Loperspraat – En toen scheen de zon in februari

Het was één van de wijsheden van mijn Oma: vanaf Lichtmis lengen de dagen. Ze had natuurlijk gelijk. Februari begon en *klik* de lichtschakelaar ging aan na een donkere en wispelturige januari. De zon scheen volop en het werd warm. Hier zit Oma zeker voor niets tussen: zij zou nooit gekozen hebben voor een voorzomer in februari. Ik genoot hoe dan ook van de aangename sporttemperaturen. Bye bye handschoenen op de fiets, hallo korte broek! Vorig jaar fietste ik nog niet in februari en liep ik die maand 380 kilometer. Zucht. Februari telde vorig jaar ook maar 28 dagen. Ik was er toen van overtuigd dat ik mij op en top aan het voorbereiden was voor mijn marathon in april. Dat werd dus niks. Integendeel: ik was me juist aan het klaarstomen voor een degelijke blessure. Nadat ik januari bombardeerde tot de maand van de trap wist ik dat ik het ook in februari verstandig moest aanpakken. Zoals wel vaker bleek dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Ik kroop dus vaak de fiets op. Dat is nog steeds mijn Orbea mountainbike, Juan genaamd. De maand begon uitstekend met een duatlondag bij Marike en Peter in de Kempen. Onderdeel 1 bestond uit een mooie fietsroute langs Averbode en de abdij van Tongerlo, met Peter als gids en compagnon de route. De zon scheen, maar er stond ook een schriele wind. Onderdeel 2 was een loopronde van 16 kilometer met Marike als gezelschap op de fiets. Sportdagen om in te kaderen zijn dat. Net zoals de trailtrainingen met Roos die elke twee weken op het programma staan. Wij weten namelijk als geen ander dat de basis van een goede zomervorm in de winter wordt gelegd. Na Holsbeek trokken we naar Heverleebos voor 20 heel natte en modderige kilometers door regen en wind. Het contrast met onze training van afgelopen zondag kon niet groter zijn. Toen liepen we namelijk 23 kilometer in de zon (= warm) langs de Demer (= vlak). Hoewel we maar weer eens ondervonden welke ongemakken lopen in de zon met zich meebrengt (een leren tong onder andere), was dit wederom een geslaagde training. Mijn langste duurloop van de maand bedroeg 26,5 kilometer en liep ik langs de Vaart (hartjes voor de eentonigheid) voor een groot deel in gezelschap van mijn mama op de fiets (hartjes voor de gezelligheid).

IMG_3851b
Met Peter: goed gezelschap, Kempenkenner en kleurrijk figuur

Op Valentijn had ik een heel zonnige date met Juan. We hadden dan ook iets te vieren: ons halfjarig jubileum. Ergens halverwege augustus zette ik me namelijk voor het eerst in het zadel van mijn Baskische vriend. Ons romantisch uitje smaakte naar de zomer en dus naar droge mountainbikeroutes. Ik begon te mijmeren over mijn voorbereiding voor de marathon in Brussel en hoe ik poging na poging ondernam om het parcours (Dé Lus) te verkennen op de fiets. Door de overdosis modder die ik voorgeschoteld kreeg in Kasterlee blijf ik nog steeds weg van het bos als dat er ook maar ietsje nat bij ligt. Op mijn mountainbikeroutes in Tervuren was ik de afgelopen maand terug van misschien nooit echt weggeweest. Ik kreeg wel het idee dat het bos zich wat in zijn onderbroek gezet voelt. De zon zet de natuur volop in de spotlights, maar die is eigenlijk nog niet klaar om zich in volle glorie te tonen. Wat je ziet zijn overbelichte plaatjes van een bruine en dorre natuur. Het bos schaamt zich, want het is duidelijk nog geen lente.

Nieuw leven was er wel te bewonderen in de puurste vorm: op 18 februari werd Vik Odeyn geboren. Een pracht van een zoon voor Seppe en Valerie, een broer voor Laurien en een neefje om nu al heel trots op te zijn! Februari was ook de maand van de beweging op school, al hoop ik dat hetzelfde op gaat voor de komende maanden. Met leerlingen uit het vierde jaar liep ik al behoorlijk wat mijlen. Telkens dus met goed weer en evenveel enthousiasme. Vandaag schalde er speciaal voor mij Avicii uit de box. Mijn leerlingen weten duidelijk hoe ze bij mij moeten scoren.

IMG_3865

Ondanks al dat sportplezier stapelen ook de zenuwen zich op. Over anderhalve week sta ik namelijk aan de start van de CPC Loop in Den Haag: een prachtige halve marathon die door de Haagse binnenstad langs de dijk en terug loopt. De onzekerheid zit in het feit dat ik vorig jaar na 3 kilometer geblesseerd aan de kant stond tijdens die wedstrijd: het begin van een moeilijke periode waarin ik mijn loopschoenen en -dromen tijdelijk moest opbergen. Ondertussen bewees ik al meermaals dat ik in staat ben om een halve marathon tot een goed eind te brengen. Sterker nog: ik liep zelfs een marathon. Er is echter een irritant stemmetje in mijn hoofd dat me zachtjes influistert dat het weer kan mislopen tijdens de CPC. Ik kamp dus met een CPC-trauma. Gelukkig is Roos volgend weekend van de partij om me over dat trauma heen te helpen. Een snelle tijd is geen prioriteit, een blessurevrije finish wel. Hopelijk heeft maart nog veel moois in petto.

De muziek – Quotes om in te kaderen

Ik ben dan wel een paar keer per week met mijn leerlingen buiten de schoolmuren te vinden: het grootste deel van mijn tijd spendeer ik in mijn klaslokaal. Een jaar of 6 geleden begon ik aan opfrissingswerken, want veel was er niet veranderd ten opzichte van 15 jaar geleden toen ik zelf op die schoolbanken zat. De muren waren bedekt met een groene tint die ongetwijfeld ooit heel hip was, maar in combinatie met de bruine tegels niet bepaald een schot in de roos te noemen. Ik gaf de muren dus een neutrale off-white kleur zodat ik me volop kon uitleven met de aankleding. Een klaslokaal mag wat huiselijkheid uitstralen. Op de prikborden zijn allerlei creatieve werkjes van de leerlingen te bewonderen. Door de jaren heen verzamelde ik heel wat kaders uit de kringloopwinkel. Als centraal thema koos ik dan ook voor muziek om in te kaderen. Toen ik eenmaal een compositie op de muur had gecreëerd, was de grote vraag wat er in de kaders zou komen te staan. Uiteindelijk verzamelde ik zelf citaten uit muziek en kregen de leerlingen ook zeggenschap. Dat geldt nog steeds: zij mogen suggesties doen, maar ik kan mijn veto stellen, zij schrijven het uiteindelijk op de muur.  Ik toon jullie graag wat er zoal te lezen is.

We’re all in this togetherHigh School Musical – met dank aan Claire
Ik besloot om enkele geëngageerde leerlingen te laten beslissen welk citaat er in het grootste kader zou prijken. Daar moesten ze niet lang over nadenken. Ik kende het niet (een gat in mijn cultuur volgens hen), zocht het op en stelde vast dat het toch niet zo mijn ding was. Ik vind de dramatiek van het citaat wel mooi: allemaal samen zitten we in die klas!

Viva la vidaColdplay – met dank aan Ihsane en Yousra
Tijdens lessen over poëzie en beeldende kunst bespreek ik in de klas dit lied van Coldplay. De hoes van het gelijknamige album toont namelijk het beroemde schilderij De Vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix dat een tafereel van de Franse revolutie afbeeldt. Viva la vida verwijst eveneens naar een kleurrijk schilderij van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo waarop watermeloenen zijn afgebeeld. Lang leve het leven, ook in de klas!

IMG_3818

Het leven is te precieus om te zeggen je m’en fousTourist LeMC – met dank aan Ailani
Tourist LeMC scoort goed bij leerlingen. Vorige week hadden we het in de klas over zijn Koning liefde waaruit dit citaat afkomstig is. Een mooie boodschap, maar ook eentje die goed klinkt: zeker als je er de Antwerpse tongval van den Tourist bij denkt.

Life is a movie but there will never be a sequelNicki Minaj – met dank aan Eline
Ook Nicki Minaj is goed voor een portie levenswijsheid. Wat opzoekingswerk leerde mij dat deze zin komt uit All Things Go en ik was opgelucht dat deze zin geselecteerd werd en niet een grofgebekte.

Ohne Musik wäre das Leben ein IrrtumNietzsche – met dank aan Eva
Nee, Nietzsche is niet de nieuwe Avicii. Het gaat hier wel degelijk over de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Eva wilde graag een citaat uit het Duits op de muur vereeuwigen. Ze vond een wijsheid van een groot denker over het belang van muziek. Irrtum wordt vertaald als vergissing. Ook voor onze Friedrich dus geen leven zonder muziek.

IMG_3815

We can be heroes just for one dayDavid Bowie – met dank aan Kaat
Ik gaf Engels in het zesde jaar toen David Bowie overleed. Reden te meer om een generatie in te wijden in het werk van Mr. Bowie. Zijn Heroes bleek het bekendste nummer te zijn onder mijn leerlingen. We kunnen allemaal helden zijn, al is het maar voor een dag.

Nous étions formidablesStromae – met dank aan Lisa
Onze Maestro mocht natuurlijk niet ontbreken op mijn muur. Omdat Formidable een topnummer is en blijft. Omdat Stromae stijl heeft. Omdat alle leerlingen die in mijn klas hebben gezeten op hun manier weer formidabel waren.

In de oranje kaders vroeg ik aan artistiek talent Anaïs om Beatrijs en de vos Reinaert te portretteren: helden van de middeleeuwse literatuur. Ook op de andere muren van mijn klaslokaal zijn muzikale citaten terug te vinden. Er staat natuurlijk ook een boekenkast. Mijn thuis is waar mijn boekenkast staat! Ik prijs me gelukkig dat ik dagelijks in zo’n krachtige werkomgeving les mag geven.

 

 

 

Het moment – De magische mijl

Ik liet jullie al kennismaken met twee lopende leerlingen om trots op te zijn, maar elke leerling is uniek op haar of zijn eigen manier. Loper of gamer. Lezer of wetenschapswonder. Voorbeeldleerling of hangjongere. Dat is geen pedagogisch gezwets. Ik ben daar oprecht van overtuigd. Lesgeven vraagt veel geduld en overtuiging. Je moet soms wat meer moeite doen om de persoon achter het gedrag te ontdekken. Buiten het klaslokaal leer je de leerlingen vaak op een andere manier kennen. En zij jou. Daarom vind ik het een meerwaarde om tijdens de middagpauze met mijn leerlingen te gaan lopen. Niet alleen omdat beweging belangrijk is, maar omdat samen bewegen een verbindende activiteit is die de klasbanden aanscherpt. Ik heb het geluk dat ik op mijn school Koninklijk Atheneum De Ring goed omringd ben met enthousiaste collega’s die ook bereid zijn om hun sportiefste beentje voor te zetten. Vorige week werd het startschot gegeven voor de One Mile uitdaging die al aan zijn derde jaargang toe is.

Het Daily Mile project (vroeger One Mile a Day) werd in 2012 opgestart door Elaine Wyllie om leerlingen op basisscholen in het Verenigd Koninkrijk aan het bewegen te krijgen. Ze bedacht om de schooldag te beginnen door met alle leerlingen samen één mijl (1,6 km) te lopen. Loopplezier en samenzijn staan daarbij centraal. Ook in België werd het project opgepikt. Inmiddels nemen er al 7800 basisscholen verspreid over heel Europa aan deel. Toen we twee jaar geleden in april een sportdag organiseerden voor onze vierdejaars vond ik het een goede opwarmer om de week daarvoor dagelijks een mijl te gaan lopen. Voor schooltijd: vrijblijvend en van harte aanbevolen. Om leerlingen om 8u op school te krijgen om te gaan lopen, rekende ik niet alleen op mijn enthousiasme, maar bedacht ik ook enkele extraatjes. Elke dappere ochtendloper kreeg een gezonde versnapering na afloop en bij wijze van spelelement was er ook een klassencompetitie. Bovendien kon elke klasgroep een ontbijt verdienen als elke leerling een keertje mee kwam lopen. Tijdens die week kwamen er dagelijks zo’n 20 leerlingen van het vierde jaar lopen. Of dat aan mijn overtuigingskracht, dan wel aan de beloningen lag, laat ik het in het midden. Het project was geslaagd.

Vorig jaar zag ik het wat grootser: het project liep over meerdere weken met twee loopdagen per week waarop er zowel ’s ochtends om 8u als ’s middags om 13u gelopen kon worden. Ik blonk van trots toen bleek dat er op beide loopmomenten telkens een aanzienlijke groep van zo’n 30 leerlingen aan de start stond. Bovendien was ik klastitularis van een bijzonder sportieve klasgroep waar de One Mile een erezaak geworden was. Uiteindelijk ging maar liefst 95% van de vierdejaars eens mee lopen. Op de afsluitende sportdag werden de leerlingen die elke dag gelopen hadden nog eens in de bloemetjes gezet. Wederom een geslaagde sportieve missie. Dit jaar besloot ik er weer wat vroeger aan te beginnen, zodat bewegen op school een vaste waarde kan worden. Vorige week gingen we van start. Aanvankelijk met een bescheiden, maar wel heel enthousiaste groep lopers. Afgelopen dinsdag waren er 26 leerlingen van de partij. Tel ze maar na op de foto.

Dat ik die mijlmomenten magisch vind, is niets overdreven. Moeilijker is het om uit te leggen wat daar nu precies zo bijzonder aan is. Onze school ligt aan de ring in Leuven wat niet meteen een inspirerend parcours oplevert. Integendeel: we lopen langs de ring en moeten meestal twee keer bij het stoplicht wachten om over te steken. Door de jeugdige explosiviteit moet ik al meteen in turbomodus gaan om de eersten te kunnen volgen. Ik pas ook wijselijk voor de sprint die de die hards de laatste 100 meter inzetten. In mijn eentje zou ik niet op die manier 10 minuten lopen. Dat is echter helemaal ondergeschikt aan de positieve sfeer van samenhorigheid die er heerst gedurende die 1,6 kilometer. We doen iets heel eenvoudigs, maar het gebeurt samen. Hoewel we niet samen finishen, is er geen winnaar of verliezer. De koplopers leggen hun mijl af met twee vingers in de neus en zonder een druppel zweet te verliezen. De gezelschapslopers laten zich begeleiden door een stevige beat en met gebabbel. De doorzetters zijn elke dag weer blij dat het laatste stuk wat bergaf loopt.

Het valt op dat als er in een klas een harde kern van lopers ontstaat het project helemaal tot leven komt in die klas. Elke leerling voelt zich dan betrokken en wil zijn steentje bijdragen. Omgekeerd geldt ook dat als er minder animo is, het moeilijker wordt om de trein op gang te krijgen. Ik bekijk het zo dat elke leerling die mee komt een overwinning is. Aanmoedigingen en complimentjes geven: dat werkt voor ons allemaal immers stimulerend. Ik kijk uit naar nog meer magische mijlen. En wie er nog aan mocht twijfelen: een mijl kan je ook in jeansbroek lopen.

 

Loperspraat – Jonge gazellen Hermelijn en Elisabeth

Als leerkracht moet je je vak doodgraag zien, de materie tot in de puntjes beheersen en enthousiast worden van elk semi onbenullig detail. Langs de andere kant moet je dat ook allemaal kunnen relativeren. De tijd dat onderwijs gelijk stond aan kennisoverdracht ligt ver achter ons. Leraren zijn niet alleen vakidioten, maar ook opvoeders geworden. Dat is zonder enige twijfel een verrijking van het beroep. De impact die je kan hebben op een leerling kan zoveel verder reiken dan grammaticaregels of leesvaardigheid omdat je deel uitmaakt uit van de ontwikkeling van jongeren. Leraren zijn coaches en gidsen die niet alles weten, maar jongeren wel zoveel mogelijk proberen bij te brengen. Als het even kan ook inspireren, al zal dat niet bij elke leerling lukken. Het mooie van mijn beroep is dat dit geen eenrichtingsverkeer is. Ik leer dagelijks van mijn leerlingen. Ik mag dan wel dubbel zo oud zijn: zij inspireren mij net zo goed. Dit is het verhaal van twee lopende leerlingen die mij al veel hebben bijgebracht.

Hermelijn Engelen en Elisabeth van Nes zijn 15 jaar en zitten in het 4e jaar humane wetenschappen. Hermelijn (links op de foto) komt uit een voetballende familie. Ze begon zo’n twee jaar geleden met lopen toen haar vader van de kinesitherapeut moest gaan lopen. De enkele minuten lopen die afgewisseld moesten worden met stappen, gingen haar wat te traag en zo bouwde ze op van 1 kilometer lopen tot maar liefst 16 (!) aan een stuk. Ze had de smaak met andere woorden goed te pakken. Elisabeth loopt ook sinds twee jaar op regelmatige basis. Een paar keer per week trekt ze er op uit voor een rondje van zo’n 8 à 9 kilometer. Waar ze het over eens zijn, is dat vertrekken om te gaan lopen soms een opgave is, maar dat het uiteindelijk altijd goed voelt. Anderen zien lopen geeft ook zin om te lopen.

Elisabeth vertelt dat ze het belangrijk vindt om sportief en gezond te zijn. Ze voelt zich dan beter in haar vel. In stresserende periodes helpt lopen om rust in haar hoofd te krijgen. Vaak vertrekt ze dan heel snel, maar ervaart ze na verloop van tijd hoe de rust door haar lichaam trekt. Ze vergelijkt dit met een bol wol met knopen die ze geleidelijk aan kan ontwarren. Het liefst loopt ze in het bos, waar ze de route makkelijk kan aanpassen. Ze vindt het handig om te zien hoe ver en snel ze loopt, maar dat is geen doel op zich. Ook voor Hermelijn is gezondheid belangrijk en helpt lopen om onder andere de drukke examenperiode door te komen. Ze voelt zich blijer als ze na een examen gaat lopen en kan dan met een schone lei aan het volgende vak beginnen. Hermelijn loopt trouwens altijd rondjes op dezelfde Finse piste. Ze wil in haar hoofd namelijk niet bezig zijn met welke route ze moet volgen. Het repetitieve en routineuze van die rondjes werkt rustgevend. Ze ging één keer rond de vijvers in het Provinciaal Domein lopen, maar dat werkte niet voor haar.

Hermelijn loopt altijd zonder muziek omdat ze de natuur wil kunnen horen. De stilte helpt om weg te kunnen zinken in haar gedachten. Soms vergezelt haar zus of een vriendin haar. Elisabeth bevestigt dat lopen zonder muziek als een bevrijding kan aanvoelen, maar ze loopt ook graag met muziek. Dat heeft wellicht te maken met haar andere passie: dansen op folkmuziek. Enkele keren per jaar neemt ze deel aan folkbals, waar er met een grote groep gedanst wordt op rustige of opzwepende folkmuziek. Net zoals op die bals voelt ze tijdens het lopen hoe de muziek haar bewegingen leidt. Alsof iets in haar het overneemt en ze één wordt met de muziek. Haar ogen blinken als ze hierover vertelt. Dansen is voor haar dan ook nog net iets belangrijker dan lopen.

Wedstrijden lopen hoeft voor Elisabeth niet. Al probeert Hermelijn (die in december de Corrida liep in Leuven) haar wel te overtuigen. Zij stond aanvankelijk ook niet te springen om in de massa te lopen. Nu waardeert ze dat juist omdat iedereen letterlijk, maar ook figuurlijk dezelfde weg aflegt. Elke loper heeft hetzelfde doel en dat werkt verbindend. Vaak volgt ze iemand die hetzelfde tempo loopt (ze is zo beleefd om dat vooraf te melden aan de loper in kwestie). Snelheid houdt haar wel bezig, maar primeert niet. Elisabeth gaat soms lopen met haar vader (ze vindt hem wel een beetje traag) en ze overtuigde haar zus om te beginnen lopen. Hermelijn kampt helaas al enkele maanden met een hardnekkige scheenbeenvliesontsteking. Dat betekent dat ze de langere afstanden die ze gewend is te lopen momenteel links moet laten liggen. Met pijn in het hart uiteraard. Dat blijkt uit de verontwaardigende toon waarmee ze spreekt over het onrecht dat haar wordt aangedaan. 5 kilometer gaan lopen voelt voor haar niet als lopen en het lijkt zinloos om daar de loopschoenen voor aan te trekken. Ze gaat nu ook zwemmen en probeert dagelijks een work-out te doen.

Als ik met Hermelijn en Elisabeth over lopen praat, dan herken ik daar veel van mezelf in: de ongedwongenheid die lopen betekent en het louterende effect bijvoorbeeld. Elke loper heeft zijn eigen gewoontes en voorkeuren, maar op onversneden loopplezier staat geen leeftijd. Zeg nu nog eens dat jongeren niet graag bewegen. Ik wil Hermelijn en Elisabeth nog eens bedanken voor het leuke gesprek tijdens de middagpauze en ik wens hen nog heel veel loopgeluk toe!

De gedachte – Over jongeren en beweging #2

Beweging werkt, dat was de titel van de studiedag die ik dinsdag bijwoonde over beweging op school of beter gezegd: het gebrek daaraan. De Vlaamse overheid richtte de studiedag in om de resultaten van het pilootproject Scholen in beweging te bespreken en concrete tips aan te reiken voor één ieder die zich op zijn school wil engageren voor een bewegingsbeleid. Dat mag zich namelijk niet beperken tot de lessen lichamelijke opvoeding. Ik voelde me dus aangesproken (duh). Het was een leerrijke dag waarbij ik met mijn neus op de harde feiten werd gedrukt. Ik kreeg heel wat ideeën om meer beweging te integreren in de klaspraktijk. Zoals ik al eens vertelde organiseer ik tijdens de middagpauze op mijn school  – Koninklijk Atheneum De Ring in Leuven: beter gekend als de beste school van het land – een eigen versie van het One Mile project. Ik geef Nederlands en ik beschouw het dus als een uitdaging om ook tijdens het reguliere lesgebeuren een dynamische werkomgeving te creëren waar er letterlijk ruimte is voor beweging.

Terug naar Brussel, waar in de voormiddag cijfers en theoretische kaders centraal stonden. Directieleden en leerlingen deelden hun ervaringen als pilootschool die een gemoderniseerd bewegingsbeleid op poten zette. Het zal niemand verbazen dat die ervaringen overwegend positief waren. Bovendien bevestigden zij mijn gevoel: maar liefst 90% van de ondervraagde jongeren gaf aan meer te willen bewegen op school. Dat is zonder meer goed nieuws. Hou je vast, want nu volgt het slechte nieuws. De onthutsende realiteit is dat kleuters de beste leerlingen van de klas zijn met slechts 48% die dagelijks voldoende beweegt. Geen reden tot feest dus. Vanaf dan gaat het alleen maar bergafwaarts. Het absolute dieptepunt ligt bij de leerlingen waar ik les aangeef. Bij de jongens tussen 15 en 18 jaar heeft amper 15,6% dagelijks voldoende beweging. De meisjes in diezelfde categorie doen het nog slechter met een bijzonder pijnlijke 7,1%. Volwassenen scoren met 40% wel beter, maar dat is nog steeds een dikke onvoldoende. Auch.

Kennen jullie trouwens de bewegingsdriehoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven al? De rode zone met boter en biefstuk in de voedingsdriehoek wordt in dit model vervangen door grote boosdoener stilzitten. Het advies is om na 30 minuten zitten even recht te staan. Beweging wordt ingedeeld volgens drie categorieën. Licht intensief bewegen moet je dagelijks doen: bijvoorbeeld de trap nemen of een stukje te voet gaan. Elke dag zou je ook matig intensief moeten bewegen. Hieronder valt een verplaatsing met de fiets of in de tuin werken. Hoog intensief bewegen levert je de meeste gezondheidsvoordelen op en zou je wekelijks moeten doen. Sporten dus: een keer gaan lopen of je uitleven op de sportclub. Elke stap telt, dat is het motto. Over de fameuze 10.000 stappen wordt overigens met geen woord gerept. Dat voor sommigen heilige aantal is op geen enkele manier wetenschappelijk onderbouwd. Het staat buiten kijf dat kinderen en jongeren dagelijks meer moeten bewegen dan 10.000 stappen. Bovendien druisen zittende lesuren van 50 minuten in tegen de aanbeveling. Enter de bewegingstussendoortjes. Zonder twijfel het woord van de dag.

Tot op zeker hoogte kan ik genieten van een ritje op de theoretische denktank-trein om me te laten meevoeren naar pakweg een gezondheidsmatrix. Achter zulke modellen gaat vaak veel logica schuil die iemand met een analytische geest heeft samengebracht in een standaardmodel. De doener in mij kreeg na verloop van tijd echter een overdosis aan beleidswerking op papier en een draagvlak creëren als toverformule. Ik bereikte een breekpunt toen een Nederlandse onderzoeker uit de doeken kwam doen wat haar onderzoek naar onderzoeken (ja serieus) over het verband tussen beweging en schoolresultaten had opgeleverd. Een onderbreking van de zitmodus leverde een verbetering van de concentratie op, maar geen enkel onderzoek kon aantonen dat beweging ervoor zorgde dat leerlingen betere schoolresultaten haalden. Ja en dan? Evaluaties zijn een middel, geen doel op zich. Ik ga met mijn leerlingen lopen omdat een gezonde geest in een gezond lichaam huist. Voldoende bewegen hoort bij een gezonde levensstijl en daar moeten wij op school het goede voorbeeld in geven. Bovendien geldt samen bewegen als een verbindende activiteit die de klassfeer en het individuele welzijn ten goede komt. Onrechtstreeks kan dit alles bijdragen aan verbeterde schoolprestaties. Ik heb geen cijfers nodig om die positieve ervaringen te bekrachtigen.

Iemand vergeleek een bewegingsbeleid met een tank: een lomp ding dat maar mondjesmaat vorderingen maakt. Naar mijn idee een pessimistische visie. Akkoord, je kan soms beter even nadenken vooraleer je jezelf verliest in te ambitieuze plannen waardoor er na een blitzstart niets meer gebeurt. Het ligt echter meer in mijn aard om vol enthousiasme eerst wat dingen uit te proberen in de klas, mijn bevindingen te delen en die vervolgens met collega’s uit te werken tot de eerste stappen van een beleid. Hier duiken de bewegingstussendoortjes weer op. Ik wil wel eens zien wat het geeft als je na 30 minuten de les onderbreekt voor een korte energizer of een ademhalingsoefening om het zitpatroon te onderbreken. Ook met de klasinrichting wil ik experimenteren door leerlingen de mogelijkheid te geven om de les afwisselend zittend en staand te volgen. In Scandinavische landen (het onderwijs walhalla) behoort dit al tot de standaard. Voor mij is het een grote uitdaging om dit te realiseren met beperkte middelen. Gelukkig borrelen er al heel wat creatieve ideeën in mijn hoofd. Ik zal dus eerst mijn eigen draagvlak zijn.

Maandag was de kick-off van het One Mile project bij ons op school. Leerlingen van het vierde jaar kunnen vrijwillig aan het begin van de middagpauze een mijl gaan lopen onder begeleiding van enkele geëngageerde collega’s. Met de juiste aanpak zijn leerlingen echt geen luie donders. Het kan geen toeval zijn dat net deze week de zon doorbrak. Beweging werkt, wees daar maar zeker van. Doe het gewoon eens.

Het portret – Mijn bijzondere zus en zorgwonder Marike Odeyn

Vandaag is mijn zus Marike jarig. Ze wordt 29 jaar. Dat wil zeggen dat ze werd geboren op 11 februari 1990: de dag dat Nelson Mandela opnieuw een vrij man was na 27 jaar gevangenschap. Ik ben ervan overtuigd dat hij een stuk van zijn zachtaardige karakter en vredelievendheid heeft doorgegeven aan mijn zusje. In 1993 kreeg Mandela de Nobelprijs voor de Vrede. Zonder enige twijfel zal ook Marike ooit een Nobelprijs in ontvangst mogen nemen. Het zal ofwel die voor de Vrede zijn ofwel die voor Kinesitherapie. Waarschijnlijk zal dit ook eerder vroeg dan laat gebeuren. Marike is niet iemand die op de barricaden gaat staan roepen om haar boodschap te verkondigen. De individuele strijd die zij voert voor een zachtere wereld waarin iedereen zich geholpen en gesteund voelt, is er eentje vanuit de achtergrond. Een missie vanuit het hart met beide voeten op de grond in het echte leven: dat is mijn zus waar ik zo trots op ben.

Als Marike ergens haar zinnen op zet, dan mag je er zeker van zijn dat ze haar doel zal bereiken. Dat was vroeger al duidelijk toen wij allemaal nog kleine schattige Odeyntjes waren. Seppe en ik waren op school tevreden als we geen tekorten haalden, Marike wilde alles tot in de puntjes begrijpen. Haar minder ontwikkelde talenknobbel belette haar niet om zich als een gek in te zetten voor de taalvakken. Ze was de meest voorbeeldige leerling en student van ons alle vier. Ook in haar hobby’s gaf Marike zich altijd volledig. Toen zij begon met paardrijden wist ik plots hoe recreatief ik was als ruiter. Marike trainde haar paard Trust (dat niet echt haar eigen paard was, maar toch een beetje) alsof ze zich klaarstoomden voor de Olympische Spelen. Kinesitherapeut worden dat vraagt inzet, toewijding en veel tijd. In haar studentenjaren was er dan ook minder tijd voor Trust. Na een vlekkeloos parcours van vijf jaar studeerde Marike af. Ze specialiseerde zich in de neuromotorische revalidatie. Op haar stageplaats bleven haar gouden handjes niet onopgemerkt en bijgevolg had ze dus al vast werk voor ze goed en wel haar diploma in diezelfde handjes had.

P1040023b
Wat een stijl, wat een karakter. Pitbull in actie op de Tourmalet!

Hier volgt een bekentenis. Op zotte momenten in de nillies zagen wij ons, de drie zussen, als de Spice Girls. Ik was Ginger, Roos Baby en Marike Sporty Spice. In die tijd was Marike namelijk het lichtende sportieve voorbeeld voor Roos en mij. Ze liep stiekem al best lange duurlopen in haar tienerjaren en na het paardrijden stortte ze zich op het wielrennen. Inmiddels lopen Roos en ik marathons en zeggen we al eens lachend dat Marike haar Sporty Spice titel verloren is. Diep vanbinnen weten we dat ze dat altijd zal blijven. Je moet namelijk geen marathons lopen om sportiviteit uit te ademen. Marike sport zoals normale verstandige mensen dat doen: een paar keer per week met mate en soms ook gewoon niet. Ze is een sportieve pitbull. Als ik haar nu zou uitdagen, loopt ze waarschijnlijk met twee vingers in de neus een marathon. Net zoals ze in 2017 de Tourmalet beklom zonder een echte voorbereiding, maar omdat ze haar vriend Peter natuurlijk niet alleen de berg op kon sturen. Er moest toch iemand voor hem kunnen zorgen mocht dat nodig zijn? Als zij zich ergens in vast bijt, dan lost ze niet.

Met diezelfde gedrevenheid zorgt Marike voor haar patiënten en familieleden. Wie nood heeft aan deskundig advies en een luisterend oor kan altijd bij haar terecht. Ze beseft als geen ander dat je zorg moet afstemmen op de persoon en de specifieke situatie waarin die zich bevindt. Haar individuele aanpak ontstaat vanuit een oprechte interesse in wie er voor haar zit. In de warme verhalen die ze vertelt over haar professionele ervaringen hoor je de liefde voor haar beroep rijkelijk stromen. Dat haar patiënten graag bij haar over de vloer komen en vice versa, is dan ook een understatement van formaat. Als ik bij haar te rade ga (vaak met een vreemd pijntje waarvan ik denk dat het het begin van het einde is), voel ik mij al geholpen door de manier waarop ze naar mij luistert. Vergis je trouwens niet: die gouden, zachte handen van haar hebben genadeloze vingers die elk gevoelig plekje naadloos weten te detecteren. En ook dat roepen vanop de barricaden kan ze als geen ander als er gesupporterd moet worden, redelijk vaak dus in onze familie. Bovendien blinkt ze niet alleen uit als supporter, maar ook als verzorger van de supporters. Is er nood aan een pauze of versnapering, dan voelt ze ook die noden feilloos aan.

IMG_3746
Mijn allerliefste en knapste zusjes. Wat zou ik zijn zonder hen?

Iemand vroeg ooit eens of Marike het niet lastig vindt dat Roos en ik zo goed met elkaar opschieten. Nee, absoluut niet. Ze vindt het een goede zaak dat Roos en ik elkaar lastigvallen met vreemde humorkronkels en hersenspinsels. Het is een misvatting dat als je hard op de ene zus lijkt, de andere zus minder belangrijk zou zijn. Ik voel me net zoveel zus van mijn zussen als zus van mijn broer. Je hoeft niet heel veel tijd met elkaar te spenderen om een hechte band te hebben. Over dat gevoel hadden Marike en ik het toevallig vorige week nog. Ik zei haar dat zij een stuk van mij is, net zoveel als Roos, Seppe en mijn ouders dat zijn. Je ziet het ene familielid dan misschien wel vaker dan het andere, maar elk voor zich vervullen ze een specifieke rol in je leven die uniek en onmisbaar is. Wie nu denkt dat wij dit gesprek ergens ’s avonds laat hadden tijdens een diepgaand moment van existentiële overpeinzing, heeft het bij het verkeerde eind. Het gaat er bij ons wat luchtiger aan toe. Ik sprak die woorden uit op een zonnige zondagmiddag terwijl ik aan het lopen was en Marike naast mij fietste. Een minuut later ging het misschien over de ingrediënten van een ovenschotel.

Tot slot is er nog iets waar Marike in excelleert: ze heeft zonder overdrijven de mooiste blauwe ogen van ons allemaal. Peter is de gelukkige man die lief, leed en huis deelt met die wonderlijke zus en die dus mag verdrinken in haar blauwe kijkers. Zij volgde hem naar de Kempen. Samen renoveerden ze een oude dokterswoning. Momenteel wordt er hard gewerkt om de praktijk aan huis Kine Odeyn te verwezenlijken. Ik pleit voor de slogan: voor al uw zorgen groot en klein, moet u bij Kine Odeyn zijn. Overdreven rijmelarij die het professionele karakter misschien wat ondermijnt, maar het is nu eenmaal de waarheid. Gelukkig verjaardag, liefste zusje!

P1040454b

 

 

Marathonpraat – Wat we kunnen leren van iconische marathonvrouwen

Er was eens een Griek met de poëtische naam Pheidippides. Zo’n 2500 jaar geleden liep hij van Marathon naar Athene, sprak de woorden gegroet, we hebben gewonnen om vervolgens dood neer te vallen. Een sterk verhaal, maar historici zijn het er over eens dat we het met een flinke korrel zout moeten nemen of dat er zelfs helemaal niets van aan is. De afstand tussen Marathon en Athene bedraagt bovendien slechts 35 kilometer. Onze mythische 42,195 kilometer is officieel sinds de Olympische Spelen van Londen in 1908. Toen werd de afstand verlengd naar 26 mijl opdat de lopers voorbij de koninklijke tribune in Windsor Castle zouden passeren. Wat Pheidippides al dan niet presteerde is knap, maar niet grensverleggend. De echte helden van de marathon zijn vrouwen: de Amerikaanse Roberta Bobbi Gibb en Kathrine Switzer drukten hun stempel op de geschiedenis door in de jaren 60 illegaal een marathon te lopen. Een rebelse daad die ons heel wat wijze lessen bijbracht.

Vrouwen mogen ook groots dromen
Zowel Bobbi Gibb als Kathrine Switzer zijn twintigers in de jaren 60. Het pad dat voor hen is uitgestippeld is dat van de onderdanige huisvrouw. In 1964 ziet de avontuurlijke Bobbi Gibb voor het eerst anderen lopen tijdens de Boston Marathon. Dat raakt haar: something deep inside fell in love with it. Een vonk ontspringt, de droom ontstaat. Daags na die ervaring begint ze te trainen voor de marathon. In tijden waarin het niet gebruikelijk is dat je op straat loopt, trekt Bobbi de bergen in. In tijden waarin er amper informatie beschikbaar is over verantwoorde trainingsopbouw, laat staan Start to Run, loopt Bobbi meermaals ruim 40 mijl op training: een heel vette marathon dus. Ze bewijst hiermee tegenover zichzelf dat ze de afstand aan kan en ze laat haar droom niet verwoesten door het feit dat alleen mannen officiële marathons mogen lopen.

Vrouwen kunnen ook een marathon lopen
Twee jaar later schrijft de 23-jarige Bobbi de organisatie van de Boston Marathon aan. Die is onverbiddelijk: vrouwen mogen in wedstrijdverband maximaal 1,5 mijl lopen. De marathonafstand kunnen vrouwen fysiek niet aan. Bobbi krijgt geen startnummer. Dat sterkt haar overtuiging dat ze een statement moet maken voor alle vrouwen die niet hun eigen leven mogen leiden. Op 19 april 1966 verstopt Bobbi zich in een struik aan de start van de Boston Marathon in Hopkinton. Ze draagt een zwart badpak met daarover een veel te grote bermuda en een blauwe sweater van haar broer. Ze glipt mee met de menigte, maar zelfs met een kap over haar hoofd wordt ze na enkele minuten herkend als vrouw. Bobbi vreest dat ze uit de race gezet zal worden. Niets is minder waar: ze wordt aangemoedigd door de mannelijke lopers en die willen haar vooral niet beletten om te finishen. Halverwege de race krijgt ook de pers notie van de vrouwelijke deelnemer.

In zware omstandigheden kan je boven jezelf uit stijgen
Bobbi finisht uiteindelijk in een verbluffend snelle 3:21:40. Ze dronk onderweg geen druppel water en durfde pas op het einde haar veel te warme trui uit te trekken. Bovendien liep ze nooit eerder lange afstanden op asfalt. Haar veel te stugge schoenen veroorzaken bloedende blaren. Ze wordt onthaald als een heldin en pronkt op de hoofdpagina van de krant. Een jaar later mogen vrouwen echter nog steeds niet deelnemen aan marathons. De 20-jarige Kathrine Switzer schrijft zich in 1967 met een genderneutrale naam in om toch aan de start in Boston te kunnen staan. Een official die haar bedrog tijdens de race opmerkt wil haar hardhandig aan de kant houden, maar Kathrines vriend Tom tackelt hem. Een foto die toont hoe er geduwd en getrokken wordt, maakt van Kathrine een beroemdheid. Ze haalt de finish als eerste officiële vrouw. Ook Bobbi liep dat jaar de Boston Marathon, zij koos weer voor een niet-officiële deelname. Het duurt uiteindelijk tot 1972 tot vrouwen mogen deelnemen aan marathons.

Lopen stimuleert je geest
Zowel Bobbi als Kathrine zijn intelligente vrouwen. Kathrine heeft een diploma journalistiek op zak, schreef in 2007 het boek Marathon Woman (shame on me dat ik het nog niet las) en ze becommentarieert loopwedstrijden op televisie. Bobbi werd na haar marathondebuut met een diploma filosofie en wiskunde geweigerd om een opleiding aan de medische school aan te vatten omdat ze te knap was. Haar aanwezigheid zou de uiteraard mannelijke medestudenten afleiden. Ze haalde uiteindelijk nog een diploma rechten en werkte als advocaat. Inmiddels bouwde ze ook een carrière uit als kunstenares. Het zal niemand verbazen dat ze strijdt om een beeldhouwwerk van een lopende vrouw langs het parcours van de Boston Marathon te krijgen, waar nu enkel mannelijke lopers te zien zijn.

Lopen is voor het leven
In 2017 liep Kathrine opnieuw de Boston Marathon, welgeteld 50 jaar na haar debuut. Jawel, op 70-jarige leeftijd dus. Ze kreeg startnummer 261 toegewezen, dat ze ook droeg bij haar deelname in 1967. De organisatie besliste dat jaar om het nummer 261 in de komende edities niet meer uit te reiken. Ook de 76-jarige Bobbi loopt nog. Misschien wordt niet iedereen als loper geboren. Misschien zijn we wel allemaal lopers. Ik kan alleen maar hopen dat er een beetje Bobbi en Kathrine in mij zit.

Loperspraat – Januari is de maand van de trap

Er gebeurde weinig spectaculairs in januari, maar toch was het een uitdagende maand. In eerste instantie zorgde het winterweer ervoor dat zelfs ik er wel eens minder goedgemutst op uit trok. Ik kreeg het idee dat de weergoden mij genadeloos afstraften voor mijn positiviteit over het winterweer. Werkelijk alles passeerde de revue: regen, wind, sneeuw, koude en als kers op de taart kreeg ik maandag nog een fikse hagelbui over me heen. Een andere uitdaging was om na de drukke voorbereidingsmaanden voor de Hel weer een normaal sportritme te vinden. Het kostte tijd in mijn hoofd om in te zien dat mijn norm van een normaal sportregime wat verstoord was. Ik kon de vrijgekomen tijd dus niet meteen omarmen omdat ik de intensieve trainingen en het gevoel om toe te leven naar een groots doel miste. Inmiddels is mijn sportkompas helemaal afgesteld op de marathon van Parijs die al over 10,5 week op het menu staat.

Toen ik dat eenmaal helder voor ogen had, kwam ik tot de conclusie dat de trap centraal stond in januari. Zowel in letterlijke als figuurlijke zin. Ik zocht en vond namelijk een geschikte trap om de de oefeningen die ik van mijn kinesitherapeut kreeg uit te voeren. Het zit zo: mijn lichaam kent geen geheimen voor kine Kathelijn. Iets camoufleren of verstoppen is onmogelijk. Zij weet als geen ander de zwakke plekken in mijn lijf aan te duiden. Naast mijn rug die af en toe wat aandacht opeist, bleek de sprongkracht en explosiviteit in mijn enkels te wensen over te laten. Lopen is een symmetrische sport, maar mijn linkerbeen bakt er beduidend minder van dan mijn rechter, dat ook al ondermaats presteert. Die scheve situatie moet ik dus zien recht te trekken. Bij de trapoefeningen moet ik vinnig en explosief (alles wat ik dus niet ben) in verschillende tijden de trap op springen: op twee benen of hinkelend. Dat is op z’n zachtst gezegd pittig, maar ik ben een voorbeeldige patiënt en ik neem mijn oefeningen heel serieus. De trap dus: op en af, opnieuw en opnieuw.

Mijn doel is simpelweg om me zo goed mogelijk voor te bereiden op de marathon in Parijs. Ik bekijk het zo: ik sta nu aan de voet van een trap met uitzicht op een sportieve uitdaging. De vraag is hoe ik die best kan op lopen om niet half struikelend, volledig uitgeput en buiten adem boven te komen. In het dagelijks leven heb ik namelijk al eens de neiging om de trap haastig met twee passen tegelijk op te lopen. Ook bij sportieve doelen kwam ik al eens in de verleiding om onbezonnen naar boven te sjezen. Ik miste onderweg al eens een trede, maar dat had niet meteen dramatische gevolgen. Je vergroot wel de kans op een accident de parcours, waarbij je lelijk valt en je flink bezeert. Het is dus verstandiger om met kordate pas beheerst de trap te bestijgen. Uiteraard moet je je niet angstvallig aan de leuning vastklampen, zo lang die wel binnen handbereik is. Ik probeer nu dus op die manier naar Parijs toe te werken. Mijn basisconditie is al meer dan degelijk. Om de houvast te vergroten, voegde ik ook weer stabiliteitsoefeningen toe aan mijn programma. Die doe ik bij voorkeur trouwens in het bos: dat is zoveel aangenamer dan binnen op een matje.

img_3700

Moet het nu dan allemaal veilig? Mag er dan helemaal niks zots meer? Natuurlijk wel! Af en toe moet het hard en roekeloos gaan, onbesuisd naar boven of beneden vlammen: ook dat is training. Op 6 januari liep ik mijn eerste wedstrijd van het jaar: de Naturarun in Holsbeek, goed voor 18 kilometer onvervalst trailplezier. Na mijn overdosis modder in de Hel had ik het op de fiets wel gehad met de nattigheid. Die vlieger gaat echter niet op voor lopen. Het was modderig en ook de hoogtemeters van het Chartreuzebos waren niet van de poes. Een glibberige valpartij in de laatste kilometers konden niet beletten dat ik als vierde eindigde en daar was ik meer dan tevreden mee. Ook Roos doorstond het slijk en de hoogte met glans. In juli lopen we de 36 km La Chouffe trail, dus nu voeren we op regelmatige basis gezamenlijke trailtrainingen in. Afgelopen zondag liepen we ruim anderhalf uur in de regen door datzelfde Chartreuzebos. We improviseerden de route op goed geluk bij elkaar, testten een nieuwe techniek uit om recht te blijven op een schuine modderkant en we genoten van de natuur met volle teugen. Roos is zo’n aangenaam gezelschap dat ze haar geld zou kunnen verdienen als professionele loopcompagnon: de Roos Running (of Running Roos?) bvba. Al zouden haar overgevoelige schenen niet zo gelukkig zijn met die carrièreswitch.

Goed gezelschap vond ik trouwens ook onverwacht op wat de enige zonnige fietsdag van de maand bleek te zijn. Op een zaterdag werd ik geheel toevallig ingehaald door niemand minder dan de duivel van Kasterlee, door mij beter gekend als mijn broer Seppe. Al was het scenario nu anders dan in Kasterlee: we reden langer dan een seconde samen. Het werd een echte fietstocht waarbij Seppe me een prachtige toer voorschotelde. We hadden meer dan genoeg gespreksstof om bij te praten. Ik vertoefde trouwens ook in mooi gezelschap op de marathonlijst van Runner’s World. Mijn 3:24:27 die ik in oktober liep in Brussel was goed voor een 85e plaats bij de Belgische dames. Het viel me op dat er opvallend veel Jokes in die lijst staan. Februari belooft in ieder geval nog meer familiaal sportplezier. Zondag zak ik af naar de Kempen voor een sportieve dag met Marike en Peter. Zij hebben ook een heel mooie trap. Dat opent perspectieven.

Gelukkige Gedichtendag!

Morgen is het Gedichtendag en dat is de aftrap van de Poëzieweek. Tom Lanoye verzorgt voor die gelegenheid het Poëziegeschenk getiteld Vrij – Wij? dat volledig in lijn ligt met het thema van de Poëzieweek: vrijheid. Zeg maar: poëzie, is dat geen complex gezweef en moeilijk doen met taal? Nee, in het geheel niet. Zoals ik hier al vertelde, leerde ik van Ellen Deckwitz dat poëzie de dingen niet gewoon zegt zoals ze zijn omdat de dichter de boodschap juist zo precies mogelijk wil weergeven. Poëzie vind je bovendien overal en is er voor iedereen. De Poëzieweek is een reden te meer om in de klas alle poëtische registers open te trekken.

Als lezer en leerkracht Nederlands past het wellicht binnen het plaatje om ook een poëzieliefhebber te zijn. Toch heb ik lange tijd weinig gehad met gedichten. Poëzie sprak me aan als cultureel-historisch product, maar het kon me niet echt raken. Zo vond ik tijdens mijn studies de achtergrond en het mysterie van Shakespeares sonnetten uitermate boeiend en het dramagehalte van die overvolle zinnen vond ik wel iets hebben. Waar ik echter meteen helemaal overspoeld werd door de veelzijdigheid van de magische wereld der literatuur, bleef poëzie lang een gesloten koffer die ik slechts sporadisch opende. Als tienerboekenmeisje las ik wel poëzie omdat ik het idee had dat het erbij hoorde. Als literatuurwetenschapper had ik niet de ambitie om De Poëzie te leren kennen. Het paste ook niet binnen mijn leespatroon. Lezen doe ik bij voorkeur lang aan een stuk om helemaal in een boek te kunnen kruipen. Ik weet nu dat je poëzie niet leest zoals een boek.

De poëtische vlam ontsprong ook niet meteen toen ik les begon te geven. Ik was wederom vooral gefascineerd door de tijdsgeest die bijvoorbeeld middeleeuwse dichters weergeven. Ik heb poëzie leren waarderen zoals ik koffie heb leren drinken: eerst met veel melk zodat ik niet echt koffie proefde. Gedichten die dus behapbaar zijn en iets herkenbaars oproepen omdat ze vaak inspelen op de grote emoties. De vergelijking gaat misschien niet helemaal op, want ik ben een verfijndere koffiedrinker dan dat ik een connaisseur van de poëzie ben. Inmiddels word ik wel helemaal lyrisch van een klassieker als het Egidiuslied, een pareltje uit het Middelnederlands waarin de zanger/dichter (ook toen waren die grenzen dun) het gemis van zijn vriend Egidius uitdrukt en daarbij hoe vreselijk oneerlijk het leven is. Ik zeg wel eens tegen mijn leerlingen (met enige overdrijving, want zo ben ik) dat ik een heel schooljaar les zou kunnen geven over dat gedicht.

Als ik in de klas poëzie bespreek dan vertel ik eerst dat je een gedicht niet moet willen begrijpen zoals het verhaal van een film. Je moet de poëzie durven ondergaan. De sleutel ligt niet in de analyse of interpretatie, maar in wat het teweeg brengt. Dat kan een eenvoudige glimlach zijn, een bedenkelijke frons of grimas, een steek van herkenbaarheid of helemaal niets natuurlijk. Er zijn drie dingen die opvallen als mijn leerlingen (met name de vierdejaars) uit poëziebundels gedichten selecteren. Ten eerste kiezen ze meestal voor iets wat kort is, zonder al te moeilijke woorden en met een duidelijke structuur: melk en suiker in de koffie dus. Op een tweede niveau grijpen ze naar absurde gedichten die spelen met de genrekenmerken: willekeurige klanken bijvoorbeeld of een parodie op het sonnet. Mevrouw, dat is toch geen poëzie: dat kan ik ook! Wat echter vooral opvalt is dat leerlingen erin slagen om zelfs in de dikste bundel in een mum van tijd gedichten te detecteren die verwijzen naar de lichamelijke liefde. Zij lijken hier een zesde zintuig voor te hebben en kunnen dan plots heel goed tussen de regels lezen. Poëzie is dan gewoon het feest van de dubbelzinnigheid.

Aan mij is er geen dichter verloren gegaan. Laat mij het maar bij lezen en uitleggen houden. Ik ben een grote fan van dichteres Maud Vanhauwaert. Enkele jaren geleden sloot zij Iedereen beroemd af door mensen op straat te verrassen met poëzie. Ik toon die fragmenten in de klas omdat ze aantonen hoe iets heel geks tegelijkertijd ook doodnormaal kan klinken. In 2015 won Maud Vanhauwaert de Herman De Coninck publieksprijs met Wij zijn evenwijdig.

maudvanhauwaert

Leve de poëzie! Geef er deze week een poëtische lap op!

Het boek – Het wonderlijke verhaal van Gobi en Dion

Een competitieve ultraloper, een zwerfhondje en het desolate landschap van de Chinese Gobi woestijn: die drie ingrediënten vormen de basis van het onwaarschijnlijke avontuur dat de Australiër Dion Leonard overkwam. Overkwam ja, want toen Dion in juni 2016 streed voor de overwinning in de Gobi Desert Race wist hij niet dat de 250 kilometer die hij al lopend zou afleggen peanuts zouden zijn in vergelijking met de maandenlange strijd om een Chinees zwerfhondje terug te vinden en het in zijn thuisbasis Edinburgh te krijgen. Uiteindelijk is de gezinsuitbreiding een feit ruim een half jaar nadat Gobi (zoals het hondje logischerwijze wordt gedoopt) haar uitverkoren baasje meer dan 100 kilometer volgde door de woestijn. Hét ultieme bewijs dat sprookjes bestaan. The amazing true story is inmiddels een bestseller in boekvorm getiteld Finding Gobi (2017). Gobi gaat zelfs naar Hollywood. Figuurlijk dan, want ook de filmrechten werden verkocht. Het verhaal van Gobi en Dion is buitengewoon en laat niemand onberoerd.

Ik vertelde al eens hoe ik vroeger smulde van dramatische dierenverhalen met goede afloop. Als loper en dierenvriend is dit boek mij op het lijf geschreven. Bovendien was ik ook geprikkeld door het verhaal van zo’n ultrarace. Met ultra worden alle afstanden aangeduid die langer dan een marathon zijn. Wat drijft die mensen in godsnaam om in zes dagen tijd 250 kilometer af te leggen door de woestijn, weg van alles en iedereen? Het antwoord van Dion is niet omdat ik zo graag loop. Integendeel: hij zegt onomwonden dat hij niet van lopen houdt. Wat hem drijft is de competitie: de race winnen dus. Dion begint op latere leeftijd te lopen in navolging van zijn vrouw Lucja, inmiddels eveneens een ervaren ultraloper. Het is voor hem een uitgelezen kans om komaf te maken met zijn overgewicht. Hij bouwt veel te snel op naar een halve marathon nadat hij een weddenschap afsluit met een vriend die hij met vijf minuten wil verslaan. Dat lukt: Dion finisht in 1:34. De wedstrijdloper is geboren.

Bij ultraraces van dit kaliber leggen de lopers dagelijks één à twee marathons af door zand, over rotsen, zonder bewegwijzering en onder een loden zon. Overnachten gebeurt in een tentenkamp. De lopers voorzien zelf hun voedsel en dragen dat ook mee tijdens de race. Een douche nemen is geen optie. Onderweg zijn er enkele bevoorradingsposten met water, beperkt uiteraard. Bikkelharde omstandigheden waar ultralopers zo’n 4000 dollar voor neertellen. Dion is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij vertrekt in juni 2016 naar China met als doel de Gobi Desert Race te winnen. Na afloop van de eerste racedag snuffelt er een hondje rond in het tentenkamp. Ze charmeert de lopers die wat van hun schaarse voedsel met haar delen. Dion blijft uit haar buurt voor het besmettingsgevaar. Zijn verwondering is dan ook groot als het dappere hondje bij de start van de tweede etappe aan zijn voeten staat en met hem begint mee te lopen. Ze houdt vol en volgt zijn stevige tred. Dion waardeert het gezelschap van het gek ogende hondje. Ze biedt hem de nodige afleiding. Hij gaat uiteindelijk overstag en deelt water met haar. Zijn compagnon wordt Gobi gedoopt. Samen overschrijden ze de finishlijn van de tweede etappe.

Die avond slaapt Gobi opgekruld tegen hem aan. Ook tijdens de derde etappe volgt ze Dion. Als hij haar oppakt bij een gevaarlijke wateroversteek beseft hij dat ze bij hem hoort. Na dag drie heeft Gobi 77 mijl met Dion meegelopen zonder dat ze overdag eten kreeg. Een straffe prestatie voor een hondje dat ongeveer 8 kilo weegt. Dion beslist om haar de volgende dagen bij de organisatie te laten zodat ze wat kan uitrusten, ook al mist hij haar gezelschap. ’s Avonds wijkt ze niet van zijn zijde. Op dag vijf staat er een dubbele marathon op het programma en dit bij een temperatuur van boven de 50 graden. Dion staat tweede in het algemeen klassement en weet dat hij de koploper kan verslaan. Dat pakt anders uit als hij terugkeert om een concurrent bij te staan die lijkt te bezwijken onder de verzengende hitte. Dion verspeelt daardoor zijn kans op winst en strandt op de tweede plaats in het eindklassement. Omdat de afsluitende zesde etappe slechts 10 mijl omvat zal hij de Gobi Desert Race dus niet winnen. Plots lijkt dat allemaal relatief. Hij staat voor een grotere uitdaging: zijn trouwe loopmaatje Gobi van China naar de UK krijgen.

Gobi’s verhaal is intussen viraal gegaan. Niet alleen de sociale media, maar ook de grote kranten pikken het onwaarschijnlijke verhaal van het hondje met de vechtersmentaliteit op. Een dier vanuit China naar Europa te krijgen kost niet alleen veel papierwerk, maar ook veel centen en bovenal tijd. Er geldt namelijk een lange quarantaineperiode. Dion en zijn vrouw starten crowdfunding op om de kosten te dekken. Gobi krijgt haar eigen Facebookpagina en zo meteen heel wat trouwe volgers. Het unieke verhaal raakt menigeen en voor ze het goed en wel beseffen is er 20.000 dollar ingezameld om Gobi thuis te krijgen. Die verblijft inmiddels bij iemand van de organisatie in de noordelijk gelegen stad Urumqi. Terwijl Dion druk bezig is de reis te plannen, komt er als een donderslag bij heldere hemel slecht nieuws uit China: Gobi is ontsnapt en zwerft door de straten van Urumqi. Verbijstering alom. Contactpersonen worden ingeschakeld en Dion besluit dat hij niet anders kan dan naar Urumqi afreizen om de zoektocht te leiden. Dat is geen sinecure in een troosteloze stad die wordt gekenmerkt door interne spanningen, druk verkeer, luchtvervuiling, duizenden zwerfhonden en vooral geen huisdierencultuur.

Een speld in een hooiberg vinden is kortom gemakkelijker dan een hondje in Urumqi. Tot er op een avond een mirakel plaatsvindt en Gobi wordt gevonden. Eind goed, al goed zou je dan denken. Niet in dit geval. Wat volgt heeft veel weg van het betere thrillerwerk. Gobi mag dan inmiddels een ster zijn met duizenden YouTube volgers, de procedures nemen tijd in beslag. Bovendien zijn ook de omstandigheden waarin Gobi verdween dubieus te noemen. De vraag rijst of ze met opzet werd gedognapt om losgeld te verkrijgen. Alsof die dreiging nog niet volstaat, wordt het duo ook nauwlettend in de gaten gehouden door de Chinese autoriteiten. Door de wereldwijde media-aandacht wordt angstvallig gecontroleerd of Dion in zijn communicatie met de buitenwereld China in een slecht daglicht zet. Hij wordt gelukkig bijgestaan door enkele locals met een groot dierenhart, maar hij vertrouwt niemand en durft Gobi geen seconde alleen te laten. Uiteindelijk kiest hij ervoor om met haar naar Peking te reizen en daar drie maanden door te brengen vooraleer ze definitief naar Europa vertrekken. Het alternatief is een verplichte quarantaineperiode van vier maanden in een deprimerende kennel nabij Heathrow Airport. In januari 2017 is het dan eindelijk zover en worden Dion, Gobi, Lucja en hun kat Lara een echt en vooral hecht gezin in Edinburgh.

Wat heb ik genoten van dit boek. Aanvankelijk vond ik dat het een tikje dramatisch klonk, maar het is een ijzersterk verhaal dat met een krachtige stem en goede vaart wordt verteld. Hoewel ik gerust meer had willen lezen over de race zelf, bleek die onmenselijke prestatie in de woestijn niet het hoogtepunt te zijn, maar de tijd die een paranoïde Dion doorbrengt met Gobi op een triestig appartementje in China. De dramatiek en suspense worden met veel gevoel vakkundig toegediend. Ook al ken je de goede afloop, je bent er pas echt gerust in als het boek uit is. Op YouTube is trouwens een schat aan beeldmateriaal te vinden van Gobi en haar baasjes. Ook daar heb ik inmiddels al van genoten. Ik hou mijn hart wel vast voor de film. Het wordt een huzarenstukje om een ongeloofwaardig verhaal als dit zonder al te veel tierlantijntjes geloofwaardig neer te zetten. Voor de rol van Gobi zullen zo’n 20 honden worden ingezet. Volgens mij kan enkel Daniel Craig de rol van Dion Leonard voor zijn rekening nemen.

Noot: op de foto zien jullie Benji, het uitzonderlijke konijn van Roos en Niko. Achter dit huisdier gaat ook een wonderlijk verhaal schuil.