Het boek – Voorleestips voor jong en oud #2

Naar aanleiding van de De Nationale Voorleesdagen las ik in januari een verhaal van Remco Campert voor in mijn klassen. In De beestjes verveelden zich is een hoofdrol weggelegd voor een praatgraag lieveheersbeestje dat alles kinderlijk leuk lijkt te vinden. Kinderachtig, oud en ongeschikt voor puberende jongeren zou je denken, maar mijn leerlingen wisten het verhaal echt te appreciëren. Er volgde een gesprek over hoe verveling hoort bij kind zijn. Behalve in één klas: daar proestten enkele jongens het meteen uit bij de zin De leeuw sliep in zijn hol. Er gebeurden nog onschuldige dingen in dat hol. Toen er ook nog een poes bij dat hol kwam, was het hek helemaal van de dam. Het voorleesmoment verliep wat minder sereen, maar was daardoor niet minder waardevol. Mijn collega en goede vriendin An kan beamen dat onze leerlingen nog intens kunnen genieten van voorleesmomenten. An is expert in de voorleesmaterie omdat ze in 2003 haar eindwerk schreef over de voordelen van voorlezen. Bovendien heeft ze ook heel wat in-huis-voorleeservaring dankzij haar 10-jarige tweeling Lieselore en Reinout.

an3b

An vertelde me dat dit gedicht van Bart Moeyaert de aanzet gaf om haar eindwerk over voorlezen te schrijven:

Voorlezen doet lezen

Wens jezelf een vader die voorleest wat hij mooi vindt.
Voorlezen is verhalen doorgeven.
Wens jezelf een moeder die zo hard lacht als jij.
Voorlezen is plezier voor twee.
Wens jezelf een broer die alles eerlijk deelt.
Voorlezen doe je samen, met vier ogen en vier oren.
Wens jezelf een zus die zelfs in het donker ziet.
Voorlezen kun je overal en altijd.

Wens jezelf een tante die de puntjes op de i wil.
Voorlezen is een kunst die je kunt leren.
Wens jezelf een oom die klok kan kijken.
Regelmatig voorlezen is beter dan af en toe.
Wens jezelf een oma die iederéén wil hebben.
Horen voorlezen doet zelf voorlezen.
Wens jezelf een opa die vaak omkijkt.
Voorlezen is geschiedenis doorgeven.
Wens jezelf een boek.
Voorlezen doet zelf lezen.

Later voegde hij er nog deze regels aan toe:

Wens jezelf leraren die vaak voorlezen
Want horen voorlezen doet zelf lezen.

Een wijsheid die wij als Bart Moeyaert fans én gepassioneerde leerkrachten ter harte nemen. In haar eindwerk behandelde An onder andere de kenmerken van een goede voorlezer. Een flinke dosis enthousiasme en durf zijn daarbij van groot belang. Voorlezen is meer dan luidop tekst lezen. Je moet je lichaam durven gebruiken. Lezen met stemmetjes is geen noodzaak, een gevarieerde en aangepaste intonatie is dat wel. Precies dat herinnert An zich van de voorleesmomenten met haar broer. Toen ze zelf een jaar of 10 was, genoot ze heel erg van de verhalen die haar oudere broer Tom voorlas. Ze kent die verhaaltjes nog steeds mét Toms intonatie erbij. Als student hield ze dan weer van de voorleesmomenten met Wim (inmiddels haar man) die voorlas uit Stad der blinden van José Saramago.

lenr2b

An vertelde me ook dat ze al voorlas toen ze zwanger was van haar tweeling. Het is immers aangetoond dat baby’s hier ook in de buik rustig van worden. Toen Lieselore en Reinout geboren waren, werd het borstvoedingsmoment ook een voorleesmoment. Zelfs heel kleine baby’s kunnen al kleurcontrasten waarnemen in een prentenboek. Vanaf 4 maanden is een boek een stuk speelgoed waar ze naar kunnen grijpen en al hun zintuigen op loslaten. Knisperboekjes zijn dan erg geliefd. Vanaf 6 maanden kunnen baby’s even scherp zien als volwassenen. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld gezichten herkennen op een prent. Om die emoties te beoordelen, zullen ze eerst kijken naar de reactie van de voorlezer op de prent. Baby’s kunnen vanaf 8 maanden voorwerpen of dieren aanwijzen in boekjes. Rond hun eerste verjaardag zullen ze beginnen brabbelen, prenten willen begrijpen en pagina’s zelf omslaan. Een half jaar later zullen ze ook complexe prenten begrijpen en details zien op afbeeldingen. Op 2-jarige leeftijd slaagt een peuter erin om een verhaallijn te begrijpen en mee te leven met personages. Vanaf dan krijgen ze ook favoriete boekjes die ze door en door kennen.

lenr3b

De kids hebben heel wat favoriete voorleesboeken. Ze zijn heel erg fan van klassiekers als Annie M.G. Schmidt en Roald Dahl. Vooral de humor in die verhalen scoort erg goed. Pluk van de Petteflet was het eerste langere verhaal dat ik aan hen voorlas. Ze leefden echt mee! Jip en Janneke vinden ze ook nog altijd leuk. Mijn kinderen houden er echt van als ik stemmetjes doe. Bij de boeken van De gruffalo was dit ook altijd een groot succes, ook dit is weer een grappig boek. Nu Lieselore en Reinout wat ouder zijn, ben ik weer meer boeken gaan voorlezen. De eigenzinnige stijl van Roald Dahl blijft het goed doen en ook Oma Boef is een schot in de roos. Het land van de grote woordfabriek vinden we hier allemaal een geweldig boek, zowel de illustraties als de inhoud. Hart doet het ook goed. Dit is een grappig boek met een schitterende vormgeving over gevoelige onderwerpen zoals echtscheidingen. Lieselores favoriete prentenboek blijft De mooiste vis van de zee.

Ik heb ook luisterboeken mogen inlezen voor de Vlaamse Luister- en Braillebibliotheek. Het is natuurlijk heel anders om een tekst in te lezen dan om hem voor te lezen aan een publiek, maar dat maakte het ook een boeiende ervaring. Veel luisteraars hebben een favoriete inlezer die gecontacteerd kan worden met de vraag om een bepaald boek in te lezen. Hoewel ik de voorkeur geef aan het directe voorleescontact, is dit een schitterend initiatief omdat je op die manier tal van luisteraars kan bereiken die geen toegang hebben tot boeken of zelf niet goed kunnen lezen. Luisterboeken zijn bij ons thuis trouwens ook heel populair. Wim zet ze vaak op in de auto als hij ver moet rijden voor zijn werk. Als we trips maken met het gezin zijn de cd’s van Het Geluidshuis een vaste waarde en de cd van Oma boef wordt standaard beluisterd als we op vakantie gaan met de auto.

an2b

De voorleeslijst #2
Pluk van de Petteflet, Floddertje, Jip en Janneke & Ik wil alles wat niet mag – Annie M.G. Schmidt, Fiep Westendorp en Harry Geelen
Mathilda, Joris en de geheimzinnige toverdrank – Roald Dahl
De gruffalo – Julia Donaldson en Axel Scheffler
Oma boef – David Walliams
Het land van de grote woordfabriek – Agnès de Lestrade en Valeria Docampo
Hart – Eef Rombaut en Emma Thyssen
De mooiste vis van de zee – Marcus Pfister

Dankjewel An, Lieselore, Reinout en Wim om jullie ervaringen en foto’s te delen!

Het gerief – Een nieuwe lading tassen tussen de bomen

Naast asperges brengt het voorjaar mij ook gezinsuitbreiding. Ik voelde het namelijk kriebelen tot in mijn kleine teen om een nieuwe lichting tassen te maken. Flat White tassen om precies te zijn, want dat is de merknaam die ik mijn eigen creaties geef, genoemd naar de pittige koffie die ik zelf zo graag drink. Mijn metekind Leah is het uithangbord van de Flat White Petite collectie, maar jassen en tassen blijven een vaste waarde. Toegegeven, inmiddels naaide ik al een aardige collectie bijeen. Toch blijven er momenten in mijn leven waarop ik met enige zin voor dramatiek denk: waarom heb ik nu niet de juiste tas? Met plezier presenteer ik jullie dus drie nieuwkomers in mijn tassenfamilie. Bertembos deed dienst als feeëriek decor, alwaar mijn jongste telgen zich van hun beste kant konden tonen. Coronagewijs maakte ik foto’s conform de maatregelen. Ik fietste met mijn gewone fiets via een mountainbikeroute (uitdagend!) naar het bos, was constant in beweging en het levend organisme dat mij het dichtst naderde was een ree op 15 meter.

IMG_2504b

De grootste tas uit de collectie gebruik ik voor professionele doeleinden en vervaardigde ik in de krokusvakantie. Het zat namelijk zo: de tas die ik gebruikte voor school was niet zelfgemaakt, maar van een bekend tassen- en rugzakkenmerk (het begint met een E). Ik liep dus rond met iets van de concurrentie omdat de print mij op het lijf was geschreven: een bordeaux luipaardprint in jacquardstijl. Love it or hate it. Al snel ontstonden er praktische problemen. De tas was nét niet groot genoeg voor al mijn gerief, niet splashproof en als klapper op de vuurpijl bleken ook de leren hengsels snel te lossen. Mijn grootste bezwaar was dat de tas die ik het vaakst gebruikte dus niet zelfgemaakt was: een gemiste kans. Ik maakte dus mijn vierde Trixie Trail tas. Ook nu paste ik de verhoudingen wat aan en maakte ik de tas 4 cm dieper. Je wil echt niet weten wat ik meesleep op een schooldag. Ik voorzag een grote zak vooraan en improviseerde verder met voldoende zakken binnenin. Je zal nooit een binnenzak te veel betreuren, wel één te weinig.

IMG_2513b

IMG_2511b
Mijn schoolgerief met passende en gepersonaliseerde sleutelhanger. Het lijken wel relikwieën uit een ver verleden.

De stof lijkt verdacht veel op die van mijn gekochte schooltas. Dat is geen toeval. Het IS dezelfde stof. Ik zette namelijk de schaar in mijn oude tas omdat ik de stof nog steeds geweldig vind. Verder komt er weer een vleugje zebra in voor dat ik gebruikte bij de vorige tassencollectie. De blauwe buitenstof is een zogenaamde oilskin of gewaxte katoen. Perfect tassengerief! Het zal de aandachtige lezer ook niet ontgaan zijn dat ik nog maar eens teruggreep naar de leopard-denim van de eerste tassenreeks die ik hier presenteerde. Ik blijf dat een ongelooflijke winner vinden. Vrouwelijk en stoer. Modieus, maar net dat tikje anders. Helemaal Flat White dus. Ik maakte overigens al heel wat huisgerief met accenten in mijn geliefde stof. Mijn schooltas matcht niet toevallig met de pennenzak die ik ongeveer een jaar geleden maakte.  Ook met franjes, ook met denim en jawel… ook met blauwe leopard.

IMG_2522b

Ik vervolledigde mijn collectie met een Frankie heuptasje van WISJ Designs. Vorig jaar maakte ik het andere model, de Faye, wat ik veelvuldig gebruik. Aangezien dat een arbeidsintensief tasje was, waar veel gepruts en gevloek aan te pas kwam, had ik nu mijn zinnen gezet op Frankie: een klassieker model. Aanvankelijk verliep Frankies maakproces bijzonder vlot. Ik draai er mijn hand niet meer voor om een rits in te stikken en ook het kleinere bochtenwerk kon mij niet intimideren. Het eindresultaat viel echter tegen. Door de positie van de lussen achteraan hing het tasje wat vreemd aan de riem. Er zat niets anders op dan de lussen los te tornen, wat gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Mijn tasje zat immers al volledig in elkaar. Ik moest dus door het keergat van de voering alles opnieuw vastnaaien. Voor de kenners: jullie begrijpen hoe irritant werken dat is. Voor de leken: dat is kl*tewerk. Het eindresultaat mocht er nu wel wezen. Al was er een tweede domper op de feestvreugde: mijn portefeuille blijkt er niet (of met heel veel wringen) in te passen. Zoals ik al zei, ben ik ervan overtuigd dat er een gelegenheid is voor elke tas, ook voor dit prachtexemplaar. Het doosje van mijn zonnebril past er perfect in samen met alcoholgel. Ik droom van een moment dat ik mezelf gelukkig zal prijzen dat ik deze Frankie – met eender welke inhoud – heel dicht op mijn lijf zal kunnen dragen.

IMG_2515b
Flo samen met Maurice, die al wat langer mee gaat, maar onmisbaar is geworden.

Frankies bevalling was zwaar, maar gelukkig kwam Flo eens zo gemakkelijk ter wereld. Ze rolde onder mijn machine vandaan alsof het niets was. Flo is het nieuwste patroon van WISJ Designs. Je hebt de keuze uit een sporttas (ben ik aan bezig!) en een handtas met of zonder flap, een zogenaamde bucket bag. Bij gebrek aan het juiste materiaal moest ik wat improviseren. Omdat ik geen magneetsluiting had, koos ik aanvankelijk voor de versie mét flap in de hoop dat een echte sluiting daarbij niet onoverkomelijk zou zijn. Veel flap valt er niet waar te nemen aan mijn Flo. Enerzijds omdat ik de tas iets te enthousiast verstevigde. Anderzijds omdat de improvisatie hier wederom zijn intrede deed. Het stuk tassenband dat ik nog over had, was net wat kort en moest ik dus helemaal bovenaan bevestigen. Dat mag de pret niet drukken! Mijn complimenten aan Sofie voor dit patroonontwerp. Het is geniaal in al z’n eenvoud: de bodem is een cirkel waaraan je een koker bevestigt. Voor de bovenrand ging ik voor een contraststof van leopard. Of wat had je gedacht? Ik kon het niet laten om er wat speelsheid aan toe te voegen in de vorm van franjes. Ook dat is geen nieuw gegeven. Als je de kans hebt: stik ergens franjes op. Ik ben er zeker van dat er nog heel wat Flat White Flo’s gemaakt zullen worden, voor mezelf en om cadeau te geven.

IMG_2501b

Er is nog een nieuwigheidje in deze collectie. In december gaf ik mezelf een nieuwe naaimachine cadeau, de Pfaff Ambition 620. Mijn Pfaff Hobby 1142 vond na 10 jaar trouwe dienst een nieuw huisje bij een andere leuke Joke. Ambitie heeft mij nieuw machien in overvloed. Bij een fiets kan ik doorgaans amper iets zeggen over technische specificaties, hier kan ik het wel, maar ik zal me inhouden. Korte samenvatting: je kan hier bijna alles mee, behalve zelf stof weven. Schrijven kan wel dankzij de alfabetfunctie. Ideaal om mijn Flat White labels nog unieker en ambachtelijker te maken. Ze kregen dan ook een prominente, doch subtiele plaats op mijn tassen, zoals elk zichzelf respecterend merk dat doet.

IMG_2518b

Het is overbodig om te zeggen dat ook deze tassen zich weer uitstekend laten combineren met streepjes en denim. Zoals steeds. Omdat streepjes en denim de max zijn. Omdat ik me geen leven kan voorstellen zonder streepjes en denim. Tassen maken in tijden dat we niet van huis weg mogen, dat klinkt misschien contradictorisch. Met mijn nieuwe schooltas kon ik welgeteld 10 schooldagen gaan werken. Mijn pennenzak staart me al weken verwijtend en technisch werkloos aan vanaf de keukentafel. Mijn tassen doen me dus dromen. Over de tijd dat ik die tas weer propvol met schoolspullen kan stoppen. Over mijn verjaardag in september die ik in Parijs hoop te vieren. Met Roos. En met de juiste tas voor de gelegenheid.

IMG_2520b

De patronen van WISJ Designs kan je rechtstreeks via de website bestellen. Ik kocht het Flo patroon op papier bij LanaLotta, net zoals dat van de Trixie Trail tas. Hier vond ik ook al mijn fournituren, de prachtige oilskin én mijn Pfaff naaimachine. De webshop is gewoon open. Pakjes worden dagelijks verstuurd of persoonlijk met de fiets bezorgd.

Het boek – Voorleestips voor jong en oud #1

Als ik graaf in mijn jeugdherinneringen dan wroet ik boeken en verhalen naar de oppervlakte. Zelfverzonnen verhalen die mama ons vertelde in het stapelbed. Cassettes met verhalen die we kapot speelden. Later de boeken die ik zelf las en voorlas. Een boek is een verbindend middel tussen generaties waar geen superlijm tegen op kan. Het is dan ook niet vreemd dat in deze vreemde tijden tal van (voor)leesinitiatieven ontstaan. Ik deel al eens graag boekentips in de categorie leeswerk voor volwassenen. Bij deze geef ik de aftrap voor een reeks voorleestips. Bij gebrek aan eigen kinderen ging ik te rade bij vrienden en familie en vroeg ik naar hun voorleesboeken en -gewoontes. Vandaag beginnen we in mijn bloedeigen familie.

Als kind was ik zelf weg van Lars de kleine ijsbeer. Niet geheel toevallig heet mijn knuffel-ijsbeer Lars (ja, ik heb hem nog steeds). Ik bombardeerde de ijsbeer prompt tot mijn lievelingsdier, zelfs toen ik wat ouder was en ontdekte dat ijsberen roofdieren zijn die schattige zeehonden doden. Toch heeft het een jaar of 10 geduurd voor de cavia de ijsbeer van de troon der lievelingsdieren stootte. Of wat de impact van een boek kan zijn. Seppes favoriete boek was dan weer Monkie: een prentenboek waar geen letter tekst in staat. Het verhaal gaat over een jongetje dat zijn knuffelaapje Monkie verliest tijdens een fietstocht: regelrechte kinderhorror. Via verschillende dieren – die er niet bepaald zachtzinnig mee omspringen – komt de gehavende knuffel terecht bij een poppendokter die hem oplapt en uiteindelijk ook aan het jongetje terugbezorgt. Oef! Volgens Seppe ligt de kracht van dit verhaal in het feit dat de verteller bij gebrek aan tekst het verhaal wat naar zijn hand kan zetten, waardoor akelige stukken minder zwaar worden en de ontroerende meer naar de voorgrond komen. Dat was ook nodig voor onze gevoelige kinderzieltjes.

NHNS0274

Seppe en ik hebben ook de verhalen Een heel gewoon kikkervisje (dat uitgroeit tot een gigantisch, maar goedaardig zeedier), Ze lopen gewoon met me mee (nijlpaard volgt jongetje na school) en Als je maar vrienden hebt (een vis, een big en een vogel moeten met elkaar spelen) stukgelezen. Wij hielden heel erg van herhaling. Als we naar de bibliotheek gingen, kwamen we vaak met dezelfde boeken terug naar huis. Zo hebben we eens een volledig jaar Nijntje vliegt ontleend (spoiler: de titel is meteen ook het verhaal). Telkens als we het moesten inleveren, wachtten we tot het terug op z’n plaats werd gezet en namen we het terug mee. Sommige van onze boeken moesten jarenlang vier paar kinderhanden doorstaan. Net zoals de afstandsbediening (dé zapper) van de televisie aaneen hing met plakband, vertoonden sommige boeken ernstige gebruikssporen. Flapjes waren in- of afgescheurd, pagina’s meermaals geplooid en we gingen allemaal door een fase waarin we onze stift eens uittestten in een boek. Onverslijtbaar waren de geanimeerde verhalen die mama ons vertelde. Over het geheime leven van onze knuffels of over tractors die samenkwamen op het veld om allerlei agrarische activiteiten te verrichten. Ik ben er zeker van dat ze die verhalen nu – op verzoek – met evenveel overtuiging en inleving zou kunnen brengen. Net zoals ze dat deed bij het Engelse boek waarin acht honden steeds na elkaar op een andere manier blaften, in het Engels dus. Hilariteit gegarandeerd!

HOQY9806
Bomma is helemaal klaar voor een voorleesmoment!

Mijn mama mag zich ondertussen professioneel verhalenverteller noemen. Ze is leerkracht in het lager onderwijs en heeft dus al duizenden kinderen blij gemaakt met een goed boek en dito voorleeskunsten. Nu is ze zorgleerkracht, wat haar de kans geeft om haar taak als leescoach op school met nog meer glans in te vullen en de uitgebreide schoolbibliotheek te managen. Ook als bomma van drie kleinkinderen krijgt voorlezen een prominente plaats binnen het curriculum. Ik laat het haar zelf uitleggen. Voorlezen is één van mijn favoriete bezigheden. Ik lees op een schooldag vier keer voor. Stemvariaties, uitbeelden, vertragen, versnellen en decibels aanpassen: het lukt me allemaal. Mijn oudste kleinkind Laurien (4 jaar) heeft een uitgesproken voorkeur. Soms is ze bang van prenten. Toch kiest ze soms net voor boeken waarin “bang zijn” aanwezig is. Zo was een ouderwetse Roodkapje met een vreselijke prent van een wolf lang geliefd bij haar.

thumbnail_20200414_194456
Laurien en Vik (immer enthousiast) met hun favoriete boeken van thuis.

“De wolf komt echt niet” is één van Lauriens favoriete boeken. Het verhaal gaat over een konijntje dat gaat slapen en herhaaldelijk aan zijn mama vraagt of de wolf komt. Mama konijn stelt gerust en bedenkt telkens een andere reden waarom de wolf niet kan komen en het konijntje dus niet bang moet zijn: de wolven zijn doodgeschoten, ze zijn bang van de stad of ze kennen het adres niet. Het konijntje ontdekt altijd een zwakke plek in mama’s redenering. Op de prenten zie je de wolf naderen en als mama weg is, wordt er op de deur geklopt… Het konijntje heeft geen schrik van de wolf, maar verwacht die juist voor zijn verjaardag! Ik las dat boek elke week voor. Laurien ging telkens helemaal op in het verhaal en dacht altijd weer dat het konijntje bang was. Voor ik begon, zei ze al dat de wolf niet bij haar kon komen, want de wolf wist haar niet wonen. Een ander favoriet boek is “Tijger” (met prachtige prenten van Jan Jutte). Een tijger verschijnt in een dorp. Iedereen is bang van hem behalve een oud vrouwtje dat hem bij haar laat wonen. De tijger krijgt echter heimwee naar zijn land van herkomst. Het vrouwtje brengt hem met een grote boot terug, waarop de tijger herleeft en zijn kleuren terug krijgt. Als ze thuiskomt, vindt ze een poesje dat ze de toepasselijke naam Tijger geeft. Seppe wist me te vertellen dat Lauriens favoriete boek thuis Heksje Mimi en de baby is. Vik (1 jaar) kiest dan weer voor Klein wit visje hoort watermuziek.

HDZG4030

Leah mag als jongste telg van de familie natuurlijk niet ontbreken. Ze is inmiddels 8 maanden oud, maar – net zoals haar meter – volledig vertrouwd met boeken. Als kind was Marike fan van de verhalen van de rosse kater Dikkie Dik. Later ook van Elmer, een patchwork olifant die dus niet grijs is zoals zijn soortgenoten. De kleurrijke Elmer wakkerde bij de kleine Marike ook een fascinatie aan voor de abstracte kunst van Paul Klee. Ze maakte een tekening van allemaal gekleurde hokjes en gaf die de diepzinnige titel Papegaai in een kooi. Toen Marike vorig jaar zwanger was, gaf mama haar het boek van Elmer cadeau. Het gaat over een olifant die anders is. Bovendien is Elmer grappig en erg populair bij zijn grijze soortgenoten. Hij wil echter net zo grijs en gewoon zijn als hen. Als hij zich weet te bedekken met een grijze smurrie merkt hij op dat iedereen hem mist. Uiteindelijk kiest hij er dus toch voor om zijn kleurrijke en unieke zelf te zijn: een buitenbeentje dat gewaardeerd wordt om wie hij is.

ORQC0115
Druk, druk, druk aan het lezen.

Als Leah echter helemaal zelf mag kiezen (en dat kan ze), dan pikt ze altijd het verhaal van Muis uit de stapel. Tante Roos is ongetwijfeld erg blij met die keuze omdat de verhalen van Muis (wij zeiden Maisy, zoals ze oorspronkelijk heet) vroeger haar absolute lievelingsboeken waren. Op haar aanraden kochten we zelfs eens een boek van Maisy voor papa’s verjaardag, want dat zijn zijn lievelingsboeken! Boerderijdieren en vooral heel felle kleuren blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op een avontuurlijke baby.

VAOL9265

De voorleeslijst #1
Lars de kleine ijsbeer – Hans de Beer
Monkie – Dieter Schubert
Als je maar vrienden hebt – Friedrich Karl Waechter
Ze lopen gewoon met me mee – Margaret Mahy
Een heel gewoon kikkervisje – Steven Kellogg
De wolf komt echt niet – Myriam Ouyessad
Tijger – Jan Jutte
Elmer – David McKee
Boerderij van Muis – Lucy Cousins

Met dank aan mama, Seppe en Marike voor hun verhalen over voorleesboeken en het fotografisch materiaal.
Noot: mijn papa lijkt in dit verhaal misschien afwezig te zijn, maar hij was hoofdverantwoordelijk voor onze muzikale, wetenschappelijke en bouwkundige opvoeding. Als bompa neemt hij de taak als voorlezer heel ernstig.

Een bericht en vraag voor jullie

Lieve lezertjes

Ik weet dat het dinsdag is, maar verder is tijd een flou begrip tijdens de quarantaine. Dagen lijken naadloos in elkaar over te gaan. Een weekdag lijkt op een weekenddag en vice versa. In het weekend ga ik naar de bakker, in de week wacht ik op de post. Er is een voor-corona en er komt ook een na-corona. Ik vertelde al dat ik mijn familie en leerlingen mis, wat echter niet wegneemt dat ik me bovenal prima vermaak. Het was lang geleden dat ik nog eens het grote kruiswoordraadsel in de weekendkrant kon maken, ik heb geen zwervend wasgoed dat de weg naar de kast niet vindt, ik dweilde zelfs mijn terras. Ik kijk films, online opera, de vlogs van Viktor Verhulst en ik lees boeken. Ik verbaas me over het repertoire aan slaaphoudingen van mijn kat Ada. Ik bekeek een documentaire over de Amazone en de Nijl. Ik stapte bijna op het vliegtuig om te gaan backpacken toen ik me realiseerde dat ik mijn verhuis moet voorbereiden die eind mei zal plaatsvinden. Deze periode beschouw ik dan ook als een intens afscheid van het appartement waar ik vijf jaar woonde.

Kortom, het gaat goed met mij. Ik hoop van harte dat ook jullie gespaard bleven van verdriet en grote zorgen, dat jullie er in slagen om dit leven meestal oké te vinden omdat het ook niet eeuwig zal duren. Mijn tegeltjeswijsheid voor nu is Koester wat je hebt, maar ook wat je mist.

Het ontbreekt me dezer dagen niet aan inspiratie, al heb ik wel een verzoek voor jullie. Zijn er onderwerpen die ik nog onbeschreven liet? Is er iets wat je graag van mij zou weten? Zijn er praktische of filosofische vragen die ik dringend moet beantwoorden? Is er een reeks waar ik heel snel een vervolg op moet schrijven? Welk aartsmoeilijk dilemma zou je mij willen voorschotelen? Vragen staat vrij! Laat hieronder een reactie achter of stuur me een bericht. Ik kijk uit naar jullie antwoorden!

Tot slot heb ik nog een vrolijke tip voor jullie. Artistieke collega Pol maakte een aanstekelijke compilatie van de Work From Home bezigheden van leerlingen en leerkrachten van mijn school. Live muziek, zang, dans, zwoele poses en trampolinekunsten. Zoveel talent op onze school, zo blij dat dit mijn team is. Ik word er helemaal warm van.

Hou jullie goed en tot snel!

Joke
X

 

 

Loperspraat – Dilemma’s op donderdag #2

In tijden van quarantaine is out of the box denken onze tweede natuur geworden. Dilemma’s op dinsdag worden dan dilemma’s op donderdag. Daar kan zelfs Marc Van Ranst niets op tegen hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen weken amper met dilemma’s werd geconfronteerd omdat er nu eenmaal weinig gebeurt in mijn leven. Ik kom dus niet verder dan Doe ik een grijze of donkerblauwe joggingbroek aan? Uiteraard staat er geen maat op mijn verbeelding en kon ik moeiteloos weer enkele loopgerelateerde dilemma’s bedenken die ik met veel plezier voor jullie beantwoord. Deze keer heb ik zelfs helemaal geen joker nodig.

Altijd op onverharde wegen of altijd op asfalt lopen?
Als loper wordt er van je verwacht dat je een natuurmens bent. Check. Dat ben ik in hart en nieren. Als loper ben ik echter ook een asfaltmens, wat meteen een stuk minder gezellig klinkt. Ik loop echt graag op asfalt. Lang, vlak en saai is voor mij de ultieme beoefening van de eentonige en hypnotiserende bezigheid die lopen kan zijn. In het bos of in de natuur kan je één worden met je omgeving, op kilometers asfalt langs een kanaal word je één met jezelf. De vraag is dus eerder wat ik écht niet zou kunnen missen. Het antwoord is dan toch de natuur. Bovendien moet een bos niet onderdoen voor een degelijk uitgeruste fitnesszaal waar je voor elk type training terecht kan. De geaccidenteerde ondergrond in de natuur zorgt daarenboven voor een betere stabiliteit en een gevarieerde belasting. De trainingsfilosofie van de Keniaanse toppers indachtig kies ik dus resoluut voor de onverharde wegen.

10 Miles van Antwerpen of 20 kilometer van Brussel?
Beide wedstrijden zullen voor het eerst in hun geschiedenis in het najaar gelopen worden. Of misschien is dat zelfs te voorbarig. De 10 Miles liep ik drie keer. Telkens was dat een weergaloze wedstrijd met dank aan het ongeziene enthousiasme van de toeschouwers. Echt mooi kan je het parcours niet noemen, uniek is het zeker wel. Je krijgt namelijk nooit de kans om over het prachtige asfalt van een snelweg te lopen. In Antwerpen wist ik mezelf telkens te overtreffen. Niets dan positieve herinneringen dus. Mijn hart ligt echter net ietsje meer bij de 20 kilometer van Brussel, waar ik vijf keer aan deelnam. Ik heb hier al heel vaak verteld waarom die wedstrijd een kantelmoment was in mijn leven. In mei 2014 verlegde ik in Brussel definitief mijn grenzen samen met Roos. Die allereerste keer heeft iets losgemaakt waar ik 11 marathons later nog heel vaak aan terug denk.

Altijd in lange of korte broek lopen?
Vorige week liep ik voor het eerst dit jaar in een korte broek. Heerlijk! Tussen lang en kort zit altijd een twijfelfase en is het onvermijdelijk dat je ofwel een keer te vaak met een lange broek gaat lopen ofwel te snel in korte broek verschijnt. Ik kan me tijdens het lopen echt ergeren aan benen die te warm zijn. Liefst van al zou ik dan in mijn onderbroek verder lopen. Wat ik natuurlijk niet doe. De keuze is dus snel gemaakt. Ik heb het liever wat fris aan mijn benen dan te warm. Een warmbloedig persoon met hoog zweetgehalte moet in principe ook winterkoude benen kunnen trotseren. Als je vals wil spelen, doe je gewoon compressiekousen aan.

Altijd rustig aan of altijd het volle pond geven?
Het is verstandig om je tempo’s te variëren tussen gezapig en verschroeiend snel. Ik probeer dat ook te doen, al zal mijn snelheidsmeter iets vaker doorslaan richting intensieve inspanning. Bewust traag lopen doe ik bij een hersteltraining of als ik nog een gesprek wil kunnen voeren. Roos gebruikt dit vaak als hulpmiddel om mij wat in te tomen. Als we dan bergop lopen, vraagt ze mij bijvoorbeeld om uit te leggen waar de film precies over ging die ik de dag ervoor gezien heb. Resultaat gegarandeerd. Uiteindelijk kies ik er toch voor om altijd het volle pond te geven. Niet zo zeer om altijd echt snel te lopen, maar omdat het in mijn aard zit om proefondervindelijk vast te stellen wat er in de tank zit.

Weg met alle berkenbomen of weg met alle dennenbomen?
Na mijn bekentenis over asfalt volgt nu een puur natuur dilemma. Er zijn twee bomen die ik een bijzonder warm hart toedraag: enerzijds de berk die al ik de hippe zebra van het bos noemde, anderzijds de ranke den die zowel fragiel als robuust is. Omdat berkenbomen niet oud kunnen worden – helaas – denk ik dat de impact op de natuur kleiner zou zijn als ik alle berken zou laten verdwijnen. Iedereen met pollenallergie zou me dan ook dankbaar zijn. Zonder dennen zou de ArDENnen slechts een hoop kale bergen bijeen zijn. Ook het Kastelse groen – waar ik al eens vertoef – zou niet meer hetzelfde zijn. Kiezen is in dezen zeker verliezen, dus met pijn in het hart kies ik voor het behoud van de dennenbomen.

IMG_2279b

 

De gedachte – Waarom ik school mis

Drie lesvrije weken hebben we er inmiddels op zitten. Ik kan concluderen dat uitleg en instructies geven achter een scherm mijn ding niet is. Ik mis het samenzijn in de klas met mijn leerlingen. Ik mis de interactie. Ik mis de unieke en altijd wisselende klasdynamiek waardoor elk lesuur anders is. Waar ik op drukke lesdagen soms snakte naar een rustmoment, verlang ik nu naar de drukte van het klasgebeuren. Ik ben zelfs zo ver dat ik mijn schoolse leven door een roze en ernstig geromantiseerde bril bekijk. Daarom dit lijstje met wat ik zoal mis.

  • Heel enthousiast met verschillende klemtonen en intonaties goedemorgen! zeggen als mijn leerlingen de klas binnen strompelen.
  • De zo mogelijk nog enthousiastere en welgemeende goedemorgen mevrouw! die daar meestal op volgt.
  • De dramatische manier waarop sommige leerlingen me-vrooooouuuuuw uitspreken: als een mix van hulpeloosheid, radeloosheid en verveling.
  • Leerlingen die me per ongeluk aanspreken met meneer (gênant voor mij) of mama (gênant voor hen).
  • Een attente hoe was uw weekend, mevrouw? en de stille hoop dat ik dan vertrokken ben met een spannend, persoonlijk en liefst ook lang verhaal.
  • De persoonlijke vragen, zoals: neemt u liever een bad of een douche? Ze dachten dat ik eerder een badtype was.
  • Leerlingen die na de les nog even blijven hangen om wat te babbelen en een momentje met mij te hebben.
  • De spitsvondigheden, droge opmerkingen en het gevoel voor humor en dramatiek van mijn leerlingen.
  • Samen aan de boekenkast staan, leesadvies geven en dan zien dat je tips ter harte worden genomen.
  • Samen aan de boekenkast staan, leesadvies geven en dan zien dat vooral het aantal pagina’s van het boek er echt toe doet.
  • Het spervuur van vragen dat soms op mij wordt afgevuurd om duidelijk te maken dat een opdracht echt wel veel te moeilijk is.
  • Het niet bepaald subtiele gegiechel als iets blijkbaar dubbelzinnig geïnterpreteerd kan worden.
  • Op 13 februari, de dag van de minnares, uitleggen wat een minnares is.
  • Het geblader en geritsel van kranten of woordenboeken.
  • Leerlingen die na 10 minuten door hebben dat ze met een woordenboek Nederlands-Engels geen Nederlandse verklaringen kunnen opzoeken.
  • Beschrijvingen van woorden die meestal nog onduidelijker zijn dan het opgezochte woord zelf.
  • De Humo’s in mijn lokaal die altijd toevallig openvallen op pikante tekeningen of mopjes.
  • Het geroezemoes van leerlingen die aanvankelijk ijverig aan het werk zijn, na verloop van tijd zichzelf verliezen in een persoonlijk verhaal, waardoor ongemerkt ook hun volume toeneemt en ze zich een bult verschieten als ik plots inpik.
  • Het gemor dat al eens kan opstijgen als ik zeg neem nu allemaal een blad om te noteren. Soms volgt hier ook blinde paniek op, want het was toch geen toets???!!!
  • Het werk en de tijd die leerlingen hebben gestoken in een presentatie of creatieve opdracht.
  • De trots op hun gezicht als je hen daarvoor de hemel in prijst.
  • De worsteling die sommige leerlingen ervaren als ze hun façade van lui en ongeïnteresseerd niet mogen laten vallen als iets hen echt boeit.
  • De geconcentreerde blik op mijn outfit die grondig bestudeerd wordt en veel interessanter is dan wat ik aan het vertellen ben.
  • Tijdens je uitleg een hand de lucht in zien gaan, denken dat er een goede inhoudelijke vraag gesteld zal worden en dan: mag ik naar de wc gaan?
  • Gemiddeld 5x per dag uitleggen waarom je het is gebeurd met een d schrijft en het gebeurt met een t.
  • De overtuigde nu begrijp ik het! die daar dan steevast op volgt.
  • Gemiddeld 5x per dag vriendelijk vragen zet je je kap af?
  • Gemiddeld 5x per dag vriendelijk vragen heb jij een kauwgom in je mond?
  • De gordijnen die dagelijks een keer of 125 open en weer dicht moeten gaan omdat de zon te hard of helemaal niet schijnt.
  • De temperatuur in mijn klas die ofwel eerder aansluit bij een Siberisch klimaat ofwel eerder tropisch te noemen is. Beide klimaattypes worden uitgebreid van commentaar voorzien.
  • De babbels met mijn collega’s, in het bijzonder die met An, Gunter, Murielle en Pieter-Jan.
  • De veel te straffe koffie in de leraarskamer die soms toch dat noodzakelijke cafeïneshot kan geven.
  • De nog steeds inspirerende quotes in mijn klaslokaal.
  • De oprechte daaaa-haaaag mevrouw als leerlingen de klas verlaten.

 

 

 

Loperspraat – Waar ik nu zoal tijd voor heb

Oef! We mogen nog steeds ons kot uit om te sporten zonder kilometer- en duurbeperking. Fietstochten afleggen binnen een bepaalde perimeter: dat was duidelijk gevoelige materie in wielergek Vlaanderen, inmiddels ook aardig op weg om wandel- en loopgek te worden. In dezen ben ik het voor een keer volmondig eens met wat sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen schreef: niet-essentiële verplaatsingen per fiets of op loopschoenen bestaan niet. Doe dus niet onnozel en stap niet in de auto om naar het park te gaan. De fiets op! En trek uw loopschoenen aan! Bizar is vandaag het nieuwe gewoon en dat merk ik ook aan mijn eigen loopgewoontes die onderhevig zijn aan verandering. Nu nog meer dan anders is lichaamsbeweging de uitgelezen kans om een frisse wind door mijn hoofd (en haar) te laten waaien met als enige doel daar plezier aan te beleven. Of hoe elk nadeel echt wel ze voordeel heb.

Ik heb tijd om mijn collectie loopschoenen te sorteren
Ontkennen heeft geen zin. Ik heb veel loopschoenen en stiekem zijn dat een beetje mijn beste vrienden. Afscheid nemen is lastig, maar ook voor loopschoenen geldt dat er een tijd van lopen is en een tijd van gaan. Ik (her)ontdekte enkele pareltjes in mijn collectie en ook enkele ouwe getrouwen die ik weer zorgvuldig opborg. Plots voelde ik ook de onweerstaanbare neiging opkomen om modderige schoenen grondig schoon te maken. Vreemd. Mijn collectie Stance kousen werd met eens zoveel liefde gesorteerd, zodat de nieuwste aanwinsten een waardig plekje kunnen krijgen.

Ik ontdek en verken nieuwe looproutes
Doorgaans ben ik eerder een gewoonteloper dan een avontuurlijke loper. Ik heb vaste routes door hetzelfde bos, langs de fietssnelweg of langs het kanaal. Vlak, lang en saai: ik hou daarvan. De laatste tijd is daar verandering in gekomen omdat mijn Heverleebos plots van iedereen was. Ik had geen zin om daar over de koppen te lopen, waarop ik naar de omgeving van Bertembos trok. Daar vind je geen royale dreven, wel avontuurlijke holle wegen. Het is een grilligere omgeving waar het voortdurend op en af gaat. Op goed geluk ontdekte ik fantastische looppaadjes. Dichtbij huis valt soms zoveel te ontdekken.

IMG_2358b

Ik loop in het midden van de dag
Mijn sportactiviteit deelt de dag in twee: er is de pre-sportperiode (beter gekend als de voormiddag) en de post-sportperiode (ofte de namiddag). Lopen (of fietsen) geeft mijn dag dus vorm en structuur. Mijn werk doe ik zoveel mogelijk in de voormiddag. Op het moment dat ik de zon niet langer kan negeren, trek ik mijn loop- of fietsschoenen aan. In de namiddag kan ik dan in de zon gaan liggen lezen met het gelukzalige gevoel van benen die hebben bewogen.

Ik stop al eens om rond te kijken
Met enige zin voor drama en overdrijving zou ik durven zeggen: er was een tijd waarin ik marathons liep. Pauzeren tijdens een looptraining deed ik toen zelden. Omdat ik nu optimaal wil genieten van mijn buitentijd stop ik nu soms om van het uitzicht te genieten. Of om op adem te komen als ik net een stevige helling ben opgelopen. Soms voer ik tijdens een looppauze een conversatie met schapen (echte zenmasters). Wie nu denkt dat praten met dieren een teken is van mijn vergevorderde staat van vereenzaming: spontaan tegen dieren praten, is mijn tweede natuur. Door die kleine rustmomenten neem ik de omgeving bewuster in mij op. Het kan dan al eens gebeuren dat ik mij in het buitenland waan. Geef mij dennenbomen op een heuvel en ik zie de Ardennen. Laat mij langs de Demer fietsen met Roos en wij zien de Nijl. In Leefdaal verwachtte ik op een bepaald moment echt dat er een kudde gnoes uit de struiken zou schieten. De kracht van de verbeelding is een kostbaar goed.

Ik spreek met Roos af om te lopen of fietsen
Roos is mijn uitverkoren buddy waarmee ik sport in de buitenlucht. Wie anders? Het werkt soms op mijn gemoed dat het familiale niet in het echte leven kan plaatsvinden. Gelukkig stuurt Marike ons voldoende foto’s en filmpjes van Leah, mijn metekind. Die  werkt elke dag stug door aan haar kruipvaardigheden: uiterst charmant en immer innemend. Mocht je eraan twijfelen: zelfs met een baby van 7 maanden kan je communiceren via FaceTime. Mijn real life sportminuten met Roos zijn dus echt goud waard. En wat de Nijl betreft: geen van ons zag die ooit in het echt. Google afbeeldingen vertelde dat onze fantasie wel erg rijk is.

Het boek – Lezen in tijden van lockdown #1

Je bent nooit alleen als je de literatuur hebt. Mocht ik over wat meer lef beschikken, dan zou ik die spreuk in koeien van letters op mijn rug laten tatoeëren. In onzekere tijden heb ik nog meer behoefte om mij te omringen met goede boeken. Toevallig heb ik ook meer tijd om die te lezen. Aanvankelijk was ik van plan om hier een donker overzicht te maken van thematische literatuur over isolatie, dreiging en een maatschappij die ontspoort. Niet bijster opbeurend. Ik koos dus voor diverse boeken die ik recent aan een hoog tempo heb verwerkt omdat het me niet lukte om ze met mate te savoureren. U bent dus gewaarschuwd.

De menselijke maat – Roberto Camurri
Ik weet niet wat het is met die Italiaanse schrijvers, maar ze klinken altijd zo weemoedig. Zo ook Roberto Camurri die een debuutroman schreef om u tegen te zeggen. In De menselijke maat vertelt hij het verhaal van Alena, Davide en Valerio die opgroeien en vergroeien met het – in hun ogen – nietszeggende dorpje Fabbricio, dat zich tussen Parma en Bologna bevindt. Jawel, in het inmiddels zwaar getroffen Noord-Italië dus. Het slaperige dorpsleven vormt het ultieme decor voor het kleine en grote menselijke drama. Hoe goed je de personages ook leert kennen, hun innerlijke drijfveren blijven gehuld in een waas van mysterie.

The Handmaid’s Tale – Margaret Atwood
Atwoods klassieker verscheen in mijn geboortejaar 1985. Mijn oog viel er pas op door de gelijknamige serie en de vervolgroman The Testaments die eind vorig jaar met de Booker Prize aan de haal ging. Ik was dit dystopische verhaal aan het lezen uitgerekend toen de coronacrisis in alle hevigheid losbarstte. Het verhaal van dienstmeid Offred (van Fred) staat centraal. Gehuld in een rode cape is zij van al haar vrijheden beroofd. Ze leeft onder streng toezicht met als enige doel kinderen te baren voor de hogere klasse. Vruchtbaarheid is immers een kostbaar goed in de totalitaire staat Gilead. Dankzij Atwoods aparte vertelstijl komen we in flarden en brokken meer te weten over Offreds vroegere (gezins)leven. Een adembenemende trip waarin fictie en werkelijkheid naadloos met elkaar worden verweven.

IMG_2347b

Buurtsupermens – Sayaka Murata
Als het wat luchtiger doch gevat mag zijn, dan moet je dit Japanse pareltje lezen. Maak kennis met de 36-jarige Keiko: een buitenbeentje in de strak georkestreerde Japanse samenleving. Keiko werkt al 20 jaar vol overgave in de plaatselijke supermarkt. Ze beschouwt haar job als een roeping. Tot haar eigen verbazing en frustratie moet ze zich steeds verantwoorden voor die keuze, net zoals voor het feit dat ze geen behoefte heeft aan een man in haar leven. Als ze op een dag de impulsieve beslissing neemt om onderdak te bieden aan een student die niet zo’n hoge pet op heeft met het hele supermarktgebeuren, is het hek van de dam. Toepasselijke literatuur, want wie dagelijks applaudisseert voor onze helden van de zorg, zou dat net zo goed kunnen doen voor de noeste werkers in de supermarkten.

Finse dagen – Herman Koch
Na het overlijden van zijn moeder trok de 19-jarige Herman Koch naar een boerderij in Finland om de verwachtingen van zijn vader tijdelijk te ontvluchten. In Finse dagen vertelt hij uitgebreid over die Finse periode. Wie denkt dat dit verhaal autobiografisch is: de enige waarheid is die van het boek, niet de waarheid van de gebeurtenissen zoals die zich in werkelijkheid hebben afgespeeld, aldus de auteur. In een verraderlijk eenvoudige stijl slaagde Koch er weer in om mij vanaf de eerste pagina mee te slepen in zijn verhaal. Je kan Finse dagen beschouwen als een coming of age novel die de ijzersterke verhalenverteller Herman Koch alle eer aan doet. Ook de prachtige cover met een reliëfdruk van berkenbomen kon mij bekoren.

De storm – Jens Christian Grøndahl
Je zou kunnen zeggen dat er weinig variatie zit in het oeuvre van de Deense topauteur Jens Christian Grøndahl. Hij schrijft namelijk altijd over vijftigers of zestigers die ietwat zijn vastgeroest in hun leven en huwelijk. Door een bepaalde gebeurtenis wordt een proces van mijmeren en overdenken in gang gezet. Glashelder overpeinzen ze de keuzes die hun leven heeft vormgegeven. Spijt is geen optie, berusting des te meer. In De storm kijken we mee over de schouder van auteur Adam Huus wiens carrière in het slop zit. Ook op familiaal vlak loopt zijn leven niet over rozen: er zit meer dan één haar in de boter. Als geen ander kan Grøndahl een levensverhaal schrijven dat zich laat lezen als een thriller. Woorden zijn als lege handschoenen, iedere hand kan ze aantrekken: een warme stem uit het soms onweersachtige noorden.

Atlas van de Nederlandse taal – uitgegeven bij Lannoo
Wat had ik dit boek graag zelf geschreven. Het zou namelijk betekenen dat ik erin was geslaagd om een origineel, humoristisch en bovenal compleet naslagwerk samen te stellen over onze prachtige taal. Een naslagwerk dat ook nog eens toegankelijk is. Duimpjes omhoog ook voor de strakke vormgeving en de knappe illustraties. Wisten jullie bijvoorbeeld dat het woord ochtendgrijs in 1997 werd bedacht door Frank Deboosere en dat het sinds 2015 behoort tot het AN? Een must have voor iedereen die – net zoals ik – van talige weetjes houdt!

IMG_2355b

Het moment – De tol van de onvoorspelbaarheid

En toen werd het dus plots echt stil. Door de verscherpte corona-maatregelen blijven we plichtbewust braafjes thuis en proberen we uit te blinken in social distancing, een begrip waar we tot voor kort nog nooit van hadden gehoord. Waar ik het aan het begin van de week nog onwezenlijk vond dat ik twee weken geleden een halve marathon liep in Nederland, lijkt het nu onvoorstelbaar dat ik vorige week nog met mijn leerlingen in de klas zat, wetende dat de lessen opgeschort zouden worden. Naïef als ik was, kon ik het toen nog ongegeneerd jammer vinden dat mijn voorjaarsmarathon werd uitgesteld. Ik kon nog semi-zorgeloos 30 kilometer lopen en nadien aan tafel zitten met mijn familie. Ondenkbaar in de huidige fase. We staan nu wellicht voor de grootste uitdaging: het gewone leven verderzetten in lockdown light versie.

Mijn persoonlijke coronasituatie is de volgende. Ik woon alleen met mijn twee katten, die zich uiteraard van geen kwaad bewust zijn. In de mate van het mogelijke probeer ik van thuis uit voor school te werken. Ik las al drie boeken. Het stevigere huishoudelijke werk liet ik vooralsnog links liggen. Ik ga dagelijks lopen of fietsen. Ik maak me niet schuldig aan hamsteren en hoop dat ik met mijn 15 rollen wc-papier nog wel eventjes voort kan. Mijn gemoed kent dalen en pieken. Alleen wonen is nu echt wel heel alleen. Het is next level alleen zijn. Hoewel tijd, voorheen nog een kostbaar goed, nu op een plateautje wordt aangeboden, voelt het als een vergiftigd geschenk dat we noodgedwongen moeten aanvaarden. In theorie heb ik nu wel tijd voor de verwaarloosde to-do’s die lang werden uitgesteld onder het mom geen tijd voor. In de praktijk staat mijn hoofd daar (nog) niet naar.

Het coronavirus voelt soms als een zwaard van Damocles dat me boven het hoofd hangt. In De Morgen las ik dat het de onvoorspelbaarheid is die dit virus gevaarlijk maakt: wetenschappers en artsen weten relatief weinig over Covid-19 en hoe het zal evolueren. Voor ieder van ons geldt ongeveer hetzelfde: de onvoorspelbaarheid van deze ongeziene situatie boezemt ons angst in. Wat voordien een vanzelfsprekendheid was, wordt nu een bekommernis. Zo is een eenvoudige bezigheid als boodschappen doen van elke alledaagsheid verheven. Een bezoek aan de supermarkt werpt prangende vragen op. Wanneer ga je? Zal de rij niet te lang zijn? Hoe leeg zullen de rekken zijn? Ik ben geen panikeur, verre van, maar zelfs voor mijn nuchtere ik voelt het ongemakkelijk aan om plannen te maken op lange termijn. Zullen de lessen hervat worden na de paasvakantie? Zullen we in de zomer op vakantie kunnen gaan? Koffiedik kijken moet de vaakst gebruikte uitdrukking zijn van de afgelopen weken. Omdat het onvoorspelbaar is wanneer de besmettingen in België een piek zullen bereiken, weten we ook niet in welke situatie ons land, en dus ook ons individuele leven, zich over een paar weken zal bevinden.

Er is gelukkig ook een positieve kant aan dit verhaal. De natuur kan op adem komen omdat vliegtuigen en auto’s in de garage blijven staan. Huizen worden van onder tot boven opgeruimd. Honden werden nog nooit zo vaak uitgelaten. Small talk bij de bakker voelt aan als een echt gesprek. Met respect voor de social distance haalt een ieder van ons dagelijks moeiteloos de kaap van de 10.000 stappen. Fietsen, loopschoenen en inline skates die eerder nog stof lagen te vangen, worden prompt gebombardeerd tot onze nieuwe beste vrienden. Het knikje onder lopers lijkt hartelijker, het fietsverkeer hoffelijker. Voor velen voelt dit waarschijnlijk aan als een herkansing voor de te vroeg gesneuvelde goede voornemens. We lijken ons massaal klaar te stomen voor een nationale conditie- en gezondheidstest. Hoewel ik het bos niet langer voor mij alleen heb, kan ik die omhelzing van de buitensport alleen maar toejuichen. Op voorwaarde dat we dan niet de auto nemen om naar park of bos te gaan en dat de nodige afstand gerespecteerd wordt.

Ik zei al eens dat de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is. Zo ook voor de uitzonderlijke situatie waarin we ons nu bevinden. De marathon is een race van alleen en toch ook samen. We zitten allemaal in ons eigen leventje vast, maar iedereen is wel aan boord van hetzelfde schuitje. Alleen door simpelweg de ene voet voor de andere te zetten, zullen we alleen en ook samen de finish bereiken. Daar is wilskracht voor nodig, want die inspanningen wegen eerder mentaal dan fysiek door. We zullen doorgaan, zo luidt het devies van niemand minder dan Ramses Shaffy (en inmiddels ook van Radio 1). We kunnen daar nog een schepje bovenop doen. De heer Shaffy heeft ook een lied met als titel We leven nog. Alleen Ramses Shaffy kan zo overtuigend dramatisch zingen dat je niet anders kan dan er spontaan bij te glimlachen.

IMG_2291b

Hoe train je voor een marathon die je niet loopt?

We leven in bizarre tijden. Het coronavirus legt ons land stil. Een ongeziene situatie die ook mij angst inboezemt, elke dag een beetje meer. Ik sta niet in mijn klaslokaal met mijn leerlingen, maar zit thuis en probeer een goede leerkracht op afstand te zijn. Donderdag kwam de crisis in een stroomversnelling terecht. Op school werden de maatregelen verscherpt. Het ene na het andere event werd uitgesteld. Zo ook de marathon van Rotterdam, waardoor mijn Road to Rotterdam abrupt werd onderbroken. Jammer, maar uiteindelijk slechts een aantekening in de marge. Niets is zo relatief als een uitgestelde marathon als de volksgezondheid op het spel staat. Zelfs een marathonjunkie als ik kon niet anders dan concluderen dat dit de enige juiste beslissing was. Het is onwezenlijk dat Roos en ik amper 10 dagen geleden nog in een propvol startvak stonden te drummen tot het startschot van de CPC Loop in Den Haag werd gegeven. Eens te meer besef ik nu dat ik mijn beide (gewassen) handjes mag kussen voor het memorabele en zorgeloze loopfeest dat ik toen met mijn familie kon beleven.

IMG_2262b

Dat de Rotterdam marathon niet over drie weken gelopen zou worden, die bui voelde ik wel hangen. De organisatie laat weten dat de 40e feesteditie later dit jaar plaats zal vinden. Een streep door het sportieve voorjaar, nieuwe kansen in het najaar. Tot nu toe verliepen mijn trainingen voorspoedig. Mijn PR in Den Haag is een bewijs dat ik in goede vorm verkeer. Nu het er niet meer toe doet, durf ik dat ook gewoon luidop te zeggen. In onzekere tijden als deze beschouw ik het als mijn plicht om eens zo standvastig achter het principe te staan dat ik in de eerste plaats loop omdat ik dat graag doe. Een marathon lopen kan een bekroning zijn op mijn voorbereidingswerk, maar is niet per se het ultieme doel dat tot loopvreugde leidt. Ik heb plezier gehaald uit mijn trainingen. Geen enkele loopkilometer voelde aan als een verspilling van mijn tijd. Integendeel. Net nu komt de essentie van lopen eens zo hard binnen: een inspanning voor de ontspanning, om het hoofd vrij te maken en frisse lucht op te snuiven.

PSFM8278
Ook als ik loop, gebruik ik liefst handgebaren om mijn verhaal te vertellen.

Ik had dus voldoende redenen om mijn geplande lange duurloop van 30 kilometer afgelopen zondag niet te lopen. Ik deed dat natuurlijk wel. Omdat ik ook hiervoor getraind heb. Omdat het ideaal loopweer was. Omdat het heel fijn is om van de woning van mijn ene zus Roos via de Demer en de Hagelandse veloroute naar mijn andere zus Marike te lopen. Omdat Roos mij begeleidde op de fiets, Marike mij tegemoet liep en mama ook nog een stuk mee fietste. De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat die duurloop niet helemaal van een leien dakje verliep. In elk van mijn benen zat nog 10,5 kilometer verzuring van mijn snelle halve marathon. Zelfs dat had een voordeel: het werd echt een rustige duurloop aan een lage hartslag. Hoe train je dus voor een marathon die je niet loopt? Door veel deugd te hebben van de loopkilometers die je nu nog wel kan maken en er het beste van te maken.