De gedachte – Over de zomer van 2020

Morgen begint het nieuwe schooljaar en zit mijn zomervakantie er dus definitief op. Een kersvers schooljaar: dat is iets om reikhalzend naar uit te kijken. Ik zou liegen als ik beweer dat de zomer van 2020 significant anders dan anders was. Het grootste verschil was de nieuwe omgeving waar ik sinds enkele maanden van kan genieten: meer groen, meer plaats en meer rust. De corona-maatregelen gooiden zo nu en dan wel een klein beetje roet in het eten. Het was namelijk de zomer zonder zussentrip naar Parijs en zonder familieweekend (+ trail) in Houffalize. Het gemis van Parijs konden Roos en ik een beetje compenseren met Den Haag. Voor Houffalize was de La Chouffe blanche plaatsvervanger van dienst. Met mate uiteraard. De zomer van 2020 zal ik me herinneren als de zomer van rustiger aan en ironisch genoeg daardoor soms ook van onrustiger in het hoofd. Hoe ik mijn werk als leerkracht zou moeten uitvoeren in september, dat was namelijk heel lang een groot vraagteken. De zomer voelde soms een beetje leger aan, soms een beetje doellozer, maar uiteindelijk toch zonnig en deugddoend genoeg om er blij van te worden. Dit is wat mij zal bij blijven.

Ik heb nu dus een tuin. Eentje waarin behoorlijk wat groeit en woekert. Rozen, hortensia’s en cyclamen bijvoorbeeld, maar ook heel veel netels. Om de strijd met die hardnekkige sfeerkillers aan te gaan, kreeg ik versterking uit professionele hoek. Niemand minder dan mama en Roos kwamen met heel wat tuingereedschap een namiddag hard labeur leveren. Met verenigde krachten wonnen we zo toch al een veldslag van het onkruid. Voor het eerst in mijn leven heb ik een composthoop.

Composteren, het is een vak op zich

Op creatief gebied liet ik me volledig gaan met schuurpapier en lakverf. Ik besefte weer eens hoe graag ik meubels opschuur en van een fris kleurtje voorzie. Zo voorzag ik twee stoelen, wat wijnkistjes en tal van kleinere decoratie-items van een semi-vakkundig likje lak. Geloof me: dat is het ultieme DIY-project! De laatste weken bracht ik ook weer behoorlijk wat tijd door in mijn ruime crea-atelier, waarover later ongetwijfeld meer.

Er werd natuurlijk ook ernstig gelezen. Dankzij mijn nieuwe uitgebreide boekenkast staat elk boek nu echt te pronken in mijn salon. Dat moest dan weer het gebrek aan culturele uitjes compenseren. Waar ik vorige vakantie mijn Museumpas maximaal probeerde te benutten, bleef het nu bij lezen over cultuur en veel muziek luisteren via Spotify. Hopelijk biedt september nog de mogelijkheid tot een museumbezoek.

Vooral in augustus was ik veel op de fiets te vinden. Er was natuurlijk de ontdekking van de LF6 en de ravel, maar ik ging ook aan de slag met fietsknooppunten en ontdekte zo echt de meest idyllische weggetjes op een boogscheut van mijn huis. Wie er nog aan twijfelt: er is dichtbij ook zoveel moois te ontdekken.

Ik maakte ook al wat voorzichtige plannen voor het najaar. De Hel van Kasterlee zou doorgaan, de nodige maatregelen indachtig. En ja, die marathon moet en zal ik echt lopen in oktober. Het kriebelt te hard en als het kriebelt, dan moet je een marathon lopen. Ik voegde dus weer duurlopen toe aan mijn weekprogramma. Bij een +20 km kan het verschillende kanten opgaan. Tussen de extremen alles zit mee of alles zit tegen bevindt zich een scala aan mogelijke scenario’s. Vrijdag liep ik 27 km en het was een duurloop van de extreme alles-zit-tegen-soort: wind (tegen natuurlijk), te veel hoogtemeters, een gevaarlijke weg, buikkrampen en opbouwende stramheid in mijn hamstrings. Kortom nog maar eens een les in volharding en tijd om weer een bezoek te brengen aan de kinesitherapeut. Inmiddels kan dat weer.

Op sociaal vlak was het een povere zomer, daar moeten we niet onnozel in doen. Contact onderhouden gebeurde voornamelijk digitaal. Ik ging niet lunchen of koffiedrinken met mijn vriendjes. Bezoeken waren schaars en de familiemomenten beperkt binnen de bubbel. Gelukkig kon ik de vakantie wel in schoonheid afsluiten dankzij een looprondje in Rotselaar in gezelschap van mijn zussen, metekindje en papa. We hadden best veel bekijks met ons looppeloton. Ofwel is dat omdat een schattig kind als Leah nu eenmaal alle aandacht trekt, ofwel omdat mijn zussen zo knap zijn ofwel omdat we luid praten als we onder ons zijn.

Team Odeyn op pad!

Wanneer begint die Indian summer nu precies?

Het moment – De 1e verjaardag van Leah

Ik hoef jullie niet meer te vertellen dat de ravissante Leah een metekind uit de duizend is. Gisteren was het dus echt een jaar geleden dat wij kennis maakten met de dochter van Marike en Peter. Ook als je geen moeder bent, merk je aan een kind hoe hard de tijd gaat. De herinneringen aan Leahs geboorte liggen nog vers in ons geheugen en plots viert die snoezige baby zo waar haar eerste verjaardag. Het hoopje slapend geluk kruipt nu rond aan een rotvaart (niet op de knieën in het gras, want dat prikt), eet groenten, fruit en boterhammen met confituur en zet (weliswaar nog wat wankel) haar eerste stapjes. Het afgelopen jaar stuurden Roos en ik nooit eerder zoveel hartjes en verliefde blikken op elke foto of filmpje van Leah dat Marike ons stuurde. We zagen die kleine baby steeds meer een mensje worden met een eigen karakter en voorkeuren. Liefst van al wilden we dat ze bij elke gebeurtenis betrokken was. Toen we haar door de lockdown drie maanden niet in het echt konden zien of voelen, werd nog maar eens duidelijk hoe belangrijk dat kleine dropje nu al voor ons is.

BYNG7084

Hoe groot de evolutie ook is die zo’n kind doormaakt van 0 tot 1 jaar, laat er geen twijfel over bestaan dat Leah nog steeds het liefste, leukste en knapste kind is dat je je maar kan voorstellen. Nog steeds hoeft ze daar eigenlijk heel weinig voor te doen. Al kunnen Roos en ik het niet laten om haar bepaalde karaktertrekken toe te schrijven. Marike gaat daar graag in mee. Als wij te horen krijgen dat Leah met belangstelling naar een eekhoorn in de tuin heeft gekeken, dan zien wij daarin de ultieme bevestiging van het feit dat Leah een hart voor dieren heeft. Hieruit blijkt dan weer dat er een kleine boekenwurm in Leah schuilt. In de inventiviteit en wilskracht waarmee zij een uit de kluiten gewassen speeltafel als wandelrek gebruikt om toch maar te kunnen rondstappen, herkenden wij de onverzettelijkheid (zeg maar pitbull-mentaliteit) die haar moeder typeert. De nonchalance waarmee ze haar arm in het raam van haar speelgoedauto legt, heeft ze dan weer onmiskenbaar van haar vader.

Leahs interesses reiken momenteel heel ver. De paarden en koeien in de tuin van bomma en bompa vindt ze razend interessant, net zoals allerhande dierengeluiden (het zit écht snor met die dierenliefde). Ze zit graag op de fiets met haar hand aan de bel. Ook gemotoriseerd verkeer zoals auto’s en treinen, in eender welk formaat en vanop eender welke afstand, kunnen op haar aandachtige blik rekenen. De zandbak die ze kreeg voor haar eerste verjaardag was een hoge noodzaak. Zand is, samen met water en steentjes, uiterst intrigerend speelmateriaal. Een sleutelbos, potjes in alle vormen en maten: alles is potentieel speelgoed. Mama (bomma) verwoordde dat treffend: Leah is een kind in constante verwondering. En dat is de mooiste eigenschap van allemaal.

IMG_3309b
De H op de kroon was door een grijpgraag kinderhandje naar achteren gedrukt.

Een 1e verjaardag dient natuurlijk in stijl gevierd te worden: Leah trakteerde op de crèche, kreeg cadeautjes, een zelfgemaakte kroon en taart met een kaarsje waarvan ze steeds weer het vlammetje wilde aanraken. Verjaren bleek ook best vermoeiend te zijn. De kersverse jaarling toonde zich een tikje weerspannig naarmate de dag vorderde. Volgens bomma hoort ook dat er een beetje bij: wat grumpy zijn als je één wordt. Al was dat wellicht ook omdat de festiviteiten slechts in beperkte kring konden doorgaan. Laat dit de eerste en meteen laatste verjaardag zijn die ze zonder Tante Roos en Nonkel Niko moest vieren.

Een jaar geleden heb ik jullie gewaarschuwd. Wel: het is zover, Leah heeft de wereld veroverd. De mijne toch.

Het moment – Hoe ik in 2016 mijn snelste kilometer liep

Op zondag 11 september 2016 liep ik mijn snelste kilometer ooit: 3 minuten en 53 seconden. Omgerekend is dat een dikke 15 kilometer per uur. Om die topsnelheid te ontwikkelen had ik een verraderlijke afdaling in Bertem nodig, een stevige wedstrijdcomponent en een overdosis onbezonnenheid. Ik liep mijn snelste kilometer namelijk in de Bosstraat van Bertem tijdens de Teussersjogging toen ik de eindzege in het Loopcriterium van Vlaams-Brabant kon ruiken. Bosstraat klinkt nog idyllisch voor wat het weggetje eigenlijk is: stevig aflopend en geplaveid met kasseien die langs alle kanten invallen en uitsteken. Goed om met een tractor over te rijden, te mijden met enige andere vorm van transport. Inmiddels is mijn kilometerrecord al bijna vier jaar oud en denk ik dat het nog heel lang overeind zal blijven staan. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de ambitie om het te verbeteren. Dan zou ik namelijk de ideale omstandigheden moeten opzoeken (saai) en dan zou ook de kracht van het verhaal van die bewuste septemberdag afnemen. Doodzonde, want het is één van die herinneringen die Roos en ik systematisch oprakelen: weet je nog toen in Bertem?

Ik heb al vaak gezegd dat ik geen competitiebeest ben. Ik lever graag wat strijd met mezelf, maar mijn drijfveer is niet om me met anderen te meten. Na dit verhaal ga je daar misschien anders over denken. Op mijn eigenste nine-eleven heeft het competitiebeest in mij namelijk haar duivels volledig ontbonden. Roos, papa en ik namen in 2016 deel aan de stratenlopen van het  Loopcriterium van Vlaams-Brabant. Dit regelmatigheidscriterium bestond uit 12 stratenlopen tussen de 10 en 21 kilometer. Vooral aan de Mutotoloop in Duisburg en de Furaloop in Tervuren denken wij wel eens met weemoed terug. Per wedstrijd kreeg je een aantal punten voor je deelname en bijkomend punten op basis van je resultaat in de eindrangschikking van jouw categorie. Je moest minstens aan 7 wedstrijden deelnemen. Liep je er meer, dan telden je beste uitslagen mee. In 2015 (het jaar van onze eerste marathon) kon ik al derde worden in het eindklassement van mijn categorie. Nu zou ik denken: mooi, dat hebben we gehad, toen dacht ik: dat kan beter. De Teussersjogging in Bertem was de laatste wedstrijd van de reeks. Twee dames waren intrinsiek sneller dan ik. Dame 1 finishte steevast minuten voor mij en had ik nooit in het vizier. Omdat zij aan minder wedstrijden deelnam, had ik toch meer punten. Zij was die dag niet van de partij en kon me dus niet meer bedreigen. Dame 2 was me altijd voor op de afstanden onder de 11 km. Ik kon haar wel al verslaan tijdens een 16 en 21 km. Ook zij nam aan iets minder wedstrijden deel, waardoor wij op de laatste racedag evenveel punten hadden. Alleen door voor haar te finishen, kon ik de eindoverwinning verzilveren.

Aangezien de Teussersjogging “slechts” 10,2 km lang was, speelde de relatief korte afstand met andere woorden in haar voordeel. Mijn geheime wapen was natuurlijk Roos. Ze kon me dan wel niet bijstaan als haas, maar wel als klankbord en tactisch brein. Vooraf bespraken we mijn wedstrijdtactiek uitvoerig. Ik zou me meteen in het zog van Dame 2 vastbijten en haar na de eerste ronde van 5 km als een duiveltje uit een doosje voorbij springen. Hoe dan ook was het maar de vraag of ik haar überhaupt 5 km lang zou kunnen volgen, want op papier was ik de traagste. Bovendien bestond het parcours voornamelijk uit onverharde wegen en zouden we twee keer een stevige klim van het type “muur” moeten op lopen. Zo eentje waarbij je heel hard op je adem trapt en als je niet oplet ook op je tong die sowieso op de grond hangt. Naar de finish toe volgde dan twee keer een afdaling. Over dé Bosstraat dus. Op voorhand wilde ik vooral niet gebeten en competitief overkomen. Als we dame 2 dus voor de start zouden spreken (wat denk ik ook gebeurde), zouden we met geen woord reppen over de eindzege en ons aimabel als altijd opstellen. Eerlijk: ik had het haar oprecht gegund, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik me bij voorbaat gewonnen zou geven. Die instelling is ook wel een beetje eigen aan stratenlopen. Er heerst altijd een amicaal ons-kent-ons-sfeertje, maar hoe dan ook meet je je met lopers die ongeveer even snel zijn als jij om hierover nadien complimenteus na te praten.

Het startsein werd gegeven om 16u. Ik had me dus al een hele dag kunnen opjutten. De eerste kilometer verliep min of meer volgens plan: ik liep in het zog van dame 2, met een kilometertijd van 4’11” weliswaar belachelijk snel. Destijds was dat hoe wij (Roos en ik) onze wedstrijden liepen: zo snel mogelijk vertrekken en dan pompen om niet te verzuipen. Aangenaam lopen was het niet, maar het werkte meestal wel. De tweede kilometer verliep ongeveer gelijkaardig. Ik herinner me dat we over een bospad liepen en dat ik me realiseerde dat we nooit eerder zo in elkaars buurt liepen. Wat de aanleiding precies was om plots van mijn tactische plan af te wijken, weet ik niet meer. Waar en hoe het precies gebeurde ook niet. Na een dikke 2 kilometer liep ik op gelijke hoogte met mijn rechtstreekse concurrente en zette ik nog een versnelling in om me definitief los te lopen. Helemaal niet volgens plan. Ik denk dat de adrenaline door mijn lijf gierde. Op dat moment leek het me echter comfortabeler om zelf op kop te lopen en een tempo op te leggen. Iemand “moeten” volgen kan behoorlijk vermoeiend en imponerend zijn. Ik nam de race dus in eigen handen. Zo werd wat al een heel riskant plan was, nog meer een mission impossible. Nooit eerder had ik haar op zo’n korte afstand kunnen verslaan. De kans dat ik me aan dit verschroeiende tempo zou opblazen was veel groter dan dat ik het zou kunnen volhouden. Ik probeerde niet achterom te kijken, maar ik benutte elke kans die ik had om uit mijn ooghoek te kijken hoe ik ervoor stond. Verbazend goed, zo bleek. Ik had een kloof kunnen slagen en die zag ik steeds een beetje groter worden.

Ik ging voluit op de afdaling in de Bosstraat. Het enige waar ik aan kon denken was die voorsprong behouden. Na 5 kilometer maakte ik een grote U-bocht langs dranghekken om de tweede ronde te beginnen. Ik passeerde Roos aan de andere kant, die meteen kon zien hoe groot mijn voorsprong op dat moment was. Roos heeft het over de killerblik die op mijn gezicht te lezen stond. Al kan dat ook een latere toevoeging zijn gezien de heroïsche status die het verhaal inmiddels verworven heeft. Mijn kilometertijden bleven erg hard gaan en hoe arrogant het ook klinkt, ik was halverwege de wedstrijd al zegezeker. Als een malle raasde ik over het parcours. Niet te stoppen. Onoverwinnelijk. Na 45 minuten en 56 seconden zaten mijn 10,2 kilometers er op. Ik eindigde als tweede vrouw in mijn categorie met maar liefst 2 minuten en 32 seconden voorsprong op dame 2. Ik was officieel de winnares van het Loopcriterium bij de dames senioren. Mijn eindoverwinning was goed voor een waardebon van 125 euro waar ik een paar Scott Kinabalu trailschoenen mee kocht, die ik nog steeds heb.

Zoals ik al zei: dit verhaal is tussen Roos en mij een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik heb altijd gedacht dat ik mijn snelste kilometer liep op de laatste afdaling van de Bosstraat, toen ik dus zou gaan finishen. Uit de analyse van mijn Garmin-gegevens blijkt dat echter gebeurd te zijn op de eerste afdaling. De 3’53” zag ik helaas niet op mijn horloge verschijnen als kilometertijd omdat ik die snelste kilometer ergens tussen de 3,5 en 4,5 kilometer gelopen heb. Wel kan ik zien dat ik daar maximumsnelheden heb gehaald van rond de 3’10”. Dat is niet meer verschroeiend snel, maar Kipchoge-snel. Door mijn veranderde loopgewoontes tijdens de lockdown keerde ik meermaals terug naar de Bosstraat. Mijn kilometerverhaal mag dan heroïsche vormen hebben aangenomen, ik schrok toch oprecht van de slechte staat van die weg. Met elke stap die je aan hoge snelheid zet, riskeer je op z’n minst je voet te verzwikken. Elke steen is letterlijk een potentieel struikelblok. Als je echt tegen de grond kletst, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ik heb daar risico’s genomen die niet in verhouding waren met wat er op het spel stond. Op dat moment had het beest in mij het roer volledig overgenomen. Ik had destijds niet het gevoel dat ik roekeloos was en onnodige risico’s nam. Geen haar op mijn hoofd dat er nu aan denkt om uitgerekend daar records te gaan neerzetten.

Wie naar beneden heeft gescrold voor een heldenfoto van die dag is eraan voor de moeite. Foto’s maken deden we toen simpelweg niet. De foto boven deze tekst maakte ik tijdens mijn tassenfotoshoot in Bertembos en het is helaas niet de bewuste Bosstraat. Ook wie ik nu warm heb gemaakt voor de Teussersjogging en consorten zal ik moeten teleurstellen. Het Loopcriterium ging ter zielen en zo blijk ik dus de laatste editie op mijn naam te hebben geschreven. Nu besef ik ook dat ik tijdens dat najaar van 2016 een sportieve piek bereikte. Drie weken na mijn memorabele run door de Bosstraat zou ik mijn beste marathon ooit lopen in Brussel. Nog twee weken later een sterk PR op de halve marathon in Amsterdam. Maar toch, het is dit verhaal dat zal blijven. Zeg, Roos: weet je nog toen in Bertem?

Het boek – De schoonheid van het ongelezen boek

Ik doe dus aan tsundoku. Op meerdere plaatsen in huis zelfs. De eettafel en salontafel zijn mijn favoriete plekken, maar sinds kort heb ik ook een tussenverdieping om mijn hobby uit te oefenen. Al weet ik niet of je nog over tsundoku mag spreken als je je ongelezen boeken netjes in een aparte kast uitstalt. Inventief als ze zijn in Japan betekent de term namelijk ongelezen boeken verzamelen en ze op stapels te leggen. Dankzij dit artikel op Hebban.nl kwam ik namelijk te weten waarom lezers de neiging hebben om meer boeken te kopen dan dat ze effectief kunnen lezen. Het is namelijk geen tijdskwestie. Als ik morgen te horen krijg dat ik een jaar full-time mag lezen, dan zou ik alsnog boeken kopen. Boeken lezen doet boeken kopen, zo werkt het toch bij mij. Meestal gaat daar een doordacht en beredeneerd denkproces aan vooraf. Je kan namelijk niet alles kopen wat je potentieel zou willen lezen. Al is wat emo-boekenkopen me ook niet vreemd. Als prille twintiger kocht ik na elke autorijles (10 in totaal) een boek bij Plato in Leuven om mezelf te belonen voor de inzet. Ook tijdens het prille begin van de lockdown kocht ik – als hart onder de riem – online enkele recent verschenen titels*, weliswaar op voorwaarde dat ik ze binnen de zes weken zou lezen. Zulke afspraken maak ik dus echt met mezelf. Volgens de Hebban Crew houdt een ongelezen boek een belofte in en daardoor begrijp ik nu nog beter waarom ik ook mijn ongelezen boeken koester.

IMG_3246b

Hoe zeer ik ook gehecht ben aan mijn boekencollectie, ik kan ook heel goed begrijpen dat niet elke lezer de behoefte voelt om geld uit te geven aan (papieren) boeken. Voor een nieuw boek betaal je tegenwoordig tussen de 20 en de 25 euro. Wat ik lees op een jaar beslaat dus een viercijferig bedrag: veel geld dat ik ook aan iets anders kan spenderen. Dat is het leven: ieder moet voor zich keuzes maken. Ik kies ervoor om boeken te kopen, niet alleen voor het leesplezier dat ze me (waarschijnlijk) zullen bezorgen, maar ook voor alles wat daaraan vooraf gaat. Mijn boeken krijgen een prominente plaats in mijn woning omdat het me oprecht blij maakt om erdoor omringd te zijn. Stuk voor stuk roepen ze herinneringen op: aan het verhaal zelf, aan het moment waarop ik ze las of aan degene die me ze heeft aangeraden. Zo vertellen mijn boeken ook een beetje mijn verhaal. Alleen de boeken die ik gelezen en goed vond, belanden in mijn boekenwand in de woonkamer. De Marie Kondo-gedachte zeg maar: boeken die me blij maken als ik ze in handen heb (de beroemde spark of joy), mogen blijven. Een boek dat daar niet in slaagt, gaat onherroepelijk weg. In het prille begin van mijn boekenverzameling had ik het daar lastig mee. Wole Soyinka stond als Afrikaanse Nobelprijswinnaar wel leuk in de kast, maar ik vond zijn De vertolkers dus echt niet goed. Bijgevolg moest Wole vertrekken. Op die manier is mijn boekenkast ook wie ik ben.

Ook mijn ongelezen boekenvriendjes heb ik graag in de buurt. In mijn nieuwe woonst heb ik een ingebouwde boekenkast op de tussenverdieping: de ideale opslagplek voor het ongelezen leesvoer. Op andere plaatsen in huis heb ik altijd stapels liggen met boeken die ik op korte termijn wil lezen. Een shortlist die de omvangrijke vorm van een longlist aanneemt, zeg maar. De korte termijn is immers een rekbaar begrip. Liefde, het tweede deel van Karl Ove Knausgårds magnum opus ligt al ruim anderhalf jaar op de salontafelstapel. Juist dat is ook deel van het plezier: leesplannen maken en wachten op het geschikte moment om ze uit te voeren. Ik probeer wel om het aantal ongelezen boeken van één auteur te beperken. Enerzijds omdat één goed boek niet meteen betekent dat ik alles van die auteur schitterend zal vinden. Drift van Bregje Hofstede vond ik fantastisch, maar haar debuutroman De hemel boven Parijs vond ik dan weer weinig soeps. Anderzijds lijk ik ook minder snel naar een auteur te grijpen als ik te veel keuze heb binnen diens oeuvre.

IMG_3253b

Ik heb me wel eens geschaamd over de hoeveelheid ongelezen boeken die ik in huis heb. Alsof je tientallen luxe kledingstukken hebt liggen die je nooit draagt. De vergelijking met ongedragen kleding gaat echter niet op. Een boek dat niet meteen gelezen wordt, is geen miskoop. Dat boek wacht gewoon op het juiste moment. Boeken kunnen de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Je koopt geen blouse om die na drie jaar eens te gaan dragen. Bovendien is een boek niet alleen zijn geld waard als je het hebt uitgelezen en goed vond. Ik tel niet alleen geld neer voor de leeservaring. Naast boeken lezen is ook bezig zijn met boeken een volwaardige tijdsbesteding. Ik geniet ervan om stapels te maken, mijn boekenkasten te reorganiseren of aan te kleden. Ik hou ervan om boekentips te verzamelen, na te denken over wat ik nu echt wil lezen en waar ik dat dan zal kopen. Om nog maar te zwijgen over de kringloop of tweedehandsvondsten die je op de meest onverwachte momenten kan doen. Dat ik de boeken die ik wil lezen kan vasthouden, helpt me ook om te kiezen wat ik wil gaan lezen. Ongelezen boeken bezorgen me kortom ook al geluksmomentjes. Toegegeven, ik vang soms ook verwijtende blikken op vanuit de ongelezen-kast. Momenteel komen die vooral van de klassiekers. Ik vrees dat Moby Dick, de walvis die niet gevangen wil worden, wel eens een boek kan worden dat ik nooit zal kunnen temmen.

*Die boeken waren De kolibrie van Sandro Veronesi, Waagstukken van Charlotte Van den Broeck, Finse dagen van Herman Koch en Bezette gebieden van Arnon Grunberg: stuk voor stuk aanraders die ik hier en hier besprak.

Het moment – Vakantie in Den Haag

De kans is reëel dat Den Haag dit jaar de enige plek zal zijn waar ik over de landsgrenzen heen zal overnachten. Zo wordt 2020 niet alleen het jaar van afstandsleren, lockdowns en mondmaskers, maar zeker ook van Den Haag. Roos en ik spendeerden het afgelopen weekend net geen 48 uur in de administratieve hoofdstad van Nederland. Een mini-vakantie over de grens omdat Den Haag echt alles (en zelfs meer) te bieden heeft waar wij samen zo van kunnen genieten. Daarom besloten we dat Den Haag ons Parijs in Nederland is. Wie ons een beetje kent, weet dat dat het grootste compliment is dat we een stad kunnen geven. En om het gemis van Parijs wat te verzachten: in Den Haag is alles zo vlak als een biljarttafel en kan je ook nog eens heel fijn (en veilig!) fietsen. Hoewel ik het Frans wel wat mis, vindt Roos het bovendien mooi meegenomen dat ze er ook nog eens dezelfde taal spreken. Het relaas van ons weekend leest bijgevolg als een onvervalste lofzang op onze favoriete Nederlandse stad.

IMG_3219b

Toen we in 2016 onze eerste CPC Loop liepen, konden we niet vermoeden dat Den Haag het tot een volwaardige vakantiebestemming zou schoppen. We voelden ons natuurlijk heel erg welkom bij onze neef Maarten en diens gezin en “de klik” met de stad was er meteen. Die CPC werd de jaarlijkse aanleiding om een weekend bij Maarten, Irene, Senne en Lev te spenderen. Intussen hebben we al zoveel mooie familieherinneringen aan die weekends en de junglekamer van Lev (waar Roos en ik altijd mogen logeren) dat het lopen soms zelfs bijzaak lijkt te worden (en dat zeg ik niet snel). We twijfelden dan ook niet om eens zomertijd in Den Haag door te brengen: in het huis van Maarten & Co, helaas zonder hun gezelschap, aangezien ze zelf op vakantie waren.

IMG_3191b

Een groot pluspunt van Den Haag is de nabijheid van de zee: extra mooi meegenomen bij tropische temperaturen. Het enige euvel dat we moesten overwinnen, was de autorit naar het noorden. Mijn auto heeft namelijk geen airco (ja echt). In de praktijk betekende dit dat de eerste ernstige zweetuitbraken een feit waren op de Brusselse ring. Kleine domper op de zweetvreugde was bovendien dat onze favoriete tussenstop, zijnde de La Place net over de grens, blijkbaar de deuren gesloten heeft zonder ons – trouwe klanten – hiervan persoonlijk op de hoogte te brengen. Yes, we zouden onze eindbestemming nog sneller bereiken! Eenmaal aangekomen verwonderden we ons nog eens over de prachtige woning waar we mochten verblijven. We trokken iets frisruikender aan en sprongen op de fiets richting zee. In Nederland is fietsen echt kinderspel: werkelijk overal staan wegwijzers. Volgens Belgische normen vonden wij de drukte in Scheveningen-bad “gezellig druk”. Geen idee welke kleurcode hier zou bij horen. Ik haalde wat herinneringen op aan hoe ik als kind een begenadigd en succesvol schelpenverzamelaar was. Roos luisterde aandachtig, zoals ze dat altijd doet. We eindigden onze dag op een gezellig terras waar ook het eten ons geenszins teleurstelde.

IMG_3200b
Roos en haar ontbijtkommen.

Zaterdag begonnen we met een stevig ontbijt. Vervolgens brachten we een bezoekje aan De Bijenkorf. De gewoonte wil dat we daar zelden iets kopen, maar vooral veel wooninspiratie stelen met onze ogen. We gingen solden shoppen in de Hema (Roos kocht vier ontbijtkommen) en brachten nog een bezoek aan boekhandel Van Stockum (ik hield me in en kocht niets). Als lunch gingen we voor koffie en taart bij Bagels en Beans, die hebben aan ons een heel goede klant als we in Nederland zijn. Tijd om weer naar zee te vertrekken. We besloten naar het wat rustigere Zuiderstrand te fietsen. Daar kwam ik zelf iets te weten wat ik nog niet wist over Roos: zij loopt het liefst met waterschoenen over het strand omdat ze die scherpe randjes in het zand zo vervelend vindt. Na een stevige wandeling (ik blootvoets) zetten we ons neer bij strandpaviljoen Zuid. We dronken lauw Belgisch bier uit een kartonnen beker en – geloof het of niet – het smaakte fantastisch! ’s Avonds genoten we van een diner bij gastropub Van Kinsbergen. Ik denk dat we aan de meest ideale tafel zaten op het gezelligste plein van Den Haag. Eentje om te onthouden!

IMG_3204b

We eindigden de dag op een plek waar ons hart een beetje sneller gaat slaan. Het Malieveld is voor de Hagenezen wellicht slechts een groot grasveld waar al eens een manifestatie plaatsvindt. Voor ons is het dé plek van de CPC: start, finish, zenuwen, dixi’s en veel emoties. In maart is het Malieveld een bruine vlakte waar regenlaarzen best handig zouden zijn. In de zomer is het grasveld dus gewoon groen en hebben de bomen bladeren. Het voelde onwezenlijk dat we hier amper vijf maanden geleden nog een halve marathon liepen. De herinneringendoos ging weer open en we bespraken uitgebreid en met veel inleving onze laatste lijn en bocht naar de finish. Geïnspireerd door het Malieveld begonnen we zondagochtend met een bescheiden looprondje. De benen voelden stram aan, maar liepen zoals altijd los. Na ons ontbijt maakten we nog een fietstocht door het Westduinpark. Onze conclusie: in België kunnen we veel leren van de Nederlandse kust. Nog maar eens veel duimpjes omhoog voor de faciliteiten van Den Haag. We beseften vooral dat we nog veel te ontdekken hebben in de stad waar we steeds beter onze weg kennen. Hoe zou Den Haag er eigenlijk uitzien in de herfst?

IMG_3211b
Zeg nooit NOOIT grasveld tegen het Malieveld!

P.S. Sorry Machteld en Jelle dat we Den Haag voorlopig verkiezen boven Rotterdam.
Sorry Murielle dat Roos het Nederlands verkiest boven het Frans.

Het boek – Mijn 10 leeslessen

Lezen, het is voor mij soms een eenvoudig tijdverdrijf, vaak ook bittere ernst. Omdat ik niet vies ben van wat keiharde principes, deel ik hier graag mijn leesrichtlijnen.

Lees elk boek uit
Ik begin meteen met de pittigste, die menigeen waarschijnlijk wijselijk aan zich laat passeren. Toch ben ik ervan overtuigd dat elk boek een ervaring is. Je leert ook iets van een boek dat je niet goed vindt. Juist daarom lees ik elk boek uit waarin ik begin. Ja, ook als ik het dus meteen helemaal niks vind. Mijn leerlingen vinden dat een vorm van zelfkastijding. Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz is het enige boek dat ik niet uitlas. Dat ging zo: lang geleden was er een periode waarin ik weinig las. Na enkele weken zat ik halverwege en realiseerde ik me dat ik echt totaal geen idee had waar het over ging omdat ik mijn hersenen leek uit te schakelen als ik las. Ik besloot dat ik beter opnieuw kon beginnen, deed dat niet, legde het weg en begon in een ander boek. Amos Oz blijft mij daarom een beetje achtervolgen.

Een auteur krijgt slechts één kans, meestal toch
Na amper vijf pagina’s vond ik het bejubelde De kunst van het crashen van Peter Verhelst al een vreselijk boek. Pretentieuze literatuur waar ik geen touw aan vast kon knopen. Ik las het uit (uiteraard) en vind het nu meer dan gerechtvaardigd om niets meer van Peter Verhelst te lezen. Soms geef ik auteurs wel een tweede kans. Omdat hun stijl me bijvoorbeeld wel aanspreekt en ik dan nieuwsgierig genoeg ben naar ander werk om hun slipper door de vingers te zien. Zo zal ik wel Otmars zonen lezen van Peter Buwalda, ook al vond ik diens Bonita Avenue helemaal niks.

Kiezen is niet verliezen
Integendeel: je moet keuzes maken. Hoe meer je leest, hoe meer boeken je ook zal willen lezen. Ik heb helemaal niets met fantasy en voel ook niet de behoefte om dit genre te ontdekken. Ook thrillers, detectiveverhalen en zogenaamde ontspanningsliteratuur laat ik links liggen. Het is mijn ding niet en er zijn genoeg andere boeken die wel helemaal mijn ding zijn.

Staar je niet blind op allerhande lijstjes
Ook ik ben niet ongevoelig voor lijstjes: of het nu gaat over de best verkochte boeken of de meest gewaardeerde. Ik keek dan ook uit naar de 21 beste boeken van de 21e eeuw volgens de lezers van De Morgen, een lijstje dat afgelopen week verscheen. Ik las 15 boeken uit die top 21. Onder andere nummer 19 De acht bergen van Paolo Cognetti en nummer 18 Het hout van Jeroen Brouwers krijgen van mij het label Magistrale Roman. De helaasheid der dingen van Dimitri Vehulst heeft zijn nummer 1 plek vooral te danken aan de cultstatus die het boek verworven heeft als kroniek van het marginale België. Hetzelfde kan je zeggen over Het smelt. Hoewel Lize Spit zeker literaire kwaliteiten heeft, voelde ik vooral afkeer voor de vunzigheid van het bestaan die ze op elke pagina van haar vuistdikke roman lijkt te willen beschrijven. Ik lees niet graag boeken waarbij een gevoel van afschuw overheerst. Lijstjes kunnen inspirerend zijn, maar beschouw ze niet als de Heilige Graal van de Literatuur.

Persoonlijke leestips zijn goud waard
Koester daarentegen de boekentips die je van vrienden en familie krijgt toegespeeld. Zo las ik het wondermooie Leeuwerik van de Hongaarse auteur Desző Kosztolányi als tip van studievriendin Machteld en werd Waagstukken van Charlotte Van den Broeck mij recenter aangeraden door vriend en oud-collega Thomas. De betere boekhandel heeft doorgaans ook een tafel met originele tips. Vorige week ontdekte ik het pareltje Hordubal van Karel Čapek bij De Zondvloed in Mechelen en dat is meteen een boekhandeltip.

IMG_3133b

Kies een boek in functie van de tijd die je hebt
Grand Hotel Europa las ik bewust in de paasvakantie omdat ik dan tijd zou hebben om dit meesterwerk te laten inwerken. Dikkere boeken lees ik liever op momenten dat ik wat meer tijd heb zodat de leeservaring niet al te veel uitgerekt wordt. Tijdens mijn zomervakantie ben ik dagelijks bezig met na te denken over welke boeken ik nu echt gelezen wil hebben. Ik ben overigens ook geen voorstander van lezen als inslapertje. Wel ligt op mijn nachtkastje steevast een non-fictie boek dat bestaat uit korte, losse stukjes. Op die manier kan ik nog wel iets lezen voor ik ga slapen zonder een volledig verhaal uit het oog te verliezen.

Lees niet te veel van hetzelfde achter elkaar
Ik lees nooit twee keer iets van één auteur na elkaar omdat ik dan het idee heb dat er een vorm van gewenning intreedt. Bovendien denk ik dat het dan ook lastiger wordt om boeken van elkaar te onderscheiden. Juist als je heel verschillende boeken na elkaar leest, wordt het gemakkelijker om de eigenheid daarvan te ontdekken én te waarderen. In 2007 (het jaar dat ik afstudeerde als literatuurwetenschapper) ontdekte ik het oeuvre van Willem Frederik Hermans, tot op heden één van mijn helden van de literatuur. Ik heb toen maandenlang een WF Hermans afgewisseld met iets anders. Als je eens helemaal uit je comfortzone gehaald wil worden, dan kan het een idee zijn om deel te nemen aan een zogenaamde Reading Challenge. Via diverse opdrachten (bijvoorbeeld: lees een boek van een auteur met jouw initialen) moet je dan noodgedwongen op zoek gaan naar uiteenlopende boeken.

Schrijf op wat je wanneer las
Dat ik kan zeggen in welk jaar ik door een WF-Hermans-fase ging, komt omdat ik als sinds mijn kindertijd een schrift heb waarin ik mijn leeservaringen noteer: titel, auteur, datum van uitlezen en een quotering op de misschien wat vreemde schaal van 1 tot 5. Ik koester dat schrift. Doorheen de jaren zie je mijn geschrift veranderen, wandel ik van de kinderboeken naar de jeugdromans, fiets ik door de adolescentenliteratuur naar de Literatuur voor Grote Mensen en maakte ik tijdens mijn opleiding heel wat uitstapjes naar eerder onbekende literaire oorden, met wisselend succes. Door dat overzicht kan ik tendensen ontwaren. Ik heb er al aan gedacht om mijn schrift te digitaliseren. Hoewel het hierdoor gemakkelijker zou zijn om boeken op te zoeken, gaat er dan ook heel veel charme verloren. Voorlopig hou ik het dus ouderwets op papier.

Boeken herlezen is wellicht een utopische gedachte
Ik las veel toen ik net ging studeren en dus amper literaire bagage had. Daarom vraag ik me af of ik nu net zo kapot zou zijn van Ernest Hemingway’s The Sun Also Rises en of ik William Faulkners modernistische roman The Sound and the Fury nu wel naar waarde zou kunnen schatten. Ook zou ik maar wat graag nogmaals het betoverende effect ervaren van boeken die ik recent de hemel in prees. Ik heb me er echter bij neergelegd dat ik niet heel snel zal gaan herlezen. Simpelweg omdat er nog zoveel te lezen en te ontdekken valt en ik niet bepaald tijd op overschot heb.

Lees eens een klassieker
Toen ik studeerde las ik heel wat boeken die tot de klassieke canon van de wereldliteratuur behoren. Soms zijn die klassiekers verrassend toegankelijk. Misdaad en straf blijft een ijzersterk boek en best goed verteerbaar, net zoals The Picture of Dorian Gray en Frankenstein. Nu grijp ik minder snel naar die oerklassiekers omdat ze ook iets afschrikwekkend uitstralen. Het is soms werken geblazen en mogelijk hou je er een indigestie aan over. Om die reden kwam ik nog niet toe aan De toverberg van Thomas Mann (klepper met filosofische insteek over “mens zijn”) en bleef ook Moby Dick (veel uitweidingen over walvisvangst) van Herman Melville tot dusver onaangeroerd in de kast staan.

Loperspraat – Nieuwe plannen maken

Ik heb nog steeds geen wedstrijden of evenementen nodig om mijn loopschoenen aan te trekken of op de fiets te springen. De afgelopen weken bleek enige doelloosheid ook mij echter niet vreemd. Het was kortom tijd om nieuwe plannen te maken: één van mijn favoriete bezigheden, waar zowel structuur als chaos elkaar ontmoeten. De Rotterdam Marathon zal ik in 2020 niet achter mijn naam kunnen schrijven, althans niet de officiële versie die nu is gepland voor 11 april 2021. Maar kijk, het mooie van de marathon is dat je die echt wel overal kan lopen. In oktober loop ik dus wél een marathon. Waar en hoe die zal plaatsvinden, daar ben ik nog niet uit. Ofwel ga ik voor eerder vlak en snel, ofwel voor een mooie looproute in één lijn. Ik maakte nog andere sportieve plannen die weinig te maken hebben met duurlopen.

IMG_3041b

Om te beginnen zijn er natuurlijk plannen met mijn zussen Roos en Marike: sportief, enthousiast en het beste gezelschap dat een mens zich kan wensen. Zondag fietsten we met z’n drieën naar de basiliek in Scherpenheuvel, waar we ons welkom voelden bij Maria, maar een zegening toch aan ons lieten passeren. Twee weken geleden schotelde ik hen ook een nieuwe uitdaging voor. Eind augustus gaan we elk voor zich, maar toch in gezelschap een heel snelle drie kilometer uit onze benen proberen te schudden. Dat idee haalde ik van zowat overal, al heet het dan geen uitdaging, maar een challenge en geen 3 kilometer, maar een Solo3k. Ik beschouw het als een motivatie om wat aan de snelheid te werken en intervaltrainingen in te bouwen. Bij mijn marathonvoorbereidingen loop ik ook altijd enkele trainingen die bestaan uit drie tempblokken van elk drie kilometer. 3K is een uitdagende afstand: te lang om als een malle te vertrekken, te kort om aangenaam in je tweede adem te lopen. Mijn doel is om die drie kilometer onder de 13 minuten af te werken. Ambitieus, maar haalbaar.

QHMH2821

Gek genoeg waren mijn zussen meteen enthousiast over dit plan. Ik deelde het hen mee toen ze samen op vakantie in Frankrijk waren, net nadat ze een jaloersmakende foto hadden doorgestuurd van de prachtige Ardèche, waar ze samen aan het traillopen waren. En oh ja, ze beklommen ook nog enkele cols met de fiets. Marike heeft er inmiddels haar eerste intervaltraining op zitten. Ze bevestigde dat je daar aanvankelijk wat tegenaan hikt, maar er uiteindelijk veel voldoening uit haalt. Mijn eerste snelheidstrainingen vielen me ook erg goed mee. Vreemd is dat toch, hoe ook versnellingen geprogrammeerd in je benen kunnen zitten. Ik deed ze fartlek-gewijs: dat wil zeggen dat ik 10x versnelde op een spontane manier en dus zonder te kijken naar afstand of tijd op mijn horloge. Het begin is in ieder geval gemaakt.

Mijn andere plannen zijn fietsgerelateerd. Ik woon dus sinds twee maanden niet meer in het Leuvense, maar in het Tiense. Mensen toch, wat blijf ik me verbazen over de prachtige omgeving hier! Zo ontdekte ik recent de LF6 fietsroute. Die doorkruist Vlaanderen van West-Vlaanderen tot aan de grens met Nederland: goed voor 360 km fietsplezier. Tijdens mijn eerste LF6-ontdekkingstocht fietste ik via Hakendover en Landen naar Sint-Truiden om te belanden in fietsparadijs Limburg, waar je ironisch genoeg meer mensen op een Vespa passeert dan op een fiets. Ik volgde ook de andere kant die me via een pittige beklimming in Hoegaarden via Boutersem en Bierbeek tot het voor mij bekendere terrein van Meerdaalwoud bracht. Echt een aanrader! Al vind ik de route niet zo laagdrempelig als die wordt aangeprezen. Laat ik zeggen dat ik me gelukkig prijs met mijn comfortabele mountainbike. Hoewel ik niet meteen ambities heb om de volle 360 kilometer van de LF6 rond te maken, werkt de route inspirerend en ben ik vooral heel benieuwd naar wat voor moois er nog meer verscholen ligt langs dit immense traject.

IMG_3070b

Het jammere van de LF6 is dat die zich beperkt tot Vlaanderen. Aangezien ik op amper 4 kilometer van Wallonië woon, trok ik dus naar onze Franstalige zuiderburen. Zétrud-Lumay (aka Zittert-Lummen) is de eerste deelgemeente van Jodoigne (aka Geldenaken) die ik vlak na de taalgrens doorkruiste. Ik maakte een ommetje door het historische centrum van Jodoigne en ik keek mijn ogen uit. Het deed me zowel denken aan Houffalize als aan Mont-Martre als aan Brussel. Wat rommelig en chaotisch, alles schots en scheef, erg charmant en zelfs in het kleinste straatje weten ze nog een rij auto’s te parkeren. Ik vervolgde mijn weg verder over Ravel 2, die vanuit Hoegaarden naar Namen loopt. Een welkome vlakke afwisseling na het steeds glooiende landschap van de LF6. Ik hield nog even halt in Huppaye, gewoon omdat die naam zo vrolijk klonk. Wallonië bezorgde mij een instant vakantiegevoel en dat zo dicht bij huis. Ik kan dus niet wachten om er meer van te ontdekken. Een ritje via de Ravel 2 naar Namen (43 kilometer vanaf Hoegaarden) staat dan ook hoog op mijn prioriteitenlijstje. Laat het duidelijk wezen: la Belgique, douze points!

IMG_3075b

De blog – Over twee jaar schrijven

Hip hip hoera voor mijn blog die deze week zijn tweede verjaardag vierde! Wat in 2018 begon als een project waarvan ik niet wist hoe het zou uitdraaien, is nu uitgegroeid tot een volwaardige vrijetijdsbesteding. Al twee jaar deel ik op deze plek wat van mijn leven. Al twee jaar lang schrijf ik heel regelmatig over uiteenlopende onderwerpen. Al twee jaar lang beleef ik daar veel plezier aan. Ik leer er nog steeds veel uit. Tijd om de balans op te maken. Wat leerde ik en waar ben ik trots op?

  • Mijn familie is altijd goed voor een straf verhaal. Ze doen dat niet om mij te plezieren en mijn blog van inhoud te voorzien, maar ze nemen de complimenten graag in ontvangst. Het kost mij relatief weinig moeite om die verhalen neer te pennen. Inspirerende mensen: die ouders, broer en zusjes van mij.
  • Ook zonder sociale media vinden lezers van diverse pluimage hun weg naar deze plek, al is het wellicht minder talrijk dan als ik mijn digitale nest zou aanprijzen via die kanalen. Daar voel ik echter weinig voor. Grootse principes schuilen daar niet achter. Mijn motto is: wie me zoekt, zal me uiteindelijk wel vinden.
  • Inspiratie zit echt overal. Op momenten dat ik denk dat ik ben uitgeschreven, stoot ik altijd (meestal al lopend) op iets waarvan ik denk: vreemd, dat ik hier niet eerder over verteld heb. Ideeën schieten wel eens als paddenstoelen uit de grond.
  • Het is steeds makkelijker om trouw te blijven aan mezelf. Ik schrijf hier over wat mij bezighoudt en intrigeert. Ik durf daarin steeds meer mijn eigen weg te gaan. Goede leescijfers zijn mooi meegenomen, maar mogen niet primeren. Wat ik hier schrijf ben ik zelf. Vreemde hersenkronkels inbegrepen.
  • Ik kan in alle eerlijkheid over mijn persoonlijke pieken en dalen vertellen zonder mijn diepste zielenroerselen online te gooien. Uiteraard gooi ik hier niet alles te grabbel.
  • Schrijven werkt louterend en helpt me mijn gedachten op orde te krijgen. Als er structuur is op papier, dan ook een klein beetje in mijn hoofd. Het voelt goed om op gezette tijden te schrijven en op die manier toch een soortement dagboek bij te houden om zo nu en dan in terug te lezen.
  • Hoewel ik nooit journalistieke ambities heb gehad, voelt het alsof ik verslaggever ben van mijn eigen leven. Soms lees ik elders een artikel en denk ik: damn, dat had ik graag zelf geschreven. Mijn respect voor professionele schrijvers is er nog groter op geworden.
  • Als ik het kan, dan kan echt iedereen een website maken en beheren. Slechts zelden ontglipt mij een zachte vloek als mijn digitale skills me in de steek lijken te laten. Of de technologie. Onthoud: het is altijd de schuld van de technologie.
  • Mijn blog beleeft de grootste piek de week na de Hel van Kasterlee. Zowel deelnemers als toeschouwers hebben dan blijkbaar behoefte aan levensechte verhalen over die gebeurtenis. Zelfs onbekenden blijken fan van mij als sporter te zijn. Hoe cool is dat?
  • Onder andere na afloop van de Hel kreeg ik heel wat hartverwarmende persoonlijke berichten via mijn blog. Weet dat ik die stuk voor stuk koester. Op momenten dat het tegenzit, lees ik ze en verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht.

Bedankt, lieve lezers! Zonder jullie zou dit plekje nooit zo warm aanvoelen. Daar drink ik een koffie op. Cheers!

 

 

De gedachte – Hoe zou het zijn met?

Aan hoofdrolspelers was er geen gebrek tijdens de coronacrisis. Er zijn de zorgverleners, de winkelbediendes, de postbezorgers, de vuilnisophalers en het onderhoudspersoneel dat ettelijke malen – geheel terecht – in de bloemetjes werd gezet. De witte lakens en lieve berichten aan tal van woningen zijn daar nog steeds stille getuigen van. De crisis leverde ook figuranten aan die via sluikse weg hun stempel op de afgelopen periode konden drukken. Of juist niet. Hoe zou het hen eigenlijk vergaan?

Hoe zou het zijn met de hamsteraars?
Zijn ze nog steeds overtuigd van hun grote gelijk? Denken ze met weemoed terug aan de Slag om de Supermarkt die ze bevochten begin maart? Checken ze dagelijks hun geheime voorraad alcoholgel en handzeep in de hoop die aan woekerprijzen te kunnen verkopen? Of eten ze nu dagelijks erwten, wortelen en boontjes uit blik met het schaamrood op de wangen? Decoreren ze hun woning met zelfgemaakte mozaïekjes van gedroogde spliterwten en linzen? Zijn ze al maandenlang creatief in de keuken met spirelli en farfalle? Vullen ze hun zwembad niet met kraanwater, maar met de flessen bronwater die ze aansleepten?

Hoe zou het zijn met Eliud Kipchoge?
Zat hij de afgelopen maanden eenzaam op z’n berg in Kenia op anderhalve meter afstand van zijn collega-lopers? Hoe reageert het competitiebeest in hem op de gedwongen wedstrijdloze periode die hij nu doormaakt? Liet hij zich echt geen welgemeende f*ck ontvallen toen de London Marathon werd afgelast? Bleef hij spartaans kalm toen hij hoorde dat het rechtstreekse duel met Kenenisa Bekele, die in september op amper twee seconden van Kipchoges wereldrecord op de marathon strandde, niet zou plaatsvinden? Eet hij zijn ugali nog steeds met evenveel smaak, niet wetende wanneer hij zijn volgende marathon zal lopen? Of is De Filosoof stiekem blij dat hij nu eindelijk tijd heeft om boeken te lezen en zijn uitgebreide schoenenkast op te ruimen?

Hoe zou het zijn met alle enthousiastelingen die tijdens de quarantaine halsoverkop begonnen te sporten?
Blikken ze louter nostalgisch terug op al die quarantaine-kilometers? Zijn ze geveld door blessures en blijft hun lichaamsbeweging beperkt tot de verplaatsing naar de kinesitherapeut? Liggen de loopschoenen ergens achterin een kast (die sinds april ook niet meer werd opgeruimd) te verpieteren? Staat hun racefiets inmiddels te koop? Of zijn ze nu volledig verknocht aan hun nieuwe tijdverdrijf? Beseffen ze hoe heerlijk het is om op de fiets te stappen en er eventjes helemaal tussenuit te zijn? Nemen ze niet langer de auto om naar de bakker twee kilometer verderop te gaan? Hebben ze de smaak echt te pakken en dromen ze van 10 Miles, 20 kilometers van Brussel en volledige marathons? Hebben ze echt geproefd van wat sportgeluk betekent?

Hoe zou het zijn met de Arc de Triomphe en mijn andere stenen vrienden in Parijs?
Wie waren de bezoekers die op 15 juni voor het eerst terug de Arc de Triomphe mochten beklimmen? Hoe zag de iconische, en vooral chaotische, rotonde Etoile eruit toen je je slechts op straat mocht begeven met het juiste papier en de vereiste stempel? Werd er pro forma nog geclaxonneerd? Gebruiken chauffeurs nu wel hun richtingaanwijzers? Hebben de wonden die de gilets jaunes achterlieten kunnen helen? Was er tijd om noodzakelijke klusjes op te knappen? Hoe dicht of ver staan de terrasstoelen echt van elkaar op de smalle Parijse stoepen?

Hoe zou het zijn met Miguel Wiels?
Is hij er nog steeds echt van overtuigd dat leerkrachten klagers en luilakken zijn omdat ze tijdens lesvrije weken zogenaamd nauwelijks moesten werken? Kent Miguel Wiels, naast de genoemde hardwerkende zelfstandigen, überhaupt leerkrachten? Weet hij hoe mentaal belastend een schooljaar kan zijn? Beseft hij hoeveel maatschappelijke druk er op de leerkracht is komen te staan en dat zijn bijdrage daar een prachtig voorbeeld van is? Is hij zich ervan bewust dat hij met zijn uitspraken vooral zijn eigen kortzichtigheid in de kijker zet? #foei

 

 

 

Marathonpraat – Waarom ik de marathon mis

Ik heb de afgelopen dagen vaak nagedacht waarom ik mijn marathons zo mis. Als loper behoor ik tot de Geprivilegieerde Gelukzakken der Sporters, zij die hun sport zonder enig probleem kunnen blijven uitoefenen. Geen lockdown light of quarantaine die dat belet. Ik moet dus niet zeuren. Je zal nu maar gepassioneerd zijn door waterpolo, worstelen of acrogym. In eerste instantie vond ik het best aangenaam om zonder wedstrijddoel te lopen. Tijdens de quarantaine maakte ik veel kilometers zonder te overdrijven. Niets moest en alles mocht. Ik ging dus niet de toer op van mijn broer en stelde mezelf geen grootse doelen. Het plezier stond voorop. Elke kilometer die ik liep deed me deugd. Ik heb geen competitie nodig als stok achter de deur om me te motiveren mijn loopschoenen aan te trekken. Ook voor mijn lichaam was een periode met meer hersteltijd welgekomen. Ik verhuisde bovendien en had dus onontgonnen gebied te ontdekken. En ik een competitiebeest? Ik dacht het niet. Een gedwongen wedstrijdloze periode is echt geen ramp binnen het kader van een wereldwijde crisis.

Ik genoot oprecht van die vrije kilometers. Van een zwart gat was absoluut geen sprake. Tot ik enkele weken geleden de harde realiteit onder ogen zag. Marathonwedstrijden in 2020: ik zie het niet meteen gebeuren. In maart werd de Rotterdam marathon verplaatst naar eind oktober. Veilig ver weg, zo leek het. Na de paasvakantie zouden we gewoon weer met z’n allen op school zijn. Voor we het goed en wel zouden beseffen zou ons leven zich weer op gang trekken. Kortom, die corona zou zijn plaats kennen tegen het najaar. Wij zouden er dan weer lustig op los kunnen lopen met duizenden tegelijk, veel te dicht op elkaar in een startvak en langs de zijlijn. Marathons lopen is toch een buitensport? De realiteit is dat (sport)evenementen in Nederland verboden zijn tot 1 september. Erg realistisch lijkt het me dus niet dat we een krappe twee maand later met ruim 12.000 aan de start van een sportwedstrijd zouden staan. Het miljoen supporters dat de Rotterdam marathon op de been brengt, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Officieel gaat de marathon nog door, al is er het nodige voorbehoud te lezen in de officiële berichtgeving. De wereld vergaat niet, een jammer is hier wel op z’n plaats.

Naast lopen heb ik voldoende bezigheden. Ik weet mijn dagen aardig te vullen met allerhande projecten en activiteiten die helemaal niets met sport te maken hebben. Er blijft dus nog voldoende over als de marathon wegvalt. En toch ging er geen dag voorbij waarbij ik niet aan marathons lopen dacht. Omdat sportwedstrijden in het algemeen en marathons in het bijzonder mijn jaar structureren. Ik mis het aftellen in weken en dagen tot M-day. Ik mis de opbouw van de trainingen: sterven tijdens intervals en dromen in het bos. Ik mis die lange duurlopen waarbij de cadans ideaal is en het zelfvertrouwen torenhoog. Ik mis zelfs de onzekerheid en de stress. De angst om op het laatste moment te vallen (been there, done that) of ziek te worden. Ik mis de adrenaline die door mijn keel giert als het dan eindelijk zo ver is en je uit je bed stapt met de wetenschap: straks loop ik een marathon. Ik mis het zenuwachtige aanschuiven bij de dixi’s. Ik mis het avontuur van de looptocht waarbij mijn gedachten alle kanten opschieten (en mijn darmen meestal ook). Ik mis het finishmoment, maar nog meer het weerzien met mijn supporters nadien. Ik mis de grijns op mijn gezicht die een combinatie is van opluchting, geluk en stramme spieren. Ik mis een royaal ontbijt de dag nadien waarbij ik als een tachtigjarige in mijn stoel plof. Ik mis de marathon. Echt. Alles.

Ik durf nu ook luidop te zeggen dat ik eind maart in topvorm was. Mijn PR op de halve marathon was geen toevalstreffer (als dat al mogelijk is op die afstand). De oogverblindende glans is er inmiddels wat af, maar ik verbaas me nog steeds over de tempo’s die ik ogenschijnlijk moeiteloos lijk te lopen. Enerzijds ben ik daar blij om, anderzijds vind ik het bijna zonde. De enige manier om een vorm vast te leggen opdat die niet vervliegt is immers door een wedstrijd te lopen. Al is dat ook niet helemaal waar. Een marathontijd is geen droge weergave van je vormpeil. Ook andere factoren spelen een rol. Als marathonloper heb je nog één groot voordeel: niemand houdt je tegen om er eentje te lopen. Je kan het in principe overal doen en op elk moment van de dag. In het najaar loop ik dus een marathon: op eigen houtje als het niet officieel kan. Vanaf volgende week ga ik weer eens echt duurlopen en mijn kop boven het veld van de 20 kilometer steken. Wedden dat het uitzicht daar prachtig is?