Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #3

Mijn weg naar de Hel is geplaveid met goede voorbereidingen. De afgelopen dagen maakte ik nog fiets- en loopkilometers, maar kwam ik vooral op adem van het harde trainingslabeur van de maand november. Er kwam wat tijd vrij om na te denken over heikele sportvraagstukken en praktische voorbereidingen te treffen. Een lange duatlonwedstrijd van dit formaat betekent immers ook dat je heel wat te regelen hebt op organisatorisch niveau, waaronder sportkleding, -voeding en materiaal. Bovendien is er een belangrijke taak weggelegd voor het ondersteunend team, dat natuurlijk ook graag op voorhand weet waar het aan toe is. Ik hoop dat een voorbereid mens er in dit geval meer dan twee waard is.

In Kasterlee zal ik voornamelijk lopen als het nog/al donker is. Daar heb ik ruime ervaring mee dankzij mijn ochtendlijke looptrainingen, maar ik oefende dit ook al eens met Roos op de fiets, aangezien zij mijn persoonlijke begeleider zal zijn tijdens de afsluitende 30 kilometer. We kozen een onverlicht parcours uit met lange stroken om zo onze verlichting te testen. In eerste instantie vonden we dat die volstond. Mogelijk is een extra lamp toch nodig omdat ik me niet wil laten vangen door de verraderlijke putten in Kasterlee. Voor de gelegenheid stelden we natuurlijk een aparte playlist samen die uit de box kan schellen. Variatie en opzwepend zijn de codewoorden van ons repertoire. Avicii en Florence mogen niet ontbreken op ons feestje, maar ook chansons, kleinkunst, een dosis pop en het stevigere werk (Highway to Hell!) zijn van de partij. We bespraken ook enkele rampscenario’s en wat te doen “in geval van”. Ik zei het al: je kan maar beter op werkelijk alles voorbereid zijn.

Een week geleden oefende ik de wedstrijdonderdelen al eens met mijn eigen vagevuur-training. Het was zwaar, maar ik doorstond de beproeving. Ik testte toen onder andere uit of ik vlot kon lopen met mijn fietsbroek (ja) en of de Clif bloks een waardige afwisseling waren met sportgels van Squeezy (ja). Inmiddels heb ik het kledingvraagstuk voor 90% opgelost. Het weer is echter een doorslaggevende factor en voorlopig ziet dat er niet gunstig uit. Zowel koude als regen zullen zondag aanwezig zijn. Mijn regen- en winddichte petje en handschoenen zullen met andere woorden van pas komen. Dan is dat de investering toch waard geweest, denk ik maar. Wat de voeding betreft ben ik er nog niet helemaal uit of ik een hele dag ga overleven op sportvoeding of toch ook iets anders ga proberen weg te werken tijdens het fietsen. Lastig, want ik kan niet inschatten hoe mijn lichaam zal reageren op 120 kilometer mountainbiken.

Dat gure weer boezemt me wel angst in. Ik fietste al vaak in regen en wind, maar vandaag kreeg ik nog iets anders voorgeschoteld: een intense regenbui die wel een kwartier aanhield met als resultaat dat ik meteen doorweekt was. Goed dat mijn fiets al eens voorgespoeld werd, maar het kostte me veel moeite om positief te blijven en dit als een nuttige les te beschouwen. Ik stelde me voor hoe het zou zijn als ik nog uren doorweekt zou moeten fietsen en dat was toch even slikken. Gelukkig heb ik mijn trainingen lichamelijk goed verteerd. Ik heb geen noemenswaardige klachten. Dit werd ook bevestigd door mijn kinesitherapeut. Zij gaf me 100% groen licht om er voor te gaan in Kasterlee. Kijk, dat geeft toch veel vertrouwen. Ik ging deze week nog eens overdag in het bos lopen omdat ik echt behoefte had aan zo’n plezierloop. Aanvankelijk schrok ik van het kale Heverleebos door de vele gekapte bomen, maar uiteindelijk overheerste een triomfantelijk gevoel dat alleen lopen me kan geven. Vooral aan mijn loopvorm voel ik dat al die trainingen hebben geloond. Ook hier geldt weer: geen idee wat ik daar over een week mee ben.

Ik had de afgelopen week ook tijd om orde op zaken te stellen in huis. Weken aan een stuk dagelijks sporten liet wel sporen na. Zo moest ik vaker boodschappen doen om de voorraden op peil te houden. Ik bakte dan ook heel wat havermoutpannenkoeken, at kilo’s pompoenen, bakken plattekaas en joeg er een pot pindakaas door met heel veel volkorenboterhammen. Veel trainen betekent namelijk goed en veel eten. De praktische rompslomp was ook niet van de poes. Mijn wasmachine draaide overuren aan sportkleding en handdoeken. Ik ondernam geen pogingen meer om sportkleding in de kast te leggen, maar sorteerde dit functioneel zodat ik meteen zocht wat ik nodig had buiten de kast. Mijn hal was omgetoverd tot een multifunctionele kleedkamer: allerhande gerief, waaronder handschoenen in verschillende diktes en mijn Stance sokken lagen er uitgestald. Handdoeken en krantenpapier lagen binnen handbereik voor als ik weer eens doorweekt thuiskwam. Niet heel gezellig, maar wel uitermate praktisch. Inmiddels is het sportschoolgehalte van mijn woning weer tot een minimum beperkt en heb ik ook op huishoudelijk gebied de touwtjes stevig in handen.

De komende week moet ik dus nog enkele knopen doorhakken. Ik zal ook maar wat kaarsen branden in de hoop zo geen al te rampzalig weer af te kunnen dwingen voor zondag. Bovenal zal ik proberen om de week ontspannen en goed uitgerust door te komen. Examens afnemen en verbeteren beschouw ik dan maar als een welkome afleiding. Ik ben de eerste om te zeggen dat je moet vertrouwen in je voorbereidend werk. De zenuwen omzetten in een positieve focus: dat is de boodschap. Kan een mens ooit klaar zijn voor de Hel?

Het boek – Over de film die soms wel beter is

Ik slaag er nu al drie jaar op rij in om gemiddeld één boek per week te lezen. Er zijn periodes dat lezen me niet lukt. Als ik het heel erg druk heb bijvoorbeeld, zoals afgelopen maand. Het heeft dan weinig zin om in een boek te beginnen omdat er dan geen ruimte voor is in mijn hoofd. Ik hou niet van lezen in stukken en brokken omdat er dan te veel van het boek verloren gaat. Ter compensatie zijn er ook periodes dat ik de boeken er aan sneltreintempo doorjaag. In de zomer- en kerstvakantie is mijn hoofd er bijvoorbeeld heel hard aan toe om te lezen. Ik kan dan helemaal opgaan in een niet te stoppen leesflow. Misschien typeert die houding mij wel als duursporter of als mens tout court: zoals ik graag – alles of niks – kilometers maak, kan ik ook pagina’s verwerken. In vergelijking met de gulzigheid waarmee ik boeken kan consumeren, ben ik een erg ingetogen filmkijker. Deels is dat een kwestie van gewoonte, denk ik. Boekverfilmingen prikkelen mij net wat meer en zullen me sneller over de streep krijgen om een film te kijken. Ik leerde daaruit dat het boek zeker niet altijd beter is dan de film.

Het lijkt me een aartsmoeilijke opdracht om een boek te verfilmen. Niet alleen omdat je heel concreet en visueel moet invullen wat zich in de hoofden van lezers en de auteur afspeelt, maar ook omdat er harde keuzes gemaakt moeten worden. Hoe de personages er zullen uitzien en hoe ze vertolkt worden om er maar enkele te noemen. Kiezen is heel vaak verliezen. Een boek bestaat bovendien louter op papier, in woorden dus. Taal en schrijfstijl zijn zoveel meer dan de dialogen tussen personages. De lezer wordt via de vaak beeldende taal aan het denken gezet en ondergedompeld in een unieke sfeer. Het is dan ook de vraag in welke mate je als regisseur die eigenheid van het boek moet en kan weergeven. De beste boekverfilmingen bestaan helemaal naast het oorspronkelijke boek en zijn dus niet een rechtstreeks gevolg daarvan. Een papieren verhaal vormt dan een goudmijn aan inspiratie om een cinematografisch pareltje op te voeren. Filmmakers moeten met andere woorden de ballen hebben om een eigen draai en interpretatie te geven aan hun filmverhaal en ze moeten rigoureus durven snoeien in het boekmateriaal.

Verfilmingen die het boek als een heilige script bewaken, dreigen al snel aan gelaagdheid te verliezen. Je kan in een film namelijk nooit alles weergeven wat het boek te bieden heeft. Zo vond ik de verfilming van het in boekvorm bejubelde Vele hemels boven de zevende (2017) erg mager. Ondanks het prima acteerwerk waren de filmpersonages een te afgeborstelde versie van de papieren variant, waardoor ze uitgevlakt werden. Door de veelheid aan thema’s die aangereikt worden in Griet Op de Beecks boek (2013), verloor de film zich in de tragische gebeurtenissen van het verhaal en ging er heel wat subtiliteit verloren. Een tweede valkuil is dat filmmakers zich laten verleiden om een klein en aangrijpend verhaal in grootste, indrukwekkende filmbeelden weer te geven. Dat is althans wat ik ergerlijk vond bij de verfilming van Haruki Murakami’s Norwegian Wood (2010). Het prachtige verhaal (1987) van Toru Watanabe, die gebukt gaat onder het verlies van zijn beste vriend, kreeg een mainstream Hollywood invulling. Hierdoor ging het intrigerende Murakami-universum verloren en miste de film een helder vertelstandpunt. Een commerciële keuze waardoor de authenticiteit als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Waar een schrijver zijn boek zo kort of lang maakt als hij zelf wil, is een filmmaker strikter gebonden aan een bepaalde duur. Er moet dus logischerwijze geschrapt worden. Sommige boeken varen daar wel bij. The Horse Whisperer (1998) vind ik nog steeds een sterke en sfeervolle film met glansrollen voor Robert Redford en Scarlett Johansson. Het gelijknamige en gehypete boek (1995) van Nicholas Evans kon mij echter niet bekoren omdat het verhaal veel te lang blijft doorgaan en daardoor ook steeds ongeloofwaardiger wordt. Afgelopen zomer las ik eerst Call Me By Your Name (2007) van André Aciman nadat ik niets dan lovende recensies las over de film (2018). Zoals ik hier schreef vond ik het boek absoluut een aanrader. De film overtrof echter mijn verwachtingen juist omdat het verhaal nog bondiger en daardoor intenser werd verteld. Bij nader inzien laat de auteur de liefde tussen Elio en Oliver te lang aanslepen. Bovendien slaagt regisseur Luca Guadagnino erin om de beladen sfeer van een prachtige zomer waarin relatief weinig wordt gepraat perfect weer te geven op het witte doek.

Goede boeken kunnen dus een uitstekende voorzet zijn voor een prachtige film die het oorspronkelijke verhaal weet te overstijgen. Zo schreef Annie Proulx met Brokeback Mountain (1999) een mooi kortverhaal van nog geen 40 pagina’s. Regisseur Ang Lee ontdekte de schat aan kostbaar verhaalmateriaal en maakte er een ruim 2 uur durend filmisch meesterwerk van (2005). Als geen ander kan hij het woeste en intieme tussen cowboys Jack en Ennis weergeven. Wijlen Heath Ledger is zoveel meer Ennis dan het personage op papier. Hetzelfde geldt voor Leonardo DiCaprio die een magistrale vertolking van Jay Gatsby neerzette in The Great Gatbsy (2013). Het boek van F. Scott Fitzgerald (1925) blies mij niet omver, maar gaf wel een interessante kijk op de Roaring Twenties. Dankzij Baz Luhrmann toont Leonardo DiCaprio een pijnlijk herkenbare en toch bevreemdende Jay Gatsby. Een gelaagdheid die ik miste in het boek.

Als boekenliefhebber durf ik dus zonder enige schroom te zeggen dat de film wel degelijk beter kan zijn dan het boek. Voor verfilmingen van boeken die me nauw aan het hart liggen, ben ik uiteraard erg op mijn hoede. Al hoeft dat niet bij voorbaat een verloren zaak te zijn. Adrian Lynes verfilming van Lolita (1997) stelde me geenszins teleur, met dank aan een ijzersterke Jeremy Irons die een overtuigende filmversie van Humbert Humbert is. Hoewel de film trouw blijft aan het boek (1955), hoeft Vladimir Nabokov zich dus niet om te draaien in zijn graf.

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #2

Mijn voorbereidingen naar de Hel lopen op hun eind. Heel rouwig ben ik daar niet om. In mijn vorige bericht vertelde ik over de zware trainingsmaand november. Ik moest niet heel diep gaan, maar vooral lang in het zadel zitten. Kilometers maken zoals dat heet. Vaak als het donker was of als het weer zich van z’n herfstigste kant toonde. Het was een uitdaging om mijn tijd zo optimaal mogelijk te besteden, aangezien ik ook bergen schoolwerk te verzetten had. De afgelopen week vormde de bekroning van mijn intensieve fietsmaand met een weektotaal van maar liefst 320 fietskilometers. Naar analogie met mijn vorige vergelijking fietste ik dus deze week tot in de banlieue van Parijs. Gelukkig, want ik zou niet kunnen aanzien hoe mijn geliefde Arc de Triomphe vernield werd. Hoe dan ook stond er vandaag een bijzondere training op de planning.

Ik ben van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben op training zodat je op het ergste voorbereid bent. Lastige weersomstandigheden (zon, regen, wind of sneeuw) schuw ik niet. Daarom loop ik dus bijvoorbeeld 33 kilometer als alles tegenzit. Trainen onder zware omstandigheden maakt mij mentaal sterker en daar put ik vertrouwen uit. Sportieve uitdagingen worden namelijk voor een aanzienlijk deel in je hoofd bevochten. Als het op training altijd leuk is en vlot gaat, is dat mentale deel onvoldoende voorbereid. Daarom zou ik twee weken voor de Hel een vagevuur-training afwerken. Die term bedacht ik uiteraard zelf: een training tussen hemel en hel als generale repetitie. Ik zou met andere woorden een halve Hel lopen en fietsen om mezelf en het herfstweer nog eens keihard tegen te komen.

Met een halve Hel bedoel ik dat ik de helft van elk individueel onderdeel zou afleggen. Zo vertrok ik dus vanochtend om 8u met een auto vol fiets- en loopmateriaal naar het park van Tervuren. De echte Hel vertrekt om 8u, maar om nu ook al in het donker te vertrekken, daar had ik even geen zin in. Mijn eerste deel van de generale repetitie bestond uit 7,5 kilometer lopen. Ik had mijn lange fietsbroek al aan om uit te testen of die ook comfortabel zat bij het lopen. Dat scheelt namelijk werk tijdens de wissel. Rond 8u30 vertrok ik voor een eerste rondje langs de vijvers. 7,5 kilometer lopen: dat kan ik ondertussen moeiteloos. Mijn fietsbroek deed prima dienst als loopbroek. De voorspelde regen bleek slechts lichte motregen te zijn, dus ik had er best zin in. Na deze vlotte start was het tijd voor een wissel naar fietskleding. Vervolgens zou ik, net zoals in de Hel, vijf fietsrondes afwerken over voornamelijk off-road terrein.

IMG_3452
Die arme Juan was helemaal besmeurd en had dus een grondige wasbeurt nodig.

De eerste fietsronde viel meteen goed tegen. Op de kilometers vlakke asfalt waar ik normaal vlot zou kunnen rijden, stond een harde tegenwind. Wind is de grootste vijand van de fietser. De moed zonk me in de fietsschoenen. Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens harder te regenen en waren mijn voeten al in modderklompen veranderd na amper 10 kilometer. Ik vervloekte mezelf voor dit verduivelde plan. Er was echter geen weg terug: het vagevuur had me opgeslokt. Na één ronde was ik al behoorlijk doorweekt. De tweede ronde werd het gelukkig droger en vond ik mijn ritme. Zoals verwacht liep het minder soepel in de derde ronde. Ik schakelde lomp en zat vaak maar wat te stampen. Het voordeel van dat vermoeiende stuk met de wind op kop was dat mijn jasje inmiddels droog was geblazen. Elk nadeel heeft zijn voordeel! De optimist in mij was terug van de partij. De laatste twee rondes begon ik wat stramheid te voelen, maar ik kon wel vlot blijven ronddraaien. Als gemiddelde wilde ik meer dan 20 kilometer per uur gemiddeld halen. Uiteindelijk legde ik mijn vijf fietsrondes af aan bijna 22 kilometer per uur. Missie 2 was geslaagd.

Het slotstuk van het vagevuur waren twee looprondes van samen 15 kilometer. Weer een wissel, maar mijn broek vol modder en natte sokken hield ik aan. Ik dacht niet te lang na en vertrok als een pijl uit een boog voor de finale. Het geeft een vreemd gevoel in je benen om te lopen vlak nadat je uren op de fiets hebt gezeten. Je lijkt de cadans van het fietsen te willen volgen, die natuurlijk veel hoger ligt. Mijn benen lieten zich echter niet kennen en leken me te willen bewijzen dat ze naast al dat gefiets toch primair gemaakt zijn om mee te lopen. Ik kon nauwelijks geloven dat ik aan mijn marathontempo liep en dat ook volhield. Al snel begon ik echter ook te voelen dat ik te weinig had gedronken op de fiets. Ik zette door, bleef gaan en finishte op een stevige beat van Dimitri Vegas & Like Mike. Het zat erop. Ik had geproefd van de hel en ik heb het gehaald.

In totaal heb ik vandaag vijf uur gesport. Conditioneel kon ik dat perfect aan. Ik heb geen spierpijn, maar voel wel in mijn lichaam dat ik lang bezig ben geweest. De grootste uitdaging voor de echte Hel zal zijn om goed in te delen en niet te veel vooruit te denken. Het werkt niet bepaald motiverend als je gaat uitrekenen hoeveel uren of tientallen kilometers je nog te gaan hebt. Nu ik dit in mijn eentje heb gepresteerd, durf ik te zeggen dat mijn hoofd alvast klaar lijkt te zijn voor het grote werk. De komende week zal een overgangsweek zijn waar ik me nog moet bekommeren om enkele praktische voorbereidingen. De druk zal sowieso wat van de ketel gaan zodat er minder moet. Wat rust en ontspanning zijn meer dan welkom.

Loperspraat – Door regen en wind in november

Er was de afgelopen maand geen ontkennen meer aan: het is nu echt herfst en ik ga echt een lange duatlon lopen en fietsen in december. November 2018 gaat officieel de geschiedenis in als de maand waarin ik de kaap van de 1000 fietskilometers overschreed. Ik fietste exact 1002 kilometer en liep nog een bescheiden 147 kilometer. Om me daar iets bij te kunnen voorstellen, zocht ik wat afstanden op. Google Maps zegt me dat ik tot in Parijs 345 kilometer zou moeten fietsen (dat zou me 18,5 uur kosten). Ik ben dus naar Parijs gefietst om er een Tour etappe af te leggen, nog enkele plaatselijke rondes te fietsen om te kunnen finishen aan de Arc de Triomphe en dan terug naar huis te peddelen. Jammer genoeg was november ook de maand van het snertweer en de duisternis. De heroïek was dus vaak ver te zoeken.

Begin november was het nog heerlijk toeven op mijn warme marathonwolk. Ik mocht dan wel wat verblind zijn door de marathonliefde, ik was ook verstandig en gaf mijn lichaam de nodige rust om te bekomen van die 3u24 in Brussel. Een volledige week, dat zijn dus zeven (7!) dagen, ging ik niet lopen. Een unicum in mijn carrière als marathonloper. Ik kroop wel de fiets op en maakte een mooie start voor wat de maand van de mountainbike zou worden. De zon scheen, het gras was nog wat groen, de bomen droegen een kleurrijke bladerjas en ik genoot met volle teugen van mijn fietstochtjes. Goh, wat was het leven toen mooi.

Op zaterdag 10 november stond er een eerste belangrijke afspraak in Kasterlee op de agenda. Samen met mijn papa en nonkel zou ik het parcours van de Hel gaan verkennen. De groepsverkenningen maken officieel deel uit van de organisatie. Er wordt eerst 15 kilometer gelopen en vervolgens een mountainbikeronde van 23 kilometer afgelegd zodat je een idee hebt wat je mag verwachten op de Grote Helledag. Ik was op voorhand gewaarschuwd: voor velen is dit een toonmoment van explosiviteit op de fiets. Met die wetenschap besloot ik mij (met een serieus ei in mijn broek) volledig te verschuilen achter mijn status als vrouw. Ik posteerde mij achteraan de tweede groep in de hoop daar iet of wat mijn eigen tempo te kunnen rijden. Mijn twee bodyguards offerden zich gewillig op om mij te vergezellen. Al bij al ben ik niet ontevreden over mijn verkenning. De stress raasde door mijn lichaam, maar toch slaagde ik erin om de kalmte te bewaren, goed te schakelen en elke heuvel en bocht naar behoren te nemen. Ik viel niet stil en knalde niet tegen de grond. Missie geslaagd.

IMG_3337b

Het weekend daarna trok ik er niet met Juan op uit. Hij was namelijk enkele dagen weg voor onderhoud. Even wat me-time voor Juan en zijn tandwielen, hij had het nodig. Ik miste hem heel erg toen ik met mijn klassieke damesfiets twee dagen na elkaar naar Brussel fietste voor een bijscholing. Wat een leuk idee en nuttige training leek in mijn hoofd, bleek in de praktijk een loodzware taak en uitputtingsslag te zijn. Daags nadien liep ik de halve marathon in Kasterlee, een tweede positieve ervaring met de Kempische zandgrond en een fijn familiemoment.

Vorig weekend kon ik mijn nieuwe fietskleding voor het eerst uittesten. Ik investeerde namelijk in een paar degelijke handschoenen en echt regengerief. Voor die gelegenheid kwam het dus mooi uit dat het regende. Het begon veelbelovend. Met de Lage Landenlijst 3 in mijn oren en mijn uitmuntende regenkleding zat ik met wat verbeelding in een tent waarop zachtjes de regen tikte. Alleen een koffie ontbrak, maar het was best gezellig daar in mijn waterdichte cocon. De regen stopte echter niet. Na ruim twee uur op de fiets moest ik concluderen dat mijn kleding wat klam begon aan te voelen. Na drie uur kon ik niet meer ontkennen dat ik doorweekt was. Na vier uur was ik thuis en redelijk onderkoeld. Wat als een klein feestje begon, eindigde toch in een serieuze beproeving.

Op zondag kon mijn geluk dan ook niet op toen ik kon trainen in gezelschap. Ik zakte wederom af naar de Kempen, waar Marike woont. Zij zou me vergezellen tijdens mijn looptraining. Het was de eerste keer dat ik samen met haar liep. Met gezwinde pas loodste ze me langs de lokale highlights om me na een eerste ronde verder te begeleiden op de fiets. Intussen was haar vriend Peter zich al aan het klaarstomen voor de mountainbiketraining die hij voor mij in petto had. Na een pauze hees ik me in het zadel en trokken Peter en ik naar de mountainbikeroute in Herentals. Van daaruit fietsten we door de bossen naar Kasterlee. Dit was zonder twijfel de meest geslaagde training van de maand. De Kempen bieden een afwisselend parcours met niet al te veel hoogtemeters, maar toch voldoende uitdaging. Peter is de ideale compagnon de route. Hij heeft niet alleen fietservaring te over en een coole mountainbike met hoog retrogehalte, maar hij geeft me ook nuttige tips en aanmoedigingen. Wat wil een mens nog meer?

November was een grensverleggende maand van hard labeur, zowel op professioneel als sportief vlak. Mijn organisatie liet me niet in de steek. De menselijke machine of machinale mens bleef draaien. Hoewel dat zeker ook voldoening geeft, beginnen de trainingen wel door te wegen. Die intensieve voorbereiding blijkt namelijk best een eenzame missie. Naast werken en trainen staat mijn leven on hold. De vele trainingsuren in de duisternis, wind en regen maakten het voor de optimist in mij niet gemakkelijk om sportplezier te ervaren met elke gefietste of gelopen kilometer. Ik ging maar liefst 10x ’s ochtends lopen en snak nu dus echt naar een ontspannen loopje in het bos bij daglicht. Gelukkig is het maar één keer per jaar november. December brengt ongetwijfeld wat meer rust, ontspanning en familiemomenten.

 

Loperspraat – Wat ik zoal kan leren van mijn katten

Ik deel al ruim negen jaar mijn woning met Teresa en Ada, mijn allerliefste harige huisgenootjes. Hoewel we alle drie gesteld zijn op onze rust, vormen we op onze eigen manier een oerdegelijk driespan. Voor wie het nog niet wist: er heeft altijd een dierenmens in mij gehuisd. Vroeger had ik konijnen en cavia’s. Toen ik op kot zat waren hamsters Tony en Rudy mijn maatjes. Nu stel ik het zonder knaagdieren, maar kan ik me geen leven zonder katten meer voorstellen. Katten zijn tegenwoordig trouwens helemaal in. Een blik op de goedgevulde cadeaurekken van boekwinkels bewijst dat de veelzijdige (vaak ludieke) zelfhulpboeken met katten als toonaangevend rolmodel de serieuze literatuur overschaduwen. De kat als personal life coach dus. Met maar liefst twee stuks in huis betekent dat met andere woorden een rijkdom aan wijze levenslessen binnen handbereik.

Huisdieren lijken op hun baasjes en omgekeerd. Daar is wel iets van aan. Teresa en Ada zelf zijn ongetwijfeld de mening toegedaan dat ze meer op een mens lijken dan op elkaar. Heel dikke vriendinnen zijn die twee namelijk niet. Er heerst een opportunistisch samenlevingsverbond tussen de feline partijen. Voor een alleenheerser als de kat is zo’n ménage à trois dan ook niet vanzelfsprekend. Wat ons drieën verbindt is de neiging tot overdrijven. Het is bij ons alles of niets: als wij een doel voor ogen hebben, dan gaan we er de volle 100% voor. Als Ada bijvoorbeeld vindt dat het tijd is voor een stinkend bakje natvoer, dan plaatst ze dit item stante pede op de huisagenda. Dit dagelijks terugkerende proces start met een staat van hyperfocus: elke beweging die ik maak wordt nauwlettend in de gaten gehouden door twee paar kattenogen. Vervolgens worden op vocaal niveau alle registers open getrokken. Ada’s neiging tot overdrijven mondt uit in schaamteloos dramatiseren. Het doel heiligt de middelen. CEO Ada bereikt haar targets dagelijks zonder enig probleem.

IMG_1147b

Luieren is een kunst waar katten grootmeesters in zijn. Rust is niet minder dan een zaak van staatsbelang. Het is een topprioriteit om de dagelijkse slaapquota te halen. Dankzij hun uitstekende slaapconditie kunnen mijn katten uren aan een stuk in dezelfde houding liggen. Sterker nog: ondanks hun leeftijd excelleren ze in souplesse. Ze sparen hun krachten om eenmaal per dag in slechts enkele minuten een explosieve show op te voeren die zijn gelijke niet kent. Een zot moment waarbij werkelijk alle remmen los gaan. Van Teresa’s veerkracht en sprongtechniek zou zelfs Nafi Thiam nog iets kunnen opsteken. Een heikel punt voor mij, want enkele weken geleden kreeg ik bij de kinesitherapeut te horen dat ik weinig veerkracht in mijn enkels heb. Ik moet nu oefeningen doen op de trap waarbij ik vinnig en explosief met verschillende pasjes de treden moet opspringen. Dat is op z’n zachtst gezegd geen sinecure. Ik ben veel, maar niet vinnig en explosief. Het lijkt alsof ik geen voeten, maar zwemvliezen heb. Ik begrijp dus niet hoe het mogelijk is dat mijn katten zonder enige vorm van training vanuit stilstand en op elegante wijze ruim een meter hoog kunnen springen. Stikjaloers ben ik op dat atletisch vermogen.

Een expert zei ooit: katten zijn alles wat mensen zouden willen zijn. Laat ik dan maar zeggen dat ik niet eender welke kat zou willen zijn. De realiteit is dat er in België jaarlijks om en bij de 30.000 katten in een asiel belanden en dat zo’n 30% daarvan euthanasie krijgt. Helaas leidt dus niet elke kat het ideale leven. Zij dit dat wel hebben zijn absoluut te benijden. Mijn Teresa en Ada hoeven geen mindfulness of slaaptraining te volgen om op hoog niveau te kunnen rusten. Hun leven is één en al me-time. Genot zit in een klein hoekje. Ze kennen de plekjes in huis waar net op dat moment die ene zonnestraal hun snoet kan verwarmen. Tot na de middag in bed blijven liggen is de normaalste zaak van de wereld. Ze hebben geen complexen over hun uiterlijk en willen vooral de wereld niet zien om gelukkig te zijn. In hun universum zijn zij heer en meester. Ze regeren met harde hand als het nodig is, maar hun gracieuze verschijning maakt hen ook ultieme verleiders. Bovendien hebben ze een hoge aaibaarheidsfactor. Ze bepalen zelf wanneer ze iets nodig hebben en nemen dan resoluut het heft in eigen handen. Wat anderen van hen denken kan hen geen f*ck schelen. Dit alles verklaart de aantrekkingskracht van boeken als Catfulness, How To Live Like Your Cat en Be More Cat die adviseren dat we ons wat meer als een kat moeten gedragen om gelukkig te zijn. In principe zijn katten opportunisten en egoïsten. Dat klinkt niet sympathiek, maar de boodschap van een leven als kat is eenvoudig: wees tevreden met jezelf en maak tijd voor de kleine dingen des levens. Amen.

IMG_1858b

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #1

Een onheilspellende titel, maar over drie weken is het zo ver: de Hel van Kasterlee. Een duatlon waarin ik opeenvolgend 15 kilometer lopen, 118 kilometer mountainbiken en nog eens 30 kilometer lopen zal afwerken. Althans, dat is toch de bedoeling. Ik kan een marathon lopen, maar of ik dan nog eens ruim zes uur kan fietsen? Dat is een vraag die me de laatste weken bezighoudt en de nodige stress bezorgt. Het plan werd gesmeed in augustus, toen ik mijn papa’s mountainbike kon gebruiken. Fietskilometers waren meer dan welkom in een post-blessure periode waarin ik zuiniger omsprong met mijn loopkilometers. Inmiddels zijn we drie maanden verder. Tijd om een eerste balans op te maken over mijn nieuwe bezigheid.

Mountainbiken is een geweldige sport! Allereerst is het een buitensport die je mogelijkheden om (groene) plekken dichtbij en wat verder weg te ontdekken uitbreidt. Dankzij de talrijke goed bewegwijzerde mountainbikeroutes die je quasi overal kan terugvinden moet je je hoofd niet breken over hoe je gaat fietsen. Handig voor iemand met een oriëntatievermogen als het mijne. Bovendien kan je kiezen hoe zwaar je het jezelf wil maken. Hard en onbesuisd vlammen is een optie. Op het gemakje naar boven peddelen kan net zo goed. Sommige afdalingen vallen onder de categorie uitdagend, andere kan je bij wijze van spreken met de ogen dicht naar beneden rijden. Als je geen zin meer hebt in het off-road gebeuren dan leent een mountainbike zich perfect tot kilometers malen op het vlakke. Er is een fietstraining voor elk weerstype en elke gemoedstoestand.

De afgelopen weken probeerde ik dagelijks kilometers af te leggen al lopend, fietsend of een combinatie van beide. Ik ontdekte heel wat voordelen van fietsen ten opzichte van lopen. Een training met de fiets voelt als een kleine uitstap. Je kan je immers verder verplaatsen en bent minder gebonden aan vaste routes. Het steekt niet op een handvol kilometertjes meer of minder. Bovendien kan je ook meer meenemen op de mini-reis. Bagage zou ik het niet noemen, maar als je niet weet of een jasje nodig is, dan stop je dat dus gewoon ergens weg. Een korte pauze nemen om iets te eten of om een sanitaire stop te maken, is de normaalste zaak van de wereld. Je hebt nooit dorst als fietser. Als ik na mijn werk nog anderhalf uur ga fietsen, vind ik dat minder vermoeiend dan als ik dezelfde tijd zou gaan lopen. Op de mountainbike springen is laagdrempeliger. Met vermoeide benen fiets je gewoon wat gezapiger. Met vermoeide benen lopen blijft lastig, zelfs als je traag loopt.

Ik heb het geluk dat ik van mijn ouders een prachtige startuitzet voor de mountainbiker in de schoot geworpen kreeg. Dat ik niet zelf heb moeten beslissen welke fiets ik nodig had, beschouw ik dan ook als een groot voordeel. Ik heb namelijk niets met het technische aspect. Voor alles wat verdergaat dan een band oppompen en een ketting smeren, wend ik me maar wat graag tot het kennis- en expertiseteam van onze Orbea-familie. Het scheelt natuurlijk ook dat mijn papa mijn mountainbike (Juan dus) door en door kent. Dat specifieke materiaal ervaar ik dan ook als een nadeel van fietsen tegenover lopen. Mountainbiken is duurder. Niet alleen de fiets en het onderhoud zelf, maar ook fietskleding kan behoorlijk geprijsd zijn. Ik kreeg heel wat kleding van mijn mama en had natuurlijk ook loopgerief dat kon dienen. Intussen wordt het kouder en natter en investeerde ik in een goed regenjasje (duur!), een lange fietsbroek (duur!) en degelijke handschoenen (duur!). Als je wil weten of lopen iets voor jou is, dan kan dat met een beperkte sportoutfit. Bij mountainbiken ligt dat veel moeilijker.

Na jaren intensief lopen kroop ik dus op de mountainbike. Mijn lichaam was daar erg tevreden mee: mijn duurhonger werd gestild zonder de impact van het lopen bij elke pas te moeten opvangen. Voor de marathon in Brussel liep ik voor mijn doen een bescheiden aantal kilometers, maar conditioneel stond ik er helemaal dankzij mijn duurtrainingen op de fiets. Dat neemt niet weg dat mijn lichaam ook wel een beetje begint tegen te sputteren door die combinatie lopen-fietsen en de vele trainingen die het moet ondergaan. Zo heb ik me laten vertellen dat een loper kortere spieren heeft in de billen en bovenbenen in vergelijking met een fietser. Dat voel ik dus. Het is binnenin nog wat zoeken naar een evenwicht. Dat neemt niet weg dat de mountainbike voor mij de ideale aanvulling is op mijn looptrainingen.

Voel ik me nu al mountainbiker of duatleet? Nee, niet bepaald. Ik voel me nog steeds een fietsende loper. Voel ik me nu op drie weken klaar voor de Hel? Nee, niet bepaald. Ik begeef me namelijk op onbekend terrein en vulde mijn trainingen in op goed gevoel. Uiteraard kreeg ik tips van mijn broer en papa. ’s Ochtends op nuchtere maag lopen bijvoorbeeld om te wennen aan lopen met een lege tank en zware benen. De omvang van deze uitdaging is echter zo groot dat ik nooit het idee zal hebben dat ik voldoende heb getraind. Om het in zakelijke termen uit te drukken: lopen blijft mijn core business waar ik me helemaal thuis voel. Ik mis mijn duurlopen langs de Vaart. Ik mis mijn vaste looprondjes in het bos. Van tapering is voorlopig dus nog geen sprake. De komende week wordt er nog eentje van hard trainingslabeur. Wie weet voel ik me over een week wel in topvorm?

Het moment – De halve marathon in Kasterlee met Team Odeyn

In november trotseert Team Odeyn maar wat graag de Kastelse zandgrond tijdens een halve (of hele) marathon. Voor de Hellegangers is dit een eerste stiekeme krachtmeting met de concurrentie. Voor andere lopers een groene gelegenheid om nog eens een halve uit de benen te schudden. Afgelopen zondag was ook letterlijk een zon-dag te noemen. Lopers die voor de modder kwamen, waren er aan voor de moeite en konden maar beter een vergrootglas mee op pad nemen. Ook in ideale weersomstandigheden is het parcours in Kasterlee zwaar. De eerste helft loopt nog over rechte stukken asfalt. Hierna wordt het betere off-road werk geserveerd: op en neer door bos en duinen (zand!), waaronder twee venijnige beklimmingen met dito afdaling. Variatie dus, dat wel. Wie deelneemt aan de marathon krijgt twee keer hetzelfde rondje voorgeschoteld.

Team Odeyn stond aan de start van de halve marathon met een stevige delegatie. Seppe als onbetwiste aanvoerder van het team, aangezien hij ondertussen wellicht enige bekendheid geniet als Mr. Kasterlee of simpelweg de Duivel. Ook papa kent met vier Hel-finishes de Kastelse grond als geen ander. Roos en ik zorgden voor de vrouwelijke touch in het team en gingen voluit voor de underdog-positie. Mama was vakkundig fotograaf,  jassenbewaarder en supporter van dienst. Seppes dochter Laurien stal de show op haar gepersonaliseerde Orbea-regenboogfiets. Jong geleerd is oud gedaan. Om deel uit te maken van Team Odeyn is een bloedband trouwens geen noodzaak. Vriend Birger en coach Stefaan waren de nonkels van dienst.

Mijn geschiedenis met Kasterlee gaat terug tot 2014. In die eerste editie mispakte ik me serieus aan het modderige parcours. Ik had toen net een GPS-horloge en vertrok als een duveltje uit een doosje, vastberaden om een toptijd te lopen. Een onbezonnen start die me duur kwam te staan. Ik liep mijn eigen hel: 21 kilometer, 1 uur en 56 minuten lang spartelen om uiteindelijk toch een beetje te verzuipen. De regen maakte de ellende compleet. Het jaar nadien was ik beter voorbereid op wat komen zou. Je weet wel: dat verhaal van de ezel en de steen. Ik verpulverde mijn tijd met 10 minuten. In mijn topjaar 2016 mag het niet verbazen dat ik weer wat sneller liep. Vorig jaar koos ik voor de volle marathon. Een beslissing die ik me na één ronde serieus bekloeg. Afzien was het. Ik vocht moeder- en vaderziel alleen tegen de wind. De finishlijn kwam geen meter te vroeg. Ik eindigde toch nog als vijfde.

Zondag verliep mijn Kastelse race naar wens. Ik hield me de afgelopen weken keurig in op loopgebied. Mijn goede marathonvorm was duidelijk nog niet verdwenen. Ik maakte snelheid in het eerste deel en vergaloppeerde me niet al te erg tijdens de tweede helft. De Hoge Mouw, Muur van Kastel en Col Roger kregen me niet klein, maar kostten me wel krachten. Uiteindelijk finishte ik als zesde en liep ik mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Met het oog op de Hel zit het dus wel snor met dat lopen. Mijn papa deed het nog beter en wist mij op een kleine minuut te houden. Daar zal hij ongetwijfeld veel vertrouwen uit putten. Goed gedaan, pappie! Roos maakte zich op voorhand ernstige zorgen over haar duurloopcapaciteiten. 4 maanden verbouwen gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Dat zusje van mij bracht het er zoals verwacht goed van af. Ze stopte zelfs twee keer om hulp te bieden aan collega-lopers die tegen de grond gingen. Dat overkwam haar zelf ook al eens in het verleden. Het zijn verraderlijke smeerlappen die boomwortels.

Huisvriend Birger was bij wijze van spreke al fris gedoucht toen ik aankwam en ook coach Stefaan zette een scherpe chrono neer. In Team Odeyn staat de sfeer centraal en niet de prestatie. Helaas werden onze positieve ervaringen overschaduwd door Seppes opgave. Na 14 kilometer aan kop van de wedstrijd moest hij de strijd staken na een verrekking aan de hamstrings. Hij mag dan wel zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee zijn, die halve marathon is hem duidelijk minder goed gezind. Vorig jaar kwam hij onfortuinlijk ten val, maar kon hij zich nog van een tweede plaats verzekeren. In 2015 schreef hij in Kasterlee wel de volledige marathonafstand op zijn naam. Op de halve afstand lijkt hij echter een abonnement te hebben op de zilveren medaille. Dat gebeurde gisteren dus niet. Gelukkig kon hij na afloop meteen terecht bij Marike die kinesitherapeutische eerste hulp bij blessures kon bieden. Nu ik er zo over nadenk: het is hoogtijd voor een Team Odeyn met drie zussen aan de start.

IMG_3423
Hier staan dus zes marathonlopers en twee IJzeren Mannen.

Het boek – Mijn eigen Helweek in 2016

Ik ben wel te vinden voor een grensverleggende uitdaging. Waaghalzerij en ouderwets spektakel zijn niet aan mij besteed. Ik zoek liever in de anonimiteit mijn persoonlijke grenzen op. Na jaren van inactiviteit bijvoorbeeld trainen om 20 kilometer te kunnen lopen. En dan nog eens dubbel zo lang of zelfs nog meer willen lopen. Of nog langer aan een stuk lopen, fietsen en dan nog eens lopen. Sport dus. Nadat ik in 2015 mijn eerste twee marathons liep, kwam het boek Helweek (2014) van mental coach Erik Bertrand Larssen mij ter ore. De ondertitel is 7 dagen die je leven veranderen en de auteur wordt dé sensatie uit Noorwegen genoemd. Ik las toen ook Getting Things Done van David Allen. Op diverse blogs circuleerden verhalen over de helweek-uitdaging. Ik kocht het boek, bereidde me grondig voor en begon mijn eigen Helvetesuka op maandag 1 februari 2016.

Erik Bertrand Larssen nam in 1992 als 18-jarge deel aan een helweek van het Noorse leger: een ultieme test in doorzetting en volharding, waarbij ieders fysieke en bijgevolg ook mentale grenzen worden verlegd. Larssens helweek-concept is gebaseerd op die ervaring. Het idee achter zijn helweek is dat je aan de hand van verschillende opdrachten een week lang de beste versie van jezelf bent. Je moet nadenken over jezelf en je eigen leven in kaart brengen. Wat zou je nog willen bereiken op korte en lange termijn? Vervolgens moet je nagaan waar zich het grootste verbeterpotentieel bevindt. Wat wil je kortom veranderen en hoe ga je dat heel concreet aanpakken? Wat je beweegredenen ook zijn: het is belangrijk dat je je helweek grondig voorbereidt. Voorafgaand beantwoord je enkele vragen over jezelf en je leven. Ik was toen 30 jaar. In mijn voorbereiding lees ik dat ik al bij al tevreden was met wat ik tot dusver had bereikt. Mijn zelfstandigheid beschouwde ik als iets om trots op te zijn. Ik stoorde me echter aan mijn schoolwerk dat ik moeilijk georganiseerd kreeg en al te vaak uitstelde. Bovendien vond ik dat ik te vaak aan het niksen was (ja echt). Ik vond het dan ook bijzonder jammer dat ik zo weinig boeken las en geen tijd had om te breien (ja echt). Ik begon mijn helweek initieel om veel werk voor school te kunnen verrichten.

Elke dag van de helweek krijgt een specifieke focus met bijhorende opdrachten. Zo neem je op maandag bijvoorbeeld je vaste gewoontes onder de loep, treed je donderdag buiten je comfortzone en is er vrijdag tijd voor rust en herstel. Er gelden echter ook strenge regels voor elke helweekdag. Hier volgt een korte bloemlezing. Je staat elke dag stipt om 5u op (snoozen kan echt niet) en je gaat stipt om 22u slapen. Je sport dagelijks, bij voorkeur ’s ochtends. Je besteedt extra aandacht aan je kleding en uiterlijk. Je eet alleen maar gezond en je kijkt uiteraard geen tv. Je werkt hard en gefocust. Je bent daadkrachtig en positief. Je denkt oplossingsgericht. Je gebruikt geen sociale media tijdens je werk. Je neemt enkel kwalitatieve rust. Persoonlijke toevoegingen op deze basisregels zijn een must. Zo begon ik met de plank challenge, kookte ik elke dag iets nieuw met een gezond ingrediënt (denk: rode bietjes, boerenkool en spruitjes) en trok ik elke dag een outfit aan met een kledingstuk dat ik al lang niet gedragen had. Het moge duidelijk zijn dat dit geen pretweek was.

Velen zullen zich laten afschrikken door het opstaan om 5u ’s ochtends. Aangezien je wel 7 uur geslapen hebt, valt dit best mee. Een week lang in alle vroegte gaan lopen (zelfs meermaals in de regen) zou ik niet meteen aanraden. Die inspanningen begon ik na enkele dagen wel te voelen. Al ontdekte ik ook de schoonheid van een toeristenrondje lopen in Leuven. Zo liep ik een paar keer over het Ladeuzeplein of de Grote Markt. Ik kwam dan al eens uitgaansvolk tegen, wat soms grappige taferelen opleverde. De lijn tussen een vroege vogel en een rare vogel is dan ook heel dun. Het zwaarste onderdeel van de helweek is donderdagnacht. Dan mag je namelijk niet gaan slapen. Een nachtje doorwerken had nog wel z’n charme, maar de dag nadien was een helse schooldag. Ik was een wrak. Elke minuut was ik me bewust van het gevecht tegen de vermoeidheid dat mijn lichaam moest voeren om op een primair niveau te blijven functioneren. Ik won uiteindelijk heel nipt de uitputtende strijd en viel nog nooit zo als een blok in slaap als vrijdag 5 februari om 22u.

Ik leerde van mijn helweek dat je wel degelijk bergen werk kan verzetten op zeven dagen tijd. Het gaf me veel voldoening om orde op zaken te stellen en werkjes af te ronden die ik veel te lang had uitgesteld. Mijn planningen brachten overzicht in de chaos die mijn schoolwerk geworden was. Ik startte grotere projecten op. De momenten van zelfreflectie waren verhelderend. Ik miste de tv niet en had ook niet te klagen over de gezonde kost die ik mezelf voorschotelde. En oh ja: ik leerde ook dat slechts een paar uur slapen nog altijd beter is dan helemaal niet. Als ik er nu aan terug denk, was het ook wel een eenzame week. Er gaat weinig heroïek gepaard met een doorgedreven gedisciplineerde levensstijl. Dit kan ook wel te maken hebben met het feit dat ik in mijn helweek letterlijk ook vaak in het donker aan het werk was. Ik vraag me trouwens af hoe je een helweek kan realiseren als je samenwoont of een gezin hebt.

Het is natuurlijk niet toevallig dat ik net die periode de helweek-uitdaging aanging. Ik voelde me sterker dankzij mijn prille en gedisciplineerde bestaan als marathonloper. Mijn herwonnen zelfstandigheid gaf me veel wilskracht. Ik wilde een frisse wind laten waaien door mijn ambities en takenpakket als leerkracht. Een helweek is een aanrader als je zelf graag verandering wil brengen in bepaalde patronen. Je wordt verplicht om na te denken over hoe je leven georganiseerd is en je leert om prioriteiten te stellen. Ik geloof echter niet dat één week vol discipline je leven drastisch verandert. Ik ben geen andere Joke geworden na 7 februari 2016. Een patroon of levensstijl veranderen is een proces dat onderhevig is aan verschillende factoren. Ik las niet plots meer boeken na die week. Ik ging ook geen truien breien. Ik ging pas meer lezen toen ik mezelf als doel stelde om 50 boeken op een jaar te lezen. Een duidelijke doelstelling: dat is wat ik nodig heb om in actie te schieten.

Erik Betrand Larssen raadt aan om jaarlijks een helweek te organiseren. Als ik het ooit nog zou doen, dan eerder in de zomer wegens meer licht. Ik kan me voorstellen dat het nuttig kan zijn als ik in de zomervakantie een groots creatief project zou willen realiseren. Voor een doorgedreven helweek zou ik toch passen omdat ik er niet bijster veel van zou opsteken. Ik ken de kneepjes van het organisatievak ondertussen meer dan behoorlijk. Bovendien vind ik dat mijn levensstijl op dit moment soms al iets te veel overhelt richting discipline en hard werken. Ironisch genoeg zou ik meer kunnen opsteken van een helweek die in het teken staat van doorgedreven niksen. Ik zou mezelf dan kunnen opleggen dat ik elke dag minstens 2 uur tv moet kijken, niet mag lezen of sporten, dagelijks gefrituurd voedsel moet nuttigen, niet mag opstaan voor 8u ’s ochtends en me moet inwerken in de wondere wereld van de computer games. Dat zou pas een ervaring zijn!

IMG_3407

Loperpraat – Over planning en organisatie in tijden van chaos

Ik heb eigenlijk geen tijd om deze blogpost te schrijven. Het zijn immers drukke tijden. Op professioneel vlak betekent de maand november traditiegetrouw bergen werk verzetten op en voor school. Bovendien werkte ik enkele dagen op de Boekenbeurs en volg ik dit weekend een bijscholing. Dat ik dan ook nog eens 9 trainingen per week probeer in te plannen voor mijn eerste duatlon over 4,5 week helpt mijn agenda niet bepaald vooruit. In tijden van chaos word ik onrustig als ik het idee krijg achter de feiten aan te hollen. Ik ontwikkelde dan ook verschillende methoden om drukte te handhaven en stress tot een minimum te beperken. Dat werkt. Meestal toch.

Enkele jaren geleden las ik David Allens bestseller Getting Things Done – How to Achieve Stress-free Productivity. Net zoals The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey is dit boek hét standaardwerk om te leren hoe je tijd nuttiger en efficiënter te besteden en komaf te maken met uitzichtloze to-dolijstjes. Allen gebruikt de benaming stuff om alles aan te duiden wat ons bezighoudt en mogelijk stress veroorzaakt. Denk hierbij aan werkgerelateerde deadlines en dingen die je niet mag vergeten, maar net zo goed huishoudelijke beslommeringen en karweitjes of persoonlijke beslissingen die je aandacht vragen. Daarnaast heeft iedereen ook grootsere projecten en ideeën die niet meteen uitgevoerd moeten worden. Als al dat stuff niet gecentraliseerd wordt opgeslagen, dan zal ons geheugen herinneringen blijven doorsturen over waar je allemaal aan moet denken, waardoor het onoverzichtelijk wordt wat je nu juist moet doen en stress vrij spel krijgt. Allen noemt dit de gevreesde open loops.

Om je productiviteit te verhogen moet je dus ten allen tijde vermijden dat die losse flarden blijven ronddwalen en stress uitlokken door één duidelijke plaats te hebben waar ze allemaal gestockeerd worden. Dit magazijn kan je op digitale of papieren wijze organiseren en het moet aangekleed worden met verschillende rekken. Daarenboven moet je ervoor zorgen dat je enkel concrete acties noteert. Schrijf op je to-dolijst dus niet trip Parijs, maar denk na wat de eerstvolgende concrete actie is die je moet ondernemen om die trip te plannen. Bijvoorbeeld dat je je zus moet bellen om een datum vast te leggen. Elke actie die minder dan twee minuten in beslag neemt, moet je ook meteen uitvoeren. Voor mij was die werkwijze wel een eye opener. Ik realiseerde me dat ik stress en onrust ervaar als ik geen grip heb op het werk dat gedaan moet worden en de dingen die ik wil realiseren.

Als ik mijn weekplanning opmaak dan moet die realistisch en concreet zijn. Uit ervaring leerde ik dat het het geen voldoening geeft als je planning is in het weekend ga ik examens maken. Je kan namelijk nooit heel het weekend productief zijn en je zal altijd het idee hebben dat je niet genoeg hebt gedaan. Ik bepaal dus per dag hoeveel uur ik kan werken en specificeer welk examen klaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor sport: ik bereken hoeveel uren ik gelopen of gefietst wil hebben en ik spreid die trainingen zo verstandig mogelijk over de beschikbare tijd. ’s Ochtends gaan lopen vind ik dan ook een win win situatie omdat het een nuttige training is waardoor er overdag tijd vrijkomt. Als het enigszins kan, probeer ik om to-do’s te combineren. Zo is mijn verplaatsing met de fiets naar de bijscholing in Brussel meteen ook een training.

Eén van mijn geliefde motto’s is dat geen tijd heel vaak betekent geen prioriteit. David Allen noemt het learn to prioritise. Ik vind het belangrijk om tijd vrij te maken voor de dingen die voor mij belangrijk zijn. Rust en momenten van ontspanningen horen net zo goed gepland te worden. Als ik een uur voor school heb gewerkt, heb ik daarna bijvoorbeeld een kwartier om een koffie te drinken en de boekenbijlage van de krant te lezen. Ook lezen is een activiteit die ingepland wordt als het druk is. Een boek verdient het niet gelezen te worden in ontelbare stukken en brokken. Bewuste leesmomenten garanderen een positieve leeservaring. Al is het soms verleidelijk om me letterlijk op te sluiten in mijn werkbubbel, sociaal contact helpt ook om de zinnen te verzetten. Na wat ontspanning ga ik des te productiever aan de slag. Tijd maken om te koken en te eten is voor mij ook prioritair. Goed eten geeft weer energie om verder te gaan.

Haast en spoed zijn ook in tijden van een overvolle agenda zelden goed. Elke minuut is kostbaar, maar dat betekent niet dat je in een constante modus van gehaastheid moet verkeren. Integendeel. Diverse vormen van lompheid en impulsiviteit loeren dan om de hoek. Zo sloeg ik deze week de deur van de fietsenstalling zo enthousiast dicht dat mijn sleutelbos ertussen geklemd zat en ik bijgevolg dus eens goed moest in- en uitademen om dit euvel de wereld uit te helpen. Dat momentje van helder nadenken loonde. De positivo in mij probeert ook de essentie van mindfulness te bedrijven in het dagelijks leven. Bewust bezig zijn dus met wat je doet. In het moment leven. Blij zijn met mijn werk en de bezigheden die ik heb. Als mijn benen moe zijn op de fiets, dan concentreer ik me bijvoorbeeld op de muziek in mijn oren of ik neem de omgeving rond mij op. De herfst levert mooie mind pictures op. Geen gebrek aan verwondering. Van lopen word ik gelukkig, zei ik dat al?

Van nature ben ik een goede organisator, maar minstens een even goede uitsteller. Ik onderneem soms pas grondige actie als de deadline in mijn nek hijgt. Natuurlijk draait mijn planning soms dus ook hopeloos in de soep. Op momenten dat het water me echt aan de lippen staat, ga ik eens bij mijn katten te rade: mijn persoonlijke zenmasters en slapende hoopjes gelukzaligheid. Het is niet toevallig dat er tegenwoordig zoveel zelfhulpboeken verschijnen waarin katten het ultieme voorbeeld van een stressvrij leven zijn. Tot een duif hun blikveld betreedt.

Het gerief – Schoenen voor modder en regen

Het is herfst. Laat daar geen twijfel over bestaan. Wind, regen en een grijze lucht maken dat duidelijk. Ik ben het type sporter dat niet snel onder de indruk is van het weer en dus door regen en wind naar buiten gaat. Ook sneeuw weerhoudt mij niet van een looptraining. 30 graden volle zon even min. Toen ik vroeger langs de Vaart naar school fietste, heb ik de vriendjes wind en regen nochtans vaak vervloekt. Ja, ik had regenkleding, maar waterdicht stond meestal gelijk aan heel hard zweten. Ik had dan ook nooit gedacht dat ik op een dag zou verkondigen dat er geen slecht weer bestaat, alleen slechte kleding.

Ik vertelde al over mijn beginnersfouten op kledinggebied. Aan den lijve ondervond ik dat katoenen kleding een no go is tijdens het sporten. Katoen en water zijn net zoals wind en regen intieme vriendjes. Het klinkt paradoxaal, maar het is perfect mogelijk om met een droog gevoel natte kleding te dragen. Dri fit materiaal is wonderbaarlijk. Mijn huidige loopkleding werd al uitvoerig getest en goedgekeurd in pittige regenbuien. In geval van waterverzadiging kan je een dri fit shirt simpelweg uitwringen als een natte dweil et voila: het voelt weer droog aan. Je zal me dus nooit zien lopen met een regenjasje.

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat loopschoenen bij voorbaat niet bestand zijn tegen nattigheid. Er zijn grenzen aan wat je van synthetische schoenen mag verwachten. Vier jaar geleden liep ik in Kasterlee mijn eerste halve marathon op onverhard terrein in gure weersomstandigheden. Ik slipte door elke bocht en begon stilaan het nut van aangepast schoeisel in te zien. Ook wel van reservekleding, want die had ik amper mee. Met trailschoenen heb je meer grip op een glibberige ondergrond en ervaar je niet na één plas een SpongeBob gevoel aan de voeten.

IMG_3351

Dat eerste paar trailschoenen kocht ik uiteindelijk drie jaar geleden. Het zijn de blauw-groene Scott Kinabalu’s met gele accenten. Ter info: de Kinabalu is een berg in Maleisië, over avontuurlijk schoeisel gesproken. Mijn Kinabalu’s ogen op het eerste zicht misschien wat lomp, maar zo voelen ze helemaal niet aan rond de voeten. Ik liep er al verschillende langere trails mee en testte ze ook al in de sneeuw. Steeds met succes. Het zijn comfortabele schoenen die veel grip geven op een gladde en natte ondergrond. Vorig jaar liep ik er de marathon mee in Kasterlee. Op naar nog meer modderige avonturen met de blauwneuzen!

Vorige zomer liep ik een ultra trail van 50 km in Houffalize. Ik was daarvoor op zoek naar een wat lichtere off road schoen en kwam terecht bij de Nike Terra Kiger 3. Ik viel voor de mooie vormgeving en de aangename fit. Er bekroop me wel een angstig gevoel toen ik al die hyper professioneel uitgeruste traillopers zag met hun Salomon schoeisel. De Terra Kiger voldeed echter aan mijn bescheiden verwachtingen. Het parcours in Houffalize is niet extreem technisch en al helemaal niet modderig. Mijn papa liep die trail zelfs met gewone loopschoenen. Hoewel dat misschien vooral iets zegt over zijn capaciteiten.

Tot slot ben ik ook fan van de Nike Zoom Pegasus in Shield uitvoering. Dit degelijke basismodel is een fijne schoen waar je alle kanten mee op kan, ondertussen al toe aan de 35e versie. Ik liep hiermee recent nog de marathon van Brussel. In mijn collectie heb ik ook de Zoom Pegasus Shield 33 en 34. Die onderscheiden zich van de gewone variant doordat ze beter bestand zijn tegen nattigheid. Het bovenmateriaal van de schoen bestaat namelijk uit waterafstotend materiaal. Dat betekent niet dat ze volledig waterdicht zijn, maar ze bieden wel een betere bescherming bij regen. Bijkomend voordeel is dat je opgedroogde modder er nadien makkelijk van af kan borstelen. Ik loop ook vaak ’s ochtends met deze schoenen omdat ze extra reflecterende details bevatten. Uiteraard is een goede schoen pas compleet met een paar Stance kousen. Het is ongelooflijk hoe die zelfs doorweekt droog blijven aanvoelen. Kortom: met aangepaste kleding kan je volop genieten van extra zuurstof in de lucht bij regenweer. Feestje!

IMG_3334