Het boek – Het wonderlijke verhaal van Gobi en Dion

Een competitieve ultraloper, een zwerfhondje en het desolate landschap van de Chinese Gobi woestijn: die drie ingrediënten vormen de basis van het onwaarschijnlijke avontuur dat de Australiër Dion Leonard overkwam. Overkwam ja, want toen Dion in juni 2016 streed voor de overwinning in de Gobi Desert Race wist hij niet dat de 250 kilometer die hij al lopend zou afleggen peanuts zouden zijn in vergelijking met de maandenlange strijd om een Chinees zwerfhondje terug te vinden en het in zijn thuisbasis Edinburgh te krijgen. Uiteindelijk is de gezinsuitbreiding een feit ruim een half jaar nadat Gobi (zoals het hondje logischerwijze wordt gedoopt) haar uitverkoren baasje meer dan 100 kilometer volgde door de woestijn. Hét ultieme bewijs dat sprookjes bestaan. The amazing true story is inmiddels een bestseller in boekvorm getiteld Finding Gobi (2017). Gobi gaat zelfs naar Hollywood. Figuurlijk dan, want ook de filmrechten werden verkocht. Het verhaal van Gobi en Dion is buitengewoon en laat niemand onberoerd.

Ik vertelde al eens hoe ik vroeger smulde van dramatische dierenverhalen met goede afloop. Als loper en dierenvriend is dit boek mij op het lijf geschreven. Bovendien was ik ook geprikkeld door het verhaal van zo’n ultrarace. Met ultra worden alle afstanden aangeduid die langer dan een marathon zijn. Wat drijft die mensen in godsnaam om in zes dagen tijd 250 kilometer af te leggen door de woestijn, weg van alles en iedereen? Het antwoord van Dion is niet omdat ik zo graag loop. Integendeel: hij zegt onomwonden dat hij niet van lopen houdt. Wat hem drijft is de competitie: de race winnen dus. Dion begint op latere leeftijd te lopen in navolging van zijn vrouw Lucja, inmiddels eveneens een ervaren ultraloper. Het is voor hem een uitgelezen kans om komaf te maken met zijn overgewicht. Hij bouwt veel te snel op naar een halve marathon nadat hij een weddenschap afsluit met een vriend die hij met vijf minuten wil verslaan. Dat lukt: Dion finisht in 1:34. De wedstrijdloper is geboren.

Bij ultraraces van dit kaliber leggen de lopers dagelijks één à twee marathons af door zand, over rotsen, zonder bewegwijzering en onder een loden zon. Overnachten gebeurt in een tentenkamp. De lopers voorzien zelf hun voedsel en dragen dat ook mee tijdens de race. Een douche nemen is geen optie. Onderweg zijn er enkele bevoorradingsposten met water, beperkt uiteraard. Bikkelharde omstandigheden waar ultralopers zo’n 4000 dollar voor neertellen. Dion is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij vertrekt in juni 2016 naar China met als doel de Gobi Desert Race te winnen. Na afloop van de eerste racedag snuffelt er een hondje rond in het tentenkamp. Ze charmeert de lopers die wat van hun schaarse voedsel met haar delen. Dion blijft uit haar buurt voor het besmettingsgevaar. Zijn verwondering is dan ook groot als het dappere hondje bij de start van de tweede etappe aan zijn voeten staat en met hem begint mee te lopen. Ze houdt vol en volgt zijn stevige tred. Dion waardeert het gezelschap van het gek ogende hondje. Ze biedt hem de nodige afleiding. Hij gaat uiteindelijk overstag en deelt water met haar. Zijn compagnon wordt Gobi gedoopt. Samen overschrijden ze de finishlijn van de tweede etappe.

Die avond slaapt Gobi opgekruld tegen hem aan. Ook tijdens de derde etappe volgt ze Dion. Als hij haar oppakt bij een gevaarlijke wateroversteek beseft hij dat ze bij hem hoort. Na dag drie heeft Gobi 77 mijl met Dion meegelopen zonder dat ze overdag eten kreeg. Een straffe prestatie voor een hondje dat ongeveer 8 kilo weegt. Dion beslist om haar de volgende dagen bij de organisatie te laten zodat ze wat kan uitrusten, ook al mist hij haar gezelschap. ’s Avonds wijkt ze niet van zijn zijde. Op dag vijf staat er een dubbele marathon op het programma en dit bij een temperatuur van boven de 50 graden. Dion staat tweede in het algemeen klassement en weet dat hij de koploper kan verslaan. Dat pakt anders uit als hij terugkeert om een concurrent bij te staan die lijkt te bezwijken onder de verzengende hitte. Dion verspeelt daardoor zijn kans op winst en strandt op de tweede plaats in het eindklassement. Omdat de afsluitende zesde etappe slechts 10 mijl omvat zal hij de Gobi Desert Race dus niet winnen. Plots lijkt dat allemaal relatief. Hij staat voor een grotere uitdaging: zijn trouwe loopmaatje Gobi van China naar de UK krijgen.

Gobi’s verhaal is intussen viraal gegaan. Niet alleen de sociale media, maar ook de grote kranten pikken het onwaarschijnlijke verhaal van het hondje met de vechtersmentaliteit op. Een dier vanuit China naar Europa te krijgen kost niet alleen veel papierwerk, maar ook veel centen en bovenal tijd. Er geldt namelijk een lange quarantaineperiode. Dion en zijn vrouw starten crowdfunding op om de kosten te dekken. Gobi krijgt haar eigen Facebookpagina en zo meteen heel wat trouwe volgers. Het unieke verhaal raakt menigeen en voor ze het goed en wel beseffen is er 20.000 dollar ingezameld om Gobi thuis te krijgen. Die verblijft inmiddels bij iemand van de organisatie in de noordelijk gelegen stad Urumqi. Terwijl Dion druk bezig is de reis te plannen, komt er als een donderslag bij heldere hemel slecht nieuws uit China: Gobi is ontsnapt en zwerft door de straten van Urumqi. Verbijstering alom. Contactpersonen worden ingeschakeld en Dion besluit dat hij niet anders kan dan naar Urumqi afreizen om de zoektocht te leiden. Dat is geen sinecure in een troosteloze stad die wordt gekenmerkt door interne spanningen, druk verkeer, luchtvervuiling, duizenden zwerfhonden en vooral geen huisdierencultuur.

Een speld in een hooiberg vinden is kortom gemakkelijker dan een hondje in Urumqi. Tot er op een avond een mirakel plaatsvindt en Gobi wordt gevonden. Eind goed, al goed zou je dan denken. Niet in dit geval. Wat volgt heeft veel weg van het betere thrillerwerk. Gobi mag dan inmiddels een ster zijn met duizenden YouTube volgers, de procedures nemen tijd in beslag. Bovendien zijn ook de omstandigheden waarin Gobi verdween dubieus te noemen. De vraag rijst of ze met opzet werd gedognapt om losgeld te verkrijgen. Alsof die dreiging nog niet volstaat, wordt het duo ook nauwlettend in de gaten gehouden door de Chinese autoriteiten. Door de wereldwijde media-aandacht wordt angstvallig gecontroleerd of Dion in zijn communicatie met de buitenwereld China in een slecht daglicht zet. Hij wordt gelukkig bijgestaan door enkele locals met een groot dierenhart, maar hij vertrouwt niemand en durft Gobi geen seconde alleen te laten. Uiteindelijk kiest hij ervoor om met haar naar Peking te reizen en daar drie maanden door te brengen vooraleer ze definitief naar Europa vertrekken. Het alternatief is een verplichte quarantaineperiode van vier maanden in een deprimerende kennel nabij Heathrow Airport. In januari 2017 is het dan eindelijk zover en worden Dion, Gobi, Lucja en hun kat Lara een echt en vooral hecht gezin in Edinburgh.

Wat heb ik genoten van dit boek. Aanvankelijk vond ik dat het een tikje dramatisch klonk, maar het is een ijzersterk verhaal dat met een krachtige stem en goede vaart wordt verteld. Hoewel ik gerust meer had willen lezen over de race zelf, bleek die onmenselijke prestatie in de woestijn niet het hoogtepunt te zijn, maar de tijd die een paranoïde Dion doorbrengt met Gobi op een triestig appartementje in China. De dramatiek en suspense worden met veel gevoel vakkundig toegediend. Ook al ken je de goede afloop, je bent er pas echt gerust in als het boek uit is. Op YouTube is trouwens een schat aan beeldmateriaal te vinden van Gobi en haar baasjes. Ook daar heb ik inmiddels al van genoten. Ik hou mijn hart wel vast voor de film. Het wordt een huzarenstukje om een ongeloofwaardig verhaal als dit zonder al te veel tierlantijntjes geloofwaardig neer te zetten. Voor de rol van Gobi zullen zo’n 20 honden worden ingezet. Volgens mij kan enkel Daniel Craig de rol van Dion Leonard voor zijn rekening nemen.

Noot: op de foto zien jullie Benji, het uitzonderlijke konijn van Roos en Niko. Achter dit huisdier gaat ook een wonderlijk verhaal schuil.

Loperspraat – Klein geluk #1

Geluk biedt zich aan in vele gedaantes. Soms hoor je het van mijlenver naderen en komt het alles overweldigend met luide trom langs de voordeur naar binnen gedenderd. Veelal zit het ergens verstopt in een klein hoekje waar je er door de haast vaak over kijkt. Of je vindt het in een eenvoudig gebaar dat je eerst niet had opgemerkt. Dat geldt ook voor lopersgeluk. Er zijn de Grote Momenten waar je naartoe leeft en waardoor je dagen op wolkjes kan lopen (vaak wel wat strammer dan je zou willen). Nadat de euforie van de prestatie is gaan liggen, besef je dan dat het juist de kleine dingen zijn die de ervaring memorabel maken. Ik liep vandaag in de sneeuw en mijn gelukscurve kende vele piekjes. Hier volgt een opsomming van de kleine geluksmomenten die ik als loper zoal beleef.

  • in de sneeuw lopen en het gekraak horen bij elke pas die je zet
  • in de sneeuw lopen en het eerste spoor kunnen maken of een dierenspoor volgen
  • over of in waterplassen of ijs springen
  • bekenden die mijn pad kruisen enthousiast begroeten
  • onbekende lopers die mijn pad kruisen samenzwerend toeknikken (wij begrijpen elkaar) waardoor je het idee krijgt deel uit te maken van één grote geheime loopclub
  • onbekende lopers die ondertussen al zo vaak mijn pad hebben gekruist enthousiast begroeten alsof het bekenden zijn
  • op vrijdag na school gaan lopen om de week te vieren en het weekend een kickstart te geven
  • koeien die me aanstaren terwijl ik hen al lopend en zingend passeer
  • reeën die jaloersmakend elegant door het bos dartelen en springen
  • katten die je verontwaardigd aankijken omdat je hen durft aan te kijken
  • de dagelijkse routine van katten uit de buurt kunnen doorgronden
  • ’s ochtends gaan lopen en het idee hebben dat je een stap voor hebt op zowat iedereen omdat je de wereld ziet ontwaken
  • ’s ochtends gaan lopen en schaamteloos binnen gluren om te zien hoe er gezwegen wordt aan de ontbijttafel
  • een stoplicht dat op groen springt als je net in een goede flow zit
  • een stoplicht dat op rood springt als je net toe bent aan een adempauze
  • impulsief beslissen om een onbekend weggetje in te slaan dat dan toevallig heel goed uitpakt
  • een plaats ontdekken die aanvoelt als vakantie, maar eigenlijk heel dicht bij huis is
  • met wat kou op het lijf en een kap over je hoofd vertrekken en dan na 1,5 kilometer vaststellen dat de innerlijke thermostaat is aangeslagen en het grote zweten kan beginnen
  • de opluchting en het stiekeme van een heel noodzakelijke plaspauze
  • mijn Stance kousen die altijd perfect zijn voor elk weer, elke uitdaging en passen bij elke outfit
  • voor de eerste keer lopen met nieuwe schoenen die je het gevoel geven dat je zelf niets meer hoeft te doen
  • met lichte tegenzin vertrekken en dan onverwacht heel vlot kunnen lopen
  • met lichte tegenzin en zware benen vertrekken om dan heel hard te genieten van het buiten zijn
  • met lichte tegenzin vertrekken en omdat het dan eigenlijk zo plezant is steeds een extra lusje maken
  • met lichte tegenzin vertrekken en dan nog zoveel energie hebben als je thuis bent dat je er nog een hele work-out achteraan gooit
  • voelen dat je batterijen steeds meer opladen hoe langer je onderweg bent
  • denken dat het bos alleen van mij is
  • denken aan een mooi loopmoment dat echt gebeurd is of iets dat nog staat te gebeuren en daar kippenvel van krijgen
  • Dog Days Are Over van (hoe kan het ook anders) Florence dat altijd het juiste lied op het juiste moment is: happiness hit her like a train on a track
  • de zon die onverwacht doorbreekt waardoor het lijkt alsof die ene straal juist op jouw gezicht geprojecteerd wordt
  • de seizoenen zien veranderen in het bos en dat plots overal voelen
  • de geur in het bos nadat het geregend heeft
  • plots zoveel ideeën krijgen voor een project dat je als je thuis komt meteen alles moet opschrijven
  • nadenken over wat je gaat eten als je thuis bent
  • een chocomelk (soja) drinken als je thuis bent terwijl je nog aan het nazweten bent

img_3687

Loperspraat – Waarom winterweer goed loopweer is

De dagen mogen dan al weer ietsje langer worden, veel is daar nog niet van te merken door de grijze deken waar we in ondergedompeld worden. 2019 kent een grijze en natte start. Het is winter en dat is het nog een kleine twee maanden. Je hoeft geen expert te zijn om te weten dat ons klimaat de pedalen kwijt is. We kunnen dus maar beter ook een beetje opgelucht ademhalen dat het weer zich wat winters gedraagt. Van mij mag het gerust gaan vriezen en sneeuwen, als er ook wel zon is om me aan vast te klampen. Een mens wordt doorgaans niet vrolijk van de grijze lucht, wind en regen waar we de afgelopen dagen op getrakteerd werden. Voor een loper daarentegen is winters weer wel degelijk goed weer. Genoeg redenen om er dus in een sombere januari een loopfeestje van te maken.

Als het in de wintermaanden kouder, natter en donkerder wordt, zijn we sneller geneigd om ons in de warme cocon binnenshuis op te sluiten. Met een dekentje in de zetel zitten suffen, klinkt dan aantrekkelijker dan erop uit trekken in guur weer. Juist in de wintermaanden is het belangrijk om buitenlucht op te snuiven: een frisse neus halen of een luchtje scheppen, zoals dat heet. Bij voorkeur in daglicht! Een mens heeft nu eenmaal een dagelijkse dosis echte buitenlucht nodig om goed te kunnen functioneren. Dat is gewoon zo. Nadien zit je eens zo goed in die comfortabele zetel. In de nieuwste Running.be las ik trouwens dat in de koude sporten goed is voor je immuunsysteem en dat buitensporters de helft minder kans hebben om verkouden te worden. Voila. Verkies dus de buitenlucht boven een te fel verlichte en slecht verluchte fitnessruimte.

Ik hou van de uitspraak dat er meer zuurstof in de lucht zit als het regent of net geregend heeft. Wetenschappelijk gezien blijkt dit echter geen keihard feit te zijn. Wel werd vastgesteld dat de ideale looptemperatuur zo’n 7 °C bedraagt. Bij die temperatuur zou je de beste (en snelste) loopprestaties kunnen leveren. Dat is zeker niet koud als de richtlijn is dat je 10 graden aan de buitentemperatuur moet toevoegen om te weten hoe je je moet kleden voor een looptraining. Is het bijvoorbeeld 15 °C, dan moet je je dus kleden alsof het 25 °C is: met een korte broek en korte mouwen. Volgens die redenering is 7 °C dus inderdaad een aangename looptemperatuur. 20 °C is al veel te warm. Aangezien ik ben uitgerust met een oerdegelijke thermostaat heb ik nooit koud als ik ga lopen. Mijn papa zei ooit: koud hebben bij het lopen, is een luxeprobleem. Dat warmbloedige lichaam is namelijk een familietrek.

Begrijp me niet verkeerd: ik verkies zon en warmte boven regen en koude. Het leven ziet er gewoon beter uit als de zon schijnt. Met pijn in het hart denk ik terug aan al die fantastische kilometers die ik de afgelopen snikhete zomer aflegde. Voor het gemak vergeet ik dan meteen ook de liters zweet die ik toen verloor (die uitstekende thermostaat dus), de dorst die ik daardoor continu leek te hebben, de lichamelijke gevolgen van dehydratatie en – niet te vergeten – de obscure insectenbeten die ik verzamelde op de vreemdste plaatsen. Een loper moet in de zomer heel wat concessies doen en trainingen strategisch inplannen. Bij echt warme temperaturen is het bovendien niet verantwoord om zware inspanningen te leveren. In de winter verlies je minder vocht en ook energie aan het regelen van de temperatuur. Geen insect denkt eraan om lopers lastig te vallen.

Mijn geliefde bos oogt momenteel vooral bruin en troosteloos. 50 shades of brown om de verbeelding te prikkelen. In de tristesse van kale bomen en een modderige ondergrond zit ook wel een zekere schoonheid verscholen. Je kan de lente en herfst in het bos pas echt waarderen als je ook de wintertoestand volop hebt ervaren. In de koude op de fiets zitten met een portie regen en wind kan ronduit lastig zijn. In die mate dat zelfs mijn doorgaans positief ingestelde gemoed er last van heeft. Na mijn 116 modderige mountainbikekilometers in Kasterlee heb ik voorlopig dan ook geen behoefte aan fietsen in de modder. Al lopend zijn wind, regen en modder helemaal niet erg. Het is warmer dan op de fiets en met degelijke schoenen en goede sokken krijgt geen regenbui of modderstrook je klein. Sterker nog: het kind in mij wordt wakker door eerst over plassen te springen (wat meteen ook goed is voor mijn beperkte sprongtechniek) en er nadien gewoon heel hard door te plenzen. Als kind gaf ik namelijk nooit toe aan de drang om in plassen te springen omdat ik slim genoeg was om te beseffen dat een natte broek lastig is. Een loopbroek wordt nooit echt nat en verdwijnt meteen in de was. Geen vuiltje aan de lucht dus. En om er nog een schepje positivisme bovenop te gooien: in de modder kan je niet vallen, maar glij je uit en land je zacht. Dat heb ik zondag aan den lijve ondervonden toen ik met veel enthousiasme een glibberige afdaling nam tijdens een trailrun. Hoppa, naar buiten!

img_3571

 

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2019

Ik sloot 2018 succesvol af met een snelle tijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Zo snel dat ik voor de eerste en wellicht ook enige keer Seppe versloeg met zomaar eventjes twee minuten. Met dank aan de seingevers die hem de verkeerde kant opstuurden waardoor hij geen 11 kilometer liep zoals ik, maar 15. Ach ja, soms staat het geluk gewoon aan je zijde. Een nieuw jaar dat betekent weer volop nieuwe loopplannen maken. Gisteren hadden Roos en ik daar een officiële meeting over: met agenda’s erbij en notities maken. We besloten dat het loopplezier voorop staat en dat we bijgevolg verstandig zullen omspringen met ons lichaam om ten allen tijde blessures te vermijden. Verstandig doseren is de sleutel voor een geslaagd voorjaar. Dat liep vorig jaar mis. Ik nam mijn taak als coach toen serieus en sleurde mijn pupil Roos mee naar verschillende wedstrijden. Dit jaar zal mijn enthousiasme niet afnemen en zal ik evengoed tot vervelens toe blijven doordrammen over lopen, maar dan wel als actieve loper en niet als mankende toeschouwer.

Het speerpunt van mijn voorjaar is de marathon van Parijs op 14 april. Twee jaar geleden liep ik de Paris Marathon al eens. Mijn symmetrische eindtijd van 3:21:23 was goed voor mijn snelste marathontijd. Als er iets is wat ik heb geleerd dan is het dat een snelle tijd relatief is en dat je die vooral loopt als je het niet verwacht. Hoe meer je je richt op de tijd, hoe minder je mee krijgt van de ervaring. Een jammerlijke zaak. Ik weet nu dat het parcours in Parijs in de categorie uitdagend valt. Een gewaarschuwd loper is er in dit geval minstens twee waard. Ik weet nu dus ook dat een zwaarder parcours mij niet noodzakelijk klein krijgt. Mijn doel is simpelweg om goed voorbereid aan de start te staan, stress tot een minimum te beperken en er vooral heel veel deugd van te hebben. Ik kan immers rekenen op een uitgebreid ondersteunend team, bestaande uit mijn zussen, mama én tante. Een weekend om nu al heel erg naar uit te kijken!

Om die goede marathonvorm te bekomen is het vooral zaak om niet te hard van stapel te lopen. Dankzij mijn intensieve voorbereidingsperiode voor de Hel is mijn vorm op dit moment namelijk al goed. Ik verlang wel naar de duurlopen, want kilometers maken langs de Vaart: dat is één van de dingen die ik het allerliefste doe. Om te voorkomen dat ik als een dolle te keer ga en dat de loopteller te veel doorslaat, blijf ik zeker ook fietsen. Al is het maar uit liefde voor Juan, mijn zwart-groene Orbea. Januari en februari zijn overgangsmaanden waarin het lengen van de dagen eindelijk voelbaar zal zijn. Aanstaande zondag lopen Roos en ik een nieuwkomer op de trailrunning kalender: de Naturarun in Holsbeek. Met 520 hoogtemeters over 18 kilometer een pittige onderneming, maar wel eentje op prachtig terrein. Een mooie afstand en uitdaging om het seizoen mee te beginnen.

We kijken nu al reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag op 10 maart, waar we de halve marathon voor onze rekening zullen nemen. CPC staat voor city-pier-city omdat je vanuit de prachtige Haagse binnenstad naar en langs de kustdijk loopt om dan terug te keren naar de stad. De CPC is voor ons niet minder dan een familie-evenement, aangezien onze oudste neef Maarten met zijn gezin in Den Haag woont. Telkens een blij weerzien! Enkele vaste waarden van dit weekend: supporteren voor onze neefjes Senne en Lev bij de kids run, bijpraten met Irene, een beetje (heel klein beetje) lachen met Maarten die elk jaar van plan is om de halve marathon te lopen, maar uiteindelijk toch kiest voor de 10 kilometer en genieten van de sfeer op het Malieveld. Vorig jaar eindigde mijn CPC Loop na 3 kilometer met een blessure. In 2017 stond Roos geblesseerd aan de zijlijn. Dit jaar gaan we dus allebei eenvoudigweg voor een start en finish zodat het weer een geweldig weekend in Den Haag wordt. Vijf weken voor mijn marathon geeft een goede halve lopen bovendien veel vertrouwen.

img_3603
Zoek onze familie.

Ik vertelde al eens dat ik sportief uit de startblokken schoot in 2014. Samen met Roos liep ik toen in mei de 20 km van Brussel. Mijn voorbereiding verliep geheel volgens eigen wijze, maar we haalden wel ons doel en liepen voor het eerst in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Dat was op z’n zachtst gezegd een ervaring om niet snel te vergeten. De 20 kilometer van Brussel gaat dit jaar door op 19 mei en wij zullen natuurlijk niet ontbreken. Lopen in Brussel is namelijk altijd een genoegen. De hoofdstad laat zich perfect combineren met allerhande groene plekken en hoogtemeters. In maart gaan we dan ook al eens poolshoogte nemen in het Brusselse. Op 17 maart staat er een wedstrijd in Elsene op het programma en op 31 maart de Brussels 10 Miles met start en finish in het Koning Boudewijnstadion.

In de zomervakantie staat ons familieweekend in Houffalize op de planning waar er, hoe kan het ook anders, gelopen moet worden. Twee jaar geleden liep ik er met papa de La Chouffe trailrun van 50 kilometer, vorig jaar liep hij met Roos 25 kilometer. Om de kerk in het midden te houden gaan we dit jaar wellicht voor 36 kilometer onvervalst trailplezier. Een trail lopen is namelijk altijd een goed idee: in een ontspannen sfeer genieten van de groene omgeving omringd door sympathieke lopers. Soms kan het heel simpel zijn. In Houffalize ontstaan al eens grootse najaarsplannen: deelnemen aan de Hel is daar een voorbeeld van. De plannen voor het najaar zijn nu nog onder voorbehoud. Het idee is echter dat ik samen met Roos een marathon zal lopen, waarbij ik mijn diensten als haas zal aanbieden. Waarschijnlijk gaan we voor de marathon van Brugge op 20 oktober. Papaatje, als je dit leest: aansluiten kan altijd. Het mooie van plannen maken, is dat ze ook zo gewijzigd kunnen worden. Er zal echter gelopen worden in 2019, zoveel is zeker.

De muziek – Mijn soundtrack van 2018

2018 loopt op zijn laatste benen. Tijd voor lijstjes en overzichten met originele vragen en gevatte antwoorden. Op tv worden filmische jaaroverzichten uitgezonden met de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn als je door professionals zo’n compilatie zou laten maken van je eigen jaar, compleet met heroïsche muziek en al. Het nadeel is dan wel dat die mensen je paparazzi-gewijs doorheen het jaar constant op de hielen zouden moeten zitten. Weg privacy. Gedaan met de kluizenarij waar ik al eens van hou. Bovendien ben ik ook niet zo van de beelden. Ik maak wel foto’s, maar bij sportieve gebeurtenissen zijn die erg beperkt. Als ik een marathon loop, dan is het minste van mijn zorgen hoe en of dat wel op de gevoelige plaat vastgelegd wordt. Ik koester mijn ervaring en de plaatjes die ik schiet in mijn hoofd meer dan de actiefoto’s die ter plaatste genomen worden. Mijn jaar laat zich dan ook beter samenvatten in woorden en muziek.

In januari had ik een duidelijk doel voor ogen: in april zou ik een snelle marathon van Rotterdam lopen. Ik trok lessen uit 2017 waarin ik maar liefst vier marathons liep: dat was om verschillende redenen niet ideaal. Bovendien liep ik te vaak vanuit een frustratie en boosheid. Ik verloor mezelf wat en daarmee ook het initiële geluk dat lopen mij schenkt. De rust keerde weer in mijn hoofd en daarmee ook een grote drive om hard te trainen. Te hard eigenlijk. Tijdens mijn duurlopen eindigde ik altijd met het prachtige album Cleopatra van The Lumineers. Net zoals de Egyptische koningin waande ik me onaantastbaar. Ik staarde me blind op de kilometers die ik moest lopen en de tempo’s die ik moest halen. De kroniek van een aangekondigde dood: in maart stond ik na amper drie kilometer van de halve marathon in Den Haag langs de kant. Ik kon niet meer op mijn linkerbeen steunen. Drie weken liep ik met een kruk. Weg marathondroom. This is the end, my only friend the end: zoals wijlen Jim Morrison het zong. Met pijn in het hart keek ik vanaf de zijlijn toe hoe het loopproject dat ik op school had opgestart verder liep. Ik luisterde toen heel vaak naar Dreamer van Axwell ^ Ingrosso, waarin zowel mijn loopgeluk als -verdriet werden vervat. Mijn dromen werden aan diggelen geslagen, maar de dromer in mij was niet morsdood.

Op 20 april overleed Avicii. Ik stapte mankend verder door het leven en ontdekte Hey Brother. Zoals ik hier al vertelde, raakte dat een gevoelige snaar. Ik dacht aan mijn broer die op sportief vlak ook al de nodige woelige watertjes had doorzwommen (letterlijk en figuurlijk zelfs, check zijn triatlonverhalen maar). Eind april ging ik met school naar Parijs. Ik miste niet alleen mijn maatje An, maar ook de ochtendloopjes die ik daar normaal gezien afleg. Er was echter licht aan het einde van mijn weemoedige tunnel. Op 30 april liep ik voor het eerst weer in gezelschap van Roos. Maar liefst vijf keer een volle minuut. Het was toen niet toevallig stormachtig weer: revalideren en opbouwen gaat namelijk met ups en downs. I was a king under your control om het met Years & Years te zeggen: de koning te rijk dat ik weer aan het open was, maar de angst voor een blessure domineerde. In de maand mei overheerste uiteindelijk wel de zon en de energie die ik haalde uit mijn werk. Big God, de nieuwe single van Florence + The Machine, deed me nadenken over welke god ik nodig zou hebben. In juni ging de zon nog harder schijnen. Ik leerde steeds meer te vertrouwen op mijn lichaam en besefte dat het me niet in de steek had gelaten. De loper in mij beleefde een revival die werd gekenmerkt door het opzwepende Patricia van Florence’ nieuwe plaat High as Hope, dat kan geen toeval zijn.

In de zomervakantie gingen mijn loopkilometers in stijgende lijn en zo ook mijn loopgeluk. Dankbaar voor elke kilometer die ik liep, nam ik Rebel Heart van de nieuwe plaat van First Aid Kit nogal letterlijk: I don’t know what it is that makes me run. Juli bood mij heel wat mooie looprondjes op verplaatsing en ik overschreed weer eens de kaap van de 20 kilometer. Het plan voor de Hel van Kasterlee werd geboren in Houffalize. Mijn blog zag het daglicht. Ik maakte fietstochten naar Tervuren en Brussel met mijn nieuwe stadsfiets. De boeken vlogen erdoor en de koffie ook wel. Als ik in het bos was, kon ik helemaal opgaan in My Wild Sweet Love van First Aid Kit. Het bos als geliefde: het moet niet gekker worden. Ik sloot het einde van de maand af in Parijs, waar ik de dag weer lopend kon beginnen. Hoera! In augustus zette ik me voor het eerst op een mountainbike en kreeg ik de klikpedaal onder de knie. Het begin van een mooi avontuur: mijn status als fietsende loper beviel me meteen erg goed. In september begon een nieuw schooljaar en ging ik verder op mijn sportieve elan. De zon bleef schijnen. Behalve toen ik er daags voor mijn 33e verjaardag op uit trok om een XL duurloop af te leggen. Die sloot ik muzikaal af met Florence’ The Girl With One Eye: een behoorlijk gestoord lied wat meteen ook mijn beproeving samenvatte.

In oktober waren mijn beide ogen gericht op de marathon in Brussel. Ik luisterde veel Spinvis en dan vooral Kom terug. De dag voor mijn marathon verhuisden Roos en Niko. We zijn nu niet langer buren, maar moeten in plaats van enkele tientallen meters enkele kilometers overbruggen om elkaar te zien. Voor alle duidelijkheid: Roos moet niet terugkomen. De tekst zegt dat je in het leven moet durven doen en ontdekken als je wel steeds terugkeert naar jezelf of je thuis. Met die gedachte liep ik een formidabele marathon. Mijn laatste weken richting de Hel werden gekenmerkt door slecht weer en trainen in de duisternis. Ik stemde mijn muziekkeuze daarop af om het gebrek aan sfeer te compenseren. Zo was ik meteen gewonnen voor Hoziers nieuwe single Movement: toepasselijk. November is ook altijd een beetje de maand van Leonard Cohen. There’s a crack of light in everything, that’s how the light gets in. Ik luisterde bovendien ook veel naar Franse muziek, onder andere van de in oktober overleden Charles Aznavour. Het was echter toch vooral Gérard Lenorman die de nagel op de kop sloeg toen hij mij op de fiets toezong Voici les clés de ton bonheur, il n’attend plus que toi. De fiets bleek inderdaad een sleutel tot mijn geluk te zijn. De maand eindigde muzikaal met een klepper van formaat: het optreden van Tamino in de AB. Diens Sun May Shine raakt steeds weer een gevoelige snaar. Ook hij had gelijk: de zon ging stilaan weer schijnen.

December was niets minder dan duatlonmaand. Ik deed al uitgebreid verslag over mijn avontuur in de hel. De muziek die ter plaatse door DJ Infinity wordt gespeeld bleef de afgelopen jaren nog lang nazinderen. Wat me van deze editie zal bijblijven, is het succes van Leef. Toen ik na ruim 100 kilometer op de fiets aan de sporthal passeerde, schalde dit door de boxen en ik kon niet anders dan denken dat ik nu inderdaad echt wel aan het leven was. Het muzikale en ook wel sportieve hoogtepunt was echter het afsluitende loopnummer. De playlist die ik met Roos voor de gelegenheid samenstelde, bewees zijn nut. Het ijzersterke begin met Counting Stars van OneRepublic zette meteen de toon. We bespraken al uitvoerig hoe de shuffle erin slaagde om het juiste lied op het juiste moment af te spelen. Het enige minpuntje was dat onze playlist ruim 4,5 uur aan muziek bood en ik slechts 2,5 uur nodig had om mijn 30 kilometer af te leggen. We misten dus enkele pareltjes: dat heet dan een luxeprobleem.

2018 was zoals steeds een jaar met dalen en pieken over een hobbelig en vaak off-road terrein. Soms verlang ik naar meer snelle en veilige asfaltwegen in mijn leven die voorzien zijn van een duidelijke bewegwijzering. Dat zou me meer gemoedsrust geven, want ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik ben benieuwd welke paden ik in 2019 zal bewandelen en welk uitzicht ze me zullen bieden.

De race – De Hel van Kasterlee december 2018

  • De cijfers: 15 km lopen, 115 km mountainbiken en 30 km lopen in 11:02:48
  • De voorbereiding: ik begon vol goede moed aan mijn voorbereidingen in augustus, kwam echt op dreef in september, bleef fietsen in marathonmaand oktober en deed er nog een schepje bovenop in november: in totaal goed voor ruim 3000 fietskilometers
  • De race: ik liep door de sneeuw, stampte, gleed en ploegde 7 uur lang door de modder om uiteindelijk als een raket naar de finish te snellen
  • De herinnering: de familiebeleving en euforie na de zege van mijn broer, de tocht met Roos tot aan de finish, mijn verrassende derde plaats en de finish van mijn papa en peter

Wat vooraf ging
Er ging een bewogen jaar vooraf aan mijn debuut in Kasterlee. In het begin van het jaar liep ik belachelijk veel. Tot ik me in maart ernstig blesseerde tijdens de CPC Loop in Den Haag. Ik liep met krukken en kon zeven weken niet lopen. Al mijn loopdromen vielen voor mijn neus uiteen in duizend stukken. Dat deed pijn en stemde me diep ongelukkig. Mijn loopcarrière zag ik somber in. In juli liep ik echter weer 20 kilometer in Houffalize. Die dag kondigde mijn papa aan dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat ik zijn oude bijgevolg kon gebruiken. Onder de zomerzon ontstond een groots plan. In december zouden wij met drie Odeynen aan de start staan in Kasterlee. Vanaf augustus bouwde ik niet alleen mijn duurlopen verder uit met het oog op een marathon in oktober, maar begon ik ook op regelmatige basis te fietsen. Soms gewoon vlak en rechtdoor, soms op één van de talrijke mountainbikeroutes in mijn nabije omgeving. Er ging een nieuwe sportwereld voor mij open. Het was dik aan tussen Juan (zoals ik mijn fiets al liefkozend noem) en mij en dat is het nog steeds. Met de fiets erop uit trekken betekent vrijheid en avontuur.

Vanaf september begon ik te trainen op de combinatie lopen en fietsen. De nuchtere ochtendloopjes stonden weer in mijn agenda. Ik maakte een – voor mijn doen – bescheiden aantal loopkilometers en stilde mijn sportieve honger met kilometers op de fiets. Ik focuste me op mijn marathon in oktober: als ik die tot een goed eind zou brengen, zou het wel snor zitten met dat lopen in Kasterlee. De marathon in Brussel beviel me verrassend goed en zo werd november een maand met heel veel fietskilometers in minder vrolijke omstandigheden. Regen, wind en duisternis waren mijn deel. Met een duidelijk doel voor ogen hield ik vol: ik was vastberaden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste duatlon.

Vlak voor de start
Het had ’s nachts gesneeuwd. Ik suste mezelf met de gedachte dat de impact daarvan op het parcours minimaal zou zijn. Soms ben ik uit zelfbescherming behoorlijk naïef. De stress sloeg hard toe toen ik de andere atleten en hun mountainbikes zag. Ik voelde me de grootste amateur die er rond liep en schaamde me zelfs dat ik daar aan de start durfde staan. In de auto gaan zitten en naar huis rijden, was echter geen optie. Ik probeerde mezelf te vermannen, nam Juan bij de hand en plaatste hem in de wisselzone. Er was geen ontkomen meer aan.

De race
Om 8u weerklonk het startschot voor een eerste loopronde van 15 kilometer. Ik liep behoedzaam door de papperige sneeuw om een slipper te voorkomen. Hierdoor was die eerste run al behoorlijk vermoeiend. Tijdens de wissel probeerde ik me niet te hard op te jagen opdat ik niets zou vergeten. Onder luid gejuich van mijn supporters snelde ik naar mijn fiets. Ik ging ervan uit dat mijn papa en peter voor mij uit fietsten.

DSC02837

Toen ik na amper een kilometer langs de kant ging staan om iets op te bergen in mijn jaszak werd ik uitgekafferd door een andere deelnemer. Super sympathiek. Ik voelde me opgejaagd wild. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik deed mijn uiterste best om de kalmte te bewaren. Dat lukte niet. De eerste off-road stukken toonden meteen aan dat de natte sneeuw het parcours onomkeerbaar had veranderd in een glibberige en bovenal modderige omloop. Mijn fiets maakte na enkele kilometers bovendien zoveel lawaai dat ik ervan overtuigd was dat ik eerder vroeg dan laat materiaalpech zou kennen. Die arme Juan kraakte en sleurde langs alle kanten alsof elke kreun zijn laatste adem zou zijn. Ik stopte dus nogmaals met het idee dat er iets vast zat tussen mijn tandwielen of ketting. Dat bleek niet het geval. Ik trok me weer op gang met de moed der wanhoop. Na nog geen 7 kilometer kwam plots mijn voorste spatbord los en moest ik dus weer stoppen. Op een eerste uitdagende helling schakelde ik bruusk waardoor mijn ketting blokkeerde. Ik stond weer te voet en kreeg mijn ketting er niet eigenhandig op. Gelukkig schoot een vriendelijke omstaander me te hulp. Hij deinsde er niet voor terug zijn handen letterlijk vuil te maken en zette me weer op weg. Weer een kilometer later bleek één van mijn overschoenen los te zijn gekomen. Ik had nog geen 10 kilometer gefietst en stond weer maar eens naast mijn fiets.

Plots kwam vanuit de achtergrond de verlossing: mijn papa en peter reden blijkbaar achter mij en haalden me in. Ik sloot aan en luchtte mijn hart. Mijn mechanische bekommernis werd weggewuifd door papa. Het was niet meer dan normaal dat mijn fiets in deze omstandigheden zulke schurende geluiden produceerde. Dat was bij hen niet anders. Ik kon er dus op vertrouwen dat Juan niet meteen zou bezwijken onder de Kastelse modder. Met wat meer zelfvertrouwen stormden we met z’n drieën richting sporthal. Ik kreeg eindelijk een goed ritme te pakken en kon mijn valse start relativeren. Mijn eerste ronde legde ik uiteindelijk nog af in minder dan 1u20. Na een heel korte stop en bevoorrading bij de supporters begonnen we aan de tweede van in totaal vijf rondes. Ik had een goede tred te pakken en fietste voorbij alle plaatsen waar ik de vorige ronde had stilgestaan. De tweede ronde was mijn snelste.

IMG_2708b
Modder, modder, modder: maar we blijven lachen. De bewonderende blik van Peter spreekt boekdelen.

Ik wist op voorhand dat de derde fietsronde mentaal de zwaarste zou zijn. Bovendien werd het parcours er alleen maar slechter op. Ik begon wat sukkelig, moest hier en daar voet aan de grond zetten en verloor mijn tred. Het was aftellen tot kilometer 60, want dan zou de helft van het fietsnummer erop zitten. De kilometers kropen tergend traag voorbij. Halverwege kon ik weer aansluiten bij mijn twee compagnons. Ook deze ronde wisten we af te leggen binnen de 1u20. De supporters spraken ons bemoedigend toe. We hadden nog 2 uur om de vierde ronde af te leggen en binnen de tijdslimiet aan de finale fietsronde te mogen beginnen: een heel haalbare kaart. Ik was nu zo ver geraakt, 46 kilometer fietsen klonk niet meer oneindig lang. De vierde ronde kregen zowel mijn papa als peter het lastig. We haalden allemaal de tijdslimiet, maar ik vertrok als eerste en dus alleen voor de laatste ronde. Eindelijk kon ik zeggen dat het de laatste keer was dat ik elke ellendige moddermeter moest overwinnen. Ik voelde me niet leeg, maar nam wel mijn tijd. Daarbij schoof ik nog eens pijnlijk onderuit en viel recht op mijn knie. Het viel op dat het deelnemersaantal sterk was uitgedund. Ik reed in een niemandsland en zag het als een voordeel dat niemand me kon opjagen. Uiteindelijk vond ik nog gezelschap bij helleganger Bram. Hij vertelde me over de opgave van verschillende favorieten. Net op dat moment hoorden we Seppe finishen. Hij won zijn zevende Hel van Kasterlee en had daar minder dan 8 uur voor nodig. Zot!

hel_van_kasterlee_2018_kl._(102)

Mijn geluk kon niet op toen ik de sporthal voor een vijfde keer bereikte. Juan mocht in de wisselzone gaan rusten, voor mij zat het er nog niet op. Ik spurtte richting kleedkamer met Roos in mijn zog. Zij hielp me bij de wissel. Aan de modder en vuile kleren in de kleedkamer te zien, waren de meeste dames al aan het lopen. Als een duveltje uit een doosje vertrokken we voor een tocht van 30 kilometer. Ik wist dat ik die afstand kon afleggen en besefte dus dat ik hoogstwaarschijnlijk een survivor zou zijn in een loodzware editie van de Hel van Kasterlee. De eerste loopkilometers gingen heel vlot. Mijn benen hadden er nog zin in, ik raakte onder stoom en kon heel wat lopers inhalen. Rond kilometer 10 haalde ik een vrouw in. Ik had geen idee in welke positie ik liep en probeerde daar ook niet mee bezig te zijn. Het was nu aftellen naar het einde van de eerste 15 kilometer. Aan de sporthal zag ik terug wat supporters. De grande finale was nu ingezet.

Ook tijdens het tweede deel kon ik een tempo van rond de 11 km/u blijven aanhouden. Het was ondertussen pikdonker en elke kilometer werd zwaarder. Ik trok me op aan de lopers die ik kon inhalen, maar ik was me ervan bewust dat ik alsnog een klop van de hamer kon krijgen. Op 3 kilometer voor de finish haalde ik tot mijn eigen verrassing nog een vrouw in. Zij bleek achteraf gezien nummer 3 in de wedstrijd te zijn. Als ik nu terugdenk aan die finale is het verleidelijk om dat laatste uur te beschouwen als een uur waarop al mijn loopgeluk, frustratie en kracht van het afgelopen jaar samengebald werden. Ik liep niet de snelste, maar wel mijn meest heldhaftige kilometers van 2018. Op het moment zelf is dat echter puur overleven: blijven lopen om niet kopje onder te gaan. Daarin zit weinig heroïek vervat. Ik focuste me op de geweldige muziek van onze playlist en de bemoedigende woorden van Roos. De laatste anderhalve kilometer probeerde ik me bewust te zijn van het feit dat ik nu echt wel de Hel van Kasterlee had overleefd. Mijn verbazing was nog groter toen ik de rode loper opliep en hoorde dat ik derde was geworden, net zoals mijn broer bij zijn Hel-debuut in 2011. Ik kreeg een medaille van Seppe, we pakten elkaar eens goed vast en ik had totaal geen besef van wat me die 11 uur en 2 minuten allemaal was overkomen.

IMG_2724b
Ik won voor het eerst in mijn leven een beker.

De conclusie
De Hel van Kasterlee is nooit voor watjes, maar al helemaal niet op een modderig parcours met koude temperaturen. Ik zag af, maar groeide in de wedstrijd. Tijdens het fietsen heb ik nooit het gevoel gehad dat het op was. Het duurbeest in mij kon zich volledig uitleven. Pas tijdens mijn laatste loopronde voelde ik de inspanningen van de dag doorwegen. Ik presteer telkens goed op de zware marathon van Brussel en ook hier werd ik juist beter door de lengte van de race en de barre omstandigheden. Bizar. Wat deze wedstrijd uniek maakt, is het familiale gevoel dat er heerst. Je lijkt even weg van de gewone wereld te zijn. De laatste fietsronde heb ik dan ook mijn best gedaan om de seingevers te bedanken voor hun urenlange onmisbare inzet. Samen met organisator Ben en commentator Hans zorgen zij ervoor dat je je wel echt een held waant al strijdend in de Kastelse arena. Door al die lovende woorden zou ik haast vergeten dat trainen voor de Hel niet te onderschatten is. Lange trainingen in november staan garant voor herfstig weer en veel donkere, eenzame uren. Uiteraard kan ik nu alleen maar zeggen dat elke trainingskilometer die heroïek helemaal waard was.

Enkele weetjes

  • Sporza maakte een mooie reportage voor Sportweekend over Seppe.
  • Ik had bij het fietsen een geluksbrenger van Seppe op zak: een medaillon van Roger De Vlaeminck dat hij me vroeger eens had gegeven voor de examens.
  • Seppes trainer Stefaan doopte “ons” team om tot Team Doodgaan. Ook hij doorstond zijn Hel-debuut met glans.
  • Papa maakte tijdens het mountainbiken meermaals het grapje dat er een hamster in zijn achterwiel liep en dat die het schurende geluid veroorzaakte.
  • Roos voederde mij banaan en peperkoek in de fietsbevoorrading. Daarnaast kreeg ik niet alleen sportgels en -drank binnen, maar ook heel wat zand.
  • Het ultieme girlpower-moment beleefden Roos en ik toen we een loper voorbij stormden toen P!nk keihard uit de boxen schalde met So What!
  • We beleefden dan weer een mystieke ervaring toen papa-lied Camouflage weerklonk in een mistig en donker stuk. Things are never quite the way they seem.
  • Na afloop bleek dat ik met 2:34 een heel snelle looptijd had neergezet op de 30 kilometer: de snelste tijd bij de vrouwen.
  • Ik voelde mij na afloop nog zo fris dat ik zelf met de auto naar huis ben gereden.
  • Bij thuiskomst van de Hel wacht je een nieuwe modderuitdaging van formaat: al je kleding en materiaal weer proper krijgen. Juan is al weer weg voor een grondig onderhoud.
  • 22 december 2019 staat alvast in mijn agenda gemarkeerd.
IMG_2712b
We are family! Mijn papa, broer en peter: vier hellegangers op een rij.

Duatlonspecial – Een dag na de Hel

De Hel van Kasterlee, de zwaarste winterduatlon ter wereld, 15 kilometer lopen, 115 mountainbiken en 30 kilometer lopen in zware omstandigheden: I DID IT! Vlak voor de start was ik zo onder de indruk van het hele gebeuren dat de twijfel genadeloos toesloeg. Ik gaf mezelf geen schijn van kans om deze uitdaging tot een goed einde te brengen en wilde ergens in een hoekje kruipen en stilletjes verdwijnen. De sneeuw die ’s nachts gevallen was, had het fietsparcours omgetoverd tot een modderige omloop waar het snakken was naar een kilometertje asfalt. Ik klaarde de fietsklus uiteindelijk in 7 uur. Nog nooit zat ik zo lang op mijn mountainbike. Nog nooit zag ik zoveel modder.

In het afsluitende loopnummer kwam de marathonloper in mij naar boven en kon ik een behoorlijk tempo aanhouden. Zonder het te beseffen begon ik aan een inhaalrace. Tot mijn eigen grote verbazing finishte ik als derde. Op het eind van de rode loper stond Seppe me op te wachten om mijn medaille te overhandigen. Voor wie het nog niet zag op Sportweekend: mijn broer Seppe haalde zijn zevende zege in Kasterlee binnen en was al drie uur fris gewassen toen ik aankwam. Mijn papa en nonkel haalden eveneens de finish in wat een historische editie wordt genoemd met meer dan honderd deelnemers die vroegtijdig uit de race stapten.

Ik voel me vandaag verrassend fris, maar heb nog wat tijd nodig om te beseffen wat me gedurende die 11 uur is overkomen. Eén dezer dagen zal hier ongetwijfeld een uitgebreid raceverslag verschijnen waarin ik jullie zal vervelen met een gedetailleerd belevingsverslag per kilometer (of toch zoiets). Dat ik dit heb kunnen waarmaken, heb ik uiteraard in de eerste plaats te danken aan mijn doorgedreven trainingen en soms nogal koppige persoonlijkheid. Achter een sterke vrouw staat in mijn geval een sterke familie en meer. In afwachting van het verhaal over mijn heroïsche strijd wil ik graag een uitgebreid dankjewel formuleren aan zij die hebben bijgedragen aan mijn prestatie en deze memorabele dag.

Roos: voor de mentale coaching en de ongelooflijk persoonlijke begeleiding op topniveau, voor de afleidende praatjes en bemoedigende woorden de laatste zware kilometers, voor het plezier dat ik steeds heb als ik bij jou ben
Marike: voor het logement en zoveel gezelligheid, voor de vakkundige hulp en geruststelling als ik weer eens denk dat ik een vreselijke blessure heb, voor het trotseren van de kou en het zorgen voor de andere supporters
Seppe: voor de wedstrijdtips en het onthaal aan de finish, voor de inspiratie die je me steeds geeft door je sportieve avonturen, voor het vlammetje van de Hel dat je in mij hebt ontstoken
mama: voor altijd het geloof in mijn kunnen, de nooit aflatende steun als ik weer eens met een zot plan op de proppen kom, het enthousiasme en supporteren met hart en ziel
papa: voor de mountainbike die ik kreeg, voor het papa-zijn zelfs tijdens een barre mountainbiketocht, voor de geruststellende en nuchtere opmerkingen, voor je onnozele mopjes die eigenlijk toch altijd grappig zijn
mijn peter Mark: voor de babbeltjes over lopen, voor het gezelschap tijdens de wedstrijd en het warme familiegevoel dat je aanwakkert
Peter: voor de mountainbiketocht naar Kasterlee die we samen maakten als voorbereiding, voor het vertrouwen dat je me toen gaf, voor het ondergaan van onze familiegekte
An: voor de oprechte interesse die je telkens toont in mijn sportieve uitdagingen, voor het intens meeleven en supporteren met heel je familie
Murielle: voor het trouw en enthousiast volgen van mijn avonturen, voor je aanstekelijke en niet te onderschatten eigen sportieve ervaringen
Martin: voor het vakkundige onderhoud van mijn mountainbike en de persoonlijke topservice

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #4

Morgen moet ik er dus aan geloven: mijn duatlondebuut in XL-formaat. Ik kan het zelf amper geloven. De afgelopen week hield ik mijn spieren nog een beetje warm met rustige trainingen. Zo zat ik woensdag de laatste keer op de fiets en reed ik voor het eerst in echt koude temperaturen. Mijn tenen waren daar niet zo blij mee, maar de zon scheen en dat maakte veel goed. Ook mijn laatste zonnige looprondje op donderdag stemde me gelukkig. Er moest bovenal vooral gerust worden. Dat lukte behoorlijk, al is ontspannen op bevel geen evidentie. Bovendien vertelde ik vorige keer over de praktische issues die bij een dagje duatlon komen kijken. Kopzorgen en onzekerheden kwamen met andere woorden boven water drijven.

Organisatorisch en logistiek is de Hel van Kasterlee dit jaar een waar huzarenstukje in onze familie. Ik grapte al dat dit meer voorbereidingen vraagt dan ons eigenlijke kerstfeest en dat is dus niet overdreven. Een dagactiviteit op Kastelse grond vraagt zowel van de atleten als van de supporters doordachte voeding- en kledingkeuzes. Het is voor mijn begeleidende zussen en mama evenzeer de vraag wat ze moeten aantrekken en op welke onvoorziene omstandigheden ze zich moeten voorbereiden. We communiceerden daar de afgelopen week uitvoerig over en ons plan staat nu wel op punt. De playlist van Roos en mij telt inmiddels ruim 4,5 uur muziek van de bovenste plank. Roos testte de lijst zelfs al eens uit en kon bevestigen dat hij vlot liep. Weer iets dat afgevinkt kon worden.

Ik vind het bijzonder moeilijk om vooruit te blikken op de wedstrijd omdat ik in de verste verte geen idee heb wat ik mag verwachten. Natuurlijk voel ik wel dat die intensieve trainingsperiode conditioneel iets heeft opgebracht. Ik kan alleen niet inschatten welke vruchten ik daar morgen van mag plukken. Misschien zijn het wel heel erg zure citroenen. Voor mijn marathon eind oktober was ik zenuwachtig omdat ik moeilijk kon geloven dat ik die afstand nog in de benen had. Ik kon me toen wel beroepen op mijn ervaring en wist ergens ook wel dat de kans groot was dat ik marathon nr. 9 succesvol zou beëindigen. In het voorjaar had ik niet durven dromen dat ik op het einde van het jaar een sportieve uitdaging van dit niveau aan zou kunnen gaan. De weg naar de Hel leek ook lange tijd belangrijker dan het resultaat. Nu liggen de kaarten heel anders. Het voelt op de één of andere manier alsof dit avontuur mijn sportief jaar kan maken en dat ik dus wel degelijk wat te verliezen heb. Rampscenario’s bedenken voor een wedstrijd die ruim 10 uur duurt, is ook niet zo moeilijk. Die gedachten zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor mijn gemoedsrust.

Als ik mezelf nu als buitenstaander bemoedigend zou moeten toespreken, dan zou ik het ongetwijfeld hebben over het belang van doordachte trainingen, grondige voorbereidingen en het geloof in eigen kunnen. Laat het los en vertrouw erop dat je er alles aan hebt gedaan om het een succes te laten worden: ik hoor het me zo zeggen. Hoe de dag ook zal verlopen: ik ga er bovenal van genieten dat ik daar om 8u aan de start sta met mijn broer, papa en nonkel om elk ons eigen verhaal te lopen en fietsen. Ik kan me overigens ook troosten met de gedachte dat de druk die ik voel niets is in vergelijking met de verwachtingen waar mijn broer als zesvoudig winnaar tegenop moet boksen. Hij kan dat, daar twijfel ik geen seconde aan. Ik heb zo’n voorgevoel dat dit een familiedag zal worden om nooit te vergeten.

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #3

Mijn weg naar de Hel is geplaveid met goede voorbereidingen. De afgelopen dagen maakte ik nog fiets- en loopkilometers, maar kwam ik vooral op adem van het harde trainingslabeur van de maand november. Er kwam wat tijd vrij om na te denken over heikele sportvraagstukken en praktische voorbereidingen te treffen. Een lange duatlonwedstrijd van dit formaat betekent immers ook dat je heel wat te regelen hebt op organisatorisch niveau, waaronder sportkleding, -voeding en materiaal. Bovendien is er een belangrijke taak weggelegd voor het ondersteunend team, dat natuurlijk ook graag op voorhand weet waar het aan toe is. Ik hoop dat een voorbereid mens er in dit geval meer dan twee waard is.

In Kasterlee zal ik voornamelijk lopen als het nog/al donker is. Daar heb ik ruime ervaring mee dankzij mijn ochtendlijke looptrainingen, maar ik oefende dit ook al eens met Roos op de fiets, aangezien zij mijn persoonlijke begeleider zal zijn tijdens de afsluitende 30 kilometer. We kozen een onverlicht parcours uit met lange stroken om zo onze verlichting te testen. In eerste instantie vonden we dat die volstond. Mogelijk is een extra lamp toch nodig omdat ik me niet wil laten vangen door de verraderlijke putten in Kasterlee. Voor de gelegenheid stelden we natuurlijk een aparte playlist samen die uit de box kan schellen. Variatie en opzwepend zijn de codewoorden van ons repertoire. Avicii en Florence mogen niet ontbreken op ons feestje, maar ook chansons, kleinkunst, een dosis pop en het stevigere werk (Highway to Hell!) zijn van de partij. We bespraken ook enkele rampscenario’s en wat te doen “in geval van”. Ik zei het al: je kan maar beter op werkelijk alles voorbereid zijn.

Een week geleden oefende ik de wedstrijdonderdelen al eens met mijn eigen vagevuur-training. Het was zwaar, maar ik doorstond de beproeving. Ik testte toen onder andere uit of ik vlot kon lopen met mijn fietsbroek (ja) en of de Clif bloks een waardige afwisseling waren met sportgels van Squeezy (ja). Inmiddels heb ik het kledingvraagstuk voor 90% opgelost. Het weer is echter een doorslaggevende factor en voorlopig ziet dat er niet gunstig uit. Zowel koude als regen zullen zondag aanwezig zijn. Mijn regen- en winddichte petje en handschoenen zullen met andere woorden van pas komen. Dan is dat de investering toch waard geweest, denk ik maar. Wat de voeding betreft ben ik er nog niet helemaal uit of ik een hele dag ga overleven op sportvoeding of toch ook iets anders ga proberen weg te werken tijdens het fietsen. Lastig, want ik kan niet inschatten hoe mijn lichaam zal reageren op 120 kilometer mountainbiken.

Dat gure weer boezemt me wel angst in. Ik fietste al vaak in regen en wind, maar vandaag kreeg ik nog iets anders voorgeschoteld: een intense regenbui die wel een kwartier aanhield met als resultaat dat ik meteen doorweekt was. Goed dat mijn fiets al eens voorgespoeld werd, maar het kostte me veel moeite om positief te blijven en dit als een nuttige les te beschouwen. Ik stelde me voor hoe het zou zijn als ik nog uren doorweekt zou moeten fietsen en dat was toch even slikken. Gelukkig heb ik mijn trainingen lichamelijk goed verteerd. Ik heb geen noemenswaardige klachten. Dit werd ook bevestigd door mijn kinesitherapeut. Zij gaf me 100% groen licht om er voor te gaan in Kasterlee. Kijk, dat geeft toch veel vertrouwen. Ik ging deze week nog eens overdag in het bos lopen omdat ik echt behoefte had aan zo’n plezierloop. Aanvankelijk schrok ik van het kale Heverleebos door de vele gekapte bomen, maar uiteindelijk overheerste een triomfantelijk gevoel dat alleen lopen me kan geven. Vooral aan mijn loopvorm voel ik dat al die trainingen hebben geloond. Ook hier geldt weer: geen idee wat ik daar over een week mee ben.

Ik had de afgelopen week ook tijd om orde op zaken te stellen in huis. Weken aan een stuk dagelijks sporten liet wel sporen na. Zo moest ik vaker boodschappen doen om de voorraden op peil te houden. Ik bakte dan ook heel wat havermoutpannenkoeken, at kilo’s pompoenen, bakken plattekaas en joeg er een pot pindakaas door met heel veel volkorenboterhammen. Veel trainen betekent namelijk goed en veel eten. De praktische rompslomp was ook niet van de poes. Mijn wasmachine draaide overuren aan sportkleding en handdoeken. Ik ondernam geen pogingen meer om sportkleding in de kast te leggen, maar sorteerde dit functioneel zodat ik meteen zocht wat ik nodig had buiten de kast. Mijn hal was omgetoverd tot een multifunctionele kleedkamer: allerhande gerief, waaronder handschoenen in verschillende diktes en mijn Stance sokken lagen er uitgestald. Handdoeken en krantenpapier lagen binnen handbereik voor als ik weer eens doorweekt thuiskwam. Niet heel gezellig, maar wel uitermate praktisch. Inmiddels is het sportschoolgehalte van mijn woning weer tot een minimum beperkt en heb ik ook op huishoudelijk gebied de touwtjes stevig in handen.

De komende week moet ik dus nog enkele knopen doorhakken. Ik zal ook maar wat kaarsen branden in de hoop zo geen al te rampzalig weer af te kunnen dwingen voor zondag. Bovenal zal ik proberen om de week ontspannen en goed uitgerust door te komen. Examens afnemen en verbeteren beschouw ik dan maar als een welkome afleiding. Ik ben de eerste om te zeggen dat je moet vertrouwen in je voorbereidend werk. De zenuwen omzetten in een positieve focus: dat is de boodschap. Kan een mens ooit klaar zijn voor de Hel?

Duatlonspecial – Mijn weg naar de Hel #2

Mijn voorbereidingen naar de Hel lopen op hun eind. Heel rouwig ben ik daar niet om. In mijn vorige bericht vertelde ik over de zware trainingsmaand november. Ik moest niet heel diep gaan, maar vooral lang in het zadel zitten. Kilometers maken zoals dat heet. Vaak als het donker was of als het weer zich van z’n herfstigste kant toonde. Het was een uitdaging om mijn tijd zo optimaal mogelijk te besteden, aangezien ik ook bergen schoolwerk te verzetten had. De afgelopen week vormde de bekroning van mijn intensieve fietsmaand met een weektotaal van maar liefst 320 fietskilometers. Naar analogie met mijn vorige vergelijking fietste ik dus deze week tot in de banlieue van Parijs. Gelukkig, want ik zou niet kunnen aanzien hoe mijn geliefde Arc de Triomphe vernield werd. Hoe dan ook stond er vandaag een bijzondere training op de planning.

Ik ben van het principe dat je het maar beter zwaar kan hebben op training zodat je op het ergste voorbereid bent. Lastige weersomstandigheden (zon, regen, wind of sneeuw) schuw ik niet. Daarom loop ik dus bijvoorbeeld 33 kilometer als alles tegenzit. Trainen onder zware omstandigheden maakt mij mentaal sterker en daar put ik vertrouwen uit. Sportieve uitdagingen worden namelijk voor een aanzienlijk deel in je hoofd bevochten. Als het op training altijd leuk is en vlot gaat, is dat mentale deel onvoldoende voorbereid. Daarom zou ik twee weken voor de Hel een vagevuur-training afwerken. Die term bedacht ik uiteraard zelf: een training tussen hemel en hel als generale repetitie. Ik zou met andere woorden een halve Hel lopen en fietsen om mezelf en het herfstweer nog eens keihard tegen te komen.

Met een halve Hel bedoel ik dat ik de helft van elk individueel onderdeel zou afleggen. Zo vertrok ik dus vanochtend om 8u met een auto vol fiets- en loopmateriaal naar het park van Tervuren. De echte Hel vertrekt om 8u, maar om nu ook al in het donker te vertrekken, daar had ik even geen zin in. Mijn eerste deel van de generale repetitie bestond uit 7,5 kilometer lopen. Ik had mijn lange fietsbroek al aan om uit te testen of die ook comfortabel zat bij het lopen. Dat scheelt namelijk werk tijdens de wissel. Rond 8u30 vertrok ik voor een eerste rondje langs de vijvers. 7,5 kilometer lopen: dat kan ik ondertussen moeiteloos. Mijn fietsbroek deed prima dienst als loopbroek. De voorspelde regen bleek slechts lichte motregen te zijn, dus ik had er best zin in. Na deze vlotte start was het tijd voor een wissel naar fietskleding. Vervolgens zou ik, net zoals in de Hel, vijf fietsrondes afwerken over voornamelijk off-road terrein.

IMG_3452
Die arme Juan was helemaal besmeurd en had dus een grondige wasbeurt nodig.

De eerste fietsronde viel meteen goed tegen. Op de kilometers vlakke asfalt waar ik normaal vlot zou kunnen rijden, stond een harde tegenwind. Wind is de grootste vijand van de fietser. De moed zonk me in de fietsschoenen. Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens harder te regenen en waren mijn voeten al in modderklompen veranderd na amper 10 kilometer. Ik vervloekte mezelf voor dit verduivelde plan. Er was echter geen weg terug: het vagevuur had me opgeslokt. Na één ronde was ik al behoorlijk doorweekt. De tweede ronde werd het gelukkig droger en vond ik mijn ritme. Zoals verwacht liep het minder soepel in de derde ronde. Ik schakelde lomp en zat vaak maar wat te stampen. Het voordeel van dat vermoeiende stuk met de wind op kop was dat mijn jasje inmiddels droog was geblazen. Elk nadeel heeft zijn voordeel! De optimist in mij was terug van de partij. De laatste twee rondes begon ik wat stramheid te voelen, maar ik kon wel vlot blijven ronddraaien. Als gemiddelde wilde ik meer dan 20 kilometer per uur gemiddeld halen. Uiteindelijk legde ik mijn vijf fietsrondes af aan bijna 22 kilometer per uur. Missie 2 was geslaagd.

Het slotstuk van het vagevuur waren twee looprondes van samen 15 kilometer. Weer een wissel, maar mijn broek vol modder en natte sokken hield ik aan. Ik dacht niet te lang na en vertrok als een pijl uit een boog voor de finale. Het geeft een vreemd gevoel in je benen om te lopen vlak nadat je uren op de fiets hebt gezeten. Je lijkt de cadans van het fietsen te willen volgen, die natuurlijk veel hoger ligt. Mijn benen lieten zich echter niet kennen en leken me te willen bewijzen dat ze naast al dat gefiets toch primair gemaakt zijn om mee te lopen. Ik kon nauwelijks geloven dat ik aan mijn marathontempo liep en dat ook volhield. Al snel begon ik echter ook te voelen dat ik te weinig had gedronken op de fiets. Ik zette door, bleef gaan en finishte op een stevige beat van Dimitri Vegas & Like Mike. Het zat erop. Ik had geproefd van de hel en ik heb het gehaald.

In totaal heb ik vandaag vijf uur gesport. Conditioneel kon ik dat perfect aan. Ik heb geen spierpijn, maar voel wel in mijn lichaam dat ik lang bezig ben geweest. De grootste uitdaging voor de echte Hel zal zijn om goed in te delen en niet te veel vooruit te denken. Het werkt niet bepaald motiverend als je gaat uitrekenen hoeveel uren of tientallen kilometers je nog te gaan hebt. Nu ik dit in mijn eentje heb gepresteerd, durf ik te zeggen dat mijn hoofd alvast klaar lijkt te zijn voor het grote werk. De komende week zal een overgangsweek zijn waar ik me nog moet bekommeren om enkele praktische voorbereidingen. De druk zal sowieso wat van de ketel gaan zodat er minder moet. Wat rust en ontspanning zijn meer dan welkom.