Loperspraat – En toen scheen de zon in februari

Het was één van de wijsheden van mijn Oma: vanaf Lichtmis lengen de dagen. Ze had natuurlijk gelijk. Februari begon en *klik* de lichtschakelaar ging aan na een donkere en wispelturige januari. De zon scheen volop en het werd warm. Hier zit Oma zeker voor niets tussen: zij zou nooit gekozen hebben voor een voorzomer in februari. Ik genoot hoe dan ook van de aangename sporttemperaturen. Bye bye handschoenen op de fiets, hallo korte broek! Vorig jaar fietste ik nog niet in februari en liep ik die maand 380 kilometer. Zucht. Februari telde vorig jaar ook maar 28 dagen. Ik was er toen van overtuigd dat ik mij op en top aan het voorbereiden was voor mijn marathon in april. Dat werd dus niks. Integendeel: ik was me juist aan het klaarstomen voor een degelijke blessure. Nadat ik januari bombardeerde tot de maand van de trap wist ik dat ik het ook in februari verstandig moest aanpakken. Zoals wel vaker bleek dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Ik kroop dus vaak de fiets op. Dat is nog steeds mijn Orbea mountainbike, Juan genaamd. De maand begon uitstekend met een duatlondag bij Marike en Peter in de Kempen. Onderdeel 1 bestond uit een mooie fietsroute langs Averbode en de abdij van Tongerlo, met Peter als gids en compagnon de route. De zon scheen, maar er stond ook een schriele wind. Onderdeel 2 was een loopronde van 16 kilometer met Marike als gezelschap op de fiets. Sportdagen om in te kaderen zijn dat. Net zoals de trailtrainingen met Roos die elke twee weken op het programma staan. Wij weten namelijk als geen ander dat de basis van een goede zomervorm in de winter wordt gelegd. Na Holsbeek trokken we naar Heverleebos voor 20 heel natte en modderige kilometers door regen en wind. Het contrast met onze training van afgelopen zondag kon niet groter zijn. Toen liepen we namelijk 23 kilometer in de zon (= warm) langs de Demer (= vlak). Hoewel we maar weer eens ondervonden welke ongemakken lopen in de zon met zich meebrengt (een leren tong onder andere), was dit wederom een geslaagde training. Mijn langste duurloop van de maand bedroeg 26,5 kilometer en liep ik langs de Vaart (hartjes voor de eentonigheid) voor een groot deel in gezelschap van mijn mama op de fiets (hartjes voor de gezelligheid).

IMG_3851b
Met Peter: goed gezelschap, Kempenkenner en kleurrijk figuur

Op Valentijn had ik een heel zonnige date met Juan. We hadden dan ook iets te vieren: ons halfjarig jubileum. Ergens halverwege augustus zette ik me namelijk voor het eerst in het zadel van mijn Baskische vriend. Ons romantisch uitje smaakte naar de zomer en dus naar droge mountainbikeroutes. Ik begon te mijmeren over mijn voorbereiding voor de marathon in Brussel en hoe ik poging na poging ondernam om het parcours (Dé Lus) te verkennen op de fiets. Door de overdosis modder die ik voorgeschoteld kreeg in Kasterlee blijf ik nog steeds weg van het bos als dat er ook maar ietsje nat bij ligt. Op mijn mountainbikeroutes in Tervuren was ik de afgelopen maand terug van misschien nooit echt weggeweest. Ik kreeg wel het idee dat het bos zich wat in zijn onderbroek gezet voelt. De zon zet de natuur volop in de spotlights, maar die is eigenlijk nog niet klaar om zich in volle glorie te tonen. Wat je ziet zijn overbelichte plaatjes van een bruine en dorre natuur. Het bos schaamt zich, want het is duidelijk nog geen lente.

Nieuw leven was er wel te bewonderen in de puurste vorm: op 18 februari werd Vik Odeyn geboren. Een pracht van een zoon voor Seppe en Valerie, een broer voor Laurien en een neefje om nu al heel trots op te zijn! Februari was ook de maand van de beweging op school, al hoop ik dat hetzelfde op gaat voor de komende maanden. Met leerlingen uit het vierde jaar liep ik al behoorlijk wat mijlen. Telkens dus met goed weer en evenveel enthousiasme. Vandaag schalde er speciaal voor mij Avicii uit de box. Mijn leerlingen weten duidelijk hoe ze bij mij moeten scoren.

IMG_3865

Ondanks al dat sportplezier stapelen ook de zenuwen zich op. Over anderhalve week sta ik namelijk aan de start van de CPC Loop in Den Haag: een prachtige halve marathon die door de Haagse binnenstad langs de dijk en terug loopt. De onzekerheid zit in het feit dat ik vorig jaar na 3 kilometer geblesseerd aan de kant stond tijdens die wedstrijd: het begin van een moeilijke periode waarin ik mijn loopschoenen en -dromen tijdelijk moest opbergen. Ondertussen bewees ik al meermaals dat ik in staat ben om een halve marathon tot een goed eind te brengen. Sterker nog: ik liep zelfs een marathon. Er is echter een irritant stemmetje in mijn hoofd dat me zachtjes influistert dat het weer kan mislopen tijdens de CPC. Ik kamp dus met een CPC-trauma. Gelukkig is Roos volgend weekend van de partij om me over dat trauma heen te helpen. Een snelle tijd is geen prioriteit, een blessurevrije finish wel. Hopelijk heeft maart nog veel moois in petto.

Het moment – De magische mijl

Ik liet jullie al kennismaken met twee lopende leerlingen om trots op te zijn, maar elke leerling is uniek op haar of zijn eigen manier. Loper of gamer. Lezer of wetenschapswonder. Voorbeeldleerling of hangjongere. Dat is geen pedagogisch gezwets. Ik ben daar oprecht van overtuigd. Lesgeven vraagt veel geduld en overtuiging. Je moet soms wat meer moeite doen om de persoon achter het gedrag te ontdekken. Buiten het klaslokaal leer je de leerlingen vaak op een andere manier kennen. En zij jou. Daarom vind ik het een meerwaarde om tijdens de middagpauze met mijn leerlingen te gaan lopen. Niet alleen omdat beweging belangrijk is, maar omdat samen bewegen een verbindende activiteit is die de klasbanden aanscherpt. Ik heb het geluk dat ik op mijn school Koninklijk Atheneum De Ring goed omringd ben met enthousiaste collega’s die ook bereid zijn om hun sportiefste beentje voor te zetten. Vorige week werd het startschot gegeven voor de One Mile uitdaging die al aan zijn derde jaargang toe is.

Het Daily Mile project (vroeger One Mile a Day) werd in 2012 opgestart door Elaine Wyllie om leerlingen op basisscholen in het Verenigd Koninkrijk aan het bewegen te krijgen. Ze bedacht om de schooldag te beginnen door met alle leerlingen samen één mijl (1,6 km) te lopen. Loopplezier en samenzijn staan daarbij centraal. Ook in België werd het project opgepikt. Inmiddels nemen er al 7800 basisscholen verspreid over heel Europa aan deel. Toen we twee jaar geleden in april een sportdag organiseerden voor onze vierdejaars vond ik het een goede opwarmer om de week daarvoor dagelijks een mijl te gaan lopen. Voor schooltijd: vrijblijvend en van harte aanbevolen. Om leerlingen om 8u op school te krijgen om te gaan lopen, rekende ik niet alleen op mijn enthousiasme, maar bedacht ik ook enkele extraatjes. Elke dappere ochtendloper kreeg een gezonde versnapering na afloop en bij wijze van spelelement was er ook een klassencompetitie. Bovendien kon elke klasgroep een ontbijt verdienen als elke leerling een keertje mee kwam lopen. Tijdens die week kwamen er dagelijks zo’n 20 leerlingen van het vierde jaar lopen. Of dat aan mijn overtuigingskracht, dan wel aan de beloningen lag, laat ik het in het midden. Het project was geslaagd.

Vorig jaar zag ik het wat grootser: het project liep over meerdere weken met twee loopdagen per week waarop er zowel ’s ochtends om 8u als ’s middags om 13u gelopen kon worden. Ik blonk van trots toen bleek dat er op beide loopmomenten telkens een aanzienlijke groep van zo’n 30 leerlingen aan de start stond. Bovendien was ik klastitularis van een bijzonder sportieve klasgroep waar de One Mile een erezaak geworden was. Uiteindelijk ging maar liefst 95% van de vierdejaars eens mee lopen. Op de afsluitende sportdag werden de leerlingen die elke dag gelopen hadden nog eens in de bloemetjes gezet. Wederom een geslaagde sportieve missie. Dit jaar besloot ik er weer wat vroeger aan te beginnen, zodat bewegen op school een vaste waarde kan worden. Vorige week gingen we van start. Aanvankelijk met een bescheiden, maar wel heel enthousiaste groep lopers. Afgelopen dinsdag waren er 26 leerlingen van de partij. Tel ze maar na op de foto.

Dat ik die mijlmomenten magisch vind, is niets overdreven. Moeilijker is het om uit te leggen wat daar nu precies zo bijzonder aan is. Onze school ligt aan de ring in Leuven wat niet meteen een inspirerend parcours oplevert. Integendeel: we lopen langs de ring en moeten meestal twee keer bij het stoplicht wachten om over te steken. Door de jeugdige explosiviteit moet ik al meteen in turbomodus gaan om de eersten te kunnen volgen. Ik pas ook wijselijk voor de sprint die de die hards de laatste 100 meter inzetten. In mijn eentje zou ik niet op die manier 10 minuten lopen. Dat is echter helemaal ondergeschikt aan de positieve sfeer van samenhorigheid die er heerst gedurende die 1,6 kilometer. We doen iets heel eenvoudigs, maar het gebeurt samen. Hoewel we niet samen finishen, is er geen winnaar of verliezer. De koplopers leggen hun mijl af met twee vingers in de neus en zonder een druppel zweet te verliezen. De gezelschapslopers laten zich begeleiden door een stevige beat en met gebabbel. De doorzetters zijn elke dag weer blij dat het laatste stuk wat bergaf loopt.

Het valt op dat als er in een klas een harde kern van lopers ontstaat het project helemaal tot leven komt in die klas. Elke leerling voelt zich dan betrokken en wil zijn steentje bijdragen. Omgekeerd geldt ook dat als er minder animo is, het moeilijker wordt om de trein op gang te krijgen. Ik bekijk het zo dat elke leerling die mee komt een overwinning is. Aanmoedigingen en complimentjes geven: dat werkt voor ons allemaal immers stimulerend. Ik kijk uit naar nog meer magische mijlen. En wie er nog aan mocht twijfelen: een mijl kan je ook in jeansbroek lopen.

 

Loperspraat – Jonge gazellen Hermelijn en Elisabeth

Als leerkracht moet je je vak doodgraag zien, de materie tot in de puntjes beheersen en enthousiast worden van elk semi onbenullig detail. Langs de andere kant moet je dat ook allemaal kunnen relativeren. De tijd dat onderwijs gelijk stond aan kennisoverdracht ligt ver achter ons. Leraren zijn niet alleen vakidioten, maar ook opvoeders geworden. Dat is zonder enige twijfel een verrijking van het beroep. De impact die je kan hebben op een leerling kan zoveel verder reiken dan grammaticaregels of leesvaardigheid omdat je deel uitmaakt uit van de ontwikkeling van jongeren. Leraren zijn coaches en gidsen die niet alles weten, maar jongeren wel zoveel mogelijk proberen bij te brengen. Als het even kan ook inspireren, al zal dat niet bij elke leerling lukken. Het mooie van mijn beroep is dat dit geen eenrichtingsverkeer is. Ik leer dagelijks van mijn leerlingen. Ik mag dan wel dubbel zo oud zijn: zij inspireren mij net zo goed. Dit is het verhaal van twee lopende leerlingen die mij al veel hebben bijgebracht.

Hermelijn Engelen en Elisabeth van Nes zijn 15 jaar en zitten in het 4e jaar humane wetenschappen. Hermelijn (links op de foto) komt uit een voetballende familie. Ze begon zo’n twee jaar geleden met lopen toen haar vader van de kinesitherapeut moest gaan lopen. De enkele minuten lopen die afgewisseld moesten worden met stappen, gingen haar wat te traag en zo bouwde ze op van 1 kilometer lopen tot maar liefst 16 (!) aan een stuk. Ze had de smaak met andere woorden goed te pakken. Elisabeth loopt ook sinds twee jaar op regelmatige basis. Een paar keer per week trekt ze er op uit voor een rondje van zo’n 8 à 9 kilometer. Waar ze het over eens zijn, is dat vertrekken om te gaan lopen soms een opgave is, maar dat het uiteindelijk altijd goed voelt. Anderen zien lopen geeft ook zin om te lopen.

Elisabeth vertelt dat ze het belangrijk vindt om sportief en gezond te zijn. Ze voelt zich dan beter in haar vel. In stresserende periodes helpt lopen om rust in haar hoofd te krijgen. Vaak vertrekt ze dan heel snel, maar ervaart ze na verloop van tijd hoe de rust door haar lichaam trekt. Ze vergelijkt dit met een bol wol met knopen die ze geleidelijk aan kan ontwarren. Het liefst loopt ze in het bos, waar ze de route makkelijk kan aanpassen. Ze vindt het handig om te zien hoe ver en snel ze loopt, maar dat is geen doel op zich. Ook voor Hermelijn is gezondheid belangrijk en helpt lopen om onder andere de drukke examenperiode door te komen. Ze voelt zich blijer als ze na een examen gaat lopen en kan dan met een schone lei aan het volgende vak beginnen. Hermelijn loopt trouwens altijd rondjes op dezelfde Finse piste. Ze wil in haar hoofd namelijk niet bezig zijn met welke route ze moet volgen. Het repetitieve en routineuze van die rondjes werkt rustgevend. Ze ging één keer rond de vijvers in het Provinciaal Domein lopen, maar dat werkte niet voor haar.

Hermelijn loopt altijd zonder muziek omdat ze de natuur wil kunnen horen. De stilte helpt om weg te kunnen zinken in haar gedachten. Soms vergezelt haar zus of een vriendin haar. Elisabeth bevestigt dat lopen zonder muziek als een bevrijding kan aanvoelen, maar ze loopt ook graag met muziek. Dat heeft wellicht te maken met haar andere passie: dansen op folkmuziek. Enkele keren per jaar neemt ze deel aan folkbals, waar er met een grote groep gedanst wordt op rustige of opzwepende folkmuziek. Net zoals op die bals voelt ze tijdens het lopen hoe de muziek haar bewegingen leidt. Alsof iets in haar het overneemt en ze één wordt met de muziek. Haar ogen blinken als ze hierover vertelt. Dansen is voor haar dan ook nog net iets belangrijker dan lopen.

Wedstrijden lopen hoeft voor Elisabeth niet. Al probeert Hermelijn (die in december de Corrida liep in Leuven) haar wel te overtuigen. Zij stond aanvankelijk ook niet te springen om in de massa te lopen. Nu waardeert ze dat juist omdat iedereen letterlijk, maar ook figuurlijk dezelfde weg aflegt. Elke loper heeft hetzelfde doel en dat werkt verbindend. Vaak volgt ze iemand die hetzelfde tempo loopt (ze is zo beleefd om dat vooraf te melden aan de loper in kwestie). Snelheid houdt haar wel bezig, maar primeert niet. Elisabeth gaat soms lopen met haar vader (ze vindt hem wel een beetje traag) en ze overtuigde haar zus om te beginnen lopen. Hermelijn kampt helaas al enkele maanden met een hardnekkige scheenbeenvliesontsteking. Dat betekent dat ze de langere afstanden die ze gewend is te lopen momenteel links moet laten liggen. Met pijn in het hart uiteraard. Dat blijkt uit de verontwaardigende toon waarmee ze spreekt over het onrecht dat haar wordt aangedaan. 5 kilometer gaan lopen voelt voor haar niet als lopen en het lijkt zinloos om daar de loopschoenen voor aan te trekken. Ze gaat nu ook zwemmen en probeert dagelijks een work-out te doen.

Als ik met Hermelijn en Elisabeth over lopen praat, dan herken ik daar veel van mezelf in: de ongedwongenheid die lopen betekent en het louterende effect bijvoorbeeld. Elke loper heeft zijn eigen gewoontes en voorkeuren, maar op onversneden loopplezier staat geen leeftijd. Zeg nu nog eens dat jongeren niet graag bewegen. Ik wil Hermelijn en Elisabeth nog eens bedanken voor het leuke gesprek tijdens de middagpauze en ik wens hen nog heel veel loopgeluk toe!

Loperspraat – Januari is de maand van de trap

Er gebeurde weinig spectaculairs in januari, maar toch was het een uitdagende maand. In eerste instantie zorgde het winterweer ervoor dat zelfs ik er wel eens minder goedgemutst op uit trok. Ik kreeg het idee dat de weergoden mij genadeloos afstraften voor mijn positiviteit over het winterweer. Werkelijk alles passeerde de revue: regen, wind, sneeuw, koude en als kers op de taart kreeg ik maandag nog een fikse hagelbui over me heen. Een andere uitdaging was om na de drukke voorbereidingsmaanden voor de Hel weer een normaal sportritme te vinden. Het kostte tijd in mijn hoofd om in te zien dat mijn norm van een normaal sportregime wat verstoord was. Ik kon de vrijgekomen tijd dus niet meteen omarmen omdat ik de intensieve trainingen en het gevoel om toe te leven naar een groots doel miste. Inmiddels is mijn sportkompas helemaal afgesteld op de marathon van Parijs die al over 10,5 week op het menu staat.

Toen ik dat eenmaal helder voor ogen had, kwam ik tot de conclusie dat de trap centraal stond in januari. Zowel in letterlijke als figuurlijke zin. Ik zocht en vond namelijk een geschikte trap om de de oefeningen die ik van mijn kinesitherapeut kreeg uit te voeren. Het zit zo: mijn lichaam kent geen geheimen voor kine Kathelijn. Iets camoufleren of verstoppen is onmogelijk. Zij weet als geen ander de zwakke plekken in mijn lijf aan te duiden. Naast mijn rug die af en toe wat aandacht opeist, bleek de sprongkracht en explosiviteit in mijn enkels te wensen over te laten. Lopen is een symmetrische sport, maar mijn linkerbeen bakt er beduidend minder van dan mijn rechter, dat ook al ondermaats presteert. Die scheve situatie moet ik dus zien recht te trekken. Bij de trapoefeningen moet ik vinnig en explosief (alles wat ik dus niet ben) in verschillende tijden de trap op springen: op twee benen of hinkelend. Dat is op z’n zachtst gezegd pittig, maar ik ben een voorbeeldige patiënt en ik neem mijn oefeningen heel serieus. De trap dus: op en af, opnieuw en opnieuw.

Mijn doel is simpelweg om me zo goed mogelijk voor te bereiden op de marathon in Parijs. Ik bekijk het zo: ik sta nu aan de voet van een trap met uitzicht op een sportieve uitdaging. De vraag is hoe ik die best kan op lopen om niet half struikelend, volledig uitgeput en buiten adem boven te komen. In het dagelijks leven heb ik namelijk al eens de neiging om de trap haastig met twee passen tegelijk op te lopen. Ook bij sportieve doelen kwam ik al eens in de verleiding om onbezonnen naar boven te sjezen. Ik miste onderweg al eens een trede, maar dat had niet meteen dramatische gevolgen. Je vergroot wel de kans op een accident de parcours, waarbij je lelijk valt en je flink bezeert. Het is dus verstandiger om met kordate pas beheerst de trap te bestijgen. Uiteraard moet je je niet angstvallig aan de leuning vastklampen, zo lang die wel binnen handbereik is. Ik probeer nu dus op die manier naar Parijs toe te werken. Mijn basisconditie is al meer dan degelijk. Om de houvast te vergroten, voegde ik ook weer stabiliteitsoefeningen toe aan mijn programma. Die doe ik bij voorkeur trouwens in het bos: dat is zoveel aangenamer dan binnen op een matje.

img_3700

Moet het nu dan allemaal veilig? Mag er dan helemaal niks zots meer? Natuurlijk wel! Af en toe moet het hard en roekeloos gaan, onbesuisd naar boven of beneden vlammen: ook dat is training. Op 6 januari liep ik mijn eerste wedstrijd van het jaar: de Naturarun in Holsbeek, goed voor 18 kilometer onvervalst trailplezier. Na mijn overdosis modder in de Hel had ik het op de fiets wel gehad met de nattigheid. Die vlieger gaat echter niet op voor lopen. Het was modderig en ook de hoogtemeters van het Chartreuzebos waren niet van de poes. Een glibberige valpartij in de laatste kilometers konden niet beletten dat ik als vierde eindigde en daar was ik meer dan tevreden mee. Ook Roos doorstond het slijk en de hoogte met glans. In juli lopen we de 36 km La Chouffe trail, dus nu voeren we op regelmatige basis gezamenlijke trailtrainingen in. Afgelopen zondag liepen we ruim anderhalf uur in de regen door datzelfde Chartreuzebos. We improviseerden de route op goed geluk bij elkaar, testten een nieuwe techniek uit om recht te blijven op een schuine modderkant en we genoten van de natuur met volle teugen. Roos is zo’n aangenaam gezelschap dat ze haar geld zou kunnen verdienen als professionele loopcompagnon: de Roos Running (of Running Roos?) bvba. Al zouden haar overgevoelige schenen niet zo gelukkig zijn met die carrièreswitch.

Goed gezelschap vond ik trouwens ook onverwacht op wat de enige zonnige fietsdag van de maand bleek te zijn. Op een zaterdag werd ik geheel toevallig ingehaald door niemand minder dan de duivel van Kasterlee, door mij beter gekend als mijn broer Seppe. Al was het scenario nu anders dan in Kasterlee: we reden langer dan een seconde samen. Het werd een echte fietstocht waarbij Seppe me een prachtige toer voorschotelde. We hadden meer dan genoeg gespreksstof om bij te praten. Ik vertoefde trouwens ook in mooi gezelschap op de marathonlijst van Runner’s World. Mijn 3:24:27 die ik in oktober liep in Brussel was goed voor een 85e plaats bij de Belgische dames. Het viel me op dat er opvallend veel Jokes in die lijst staan. Februari belooft in ieder geval nog meer familiaal sportplezier. Zondag zak ik af naar de Kempen voor een sportieve dag met Marike en Peter. Zij hebben ook een heel mooie trap. Dat opent perspectieven.

Het boek – Het wonderlijke verhaal van Gobi en Dion

Een competitieve ultraloper, een zwerfhondje en het desolate landschap van de Chinese Gobi woestijn: die drie ingrediënten vormen de basis van het onwaarschijnlijke avontuur dat de Australiër Dion Leonard overkwam. Overkwam ja, want toen Dion in juni 2016 streed voor de overwinning in de Gobi Desert Race wist hij niet dat de 250 kilometer die hij al lopend zou afleggen peanuts zouden zijn in vergelijking met de maandenlange strijd om een Chinees zwerfhondje terug te vinden en het in zijn thuisbasis Edinburgh te krijgen. Uiteindelijk is de gezinsuitbreiding een feit ruim een half jaar nadat Gobi (zoals het hondje logischerwijze wordt gedoopt) haar uitverkoren baasje meer dan 100 kilometer volgde door de woestijn. Hét ultieme bewijs dat sprookjes bestaan. The amazing true story is inmiddels een bestseller in boekvorm getiteld Finding Gobi (2017). Gobi gaat zelfs naar Hollywood. Figuurlijk dan, want ook de filmrechten werden verkocht. Het verhaal van Gobi en Dion is buitengewoon en laat niemand onberoerd.

Ik vertelde al eens hoe ik vroeger smulde van dramatische dierenverhalen met goede afloop. Als loper en dierenvriend is dit boek mij op het lijf geschreven. Bovendien was ik ook geprikkeld door het verhaal van zo’n ultrarace. Met ultra worden alle afstanden aangeduid die langer dan een marathon zijn. Wat drijft die mensen in godsnaam om in zes dagen tijd 250 kilometer af te leggen door de woestijn, weg van alles en iedereen? Het antwoord van Dion is niet omdat ik zo graag loop. Integendeel: hij zegt onomwonden dat hij niet van lopen houdt. Wat hem drijft is de competitie: de race winnen dus. Dion begint op latere leeftijd te lopen in navolging van zijn vrouw Lucja, inmiddels eveneens een ervaren ultraloper. Het is voor hem een uitgelezen kans om komaf te maken met zijn overgewicht. Hij bouwt veel te snel op naar een halve marathon nadat hij een weddenschap afsluit met een vriend die hij met vijf minuten wil verslaan. Dat lukt: Dion finisht in 1:34. De wedstrijdloper is geboren.

Bij ultraraces van dit kaliber leggen de lopers dagelijks één à twee marathons af door zand, over rotsen, zonder bewegwijzering en onder een loden zon. Overnachten gebeurt in een tentenkamp. De lopers voorzien zelf hun voedsel en dragen dat ook mee tijdens de race. Een douche nemen is geen optie. Onderweg zijn er enkele bevoorradingsposten met water, beperkt uiteraard. Bikkelharde omstandigheden waar ultralopers zo’n 4000 dollar voor neertellen. Dion is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij vertrekt in juni 2016 naar China met als doel de Gobi Desert Race te winnen. Na afloop van de eerste racedag snuffelt er een hondje rond in het tentenkamp. Ze charmeert de lopers die wat van hun schaarse voedsel met haar delen. Dion blijft uit haar buurt voor het besmettingsgevaar. Zijn verwondering is dan ook groot als het dappere hondje bij de start van de tweede etappe aan zijn voeten staat en met hem begint mee te lopen. Ze houdt vol en volgt zijn stevige tred. Dion waardeert het gezelschap van het gek ogende hondje. Ze biedt hem de nodige afleiding. Hij gaat uiteindelijk overstag en deelt water met haar. Zijn compagnon wordt Gobi gedoopt. Samen overschrijden ze de finishlijn van de tweede etappe.

Die avond slaapt Gobi opgekruld tegen hem aan. Ook tijdens de derde etappe volgt ze Dion. Als hij haar oppakt bij een gevaarlijke wateroversteek beseft hij dat ze bij hem hoort. Na dag drie heeft Gobi 77 mijl met Dion meegelopen zonder dat ze overdag eten kreeg. Een straffe prestatie voor een hondje dat ongeveer 8 kilo weegt. Dion beslist om haar de volgende dagen bij de organisatie te laten zodat ze wat kan uitrusten, ook al mist hij haar gezelschap. ’s Avonds wijkt ze niet van zijn zijde. Op dag vijf staat er een dubbele marathon op het programma en dit bij een temperatuur van boven de 50 graden. Dion staat tweede in het algemeen klassement en weet dat hij de koploper kan verslaan. Dat pakt anders uit als hij terugkeert om een concurrent bij te staan die lijkt te bezwijken onder de verzengende hitte. Dion verspeelt daardoor zijn kans op winst en strandt op de tweede plaats in het eindklassement. Omdat de afsluitende zesde etappe slechts 10 mijl omvat zal hij de Gobi Desert Race dus niet winnen. Plots lijkt dat allemaal relatief. Hij staat voor een grotere uitdaging: zijn trouwe loopmaatje Gobi van China naar de UK krijgen.

Gobi’s verhaal is intussen viraal gegaan. Niet alleen de sociale media, maar ook de grote kranten pikken het onwaarschijnlijke verhaal van het hondje met de vechtersmentaliteit op. Een dier vanuit China naar Europa te krijgen kost niet alleen veel papierwerk, maar ook veel centen en bovenal tijd. Er geldt namelijk een lange quarantaineperiode. Dion en zijn vrouw starten crowdfunding op om de kosten te dekken. Gobi krijgt haar eigen Facebookpagina en zo meteen heel wat trouwe volgers. Het unieke verhaal raakt menigeen en voor ze het goed en wel beseffen is er 20.000 dollar ingezameld om Gobi thuis te krijgen. Die verblijft inmiddels bij iemand van de organisatie in de noordelijk gelegen stad Urumqi. Terwijl Dion druk bezig is de reis te plannen, komt er als een donderslag bij heldere hemel slecht nieuws uit China: Gobi is ontsnapt en zwerft door de straten van Urumqi. Verbijstering alom. Contactpersonen worden ingeschakeld en Dion besluit dat hij niet anders kan dan naar Urumqi afreizen om de zoektocht te leiden. Dat is geen sinecure in een troosteloze stad die wordt gekenmerkt door interne spanningen, druk verkeer, luchtvervuiling, duizenden zwerfhonden en vooral geen huisdierencultuur.

Een speld in een hooiberg vinden is kortom gemakkelijker dan een hondje in Urumqi. Tot er op een avond een mirakel plaatsvindt en Gobi wordt gevonden. Eind goed, al goed zou je dan denken. Niet in dit geval. Wat volgt heeft veel weg van het betere thrillerwerk. Gobi mag dan inmiddels een ster zijn met duizenden YouTube volgers, de procedures nemen tijd in beslag. Bovendien zijn ook de omstandigheden waarin Gobi verdween dubieus te noemen. De vraag rijst of ze met opzet werd gedognapt om losgeld te verkrijgen. Alsof die dreiging nog niet volstaat, wordt het duo ook nauwlettend in de gaten gehouden door de Chinese autoriteiten. Door de wereldwijde media-aandacht wordt angstvallig gecontroleerd of Dion in zijn communicatie met de buitenwereld China in een slecht daglicht zet. Hij wordt gelukkig bijgestaan door enkele locals met een groot dierenhart, maar hij vertrouwt niemand en durft Gobi geen seconde alleen te laten. Uiteindelijk kiest hij ervoor om met haar naar Peking te reizen en daar drie maanden door te brengen vooraleer ze definitief naar Europa vertrekken. Het alternatief is een verplichte quarantaineperiode van vier maanden in een deprimerende kennel nabij Heathrow Airport. In januari 2017 is het dan eindelijk zover en worden Dion, Gobi, Lucja en hun kat Lara een echt en vooral hecht gezin in Edinburgh.

Wat heb ik genoten van dit boek. Aanvankelijk vond ik dat het een tikje dramatisch klonk, maar het is een ijzersterk verhaal dat met een krachtige stem en goede vaart wordt verteld. Hoewel ik gerust meer had willen lezen over de race zelf, bleek die onmenselijke prestatie in de woestijn niet het hoogtepunt te zijn, maar de tijd die een paranoïde Dion doorbrengt met Gobi op een triestig appartementje in China. De dramatiek en suspense worden met veel gevoel vakkundig toegediend. Ook al ken je de goede afloop, je bent er pas echt gerust in als het boek uit is. Op YouTube is trouwens een schat aan beeldmateriaal te vinden van Gobi en haar baasjes. Ook daar heb ik inmiddels al van genoten. Ik hou mijn hart wel vast voor de film. Het wordt een huzarenstukje om een ongeloofwaardig verhaal als dit zonder al te veel tierlantijntjes geloofwaardig neer te zetten. Voor de rol van Gobi zullen zo’n 20 honden worden ingezet. Volgens mij kan enkel Daniel Craig de rol van Dion Leonard voor zijn rekening nemen.

Noot: op de foto zien jullie Benji, het uitzonderlijke konijn van Roos en Niko. Achter dit huisdier gaat ook een wonderlijk verhaal schuil.

Loperspraat – Klein geluk #1

Geluk biedt zich aan in vele gedaantes. Soms hoor je het van mijlenver naderen en komt het alles overweldigend met luide trom langs de voordeur naar binnen gedenderd. Veelal zit het ergens verstopt in een klein hoekje waar je er door de haast vaak over kijkt. Of je vindt het in een eenvoudig gebaar dat je eerst niet had opgemerkt. Dat geldt ook voor lopersgeluk. Er zijn de Grote Momenten waar je naartoe leeft en waardoor je dagen op wolkjes kan lopen (vaak wel wat strammer dan je zou willen). Nadat de euforie van de prestatie is gaan liggen, besef je dan dat het juist de kleine dingen zijn die de ervaring memorabel maken. Ik liep vandaag in de sneeuw en mijn gelukscurve kende vele piekjes. Hier volgt een opsomming van de kleine geluksmomenten die ik als loper zoal beleef.

  • in de sneeuw lopen en het gekraak horen bij elke pas die je zet
  • in de sneeuw lopen en het eerste spoor kunnen maken of een dierenspoor volgen
  • over of in waterplassen of ijs springen
  • bekenden die mijn pad kruisen enthousiast begroeten
  • onbekende lopers die mijn pad kruisen samenzwerend toeknikken (wij begrijpen elkaar) waardoor je het idee krijgt deel uit te maken van één grote geheime loopclub
  • onbekende lopers die ondertussen al zo vaak mijn pad hebben gekruist enthousiast begroeten alsof het bekenden zijn
  • op vrijdag na school gaan lopen om de week te vieren en het weekend een kickstart te geven
  • koeien die me aanstaren terwijl ik hen al lopend en zingend passeer
  • reeën die jaloersmakend elegant door het bos dartelen en springen
  • katten die je verontwaardigd aankijken omdat je hen durft aan te kijken
  • de dagelijkse routine van katten uit de buurt kunnen doorgronden
  • ’s ochtends gaan lopen en het idee hebben dat je een stap voor hebt op zowat iedereen omdat je de wereld ziet ontwaken
  • ’s ochtends gaan lopen en schaamteloos binnen gluren om te zien hoe er gezwegen wordt aan de ontbijttafel
  • een stoplicht dat op groen springt als je net in een goede flow zit
  • een stoplicht dat op rood springt als je net toe bent aan een adempauze
  • impulsief beslissen om een onbekend weggetje in te slaan dat dan toevallig heel goed uitpakt
  • een plaats ontdekken die aanvoelt als vakantie, maar eigenlijk heel dicht bij huis is
  • met wat kou op het lijf en een kap over je hoofd vertrekken en dan na 1,5 kilometer vaststellen dat de innerlijke thermostaat is aangeslagen en het grote zweten kan beginnen
  • de opluchting en het stiekeme van een heel noodzakelijke plaspauze
  • mijn Stance kousen die altijd perfect zijn voor elk weer, elke uitdaging en passen bij elke outfit
  • voor de eerste keer lopen met nieuwe schoenen die je het gevoel geven dat je zelf niets meer hoeft te doen
  • met lichte tegenzin vertrekken en dan onverwacht heel vlot kunnen lopen
  • met lichte tegenzin en zware benen vertrekken om dan heel hard te genieten van het buiten zijn
  • met lichte tegenzin vertrekken en omdat het dan eigenlijk zo plezant is steeds een extra lusje maken
  • met lichte tegenzin vertrekken en dan nog zoveel energie hebben als je thuis bent dat je er nog een hele work-out achteraan gooit
  • voelen dat je batterijen steeds meer opladen hoe langer je onderweg bent
  • denken dat het bos alleen van mij is
  • denken aan een mooi loopmoment dat echt gebeurd is of iets dat nog staat te gebeuren en daar kippenvel van krijgen
  • Dog Days Are Over van (hoe kan het ook anders) Florence dat altijd het juiste lied op het juiste moment is: happiness hit her like a train on a track
  • de zon die onverwacht doorbreekt waardoor het lijkt alsof die ene straal juist op jouw gezicht geprojecteerd wordt
  • de seizoenen zien veranderen in het bos en dat plots overal voelen
  • de geur in het bos nadat het geregend heeft
  • plots zoveel ideeën krijgen voor een project dat je als je thuis komt meteen alles moet opschrijven
  • nadenken over wat je gaat eten als je thuis bent
  • een chocomelk (soja) drinken als je thuis bent terwijl je nog aan het nazweten bent

img_3687

Loperspraat – Waarom winterweer goed loopweer is

De dagen mogen dan al weer ietsje langer worden, veel is daar nog niet van te merken door de grijze deken waar we in ondergedompeld worden. 2019 kent een grijze en natte start. Het is winter en dat is het nog een kleine twee maanden. Je hoeft geen expert te zijn om te weten dat ons klimaat de pedalen kwijt is. We kunnen dus maar beter ook een beetje opgelucht ademhalen dat het weer zich wat winters gedraagt. Van mij mag het gerust gaan vriezen en sneeuwen, als er ook wel zon is om me aan vast te klampen. Een mens wordt doorgaans niet vrolijk van de grijze lucht, wind en regen waar we de afgelopen dagen op getrakteerd werden. Voor een loper daarentegen is winters weer wel degelijk goed weer. Genoeg redenen om er dus in een sombere januari een loopfeestje van te maken.

Als het in de wintermaanden kouder, natter en donkerder wordt, zijn we sneller geneigd om ons in de warme cocon binnenshuis op te sluiten. Met een dekentje in de zetel zitten suffen, klinkt dan aantrekkelijker dan erop uit trekken in guur weer. Juist in de wintermaanden is het belangrijk om buitenlucht op te snuiven: een frisse neus halen of een luchtje scheppen, zoals dat heet. Bij voorkeur in daglicht! Een mens heeft nu eenmaal een dagelijkse dosis echte buitenlucht nodig om goed te kunnen functioneren. Dat is gewoon zo. Nadien zit je eens zo goed in die comfortabele zetel. In de nieuwste Running.be las ik trouwens dat in de koude sporten goed is voor je immuunsysteem en dat buitensporters de helft minder kans hebben om verkouden te worden. Voila. Verkies dus de buitenlucht boven een te fel verlichte en slecht verluchte fitnessruimte.

Ik hou van de uitspraak dat er meer zuurstof in de lucht zit als het regent of net geregend heeft. Wetenschappelijk gezien blijkt dit echter geen keihard feit te zijn. Wel werd vastgesteld dat de ideale looptemperatuur zo’n 7 °C bedraagt. Bij die temperatuur zou je de beste (en snelste) loopprestaties kunnen leveren. Dat is zeker niet koud als de richtlijn is dat je 10 graden aan de buitentemperatuur moet toevoegen om te weten hoe je je moet kleden voor een looptraining. Is het bijvoorbeeld 15 °C, dan moet je je dus kleden alsof het 25 °C is: met een korte broek en korte mouwen. Volgens die redenering is 7 °C dus inderdaad een aangename looptemperatuur. 20 °C is al veel te warm. Aangezien ik ben uitgerust met een oerdegelijke thermostaat heb ik nooit koud als ik ga lopen. Mijn papa zei ooit: koud hebben bij het lopen, is een luxeprobleem. Dat warmbloedige lichaam is namelijk een familietrek.

Begrijp me niet verkeerd: ik verkies zon en warmte boven regen en koude. Het leven ziet er gewoon beter uit als de zon schijnt. Met pijn in het hart denk ik terug aan al die fantastische kilometers die ik de afgelopen snikhete zomer aflegde. Voor het gemak vergeet ik dan meteen ook de liters zweet die ik toen verloor (die uitstekende thermostaat dus), de dorst die ik daardoor continu leek te hebben, de lichamelijke gevolgen van dehydratatie en – niet te vergeten – de obscure insectenbeten die ik verzamelde op de vreemdste plaatsen. Een loper moet in de zomer heel wat concessies doen en trainingen strategisch inplannen. Bij echt warme temperaturen is het bovendien niet verantwoord om zware inspanningen te leveren. In de winter verlies je minder vocht en ook energie aan het regelen van de temperatuur. Geen insect denkt eraan om lopers lastig te vallen.

Mijn geliefde bos oogt momenteel vooral bruin en troosteloos. 50 shades of brown om de verbeelding te prikkelen. In de tristesse van kale bomen en een modderige ondergrond zit ook wel een zekere schoonheid verscholen. Je kan de lente en herfst in het bos pas echt waarderen als je ook de wintertoestand volop hebt ervaren. In de koude op de fiets zitten met een portie regen en wind kan ronduit lastig zijn. In die mate dat zelfs mijn doorgaans positief ingestelde gemoed er last van heeft. Na mijn 116 modderige mountainbikekilometers in Kasterlee heb ik voorlopig dan ook geen behoefte aan fietsen in de modder. Al lopend zijn wind, regen en modder helemaal niet erg. Het is warmer dan op de fiets en met degelijke schoenen en goede sokken krijgt geen regenbui of modderstrook je klein. Sterker nog: het kind in mij wordt wakker door eerst over plassen te springen (wat meteen ook goed is voor mijn beperkte sprongtechniek) en er nadien gewoon heel hard door te plenzen. Als kind gaf ik namelijk nooit toe aan de drang om in plassen te springen omdat ik slim genoeg was om te beseffen dat een natte broek lastig is. Een loopbroek wordt nooit echt nat en verdwijnt meteen in de was. Geen vuiltje aan de lucht dus. En om er nog een schepje positivisme bovenop te gooien: in de modder kan je niet vallen, maar glij je uit en land je zacht. Dat heb ik zondag aan den lijve ondervonden toen ik met veel enthousiasme een glibberige afdaling nam tijdens een trailrun. Hoppa, naar buiten!

img_3571

 

Loperspraat – Mijn sportieve plannen voor 2019

Ik sloot 2018 succesvol af met een snelle tijd op de Eindejaarscorrida in Leuven. Zo snel dat ik voor de eerste en wellicht ook enige keer Seppe versloeg met zomaar eventjes twee minuten. Met dank aan de seingevers die hem de verkeerde kant opstuurden waardoor hij geen 11 kilometer liep zoals ik, maar 15. Ach ja, soms staat het geluk gewoon aan je zijde. Een nieuw jaar dat betekent weer volop nieuwe loopplannen maken. Gisteren hadden Roos en ik daar een officiële meeting over: met agenda’s erbij en notities maken. We besloten dat het loopplezier voorop staat en dat we bijgevolg verstandig zullen omspringen met ons lichaam om ten allen tijde blessures te vermijden. Verstandig doseren is de sleutel voor een geslaagd voorjaar. Dat liep vorig jaar mis. Ik nam mijn taak als coach toen serieus en sleurde mijn pupil Roos mee naar verschillende wedstrijden. Dit jaar zal mijn enthousiasme niet afnemen en zal ik evengoed tot vervelens toe blijven doordrammen over lopen, maar dan wel als actieve loper en niet als mankende toeschouwer.

Het speerpunt van mijn voorjaar is de marathon van Parijs op 14 april. Twee jaar geleden liep ik de Paris Marathon al eens. Mijn symmetrische eindtijd van 3:21:23 was goed voor mijn snelste marathontijd. Als er iets is wat ik heb geleerd dan is het dat een snelle tijd relatief is en dat je die vooral loopt als je het niet verwacht. Hoe meer je je richt op de tijd, hoe minder je mee krijgt van de ervaring. Een jammerlijke zaak. Ik weet nu dat het parcours in Parijs in de categorie uitdagend valt. Een gewaarschuwd loper is er in dit geval minstens twee waard. Ik weet nu dus ook dat een zwaarder parcours mij niet noodzakelijk klein krijgt. Mijn doel is simpelweg om goed voorbereid aan de start te staan, stress tot een minimum te beperken en er vooral heel veel deugd van te hebben. Ik kan immers rekenen op een uitgebreid ondersteunend team, bestaande uit mijn zussen, mama én tante. Een weekend om nu al heel erg naar uit te kijken!

Om die goede marathonvorm te bekomen is het vooral zaak om niet te hard van stapel te lopen. Dankzij mijn intensieve voorbereidingsperiode voor de Hel is mijn vorm op dit moment namelijk al goed. Ik verlang wel naar de duurlopen, want kilometers maken langs de Vaart: dat is één van de dingen die ik het allerliefste doe. Om te voorkomen dat ik als een dolle te keer ga en dat de loopteller te veel doorslaat, blijf ik zeker ook fietsen. Al is het maar uit liefde voor Juan, mijn zwart-groene Orbea. Januari en februari zijn overgangsmaanden waarin het lengen van de dagen eindelijk voelbaar zal zijn. Aanstaande zondag lopen Roos en ik een nieuwkomer op de trailrunning kalender: de Naturarun in Holsbeek. Met 520 hoogtemeters over 18 kilometer een pittige onderneming, maar wel eentje op prachtig terrein. Een mooie afstand en uitdaging om het seizoen mee te beginnen.

We kijken nu al reikhalzend uit naar de CPC Loop in Den Haag op 10 maart, waar we de halve marathon voor onze rekening zullen nemen. CPC staat voor city-pier-city omdat je vanuit de prachtige Haagse binnenstad naar en langs de kustdijk loopt om dan terug te keren naar de stad. De CPC is voor ons niet minder dan een familie-evenement, aangezien onze oudste neef Maarten met zijn gezin in Den Haag woont. Telkens een blij weerzien! Enkele vaste waarden van dit weekend: supporteren voor onze neefjes Senne en Lev bij de kids run, bijpraten met Irene, een beetje (heel klein beetje) lachen met Maarten die elk jaar van plan is om de halve marathon te lopen, maar uiteindelijk toch kiest voor de 10 kilometer en genieten van de sfeer op het Malieveld. Vorig jaar eindigde mijn CPC Loop na 3 kilometer met een blessure. In 2017 stond Roos geblesseerd aan de zijlijn. Dit jaar gaan we dus allebei eenvoudigweg voor een start en finish zodat het weer een geweldig weekend in Den Haag wordt. Vijf weken voor mijn marathon geeft een goede halve lopen bovendien veel vertrouwen.

img_3603
Zoek onze familie.

Ik vertelde al eens dat ik sportief uit de startblokken schoot in 2014. Samen met Roos liep ik toen in mei de 20 km van Brussel. Mijn voorbereiding verliep geheel volgens eigen wijze, maar we haalden wel ons doel en liepen voor het eerst in ons leven 20 kilometer aan een stuk. Dat was op z’n zachtst gezegd een ervaring om niet snel te vergeten. De 20 kilometer van Brussel gaat dit jaar door op 19 mei en wij zullen natuurlijk niet ontbreken. Lopen in Brussel is namelijk altijd een genoegen. De hoofdstad laat zich perfect combineren met allerhande groene plekken en hoogtemeters. In maart gaan we dan ook al eens poolshoogte nemen in het Brusselse. Op 17 maart staat er een wedstrijd in Elsene op het programma en op 31 maart de Brussels 10 Miles met start en finish in het Koning Boudewijnstadion.

In de zomervakantie staat ons familieweekend in Houffalize op de planning waar er, hoe kan het ook anders, gelopen moet worden. Twee jaar geleden liep ik er met papa de La Chouffe trailrun van 50 kilometer, vorig jaar liep hij met Roos 25 kilometer. Om de kerk in het midden te houden gaan we dit jaar wellicht voor 36 kilometer onvervalst trailplezier. Een trail lopen is namelijk altijd een goed idee: in een ontspannen sfeer genieten van de groene omgeving omringd door sympathieke lopers. Soms kan het heel simpel zijn. In Houffalize ontstaan al eens grootse najaarsplannen: deelnemen aan de Hel is daar een voorbeeld van. De plannen voor het najaar zijn nu nog onder voorbehoud. Het idee is echter dat ik samen met Roos een marathon zal lopen, waarbij ik mijn diensten als haas zal aanbieden. Waarschijnlijk gaan we voor de marathon van Brugge op 20 oktober. Papaatje, als je dit leest: aansluiten kan altijd. Het mooie van plannen maken, is dat ze ook zo gewijzigd kunnen worden. Er zal echter gelopen worden in 2019, zoveel is zeker.

De muziek – Mijn soundtrack van 2018

2018 loopt op zijn laatste benen. Tijd voor lijstjes en overzichten met originele vragen en gevatte antwoorden. Op tv worden filmische jaaroverzichten uitgezonden met de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn als je door professionals zo’n compilatie zou laten maken van je eigen jaar, compleet met heroïsche muziek en al. Het nadeel is dan wel dat die mensen je paparazzi-gewijs doorheen het jaar constant op de hielen zouden moeten zitten. Weg privacy. Gedaan met de kluizenarij waar ik al eens van hou. Bovendien ben ik ook niet zo van de beelden. Ik maak wel foto’s, maar bij sportieve gebeurtenissen zijn die erg beperkt. Als ik een marathon loop, dan is het minste van mijn zorgen hoe en of dat wel op de gevoelige plaat vastgelegd wordt. Ik koester mijn ervaring en de plaatjes die ik schiet in mijn hoofd meer dan de actiefoto’s die ter plaatste genomen worden. Mijn jaar laat zich dan ook beter samenvatten in woorden en muziek.

In januari had ik een duidelijk doel voor ogen: in april zou ik een snelle marathon van Rotterdam lopen. Ik trok lessen uit 2017 waarin ik maar liefst vier marathons liep: dat was om verschillende redenen niet ideaal. Bovendien liep ik te vaak vanuit een frustratie en boosheid. Ik verloor mezelf wat en daarmee ook het initiële geluk dat lopen mij schenkt. De rust keerde weer in mijn hoofd en daarmee ook een grote drive om hard te trainen. Te hard eigenlijk. Tijdens mijn duurlopen eindigde ik altijd met het prachtige album Cleopatra van The Lumineers. Net zoals de Egyptische koningin waande ik me onaantastbaar. Ik staarde me blind op de kilometers die ik moest lopen en de tempo’s die ik moest halen. De kroniek van een aangekondigde dood: in maart stond ik na amper drie kilometer van de halve marathon in Den Haag langs de kant. Ik kon niet meer op mijn linkerbeen steunen. Drie weken liep ik met een kruk. Weg marathondroom. This is the end, my only friend the end: zoals wijlen Jim Morrison het zong. Met pijn in het hart keek ik vanaf de zijlijn toe hoe het loopproject dat ik op school had opgestart verder liep. Ik luisterde toen heel vaak naar Dreamer van Axwell ^ Ingrosso, waarin zowel mijn loopgeluk als -verdriet werden vervat. Mijn dromen werden aan diggelen geslagen, maar de dromer in mij was niet morsdood.

Op 20 april overleed Avicii. Ik stapte mankend verder door het leven en ontdekte Hey Brother. Zoals ik hier al vertelde, raakte dat een gevoelige snaar. Ik dacht aan mijn broer die op sportief vlak ook al de nodige woelige watertjes had doorzwommen (letterlijk en figuurlijk zelfs, check zijn triatlonverhalen maar). Eind april ging ik met school naar Parijs. Ik miste niet alleen mijn maatje An, maar ook de ochtendloopjes die ik daar normaal gezien afleg. Er was echter licht aan het einde van mijn weemoedige tunnel. Op 30 april liep ik voor het eerst weer in gezelschap van Roos. Maar liefst vijf keer een volle minuut. Het was toen niet toevallig stormachtig weer: revalideren en opbouwen gaat namelijk met ups en downs. I was a king under your control om het met Years & Years te zeggen: de koning te rijk dat ik weer aan het open was, maar de angst voor een blessure domineerde. In de maand mei overheerste uiteindelijk wel de zon en de energie die ik haalde uit mijn werk. Big God, de nieuwe single van Florence + The Machine, deed me nadenken over welke god ik nodig zou hebben. In juni ging de zon nog harder schijnen. Ik leerde steeds meer te vertrouwen op mijn lichaam en besefte dat het me niet in de steek had gelaten. De loper in mij beleefde een revival die werd gekenmerkt door het opzwepende Patricia van Florence’ nieuwe plaat High as Hope, dat kan geen toeval zijn.

In de zomervakantie gingen mijn loopkilometers in stijgende lijn en zo ook mijn loopgeluk. Dankbaar voor elke kilometer die ik liep, nam ik Rebel Heart van de nieuwe plaat van First Aid Kit nogal letterlijk: I don’t know what it is that makes me run. Juli bood mij heel wat mooie looprondjes op verplaatsing en ik overschreed weer eens de kaap van de 20 kilometer. Het plan voor de Hel van Kasterlee werd geboren in Houffalize. Mijn blog zag het daglicht. Ik maakte fietstochten naar Tervuren en Brussel met mijn nieuwe stadsfiets. De boeken vlogen erdoor en de koffie ook wel. Als ik in het bos was, kon ik helemaal opgaan in My Wild Sweet Love van First Aid Kit. Het bos als geliefde: het moet niet gekker worden. Ik sloot het einde van de maand af in Parijs, waar ik de dag weer lopend kon beginnen. Hoera! In augustus zette ik me voor het eerst op een mountainbike en kreeg ik de klikpedaal onder de knie. Het begin van een mooi avontuur: mijn status als fietsende loper beviel me meteen erg goed. In september begon een nieuw schooljaar en ging ik verder op mijn sportieve elan. De zon bleef schijnen. Behalve toen ik er daags voor mijn 33e verjaardag op uit trok om een XL duurloop af te leggen. Die sloot ik muzikaal af met Florence’ The Girl With One Eye: een behoorlijk gestoord lied wat meteen ook mijn beproeving samenvatte.

In oktober waren mijn beide ogen gericht op de marathon in Brussel. Ik luisterde veel Spinvis en dan vooral Kom terug. De dag voor mijn marathon verhuisden Roos en Niko. We zijn nu niet langer buren, maar moeten in plaats van enkele tientallen meters enkele kilometers overbruggen om elkaar te zien. Voor alle duidelijkheid: Roos moet niet terugkomen. De tekst zegt dat je in het leven moet durven doen en ontdekken als je wel steeds terugkeert naar jezelf of je thuis. Met die gedachte liep ik een formidabele marathon. Mijn laatste weken richting de Hel werden gekenmerkt door slecht weer en trainen in de duisternis. Ik stemde mijn muziekkeuze daarop af om het gebrek aan sfeer te compenseren. Zo was ik meteen gewonnen voor Hoziers nieuwe single Movement: toepasselijk. November is ook altijd een beetje de maand van Leonard Cohen. There’s a crack of light in everything, that’s how the light gets in. Ik luisterde bovendien ook veel naar Franse muziek, onder andere van de in oktober overleden Charles Aznavour. Het was echter toch vooral Gérard Lenorman die de nagel op de kop sloeg toen hij mij op de fiets toezong Voici les clés de ton bonheur, il n’attend plus que toi. De fiets bleek inderdaad een sleutel tot mijn geluk te zijn. De maand eindigde muzikaal met een klepper van formaat: het optreden van Tamino in de AB. Diens Sun May Shine raakt steeds weer een gevoelige snaar. Ook hij had gelijk: de zon ging stilaan weer schijnen.

December was niets minder dan duatlonmaand. Ik deed al uitgebreid verslag over mijn avontuur in de hel. De muziek die ter plaatse door DJ Infinity wordt gespeeld bleef de afgelopen jaren nog lang nazinderen. Wat me van deze editie zal bijblijven, is het succes van Leef. Toen ik na ruim 100 kilometer op de fiets aan de sporthal passeerde, schalde dit door de boxen en ik kon niet anders dan denken dat ik nu inderdaad echt wel aan het leven was. Het muzikale en ook wel sportieve hoogtepunt was echter het afsluitende loopnummer. De playlist die ik met Roos voor de gelegenheid samenstelde, bewees zijn nut. Het ijzersterke begin met Counting Stars van OneRepublic zette meteen de toon. We bespraken al uitvoerig hoe de shuffle erin slaagde om het juiste lied op het juiste moment af te spelen. Het enige minpuntje was dat onze playlist ruim 4,5 uur aan muziek bood en ik slechts 2,5 uur nodig had om mijn 30 kilometer af te leggen. We misten dus enkele pareltjes: dat heet dan een luxeprobleem.

2018 was zoals steeds een jaar met dalen en pieken over een hobbelig en vaak off-road terrein. Soms verlang ik naar meer snelle en veilige asfaltwegen in mijn leven die voorzien zijn van een duidelijke bewegwijzering. Dat zou me meer gemoedsrust geven, want ik kwam mezelf een paar keer goed tegen. Ik ben benieuwd welke paden ik in 2019 zal bewandelen en welk uitzicht ze me zullen bieden.

De race – De Hel van Kasterlee december 2018

  • De cijfers: 15 km lopen, 115 km mountainbiken en 30 km lopen in 11:02:48
  • De voorbereiding: ik begon vol goede moed aan mijn voorbereidingen in augustus, kwam echt op dreef in september, bleef fietsen in marathonmaand oktober en deed er nog een schepje bovenop in november: in totaal goed voor ruim 3000 fietskilometers
  • De race: ik liep door de sneeuw, stampte, gleed en ploegde 7 uur lang door de modder om uiteindelijk als een raket naar de finish te snellen
  • De herinnering: de familiebeleving en euforie na de zege van mijn broer, de tocht met Roos tot aan de finish, mijn verrassende derde plaats en de finish van mijn papa en peter

Wat vooraf ging
Er ging een bewogen jaar vooraf aan mijn debuut in Kasterlee. In het begin van het jaar liep ik belachelijk veel. Tot ik me in maart ernstig blesseerde tijdens de CPC Loop in Den Haag. Ik liep met krukken en kon zeven weken niet lopen. Al mijn loopdromen vielen voor mijn neus uiteen in duizend stukken. Dat deed pijn en stemde me diep ongelukkig. Mijn loopcarrière zag ik somber in. In juli liep ik echter weer 20 kilometer in Houffalize. Die dag kondigde mijn papa aan dat hij een nieuwe mountainbike zou kopen en dat ik zijn oude bijgevolg kon gebruiken. Onder de zomerzon ontstond een groots plan. In december zouden wij met drie Odeynen aan de start staan in Kasterlee. Vanaf augustus bouwde ik niet alleen mijn duurlopen verder uit met het oog op een marathon in oktober, maar begon ik ook op regelmatige basis te fietsen. Soms gewoon vlak en rechtdoor, soms op één van de talrijke mountainbikeroutes in mijn nabije omgeving. Er ging een nieuwe sportwereld voor mij open. Het was dik aan tussen Juan (zoals ik mijn fiets al liefkozend noem) en mij en dat is het nog steeds. Met de fiets erop uit trekken betekent vrijheid en avontuur.

Vanaf september begon ik te trainen op de combinatie lopen en fietsen. De nuchtere ochtendloopjes stonden weer in mijn agenda. Ik maakte een – voor mijn doen – bescheiden aantal loopkilometers en stilde mijn sportieve honger met kilometers op de fiets. Ik focuste me op mijn marathon in oktober: als ik die tot een goed eind zou brengen, zou het wel snor zitten met dat lopen in Kasterlee. De marathon in Brussel beviel me verrassend goed en zo werd november een maand met heel veel fietskilometers in minder vrolijke omstandigheden. Regen, wind en duisternis waren mijn deel. Met een duidelijk doel voor ogen hield ik vol: ik was vastberaden om me zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste duatlon.

Vlak voor de start
Het had ’s nachts gesneeuwd. Ik suste mezelf met de gedachte dat de impact daarvan op het parcours minimaal zou zijn. Soms ben ik uit zelfbescherming behoorlijk naïef. De stress sloeg hard toe toen ik de andere atleten en hun mountainbikes zag. Ik voelde me de grootste amateur die er rond liep en schaamde me zelfs dat ik daar aan de start durfde staan. In de auto gaan zitten en naar huis rijden, was echter geen optie. Ik probeerde mezelf te vermannen, nam Juan bij de hand en plaatste hem in de wisselzone. Er was geen ontkomen meer aan.

De race
Om 8u weerklonk het startschot voor een eerste loopronde van 15 kilometer. Ik liep behoedzaam door de papperige sneeuw om een slipper te voorkomen. Hierdoor was die eerste run al behoorlijk vermoeiend. Tijdens de wissel probeerde ik me niet te hard op te jagen opdat ik niets zou vergeten. Onder luid gejuich van mijn supporters snelde ik naar mijn fiets. Ik ging ervan uit dat mijn papa en peter voor mij uit fietsten.

DSC02837

Toen ik na amper een kilometer langs de kant ging staan om iets op te bergen in mijn jaszak werd ik uitgekafferd door een andere deelnemer. Super sympathiek. Ik voelde me opgejaagd wild. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik deed mijn uiterste best om de kalmte te bewaren. Dat lukte niet. De eerste off-road stukken toonden meteen aan dat de natte sneeuw het parcours onomkeerbaar had veranderd in een glibberige en bovenal modderige omloop. Mijn fiets maakte na enkele kilometers bovendien zoveel lawaai dat ik ervan overtuigd was dat ik eerder vroeg dan laat materiaalpech zou kennen. Die arme Juan kraakte en sleurde langs alle kanten alsof elke kreun zijn laatste adem zou zijn. Ik stopte dus nogmaals met het idee dat er iets vast zat tussen mijn tandwielen of ketting. Dat bleek niet het geval. Ik trok me weer op gang met de moed der wanhoop. Na nog geen 7 kilometer kwam plots mijn voorste spatbord los en moest ik dus weer stoppen. Op een eerste uitdagende helling schakelde ik bruusk waardoor mijn ketting blokkeerde. Ik stond weer te voet en kreeg mijn ketting er niet eigenhandig op. Gelukkig schoot een vriendelijke omstaander me te hulp. Hij deinsde er niet voor terug zijn handen letterlijk vuil te maken en zette me weer op weg. Weer een kilometer later bleek één van mijn overschoenen los te zijn gekomen. Ik had nog geen 10 kilometer gefietst en stond weer maar eens naast mijn fiets.

Plots kwam vanuit de achtergrond de verlossing: mijn papa en peter reden blijkbaar achter mij en haalden me in. Ik sloot aan en luchtte mijn hart. Mijn mechanische bekommernis werd weggewuifd door papa. Het was niet meer dan normaal dat mijn fiets in deze omstandigheden zulke schurende geluiden produceerde. Dat was bij hen niet anders. Ik kon er dus op vertrouwen dat Juan niet meteen zou bezwijken onder de Kastelse modder. Met wat meer zelfvertrouwen stormden we met z’n drieën richting sporthal. Ik kreeg eindelijk een goed ritme te pakken en kon mijn valse start relativeren. Mijn eerste ronde legde ik uiteindelijk nog af in minder dan 1u20. Na een heel korte stop en bevoorrading bij de supporters begonnen we aan de tweede van in totaal vijf rondes. Ik had een goede tred te pakken en fietste voorbij alle plaatsen waar ik de vorige ronde had stilgestaan. De tweede ronde was mijn snelste.

IMG_2708b
Modder, modder, modder: maar we blijven lachen. De bewonderende blik van Peter spreekt boekdelen.

Ik wist op voorhand dat de derde fietsronde mentaal de zwaarste zou zijn. Bovendien werd het parcours er alleen maar slechter op. Ik begon wat sukkelig, moest hier en daar voet aan de grond zetten en verloor mijn tred. Het was aftellen tot kilometer 60, want dan zou de helft van het fietsnummer erop zitten. De kilometers kropen tergend traag voorbij. Halverwege kon ik weer aansluiten bij mijn twee compagnons. Ook deze ronde wisten we af te leggen binnen de 1u20. De supporters spraken ons bemoedigend toe. We hadden nog 2 uur om de vierde ronde af te leggen en binnen de tijdslimiet aan de finale fietsronde te mogen beginnen: een heel haalbare kaart. Ik was nu zo ver geraakt, 46 kilometer fietsen klonk niet meer oneindig lang. De vierde ronde kregen zowel mijn papa als peter het lastig. We haalden allemaal de tijdslimiet, maar ik vertrok als eerste en dus alleen voor de laatste ronde. Eindelijk kon ik zeggen dat het de laatste keer was dat ik elke ellendige moddermeter moest overwinnen. Ik voelde me niet leeg, maar nam wel mijn tijd. Daarbij schoof ik nog eens pijnlijk onderuit en viel recht op mijn knie. Het viel op dat het deelnemersaantal sterk was uitgedund. Ik reed in een niemandsland en zag het als een voordeel dat niemand me kon opjagen. Uiteindelijk vond ik nog gezelschap bij helleganger Bram. Hij vertelde me over de opgave van verschillende favorieten. Net op dat moment hoorden we Seppe finishen. Hij won zijn zevende Hel van Kasterlee en had daar minder dan 8 uur voor nodig. Zot!

hel_van_kasterlee_2018_kl._(102)

Mijn geluk kon niet op toen ik de sporthal voor een vijfde keer bereikte. Juan mocht in de wisselzone gaan rusten, voor mij zat het er nog niet op. Ik spurtte richting kleedkamer met Roos in mijn zog. Zij hielp me bij de wissel. Aan de modder en vuile kleren in de kleedkamer te zien, waren de meeste dames al aan het lopen. Als een duveltje uit een doosje vertrokken we voor een tocht van 30 kilometer. Ik wist dat ik die afstand kon afleggen en besefte dus dat ik hoogstwaarschijnlijk een survivor zou zijn in een loodzware editie van de Hel van Kasterlee. De eerste loopkilometers gingen heel vlot. Mijn benen hadden er nog zin in, ik raakte onder stoom en kon heel wat lopers inhalen. Rond kilometer 10 haalde ik een vrouw in. Ik had geen idee in welke positie ik liep en probeerde daar ook niet mee bezig te zijn. Het was nu aftellen naar het einde van de eerste 15 kilometer. Aan de sporthal zag ik terug wat supporters. De grande finale was nu ingezet.

Ook tijdens het tweede deel kon ik een tempo van rond de 11 km/u blijven aanhouden. Het was ondertussen pikdonker en elke kilometer werd zwaarder. Ik trok me op aan de lopers die ik kon inhalen, maar ik was me ervan bewust dat ik alsnog een klop van de hamer kon krijgen. Op 3 kilometer voor de finish haalde ik tot mijn eigen verrassing nog een vrouw in. Zij bleek achteraf gezien nummer 3 in de wedstrijd te zijn. Als ik nu terugdenk aan die finale is het verleidelijk om dat laatste uur te beschouwen als een uur waarop al mijn loopgeluk, frustratie en kracht van het afgelopen jaar samengebald werden. Ik liep niet de snelste, maar wel mijn meest heldhaftige kilometers van 2018. Op het moment zelf is dat echter puur overleven: blijven lopen om niet kopje onder te gaan. Daarin zit weinig heroïek vervat. Ik focuste me op de geweldige muziek van onze playlist en de bemoedigende woorden van Roos. De laatste anderhalve kilometer probeerde ik me bewust te zijn van het feit dat ik nu echt wel de Hel van Kasterlee had overleefd. Mijn verbazing was nog groter toen ik de rode loper opliep en hoorde dat ik derde was geworden, net zoals mijn broer bij zijn Hel-debuut in 2011. Ik kreeg een medaille van Seppe, we pakten elkaar eens goed vast en ik had totaal geen besef van wat me die 11 uur en 2 minuten allemaal was overkomen.

IMG_2724b
Ik won voor het eerst in mijn leven een beker.

De conclusie
De Hel van Kasterlee is nooit voor watjes, maar al helemaal niet op een modderig parcours met koude temperaturen. Ik zag af, maar groeide in de wedstrijd. Tijdens het fietsen heb ik nooit het gevoel gehad dat het op was. Het duurbeest in mij kon zich volledig uitleven. Pas tijdens mijn laatste loopronde voelde ik de inspanningen van de dag doorwegen. Ik presteer telkens goed op de zware marathon van Brussel en ook hier werd ik juist beter door de lengte van de race en de barre omstandigheden. Bizar. Wat deze wedstrijd uniek maakt, is het familiale gevoel dat er heerst. Je lijkt even weg van de gewone wereld te zijn. De laatste fietsronde heb ik dan ook mijn best gedaan om de seingevers te bedanken voor hun urenlange onmisbare inzet. Samen met organisator Ben en commentator Hans zorgen zij ervoor dat je je wel echt een held waant al strijdend in de Kastelse arena. Door al die lovende woorden zou ik haast vergeten dat trainen voor de Hel niet te onderschatten is. Lange trainingen in november staan garant voor herfstig weer en veel donkere, eenzame uren. Uiteraard kan ik nu alleen maar zeggen dat elke trainingskilometer die heroïek helemaal waard was.

Enkele weetjes

  • Sporza maakte een mooie reportage voor Sportweekend over Seppe.
  • Ik had bij het fietsen een geluksbrenger van Seppe op zak: een medaillon van Roger De Vlaeminck dat hij me vroeger eens had gegeven voor de examens.
  • Seppes trainer Stefaan doopte “ons” team om tot Team Doodgaan. Ook hij doorstond zijn Hel-debuut met glans.
  • Papa maakte tijdens het mountainbiken meermaals het grapje dat er een hamster in zijn achterwiel liep en dat die het schurende geluid veroorzaakte.
  • Roos voederde mij banaan en peperkoek in de fietsbevoorrading. Daarnaast kreeg ik niet alleen sportgels en -drank binnen, maar ook heel wat zand.
  • Het ultieme girlpower-moment beleefden Roos en ik toen we een loper voorbij stormden toen P!nk keihard uit de boxen schalde met So What!
  • We beleefden dan weer een mystieke ervaring toen papa-lied Camouflage weerklonk in een mistig en donker stuk. Things are never quite the way they seem.
  • Na afloop bleek dat ik met 2:34 een heel snelle looptijd had neergezet op de 30 kilometer: de snelste tijd bij de vrouwen.
  • Ik voelde mij na afloop nog zo fris dat ik zelf met de auto naar huis ben gereden.
  • Bij thuiskomst van de Hel wacht je een nieuwe modderuitdaging van formaat: al je kleding en materiaal weer proper krijgen. Juan is al weer weg voor een grondig onderhoud.
  • 22 december 2019 staat alvast in mijn agenda gemarkeerd.
IMG_2712b
We are family! Mijn papa, broer en peter: vier hellegangers op een rij.