Het moment – Een looptocht door Den Haag op eigen wijze

Zondag 10 maart zou ik afrekenen met mijn demonen door de halve marathon van de CPC Loop in Den Haag uit te lopen en niet na 3 kilometer geblesseerd aan de kant te staan. Dat was het plan. Soms denk ik wel eens dat plannen er zijn om gewijzigd te worden. De wedstrijd werd namelijk afgelast vanwege de slechte weersomstandigheden: van een plottwist gesproken. Nietsvermoedend vertrokken Roos en ik zaterdag in een goed gevulde auto met twee fietsen, veel zelfgemaakte tassen en nog meer loopkleding. De highway Den Haag (zoals wij die snelweg op de tonen van Highway to Hell noemen) bracht ons in een vloeiende beweging bij onze Nederlandse familie. Toen we zondagochtend vernamen dat de wedstrijd was afgelast, waren we vastbesloten om onze loopkilometers op Haagse bodem af te leggen. We liepen uiteindelijk onze eigen CPC Loop door een beetje regen en wind en hielden er een prachtig weekend aan over.

Bij deze bombardeer ik Den Haag officieel tot mooiste stad van Nederland. ‘s-Gravenhage is met ruim 500.000 inwoners de grootste Nederlandse kuststad. De nabijheid van het strand is meteen ook één van de troeven van de administratieve hoofdstad van onze noorderburen. Het stadscentrum biedt diverse shoppinggelegenheden en trendy horecazaken. Vaste waarden voor ons zijn een bezoekje aan De Bijenkorf en de Bagels & Beans. Het Haagse straatbeeld wordt getypeerd door statige woningen. De standing van de stad is overal voelbaar. Vanaf het centrum ben je op een kwartier fietsen aan het strand van Scheveningen. In tegenstelling tot de doorsnee Belgische badstad wordt de boulevard (een chiquer woord voor dijk) niet ontsierd door lelijke hoogbouw. De halve marathon vertrekt vanuit de binnenstad een stukje langs de boulevard en de bijhorende pier terug naar de stad: city – pier – city, ofte CPC. Jullie begrijpen dat dit een bijzonder mooi halve marathonparcours is.

IMG_3948
Stance sokken zijn ook geschikt voor het strand!

Roos en ik zakten al voor de vierde keer af naar Den Haag voor de CPC. Tradities zijn er om in ere te houden, maar enkel bij ons debuut in 2016 bereikten we allebei de finish. Ik had op voorhand met heel veel (doem)scenario’s rekening gehouden, maar niet met een afgelaste wedstrijd. Toen ik zondagochtend ontwaakte in het grote bed met camouflagenet van mijn (achter)neefje Lev hoorde ik de regen al iets te hard naar mijn zin op het dak tikken. Ook Roos kon niet anders dan vaststellen dat het net zoals vorig jaar een natte editie zou worden. Ze nam haar gsm erbij om het weerbericht op te zoeken: vooral in het zuiden van het land (waar wij ons dus niet bevonden) werden er harde windstoten voorspeld. Rond het middaguur zou de ergste regen achter de rug zijn. Aangezien onze wedstrijd pas om 14u30 van start ging, rekenden wij dus op een alles overweldigende opklaring. Enkele minuten later zag Roos dat er geen start zou zijn. De organisatie had om 7u een email gestuurd dat de wedstrijd was afgelast omdat de veiligheid van de lopers niet gegarandeerd kon worden.

Wij hadden meteen onze bedenkingen bij de drastische beslissing om de wedstrijd af te gelasten. Met heel veel moeite konden wij een beetje wind ontwaren in de struiken buiten. Daarenboven spendeerde ik in Kasterlee maar liefst 11 uur in barre weersomstandigheden en liep ik ook al eens een marathon bij 30 graden. Slecht weer is dus niet per se een domper op de feestvreugde voor ons. Nadat het ontbijt was verteerd, vertrokken wij met de routetips van Maarten en Irene voor onze geheel eigen invulling van de CPC. Wij kunnen namelijk wel tegen een (wind)stootje en we wilden aan den lijve ondervinden hoe slecht die weersomstandigheden waren vooraleer ons definitieve oordeel uit te schreeuwen. Er het beste van maken: dat is waar wij met momenten in excelleren. We maakten eerst een klein ommetje langs de plek des onheils van vorig jaar: dé plaats waar mijn persoonlijke drama zich voltrok. Er stond nog geen ereteken voor de volharding die ik heb getoond tijdens mijn revalidatie, dus we moesten ook geen bloemen achterlaten. Vervolgens trokken we verder richting de kust. Ik maakte een cruciale vergissing in onze beoogde route en zo liepen we niet in een rechte lijn naar het strand van Scheveningen, maar naar dat van Kijkduin.

IMG_3955

Soms pakken vergissingen verrassend goed uit. Zo ook deze. Na een kilometer of 5 zagen we plots de zee opdoemen en voelden we ook een krachtige wind. Het kostte ons heel wat moeite en een stevige zandstraling om een klein stukje tegen de wind in op het strand te komen. Wat een plezier om plots langs de kustlijn te staan met onze voeten in de schelpen! Met de wind in de rug zouden we richting Scheveningen lopen, waar ook het officiële CPC parcours langskomt. Het leek alsof er een gigantische haardroger achter ons aanzat, want we werden vooruit geblazen. Omdat zand hoe dan ook een zware ondergrond blijft, zetten we onze weg verder via een mooi geasfalteerd pad door de duinen. We bereikten Scheveningen en maakten een vreugdesprongetje toen plots de zon doorbrak. Ons vermoeden werd bevestigd: er stond wat wind, maar niet in die mate dat het gevaarlijk was om je op de boulevard te begeven. Heel wat mensen kuierden gezellig rond en we zagen geen terrasstoelen in het rond vliegen. We gingen een stukje de pier op en liepen via de haven terug richting centrum. Na 22,3 kilometer zat onze CBDPC Loop erop: city, beach, dunes, pier, city.

Dit was zonder twijfel de meest gevarieerde duurloop die ik al liep. Wat een parcours, wat een ervaring! Omdat ik toch behoorlijk gestresseerd toe had geleefd naar deze wedstrijd, geef ik toe dat het in eerste instantie voelde alsof ik een lastige confrontatie uit de weg kon gaan. Dit alternatief leverde me enkel voordelen op: ik liep een nuttige training aan Roos’ zijde. Toen het later in de namiddag ook nog eens heel hard begon te regenen, waren wij er helemaal niet rouwig om dat we droog en wel in de auto zaten. Volgend jaar is er weer een kans om sportief te schitteren in Den Haag, maar voor nu kunnen wij nog nagenieten van een sportief en familiaal hoogstaand weekend.

IMG_3945

 

 

 

Het gerief – Op stap met mijn tassen Mathilde en Maurice

Ik ga op marathonreis en ik neem mee: mijn loopschoenen, wat familie, een nette pyjama en Maurice of Mathilde om nog veel meer spullen te kunnen opbergen. Als ik erop uit trek dan ben ik graag op alles voorzien. Ik hou er van om ter plaatse nog kledingkeuzes te kunnen maken. Zo zeulde ik eens twaalf stuks kleding mee naar de 20 km van Brussel terwijl ik al een loopoutfit aan had (ik hield die uiteindelijk ook aan). Meestal sleep ik dus behoorlijk wat mee in oftewel mijn blauwe Nike sporttas met oranje swoosh oftewel mijn klassieke blauwe Samsonite koffer. Mijn reistassen team werd nu uitgebreid met Mathilde en Maurice, de drie nieuwste creaties van mijn eigen brand Flat White. Die namen bedacht ik niet zelf, maar zijn de gelijknamige patronen uit het boek Mijn tas 2 van blogsters Elisanna & Fynn. Een naam als een huis voor tassen naar mijn hart.

In 2006 zette ik samen met Roos mijn eerste stapjes in de wondere wereld der naaimachines, net voor de grote zelfmaakhype in alle hevigheid losbarstte en de webshops en blogs als paddenstoelen uit de grond schoten. Pionierswerk hebben we niet verricht, maar wij hebben nog wel leren naaien volgens de klassieke, meer technische methode. Ik vertelde hier al eens dat Roos en ik ook lief en leed van onze creatieve projecten delen: een net zo geliefd onderwerp als loopwedstrijden. Door de jaren heen ontwikkelden we elk onze eigen stijl en specialisatie. Roos is de topdokter der kragen en knopen. Ik ben de expert inzake jassen en tassen. Ritsen inzetten en upcycling zijn mijn tweede natuur. Waar ik aan het begin van onze zelfmaakcarrière viel voor kleurrijk en zwierig evolueerde mijn persoonlijke kledingstijl naar strak en eenvoudig met een eigentijdse twist of hoekje af. Netjes gekleed, maar toch comfortabel.

IMG_3899b
Mathilde, een middelgrote tas die bovenaan sluit met rits, geflankeerd door kleine en grote Maurice.

Zo ontstond mijn eigenzinnige fashion label Flat White. Ik concludeerde dat de kleding die ik graag draag samen te vatten is in de kleuren grijs, zwart, blauw (denim): eventueel te combineren met wit. Bij prints kies ik resoluut voor luipaard of zebra, streepjes of iets van grafische aard. Een glittertje behoort ook tot de mogelijkheden. Dat plaatje past niet binnen de klassieke Italiaanse en Franse mode. Ergens zou ik ook wel een dame willen zijn die – één en al elegantie – aan haar verfijnde cappuccino of café crème zit te nippen. De waarheid is dat ik niet in die categorie val. Ik hou van een sobere stijl met een gedurfd of markant detail. Zoals een flat white: dat is namelijk een moderne variatie op de klassieke cappuccino waarbij er onder dat lieflijk ogende laagje melk een dubbel shot espresso schuil gaat. Koffie met net dat tikje extra power dus. Vorig jaar liet ik mijn no-nonsense labels drukken bij Nominette en mijn merk zag het levenslicht.

IMG_3908b
Maurice werd gemaakt uit een stevige denim gecombineerd met een frivole luipaard variatie. Hij heeft dezelfde zebra-binnenzak als Mathilde, een extraatje dat ik zelf toevoegde. De voering is grijs-blauw gestreept met een glittertje.

Inmiddels rolden er dus al Flat White jurken, sweaters, shirts en jasjes vanonder mijn naaimachine. Ik ben van het principe dat je een jas en tas nodig hebt voor elke gelegenheid. Een zelfgemaakt kledingstuk dragen geeft sowieso veel voldoening, een jas of tas kan je bovendien veel gebruiken en à la carte combineren. Kleinere tasjes zijn ideale cadeautjes. Ze zitten relatief snel in elkaar en je kan ze helemaal afstemmen op de persoon in kwestie. Ik was dan ook heel blij toen Mijn tas 2 in het najaar uitkwam. Voor de dames in mijn familie maakte ik al enkele Mathildes en Clementines. De heren kregen kleine Mauricekes. Het boek bestaat namelijk uit twaalf concepten waarvan er telkens twee uitvoeringen getoond worden. Dankzij het grote succes van de kleine Maurice, durfde ik me aan zijn grote broer te wagen. Het zou een Flat White Maurice worden die een stijlvolle, doch sportieve uitstraling heeft.

IMG_3896b
Vooraan borduurde ik de Flat White initialen alsook mijn favoriete stad. Ook Juan is altijd een beetje mee op reis. De “ster” is immers het wieltje van mijn derailleur waar ik mee schitterde in de Hel en dat door de modder bijna volledig weg sleet.

De krokusvakantie was het uitgelezen moment voor een creatief tassenproject. Omdat ik de kleine versie van de tas al goed in de vingers heb zitten, weet ik hoe het patroon in elkaar zit. Dankzij de duidelijke werkbeschrijving met foto’s liep alles dan ook van een leien dakje. Toegegeven, er waren vloekmomentjes. De moeilijkheid van een grote tas is juist de grootte ervan. Naar het einde toe heb je enkele meters stof onder je machine en moet je door verschillende dikkere stoflagen mét tussenvoering stikken. Twee spelden en een naald sneuvelden, maar mijn vingers bleven gespaard. De lange rits stikken was zelfs voor een ervaren rot als ik geen lachertje. Ik werkte in totaal een uur of 8 aan mijn grote Maurice. Wie trouwens denkt dat zelf maken goedkoop is, heeft het bij het verkeerde eind. Maurice kostte mij ongeveer 80 euro aan materiaal. Voor dat geld heb ik wel een uniek gepersonaliseerd stuk dat nog heel lang zal mee gaan.

IMG_3928b
Maurice verbergt achter zijn stoere luipaardprint opbergruimte: dat zijn namelijk de zakken van de tas. Eén zijde werkte ik af met de zijkant (franjes) van een lap jeans.

Maurice en ik: het is nu al heel grote liefde. Alleen vraag ik me af of ik het over mijn hart zal krijgen om te zien hoe hij hardhandig in een sjofel rek geduwd wordt tussen stinkende sporttassen. Zo gaat dat namelijk bij sportevenementen. Maurice is nu samen met Mathilde mee naar Den Haag. Hopelijk als ultieme geluksbrenger om dat CPC-trauma door te spoelen. Hij zal ongetwijfeld complimenten in ontvangst mogen nemen. Eén daarvan vul ik zelf maar in. Het komt van mijn Oma. Ik hoor het haar gewoon zeggen.

IMG_3918b
Mijn tassenset past ook perfect bij mijn Cortina Blue Lake. Meteen ook het voordeel van een beperkt kleurenpalet: alles past plots wonderwel bij elkaar.

Mijn tas 2 werd uitgegeven bij Houtekiet en verscheen in 2018. Ik kocht mijn stoffen bij Pauli in Leuven. De fournituren vond ik allemaal bij Veritas.

Marathonpraat – Plan Parijs #1

Over welgeteld 40 dagen sta ik aan de start van de Paris Marathon. 42,195 kilometer lopen door de stad waar ik zo graag vertoef. 4 dagen doorbrengen met mijn zussen, mama en tante. Mijn 2e marathon in Parijs, mijn 10e marathon tout court. Tot zover de cijfers. Na mijn succesvolle debuut in de Hel rolde ik dus voor ik het goed en wel besefte in een volgende marathonvoorbereiding. Zoals ik in januari (maand van de trap) al luidkeels verkondigde zou ik die voorbereiding nu eens echt verstandig aanpakken om volop te kunnen genieten van mijn looptocht door Parijs. Ik zou leren van de missers en foutieve inschattingen die ik al beging. Ik zou me niet blindstaren op een snelle tijd. Ik zou de voorbeeldleerling van de marathonklas zijn. Ik zou kortom het ideale voorbereidingstraject afleggen. Tot zover de theorie.

Dat doordachte Plan Parijs laat zich in de realiteit echter minder gewillig vorm geven dan het utopische idee dat in mijn hoofd zit. Pijnpunt nummer 1 is het feit dat ik nog steeds worstel met een evenwicht vinden in mijn trainingen. Tegen mijn leerlingen zeg ik altijd dat het de kwaliteit is die telt en niet de kwantiteit. Ik wil niet dat ze een blad vullen met woorden, maar een goede tekst schrijven. Tot op zekere hoogte gaat dit ook op voor marathonvoorbereidingen: de focus moet liggen op trainingskwaliteit. Om een maximaal effect te hebben van je trainingen moet je ook rust inbouwen. Niet gewoon lopen om te lopen onder het mom van hoe meer, hoe beter. Doordacht trainen houdt ook in dat elke kilometer op de één of andere manier een doel moet hebben. Enter de stress. Bovendien mag de kwantiteit dan wel niet primeren, maar is die ook niet verwaarloosbaar. Ik ben er namelijk ook van overtuigd dat je in voorbereiding van een marathon wel net iets meer kilometers moet afleggen dan wat als normaal geldt.

Dat brengt me bij pijnpunt nummer 2: wat is een normaal aantal kilometers en wat is dan (te) veel kilometers maken? In oktober en november trainde ik tussen de 15 en 20 uren per week. Ik had met andere woorden een halftijdse job aan mijn sportieve inspanningen. Hoe ik eind oktober de marathon van Brussel zou doorkomen, was voor mij een vraagteken. Verbazingwekkend goed, was het antwoord. Het merendeel van mijn trainingstijd bracht ik door op de fiets. Ik liep geen intervals en trainde niet op een bepaald tempo. Naar mijn gevoel liep ik de marathon van Brussel met een bescheiden aantal loopkilometers in de benen en zonder specifieke marathonvoorbereiding. Het was een extraatje om vertrouwen op te doen. Mijn voorbereiding voor Brussel berustte op een stevige basis en kan ik niet als referentie nemen omdat die kaderde binnen een groter geheel. Ik trainde toen immers om een marathon af te leggen met daartussen een mountainbikerace van +100 kilometer. In december voelde ik dat ik progressie had geboekt. Mijn sterke afsluitende loopnummer in de Hel toonde aan dat die honderden uren voorbereidingstijd hun vruchten hadden afgeworpen. Om een goede vorm te bereiken, lijkt die hoeveelheid dus de norm geworden. In mijn hoofd wringt het nu langs alle kanten dat ik minder aan het trainen ben dan wat ik in het najaar deed.

Pijnpunt nummer 3 is mijn CPC-trauma dat een schaduw werpt over mijn trainingen van de laatste weken. Welgeteld één jaar geleden blesseerde ik me namelijk tijdens de CPC Loop (halve marathon in Den Haag). Ik kan me nog levendig voor de geest halen hoe onverschrokken ik vorig jaar op mijn doel afstormde. Ik herinner me nog te goed hoe ik dat plotsklaps allemaal kwijt was toen ik na 3 kilometer in Den Haag niet meer op mijn linkerbeen kon steunen. In al mijn enthousiasme was ik doof en blind voor de knipperlichtjes in mijn dashboard. Het gevolg daarvan is dat ik nu overgevoelig ben voor de mogelijkheid van zo’n alarmsignaal. De schrik zit er soms zo in dat ik niet meer recht voor me door de voorruit kijk, maar me blind staar op wat er mogelijk kan oplichten in dat dashboard. Er gaan dan fantoomlampjes branden. Ik heb serieus al overwogen om de CPC komende zondag aan een gezapig tempo van 10 km/u te lopen en ook om te stappen op het deel waar ik vorig jaar bijna in elkaar zakte. Dit toont meteen aan hoe irrationeel dat gevoel is. Het is een proces waar ik door moet om er weer sterker uit te komen.

Je zou kunnen denken dat ervaring de nodige geruststelling biedt. Dat is ook wel zo. Ook uit de ervaring van wat er zoal (grondig) mis kan lopen, heb ik lessen getrokken. Ik weet wat ik aankan en wat ik mag verwachten. Wat mijn Plan Parijs ook moge wezen, ik kan een marathon lopen. Schreef ik niet dat er niet één juist marathonplan is? Hoog tijd dat ik mijn eigen marathonwijsheden nog eens raadpleeg! Paris, just do it: om het met de woorden van een bekend sportmerk te zeggen.

 

 

Loperspraat – En toen scheen de zon in februari

Het was één van de wijsheden van mijn Oma: vanaf Lichtmis lengen de dagen. Ze had natuurlijk gelijk. Februari begon en *klik* de lichtschakelaar ging aan na een donkere en wispelturige januari. De zon scheen volop en het werd warm. Hier zit Oma zeker voor niets tussen: zij zou nooit gekozen hebben voor een voorzomer in februari. Ik genoot hoe dan ook van de aangename sporttemperaturen. Bye bye handschoenen op de fiets, hallo korte broek! Vorig jaar fietste ik nog niet in februari en liep ik die maand 380 kilometer. Zucht. Februari telde vorig jaar ook maar 28 dagen. Ik was er toen van overtuigd dat ik mij op en top aan het voorbereiden was voor mijn marathon in april. Dat werd dus niks. Integendeel: ik was me juist aan het klaarstomen voor een degelijke blessure. Nadat ik januari bombardeerde tot de maand van de trap wist ik dat ik het ook in februari verstandig moest aanpakken. Zoals wel vaker bleek dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Ik kroop dus vaak de fiets op. Dat is nog steeds mijn Orbea mountainbike, Juan genaamd. De maand begon uitstekend met een duatlondag bij Marike en Peter in de Kempen. Onderdeel 1 bestond uit een mooie fietsroute langs Averbode en de abdij van Tongerlo, met Peter als gids en compagnon de route. De zon scheen, maar er stond ook een schriele wind. Onderdeel 2 was een loopronde van 16 kilometer met Marike als gezelschap op de fiets. Sportdagen om in te kaderen zijn dat. Net zoals de trailtrainingen met Roos die elke twee weken op het programma staan. Wij weten namelijk als geen ander dat de basis van een goede zomervorm in de winter wordt gelegd. Na Holsbeek trokken we naar Heverleebos voor 20 heel natte en modderige kilometers door regen en wind. Het contrast met onze training van afgelopen zondag kon niet groter zijn. Toen liepen we namelijk 23 kilometer in de zon (= warm) langs de Demer (= vlak). Hoewel we maar weer eens ondervonden welke ongemakken lopen in de zon met zich meebrengt (een leren tong onder andere), was dit wederom een geslaagde training. Mijn langste duurloop van de maand bedroeg 26,5 kilometer en liep ik langs de Vaart (hartjes voor de eentonigheid) voor een groot deel in gezelschap van mijn mama op de fiets (hartjes voor de gezelligheid).

IMG_3851b
Met Peter: goed gezelschap, Kempenkenner en kleurrijk figuur

Op Valentijn had ik een heel zonnige date met Juan. We hadden dan ook iets te vieren: ons halfjarig jubileum. Ergens halverwege augustus zette ik me namelijk voor het eerst in het zadel van mijn Baskische vriend. Ons romantisch uitje smaakte naar de zomer en dus naar droge mountainbikeroutes. Ik begon te mijmeren over mijn voorbereiding voor de marathon in Brussel en hoe ik poging na poging ondernam om het parcours (Dé Lus) te verkennen op de fiets. Door de overdosis modder die ik voorgeschoteld kreeg in Kasterlee blijf ik nog steeds weg van het bos als dat er ook maar ietsje nat bij ligt. Op mijn mountainbikeroutes in Tervuren was ik de afgelopen maand terug van misschien nooit echt weggeweest. Ik kreeg wel het idee dat het bos zich wat in zijn onderbroek gezet voelt. De zon zet de natuur volop in de spotlights, maar die is eigenlijk nog niet klaar om zich in volle glorie te tonen. Wat je ziet zijn overbelichte plaatjes van een bruine en dorre natuur. Het bos schaamt zich, want het is duidelijk nog geen lente.

Nieuw leven was er wel te bewonderen in de puurste vorm: op 18 februari werd Vik Odeyn geboren. Een pracht van een zoon voor Seppe en Valerie, een broer voor Laurien en een neefje om nu al heel trots op te zijn! Februari was ook de maand van de beweging op school, al hoop ik dat hetzelfde op gaat voor de komende maanden. Met leerlingen uit het vierde jaar liep ik al behoorlijk wat mijlen. Telkens dus met goed weer en evenveel enthousiasme. Vandaag schalde er speciaal voor mij Avicii uit de box. Mijn leerlingen weten duidelijk hoe ze bij mij moeten scoren.

IMG_3865

Ondanks al dat sportplezier stapelen ook de zenuwen zich op. Over anderhalve week sta ik namelijk aan de start van de CPC Loop in Den Haag: een prachtige halve marathon die door de Haagse binnenstad langs de dijk en terug loopt. De onzekerheid zit in het feit dat ik vorig jaar na 3 kilometer geblesseerd aan de kant stond tijdens die wedstrijd: het begin van een moeilijke periode waarin ik mijn loopschoenen en -dromen tijdelijk moest opbergen. Ondertussen bewees ik al meermaals dat ik in staat ben om een halve marathon tot een goed eind te brengen. Sterker nog: ik liep zelfs een marathon. Er is echter een irritant stemmetje in mijn hoofd dat me zachtjes influistert dat het weer kan mislopen tijdens de CPC. Ik kamp dus met een CPC-trauma. Gelukkig is Roos volgend weekend van de partij om me over dat trauma heen te helpen. Een snelle tijd is geen prioriteit, een blessurevrije finish wel. Hopelijk heeft maart nog veel moois in petto.

De muziek – Quotes om in te kaderen

Ik ben dan wel een paar keer per week met mijn leerlingen buiten de schoolmuren te vinden: het grootste deel van mijn tijd spendeer ik in mijn klaslokaal. Een jaar of 6 geleden begon ik aan opfrissingswerken, want veel was er niet veranderd ten opzichte van 15 jaar geleden toen ik zelf op die schoolbanken zat. De muren waren bedekt met een groene tint die ongetwijfeld ooit heel hip was, maar in combinatie met de bruine tegels niet bepaald een schot in de roos te noemen. Ik gaf de muren dus een neutrale off-white kleur zodat ik me volop kon uitleven met de aankleding. Een klaslokaal mag wat huiselijkheid uitstralen. Op de prikborden zijn allerlei creatieve werkjes van de leerlingen te bewonderen. Door de jaren heen verzamelde ik heel wat kaders uit de kringloopwinkel. Als centraal thema koos ik dan ook voor muziek om in te kaderen. Toen ik eenmaal een compositie op de muur had gecreëerd, was de grote vraag wat er in de kaders zou komen te staan. Uiteindelijk verzamelde ik zelf citaten uit muziek en kregen de leerlingen ook zeggenschap. Dat geldt nog steeds: zij mogen suggesties doen, maar ik kan mijn veto stellen, zij schrijven het uiteindelijk op de muur.  Ik toon jullie graag wat er zoal te lezen is.

We’re all in this togetherHigh School Musical – met dank aan Claire
Ik besloot om enkele geëngageerde leerlingen te laten beslissen welk citaat er in het grootste kader zou prijken. Daar moesten ze niet lang over nadenken. Ik kende het niet (een gat in mijn cultuur volgens hen), zocht het op en stelde vast dat het toch niet zo mijn ding was. Ik vind de dramatiek van het citaat wel mooi: allemaal samen zitten we in die klas!

Viva la vidaColdplay – met dank aan Ihsane en Yousra
Tijdens lessen over poëzie en beeldende kunst bespreek ik in de klas dit lied van Coldplay. De hoes van het gelijknamige album toont namelijk het beroemde schilderij De Vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix dat een tafereel van de Franse revolutie afbeeldt. Viva la vida verwijst eveneens naar een kleurrijk schilderij van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo waarop watermeloenen zijn afgebeeld. Lang leve het leven, ook in de klas!

IMG_3818

Het leven is te precieus om te zeggen je m’en fousTourist LeMC – met dank aan Ailani
Tourist LeMC scoort goed bij leerlingen. Vorige week hadden we het in de klas over zijn Koning liefde waaruit dit citaat afkomstig is. Een mooie boodschap, maar ook eentje die goed klinkt: zeker als je er de Antwerpse tongval van den Tourist bij denkt.

Life is a movie but there will never be a sequelNicki Minaj – met dank aan Eline
Ook Nicki Minaj is goed voor een portie levenswijsheid. Wat opzoekingswerk leerde mij dat deze zin komt uit All Things Go en ik was opgelucht dat deze zin geselecteerd werd en niet een grofgebekte.

Ohne Musik wäre das Leben ein IrrtumNietzsche – met dank aan Eva
Nee, Nietzsche is niet de nieuwe Avicii. Het gaat hier wel degelijk over de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Eva wilde graag een citaat uit het Duits op de muur vereeuwigen. Ze vond een wijsheid van een groot denker over het belang van muziek. Irrtum wordt vertaald als vergissing. Ook voor onze Friedrich dus geen leven zonder muziek.

IMG_3815

We can be heroes just for one dayDavid Bowie – met dank aan Kaat
Ik gaf Engels in het zesde jaar toen David Bowie overleed. Reden te meer om een generatie in te wijden in het werk van Mr. Bowie. Zijn Heroes bleek het bekendste nummer te zijn onder mijn leerlingen. We kunnen allemaal helden zijn, al is het maar voor een dag.

Nous étions formidablesStromae – met dank aan Lisa
Onze Maestro mocht natuurlijk niet ontbreken op mijn muur. Omdat Formidable een topnummer is en blijft. Omdat Stromae stijl heeft. Omdat alle leerlingen die in mijn klas hebben gezeten op hun manier weer formidabel waren.

In de oranje kaders vroeg ik aan artistiek talent Anaïs om Beatrijs en de vos Reinaert te portretteren: helden van de middeleeuwse literatuur. Ook op de andere muren van mijn klaslokaal zijn muzikale citaten terug te vinden. Er staat natuurlijk ook een boekenkast. Mijn thuis is waar mijn boekenkast staat! Ik prijs me gelukkig dat ik dagelijks in zo’n krachtige werkomgeving les mag geven.

 

 

 

Het moment – De magische mijl

Ik liet jullie al kennismaken met twee lopende leerlingen om trots op te zijn, maar elke leerling is uniek op haar of zijn eigen manier. Loper of gamer. Lezer of wetenschapswonder. Voorbeeldleerling of hangjongere. Dat is geen pedagogisch gezwets. Ik ben daar oprecht van overtuigd. Lesgeven vraagt veel geduld en overtuiging. Je moet soms wat meer moeite doen om de persoon achter het gedrag te ontdekken. Buiten het klaslokaal leer je de leerlingen vaak op een andere manier kennen. En zij jou. Daarom vind ik het een meerwaarde om tijdens de middagpauze met mijn leerlingen te gaan lopen. Niet alleen omdat beweging belangrijk is, maar omdat samen bewegen een verbindende activiteit is die de klasbanden aanscherpt. Ik heb het geluk dat ik op mijn school Koninklijk Atheneum De Ring goed omringd ben met enthousiaste collega’s die ook bereid zijn om hun sportiefste beentje voor te zetten. Vorige week werd het startschot gegeven voor de One Mile uitdaging die al aan zijn derde jaargang toe is.

Het Daily Mile project (vroeger One Mile a Day) werd in 2012 opgestart door Elaine Wyllie om leerlingen op basisscholen in het Verenigd Koninkrijk aan het bewegen te krijgen. Ze bedacht om de schooldag te beginnen door met alle leerlingen samen één mijl (1,6 km) te lopen. Loopplezier en samenzijn staan daarbij centraal. Ook in België werd het project opgepikt. Inmiddels nemen er al 7800 basisscholen verspreid over heel Europa aan deel. Toen we twee jaar geleden in april een sportdag organiseerden voor onze vierdejaars vond ik het een goede opwarmer om de week daarvoor dagelijks een mijl te gaan lopen. Voor schooltijd: vrijblijvend en van harte aanbevolen. Om leerlingen om 8u op school te krijgen om te gaan lopen, rekende ik niet alleen op mijn enthousiasme, maar bedacht ik ook enkele extraatjes. Elke dappere ochtendloper kreeg een gezonde versnapering na afloop en bij wijze van spelelement was er ook een klassencompetitie. Bovendien kon elke klasgroep een ontbijt verdienen als elke leerling een keertje mee kwam lopen. Tijdens die week kwamen er dagelijks zo’n 20 leerlingen van het vierde jaar lopen. Of dat aan mijn overtuigingskracht, dan wel aan de beloningen lag, laat ik het in het midden. Het project was geslaagd.

Vorig jaar zag ik het wat grootser: het project liep over meerdere weken met twee loopdagen per week waarop er zowel ’s ochtends om 8u als ’s middags om 13u gelopen kon worden. Ik blonk van trots toen bleek dat er op beide loopmomenten telkens een aanzienlijke groep van zo’n 30 leerlingen aan de start stond. Bovendien was ik klastitularis van een bijzonder sportieve klasgroep waar de One Mile een erezaak geworden was. Uiteindelijk ging maar liefst 95% van de vierdejaars eens mee lopen. Op de afsluitende sportdag werden de leerlingen die elke dag gelopen hadden nog eens in de bloemetjes gezet. Wederom een geslaagde sportieve missie. Dit jaar besloot ik er weer wat vroeger aan te beginnen, zodat bewegen op school een vaste waarde kan worden. Vorige week gingen we van start. Aanvankelijk met een bescheiden, maar wel heel enthousiaste groep lopers. Afgelopen dinsdag waren er 26 leerlingen van de partij. Tel ze maar na op de foto.

Dat ik die mijlmomenten magisch vind, is niets overdreven. Moeilijker is het om uit te leggen wat daar nu precies zo bijzonder aan is. Onze school ligt aan de ring in Leuven wat niet meteen een inspirerend parcours oplevert. Integendeel: we lopen langs de ring en moeten meestal twee keer bij het stoplicht wachten om over te steken. Door de jeugdige explosiviteit moet ik al meteen in turbomodus gaan om de eersten te kunnen volgen. Ik pas ook wijselijk voor de sprint die de die hards de laatste 100 meter inzetten. In mijn eentje zou ik niet op die manier 10 minuten lopen. Dat is echter helemaal ondergeschikt aan de positieve sfeer van samenhorigheid die er heerst gedurende die 1,6 kilometer. We doen iets heel eenvoudigs, maar het gebeurt samen. Hoewel we niet samen finishen, is er geen winnaar of verliezer. De koplopers leggen hun mijl af met twee vingers in de neus en zonder een druppel zweet te verliezen. De gezelschapslopers laten zich begeleiden door een stevige beat en met gebabbel. De doorzetters zijn elke dag weer blij dat het laatste stuk wat bergaf loopt.

Het valt op dat als er in een klas een harde kern van lopers ontstaat het project helemaal tot leven komt in die klas. Elke leerling voelt zich dan betrokken en wil zijn steentje bijdragen. Omgekeerd geldt ook dat als er minder animo is, het moeilijker wordt om de trein op gang te krijgen. Ik bekijk het zo dat elke leerling die mee komt een overwinning is. Aanmoedigingen en complimentjes geven: dat werkt voor ons allemaal immers stimulerend. Ik kijk uit naar nog meer magische mijlen. En wie er nog aan mocht twijfelen: een mijl kan je ook in jeansbroek lopen.

 

Loperspraat – Jonge gazellen Hermelijn en Elisabeth

Als leerkracht moet je je vak doodgraag zien, de materie tot in de puntjes beheersen en enthousiast worden van elk semi onbenullig detail. Langs de andere kant moet je dat ook allemaal kunnen relativeren. De tijd dat onderwijs gelijk stond aan kennisoverdracht ligt ver achter ons. Leraren zijn niet alleen vakidioten, maar ook opvoeders geworden. Dat is zonder enige twijfel een verrijking van het beroep. De impact die je kan hebben op een leerling kan zoveel verder reiken dan grammaticaregels of leesvaardigheid omdat je deel uitmaakt uit van de ontwikkeling van jongeren. Leraren zijn coaches en gidsen die niet alles weten, maar jongeren wel zoveel mogelijk proberen bij te brengen. Als het even kan ook inspireren, al zal dat niet bij elke leerling lukken. Het mooie van mijn beroep is dat dit geen eenrichtingsverkeer is. Ik leer dagelijks van mijn leerlingen. Ik mag dan wel dubbel zo oud zijn: zij inspireren mij net zo goed. Dit is het verhaal van twee lopende leerlingen die mij al veel hebben bijgebracht.

Hermelijn Engelen en Elisabeth van Nes zijn 15 jaar en zitten in het 4e jaar humane wetenschappen. Hermelijn (links op de foto) komt uit een voetballende familie. Ze begon zo’n twee jaar geleden met lopen toen haar vader van de kinesitherapeut moest gaan lopen. De enkele minuten lopen die afgewisseld moesten worden met stappen, gingen haar wat te traag en zo bouwde ze op van 1 kilometer lopen tot maar liefst 16 (!) aan een stuk. Ze had de smaak met andere woorden goed te pakken. Elisabeth loopt ook sinds twee jaar op regelmatige basis. Een paar keer per week trekt ze er op uit voor een rondje van zo’n 8 à 9 kilometer. Waar ze het over eens zijn, is dat vertrekken om te gaan lopen soms een opgave is, maar dat het uiteindelijk altijd goed voelt. Anderen zien lopen geeft ook zin om te lopen.

Elisabeth vertelt dat ze het belangrijk vindt om sportief en gezond te zijn. Ze voelt zich dan beter in haar vel. In stresserende periodes helpt lopen om rust in haar hoofd te krijgen. Vaak vertrekt ze dan heel snel, maar ervaart ze na verloop van tijd hoe de rust door haar lichaam trekt. Ze vergelijkt dit met een bol wol met knopen die ze geleidelijk aan kan ontwarren. Het liefst loopt ze in het bos, waar ze de route makkelijk kan aanpassen. Ze vindt het handig om te zien hoe ver en snel ze loopt, maar dat is geen doel op zich. Ook voor Hermelijn is gezondheid belangrijk en helpt lopen om onder andere de drukke examenperiode door te komen. Ze voelt zich blijer als ze na een examen gaat lopen en kan dan met een schone lei aan het volgende vak beginnen. Hermelijn loopt trouwens altijd rondjes op dezelfde Finse piste. Ze wil in haar hoofd namelijk niet bezig zijn met welke route ze moet volgen. Het repetitieve en routineuze van die rondjes werkt rustgevend. Ze ging één keer rond de vijvers in het Provinciaal Domein lopen, maar dat werkte niet voor haar.

Hermelijn loopt altijd zonder muziek omdat ze de natuur wil kunnen horen. De stilte helpt om weg te kunnen zinken in haar gedachten. Soms vergezelt haar zus of een vriendin haar. Elisabeth bevestigt dat lopen zonder muziek als een bevrijding kan aanvoelen, maar ze loopt ook graag met muziek. Dat heeft wellicht te maken met haar andere passie: dansen op folkmuziek. Enkele keren per jaar neemt ze deel aan folkbals, waar er met een grote groep gedanst wordt op rustige of opzwepende folkmuziek. Net zoals op die bals voelt ze tijdens het lopen hoe de muziek haar bewegingen leidt. Alsof iets in haar het overneemt en ze één wordt met de muziek. Haar ogen blinken als ze hierover vertelt. Dansen is voor haar dan ook nog net iets belangrijker dan lopen.

Wedstrijden lopen hoeft voor Elisabeth niet. Al probeert Hermelijn (die in december de Corrida liep in Leuven) haar wel te overtuigen. Zij stond aanvankelijk ook niet te springen om in de massa te lopen. Nu waardeert ze dat juist omdat iedereen letterlijk, maar ook figuurlijk dezelfde weg aflegt. Elke loper heeft hetzelfde doel en dat werkt verbindend. Vaak volgt ze iemand die hetzelfde tempo loopt (ze is zo beleefd om dat vooraf te melden aan de loper in kwestie). Snelheid houdt haar wel bezig, maar primeert niet. Elisabeth gaat soms lopen met haar vader (ze vindt hem wel een beetje traag) en ze overtuigde haar zus om te beginnen lopen. Hermelijn kampt helaas al enkele maanden met een hardnekkige scheenbeenvliesontsteking. Dat betekent dat ze de langere afstanden die ze gewend is te lopen momenteel links moet laten liggen. Met pijn in het hart uiteraard. Dat blijkt uit de verontwaardigende toon waarmee ze spreekt over het onrecht dat haar wordt aangedaan. 5 kilometer gaan lopen voelt voor haar niet als lopen en het lijkt zinloos om daar de loopschoenen voor aan te trekken. Ze gaat nu ook zwemmen en probeert dagelijks een work-out te doen.

Als ik met Hermelijn en Elisabeth over lopen praat, dan herken ik daar veel van mezelf in: de ongedwongenheid die lopen betekent en het louterende effect bijvoorbeeld. Elke loper heeft zijn eigen gewoontes en voorkeuren, maar op onversneden loopplezier staat geen leeftijd. Zeg nu nog eens dat jongeren niet graag bewegen. Ik wil Hermelijn en Elisabeth nog eens bedanken voor het leuke gesprek tijdens de middagpauze en ik wens hen nog heel veel loopgeluk toe!

De gedachte – Over jongeren en beweging #2

Beweging werkt, dat was de titel van de studiedag die ik dinsdag bijwoonde over beweging op school of beter gezegd: het gebrek daaraan. De Vlaamse overheid richtte de studiedag in om de resultaten van het pilootproject Scholen in beweging te bespreken en concrete tips aan te reiken voor één ieder die zich op zijn school wil engageren voor een bewegingsbeleid. Dat mag zich namelijk niet beperken tot de lessen lichamelijke opvoeding. Ik voelde me dus aangesproken (duh). Het was een leerrijke dag waarbij ik met mijn neus op de harde feiten werd gedrukt. Ik kreeg heel wat ideeën om meer beweging te integreren in de klaspraktijk. Zoals ik al eens vertelde organiseer ik tijdens de middagpauze op mijn school  – Koninklijk Atheneum De Ring in Leuven: beter gekend als de beste school van het land – een eigen versie van het One Mile project. Ik geef Nederlands en ik beschouw het dus als een uitdaging om ook tijdens het reguliere lesgebeuren een dynamische werkomgeving te creëren waar er letterlijk ruimte is voor beweging.

Terug naar Brussel, waar in de voormiddag cijfers en theoretische kaders centraal stonden. Directieleden en leerlingen deelden hun ervaringen als pilootschool die een gemoderniseerd bewegingsbeleid op poten zette. Het zal niemand verbazen dat die ervaringen overwegend positief waren. Bovendien bevestigden zij mijn gevoel: maar liefst 90% van de ondervraagde jongeren gaf aan meer te willen bewegen op school. Dat is zonder meer goed nieuws. Hou je vast, want nu volgt het slechte nieuws. De onthutsende realiteit is dat kleuters de beste leerlingen van de klas zijn met slechts 48% die dagelijks voldoende beweegt. Geen reden tot feest dus. Vanaf dan gaat het alleen maar bergafwaarts. Het absolute dieptepunt ligt bij de leerlingen waar ik les aangeef. Bij de jongens tussen 15 en 18 jaar heeft amper 15,6% dagelijks voldoende beweging. De meisjes in diezelfde categorie doen het nog slechter met een bijzonder pijnlijke 7,1%. Volwassenen scoren met 40% wel beter, maar dat is nog steeds een dikke onvoldoende. Auch.

Kennen jullie trouwens de bewegingsdriehoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven al? De rode zone met boter en biefstuk in de voedingsdriehoek wordt in dit model vervangen door grote boosdoener stilzitten. Het advies is om na 30 minuten zitten even recht te staan. Beweging wordt ingedeeld volgens drie categorieën. Licht intensief bewegen moet je dagelijks doen: bijvoorbeeld de trap nemen of een stukje te voet gaan. Elke dag zou je ook matig intensief moeten bewegen. Hieronder valt een verplaatsing met de fiets of in de tuin werken. Hoog intensief bewegen levert je de meeste gezondheidsvoordelen op en zou je wekelijks moeten doen. Sporten dus: een keer gaan lopen of je uitleven op de sportclub. Elke stap telt, dat is het motto. Over de fameuze 10.000 stappen wordt overigens met geen woord gerept. Dat voor sommigen heilige aantal is op geen enkele manier wetenschappelijk onderbouwd. Het staat buiten kijf dat kinderen en jongeren dagelijks meer moeten bewegen dan 10.000 stappen. Bovendien druisen zittende lesuren van 50 minuten in tegen de aanbeveling. Enter de bewegingstussendoortjes. Zonder twijfel het woord van de dag.

Tot op zeker hoogte kan ik genieten van een ritje op de theoretische denktank-trein om me te laten meevoeren naar pakweg een gezondheidsmatrix. Achter zulke modellen gaat vaak veel logica schuil die iemand met een analytische geest heeft samengebracht in een standaardmodel. De doener in mij kreeg na verloop van tijd echter een overdosis aan beleidswerking op papier en een draagvlak creëren als toverformule. Ik bereikte een breekpunt toen een Nederlandse onderzoeker uit de doeken kwam doen wat haar onderzoek naar onderzoeken (ja serieus) over het verband tussen beweging en schoolresultaten had opgeleverd. Een onderbreking van de zitmodus leverde een verbetering van de concentratie op, maar geen enkel onderzoek kon aantonen dat beweging ervoor zorgde dat leerlingen betere schoolresultaten haalden. Ja en dan? Evaluaties zijn een middel, geen doel op zich. Ik ga met mijn leerlingen lopen omdat een gezonde geest in een gezond lichaam huist. Voldoende bewegen hoort bij een gezonde levensstijl en daar moeten wij op school het goede voorbeeld in geven. Bovendien geldt samen bewegen als een verbindende activiteit die de klassfeer en het individuele welzijn ten goede komt. Onrechtstreeks kan dit alles bijdragen aan verbeterde schoolprestaties. Ik heb geen cijfers nodig om die positieve ervaringen te bekrachtigen.

Iemand vergeleek een bewegingsbeleid met een tank: een lomp ding dat maar mondjesmaat vorderingen maakt. Naar mijn idee een pessimistische visie. Akkoord, je kan soms beter even nadenken vooraleer je jezelf verliest in te ambitieuze plannen waardoor er na een blitzstart niets meer gebeurt. Het ligt echter meer in mijn aard om vol enthousiasme eerst wat dingen uit te proberen in de klas, mijn bevindingen te delen en die vervolgens met collega’s uit te werken tot de eerste stappen van een beleid. Hier duiken de bewegingstussendoortjes weer op. Ik wil wel eens zien wat het geeft als je na 30 minuten de les onderbreekt voor een korte energizer of een ademhalingsoefening om het zitpatroon te onderbreken. Ook met de klasinrichting wil ik experimenteren door leerlingen de mogelijkheid te geven om de les afwisselend zittend en staand te volgen. In Scandinavische landen (het onderwijs walhalla) behoort dit al tot de standaard. Voor mij is het een grote uitdaging om dit te realiseren met beperkte middelen. Gelukkig borrelen er al heel wat creatieve ideeën in mijn hoofd. Ik zal dus eerst mijn eigen draagvlak zijn.

Maandag was de kick-off van het One Mile project bij ons op school. Leerlingen van het vierde jaar kunnen vrijwillig aan het begin van de middagpauze een mijl gaan lopen onder begeleiding van enkele geëngageerde collega’s. Met de juiste aanpak zijn leerlingen echt geen luie donders. Het kan geen toeval zijn dat net deze week de zon doorbrak. Beweging werkt, wees daar maar zeker van. Doe het gewoon eens.

Het portret – Mijn bijzondere zus en zorgwonder Marike Odeyn

Vandaag is mijn zus Marike jarig. Ze wordt 29 jaar. Dat wil zeggen dat ze werd geboren op 11 februari 1990: de dag dat Nelson Mandela opnieuw een vrij man was na 27 jaar gevangenschap. Ik ben ervan overtuigd dat hij een stuk van zijn zachtaardige karakter en vredelievendheid heeft doorgegeven aan mijn zusje. In 1993 kreeg Mandela de Nobelprijs voor de Vrede. Zonder enige twijfel zal ook Marike ooit een Nobelprijs in ontvangst mogen nemen. Het zal ofwel die voor de Vrede zijn ofwel die voor Kinesitherapie. Waarschijnlijk zal dit ook eerder vroeg dan laat gebeuren. Marike is niet iemand die op de barricaden gaat staan roepen om haar boodschap te verkondigen. De individuele strijd die zij voert voor een zachtere wereld waarin iedereen zich geholpen en gesteund voelt, is er eentje vanuit de achtergrond. Een missie vanuit het hart met beide voeten op de grond in het echte leven: dat is mijn zus waar ik zo trots op ben.

Als Marike ergens haar zinnen op zet, dan mag je er zeker van zijn dat ze haar doel zal bereiken. Dat was vroeger al duidelijk toen wij allemaal nog kleine schattige Odeyntjes waren. Seppe en ik waren op school tevreden als we geen tekorten haalden, Marike wilde alles tot in de puntjes begrijpen. Haar minder ontwikkelde talenknobbel belette haar niet om zich als een gek in te zetten voor de taalvakken. Ze was de meest voorbeeldige leerling en student van ons alle vier. Ook in haar hobby’s gaf Marike zich altijd volledig. Toen zij begon met paardrijden wist ik plots hoe recreatief ik was als ruiter. Marike trainde haar paard Trust (dat niet echt haar eigen paard was, maar toch een beetje) alsof ze zich klaarstoomden voor de Olympische Spelen. Kinesitherapeut worden dat vraagt inzet, toewijding en veel tijd. In haar studentenjaren was er dan ook minder tijd voor Trust. Na een vlekkeloos parcours van vijf jaar studeerde Marike af. Ze specialiseerde zich in de neuromotorische revalidatie. Op haar stageplaats bleven haar gouden handjes niet onopgemerkt en bijgevolg had ze dus al vast werk voor ze goed en wel haar diploma in diezelfde handjes had.

P1040023b
Wat een stijl, wat een karakter. Pitbull in actie op de Tourmalet!

Hier volgt een bekentenis. Op zotte momenten in de nillies zagen wij ons, de drie zussen, als de Spice Girls. Ik was Ginger, Roos Baby en Marike Sporty Spice. In die tijd was Marike namelijk het lichtende sportieve voorbeeld voor Roos en mij. Ze liep stiekem al best lange duurlopen in haar tienerjaren en na het paardrijden stortte ze zich op het wielrennen. Inmiddels lopen Roos en ik marathons en zeggen we al eens lachend dat Marike haar Sporty Spice titel verloren is. Diep vanbinnen weten we dat ze dat altijd zal blijven. Je moet namelijk geen marathons lopen om sportiviteit uit te ademen. Marike sport zoals normale verstandige mensen dat doen: een paar keer per week met mate en soms ook gewoon niet. Ze is een sportieve pitbull. Als ik haar nu zou uitdagen, loopt ze waarschijnlijk met twee vingers in de neus een marathon. Net zoals ze in 2017 de Tourmalet beklom zonder een echte voorbereiding, maar omdat ze haar vriend Peter natuurlijk niet alleen de berg op kon sturen. Er moest toch iemand voor hem kunnen zorgen mocht dat nodig zijn? Als zij zich ergens in vast bijt, dan lost ze niet.

Met diezelfde gedrevenheid zorgt Marike voor haar patiënten en familieleden. Wie nood heeft aan deskundig advies en een luisterend oor kan altijd bij haar terecht. Ze beseft als geen ander dat je zorg moet afstemmen op de persoon en de specifieke situatie waarin die zich bevindt. Haar individuele aanpak ontstaat vanuit een oprechte interesse in wie er voor haar zit. In de warme verhalen die ze vertelt over haar professionele ervaringen hoor je de liefde voor haar beroep rijkelijk stromen. Dat haar patiënten graag bij haar over de vloer komen en vice versa, is dan ook een understatement van formaat. Als ik bij haar te rade ga (vaak met een vreemd pijntje waarvan ik denk dat het het begin van het einde is), voel ik mij al geholpen door de manier waarop ze naar mij luistert. Vergis je trouwens niet: die gouden, zachte handen van haar hebben genadeloze vingers die elk gevoelig plekje naadloos weten te detecteren. En ook dat roepen vanop de barricaden kan ze als geen ander als er gesupporterd moet worden, redelijk vaak dus in onze familie. Bovendien blinkt ze niet alleen uit als supporter, maar ook als verzorger van de supporters. Is er nood aan een pauze of versnapering, dan voelt ze ook die noden feilloos aan.

IMG_3746
Mijn allerliefste en knapste zusjes. Wat zou ik zijn zonder hen?

Iemand vroeg ooit eens of Marike het niet lastig vindt dat Roos en ik zo goed met elkaar opschieten. Nee, absoluut niet. Ze vindt het een goede zaak dat Roos en ik elkaar lastigvallen met vreemde humorkronkels en hersenspinsels. Het is een misvatting dat als je hard op de ene zus lijkt, de andere zus minder belangrijk zou zijn. Ik voel me net zoveel zus van mijn zussen als zus van mijn broer. Je hoeft niet heel veel tijd met elkaar te spenderen om een hechte band te hebben. Over dat gevoel hadden Marike en ik het toevallig vorige week nog. Ik zei haar dat zij een stuk van mij is, net zoveel als Roos, Seppe en mijn ouders dat zijn. Je ziet het ene familielid dan misschien wel vaker dan het andere, maar elk voor zich vervullen ze een specifieke rol in je leven die uniek en onmisbaar is. Wie nu denkt dat wij dit gesprek ergens ’s avonds laat hadden tijdens een diepgaand moment van existentiële overpeinzing, heeft het bij het verkeerde eind. Het gaat er bij ons wat luchtiger aan toe. Ik sprak die woorden uit op een zonnige zondagmiddag terwijl ik aan het lopen was en Marike naast mij fietste. Een minuut later ging het misschien over de ingrediënten van een ovenschotel.

Tot slot is er nog iets waar Marike in excelleert: ze heeft zonder overdrijven de mooiste blauwe ogen van ons allemaal. Peter is de gelukkige man die lief, leed en huis deelt met die wonderlijke zus en die dus mag verdrinken in haar blauwe kijkers. Zij volgde hem naar de Kempen. Samen renoveerden ze een oude dokterswoning. Momenteel wordt er hard gewerkt om de praktijk aan huis Kine Odeyn te verwezenlijken. Ik pleit voor de slogan: voor al uw zorgen groot en klein, moet u bij Kine Odeyn zijn. Overdreven rijmelarij die het professionele karakter misschien wat ondermijnt, maar het is nu eenmaal de waarheid. Gelukkig verjaardag, liefste zusje!

P1040454b

 

 

Marathonpraat – Wat we kunnen leren van iconische marathonvrouwen

Er was eens een Griek met de poëtische naam Pheidippides. Zo’n 2500 jaar geleden liep hij van Marathon naar Athene, sprak de woorden gegroet, we hebben gewonnen om vervolgens dood neer te vallen. Een sterk verhaal, maar historici zijn het er over eens dat we het met een flinke korrel zout moeten nemen of dat er zelfs helemaal niets van aan is. De afstand tussen Marathon en Athene bedraagt bovendien slechts 35 kilometer. Onze mythische 42,195 kilometer is officieel sinds de Olympische Spelen van Londen in 1908. Toen werd de afstand verlengd naar 26 mijl opdat de lopers voorbij de koninklijke tribune in Windsor Castle zouden passeren. Wat Pheidippides al dan niet presteerde is knap, maar niet grensverleggend. De echte helden van de marathon zijn vrouwen: de Amerikaanse Roberta Bobbi Gibb en Kathrine Switzer drukten hun stempel op de geschiedenis door in de jaren 60 illegaal een marathon te lopen. Een rebelse daad die ons heel wat wijze lessen bijbracht.

Vrouwen mogen ook groots dromen
Zowel Bobbi Gibb als Kathrine Switzer zijn twintigers in de jaren 60. Het pad dat voor hen is uitgestippeld is dat van de onderdanige huisvrouw. In 1964 ziet de avontuurlijke Bobbi Gibb voor het eerst anderen lopen tijdens de Boston Marathon. Dat raakt haar: something deep inside fell in love with it. Een vonk ontspringt, de droom ontstaat. Daags na die ervaring begint ze te trainen voor de marathon. In tijden waarin het niet gebruikelijk is dat je op straat loopt, trekt Bobbi de bergen in. In tijden waarin er amper informatie beschikbaar is over verantwoorde trainingsopbouw, laat staan Start to Run, loopt Bobbi meermaals ruim 40 mijl op training: een heel vette marathon dus. Ze bewijst hiermee tegenover zichzelf dat ze de afstand aan kan en ze laat haar droom niet verwoesten door het feit dat alleen mannen officiële marathons mogen lopen.

Vrouwen kunnen ook een marathon lopen
Twee jaar later schrijft de 23-jarige Bobbi de organisatie van de Boston Marathon aan. Die is onverbiddelijk: vrouwen mogen in wedstrijdverband maximaal 1,5 mijl lopen. De marathonafstand kunnen vrouwen fysiek niet aan. Bobbi krijgt geen startnummer. Dat sterkt haar overtuiging dat ze een statement moet maken voor alle vrouwen die niet hun eigen leven mogen leiden. Op 19 april 1966 verstopt Bobbi zich in een struik aan de start van de Boston Marathon in Hopkinton. Ze draagt een zwart badpak met daarover een veel te grote bermuda en een blauwe sweater van haar broer. Ze glipt mee met de menigte, maar zelfs met een kap over haar hoofd wordt ze na enkele minuten herkend als vrouw. Bobbi vreest dat ze uit de race gezet zal worden. Niets is minder waar: ze wordt aangemoedigd door de mannelijke lopers en die willen haar vooral niet beletten om te finishen. Halverwege de race krijgt ook de pers notie van de vrouwelijke deelnemer.

In zware omstandigheden kan je boven jezelf uit stijgen
Bobbi finisht uiteindelijk in een verbluffend snelle 3:21:40. Ze dronk onderweg geen druppel water en durfde pas op het einde haar veel te warme trui uit te trekken. Bovendien liep ze nooit eerder lange afstanden op asfalt. Haar veel te stugge schoenen veroorzaken bloedende blaren. Ze wordt onthaald als een heldin en pronkt op de hoofdpagina van de krant. Een jaar later mogen vrouwen echter nog steeds niet deelnemen aan marathons. De 20-jarige Kathrine Switzer schrijft zich in 1967 met een genderneutrale naam in om toch aan de start in Boston te kunnen staan. Een official die haar bedrog tijdens de race opmerkt wil haar hardhandig aan de kant houden, maar Kathrines vriend Tom tackelt hem. Een foto die toont hoe er geduwd en getrokken wordt, maakt van Kathrine een beroemdheid. Ze haalt de finish als eerste officiële vrouw. Ook Bobbi liep dat jaar de Boston Marathon, zij koos weer voor een niet-officiële deelname. Het duurt uiteindelijk tot 1972 tot vrouwen mogen deelnemen aan marathons.

Lopen stimuleert je geest
Zowel Bobbi als Kathrine zijn intelligente vrouwen. Kathrine heeft een diploma journalistiek op zak, schreef in 2007 het boek Marathon Woman (shame on me dat ik het nog niet las) en ze becommentarieert loopwedstrijden op televisie. Bobbi werd na haar marathondebuut met een diploma filosofie en wiskunde geweigerd om een opleiding aan de medische school aan te vatten omdat ze te knap was. Haar aanwezigheid zou de uiteraard mannelijke medestudenten afleiden. Ze haalde uiteindelijk nog een diploma rechten en werkte als advocaat. Inmiddels bouwde ze ook een carrière uit als kunstenares. Het zal niemand verbazen dat ze strijdt om een beeldhouwwerk van een lopende vrouw langs het parcours van de Boston Marathon te krijgen, waar nu enkel mannelijke lopers te zien zijn.

Lopen is voor het leven
In 2017 liep Kathrine opnieuw de Boston Marathon, welgeteld 50 jaar na haar debuut. Jawel, op 70-jarige leeftijd dus. Ze kreeg startnummer 261 toegewezen, dat ze ook droeg bij haar deelname in 1967. De organisatie besliste dat jaar om het nummer 261 in de komende edities niet meer uit te reiken. Ook de 76-jarige Bobbi loopt nog. Misschien wordt niet iedereen als loper geboren. Misschien zijn we wel allemaal lopers. Ik kan alleen maar hopen dat er een beetje Bobbi en Kathrine in mij zit.