Loperspraat – Hoe wij ons helden waanden in Houffalize

Houffalize was afgelopen zondag het decor van een familiaal moment de gloire. Papa, Roos en ik haspelden 36 kilometer en ruim 1000 hoogtemeters af in de parel der Ardennen. Dat had weinig te maken met een militair defilé of een super aanval à la Thomas De Gendt. Bij een trail run zijn de enige wapens waarover je beschikt een getraind lichaam en een zak met water op je rug. Je wordt niet opgejaagd door een dolgedraaid peloton, maar uitgedaagd door de bergen waardoor je ook tegen de muren in je hoofd aan loopt. Een trail lopen is geen wedstrijd. Het is avontuur, constant alert zijn voor de talrijke hindernissen die de natuur in petto heeft en telkens weer de moed vinden om te lopen. Ook met betonnen benen en als je zelfs verzuring in je oorlel lijkt te voelen.

Roos en papa stonden vorig jaar ook aan de start in Houffalize voor 28 km trailplezier. Twee jaar geleden ging ik met papa een stapje verder en liepen we 50 km in en rond de brouwerij van Achouffe omdat ik zo graag eens verder dan een marathon wilde lopen. Ik denk dat ik toen ook de grenzen van de vaderliefde opzocht. Na amper 10 kilometer waren we al volledig kapot en danig onder de indruk van de hoogtes die we moesten trotseren. Onze missie leek uitzichtloos tot we na 6 uur de eindmeet haalden: dat bleek een goede prestatie voor een vrouw (ik) en vijftiger (papa). Dit jaar pasten Roos en ik wijselijk voor de trails van 68 en 47 km die ook op het programma stonden en gingen we voor de min of meer acceptabele 36 kilometer. Papa kon natuurlijk niet achterblijven en vervolledigde Team Odeyn. Hoog tijd voor een belevingsverslag van onze La Chouffe trail.

OYBF5200
Voor de start: helemaal klaar voor de strijd

We hadden op voorhand besproken dat ik waarschijnlijk voor papa en Roos zou lopen en dat zij samen zouden blijven. De eerste twee kilometers op asfalt liep ik snel. Ik klauterde vlotjes op de eerste bescheiden rots en vervolgde mijn weg over een idyllisch paadje langs het water. Na enkele kilometers en een eerste serieuze beklimming wist ik één klap weer hoe moordend de bergen in de Ardennen zijn. Klimmen wordt echter ook beloond. Zo liepen we onder andere over een bergtop langs een wei met impressionante oeros-achtige koeien die ons meewarig nakeken. De eerste steile afdaling was het wat zoeken om mijn voeten strategisch neer te zetten. Na 9 kilometer en een pittige passage over het BMX-parcours overviel mij hetzelfde gevoel als twee jaar geleden: verdorie, dit is echt heel zwaar. Gelukkig werd ik na een technische afdaling luid aangemoedigd door mama en Marike en kon ik een kilometer door Houffalize city cruisen, tot de volgende berg wachtte uiteraard. Bij de eerste bevoorradingspost aan de Achouffe brouwerij op 16 kilometer voelde ik de verzuring eens zo erg. Ik dronk wat water, treuzelde niet en vervolgde mijn weg.

IMG_0244b

Na een passage door en langs de Ourthe moesten we een berg over die wij achteraf De Muur noemden: een steile wand met rotsen waarvan je niet eens de top kan zien. De beloning was een fenomenaal zicht op het dal. Op het hoogteprofiel hadden we gezien dat het parcours tussen kilometer 20 en 25 de minste hoogteverschillen bezat: een lichtpuntje. Ik verbeet de verzuring en liep drie kilometer behoorlijk snel, deels over asfalt. Vreemd genoeg kreeg ik toen een mentale klop. Ik had pijn, liep helemaal alleen en moest op adem komen van mijn snelle kilometers. De moed zonk me in de schoenen. Na een korte stop en aanmoedigingen van mama bij de bevoorradingspost aan kilometer 24, waadde ik me een weg door de Ourthe. Ik had het nog steeds lastig en bezat weinig strijdkracht. Telkens weer moest ik mezelf aanporren om te lopen. Bij de minste hellingsgraad stapte ik even. Ik liep niet soepel, vooral dalen was extreem pijnlijk en er zat weinig rem in mijn benen. Rond kilometer 28 vond ik zo ongeveer mijn 85e adem en de moed om langer te blijven lopen. Na enkele beklimmingen om u tegen te zeggen, bereikte ik het hoogste punt rond kilometer 32. Ik kon me van daaraf weer lanceren om goed door te lopen. Ik negeerde de verzuring zo goed als het kon en liep relatief snel richting finish. Na de zoveelste uitdagende afdaling hoorde ik de vertrouwde stem van speaker Hans Cleemput. Ik had het gehaald in 4u05 en eindigde als 8e vrouw.

IMG_0213b
Voor de start poseren met mijn nieuwe schoenen én sokken. Stance natuurlijk.

Het relaas van papa en Roos klinkt een stuk positiever. Ze kwamen een kwartier na mij aan en hadden er vrolijke uren opzitten, zo bleek. Papa: het lopen ging goed. Af en toe was er een afdaling waarbij ik dacht: oei, dat moet ik hier even bekijken. Mijn nieuwe trailschoenen bewezen hun nut en zorgden voor de nodige grip. Je loopt een trail met een heel ander gevoel: er is geen wedstrijdelement en je bent voortdurend bezig met de hindernissen. Het grote voordeel van samen lopen is dat je jezelf niet opjaagt, maar elkaar aanmoedigt. We liepen hetzelfde tempo en op het einde konden we zelfs nog serieus gassen. Volgend jaar wil ik opnieuw een trail in Houffalize lopen, maar 36 kilometer is wel echt het maximum.
Roos: mijn trail is goed verlopen. De eerste 10 kilometer waren heel zwaar. Toen voelde ik de verzuring al. Ik heb de moed even laten zakken en dacht: ik zal sowieso wel finishen. Ik ben er helemaal doorgekomen! Tussen kilometer 20 en 24 hebben we toch wel zo’n 3 kilometer aan een stuk kunnen lopen, wat uitzonderlijk was. De rivieroversteken vond ik wat koud aan mijn voeten. Bij nader inzien ben ik heel blij met mijn prestatie. Het was heel leuk om met papa te lopen. Van begin tot einde hebben we aan de lopende band grapjes gemaakt en ook gepraat met andere traillopers.

ULAU4518
Roos en papa in actie!

Na de trail overviel ons alle drie een gevoel van triomfantelijkheid. Er werd duchtig nagepraat en heel wat afgelachen. Helaas konden we ook alle drie nagenieten met een extreme spierstijfheid die in de verste verte niet te vergelijken is met wat je voelt na een marathon. Uit bed stappen is bijgevolg een uitdaging. De trap afgaan lijkt een onmogelijke opgave. Maandag waren we terug thuis en ik denk dat ik niet de enige was die zich toen enkele uren horizontaal in de zetel bevond. Daar krijg je trouwens alleen maar meer spierpijn van. Gelukkig hebben we ook alle drie vakantie om op onze positieven te komen. Deze week doe ik het rustig aan.

Enkele weetjes:

  • Papa verrichtte zaterdag weer een heldendaad door medische assistentie te verlenen toen een trailrunner op enkele tientallen meters van de finish pijnlijk ten val kwam op zijn schouder.
  • Mede dankzij mijn puike West-Vlaamse tongval klonk Steentje van Brihang meermaals door de boxen in het weekend.
  • Papa pakte wederom uit met zijn kennis over geschiedenis en natuur. Na enkele berekeningen kwam hij tot de vaststelling dat de dennen aan de finish zo’n 125 jaar oud waren.
  • Tijdens de trail werd ik gestoken door een wespachtig insect.
  • Mijn gemiddelde hartslag lag tijdens deze trail hoger dan na een marathon.
  • Papa vond een klassieke finish niet heroïsch genoeg en eindigde zijn trail in stijl door een alternatieve route door het water te nemen.
  • We finishten alle drie in de eerste helft van het deelnemersveld. Roos eindigde als 11e vrouw. Papa, die over enkele maanden 60 wordt (ja echt!), liet niemand voorgaan die ouder was dan hij.
  • Ik was uiterst tevreden over mijn nieuwe trailschoenen, de Nike Pegasus 36 trail, waar ik nog geen meter mee gelopen had. Achteraf hoorde ik dat papa en Roos tijdens hun tocht wel hebben gelachen met het idee dat mijn hagelnieuwe schoenen zo besmeurd zouden zijn.
  • Papa overbrugde vandaag welgeteld 11 hoogtemeters over een gelopen afstand van 4 kilometer. Respect! Ik wacht nog even met lopen.
IMG_0247b
Papa de bomenmeter

Mijn recept voor een geslaagde zomervakantie

Aaah vakantie! Het kostte me zoals gewoonlijk enkele dagen om te wennen aan het idee dat ik de komende twee maanden niet ga werken en dat ik uitkijk over een zee van vrije dagen. Zelfs na al die jaren went dat bijzondere gevoel niet en heb ik tijd nodig om te acclimatiseren. Ik bracht deze week 24 uur aan de zonnige Noordzee door met mijn mama. We wandelden over het strand, dronken koffie, aanschouwden een zeilrace, aten garnaalkroketten en sloten de dag af met een veel te groot ijsje op de dijk. Mama vertrok de volgende dag in alle vroegte voor een Touretappe naar huis (175 kilometer!) en ik trok erop uit voor een heerlijke looprondje over het strand. De vakantiemodus was een feit. Zoals ik helemaal op kan gaan in mijn werk en sport, kan ik ook duchtig overdrijven in vakantie consumeren. Er komt immers tijd vrij die nuttig gespendeerd kan worden aan andere projecten en dus blijft mijn activiteitenpeil constant. Ik deel graag met jullie mijn (niet zo geheime) ingrediënten voor een geslaagde zomervakantie.

IMG_0070b

Het eerste ingrediënt zal weinig verbazing oogsten. Sport, beweging, activiteit: noem het zoals je wil, maar er moet wel iets gebeuren. Op een eerste niveau zijn dat trainingen: lopen en mountainbiken met het oog op de sportieve plannen van heel dichtbij (de La Chouffe trail) en iets verder weg (de marathon in Brugge en de Hel van Kasterlee). Het fijne van vakantie is dat je die gunstig kan plannen. Een duurtraining moet je bijvoorbeeld niet per se op zondag doen als het dan net heel warm is. Bovendien is het ook makkelijker om te herstellen en bekomen van de inspanningen.  Op een tweede bewegingsniveau maak ik in vakantietijden veel fietstochten met mijn stadsfiets zodat activiteit gecombineerd wordt met een andere vorm van ontspanning. Zo vertelde ik vorig jaar al in geuren en kleuren waarom ik zo hou van een fietstocht naar Tervuren en Brussel, maar ook Mechelen behoort tot de actieradius van mijn Cortina. Er is echt heel veel in eigen streek te ontdekken op de fiets.

Mijn tweede basisingrediënt is net zo essentieel. Ik kan me namelijk geen vakantie voorstellen zonder culturele bezigheden en plannen. Er moet in eerste instantie gelezen worden. Zo simpel is het. In de vakantie heb ik net iets minder besognes aan mijn hoofd en is er tijd om lang onafgebroken aan een stuk in een boek weg te kruipen. Ik begon de vakantie sterk en las deze week (hou je vast) al drie boeken. Dit tempo hou ik wellicht niet vol, maar ik moet hoe dan ook een inhaalmanoeuvre inzetten om mijn zelf opgelegde quotum van 50 boeken op jaarbasis te halen. Door de drukte in de maanden mei en juni kwam ik toen helaas amper aan lezen toe. Sinds kort ben ik ook in het bezit van een Museumpas. Voor 50 euro kan je daarmee een jaar lang zowat alle musea in België bezoeken. Hoog tijd dus om af te rekenen met mijn museumgerelateerde drempelvrees. Nog dringender tijd om eindelijk eens het MAS te bezoeken en zoveel meer. Jullie begrijpen ook dat een museumbezoek zich ideaal laat combineren met een uitstap op de fiets. Om de culturele verzadiging rond te krijgen, probeer ik in de vakantie ook meer films te kijken, wat ik tijdens het schooljaar te weinig doe.

IMG_0098b
Lezen! Lezen! Lezen!

In dat hoofd van mij is continu iets aan het borrelen. Mijn succesrecept is niet compleet zonder creatieve projecten. Ik maak al eens tassen en mijn gepersonaliseerde Flat White travel set dient dringend uitgebreid te worden met een rugzak en hip heuptasje. Ook voor in huis heb ik nog tal van ideeën die ik hoop te kunnen uitvoeren. Voor een nakende Parijs-trip heb ik nog enkele kledingwensen te vervullen. Op bloggebied ben ik nog bijlange niet uitgeschreven. Prioriteit nummer 1 is momenteel mijn metekindje dat zich ergens in augustus zal aandienen. De Flat White Petite collectie zag al het levenslicht, maar er is natuurlijk meer op til. Creativiteit komt daarenboven ook van pas om een taak in huis tot een goed einde te brengen: administratie ordenen bijvoorbeeld of een kast herorganiseren. Saaie, maar noodzakelijke klusjes die niet zo lastig zijn als je even de tijd neemt om er doordacht aan te beginnen.

Mogelijk zijn jullie al moe geworden door deze bespreking van mijn vakantieplannen. Als geen ander ben ik me ervan bewust dat de ingrediënten sport, cultuur en creativiteit pas echt tot hun recht komen met een gezonde dosis rust. Mijn vakantietijd besteed ik liefst niet al slapend in bed. Rusten en kalm-aan-doen dat is buitenshuis een koffie drinken of gaan lunchen in goed gezelschap. Naar Parijs gaan. De tuin van een familielid confisqueren om er mijn leesburcht op te trekken. Met mijn katten in de zetel liggen en hen onnozele verhalen vertellen. Foto’s maken van boeken en de plaats waar ik die lees. Mijn finishing touch is de saus van familie en vriendschap waar ik mijn vakantie rijkelijk mee overgiet. Geloof me: er is heel veel moois in aantocht!

IMG_0065b

Loperspraat – Wat mij zoal fascineert in het bos

Een bos, een bos: mijn koninkrijk voor een bos! Wat Shakespeare echter niet wist, is dat je geen bos hoeft te bezitten om er van te kunnen genieten. Lopen, fietsen of wandelen is namelijk altijd een goed idee. Zeker met deze hete temperaturen: een bos is zowel zonnebril als parasol (en eventueel ook paraplu). Daarbij is er altijd heel wat te zien. Zelfs in het kale en kille najaar bestaat er niet één tint bruin, maar ontelbaar veel. Heverleebos ken ik inmiddels als mijn broekzak. Dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het slechts 635 hectare groot is: echt een broekzak groot dus in bostermen. Recent leerde ik dat Heverleebos ooit wel degelijk eigendom was van een familie: de Arenbergs, die in de 15e eeuw meerdere bosgebieden bezaten in deze streek. Gelukzakken! Het bos verveelt mij nooit. Ik deel graag met jullie welke onbenulligheden ik er zo fascinerend vind.

IMG_0628b

  • De berk: met zijn sexy zebramotief één van de mooiste boomsoorten. Tot op heden bevond ik me nog nooit in een bos dat enkel uit berken bestaat. Dat heeft wellicht een reden: Roos leerde mij dat berken helaas niet oud worden. Na verloop van tijd beginnen ze van binnenuit te rotten.
  • Rode beuk: volgens mijn terminologie de zwarte boom, die zowel een elegante als onheilspellende uitstraling heeft. Weetje: fagus is de Latijnse benaming voor beuk. Betula is dan weer de geleerde naam van een berk.
  • Het bosgewelf: als je naar boven kijkt in een boslaan, dan zie je het imposante gewelf van een kerk of kathedraal. Dat is ook echt zo. Denk maar aan de brand die woedde in het eikenhouten dak van de Notre-Dame.
  • Ontwortelde bomen: na de hevige storm in maart telde ik op mijn looprondje maar liefst 10 gevelde bomen, waaronder enkele gigantische eiken. Zo zonde om een mastodont van enkele decennia oud hulpeloos tegen de grond te zien liggen. Imposant ook wel als je dan ziet hoeveel oppervlakte de boomwortels innemen.
  • Gestapelde boomstammen: ik heb al eens mijn bedenkingen bij bosbeheer omdat er in mijn ogen te vaak bomen worden gekapt. Het is oogt netjes om die stronken ordelijk te stapelen, ook al hoort orde niet echt bij een bos.

IMG_4768b

  • Eenzame bomen: vaak blijven er enkele eenzame en bijgevolg zielige bomen staan als er gekapt wordt. Ik vraag me dan af waarom die boom net gespaard bleef en wat die boom daar dan van vindt dat hij als enige zijn vrienden overleefde.
  • Jonge scheuten: de ambitieuze rakkers die altijd met te veel en te dicht bij elkaar staan. Elk weldenkend mens weet dat dat nooit zal lukken, maar zij koesteren allemaal dezelfde droom om op een dag een grote eik te zijn.
  • Naaldbomen: meestal belachelijk lang, dun en heel kaal met soms wat dorre takjes halverwege. De pluim bovenop moet het dan helemaal af maken.
  • Boomwortels: ik kan niet anders dan daar tenen en voeten in zien. Vaak hebben ze heel grillige en verrassende vormen.
IMG_0645b
Bomentenen versus mensentenen
  • Stokken en stammetjes: ik doe vaak stabilisatieoefeningen in het bos en dan zijn stokken of kleine stammetjes om op te balanceren een dankbaar hulpmiddel. Omdat ik mijn oefeningen vaak op dezelfde plekken doe, heb ik vastgesteld dat veel stokken lang op dezelfde plaats blijven liggen.
  • Mos: ik heb me al eens afgevraagd hoeveel vierkante meters mos een bos bevat. Dat moeten er namelijk echt veel zijn. In de show Om mij moverende redenen van de Nederlandse cabaretière Paulien Cornelisse speelt mos een hoofdrol. Dat klinkt gek en dat is het ook. Sinds ik dat optreden zag, kan ik niet anders dan ook de guitige en feestelijke kant van mos te zien.
  • Varens: de pedagogische plant van het bos. Iedereen heeft als kind geleerd dat varens sporen hebben en dat ze groeien waar het vochtig en beschut is. Ondanks die delicate aard behoren ze tot de oudste plantengroepen. Net zoals het onhippe mos, maar dat zal niemand verbazen.
IMG_0627b
Tree down
  • Dennenappels en kerstbomen: die zijn er dus ook gewoon in de zomer: groen of bruin.
  • Dieren: typische bosdieren zijn de ree en de eekhoorn. Mooi als je die in hun natuurlijke habitat kan spotten. Mijn favoriete bosdier is echter de mestkever. Jawel. Een nederig en nuttig dier dat altijd hard aan het werk is en bovendien: super sympathiek. Een kwetsbaar dier ook, want ze houden geen rekening met het drukke bosverkeer en dat eist slachtoffers.
  • Toegankelijkheidsbord voor menners: ik heb dat pictogram heel lang niet begrepen. Ik zag er altijd iemand in die zijn paard uitlaat in een rolstoel. Vreemd. Ik kwam ook nog nooit een paardenkoets tegen in het bos.

Ik wens jullie een bosrijk en bosplezierig weekend toe!

IMG_0656b

 

Het moment – Een weekend in Brussel met Sien en Roos

Als ik ook maar een beetje poëtische aanleg had, dan zou ik een dichtbundel wijden aan de 20 kilometer van Brussel. Omdat ik al heel vaak heb gezegd dat ik daar werd geboren als loper. Omdat ik aan die wedstrijd zoveel mooie herinneringen heb met Roos. Omdat Brussel altijd een goed idee is. Vorig jaar was ik er aanwezig als personal coach van Roos. Mijn zus schitterde en ik was trots op haar. Dit jaar was ik vastbesloten om de 20 kilometer niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Na mijn recente ziekenhuisopname en de diagnose longembolie zag ik mijn langverwachte revanche-weekend volledig in het water vallen. Ik had er zelfs vrede mee als ik op vrije voet zou zijn en dus niet langer in een ziekenhuisbed moest liggen. Het draaide allemaal onverwacht positief uit. Vrijdagmiddag kreeg ik mijn ontslag in het ziekenhuis en was ik terug een vrij mens. Zondagmiddag had ik samen met Roos 20 kilometer in Brussel gelopen.

Zoals wel vaker maakten wij van dit loopevenement ook een familie-evenement. Onze liefste Tante Sien kunnen we namelijk niet vaak genoeg zien en dus combineerden we onze sportwedstrijd met een Brussels logement bij mijn meter. Lucky me! In gezelschap van Sien is het altijd feest. We kunnen ongegeneerd onszelf zijn in vertrouwde familiale kring. We praten over katten en het leven. We heffen het glas op het samenzijn. We worden nog net zo hard in de watten gelegd als in onze kindertijd (lang lang geleden) toen we al eens met z’n vieren bij Tante Sien gingen logeren. Zaterdagnamiddag trokken we richting Jubelpark om ons startnummer voor de 20 kilometer af te halen. Nadat Sien ons de kneepjes van het Brusselse autoverkeer leerde kennen, gaven wij haar een korte introductie in de basisbeginselen van het loopevenement. Roos en ik beschouwen onszelf stiekem als ervaren rotten van de 20 kilometer van Brussel en deze 40e feesteditie zou voor ons allebei de 5e zijn. De avond bracht ons een glas champagne, lekker eten en uitbuiken bij het Eurovisiesongfestival. Meer heb je niet nodig om een topavond te beleven.

IMG_4583b

Er is geen ochtendmens verloren gegaan aan Sien, maar toch stond ze erop om samen met ons te ontbijten. Dat is liefde. Om half 9 vertrokken Roos en ik op de fiets in de motregen richting Jubelpark. Fietsen in Brussel is altijd uit je doppen kijken en vooral ook altijd berg op en af. Een stevige opwarming dus. Na een half uur fietsen kwamen we met een fris zweetluchtje aan in het Jubelpark: helemaal klaar om aan te schuiven bij de dixi’s, waar traditiegetrouw het wc-papier op was. We repten ons om de start te zien van de wheelers en handy bikes. Daar zagen we plots ook onze koning. Niet in looptenue, maar voor zijn doen ongetwijfeld redelijk casual gekleed voor een zondag. Onder een grijs wolkendek trokken we naar ons startvak. We speelden nog wat met absurd grote ballonnen in de Belgische kleuren tot het startschot van Koning Filip weerklonk.

Ik zou dus 20 kilometer lopen met een longembolie. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een enorme stijfkop kan zijn (ik noem het liever vastberadenheid), maar weet ook dat ik mijn gezondheid onder geen beding op het spel zou zetten. Uitgerekend nu een medisch risico lopen, zou wel heel dom zijn. Mijn huisarts gaf groen licht om 20 kilometer te lopen op voorwaarde dat ik niet tot het uiterste zou gaan als was het een wedstrijd. Mijn longcapaciteit is verminderd en daarom moet mijn hart wat sneller kloppen als ik intensief sport. Als getrainde loper ondervind ik geen moeilijkheden als ik loop met een lage tot matige intensiteit. Dat ondervond ik ruim een week geleden nog, toen ik met papa en Roos 18 kilometer liep aan een lage hartslag. We zouden ons tempo nu laten afhangen van wat er nog bij Roos in de tank zat. Zij had namelijk de dag voordien haar titel op de 12 kilometer van het WK – Wijgmaals Kampioenschap – moeten verdedigen, waar ze als tweede was geëindigd. Dat had krachten gekost, maar wij Odeynen hebben altijd een blik karakter achter de hand. Zelf voelde ik de energie door mijn lijf stromen na dagen van sportrust.

Mijn vijfde 20 kilometer van Brussel gaat de boeken in als de editie waarbij ik het hardst heb genoten. Ik liep daar samen met mijn zusje. Vaak zij aan zij, wij samen: zoals bij onze eerste mijlpaal in 2014. Sinds ons debuut zijn zowel onze outfits als onze loopskills erop vooruitgegaan. Inmiddels beschikken we over een accurater inschattingsvermogen en kent het parcours geen geheimen voor ons. Roos voelde ’s ochtends de verzuring van haar WK nog in de benen zitten, maar ze beet zich vast en ging vooruit met één doel voor ogen. Zonder verpinken stormde ze na de kilometerlange kuitenbijter van de Tervurenlaan af op een nieuw PR. Ik deed dienst als haar treintje, haar lead out om het in wielertermen te zeggen. We hadden een zegegebaar ingeoefend. En zo liepen wij zusterlijk hand in hand over de finish met elk intussen 100 kilometer van Brussel in de benen. Het was net iets meer dan een ontspannen jogging voor mij, maar ik heb me geen moment benauwd of kortademig gevoeld. Mijn hartslagmeter kon dat bevestigen. Nog flinker bezweet kropen we terug de fiets op richting Sien. Na een douche en een stevige lunch bewonderden we Siens tuin en gaven we en passant nog wat advies over het tuinkot. Moe, maar heel voldaan stapten we uiteindelijk met weer veel te veel spullen in de auto. Wat een weekend!

IMG_4572

 

 

Het gerief – Wat zit er in mijn tas?

Toon me je tas en ik vertel je wie je bent. Ik denk wel dat er iets valt af te leiden uit wat mensen meenemen in hun tas. Mijn tasinhoud toont aan dat ik een sportieve lezer ben die het graag netjes houdt en voorbereid is op elke situatie: gaande van een banaliteit tot een ernstige calamiteit. Ook in het oerwoud van de metropool moet ik kunnen inspelen op elke onvoorziene situatie die om de hoek loert. Mijn tassen zijn doorgaans goed gevuld, maar ook tot in de puntjes gestructureerd. Ik krijg koude rillingen van tassen waarin alles lukraak op elkaar gegooid wordt en tandenborstels tussen kleding terechtkomen om maar iets te noemen. Er bestaat zoiets als tassenetiquette, zowel bij het in- als uitpakken. Ik selecteerde enkele onmisbare items die ik mee zal sleuren naar Parijs in mijn valies of handtas.

loopschoenen, compressietubes en enkele paren Stance sokken
Logisch natuurlijk, ik ga een marathon lopen op mijn Nike Zoom Fly’s. Ik neem altijd loopschoenen mee als ik op verplaatsing ben. Stance zijn onmisbare sokken voor elke citytripper. Ik voorzie trouwens ook een mini-dosis wasmiddel zodat ik mijn kleding kan uitspoelen en niet de hele hotelkamer naar mijn zweet ruikt.

flesje water
Water drinken is een basisbehoefte en de doorwinterde stedentripper moet kunnen anticiperen op tekenen van dehydratie of een droge mond. Ik hou helemaal niet van de Franse merken bruisend water en ik beken dus dat ik al eens een litertje of twee Spa Barisart meesleepte in mijn valies. Deze keer niet, echt waar.

Flat White handdoekenset
Ik personaliseerde handdoeken en een washandje van De Witte Lietaer (de Rolls Royce onder de handdoeken) omdat ik graag heb dat dingen bij elkaar passen: weinig werk en veel resultaat. We verblijven in een hotel mét handdoeken, maar na de marathon kan ik mijn zweet wel stijlvol afvegen.

gekleed nachthemd
Ik heb er nooit echt bij stilgestaan dat niet iedereen waarde hecht aan een nette pyjama tot Roos mij er eens op wees dat ik soms wel heel chique in bed lig. Slapen doe ik dus liefst in stijl met een netjes gestreken nachthemd.

IMG_4150b
Ik wentel me graag in Flat White en blauw.

tasjes, tasjes en nog eens tasjes met diverse inhoud
Een mens kan echt niet genoeg kleine tasjes hebben om dingen in op te bergen. Aangezien ik die ook nog eens zelf kan maken, kom ik er nooit te kort. Onmisbare items zijn: veiligheidsspelden, handcrème, vaseline, zakdoekjes, lippenbalsem, reinigende handgel en ontsmettende doekjes, schaar, nagelknipper, elastiekjes, pen, basic medicatie, naald en draad, deodorant, pleisters in alle soorten en maten, zonnecrème, zonnebril en reinigingsdoekjes. Op de afbeelding zien jullie trouwens de kleine Maurice. Ik maakte nog een sportieve handtas om mijn Flat White travel set te vervolledigen. Dit is een aangepaste versie van de schoudertas uit het boek Zo geknipt!

unieke linnenzak
Deelnemers aan de Hel van Kasterlee zien een dag af voor een aankomst op de rode loper én een uniek finishershirt. Ik werd derde en kreeg onder andere een mooie beker, een groot blauw mannenshirt en een wit vrouwenshirt. De grootste vrouwenmaat bleek een bijzonder smalle small te zijn en ik ben nu niet bepaald smal te noemen. Mijn mini-shirtje kreeg dus een andere bestemming. Ik knipte de mouwen eraf en naaide het dicht. Vuile was opbergen zal nooit meer hetzelfde zijn in dit legendarische shirt.

IMG_4155b

gedateerde reisgidsen
Toen ik in juli 2014 voor het eerste met Roos naar Parijs ging, was ik apetrots op mijn Capitool reisgids die ik bij een uitverkoop van de bibliotheek voor 1 euro op de kop kon tikken. Niet gek, aangezien die editie dateert uit 1998 toen we nog in Belgische franken rekenden. De vermelde prijzen en openingsuren zijn dus niet langer relevant, maar ik blijf dit wel de meest volledige en leerrijke reisgids vinden. Tijdens die eerste Parijs-reis haalde ik de gids bij elke bezienswaardigheid boven om de informatie als een echte gids over te brengen naar Roos. Het grote nadeel is uiteraard het gewicht van dit boekwerk. Omdat mijn kennis over Parijs inmiddels ook uitgebreider is, geef ik eerlijk toe dat ik de Capitool gids tegenwoordig op de hotelkamer laat liggen, net zoals de gedetailleerde kaarten van de Marco Polo reisgids. Ze horen er hoe dan ook altijd bij te zijn.

leesgerief
Ik kan het niet laten om bij elke trip de nodige lectuur mee te slepen, al is het een illusie dat ik de komende dagen boeken zal verslinden. Mijn leespakket bestaat meestal uit de krant van die dag (of voorgaande dagen als ik achter loop), een loopgerelateerd tijdschrift en een leesboek (soms loopgerelateerd). Ik ben momenteel bezig in Abdelkader Benali’s hardloopverhalen: erg goed en toepasselijk, maar ook zwaar, letterlijk dan. En ja, boeken lees ik op papier. Ik voorzie dus ook een lichtere back-up: Born To Run van Christopher McDougall.

Het moment – Een looptocht door Den Haag op eigen wijze

Zondag 10 maart zou ik afrekenen met mijn demonen door de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag uit te lopen en niet na 3 kilometer geblesseerd aan de kant te staan. Dat was het plan. Soms denk ik wel eens dat plannen er zijn om gewijzigd te worden. De wedstrijd werd namelijk afgelast vanwege de slechte weersomstandigheden: van een plottwist gesproken. Nietsvermoedend vertrokken Roos en ik zaterdag in een goed gevulde auto met twee fietsen, veel zelfgemaakte tassen en nog meer loopkleding. De highway Den Haag (zoals wij die snelweg op de tonen van Highway to Hell noemen) bracht ons in een vloeiende beweging bij onze Nederlandse familie. Toen we zondagochtend vernamen dat de wedstrijd was afgelast, waren we vastbesloten om onze loopkilometers op Haagse bodem af te leggen. We liepen uiteindelijk onze eigen CPC Loop door een beetje regen en wind en hielden er een prachtig weekend aan over.

Bij deze bombardeer ik Den Haag officieel tot mooiste stad van Nederland. ‘s-Gravenhage is met ruim 500.000 inwoners de grootste Nederlandse kuststad. De nabijheid van het strand is meteen ook één van de troeven van de administratieve hoofdstad van onze noorderburen. Het stadscentrum biedt diverse shoppinggelegenheden en trendy horecazaken. Vaste waarden voor ons zijn een bezoekje aan De Bijenkorf en de Bagels & Beans. Het Haagse straatbeeld wordt getypeerd door statige woningen. De standing van de stad is overal voelbaar. Vanaf het centrum ben je op een kwartier fietsen aan het strand van Scheveningen. In tegenstelling tot de doorsnee Belgische badstad wordt de boulevard (een chiquer woord voor dijk) niet ontsierd door lelijke hoogbouw. De halve marathon vertrekt vanuit de binnenstad een stukje langs de boulevard en de bijhorende pier terug naar de stad: city – pier – city, ofte CPC. Jullie begrijpen dat dit een bijzonder mooi halve marathonparcours is.

IMG_3948
Stance sokken zijn ook geschikt voor het strand!

Roos en ik zakten al voor de vierde keer af naar Den Haag voor de CPC. Tradities zijn er om in ere te houden, maar enkel bij ons debuut in 2016 bereikten we allebei de finish. Ik had op voorhand met heel veel (doem)scenario’s rekening gehouden, maar niet met een afgelaste wedstrijd. Toen ik zondagochtend ontwaakte in het grote bed met camouflagenet van mijn (achter)neefje Lev hoorde ik de regen al iets te hard naar mijn zin op het dak tikken. Ook Roos kon niet anders dan vaststellen dat het net zoals vorig jaar een natte editie zou worden. Ze nam haar gsm erbij om het weerbericht op te zoeken: vooral in het zuiden van het land (waar wij ons dus niet bevonden) werden er harde windstoten voorspeld. Rond het middaguur zou de ergste regen achter de rug zijn. Aangezien onze wedstrijd pas om 14u30 van start ging, rekenden wij dus op een alles overweldigende opklaring. Enkele minuten later zag Roos dat er geen start zou zijn. De organisatie had om 7u een email gestuurd dat de wedstrijd was afgelast omdat de veiligheid van de lopers niet gegarandeerd kon worden.

Wij hadden meteen onze bedenkingen bij de drastische beslissing om de wedstrijd af te gelasten. Met heel veel moeite konden wij een beetje wind ontwaren in de struiken buiten. Daarenboven spendeerde ik in Kasterlee maar liefst 11 uur in barre weersomstandigheden en liep ik ook al eens een marathon bij 30 graden. Slecht weer is dus niet per se een domper op de feestvreugde voor ons. Nadat het ontbijt was verteerd, vertrokken wij met de routetips van Maarten en Irene voor onze geheel eigen invulling van de CPC. Wij kunnen namelijk wel tegen een (wind)stootje en we wilden aan den lijve ondervinden hoe slecht die weersomstandigheden waren vooraleer ons definitieve oordeel uit te schreeuwen. Er het beste van maken: dat is waar wij met momenten in excelleren. We maakten eerst een klein ommetje langs de plek des onheils van vorig jaar: dé plaats waar mijn persoonlijke drama zich voltrok. Er stond nog geen ereteken voor de volharding die ik heb getoond tijdens mijn revalidatie, dus we moesten ook geen bloemen achterlaten. Vervolgens trokken we verder richting de kust. Ik maakte een cruciale vergissing in onze beoogde route en zo liepen we niet in een rechte lijn naar het strand van Scheveningen, maar naar dat van Kijkduin.

IMG_3955

Soms pakken vergissingen verrassend goed uit. Zo ook deze. Na een kilometer of 5 zagen we plots de zee opdoemen en voelden we ook een krachtige wind. Het kostte ons heel wat moeite en een stevige zandstraling om een klein stukje tegen de wind in op het strand te komen. Wat een plezier om plots langs de kustlijn te staan met onze voeten in de schelpen! Met de wind in de rug zouden we richting Scheveningen lopen, waar ook het officiële CPC parcours langskomt. Het leek alsof er een gigantische haardroger achter ons aanzat, want we werden vooruit geblazen. Omdat zand hoe dan ook een zware ondergrond blijft, zetten we onze weg verder via een mooi geasfalteerd pad door de duinen. We bereikten Scheveningen en maakten een vreugdesprongetje toen plots de zon doorbrak. Ons vermoeden werd bevestigd: er stond wat wind, maar niet in die mate dat het gevaarlijk was om je op de boulevard te begeven. Heel wat mensen kuierden gezellig rond en we zagen geen terrasstoelen in het rond vliegen. We gingen een stukje de pier op en liepen via de haven terug richting centrum. Na 22,3 kilometer zat onze CBDPC Loop erop: city, beach, dunes, pier, city.

Dit was zonder twijfel de meest gevarieerde duurloop die ik al liep. Wat een parcours, wat een ervaring! Omdat ik toch behoorlijk gestresseerd toe had geleefd naar deze wedstrijd, geef ik toe dat het in eerste instantie voelde alsof ik een lastige confrontatie uit de weg kon gaan. Dit alternatief leverde me enkel voordelen op: ik liep een nuttige training aan Roos’ zijde. Toen het later in de namiddag ook nog eens heel hard begon te regenen, waren wij er helemaal niet rouwig om dat we droog en wel in de auto zaten. Volgend jaar is er weer een kans om sportief te schitteren in Den Haag, maar voor nu kunnen wij nog nagenieten van een sportief en familiaal hoogstaand weekend.

IMG_3945

 

 

 

Het boek – Op naar de Boekenbeurs!

Na al dat marathongedoe is het weer tijd voor een beetje cultuur. Of je die in hoogst eigen persoon op de Boekenbeurs in Antwerpen zal aantreffen, dat is een vraag die tegenwoordig verdeeldheid zaait. Langs de ene kant heb je de criticasters. Zij die vinden dat inkom betalen om boeken te kopen in een verouderde infrastructuur belachelijk is en dat de Boekenbeurs vooral een platform biedt aan de BV’s die boeken produceren. Langs de andere kant heb je de liefhebbers die houden van het diverse aanbod en elke gelegenheid die Het Boek in de spotlights zet een goede gelegenheid vinden. Hoewel ik zeker wat heb aan te merken op de organisatie, is een herfstvakantie zonder Boekenbeurs voor mij inmiddels ondenkbaar geworden.

Een boekenwurmpje als ik heeft alleen maar mooie herinneringen aan de keren dat ik als kind mee naar de Boekenbeurs mocht. Na mijn afstuderen als literatuurwetenschapper ging ik aan de slag in de boekensector en stond ik voor het eerst als medewerker op de beurs. Ik vond dat zo geweldig leuk dat ik het altijd ben blijven doen, ook nadat ik in 2011 in het onderwijs aan de slag ging. Enkele dagen per jaar boekenwinkeltje spelen met mooie en inspirerende boeken, dat moeten ze mij geen twee keer vragen. Mijn tijdelijke werkgever is Exhibitions International (zaal 1, stand 107) een groothandelaar of verdeler. Het bedrijf is met andere woorden de schakel tussen uitgeverij en boekhandel. In hun gamma vind je niet alleen de mooiste kunstboeken, maar ook tal van andere geïllustreerde boeken over lifestyle, fotografie, mode en koken om maar enkele categorieën te noemen. Draagtassen, kinderboeken, kaartjes en allerhande kalenders maken eveneens deel uit van het aanbod. Net zoals Engelstalige fictie en non-fictie. Kortom: echt voor ieder wat wils.

Na twee werkdagen op de Boekenbeurs kan ik enkele trends benoemen bij Exhibitions International. Zo blijken boekenliefhebbers ook vaak kattenliefhebbers te zijn. De katoenen tote bags met kat- en boekgerelateerde spreuken en illustraties zijn een geliefd hebbeding. Ook ludieke boeken over katten en hun eigenzinnige leven scoren goed. Ideaal cadeautjesmateriaal is dat. Het fotoboek Writers and Their Cats prijkt alvast op mijn verlanglijstje.
Een tweede vaststelling is dat Engelse fictie nog steeds door een breed publiek omarmd wordt. Niet alleen klassiekers à la Jane Austen en Mark Twain doen het goed, ook nieuwere spelers als Harry Potter en Miss Peregrine hebben heel wat aantrek. Net zoals de Disney kalender en Star Wars gadgets die door jong en oud gekocht worden. Zelf ben ik vooral benieuwd naar de recent verschenen novels My Year of Rest and Relaxation (Ottessa Moshfegh), Moonglow (Michael Chabon) en Reservoir 13 (Jon Mcgregor). Ik kan ook niet wachten om me in de zetel te nestelen met Useless Magic, Lyrics and Poetry van mijn idool Florence Welch en The Flame van Leonard Cohen. Geef me alsjeblieft wat tijd en guur herfstweer.

IMG_3308b

Een derde hit zijn de boeken van de Duitse uitgeverij Gestalten Verlag. Zo maken Hit the Road, Wanderlust en Off the Road de avonturier in ieder van ons wakker (zelfs in mij) en zorgen onder meer Northern Comfort en Evergreen – Living with Plants er dan weer voor dat je niet anders wil dan lekker thuis cocoonen. De boeken van Gestalten onderscheiden zich door hun eigentijdse look en kwalitatieve afwerking voor een scherpe prijs. Het zijn lifestyle boeken die het salontafelboek overstijgen. Rijkelijk geïllustreerde boeken over auto’s (vooral Porsche) doen het overigens nog steeds goed bij de mannelijke kopers. En wie op zoek is naar een boek over specifieke ambachten zoals weven, pottenbakken of keramiek zal ook bij Exhibitions International zijn gading vinden. Kom vooral langs en neem je tijd om te snuffelen tussen al dat moois. Succes met kiezen!

Bij de concullega’s kijk ik uit naar Het leukste van Eva (Borgerhoff & Lamberigts, zaal 3). Vandaag komt Eva Mouton signeren tijdens de nocturne. Joepie! Ik ben ook van plan om Mijn tas 2 aan te kopen (VBK, zaal 4) voor als ik ooit weer eens tijd heb om creatief te zijn en het Libanese kookboek Comptoir Libanais – Feest! van Tony Kitous (L&M Books, zaal 4). Mijn fictie-lijstje is wat uitgebreider. Sowieso moet je voor vakkundig advies en een ruim aanbod literatuur eens langs gaan bij Confituur, de vereniging van onafhankelijke boekhandels. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt door Peter Middendorps Jij bent van mij en de debuutroman van Marieke Lucas Rijneveld De avond is ongemak (beide bij Confituur, zaal 3). Ik las recent behoorlijk wat Italiaanse en Spaanse literatuur en zwicht wellicht voor De hemel verslinden, de nieuwe van Paolo Giordano (Standaard Uitgeverij, zaal 4), De lange weg naar Rome van Francesca Melandri (Pelckmans, zaal 1) en Berta Isla (Confituur, zaal 3), de kersverse klepper van Javier Marías. Tot slot kan ik de winter moeilijk doorkomen zonder wat extra Scandinavische literatuur in huis te halen. Karl Ove Knausgårds Het Amerika van de ziel (L&M Books, zaal 4) kocht ik al. Buiten de orde van Tomas Espedal (Vrijdag, zaal 1) en The Hills van Matias Faldbakken (Lannoo, zaal 3) zullen daar waarschijnlijk aan toegevoegd worden.

De Boekenbeurs gaat door in Antwerp Expo en loopt nog tot en met zondag 11 november. Je vindt Exhibitions International in zaal 1, stand 107.

IMG_3302b

 

De race – Amsterdam marathon oktober 2017

Vandaag werd de 43e Amsterdam marathon gelopen. De Keniaan Lawrence Cherono kwam als winnaar over de finish in een parcoursrecord van 2:04:06. Vorig jaar stond ik samen met Roos aan de start in Amsterdam.

  • De cijfers: marathon n° 7 gelopen in 3:26:11, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: ik was in goede vorm na een lastige zomer en hoopte mijn recordtijd te kunnen aanvallen
  • De race: ik bevocht een zware slag aan de Amstel, ging nipt ten onder, maar beleefde toch een gloriemoment in het Olympisch stadion
  • De herinnering: het overvolle Amsterdam, de luxueuze hotelkamer en vooral heel veel familieliefde met mijn zussen en mama

Wat vooraf ging
Ik liep in april 2017 een ijzersterke marathon in Parijs en behaalde 10 weken later in juni mijn eerste marathonpodium in Puurs. Ik zat met oogkleppen in een marathonflow, negeerde enkele pijnsignalen en liep de La Chouffe trail met een peesblessure aan de lies. Mijn gedrevenheid bereikte een grote piek in de zomervakantie, maar mijn lichaam verkeerde in winterslaapmodus alsof het putteke winter was. Als ik in oktober de Amsterdam marathon wilde lopen, moest er één en ander aangepakt worden. Zo belandde ik in augustus op de behandeltafel van een kinesitherapeut die gespecialiseerd is in loopblessures. Het lastige gevoel in mijn lies verdween snel, maar toen begon mijn rug te protesteren. Enkele verlichtende dry-needling sessies hielpen ook die problemen de wereld uit. Ik mocht lopen, maar deed beduidend minder kilometers en schrapte de intervaltrainingen. In september beschikte ik terug over mijn volledige lichaamsfuncties en krachtenarsenaal. Zo klokte ik een scherpe tijd op de halve marathon in Brussel zonder me in de vernieling te lopen. Ik kreeg 100% groen licht van de kine om voluit te gaan in Amsterdam. Tja, dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.

Vlak voor de start
Start en finish bevinden zich in het Olympisch stadion. Ervaren marathonrotten als Roos en ik zijn, weten we dat je bij de start moet zijn nog voor de startvakken open gaan. We hadden dus tijd om een propere dixi te gebruiken en een babbeltje te slaan met een pissebed die in het stadion woonde. Het was behoorlijk fris, maar de zon tekende present. We namen nog een geforceerde foto en trokken toen richting startvak. Roos stond in het vak achter mij. Een hek kon niet voorkomen dat wij stonden te keuvelen over koetjes en kalfjes. Bij mij slaat de stress echt toe als ik het idee krijg dat ik mijn plaats moet gaan verzekeren vooraan in het startvak. Een bijkomende stressfactor was dat er een pacer was voor de tijd van 3:20, de tijd die ik beoogde. Lastig! Ik besloot toch om op mijn eigen plan te vertrouwen en de pacer niet te volgen.

De race
Mijn voeten waren gevoelloos door de kou en dat voelde als een bijzondere loopsensatie die eerste kilometers. Het kon de pret niet drukken. Net zoals in Parijs leek ik de eerste kilometers te vliegen. Ik kon moeiteloos een stevig tempo aanhouden en mijn vertrouwen groeide met de minuut. Rond kilometer 10 liepen we een lange U-bocht. Ik speurde de massa af op zoek naar mijn zusje. We schreeuwden elkaar nog wat aanmoedigingen toe. De adrenaline vloog in het rond. Wij zouden onze PR’s vandaag aan diggelen lopen! Ik geloofde dat het mogelijk was.

2017-10-16-PHOTO-00000134
Dit is zonder twijfel de meest geslaagde actiefoto die ooit van mij gemaakt werd. Bedankt, Marike!

Ongeveer halverwege bereikten we de Amstel. Een ellendig stuk dat je kilometers langs het water voert om dan via een brug langs de andere kant terug te lopen. Ik streed er mijn persoonlijke Slag om de Amstel. In de eerste plaats was de wind mijn vijand. Wind en tempolopen zijn nooit een goede combinatie. Ook begon het te dagen dat ik nog wel een stuk te gaan had. Een saaie, zware lus lopen helpt dan niet bepaald om negatieve gedachten te verjagen. Met lede ogen zag ik hoe mijn kilometertijden toenamen. Als klap op de vuurpijl kwam toen die vermaledijde 3:20-pacer aanzetten, aangeklampt door een bende sputterende lopers. Wat was wijsheid? Ik kon krampachtig proberen om hem voor te blijven, maar besloot me uiteindelijk over te geven aan de menigte in de hoop dat ik energie zou kunnen sparen als ik gewoon moest volgen. Dat ging dus niet. Op de smalle weg werd er bijna letterlijk gevochten om een plaatsje in de massa te veroveren. Ik streed voor wat ik waard was, verloor nog meer energie en moest het onderspit delven. De pacer en zijn aanhang denderden me zonder pardon voorbij en ik bleef verweesd achter. Ik was zo van mijn melk dat ik bijna mijn mama en Marike miste die me mijn tweede drinkbus aanreikten.

Zo bereikte ik dus rond kilometer 26 moederziel alleen een bedrijventerrein in Zuid-Oost Amsterdam. Troosteloosheid troef. De waarheid was dat ik geen PR zou lopen. Ik had nog voldoende marge om een tijd onder de 3:30 te lopen en concentreerde me dus op het vinden van een constant tempo. De wind bleef zich echter opdringen en ook de zon scheen wat te hard. Ik moest steeds meer harken om vooruit te kunnen gaan. Breken deed ik niet. Ik telde af en stelde vast dat er nog wel iets in mijn benen zat. De laatste kilometers door het Vondelpark waren slopend. Ambiance genoeg, maar het leek wel het park van de wandelende marathonzombies. Op automatische piloot kwam ik aan in het Olympisch stadion voor een bescheiden ereronde. Dat gaf wel een kick en ik perste er nog iets uit wat op een sprint moest lijken. 3:26 was het verdict. Mijn taak zat er nog niet op. Als ik Roos vanuit het stadion wilde zien finishen, was er geen tijd te verliezen. Met mijn laatste krachten en verzuurde benen liep ik nog enkele trappen op. En ja hoor: ik zag dat kleine straffe zusje van mij binnenkomen in een knappe 3:43.

De conclusie
De Amsterdam marathon is qua deelnemersaantal net iets groter dan de Rotterdam marathon. Amsterdam en Rotterdam: dat is concurrentie. Dit werd me duidelijk gemaakt door Rotterdammer Jelle. Het parcours van Amsterdam kon mij slechts matig bekoren. Je loopt relatief veel kilometers buiten de stad in saaie buitenwijken en langs de Amstel zonder supporters. Zowel aan het begin als aan het einde van de marathon loop je door het Vondelpark. De kilometers door het stadscentrum zijn zwaar. Door de vele tramsporen en oneffen stenen worden loopvoeten extra uitgedaagd. De start en finish in het indrukwekkende Olympische stadion zijn de grote troef van deze marathon en maken veel goed. Als ik een kamp moet kiezen, dan ga ik resoluut voor Rotterdam: een sympathieke stad met een snel marathonparcours. Je merkt ook dat de marathon daar meer leeft onder de stadsbewoners. Sorry, lieve Amsterdammers. I am Rotterdam.

IMG_1659
Team Odeyn for the win!

Enkele weetjes

  • Het idee om de marathon in Amsterdam te lopen ontstond in oktober 2016 toen ik mijn broer er zag finishen in 2:32. Zelf liep ik daarna een recordtijd op de halve marathon. Ik kreeg kippenvel van Seppes finish en dat heeft bij mij wel vaker als gevolg dat ik dat dan zelf ook wil ervaren.
  • Seppe schreef een heel grappige blogpost over zijn Amsterdam marathon.
  • Op zaterdag spraken Roos en ik af met vriendin Machteld om iets te gaan drinken in het stadscentrum. Slecht idee: Amsterdam lijdt onder het toerisme en op zaterdagnamiddag is dat overal voelbaar.
  • Ons hotel in Amsterdam-Sloterdijk was een welkome oase van rust. Dat mocht ook wel voor de exorbitante prijs in marathonweekend. De ruime badkamer en dito inloopdouche vormden een grote meerwaarde om het marathonzweet van ons af te spoelen.
  • De avond voor de marathon dineerden we in het stijlvolle restaurant van het hotel. De pastamogelijkheden waren beperkt en zo aten Roos en ik zwarte tagliatelli met tonijn. Pasta is pasta. Geen racisme op ons bord.
  • Ere wie ere toekomt: na de Kralingse Plas (Rotterdam) en het Bois de Boulogne (Parijs) voegde ik dus met veel plezier de Amstel toe aan mijn persoonlijke marathongevechten.
  • Als je in Nederland bent, moet je poffertjes eten. Bij de aankomst bestelde ik twee porties ambachtelijke poffertjes mét ferme klont boter. En of dat smaakte! Roos finishte haar schaaltje niet wegens toenemende buikactiviteiten.
  • Calling all superheroes is de slogan van de Amsterdam marathon. Wij lijken het als familie soms aan te trekken dat we mensen ontmoeten die hulp nodig hebben. Zo ontfermden mama en Marike zich over een Vlaamse jonge loper die zijn supporters niet vond bij de aankomst. Ze wilden hem zelfs bijna mijn chocomelk aanbieden. Mijn naastenliefde kent echter grenzen.

IMG_1656

Het moment – Een fietsuitstap naar Brussel

Brussel heeft mijn hart veroverd sinds ik er de eerste keer de 20 km liep in mei 2014. Die belevenis heeft een diepe indruk nagelaten en van mij de loper gemaakt die ik nu ben. Lopen door Brussel is dan ook een uitzonderlijke ervaring. Ik wist niet dat onze hoofdstad zo groen en glooiend is. Brussel associeerde ik met overvolle en ongezellige winkelstraten, enkele teleurstellende toeristische hotspots en onveiligheid. Onbekend is onbemind, zo bleek maar weer eens. Ik vertelde al eens dat Parijs voor mij het Brussel van Frankrijk is, waardoor ik dus ook omgekeerd kan zeggen dat Brussel het Parijs van België is. Bruxelles, ma belle!

Ik liep inmiddels 2x de marathon van Brussel, 2x de halve, 4x de 20 km en 1x de 10 Miles van Elsene. Voldoende bewijslast om aan te tonen dat ik graag in Brussel loop. Mijn sportieve honger is echter niet zo gemakkelijk te stillen. Zoals dat ging met Tervuren, gebeurde het dus 2 jaar geleden ook dat ik eens met de fiets tot in Brussel reed. Ik deins namelijk niet terug voor een uitdagende fietstocht en het Jubelpark ligt op 25 kilometer van mijn deur, de Grote Markt op om en bij de 29 kilometer. In de zomervakantie van 2016 werd het een bijna wekelijkse uitstap, maar ook in het najaar fietste ik al tot daar. Ik neem jullie graag mee op virtuele fietstrip. Noot: liefde maakt blind, vergeet dat niet.

IMG_2852b

Het Park van Tervuren bevindt zich dus halverwege de route naar Brussel. Van daaruit gaat het verder over de Tervurenlaan. Dat stuk werd recent heraangelegd. Dikke kus voor degene die heeft beslist dat het fietspad daar wel een upgrade kon gebruiken. Waar je daar vroeger over een smal en hobbelig strookje vlak langs de drukke autoweg reed, is dit sinds kort een luxe fietspad: heel breed met een glad oppervlak en duidelijk gescheiden van het autoverkeer. Je kan hier als fietser niet anders dan lyrisch van worden. Deze fietssnelweg brengt je na een langgerekte klim tot bij Quatre-Bras ofte het Vierarmenkruispunt, dat ik vooral kende van de verkeersinformatie. Na enkele oversteken fiets je vervolgens het Brussels hoofdstedelijk gewest in over een glooiend fietspad dat langs de rand van het Zoniënwoud ligt. Het fietspad vol barsten toont aan dat hier nog werk aan de winkel is.

IMG_2844b

Na een welkome afdaling kom je uiteindelijk aan in Sint-Pieters-Woluwe. Voor de liefhebbers: daar bevindt zich het Trammuseum. Het verkeer wordt er drukker en je moet aandachtig de fietsbewegwijzering volgen. Mocht dit nog niet duidelijk zijn: met de fiets naar Brussel betekent continu berg op en berg af rijden. De laatste beklimming is de venijnigste. Ik liep mezelf al 8x in de vernieling op dit schijnbaar nooit eindigende stuk bergop van de Tervurenlaan en ik ben wellicht niet de enige. Met de fiets is het niet veel aangenamer. Ouderwets stoempen op de pedalen en vooral niet meteen denken dat je er bent: dat is de raad die ik kan geven. Tot daar plots licht opdoemt aan het einde van de tunnel en je het topje van het Jubelpark ziet. Ik zou haast zeggen dat dit een magisch moment is.

IMG_2723b

IMG_2725b

De fietsmarkering brengt je via een parallelle baan bij het Jubelpark. Jammer dat dit gewoon een autoparking is als er geen loopevenementen plaatsvinden. In het park zelf zie je altijd wel lopers en picknickers. Je rijdt Brussel nu binnen via het Schumanplein door de Europese wijk, waaronder het imposante Berlaymontgebouw. De militaire bewaking maakt duidelijk dat de internationale belangen van deze wijk enorm zijn. De autochaos is alom aanwezig. Het is heel bijzonder om hier met je fiets te cruisen, al helemaal als je over de Wetstraat langs het Warandepark rijdt. Vervolgens kan je kiezen om rechtdoor richting centrum te gaan of linksaf te slaan om zuidelijker af te zakken.

Tegenwoordig kies ik voor de tweede optie. Via Zavel rij ik naar het Justitiepaleis waar je een mooi uitzichtpunt hebt. Ik ga al eens langs voor wat shopping bij de geïntegreerde AS Adventure-Juttu winkel die zich in de buurt van het Louizaplein bevindt. Vervolgens fiets ik verder naar de Hallepoort om in de wijk Sint-Gillis aan te komen. Hier vind je de mooie boekenwinkel Les Yeux Gourmands en de Sint-Gilliskerk die op een gezellig plein ligt. Het is dan echt wel hoog tijd voor een rustmoment, wat ik altijd vind bij café Maison du Peuple. Een welverdiende 10/10 voor sfeer en gezelligheid en een uitgelezen kans om in gezelschap van een goed boek de cafeïnelevels weer op peil te brengen. Ik kan de flat white van harte aanbevelen. Het is dat ik nog naar huis moet rijden, maar anders zou een mojito mij daar ongetwijfeld smaken.

IMG_2746b

Bij deze lofzang hoort ook een kritische noot. Fietsen in Brussel is geen evidentie. Het stadscentrum wordt nog steeds gedomineerd door de auto. De meeste chauffeurs rijden er met hun beide voeten op het gaspedaal, met één hand op het stuur en één hand op de claxon. Dit neemt niet weg dat er wel degelijk is geïnvesteerd in fietsmarkeringen: op de meeste plaatsen is op het wegdek aangeduid waar de fietsers rijden en fietsroutes worden duidelijk aangegeven. Met de veiligheid van de zwakke weggebruiker werd echter bitter weinig rekening gehouden. Zo moeten fietsers vaak het rijvak van de bus volgen. Dat lijkt mij een gemakkelijkheidsoplossing: we kalken wat fietsjes op die baan en we hebben ruimte gegeven aan de fietser. De buschauffeurs zijn niet echt tuk op een occasionele fietser. Op straten met vier banen wordt voor een verkeerslicht een heel groot vak voorzien waar fietsers moeten plaatsnemen voor de auto’s. Ik kan je verzekeren dat het heel wat assertiviteit vraagt om daar als fietser moederziel alleen in plaats te nemen om van zodra het licht op groen springt als een duvel uit een doosje te vertrekken, terwijl je het aanstormende verkeer in de gaten houdt en probeert om niet in een tramspoor terecht te komen met enkele claxonnerende auto’s achter je als het niet snel genoeg gaat. Op een rotonde lijk je als fietser onzichtbaar te zijn. Je merkt aan de dappere aanwezige fietsers dat ze zich een assertief-agressieve attitude hebben aangemeten om zich te wapenen tegen het overheersende autogeweld. Bungeejumpen klinkt avontuurlijker, maar is bijlange niet zo gevaarlijk.

IMG_2744b

Fietsen in Brussel is dus een mogelijkheid voor ervaren en zelfverzekerde fietsers. Hou daar rekening mee. Ik reken mezelf wel tot die groep. Voor wie dat niet ziet zitten, biedt het openbaar vervoer voldoende mogelijkheden om je in Brussel te brengen en te verplaatsen. Een fietsuitstap naar Brussel stelt mij in ieder geval nooit teleur. Inspanning en ontspanning gaan hand in hand: zo heb ik het graag. Ik hoop dat de liefde tussen mij en Brussel nog heel lang mag blijven duren.

Het moment – Fietsen, lopen en lezen in Tervuren

Ik leerde Tervuren kennen op 28 maart 2015. Toen nam ik voor het eerst deel aan de Furaloop*. Roos en ik zouden zo’n twee maanden later onze eerste marathon lopen. Ik herinner me nog goed dat we samen met onze papa in de auto zaten te wachten. Het regende en eerlijk gezegd hadden mijn zus en ik er niet zoveel zin in. Mijn zelf opgestelde marathonschema was best pittig en we hadden dus al heel wat kilometers afgelegd die week. Te veel eigenlijk. 16 kilometers in het Zoniënwoud lopen, klonk op dat moment dan ook niet meteen als muziek in onze oren. Het bleken uiteindelijk 16 prachtige kilometers te zijn, die ik onverwacht ook nog eens snel afwerkte. Sindsdien is het dik aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2839b

In oktober 2015 liep ik voor het eerst de marathon in Brussel, die net zo goed Brussel-Tervuren-Brussel zou kunnen heten. Via de beruchte Tervurenlaan komen de marathonlopers in het Park van Tervuren. Ik had op de kaart van het parcours natuurlijk gezien dat daar rond de vijvers wordt gelopen, maar in mijn gedachten was dat een bescheiden vijver. Zo één van het formaat waar je in 10 minuten wel rond bent. Niet dus: in het Park van Tervuren is niets klein. Adjectieven als majestueus en prestigieus zijn hier op hun plaats. Het park heeft dan ook een koninklijke geschiedenis. Koning Leopold II zag alles groots en bouwde het park en de Tervurenlaan uit aan het einde van de 19e eeuw volgens zijn persoonlijke royale standaard. Wie het graag wat chiquer heeft, mag dan ook zeggen: de Warande van Tervuren of het Warandepark. Het is als loper op z’n zachtst gezegd imponerend als je over een autovrije Tervurenlaan langs de Jazzfontein een ronde door dat park loopt.

IMG_2049b
Ik kocht in mei een nieuwe fiets. Die testte ik meteen met een ritje naar Tervuren. Waar anders zou de Cortina Blue Lake beter kunnen poseren dan hier?

Een jaar later liep ik weer de Furaloop en begon het mij te dagen dat Tervuren niet zo ver van mijn woonplaats ligt, aangezien er op het einde van mijn straat een wegwijzer staat met “Tervuren 13”. In oktober 2016 zou ik voor de tweede keer de marathon van Brussel lopen. Een marathon die ik al eens liep en die tot op 13 kilometer van mijn woonst passeert: dat is een uitgelezen kans om het parcours wat grondiger te (ver)kennen. Zo fietste ik dus voor die marathon in Brussel een paar keer tot in het Park om van daaruit het verraderlijke stuk van de vijvers tot aan Sint-Pieters-Woluwe te lopen en terug. Die marathon zou mij niet meer hebben liggen. Ik wist exact welke kilometers op- of aflopend waren en dat het stuk rond de vijvers toch zo’n 5 kilometer lang is. Of het door die parcoursverkenning kwam of niet: de marathon die ik op 2 oktober 2016 liep, beschouw ik nog altijd als mijn ultieme marathonervaring. Ik finishte als 8e vrouw in 3:22:30. Sindsdien is het nog dikker aan tussen Tervuren en mij.

IMG_2716

Mijn innige vertrouwensband met Tervuren dient soms louter sportieve redenen. Dan fiets ik tot daar in looptenue en loop ik langs de vijvers verder het Zoniënwoud in. Een mooie looproute die nooit teleurstelt. Soms is de insteek van mijn fietstocht ook van louter ontspannende aard. Als Joke naar het Park van Tervuren gaat, dan neemt ze mee: de krant, een boek en een thermos koffie. Voor zoetigheid of een goed brood kan ik bakkerijen Au Flan Breton (Tervuren centrum) en Vogelaers (Vossem) van harte aanbevelen. Het Park van Tervuren werkt als mijn persoonlijke zen-master. Je bent er nooit alleen, maar er gaat een enorme rust uit van die plaats. Ook de eenden daar lijken vredevoller met elkaar om te gaan. Je komt er niet zelden een paard en ruiter tegen. Er wordt gepicknickt en de hond wordt uitgelaten. Eerlijk is eerlijk: het elitaire sfeertje blijft ook anno 2018 nazinderen in de Warande van Tervuren. De doorsnee wandelaar in het Park paradeert meer dan dat hij stapt. Aangezien mijn prinsessengehalte bijzonder laag ligt, hou ik het daarom bij op mijn favoriete bank zitten en lezen.

IMG_1318b

Het Park van Tervuren ligt ook halverwege mijn fietsroute naar Brussel. Morgen vertel ik jullie graag meer over mijn uitstapjes naar onze hoofdstad. Toerist in eigen land!

IMG_2159b

*De Furaloop gaat inmiddels door het leven in een hipper jasje: de Fura 10 Miles.