maar dankzij het geheugen van het internet heb ik toch nog een post kunnen terugvinden. Enkele interessante feiten:

  • De grote drukte vond ik toen al het grote minpunt bij dit soort wedstrijden 😊. Onderweg heb ik vrij veel hinder ondervonden van “tragere” lopers en stappers, niet alleen in het begin, maar ook vooral tijdens de laatste kilometers bij de “beklimming” van de Tervurenlaan.
  • Ik ging voor een tijd onder de 1u55. Dat werd uiteindelijk 1:51:47, maar door de drukte moest ik twee minuten aanschuiven om over de finish te geraken, waardoor mijn officiële tijd 1:53:56 werd. Dus nog steeds onder de beoogde 1u55. Gelukkig!
  • In het Terkamerenbos heb ik zoveel mogelijk langs de kant gelopen op het onverharde deel. Er zat toen blijkbaar al een trailrunner in mij, al wist ik dat toen zelf nog niet.
  • En last but not least, ik blijk me zelfs geamuseerd te hebben tijdens die wedstrijd 😉

Hoe ben je als loper veranderd sinds die eerste deelname?                             
Niet eigenlijk, of toch niet meteen. Mijn eerstvolgende wedstrijd liep ik namelijk pas 3 jaar later. Opnieuw de 20 kilometer van Brussel, in 2010. Daarna ben ik “meer” wedstrijden beginnen lopen, ongeveer één per jaar. Vanaf 2013 ben ik dan mijn aantal loopkilometers gevoelig beginnen opdrijven, met een PR op de 20 in 2014 en de marathon van Eindhoven in 2015. Dan kwam eigenlijk pas de echte grote verandering toen ik besloot om geen stratenlopen meer te doen, maar enkel nog trails (hoewel ik die eed intussen weer gebroken heb, maar daarover kan je lezen in een andere post). Sinds die beslissing heeft het lopen ook een veel prominentere plaats in mijn leven ingenomen.

Wat is je PR?
Mijn PR liep ik tijdens mijn derde deelname in 2014. Het doel was om te finishen binnen de 1u40, wat met een tijd van 1:36:18 ruimschoots gelukt is.

Wat vind je het mooiste of leukste deel van het parcours?
Tja, Terkamerenbos zeker, want daar kan je met een beetje moeite onverhard lopen

Wat is je mooiste herinnering aan de start in het Jubelpark?
De drukte in zo’n startvak en de luide muziek zullen nooit echt helemaal mijn ding zijn, dus echte herinneringen kan ik me dan ook niet meteen voor de geest halen.

Wat maakt de 20 km van Brussel anders dan andere grote loopevenementen?
Kan ik eigenlijk niet echt vergelijken. Ik liep in die jaren enkel de 20 kilometer van Brussel en Dwars door Mechelen (10 kilometer), wat niet echt een groot loopevenement is. Ik heb dus enkel de marathons van Eindhoven en Milaan als referentie.

Wat verwacht je van de komende editie?
Ik deel mijn ambities liefst niet in ruime kring, kwestie van geen onnodige druk te leggen 😃

9691_20230528_100115_284357374_socialmedia

Sam – 180 kilometer door Brussel

Wanneer liep je je eerste 20 door Brussel? Wat herinner je je ervan? 
De 20 km is voor mij de moeder aller loopwedstrijden omdat het de eerste loopwedstrijd is waar ik aan deelnam. Ik was toen 12 jaar. De eerste 8 kilometer heb ik samen met mijn mama gelopen, vanaf het Terkamerenbos mocht ik alleen verder. Heel speciaal! Ik was ook nog letterlijk een kleine jongen en kreeg daarom heel veel aanmoedigingen, dat zal ik nooit vergeten. Het jaar erna verwachtte ik dat er evenveel op mij geroepen zou worden, maar omdat ik een pak groter was, viel ik minder op. Die eerste in 2008 was niet het begin van mijn loopcarrière, want ik liep al sinds mijn 8e bij een atletiekclub, maar ik heb toen wel beseft dat lange afstanden echt mijn ding zijn. Het was dus mijn begin als langeafstandsloper.

Hoe ben je als loper veranderd sinds die eerste deelname? 
Ik ben als persoon heel erg veranderd, maar ook als loper. Sinds de corona-periode ben ik heel regelmatig beginnen lopen en besliste ik ook om een eerste marathon te lopen. Ik weet niet meer met welke schoenen ik liep bij mijn eerste 20, waarschijnlijk Nikes die mijn mama voor mij had gekocht. Nu is alles helemaal afgestemd: mijn outfit, trainingen, hartslagmeter en horloge. Een serieuze verandering dus. Ik loop nu ook met meer interne druk. Het is niet meer van: ik ga gewoon lopen en zal blij zijn als ik het uitloop. Er speelt altijd een tijdaspect mee, ook al blijft de 20 gewoon een heel mooie wedstrijd.

Wat is je PR?
Vorig jaar liep ik 1u13.

Wat vind je het mooiste of leukste deel van het parcours?
Terkamerenbos is toch echt heel mooi. Na 7 km kijk je over de vijver en dan zie je aan de andere kant ook lopers: een heel mooi beeld! Hetzelfde heb je in de Belliardstraat en de Regentschapsstraat bij de stukken bergop en -af. Als je daar achterom kijkt zie je een mensenzee. Als kind vond ik dat heel impressionant, al is het nu wat minder omdat ik redelijk vooraan loop en het pak daar wat meer uitgestrekt is. De finish aan de triomfboog is natuurlijk ook heel bijzonder. Dit jaar komt die 200 meter eerder waardoor je niet meer rond de fontein moet. Er kwam een stukje bij in Terkamerenbos, een steil stuk, dus dat gaat pikken.

Wat is je mooiste herinnering aan de finish in het Jubelpark?
Toen ik mijn mama haar record van 1u37 brak bij mijn derde deelname. Ik ontdekte daar een nieuwe dimensie van mezelf als loper: wauw, ik loop nu sneller dan één van mijn ouders! Het volgende doel was om de 1u20 van mijn papa te breken, ook dat is ondertussen gelukt.

Wat maakt de 20 km van Brussel anders dan andere grote loopevenementen?
Alles en iedereen komt er samen: de supergoeie lopers, maar ook de wandelaars die vanuit een eigen box starten. Het is bovendien één van de weinige wedstrijden waarbij er geen livetracking is en je naam niet op je nummer staat. De organisatie huurt geen lopers is en niemand kent de winnaar echt. Het is nog een wedstrijd van en voor het volk. Ook zot dat een hoofdstad helemaal wordt platgelegd voor de grootste loopwedstrijd van België, want nergens anders lopen 40.000 mensen één afstand. De 20 lopen voelt telkens als thuiskomen. Nu ook letterlijk omdat ik sinds kort in Brussel woon en ik wekelijks, soms zelfs bijna dagelijks, ga lopen in Terkamerenbos. Het nadeel is dat ik nu nog beter weet waar het op en neer gaat.

Wat verwacht je van de komende editie?
Ik loop weer voor Run for Hope, een organisatie die zich inzet om kinderen met kanker te steunen. Het is inspirerend om al die lieve mensen te zien en dat geeft een extra zetje om je best te doen. Vorig jaar liep ik 1u13, maar ik denk dat ik sneller kan omdat ik mijn laatste wedstrijden ook gemiddeld sneller liep. Ik hoop op 1u11. Ik kijk er in ieder geval heel erg naar uit! Er lopen veel mensen mee die ik ken en het is zo mooi om zoveel liefde voor het lopen te voelen en om één van de dingen die mij het meest passioneren met zoveel mensen te kunnen delen.

9691_20230528_111403_284779889_socialmedia

Het moment – Een toertje trailen in Stavelot

Een jaarlijks terugkerende traditie is een blogpost naar aanleiding van een trail waarin ik uitleg waarom ik nooit een echte trailloper zal zijn. De steeds terugkerende conclusie is dan dat ik traillopen heb leren omarmen. Vorig jaar had ik tijdens de 69 kilometer lange La Chouffe trail voor het eerst het gevoel dat ik het eigenlijk best goed verdroeg: hoogte overwinnen, het ellenlange karakter en het gevarieerde parcours. Ik omschrijf mezelf echter nog steeds als een wannabe trailloper. Hans daarentegen, die stel ik altijd vol trots voor als een échte trailloper (en daar is helemaal niks van gelogen). 10 jaar geleden koos hij resoluut voor het trailrunning-pad. Hij is er bovendien ook heel goed in (daar is net zo goed niks van gelogen). Jullie voelen het al: dit is de jaarlijkse bijdrage waarin ik mijn loftrompetje bovenhaal voor de trail, maar tegelijkertijd zal toegeven dat er nog steeds voornamelijk marathonbloed door mijn lijf stroomt.

Begin juli staat de La Chouffe trail weer met stip genoteerd. Voor de derde keer zal ik in Houffalize present tekenen voor de langste afstand. Een gebrek aan familieleden aan de start en langs de zijlijn wordt gecompenseerd door de deelnames van Hans, Sam en Pieter. Trailen in juli dat betekent dat ik na de voorjaarsmarathon weer een hoop kilometers bij elkaar hoop te lopen ter voorbereiding van het echte werk in de Ardennen. De afgelopen maanden werd ik geplaagd door rug- en hamstringpijn. Mijn lichaam protesteerde als ik bergop liep over een onverhard en geaccidenteerd parcours, maar het weerhield me er niet van om met Hans in het weekend ergens op een groene plek te gaan lopen. Als je als wannabe met nen echte op pad bent, hang je wel al eens aan de rekker als het terrein lastiger wordt en de hellingsgraad toeneemt. Ondanks het aanharken, kan ik er echt van genieten om samen op pad te zijn. En waar Hans mijn liefde voor de trail aanwakkert, heb ik hem die voor Tervuren bijgebracht.

IMG_4062b

Een primeur in mijn trailvoorbereiding is dat ik al een training in de Ardennen afwerkte. Voor een wannabe kan dat tellen. Hans koos voor de zwarte ExtraTrail route die vertrekt aan de abdij in Stavelot en goed is voor 40 km trailplezier met 1360 hoogtemeters, een toer die hij 2x eerder liep. Rond 10 uur gaven we onszelf het startschot in Stavelot, een plek die ik zeker pittoresk zou durven noemen. Meteen was het ook pittig. Met mijn tong ergens tegen de grond hobbelde ik over kasseien en dan meteen hoppa! de hoogte in. Een kilometer of 2 stevig omhoog. Meteen stappen dus en meteen de confrontatie dat bergop lopen of stappen niet mijn ding is. Mijn trail-mindset was ver zoek. We hadden dik 18 minuten nodig om 2 kilometer af te leggen. Ik kon niet anders dan denken hoe lang we nog onderweg zouden zijn.

Na 14 kilometer leek het allemaal net ietsje vlotter te gaan. Ik zag voor het eerst in mijn leven de watervallen van Coo. Indrukwekkend! Eens zo imposant was echter de beruchte vertical track die we daar op moesten. Een naam die niets aan de verbeelding overlaat. Telkens als ik dacht dat het einde in zicht was, bleek er nog een weggetje omhoog te zijn. En nog één. Naar adem happend besefte ik nog maar eens dat dit echt mijn ding niet was. Ondertussen ging Hans met strakke pas en stokken gezwind omhoog. Ruim 35 minuten had ik nodig om de klim te overwinnen. Ik zag gelukkig nog net geen sterretjes toen we het dak bereikten en nam de beloning in dank aan: een prachtig uitzicht.

IMG_4068b

Halverwege de route bleken we 2,5 uur gelopen te hebben. Mijn vermelding van de tijd verraadt dat ik nog niet in the zone was. Je moet het concept van tijd loslaten als je aan het trailen bent. Ik denk altijd dat tijd en afstand mij houvast geven, maar niks is zo relatief in de Ardennen. Na die duivelse verticale klim en een overdosis modder won de trailloper in mij het van de asfaltlover. Ik gaf me over aan de trail. Hoe lang en hoe ver deden niet meer ter zake. De ene idyllische brug na de andere volgde. Ik genoot van de gevarieerde paden langs het water, terwijl het ene na het andere verzicht zich opdrong. Ik nam al eens een fotootje en kroop over een omgevallen boom met een lijf dat toch steeds wat strammer ging aanvoelen. De zon liet zich af en toe voorzichtig zien en wij waren samen op pad.

Na 4 uur en 57 minuten en 41 kilometer op de teller bereikten we onze imaginaire finish. Ondanks de moeizame start kan ik niet anders dan Hans gelijk geven: ik liep dan wel 2 uur langer dan de marathon, toch voelde de inspanning lichter aan dan het constante gas geven op asfalt. We aten een pistoletje vanuit de kofferbak, bevrijdden onze voeten, fristen ons wat op en deden nog een terrasje aan de abdij. Waar 5 uur lopen aan het begin eindeloos lang leek te zijn, was daar nu niks meer van te voelen. Kortom, deze wannabe heeft weer een trailervaring in de rugzak op weg naar Houffalize. En komende zondag scheur ik weer lekker vlot over het asfalt in Brussel.

IMG_4086b

Het boek – De stem van het Noorden

In Noorwegen vieren ze vandaag hun nationale feestdag. De Dag van de Grondwet is een familiedag waarop de Noren ijsjes en hotdogs eten en zich hullen in de bunad, hun traditionele klederdracht, terwijl ze naar een wuivend koningspaar kijken. Of toch iets in die trant. In de liefde is het onmogelijk te zeggen hoe en wanneer de vonk overspringt of wanneer het echt begint te knetteren. Dat geldt ook voor mijn hart dat sneller gaat kloppen voor Noorse literatuur. Ik was echter nog nooit in Noorwegen en, eerlijk is eerlijk, ik weet niet of de Noorse literatuur veel toeristen naar het land zal trekken. Ik leerde dat Noren een innige band kunnen hebben met de vaak ondoorgrondelijke natuur en dat daar ook een verwoestende kracht van uit gaat. Een aanleg voor melancholie en donkere gedachten is hen niet vreemd en bovendien blijken hun personages vaak van het type met een serieuze hoek af te zijn. Een verstoorde relatie met het zonlicht in combinatie met isolement in het dagelijks leven zitten hier wellicht voor iets tussen. Op deze bijzondere feestdag vertel ik graag wat meer over mijn aanraders van die gekke, donkere bovenburen en neem ik jullie en passant mee op een trip langs de boekwinkels waar ik graag over de vloer kom.

Ik denk dat mijn initiële vlam voor de Noorse literatuur ging branden door Karl Ove Knausgård en diens veelbesproken zesdelige Mijn strijd-reeks. Een auteur die houdt van slow writing en met gemak 70 pagina’s aan een stuk kan vertellen over één namiddag waarop hij een vriend ging bezoeken: ik hou daarvan. Zonder meer verslavende literatuur en terecht alom bejubeld als je het mij vraagt. De liefde werd vervolgens bestendigd door Tarjei Vesaas. Zijn verborgen parels werden recent opgevist in Nederlandse vertaling. Zowel De vogels als Het ijspaleis lieten een onuitwisbare indruk na en zal ik een leven lang de hemel in prijzen. Matias Faldbakken gooide nog wat hout op het laaiende kampvuur met De Hills (lang leve het hotel-boek) en Wij zijn met vijf (knotsgekker worden boeken niet geschreven).

Vorig jaar begon ik mijn zomervakantie in Den Haag met Dagen in de geschiedenis van stilte van Merethe Lindstrøm, een leestip die ik in heel wat lijstjes tegenkwam. Het bleek absoluut een voltreffer om de vakantie mee op gang te schieten. Ik was zelf ook wel toe aan wat stilte. Lindstrøms roman is er vooral eentje waar je heel stil van wordt, het type boek waarbij je vaak moet slikken om de krop in je keel weg te krijgen. Voor het ruigere natuurwerk kon ik in het najaar dan weer terecht bij Roy Jacobsen en diens eiland-trilogie over de familie Barrøy die het zwaar te verduren krijgt op het gelijknamige eiland. Ik kocht het tweede deel Witte zee zeer toepasselijk bij boekhandel Corman in Oostende op een moment dat het hard waaide in november.

Dat najaar werd de Nobelprijs voor Literatuur toegekend aan Jon Fosse. Een Noor die een rijk oeuvre van zowel romans als theaterstukken bij elkaar schreef. Zijn novelle Een schitterend wit kocht ik bij Plato in Tienen en was het eerste boek dat ik in 2024 las. Later zou blijken dat dit de officieuze start was van mijn Noorse leesfase. Er gaat een aantrekkingskracht uit van een Nobelprijswinnaar, al zijn de laureaten van de afgelopen decennia soms ook zo literair dat ze quasi onleesbaar zijn. Een schitterend wit behoort zeker niet tot die categorie, al wist ik ook niet echt wat ik er dan wel van moest vinden. Een man rijdt zich vast in de sneeuw, loopt doelloos het bos in en weet het dan ook zelf niet meer. Boeiend en eens iets helemaal anders, dat wel. Bij Plato kocht ik ook Voordat ik brand van Gaute Heivoll. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van het kustdorp Finsland dat in de ban is van een pyromaan. Zei ik al dat de Noren het graag donker hebben? Een verhaal dat mij deed denken aan Het boek Daniël van Chris De Stoop, eveneens een non-fictie verhaal dat een inkijk geeft in naargeestige hoeken van de mens en hoe het soms stevig misloopt.

IMG_4169b

Op een wat luchtiger elan leek ik verder te gaan met Kjersti Anfinnsens Momenten voor de eeuwigheid dat ik ontdekte bij BARBÓÉK in Leuven. Een oude Noorse vrouw overpeinst in Parijs haar leven, wikt en weegt de keuzes die ze gemaakt heeft om vast te stellen dat haar leven nog niet geleefd is. Aanvankelijk voelde ik teleurstelling toen bleek dat de roman was opgebouwd uit korte dagboekfragmenten. Onterecht, want ik werd helemaal meegesleept in het levensverhaal van de norse Birgitte. Niks beter trouwens dan mensen die hun ogenschijnlijk saaie leven van naaldje tot draadje bespreken. Al helemaal als het ook grappig is. Net zo fascinerend vond ik het personage Albert die met zijn breiende vader in Hässelby woont. De roman Hässelby mag dan genoemd zijn naar een kleurloze Zweedse voorstad, hij is wel degelijk van de Noorse hand van Johan Harstad: de man die ons ook het lijvige en indrukwekkende Max, Mischa & het Tet-offensief bracht. Hässelby is net zo eigenzinnig als Naboekov in Sint-Truiden waar ik dit boek vond. Vergis je niet, de Noren kunnen met veel vaart vertellen.

Eigenheid en een zwierige stijl vond ik ook bij een oerklassieker van de Noorse literatuur: Honger van Knut Hamsun, Nobelprijswinnaar in 1920. Een jonge ambitieuze Noor wil schrijver worden, komt aan in Amerika en heeft vooral veel honger. Het autobiografische debuut van Hamsun voelt bijzonder fris aan voor een verhaal dat verscheen in 1890. Een boek dat duidelijk maakt hoe diepgeworteld een schrijversdroom kan zitten en welke opofferingen een mens bereid is daarvoor te maken. Ik werd bij De zondvloed in Mechelen gecomplimenteerd met mijn keuze voor Honger. Altijd fijn als de boekhandelaar zegt dat het goed is. Naar Hamsuns oeuvre wordt ook met de nodige egards gekeken in De halfbroer van Lars Saabye Christensen. In omvang een klepper van formaat die ook een moderne Proust wordt genoemd. Ik zag dat wel zitten. Zeker omdat ik het boek wist te vinden bij Colette in Den Haag. Als je eens echt wil snuisteren en struikelen over de boeken dan ben je bij dit antiquariaat aan het juiste adres. De eindeloos uitweidende vertelstijl vroeg soms wat inspanning, maar ik kon me volledig overleveren aan de turbulente levenswandel van halfbroers Barnum en Fred. Soms is het gewoon fijn om rond te plot heen te drijven in plaats van krachtig vooruit gestuwd te worden. En zoals steeds weten de Noren dat humor levens- en leesreddend kan zijn.

Tot slot las ik Nacht, het vierde deel van Knausgårds reeks. Wederom Knausgård ten voeten uit: psychologisch diepgravend, overmatig drankgebruik en getroebleerde familiebanden. Wederom heb ik er intens van genoten. Inmiddels heb ik een nieuwe, minder geografische beperkte en ietwat zonnigere leesfase ingeluid. Geloof het of niet, maar soms bestaat er geen beter medicijn tegen het donker dan een portie Noorse leestragiek. Een welgemeende cheers op mijn Noorse literaire vrienden, dat licht en lucht toch op z’n minst vandaag hun deel mag zijn!

IMG_4161b