Het boek – Het wonderlijke verhaal van Gobi en Dion

Een competitieve ultraloper, een zwerfhondje en het desolate landschap van de Chinese Gobi woestijn: die drie ingrediënten vormen de basis van het onwaarschijnlijke avontuur dat de Australiër Dion Leonard overkwam. Overkwam ja, want toen Dion in juni 2016 streed voor de overwinning in de Gobi Desert Race wist hij niet dat de 250 kilometer die hij al lopend zou afleggen peanuts zouden zijn in vergelijking met de maandenlange strijd om een Chinees zwerfhondje terug te vinden en het in zijn thuisbasis Edinburgh te krijgen. Uiteindelijk is de gezinsuitbreiding een feit ruim een half jaar nadat Gobi (zoals het hondje logischerwijze wordt gedoopt) haar uitverkoren baasje meer dan 100 kilometer volgde door de woestijn. Hét ultieme bewijs dat sprookjes bestaan. The amazing true story is inmiddels een bestseller in boekvorm getiteld Finding Gobi (2017). Gobi gaat zelfs naar Hollywood. Figuurlijk dan, want ook de filmrechten werden verkocht. Het verhaal van Gobi en Dion is buitengewoon en laat niemand onberoerd.

Ik vertelde al eens hoe ik vroeger smulde van dramatische dierenverhalen met goede afloop. Als loper en dierenvriend is dit boek mij op het lijf geschreven. Bovendien was ik ook geprikkeld door het verhaal van zo’n ultrarace. Met ultra worden alle afstanden aangeduid die langer dan een marathon zijn. Wat drijft die mensen in godsnaam om in zes dagen tijd 250 kilometer af te leggen door de woestijn, weg van alles en iedereen? Het antwoord van Dion is niet omdat ik zo graag loop. Integendeel: hij zegt onomwonden dat hij niet van lopen houdt. Wat hem drijft is de competitie: de race winnen dus. Dion begint op latere leeftijd te lopen in navolging van zijn vrouw Lucja, inmiddels eveneens een ervaren ultraloper. Het is voor hem een uitgelezen kans om komaf te maken met zijn overgewicht. Hij bouwt veel te snel op naar een halve marathon nadat hij een weddenschap afsluit met een vriend die hij met vijf minuten wil verslaan. Dat lukt: Dion finisht in 1:34. De wedstrijdloper is geboren.

Bij ultraraces van dit kaliber leggen de lopers dagelijks één à twee marathons af door zand, over rotsen, zonder bewegwijzering en onder een loden zon. Overnachten gebeurt in een tentenkamp. De lopers voorzien zelf hun voedsel en dragen dat ook mee tijdens de race. Een douche nemen is geen optie. Onderweg zijn er enkele bevoorradingsposten met water, beperkt uiteraard. Bikkelharde omstandigheden waar ultralopers zo’n 4000 dollar voor neertellen. Dion is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij vertrekt in juni 2016 naar China met als doel de Gobi Desert Race te winnen. Na afloop van de eerste racedag snuffelt er een hondje rond in het tentenkamp. Ze charmeert de lopers die wat van hun schaarse voedsel met haar delen. Dion blijft uit haar buurt voor het besmettingsgevaar. Zijn verwondering is dan ook groot als het dappere hondje bij de start van de tweede etappe aan zijn voeten staat en met hem begint mee te lopen. Ze houdt vol en volgt zijn stevige tred. Dion waardeert het gezelschap van het gek ogende hondje. Ze biedt hem de nodige afleiding. Hij gaat uiteindelijk overstag en deelt water met haar. Zijn compagnon wordt Gobi gedoopt. Samen overschrijden ze de finishlijn van de tweede etappe.

Die avond slaapt Gobi opgekruld tegen hem aan. Ook tijdens de derde etappe volgt ze Dion. Als hij haar oppakt bij een gevaarlijke wateroversteek beseft hij dat ze bij hem hoort. Na dag drie heeft Gobi 77 mijl met Dion meegelopen zonder dat ze overdag eten kreeg. Een straffe prestatie voor een hondje dat ongeveer 8 kilo weegt. Dion beslist om haar de volgende dagen bij de organisatie te laten zodat ze wat kan uitrusten, ook al mist hij haar gezelschap. ’s Avonds wijkt ze niet van zijn zijde. Op dag vijf staat er een dubbele marathon op het programma en dit bij een temperatuur van boven de 50 graden. Dion staat tweede in het algemeen klassement en weet dat hij de koploper kan verslaan. Dat pakt anders uit als hij terugkeert om een concurrent bij te staan die lijkt te bezwijken onder de verzengende hitte. Dion verspeelt daardoor zijn kans op winst en strandt op de tweede plaats in het eindklassement. Omdat de afsluitende zesde etappe slechts 10 mijl omvat zal hij de Gobi Desert Race dus niet winnen. Plots lijkt dat allemaal relatief. Hij staat voor een grotere uitdaging: zijn trouwe loopmaatje Gobi van China naar de UK krijgen.

Gobi’s verhaal is intussen viraal gegaan. Niet alleen de sociale media, maar ook de grote kranten pikken het onwaarschijnlijke verhaal van het hondje met de vechtersmentaliteit op. Een dier vanuit China naar Europa te krijgen kost niet alleen veel papierwerk, maar ook veel centen en bovenal tijd. Er geldt namelijk een lange quarantaineperiode. Dion en zijn vrouw starten crowdfunding op om de kosten te dekken. Gobi krijgt haar eigen Facebookpagina en zo meteen heel wat trouwe volgers. Het unieke verhaal raakt menigeen en voor ze het goed en wel beseffen is er 20.000 dollar ingezameld om Gobi thuis te krijgen. Die verblijft inmiddels bij iemand van de organisatie in de noordelijk gelegen stad Urumqi. Terwijl Dion druk bezig is de reis te plannen, komt er als een donderslag bij heldere hemel slecht nieuws uit China: Gobi is ontsnapt en zwerft door de straten van Urumqi. Verbijstering alom. Contactpersonen worden ingeschakeld en Dion besluit dat hij niet anders kan dan naar Urumqi afreizen om de zoektocht te leiden. Dat is geen sinecure in een troosteloze stad die wordt gekenmerkt door interne spanningen, druk verkeer, luchtvervuiling, duizenden zwerfhonden en vooral geen huisdierencultuur.

Een speld in een hooiberg vinden is kortom gemakkelijker dan een hondje in Urumqi. Tot er op een avond een mirakel plaatsvindt en Gobi wordt gevonden. Eind goed, al goed zou je dan denken. Niet in dit geval. Wat volgt heeft veel weg van het betere thrillerwerk. Gobi mag dan inmiddels een ster zijn met duizenden YouTube volgers, de procedures nemen tijd in beslag. Bovendien zijn ook de omstandigheden waarin Gobi verdween dubieus te noemen. De vraag rijst of ze met opzet werd gedognapt om losgeld te verkrijgen. Alsof die dreiging nog niet volstaat, wordt het duo ook nauwlettend in de gaten gehouden door de Chinese autoriteiten. Door de wereldwijde media-aandacht wordt angstvallig gecontroleerd of Dion in zijn communicatie met de buitenwereld China in een slecht daglicht zet. Hij wordt gelukkig bijgestaan door enkele locals met een groot dierenhart, maar hij vertrouwt niemand en durft Gobi geen seconde alleen te laten. Uiteindelijk kiest hij ervoor om met haar naar Peking te reizen en daar drie maanden door te brengen vooraleer ze definitief naar Europa vertrekken. Het alternatief is een verplichte quarantaineperiode van vier maanden in een deprimerende kennel nabij Heathrow Airport. In januari 2017 is het dan eindelijk zover en worden Dion, Gobi, Lucja en hun kat Lara een echt en vooral hecht gezin in Edinburgh.

Wat heb ik genoten van dit boek. Aanvankelijk vond ik dat het een tikje dramatisch klonk, maar het is een ijzersterk verhaal dat met een krachtige stem en goede vaart wordt verteld. Hoewel ik gerust meer had willen lezen over de race zelf, bleek die onmenselijke prestatie in de woestijn niet het hoogtepunt te zijn, maar de tijd die een paranoïde Dion doorbrengt met Gobi op een triestig appartementje in China. De dramatiek en suspense worden met veel gevoel vakkundig toegediend. Ook al ken je de goede afloop, je bent er pas echt gerust in als het boek uit is. Op YouTube is trouwens een schat aan beeldmateriaal te vinden van Gobi en haar baasjes. Ook daar heb ik inmiddels al van genoten. Ik hou mijn hart wel vast voor de film. Het wordt een huzarenstukje om een ongeloofwaardig verhaal als dit zonder al te veel tierlantijntjes geloofwaardig neer te zetten. Voor de rol van Gobi zullen zo’n 20 honden worden ingezet. Volgens mij kan enkel Daniel Craig de rol van Dion Leonard voor zijn rekening nemen.

Noot: op de foto zien jullie Benji, het uitzonderlijke konijn van Roos en Niko. Achter dit huisdier gaat ook een wonderlijk verhaal schuil.

Loperspraat – Klein geluk #1

Geluk biedt zich aan in vele gedaantes. Soms hoor je het van mijlenver naderen en komt het alles overweldigend met luide trom langs de voordeur naar binnen gedenderd. Veelal zit het ergens verstopt in een klein hoekje waar je er door de haast vaak over kijkt. Of je vindt het in een eenvoudig gebaar dat je eerst niet had opgemerkt. Dat geldt ook voor lopersgeluk. Er zijn de Grote Momenten waar je naartoe leeft en waardoor je dagen op wolkjes kan lopen (vaak wel wat strammer dan je zou willen). Nadat de euforie van de prestatie is gaan liggen, besef je dan dat het juist de kleine dingen zijn die de ervaring memorabel maken. Ik liep vandaag in de sneeuw en mijn gelukscurve kende vele piekjes. Hier volgt een opsomming van de kleine geluksmomenten die ik als loper zoal beleef.

  • in de sneeuw lopen en het gekraak horen bij elke pas die je zet
  • in de sneeuw lopen en het eerste spoor kunnen maken of een dierenspoor volgen
  • over of in waterplassen of ijs springen
  • bekenden die mijn pad kruisen enthousiast begroeten
  • onbekende lopers die mijn pad kruisen samenzwerend toeknikken (wij begrijpen elkaar) waardoor je het idee krijgt deel uit te maken van één grote geheime loopclub
  • onbekende lopers die ondertussen al zo vaak mijn pad hebben gekruist enthousiast begroeten alsof het bekenden zijn
  • op vrijdag na school gaan lopen om de week te vieren en het weekend een kickstart te geven
  • koeien die me aanstaren terwijl ik hen al lopend en zingend passeer
  • reeën die jaloersmakend elegant door het bos dartelen en springen
  • katten die je verontwaardigd aankijken omdat je hen durft aan te kijken
  • de dagelijkse routine van katten uit de buurt kunnen doorgronden
  • ’s ochtends gaan lopen en het idee hebben dat je een stap voor hebt op zowat iedereen omdat je de wereld ziet ontwaken
  • ’s ochtends gaan lopen en schaamteloos binnen gluren om te zien hoe er gezwegen wordt aan de ontbijttafel
  • een stoplicht dat op groen springt als je net in een goede flow zit
  • een stoplicht dat op rood springt als je net toe bent aan een adempauze
  • impulsief beslissen om een onbekend weggetje in te slaan dat dan toevallig heel goed uitpakt
  • een plaats ontdekken die aanvoelt als vakantie, maar eigenlijk heel dicht bij huis is
  • met wat kou op het lijf en een kap over je hoofd vertrekken en dan na 1,5 kilometer vaststellen dat de innerlijke thermostaat is aangeslagen en het grote zweten kan beginnen
  • de opluchting en het stiekeme van een heel noodzakelijke plaspauze
  • mijn Stance kousen die altijd perfect zijn voor elk weer, elke uitdaging en passen bij elke outfit
  • voor de eerste keer lopen met nieuwe schoenen die je het gevoel geven dat je zelf niets meer hoeft te doen
  • met lichte tegenzin vertrekken en dan onverwacht heel vlot kunnen lopen
  • met lichte tegenzin en zware benen vertrekken om dan heel hard te genieten van het buiten zijn
  • met lichte tegenzin vertrekken en omdat het dan eigenlijk zo plezant is steeds een extra lusje maken
  • met lichte tegenzin vertrekken en dan nog zoveel energie hebben als je thuis bent dat je er nog een hele work-out achteraan gooit
  • voelen dat je batterijen steeds meer opladen hoe langer je onderweg bent
  • denken dat het bos alleen van mij is
  • denken aan een mooi loopmoment dat echt gebeurd is of iets dat nog staat te gebeuren en daar kippenvel van krijgen
  • Dog Days Are Over van (hoe kan het ook anders) Florence dat altijd het juiste lied op het juiste moment is: happiness hit her like a train on a track
  • de zon die onverwacht doorbreekt waardoor het lijkt alsof die ene straal juist op jouw gezicht geprojecteerd wordt
  • de seizoenen zien veranderen in het bos en dat plots overal voelen
  • de geur in het bos nadat het geregend heeft
  • plots zoveel ideeën krijgen voor een project dat je als je thuis komt meteen alles moet opschrijven
  • nadenken over wat je gaat eten als je thuis bent
  • een chocomelk (soja) drinken als je thuis bent terwijl je nog aan het nazweten bent

img_3687

De gedachte – Weg met Blue Monday!

Morgen is het Blue Monday. Blue Watte? Deprimaandag: zogenaamd de meest deprimerende dag van het jaar. Heel toevallig valt die dag elk jaar op de maandag van de laatste volle week van januari. Jawel. Het concept werd in 2005 bedacht door een PR-bureau om de commercie na de feestperiode weer aan te zwengelen. We moeten natuurlijk iets kopen om die donkere dag te kunnen verslaan. Et voila: de portemonnee kan ongegeneerd worden geopend. Zulke doorzichtige verkoopspraatjes kunnen maar beter overgoten worden met een wetenschappelijke saus. De Britse psycholoog Cliff Arnall liet zich rijkelijk vergoeden om een wetenschappelijke formule te bedenken en zijn naam aan Blue Monday te verbinden. Een slimme carrièrezet was het niet, want de universiteit van Cardiff distantieerde zich van Arnall en diens uitspraken. Blue Monday: dat is je reinste onzin. En ik zal het bewijzen ook.

Arnalls zogenaamde formule is opgebouwd uit de volgende elementen: het weer, de af te lossen schulden, het maandelijkse salaris, het aantal dagen tot het weer kerst is en het motivatieniveau. We zouden ons morgen dus massaal depressief voelen omdat we ten volle beseffen dat we die goede voornemens niet hebben kunnen waarmaken en dat we nog een aardig bedrag van de hypotheek moeten afbetalen. Bovendien zou het ook slecht weer zijn en moeten we nog ruim 11 maanden wachten tot de feestdagen hard op de deur komen kloppen. Wie niet in het bezit is van een huis, kan zich wellicht daar uitgerekend morgen ernstige zorgen over maken. Wie deze maand net opslag heeft gekregen, zal wellicht op meer hebben gehoopt. Dat we morgen een mooie zonnige winterdag voorgeschoteld krijgen, doet de geloofwaardigheid nog meer kelderen. Kortom: het kleinste kind voelt dat de formule rammelt langs alle kanten.

Het is een misvatting van formaat om te veronderstellen dat we het hele jaar toeleven naar de feestdagen. Alsof dat de ultieme dagen zijn waarop we ons opperste geluk beleven omdat we zogenaamd niets moeten doen, behalve dan veel eten. Alsof dat de uiterste vorm van zingeving is in onze levens. Ik denk dat weinig mensen De Feestdagen op hun lijstje plaatsen met gebeurtenissen waar ze zoal naar uitkijken in 2019. Die periode heeft absoluut z’n charme, maar niemand wil toch dat het altijd Kerstmis is? Vergeet niet dat velen vooral blij zijn dat ze de feestdagen weer zijn doorgekomen. Of hoe de zogezegd gezelligste periode van het jaar ook veel gemis en eenzaamheid in de hand werkt. De zomer is op dit moment veel dichterbij dan de donkere decembermaand. Van een lichtpuntje gesproken.

Misvatting nummer 2 is dat maandag de zwaarste dag van de week is. Die dag is immers het verst van het weekend verwijderd. Alsof we alleen in het weekend echt kunnen leven. Alsof we onze voldoening louter halen uit weekendactiviteiten. Vrije dagen zijn zo aangenaam juist omdat je werkgerelateerde activiteiten hebt en een weekroutine. Maandag is in mijn ogen dan ook geen lastige dag. Sterker nog: ik ben doorgaans bijzonder productief op maandagen. Vaker beleef ik een dinsdagdip omdat ik vaak dan pas een klopje krijg van de inspanningen van het weekend. Wie kent trouwens niet het typische zondagsgevoel? Maandag kan dan alleen maar aanvoelen als een opluchting.

Hoe het ook zij, we lijken wel nood te hebben aan het idee van een depridagje, ook al wordt Blue Monday met de nodige ironie aangekondigd in de media. Slechts één dagje per jaar mogen we ons dus schaamteloos depressief voelen. Lastig. Het sluit aan bij de maakbaarheid van ons leven. Mijn advies: doe niet aan goede voornemens. Wacht niet tot in januari om het over een andere boeg te gooien. Zoek een echte motivatie in plaats van wat anderen je opleggen. Durf ambitieus te zijn, maar wees vooral ook realistisch. Weet dat het 20 dagen kost om een gewoonte te veranderen. Lang leve de routine en structuur van het dagdagelijkse leven. Hoera voor de wekker die afgaat zodat we iets van onze dag kunnen maken. Ik breek een lans voor elke maandag!

 

Marathonpraat – De Mooiste Marathon van Michel Butter

Vlak voor mijn derde marathon raadde Seppe een documentaire aan over de Nederlandse topatleet en marathonloper Michel Butter. Om alvast in de sfeer te komen, zei hij. Ik verheugde me op euforische beelden en motiverende praatjes over het koningsnummer van de atletiek zodat ik me helemaal klaar zou voelen. Seppe heeft een verfijnde en uitgesproken smaak. Hij durft tegen de stroom in te gaan. Dat is ook wat De Mooiste Marathon (2Doc) typeert. Centraal staat de Amsterdam marathon die Michel Butter liep in oktober 2015. Butter was vastbesloten om zich op die bewuste 18 oktober te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2016. Om dat doel te realiseren mag hij niet trager dan 2:11:00 lopen. In mensentaal: hij moet de marathon van zijn leven lopen.

Het bevreemdende beginbeeld van de documentaire zet meteen de toon: je ziet een zwaar ademende Michel Butter die al zittend voor de camera tegen een witte achtergrond zijn gloriemoment op de Amsterdam marathon in 2012 herbeleeft. Hij liep toen een toptijd van 2:09:58, de derde snelste Nederlandse marathontijd ooit. Niets minder dan sportgeschiedenis. Drie jaar later hoopt Butter zich tijdens diezelfde marathon te kwalificeren voor de Spelen in Rio. Hij heeft dus een minuut speling op zijn recordtijd. Als gewone mens denk je dan dat een heel haalbare kaart is. Butter heeft echter een bewogen jaar van blessureleed achter de rug, waardoor het maar de vraag is of hij fit genoeg zal zijn om in de buurt te komen van zijn record. En voor wie het nog niet wist: de marathon is een verraderlijk ding waarbij 60 seconden over 42,195 kilometer in een vingerknip zijn kwijtgespeeld.

In De Mooiste Marathon wisselt regisseur Geertjan Lassche beelden van die bewuste oktoberdag in 2015 af met fragmenten uit een interview met Michel Butter en diens coach Guido Hartensveld. Ieder afzonderlijk doen ze het relaas van de voorbereiding op en ervaring van die dag. Als kijker lijk je in het hoofd van de atleet te kunnen duiken. Je kruipt mee in de marathontunnel en hyperfocus. Butter is oprecht en neemt zijn tijd om na te denken alvorens vragen te beantwoorden. Die stiltes sneuvelden niet in de montage en juist dat maakt deze docu zo uniek. Het isolement van de topsporter springt er in dit portret uit. Butter bevestigt dat je als topsporter egoïstisch moet zijn. Zijn vriendin Inge is eveneens een atlete. Buiten de sport heeft hij geen vrienden. Dit leventje past hem als een jas om het met de woorden van coach Guido te zeggen. We zien hoe Butter zich op zijn Mooiste Marathon voorbereidt. Hoe hij obsessief de drinktuiten van zijn bidons uittest. Hoe hij tot op de gram zijn ontbijtgranen en yoghurt afmeet. Ook het onvermijdelijke blessureleed komt ter sprake. Butter beschrijft hoe pijnlijk het was om door een stressfractuur aan zijn heup weken niet te kunnen lopen. Hij kan niet doen wat hem intens gelukkig maakt.

We maken ook kennis met de wonderboy in z’n jonge jaren. Ruim 10 jaar geleden maakte hij furore in de veldlopen: een jochie met oorbelletjes, geblondeerde piekjes en vooral heel veel attitude. Volgens zijn coach kan je talent bij een atleet herkennen zonder hen een pas te zien lopen. Een kampioen is een persoonlijkheid die zelfvertrouwen uitademt. Butter geeft onomwonden toe dat hij altijd al de beste wilde zijn in alles. Op de vraag of hij dacht dat hij God was, is het antwoord dat hij dacht onoverwinnelijk te zijn. Waarop hij schamper lacht: dat is nu even anders. De tijden veranderen. Door de jaren heen is de klootzakkerige vedette volwassen en minder stoutmoedig geworden, aldus de coach. Als kijker knap je niet af op het arrogante imago van de jonge Butter. Je kijkt naar een intelligente kampioen van vlees en bloed. Topatleten mogen dan een ras apart zijn, uiteindelijk zijn het ook maar mensen.

In blokken van vijf kilometer zie je hoe Butter aanvankelijk vlot op schema ligt om zijn doel te halen. Coach Guido volgt hem minutieus op via de motor. Het begint te motregenen. De marge wordt steeds krapper. De nervositeit neemt toe. Voor dit soort situaties is het woord bloedstollend bedacht. Nog meer nervositeit. Op drie kilometer voor de finish schreeuwt de coach zijn pupil toe 3 x 3″04′ en we hebben hem! Een verschroeiend tempo dat Butter nét niet kan aanhouden. Zijn laatste kilometer moet hij afleggen in 2″59′. Voor de goede verstaander: dat is 20 kilometer per uur en dat na 2 uur strijd op het allerhoogste niveau. De finish in Amsterdam ligt, net zoals de start, in het Olympisch stadion (oh symboliek!). Butter komt de arena binnengestormd en perst werkelijk alles uit zijn tengere loperslijf. Geen ereronde, maar een lijdensweg. De klok tikt onverbiddelijk verder richting 2:11. Je blijft met elke vezel van je lijf hopen dat hij het wonder boven wonder nét wel gaat halen. Butter finisht in 2:11:08. Acht seconden. Acht seconden weerhouden Butter van Rio. Hij stort in elkaar en weet dat hij te traag was. Acht seconden. De marathon was 45 meter te lang.

De vraag is dan waar en hoe die acht seconden verloren zijn gegaan. Nergens volgens Butter. Hij heeft zichzelf en zijn trainer niets te verwijten, dat zegt hij na de eerste emotie en ontgoocheling. Sterker nog: hij bestempelt deze marathon prompt als zijn Mooiste Marathon. Hij schat zijn comeback-marathon dus hoger in dan zijn snelste en historische tijd uit 2012. Er is meer. ’s Avonds brengt Butter met zijn entourage een toost uit. Hij heeft heuglijk nieuws: in april zal hij vader worden. Of hoe het belang van topsport ook meteen gerelativeerd kan worden. Coach Guido reageert emotioneel. Butter is inmiddels 33 jaar (mooie leeftijd) en leeft nog steeds volop voor zijn sport. Hij volgt trainingsstages in Kenia en hanteert ook in zijn Nederlandse woonplaats Castricum de Keniaanse trainingsprincipes en levensstijl. Zijn Olympische droom is nog levend. Tokyo 2020 is zijn laatste kans. Hij gelooft dat hij nog eens onder de magische grens van 2:10 kan duiken. Dochter Milou is zijn trouwste supporter. Op beelden van de Amsterdam marathon 2018 is te zien hoe ze in een reflex haar papa gaat troosten die uitgeteld aan de finish ligt.

Afgelopen weekend won Seppe voor het derde jaar op rij het combi-klassement in de Nederlandse badplaats Egmond. Hij reed op zaterdag heel hard met de mountainbike over het strand in de beachrace en wist op zondag zijn directe belagers af te houden tijdens een halve marathon met fikse windvlagen. Hoe dat verliep kan je hier lezen. Twee jaar geleden kwam Seppe in Egmond voor het eerst oog in oog te staan met zijn idool Michel Butter. Die is doorgaans nog een stukje sneller dan hij, maar hij rijdt natuurlijk niet met de fiets. Ik weet niet in welke mate er woorden zijn uitgewisseld. In ieder geval liet Seppe me weten dat Butter afgelopen zondag heeft opgegeven. Toen ik in oktober 2017 zelf de Amsterdam marathon liep, kon ik natuurlijk niet anders dan denken aan Butters finish. Het stak voor mij niet op acht seconden meer of minder. Bekijk De Mooiste Marathon eens als je een keer echt tijd hebt om er goed voor te gaan zitten. Als ik iemand de Olympische Spelen van harte toe wens (mijn broer buiten beschouwing gelaten) dan is het Michel Butter wel. Om hem het laatste woord te geven: dit is wie ik ben, dit maakt mijn leven bijzonder.

 

De gedachte – Over gezond zijn

Het is een huizenhoog cliché dat met stip op nummer één prijkt op het lijstje met nieuwjaarswensen: een goede gezondheid, want dat is toch het allerbelangrijkste? Jazeker. Een mens kan pas intense geluksmomenten, verrijkende ervaringen en sportieve successen beleven als het lichaam gezond is. Dat is althans wat we veronderstellen. Wie ongezond of ziek is, mag dan nog zoveel meevallers hebben: ze zullen niet onder de allesoverkoepelende noemer geluk vallen, want je kan er niet van genieten. Met de veelgehoorde nieuwjaarswens wordt in de eerste plaats bedoeld dat je in het nieuwe jaar niet te veel dagen in bed gekluisterd zal moeten doorbrengen en dat je vooral gespaard mag blijven van een ernstige ziekte. Gezondheid omvat echter meer dan niet ziek zijn. De vraag rijst dan ook in welke mate een goede gezondheid maakbaar is en of die ook effectief bijdraagt aan ons geluksgevoel.

Wat betreft het lichamelijke aspect zijn er de nodige medische parameters om na te gaan of iemand gezond is. Iemand die fysiek gezond verklaard wordt, voelt zich daarom nog niet goed in zijn vel. Een goede geestelijke gezondheid is moeilijker te definiëren. Aan welke voorwaarden moet voldaan worden opdat een mens zich goed voelt? Het antwoord op die vraag zal individueel verschillen. Bovendien gaat het vaak over een gevoel waar je moeilijk de vinger op kan leggen. Denk je er te veel over na, dan kan het al vervlogen zijn. Zo kan iemand met een ongezonde levensstijl als een gelukkige mens sterven op een mooie leeftijd. Je kan met andere woorden ongezond, maar wel gelukkig zijn. Omgekeerd kan een fysiek gezonde persoon een ongelukkig leven leiden. Er bestaat een wisselwerking tussen de mentale en fysieke component, maar je goed voelen laat zich niet vangen in een formule.

Waar gezondheid vroeger werd gezien als iets wat je automatisch had als je niet ziek was, is werken aan een goede gezondheid tegenwoordig het ultieme streven. Hiervan getuigen, samen met de nieuwjaarswensen, de vele goede voornemens omtrent gezonder gaan leven. We lijken er nu van uit te gaan dat een gezonde levensstijl ons per definitie gelukkiger zal maken. Al te vaak maken we bovendien de denkfout dat gezondheid af te meten is aan sportieve prestaties die geleverd moeten worden met een slank lichaam. Er wordt verwacht dat je pogingen onderneemt om ’s middags een verantwoorde salade met avocado te eten in plaats van een eenvoudige boterham met kaas. In je voorraadkast verberg je beter de hagelslag door er quinoa, chiazaad en goji-bessen voor te plaatsen. Je hebt een stappenteller nodig om dagelijks voldoende te bewegen en o wee als je op een dag slechts 9.000 stappen aftikt in plaats van de vooropgestelde 10.000.

In zijn boek Ziek van gezondheid (2013) schetst gezondheidsfilosoof en ethicus Ignaas Devisch (Universiteit Gent) een onthutsend beeld van de toenemende medicalisering van onze maatschappij. We nemen met z’n allen steeds meer medicatie. Het aantal ziektes en stoornissen neemt in sneltreintempo toe. Volgens Devisch belijden we gezondheid als een orthodox geloof. Dit houdt in dat we gaan leven volgens de regels van een strenge gezondheidsreligie. Gezondheid is de norm, wie daar niet aan voldoet valt buiten de duidelijk gemarkeerde lijnen van de maatschappij. Slank zijn is een statussymbool waaruit blijkt dat je een gedisciplineerd en succesvol leven leidt. Het aantal gevallen van orthorexia nervosa neemt toe: een eetstoornis waarbij iemand geobsedeerd is door gezond eten. De slinger slaat met andere woorden te hard door, vooral bij de hoogopgeleide tweeverdieners in de stad. Gezondheid is niet langer een middel om doelen te kunnen bereiken, maar een doel op zich geworden.

Het slaat natuurlijk nergens op dat wie slank is, ook gezond is. Laat staan gelukkig. Elk lichaam is anders. Geluk en gezondheid druk je niet uit met een getal op de weegschaal. Ik ben de eerste om te roepen dat lichaamsbeweging deel uitmaakt van een gezonde levensstijl omdat ik zelf aan den lijve heb ondervonden wat het positieve effect is van een actieve ingesteldheid. Ik loop en beweeg omdat ik daar een gelukkigere mens van word. Dat betekent niet dat we allemaal marathons moeten lopen om gezond en goed bezig te zijn. Dat betekent ook niet dat ik altijd gelukkig ben. Ieder lichaam is anders en iedere persoon. Gelukkig maar. In de weg als loper die ik tot nu toe aflegde, trapte ik al meermaals in de valkuil van het gezonde leven en slanke lichaam als doel op zich. Ik werd daar nooit gelukkig van. Ondertussen besef ik dat wie veel van z’n lichaam vraagt er goed moet naar luisteren, al was het een goede vriend. Je moet lief zijn voor je lichaam en er zorg voor dragen, ongeacht wat je ermee doet. Je hebt er uiteindelijk maar één voor een heel leven. Ik vergaloppeerde me dus al eens in het gezonde en sportieve leven dat ik leid. Nooit omdat ik sport en gezondheid als een statussymbool beschouw, maar omdat het soms nu eenmaal verleidelijk is om te denken dat alles maakbaar is. Je hebt heel wat factoren zelf in de hand hebt om in een goede vorm te verkeren, maar er is ook een mysterieus ingrediënt wat maakt dat alle puzzelstukjes op hun plaats vallen en je simpelweg tevreden bent.

In clichés zit doorgaans een kern van waarheid. Laten we elkaar dus vooral een goede gezondheid blijven wensen zodat we de energie en zin hebben om onze dromen na te jagen en onze tijd naar eigen goeddunken plezierig in te vullen. Laten we vooral ons gezond verstand gebruiken om gezond te zijn.

P.S. Op de foto zien jullie een overheerlijke salade met knolselder, wortel, puntpaprika, bloemkool, veldsla en rode bietenhummus als finishing touch. Freekeh is trouwens het nieuwe quinoa. Getest en goedgekeurd!

Loperspraat – Waarom winterweer goed loopweer is

De dagen mogen dan al weer ietsje langer worden, veel is daar nog niet van te merken door de grijze deken waar we in ondergedompeld worden. 2019 kent een grijze en natte start. Het is winter en dat is het nog een kleine twee maanden. Je hoeft geen expert te zijn om te weten dat ons klimaat de pedalen kwijt is. We kunnen dus maar beter ook een beetje opgelucht ademhalen dat het weer zich wat winters gedraagt. Van mij mag het gerust gaan vriezen en sneeuwen, als er ook wel zon is om me aan vast te klampen. Een mens wordt doorgaans niet vrolijk van de grijze lucht, wind en regen waar we de afgelopen dagen op getrakteerd werden. Voor een loper daarentegen is winters weer wel degelijk goed weer. Genoeg redenen om er dus in een sombere januari een loopfeestje van te maken.

Als het in de wintermaanden kouder, natter en donkerder wordt, zijn we sneller geneigd om ons in de warme cocon binnenshuis op te sluiten. Met een dekentje in de zetel zitten suffen, klinkt dan aantrekkelijker dan erop uit trekken in guur weer. Juist in de wintermaanden is het belangrijk om buitenlucht op te snuiven: een frisse neus halen of een luchtje scheppen, zoals dat heet. Bij voorkeur in daglicht! Een mens heeft nu eenmaal een dagelijkse dosis echte buitenlucht nodig om goed te kunnen functioneren. Dat is gewoon zo. Nadien zit je eens zo goed in die comfortabele zetel. In de nieuwste Running.be las ik trouwens dat in de koude sporten goed is voor je immuunsysteem en dat buitensporters de helft minder kans hebben om verkouden te worden. Voila. Verkies dus de buitenlucht boven een te fel verlichte en slecht verluchte fitnessruimte.

Ik hou van de uitspraak dat er meer zuurstof in de lucht zit als het regent of net geregend heeft. Wetenschappelijk gezien blijkt dit echter geen keihard feit te zijn. Wel werd vastgesteld dat de ideale looptemperatuur zo’n 7 °C bedraagt. Bij die temperatuur zou je de beste (en snelste) loopprestaties kunnen leveren. Dat is zeker niet koud als de richtlijn is dat je 10 graden aan de buitentemperatuur moet toevoegen om te weten hoe je je moet kleden voor een looptraining. Is het bijvoorbeeld 15 °C, dan moet je je dus kleden alsof het 25 °C is: met een korte broek en korte mouwen. Volgens die redenering is 7 °C dus inderdaad een aangename looptemperatuur. 20 °C is al veel te warm. Aangezien ik ben uitgerust met een oerdegelijke thermostaat heb ik nooit koud als ik ga lopen. Mijn papa zei ooit: koud hebben bij het lopen, is een luxeprobleem. Dat warmbloedige lichaam is namelijk een familietrek.

Begrijp me niet verkeerd: ik verkies zon en warmte boven regen en koude. Het leven ziet er gewoon beter uit als de zon schijnt. Met pijn in het hart denk ik terug aan al die fantastische kilometers die ik de afgelopen snikhete zomer aflegde. Voor het gemak vergeet ik dan meteen ook de liters zweet die ik toen verloor (die uitstekende thermostaat dus), de dorst die ik daardoor continu leek te hebben, de lichamelijke gevolgen van dehydratatie en – niet te vergeten – de obscure insectenbeten die ik verzamelde op de vreemdste plaatsen. Een loper moet in de zomer heel wat concessies doen en trainingen strategisch inplannen. Bij echt warme temperaturen is het bovendien niet verantwoord om zware inspanningen te leveren. In de winter verlies je minder vocht en ook energie aan het regelen van de temperatuur. Geen insect denkt eraan om lopers lastig te vallen.

Mijn geliefde bos oogt momenteel vooral bruin en troosteloos. 50 shades of brown om de verbeelding te prikkelen. In de tristesse van kale bomen en een modderige ondergrond zit ook wel een zekere schoonheid verscholen. Je kan de lente en herfst in het bos pas echt waarderen als je ook de wintertoestand volop hebt ervaren. In de koude op de fiets zitten met een portie regen en wind kan ronduit lastig zijn. In die mate dat zelfs mijn doorgaans positief ingestelde gemoed er last van heeft. Na mijn 116 modderige mountainbikekilometers in Kasterlee heb ik voorlopig dan ook geen behoefte aan fietsen in de modder. Al lopend zijn wind, regen en modder helemaal niet erg. Het is warmer dan op de fiets en met degelijke schoenen en goede sokken krijgt geen regenbui of modderstrook je klein. Sterker nog: het kind in mij wordt wakker door eerst over plassen te springen (wat meteen ook goed is voor mijn beperkte sprongtechniek) en er nadien gewoon heel hard door te plenzen. Als kind gaf ik namelijk nooit toe aan de drang om in plassen te springen omdat ik slim genoeg was om te beseffen dat een natte broek lastig is. Een loopbroek wordt nooit echt nat en verdwijnt meteen in de was. Geen vuiltje aan de lucht dus. En om er nog een schepje positivisme bovenop te gooien: in de modder kan je niet vallen, maar glij je uit en land je zacht. Dat heb ik zondag aan den lijve ondervonden toen ik met veel enthousiasme een glibberige afdaling nam tijdens een trailrun. Hoppa, naar buiten!

img_3571

 

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2019

Ik sloot 2018 succesvol af met een snelle tijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Zo snel dat ik voor de eerste en wellicht ook enige keer Seppe versloeg met zomaar eventjes twee minuten. Met dank aan de seingevers die hem de verkeerde kant opstuurden waardoor hij geen 11 kilometer liep zoals ik, maar 15. Ach ja, soms staat het geluk gewoon aan je zijde. Een nieuw jaar dat betekent weer volop nieuwe loopplannen maken. Gisteren hadden Roos en ik daar een officiële meeting over: met agenda’s erbij en notities maken. We besloten dat het loopplezier voorop staat en dat we bijgevolg verstandig zullen omspringen met ons lichaam om ten allen tijde blessures te vermijden. Verstandig doseren is de sleutel voor een geslaagd voorjaar. Dat liep vorig jaar mis. Ik nam mijn taak als coach toen serieus en sleurde mijn pupil Roos mee naar verschillende wedstrijden. Dit jaar zal mijn enthousiasme niet afnemen en zal ik evengoed tot vervelens toe blijven doordrammen over lopen, maar dan wel als actieve loper en niet als mankende toeschouwer.

Het speerpunt van mijn voorjaar is de marathon van Parijs op 14 april. Twee jaar geleden liep ik de Paris Marathon al eens. Mijn symmetrische eindtijd van 3:21:23 was goed voor mijn snelste marathontijd. Als er iets is wat ik heb geleerd dan is het dat een snelle tijd relatief is en dat je die vooral loopt als je het niet verwacht. Hoe meer je je richt op de tijd, hoe minder je mee krijgt van de ervaring. Een jammerlijke zaak. Ik weet nu dat het parcours in Parijs in de categorie uitdagend valt. Een gewaarschuwd loper is er in dit geval minstens twee waard. Ik weet nu dus ook dat een zwaarder parcours mij niet noodzakelijk klein krijgt. Mijn doel is simpelweg om goed voorbereid aan de start te staan, stress tot een minimum te beperken en er vooral heel veel deugd van te hebben. Ik kan immers rekenen op een uitgebreid ondersteunend team, bestaande uit mijn zussen, mama én tante. Een weekend om nu al heel erg naar uit te kijken!

Om die goede marathonvorm te bekomen is het vooral zaak om niet te hard van stapel te lopen. Dankzij mijn intensieve voorbereidingsperiode voor de Hel is mijn vorm op dit moment namelijk al goed. Ik verlang wel naar de duurlopen, want kilometers maken langs de Vaart: dat is één van de dingen die ik het allerliefste doe. Om te voorkomen dat ik als een dolle te keer ga en dat de loopteller te veel doorslaat, blijf ik zeker ook fietsen. Al is het maar uit liefde voor Juan, mijn zwart-groene Orbea. Januari en februari zijn overgangsmaanden waarin het lengen van de dagen eindelijk voelbaar zal zijn. Aanstaande zondag lopen Roos en ik een nieuwkomer op de trailrunning kalender: de Naturarun in Holsbeek. Met 520 hoogtemeters over 18 kilometer een pittige onderneming, maar wel eentje op prachtig terrein. Een mooie afstand en uitdaging om het seizoen mee te beginnen.

We kijken nu al reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag op 10 maart, waar we de halve marathon voor onze rekening zullen nemen. CPC staat voor city-pier-city omdat je vanuit de prachtige Haagse binnenstad naar en langs de kustdijk loopt om dan terug te keren naar de stad. De CPC is voor ons niet minder dan een familie-evenement, aangezien onze oudste neef Maarten met zijn gezin in Den Haag woont. Telkens een blij weerzien! Enkele vaste waarden van dit weekend: supporteren voor onze neefjes Senne en Lev bij de kids run, bijpraten met Irene, een beetje (heel klein beetje) lachen met Maarten die elk jaar van plan is om de halve marathon te lopen, maar uiteindelijk toch kiest voor de 10 kilometer en genieten van de sfeer op het Malieveld. Vorig jaar eindigde mijn CPC Loop na 3 kilometer met een blessure. In 2017 stond Roos geblesseerd aan de zijlijn. Dit jaar gaan we dus allebei eenvoudigweg voor een start en finish zodat het weer een geweldig weekend in Den Haag wordt. Vijf weken voor mijn marathon geeft een goede halve lopen bovendien veel vertrouwen.

img_3603
Zoek onze familie.

Ik vertelde al eens dat ik sportief uit de startblokken schoot in 2014. Samen met Roos liep ik toen in mei de 20 km van Brussel. Mijn voorbereiding verliep geheel volgens eigen wijze, maar we haalden wel ons doel en liepen voor het eerst in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Dat was op z’n zachtst gezegd een ervaring om niet snel te vergeten. De 20 kilometer van Brussel gaat dit jaar door op 19 mei en wij zullen natuurlijk niet ontbreken. Lopen in Brussel is namelijk altijd een genoegen. De hoofdstad laat zich perfect combineren met allerhande groene plekken en hoogtemeters. In maart gaan we dan ook al eens poolshoogte nemen in het Brusselse. Op 17 maart staat er een wedstrijd in Elsene op het programma en op 31 maart de Brussels 10 Miles met start en finish in het Koning Boudewijnstadion.

In de zomervakantie staat ons familieweekend in Houffalize op de planning waar er, hoe kan het ook anders, gelopen moet worden. Twee jaar geleden liep ik er met papa de La Chouffe trailrun van 50 kilometer, vorig jaar liep hij met Roos 25 kilometer. Om de kerk in het midden te houden gaan we dit jaar wellicht voor 36 kilometer onvervalst trailplezier. Een trail lopen is namelijk altijd een goed idee: in een ontspannen sfeer genieten van de groene omgeving omringd door sympathieke lopers. Soms kan het heel simpel zijn. In Houffalize ontstaan al eens grootse najaarsplannen: deelnemen aan de Hel is daar een voorbeeld van. De plannen voor het najaar zijn nu nog onder voorbehoud. Het idee is echter dat ik samen met Roos een marathon zal lopen, waarbij ik mijn diensten als haas zal aanbieden. Waarschijnlijk gaan we voor de marathon van Brugge op 20 oktober. Papaatje, als je dit leest: aansluiten kan altijd. Het mooie van plannen maken, is dat ze ook zo gewijzigd kunnen worden. Er zal echter gelopen worden in 2019, zoveel is zeker.

Het portret – Afscheid van mijn liefste Oma

Het jaar eindigt in mineur. Vandaag namen wij afscheid van Oma die onverwacht overleed op kerstdag. Begin deze maand werd ze 90 jaar. Een prachtige leeftijd voor een ijzersterke vrouw. Ze is gestorven zoals ze het zelf gewild zou hebben: plots, thuis, zonder af te zien. Dat biedt troost, maar neemt het ongemakkelijke gevoel niet weg dat haar leven nog niet af was. Ze is er ineens niet meer en dat klopt niet. Net zoals de trui die ze voor Marike aan het breien was: bijna klaar, maar nog niet helemaal. Of mijn kerstkaart die wel op de post ging, maar niet meer geopend kan worden door haar handen. Misschien is het ook typisch Oma om ons te snel af te zijn. 90 worden, een feest plannen en dan het licht dat uitgaat. Na de tranen denk ik met een grote glimlach en vol trots aan alles wat Oma voor mij betekent en de talloze herinneringen die ze nalaat.

Een grootouder die sterft dat is voor een stuk ook afscheid nemen van je kindertijd. De jaren negentig zijn één brok nostalgie. Zo leerde Oma ons met de kaarten spelen en later kruiswoordraadsels maken. Ik leerde dat Eire Ierland is. Ik leerde dat jeirebezen aardbeien zijn en een peerrips een wesp. Seppe en ik verslonden de Jommekes strips die Oma voor de kleinkinderen kocht. We wisten allemaal waar de glazen snoeppot met fruittella’s stond. Oma nam ons in de zomer mee naar de speeltuin. Alles was goed als zij maar in de schaduw kon zitten. Ik herinner me ook hoe Oma en Opa toe leefden naar het huwelijk van onze Mark. Oma en ik knipten maanden van tevoren confetti uit gebruikte chocoladewikkels. Als ze op reis gingen, namen ze altijd chocolade mee voor de kleinkinderen. Ik koester nog steeds de authentieke matroesjka die ik kreeg omdat ik voor hun kat had gezorgd toen zij in Rusland waren. Toen ik op de middelbare school zat, ging ik tijdens de examens ’s middags bij Oma en Opa eten. Oma’s kost: dat was oerklassiek, maar altijd lekker omdat het van Oma was.

Oma en Opa werden ouder, ik ook. Als ik bij hen langsging, was er altijd genoeg om over te praten. Wat er zoal op tv kwam bijvoorbeeld. Nieuws van de andere familieleden. Het vreemde gedrag van hun kat Jappe. Occasioneel een roddeltje dat in de Story stond die ze bij de kapper las. Oma kreeg een klap toen Opa vijf jaar geleden stierf. Ze waren ruim zestig jaar getrouwd, maar sterk als ze was, ging ze alleen verder. Ze verliet het huis dat ze met Opa had gebouwd om in de tuin van onze Mark te gaan wonen. Een nieuwe start als 87-jarige: niet iedereen kan dat. Koken beperkte Oma echter tot een minimum. Ze bakte wel nog af en toe frieten voor zichzelf en verving maaltijden al eens door een stuk taart. Ah ja, want een stuk fruittaart is toch hetzelfde als een boterham met confituur? Haar plan trekken en leven, dat was Oma ten voeten uit.

De laatste jaren ging ik te weinig naar Oma. Dat was niet erg, want Oma was altijd gewoon blij als ik kwam. Vol bewondering aanschouwde ze de kledingstukken en tassen die ik naaide en zelfs de sjaals die ik breide. Ons Joke, dat is nogal nen artiest, zei ze dan tegen al wie het wilde horen. Ik kon geen groter compliment krijgen aangezien zij dé handwerk-expert was. Oma was ook een trouwe volger van het wielrennen. Al in mijn vroegste herinneringen was ze fan van Tony Rominger, een Zwitser: daar gingen ze ook op vakantie. Hij won helaas nooit de Tour. Uiteraard volgde ze ook Seppes sportieve prestaties nauwgezet op. Als zijn naam nog maar in de krant stond, ging ze al blinken van fierheid. Je moest als kleinkind niet in de krant staan om Oma trots te maken, dat was ze sowieso. Het geeft me nu wel een warm gevoel dat Oma mij vorige week nog in haar gazet Het Nieuwsblad heeft zien staan door mijn prestatie in de Hel mét foto.

Als kind was ik me al bewust van het onvermijdelijke idee dat ik het overlijden van Oma en Opa zou meemaken. Op de één of andere manier leek dat altijd veilig ver weg. Nu Oma er niet meer is, voelt het alsof ook mijn leven even stilstaat. Ze zal mij niet ouder hebben gekend dan de 33 jaar die ik nu ben. Alles wat ik nu nog meemaak, zal ik niet meer met Oma kunnen delen. We zagen elkaar dan wel minder, maar ze was nog steeds dezelfde Oma als die uit mijn jeugd. Ik schreef haar kaartjes om te tonen dat ze nog steeds een rol vervulde in mijn leven. De laatste tijd vond Oma het vooral belangrijk dat haar familieleden samen waren en elkaar konden vinden. Ze moest daar zelf niet meer per se in betrokken zijn. Als wij het weer eens hadden over lopen, dan vond ze het mooi om te zien dat wij iets deelden. Die band is wat overblijft. Oma zit nog altijd tussen ons.

Ik heb geen afscheid genomen van Oma. Misschien is dat ook niet zo erg. Ik zou niet weten hoe ik dat had moeten doen. Vaarwel zeggen. Voor eeuwig en altijd. Wat had ik haar moeten toewensen? Hoe had ik haar kunnen geruststellen? Ik denk dat Oma alles al wist wat ik haar nog had kunnen zeggen. En ik kan ook wel bedenken wat zij me nog had kunnen vertellen. Ik voel Oma nu overal. Zowel in de spullen die ik van haar heb, als in de gedachten die door mijn hoofd wandelen. Slaap zacht, Rachelle. Dag liefste Oma.

 

De muziek – Mijn soundtrack van 2018

2018 loopt op zijn laatste benen. Tijd voor lijstjes en overzichten met originele vragen en gevatte antwoorden. Op tv worden filmische jaaroverzichten uitgezonden met de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn als je door professionals zo’n compilatie zou laten maken van je eigen jaar, compleet met heroïsche muziek en al. Het nadeel is dan wel dat die mensen je paparazzi-gewijs doorheen het jaar constant op de hielen zouden moeten zitten. Weg privacy. Gedaan met de kluizenarij waar ik al eens van hou. Bovendien ben ik ook niet zo van de beelden. Ik maak wel foto’s, maar bij sportieve gebeurtenissen zijn die erg beperkt. Als ik een marathon loop, dan is het minste van mijn zorgen hoe en of dat wel op de gevoelige plaat vastgelegd wordt. Ik koester mijn ervaring en de plaatjes die ik schiet in mijn hoofd meer dan de actiefoto’s die ter plaatste genomen worden. Mijn jaar laat zich dan ook beter samenvatten in woorden en muziek.

In januari had ik een duidelijk doel voor ogen: in april zou ik een snelle marathon van Rotterdam lopen. Ik trok lessen uit 2017 waarin ik maar liefst vier marathons liep: dat was om verschillende redenen niet ideaal. Bovendien liep ik te vaak vanuit een frustratie en boosheid. Ik verloor mezelf wat en daarmee ook het initiële geluk dat lopen mij schenkt. De rust keerde weer in mijn hoofd en daarmee ook een grote drive om hard te trainen. Te hard eigenlijk. Tijdens mijn duurlopen eindigde ik altijd met het prachtige album Cleopatra van The Lumineers. Net zoals de Egyptische koningin waande ik me onaantastbaar. Ik staarde me blind op de kilometers die ik moest lopen en de tempo’s die ik moest halen. De kroniek van een aangekondigde dood: in maart stond ik na amper drie kilometer van de halve marathon in Den Haag langs de kant. Ik kon niet meer op mijn linkerbeen steunen. Drie weken liep ik met een kruk. Weg marathondroom. This is the end, my only friend the end: zoals wijlen Jim Morrison het zong. Met pijn in het hart keek ik vanaf de zijlijn toe hoe het loopproject dat ik op school had opgestart verder liep. Ik luisterde toen heel vaak naar Dreamer van Axwell ^ Ingrosso, waarin zowel mijn loopgeluk als -verdriet werden vervat. Mijn dromen werden aan diggelen geslagen, maar de dromer in mij was niet morsdood.

Op 20 april overleed Avicii. Ik stapte mankend verder door het leven en ontdekte Hey Brother. Zoals ik hier al vertelde, raakte dat een gevoelige snaar. Ik dacht aan mijn broer die op sportief vlak ook al de nodige woelige watertjes had doorzwommen (letterlijk en figuurlijk zelfs, check zijn triatlonverhalen maar). Eind april ging ik met school naar Parijs. Ik miste niet alleen mijn maatje An, maar ook de ochtendloopjes die ik daar normaal gezien afleg. Er was echter licht aan het einde van mijn weemoedige tunnel. Op 30 april liep ik voor het eerst weer in gezelschap van Roos. Maar liefst vijf keer een volle minuut. Het was toen niet toevallig stormachtig weer: revalideren en opbouwen gaat namelijk met ups en downs. I was a king under your control om het met Years & Years te zeggen: de koning te rijk dat ik weer aan het open was, maar de angst voor een blessure domineerde. In de maand mei overheerste uiteindelijk wel de zon en de energie die ik haalde uit mijn werk. Big God, de nieuwe single van Florence + The Machine, deed me nadenken over welke god ik nodig zou hebben. In juni ging de zon nog harder schijnen. Ik leerde steeds meer te vertrouwen op mijn lichaam en besefte dat het me niet in de steek had gelaten. De loper in mij beleefde een revival die werd gekenmerkt door het opzwepende Patricia van Florence’ nieuwe plaat High as Hope, dat kan geen toeval zijn.

In de zomervakantie gingen mijn loopkilometers in stijgende lijn en zo ook mijn loopgeluk. Dankbaar voor elke kilometer die ik liep, nam ik Rebel Heart van de nieuwe plaat van First Aid Kit nogal letterlijk: I don’t know what it is that makes me run. Juli bood mij heel wat mooie looprondjes op verplaatsing en ik overschreed weer eens de kaap van de 20 kilometer. Het plan voor de Hel van Kasterlee werd geboren in Houffalize. Mijn blog zag het daglicht. Ik maakte fietstochten naar Tervuren en Brussel met mijn nieuwe stadsfiets. De boeken vlogen erdoor en de koffie ook wel. Als ik in het bos was, kon ik helemaal opgaan in My Wild Sweet Love van First Aid Kit. Het bos als geliefde: het moet niet gekker worden. Ik sloot het einde van de maand af in Parijs, waar ik de dag weer lopend kon beginnen. Hoera! In augustus zette ik me voor het eerst op een mountainbike en kreeg ik de klikpedaal onder de knie. Het begin van een mooi avontuur: mijn status als fietsende loper beviel me meteen erg goed. In september begon een nieuw schooljaar en ging ik verder op mijn sportieve elan. De zon bleef schijnen. Behalve toen ik er daags voor mijn 33e verjaardag op uit trok om een XL duurloop af te leggen. Die sloot ik muzikaal af met Florence’ The Girl With One Eye: een behoorlijk gestoord lied wat meteen ook mijn beproeving samenvatte.

In oktober waren mijn beide ogen gericht op de marathon in Brussel. Ik luisterde veel Spinvis en dan vooral Kom terug. De dag voor mijn marathon verhuisden Roos en Niko. We zijn nu niet langer buren, maar moeten in plaats van enkele tientallen meters enkele kilometers overbruggen om elkaar te zien. Voor alle duidelijkheid: Roos moet niet terugkomen. De tekst zegt dat je in het leven moet durven doen en ontdekken als je wel steeds terugkeert naar jezelf of je thuis. Met die gedachte liep ik een formidabele marathon. Mijn laatste weken richting de Hel werden gekenmerkt door slecht weer en trainen in de duisternis. Ik stemde mijn muziekkeuze daarop af om het gebrek aan sfeer te compenseren. Zo was ik meteen gewonnen voor Hoziers nieuwe single Movement: toepasselijk. November is ook altijd een beetje de maand van Leonard Cohen. There’s a crack of light in everything, that’s how the light gets in. Ik luisterde bovendien ook veel naar Franse muziek, onder andere van de in oktober overleden Charles Aznavour. Het was echter toch vooral Gérard Lenorman die de nagel op de kop sloeg toen hij mij op de fiets toezong Voici les clés de ton bonheur, il n’attend plus que toi. De fiets bleek inderdaad een sleutel tot mijn geluk te zijn. De maand eindigde muzikaal met een klepper van formaat: het optreden van Tamino in de AB. Diens Sun May Shine raakt steeds weer een gevoelige snaar. Ook hij had gelijk: de zon ging stilaan weer schijnen.

December was niets minder dan duatlonmaand. Ik deed al uitgebreid verslag over mijn avontuur in de hel. De muziek die ter plaatse door DJ Infinity wordt gespeeld bleef de afgelopen jaren nog lang nazinderen. Wat me van deze editie zal bijblijven, is het succes van Leef. Toen ik na ruim 100 kilometer op de fiets aan de sporthal passeerde, schalde dit door de boxen en ik kon niet anders dan denken dat ik nu inderdaad echt wel aan het leven was. Het muzikale en ook wel sportieve hoogtepunt was echter het afsluitende loopnummer. De playlist die ik met Roos voor de gelegenheid samenstelde, bewees zijn nut. Het ijzersterke begin met Counting Stars van OneRepublic zette meteen de toon. We bespraken al uitvoerig hoe de shuffle erin slaagde om het juiste lied op het juiste moment af te spelen. Het enige minpuntje was dat onze playlist ruim 4,5 uur aan muziek bood en ik slechts 2,5 uur nodig had om mijn 30 kilometer af te leggen. We misten dus enkele pareltjes: dat heet dan een luxeprobleem.

2018 was zoals steeds een jaar met dalen en pieken over een hobbelig en vaak off-road terrein. Soms verlang ik naar meer snelle en veilige asfaltwegen in mijn leven die voorzien zijn van een duidelijke bewegwijzering. Dat zou me meer gemoedsrust geven, want ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik ben benieuwd welke paden ik in 2019 zal bewandelen en welk uitzicht ze me zullen bieden.

Een kerstboodschap van algemeen nut

Lieve lezers

Mijn kerstboom staat sfeervol te pronken. Er ligt geen sneeuw, maar de zon schijnt. Ik pakte mijn kerstcadeaus in met wat zeemzoete kerstmuziek en kattengeronk op de achtergrond. Geduldig tel ik af tot de ontknoping van De warmste week. Er mag geen twijfel over bestaan: ik ben klaar voor de feestdagen. Vooraleer het feestgedruis in alle hevigheid losbarst, geef ik jullie graag mijn tips voor een vredige en energieke kerst.

Beweeg! Wie dacht dat ik de komende weken sportief verzadigd zou zijn na mijn duatlon-avontuur heeft het grondig mis. Ik ging al een paar keer lopen, gisteren zelfs in de gietende regen, en ik genoot ervan met volle teugen. Gun je lichaam wat beweging voor het een avond gebeiteld in een stoel moet doorbrengen om een zitmarathon tot een goed einde te brengen. Maak een wandeling of fietstochtje, kijk om je heen en de kerstdis nadien zal eens zo goed smaken.

Relax! Ik krijg soms de indruk dat feestdagen gelijk staan aan stressdagen. Er komt dan ook het nodige voorbereidende werk kijken bij uitgebreid feesten in gezelschap. Ook mijn eigen to-do lijstje is tot op vandaag behoorlijk gevuld met diverse taakjes: het ene al urgenter dan het andere. De kunst is om ook van de tijd voorafgaand aan het feest te genieten. Als ik kook, probeer ik dat met liefde te doen voor zij die het voorgeschoteld zullen krijgen. Dat smaakt immers beter dan de wrange nasmaak van stress.

Praat! Wij zullen in onze familie wellicht nog uitgebreid nakaarten over onze avonturen in Kasterlee. Kwestie van de verschillende perspectieven samen te brengen tot een familieportret van een boeiende dag. Er zijn echter ook andere onderwerpen die de revue zullen passeren: de dingen des levens op kleine en grote schaal. Met wie je de avond ook doorbrengt: babbel eens goed bij en geniet van het gezelschap.

Feest! Lach, geniet ervan en wees ook lief voor de dieren.

Ik wens jullie sprankelende feestdagen!