Het boek – Waarom Grand Hotel Europa een uitzonderlijk boek is

Laat er geen twijfel over bestaan dat Ilja Leonard Pfeijffer de morele winnaar is van alle literaire prijzen die de komende vijf jaar uitgereikt zullen worden. In die periode zal er namelijk geen boek verschijnen dat zijn majestueuze Grand Hotel Europa kan evenaren. Ik kocht deze klepper vlak voor de feestdagen en wachtte toen op het uitgelezen moment om er in te beginnen. Na mijn Parijse marathonavontuur bleek dat moment in de paasvakantie te zijn aangebroken. Bij voorkeur had ik mijn leven twee dagen on hold gezet zodat ik mij volledig afgesloten van de dagelijkse beslommeringen kon overgeven aan dit heilige boek. Ook zonder doorgedreven escapisme was ik zwaar onder de indruk van dit literaire werk dat zichzelf op alle vlakken overstijgt. Dit is waarom iedereen Grand Hotel Europa zou moeten lezen.

Omdat Ilja Leonard Pfeijffer een opvallende figuur, maar vooral een begenadigd schrijver is.
Ik studeerde Literatuurwetenschap in Leiden, waar Pfeijffer destijds een docent was aan universiteit. Hoe graag ik ook zou vertellen over zijn excellente vaardigheden als docent, de waarheid is dat ik nooit les bij hem volgde. Wel ving ik al eens een glimp van hem op in het straatbeeld, wat niet mag verbazen aangezien Leiden een zakdoek groot is. In zijn omvangrijke oeuvre vallen de variëteit aan genres en de passie voor de klassieke literatuur op. Alleen een klasbak als Pfeijffer kan de Griekse mythen met zoveel bravoure hervertellen. In Grand Hotel Europa komt zijn meesterschap echt tot uiting. Hij schrijft theatraal met krullen en beelden zonder de grens van de kitsch te overschrijven. Zijn taal is altijd raak. Stilistische kracht typeert niet alleen de schrijver, maar ook de mens Ilja Leonard Pfeijffer. Wie al eens een interview met hem zag, weet dat hij een opvallende verschijning is die op dezelfde manier schrijft als hij spreekt en denkt.

Omdat Grand Hotel Europa een opwindende ode is aan de romantische liefde in moderne en nostalgische tijden.
Toen de auteur te gast was bij Van Gils & gasten werd hij niet enkel overladen met complimenten, maar merkte de doorgaans ingetogen gastheer fijntjes op dat Grand Hotel Europa een geil boek is. Het vrouwelijk en mannelijk naakt leidt tot opwindende passages waarin de classy gentleman zich nooit verliest in vulgarismen. Achter zijn imposante verschijning blijkt namelijk een peperkoeken hartje schuil te gaan. Waar je aanvankelijk zou kunnen denken dat het hoofdpersonage – Ilja Leonard Pfeijffer – een ordinaire vrouwenzot is die verliefd wordt op de eerste de beste femme fatale die zijn pad kruist, moet je dit beeld al na enkele hoofdstukken bijstellen. Pfeijffer weet haarfijn te omschrijven hoe onredelijk, onmogelijk en overgeleverd geliefden kunnen zijn. De liefde is altijd zowel nabijheid als afstand, zowel redding als ondergang.

Omdat Grand Hotel Europa brandend actueel is.
Met Venetië en de Europese kunstgeschiedenis als decor behandelt Pfeijffer ook een resem actuele thema’s, waaronder de impact van (massa)toerisme, de vluchtelingencrisis, Europese identiteitsvorming en de rol van kunst in dat proces. Hij hekelt onder andere het artistieke alternatieve milieu waar obscure figuren zich met vreemde gesubsidieerde kunstprojecten bezighouden. De roman speelt zich af in het door toeristen ingepalmde Venetië en bespreekt ook het geplaagde Amsterdam. Toerisme loert overal om de hoek. Zo bestaat er een Ilja-Leonard-Pfeijffer-wandeling in Genua, waar de auteur al enige tijd woont. De personages in het boek bieden verschillende inzichten vanuit een scherpe analyse die niet te herleiden is tot gemakzuchtige kritiek. Commercieel succes, nostalgie naar lang vervlogen tijden en het oude Europa hoeven elkaar niet uit te sluiten. Pfeijffer is een wereldburger die ook altijd een nuchtere Hollander blijft.

Omdat Grand Hotel Europa een boeiende reis door de kunstgeschiedenis is.
Wie nog nooit van de Italiaanse kunstschilder Caravaggio hoorde, krijgt in dit boek zowel een Caravaggio-voor-dummies als cursus voor gevorderden in het oeuvre van de 16e eeuwse kunstenaar. Centraal in het verhaal staat de zoektocht van Ilja’s geliefde en kunsthistorica Clio naar een verloren gewaand werk van Caravaggio. Kunst is voor beide personages geen luxe, maar een levensnoodzakelijk middel. Hierdoor krijg je een inkijk in de rijke en verborgen kunstgeschiedenis en hoe bepalend die is voor onze hedendaagse cultuur. Toegegeven, de overdaad aan informatie voelt soms intimiderend aan. Als je je echter gewillig op sleeptouw laat nemen, kijk je nadien met heel andere ogen naar het werk van de grootmeester Caravaggio en zijn invloed op schilders als Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn. Naast het elitaire label dat kunst soms draagt, blijkt het ook het ultieme spel tussen geliefden te zijn.

Omdat Grand Hotel Europa spannend, grappig en ontroerend is.
In Pfeijffers lyrische vertelling komen verschillende verhaallijnen en uiteenlopende personages samen. Absurde situaties zijn zowel hilarisch als ontroerend. Oud en nieuw botsen soms genadeloos hard om dan vreedzaam hand in hand verder te wandelen. Naarmate het boek vordert, laat het zich lezen als een pageturner. Je wil weten hoe het het nu zit tussen Ilja en Clio. Je wil weten waar de verloren Caravaggio zich bevindt. Bovendien zijn ook de typografie en de vormgeving van deze roman uitmuntend. Hoe zou je ook anders Pfeijffer kunnen lezen dan met een lint als bladwijzer?

 

De gedachte – Over lopen als verslaving

Je hoeft je niet op sociale media te begeven om te ervaren hoe hard mensen voor elkaar kunnen zijn. Soms bekruipt mij het gevoel dat we continu verantwoording moeten afleggen over het leven dat we leiden: wat je doet en laat, zegt iets over je wezenlijke ik en is geenszins ontstaan uit een toevallige samenloop van omstandigheden. Zo beland je al eens in een eng en krap hokje. Er zijn enkele parameters ingesteld om identiteit in te vullen. Eet je soms havermout? Gezondheidsfreak! Maak je geen verre reizen? Saaie huismus! Heb je een oude wagen? Milieuvervuiler! Ook de loper moet het soms ontgelden. Iemand die loopt is natuurlijk niet gewoon iemand die een fijne vorm van ontspanning heeft gevonden. Lopers zijn betweters die steevast anderen verwijten dat ze niet lopen en tegelijkertijd hun eigen lijf in de vernieling lopen. Om over marathonlopers nog maar te zwijgen. Toen ik vorig jaar zichtbaar geblesseerd met een kruk rondliep, bleek maar wat vaak uit de reactie van mijn medemens dat het mijn eigen schuld was. Op televisie wordt er positief bericht over de sfeer op grote loopevenementen, maar daar tegenover staat de nodige duiding over alle gevaren die om de hoek loeren voor wie zich op het gladde ijs van het lopersleven begeeft.

Daags na de 10 Miles in Antwerpen deed een gesprek in Van Gils & gasten mijn wenkbrauwen tot ongekende denkrimpels fronsen. De loophype werd op de korrel genomen en behandeld alsof het een regelrechte aanslag was op de volksgezondheid. Kilometervreter en sportjournalist Maarten Vangramberen was de loopambassadeur van dienst. Presentatrice Bieke Ilegems gold als het ultieme voorbeeld van de schade die lopen kan aanrichten. In september liep zij namelijk onvoorbereid de marathon van Berlijn. Enter het gevaar van de runner’s high. Door de marathonroes had ze niet gevoeld dat ze godbetert twee teennagels verloor. Sterker nog, door die gevaarlijke roes voelde ze zich de weken daarna keigoed tot ze abrupt in een dipje terecht kwam. Sindsdien liep ze niet meer. Sportarts Tom Teulingkx bevestigde dat een marathon voor velen de ultieme sportieve uitdaging is. De 3 miljoen Vlaamse solo-sporters zijn vogels voor de kat die zonder begeleiding op zoek gaan naar grootse doelen. Grote loopevenementen zetten volgens Teulingkx wel aan tot beweging, maar ze hebben ook een keerzijde. Met de nodige ernst ging presentator Lieven Van Gils dieper in op de dramatiek van het woord keerzijde. Sommige lopers komen onvoorbereid aan de start, laten zich meeslepen door de massa, finishen doodop en zijn de dag nadien geblesseerd.

Ik viel bijna uit mijn zetel door zoveel kort-door-de-bocht-isme. Zoals ik hier al zei: nee, een marathon lopen an sich is niet gezond. Belangrijker: ja, lopen werkt een gezonde levensstijl in de hand. Ik had het ook al eens over het prestige van de marathon, wat voor mij nooit een drijfveer is. Wie een gelopen marathon beschouwt als een statussymbool heeft weinig respect voor zijn lichaam en begrijpt niet wat de schoonheid van duursporten is. BV’s vallen daar gemakkelijker aan ten prooi, aangezien de onbekende loper niet zomaar eventjes een startbewijs bemachtigt voor een wereldmarathon zoals Berlijn. De runner’s high wordt vaak beschouwd als het geheime wapen van loopplezier. Hiermee wordt het proces aangeduid waarbij endorfines (een opiumachtige stof) in je lichaam vrij komen. Dat zogenaamde gelukshormoon met pijnstillende werking komt vrij bij lange duurinspanningen die je loopt aan een niet te hoge intensiteit. Onderzoek heeft aangetoond dat dit pure chemie is en geen fabeltje. De schaduwzijde van dit wetenschappelijke verhaal is dat endorfines eveneens in verband worden gebracht met allerhande verslavingen, psychische aandoeningen en depressies. Geen wonder dat lopen door sommigen als een gevaarlijke verslaving wordt beschouwd.

Wie zwicht er niet voor een natuurlijke dosis geluksstoffen die je een gevoel van euforie en onoverwinnelijkheid bezorgen? Lopers zouden pijnsignalen negeren omdat ze gedrogeerd zijn door die verduivelde endorfines. De impact van de runner’s high wordt echter overschat. Ik kan me inderdaad in een flow of roes bevinden als ik aan een rustig tempo loop. Ik geef me over aan de eentonige cadans van mijn voeten, ga op in de muziek en laat mijn gedachten ontspannen rond dwarrelen, waardoor er soms uit het niets ideeën opborrelen. Hoe fijn dat ook is: ik liep nog nooit per ongeluk 50 kilometer omdat ik geen afstand kon doen van mijn roesmiddel. De runner’s high werkt een ontspannen geest in de hand. Er schuilt een veel groter gevaar in de geldingsdrang die sociale media in de hand werken. Zoals dokter Teuglinkx aanhaalde in de uitzending geldt voor veel sporters: als het niet op Strava staat, is het niet gebeurd. De meet- en zichtbaarheid van sportieve prestaties kan onzekerheid in de hand werken. Je sport in je eentje terwijl je omgeving mee gluurt. Niet de stofjes in je hoofd zijn gevaarlijk, maar de schermpjes waar menigeen aan verknocht is.

In bepaalde mate kan lopen een verslavend effect hebben. Elke mens zoekt op de één of andere manier ontspanning in het leven, maar bijlange niet iedereen is daar even fanatiek in. Zo heb ik zelf nogal de neiging om heel erg op te gaan in bepaalde bezigheden als ik gebeten ben door iets. Door lopen bijvoorbeeld. Voor mij is dat een manier om mijn hoofd en lijf te verfrissen zodat ik er met een sterkere geest weer tegen aan kan. Lopen is een totaalpakketje mindfulness dat zoveel verder reikt dan een simpele runner’s high. Ik kan net zo goed volledig opgaan in een perfecte koffie maken en ik keek ook al eens heel veel films van Leonardo DiCaprio in een kort tijdsbestek omdat ik het als mijn taak beschouwde om zijn oeuvre te kennen. Juist daarom vond ik Ren voor je leven zo verrijkend. Klaas Boomsma was jarenlang verslaafd aan drugs en alcohol en gaf zijn leven een heel andere wending door onder andere te beginnen lopen. Toen hij clean was, kwam hij zichzelf ook tegen als obsessieve loper.

Een verslaving is een ernstige ziekte die je levenskwaliteit ondermijnt en je leven op het spel zet. Lopen is dat niet, zelfs niet met een runner’s high. Lopen brengt je niet in een sociaal isolement. Integendeel. Wie verantwoord sport voor het eigen welzijn, brengt zijn gezondheid geen schade toe. Integendeel. Zelfs intensief sporten niet. Integendeel: wie intensief sport, leeft 5 jaar langer dan de gemiddelde niet-sportende mens. Ik heb behoorlijk wat loopschoenen, maar ik heb vooralsnog geen mensen bestolen om aan mijn spul te komen. De loopmicrobe is hooguit besmettelijk. Al zijn sommigen genetisch benadeeld met een aangeboren immuniteit. Laat mij nu maar even fijn in het hokje van de moraalridders zitten. Echt gezellig hier!

Het moment – Een weekend in Brussel met Sien en Roos

Als ik ook maar een beetje poëtische aanleg had, dan zou ik een dichtbundel wijden aan de 20 kilometer van Brussel. Omdat ik al heel vaak heb gezegd dat ik daar werd geboren als loper. Omdat ik aan die wedstrijd zoveel mooie herinneringen heb met Roos. Omdat Brussel altijd een goed idee is. Vorig jaar was ik er aanwezig als personal coach van Roos. Mijn zus schitterde en ik was trots op haar. Dit jaar was ik vastbesloten om de 20 kilometer niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Na mijn recente ziekenhuisopname en de diagnose longembolie zag ik mijn langverwachte revanche-weekend volledig in het water vallen. Ik had er zelfs vrede mee als ik op vrije voet zou zijn en dus niet langer in een ziekenhuisbed moest liggen. Het draaide allemaal onverwacht positief uit. Vrijdagmiddag kreeg ik mijn ontslag in het ziekenhuis en was ik terug een vrij mens. Zondagmiddag had ik samen met Roos 20 kilometer in Brussel gelopen.

Zoals wel vaker maakten wij van dit loopevenement ook een familie-evenement. Onze liefste Tante Sien kunnen we namelijk niet vaak genoeg zien en dus combineerden we onze sportwedstrijd met een Brussels logement bij mijn meter. Lucky me! In gezelschap van Sien is het altijd feest. We kunnen ongegeneerd onszelf zijn in vertrouwde familiale kring. We praten over katten en het leven. We heffen het glas op het samenzijn. We worden nog net zo hard in de watten gelegd als in onze kindertijd (lang lang geleden) toen we al eens met z’n vieren bij Tante Sien gingen logeren. Zaterdagnamiddag trokken we richting Jubelpark om ons startnummer voor de 20 kilometer af te halen. Nadat Sien ons de kneepjes van het Brusselse autoverkeer leerde kennen, gaven wij haar een korte introductie in de basisbeginselen van het loopevenement. Roos en ik beschouwen onszelf stiekem als ervaren rotten van de 20 kilometer van Brussel en deze 40e feesteditie zou voor ons allebei de 5e zijn. De avond bracht ons een glas champagne, lekker eten en uitbuiken bij het Eurovisiesongfestival. Meer heb je niet nodig om een topavond te beleven.

IMG_4583b

Er is geen ochtendmens verloren gegaan aan Sien, maar toch stond ze erop om samen met ons te ontbijten. Dat is liefde. Om half 9 vertrokken Roos en ik op de fiets in de motregen richting Jubelpark. Fietsen in Brussel is altijd uit je doppen kijken en vooral ook altijd berg op en af. Een stevige opwarming dus. Na een half uur fietsen kwamen we met een fris zweetluchtje aan in het Jubelpark: helemaal klaar om aan te schuiven bij de dixi’s, waar traditiegetrouw het wc-papier op was. We repten ons om de start te zien van de wheelers en handy bikes. Daar zagen we plots ook onze koning. Niet in looptenue, maar voor zijn doen ongetwijfeld redelijk casual gekleed voor een zondag. Onder een grijs wolkendek trokken we naar ons startvak. We speelden nog wat met absurd grote ballonnen in de Belgische kleuren tot het startschot van Koning Filip weerklonk.

Ik zou dus 20 kilometer lopen met een longembolie. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een enorme stijfkop kan zijn (ik noem het liever vastberadenheid), maar weet ook dat ik mijn gezondheid onder geen beding op het spel zou zetten. Uitgerekend nu een medisch risico lopen, zou wel heel dom zijn. Mijn huisarts gaf groen licht om 20 kilometer te lopen op voorwaarde dat ik niet tot het uiterste zou gaan als was het een wedstrijd. Mijn longcapaciteit is verminderd en daarom moet mijn hart wat sneller kloppen als ik intensief sport. Als getrainde loper ondervind ik geen moeilijkheden als ik loop met een lage tot matige intensiteit. Dat ondervond ik ruim een week geleden nog, toen ik met papa en Roos 18 kilometer liep aan een lage hartslag. We zouden ons tempo nu laten afhangen van wat er nog bij Roos in de tank zat. Zij had namelijk de dag voordien haar titel op de 12 kilometer van het WK – Wijgmaals Kampioenschap – moeten verdedigen, waar ze als tweede was geëindigd. Dat had krachten gekost, maar wij Odeynen hebben altijd een blik karakter achter de hand. Zelf voelde ik de energie door mijn lijf stromen na dagen van sportrust.

Mijn vijfde 20 kilometer van Brussel gaat de boeken in als de editie waarbij ik het hardst heb genoten. Ik liep daar samen met mijn zusje. Vaak zij aan zij, wij samen: zoals bij onze eerste mijlpaal in 2014. Sinds ons debuut zijn zowel onze outfits als onze loopskills erop vooruitgegaan. Inmiddels beschikken we over een accurater inschattingsvermogen en kent het parcours geen geheimen voor ons. Roos voelde ’s ochtends de verzuring van haar WK nog in de benen zitten, maar ze beet zich vast en ging vooruit met één doel voor ogen. Zonder verpinken stormde ze na de kilometerlange kuitenbijter van de Tervurenlaan af op een nieuw PR. Ik deed dienst als haar treintje, haar lead out om het in wielertermen te zeggen. We hadden een zegegebaar ingeoefend. En zo liepen wij zusterlijk hand in hand over de finish met elk intussen 100 kilometer van Brussel in de benen. Het was net iets meer dan een ontspannen jogging voor mij, maar ik heb me geen moment benauwd of kortademig gevoeld. Mijn hartslagmeter kon dat bevestigen. Nog flinker bezweet kropen we terug de fiets op richting Sien. Na een douche en een stevige lunch bewonderden we Siens tuin en gaven we en passant nog wat advies over het tuinkot. Moe, maar heel voldaan stapten we uiteindelijk met weer veel te veel spullen in de auto. Wat een weekend!

IMG_4572

 

 

Loperspraat – Runner down and up again

Het kan verkeren, zei Bredero wijselijk in de 17e eeuw. Waar ik hier nog enthousiast vertelde over de strijd die ik won van de mysterieuze D-dimeren, bleek uit een controle bloedonderzoek eerder deze week dat mijn D-waarde (zoals ik ze voor het gemak maar noem) weer ernstig verhoogd was. De longembolie-piste moest nu echt uitgesloten worden met een scan die zowel de doorbloeding als de capaciteit van mijn longen zou meten. Zo vertrok ik donderdagnamiddag nietsvermoedend voor wat een formaliteit zou moeten zijn, niet wetende dat ik de nacht in een ziekenhuisbed zou doorbrengen. Ja, het kan echt ernstig verkeren.

Het kwam als een donderslag bij heldere hemel toen de arts meedeelde dat ik wel degelijk longembolen (meervoud!) had in het bovenste deel van mijn longen. Longembolen zijn bloedklonters die een normaal functioneren van de longen belemmeren. Ik kon slechts beschikken over de helft van mij longcapaciteit. Een longembolie kan levensbedreigend zijn of tot ernstige longschade leiden. Zachtjes hoorde ik Jim Morisson This is the end, my only friend the end zingen. Het klonk als de totale apocalyps. Mijn wereld zou vergaan. Ik zou 6 maanden niet meer actief mogen zijn en het protocol wilde dat ik stante pede naar de spoedafdeling moest gaan. Zeker niet te voet, omdat er mogelijk nog een bloedklonter in mijn benen zou kunnen losschieten om een nieuwe embolie in mijn longen te creëren. In een lompe ziekenhuisrolstoel duwde Roos – nog uitgedost in werkuniform – mij naar de spoedafdeling. Een kafkaëske situatie, aangezien ik al weken rondloop en sport met een longembolie en daar sinds twee weken geen enkele hinder van ondervind.

Op de spoedafdeling belanden stond niet op mijn bucket list. Roos probeerde mij gerust te stellen. Vier dagen geleden had ik nog zonder problemen 18 kilometer gelopen. Het leek zo onwezenlijk dat er echt iets met mijn longen scheelde. Na de eerste onderzoeken mocht ik me uitdossen in ziekenhuistenue en luisterde de dokter van dienst naar mijn verhaal. De vraag was wat de oorzaak was van de bloedklonters in mijn longen. Mijn verzuurde linkerkuit vlak na de marathon kon een indicatie zijn dat ik daar door de impact van de inspanning een trombose heb gehad, waarna bloedstolsels uit mijn been naar mijn longen zijn geschoten. Dat hoefde niet per se dramatische gevolgen te hebben. Ik moest simpelweg ontstold worden. Er werd nog een echografie gemaakt van mijn benen die aantoonde dat daar geen klonters meer vastzaten. De behandelende arts vertelde me dat ik de nacht in het ziekenhuis zou doorbrengen zodat ze mij een nacht konden monitoren en de dag nadien bijkomende onderzoeken uitvoeren. Ik zou kortom binnenstebuiten gekeerd worden om uit te sluiten dat ik niet nog iets verontrustends onder de leden had.

Een nacht in het ziekenhuis? Ik slikte. Hoewel Roos en ik hadden geprobeerd om de sfeer er in te houden tijdens het wachten, klonk dit plots bijzonder ernstig. We konden nog bedingen dat Roos bij mij thuis wat spullen ging ophalen. Het was amper 20 uur en ik had minstens één boek nodig om de tijd te doden. Zo geschiedde. Ik werd naar de spoedafdeling geleid, waar ik op een gang achter een gordijntje een bed kreeg toegewezen. Vanaf dat moment veranderde ik definitief in een patiënt en moest ik me overgeven aan het ziekenhuisregime. De toon werd meteen gezet toen ik aan de monitor werd gekoppeld en een eerste bloedverdunner via een spuitje in mijn buik kreeg toegediend. Ik belde met Marike, luisterde naar muziek en las. Dat ik hier de nacht zou doorbrengen, leek nog steeds onwezenlijk. Rond middernacht besloot ik dat het tijd was om die unieke nacht aan te vatten: een nacht die je normaal alleen in tv-series ziet, een nacht die wordt gezongen in het meest klinische licht, een nacht waarvan ik dacht dat ik hem nooit beleven zou, een nacht die ik alleen beleefde.

Van nachtrust is weinig sprake op de spoedafdeling. Er is een constante bedrijvigheid van verplegend personeel. Er is veel licht. Er zijn andere patiënten met ernstige klachten. Je hoort alles en ziet meer dan je zou willen. Ik bleef stilletjes liggen achter mijn gordijn. Het was moeilijk om een comfortabele houding te vinden omdat ik een infuus in mijn arm had en de monitor piepte telkens als mijn hartslag onder de 50 zakte, wat voor mij normaal is in rustmodus. Bovendien werd ik drie keer gewekt door de vriendelijke nachtverpleegster om mijn bloeddruk en temperatuur te meten. Ik sliep in stukken en brokken. Om 7 uur was ik opgelucht dat de nacht erop zat. Mijn dag begon met twee pijnlijke spuitjes in mijn buik en de mededeling dat ik niet mocht eten tot er een echografie was gemaakt van mijn ingewanden. Een serieuze domper, aangezien ik niet meer had gegeten sinds de middag voordien. Mijn geluk kon niet op toen Roos mij om 8u een eerste bezoekje kwam brengen. Ik deelde mijn angst dat ik nog langer in het ziekenhuis zou moeten blijven en dat de onderzoeken verontrustend nieuws aan het licht zouden brengen.

Mijn verbazing was groot toen ik ’s middags na twee echografieën en een bijkomende longfoto goed nieuws kreeg van de dokter. Mijn hart werd perfect gezond verklaard en lijdt niet onder de verminderde werking van mijn longen. De oorzaak van mijn longembolie ligt hoogstwaarschijnlijk bij de marathon die ik vijf weken geleden liep en de trombose die ik als gevolg daarvan kreeg. Ik mocht naar huis met een voorschrift voor bloedverdunners. Het doet misschien de wenkbrauwen fronsen dat ik een longembolie heb gekregen na een marathon. Ik wil dat geenszins relativeren, maar dit komt nu eenmaal sporadisch voor. Net zoals je die pech kan hebben na een lange reis. Verder ben ik een atypische patiënt omdat ik een actief en gezond leven leid. Juist omdat ik als sporter mijn lichaam door en door ken, heb ik gedetecteerd dat er iets niet klopte. Ik ondervind geen last omdat ik dankzij mijn atletisch vermogen over een gezond lichaam beschik dat ook met een verminderde longfunctie prima kan functioneren. Ik mag sporten, op voorwaarde dat ik de intensiteit van de inspanning beperk omdat mijn hart anders een zwaardere inspanning moet leveren. Mijn medische toestand wordt uiteraard nauwgezet opgevolgd.

Eind goed, al goed dus. Voorlopig dan toch. Ik ben een ervaring rijker. Om op een positieve noot te eindigen: dankzij mijn tijd in het ziekenhuis kon ik anderhalf boek lezen. Nadat ik 22 uur niet had gegeten, kon niets mij gelukkiger maken dan thuis boterhammen eten. Marike merkte fijntjes op dat dit wel een goed verhaal is voor op mijn blog. Ze heeft een punt. Al hoop ik van harte dat het bij dit ene medische hoofdstuk blijft en dat ik jullie de komende maanden vooral weer tot in detail kan vertellen hoe mooi het bos is en hoe geweldig mijn loopschoenen zijn.

IMG_4550b

De gedachte – Over snelle schoenen

Ik bezit een uitgebreide collectie loopschoenen. Dat kan ik ook legitimeren omdat ik op jaarbasis zo’n drie paar loopschoenen verslijt. Ik hou niet bij hoeveel kilometers een paar op de teller heeft staan, maar ik voel het wel als het einde nabij is. Veellopers doen er goed aan om verschillende types schoenen (bij voorkeur van verschillende merken) af te wisselen omdat elke schoen je spieren op een andere manier belast. Die variatie verkleint de kans op blessures weer een beetje. Wie tegenwoordig loopschoen gaat kopen, kan rekenen op een professionele loopanalyse. Al die technologie ten spijt toonde onderzoek aan dat de meesten enkel op gevoel net zo goed een geschikte loopschoen uitkiezen. Goede loopschoenen zijn zonder meer een doorslaggevende factor inzake loopcomfort en blessurepreventie. De vraag is in welke mate schoenen een snelle wedstrijd kunnen beïnvloeden.

Ik kan me emotioneel hechten aan loopschoenen. Het doet pijn als een favoriet paar fin de carrière is. In 2017 liep ik drie marathons met de Adidas Ultraboost. Ik kreeg het nog niet over mijn hart om ze weg te doen. Soms doe ik ze gewoon nog eens aan en dan lijk ik de herinnering te voelen. Een zelfde geluksgevoel overvalt mij als ik de Nike Zoom Fly aantrek. Dat is de betaalbare versie van dé schoen der schoenen waarmee Kipchoge & Co in 2017 een ultieme poging waagden om onder de magische marathongrens van 2 uur te duiken. Dat lukte net niet, maar Koning Kipchoge toonde met zijn op maat gemaakte Nike Vaporfly 4%’s wel aan dat ze een klein verschil kunnen maken. De revolutie zit in de gebogen carbonplaat in de zool, waardoor de schoen je afzet krachtiger maakt en je dus meer energie terugkrijgt. Critici relativeerden die innovatie door te verwijzen naar Hoka One One dat al langer met carbon in de schoen werkt. De 4% duidt op de gemiddelde verbetering van de loopeconomie die de Vaporfly garandeert. Hiermee is niet gezegd dat je ook daadwerkelijk 4% sneller zal lopen. De effectieve winst wordt geschat op zo’n 2%: dat is nog steeds behoorlijk wat voor een marathonloper. Het prijskaartje van de Vaporfly is navenant: je telt 250 euro neer voor een paar ultrasnelle schoenen. Aangezien je slechts 250 kilometer met de Vaporfly’s kan afleggen, zijn de schoenen in verhouding dus ongeveer 8x zo duur als een gewoon paar.

Ik heb geen Vaporfly’s, maar wel Zoom Fly’s: het betaalbare, iets minder geavanceerde broertje. De kostprijs daarvan is 150 euro, maar een slimme shopper kan koopjes doen. Voor mij is het de ideale marathonschoen omdat hij stabiel aanvoelt, veel demping biedt en toch ultralicht is. Op mijn Zoom Fly’s vlieg ik over asfalt of door het bos en deze week legde ik op een afgedragen paar ook heel wat kilometers te voet (en al lopend) af in Parijs: kortom een echte allrounder die meteen mijn hart stal. Recente studies laten er geen twijfel over bestaan dat recreanten effectief snellere marathons lopen met de dure Vaporfly’s. De netto winst zou drie à vijf minuten bedragen. Ik heb overwogen om een paar aan te schaffen voor de marathon in Parijs, maar ik deed dat niet omdat ik 250 euro nog altijd te veel geld vind voor schoenen met een extreem korte levensduur.

Zou ik mijn marathon in Parijs enkele minuten sneller hebben gelopen op Vaporfly’s? Een interessante vraag die nooit eenduidig beantwoord kan worden. Je kan immers niet eerst een marathon lopen op gewone schoenen en vervolgens nog eentje op zogenaamd snelle schoenen om te vergelijken wat het je netto oplevert. Is die winst ook gegarandeerd op een zwaar parcours? En vergroot je niet het risico dat je alsnog jezelf in de vernieling loopt omdat je te snel vertrekt op die snelle schoenen? Sommigen zijn er bovendien van overtuigd dat zowel de Zoom Fly als de Vaporfly enkel tijdswinst opleveren voor heel snelle lopers en voorvoetlanders: niet ik dus. Daarenboven is de marathonloper altijd onderhevig aan verschillende factoren en blijft de vraag in welke mate schoenen nog doorslaggevend zijn als je een marathon moet lopen met een sterke tegenwind in de gietende regen. Misschien is juist de illusie van een verhoogde snelheid veel waard.

Ik schrok toen sportjournalist Hans Vandeweghe in De Morgen daags na het kersverse Belgische record van Bashir Abdi uithaalde naar de snelle schoen van Nike. Het zal niemand verbazen dat de huidige wereldtop en ook onze Belgische toplopers hun marathons lopen op de Vaporfly’s. Volgens Vandeweghe zijn al die recente successen te verklaren door de snelle schoen. It’s the shoes, stupid: de Nikes zijn volgens hem een vorm van technologische doping. Hij vergelijkt de snelle schoen met de LZR Racer van Speedo: het ultrasnelle zwempak waarmee 10 jaar geleden zowat alle zwemrecords sneuvelden en dat inmiddels verboden werd. Die vergelijking wringt langs alle kanten. In de eerste plaats omdat in eender welk zwembad de omstandigheden altijd zo goed als identiek zijn. Een marathon loop je in de buitenlucht: de omstandigheden zijn altijd anders, wat de impact van schoenen beperkt. Bovendien is een marathon een veel langere inspanning die je niet zo zeer technisch, maar wel tactisch moet aanpakken. Ook de tijden van wereldrecordhouder Kipchoge zijn niet simpelweg in te delen volgens een pre- en post-Vaporfly-tijdperk. Kipchoge liep zijn eerste marathon in 2013 en won 11 van de 12 marathons waar hij aan deelnam. Hij liep de marathon van London in 2016 zónder Vaporfly’s bijna een halve minuut sneller dan de marathon van Berlijn in 2017 mét Vaporfly’s.

Volgens Vandeweghe is de progressie van zowel Koen Naert als Bashir Abdi hoogstonwaarschijnlijk volledig toe te schrijven aan de atleet. Daar kan ik hem in bijtreden. De snelle schoen zal een minimale bijdrage leveren aan hun prestaties, maar het omgekeerde is zonder enige twijfel onwaar. Hun prestaties zijn niet enkel te herleiden tot een snelle schoen. Beide toppers zijn 30 jaar: een logische leeftijd om te pieken als marathonloper. Bashir Abdi verbeterde het 24 jaar oude Belgische record met amper 17 seconden. Wie beweert dat hij dat record verpulvert dankzij een snelle schoen, doet de straffe atleet die Bashir is grote oneer aan. Technologische vooruitgang hoort bij sport. Het werelduurrecord van Victor Campenaerts is daar een mooi voorbeeld van. De marathon heeft echter zijn eigen wetten en kent vooral geen genade. Hoe snel of traag je schoenen ook zijn, het is en blijft de atleet die het verschil maakt.

IMG_4510b

Rechts: de nieuwe Nike Zoom Fly Flyknit: het bovenwerk daarvan is gebreid en heeft dus de structuur van een sok. Links: trouwe lezers zullen de blauwe Nike Zoom Fly’s herkennen als de schoenen waar ik de marathon van Parijs op liep. Met dank aan Roos voor het decor en de fotohulp.

Loperspraat – Plan, planner, planst!

Ik zou me verloren voelen in een eenzaam niemandsland als ik geen plannen en ideeën zou hebben. Uiteindelijk begint alles met een goed idee: het vonkje dat plannen kan genereren, maar soms ook simpelweg uitdooft. Een goed plan kan ten alle tijden worden aangepast al naargelang de situatie. In een gesprek tussen Roos en mij valt meermaals de zinsnede “ik heb een idee”. Doorgaans wordt dat door de andere partij onthaald op “oh ja, dat is een goed idee!” Vaak vallen we dan nog een ander familielid lastig met dat plan. Papa bijvoorbeeld, die laat zich als een gewillig slachtoffer op sleeptouw nemen. Nadat ik het eerste kwartaal van 2019 toe leefde naar de marathon om me dan door een turbulente maand te worstelen, is het nu tijd voor enkele succesrecepten uit het Grote Boek der Loopplezier.

Mijn verzadigingspunt van Parijse avonturen is nog niet bereikt. Morgen vertrek ik voor een driedaagse naar la ville lumière* in het gezelschap van een enthousiast team collega’s en een zo mogelijk nog enthousiastere groep van 150 vierdejaars leerlingen. In 2013 was ik de eerste keer van de partij op deze schoolreis. Ik wist toen nog niet dat ik over een paar lopersbenen beschikte, laat staan dat ik ooit marathons zou lopen. In 2016 voegde ik voor het eerst een ochtendloopje toe aan het intensieve programma. Ik trek er in alle vroegte dan alleen op uit om de dag goed te beginnen. Ook om en passant bij een bakker alvast een pre-ontbijt te voorzien voor mezelf en maatje An. Het budgethotel waar we verblijven is doorgaans niet gelegen in een gezellige buurt, maar met een loopronde van zo’n 8 kilometer kan ik toch heel wat geliefde plekken bewonderen. Denk eraan: lopen in Parijs is altijd een uitdaging. Lopen in Parijs is altijd de moeite waard.

Mei is traditiegetrouw de maand van de 20 km van Brussel. Voor Roos en mij zal dat altijd een speciale wedstrijd blijven. We liepen er voor de eerste keer in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Er sloeg toen een grote vonk over, waardoor onze looptrein niet meer was te stoppen. Ik herinner me nog heel goed hoe onoverwinnelijk ik me voelde na dat eerste grote loopevenement. Helaas misten we sinds onze eerste deelname in 2014 allebei al eens een editie wegens blessureleed. Op 19 mei is het dan ook voor ons beide de vijfde deelname. Door het euvel met de longembolie vreesde ik dat ik forfait zou moeten geven voor deze jubileumeditie. Niets is minder waar: ik kan lopen en sta aan de start. Tot twee keer toe liep ik er een heel scherpe tijd. Voor de aankomende editie zet ik volop in op ervaring. Hoe kan ik dat beter doen dan – zoals bij ons debuut – aan de zijde van mijn zusje? Ik stel me namelijk ten dienste als Roos’ personal pacer zodat we haar tijd onder de 1u40 kunnen brengen. Mijn rol als haas of tempomaker is meteen ook een goede oefening voor de najaarsmarathon die we samen zullen lopen. Misschien pikt ook papa dan zijn wagon aan in ons looptreintje.

Op korte termijn lopen we twee trails. Een trail is een loopwedstrijd in de natuur over niet-geasfalteerde wegen met heel wat hoogtemeters en vaak over een wat langere afstand. Voor het echte trailwerk moet je in eigen land in de Ardennen zijn. In het buitenland zijn de uitdagingen en afstanden nog extremer. Op 30 mei warmen we ons op met de 25 kilometer van de Naturarun in Meerdaalwoud. Een opwarmertje dus, want in juli trekken we (inmiddels ook al traditiegetrouw) naar Houffalize voor de La Chouffe trail, zijnde 36 kilometer onvervalst Ardens loopgenot. Ter vergelijking: ik zal over die afstand minstens een half uur langer doen dan over mijn marathon in Parijs. Omdat papa ook is ingeschreven, wanen we ons de drie musketiers op z’n Odeyns. Naast de prachtige natuur bezorgt een trail je ook heel veel zweet, insectenbeten en spierpijn. Om ons degelijk op die uitdaging voor te bereiden, hebben we de komende weken enkele gezamenlijke trainingen gepland. Familie, Brussel en de natuur: naast plannen en ideeën heb ik niet veel meer nodig om het voorjaar in te knallen.

*Wat opzoekingswerk leerde mij dat Parijs de bijnaam “lichtstad” kreeg vanwege de intellectuele bijdrage aan de Verlichting. Voila, weer iets geleerd.

Loperspraat – Decompressie, rust en onrust in april

Tijdens de 30 dagen van marathonmaand april beleefde ik een gevarieerd scala aan emoties: van rust en ontspanning tot momenten van doodsangst. Zelfs Florence zou er een vette kluif aan hebben om al die mixed feelings in een powersong te vervatten. Mijn marathon in Parijs was een schot in de roos en verdeelde de maand in een periode voor en een periode na 14 april. Ik zat weer eens op mijn roze marathonwolk na te genieten van al dat moois toen donkere wolken zich verdrongen boven mijn blauwe hemel. Ook mijn rooskleurige bril kon niet voorkomen dat ik regelrecht leek af te stevenen op een muur van zwarte donderwolken. Uiteindelijk liep ook dit absurde verhaal goed af en won ik de strijd van de mysterieuze D-dimeren.

Mijn herstel begon nochtans veelbelovend. Na een comateuze post-marathonslaap sprong ik verbazingwekkend fris uit bed. Enige spelbreker was een ernstig verzuurde linkerkuit. Na een spoedinterventie van een top kinesitherapeut kon ik weer met min of meer gezwinde pas de Parijse grond betreden. Ik had nog een week paasvakantie om te bekomen, de zon scheen en ik was een tevreden mens. Ik herkende mezelf amper in de golf van contentement die mij overspoelde. Voor het eerst was ik echt trots op mijn lichaam dat weer maar eens een topprestatie had geleverd en kon ik al mijn complexen aan de kant schuiven. Toen ik dan ook nog eens de wijze beslissing nam om dat lichaam wat rust te gunnen en de stramheid niet meteen te lijf te gaan met loopkilometers, was ik ervan overtuigd dat wijsheid echt met de jaren komt. Met ontspannen tred fietste ik de verzuring weg. Ik werd omringd door een aura van opluchting en dankbaarheid. Alsof ik na tien marathons een succesvolle cyclus had afgewerkt. Ik leek een andere mens te zijn en juist dat was ook wat beangstigend.

De vakantie liep op z’n einde en mijn spieren voelden steeds soepeler. Tijdens het fietsen viel het me op dat ik sneller buiten adem was, maar dat leek me normaal binnen een herstelproces. Ook toen ik een week na mijn marathon voor het eerst de benen ging loslopen en na elke kilometer moest pauzeren om op adem te komen, sloeg ik niet meteen alarm. Het was warm en de marathon zat nog in mijn lijf. Pas toen ik op school een mijl ging lopen met de leerlingen en elke meter een kilometer leek te zijn, sloop er ongerustheid in mijn oh zo geruste gemoedstoestand. Ik moest bekennen dat ik kortademig was als ik de trap opliep of op weg naar school een stukje bergop fietste. Marathonloper of niet, mijn conditie bleek onbestaande te zijn. De 10 Miles in Antwerpen lopen, was niet haalbaar. Wederom nam de wijsheid het over van de paniek. Na overleg met Roos besloot ik nog wat extra rust te nemen en dat was niet eens met pijn in het hart.

Het leek alsof ik voeling verloren was met de loper in mij. Tussen rust en onrust bestaat in mijn hoofd altijd een intensieve wisselwerking. Ik nam zelfs het gewichtige woord identiteitscrisis in de mond. Welgeteld een jaar geleden kon ik na zeven weken rust terug enkele voorzichtige minuten lopen. Op een jaar tijd was ik dus van helemaal niets naar twee snelle marathons en een zware winterduatlon gegaan. Ik realiseerde me dat ik een intensief sportjaar achter de rug had dat gekleurd werd door heel veel mooie momenten, maar ook met een constante druk om mijn grenzen opnieuw te verleggen. Een jaar lang had ik mezelf tot het uiterste gedreven en misschien woog dat nu mentaal zwaarder door dan ik dacht. Decompressie dus. Ik schakelde nog een versnelling hoger in rustmodus en dat beviel me wonderwel goed. Naast mijn schoolwerk kon ik weer uren aan een stuk lezen, creatieve plannen maken en in de zetel hangen met mijn katten. Die staat van ontspanning werd overschaduwd door de sluimerende angst dat er iets scheelde met mijn hart of longen. Toen ik twee weken na de marathon tijdens een fietsrit vaststelde dat ik nog steeds kortademig was, zat de schrik er goed in. Wat had ik mijn lichaam in godsnaam aangedaan?

De huisarts kon me in eerste instantie geruststellen: mijn hart en longen klonken niet afwijkend. Een bloedonderzoek zou duidelijkheid geven over eventuele tekorten en verhoogde waarden. Die resultaten brachten helaas geen eenduidige verklaring. Alles was perfect normaal, maar ik had een verhoogde waarde D-dimeren: een afbraakproduct van stollingseiwitten. Hoewel ik een atypische longpatiënt zou zijn, kon dit erop wijzen dat ik een longembolie of dus een bloedklontertje in mijn longen had. Een nieuwe bloedafname zou dit moeten uitsluiten. Hoewel mijn huisarts me op het hart drukte niet te panikeren, was het kwaad geschied. Ook de meest verwoestende brand ontstaat met een minuscuul vonkje. In mijn hoofd was het blinde paniek. Ik kon niet meer rustig ademhalen en voelde mijn hart als een gek bonzen. Het ene na het andere doemscenario passeerde de revue. Ik zou misschien nooit meer mogen lopen. Ik zou een vreselijke tumor kunnen hebben. Ik zou misschien zelfs sterven. Dit was het dan. Mijn leven. De drama queen kreeg ongelijk. Na een dag nagelbijten bleek het gehalte D-dimeren gedaald te zijn. Het was dus uitgesloten dat er iets mis was met mijn longen. De verhoogde waarde viel perfect te verklaren door de inspanning van de marathon die iets getriggerd heeft. Binnen de 10 dagen zou de waarde genormaliseerd zijn. Ik mocht sporten en kon letterlijk opgelucht ademhalen.

Vandaag trok ik mijn loopschoenen aan om te testen hoe het nu zat met die verduivelde D-dimeren. 10 kilometer liep ik aan een stevig tempo en vooral: zonder te moeten stoppen. Ik vloog en vond met gemak een tweede adem. Het mooie aan een periode van rust is dat de loophonger en euforie eens zo groot zijn als je er terug aan begint. Ik genoot zonder overdrijven van elke meter. Bij deze is mijn identiteitscrisis dus definitief afgewend. Elton had echt gelijk: I’m still standing after all this time, looking like a true survivor, feeling like a little kid.

IMG_4400b

Het moment – De ultieme bekroning voor Bashir Abdi

Ik bombardeer april bij deze officieel tot marathonmaand. Er was mijn eigen moment de gloire in Parijs, de toptijd van Nederlands talent Abdi Nageeye, maar vooral twee Belgische topatleten die boven zichzelf uitstegen. Koen Naert beet begin april de spits af in Rotterdam. Hij verpulverde zijn snelste tijd en strandde op amper 19 seconden van het Belgisch record. Dat staat al 24 jaar op naam van Vincent Rousseau. Afgelopen zondag was het de beurt aan landgenoot Bashir Abdi. Hij ging van start in de prestigieuze London Marathon, u weet wel: één van de Majors. Terwijl de wereld enkel oog had voor de Keniaanse Eliud – King of Marathon – Kipchoge en publiekslieveling Sir Mo Farah, liep onze eigenste Bashir in alle anonimiteit naar een verbetering van het nationaal record. Met 2:07:03 stelde hij het Belgisch record 17 seconden scherper. Een uitzonderlijke prestatie, zeker als je weet dat dit nog maar zijn tweede marathon was.

Mogelijk is de staat van extase waarin ik me zondag bevond te wijten aan het feit dat er jaarlijks slechts een handjevol marathons live op televisie te volgen is. Ik zou me ook kunnen verontschuldigen voor mijn ongebreideld enthousiasme, want ik ben me ervan bewust dat niet iedereen zo lyrisch is als er een marathon op tv wordt uitgezonden. Enkel wie al eens van de marathon madness geproefd heeft, zal ten volle begrijpen waarom zulke beelden bij mij een gevoelige snaar raken. In de eerste plaats zijn sfeerimpressies van de startzone een feest van herkenbaarheid: het nerveuze getrippel om warm te blijven, aanschuiven bij de dixi’s en tot slot nog een banaantje wegwerken. Er hangt een serene, maar toch opgewonden sfeer: nu gaat het gebeuren. Alles is adrenaline. De marathon is uniek omdat topatleet en recreant identiek dezelfde wedstrijd op hetzelfde moment lopen. Bij de BBC hebben ze dat goed begrepen. De uitzending werd gekaderd met kleine en grootse verhalen van zowel toppers als recreanten. Niemand minder dan Paula Radcliffe (wereldrecordhouder op de marathon bij de vrouwen) voorzag de strijd van professioneel commentaar. Ik kreeg trouwens ook Roos zo ver om zondag naar BBC over te schakelen. Ze gaf grif toe dat haar marathonhart er sneller van ging slaan.

Bashir Abdi speelde het tactische spel slim. De 30-jarige Gentenaar manoeuvreerde zich voor de race behendig in de positie van underdog. Hij strooide zijn opponenten en de media professioneel zand in de ogen door te zeggen dat hij de laatste weken te kampen had met maagproblemen als gevolg van een bacteriële infectie. Het bleek een geniale schijnbeweging te zijn, want Bashir vertrok pijlsnel. Na 10 kilometer was duidelijk dat hij op recordkoers lag. Naar eigen zeggen kwam hij de man met de hamer tegen op kilometer 40. Die kon hem niet van een zevende plaats houden en zo werd Bashir gekroond als kersvers Belgisch kampioen op de marathon. Een titel waar hij als tiener niet van droomde. Hij kwam op jonge leeftijd in België terecht nadat hij met zijn familie vluchtte voor het oorlogsgeweld in Somalië. De jonge Bashir ambieerde een carrière als profvoetballer, maar belandde na een blessure op zijn vijftiende in de atletiekclub van Oostakker. In tegenstelling tot Abdi Nageeye blonk Bashir Abdi niet meteen uit tijdens loopnummers. Trainer Peter Robbens zag echter potentieel. Het was pas toen Bashir bevriend geraakte met zijn idool Mo Farah dat hij zichzelf ontdekte als toploper en bijgevolg zijn hart verloor aan de atletiek.

Dat Eliud Kipchoge voor de vierde keer de London Marathon op zijn naam schreef, is geen verrassende plottwist in dit verhaal. Keizer Bashir Abdi zetelt op een imposante troon in marathonmaand april. Goedlachs en immer sympathiek, maar ook kritisch zoals het een waardig kampioen betaamt: die drie seconden boven 2:07 vond hij toch jammer. Telkens als ik over professionele marathonlopers schrijf, kom ik tot de conclusie dat het oprechte mensen zijn. Uitblinken op de mythische afstand vraagt veel trainingsarbeid, vaak ver weg van alles en iedereen. Ook Bashir maalt veel kilometers op stoffige Ethiopische wegen: weg van het spektakel en eender welk mediacircus. Schitteren op een grote marathon levert een behoorlijke geldprijs op, maar uiteindelijk leidt de marathonloper een eenvoudig leven. Bescheidenheid siert de grootste kampioenen. Het wordt hoog tijd dat er een boek verschijnt over het levensverhaal en de carrière van de charismatische Bashir Abdi.

Marathonpraat – Wat ik over mezelf leerde uit 10 marathons

In een marathon komen zowel de saaiheid als de heroïek van het leven samen. Uren aan een stuk lopen is namelijk een eentonige activiteit die geen specifieke vaardigheid vereist. De volharding die dat vergt, is echter wel een heldhaftige prestatie. Op mijn palmares staan ondertussen welgeteld tien marathons te blinken. Tien stuks: dat is toch een aardige bibliotheek aan verhalen omdat elke marathon garant staat voor een uniek verhaal. Misschien niet altijd bijster interessant, maar wel voldoende stof tot (na)vertellen en overpeinzen. Alles begint met de weg naar marathondag – trainingen die al eens wat hobbeliger verlopen, de laatste etappe tot de grote dag – als de zenuwen het overnemen, de marathonrace – de strijd met jezelf – en vooral de lessen die dat proces oplevert. Door marathons te lopen leerde ik in eerste instantie mezelf als sporter kennen. Ik wist aanvankelijk niet dat er iets atleetwaardig in mij huisde. Uiteindelijk leerde ik mezelf vooral als mens beter kennen. Of hoe de metaforische waarde van de marathon onuitputtelijk is.

Marathontrainingen kosten zelden bloed en tranen, maar vooral veel zweet. In mijn geval ongetwijfeld ettelijke liters. Waar ik in het prille begin simpelweg veel liep om me voor te bereiden, kreeg ik door de jaren heen duidelijker omlijnde ideeën omtrent de ideale marathonvoorbereiding. Hoe strakker de plannen in mijn hoofd vorm kregen, hoe moeilijker het werd om eraan te voldoen. Ik leerde zowel de kwaliteiten als de zwakke plekken van mijn lichaam kennen. Hierdoor ging ik beseffen hoe ondoorgrondelijk het menselijk lichaam in wezen is. Alles lijkt bovendien meetbaar te zijn door de overdaad aan informatie die beschikbaar is. De waarheid is dat niemand exact kan vertellen wat het beste werkt voor jouw lijf. Een marathontraining blijft een complexe evenwichtsoefening waarbij basisprincipes als kapstok dienen en je op menselijke experts kan vertrouwen om uiteindelijk zelf aan te voelen wat goed is. Geen enkele marathonvoorbereiding verloopt 100% naar wens. Dat kan frustrerend zijn, maar in principe is het de keerzijde van de medaille voor wie kennis en ervaring bezit. Hoe meer je weet over een bepaald onderwerp, hoe meer hiaten je in die kennis zal ontdekken en hoe meer vraagtekens er zullen rijzen. De kunst is om te kijken naar wat je al kan en weet. Koester dus de boeken die je al gelezen hebt en de kilometers die je liep.

Ik las eens dat de marathon in bed wordt gewonnen door voldoende te slapen. Wie een actief leven leidt, moet ook kwalitatieve rustmomenten inbouwen. Er is aan mij geen groots bedligger verloren gegaan. Geef mij de ochtend, de dag én ook de avond om bezig te zijn. Ik liep marathons met een vakantieweek als voorbereiding en marathons waar een werkweek aan vooraf ging. Werken staat gelijk aan minder rust, maar die afleiding werkt een positieve ingesteldheid in de hand. Tijdens een vakantieweek stort ik me soms nogal overdreven op de voorbereidingen van de marathon. Dan vind ik plots dat ik nog een nieuwe jas moet maken, om maar iets te noemen. Je zal me kortom nooit een dag met de benen omhoog in de zetel aantreffen. Uiteraard zijn rust en slaap belangrijk in de week voor je een uitputtende fysieke inspanning zal leveren. Ik denk echter dat de juiste verhouding tussen spanning en ontspanning belangrijker is dan netto uren bedrust. Je moet gefocust doch ontspannen toeleven naar een marathon. Ik hoop telkens weer om veel en goed te slapen de avond voor de grote dag, maar de realiteit is dat ik dan telkens weinig slaap. Soms gewoon in mijn eigen bed, soms verrassend goed op een krakende luchtmatras met mijn zus en soms heel slecht in een hotelbed. Een goede focus compenseert een gebrekkige nachtrust moeiteloos.

Zoals je je lichamelijk op een marathon voorbereidt, zo moet je dat ook mentaal doen. Als ik het zwaar heb tijdens trainingen, stel ik me voor dat ik me op een bepaald punt in de marathon bevind en dat ik ook dan zal moeten doorzetten. Er is namelijk geen weg terug als je eenmaal aan het lopen bent. Door delen van de marathon te simuleren probeer ik mijn mentale weerbaarheid te trainen. Het geeft vertrouwen als ik in zware omstandigheden gewoon blijf lopen. Ik kan ook kippenvel (en vleugels) krijgen als ik me inbeeld dat ik naar een marathonfinish toe loop. Daarnaast is ook parcourskennis niet te onderschatten. Ik verdeel een marathon in stukken en plaats die in een bepaalde categorie: wat is leuk en interessant om te lopen, wat is saai en wat wordt ronduit lastig en zwaar. De gemakkelijke kilometers worden hierdoor nog unieker (over de Champs-Elysées lopen is nog bijzonderder dan in je gedachten), de saaie stukken toch wat minder eentonig en de lastige delen niet zwaarder dan wat je je hebt voorgesteld. Als je de vinger kan leggen op wat je precies vervelend vindt en dat vervolgens kadert, valt dat doorgaans erg mee.

Tot slot kan ik nu ook de rustige periode na de marathon waarderen. Waar ik vroeger zo snel mogelijk ging lopen met stramme spieren en mijn neus in de richting van een volgende sportieve prestatie, besef ik nu dat een verminderde stijfheid niet de enige indicatie is van een goed herstel. Mijn lichaam is beter aangepast aan duursporten na vier jaar marathons lopen, maar een marathon blijft een zware inspanning die de nodige hersteltijd vraagt. Het is jammer dat ik in het verleden te weinig stil stond bij de geleverde prestatie omdat ik me meteen op een volgend avontuur stortte. Mijn lichaam mag inmiddels min of meer gemaakt zijn om te lopen, dat betekent niet dat ik het elke dag moet doen om me een marathonloper te voelen en daar trots op te zijn. Ik ben de eerste om de marathon te relativeren: het is ook gewoon maar lang aan een stuk lopen. Langs de andere kant moet je een beetje heroïek kunnen omarmen in de alledaagsheid van het leven. Wees dus schaamteloos trots op de gevoerde strijd, geniet ervan en gun je lichaam wat rust.

IMG_4354b
Ada haalt haar neus op voor al die marathons.

De race – Paris Marathon april 2019

  • De cijfers: marathon nr. 10 werd mijn tweede snelste in 3:22:10
  • De voorbereiding: ik fietste en liep heel wat kilometers en was in vorm, maar ik twijfelde of dat zou volstaan
  • De race: ik liep met een ijzersterke geest en ik kon het hoofd koel houden, ook in killing Bois de Boulogne
  • De herinnering: de totaalervaring met mijn familie in Parijs en helaas ook de Notre-Dame die vuur vatte toen ik terug thuis was

Wat vooraf ging
Ik maak al eens marathonplannen als ik in een dipje zit. Voor deze marathon was mijn inschrijving een feit in april 2018 toen ik geblesseerd – en bijgevolg redelijk depressief – thuis zat. Ik had een groots plan nodig om naar uit te kijken. De marathonloper in mij had echter geen volledig jaar nodig om de rails terug te vinden. In oktober hervond ik mezelf op de marathon in Brussel en in december debuteerde ik met een derde plaats in de Hel van Kasterlee. Voor ik het goed en wel besefte, kon ik beginnen aan mijn marathontrainingen. Die verliepen zonder noemenswaardige problemen, maar waren wel een constante worsteling in de zoektocht naar het juiste evenwicht. Ik wilde er immers alles aan doen om te schitteren in Parijs, zonder dat doel in gevaar te brengen. Twijfel alom dus. In de laatste week voor de marathon was mijn doorgaans onrustige geest verdacht rustig en vertrouwde ik erop dat ik het nodige had gedaan. Die status bleef ongewijzigd tot twee dagen voor de marathon. Zaterdag voelde ik me allesbehalve een marathonloper en stak de twijfel weer de kop op.

IMG_4193

Vlak voor de start
Van nachtrust is geen sprake aangezien ik in een te warme hotelkamer met een onbehaaglijk gevoel en brandende benen in bed lig. Als Roos slaapt, voel ik mijn hart als een gek bonzen. De gedachte dat ik over enkele uren een marathon zal lopen is beangstigend. Om 5u schrik ik op van de wekker. Op automatische piloot werk ik mijn (geïmporteerde) witte boterhammen met honing weg terwijl Roos in een redelijk alerte staat van paraatheid nog wat slaap probeert te vangen. Om 6u30 vertrek ik naar de metrohalte. Het is nog donker en slechts een graad boven het vriespunt. Door de toestand waarin ik anderen aantref op straat, heb ik eerder het idee dat Parijs gaat slapen dan dat het ontwaakt. Gelukkig tref ik ook enkele lopers aan op de metro. Ik voel het vertrouwen groeien hoe dichter ik de start- en finishzone aan Arc de Triomphe nader. In mijn sportkleding voel ik me weer een loper, dankzij de adrenaline voel ik me niet moe. Ik geef Maurice af in de finishzone en na een sanitaire stop vertrek ik richting startvak op de Champs-Elysées. De zon breekt door: dit voelt als een schitterende dag in wording. Ik beleef een eerste primeur als ik word gefouilleerd om de startzone te betreden. In mijn startvak is het nog rustig en ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken om een tweede primeur te beleven: ik stap een dixi in en ga dus naar de wc òp de Champs-Elysées. Naarmate het startvak voller wordt, neemt ook de ambiance toe. Ik heb kippenvel over heel mijn lichaam. Niet door de emotie, maar door de frisse temperatuur. Als ik begin te klappertanden, is het gelukkig ook tijd om te vertrekken. Om 8u39 begin ik aan mijn tiende marathon.

IMG_4198b
Team Flat White is ready for take off.

De race
Ik loop: dat is het eerste wat door mijn hoofd schiet. Beter nog: ik loop over de Champs-Elysées, via Place de la Concorde naar Place Vendôme en de Opéra: een nieuwigheid in het parcours. Het valt me op dat het zowel op als langs het parcours druk is. Jammer genoeg merk ik ook dat ik nog eens had moeten gaan plassen vlak voor de start. Ik besteed niet te veel aandacht aan mijn gevulde blaas en zoek de groene lijn: de ideale marathonlijn die precies 42,195 kilometer lang is. Na 5 kilometer kan ik uitkijken naar de eerste ontmoeting met mijn supporters. Het is moeilijk om te beschrijven wat er dan precies door je heen gaat: het doet zoveel deugd om in die enorme anonieme massa plots iets heel vertrouwd te zien. Roos loopt enkele tientallen meters mee. De stress staat op haar gezicht als ze me toe roept dat ze mijn drinkbussen vergeten was, maar dat het in orde is. Ik loop verder over Rue de Rivoli richting Chateau en Bois de Vincennes. De kilometers tikken vlot weg. Mijn vorige marathon liep ik met een gemiddelde van 4’50” per kilometer. Mijn doel is om onder dat gemiddelde te duiken. Aanvankelijk gaat dat vlot: ik loop soepel rond de 4’43”. Na het indrukwekkende Chateau zie ik na 13 kilometer mijn eerste bevoorradingsteam, mama en Marike. Samen met mijn drinkbus krijg ik ook weer de nodige aanmoedigingen en vervolg ik mijn weg.

Ik herinner me nog dat de eerste oplopende stukken zich in Bois de Vincennes bevinden. De benenmolen blijft echter goed draaien. Ik volg braaf het advies dat Roos me gaf en kijk uit naar het halfway point. De eerste frisheid is weg, maar ik blijf onder die 4’50” lopen. Ik geniet van de aanmoedigingen en de ambiance. De tijd vliegt voorbij. Ik zeg nog eens tegen mezelf dat ik nu echt de marathon van Parijs aan het lopen ben. Dat neemt niet weg dat ik ook de inspanning voel. Na 23 kilometer lopen we langs de Seine. Rond kilometer 25 werp ik nog een blik op de Notre-Dame en zoek dan mama en Marike die mijn tweede drinkbus zullen aanreiken. Hoe erg ik er ook naar uitkijk om hen weer te zien, ik walg nu al van de drinkbus die ze me zullen geven. Zoals bij mijn vorige marathon bevalt de sportvoeding me slecht. Mijn buik tekent ernstig protest aan. De gedachte aan nog meer sportdrank maakt me ronduit mottig. Die volle blaas verbetert de situatie niet, integendeel. Als ik dus mijn tweede drinkbus in handen krijg, draait mijn maag meteen om. Ik sluit een deal met mezelf: ik moet nog één sportgel wegwerken en de helft van die drinkbus. Omdat ik water heb gedronken bij elke post zou dat qua hydratatie moeten volstaan. Twee jaar geleden gingen de lichten in mijn hoofd uit na kilometer 25. Ik voel dat ik nu wat minder soepel loop, maar ik voel me nog steeds weerbaar en zelfs strijdlustig. We lopen door een tunnel langs Jardin des Tuileries, komen terug boven aan Musée d’Orsay en lopen verder langs de Seine. Tot drie keer toe lopen we onder een brug en volgt er na een korte afdaling een pittig oplopend stuk. Logischerwijze verlies ik hier wat terrein, maar ik laat me niet uit mijn lood slaan.

Vanaf het 30 kilometerpunt aan de Eiffeltoren begin ik af te tellen naar Roos en Tante Hilde die rond kilometer 36 in Bois de Boulogne staan. Ik hou mezelf voor dat dit mentaal het zwaarste stuk wordt: de route is saai, er zijn oplopende stukken en iedereen krijgt het lastig. Mijn tempo blijft onder controle en dat geeft moed. De eerste stijfheid steekt de kop op: mijn linker quadriceps is stram, maar belemmert me niet in mijn loopbeweging. Ik tel per kilometer af naar die verdomde kilometer 35. Uit ervaring weet ik dat als ik de laatste 7 kilometer met een frisse geest kan aanvatten, het ergste achter de rug is. Roos had me gewaarschuwd voor een stevige helling rond kilometer 34. Wat ik daar voorgeschoteld krijg, is inderdaad niet van de poes. Ik heb echter een doel en laat me niet kennen. Mijn beloning bevindt zich ruim een kilometer verder in de vorm van mijn supporters. Een golf van geluk overvalt me als ik Roos en Tante Hilde zie. Ze roepen me toe, Roos schiet uit de startblokken, loopt een stukje mee en overstelpt me met complimenten. Haar peptalk verricht wonderen, ik krijg een laatste adrenalineshot en dus ook vleugels. Ik loop mijn 37e en 38e kilometer aan een verschroeiend tempo van 4’41”. Waar ik hier twee jaar geleden moest spartelen om niet te verzuipen, voel ik me nu onoverwinnelijk. Ik denk aan een interview met Koen Naert: door de muur gaan! roep ik mezelf toe. De verzuring kan ik mentaal aan. Dit is de marathon. Juist in die finale ligt mijn kracht als loper. Rond kilometer 40 vormt zich een flessenhals omdat ambulances de weg versperren. Dat haalt me wat uit mijn ritme, maar ik ben blij dat ik loop en niet op een brancard lig. Ik probeer me bewust te zijn van de laatste lange bocht naar de finish op Avenue Foch. Met zicht op de finishbogen kijk ik nog eens rond en voel ik het enthousiasme van de talrijke toeschouwers. Ik laat me gewillig mee zuigen naar de finish. Met heel wat moeite probeer ik nog kort mijn handen in de lucht te steken als ik over de groene loper naar de finishlijn loop. Ik heb het gehaald. Dit was mijn tiende marathon. Mijn verbazing is groot als ik 3:22:10 op mijn horloge zie staan. Ik liep gemiddeld 4’45” (12,6 kilometer per uur) en dat is even snel als mijn vorige marathon in Parijs en die van Brussel in 2016. Met een grote glimlach op mijn rode kop ga ik mijn bagage ophalen en haast ik me naar een dixi. Met een nog grotere glimlach stap ik af op mijn supporters.

IMG_4237
We are family! I got all my sisters with me!

De conclusie
De marathon van Parijs is de tweede grootste ter wereld en stelde wederom niet teleur. Het parcours is pittig door de hoogtemeters van verschillende oplopende stukken. Bovendien is ook het wegdek op vele plaatsen lastig beloopbaar: denk aan opgelapte stukken asfalt over hobbelige steentjes of zelfs een kasseistrook in Bois de Boulogne. Ter compensatie was het met een zonnige 10 graden ideaal loopweer. Ten opzichte van twee jaar geleden stonden er 8.000 deelnemers meer aan de start. Die drukte merkte ik ook al op in de finishzone en op dat moment moesten er nog 43.000 lopers aankomen. Door Parijs lopen en langs alle kanten enthousiast toegejuicht worden, is en blijft een unieke ervaring. Bij een kleinere marathon staat het loopplezier voor mij centraal en maakt dat de ervaring uniek. Een massa-evenement heeft nu eenmaal voor- en nadelen.

IMG_4244
Vieren in stijl en klinken op een geslaagde dag.

Enkele weetjes

  • De organisatie raadde aan om een oude trui aan te trekken in het startvak: die kon je achterlaten en zou gerecycleerd worden, wat beter is dan een plastic wegwerpponcho. Ironisch genoeg kreeg elke finisher bij aankomst een groene plastic poncho. Ik snap het niet.
  • Ik dronk niet meer vanaf kilometer 30. Dat gaat in tegen elke marathonregel. Don’t try this at home!
  • Toen ik rond kilometer 32 langs een band liep waarvan de zanger op het parcours stond, schreeuwde hij me toe: Today, You Are a Rock ’n Roll Star!
  • Er is een link tussen mezelf en de Ethiopische winnares Gelete Burka. We zijn allebei 33 jaar en zij finishte in 2:22, net een uur sneller dan ik. Haar gemiddelde snelheid was ruim 17,8 kilometer per uur.
  • Met mijn 231e plaats bij de vrouwen behoor ik tot de snelste 2%. Slechts 30 vrouwen finishten onder de 3 uur.
  • Roos maakte een mooie foto van mij waarop ik in mijn nette pyjama poseer met mijn medaille. Helaas is er op de achtergrond ondergoed te zien en is die foto dus niet geschikt voor publicatie.
  • Onze Parijs-trip stond ook in het teken van mijn metekindje dat zich nu nog in Marikes buik bevindt. We gaven suggesties voor namen en bedachten ook tal van (sportieve) activiteiten die we samen kunnen ondernemen. Dit is hoe dan ook een sterk verhaal om later te vertellen.

IMG_4265