Het moment – Vreugde en vuur in Parijs

Parijs stelt nooit teleur. Het zou uit mijn mond kunnen komen, maar het is een uitspraak van Roos. Helaas krijgt datzelfde Parijs de ene rake klap na de andere te verwerken. Er waren aanslagen, steekpartijen en schietincidenten die niemand onberoerd lieten. De stad lag knock-out op de grond, krabbelde weer recht en hervatte het leven van alledag. Sinds enkele maanden zijn er de gilets jaunes die vernielingen aanrichten in de buurt van de Champs Elysées. Ook de oh zo robuuste Arc de Triomphe moest incasseren. Mijn geliefde stad krijgt het hard te verduren en dat doet pijn. Ondanks al dat geweld blijft het Parijse hart kloppen. Ik bracht vier dagen door in de Franse metropool in gezelschap van mijn zussen, mama en tante. Ik liep zondag mijn tiende marathon. Ik hield me aan mijn plan en genoot ervan met volle teugen. Ik liep een sterke marathon. Ik finishte in 3:22:10. Ik was euforisch. Roos kreeg maar weer eens gelijk: Parijs stelde wederom niet teleur. Na de vreugde kwam het verdriet. Ik was geschokt toen ik gisterenavond thuiskwam en hoorde dat de Notre-Dame in lichterlaaie stond. In de namiddag liep ik met Roos nog langs ons Notje. Vuur dat is verwoesting, maar ook strijdlust en passie. Het was een vurige vierdaagse op meerdere fronten. Een uitgebreid raceverslag volgt snel, maar ik sta graag al even stil bij de waarde van dit marathonverhaal.

Ja, ik genoot dus van de trip én de marathon. Ik trok lessen uit de vorige marathon die ik liep in Parijs. In april 2017 dekte het woord nerveus niet de lading voor de staat waarin ik me bevond. Ik liep de muren op van mijn eigen onrust en ging ook letterlijk tegen de grond anderhalve dag voor ik in Parijs 42,2 kilometer zou lopen. De marathon was een gevecht dat ik maar ternauwernood kon winnen. Ik liet er mijn snelste tijd optekenen, maar bleef met een gevoel van ontevredenheid rondlopen. Lessons learned, dat zou mij dit jaar niet overkomen. Toen ik vrijdagnamiddag mijn startnummer ging ophalen, voelde ik me een heel andere mens dan het stresskonijn van twee jaar geleden. Ik had met redelijk wat vertrouwen toegeleefd naar mijn grote dag en ik voelde me ook mentaal sterker dan ooit tevoren. Dat kan ook moeilijk anders met het geweldige team dat mij omringde. Bij elk van die tien marathons kon ik rekenen op mijn mama en zussen als trouwe bevoorraders en supporters. Die persoonlijke ondersteuning is zonder enige twijfel goud waard. Uiteraard tijdens de marathon, maar misschien nog belangrijker in de aanloop er naartoe. Mijn familie voelt mij perfect aan: ze voelen of ik peptalk, dan wel afleiding nog heb. Ze prijzen me af en toe de hemel in. Ik kan hen alles toevertrouwen. We hebben bovenal heel veel gelachen en plezier gehad vanaf de eerste momenten in Parijs. Het sportieve luik was een onderdeel van een schitterend geheel. Mijn marathon is een kunstwerk dat opvalt omdat het pronkt in een unieke lijst.

IMG_4224
Twee zussen en drie zussen, maar vooral een winning team!

Ik liep tien marathons in vier jaar tijd. De helft daarvan liep ik in Brussel en Parijs. Tien marathons, dat klinkt ook in mijn lopersoren als heel veel. Ik begon vijf jaar geleden te lopen na jaren van inactiviteit. Samen met Roos stoomde ik me klaar om de 20 kilometer van Brussel tot een goed einde te brengen. Het bleek het begin van een heel mooi verhaal te zijn. Wie mij in april 2014 had gezegd dat ik over vijf jaar tien marathons gelopen zou hebben, had ik eens goed uitgelachen. Ik loop omdat ik daar een gelukkigere mens van word: dat kan ik niet genoeg herhalen. De marathon ligt mij. Hoe saai een marathon lopen soms ook is, mijn hart staat in vuur en vlam als ik nog maar denk aan een marathonplan. Ik voel me als herboren na elk marathonavontuur. Lopen was aanvankelijk een fijne hobby die ik deelde met Roos. Ondertussen is het een fundamenteel onderdeel van wie ik ben. Met mijn 3:22 van zondag evenaarde ik mijn snelste tijden van Parijs 2017 en Brussel 2016. Ik liep nu drie marathons aan hetzelfde harde tempo. Waar ik vroeger gebrand was op sneller en beter, besef ik nu als geen ander dat bevestigen net zo straf is. Ik ben daar op dit moment ook schaamteloos trots op. Ik zit weer eens op een roze marathonwolk en Elton John zingt I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

Nadat ik de finishzone verlaten had, kreeg ik een dikke pakkerd van mijn supporters. Mijn zweetlucht namen ze er zonder verpinken bij. Voor Tante Hilde was het de eerste keer dat ze een marathon volgde. Het was een voorrecht om erbij te zijn, zei ze. Ik kan hier alleen maar op antwoorden dat het een voorrecht was om jullie marathonloper te zijn. Un grand merci!

Marathonpraat – Waar ik zoal aan denk tijdens een marathon

Vandaag is M-day. Ik mag aan de bak in Parijs. Tijdens trainingen loop ik altijd met muziek, tijdens wedstrijden of marathons nooit. Ik heb die afleiding dan niet nodig en wil juist loskomen van mijn doorwinterde looproutine. Als je uren loopt, dan doe je veel indrukken op en schieten er heel veel verschillende emoties door je hoofd. Na een marathon heb ik doorgaans enkele dagen nodig om die ervaring te verwerken: niet alleen het afzien moet een plaats krijgen, maar ook de losse gedachtesnippers die door mijn hoofd dwarrelen worden gecatalogeerd. Dit is een overzicht van wat er zoal door dat hoofd van mij waait tijdens een marathon.

Fase 1: in het startvak
– ik probeer niet al te veel onder de indruk te zijn van de lopers rond me, maar toch: iedereen ziet er beter voorbereid uit
– ik ben opgelucht dat ik het tot aan de start heb gehaald: het enige wat ik nog moet doen is lopen
– ik probeer een moment van bewustwording te creëren: hier heb ik het voor gedaan, al die kilometers gelopen en gefietst, nu gaat het gebeuren

Fase 2: alles is plezant
– ik kijk rond en vind alles interessant: oh wat een mooi gebouw! oh wat een grappige wolk! oh er zijn toeschouwers!
– ik lijk te vliegen en voel nergens een pijntje met dank aan de adrenaline
– ik probeer om het juiste tempo te vinden, dat is niet evident omdat mijn gevoel en de kilometertijden die ik zie niet overeenstemmen
– ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik er echt van moet genieten
– ik ervaar elk moment als zijnde magisch: tikkende loopschoenen op het asfalt zijn de mooiste symfonie die ik al hoorde
– ik versnel automatisch bij alleen nog maar de gedachte dat ik mijn supporters zal zien

Fase 3: de verveling slaat toe
– ik kijk rond en zoek afleiding, ik moet mijn best doen om die te vinden: de gebouwen zien er plots allemaal hetzelfde uit, de wolken en toeschouwers ook
– ik vind afleiding bij andere lopers: ik probeer te achterhalen welke schoenen ze dragen (merk + model)
– ik ga nog een stapje verder en raad hun schoenmaat en leeftijd, ik gok hoeveel marathons ze al gelopen hebben
– ik denk aan de geschiedenis van de marathon en hoe atleten met veel slechter materiaal dezelfde afstand aflegden
– ik probeer me niet te focussen op het tempo dat ik loop, maar op hoe het aanvoelt
– ik visualiseer dat ik enkel nog maar een lichaam ben dat zo uit een anatomieboek lijkt weg te lopen, ik bedenk hoe al die spieren in werking zijn om mij aan het lopen te houden
– ik vraag me af waar mijn mama en zussen zich op het parcours bevinden en ik denk na over wat ik hen in twee seconden kan toeroepen
– ik denk aan al het lekkere eten en drinken waar ik mezelf op zal trakteren na afloop
– ik zoek een geschikte soundtrack die ik opzwepend in mijn hoofd probeer af te spelen
– ik tel af hoeveel gels ik nog moet wegwerken

Fase 4: het wordt zwaar
– ik probeer kilometer per kilometer te denken en vergelijk de afstand die ik nog voor de boeg heb met looptoeren die ik vaak loop of met de mijlen die ik op school loop
– ik probeer de tijd los te laten, maar kan het ook niet laten om rekensommetjes te maken in mijn hoofd
– ik denk aan wat ik zal zeggen tegen mijn familie als ik aangekomen ben
– ik verbeeld me dat ik toeschouwers inspireer om ook een marathon te lopen, ik denk echter dat voor de meeste toeschouwers juist het omgekeerde geldt
– ik denk aan iedereen die achter mij loopt en het net zo zwaar heeft
– ik concentreer me op mijn houding: mijn armen probeer ik zo ontspannen mogelijk te bewegen, ik recht mijn rug en kantel mijn bekken een beetje: meestal hou ik die perfecte houding slechts een halve minuut vol
– ik probeer mijn bochten zo kort mogelijk te nemen en de ideale lijn te volgen, elke centimeter dat ik die kan afsnijden voelt als pure winst
– ik verbied mezelf nog om om mijn kilometertijden te bekijken om het gekmakende rekenen tegen te gaan
– ik ben me ervan bewust dat juist dit een marathon lopen is

 

Het gerief – Wat zit er in mijn tas?

Toon me je tas en ik vertel je wie je bent. Ik denk wel dat er iets valt af te leiden uit wat mensen meenemen in hun tas. Mijn tasinhoud toont aan dat ik een sportieve lezer ben die het graag netjes houdt en voorbereid is op elke situatie: gaande van een banaliteit tot een ernstige calamiteit. Ook in het oerwoud van de metropool moet ik kunnen inspelen op elke onvoorziene situatie die om de hoek loert. Mijn tassen zijn doorgaans goed gevuld, maar ook tot in de puntjes gestructureerd. Ik krijg koude rillingen van tassen waarin alles lukraak op elkaar gegooid wordt en tandenborstels tussen kleding terechtkomen om maar iets te noemen. Er bestaat zoiets als tassenetiquette, zowel bij het in- als uitpakken. Ik selecteerde enkele onmisbare items die ik mee zal sleuren naar Parijs in mijn valies of handtas.

loopschoenen, compressietubes en enkele paren Stance sokken
Logisch natuurlijk, ik ga een marathon lopen op mijn Nike Zoom Fly’s. Ik neem altijd loopschoenen mee als ik op verplaatsing ben. Stance zijn onmisbare sokken voor elke citytripper. Ik voorzie trouwens ook een mini-dosis wasmiddel zodat ik mijn kleding kan uitspoelen en niet de hele hotelkamer naar mijn zweet ruikt.

flesje water
Water drinken is een basisbehoefte en de doorwinterde stedentripper moet kunnen anticiperen op tekenen van dehydratie of een droge mond. Ik hou helemaal niet van de Franse merken bruisend water en ik beken dus dat ik al eens een litertje of twee Spa Barisart meesleepte in mijn valies. Deze keer niet, echt waar.

Flat White handdoekenset
Ik personaliseerde handdoeken en een washandje van De Witte Lietaer (de Rolls Royce onder de handdoeken) omdat ik graag heb dat dingen bij elkaar passen: weinig werk en veel resultaat. We verblijven in een hotel mét handdoeken, maar na de marathon kan ik mijn zweet wel stijlvol afvegen.

gekleed nachthemd
Ik heb er nooit echt bij stilgestaan dat niet iedereen waarde hecht aan een nette pyjama tot Roos mij er eens op wees dat ik soms wel heel chique in bed lig. Slapen doe ik dus liefst in stijl met een netjes gestreken nachthemd.

IMG_4150b
Ik wentel me graag in Flat White en blauw.

tasjes, tasjes en nog eens tasjes met diverse inhoud
Een mens kan echt niet genoeg kleine tasjes hebben om dingen in op te bergen. Aangezien ik die ook nog eens zelf kan maken, kom ik er nooit te kort. Onmisbare items zijn: veiligheidsspelden, handcrème, vaseline, zakdoekjes, lippenbalsem, reinigende handgel en ontsmettende doekjes, schaar, nagelknipper, elastiekjes, pen, basic medicatie, naald en draad, deodorant, pleisters in alle soorten en maten, zonnecrème, zonnebril en reinigingsdoekjes. Op de afbeelding zien jullie trouwens de kleine Maurice. Ik maakte nog een sportieve handtas om mijn Flat White travel set te vervolledigen. Dit is een aangepaste versie van de schoudertas uit het boek Zo geknipt!

unieke linnenzak
Deelnemers aan de Hel van Kasterlee zien een dag af voor een aankomst op de rode loper én een uniek finishershirt. Ik werd derde en kreeg onder andere een mooie beker, een groot blauw mannenshirt en een wit vrouwenshirt. De grootste vrouwenmaat bleek een bijzonder smalle small te zijn en ik ben nu niet bepaald smal te noemen. Mijn mini-shirtje kreeg dus een andere bestemming. Ik knipte de mouwen eraf en naaide het dicht. Vuile was opbergen zal nooit meer hetzelfde zijn in dit legendarische shirt.

IMG_4155b

gedateerde reisgidsen
Toen ik in juli 2014 voor het eerste met Roos naar Parijs ging, was ik apetrots op mijn Capitool reisgids die ik bij een uitverkoop van de bibliotheek voor 1 euro op de kop kon tikken. Niet gek, aangezien die editie dateert uit 1998 toen we nog in Belgische franken rekenden. De vermelde prijzen en openingsuren zijn dus niet langer relevant, maar ik blijf dit wel de meest volledige en leerrijke reisgids vinden. Tijdens die eerste Parijs-reis haalde ik de gids bij elke bezienswaardigheid boven om de informatie als een echte gids over te brengen naar Roos. Het grote nadeel is uiteraard het gewicht van dit boekwerk. Omdat mijn kennis over Parijs inmiddels ook uitgebreider is, geef ik eerlijk toe dat ik de Capitool gids tegenwoordig op de hotelkamer laat liggen, net zoals de gedetailleerde kaarten van de Marco Polo reisgids. Ze horen er hoe dan ook altijd bij te zijn.

leesgerief
Ik kan het niet laten om bij elke trip de nodige lectuur mee te slepen, al is het een illusie dat ik de komende dagen boeken zal verslinden. Mijn leespakket bestaat meestal uit de krant van die dag (of voorgaande dagen als ik achter loop), een loopgerelateerd tijdschrift en een leesboek (soms loopgerelateerd). Ik ben momenteel bezig in Abdelkader Benali’s hardloopverhalen: erg goed en toepasselijk, maar ook zwaar, letterlijk dan. En ja, boeken lees ik op papier. Ik voorzie dus ook een lichtere back-up: Born To Run van Christopher McDougall.

Het boek – Marathonloper zonder grenzen Abdi Nageeye

Zondag werd de Rotterdam marathon gelopen. Ik bekeek de volledige uitzending en nadien nog twee compilaties omdat ik nu eenmaal graag in hogere marathonsferen word ondergedompeld. Er was in Rotterdam meer dan één reden om te feesten. De Keniaanse winnaar Marius Kipserem liep met 2:04:11 een nieuw parcoursrecord in de boeken. Onze Belgische trots Koen Naert verpulverde zijn persoonlijke record met ruim twee minuten. Hij finishte als zevende in 2:07:39. Het nationale record van Vincent Rousseau ligt nu binnen handbereik. Ook de Nederlandse topper Abdi Nageeye haalde zijn doel en stelde zijn eigen nationaal record scherper tot 2:06:17. Zijn vierde plaats toont aan dat hij de absolute wereldtop op de hielen zit. Zo graag als ik naar lopers kijk, zo graag lees ik er ook over. André van Kats volgde Abdi Nageeye een jaar. Het resultaat is het boek Atleet zonder grenzen, waarin het uitzonderlijke en met momenten beklijvende verhaal van Nageeyes jeugd in Somalië, Nederland, Syrië en Ethiopië beschreven wordt, alsook zijn sportieve belevenissen in een wisselvallig 2018.

Abdi Nageeyes jeugd laat zich niet samenvatten in enkele zinnen. Hij werd geboren in Somalië en belandde als kind in het Nederlandse Den Helder, waar hij snel integreerde. Vervolgens neemt halfbroer Mohammed Abdi met twee broertjes mee naar Syrië om er te gaan strijden. De kleine Abdi krijgt er een heel ander wereldbeeld voorgeschoteld en leert de kracht van propaganda kennen. Na drie jaar in Syrië belandt Abdi in de Somalische hoofdstad Mogadishu, die op dat moment oorlogsgebied is. Hij wordt er geconfronteerd met een uiterst gewelddadige samenleving die wordt gedomineerd door de strijd tussen verschillende stammen. Wapens en gevechten zijn er schering en inslag, eerwraak de normaalste zaak van de wereld. Abdi laat zich hier echter niet door tekenen. Hij hecht veel belang aan onderwijs en gaat trouw naar de moskee. Uiteindelijk neemt hij als tiener zijn toekomst in eigen handen door met een kalasjnikov op zak een gevaarlijke reis te ondernemen naar Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Als bij wonder bereikt hij zijn bestemming ongedeerd. Van daaruit ligt de weg naar Nederland terug open. Nog voor Abdi achttien is, verblijft hij bij een Nederlands gezin in Gelderland. Op z’n achttiende loopt hij zijn eerste wedstrijd. Twee jaar later wordt hij Nederlands kampioen lange cross.

Abdi Nageeye werd vorige maand 30. Hoewel hij zich op en top Nederlander voelt, woont hij momenteel met zijn gezin in Kenia. Samen met onder andere wereldrecordhouder Eliud Kipchoge traint hij in het spartaanse kamp Kaptagat. Weg van de bewoonde wereld, weg van alle luxe. In 2013 maakte hij nogal impulsief de beslissing om zich volledig op de marathon toe te leggen. Met succes: Nageeye is inmiddels de eerste Nederlandse recordhouder op de vijf lange afstanden. In Atleet zonder grenzen staan ook de sportieve gebeurtenissen van 2018 centraal. Een jaar dat niet zonder slag of stoot verliep. Er is de memorabele editie van de Boston Marathon in april, waar Abdi een zevende plaats en een blessure aan overhoudt. Er is ook het ontgoochelende Europees kampioenschap in Berlijn waar hij na 37 kilometer de strijd moet staken en wederom geblesseerd achterblijft. Het boek geeft je een unieke inkijk in het leven van een professionele loper. Zo kom je meer te weten over de periode waarin Kamiel Maasse het Nederlandse marathonlandschap regeerde en hoe een werkweek van trainingsmakker Eliud Kipchoge eruit ziet. Leuk om te weten: de Kip in Keniaanse namen geeft aan dat iets van het mannelijk geslacht is, wat daarop volgt zijn de omstandigheden waarin iemand geboren is. Kipchoge betekent “geboren nabij graanopslag”.

Hoe aangrijpend het verhaal van Abdi’s jeugd ook is: ik was de draad hier en daar serieus kwijt. Dat komt enerzijds door de ingewikkelde familiale situatie waarin hij zich bevindt. Anderzijds springt het verhaal van de hak op de tak omdat het schippert tussen de jeugdervaringen, het leven van de professionele atleet en korte interviews met Abdi. Naarmate ik vorderde in het verhaal, werkte die cocktail wel. Abdi Nageeye is ook in het echt rad van tong en het leek alsof het boek zo uit zijn mond kwam gerold. Er is immers heel veel om over te vertellen. Ik had gerust meer willen lezen over zijn leven als marathonloper, maar de boeiendste stukken vond ik die waarin Abdi de cultuurverschillen bespreekt tussen Somalië en Nederland. Hij neemt daarbij geen blad voor de mond en hekelt onder andere de berustende houding die zijn Somalische familie aanneemt omdat alles bepaald wordt door het lot. Ook zegt hij onomwonden dat als hij in Syrië was gebleven, hij nu wellicht voor IS had gevochten. Abdi is overtuigd moslim, maar deinst er niet voor terug zich kritisch uit te laten over het geloof. Hij vertelt hoe iemand die varkensvlees eet in Somalië als een grotere misdadiger beschouwd wordt dan iemand die een moord pleegt als vergelding ten opzichte van een andere stam. Abdi heeft nog steeds contact met zijn familie, maar zijn moeder lijkt weinig besef te hebben van het beroep dat haar zoon heeft en het leven dat hij leidt. Het knappe is dat Abdi zowel de voor- als de nadelen van beide culturen in beeld weet te brengen.

Hoewel ik geen fan ben van de typografie van het boek, kon het uitzonderlijke verhaal van Abdi Nageeye mij meer dan bekoren. Uit diens turbulente leven blijkt een enorme drive en overtuiging om verantwoordelijkheid op te nemen voor de keuzes waar iedereen mee geconfronteerd wordt: als loper, maar vooral als mens. Hij durft de lat heel hoog te leggen voor zichzelf zonder voeling te verliezen met de realiteit. Atleet zonder grenzen is een leerrijk en geestverruimend boek over de fenomenale atleet en bovenal mooie mens die Abdi Nageeye is.

Bericht 100 op een sportieve hoogdag

Op 13 juli 2018 werd mijn blog geboren. We zijn nu bijna negen maanden verder en dit is mijn honderdste bericht. 100 berichten, goed voor zo’n 88.000 woorden. Ik droomde onlangs dat mijn blog in boekvorm verschenen was. De cover was afgrijselijk: donkergele letters op een gele ondergrond. Ook in mijn droom vond ik dat spuuglelijk. Ik vind het wel toepasselijk om deze symbolische blogpost op een hoogdag voor de loper en fietser te plaatsen. Om 10u wordt namelijk het startschot gegeven van de marathon van Rotterdam die zichzelf De Mooiste noemt. Publieksfavoriet Abdi Nageeye hoopt het Nederlandse record van 2:08:16 scherper te stellen. Belgische trots en Europees kampioen Koen Naert wil zich in Rotterdam plaatsen voor de Olympische Spelen 2020 in Tokyo. Ik duim volop voor loopmaatje An die eveneens aan de start staat in Rotterdam. De marathon is live te volgen via NPO1. Ik zeg: kijken! En als je niet weet wat er in de namiddag op het sportieve programma staat, dan heb je de afgelopen dagen onder een steen geleefd.

Mijn leven is niet drastisch veranderd sinds ik op regelmatige basis mijn gedachten en verhalen hier neerschrijf. Al vertelde ik ook in mijn 42e bericht dat ik mijn blog niet als iets geheel vrijblijvend beschouw. Ik leg mezelf al eens druk op om iets te publiceren. Het ontbreekt me zelden aan inspiratie, maar veelal aan tijd. In het najaar had ik veel te vertellen over de marathon in Brussel, mijn derde plaats in de Hel en vooral hoe ik me daarop voorbereidde. In januari heb ik dan ook even gedacht dat mijn (online) verhaal verteld was. Ik maak elke maand een ruwe planning van onderwerpen waar ik over kan schrijven, maar ik merk dat mijn teksten vooral organisch ontstaan. Vaak treedt er uit onverwachte hoek plots een bepaald onderwerp naar de voorgrond en genereert dat weer nieuwe ideeën. Zo lag de focus in februari vooral op mijn leven als (lopende) leerkracht.

Door honderd teksten te schrijven kreeg ik meer inzicht in hoe een schrijfproces bij mij verloopt. Zo kost het me meer moeite om de juiste woorden te vinden in periodes dat ik wat worstel met mezelf. Ik lijk dan onzekerheid te bespeuren in elk woord dat op mijn scherm verschijnt. Het kost me weinig moeite om te schrijven over mijn loopverhalen en ook de goed gesmaakte portretten van mijn familieleden vloeiden relatief vlot uit mijn virtuele pen. Dat neemt niet weg dat elk bericht me de nodige tijd kost. Een blogpost moet kunnen groeien in mijn hoofd. Ik moet op een ongedwongen manier informatie en ideeën kunnen verzamelen. Het zal jullie niet verbazen dat lopen en fietsen een ideale generator vormen. Tijdens het sporten kunnen er plots zinnen door mijn hoofd vloeien die ik dan met behulp van ezelsbruggetjes probeer te onthouden tot ik thuis ben. Als ik over een onderwerp wil schrijven en die ideeën komen niet spontaan naar boven, dan zet ik het in de frigo voor later.

Ik probeer er niet al te veel bij stil te staan wie wat hier allemaal leest. Soms vraag ik me af hoe ik overkom bij mensen die mij niet in het echte leven kennen. Hoewel ik bijvoorbeeld geen klager wil zijn, ben ik me ervan bewust dat ik het hier vaak heb over mijn twijfels en onzekerheden. Ik stel me soms kwetsbaar op, maar ik deel ook niet mijn allerdiepste zielenroerselen met het wereldwijde web. Daarnaast ben ik soms ook overdreven enthousiast en heb ik vaak een duidelijk omlijnde mening. Ik denk dat die twee uitersten mij wel typeren als mens in het echte leven en dat ik hier dus een redelijk waarheidsgetrouw beeld van mezelf schets. Uit de statistieken van mijn blog leerde ik dat de portretten die ik schreef over mijn familieleden telkens veel bezoekers trokken en mijn leeservaringen duidelijk wat minder. Dat houdt me echter niet tegen om over boeken te blijven schrijven. Ik ga immers ook geen familieleden verzinnen om er nog meer in de spotlights te kunnen plaatsen. De inspiratie ligt overal voor het grijpen.

Bedankt, lieve lezers, om hier zo af en toe of juist heel vaak te komen lezen. Geniet van de zon, trek er op uit of blijf gewoon lekker in de zetel zitten. Ik wens jullie een schitterende zondag toe!

 

Marathonpraat – Plan Parijs #2

Slechts tien dagen scheiden mij van een tiende marathonverhaal. Dat voelt dicht genoeg om er echt naar uit te kunnen kijken en ver genoeg om de laatste puntjes op de i te zetten. Ik ben nu dus aan het taperen als een bezetene. Concreet betekent dit dat mijn activiteitengehalte duchtig wordt teruggeschroefd. De focus ligt op ontspanning. Vorige week legde ik nog heel wat loop-, maar vooral fietskilometers af zodat ik ook lichamelijk zou voelen dat rustiger aan doen nu wel echt een meerwaarde is. Rusten op bevel is namelijk niet mijn sterkste kant. Op professioneel vlak doe ik het deze laatste schoolweek voor de paasvakantie allesbehalve kalmer aan, aangezien er heel wat alternatieve activiteiten op het schoolprogramma staan die de nodige voorbereiding vragen. Die afleiding is echter ook van harte welkom. Vanaf morgen is het alle hens aan dek om een kordaat punt op die i te zetten en de inner luilak in mezelf aan te spreken, zodat ik als een ontspannen mens op de trein richting Parijs kan stappen.

In januari had ik dus een strak plan: zo goed voorbereid en fit mogelijk aan de start staan in Parijs. Ik bekende recent dat Plan Parijs moeilijk vorm kreeg in mijn hoofd. Wat is een goede voorbereiding in cijfers? Iets met theorie versus praktijk. Ik heb doorgaans geen problemen om me volop in een project te smijten, maar ik vergeet wel eens dat een dag ook voor mij slechts 24 uur telt en dat lopen mijn werk niet is. De angst voor een blessure hing soms als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Om me niet te vergalopperen – letterlijk en figuurlijk – hield ik me dus bij twijfel een beetje in. Bijgevolg deed ik minder interval- en tempotrainingen dan ik zou willen. Zo leek het me bijvoorbeeld verstandig om niet als een gek door een besneeuwd bos te sjezen met vermoeide benen. Slim, maar ook saai. Toen ik in de krokusvakantie ook nog eens bijzonder weinig op de fiets kon zitten, kwam de twijfel als een gevaarlijke tijger om de hoek loeren. Ik hoef jullie niet uit te leggen dat mijn zelfvertrouwen soms ver zoek was met dat zwaard boven mijn hoofd en de twijfeltijger die ik recht in de ogen keek.

Op de tonen van Hoziers No Planthere’s no plan, there’s no race to run – besefte ik plots dat ik zo hard wel een plan had. Sterker nog: ik besef nu dat ik zelf de sleutel in handen heb om dat plan ook waar te maken. Deze marathonloper mankte een jaar geleden met een kruk. Ik sleepte bovendien de scherven van mijn stukgeslagen marathondroom als een pijnlijke last achter me aan. Een nieuwe droom werd als een klein wolkje geboren toen ik me inschreef voor de marathon van Parijs editie 2019. Eind april 2018 was ik in Parijs op schoolreis. Tijdens een boottocht over de Seine (aanrader!) zat ik wat te mijmeren. Ik miste Roos die me zo goed hielp met alles (ik ben geen gemakkelijke patiënt) en mijn maatje An, die niet mee kon naar Parijs. Mijn geblesseerde been worstelde met de vele stapkilometers en drukte me met de neus op de feiten. Ik stuurde Roos een sms: Volgend jaar marathon Parijs. Ik ga zo hard genieten. Et voila: eigenlijk was mijn Plan Parijs daar geboren. Ik schudde mezelf afgelopen zondag na een geslaagde Brussels 10 Miles eens goed door elkaar en realiseerde me dat ik over twee weken weer een marathon mag en kan lopen in mijn geliefde stad in het bijzijn van mijn familie. Een scherpe tijd is leuk, maar mag niet het doel van deze missie zijn. Er is zo ontelbaar veel om naar uit te kijken in Parijs.

IMG_4116
Dit is de esssentie van lopen: een frisse neus halen en eens goed zweten in goed gezelschap.

Ben ik dan helemaal niet zenuwachtig? Natuurlijk wel! Er zijn momenten dat ik de twijfeltijger aai als was hij een schattige kitten, maar even goed verschiet ik me een ongeluk als hij geeuwt en ik zijn scherpe tanden zie. Ik probeer om die spanning te omarmen als een positieve stimulans: een teken dat ik er klaar voor ben en dat het mag gaan gebeuren. Het zou immers vreemd zijn als toeleven naar een marathon mij onberoerd zou laten. Ik denk ook aan mijn mama wiens rikketik ongetwijfeld al ongeziene pieken heeft bereikt bij alleen nog maar de gedachte aan het Bois de Boulogne en hoe zij daar tijdig zal geraken. Naast luieren heb ik de komende week ook nog enkele voorbereidingen te treffen. Het verschil met toen is dat ik al naar de kapper ging en dat ik niet met een schoenendilemma zit. Ik zal de marathon van Parijs lopen in blauwe Nike Zoom Fly’s die ik met enige zin voor dramatiek een jaar geleden huilend uit de verpakking haalde omdat ik er geen voorjaarsmarathon in 2018 mee zou lopen. Ik liep ze al eens warm tijdens mijn langste duurloop in gezelschap van Roos. Volgende week ga ik nog eens langs de kinesitherapeut voor een algemene check-up en wie weet wordt ook mijn Flat White uitzet weer wat groter. Paris, j’arrive!

IMG_1998b

Loperspraat – Marathongrillen en tijdrijden in maart

Maart was de maand waarin de magnolia de show stal door ons te trakteren op een overdadige bloemenweelde. De natuur heeft zin in het voorjaar. Stiekeme viooltjes en madeliefjes komen piepen en het gras wordt weer groener. Jammer genoeg sneuvelden er ook heel wat bomen door het stormachtige weer. Tijdens mijn rondje in het bos telde ik maar liefst acht slachtoffers. Zo triestig om te zien hoe een gigantische boom weerloos tegen de vlakte ligt. Gelukkig waren er ook feestjes in maart: mijn mama is nu een prille zestiger en mijn broer nog steeds een prille dertiger. Enkele dagen na zijn verjaardag won hij in Griekenland zijn eerste wedstrijd van het seizoen. Ander heuglijk nieuws is dat ik in de zomer meter word van het eerste kindje van Marike & Peter. Jeej! Ik beleefde dan ook het nodige sportieve plezier in familiaal gezelschap. Gedeeld loopgeluk, dat kan je immers vermenigvuldigen met factor 10. Mijn sportieve moraal was de afgelopen maand net zo grillig als het weer: er waren momenten dat ik me een sukkelachtige boom in het bos voelde die een stormwind moet trotseren, maar ik beleefde ook schitterende pieken waarbij de duurloper in mij door een rooskleurige magnolia-bril richting marathon keek.

In een pre-marathonmaand staat de duurloop centraal. Ik begon maart met 21 kilometer door guur weer met mama naast mij op de fiets. De week daarna liep ik samen met Roos onze eigen CPC versie. Ik liep nog een 23 kilometer op woensdagnamiddag, maar dat was er eentje om snel te vergeten. Het tempo en de benen waren goed, maar als je twee urgente sanitaire stops moet maken, dan is lopen een beproeving. Mijn langste duurloop liep ik vorig week met Roos als professionele begeleider op de fiets. We vertrokken bij haar thuis, langs de Demer en de veloroute tot in de Kempen bij Marike. Ik voelde de 80 fietskilometers van de dag voordien nog in mijn benen zitten, maar het gezelschap, onze ultieme playlist en het lekkere zonnetje zorgden ervoor dat de kilometers goed weg tikten. Na 30 kilometer smaakten de boterhammen en taart bij Marike eens zo goed. Naast de duurlopen liep ik ook nog heel wat mijltjes met mijn leerlingen. Stuk voor stuk bikkels zijn het – en wie weet ook marathonlopers in spe.

IMG_4068

Ik zat natuurlijk ook op de fiets. Door de wind en regen aan het begin van de maand gebeurde dat echter minder dan ik had gepland. Daarenboven werd mijn geliefde Juan in de krokusvakantie ook nog eens genekt door een lekke achterband. Dat die band aan het eind van zijn Latijn was, mag niet verbazen. Hij ging immers al vijf jaar mee en doorstond al 5x een Hel van Kasterlee. Een jaloersmakend cijfer voor menig wielrenner, maar Juan kon dus op wellness bij de fietsenmaker. De tweede helft van de maand had ik het idee dat ik iets had goed te maken op de fiets. Daags voor mijn langste duurloop trok ik met Peter nog eens naar het mountainbikeparcours in Herentals. Peter is in volle voorbereiding voor de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen en hij vertrok dus in volle vaart. Het resultaat was 39 kilometer aan een stevig tempo. Na een korte pauze wachtte de terugweg op mij. Aangezien mijn benen al waren warmgedraaid, besloot ik er de pees op te leggen. Ik vertrok zo snel dat ik aanvankelijk dacht dat Juan van een motortje was voorzien. Zoals het een echte tijdrijder betaamt, trok ik me terug in mijn cocon en probeerde ik zo economisch mogelijk rond te draaien. Na elke oversteek trok ik als een echte pro vinnig op om mijn snelheidsverlies te beperken. Ik waande me Tony Martin tijdens een tijdrit in de Tour. Visualisering is een belangrijk mentaal wapen en zo zag ik hoe mijn imaginaire wattage meter op hol sloeg. Na 42 kilometer (oh symboliek) kwam ik thuis aan in 1u29 met een gemiddelde snelheid van 28,1 km/u. Een strakke tijd voor een tijdrit op de mountainbike. Het gekke is dat ik sinds die dag als vanzelf moeiteloos sneller fiets. Wie weet waag ik later in het jaar wel mijn kans om het werelduurrecord scherper te stellen.

IMG_4061b

Samen met Roos beleefde ik looppieken tijdens twee wedstrijden op Brusselse bodem. 17 maart stond er een 10 kilometer wedstrijd in Elsene op het menu. Qua kilometers vond ik dat een beetje weinig voor een zondag, beter gekend als duursportdag. Ik besloot tot daar te fietsen en kreeg Roos zo gek om aan te haken vanaf Tervuren. De heenrit kan samengevat worden als stampen op de pedalen en tegen de wind in beuken. Na 28 kilometer bereikten we uiteindelijk het Flageyplein. Ik had nog wat last van de naweeën van mijn CPC-trauma en stond dus zenuwachtig aan de start. Door de schrille wind waren mijn voeten veranderd in twee ijsklompen en startte ik aan een relatief rustig tempo. Elsene staat garant voor een gevarieerd parcours door de Abdij van Terkameren en de Matongéwijk, die heel wat steile klimmetjes in petto heeft. Na twee kilometer kwam ik onder stoom en wist ik dat het goed zat. Ik finishte als vierde en kon zien hoe dat kleine zusje van mij knap vijfde werd. Team Odeyn fietste dus triomfantelijk naar huis met de wind in de zeilen.

IMG_4065b

Vandaag sloten Roos en ik de maand af in schoonheid op de Brussels 10 Miles: 16 kilometer dus met start en aankomst in het Koning Boudewijnstadion. Volgens de speaker zouden we hierdoor in de voetsporen treden van Usain Bolt. Die blinkt niet meteen uit tijdens kilometerwedstrijden, maar ik schoot wel uit mijn spreekwoordelijke startblokken. Mijn eerste drie kilometers waren belachelijk snel. Vorig jaar moedigde ik Roos aan en zag ik haar meermaals vloeken op het zware parcours. Je loopt namelijk 16 kilometer op een lapje Brussel van enkele kilometers. Dat betekent continu draaien en keren, berg op en af en acht U-bochten. We zagen het Atomium langs zowat elke denkbare kant, kronkelden erop los in het Ossegempark en konden de magnolia’s uitvoerig bewonderen in het Park van Laken. Mijn snelle start bekocht ik wel een beetje bij de steilere stukken bergop, maar ik stortte niet in elkaar. Sterker nog: ik finishte in 1u10 met een gemiddelde pace van 4’32”, oftewel ruim 13 km/u. Het zou flauw zijn om nu te zeggen dat ik mijn trainingen niets hebben opgeleverd. Roos verkeert trouwens ook in bloedvorm en liep 1u14 op de tabellen. Onder het goedkeurend oog van de magnolia’s liepen we het voorjaar zusterlijk in gang. Het smaakt absoluut naar meer.

De muziek – Hozier, Baby!

Het was maart en plots hing er lente in de lucht. Die bracht niet alleen het licht terug naar de mensheid, maar ook de eerste voorzichtige bloemetjes, verse loopschoenen en het nieuwe album van Hozier: getiteld Wasteland, Baby! Als je in weken (en nadien in dagen) aftelt naar een cd die uitkomt, als was het een marathon die je ging lopen, dan weet je dat je een artiest met recht en reden een idool mag noemen. Op 2 maart ging deze fan van het eerste uur de nieuwkomer – lekker old school – in de plaatselijke cd-winkel kopen. De Ierse Andrew Hozier-Byrne is niet zomaar een muzikant. Hij heeft een betoverend mooie en jawel, ook zwoele, stem waarmee hij echt iets vertelt: zowel zijn muziek als zijn interviews gaan ergens over. Hozier is geen uitgeholde zanger, maar een man met een visie. Bovendien komt hij uit een creatief nest. Moeder Raine is kunstenares en verzorgde voor zijn beide albums de kunstzinnige cover en dito binnenwerk. Broer Jon was eveneens betrokken bij het creatieve proces. Wasteland, Baby! loste mijn torenhoge verwachtingen met gemak in. Mijn voorjaar klinkt Hozier.

In 2013 kende Hozier zijn grote doorbraak met het meeslepende nummer Take Me To Church. Hij domineerde er wekenlang de hitlijsten in binnen- en buitenland mee. Nochtans lokte de bijhorende videoclip behoorlijk wat controverse uit omdat erin te zien is hoe twee mannen elkaar kussen met als gevolg dat radicale jongeren een homoseksuele leeftijdsgenoot in elkaar slaan. Take Me To Church is zonder meer een straffe song: een rake in your face aanklacht over de hypocriete houding die de katholieke Kerk aanneemt tegenover homoseksualiteit. I’ll tell you my sins and you can sharpen your knife. Of hoe er in religieuze middens maar al te graag zieltjes worden ingelijfd om die vervolgens genadeloos op hun donder te geven als ze durven te houden van iemand van hetzelfde geslacht. Het getuigt van een stevige portie lef om als newbie onderwerpen als schijnheiligheid en discriminatie in de schijnwerpers te plaatsen. Geef mij maar eigenzinnige kunstenaars die niet achter de menigte aan lopen te blaten. Ik wil geïntrigeerd worden meegesleept. Nadat ik overdonderd was door Hoziers debuut single was ik uiteraard benieuwd naar meer. Dat had Andrew ook te bieden. Zijn eerste naamloze album was een voltreffer en ik liet me gewillig meevoeren op het ritme van de blues.

In januari 2016 werd onze liefde bezegeld in Parijs. Toen ging ik met Roos naar een concert van mijn Ierse idool. Roos, Parijs en Hozier: ik zou hen mijn persoonlijke heilige drievuldigheid kunnen noemen. De omstandigheden waren echter verre van ideaal. We waren in Parijs toen de wonden van de aanslagen in de Bataclan nog heel vers waren. Onze geliefde stad lag er troosteloos verlaten bij en we werden overspoeld door militaire controles. Het voelde als een daad van verzet om naar de Folies Bergères te gaan. Dat zou een iconisch theater zijn waar ooit sterren als Josephine Baker optraden. Wij zagen vervallen glorie. Bovendien waren we gezegend met zo ongeveer de slechtst denkbare plaatsen in die ondermaatse zaal. We zaten niet naast elkaar en moesten ons op een harde stoel door een tenenkrommend voorprogramma worstelen. Toen kwam Hozier op. Ik vergat alles. Een man met een gitaar en lange haren omringd door enkel vrouwelijke muzikanten. Groot van gestalte, maar bescheiden en oprecht van karakter. Hij speelde elk nummer van zijn album met evenveel overtuiging. Ik was nog meer verkocht. De volgende ochtend vloog ik door Parijs met Hozier in mijn oren.

Een writer’s block zit in een klein hoekje voor wie nieuw werk wil produceren na een succesvol debuut. Hozier was verstandig en nam ruim de tijd. Toen zijn single Movement* gelanceerd werd, wist ik dat het hem was gelukt. Ik herkende het warme stemgeluid en de krachtige uithalen, maar ik hoorde ook iets nieuws. Het grote aftellen kon beginnen. Ik beluisterde het volledige album Wasteland, Baby! voor het eerst tijdens een fietstocht op zaterdag. De toon wordt meteen gezet met het opzwepende Nina Cried Power: een duet met de 79-jarige gospelzangeres Mavis Staples. Van een kickstart gesproken. Welkom eigenheid! De nummers zijn stuk voor stuk pareltjes. Hozier slaagt er in om enerzijds energie en schwung te brengen, maar anderzijds ook ingetogen dramatiek. Met de nodige souplesse schippert hij moeiteloos tussen verschillende genres. Dat resulteert in een album waarbij alles klopt. Elke noot en elk woord zijn de nagel op de kop. Wasteland, Baby! laat zich dan ook lopend, fietsend of lezend consumeren. Roos keurde het album helemaal goed en werkt momenteel nog aan de luchtversie van de moeilijke drums in Nina Cried Power.

Tot slot volgt een bekentenis. Als Hozier baby zingt (dat doet hij vaak), dan heb ik altijd het gevoel dat hij zich tot mij richt. Kijk, ik was nog nooit in Ierland, maar als ik weg droom (dat doe ik vaak) dan zie ik mezelf ergens op het Ierse platteland wonen. Hozier kan namelijk niet anders dan een natuurmens zijn. Ik zit in een comfortabele houten tuinzetel op het terras en lees een boek. Ik heb een prachtig uitzicht over de bergen. Andrew speelt nonchalant op zijn gitaar. Hij werkt aan een nieuwe song over zijn baby. Uit zijn muziek blijkt een grote spontaniteit: hij zingt alsof hij gewoon luidop nadenkt. Een kat vleit zich tegen zijn been aan. Jackie en Wilson ravotten in de tuin. Mijn nuchtere zelve beseft dat ik me bijzonder snel steendood zou vervelen in de oppervlakkige romantische rol die ik mezelf toebedeel. Eén ding is zeker: wij zien elkaar weer. Op 2 september meer bepaald in het Koninklijk Circus. Roos, Brussel en Hozier: drie heel dikke hartjes. See you then, Andrew Baby!

*Saillant detail: in de videoclip van Movement is een hoofdrol weggelegd voor balletdanser Sergei Polunin. Die werd bekend dankzij een indrukwekkende solo op de tonen van Take Me To Church. Polunin begreep de boodschap duidelijk niet aangezien hij heel recent uit de Parijse Opera werd geweerd wegens homofobe uitspraken op sociale media. Of hoe je toch maar beter op je hoede bent als iemand een tatoeage heeft van Vladimir Poetin.

Het portret – Mijn getalenteerde broer Seppe Odeyn

Vandaag is mijn enige echte unieke broer Seppe jarig. Hij wordt 32 jaar. Ik schreef al portretten over mijn beide ouders en zussen, maar na het prachtige tv-portret dat Sammy Neirinck & co in Sportweekend van mijn broer schetsten (naar aanleiding van zijn zevende overwinning in de Hel van Kasterlee), voelde ik toch enige schroom om iets over Seppe te schrijven. De heroïsche reportage toonde aan wat de kracht van beelden is. Ik vertel namelijk al lang welke zotte prestaties mijn broer levert, maar pas als mensen met hun eigen ogen zien hoe hij als een sneltrein de winterse nattigheid trotseert, beseffen ze pas hoe zwaar dat is. Vooral over het eindbeeld – waarin die arme duts de modder van zijn benen spoelt in de invalidendouche – werd ik vaak aangesproken. Ik vertelde hier al over de sport waarin Seppe tot de wereldtop behoort, maar die helaas weinig erkenning krijgt. Aangezien hij ook met enige regelmaat met naam en foto in zowel de papieren als digitale media verschijnt, heb ik niet het idee nog iets portretwaardig te kunnen toevoegen aan het verhaal van de professionele atleet Seppe Odeyn. Mijn broer is echter zoveel meer dan zijn indrukwekkende sportieve palmares. Zijn minder bekende talenten verdienen het net zo goed om eens in de kijker te worden gezet. Seppe is namelijk niet alleen een multisporter, maar een talent tout court.

Als 1,5-jarige koter was ik aanvankelijk op z’n zachtst gezegd not amused met de komst van mijn babybroertje. Ik had een week nodig om te wennen aan mijn gedeelde alleenheerschappij. Vanaf dan was het dikke mik tussen ons. Seppe speelt een rol in al de jeugdherinneringen die ik op mijn blog op tafel gooi. We speelden ontelbaar veel bordspelletjes, bouwden indrukwekkende huizen van Lego en dorpen van Playmobil en we maakten reportages op cassette over de Tour de France. We fietsten heel wat af en begonnen ook samen te mountainbiken. Heel lang geleden dus, in de tijd dat we op sportief gebied nog aan elkaar gewaagd waren. Seppe reed trouwens met een sportieve stadsfiets en ik met een echte mountainbike. Later gingen we samen naar de atletiekclub. Dankzij Seppe heb ik ook heel wat positieve herinneringen aan de examenperiode op de middelbare school. ‘s Namiddags het huis voor ons alleen hebben, dat was dolle pret. Het grote verschil was dat Seppe een aanleg had voor wetenschappelijke vakken en ik totaal niet. Zijn geschiedkundige en geografische kennis staan trouwens nog steeds op punt. Dankzij zijn sportieve carrière verlegt hij nu ook letterlijk zijn grenzen.

In Seppes atletische lichaam huist niet alleen een intelligente, maar ook een creatieve en artistieke geest. Hij is een begenadigd tekenaar. Op zijn chaotische bureau lag steevast een tekening in wording met daarrond heel wat kleurpotloden en een medaille (die hij won met loopwedstrijden) die diende om fietswielen te tekenen. Tot in het kleinste detail kon hij de juiste outfit en fiets tekenen van elke renner uit het wielerpeloton. Zijn meesterwerk hangt in Brussel. Nog niet in het Museum voor Schone Kunsten, maar bij onze Tante Sien: fan van het eerst uur. Langs de zijkant van haar trap prijkt een meterslang rennerspeloton in volle sprintactie.

IMG_1712b
Deze tekening maakte Seppe voor mij. Ik heb het altijd ontroerend gevonden dat hij mij tot Wereldkampioen kroonde en zichzelf in mijn wiel plaatste. Het kan verkeren.

Ook Seppes spitsvondige teksten die hij al enkele jaren op zijn blog schrijft, kennen heel wat fans. Zijn poëtische pen is jullie wellicht minder bekend. Op de middelbare school schreef hij eens een prachtig gedicht voor Nederlands. De leerkracht dacht dat Seppes zus, die literatuurwetenschap studeerde, het geschreven had. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn dat hij de poëet is en niet ik. Seppe was vroeger ook bijzonder creatief met boekopdrachten. Hij verzon eens een volledig boek, waar hij een overtuigende tekst over schreef. Als er dan toch gelezen werd, deed hij dat in gezelschap. Hij hanteerde verschillende leesstrategieën al naargelang de beschikbare tijd, gaande van om en om een pagina wel en niet lezen tot een hoofdstuk wel en niet. De ene formule was al succesvoller dan de andere. Vergis je echter niet: mijn broer is heden ten dage een belezen man. Hij leest boeken nu in hun totaliteit en is niet vies van wat duiding en opinie in de media. Mede daarom zou hij uiterst geschikt zijn als tafelgast in Vive le vélo. Seppe heeft een ongezouten, maar gefundeerde mening en kent het reilen en zeilen van het peloton. Door zijn job als vertegenwoordiger voor fietsenmerk Orbea kent hij de fiets en fietser in al zijn facetten.

Tot slot is er nog mijn broer als familieman. Samen met Valerie vormt hij het trotse ouderpaar van Laurien en Vik. Seppe is een liefdevolle, maar nooit betuttelende vader. Ik vind het ontwapenend om te zien hoe no-nonsense hij met zijn kinderen omgaat. Hij is terecht apetrots op zijn kroost en steekt dat niet onder stoelen of banken. Seppe is eveneens een toegewijde broer: hij wil er altijd zijn voor zijn zussen. Met zijn eigenzinnige humor brengt hij ons nog steeds aan het lachen. Hij inspireert mij niet alleen door zijn grootse sportieve dromen, maar net zo goed met de nuchtere houding die hij daarbij aanneemt. Hij is een toegankelijke kampioen die uitblinkt op verschillende fronten. Het spreekt voor zich dat ik me gelukkig prijs met een broer als Seppe. Gelukkige verjaardag, bro!

 

Het portret – Mijn moeder en supervrouw Alma Artoos

Vandaag wordt mijn mama 60 jaar. Ze krijgt dus een nieuwe voordeur zoals dat heet, hoewel de vorige nog stevig in de hengsels hing en niet de minste sporen van veroudering vertoonde. Daarmee bedoel ik niet dat haar toenemende leeftijd een gevoelige kwestie is. Integendeel: ze verkondigt al jaren dat grijs en ouder worden alleen maar voordelen oplevert. Ouder worden: wat is daar nu erg aan? Haar levensstijl is echter zo actief dat je niet meteen zou denken dat ze die al 6 decennia volhoudt. Het is dan ook een persoonlijkheidstrek dat ze namen en titels moeilijk kan onthouden en geen teken van ouderdom. Wat mijn mama zo bijzonder maakt, is dat ze zich steeds voor de volle 100% geeft in werkelijk alles wat ze doet. Haar hart loopt over voor haar familie, de natuur en het onderwijs. Mijn mama is een supervrouw die een hoofdrol speelt in het stripverhaal van mijn leven.

Haar gedrevenheid en dynamische geest waren al voelbaar in mijn kinderjaren. Zo deinsde ze er niet voor terug om in het gezelschap van haar vier jonge kinderen tijdens het wekelijkse boodschappenmoment een houten tuinset, bestaande uit zes stoelen en een tafel, te kopen in het grootwarenhuis. De logistieke uitdaging die daarmee gepaard ging, was een kolf naar haar hand. Ook in mijn vroegste herinneringen is mama haar moestuin aan het omspitten, stapelt ze oude bakstenen op elkaar tot sierlijke muurtjes in de tuin of is ze in de weer met wilgentwijgen en -bomen. In de tuin werken: dat is hard labeur, maar nog steeds één van haar favoriete bezigheden. Een professionele tuinaannemer kan een puntje zuigen aan de ondernemingszin en daadkracht die ze tentoon spreidt. Een heggenschaar of hakselaar hanteren is haar tweede natuur. Inmiddels breidt ze haar tuinwerken ook uit naar de tuinen van mijn zussen, waar ze graag het grove geschut inzet om een verwilderd domein te temmen.

IMG_3965

Mama koestert niet alleen het groen in de tuin, maar ook de dieren die ze daar aantreft. Ze tuinierde dan ook al ecologisch lang voor biologisch überhaupt beschikbaar was in de supermarkt. Als kind waren wij net zo blij als we een glimp konden opvangen van de egel die in de tuin leefde. We leerden ook over het lieflijke winterkoninkje en het arrogante roodborstje en we deelden haar euforie als de staartmezen in groep neerstreken in onze klimboom. Ik haak af bij mama’s fascinatie met de pad en de salamander, maar het staat buiten kijf dat menig dier een warm onderdak vindt in haar tuin. Inmiddels zijn loopeenden Beck en Lance haar trouwe metgezellen in de natuurlijke strijd tegen de slak. Zij zorgen er mede voor dat wij allemaal kunnen mee genieten van de indrukwekkende oogst die mammies moestuin jaarlijks oplevert. Mama zegt trouwens dat ze niets heeft met alles wat hip is, maar jullie lezen hier ongetwijfeld tussen de regels door dat ze een hipster avant la lettre is. Ze maakt granola, breit truien en sokken, draagt sneakers, heeft een iPhone en ze vergezelt Roos en mij vaak naar optredens. Ze moet haar haar ook niet grijs kleuren om trendy te zijn.

In tijden van vakantie zijn activiteit en buitenlucht sleutelwoorden ten huize Artoos-Odeyn. In onze jeugd hadden wij geen klimaatmars nodig om niet met het vliegtuig op vakantie te gaan. Wij gingen kamperen met de tent in Engeland omdat je daar net zo goed groen en een zee hebt. Mama verkiest het winderige en soms onvoorspelbare klimaat boven de hitte. Ze houdt van de Belgische zomers: een maximumtemperatuur van 20 graden, wat bewolking en af en toe wat regen voor de tuin. Daarom begint ze haar zomervakantie tegenwoordig met papa aan de Belgische kust. Het basic appartement dat ze dan huren dient vooral als een uitvalsbasis voor tal van sportieve activiteiten. Zwemmen of surfen horen daar niet bij, wandelen, fietsen en lopen des te meer. Ook kamperen in Engeland staat nog steeds op hun programma: lekker old school met de tent en zelfs in primitievere omstandigheden dan onze gezinsvakanties van vroeger.

Mama's eerste vliegreis
Mama’s eerste vliegreis!

Aangezien mama en papa als huwelijksreis met de tandem naar Denemarken fietsten, mag het niet echt verbazen dat sportiviteit diep in haar genen geworteld zit. Seppe gaat er dan ook prat op dat hij zijn sportieve DNA meer aan mama dan aan papa te danken heeft. Ik schrok er niet van toen ik ooit droomde dat mama een schansspringer was. Inmiddels draait ze haar hand niet meer om voor een Dodentocht of een Tourwaardige rit op haar koersfiets van 160 kilometer naar de zee. Ze loopt vlotjes 20 kilometer, droomt al eens van de marathon en schrijft de organisatie van de Leuvense Corrida aan als die haar 10 minuten extra tijd aanrekent. Bovendien steunt ze ook haar kinderen volop in hun sportieve avonturen. In 2016 vloog ze voor het eerst om samen met mijn zussen Seppe te gaan aanmoedigen in Kopenhagen. Inmiddels kent ze ook Lanzarote (Iron Man) en Zofingen (WK duatlon) als geen ander. Op elk van mijn marathons was ze erbij: steeds even enthousiast en voorbereid op elke crisissituatie. Haar taak als bevoorrader ziet ze dan ook als een zaak van staatsbelang. Ze ligt nog steeds wakker van het feit dat ze niet tijdig in Bois de Boulogne geraakte toen ik de marathon van Parijs liep in 2017. De kopzorgen voor de editie van volgende maand zijn dan ook navenant.

DSC03005b
Finish van de Dodentocht editie 2016

Als wij met mama op pad zijn, dan mag je er zeker van zijn dat er gelachen wordt. Ze is de eerste om te spotten met haar gebrekkige kennis van het Engels en de knotsgekke situaties die dat oplevert. De onnatuurlijke gezichtsuitdrukkingen die ze steevast aanneemt op foto’s (vooral als ze selfies probeert te maken) werden haar handelsmerk. Mama blinkt echter ook uit langs de andere kant van het spectrum der emoties. Ze grossiert in de kunst van het troosten en relativeren. Je bent mama voor het leven en je kinderen weten je vooral te vinden op momenten dat het minder goed gaat. Als alles goed gaat, kijkt mama rustig mee vanaf de zijlijn. Als er verdriet is, treedt ze op de voorgrond. In pre-gsmtijden stond er daarom een telefoontoestel naast haar bed. Dat aspect van het moederschap werd me ook duidelijk toen ik twee jaar geleden in Parijs één en al gestresseerd rondliep omdat ik goed wilde presteren. Ik biechtte op dat ik het erg voor mijn zussen en mama zou vinden als ik mijn marathonstrijd vroegtijdig zou moeten staken. Juist dan zou ik hier in Parijs willen zijn, was haar antwoord.

Ogen dicht voor koetje
Helemaal in haar element in Zwitserland met haar broer Mark

Als eerste kind kreeg ik een serieuze portie onderwijsgenen mee van mijn beide ouders. Mama en ik praten heel vaak over ons werk als leerkracht. Leerlingen die bij haar op de lagere school hebben gezeten en later bij mij in de klas terecht komen, zullen ongetwijfeld heel wat gelijkenissen zien in onze stijl en persoonlijkheid. Ik zie dat als een groot compliment. We delen bovendien de passie voor boeken. Sterker nog: dankzij haar werd ik literatuurwetenschapper. Zij vond via een eenvoudige Google zoekopdracht dat je Literatuurwetenschap kon studeren en ze moedigde me aan om die studie in het verre Leiden te gaan volgen. Het is een voorrecht om op te groeien met een mama die altijd vertrouwt op de wijsheid van haar kinderen. Ze leerde ons de logica van het gezond verstand. Als het er op aankomt, is dat waardevoller dan de diploma’s die we behaalden. Mama is trots op de personen die we zijn en niet per se op de prestaties die we leveren. We zijn stuk voor stuk onze eigen weg kunnen inslaan omdat zij ons steeds  – bewust en onbewust – heeft aangemoedigd om onze kleine en grote dromen te verwezenlijken. Dat is een kracht die alleen voor de sterkste supervrouwen is weggelegd, mijn mama dus. Happy hipster birthday!