Het moment – En Roos die liep 58 kilometer

Paasmaandag 10 april 2023 – 8u10. Aan de sporthal Bart Swings in Herent hangt een ontspannen sfeertje. De 136 deelnemers aan De Jogclub Ultra staan nochtans voor een serieuze beproeving: 58 kilometer lopen over de mountainbikeroute Seppe Odeyn. Onder hen niemand minder dan Roos Odeyn. Met 5 marathons en 1 ultra-trail mag ze zich bij de meer ervaren duurlopers rekenen. Er is een officiële start en finishplek. Er is geen tijdsregistratie en dus geen eersten of laatsten. Het borstnummer vertelt wat de langst gelopen afstand van de loper in kwestie is. Nummer 42 is dan ook erg populair.

IMG_1188b

Roos Odeyn draagt met trots haar nummer 68. Naar aanloop van dit evenement bleek al dat ze in bloedvorm verkeert. Klaar om komaf te maken met elk van die 58 kilometers. Voor dat krachtexploot kan ze niet alleen rekenen op een degelijke voorbereiding en een klaargestoomd lijf, maar ook op goed gezelschap. Al lopend is dat Joni met nummer 42, misschien ook wel gekend als aanvoerder van de Remy Boys. Een voetballer die graag loopt, ze bestaan wel degelijk. Een andere aanwezige Boy is Niko, voor de support op de fiets. En dan is er nog een trio Odeynen, eveneens op de fiets (geen mountainbike). Om 9u weerklinkt het startschot. Weg zijn zij. Seppe zal als koploper de weg tonen (hij ging daags voordien extra pijlen aanbrengen), Ultrahendrik is de man in het midden en Bobby zorgt ervoor dat elke loper veilig thuiskomt.

IMG_1195b

IMG_1203b

IMG_1207b

IMG_1211b

Ultralopen vraagt een groot hart voor lopen, een gezonde dosis doorzetting en veel geduld. Aftellen heeft geen zin. Een dipje is onvermijdelijk, een klopje hier en daar ook. De benen worden steeds wat strammer. De geest steeds wat ijler. Het aantal hoogtemeters van de mountainbikeroute Seppe Odeyn mag dan eerder beperkt zijn, het blijft een hoofdzakelijk off-road gebeuren. Modder dus, veldweggetjes, grint, putten in het wegdek en de Mollekensberg langs elk mogelijk pad op en af. Ondergetekende reed zich met haar trekkingfiets meermaals vast in de modder en ging een keer onderuit in de Herentse klei. Wie wel overeind bleef was die ijzersterke Roos Odeyn. De vrouw van staal bleef er schik in hebben. Geen spierkramp kon haar stoppen. Ain’t no mountain high enough, zeker de Mollekensberg niet. Het venijn zit ‘m vooral in de aanloop naar de staart van het monster. Joni bleef steeds zijn opgewekte zelve, ook toen hij in voetbaltermen aan zijn achtste speelhelft begon. Al trommelend op haar luchtdrumstel ging Roos de laatste kilometer in. Het is weinigen gegeven om met zoveel flair een ultraloop te finishen.

Na 5 uur en 19 minuten tikten Roos en Joni het bord aan, daarmee waren ze officieel gefinisht in deze waanzinnige looptocht. 58 kilometer lopen, hallelujah wat een ongelooflijke straffe prestatie! Wat een dag! Wat een inspirerend avontuur! Jullie wisten het al, maar ik zeg het nog maar eens: Roos Odeyn is een bikkel en ik haar trotse zus.

IMG_1215b

IMG_1219b

Loperspraat – Over het voorjaar van Marike

Mijn zus Marike is een onmisbare schakel in onze familie. Ze is even zorgzaam als dat ze een doorzetter is. Ze loopt dan wel geen marathons, maar ze moet op geen enkel vlak voor ons onder doen. Onderschat haar dus vooral niet. In april 2020 liep ze al eens een 10 Miles op eigen houtje. Over toewijding gesproken. Eén zwangerschap en drie jaar later zal het over twee weken dan echt gebeuren: met drie zussen aan de start van de echte 10 Miles in Antwerpen. Momenteel leidt Marike bij haar thuis de ziekenboeg, maar ze vond toch nog even tijd om wat te vertellen over haar (sportieve) voorjaar.

Leah (3 jaar) heeft nieuwe schoenen waar ze volgens haar heel snel mee kan lopen. Ze doet regelmatig een wedstrijd tegen zichzelf. We moeten haar aanmoedigen en natuurlijk wint ze altijd. Emil (1 jaar) zet al een paar stappen. Volgens Kind en Gezin kan je pas stappen als je 10 stappen achter elkaar zet, echt stappen kan hij dus nog niet. Ik hoop dat het hem snel zal lukken, want het lijkt me vervelend als je altijd moet kruipen. Ik lees nu trouwens het boek Ouders onder hoogspanning van Marie-Anne Vanderhasselt. Het gaat over stress, wat het in je lichaam teweeg brengt en waarom kinderen zo een reacties kunnen uitlokken. Heel boeiend. In mijn kine-praktijk (Kine Odeyn in Voortkapel) gaat het goed. Mijn collega Eva is echt top! Het is leuk om samen met haar over de problemen van patiënten na te denken. We komen heel goed overeen, zowel op persoonlijk als professioneel vlak.

Mijn voorbereiding voor de 10 Miles verliep eerst heel vlot. Het is leuk als je voelt dat je steeds fitter wordt. Deze week kon ik niet veel lopen omdat ik alleen thuis was. Gisteren was ik bij mam en pap en kon ik daar gaan lopen terwijl zij op de kinderen babysitten. Heel grappig om mijn looproute van vroeger nog eens te lopen, maar ik was echt niet in vorm. Ik liep 3 kilometer en stapte toen naar huis. Dat doe ik normaal nooit! Vroeger liep ik trouwens altijd met muziek, maar nu heb ik liever wat rust aan mijn hoofd. Ik vind een looptraining niet altijd leuk. Als het mooi weer is kan ik er wel van genieten. Vertrekken vind ik het moeilijkste. Daarom leg ik mijn sportkleding (allemaal oude of gekregen spullen) altijd klaar, dat helpt om de drempel te verlagen.

IMG_9180b

Als kinesitherapeut behandel ik van de beenspieren het vaakst de kuitspier. Het voordeel is dat je daar makkelijk aan kan omdat die niet te diep ligt. Voor lopers zou ik qua core stability sowieso bruggetjes aanraden: eindeloos veel variaties, dus voor ieder wat wils. Ook oefeningen voor de gluteus medius mogen niet ontbreken. Dat is een spier langs de zijkant van je billen die heel belangrijk is voor de stabiliteit. Tot slot is dit ook nog een goede oefening: je staat op één been en houdt je andere been gestrekt achter je om het vervolgens voor je lichaam gebogen te houden.

Ik was al vaak supporter bij sportevenementen in de familie, maar ik nam zelf nog nooit deel aan een evenement zoals de 10 Miles. Ik ken Antwerpen eigenlijk ook niet zo goed. Tijdens ons zussenweekend in Antwerpen toonden Joke en Roos wel waar we zouden lopen. Ik ben benieuwd wat dat zal geven! Ik vind het vooral tof om zo eens iets met mijn zussen te doen. Met de tijd ben ik niet echt bezig. Soms kijk ik eens hoeveel minuten ik heb gelopen per kilometer (dat doen echt sporters blijkbaar), maar dat valt toch tegen als je een sportieve familie hebt. Ze dagen je natuurlijk wel uit, want ik zou anders nooit meedoen aan de 10 Miles. Anderzijds zie je ook hoeveel opofferingen er moeten gebeuren om straffe prestaties neer te zetten. Ik loop omdat ik me dan beter of fitter voel, maar niet voor die extreme prestaties. Momenteel heb ik dus geen ambitie om een marathon te lopen. Misschien als mijn kinderen wat groter zijn.

IMG_1085b

Ik hoop te kunnen gaan supporteren voor Roos en Seppe bij De Jogclub Ultra in Herent. Voor het marathonweekend in Rotterdam hebben Roos en mama de planning gemaakt. Ik ben chauffeur van dienst. Zowel zaterdag als tijdens de marathon op zondag volg ik gewoon. In 2016 was ik er ook bij in Rotterdam toen Joke, Roos en papa er aan de start stonden. Ik durf die marathonervaringen al eens te verwisselen, dus ik moet goed nadenken om die herinnering weer op te halen. Ik weet nog dat ze papa eerst kwijtraakten in het startvak (en hem weer vonden) en ook dat mama en ik een heel strak schema hadden om alles met de metro te kunnen volgen. Ik kijk er sowieso naar uit!

Het volledige team van Jokeloopt bedankt je en wenst je nog een schitterend voorjaar toe, Marike!

Loperspraat – Sloffen of snelle schoenen?

Ik zit met een schoenendilemma dat er eigenlijk geen is. Vier paar loopschoenen zijn namelijk potentiële marathonkandidaten. Eigenlijk is het een uitgemaakte zaak, ik zal mijn Rotterdam Marathon lopen met de schoen waarvan bewezen is dat het de snelste is: de bekende Nike Vaporfly. Gevoelsmatig zou ik liever voor een andere schoen kiezen. Hoe dat zo komt leg ik graag uit aan de hand van een tripje in de wondere wereld der loopschoenen.

Eerst een stukje context. Zoals ik bij mijn FAQ uitleg, loop ik sinds een jaar of 6 uitsluitend met Nike loopschoenen. Simpelweg omdat Nike mij zelden heeft teleurgesteld. Het is een merk dat mij steeds aangenaam weet te verrassen. Natuurlijk ben ik soms wel eens nieuwsgierig naar wat andere merken te bieden hebben (Hoka bijvoorbeeld), maar de noodzaak om die uit te testen is er vooralsnog niet. Voor nu vind ik alles wat mijn loophartje begeert bij Nike. Het basismodel van Nike is de Pegasus, die binnenkort zijn feestelijke 40e editie uitbrengt. Wat mij betreft is dat de perfecte standaardschoen waar heel wat lopers content mee zullen zijn. Mijn zussen bijvoorbeeld. De Pegasus bestaat ook in een Shield versie: die is water- en windafstotend, een slecht-weer-schoentje dus. In 2019 zag de Pegasus Trail het levenslicht: het comfort van de Pegasus in de vorm van een degelijke off-road schoen. Een echte trailloper zal wellicht eens hartelijk lachen met die schoenen, maar ik was meteen fan. Het zijn voor mij de ideale winterschoenen: licht, maar stevig aan de voet met voldoende grip om Vlaamse modderige toestanden de baas te kunnen. Zomerse Ardense omstandigheden behoren ook tot de mogelijkheden. Mijn favoriete schoen van het moment is de React Pegasus Trail 4. Ik ben nog nét niet gek genoeg om daar een wegmarathon mee te lopen.

Dan presenteer ik jullie nu de vier (acht dus) schoenen waar ik wel een marathon mee zou willen lopen. Ik koop al mijn schoenen zelf, sterk afgeprijsd dat wel, maar voor het schoenenspecial-idee vermeld ik ook de prijs én het gewicht (zelf gewogen op mijn keukenweegschaal – measured in the lab, zoals ze bij Nike zeggen). Hoe lichter de schoen, hoe meer je betaalt: de Vaporfly heeft een kiloprijs van 702 euro. Au.

IMG_8135b
De Zoom Fly 4 toen nog kakelvers uit de doos

Nike Zoom Fly 4 – 159,95 euro – 245 gram

Voordelen: de veelzijdige rots in de branding! Met zijn drie voorgangers liep ik al heel wat marathons. Ik ben een fan van het eerste uur. Een loopschoen die dus vertrouwd aanvoelt. Alsof je een turnpantoffeltje draagt, maar wel met een heel goede demping.

Nadelen: ik liep er geen wedstrijden mee, waardoor ze voor mij ook niet aanvoelen als écht snel. Het zijn de perfecte schoenen om gevarieerde trainingen mee af te leggen. Dit paar is bovendien een jaar in de roulatie (wel met een winterstop), maar heeft dus al wat kilometers op de teller.

IMG_1071b
De Tempo Next% bovenaan rechts, omringd door z’n vriendjes

Nike Air Zoom Tempo Next% – 199,95 euro – 238 gram

Voordelen: de knaller van 2022! Een heerlijke schoen waar ik heel wat records op liep. Keer op keer het gevoel had ik het gevoel dat ik vloog, zo ook bij mijn laatste marathon.

Nadelen: aan de zijkant van de zolen is de slijtage zichtbaar, logisch met het aantal wedstrijdkilometers dat ik ermee liep. Bovendien zijn ze ook best zwaar omdat er dus geen carbon in zit. Met pijn in het hart voelt dit paar voor mij toch te veel als een af- en uitgelopen zaak. I am so sorry, darlings.

IMG_1068b
De Vaporfly vliegmachines

Nike Zoom X Vaporfly Next% 2 – 249,95 euro – 178 gram

Voordelen: wetenschappelijk bewezen de snelste! Elke marathonloper, ongeacht stijl of niveau, heeft profijt bij deze ultrasnelle schoen met carbonplaat. Ook bij mijn eerste piste- en intervaltraining met deze schoen kon ik niet om de ongelooflijke responsiviteit heen. Traag lopen behoort niet tot de mogelijkheden.

Nadelen: bij de twee halve marathons die ik ermee liep, merkte ik helemaal niks van de aanvankelijke wauw-factor, uiteraard valt dat te verklaren door de gure omstandigheden van die races. Ook ondervind ik lichte hinder van het kussen in de hiel (dat ook andere Zoom Fly modellen hebben) dat over een eeltplekje schuurt.

IMG_1056b
De Infinity React met wit en rood: nooit een echt geslaagde kleurcombinatie

Nike Infinity React 3 – 159,95 euro – 272 gram

Voordelen: ongeëvenaard draagcomfort! Het zijn schoenen die altijd heerlijk zitten, of je er nu mee loopt, wandelt of op de trein zit. Ze bieden heel wat demping en voelen stabiel aan. Op mijn aanraden kocht Roos ze ook. Mét resultaat, zowel in Den Haag als in Gent ging ze er heel hard mee.

Nadelen: ik liep er nog geen echt lange afstanden of snelle trainingen mee. Het comfort dat ze bieden heeft ook een prijs in het gewicht: het zijn relatief zware schoenen. Ook het bovenwerk is eerder dik te noemen. Totaal irrelevant, maar toch: schoonheidsprijzen zal je er niet mee winnen.

IMG_1074b
De snelle schoenenoogst 2022-2023

Tegenwind, wegenwerken en een streepje muziek

Maart 2023 was niet mijn maand. Er was de belofte van het sportieve voorjaar en een zonnige lente. Plannen om naar toe te leven. Genoeg klein geluk om mijn hartje aan op te halen, om eens goed mee te lachen ook. Ik besef dat ik ergens onderweg de licht- en luchtigheid ben verloren. Misschien viel die geruisloos uit mijn broekzak tijdens een looptraining. Mogelijk waaide ze met een ruk weg als een pet waarbij de wind onder de klep schiet. Donkere wolken pakken zich samen boven mijn gemoed. Ik bevind me al langer in turbulente tijden. In het najaar was er geen ontkennen meer aan en zette ik stapjes terug. De voet moest van het gaspedaal. Weg met de vermijding, ik leerde hulp te aanvaarden. Mijn houvast was de doldwaze sportieve flow waar ik me in bevond. De ene na de andere unieke ervaring diende zich aan. Mits wat moeite leek het onmogelijke mogelijk. Ik trek gelukkig nog steeds met plezier mijn loopschoenen aan. Lopen is nog steeds wat mij blijer en frisser maakt, zoveel meer dan een uitlaatklep. Het vraagt echter steeds meer om mezelf staande te houden. Op 16 dagen voor de Rotterdam Marathon had ik dat liever anders gezien, al besef ik ook dat het nu eenmaal niet anders is.

Hét nieuws van de maand was dat onze Frank Deboosere met pensioen ging. De eeuwig optimistische weerman die er een halszaak van maakte om zich nooit, maar dan ook echt nooit, negatief uit te laten over het weer. De natuur kon immers regen gebruiken, jeej! De windmolens zijn toch zo blij met die wind, joepie! Ik liet mezelf wel eens een oogrol ontvallen als Frank weer overdreven enthousiast een barslecht weerbericht de wereld in stuurde. Nochtans zou ik mezelf ook omschrijven als een meteorologisch positivist. Als grote fan van de Vier Seizoenen (en dan vooral Vivaldi’s Summer in G Minor) ben ik ervan overtuigd dat elk seizoen z’n voordeel heeft. De maat is echter vol: ik ben helemaal klaar met de grilligheid van maart. Sinds mijn CPC-strijd is met name de wind mij een doorn in het oog. Kan het nu alsjeblieft eindelijk eens stoppen met waaien?! Zowel tijdens mijn looptrainingen als mijn dagelijkse steenwegritten op de fiets word ik geteisterd door wind. Of het nu strakke winden, dan wel rukwinden of windstoten zijn: ik ondervind daar last van. Zo ook afgelopen zondag tijdens de halve marathon in Gent waar ik samen met Roos en Sam aan de start stond. Het was een regenachtige dag en als het regent, lieve mensen, dan waait het doorgaans ook. Neem daarbij een parcours met behoorlijk wat draaien en keren, lastige steentjes incluis, een Gent dat grijs afstak tegen de koninklijke allures van Den Haag en je begrijpt dat ik er niet de halve marathon van m’n leven liep. Dankzij de lead-out van Sam kon ik nog afklokken op een 1:25, maar een echt goed gevoel hield ik er niet aan over. Roos daarentegen, die ging weer als een speer. Ze verbeterde haar amper 2 weken oude PR van de CPC met weer een minuutje. She’s on a roll! Volgend jaar gaat ze Karel Sabbe achteraan in de Barkley Marathon, let op mijn woorden.

SQQH0117

Ik word ook geplaagd door wegenwerken. Op mijn fietsroute naar school liggen drie stukken weg open. De situatie: mobiele lichten die altijd op rood staan, autobestuurders die zich ergeren, wachten, nog wat wachten en dan over een geïmproviseerd fietspad voorbij de werf. Het wegdek wordt weer wat opgelapt, fundamenteel wordt de mobiliteit op de steenweg er zelden beter van. Lastig, maar niks waar ik van wakker lig. De echte terreur zijn de wegenwerken die in mijn hoofd plaatsvinden. Sinds een paar maanden volg ik een intensief therapeutisch traject om de PTSS aan te pakken waar ik al veel te lang mee leef. Enerzijds is er de opluchting dat ik mijn verregaande angst en stress gerelateerde klachten bij de wortels aanpak, anderzijds betekent dat ook teruggaan naar de oorzaak ervan. Dat maakt heel veel los. Er worden diepe kraters in het wegdek geslagen. De imposante brokstukken liggen ernaast en ik vraag me af hoe dat ooit weer zal passen. Wat bloot komt te liggen is onontgonnen terrein. Pure chaos. Uitzichtloos, moeilijk voor te stellen dat daar ooit weer een strakke asfaltstrook zal liggen met slechts enkele subtiele breuklijnen die verwijzen naar de bouwval die ooit was. Mijn werk is zowel een afleiding als een vlucht. Sporten is dat ook. Er is op dit moment geen gulden middenweg. Het is wachten bij die wegenwerken (soms geduldig, soms met een vloek), wetende dat ze op een dag minder hinderlijk zullen zijn en ook erop durven vertrouwen dat ze op een andere dag tot de verleden tijd zullen behoren.

Ik heb heel veel lieve mensen om me heen die me met zorg omringen, maar ook in de muziek vind ik troost en afleiding. Mijn Spotify playlists werden weer wat uitgebreid met respectievelijk De Janklijst, De Troostlijst en De Vechtlijst. Bovendien maakte ik ook een 90’s Throwback lijst die mij helemaal terug katapulteert naar mijn jeugdjaren. De tijd dat ik keihard Self Esteem van The Offspring meebrulde (I’m just a sucker with no self esteem), wij met z’n allen Britney Spears en Christina Aguilera leerde kennen, Aqua muzikaal hoge toppen scheerde met Barbie Girl, maar Seppe en ik ook fan waren van Krezip, Nirvana, The Radios en Eminem. Kortom een gezellig bont allegaartje.

Begin februari gingen Roos en ik naar het concert van First Aid Kit in de AB. Johanna en Klara Söderberg zijn Zweedse zussen met een gitaar die fantastisch zingen, een folkduo wordt dat blijkbaar genoemd. We waren het erover eens dat ik eerder Klara was en Roos Johanna (we zagen het al helemaal voor ons hoe wij samen een band zouden vormen). Je zou hun songs wat melancholisch en triestig kunnen noemen. Toch behoren ze wat mij betreft absoluut tot de troostende hoopgevende categorie. Hun recentste album Palomino bevat alleen maar pareltjes, vooral het meeslepende Out of My Head luisterde ik al honderden keren. Dezelfde vibe vind ik ook bij een heel wat ouder album: Temple Of Low Men van Crowded House. Niet toevallig de plaat van Four Seasons in One Day, wat ik vorig jaar bombardeerde tot voorjaars-janklied. Voor de French touch heb ik dan weer Zaz, wiens stem nooit verveelt, of ze nu over Parijs of over de liefde zingt. Tot slot kleurt ook I Don’t Live Here Anymore van The War On Drugs mijn voorjaar. Wat een topplaat! Als het echt tijd is voor wat licht- en luchtigheid in het leven, dan is er gelukkig nog The Masked Singer. Dankzij Minotaurus ben ik weer helemaal verslingerd aan Queen en dan vooral The Show Must Go On. Drama doet het altijd goed, ongeacht de tijd of het moment.

Ziezo, het is paasvakantie. Tijd om rust te nemen. Ik ga de verbinding en vriendschap opzoeken. Koffie drinken, lezen en lopen. Wat creatieve projecten hervatten. Wind mee of tegen, de kriebel om helemaal naar die Rotterdam Marathon toe te leven komt eraan. On a river, I’m floating down the stream and back again om het met de zusjes Söderberg te zeggen. Zussen hebben eigenlijk altijd gelijk.

De race – Het ging toch weer hard in Den Haag

De CPC Loop in Den Haag is altijd weer een feest, eentje waarbij je niet zelf de slingers moet ophangen. Op zondag 12 maart stond de 47e editie op het programma. In 2016 namen Roos en ik voor het eerst deel aan de halve marathon van de CPC. Inmiddels kan ik over elke editie wel een verhaaltje bedenken waarom net die zo onvergetelijk was. Zo was mijn laatste CPC nog maar een half jaar geleden: een zonovergoten najaarseditie, samen met Sam aan de start. Dit jaar was Roos weer van de partij en zakten we traditiegetrouw op zaterdag al af naar het prachtige Den Haag. Gedreven door onze honger naar loopavontuur én onze liefde voor die stad. Ik zou ons echt de Belgische ambassadeurs van Den Haag willen noemen. We komen er natuurlijk letterlijk een beetje thuis bij onze familie die er woont, maar Den Haag heeft werkelijk alles in huis om er een geweldige tijd te beleven. Met of zonder loopevenement.

We moesten er dit jaar wel wat voor over hebben om Den Haag te bereiken. Om verkeerschaos ten gevolge van klimaatbetogingen en boerenprotest te vermijden was het zaak om vroeg te vertrekken. Dat moet je ons geen 2x zeggen: vroeg is dan ook echt vroeg. Zo vroeg dat wij om 10u de eerste klanten waren bij mijn favoriete Café Emma op het Regentesseplein. Zo kon ook Roos eens aan den lijve ondervinden dat de bediening daar echt naar een hoger niveau van jovialiteit wordt getild. Het zonnetje scheen, wij waren in Den Haag bij onze familie. Onze dag kon kortom niet meer stuk. We aten taart en dronken koffie. We gingen voorraadjes inslaan bij de Albert Heijn. We lieten ons werkelijk overal prikkelen en inspireren zodat ook onze creatieve batterijen volop werden opgeladen.

IMG_0933b

Zondag was het weer minder gunstig: druilerig grijs met wat wind en kans op lichte regen. Eigenlijk krijgen we dat weertype elke CPC voorgeschoteld. Een grijs wolkendek heeft niet per se een negatieve invloed op je loopprestaties, een beetje regen ook niet. Wind is een ander verhaal, de wind kan echt een spelbreker zijn. Roos en ik zitten allebei in het staartje van de weg naar ons voorjaardoel. Ik stoom me klaar voor de marathon van Rotterdam, Roos waagt zich een weekje eerder aan een ultraloop van 59 kilometer. Ze had naar eigen zeggen nog een rekening te vereffenen met de CPC. Haar doel was om een nieuw record op de halve te laten optekenen en dus onder de 1u40 te duiken. Bij mij zou het erom spannen: mijn missie was om zo dicht mogelijk bij die 1u25 te blijven, maar ik wist ook dat mijn marge beperkt was. Als ambassadeurs van Den Haag hadden we echter nog een invité warm kunnen maken voor een eerste kennismaking met de CPC. Niemand minder dan Pieter (die soms wel de familienaam Van Houffalize lijkt te hebben) vervoegde ons team, samen met zijn immer enthousiaste ouders Erwin en Sybille. Pieter zou zijn eerste officiële halve marathon lopen en had dus evenzeer zin om eens goed uit te pakken.

Omdat ik in september 6 seconden onder de 1u25 wist te blijven, kon ik me inschrijven als subtopper. Een bescheiden mijlpaal in mijn even bescheiden loopcarrière. Met een polsbandje kreeg ik toegang tot de aparte subtop-kleedruimte. Een kwartier voor de start zouden we dan samen naar het startvak vertrekken. De koukleumtijd van een subtopper moet natuurlijk tot een minimum beperkt blijven. We kregen bananen en drankjes aangeboden, maar verder moesten we het ook gewoon doen met een krappe houten bank. Helaas kan ik weinig spannends vertellen over de voorbereiding van subtoplopers. Ze kleden zich gewoon om en bevestigen hun borstnummer met veiligheidsspelden. Sommigen maakten wel wat opmerkelijke opwarmingsbewegingen. Ik zat erbij en keek ernaar. Mijn pre-race-ritueel bestaat uit babbelen met Roos en dat miste ik nu. Wat opviel was dat werkelijk elke loper Vaporfly’s droeg: de ultrasnelle schoen van Nike. Ook ik trouwens! Het zou de vuurdoop zijn van mijn blauwe snelheidsduivels in wedstrijdverband. Ik zag dat je die veters met precisie moet strikken en dat je de lussen dan wegwerkt onder de veter zelf (zodat je er niet in verstrikt geraakt?!) 15 minuten voor de start komen we volgens planning aan bij het startvak, waar nog plaats is voorzien om op te warmen. Tja, dat doe ik nooit, maar nu voel ik toch druk om met mijn meest krachtige pas wat op en neer te lopen. Het is onvermijdelijk dat ik helemaal vooraan in het startvak beland. Achter mij wemelt het van de snelle mannen die als gekken staan te drummen om aansluiting te vinden bij de kop van de race, waar ik tegen mijn wil in ook bij hoor. Starten bij de subtop: het is een ervaring op zich, maar wel eentje van stresserende aard.

f9bfac2a-a211-4423-b65d-460b9b7ed9be

Als de rode vlag de lucht in gaat, is het nog een minuut tot de start. Nooit eerder stond ik zo oncomfortabel tegen anderen aangedrukt te wachten. Eindelijk weerklinkt het startschot! Mijn raceplan is eenvoudig: snel, maar niet té snel vertrekken, dat is wat ik moet doen als ik 21,1 kilometer lang rond de 4’00” per kilometer wil lopen. De zon schijnt voorzichtig, maar mijn voeten zijn bevroren. Daardoor lijk ik de eerste kilometers geen voeling te hebben met mijn lichaam. Ik loop gewoon met de massa mee. De wauw-factor die ik in september had is er niet. Waar ik op training het gevoel had te vliegen met die Vaporfly’s, lijkt het nu alsof ik op slappe turnpantoffels loop. Een echt lekker begin is dit niet. Vandaag zal het niet moeiteloos gaan. Mijn neef Maarten is reporter en supporter ter plaatse. Hij fietst een stukje mee om live verslag te kunnen geven aan de familie in België. Hem wacht de aartsmoeilijke opdracht om drie lopers met verschillende tempo’s aan te vuren, een missie waar hij wonderwel in zal slagen.

Na 5 kilometer kan ik niet anders dan conclusies trekken: er is verdorie veel wind en die wind waait verdorie recht in mijn gezicht. Ik moet nu al werken om mijn beoogde tempo te halen, wat in deze fase van de race eigenlijk niet zou mogen. Vandaag is het kortom niet mijn dag om een besttijd neer te zetten. Ik verkondigde al vaak dat de halve marathon één van mijn favoriete wedstrijden is omdat je zowel duur als snelheid combineert. Anderzijds is het ook één van de meest verraderlijke afstanden, juist om diezelfde redenen. Na 8 kilometer tegenwind besef ik dat ik nog een lange weg te gaan heb. Ik kan geen beschutting vinden in een groepje, want die lijken er niet te zijn. Ook kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ik vandaag toch eerder de prooi dan de jager ben. De wind zal wel eens draaien, het tij zal niet keren. Ik stel mijn doel bij naar een gemiddelde onder de 4’05”. Ik wil vooral weer het goede gevoel te pakken krijgen, een comfortabel ritme vinden waarbij ik de controle heb over hoe snel er gelopen wordt. In theorie klinkt dat eenvoudiger dan wat het in werkelijkheid is. Een lopend lichaam laat zich namelijk niet aansturen als een auto waarbij je het gaspedaal wat kan lossen of verder indrukken. Ik wil een tempo aanhouden zonder krampachtig tegen de wind in te beuken. Na een kilometer of 10 lukt dat te midden van de woonwijken al wat beter. Echt soepel is mijn tred niet, maar ik vind wel een tweede adem.

Als ik na 14 kilometer richting de boulevard loop, heb ik mezelf weer wat teruggevonden. Langs de zee heb ik de wind in de rug, al loopt het daar ook niet echt lekker over een oplopend stuk en een bakstenenpad is erg mooi, maar efficiënt loop je er niet op. In tegenstelling tot vorig jaar vind ik hier wel mijn derde adem. Een dag ervoor had ik het met Roos over wat de finale van een halve marathon is. Volgens mij was dat kilometer 18. Ik zou dat nu bijstellen naar kilometer 17,5: naar analogie met de beruchte km 35 van de marathon. Als ik van de pier weer afdraai richting de city (City-Pier-City!) begin ik aan mijn finale. Het lukt me wonderwel om mijn hoofd boven water te houden en nog stevige kilometers af te tikken. Met dank ook aan de aanmoedigingen van Maarten. De laatste rechte lijn richting Malieveld lijkt zoals steeds oneindig lang. Ik pers er nog uit wat erin zit en word richting finish gestuwd met de steun van Erwin en Sybille. Ik klok uiteindelijk af op 1:26:07 en een gemiddelde snelheid van 4’03” per kilometer. Missie toch wel geslaagd.

Aanvankelijk voel ik wat teleurstelling. Simpelweg omdat ik trager ben dan in september. Gezien de omstandigheden denk ik echter niet dat het vreemd is dat ik per kilometer 3,5 seconde meer nodig had. Ik loop nog steeds top 50 bij de vrouwen, ik ben bovendien de eerste Belgische en ook nog eens zesde in mijn leeftijdscategorie. Het zou ronduit belachelijk zijn om hier ontevreden mee te zijn. Na de finishzone word ik meteen omringd met de goede zorgen van de familie Van den Borre. Pieter finishte in een straffe tijd van 1:20:48. Volgens de app gaat Roos op dat moment nog als een malle tekeer om haar PR te verpulveren. Het is namelijk Roos Odeyn die de knalprestatie van de dag levert: met 1:35 rond loopt ze haar record in gruzelementen. SIA-gewijs liep zij Unstoppable door de Haagse straten, als een Porsche zonder remmen, zonder batterij, op 100% beenkracht en windenergie. Pieter en ik konden niet anders dan het hebben over die vreselijke wind. Waarop Roos verwonderd vroeg: was er wind dan? Om het sportbulletin van de dag te vervolledigen: Sam liep in Gent een halve marathon in de elite-wave Bashir Abdi achterna. Met een sterke 1:18:18 verbeterde hij zijn PR met 7 seconden en ja hoor, ook bij hem was er sprake van een windverhaal.

Roos droeg haar PR op aan haar peter Julien die exact een jaar geleden overleed. Julien was een fervent (marathon)loper, een prachtig en toepasselijk eerbetoon dus! Ook om een andere reden waren we een klein beetje in de rouwsfeer ondergedompeld. Onze favoriete webshop waar we de laatste jaren al onze Nike loopschoenen en dito kleding aan scherpe prijzen konden kopen ging die week ter ziele. Onze nieuwste outfitaanwinsten voelen nu als relikwieën uit vervlogen tijden. Vertrekken in Den Haag doet altijd een beetje pijn. We stapten zondagavond dus weer in de auto. Goed volgeladen met onder andere twee fietsen, heel wat bagage en een voorraadje Tony’s chocolade en appelstroop. We konden weer een onvergetelijk hoofdstuk toevoegen aan ons CPC-boek. Op naar het volgende avontuur: de halve marathon in en rond de Gentse binnenstad!

IMG_0941b

Het boek – 9 waanzinnige vrouwen

Het is vandaag Internationale Vrouwendag en – ik zeg het elk jaar – zo’n dag is nodig. Omdat er nog steeds door ons allemaal een strijd geleverd moet worden voor een gelijkwaardige behandeling van vrouwen. En natuurlijk ook omdat er gelukkig zoveel inspirerende fascinerende vrouwen zijn. Het is echt leuk om een vrouw te zijn hoor! Al zijn er heel veel plekken op de wereld waar ik liever geen vrouw ben. Je moet ook geen doorwinterd tijdreiziger zijn om te beseffen dat vrouwen er vroeger doorgaans bekaaid van af kwamen. De mythe van het zwakke geslacht zit diep in onze geschiedenis geworteld. Het kan geen toeval zijn dat ik de laatste tijd veel boeken las over vrouwen die tegen de stroom en tijd in op eigen benen proberen te staan. Veelal was dat wankel, met meer vallen dan opstaan. Meestal liepen zulke pogingen niet goed af. Je moest wel gek zijn om als vrouw je eigen koers te durven varen. Bam! Daar kreeg je je stempel! Vandaag kunnen we die waanzinnig dappere vrouwen alleen maar dankbaar zijn voor de stenen die ze hebben gelegd.

In 1900 schreef Frederik van Eeden Van de koele meren des Doods. De titel verwijst naar de naargeestige gedachten van hoofdpersonage Hetty. Als kind wordt ze getekend door de dood van haar moeder, waardoor ze steeds meer “verdonkert”. Sterven intrigeert en fascineert haar meer dan leven. Van Eeden was psychiater en in zijn voorwoord benadrukt hij dat hij geen wetenschappelijke studie wilde schrijven over een pathologisch geval, zoals hij Hetty zelf noemt, maar wel “een kunstwerk over een zielsgebeurtenis” (enter het moraliserende vingertje). Hetty’s leven is een lijdensweg, één en al kommer en kwel, afzien in het kwadraat. Ze belandt uiteindelijk in een obscure kliniek in Parijs waar ze troost vindt in het geloof. Dat is uiteindelijk ook de boodschap die Van Eeden tracht mee te geven: het enige heil dat mentaal lijden kan verzachten is religie. De onderliggende gedachte is dat een vrouw zwakker van natuur is. Pijnlijk.

Heel wat genuanceerder is Wat stilte wil (2022), de jongste roman van Arthur Japin. Hij vertelt het gefictionaliseerde verhaal van Anna Witsen, een jonge vrouw die aan het begin van de 20e eeuw een zangcarrière ambieert, maar heel wat tegenkanting ervaart. In de eerste plaats van haar vader. Anna worstelt bovendien stevig met de maatschappelijke verwachtingen. Gestaag worden haar dromen de grond ingeboord. Haar broer Willem daarentegen kan zich wel volop ontwikkelen. Hij is lid van de Tachtigers, een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur, waar ook de reeds vernoemde Frederik van Eeden deel van uitmaakt. Als vooraanstaand psychiater reist hij naar Parijs om er hypnoseshows bij te wonen van dokter Charcot in het Hôpital de la Salpêtrière. Arthur Japin slaagt erin om van de historische figuur Anna Witsen een gelaagd personage te maken. Haar levensloop toont aan dat als vrouwen 125 jaar geleden durfden te kiezen voor een ander dan het gebaande pad ze van een héél kale reis terugkwamen.

Victoria Mas kiest in Het bal der gekken (2019) resoluut voor een positieve benadering van vrouwelijke waanzin. Haar roman speelt zich af in het eerder genoemde La Salpêtrière in Parijs, een ziekenhuis dat onderdak bood aan zogenaamd hysterische vrouwen. Onder hen zowel slachtoffers van verkrachting, als sekswerkers, als dementerenden of vrouwen die op de één of andere manier als “anders” werden bestempeld. Veelal gedumpt door hun familie werden ze er geïsoleerd van de samenleving zonder enig vooruitzicht op herintegratie. Daarbovenop waren ze overgeleverd aan de therapeutische sessies van dokter Charcot. Hij behandelde hysterie onder andere door zijn patiënten op te voeren in openbare hypnoseshows. Een akelig stukje geschiedenis kortom, maar toch slaagt Victoria Mas erin om met haar 19-jarige hoofdpersonage Eugénie het verzet te laten zegevieren. Ze stelt “gek zijn” in vraag en breekt daardoor een lans voor female empowerment.

IMG_0898b

Deprimerender van aard is dan weer Een revolverschot (1911) van Virginie Loveling dat zich omstreeks dezelfde periode afspeelt in het verstikkende Vlaanderen. In 2021 verscheen dankzij Annelies Verbeke een nieuwe versie van deze vergeten Vlaamse klassieker. Ze voorzag de roman van een voorwoord en friste de taal op met respect voor Lovelings stijl. Haar ingrediënten voor een gevaarlijke (lees: dodelijke) cocktail zijn: twee zussen, één man, één revolver en enkele sterfgevallen. Centraal staat het gevoelsleven van Marie Santander die door een samenloop van omstandigheden beetje bij beetje afglijdt richting de waanzin. Of is het de eenzaamheid? Maries verhaal zet de kwetsbare positie van vrouwen die alleen (over)leven in de verf. Als vrouw zonder man, maar ook als slachtoffer zonder aangepaste zorg, stapelen de desillusies zich op en was je een dikke eeuw geleden een vogel voor de kat.

Een Marie die er wel in slaagt om zich als buitenbeentje te manifesteren is het hoofdpersonage in Matrix (2021) van Lauren Groff. Deze dappere 17-jarige heldin wordt in de 12e eeuw verbannen van het hof van Queen Eleanor naar een verlaten abdij zonder enig toekomstperspectief. Marie is letterlijk en figuurlijk te groot voor het hoofse wereldje. Ze lijkt aanvankelijk dan ook een slachtoffer te zijn van haar eigenzinnigheid. Omringd door een bont allegaartje vrouwen (nonnen van diverse pluimage) slaagt Marie er echter in om een imperium in middeleeuwse stijl op te bouwen. Een plek waar vrouwen geen mannen nodig hebben om hun boontjes te doppen, waar de liefde voor God hand in hand kan gaan met de liefde voor vrouwen. Het alom bejubelde Matrix is een roman met sprookjesachtige allures én uitsluitend vrouwelijke personages. Smullen maar!

In het wondermooie The Easter Parade (1976) bewijst Richard Yates dat het leven als vrijgevochten vrouw ook niet zo gek lang geleden geen lachertje was. De eerste zin is meteen een stevige waarschuwing aan het adres van de gevoelige lezertjes: Neither of the Grimes sisters would have a happy life. Zussen Sarah en Emily zoeken vanuit een gebroken gezin elk hun eigen weg. Sarah kiest voor het klassieke gezinsleven: het ogenschijnlijk perfecte plaatje. Schijn bedriegt uiteraard, daar komt ook Emily achter die er een hobbelig liefdesparcours op na houdt, inclusief gefnuikte carrièremogelijkheden. De zusjes Grimes rijden zich keer op keer vast in hun verlangens. Werkelijk elke droom wordt vakkundig aan diggelen geslagen, of ze nu het rechte pad, dan wel de weg van de weerstand kiezen. Toch weet Yates tussen al de miserie door sprankeltjes hoop te laten schitteren. Je kan niet anders dan diep bewondering hebben voor alle Emily’s.

Few men since Flaubert have offered such sympathy to women whose lives are hell – Kurt Vonnegut over het werk van Richard Yates

Nightbitch (2021) van Rachel Yoder is ongetwijfeld het meest excentrieke boek in dit lijstje met het meest waanzinnige hoofdpersonage. Ook opgeleide vrouwen met een waaier aan kansen in onze tijd kunnen immers verzanden, spartelen en wegzakken. “The mother” is een naamloze verteller met kind “the boy” en een man die uitblinkt in afwezigheid. Een moeder die haar kind oprecht graag ziet, maar toch een torenhoge tol betaalt om te voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen die bij het moederschap (niet ouderschap) horen. Waar ze zich aanvankelijk nog probeert te verzetten tegen de beperkende rol die haar wordt opgedrongen, beseft ze al vrij snel dat dit zinloos is. I am now a person I never imagined I would be (…) I would like to be content, but instead I am stuck inside a prison of my own creation. Het gevolg is dat deze moeder ervan overtuigd geraakt dat ze ’s nachts in een hond verandert. Jawel. Nightbitch is zowel teder als hilarisch. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, het verhaal gaat juist over de allesverpletterende liefde van een moeder voor haar kind. “The mother” dwaalt net zoveel als een hondsdolle jachthond op de dool.

Afsluiten doen we hoopvol én in stijl met Elizabeth Finch (2022) van Julian Barnes. We bevinden ons in een klassieke setting à la Barnes: Elizabeth Finch doceert namelijk Culture and Civilisation. Na haar dood gaat één van haar voormalige studenten graven in haar archieven. Hij doorspit stapels essays en notities in de hoop een saillant persoonlijk verhaal op te duikelen, maar het ene na het andere beschouwende stuk over de Europese kunst en cultuur belandt in zijn handen. Leeswaarschuwing: het verhaal gaat hier wel wat de elitaire toer op. Met name het middenstuk is een beschouwing over Julianus de Afvallige, een Romeinse keizer in de 4e eeuw. Barnes kwam er wat mij betreft mee weg omdat hij zo fantastisch mooi kan schrijven. Zijn Elizabeth Finch is net zo raadselachtig als dat ze intrigerend is. Een vrouw die leeft bij gratie van de kunst en cultuur en daar volstrekt gelukkig mee is. Of hoe gelukkig niet alle vrouwen die voor zichzelf en hun carrière kiezen grandioos ten onder moeten gaan.

IMG_0903b

Loperspraat – 20 vragen over het voorjaar van Roos

Moeten er nog vragen zijn? Jazeker en maar liefst 20 stuks aan het adres van mijn niet zo kleine zusje Roos. Over haar leven en lopen nu de eerste twee maanden van het nieuwe jaar achter de rug zijn. Over het kleine geluk en de grote dromen. Stof genoeg om al eens te kijken naar wat 2023 bracht en hopelijk nog brengen zal. Ik doe altijd mijn best om mijn familieleden niet té veel te belasten met al die vragenstellerij, maar ik kreeg nu toch weer te horen dat sommige vragen moeilijk waren. Aan de antwoorden is daar in ieder niks van te merken.

Heb je dit jaar al geskeelerd?
Spijtig genoeg nog niet. Je hebt een combinatie van droge en schone wegen nodig. Dus geen bladeren of modder en geen nattigheid. Skeeleren is ook het veiligst in daglicht dus de weekdagen vallen ook al weg. Ik hoop er snel weer mee te kunnen starten.

Hoe gaat het op je werk?
Prima. Weer lekker druk. Ik had sinds januari veel werk met wat extra opdrachten, die zitten er voorlopig op.

Welk loopevenement wil je nooit (meer) missen?
De CPC is altijd zo een leuk weekend, een blijvertje. Maar de loop zelf viel al vaak tegen. Nog nooit echt kunnen schitteren. De 20 kilometer van Brussel blijft mijn lievelingswedstrijd, want daar is alles begonnen. Ook al erger ik me elk jaar blauw aan de wandelaars en buggy’s tussen de lopers, het is zo een fijn evenement!

Op maandag 10 april loop je De Jogclub Ultra van maar liefst 59 kilometer. Waarom?!
Na Parijs vorig jaar wou ik geen nieuwe marathon meer plannen omdat die naar mijn idee boven verwachting goed was geweest. Ik had ook zoveel plezier beleefd aan het supporteren bij de marathon van Berlijn en later Amsterdam dat ik me prima voelde in die supportersrol. Maar anderzijds geeft dat aanschouwen toch altijd een prikkel om er weer zelf voor te gaan. Met dat getwijfel in mijn hoofd kreeg ik aan het einde van het jaar een stevige sinusitis te pakken en een geforceerde tussenribspier, dat bleef maar aansleuren en ik had het gevoel al achterstand te hebben in mijn trainingen alvorens te zijn gestart. Toen ik me uiteindelijk ging inschrijven was de marathon van Rotterdam uitverkocht. Toen besliste ik om de Jogclub Ultra mee te doen. Het voelt nu niet aan als een plan B, maar als een plan A. Het is ook weer een nieuwe uitdaging, je kan het dus niet beter of slechter doen, wat het ook wel minder stresserend maakt.

Wat was je zwaarste training tot nu toe?
Mijn 25 km loop. Niko zijn geweldig pannenkoekenontbijt wierp al na enkele kilometers op, de stukjes bos die ik had gepland, vielen me meteen zwaar. Ik had geen echte route uitgestippeld dus moest vaak stoppen om me op mijn gsm te oriënteren. Toen ik uiteindelijk de weg gevonden had, kwam de wind opsteken en kwam daar nog regen bij. En toen begonnen mijn darmen te rommelen, vreselijk! Ik was zo blij toen ik ons huis zag staan.

Welk type trainingen voelen nooit als een opgave?
Wanneer de zon schijnt, de benen fris zijn en Spotify de perfecte sfeer creëert. Ik kan al lopend DJ’en. Dan dwalen mijn gedachten weg en kan ik over alles dromen, denken, plannen maken… Geweldig!

Wat vind je het leukste en wat het moeilijkste aan trainen voor een groot doel?
Een doel motiveert om weer kilometers te tellen en extra te lopen. Je klaarstomen voor een groot doel is iets bijzonders. Het vraagt toch altijd wat planning en organisatie. Elke zondag is het weer kijken: wanneer ga ik wat lopen en hoeveel? Als je dan eens veel andere bezigheden hebt in een week dan vind ik het echt een uitdaging. Maar uiteindelijk lukt het dan toch altijd om de kilometers te lopen zoals gepland, ook al moet je daar soms vroeg voor opstaan of na het werk nog lang voor lopen.

Loop je soms in gezelschap?
Niko vervoegt me steeds vaker. Sinds kort ook Joni, onze nieuwe loopvriend en voetbalvriend van Niko. Altijd leuk om samen te lopen. Al moeten de tempo’s wel matchen. Sorry meisje, maar lopen met jou is echt afzien!

Liep je al in korte broek?
Nee, wel al in T-shirt.

Wat verwacht je volgende week van de CPC halve marathon in Den Haag?
Ik heb het even opgezocht en ik heb er nog nooit een echte toptijd neergezet. Daar hoop ik verandering in te brengen. Ik heb zin om eens echt te scheuren door die straten van Den Haag. Ik heb zelfs een beetje een wedstrijdplan gemaakt. Al hoop ik dat die tussenribspier niet weer gaat verzuren.

Zien we je ook weer aan de start in Houffalize?
Tuurlijk.

Als tijd, geld en middelen geen probleem zijn, wat is dan je grootste (en stoutste) sportieve droom?
Heel moeilijke vraag. Ik dacht eerst aan meer kleding van Saysky, haha. Weinig ambitieus ben ik precies. Uitdagingen zoals de marathon van New York of Boston zeggen me niks, alsook die extreme uitdagingen zoals Marathon des Sables. Misschien dan eerder een bijzondere natuurloop in de bergen, al heb ik een hekel aan bergop lopen.

Wat eet en drink je vlak na een zware training?
Chocomelk en dan gewoon waar ik heel veel zin in heb. Dat kan variëren. Ik heb nog wel wat te leren qua voeding, denk ik.

Welke songs kleuren het begin van 2023?
Out of My Head van First Aid Kit staat op repeat. Verder probeer ik me in te luisteren op Rock Werchter 2023.

Welke kleur droeg je dit jaar al het vaakst?
Haha, geen antwoord mogelijk. Hetzelfde als altijd denk ik.

Las je dit jaar al een boek?
Ik las heel wat vakliteratuur en begon in een boek. Ik zit toch al 10 pagina’s ver.

Wie zijn je favoriete masked singers?
Champignon en Hippo.

Op welk DIY-project ben je het meest trots?
Onze zelfgemaakte dierenmagneten voor Emils 1e verjaardag vind ik fantastisch goed gelukt. Mijn wilgenhut in de tuin is ook best geslaagd. Verder is mijn jeans broekpak een parel in wording.

Hoe vierde je de 1e verjaardag van Emil?
Met frieten en stoofvlees. Hij was wat slechtgezind op zijn verjaardag, maar dat is helemaal oké. Ik heb geklonken met zijn papfles. Mijn eerste jaar als meter zit er dus op. Ik neem mijn rol best ernstig.

Welke eigenschappen van je familieleden benijd je het meest?
De snelheid, de discipline en de kracht die Joke en Seppe hebben op sportief vlak. Een vat dat nooit leeg kan zijn. Altijd blikken karakter in de berging. Ons Marietje is dan weer specialist in het leiden van een chaotisch leven: ze kan met één schoen aan haar hele huishouden doen en dan pas de tijd nemen om haar tweede schoen aan te doen. Hilarisch, maar uiteindelijk deinst ze daardoor nooit terug voor nog meer chaos en krijgt ze ook alles geregeld. Ze is veel onbevreesder. Mama en papa zijn daar weer echt het voorbeeld van de kleine gelukjes. Hoe je leven geweldig kan zijn als je er samen in slaagt om de perfecte compost te maken.

Het volledige team van Jokeloopt bedankt je en wenst je nog een schitterend voorjaar toe, Roos!

Het boek – De lezer en de 13 vragen

Dagdagelijkse gewoontes van mensen vind ik mateloos fascinerend. Hoe verloopt je ochtendroutine bijvoorbeeld? Wat doe je het liefst op zondag? Waar en met welke frequentie doe je boodschappen? Ook over hoe het lezend en lopend leven plaatsvinden dan wel georganiseerd zijn, daar stel ik maar wat graag heel veel vragen over die ik ook met evenveel plezier beantwoord. Voor deze 13 vragen aan mezelf als lezer liet ik me inspireren door de vragen aan auteurs in de boekenbijlage van De Morgen.

Wat was het beste boek dat je las in 2022? Erfgoed van Miguel Bonnefoy, toevallig ook het allerlaatste boek dat ik vorig jaar las. De auteur is een Parijzenaar met Chileense en Venezolaanse ouders. Erfgoed gaat ook over hoe die verschillende culturen met elkaar verweven zijn. Aan mijn goede vriendin en collega Murielle (die ook nog eens Frans én Spaans spreekt) beschreef ik Erfgoed als een kruisbestuiving tussen Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez en Het achtste leven van Nino Haratischwili: een magisch familie-epos dat van mij veel langer had mogen duren.

Welke klassieker die je onlangs las, zou je aanraden? If Beale Street Could Talk (1974) van James Baldwin: het liefdesverhaal van Tish en Fonny, twee jonge zwarte mensen die opgroeien in het New Yorkse Harlem. Als Fonny in de gevangenis belandt omdat hij valselijk beschuldigd wordt van verkrachting zet Tish samen met haar familie alles op alles om hem vrij te krijgen. Een ontroerend liefdesverhaal dat voor de BLM-beweging bestond nog steeds brandend actueel is.

Welk boek had je zelf willen schrijven? Ik heb nooit de ambitie gehad om een roman te schrijven. Door mijn blog ben ik wel gaan beseffen dat ik graag schrijf over wat ik tegenkom in het leven. Om die reden had ik Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van marathonloper en topauteur Haruki Murakami wel willen schrijven. Volgens mij is dat het mooiste boek over hoe het leven en lopen met elkaar verbonden zijn. Omdat ik ook graag de verhalen van anderen opschrijf, had ik met plezier de eindredactie van heel wat boeken over atleten voor mijn rekening genomen. Ik vind die boeken vaak te mager geschreven, bol van de clichés, soms zelfs tenenkrommend slecht.

Welk boek vertelt iets over jou? Alle boeken die ik lees doen dat op de één of andere manier. Hier vertelde ik daar al meer over.

Heb je een voorkeur voor boeken die eerder emotioneel of eerder intellectueel raken? Ik vind het juist heel belangrijk dat de balans niet overhelt naar het ene of het andere. Een boek is een kunstwerk dat moet raken omdat het zo knap gemaakt is. Als een auteur enkel inzet op het sentiment of op de stijl, dan voel ik het meestal niet. En met intellectueel raken bedoel ik zeker niet dat het altijd complex of overdreven literair moet zijn, ook daar heb ik een hekel aan.

Hoe beslis je welk boek je gaat lezen? Uit het ene boek volgt altijd een beetje het andere, als in: er is vaak ergens een link tussen wat ik net gelezen heb en wat daarop volgt. Dat kan iets thematisch zijn, maar net zo goed dat het allebei boeken zijn die gaan over de maatschappij van nu. Soms is er ook een duidelijk verband met wat er speelt in mijn eigen leven. Lezen is dan troost en herkenning. Ik lees nooit twee boeken van dezelfde auteur na elkaar. Net zoals ik het zal vermijden om twee boeken die qua stijl erg gelijkend zijn vlak na elkaar te lezen.

Hoe is je boekenkast georganiseerd? Zeker niet volgens kleur en al helemaal niet alfabetisch. Mijn boeken zijn geografisch geordend en daarbinnen streef ik naar chronologie. Bij de Italianen loopt het dus van Italo Calvino via Giorgio Bassani naar Elsa Morante en Elena Ferrante. Mijn bibliotheek in de woonkamer bevat alleen de boeken die ik al gelezen heb én ook goed vond. Al die boeken zijn dus mijn darlings. Er is niet echt samenhang in hoe de streken onderling samenhangen. Wel is het zo dat hoe centraler iets in de kast staat, hoe geliefder het is.

IMG_0855b

Wat voor soort lezer was je als kind? Een gulzige lezer, zoals ik nog steeds ben. Ook echt een lezertje dat in een boek kon wegkruipen en heel erg onder de indruk kon zijn van personages en verhalen. Ik verdiepte me als kind ook al in schrijvers in hun oeuvres, niet eenvoudig in internetloze tijden. Ik liet me graag verrassen, maar greep ook graag terug naar thema’s die ik goed vond.

Hoe is je leesstijl in de loop der jaren veranderd? Vroeger las ik alles wat los en vast zat. Nu vind ik het gemakkelijker om bepaalde genres en auteurs links te laten liggen. Dat moet ook wel, want als ambitieuze lezer besef je hoeveel er te lezen valt. Ik heb wel altijd mijn eigen leeskoers durven varen, waarbij ik wel gevoelig ben voor aanraders van vrienden.

Ben je vaker in de boekenwinkel of in de bibliotheek te vinden? In de boekenwinkel, ook al zijn boeken erg duur. Niks zo heerlijk als tussen de boeken grasduinen en wat high worden van de geur van vers papier. In de kringwinkel doe ik dat trouwens ook vaak en graag. Tegenwoordig voer ik wel een strenger beleid omtrent de aankoop van nieuwe boeken. Er waren jaren dat ik echt veel meer kocht dan las, met een rijkelijk gevulde ongelezen-kast tot gevolg. In de bibliotheek haal ik wel eens non-fictie boeken of dichtbundels.

Voor en met welke drie auteurs zou je een etentje willen organiseren? Miguel Bonnefoy, Lydia Sandgren en Olivia Wenzel. Een Fransman, een Zweedse en Duitse die allemaal ongeveer even oud als ik zijn en elk een topwerk afleverden in een heel eigen(tijdse) stijl: Erfgoed, Verzamelde werken en 1000 kronkelwegen angst. Dat kan niet anders dan een topavond worden! Ik hoop dan wel dat het Engels van Miguel wat op niveau is. En dat mijn kookkunsten niet teleurstellen.

Wie mag je levensverhaal schrijven? Mijn familieleden omdat hun taal gevoelsmatig het dichtst bij die van mij ligt.

Welke boeken liggen op je snel-te-lezen-stapel? Nino Haratischwili’s nieuwe klepper Het schaarse licht. Ik denk dat ik daaraan begin in de paasvakantie. Verder ben ik erg benieuwd naar Het lot van Atalanta van filosofe en marathonloper Hanna Vandenbussche: eentje voor de taperperiode van de marathon. Tot slot wil ik me ook snel wagen aan De diepst verborgen herinnering van de mens van Mohamed Mbougar Sarr, volgens De Morgen het beste boek van 2022 en bovendien winnaar van de prestigieuze Prix Goncourt 2021.

Het gerief – In de ban van de ruit

Mijn papa is veel, maar een fashionisto is hij nooit geweest. Ik had het dan ook nooit voor mogelijk gehouden dat uitgerekend hij zich als trendsetter zou ontpoppen. Het zit namelijk zo: al zo lang ik me kan herinneren draagt hij in de winter een geruite flanellen vest als jas. Hij had een rood-zwarte en een groen-zwarte versie met groot ruitpatroon. Merkloos uiteraard. Papa was daardoor erg herkenbaar. Lang voor de wereld er klaar voor was droeg Jan Odeyn met andere woorden een shacket. Helemaal hip en trendy dezer tijd. Een wat? Een shacket is een samentrekking van shirt en jacket: een wat oversized blouse, vaak geruit, die je als jas draagt. Een houthakkershemd wordt dat ook wel eens genoemd. Tegenwoordig zie je ze overal opduiken in alle kleuren, vormen en geheel uniseks. In december kon ik Sam overtuigen van de veelzijdigheid van het shacket en toen ik zag hoe hij in korte tijd helemaal verknocht raakte aan zijn vintage versie kon ik echt niet achterblijven.

IMG_0727b

Dankzij een prachtige rood-roze mantelstof mét ruit die ik bij LanaLotta zag, kreeg mijn shacket-droom uiteindelijk vaste vorm. Het was liefde op het eerste gezicht met die stof. Gek eigenlijk, aangezien ik rood en roze niet meteen als mijn lievelingskleuren zou bestempelen en ik er lang van overtuigd was dat de tijd van de felle kleuren voor mij passé was. Smaak en stijl veranderen. Vroeger kon ik ook niet begrijpen wat mensen zagen in de kleur bordeaux, terwijl burgundy nu een kleur is waar ik steevast voor zwicht. Net zoals lila en pasteltinten trouwens. De cyclamen in mijn tuin tonen aan dat je dit alles ook perfect kan combineren. Om die reden rolde er ook nog een sportieve sweater vanonder mijn naaimachine: een restprojectje van mijn (en Roos’) geliefde Invaincu-sweater. Ik moest creatief omspringen met de patroondelen en zo verdween het laatste stukje bordeaux in een mouw net zoals een stukje van de leopardstof. Als symmetrie geen optie is, dan kies ik resoluut voor de chaos. Colourblocking heet dat in modetermen.

IMG_0761b

Een shacket naaien vraagt net wat meer tijd dan een sweater, zeker als je met mantelstof werkt. Juist daarom was het een heel fijn project om mee bezig te zijn. Het eindresultaat overtrof mijn verwachtingen. De pasvorm is perfect (het ene oversized is het andere niet), de grote kraag is zowel stoer als elegant, net zoals de ronde vorm van de panden. Ook nu vormden de resten ruitstof een nieuw project. Naast jassen en sweaters ben ik namelijk ook een grote liefhebber van tassen. Ik zei het al vaker: er is een tas voor elke gelegenheid (én een jas én een sweater). Ik maakte al een tas die perfect in mijn fietstas past, zowel qua vorm als kleur. Een eenvoudige tote bag met grote hengsels om over de schouder te dragen. Mijn ultieme tip: een verstevigde bodem van stylevil zorgt ervoor dat je tas staat als een huis. De zoete, doch stoere ruit combineerde ik met vaste waarden van het Flat White huis: denim, een washed canvas in marineblauw, streepjes en een toets van zebra. Streepjes zijn echt altijd goed. De benjamin van de mini-collectie en familie Ruit is een fanniepack. Klein, maar verdorie arbeidsintensief, zoals ik hier al uitlegde.

IMG_0740b

Mijn pappie draagt een heuptasje enkel functioneel op de fiets. Ik besef nu dat hij profetische gaven had om modetrends te voorspellen. Zo droeg hij al een joggingbroek lang voor de grote modehuizen het hadden over sweatpants of athleisure wear om fashion statements te maken. Papa’s vaste tenue als molenaar en modelbouwpiloot was bovendien een overall, waar het nu al jumpsuit is wat de klok slaat. Zijn geliefde kabas is dan weer helemaal volgens de regels van utility wear of cargo style, dat kan ook. Het enige item uit zijn collectie dat nooit echt is doorgebroken moet zijn caban zijn, oftewel een regenponcho in legergroen voor op de fiets. Ik zeg: daddies and shackets for the win!

IMG_0730b

Patroondetails: Indy shacket van Bel Etoile, Didi sweater uit Fibre Mood 17, Faye fanniepack van WISJ Design. Patronen, stoffen en fournituren voornamelijk van LanaLotta in Leuven.

Marathonpraat voor dummies

Als cyclamen en zomerklokjes uit de grond schieten, kan de duurloper de voorjaarsmarathons al ruiken. Mijn liefde voor de marathon is groot, dat wisten jullie al. Inmiddels ook behoorlijk onvoorwaardelijk en nog niet meteen bekoeld. Ik heb de marathon altijd beschouwd als iets dat van mij is. Iets dat mijn leven vorm geeft en structureert. Iets dat altijd weer heel wat teweeg brengt. Ik liep mijn eerste marathon in mei 2015 enkele maanden nadat ik alleen ging wonen na een lange periode van samenzijn. Om die reden heb ik de marathon ook altijd beschouwd als een symbool voor mijn eigen koers (durven) varen, mijn eigen ding doen (met alle angsten die daarbij horen), ook als er tegenwind is (zoals bij die eerste marathon). Drie jaar geleden legde ik al eens uit waarom de marathon het allermooiste atletieknummer is. Als ambassadeur van de marathon beschouw ik het als mijn taak om de minder ingewijden een snelcursus tot de basisbeginselen van de marathon te geven. Marathonpraat voor dummies in 5 vragen en 1 tip.

Hoe lang is dat eigenlijk?
Een marathon is 42,195 kilometer lang. Een meetcertificaat garandeert dat een marathon de vereiste afstand heeft en dat je tijd ook officieel als marathontijd de boeken in gaat. De geschiedenis van het legendarische atletieknummer gaat een jaar of 2500 terug in de tijd. Ene Pheidippides liep van de Griekse stad Marathon naar Athene – een verhaal waarvan de geschiedkundige correctheid met een korrel zout genomen moet worden. Onze dappere Griekse boodschapper liep een kilometer of 40, sprak de woorden Gegroet, we hebben gewonnen waarop hij terstond dood neerviel. De marathonafstand van 40 kilometer (25 mijl) werd voor het eerst gelopen op de Olympische Spelen in 1896 als de ultieme uithoudingstest. In 1908 werd de marathon op de Olympische Spelen in Londen verlengd tot 42,195 kilometer (26,2 mijl) om tegemoet te komen aan een wens van het Britse koningshuis. Na enkele jaren waarin de marathon fluctueerde tussen de 40 en 42 kilometer werd in 1920 de officiële afstand van 42,195 kilometer vastgelegd.

Hoe snel gaat dat eigenlijk?
Het huidige wereldrecord op de marathon is 2 uur 1 minuut en 9 seconden (2:01:09) en staat op naam van de Keniaan Eliud Kipchoge. Hij liep die tijd op de razendsnelle omloop van Berlijn in september 2022. Tussen Kenia en de marathon is het al jarenlang dik aan. De Keniaanse Brigid Kosgei liep in 2019 het 16-jarige wereldrecord van Paula Radcliffe van de tabellen. Met haar 2:14:04 doorbrak ze als eerste vrouw de 2u15 grens. De eerste marathon in 1908 werd trouwens gewonnen door de Amerikaan Johnny Hayes die 2 uur en 55 minuten nodig had om de marathon (min 2 kilometer) af te leggen. In België bevinden we ons momenteel in marathonweelde. Bashir Abdi is onze snelste landgenoot met een besttijd van 2:04:49, maar er zijn natuurlijk ook Hanne Verbruggen, Mieke Gorissen en Koen Naert die onze driekleur met verve verdedigen. Mijn eigen felbevochten 3:01 van Amsterdam was trouwens goed voor een 24e plek op de marathonranglijst bij de Belgische vrouwen, een prestatie waar ik niet anders dan heel erg trots op kan zijn.

Over cijfertjes gesproken: een (marathon)loper zal om een bepaalde eindtijd te realiseren altijd rekenen in kilometertijden die worden uitgedrukt in minuten en seconden. Een tempo van 5 minuten per kilometer staat gelijk aan 12 kilometer per uur. Als loper kan je echter accurater tellen als je naar je tijd per kilometer kijkt en niet naar het geheel van een uur. Meten is weten dankzij de GPS-horloges waar ieder loper inmiddels behoorlijk aan verslingerd is (Garmin 4ever). Je kan ook beroep doen op de pacers van de organisatie. Tempomakers, ook wel hazen genoemd, zijn ervaren marathonlopers die je kan volgen om je naar een bepaalde (ronde) tijd te laten loodsen: 4u, 3u45, 3u30 enzovoort. Er zijn ook de zogenaamd magische grenzen. Zo betekent finishen onder de 3u30 dat je een marathon gelopen hebt met een gemiddelde van 12 km/u. De sub-3 (onder de 3 uur finishen) is ook een felbegeerde muur om doorheen te lopen. Je eindtijd begint dan immers met een 2. Voor een marathonloper is het verschil tussen 2u59 en 3u01 zoveel meer dan 2 minuten. Hetzelfde geldt voor 3u59 en 4u01. Grappig toch wel als je weet dat de marathon een eeuw geleden korter was.

Hoeveel kost dat eigenlijk?
Voor de grotere marathons in België, Nederland en Frankrijk betaal je tegenwoordig rond de 100 euro voor een startnummer. Voor dat geld krijg je een verkeersvrij parcours met bevoorradingsposten (ongeveer elke 5 km), een loopshirt en medaille bij de finish. Van het finishershirt ben ik doorgaans geen fan (matige kwaliteit in schreeuwerige kleuren), de medaille en ook mijn borstnummer koester ik wel. Bij je inschrijving kan je heel wat extraatjes aankopen: een pakket met foto’s van je zegetocht of een gegraveerde medaille bijvoorbeeld. Op de marathon expo kan je dan weer behoorlijk wat geld uitgeven aan merchandising. Tijdig inschrijven is wel de boodschap: de marathons van Rotterdam en Parijs die in april worden gelopen, waren medio januari al uitverkocht. Er zijn ook prestigieuze marathons waarvoor je net wat meer moet neertellen. Over die World Marathon Majors en waarom ik er niet zoveel mee heb, schreef ik hier al eens.

Hoe doe je dat eigenlijk?
Wat “een goede marathon lopen” precies betekent, dat mag ieder voor zich uitmaken. Beoogde doelen halen kunnen een bepalende factor zijn, net zoals met een bepaald gevoel lopen. De befaamde runner’s high wordt wel eens overschat, vind ik zelf. Een marathon lopen is geen feestje van begin tot einde. Het vraagt een maandenlange voorbereiding waarbij de heroïek vaak ver zoek is. Graag lopen en graag lang lopen zijn dan ook de belangrijkste eigenschappen van een marathonloper. Je traint je benen en bij uitbreiding je hele gestel, waaronder ook je hoofd. Een marathon lopen is dus niet voornamelijk een mentale kwestie. Je bent niet afhankelijk van goede benen op marathondag, je moet erop durven vertrouwen dat die benen goed zijn omdat jij ze in de juiste vorm hebt gekneed.

Het marathonseizoen situeert zich in het voor- en het najaar om heel warme of koude temperaturen uit te sluiten. Twee marathons per jaar geldt zowel voor toppers als recreanten als een mooi en haalbaar programma: je hebt voldoende tijd om goed op te bouwen en ook weer te herstellen. Bovendien is er dan ook nog ruimte voor andere uitdagingen. Het hoeft trouwens niet te stoppen bij de marathonafstand. Tegenwoordig wint ook ultralopen aan populariteit. Een ultra is elke afstand die langer is dan de marathon. Er zijn legio verhalen van mensen die tientallen marathons per jaar lopen of van ultralopers die duizenden kilometers afwerken op enkele weken tijd. Dat klinkt hallucinant en misschien ook onverantwoord, maar lopers van dat kaliber zijn dan ook echte kilometervreters in hun voorbereiding. Een gevalletje: het is maar net wat je wilt.

Is dat eigenlijk wel gezond?
Jazeker. Ik beantwoordde die vraag hier al uitgebreid.

En tot slot nog een tip.
Als iemand zegt dat ze de marathon gaat lopen, vraag dan niet voor welke afstand de loper in kwestie gaat. Met de marathon lopen bedoel je namelijk altijd dat je voor de volledige afstand van 42,195 kilometer gaat en dus niet voor de halve marathon van 21,0975 kilometer. Je vermijdt er de beteuterde blik van een trotse loper mee.