Loperspraat – Wat ik zoal kan leren van mijn katten

Ik deel al ruim negen jaar mijn woning met Teresa en Ada, mijn allerliefste harige huisgenootjes. Hoewel we alle drie gesteld zijn op onze rust, vormen we op onze eigen manier een oerdegelijk driespan. Voor wie het nog niet wist: er heeft altijd een dierenmens in mij gehuisd. Vroeger had ik konijnen en cavia’s. Toen ik op kot zat waren hamsters Tony en Rudy mijn maatjes. Nu stel ik het zonder knaagdieren, maar kan ik me geen leven zonder katten meer voorstellen. Katten zijn tegenwoordig trouwens helemaal in. Een blik op de goedgevulde cadeaurekken van boekwinkels bewijst dat de veelzijdige (vaak ludieke) zelfhulpboeken met katten als toonaangevend rolmodel de serieuze literatuur overschaduwen. De kat als personal life coach dus. Met maar liefst twee stuks in huis betekent dat met andere woorden een rijkdom aan wijze levenslessen binnen handbereik.

Huisdieren lijken op hun baasjes en omgekeerd. Daar is wel iets van aan. Teresa en Ada zelf zijn ongetwijfeld de mening toegedaan dat ze meer op een mens lijken dan op elkaar. Heel dikke vriendinnen zijn die twee namelijk niet. Er heerst een opportunistisch samenlevingsverbond tussen de feline partijen. Voor een alleenheerser als de kat is zo’n ménage à trois dan ook niet vanzelfsprekend. Wat ons drieën verbindt is de neiging tot overdrijven. Het is bij ons alles of niets: als wij een doel voor ogen hebben, dan gaan we er de volle 100% voor. Als Ada bijvoorbeeld vindt dat het tijd is voor een stinkend bakje natvoer, dan plaatst ze dit item stante pede op de huisagenda. Dit dagelijks terugkerende proces start met een staat van hyperfocus: elke beweging die ik maak wordt nauwlettend in de gaten gehouden door twee paar kattenogen. Vervolgens worden op vocaal niveau alle registers open getrokken. Ada’s neiging tot overdrijven mondt uit in schaamteloos dramatiseren. Het doel heiligt de middelen. CEO Ada bereikt haar targets dagelijks zonder enig probleem.

IMG_1147b

Luieren is een kunst waar katten grootmeesters in zijn. Rust is niet minder dan een zaak van staatsbelang. Het is een topprioriteit om de dagelijkse slaapquota te halen. Dankzij hun uitstekende slaapconditie kunnen mijn katten uren aan een stuk in dezelfde houding liggen. Sterker nog: ondanks hun leeftijd excelleren ze in souplesse. Ze sparen hun krachten om eenmaal per dag in slechts enkele minuten een explosieve show op te voeren die zijn gelijke niet kent. Een zot moment waarbij werkelijk alle remmen los gaan. Van Teresa’s veerkracht en sprongtechniek zou zelfs Nafi Thiam nog iets kunnen opsteken. Een heikel punt voor mij, want enkele weken geleden kreeg ik bij de kinesitherapeut te horen dat ik weinig veerkracht in mijn enkels heb. Ik moet nu oefeningen doen op de trap waarbij ik vinnig en explosief met verschillende pasjes de treden moet opspringen. Dat is op z’n zachtst gezegd geen sinecure. Ik ben veel, maar niet vinnig en explosief. Het lijkt alsof ik geen voeten, maar zwemvliezen heb. Ik begrijp dus niet hoe het mogelijk is dat mijn katten zonder enige vorm van training vanuit stilstand en op elegante wijze ruim een meter hoog kunnen springen. Stikjaloers ben ik op dat atletisch vermogen.

Een expert zei ooit: katten zijn alles wat mensen zouden willen zijn. Laat ik dan maar zeggen dat ik niet eender welke kat zou willen zijn. De realiteit is dat er in België jaarlijks om en bij de 30.000 katten in een asiel belanden en dat zo’n 30% daarvan euthanasie krijgt. Helaas leidt dus niet elke kat het ideale leven. Zij dit dat wel hebben zijn absoluut te benijden. Mijn Teresa en Ada hoeven geen mindfulness of slaaptraining te volgen om op hoog niveau te kunnen rusten. Hun leven is één en al me-time. Genot zit in een klein hoekje. Ze kennen de plekjes in huis waar net op dat moment die ene zonnestraal hun snoet kan verwarmen. Tot na de middag in bed blijven liggen is de normaalste zaak van de wereld. Ze hebben geen complexen over hun uiterlijk en willen vooral de wereld niet zien om gelukkig te zijn. In hun universum zijn zij heer en meester. Ze regeren met harde hand als het nodig is, maar hun gracieuze verschijning maakt hen ook ultieme verleiders. Bovendien hebben ze een hoge aaibaarheidsfactor. Ze bepalen zelf wanneer ze iets nodig hebben en nemen dan resoluut het heft in eigen handen. Wat anderen van hen denken kan hen geen f*ck schelen. Dit alles verklaart de aantrekkingskracht van boeken als Catfulness, How To Live Like Your Cat en Be More Cat die adviseren dat we ons wat meer als een kat moeten gedragen om gelukkig te zijn. In principe zijn katten opportunisten en egoïsten. Dat klinkt niet sympathiek, maar de boodschap van een leven als kat is eenvoudig: wees tevreden met jezelf en maak tijd voor de kleine dingen des levens. Amen.

IMG_1858b

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #1

Een onheilspellende titel, maar over drie weken is het zo ver: de Hel van Kasterlee. Een duatlon waarin ik opeenvolgend 15 kilometer lopen, 118 kilometer mountainbiken en nog eens 30 kilometer lopen zal afwerken. Althans, dat is toch de bedoeling. Ik kan een marathon lopen, maar of ik dan nog eens ruim zes uur kan fietsen? Dat is een vraag die me de laatste weken bezighoudt en de nodige stress bezorgt. Het plan werd gesmeed in augustus, toen ik mijn papa’s mountainbike kon gebruiken. Fietskilometers waren meer dan welkom in een post-blessure periode waarin ik zuiniger omsprong met mijn loopkilometers. Inmiddels zijn we drie maanden verder. Tijd om een eerste balans op te maken over mijn nieuwe bezigheid.

Mountainbiken is een geweldige sport! Allereerst is het een buitensport die je mogelijkheden om (groene) plekken dichtbij en wat verder weg te ontdekken uitbreidt. Dankzij de talrijke goed bewegwijzerde mountainbikeroutes die je quasi overal kan terugvinden moet je je hoofd niet breken over hoe je gaat fietsen. Handig voor iemand met een oriëntatievermogen als het mijne. Bovendien kan je kiezen hoe zwaar je het jezelf wil maken. Hard en onbesuisd vlammen is een optie. Op het gemakje naar boven peddelen kan net zo goed. Sommige afdalingen vallen onder de categorie uitdagend, andere kan je bij wijze van spreken met de ogen dicht naar beneden rijden. Als je geen zin meer hebt in het off-road gebeuren dan leent een mountainbike zich perfect tot kilometers malen op het vlakke. Er is een fietstraining voor elk weerstype en elke gemoedstoestand.

De afgelopen weken probeerde ik dagelijks kilometers af te leggen al lopend, fietsend of een combinatie van beide. Ik ontdekte heel wat voordelen van fietsen ten opzichte van lopen. Een training met de fiets voelt als een kleine uitstap. Je kan je immers verder verplaatsen en bent minder gebonden aan vaste routes. Het steekt niet op een handvol kilometertjes meer of minder. Bovendien kan je ook meer meenemen op de mini-reis. Bagage zou ik het niet noemen, maar als je niet weet of een jasje nodig is, dan stop je dat dus gewoon ergens weg. Een korte pauze nemen om iets te eten of om een sanitaire stop te maken, is de normaalste zaak van de wereld. Je hebt nooit dorst als fietser. Als ik na mijn werk nog anderhalf uur ga fietsen, vind ik dat minder vermoeiend dan als ik dezelfde tijd zou gaan lopen. Op de mountainbike springen is laagdrempeliger. Met vermoeide benen fiets je gewoon wat gezapiger. Met vermoeide benen lopen blijft lastig, zelfs als je traag loopt.

Ik heb het geluk dat ik van mijn ouders een prachtige startuitzet voor de mountainbiker in de schoot geworpen kreeg. Dat ik niet zelf heb moeten beslissen welke fiets ik nodig had, beschouw ik dan ook als een groot voordeel. Ik heb namelijk niets met het technische aspect. Voor alles wat verdergaat dan een band oppompen en een ketting smeren, wend ik me maar wat graag tot het kennis- en expertiseteam van onze Orbea-familie. Het scheelt natuurlijk ook dat mijn papa mijn mountainbike (Juan dus) door en door kent. Dat specifieke materiaal ervaar ik dan ook als een nadeel van fietsen tegenover lopen. Mountainbiken is duurder. Niet alleen de fiets en het onderhoud zelf, maar ook fietskleding kan behoorlijk geprijsd zijn. Ik kreeg heel wat kleding van mijn mama en had natuurlijk ook loopgerief dat kon dienen. Intussen wordt het kouder en natter en investeerde ik in een goed regenjasje (duur!), een lange fietsbroek (duur!) en degelijke handschoenen (duur!). Als je wil weten of lopen iets voor jou is, dan kan dat met een beperkte sportoutfit. Bij mountainbiken ligt dat veel moeilijker.

Na jaren intensief lopen kroop ik dus op de mountainbike. Mijn lichaam was daar erg tevreden mee: mijn duurhonger werd gestild zonder de impact van het lopen bij elke pas te moeten opvangen. Voor de marathon in Brussel liep ik voor mijn doen een bescheiden aantal kilometers, maar conditioneel stond ik er helemaal dankzij mijn duurtrainingen op de fiets. Dat neemt niet weg dat mijn lichaam ook wel een beetje begint tegen te sputteren door die combinatie lopen-fietsen en de vele trainingen die het moet ondergaan. Zo heb ik me laten vertellen dat een loper kortere spieren heeft in de billen en bovenbenen in vergelijking met een fietser. Dat voel ik dus. Het is binnenin nog wat zoeken naar een evenwicht. Dat neemt niet weg dat de mountainbike voor mij de ideale aanvulling is op mijn looptrainingen.

Voel ik me nu al mountainbiker of duatleet? Nee, niet bepaald. Ik voel me nog steeds een fietsende loper. Voel ik me nu op drie weken klaar voor de Hel? Nee, niet bepaald. Ik begeef me namelijk op onbekend terrein en vulde mijn trainingen in op goed gevoel. Uiteraard kreeg ik tips van mijn broer en papa. ’s Ochtends op nuchtere maag lopen bijvoorbeeld om te wennen aan lopen met een lege tank en zware benen. De omvang van deze uitdaging is echter zo groot dat ik nooit het idee zal hebben dat ik voldoende heb getraind. Om het in zakelijke termen uit te drukken: lopen blijft mijn core business waar ik me helemaal thuis voel. Ik mis mijn duurlopen langs de Vaart. Ik mis mijn vaste looprondjes in het bos. Van tapering is voorlopig dus nog geen sprake. De komende week wordt er nog eentje van hard trainingslabeur. Wie weet voel ik me over een week wel in topvorm?

Het moment – De halve marathon in Kasterlee met Team Odeyn

In november trotseert Team Odeyn maar wat graag de Kastelse zandgrond tijdens een halve (of hele) marathon. Voor de Hellegangers is dit een eerste stiekeme krachtmeting met de concurrentie. Voor andere lopers een groene gelegenheid om nog eens een halve uit de benen te schudden. Afgelopen zondag was ook letterlijk een zon-dag te noemen. Lopers die voor de modder kwamen, waren er aan voor de moeite en konden maar beter een vergrootglas mee op pad nemen. Ook in ideale weersomstandigheden is het parcours in Kasterlee zwaar. De eerste helft loopt nog over rechte stukken asfalt. Hierna wordt het betere off-road werk geserveerd: op en neer door bos en duinen (zand!), waaronder twee venijnige beklimmingen met dito afdaling. Variatie dus, dat wel. Wie deelneemt aan de marathon krijgt twee keer hetzelfde rondje voorgeschoteld.

Team Odeyn stond aan de start van de halve marathon met een stevige delegatie. Seppe als onbetwiste aanvoerder van het team, aangezien hij ondertussen wellicht enige bekendheid geniet als Mr. Kasterlee of simpelweg de Duivel. Ook papa kent met vier Hel-finishes de Kastelse grond als geen ander. Roos en ik zorgden voor de vrouwelijke touch in het team en gingen voluit voor de underdog-positie. Mama was vakkundig fotograaf,  jassenbewaarder en supporter van dienst. Seppes dochter Laurien stal de show op haar gepersonaliseerde Orbea-regenboogfiets. Jong geleerd is oud gedaan. Om deel uit te maken van Team Odeyn is een bloedband trouwens geen noodzaak. Vriend Birger en coach Stefaan waren de nonkels van dienst.

Mijn geschiedenis met Kasterlee gaat terug tot 2014. In die eerste editie mispakte ik me serieus aan het modderige parcours. Ik had toen net een GPS-horloge en vertrok als een duveltje uit een doosje, vastberaden om een toptijd te lopen. Een onbezonnen start die me duur kwam te staan. Ik liep mijn eigen hel: 21 kilometer, 1 uur en 56 minuten lang spartelen om uiteindelijk toch een beetje te verzuipen. De regen maakte de ellende compleet. Het jaar nadien was ik beter voorbereid op wat komen zou. Je weet wel: dat verhaal van de ezel en de steen. Ik verpulverde mijn tijd met 10 minuten. In mijn topjaar 2016 mag het niet verbazen dat ik weer wat sneller liep. Vorig jaar koos ik voor de volle marathon. Een beslissing die ik me na één ronde serieus bekloeg. Afzien was het. Ik vocht moeder- en vaderziel alleen tegen de wind. De finishlijn kwam geen meter te vroeg. Ik eindigde toch nog als vijfde.

Zondag verliep mijn Kastelse race naar wens. Ik hield me de afgelopen weken keurig in op loopgebied. Mijn goede marathonvorm was duidelijk nog niet verdwenen. Ik maakte snelheid in het eerste deel en vergaloppeerde me niet al te erg tijdens de tweede helft. De Hoge Mouw, Muur van Kastel en Col Roger kregen me niet klein, maar kostten me wel krachten. Uiteindelijk finishte ik als zesde en liep ik mijn snelste halve marathon ooit in Kasterlee. Met het oog op de Hel zit het dus wel snor met dat lopen. Mijn papa deed het nog beter en wist mij op een kleine minuut te houden. Daar zal hij ongetwijfeld veel vertrouwen uit putten. Goed gedaan, pappie! Roos maakte zich op voorhand ernstige zorgen over haar duurloopcapaciteiten. 4 maanden verbouwen gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Dat zusje van mij bracht het er zoals verwacht goed van af. Ze stopte zelfs twee keer om hulp te bieden aan collega-lopers die tegen de grond gingen. Dat overkwam haar zelf ook al eens in het verleden. Het zijn verraderlijke smeerlappen die boomwortels.

Huisvriend Birger was bij wijze van spreke al fris gedoucht toen ik aankwam en ook coach Stefaan zette een scherpe chrono neer. In Team Odeyn staat de sfeer centraal en niet de prestatie. Helaas werden onze positieve ervaringen overschaduwd door Seppes opgave. Na 14 kilometer aan kop van de wedstrijd moest hij de strijd staken na een verrekking aan de hamstrings. Hij mag dan wel zesvoudig winnaar van de Hel van Kasterlee zijn, die halve marathon is hem duidelijk minder goed gezind. Vorig jaar kwam hij onfortuinlijk ten val, maar kon hij zich nog van een tweede plaats verzekeren. In 2015 schreef hij in Kasterlee wel de volledige marathonafstand op zijn naam. Op de halve afstand lijkt hij echter een abonnement te hebben op de zilveren medaille. Dat gebeurde gisteren dus niet. Gelukkig kon hij na afloop meteen terecht bij Marike die kinesitherapeutische eerste hulp bij blessures kon bieden. Nu ik er zo over nadenk: het is hoogtijd voor een Team Odeyn met drie zussen aan de start.

IMG_3423
Hier staan dus zes marathonlopers en twee IJzeren Mannen.

Het boek – Mijn eigen Helweek in 2016

Ik ben wel te vinden voor een grensverleggende uitdaging. Waaghalzerij en ouderwets spektakel zijn niet aan mij besteed. Ik zoek liever in de anonimiteit mijn persoonlijke grenzen op. Na jaren van inactiviteit bijvoorbeeld trainen om 20 kilometer te kunnen lopen. En dan nog eens dubbel zo lang of zelfs nog meer willen lopen. Of nog langer aan een stuk lopen, fietsen en dan nog eens lopen. Sport dus. Nadat ik in 2015 mijn eerste twee marathons liep, kwam het boek Helweek (2014) van mental coach Erik Bertrand Larssen mij ter ore. De ondertitel is 7 dagen die je leven veranderen en de auteur wordt dé sensatie uit Noorwegen genoemd. Ik las toen ook Getting Things Done van David Allen. Op diverse blogs circuleerden verhalen over de helweek-uitdaging. Ik kocht het boek, bereidde me grondig voor en begon mijn eigen Helvetesuka op maandag 1 februari 2016.

Erik Bertrand Larssen nam in 1992 als 18-jarge deel aan een helweek van het Noorse leger: een ultieme test in doorzetting en volharding, waarbij ieders fysieke en bijgevolg ook mentale grenzen worden verlegd. Larssens helweek-concept is gebaseerd op die ervaring. Het idee achter zijn helweek is dat je aan de hand van verschillende opdrachten een week lang de beste versie van jezelf bent. Je moet nadenken over jezelf en je eigen leven in kaart brengen. Wat zou je nog willen bereiken op korte en lange termijn? Vervolgens moet je nagaan waar zich het grootste verbeterpotentieel bevindt. Wat wil je kortom veranderen en hoe ga je dat heel concreet aanpakken? Wat je beweegredenen ook zijn: het is belangrijk dat je je helweek grondig voorbereidt. Voorafgaand beantwoord je enkele vragen over jezelf en je leven. Ik was toen 30 jaar. In mijn voorbereiding lees ik dat ik al bij al tevreden was met wat ik tot dusver had bereikt. Mijn zelfstandigheid beschouwde ik als iets om trots op te zijn. Ik stoorde me echter aan mijn schoolwerk dat ik moeilijk georganiseerd kreeg en al te vaak uitstelde. Bovendien vond ik dat ik te vaak aan het niksen was (ja echt). Ik vond het dan ook bijzonder jammer dat ik zo weinig boeken las en geen tijd had om te breien (ja echt). Ik begon mijn helweek initieel om veel werk voor school te kunnen verrichten.

Elke dag van de helweek krijgt een specifieke focus met bijhorende opdrachten. Zo neem je op maandag bijvoorbeeld je vaste gewoontes onder de loep, treed je donderdag buiten je comfortzone en is er vrijdag tijd voor rust en herstel. Er gelden echter ook strenge regels voor elke helweekdag. Hier volgt een korte bloemlezing. Je staat elke dag stipt om 5u op (snoozen kan echt niet) en je gaat stipt om 22u slapen. Je sport dagelijks, bij voorkeur ’s ochtends. Je besteedt extra aandacht aan je kleding en uiterlijk. Je eet alleen maar gezond en je kijkt uiteraard geen tv. Je werkt hard en gefocust. Je bent daadkrachtig en positief. Je denkt oplossingsgericht. Je gebruikt geen sociale media tijdens je werk. Je neemt enkel kwalitatieve rust. Persoonlijke toevoegingen op deze basisregels zijn een must. Zo begon ik met de plank challenge, kookte ik elke dag iets nieuw met een gezond ingrediënt (denk: rode bietjes, boerenkool en spruitjes) en trok ik elke dag een outfit aan met een kledingstuk dat ik al lang niet gedragen had. Het moge duidelijk zijn dat dit geen pretweek was.

Velen zullen zich laten afschrikken door het opstaan om 5u ’s ochtends. Aangezien je wel 7 uur geslapen hebt, valt dit best mee. Een week lang in alle vroegte gaan lopen (zelfs meermaals in de regen) zou ik niet meteen aanraden. Die inspanningen begon ik na enkele dagen wel te voelen. Al ontdekte ik ook de schoonheid van een toeristenrondje lopen in Leuven. Zo liep ik een paar keer over het Ladeuzeplein of de Grote Markt. Ik kwam dan al eens uitgaansvolk tegen, wat soms grappige taferelen opleverde. De lijn tussen een vroege vogel en een rare vogel is dan ook heel dun. Het zwaarste onderdeel van de helweek is donderdagnacht. Dan mag je namelijk niet gaan slapen. Een nachtje doorwerken had nog wel z’n charme, maar de dag nadien was een helse schooldag. Ik was een wrak. Elke minuut was ik me bewust van het gevecht tegen de vermoeidheid dat mijn lichaam moest voeren om op een primair niveau te blijven functioneren. Ik won uiteindelijk heel nipt de uitputtende strijd en viel nog nooit zo als een blok in slaap als vrijdag 5 februari om 22u.

Ik leerde van mijn helweek dat je wel degelijk bergen werk kan verzetten op zeven dagen tijd. Het gaf me veel voldoening om orde op zaken te stellen en werkjes af te ronden die ik veel te lang had uitgesteld. Mijn planningen brachten overzicht in de chaos die mijn schoolwerk geworden was. Ik startte grotere projecten op. De momenten van zelfreflectie waren verhelderend. Ik miste de tv niet en had ook niet te klagen over de gezonde kost die ik mezelf voorschotelde. En oh ja: ik leerde ook dat slechts een paar uur slapen nog altijd beter is dan helemaal niet. Als ik er nu aan terug denk, was het ook wel een eenzame week. Er gaat weinig heroïek gepaard met een doorgedreven gedisciplineerde levensstijl. Dit kan ook wel te maken hebben met het feit dat ik in mijn helweek letterlijk ook vaak in het donker aan het werk was. Ik vraag me trouwens af hoe je een helweek kan realiseren als je samenwoont of een gezin hebt.

Het is natuurlijk niet toevallig dat ik net die periode de helweek-uitdaging aanging. Ik voelde me sterker dankzij mijn prille en gedisciplineerde bestaan als marathonloper. Mijn herwonnen zelfstandigheid gaf me veel wilskracht. Ik wilde een frisse wind laten waaien door mijn ambities en takenpakket als leerkracht. Een helweek is een aanrader als je zelf graag verandering wil brengen in bepaalde patronen. Je wordt verplicht om na te denken over hoe je leven georganiseerd is en je leert om prioriteiten te stellen. Ik geloof echter niet dat één week vol discipline je leven drastisch verandert. Ik ben geen andere Joke geworden na 7 februari 2016. Een patroon of levensstijl veranderen is een proces dat onderhevig is aan verschillende factoren. Ik las niet plots meer boeken na die week. Ik ging ook geen truien breien. Ik ging pas meer lezen toen ik mezelf als doel stelde om 50 boeken op een jaar te lezen. Een duidelijke doelstelling: dat is wat ik nodig heb om in actie te schieten.

Erik Betrand Larssen raadt aan om jaarlijks een helweek te organiseren. Als ik het ooit nog zou doen, dan eerder in de zomer wegens meer licht. Ik kan me voorstellen dat het nuttig kan zijn als ik in de zomervakantie een groots creatief project zou willen realiseren. Voor een doorgedreven helweek zou ik toch passen omdat ik er niet bijster veel van zou opsteken. Ik ken de kneepjes van het organisatievak ondertussen meer dan behoorlijk. Bovendien vind ik dat mijn levensstijl op dit moment soms al iets te veel overhelt richting discipline en hard werken. Ironisch genoeg zou ik meer kunnen opsteken van een helweek die in het teken staat van doorgedreven niksen. Ik zou mezelf dan kunnen opleggen dat ik elke dag minstens 2 uur tv moet kijken, niet mag lezen of sporten, dagelijks gefrituurd voedsel moet nuttigen, niet mag opstaan voor 8u ’s ochtends en me moet inwerken in de wondere wereld van de computer games. Dat zou pas een ervaring zijn!

IMG_3407

Loperpraat – Over planning en organisatie in tijden van chaos

Ik heb eigenlijk geen tijd om deze blogpost te schrijven. Het zijn immers drukke tijden. Op professioneel vlak betekent de maand november traditiegetrouw bergen werk verzetten op en voor school. Bovendien werkte ik enkele dagen op de Boekenbeurs en volg ik dit weekend een bijscholing. Dat ik dan ook nog eens 9 trainingen per week probeer in te plannen voor mijn eerste duatlon over 4,5 week helpt mijn agenda niet bepaald vooruit. In tijden van chaos word ik onrustig als ik het idee krijg achter de feiten aan te hollen. Ik ontwikkelde dan ook verschillende methoden om drukte te handhaven en stress tot een minimum te beperken. Dat werkt. Meestal toch.

Enkele jaren geleden las ik David Allens bestseller Getting Things Done – How to Achieve Stress-free Productivity. Net zoals The Seven Habits of Highly Effective People van Stephen R. Covey is dit boek hét standaardwerk om te leren hoe je tijd nuttiger en efficiënter te besteden en komaf te maken met uitzichtloze to-dolijstjes. Allen gebruikt de benaming stuff om alles aan te duiden wat ons bezighoudt en mogelijk stress veroorzaakt. Denk hierbij aan werkgerelateerde deadlines en dingen die je niet mag vergeten, maar net zo goed huishoudelijke beslommeringen en karweitjes of persoonlijke beslissingen die je aandacht vragen. Daarnaast heeft iedereen ook grootsere projecten en ideeën die niet meteen uitgevoerd moeten worden. Als al dat stuff niet gecentraliseerd wordt opgeslagen, dan zal ons geheugen herinneringen blijven doorsturen over waar je allemaal aan moet denken, waardoor het onoverzichtelijk wordt wat je nu juist moet doen en stress vrij spel krijgt. Allen noemt dit de gevreesde open loops.

Om je productiviteit te verhogen moet je dus ten allen tijde vermijden dat die losse flarden blijven ronddwalen en stress uitlokken door één duidelijke plaats te hebben waar ze allemaal gestockeerd worden. Dit magazijn kan je op digitale of papieren wijze organiseren en het moet aangekleed worden met verschillende rekken. Daarenboven moet je ervoor zorgen dat je enkel concrete acties noteert. Schrijf op je to-dolijst dus niet trip Parijs, maar denk na wat de eerstvolgende concrete actie is die je moet ondernemen om die trip te plannen. Bijvoorbeeld dat je je zus moet bellen om een datum vast te leggen. Elke actie die minder dan twee minuten in beslag neemt, moet je ook meteen uitvoeren. Voor mij was die werkwijze wel een eye opener. Ik realiseerde me dat ik stress en onrust ervaar als ik geen grip heb op het werk dat gedaan moet worden en de dingen die ik wil realiseren.

Als ik mijn weekplanning opmaak dan moet die realistisch en concreet zijn. Uit ervaring leerde ik dat het het geen voldoening geeft als je planning is in het weekend ga ik examens maken. Je kan namelijk nooit heel het weekend productief zijn en je zal altijd het idee hebben dat je niet genoeg hebt gedaan. Ik bepaal dus per dag hoeveel uur ik kan werken en specificeer welk examen klaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor sport: ik bereken hoeveel uren ik gelopen of gefietst wil hebben en ik spreid die trainingen zo verstandig mogelijk over de beschikbare tijd. ’s Ochtends gaan lopen vind ik dan ook een win win situatie omdat het een nuttige training is waardoor er overdag tijd vrijkomt. Als het enigszins kan, probeer ik om to-do’s te combineren. Zo is mijn verplaatsing met de fiets naar de bijscholing in Brussel meteen ook een training.

Eén van mijn geliefde motto’s is dat geen tijd heel vaak betekent geen prioriteit. David Allen noemt het learn to prioritise. Ik vind het belangrijk om tijd vrij te maken voor de dingen die voor mij belangrijk zijn. Rust en momenten van ontspanningen horen net zo goed gepland te worden. Als ik een uur voor school heb gewerkt, heb ik daarna bijvoorbeeld een kwartier om een koffie te drinken en de boekenbijlage van de krant te lezen. Ook lezen is een activiteit die ingepland wordt als het druk is. Een boek verdient het niet gelezen te worden in ontelbare stukken en brokken. Bewuste leesmomenten garanderen een positieve leeservaring. Al is het soms verleidelijk om me letterlijk op te sluiten in mijn werkbubbel, sociaal contact helpt ook om de zinnen te verzetten. Na wat ontspanning ga ik des te productiever aan de slag. Tijd maken om te koken en te eten is voor mij ook prioritair. Goed eten geeft weer energie om verder te gaan.

Haast en spoed zijn ook in tijden van een overvolle agenda zelden goed. Elke minuut is kostbaar, maar dat betekent niet dat je in een constante modus van gehaastheid moet verkeren. Integendeel. Diverse vormen van lompheid en impulsiviteit loeren dan om de hoek. Zo sloeg ik deze week de deur van de fietsenstalling zo enthousiast dicht dat mijn sleutelbos ertussen geklemd zat en ik bijgevolg dus eens goed moest in- en uitademen om dit euvel de wereld uit te helpen. Dat momentje van helder nadenken loonde. De positivo in mij probeert ook de essentie van mindfulness te bedrijven in het dagelijks leven. Bewust bezig zijn dus met wat je doet. In het moment leven. Blij zijn met mijn werk en de bezigheden die ik heb. Als mijn benen moe zijn op de fiets, dan concentreer ik me bijvoorbeeld op de muziek in mijn oren of ik neem de omgeving rond mij op. De herfst levert mooie mind pictures op. Geen gebrek aan verwondering. Van lopen word ik gelukkig, zei ik dat al?

Van nature ben ik een goede organisator, maar minstens een even goede uitsteller. Ik onderneem soms pas grondige actie als de deadline in mijn nek hijgt. Natuurlijk draait mijn planning soms dus ook hopeloos in de soep. Op momenten dat het water me echt aan de lippen staat, ga ik eens bij mijn katten te rade: mijn persoonlijke zenmasters en slapende hoopjes gelukzaligheid. Het is niet toevallig dat er tegenwoordig zoveel zelfhulpboeken verschijnen waarin katten het ultieme voorbeeld van een stressvrij leven zijn. Tot een duif hun blikveld betreedt.

Het gerief – Schoenen voor modder en regen

Het is herfst. Laat daar geen twijfel over bestaan. Wind, regen en een grijze lucht maken dat duidelijk. Ik ben het type sporter dat niet snel onder de indruk is van het weer en dus door regen en wind naar buiten gaat. Ook sneeuw weerhoudt mij niet van een looptraining. 30 graden volle zon even min. Toen ik vroeger langs de Vaart naar school fietste, heb ik de vriendjes wind en regen nochtans vaak vervloekt. Ja, ik had regenkleding, maar waterdicht stond meestal gelijk aan heel hard zweten. Ik had dan ook nooit gedacht dat ik op een dag zou verkondigen dat er geen slecht weer bestaat, alleen slechte kleding.

Ik vertelde al over mijn beginnersfouten op kledinggebied. Aan den lijve ondervond ik dat katoenen kleding een no go is tijdens het sporten. Katoen en water zijn net zoals wind en regen intieme vriendjes. Het klinkt paradoxaal, maar het is perfect mogelijk om met een droog gevoel natte kleding te dragen. Dri fit materiaal is wonderbaarlijk. Mijn huidige loopkleding werd al uitvoerig getest en goedgekeurd in pittige regenbuien. In geval van waterverzadiging kan je een dri fit shirt simpelweg uitwringen als een natte dweil et voila: het voelt weer droog aan. Je zal me dus nooit zien lopen met een regenjasje.

Lange tijd was ik ervan overtuigd dat loopschoenen bij voorbaat niet bestand zijn tegen nattigheid. Er zijn grenzen aan wat je van synthetische schoenen mag verwachten. Vier jaar geleden liep ik in Kasterlee mijn eerste halve marathon op onverhard terrein in gure weersomstandigheden. Ik slipte door elke bocht en begon stilaan het nut van aangepast schoeisel in te zien. Ook wel van reservekleding, want die had ik amper mee. Met trailschoenen heb je meer grip op een glibberige ondergrond en ervaar je niet na één plas een SpongeBob gevoel aan de voeten.

IMG_3351

Dat eerste paar trailschoenen kocht ik uiteindelijk drie jaar geleden. Het zijn de blauw-groene Scott Kinabalu’s met gele accenten. Ter info: de Kinabalu is een berg in Maleisië, over avontuurlijk schoeisel gesproken. Mijn Kinabalu’s ogen op het eerste zicht misschien wat lomp, maar zo voelen ze helemaal niet aan rond de voeten. Ik liep er al verschillende langere trails mee en testte ze ook al in de sneeuw. Steeds met succes. Het zijn comfortabele schoenen die veel grip geven op een gladde en natte ondergrond. Vorig jaar liep ik er de marathon mee in Kasterlee. Op naar nog meer modderige avonturen met de blauwneuzen!

Vorige zomer liep ik een ultra trail van 50 km in Houffalize. Ik was daarvoor op zoek naar een wat lichtere off road schoen en kwam terecht bij de Nike Terra Kiger 3. Ik viel voor de mooie vormgeving en de aangename fit. Er bekroop me wel een angstig gevoel toen ik al die hyper professioneel uitgeruste traillopers zag met hun Salomon schoeisel. De Terra Kiger voldeed echter aan mijn bescheiden verwachtingen. Het parcours in Houffalize is niet extreem technisch en al helemaal niet modderig. Mijn papa liep die trail zelfs met gewone loopschoenen. Hoewel dat misschien vooral iets zegt over zijn capaciteiten.

Tot slot ben ik ook fan van de Nike Zoom Pegasus in Shield uitvoering. Dit degelijke basismodel is een fijne schoen waar je alle kanten mee op kan, ondertussen al toe aan de 35e versie. Ik liep hiermee recent nog de marathon van Brussel. In mijn collectie heb ik ook de Zoom Pegasus Shield 33 en 34. Die onderscheiden zich van de gewone variant doordat ze beter bestand zijn tegen nattigheid. Het bovenmateriaal van de schoen bestaat namelijk uit waterafstotend materiaal. Dat betekent niet dat ze volledig waterdicht zijn, maar ze bieden wel een betere bescherming bij regen. Bijkomend voordeel is dat je opgedroogde modder er nadien makkelijk van af kan borstelen. Ik loop ook vaak ’s ochtends met deze schoenen omdat ze extra reflecterende details bevatten. Uiteraard is een goede schoen pas compleet met een paar Stance kousen. Het is ongelooflijk hoe die zelfs doorweekt droog blijven aanvoelen. Kortom: met aangepaste kleding kan je volop genieten van extra zuurstof in de lucht bij regenweer. Feestje!

IMG_3334

De muziek – Een heel diepe buiging voor Leonard Cohen

Het is vandaag twee jaar geleden dat Leonard Cohen overleed op 82-jarige leeftijd. Ik stond op het punt om naar de Boekenbeurs te vertrekken toen ik vernam dat mijn idool der idolen niet langer onder ons was. Het is veelzeggend dat ik me dat moment nog levendig herinner. Hoewel ik hem nooit live aan het werk zag en weinig overeenkomsten heb met de Canadese singer-songwriter, dichter, schrijver en zenboeddhist voelde het toch alsof ik een dierbare vriend verloor uit mijn naaste omgeving. De wereld draait nog zonder Leonard Cohen. Hij laat een rijkdom aan muziek en poëzie na. Zijn oeuvre omvat wijsheid om een mensenleven lang over na te denken en bovenal van te genieten. Leonard Cohen is pure detox voor de geest, een innige vriendschap over alle grenzen heen.

Ik was een jaar of 10 toen ik voor de eerste keer een cd van Leonard Cohen in mijn handen kreeg. Mijn papa gaf het album I’m Your Man als romantisch cadeau aan mijn mama en schreef naast de cover Zeer toepasselijk, Jan. Een droge, maar tegelijkertijd innige liefdesverklaring. Geen seconde zou ik twijfelen als ik zo’n cadeau kreeg. Ik was een praktische schakel tussen de geliefden omdat ik nu eenmaal excelleerde in cadeautjes inpakken en ook nog eens goed mijn mond kon houden. Om die reden vertrouwde mijn mama me enkele maanden later toe dat ze van die cd maar één liedje goed vond en dat de rest op niks trok. Harde woorden van een Leonard Cohen fan die nog wat moest wennen aan die andere stijl. Ze durfde dat toen uiteraard niet tegen papa te zeggen. Het bekende Take This Waltz beluisterde ze bijgevolg in repeat-modus.

In 2001 maakte ik dankbaar gebruik van die bewuste cd toen ik voor Engels een protest song moest bespreken. In de nasleep van 9/11 vond ik mezelf een meesterlijk analyticus toen ik ontdekte dat Leonard Cohen profetische woorden had gezongen met First we take Manhattan, then we take New York. De wijze man had niet minder dan de aanslagen op de Twin Towers voorspeld! In pre-internettijden besloot ik er voor de zekerheid toch de lyrics uit het cd-boekje op na te slaan. Mijn teleurstelling was groot toen bleek dat hij niet New York, maar Berlin zong. Duidelijk te horen, maar mijn enthousiasme had het overstemd. Ik gaf dus een creatieve draai aan mijn presentatie. Aan protest en opstand geen gebrek in dat lied. Je zit altijd goed als je met Leonard Cohen op de proppen komt in de klas.

Pas in mijn twintiger jaren besefte ik dat mijn mama’s oordeel onterecht was. Had ze die andere liedjes wel een eerlijke kans gegeven? Ik luisterde ernaar met andere oren en kwam tot de conclusie dat het album een onvervalst pareltje is met gouden songs als Ain’t No Cure For Love en I’m Your Man. Zo begon ik ook naar ouder werk van de Ladies’ Man te luisteren. Dat verraste me, want geen album is identiek. Luchtige melodieën worden afgewisseld met poëzie van de donkerste soort. Leonard Cohen zwiert en huppelt soms door het leven, maar valt evengoed soms in een eenzame put waar zijn poëtische hersenspinsels eens zo hard galmen. Hij wordt niet toevallig zowel de King of Misery als de Poetic Playboy genoemd. Alleen Leonard Cohen kan de zwaarte en lichtheid van het leven zo harmonieus met elkaar verweven.

Met de jaren wordt Leonard Cohens stemgeluid dieper en doorleefder. So Long, Marianne klinkt heel anders dan Dear Heather. Over de vrouwen heeft hij zijn leven lang nagedacht, gepraat en gezongen. Monnik of niet: het andere geslacht bleek een onuitputtelijke bron van inspiratie. Er ging dan ook zowel een casanova als een romanticus schuil achter de immer charismatische Canadees. Zeg nu zelf: hoeveel mooier kan de liefde worden dan Dance me to the end of love? De Noorse Marianne Ihlen was één van de vrouwen waar hij al in de jaren 60 over zong. Vlak voor Mariannes dood op 29 juli 2016 stuurde haar oud-geliefde nog een brief: Well Marianne it’s come to this time when we are really so old and our bodies are falling apart and I think I will follow you very soon. Know that I am so close behind you that if you stretch out your hand, I think you can reach mine. Leonard Cohen voelde zijn einde naderen en gaf de wereld een prachtig afscheidscadeau. Zijn album You Want It Darker gaat recht naar je hart. Een au revoir (zoals hij het zelf zingt) dat alleen de Poet of Love kan brengen. Elke song is een darling om te koesteren. Treaty en Leaving the Table laten mij nooit onberoerd.

Ik vertelde hier al over The Flame van Leonard Cohen: een bundeling van zijn laatste gedichten (die hij zelf nog selecteerde) met een voorwoord van zijn zoon Adam. Ook Book of Longing (2006) is een prachtige bloemlezing van Cohens poëzie. Beluister zeker eens Jennifer Warnes’ album Famous Blue Raincoat. Warnes stond jarenlang letterlijk in Cohens schaduw als achtergrondzangeres toen ze toestemming kreeg om een album met covers van haar leermeester uit te brengen. Ik vind haar versie van Famous Blue Raincoat zelfs beter dan het mannelijke origineel. Ook wijlen Yasmine ging de uitdaging aan om haar Canadese idool te coveren en dan nog wel in het Nederlands. Een geslaagd experiment. Helaas is haar tribute album Yesterday’s Tomorrow niet meer te koop. Laat je met de feestdagen in het vooruitzicht trouwens niet vangen. De puberale uithalen van Jeff Buckley’s Hallelujah zijn slechts een schim van de oorspronkelijke versie van Leonard Cohen. De enige echte schrijver en zanger van dit weergaloze lied. There’s a blaze of light in every word: vergeet dat vooral niet deze donkere dagen.

Loperspraat – Van veel trainen naar rusten in marathonmaand oktober

Oktober was een maand van uitersten. Klimatologisch konden we nog genieten van zomerse herfstdagen, maar toen drong de herfst zich op en werd het een eerste keer echt koud. Ik legde de afgelopen maand 935 sportieve kilometers af: 736 op de fiets en 199 al lopend. Aangezien ik maar liefst 6 (zes!) volledig sportloze dagen doormaakte, mag het niet verbazen dat oktober in absolute cijfers dus een beetje moet onderdoen voor september. Er moest namelijk een marathon worden gelopen en rust is dan een noodzaak. Schouderklopje voor mezelf dat dat ook effectief gelukt is.

De mountainbike (Juan, je weet wel) bracht mij zes keer tot in Tervuren en omgeving. De parcoursverkenning voor de marathon zit daar voor iets tussen, maar ook de mountainbikeroute in het Zoniënwoud die ik nog steeds tot één van mijn favorieten reken. Ik was ook vaak te vinden langs de Demer om kilometers te malen. We situeren ons nu nog in het kleurrijke deel van de herfst waardoor elke omgeving een hoog oooooh-gehalte heeft. Met de fiets langs de Demer is dat niet anders: veel groen (en nu dus geel, oranje, bruin en rood), langs het water kronkelen en af en toe tegen de wind in beuken. Ik fiets nu eenmaal graag langs het water, dus ook de Vaart (tot in Mechelen) is regelmatig van de partij. Een week voor de marathon ging ik voor het eerst eens op Kempische bodem mountainbiken in goed gezelschap van mijn papa en nonkel Mark, beide eveneens in voorbereiding voor de Hel. Mijn eerste rit in een bescheiden peloton. Gastheer, gids en aanvoerder van dienst was Peter, die ons op zijn retro mountainbike over het zanderige en bochtige mountainbikeparcours van Herentals begeleidde. Voor mijn papa was het de eerste echte test met zijn nieuwe Orbea. Die heeft nog geen naam, maar voelt zich al helemaal thuis in de Orbea-Odeyn-familie.

IMG_3272b

Ik liep een laatste echte duurloop drie weken voor de marathon. Het was er eentje om in te kaderen. 27 kilometer lang voelde ik loopplezier en ja, daar word ik heel gelukkig van. Ik kon alleen maar hopen dat het een voorbode was voor de marathon (ja dus). Toen startte de tapering en was het geduldig wachten op meer duurloopplezier. Voor het eerst ging ik ook aan de bak als duatleet. Mijn specifieke duatlontrainingen bestonden uit ruim twee uur goed doorfietsen, een niet al te snelle wissel naar loopkleding, gevolgd door ruim een uur lopen. Mijn papa had me al gewaarschuwd dat je de neiging hebt om snel te lopen vlak na het fietsen omdat je in de cadans van de pedalen zit. De eerste passen waren dan ook een bevreemdende ervaring, alsof ik minder voeling had met mijn onderlichaam. Mijn benen voelden zo soepel aan dat het leek alsof ik geen kracht kon zetten. Dan is het wel handig als je kan meten en ziet dat je eigenlijk vlot aan het lopen bent aan een lage hartslag. Een geslaagde training dus. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Anderhalve week voor de marathon bracht ik een bezoekje aan kinesitherapeut en loopexpert Kathelijn. Mijn blessureleed van het voorjaar werd nog eens opgerakeld, maar die marathon zou ik volgens haar wel aan kunnen. Wie denkt dat je naar de kine gaat voor een deugddoende massage heeft het grondig mis. Ik zag af toen ze de triggerpoints vakkundig uit mijn kuiten kneedde. Ook wist ze weer feilloos een zwakke plek aan te wijzen in mijn loperslijf: de veerkracht in mijn enkels. Daar moet de komende weken nog aan gewerkt worden zodat ik mijn spieren optimaal kan benutten en de kans op een blessure weer een beetje kleiner wordt. Ik geloof Kathelijn. Altijd. Zij weet alles over lopers en hun kwalen. Ik geloof mijn zus Marike ook altijd. Na mijn laatste training voor de marathon zette zij nog eens haar niets ontziende vingers in mijn kuiten.

De marathon van Brussel kwam hier uitgebreid aan bod. 28 oktober 2018 zou ik mijn comeback maken als marathonloper. Dat gebeurde ook. En hoe: ik finishte in 3u24! Ik schrijf het hier op zodat ik het misschien eens zelf geloof. Oktober maakte zijn naam als marathonmaand dus helemaal waar en dat gaf mijn vertrouwen een boost van jewelste. Nu kan ik me helemaal richten op mijn trainingen voor de Hel van Kasterlee. Nog maar 6 weken voor ik daar een uitdaging van een heel ander kaliber aan ga. Het duurbeest in mij heeft dus weer stof tot trainen. De twijfelaar in mij heeft weer stof tot nadenken. November wordt bij deze officieel movember gedoopt.

IMG_3259

Het boek – Op naar de Boekenbeurs!

Na al dat marathongedoe is het weer tijd voor een beetje cultuur. Of je die in hoogst eigen persoon op de Boekenbeurs in Antwerpen zal aantreffen, dat is een vraag die tegenwoordig verdeeldheid zaait. Langs de ene kant heb je de criticasters. Zij die vinden dat inkom betalen om boeken te kopen in een verouderde infrastructuur belachelijk is en dat de Boekenbeurs vooral een platform biedt aan de BV’s die boeken produceren. Langs de andere kant heb je de liefhebbers die houden van het diverse aanbod en elke gelegenheid die Het Boek in de spotlights zet een goede gelegenheid vinden. Hoewel ik zeker wat heb aan te merken op de organisatie, is een herfstvakantie zonder Boekenbeurs voor mij inmiddels ondenkbaar geworden.

Een boekenwurmpje als ik heeft alleen maar mooie herinneringen aan de keren dat ik als kind mee naar de Boekenbeurs mocht. Na mijn afstuderen als literatuurwetenschapper ging ik aan de slag in de boekensector en stond ik voor het eerst als medewerker op de beurs. Ik vond dat zo geweldig leuk dat ik het altijd ben blijven doen, ook nadat ik in 2011 in het onderwijs aan de slag ging. Enkele dagen per jaar boekenwinkeltje spelen met mooie en inspirerende boeken, dat moeten ze mij geen twee keer vragen. Mijn tijdelijke werkgever is Exhibitions International (zaal 1, stand 107) een groothandelaar of verdeler. Het bedrijf is met andere woorden de schakel tussen uitgeverij en boekhandel. In hun gamma vind je niet alleen de mooiste kunstboeken, maar ook tal van andere geïllustreerde boeken over lifestyle, fotografie, mode en koken om maar enkele categorieën te noemen. Draagtassen, kinderboeken, kaartjes en allerhande kalenders maken eveneens deel uit van het aanbod. Net zoals Engelstalige fictie en non-fictie. Kortom: echt voor ieder wat wils.

Na twee werkdagen op de Boekenbeurs kan ik enkele trends benoemen bij Exhibitions International. Zo blijken boekenliefhebbers ook vaak kattenliefhebbers te zijn. De katoenen tote bags met kat- en boekgerelateerde spreuken en illustraties zijn een geliefd hebbeding. Ook ludieke boeken over katten en hun eigenzinnige leven scoren goed. Ideaal cadeautjesmateriaal is dat. Het fotoboek Writers and Their Cats prijkt alvast op mijn verlanglijstje.
Een tweede vaststelling is dat Engelse fictie nog steeds door een breed publiek omarmd wordt. Niet alleen klassiekers à la Jane Austen en Mark Twain doen het goed, ook nieuwere spelers als Harry Potter en Miss Peregrine hebben heel wat aantrek. Net zoals de Disney kalender en Star Wars gadgets die door jong en oud gekocht worden. Zelf ben ik vooral benieuwd naar de recent verschenen novels My Year of Rest and Relaxation (Ottessa Moshfegh), Moonglow (Michael Chabon) en Reservoir 13 (Jon Mcgregor). Ik kan ook niet wachten om me in de zetel te nestelen met Useless Magic, Lyrics and Poetry van mijn idool Florence Welch en The Flame van Leonard Cohen. Geef me alsjeblieft wat tijd en guur herfstweer.

IMG_3308b

Een derde hit zijn de boeken van de Duitse uitgeverij Gestalten Verlag. Zo maken Hit the Road, Wanderlust en Off the Road de avonturier in ieder van ons wakker (zelfs in mij) en zorgen onder meer Northern Comfort en Evergreen – Living with Plants er dan weer voor dat je niet anders wil dan lekker thuis cocoonen. De boeken van Gestalten onderscheiden zich door hun eigentijdse look en kwalitatieve afwerking voor een scherpe prijs. Het zijn lifestyle boeken die het salontafelboek overstijgen. Rijkelijk geïllustreerde boeken over auto’s (vooral Porsche) doen het overigens nog steeds goed bij de mannelijke kopers. En wie op zoek is naar een boek over specifieke ambachten zoals weven, pottenbakken of keramiek zal ook bij Exhibitions International zijn gading vinden. Kom vooral langs en neem je tijd om te snuffelen tussen al dat moois. Succes met kiezen!

Bij de concullega’s kijk ik uit naar Het leukste van Eva (Borgerhoff & Lamberigts, zaal 3). Vandaag komt Eva Mouton signeren tijdens de nocturne. Joepie! Ik ben ook van plan om Mijn tas 2 aan te kopen (VBK, zaal 4) voor als ik ooit weer eens tijd heb om creatief te zijn en het Libanese kookboek Comptoir Libanais – Feest! van Tony Kitous (L&M Books, zaal 4). Mijn fictie-lijstje is wat uitgebreider. Sowieso moet je voor vakkundig advies en een ruim aanbod literatuur eens langs gaan bij Confituur, de vereniging van onafhankelijke boekhandels. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt door Peter Middendorps Jij bent van mij en de debuutroman van Marieke Lucas Rijneveld De avond is ongemak (beide bij Confituur, zaal 3). Ik las recent behoorlijk wat Italiaanse en Spaanse literatuur en zwicht wellicht voor De hemel verslinden, de nieuwe van Paolo Giordano (Standaard Uitgeverij, zaal 4), De lange weg naar Rome van Francesca Melandri (Pelckmans, zaal 1) en Berta Isla (Confituur, zaal 3), de kersverse klepper van Javier Marías. Tot slot kan ik de winter moeilijk doorkomen zonder wat extra Scandinavische literatuur in huis te halen. Karl Ove Knausgårds Het Amerika van de ziel (L&M Books, zaal 4) kocht ik al. Buiten de orde van Tomas Espedal (Vrijdag, zaal 1) en The Hills van Matias Faldbakken (Lannoo, zaal 3) zullen daar waarschijnlijk aan toegevoegd worden.

De Boekenbeurs gaat door in Antwerp Expo en loopt nog tot en met zondag 11 november. Je vindt Exhibitions International in zaal 1, stand 107.

IMG_3302b

 

De race – Brussels marathon oktober 2018

Zondag 28 oktober 2018 liep ik mijn derde Brussels marathon in koude temperaturen. Het werd een hartverwarmende editie. De derde keer was in dit geval weer een goede keer.

  • De cijfers: marathon n° 9 gelopen in 3:24:27, mijn derde snelste race
  • De voorbereiding: wegens blessureleed in het voorjaar bouwde ik gestaag en verstandig op, ik liep een beperkt aantal kilometers in vergelijking met andere marathonvoorbereidingen en ik taperde als nooit tevoren
  • De race: ik genoot van het parcours en concentreerde me op dat loopplezier, de hoogtemeters waren pijnlijk voelbaar, maar kregen me niet klein
  • De herinnering: de momenten met Roos voor en na de race, de kilometers met mijn ouders op de fiets aan mijn zijde en de finish in het Jubelpark

Wat vooraf ging
Alles wat op deze blog verscheen, kan op de één of andere manier gelinkt worden aan mijn voorbereiding van deze marathon. Heel korte samenvatting: in april miste ik de marathon van Rotterdam door een blessure. De impact daarvan eiste zowel op mentaal als fysiek vlak zijn tol. Ik zat aan de grond en kon op een bepaald moment niet eens meer geloven dat ik ooit nog normaal zou kunnen stappen, laat staan marathons lopen. Als ik terugdenk aan die periode is het moeilijk om mezelf te herkennen in het zielig mensje dat te vaak uitgeput in de zetel lag te snikken. Ik probeerde mijn rug te rechten, werkte hard aan mijn herstel en kon stilaan weer beginnen lopen en dromen. Hoewel ik genoot van mijn herwonnen bestaan als loper, hing de angst voor een blessure als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Toen ik in augustus begon te mountainbiken en ook andere sportieve plannen kon smeden, werd het duurbeest in mij wakker en kwam stilaan het zelfvertrouwen terug. Brussel is een graag gezien decor van mijn loop- en fietstrainingen en daarom dus een logische keuze om er mijn enige marathon van dit jaar te betwisten. Hoe herfstiger het werd, hoe ongeloofwaardiger het mij leek dat ik echt een marathon zou gaan lopen. Daar waren de twijfels en onzekerheid weer.

Vlak voor de start
Dankzij het winteruur kreeg ik een uur nachtrust cadeau. Ik voel me uitgeslapen als om 5 uur de wekker gaat. Mijn ontbijt bestaat uit geroosterd brood met honing en een havermoutpannenkoek. Op de fiets naar het station wakker ik de adrenaline al wat aan door hard mee te zingen met Feel the magic in the air. Rond 8 uur zijn Roos en ik in het Jubelpark. De kleedkamer en provisoire wachtruimte bevinden zich in Autoworld. Een half uur voor de start krijgt Roos telefoon van mama die al paraat staat bij het eerste bevoorradingspunt rond kilometer 16 in Watermaal-Bosvoorde. Hoog tijd dus om mijn bagage af te geven, nog een dixi op te zoeken en richting startvak te gaan. Ik heb geen specifieke richttijd, maar vindt het wel gepast om in het startvak van 3:30 plaats te nemen. Het voelt nog steeds onwerkelijk dat ik nu echt een marathon ga lopen.

IMG_2559
Tijd om het startvak in te gaan en mijn warme trui uit te trekken.

De race
De eerste kilometers lijk ik zoals steeds te vliegen. De tapering heeft z’n werk gedaan, want de loophonger is groot. Uit mijn kilometertijden blijkt dat ik effectief een vliegende start heb genomen en dat de benen er zin in hebben. In mijn hoofd blijft het nog steeds een vreemd idee dat ik een marathon ga lopen. Het lijkt de 20 km van Brussel, maar dan zonder de warmte en massa lopers. Rond kilometer 8 loop ik Ter Kamerenbos in, wat ook wel Ter Badkamerenbos genoemd kan worden vanwege de vele mannen (tja) die het beschouwen als een toiletruimte. Het is groen en gaat heel de tijd op en neer: dit moet Brussel zijn. De eerste saaiheid slaat toe. Ja, ik ben dus een marathon aan het lopen. Als ik het bos uit ben, kan ik beginnen aftellen naar mijn eerste supporterspunt. Mama en Roos staan rond kilometer 16. De kilometer die ik naar hen toe loop, gaat bergaf en is niet toevallig de snelste kilometer (4’22”!) van mijn marathon. Van heel ver roepen ze mij aanmoedigingen toe. De Vorstlaan is bij deze wakker.

IMG_2574
50 meter gelopen en er heeft er eentje zin in.

Mama volgt me verder met de fiets. Het enige wat me zorgen baart, is het feit dat mijn sportgels me nu al slecht bevallen. Mijn lichaam schreeuwt hard nee! bij de gedachte dat er een gel of sportdrank in moet. Ik zit nog niet eens halverwege dus drinken en eten zijn een must. Dat wordt werken. Rond kilometer 20 wacht een kuitenbijter van formaat. Ik ken hem als geen ander en blaf dus vrolijk terug. Wat later word ik aangenaam verrast door mijn papa die plots komt langs gefietst op de mountainbike. Perfecte timing, want ik bereik net De Lus in Tervuren. Afleiding en gezelschap zijn meer dan welkom. De stukken bos zijn zoals verwacht zwaar. Het gaat continu berg op en af. Van een gladde asfalt kan ik slechts dromen. Ik slaag er wel in om nog een behoorlijk tempo te lopen terwijl ik met papa praat. De gels blijven echter voor protest zorgen in mijn buik. Ik probeer er niet te veel aandacht aan te besteden om het interne conflict niet op de spits te drijven.

Zo liep ik dus rond kilometer 30 door Tervuren geflankeerd door mijn beide ouders op de fiets. Dat heet dan zondags samenzijn op z’n Odeyns. De zon komt er zelfs door als ik de Tervurenlaan op loop richting kilometer 35. Nu gaat het in een rechte, maar oplopende lijn richting finish. Ik krijg een klopje. Gelukkig geen man met de hamer. Eerder een gewaarwording van de hoogtemeters die zich hebben opgestapeld in mijn benen. Mijn aandeel in het gesprek tussen ons drieën neemt zienderogen af. Rond kilometer 39 voegen de halve marathonlopers zich bij ons op weg naar de finish. Hoewel ik aanvankelijk opkeek naar lopen in de menigte, kan ik me optrekken aan de lopers om me heen. Als ik die verdomde Tervurenlaan moet op lopen, probeer ik mijn gedachten uit te schakelen. Ik kan nog halve marathonlopers voorbij lopen en dat geeft me goede moed. Kilometer 41 is een feit. Mijn ouders kunnen me niet verder volgen met de fiets. Ik neem me voor om nog eens hard te gaan genieten van het feit dat ik wel degelijk mijn negende marathon tot een goed einde zal brengen. Naar mijn idee loopt de benenwagen niet echt gesmeerd, maar mijn tempo ligt nog steeds behoorlijk hoog. Ik pers er in de laatste bocht richting Jubelpark nog iets uit wat op een sprint lijkt. De zon schijnt, ik kijk naar boven, zie de triomfboog blinken en besef dat het nu echt gebeurd is. Dit is zonder twijfel mijn meest bewuste marathonfinish. Ik kan niet anders dan glimlachen. Als ik dan zie dat ik 3:24 heb gelopen, is het feestje helemaal compleet. Wat een prestatie! Welkom terug vertrouwen.

IMG_2588

De conclusie
Het marathonbeest in mij lag even in de patatten, maar het is niet dood. Integendeel: het is springlevend als nooit tevoren. Ik liep mijn drie snelste marathons in Parijs en Brussel. Hieruit durf ik dus te concluderen dat ik beter presteer onder zware omstandigheden, zowel wat het parcours als het weer betreft. Mijn liefde voor Brussel is er alleen maar groter op geworden. Geen enkele stadsmarathon kan je zoveel wereldstad en groenbeleving aanbieden in één parcours. Dit is marathonlopen in de puurste vorm: een individuele strijd, maar wel eentje die je in alle rust kan aanvatten. Er is elke 2,5 kilometer een bevoorradingspost voorzien. De muzikale ondersteuning langs het parcours is beperkt en ook de toeschouwers zijn schaars. Neem er dus best zelf wat mee als je daar nood aan hebt.

Enkele weetjes

  • Volgens Roos was de supportersbeleving in het Jubelpark een meerwaarde. Volgens mama was er veel meer politiebeveiliging langs het parcours.
  • Marike wilde graag assisteren bij de bevoorrading, maar kreeg een verbod van mama wegens allergie voor koude.
  • Ik liep nog nooit zo’n grote ronde in Ter Kamerenbos. Soms deed het mij denken aan Parc des Buttes-Chaumont in Parijs (denk: creatief met hoogte en rotsen).
  • Mijn ouders lijken soms wel een komisch duo. Je verveelt je geen moment met hen in de buurt. Practical joke van mijn papa: er lag een grote opblaasbanaan van Chiquita in de kant, hij nam die mee en vroeg: wilt ge nog een banaantje hebben?
  • Papa weet dat ik een hekel heb aan wildplassers. Hij maakte rond kilometer 34 gebruik van mijn onmondigheid om een zogenaamd mankement aan zijn fiets als excuus aan te grijpen om een plaspauze in te lassen.
  • Rond kilometer 37 zei mama dat ik nog heel goed aan het lopen was. Ik antwoordde dat ik nochtans betonnen benen had, waarop zij repliceerde dat ik toch nog heel soepel kon lopen met die betonnen benen.
  • Na 2,5 uur ben ik gestopt met gels weg te werken. Ik heb vanaf dan enkel nog wat water gedronken. Mijn buik zei dankjewel.
  • Ik ben erin geslaagd om tijdens deze marathon niet constant te zitten rekenen. Dat leidt al snel tot denken in termen van tijd verliezen. Mijn finishtijd was dus echt een verrassing van formaat.

Een speciale dankjewel aan Roos voor het fotografische bewijs van deze memorabele dag. Het leverde haar ongetwijfeld extra koude handen op. Bedankt zusje voor je professionele begeleiding en verwarmende aanwezigheid.