Marathonpraat – Een voorbeschouwing op de marathon van Brussel

Ik denk dat ik me kan voorstellen hoe een mens zich voelt die toe leeft naar een huwelijksfeest. Een heuglijke dag waarop je wil schitteren en genieten tegelijk brengt torenhoge verwachtingen met zich mee en vraagt de nodige voorbereidingen. Het ene rampscenario na het andere doemt op. Niemand wil uitgerekend die dag ziek zijn of een verzwikte enkel hebben. Het weer is een onvoorspelbare, maar niet onbelangrijke factor. Je wil uitgerust aan je eigen feest kunnen beginnen zonder wallen of zware benen. Rusten op commando is geen evidentie. Het leven draait bovendien verder en er zijn altijd kleine probleempjes die last minute opduiken. Je moet ervan uitgaan dat op die ene dag alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Ik geef zondag mijn ja-woord aan de marathon. Een verbintenis voor het leven, maar liefde is een werkwoord. Dat geldt ook voor Mr. Marathon.

Een half jaar geleden zat ik met smart af te tellen naar het moment dat ik terug zou mogen lopen. Van 350 kilometer op een maand lopen naar 7 weken looprust gaan: dat is cold turkey afkicken. De bijwerkingen waren er dan ook naar. Van zodra ik me weer een loper voelde, kwamen de marathonplannen. Met een bang hartje bouwde ik mijn trainingen braafjes op. De schrik zat er immers goed in dat het weer mis zou gaan. Ik was wijs, hield me in, luisterde naar mijn lichaam en vervloekte het ook wel eens. Dat ik in oktober echt weer een marathon zou kunnen lopen, dat had ik in mei nooit geloofd. Voor de goede verstaander: dit is even wat peptalk voor mezelf om stil te staan bij het proces en me niet blind te staren op het resultaat. Op dat proces ben ik behoorlijk trots. Ik voerde duizenden stabiliteitsoefeningen van de kine uit. Ik herontdekte mezelf als loper en genoot daarvan met volle teugen. Veel hartjes ook voor Juan, die een leegte opvulde waarvan ik niet wist dat ze er was.

Dit gezegd zijnde, hoe moeilijk kan het nu nog zijn om met veel vertrouwen en zin voor avontuur uit te kijken naar de marathon van Brussel aanstaande zondag? Aartsmoeilijk, dat kan ik je verzekeren. Bij mijn voorgaande acht marathons rolde ik van het ene in het andere project en verbaasde ik mezelf keer op keer. Het was niet altijd feest, maar het werkte duidelijk tussen de marathon en mij. Meer dan ooit heb ik daar nu ernstige twijfels over. Ik durf er niet van uit te gaan dat ik dat mijn oude kunstje nog eens kan opvoeren. 42,195 kilometer lopen: wie heeft dat ooit bedacht?

De twijfel groeit gestaag. Zo viel er tot op heden nog geen definitieve beslissing in het grote schoenendilemma. Ik slaagde er woensdag wel eindelijk in om dé lus (het nieuwe stuk van het parcours) in Tervuren eens volledig te fietsen. Variatie is daar het codewoord: grindweggetjes door het bos en brede straten door de villawijk. Dit alles overgoten met een rijkelijke saus van hoogtemeters. De vraag is of dat juist voor een positieve afleiding zal zorgen of toch vooral veel krachten zal kosten. Een bijkomende stressfactor is het weer. In het begin van de week meed ik elk weerbericht angstvallig wegens nog te onzeker. Koud en wisselvallig was het eerste verdict. Inmiddels werd dat bijgesteld naar koud, maar droog weer. Volgens Frank Deboosere gaan we de winterjassen dit weekend voor het eerst echt uit de kast moeten halen. Een winterjas maakt niet meteen deel uit van mijn outfit, maar als loper is kou niet per se nadelig. 8 graden is vooral bitter weinig voor die lieve supporters van mij.

Mijn parcourskennis is sowieso een voordeel. Dit is mijn derde Brussels marathon. Leer mij nog maar eens een nieuwe meter Brussel of Tervuren kennen. Ook mijn trainingen verliepen vlotjes. Ik ging vaak ’s ochtends lopen en verbaasde mezelf met het behoorlijke tempo dat ik schijnbaar moeiteloos liep aan een trage hartslag. De raceprognoses van mijn horloge bereikten ongekende hoogten, maar die indicaties moet je met een halve kilo zout nemen. Relativeren dat kan ik als geen ander. Als genieten en vertrouwen winnen voorop staan, hoe belangrijk is de tijd dan nog? Roep ik zelf ook niet altijd dat een marathon lopen een knalprestatie is ongeacht de tijd die het je kost? Ja, maar ik ben ook altijd de eerste om te zeggen dat je ambitieus moet zijn binnen je eigen mogelijkheden. De vraag is dus vooral of ik het nodig vind om überhaupt diep in het krachtenarsenaal te tasten. Het zou een mooie marathonwijsheid voor mezelf zijn. Twee jaar geleden leverde ik in Brussel een prestatie van formaat door zo eventjes 3:22 op de chrono af te tikken. Roos beschreef die race onlangs treffend als een dag waarop de marathonwetten niet op mij van toepassing waren. Laat ik zondag vooral uit gaan van mijn eigen kracht om die wetten te trotseren. Bovendien bulkt ook mijn supportersteam van de ervaring. Afspraak aan het altaar in het Jubelpark. Mr. Marathon, wij komen eraan.

Het gerief – Mijn marathon essentials

Ik ga naar de marathon en ik neem mee: een paar goed getrainde benen, een ijzersterke geest, mentale veerkracht, minstens twee familieleden, mijn marathongerief en een blik karakter. Geen marathon zonder mijn trouwe metgezellen. Ik ben het type mens dat graag op alles is voorbereid als ik de deur uitga. Of ik nu naar mijn werk vertrek of naar een marathon. Met als gevolg dat mijn sporttas al eens de neiging heeft om uit te puilen. Sommige van die vriendjes gaan al heel lang mee. Zie hier welke spullen zeker niet mogen ontbreken in mijn marathonuitzet.

Marathons lopen dat betekent gels slikken. Tijdens een marathon consumeer ik zo’n 7 à 8 Squeezy energy gels. Die waren van de partij vanaf marathon  n° 1 en bestaan in vier verschillende smaken: banaan, perzik-sinaasappel, citroen en framboos. De ene smaak steekt al sneller tegen dan de andere. Het dilemma dat zich dus telkens stelt is welke smaken ik moet meenemen voor onderweg. Je kan ze namelijk in gemixte samenstelling kopen of één doos van dezelfde variant. Citroen en framboos genieten mijn voorkeur, maar variatie is niet onbelangrijk. Banaan vind ik het minst te pruimen. Daarom hebben Roos en ik als gewoonte om een banaantje weg te werken in het startvak, dan steekt dat het minst tegen. Nadien beslist het lot welke gel ik tevoorschijn tover uit mijn sportieve voorraadkast: zijnde de Nathan Triangle drinkgordel. Een trouwe kameraad die me ook al vergezeld van bij het prille marathonbegin. Ik liep vijf marathons met de blauwe versie en kocht toen de zwarte. Matching outfits, matching marathons: zoiets? In het ritszakje kan ik zo’n 8 gels proppen. De drinkbushouder met elastiek is de koelkast van de marathonkeuken en biedt plaats aan een 0,5 liter flesje met sportdop: water met daarin High5 koolhydratendrank opgelost. Vooral te drinken als je juist geen dorst hebt: een flesje per uur. Geen haute cuisine, maar noodzakelijke brandstof voor het lichaam.

In de categorie verzorging neem ik altijd vaseline mee om plaatsen waar veel wrijving ontstaat (lees: ondergoed en hartslagband) voor de race te voorzien van een royale laag smeersel. Voor zij die te koppig of trots zijn om vaseline te gebruiken, kan ik Flamigel of Flaminal hydro aanraden om je pijnlijke schaafwonden nadien te verzorgen. Ik heb ook wel eens geëxperimenteerd met pleisters op een schuurgevoelige plaats te kleven om wrijving te voorkomen: de elastiek van mijn broek waar de drinkgordel strak over zit bijvoorbeeld. Door het zweet lossen die redelijke snel en heb je er dus niks aan. Voorkomen is beter dan genezen. Er zijn heel wat hippere middeltjes op de markt om schuurplekken te voorkomen, maar hipper betekent in dit geval ook duurder en dat is nergens voor nodig. Vertrouw op vaseline. Verder slik ik ook steeds twee imodiums voor de start van de marathon. Better be safe than sorry. Een pijnstiller naar keuze is ook welkom voor wat verlichting na afloop. Tot zover de apotheek.

Qua kleding kies ik voor een singlet of shirt en een korte tight. Op trainingen draag ik meestal losse en wat kortere shorts. Iets loszittend garandeert echter schuurplekken. Beter niet dus. Uiteraard kan ik ook niet zonder een paar Stance sokken. Die stem ik steeds af op de rest van de outfit: of wat had u gedacht? Helemaal nieuw in mijn garderobe zijn de compressie tubes van Herzog waar ik sinds mijn blessure mee loop. Hierdoor kan ik alleen korte Stance sokken dragen. Jammer, maar helaas. Esthetiek mag niet ten koste gaan van de zorg voor het lichaam. Mag natuurlijk ook niet ontbreken: propere kleding en andere schoenen om na afloop te dragen. Ik geef mezelf hier de nodige keuzevrijheid en zeul dus te veel mee.

Aan de finish drink ik meteen water om de plakkerige kunstmatige fruitsmaak in mijn mond weg te spoelen. Er wordt dan ook sportdrank uitgedeeld en in het verleden zwichtte ik daar al eens voor, maar dat leidde steevast tot buikkrampen. Ik probeer dus zo snel mogelijk mijn Alpro chocomelk te drinken en iets te eten. Niet omdat ik dan echt honger heb, maar omdat je best zo snel mogelijk (binnen de 30 minuten) na zo’n zware inspanning koolhydraten en eiwitten aan je lichaam kan leveren. Die heeft het hard nodig om te herstellen van de strijd. Ik ga meestal voor een Clif bar en voorzie ook lekkere boterhammen om onderweg naar huis te verorberen. Eens dat ik terug wat normale voeding heb weggewerkt, komt de echte honger ook opzetten. Mijn lichaam geeft dan heel duidelijk aan wat het nodig heeft: rust, eten en drinken. Wie ben ik om het dat te ontzeggen?

 

De race – Amsterdam marathon oktober 2017

Vandaag werd de 43e Amsterdam marathon gelopen. De Keniaan Lawrence Cherono kwam als winnaar over de finish in een parcoursrecord van 2:04:06. Vorig jaar stond ik samen met Roos aan de start in Amsterdam.

  • De cijfers: marathon n° 7 gelopen in 3:26:11, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: ik was in goede vorm na een lastige zomer en hoopte mijn recordtijd te kunnen aanvallen
  • De race: ik bevocht een zware slag aan de Amstel, ging nipt ten onder, maar beleefde toch een gloriemoment in het Olympisch stadion
  • De herinnering: het overvolle Amsterdam, de luxueuze hotelkamer en vooral heel veel familieliefde met mijn zussen en mama

Wat vooraf ging
Ik liep in april 2017 een ijzersterke marathon in Parijs en behaalde 10 weken later in juni mijn eerste marathonpodium in Puurs. Ik zat met oogkleppen in een marathonflow, negeerde enkele pijnsignalen en liep de La Chouffe trail met een peesblessure aan de lies. Mijn gedrevenheid bereikte een grote piek in de zomervakantie, maar mijn lichaam verkeerde in winterslaapmodus alsof het putteke winter was. Als ik in oktober de Amsterdam marathon wilde lopen, moest er één en ander aangepakt worden. Zo belandde ik in augustus op de behandeltafel van een kinesitherapeut die gespecialiseerd is in loopblessures. Het lastige gevoel in mijn lies verdween snel, maar toen begon mijn rug te protesteren. Enkele verlichtende dry-needling sessies hielpen ook die problemen de wereld uit. Ik mocht lopen, maar deed beduidend minder kilometers en schrapte de intervaltrainingen. In september beschikte ik terug over mijn volledige lichaamsfuncties en krachtenarsenaal. Zo klokte ik een scherpe tijd op de halve marathon in Brussel zonder me in de vernieling te lopen. Ik kreeg 100% groen licht van de kine om voluit te gaan in Amsterdam. Tja, dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.

Vlak voor de start
Start en finish bevinden zich in het Olympisch stadion. Ervaren marathonrotten als Roos en ik zijn, weten we dat je bij de start moet zijn nog voor de startvakken open gaan. We hadden dus tijd om een propere dixi te gebruiken en een babbeltje te slaan met een pissebed die in het stadion woonde. Het was behoorlijk fris, maar de zon tekende present. We namen nog een geforceerde foto en trokken toen richting startvak. Roos stond in het vak achter mij. Een hek kon niet voorkomen dat wij stonden te keuvelen over koetjes en kalfjes. Bij mij slaat de stress echt toe als ik het idee krijg dat ik mijn plaats moet gaan verzekeren vooraan in het startvak. Een bijkomende stressfactor was dat er een pacer was voor de tijd van 3:20, de tijd die ik beoogde. Lastig! Ik besloot toch om op mijn eigen plan te vertrouwen en de pacer niet te volgen.

De race
Mijn voeten waren gevoelloos door de kou en dat voelde als een bijzondere loopsensatie die eerste kilometers. Het kon de pret niet drukken. Net zoals in Parijs leek ik de eerste kilometers te vliegen. Ik kon moeiteloos een stevig tempo aanhouden en mijn vertrouwen groeide met de minuut. Rond kilometer 10 liepen we een lange U-bocht. Ik speurde de massa af op zoek naar mijn zusje. We schreeuwden elkaar nog wat aanmoedigingen toe. De adrenaline vloog in het rond. Wij zouden onze PR’s vandaag aan diggelen lopen! Ik geloofde dat het mogelijk was.

2017-10-16-PHOTO-00000134
Dit is zonder twijfel de meest geslaagde actiefoto die ooit van mij gemaakt werd. Bedankt, Marike!

Ongeveer halverwege bereikten we de Amstel. Een ellendig stuk dat je kilometers langs het water voert om dan via een brug langs de andere kant terug te lopen. Ik streed er mijn persoonlijke Slag om de Amstel. In de eerste plaats was de wind mijn vijand. Wind en tempolopen zijn nooit een goede combinatie. Ook begon het te dagen dat ik nog wel een stuk te gaan had. Een saaie, zware lus lopen helpt dan niet bepaald om negatieve gedachten te verjagen. Met lede ogen zag ik hoe mijn kilometertijden toenamen. Als klap op de vuurpijl kwam toen die vermaledijde 3:20-pacer aanzetten, aangeklampt door een bende sputterende lopers. Wat was wijsheid? Ik kon krampachtig proberen om hem voor te blijven, maar besloot me uiteindelijk over te geven aan de menigte in de hoop dat ik energie zou kunnen sparen als ik gewoon moest volgen. Dat ging dus niet. Op de smalle weg werd er bijna letterlijk gevochten om een plaatsje in de massa te veroveren. Ik streed voor wat ik waard was, verloor nog meer energie en moest het onderspit delven. De pacer en zijn aanhang denderden me zonder pardon voorbij en ik bleef verweesd achter. Ik was zo van mijn melk dat ik bijna mijn mama en Marike miste die me mijn tweede drinkbus aanreikten.

Zo bereikte ik dus rond kilometer 26 moederziel alleen een bedrijventerrein in Zuid-Oost Amsterdam. Troosteloosheid troef. De waarheid was dat ik geen PR zou lopen. Ik had nog voldoende marge om een tijd onder de 3:30 te lopen en concentreerde me dus op het vinden van een constant tempo. De wind bleef zich echter opdringen en ook de zon scheen wat te hard. Ik moest steeds meer harken om vooruit te kunnen gaan. Breken deed ik niet. Ik telde af en stelde vast dat er nog wel iets in mijn benen zat. De laatste kilometers door het Vondelpark waren slopend. Ambiance genoeg, maar het leek wel het park van de wandelende marathonzombies. Op automatische piloot kwam ik aan in het Olympisch stadion voor een bescheiden ereronde. Dat gaf wel een kick en ik perste er nog iets uit wat op een sprint moest lijken. 3:26 was het verdict. Mijn taak zat er nog niet op. Als ik Roos vanuit het stadion wilde zien finishen, was er geen tijd te verliezen. Met mijn laatste krachten en verzuurde benen liep ik nog enkele trappen op. En ja hoor: ik zag dat kleine straffe zusje van mij binnenkomen in een knappe 3:43.

De conclusie
De Amsterdam marathon is qua deelnemersaantal net iets groter dan de Rotterdam marathon. Amsterdam en Rotterdam: dat is concurrentie. Dit werd me duidelijk gemaakt door Rotterdammer Jelle. Het parcours van Amsterdam kon mij slechts matig bekoren. Je loopt relatief veel kilometers buiten de stad in saaie buitenwijken en langs de Amstel zonder supporters. Zowel aan het begin als aan het einde van de marathon loop je door het Vondelpark. De kilometers door het stadscentrum zijn zwaar. Door de vele tramsporen en oneffen stenen worden loopvoeten extra uitgedaagd. De start en finish in het indrukwekkende Olympische stadion zijn de grote troef van deze marathon en maken veel goed. Als ik een kamp moet kiezen, dan ga ik resoluut voor Rotterdam: een sympathieke stad met een snel marathonparcours. Je merkt ook dat de marathon daar meer leeft onder de stadsbewoners. Sorry, lieve Amsterdammers. I am Rotterdam.

IMG_1659
Team Odeyn for the win!

Enkele weetjes

  • Het idee om de marathon in Amsterdam te lopen ontstond in oktober 2016 toen ik mijn broer er zag finishen in 2:32. Zelf liep ik daarna een recordtijd op de halve marathon. Ik kreeg kippenvel van Seppes finish en dat heeft bij mij wel vaker als gevolg dat ik dat dan zelf ook wil ervaren.
  • Seppe schreef een heel grappige blogpost over zijn Amsterdam marathon.
  • Op zaterdag spraken Roos en ik af met vriendin Machteld om iets te gaan drinken in het stadscentrum. Slecht idee: Amsterdam lijdt onder het toerisme en op zaterdagnamiddag is dat overal voelbaar.
  • Ons hotel in Amsterdam-Sloterdijk was een welkome oase van rust. Dat mocht ook wel voor de exorbitante prijs in marathonweekend. De ruime badkamer en dito inloopdouche vormden een grote meerwaarde om het marathonzweet van ons af te spoelen.
  • De avond voor de marathon dineerden we in het stijlvolle restaurant van het hotel. De pastamogelijkheden waren beperkt en zo aten Roos en ik zwarte tagliatelli met tonijn. Pasta is pasta. Geen racisme op ons bord.
  • Ere wie ere toekomt: na de Kralingse Plas (Rotterdam) en het Bois de Boulogne (Parijs) voegde ik dus met veel plezier de Amstel toe aan mijn persoonlijke marathongevechten.
  • Als je in Nederland bent, moet je poffertjes eten. Bij de aankomst bestelde ik twee porties ambachtelijke poffertjes mét ferme klont boter. En of dat smaakte! Roos finishte haar schaaltje niet wegens toenemende buikactiviteiten.
  • Calling all superheroes is de slogan van de Amsterdam marathon. Wij lijken het als familie soms aan te trekken dat we mensen ontmoeten die hulp nodig hebben. Zo ontfermden mama en Marike zich over een Vlaamse jonge loper die zijn supporters niet vond bij de aankomst. Ze wilden hem zelfs bijna mijn chocomelk aanbieden. Mijn naastenliefde kent echter grenzen.

IMG_1656

De vraag – Is een marathon lopen gezond?

Antwoord: 42,195 kilometer lopen levert geen bijdrage aan je gezondheid, maar een doordachte voorbereiding en de actieve levensstijl die daarmee gepaard gaat kunnen je heel wat gezondheidsvoordelen opleveren.

Ik krijg vaak ongevraagd naar mijn hoofd geslingerd dat zoveel lopen toch niet meer gezond is. In maart pikkelde ik rond met een kruk nadat ik me blesseerde tijdens een halve marathon. Op subtiele of minder subtiele wijze kreeg ik toen te horen dat veel lopen ongezond is. Kortom: eigen schuld, dikke bult dat ik tijdelijk als mindervalide door het leven moest gaan. Ronduit grof en vooral erg pijnlijk. Alsof ik me niet al continu afvroeg hoe ik dit onheil had kunnen voorkomen. Een blessure heeft zelden één duidelijk aanwijsbare oorzaak. Het is een combinatie van factoren die ervoor zorgt dat het evenwicht tussen inspannen en herstellen op een bepaald moment verstoord wordt. Een duidelijk signaal van je lichaam dat het even niet meer mee kan en dat rust en verandering noodzakelijk zijn.

Wie zich op een marathon voorbereidt of gewoonweg beslist om meer te gaan lopen, verlegt lichamelijke grenzen. Lopen heeft een behoorlijke impact op je lichaam door de schokken die het bij elke pas moet opvangen. Het is daarom een sport met een hogere belasting dan pakweg fietsen of zwemmen. Dat valt niet te ontkennen. Als je vaker en langer gaat lopen, bestaat het risico dat je de grens overschrijdt van wat je lichaam op dat moment aankan. Spieren hebben enkele maanden nodig om zich aan te passen, botten en bindweefsel zelfs jaren. Recent onderzoek heeft trouwens aangetoond dat lopers niet vaker knieproblemen krijgen op latere leeftijd dan niet-lopers. Een blessure hoeft niet altijd desastreuze gevolgen te hebben. Ik begon zelf op niet zo verantwoorde wijze te trainen voor de 20 kilometer van Brussel. Dat leverde me een overbelastingsblessure aan de achillespees op, maar door een kordate aanpak was die snel weer van de baan. Een blessure mag je niet minimaliseren, maar moet je ook niet dramatiseren. Stijve spieren zijn niet schadelijk voor je gezondheid. Een keer buiten adem zijn evenmin. Je voelt dan waar de grens ligt en moet niet overhaast concluderen dat je lichaam naar de vaantjes is.

In mijn ogen is iets ongezond wanneer het je gezondheid schade toebrengt. Zo worden de gevaren van alcohol steeds duidelijker in kaart gebracht. Een katerdagje wordt nog te vaak beschouwd als een onschuldig gevolg van een dolle stomdronken avond. Vreemd, want je kan geen duidelijker signaal krijgen dat je een grens overschreden hebt als je niet meer kan functioneren en je lichaam tijd eist om te herstellen. De schadelijke gevolgen van roken zijn onbetwistbaar, maar ook onze passieve levensstijl en steeds ongezondere eetpatroon veroorzaken meer gezondheidsproblemen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal in 2030 maar liefst 89% van de Belgische vrouwen met overgewicht kampen. Daar zijn ernstige gezondheidsrisico’s aan verbonden. Als ik dan toch voor moraalridder aan het spelen ben, haal ik graag mijn stokpaardje van stal: zitten is het nieuwe roken. En dat heb ik niet eens zelf bedacht.

Ik begrijp dus niet hoe een zogenaamde overdaad aan sport in een zelfde schaal van ongezondheid zou passen als de bewezen boosdoeners. Het is namelijk niet omdat je je lichaam kan forceren als loper dat je het onherroepelijke schade toebrengt. Een actieve levensstijl vormt een essentieel onderdeel van onze gezondheid. Een menselijk lichaam is gemaakt om te bewegen. Lees Born to Run maar eens van Christopher McDougall. Voor velen wringt daar het schoentje: een actievere levensstijl bestel je niet via Bol.com. Het vraagt inspanningen en verandering. Een onverklaarbaar pijntje wordt dan als excuus aangegrepen om niet te moeten bewegen, want stijfheid of een beetje pijn zijn een teken van ongezondheid. Lopen is zeker geen must, bewegen is dat wel. We zouden dus wat vaker uit onze luie stoel moeten kruipen en niet meteen met ons vingertje staan zwaaien over wat anderen doen en laten.

Is lopen dan nooit schadelijk voor de gezondheid? Jawel. Wie van helemaal niet lopen op enkele maanden tijd naar de marathon gaat, speelt hoog spel met zijn gezondheid. Ook occasionele lopers die onder het mom van een weddenschap plots een dubbel zo lange afstand willen afleggen in een veel te snelle tijd zonder fatsoenlijke voorbereiding, zijn niet verantwoord bezig. Je kan ervan afkomen met een week spierpijn, achterblijven met een blessure of gedehydrateerd en onwel eindigen in de EHBO-post. Ja, er vallen helaas af en toe (dodelijke) slachtoffers op grote loopevenementen, maar dat betekent nog steeds niet dat we meteen moord en brand moeten roepen dat lopen oh zo gevaarlijk is. Waar duizenden mensen samenkomen, ontstaat een verhoogd risico op ongelukken. Kerngezonde jonge mensen kunnen ook in hun slaap kunnen sterven. Dat maakt slapen niet levensbedreigend.

Ik pleit voor de aanpak van het gezond verstand. Wie verantwoord sport, zal zijn grenzen ongetwijfeld eens op zachte of harde wijze tegenkomen. Dat is niet per se schadelijk of nadelig. Een actieve levensstijl zorgt ervoor dat je je lichaam leert kennen en het bovenal gaat respecteren. Zo had ik een veel ongezondere levensstijl toen ik nog geen loper was. Ik ging meer zorg dragen voor mijn lichaam toen ik actiever werd door gezonder en bewuster te eten bijvoorbeeld. Niet omdat het zo hoort, maar omdat ik voelde dat het werkte, zowel voor als na de trainingen. Ik ben als loper meer buiten, heb meer energie en slaap beter. Lopen maakt mij gelukkig, dat zal ik tot in den treure blijven herhalen. Dit compenseert ruimschoots de belasting die ik van mijn lichaam vraag, want ja: die neiging tot overdrijven is nu eenmaal eigen aan mijn karakter.

Vorig jaar liep ik vier marathons én een ultratrail op 7,5 maand tijd. Dat is absurd veel en ik zou het niet meteen opnieuw doen en al helemaal niet aanraden. Niet omdat mijn gezondheid eronder geleden heeft, maar omdat het pure loopplezier niet meer centraal stond. Een marathon lopen is hoe dan ook een aanslag op je lichaam, maar eentje die dat lichaam wel aankan als je het goed hebt getraind en gesoigneerd. Volgens mijn zus en kinesitherapeut Marike is het nog altijd beter om af en toe overmatig te sporten dan helemaal niet. Wie zich nooit op glad ijs begeeft, zal nooit een slipper maken, maar zal ook nooit leren schaatsen. Mijn idool Klaas Boomsma loopt morgen de Amsterdam marathon nadat hij vijf weken geleden een toptijd liep in Berlijn. Hij schreef een blogpost over twee marathons op korte tijd met de veelzeggende titel Don’t try this at home. Ik ben het volmondig eens met zijn wijze woorden: wees verstandig en marathon met mate. Loop omdat je ervan geniet en luister naar wat je lichaam te vertellen heeft.

Marathonpraat – Over rust en pre-marathon rituelen

Nog 11 keer slapen en ik sta aan de start van de Brussels marathon. Ik ben nu dus volop aan het taperen en met behoorlijk wat zenuwen aan het aftellen om marathon nr° 9 tot een goed eind te brengen. Waar 28 oktober in de zomer nog veilig ver klonk, voelt het nu akelig dichtbij. Door mijn blessure in het voorjaar ben ik vertrouwen kwijt in mijn kunnen als marathonloper. Zal Brussel mij voor een derde keer kunnen geruststellen? Ik probeer positief te zijn en stort me op de soms ietwat vreemde gewoontes die ik ontwikkelde in aanloop naar de marathon. Hoewel geen voorbereiding identiek is, houdt het gewoontedier in mij van een aantal vaste rituelen.

Taperen en rusten dat betekent dat ik nu nog meer dan anders zo ontspannen mogelijk in het leven wil staan. Comfortabele kleding dragen helpt me om in extra zenmodus te gaan. Ik kan mijn benen al wat ontzien in het dagelijks leven met sportief en zacht schoeisel aan mijn voeten. Ook laat ik geen kans onbenut om me in een joggingbroek te hullen. Als de situatie dat toelaat tenminste, daar beslist de ijdeltuit in mezelf over. Die is ook verantwoordelijk voor het feit dat ik steeds zo’n anderhalve week voor de marathon naar de kapper ga. Ik weet heus wel dat een frisse coupe niet zal bijdragen aan een geslaagde actiefoto en ook een finisherselfie met medaille staat niet op mijn prioriteitenlijstje. Een kappersbezoek geeft mij op de één of andere manier het idee dat alles tot in de puntjes in orde zal zijn. Onder de noemer “nog absurder”: ik lakte al meermaals mijn teennagels een paar dagen voor de marathon. Ook die handeling geeft me het geruststellende idee dat ik mijn lichaam tot in de puntjes soigneer. En als ik op de EHBO-post zou eindigen met vreselijke blaren dan zijn mijn tenen de blikvangers. Voila.

Nadenken over mijn kleding op marathondag behoort ook tot het repertoire. Zo liep ik al mijn marathons in een ander shirt of singlet dat ik kocht voor die gelegenheid. Jullie begrijpen natuurlijk dat ik daar nu niet omheen kan en dat een nieuwe aankoop niet te vermijden is. Een ernstiger dilemma is met welke schoenen ik de marathon zal lopen. Vorig jaar liep ik drie marathons met de Adidas Ultra Boost, maar die hebben hun beste tijd inmiddels gehad. In het voorjaar liep ik veel duurtrainingen op de Nike Zoom Fly’s die me werkelijk het idee gaven te kunnen vliegen. Ik dacht dus mijn nieuwe marathonschoen te hebben gevonden, maar na mijn blessure liep ik er nog maar een paar keer op wegens net wat belastender voor mijn toen gevoelige kuiten. Er nu een marathon mee gaan lopen voelt niet echt veilig en gaat in tegen heel wat marathonprincipes. Mogelijk biedt de Nike Zoom Pegasus 35 een waardig alternatief. Ik voel keuzestress!

IMG_3202b
Hier zal ik me ergens rond kilometer 28 bevinden tijdens de marathon.

Dan is daar nog de parcoursverkenning. Door de start en gewijzigde aankomst in het Jubelpark wordt er een andere lus in Tervuren gelopen. Dat stuk moet ik natuurlijk eens gezien en gevoeld hebben. Ik ondernam reeds drie pogingen om de uitbreiding te fietsen, maar ging telkens op een ander punt de mist in. Dit geeft meteen aan dat het geen eenvoudige geometrische lus is. Wat ik tot nu toe zag, stelde me niet meteen gerust. De overzichtelijke langgerekte stukken vals plat, zijn vervangen door minder vlot beloopbare stroken in het Zoniënwoud. Denk: oneffen en steentjes, berg op en berg af, draaien en keren. Ik probeer het positief te catalogeren als een parcours met voldoende afwisseling om de zinnen te verzetten op de moeilijke kilometers van het derde kwart. We zullen zien wat het geeft.

Voorts heb ik geen praktische zaken te regelen. Mijn voorraad Squeezy sportgels is nog meer dan toereikend met 15 stuks en ik heb nog ruim 3 kilo koolhydratenpoeder in de kast staan. Aan energie en kunstmatige fruitsmaken geen gebrek de komende jaren. Volgende week vrijdag ga ik mijn deelnemerspakket met borstnummer afhalen om de sfeer van de Marathon Expo al wat op te snuiven. Er rest mij dus nog te duimen voor goed marathonweer. Misschien moet ik een brief richten aan de weergoden in de hoop dat ze de regen en wind kunnen bewaren voor een ander tijdstip. Nu is het ook wachten op de eerste marathondroom waarbij ik gestresseerd en gehaast probeer om tijdig aan de start te staan. Het signaal bij uitstek dat ik me mentaal aan het klaarstomen ben voor de strijd. Er is dan echt geen ontkennen meer aan.

Marathonpraat – Let’s taper!

Een marathon lopen is in principe eenvoudig: je moet je grondig voorbereiden en erop vertrouwen dat die trainingen hun werk hebben gedaan. De tapering of taperperiode is het laatste onderdeel van de marathontraining. Huh? Taperen betekent zoveel als in een punt uitlopen. Zo zitten tapered broeken bovenaan los en worden ze naar beneden toe smaller. Je marathonvoorbereiding bereikt dus de laatste fase. Die staat in het teken van afbouwen en rusten zodat je trainingen het scherpst van de snee bereiken. De Grote Marathondag is het puntje waar alles op uitloopt, een piek waar alles moet samenvallen.

De oogst van een training kan je pas zo’n twee weken nadien plukken en proeven. Met die wetenschap is het dus logisch dat je niet hard blijft doorgaan. Een intervaltraining in de week vlak voor de marathon kan je met andere woorden amper iets opleveren voor de dag zelf. Het kan je vooral afmatten en dat is juist niet de bedoeling. De intensieve trainingsperiode eindigt met de langste duurloop drie weken voor de grote dag. Vanaf dan loop je nog wel om in beweging te blijven, maar niet te lang en intensief. Er zijn verschillende richtlijnen over hoe je moet afbouwen. Ik loop de eerste taperweek zo’n 30% minder dan mijn gemiddeld aantal kilometers per week en de tweede week gaat daar nog eens 30% af. De laatste taperweek loop ik respectievelijk 8, 7 en 6 kilometer: in totaal een halve marathon.

Taperen is niet zo mijn ding. Laat mij maar trainingen uitdenken en afwerken. Laat mij puzzelen om mijn sportieve bezigheden in een week te proppen. Ik haal voldoening uit bezig zijn en naar een doel toe werken. Mijn activiteitsgraad is over het algemeen nogal hoog. Een rustdag waarbij ik met de beentjes omhoog in de zetel ga zitten en niets doe is een rariteit. Dat is niet iets om mee op te scheppen, want goed rusten is net zo belangrijk als goed trainen. In de intensieve weken van een voorbereiding zoek je je fysieke grenzen op om die te kunnen oprekken. Doe je dat te veel, dan zal je nog amper rendement halen uit je trainingen. Een lichaam dat uitgeput is, gebruikt alle energie om te herstellen en kan die niet gebruiken om te verbeteren. Een blessure loert dan om de hoek. Trainen is een evenwicht zoeken tussen (plank)gas geven en tijdig terugnemen.

In de taperweken blijf je dus in beweging, maar de intensiviteit en duur worden teruggeschroefd. Een grote aanpassing als je de voorafgaande weken heel veel kilometers hebt gedraaid. Bij mijn eerste marathon was ik zo gebeten dat ik mezelf tijdens de tapering bij wijze van spreken aan de tafelpoot moest vastketenen om niet de deur uit te gaan voor een kort rondje. Inmiddels kan ik mezelf al wat beter beteugelen. Het hoort nu eenmaal bij de aanloop naar een marathon. Een week vakantie voor de marathon kan helpen om uitgerust aan de start te staan. Minder lopen betekent namelijk niet per se dat je ook rust als je nog gaat werken. Ik liep al twee marathons in de paasvakantie waardoor ik dus een week rusttijd had. Dat viel tegen. Ik werd er rusteloos van. Mijn hoofd verkeerde in een permanente staat van hyperfocus waardoor rusten juist moeilijker werd. Gaan werken zorgt voor een vaste structuur en biedt mij de nodige afleiding.

Over drie weken zit mijn marathon er nu hopelijk op. Drie weken klinkt nog ver weg om echt te kunnen aftellen. Dat ik hier nu sta, voelt wel een klein beetje als een overwinning omdat ik in maart op één week van mijn tapering geblesseerd raakte. Vandaag liep ik een aangename 27 kilometer in herfstige sferen. Ik kon ontspannen lopen aan een behoorlijk tempo en zo volop genieten van mijn laatste echte duurtraining. Al zal er op sportief vlak genoeg te beleven zijn in mijn tapering met de mountainbike. Bovendien wil ik ook het vernieuwde parcours in Brussel gaan verkennen. De vijvers en het park van Tervuren worden niet meer belopen. De komende weken zal het wat zoeken zijn om een evenwicht te vinden tussen de loopbenen laten rusten en de fietsbenen blijven trainen. Als dat al mogelijk is. Rusten, niet overdrijven, rusten, matigen, rusten, temporiseren, luisteren naar het lichaam en er vooral zorg voor dragen: het wordt mijn devies voor de komende weken. Hopelijk draait het niet uit op een botte punt, maar op een vlijmscherpe piek.

Marathonpraat – Waarom ik niet per se de World Marathon Majors wil lopen

De Heilige Graal der marathonlopers is niet de Power- of Ironman, maar de World Marathon Majors of Big Six Marathons. Dit zijn de zes meest prestigieuze marathons ter wereld waar de toppers strijden om een goedgevulde prijzenpot en een recordtijd. Het Majors voorjaar wordt op gang geschoten in Tokyo en verdergezet in Boston en Londen. In het najaar staan Berlijn en Chicago op het programma. De New York City marathon sluit het seizoen af in november: meteen ook dé klepper onder de Majors met ruim 50.000 deelnemers. Elke zichzelf respecterende marathonloper lijkt te willen deelnemen aan minstens één van de Grote Zes. Ik vertelde vorige week over mijn sportieve dromen, maar over de Majors repte ik met geen woord. Waarom toch?

Deelnemen aan één van de Majors is geen kwestie van een formuliertje invullen. Alleen echt snelle lopers kunnen zich met een toptijd van een startplaats verzekeren. Voor de overige startnummers wordt geloot. De marathon in Berlijn geeft je als gewone sterveling nog een reële startkans en het inschrijvingsgeld valt met 125 euro nog in de categorie aanvaardbaar. Een startbewijs (dus zonder verplaatsing en verblijf) voor de New York City marathon kost ruim 500 dollar. Er zijn legio alternatieven als geld geen issue is. Reisbureaus organiseren all-in marathonreizen die je een startplaats garanderen. Ook verschillende goede doelen krijgen een aantal startnummers toegewezen die worden overgenomen door wie bereid is een aanzienlijk sponsorbedrag bij elkaar te krijgen. Voor de Boston marathon moet elke deelnemer zich kwalificeren. Voor vrouwen in mijn leeftijdscategorie betekent dat onder de 3u35 duiken, liefst sub 3u30 om zeker te zijn. Ik liep dat al 5x en had dus al 5x de kans om in Boston van start te gaan, maar ik heb het nooit overwogen.

Ik kan heel wat praktische redenen opnoemen waarom de Boston of Chicago marathon niet op mijn wishlist staan. Als leerkracht ben ik aan schoolvakanties gebonden. De Londen marathon valt in de paasvakantie, bij de overige Majors zou ik dus een paar uur na de race op het vliegtuig moeten stappen om daags nadien voor de klas te kunnen staan. Daar zijn ongetwijfeld oplossingen voor te bedenken, maar ik zou dat voor mezelf niet kunnen verantwoorden. Je gaat ook niet voor een weekendje naar Tokyo of New York. Als ik een aardig bedrag betaald heb voor die reis, zou ik ook wel wat meer willen meepikken van de stad dan de Marathon Expo en mijn hotelkamer. Een intensieve city trip valt doorgaans niet te rijmen met het lopen van een marathon.

Vorig jaar liep ik de marathon van Parijs: geen Major, maar wel de tweede grootste marathon ter wereld met ruim 40.000 deelnemers*. Een massa-evenement op die schaal kent in tijden van terreurdreiging veel veiligheidsprocedures. Dat betekent veel wachten en aanschuiven bij de onnoemelijk lange start- en finishzone. Je moet dus heel vroeg aan de start zijn om je bagage in te leveren en tijdig in het startvak te geraken. Dat bezorgde mij stress. Veel stress. Het was zonder meer een onvergetelijke ervaring, maar de hele onderneming maakte wel dat het genieten op een tweede plan terecht kwam. Voor een marathon buiten Europa zou ook het financiële plaatje mij stresspieken bezorgen. Toen ik mij in het voorjaar blesseerde vier weken voor ik de Rotterdam marathon zou lopen, was dat een domper van jewelste, maar geen financiële aderlating. Ik zou namelijk bij vrienden overnachten en ik kon nog geld recupereren van het startnummer dat ik kocht voor 65 euro. Een marathon is niet zomaar een sportwedstrijd en de kans bestaat altijd dat je niet van start kan gaan. New York of niet.

Dat ik volgend jaar wel weer voor de marathon van Parijs ga, komt omdat ik graag in die stad ben. Het is dan eens zo speciaal om daar over de straten te kunnen lopen. Daarom loop ik dit najaar ook mijn derde marathon van Brussel. Ik zou bij wijze van spreken nu op mijn fiets kunnen springen om het parcours te gaan verkennen. Een groots avontuur, dicht bij huis is eens zo praktisch. Ik was nog nooit in de VS of Azië. De New York City marathon lopen is ongetwijfeld een unieke ervaring, maar het is niet mijn ultieme droom. Een marathon is immers overal even lang. Met je entourage naar de andere kant van de wereld vliegen om er 42,195 kilometer te gaan lopen, klinkt in mijn oren dan ook een beetje als water naar de zee dragen. Er worden prachtige marathons georganiseerd in eigen land en bij onze dichte en wat verdere buren. In Nederland kunnen ze ook overdreven hard roepen en enthousiast zijn. Beter een goede buur, dan een verre vriend.

Ook de protserige zesdelige medaille die elke loper krijgt die de Grote Zes op zijn palmares kan toevoegen, zal mij niet kunnen overtuigen. Voor mij toont dit alleen maar aan dat er toch een elitair geurtje hangt aan die Majors. De laatste jaren wordt een marathon lopen steeds meer als statussymbool gezien. Marathonsnobisme noem ik dat. Het legertje BV’s dat kan pochen met hun weg naar de New York City marathon lijkt elk jaar toe te nemen. Nogmaals: elke marathon is even lang. De mythische afstand overwinnen is sowieso een heroïsche prestatie, ongeacht de tijd, ongeacht de plaats. Of je nu manager, BV, leerkracht of buschauffeur bent. Ik sluit niet uit dat ik ooit aan een Major deelneem. Als die mogelijkheid zich zou aanbieden welteverstaan, niet als een ultiem streven. Berlijn zou dan mijn favoriet zijn. Omdat ik Berlijn een geweldige stad vind en het ook nog eens het snelste marathonparcours is.

Ik hou van de magie van de marathon: de individuele strijd die iedere loper voor zich voert. Je bent de held in je eigen verhaal. Samen met je supporters. Ik herinner me nog goed hoe ik twee jaar geleden tijdens de marathon van Brussel door Ter Kamerenbos liep rond 10 uur. De opkomende zon scheen op het gras vol dauw en het enige wat ik hoorde was een ritmisch geroffel van loopschoenen. Er was geen publiek, er werd niets gezegd. Dat moment zal ik nooit vergeten. Ik ben me ervan bewust dat het Ter Kamerenbos Central Park niet is. Om de schoonheid van de marathon te ervaren, moet je niet per se naar de andere kant van de wereld vliegen. Je kan bij wijze van spreken de deur uitstappen en op eigen houtje een marathon lopen. Stoef er vooral op los en bestook iedereen met je marathonverhaal, hier of ver weg. Uitpakken kan net zo goed in onze eigen contreien. Vergeet niet dat Brussel de hoofdstad van Europa is. Geen stress: inschrijven kan nog op de dag van de marathon zelf. Wat een gemak!

*Ik schreef mij een jaar op voorhand in voor de marathon van Parijs en betaalde 89 euro voor mijn startbewijs. Bijkomend voordeel is dat de hotelprijzen niet duurder zijn in het marathonweekend.

Marathonpraat – Hoe Eliud Kipchoge het wereldrecord aan flarden liep

Wahnsinn! Unglaublich! 2:01:39. Het wereldrecord op de marathon ging eraan op 16 september 2018. Ik ben er nog niet goed van. De Keniaan Eliud Kipchoge liep zichzelf nog verder de geschiedenisboeken in met een onvoorstelbare race in Berlijn. Op indrukwekkende wijze won hij zijn negende marathon: ruim een minuut sneller dan de 2:02:57 van Dennis Kimetto uit 2014. Alleen Wilson Kipsang slaagde er ooit in Kipchoge van de marathonwinst te houden. In 2013 had hij op de marathon van Londen een wereldrecord nodig om af te rekenen met zijn landgenoot. Een winstpercentage van 90%: het is zonder meer een straf cijfer.

Eliud Kipchoge liet zich misschien inspireren door Koen Naert, die op het EK in augustus al toonde dat je geen hazen nodig hebt om een topprestatie neer te zetten op dé marathon der marathons. Na 25 kilometer viel Kipchoges laatste tempomaker al weg. 17 kilometer als een dolle alleen lopen is zowel een mentale als fysieke uitdaging. Het ultrasnelle parcours in Berlijn stelde wederom niet teleur. In Wereldrecord legde Maarten Van Gramberen haarfijn uit waarom de omstandigheden in de Duitse hoofdstad zo gunstig zijn. Het vlakke, windluwe parcours zonder al te scherpe bochten vormt namelijk het perfecte decor voor een toptijd en de programmering in september vergroot de kans op geschikt marathonweer. De zon was afgelopen zondag geen spelbreker, maar gaf meer glans aan de historische prestatie van Kipchoge. Breedlachend knalde hij door het finishlint.

Ik leerde Eliud Kipchoge kennen door Breaking 2: het groots opgezette project van Nike om de magische 2 uur barrière op de marathon te doorbreken. Na een intensieve voorbereidingsperiode ondernamen drie zorgvuldig geselecteerde marathonlopers in mei 2017 op het Formule 1 circuit van Monza een poging om de elasticiteit van de menselijke grenzen nog verder op te rekken. Door de gemanipuleerde omstandigheden zou de eindtijd nooit als een officieel wereldrecord gelden, maar onder de 2 uur duiken zou hoe dan ook een stunt van formaat zijn. Dat lukte nét niet: Kipchoge finishte in een hallucinante 2:00:25. No human is limited, zei hij achteraf en zo had Nike er een nieuwe catch phrase bij voor hun najaarscollectie.

In de documentaire wordt ook duidelijk waarom de 33-jarige Kipchoge de filosoof wordt genoemd. Vergis je niet: marathons lopen op het hoogste niveau is een lucratieve bezigheid. Kipchoge blinkt echter uit in bescheidenheid. In zijn jeugd was lopen een noodzaak om zich van en naar school te verplaatsen. Inmiddels is hij zelf vader van drie kinderen. Hij woont nog steeds in Kenia en staat elke dag om 5 uur op. In zijn trainingen springt hij spaarzaam om met zijn krachten. Nog nooit had hij een ernstige blessure of een smet op zijn blazoen. Hard werken en doorbijten typeert de marathonloper, dat bewijst zijn zelf bedachte formule Motivation + Discipline = Consistency.

Als marathonliefhebber van het ergste soort zat ik natuurlijk voor de tv gebeiteld om niets te missen van dit spektakelstuk dat, godzijdank, live werd uitgezonden op ARD. Bij de start voelde ik het kriebelen alsof ik zelf aan de bak moest. Ik krijg een niet te stillen loophonger door naar andere marathonlopers te kijken, alsof ik de kunst van hen kan afkijken. Waar ik continu zat te rekenen en besefte dat het echt zou gaan gebeuren, bleven de Duitse commentatoren aanvankelijk redelijk rustig. Toen Kipchoge een fenomenale eindsprint uit zijn benen schudde, (alsof hij een 1500 meter loper was) schreeuwde ik hem naar de finish. Ein besonderer Moment! Wir sind sprachlos! Ook de Duitse beheersing maakte plaats voor ongebreideld enthousiasme. Het is onmogelijk kalm te blijven als er sportgeschiedenis wordt geschreven.

Eliud Kipchoge is een fervent lezer. Het zal niet verbazen dat The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey één van zijn favoriete boeken is. Als hij spreekt is dat doordacht en steeds met de glimlach. Hij is geen man van veel woorden, maar wel van de juiste woorden. Door zijn compacte taal heeft alles wat hij zegt potentieel om een inspirational quote te zijn. Vlak na zijn heroïsche finish werd hij de hero of the day genoemd. De filosoof lachte dat weg en relativeerde: I’m really grateful. Thank you to everybody! Een dankbare marathonheld die excelleert in menselijkheid. Ik ben heel benieuwd wat voor moois Eliud Kipchoge ons in de toekomst nog zal tonen.

Marathonpraat – Wijsheden #4

Op een historische marathondag presenteer ik jullie graag weer enkele marathonwijsheden.

Er bestaat niet één juist marathonplan
Zowel op het internet als in de vakliteratuur kan je een overdaad aan loopschema’s voor de marathon vinden. Sommige schema’s baseren zich op het ervaringsniveau van de loper, sommige gaan uit van een vast aantal trainingen per week en nog andere richten zich op een specifieke eindtijd. Als je je dan verder informeert over het verloop van een marathon, dan zal je ook merken dat geen enkele aanpak identiek is. Loop je aan een constant tempo, ga je voor de negatieve split of vertrek je wat sneller? Wat eet en drink je vooraf en onderweg? Er bestaan zoveel verschillende marathonplannen als er marathonlopers zijn. Het is dus belangrijk om een aanpak te vinden die voor jou werkt. Mijn advies is altijd om in de eerste plaats realistisch te zijn: je moet jezelf correct inschatten. In de tweede plaats vind ik ook dat je binnen je mogelijkheden ambitieus mag zijn. Je loopt immers niet wekelijks een marathon en je wil dan toch dat alles wat erin zit er ook uitkomt. In jouw persoonlijke marathonplan hou je dus rekening met het aantal kilometers (of minuten, zoals ik hier al vertelde) dat je gemiddeld per week kan afwerken zonder je ver buiten je comfortzone te begeven en zoek je naar een haalbaar marathontempo. Hoe meer ervaring je hebt als (marathon)loper, hoe meer je ook je fysieke grenzen kan opzoeken. Wie minder ervaring heeft, zal merken dat marathontrainingen sowieso grensverleggend zijn.

Hoe verder de marathon vordert, hoe langer hij wordt
De eerste 10 kilometer van een marathon vliegen voorbij. De loophonger is groot en de adrenaline doet z’n werk. Ik voel mij altijd ijzersterk dat eerste stuk. In het tweede deel tel ik af tot het halfway point. Ik vind dan doorgaans mijn tempo en besef dat de marathon echt bezig is. Dat betekent ook dat er af en toe al een momentje van verveling of twijfel plaatsvindt. De tijd tikt op een normaal tempo weg. Als je dan eenmaal halverwege bent, lijken de tijd en de kilometers trager te verstrijken. Het derde kwart is dat van het realisme. Je beseft dat er nog een lange weg te gaan is. Kilometers 21 tot 30 vind ik mentaal dan ook de zwaarste. In het laatste deel wordt het ook fysiek zwaar en voel je elke kilometer en elke minuut dubbel. Je denkt dan niet meer over kilometers in termen van nog maar een kilometer, maar als nog een kilometer. Je gaat nadenken over hoe lang je doet over een kilometer en beseft ten volle hoeveel seconden dat zijn. De tijd lijkt met andere woorden trager te tikken. Waar je de eerste kilometers voor je gevoel leek te zweven, ben je nu aan het kruipen. Vanaf kilometer 40 kan er sprake zijn van een kleine verrijzenis. Meestal merk je dan ook aan het parcours en de toeschouwers dat het einde nabij is. Als je er dan eenmaal bent, is het een heel gek idee dat er uren zijn verstreken en dat jij al die tijd aan het lopen was.

Supporters zijn het licht aan het einde van de tunnel
Als ik vertel hoe een marathon verloopt, dan gaat het vaak over hoe je moet indelen en aftellen. Dat gaat dan over de kilometers die wegtikken en voeding die je op vaste tijdstippen moet wegwerken. Soms zijn er ook bijzondere passages waar je naar uitkijkt. Die bevinden zich meestal aan het begin en einde van de race: over de Champs Elysées lopen bijvoorbeeld of door het Jubelpark. Waar ik echter het meest naar uitkijk en ook de grootste opkikker van krijg, zijn mijn supporters. Ik ga vanzelf sneller lopen als ik weet dat ik naar hen toe loop. Hierdoor verandert ook de focus. Je bent namelijk even niet meer bezig met de afstand en het tempo, maar je begint alert rond te kijken om al een glimp te kunnen opvangen. Ik heb het geluk dat mijn vaste ondersteuningsteam (mama en zussen) de kunst van het supporteren naar het allerhoogste niveau heeft getild. Zij zijn de topsporters der toeschouwers. Ik zie hen meestal dan ook gemiddeld drie keer tijdens de wedstrijd. Soms bedenk ik op voorhand al wat ik zal zeggen. Hoewel roepen misschien juister is met al dat enthousiasme. Ik wil ze geruststellen dat het goed gaat en soms deel ik al eens een ergernis. Een marathon lopen kan een heel eenzame en saaie gebeurtenis zijn, maar dankzij supporters voelt het toch ook een beetje aan als een teamsport.

Mijn trommeltje met marathonwijsheden is nog lang niet uitgeput. Wordt vervolgd…

Loperspraat – Over een bizar verjaardagsritueel

Na Roos ben ik aan de verjaardagsbeurt. Ik ben vandaag 33 levensjaren oud of jong. Verjaren dat betekent even stilstaan bij de jaren die voorbij vliegen, het glas heffen en taart eten. Twee jaar geleden voerde ik echter een ander verjaardagsritueel in. Ik zou vanaf dan met mijn verjaardag (+ een dag speling) mijn leeftijd in kilometers lopen. Dat paste toen perfect binnen mijn marathonvoorbereiding. Zo liep ik in 2016 daags na mijn verjaardag 31 kilometer onder een loden zon. Vorig jaar liep ik op mijn verjaardag 32 kilometer, eveneens in de zon. Gisteren stond mijn jaarlijkse verjaardagsrun op de planning en als het in mijn hoofd zit dat ik ga lopen, dan doe ik dat ook. Soms tegen beter weten in.

De omstandigheden waren verre van ideaal. Aanvankelijk werd er warm en zonnig weer voorspeld, maar dat werd bijgesteld. 10 dagen geleden haalde ik mijn trailrugzak nog eens van stal en dat deed ik gisteren ook. In mijn enthousiasme vulde ik het waterreservoir volledig en propte ik ook nog een Aquarius in het voorvak. Met ruim 2,5 kilo op mijn rug ging ik de deur uit. Tijdens de vorige edities had ik ook altijd de nodige twijfels gekend over een duurloop op woensdagnamiddag, maar die bleken telkens ongegrond. Ondanks mijn goede voorbereidingen leek gisteren alles meteen tegen te zitten. Het weer was ronduit slecht: redelijk fris met een harde tegenwind en motregen om het feestje compleet te maken.

De trailrugzak was geen onverdeeld succes. Door dat extra flesje voelde ik me Quasimodo die langs de Vaart hobbelt. Ja hobbelen, niet met gezwinde pas lopen. De inspanningen van het afgelopen weekend zaten nog in mijn benen. Daarbij begon mijn buik ook nog te rommelen. Mijn voeding was nochtans afgestemd op de inspanning, maar als het eenmaal tegenzit: dan werkt niets mee. De wind blies de motregen goed in mijn gezicht en ik wist dat dit geen feesteditie zou worden. Ik heb er zelfs aan gedacht om rechtsomkeert naar huis te maken. In mijn hoofd maakte ik de afweging: zou deze training mij iets opleveren of zette ik er te veel voor op het spel? Hoe belangrijk was het echt om vandaag 33 kilometer te lopen? De feiten: ik kon niet snel lopen, maar voelde ook geen pijntjes in mijn benen en ik had mijn gsm mee om in geval van nood iemand op te trommelen. Mijn conclusie rond kilometer 6,5 was dat ik dit lichamelijk aankon en dat het een nuttige training zou kunnen zijn in het kader van de mentale strijd.

Ik besefte dat dit een run zou worden waarvan ik achteraf zou denken: hoe vreselijk was dat? Af en toe heb je dat nodig om sterker te worden, echt waar. Tijdens de marathon van Brussel op 28 oktober kan het immers ook ellendig rotweer zijn en die afsluitende 30 kilometer in de Hel na een dag sporten zullen mijn mentale veerkracht ook beproeven. Ik ging er dus voor en koos voor de saaiste route: geen lus in een wisselende omgeving met bochten en lastige stoepen, maar in een rechte lijn 16,5 kilometer langs de Vaart en dan omdraaien. Ik deelde mijn Tour in volgens vijf etappes van 6,5 kilometer. Na elke etappe mocht ik eventjes stoppen als ik dat wilde. Dat gebeurde ook aan kilometer 13. Er moest iets veranderen: ik koos resoluut voor een andere playlist en haalde de Aquarius uit mijn rugzak. 2,5 liter drinken meeslepen is veel als je geen dorst hebt. Ik hobbelde verder en draaide om aan het sas van Kampenhout. Die derde etappe leek eindeloos te duren. Ik probeerde de moed erin te houden, maar het was een zwaar gevecht.

Op kilometer 20 besloot ik dat een sanitaire stop een urgente noodzaak was. Zo geschiedde. Ik vertrok als een andere loper. Wat een verschil! De vaart (!) zat er weer wat in en ook mentaal kreeg ik een boost. Weer maar eens het bewijs dat moeilijke momenten echt voorbij gaan. De laatste twee etappes liep ik aan één stuk door. Ik telde de kilometers af, maar de benenwagen bleef soepel draaien. De bui die ik de laatste kilometers nog over me heen kreeg, kon er nog wel bij. Op de tonen van FlorenceGirl with One Eye stormde ik mijn straat in. Ik voelde me net zo gestoord en onoverwinnelijk als de girl in dat lied. Uiteindelijk liep ik 33,33 kilometer: je bent symbolisch bezig of niet. Mijn gemiddelde hartslag loog er niet om en bewees dat dit een serieuze inspanning was.

Ik stond vanochtend op met verbazingwekkend frisse benen, maar naar volgend jaar toe moet ik dit concept misschien toch herzien. Een combinatie lopen-fietsen of enkel fietsen met symbolische cijfers is ook een mooie verjaardagsgewoonte. Roos stelde gisteren nog voor om samen het gemiddelde van onze leeftijden te lopen, maar herzag haar uitspraak toen ik uitrekende dat we volgend jaar dan ook al aan 31 kilometer zitten. Vandaag is een rustdag: geen sport op het programma, maar gezelligheid en ontspanning. Geloof me maar: dat kan ik zeker. Santé!

P.S. Hare Majesteit Teresa werd 12 jaar in februari.